Download de PDF - Groniek

groniek.eldoc.ub.rug.nl

Download de PDF - Groniek

DE POLITIEK OP STRAAT

Over de vormen wn stedelijk politiek protest in de zewntiende eeuw·

Paul Knevel

Op het eerste gezicht staat het politieke leven in de Hollandse steden van de

zeventiende eeuw mijlenver af van de politieke hartstochten van de patriotten,

die wel de uitvinders van de moderne politiek zijn genoemd. 1 Politiek was in

het zeventiende-eeuwse Holland een zaak van enkelen, de 'wijsten, rijksten en

voortreffelijksten', en werd doorgaans afgehandeld in achterafvertrekjes. Er

waren weliswaar wekelijks vroedschapsvergaderingen, maar veel van de besproken

kwesties waren dan al in kleinere kring voorbereid. Deze politieke cultuur

was doordrongen van de kunst van 'persuasie'. Niet het openbare debat was

kenmerkend voor de zeventiende-eeuwse politiek, maar het eindeloos uitstellen,

verschuiven, schikken, plooien en overleggen. Goede contacten waren dan ook

belangrijker dan oratorische kwaliteiten. 2

Velen waren zo van de politiek uitgesloten. Waar in het absolutistische

Frankrijk regeren het secret du mi was, daar diende in de Republiek het geheim

van de raadkamer gerespecteerd te \mrden. Besluiten waren dan ook verpakt in

formele resoluties die eventuele interne conflicten moesten verhullen en nadruk

legden op harmonie en eendracht. Publieke meningsuitingen en politieke

participatie van onderaf waren bovendien ongewenst. Ook in de Republiek

diende de loi du silence te \mrden geëerbiedigd. 3 Af en toe, evenwel, kwam de

politiek op straat te liggen, zoals tijdens de Bestandstwisten of in het Rampjaar

1672. Maar dat was dan, volgens verschillende historici, niet meer dan een

geregisseerd intermezzo, een 'paskwillentijd', waarin het volk raasde en de

Met dank aan GabrielIe Dorren, Henk van Nierop en Henk te Velde voor hun commentaar

op een eerdere versie van dit artikel.

1 N.C.F. van Sas, 'Tweedragt overal: het patriottisme en de uitvinding van de moderne

politiek', in: H. Bots en W.W. Mijnhardt ed., De droom van de revolutie. Nieuwe benaderingen

van het patriottisme (Amsterdam 1988) 18-31; S.RE. Klein, Patriots republikanisme.

Politieke cultuur in Nederland (17661787) (Amsterdam 1995).

2 liet meest recente ovenicht van de alledaagse stedelijke politieke cultuur in: J.L. Price,

Holland and the Dutch Republic in the seventeenth century. The polities ot paniculansm

(Oxford 1994). Zie voor de kunst van 'persuasie': A.Th. van Deursen, 'De raadpensionaris

Jacob Cats', in: idem, De hartslag van het /even. Studies over de Republiek der Verenigde

Nederlanden (Amsterdam 1996) 362-374, aldaar 365.

3 In de praktijk echter was geheimhouding een groot probleem. Vergelijk G. de Bruin,

Geheimhauding en verraad. De geheimhauding van staatszaken ten tijde van de Republiek

(1600-1750) ('s-Gravenhage 1991).

403


Ducq D;AJba's ziel gecomen is uyt Spaengien. 18

Politiek op straat

Soms vangen we in de bronnen iets op van de omgeving waarin dergelijke

protestuitingen werden \lervaardigd. In het najaar van 1690 kwamen tegenstanders

van de van machtsmisbruik en corruptie beschuldigde baljuw van Rotterdam,

Jacob van Zuijlen van Nie\lelt, bijeen in het huis van oud-burgemeester

Pieter de Meij. Hier werden in de avonduren nieuwtjes uitgewisseld, pamfletten

gelezen en schimpdichten geschre\len. De hartstochten liepen daarbij zo hoog

op, dat zelfs het eten er bij inschoot. "Hier is geen tijd van eten, maar van te

schrij\len van Jaap van Zuijlen", zou De Meij op een van deze avonden tegen

zijn dienstmeid hebben geroepen. De paskwillen werden \Iervolgens op grote

schaal gekopieerd en in de dagen daarna door een zekere Anna de Naaister in

de stad \lerspreid. 19

Dergelijke paskwillen kenden dus een grote \Ierspreiding, maar ook het

merendeel van de gedrukte pamfletten was bedoeld voor een groot publiek. En

dat was aan hun uiterlijk af te zien: rommelig, in een gotische letter gezet, in

het Nederlands geschre\len, niet te dik en vaak niet duurder dan vijf à tien

stui\lers. Maar schijn kan soms bedriegen. De inhoud was namelijk lang niet

altijd aan de doelgroep aangepast. Zo sleep de predikant Bernardus Dwinglo

gedurende de Bestandstwisten zijn Christalijnen bril 'tot \lersterckinge van 't:

schemerende ghesicht der eenvoudighen'. Niettemin opende hij zijn geschrift

met een aanhaling uit Sallustius, \Ierpakt in een zin die maar liefst 23 regels

nodig had om tot een goed einde te worden gebracht. Weinig 'eenvoudighen'

zullen dat einde hebben gehaald. 20 Zo ging het vaker. Sommige pamfletten

groeiden zelfs uit tot geleerde \Ierhandelingen die waren opgesierd met citaten

uit de klassieken en gezet in een exclusie\le romeinse letter. Politiek nieuws

werd zo op \Ierschillende ni\leaus \Ierwoord en \Ierspreid.

Eenmaal \Ierschenen speelden de vlugschriften een eigen rol. Van een

simpelweg 'napiepen' van de inhoud van de paskwillen en pamfletten was

doorgaans geen sprake. Het ene pamflet lokte als vanzelf het andere uit. Neem

bijvoorbeeld het bijtende Schutterlicke Schennslach uit 1618, waarin de uit de

burgerwacht ontslagen Leidse contraremonstrantse schutters werden uitgemaakt

voor een 'troulosen hoop' die zich \Ierzamelde in de 'Hellich Y\ler-Kerck',

Waer in ghy daeg'lijcx smeet niet dan onstichtich werck;

Om tegens Magistraet en Q\lerheyt te spreecken,

En met vergeefsche snap haer lijtsaemheyt te breken,

Loopt vry in tyt van noot, met u ghespuys daer heen,

Daer sal de Liberteyt u laten wel met vreen.

18 A.Th. van Deursen, Bavianen en slijkgeuzen. Kerk en kerkvolk ten tijde van Maurits en

Oldebamevelt (Assen 1974) 360.

19 R Dekker, '·Schijnheilig atheïst". Bernard Mandeville als pamflettist tijdens het Costermanoproer

in Rotterdam in 1690', Holland, regionaal-historisch tijdschrift 26 (1994) 1-17,

aldaar 6-7.

20 Van Deursen, Bavianen en s/ijkgeuzen, 282.

407


Politiek op strCUlt

voegzaeme expressien' waarmee Van der Capellen tot den Pol in de patriottentijd

naam zou maken, waren ook de zeventiende-eeuwers niet vreemd. 28

De producten van de politieke pers werden druk besproken, op het marktplein,

bij de haven, in de trekschuit, bij de boekverkoper of in de wachtlokalen

van de schutters. "De Wacht-huysen zijn vol van allerley Pasquillen en Geschriften",

schreef een verontruste Amsterdamse burger in de zomer van 1672. 29 Het

populaire genre van het imaginaire schuit- of marktpraatje had dus duidelijke

wortels in de werkelijkheid. Door al deze gesprekken vermengden de pamfletten

zich met het orale circuit van nieuwsmorziening, waardoor ook mensen die

niet konden lezen of zich fmancieel de aanschaf van pamfletten niet konden

veroorloven kennis van hun inhoud konden nemen. Eenmaal in het orale circuit

opgenomen konden de roddels, insinuaties en beledigingen uit de pamfletten

gemakkelijk een eigen leven gaan leiden. JO Voor even raakte de stedelijke

samenleving in de ban van de politiek.

Een klassiek voorbeeld vormen de Bestandstwisten, toen de godsdienstgeschillen

en politieke tegenstellingen menig gesprek beheersten. In Den Briel

"isser byna niet anders gehoort onder de gemeente dan van dese questiën te

disputeren, haperen ende tateren."31 De Leidse schuttersofficieren konden

meespreken over de 'groote onruste' die daar veelal uit mortvloeide. Menig

schutterswacht liep in deze jaren uit op ruzie, omdat "nyet alleen de disputen

aldaer aengaende de geschillen inde Religie ende tgunt daer aen deeft zeer

hooch liepen, maer oock dat de wapenen daerover getrocken ende gevelt

werden, nyet sonder per)t:kel van groote bloetstortinge."32 In de zomer van

1672 was het in menige Hollandse stad opnieuw raak, zoals onder anderen de

gezagsgetrouwe Haarlemse geneesheer Petrus Langedult bemerkte. Tijdens hun

nachtwacht spraken de Haarlemse schutters volgens hem over niets anders

meer dan politiek:

Doch dit wachthouden, hoewel tot verhoeding van onrust en plondering geordonneerd,

gaf groote stof en oorzaak, immers aanleiding tot de volgende onheilen. Want veele der

burgeren, dus ledig bij den anderen zijnde, malkanderen slechts debaucheerden en met

veele oproerige propoosten het ontzach der overheden vertraden en dus veel kwaads

stookten, wanneer ze den tijd met speelen en drinken niet doorbragten. 33

28 Klein, Patriots republikanisme, 84.

29 Wacht-praetj, tusschen een sarjant, adelborst, en schutter. Gehouden over ik oude voorrechten

der Amsterdamse Burgers... (Knuttel 10564; z.pl. 1672) 3.

30 Over de verschillende niveaus van nieuwsvooniening: Keblusek, 'Nieuwsvooniening in de

Republiek'.

31 Van Deursen, Bavianen en slijkgeuzen, 275.

32 Gemeentearchief (GA) Leiden, Archief van de schutterij, resolutie krijgsraad, 13 februari

1618.

33 P. LangeduIt, Haarlem in het Rampjaar 1672. Kort verhaal van ik burgerlijke oproeren,

voorgevallen binnen Haarlem in het jaar 1672, G.H. Kurtz ed. (Haarlem 1946) 14-15.

409


Knevel

Politieke bijeenkomsten

Veel vlugschriften waren geschreven door politieke 'buitenstaanders', predikanten,

broodschrijvers en gefrustreerde regenten die hun carrière zagen stokken.

De oppositie is in iedere pamflettenstrijd oververtegenwoordigd. Het pamflet

kan. dan ook niet zonder meer worden beschouwd als bewijs van het bestaan

van een levendige publieke opinie. 34 "Een discussie in de pers", aldus Van

Deursen,

bewijst vooral dat de minderheid geen kans ziet in de regeringscolleges op eigen kracht

meerderheid te worden. Uit de reacties moet dan blijken of ze haar kansen juist heeft

getaxeerd, en of ze erin zal slagen de publieke opinie zodanig te mobiliseren dat de

weerstanden ertegen de regeringspolitiek te sterk worden. 3S

Openbaarheid dus als bewuste strategie van een zich machteloos voelende

oppositie. Maar eenmaal op straat gebracht, werd het verzet door de opgewekte

politieke hartstochten onbeheersbaar, temeer daar de burgerij in de schutterijen

of, zoals in Dordrecht, in de ambachtsgilden over een eigen mobilisatiekader

beschikte en kon terugvallen op een eigen verzetstraditie die in ieder geval

terugging tot 1566, het jaar van de beeldenstorm. Jó Door het populaire 'schuttertje

spelen' leerde de Hollandse jeugd bovendien al op jonge leeftijd de kracht

van het gezamenlijk optreden kennen??

Zonder vergaderingen was het oppositie-voeren ondenkbaar. Vaak kwam

men bij de betrokkenen thuis of in bepaalde herbergen bijeen om onder het

genot van wijn en bier "den tegenwoordigen toestant van dese stad met den

anderen te discoureeren."38 Dergelijke bijeenkomsten waren officieel verboden,

maar in de praktijk moeilijk te verhinderen. "Wel wie kan 't ons verbieden by

malkanderen te komen in Herbergen ofte anders, wy verteren ons gelt, en dat

wy verteren, dat betalen wy, wat heeft yemandt daer mede te doen?", poneerde

de 'Dortsman' naar aanleiding van de bijeenkomsten van Dordtse burgers in het

imaginaire Nieuw Rotterdams Marckt-schuyt Praetjen. 39 Bepaald onschuldig

waren deze drinkgelagen overigens lang niet altijd. In de vergadering van de

Gecommitteerde Raden van het Zuiderkwartier liet de Dordtse pensionaris

weten dat de ontevreden burgers 'secrete bijeencompsten' belegden, "maecken-

34 Vergelijk echter Harline, Pamph/ets, printing and political culture, 155·163 en 227·231, die

juist de nadruk legt op de indirecte invloed die de voornamelijk door pamfletten

gecreëerde publieke opinie uitoefende op het politieke stelsel.

35 Van Deursen, Mensen van /dein vermogen, 168.

36 Vergelijk P. Knevel, Burgers in het geweer. De schutterijen in Holland, 1580-1702 (Hilversum

1994) 337-338, voor de schutterij als mobilisatiekader.

37 R. Fruin en N. lapikse ed., Brieven aan Johan de Wiu IJ (Amsterdam 1919-1922) 47.

38 I.F. Gebhard, 'Een dagboek uit het Rampjaar 1672', BMHG 8 (1885) 45-116, aldaar 82.

39 Nieuw Rotterdams marckt-schuyt praetjen (Knuttel 5596; z.pl. 1647) 18. Vergelijk de

redenering van de ontslagen Leidse schutters in 1618: GA Leiden, Bibl. L & 0, inv. nr.

578f, fol. 15 e.v.

410


Knevel

noemde één van de stadsbestuurders het rekest van de Alkmaarse schuttersoffieieren

dan ook. 55

Van respect en onderdanigheid was in ieder geval weinig te merken. Soms

trokken de ontevreden burgers zelfs en masse op naar het stadhuis, alwaar zij

toegang tot de vroedschap eisten om hun eisen en grieven kenbaar te maken.

Ondertussen scandeerden gewapende schutters en anderen voor het stadhuis

leuzen tegen de stadsbestuurders. De Leidse schutters zouden daarbij in 1618

volgens de stadsbestuurders "ooc onder andere [hebben] gebruyct zodanighe

woorden, die nochte van openbare seditie excusabel nochte in een gepolitieerde

Stadt jegens wettige Magistraten tolerabel zijn."56

De persoonlijke aanbieding, verzamelde handtekeningen en scanderende

medestanders moesten de magistraat overtuigen van de potentiële kracht van de

oppositie. Met rekestreren had dit volgens de Leidse magistraat in 1618 dan

ook weinig meer te maken. De stadsbestuurders spraken van:

een insolente, moetwillige ende oproerige invasie van 't [...] Raethuys, gecomen uijt een

voorbedachten geresolveert opset, omme de heeren Burgemeesteren daer door t'intimideren

ende door groot getal te dwingen tot het gunt datse elc in 't bysonder nijet

machtich en souden sijn te doen. 57

Toegeven zou onaanvaardbaar zijn,

ten ware men vande Schutteryen voortaen wilde maecken na de wijse der oude Romeynen,

Tribunos Plebis [...] die macht soude hebben alle ordonnantien der Magistraten, ook

in civile saecken tegen te spreecken en den voortgank der selver te beletten aIs die juyst

niet en soude wesen na haren sin. 58

Opvallend genoeg komt deze analyse overeen met die van de patriotse voorman

Joan van der Capellen tot den Pol. Ook hij onderkende de kracht van het

collectieve rekest, en had het aanvankelijk herhaaldelijk als drukmiddel aangeraden.

Maar uiteindelijk wees hij het af als "eene gedeguiseerde volksregeering en

wel van het ergste soort, daar, namelijk, het volk in persoon zijn gevoelen

zegt.,,59 De politisering van het rekest is geen uitvinding van de patriotten.

Geweld

Pamflettenstrijd, bijeenkomsten, rekesten en demonstraties zetten de politieke

omgangsvormen radicaal op hun kop. De dreiging van geweld was daarbij

nimmer geheel afwezig. Mede daarom besloot menig stadsbestuur in 1672 toe

55 Algemeen Rijksarchief Den Haag (ARA), Archief van Johan van Oldenbamevelt, inv. nr.

466, rekest van de Alkmaarse schutters, fol. 6.

56 GA Leiden, Bibl. L & 0, inv. nr. 578f.

57 Ibidem.

58 Uytenbogaert, Kerckeliicke historie, 910-911.

59 Klein, Republikeins palriouisme, 272.

414


Politiek op straat

te geven aan de protesten van de burgerbewegingen en af te treden. De

Haarlemse schutters wisten de regenten bij deze gelegenheid zelfs tot een

omkerings-ritueel te dwingen door van hen te eisen dat "sy niet meer te seggen

hadden, als de minste onder de Burgers, 't welck sy ook alle deden, seggende in

't afgaan van 't Stadhuys aan de meenigte der Burgeren: Mannen nu zyn wy

altemaal gelijk, en wy hebben nu niet meer te seggen, als gy.,,60 Tot openlijke

gewelddadigheden kwam het zelden, en daardoor onderscheidde het politieke

optreden van de stedelijke middenklassen zich van de veel gewelddadiger

protestcultuur van het gewone volk. 61 Burgers vochten hun politieke strijd

vooral uit met woorden en rituelen als demonstraties. Wel arresteerden Rotterdamse

schutters in de zomer van 1672 enkele vroedschappen. Zij werden

gevangen gezet in de schepenkamer op het stadhuis, alwaar zij door een aantal

schutters 'met gelaaden Musquetten en brandende Lonten' werden bewaakt.

Sommige schutters waren er niet gerust op. Zij boden zich vrijwillig aan om op

de Huidebrug, achter het stadhuis, te waken, "uit vreeze dat de Heeren haar

zelve aldaar door de glaaze raamen van boven nederlaaten, en alzo escharpeeren

zouden.,,62

De meeste tijdgenoten keurden deze actie af. Zelfs een sympathiserend

pamflettist sprak van een 'sotheyt'. Maar, zo voegde hij er verontschuldigend

aan toe, hun handelwijze was voortgekomen uit 'liefde tot het Vaderland' en

had plaats 'in een ongemeyne tijdt': "In een extraordinaire tijd moet men oock

extraordinaire middelen gebruycken..63 Het was een even simpele als sluitende

redenering, maar ook één met gevaarlijke consequenties. Achteraf beschouwd

mogen de politieke oproeren dan betrekkelijk geweldloos zijn verlopen,

voor diegenen die in pamfletten en satirische gedichten werden uitgemaakt

voor moreel gedegeneerde schelmen en op straat werden uitgescholden en

achternagezeten, was de dreiging reëel genoeg. Zij werden openlijk eerloos verklaard

en tot buitenstanders van de burgerlijke samenleving gemaakt. Waar dat

uiteindelijk toe kon leiden bleek in de namiddag van 20 augustus 1672, toen

Haagse schutters de gebroeders De Witt uitleverden aan een om wraak

schreeuwende menigte. Het resultaat is bekend, en door de meeste tijdgenoten

met ongeloof en afschuw veroordeeld. Maar een enkeling had er vrede mee:

't Veiraet moet zijn gestraft, en is 't niet door Besorgers,

Soo is het door 't Gemeen, en door het Recht der Borgers;

En als 't soo wesen moet, is 't beter soo als niet;

Iusticy heeft sijn plaets, door wiense dan geschiet.

Wanneer men hem begeeft te zijn een Burgervader,

60 P. Valkenier, 't Verwerd Europa (2e druk; Amsterdam 1675) 737.

61 Dekker, Holland in beroering.

62 A Vroesen, Waaragtig verhaal van de muiterij binnen de stad Rotterdam, ter goeder trouw

beschreeven door iemand die van de gemelde muiterij kennis gehad heeft (Rotterdam 1785)

121.

63 Bedenkingen over het geene door de Borgeryen van Hollandt is te weegh gebracht... (Knuttel

10266; z.pl. 1672).

415

More magazines by this user
Similar magazines