Activiteitenverslag van de Entiteit Belastingen en ... - Fiscus.fgov.be

fiscus.fgov.be

Activiteitenverslag van de Entiteit Belastingen en ... - Fiscus.fgov.be

6

Binnen elk van die drie entiteiten vinden we de Operationele Diensten die zijn belast met de eigenlijke behandeling

van de zaken van het Ministerie. De entiteit Belastingen en Invordering zal zeven operationele diensten omvatten,

terwijl dat er voor de Patrimoniumdocumentatie vier zullen zijn. Dit organigram van operationele diensten houdt in

zeer ruime mate rekening met de herstructureringen die binnen ons Ministerie aan de gang zijn. De voornaamste

“nieuwigheid” is de reorganisatie van de AOIF in drie operationele diensten, met name Particulieren, KMO’s en Grote

Ondernemingen. Wat de Thesaurie betreft, is de voorgestelde structuur georganiseerd rond de vijf basistaken van

deze administratie.

7

Binnen elke operationele dienst van de entiteit Belastingen en Invordering zullen de centrale diensten worden gestructureerd

rond twee functies:

- de functie Doelgroepenstrategie die de betrekkingen met de belastingplichtige moet organiseren, zowel op het

vlak van de dienstverlening (informatie, bijstand) als op dat van de eigenlijke controle. Deze functie heeft als

bevoorrechte gesprekspartner de directie Dienstverlening, Coördinatie en Uitvoering van de entiteit.

- de functie Managementondersteuning die is belast met de organisatie van het werk en de interne controle binnen

de operationele dienst. Deze functie heeft als bevoorrechte gesprekspartner de directies Functionele Expertise

en Ondersteuning en Program Management Offi ce van de entiteit.

8

Binnen de Entiteit Belastingen en Invordering en Patrimoniumdocumentatie zullen de operationele activiteiten worden

beheerd door centra die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de dossiers en voor de grondige controles.

Deze optie wordt nu reeds gevolgd bij de organisatie van onze buitendiensten en bij de aan de gang zijnde herstructurering

ervan, waarmee dan ook resoluut kan worden doorgegaan.

Na de benoeming van de Voorzitter begin 2003 werden de stafmanagers op het niveau N aangeduid

evenals de Administrateurs-generaal (N1) van de drie entiteiten (Patrimoniumdocumentatie, Thesaurie

en B&I) en de drie Administrateurs van de pijlers P, KMO en GO van B&I.

Het Koninklijk Besluit van 31 maart 2003 voorzag dat de oude fi scale administraties in een voorlopige cel

zouden worden geplaatst om later een aanpassing van het Organiek reglement van Financiën toe te laten

en te zorgen voor de operationalisering van de structuur zoals opgenomen in tabel I.

1

Bij beslissing van de Voorzitter op 20 mei 2003 werd het dagelijks beheer van de Administratie van de

ondernemings- en inkomensfi scaliteit (AOIF), de grootste fi scale administratie, tijdelijk overgedragen aan

de Administrateur-generaal van de Belastingen en de Invordering. De taak van de nieuwe managers

Particulieren, KMO en Grote ondernemingen bestond erin tegen 1 december 2005 de nieuwe structuren

voor te bereiden die de AOIF zouden vervangen.

De oude Administratie van fi scale zaken (AFZ, belast met de wetgeving voor alle belastingen met uitzondering

van D&A) werd tijdelijk weggehaald uit de entiteit Belastingen en Invordering en rechtstreeks onder

het gezag van de Voorzitter geplaatst. De achterliggende idee is om deze op te splitsen in twee entiteiten

om op deze manier een herverdeling van de bevoegdheden toe te laten, tussen de staffs van de entiteit

B&I en Patrimoniumdocumentatie, entiteit die, wegens een gelijkaardige structuur moet beschikken over

stafdiensten, identiek aan deze van B&I.

De tegenslagen die het Copernicusplan heeft gekend ingevolge de beslissingen van de Raad van State,

heeft er echter toe geleid dat de Copernicushervorming onderbroken werd. Daardoor werd men verplicht

om tijdelijk niet-managers aan te duiden, met name de vroegere directeurs-generaal, belast met D&A,

Invordering en de Bijzondere belastinginspectie. Bovendien werd de manager Particulieren kort daarna

geschorst ingevolge een rechtsvordering. Het is pas in 2005 dat de ontbrekende managers konden worden

aangeduid; de manager Particulieren is tot op heden nog steeds niet vervangen.

Door het Koninklijk Besluit van 11 oktober 2006 kwam er een einde aan het dagelijks beheer van de

AOIF door de Administrateur-generaal B&I en de AOIF werd tijdelijk onder de autoriteit geplaatst van de

manager belast met KMO.

Aangezien in 2007 geen organisatorische wijziging werd ingevoerd, is de actuele structuur van de entiteit

B&I deze zoals weergegeven in tabel II hierna. De stafdiensten op het niveau N1 werden, met uitzondering

van het risicobeheer (DCU) dat begin 2008 werd opgestart, over het algemeen samengesteld uit vrijwilligers

in de vorm van ‘rollenen zijn, als ze al bestaan (wat nog niet het geval is voor FEO), slechts een

embryonale versie van de diensten zoals ze werden voorzien in het managementplan van de Voorzitter.

7