Verwantschap met het landschap - Natuur en Milieu - Stichting ...

archief.snm.nl

Verwantschap met het landschap - Natuur en Milieu - Stichting ...

Verwantschap met het landschap

Nederlanders over hun omgeving


Stichting Donkerstraat 17 T. +31 (0)30 233 1328

Natuur en Milieu 3511 KB Utrecht NL F. +31 (0)30 233 1311

snm@snm.nl www.natuurenmilieu.nl

Stichting Natuur en Milieu is een onafhankelijke organisatie.

Zij werkt aan een schoon milieu en een rijke natuur via dialoog,

lobby, juridische actie en publicitaire druk. Overheid en

politiek zijn belangrijke gesprekspartners, maar ook bedrijfs-

leven, wetenschap en andere maatschappelijke organisaties,

nationaal en internationaal. U kunt het werk van Stichting

Natuur en Milieu steunen als donateur en met giften. Wilt u

meer informatie ontvangen dan kunt u bellen of mailen naar

Stichting Natuur en Milieu.


Waar kan de natuur nog heen?

Geef de natuur de ruimte

Nederlanders over hun omgeving

Zijn Nederlanders gehecht aan hun omgeving? Houden ze

van hun stad, hun dorp, het landschap daaromheen en

daartussen? Wat willen ze graag behouden? Wat voelen ze

en wat doen ze als hun favoriete plekken bedreigd worden?

Stichting Natuur en Milieu wilde het graag weten.

De Nota Ruimte van minister Sybilla Dekker van VROM, die

de openheid van het Nederlandse landschap bedreigt, was

de directe aanleiding voor deze vragen. Natuur en Milieu

zet zich al jaren in voor het behoud van die openheid. En

we denken dat ook veel landgenoten dat graag willen.

Maar hóe graag eigenlijk?

Stichting Natuur en Milieu heeft mensen in het land opgeroepen

om een brief, verhaal, tekening, foto of andere uiting in

te zenden over het thema ‘Help ons land mooi houden’. Uit

de reacties hebben we er ruim honderd geselecteerd en in dit

boekje gebundeld. Samen geven ze een beeld van de emoties

die het Nederlandse landschap, de steden inbegrepen,

bij de Nederlanders oproept. Beslist geen statistisch representatief,

wetenschappelijk doorwrocht beeld. Maar wel een

levendige indruk van de gevoelens die dat kleine, volle hoekje

Noordwest-Europa bij zijn bewoners teweegbrengt.


Het landschap als familie

Wat nóóit mag verdwijnen, daar zijn we het snel over eens: de natuur

van onze jeugd. Ieder bosje en ruig veldje, elke heuvel en plas, alle

plekken waar we als kind paadjes verkend, hutten gebouwd, kikkerdril

gedregd en onze knieën geschaafd hebben, die moeten blijven.

Als één wens uit deze bundel naar voren komt, is die het wel.

Maar ook de mensen die dat willen, wonen op voormalige weilanden

en akkers. Ooit speelden daar óók kinderen, en waarschijnlijk niet

eens zo lang geleden. Is het dus hypocriet wat ze willen? Een

beetje wel. Maar niet hypocrieter dan mopperen op de file waar

je zelf deel van uitmaakt. De meeste Nederlanders houden deze

tegenstrijdige wensen erop na: ze willen van mooie landschappen

genieten én lekker wonen.

Die mooie landschappen, dat zijn natuurlijk niet alleen die uit onze

jeugd. Het gaat ook om de Wadden, ook om de Veluwe, om het rivierengebied,

Zuid-Limburg, de droogmakerijen. Sterker nog, talloze

gebieden, verspreid over alle twaalf provincies, blijken mensen te

inspireren tot lofzangen op de schoonheid ervan en noodkreten

bij dreigend verlies. De teksten en beelden in deze bundel hebben

meer dan honderd gebieden tot onderwerp. Stukjes land (en water)

waar een vreemdeling misschien schouderophalend aan voorbij-

loopt, maar waar omwonenden zich aan gehecht hebben: een bos bij

Alkmaar van amper dertig jaar oud, een zand-keileemrug ten westen

van de stad Groningen.

Wat is dat toch? Conservatisme? Waarschijnlijk wel. Hetzelfde soort

conservatisme dat ons aanzet tot het bewaren van vakantiefoto’s en

het onderhouden van familiebanden. Die foto’s kun je ook weggooien

(of maak ze gewoon niet!), de banden van bloedverwantschap kun je

ook radicaal vervangen door vriendschappen. Waarom doet dat dan

toch vrijwel niemand? Omdat we het niet willen, daarom niet. Die

kiekjes, die zussen en die neven, ze maken allemaal dat we ons thuis

voelen in ons eigen leven. Ze zijn ons eigen leven. En datzelfde geldt

voor de bosjes, de veldjes en de plassen. Zo’n vertrouwd landschap,

da’s eigenlijk ook familie. Onze verwanten buiten.

Het is waarschijnlijk moeilijk om in Nederland nog een onbebouwde

hectare te vinden waar niemand aan gehecht is. Zo bezien raakt elk

huis in aanbouw, elk nieuw buitenwijkje of industrieterrein, wel een

aantal mensen in hun hart. Tegenover het plezier van de nieuwe

bewoners of ondernemers staat het verdriet van degenen die iets

kwijt zijn geraakt.


Is dat te voorkomen? In principe wel. Als Nederland besluit dat het

alleen nog maar nieuwe dingen bouwt op plaatsen waar oude dingen

worden gesloopt, geen gemarchandeer, hup, regel is regel, dan kan

het. Een kwestie van inschikken. Of van meer hoogbouw en meer

‘diepbouw’, ook een mogelijkheid.

Dit is geen pleidooi. Het is een gedachteoefening, om te laten zien dat

de huidige terugtocht van het groen ten behoeve van het grijs niet aan

een natuurwet gehoorzaamt. Die terugtocht komt voort uit politieke

besluiten, die op hun beurt tot stand komen onder druk van een deel

van de samenleving. Onder druk van burgers die een mooi en ruim

huis willen, van ondernemers die een representatief bedrijfspand

wensen, van projectontwikkelaars die hun bedrijf draaiende moeten

houden. Dat is veel druk, waar de Tweede Kamer en Provinciale Staten

en gemeenteraden maar moeilijk weerstand aan kunnen bieden.

Vooral niet als politieke denkers hun vertellen dat het vrije burgers in

een vrij land toch vrijstaat om een vrijstaand huis te bouwen, wat is

dat nou verdikkeme. Weg met die hiërarchische, centraal geleide

ruimtelijke ordening, kom op zeg.

Vrijheid is ook een mooi ding, dat staat wel vast.

Dat voel je heel erg als je over een polderdijk loopt, tussen twee verre

horizonnen. Of over een glooiende stuwwal, links een bosje, rechts

wat dom kijkende koeien. En dan voelt dat nieuwbouwwijkje achter

die koeien opeens helemaal niet meer als vrijheid. Dan ga je ernaar

verlangen dat het de bouwers en de bewoners democratisch doch ten

strengste verboden was op die plek hun begeerte in steen te verwezenlijken.

Vrije burgers, oké, maar wel een eindje verderop graag.

Hier wil ik vrij zijn.

Is dat niet erg egoïstisch? Wonen is toch zeker belangrijker dan wandelen?

Die mensen hebben alleen hun kaveltje met hun huisje, terwijl

je als wandelaar nooit genoeg hebt, hoe mooier en weidser en verder,

hoe beter.

Dat staat nog te bezien. In de eerste plaats: waar de een wandelt,

kunnen vele anderen ook wandelen. (Of fietsen, of kanoën, enzovoorts.)

In de tweede plaats: al is wonen inderdaad noodzakelijk, dat

kan ook wel ergens anders, terwijl de ontspannende, gezonde en

inspirerende bezigheid van de wandelaar toch echt in een aardig

landschap moet. En in de derde plaats: gebieden die wandelaars aanspreken,

bevallen vaak ook dassen, boomkikkers, koninginnenpages,

de herfsttijloos en het paarssteelveentrechtertje. Niet elk mooi landschap

herbergt een rijke natuur, maar de kans is groot. (Er schijnen


ook mensen te zijn die een rijke natuur onbelangrijk vinden. Tja, wat

moet je daarover zeggen? Dat het kortzichtige sufferds zijn.)

Er is sinds een paar jaar iets merkwaardigs aan het gebeuren. In de

laatste decennia van de voorbije eeuw deed de Nederlandse rijksoverheid

een serieuze poging om open gebieden open te houden.

Helaas slaagde die poging maar half. Gemeentes die het er niet mee

eens waren stonden vaak meer toe dan de bedoeling was. En zie als

Haagse bestuurder maar eens een lokaal gemetseld baksteenmuurtje

omver te halen. Dat is een klus.

Nederland is dan ook de 21e eeuw binnengegaan met minder open

landschappen dan welke andere eeuw ook. En uitgerekend op dit moment,

net nu de verstening en de vergrijzing van het landschap verder

zijn voortgeschreden dan ooit tevoren, verandert het rijk van mening.

Dat wil zeggen, een minister van een vrijheidslievende partij komt tot

de opvatting dat vrije burgers in een vrij land, enfin, bouw maar een

eind raak, wij trekken onze handen ervan af. Wandelaars moeten

maar naar Duitsland, of van huizen leren houden.

Dat is erg jammer, maar het gaat wel weer over. Er zal een poosje te veel

gebouwd worden op mooie plekken. En dat gaat dan zo veel Neder-

landers de keel uit hangen, dat ze de politiek weer een ander signaal

geven. En dan zal er weer een minister komen die de teugels aanhaalt.

Dit soort slingerbewegingen komt op allerlei beleidsterreinen voor.

Het vervelende van ruimtelijke ordening is alleen wel, dat de sporen

van oude inzichten zo lang te zien zijn. Het is een beetje als met

tatoeages: in een roes van overmoed laat je ze zetten en vervolgens

heb je tientallen jaren spijt. Verwijderen kan, maar is duur en lukt

vaak niet helemaal.

In de ruimtelijke ordening is er een aantal beruchte voorbeelden van.

In de roes van moderniteit en vooruitgangsgeloof die in de jaren zestig

en begin zeventig heerste, zijn er ruimtelijkeordenings-tattoos

geplaatst als winkelcentrum Hoog Catharijne en flatwijken à la de

Bijlmer, die al kort na hun voltooiing als achterhaald werden beschouwd.

Nu, in de politieke roes van dit moment (‘We doen wat de

mensen willen’), dreigen er opnieuw blijvende tekens op de huid van

het land te worden aangebracht. Wie de discussies volgt en de nota’s

leest, weet wat er komt: veel kantoren en heel veel woningen op

plekken die nu nog mooi zijn, maar daarna niet meer. De spijt, bij

iedereen behalve de bewoners en gebruikers, is zo voorspelbaar als

de kater na een slemppartij.


Kan het anders dan? Uiteraard. In principe is het mogelijk niets meer

bij te bouwen, werd hierboven al gezegd. Dat was de extreme variant,

de gedachteoefening. De huidige plannen zitten dicht bij het andere

uiterste. Daar zitten vele varianten tussen.

Zo vallen er op tal van bedrijventerreinen zeeën van ruimte te winnen.

En ook in sommige woonwijken is er loze ruimte die nu niemand

gebruikt – ook spelende kinderen niet. Benut die plekken beter, en je

slaat twee vliegen in één klap: de stad ziet er verzorgder uit en er

hoeft minder in het groen te worden gebouwd.

Het probleem zit hem eigenlijk helemaal niet in het kunnen, maar in het

willen. En dat willen wordt bepaald door allerlei politieke en econo-

mische mechanismen. Bijvoorbeeld: een gemeente heeft veel belang

bij nieuwe woningen en bedrijven, want die leveren geld op. Dus legt ze

bedrijven en projectontwikkelaars geen strobreed in de weg, nee, ze

lókt die om te bouwen. Ruimteverkwisting? Vindt ze geen probleem.

Ook grondeigenaars zien bouwers graag komen, want de prijs van een

vierkante meter weiland verveelvoudigt zodra die de bestemming

bouwgrond krijgt. Dus zij geven de gemeente ook nog een duwtje in de

verkeerde richting. En dan vraagt bouwen op kleine stukjes grond binnen

de stad ook nog eens om wat meer passen en meten, en dus geld.

Maar met het algemeen belang heeft dat natuurlijk allemaal niets te

maken. Voor Nederland maakt het niet uit of een bedrijf in gemeente

A of buurgemeente B komt. Dus moet een hogere overheid de gemeenten

de weg wijzen naar uitgekiend, zuinig grondgebruik. Dat is

precies het omgekeerde van wat onze minister nu van plan is, namelijk

gemeenten de vrije hand geven.

Ze doet dat omdat ze denkt dat ‘de mensen dat willen’. Maar mensen

willen meer dan mooi wonen alleen.

Wie daaraan twijfelt, neme kennis van de honderd-en-zoveel bijdragen

op de pagina’s hierna.

Ad van den Biggelaar

algemeen directeur Stichting Natuur en Milieu


Foto: Theo Audenaerd/Hollandse Hoogte


Roelie Hidding a/b Splinter, Balk

Dit mag zo niet doorgaan!

Het Friese merengebied is fantastisch. Al mijn

halve leven is Balk het begin- en eindpunt van

heerlijke zeilvakanties en ook daarbuiten wil ik

regelmatig van Friesland genieten. Van de stilte,

de uitgestrektheid, de luchten en natuurlijk de

Friese worsten. Helaas wordt het prachtige open

Friese landschap geteisterd door de aanleg van

recreatieparken en witte-schimmelwijken.

In vrijwel iedere Friese gemeente bouwen projectontwikkelaars

zich rot om het geld binnen te

halen van onze welgestelde landgenoten, die

graag investeren in een paar vakantiewoningen.

Kingsize-voorbeelden zijn te zien bij Staveren:

quasi-boerderijtjes van drie verdiepingen met

een rieten dak. Idem, in andere bouwstijl, bij Sloten,

Grouw, Eernewoude – waar eigenlijk niet?

Friesland heeft ook flink te lijden van witte

schimmel voor permanente bewoning. De provincie

is relatief goedkoop om te wonen (de

grondprijs is laag en huizen kosten er ook niks),

dus als je geld hebt, dan bouw je iets wat nog

protseriger is dan dat van je buurman. Het liefst

bij elkaar aan de rand van het dorp en zo langgerekt

mogelijk aan een doorgaand vaarwater.

Voorbeelden onder meer in Franeker en Leeuwarden

langs het Van Harinxmakanaal.

Zelfs zien de projectontwikkelaars kans om het

uitzicht over het IJsselmeer te privatiseren. Kijk

maar in Staveren, waar bij de visafslag de authentieke

aanblik van het havenhoofd voor altijd

is verwoest met vier onmogelijk vormgegeven

Chinese-pagode-achtige tweeondereenkappers.

We moeten van de uiterwaarden

zoveel mogelijk afblijven, laat

ook maar stukken verwilderen.

We hebben al zoveel van de

natuur afgepakt, laten we eens

iets teruggeven!

Job de Groen, Zevenaar

Het lijkt wel of kinderen tegenwoordig

nergens meer kunnen

spelen. Neem nou Kanalen-

eiland, dat was vroeger een

groene polder, nu staat het vol

met beton.

Dhr. en mw. Van Leersum, Utrecht


Houten lag vroeger in een boerenlandschap.

Moet je nou eens

kijken, overal staan van die Vinexwijken.

Het ziet er toch niet uit!

Mw. Verhoeven, Utrecht

Vroeger woonden we aan de rand

van Amersfoort, nu in het midden.

Zonder dat we zijn verhuisd.

Dhr. Rijsberman, Amersfoort

Deze foto’s zijn genomen in het Groene Hart van de

provincie Zuid-Holland, en wel in de buurt van de

Reeuwijkse Plassen, een prachtig natuurgebied en

gelegen in een reeds vol gebied. Het zou buitengewoon

zonde zijn als dit mooie en nog redelijk ruime

natuurgebied bebouwd zou worden. Het is onze

wens en niet alleen van ons maar ook van vele anderen

die in dit gedeelte van Nederland wonen om deze

mooie ‘ruimte’ te behouden en niet vol te bouwen!

R.A.R. Berkhuysen en M.A. Berkhuysen-Bakker, Reeuwijk


Frans Beekman, Den Haag

Uitwaaien op de dijk bij Zierikzee

Ten westen van Zierikzee ligt een merkwaardig

landschap van ‘inlagenen ‘karrenvelden’.

Omdat men in vroeger eeuwen bezorgd

was dat de zeedijk in een diepe geul van de

Oosterschelde zou wegzakken, maakte men

achter die dijk een inlaagdijk. De grond voor

de dijk werd uit de inlaag tussen de twee dijken

gehaald en zo ontstonden daarin lage

en natte landjes. Ook achter de inlaagdijk

werd grond weggekard, vandaar de naam

karrenvelden. Soms ging ook werkelijk een

inlaag verloren en bleef slechts een restje

dijk of nol over.

Door dit landschap fiets je van Zierikzee op

weg naar de dijk. In de weilanden zie en

hoor je kievit, tureluur, scholekster en kluut.

In de herfst zitten er tientallen zilverplevieren.

De inlaag biedt een broedplaats aan

visdief en kokmeeuw. De laatste jaren kan je

er zelfs de kleine zilverreiger of de lepelaar

zien. Dit rommelige en natuurrijke landschap

bleef zelfs na de watersnoodramp van

1953 gespaard. Elders op Schouwen-Duiveland

veranderde namelijk de herverkaveling

het landschap grondig. Eenmaal op de dijk

gekomen valt de enorme weidsheid op:

Noord-Beveland aan de overkant en ver naar

het westen de contouren van de stormvloedkering.

Wind, heldere lucht en ver kijken:

elke keer anders, altijd de moeite waard. In

sommige hoeken van de zeedijk zijn kleine

strandjes, waar de plaatselijke bevolking

graag komt om te zonnen en te zwemmen.

Met als enige voorziening een prullenbak.

Het plan-Tureluur, nu in uitvoering, maakt de

gouden rand van de Oosterschelde nog natuurrijker.

De nieuwbouwwijk van Zierikzee

zal wegvallen achter een hoge houtsingel.

Zo’n plek op de dijk om uit te waaien mag wat

mij betreft tot in lengte van jaren zo blijven.


Peter van Berne, De Meern

De Waddenzee

Ik hou van zeilen op de Waddenzee, met niet te

veel wind en een zon die het water doet glinsteren.

Bij vloed een grote watervlakte. Bij eb de

eilanden en zandbanken met veel vogels op zoek

naar voedsel en als je geluk hebt zeehonden die

zich in de zon liggen te koesteren. Een prachtig

gebied dat het waard is om te behouden en daarom

beschermd moet worden tegen industriële

activiteiten. Zoals olie- en gasboringen, maar

ook grootschalige visserij reken ik daartoe. Laat

het voedsel dat er in de Waddenzee is voor de

dieren liggen. Voor ons mensen blijven er nog

genoeg andere dingen te eten over.

Mijn familie woont in het westen van Zeeuws-Vlaanderen, waar ik zelf

ook opgroeide. In mijn jeugd reisden we altijd door België naar de rest

van Nederland. Nu ligt er een tunnel tussen Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-

Beveland. Maar was die echt wel zo urgent? Ik heb eerder het gevoel dat de

oude pont me afgepakt is.

Ina Blom, Kerk-Avezaath


Jos Verwey, Tull en 't Waal

Het klooster in Nieuwegein is mij echt dierbaar.

Dat is mijn geboortegrond en dat houdt toch

een speciaal plekje in je hart. Het zou gesloopt

worden ter wille van een vuilstort en een industrieterrein,

terwijl het zo’n mooi stukje Nederland

is, bewoond door uilen en andere vogels.

Gelukkig ontbrak een bestemmingsplan-kaart,

zo hebben we de vuilstort tegen kunnen houden,

maar het heeft wel dertien jaar procederen

gekost. De vuilstort zou tegen het waterwin-

gebied aan gesitueerd worden, wie bedenkt

zoiets? Een belangrijk detail is dat deze plek

onderdeel was van de Waterlinie en op de

Werelderfgoedlijst staat. De gemeente maakt

wel meer fouten. Ze hebben het oude gemeentehuis

gesloopt, maar nog geen nieuw gebouwd.

Nu huren ze voor veel geld een kantoor op het

industrieterrein. Zonde is het!

Mensenhanden maken alles netter,

maar dat is niet altijd oké.

Parken zijn soms eindelijk eens

wild en overgroeid, en dan worden

ze weer netjes gemaakt.

Paula, Bovenkarspel

We woonden in de polder van

Nieuwegein, in een huis met een

appel- en perenboomgaard. Daar

moest een weg komen, en er

mocht geen bocht in. Zeven jaar

geleden zijn we uitgekocht. Maar

die weg is nog steeds niet klaar.

Annie Verwey, Nieuwegein


De omgeving van Het Loo is erg

mooi, vooral in de herfst, als de

bladeren mooi kleuren. Af en toe

is het alleen afgesloten, omdat de

koninklijke familie gaat jagen.

Mw. Mulder, Apeldoorn

Bij Rhijnauwen, vlakbij Bunnik,

is een klein stukje natuur met

een groot grasveld en een berg

zand. Je ziet dat kinderen daarvan

genieten, meer nog dan van

speeltoestellen van duizenden

euro’s. Mijn oudste maakt wel

eens hutten met vriendjes, geweldig

vindt hij dat.

Paulien Awanis, Houten

Voor familiebezoek reis ik regelmatig per auto door

Noord-Holland. Twee jaar geleden kon je vanaf de

N246 richting Wormer en Den Helder nog genieten

van een mooi polderlandschap met enorme vergezichten

en prachtige luchten. Nu is langs deze provinciale

weg bij West-Knollendam een groot bedrijventerrein

neergezet. Even verder wordt langs de

N242 bij Oterleek richting Alkmaar een groot grondgebied

bouwrijp gemaakt voor de bouw van huizen.

Waar moet het naar toe met dit land? Is Nederland

straks één groot stedelijk gebied? Wilt u er alstublieft

aan werken het specifieke Nederlandse polderlandschap

te behouden? Dat kan onder het motto:

“Stop de verstening!”

We kunnen nog genoeg bouwen aan de randen van

stad en dorp en de open groene ruimte sparen! Zoals

Stichting Natuur en Milieu terecht stelt in haar tvspotje

kan de natuur bijna nergens meer heen. En ik

vraag u: waar kan de mens nog heen voor zijn broodnodige

rust, ruimtebeleving en een beetje reflectie?

E. Gelderman, Amersfoort

Foto: Imke Zuiderveld


Lisette Burggraaff, Kampen

Anneke van Berne, De Meern

Zuidwest-Friesland

De zuidwesthoek van Friesland is een

prachtige streek. Een heuvelachtig, bebost

gebied in een verder zo vlakke provincie.

Een fietstocht door dit gebied is

beslist de moeite waard. Rustig fietsend

door de bossen van Gaasterland ervaar

je een heel ander Friesland dan in de

winderige open polders die je in het

grootste deel van de provincie aantreft.

Het gebied in de buurt van Oude Mirdum

is zelf heuvelachtig en doet aan Zuid-

Limburg denken. Aangekomen bij de

Mirdumerklif en fietsend over de zeedijk

langs het IJsselmeer heb je een weids

uitzicht en trotseer je de elementen van

wind en zee. Dit gebied is nog ruim en

leeg, en ik hoop dat dat zo blijft. Als je

over de dijk in Stavoren arriveert, word je

geconfronteerd met wat daar de laatste

vijf jaar allemaal aan bouwsels langs de

kust is verschenen. Het oude plaatsje

wordt omringd door rare protserige

bouwwerken die over het water uitkijken.

Allemaal bestemd voor de recreatie. Dus

het grootste deel van het jaar staan deze

gedrochten nog leeg ook. Als het vrouwtje

van Stavoren nu over het water zou

uitkijken, voorzover er nog een uitzicht

is, zou de schrik haar om het hart slaan.

Ik pleit dan ook voor een stop op de oprukkende

recreatiebouw in Friesland. Als

het toch nodig is, omdat deze provincie

daar economisch van afhankelijk is, doe

het dan op een manier die in harmonie is

met het landschap en de natuur.


Tom de Boer, Rottevalle

Paradijs

Karel was naar Walibi geweest en deed daarvan

verslag in de kring. Het woord ‘leuk’ viel

nogal eens. Waarna het hek van de dam

was. Pretparken, avonturentuinen, bungalow-

dorpen, vakantieoorden, speelsteden en al

of niet tropische zwemparadijzen passeerden

de revue. En ik kreeg de indruk dat mijn

groep van zes- tot achtjarigen zeer deskundig

was. Op een enkeling na: drie stuks zaten

verbijsterd en sprakeloos toe te horen hoe

leuk het allemaal wel niet was. Ook ik ben

een onnozel persoon in dit soort zaken. Als ik

de betreffende tv-spots zie denk ik immer:

gelukkig dat ik niet hoef! En: daar gaat toch

geen mens vrijwillig naar toe? Die zijn toch alleen

maar bedacht om als prijzen te dienen

voor de spelletjes op diezelfde tv. Daar doe ik

dus ook mooi niet aan mee. Mijn broer wel,

die dreigde eens een reis naar Euro-Disney te

winnen. Hij ontsnapte ternauwernood. Het

werd een encyclopedie. Dat gaat nog. Maar

er schijnt echt brood in te zitten. Anders

waren het er niet zo veel. De droomfabrieken

werken op volle toeren. En met succes: de

verhalen zijn enthousiast en hooggestemd.

Het wordt overbieden en -troeven. Het gaat

nu om het hoogste reuzenrad en de wildste

waterbaan. Terwijl de kinderen verder snoeven,

dwalen mijn gedachten af. Naar vroeger,

daar heb ik al veel van. En ik zie me weer

dwalen door de weilanden. En de rietvelden

bij Makkum, buiten de IJsselmeerdijk. Kilometers

riet, met paadjes en plekjes die wij

alleen kenden. Na wel een half uur lopen met

enkel het ruisen en het golven en de geur van

het riet om je heen kwam je dan aan ‘zee’.

Het witte schelpenstrand, de meeuwen, het

water en de lucht. Dat was onze wereld!

Volwassenen kwamen daar niet, die hadden

het te druk met serieuzere zaken. Een hele

wereld, pas geschapen, alleen voor kinderen.

Alle seizoenen brachten nieuwe uitdagingen.

Het broedseizoen van de vogels, zwemmen

in de zomer, vissen, hutten bouwen, fluitjes

maken, vlagveroveren, een club oprichten,

polsstokspringen en in sommige winters

waren er echte ijsbergen. Hoe vaak te laat

thuiskomen (wat hebben jullie nu weer uitgevreten?!),

een draai om je oren en een boterham

apart op een hoekje van de tafel..... Vergis

ik me, maar was de wereld voor ons niet

één groot avonturenpark? Waar je elke dag

gratis in mocht? Nu staan op diezelfde plek

bungalows. Een projectontwikkelaar heeft er

brood in gezien. Er is een heuse boulevard.

Een appartementenhotel van drie hoog. En

vele andere voorzieningen. Voertaal: Duits.

Het terrein is afgeschermd: verboden voor

onbevoegden (en dat zijn vooral kinderen).

Ik kom er niet meer. Ik heb daar niets meer

te zoeken. Ik zou mijn herinneringen alleen

maar beschadigen.


In het buitenland vertel ik wel

eens over het polderlandschap.

Het is open, weids. Je voelt je

niet beklemd tussen gebouwen

en dergelijke. Als ik daardoorheen

fiets, rij of loop, voel ik de

vrijheid.

Paulien Awanis, Houten

Om de natuur in Nederland maak

ik me minder zorgen dan om de

leefbaarheid van de stad. Bij ons

kunnen kinderen niet buiten spelen,

er is geen ruimte. Wat er is,

wordt volgebouwd met dure appartementen.

Voor echt mooie

natuur moet ik naar Suriname!

Dhr. Mohammad, Amsterdam


Oosteind is nog een echt dorp

met gemeenschapsgevoel. Ik

vind het prettig dat je in het dorp

veel gezichten kent. Dat geeft

sociale controle. Daardoor is

Oosteind ook een stuk minder

vervuild dan de stad.

Monique van Rooij, Oosteind

Ik ben verknocht aan Twente,

zeker het gedeelte tegen de

Duitse grens aan. De natuur is

hier oud en dat voel je. Ze geeft

andere energie af dan pas

gecreëerde natuur, hier ademt

de natuur rust uit.

Mw. Krom, Nuenen

Ilonka, groep 6

Loosdrecht

Loosdrecht daar ben ik zovaak nog geweest.

Het is me even teer als op vakantie naar hawai

Je kon tot 10 uur 's avond zwemmen

je kon op een bootje dobberen op het meer.

Je kon ook zeilen en nog veel meer

Als dit word beboud word ga ik huilen

en is dat plek in mijn hart leeg.


Natuur in de stad: vooral ook voor kinderen

Als kind ben ik grotendeels opgegroeid in middel-

grote steden. Daar had je bouwterreinen en andere

ruige landjes waar we hutten bouwden, een prachtig

groot park waar we in bomen klommen, en soms nog

slootjes met allerlei beestjes erin. We konden ook vrij

gemakkelijk naar buiten: bos, polder. In ons dicht-

bevolkte en verstedelijkte land staat niet alleen de

natuur onder druk, maar ook de ervaring met natuur

die kinderen in hun directe leefomgeving kunnen opdoen.

Een krantenkop naar aanleiding van een onderzoek

naar kinderen en buitenspel in steden gaf

het kernachtig weer: “Buitenspel bedreigde soort”.

En een onderzoeker van de kinderwereld noemde het

the extinction of experience, “het uitsterven van de

ervaring”. Het gaat daarbij om krachtige ervaringen

met natuurelementen, die levenslang kunnen doorwerken,

ook in de houding van kinderen ten aanzien

van ‘natuur’. Internationaal vergelijkend onderzoek

laat ook zien dat kinderen die dit missen niet alleen

minder gevoel voor ‘natuur’ ontwikkelen, maar ook

een armer gevoelsleven en minder creativiteit. Nog

afgezien van de gevolgen van bewegingsarmoede,

die niet alleen met georganiseerde sport voorkomen

en bestreden kunnen worden, maar ook door meer

ruimte voor buitenspel met natuurelementen. De oorzaken

van deze verschraling van de omgeving en van

het spel zijn talrijk: het opofferen van ruige landjes

aan bebouwing, sociale en verkeersonveiligheid,

veranderde sociaal-economische en gezinspatronen.

Dat laat onverlet dat gerichte actie nodig is om het

natuurlijke weer meer onderdeel te maken van het

dagelijks leven. Daarbij gaat het in steden doorgaans

om heel alledaagse soorten planten en dieren. We

kunnen hier denken aan natuurspeelplaatsen zoals

in Rotterdam en elders bestaan, maar ook aan educatieve

natuur op schoolterreinen – plekken waar de

kinderen dagelijks komen. En het allerbeste is als dit

soort plekken deel uitmaakt van een samenhangende

groenstructuur in de stad, zo mogelijk verbonden

met het buitengebied. Een goede stad biedt ruimte

aan natuur en kinderen.

Foto: Chris van Tongeren

Kees Both, Hoevelaken


Danny, groep 6

zomer

Een zonnestraal,

die er niet meer is.

Nooit meer warm.

Nooit meer de geur

van bloemen.

Alleen maar

schaatsen

in de kou,

maar ook

veel schapen

in de

lucht

Mw. Pasman, Zwolle

Zwolle is op zichzelf een mooie stad, volop oude gebouwen

en historie. Juist in onze stad werd er een enorm

nieuw winkelcentrum uit de grond gestampt, zonder dat

de architectuur echt ingepast werd in de stad.

Wat wel mooi is zijn de uiterwaarden, ik wandel er graag.

Er zijn weilanden die permanent onder water liggen, en

die zijn ‘vernatuurlijkt’. Het stikt er van de eenden en ganzen,

in de zomer schitterend natuurlijk. Als ik met mijn

zoontje van vier daar ga wandelen en er zijn jonge eendjes,

dat vindt hij prachtig. Kwak, kwak roept hij dan, dat

ontroert me echt. Het is belangrijk dat kinderen op school

ook wordt geleerd waarom de natuur zo belangrijk is, niet

elke ouder neemt zijn of haar kind mee de natuur in.


memoires van een jongeman

7 jaar

Het woud bij mijn ouders om de hoek

Is voor mij een heel groot avontuur

Ik loop er vaak, steeds ben ik op zoek

Naar spanning en sensatie, zó in de natuur

14 jaar

Het bos bij mijn ouders om de hoek

Is niet meer wat het is geweest

Het stond bij mij als ‘eng’ te boek

Maar waarvoor was ik dan bevreesd?

21 jaar

Het bosje bij mijn ouders om de hoek

Wordt kleiner, althans zo lijkt het wel

Je schildert het nog net niet op één doek

Erdoorheen, dat loop je al te snel

28 jaar

De bomen bij mijn ouders om de hoek

Staan er eenzaam en verlaten bij

De nieuwbouwwijk Groot-Kattenbroek

Liet nog net wat ruimte ervoor vrij

35 jaar (tot zoon van 7 jaar)

Ooit was er een woud bij oma om de hoek

Waar ik dagenlang in dwalen kon

Ik ging er tot voor kort wel op bezoek

Het lag ongeveer hier: nu ligt er beton

Johan Roest, Zoetermeer


Onze naturistenvereniging ligt

dicht bij Tienhoven in een schitterend

natuurgebied. In de zomer

doen we er werk om de natuur

mooi te houden, zoals hooi maaien

en daar schelven van maken.

Daarin vindt de ringslang nestgelegenheid.

Mw. L., Maarssen

Ik kom graag op de Kampina-

heide bij Oisterwijk. Laatst zag ik

er nog een dodaars en een geoorde

fuut, de klapekster kun je

er ook tegenkomen. Ik ben een

enthousiast vogelaar, dus u zult

begrijpen dat ik verrukt was!

Dhr. Letar, Leeuwarden

Vincent de Bruin, Zwolle


Madelon Djajadiningrat-Nieuwenhuis, Rotterdam

Zicht op de Rotte

Rotterdam komt geregeld in het

nieuws: te veel nieuwkomers, armoede,

stank en industrie. Maar er

is ook een andere kant: Rotterdam

heeft ook veel groen te bieden in

de naaste omgeving van de stad.

De wijk De Keizershof gelegen

in Ommoord heeft een overloop

naar een natuurgebied waarvan de

meeste planologen dromen: het Recreatieschap

Rottemeren en aan de

overkant het Lage en Hoge Bergse

Bos. Daartussen kronkelt de Rotte

zoals nog maar weinig rivieren in

ons land meanderen. Helaas hebben

ambtenaren op het stadhuis

ook hier onzalige plannen ontwik-

keld: een busbaan dwars door dit

gebied, een busbrug over de rivier,

uitkomend op een weg die het natuurbos

gaat afsnijden van de wijk,

waardoor de natuurlijke overloop

naar het groen verdwijnt. Om de zaken

niet te gecompliceerd te maken

wordt de oudste boerderij aan de

Rotte, meer dan vier eeuwen oud,

binnenkort zonder er ruchtbaarheid

aan te geven afgebroken. Zo gaat

een stadsbestuur om met zijn culturele

en groene erfgoederen. Weer

een plekje minder waar vele mensen

kunnen genieten van een stukje

natuur zonder gebruik te hoeven

maken van een auto!

wad

Ik knak gedachteloos mijn vingerknokkel

maar verder hoor ik niets, het is hier stil

niets hoor ik dan de wind, de vogels, leven

ze leven van de schelpen in de zee

De scholekster is druk met zijn gesprokkel

een strandkrab is belust op porties krill

de eidereend, rondborstig, wendt de steven

ze duikt op zoek naar schelpen uit de zee

De scholekster speurt naarstig naar een kokkel

terwijl de eider liever mossels wil

kanoeten op hun beurt de voorkeur geven

aan nonnetjes, ook schelpen uit de zee

De Wadden vallen weldra van hun sokkel

waar zijn toch al die weekdieren gebleven?

de schelpen zijn verdwenen uit de zee

Koos Dijksterhuis, Groningen


Paulus

Zo tussen mijn achtste en twaalfde jaar kwam ik vaak

in het Spanderswoud bij 's-Graveland. Daar heb ik een

keer Paulus de Boskabouter zien lopen. Zodoende

weet ik dus dat hij daar woont of op zijn minst regelmatig

in dat bos wandelt.

Omdat Paulus eeuwig zal blijven bij de Nederlandse

kinderen, hoop ik dat het Spanderswoud voor altijd

een thuis zal blijven voor Paulus en de zijnen, dat kunt

u begrijpen!

Reinier de Bruin, Zwolle

Koos Dijksterhuis, Groningen

Foto: Erik Fliek, Utrecht

‘Hoor je dat dan niet?’

Nee, antwoordde mijn moeder. Hoe ze ook luisterde, ze hoorde niets.

‘Hoor je dan niet dat het stil is?’ Het was zomer 1968. Ik was bijna zes

en voor het eerst op Schiermonnikoog. Mijn ouders hadden er een huisje

gekocht. Sindsdien kom ik er een paar keer per jaar. Hele zomers heb

ik er doorgebracht. Eerst met mijn ouders, nu met onze kinderen. Zo stil

als toen is het er niet meer. In 1968 bestond Lauwersoog nog niet en

vertrok de boot uit Zoutkamp. In 1969 uit Oostmahorn, we voeren door

de sluizen en mijn vader zei: ‘Volgend jaar gaan we hier aan boord’. Nu

hoor je op Schiermonnikoog de kanonnen bulderen van oefenende soldaten

in het Lauwersmeer. Kokkelvissers schrapen ook bij Schier het

wad leeg met hun stampende boten. Straaljagers kwamen toen al griezelig

laag over, nu nog steeds. En de eilanders hebben allemaal een

auto, het liefst zo’n poenerige vierwieldrijf, waarmee ze over de vier

verharde wegen en het strand scheuren. En toch: het paradijs bestaat

niet, maar Schiermonnikoog komt in de buurt.


Alex de Bruin, Zwolle

Vroeger heb ik met mijn toen-

malige geliefde wel eens door de

uiterwaarden gezworven, ik denk

dat ik er daardoor altijd mooie

herinneringen aan zal bewaren.

Mw. Van Wieringen, Assen

Ik ben opgegroeid in een natuurminnend

gezin en heb geleerd

dat hoe wij omgaan met de

natuur iets zegt over onszelf.

Mw. Van Wieringen, Assen


Het laatste oorspronkelijke natuurgebied

van dit land wordt

door de mechanische kokkelvisserij

naar de bliksem geholpen.

Nee, voor echte natuur kun je beter

naar Canada gaan.

Dhr. Hälen, Barendrecht

Langs het Zuidkaatje tussen

Tandhof en Schipluiden is het

heerlijk wandelen. Wat wel jammer

is: waar vroeger weiland

was, is nu golfterrein. Eerst liepen

daar koeien te grazen, je zag

er grutto’s en kieviten. Nu niet

meer. Het is niet het enige stukje

natuur dat ik de afgelopen jaren

heb zien verdwijnen.

Rik Hogeling, Schipluiden

Wegwerplandschappen

Er zijn in Nederland bijzondere cultuurlandschappen waar we zuinig op

zijn. De Beemster bijvoorbeeld is een schitterende zeventiende-eeuwse

droogmakerij die dankzij Amsterdamse kooplieden werd drooggemalen

en volgens een strikt stedenbouwkundig plan werd ingericht. Terecht

werd de Beemster op de Werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst. Buiten

Noord- en Zuid-Holland zijn droogmakerijen uit de zeventiende eeuw heel

zeldzaam. Je zou dus verwachten dat met de andere droogmakerijen net

zo zorgvuldig wordt omgegaan als met de Beemster. Helaas.

Doordat er handige ringvaarten en ringdijken zijn, hoeven planologen

hier geen nieuwe grenzen op de kaart te trekken. Hier kan het! Hier komen

onze nieuwbouwwijken die van Nederland één groot Zoetermeer

maken. Hier worden bedrijventerreinen aangelegd waar de ene glimdoos

na de andere moet bewijzen hoeveel klasse het daar gevestigde bedrijf

heeft. Maar je hoeft hier niet te zoeken naar een aardig parkje om je boterham

te eten. Bedrijventerreinen zijn voor bedrijven, niet voor mensen.

Pas als de mensen uit de nieuwbouwwijken vrij zijn, mogen ze naar buiten

en daarvoor zijn dan weer speciale landschappen nodig: recreatieplas,

heuvelend grasveld, Zoetermeer. Een droogmakerij waar ooit een

snelweg doorheen werd aangelegd of waar een verrommeld hoekje is,

is niet gaaf meer en vraagt erom. Schermer, let op uw saeck.

Els ten Napel, Amsterdam


Op een druilerige januaridag in 1989 lijkt het

lot van het Plateau van Margraten bezegeld.

Ter voorbereiding van de nota Gegrond ontgronden

bezoekt minister Smit-Kroes het gebied.

Ze is amper uit de bus gestapt of ze

wordt door fruitteler Gorissen voor de keuze

gesteld: een brok mergel of een appel. Ze

kiest ter plekke voor de appel, en een paar

dagen later schrijft ze in een brief aan Gedeputeerde

Staten van Limburg dat de grenzen

van de groeves zijn bereikt. Er liggen op dat

moment nog plannen voor een nieuwe groeve

van 400 hectare en uitbreiding van een bestaande

groeve met 48 hectare, maar vanwege

de hoge natuurlijke, cultuurhistorische en

landschappelijke waarden zijn die niet aanvaardbaar,

aldus de minister. Limburg blij,

Margraten viert feest. Een uniek landschap

en leefgebied is behouden, een samengaan

van natuur, akker, weiland, boerderij, molen

en een karakteristieke lintbebouwing, kleinschalig,

maar met een idee van een grote

landschappelijke ruimte. Aan een kwarteeuw

strijd tegen de totale vernietiging lijkt dan

een eind gekomen. Maar in een achterkamertje

weten GS toch te bedingen dat bij de gehuchten

't Rooth en Gasthuis de bestaande

groeve mag uitbreiden. Uit angst voor schadeclaims

van het bedrijf in kwestie, Anker-

smit. Het dorp 't Rooth zal verdwijnen in een

gat van 30 hectare. Na massaal protest en

een politiek corruptieschandaal – gedeputeerde

blijkt betaald adviseur van Ankersmit

– wordt het dorp ‘ontzien’, de uitbreiding

beperkt tot 17 ha. Hoe pijnlijk een compromis

kan zijn: 't Rooth gespaard, maar de omgeving

met al haar waarden voor altijd kapot.

De komende vijftien jaar zal er tussen drie

gehuchten een krater van 50 meter diep, 250

meter breed en bijna 1 km lang worden geslagen.

Het mergelbedrijf moet 100 meter afstand

houden tot het beschermd dorpsgezicht

van Gasthuis, maar straks zal er geen

punt meer zijn vanwaar men dat gezicht kan

aanschouwen. De kuil komt tot minder dan

50 meter van de huizen van 't Rooth, maar

dat tast volgens de politici de leefbaarheid

niet aan. Op 25 maart 2004 staat de integriteit

van een historisch en nog redelijk gaaf

landschap op de agenda van de Raad van

State. Burgers tegen een overheid die zich 35

jaar geleden aan een bedrijf zegt te hebben

gecommitteerd. Een overheid die zich in nota’s

uitspreekt voor behoud van datzelfde

landschap, zelfs de term ‘park’ in de mond

neemt, maar die tegelijk het doodvonnis uitspreekt.

Het landschap rond 't Rooth straalt

een eeuwenoude rust en zaligheid uit die

door iedere bezoeker wordt gevoeld, binnenkort

wreed verstoord door haar eigen provinciale

overheid. Geen burger die dit wenst.

Wat blijft, is een overheid die al 45 jaar niet

wordt vertrouwd. U, de lezer van dit boekje,

weet hoe het vonnis is uitgevallen. Ik, schrijvend

vóór die 25e maart, kan na jaren verzet

alleen nog maar mijn hart vasthouden.

Paul Lemmens, Maastricht


Buffalo Bill in de Hoeksche Waard

In de Eeuwige Jachtvelden kreeg Buffalo Bill

toestemming van de Grote Geest om eens

de aarde te bezoeken. Bill had in de Eeuwige

Jachtvelden Koos Speenhoff ontmoet, de

bekende Rotterdamse kroegendichter uit

het begin van de twintigste eeuw, en wilde

nu wel eens kennismaken met diens stad.

Bill vond Rotterdam interessant, dynamisch

en indrukwekkend, maar op den duur werd

de drukte hem teveel. ‘Are there no plains

here?’ ‘Zeker wel’, antwoordde Koos, ‘we

gaan een rondje Hoeksche Waard maken.’

In Klaaswaal aangekomen huurden ze een

tandem. Bill achterop en Koos aan het stuur.

Daar peddelden ze al spoedig door een

gaaf landschap van dijken, bomenrijen, kreken

en akkers. ‘Ye c'n see f' miles, man!’,

schreeuwde Bill het uit, ‘just like the good

ol’ buffalo plains’. En hij haalde een paar

keer diep adem om ten volle van de frisse

lucht te kunnen genieten. Waar de dijk

een kreek passeerde, zagen ze een groep

mensen en een graafmachine. Nieuwsgierig

geworden stapten ze af. Een man met een

gouden ketting om was net klaar met een

toespraak. ‘Howdy’, begroette Bill de man.

‘Dat is een burgemeester Bill, a mayor’, zei

Koos. ‘Oh yeah, kind a’ sheriff, I see.’ De

burgemeester wilde wel uitleggen wat ze

aan het doen waren. ‘Kijk, we maken deze

kreek een stuk breder. Dat doen we ook met

andere kreken. Zo zorgen wij voor een

groen-blauwe dooradering van de Hoeksche

Waard. Langs de kreken komen her en der

wandelroutes en we denken ook aan ruiterroutes.’

Daar kon Bill wel waardering voor

opbrengen: ‘Horses are the thing in a man’s

life!’ De burgemeester wilde nog weten of

de heren van de krant waren. ‘Nou’, zei

Koos, ‘dat niet, maar ik ben wel schrijver.’

Dat vond de burgemeester interessant genoeg.

Hij riep een van de andere mannen

naderbij en liet hem vertellen, wat de Hoekschewaarders

nog meer van plan waren.

‘Wij zijn het in de Hoeksche Waard allemaal

eens, de gemeenten, de boeren, de Kamer

van Koophandel, de natuurbeschermers en

het waterschap. We hebben een plan gemaakt

voor de toekomst van de Hoeksche

Waard. We gaan de landschappelijke kwaliteiten

van het eiland op grote schaal versterken.

Een deel van het plan is al uitgevoerd.

Maar we maken niet alleen mooie nieuwe

natuur erbij, we zorgen ook voor bedrijven.

We hebben een intergemeentelijk grond-

bedrijf opgericht. Samen gaan we een bedrijventerrein

realiseren. Dat moet in 2030 »


« klaar zijn. Dan ligt er aan de noordrand 257

ha bedrijfsterrein. Dat ontwikkelen we in eigen

regie en in eigen tempo. En ook nog met gebruikmaking

van groene energie!’ Het duizelde

Bill. Koos had de grootste moeite alles uit te

leggen. ‘Maar waarom vertelt U dat ons allemaal?’

De burgemeester nam nu het woord

weer: ‘We vertellen dit, omdat de regering

andere plannen heeft. Ze willen hier grootschalige

distributieparken, gerelateerd aan de

Rotterdamse haven. Dat betekent op termijn

het einde van de Hoeksche Waard, want het

een brengt het andere met zich mee. Dat begreep

Bill wel: ‘They wanna turn the Hoeksche

Waard into another Rotterdam.’ ‘Zoiets ja’, zei

Koos, ‘maar dan wel een beetje anders.’ Bills

ogen begonnen te glanzen. ‘I know how t'deal

with 'em’, en hij haalde zijn revolver tevoorschijn.

De burgemeester zei verschrikt, dat die

tijd voorbij was. ‘No shooting’, sprak hij in zijn

mooiste Engels. ‘Wij gebruiken argumenten.

Die moeten op zich sterk genoeg zijn.’ ‘Zo is

dat’, zei Koos. De burgemeester ging verder.

‘De Hoeksche Waard hoort bij de Gouden

Delta. Die begint bij de Oude Maas. De Oude

Maas is de natuurlijke grens. De Gouden Delta

moet je open houden. Niet dichtslibben met

meer van hetzelfde. Wij bieden ruimte, rust

en groen. Wij hebben een gezamenlijk plan

voor wonen, werken, natuur en landschap. We

staan niet met de rug naar Nederland toe. Laat

ons ons karwei afmaken!’ Koos knikte instemmend.

‘Daar kan ik een mooi lied van maken....

hou de Hoeksche Waard heel......zoiets ja......

de Hoeksche Waard behouden......’

Martijn Verweijen, Nieuw-Beijerland


In de Voornse duinen is een oerduin

gevonden, tijdens het graven

van een baggergat. Dat

moest en zou dan hersteld worden.

Onbegrijpelijk. Laat de natuur

lekker de natuur! Ik zeg wel

eens: God en de natuur kun je

niet regelen.

Dhr. Kat, Den Haag

Nederland is erg veranderd

sinds mijn jeugd: vroeger kon je

overal lekker spelen, waren er

volop open ruimtes, tegenwoordig

zijn die bijna allemaal volgebouwd.

Als er al speelplaatsjes

zijn voor kinderen, zijn ze vaak

slecht onderhouden of fantasieloos.

Dat is jammer, want ik heb

er vroeger echt van genoten.

Kinderen moeten niet alleen

maar binnen zitten.

Mw. Groenekan, Haamstede

Foto: HH/Raymond Rutting


De eenzame molen

Onverdroten staat dit laatste restje Hollands glorie – de Poldermolen van

Wadenoijen – nog overeind. Ingeklemd tussen de spoorlijn Tiel-Utrecht en

nieuwe afslagen van de A15 bij Geldermalsen, nodig vanwege de aanleg

van de Betuwelijn, houdt hij moedig stand. Maar hoe lang nog? Een molen

op een piepklein lapje grond tussen drie wegen mist elke aantrekkingskracht.

Bij de volgende herinrichting van het landschap trekt waarschijnlijk

niemand zich zijn lot meer aan. Zoals het deze molen vergaat, vergaat het

veel authentieke landschapselementen. Even verderop in Tiel hebben de

milieuwerkgroep en bewoners uit de buurt geprobeerd de komst van de

nieuwe ontsluitingsweg van nieuwbouwwijk Passewaay tegen te houden.

Tevergeefs. De weg die nu wordt aangelegd, voert door het waardevolle

stroomdal van de Linge. En als die er eenmaal ligt, zo is de redenering, is

het landschap toch al aangetast. Een postzegeltje natuur heeft nauwelijks

nog waarde. Dan kunnen zich er net zo goed bedrijven vestigen.

En zo, beste politicus, verdwijnen er sluipenderwijs duizenden waardevolle

stukjes Hollands landschap. Jaar in, jaar uit. Het zou u sieren als u

met dezelfde daadkracht waarmee u nu bezuinigt op de sociale zekerheid

en asielzoekers terugstuurt, een halt toeriep aan dit eindeloze bouwen.

Nederland is mooi. Laten we dat zo houden.

Sandra van Kampen en Youetta Visser, Kerk-Avezaath Tiel


Tara, groep 6

Het bos

Nooit meer kastanjes rapen in het bos,

of dol rond rennen.

Dat is voor mij, hetzelfde als

een kikker die niet kan kwaken.

Zo mooi is de plaats voor mij.

Er is wel geen glijbaan.

Maar wel zingende vogels!

Dat is de allermooiste muziek in je oren!

Mw. Alloui, Almere

Wat ik bijzonder vind, is dat ik onder zee-

niveau woon op land dat er vijftig jaar geleden

nog niet was. Knap hoe Flevoland is ontstaan

en hoe het steeds aantrekkelijker wordt om te

wonen en recreëren. Je ziet de natuur hier

langzaam maar zeker verwilderen, we geven

grond terug aan de natuur en krijgen er frisse

lucht en natuurschoon voor terug. Als ik met

de trein naar Amsterdam ga, zie ik onderweg

vaak reeën wegrennen, dan weet ik weer wat

natuur voor mij betekent.

In Amsterdam, waar ik werk, is dat minder. Ik

loop wel eens door het Vondelpark, en sta dan

met verbazing te kijken dat daar papegaaien

rondvliegen en dat mensen het niet eens meer

zien, zo normaal wordt het al gevonden. Ja, Nederland

is mooi, dat moet blijven zoals het is!


Silvia Kuckulus, Amsterdam

Spelen om te leren

Het buiten spelen in Nederland is er niet leuker op geworden

sinds de roep om ‘meer veiligheid’. Elke vierkante meter

speelplek is inmiddels berubberd, beroofd van alle groen hoger

dan 15 cm, voorzien van deugdelijke hekwerken en, voor

de donkere winterdagen, tot in alle hoeken belicht. Over de

veiligheid van speeltoestellen zelf wordt ook goed nagedacht:

geen scherpe randen en hoeken, geen openingen waar

je met je vinger in kunt blijven hangen of zelf doorheen kunt

vallen, anti-sliptraptreden, ergonomische schommelzitjes,

meeverende zandbakranden en ga zo maar door.

Waar kun je nu nog met oude planken je eigen hut timmeren

of in een ruige groenstrook met takken een brug fabriceren

om toch droog over die plas heen te komen? Plekken waar

kinderen zelf hun fantasie kunnen laten gaan en niet alles

voorgekauwd is. Plekken waar kinderen socialiseren: leren

met elkaar om te gaan en afspraken te maken en consequenties

van gedrag te aanvaarden. Van een buil, een blubberbroek

of een schaafwond leer je tenslotte ook meer dan van

alle waarschuwingen om dergelijke zaken te voorkomen.

Laatst was ik in de Drunense

Duinen toen het onweerde, met

enorm onheilspellende luchten.

Het donkere weer stak fantastisch

af tegen de lichte zandverstuivingen.

Schitterend. Wat ik

ook erg mooi vind, zijn de blootliggende

wortels van vliegdennen

en het rondwaaiende stuifzand.

Misschien dat ik wel wat

bewuster naar de natuur kijk, ik

vind het heerlijk om te schilderen,

liefst met olieverf.

Mw. Van de Putten, Eindhoven

Kleine riviertjes zoals de Aa, die

door Noord-Brabant heen meandert,

die vind ik prachtig. Hoe

meer kronkels, hoe beter. Daar

moeten we niks aan doen.

Mw. Terbregge, Helmond


Emiel, groep 6

Het essehakhout

Als het essehakhout weg

zou zijn. Dan zal ik nooit meer

hutten vinden. Nooit meer

zal ik daar picknicken.

En nooit meer zal ik

lopen of er geen einde

aan de wereld is.


Jan Fransen, Utrecht

Molenpolder bij Utrecht

De Molenpolder bij Utrecht is een prachtig

voorbeeld van een stukje wetland, waarin

alle vormen van natuurontwikkeling van

water naar land aanwezig zijn. Plassen, petgaten,

legakkers, moerasgebieden, trilveen

en elzenbroekbos wisselen elkaar af. Een

deel van het gebied is van Staatsbosbeheer,

een ander deel van de Vereniging Zon en Leven

en stukken zijn in eigendom van particulieren.

Het beheer van de Vereniging is erop

gericht om het natuurlijke karakter van het

gebied zo veel mogelijk te bewaren en de

verschillende fasen in de ontwikkeling zichtbaar

te houden. Dat betekent dat door baggeren

stukken opengehouden worden en

andere stukken vervenen. Dat opslag van

bomen soms wordt verwijderd en dat er in

andere gevallen bos ontstaat. Ook vindt verschraling

plaats doordat maaisel verwijderd

wordt, waardoor steeds meer bloemen en

planten een kans krijgen. Op deze manier is

daar een prachtig gebied ontstaan, waar

veel planten voorkomen en dieren een

schuilplaats kunnen vinden. Het zou mooi

zijn als alle eigenaren van de Molenpolder

eenzelfde beleid zouden voeren, waardoor

een aaneengesloten geheel ontstaat. De

laatste jaren verrijzen er steeds meer grote

villa’s aan de rand van het gebied, met gladgeschoren

grasvelden ter grootte van een

voetbalveld. Als er dan toch een huis moet

komen, laat dit dan in het landschap passen

en zorg dat de begroeiing in evenwicht is

met de natuurlijke omgeving. Dan blijft ook

dit stukje Nederland mooi!

Yorn, groep 6

een plek

Met bomen en dan...

Wordt de boom 5 meter,

En van staal.

de mooie gele zon en dan

Een grote zwarte plek, schaduw

Zo groot, zo natuurlijk

En nu...

Weg als gesmolten ijs

helemaal...

weg...!!


Scotty Massar, Schoorl

Aan de oostrand van Alkmaar, tussen Alkmaar-

Noord en Sint Pancras, werd in de jaren zestig

en zeventig een bos aangelegd. Dit ten behoeve

van de bewoners van twee aangrenzende nieuwbouwwijken,

die verder weinig groen in de wijk

hadden. Het bos was niet zo groot, maar groeide

in de loop van dertig jaar wel lekker wild uit. Het

was buiten de bebouwde kom, dus een van de

weinige plaatsen waar je je hond nog los kon laten

lopen. Hoewel het aangeplant was, was het

het laatste ‘natuurlijke’ stukje Alkmaar-Noord,

want het gecultiveerde park De Rekerhout is

weliswaar leuk met z’n speeltuinen en kinderboerderij,

maar heeft met ‘vrije natuur’ niet zoveel

van doen. Het bos was een ontmoetingsplek

van hondenbezitters onder wie – zeker

toen de wijk ging vergrijzen – veel bejaarden die

hier hun dagelijkse loopje maakten. Op woensdagmiddag

en in het weekend gingen hele gezinnen

erheen. Voor kinderen was het bos spannend,

veel leuker dan die suffe Rekerhout. En

voor wilde dieren en vogels was het een door-

loopgebied, een pleisterplaats tussen een aantal

natuurgebieden. Het bos grensde aan een

polder, de Vronermeerpolder, en het was van

meet af aan duidelijk dat die polder nog wel

eens bebouwd zou gaan worden. Jammer van

het mooie vergezicht, maar ja, mensen moeten

ook ergens wonen. Maar, zo werd ons keer op

keer verzekerd, het bos zou gespaard blijven. In

de eerste plaats was dat een belofte van de gemeente

aan de bewoners van de wijken geweest

en die belofte wilde men gestand doen, maar

ook, en zeker zo belangrijk, deed men het voor

de dieren. Nou ja, om een lang verhaal over procedures

en rechtszaken kort te maken, het bos

staat er dus niet meer. De polder werd omgezet

in een hele nieuwe woonwijk die de naam Vronermeer

kreeg en die toch wat groter moest worden

dan men oorspronkelijk van plan was. Men

heeft nog een schaamstrookje struikgewas

overgelaten, op de plaats van ons mooie bos

staan nu drie flatgebouwen en er wordt nog een

torenflat gebouwd. We hebben weer eens kun-

nen constateren wat beloftes van de gemeente

Alkmaar waard zijn. Ik ben verhuisd met mijn

gezin, naar Schoorl, waar we nog van de bossen

kunnen genieten, al mag de hond er maar de

helft van het jaar los. Dat natuurgebieden uit

mijn eigen jeugd zo langzamerhand verdwenen

zijn (ik woonde als kind in Utrecht bij Amelisweerd,

ook zo’n grotendeels verdwenen bos,

ten prooi gevallen aan een snelweg die er zo nodig

dwars doorheen moest), aan dat idee was ik

inmiddels enigszins gewend geraakt, maar dat

zelfs de natuur uit de jeugd van mijn kinderen er

al niet meer is, dat vind ik erg. Veel mensen zijn

niet in de positie dat ze kunnen verhuizen, zij

zullen het met een bosloos Alkmaar-Noord moeten

doen. In Alkmaar is men nu aan het praten

over de westrand. Beschermde polder tussen

Alkmaar en Bergen. Natuurlijk wordt daar niet

gebouwd, zegt de gemeente Alkmaar. Hooguit

wat huisjes tegen de bestaande bebouwing

aan... Het zou mij niet verbazen als over tien

jaar die westrand helemaal volgebouwd is.


Aan de duinen heb ik mijn hart

verpand. Elk moment zijn ze weer

anders, maar altijd betoverend

en mysterieus. Zo overweldigend

als er opeens een ree voor je voeten

vandaan springt. Mooi dat

dat kan, zo dicht bij Amsterdam!

Mw. Huizinga, Amstelveen

Gelukkig is de Veluwe goed beschermd,

de dorpjes aan de rand

van de Veluwe blijven klein. Dat

is wel even wat anders dan wat ik

iedere dag zie als ik naar mijn

werk ga!

Dhr. Franssen, Woerden


Wat ik belangrijk vind, is dat

de steden een beetje leefbaar

gehouden worden, dus kinderspeelplaatsen

opknappen en

toezien dat hangjeugd er geen

bezit van neemt. Er moet denk

ik ook een mentaliteitsverandering

komen, dat we met gemeenschappelijke

ruimten respectvol

omgaan.

Dhr. Koopmans, Rotterdam

Hier in het oosten heb je wegen

met aan weerszijden bomen en

gras. Daardoor ervaar je het alsof

de natuur dichtbij is, wat natuurlijk

ook zo is. Het is voor ons oudjes

belangrijk om in beweging te

blijven, dus we gaan er regelmatig

met de auto op uit om ergens

in de buurt te gaan wandelen.

Dhr. Donkers, Velp


Jel Verdam, Bussum

Een paar dagen met mijn dochter naar

Schier in het najaar. Uitwaaien! We lopen

op het strand en boven zee hangt een

dreigende lucht. Het ruikt ziltig en het

zand stuift om onze benen. Dan horen

wij hem aankomen. Een enorme bui roffelt

op het strand. Voor we het weten zijn

we doorweekt tot op ons hemd en even

zo snel is de bui gepasseerd. Wat een natuurgeweld.

Soppend in onze schoenen

lopen we het hele eind terug naar ons

appartement. Snel onder de douche en

met een glas wijn en een boek lekker onderuit.

Een prachtig eiland, een heerlijke

plek om bij te komen.


Stefan Kloosterboer, Emst

Emst ligt tussen de Veluwe en de IJssel en is een erg

rustig dorpje, en dat wil ik graag zo houden. Overal zie

je enorme kantorencomplexen en nieuwbouwwijken

uit de grond verrijzen, ik hoop echt dat dat in Emst

nooit gebeurt. De rust, de ‘ons-kent-ons’-sfeer, de bossen

en de weilanden, ik vind het allemaal even mooi.

Een paar jaar geleden hadden wij nog een weids uitzicht

over de weilanden, nu staat er een lelijke nieuwbouwwijk.

Gelukkig heeft ons dorp wel zijn dorpse

karakter behouden!

Ik vind het goed dat mensen tegen het kappen van tropische

bossen zijn, maar daar zijn er meer van dan Nederlandse

bossen. In Nederland is al zo weinig natuur,

laten we eens nadenken hoe we dit schitterende land

op een duurzame manier kunnen ontwikkelen, met

een goede balans tussen cultuurgrond en natuur.

Liset, groep 6

Nooit meer

Nooit meer groen nooit meer

nooit meer groen als gras

aleen grijzen huizen

geen gekweter van vogels

waar je oren van gaan fluiten

dat allemaal nooit meer

geen sterken boom van staal

hoor je dat kabaal gezaag en gehak

dat is niks voor mij

geef mij maar een tak


Ook hier in Assen zie je dat in de

binnenstad het oorspronkelijke

verdwijnt. Stadsvernieuwing oké,

maar het moet wel passen. Dat

hoor ik meer om me heen, dat

mensen plannen van de gemeente

niet begrijpen, en dat ook niet

goed wordt onderbouwd waarom

ze nodig zijn.

Mw. Van Wegen, Assen

Wat ons aan het hart gaat is de

verloedering van steden. Door

graffiti en rommel op straat

wordt het steeds onleefbaarder.

De gemeente moet de zaak goed

bijhouden.

Dhr. en mw. Van Engelen, Venray


Alles moet efficiënt, zo goedkoop

mogelijk. Dit gaat vaak ten

koste van de kwaliteit, dat zie

je aan het onderhoud van de

openbare ruimte in de stad. Er

zijn genoeg mensen met een uitkering,

laat die meehelpen aan

onderhoud van straatmeubilair

en groenstroken.

Jos Mijnen, Leiden

Het idee dat hier heel vroeger

een dik pak ijs heeft gelegen en

dat onze Limburgse heuvels zo

zijn ontstaan, is natuurlijk te

gek. Ik vind het wel jammer dat

die heuvels nu zo volgebouwd

worden. En de mergelgrotten

zijn niet natuurlijk, maar wel een

mooi stukje cultuur.

Frank, Geleen

Thijs Lenders, Maastricht, namens Bewonersvereniging Ravelijn

Noodroep

De gemeente Maastricht wil de bouw van vier

flats en zo’n twintig woningen doordrukken op

het schootsveld van de vestingwerken de Hoge

Fronten. De Hoge Fronten is een nationaal cultuurhistorisch

én natuurmonument. Aan het

schootsveld grenst ook een potentieel cultuurhistorisch

monument, namelijk de uit 1956 daterende

‘woonschool’ de Ravelijn, de laatste in

zijn soort van Nederland. Zowel buurt- en belangenorganisaties

als overheidsorganisaties zoals

de Rijksdienst voor de Monumentenzorg

hebben negatief geadviseerd over de bouwplannen.

Een studiegroep verbonden aan de

Universiteit Leuven heeft onder andere vanwege

het ruimtelijk karakter van het gebied eveneens

negatief geadviseerd. 165 omwonenden hebben

een bezwaarschrift ondertekend tegen een

ontheffing van de vergunningsplicht die de gemeente

Maastricht van het ministerie van LNV

heeft gekregen. Dankzij de ontheffing hoeft de

gemeente niet te laten onderzoeken of de bouwplannen

negatieve invloed hebben op het natuurmonument

De Hoge Fronten. Het schootsveld,

dat deel uitmaakt van monumentale vestingwerken,

is een uniek ruimtelijk gebied dat

tot in lengte van jaren kwaliteit aan de stad en

haar burgers geeft. De bouwplannen kortwieken

niet alleen het schootsveld, maar beschadigen

ook het natuurmonument. Het gebied vertegenwoordigt

een bovengemeentelijk belang. De gemeente

vaart een ramkoers om de bouwplannen

te realiseren. Wij roepen om hulp. Zolang

de discussie op gemeentelijk niveau blijft, zullen

kortetermijnargumenten de doorslag geven.

Vandaar dat wij de noodklok luiden.


Aaldrik Pot, Winsum

Woudaapje

Het is nog aardedonker als ik op weg ben naar de Kollumerwaard.

Bij de toegangsweg zie ik een wit bord staan. Ik kan

niet lezen wat erop staat, maar dat doet er ook niet toe. Ik

kom voor het woudaapje. Ik hoorde gisteren dat Nederlands

kleinste reiger heeft gebroed in het Lauwersmeergebied.

Het aantal broedpaartjes in Nederland is teruggelopen tot

een handvol. Het ontbreekt de vogels domweg aan rust en

ruimte. En dan duikt hier zomaar een paartje op, dat zegt

toch wel iets. Tegen vijven ben ik op de juiste plek. In het

oosten opent de dag de gordijnen. De oude kwelderkreken

voor mij worden langzaam zichtbaar. En net als de zon van

plan is het zwerk te beklimmen, zie ik ze zitten op een dode,

uit het water stekende tak: een woudaapje met twee jongen.

Naast me hoor ik een gesmoorde kreet. Twee kwajongens

hebben de vogels ook ontdekt. Ze geven elkaar een highfive.

Als ik drie uur later weer naar huis fiets, zie ik weer dat

bord: Hier worden 150 recreatievilla’s gebouwd. Zucht. Die

zijn er natuurlijk nog niet genoeg. Dag rust, dag ruimte, dag

woudaapjes. Trouwens, hoeveel Kamerleden zouden ooit

een woudaapje hebben gezien?

Foto: Kina/M. de Jonge


Imke Zuiderveld, Nijmegen Auke Visser, Veldwerk Nederland, Apeldoorn

Sebaldeburen (1)

December 2003. De laatste dagen van het jaar, de wereld sluit zich af, lijkt

het. Er hangt een dichte mist. En het vriest. Het landschap is verstild, bevroren

in pasteltinten. Ik hou van mist. Het maakt het uitzicht kleiner en daardoor

de wereld groter. Zover ik kan kijken is er gras. Niks anders en niemand

anders. Het gras, de mist en ik. Ik zie niemand, ik hoor niemand. Mist camoufleert,

beelden en geluiden. Het is stil. Ik ben alleen, in een wereld van

pastel, een wereld van dromen. Dromen van de wereld, een andere wereld

dan de wereld achter de mist. Dromen van een wereld zonder de nieuwbouwhuizen,

de witte loods, zonder de silo’s en zonder de auto’s. Zonder

de geluiden van het leven van de wereld. Even weg, van de wereld.

Mist is mysterieus. En machtig. Geweldig. Maar het is niet elke dag mistig.

Laat er nog ruimte blijven waar we de mist kunnen missen. Een groene ruimte,

zonder nieuwbouwhuizen, witte loods, zonder silo’s en zonder auto’s.

Zonder geluiden van het leven van de wereld. Even weg, van de wereld.

Nederland is mooi, dat lijdt geen twijfel. Het mooi

houden is een kunst. Die kunst zullen we onze burgers

moeten leren verstaan. Door ze te leren omgaan

met de eiken en de beuken en de hemel en de aarde

(Comenius) begrijpen mensen wat de waarde en het

belang is van natuur. Een leefbare omgeving waar

schone lucht, schoon water en een schone bodem de

basis vormen voor alles wat leeft, maakt ons land een

oord waar het goed toeven is. Echter, daar zal wel in

geïnvesteerd moeten worden. De natuur- en milieueducatieve

instellingen in ons land staan meer dan

ooit onder financiële druk en dreigen te verdwijnen.

Educatie is noodzaak voor behoud van welk mooi

stukje Nederland dan ook!


Vera, groep 6

springertjes

In onze buurt staan springertjes.

Ook in oma’s tuin,

maar nu, nu onder het puin

Toch zal ik ze nooit vergegeten.

Spelen en ze knappen

in de warme zomerzon.

Ik wou dat dat nog kon.

Dat knappen is als een sprinkhaan,

die wegspringt.

Maar nu is heengegaan.


Wij wonen hier in bosrijk gebied,

dat is toch heel wat anders dan

de Randstad. Hier kunnen kin-

deren nog rustig buiten spelen,

zonder overreden te worden. Ik

hoop dat dit stukje Nederland

voor altijd blijft zoals het is, bosrijk

en rustig.

Dhr. Coenraad, Roosendaal

Er ligt hier een natuurgebiedje

om de hoek, met een meertje. Ik

heb daar heel wat romantische

boottochtjes gemaakt, het houdt

een speciaal plekje mijn hart.

Wat mijn humeur af en toe wel

bederft, is de geur van de cacaofabriek

die hier staat, die stank

is soms niet te harden.

F. Bruinsma, Wormer


J.B. Valkhof-Van der Schans, Emmeloord

Hier zitten wij

zeker niet op

te wachten!

Amber, groep 6

Bij de pony’s in de wei

De pony’s rennen elke dag

in de wei,

ravotte spelen blij.

Ik zal het jammer vinden,

dat niet meer te zien.

In plaats van dit weiland

staan dan grote huisen.

Bouw ze ergens anders.

peleas alleen voor mij?


Heide

Nooit meer rennen met de hond

Nooit meer de bomen in

nee! nooit meer.

Nu alleen nog huizen

Allemaal met groene luiken.

Die luiken zijn net zo groen als een

glimmende appel.

Alle heide planten weg er ware mooie

planten maar helaas allemaal weg.

We hebben gestaakt voor het bos het

bos moch blijven.

Maar de heide dus niet.

Wendy, groep 6

Dennis Moet, Haarlem


Janne van den Akker, Amsterdam

Holy

Ik ben een Amsterdammer

Die stad is mijn geluk

Er is maar één ding jammer:

Het is er vaak zo druk

Dus in het weekend pak ik

Graag thermoskan en brood

Ik weet niet maar dan snak ik

Gewoon naar Holysloot

Ik fiets door al dat weiland

En langs het klotsend IJ

En voel mij innig blij want

Dit landschap hoort bij mij

Maar ja: 't is in de Randstad

Al jaren de praktijk:

Waar eerst je nog leeg land had

Staat zo een nieuwbouwwijk

Kijk hoe ze IJburg bouwen!

Ik weet, de tijd gaat door...

We willen Holland houen

Maar woningbouw gaat voor

Toch werd ik nog een beetje

Getroost in mijn verdriet:

Wat hier gebouwd wordt, weet je

Hoeft ergens anders niet

En als ik in de lente

Natuur en stilte zoek

Dan ga ik wel naar Drenthe

Of naar de Achterhoek

Maar 't lijkt of die gedachte

Straks niet meer gelden kan

'k Had slapeloze nachten

Van Dekkers nieuwe plan

Och Tweede-Kamerleden

Gebruik toch uw verstand

Keer terug op uwe schreden

Behoud ons open land!

Ik wil op zondagmorgen

Geen uren met de trein

Om even zonder zorgen

In de natuur te zijn!


Schitterend om te zien wat gebeurt

als er landbouwgrond

wordt aangekocht en terug-

gegeven aan de natuur. Een kaal

stuk grond wordt binnen een

paar jaar een ruig terrein, waar

berken omhoogschieten en waar

langzaam maar zeker de natuur

zich herstelt en ontwikkelt.

Dhr. T. van der Kolk, Woerden

Ik zal het niet meer meemaken

dat Nederland één grote stad

is, maar mijn kleinkinderen en

hun kleinkinderen misschien wel.

Geen prettige gedachte, maar het

is niet te stoppen denk ik.

Mw. Beekman, Wilp


Het dorp Noordhorn ligt op een duizenden jaren

oude zand-keileemrug – oftewel ‘gast’ –

ten westen van de stad Groningen. Honderden

jaren voor het begin van de jaartelling

vestigden zich al mensen in de kweldergebieden

rondom deze gast; aanvankelijk op

natuurlijke kwelderruggen, later op opgeworpen

woonhoogten, de wierden.

In de Middeleeuwen, toen de zeespiegel

steeg, werd het land geleidelijk bedijkt. Het

grote klooster te Aduard speelde daarbij een

belangrijke rol. Zo ontstonden de eilanden

Middag en Humsterland, die thans tot de

oudste cultuurlandschappen van Europa behoren

en genomineerd zijn voor de Werelderfgoedlijst

van Unesco. Ze worden gekenmerkt

door subtiele hoogteverschillen en een

onregelmatige verkaveling, gevormd door de

zee, slenken (getijdegeulen), prielen (kreken)

en de mens. Dit gebied is nog grotendeels

Mw. L. van Doormaal, Noordhorn & Mw. M. Meijndert, Noordhorn

ongeschonden. Het is er ruim, rustig, stil en

's nachts donker. Het sluit aan bij het eveneens

prachtige Reitdiepdal. De zandrug bleef

lange tijd gescheiden van het kweldergebied

door een zeearm, De Riet, nu nog herkenbaar

als een watertje dat vrij in het land rondom

Noordhorn loopt. Geleidelijk werd ook deze

zeearm bedijkt, wat nog altijd in de verkaveling

zichtbaar is. Ook dit gebied is tot nu toe

onaangetast, rustig, stil en donker. De unieke

zand-keileemrug strekt zich ongeschonden

uit tot de loop van De Riet. Boerderijen liggen

verspreid op oude woonplaatsen.

Tot dusverre werden wegen en industrie ten

zuidwesten van Noordhorn ontwikkeld, op

een weinig gevarieerd, vlak laagveengebied.

Landschappelijk was dat de gunstigste locatie.

Maar het bijzondere, nog onaangetaste

land ten oosten, noorden en noordwesten

van het dorp dreigt nu ernstig verstoord te ra-

ken door plannen van provincie en gemeente.

Ten behoeve van een nieuwe woonwijk wil

de gemeente Zuidhorn een provinciale weg

een eindje verleggen. En ten behoeve van

scheepvaart en doorgaand autoverkeer wil

de provincie een nieuwe, vaste, zeer hoge

brug over het Van Starkenborghkanaal bouwen,

met daarop aansluitend een rondweg.

Die zou ten oosten, noorden en noordwesten

van Noordhorn komen te lopen, en zowel het

Rietdal als de zand-keileemrug doorsnijden.

Als deze plannen doorgaan, verdwijnt een

zeer bijzonder landschap, en worden de rust

en stilte in de wijde omtrek verstoord. Dus

ook in de toekomstige

Unesco-gebieden Middag

en Humsterland.

Groningen, 1200


Man & boom

Er komt een man van Fleringen

ik niet,

ik kom niet want ik ben,

ik loop niet want ik sta,

al eeuwenlang verdiep ik mij

in deze grond,

zo lang mij heugt meet ik

de hemel met mijn kruin,

wel duizend eksters heb ik

losgelaten uit mijn brein –

een man van Fleringen

tot bij de Kroezeboom,

van kroes of kroeskop,

kruis of kruispunt,

tot in het diepste van zijn ziel

van hout.

Hij neemt zijn hand en legt

die op de bast. Hij kijkt,

hij luistert en hij zegt.

Want weet je nog, zegt hij,

hoe klein we zijn geweest?

Koos van Zomeren, Arnhem

Heidi de Bruin, Zwolle

Eén jaar heb ik in Wezep gewoond. Ik was toen zes

jaar. Ons huis stond vlak langs de spoorlijn. En aan

de overkant van de spoorlijn liep je zo de bossen in.

Achter het huis van onze overburen lag een groot

heuvelachtig veld vol met konijnenholen en braamstruiken,

waar het heerlijk spelen was. Een mooie

herinnering.

Nu, jaren later en wonend in Zwolle, wilde ik met

mijn kinderen gaan wandelen in die bossen bij mijn

oude huis. Het huis was zo gevonden, alleen de

bossen konden we niet meer zo inlopen. We liepen

tegen een groot hek aan, met daarachter een bord

waarop stond: ‘Hier komt een sprookjesattractie’.

Een eind verderop konden we wel het bos in, maar

we stuitten al gauw weer op een andere omheining.

Het ongerepte is weg. Net als het veld waar ik gespeeld

heb. Er is nu een nieuwe woonwijk verrezen

en niet zo’n kleintje ook. Jammer dat het alleen

voor mij een mooie herinnering is en ik hem niet

met mijn kinderen kan delen.


Laurens, groep 6

De vijver zonder woorden

Het is een hele

Grote vijver

in mijn buurt. maar als

Hij weg is is het geen buurt

Meer. En dat zou een

ramp zijn voor mij

en andere. er zit riet

omheen bijna gras.

Nooit hetzelfde als dat

zou zijn doet mij dat

pijn. vis eend alles dood.

Geen eende vissen.

Alles DooD!!!!

DooD!

daar is het te jong voor.

Ik studeer in Groningen, maar ik

ben blij dat ik hier niet ben opgegroeid.

Er zijn nauwelijks speeltoestellen

of groen. In Naarden,

waar ik eerst woonde, heb je veel

natuur. Veel water ook. Je kunt er

fantastisch varen.

Joris, Groningen

Waar ik me zorgen om maak is de

verloedering van openbare plaatsen

als stations, speelveldjes en

groenstroken. Bij mij in de buurt

is een basketbalveldje, ooit aangelegd

om de jeugd bezig te houden,

nu verwaarloosd en niet

meer in gebruik.

J. de Boer, Den Haag


Camping Zuid-Girkel

Om onze camping zit een bos. Groter dan

onze school. Achter het bos zit heide. Als

dat weg was zou ik dat jammer vinden.

Nooit meer lopen nooit meer dansen. Achter

onze caravan zit een stuk bos dat is nu

al bijna weg. Want daar komen caravans.

Tanja, groep 6


Mw. W.C. Mahien–van Vliet, Berkel-Rodenrijs

Het Groene Hart moet gespaard blijven. Laten wij

daar totaal niet aan komen. Begint men met huizenbouw,

dan is het eind zoek. Zoek het in de hoogbouw,

de leegstaande panden en de braakliggende

locaties in de steden. Laten wij de stilteplekken en

de landelijke natuur beschermen. Het wordt tijd dat

politici inzien, dat onze natuur van ons allemaal is

en dat zeer zeker de hele bevolking van Nederland

medezeggenschap hierover heeft. Handel niet naar

commerciële inzichten, maar geef de natuur de

ruimte. Blijf af van de spaarzame natuurgebieden

in ons land.

Minister Pronk heeft tijdens zijn regeringstermijn

gezegd dat van verder bouwen in het Groene Hart

geen sprake zou zijn. Het is toch een schande dat bij

een nieuwe regering alles op zijn kop wordt gezet.

Dhr. Klok, Deventer

De laagveenmoerassen van de Weerribben zijn voor mij erg belangrijk,

vooral omdat het één van de laatste laagveenmoerassen van Europa is.

Hier is een stuk geschiedenis geschreven, in de Gouden Eeuw afgegraven,

noeste arbeid. Die geschiedenis maakt de Weerribben zo mooi. Om het

gebied authentiek te houden moet ieder jaar gras gemaaid worden,

anders wordt het moerasbos. Met dit kabinet is milieu en natuur een ondergeschoven

kindje en dat moet veranderen. We zijn nog steeds een rijk

land, geven miljoenen uit aan vakanties en keukens en dergelijke, laten

we dan ook de natuur laten meedelen in onze welvaart.


Lieke, groep 6

Speeltuin

Noot meer voetballen in het gras

met vriendjes en vriendinnentjes

Ik vind het jammer dat we niet

meer kunnen schommelen en ook

niet meer op de kabel baan die

zo glijdt alsof je op een nek van een

giraf aan het glijden bent.

En niet meer verstoppetje spelen

of tikketje want de speeltuin is

verdwenen

dit verhaaltje heeft

gezgreven Lieke de Smet, groep 6

Marc Spijker, Oegstgeest

De Nieuwe Weg

Als jongen van een jaar of zestien fietste ik graag. Ik

herinner me dat ik een keer vroeg in de avond op de

Nieuwe Weg was, aan de rand van Leiden. Er waren

geen andere mensen te zien. Alleen een paar koeien.

En het was er zo stil dat ik me in deze natuurlijke

omgeving opgenomen voelde. Nu is het niet meer

mogelijk om op die plek zo’n ervaring te hebben. Op

zo’n 200 meter ten zuiden van de Nieuwe Weg loopt

nu een nog nieuwere weg met veel auto’s. En een

weids uitzicht is er ook niet meer, want 600 meter

verderop begint de bebouwing van Leiderdorp.

Toch zijn er elders in ons land nog wel plekken te

vinden waar je een ervaring van stilte en opgenomen

worden in het landschap kunt hebben. Waar je

nog over weilanden en open ruimte kunt uitkijken

zonder wegen en bebouwing aan de horizon. Ik

hoop dat de Tweede Kamer zorgt dat dat zo blijft.

Zodat zestienjarige jongens die graag fietsen, van

mooie weidse open landschappen en stilte kunnen

blijven genieten.


Waterland

Met veel plezier woon ik in Amsterdam, met man en drie kinderen.

Artis is vlakbij, er is een groot plein voor de deur waar de kinderen

kunnen spelen en we hebben veel voorzieningen in onze levendige

buurt. Prima voor de dagen dat iedereen werkt of naar school is.

Maar vooral als het voorjaar weer dichterbij komt, gaat het kriebelen:

dan willen we ook groen, frisse lucht, beweging. Kortom, naar

buiten! Dan stappen we op de fiets en gaan de stad uit. Gelukkig

zijn er een paar fietsroutes die ons snel het gevoel geven ‘buiten

te zijn: langs de Amstel, over de Schellingwouderbrug naar Waterland,

of met het pontje achter het Centraal Station, richting Twiske.

We picknicken dan ergens, gaan kanoën, moedigen pappa aan op

het hockeyveld, stoppen ergens om een ijsje te eten, voetballen of

liggen met een boekje in het gras.... Het frisse groen, de schapen

en koeien in het weiland, de roeiboten op het water, de wind om je

oren maken dat de hoogspanningsmasten in het weiland en het

achtergrondgeluid van de auto’s op de snelweg er niet meer zo

veel toe doen. Dat hoort er nou eenmaal bij als je in de Randstad

woont. Ik hoop dat ik ook over 15 jaar nog steeds dit soort fietstochtjes

kan maken: niet eerst over drukke wegen en door eindeloze

nieuwbouwwijken, maar langs mooie rustige fietspaden

de stad uit.

Yolanda Wagter, Amsterdam

Als je heide niet onderhoudt,

is het na vijftien jaar bos. Ook

mooi, maar afwisseling is mooier.

Ik vind dat de overheid genoeg

geld uit moet trekken voor natuurbeheer,

ook als het economisch

wat minder gaat.

Ineke de Beus, Amersfoort

De flats hier in Amsterdam-

Zuidoost zijn vies en lelijk, en de

buurt is onveilig. Sloop ze maar

en bouw iets kleinschaligers.

Dan krijg je meer sociale controle

en dat is veiliger. En laat ze

dan meteen wat meer speelplaatsen

aanleggen.

Kagiso de Faria, Amsterdam


Het meer tussen IJsselstein en

Nieuwegein vind ik een mooi

stukje natuur, zo dicht bij Utrecht,

fantastisch! Het mooie eraan vind

ik dat het schoon en autoloos is.

De Veluwe met zijn bush-bush

vond ik erg indrukwekkend, een

uniek stukje Nederland.

Nadia Khouchlaa, Den Bosch

De Drunense Duinen zijn voor

mij speciaal. Ik ga daar wel eens

mountainbiken en het valt me op

dat het daar zo groen is, overal.

Ik vind het belangrijk dat er

naast het beton van de stad ook

groen is.

Mo, Tilburg


Charlotte ten Dijke, Amsterdam

Contrast moet!

Om enerzijds aan de woningvraag te kunnen voldoen en anderzijds het

schaarse open landschap te sparen, is maar één oplossing denkbaar: het

lege land op slot en nieuwbouw realiseren binnen het bestaande stedelijke

of dorpse weefsel. Bescherming van niet bebouwd landschap voorziet in

de behoefte van mensen naar leegte, stilte en ruimte, als contrast met de

randstedelijke gebieden. De stad profiteert van het behoud van het draagkrachtige

deel van de stedelijke bevolking. Het financiële draagvlak voor

winkels, recreatievoorzieningen en openbaar vervoer stijgt en daarmee de

kwaliteit. Dat resulteert in een evenwichtiger sociale opbouw. De overheid

zal sterker dan ooit de contouren tussen rood en groen moeten definiëren

en nog strikter moeten dicteren.

TANGRAM Architekten werkt vanuit de begrippen MÀ-SSA en contrast. MÀ is

Japans voor ‘de betekenisvolle lege ruimte’. Door MÀ als essentieel element

te beschouwen van de gebouwde massa ontstaat het begrip MÀ-SSA: een

betekenisvolle bebouwde omgeving, waarin ruimte en bebouwing harmonisch

samengaan. Dat geldt zowel op landelijk niveau, als op de schaal van

de stad. In een stad zonder contrast met zijn landelijke omgeving is de vitaliteit

weg. In de stad hangt prettig wonen niet zozeer af van de dichtheid,

maar van de verhouding tussen het gebouwde en de openbare ruimte.


Jeroen Roos, Delfgauw Pauline Goudsmit, Oirsbeek

Hier om de hoek ligt Midden-Delfland, een groene oase tussen

Delft, Rotterdam en het Westland. Het is één van de laatste

stille plekken in Nederland en ik vind dat dat zo moet blijven.

Al vijftig jaar wordt er gedacht om een weg aan te leggen dwars

door Midden-Delfland heen. Ik vind dat zo’n gebied door-

snijden echt niet kan, dat mag niet doorgaan. Er is al een keer

een begin gemaakt met bouwen in 1976, maar door maatschappelijk

protest is de bouw gelukkig stilgelegd. Dat protest geldt

nu nog steeds, wie haalt het in zijn hoofd om zo’n belangrijk

gebied te doorsnijden? Binnenkort komt er een milieueffectrapportage,

die zorgt er hopelijk voor dat de bouw niet doorgaat.

Als hij wel door zou gaan, betekent dat het einde van de

rust en stilte die er heerst, en dat het gebied te voet niet meer

te doorkruisen is. Dat geldt ook voor planten en dieren, de

snelweg zal een onneembare hindernis worden. Er komt ongetwijfeld

een ecoduct, maar dat is voor planten niet genoeg. Je

bent toch hartstikke gek als je zo’n ecologisch belangrijk stuk

natuur doorkruist? Overheid, word wakker en laat het Delfland

zoals het is, rustig en zonder snelweg!

Zuid-Limburg, daar ben ik aan verknocht, vooral aan de noordkant,

tussen Geleen en Heerlen. Schinnen, Hommert, Oirsbeek,

allemaal kleine dorpjes, oases van rust. Het landschap is weids,

en het lijkt alsof mijn geest ook opengaat. De gemeente houdt

heel erg sterk vast aan de grens tussen bebouwing en natuur,

heel knap. De dorpen mogen niet uitgebreid worden, wel ‘ingebreid’,

dus binnen de dorpsgrenzen moeten de huizen worden

gebouwd. Wat er gebeurt als een gemeente een minder duidelijke

groene visie heeft, zie je in Rotterdam. Schiebroek is met

een weg verbonden met Rotterdam. Die weg is aan weerszijden

bebouwd, wat het gevoel van ruimte drastisch heeft ingeperkt.

Naar mijn mening is Zuid-Limburg de ideale stad, als je je realiseert

dat Zuid-Limburg een van de dichtstbevolkte delen van

Nederland is, en hoeveel groen er nog is. Er is een goede balans

tussen natuur en bebouwing. Kleine gemeentes als Schinnen,

blijven klein, en steden breiden uit, zo houd je de verbindingsgebieden

tussen de agglomeraties groen. Dat is wat belangrijk

is, en dat moet zo blijven. Mijn hulde voor de gemeente

Schinnen, voor haar krachtige beleid!


Sophia van den Ende, Utrecht

Op een zondagmiddag eind januari 2004 heb ik

bij de Kromme Rijn in de provincie Utrecht een

heel bijzondere vogel gezien: een ibis. Leo Smits,

boswachter van Staatsbosbeheer, heeft in het

natuurgebied Oostvaardersplassen in Flevoland

ook een (heilige) ibis gesignaleerd. De vogel, die

vooral in zuidelijk Afrika voorkomt, is de afge-

lopen twee zomers in de Oostvaardersplassen

gezien. Het is een opvallende verschijning.

Kenmerkend voor de vogel is het ontbreken van

veren in het gezicht. Hij is ongeveer 75 cm groot

en leeft in moerassen en op oeverlanden.

Laten we natuurwaarden zoals moeras, plas en oevers

voor Nederland behouden en niet alles maar

volbouwen!

De Waddenzee is voor mij echt

een toevluchtsoord. Ik geniet van

de ongeschondenheid, de rust,

het weidse uitzicht. Af en toe

vlucht ik daar naar toe om rust te

vinden en lekker met een sigaar

en een kop koffie te genieten van

alles wat daar te zien is.

Peter Hoffman, Hilversum

Oorspronkelijk kom ik uit Hengelo

en daar is best nog wel wat

natuur. Hier in het westen is het

duidelijk minder en dat vind ik

jammer.

Mw. Kolpa, Zoetermeer


Alles wat nu nog natuur is, moet

natuur blijven. Ik herinner me

nog hoe het Gooi vroeger was,

met oude boerderijen en veel natuur.

Nu is het versnipperd door

wegen en huizen. Protesteren

helpt niet, vroeger deed ik dat

nog wel, maar ik doe het niet

meer, het is te ontmoedigend.

Mw. Kamlag, Kortenhoef

Vaak had je rond een dorp of stad

een ring van natuurlijke begroeiing,

die is nu weg. Als we dan

toch zo nodig moeten bouwen,

zet dan weilanden om in parken

en bouw daar huizen. Weilanden

zijn toch onrendabel als je kijkt

hoeveel subsidie boeren krijgen.

Dhr. De Jong, Amersfoort

Niels Al, Assendelft

Recreatief landschap

Het eeuwenlange geploeter van de mens in

veen, zand, water en modder heeft ons een rijk

landschap opgeleverd. Een landschap waar we

trots op mogen zijn. Helaas is deze trots nog

onvoldoende aanwezig bij bestuurders, beleidsmedewerkers

en plannenmakers die zich

bezighouden met ontwikkelingen in het landschap.

Hierdoor vervaagt het zichtbare en onzichtbare

verleden nog steeds, en verwordt ons

landschap tot een monotoon en verrommeld

geheel. Gebrek aan trots voor het rijke verleden

is bijvoorbeeld te vinden bij de aanleg van

nieuwe groengebieden. Het aanwezige landschap

en de bijbehorende boeren moeten daarbij

plaatsmaken voor standaardgroen. Wat is er

toch mis met het huidige landschap? Zijn weilanden

en koeien niet goed genoeg voor bewo-

ners van nieuwe woonwijken? Waarom veel

geld uitgeven aan het opkopen, inrichten en

beheren van gronden als het goedkoper en beter

kan? Zo kan de aanleg van fiets- en wandelpaden

in het bestaande landschap, dat in

eigendom en beheer blijft van de boeren, een

prima recreatief landschap opleveren met

meerdere functies. Een landschap met een toekomst,

voortbouwend op het verleden. Dit soort

vragen en reacties kwamen bij me boven toen

ik de plannen bestudeerde van het Strategisch

Groenproject (SGP) IJmond-Zaanstad. Dit groenproject

dat geprojecteerd is rondom de Vinexwijk

Saendelft betekent in de huidige vorm het

einde van het aanwezige veenweidelandschap.

Als bewoner van het gebied zou ik dit eeuwig

zonde vinden.


Imke Zuiderveld, Nijmegen

Sebaldeburen (2)

Februari 2004. Ik ben alleen, slenter over

het pad langs het rietveld. De zon schijnt.

Het wordt lente. Blauwe lucht, groen gras.

De zon glinstert op de zilveren rietpluimen.

Elzenkatjes kleuren goud en koper,

de propjes warmbruin. Het water in de

sloot is rimpelloos, diepzwart met de

weerkaatsing van de lichtblauwe hemel.

Hoog in de lucht krijst een vogel. Het is

windstil. Nog hoger in de lucht hoor ik een

vliegtuig. Ver achter mij het onafgebroken

geruis van de auto’s op de Woldweg.

De vorige keer dat ik hier liep stormde het.

Ook toen was er de zon, de blauwe lucht,

al naar het oranje toe aan het einde van

de middag. Ook toen het riet met de glinsterende

pluimen, wuivend in de wind.

Ook toen een onafgebroken ruis, de wind

in m’n oren, de wind in het riet, de wind

door de takken van de bomen. Ook toen

was ik alleen. Niet eenzaam, maar heerlijk

alleen. Dromend. Ik ging op in de natuur

om me heen, voelde me er één mee. Pure

harmonie. Het was de volmaakte eenvoud,

de wereld in stilte. De stilte van de storm.

Ik hou van storm, als camouflage voor alle

andere geluid. Als camouflage voor het

vliegtuig, hoog in de lucht. Als camouflage

voor het geruis van de auto’s, ver achter

mij. Als camouflage voor alles en iedereen

die verder nog mijn heerlijk alleen zijn

kunnen verstoren.

Nu ben ik alleen, slenterend over het pad

langs het rietveld. Ik maak een pad dóór

het rietveld. Het geruis van de stengels

klinkt als de wind. Hoog in de lucht krijst

een vogel, verder hoor ik niets. Ik ben alleen.

Niet eenzaam, maar heerlijk alleen.

Dromend.


Peter Nijhoff, Hilversum, oud-directeur Stichting Natuur en Milieu

De groene ruimte: publiek domein

Terug naar Schiphol uit een ver buitenland. Uitzicht

door een vliegtuigraampje: daar ontrolt

zich de kaart van Nederland in vele kleurnuances,

dooraderd met glinsterende linten van rivieren

en boezemwateren. Daar is het oplichtende

zand van de Noordzeestranden en de Veluwse

zandverstuivingen. Je herkent stervormige vestingstadjes

als Groenlo en Naarden en de forten

van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; de geometrisch

ingedeelde oude droogmakerijen, zoals

de Beemster, en de nieuwe in Flevoland; de middeleeuwse

strokenverkaveling in de veenweidegebieden,

met daartussen de door turfwinning

ontstane plassen en moerassen. En ook: kunstig

geweven knopen in het autosnelwegenpatroon,

rijen flatgebouwen als dominostenen; en havens

met schepen in alle maten, opslagtanks,

stapels containers. – Dát is Nederland door een

vliegtuigraampje, gezien vanaf een veilige

hoogte die conflicterende belangen nauwelijks

zichtbaar maakt.

De werkelijkheid is anders. Stichting Natuur en

Milieu staat met beide benen in die werkelijkheid

van het publieke debat over de toekomst

van de groene ruimte. Over multifunctioneel

ruimtegebruik, de invloed van klimaatveranderingen,

het nieuwe waterbeleid, de sanering van

het milieu van de natuur; maar óók hoe deze processen

moeten worden bestuurd en beheerd.

Nederland draagt, op grond van internationale

verdragen, verantwoordelijkheid voor het Waddengebied,

de duinstrook en de Voordelta, voor

de vochtige heiden en schrale graslanden, en

ook voor overwinterende ganzen, zwanen en

eenden, voor steltlopers en weidevogels. Die

verscheidenheid aan landschappen én hun levende

have is een groot goed: internationaal,

maar óók voor de zestien miljoen inwoners van

dit sterk verstedelijkte land. De groene ruimte

als publiek domein is een kostbaar goed, onderwerp

van bijzondere zorg in het ruimtelijk beleid.

Laat dat zo blijven!


Carla Snip, Wijk bij Duurstede

Ruimteverspilling

Elke keer erger ik me er weer aan, die

ruimteverspilling! Een schrijnend voorbeeld

zie ik steeds langs de A1. Bij

Amersfoort-Noord is daar een gigantisch

bedrijventerrein in aanbouw en

iets verderop, bij Baarn-Noord, staan

talloze grote (ook nog vrij nieuwe)

gebouwen leeg! Dat kan vast beter

worden afgestemd. Dan hoeven die gebouwen

niet leeg te staan en houden

we ruimte over voor koeien in het

weiland en plekken voor weidevogels

om te kunnen broeden, omzoomd met

mooie houtwallen.

Als ik echte natuur in wil, dan ga

ik naar het buitenland, hier is

bijna niks meer over. Hoewel, boven

Zwolle wordt het groener!

Marjolein van Noord, Den Bosch

Terschelling vind ik een mooi

stukje Nederland, geen gestress

daar. Aan zee hoef ik even nergens

aan te denken en kan ik

mijn gedachten ordenen, dat

vind ik fijn.

Dana, Zoetermeer


Ionis de Aragao

Mijn naam is Ionis de

Aragao en hiermee wil

ik de Tweede-Kamerleden

laten zien dat

ze er iets aan moeten

doen om Nederland

mooi te houden.

Het Nederlandse landschap

mag absoluut

niet verloren gaan!

Margriet van der Zijde, namens Jori (8), Roy (6) en Anne-Willemijn (4), Maarn

De zandafgraving bij Maarn

Maarn heeft een heel mooi natuurgebied, gelegen aan de A12 en

het spoor Arnhem-Utrecht. Het heet in de volksmond de zandafgraving

omdat er jarenlang zand is gewonnen. Nu gaan ze de snelweg

verbreden en ook nog eens het spoor verdubbelen voor de HSL

naar Duitsland. Dit mooie natuurgebied – zie de foto’s – mag niet

verloren gaan! Het is vrij uniek door zijn verscheidenheid aan planten

en dieren. Ook tref je er hele oude stenen aan uit de ijstijd. Op

dit moment is het gebied tijdelijk afgesloten voor het publiek. Maar

vanaf het fietspad en de weg naar een camping heb je een fantastisch

overzicht. In de toekomst gaat het weer open. Laat het dan

niet gedeeltelijk vernietigd zijn door beton en rails. Ga er eens kijken,

want iets mooiers in Nederland is er volgens ons niet.


Claudia van Holsteijn, Groningen

Het Reitdiep

Ik roei graag en vanuit de stad Groningen is de mooiste route

het Reitdiep. Tot aan de sluis bij het Van Starkenborghkanaal

kan je ongehinderd roeien. Vroeger kon je ook ongehinderd genieten

van het contrast tussen stad en ommeland. Via het Lage

der Aa roeide je langs prachtige oude woonschepen en kades

de stad uit, het Reitdiep op. Even een stukje doorroeien, het

spoor en de snelweg onderdoor en dan kon je genieten van

de groene dijk met schapen, vogels en een enkele boerderij. Dat

was vroeger, nu alweer een paar jaar geleden. Als je nu de stad

bijna uit bent, roei je de nieuwe ‘stad’ alweer in. In het beekdal

van het Reitdiep is een nieuwe woonwijk verrezen. Prachtig natuurlijk,

wonen aan het water, maar deze mensen wonen aan

kunstmatige sloten. De voorste rij huizen kan vanaf de bovenverdieping

het Reitdiep nog zien, maar verder is er geen enkele

relatie met de oude rivier. Vanaf de rivier kun je de huizen

helaas uitstekend zien, gebouwd in een langgerekt lint. Zodat je

als roeier, wandelaar of fietser behoorlijk wat kilometers moet

maken om van het weidse ommeland te genieten. Hopelijk blijft

het bij deze fout en blijven de beken van Groningen in de toekomst

vrij van bakstenen en beton.

Dick Schipper, Houten

De lindeboom

Hier had hij gestaan, de oude lindeboom, naast de schuur aan

de rand van het weiland. Hier had opa zo vaak zijn zeis gestreken

en vanaf hier keek je uit over de bietenakker, de boerderij

van Oppersma en het beukenlaantje. Ik kan mij de keren dat ik

na uren fietsen over het laantje naar de boerderij was gekomen

goed herinneren. Vanaf de lindeboom liep een pad naar bossen

en weilanden bij de Tjonger.

Over het pad liepen we met harken, batsen, halsters voor het

vee de natuur in. We hoorden de leeuweriken hoog in de lucht,

de krijs van een wegvluchtende fazant en een koekoek ergens

in een vreemd nest. Nu was er een nieuwe snellere weg gekomen.

Het pad was weg, de houtwal was weg en er kwam geen

bezoek over aangelopen.

De koeien kijken mij dromerig aan. Gelukkig zijn zij er nog

steeds. De oude stal is weg en de nieuwe is veel groter. Maar

mijn oom en neef houden ook van de natuur. Een eindje verderop

ligt een nieuwe houtwal. Kleiner, zonder pad, zonder

lindeboom.


Claire Mulder, Oegstgeest

Duizend jaar oud stukje groen

Ingeklemd tussen snelweg en stad

vaak overstemd door vliegtuiggezoem

ligt een duizend jaar oud stukje groen

Verkregen uit noeste arbeid en vlijt

verlost van het blauwe Kaagwater

kwam tevoorschijn

dit duizend jaar oud stukje groen

's Ochtends vroeg dik door dauw bedekt

ligt een witte deken door dijken ingebed

op dit duizend jaar oude stukje groen

's Middags zo intens door de zon beschenen

bewoond door ganzen en fazanten, al eeuwen

dit duizend jaar oude stukje groen

Nu tien eeuwen verder wordt het bedreigd

door hebzucht, egoïsme en poen

dit kwetsbare duizend jaar oude stukje groen

Geen gezamenlijk wakende gemeenschap meer

over dijken, water en groen

maar een hebzuchtige gemeente die alles voor

geld wil doen

ten koste van dit duizend jaar oud stukje groen

Zelfs in strijd met hetgeen de provincie haar

heeft opgelegd

gaat de gemeente gewoon verder met haar eigen

foute streven

ten koste van dit duizend jaar oude stukje groen

Enkele duizenden bewoners beslissen niet meer

geen bakker of slagerij, maar wel een derde

jachthaven erbij

op dit duizend jaar oude stukje groen

Zo oud en kwetsbaar en zonder enige hulp

overgeleverd aan een ieder die het te gelde

wil maken

dit duizend jaar oude stukje groen

Waarom geen nationaal park of andere zorg?

Waarvoor staat de gemeente borg?

Voor dit duizend jaar oude stukje groen?

106 parkeerplaatsen moeten er komen

De gemeente laat het één inwoner doen

ten koste van dit duizend jaar oude

stukje groen

Wie zal er morgen voor deze groene long

zorgen

terwijl zij reeds kermt door uitlaatgassen,

kerosine en vliegtuiglawaai?

Waar blijft dit duizend jaar oude stukje

groen?

Duizend jaren oud en kwetsbaar

zonder zorgende overheidsmacht

Wat willen wij voor de komende

duizend jaar?

Poen of dit duizend jaar oude stukje groen?


Johan Beld, Markelo

350 vakantiehuizen in de natuur

In 2002 vernamen we uit de plaatselijke kranten, dat

twee projectontwikkelaars bezig waren zo’n 145 hectare

landbouwgrond aan te kopen. Ze willen er zo’n

350 vakantiewoningen bouwen met alle denkbare

voorzieningen, waaronder een golfbaan. De plek is

naar ons idee erg slecht gekozen: midden in de Ecologische

Hoofdstructuur, in een mooi deel van de

Sallandse Heuvelrug. Een kilometer of acht verderop

is eind 2003 een ecoduct over de A1 bij Rijssen gereedgekomen,

dat 8 miljoen euro heeft gekost.

Er is een milieueffectrapport gemaakt over het vakantiewoningenproject,

waarin geschermd wordt

met economische vooruitgang en arbeidsplaatsen.

Maar in dit gebied wonen boeren en mensen die

ervoor gekozen hebben om buitenaf te wonen. De

plannen zijn een enorme ingreep in het voortbestaan

van de onderlinge banden!


Sommige dingen zijn nu beter,

maar qua natuur waren we vroeger

toch beter voorzien. Je zag

bijvoorbeeld veel meer vlinders.

Tegenwoordig moet je die lokken

met speciale struiken!

Mw. Cobet, IJsselstein

Waar ik me aan stoor, zijn die

windmolens die ze overal neerzetten.

Ik vind het geen gezicht.

Thea van de Velde, Harlingen

Wat ons betreft stoppen ze nu

even met bouwen en geven ze

de natuur ook een kans.

Drie generaties Kwakman,

Nieuwegein

Pieter Leeflang, Deventer

De IJssel bij Deventer

We hadden nog al moeite, om in 1915 een rustig stukje Nederland

te vinden, waar we ongehinderd konden wandelen en teekenen. Op

menige plaats vreesden we belemmerd te worden door de mobilisatie

en wat daar al zoo mee samen hangt. Ten slotte zijn we terecht

gekomen aan den Gelderschen IJsel en het heeft ons niet berouwd,

want we vonden daar mooie oude steden, vriendelijke dorpen, trotsche

kasteelen, fraaie buitens en bovenal een rijke natuur van woud

en heuvelen, weilanden, boomgaarden en akkers en stille binnenwateren

langs den breeden stroom.

Jac. P. Thijsse

Jac. P. Thijsse had dus in 1915 nog al moeite om een rustig stukje Nederland te vinden. Dat mag heden

ten dage misschien ook zo zijn. Echter, langs de oevers van de IJssel (nu met dubbele s) is dat ook nu

nog mogelijk. En dat moeten we zo zien te houden. In de omgeving van Deventer kun je op vele plaatsen

in de uiterwaarden genieten van puur natuur. Maar ook Deventer wil (en moet?) uitbreiden. De

horizonvervuiling blijft niet onopgemerkt. Nu alleen nog aan de zijde van de oude stad. Wanneer steken

we de rivier over om ook de Gelderse oever vol te bouwen? Hopelijk nooit, maar de geruchten

doen ons anders geloven. Laten we de mooiste rivier van Nederland vooral ook mooi houden!


Onze heide

De Westerheide, gelegen ten noorden van Hilversum, noemen wij liefkozend ‘onze

heide’. We wonen er maar vijf minuten lopen vandaan en komen er bijna dagelijks,

dus het gebied voelt als ons eigendom. En daarin zijn wij niet de enigen. De waarde

van de Westerheide is dat hij onlosmakelijk is verbonden met Hilversum-Noord.

Vanuit deze wijk steek je op diverse plekken gemakkelijk de hei op. Daardoor hebben

veel inwoners van de wijk dit stukje natuur als het ware tot hun persoonlijke

bezit gemaakt. Wat het bovendien zo sympathiek maakt, is dat Hilversum-Noord

geen fortuinlijke villawijk is, zoals meestal aan de rand van natuurgebieden, maar

een gemêleerd wijkje met een variatie aan huur- en koopwoningen in de middenklasse

en sociale woningbouw. Op de heide komen we al die ‘eigenaren’ tegen. De

een laat er zijn hond uit, de ander gaat er vliegeren met zijn kinderen of een rondje

hardlopen. De sportschool heeft er 's zomers buitenlessen en islamitische vrouwen

zitten er bij elkaar of houden er een picknick. Gebruikers van elders zijn uiteraard

van harte welkom, mits zij zich netjes gedragen.

Helaas willen nu types met slechte bedoelingen zich ‘onze heide’ toe-eigenen. De

gemeente wil een weg aanleggen langs onze heide vanwege de bereikbaarheid

van het Mediapark. Bovendien moet de weg aan de andere kant, eveneens voor de

bereikbaarheid van datzelfde Mediapark worden verbreed. Weg rust! En weg

directe relatie tussen Hilversum-Noord en de Westerheide. Hierop past eigenlijk

maar één reactie: tengels af van onze heide!

Foto: Hans van Oudenaarden

Caroline van der Lee, Hilversum


Ank Beekman-Otte, Den Haag

Park Sorghvliet: stadsnatuur of vesting?

Na dertig jaar Zeeland heeft een verhuizing naar

Den Haag verrassende aspecten. Den Haag doet

zijn naam als ‘groene stad aan zee’ eer aan.

Door de aanwezigheid van veel ‘stadsnatuur’

blijkt de overgang van het platteland naar de

grote stad minder moeilijk dan verwacht. Inmiddels

is park Sorghvliet, op 5 minuten lopen, een

favoriete plek geworden. Sorghvliet is een heerlijk

besloten, kleinschalig park, waarin het

stadsrumoer slechts getemperd doordringt.

Door het aanschaffen van de wandelkaart kun je

genieten van de rust in het park: geen honden,

geen fietsers, geen trimmers. Wel wandelaars

van alle leeftijden, veel families met kleine kinderen.

Het hele jaar door kun je er de vogel- en

plantenrijkdom volgen. Het voorjaar is mijn favoriete

jaargetijde in Sorghvliet: boshyacintjes,

bosanemonen en narcissen volgen elkaar op.

De eerste sneeuwklokjes fotografeerde ik dit

jaar op 25 januari. Helaas word je ook in dit kleine

natuurmonument geconfronteerd met onplezierige

ontwikkelingen. In het park ligt het Catshuis,

de ambtswoning van de minister-president.

Er stond een bescheiden afscheiding omheen,

die niet stoorde. Groot was mijn schrik,

toen vorig jaar een metershoog hek om het Catshuis

verrees. Groen werd verwijderd, het hek

ging dwars door de Haagse Beek. Deze opvallende

beveiliging is voorzien van veel prikkeldraad

en bewakingscamera’s. Weg is het ontspannen

genieten, de gemoedelijkheid. Offeren

we niet te veel op, maken we niet te veel een

vesting van plekken die andere waarden hebben?

Ik hoop er maar het beste van.


De gemeente wil gaan bouwen

op het stukje groen tegenover

ons huis, maar wij zijn het daar

niet mee eens. We protesteren

daar nu ook tegen, we hebben

een advocaat ingeschakeld,

bezwaarschriften ingediend. Ik

hoop dat het helpt. Het lijkt wel

of de gemeente het belang van

natuur niet inziet.

Mw. Krielaart, Huizen

Bij een dorpje bij mij in de buurt,

Haren, worden nu huizen gebouwd

in een gebied dat ik zie

als natuur. Als we zo doorgaan in

Nederland, dan lopen we zo meteen

in file door het bos.

Mw. Douwes, Groningen


Reinhard Henke, Darmstadt

Vroeger zaten we na een dagje zeilen altijd nog

wat bij te praten op recreatieoord Yn 'e Lijte in

Grou, op onze huur-BM aan een steiger in het

donker. Voor ons een weids landschap met ergens

wat vogels, amper te zien maar goed te

horen. Beugelflesje Grolsch erbij, en achter

ons een parkachtig terrein met tientallen tweeonder-een-kap-zomerhuisjes,

wat oud, maar

betaalbaar.

Vroeger, dat is ook weer lang geleden. Inmiddels

zijn wij geen studenten meer, besparen

niet meer op buitenboordmotoren, huren een

luxebungalow... Maar nu is de steiger verlicht,

je ziet in de verte de kantoortorens van Ljouwert,

en niet ver weg loopt de snelweg, met

een goed verlicht benzinestation. Yn 'e Lijte

heet nu ‘recreatiepark’, maar doet me meer

aan een parkeerterrein denken, dichtgebouwd

met grijze huizen.

Wij komen er nog steeds, met een zekere

regelmaat. Het ís er nog steeds mooi, de Alde

Feanen zijn nu zelfs als nationaal park aangewezen.

Maar ook op het water komen meer en

meer mensen met (te) grote motorjachten die

blijkbaar van een binnenvaartpolitiereglement

helemaal geen weet hebben. Al die veranderingen

hebben zich stukje bij stukje

voorgedaan. Natuurlijk, ook Fryslân is geen

openluchtmuseum, maar is er eigenlijk iets

verbeterd? Als het er daar vroeger of later uitziet

als in de Randstad, kan ik voor mijn vakantie

net zo goed daarheen!


april 2004

Redactie: Gaston Dorren

Roos Kooiman

Eveline de Bruin

Grafische vormgeving: Ontwerpburo Suggestie & illusie

Druk: USP bv Utrecht

De Nationale Postcode Loterij steunt Stichting Natuur en Milieu.

Gedrukt op 100% kringlooppapier.


Stichting Donkerstraat 17 T. +31 (0)30 233 1328

Natuur en Milieu 3511 KB Utrecht NL F. +31 (0)30 233 1311

snm@snm.nl www.natuurenmilieu.nl

More magazines by this user
Similar magazines