1. Personenbelasting (PB) Hoofdstuk I - De ... - Fiscus.fgov.be

fiscus.fgov.be

1. Personenbelasting (PB) Hoofdstuk I - De ... - Fiscus.fgov.be

Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

1. Personenbelasting (PB)

2005 was voor de aangifte PB een scharnierjaar. De

uitdagingen waren niet min: de verdere evolutie van

Tax-on-web, de scanning van de papieren aangiften en

de verdere evolutie van de hervorming PB. Bij dat alles

mogen we niet vergeten dat ook de aanslagbiljetten

grondig werden herwerkt.

1.1. De uitbreidingen van Tax-on-web

De eerste twee edities, 2003 en 2004, kwamen tot stand

dankzij de nauwe en vruchtbare samenwerking tussen

FEDICT (de Federale Overheidsdienst voor Informatie- en

Communicatietechnologie) en de FOD Financiën.

De versie 2005 is uitgebouwd door de FOD Financiën en er

zijn een aantal verbeteringen aangebracht, nl.:

➠ de mogelijkheid om de gegevens sneller in te voeren:

via een afzonderlijk scherm kunnen codes en waarden

zo worden ingevoerd dat niet alle schermen moeten

worden doorlopen;

➠ de mogelijkheid om anoniem belastingen te berekenen,

d.w.z. dat de burger zich niet hoeft te identificeren

en geen programma hoeft op te laden;

➠ de verbetering van de navigatiemogelijkheden voor

mandatarissen opdat ze gemakkelijker toegang zouden

krijgen tot de gegevens van hun klanten;

➠ de uitbreiding van het aantal kantoren waar de burger

bij het invullen van zijn aangifte wordt geholpen via

Tax-on-web; dat kan sinds 2005 gebeuren op 59 plaatsen;

➠ de verbetering van de verbinding met de back office,

waardoor de verwerking van de gegevens efficiënter

verloopt;

10

➠ de uitbreiding van de Tax-on-web-doelgroep: nu kunnen

ook de belastingplichtigen, die hun aangifte indienen

op grond van forfaitaire grondslagen van aanslag,

Tax-on-web gebruiken.

Bovendien werd, in overleg met het Instituut van

de Accountants en de Belastingconsulenten en

het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en

Fiscalisten en hun beroepsorganisaties, een roadshow

georganiseerd. Die heeft ons toegelaten om, tijdens

een twintigtal sessies, ongeveer 2.250 accountants te

ontmoeten. In 2005 verdubbelde het aantal kantoren

dat zich registreerde tot meer dan 4.000. Zij dienden dit

jaar samen meer dan 370.000 volmachten in. Het aantal

aangiften vervijfvoudigde in vergelijking met het jaar

voordien: 251.636 op een totaal van 575.005 elektronisch

ingediende aangiften.

1. Personenbelasting (PB)


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

1.2. Scanning

Hoewel de elektronische aangifte zeker het medium van de toekomst

is, kan men niet verwachten dat iedereen onmiddellijk het

vertrouwde papier zal verlaten.

Daarom moest ook werk worden gemaakt van de modernisering

van de papieren aangifte: sinds aanslagjaar 2005 worden de op

papier ingevulde aangiften in de personenbelasting gescand. Hiermee

breiden wij resoluut het gebruik van de scanning methode

uit, die intussen voor de BTW haar diensten heeft bewezen.

Om te beantwoorden aan de technische vereisten, moest de lay-out

van de aangifte worden aangepast: twee pagina’s op A3-formaat (één

voor deel 1 van de aangifte en één voor deel 2). De burger ontving

daarbij alle nodige informatie om dit nieuw aangiftemodel goed te

kunnen invullen.

Zo zijn alle ingediende aangiften, zowel via Tax-on-web als via

scanning, snel elektronisch beschikbaar, wat de verwerking

rationaliseert.

1.3. Modernisering van de Personenbelasting

Met het aanslagjaar 2005 bereikte de belastinghervorming,

die gespreid werd over de inkomstenjaren 2001 tot 2004, haar

eindresultaat. Bij de laatste maatregelen die in werking zijn getreden,

is de volledige inkomensdecumul een van de belangrijkste.

Dit betekent dat de onroerende inkomsten bijvoorbeeld niet meer

worden gecumuleerd met die van de echtgenoot met de hoogste

beroepsinkomsten.

Door de inwerkingtreding van de volledige inkomensdecumul

moest ook de lay-out van de aangifte worden aangepast. Zo is de

kolom voor de gemeenschappelijke aangifte van andere inkomsten

dan beroepsinkomsten opgesplitst in een kolom voor iedere

echtgenoot.

11

Personenbelasting (PB)


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

1.4. Dienstverlening bij de aangifte Personenbelasting

Zoals de vorige jaren werden grote inspanningen geleverd binnen

volgende domeinen:

➠ Brochures bij de aangifte

➠ Internet: veel gestelde vragen (FAQ) + diverse brochures +

Fisconet

➠ Bijstand in plaatselijke kantoren

➠ Lokale initiatieven (gemeentehuizen, rusthuizen, enz.)

➠ Shoppingcentra (ook op zaterdagen)

➠ Beurzen (bouwbeurzen, beurzen voor mensen die een onderneming

willen starten, beurzen voor actieve senioren, enz.)

➠ Fiscobus

➠ Acties via radio (VRT en BelRTL)

➠ Privébijstand via CC georganiseerd door o.m. de pers (met medewerking

van ambtenaren).

12

De brochures bij de aangifte PB werden aangevuld en herwerkt

opdat de burger de meeste antwoorden op zijn vragen over de

aangifte gemakkelijk zou terugvinden, ondanks de veranderingen

die werden doorgevoerd voor het aanslagjaar 2005.

Verder werd de webstek van de FOD Financiën aangevuld om de

burger op een gebruiksvriendelijke wijze toegang te verlenen tot

een rubriek veelgestelde vragen over de aangifte PB 2005.

Het onthaal in de lokale kantoren is verder verbeterd. Zo werd niet

alleen het aantal plaatsen waar de burger bij het invullen van zijn

aangifte via Tax-on-web wordt geholpen uitgebreid, maar bovendien

zijn op die plaatsen bijkomende inspanningen gedaan om de

kwaliteit van het onthaal gevoelig te verbeteren. Het gebruik van

Tax-on-web biedt overigens concrete resultaten voor de burger: de

burger krijgt een document dat een duidelijk overzicht biedt van zijn

ingediende aangifte.

Om de telefonische bereikbaarheid van de FOD Financiën te

verbeteren, werd nog een nieuw initiatief opgestart, nl. de oprichting

van een callcenter Personenbelasting.

Personenbelasting (PB)


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

Het callcenter startte op 14 april 2005. Hierna volgt een overzicht van

de evolutie van de oproepen PB:

April (14/4)

Mei

Juni

Juli

Augustus

September

Oktober

November

December

maand aantal

oproepen PB

489

7.385

24.431

8.393

18.415

1.881

1.418

770

662

Totaal (14/4 tot 31/12/2005) 63.844

De aard van de vragen personenbelasting die door het callcenter

werden behandeld, kan als volgt worden opgedeeld:

Aard van de vragen Personenbelasting (volgens vakken van de aangifte)

in het CC

Vak III. - Inkomsten van onroerende goederen

Vak IV. - Wedden, lonen ...

Vak IX. - (Uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen

Vak II. - Persoonlijke gegevens en gezinslasten

Deel 2 (Winst, baten, bezoldigingen bedrijfsleiders, diverse inkomsten)

Vak VIII. - Aftrekbare bestedingen

Vak V. - Pensioenen

Vak XIV. - Inkomsten van kapitalen en roerende goederen

Overige vragen (o.m. Vak VI. - Ontvangen onderhoudsuitkeringen)

De ontwikkelingen en uitbreidingen van het callcenter werden uitvoerig beschreven in punt 3.2.2.2. over de evolutie van het project Multikanaal dienstverlening.

13

In %

24,5%

21,5%

18,5%

9,5%

8,5%

7,5%

5,5%

3,0%

1,5%

Totaal 100%

Personenbelasting (PB)


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

1.5. TAXI

Sedert 2005 verzekert de toepassing TAXI de verwerking

van de taxatiegegevens. TAXI maakt deel uit van de vernieuwde

back office. Door de elektronische aangifte en

het scannen van de papieren aangiften zijn er nieuwe

behoeften ontstaan. Ze hebben tot gevolg dat er op een

andere manier zal moeten worden gewerkt. TAXI helpt de

dienstleider bij het opstellen van zijn werkplan, en moet er

voor zorgen dat het dossier, ongeacht de manier waarop

de aangifte werd ingediend, op een identieke manier

wordt beheerd. Op termijn zal deze informaticatoepassing

ook de manuele statistieken vervangen.

Deze toepassing heeft tot doel:

➠ een adequate infrastructuur te voorzien voor de

gescande gegevens en voor TOW;

➠ het aanpassen en herstructureren van de stroom informatiegegevens

tussen de verschillende databanken;

➠ de informatiestromen te creëren die een continue bijwerking

van de gegevens waarborgen;

➠ aan de taxatiediensten een aan hun behoeften

aangepaste, gebruiksvriendelijke toepassing ter

beschikking te stellen, waarmee de dossiers van de

belastingplichtigen op een identieke manier kunnen

worden beheerd, ongeacht de oorsprong van het

dossier (TOW, Scanfin, …).

1.6. Workflow geschillen

Dankzij dit systeem wordt de gehele geschillenstroom,

zowel de administratieve als de gerechtelijke, geautomatiseerd.

Het systeem zal zowel op regionaal als op

centraal niveau worden gebruikt. Het is een eenvoudig

gebruiksinstrument dat zal bijdragen tot het beheren van

de administratieve en de gerechtelijke geschillen inzake

inkomstenbelastingen en speciale taksen en inzake BTW

Ook de BBI-geschillen zullen geïntegreerd worden.

Er zal gewerkt worden met een elektronisch dossier door

inscanning van alle papieren documenten. Dit elektronisch

dossier is gekoppeld aan een workflow.

Concreet betekent dit dat het proces van de behandeling

van de bezwaarschriften of van de dossiers voor de

rechtbank is opgesplitst in een aantal stappen.

In elke stap moet een ambtenaar met een bepaalde

opdracht een aantal taken uitvoeren:

➠ Invullen van gegevens;

➠ Toevoegen van documenten;

➠ Invullen van de agenda van het elektronisch dossier.

14

Van zodra alle taken zijn uitgevoerd, wordt het dossier

via de workflow automatisch naar de volgende stap

gezonden.

Het project ging van start in september 2002, met de publicatie

van het lastenboek. De pilootfase van het project

liep van november 2003 tot maart 2004. In april 2005, heeft

het Directiecomité de geleidelijke uitbreiding naar de verschillende

diensten goedgekeurd.

Eind 2005 werd het systeem opgestart bij de centrale

diensten van de AOIF alsook bij de Gewestelijke directies

Gent en Charleroi na deze van Antwerpen en Namen die

als pilootgebruikers fungeerden.

Personenbelasting (PB)


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

2. Vennootschapsbelasting

De toepassing VenSoc biedt de klant de mogelijkheid om via Internet

een aangifte in te dienen in de vennootschapsbelasting en de

vereiste bijlagen, elektronisch te vervolledigen.

Zij die namens een vennootschap een aangifte moeten indienen,

namelijk: de beheerders, de bestuurders van een vennootschap maar

eveneens hun mandatarissen, kunnen sedert dit jaar gebruik maken

van dit nieuwe systeem via de portaalsite van de FOD Financiën.

De elektronische indiening van de aangifte is in twee etappes

verlopen: sinds dit jaar kan de gebruiker de elektronische aangifte,

evenals de gestandaardiseerde bijlagen, downloaden onder de vorm

van een PDF bestand met de mogelijkheid om ze te registreren en ze

eventueel te corrigeren.

De aangiften en de bijlagen die klaar zijn voor verzending worden via

elektronische weg doorgezonden naar de administratie waarbij de

vertrouwelijkheid van de gegevens wordt verzekerd.

Het project VenSoc zal niet enkel de indiening en de consultatie van

de aangifte in de vennootschapsbelasting en haar bijlagen mogelijk

maken, maar ook een automatische verwerking van de gegevens

op een kwaliteitsvolle en snelle manier in samenwerking met de

lijndiensten.

Op termijn zal VenSoc waken over de volledige keten vanaf de

indiening en de consultatie tot en met de inkohiering van een

aangifte in de vennootschapsbelasting.

15

2. Vennootschapsbelasting


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

3. Projecten m.b.t. de toekomstige

stafdiensten FEO B&I

In het kader van de Coperfin-moderniseringsprojecten

van de FOD Financiën moeten de centrale

diensten van de vroegere fiscale Administraties

gehergroepeerd worden in enerzijds de gemeenschappelijke

diensten op het niveau van de Administrateurgeneraal

van de Belastingen en de Invordering (staf

N-1) en anderzijds de ondersteuningsdiensten van het

management en de doelgroepstrategie op het niveau van

de Administrateurs van de nieuwe pijlers.

Ter herinnering, deze pijlers zijn: P (Particulieren), KMO

(Kleine en middelgrote ondernemingen) en GO (Grote

ondernemingen) die samen tot op heden de AOIF vormen,

Douane en accijnzen, Invordering en Fraudebestrijding (de

huidige Bijzondere belastinginspectie).

Wat de diensten van niveau N-1 betreft zal de hergroepering

plaats vinden rond drie polen: Functionele Expertise

en Ondersteuning (FEO), Dienstverlening Coördinatie en

Uitvoering (DCU) en Program Management Office (PMO).

3.1. Functionele Expertise en Ondersteuning (FEO)

De entiteit FEO zal alle diensten wetgeving (huidige

Administratie van Fiscale Zaken), reglementering en

organisatie (Werkmethodes en opvolging, Informatie en

Impulsbeheer) van de verschillende fiscale Administraties

omvatten.

3.1.1. Algemeen

De operationalisering van de afdelingen Reglementering

en Juridische Expertise in de toekomstige N-1-stafdienst

Functionele Expertise en Ondersteuning (FEO) is prioritair

om de volgende redenen:

1) voor de gehergroepeerde diensten van de respectieve

hoofdbesturen van de oude administraties moet een

nieuwe werkbare structuur worden ingevoerd;

16

2) de afdeling Reglementering moet operationeel zijn om

alle veranderingstrajecten en nieuwe werkmethodes,

die Coperfin met zich brengt, een wettelijke basis te

geven; hetzelfde geldt voor de afdeling Juridische

Expertise die de kennisleverancier wordt van o.m. het

callcenter en de operationele diensten;

3) er is dringend nood aan een versterkt kader vooral op

het vlak van human ressources, om het hoofd te bieden

aan de steeds toenemende opdrachten op reglementair

vlak. De oorzaak daarvan is zowel nationaal, waar

het aantal wijzigingen aan de fiscale wetgeving de

laatste jaren alleen maar toeneemt, als internationaal,

waar meer en meer overleg nodig is omwille van de

uitbreiding van de EU en de tendens om de fiscaliteit

meer en meer op Europees niveau te harmoniseren

(naast douane, accijnzen en BTW, nu ook de ondernemings-

en spaarfiscaliteit).

In 2005 zijn daartoe volgende initiatieven genomen:

1) oprichting van een cel FEO;

2) opstarten van het operaproject FEO;

3) verder uitwerken van het project FEO B&I Reglementering

en Werkmethodes;

4) opstarten van het investeringsproject Kennisbeheer.

3. Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

3.1.2. Oprichting van een cel FEO

Om de operationalisering degelijk aan te pakken zou het

wenselijk zijn geweest om de stafdienst FEO juridisch op

te richten en de stafdirecteur FEO aan te stellen. Hierdoor

had de Administrateur-generaal B&I, die verantwoordelijk

is voor de hele entiteit B&I, de lopende projecten beter

kunnen opvolgen en aan de vernieuwde en eengemaakte

centrale diensten een aantal belangrijke taken toevertrouwen.

Anderzijds zou er ook duidelijkheid zijn gekomen

omtrent de situatie, opdrachten en verantwoordelijkheden

m.b.t. de (reglementaire en juridische) activiteiten die

voorzien zijn om te worden uitgeoefend in de toekomstige

stafdienst. Dit is echter niet gebeurd omdat binnen de FOD

andere prioriteiten zijn gesteld. Het gevolg is wel dat nu

al vanuit de verschillende Coperfinprojecten opdrachten

worden toegeschoven naar FEO, terwijl die stafdienst nog

niet eens bestaat.

Om aan die situatie het hoofd te bieden, is er beslist

om een “cel FEO” op te richten, onder het gezag van de

Administrateur-generaal. Deze cel wordt geleid door een

directeur en bestaat uit vijf personen. De taak van de cel

bestaat erin om de FEO-gerelateerde projecten uit te

werken en op te volgen.

3. 1.3. Operationalisering afdelingen

Reglementering en Juridische Expertise

Het Directiecomité oordeelde dat de operationalisering

van de afdelingen Reglementering en Juridische Expertise

prioritair is, zowel voor FEO Belastingen en Invorderingen

(FEO B&I) als voor FEO Patrimoniumdocumentatie (FEO

Pat.doc.). Omwille van schaalvoordelen en om de beschikbare

middelen zo efficiënt mogelijk te gebruiken, is

beslist om de beide FEO’s gelijktijdig te operationaliseren.

Hierdoor kunnen voor beide FEO’s dezelfde externe consultanten

worden ingezet. De operationalisering gebeurt

volgens de principes en onder de coördinatie van het

programma “Operationalisering stafdiensten” dat wordt

geleid door de Stafdirecteur P&O.

17

De operationalisering wordt voorbereid en uitgewerkt

door een operationaliseringsteam, bestaande uit vijf personen

voor B&I (personen van de cel FEO) en vijf personen

voor Pat.doc. De teams werken samen voor de gemeenschappelijke

aangelegenheden en afzonderlijk voor de

elementen specifiek voor elke FEO. Het project wordt

ondersteund door telkens één externe consultant voor de

projectorganisatie, voor de processen en organisatie en

voor het veranderingsmanagement en de communicatie.

Het project is officieel van start gegaan in juni 2005. In een

eerste fase stelde de projectleiding een Plan van Aanpak

op dat werd goedgekeurd. De eigenlijke implementatievoorbereiding

is gestart in september 2005. Tijdens de

resterende maanden van 2005 is de as-is-situatie uitgewerkt

voor volgende operationaliseringsassen: processen,

medewerkers, ICT en logistiek. Daartoe zijn enquêtes gehouden

bij alle technische directies van de verschillende

hoofdbesturen van volgende administraties: AFZ, AOIF,

Ainv, D&A en AKRED, alsook bij een aantal andere diensten

die activiteiten ontplooien die in de toekomst tot de stafdienst

FEO zullen behoren.

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

3.1.4. Project FEO B&I Reglementering en Werkmethodes

Het project FEO B&I Reglementering en Werkmethodes is al in 2004

opgestart. Dit project heeft volgende doelstellingen:

➠ de wettelijke aanpassingen en evoluties tijdig kenbaar maken

aan de verschillende Coperfinprojecten;

➠ hen juridische ondersteuning bieden;

➠ de nodige reglementaire aanpassingen uitwerken om een wettelijke

basis te bieden aan de nieuwe Coperfinstructuur en werkmethodes.

In 2005 is dit project verdergezet. Vanaf de tweede helft van 2005 zijn

de werkzaamheden verhoogd. De eerste resultaten vanuit Coperfin

zijn in onderzoek genomen. Deze hebben betrekking op de module

BTW en invordering uit het programma Geïntegreerde Verwerking.

Voor het project is een werkgroep samengesteld, bestaande uit

vertegenwoordigers van de diverse materies, zowel uit AOIF, AFZ

als Ainv. Voor D&A is er een aparte projectgroep die paperless

douane opvolgt. In totaal bestaat de werkgroep uit 14 personen. De

werkgroep coördineert en stuurt. De verschillende leden werken de

expertises uit binnen de dienst die zij vertegenwoordigen.

18

3.1.5. Project Kennisbeheer

Alle informatie en documentatie op het vlak van kennis die voor de

ambtenaren relevant is, moet zo worden georganiseerd, bewerkt

en ter beschikking gesteld, dat enerzijds de kennis binnen de

overheidsdienst bewaard en doorgegeven wordt en dat anderzijds

de ambtenaar ondersteund wordt bij een efficiënte en effectieve

taakuitoefening. Een volledige en unieke kennisdatabank zal de basis

uitmaken van dit systeem.

Deze toekomstige kennisdatabank dient, op fiscaal vlak, inhoudelijk

te worden opgebouwd vanuit het proces “Informatie”. De stafdiensten

FEO (FEO B&I en FEO Pat.Doc. zullen hiervoor samenwerken) zullen

via die weg alle basiskennis (reglementering, commentaar, instructies,

parlementaire vragen, jurisprudentie, studies, ...) rechtstreeks ter

beschikking stellen van alle ambtenaren van de FOD Financiën. Deze

elektronische informatie zal volledig en up-to-date zijn en op ieder

ogenblik toegankelijk.

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

Een tweede luik van de toepassing zal op regelmatige basis

rechtstreeks en doelgroepgericht informatie naar de ambtenaren

sturen. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van aangepaste

referentie- en ondersteuningstechnieken (mail-to links, links, …) en

krachtige zoekrobotten. De screening van die informatie zal door een

centraal team gebeuren.

Vanuit deze kennisdatabank zal ook de inhoudelijke informatie worden

opgebouwd voor de CRM-processen. Eenduidige externe informatie

is meer dan ooit noodzakelijk gebleken.De kennisdatabank zal

niet alleen de informatiebron vormen voor de ambtenaren binnen

de back-office, maar ook voor de front-office. De noden en de wijze

waarop informatie voor het publiek ter beschikking wordt gesteld,

zal worden bepaald binnen die CRM-processen zelf.

Rekening houdend met de complexiteit is ervoor geopteerd om de

oprichting en operationalisering van het kennisbeheersysteem te

laten voorafgaan door een gedetailleerde voorstudie, die zowel:

➠ de functionele,

➠ de organisatorische

➠ als de technische aspecten onderzoekt.

Midden 2005 is daartoe een algemene openbare offerte met

bekendmaking uitgeschreven: “Voorafgaande studie met betrekking

tot de installatie en operationalisering van een kennisbeheersysteem

en een kennisdatabank”.

Na het bestek, de evaluatie en de beslissing, werd het contract eind

2005 toegewezen. Dit project dient te starten begin 2006.

19

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

3.2. Dienst Coördinatie en Uitvoering (DCU)

De toekomstige divisie “Dienst Coördinatie en Uitvoering” zal moeten

waken over de lancering en de coördinatie van de initiatieven tussen

de verschillende doelgroepen die het voorwerp van controles

uitmaken.

De directie van deze toekomstige dienst dient te worden opgevat

als een federaal model waarbinnen het beleid van de controle en de

bijstand voor de hele entiteit B&I zal worden uitgewerkt.

Met dergelijke reorganisatie voor ogen, werden twee cellen opgericht,

namelijk:

➠ Risicobeheer, bijstand, controle en uitvoering belast met het

lanceren van een aantal initiatieven en projecten met het oog op

het bundelen van de bestaande gegevens in de schoot van een

datawarehouse teneinde de controles te verbeteren;

➠ Multikanaal dienstverlening belast met de uitvoering van een

callcenter en het beheer van de website.

3.2.1. Programma Risicobeheer, Bijstand, Controle en

Invordering

Het programma Risicobeheer, Bijstand, Controle en Invordering, is

gemeenschappelijk voor de entiteiten Belastingen en Invordering en

Patrimoniumdocumentatie. In 2005 werden de activiteiten van het

programma voortgezet volgens de productielijnen.

3.2.1.1. Datawarehouse

In 2005 werd het lastenboek voor het implementeren van het

Datawarehouse (DWH) gepubliceerd, werd de dienstverlener

geselecteerd, gebeurde de toewijzing van het contract door de

Regering en werd het contract aan de gekozen dienstverlener

toegewezen op 31 december 2005.

Met dit contract kan het HERAKLES-project worden gerealiseerd in

de periode 2006-eind 2007:

➠ het implementeren van het BI-platform waarop het datawarehouse

zal worden ontwikkeld voor het risicobeheer ten dienste

van het administratief beleid voor de controle, de invordering,

de bijstand en de dienstverlening, alsook het gebruik in gespecialiseerde

werkgroepen van de tools voor datamining, reporting

en OLAP, in afwachting van het instellen van nieuwe diensten die

nog operationeel moeten worden. Deze twee fasen worden in

release THEMIS verenigd;

20

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

➠ de gekozen architectuur van het Datawarehouse zal de

datamining tools integreren die thans binnen de FOD

Financiën gebruikt worden binnen de ondersteunings-

en analysecel Carrousel BTW inzake de strijd tegen de

BTW-carrousels, namelijk de tools ter ondersteuning

van de analyse en de overlegging van selectielijsten

wat de klassieke fraude inzake BTW betreft, de tools ter

voorbereiding en afhandeling van effectiseringsverrichtingen

van schuldvorderingen van de belastingachterstand

binnen de AINV. Tevens zal de gekozen

architectuur het mogelijk maken om datamarts van

andere gegevens dan de gegevens uit het datawarehouse

uit te werken (bv. gegevens van de FOD die

binnen het DWH niet ingesloten worden of externe

gegevens);

➠ de uitwerking van release “persoon”, die EOS genoemd

wordt (met vermelding van de identificatiegegevens),

en een eerste tamelijk eenvoudige datamart over de

opsporing van de nieuwe BTW-plichtigen voor wie een

controle van eerste beroep gestart moet worden;

➠ de uitwerking van release “goederen-beveiliging”,

die PROMETHEE genoemd wordt, en een tweede

datamart hieraan verbonden; een toepassing van

risicobeheer goederen zal ook uitgewerkt worden

en de technische interactie met de toepassingen

Paperless Douane en Accijnzen zal verwezenlijkt

worden, met name een dagelijks selectiefilter en een

real-time scoring van aangiftestromen goederen die

via Paperless Douane en Accijnzen doorvoeren.

3.2.1.2. Doelgroepen huisartsen

In 2005 werd met de tweede iteratie over de klassieke

fraude inzake BTW begonnen. Een nieuwe modelvorming

werd uitgewerkt die de waarderingen integreert zoals

begin 2005 aangaande de eerste iteratie klassieke fraude

inzake BTW gekend werd. Het gekozen model werd aanzienlijk

gewijzigd, met name de fusie van de maandelijkse

en driemaandelijkse aangiften in één jaarlijkse aangifte,

een modelvorming over een economische referentieperiode

van 1 jaar, het instellen van economische en fiscale

submodellen die een scherper gebruik van de beschikbare

historische informatie en de fraude-indicatoren mogelijk

maken. Wat de aspecten beheer in het bijzonder betreft,

worden ze gedekt zowel door de controlecentra van de

21

AOIF als door de klassieke diensten inzake BTW en IB, met

name via het controleprogramma 2005-2006.

De verspreiding van de informatie met betrekking tot

de geselecteerde dossiers naar de operationele diensten

werd verbeterd door het instellen van een specifieke

toepassing van reporting die de fiscale eigenschapen van

het geselecteerde dossier (fiscale gegevens, historische

controlegegevens, indicatoren voor de selectie en de

betekenis ervan) ter beschikking van de operationele

lijnen stelt, en door de verbetering van de feed-back

toepassing.

3.2.1.3. Thematische en sectorale doelgroepen

De werkzaamheden, die in 2003 werden aangevangen

voor de Administratie douane en accijnzen en in 2004

voor de andere administraties, worden voortgezet. De

testwerken sluiten af voor alle administraties. Daardoor

valideren ze de methodologie voor de beschrijving en het

onderhoud van de sectorale en thematische doelgroepen

en de productiefase die eind 2005 begint. Eind 2005

waren zowat 36 sectorale en thematische doelgroepen in

een beschrijvingsfase. In de loop van het eerste kwartaal

2006 zouden een twintigtal nieuwe doelgroepen in de

beschrijvingsfase moeten zijn.

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

3.2.1.4. Modellen en methoden inzake controle, invordering, bijstand en

dienstverlening

De testen werden in de loop van 2005 afgerond, zodat de gekozen

methodologie kon worden gevalideerd. Er wordt nagedacht over de

ontwikkelingstiming inzake modellen en methoden alsmede over de

behoeften inzake databanken om deze op te slaan en ter beschikking

te stellen van de operationele diensten van de verschillende

betrokken administraties te stellen. Dit laatste aspect zal tot uiting

komen in de hoogstaande analyse van het lastenboek inzake kennisbeheer

waarvoor de werken in het eerste halfjaar 2006 zullen

plaatshebben.

3.2.1.5. OCS-cel (Ondersteuningscel - Cellule de soutien) en het

analysemodel inzake BTW-carrousels

Het analysemodel inzake verkoop- en verhuurwaarde werd in de

loop van 2004 ontwikkeld. Het programma Risicoanalyse heeft een

stabilisatie en een uitbreiding van de informatica-auditcellen van

de AOIF op gang gebracht (ondermeer door het instellen van auditcellen

in de nieuwe AOIF-lokaliseringen). Het programma ontwikkelt

in de periode 2005-2006 ook een project voor de stabilisatie en de

verbetering van de toepassing auditnet (die verschillende analysen

en routines inzake het gebruik van software voor de boekhouding

en/of het beheer telt). In het tweede halfjaar 2006 wordt in een stabiel

en onbetwistbaar reglementair kader de inhoud van deze toepassing

ter beschikking gesteld van een aantal ambtenaren van de operationele

diensten van de verschillende betrokken administraties.

Naar aanleiding van de verschillende lastenboeken voor data mining,

voornamelijk in 2005, werden een aantal basisgebruikers en uitgebreide

gebruikers opgeleid. De participatie van de opgeleide gebruikers

van de administratie van de invordering binnen de directie

beheer van gegevens, binnen de centrale administratie van de invordering,

was een succes. Gelijkwaardige participaties konden niet

gerealiseerd worden voor de AOIF, wegens het gebrek aan structuur

voor deze activiteiten binnen de Centrale Administratie van de AOIF.

22

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

3.2. 2. Multikanaal dienstverlening (MKDV)

3.2.2.1. Algemeen

In BPR Coperfin 1 werd bepaald dat een multikanaaldienstverlening

(MKDV) zal worden uitgebouwd. Een onderzoek

naar de verwachtingen van de burger over dienstverlening

door de overheidsdiensten lag hieraan ten grondslag.

Hiertoe dienen professionele interactiekanalen te worden

opgezet of aangepast die kunnen worden ingedeeld in

drie types Front Offices (FO):

➠ FO-Internet

➠ FO-Callcenter (CC)

➠ FO-Persoonlijk onthaal.

Een MKDV-voorstudie werd uitgevoerd in de loop van het

eerste semester van 2004. Voor 2005 en 2006 werd het

evenwel niet opportuun geacht om de resultaten ervan

integraal te implementeren.

3.2.2.2. Oprichting van een callcenter (CC)

Omwille van de bijzondere uitdagingen inzake personenbelasting

voor het aanslagjaar 2005 werd een Callcenter

Personenbelasting gebouwd.

Gelet op het aantal dringende noden en klachten inzake

telefonische bereikbaarheid moest het Callcenter in 2005

snel worden uitgebreid teneinde in de drie nationale talen

te kunnen antwoorden op volgende vragen:

23

Voor de periode van 14 april 2005 tot augustus 2005

Personenbelasting (PB)

➠ Voorafbetalingen (gedeeltelijk, afhankelijk van pieken

en capaciteit)

➠ Invordering (indien niet beantwoord door de informatieambtenaar

van de Invordering)

➠ E-mail van de informatieambtenaar van de Ondernemings-

en inkomensfiscaliteit (gedeeltelijk)

Vanaf september 2005

➠ Tussenkomst energiekosten (september 2005)

➠ Voorafbetalingen - volledig (oktober 2005)

➠ Geregistreerde aannemers (oktober 2005)

➠ Internationale fiscaliteit - particulieren (oktober 2005)

➠ Verkeersbelasting (december 2005)

➠ Invordering - uitbreiding (december 2005)

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

Hierna volgt een overzicht van het aantal oproepen:

Aard van de vragen (vanaf ...) Aantal

Personenbelasting (14/4/2005)

Invordering (14/4/2005)

Tussenkomst energiekosten (sept. 2005)

Voorafbetalingen (eerst gedeeltelijk, volledig vanaf okt. 2005)

Verkeersbelasting (dec. 2005)

Internationale fi scaliteit (okt. 2005)

Geregistreerde aannemers (okt. 2005)

Andere vragen

TOTAAL Tel. op 31/12/2005

E-mail op 31/12/2005 (verschillende onderwerpen)

Alhoewel de communicatie hieromtrent bewust beperkt

werd gehouden (beperkte capaciteit en leereffect van het

CC) blijkt toch uit het aantal oproepen dat de burger echt wel

belangstelling heeft. Zowel van binnen- als van buitenuit blijft

men vragen naar een uitbreiding van de activiteiten van het

CC.

Op 31 december 2005 waren 41 Voltijdse eenheden (VTE)

voorzien voor het CC (inclusief 3 teamchefs). Tijdens de piekperiode

voor de aangifte PB werden 20 VTE extra ingezet

.

63.844

7.925

37.713

28.448

84.175

340

765

1.085

224.295

5.430

Er werd tevens beslist dat de nieuw opgeleide stagiairs voortaan

gedurende bepaalde tijd in deze entiteit moeten werken

om hen vertrouwd te maken met de problemen van de belastingschuldigen.

Voor de goede werking van het CC werden processen en

werkprocedures omschreven en er werd fiscale informatie

ter beschikking gesteld. Daarenboven werd er ook een

specifieke vorming georganiseerd, zowel op vaktechnisch als

op communicatief vlak.

24

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

Het CC beschikt over volgende ICT-elementen:

➠ Internettelefonie of Voice over IP (TelLANnoGa), in het raam

van het algemene telefoniebeleid van de FOD Financiën

➠ Interactive Voice Response (IVR, 2de versie op 25.10.2005)

➠ Automatic Call Distributor (ACD)

➠ Werkposten (PC, headsets, enz.)

➠ Support site voor informatie van CC-agenten.

Het bestaande CC is een succesverhaal. Het CC verbetert

concreet de dienstverlening en de bereikbaarheid (burger),

verhoogt de efficiency voor de FOD Financiën en verbetert

de werkomstandigheden van de ambtenaren in de back

office (minder telefoons in back office). Verder heeft het CC

een hoge interne en externe zichtbaarheid. Ook een betere

naleving van de wetgeving (zie missie & visie van de FOD

Financiën) is een concreet gevolg van het CC omdat de burger

beter wordt ondersteund (d.w.z. minder fouten rechtzetten en

minder geschillen).

Het CC moet nu in de organisatie worden verankerd

(operationaliseren) en worden uitgebreid.

3.2.2.3. Evolutie van het persoonlijk onthaal

Voor het persoonlijk onthaal situeert de vooruitgang zich

vooral op het vlak van de infrastructuur (gebouwen en meubilair)

en op het vlak van de uitbreiding van de Tax-on-webkantoren

(zie hoofdstuk Personenbelasting op dat vlak).

Zoals hiervoor reeds werd vermeld, werd het aantal bureaus

waar de burger geholpen wordt bij het indienen en aanvullen

van zijn aangifte via Tax-on-web opgevoerd tot 59. Ongeveer

193.000 aangiften werden er door ambtenaren vervolledigd.

3.2.2.4. Herwerking portaal FOD Financiën (Internet)

Recent onderzoek bij de gebruikers van de federale

portaalsite (www.belgium.be) heeft uitgewezen dat 41,5%

van de bezoekers de rubriek Fiscaliteit & geld raadpleegt. Dat

betekent dat er zeker behoefte aan informatie bestaat inzake

de FOD Financiën, o.m. naar fiscale informatie.

25

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

Internetgebruikers zijn evenwel ongeduldig en veeleisend. Verscheidene

studies bevestigen dat surfers die na twee minuten de informatie

waarnaar ze op zoek zijn, niet hebben gevonden de site verlaten.

Het duurt lang vooraleer ze de slechte surfervaring zijn vergeten en

de site opnieuw bezoeken.

Uit een studie van het internetkanaal werd duidelijk dat er enorm

veel informatie staat op sites van de FOD Financiën, maar dat ze zeer

moeilijk te vinden is.

Om de gebruiksvriendelijkheid van het internetkanaal van de FOD

Financiën te verhogen, zal worden geëvolueerd naar één thematisch

geordende portaalsite. Nu heeft bijna elke Administratie zijn eigen

site en moet de gebruiker de informatie over een bepaald thema

(bijvoorbeeld de fiscaliteit van de woning) zelf zien samen te rapen.

Op de nieuwe portaalsite zal de informatie worden gestructureerd

per doelgroep en volgens thema’s die tot de verbeelding van

de burger, de onderneming, de fiscaal raadgever, … spreken.

Voorbeelden van thema’s voor de burger zijn de belastingaangifte,

de woning, de auto, enz.

De operationalisering van de stafdienst Functionele Expertise en

Ondersteuning (FEO) is een belangrijk element in het leveren van

de informatie en een ander belangrijk aandachtspunt in de evolutie

naar een burgergerichte aanpak is het aanbieden van informatie in

een voor de doelgroep verstaanbare taal.

Omdat de menselijke middelen beperkt zijn, is het de bedoeling

om in de nabije toekomst voor de papieren dragers (brochures,

folders, …) met dezelfde mensen en met dezelfde inhoud te werken

als voor het virtuele kanaal. De inhoud zal hierdoor coherenter en

consistenter zijn, kortom kwaliteitsvoller.

Om het gebrek aan menselijke middelen wat te kunnen opvangen

en het contentbeheer te verbeteren, is een Content Management

System (CMS) vereist. Momenteel wordt er getest met een open

source-systeem.

Er werd reeds een prototype uitgewerkt van een nieuwe website

die de federale webhuisstijl (.be) en de departementale webhuisstijl

(UNILET-logo) respecteert.

MKDV gaat in ieder geval verder met haar charmeoffensief voor de

internetgebruiker en blijft dus werken aan een kwaliteitsvolle inhoud

in een aantrekkelijke vorm.

26

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

3.2.2.5. Besluit

Naast een professionalisering van de eigenlijke interacties

via verschillende kanalen (zie supra) zal de realisatie van

MKDV ook toelaten om een beter beeld te krijgen van de

werkelijke noden van de klant (klanteninzicht). Dankzij

een beter inzicht in de klant kan men een gepaste communicatie-

en dienstverleningsstrategie uitwerken met

erbij horende dienstverleningsmodellen. D.w.z. dat MKDV

zal bijdragen tot een professioneel Citizen Relationship

Management (CRM).

Ook moet er rekening worden mee gehouden dat een

aantal andere Coperfinrealisaties (b.v. GIV) slechts tot

hun volle recht zullen komen indien een vlot draaiend CC,

internetportaal en persoonlijk onthaal de burger en de

onderneming concrete en efficiënte bijstand bieden.

3.3. Program Management Office (P.M.O.)

Tegenwoordig gaat men in alle organisaties sneller en

meer diepgaande veranderingen doorvoeren dan vroeger.

De FOD Financiën en zijn Entiteit Belastingen en Invordering

zijn geen uitzonderingen op deze regel.

Het Coperfinplan heeft erover gewaakt om, binnen de

organisatie zelf van het departement, rekening te houden

met de nood om het veranderingstraject op de eerste

plaats te stellen en om de werking te coördineren van de

verschillende programma’s en projecten die deel uitmaken

van zijn verwezenlijking. Zo voorziet Coperfin de oprichting

van drie stafdiensten PMO (Program Management Office):

een dienst strategisch PMO (Niveau N) en twee PMO’s op

niveau N1, waarvan deze van de Entiteit Belastingen en

Invordering.

De opdracht van de toekomstige stafdienst PMO

Belastingen en Invordering zal erin bestaan hulp te

bieden aan het management bij de besturing (initiatie

en coördinatie), het beheer (opvolging en beoordeling)

en de begeleiding (hulp en raadgeving) van het

veranderingstraject van de entiteit.

Hoewel het strategisch PMO voor het Departement

een coördinatie op hoog niveau garandeert, leidt het

ontbreken van een stafdienst op gebied van belastingen

en invordering tot meer en meer problemen bij de

coördinatie van de lopende projecten, bij de vaststelling

van nieuwe projecten en bij de voorziene timing voor hun

verwezenlijking.

27

De implementatie van PMO Belastingen en Invordering

werd daarom beschouwd als een prioriteit en is einde

2005 opgestart.

Projecten m.b.t. de toekomstige stafdiensten


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

4. Het personeel

De twee onderstaande tabellen tonen de evolutie in 2005 aan van het aantal ambtenaren binnen de

verschillende pijlers van de Entiteit Belastingen en Invordering. De verdeling is uitgewerkt per statuut (statutair

of contractueel) en per niveau, van A tot D (voorheen van 1 tot 4).

31/12/2004 31/12/2005

Administraties Statutair Contractueel Totaal Statutair Contractueel Totaal

AOIF + Inv. + AFZ 15.726 1.580 17.306 15.321 1.559 16.880

D&A 4.235 359 4.594 4.153 366 4.519

BBI 446 16 462 458 17 475

TOTAAL 20.407 1.955 22.362 19.932 1.942 21.874

31/12/2004 31/12/2005

Niveau Statutair Contractueel Totaal Statutair Contractueel Totaal

Niveau A 4.608 152 4.760 4.670 151 4.821

Niveau B 6.414 297 6.711 6.245 292 6.537

Niveau C 3.486 801 4.287 5.671 795 6.466

Niveau D 5.899 705 6.604 3.346 704 4.050

TOTAAL 20.407 1.955 22.362 19.932 1.942 21.874

28

4. Het personeel


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

Uit deze tabellen blijkt dat er gedurende de beschouwde periode een vermindering van

488 eenheden heeft plaatsgevonden, waarvan 475 statutairen en 13 contractuelen.

Deze vermindering betreft voornamelijk het niveau D (- 2.554) en in mindere mate het

niveau B (- 174) terwijl voor dezelfde periode een verhoging wordt vastgesteld van de

niveaus C (+ 2.179) en A (+61).

Onderstaande tabel verschaft het aantal machtigingen tot werving voor het jaar 2005,

dat de Algemene administratie van de Belastingen en de Invordering heeft verkregen

vanwege de dienst Personeel en Organisatie afhangend van de Voorzitter van het

Directiecomité.

AOIF + Inv. + AFZ D&A BBI Totaal

Niv A 160 1 8 169

Niv B 191 191

Niv C 0

Niv D 57 57

TOTAAL 351 58 8 417

Er dient te worden op gewezen dat de wervingsmachtiging niet noodzakelijk wil zeggen

dat het voorziene aantal werkelijk in dienst is getreden.

29

Het personeel


Hoofdstuk I - De Administratie verandert: de vooruitgangen in 2005

5. Performantiemanagement

De in 2004 in gebruik genomen boordtabellen werden verder

aangevuld en nieuwe boordtabellen werden ontwikkeld. De aanvoer

van gegevens is evenwel groter dan oorspronkelijk geschat, en

de voor TBT (Tableaux de bord - Boordtabellen) bestemde server

was eind 2005 reeds aan uitbreiding toe. Een aantal ontwikkelde

boordtabellen konden daarom niet onmiddellijk in gebruik worden

genomen.

In 2005 werd een grote inspanning geleverd om de boordtabellen

van de verschillende administraties te consolideren in een balanced

score card op het niveau van het Directiecomité, de zogenaamde

“cockpit”. Deze werd in januari 2006 in gebruik genomen.

Naar aanleiding van de ontwikkeling van de cockpit werd eveneens

een managementseminarie georganiseerd voor de Voorzitter van

het Directiecomité, de Administrateurs-generaal en de Administrateurs

van de FOD Financiën. Tijdens dat seminarie werden vooral

de reeds bestaande boordtabellen geëvalueerd. De activiteiten van

2006 zullen dan ook toegespitst zijn op de uitwerking van de conclusies

van die evaluatie, in het bijzonder het verhogen van de volledigheid

en betrouwbaarheid van de boordtabellen, en hun aanwending

bij het evalueren van de beheersdoelstellingen van de verschillende

administraties.

Een ander belangrijk project voor 2006 is het ontwikkelen van een

geautomatiseerde toepassing inzake personeel, die als bron kan

dienen voor een boordtabel betreffende de prestaties van het

personeel, zodat de kwantitatieve informatie van de reeds bestaande

boordtabellen kan worden gekoppeld aan de ingezette middelen.

Een knelpunt blijft echter het gebrek aan voldoende ervaren

analisten en programmeurs in de verschillende administraties om

snel gevolg te kunnen geven aan de vragen tot aanpassing van

de bronbestanden en extractieprogamma’s. Dat is nochtans een

vereiste als men de boordtabellen wil verbeteren en aanpassen aan

de wijzigende noden.

30

5. Performantiemanagement


In 2005 ontwikkelden de activiteiten van het Vast

Comité voor de strijd tegen de fiscale fraude zich, wat de

entiteit Belastingen en Invordering betreft, volgens de

8 bestaande productielijnen inzake de coördinatie en de

supervisie voor de strijd tegen de fiscale fraude en inzake

de coördinatie en de ontwikkeling van de werkwijzen op

dat gebied.

1. Het Secretariaat van het anti-fraude Comité vervult zijn

opdrachten inzake de coördinatie voor de strijd tegen

de fiscale fraude, nl.:

De centralisatie van de inlichtingen afkomstig van

de parketten, de arbeidsauditoraten en de CFI (Cel

voor financiële informatieverwerking, preventieve antiwitwaswetgeving).

Hoofdstuk II - De strijd tegen de fi scale fraude

In 2005 werden ongeveer 340 inlichtingen door de parketten

doorgegeven, 98 door de arbeidsauditoraten en

80 door de CFI. De parketten die de meeste informatie

verstrekken zijn (meer dan 30 inlichtingen in 2005)

Brussel, Luik en Antwerpen; op de tweede plaats (meer

dan 15 inlichtingen in 2005) Charleroi, Dendermonde,

Hasselt en Kortrijk. Wat de arbeidsauditoraten betreft,

komen de meeste inlichtingen uit Antwerpen en betreffen

ze voornamelijk overtredingen inzake DIMONA.

De opvolging van de opheffingen van het bankgeheim

zowel inzake BTW (artikel 62bis van het BTW-

Wetboek) als inzake inkomstenbelastingen (artikel

318 van het WIB92)

In 2005 heeft geen opheffing van het bankgeheim

krachtens artikel 318 WIB 92 bij de BBI of de AOIF

plaatsgevonden. Daarentegen werden 72 opheffingen

van het bankgeheim inzake BTW in 2005 geregistreerd,

39 voor de AOIF en 33 voor de BBI.

31

Wat de AOIF betreft, werden de opheffingen van het

bankgeheim inzake BTW voornamelijk uitgevoerd

door de controlecentra van de AOIF (alleen 2 opheffingen

van het bankgeheim door de klassieke diensten

en 3 door de nationale en internationale opsporingsdienst).

Een groot deel van de opheffingen van het

bankgeheim werd uitgevoerd door de controlecentra

van de AOIF in Bergen, Charleroi, La Louvière en Namen

betreffende gerechtszaken met valse facturen. In het

kader van dezelfde gerechtszaken met valse facturen

kunnen de diensten van de BBI ook het bankgeheim

opheffen. Er is geen overlapping tussen deze verschillende

opheffingen van het bankgeheim: die worden

voorgesteld en uitgevoerd door de operationele dienst

die verantwoordelijk is voor het betrokken luik van het

dossier, meestal in hoofde van een belastingplichtige

die valse facturen uitreikt. Aangaande de BBI betreffen

de opheffingen van het bankgeheim ook de BTW-carrouseldossiers.


Hoofdstuk II - De strijd tegen de fi scale fraude

De afhandeling van de operaties per sector, thema

of afdelingen die aan de gang zijn binnen de BBI, de

AOIF en de AInv

Deze afhandeling uit zich met name door de procedure

van voorafgaande informatie aan de Minister van

Financiën en de Staatssecretaris over het beheer van de

fiscale dossiers die verband houden met de betrokken

operatie per sector, thema of afdelingen.

Aangaande de sectorale operaties die in 2005 door

de controlecentra van de AOIF werden uitgevoerd,

vermelden we in het bijzonder die met betrekking

tot de plastische chirurgen en de tandartsen, evenals

de operaties die werden uitgevoerd door voormelde

controlecentra en de klassieke diensten IB en BTW op

de tweede selectielijst klassieke fraude inzake BTW.

Wat de opeenvolgende Tam-Tam-operaties (interdisciplinaire

controle van de sector van telefoonwinkels) in

het bijzonder betreft, werd een eerste stand van zaken

over de behandeling van deze dossiers gemaakt door

de betrokken diensten van de fiscale administraties op

verzoek van het AFC.

In de loop van 2006 zal het eerste beheer van dossiers

gebeuren in verband met de sectorale of thematische

doelgroepen die in 2005 binnen het programma Risicobeheer,

Bijstand, Controle en Invordering beschreven

worden.

De opvolging van het interdepartementaal protocol

voor de strijd tegen de BTW-carrousels

De OCS-cel (Ondersteuningscel – Cellule de soutien),

die in het kader van het interdepartementaal belasting

protocol werd ingesteld, bezorgt regelmatig een lijst

van de te bekijken carrouseldossiers aan de Administratie

van de BBI.

In samenwerking met de OLAF heeft de Algemene

Administratie van de Belastingen en de Invordering

twee projecten via het AFC uitgewerkt om de Belgische

ervaring inzake het opsporen van carrouselfraude te

verspreiden. Deze projecten worden Caroustop South

en Caroustop East genoemd. Caroustop South heeft in

2005 plaatsgevonden en betrof de fiscale administraties

van verschillende lidstaten uit het Zuiden van de

Europese Unie.

De expertise en de Belgische deelname worden verzekerd

door de ambtenaren die ter beschikking van de

carrousel-analysecel (OCS-cel) gesteld worden.

32


Hoofdstuk II - De strijd tegen de fi scale fraude

De supervisie van de ondersteuningsgroep inzake FBB-geschillenregeling

Sinds 2000 staat deze ondersteuningsgroep in voor de afhandeling van en ondersteuning bij administratieve en gerechtelijke geschillen met betrekking tot taxaties

van de systemen FBB-Italië, Korea en Uruguay. Deze afhandeling houdt de raadpleging in van stukken van gerechtelijke onderzoeken tegen verschillende bankinstellingen

en/of sommige cliënten van hun.

De hiernavolgende tabel toont een paar resultaten terzake:

Situatie op 31/12/2005 FBB Italië FBB Korea FBB Uruguay

1) Aantal dossiers 270 109 132

Totaal ingekohierde belasting (miljoen euro) 141,877 20,025 90,230

2) Aantal defi nitieve dossiers 23 1 57

Vereffende belasting 6,919 0,075 39,777

3) Aantal niet-defi nitieve dossiers 247 109 132

Vereffende belasting 72,228 12,922 47,827

Niet-vereffende belasting 62,714 6,999 42,403

4) % defi nitief afgehandelde dossiers 8,5% 0,9% 43,18%

% niet-vereffende belasting ten opzichte van ingekohierde belasting

(def. en niet-def. dossiers)

% vereffende belasting

(def. en niet-def. dossiers)

44,2% 34,95% 47%

55,8% 65,05% 53%

33


Hoofdstuk II - De strijd tegen de fi scale fraude

De opvolging van de werkzaamheden van de nationale

cel Invordering Kasgeldvennootschappen

De nationale cel werd op verzoek van het AFC ingesteld

om één van de administratieve compensatiemaatregelen

van de hervorming van de vennootschapsbelasting

van 2003 uit te werken. Deze cel beheert 417 dossiers

en heeft sinds ze werd opgericht 72 gerechtelijke vorderingen

ingeleid.

Vaak bekwam ze gerechtelijke uitspraken zoals het

vonnis van 10/03/2006 van de rechtbank van koophandel

te Gent en het vonnis van 16/03/2006 van de

correctionele rechtbank te Brussel.

Op 31/12/2005 heeft de nationale cel 1,565 miljoen

euro in hoofdsom gerecupereerd (2,490 miljoen euro,

hoofdsom, kosten en interesten inbegrepen).

Het opstellen en de opvolging van de samenwerkingsprotocollen

inzake de strijd tegen de fiscale

fraude en inzake de modernisering van de fiscale

administratie met de betrokken beroepsorganisaties

(met name het in juli 2005 met de cijferberoepen

gesloten protocol). Het Secretariaat van het AFC is

eigenlijk het meldpunt van het protocol “cijferberoepen”

voor de entiteit Belastingen en Invordering.

Het opstellen van een nieuw ontwerp van interdepartementaal

samenwerkingsprotocol Financiën

– Binnenlandse Zaken – Justitie inzake de strijd tegen

de grote internationale frauduleuze praktijken; dit protocol

werd eind 2005 afgewerkt en zal in de loop van

2006 aan de betrokken ministers voorgelegd worden.

De deelname en de opvolging van de Belgische,

Europese en internationale organisaties in verband

met witwaspraktijken en fiscale, economische en

financiële fraude, met name:

De deelname in de waardering door de FATF van

België inzake de antiwitwasbepalingen (met name

de coördinatie van de bijdrage van de entiteit Belastingen

en Invordering) en de opvolging van de

werken en vergaderingen van de FATF;

De participatie in de coördinatie van antwoorden

op de OESO-vragenlijst over de omkoping van buitenlandse

ambtenaren;

De participatie in de vergaderingen van de Interdepartementale

Economische Commissie.

34


Hoofdstuk II - De strijd tegen de fi scale fraude

De supervisie van de Antifraude Task-Force (taskforce

minerale oliën, task-force kasgeldvennootschappen

en meerwaarden op belangrijke participaties,

task-force mensensmokkel en zwartwerk).

Meer bepaald:

➠ Op verzoek van de CDGEFID heeft de Antifraude

Task-Force kasgeldvennootschappen verschillende

generieke elementen inzake de beschrijving van dit

verschijnsel verzameld. Ze heeft ook verschillende

elementen ter voorbereiding van het opstellen

van een selectieprofiel inzake kasgeldvennootschappen

verzameld. Deze task-force heeft ook de

beschrijving van de statistieken bijgewerkt met betrekking

tot de verschillende fasen van afhandeling

van de kasgeldvennootschappen (belastingheffing,

geschillen, invordering) in het kader van de controle

door het Rekenhof op dit vlak.

➠ Op verzoek van Colutril (Federaal Coördinatiecomite

voor de strijd tegen illegale arbeid en sociale

fraude) heeft de task-force antifraude mensensmokkel

verschillende elementen verzameld en

verstrekt in verband met de overeenkomsten en de

controles die door de fiscale administratie werden

uitgevoerd inzake de terugbetaling van eigen kosten

van de werkgever, inzake de voordelen van alle

aard en inzake het zwartwerk. Een inventaris van

de gekende mensenhandeldossiers en die binnen

de fiscale administraties in omloop zijn, werd ook

opgemaakt. Een ontwerp van overeenkomst over

de informatieuitwisseling tussen fiscale administraties

en sociale inspecties werd tussen de betrokken

fiscale administraties en Colutril besproken maar is

nog niet afgewerkt.

De Antifraude Task-Force minerale oliën, die uit

ambtenaren bestaat van de verschillende betrokken

administraties (DA, AOIF, Opsporingsdienst

AOIF, BBI, Secretariaat van het AFC), heeft 6 vergaderingen

gehouden, waarvan één speciale vergadering

over professionele diesel. Ze zorgt voor de

coördinatie van 3 acties, operatie MAMY (controle

van de leveringen van olie zonder facturen), operatie

Minotaurus (doelcontrole van de vervoersmaatschappijen

inzake olie) en operatie MAK (controle

pomphouders). Op verzoek van de Antifraude

Task-Force werd, nadat diverse tekortkomingen

in sommige dossiers waren vastgesteld, werd de

omzendbrief Petris (systeem van informatieverzameling

over het verkeer van minerale oliën tussen

België en Nederland door operateurs buiten PWSsysteem)

gewijzigd door de dienst Regelgeving

DA.

35

2. Het Vast Comité voor de strijd tegen de fiscale fraude

gaat door met zijn dubbele opdracht: de coördinatie

van de strijd tegen de fiscale fraude en de coördinatie

en het ontwikkelen van werkmethoden op dat gebied.

Het Secretariaat van het AFC en de Antifraude Task-

Force nemen de eerste opdracht voor hun rekening.

De controle- en invorderingsdiensten van de verschillende

administraties werken er aan mee.

Het programma Risicobeheer, Bijstand, Controle en

Invordering, waarvan de leden van het AFC (de controle-

en invorderingsdiensten en de diensten uitwerking

van het risicobeheer binnen de verschillende

administraties) partners zijn, houdt zich bezig met de

tweede opdracht.


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

De FOD Financiën heeft op het niveau van de Voorzitter(N) een

Directiecomité dat samengesteld is uit de Administrateurs-generaal

(N-1) en de Directeurs van de stafdiensten Personeel en Organisatie,

Budget en Beheerscontrole en ICT. Op uitnodiging van de

Voorzitter mogen de Administrateurs KMO (Kleine- en Middelgrote

Ondernemingen), GO (Grote Ondernemingen), Invordering, Fraudebestrijding

en Douane en accijnzen hieraan deelnemen.

Op het niveau van de Administrateur-generaal Belastingen en

Invordering zijn de Administrateurs lid van het College Belastingen

en Invordering en, samen met de stafdiensten N-1, dragen ze zo

bij tot de realisatie van de resultaten van en de afstemming tussen

de verschillende (lijn- en staf-) diensten van de onderscheiden

entiteiten.

1. De nieuwe entiteiten van de AOIF

Tijdens een overgangsfase, die loopt tot op het ogenblik dat

de Administratie van de Ondernemings- en inkomensfiscaliteit

(AOIF) op het niveau N-2 zal gesplitst worden in de pijlers P

(Particulieren), KMO (Kleine- en Middelgrote Ondernemingen)

en GO (Grote Ondernemingen) dragen de Administrateurs geen

verantwoordelijkheid in de dagelijkse werking, maar zijn ze bevoegd

voor de dossiers binnen hun domein. Ze zijn wel bevoegd én

verantwoordelijk voor veranderingsinitiatieven die ze nemen en die

vooraf in het College Belastingen en Invordering collegiaal worden

besproken en beslist.

De Administrateurs KMO en GO maken deel uit van het Personeelscomité

van de Entiteit Belastingen en Invordering en rapporteren aan

de Administrateur-generaal van de Belastingen en de Invordering

met betrekking tot de uitvoering van het managementplan en het

operationeel plan.

Ze zijn lid van de Kansspelcommissie en van de commissie Kunstwerken.

De Administrateur GO is ook lid van de Interdepartementale

stagecommissie.

36

1. De nieuwe entiteiten van de AOIF


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Het jaarverslag van 2004 schetste de investeringsprojecten en

programma’s die door de Administrateurs op strategisch en

operationeel niveau werden gevolgd.

Hun betrokkenheid alsook die van de stafdiensten gedurende het

jaar 2005 in de verschillende projecten volgt hierna:

Tax-on-web

De administrateur KMO engageert zich in belangrijke mate voor het

welslagen van dit project. Enerzijds fungeert ze als businesssponsor

en anderzijds, meer specifiek, neemt ze de projectleiding op zich

voor de implementering van het deelproject Tax-on-web dat als

doelgroep de beroepsmensen van de fiscale sector heeft.

1. Implementatie van TOW 2005: zoals reeds vermeld in de commentaar

betreffende Tax-on-web in het 1ste hoofdstuk werden

de boekhouders, de accountants, de belastingconsulenten en

de fiscalisten vertrouwd gemaakt met deze benadering. Hierdoor

begonnen vele kantoren zich te laten registreren en steeg

het aantal aangiften via TOW dankzij de tussenkomst van deze

beroepsmensen.

2. Voorbereiding TOW 2006: in deze versie wordt rekening gehouden

met de verwachtingen van de ondernemingen: zo wordt

voorzien in een spectaculaire verbetering van hun werkmethodes

door integratie in de berekeningspakketten die in de sector

wijdverspreid zijn en wordt hen de mogelijkheid geboden om

aangiften massaal in te dienen. Naast het consulteren van vorige

elektronisch ingediende aangiften en bijlagen wordt ook het

mandatensysteem veel gebruiksvriendelijker.

37

De nieuwe entiteiten van de AOIF


DOMINIQUE

Dominique is een project waarbij alle niet gestructureerde inkomende

informatie via scanning wordt gedigitaliseerd. In 2004 en 2005

werd het project uitgewerkt. De eerste roll-out, als pilootproject, is

gepland in april 2006. De gedigitaliseerde data komen in het unieke

elektronische dossier terecht.

➠ Workflow Geschillen

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Het project “workflow geschillen” werd na de pilootfase in 2004

systematisch uitgebreid; een uitbreiding die ook door de pijlers KMO

en GO als prioritair wordt beschouwd.

➠ Geïntegreerde verwerking Belastingen en invordering

Ook in dit project engageren de Administrateurs zich in

belangrijke mate door de projectleiding op zich te nemen voor de

implementering van de deelprojecten “Enig Dossier – Persoonlijke

Gegevens” en “Controle Vennootschapsbelasting en BTW”.

Het gaat inzonderheid om de creatie van een enig elektronisch

dossier voor alle potentiële belastingplichtigen om er in een eerste

fase de “persoonlijke gegevens” in samen te brengen, aangevuld

met nuttige persoonlijke gegevens die op dit ogenblik nog niet

in elektronische vorm beschikbaar zijn. De persoonlijke gegevens

van een belastingplichtige zullen bijgevolg niet meer per belasting

afzonderlijk worden bijgehouden maar gemeenschappelijk zijn voor

de hele FOD Financiën.

Het project “Controle Vennootschapsbelastingen en BTW” heeft

als doel de uitbouw van een IT-applicatie die de controleagent zal

ondersteunen bij het uitvoeren van zijn activiteiten inzake fiscaal

nazicht. Vooral de aspecten taak- en documentbeheer, evenals de

functionaliteiet inzake werkplanning verdienen hierbij aandacht. De

oplevering van dit krachtig en performant informaticasysteem wordt

verwacht tegen november 2007.

TAXI

De doeleinden van dit project werden in het eerste hoofdstuk

uitvoerig beschreven. De Administrateur KMO TAXI heeft actief

meegewerkt aan dit project door deel te nemen aan werk- en

stuurgroepen.

38

De nieuwe entiteiten van de AOIF


VENSOC

Via deelname aan werk- en stuurgroepen wordt het project

VenSoc (off-line applicatie met on-line consultatie voor de FOD

Financiën) van nabij opgevolgd. Deze elektronische aangifte in

de Vennootschapsbelasting wordt in haar huidige - eerste - versie

(aanslagjaar 2005) ontwikkeld om aangiften te kunnen downloaden

(Finform).

➠ Monitoring VenB

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

De Administrateur GO was, in samenwerking met het Rekenhof, op

het niveau van de FOD Financiën de verantwoordelijke ambtenaar

voor de invoering van de monitoring van de hervorming van de

vennootschapsbelasting.

➠ Vervolg van de operationalisering

In de loop van 2005 zijn een aantal projecten opgestart waarover

de Administrateurs GO en KMO de leiding hebben genomen of

waarvoor zij medewerkers ter beschikking hebben gesteld. Het

gaat meer bepaald om projecten die de stafdiensten (strategie

van de doelgroepen, ondersteuning van het management) of

de lijndiensten (specifieke verwerking) van deze administraties

operationeel moeten maken.

In het kader van de projecten die in het managementsplan waren

voorzien, is de selectie van de ondernemingen die deel uitmaken van

de doelgroep GO beëindigd. De Cel “Verrekenprijzen” is op kruissnelheid

gekomen met zeer bevredigende resultaten.

Op initiatief van de Administrateur GO werd, in het kader van het

programma risicobeheer, een werkgroep belast om de doelgroep

“groep van vennootschappen X, Y, Z” te omschrijven met het oog

op de vaststelling van de risico’s en risicosectoren eigen aan deze

deelcategorie van de grote ondernemingen.

De Administrateur GO was, in zijn hoedanigheid van Voorzitter

van het organisatiecomité, belast met de organisatie van het 21ste

Internationaal colloquium en de 22ste Algemene bijeenkomst van

de CREDAF (Centre de Rencontres et d’Etudes des Dirigeants des

Administrations Fiscales) die hebben plaatsgevonden van 8 tot

12 mei 2006 onder het thema “Beheer van het personeel”.

De Administrateur KMO heeft meegewerkt aan het P&O-project

“gecertificeerde opleidingen” voor de niveaus B en C nl. wat betreft

de coördinatie en de organisatie van de opleiding.

Hij was eveneens belast met de voorbereiding en de organisatie van

de 6de conferentie België-Nederland georganiseerd in april 2005 te

Gent waaraan hij heeft deelgenomen.

39

De nieuwe entiteiten van de AOIF


2. Administratie van de ondernemings- en

inkomensfiscaliteit

2.1. Performantiemanagement

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

De cel MPM van de AOIF heeft gedurende het jaar 2005

vooral inspanningen geleverd voor de betrouwbaarheid

van de reeds in gebruik genomen boordtabellen, vooral

door te werken aan eenvormigheid in de werkmethoden

en in het omgaan met statistische informatie.

Die activiteiten situeren zich op twee gebieden:

1. informatieverstrekking aan de diensten:

a. reeds in de loop van 2004, werd een instructie

gepubliceerd die belangrijke begrippen als “inordestelling”,

beheerscontrole” en “grondige verificatie”

omschreef voor de personenbelasting en de

vennootschapsbelasting. In de loop van 2005 werd

een gelijkaardige instructie gepubliceerd inzake

rechtspersonenbelasting, en een andere werd voorbereid

inzake BTW. Deze laatste zal in het eerste

semester van 2006 worden gepubliceerd;

b. er werden informatiesessies georganiseerd voor

de Gewestelijke directeurs. In die sessies werd de

nadruk gelegd op het verband tussen de door de

taxatie-ambtenaren ingevoerde gegevens, en de

resultaten van de boordtabellen, zodat het belang

van een eenvormige werkwijze duidelijk werd en

de Gewestelijk directeurs gesensibiliseerd werden

om daaraan de nodige aandacht te schenken in

hun diensten;

2. inzameling van statistische informatie:

a. de codes met betrekking tot inkomstenverhogingen

en rechtzettingen werden aangepast en

uitgebreid tot de categorie van de loontrekkers

en bedrijfsleiders, waarvoor dit soort informatie

voorheen niet op geautomatiseerde wijze werd

ingezameld;

b. vereenvoudiging van bestaande codes: door verouderde

situaties uit de lijst van mogelijkheden te

verwijderen, wordt de betrouwbaarheid van die

informatie verhoogd;

c. aanpassing van bestaande codes: door dergelijke

ingrepen kunnen met een minimum aan wijzigingen

minder interessante gegevens worden vervangen

door noodzakelijke informatie die de boordtabellen

vervolledigen.

2. Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

40


De intussen opgedane ervaring heeft ook een aantal knelpunten

aan het licht gebracht, vooral op het gebied van het ophalen van

de nodige informatie in de bronbestanden. Om die problemen in de

toekomst te vermijden, zullen gedurende het jaar 2006 de bestaande

modellen “Controles”, “Inkomstenverhogingen”, “Inordestellingen”

en “Belastingbedragen” worden vervangen door nieuwe modellen

die op een meer efficiënte manier kunnen worden gevoed. Door de

voorgenomen hergroepering van gegevens zal de informatie, die nu

over verschillende rapporten is verspreid en wat niet handig is voor

de gebruikers, beter kunnen worden samengevat.

2. 2. Automatische gegevensverwerking

2.2.1. Personenbelasting

2.2.1.1. Tax-on-web

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

De elektronische aangifte voor de personenbelasting bestaat al drie

jaar. De toepassing Tax-on-web werd op diverse punten verbeterd.

Het platform van de elektronische aangifte personenbelasting

(Tax-on-web) wordt vanaf 2005 door de FOD Financiën zelf beheerd,

nl. binnen het CCFF (= communicatiecentrum van de federale

fiscaliteit).

De doelgroep van Tax-on-web werd uitgebreid met de belastingplichtigen

die onderworpen zijn aan de forfaitaire grondslagen van

aanslag. Zij kunnen sinds 2005 hun aangifte eveneens elektronisch

indienen, hetzij zelf, hetzij via een mandataris.

Om te vermijden dat er bij het invullen van de gegevens steeds door

de volledige aangifte moet worden gebladerd om de juiste code te

vinden, biedt Tax-on-web sinds 2005 de mogelijkheid de gegevens

versneld in te geven. Deze toepassing is voornamelijk bedoeld voor

de ambtenaren en de mandatarissen.

Voor het maken van een belastingraming wordt er voortaan gebruik

gemaakt van een on-line berekeningsmodule die enerzijds deel uitmaakt

van Tax-on-web en anderzijds toegankelijk is voor anonieme

gebruikers via de toepassing “Tax-calc” (www.taxcalc.be).

Het project “Tax-on-web ambtenaar” werd uitgebreid tot 59

centra die 99 controles, verspreid over het volledige grondgebied

vertegenwoordigen. In deze centra werden er door de ambtenaren

ongeveer 193.000 aangiften ingegeven via “Tax-on-web”.

Er werden voor het aanslagjaar 2005 ongeveer 575.000 aangiften

ingediend via Tax-on-web (door de belastingplichtigen zelf, door

mandatarissen en door ambtenaren).

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

41


2.2.1.2. Scanfin

In 2005 werd een nieuwe belangrijke stap in de administratieve

vereenvoudiging gezet: de uitbreiding van het project Scanfin

naar de belastingaangiftes van natuurlijke personen.

Alle aangiftes op papieren drager die voldeden aan de vereiste

leesbaarheids- en geldigheidsvoorwaarden werden ingescand.

De manuele gegevensinvoer, een louter uitvoerende

bezigheid is die veel tijd en middelen vergt, kon daardoor

aanzienlijk worden verminderd.

Aldus werden in 2005 4.212.830 (74,68%) aangiftes ingescand

waarvan 575.005 (10,19%) via Tax-on-web.

2.2.2. BTW

2.2.2.1. Intervat

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Het aandeel van de via internet ingediende BTW-aangiftes

steeg met 11,28%.

De ingebruikneming van Intervat 2 wordt voorbereid. Met

Intervat 2 wordt het mogelijk om, in navolging van Edivat,

de periodieke BTW-aangiftes gezamenlijk in te dienen,

om de elektronische identiteitskaart en de elektronische

handtekening te gebruiken om toegang te krijgen tot de

applicatie (voor de identificatie van de aangever) en om de

stukken elektronisch te ondertekenen.

Bovendien worden geleidelijk nieuwe functies geïntegreerd

waardoor het saldo van de rekening-courant kan worden

geraadpleegd en een kort overzicht van de ingediende

aangiftes kan worden verkregen.

In 2005 werden er 233.298 BTW-aangiften ingediend door

fiscale kantoren en boekhoudkantoren (systeem Edivat) wat

een stijging met 25% betekent.

Het aantal BTW-aangiften van handelaars en kleine ondernemingen

die via internet werden ingediend (systeem Intervat)

steeg tot 115.189, wat een verhoging met 31% betekent.

Het aandeel van de elektronische aangiften stijgt van 9 naar

11%.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

42


2.2.2.2. Vat Intra

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Dankzij het project Vat Intra kunnen de kwartaal- en

jaarlijkse opgaven van de vrijgestelde intracommunautaire

leveringen sinds 1 september 2005 via elektronische weg

worden ingediend.

Het systeem is gebaseerd op dezelfde technologie als

Edivat en heeft talrijke voordelen:

➠ vooruitgang op het gebied van het beheer en de

verzending van de aangiftes ( deze kunnen tot op het

laatste moment worden doorgestuurd);

➠ groot vermogen bij de overdracht van gegevens (het

systeem kan gelijktijdig tot 99.999 lijsten ontvangen);

➠ zekerheid over de identiteit van de afzender zodat vermeden

wordt dat personen die hiertoe niet gerechtigd

zijn een intracommunautaire opgave indienen;

➠ zekerheid over de aanvaarding van de aangifte: de

administratie stuurt een ontvangstbevestiging voor

elke zending waarin gemeld wordt aan de afzender dat

de opgave is aangekomen en kan worden behandeld

indien deze aan de voorwaarden voldoet. Indien er een

probleem is, wordt de indiener hiervan op de hoogte

gebracht en kan hij op basis van deze informatie de nodige

verbeteringen aanbrengen en de gecorrigeerde

opgave doorsturen.

2.2.2.3. Datamining

Het gestructureerde proces datamining is onderverdeeld

in verschillende fasen met als doelstelling diverse modellen

uit te werken, uitgaande van een gemeenschappelijke

basis van gegevensanalyse. Het Dataminingproject betreft

derhalve vooral het opzetten van een model, vertrekkende

vanuit een geheel van gegevens waarvan men mag aannemen

dat ze alle pertinente informatie bevatten inzake

de fraude of de fiscale inbreuken mogelijkerwijze begaan

door de belastingplichtige.

De eerste iteratie van deze selectietool werd in de loop van

de controleperiode 2004-2005 in gebruik genomen en kon

enkel worden aangewend voor het onderzoeken van de

BTW-kwartaalbelastingplichtigen die aan zekere normen

beantwoordden en waarvoor een selectie werd gemaakt

op grond van de BTW-gegevens voor de jaren 2001-2002.

Eind 2004 werd aan de tweede iteratie begonnen. Die werd

afgerond in 2005 met al de beschikbare BTW-gegevens

voor het jaar 2003 en werd in de controleperiode 2005-

2006 geëxploiteerd. Voor de 2de iteratie werd een veel

grotere groep van belastingplichtigen in aanmerking

genomen (alleen alleen specifieke categorieën zoals

de forfaitaire landbouwondernemers werden buiten

beschouwing gelaten) en werd er geen enkel onderscheid

meer gemaakt tussen maand- en kwartaalaangevers.

43

Er werd een rapporteringsprogramma uitgewerkt dat

bepaalde kerngegevens van elk geselecteerd dossier

weergeeft en dat ook de variabelen aanduidt die een

rol hebben gespeeld bij de scoring van het betrokken

dossier (deze gegevens zijn een indicatie wat de selectie

en controle betreft). Voor de tweede iteratie werd opnieuw

een beroep gedaan zowel op de controlecentra als op de

klassieke diensten.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

2.3. Forfaitaire minimumwinsten

Wanneer de belastingplichtige niet of laattijdig zijn

aangifte in de inkomstenbelastingen indient, beschikt de

administratie krachtens artikel 351, WIB 92 over de bijzondere

aanslagprocedure: de aanslag van ambtswege. Het is voor de

Administratie echter niet altijd eenvoudig om een voldoende

gemotiveerde ambtshalve aanslag te vestigen. Teneinde

de administratie ter zake meer slagkracht te geven, wordt

het bestaande systeem van forfaitaire minimumwinsten

uitgebreid tot alle ondernemingen (natuurlijke personen

en rechtspersonen) en beoefenaars van vrije beroepen die

geen aangifte in de inkomstenbelastingen overleggen of die

ze buiten de termijnen voorzien in de artikelen 308 tot 311,

WIB 92, overleggen. Dit nieuw bewijsmiddel werd opgenomen

in artikel 342, §3, WIB 92.

Deze maatregel heeft als doel alle ondernemingen en

beoefenaars van vrije beroepen er toe aan te zetten hun

fiscale verplichtingen inzake het indienen van de aangifte na

te komen. De maatregel is van toepassing met ingang van het

aanslagjaar 2005 (meer bepaald bij niet-aangifte of laattijdige

overlegging van de aangifte vanaf 21.09.2005).

2.4. De dagelijkse werking van de directies

Gedurende het jaar 2005 hebben de verschillende diensten

van de AOIF 218 parlementaire vragen beantwoord.

2.4.1. De directies die bevoegd zijn voor de fiscaliteit van

de beroepsinkomsten van de natuurlijke personen, van

de diverse en de onroerende inkomsten hebben hun

werkzaamheden in de eerste helft van 2005 voornamelijk

op de belastinghervorming inzake de personenbelasting

geconcentreerd.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

44


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

De Wet houdende hervorming van de personenbelasting

dateert al van 10 augustus 2001 en werd in verschillende

fasen, gespreid over meerdere jaren, van kracht. De

laatste en belangrijkste maatregelen zijn echter pas in

het aanslagjaar 2005 (inkomsten van het jaar 2004) in

werking getreden. Aan die nieuwe maatregelen en hun

weerslag op de vaststelling van de belastbare inkomsten

en de berekening van de belasting werden 5 uitgebreide

circulaires gewijd, die handelen over:

➠ de gelijkstelling van wettelijke samenwonenden met

gehuwden, de gemeenschappelijke aanslag en de volledige

decumul van de inkomsten;

➠ de inkomsten van onroerende goederen, de woningaftrek,

de gewone en bijkomende interestaftrek en de

herkwalificatie van huurinkomsten;

➠ de aftrekbare bestedingen;

➠ de belastingvermindering voor het lange termijnsparen

en de verhoogde belastingvermindering voor

het bouwsparen;

➠ de belastingverminderingen voor PWA- en dienstencheques,

energiebesparing, vernieuwing in zone voor

positief beleid en obligaties van het Kringloopfonds en

van het Startersfonds.

De laatste fase van de belastinghervorming heeft

ook geleid tot ingrijpende wijzigingen van het

aangifteformulier personenbelasting. Zo werden

nagenoeg alle kolommen ontdubbeld en moest de

toelichting bij de aangifte grondig worden herschreven

als gevolg van de volledige decumul van de inkomsten en

uitgaven. Omwille van de scanning moesten daarnaast de

klassieke kenletters door een code van vier cijfers worden

vervangen. Een gelijkaardige aanpassing werd eerder

doorgevoerd op de fiches 281 en de opgaven 325 en in de

daarbij behorende berichten aan de schuldenaars van de

aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten.

Het geheel, de aangifte en circulaires, werd op 14 april

2005 door de minister voorgesteld tijdens een dubbele

persconferentie die door de betrokken directies mee

werd voorbereid. Het eerste luik was gericht op de

algemene pers; het tweede luik dat was gericht op de

gespecialiseerde pers en uitgevers, werd afgesloten met

het beantwoorden van vragen door enkele specialisten

van de betrokken directies.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

45


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Die directies hebben in 2005 ook heel wat energie besteed

aan talrijke andere informatie- en communicatie-initiatieven.

Een greep daaruit: telefonische acties bij La Dernière Heure, Le

Soir, Sud Presse, RTL, medewerking aan de radio-uitzendingen

Viva Bruxelles, Huisraad (Radio 2), Voor de Dag (Radio 1)

en aan een televisie-uitzending Mons-Borinage. Daarnaast

werden talrijke FAQ’s en enkele brochures opgesteld en

werd uiteraard de nodige ondersteuning verleend aan de

lesgevers van de centra voor beroepsopleiding, aan het

nieuw opgerichte callcenter personenbelasting en aan de

informatieambtenaren.

Tot daar de belastinghervorming.

Vanaf 1 juli 2005 werd een nieuwe regeling voor gedeeltelijke

vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van kracht;

ditmaal voor overuren gepresteerd in bepaalde sectoren. Die

nieuwe maatregel ging gepaard met de voorbereiding van

een nieuw KB en met talrijke contacten met het VBO en de

Unie van erkende Sociale Secretariaten.

De aftrek van kosten voor de oppas van kinderen tot

minder dan 3 jaar werd verruimd tot kinderen van minder

dan 12 jaar en tot betalingen aan kleuterscholen en lagere

scholen. Die wetswijziging werd uitgebreid besproken in de

circulaire van 4 april 2005. Als gevolg van de verschillende

toepassingmodaliteiten van de Gemeenschappen die

terzake bevoegd zijn, is bijsturing van die wetswijziging

nodig gebleken. De betrokken directies hebben daartoe

herhaaldelijk overleg gepleegd met de bevoegde instanties

van de betrokken Gemeenschappen en zo substantieel

bijgedragen tot de aanpassing van de maatregel die is

uitgemond in een nieuwe wetswijziging (de artikelen 170 en

190, tweede lid, van de Wet van 27 december 2005 houdende

diverse bepalingen).

Ook wat de woonbonus betreft werden mede op initiatief

van de betrokken directies en na veelvuldig overleg met de

betrokken sectoren de nodige bijsturingen doorgevoerd om

tot een betere toepassing van de wetgeving te komen. Ook

die initiatieven hebben tot een aanpassing van de wetgeving

geleid die zijn weerslag vindt in talrijke bepalingen die ook

zijn opgenomen in de voormelde wet van 27 december 2005.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

46


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Andere circulaires die in 2005 werden gepubliceerd, naast

de jaarlijks weerkerende publicaties, hebben onder meer

betrekking op:

➠ de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de

bedrijfsvoorheffing op ploegen- en nachtpremies,

➠ de belastingvermindering voor uitgaven voor vernieuwing

van woningen in zones voor positief grootstedelijk

beleid,

➠ de verruiming van de erkenning van buitenlandse

profsporters tot volleybalspelers,

➠ de verruiming van de belastingvermindering voor aandelen

van de vennootschap-werkgeefster tot aandelen

van vennootschappen gevestigd in de EU,

➠ de aftrekbaarheid van beroepskosten door motorrijders.

Het is duidelijk dat de uitgebreide materie (de

personenbelasting - met uitzondering van de roerende

inkomsten en de inkomsten van zelfstandigen -, de

belasting van niet-inwoners natuurlijke personen, de

bedrijfsvoorheffing), de brede waaier van opdrachten

(beleidsverwante, ondersteunende en informatieve

opdrachten) en de talrijke en vaak ingrijpende

wetswijzigingen, de betrokken directies steeds meer

in problemen brengen om de hun toegewezen taken

tijdig te kunnen vervullen. Structurele maatregelen,

zoals een spoedige operationalisering conform

de Coperfinhervorming, een aanpassing van het

personeelsbestand en een herwaardering van de centrale

diensten, dringen zich dan ook onverwijld op om deze

problemen op te lossen.

2.4.2. De directies die bevoegd zijn voor de ondernemingsfiscaliteit

(vennootschappen en natuurlijke personen),

fiscaliteit van de vrije beroepen en de roerende

inkomsten, hebben in de loop van het jaar 2005 1.429

dossiers afgehandeld (1). In dit cijfer zijn onder meer begrepen:

vragen uitgaande zowel van belastingplichtigen

als van buitendiensten, circulaires, instructies, aangiften,

formulieren, antwoorden op parlementaire vragen, enz.

De belangrijke circulaire met betrekking tot de wet van

17.5.2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de

richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de

Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten

uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot

wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen

47

1992 inzake de roerende voorheffing (Spaarrichtlijn), die

is opgesteld in nauw overleg met de vertegenwoordigers

van de financiële sector, kan hier worden vermeld.

Zowel het opstellen van het aangifteformulier in de

VenB, rekening houdend met de grondige wijzigingen

aangebracht voor het aanslagjaar 2005, als de projecten

“FINFORM” en “VenSoc”, hebben een bijzondere inspanning

gevraagd.

(1) Het beheer van een belangrijk aantal dossiers – met name de

kwijtschelding van boetes en belastingverhogingen –werd sinds oktober

2004 toevertrouwd aan andere diensten, waardoor het personeel van de

directies werd verminderd en het aantal behandelde dossiers eveneens

minder groot is dan in 2004.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

De medewerkers van die directies hebben eveneens

meegewerkt aan:

1. zowel het opmaken en het aanpassen van de analysedossiers

van de verschillende formulieren in het kader

van het project “FINFORM”, als het testen van de erg

talrijke elektronische versies van de verschillende formulieren;

2. het grondig testen van de elektronische aangifte in

de Ven.B in het kader van het project “VenSoc”, wat

verscheidene werkvergaderingen en het oplossen

van fiscaal-technische problemen verbonden aan de

interpretatie van het analysedossier opgemaakt door

de informaticadiensten met zich heeft meegebracht;

3. het opvolgen vanaf 1.1.2005 van de dossiers “coördinatiecentra”;

4. het opstellen van de vakcursus PB (pro parte);

5. het succes van verschillende uitzendingen in de media

met het oog op een betere informatieverstrekking aan

de belastingplichtige (RTBF – Bel RTL - Le Soir);

6. verschillende werkgroepen met betrekking tot herstructurerings-

en operationaliseringsprojecten;

7. het ondersteunen van het callcenter voor de meest

ingewikkelde vragen;

8. het nauw samenwerken bij het opstellen van wettelijke

en reglementaire bepalingen met betrekking tot de

Ven.B en de RV;

9. het voorbereiden van dossiers van de Dienst Voorafgaande

Beslissingen (DVB) en het deelnemen aan

vergaderingen met de leden van de DVB;

10. zowel het versturen van vragen om inlichtingen –en het

verwerken van de antwoorden- aan de buitendiensten

die betrekking hebben op hangende geschillen over

nieuwe aanvragen die door de DVB worden behandeld

als het opzoeken van precedentdossiers of door de

centrale diensten eerder ingenomen standpunten in

verband met soortgelijke aanvragen die zijn ingediend

bij de DVB.

In artikel 5 van de wet van 21 juni 2004 tot wijziging

van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

en de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de

vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen

en tot instelling van een systeem van voorafgaande

beslissingen in fiscale zaken wordt onder andere

aan de Koning de bevoegdheid gegeven de Dienst

48

“voorafgaande beslissingen in fiscale zaken” op te richten

en zijn werkingsmodaliteiten te bepalen. De oprichting

van de DVB werd een feit krachtens het koninklijk besluit

van 13 augustus 2004 houdende oprichting van de dienst

“voorafgaande beslissingen in fiscale zaken” bij de Federale

Overheidsdienst Financiën.

Gelet op, enerzijds de autonome beslissingsbevoegdheid

van de DVB en de mogelijkheid tot bijstand door ambtenaren

van de desbetreffende administraties en diensten

van de FOD Financiën, en anderzijds het behoud door de

AOIF van het geheel van haar taken en bevoegdheden,

werd op 15 juni 2005 een samenwerkingsovereenkomst

ondertekend die de verhoudingen tussen de DVB en de

AOIF regelt.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

In de praktijk verloopt de samenwerking met de DVB als

volgt:

➠ bij de ontvangst van een vraag tot voorafgaande beslissing

zal de DVB onmiddellijk een afschrift ervan doorsturen

naar de Centrale Diensten, die op hun beurt een

kopie ervan bezorgen aan de Operationele Diensten

om de bevestiging te verkrijgen dat aan alle wettelijke

voorwaarden voor het bekomen van een beslissing is

voldaan.

➠ de Centrale Diensten doen tevens, binnen de maand,

een onderzoek naar mogelijke precedenten en eventueel

eerder ingenomen standpunten in verband met

soortgelijke aanvragen.

➠ de DVB kan ten allen tijde het advies van de Centrale

Diensten van de AOIF vragen, zonder dat dit advies

bindend voor de DVB zal zijn.

➠ onmiddellijk nadat de DVB een beslissing heeft genomen,

stuurt deze een afschrift ervan naar de Centrale

Diensten.

➠ de Centrale Diensten verstrekken aan de betrokken

Operationele Diensten de nodige instructies voor de

uitvoering van de voorafgaande beslissing.

➠ de bevoegde operationele dienst onderzoekt de toepassingsvoorwaarden

van de beslissing. Wanneer deze

van mening zou zijn dat zij de voorafgaande beslissing,

geheel of ten dele, om één van de redenen die zijn opgesomd

in de wet van 24.12.2002, niet kan uitvoeren,

wordt het dossier met omstandig verslag, vooraleer de

beslissing in vraag wordt gesteld ten overstaan van de

belastingplichtige, aan de Centrale Diensten voorgelegd

die overleg plegen met de DVB.

Het geheel van deze bijkomende taken ingevolge de

oprichting van de DVB, vormt een nieuwe prioriteit voor de

diensten van de AOIF (en meer bepaald voor de Centrale

Diensten) die deze taken moeten uitvoeren met steeds

meer beperkte “human ressources”, zowel inzake aantal als

inzake kwaliteit.

Ten slotte dient te worden opgemerkt dat ondanks de

ondertekening van het protocol tussen de DVB en de

AOIF, niet kan worden uitgesloten dat de door deze

twee componenten van de FOD Financiën ingenomen

standpunten soms in belangrijke mate van elkaar kunnen

verschillen. Dankzij hun voortdurende samenwerking

zullen hun standpunten convergeren.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

49


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

2.4.3. In absolute cijfers uitgedrukt, hebben de directies

die bevoegd zijn voor de BTW in het binnenland in

2005 565 dossiers behandeld. Dit aantal omvat het

opstellen, in twee landstalen, van de antwoorden op

parlementaire vragen, aanschrijvingen en beslissingen of

mailberichten met algemeen karakter gepubliceerd op

de internetsite van de FOD Financiën ter verduidelijking

van het toepasselijke regime op bepaalde categorieën van

economische actoren of handelingen.

Bovendien werd de expertise van deze directies gevraagd

in verschillende dossiers die het voorwerp uitmaken

van een vraag om voorafgaande beslissing, alsook naar

aanleiding van gemeenschappelijk overleg georganiseerd

met bepaalde economische sectoren op het Kabinet van

Financiën.

Verder hebben deze directies samengewerkt met de

Administratie van Fiscale Zaken ter voorbereiding of

wijziging van Belgische of Europese wetteksten, hebben

zij de evolutie van de Belgische en Europese rechtspraak

gevolgd en dienovereenkomstig de betreffende wettelijke

bepalingen en administratieve commentaren aangepast

aan die rechtspraak.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

50

Ten slotte, en dat blijven de twee belangrijkste taken

van beide directies op het gebied van werkvolume,

onderzoeken zij alle vragen die worden doorgestuurd

zowel door de gewestelijke diensten van de administratie

als door de belastingplichtigen en hun fiscale raadgevers

en verzekeren zij hen, telefonisch of door middel van

e-mail, het verstrekken van technische informatie.

Wat betreft de meest markante realisaties dient voor

alles het in overeenstemming brengen van het Belgische

administratieve standpunt met de Europese en Belgische

rechtspraak te worden aangestipt.

Aldus hebben de directies een commentaar opgesteld

bij het arrest gewezen op 8 mei 2003 door het Hof van

Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak

C-269/00, Wolfgang Seeling, en hebben ze het administratief

standpunt aangepast voor wat het gratis terbeschikking

stellen van onroerende goederen betreft.

Tevens hebben deze directies, ten gevolge van het arrest

gewezen op 18 november 2004 door het Hof van Justitie

van de Europese Gemeenschap in de zaak C-284/03, Temco

Europe, het nieuwe BTW-stelsel voor de bedrijvencentra

uitgewerkt.


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Evenwel blijven zij de gehele behandeling verzekeren:

➠ van parlementaire vragen;

➠ van dossiers voorgelegd door de Dienst Voorafgaande

Beslissingen;

en van de te behandelen principe- en feitenkwesties met

betrekking tot:

➠ reisbureaus;

➠ kostendelende verenigingen;

➠ bank- en financiële verrichtingen;

➠ verjaring van de vordering tot teruggaaf (artikel 100

van de Wetten op de Rijkscomptabiliteit).

Ten slotte, wat betreft het jaar 2006, zijn volgende

projecten bij de dienst in onderzoek:

➠ wijziging van het regime van toepassing op diensten

verstrekt via bijzondere telefoonnummers (0900);

➠ regime van toepassing op de diensten van digitale

televisie;

➠ regime van toepassing op winkelcentra;

➠ aanpassing van het Belgisch administratief standpunt,

op het vlak van fictieve facturen, aan de Europese

rechtspraak ten gevolge van het arrest gewezen op

19 september 2000 door het Hof van Justitie van de

Europese Gemeenschappen in de zaak C-454/98,

Schmeink & Cofreth AG & Co. KG;

➠ aanpassing van het Belgisch administratief standpunt,

op het vlak van bestemming voor de economische

activiteit en het recht op aftrek, aan de Europese

rechtspraak ten gevolge van het arrest gewezen op

8 maart 2001 door het Hof van Justitie van de Europese

Gemeenschappen in de zaak C-415/98, Laszlo Backsi;

➠ nieuwe aanschrijving met betrekking tot artikel 11

van het BTW-Wetboek op grond van de recente

rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese

Gemeenschappen;

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

51

➠ nieuwe aanschrijving voor wat de onroerende leasing

betreft en dat, rekening houdend met de wijzigingen

aangebracht door het koninklijk besluit van 10 januari

2005 aan het koninklijk besluit nr. 30 van 29 december

1992 met betrekking tot de toepassing van de belasting

over de toegevoegde waarde op de onroerende

financieringshuur.

Bovendien stellen de directies I/7 en I/8 zich tot doel, het

verspreiden van zoveel mogelijk publicaties met het oog

op het zo goed mogelijk informeren van de gewestelijke

diensten en de belastingplichtigen, en het herzien van de

beslissingen die voorkomen in de fiscale gegevensbank

van de FOD Financiën om ze in overeenstemming te

brengen met de rechtspraak.


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Naast het afhandelen van geschillendossiers werden door de BTW-

Directies die bevoegd zijn voor de uitvoer, de invoer en de

intracommunautaire handelingen, een bepaald aantal circulaires

opgesteld, en dit na onderhandeling met de bevoegde diensten

en personen van de betrokken sectoren. Er werd eveneens actief

samengewerkt aan diverse projecten betreffende de bijwerking van

wetteksten.

Zo werd door de Administratie van de douane en accijnzen de

toelating verleend aan invoerders en constructeurs van voertuigen

om de aflevering van het vignet 705 te vervangen door een

procedure van geautomatiseerde gegevensoverdracht, wat het

vooraf noodzakelijk maakte om de Koninklijke Besluiten nr. 46, 47

en 48 te wijzigen, een circulaire op te maken, alsook een informatie

bestemd voor de buitendiensten. Om dit te verwezenlijken werden

vergaderingen georganiseerd met zowel de zusteradministratie, als

met de professionele federaties van de sector.

In samenwerking met de Administratie van Fiscale Zaken werden

besprekingen gehouden betreffende een werkdocument van de

Europese Commissie, met als doel de reglementering inzake BTW,

invoerrechten met betrekking tot de vrijstellingen/heffing van BTW

en invoerrechten bij invoer van goederen te wijzigen (artikelen 18 en

44 van het Koninklijk Besluit nr. 7). Deze denkpiste moet uitmonden

in een voorstel tot richtlijn.

Eveneens werd samen met de Administratie van Fiscale Zaken

onderzoek gedaan omtrent het voorstel tot wijziging van de

koninklijke besluiten nrs. 1, 3 en 31 betreffende de documenten

die een belastingplichtige die in België een intracommunautaire

verwerving of een daarmee gelijkgestelde handeling verricht, in

bezit moet hebben om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen.

De werkzaamheden en besprekingen met de betrokken diensten

van de douane werden voortgezet teneinde de codificaties die

moeten worden ingevuld in de vakken van het Enig Document

te harmoniseren, ten behoeve van de toepassing van de BTWreglementering

inzake in - en uitvoer van goederen tussen de

Europese Unie en derde landen (Reglement 2286/2003/CE).

Bovendien namen zij deel aan de bijwerking van een aantal

instructies van de Administratie der douane o.a. inzake BTW, bagage,

entrepots en behandeling onder douanetoezicht.

Zij hebben circulaires voorbereid en opgemaakt over:

➠ de toepassing van de regeling verlegging van

heffing van de BTW bij invoer, naar aanleiding

van de wijziging van het koninklijk besluit nr. 7;

➠ de regelgeving die toepasselijk is op intracommunautaire

handelingen;

➠ de ter beschikkingstelling van voertuigen door

buitenlandse ondernemingen aan een Belgische

inwoner;

➠ de verkopen op afstand en leveringen op handelsbeurzen

van aan accijns onderworpen producten.

Administratie van de ondernemings- en inkomensfi scaliteit

52


3. Administratie van de invordering

3.1. Nieuwigheden

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

2005 was voor de Administratie van de Invordering in menig opzicht

een jaar van innovaties.

Op 1 januari 2005 is de nieuwe wettelijke bepaling, die een

gemakkelijke compensatie toelaat tussen schuldvorderingen en

fiscale schulden inzake directe belastingen en BTW, in werking

getreden. De artikelen 334 tot 337 van de programmawet van

27 december 2004 hebben deze mogelijkheid tot stand gebracht.

In de loop van 2005 zijn aldus teruggaven van BTW en directe

belastingen voor een bedrag van bijna 175 miljoen euro kunnen

gevat worden met het oog op de aanzuivering van fiscale schulden

(cf. tabel nr. 56).

Het begin van het jaar 2005 ging eveneens gepaard met de invoering

in België van een maatregel die toelaat de fiscale schuldenlast

te verminderen van belastingplichtigen natuurlijke personen,

ongelukkig en te goeder trouw, die in de onmogelijkheid zijn om

op een duurzame wijze hun inkomstenbelastingen te betalen. Het

gaat om het «onbeperkt uitstel van de invordering van directe

belastingen», ingesteld bij artikel 332 van de programmawet van 27

december 2004. Ongeveer 4.000 verzoekschriften zijn in de loop van

2005 ingediend met het oog op het bekomen van de voordelen van

het uitstel (cf. tabel nr 43).

En, last but not least, werd in 2005 ook de eerste effectiseringsoperatie

van fiscale schulden uitgevoerd. Deze operatie heeft de “verkoop”

mogelijk gemaakt van een belangrijk gedeelte van de fiscale achterstand

inzake directe belastingen, waardoor de Rijksmiddelenbegroting

500 miljoen euro extra aan inkomsten ontving.

Deze operatie zal eveneens een zeer positieve impact hebben op

de organisatie van de Administratie van de Invordering, aangezien

er beslist is om een bedrag van 40 miljoen euro, afkomstig van de initiële

prijs van de operatie, aan de modernisering te besteden van de

inning en de invordering van de belastingen. Dit budgettair manna

zal het mogelijk maken om de realisatie van de Coperfinplannen te

versnellen, die aldus vijf jaar eerder dan oorspronkelijk was voorzien,

zullen kunnen worden geoperationaliseerd.

53

3. Administratie van de invordering


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Door de voorbereiding van de effectisering kon eveneens

een aanzienlijke vooruitgang worden geboekt op het vlak

van de analyse van gegevens betreffende de invordering

van de belastingen. Dankzij die analyse werden de invorderingsacties,

die door onze operationele diensten worden

ondernomen, beter aangestuurd en begeleid en kon

een werkelijke doelgroepenstrategie worden ontwikkeld,

die de efficiëntie van deze diensten ten goede komt.

Het spreekt voor zich dat de ambtenaren van de Administratie

van de Invordering in de loop van 2005 eveneens

zonder ophouden hebben meegewerkt in de verschillende

werkgroepen, die de realisatie voorbereiden van de

Coperfinprojecten, zoals STIR (Geïntegreerde verwerking),

Risicobeheer, Datawarehouse, e-notariaat, Dominique

(electronisch documentbeheer), Dorothée (afdrukeenheden

voor grote volumes van gegevens afkomstig van

de mainframes), Privacy & Identity Management (centraal

beheer van de toegangscontrole), …

3.2. De invordering van de fiscale achterstand

inzake directe belastingen tussen 2000 en 2005

Deze studie werd mogelijk gemaakt dankzij de inspanningen

van de Administratie om de gegevens te verzamelen

en te analyseren met het oog op de effectisering van de

schulden inzake directe belastingen.

3.2.1. Betalingen op de fiscale achterstand m.b.t.

de directe belastingen van 2001 t.e.m. 2005

3.2.1.1. De geanalyseerde periode

De tabel toont de betalingen op de fiscale achterstand

m.b.t. de directe belastingen voor de schulden uitvoerbaar

verklaard tussen 01 januari 2000 en 30 november 2004(1) .

De betalingen ter aanzuivering van deze schulden werden

opgenomen t.e.m. 31 december 2005. Dit is de einddatum

van de analyse.

54

3.2.1.2. Betrokken belastingen

De directe belastingen worden opgedeeld in Natuurlijke

personen(2), Rechtspersonen(3), Met de inkomstenbelasting

gelijkgestelde belastingen(4), Onroerende voorheffing(5),

Roerende voorheffing, Bedrijfsvoorheffing en

Administratieve boetes.

Betalingen van oude schulden binnen een bijzonder

systeem (180Baut) waarvan men de aard van de schuld

niet kon achterhalen, maken echter geen deel uit van de

analyse(6).

Er werd enkel rekening gehouden met de betalingen op

de hoofdsom, de verhogingen en de boetes.

(1) Gegeven het feit dat de schulden in de fiscale achterstand worden

opgenomen nadat ze na dertien maanden nog steeds onbetaald zijn

gebleven, is geen enkele geanalyseerde schuld t.e.m. 31/12/2005 later

uitvoerbaar verklaard dan op 30 november van het voorgaande jaar.

(2) Personenbelasting en Belasting Niet Inwoners/natuurlijke personen.

(3) Vennootschapbelasting, Belasting Niet Inwoners/rechtspersonen en

Rechtspersonenbelasting.

(4) Verkeersbelasting, Belasting op de automatische ontspanningstoestellen,

Eurovignet en Belasting op de spelen en weddenschappen.

(5) De cijfers voor de onroerende voorheffing hebben enkel betrekking op

Brussel en Wallonië. Sinds 1998 is deze belasting geregionaliseerd voor

Vlaanderen.

(6) Het gaat om schulden voor een totaal ingekohierd bedrag van

9.812.083 euro tussen 01/01/2000 en 30/11/2004. Het totaal bedrag van

betalingen tussen 2001 en 2005 bedraagt 970.263 euro.

Administratie van de invordering


3.2.1.3. Initieel bedrag

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Vooreerst moet worden vermeld dat, indien een schuld dertien

maanden na de inkohiering nog een positief saldo heeft, ze in de

fiscale achterstand wordt opgenomen.

De kolom “Initieel bedrag” geeft het cumulatieve bedrag weer in

de fiscale achterstand van de schulden uitvoerbaar verklaard tussen

1 januari 2000 en 30 november 2004. De inkomstenbelastingen

in verband met natuurlijke en rechtspersonen worden ingekohierd

bij het ontstaan van de schuld. De schulden inzake roerende voorheffing,

bedrijfsvoorheffing en met de inkomstenbelasting gelijkgestelde

belastingen worden daarentegen pas ingekohierd bij gebrek

aan betalingen na het vervallen van de betaaldatum op de aangifte.

Voor de bedrijfsvoorheffing, bijvoorbeeld, gebeurt de inkohiering bij

gebrek aan betaling automatisch na vier maanden.

De inkohiering van de roerende voorheffing gebeurt echter nog

manueel waardoor de tijdspanne tussen de vervaldag en de

inkohiering kan oplopen van vier t.e.m. zes maanden. De roerende

voorheffing en de bedrijfsvoorheffing worden daardoor pas na 17 tot

19 maanden na hun ontstaan in de fiscale achterstand opgenomen.

Het totale initiële bedrag tussen 1 januari 2000 en 30 november 2004

bedraagt 9.809.771.078 euro. Het grootste deel van dit bedrag is

afkomstig van inkohieringen van belastingen m.b.t. de rechtspersonen.

(6.430.781.696 euro, 66%) en van belastingen m.b.t. de natuurlijke

personen (2.061.882.335 euro, 21%). De andere belastingen hebben

samen een initieel bedrag van 1.317.307.047 euro (13%).

Er wordt gewezen op het feit dat met “het initieel bedrag” bedoeld

wordt het onbetaalde saldo van de fiscale aanslagen op het ogenblik

dat ze in de fiscale achterstand worden opgenomen, zijnde 13 tot

19 maanden na hun ontstaan. Bovendien omvatten deze bijdragen

zowel de eisbare aanslagen als de betwiste en de aanslagen waarvan

de invordering twijfelachtig is (faillissementen,...).

55

Administratie van de invordering


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

3.2.1.4. Betalingen en invorderingsratio

De kolommen “Betalingen jaar N+1” t.e.m. “Betalingen jaar N+5”

geven de betalingen weer op de fiscale achterstand voor de jaren

volgend op het jaar van inkohiering (N = jaar van inkohiering). Ook

het invorderingspercentage t.o.v. het initieel bedrag wordt in deze

kolom weergegeven. De kolom “Totaal” geeft de totale ingevorderde

som en het invorderingspercentage weer na vijf jaar.

Het totaal van de inkomsten na vijf jaar bedraagt 973.868.980

euro(7). Het grootste deel is afkomstig van betalingen op belastingen

m.b.t. de natuurlijke personen (519.776.105 euro). De betalingen op

belastingen m.b.t. de rechtspersonen bedragen 201.229.377 euro.

De invorderingsratio’s zijn respectievelijk 25,21% en 3,13%. Het

lage ingevorderde bedrag en de lage invorderingsratio wat betreft

de rechtspersonen is gedeeltelijk te verklaren door het groot aantal

geschillen binnen deze categorie van schulden.

De invorderingsratio’s na vijf jaar voor de met de inkomstenbelasting

gelijk gestelde belastingen, de onroerende voorheffing en

de administratieve boetes zijn respectievelijk 32,26%, 32,59% en

26,53%. Tegenover deze hoge invorderingsratio’s staan echter lagere

inkomsten van respectievelijk 54.919.438 euro, 96.325.593 euro en

10.575.588 euro.

De invorderingsratio voor de roerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing

bedraagt slechts 11,22% (91.042.879 euro). Dit lagere

percentage kan verklaard worden door de langere tijdspanne tussen

het ontstaan en de opname van de voorheffingen in de fiscale achterstand

(zie supra).

Meestal vindt het grootste deel van de betalingen plaats gedurende

de twee eerste jaren na het jaar van inkohiering (Betalingen jaar N+1

en Betalingen jaar N+2).

(7) Het gaat hier om netto-ontvangsten. De betalingen werden door de belastingplichtigen

zelf of voor hun rekening verricht. Er werd geen rekening gehouden met de betalingen

verricht door de thesaurie ter aanzuivering van de ontheven en de ontlaste bedragen.

56

Administratie van de invordering


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

3.2.2. Tabel en grafiek

Tabel 1

Betalingen op de fi scale achterstand m.b.t. de directe belastingen van 2001 t.e.m. 2005

voor de schulden uitvoerbaar verklaard tussen 01/01/2000 en 30/11/2004. Toestand 31/12/2005.

Initieel bedrag Betalingen

jaar N+1

Natuurlijke personen (1) 2.061.882.335 223.562.898

10,84%

Rechtspersonen (2) 6.430.781.696 52.754.110

0,82%

Met de inkomstenbelasting

gelijkgestelde belasting (3)

170.232.136 21.022.810

12,35%

Onroerende voorheffi ng 295.530.780 32.453.522

10,98%

Bedrijfsvoorheffi ng en

roerende voorheffi ng

811.684.059 38.251.226

4,71%

Administratieve boetes 39.860.072 4.004.801

10,05%

TOTAAL 9.809.971.078 372.049.367

3,79%

Betalingen

jaar N+2

184.400.835

8,94%

95.102.591

1,48%

22.945.607

13,48%

39.028.512

13,21%

32.801.104

4,04%

3.547.208

8,90%

377.825.857

3,85%

57

Betalingen

jaar N+3

69.370.044

3,36%

29.992.374

0,47%

7.607.335

4,47%

15.247.431

5,16%

10.528.047

1,30%

1.465.765

3,68%

134.210.996

1,37%

(1) Personenbelasting, Personenbelasting Niet-Inwoners.

(2) Vennootschapsbelasting, Belastingen Niet-Inwoners - Rechtspersonen en Belastingen Rechtspersonen.

(3) Verkeersbelasting, Taks op Automatische Ontspanningstoestellen, Eurovignet, Taks op Spelen en Weddenschappen.

Betalingen

jaar N+4

30.676.143

1,49%

18.295.125

0,28%

3.019.525

1,77%

7.584.694

2,57%

7.768.899

0,96%

1.026.647

2,58%

68.371.033

0,70%

Betalingen

jaar N+5

11.766.185

0,57%

5.085.177

0,08%

324.161

0,19%

2.011.434

0,68%

1.693.603

0,21%

531.167

1,33%

21.411.727

0,22%

TOTAAL

519.776.105

25,21%

201.229.377

3,13%

54.919.438

32,26%

96.325.593

32,59%

91.042.879

11,22%

10.575.588

26,53%

973.868.980

9,92%

Administratie van de invordering


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

250.000.000

225.000.000

200.000.000

175.000.000

150.000.000

125.000.000

100.000.000

75.000.000

50.000.000

25.000.000

0

Betalingen

jaar

N+1

Betalingen

jaar

N+2

Betalingen

jaar

N+3

Betalingen

jaar

N+4

Betalingen

jaar

N+5

58

Natuurlijke Personen (1)

Rechtspersonen (2)

Met de inkomsten gelijkgestelde

Belastingen (3)

Onroerende voorheffing

Bedrijfsvoorheffing en roerende

voorheffing

Administratieve boetes

(1) Personenbelasting, Belasting Niet-inwoners Natuurlijke Personen

(2) Vennootschapsbelasting, Belasting Niet-inwoners Rechtspersonen en Rechtspersonenbelasting

(3) Verkeersbelasting op de autovoertuigen, Belasting op de automatische ontspanningstoestellen, Eurovignet,

Belasting op spelen en weddenschappen

Administratie van de invordering


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

4. De Bijzondere belastinginspectie

Vertrekkend vanuit haar kernopdracht, zijnde de aanpak van de

grootschalige en georganiseerde fiscale fraude, heeft de BBI zich ook

in 2005 op twee uitdagingen toegelegd. In het kader van de dagelijkse

werking heeft zij enerzijds haar in het verleden opgebouwde

expertise bestendigd, welke onder meer bewezen wordt door de

handhaving van de gemiddelde aanslagen per behandeld dossier.

Uitgangspunt hierbij zijn naar de vorm en inhoud kwalitatieve taxaties

die, mede rekening houdend met het invorderingsaspect, de

toets van de gerechtelijke betwisting kunnen doorstaan. Binnen de

hangende Coperfinhervorming werd anderzijds de kanteling van de

BBI-administratie naar de nieuwe pijler fraudebestrijding toe onomkeerbaar

ingezet. Bedoelde reorganisatie komt hoe langer hoe meer

op kruissnelheid en vergt in die optiek een belangrijke inzet, ook

buiten hun eigen entiteit, van de BBI-medewerkers.

In de loop van 2005 werden enkele belangrijke strategische

beslissingen genomen die er vooral toe strekken om van de BBI nog

meer een performante en aantrekkelijke pijler te maken.

59

Hoewel het in de oorspronkelijke Coperfinplannen niet was

voorzien, werd er toch voor geopteerd om de stafdiensten

van de pijler fraudebestrijding te splitsen met als resultaat de

uitbouw van een afzonderlijke en specifieke stafdienst “strategie

fraudezaken”. In samenwerking met andere in dit domein voorziene

ondersteuningsdiensten zal haar meerwaarde bestaan in een op de

noden van de fraudebestrijding afgestemde risicobeheer.

Wat de inzake de bestrijding van de carrouselfraude gerelateerde

risicostrategie betreft, deze zal binnen het nieuwe vijfde nationaal

centrum worden gesitueerd. De effectieve inning van aan

carrouselstructuren gebonden financiële malversaties vereist

immers een adequaat, prompt en gecoördineerd optreden waarbij

eenheid van leiding en toezicht essentieel zijn. Indien vereist, en

mits inachtneming van de vereiste begeleidende maatregelen, zal

deze nieuwe directie, waarvan de bevoegdheid zich over het ganse

land zal uitstrekken, haar actieradius ook op andere grootschalige

fraudetypologieën richten.

4. De bijzondere belastinginspectie


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Rekening houdend met de vooropgestelde responsabilisering

van de ambtenaren, en in navolging van de andere

fiscale pijlers, zal de BBI-administratie wellicht vanaf

2006 haar eigen geschillenbehandeling inzake inkomstenbelastingen

verzekeren. Ter zake gaat het om een reeds

lang gekoesterde verzuchting waarvoor op korte termijn

de nodige begeleidende maatregelen zullen worden

getroffen. In dezelfde optiek zullen de BBI-ambtenaren in

de regel dan ook autonoom hun eigen dossiers voor de

rechtbanken en hoven verdedigen.

Iedereen is het erover eens dat effectieve fraudebestrijding

gepaard gaat met een doorgedreven samenwerking

op alle betrokken niveaus. Zulks situeert zich

niet alleen op interdepartementaal en internationaal

vlak maar allicht vooreerst binnen de eigen overheidsdienst.

Permanente sensibilisering is hierbij onontbeerlijk.

Ongeacht waar en hoe de fraude wordt aangepakt,

essentieel is dat zulks in overleg en efficiënt gebeurt.

Los van lineaire invorderingscijfers is het minstens even

interessant de historische evolutie van bepaalde fraudefenomenen

in kaart te brengen. Zo tonen evaluaties die

gebaseerd zijn op diverse parameters aan dat sedert de

aanvang van dit decennium de door carrouselpraktijken

verloren ontvangsten met nagenoeg 80% zijn teruggelopen.

Dat deze raming gedurende de laatste vier jaren ook

nog schijnt te kloppen, is uiteraard positief.

Ten slotte verheugen de BBI-medewerkers zich in de

stijgende belangstelling van de federale wetgever om

bepaalde fraudeconstructies wettelijk in de kiem te

smoren. Hierbij dient spontaan gedacht aan bepaalde

initiatieven inzake anti-misbruik en hoofdelijke

aansprakelijkheid. Complementair aan de in functie

van het fiscaal landschap evoluerende operationele

technieken moeten een innovatief wettelijk kader en een

attractieve personeelspolitiek bijdragen tot een correcte,

preventieve en repressieve fraudebestrijding.

60

De bijzondere belastinginspectie


5. De Administratie van de douane en

accijnzen

5.1. Belangrijkste verwezenlijkingen in 2005

5.1.1. Opsporingen

In 2005 werden opmerkelijke resultaten geboekt in de

strijd tegen de fraude. Het aantal in beslag genomen

sigaretten liep in 2005 op tot 300.000.000, wat neerkomt

op een stijging van 25% t.o.v. 2004. Douane en Accijnzen

hebben eveneens 6.005 kg cocaïne onderschept wat een

stijging inhoudt van meer dan 300% tegenover 2004.

5.1.2. Accijnzen

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

Inzake accijnzen werden de toepassingsbepalingen van

de programmawet van 27 december 2004 genomen.

Deze wet, waarvan het hoofdstuk V hoofdzakelijk een

herziening van de wetgeving inzake energieproducten

betreft, heeft met name de weg vrijgemaakt voor een

tariefdifferentiatie, die voordelig is voor ondernemingen

die de milieunormen respecteren. Anderzijds heeft

de programmawet van 11 juli 2005 de voorwaarden

vastgelegd voor de belastingverlaging met betrekking tot

de biobrandstoffen (ethanol, FAME en koolzaadolie).

5.2. Gerichte acties

De Administratie der douane en accijnzen heeft in 2005

deelgenomen aan verschillende internationale acties.

De operatie ATHOS vond plaats op de Noordzee van

13 tot 20 juni 2005. Aan deze succesvolle operatie namen

naast België ook Nederland, Frankrijk, het Verenigd

Koninkrijk en OLAF deel. Met deze operatie trachtten

de betrokken administraties een beter inzicht te krijgen

in smokkelroutes van personen en gevoelige goederen,

hun maritieme operationele activiteiten op elkaar af te

stemmen of uit te breiden. Zij probeerden jachten en

kleine, snelle vaartuigen te onderscheppen die gebruikt

worden om illegalen of smokkelwaar aan land te brengen.

De Administratie der douane en accijnzen heeft op

15 december 2005 ook deelgenomen aan de operatie

BENEFRALUX. Deze grootscheepse controleactie, die

tegelijkertijd werd georganiseerd in Frankrijk, Nederland

en het Groothertogdom Luxemburg richtte zich op

namaak- en piraterijgoederen en inbreuken op de

verkeerswetgeving.

61

5. De Administratie van de douane en accijnzen


Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

5.3. Veiligheid

Door de toenemende terroristische aanslagen werden

meer uiteenlopende verschillende veiligheidsinitiatieven

genomen op alle niveaus - zowel nationaal als internationaal

- en in alle domeinen. Zo kreeg de douane een

rol toebedeeld in de bescherming van de samenleving

tegen mogelijke bedreigingen van de veiligheid en werd

het belang van “veiligheid van de ganse internationale

logistieke keten” benadrukt.

In deze context heeft de Werelddouaneraad tijdens haar

vergadering in juni 2005 nieuwe richtlijnen aangenomen

met als doel de wereldhandel te beveiligen en te faciliteren.

De Europese Unie heeft tevens nieuwe methodes

ontwikkeld om toezicht te houden op het geheel van de

logistieke keten. Met deze nieuwe aanpak worden nieuwe

concepten geïntroduceerd zoals Erkend Economisch

Operator en het begrip “Intelligence”.

Ook in 2005 heeft de Administratie der douane en

accijnzen verder gewerkt aan de beveiliging van de

logistieke keten.

62

In het kader van haar opdracht op het stuk van

bescherming van gezondheid en milieu alsmede in de

strijd tegen terrorisme, verleent de Administratie der

douane en accijnzen bijstand binnen een twintigtal

domeinen, zoals:

bescherming van de gezondheid: verdovende middelen,

precursoren, levende dieren, voedingsmiddelen,

namaak;

➠ veiligheid van het milieu: bescherming van fauna en

flora (Conventie van Washington over de internationale

handel van in het wild levende dieren en planten

die met uitsterven bedreigd zijn), afval;

➠ veiligheid: wapens, goederen voor dubbel gebruik,

veiligheid van de producten, namaak, radioactieve producten

en springstoffen, terrorisme.

De Administratie van de douane en accijnzen


5.4. Paperless

Hoofdstuk III - 2005 voor de fi scale Administraties

In het kader van eenvoudige en papierloze procedures

voor douane en handel, heeft de Administratie der Douane

en Accijnzen in 2005 gewerkt aan de verdere ontwikkeling

van het project “Paperless Douane en Accijnzen” dat alle

papieren douane- en accijnsaangiftes zal vervangen door

elektronische aangiftes.

Dit ICT-investeringsproject gaat gepaard met de oprichting

van een Enig Kantoor dat ons opnieuw moet toelaten onze

controle- en toezichtfunctie ten volle te vervullen.

5.5. Operationaliseringsprojecten

Momenteel zijn er andere operationaliseringsprojecten

(Regiekamers, risicobeheer, mobiele teams, …) lopende

die in de loop van 2006 zouden moeten worden gerealiseerd

in de nieuwe structuur van de Administratie.

5.6. Andere projecten ontwikkeld in 2005

Ook andere projecten werden in 2005 ontwikkeld binnen

de Administratie der douane en accijnzen:

➠ de verdere ontwikkeling van het project Maritieme

Brigade dat van start moet gaan in 2006. De betrokken

ambtenaren hebben al een aangepaste opleiding genoten

die hen moet toelaten hun specifieke activiteiten

te ontplooien. Voor wat de Havenbrigade Antwerpen

betreft, voorziet het project in het optimaliseren

van de bestaande dienst. De eerste fase van het project

bestaat erin een nauwere samenwerking te verzekeren

met de andere partners, zoals de Scheepvaartpolitie;

➠ de verdere ontwikkeling van het project Rummageteam

dat eveneens van start moet gaan in 2006.

Het Rummageteam is een nieuwe dienst binnen de

Administratie der douane en accijnzen, gevestigd in

Antwerpen, die zal worden belast met het doorzoeken

van commerciële vaartuigen;

63

➠ de verdere ontwikkeling van het project hondenbrigades.

Dit project heeft als doel in eerste instantie de

werking van de al bestaande hondenbrigades te verbeteren.

In een later stadium zal het werkgebied van de

hondenbrigades worden uitgebreid tot het opsporen

van tabak of springtuigen;

➠ de verdere ontwikkeling van het project motorijdersteams.

De inhoud van de opleiding, het proces zelf en

de profielen werden al uitgetekend.

5.7. Opleiding van buitenlandse stagiaires

De verschillende activiteiten op dat gebied worden

vermeld in punt 2.2.10 van het volgende hoofdstuk.

De Administratie van de douane en accijnzen


1. Wetgeving

Voorafgaandelijk dient de aandacht er te worden op gevestigd

dat de wijzigingen van de nationale wettelijke bepalingen

worden weergegeven in de tabellen 80 tot 90 van de bijlage.

1.1. Directe belastingen

1.1.1. Bilateraal niveau

De vooruitgang die in 2005 werd geboekt bij de onderhandelingen

over en de ondertekening en de inwerkingtreding

van de dubbelbelastingverdragen zijn samengevat in de tabel

nr 99. De teksten van alle verdragen die in werking getreden

zijn en van alle verdragen die ondertekend maar nog niet in

werking getreden zijn, kunnen worden nagelezen op de sites

http://www.fiscus.fgov.be/interfafznl/international/

intern000.htm en http://www.fisconet.fgov.be.

1.1.2. Multilateraal niveau

1.1.2.1. Europese Unie

➠ Fiscaal pakket

De in 1998 door de Europese Commissie opgerichte

Werkgroep “Gedragscode” heeft als doel het bevriezen en

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

het afbouwen van alle nadelige fiscale maatregelen (de

maatregelen die een invloed hebben op de localisatie van

economische activiteiten binnen de Gemeenschap). In de

loop van het jaar 2005 is de Werkgroep verdergegaan met het

onderzoek van de gewijzigde of vervangende maatregelen

die werden voorgesteld door de Lidstaten en de afhankelijke

of geassocieerde gebieden.

De Spaarrichtlijn is op 1 juli 2005 in werking getreden. De

wetgeving waarnaar kan teruggegrepen worden (tekst van de

richtlijn en Belgische wettekst), de administratieve circulaire

en de te gebruiken attesten kunnen worden geraadpleegd

op de site http://www.fiscus.fgov.be/interfaoifnlnl/Directive_

Epargne/inleiding.htm. Ook de tekst van de akkoorden

die werden gesloten met de afhankelijke of geassocieerde

gebieden, kan worden nagelezen in de fiscale databank

Fisconet, in de rubriek “internationaal” van de sectie wetgeving

betreffende de directe belastingen.

De Europese Commissie heeft een voorstel tot herziening van

de richtlijn “interest-royalty’s” 2003/49/EG gedaan: dit voorstel

werd meerdere keren onderzocht door de groep “fiscale

kwesties”. Tot op heden werd evenwel geen enkele tekst door

alle delegaties aangenomen.

64

1. Wetgeving


➠ Richtlijn wederzijdse bijstand

Richtlijn 77/799/EEG betreffende de wederzijdse bijstand van de

bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe

en de indirecte belastingen werd vervolledigd en gewijzigd door de

richtlijnen 2004/56 van 21 april 2004 en 2004/106 van 16 november

2004 (P.B. nr. L 127 van 29.04.2004 en nr. L 359 van 04.12.2004) en

omgezet in het Belgisch recht door de Belgische wet van 20 juni 2005

(B.S. van 24 juni 2005).

➠ Fusierichtlijn

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

De besprekingen die binnen de Raad werden gevoerd met betrekking

tot de wijziging van de fusierichtlijn 90/434/EEG hebben eind

november 2004 tot een technisch akkoord geleid. De tekst van de

richtlijn (2005/19/EG van 17 februari 2005) werd gepubliceerd in het

P.B. nr. L 58 van 04.03.2005.

Het doel van de fusierichtlijn is een belastingneutrale behandeling

mogelijk maken van grensoverschrijdende herstructureringen

(fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil), zowel op

het niveau van de betrokken vennootschappen als op dat van hun

aandeelhouders.

De wijziging breidt de huidige werkingssfeer van de richtlijn uit

tot volgende transacties: gedeeltelijke fusie, omvorming van een

vaste inrichting in een dochtermaatschappij, zetelverplaatsing van

een Europese vennootschap of van een Europese coöperatieve

vennootschap. Bovendien maakt de wijziging door het opnemen van

specifieke bepalingen met betrekking tot transparante entiteiten

een betere toepassing mogelijk van de momenteel van kracht

zijnde richtlijn. De wijziging breidt tenslotte ook de lijst uit van de

vennootschappen waarop de richtlijn van toepassing is.

De richtlijn is van toepassing vanaf 1 januari 2006 met betrekking

tot de verplaatsing van de statutaire zetel van een Europese

vennootschap en van een Europese coöperatieve vennootschap en

vanaf 1 januari 2007 met betrekking tot de andere bepalingen.

65

Wetgeving


➠ Projecten Harmonisatie Vennootschapsbelasting

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

De Europese Commissie heeft twee parallelle projecten voorgesteld

die in zekere mate moeten leiden tot een harmonisering van de

nationale stelsels inzake vennootschapsbelasting: het “Home

State Taxation-project” (kortweg HST-project) en het “Common

Consolidated Corporate Tax Basisproject” (kortweg CCCTB-project).

Het HST-project richt zich specifiek tot KMO’s die actief zijn in

verscheidene Lidstaten. In toepassing van welbepaalde criteria zou

de “hoofdvennootschap” (moederonderneming of hoofdhuis) samen

met de buitenlandse dochterondernemingen en/of buitenlandse

vaste inrichtingen een zogenaamde “HST-groep” vormen. De

belastbare grondslag van deze HST-groep zou worden bepaald

volgens de nationale regels die gelden voor de hoofdvennootschap.

Deze (geconsolideerde) belastbare grondslag zou volgens een nog

nader te bepalen sleutel worden verdeeld over de verschillende

betrokken Lidstaten. Deze Lidstaten zouden vervolgens op het

aan hen toegewezen deel hun eigen (nationaal) tarief inzake

vennootschapsbelasting toepassen. In dit stelsel blijven er dus

25 nationale belastingstelsels en tarieven naast elkaar bestaan. De

Lidstaten hebben nog geen technische besprekingen gevoerd over

dit project.

Het CCCTB-project beoogt de invoering van één enkele

geharmoniseerde geconsolideerde belastbare grondslag.

Deze grondslag zou worden bepaald op het niveau van de

moederonderneming of hoofdhuis en zou het resultaat van alle

dochterondernemingen en/of vaste inrichtingen omvatten die deel

uitmaken van de zogenaamde “CCCTB-groep”. Volgens een nog te

bepalen methode zou het geconsolideerde resultaat vervolgens

worden toebedeeld aan de verschillende ondernemingen en/of vaste

inrichtingen. Iedere Lidstaat zou ten slotte de winst die aan het in die

Lidstaat gevestigde CCCTB-groepslid is toebedeeld, mogen belasten

tegen het nationale tarief. Een werkgroep, waarin alle Lidstaten zijn

vertegenwoordigd, is sinds november 2004 belast met de technische

uitwerking van het CCCTB-stelsel. De verslagen van deze werkgroep,

worden gepubliceerd en kunnen worden geraadpleegd op http:

//europa.eu.int/comm/taxation_customs/taxation/company_tax/

common_tax_base/index_fr.htm.

66

Wetgeving


1.1.2.2. OESO

➠ OESO-Model van fiscale overeenkomst

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

In juli 2005 heeft de OESO een nieuwe bijgewerkte versie gepubliceerd

van haar model van fiscale overeenkomst. Dat model wordt

door de meeste landen gebruikt wordt als grondslag bij de onderhandelingen

over en bij de toepassing en interpretatie van bilaterale

fiscale overeenkomsten. Om rekening te kunnen houden met

recente feiten en met de ervaring die de landen hebben opgedaan

bij het toepassen van de fiscale overeenkomsten, wordt het OESO-

Model regelmatig bijgewerkt. Ambtenaren van de AFZ werken mee

aan de aanpassingen die het Comité voor Fiscale Zaken doorvoert.

De wijzigingen die zich in 2005 hebben voorgedaan hebben voornamelijk

betrekking op:

➠ het belastingstelsel voor werkzaamheden die verband houden

met lucht- en zeevervoer;

➠ de problemen inzake de belastingheffing van grensoverschrijdende

inkomsten die verband houden met aandelenoptieplannen

voor de loontrekkers;

➠ de fiscale problemen i.v.m. de grensoverschrijdende pensioenuitkeringen;

➠ het probleem van de meervoudige vaste inrichtingen;

➠ de herziening van artikel 26 en de bijhorende commentaar inzake

de uitwisseling van inlichtingen.

In 2005 heeft het Comité voor Fiscale Zaken van de OESO bovendien

verder gewerkt aan de bijwerking, meer bepaald omtrent:

➠ het belastingstelsel van werkzaamheden van dienstverlenende

aard;

➠ winsttoerekening aan vaste inrichtingen;

➠ het verduidelijken van de uitdrukking “werkgever” in het kader

van het belastingstelsel van de inkomsten uit een dienstbetrekking;

➠ de non-discriminatie;

➠ het belastingstelsel van de beleggingsfondsen.

67

Wetgeving


➠ Multinationale ondernemingen

In 2005 heeft Werkgroep nr. 6 - multinationale ondernemingen

- vooral gewerkt aan een project aangaande

winsttoerekening aan vaste inrichtingen. Die werkgroep

is trouwens ook begonnen met de werkzaamheden

rond vergelijkbaarheidsanalyse en rond transactionele

winstmethoden. In 2005 heeft de OESO het rapport

“E-commerce: transfer pricing and business profits taxation”

(“elektronische handel: verrekenprijzen en belasting

naar handelswinst”) gepubliceerd, dat door die werkgroep

werd voorbereid.

➠ Wederzijdse bijstand

Werkgroep 8 heeft zijn werkzaamheden met betrekking

tot de nieuwe “Manuel sur la mise en oeuvre des dispositions

sur l’échange de renseignements en matière fiscale”

(“Handleiding voor de toepassing van de bepalingen

inzake uitwisseling van inlichtingen op fiscaal vlak” - enkel

beschikbaar in het Frans en het Engels) afgerond. Doel

van de handleiding is de personen die verantwoordelijk

zijn voor de uitwisseling van inlichtingen een algemeen

overzicht te geven van de werking van de bepalingen die

van toepassing zijn op de uitwisseling, en hun tevens een

aantal tips van technische en praktische aard te geven die

het rendement van die uitwisseling kunnen verbeteren. De

handleiding kan ook van nut zijn bij de beroepsopleiding.

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

Ze kan door de belastingadministraties gebruikt worden

als wegwijzer bij het opstellen of het herzien van hun

eigen handleidingen of administratieve richtlijnen.

De handleiding is opgebouwd uit modules. De eerste

module behandelt de algemene en juridische aspecten

van de uitwisseling van inlichtingen, de volgende modules

behandelen de bijzondere aspecten. In die bijzondere

modules wordt verder ingegaan op volgende thema’s:

➠ uitwisseling van inlichtingen op verzoek;

➠ spontane uitwisseling van inlichtingen;

➠ automatische (of systematische) uitwisseling van inlichtingen;

➠ uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot een

welbepaalde economische sector;

➠ gelijktijdige belastingcontroles;

belastingcontroles in het buitenland;

➠ nationale profielen inzake uitwisseling van inlichtingen;

➠ instrumenten en modellen inzake uitwisseling van inlichtingen.

68

Wetgeving


1.2. Indirecte belastingen

1.2.1. De juridische afdeling: Europese regelgeving

– geschillen en prejudiciële vragen – OESO

1.2.1.1. Europese Unie

a) De Raad

➠ Vereenvoudiging van de BTW-verplichtingen

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

De regelgevende voorstellen(8) die de Commissie in oktober 2004

deed om de administratieve lasten te verlichten die de belastingplichtigen

die niet zijn gevestigd in de lidstaat waar zij hun activiteiten

uitoefenen, moeten vervullen in het kader van hun BTW–verplichtingen,

hielden oorspronkelijk zes concrete maatregelen in:

➠ de invoering van een éénloketsysteem strekkende tot het moderniseren

van de teruggaafprocedure ingesteld door de 8ste BTWrichtlijn;

➠ de invoering van een éénloketsysteem voor niet in het binnenland

gevestigde belastingplichtigen; zulk systeem zou een belastingplichtige

toelaten om in zijn lidstaat van vestiging een BTW

aangifte in te dienen waarin hij ook zijn belastbare activiteiten en

de BTW-verplichtingen die daaruit voortvloeien in lidstaten waar

hij niet gevestigd is, zou aangeven, om aldus BTW-registratie in

die lidstaten te vermijden;

➠ de harmonisering van de aftrekbeperkingen;

➠ de uitbreiding van de verleggingsregeling (“reverse charge”) tot

bepaalde diensten tussen belastingplichtigen verricht door niet

in het binnenland gevestigde belastingplichtigen;

➠ de herziening van de bijzondere BTW-regeling van toepassing op

kleine ondernemingen;

➠ de vereenvoudiging van de bijzondere BTW-regeling van toepassing

op zogenaamde “verkopen op afstand”.

Nadat de Werkgroep fiscale vraagstukken, onder het Nederlandse

voorzitterschap, reeds de besprekingen ter zake van de wijziging

van de teruggaafprocedure van de 8ste BTW-richtlijn had aangevat,

werden in 2005 onder het Britse voorzitterschap

10 vergaderingen van de Werkgroep gewijd

aan het geheel van deze voorstellen. Met het

oog op een vlotter en efficiënter verloop van

de besprekingen werden de voorstellen door

het Britse voorzitterschap in 3 luiken opgedeeld,

namelijk (1) de hervorming van het systeem van

teruggaven aan belastingplichtigen die niet in

het binnenland maar in een andere lidstaat zijn

gevestigd, (2) het éénloketsysteem en (3) de andere

maatregelen ter vereenvoudiging van de

verplichtingen van de belastingplichtigen.

(8) COM (2004) 728 def houdende een voorstel voor een richtlijn

houdende wijziging van de 6de BTW-richtlijn, een voorstel tot vervanging van de 8ste BTWrichtlijn

en een voorstel tot wijziging van de verordening betreffende de administratieve

samenwerking op het gebied van de BTW.

69

Wetgeving


De Werkgroep fiscale vraagstukken boekte grote vooruitgang

inzake het eerste luik, maar over het tweede luik

(éénloketsysteem) bleven de meningen ver uit elkaar liggen.

Met betrekking tot de voorstellen die deel uitmaken

van het derde luik werd overeengekomen om de uitbreiding

van de verplichte verleggingsregeling tot bepaalde

door niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen

verrichte “B2B” diensten (diensten tussen belastingplichtigen),

over te hevelen naar de bespreking van de

voorstellen over de plaats van de dienstverrichtingen (zie

hierna) en om de voorgestelde vereenvoudiging van de

bijzondere BTW-regeling van toepassing op zogenaamde

“verkopen op afstand” te schrappen. Over de overige

voorstellen (harmonisering van de aftrekbeperkingen en

herziening van de bijzondere BTW-regeling van toepassing

op de kleine ondernemingen) werd weliswaar enige

vooruitgang geboekt, maar uiteindelijk werd voor geen

enkel van de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie

een voor alle lidstaten aanvaardbaar compromis

gevonden. Het Oostenrijkse voorzitterschap zal in 2006

de besprekingen over de vereenvoudiging van bepaalde

BTW-verplichtingen verderzetten.

➠ Plaats van de dienst

Hoewel er een akkoord was in de Werkgroep fiscale

vraagstukken, werd het voorstel van de Commissie(9)

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

houdende wijziging van de plaats van de dienst tussen

belastingplichtigen, in december 2004 verworpen door

de ECOFIN-Raad van de Ministers van Financiën van

de lidstaten. Op 20 juli 2005 diende de Commissie een

gewijzigd voorstel(10) in voor een Richtlijn van de Raad tot

wijziging van Richtlijn 77/388/EEG wat betreft de plaats

van de dienst.

Dit laatste voorstel beoogt een algemene en grondige

herziening van de regels inzake de plaats van levering

van diensten als geheel; dus zowel voor diensten tussen

belastingplichtigen (B2B) als voor diensten aan niet–

belastingplichtigen (B2C). Het hoofdprincipe van het

voorstel is dat de BTW zoveel mogelijk dient te worden

geheven op de plaats van verbruik. Daartoe wordt

voorgesteld om de B2B diensten in de regel te belasten in

de lidstaat waar de klant is gevestigd en om tegelijkertijd

voor zulke diensten de verleggingsregel uit te breiden.

Anderzijds zouden de B2C diensten in principe nog steeds

worden belast op de plaats waar de dienstverlener is

gevestigd, maar tegelijk zouden voor B2C diensten zoveel

mogelijk dezelfde regels worden toegepast als voor B2B

diensten (met voor een aantal belastbare diensten toch

heffing van de belasting in de lidstaat van vestiging

van de niet-belastingplichtige afnemer). De bijkomende

administratieve lasten die hieruit voor belastingplichtige

dienstverleners zouden voortvloeien zouden dan

70

opgevangen worden door het éénloketsysteem (zie

boven).

Over het in juli 2005 door de Commissie ingediende

voorstel werd onder het Britse voorzitterschap in de

schoot van de Werkgroep fiscale vraagstukken, op

enkele punten na, overeenstemming bereikt. Het is

echter niet waarschijnlijk dat er binnen de werkgroep

fiscale vraagstukken snel een akkoord zal worden bereikt

aangezien enkele lidstaten politiek voorbehoud hebben

gemaakt en vermits sommige lidstaten dat voorstel als

nauw verbonden met het enig loketsysteem (zie hierboven

en onder “Vereenvoudiging van de BTW-verplichtingen”).

(9) COM (2004) 822 def.

(10) COM (2005) 334 def.

Wetgeving


➠ Herwerking van de 6de BTW-richtlijn

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

De Commissie diende in 2004 een voorstel(11) in om de 6de BTWrichtlijn

te vervangen door een nieuw besluit waarin de bepalingen

van de overgangsregeling worden opgenomen in het corpus van de

tekst, inconsistenties in de vertaling worden rechtgezet, overbodig

geworden bepalingen worden geschrapt en de beginselen van

goede wetgevingstechniek worden toegepast.

Dit voorstel werd in 2005 zowel onder het Luxemburgse als onder

het Britse voorzitterschap besproken zonder dat die besprekingen

hebben geleid tot een tekst waarover alle lidstaten het eens zijn. Het

Oostenrijkse voorzitterschap zal in 2006 de besprekingen verder

zetten.

➠ Verlaagde BTW-tarieven

Het exeperiment waarbij lidstaten door de Raad konden worden

gemachtigd om voor twee of maximum drie categorieën van

arbeidsintensieve diensten een verlaagd BTW-tarief toe te passen,

werd in 2003 verlengd tot 31 december 2005. Die verlenging had tot

doel de lidstaten in de gelegenheid te stellen om overeenstemming

te bereiken over het voorstel(12) van de Commissie houdende

wijziging, in zijn geheel, van de communautaire regeling inzake

verlaagde BTW-tarieven.

Dit voorstel van de Commissie had tot doel de toepassing van

verlaagde BTW-tarieven te vereenvoudigen en te rationaliseren door

te werken met één centraal referentiepunt (Bijlage H bij de 6de BTWrichtlijn)

waarmee de Lidstaten konden uitmaken of een verlaagd

tarief al dan niet kon worden toegepast om bepaalde goederen en

diensten. Dit voorstel bevat onder meer een lichte uitbreiding van

de categorieën die voor een verlaagd BTW-tarief in aanmerking

kunnen komen, onder meer door het gedeeltelijk opnemen van

de categorieën van arbeidsintensieve diensten die het voorwerp

uitmaakten van de tijdelijke maatregel.

Dit dossier, dat door de budgettaire impact ervan uitermate politiek

gevoelig ligt in alle lidstaten, werd ook in 2005 besproken op de

verschillende niveaus in de Raad (Werkgroep fiscale vraagstukken,

Coreper, Ecofin en zelfs de Europese Raad van Staatshoofden en

Regeringsleiders in december). De standpunten van de lidstaten

bleven echter ver uit elkaar liggen. Uiteindelijk werd begin 2006

overeenstemming bereikt om het experiment van een verlaagd

BTW-tarief voor bepaalde arbeidsintensieve diensten nogmaals te

verlengen tot einde 2010. Deze beslissing biedt eveneens aan alle

lidstaten (inclusief de nieuwe lidstaten die op 1 mei 2004 toetraden)

de mogelijkheid om, mits machtiging door de Raad, een verlaagd

tarief toe te passen voor geselecteerde arbeidsintensieve diensten.

(11) COM (2004) 246 def.

(12) COM (2003) 397 def.

71

Wetgeving


➠ Minimumhoogte van het normale BTW-tarief

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

Op 14 april 2005 diende de Commissie een voorstel(13) in voor

een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG

betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over

de toegevoegde waarde wat betreft de geldigheidsduur van de

minimumhoogte van het normale tarief. Dit voorstel had tot doel

om de regeling waarbij sedert 1 januari 1993 de benedengrens voor

het normale tarief wordt vastgesteld op 15% en die na verschillende

verlengingen op 31 december 2005 zou aflopen, verder te

verlengen voor een periode van vijf jaar van 1 januari 2006 tot en

met 31 december 2010. De Raad keurde de Richtlijn(14) goed op

12 december 2005.

➠ Voorstellen voor beslissingen waarbij de Raad aan bepaalde lidstaten

afwijkingen toestaat op grond van artikel 27 van de 6de

BTW-richtlijn

Op grond van artikel 27 van de 6de BTW-richtlijn kunnen lidstaten

individueel worden gemachtigd door de Raad om nationale

maatregelen in te voeren die van de bepalingen van de 6de BTWrichtlijn

afwijken en dit ter bestrijding van belastingfraude of

–ontwijking dan wel met het oog op de vereenvoudiging van de

belastingheffing.

In de loop van 2005 besprak de Werkgroep fiscale vraagstukken een

aantal door de Commissie ingediende voorstellen(15) van Beslissingen

waarbij de Raad op grond van artikel 27 van de 6de BTW-richtlijn aan

bepaalde lidstaten afwijkingen toestaat van specifieke bepalingen

van de 6de BTW-Richtlijn, of waarbij dergelijke, vroeger aan bepaalde

lidstaten verleende afwijkingen, worden verlengd. Al deze voorstellen

werden door de Raad goedgekeurd in de loop van 2005.

➠ Rationalisering van afwijkingen toegestaan aan lidstaten op

grond van artikel 27 van de 6de BTW-richtlijn

Op 16 maart 2005 diende de Commissie een voorstel(16) in voor

een Richtlijn van de Raad tot wijziging van de 6de BTW-Richtlijn

houdende maatregelen ter vereenvoudiging van de BTW-heffing en

ter bestrijding van belastingfraude en -ontwijking, en tot intrekking

van bepaalde derogatiebeschikkingen. Dit voorstel heeft tot doel

om welbepaalde fraude- en ontwijkingsmechanismen efficiënter

te bestrijden door rechtstreeks in de 6de BTW-richtlijn zelf een

permanente rechtsgrondslag te creëren, op basis waarvan alle

lidstaten onmiddellijk de gepaste maatregelen zouden kunnen

nemen indien daar nood aan is, in plaats van, zoals nu, de Raad eerst

om een individuele afwijking van specifieke bepalingen van de 6de

BTW-Richtlijn te moeten vragen via de procedure van artikel 27 van

de 6de BTW-richtlijn.

(13) COM (2005) 136 def

(14) Richtlijn 2005/92/EG van de Raad

(15) COM (2005) 4; COM (2005) 109; COM (2005) 285; COM (2005) 364; COM (2005)

376; COM (2005) 392; COM (2005) 581; COM (2005) 635; COM (2005) 691.

(16) COM (2005) 89 def

72

Wetgeving


Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

➠ Verlenen van bindende rechtskracht aan een aantal

door het BTW-comité vastgestelde niet-bindende

richtsnoeren

Op 8 oktober 2004 diende de Commissie een voorstel(17) in

voor een Verordening van de Raad houdende vaststelling

van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 77/388/EEG

betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting

over de toegevoegde waarde. Dit voorstel had tot doel

om bindende rechtskracht te verlenen aan een aantal door

het BTW-comité krachtens artikel 29 van de 6de Richtlijn

vastgestelde niet-bindende richtsnoeren voor een juistere

en beter geharmoniseerde toepassing van het bestaande

BTW-stelsel en – sinds 1993 – voor een betere werking van

de interne markt.

Deze in hogervermelde Verordening opgenomen richtsnoeren

hebben betrekking op belangrijke aspecten van

de toepassing van de 6de BTW-Richtlijn, met name de

definitie van belastingplichtigen, de plaats van levering

van goederen en diensten, de maatstaf van heffing en de

toepassing van de overgangsbepalingen.

Na besprekingen op de verschillende niveaus in de Raad

(Werkgroep fiscale vraagstukken, Coreper, Ecofin) keurde

de Raad de Verordening(18) goed op 17 oktober 2005. De

datum van inwerkingtreding werd vastgesteld op 1 juli

2006.

b) De Commissie

➠ Werkgroep nummer 1 en gespecialiseerde werkgroepen

Werkgroep nummer 1 behandelde in 2005 vooral dossiers

die in datzelfde jaar effectief hebben geleid tot een voorstel

van de Commissie dat vervolgens werd besproken op de

Raad (plaats van de dienst, rationalisering van afwijkingen

toegestaan aan lidstaten op grond van artikel 27 van

de 6de BTW-richtlijn). Daarnaast werden in 2005 in

gespecialiseerde werkgroepen ook besprekingen gewijd

aan dossiers die in de toekomst nog door de Commissie in

een voorstel zullen worden omgezet.

➠ BTW-comité

Vertegenwoordigers van de Administratie van Fiscale

Zaken hebben ook in 2005 deelgenomen aan de besprekingen

van het BTW-comité, dit is een consultatief orgaan

waarin interpretatievraagstukken verbonden aan de communautaire

regelgeving inzake BTW worden besproken.

(17) COM (2004) 641 def.

(18) Verordening (EG) nr. 1777/2005 van de Raad

73

Wetgeving


➠ Vooruitzichten 2006

In 2006 zullen vertegenwoordigers van de Administratie van

Fiscale Zaken deelnemen aan werkgroepen ter voorbereiding

van voorstellen van de Commissie in, onder meer, de volgende

domeinen:

➠ hervorming van de vrijstellingen in het algemeen voorzien

door artikel 13 van de 6de BTW-richtlijn en van de BTWregeling

van toepassing op publieke overheden;

➠ BTW-regeling van toepassing op waardebonnen, met

inbegrip van “multipurpose vouchers” (zoals bijvoorbeeld

telefoonkaarten);

➠ hervorming van de BTW-regeling van toepassing op financiële

diensten en verzekeringsdiensten.

1.2.1.2. OESO

Vertegenwoordigers van de Administratie van Fiscale Zaken

hebben ook in 2005 deelgenomen aan vergaderingen van het

Comité Fiscale Zaken van de OESO en van de door dat Comité

opgerichte Werkgroep nr. 9 inzake verbruiksbelastingen.

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

Die Werkgroep stelde in de loop van 2005 documenten

op met betrekking tot de algemene principes, hun toepassingsmethodes

en hun BTW-implicaties ter zake van grensoverschrijdende

dienstverrichtingen in het algemeen en dit

teneinde situaties van internationale dubbele heffing en nietheffing

van belasting te vermijden.

Aan het Comité Fiscale Zaken wordt voorgesteld om die

algemene principes en toepassingsmethodes op te nemen in

een nieuw product, genaamd “Internationale BTW Richtlijnen”

dat de OESO in de komende jaren wil verwezenlijken.

1.2.2. De economische afdeling: de eigen middelen

inzake BTW

De werkgroep “Eigen middelen inzake BTW” gecoördineerd

door de economische afdeling, blijft verder de jaarlijkse

grondslag van de BTW in het stadium van het eindverbruik

vaststellen.

74

Wetgeving


Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

1.2.3. De internationale administratieve

samenwerking

1.2.3.1. Europese Unie

➠ Administratieve samenwerking inzake BTW

De administratieve samenwerking inzake BTW is gebaseerd

op de Verordening (EG) nr. 1798/2003(19) van de

Raad van 7 oktober 2003 die een meer efficiënte en vluggere

samenwerking heeft ingevoerd door de rechtstreekse

uitwisseling van inlichtingen tussen de bevoegde diensten

of ambtenaren van de verschillende lidstaten.

Krachtens deze nieuwe verordening is een zekere

decentralisatie van de bevoegde autoriteit ontstaan

door middel van “verbindingsdiensten”, die hetzij over

een territoriale bevoegdheid, hetzij over een specifieke

functionele bevoegdheid beschikken.

In België werd de bevoegde autoriteit in het bijzonder

toegekend aan de Centrale diensten van de BBI voor wat

betreft de rechtstreekse uitwisseling van inlichtingen

inzake fraudebestrijding.

75

Anderzijds doet de NIOD (Nationale en Internationale

Opsporingsdiensten) dienst als “front office” via een BTWantenne

te Eupen, voor de rechtstreekse uitwisseling van

inlichtingen (in het Duits) met de 4 aangrenzende Länder

(Baden-Württemberg, Nordrhein-Westfalen, Rheinland-

Pfalz en Saarland) in het kader van het bilateraal akkoord

dat in december 2002 werd gesloten met Duitsland.

In het kader van de multilaterale of simultane controles

treedt de hiertoe aangewezen controle-ambtenaar

op als bevoegde autoriteit (specifieke functionele

verantwoordelijkheid) voor het rechtstreeks uitwisselen

van inlichtingen tijdens de gehele duur van de multilaterale

of simultane controle.

Gemachtigde controle-ambtenaren die aanwezig zijn in

andere lidstaten, hetzij met het oog op de uitwisseling

van inlichtingen in de administratiekantoren van die

andere lidstaat, hetzij met het oog op deelname aan

administratieve onderzoeken, zijn evenzeer bevoegd voor

de rechtstreekse uitwisseling van inlichtingen gedurende

de gehele duur van hun missie.

(19) JO L. 264, van 15 oktober 2003, blz.1

Wetgeving


Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

De CLO (Central Liaison Office) blijft hoe dan ook de eerste

verantwoordelijke voor de contacten met de andere lidstaten.

De Verordening (EG) nr. 1925/2004(20) van de Commissie van

29 oktober 2004 heeft de uitvoeringsvoorschriften vastgesteld van

enkele bepalingen in het kader van de Verordening (EG) nr. 1798/2003,

met name door het preciseren van de categorieën van de zonder

voorafgaand verzoek uit te wisselen inlichtingen (automatische

uitwisseling). Zo kunnen de inlichtingen over bijvoorbeeld de

“Missing Traders” (ploffers) en “Fraudetrends” automatisch worden

uitgewisseld.

➠ SCAC (Standing Committee on Administrative Cooperation)

De werkgroepen inzake de kasregisters, inzake de geïnformatiseerde

audit en deze inzake de automatische uitwisseling van inlichtingen

hebben hun activiteiten gedurende het jaar 2005 verdergezet.

De SCAC heeft zich dit jaar hoofdzakelijk toegespitst op de aspecten

“strijd tegen de fraude” en “informatica”. Wat dit betreft heeft de

subgroep SCIT (Sub-Committee Information Technology) haar

werkzaamheden met betrekking tot informatiedragers voor de

uitwisseling van gegevens verdergezet (in het bijzonder wat betreft

de haalbaarheidsstudie van het VIES II netwerk en van de CCN Mail

die tot doel hebben de systemen van de gegevensuitwisseling in het

kader van de administratieve samenwerking te verbeteren).

FISCALIS 2003-2007

Het nieuwe Fiscalis programma dat sinds 1 januari 2003(21) in

werking is getreden betreft de BTW en de Accijnzen (zoals reeds

voorzien in het voorgaande programma) en werd verder uitgebreid

tot de directe belastingen en de taks op de verzekeringspremies.

In het kader van het meerjarige actieplan heeft het Fiscalis

programma voorzien in een bepaald aantal activiteiten: seminaries,

uitwisselingen, tijdelijke projectgroepen, studiebezoeken …

Anderzijds moeten de opleidingsactiviteiten (en dan vooral

de taalopleidingen) worden verdergezet. Er werd ook een

coördinatiegroep inzake opleidingen opgestart.

Wat het luik multilaterale controles betreft, voorzien in het Fiscalis

programma, is België zowel initiatiefnemer als deelnemer op verzoek

van andere lidstaten. In 2005 was België betrokken bij 6 multilaterale

controles, waarvan er 3 door België zelf werden georganiseerd. Bij

sommige multilaterale controles werden ook de aspecten inzake

directe belastingen en inzake accijnzen betrokken. Deze deelname

aan multilaterale controles heeft onder andere als doel zoveel

mogelijk ambtenaren te sensibiliseren inzake de afdwingbaarheid en

effectiviteit van de Belgische fiscale wetgeving in een internationale

context.

(20) JO L. 331, van 5 november 2004, blz.13

(21) Beslissing nr 2235/2002/EG van het Europese parlement en van de Raad van

3 december 2002 verschenen in de P.B. L 341 van 17 december 2002, blz.1.

76

Wetgeving


1.2.3.2. OESO

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

Het Task Team inzake SECTIS (Secure Exchange

Consumption Taxes Information System) heeft tot doel een

uitwisselingssysteem van inlichtingen te ontwikkelen met

betrekking tot “misbruiken” inzake verbruiksbelastingen.

Deze werkgroep heeft met name definities opgesteld van

de verschillende categorieën van misbruiken die kunnen

bestaan inzake de verbruiksbelastingen en waarover

een uitwisseling van inlichtingen kan plaatsvinden. Deze

groep heeft tevens een modelformulier opgesteld dat kan

worden gebruikt voor de geïnformatiseerde uitwisseling

van deze inlichtingen. Aangezien deze gegevens gevoelig

liggen kunnen ze slechts doorgezonden worden via een

beveiligd elektronisch systeem dat door de OESO werd

ontwikkeld.

In maart 2005 werd tijdens de vergadering van de

“Working Party 8” het idee van een gelijkaardig project

(Agressive Tax Planning schemes) voorgesteld voor de

uitwisseling van inlichtingen via een beveiligde site inzake

directe belastingen.

Op dit ogenblik wordt onderzocht in welke mate deze

twee projecten geïntegreerd zouden kunnen worden

in één project, ofwel samengevoegd zouden kunnen

worden op dezelfde website met een gezamenlijke

toegang en twee onderverdelingen: directe belastingen

en verbruiksbelastingen.

1.2.3.3. Bilaterale akkoorden inzake administratieve

samenwerking

➠ Frankrijk / België

Overeenkomstig punt VI van de administratieve

overeenkomst van 10 juli 2002(22) hebben de bevoegde

Belgische en Franse autoriteiten besprekingen aangevat

om een grensoverschrijdende maatregel uit te werken

om rechtstreekse uitwisseling van fiscale inlichtingen

inzake BTW en directe belastingen mogelijk te maken

tussen de ambtenaren van de plaatselijke diensten van de

twee staten. Deze grensoverschrijdende maatregel staat

op het punt van voltooiing en zou begin 2006 moeten

ondertekend worden.

➠ Nederland / België

De bevoegde Belgische en Nederlandse autoriteiten

hebben op 4 februari 2004(23) een administratieve

regeling ondertekend die de uitwisseling van

fiscale inlichtingen organiseert inzake de BTW en

de directe belastingen tussen deze twee staten.

Er dient nochtans opgemerkt dat wat betreft het luik

BTW, deze administratieve regeling nog geen rekening

houdt met de nieuwe verordeningen (EG) nr. 1798/2003

en nr. 1925/2004. De besprekingen tussen de twee landen

werden voortgezet gedurende het jaar 2005 om deze

administratieve regeling waar nodig te actualiseren.

77

➠ Duitsland / België

Inzake de administratieve overeenkomst van 17 december

2002 met betrekking tot de grensoverschrijdende

uitwisseling van gegevens inzake BTW tussen België

en de 4 Duitse (aangrenzende) Länder, werd een Duits-

Belgische werkgroep belast met het toezicht op de

praktische toepassing van deze overeenkomst. Deze

werkgroep is samengekomen in juni 2004 te Ovifat (BE) en

in maart 2005 te Koblenz (DE). Een volgende bijeenkomst

is voorzien voor april 2006 waar besproken zal worden

hoe de betreffende overeenkomst te actualiseren met

inachtname van de nieuwe verordeningen (EG) nr. 1798/

2003 en nr. 1925/2004.

(22) Belgisch Staatsblad van 25/10/2002.

(23) Belgisch Staatsblad van 05/08/2004.

Wetgeving


2. Internationale samenwerking door uitwisselingen

van ambtenaren

2.1. FISCALIS

2.1.1. Voor BTW, Directe belastingen en Taks op de

verzekeringspremies

2.1.1.1. Uitwisselingsbezoeken van Belgische ambtenaren in het

buitenland

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

In 2005 werden 30 uitwisselingsbezoeken uitgevoerd in het buitenland.

Op te merken valt dat sommige ambtenaren meer dan één

uitwisselingsbezoek hebben uitgevoerd.

Daarbij waren 6 ambtenaren van de AOIF/BTW betrokken, 5 ambtenaren

van de AOIF/DB, 3 ambtenaren van de AFZ/BTW, 1 ambtenaar

van de AFZ/DB, 1 ambtenaar van de AFZ/Registratie, 2 ambtenaren

van de BBI/BTW, 4 ambtenaren van de Invorderingsdiensten/DB en

2 ambtenaren van de Invorderingsdiensten/BTW, hetzij in totaal

24 ambtenaren.

Iedere uitgewisselde ambtenaar wordt geacht na zijn terugkeer een

verslag in te dienen, en erin te vermelden in welke mate zijn/haar

oorspronkelijke doelstellingen al dan niet werden bereikt.

Voor 2005 werden aan de uitwisselingsambtenaren niet minder dan

35 doelstellingen (afgeleid uit het Fiscalis Actieplan) aangeboden.

De meeste uitwisselingsambtenaren hebben trouwens inzake hun

uitwisseling meerdere doelstellingen tegelijk vooropgesteld.

In het algemeen wordt, aan de hand van die doelstellingen, ernaar

gestreefd:

➠ een betere kennis te verwerven;

➠ in het buitenland toegepaste vermoedelijk betere methodes en

procedures te ontdekken en

➠ de eigen administratie daaromtrent te kunnen inlichten en eventuele

voorstellen te formuleren.

Doelstellingen zijn onder meer:

➠ de organisatie, de methodes en de procedures van de opsporingsdiensten;

➠ de selectie van dossiers voor multilaterale controles en de organisatie

en uitvoering ervan;

➠ de wetgeving, de organisatie en de procedures voor wederzijdse

bijstand inzake invordering;

➠ de maatregelen ter bestrijding van de organisatie van het onvermogen;

➠ de organisatie inzake e-government;

➠ de problematiek van de grensarbeiders en het voorkomen van

dubbele belastingheffing;

➠ de aansprakelijke vertegenwoordiging;

➠ de maatregelen en methodes inzake het bevorderen van het

spontaan naleven van de fiscale wetgeving (compliance).

2. Internationale samenwerking door uitwisselingen van ambtenaren

78


Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

2.1.1.2. Uitwisselingsbezoeken van buitenlandse ambtenaren in België

In 2005 werden 77 buitenlandse ambtenaren ontvangen die in België

een uitwisselingsbezoek van 1 werkdag tot 10 werkdagen hebben

doorgebracht (tegenover een gemiddeld aantal buitenlandse

ambtenaren van +/- 30 in vorige jaren).

Hun doelstellingen bestaan in het verwerven van kennis en ervaring

betreffende onder meer:

➠ de controlemethodes en -procedures inzake BTW en directe

belastingen;

➠ de organisatie en procedures in verband met multilaterale controles;

➠ de methodes en procedures inzake e-audit en e-commerce;

➠ de methodes en procedures van forensisch onderzoek op het

vlak van de informatietechnologie;

➠ de maatregelen en methodes inzake het bevorderen van het

spontaan naleven van de fiscale wetgeving (compliance);

➠ de procedure in verband met de terugbetaling van BTW;

➠ de internationale samenwerking en uitwisseling van inlichtingen

inzake directe belastingen;

➠ de toepassing van de spaarrichtlijn.

2005 was een piekjaar voor de ontvangst van buitenlandse

uitwisselingsambtenaren. Blijkbaar wordt België meer en meer als

gastland gekozen door de andere lidstaten en kandidaat-lidstaten.

Dat wijst erop dat de kwaliteit van de aangeboden programma’s zeer

degelijk is.

Internationale samenwerking door uitwisselingen van ambtenaren

79


2.1.1.3. Deelname van Belgische ambtenaren aan Fiscalis

seminaries in het buitenland

In 2005 waren er 11 seminaries in het buitenland waaraan

23 Belgische ambtenaren hebben deelgenomen. Sommige

ambtenaren hebben aan meer dan één seminarie deelgenomen.

Het gaat om 7 ambtenaren van de AOIF/BTW, 4 ambtenaren

van de AOIF/DB, 2 ambtenaren van de AFZ/BTW, 3 ambtenaren

van de AFZ/DB, 2 ambtenaren van de BBI/BTW, 2 ambtenaren

van de BBI/DB, 1 ambtenaar van de Invorderingsdiensten/BTW,

1 ambtenaar van de Invorderingsdiensten/DB en 1 ambtenaar

van de pijler Grote Ondernemingen.

Op die seminaries werden de volgende thema’s behandeld:

➠ de controle van grote ondernemingen;

➠ de transfertprijzen;

➠ de verdoken economie in de bouwsector;

➠ de verbetering van de e-audit;

➠ de gevolgtrekkingen uit recente fraude;

➠ het programmamanagement;

➠ de inschrijvingstaks op tweedehandse wagens;

➠ de wederzijdse bijstand op gebied van directe belastingen;

➠ het CLO (Central Liaison Office) ;

➠ de doeltreffendheid van de invordering en de invorderingsbijstand;

➠ de praktische toepassing van de factureringsrichtlijn.

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

2.1.1.4. Deelname van Belgische ambtenaren aan

Fiscalis projectgroep -vergaderingen in het buitenland

In 2005 heeft een ambtenaar van de AOIF/BTW in het buitenland

deelgenomen aan 3 projectgroepvergaderingen betreffende

kasregisters.

Internationale samenwerking door uitwisselingen van ambtenaren

80


2.1.2. Voor Accijnzen

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

14 accijnsambtenaren namen actief deel aan 15 vergaderingen

die werden georganiseerd in het kader van uitwisselingen en

seminaries en behelsden de volgende domeinen: seminarie

voor verbindingsofficieren op accijnsgebied, het beheer van het

programma, de indeling van alcoholische dranken met het oog op

de accijnsbelasting, de taxatie van tabaksproducten, de classificatie

van alcoholische dranken en biobrandstoffen.

België organiseerde eveneens een seminarie in Brugge met als thema:

“Herziening van de richtlijn 92/12: vereenvoudiging, modernisering,

informatisering van de procedures”. Ongeveer 80 personen uit de

lidstaten, Bulgarije, Roemenië en Turkije namen hieraan deel.

Een accijnsambtenaar nam deel aan een vergadering in Nederland

over multilaterale controles.

De acties, voorzien op het gebied van de “Accijnzen”, zijn, zoals

deze voor het programma DOUANE 2007, zeer belangrijk voor de

harmonisering van de wetgeving en de werkmethodes en voor de

samenwerking tussen de fiscale diensten van de lidstaten.

2.2. Internationale samenwerking inzake douane en

accijnzen

België neemt deel aan de communautaire programma’s sedert

de inwerkingtreding ervan. Het betreft enerzijds de programma’s

DOUANE 2007, FISCALIS 2007 (accijnzen), AGIS, TWINNING en

anderzijds de programma’s PHARE en TACIS die worden beheerd door

EURODOUANE. Tevens verleent de Administratie haar medewerking

aan de activiteiten van de WDO en wordt er elk jaar een academische

sessie georganiseerd bij de Belgische verificatieschool die bestemd is

voor buitenlandse douaneambtenaren.

Internationale samenwerking door uitwisselingen van ambtenaren

81


2.2.1. Douane 2007

In 2005 namen 74 ambtenaren deel aan 62 geplande

vergaderingen in het kader van uitwisselingen/seminaries/

werkgroepen en studiebezoeken die plaatsvonden in de

verschillende lidstaten. 10 douaneambtenaren uit de Europese

Unie werden ontvangen in een Belgische douanedienst in het

kader van een uitwisseling/studiebezoek.

Door deze internationale ontmoetingen konden de Belgische

experts als aan de experts uit de andere lidstaten, om de internationale

samenwerking te verbeteren en de inspanningen

op het gebied van de bestrijding van de fraude intensifiëren.

Als voornaamste doelstellingen van deze ontmoetingen kunnen

worden vermeld: Container Security Initiative (CSI), opleiding

in het kader van de maritieme brigade, doelgroepen,

Automated Importation System (AIS), opleiding, gebruik van

scanners in de havens, organisatie en risicobeheer in de luchthavens

(ICARUS) en havens (RALPH).

Tevens organiseerde de Belgische administratie een regionale

operationele workshop “Doelgroepenbeheer” waaraan

24 Belgische, 3 Luxemburgse en 7 Duitse ambtenaren hebben

deelgenomen.

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

2.2.2. AGIS

Het programma AGIS heeft als doelstelling de politiediensten,

de rechterlijke macht en de betrokken administratieve

instanties van de lidstaten van de Europese Unie en van de

kandidaat-lidstaten te helpen om samen te werken op het

gebied van strafzaken, de bestrijding van de criminaliteit,

de uitwerking van een Europees netwerk, de verspreiding

en de uitwisseling van informatie en “best practices”.

10 ambtenaren namen deel aan 7 operationele acties die

werden georganiseerd in andere lidstaten.

Internationale samenwerking door uitwisselingen van ambtenaren

82


2.2.3. TAIEX

Een Belgisch ambtenaar nam deel aan een actie inzake “Trade

mechanisms” op het gebied van landbouwproducten. Deze actie

werd in Bulgarije georganiseerd door TAIEX, wat staat voor “Technical

Assistance Information Exchange Unit” en ressorteert onder “DG

Uitbreiding” van de Europese Commissie.

2.2.4. OLAF

In 2005 deed OLAF een beroep op de medewerking van 13 Belgische

ambtenaren. Zij namen deel aan 12 werkvergaderingen op het

gebied van de wederzijdse administratieve bijstand.

2.2.5. CARDS

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

CARDS (Community Assistance for Reconstruction, Development ans

Stabilisation) is een bijstandsprogramma ten behoeve van Albanië,

Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Servië, Montenegro en Fyrom (ex-

Macedonië).

1 Belgische ambtenaar nam deel aan een operationeel seminarie in

Zagreb, met als thema: “De rol van de douane op het gebied van de

bestrijding van namaak en piraterij”.

2.2.6. EUROMED

Regionaal programma voor de promotie van instrumenten en

mechanismen voor de euromediterrane Markt (EuroMed Marché).

In 2005 verleende 1 Belgische ambtenaar zijn

medewerking aan een seminarie in Cyprus. Dit

seminarie had als thema: “Douanesamenwerking

en de bestrijding van namaak en piraterij”.

Een Egyptische ambtenaar werd ontvangen in het

kader van een werkbezoek overdouaneaangiften

bij invoer, oorsprongs-certificaten, controlemaatregelen

a posteriori en evaluatiemethoden.

Internationale samenwerking door uitwisselingen van ambtenaren

83


2.2.7. Eurodouane

Deze organisatie, opgericht in 1992 met de toestemming en

onder het gezag van de Directeurs-generaal van de lidstaten,

heeft als doel de contracten te verwezenlijken die haar

worden toevertrouwd door de Europese Commissie in het

kader van de programma’s PHARE, TACIS, MEDA, enz.

In 2005 heeft EURODOUANE de volgende opdrachten aan

België toevertrouwd:

➠ 1 project inzake technische bijstand in Kazachstan op het

gebied van “Customs Control Project Airports”, uitgevoerd

door 3 ambtenaren;

➠ 1 opleidingsactie in Malta gerealiseerd door 1 ambtenaar;

➠ 1 opleidingsactie over de oorsprong van goederen in

Polen, uitgevoerd door 2 ambtenaren.

2.2.8. TWINNING

België realiseert momenteel een project voor Litouwen rond

het thema: “Implementation of Trader based Risk assessment

and control”. Dit project is gespreid over 2 jaren. 15 Belgische

experts werken actief mee aan het project en nemen deel aan

acties in Vilnius.

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

In 2005 verbleef, zoals voorzien in het contract, een Belgisch

expert, genaamd RTA (Resident Twinning Adviser), gedurende

14 maanden in Vilnius.

2.2.9. WDO

Ieder jaar organiseert de Werelddouaneorganisatie een

“lentebeursprogramma” dat voorbehouden is aan ambtenaren

van de douaneadministraties die lid zijn van de WDO.

In voornoemd kader hebben 6 ambtenaren een praktische

stage gevolgd bij de Belgische administratie.

Internationale samenwerking door uitwisselingen van ambtenaren

84


2.2.10. Buitenlandse stagiairs

Tijdens de academische sessie 2003-2004 ontving de Belgische

verificatieschool 26 ambtenaren uit 5 Afrikaanse landen, nl. Kongo,

Ivoorkust, Gabon, Madagaskar en Togo.

De sessie 2005-2006 wordt gevolgd door 17 ambtenaren, uit Kongo,

Ivoorkust, Gabon en Togo.

Op het einde van de sessies wordt een diploma overhandigd

aan de geslaagde cursisten. Dit gebeurt in aanwezigheid van de

Ambassadeurs en de Directeurs-generaal van de betrokken landen.

2.2.11 Diverse bezoeken

Hoofdstuk IV - Internationale betrekkingen

a) 4 Tunesische delegaties werden ontvangen door de Belgische

administratie in het kader van het nationaal programma voor de

ontwikkeling en de versteviging van de competenties inzake de

vereenvoudiging van het handelsverkeer:

➠ 3 ambtenaren werden ontvangen voor een studiebezoek

over “modernisering van het wettelijk en reglementair kader

inzake dedouaneringsprocedures”;

➠ 2 douaneambtenaren verbleven in Antwerpen voor een studiebezoek

over de werking van de scanners en de goederencontrole;

➠ 2 delegaties van 3 verantwoordelijken voor de brigades,

brachten een studiebezoek aan verschillende motorbrigades

en opsporingsdiensten.

b) In het kader van het programma CAFAO werd een Servische

delegatie ontvangen in Luik. Het werkbezoek handelde over de

“controles a posteriori”.

Internationale samenwerking door uitwisselingen van ambtenaren

85


FOD FINANCIEN BELASTINGEN EN INVORDERING

More magazines by this user
Similar magazines