Hoofdstuk 1: Coperfin: De vooruitgang 2008 - Fiscus.fgov.be

fiscus.fgov.be

Hoofdstuk 1: Coperfin: De vooruitgang 2008 - Fiscus.fgov.be

Ac viteitenverslag

van de En teit Belas ngen en Invordering

Deel 1

Jaarverslag 2008

van de Administrateur-generaal

van de Belastingen en de Invordering

FOD FINANCIEN


Ac viteitenverslag

van de En teit Belas ngen en Invordering


1

3

4

4

4

4

4

5

5

5

6

6

6

7

9

9

9

13

15

17

21

22

22

24

25

29

30

Inhoud:

Voorwoord

Hoofdstuk 1: Coperfi n: De vooruitgang 2008

1. Functionele expertise en Ondersteuning (FEO)

1.1. Algemeen

1.2. Operationalisering van de afdelingen Reglementering en Juridische Expertise

1.3. Project Kennisbeheer

2. Dienst Coördinatie en Uitvoering (DCU)

2.1. Datawarehouse

2.2. Algemene doelgroepen

2.3. E-audit

2.4. Sectoriële en thematische doelgroepen

3. Multikanaal Dienstverlening (MKDV)

3.1. Algemeen

3.2. Waarom MKDV?

3.3. Bespreking per kanaal

3.3.1. Internet

3.3.2. Contactcenter

3.3.3. Persoonlijk onthaal

4. Program Management Offi ce (PMO)

Hoofdstuk 2: Het personeel

Hoofdstuk 3: De strijd tegen de fi scale fraude

1. Centralisatie van de inlichtingen

2. Coördinatie, opvolging en supervisie van de sectoriële en thematische controleverrichtingen

en controleverrichtingen met vertakkingen

3. Supervisie en dagelijks beheer van de Taskforce “minerale oliën”

4. Medewerking aan en opvolging van de Belgische, Europese en internationale netwerken

verbonden aan de problematiek van het witwassen van kapitaal, de fi nanciering van het

terrorisme en de fi scale, economische en fi nanciële fraude.

Hoofdstuk 4: 2008 voor de fi scale administraties

1. Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

30

30

30

30

30

30

30

31

31

31

31

31

31

32

32

33

33

33

33

34

34

34

34

35

35

35

35

36

36

36

36

36

37

37

A. Verwezenlijkingen

1. Day-to-day werkzaamheden

1.1. Inkohieringen

1.1.1. Ketting PB

o Algemeen

o Werkprocessen

o Resultaat op het vlak van de inkohieringen

1.1.2. Ketting VENB

1.1.3. Ketting BNI

1.2. Coördinatie van sommige controleopdrachten

1.2.1. Datamining iteratie 5

1.2.2. Overzicht sectoriële acties opgestart in 2008 en hun respectievelijke opbrengsten

a. Acties toegewezen aan de controlecentra

b. Acties toegewezen aan de klassieke diensten Directe belastingen

c. Acties toegewezen aan de btw-kantoren

d. Acties toegewezen aan controlecentra en aan klassieke diensten (DB en/of btw)

2. Organisatorische wijzigingen

2.1. Hergroepering Rechtspersonenbelasting

2.2. Overdracht van de Onroerende Voorheffi ng (OV) naar de AOIF

3. Integratie en update gerealiseerde projecten in de day-to-day van de AOIF/KMO

3.1. Tax-on-web (TOW)

3.1.1. TOW Burger

3.1.2. TOW Mandataris

3.1.3. TOW Ambtenaar

3.2. Belcotax-on-web (BOW)

3.3. TAXI

3.3.1 Algemeen

3.3.2. Evolutie

3.3.3. Resultaten

3.4. Workfl ow Geschillen

3.4.1. Aanpak

3.4.2. Inhoud van de Workfl ow Geschillen

3.4.3. De Workfl ow Geschillen in cijfers (toestand in september 2008)

3.5. TBT


37

37

37

37

38

38

39

39

39

40

40

40

41

41

41

41

42

45

45

46

46

46

48

48

49

49

54

61

64

3.5.1. Inleiding

3.5.2. Verbetering TBT

3.6. Scanning – intervat – vatlist

3.6.1. Scanning van de aangiften PB

3.6.2.Intervat

3.6.3. Evolutie van de indiening van de btw-aangiften 625 (papier/elektronisch)

3.7. FINFORM

3.8. URBAIN (Urbanism Information Network)

3.9. STIR-BTW

3.10. STIR-CORE

3.11. Opstarten van het project splitsing P/KMO

3.12. Opstarten van het project BTW/KMO

B. De buitendiensten

1. De opdracht van de AOIF

2. De doelstellingen van de AOIF

2.1. Beheer

2.2. Controle

2.3. Geschillen

3. De AOIF in cijfers: aantal diensten

4. De AOIF in cijfers: aantal personeelsleden

5. De AOIF in cijfers: aantal belastingplichtigen

5.1. Personenbelasting (PB)

5.2. Vennootschapsbelasting (Ven.B)

5.3. Btw

6. De AOIF in cijfers: activiteiten

6.1. Het beheer van de aangiften

6.2. Het uitvoeren van controles

C. De dagelijkse werking van de centrale diensten

2. Administratie van de invordering

3. Bijzondere belastinginspectie

67

71

72

72

72

72

73

73

75

78

82

82

82

84

85

85

85

85

87

87

88

88

88

88

88

89

89

89

89

90

90

90

90

90

90

91

4. Administratie van de douane en accijnzen

Hoofdstuk 5: De internationale betrekkingen

1. Wetgeving

1.1. Directe belastingen

1.1.1. Bilateraal niveau

1.1.1.1.Overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting

1.1.1.2. Administratieve regelingen inzake de uitwisseling van inlichtingen

1.1.2. Multilateraal niveau

1.1.2.1. Europese unie

1.1.2.2. OESO

1.2. Indirecte belastingen

1.2.1. Juridische afdeling: Europese regelgeving- geschillen en prejudiciële vragen- OESO

1.2.1.1. Europese Unie: instellingen, werkgroepen en regelgeving

1.2.1.2. OESO

1.2.1.3. Diversen

1.2.2. De economische afdeling: de eigen middelen inzake btw

1.2.3. De internationale administratieve samenwerking

1.2.3.1. Europese Unie

1.2.3.2. OESO

1.2.3.3. Bilaterale akkoorden inzake administratieve samenwerking

2. Internationale samenwerking door uitwisseling van ambtenaren

2.1. Fiscalis

2.1.1. Voor btw, directe belastingen en taks op de verzekeringspremies

2.1.1.1. Deelname van Belgische ambtenaren aan seminaries, projectgroepen en workshops

2.1.1.2. Werkbezoeken van Belgische ambtenaren in andere Lidstaten

2.1.1.3. Werkbezoeken van buitenlandse ambtenaren in België

2.1.2. Voor accijnzen

2.2. Internationale samenwerking inzake douane en accijnzen

2.2.1. Douane 2013

2.2.2. TAIEX

2.2.3. OLAF

2.2.4. Eurodouane

2.2.5. WDO

2.2.6. ISEC

2.2.7. Buitenlandse stagiairs

2.2.8. Diverse zendingen


Voorwoord

Het jaar 2008 werd halverwege gekenmerkt door een onverwachte wending in de conjuncturele

cyclus. Terwijl de ontvangsten gedurende de eerste zes maanden nog gunstig evolueerden

zoals vroeger, heeft de fi nanciële crisis, ontstaan in de zomer van 2008, duidelijk haar sporen

nagelaten op de totale fi scale ontvangsten van het jaar. Deze laatste zijn slechts met 2,6 % gestegen

tegenover 2007, met als gevolg een belangrijke minderwaarde van meer dan 2,6 miljard

euro in vergelijking met de aanvankelijke ramingen.

In deze moeilijke context heeft de Algemene administratie van de belastingen en de invordering,

in samenwerking met de verschillende betrokken Ministers en de leden van het Directiecomité

van de FOD Financiën, met de middelen die ze had, de moderniseringsopdracht voortgezet die

haar was toegewezen in het kader van “Coperfi n” en van het managementplan, opgesteld in

2003.

Terwijl het personeelsbeleid, de informatica en de budgettaire aspecten van het Departement

onder de bevoegdheid vallen van de Voorzitter van het Directiecomité, heeft de Algemene administratie

van de belastingen en de invordering voornamelijk getracht de grote fi scale strategische

doelstellingen te vertalen en te coördineren, zoals deze vastgesteld zijn in het managementplan

en dit vooral op gebied van:

- de dienstverlening aan de belastingplichtigen;

- de coördinatie van de acties van de verschillende administraties inzake fraudebestrij-

ding;

- de opvolging van de grote transversale programma’s inzake modernisering op vlak

van informatica binnen de fi scale administraties en

- de bemiddeling tussen de fi scale administraties ingeval van verschillende standpunten.

Met betrekking tot de dienstverlening aan de belastingplichtige zijn de jaren 2002-2008 getuige

geweest van een echte Copernicusrevolutie in de fi scale administraties. Dankzij belangrijke begrotingsmiddelen

en opeenvolgende informaticaplannen die in de loop der jaren bijgesteld zijn

en het mogelijk gemaakt hebben beter in te spelen op de fi scale noden van de ambtenaren en

belastingplichtigen, kan men zeggen dat, na enkele kinderziekten, de hervorming tot een

groot succes heeft geleid. Dit heeft vorm gekregen door de digitalisering van haast alle soorten

van aangiften (PB, VenB, btw, enz.) en van toepassingen zoals “Tax-on-web”, “Taxi”, “Edivat”,

“Intervat”, enz.

De dienstverlening aan de belastingplichtigen is er eveneens op vooruitgegaan door middel

van instrumenten zoals het “Contactcenter”, het intensieve gebruik van de mail in de omgang

met de belastingplichtige, de inwerkingstelling van het enig dossier en de ontwikkeling van een

“geïntegreerd verwerkingssysteem” (STIR). Dit systeem, dat tegelijk ontwikkeld werd binnen de

entiteiten “Belastingen en Invordering” en “Patrimoniumdocumentatie” – die zelf een opmerkelijke

modernisering van haar werkzaamheden realiseert – heeft de FOD Financiën toegelaten

om snel de opgelopen achterstand weg te werken die was ontstaan ingevolge een lange inertie

vóór de jaren 2000.

Wat de fi scale fraude betreft is er de laatste zes jaren onder impuls van de Algemene administratie

van de belastingen en de invordering een duidelijke vooruitgang gemaakt door de selectie

van dossiers te centraliseren, en dit voornamelijk door middel van de “datamining” en de sectoriële

acties, ingeleid door het Anti-Fraudecomité.

Er dient ook melding te worden gemaakt van de wil van de Algemene administratie van de

belastingen en de invordering om de uitwisseling van informatie in het Europees kader van de

spaarrichtlijn uit te werken, die volledig haar vruchten zal afwerpen dankzij nieuwe informaticaprogramma’s

die vanaf 2009 zullen worden toegepast.

Sinds meerdere jaren worden de concrete resultaten in cijfervorm weergegeven in de activiteitenverslagen.

Omwille van verschillende problemen werd de ontwikkeling van de uitbreiding van de “datamining”

tot een ruimer geheel inzake databankbeheer, “datawarehouse” genaamd, vertraagd.

1


2

Bovendien werd de ontwikkeling van de “datawarehouse” in 2008 vertraagd door de besprekingen

over de naleving van de wettelijke bepalingen – nl. de wet op de bescherming van de persoonlijke

levenssfeer – die de uitwisseling en de kruising van gegevens toelaten, zowel intern,

tussen fi scale administraties, als met organismen die tot een andere sector behoren zoals de

sociale zekerheid.

Voor wat de situatie van het personeel betreft en in het bijzonder de hervorming van de structuren

van de FOD Financiën heeft 2008 voor geen doorbraak gezorgd. Daarom dient meer dan

ooit dank te worden betuigd aan het personeel dat in deze moeilijke situatie kwaliteitswerk heeft

afgeleverd ondanks een onverbiddelijke afname van het aantal ambtenaren omwille van de

ongunstige structuur van de leeftijdspiramide.

Voor de goede orde wordt opgemerkt dat het huidige verslag van de Administrateur-generaal

van de belastingen en de invordering het laatste in zijn soort zal zijn.

Rekening houdend met de gedurende de zes eerste jaren van Coperfi n opgedane ervaring,

heeft de Minister inderdaad geacht dat de te grote groepering van diensten met verschillende

bevoegdheden binnen één grote entiteit namelijk “Belastingen en Invordering”, zoals die aanvankelijk

was gepland, ongeschikt was en dat het effi ciënter zal zijn om de materies te splitsen

in vier entiteiten, met name: de taxatie inzake inkomstenbelastingen en btw, de douane en accijnzen,

de inning en invordering en de fi scale fraudebestrijding, telkens onder de leiding van

een Administrateur-generaal en onder het gezag van de Voorzitter van het Directiecomité.

Op het eerste zicht kan een dergelijke verdeling lijken in te gaan tegen de evolutie waargenomen

in de meerderheid van de OESO-landen, die allen in de richting van een groepering gaan

van de werkzaamheden van de fi scale administraties en een afplatting van de hiërarchie omwille

van evidente redenen van effi ciëntie, vereenvoudiging en vermindering van de uitgaven.

In werkelijkheid zal de voorgestelde situatie in de lijn liggen van de algemeen waargenomen beweging

wanneer men rekening houdt met het feit dat de hervorming voorziet in een aanzienlijke

versterking van de coördinatiefuncties op niveau van de Voorzitter van het directiecomité. Zo zal

de Voorzitter bijgestaan worden door nieuwe diensten en adjuncten die niet alleen bevoegdheden

zullen hebben inzake coördinatie maar eveneens inzake strategische begeleiding.

De hergroepering onder één gezag van, enerzijds, het personeels-, informatica- en begrotingsbeleid,

dat reeds in het verleden afhing van de Voorzitter van het directiecomité, met, anderzijds,

het fi scale beleid, dat afhing van de Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering,

zou ertoe moeten leiden dat er meer rekening wordt gehouden met de doelstellingen

inzake fi scale strategie, die tot nog toe gehanteerd en gesteund werden, soms met succes en

soms met moeilijkheden, omwille van de veelvuldige obstakels die moesten overwonnen worden

om deze duidelijk onmisbare technische en leidinggevende coördinatie te realiseren.

Mijn mandaat van Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering is beëindigd op

1 april 2009 met de beoordeling “zeer goed”, toegekend door de Minister van Financiën. Ik hoop

dat de nieuwe hervorming zo snel mogelijk meer klaarheid zal brengen in de organisatie van de

FOD Financiën en dat men zonder uitstel kan overgaan van een voorlopige situatie - die te lang

heeft geduurd maar in feite een echte revolutie was ten opzichte van het vroegere Ministerie van

Financiën - naar een toestand die toelaat om de modernisering verder te zetten in omstandigheden

die positief zijn voor zijn ambtenaren, die essentiële componenten zijn en die zonder angst

de toekomst tegemoet kunnen gaan omwille van hun know-how en de kwaliteit van het werk dat

zij tot nu toe hebben afgeleverd.

Jean-Marc DELPORTE

Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen

Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering (1.4.2003 – 31.3.2009)


Hoofdstuk 1

Coperfi n : de vooruitgang in 2008

1

3


4

1

Hoofdstuk 1: Coperfi n: De vooruitgang in 2008

1. Functionele Expertise en Ondersteuning (FEO)

1.1. Algemeenheden

Het project FEO heeft als doel het uitwerken van de richtlijnen van een toekomstige stafdienst op het niveau

N-1 die zal belast zijn met het opstellen van de reglementering, circulaires en technische instructies

alsook met de ontwikkeling van de ‘best practices’ en de werkmethoden.

De operationalisering van de afdelingen ‘Reglementering’ en ‘Juridische Expertise’ van deze toekomstige

stafdienst werd in 2005 als prioritair beschouwd.

In de loop van 2006 werden de eerste noodzakelijke werkzaamheden voor deze operationalisering gerealiseerd

door de cel FEO. Deze werkzaamheden worden beschreven in de jaarverslagen 2006 en 2007

van de entiteit Belastingen en Invordering.

1.2. Operationalisering van de afdelingen Reglementering en Juridische Expertise

Een essentieel element om de operationalisering van de afdelingen Reglementeringen en Juridische Expertise,

zoals beschreven in de haalbaarheidsstudie, te kunnen bewerkstelligen, is de inrichting van een

nieuwe juridische structuur voor de FOD Financiën.

Gelet op de moeilijkheden die werden ondervonden bij de oprichting van deze nieuwe structuur, werd in

de loop van 2008 nog geen enkele concrete beslissing genomen.

1.3. Het Kennisbeheersysteem

De eerste fase van de implementatie en de organisatie van een enig kennisbeheersysteem in de FOD

Financiën omvat inzonderheid:

● de installatie van een centrale “unieke” kennisdatabank waarin op relatief korte termijn (2008 en 2009)

de bestaande gegevensbanken, zoals “Fisconet” en “Codipers” en tal van andere informatieve sites,

zullen worden geïntegreerd;

● de bouw van een gebruiksvriendelijke en performante zoekmotor;

● de ter beschikkingstelling van de nodige beheerstools;

● de ontwikkeling van een digitaal informatiekanaal ( ‘push & pull’ – systeem );

● de implementatie van de benodigde toegangsmodules en webinterfaces.

De overheidsopdracht met betrekking tot de uitvoering van deze eerste fase maakte het voorwerp uit van

een offerteaanvraag die in juli 2006 werd gepubliceerd.

In de loop van het jaar 2008 werden de volgende stappen gezet:

● de ontwikkeling van een nieuwe organisatiebrede taxonomie werd gefi naliseerd;

● de “use cases” die betrekking hebben op de verschillende gebruikersfunctionaliteiten - waarbij de

nadruk wordt gelegd op de performantie en het gebruiksgemak van de zoekmotor - werden geïmplementeerd;

● de ontwikkeling van de “use cases” die betrekking hebben op de verschillende kennisbeheerdersfunctionaliteiten

- waarbij de nadruk wordt gelegd op de fl exibiliteit en de gebruiksvriendelijkheid van

de eigenlijke beheerstools - werd verdergezet;

● de inhoud van Fisconet (oud) werd gemigreerd in de nieuwe fi scale gegevensbank Fisconetplus die

operationeel is sinds 3 november 2008. De migratie van de DocDB, Codinet en een aantal informatieve

sites werd verder voorbereid.

De inhoudelijke bijwerking van de gegevensbanken werd toevertrouwd aan de Dienst Kennisbeheer onder

de hoge leiding van de Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering. In deze dienst

zijn 22 medewerkers tewerkgesteld.

2. Dienst coördinatie en uitvoering (DCU)

Bij Koninklijk besluit van 4 maart 2008, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 12 maart 2008, werd

een dienst risicobeheer opgericht in de schoot van, onder meer, de Algemene administratie van de belastingen

en de invordering.


Deze dienst, die onder de leiding van de Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering

werd geplaatst, staat in voor de analyseactiviteiten en de coördinatie in het kader van het risicobeheer.

Deze activiteiten moeten de principes inzake fi naliteit, proportionaliteit en veiligheid respecteren en dit

conform de “privacywet” van 8 december 1992, zijnde een materie waarvoor een wetsontwerp wordt

voorbereid dat de richtlijnen inzake de behandeling van persoonsgebonden gegevens binnen de FOD

Financiën zal vastleggen.

Bovendien moet de methodologie inzake risicobeheer, door middel van een objectieve benadering, de

gelijke behandeling van belastingplichtigen garanderen.

Rekening houdende met de hierboven vermelde bepalingen heeft de dienst risicobeheer, de diverse beslissingsniveau’s

en de regels inzake de verdeling van taken tussen de verschillende actoren die betrokken

zijn bij risicobeheer bepaald: de politieke overheid, de werkgroep “privacy”, de dienst ICT, de Algemene

administratie van de belastingen en de invordering en de verschillende pijlers/administraties.

De hiernavolgende aspecten moeten eveneens worden toegewezen aan het uitgevoerde risicobeheer in

2008:

2.1. Datawarehouse

Het op punt stellen van het technisch softwareplatform (release Themis) werd beëindigd in het jaar

2008.

Naast het verder op punt stellen van de identifi catiegegevens in de datawarehouse, werd de release

‘Eos’ toegespitst op het realiseren van verbindingen met het project “Geïntegreerd verwerkingsysteem

voor belastingen en invordering” (STIR-DU) met de integratie van het Enig Dossier tot doel. Daarnaast

zorgde ‘Eos’ ook voor de ontwikkeling van een verzameling basisgegevens met betrekking tot de nieuwe

btw-belastingplichtigen.

De release ‘Prometheus’, die handelt over de goederenaspecten van Douane en accijnzen, heeft de analyse

van de gegevensbronnen die in de datawarehouse zullen worden opgenomen, verdergezet.

2.2. Algemene doelgroepen

1

De coördinatie van het risicobeheer werd gecentreerd rond de algemene doelgroepen door middel van

de opvolging van de Datamining.

De datamining is gebaseerd op de resultaten van vroegere controles en op de btw-aangiften. Het programma

Datamining vertegenwoordigt een selectie te controleren dossiers die 40 % van de capaciteit van

de controlecentra bedraagt.

Voor de controleperiode 2008 – 2009 werd de 5de iteratie datamining geëxploiteerd voor de selectie van

de dossiers in de controlecentra en in de klassieke diensten DB en btw van de AOIF.

Aan de bestaande segmenten (groothandel, bouw, horeca, industrie, voertuigen, diensten en kleinhandel)

werd één specifi ek segment (grote ondernemingen) toegevoegd, hetgeen de enige nieuwigheid is van de

5de iteratie.

De bedoeling van de introductie van dit nieuwe segment “Grote Ondernemingen” was tweeledig. Vooreerst

heeft ze een positieve invloed op de modelvorming in de andere betrokken segmenten, zodat in al

deze segmenten meer homogene populaties worden verkregen. Daarnaast laat een afzonderlijk segment

voor “Grote Ondernemingen” toe de samenstelling van de selectie qua omvang van de dossiers op een

meer gerichte en aangepaste wijze te sturen.

De 5de iteratie heeft geleid tot een selectie van 11.438 dossiers.

2.3. E-audit

Om de evolutie van de controles digitaal te kunnen ondersteunen, heeft de administratie regionale cellen

in het leven geroepen die gespecialiseerd zijn in handelingen verbonden met de e-audit. Dit initiatief beantwoordt

aan de juridische mogelijkheden die recent werden gecreëerd om de boekhouding (inkomend

en uitgaand facturenboek en dagboek van ontvangsten) op een digitale manier bij te houden. Deze mogelijkheden

van elektronische facturatie zijn ook ingeschreven in de fi scale reglementering.

5


6

1

Het e-auditprogramma is er dus op gericht de administratie toe te laten controles uit te voeren op een

meer geavanceerde en aan de noden van de huidige realiteit aangepaste wijze.

In 2008 werden de opleidingen inzake het gebruik van de toepassing ACL volledig afgerond. Er werden

nieuwe normen uitgewerkt opdat de controlediensten een zeker percentage van de te controleren dossiers

met behulp van e-audittechnieken zouden behandelen.

Het aantal door de controlecentra van de AOIF met gebruik van de ACL-tool te behandelen dossiers voor

de controleperiode 2008 – 2009 bedraagt 287.

De administratie wenst op de ingeslagen weg voort te gaan aangezien de tickets van kasregisters alsook

de rekeningen en ontvangstbewijzen, die alle verantwoordingsstukken van de boekhouding vormen, nu

op digitale wijze mogen worden opgeslagen, zonder enige bewaring van papieren dragers.

Er werden praktische regels uitgewerkt om het dagboek van ontvangsten en het centralisatiedagboek op

digitale wijze bij te houden en er werden regels geformuleerd volgens dewelke de facturen, uitgereikt op

papier, door de uitreiker en ontvanger ervan op digitale wijze kunnen worden bewaard en voorgelegd naar

aanleiding van een fi scale controle. Verder werd ook de opslag op digitale drager van andere boeken en

stukken geregeld.

2.4. Sectoriële en thematische doelgroepen

In 2008 werden de volgende acties opgestart: ten onrechte afgetrokken onderhoudsuitkeringen, onterechte

recuperatie van vorige verliezen bij controlewijzigingen, gebruik van Z-platen zonder betaling van de

verkeersbelasting, meerwaarden gerealiseerd bij de vervreemding van gebouwen onder het btw-regime,

ongegronde aftrek voor energiebesparende investeringen, aangifte van roerende inkomsten in toepassing

van de spaarrichtlijn, toepassing van de bijzondere regeling van de belastingheffi ng op de winstmarge

voor tweedehandse goederen in de automobielsector.

De resultaten van deze acties worden gedetailleerd beschreven in het hoofdstuk met betrekking tot de

werkzaamheden van de AOIF (Hoofdstuk IV).

In 2008 heeft de Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering, tesamen met zijn collega’s

van de Bijzondere Belastinginspectie en de Administratie der douane en accijnzen, de FOD Financiën

vertegenwoordigd bij het College voor de strijd tegen de grote fi scale en sociale fraude, opgericht

onder het gezag van de Staatssecretaris voor de Coördinatie van de fraudebestrijding.

Het actieplan 2008/2009 van het College heeft de Dienst coördinatie en uitvoering aangezet tot intensieve

voorbereidende werkzaamheden, namelijk met betrekking tot de kruising van de fi scale en sociale

databanken. Volgende acties werden op touw gezet met het oog op een specifi ek rendement voor het

begrotingsjaar 2009: misbruiken van de Frans-Belgische grensarbeidersregeling, de fi ctieve maatschappelijke

zetels, meerwaarden gerealiseerd op gebouwde onroerende goederen als “toevallige oprichter”

voor de btw, de curatoren, splitsing van eigendomsrechten, de DELAWARE-LIMITED vennootschappen,

organisatie van culturele manifestaties, sportmanifestaties en vermakelijkheden, de sector van de industriële

reiniging, de sector van het wegtransport.

Wat de sector invordering betreft werd de derde fase van de thematische actie “toepassing artikels 319

bis WIB 92 en 63 bis Wbtw” (bepalingen die aan de invorderingsector dezelfde onderzoeksbevoegdheden

geven als deze die gelden voor de taxatiesector) hernomen in de schoot van de betrokken operationele

diensten. Deze fase betreft het instellen van een aansprakelijkheidsvordering lastens bestuurders van

vennootschappen ingeval de schulden inzake bedrijfsvoorheffi ng en btw niet worden betaald. De toegepaste

procedure is gebaseerd op artikel 442 quater WIB 92 en artikel 93 undecies WBtw.

3. Multikanaal dienstverlening (MKDV)

3.1. Algemeen

Om de dienstverlening beter te kunnen organiseren is een verdere uitbouw van de interactiekanalen

vereist. Deze interactiekanalen kunnen worden ingedeeld in 3 grote types, nl. internet, contactcenter

(CC) en persoonlijk onthaal. Op die manier kan de FOD Financiën zijn diensten langs meerdere kanalen

aanbieden, d.w.z. een multikanaal dienstverlening of MKDV.


De realisaties van de vorige jaren leiden er ontegensprekelijk toe dat de burgers en de ondernemingen de weg hebben gevonden naar de FOD Financiën.

3.2. Waarom MKDV?

Kort samengevat kan de doelstelling van de FOD Financiën als volgt worden geformuleerd: “zorgen voor de correcte naleving van de wetgeving waarvoor de

FOD Financiën bevoegd is”. Er dient dus een evenwicht gevonden te worden tussen de dienstverlenende taken (belastingplichtigen helpen om de wetgeving

na te leven) en de controlerende taken (verifi ëren of de wetgeving wordt nageleefd).

Het is duidelijk dat multikanaal dienstverlening een belangrijk element is in de dienstverlening aan de burgers en de ondernemingen.

Binnen de OESO wordt het volgende schema gehanteerd, waaraan de rol van MKDV is toegevoegd:

Factoren die het gedrag van de

belastingbetaler beïnvloeden

Acviteit

Belasngbetaler

Sociologische Economische

Psychologische

Sector

Bron OESO

Houding belastingbetalers

inzake naleving wetgeving

Beslist om de wetgeving niet na te leven

Niet bereid na te leven, maar

doen het toch mits alertheid

belasngdienst

Proberen na te leven, maar

lukt niet steeds

Bereid om

correct na te

leven

Strategie = druk naar beneden uitoefenen

MKDV

Strategie om wetgeving te doen

naleven

Alle middelen gebruiken

voorzien in de wetgeving

Ontraden door opsporing

Bijstand

verlenen

Zo makkelijk

mogelijk

maken

1

7


8

1

Dezelfde OESO wijst ons erop dat er een hiërarchie bestaat in het gebruik van de dienstverleningskanalen.

Hiërarchie van

dienstverleningskanalen

(OESO)

(geen

contact)

Internet

Telefoon

e-mail

Briefwisseling

Persoonlijk onthaal

Dat betekent dat het wenselijk is dat meerdere dienstverleningskanalen worden aangeboden, maar dat de

burgers en de ondernemingen wel moeten aangemoedigd worden om het juiste kanaal te gebruiken (o.m.

om effi ciency redenen), d.w.z. zo veel mogelijk het virtuele kanaal, vervolgens het CC en pas in laatste

instantie het persoonlijk onthaal (infocenters) in de dienstgebouwen.

Naast bovenvermelde algemene principes biedt een afsplitsing van de dienstverleningskanalen van de

back offi ces een aantal concrete voordelen. Hierna een opsomming van de voornaamste voordelen voor

de verschillende betrokkenen.

- Burgers en ondernemingen:

● Betere toegankelijkheid voor de burgers en de ondernemingen (bv. één centraal telefoonnummer)

● Professionele en kwaliteitsvolle afhandeling van vragen

● Minder fouten door de belastingplichtige als gevolg van betere informatie en transparantie

● Coherentie van de antwoorden, ongeacht medewerker en kanaal

● FOD Financiën krijgt een beter zicht op de noden van de burgers/ondernemingen waardoor de

dienstverlening kan verbeteren

- Medewerkers back offi ces FOD Financiën:

● Minder vragen (telefoons, e-mails, …)

● Minder fouten van belastingplichtige te corrigeren omdat burgers en ondernemingen correcte informatie

krijgen

● Ambtenaren spitsen zich meer toe op andere belangrijke taken zoals dossierbeheer en controle.

- FOD Financiën:

● Effi ciëntie

● Klantvriendelijker

● Beter imago

● Klanteninzicht: verbreden van analytisch inzicht (bv. detecteren van welke vragen het meest “leven”

bij de burger)

● Concreet zichtbaar bewijs van modernisering via een betere dienstverlening voor de burgers en

ondernemingen


3.3. Bespreking per kanaal

3.3.1. Internet

Nadat in 2007 de beslissing werd genomen om gebruik te maken van het WCMS (Web Content Management

System) Tridion, ging in 2008 een groot deel van de werktijd naar de functionele analyse van de

toekomstige departementale site www.fi nanciën.belgium.be om op die manier bijvoorbeeld een gebruiksvriendelijker

bestelmandje voor de publicaties van de FOD Financiën te creëren.

Daarnaast werd er verder gezocht naar mensen die als webredacteur het redactiecomité konden versterken.

Niettegenstaande vroeger reeds theoretisch was nagedacht over een workfl ow met mogelijke rollen en

bijhorende redactie- en publicatieprocedures werd steeds duidelijker dat er zich een aantal organisatorische

wijzigingen opdrongen. Dat besef leidde ertoe dat de mensen met webontwikkelingsvaardigheden

beter konden worden samengebracht in een centrale dienst.

Die centralisatie wierp snel vruchten af want in september 2008 ging de nieuwe tijdelijke site van Financiën

live. Hoewel de site nog niet wordt bijgewerkt via het WCMS, is hij wel al opgebouwd volgens de

nieuwe thematische navigatiestructuur.

Het doel van een website is mensen te helpen zelf de informatie te vinden waarnaar ze op zoek zijn. De

hele logica achter het selfservicekanaal is immers dat de kosten lager zijn dan bij interacties aan de telefoon

of van persoon tot persoon. Maar dat betekent wel dat dit kanaal goed gestructureerd en beheerd

moet worden en dat de inhoud zo moet geschreven zijn dat de doelgroep verstaat waarover het gaat.

Dat betekent dat naast de bijwerking van de reeds bestaande FAQ over de intussen gekende thema’s,

zoals de fi scaliteit van de auto en de woning, ook nieuwe onderwerpen werden aangeboord. Voor de

doelgroep Particulieren werden nieuwe teksten geschreven over carpooling, fi etsvergoeding en de btw

van 6% bij nieuwbouw of aankoop van een nieuwe woning. Voor het eerst werden ook FAQ geschreven

rond een aantal thema’s voor de doelgroep Zelfstandigen & Ondernemingen zoals de fi scaliteit van de

vzw, fi scale verplichtingen voor starters en de beveiliging van de beroepslokalen.

3.3.2. Contactcenter

3.3.2.1. Overzicht van de ontvangen vragen (toestand op 31.12.2008)

Aard van de ontvangen oproepen

(startdata)

1

2005 2006 2007 2008

Personenbelasting (14.04.2005) 63.844 112.202 120.954 172.410

Invordering (14.04.2005) 7.925 32.963 37.032 44.366

Tussenkomst energiekosten (26.09.2005 tot

25.01.2007)

37.713 27.731 430 -

Voorafbetalingen (01.05.2005) 28.449 48.558 44.892 46.849

Verkeersbelastingen (25.10.2005) 84.175 403.525 277.150 323.955

Internationale fiscaliteit (25.10.2005)

Geregistreerde aannemers (25.10.2005 tot

340 5.378 7.596 5.534

30.04.2008)

Registratie huurcontracten en taks op

765 12.152 14.266 3.833

beursverrichtingen (01.06.2006) 1.864 44.997 14.451

Btw (01.05.2008) 14.015

Vennootschapsbelasting (01.05.2008) 7.162

Andere vragen (25.10.2005) 1.085 18.192 27.107 53.808

Totaal telefonische oproepen 224.296 662.565 574.424 686.383

E-mails (verschillende onderwerpen) 5.441 12.070 20.158 25.295

We zien dat het aantal vragen voor de meeste categorieën blijft stijgen. Voor wat betreft het kwalitatieve

aspect, stellen we een verhoging vast van de complexiteit van de vragen. Die kwantitatieve en kwalitatieve

evoluties vinden plaats bij een niet signifi cante wijziging van de externe communicatie.

Dat betekent dat de burgers en de ondernemingen steeds beter de weg naar het Contactcenter vinden.

Dat impliceert uiteraard dat er meer middelen moeten worden ingezet om de rechtmatige verwachtingen

van de burgers en de ondernemingen correct te beantwoorden.

9


1

10

3.3.2.2. Bereikbaarheid van het CC en beheer van piekperiodes

Voor 2008 was de bereikbaarheid van het CC 88,30 %. Bij 74,81 % van de oproepen werd opgenomen

binnen de 40 seconden. Die cijfers liggen laag en wanneer de tendens aanhoudt, zal moeten worden

ingegrepen door verhoging van de middelen van het CC.

Gedurende piekperiodes liggen die cijfers uiteraard nog lager. Het beheer van pieken blijft hoe dan ook

een delicate aangelegenheid. De meest uitgesproken pieken betreffen de verkeersbelasting en de personenbelasting.

De pieken verkeersbelasting doen zich ongeveer maandelijks voor naar aanleiding van de massale maandelijkse

verzending van de uitnodigingen tot betaling. Een gespreide verzending (per week) van die documenten

zou het beheer binnen het CC-team verkeersbelasting gemakkelijker maken.

De periode vóór het indienen van de aangifte Personenbelasting (PB) is de meest bekende piekperiode.

De volgende tabel en grafi eken geven een overzicht van de evolutie van de ontvangen telefoons tijdens

die piek.

Tel. PB/pieken (Tot uiterste

indieningsdatum aangifte)

Aj. 2005

(Tot 31/8)

Aj. 2006

(Tot 18/7)

Aj. 2007(Tot

4/7, incl. 2 zat.)

Aj. 2008(Tot

2/7, incl. 2 zat.)

Mei 7.385 5.893 13.283 22.922

Juni 24.431 31.065 46.514 57.699

Juli 8.393 44.885 18.085 9.105

Augustus 18.415

Totaal 58.624 81.843 77.882 89.726

Verschil 23.219 - 3.961 11.844

Verschil in % 39,61 - 4,84 15,21

Werkdagen 82 52 45 43

Tel. per werkdag 715 1.574 1.731 2.087

Topdag PB 2.545 (13/06) 7.323 (17/07) 6.642 (02/07) 6.090 (30/06)

Topdag volledig CC (alle

materies)

4.380 (27/09) 14.395 (17/07) 12.082 (03/07) 12.045 (30/06)

In 2008 was het CC de twee laatste zaterdagen van juni open. Tijdens die twee dagen werden 1.355

oproepen ontvangen.

Aantallen

70.000

60.000

50.000

40.000

30.000

20.000

10.000

0

Vergelijking pieken PB

mei juni juli aug

Maanden

Aj. 2005

Aj. 2006

Aj. 2007

Aj. 2008


Om ook tijdens die jaarlijkse pieken een aanvaardbaar dienstverleningsniveau te bieden, dienen er uiteraard

meer medewerkers ingezet te worden. Vervelend is dat de mensen die hiervoor in eerste instantie in

aanmerking komen op dat moment ook meer dan nodig zijn in hun diensten. Inderdaad, ook in de lokale

diensten is het uiterst druk tijdens de jaarlijkse piekperiode PB, zelfs wanneer ze verlost zijn van een

aantal vragen die door het CC worden beantwoord.

Daarom besliste de Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering om stagiairs in te zetten,

verder aangevuld met nog een bijkomend aantal ambtenaren om het CC tijdelijk te versterken. Die

stagiairs krijgen een theoretische vorming tijdens hun stage en in het CC kunnen ze die kennis meteen

in praktijk brengen. Daarbij ondervinden ze onmiddellijk welke vragen bij de burger leven en op welke

manier die vragen worden geformuleerd.

3.3.2.3. Uitbreiding van het CC

Het CC werd - in de mate van het mogelijke - in de loop van 2008 verder uitgebouwd zodat ook kan worden

geantwoord op vragen van ondernemingen (vooral btw en vennootschapsbelasting).

3.3.2.4. Medewerkers

Het CC beschikte over 76 belastingambtenaren, wat echter slechts 67,7 voltijdse eenheden betekent,

rekening houdend met deeltijds werk (toestand op 31 december 2008).

Door het geven van passende vorming is het mogelijk geweest om een aantal materies geheel of gedeeltelijk

te verschuiven tussen de teams, wat meer mogelijkheden heeft geboden voor het opvangen van

pieken. Naast een betere dienstverlening en een hogere effi ciëntie voor de FOD, worden de CC-medewerkers

op die manier meer afwisseling en vormingsmogelijkheden aangeboden.

3.3.2.5. Operationalisering

Het huidige CC werkt nog steeds in een tijdelijke structuur, wat tal van problemen veroorzaakt.

1

Reglementaire teksten betreffende de organisatie van de dienst en bijhorende functies om het CC duurzaam

te kunnen verankeren in de organisatie en om een normale werking te kunnen garanderen, konden

niet gerealiseerd worden in 2008. (cfr supra 1.2.)

3.3.2.6. ICT – Project Infofi n

Op basis van de BPR van Coperfi n-1 werd in de eerste helft van 2004 een voorstudie gemaakt over de

multikanaal dienstverlening. Uit die voorstudie bleek de noodzaak van de implementatie van een technisch

platform ter ondersteuning van de dienstverlenende activiteiten binnen MKDV.

Via het project Infofi n worden de nieuwe toepassingen van dit technisch platform geïmplementeerd.

Het doel van Infofi n is om de burgers en de ondernemingen een nog betere dienstverlening te verschaffen,

wat ook tegemoet komt aan de behoeften van de CC-medewerkers.

De toename van aantal en verscheidenheid van vragen aan het CC vereist inderdaad dergelijk professioneel

technisch platform (project Infofi n) voor het interactie- en vraagbeheer. Op die manier wordt de

dienstverlening aan de burgers en de ondernemingen verbeterd en wordt de behandeling van de vragen

geoptimaliseerd.

Voor zuiver theoretische vragen is geen identifi catie van de vraagsteller nodig. In die gevallen volstaat het

om een minimaal aantal gegevens bij te houden. Dit gebeurt meestal automatisch

(bv. de materie waarover vragen worden gesteld). Voor een aantal

andere vragen zijn er echter opzoekingen nodig om te kunnen helpen en

dan is identifi catie van de vraagsteller nodig. In deze gevallen is het nuttig

om de vragen bij te houden, o.m. om ervoor te zorgen dat betrokkene de

vraag niet moet herhalen bij een volgend contact of om te vermijden dat de vraag niet meer wordt teruggevonden.

Infofi n voorziet hiertoe o.a. in integratie van een aantal identifi catiegegevensbanken (uiteraard beveiligd),

maar voorlopig blijven de bestaande toegangen tot de “dossiers” ongewijzigd. De integratie van het Infofi

n-platform en de nieuwe toepassingen (de toepassingen voor een geïntegreerde verwerking) zullen pas

worden gerealiseerd naarmate die nieuwe toepassingen operationeel en stabiel zijn.

11


1

12

Vooral de mogelijkheid om gebruiksvriendelijk en effi ciënt te communiceren met de ongeveer 4.000 buitendiensten

betekent een grote vernieuwing. Hierbij werd de klemtoon gelegd op een zeer gebruiksvriendelijke

en eenvoudige manier van werken tussen de CC-medewerkers enerzijds en de medewerkers van

de buitendiensten anderzijds. Dat betekent dat het CC die vragen op een gestandaardiseerde manier zal

kunnen doorsturen naar de betrokken dienst (het gaat om een zeer beperkt aantal vragen per dienst), die

dan verder het nodige kan doen.

Doordat de applicatie niet volledig nieuw is en eerst op kleine schaal is uitgeprobeerd, werd het Infofi nproject

als een heel pragmatisch project bekeken door de verantwoordelijken van het CC. Er werd hierbij

vanzelfsprekend steeds rekening gehouden met het standpunt van de burger, de onderneming, de CCmedewerkers,

het management, de organisatie en uiteraard de wetgeving.

Naarmate het onthaal in de dienstgebouwen wordt uitgebreid, zal op termijn worden overwogen om de

toepassing ook open te stellen voor het lokaal onthaal.

De Infofi n-oplossing is opmerkelijk om volgende redenen:

● Mogelijkheid tot volledige opvolging van de vragen, van aanvang tot oplossing, via een volledige ketting;

● Meerdere kanalen, globaal beheerd: burgers en ondernemingen kunnen hun vraag stellen via telefoon,

e-mail, fax, webformulier, brief en (op termijn) bezoek aan onze onthaalkantoren;

● Mogelijkheid om vlot kennis op te bouwen, te delen en up to date te houden, specifi ek voor het CC en

later voor het onthaal;

● Mogelijkheid tot snelle en gebruiksvriendelijke uitwisseling van informatie met ongeveer 4.000 diensten

(back offi ces) tegen een aanvaardbare kostprijs op het vlak van ICT;

● Inbouw fl exibiliteit: transfer van vragen, validatie van antwoorden (bv. e-mail), identifi catiemogelijkheden

van personen, evolutie van wetgeving, enz.

● Ontwikkeling van een planningstool die met alle factoren rekening houdt, zoals verwacht aantal vragen,

fl exibele werktijden, verlof, enz.

● Installatie van een meetinstrument, belangrijk zowel voor een effi ciënt beheer als voor het opbouwen

van kennis over de problemen waarmee de belastingplichtigen worden geconfronteerd, wat moet toelaten

om de service nog verder te verbeteren.

Nauwe samenwerking tussen de FOD Financiën (zowel CC-verantwoordelijken als ICT) en consultants

op grond van een degelijke methodologie zorgt ervoor dat de timing wordt nageleefd om de piloot te laten

starten in 2009.

Technologie voor Infofi n : een ketting van verschillende componenten zorgt ervoor dat de contacten

kunnen worden opgevolgd van bij aanvang tot oplossing

Citizen /

Company

P h o n e

F a x

L etter

E -m a il

W e b fo rm

Fac e 2 F a ce

Interactionchannels

Phone

system

VoIP

Fax Server

Letterbox

E-letterbox

(e-m ail)

Portal

(webform )

F2F

IVR

Routing & Queuing

Queue

MCSP

DB

Persons

DB Wegwijzer

CRM 4.0.

Interaction

BI

WFM

Scripting

CC Agent

DB

Vehicles

Question

DB

Companies

Data

questions

Data

Planning

DB

Knowledge

Communication between

CC & Back Office

asynchrone

legend

Existing In development

Backoffice


Taak/doelstelling van de verschillende

componenten

Gebruikte technologie (componenten)

- multikanale routering van de

interacties

Genesys

- monitoren van de interacties

- workforce management

- scripting

- rapportering op interacties

- integratie tussen Genesys en CRM Genesys GPLUS/Microsoft CRM Adapter

(voice + e-mail)

- vraagbeheer

Microsoft Dynamics CRM 4.0

- overzicht op vragen

- templates e-mail en brieven

- campagnebeheer

- opmerking: de CRM-software is case

centric geconfigureerd.

- kennisbeheer voor CC

Microsoft Dynamics CRM 4.0 + microsoft

- mogelijkheid om toe te zenden aan

back offices

Sharepoint Services (WSS3)

- rapportering op vragen Microsoft Dynamics CRM 4.0 + microsoft

BI SSRS/SSAS

MS CRM Software Development Kit (MS

CRM SDK) voor een aantal integraties.

Projectmethodologie voor Infofi n: Prince2- en Agile worden gebruikt.

Kenmerken: het mee betrekken van de medewerkers en het management in de oplossing, de nodige aandacht

schenken aan het veranderingsaspect (change) en het gradueel opbouwen van de functionaliteiten

in samenspraak met de eindgebruikers. Voor de niet-ingewijden: de faseplannen (ook sprints genoemd)

worden zo opgebouwd dat niet alleen iteratief gewerkt wordt, maar ook incrementeel zodat het inzicht

toeneemt en samenwerking ruim aandacht krijgt.

De gebruikers worden dus niet geconfronteerd met een vertaling van het lastenboek door programmeurs,

maar kunnen naargelang de applicatie vorm neemt nog bijsturen. De evolutie van de implementatie verloopt

dus op grond van samenwerking en transparantie.

3.3.2.7. Vooruitzichten 2009

a) Uitbreiden activiteiten CC

1

In 2009 zal het CC geleidelijk verder worden uitgebouwd om alle vragen betreffende Patrimoniumdocumentatie

te kunnen beantwoorden.

Vermoedelijk zal ook het aantal medewerkers van verschillende teams verder moeten worden uitgebreid

om de toenemende hoeveelheid vragen te kunnen beantwoorden.

b) Operationalisering CC

Het CC zal worden gestabiliseerd en verankerd in de organisatie door het aanpassen van reglementaire

teksten betreffende de dienst en de bijhorende functies.

c) ICT – Project Infofi n

De implementatie van het project is in 2008 volgens plan verlopen en de start zal plaatsvinden in 2009.

Vervolgens zal in 2009 de stabiliteit van het systeem worden bekeken en zal worden onderzocht welke

bijsturingen er moeten worden doorgevoerd.

Vervolgens zullen de volgende stappen worden onderzocht (omschrijving, haalbaarheid en prioritisering).

3.3.3. Persoonlijk onthaal

Op 25 augustus 2008 werd het Infocenter van de Finance Tower opengesteld voor het publiek. Dat Infocenter

is gevestigd te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50. Burgers kunnen er van 9.00 tot 16.00 uur terecht

met hun fi scale vragen.

13


1

14

Bezoekers die voorafgaandelijk een afspraak maakten met een ambtenaar worden onthaald op het gelijkvloers

en naar de juiste contactpersoon doorverwezen. Bezoekers zonder afspraak daarentegen worden

op verdieping -1 door onthaalbeambten naar een informatie-ambtenaar geleid die de burger verder helpt

in een afzonderlijke gespreksruimte.

Het Infocenter, ontwikkeld door de projectgroep FINTO-onthaal, biedt zowel voordelen voor de bezoekers

als voor de ambtenaren. Bezoekers worden rechtstreeks naar de juiste contactpersoon doorverwezen en

worden onthaald in een eigentijdse infrastructuur door ambtenaren die specifi ek zijn opgeleid om hen juist

en duidelijk te informeren. Nu de meeste bezoekers zoveel mogelijk in het Infocenter worden geholpen,

kunnen de ambtenaren uit de andere diensten (zogenaamde back offi ces die zich op bovenverdiepingen

bevinden) zich toespitsen op hun andere kerntaken, zonder hun werk te moeten onderbreken voor

onverwachte bezoekers. Voortaan hoeft slechts een minderheid van de belastingplichtigen zich naar die

verdiepingen te begeven, wat ongetwijfeld ook de veiligheid in de Finance Tower ten goede komt.

Het Infocenter voorziet nieuwe rollen (onthaalbeambten, informatieambtenaren, teamchefs en een afdelingshoofd)

en nieuwe organisatiestructuren (onthaalteam en fi scale teams). Er bestaat hiervoor evenwel

nog geen juridisch kader. Daarom werd het Infocenter in projectvorm uitgebouwd, naar analogie met het

Contactcenter.

De onthaalbeambten verwijzen als eerste aanspreekpunt de bezoeker door naar de juiste informatieambtenaar

uit het correcte fi scale team (personenbelasting, kadaster, btw, invordering en verkeersbelasting).

Aan de betrokken administraties werd gevraagd hun interacties met bezoekers kwantitatief te begroten.

Op basis van die interactieaantallen werd het aantal nodige medewerkers voor het Infocenter bepaald,

rekening houdend met een bepaald dienstverleningsniveau.

In het voorjaar van 2008 stelde de projectgroep FINTO-onthaal de functieprofi elen en de opleidingsprogramma’s

op voor de onthaalbeambten, de informatieambtenaren, hun teamchefs en het afdelingshoofd.

Deze opleidingen betroffen zowel de soft skills (o.a. communicatievaardigheden en omgaan met agressie)

als de technische competenties (o.a. fi scaliteit, werkprocedures, gebruik van applicaties, enz.). Ook

gedetailleerde werkprocessen en –procedures werden uitgeschreven.

Omdat ook de diensten van het back offi ce bezoekers ontvangen, zij het in mindere mate dan het Infocenter,

werden er samenwerkingsakkoorden opgesteld waarin de taken van het Infocenter en van het back

offi ce duidelijk werden afgebakend. De projectgroep FINTO-onthaal sloot met alle betrokken diensten van

het back offi ce dergelijke akkoorden.

Verder werd de nodige infrastructuur voorzien. Naast de klassieke infrastructuur zoals PC’s, bureaus,

enz., werd ook een geautomatiseerd ticketingsysteem voorbereid om de bezoekers zo snel mogelijk door

te verwijzen naar de juiste informatieambtenaren. Kort samengevat: op basis van de vraag van de bezoeker

drukt de onthaalbeambte een ticketnummer af voor het correcte fi scale team; de bezoeker wordt naar

de juiste wachtzaal doorverwezen en wordt er via een informatief scherm opgeroepen om zich naar een

informatieambtenaar in een bepaalde gespreksruimte te begeven. Voor een vlottere doorstroming zijn er

ook interactieve zuilen waarmee de bezoeker zelf zijn ticket kan afdrukken. Het ticketingsysteem voorziet

ook in de nodige rapportering omtrent het aantal bezoekers.

De eerste bezoekers werden verwacht tegen einde augustus 2008, terwijl de renovatiewerken van de Finance

Tower pas beëindigd waren begin 2009. Daarom diende het Infocenter in een eerste fase voorlopig

en in beperkte mate te worden gehuisvest op het gelijkvloers in plaats van op zijn defi nitieve locatie, verdieping

-1. Tijdens deze overgangsfase, die in bijzonder moeilijke werkomstandigheden verliep, werden

uitsluitend de onthaalbeambten en de informatieambtenaren van de teams Personenbelasting en btw

ingezet om de vragen van de bezoekers te beantwoorden.

Hierna een overzicht van de ontvangen vragen (toestand op 31.12.2008)

Totaal Volledig opgelost Doorverwezen

Algemeen onthaal 10.621 1.634 8.987 (naar teams

Infocenter of back office

Team PB 4.282 3.467 815 (naar back office)

Team btw 1.020 806 214 (naar back office)

Wanneer na evaluatie blijkt dat dit innoverende concept werkbaar is, zal worden overwogen in welke mate

het concept kan worden uitgebreid naar andere dienstgebouwen.


4. Program Management Offi ce (PMO)

De Algemene administratie van de belastingen en de invordering zet zijn traject van verandering voort in

het kader van de verschillende programma’s en moderniseringsprojecten van het Coperfi nplan.

De bepaling van de prioriteiten binnen dit veranderingstraject en de werkelijke coördinatie van de verschillende

programma’s en projecten ter realisering van het Coperfi nplan moeten, volgens ditzelfde plan,

verzekerd worden door drie diensten van de stafdienst PMO: een strategische PMO-dienst op niveau van

de Voorzitter (N) en 2 PMO’s op niveau N-1 (waarvan 1 PMO bij “Belastingen en Invordering”).

Momenteel verzekert de strategische PMO-dienst de coördinatie van de lopende projecten net zoals zij

helpt bij het bepalen van nieuwe projecten.

In 2005 werd de implementatie van PMO “Belastingen en Invordering” beschouwd als prioritair en op

stapel gezet in het kader van een operationaliseringsproject. Gezien de afwezigheid van de nodige reglementaire

bepalingen en het stilvallen begin 2007 van het operationaliseringsproject, heeft de effectieve

realisatie van de PMO (N-1) nog niet kunnen plaatsvinden. De afwezigheid van een operationeel PMO

bemoeilijkt echter aanzienlijk een optimale prioritisering evenals de coördinatie en de opvolging van de

talrijke lopende projecten, maar vormt daarnaast ook een groot risico voor het goede verloop van de

modernisering van de entiteit Belastingen en invordering.

In 2008 hebben de diensten van het Kabinet van de AABI (offi cieuze cel PMO N-1) het strategisch PMO

geholpen om het strategisch seminarie van 19 september 2008 voor te bereiden. Tijdens dit seminarie

werd beslist dat de modernisering van de FOD Financiën zou verder verlopen volgens het aanvankelijke

Coperfi nplan en dat elk college een concreet actieplan zou voorstellen met hun prioriteiten voor de komende

12-18 maanden.

1

Deze actieplannen, inclusief dat van het College van de entiteit Belastingen en invordering, werden gevalideerd

tijdens het Directiecomité van 5 december 2008. Bij deze gelegenheid werd er een business

case opgemaakt die melding maakt van al de details betreffende de oprichting van een dienst PMO N-1.

In afwachting van deze effectieve oprichting, heeft de offi cieuze cel PMO N-1 bijgedragen tot de voorbereiding

van de implementatie van de moderniseringsprojecten van de entiteit Belastingen en Invordering

: FEO, PMO N-1, DCU (Risicobeheer, Contactcenter en Enig dossier) evenals van de pijlers N-2 (AOIF,

Invordering, Douane en accijnzen en Fraudebestrijding).

15


Hoofdstuk 2 : Het Personeel

2

17


2

18

Hoofdstuk 2 : Het personeel ( zie bijlage tabellen 90 tot 94)

Tussen 31 december 2006 en 31 december 2008 wordt een vermindering vastgesteld van 849 ambtenaren

wat neerkomt op bijna 4% (3,91%) van het effectief van de fi scale administraties. Deze vermindering

situeert zich zowel op het vlak van de statutaire (-3,62%) als van de contractuele (-6,85%) ambtenaren.

Deze afname is voornamelijk te wijten aan de terugloop van het aantal ambtenaren bij de AOIF, de Invordering

en de AFZ (-5,06%) daar deze administraties 847 ambtenaren verliezen.

In 2008 is, in tegenstelling met vorige jaren, het effectief van de BBI verminderd (511) alhoewel het nog

lichtjes hoger ligt dan dat van 2006 (505).

De Administratie van douane en accijnzen, daarentegen, heeft een toename opgetekend van 112 eenheden

maar haar effectief ligt nog steeds lager dan in 2006.

De terugloop van het aantal ambtenaren is dus zeer reëel binnen de FOD Financiën, in het bijzonder voor

de fi scale administraties.

Terwijl het aantal ambtenaren van niveau 1 blijft stijgen (+2,04%), blijft daarentegen het effectief van de

niveaus B (-3,78%) en C (-1,60%) verder dalen. Bij het niveau D stellen we de grootste daling vast van

het effectief (16,28%) of 598 ambtenaren, voornamelijk vastbenoemden (18,83%).


2

19


Hoofdstuk 3 : Strijd tegen de fi scale fraude

3

21


3

22

Hoofdstuk 3 : De strijd tegen de fi scale fraude

Tijdens het jaar 2008 heeft het Vast Comité voor de strijd tegen de fi scale fraude zijn opdrachten voortgezet

zowel op het gebied van de coördinatie van en het toezicht op de strijd tegen de fi scale fraude als

op het gebied van de coördinatie en de ontwikkeling van de werkmethoden. Dit is gebeurd binnen de

bestaande activiteitsdomeinen waarover meer details hieronder.

1. Centralisatie van de inlichtingen afkomstig van de parketten, de arbeidsauditoraten en de CFI (Cel

voor Financiële Informatieverwerking, preventieve anti-witwaswetgeving):

Jaar

2006 2007 2008

Parketten 272 272 305

Auditoraten 568 565 323

CFI 91 147 106

TOTAAL 931 984 734

In vergelijking met 2007 wordt het jaar 2008 gekenmerkt door een toename van de inlichtingen komende

van de parketten en een vermindering van de inlichtingen komende van de arbeidsauditoraten en van de

CFI.

In 2008 werden 305 inlichtingen door de parketten verstrekt.

De belangrijkste parketten op dit vlak (aantal doorgezonden inlichtingen gelijk of hoger dan 30 voor het

jaar 2008) zijn deze van Brussel (87 inlichtingen), Antwerpen (47 inlichtingen) en Luik (38 inlichtingen).

Op de tweede plaats vindt men (aantal inlichtingen gelijk of hoger dan 15 voor het jaar 2008) de parketten

van Hasselt (29 inlichtingen) en Leuven (15 inlichtingen).

Op te merken valt dat de parketten van Turnhout, Bergen en Charleroi respectievelijk 13, 12 en 10 inlichtingen

hebben verstrekt.

Bovendien werden 323 inlichtingen door de arbeidsauditoraten verstrekt voor het jaar 2008. De belangrijkste

(aantal inlichtingen gelijk of hoger dan 30 voor het jaar 2008) zijn de auditoraten van Hasselt (231

inlichtingen) en Antwerpen (64 inlichtingen).

Een groot deel van de verstrekte inlichtingen betreffen de “DIMONA”-aangifte (Kruispuntbank van de

Sociale Zekerheid : aangifte van begin en einde van een werkrelatie tussen werkgever en werknemer).

Tenslotte werden 106 inlichtingen verstrekt door de CFI in 2008.

2. Coördinatie, opvolging en supervisie van de sectoriële en thematische controleverrichtingen en controleverrichtingen

met vertakkingen

Deze opdracht wordt geconcretiseerd door een drievoudige procedure:

De voorafgaande betekening aan de Minister van Financiën van de lopende controle- of invorderingsverrichtingen.

Deze betekeningen zijn mede-ondertekend door de Administrateur-generaal van

de belastingen en de invordering en de betrokken administrateurs.

De Staatssecretaris toegevoegd aan de minister van Financiën verzekert de coördinatie van de acties

waarbij verschillende administraties betrokken zijn en waarvoor geen protocol werd afgesloten.

● Het Anti-fraude comité is, onder leiding van de Administrateur-generaal van de belastingen en de

invordering, belast met de centralisatie en de coördinatie van de evaluaties van de controle- en invorderingsverrichtingen

die door de administratie worden uitgewerkt, hetzij op verzoek van het politieke

gezag hetzij op initiatief van een fi scale administratie.


Als controleverrichtingen uitgevoerd in 2008 kunnen in het bijzonder worden vermeld:

1) Controles in de telefoonwinkels (nazicht van het opnemen in de boekhouding van de aankopen van

telefoonverbindingen bij buitenlandse leveranciers).

2) Controles in verband met cadeaubonnen.

3) Operaties in verband met valse vzw’s.

4) Acties gevoerd tegen betalingen “in het zwart” in de horecasector.

5) Verschillende operaties in verband met de controle van trajecten van valse facturen.

6) Verschillende controleverrichtingen betreffende niet aangegeven salarissen en niet afgehouden roerende

voorheffi ng.

7) Controles in verband met de aankoop van onroerende goederen in het buitenland.

8) Controles verricht in de brouwsector (levering van minderwaardig bier).

9) Controleverrichtingen betreffende de regelmatigheid van de terugbetaling van de taks op de beursverrichtingen.

3

Op basis van de inlichtingen verstrekt door de verschillende fi scale administraties bedragen de resultaten

inzake de strijd tegen de fi scale fraude in miljoen euro:

Resultaten in MIO EUR

Toestand op

31/12/2008

Toestand op

31/12/2007

Toestand op

31/12/2006

a) Verbinding tussen de databanken van de FOD 134,88 112,41 100,1

b) Informatie-uitwisseling van het COIV naar de

ontvangers

4,8 2,24 6,8

c) Datamining 207,54 204,37 218,3

d) Misbruik van het meerwaardesysteem 8,8 13,46 _

e) Specifieke onderzoeken (telecom, horeca,

spelen en weddenschappen)

49,97 62,31 139,9

f) Fictieve zetels _ _ 0,4

g) Frauduleuze kasgeldvennootschappen 0,91 1,91 6,4

h) Btw-carrousels 243,48 180,5 333,2

i) Verrekenprijzen 15,18 13,39 12,0

Totaal 665,56 590,6 817,1

NB : Bij het totaal voor het jaar 2008 moet de globale raming van het bedrag voortvloeiend uit de acties

“doelgroepen”, ten bedrage van 35,60 MIO EUR worden gevoegd.

23


3

24

Hierna volgen de toelichtingen betreffende de verschillende rubrieken uit de tabel:

(c) Datamining-vierde iteratie:

De datamining is een analysesysteem dat het mogelijk maakt om op basis van de controleresultaten

die in het verleden zijn geboekt tot een aangiftemodel te komen dat het meest overeenstemt met het

aangiftemodel voor een fraudegeval of een inbreuk op de fi scale wetgeving.

● Het bedrag geeft het totaal van de verschuldigde btw, van de ingekohierde inkomstenbelastingen (IB),

de btw-boetes, de administratieve boetes IB alsook de verhogingen IB weer.

● Op 31.12.2008 heeft dit analysesysteem een resultaat van 207,54 miljoen euro opgeleverd.

(e) Specifi eke onderzoeken: het bedrag geeft het totaal van de verschuldigde btw, de btw-boetes, de

ingekohierde inkomstenbelastingen (IB) en de verhogingen IB weer.

Op 31.12.2008 bedroeg de totale opbrengst van de specifi eke onderzoeken die ingeleid werden in 2008,

49,97 miljoen euro.

Het is aangewezen volgende acties te belichten:

● Specifi eke onderzoeken ingesteld door de BBI (Telecom, elektronische handel, enz…) hebben een

resultaat van 29,05 miljoen euro opgeleverd.

De opbrengst van de spelen en weddenschappen bedroeg 4,24 miljoen euro.

De controle betreffende de regelmatigheid van de terugbetaling van de taks op de beursverrichtingen

heeft een resultaat van 12,69 miljoen euro opgeleverd.

● Controles in de telefoonwinkels betreffende de aankoop van telefoonverbindingen bij buitenlandse

leveranciers hebben een resultaat van 1,25 miljoen euro opgeleverd.

(h) Btw-carrousels: het totale bedrag omvat de rechtgezette btw-ontvangsten evenals het bedrag van de

opgelegde btw-boetes. Op 31.12.2008 hebben de controleacties betreffende de btw-carrousels een

resultaat opgeleverd van 243,48 miljoen euro (dit is een stijging met 35% in vergelijking met 2007).

(i) Verrekenprijzen: het betreft de bedragen van de belastingverhogingen vastgesteld in 2008 door de cel

“verrekenprijzen” met een opbrengst op 31.12.2008 van 15,18 miljoen euro.

Voor het jaar 2008 moet aan het totaal bedrag van 665,56 miljoen euro, een bedrag van 35,60 miljoen

euro worden toegevoegd afkomstig van de acties “doelgroepen” (bv. spaarrichtlijnen, meerwaarde op

onroerende goederen, energiebesparingen, enz.), ingeleid in 2006 en 2007.

Aangezien het ramingen betreft werden deze cijfers niet opgenomen in de tabel van de resultaten betreffende

de strijd tegen de fi scale fraude.

3. Supervisie en dagelijks beheer van de Taskforce “minerale oliën”

● In 2007 werd door de Taskforce een actie opgestart om de overeenstemming na te gaan tussen de

bewegingen van minerale oliën onder de schorsingsregeling van accijnzen vanuit belastingentrepots

gevestigd in België naar deze gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg en de werkelijke bewegingen

van deze producten.

Deze actie werd in 2008 afgesloten met een positief resultaat namelijk alle zendingen naar het Groothertogdom

Luxemburg werden in rekening gebracht in de boekhouding van de fi scale bestemmelingen

(de hoeveelheden werden ofwel aangegeven ten verbruik ofwel voor opslag in een belastingentrepot).

● In 2008 heeft de Administratie der douane en accijnzen deelgenomen aan de actie “MEMORY” die

als doel heeft de regelmatigheid te controleren van de bewegingen van accijnsproducten, waaronder

minerale oliën, binnen de Europese Unie en aan de binnengrenzen van de Europese Unie. Deze actie

werd ingeleid door de Werkgroep Douanesamenwerking van de Raad van de Europese Unie.


De resultaten van deze actie zullen in 2009 gekend zijn en zullen de Taskforce in staat stellen de in

België opgezette gemeenschappelijke controlesystemen te vergelijken met deze van de andere lidstaten

van de Europese Unie.

Deze resultaten zullen tevens relevant zijn voor de inwerkingstelling in 2009 van het EMCS (Excise

Movement Control System), dit is een volledig geautomatiseerd beheerssysteem van de bewegingen

van geharmoniseerde accijnsproducten (minerale oliën, tabak, alcoholhoudende dranken) binnen de

Europese Unie.

● Tijdens dezelfde periode werden diverse initiatieven genomen, namelijk:

- Verbetering van de doeltreffendheid van de databases gekoppeld aan het Petrissysteem en het PWS

(paralell warning system) met Nederland. Deze databases die worden gebruikt zowel door de NOD

Douane en accijnzen als door de gespecialiseerde BBI carrouselinspectie laten de identifi catie toe van

de intracommunautaire bewegingen van minerale oliën onder schorsing van accijnzen ter bestemming

van België.

Gedurende het jaar 2008 is de Taskforce eveneens gestart met de screening van handelaars die

in hun belastingentrepot opslag verrichten voor rekening van derden. Daarvoor werd een database

uitgewerkt door de dienst informatica van de BBI en de eerste testen zijn afdoend. Deze database zal

in 2009 operationeel zijn na het verzamelen en inbrengen van de passende gegevens.

Deze diverse, hiervoor genoemde databases zijn zeer performante controlemiddelen die het mogelijk

maken de carrouselfraude inzake minerale oliën snel te stoppen. Zo werden in 2008 drie btw-carrousels

aan het licht gebracht (en ontmanteld) in de sector van de minerale oliën.

- Op het gebied van de professionele diesel heeft de Taskforce de aanzet gegeven tot de invoering van

nieuwe voorschriften teneinde de selectiecriteria en de controleparameters te verbeteren.

De analyse door de Taskforce van de controles verricht inzake professionele diesel heeft immers aangetoond

dat de controles verricht op basis van een volgens de vastgelegde criteria gemaakte selectie

bijna identieke resultaten opleverden als deze verricht op totaal toevallige wijze.

3

De bevoegde dienst van de Administratie der douane en accijnzen heeft bijgevolg, onder impuls van

de Taskforce, de toepasselijkheid van de selectie- en controlecriteria opnieuw bestudeerd en gewijzigd.

Een nieuwe omzendbrief werd opgesteld eind 2008.

- Opdat de diensten van de AOIF (controle VenB) op de hoogte zouden zijn van het bestaan van

gegevens inzake professionele diesel die zijn opgeslagen in de database van de Centrale Dienst

voor Informatiebeheer en Risicoanalyse van de Douane en accijnzen, heeft de Taskforce bovendien

een vademecum opgesteld om een praktische opzoeking van informatie inzake professionele diesel

opgeslagen in deze database mogelijk te maken. Dit vademecum werd door de bevoegde diensten

van de AOIF gepubliceerd als bijlage bij de omzendbrief die specifi ceert dat de teruggave van de

bijzondere accijns op professionele diesel een belastbaar voordeel is.

4. Medewerking aan en opvolging van de Belgische, Europese en internationale netwerken verbonden

aan de problematiek van het witwassen van kapitaal, de fi nanciering van het terrorisme en de fi scale,

economische en fi nanciële fraude.

In 2008 heeft de FAG (Financiële Actiegroep) zich gebogen over de volgende onderwerpen:

● Uitbreiding van de leden van de FAG : de fi nanciële actiegroep van de Caraïben wordt buitengewoon

lid van de FAG en het Comité van Bazel (Comité voor supervisie van het bankwezen) werd door de

FAG opgenomen als waarnemend lid.

De werkgroep ICRG (International Cooperation Review Group) heeft, eind 2008, de lijst geïdentifi -

ceerd en openbaar gemaakt van de landen die ernstige lacunes vertonen inzake de strijd tegen het

witwassen van kapitaal en de fi nanciering van het terrorisme, namelijk : Iran, Oezbekistan,

Turkmenistan, Pakistan en Sao Tomé en Principe.

De leden van de FAG hebben daarvoor aan de fi nanciële instellingen gevraagd aangepaste maatregelen

van waakzaamheid te treffen in hun relaties met de fi nanciële instellingen van deze vijf bovengenoemde

landen.

25


3

26

● Op het gebied van de strijd tegen het witwassen van kapitaal en de fi nanciering van het terrorisme

werden nieuwe voorschriften uitgewerkt binnen het domein van de handelstransacties teneinde het

verzwijgen van criminele activiteiten en het verschuiven van kapitalen door middel van dergelijke transacties

te verhinderen.

Meer specifi ek met betrekking tot de fi nanciering van het terrorisme werd de aanbeveling van de FAG

inzake de elektronische overschrijving gewijzigd. Deze werd uitgewerkt met het doel terroristische

organisaties bij het verschuiven van hun fondsen te beletten om ongehinderd toegang tot de elektronische

overschrijvingen te hebben. De herziening van deze aanbeveling heeft geleid tot een merkbaar

nauwkeurigere identifi catie van de opdrachtgever van de elektronische overschrijvingen en heeft het

begrip nationale overschrijving uitgebreid tot deze binnen de Europese Economische Ruimte (EER),

dit gezien het hoge veiligheidsniveau van de betalingsmogelijkheden binnen de EER.

Bovendien heeft de FAG de strikte toepassing door haar leden gevraagd van de sancties die door de

Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werden getroffen tegen Iran. Deze sancties hebben onder

andere als doel het fi nanciële vermogen te bevriezen van personen die direct betrokken zijn bij het

nucleaire programma van Iran dat het risico van een snelle verspreiding van kernwapens inhoudt.

● Op het gebied van typologieën gaan de studies over de zwakke punten van de nieuwe betalingstechnologieën

(vooruitbetaalde kaarten, betaalsystemen via internet, mobiel betalen …), over de zwakke

plekken van het witwassen van kapitaal en de fi nanciering van het terrorisme in de sector van de

casino’s en over technieken voor het witwassen van kapitaal via clubs en sportverenigingen.

De in 2008 uitgevoerde wederzijdse evaluaties betreffen Canada, Singapore, de Russische Federatie,

Hongkong, Japan, Mexico en de twee leden van de Coöperatie van de Golf namelijk Katar en de Verenigde

Arabische Emiraten.

● Gedurende het jaar 2008 heeft de FAG haar studies verder gezet inzake de fi nanciering van de proliferatie

(hoofdzakelijk van massavernietigingswapens). De FAG is er zich terdege van bewust dat de

fi nanciering van de proliferatie verbonden is met de fi nanciering van het internationaal terrorisme en

dat deze een belangrijke bedreiging vormt voor de wereldveiligheid.


3

27


Hoofdstuk 4 : 2008 voor de fi scale administraties

4

29


4

30

Hoofdstuk 4: 2008 voor de fi scale administraties

1. Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

A. Verwezenlijkingen

1. Day-to-day werkzaamheden

1.1. Inkohieringen

1.1.1. Ketting PB

● Algemeen

De aanpak van de werkzaamheden is opgevat onder projectvorm. Dit project heeft de benaming ‘ketting

PB’ gekregen. Deze werkwijze heeft het voordeel - los van de hiërarchische structuren - gedeelde afspraken

te kunnen maken en tot een consensus te komen in de aanpak. De ketting is dus eigenlijk een “team”,

waarin beslissingen die in een deelaspect genomen worden, directe gevolgen hebben voor het verdere

verloop van het volledige proces.

● Werkprocessen

In de ketting PB ageren de werkprocessen die verband houden met:

● de inkohiering van de aangiften in de personenbelasting over de aanslagjaren 2006, 2007 en 2008

● het ontwerpen en realiseren van de papieren en elektronische aangifte voor de aanslagjaren 2007,

2008 en nu 2009.

De bedoeling was om terug op normale koers te geraken zodat de normale indieningstermijn voor de

aangifte PB opnieuw kan worden gerespecteerd. Deze aanpak heeft toegelaten om de aangiften tijdig te

(laten) verzenden, en de ontvangstdatum situeert zich nu toch al twee jaar opnieuw rond 30 juni van het

aanslagjaar, wat een terugkeer naar een “normale” situatie betekent.

● Resultaat op het vlak van de inkohieringen

a) Aanslagjaar 2006

De eerste inkohieringen gebeurden al in oktober 2006. Een voorzichtige aanpak, waarbij zo’n 10.000

aanslagen werden gevestigd. Vanaf november werd op grotere volumes overgeschakeld.

b) Aanslagjaar 2007

De eerste inkohieringen werden gestart in september 2007.

Planning: 250.000 in september, en 3.000.000 tegen eind december. Deze planning werd eind december

quasi gehaald (2.927.883 artikels) en het leeuwendeel van de inkohieringen werd uitgevoerd tegen eind

maart 2008.

c) Aanslagjaar 2008

De inkohieringen zijn gestart in september 2008 met een beperkt aantal artikels. Inmiddels werd de vooropgestelde

doelstelling gehandhaafd. Deze doelstelling bestaat uit het respecteren van een planning die

identiek is aan deze van het vorige jaar, met beëindiging van het grootste deel van de inkohieringen tegen

31 maart 2009.


maand Inkohieringen

september aj.

oktober aj.

november aj.

december aj.

januari aj. +1

februari aj. +1

maart aj. +1

april aj. +1

mei aj. +1

juni aj. +1

G ecum uleerde totalen van aantallen artikels

aj. 2008 aj. 2007 aj. 2006

aantal artikels aantal artikels aantal artikels

Positieve aanslagen 1.887 59.284

Nul resultaat 1.205 52.336

Negatieve aanslagen- 7.908 89.269

Totaal 11.000 200.889

Positieve aanslagen 181.577 421.636 2.280

Nul resultaat 159.741 278.496 1.198

Negatieve aanslagen- 137.549 477.673 6.512

Totaal 478.867 1.177.805 9.990

Positieve aanslagen 474.448 694.980 191.300

Nul resultaat 405.740 532.598 206.662

Negatieve aanslagen- 509.541 953.931 144.621

Totaal 1.389.729 2.181.509 542.583

Positieve aanslagen 808.585 981.022 432.382

Nul resultaat 716.932 755.441 383.992

Negatieve aanslagen- 780.022 1.191.420 347.960

Totaal 2.305.539 2.927.883 1.164.334

Positieve aanslagen 960.710 1.165.683 747.009

Nul resultaat 894.955 913.815 701.515

Negatieve aanslagen- 1.605.599 2.043.772 1.001.482

Totaal 3.461.264 4.123.270 2.450.006

Positieve aanslagen 1.212.865 1.452.630 1.075.601

Nul resultaat 1.108.992 1.255.267 860.560

Negatieve aanslagen- 2.260.406 2.615.011 1.787.950

Totaal 4.582.263 5.322.908 3.724.111

Positieve aanslagen 1.437.082 1.606.966 1.394.537

Nul resultaat 1.293.447 1.402.301 1.160.622

Negatieve aanslagen- 2.758.135 2.867.984 2.434.907

Totaal 5.488.664 5.877.251 4.990.066

Positieve aanslagen 1.568.179 1.671.357 1.609.271

Nul resultaat 1.465.810 1.481.415 1.383.151

Negatieve aanslagen- 3.025.679 2.993.546 2.811.706

Total 6.059.668 6.146.318 5.804.128

Positieve aanslagen 1.683.514 1.763.240 1.758.388

Nul resultaat 1.556.308 1.587.169 1.508.187

Negatieve aanslagen- 3.221.725 3.161.602 3.012.999

Totaal 6.461.547 6.512.011 6.279.574

Positieve aanslagen 1.743.913 1.820.424 1.781.982

Nul resultaat 1.603.386 1.610.528 1.530.290

Negatieve aanslagen- 3.329.306 3.228.882 3.047.425

Totaal 6.676.605 6.659.834 6.359.697

1.1.2. Ketting VENB

4

Was tot en met aanslagjaar 2008 niet als project gecoördineerd maar werd in zijn geheel opgevolgd.

Is vanaf aanslagjaar 2009 als project opgestart met de verantwoordelijken voor alle deelaspecten naar

analogie van de “ketting PB”.

1.1.3. Ketting BNI

De belasting niet-inwoners wordt vanaf aanslagjaar 2009 ook in projectvorm behandeld. Dit ingevolge de

ingebruikname van een geautomatiseerde back-offi ce, TAXI. Ook de berekening is ondertussen modulair

ontwikkeld, zoals voor de personenbelasting. Tax-on-web en TAXI zullen de werkprocessen van deze

belasting fundamenteel wijzigen.

1.2. Coördinatie van sommige controleopdrachten

1.2.1. Datamining iteratie 5

De iteratie 5 werd ter beschikking gesteld van de controlecentra en de klassieke taxatiekantoren. De

grote nieuwigheid van deze iteratie is de verschijning van een nieuw segment: dit van de grote ondernemingen.

Het bevat de ondernemingen die een zakencijfer of aankoopbedrag hebben dat hoger is dan

5.000.000,00 €.

Bovendien wordt de toepassing beheerd door de centrale administratie zelf. Dit komt hierop neer dat de

toepassingen Feedback (ontwikkeling van controlelijsten en codering van controleresultaten) en Reporting

beheerd worden door de cel Datamining zelf.

1.2.2. Overzicht sectoriële acties opgestart in 2008 en hun respectievelijke opbrengsten

Al naargelang hun materie zijn gerichte acties toevertrouwd aan verschillende diensten van de AOIF.

31


4

32

a. Acties toegewezen aan de controlecentra

● Recuperatie vorige verliezen: de beschrijving van de doelgroep “vennootschappen die snel veranderen

van adres, zaakvoerders, ...” heeft aangetoond dat sommige vennootschappen ten onrechte

overgedragen vorige verliezen en overgedragen investeringsaftrekken in mindering brengen (toepassing

van artikel 207, 3e lid WIB 92).

Bijgevolg heeft de administratie beslist over te gaan tot een sectorieel onderzoek van een aantal betrokken

vennootschappen voor de aanslagjaren 2006 en volgende gedurende de controleperiode 2007-2008

- de actie werd gestart op 24 april 2008;

- betreft 79 dossiers;

- verwerping overgedragen verliezen en overgedragen investeringsaftrek: 346.147,46 €.

b. Acties toegewezen aan de klassieke diensten Directe belastingen

● Energiebesparende investeringen : de actie beoogt een controle op de juiste toepassing van de

belastingvermindering bedoeld in artikel 145 24 WIB 92 voor de uitgaven gedaan met het oog op energiebesparende

investeringen in een woning.

- instructie AOIF 40/2008 (Ci.R.591.328) dd. 05.09.2008;

- aanvang van de actie: augustus 2008;

- betreft 3.636 belastingplichtigen;

- behelst de belastbare periode die betrekking heeft op aanslagjaar 2006;

- aantal belastingplichtigen geverifi eerd einde september: 416;

- totaal bedrag aan basissupplementen einde september: 243.956,41 €.

● Onderhoudsgelden: deze actie betreft belastingplichtigen die hetzij verzoeken om de aftrek van een

alimentatierente waarvan het bedrag sterk gestegen is voor het aanslagjaar 2006 in verhouding tot de

bedragen waarvoor in de vorige jaren de aftrek werd gevraagd, hetzij voor de eerste maal om de aftrek

van een rente verzoeken.

- instructie AOIF 39/2008 (Ci.R.15/587.412) dd. 05.09.2008;

- aanvang van de actie: september 2008;

- betreft 2.786 dossiers;

- behelst de belastbare periodes die betrekking hebben op de aanslagjaren 2006 en 2007 (aanslagjaren

2004 tot 2008 voor de regularisaties van de bedrijfsvoorheffi ng);

- aantal gecontroleerde testdossiers: 248;

- verwerping van de onderhoudsuitkeringen in de testdossiers: 682.924,93 €;

- andere supplementen in de testdossiers: 255.593,34 €;

- aantal geverifi eerde belastingplichtigen einde september : 84;

- verwerping van onderhoudsuitkeringen einde september: 428.692,56 €;

- taxatie in hoofde van de begunstigden einde september: 156.851,92 €.

c. Acties toegewezen aan de btw-kantoren

● Z-platen: de actie georganiseerd door de AOIF en de Alnv heeft als doel de regularisatie van de

verkeersbelasting voor de commerciële Z-platen die geactiveerd zijn bij de DIV en niet gekend bij de

AInv.

- 2 luiken :

● Jaar 2008: Opzoeking van de op 29.02.2008 bij de DIV geactiveerde platen die op 28.04.2008 bij de

AINV niet gekend zijn (programma TCVB).

● Jaar 2006 en 2007: platen die deel uitmaken van het luik 2008 die gebruikt werden voor voertuigen die

onderworpen zijn aan de formaliteiten van de technische controle volgens de gegevens van GOCA.

- Actie gestart op 13.05.2008.

- 1.973 betrokken titularissen voor een totaal van 2.442 commerciële platen.

- Resultaat op 15.09.2008. Betaalde bedragen:

2008 : 791.887,28 €;

● 2007 : 263.352,53 €;

● 2006 : 153.706,14 €.

● Toepassing margeregeling : de actie heeft als doel de verifi catie van een correcte toepassing van de

bijzondere regeling van de winstmarge bedoeld in artikel 58, § 4, KB nr. 53 en in de circulaire 2/1995

op tweedehands vervoermiddelen door professionelen van de sector.


- instructie dd. 22.09.2008; E.T. 115.168;

- betreft 555 dossiers;

- loopt over de jaren 2005, 2006 et 2007;

- actie werd zopas opgestart : geen resultaat op dit ogenblik.

d. Acties toegewezen aan controlecentra en aan klassieke diensten (DB en/of btw)

● Spaarrichtlijn: in toepassing van de Europese richtlijn 2003/48/CE dd. 03.06.2003 werd een geautomatiseerd

systeem van informatie-uitwisseling tussen de Lidstaten in werking gesteld betreffende

de betaling van interesten toegekend in een Lidstaat aan genieters die hun fi scale woonplaats in een

andere Lidstaat hebben. De actie heeft als doel de taxatie van roerende inkomsten van buitenlandse

oorsprong die krachtens deze Richtlijn werd medegedeeld.

- actie toegewezen aan klassieke controles voor de dossiers van loontrekkenden en gepensioneerden

en aan de Controlecentra voor de dossiers van handelaars, uitoefenaars van vrije beroepen en bedrijfsleiders

- instructie AOIF 41/2008 (Ci.R 15/593.478) dd. 05.09.2008

- aanvangsperiode van de actie : september 2008

- betreft 2.113 belastingplichtigen (waarvan 502 voor de controlecentra)

- de gegevens lopen over de belastbare periode die verbonden is aan aanslagjaar 2006 maar de onderzoeken

zijn voorzien voor de aanslagjaren 2007 en 2008, evenals voor 2005 en 2004 indien er

aanwijzingen van fraude aanwezig zijn

- aantal geverifi eerde belastingplichtigen einde september : 29

- totaal bedrag van basissupplementen einde september : 185.044 €

● Meerwaarden op onroerende goederen verkocht onder het btw-regime: er werd een georganiseerde

controleactie gestart m.b.t. de meerwaarden, gerealiseerd ter gelegenheid van een overdracht

onder bezwarende titel, op in België gelegen onroerende goederen, voor de belastingplichtigen die,

anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, gebouwen hebben opgericht, hebben

laten oprichten of hebben verkregen met toepassing van de btw en die herverkopen onder het stelsel

van de toevallige btw-belastingplicht (artikel 8,§ 1, WBTW).

4

- instructie AOIF 38/2008 (Ci.R.15/583.372) dd. 05.09.2008

- aanvang van de actie : juni 2008

- betreft 181 dossiers voor de klassieke diensten en 99 voor de controlecentra

- loopt over de belastbare periode verbonden met aj. 2006 en 2007

- doel: de taxatie van de onroerende meerwaarden gerealiseerd in hoedanigheid van toevallige btwplichtige

(2 verrichtingen of meer)

- aantal uitgevoerde testdossiers: 8 dossiers

- totaal bedrag basissupplementen voor de testdossiers: 1.083.202,03 €

- aantal geverifi eerde belastingplichtigen sinds de start van de actie : 5

- aantal basissupplementen einde september : 282.483,88 €.

2. Organisatorische wijzigingen

2.1. Hergroepering Rechtspersonenbelasting

Naar aanleiding van een audit heeft het Rekenhof in het verleden tekortkomingen vastgesteld op het vlak

van de organisatie van de fi scale controle van de dossiers die aan de Rechtspersonenbelasting (RPB)

onderworpen zijn. Ingevolge hun aanbevelingen is sinds 1 september 2008 bij de AOIF een hergroepering

van de RPB-dossiers doorgevoerd.

Vroeger werden deze dossiers verdeeld over alle diensten personenbelasting (PB) en de enkele specifi

eke diensten RPB die er waren. Voortaan worden zij gegroepeerd in één nieuwe RPB-controle per

gewestelijke directie der directe belastingen.

Het doel van deze reorganisatie is met een grotere organisatorische doeltreffendheid tot een betere fi scale

controle komen.

2.2. Overdracht van de Onroerende Voorheffi ng (OV) naar de AOIF

De wet op de Rijkscomptabiliteit bepaalt dat de functie verbonden met de inning en de invordering van

de belasting niet compatibel is met de functie van de vestiging van de belasting. Om in overeenstemming

te zijn met deze wet werden in een eerste fase de taken, die betrekking hebben op de vestiging alsmede

33


4

34

op de geschillen van de onroerende voorheffi ng (in het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk

Gewest) overgedragen van de Invordering naar de AOIF. Dit heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2008.

Opdat zij van bij de aanvang operationeel zouden zijn, werden in de gewestelijke directies 14 nieuwe

diensten samengesteld met personeel dat reeds in 75 ontvangkantoren deze taken inzake onroerende

voorheffi ng uitvoerde.

Zo’n hergroepering van taken in de teams van de OV zal zorgen voor wederzijdse hulp onder de ambtenaren,

zowel op het vlak van het rendement als voor het hergebruiken van de know how van iedereen. De

teamgeest zal meer dan waarschijnlijk de effi ciëntie van de nieuwe diensten verbeteren daar voordien de

ambtenaar veelal alleen de OV behandelde in het ontvangkantoor, wat voor welbepaalde problemen en

achterstand zorgde, inzonderheid in geval van afwezigheid.

3. Integratie en update van de gerealiseerde projecten in de day-to-day van de AOIF/KMO

3.1. Tax-on-web (TOW)

3.1.1. TOW Burger

a) Nieuwigheden in 2008 :

● Overzicht van de vooraf ingevulde gegevens: de burger heeft de mogelijkheid alle vooraf ingevulde

gegevens te bekijken vóóraleer hij zijn aangifte raadpleegt. De fi ches waarvan die gegevens zijn

voortgekomen, zijn beschikbaar in PDF-formaat.

● 2 nieuwe wizards – specifi eke hulp:

- interesten en kapitaalafl ossingen van hypothecaire leningen gesloten vanaf 01.01.2005 die in aanmerking

komen voor de aftrek van enige woning “woonbonus” (codes 1370/2370 – 1371/2371);

- het inbrengen van een nieuw Belgisch rekeningnummer volgens de nieuwe standaard IBAN/BIC

ingevolge de overgang naar “Single Euro Payment Area (SEPA).

b) Communicatie bestemd voor de burgers

In 2003 is Tax-on-web op bescheiden schaal ontwikkeld ten behoeve van een beperkte doelgroep burgers.

Na diverse evaluaties blijkt sindsdien dat vooral Tax-on-web ambtenaar en Tax-on-web mandaathouders

hoog scoren in het gebruik van de applicatie (ongeveer 85% van ingediende aangiften vindt hier zijn oorsprong).

De individuele gebruiker (de burger) blijft, ondanks een bescheiden jaarlijkse groei, stagneren.

Er werd dan ook beslist vooral op die doelgroep te focussen en concrete acties te organiseren om deze

doelgroep nog meer te sensibiliseren in het gebruik van Tax-on-web. Strategisch werd beslist acties op te

starten in, eensdeels, het onderwijs en, anderdeels, naar de burger toe in de steden en gemeenten.

3.1.2. TOW Mandataris

Is operationeel sinds 2004 en is ontwikkeld ten behoeve van de cijferberoepen die het systeem gebruiken

voor het invullen van de aangiften van hun klanten.

Het jaarlijks groeiende succes van Tax-on-web is grotendeels gebaseerd op het massaal gebruik van

de applicatie door deze cijferberoepen (in 2008: 683.920 aangiften). De samenwerking met de beroepsverenigingen

resulteert in het steeds verder verfi jnen van de applicatie voor de boekhoudkantoren: de

mogelijkheid tot het oplijsten onder diverse vormen van het klantenbestand (Taxworkbox), de snelle zoekfunctie,

de snelle invoer van gegevens, het doorsturen van aangiften in massa vanuit het berekeningsprogramma

van de mandaathouder (geïntegreerd in de boekhoudpakketten), enz.

Voor elke aangifte Tax-on-web mandataris is iedere klant ertoe gehouden individueel een volmacht te

geven. Het volume van de te verwerken volmachten groeit jaarlijks (in oktober 2008 bestaan er 1.201.428

individuele Tax-on-web mandaten).

Het operationele mandatenbeheersysteem MaGMa levert voor zowel de cijferberoepen als voor onze

eigen operationele diensten, die de mandaten verwerken, een meerwaarde naar effi ciëntie en gebruiksvriendelijkheid:

de optimalisering van de respons/antwoordtermijnen (parallelle consultatie van de authentieke

bronnen); gebruiksvriendelijke user interface (schermfaciliteiten); functionele verbetering

(overzetting in groepen mandaten/het éénmaal inbrengen van een gegeven bij meerdere handelingen);

geoptimaliseerde ondersteuning...


3.1.3. TOW Ambtenaar

Dit project kadert voornamelijk in de bekommernis om de dienstverlening aan de burger klantvriendelijker

te laten verlopen. Elk jaar opnieuw worden er door de ambtenaren in de taxatiekantoren duizenden aangiften

ingevuld voor burgers die terzake hulp zoeken. Dank zij de voor een groot deel vooraf ingevulde

aangifte en de mogelijkheid om op een zeer snelle manier via de zogenaamde “snelle invoer” de gegevens

in te vullen, kent Tax-on-web ambtenaar een toenemend succes. De individuele loonfi ches kunnen

worden gevisualiseerd via een directe link naar “Belcotax-on-web”, zodat de gegevens van eventueel

ontbrekende fi ches toch in de aangifte kunnen worden opgenomen.

In 2007 werden er op een totaal van 1.357.252 aangiften Tax-on-Web 580.199 ingevuld door de ambtenaren

zelf, in 2008 stond de teller op 725.614 aangiftes op een totaal van 1.712.916.

Pilootproject : TOW Ambtenaar VPN

Op vraag van de buitendiensten werd in 2008 voorzichtig gestart met een pilootproject in samenwerking

met enkele gemeenten. Enkele vooraf geregistreerde ambtenaren hebben de machtiging gekregen om

via een VPN-verbinding (Virtual Private Network) vanuit een externe locatie toegang te krijgen tot de Fin-

Box van de belastingplichtige (Tax-on-web ambtenaar). Op deze manier konden de aangiftes van de burgers

die zich aandienden tijdens de zitdagen in de bedoelde gemeenten, elektronisch worden ingediend

met de voordelen die Tax-on-web biedt (minder fouten door de vooraf ingevulde gegevens, ingebouwde

fi lters, minder lange wachttijden door de snelheid van het systeem).

3.2. Belcotax-on-web (BOW)

Belcotax-on-web is de elektronische toepassing die bedrijven en ondernemingen toelaat hun loongegevens

in te dienen bij de fi scale overheid. Een aantal bedrijven maakt hiervan gebruik: dit versnelt de

behandeling van de data binnen de back-offi ces van de belastingadministraties en heeft met name op

Tax-on-web en TAXI een grote impact.

4

Het succes van de vooraf ingevulde aangifte hangt bijvoorbeeld onlosmakelijk samen met de in Belcotaxon-web

beschikbare gegevens.

● Vooraf invulling aanslagjaar 2008

Op 23/04/2008 : 15.064.478 fi ches elektronisch ontvangen.

● Vooraf invulling aanslagjaar 2007

Op 23/04/2007 : 5.186.106 fi ches elektronisch ontvangen.

Het totale aantal elektronische fi ches voor aanslagjaar 2008 bedroeg 23.896.380.

3.3. TAXI

3.3.1 Algemeen

TAXI, de back-offi ce in de personenbelasting, was voor de eerste keer operationeel voor het aanslagjaar

2005.

Bedoeling van deze applicatie:

● Voor de taxatieambtenaar:

- een instrument voor het beheren van dossiers PB;

- een gecentraliseerde toegang;

- een geïntegreerde behandeling van het dossier.

● Voor de dienstchefs:

- een instrument voor het opstellen en beheren van het werkplan;

- opvolging en beheer van de taxatiewerkzaamheden.

35


4

36

3.3.2. Evolutie

2008 (en 2009): belangrijke ontwikkelingen die verband houden met:

● integratie nieuwe berekening PB;

● uitbreiding TAXI naar BNI;

● inkohiering aanslagjaar “speciaal” via TAXI;

● uitbreiding en aanpassing van de “business rules”;

● automatische staten (1 voor de ambtenaar – 5 voor de hiërarchische meerdere);

● toegang tot aanslagjaar N-1 (nieuwe kolom);

● automatisering vraag om ontheffi ng;

● creatie van 4 standaardbrieven;

● printfunctionaliteit.

3.3.3. Resultaten

Een effi ciënte back-offi ce zorgt er natuurlijk in de eerste plaats voor dat de inkohieringen volgens een

normale planning kunnen verlopen.

Naast het vinden van een goed evenwicht inzake automatische behandeling van dossiers, moet TAXI de

juiste dossiers selecteren waarin rechtzettingen moeten gebeuren.

In aanslagjaar 2007 ging het om volgende aantallen:

- 669.632 geblokkeerde dossiers

- 593.650.482,38 € supplement (886 €/dossier)

3.4. Workfl ow Geschillen

3.4.1. Aanpak

De toepassing Workfl ow Geschillen maakt het mogelijk de administratieve en gerechtelijke geschillen te

beheren voor de diensten van de Directe Belastingen, nl. de klassieke diensten directe belastingen en

de 48 controlecentra van de AOIF. Sinds 2008 beheert dit systeem eveneens de btw-geschillen van de

klassieke btw-diensten en de controlecentra van de AOIF en deze van de Bijzondere belastinginspectie

(DB en btw).

Ter herinnering, de toepassing biedt een eenvoudig gebruiksinstrument: het werk wordt verricht via een

elektronisch dossier, aangevuld met een geheel van gegevens en documenten die niet alleen toelaten

om het geschil te beheren, maar ook om het stap per stap te volgen, ongeacht de evolutie ervan. Het stelt

tevens de dienstchef in staat een duidelijk zicht te hebben op de te beheren geschillen.

De uitbreiding naar alle diensten die zowel de administratieve als de gerechtelijke geschillen met betrekking

tot inkomstenbelastingen, daarmee gelijkgestelde belastingen en btw behandelen, wordt zodoende

verwezenlijkt.

3.4.2. Wat wordt door de Workfl ow Geschillen behandeld ?

Inzake gerechtelijke geschillen wordt in de Workfl ow Geschillen in het kader van de geleidelijke uitbreiding

het volgende geïntegreerd : de verzoeken bij de rechtbanken van eerste aanleg na administratief

bezwaar (REA), de vorderingen in kort geding, de verzoeken bij de rechtbank zonder voorafgaand administratief

bezwaar, de dagvaardingen tot schadevergoeding verbonden aan de vestiging van de belasting,

de verzoekschriften tot teruggave van belasting of taksen, verzet tegen dwangbevel (btw) evenals de

vorderingen in beroep tegen deze vonnissen met inbegrip van de prejudiciële vragen voor het Grondwettelijk

Hof en voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De dossiers inzake ongunstige

vonnissen of gemengde vonnissen zonder akkoord van de administratie of in geval van een vordering in

beroep, worden wedersamengesteld opdat ze in de latere fase van behandeling via elektronische weg

kunnen opgevolgd worden en dit om het verlies van dossiers en de papieren uitwisseling van dossiers

tussen diensten te vermijden.

Op administratief vlak vormt de Workfl ow Geschillen de enige bron voor onderzoek en beheer van de geschillen

inzake de vestiging van de bovenvermelde belastingen. Op gerechtelijk vlak daarentegen bevat

de Workfl ow enkel de geschillen die door de verschillende diensten werden gecreëerd sinds de inwerkingtreding

van de toepassing bij die diensten. Het is ook aangewezen om een inhaalbeweging uit te voeren

door een wedersamenstelling van de dossiers die nog hangende zijn voor de hoven en rechtbanken. Het

is de bedoeling om de gegevens van de Workfl ow op elektronische wijze te behandelen en om beheersverslagen

op te maken met het project MISSISSIPPI. Gelet op het aantal geschillen in eerste aanleg, zal


de wedersamenstelling evenwel pas uitgevoerd en verwezenlijkt worden tegen eind 2009, zodat de voorraad

nog hangende geschillen kan opgemaakt worden op 31 december 2009.

Om de coherentie van de administratieve beslissingen en de verdediging van de belangen van de Staat

voor de hoven en rechtbanken te waarborgen, werd een thesaurus met trefwoorden opgesteld door het

projectteam, met de hulp van ambtenaren die aan een ander project, meer bepaald “Kennisbeheer”,

werden toegewezen. Die thesaurus wordt in productie gesteld vanaf februari 2009. In de toekomst kan

elk geschil gekwalifi ceerd worden in functie van de trefwoorden, voor elk voorwerp waaruit het geschil

bestaat. Hierdoor zullen op een eenvoudige manier relevante of samenhangende geschillen kunnen opgezocht

worden.

Het beoogde doel van de ontwerpers van het project zal in 2009 volledig bereikt zijn met de automatisering

van de statistische rapporten.

3.4.3. De Workfl ow Geschillen in cijfers (toestand in september 2008)

Deze toepassing telt :

- 5.400 gebruikers;

- 322.319 geschillen (ontstaan door het systeem of wedersamengesteld, waarvan 228.211 afgesloten

zijn;

- meer dan 3.206.211 documenten (gescand, ontstaan door de toepassing of ingebracht).

Meer dan 450 ‘modeldocumenten’ in het Frans, Nederlands en Duits worden door deze toepassing ter

beschikking gesteld.

3.5. TBT

3.5.1. Inleiding

Op 14 februari 2006 had het eerste strategisch seminarie plaats waarop werd beslist MISSISSIPPI te

verbeteren en beter te gebruiken. Bij deze gelegenheid werd eveneens beslist de toegang tot TBT uit te

breiden en in voorbereiding hierop per gewestelijke directie een contactpersoon aan te wijzen. Dit semina-

4

rie stelde ook voor het eerst duidelijk dat MISSISSIPPI het ICT-fundament zou zijn voor alle reporting en

monitoring. Een laatste beslissing van dit seminarie betrof het opstarten van een scorecard-oefening.

3.5.2. Verbetering TBT

Een nieuwe reeks gebruiksvriendelijker boordtabellen werd ontwikkeld (beter leesbaar en handiger in het

gebruik). Het betreft modellen die respectievelijk gegevens bevatten inzake Ven.B/BNI-ven./RPB, PB en

btw en waarvoor afzonderlijke rapporten zijn opgemaakt voor de klassieke diensten en de contralecentra.

Vanaf januari, en lopend tot eind juni, werd de defi nitieve uitbreiding van de toegang TBT tot alle dienstchefs

gerealiseerd.

Begin maart 2008 werd een nieuwe fase van MISSISSIPPI opgestart: het creëren van een BSC (Balanced

score card) voor het managementniveau N-2. Eind juli waren 35 indicatoren gedefi nieerd, die nu in

productie moeten gebracht worden.

3.6. Scanning – intervat – vatlist

3.6.1. Scanning van de aangiften PB

Elk jaar vormt de behandeling van de aangiften in de personenbelasting een werkelijke uitdaging voor de

administratie.

Sedert 2005 worden de aangiften in de personenbelasting, die zijn ingediend op papieren drager, behandeld

door de techniek van de scanning. Alle aangiften, overgemaakt op papieren drager, werden

gescand, met uitzondering van de aangiften die niet voldoen aan de vereiste voorwaarden op het vlak van

leesbaarheid en geldigheid van de aangiften.

Dit project heeft het mogelijk gemaakt om de werkzaamheden van codering die weinig meerwaarde bieden

en veel tijd en energie vergen, aanzienlijk te beperken.

37


4

38

De tabel hierna verduidelijkt op synthetische wijze de toestand op 31.07.2007 en op 31.07.2008 teneinde

toe te laten de geboekte vorderingen te beoordelen.

Op 31 december 2008 was 98,10% van de te scannen aangiften betreffende de personenbelasting voor

het aanslagjaar 2008 reeds behandeld.

De digitalisering van de documenten door de scanningmethode heeft het mogelijk gemaakt om de termijn

van terbeschikkingstelling van de aangiften voor de modules van inkohiering en berekening van de belasting

in te korten, alsook voor de taxatiediensten.

Het nieuwe project Corporate Scanning System zal het mogelijk maken om, vanaf het aanslagjaar 2009,

de aangiften in de personenbelasting te digitaliseren alsook de begeleidende bijlagen en bewijsstukken.

Alle aangiften in de personenbelasting zullen naar het voorbeeld van de btw-documenten, rechtstreeks

naar beide scanningcentra worden verzonden om de manutentiewerkzaamheden zoveel mogelijk te beperken.

3.6.2.Intervat

Sinds februari 2002 laat de INTERVAT-toepassing de verzending toe van de aangiften, de klantenlistings

en de intracommunautaire opgaven zonder voorafgaande registratie of aanvraag tot toegang.

Twee methodes van authentifi catie zijn op het ogenblik mogelijk:

- hetzij via de elektronische identiteitskaart ;

- hetzij via een digitaal certifi caat klasse 3.

Toestand op

31.07.2007

Toestand op

31.07.2008

Verschil

in %

Aangiften PB ingediend bij de taxatiediensten 4.277.125 4.055.282 -5,19

Aangiften PB verzonden naar de 2.191.405 2.684.973 +22,52

scanningcentra

Aangiften gescand door de scanningcentra 1.157.301 2.137.965 +84,74

Aangiften, na behandeling verzonden naar

TAXI door de scanningcentra

557.203 908.759 +63,09

Het Europees project van e-government waarvoor België zich engageert, beoogt in het bijzonder de elektronische

behandeling en het volledig geïnformatiseerd beheer van alle dossiers.

De verplichting tot elektronische indiening voltrekt zich geleidelijk: zij heeft in de eerste plaats betrekking

gehad op de grote ondernemingen, vervolgens op de KMO’s, de maandelijkse en daarna de trimestriële

belastingplichtigen.

Vanaf 1 april 2009 zullen de kwartaalaangevers verplicht zijn om hun btw-aangiften in te dienen via de

INTERVAT-toepassing.

Het percentage van elektronische indiening voor de aangiften van het 2de kwartaal en de maanden juni

en juli 2008 bereikt 70% van het totaal der ingediende periodieke btw-aangiften.

3.6.3. Evolutie van de indiening van de btw-aangiten 625 (papier/elektronisch)

Jaar

manueel

Papier

SCAN Totaal EDIVAT

Elektronisch

INTERVAT TOTAAL

2002 2.705.208 255.807 2.961.015 19.607 13.824 33.431

2003 251.892 2.651.688 2.903.580 99.497 58.397 157.894

2004 138.547 2.668.673 2.807.220 185.936 87.877 273.813

2005 145.231 2.595.176 2.740.407 233.298 115.189 348.487

2006 153.966 2.558.631 2.712.597 284.091 160.805 444.896

2007 160.179 2.274.304 2.434.483 310.167 511.406 821.573

2008 129.616 955.219 1.084.835 124.873 2.078.489 2.203.362

De tabel geeft een kort overzicht van de evolutie van de behandeling van de btw-aangiften sedert 2002,

het jaar van de verwezenlijking van de scanning voor de btw-documenten.

De geleidelijke verplichting om in te dienen via Internet buigt de tendens om in vergelijking met de vorige

jaren. De papieren drager vertegenwoordigt nog slechts 32,99% in 2008 tegenover 74,77% en 2007.

Het aantal via Intervat en Edivat ingediende aangiften gaat in stijgende lijn en bereikt in 2008 respectievelijk

63,21% en 3,80% tegenover 15,71% en 9,52% in 2007. De laatste jaren vermindert het aantal via de

scanning behandelde aangiften geleidelijk ten bate van de elektronische indiening.


In 2008 was een dalende trend in de indiening van de aangiften via Edivat merkbaar, wat wordt verklaard

door de voorziene afschaffi ng van deze wijze van indiening vanaf 1 januari 2009. Van dat ogenblik af zal

enkel de elektronische indiening via Internet mogelijk zijn.

Bovendien richt Intervat zich zowel tot de belastingplichtige die zijn aangiften, intracommunautaire kwartaalopgaven

en jaarlijkse klantenlistings wenst in te dienen als tot de cijferberoepen die een groot aantal

documenten gelijktijdig indienen.

3.7. FINFORM

Er is geen enkele wettelijke verplichting om bijlagen bij de aangifte in de personenbelasting te voegen.

Voor de vennootschapsbelasting dient enkel het verslag van de algemene vergadering en de jaarrekening

te worden bijgevoegd. Het meesturen van ‘bijlagen’ (vooral bij de mandaathouders) is echter in de praktijk

massaal.

De toepassing FINFORM (bibliotheek van de fi scale formulieren die binnen de FOD beschikbaar zijn)

liet toe om directe links te ontwikkelen naar de elektronische toepassingen Tax-on-web en Vensoc die

progressief en stelselmatig verfi jnd worden. Het is, hoewel facultatief, dus steeds mogelijk elektronisch

bijlagen mee te sturen met de aangifte (PDF-formaat).

In het kader van de aangifte in de personenbelasting werden, ten behoeve van de burgers en de cijferberoepen,

“alle” mogelijke formulieren ontworpen en op FINFORM aangeboden. Ze werden opgedeeld in

enerzijds offi cieel te gebruiken documenten (bv. 276U – investeringsaftrek) en anderzijds in facultatief te

gebruiken documenten (bv. beroepskosten). Een rubriek “eigen documenten” werd eveneens voorzien.

Waar mogelijk werden er “slimme” documenten (achterliggende berekeningsmodules) ontwikkeld.

3.8. URBAIN (Urbanism Information Network)

Met behulp van de toepassing Urbain (beschikbaar sinds 01.01.2007) kunnen de gemeentebesturen via

Internet de uitgereikte bouw-en verkavelingsvergunningen meedelen aan de Administratie van de patrimoniumdocumentatie

(Opmetingen en Waarderingen).

4

Teneinde de toepassing Urbain op een vlottere manier te kunnen gebruiken werd een Access-bestand

ontwikkeld dat de btw-controlekantoren (bouwcellen) toelaat een beter overzicht te hebben over de door

de gemeentebesturen uitgereikte bouwvergunningen.

Deze nieuwe tweetalige toepassing “Urbain BTW-TVA”, welke door de kantoren kan worden gedownload

via intranet, laat benevens het importeren van nieuwe bouwvergunningen onder meer toe:

- de bouwvergunningen te sorteren op “nieuwbouw”, “verbouwing” of “niet te behandelen”;

- brieven bestemd voor de bouwheer automatisch af te drukken;

- de datum van de betekening van het kadastraal inkomen en de verjaringsdatum in te voeren;

- de dossiers op te volgen.

3.9. STIR-BTW

Sinds januari 2005 bouwt het STIR-BTW projectteam aan een applicatie die de btw-ambtenaren moet

ondersteunen bij het beheer en behandelen van anomalieën in btw-aangiften (periodieke aangiften, klantenlistings

en ICO-opgaven).

Daarnaast zullen voormelde btw-gegevens door een ruime groep ambtenaren van de FOD Financiën via

deze applicatie op een gebruiksvriendelijke manier kunnen worden geconsulteerd.

Teneinde het terrein voor te bereiden op de komst van de applicatie werd een implementatieteam in het

leven geroepen waarvan de opdracht zich situeert rond 5 activiteitenblokken:

- Check ICT & logistiek

- Communicatie

- Opleiding

- Key Performance Indicators (KPI)

- Helpdesk

Btw-specialisten van de centrale administratie en de buitendiensten hebben de applicatie geëvalueerd.

Daaruit bleken een aantal aanpassingen vóór de werkelijke in productie stelling onontbeerlijk, evenals

de aanpassingen noodzakelijk voor de btw-eenheid. Aangezien het hier geen fundamentele wijzigingen

betreffen werd ervoor geopteerd de versie van de applicatie (R1.0) zonder deze wijzigingen reeds in

(pre)productie te plaatsen teneinde het functioneren van de applicatie in een productieomgeving te kunnen

testen en in parallel aan de verbeteringen/uitbreidingen van de applicatie (R1.1) te werken.

39


4

40

Hiermee rekening houdend werd beslist de roll-out van de applicatie te laten gebeuren in volgende fasen:

● Opleiding & roll-out van de R1.0:

- Periode maart - juni 2008: start in 3 pilootkantoren

- Vanaf 04.07.2008: uitbreiding pré-productie naar een 50-tal kantoren

- Periode 04.07.2008 tot 04.08.2008

● ondersteuning op het terrein

● tussentijdse helpdeskstructuur werd opgezet.

- Periode 04.08.2008 tot in productie stelling (midden november)

● opdracht in parallel te werken onder het toezicht van de e.a. inspecteurs diensthoofden & gewestelijk

directeurs.

- Vanaf 15.09.2008: progressieve uitbreiding naar alle kantoren

● Midden november 2008: defi nitieve in productie stelling van de R1.1 in alle kantoren/ manutentiecellen

van de btw.

3.10. STIR-CORE

De toepassing STIR Controle (STIR–CORE) maakt deel uit van het in werking stellen op grotere schaal

van het systeem van de geïntegreerde verwerking van belastingen en invordering (STIR).

Zij biedt een ondersteuning inzake enerzijds het werkplanbeheer inzake fi scaal nazicht btw en inkomstenbelastingen

en anderzijds het document-, correspondentie- en taakbeheer ten behoeve van de controleambtenaren,

werkzaam binnen de diensten van de AOIF. Het resultaat van de uitgevoerde fi scale

nazichten zal uiteindelijk te consulteren zijn via het elektronisch Enig Dossier dat per belastingplichtige

wordt gehouden.

Binnen het kader van het lopende STIR project werden eind 2008 reeds een aantal functionaliteiten inzake

werkplanbeheer en beheer van controleopdrachten in productie gebracht en ter beschikking gesteld

van een aantal polyvalente controlecentra van de AOIF

Eveneens binnen het kader van het STIR project wordt een module voor de Opsporingen ontwikkeld. De

huidige ontwikkelingen zullen een betere planning en opvolging van de opsporingstaken mogelijk maken

door zowel het centraal als lokaal management. Met de realisatie van dit project wordt ook een oplossing

geboden ten opzichte van de eerder door het Rekenhof geformuleerde aanbevelingen inzake de aansturing

van de Opsporingsdiensten.

3.11. Opstarten van het project splitsing P/KMO

Het project “splitsing Particulieren/KMO” is een pilootproject dat de volledige reorganisatie van de huidige

diensten personenbelasting voorbereidt.

Zoals destijds in Coperfi n werd bepaald, evolueren wij van een organisatie gestructureerd volgens belastingmaterie

– de personenbelasting in dit geval - naar een organisatie die gericht is op doelgroepen. In dit

project zijn er twee: particulieren en kleine en middelgrote ondernemingen.

De doelgroep Particulieren bevat niet alleen alle dossiers van loon- en weddetrekkenden, gepensioneerden

en genieters van vervangingsinkomsten, maar ook de dossiers van bedrijfsleiders. In de doelgroep

KMO resteren dan alle dossiers van zelfstandigen en beoefenaars van vrije beroepen.

3.12. Opstarten van het project BTW/KMO

Het project beoogt door een functionele hergroepering van de klassieke btw-diensten te komen tot de

optimalisatie van de aanwending van het menselijk potentieel ervan en eveneens om de organisatie te

laten aansluiten op de evolutie inzake informatica en te evolueren naar de Coperfi nstructuren door :

- het maken van een duidelijke scheiding tussen beheerstaken (dienstverleningsactiviteiten) - en controlewerkzaamheden;

- het vormen van grotere teams door samenvoeging van bestaande diensten;

- de oprichting van afdelingen “dienstverlening” met onderscheid tussen infocenter en back offi ce;

- de oprichting van afdelingen controle (fi scaal nazicht).


B. De buitendiensten

1. De opdracht van de AOIF

De Administratie van de ondernemings− en inkomensfi scaliteit

- vestigt de inkomstenbelastingen en de btw voor de verschillende overheden;

- behandelt de geschillen betreffende die belastingen;

- verleent haar medewerking bij de toepassing van diverse sociale wetten ten voordele van de burger

en

- staat borg voor de juridische rechtszekerheid van de burger, met respect voor de wettelijke en reglementaire

bepalingen.

De opdracht wettigt de bestaansreden van de administratie.

Door de wijze waarop ze gedefi nieerd is, stelt de opdracht van de AOIF twee accenten tegenover elkaar:

enerzijds het feit dat de verschillende overheden de klanten zijn aan wie zij in de eerste plaats

verantwoording verschuldigd is en anderzijds, het respect voor de procedures om de transparantie van

haar handelingen te verzekeren en om de belastingplichtigen rechtszekerheid te bieden. Het is dus een

opdracht bestaande uit twee aspecten, controle en dienstverlening, die zo goed mogelijk in balans moeten

gehouden worden.

De kernactiviteiten van de AOIF, zoals ze voortvloeien uit haar opdacht, worden als volgt geïdentifi ceerd:

- aangiften verwerken en beheren;

- controles uitvoeren;

- geschillen behandelen;

- diensten verlenen.

2. De doelstellingen van de AOIF

De meeste strategische doelstellingen van de AOIF worden gerealiseerd via automatiseringsprojecten.

Inzake personenbelasting zijn Tax−on−Web en het scannen van de aangiften voorbeelden daarvan die

ook voor de burger duidelijk zichtbaar zijn.

4

Andere belangrijke voorbeelden zijn:

- Datamining: voor het objectief, automatisch en gecentraliseerd selecteren van de te onderzoeken

aangiften;

- STIR: voor de geïntegreerde verwerking van alle belastingen en de invordering ervan.

Het realiseren van automatiseringsprojecten is vooral een taak van de centrale diensten. Die mogen

daarbij uiteraard niet uit het oog verliezen dat de kerntaken van de AOIF vlot en correct moeten blijven

verlopen.

De operationele doelstellingen van de AOIF betreffen daarom:

- het verwerken en beheren van de aangiften;

- het uitvoeren van controles;

- het behandelen van de geschillen;

- het zorgen voor een goede dienstverlening aan de burger.

Alle diensten van de AOIF zijn actief betrokken bij het bepalen van de doelstellingen. Uitgaande van

nationaal uitgezette krijtlijnen, bepaalt elk controlecentrum en elke gewestelijke directie zelf in welke mate

hij of zij zal bijdragen tot het verwezenlijken van het nationale doel, rekening houdend met zijn of haar

beschikbare middelen.

2.1. Beheer

De centrale diensten moeten er voor zorgen dat de aangiften tijdig worden verzonden en dat de nodige

informaticatoepassingen tijdig beschikbaar zijn.

Concreet betekent dit dat :

● inzake PB :

- de aangiften op 30/04 van het aanslagjaar verzonden zijn;

- Tax−on−Web op 15/05 van het aanslagjaar beschikbaar is;

- het scannen van de aangiften aanvangt op 01/07 van het aanslagjaar;

- TAXI op 01/09 van het aanslagjaar beschikbaar is.

41


4

42

● inzake Ven.B :

- de aangiften op 15/05 van het aanslagjaar verzonden zijn;

- VENSOC op 15/05 van het aanslagjaar beschikbaar is;

- het registratieprogramma op 01/09 beschikbaar is.

Voor het aanslagjaar 2008 werden de aangiften PB tussen 10 april en 10 mei 2008 verzonden. Tax−on−Web

was zoals gepland op 15 mei beschikbaar. Het scannen werd al aangevat op 12 juni 2008. De toepassing

TAXI voor het verwerken van de aangiften liep vertraging op en was pas op 29 september operationeel.

De reden hiervoor moet gezocht worden in het opstarten van een andere nieuwe toepassing – het enig

dossier – wat ook op de bestaande toepassingen als TAXI en de berekening van de belasting een impact

had.

De laatste verzending van aangiften Ven.B had plaats op 16 juli. De toepassing VENSOC was met wat

vertraging op 25 juni 2008 beschikbaar voor het downloaden van de aangiften en vanaf 4 juli konden de

aangiften via deze toepassing ook worden ingediend. Daarentegen konden de taxatiediensten de aangiften

reeds verwerken vanaf 5 augustus.

Wat het beheer van de aangiften inzake directe belastingen betreft, werden voor het aanslagjaar 2007 de

volgende doelstellingen vastgelegd (vergadering van Gewestelijke directeurs van 10 juli 2007) :

1. Het aantal niet ingediende aangiften moet globaal beperkt blijven tot:

● 10% van het aantal verzonden aangiften PB;

● 20% van het aantal verzonden aangiften BNI−natuurlijke personen;

● 8% van het aantal verzonden aangiften Ven.B;

● 30% van het aantal verzonden aangiften BNI−vennootschappen;

● 15% van het aantal verzonden aangiften RPB;

2. Inzake PB mag maximaal 15% van de ontvangen aangiften manueel worden verwerkt (via het systeem

BETAX) in plaats van te worden gescand.

De volgende tabel geeft een overzicht van het bereikte resultaat :

Doelstelling Realisatie op

30/6/2008

Betax Max. 15% 8%

Niet−indieners PB Max. 10% 5%

Niet−indieners Ven.B Max. 8% 7%

Niet−indieners RPB Max. 15% 15%

Niet−indieners BNI−vennootschappen Max. 30% 26%

Niet−indieners BNI−natuurlijke personen Max. 20% 31%

Enkel inzake BNI−natuurlijke personen werd de doelstelling niet bereikt. Het betreft echter een relatief

kleine groep belastingplichtigen die vaak omwille van hun verblijf in het buitenland moeilijk bereikbaar

zijn.

De doelstellingen blijven van toepassing voor het aanslagjaar 2008.

2.2. Controle

De AOIF onderscheidt de volgende activiteiten :

- de grondige verifi catie: die veronderstelt een simultane controle van de materies inkomstenbelastingen

en btw en een controle van de boekhouding over een periode van minstens 2 jaar; de grondige

verifi caties worden door de controlecentra verricht;

- de beheerscontrole: dit is een gericht onderzoek naar bepaalde punten van de aangifte; de beheerscontroles

worden door de klassieke diensten van de Directe belastingen en van de btw uitgevoerd;

- de inordestelling: dit is een essentiële rechtzetting uitsluitend op basis van in het dossier voorhanden

zijnde informatie en waarbij tevens ook alle onderdelen van het permanent dossier van de belastingplichtige

worden bijgewerkt;

- zonder verifi catie: deze classifi catie wordt gebruikt wanneer ofwel de gegevens van de aangifte zonder

meer worden verwerkt, ofwel wanneer essentiële rechtzettingen worden uitgevoerd maar zonder

bijwerking van het permanent dossier;


- geautomatiseerde inkohiering : dit is een nieuwe categorie die sinds aanslagjaar 2005 in de PB is

ontstaan door het gebruik van TAXI en waardoor een groot aantal aangiften zonder enige tussenkomst

van een taxatieambtenaar worden ingekohierd.

Met het begrip «controle» worden enkel de beheerscontroles en de grondige verifi caties bedoeld. De inordestellingen,

de inkohieringen zonder verifi catie en de geautomatiseerde inkohieringen vormen samen

het proces «het verwerken en het beheer van de aangiften».

Voor de klassieke diensten Directe Belastingen werden tijdens de vergadering van Gewestelijk directeurs

op 10 juli 2007 de volgende nationale krijtlijnen uitgezet :

1. de controlegraad verhogen (aantal beheerscontroles/aantal dossiers) :

- PB/bedrijfsleiders: 2% meer t.o.v. de vorige controleperiode;

- PB/zelfstandigen: 2% meer t.o.v. de vorige controleperiode;

- Ven.B: 3% meer t.o.v. de vorige controleperiode;

2. het percentage rechtzettingen verhogen (aantal gewijzigde aangiften naar aanleiding van een inordestelling

of een beheerscontrole/totaal aantal aangiften die aan een inordestelling of een beheerscontrole

werden onderworpen) :

- PB/bedrijfsleiders : 2% meer t.o.v. de vorige controleperiode;

- PB/zelfstandigen : 2% meer t.o.v. de vorige controleperiode;

- Ven.B: 5% meer t.o.v. de vorige controleperiode.

De volgende tabel geeft een overzicht van het bereikte resultaat :

Toestand op

30/06/2007

(aanslagjaar

2006)

Krijtlijn voor

aanslagjaar

2007

Engagement

van de

gewestelijke

directies

Realisatie op

30/06/2008

(aanslagjaar

2007)

Controlegraad bedrijfsleiders 1,20% +2% = 3,20% 3,58% 2,51%

Controlegraad zelfstandigen 3,74% +2% = 5,74% 6,48% 5,71%

Controlegraad vennootschappen 3,11% +3% = 6,11% 5,45% 4,97%

Rechtzettingen bedrijfsleiders 13,27% +2% = 15,27% 14,44%

Rechtzettingen zelfstandigen 16,05% +2% = 18,05% 21,38%

Rechtzettingen vennootschappen 13,89% +5% = 18,89% 15,73%

4

De doelstelling voor het verhogen van de controlegraad werd niet bereikt. Wat betreft de categorie van de

bedrijfsleiders werd evenwel de controlegraad van 30/06/2007 (1,20%) verdubbeld. Voor de zelfstandigen

was de gewenste doelstelling een ratio van 5,74%. Hoewel de voorgestelde doelstelling van 6,48% niet

werd gehaald, benadert het reële resultaat (5,71%) toch de gewenste ratio. Inzake Ven.B lag de voorgestelde

doelstelling (5,45%) onder het gewenste niveau (6,11%). Ook de voorgestelde doelstelling werd

niet gerealiseerd. Toch ligt het resultaat (4,97%) bijna 2% hoger dan de ratio van 30/06/2007.

De doelstelling om het percentage rechtzettingen te verhogen wordt ook berekend op basis van het aantal

inordestellingen. Alhoewel inordestellingen eerder tot het proces beheer behoren, werd toch voor deze

methode gekozen om te vermijden dat activiteiten artifi cieel van de ene naar de andere categorie zouden

verschoven worden. Voor deze doelstellingen werden de diensten niet verzocht een eigen voorstel in te

dienen.

Uit de cijfers kan men concluderen dat voor de :

- bedrijfsleiders de doelstelling niet werd bereikt : 14,44 % i.p.v. 15,27%;

- zelfstandigen de doelstelling wel werd bereikt : 21,38% t.o.v. 18,05%;

- vennootschappen de doelstelling niet werd bereikt : 15,73% i.p.v. 18,89%.

Gelet op het zwakke resultaat inzake Ven.B, werd de analyse verfi jnd door enkel de beheerscontroles

in aanmerking te nemen. Dit geeft als resultaat voor het percentage rechtzettingen : 80%. Hieruit kan

worden afgeleid dat inzake Ven.B, in tegenstelling tot de PB, weinig rechtzettingen worden verricht naar

aanleiding van een inordestelling.

Voor het aanslagjaar 2008 werd beslist de doelstellingen te behouden. De voorstellen van de gewestelijke

directies leiden tot volgende samenvatting :

Toestand op

30/06/2008

(aanslagjaar

2007)

Krijtlijn voor

aanslagjaar

2008

Engagement van de

gewestelijke

directies

Controlegraad bedrijfsleiders 2,51% +2% = 4,51% 3,35%

Controlegraad zelfstandigen 5,71% +2% = 7,71% 6,67%

Controlegraad vennootschappen 4,97% +3% = 7,97% 5,83%

43


4

44

Inzake btw werd de doelstelling in zeer algemene termen geformuleerd : het aantal uitgevoerde beheerscontroles

tijdens het kalenderjaar 2008 moest meer bedragen dan het aantal dat tijdens het jaar 2007

werd gerealiseerd.

De vastgestelde vooruitgang bedraagt, op niveau van het Rijk, 33%.

Wat de specifi eke categorieën « Begin van activiteit » en « Niet-indiening » betreft, was de verhoging

aanzienlijk : zij bedraagt respectievelijk 91% en 147%. Dit dient evenwel enigszins te worden genuanceerd

door de vaststelling dat de aantallen in 2007 zeer laag waren, en dat dus de minste verbetering zich

vertaalt in een hoog percentage.

Voor de categorie van de « Stopzetting van activiteit» bedraagt de toename 11%. Aangezien deze categorie

reeds goed vertegenwoordigd was in het totaal pakket van beheerscontroles, kan deze vooruitgang

als voldoende worden beschouwd.

In de categorie «Teruggavencontrole (Lijst 678)» valt eveneens een stijging van 24% waar te nemen.

Het aantal beheerscontroles inzake « Bouwwaarde » is gestegen met 67%.

Voor het jaar 2009 werd de doelstelling anders geformuleerd. Analyse van de cijfers van vorige jaren

leert dat de ratio [aantal beheerscontroles/aantal btw−plichtigen] in een aantal gewestelijke directies 10%

bereikt. Dit resultaat werd nu tot norm gesteld. Met andere woorden, voor het kalenderjaar 2009 wordt

van élke gewestelijke directie verwacht dat de ratio [aantal beheerscontroles/aantal btw−plichtigen] 10%

bedraagt. Daarbij moet echter nog steeds voorrang worden gegeven aan de zogenoemde « prioritaire »

categorieën (begin van activiteit, stopzetting van activiteit, teruggavencontrole van de lijst 678, niet-indiening

en Datamining), zijnde categorieën waarvoor het Rekenhof heeft aanbevolen dat zij bij voorrang aan

een controle moeten onderworpen worden.

Tijdens de vergadering van Gewestelijke Directeurs van 10 december 2007 werden de Controlecentra

uitgenodigd een voorstel van doelstelling in te dienen dat moest leiden tot een algemene verhoging van

het aantal gecontroleerde dossiers.

De ingediende voorstellen werden geanalyseerd tijdens de vergadering van Gewestelijke Directeurs van

30 september 2008. De conclusie was dat de voorstellen van alle Controlecentra samengeteld tot de

volgende verhoging van het aantal dossiers voor de controleperiode 2007/2008 zou leiden :

- +24% inzake PB;

- +22% inzake Ven.B, RPB en BNI-ven.;

- +15% inzake btw;

hetzij globaal een verhoging van 19%.

Het resultaat van de verwerking van de gegevens leidt tot volgende tabel :

Doelstelling

(aantal dossiers)

Resultaat (1) Percentage

PB 7.292 5.576 76%

Ven.B, RPB en BNI−vennootschappen 16.273 13.945 86%

Btw 17.704 17.456 99%

(1) Om de doelstelling uitgedrukt in aantallen dossiers, te vertalen naar in TBT meetbare gegevens, werd gebruik gemaakt van de

volgende hypothese :

- tijdens de controleperiode 2007/2008 worden inzake IB noodzakelijkerwijs de aangiften van het aanslagjaar 2007 onderzocht,

ongeacht of er nog een of twee voorgaande aanslagjaren mee worden onderzocht; in TBT worden daarom alle

gegevensdragers IB met betrekking tot het aanslagjaar 2007 geteld, ingevoerd tussen 1/7/2007 en 31/12/2008;

- voor de btw worden alle gegevensdragers met betrekking tot het boekjaar 2006 geteld.

Het betere resultaat inzake btw is deels te wijten aan het feit dat de voorgestelde inspanning inzake btw

15% bedroeg, terwijl de ambities inzake PB en Ven.B ambitieuzer waren.

Een vergelijking met de aantallen die werden gerealiseerd op 31/12/2007 geeft het volgende beeld :

Resultaat op

31/12/2007

Resultaat op

31/12/2008

Verschil

PB 5.875 5.576 -299

Ven.B, RPB en BNI−vennootschappen 13.370 13.945 +575

Btw 15.415 17.456 +2.041


Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met het feit dat het aantal gepresteerde dagen in 2008

3% minder bedraagt dan werd geraamd bij het opstellen van de doelstellingen.

De Controlecentra kregen de aanbeveling te streven naar een gemiddelde duur van de controle van 6

dagen en minder. Dit heeft duidelijk een effect op het aantal uitgevoerde controles, en het blijft de bedoeling

meer controles uit te voeren.

2.3. Geschillen

Voor alle diensten geldt als doelstelling, de administratieve bezwaarschriften zo vlug mogelijk te behandelen

(binnen een termijn van 6 of 9 maanden).

Alle geschillen worden via de toepassing Workfl ow geschillen (cfr. A.3.4) behandeld. Het project voor het

opstellen van een boordtabel, op basis van de informatie van de Workfl ow, met rapporten die moeten

toelaten de doelstellingen ter zake op te volgen, heeft echter heel wat vertraging opgelopen. Het project

bevindt zich momenteel in een fase waarbij gegevens uit de Workfl ow aan de administratie werden aangeleverd

met het oog op hun validatie.

3. De AOIF in cijfers : aantal diensten

Door het niet volledig uitvoeren van de herstructurering van de Administraties van de directe belastingen

en van de btw, is de AOIF een administratie geworden bestaande uit 3 entiteiten :

- de klassieke diensten van de directe belastingen;

- de klassieke diensten van de btw;

- de controlecentra en de opsporingsdirecties.

Deze 3 entiteiten worden beheerd door de centrale diensten. Deze centrale diensten hebben hoofdzakelijk

de volgende opdrachten :

- het opstellen en verspreiden van richtlijnen voor de dagelijkse taxatiewerkzaamheden (het beheer van

de dossiers, het uitvoeren van controles, het behandelen van geschillen);

- een strikte opvolging van het beheer van de aangiften en de inkohiering van de belasting, met regelmatige

rapportering aan de Minister van Financiën;

4

- het actief meewerken aan de talrijke moderniseringsprojecten die worden opgezet om de effi ciëntie

van de diensten en hun toegankelijkheid voor de burger te verbeteren.

Het college van de Algemene Inspectie is het orgaan dat de verbinding legt tussen de centrale diensten

en de buitendiensten van de AOIF.

Ten opzichte van het jaar 2007, is er tijdens het jaar 2008 een wijziging opgetreden. In uitvoering van een

aanbeveling van het Rekenhof, werden alle dossiers Rechtspersonenbelasting, die over alle controles

natuurlijke personen waren verspreid, gegroepeerd in 14 gespecialiseerde diensten (12 door hervorming

van een controle natuurlijke personen + 2 nieuwe diensten). In het verlengde van deze operatie werden

ook 4 nieuwe centrale taxatiekantoren opgericht.

15

Gewestelijke directies

Directe Belastingen

73

inspecties

152 controles

vennootschappen

+

5 centrale

taxatiekantoren

289 controles

natuurlijke personen

+

14 diensten RPB +

25 centrale

taxatiekantoren

2 belastingcentra

8 controles

"buitenland"

1 speciaal

belastingcentrum

3 documentatiecentra

10

Gewestelijke directies

BTW

40

inspecties

243

controles

1 centraal kantoor

voor buitenlandse

belastingplichtigen

A O I F

48

Controlecentra

2

Opsporingsdirecties

22

inspecties

47

secties

45


4

46

4. De AOIF in cijfers : aantal personeelsleden

Sinds alle personeelsleden van de AOIF bij wijze van overgangsmaatregel voor het verwezenlijken van de

Coperfi n-herstructurering gekanteld werden in een “voorlopige cel”, bestaat er geen “kader” meer zoals

voorheen. Jaarlijks moeten de functionele behoeften in een personeelsplan worden voorgelegd. Het personeelsplan

maakt evenwel geen onderscheid tussen de AOIF en de Administratie van de invordering.

Globaal genomen is het personeel als volgt verdeeld over de verschillende buitendiensten:

Aantal effectieven tewerkgesteld in de sector taxatie

Controlecentra; 2.285;

21%

Klassieke diensten

BTW; 2.271; 21%

Bron : document P&O van 22/06/2009

Klassieke diensten DB;

6.079; 58%

Ten opzichte van het vorige rapport, stellen we een afname vast van 4% in de controlecentra, een afname

van 5% in de klassieke diensten btw en een afname van 7% in de klassieke diensten van de directe

belastingen.

5. De AOIF in cijfers : aantal belastingplichtigen

Voor het beheer van de belastingplichtigen beschikt de administratie over nationale bestanden.

De natuurlijke personen onderworpen aan de PB zijn opgenomen in het geautomatiseerd repertorium

van de natuurlijke personen. Het is op basis van dit repertorium dat de aangiften worden verzonden. Een

belastingplichtige “PB” kan dus zowel een gezin zijn als een alleenstaande. Het repertorium bevat alle belastingplichtigen

die in principe aan de personenbelasting zijn onderworpen, dus ook belastingplichtigen

die om een of andere reden zijn vrijgesteld van de verplichting een aangifte in te dienen.

Het repertorium van de rechtspersonen bevat de instellingen en vennootschappen die onderworpen zijn

aan de vennootschapsbelasting, aan de rechtspersonenbelasting of aan de belasting van niet inwonersvennootschappen.

Het signaletisch bestand bevat alle personen die btw-plichtig zijn. Dit bestand bevat dus natuurlijke personen

en rechtspersonen die ook in één van de bovenvermelde repertoria zijn opgenomen.


5.1. Personenbelasting (PB)

Het aantal belastingplichtigen in de PB is voor het aanslagjaar 2008 lichtjes toegenomen ten opzichte van

het aanslagjaar 2007. Het totaal aantal is geëvolueerd van 6,6 miljoen naar 6,7 miljoen.

Aantal belastingplichtigen

cf. bijlage - tabel nr. 1

Evolutie van het aantal belastingplichtigen

- natuurlijke personen

7.000.000

6.000.000

5.000.000

4.000.000

3.000.000

2.000.000

1.000.000

Handelaars, vrije beroepen,

e.d.

Loontrekkers, bedrijfsleiders,

e.d.

0

aj 2006 aj 2007 aj 2008

516.788 505.246 510.005

6.038.541 6.170.417 6.219.655

Toestand op 31.12 van het aanslagjaar

Aantal uitgereikte aangiften

cf. bijlage - tabel nr. 2

Evolutie van het aantal uitgereikte aangiften Personenbelasting

7.000.000

6.000.000

5.000.000

4.000.000

3.000.000

2.000.000

1.000.000

0

aj 2006 aj 2007 aj 2008

Aantal uitgereikte aangiften PB 6.084.174 6.160.643 6.264.859

Toestand op 31.12 van het aanslagjaar

4

47


4

48

5.2. Vennootschapsbelasting (Ven.B)

Het aantal uitgereikte aangiften in de vennootschapsbelasting is de afgelopen jaren telkens met 4% toegenomen

en bedraagt nu meer dan 400.000 eenheden.

Aantal uitgereikte aangiften

Evolutie van het aantal uitgereikte aangiften Vennootschapsbelasting

cf. bijlage - tabel nr. 4

700.000

600.000

500.000

400.000

300.000

200.000

100.000

0

aj 2006 aj 2007 aj 2008

Aantal uitgereikte aangiften 382.512 396.749 412.918

Toestand op 31.12 van het aanslagjaar

5.3. Btw

Het aantal aan de btw onderworpen belastingplichtigen is in 2008 met 2% toegenomen ten opzichte van

het jaar 2007 en bedraagt nu in totaal 756.827. Daarvan dienen 521.453 een gewone driemaandelijkse

aangifte in; dit is een stijging met 3%. Het aantal belastingplichtigen dat een maandelijkse aangifte indient

is met 2% gestegen en bedraagt nu 88.752.

Aantal btw-belastingplichtigen

cf. bijlage - tabel nr. 8

Evolutie van het aantal btw-belastingplichtigen

700.000

600.000

500.000

400.000

300.000

200.000

100.000

0

2006 2007 2008

Gewone driemaandelijkse

aangiften

480.250 505.319 521.453

Maandelijkse aangiften 85.988 87.208 88.752

Toestand op 31.12 van het kalenderjaar


6. De AOIF in cijfers : activiteiten

De in dit hoofdstuk gebruikte gegevens komen uit de boordtabellen van de AOIF: TBT.

De informatie van TBT komt op zijn beurt uit de verschillende toepassingen voor de berekening van de

belasting.

Omdat de berekening van de inkomstenbelastingen jaarlijks wijzigt, betekent dit dat de informatie met betrekking

tot de PB, Ven.B, RPB en BNI-ven. ook per aanslagjaar wordt opgeslagen. Met andere woorden:

indien in één enkel dossier 2 of 3 aanslagjaren worden onderzocht en rechtgezet, zal deze informatie niet

meer als één gecontroleerd dossier worden weergegeven zoals in de vroegere manuele staten, maar als

2 of 3 verschillende “gegevensdragers”.

Zo kan het ook gebeuren dat een aangifte die reeds werd ingekohierd nadien nog wordt rechtgezet en

aanleiding geeft tot een supplementaire aanslag. Ook in dit geval geeft dit aanleiding tot 2 verschillende

“gegevensdragers” in TBT daar waar voorheen op de manuele staten de oorspronkelijke inschrijving werd

aangepast.

Alle hierna volgende grafi eken en tabellen hebben dus geen betrekking op dossiers maar wel op “geregistreerde

gegevensdragers”.

Een aangifte wordt als gewijzigd beschouwd wanneer de oorspronkelijke gegevens van de aangifte worden

gewijzigd, hetzij in het voordeel van de belastingplichtige (rechtzetting van een vergissing) hetzij

omdat hij zijn aangifte niet correct heeft ingevuld of nog omdat hij zijn aangifte niet heeft ingediend en hij

aan een aanslag van ambtswege wordt onderworpen.

De tabellen geven, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, de informatie weer per kalenderjaar. Inzake inkomstenbelastingen

kunnen gedurende eenzelfde kalenderjaar aangiften van maximaal 3 verschillende

aanslagjaren worden behandeld. Voorbeeld: in het kalenderjaar 2008 kunnen aangiften worden verwerkt

van de aanslagjaren 2006, 2007 en 2008.

6.1. Het beheer van de aangiften

4

Het beheersproces vormt de basisactiviteit van de AOIF en behelst de eigenlijke vestiging van de belasting.

Inzake de inkomstenbelastingen geldt als prioriteit er voor te zorgen dat alle ingediende aangiften tijdig

worden ingekohierd.

Tot vóór de invoering van het scannen van de aangiften, diende de inkohiering gepaard te gaan met een

inordestelling van het dossier.

Het invoeren van de scanning van de aangiften en het in gebruik nemen van de toepassing TAXI hebben

er toe geleid dat inzake personenbelasting nu ook de categorieën “automatische inkohiering” en “zonder

verifi catie” worden onderscheiden. Dit onderscheid is in de boordtabellen meetbaar met ingang van het

kalenderjaar 2007 voor de gegevens met betrekking tot de aanslagjaren 2006 en 2007.

Inzake btw worden met ingang van het jaar 2007 ook het aantal inordestellingen in de boordtabellen

opgevolgd.

Personenbelasting (PB)

De hiernavolgende cijfers zijn het totaal van het aantal geregistreerde gegevensdragers met betrekking

tot de categorieën :

- geautomatiseerde inkohieringen;

- zonder verifi catie;

- inordestellingen.

49


4

50

Aantal geregistreerde gegevensdragers

cf. bijlage - tabel nr. 18

10.000.000

9.000.000

8.000.000

7.000.000

6.000.000

5.000.000

4.000.000

3.000.000

2.000.000

1.000.000

inkohieringen op basis van de

aangifte

0

Beheer van de aangiften PB

2004 2005 2006 2007 2008

3.351.707 5.060.276 7.729.937 8.393.461 5.656.582

gewijzigde aangiften 346.263 431.650 401.953 573.413 482.625

Vanaf 2004 is er een gestage toename te zien van het aantal geregistreerde gegevensdragers die een

hoogtepunt bereikt in 2007 en in 2008 terug afneemt.

Sinds de invoering van de scanning en het automatisch inkohieren via TAXI, komt het inderdaad geregeld

voor dat een aangifte eerst automatisch wordt ingekohierd en nadien nog wordt gewijzigd, wat aanleiding

geeft tot 2 geregistreerde gegevensdragers.

Opvallend is de vermindering van het aantal geregistreerde gegevensdragers in 2008 (ongeveer 3 miljoen

minder).

Een analyse van de maandelijkse coderingen voor de verschillende aanslagjaren die per kalenderjaar

worden behandeld, geeft evenwel een verklaring voor deze situatie.

Aantal geregistreerde gegevensdragers

8.000.000

7.000.000

6.000.000

5.000.000

4.000.000

3.000.000

2.000.000

1.000.000

0

Vordering van de werkzaamheden per aanslagjaar,

verdeeld over de jaren (AJ) tot (AJ)+2

AJ 2003 AJ 2004 AJ 2005 AJ 2006 AJ 2007 AJ 2008

jaar jaar+1 jaar+2

Deze grafi ek toont dat voor de aanslagjaren 2005 en vorige, de coderingen pas startten in het jaar volgend

op dat van het aanslagjaar.

Vanaf het aanslagjaar 2006 werden de coderingen nog tijdens het jaar zelf aangevat. Tegen eind december

2006 waren voor dat aanslagjaar 17% van het totaal aantal coderingen uitgevoerd.

De grootste aantallen coderingen met betrekking tot het aanslagjaar 2006 werden echter tijdens het eerste

kwartaal van het kalenderjaar 2007 uitgevoerd. Deze drie maanden omvatten 56% van alle coderingen

voor het aanslagjaar 2006.

De taxatiewerkzaamheden betreffende het aanslagjaar 2007 waren vanaf het begin van de controleperiode

(september 2007) omvangrijker in aantal. Zo waren tegen 31 december 2007 reeds 43 % coderingen

met betrekking tot het aanslagjaar 2007 geregistreerd. (Zie tabel vermeld onder nr. A.1.1.1.)


Voor het aanslagjaar 2008 werd de nieuwe berekeningsmodule PB voor het eerst geïntegreerd in de applicatie

TAXI. Dit heeft bij de aanvang enkele technische problemen met zich gebracht die de werking van

de applicatie hebben vertraagd. De coderingen startten weliswaar in september 2008, doch aan een lager

ritme dan het vorige aanslagjaar.

Dit verklaart waarom tijdens het kalenderjaar 2007 uitzonderlijk veel gegevensdragers werden geregistreerd

en dat dit aantal voor het kalenderjaar 2008 wat lager uitvalt.

Aantal geregistreerde gegevensdragers

percentage gewijzigde

aangiften

Gewijzigde aangiften naar aanleiding van het beheer

van de aangiften PB

10%

9%

8%

7%

6%

5%

4%

3%

2%

1%

0%

percentage rechtzetting van

vergissingen

2004 2005 2006 2007 2008

9% 8% 5% 6% 8%

4% 3% 3% 2% 2%

4

De dalende trend inzake het percentage gewijzigde aangiften sinds 2004, lijkt in 2006 zijn dieptepunt te

hebben bereikt en is in 2008 opnieuw gestegen ten opzichte van 2007. Wanneer de geautomatiseerde

inkohieringen buiten beschouwing worden gelaten, stijgt het percentage tot 16%.

Wat het aanslagjaar 2007 betreft, ziet de toestand er als volgt uit (beheer uitgevoerd tussen juli 2007 en

december 2008):

Aantal geregistreerde gegevensdragers PB

met betrekking tot aanslagjaar 2007 - toestand op 31/12/2008

Loontrekkers;

5.920.424; 88%

Zelfstandigen;

503.307; 8%

Bedrijfsleiders;

245.908; 4%

51


4

52

De onderlinge verhouding tussen de 3 grote categorieën van belastingplichtigen – natuurlijke personen,

is niet gewijzigd ten opzichte van het voorgaande aanslagjaar.

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

Procentuele verdeling van het aantal geregistreerde

gegevensdragers PB per type behandeling -Aanslagjaar 2007

Toestand op 31/12/2008

2.351.466 108.343 208.881

635.022

2.933.936

44.367

106.754

93.198 187.672

Loontrekkers Bedrijfsleiders Zelfstandigen

Geautomatiseerde inkohiering Zonder verificatie Inordestelling

Ook inzake de aard van de uitgevoerde werkzaamheden, is de onderlinge verhouding niet noemenswaardig

veranderd.

Het percentage geautomatiseerde inkohieringen bedraagt 50% voor de loontrekkers, 38% voor de bedrijfsleiders

en 37% voor de zelfstandigen.

Vennootschapsbelasting (Ven.B)

Zowel het totaal aantal geregistreerde gegevensdragers, als het aantal daarvan dat betrekking had op

een rechtzetting, vertoont een stijgende trend over de laatste 5 kalenderjaren. Het aantal rechtzettingen is

gestegen van gemiddeld 3% over de jaren 2004 tot 2005, tot gemiddeld 7% over de jaren 2007 en 2008.

Aantal geregistreerde gegevensdragers

cf. bijlage - tabel nr. 18

600.000

500.000

400.000

300.000

200.000

100.000

Inkohieringen op basis van

de aangifte

0

Beheer van de aangiften Ven B

2004 2005 2006 2007 2008

319.056 356.641 333.232 456.203 499.829

Gewijzigde aangiften 13.165 16.689 14.371 35.325 37.126


Percentage gewijzigde aangiften

Btw

10%

9%

8%

7%

6%

5%

4%

3%

2%

1%

0%

Gewijzigde aangiften naar aanleiding van het beheer

van de aangiften Ven B

2004 2005 2006 2007 2008

Inzake btw bevatten de boordtabellen vanaf het jaar 2007 ook informatie omtrent het aantal inordestellingen.

Een btw-kantoor heeft een ruim pakket aan beheerstaken te vervullen. Een groot deel daarvan kan

worden opgelost door eenvoudig contact met de belastingplichtige. Dit soort activiteiten wordt momenteel

echter nog niet in TBT gemeten. Worden als inordestellingen beschouwd en zijn hier dus bedoeld, enkel

de dossiers die aanleiding geven tot het opmaken van een invorderingsorder en de dossiers die doelbewust

voor een inordestelling worden geselecteerd, ongeacht of die verifi catie uiteindelijk aanleiding geeft

tot het opmaken van een invorderingsorder (productieve controle) of niet (niet productieve controle).

4

Deze defi nitie heeft voor gevolg dat het percentage productieve controles in de categorie van de inordestellingen

meer dan 80% bedraagt.

Het aantal inordestellingen is in 2008 lichtjes gedaald ten opzichte van 2007. Dit is deels te verklaren door

de nadruk die werd gelegd op het realiseren van de doelstellingen inzake beheerscontrole.

140.000

120.000

100.000

80.000

60.000

40.000

20.000

0

cf. bijlage - tabel nr. 19

Aantal uitgevoerde inordestellingen btw

101.591 102.140

22.809 21.070

2007

Niet productieve controle Productieve controle

2008

53


4

54

6.2. Het uitvoeren van controles

De belangrijkste opdracht van de AOIF bestaat er in de controlewerkzaamheden op het vlak van de

inkomstenbelastingen en de btw te organiseren in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire

bepalingen, in een klimaat van rechtszekerheid en transparantie voor de burger en de ondernemingen. Zij

moet er op toezien dat iedereen zijn deel betaalt, niets minder, maar ook niets meer.

De klassieke diensten van de directe belastingen

De klassieke diensten voeren beheerscontroles uit, dit wil zeggen: een controle op de echtheid en de

juistheid van één of meer bestanddelen van de aangifte. Indien een aangifte wordt gewijzigd, dient vooraf

het akkoord van de belastingplichtige te worden gevraagd. Deze kan al dan niet akkoord gaan. Indien hij

niet reageert op het bericht van wijziging, wordt verondersteld dat hij – stilzwijgend – akkoord gaat. Indien

hij slechts gedeeltelijk akkoord gaat, wordt de wijziging als een «niet-akkoord» bestempeld.

Aantal geregistreerde gegevensdragers

120.000

100.000

80.000

60.000

40.000

20.000

0

cf. bijlage - tabel nr. 18

Evolutie van het aantal beheerscontroles uitgevoerd

door de klassieke diensten van de directe belastingen

2004 2005 2006 2007 2008

PB 95.753 104.892 55.376 74.477 85.420

VENB 24.389 28.768 23.460 31.467 37.457

RPB 8.702 10.439 2.899 3.216 4.011

BNI-VEN 1.311 1.294 1.319 749 715

In de cijfers en grafi eken valt een breuk te merken tussen de periode vóór en na 2006. Vooral inzake PB

was 2006 een uitzonderlijk jaar, te wijten aan het invoeren van het scannen van de aangiften, wat een

vertraging had uitgelokt op het gebied van de taxatiewerkzaamheden. Vanaf de controleperiode 2007-

2008 werd bovendien gewerkt met doelstellingen inzake het aantal te verwezenlijken beheerscontroles.

Dit begint duidelijk effect te krijgen, althans wat de aantallen beheerscontroles betreft.

Aantal geregistreerde

gegevensdragers

cf. bijlage - tabel nr. 18

120.000

100.000

totaal aantal geregistreerde

gegevensdragers PB

Resultaat van de beheerscontroles PB

uitgedrukt in aantallen rechtzettingen

80.000

60.000

40.000

20.000

0

2004 2005 2006 2007 2008

95.753 104.892 55.376 74.477 85.420

waarvan gewijzigd 26.714 48.517 35.081 60.622 69.002

waarvan gewijzigd met akkoord 25.465 45.256 32.862 53.741 63.419


Het aantal beheerscontroles PB is in 2008 met 15% toegenomen ten opzichte van 2007. Het percentage

rechtzettingen PB, dat in 2007 81% bedroeg, is in 2008 stabiel gebleven. Het percentage van de rechtzettingen

waarmee de belastingplichtige heeft ingestemd, is gestegen van 89% in 2007 tot 92% in 2008.

Wanneer het totaal pakket van aangiften PB wordt uitgesplitst naar gelang de aard van de belastingplichtige,

kan het beeld als volgt worden bijgesteld :

Resultaat van de beheerscontroles PB van het jaar 2008 uitgedrukt in

aantallen rechtzettingen

Aantal geregistreerde

gegevensdragers

totaal aantal geregistreerde

gegevensdragers PB

cf. bijlage - tabel nr. 18

60.000

50.000

40.000

30.000

20.000

10.000

0

loontrekkers bedrijfsleiders zelfstandigen

26.516 8.705 50.199

waarvan gewijzigd 18.400 6.910 43.692

waarvan gewijzigd met akkoord 17.106 6.273 40.040

- het aantal wijzigingen is het grootst in de categorie van de zelfstandigen: 87%;

- in de categorie van de bedrijfsleiders geeft 79% van de beheerscontroles aanleiding tot een rechtzetting;

- voor de loontrekkers bedraagt het percentage rechtzettingen 69%.

Het percentage “met akkoord” schommelt voor alle categorieën rond de 92%.

4

De gewijzigde aangiften kunnen op verschillende elementen betrekking hebben:

- becijferbare rechtzettingen die geen invloed hebben op de belastbare basis maar wel op het bedrag

van de belasting : verminderingen van premies van levensverzekeringscontracten, van kapitaalsafl ossingen

van hypothecaire leningen, van betalingen voor pensioensparen, enz.;

- niet becijferbare rechtzettingen die invloed hebben op het bedrag van de belasting: vermindering van

het aantal personen ten laste, verhogingen van het aanslagtarief, verschuivingen van een ongewijzigd

bedrag van het bouwsparen naar het lange termijnsparen, enz.;

- werkelijke inkomstenverhogingen: voor deel 1 van de aangifte gaat het om verhogingen van lonen

en wedden, vakantiegelden, vervangingsinkomsten, enz. ; voor deel 2 van de aangifte gaat het om

verhogingen van het omzetcijfers, niet aangegeven of gewijzigde meerwaarden, enz.

Wat deze laatste categorie betreft, kunnen de volgende gemiddelde bedragen berekend worden :

Gemiddelde inkomstenverhoging in euro

Evolutie van de gemiddelde inkomstenverhoging PB naar aanleiding

van beheerscontroles door de klassieke diensten

van de directe belastingen

10.000,00 €

9.000,00 €

8.000,00 €

7.000,00 €

6.000,00 €

5.000,00 €

4.000,00 €

3.000,00 €

2.000,00 €

1.000,00 €

0,00 €

gemiddelde

inkomstenverhoging PB

2004 2005 2006 2007 2008

6.631,15 € 8.768,83 € 9.338,95 € 9.212,74 € 9.062,67 €

55


4

56

Dit gemiddelde wordt berekend door het totaal bedrag van de inkomstenverhogingen (774,133 mio € - cf.

bijlage tabel nr. 18) te delen door het totaal aantal uitgevoerde beheerscontroles (85.420). Indien men de

berekening beperkt tot het aantal gewijzigde aangiften, bekomt men een gemiddelde van 11.219 € als

resultaat.

Aantal geregistreerde

gegevensdragers

totaal aantal geregistreerde

gegevensdragers Ven.B.

cf. bijlage - tabel nr. 18

Resultaat van de beheerscontroles Ven.B

uitgedrukt in aantallen rechtzettingen

40.000

35.000

30.000

25.000

20.000

15.000

10.000

5.000

0

2004 2005 2006 2007 2008

24.389 28.768 23.460 31.467 37.457

waarvan gewijzigd 17.012 21.469 17.963 26.238 31.651

waarvan gewijzigd met akkoord 12.301 18.974 15.445 20.970 24.915

Inzake Ven.B is het aantal beheerscontroles in het jaar 2008 met 19% toegenomen ten opzichte van het

vorige jaar. Het percentage rechtzettingen bedraagt 84% en het percentage “met akkoord” 79%.

Ook hier is de invloed van de geformuleerde doelstellingen zichtbaar.

Inzake Ven.B kunnen de rechtzettingen betrekking hebben op :

- reële inkomstenverhogingen (verworpen uitgaven, afschrijvingsexcedenten, inventarisvermeerderingen,

verdoken reserves, omzetverhogingen, enz.);

- verminderingen van verrekenbare bestanddelen;

- verhoging van het aanslagtarief.

Wat de reële inkomstenverhogingen betreft, kunnen de volgende gemiddelde bedragen worden berekend:

Gemiddelde inkomstenverhoging in euro

Evolutie van de gemiddelde inkomstenverhoging Ven.B naar

aanleiding van de beheerscontroles door de klassieke diensten

van de directe belastingen

60.000,00 €

50.000,00 €

40.000,00 €

30.000,00 €

20.000,00 €

10.000,00 €

0,00 €

gemiddelde

inkomstenverhoging Ven.B

2004 2005 2006 2007 2008

44.133,38 € 55.536,06 € 48.265,93 € 46.046,11 € 24.060,59 €


De aanzienlijke toename van het aantal beheerscontroles, is duidelijk ten koste gegaan van de belangrijkheid

van de rechtzettingen. Indien echter het gemiddeld bedrag enkel berekend wordt op basis van het

aantal rechtzettingen (in plaats van op basis van het totaal aantal uitgevoerde beheerscontroles), dan

bekomt men een gemiddelde inkomstenverhoging van 28.474,22 € (901,237 mio € - cf. bijlage, tabel nr.

18 gedeeld door 69.002 rechtzettingen).

De klassieke diensten van de btw

Wat de btw betreft, is het aantal beheerscontroles tijdens het jaar 2008 met 33% toegenomen ten opzichte

van het jaar 2007. Dit is het effect van de doelstelling terzake. Het aandeel van de productieve controles

daarin is evenwel gedaald van 44% in 2007 tot 37% in 2008.

Aantal ingevoerde

gegevensdragers

Aantal ingevoerde

invorderingsorders en

informatiebulletins

cf. bijlage - tabel nr. 19

Resultaat van de beheerscontroles btw uitgedrukt

in aantallen navorderingen

80.000

70.000

60.000

50.000

40.000

30.000

20.000

10.000

0

2004 2005 2006 2007 2008

55.151 60.897 57.798 56.730 75.661

Waarvan productieve 24.523 24.966 23.893 24.790 28.074

Waarvan gevolgd door boete 20.602 21.233 20.026 19.997 23.405

Gemiddeld werden daarbij de volgende omzetverhogingen geregistreerd :

Gemiddelde omzetverhoging in euro

Evolutie van de gemiddelde omzetverhoging naar aanleiding van de

door de klassieke diensten btw uitgevoerde beheerscontroles

6.000,00 €

5.000,00 €

4.000,00 €

3.000,00 €

2.000,00 €

1.000,00 €

0,00 €

2004 2005 2006 2007 2008

4

Gemiddelde omzetverhoging 5.028,25 € 3.918,26 € 4.963,21 € 4.671,99 € 3.280,66 €

57


4

58

Bouwwaarde (B57);

16%

Andere; 20%

Datamining; 2%

Niet-indiening; 6%

Reden van de beheerscontroles

uitgevoerd tijdens het jaar 2008

Begin van activiteit;

10%

Stopzetting van

activiteit; 16%

Teruggavecontrole

op lijst 678; 30%

De controlecentra

Aantal ingevoerde gegevendragers

35.000

30.000

25.000

20.000

15.000

10.000

5.000

0

cf. bijlage - tabel nr. 17

Evolutie van het aantal door de controlecentra

ingevoerde gegevensdragers

2004 2005 2006 2007 2008

PB 8.385 10.522 6.492 10.676 12.131

Ven.B. 21.218 25.978 26.104 28.266 28.581

RPB 69 509 306 380 485

BNI-VEN 37 77 67 166 211

BTW 16.249 18.016 17.011 17.006 17.235


In 2007 viel er een aanzienlijke stijging te noteren van het aantal grondige verifi caties. In het jaar 2008

valt deze veel bescheidener uit. Inzake PB is de stijging nog duidelijk merkbaar (+14%). De opmerkelijke

stijging van 27% inzake BNI-ven. valt uiteraard niet op, gelet op het gering aantal verifi caties in absoluut

aantal maar de stijging is miniem inzake Ven.B en btw : + 1%.

Aantal geregistreerde

gegevensdragers

Totaal aantal geregistreerde

gegevensdragers PB

cf. bijlage - tabel nr. 1

Resultaat van de grondige verificaties PB uitgedrukt

in aantallen rechtzettingen

14.000

12.000

10.000

8.000

6.000

4.000

2.000

0

2004 2005 2006 2007 2008

8.385 10.522 6.492 10.676 12.131

Waarvan gewijzigd 8.013 9.633 6.129 10.185 10.521

Waarvan gewijzigd met akkoord 7.706 8.911 5.681 9.584 9.961

Het percentage rechtzettingen in de PB blijft echter dalen. Van 95% in 2007 is het in 2008 verder gedaald

tot 87%. Het percentage “met akkoord” blijft daarentegen stabiel op 95%.

Gemiddelde inkomstenverhoging in euro

Evolutie van de gemiddelde inkomstenverhoging PB naar aanleiding

van de grondige verificatie door de controlecentra

30.000,00 €

25.000,00 €

20.000,00 €

15.000,00 €

10.000,00 €

5.000,00 €

0,00 €

Gemiddelde

inkomstenverhoging

11.269,30 € 11.035,55 € 11.397,44 € 10.723,75 € 24.935,82 €

De gemiddelde inkomstenverhoging is daarentegen meer dan verdubbeld.

Bij de Ven.B zien we een gans ander beeld.

Aantal geregistreerde

gegevensdragers

30.000

25.000

20.000

15.000

10.000

5.000

2004 2005 2006 2007 2008

Resultaat van de grondige verificaties Ven.B uitgedrukt

in aantallen rechtzettingen

0

2004 2005 2006 2007 2008

Totaal aantal geregistreerde

gegevensdragers Ven.B

21.218 25.978 26.104 28.266 28.581

Waarvan gewijzigd 17.209 20.570 20.980 22.739 23.132

Waarvan gewijzigd met

akkoord

11.855 19.490 20.010 21.576 22.034

4

59


4

60

Hier is niet alleen het percentage “met akkoord” op 95% gebleven, maar ook het percentage van de rechtzettingen

zelf is stabiel gebleven en bedraagt in 2008 81%. Ook het resultaat van de controles kan men

als redelijk stabiel bestempelen, aangezien het jaar 2007 een aantal heel belangrijke rechtzettingen heeft

gekend die het gemiddelde uitzonderlijk sterk hebben beïnvloed.

Gemiddelde inkomstenverhoging in euro

Evolutie van de gemiddelde inkomstenverhoging Ven.B naar

aanleiding van de grondige verificaties dor de controlecentra

120.000,00 €

100.000,00 €

80.000,00 €

60.000,00 €

40.000,00 €

20.000,00 €

0,00 €

Gemiddelde

inkomstenverhoging

2004 2005 2006 2007 2008

54.569,54 € 74.087,36 € 81.164,61 € 97.499,79 € 71.174,63 €

Bij de btw vinden we een bijna identieke toestand :

Resultaat van de grondige verificaties btw uitgedrukt in aantallen

Aantal geregistreerde

gegevensdragers

cf. bijlage - tabel nr. 17

20.000

18.000

16.000

14.000

12.000

10.000

8.000

6.000

4.000

2.000

Totaal aantal geregistreerde

gegevensdragers BTW

Waarvan met navordering van

BTW

0

navorderingen

2004 2005 2006 2007 2008

16.249 18.016 17.011 17.006 17.235

14.225 15.159 14.166 14.242 14.364


Gemiddeld bedrag in euro

Evolutie van de gemiddelde omzetverhoging en nagevorderde btw

naar aanleiding van de grondige verificaties door de controlecentra

16.000,00 €

14.000,00 €

12.000,00 €

10.000,00 €

8.000,00 €

6.000,00 €

4.000,00 €

2.000,00 €

0,00 €

Gemiddelde omzetverhoging 15.068,32 € 14.710,93 € 13.165,42 € 13.073,71 € 11.896,12 €

Gemiddeld bedrag

nagevorderde BTW

C. De centrale diensten – de dagelijkse werking

2004 2005 2006 2007 2008

7.055,40 € 8.910,84 € 8.382,78 € 8.510,62 € 7.266,76 €

De directies die bevoegd zijn voor de fi scaliteit van de beroepsinkomsten van de natuurlijke personen,

van de diverse inkomsten en de onroerende inkomsten hebben in 2008 1.551 dossiers afgehandeld

over principiële aangelegenheden, 105 schriftelijke en mondelinge parlementaire vragen behandeld

en 25 circulaires en 2 instructies opgesteld. Het takenpakket van deze directies bestaat uit de personenbelasting

(met uitzondering van de roerende inkomsten, de diverse inkomsten van roerende aard en de

inkomsten van zelfstandigen), de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen en de bedrijfsvoorheffi

ng en aanverwante materies. In het kader daarvan hebben deze directies daarnaast ook nog talrijke

andere belangrijke, en vaak omvangrijke, bijzondere werkzaamheden verricht zoals :

4

- de jaarlijkse opmaak en bijwerking van de modellen van de fi ches 281 en van de berichten met de

codenummers 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 20 en 30. Bijzonder voor het jaar 2008 is de invoering

van het nieuwe belastingstelsel voor sportbeoefenaars en voor scheidsrechters, opleiders, trainers en

begeleiders van sportbeoefenaars. Dit heeft aanleiding gegeven tot 15 bijkomende codes gespreid

over de fi ches 281.10, 20 en 30. Daarnaast werden de berichten met betrekking tot de inkomsten van

het jaar 2008 grondig herwerkt, daar de elektronische indiening in principe verplicht is;

- de jaarlijkse bijwerking van de aangifte PB, delen 1 en 2 (voorbereiding en toelichting). Wat aanslagjaar

2008 betreft waren 49 bijkomende codes vereist om al de wettelijke maatregelen in de aangifte

om te zetten. Voor aanslagjaar 2009 komen daar nog eens 61 nieuwe codes bij. Daarvan zijn er 36 het

gevolg van het eerder genoemde nieuwe belastingstelsel voor sportbeoefenaars en sportgerelateerde

activiteiten en 14 van het nieuwe belastingstelsel voor auteursrechten en naburige rechten. Het betreft

2 nieuwe maatregelen waarvan de toepassing in de praktijk vrij complex is;

- de jaarlijkse bijwerking van de aangifte BNI/nat.pers., delen 1 en 2 (aangifte en toelichting), die weliswaar

een eerder beperkte groep van belastingplichtigen aanbelangt, maar zeer complex is gelet op

de 6 verschillende categorieën van belastingplichtigen met elk hun eigenheid en ander taxatieregime.

Hier zal de toepassing van het nieuwe belastingstelsel voor sportbeoefenaars nog complexer worden.

Vroeger bestond er voor de sportbeoefenaars niet-inwoners ongeacht de kwalifi catie van hun sportinkomen

immers een bevrijdende bedrijfsvoorheffi ng van 18 %. Die blijft weliswaar bestaan, met dien

verstande dat de regularisatie in bepaalde gevallen verplicht wordt;

- de opmaak en bijwerking van allerlei brochures en FAQ’s;

- medewerking aan TOW, onder meer wat de wizards betreft;

- het oplossen van principiële vraagstukken inzake de berekening van de personenbelasting en BNI/nat.

pers. waarvan de intensiteit in belangrijke mate is toegenomen naar aanleiding van het nieuwe project

voor de berekening van de personenbelasting vanaf aanslagjaar 2008 dat in 2009 wordt voortgezet en

verruimd;

- de actieve deelname aan allerlei vernieuwingsprojecten;

- het verlenen van ondersteuning aan het contactcenter en aan de centra voor beroepsopleiding;

- het voortzetten, coördineren en leiden van een project “rondetafel bedrijfsvoorheffi ng” dat ertoe strekt

een correcte inning en betere controle van de bedrijfsvoorheffi ng te bewerkstelligen en waarbij talrijke

andere diensten van de belastingadministratie, zowel centrale diensten als buitendiensten, zijn

betrokken. Naar aanleiding van het toenemend aantal maatregelen inzake vrijstelling of gedeeltelijke

vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffi ng dringt zich inderdaad een betere controle en een

herziening van de bestaande procedures op;

61


4

62

- het verlenen van adviezen over wetsvoorstellen en wetsontwerpen aan de AFZ en aan de beleidscel

van de minister, onder meer met betrekking tot het bijsturen van de nieuwe belastingstelsels inzake

sportbeoefenaars en sportgerelateerde activiteiten en inzake auteursrechten en naburige rechten;

- het nemen van initiatieven en formuleren van voorstellen om discriminaties, leemten en ongewenste

neveneffecten weg te werken;

- het nauwgezet opvolgen en de grondige analyse van de fi scale en niet-fi scale wetgeving (EG-verdrag,

dubbelbelastingverdragen, Grondwet en Bijzondere wetten tot hervorming van de instellingen, Financieringswet,

Burgerlijk Wetboek, Wetboek vennootschappen, Sociaal en arbeidsrecht, Decreten) en

van de rechtspraak (Rechtbanken van eerste aanleg, Hoven van Beroep, Hof van Cassatie, Grondwettelijk

Hof en Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen) met het oog op het naar behoren

verrichten van de voormelde bijzondere werkzaamheden en andere taken.

De bijkomende codes op de fi ches 281 en op de belastingaangiften in de personenbelasting zijn een

gevolg van nieuwe fi scale maatregelen en de complexiteit ervan, zoals de nieuwe belastingstelsels voor

sportbeoefenaars en sportgerelateerde activiteiten en voor auteursrechten en naburige rechten.

Er kan alleen maar worden benadrukt dat die toenemende complexiteit en veelheid aan fi scale maatregelen

ongetwijfeld een grens heeft bereikt en dit niet alleen voor de individuele burger. Ook in kringen van

specialisten buiten en binnen de administratie wordt aangedrongen op stabiliteit van de belastingwetgeving.

Wil men komen tot snelle, effi ciënte en klantvriendelijke oplossingen in de personenbelasting, zoals

de vooraf ingevulde aangifte of het voorstel van aanslag, dan zal een status-quo inzake de belastingwetgeving

zelfs niet volstaan, maar is ook een drastische vereenvoudiging en het terugdringen van het aantal

fi scale maatregelen een conditio sine qua non.

De directies bevoegd inzake de ondernemingsfi scaliteit (vennootschappen en natuurlijke personen),

de fi scaliteit van de vrije beroepen en de roerende inkomsten, hebben in de loop van het jaar

2008 1.658 dossiers afgehandeld. In dit cijfer zijn onder meer begrepen, vragen uitgaande van belastingplichtigen,

plaatselijke diensten of de Dienst Voorafgaande Beslissingen in Fiscale Zaken 1 , zowel

als circulaires, instructies, aangiften, formulieren, antwoorden op parlementaire vragen, berichten in het

Belgisch Staatsblad, berichten op de site van de FOD Financiën, enz.

Zowel het opstellen van het aangifteformulier in de vennootschapsbelasting, rekening houdend met de

wijzigingen aangebracht voor het aanslagjaar 2008, als de projecten “FINFORM” en “VenSoc”, hebben

een belangrijke inspanning gevraagd.

De medewerkers van die directies hebben eveneens hun medewerking verleend aan :

- de opmaak van de individuele fi ches 281.50 en de samenvattende opgave 325.50 en de daarbij horende

toelichting met het oog op het correct invullen en versturen (zowel elektronisch als op papier)

van die formulieren;

- het opmaken en het aanpassen van de analysedossiers van de verschillende formulieren in het kader

van “FINFORM”, evenals aan het testen van de elektronische versies van de verschillende formulieren;

- de bijwerking van vulgariserende brochures met betrekking tot de ondernemingsfi scaliteit in het kader

van de externe communicatie met het publiek;

- de publicatie op de internetsite van de FOD Financiën van allerhande informatie ten behoeve van

de belastingplichtigen (waaronder 15 circulaires met verduidelijkingen van wettelijke of reglementaire

bepalingen);

1 Hierin zijn begrepen de werkzaamheden betreffende de door de Dienst Voorafgaande Beslissingen in Fiscale Zaken (DVB)

behandelde aanvragen (toepassing van de samenwerkingsovereenkomst van 15.6.2005), t.t.z. het verzenden van vragen om

inlichtingen - en de behandeling van de antwoorden hierop - aan de buitendiensten betreffende hangende geschillen met de

betrokken belastingplichtigen, alsmede het opzoeken van precedenten of vroeger door de centrale diensten ingenomen standpunten

met betrekking tot vragen gelijkaardig aan deze die bij de DVB zijn ingediend.


- de Administratie van fi scale zaken, inzonderheid met betrekking tot:

● vastgestelde leemten in de wetgeving of de reglementering;

● het opstellen van wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot de vennootschapsbelasting

en de roerende voorheffi ng;

● prejudiciële vragen die aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen of aan het

Grondwettelijk Hof zijn gesteld;

- de werkzaamheden van het Contactcenter door de inbreng van hun kennis voor de meest ingewikkelde

vragen;

- verschillende werkgroepen met betrekking tot herstructurerings- en operationaliseringsprojecten;

- de kwaliteitscontrole betreffende de gecertifi ceerde opleidingen van de niveaus B en C;

- het grondig testen van de elektronische aangifte in de vennootschapsbelasting in het kader van het

project “VenSoc”, wat verscheidene werkvergaderingen en het oplossen van fi scaal-technische problemen

verbonden aan de interpretatie van het analysedossier opgemaakt door de informaticadiensten

met zich heeft meegebracht;

- het project XBRL-taxonomie voor de aangifte in de vennootschapsbelasting en de bijhorende FIN-

FORM-bijlagen;

- het voorbereiden van dossiers van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fi scale zaken (DVB) en het

deelnemen aan vergaderingen met de leden van de DVB;

- het opvolgen van de dossiers “coördinatiecentra” (na het arrest van het Hof van Justitie van de Europese

Gemeenschappen van 22.6.2006 en de beschikking van de Commissie van de Europese

Gemeenschappen van 13.11.2007);

- het verstrekken van advies met betrekking tot vragen uitgaande van de GOCS 2 (risicobeheer, beschrijving

van doelgroepen);

- de behandeling van principiële interpretatieproblemen die zijn gerezen bij de toepassing van de wet

van 16.7.2008 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot instelling van

een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten en naburige rechten, alsmede aan:

● de opmaak van de aangifte 273S met betrekking tot roerende inkomsten uit de voormelde

auteursrechten en naburige rechten;

● de opmaak van de individuele fi ches 281.45 en de samenvattende opgave 325.45 en de daarbij

horende toelichting met het oog op het correct invullen en versturen van die formulieren;

- het tot stand komen van een databank “Extra-wettelijke pensioenen”;

- de kennisgroepen “zeescheepvaart” (interpretatieproblemen met betrekking tot de regeling inzake

tonnagetaks op zeeschepen) en “aftrek voor octrooiinkomsten” (interpretatieproblemen inzake deze

4

aftrek);

- de werkgroepen belast met de evaluatie en de opvolging van de bepalingen tot invoering van de aftrek

voor risicokapitaal;

- de volledige actualisering van de vakcursus “Vennootschapsbelasting” over het aanslagjaar 2008.

Naast de afhandeling van de gewone geschildossiers, werden door de btw-directies actief gewerkt aan

de opmaak en de wijziging van reglementaire of wettelijke bepalingen en hebben ze een aantal circulaires

opgesteld.

- Nieuwe wetgeving van toepassing vanaf 1 januari 2010 betreffende de plaatsbepaling van diensten:

samenwerking met de AFZ inzake de omzetting van de gewijzigde Europese richtlijn in Belgisch recht

en ontwerp tot wijziging van circulaire nr. 11/1997 rekening houdend met de nieuwe wetgeving en

uitwerking van een nieuw ontwerp van circulaire betreffende tussenpersonen.

- Stelsel van de btw-eenheid: naar aanleiding van de opmerkingen van de Europese Commissie in

document nr. 556 van het btw-comité werd een dienstnota opgemaakt ter verantwoording van het

behoud van een systeem met sub-btw nummers in de Belgische reglementering inzake btw-groeperingen

(btw eenheid).

- Nieuwe geïnformatiseerde procedure betreffende de intracommunautaire leveringen van nieuwe

voertuigen: ontwerp tot wijziging van de voor btw belasting-plichtigen voorziene procedure tot kennisgeving

van intracommunautaire leveringen van nieuwe voertuigen aan niet voor btw-doeleinden

geïdentifi ceerde personen (zoals voorzien in artikel 3 van koninklijk besluit nr. 48). Samenwerking

met de andere directies van de AOIF met het oog op de implementatie van een nieuwe procedure van

geïnformatiseerde gegevensoverdracht door de belastingplichtigen en samenwerking met de AFZ met

betrekking tot de hiertoe noodzakelijke wetswijzigingen.

2 “Groep voor Organisatie, Coördinatie en Supervisie”, belast met de omkadering van de projectgroepen die de beschrijving van

doelgroepen en de ontwikkeling van de bijhorende profi elen verzekeren, alsook de ontwikkeling van een aanpak en van een

model van bijstand/van dienstprestatie en/of van controle.

63


4

64

- Nieuwe reglementering met betrekking tot factureringen en de bepaling van het belastbaar feit – Reglementering

inzake de consignatiezendingen: ondersteuning verleend aan de AFZ met betrekking tot

de voorbereiding van en deelname aan de btw werkgroep nr.1 van de Europese Unie.

- Arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen: uitwerking van een werkdocument

met het oog op een discussie binnen het btw-comité betreffende de gevolgen van de arresten

van voormeld Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaken C-409/04 (Teleos),

C-146/05 (Collee) en C-271/06 (Netto Supermarket).

- Door belastingplichtigen verrichte intracommunautaire verwervingen van nieuwe voertuigen: opmaak

van richtlijnen betreffende de raadpleging van de nieuwe geïnformatiseerde databank van de Douane

betreffende de vignetten 705 (operationeel sinds 1 juni 2008).

- Bijwerking van de btw-Handleiding betreffende de hoofdstukken III en V rekening houdende met de op

1 juli 2007 toepasselijke wetgeving.

- Verlegging van de heffi ng van de btw bij invoer: op vraag van het Kabinet van Financiën werd een

studie verricht naar de haalbaarheid om de regeling verlegging van de heffi ng van de btw bij invoer

(z. Circulaire AOIF nr. 1/2008) derwijze aan te passen dat de voorfi nanciering ervan zou worden afgeschaft

en wat daarvan de budgettaire impact zou zijn.

- Paperless Douane – Export Controle System: de Administratie der douane en accijnzen heeft een

nieuw systeem geïntroduceerd voor de elektronische aangifte in België van douane-aangiften. Dit systeem

heeft in 2008 haar volle uitwerking gekregen. De implementatie van het systeem heeft in 2008

bepaalde problemen aan het licht gebracht die ook de eraan verbonden btw-aspecten betreffen. Deze

problemen werden gesignaleerd aan de bevoegde douanediensten en in gezamenlijk overleg werd

naar afdoende oplossingen gezocht. Er werd hierover gecommuniceerd met de btw-buitendiensten en

met ondernemingen die deze nieuwe techniek mogen of moeten gebruiken. Er werd in overleg met de

dienst Vorming (btw en Douane) overeengekomen om voor deze nieuwe toepassing een vorming te

organiseren bestemd voor controle-ambtenaren van de btw.

- Reglementering van de vrijstelling van btw voor de invoer van goederen in de bagage van reizigers:

richtlijn 2007/74/EG bevat een aanpassing/modulering van de vrijstelling van btw en accijnzen voor

de invoer van goederen in de persoonlijke bagage van reizigers (Belgische btw-reglementering opgenomen

in artikel 43 van het koninklijk besluit nr. 7). Met het oog op de omzetting van deze richtlijn in

Belgisch recht werd ten aanzien van de erin geformuleerde opties met de douane een gezamenlijk

standpunt uitgewerkt en werd een voorstel tot wijziging van voornoemd artikel overgemaakt aan de

AFZ. De omzetting werd in december 2008 gepubliceerd in het Staatsblad. De commentaar op de

nieuwe regeling zal in de loop van 2009 opgenomen worden in de instructie Bagage van de Administratie

der douane en accijnzen.

- Omzetting Richtlijn 2008/8/EG: Richtlijn 2008/8/EG omvat zeer belangrijke wijzigingen inzake de bepaling

van de plaats van de dienst op het stuk van btw. Deze implicaties werden grondig bestudeerd

en met het oog op de omzetting van de richtlijn in Belgisch recht werd aan de AFZ een omstandige,

gemotiveerde nota overgemaakt.

- Bijwerking aan diverse instructies van de Administratie der douane en accijnzen naar aanleiding van

gewijzigde reglementering, gepubliceerde beslissingen…: instructie btw, instructie bagage, instructie

entrepots, instructie behandeling onder douanetoezicht.

2. Bijzondere Belastinginspectie

Ook het jaar 2008 stond eens te meer bol van talrijke initiatieven en refl ecties inzake de aanpak van de fi scale

fraude. De reeds sedert enige tijd vastgestelde stijgende belangstelling voor de kernopdracht van de

BBI werd eens te meer bevestigd. Gedurende dat jaar hebben alle mogelijke platforms, zoals diverse toezichthoudende

instanties waaronder het Rekenhof, de politieke overheid met inzonderheid de specifi eke

parlementaire onderzoekscommissie, de media, de academische wereld alsmede de bedrijfsorganisaties,

elk vanuit hun eigen specifi eke invalshoek, hun kijk op het fraudefenomeen toegelicht.


Ongeacht het aantal en de draagwijdte van alle door deze instanties geformuleerde aanbevelingen dient

de strijd tegen de fraude toch te worden gekenmerkt door een weldoordacht evenwicht tussen :

- vereenvoudiging en fraude-opportuniteiten,

- commerciële autonomie en fi scaal gedrag,

- preventieve en repressieve maatregelen,

- compliance en vervolging,

- proportionaliteit en geboekte resultaten,

- juiste prioritisering in functie van fi nanciële belangen, aantal operatoren en hun specifi eke rol in een

fraudemechanisme.

Maar het allerbelangrijkste is de onweerlegbare vaststelling dat de BBI reeds voor het derde opeenvolgende

jaar vlot de kaap van 1 MIA € ingekohierde bedragen overschrijdt. Voor dezelfde periode dient hieraan

dan nog de steeds stijgende tendens inzake aangepakte fraudezaken, verrichte bankonderzoeken en

bij het gerecht ingediende kennisgevingen te worden gevoegd.

Afgelopen jaar heeft de Bijzondere Belastinginspectie verder een prominente rol gespeeld in het college

voor de coördinatie van de fi scale en sociale fraudebestrijding, de sensibilisering bij zowel binnen- als

buitenlandse partneradministraties voor de noodzaak aan een effectieve preventieve risico analyse alsmede

de broodnodige kennisdeling van haar expertise met alle geledingen van ons departement. Tevens

werd een sedert lang gekoesterde ambitie, zijnde de eigen geschillenbehandeling inzake inkomstenbelastingen,

concreet gerealiseerd. Verder werd een uitsluitend in eigen beheer ontwikkeld systeem inzake

detectie van carrouselfraude gelanceerd, hetwelk na verloop van tijd en de nodige testen, moet uitmonden

in een voor alle directies van de BBI geldend performant inputbeheer.

Een andere constante van de laatste jaren, namelijk de doorgedreven aandacht van de wetgever voor de

werkzaamheden van de BBI, heeft zich ook in 2008 doorgezet met de verduidelijking en uitbreiding van

essentiële anti-fraudemaatregelen.

3. Administratie van de invordering

4

In 2008 zette de Administratie van de invordering haar tweesporenbeleid verder: enerzijds het verzekeren

van de dagelijkse werking en, anderzijds, de voorbereiding en de veranderingen in de richting van de

Coperfi nplannen.

Wat de dagelijkse werking betreft, valt vooral de verdere gestage vermindering van de achterstallige

schuldvorderingen te noteren. De fi scale achterstand wordt vaak beschouwd als de ultieme barometer om

er de effi ciëntie van de Administratie van de invordering op af te lezen en dit misschien niet altijd terecht

want een stijgen of een dalen van die fi scale achterstand is de slotsom van externe factoren waar de

administratie geen of heel weinig vat op heeft en uiteraard interne factoren die zij wel in de hand heeft.

Als externe factor heeft de economische recessie die zich in het tweede semester van 2008 manifesteerde

ongetwijfeld een zeer sterke invloed gehad op die fi scale achterstand. De betalingsweerstand groeide en

ook privé-bedrijven werden en zijn trouwens nog altijd geconfronteerd met nalatige betalers. Desondanks

slaagde de Administratie van de invordering er in om zelfs nog spectaculairder dan in 2007 de achterstand

terug te dringen met 9,38 % in bedragen en met 6,25 % in aantal aanslagen (zie bijlage - tabel nr. 37).

Die lijn trok zich zelfs door tot de categorie van de voorlopig niet eisbare schuldvorderingen: ook daar

stelden we een lichte toename vast van de bedragen (0,85 %) ,minder groot dan deze van 2007 (1,19 %)

en in aantal aanslagen werd zelfs een bijkomende afname genoteerd met 5 % (-6,27 %) in vergelijking

met deze opgetekend in 2007 (zie bijlage - tabel nr. 38).

Met het oog op de scheiding tussen het ordonnanceren en invorderen van de belastingen, werden op

1 oktober 2008 de vestigingswerkzaamheden en de behandeling van de geschillen inzake onroerende

voorheffi ng overgedragen naar de administratie belast met de taxatiewerkzaamheden (AOIF). Dit kaderde

in het principe vervat in de wetten op de Rijkscomptabiliteit, dat stelt dat de innende of invorderende entiteit

niet dezelfde mag zijn als de entiteit die de verschuldigde belasting vestigt.

65


4

66

De kennisoverdracht ging tevens gepaard met een effectieve personeelsoverdracht. Een 70-tal personeelsleden

(het equivalent van 63 voltijdse eenheden) uit de sector Invordering vervoegden op die datum

14 nieuwe diensten Onroerende Voorheffi ng opgericht in de schoot van de Gewestelijke directies taxatie

van de directe belastingen.

Deze operatie, opgelegd door de wetten op de Rijkscomptabiliteit, kwam ook de effi ciëntie ten goede want

door de nieuwe taakverdeling is de administratieve entiteit die de belasting vestigt, tevens bevoegd voor

de behandeling van de geschillen terzake. Bovendien kan de Administratie van de invordering zich nog

beter toeleggen op haar kerntaak, met name de gedwongen invordering. Beide betrokken administraties

hebben er steeds over gewaakt dat de vestiging en de inning van de onroerende voorheffi ng van het

nieuwe aanslagjaar 2009 niet in het gedrang kwam; de belangen voor de gewesten en de ondergeschikte

besturen zijn immers te groot. Een belangrijk deel van hun fi scale inkomsten vloeit immers voort uit de

onroerende voorheffi ng.

Samen met de verhuis naar de Finance Tower in Brussel werden ook stappen gezet in de richting van de

uitvoering van de Coperfi nplannen. Een van de grote principes voorzien in die plannen is de scheiding tussen

de innings- en de invorderingstaken. Inzake btw bestond dit principe reeds lang. De behandeling van

de betalingen en het boeken ervan gebeuren op de RCIV’s (Regionale Centra voor Informatieverwerking

in Mechelen en Namen).

Ook in de ontvangkantoren van de directe belastingen bevoegd voor de natuurlijke personen in het Brussels

Hoofdstedelijk Gewest wordt dit principe nu bewerkstelligd. Het betreft het project SPIRIT, dat voorziet

in de oprichting van twee inningskantoren. Dank zij deze inningskantoren kunnen de ontvangkantoren

zich uitsluitend inlaten met hun core-business, hetzij de pure invorderingstaken. Door het samenbrengen

van alle buitendiensten van Brussel in één gebouw en de oprichting van de inningskantoren heeft men

schaalvoordelen bekomen op personeelsvlak dit dankzij het feit dat de taken werden gecentraliseerd en

de know-how niet langer versnipperd is. Dit project werd in 2008 voorbereid en is vanaf 1 januari 2009

een feit.

De ontvangkantoren werden ook uitgerust met een modern werkinstrument dat meer en meer gebruikt

wordt om betalingen te verrichten, namelijk betaalterminals. Een pilootproject, eveneens in het kader van

de verhuis naar de Finance Tower, werd daartoe gelanceerd in Brussel.

Op de website My Minfi n werd een consultatiemogelijkheid aangemaakt die de ondernemingen moet

toelaten om uit te maken of ze een inhouding moeten doen van 15% wanneer hun medecontractant uit de

bouwsector fi scale schulden heeft. De site werd op 22 december 2008 operationeel.

Een 3de uitgave van de toepassing e-notariaat werd in productie gesteld in september 2008. Dit vloeide

voort uit de wettelijke verplichting om het elektronisch verkeer te gebruiken als gangbare wijze voor de

doorzending van notariële notifi caties.

In de loop van 2008, werd er ook belangrijke vooruitgang geboekt op het vlak van de opname van de btw

in het geïntegreerd behandelingssysteem voor de invordering van de belastingen. Het overleg dat plaatsvond

met de zusteradministraties AOIF en AFZ heeft toegelaten om aan de Minister van Financiën de

concrete wetswijzigingen voor te leggen die nodig zijn om deze integratie te verwezenlijken. Die integratie

is overigens onontbeerlijk om een ander groot principe van de Coperfi nplannen te concretiseren, namelijk

dat van de “enige ontvanger”.

In 2009 staan er de Administratie van de invordering tal van andere uitdagingen te wachten.

In 2009 zullen namelijk drie modules van STIMER in productie gaan, die Invordering rechtstreeks aanbelangen.

Het gaat om de roerende voorheffi ng, de voorafbetalingen en de module rond beslagen en

overdrachten van schuldvorderingen. Er zal ook gestart worden met de oprichting van het Nationaal

Inningscentrum en van het Nationaal Invorderingscentrum. Dit zijn de twee belangrijkste doelstellingen

voor 2009.

Deze twee belangrijkste objectieven zijn opgenomen in het departementaal actieplan 2009/2010 dat tot

stand kwam naar aanleiding van het Strategisch seminarie van het Directiecomité van september 2008.

Dat departementale actieplan voorziet eveneens in de oprichting van de stafdienst “Doelgroepenstrategie”.

Begin 2009 zal ook het project rond de Balans van schulden en tegoeden worden gefi naliseerd. Dit project

moet een zeer brede toepassing mogelijk maken van de compensatiemaatregel die vervat is in de uitbreiding

van artikel 334 van de programmawet van december 2004.


De fi nanciële crisis, die quasi de hele wereld heeft getroffen, en de tanende economie noopten de Regering

een relanceplan uit te werken ten bate van bedrijven in moeilijkheden. Ook de Invorderingsdiensten

dragen voor de verwezenlijking van dat relanceplan in 2009 hun steentje bij, vermits dat plan naast een

wettelijk uitstel van betaling van de Bedrijfsvoorheffi ng (BV), ook de mogelijkheid voorziet om uitstel van

betaling en verlaging van de interesten te verkrijgen inzake btw en BV, iets wat via individuele beslissingen

zal moeten toegekend worden aan bedrijven in fi nanciële moeilijkheden.

Het verder verloop van het STIMER-programma zal evenmin aan de aandacht van Invordering ontsnappen.

Nu de ontwikkeling van de eerste golf van modules haar eindfase heeft bereikt, moet met volle

overgave gewerkt worden aan de volgende modules. In 2009 moet een module van formaat aangepakt

worden, namelijk de geïntegreerde verwerking van de vier inkomstenbelastingen binnen STIMER.

En uiteindelijk zal een brede waaier van doelgerichte invorderingsacties, dankzij een wel doordachte

samenwerking tussen stafdiensten en operationele diensten, ongetwijfeld zijn vruchten afwerpen in 2009.

De concrete uitwerking van deze gedurende 2009 geplande acties situeert zich andermaal in het kader

van de toepassing van een risicobeheersingsproces.

Via een doorgedreven analyse en exploitatie van fi scale databanken die betrekking hebben op het gekozen

project wordt voor elk betrokken ontvangkantoor een lijst opgemaakt van geselecteerde dossiers

die allen tot dezelfde doelgroep behoren en die zowel betrekking kan hebben op de toepassing van een

welbepaalde fi scale wetgeving als op de aanwending van een specifi eke invorderingsprocedure. Een

begeleidende werkonderrichting betreffende elke invorderingsactie ondersteunt de betrokken operationele

diensten maximaal bij de concrete implementatie van de actie. Een feedbackprocedure geeft een

totaal zicht op het uiteindelijk verloop van elke actie en dit zowel op het vlak van fi scaal rendement als op

het vlak van eventuele aanpassingen die zich opdringen voor toekomstige acties.

Volgende invorderingsacties bevinden zich momenteel in een analysefase met het oog op hun concrete

implementatie in het najaar van 2009:

- procedure van vereenvoudigd derdenbeslag in handen van klanten;

- procedure van vereenvoudigd derdenbeslag op verloningen;

- procedure van uitvoerend beslag op onroerend goed;

4

- procedure van vereenvoudigd derdenbeslag in handen van werkgevers van grensarbeiders met fi ctief

domicilie in het buitenland;

- procedure van vereenvoudigd derdenbeslag in handen van de uitgevers van dienstencheques en

lastens dienstenchequebedrijven met achterstallige fi scale schulden;

- gerichte invorderingsactie lastens “DELAWARE - LIMITED” ondernemingen en lastens ondernemingen

met fi ctieve sociale zetel en achterstallige fi scale schulden.

De drie laatst opgesomde acties situeren zich tevens binnen de uitvoering van het Actieplan 2009-2010

van het College voor de strijd tegen de fi scale en sociale fraude.

4. Administratie der douane en accijnzen

Inzake accijnzen kunnen op het vlak van de wetgeving volgende belangrijke wijzigingen worden vermeld:

- beperking tot 9.000.000 € van het totaalbedrag dat van erkende entrepothouders wordt gevorderd;

die beperking leidt inzonderheid tot een vermindering van de administratieve lasten die aan de economische

operatoren krachtens de wet van 10 juni 2006 betreffende de biobrandstoffen worden opgelegd;

- belastingtechnische defi nitie van het begrip “voertuigen waarvoor geen vergunning is verleend voor

overwegend gebruik op de openbare weg” ; hierdoor wordt het mogelijk gemaakt dat de bedoelde

voertuigen kunnen aangedreven worden met gasolie waarop de accijnzen werden voldaan volgens

het tarief betreffende industrieel en commercieel gebruik;

- instellen van een procedure betreffende de verkoop van gemerkte gasolie in pompstations;

- herzien van de communautaire richtlijn inzake de algemene regeling inzake accijns; deze herziening

laat inzonderheid toe om het elektronisch geleidedocument (EMCS) te gebruiken.

Op datum van 4 februari 2008 werd Paperless douane en accijnzen (PLDA) opgestart voor het elektronisch

indienen van de douaneaangiften op enig document. De start van PLDA past volledig in het

meerjarenplan van de Europese Commissie en is tevens de bouwsteen voor de verdere uitwerking van

dit plan.

67


4

68

Eveneens in 2008 werd gestart met de voorbereiding van een aantal projecten van het MASP die op

1 juli 2009 verplicht door de lidstaten dienen te worden opgestart. Het betreft de projecten EORI (unieke

registratie van de bedrijven voor douanedoeleinden), AEO (Authorised Economic Operator), ECS fase 2

(export control system), ICS fase 1 (Import control System) en de uitbreiding van NCTS (New computerized

Transit System).

Gedurende het jaar 2008 werd bij de Administratie der douane en accijnzen overgegaan tot de behandeling

van de aanvragen voor AEO-certifi catie die volgens dwingende termijnen moet plaatsvinden. Aldus

werden op 24 september 2008 de eerste AEO-certifi caten plechtig afgeleverd aan een aantal bedrijven

die voldaan hadden aan de grondige audit en aldus aan al de voorwaarden te voldoen die voor het bekomen

van het AEO-certifi caat worden gesteld.

Het AEO-certifi caat is een belangrijke troef in hoofde van de operatoren die zich terecht kunnen beroepen

op hun status van goede naleving van de douanereglementering, maar ook de douane zet op die manier

een belangrijke stap in de richting van de realisatie van de secured trade lanes (STL). De STL zullen de

douane, mits de daartoe vereiste informatisering, in staat stellen de middelen zo doelgericht mogelijk en

dus effi ciënter in te zetten in de strijd tegen de fi scale fraude.

De voorbereidingen die voor de AEO-certifi cering werden getroffen waren niet van de minste. Via seminaries

en presentaties waarin de douane het voortouw nam om de voordelen van de AEO-certifi cering in het

daglicht te stellen, de te volgen procedure uit de doeken te doen en het openen van een speciale website,

werd de voedingsbodem geschapen om de marktdeelnemers over de brug te halen. Gelet op het belang

van deze aanvragen dienden de gewestelijke directies de organisatie op zich te nemen . Daartoe werden

starterscoördinatoren (STACO) en coördinatoren bedrijfsrisico (CBR) op vrijwillige basis aangeworven en

er werd hun door de centrale diensten van de douane de nodige opleiding verstrekt. Die centrale diensten

moesten eveneens instaan voor de organisatie van de gegevensuitwisseling met de diensten van de Europese

commissie in het kader van de elektronische procedure voor het verlenen van het AEO-certifi caat.

De centrale diensten blijven verder de aanvragen kanaliseren die bedrijven op het Belgisch grondgebied

aanbelangen en nemen princiepsbeslissingen over de in België te volgen procedure.

Later op het jaar werd, ook in uitvoering van de Europese beslissingen, een belangrijke stap gezet naar

de automatisering van de TIR-regeling. Dit voor wat betreft het gedeelte van dit vervoer dat zich binnen

het douanegebied van de Europese Unie afspeelt. Het inzetten van het geautomatiseerd systeem inzake

doorvoer (NCTS) voor dit TIR-vervoer binnen de grenzen van de Europese Unie zal de opsporing van de

onregelmatigheden inzake TIR-vervoer gevoelig vergemakkelijken. De centrale diensten van de douane

hebben de nodige opleiding verstrekt aan de douanediensten op het terrein.

Zoals blijkt uit tabel 28 van de bijlage, zijn er nog altijd belangrijke inbeslagnames van drugs. In 2008 was

er een daling van de hoeveelheden in vergelijking met 2007 voor wat betreft hasjiesj en marihuana terwijl

er een stijging is van het aantal inbeslagnames van cocaïne en khat. De belangrijkste inbeslagnames

werden, zoals de vorige jaren, verricht in de haven van Antwerpen en op de luchthavens van Zaventem

en Bierset.

De motorbrigades zijn actief over het ganse grondgebied en hun vaststellingen inzake drugs zijn in hoofdzaak

te kaderen binnen nationale en internationale acties in de strijd tegen het Nederlandse drugstoerisme.

Deze vaststellingen betreffen hoofdzakelijk kleinere hoeveelheden drugs, daar het meestal reizigers

zijn die worden gecontroleerd.

Zoals blijkt uit tabel nr. 30 van de bijlage steeg in 2008 het aantal inbeslagnames van namaakartikelen

met meer dan 25%. De Administratie der douane en accijnzen zet dan ook haar inspanningen tegen deze

vorm van fraude voort. In de zomer van 2008 werd door de Administratie der douane en accijnzen met het

oog op de effi ciëntie van de in 2007 gevoerde affi checampagne (herhalen van de boodschap, vermijden

van one-shot acties) de gevoerde campagne herhaald. Zij werd gevoerd via de Regie-instelling van de

vervoersmaatschappijen. De ambtenaren hebben ook deelgenomen aan vier Benefralux-operaties en

aan de maandelijkse ‘Week van de Namaak’.

Inzake geschillen (bijlage - tabel 68) stellen wij een belangrijke vermindering vast van de uitvoerbaar

verklaarde dwangbevelen en een lichte vermindering van de aan de overtreders aangeboden minnelijke

schikkingen (79%).


De Administratie der douane en accijnzen heeft in de hierna volgende domeinen interne audits uitgevoerd:

● inzake NCTS (New Computerized Transit System) gericht op het gebruik en het functioneren van het

NCTS-systeem ;

● inzake carnet TIR teneinde de procedures te evalueren die werden opgezet om de transportmiddelen

te aanvaarden, naast de inschrijving en zuivering van de carnets TIR ;

● inzake uitvoer van landbouwgoederen die genieten van restituties.

Inzake externe audits heeft de Administratie der douane en accijnzen voorbereidings-en uitvoeringsaudits

verricht voor de externe audits van de Europese Commissie.

De Administratie der douane en accijnzen stond eveneens in voor de verifi catie van de inspectieplannen

die betrekking hebben op de uitvoer van landbouwproducten onderworpen aan een restitutieregeling.

Daarnaast ontwikkelde zij een anticorruptie project dat de risico’s op corruptie binnen de administratie

moet helpen voorkomen.

De Administratie der douane en accijnzen denkt tenslotte verder na over de inzet van de controlediensten.

Zo nam in maart 2008 een eerste pilootproject MOTO een aanvang met het oprichten van een mobiele

controledienst en een Regiekamer bij de gewestelijke directie Hasselt.

4

69


Hoofdstuk 5 : Internationale betrekkingen

5

71


5

72

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen

1. Wetgeving (Administratie van fi scale zaken)

De tijdens de periode van 1 januari 2008 tot 31 december 2008 getroffen wettelijke en reglementaire

maatregelen op het vlak van de directe en indirecte belastingen waaraan de Administratie van fi scale zaken

(AFZ) haar medewerking heeft verleend, zijn opgenomen in de tabellen 76 t.e.m. 79 van de bijlage.

1.1. Directe belastingen

1.1.1. Bilateraal niveau

1.1.1.1. Overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting

Belgisch fi scaal verdragsbeleid

Het algemene Belgische fi scale verdragsbeleid en de bepalingen van het Belgische standaardmodel van

belastingverdrag worden sedert begin september 2008 binnen een werkgroep van afgevaardigden van

diverse Regeringsleden onderzocht teneinde daarover een zo breed mogelijke consensus te verkrijgen.

Die werkgroep waaraan vertegenwoordigers van de Administratie van fi scale zaken zeer actief deelnemen,

heeft zijn werkzaamheden in 2008 nog niet beëindigd.

Nieuw Avenant bij de Overeenkomst met Frankrijk

Op 13 december 2007 werd een Avenant ondertekend bij de Belgisch-Franse Overeenkomst van

10 maart 1964.

Dat Avenant schafte de grensarbeidersregeling (uitsluitend belastingheffi ng in de woonstaat) af met terugwerkende

kracht op 1 januari 2007 voor de grensarbeiders die inwoner zijn van België en in Frankrijk

werken. Onder bepaalde voorwaarden bleef deze regeling gedurende een periode van 25 jaar die aanving

op 1 januari 2009 behouden, en alleen voor de grensarbeiders die inwoner waren van Frankrijk, hun

bedrijvigheid uitoefenden in de Belgische grensstreek en op 31 december 2008 met recht de voordelen

van die regeling genoten.

De ondertekening van dat Avenant lokte hevige reacties uit bij de ondernemingen uit de Belgische grensstreek

die vreesden geconfronteerd te worden met een tekort aan arbeidskrachten ten gevolge van de

afschaffi ng van de grensarbeidersregeling. Er werd opnieuw onderhandeld over het Avenant van 13 december

2007 teneinde aan die ondernemingen een bijkomende termijn van 3 jaar te verlenen tijdens dewelke

ze verder inwoners van Frankrijk konden aanwerven onder dekking van de grensarbeidersregeling.

Op 12 december 2008 werd een nieuw Avenant ondertekend.

Door dat nieuw Avenant worden volgende wijzigingen aangebracht in de toestand van de grensarbeiders,

d.w.z. de werknemers die hun duurzaam tehuis in de Belgische of de Franse grensstreek hebben en die

hun bezoldigde werkzaamheid in de grensstreek van de andere Staat uitoefenen.

● Zoals dat reeds bepaald was door het Avenant van 13 december 2007 is de algemene regel van belastingheffi

ng in de werkstaat van toepassing op de beloningen die vanaf 1 januari 2007 zijn verkregen

door de grensarbeiders die inwoner zijn van België en in Frankrijk werken.

● Voor de grensarbeiders die inwoner zijn van Frankrijk en in de Belgische grensstreek werken,

voorziet het Avenant in belangrijke overgangsmaatregelen die moeten voorkomen dat de werknemers

die de voordelen van de regeling genieten verliezen zouden lijden die soms aanzienlijk kunnen zijn :

- voor de jaren 2003 tot 2008 genieten die werknemers het voordeel van de grensarbeidersregeling

(belastingheffi ng in Frankrijk) op voorwaarde dat ze de Belgische grensstreek niet meer dan 45

dagen per kalenderjaar verlaten voor het uitoefenen van hun bezoldigde werkzaamheid.

- voor de jaren 2009 tot 2011 genieten die werknemers de voordelen van de grensarbeidersregeling,

meer bepaald op voorwaarde dat ze de Belgische grensstreek niet meer dan 30 dagen per

kalenderjaar verlaten voor het uitoefenen van hun bezoldigde werkzaamheid. Personen die op 31

december 2008 hun duurzaam tehuis in de Belgische grensstreek hadden, kunnen vanaf 1 januari

2009 niet langer het voordeel van de regeling genieten.

- vanaf 1 januari 2012 blijft de grensarbeidersregeling gedurende 22 jaar behouden, maar alleen

voor de inwoners van Frankrijk die op 31 december 2011 met recht het voordeel van die regeling

zullen genieten en in het bijzonder op voorwaarde dat ze de Belgische grensstreek niet meer dan

30 dagen per kalenderjaar verlaten voor het uitoefenen van hun werkzaamheid.


De omschrijving van de grensstreek van elke Staat werd zodanig aangepast dat alle gemeenten die

vóór de inwerkingtreding van het Avenant van 8 februari 1999 beschouwd werden als behorende tot

de grensstreek ook voor de toepassing van het nieuwe Avenant beschouwd worden als behorende tot

de grensstreek van Frankrijk of van België, naargelang het geval.

Het nieuwe Avenant biedt België bovendien de mogelijkheid om vanaf aanslagjaar 2009 gemeentelijke

opcentiemen te heffen van de beroepsinkomsten van de inwoners van België – grensarbeiders of andere

– die op grond van de Overeenkomst of van het Avenant in België vrijgesteld zijn van belastingen.

Tot slot voorziet het Avenant ook nog in de betaling van een fi nanciële compensatie door Frankrijk ter

vergoeding van de winstderving die voor België voortvloeit uit het feit dat de grensarbeidersregeling gedurende

de overgangsperiode van 22 jaar in stand gehouden wordt voor de grensarbeiders die inwoner

zijn van Frankrijk.

Het nieuwe Avenant zou in de loop van het jaar 2009 ter goedkeuring moeten voorgelegd worden aan het

Belgische en aan het Franse Parlement.

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 4 november 2007 werd gesloten met

Bahrein

De parlementaire stukken met betrekking tot deze Overeenkomst werden begin 2008 opgemaakt. Om

de doeltreffendheid te verzekeren van de anti-misbruikclausule waarin de Overeenkomst voorziet (artikel

28), werd een bijzondere bepaling opgenomen in het ontwerp van goedkeuringswet. In die bepaling wordt

op duidelijke wijze een geval uiteengezet waarbij mag worden aangenomen dat er sprake is van zulk

misbruik dat het gerechtvaardigd is om de toekenning van de voordelen van de Overeenkomst inzake

roerende inkomsten te weigeren. Tegelijk maakt die bepaling het ook mogelijk om die voordelen te weigeren

in soortgelijke gevallen.

Op 6 augustus 2008 werd de Overeenkomst samen met de bijhorende parlementaire stukken toegezonden

aan de FOD Budget en Beheerscontrole. Op 31 december 2008 had de FOD Budget zijn standpunt

nog niet kenbaar gemaakt.

5

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 23 mei 2007 werd gesloten met de

Democratische Republiek Kongo

Op 10 april 2008 werd de Overeenkomst samen met de bijhorende parlementaire stukken toegezonden

aan de FOD Buitenlandse Zaken zodat de procedure voor de parlementaire goedkeuring kon ingezet

worden. De Senaat heeft op 11 december 2008 zijn goedkeuring gegeven.

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 22 juni 2005 werd gesloten met

Ghana

Deze Overeenkomst is op 17 oktober 2008 in werking getreden en werd gepubliceerd in het Belgisch

Staatsblad van 11 december 2008.

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 19 juni 2006 werd gesloten met

Macao

De Overeenkomst werd samen met de bijhorende parlementaire stukken aan de FOD Budget en Beheerscontrole

toegezonden. Op 31 december 2008 had de FOD Budget zijn standpunt nog niet kenbaar

gemaakt.

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 6 november 2007 werd gesloten

met Qatar

De parlementaire stukken met betrekking tot deze Overeenkomst werden begin 2008 opgemaakt. Naar

het voorbeeld van de Overeenkomst met Bahrein werd een bijzondere bepaling opgenomen in het ontwerp

van goedkeuringswet. Die bepaling laat toe om in bijzondere gevallen te besluiten dat er sprake is

van zulk misbruik dat het gerechtvaardigd is om de toekenning van bepaalde voordelen van de Overeenkomst

te weigeren.

Op 5 augustus 2008 werd de Overeenkomst samen met de bijhorende parlementaire stukken toegezonden

aan de FOD Budget waar ze sindsdien in onderzoek is.

73


5

74

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 16 april 2007 werd gesloten met

Rwanda

Dit dossier heeft op dezelfde data dezelfde weg gevolgd als het dossier met betrekking tot de Overeenkomst

met de Democratische Republiek Kongo : het werd op 10 april 2008 toegezonden aan de FOD

Buitenlandse Zaken en goedgekeurd door de Senaat op 11 december 2008.

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 27 april 2006 werd gesloten met de

Seychellen

Net als de overeenkomsten met Macao en Tunesië werd de Overeenkomst met de Seychellen, samen

met de parlementaire stukken, aan de FOD Budget en Beheerscontrole toegezonden. Op 31 december

2008 had de FOD Budget en Beheerscontrole zijn standpunt nog niet kenbaar gemaakt.

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 6 november 2006 werd gesloten met

Singapore

De nieuwe Overeenkomst met Singapore is op 27 november 2008 in werking getreden en werd gepubliceerd

in het Belgisch Staatsblad van 11 december 2008.

Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 7 oktober 2004 werd gesloten met

Tunesië

Net als de overeenkomsten met Macao en de Seychellen werd de Overeenkomst met Tunesië, samen

met de parlementaire stukken, aan de FOD Budget.

Op 22 juli 2008 werd de goedkeuring van de FOD Budget verkregen. Teneinde rekening te houden met

de bewoordingen van die goedkeuring werden de parlementaire stukken aangevuld. Meer bepaald werd

er in het ontwerp van goedkeuringswet een bepaling opgenomen die de doeltreffendheid moet verzekeren

van de anti-misbruikclausule waarin wordt voorzien door het Protocol bij de Overeenkomst. In die bepaling

wordt op duidelijke wijze een geval uiteengezet waarbij mag worden aangenomen dat er sprake is

van zulk misbruik dat het gerechtvaardigd is om de toekenning van de voordelen van de Overeenkomst

inzake roerende inkomsten te weigeren. Tegelijk maakt die bepaling het ook mogelijk om die voordelen te

weigeren in soortgelijke gevallen.

Op 27 oktober 2008 werd het dossier toegezonden aan de FOD Buitenlandse Zaken.

Met het oog op het herzien van bestaande overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting

of het sluiten van nieuwe overeenkomsten, hebben in 2008 onderhandelingen plaats gevonden

die geleid hebben tot de parafering van een gemeenschappelijke ontwerptekst met de

volgende landen:

Botswana (3 juli 2008), China (9 mei 2008), Eiland Man (30 april 2008), Libië (21 mei 2008), Russische

Federatie (20 november 2008), Soedan (13 november 2008) en Tadzjikistan (8 februari 2008). De eerste

onderhandelingsronde met Kirgizië die in november 2008 te Brussel plaats vond, kon nog niet met een

volledig akkoord worden afgesloten.

1.1.1.2. Administratieve regelingen inzake de uitwisseling van inlichtingen

De Administratie van fi scale zaken heeft het beleid tot intensifi ëring van de administratieve samenwerking

dat in 2006 door de Staatssecretaris voor de Strijd tegen de Fiscale Fraude op gang werd gebracht, verder

gezet. Er werd voortgegaan met het onderhandelen over administratieve regelingen inzake uitwisseling

van inlichtingen en administratieve samenwerking. In 2008 werden verscheidene nieuwe regelingen

gesloten.

30 januari 2008 - Regeling met de Verenigde Staten inzake wederzijdse coördinatie en

administratieve bijstand.

21 maart 2008 - Tijdelijke regeling met Nederland met betrekking tot een grensoverschrij-

dende samenwerking inzake de rechtstreekse uitwisseling van fi scale in

lichtingen (deze Regeling vervangt die van 3 juni 1998).

28 maart 2008 - Regeling met de Tsjechische Republiek inzake wederzijdse administratie-

ve bijstand.


1 april 2008 - Regeling met Nederland inzake de aanwezigheid van belastingambtenaren

van de ene Staat en op het grondgebied van de andere Staat ten behoeve

van belastingonderzoek.

4 augustus 2008 - Regeling met Estland inzake wederzijdse administratieve bijstand.

12 september 2008 - Regeling met Denemarken inzake wederzijdse bijstand.

De teksten van de overeengekomen regelingen kunnen gedownload worden van de website van de Administratie

van fi scale zaken: http://fi scus.fgov.be/interfafznl/nl/international/cooperation/administration.htm.

1.1.1.3. Uitwisseling van bankgegevens

De nieuwe Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die op 27 november 2006 werd ondertekend

tussen België en de Verenigde Staten en die in werking is getreden op 28 december 2007 is, voor

wat België betreft, de eerste Overeenkomst die voorziet in het uitwisselen van bankgegevens. Die gegevens

worden enkel uitgewisseld op uitdrukkelijk verzoek van de partneradministratie en op voorwaarde

dat de belastingplichtige en de bank duidelijk geïdentifi ceerd zijn.

De circulaire nr. AFZ/97-380 van 15.02.2008 verduidelijkt de maatregelen voor de toepassing van die

gegevensuitwisseling. In de mate waarin de uitwisseling van bankgegegevens nieuw is voor België, heeft

de Belgische administratie gekozen voor een gecentraliseerde procedure. Een enkele dienst van de centrale

administratie (directie III/1 van de AOIF) is bevoegd voor het ontvangen van de vragen om inlichtingen

die uitgaan van de Verenigde Staten, voor het mededelen van die vragen aan de Belgische banken

die betrokken partij zijn alsmede voor het doorsturen van de door de banken verstrekte inlichtingen aan de

Inland Revenue Service (IRS), d.i. de Amerikaanse bevoegde autoriteit. Behalve in uitzonderlijke gevallen

komen de plaatselijke diensten van de Belgische belastingadministratie dus niet tussen in de afhandeling

van de dossiers betreffende vragen naar bankgegevens. Het doel van deze procedure is enerzijds een

strikte vertrouwelijkheid te garanderen van de inlichtingen die bij de banken worden verkregen en anderzijds

de afhandeling van dit soort vragen om inlichtingen te versnellen.

1.1.2. Multilateraal niveau

1.1.2.1. Europese Unie

Fiscaal pakket

Gedragscode

5

De werkgroep “Gedragscode” die door de Europese Commissie werd opgericht met als doel het bevriezen

en het afbouwen van alle schadelijke fi scale maatregelen (die een invloed heb¬ben op de localisatie van

economische activiteiten binnen de Gemeenschap) is verdergegaan met het onderzoek van de nieuwe

fi scale maatregelen en van de gewijzigde of vervangende maatregelen die werden voorgesteld door de

lidstaten en de afhankelijke of geassocieerde gebieden.

De Belgische regeling van belastingaftrek voor octrooi-inkomsten werd door de werkgroep als niet schadelijk

beoordeeld.

Op de ECOFIN van 2 december 2008 heeft de Raad het nieuwe werkplan voor de werkgroep “Gedragscode”

(Future of the Code) aangenomen. Het plan werd voorgesteld in de vorm van een pakket van 6

punten:

1. de procedure (wijze waarop beslissingen worden genomen door de werkgroep), de rol van de precedenten

en de vergelijkbaarheidscriteria;

2. de procedure ingeval van gelijklopende procedure “staatssteun”;

3. de anti-misbruikmaatregelen;

4. de transparantie en de uitwisseling van inlichtingen inzake verrekenprijzen;

5. de administratieve praktijk;

6. de banden met derde landen (in relatie met de werkzaamheden van de OESO rond de schadelijke

belastingpraktijken).

75


5

76

Sparen

Op 13 november 2008 heeft de Europese Commissie haar voorstel ingediend voor een richtlijn van de

Raad tot wijziging van richtlijn 2003/48/EG betreffende belastingheffi ng op inkomsten uit spaargelden in

de vorm van rentebetaling.

De oorspronkelijke richtlijn wil de mogelijkheid scheppen om inkomsten uit grensoverschrijdend sparen te

belasten in de lidstaat waar de spaarder woont. Deze doelstelling kan bereikt worden hetzij door middel

van een bronheffi ng die wordt ingehouden voor rekening van de woonstaat, ofwel door een automatische

uitwisseling tussen het land van de uitbetalende instantie en de woonstaat van de spaarder.

Het nieuwe voorstel voor een richtlijn wil de werking van de oorspronkelijke richtlijn verbeteren, steunend

op drie pijlers :

1. de regels voor het vaststellen van de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden tot

de rentebetalingen worden strenger;

2. de mogelijkheid om de akkoorden te omzeilen door gebruik te maken van entiteiten die als tussenpersoon

fungeren tussen de uitbetalende instanties van die 5 landen en de uiteindelijk gerechtigden die

inwoner zijn van de EU, worden beperkt;

3. de omschrijving van rentebetalingen wordt uitgebreid zodat ze alle produkten omvat die gelijkwaardig

zijn aan inkomsten uit schuldvorderingen.

De werkgroep belastingvraagstukken (werkgroep van de Raad die samengesteld is uit fi scaal experten uit

de lidstaten) is met de besprekingen rond dit voorstel voor een richtlijn begonnen toen het Franse voorzitterschap

ten einde liep en zal die werkzaamheden onder de volgende voorzitterschappen verderzetten

teneinde het voorstel voor een richtlijn te laten goedkeuren door de Raad.

Mededelingen van de Commissie

De initiatieven van de Commissie (in de vorm van mededelingen) die tot doel hebben de coördinatie

van de nationale directe belastingstelsels binnen de Unie te bevorderen en de overeenstemming te verzekeren

van die nationale stelsels met het gemeenschapsrecht, zijn tot een eerste concreet resultaat

gekomen. Tijdens de ECOFIN van 2 december 2008 heeft de Raad een resolutie aangenomen over de

coördinatie van de directe belastingstelsels inzake de exitheffi ngsregels. Deze resolutie pleit er voor dat

de ontvangende staat, bij de berekening van een meerwaarde die gerealiseerd is op activa die van de ene

naar de andere lidstaat overgebracht zijn, dezelfde “waarde bij het overschrijden van de grens” gebruikt

als de uitvoerstaat, dit om dubbele belasting te vermijden.

Project Harmonisatie Vennootschapsbelasting (CCCTB)

Het CCCTB-project (“Common Consolidated Corporate Tax Base”) beoogt de invoering van een geharmoniseerde

geconsolideerde belastbare grondslag in de Europese Unie. Deze grondslag zou worden

bepaald op het niveau van de moederonderneming of hoofdhuis en zou het resultaat van alle dochterondernemingen

en/of vaste inrichtingen omvatten die deel uitmaken van de zogenaamde “CCCTB-groep”.

Het geconsolideerd belastbaar resultaat zou vervolgens worden toebedeeld aan de verschillende dochterondernemingen

en/of vaste inrichtingen volgens een nog te bepalen verdelingsmechanisme. Iedere

lidstaat zou tenslotte de aan haar toebedeelde winst belasten tegen het nationale tarief. Een werkgroep,

waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd, is belast met de technische analyse van het CCCTB-stelsel. In

2008 liep het mandaat van de werkgroep af en werd een laatste vergadering gehouden waar voornamelijk

werd gesproken over de opname van anti-misbruikbepalingen in het stelsel. Daarnaast kwam ook de opname

van bijzondere regels ter bepaling van de belastbare grondslag en verdeling voor ondernemingen

actief in de fi nanciële sector en verzekeringsector aan bod.

Alle publiek beschikbare documenten van de werkgroep (in het Frans, Engels en Duits) kunnen worden

geraadpleegd op: http://ec.europa.eu/taxation_customs/taxation/company_tax/common_tax_base/index_fr.htm.

De Europese Commissie heeft de intentie om op basis van het resultaat van de werkzaamheden van de

werkgroep een wetgevend voorstel te doen.

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

De directie “IB Internationaal” volgt de evolutie in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese

Gemeenschappen (HJvEG), dat zich steeds meer moet uitspreken over de verenigbaarheid van het gemeenschapsrecht

met de wetgeving van de lidstaten inzake directe belastingen.


Arresten van het Hof in 2008

In de loop van het jaar 2008 heeft het HvJEG vier arresten geveld die betrekking hadden op België:

1. Herkwalifi catie als dividenden van bovenmatige interest betaald aan bestuurders die niet-inwoner zijn

(art. 18, 4°, WIB 92)

In zijn arrest van 17 januari 2008 in de zaak NV Lammers & Van Cleeff tegen België (C-105/07) heeft

het HvJEG geoordeeld dat het automatisch herkwalifi ceren als dividenden van bovenmatige interest

betaald aan bestuurders die niet-inwoner zijn, een schending inhield van de vrijheid van vestiging

(artikel 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap). Artikel 18, 4°, van het WIB

92 zal dus bij amendement gewijzigd moeten worden.

2. Niet omzetten van de fusierichtlijn

Op 8 mei 2008 heeft het HvJEG België veroordeeld voor het niet binnen de vereiste termijn omzetten

van de richtlijn 2005/19/EG van de Raad van 17 februari 2005 tot wijziging van de richtlijn 90/434/EEG

betreffende de gemeenschappelijke fi scale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en

aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten.

België heeft aan deze tekortkoming verholpen door de wet van 11 december 2008 (BS van 12 januari

2009) houdende wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde het in overeenstemming

te brengen met de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke

fi scale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa

en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing

van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, gewijzigd bij

de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17 februari 2005.

3. Weigeren van het voordeel van de regeling van de defi nitief belaste inkomsten aan vennootschappen

die enkel het vruchtgebruik hebben van de aandelen van de uitkerende vennootschap

Door zijn arrest van 22 december 2008 in de zaak “Les Vergers du Vieux Tauves” (C-48/07), heeft het

HvJEG geoordeeld dat België het voordeel van de moeder-dochterrichtlijn (en van de regeling van

5

de defi nitief belaste inkomsten) mocht weigeren aan vennootschappen die enkel het vruchtgebruik

hebben van de aandelen van de uitkerende vennootschap.

4. Roerende voorheffi ng op de interest die door een vennootschap die inwoner is van België wordt betaald

aan een vennootschap die inwoner is van een andere lidstaat

In het arrest S.A. Truck Center van 22 december 2008 (C-282/07) heeft het HvJEG ermee ingestemd

dat België roerende voorheffi ng inhoudt op de interest die door een vennootschap die inwoner is van

België (of door een vaste inrichting in België van een vennootschap die geen inwoner is van België)

wordt betaald aan een vennootschap die inwoner is van een andere lidstaat, terwijl de in België betaalde

roerende voorheffi ng wordt vrijgesteld.

Inbreukprocedures

Bovendien heeft de Europese Commissie in 2008 een twintigtal inbreukprocedures inzake directe belastingen

ingesteld tegen België. Die procedures, die nog altijd lopen, gaan over:

● Het feit dat het voordeel van de regeling van de defi nitief belaste inkomsten enkel wordt toegekend

aan dividenden van aandelen die fi nanciële vaste activa uitmaken.

● Het weigeren van het voordeel van het belastingkrediet voor Onderzoek & Ontwikkeling aan vennootschappen

die geen inwoner zijn van België.

De opcentiemen op de belasting van natuurlijke personen, niet-inwoners.

● Het afzien van de roerende voorheffi ng op dividenden van Belgische beleggingsfondsen.

● Het inhouden van de roerende voorheffi ng op dividenden die worden betaald aan buitenlandse beleggingsfondsen.

De vermindering van de roerende voorheffi ng op dividenden van aandelen die zijn gedeponeerd of

ingeschreven op een effectenrekening.

77


5

78

● Beperking van de investeringsaftrek tot investeringen die in België gedaan zijn.

● Gespreide belasting op meerwaarden op voorwaarde van herbelegging in België.

● Belasting van de meerwaarden en de reserves wanneer de maatschappelijke zetel overgebracht wordt

naar een andere lidstaat.

● Onvolledige omzetting van de spaarrichtlijn voor wat betreft de keuze die aan de overige entiteiten

wordt gelaten om voor de toepassing van de richtlijn te worden behandeld als instellingen voor collectieve

beleggingen in effecten (ICBE).

De vermindering van de roerende voorheffi ng voor dividenden die worden uitgekeerd door Belgische

PRIVAKS.

● Het afzien van de roerende voorheffi ng op dividenden die worden uitgekeerd door Belgische

BEVAKS.

De vrijstelling van roerende voorheffi ng voor interest die wordt betaald aan beleggingsvennootschappen

die beleggen in België.

De vrijstelling van roerende voorheffi ng voor interest van hypothecaire schuldvorderingen terzake van

in België gelegen onroerende goederen.

De aftrekbaarheid als beroepskosten van bovenmatige interest die wordt betaald aan de Nationale

Bank van België

De verplichting die aan de beheerders van gecentraliseerde systemen voor het lenen en het ontlenen

van fi nanciële instrumenten die geen inwoner zijn van België wordt opgelegd om een in België verblijvende

fi scaal vertegenwoordiger aan te duiden.

De vereffeningsstelsels voor effectentransacties (tax clearing) moeten beheerd worden door de BNB

of door Belgische kredietinstellingen.

De belastingvermindering voor de natuurlijke personen die beleggen in aandelen in ontwikkelingsfondsen

voor microfi nanciering die zijn opgericht naar Belgisch recht.

Administratieve bijstand

De werkgroep inzake administratieve samenwerking op het vlak van directe belastingen heeft zich beziggehouden

met twee belangrijke projecten:

1. In het kader van de praktische toepassing van de “Spaarrichtlijn” heeft de werkgroep zijn activiteiten

geconcentreerd op de verbetering van de kwaliteit van de inlichtingen en op het belang van de feedback.

Zoals elk jaar heeft de werkgroep ook een analyse gemaakt van de statistieken die afkomstig

zijn van de lidstaten.

2. Een ander ambitieus plan van de werkgroep, bestaat erin gemeenschappelijke formulieren uit te werken

voor het uitwisselen van inlichtingen. Die formulieren, die de uitwisseling van fi scale inlichtingen

binnen de EU aanzienlijk moeten vergemakkelijken, worden uitgewerkt voor de uitwisseling van inlichtingen

op verzoek, voor de spontane uitwisseling en voor de feedback. Een eerste model voor de

uitwisseling van inlichtingen op verzoek werd getest tijdens een Fiscalis-seminarie dat in de loop van

de maand juni 2008 plaatsvond in Finland. In 2009 zal er verder gewerkt worden aan de uitwerking

van de formulieren. Tegelijkertijd bereidt de werkgroep ook handleidingen voor die de toekomstige

gebruikers, d.w.z. de ambtenaren van de plaatselijke diensten die daadwerkelijk belast zullen zijn met

het uitwisselen van inlichtingen met de ambtenaren van andere Europese belastingadministraties, in

staat moeten stellen de nieuwe formulieren op correcte wijze in te vullen en te gebruiken.

1.1.2.2. OESO

OESO- modelverdrag van fi scale overeenkomst

Het Comité voor fi scale zaken heeft de werkzaamheden met het oog op het actualiseren van het OESO-

Modelverdrag van fi scale overeenkomst verdergezet. Dat model wordt door de meeste landen gebruikt

als basis voor de onderhandelingen over en de toepassing en interpretatie van de bilaterale belastingverdragen.

Het model wordt op gezette tijden aangepast ten einde rekening te houden met de recente


ontwikkelingen in het verdragbeleid van de lidstaten, met de kennis die door die landen werd opgedaan en

met de problemen welke ze hebben ondervonden bij de toepassing van de belastingverdragen.

In 2008 heeft het Comité voor fi scale zaken met name een aantal werkzaamheden afgerond waarvan de

resultaten opgenomen zijn in de bijgewerkte versie van juli 2008 van het OESO-modelverdrag:

• Arbitrage voor het regelen van grensoverschrijdende geschillen

De OESO-landen hebben beslist om de waaier van werkwijzen die kunnen gebruikt worden voor het

regelen van grensoverschrijdende fi scale geschillen uit te breiden door in te stemmen met de mogelijkheid

om beroep te doen op arbitrage wanneer andere middelen tot regeling van die geschillen gefaald

hebben. Artikel 25 (Regeling voor onderling overleg) van het Modelverdrag van fi scale overeenkomst

voorziet voortaan in de mogelijkheid van arbitrage voor grensoverschrijdende fi scale geschillen die na

afl oop van een periode van twee jaar na het indienen van een verzoek tot onderling overleg nog niet

opgelost zijn.

De regeling voor onderling overleg werkt goed maar de laatste jaren is het aantal grensoverschrijdende

geschillen en de complexiteit van de zaken toegenomen. De zaken die niet opgelost zijn of

die na een te lange termijn opgelost worden, worden dus talrijker. De nieuwe bepaling van de OESO,

die niet beperkt blijft tot problemen rond verrekenprijzen, zou het dus mogelijk moeten maken om de

werking van regeling voor onderling overleg nog te verbeteren.

Bij de onderhandelingen over een dubbelbelastingverdrag stelt België voortaan aan al de partnerlanden

voor om in dat verdrag een bepaling op te nemen die het mogelijk maakt om beroep te doen op

arbitrage.

Bovendien werd de commentaar bij artikel 25 gewijzigd en aangevuld teneinde de regeling van geschillen

te verbeteren, zowel in het stadium van het eigenlijke gemeenschappelijk overleg tussen de

bevoegde autoriteiten als in het stadium van de arbitrage.

• Belastingheffi ng ter zake van diensten

De commentaar bij artikel 5 (Vaste inrichting) behandelt voortaan specifi ek het probleem van de belastingheffi

ng ter zake van diensten. Die commentaar bevestigt nogmaals de gegrondheid van de

regeling waarin de artikelen 5 (Vaste inrichting) en 7 (Ondernemingswinst) voorzien, namelijk dat winst

5

die voortkomt uit het verstrekken van diensten die worden geleverd op het grondgebied van een

overeenkomstsluitende Staat door een onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat in

principe niet in de eerste Staat belastbaar is indien die winst niet kan worden toegerekend aan een

aldaar gevestigde vaste inrichting. Zolang een onderneming van een Staat geen vaste inrichting heeft

opgezet in de andere Staat, neemt ze immers niet in die mate deel aan het economische leven van die

andere Staat dat ze onder de fi scale bevoegdheid van die Staat valt.

Een minderheid van OESO-lidstaten staat evenwel weigerachtig tegenover het aannemen van dit

principe. Volgens de OESO-commentaar mogen die Staten artikel 5 wijzigen om het aan de bronstaat

toekomende recht te behouden om de winst te belasten die voortkomt uit het verstrekken van diensten

op zijn grondgebied. Dit recht mag evenwel niet uitgebreid worden tot winst die voortkomt uit het verstrekken

van diensten die buiten die Staat geleverd worden.

Het enkele feit dat diegene die betaalt voor het verstrekken van de diensten inwoner is van een Staat,

dat die betaling ten laste komt van een in die Staat gevestigde vaste inrichting of dat het resultaat van

de diensten in die Staat gebruikt wordt, is geen rechtvaardiging voor belastingheffi ng in die Staat.

Bovendien moet enkel de winst die voortkomt uit het verlenen van die diensten aan de belasting

onderworpen worden en niet het brutobedrag van de erelonen die voor die diensten werden betaald.

Een Staat moet geen belasting heffen van de winst die wordt behaald uit het verlenen van diensten die

gedurende een zeer korte tijdsspanne op zijn grondgebied worden verricht (minder dan 183 dagen). In

de commentaar werd een alternatieve bepaling voorgesteld die aan deze voorwaarden voldoet.

België is voorstander van de regeling die is bepaald door de artikelen 5 (Vaste inrichting) en 7 (Ondernemingswinst)

van het OESO-model maar is tegen een uitbreiding van de heffi ngsbevoegdheid van de

bronstaat; onder bepaalde omstandigheden zou België evenwel bereid zijn een gelijksoortige bepaling

te aanvaarden als die welke werd voorgesteld door de OESO-commentaar.

• Winst die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting

De commentaar bij artikel 7 (Ondernemingswinst) herneemt de conclusies van het Verslag over de

toerekening van winst aan vaste inrichtingen. Die conclusies zijn niet in tegenspraak met de interpretatie

die voorheen door de commentaar bij het Modelverdrag van juli 2005 aan artikel 7 werd gegeven.

Tegelijkertijd werden de werkzaamheden met het oog op de wijziging van artikel 7 verdergezet

teneinde op termijn de volledige toepassing mogelijk te maken van de conclusies van het Verslag over

de toerekening van winst aan vaste inrichtingen.

79


5

80

De Belgische belastingadministratie volgt die nieuwe commentaar wanneer ze de bepalingen moet

toepassen en interpreteren van de door België gesloten dubbelbelastingverdragen die de huidige tekst

van artikel 7 van het OESO-model bevatten (evolutieve interpretatie).

• Toepassing en interpretatie van artikel 24 (Non-discriminatie)

De bepalingen van artikel 24 (Non-discriminatie) zorgen voor een evenwicht tussen de noodzaak om

een onrechtvaardige discriminatie te voorkomen en de noodzaak om rekening te houden met een

gerechtigd verschil in behandeling.

In dat opzicht bevestigt de commentaar dat de bepalingen van artikel 24 de “onrechtstreekse” discriminaties

niet behandelen. Uit het feit dat personen die geen inwoner zijn van een Staat voornamelijk

personen zijn die niet de nationaliteit van die Staat bezitten, mag niet worden afgeleid dat een verschil

in behandeling dat gebaseerd is op de woonplaats onrechtstreeks ook een verschil in behandeling is

dat gebaseerd is op de nationaliteit, hetgeen verboden wordt door artikel 24, paragraaf 1. De commentaar

bevestigt tevens dat de bepalingen van artikel 24 geen behandeling als “meest begunstigde natie”

garanderen. Wanneer een Staat een belastingverdrag heeft gesloten dat belastingvoordelen toekent

aan inwoners van een andere Staat, kunnen de inwoners van een derde Staat die voordelen niet opeisen

op grond van de bepalingen inzake non-discriminatie die opgenomen zijn in het belastingverdrag

tussen de eerste Staat en die derde Staat.

Van nu af aan is het duidelijk dat de bepalingen inzake non-discriminatie die voorkomen in de belastingverdragen

een verschillende draagwijdte hebben dan het principe van fi scale non-discriminatie

dat door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd uitgewerkt om de vrijheden

van het Verdrag betreffende de Europese Unie te waarborgen. Die verduidelijking dient meer bepaald

om te voorkomen dat de hoven en rechtbanken van de lidstaten van de Europese Unie verscheidene

juridische normen door elkaar zouden gaan gebruiken.

• Het criterium van de plaats van werkelijke leiding dat het mogelijk maakt om de gevallen op te lossen

waarbij vennootschappen inwoner zijn van twee Staten

De meerderheid van de OESO-lidstaten, waaronder ook België, is van mening dat de plaats waar de

raad van bestuur gewoonlijk samenkomt niet het essentiële criterium is om te bepalen waar de plaats

van werkelijke leiding van een vennootschap zich bevindt. Die Staten houden rekening met een reeks

feiten en omstandigheden (met inbegrip van de dagelijkse leiding) om te bepalen waar de plaats van

werkelijke leiding zich bevindt (waar vergadert de raad van bestuur, waar bevinden zich de kantoren

van de eigenlijke directie, van de commerciële dienst, van de centrale boekhouding, enz., waar wordt

de algemene vergadering van vennoten gehouden). De commentaar bij artikel 4 (Inwoner) verschaft

meer duidelijkheid over deze werkwijze.

De commentaar bij artikel 4 maakt het mogelijk om het probleem van dubbele woonplaats van vennootschappen

te regelen zonder gebruik te maken van het criterium van de plaats van werkelijke

leiding en laat de bevoegde autoriteiten de mogelijkheid om bij wijze van minnelijke schikking een

beslissing te nemen inzake de woonplaats van die personen, waarbij ze zich kunnen baseren op alle

criteria die hen relevant lijken.

Bij bilaterale onderhandelingen stelt België aan zijn gesprekspartners nog altijd het objectief criterium

van de plaats van werkelijke leiding voor om de gevallen van dubbele woonplaats van vennootschappen

te regelen.

• Uitkeringen door vastgoedvennootschappen

In vele Staten wordt een groot aantal portefeuillebeleggingen in vastgoed gerealiseerd door bemiddeling

van vastgoedvennootschappen (cfr. de Amerikaanse REIT en de Belgische BEVAK’s). Over het

algemeen voorzien de interne wetgevingen enkel in een belastingheffi ng in hoofde van de beleggers

van die beleggingsvennootschappen. Deze laatsten betalen dus geen belastingen op de inkomsten

die voortkomen uit onroerende goederen.

Wanneer een belegger een deelneming bezit die minstens gelijk is aan 10 % van het kapitaal van

een vastgoedvennootschap heeft hij een meer bijzonder belang in de door de vastgoedvennootschap

verworven goederen en kan de deelneming in die vennootschap worden beschouwd als vervanging

voor een belegging in de goederen die zij bezit. De commentaar bij artikel 10 (Dividenden) stelt dat het

in dat geval niet nodig is om in de bronstaat een belastingvermindering te verlenen voor dividenden

die zijn uitgekeerd door een vastgoedvennootschap die geen belasting betaalt op haar onroerende

inkomsten die minder bedragen dan 15 % van het brutobedrag van de dividenden.


• Verduidelijking inzake bepaalde aspecten van de defi nitie van royalty’s in de commentaar bij artikel 12

(Royalty’s)

• Meerwaarden op aandelen van vennootschappen die onroerend goed als voornaamste actief hebben

De commentaar voorziet in een bepaling die een alternatief biedt voor artikel 13, paragraaf 4 van het

Model. Het doel van die alternatieve bepaling is de meerwaarden op aandelen die in het bezit zijn

van een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een deelname bezit die minder dan 10 % vertegenwoordigt

van het totale vermogen van een vastgoedvennootschap te onttrekken aan de belasting

in de Staat waar de onroerende goederen gelegen zijn.

België heeft zich het recht voorbehouden om paragraaf 4 van artikel 13 niet op te nemen in zijn verdragen.

Wanneer België ertoe gebracht wordt die paragraaf 4 te aanvaarden, probeert het derhalve om

de draagwijdte ervan zoveel mogelijk te beperken.

• Toepassing van de 183-dagenregel

De commentaar bij artikel 15 (Inkomsten uit een dienstbetrekking) verschaft meer duidelijkheid over

de berekening van de dagen aanwezigheid die in aanmerking moeten genomen worden voor de toepassing

van de 183-dagenregel. Er wordt duidelijk gesteld dat er voor de berekening geen rekening

moet gehouden worden met de dagen tijdens dewelke de belastingplichtige een inwoner is van de

bronstaat. Paragraaf 2 van artikel 15 is immers niet van toepassing op een persoon die in eenzelfde

Staat verblijft en een dienstbetrekking uitoefent.

De Belgische belastingadministratie sluit zich aan bij deze interpretatie.

• Belastingheffi ng van inkomsten van artiesten en sportbeoefenaars

Artikel 17 (Artiesten en sportbeoefenaars) voorziet niet in berekeningsregels voor inkomsten van artiesten

en sportbeoefenaars. Sommige wetgevingen voorzien in een bronheffi ng die wordt toegepast

op de brutobeloning die hen wordt betaald. Sommige Staten zijn van oordeel dat belastingheffi ng van

een brutobedrag ongepast kan zijn. Teneinde die Staten in de gelegenheid te stellen om de belastingplichtigen

de mogelijkheid te bieden om op een nettobedrag belast te worden, stelt de commentaar bij

artikel 17 een paragraaf voor die daartoe in dat artikel 17 kan worden opgenomen.

Het Belgisch model van fi scale overeenkomst bevat een gelijkaardige bepaling.

5

• Verduidelijking inzake de toestand van personen met dubbele woonplaats met betrekking tot inkomsten

uit derde Staten in de commentaar bij artikel 21 (Andere inkomsten)

De tekst van het OESO-model van fi scale overeenkomst van juli 2008 (met inbegrip van de commentaar)

kan worden ingekeken op de website van de OESO : http://www.oecd.org.

De tekst kan ook worden nagelezen via een link naar de OESO-website, op de website van de AFZ:

http://www.fi scus.fgov.be/interfafznl/nl/international/ocde/ocde.htm.

Fiscale fraude en administratieve bijstand

De werkgroep heeft de OESO-aanbeveling uit 1996 aangaande de aftrekbaarheid van steekpenningen

aan buitenlandse ambtenaren herzien. De herziene Aanbeveling, die wel eens duidelijk ambitieuzer zou

kunnen zijn dan de huidige tekst, zal in 2009 aan de Raad van de OESO worden voorgelegd.

De subgroep TIES (Taxation Information Exchange System) heeft zijn werkzaamheden aangaande het

verbeteren van de doeltreffendheid van de uitwisseling van inlichtingen verdergezet. De werkgroep heeft

zich in het bijzonder bezig gehouden met de beleidsplannen die moeten ontwikkeld worden om de belastingambtenaren

te motiveren om nog verder te gaan in de spontane uitwisseling van inlichtingen. De

werkgroep heeft tevens de mogelijkheden bestudeerd om de inlichtingen die in het kader van een automatische

uitwisseling worden ontvangen op een doelgerichter en strategischer manier te gebruiken.

Tot slot is de werkgroep ook nog bezig met de ontwikkeling van een elektronisch formaat waarmee op

gestandaardiseerde wijze inlichtingen over onroerende inkomsten en goederen kunnen uitgewisseld worden.

Forum schadelijke belastingpraktijken

De OESO heeft in 2008 haar samenwerking voortgezet met de Staten die geen lid zijn van de OESO en

die een aantal duidelijk afgelijnde principes inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen hebben

onderschreven. In dat kader publiceerde de OESO een bijgewerkt rapport waarin de wettelijke en administratieve

regels inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen op fi scaal gebied van 83 landen

81


5

82

werden vergeleken (“Tax Cooperation - Towards a Level Playing Field - 2008 Assessment by the Global

Forum on Taxation”). Met dit rapport beoogt de OESO meer eerlijke spelregels aangaande transparantie

en uitwisseling van inlichtingen naar voren te schuiven en alle betrokken partijen aan te zetten tot het

afsluiten van evenwichtige akkoorden die voorzien in de uitwisseling van fi scale inlichtingen, hetgeen in

de toekomst moet leiden tot een meer gezonde fi scale concurrentie.

1.2. Indirecte belastingen

1.2.1. Juridische afdeling: Europese regelgeving- geschillen en prejudiciële vragen- OESO

1.2.1.1. Europese Unie: instellingen, werkgroepen en regelgeving

De Raad

Juridische instrumenten goedgekeurd in 2008

Richtlijnen:

De Raad van ministers van de EU heeft op 12 februari 2008 twee voorstellen van richtlijn aangenomen

betreffende respectievelijk de plaats van de dienst en de procedure van teruggaaf van btw. Zij zullen tot

gevolg hebben dat de btw geheven over diensten zal toekomen aan de lidstaat van consumptie. Tevens

wordt een nieuwe procedure ingevoerd voor de aanvraag van teruggaaf van btw om een snellere afhandeling

ervan te verzekeren.

- Richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat

betreft de plaats van de dienst

Ingevolge de inwerkingtreding van de nieuwe regels voor de plaats van de dienst zal vanaf 1 januari

2010 de plaats van belastingheffi ng voor diensten verricht tussen ondernemingen de plaats zijn waar de

ontvanger van de dienst is gevestigd en dus niet langer de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd.

Voor diensten van ondernemingen aan eindconsumenten, is de plaats van belastingheffi ng nog steeds de

plaats waar de dienstverrichter is gevestigd.

Desalniettemin, zullen zowel voor diensten verricht tussen ondernemingen als voor diensten verricht

aan particulieren, specifi eke regels van toepassing zijn om rekening te houden met het principe van

belastingheffi ng op de plaats van consumptie. Deze uitzonderingen hebben betrekking op diensten die

gekwalifi ceerd zijn als restaurant- en cateringdiensten, verhuur van transportmiddelen, culturele, sportieve,

wetenschappelijke en onderwijsdiensten, alsook op telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten

en langs elektronische weg verrichte diensten die aan eindconsumenten worden

verstrekt.

- Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor

de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan

belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn

Met ingang van 1 januari 2010 zal de procedure die momenteel van toepassing is op aanvragen van

teruggaaf van btw ten voordele van ondernemingen van de EU in lidstaten waar zij niet gevestigd zijn,

vervangen worden door een nieuwe, volledig elektronische procedure, die een snellere teruggaaf aan de

aanvragers zou moeten verzekeren. De huidige papieren procedure is traag, ingewikkeld en duur. Bovendien

laat ze op het vlak van de rechtszekerheid te wensen over. Een bijkomende nieuwigheid bestaat erin

dat in geval van laattijdige teruggaaf door de lidstaten de aanvrager aanspraak kan maken op de betaling

van interesten.

Beschikkingen:

2008/737/EG: Beschikking van de Raad van 15 september 2008 waarbij de Italiaanse Republiek wordt

gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 285 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende

het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 249 van 18.9.2008)

2008/84/EG: Beschikking van de Raad van 22 januari 2008 waarbij de Bondsrepubliek Duitsland en de

Republiek Polen worden gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 5 van Richtlijn

2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB

L 27 van 31.1.2008)


Voorstellen van wetgeving in onderhandeling

Voorstellen van richtlijn en verordeningen:

- Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke

stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de behandeling van

verzekerings- en fi nanciële diensten /*COM/2007/0747 def. - CNS 2007/0267 */

- Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van maatregelen ter uitvoering van richtlijn

2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

wat betreft de behandeling van verzekerings- en fi nanciële diensten /* COM/2007/0746 def/2. */

Het voorstel voorziet in een vereenvoudiging van de wetgeving en van de administratieve procedures

zowel voor de economische operatoren als voor de administraties en een verhoging van de rechtszekerheid.

De nadruk ligt voornamelijk op het actualiseren van de bepalingen die in een specifi eke vrijstelling

voorzien voor de betrokken sectoren daarbij rekening houdend met de kosten veroorzaakt door de nietaftrekbaarheid

van de input btw.

- Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van enkele bepalingen van richtlijn 2006/112/EG

van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde

waarde /* COM/2007/0677 def. - CNS 2007/0238 */

Dit voorstel betreft:

- het btw-regime dat van toepassing is op de levering van aardgas, van elektriciteit, van warmte en/of

koude;

- de fi scale behandeling van gemeenschappelijke ondernemingen opgericht krachtens artikel 171 van

het EEG-verdrag ;

- de aanpassingen verbonden met de uitbreiding van de Europese Unie ;

- de voorwaarden en modaliteiten van de uitoefening van het recht op aftrek van de input btw.

- Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat verlaagde btw-tarieven

COM (2008) 428

5

De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan dat strekt tot het wijzigen van de richtlijn 2006/112/EG

om aan de lidstaten de mogelijkheid te bieden om op permanente basis verlaagde tarieven toe te passen

op specifi eke diensten. Het voorstel van de Commissie betreft slechts die domeinen waarvoor er voldoende

elementen voorhanden zijn, die aantonen dat verlaagde tarieven de werking van de interne markt niet

in het gedrang brengen. Het gaat voornamelijk om de sectoren van de zogenaamde arbeidsintensieve

diensten en van de lokaal verstrekte diensten, met inbegrip van restaurantdiensten. Het voorstel behoudt

het principe van een facultatieve toepassing van verlaagde tarieven door de lidstaten.

- Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke

stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft belastingontduiking

bij invoer en andere grensoverschrijdende handelingen COM (2008) 805

De Europese Commissie heeft een voorstel van richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/

EG voorgesteld strekkende tot het versterken van de mogelijkheden van de belastingadministraties om

btw-fraude (in het bijzonder de « carrouselfraude ») te voorkomen of te ontdekken en om de belasting in te

vorderen. Twee maatregelen worden hierbij vooropgesteld. De eerste beoogt het frauduleuze gebruik van

de vrijstelling van btw bij invoer te voorkomen en de tweede geeft aan de lidstaten de mogelijkheid om de

leverancier, die zijn levering niet correct in zijn intracommunautaire listing heeft opgenomen, aansprakelijk

te stellen voor het verlies van de btw-inkomsten, indien ook zijn afnemer in gebreke is gebleven om de btw

verschuldigd over de intracommunautaire verwerving correct aan te geven in zijn btw-aangifte.

- Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende

het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ter bestrijding van

de belastingfraude in het intracommunautaire verkeer COM (2008)147

De Europese Commissie heeft een voorstel voorgelegd tot wijziging van de btw- richtlijn en van de Verordening

inzake de administratieve samenwerking ter zake van btw dat ertoe strekt om, vanaf 2010, het

verzamelen en uitwisselen van informatie met betrekking tot intracommunautaire handelingen sneller te

laten verlopen. Lidstaten zouden aldus in staat worden gesteld om carrouselfraude zeer snel te detecteren.

Deze voorstellen volgen op de Mededeling strekkende tot de verbetering van de administratieve

samenwerking tussen de lidstaten in de strijd tegen de btw- fraude. Ze vormen een onderdeel van een

arsenaal aan wetgevende en administratieve maatregelen die een effi ciëntere bestrijding van de btw-

fraude beogen en reeds in een beslissingsfase waren beland.

83


5

84

Voorstellen van beschikking:

- Voorstel voor een beschikking van de Raad waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd een

maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 285 van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke

stelsel van belasting over de toegevoegde waarde COM (2008) 404

- Voorstel voor een beschikking van de Raad waarbij de Tsjechische Republiek en de Bondsrepubliek

Duitsland worden gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 5 van richtlijn

2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

COM (2008) 0753

Strijd tegen de fraude:

Deze materie wordt behandeld in het hoofdstuk gewijd aan de internationale administratieve samenwerking

inzake btw en meer in het bijzonder onder punt 1.2.3.1 in de afdeling die handelt over de ATFS (Anti

Tax Fraude Strategy)

De Commissie

Werkzaamheden van werkgroep nr. 1

Tijdens de loop van het voorbij jaar is de werkgroep nr.1 slechts één enkele keer samen gekomen en ze

heeft de problematiek van de waardebonnen behandeld.

Werkzaamheden van het btw-comité

De vertegenwoordigers van de Administratie van fi scale zaken (Directie btw- Internationaal) hebben eveneens

deelgenomen aan de vergaderingen van het btw-comité, een consultatief orgaan, dat bevoegd is

voor de analyse van interpretatievragen die verband houden met de communautaire regelgeving inzake

btw , met inbegrip van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en

waaraan, in de gevallen voorzien door de richtlijn 2006/112/EG, wijzigingen van de nationale btw-wetgeving,

voorafgaandelijk aan hun datum van inwerkingtreding, ter kennis moeten worden gebracht.

Het werkjaar 2008 was zeer belangrijk voor België. Enerzijds werden er een aantal interpretatievraagstukken

besproken die België in het bijzonder aanbelangden, voornamelijk wat het concept “ gebouwen en het

bijbehorende terrein” betreft.

Anderzijds was België verplicht het btw–comité te raadplegen met betrekking tot de eigen nationale wetgevende

en reglementaire bepalingen waarbij de zogenaamde ”fi scale eenheid” in de Belgische btw-wetgeving

werd ingevoerd. Rekening houdend met de complexiteit van deze juridische constructie en ingegeven

door de wens van de Commissie om de Belgische kennisgeving samen met gelijkaardige aanvragen

van andere lidstaten te behandelen, kon de Belgische raadpleging, die ingediend was in 2007, slechts ter

gelegenheid van het btw-comité dat gehouden werd op 28 en 29 februari 2008, worden afgesloten.

1.2.1.2. OESO

De vertegenwoordigers van de Administratie van fi scale zaken hebben in 2008 eveneens deelgenomen

aan de vergaderingen van het Comité van fi scale zaken van de OESO en van de Werkgroep nr. 9, waaraan

door voormeld Comité de werkzaamheden inzake consumptiebelastingen werden toevertrouwd.

Op basis van het mandaat verleend door het Comité van fi scale zaken van de OESO, en onder toezicht

van Werkgroep nr. 9, werden de werkzaamheden die ertoe strekken internationale richtlijnen te

ontwikkelen inzake consumptiebelastingen verder gezet binnen de subwerkgroep van werkgroep 9, de

zogenaamde « Technical Advidsory Group » (TAG) alsook binnen de in de schoot daarvan opgerichte

« task teams ». De Administratie van fi scale zaken (Directie btw internationaal) is vertegenwoordigd in de

TAG. In 2008 concentreerden de werkzaamheden zich enerzijds op het defi niëren van de fundamentele

concepten van consumptiebelastingen en meer in het bijzonder op het tot stand brengen van een gezamenlijke

visie op de plaatsbepalingsregels voor diensten verricht tussen ondernemingen, en anderzijds op

het in kaart brengen van de specifi eke problemen met betrekking tot de teruggaaf van consumptiebelastingen

waarmee ondernemingen geconfronteerd worden bij grensoverschrijdende transacties. De basis

voor de discussies binnen de TAG werd gelegd door de respectievelijke “task teams”.


1.2.1.3. Diversen

De ambtenaren van de Administratie van fi scale zaken (Directie btw internationaal) hebben eveneens:

- ontwerpen van antwoord opgemaakt op mondelinge en schriftelijke parlementaire vragen met een

Europees aspect van de btw ;

- juridisch advies verstrekt over de overeenstemming van de bepalingen van nationaal recht inzake btw

met de Europese bepalingen terzake;

- juridische bijstand verleend in de procedures inzake btw voor het Hof van Justitie van de Europese

Gemeenschappen.

1.2.2. De economische afdeling: de eigen middelen inzake btw

De werkgroep “Eigen middelen inzake btw” waarvan de economische afdeling de coördinatie verzekert,

blijft verder de jaarlijkse grondslag van de btw in het stadium van het eindverbruik vaststellen.

1.2.3. De internationale administratieve samenwerking inzake btw

1.2.3.1. Europese Unie

Administratieve samenwerking inzake btw

De administratieve samenwerking op het gebied van de btw is gebaseerd op twee juridische instrumenten:

● Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 3 die een snellere en meer doeltreffende

administratieve samenwerking heeft ingesteld door middel van rechtstreekse uitwisseling van

inlichtingen tussen de diensten of ambtenaren van de verschillende lidstaten.

● Verordening (EG) nr. 1925/2004 van de Commissie van 29 oktober 20044 4 die bepaalde praktische

uitvoeringsmodaliteiten van voormelde Verordening heeft vastgesteld en met name verduidelijkt welke

categorieën van inlichtingen automatisch kunnen uitgewisseld worden.

3 PB EG L 264 van 15.10.2003, blz. 1

4 PB EG L 331 van 5.11.2004, blz. 13

5 PB EG L 44 van 20.2.2008, blz. 1

6 PB EG L 14 van 20.1.2009, blz. 1

5

Twee wijzigingen van Verordening 1798/2003 werden in de loop van het jaar 2008 goedgekeurd:

● Verordening (EG) nr. 143/2008 van de Raad van 12 februari 2008 5 tot wijziging van Verordening (EG)

nr. 1798/2003 met betrekking tot de invoering van een regeling voor administratieve samenwerking

en informatie-uitwisseling in het kader van de bepalingen betreffende de plaats van een dienst, de

speciale systemen en de procedure tot teruggave van btw;

● Verordening (EG) nr. 37/2009 van de Raad van 16 december 2008 6 tot wijziging van Verordening

(EG) nr. 1798/2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over

de toegevoegde waarde, ter bestrijding van de belastingfraude in het intracommunautaire verkeer

(zie hierover ook in het volgende punt “ATFS”, Richtlijn 2008/117/EG van de Raad van 16 december

2008).

NB: deze twee laatste verordeningen zijn hoe dan ook niet van toepassing vóór 1 januari 2010.

ATFS (Anti Tax Fraud Strategy)

Deze tijdelijke werkgroep werd na de ECOFIN-Raad van november 2006 opgericht om een gecoördineerde

strategie uit te werken in de strijd tegen de fi scale fraude (en meer in het bijzonder de carrouselfraude

inzake btw) heeft haar werkzaamheden in 2008 voortgezet.

De ECOFIN-Raad van juni 2007 heeft twee luiken van maatregelen voorgesteld: enerzijds conventionele

maatregelen die de versterking beogen van het huidige btw-systeem en anderzijds meer ingrijpende,

structurele maatregelen die beogen het huidige systeem meer fundamenteel te wijzigen.

De Commissie heeft in maart 2008 voorgesteld haar aandacht uitsluitend toe te spitsen op meer conventionele

maatregelen.

Aldus heeft de ATFS-groep in de loop van 2008 verschillende onderwerpen behandeld zoals:

- de snellere informatie-uitwisseling tussen de verschillende lidstaten, meer bepaald door het verkorten

van de termijn voor het indienen van de intracommunautaire listings alsook deze voor het doorsturen

van deze gegevens aan de andere lidstaten ;

- het instellen van een geautomatiseerde toegang tot bepaalde gegevens;

- de strijd tegen de btw-fraude met betrekking tot invoer en andere grensoverschrijdende handelingen ;

85


5

86

- het instellen van een hoofdelijke aansprakelijkheid wanneer een leverancier zijn intracommunautaire

verrichtingen niet aangeeft.

Op grond van de opgedane ervaring door het “EUROCANET”-project, dat door België geïnitieerd werd

om sneller gerichte informatie met betrekking tot handelaars die betrokken zijn in btw-carrousels uit te

wisselen, hebben Frankrijk en Nederland trouwens voorgesteld om tussen de lidstaten een Europees

vroegtijdig alarmnetwerk op te richten, genaamd “EUROFISC”.

Ter herinnering: 24 lidstaten nemen thans deel aan het EUROCANET-netwerk en de bekomen resultaten

zijn zeer doeltreffend.

Het EUROFISC-project heeft als doel de administratieve samenwerking inzake btw te versterken door de

opdracht van het huidige EUROCANET-netwerk in te bedden in een vertrouwenwekkend juridisch kader.

De besprekingen betreffende de uitwerking en inzake de praktische modaliteiten van het EUROFISCnetwerk

zullen in 2009 worden voortgezet en de juridische basis zou geïntegreerd moeten worden in de

herziening van Verordening 1798/2003.

Bovendien is een ATFS-subwerkgroep bezig met het uitwerken van “gemeenschappelijke minimumnormen”

die van toepassing zijn op de registratie en de doorhaling van btw-belastingplichtigen.

Ingevolge de werkzaamheden van de ATFS-groep inzake het verkorten van de indieningstermijn van de

intracommunautaire listings alsook het doorsturen van de gegevens die er betrekking op hebben tussen

de lidstaten, werd door de Raad op 16 december 2008 een Richtlijn en een Verordening goedgekeurd

teneinde deze beide termijnen te beperken tot één maand:

• Richtlijn 2008/117/EG van de Raad van 16 december 2008 7 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG

betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ter bestrijding

van de belastingfraude in het intracommunautaire verkeer

• Verordening (EG) nr. 37/2009 van de Raad van 16 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG)

nr. 1798/2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de

toegevoegde waarde, ter bestrijding van de belastingfraude in het intracommunautaire verkeer

7 PB EG L 14 van 20.1.2009, blz.7

8 COM (2008) 807 fi nal

9 PB EG L 44 van 20.2.2008, blz. 23

In de mededeling van de Raad van 1 december 2008 8 , betreffende een gecoördineerde strategie teneinde

in de Europese Unie de strijd tegen de btw-fraude te verbeteren, heeft de Raad deze maatregelen in drie

pakketten verenigd:

1. de voorstellen inzake het innen en invorderen van de belasting in grensoverschrijdende situaties;

2. de voorstellen inzake de versterking van de administratieve samenwerking die belangrijke wijzigingen

vereisen van Verordening 1798/2003;

3. de voorstellen inzake wetgeving die beogen de werking van het btw-systeem te verbeteren (hoofdzakelijk

inzake facturering).

In december 2008 heeft de Commissie een eerste voorstel van richtlijn ingediend tot wijziging van Richtlijn

2006/112/EG (btw) inzake de hoofdelijke aansprakelijkheid wat betreft de vrijstellingsvoorwaarden van

btw inzake invoer, gevolgd door een intracommunautaire levering.

SCAC (Standing Committee on Administrative Cooperation)

De belangrijkste punten die in 2008 tijdens de vergaderingen van het SCAC-Comité werden besproken

zijn:

- het oplossen van problemen die voortvloeien uit het invoeren van nieuwe formulieren SCAC in formaat

XML (gestandaardiseerde documenten die langs elektronische weg worden doorgezonden en slechts

een minimum aan vertaalwerk vereisen);

- het opvolgen van de werkzaamheden van de verschillende projectgroepen Fiscalis (voornamelijk “de

noodzaak van feedback inzake informatie-uitwisseling” en “de kwaliteitsverbetering van de uitgewisselde

informatie”);

- het opvolgen inzake administratieve samenwerking van de strategieën in de fraudebestrijding voorgesteld

door de werkgroep ATFS (zie punt ATFS hiervoor);

- het onderzoek van de statistieken die verstrekt werden door de lidstaten en het zoeken van een verklaring

voor de verschillen of het gebrek aan samenhang;

- het vergemakkelijken van de toegang en het verhogen van de betrouwbaarheid inzake de controle van

de btw-identifi catienummers door de economische operatoren;

- het onderzoek van de praktische terugbetalingsmodaliteiten van de btw, voorzien in de (nieuwe) richtlijn

2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 9 , ten voordele van in een andere lidstaat gevestigde

belastingplichtigen.


Fiscalis 2008-2013

Ingevolge Beschikking nr. 1482/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december

2007 10 werd begin 2008 een nieuw communautair programma ingevoerd om de werking van de belastingstelsels

in de interne markt te verbeteren (Fiscalis programma 2013).

Dit nieuwe programma volgt het Fiscalis-programma 2003 - 2007 op teneinde de werkzaamheden van

deze laatste verder te zetten. Het heeft als doel de samenwerking tussen de fi scale administraties van

de lidstaten te versterken en te komen tot een gelijke en doeltreffende toepassing van het communautair

recht teneinde beter de fi scale fraude te kunnen bestrijden.

Het Fiscalis-programma 2013 loopt over 6 jaar (in plaats van 5 jaar zoals in het voorgaande programma)

teneinde de duur af te stemmen op dit van het meerjarige fi nanciële kader van de Europese Unie.

De beoogde belastingen blijven dezelfde: btw, accijnzen, inkomsten- en vermogensbelasting, belasting

op de verzekeringspremies.

De door het nieuwe Fiscalis-programma voorziene werkzaamheden blijven onveranderd wat betreft de

vormingswerkzaamheden, multilaterale controles, seminaries en werkgroepen. Hoe dan ook, de “Fiscalis

uitwisselingen”, beoogd in het voorgaande programma worden vervangen door “werkbezoeken” in het

nieuwe Fiscalis-programma 2013. De werkbezoeken kunnen meer doelgericht zijn en een looptijd hebben

die wisselt tussen enkele dagen tot maximum 1 maand.

1.2.3.2. OESO

Op het vlak van de OESO hebben de werkgroepen TIES (Tax Information Exchange System) en de

subwerkgroepen (Task Team) hun werkzaamheden voortgezet voornamelijk voor wat betreft de aspecten

informatica en de verbetering van de informatie-uitwisseling.

Wat betreft het Task Team SECTIS, dat instaat voor het systeem van de informatie-uitwisseling inzake

verbruiksbelastingen, werd er slechts één enkele vergadering gehouden in mei 2008, tijdens dewelke

10 PB EG L 330 van 15.12.2007, blz. 1

5

de Belgische vertegenwoordiger (van de BBI) het systeem Datamining heeft voorgesteld dat in België

gebruikt wordt voor het opsporen van btw-fraudecarrousels.

De volgende vergadering van het Task Team SECTIS, die een gezamenlijke vergadering zal zijn met de

OESO – Europese Commissie en voorzien was voor eind 2008, werd uitgesteld tot 2009.

1.2.3.3. Bilaterale akkoorden inzake administratieve samenwerking

Frankrijk / België

Overeenkomstig het grensoverschrijdende dispositief van 23 juni 2006 inzake de rechtstreekse uitwisseling

van fi scale inlichtingen op het gebied van btw en directe belastingen, heeft de administratieve

samenwerking tussen de ambtenaren van de lokale diensten van de departementen in het noorden van

Frankrijk en deze van België zich voortgezet in 2008.

Op 21 november 2008 werd een nieuw akkoord getekend teneinde van Belgische zijde het toepassingsgebied

uit te breiden tot de diensten van de Bijzondere Belasting Inspectie (BBI).

Nederland / België

Het pilootproject dat in 2007 van start ging inzake gezamenlijke controles tussen België en Nederland,

werd voltooid in 2008 met zeer positieve resultaten voor beide landen, zowel inzake btw als directe belastingen.

Dit pilootproject heeft bovendien een belangrijke meerwaarde geleverd voor de kennis van de

fi scale wetgeving die van toepassing is in het partnerland. De administraties van beide landen werken

momenteel in overleg samen teneinde een permanent juridisch kader aan dit project te verlenen.

Twee nieuwe regelingen werden in 2008 aangegaan:

1. een voorlopige regeling betreffende een grensoverschrijdende samenwerking inzake rechtstreekse

uitwisseling van fi scale inlichtingen, getekend op 21 maart 2008;

2. een regeling betreffende de aanwezigheid van belastingambtenaren van een Staat op het grondgebied

van de andere Staat teneinde over te gaan tot fi scale onderzoeken, getekend op 1 april 2008.

87


5

88

Duitsland / België

Ingevolge de administratieve regeling van 17 december 2002 inzake de grensoverschrijdende rechtstreekse

uitwisseling van inlichtingen op het gebied van de btw tussen België en de 4 Duitse (aangrenzende)

Länder, is de Belgisch-Duitse werkgroep belast met het toezicht op de praktische toepassing van

deze regeling samengekomen in maart 2008 te Saarbrücken; de volgende vergadering is voorzien in april

2009 in Duitsland.

2. Internationale samenwerking door uitwisseling van ambtenaren

2.1. Fiscalis

2.1.1. Voor btw, directe belastingen en taks op de verzekeringspremies

2.1.1.1. Deelname van Belgische ambtenaren aan seminaries, projectgroepen en workshops

Jaarlijks bepaalt de Europese Commissie (overeenkomstig art. 4 van de Fiscalis Beschikking nr.

1482/2007) in overleg met de Lidstaten de verschillende doelstellingen waaraan het Fiscalis-programma

moet voldoen (Annual Work Program 2008). Alle activiteiten georganiseerd onder het luik Fiscalis moeten

aan één of meerdere doelstellingen voldoen om recht te hebben op de fi nanciering van die activiteiten.

Zo hebben in 2008 25 Belgische ambtenaren, verdeeld over de verschillende administraties van fi nanciën,

deelgenomen aan 11 verschillende seminaries in binnen - en buitenland en dit over verschillende

onderwerpen zoals o.m. :

- Plaats van de dienstprestaties inzake heffi ngen van belastingen;

- Wederzijdse bijstand op het gebied van de Invordering;

- Bepalingen voor KMO’s betrokken bij de productie van alcohol of alcoholische dranken (Accijnzen);

- Gemeenschappelijke formulieren voor de uitwisseling van inlichtingen;

- Interpretatie en implementatie door de Lidstaten van de jurisprudentie ten gevolge van uitspraken door

het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen;

- Procedures inzake akkoorden in het kader van dubbelbelastingverdragen;

- Effi ciëntere coördinatie van multilaterale controles;

- Grensoverschrijdende vergunningen voor vereenvoudigde procedures – gecentraliseerde vrijmaking

(Accijnzen).

In 2008 hebben 30 Belgische ambtenaren, verdeeld over de verschillende administraties van fi nanciën,

deelgenomen in diverse landen aan projectgroepen en workshops over verschillende onderwerpen

zoals o.m. :

- E-audit;

- Herziening van de gids inzake multilaterale controles;

- Fiscalis jaarlijks werkplan 2008 (Annual Work Program);

- Elektronisch internettoezicht;

- E-learning (btw module);

- Risico management (o.a. Autocanet);

- “Tax auditing” in Europees perspectief;

- Training inzake de toepassing van informatica programma’s (Accijnzen).

In 2008 hebben Belgische ambtenaren deelgenomen aan 27 multilaterale en/of bilaterale controles,

waarvan 3 selectievergaderingen

2.1.1.2. Werkbezoeken van Belgische ambtenaren in andere Lidstaten

In 2008 hebben 67 ambtenaren van de verschillende administraties binnen fi nanciën gekozen voor een

werkbezoek in het buitenland bij hun respectievelijke zusteradministratie.

De ambtenaren dienen een aantal doelstellingen voorop te stellen die nauw aansluiten bij het jaarlijks

Fiscalis werkprogramma (AWP 2008). Iedere deelnemer dient nadien een verslag uit te brengen bij de

hiërarchische oversten en aan de Fiscalis coördinator melden of de oorspronkelijke doelstellingen al dan

niet werden bereikt.


In het algemeen wordt o.m. gestreefd naar:

- Het opstellen van een coherent kader om de geldende en toekomstige communautaire reglementering

in werking te stellen (btw, Accijnzen, Directe Belastingen);

- Het delen van de kennis m.b.t. de vigerende wetgeving in de diverse Lidstaten (btw, Accijnzen, Directe

Belastingen);

- Het verzekeren van de werking, de ondersteuning en verbetering van de huidige systemen van communicatie

en uitwisseling van inlichtingen (btw, Accijnzen, Directe Belastingen);

- Het bestrijden van de fraude en het verbeteren van de risicoanalyse en audittechniek ter voorkoming

van de fraude (btw, Accijnzen);

- Het verbeteren en versterken van de invorderingsprocedures binnen de Europese Unie (btw, Accijnzen);

- Het verbeteren van de samenwerking tussen de Lidstaten om een betere toepassing van de bestaande

regels te verzekeren (Taks op verzekeringspremies).

2.1.1.3. Werkbezoeken van buitenlandse ambtenaren in België

In 2008 hebben 52 buitenlandse ambtenaren België uitgekozen voor een werkbezoek van 1 tot 10 werkdagen.

Dit zijn zowel gecibleerde werkbezoeken als bezoeken in groep. België biedt jaarlijks een globaal

programma te Brugge en te Namen aan. De kwaliteit van de voorgestelde programma’s wordt als hoogstaand

ervaren.

Hun doelstellingen bestaan in het verwerven van kennis en ervaring betreffende o.m. :

- de controlemethodes en procedures inzake btw en Directe Belastingen;

- de organisatie en procedures i.v.m. multilaterale controles;

- de methodes en procedures inzake e-audit en e-commerce;

- de maatregelen en methodes inzake het bevorderen van het spontaan naleven van fi scale wetgeving

(compliance);

- de procedure i.v.m. de terugbetaling van btw;

- de internationale samenwerking en uitwisseling van inlichtingen inzake Directe Belastingen en btw.

2.1.2. Voor accijnzen

5

In 2008, namen 21 accijnsambtenaren actief deel aan 16 vergaderingen georganiseerd in het kader van

werkbezoeken en seminaries op het gebied van de opleiding, de accijnsbewegingen, energetische producten,

minerale olie en de risicoanalyse inzake accijnzen.3 buitenlandse ambtenaren legden een werkbezoek

af aan verschillende Belgische accijnsdiensten.

De acties op het gebied van accijnzen zijn, zoals deze voor het programma DOUANE 2013, zeer belangrijk

voor de harmonisering van de wetgeving en de werkmethodes en voor de samenwerking tussen de

fi scale diensten van de lidstaten.

2.2. Internationale samenwerking inzake douane

België neemt deel aan de communautaire programma’s sedert de inwerkingtreding ervan. Het betreft o.a.

de programma’s Douane 2013 en Fiscalis 2013 (accijnzen).

Tevens verleent de administratie haar medewerking aan de activiteiten van de WDO en organiseert zij jaarlijks

een academische sessie voor buitenlandse douaneambtenaren bij de Belgische verifi catieschool.

2.2.1. Douane 2013

In 2008 namen 100 Belgische ambtenaren deel aan 55 vergaderingen in het kader van werkbezoeken/

seminaries/werkgroepen en studiebezoeken die plaatsvonden in de verschillende lidstaten en 15 douaneambtenaren

uit de Europese Unie werden ontvangen in een Belgische douanedienst in het kader van

een werkbezoek.

Deze internationale ontmoetingen boden de gelegenheid, zowel aan de Belgische experts als aan de

experts uit de andere lidstaten, om de internationale samenwerking te verbeteren en de inspanningen op

het gebied van de fraudebestrijding te intensifi ëren.

89


5

90

Als voornaamste doelstellingen van deze ontmoetingen kunnen worden geciteerd: de controle van ondernemingen

en de verifi catie van goederen, de indeling (classifi catie) van goederen, de douanelaboratoria,

organisatie en risicobeheer in de luchthavens (ICARUS) en de havens (RALPH), megaports initiative, de

koerierdiensten, EBTI, PLDA, de motorbrigades, NCTS, de bestrijding van namaak, de goederen voor

dubbel gebruik, opleiding en E-learing, transit, de vereenvoudigde douaneprocedures, het beheer van

de communautaire programma’s, resultaatmeting (MoR), de AEO-certifi caten en het onderzoeken van

schepen.

De Belgische administratie organiseerde één activiteit in België; het betrof de 1e vergadering van de

werkgroep over het AWP (Annual Work Programme) die op 2 en 3 juni 2008 werd georganiseerd in Luik.

Deze vergadering bood de gelegenheid aan de verantwoordelijken van het programma Douane 2013 om

van gedachten te wisselen over het werkprogramma en zodoende de prioritaire domeinen te bepalen voor

het jaar 2009.

2.2.2. TAIEX

In het kader van de technische bijstand organiseerde TAIEX (Technical Assistance Information Exchange

Unit) van DG Uitbreiding van de Europese Commissie 2 acties waaraan werd deelgenomen door 3 Belgische

ambtenaren. Deze acties werden georganiseerd in het kader van CITES en AEO (Authorized

Economic Operator).

Twee werkbezoeken werden georganiseerd in België die respectievelijk handelden over namaak ten behoeve

van een Turkse ambtenaar die werd ontvangen op de Centrale administratie, te Bierset en te

Antwerpen en over de ethiek en de bestrijding van corruptie ten behoeve van een delegatie Tunesische

ambtenaren.

2.2.3. OLAF

In 2008 deed OLAF een beroep op de medewerking van 12 Belgische ambtenaren die deelnamen aan 10

dienstopdrachten met betrekking tot het containervervoer van goederen via binnenlandse havens, het witwassen

van geld, de opleiding inzake communicatie en de opleiding over het gebruik van gesofi sticeerd

materiaal, de bestrijding van de fraude, oorsprong, het communicatienetwerk, antidumping rechten en

een werkgroep “sigaretten”.

2.2.4. Eurodouane

Eind 2007 werden de activiteiten van Eurodouane defi nitief stopgezet voor wat het programma PHARE

betreft en in maart 2008 werden de acties betreffende het programma CAFAO beëindigd.

Een laatste gezamenlijke vergadering van het Beleidscomité en van de buitengewone algemene vergadering

van de AGE (associatie voor het beheer van Eurodouane) vond plaats op 10 juni 2008 in Parijs.

Eén Belgische ambtenaar nam hieraan deel. De vergadering besliste over de defi nitieve ontbinding van

Eurodouane en de uitvoering ervan.

2.2.5. WDO

Jaarlijks organiseert de Werelddouaneorganisatie (WDO) een “lentebeursprogramma” dat voorbehouden

is aan ambtenaren van de douaneadministraties die lid zijn van de WDO.

In voornoemd kader hebben 5 ambtenaren, respectievelijk uit de Democratische Republiek Congo,

Ivoorkust, Moldavië, Oezbekistan en Turkije, een praktijkstage gevolgd bij de Belgische administratie.

2.2.6. ISEC (Preventie en bestrijding van criminaliteit)

Als onderdeel van het Algemene programma “Veiligheid en bescherming van de vrijheden“ werd, ingevolge

het Besluit van de Raad van 12 februari 2007, een specifi ek programma “Preventie en de bestrijding

van criminaliteit” vastgesteld. 9 ambtenaren namen deel aan 6 acties die handelden over minerale oliën,

illegaal transport van cocaïne via cargo en koerierdiensten, fraude met synthetische drugs en de Conventie

van Napels II.


2.2.7. Buitenlandse stagiairs

De sessie 2007-2008 werd gevolgd door 20 stagiairs afkomstig uit de Comoren, Congo, Gabon en Togo.

Ambtenaren (18) uit respectievelijk Republiek Congo, Democratische Republiek Congo, Ivoorkust, Gabon

en Togo volgden de sessie 2008-2009.

De verstrekte opleiding betreft de studie van het Tarief van invoerrechten gebaseerd op het Geharmoniseerd

Systeem, evenals de hierop betrekking hebbende wetgeving.

Op het einde van de sessies wordt een diploma overhandigd aan de geslaagde cursisten. Dit gebeurt in

aanwezigheid van de Ambassadeurs en de Directeurs-generaal van de betrokken landen.

2.2.8. Diverse zendingen

2 opdrachten werden gerealiseerd door 2 ambtenaren in het kader van het project “EU-Outreach” en de

risicoanalyse.

Een delegatie uit Kirgizië en een delegatie uit Tadjikistan werden ontvangen in het kader van de technische

bijstand. Hun werkbezoek betrof de volgende domeinen: risicoanalyse, enig kantoor en douaneprocedures.

Een delegatie bestaande uit 15 Afrikaanse douaneambtenaren bracht een bezoek aan de haven van

Antwerpen. Hun interesse ging uit naar douaneprocedures.

Een delegatie bestaande uit respectievelijk Marokkaanse, Franse en Luxemburgse douaneambtenaren

bracht een bezoek aan Zaventem betreffende de controles bij uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik.

5

91


92

LIJST MET AFKORTINGEN:

AABI AGIR Algemene administratie van de belastingen en de invordering

AEO AEO Geautoriseerde marktdeelnemer

AFZ AAF Administratie van fi scale zaken

AInv ARec Administratie van de invordering

AOIF AFER Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

AS-IS AS-IS Analyse van de toestand zoals hij zich momenteel aanbiedt

ATFS ATFS Anti tax fraud strategy

B&I I&R Belastingen en invordering

BBI ISI Bijzondere belastinginspectie

Belcotax-on-Web Elektronische toezending van de fi ches 281 en hun samenvattende opgaven 325 via internet door werkgevers en andere schuldenaars van inkomsten die aan de bedrijfsvoorheffi ng onderworpen zijn.

BNI-Nat.Pers. INR-PP Belasting van niet-inwoners natuurlijke personen

BNI-VEN INR-SOC Belasting van niet-inwoners vennootschappen en rechtspersonen

BOW BOW Belcotax-on-web

BTW TVA Belasting over de toegevoegde waarde

BV Pr.P Bedrijfsvoorheffi ng

CAFAO CAFAO Customs and fi scal assistance offi ces

CC CC Contactcenter

CCCTB ACCIS Common consolitated corporate tax base

CDGEFID OCDEFO Centrale dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en fi nanciële delinquentie

CFI CTIF Cel voor fi nanciële informatieverwerking

CITES CITES Conventie over de internationale handel in bedreigde soorten

CLO CLO Central Liaison Center

Codinet Codinet Codifi catie inzake personeel

COIV OCSO Centraal orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring

Coperfi n Coperfi n Modernisering van de Federale Overheidsdienst Financiën

CRM CRM Citizen Relationship Management

D&A D&A Douane en accijnzen

DB CD Directe belastingen

DCU SCE Dienst coördinatie en uitvoering

DIMONA DIMONA Bestand van de onmiddellijke aangiften van tewerkstelling

DVB SDA Dienst voorafgaande beslissingen

EER EEE Europese Economische Ruimte

ECOFIN ECOFIN Raad Economische en Financiële Zaken (EU)

EDIVAT EDIVAT Elektronische btw-aangifte voor professionele gebruikers

EU UE Europese unie

FAQ FAQ Meest gestelde vragen

FINFORM FINFORM Bibliotheek van de fi scale formulieren die binnen de FOD beschikbaar zijn

FINTO FINTO Verhuis van diensten van FOD Financiën naar de Finance Tower

Fiscalis Fiscalis Europees programma inzake accijnzen, btw, directe belastingen en taksen op de verzekeringspremies

Fisconetplus Fisconetplus Gegevensbank bevattende informatie over fi scale materies en over aanverwante niet-fi scale materies

FOD SPF Federale overheidsdienst

Horeca Horeca Hotels, restaurants, cafés

HvJEG CJCE Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

IB ISR Inkomstenbelastingen

ICPC ICPC Geautomatiseerd systeem voor de inning, de invordering en de comptabiliteit

ICRG ICRG International cooperation review group

INTERVAT INTERVAT Elektronische btw-aangifte

ISEC ISEC Programma ´Preventie en bestrijding van criminaliteit`


KMO PME Kleine en middelgrote ondernemingen

MKDV PSMC Multikanaal dienstverlening

MOTO MOTO Mobiel toezicht (D&A)

NCTS NCTS New computerised transit system

NOD DNR Nationale opsporingsdirectie

OESO OCDE Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling

OLAF OLAF Europees bureau voor fraudebestrijding

OV Pr.l Onroerende voorheffi ng

P&O P&O Personeel en organisatie

PB IPP Personenbelasting

PLDA PLDA Paperless Douane en accijnzen

PMO PMO Program management offi ce

RBCI GRACR Risicobeheer, bijstand, controle en invordering

RPB IPM Rechtspersonenbelasting

RV PRM Roerende voorheffi ng

SCANFIN SCANFIN Scanning van administratieve documenten

SECTIS SECTIS Secure exchange consumption taxes information system

SEPA SEPA Single euro payment area

STIMER STIMER Geïntegreerd verwerkingssysteem multi-entiteiten Invordering

STIR STIR Geïntegreerd verwerkingssysteem Belastingen en Invordering

TAG TAG Technical advisory group

TAXI TAXI Integratie van de taxatiegegevens

Tax-on-web Tax-on-web On-line dienst voor het indienen van PB-aangifte

TBT TBT Boordtabellen

TIES TIES Taxation information exchange system

TOW TOW Tax-on-web

VATLIST VATLIST Elektronische lijst van de btw-belastingplichtige afnemers

VB TC Verkeersbelasting

Ven.B ISOC Vennootschapsbelasting

VENSOC VENSOC Elektronische aangifte in de vennootschapsbelasting

WBTW CTIVA Wetboek inzake btw

WCMS WCMS Web content management system

WDO OMD Werelddouaneorganisatie

WIB CIR Wetboek van de inkomstenbelastingen

93


94

Nota’s:

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................


Nota’s:

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

95

More magazines by this user
Similar magazines