ZIELEN IN SOORTEN Hoe stelt men zich de ziel voor? - Books and ...

booksandjournals.brillonline.com

ZIELEN IN SOORTEN Hoe stelt men zich de ziel voor? - Books and ...

ZIELEN IN SOORTEN

Hoe stelt men zich de ziel voor? Prof. dr. J. H. F. Kohlbrugge

heeft een boek geschreven *), dat hij „'s Menschen Religie" als titel

geeft; daarvan is I „De meest bekende vormen", en II „Voorstellingen

der volkeren betreffende de ziel". Zulk een boek schrijven

is een waagstuk, want de ziel is een vlottend begrip; de meesten

gelooven aan haar bestaan, maar daarmede houdt het op.

Men trachte maar eens iets meer ervan te weten te komen; en

wij behooren toch ook tot de „volkeren". Zonder geloof aan een

ziel, zegt de schrijver in het voorbericht, zou er vermoedelijk

geen religie bestaan. Daarover valt te denken. „Velen zullen van

„meening zijn, dat de beschouwingen over de ziel onder Animisme

„gebracht moeten worden, daarentegen ben ik van meening, dat

„zij bij alle vormen der religie behooren". Laat ons daarover

niet twisten. Bijna hadden we afbeeldingen gekregen van het

object, maar het boekje (dat toch nog bijna vier gulden kost) kon

den last van de platen niet dragen. De „heerschende omstandigheden"

hebben ook hieraan schuld. Die crisis toch!

„Elk mensch is de overtuiging aangeboren, dat hij na den dood

van zijn lichaam voortbestaat, onsterfelijk is, want niemand kan

zich in het niet-zijn indenken". Het tegenovergestelde komt wel

voor, zegt Kohlbrugge, maar hij gelooft niet daaraan. Dat is

nogal parmantig gezegd. Niet te tellen zijn zij, die van een voortleven

na den dood niets willen weten, al wil Kohlbrugge daarbij

niet „stilstaan". Maar het is onpraktisch, vooral in den tegenwoordigen

tijd, ronduit kleur te bekennen, schadelijk voor de

promotie.

Over het „hiernamaals" schrijft Kohlbrugge in een afzonderlijk

hoofdstuk, dat ik, aan den verkeerden kant van de tachtig, met

bijzondere zorg heb gelezen; over de ligging, den weg, de reis

erheen. Wanneer men nu in aanmerking neemt, dat goed-geloovigen,

blijkens hun mededeelingen, niets dan uiterst vage begrippen

hebben over deze dingen, dat er zelfs zijn die, uit den aard

van hun ambt, iets beter op de hoogte moesten wezen van het

Zielenland, dan wordt het duidelijk, dat er bij de door Kohl-

») Uitg. J. B. Wolters, Gron., Den Haag, Batavia.


ZIELEN IN SOORTEN 34S

brugge bedoelde „volkeren" veel verschil van opvatting valt

waar te nemen. In dit verband neem ik iets over uit Aldrich „The

primitive mind and modern civilisation", Lond. 1931, waarin

deze schr. aantoont dat de meesten van ons geen duidelijke voorstelling

hebben wat onder het woord Ziel moet worden verstaan.

„To the average easy-going Christian his soul is an indefinite

something which he feels he ought to worry about, but does not;

it gets somewhat better or somewhat worse, according to his

moral behaviour; certain acts are so taboo that he would be

mortally afraid to do them, lest his soul be irreparably damaged

thereby; when he dies he will somehow become his soul; his

individuality will pass into his soul; the soul is difficult to define,

but, after all, why define it, seeing that every body knows exactly

what is meant by the word ? This, I take it, is about as completely

as most of us could describe the collective representation designated

soul. If this is the case, what chance have we of making

clear, by the use of the word soul, the collective representations

of pagan savages at the non-material part of man ? The Hausa of

Northern Africa has five or six souls — for so we must call them,

simply for lack of another word" (Kohlbr. Inleid, blz. 9).

In zeer vele hoofdstukken is het boek gesneden en een

opsomming van de titels toont den grooten rijkdom. Ziehier.

Dubbele benaming der ziel, Verschijnings-vormen [schaduw,

reflectiebeeld, portret, naam, herinneringsbeeld, droombeeld,

adem, echo, pupülenbeeld, diervorm]. Verblijfplaats der ziel

[hoofd, hart, bloed, polsen, oog, buik, lever, beenderen, rug, hals,

enz., de in het geheele lichaam aanwezige en zich splitsende ziel].

De zielen van dieren en planten en materie. De ziel als kracht.

De ziel van den levenden mensch. De ziel na den dood van het

lichaam. De ziel der dooden als dier en hoofd zonder lichamen

[vogel en wolken, slang en hagedis, insekt, verschillende dieren,

kleur der dieren, de ziel huist in een dier, hoofd zonder lichaam,

de mensch als bezitter van meerdere zielen (jawohl), de externe

ziel en de beschermgeest, de ziel der levenden buiten het lichaam

[het opbergen, het vluchten, het rooven der ziel, de ziel als voedingsmiddel,

de dooden als zielenroovers].

Ziekte, haar oorzaak, bestrijding en genezing. De zorg voor

de ziel van het kind [voor en na de geboorte (couvade), ziel en

navelstreng, ziel bij initiatie]. De oorsprong der ziel van het kind

[op de aarde, boven of onder de aarde, zielebrengers, uit de voorvaderen,

uit overleden kinderen, wanneer komt de ziel in het

lichaam?]. Zielen der dooden op levenden overbrengen. Blanke


346 ZIELEN IN SOORTEN

als ziel. Het hiernamaals [de ligging, de reis erheen, de leer der

continuiteit en de schifting der zielen]. Zielen die bijzondere

zorg vereischen [zelfmoordenaars, kraamvrouwen, zij die het

levensdoel niet bereiken, sjamanen, die niet behoorlijk begraven

en bezorgd werden, onrustige zielen volgens Europeesch volksgeloof].

Wanneer verlaat de ziel het doode lichaam? Terugkeer

der zielen. Herdenkingsgeesten. Dood der ziel.

De meest leesbare gedeelten van het boek zijn het voorbericht

en de inleiding. Ieder hoofdstuk toont, dat we hier hebben te

doen met een „book of reference", een boek dat verwijst naar het

werk waarin het onderwerp dat aan de orde is wordt behandeld.

Een voorbeeld: Het rood kleuren der beenderen; 129a/607—17;

238a/20—23; 80a/1, 525; 243 (II) 337; 94/178, 201, 233, 294;

109a (80)361; 188') 354, 359; 21a/147; 109a (40) 70; 109a (61)

248; 117a/142, 182; 10a (I) 136; 144'/52, 53; Correspondenzblatt

der deutschen Gesellschaft für Anthropologie 34/155, 175; 294a

(33) 281, 525; 136 (23) 517.

Langzamerhand heb ik den weg gevonden in deze cijferreeks;

men moet wel heel veel belangstellen in het onderwerp om in

bibliotheken de boeken te gaan vragen en, zoo ze aanwezig zijn,

de bladzijden op te slaan en te noteeren wat men vindt. En dat

in onzen tijd! Kohlbrugge zou een goed werk hebben gedaan in

dien hij al die cijfers had verwerkt tot een leesbaar verhaal; qui

trop embrasse mal étreint. Bastian had daar ook een handje van,

en „meerderen". Goethe wist het wel, maar deed soms of hij 't

niet wist. Over de boekenlijst aan het slot valt niets te zeggen,

ze is 295 nummers lang en dat is een respektabele boekerij. Ik mis

den Bijbel, en wel het oude Testament, waarin (Genesis II : 7)

de mensch uit het stof der aarde is geformeerd tot een levendige

ziele. De geboorte van de ziel op deze wijze vind ik niet in het

boek waarvan hier sprake is. Eigenaardig is ook de manier waarop

in Jeremia XV : 9 de ziel het lichaam verlaat; de vrouw heeft

haar ziele uyt-geblasen. Het verband van beiden is niet zoo sterk

als men vaak meent. Codrington vertelt, dat men, volgens de

opvatting der Papoea's een varken kan verkoopen en zijn ziel

houden (The Melanesians, Oxf. 1891).

Men kan in 't oneindige voortredeneeren over dit boek, dat

hier en daar wel vermakelijk is, ook door zijn niet te controleeren

verhalen; zooals trouwens is te verwachten zoodra men begint te

vertellen over „volkeren".

JOH. F. SNELLEMAN.

More magazines by this user
Similar magazines