Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt

ro.online.robeheer.nl

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt

www.utrecht.nl

Dienst Stadsontwikkeling

Bestemmingsplan

Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt,

Huizingabuurt

mei 2006

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt, mei 2006


* = locatie plangebied


Bestemmingsplan

Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt,

Huizingabuurt

Mei 2006

Dienst Stadsontwikkeling

Afdeling Stedenbouw en Monumenten

Sectie juridische zaken


Toelichting


Inhoudsopgave

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

1

1. Inleiding............................................................................................................................................3

1.1. Doel van het bestemmingsplan 3

1.2. Ligging en begrenzing plangebied 3

1.3. Vigerende plannen 5

1.4. Bestemmingsplanmethodiek 6

2. Beleid................................................................................................................................................9

2.1. Algemeen 9

2.2. Rijksoverheid 9

2.3. Provinciale en regionale plannen 9

2.4. Gemeentelijke plannen en beleid 10

3. Planbeschrijving............................................................................................................................21

3.1. Algemeen 21

3.2. Historische structuur 21

3.3. Ruimtelijke structuur 24

3.4. Functionele analyse 27

3.5. Verkeersstructuur 29

3.6. Stedelijk groen en ecologie 31

3.7. Archeologie en cultuurhistorie 32

3.8. Monumenten 35

3.9. Welstand 36

3.10. Mogelijk toekomstige ontwikkelingen 37

4. Milieu ..............................................................................................................................................39

4.1. Geluidhinder 39

4.2. Bedrijven 39

4.3. Bodem 40

4.4. Luchtkwaliteit 41

4.5. Waterparagraaf 43

4.6. Duurzaamheid 47

4.7. Hoofdkabels en -leidingen 48

4.8. Externe Veiligheid 48

4.9. Flora en fauna 48

5. Juridische planbeschrijving .........................................................................................................53

5.1. Verantwoording planvorm 53

5.2. Systematiek "Woondoeleinden" 54

5.3. Artikelsgewijze toelichting 59

5.4. Handhaving 66

6. Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................................69

7. Inspraak en overleg.......................................................................................................................71

7.1. Inspraak en artikel 10 overleg 71

7.2. PPC 71


Bijlage 1 Overzicht Monumenten

Bijlage 2 PPC-advies

Bijlage 3 Rapportage luchtkwaliteit

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

2


1. Inleiding

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

3

1.1. Doel van het bestemmingsplan

Het voornemen tot het opstellen van het bestemmingsplan "Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt,

Huizingabuurt" is opgenomen in de notitie "Meerjarenplanning bestemmingsplannen 2000-

2010" van de afdeling Stedenbouw en Monumenten van de Dienst Stadsontwikkeling van de

gemeente Utrecht. In deze notitie wordt een meerjarenplanning gegeven voor het actualiseren

van planologisch-juridische regelingen voor het gemeentelijk grondgebied.

Het nieuwe bestemmingsplan heeft als doel de totstandkoming van een eenduidige en samenhangende

juridisch-planologische regeling. Het bestemmingsplan richt zich voornamelijk op beheer

van de bestaande situatie en het vastleggen van de functionele en ruimtelijke structuur. In

het plan worden de wijzigingen in de wet- en regelgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening,

die zich in de loop van de tijd hebben voorgedaan, verwerkt. Met dit bestemmingsplan

wordt aansluiting gezocht bij recent totstandgekomen bestemmingsplannen binnen de gemeente,

waarbij wordt gestreefd naar uniformiteit van bestemmingslegging en regelgeving.

1.2. Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de noord-oostkant van het oude stadscentrum van Utrecht.

Het plangebied wordt begrensd door de Kardinaal de Jongweg in het noorden, de Blauwkapelseweg

in het oosten, de Biltstraat in het zuiden, de Karel Doormanlaan, Huizingalaan en het spoortracé

in het westen. De plangrenzen van het bestemmingsplan sluiten aan op die van recente

juridisch-planologische regelingen. Tevens is er rekening gehouden met toekomstig te vervaardigen

bestemmingsplannen.


Afbeelding 1: Ligging plangebied.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

4


Afbeelding 2: Begrenzing plangebied.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

5

1.3. Vigerende plannen

Binnen het plangebied vigeren meerdere plannen en verordeningen. In dit geval gaat het om

een aantal bestemmingsplannen, komvoorschriften, de Leefmilieuverordening en het beleid ten

aanzien van het beschermd stadsgezicht.

Bestemmingsplannen

Binnen het gebied vigeren momenteel een vijftal plannen:

Alexander Numankade (Raad 27/140/88, G.S. 14/03/89; gedeeltelijke goedkeuring)

Willem Barentszstraat 1ste herziening (Raad 10/11/49, G.S. 28/03/50)

Willem Barentszstraat 1ste partiele herziening (Raad 21/06/61, G.S. 08/01/61)

Jan van Galenstraat 1ste / 2de wijziging (Raad 17/04/47, G.S. 27/05/47)

Tuindorp Oost 1 (Raad 06/06/63, G.S. 01/10/63)

Komvoorschriften

De overige gebieden vallen onder de Voorschriften Bebouwde Kom 1958 (VBK). Deze zijn

vastgesteld door de raad d.d. 27-03-1958 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d. 14-

07-1958. Gebieden die onder de VBK vallen zijn onderverdeeld in VBK-geel (woonbestemming:


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

6

gestapeld), VBK-rood (woonbestemming: eengezinshuizen of beneden/bovenwoning), VBKgroen

(groenbestemming) en VBK-blauw (bedrijfsbestemming).

De VBK geven geen voorschriften met betrekking tot de bebouwingsmogelijkheden (hoogteopbouw

en rooilijnen) en het gebruik van de gronden. Hiervoor moet grotendeels worden teruggevallen

op de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening.

Leefmilieuverordening

Een Algemene Leefmilieuverordening (ALMV),op grond van art. 7 van de Wet op de Stads- en

dorpsvernieuwing, is door de gemeenteraad vastgesteld d.d. 31-08-2000 en goedgekeurd door

Gedeputeerde Staten d.d. 28-11-2000 voor een periode van vijf jaar.

De ALMV heeft als doel het voorkomen van achteruitgang van de woon- en werkomstandigheden

in, of het uiterlijk aanzien van, een gebied, zolang voor dat gebied nog niet kan worden

beschikt over een modern stadsvernieuwings- of bestemmingsplan. De ALMV is een overbruggingsmaatregel

met een beperkte geldigheidsduur en heeft een aanvullend karakter. De ALMV

verbiedt de wijziging van het gebruik van gebouwen of van één of meer delen van een gebouw

anders dan voor woondoeleinden, en het oprichten of vergroten van gebouwen ten behoeve

van een bedrijf. Verder is de Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing van belang in verband met

het verkrijgen van een sloopvergunning. De ALMV geldt in Wittevrouwen.

Momenteel is een nieuwe ALMV in voorbereiding.

Beschermd Stadsgezicht

Tot het Beschermd Stadsgezicht 1 behoort een strook bebouwing langs de Wittevrouwensingel.

Op het gebied van het Beschermd Stadsgezicht zijn de bepalingen van de artikelen 36 (plicht

tot vaststellen van ter bescherming van het stadsgezicht strekkend bestemmingsplan) en 37

(sloopverbod behoudens vergunning) van de Monumentenwet van toepassing.

1.4. Bestemmingsplanmethodiek

Het bestemmingsplan richt zich voornamelijk op beheer van de bestaande situatie en het vastleggen

van de functionele en ruimtelijke structuur.

Ten aanzien van gebieden waar mogelijk veranderingen zullen gaan plaatsvinden heeft het

college van burgemeester en wethouders recent besloten dat deze veranderingen alleen in een

op beheer gericht bestemmingsplan zullen worden meegenomen als de ontwikkelingen voldoende

uitgekristalliseerd zijn. In alle andere gevallen zal aan dit soort gebieden een conserverende

bestemming wordt gegeven, die zoveel mogelijk aansluit bij de geldende bestemming en

het bestaande (legale) gebruik.

Deze keuze hangt samen met de opdracht van de gemeenteraad, om de gehele gemeente

Utrecht vóór 2011 voorzien van moderne, actuele bestemmingsplannen voor alle wijken.

1 Het gebied, dat blijkens de beschikking van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en de

Staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 3 december 1975, MMA/MO 178.385, is aangewezen

als stadsgezicht in de zin van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

7

Wachten op nu nog onzekere bouwplannen houdt het plan- en besluitvormingsproces van op

beheer gerichte bestemmingsplannen teveel op.

Dit betekent overigens niet dat toekomstige initiatieven op voorhand worden afgewezen; dergelijke

initiatieven volgen een afzonderlijk planvormingtraject en zullen via een afzonderlijke procedure

planologisch-juridische worden verankerd. Uitvoering ervan zal dus te zijner tijd mogelijk

gemaakt moeten worden met behulp van een vrijstellingsprocedure ex artikel 19 van de wet op

de Ruimtelijke Ordening of een herziening van het bestemmingsplan.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

8


2. Beleid

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

9

2.1. Algemeen

Op verschillende bestuurlijke niveaus zijn in de loop van de tijd beleidsuitspraken geformuleerd

die van belang zijn of raakvlakken hebben met de ruimtelijke situatie in het voorliggende plangebied.

In dit hoofdstuk worden de relevante nota's kort omschreven.

2.2. Rijksoverheid

Nota Ruimte

In januari 2002 is deel 3 van de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening verschenen (kabinetsstandpunt).

De behandeling van de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening is gestaakt.

Het (toenmalig demissionaire) kabinet Balkenende achtte de analyses en hoofddoelstellingen

van de huidige Vijfde Nota, het Tweede Structuurschema Groene Ruimte (SGR2) en het oude

NVVP een goede basis voor de gewenste beleidsaanpassingen. De huidige Vijfde Nota en het

Tweede Structuurschema Groene Ruimte zijn geïntegreerd in de Nota Ruimte om het aantal

rijksnota's te verkleinen en de eenduidigheid van het rijksbeleid te vergroten. In het Strategisch

Akkoord is opgenomen in welke richting bijstelling van het nationaal ruimtelijk beleid nodig is.

De Stellingnamebrief Nationaal Ruimtelijk Beleid (1 november 2002) geeft de richting aan van

de hiervoor noodzakelijke aanpassingen.

Utrecht is onderdeel van de zogenaamde ‘Deltametropool’. De Deltametropool is een nationaal

stedelijk netwerk van internationaal niveau, dat concurreert met andere metropolitane gebieden

in Europa. De stedelijke en landelijke diversiteit, metropolitane functies en het blauw-groene

deltakarakter vormen de unieke kwaliteiten van dit gebied waarvan de belangrijkste steden Amsterdam,

Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Almere zijn.

De nadruk ligt op versterking van de bestaande ruimtelijke hoofdstructuur met als doel versterking

van de synergie tussen de samenstellende delen en vergroting van de complementariteit

van de steden. Dit betekent:

versterking van de water- en groenstructuur;

versterking van de bestaande netwerken van weg, spoor en water;

versterking van de verstedelijking door intensivering in bestaand gebouwd gebied en bundeling

van nieuwe verstedelijkingsopties op en aan de Randstadring.

Vooralsnog zorgt de Nota niet voor beleidswijzigingen met betrekking tot het plangebied.

2.3. Provinciale en regionale plannen

Streekplan Provincie Utrecht

Het vigerende Streekplan voor de Provincie Utrecht is vastgesteld in 2004. Het plangebied is op

de streekplankaart aangeduid als stedelijk gebied. Met betrekking tot het plangebied stelt het

streekplan dat de stedelijke veranderingsprocessen als stads- en dorpsvernieuwing, herstructu-


ering en verdichting van groot belang zijn. Dit mede in relatie tot de beoogde verhoging van

kwaliteit van de woonomgeving.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

10

Hieronder wordt een aantal kernpunten van het Streekplan Utrecht 2005-2015 weergegeven:

het watersysteem medebepalend laten zijn bij het toekennen en ontwikkelen van ruimtelijke

functies;

behoud van aardkundige en cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten en het

vergroten van de herkenbaarheid, zichtbaarheid, functionaliteit en toegankelijkheid ervan;

bereikbaarheid van de provincie op een acceptabel niveau brengen en de gevolgen van de

mobiliteit voor het leefmilieu op een aanvaardbaar niveau brengen;

opvang van de eigenbevolkingsgroei, waarbij ook gekeken wordt naar differentiatie en

kwaliteitsverbetering van woon- en werkmilieus;

ruimte blijven bieden voor duurzame economische ontwikkeling binnen de provincie.

Regionaal Structuurplan (RSP)

Door het BRU (Bestuur Regio Utrecht) is het Regionaal Structuurplan (RSP) opgesteld. Onder

andere vormt dit een toetsingskader voor planologische besluiten van de betrokken gemeenten.

In het RSP is aangegeven dat de regio een strategie volgt, die is gericht op behoud, verbetering

en herstructurering van het bestaand stedelijk gebied. Op dit moment werkt het BRU aan een

nieuw RSP voor de periode 2005 tot 2015. Het huidige RPS stelt dat er meer aandacht moet

komen voor hoogwaardige en duurzame woonmilieus, hierbij zijn functiemenging, differentiatie

van woonmilieus en een evenwichtige wijkopbouw van belang.

Niet van Gisteren, Cultuurhistorische hoofdstructuur van de Provincie Utrecht

De nota 'Niet van Gisteren', is de komende jaren richtinggevend voor het ruimtelijk cultuurhistorisch

beleid in de Provincie Utrecht. Het plangebied wordt hier aangeduid als een bebouwd gebied

met archeologische waarde. Er dienen eisen gesteld te worden ten aanzien van de archeologie.

2.4. Gemeentelijke plannen en beleid

Collegeprogramma 2001-2006

In december 2000 is het collegeprogramma verschenen. In dit document is veel aandacht besteed

aan bestuurlijke vernieuwing, leefbaarheid en veiligheid in de stad. Met betrekking tot het

voorliggende bestemmingsplan zijn vooral de uitspraken met een planologische en stedenbouwkundige

invalshoek relevant. In het collegeprogramma worden beleidsintenties uitgesproken

die op een later tijdstip worden uitgewerkt in concreet beleid.

Structuurvisie (2004)

In de structuurvisie van 2004 zijn de kernkwaliteiten van de stad verwerkt in drie ontwikkelingsperspectieven:

“De Markt”, “Het Podium” en “De Binnentuin”. In het perspectief “De Markt” wordt

het economische, dynamische en hoogstedelijke karakter van de stad versterkt. Ontwikkelings-


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

11

perspectief “Het Podium” richt zich op de stad als ontmoetingsplaats voor kunst, cultuur, onderwijs,

voorzieningen en recreatie. Perspectief “De Binnentuin” wil ruimte geven aan de specifieke

identiteit van wijken en buurten.

Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt worden aangegeven als binnentuin. De opgave

voor de binnentuinen ligt vooral in het conserveren en versterken van de kenmerkende

structuren binnen een wijk. De hoofdfunctie in de binnentuinen is wonen. Er zijn mogelijkheden

tot kleinschalige functiemenging in de vorm van woon/werkunits, of kleinschalige bedrijvigheid

of detailhandel.

De gebieden zijn voornamelijk autoluw. Bestaande kenmerken van de wijken worden beter benut.

Voor Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt kan dit betekenen dat de aanwezigheid

van de Wittevrouwensingel, het Griftpark en de Biltse Grift versterkt wordt.

Wonen naar wens

In de gemeentelijke nota 'Wonen naar Wens' (raadsbesluit 28 september 2000) zijn de stedelijke

ambities voor het wonen vastgelegd. Dit beleid komt neer op het optimaliseren van de samenstelling

van de woningvoorraad in kwalitatief en kwantitatief opzicht volgens het scenario

van de Vitale stad. Het bevorderen van doorstroming is daarbij een belangrijk doel van de woningbouwprogrammering.

Tegelijkertijd geldt het uitgangspunt het huidige aantal bereikbare

woningen gelijk te houden. Op wijkniveau kan dit differentiatie van de woningvoorraad betekenen,

rekening houdend met de woonbehoeften en gebruik makend van de beschikbare veranderruimte.

Welstand en welstandsnota

De sinds 1 januari 2003 gewijzigde Woningwet kent een driedeling in bouwvergunningvrije,

licht-bouwvergunningplichtige en regulier Bouwvergunningplichtige bouwwerken.

Voor toetsing van bouwplannen aan redelijke eisen van welstand gelden voor deze soorten

bouwwerken verschillende procedures. Bouwvergunningplichtige bouwwerken dienen een welstandstoetsing

te krijgen door de welstandscommissie. Voor kleinere, veel voorkomende bouwwerken

- meestal lichtvergunningplichtige - zijn loketcriteria opgesteld die ambtelijk worden

getoetst. Indien er afgeweken wordt van de loketcriteria of het betreft een lichtvergunningplichtig

bouwwerk waar geen loketcriteria voor zijn opgesteld, vindt altijd een toetsing plaats door de

welstandscommissie. Bouwvergunningvrije bouwwerken krijgen geen welstandstoetsing, tenzij

er bij realisatie sprake is van 'ernstige' mate van strijdigheid met redelijke eisen van welstand´

(repressief).

De welstandsnota gaat vooral in op zaken die in het bestemmingsplan niet 'geregeld' kunnen

worden. Het is een document dat moet zorgen voor een transparant welstandsbeleid.

In de in 2004 vastgestelde Welstandsnota Utrecht, getiteld 'De schoonheid van Utrecht', is geformuleerd

op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden.

Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van bouwvergunningsplichtige bouwwerken en

toetsing op basis van de sneltoetscriteria.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

12

Voor bouwvergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende:

In de nota wordt op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk in hoofdlijnen een

ruimtelijke karakteristiek gegeven. Voorts wordt er onderscheid gemaakt in ambities en worden

deze vertaald in beleidsniveaus per gebied. Deze beleidsniveaus zijn: Behoud, Respect en

Open. De drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de

bestaande structuur en architectuur. Tenslotte worden er algemeen geldende beoordelingscriteria

geformuleerd die alleen per beleidsniveau verschillen en dus niet per gebied.

De Welstandsnota is per gebied raadpleegbaar, de sneltoetscriteria voor lichtvergunningplichtige

bouwwerken vormen een apart onderdeel. Een meer uitgebreide beschrijving voor het plangebied

ten aanzien van welstandsbeleid is te vinden in de gebiedsbeschrijving van dit plan (paragraaf

3.2 en 3.8).

Gemengde stad, sterke stad, eindrapport projectgroep functiemenging

Uit oogpunt van onder andere leefbaarheid en versterking van de stads- en wijkeconomie is de

laatste jaren het besef gegroeid dat een menging van de functies wonen, werken en voorzieningen

in woongebieden bevorderd zou moeten worden. De aandacht voor functiemenging

wordt onderstreept in verschillende gemeentelijke beleidsstukken. Voordelen van functiemenging

zijn onder meer:

het vergroten van de leefbaarheid;

het bevorderen van de wijkwerkgelegenheid;

het verbeteren van de emancipatie;

een reductie van automobiliteit.

In principe wordt behoud van functiemenging nagestreefd voor de hele stad. Ontmenging moet

worden tegengegaan. In geval van bedrijfsverplaatsing of bedrijfsbeëindiging is het bijvoorbeeld

de bedoeling dat er zich op die specifieke locatie opnieuw een bedrijf vestigt. Op dit moment

wordt in dergelijke situaties dikwijls de werkfunctie omgezet in een woonfunctie. De noodzakelijke

beleidsinstrumenten worden ingezet om functiemenging van wonen en werken te behouden.

Detailhandelsnota "Boodschap aan winkels"

Het detailhandelsbeleid is vastgelegd in de detailhandelsnota 'Boodschap aan winkels'. Deze

nota kent een aantal beleidsuitgangspunten. Voor dit plangebied is het uitgangspunt 'komen tot

een fijnmazig mogelijk, op commerciële basis functionerend detailhandelsaanbod' relevant. Gekozen

wordt daarbij voor een model van de opbouw van de detailhandelsvoorzieningen dat is

gebaseerd op spreiding van voorzieningen over de wijken, zodanig dat de kwaliteit van het

aanbod van met name de dagelijkse goederen van de inwoners is verzekerd. Hiertoe wordt

gekozen voor het bevorderen van de concentratie van (vooral dagelijkse) winkelvoorzieningen

binnen de wijken (dus in de buurt- en wijkwinkelcentra). Deze concentratie is in veel situaties de

enige manier om voldoende draagvlak te creëren voor het commercieel functioneren van winkels.

Daarmee kan een compleet en attractief voorzieningenaanbod worden behouden en/of


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

13

gerealiseerd. In deze nota zijn J. van Galenstraat en de Biltstraat als clustergebieden aangewezen.

'Welterusten', Hotelnota 2000-2004

Het gemeentelijk hotelbeleid is vastgelegd in de nota 'Welterusten', Hotelnota 2000-2004.

Hoofddoelstelling van deze nota is het verkrijgen van evenwicht tussen vraag en aanbod uitgaande

van externe ontwikkelingen. Hotelontwikkeling binnen het plangebied is op grond van

deze nota mogelijk.

Nota 'Zet 'm op toerisme', meerjarenprogramma

Speerpunten van toeristisch beleid zijn: ontwikkelen water-, cultuurhistorisch-, en zakelijk toerisme

en evenementen. De bestaande - karakteristieke - bebouwing, het water en het groen

bieden hiervoor mogelijkheden binnen het plangebied.

Strategisch kader kleinschalige bedrijfshuisvesting

Vraag naar en aanbod van bedrijfshuisvesting worden met elkaar geconfronteerd in het strategisch

kader kleinschalige bedrijfshuisvesting. Deze confrontatie biedt aanknopingspunten voor

het realiseren van ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid (zoals aan huis gebonden bedrijvigheid)

die goed te mengen is met woonfuncties. De wijken krijgen hierdoor een sterker economisch

draagvlak.

Ontwikkelingskader Kantoren en Bedrijven

Er is sprake van "limitatief beleid" ten aanzien van grootschalige kantoorontwikkelingen in

Utrecht. Er is in BRU verband een lijst opgesteld van locaties en daaraan verbonden volumes te

ontwikkelen kantoren. In onderhavig plangebied zijn geen grootschalige kantoorlocaties aanwezig.

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (2005)

Algemeen

Het verkeers- en vervoerbeleid voor de gemeente Utrecht voor de periode 2005-2020 is vastgelegd

in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP). Om een goede balans tussen

bereikbaarheid, veiligheid en leefmilieu te realiseren wordt in het GVVP gekozen voor selectieve

bereikbaarheid. De economisch belangrijke gebieden, de kerngebieden, worden via een

aantal verkeersassen goed bereikbaar gemaakt. In de overige gebieden (de verblijfsgebieden)

en rond de overige verkeersassen krijgen veiligheid en leefmilieu prioriteit. Ook wordt de mobiliteit

buiten piek- en spitsuren gefaciliteerd, maar tijdens piek- en spitsuren moet met name de

groei van de automobiliteit worden afgevlakt. Dit gebeurt door het openbaar vervoer en fietsvoorzieningen

te verbeteren en door met verkeers- en mobiliteitsmanagement de mobiliteitsvraag

zo goed mogelijk over het totale verkeerssysteem te verdelen. Om dit te bereiken wordt

het GVVP uitgewerkt in concrete projecten en activiteiten. De eerstkomende jaren staan vooral

de activiteiten als verkeers- en mobiliteitsmanagement centraal. Met name na 2010 komen

nieuwe infrastructurele projecten aan de orde. Het succes van maatregelen wordt bepaald door


de kwaliteit te vergelijken met de streefkwaliteiten voor bereikbaarheid, verkeersveiligheid en

leefmilieu die het GVVP vastlegt.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

14

Autoverkeer

Utrecht gaat met het GVVP uit van de volgende opbouw van het stedelijke netwerk auto:

1. De hoofdstructuur maakt de stad als geheel bereikbaar met de (vracht)auto, voor verplaatsingen

van en naar Utrecht en voor verplaatsingen van wijk naar wijk. De hoofdstructuur

bestaat uit:

de RING Utrecht: de parallelbanen 2 van de snelwegen rond Utrecht en de Noordelijke

Randweg Utrecht (NRU). De RING vormt de schakel tussen het landelijke net van

autosnelwegen en de primaire en secundaire assen.

primaire assen, die de kerngebieden bereikbaar maken. Het grootste deel van het

autoverkeer naar de kerngebieden gaat via deze assen.

secundaire assen, die zorgen voor aanvullende bereikbaarheid van de kerngebieden.

De hoofdstructuur is middels het GVVP vastgelegd en vormt uitgangspunt voor alle gemeentelijke

plannen.

2. Door het stedelijk verkeer te bundelen op de hoofdstructuur ontstaan zo groot mogelijke

verblijfsgebieden. In de wijken krijgen verkeersveiligheid en leefmilieu prioriteit.

De wijkontsluitingswegen (50 km/uur) zorgen voor de aansluiting van de wijken op de

hoofdstructuur en een goede bereikbaarheid van de wijk- en buurtvoorzieningen (onder

meer voor bevoorradend verkeer). Autoverkeer en het ontsluitend openbaar vervoer rijdt bij

voorkeur via de wijkontsluitingswegen de wijk in en uit. De rest van de wijk is verkeersluw

en wordt zo veel mogelijk ingericht als 30 km/uur-gebied.

Bij de totstandkoming van plannen in de wijk mag van de in het GVVP aangewezen

wijkontsluitingswegen worden afgeweken, mits dit goed beargumenteerd wordt, er elders in

de wijk een alternatieve route wordt ingericht als wijkontsluitingsweg en (daarmee) de ontsluiting

van de wijk voor OV en auto op peil blijft.

Bij de opbouw, regelgeving en vormgeving van het netwerk houdt Utrecht zo veel mogelijk de

landelijke principes van een duurzaam veilige weginrichting aan. Door deze principes te hanteren

kan de automobilist snel herkennen op wat voor type weg hij zich bevindt.

Openbaar Vervoer

De vervoersdiensten (OV-lijnen) zijn het meest bepalend voor de opbouw van het openbaar

vervoer. Utrecht gaat in het GVVP uit van de volgende opbouw van het OV-lijnennetwerk:

1. Een verbindend stelsel bestaand uit de volgende elementen:

Bovenregionale treinen (HSL, Intercity's en Sneltreinen) en interliners zorgen voor

(inter)nationale en interregionale verbindingen naar Utrecht.

Randstadspoor (RSS) verzorgt, aangevuld met streekbussen, het regionale OV.

2 Deze zijn nog niet langs alle snelwegen die deel uitmaken van de RING aanwezig of gepland. Dit is echter wel het

wensbeeld van Utrecht.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

15

De sneltramlijn en snelle buslijnen (HOV- en VOV-lijnen 3 ) vormen de stedelijke hoofdstructuur

en verbinden de kerngebieden in en rond Utrecht met elkaar en met de stations.

Voldoende snelheid, doorstroming, regelmaat en stiptheid zijn hierbij vereist.

Het streefbeeld voor het verbindend stelsel (en bijbehorende infrastructuur) wordt met het

GVVP vastgelegd en is uitgangspunt voor gemeentelijke plannen.

2. Een fijnmazig stelsel van stadsbuslijnen zorgt voor de ontsluiting van alle delen van de

stad. Stadsbuslijnen hebben haltes binnen circa 400 meter van de woning of bestemming.

Daarnaast ontstaat behoefte aan overstapmogelijkheden voor de bus op strategische locaties in

de stad, zoals (behalve de stations) transferia en stedelijke kerngebieden.

In de infrastructuur komt het onderscheid verbindend - ontsluitend terug:

Het Spoor, gebruikt door trein en RSS.

Primaire assen: sneltrambaan en HOV-banen. Exclusieve OV-infrastructuur, gebruikt door

HOV-lijnen, interliners en streekbussen. Waar VOV-lijnen en stadsbuslijnen gelijk lopen

met een HOV-lijn gebruiken deze ook de HOV-baan. Voor de HOV-banen wordt vertramming

op lange termijn niet uitgesloten.

Secundaire assen: VOV-infrastructuur, gebruikt door VOV-lijnen, interliners en streekbussen.

Waar stadsbuslijnen gelijk lopen met een VOV-lijn gebruiken deze ook de VOVinfrastructuur.

Alleen daar waar nodig worden maatregelen (busstrook of -baan, prioriteit

op kruisingen) genomen om het OV een betrouwbare snelheid te bieden.

Wijkontsluitingswegen. Wegen in de wijk met een maximumsnelheid van 50 km/uur, om de

doorstroming van de stadsbuslijnen te garanderen in verblijfsgebieden. Deze wegen worden

behalve door OV in het algemeen ook door auto's (en fiets) gebruikt.

Als aanvulling op dit netwerk fungeert het aanvullend vraagafhankelijk vervoer (met name regiotaxi

en taxi). Dit wordt aangeboden waar of wanneer lijngebonden OV niet voldoende rendabel

is, zoals buiten het stedelijk gebied, in de nacht en voor bijzondere doelgroepen (bijvoorbeeld

regiotaxi voor minder validen, de taxi voor toeristen, zakelijk reizigers etc.).

Goederenvervoer

Goederenvervoer vindt plaats over weg, water en spoor. Het goederenvervoernetwerk zoals het

GVVP dat vastlegt bestaat uit:

Primaire assen voor het lange afstandsvervoer. Het netwerk omvat weg, water en spoor en

heeft Lage Weide als belangrijk knooppunt. Utrecht zet daarbij in op zo veel mogelijk vervoer

over water en spoor.

Primaire assen voor bevoorrading (water en weg), die de belangrijkste te bevoorraden

kerngebieden verbinden met de RING Utrecht, knooppunt Lage Weide en mogelijke toekomstige

kleinschalige overslagpunten (ook voor consumenten) aan de rand van de stad.

Het betreft voor de weg een selectie uit de primaire en secundaire assen voor de personenauto,

aangevuld met de uit twee delen bestaande Singelring. Op deze routes wordt gestreefd

naar een geschikte vormgeving en voldoende doorstroming voor het vrachtverkeer.

3 HOV = Hoogwaardig Openbaar Vervoer; VOV = Verbindend Openbaar Vervoer


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

16

Vrachtverkeer wordt weliswaar geconcentreerd op de primaire assen, maar ook de overige primaire

en secundaire assen en wijkontsluitingswegen voor het personenauto zijn in principe voldoende

toegankelijk voor vrachtverkeer, om de bedrijven en woningen langs deze weg te kunnen

bevoorraden.

Als laatste schakel in de bevoorrading is de beschikbaarheid van voldoende laad- en losruimte

noodzakelijk. Daarnaast streeft Utrecht ernaar buiten het voetgangersgebied van de binnenstad

venstertijden te voorkomen.

Parkeernota 'Parkeren, een kwestie van kiezen' (2003)

In de nota "Parkeren, een kwestie van kiezen" 2003 heeft de gemeente Utrecht haar parkeerbeleid

vastgelegd. Dit beleid kent een aantal uitgangspunten:

het parkeerbeleid dient sturend te zijn (de schaarse parkeerruimte dient optimaal en efficient

te worden benut);

het beleid is gericht op een vitale binnenstad, wat zich uit in de bouw van parkeergarages

aan de rand van de binnenstad;

er wordt ingezet op een keten van transferia aan de randen van de stad, met name voor

het niet-noodzakelijke autoverkeer;

de economische functie dient te worden gewaarborgd;

de woonfunctie dient te worden gewaarborgd;

parkeerbeleid houdt niet op bij de gemeentegrenzen.

In de Parkeernota wordt een aantal gebieden genoemd waar zal worden onderzocht of daar

binnen 10 tot 15 jaar betaald parkeren kan worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden

met de te verwachten effecten van overloop uit aangrenzende gebieden waar al betaald parkeren

is ingevoerd. Daarnaast is het draagvlak van de bewoners in het gebied van belang.

Notitie 'Parkeernormen 2004'

De Parkeernota legt de kaders van het nieuwe parkeernormenbeleid vast. De notitie "Parkeernormen

2004" vormt een concrete uitwerking hiervan. Met deze notitie vervallen de oude normen

uit 1994.

Het uitgangspunt is dat, rekening houdend met de kenmerken van de locatie en de functie, het

parkeren op eigen terrein opgelost dient te worden 4 , bij voorkeur ondergronds. De normen zijn

niet exact vastgelegd, maar zijn gedefinieerd binnen een bandbreedte, teneinde optimale flexibiliteit

en maatwerk te bieden bij het realiseren van bouwplannen. In uitzonderingsgevallen kunnen

afwijkingen boven de bandbreedte op hun merites worden beoordeeld 5 . Indien er een afwijking

is onder de minimale norm, omdat de aanleg van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein

onmogelijk is, wordt nagegaan of extra parkeerruimte in de openbare ruimte gecreëerd kan

4 Voor grootstedelijke ontwikkelingen wordt voor het gehele te ontwikkelen projectgebied een parkeerbalans opgesteld,

waarbij integraal wordt aangegeven welke parkeervoorzieningen nodig zijn en voor welke doelgroep. Hierbij is

dubbelgebruik van parkeervoorzieningen het uitgangspunt.

5 Wanneer bijvoorbeeld een evident werkgelegenheidsbelang voor de gehele stad Utrecht aan de orde is, zou een

partij die de bandbreedte wil overschrijden door de gemeente in de gelegenheid moeten worden gesteld het evenwicht

tussen economie, werkgelegenheid, bereikbaarheid en leefbaarheid te herstellen.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

17

worden. Als de parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden aangelegd, dient de

aanvrager zorg te dragen voor alternatieve parkeergelegenheid 6 .

Fietsnota 'Verder met de Fiets' (2002)

Het stedelijk hoofdfietsnetwerk dat Utrecht nastreeft, is vastgelegd in de fietsnota "Verder met

de Fiets” (2002). Het stedelijk hoofdfietsnetwerk is een fijnmazig netwerk van hoogwaardige

verbindingen dat alle stadsdelen met elkaar verbindt. In de fietsnota is vermeld aan welke eisen

dit netwerk dient te voldoen. In het uitwerkingsprogramma van de fietsnota zijn concrete projecten

geformuleerd om het hoofdfietsnetwerk te vervolmaken.

De fietsnota richt zich daarnaast op de ontwikkeling van een netwerk van fietsparkeervoorzieningen

door de hele stad, zowel bij woningen, bestemmingen (voorzieningen, kantoren, bedrijven)

als overstappunten (OV-stations, transferia).

In het GVVP is het stedelijk hoofdfietsnetwerk op enkele punten uitgebreid, naar aanleiding van

het regionaal kernnet fiets uit het Regionaal Verkeers- en Vervoerplan (2004). Het gaat dan om

regionale verbindingen die door de stad Utrecht lopen én om verbindingen die na 2015 (maar

vóór 2020) gewenst zijn.

Groen

De 'Kadernota Stadsnatuur' (1998) geeft als centrale doelstelling het verhogen van de kwaliteit

van het stedelijk groen ten behoeve van de leefbaarheid van de stad. In deze nota is het kader

gegeven waaronder de volgende nota's naast elkaar hun plek krijgen: Groenstructuurplan,

Stadsnatuur voor Utrecht en de nota Recreatief Perspectief.

In het 'Groenstructuurplan' (1990) is een samenhangende visie op het openbaar groen vastgelegd.

Daarin is niet alleen de waarde van de afzonderlijke delen van het openbaar groen bepaald,

maar ook de betekenis van elk in de totale structuur.

Behalve de belevingswaarde (recreatief, esthetisch) van het openbaar groen is de laatste jaren

ook de ecologische betekenis ervan voor de stad steeds belangrijker geworden. In de nota

'Stadsnatuur voor Utrecht' (1998) is een ecologische infrastructuur (EIS) voor de stad ontworpen.

De EIS is een samenhangend netwerk bestaande uit groene gebieden zoals parken en

groengebieden die worden verbonden door onder andere groenstroken langs wegen en waterlopen.

De achterliggende gedachte van de EIS is dat de samenhang ten goede komt aan het

behoud en herstel van de ecologische diversiteit in de stad Utrecht. In het plangebied van onderhavig

bestemmingsplan zijn het Dressuurpark tezamen met het groen langs de Sartreweg

de enige groene gebieden. Watergebonden verbindingen lopen via de Biltsche Grift, de Stadsbuitengracht

en parallel aan de Admiraal van Gentstraat. Naast de watergebonden verbindin-

6 Voorbeelden van alternatieve parkeergelegenheid zijn onder meer het huren van parkeergelegenheid bij derden, het

gebruikmaken van een nabijgelegen bedrijf of transferium of een oplossing in het kader van park- of vervoersmanagement.


gen bevinden zich in het plangebied grond verbindingen die via de spoorrails, Kardinaal de

Jongweg, Biltstraat, oevers van de Stadsbuitengracht (Wittevrouwensingel) en de Sartreweg

lopen.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

18

Nota 'Recreatief Perspectief' (Utrecht, 1997)

Deze nota bevat een pleidooi voor een integrale aanpak van de openbare buitenruimte, waar

het gaat om de inrichting ervan ten behoeve van recreatief gebruik. Ruimtelijke ordening kan

hierbij voorwaardenscheppend zijn door in het bestemmingsplan voor diverse doelgroepen

ruimte te reserveren dan wel aan te wijzen. Belangrijk daarbij is het gebruik van de buitenruimte

door kinderen. De Nota “recreatief perspectief” beoogt verdere stimulering van recreatieve

plekken en mogelijkheden. Recreatieve mogelijkheden kunnen vaak zeer goed plaatsvinden in

combinatie met groen. Het groen kan eveneens een ecologische functie vervullen.

Monumentenbeleid

"Beheer van de chaos der eeuwen" is de titel van het Monumentenbeleidsplan, dat op 2 september

2004 door de raad is vastgesteld. Het is een evaluatie van het monumentenbeleid sinds

1993 en doet aanbevelingen voor de periode tot en met 2008.

Het gemeentelijk monumentenbeleid is gebaseerd op drie pijlers. Ten eerste het stimuleren van

restauratie en onderhoud van de beschermde monumenten. Ten tweede het gebruikmaken van

de cultuurhistorische waarden bij het maken van ruimtelijke plannen in de stad. Ten derde het

beheer van de archeologische ondergrond en de bekostiging van archeologisch onderzoek.

Woonbotenbeleid

In Utrecht is er voor gekozen de ligging de maatvoering van woonboten te regelen in de Havenverordening

(met als uitvloeisel hiervan de Havenatlas). Er is dus niet gekozen voor het bestemmingsplan

omdat dit niet het aangewezen instrument is om het beleid ten aanzien van

woonboten volledig te regelen.

Het bestemmingsplan is enerzijds een middel om sturing te geven aan het gebruik van grond,

anderzijds een middel om de omvang van het bouwen te reguleren. De regeling in het bestemmingsplan

krijgt werking via de Woningwet. De Woningwet eist dat voor bouwen een vergunning

aangevraagd moet worden en dat die vergunning geweigerd moet worden als de beoogde

bouw functioneel of bouwkundig niet in het bestemmingsplan past. Het vergunningvereiste van

de Woningwet geldt echter niet voor woonboten, zodat bij het (ver-)bouwen van een woonboot

niet getoetst kan worden aan de regels in het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan kan wel het gebruik van woonboten regelen. Gezien het voorgaande is er

voor gekozen in nieuwe bestemmingsplannen wel het gebruik van het water in het algemeen in

een bestemmingsplan te regelen, maar niet de voorschriften met betrekking tot zaken als

bouwhoogte en omvang. Het bestemmingsplan stelt daarom geen bouwvoorschriften aan

woonboten.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

19

Momenteel is de gemeente bezig het beleid ten aanzien van de woonboten te actualiseren.

Directe aanleiding hiervoor is het momenteel gehanteerde beleid ten aanzien van de maximale

hoogte van woonboten. Een nieuwe hoogtemaat is echter niet zo maar aan te geven. Er zal een

goed beeld van de ruimtelijke situatie ter plaatse van de woonboten moeten worden gevormd

voordat er uitspraken te doen zijn. Omdat er voor het bepalen van de hoogtes een integrale

ruimtelijke analyse zal moeten plaatsvinden, is besloten om een integrale beleidslijn uit te zetten

ten aanzien van de locaties, en maatvoering van woonboten, maar ook bijvoorbeeld het oevergebruik.

In het voorliggende plan zal het huidige aantal woonboten worden opgenomen (conform

hetgeen nu in de havenatlas is bepaald). Ook de huidige regels ten aanzien van het oevergebruik

worden opgenomen. Indien in de loop van het bestemmingsplantraject het thans in

voorbereiding zijnde beleid wordt vastgesteld, zal dit beleid in dit bestemmingsplan worden

doorvertaald. Wel worden in het voorliggende plan wijzigingsbevoegdheden opgenomen die het

mogelijk maken het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met eventueel toekomstig

nieuw beleid. Hiervoor dient een procedure te worden gevoerd.

Beleidsnotitie Prostitutie (1999)

In verband met het afschaffen van het bordeelverbod in 2000, is door het college van burgemeester

en wethouders op 16 november 1999 een gemeentelijke beleidsnotitie inzake prostitutie

vastgesteld.

Het prostitutiebeleid is zoveel mogelijk geformaliseerd in de Algemene Plaatselijke Verordening

(APV). In hoofdstuk 3 van de APV is geregeld dat voor het drijven van seksinrichtingen en escortbedrijven

een vergunning verplicht is.

Onder seksinrichting wordt op grond van de APV (artikel 69) in ieder geval verstaan een prostitutiebedrijf,

seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie

met elkaar. Een prostitutiebedrijf is volgens hetzelfde artikel een "voor het publiek toegankelijke,

besloten ruimte waarin prostitutie plaatsvindt, bij een raamprostitutiebedrijf voorzien van

één of meer vitrines."

Verder vermeld de APV dat onder deze definitie ook erotische massagesalons en prostitutiehotels

vallen. Onder prostitutiebedrijf wordt niet verstaan (het kantoor) van een escortbedrijf, dat

meestal telefonisch bemiddelt tussen de zich aanmeldende klanten en de prostituee.

Wat betreft het formaliseren van de planologische situatie, is in de gemeentelijke beleidsnotitie

aangegeven, dat alle prostitutiebedrijven met een vergunning de positieve bestemming "Prostitutiebedrijf"

kunnen krijgen. Uitgangspunt is verder, dat daar waar niets geregeld is, een nieuw

prostitutiebedrijf verboden is op basis van het bestemmingsplan.

In de Beleidsnotitie prostitutie is voorts aangegeven, dat voor prostitutiebedrijven een maximumstelsel

gehanteerd wordt, dat gebaseerd is op de situatie in 1999. Hiervoor is gekozen

vanwege de op dat moment bestaande stabiele situatie die, over een langere periode bezien,

beheersbaar is gebleken. Dit betekent dat de prostitutiebedrijven die voor 1 januari 1999 gevestigd

waren in Utrecht, bekend waren bij de politie en in het verleden geen overlast hebben ver-


oorzaakt in de omgeving, in principe een vergunning kunnen krijgen als zij voldoen aan bepaalde

vergunningsvoorwaarden.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

20

Voor de overige seksinrichtingen, geen prostitutiebedrijven zijnde, en escortbedrijven geldt

geen maximumstelsel, omdat daar geen specifieke overlast van te verwachten is. Als de vestiging

van een dergelijk bedrijf een gevaar kan opleveren voor de openbare orde of veiligheid,

een onacceptabele aantasting van het woon- en leefmilieu zal veroorzaken of als er een grote

kans is op overlast voor de omgeving, kan een vergunning echter geweigerd worden.

In het voorliggende plangebied komen geen prostitutiebedrijven voor.

Water

In het stedelijke waterbeheer zijn op dit moment een aantal knelpunten. Belangrijkste zijn de

verspilling van (relatief) schone waterstromen (leiding- en regenwater) en verontreiniging van de

stromen tijdens het verblijf in de stad. De gevolgen hiervan zijn zichtbaar, zowel in de stad als

daarbuiten: verdroging, verontreiniging door het effluent van zuiveringsinstallaties en verontreiniging

van oppervlaktewater.

De nota ‘Utrecht Waterdicht?’ (1998) biedt strategische uitgangspunten voor het duurzaam omgaan

met het stadswater. Er zijn drie duurzaamheidprincipes geformuleerd, te weten:

beperken van de instroom;

verlengen van het verblijf van water in het stedelijk systeem;

schoon afvoeren van water uit het systeem.

Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft een ‘waterstructuurvisie’ opgesteld,

waarbij rekening is gehouden met het geldende beleid op landelijk en provinciaal niveau. De

relevante hoofdlijnen van de structuurvisie zijn:

verbeteren van ecologische kwaliteit van water en oevers, ook in kleinschalige stedelijke

ruimte;

benutten van mogelijkheden voor functiecombinatie. Verweving van recreatie en ecologie

langs oevers, in relatie met omgeving (historische en recreatieve belevingswaarde).


3. Planbeschrijving

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

21

3.1. Algemeen

Het bestemmingsplan is voor een belangrijk deel consoliderend van aard. Dit hoofdstuk geeft

inzicht in de huidige situatie in het plangebied en analyseert de wijk in ruimtelijk en functioneel

opzicht. Voor zover de verschillende onderdelen van dit hoofdstuk daartoe aanleiding geven,

wordt aan het einde van de verschillende paragrafen een aantal conclusies en uitgangspunten

voor het bestemmingsplan geformuleerd. Hiermee wordt concreet gestalte gegeven aan de

beleidsuitgangspunten uit het vorige hoofdstuk.

3.2. Historische structuur

Algemeen

Het plangebied Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt heeft een min of meer rechthoekige

vorm. Het plangebied bevindt zich in de eerste schil rondom de binnenstad en wordt met

name gestructureerd door het aanwezige water en infrastructuur. Het plangebied is op te delen

in drie deelgebieden; het deel Wittevrouwen, het deel Zeeheldenbuurt en het deel Huizingabuurt.

Afbeelding 3: Historische kaart circa 1850 (globale plangrens).

Wittevrouwen

Het gebied ontleent haar naam aan het binnen de stadsmuren gelegen, 13de eeuwse klooster

Wittevrouwen. De eerste grootschalige bebouwing vindt plaats in de tweede helft van de 19de


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

22

eeuw, na het slechten van de stadsmuren. Er werden in hoog tempo veelal eenlaags arbeiderswoningen

gebouwd en bij de aanleg van straten werden bestaande structuren gevolgd. De

eerste grote uitbreidingen vonden plaats vanaf 1865 langs de Goedestraat, Kapelstraat en Bekkerstraat.

Er werd vanaf 1880 door de gemeente pogingen ondernomen meer grip te krijgen op

de kwaliteit van de uitbreidingen. De gemeente kocht grond op, legde bredere straten aan en

liet betere woningen bouwen. Deze woningbouw bevindt zich met name ten noorden van de

Gildstraat. Aan het eind van de 19de eeuw werden open stukken grond aan de rand opgevuld

met riante middenstandswoningen en herenhuizen.

Aan de noordzijde was in 1819 de toenmalige buitenplaats Gildenstein (ruim 2 ha langs de BiItse

Grift) aangekocht voor een te stichten Veeartsenijschool, in 1833 uitgebreid met 7 ha aan de

overzijde van de Grift (nu Alexander Numankade). Hier ontwikkelde zich een terrein met karakteristieke

gebouwen. Na verhuizing van de Veeartsenijschool naar de Uithof zijn de gebouwen

verbouwd tot woningen.

In de jaren ´70 werd Wittevrouwen één van de eerste wijken waar particuliere woningverbetering

met gemeentelijke subsidie plaats vond. Veel huizen zijn opgeknapt en bevolkingssamenstelling

is veranderd van relatief veel ouderen, studenten en gastarbeiders naar een meerderheid

van tweeverdieners. Een andere wijziging die zich heeft voorgedaan betreft de binnenterreinen.

In de jaren ´60 bevatte de wijk nog veel kleinschalige bedrijvigheid, zoals loodgieters,

aannemers, garage- en schildersbedrijven. Veel van de bedrijvigheid strekte zich uit tot op de

binnenterreinen. Deze bedrijven zijn op een enkele na verhuisd naar industrieterreinen en een

aantal binnenterreinen is gesaneerd en veranderd in groengebieden en/ of speelterreinen.


Afbeelding 4: Bebouwingstypologie.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

23

Zeeheldenbuurt

De Zeeheldenbuurt vormt een schil om Wittevrouwen heen. De buurt wordt aan twee kanten

begrensd door water, de Biltse Grift en een water dat van oudsher verbonden was met de inundatievoorzieningen

in het gebied en liep naar het Fort op de Biltstraat. De andere twee grenzen

zijn de Blauwkapelseweg en de Karel Doormanlaan.

Het gebied direct ten noorden van de Biltse Grift is voor een groot deel bebouwd tussen 1890

en 1920. Het deel ten westen van de M.A. de Ruyterstraat tot aan de Blauwkapelseweg was al

sinds 1833 in bezit van de (Rijks) Veeartsenijschool die hier in de jaren ’20 van de 20 ste -eeuw

een Kliniek voor Kleine Huisdieren bouwde.

In eerste instantie werden er in een eenvoudig, rechthoekig stratenpatroon met name reeksen

herenhuizen gebouwd. De randen van het gebied zijn na de oorlog opgevuld met reeksen beneden-

en bovenwoningen. Het terrein van de Rijks Veeartsenijschool is in twee delen verder


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

24

ingevuld: eerst met losse bebouwing in de jaren ’60 en ’70 ten behoeve van speciale functies,

zoals het Rijks- en Gemeentearchief en eind jaren ’80 nogmaals ten behoeve van woningbouw

rondom de Kliniek voor Kleine Huisdieren.

Huizingabuurt

De Huizingabuurt is tot stand gekomen na de grenswijziging van 1954 en tegelijkertijd gebouwd

met Tuindorp-Oost aan de overzijde van de Kardinaal de Jongweg. De gemeentegrens die tot

1954 de scheiding vormde is sindsdien alleen herkenbaar in het water en in het tijdsverschil

tussen de bebouwing aan weerszijden.

3.3. Ruimtelijke structuur

Wittevrouwen

Van alle Utrechtse 19 e eeuwse wijken is Wittevrouwen thans wel de meest herkenbare omdat

het zo'n duidelijk begrensde eenheid is. De opzet binnen die grenzen is niet planmatig tot stand

gekomen, de wijk werd volgebouwd tot ze haar grenzen bereikte en vormt daarbinnen een samenhangend

geheel van ondiepe gesloten bouwblokken met overwegend kleine eengezinswoningen.

De uniforme ruimtelijke opbouw van een groot deel van de wijk contrasteert met de

randen die aan alle kanten verschillend zijn. In Wittevrouwen staan ruim 2.600 woningen. De

kleine eengezinswoning, één of twee bouwlagen met een kap, gebouwd tussen 1880 en 1906 is

typerend voor het beeld van Wittervrouwen. De wijkstructuur wordt bepaald door een enigszins

verwrongen schaakbordpatroon, dat ook karakteristiek voor de wijk is. Binnen deze structuur

zijn sommige straten, de ruimtelijk doorgaande routes, belangrijker dan andere. De meeste

beeldbepalende elementen bevinden zich aan de randen van de wijk. Het oudste gedeelte van

de wijk is het gedeelte ten zuiden van de Gildstraat. Dit deel is gebouwd voor 1890 en is het

meest dichtbebouwde stuk. Het noordelijk gedeelte is wat ruimer van opzet. Er zijn nergens

pleinen of parkjes aangelegd bij het ontstaan van Wittevrouwen. De smalle straten worden

overwegend als parkeerruimte gebruikt en er is nauwelijks openbaar groen in de wijk. Op de

binnenterreinen zijn van oorsprong bedrijven en loodsen aanwezig. Er zijn inmiddels al veel

bedrijven uitgeplaatst. De vrijgekomen terreinen zijn ingevuld met groenvoorzieningen en hebben

hierdoor een aantrekkelijk karakter.

De sterke punten van Wittevrouwen zijn het karakteristieke stratenpatroon en de diversiteit in

bebouwing. De wijk is een duidelijke eenheid, waardoor de wijk duidelijk herkenbaar is in de

stad. De aanwezigheid van enkele monumenten is ook een van de sterke punten van de wijk.

Wittevrouwen heeft ook een aantal minder sterke kenmerken. Er is weinig openbare ruimte en

er zijn weinig groene elementen in de wijk. Hierdoor is er ook weinig speelruimte voor kinderen

en is er weinig parkeerruimte. Enkele straten zijn zeer smal en veel van de binnenterreinen zijn

vrij klein en dichtbebouwd. De maatvoering van de bebouwing langs het Griftpark sluit niet goed

aan bij de openheid van het park.


Afbeelding 5: Deelgebieden.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

25

Zeeheldenbuurt

De Zeeheldenbuurt wordt begrensd door de Blauwkapelseweg, de Biltsegrift, de Sartreweg en

een waterloop die van oudsher verbonden was met de inundatievoorzieningen in het gebied. De

Zeeheldenbuurt is wat ruimer van opzet dan de wijk Wittevrouwen. Dit komt tot uiting in de grotere

diepte van de gesloten bouwblokken en de breedte van de straten. De straten zijn over het

algemeen rijk aan groen. Het gebied kan worden onderverdeeld in een aantal delen met een

eigen ruimtelijk patroon. Het grootste deel van het gebied bestaat uit (grondgebonden) woningen

in gesloten bouwblokken met een duidelijk onderscheid tussen openbaar en privé.

Het gebied tussen de Hengeveldstraat, Kardinaal de Jongweg, Jan van Galenstraat en de Biltse

Grift heeft een andere opzet. Hier bevinden zich een aantal kantoor / bedrijfsgebouwen en gestapelde

woonvormen. Het gebied heeft een parkachtige opzet waarin de gebouwen als losse

elementen zijn opgenomen. Deze opzet heeft ervoor gezorgd dat er een ruime hoeveelheid

openbare ruimte en groen in de wijk aanwezig is.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

26

De buurt heeft een aantal sterke punten, namelijk de aanwezigheid van water, veel groen en

openbare ruimte. Er is een aantal monumenten aanwezig.

Daarnaast heeft de buurt een aantal zwakkere punten. De maat en schaal van de bebouwing

nabij de Hengeveldstraat sluit niet aan bij de maat en schaal van de omliggende gebieden. De

parkachtige opzet die het gebied heeft komt niet goed uit de verf: er is relatief veel bebouwing

en de inrichting van de openbare ruimte kan beter. De openbare ruimte is momenteel weinig

gevarieerd ingericht en heeft weinig gebruikswaarde. Ook wordt de ruimtelijke kwaliteit van het

water niet goed benut. Het water kan beter zichtbaar gemaakt worden en beter aansluiten op de

woonomgeving. Daarnaast kunnen de bebouwing en de openbare ruimte beter op elkaar worden

aangesloten.

De kantoorgebouwen liggen nogal verscholen in de wijk waardoor de ruimtelijke structuur onhelder

wordt. De bebouwing is veelal met achterkanten / gesloten kanten gericht op het openbaar

gebied. Het gebied bij de Hengeveldsestraat is beperkt ontsloten voor langzaam verkeer,

de (langzaam)verkeer routes in het gebied lopen niet door. De Kardinaal de Jongweg (deel van

de ring) wordt niet goed begeleid door bebouwing.

Huizingabuurt

De Huizingabuurt wordt begrensd door de Kardinaal de Jongweg, de Oosterspoorbaan, een

waterloop en de Jan van Galenstraat. Het is een echte woonbuurt die dateert van de jaren '70

van de twintigste eeuw en heeft een veel opener opzet dan de Zeeheldenbuurt en Wittevrouwen.

In de Huizingabuurt bevindt zich een buurtwinkelstrip.

Langs de Kardinaal de Jongweg bevinden zich gestapelde woningen, de rest van de woningen

in de buurt zijn grondgebonden. Vanwege de diepe voortuinen en de brede trottoirs hebben de

straten in deze buurt een breed profiel.

De groene en open opzet van de buurt is het belangrijkste sterke punt van de buurt.

De buurt kent een aantal zwakke punten. Het water is niet zichtbaar en niet bereikbaar. Het

(openbaar) groen in deze buurt bevindt zich met name aan de buitenrand en is voor de buurt

van weinig betekenis. Tot slot is de uitstraling van de garages en de achterkanten van de winkels

niet optimaal. De garages geven een rommelig aanblik en zorgen voor 'dode' plinten op

straat.

Conclusies/uitgangspunten

Gezien de veelal historische bepaalde ruimtelijke hoofdstructuren en de relatief hoge kwaliteit

van de bebouwing in met name de wijken Wittevrouwen en Zeeheldenbuurt, gaat het bestemmingsplan

in hoofdlijnen uit van behoud van de bestaande situatie. Concreet betekent het een

en ander dat onder meer het bestaande stratenpatroon, de bebouwing zoals die nu in het gebied

aanwezig is, de bestaande groen- en waterstructuur gedetailleerd wordt bestemd.

Gezien de hoge woningdichtheid en de compactheid van de wijken wordt terughoudend omgegaan

met eventuele mogelijkheden tot vergroting van de woningen en andere gebouwen. Vergroting

van de gebouwen wordt alleen onder strikte voorwaarden mogelijk gemaakt.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

27

Daarnaast gelden de volgende concrete uitgangspunten:

behoud beeldbepalende elementen aan de randen van Wittevrouwen;

vrijkomende binnenterreinen in Wittevrouwen zoveel als mogelijk invullen met groen om de

aantrekkelijkheid van het gebied te vergroten;

behoud van het heldere en karakteristieke stratenpatroon in Wittevrouwen;

beschermen van de aanwezige monumenten;

behoud van de parkachtige opzet van de Zeeheldenbuurt;

betere benutting van de openbare ruimte in de Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt;

behoud van groene en open opzet van de Huizingabuurt.

3.4. Functionele analyse

Algemeen

Het gebied kent hoofdzakelijk een woonfunctie en voor een klein gedeelte een economische

functie. Het plangebied heeft een sterk gedifferentieerde woningvoorraad en een klein voorzieningen

apparaat.

Wonen

De Wittevrouwen en de Zeeheldenbuurt verschillen sterk qua woningbouw. In Wittevrouwen

staan vooral vooroorlogse kleine woningen, de buurt is dichtbebouwd en heeft weinig openbare

ruimte. De Zeeheldenbuurt is ruimer van opzet en kent een aantal statige straten.

In Wittevrouwen/Zeeheldenbuurt behoort ongeveer tweederde van de woningvoorraad tot het

koopsegment, ongeveer de helft is een grondgebonden eengezinswoning. Het is een zeer gewild

en aantrekkelijk woongebied voor huishoudens met een voorkeur voor een stedelijk woonmilieu

in de nabijheid van de binnenstad.

Wittevrouwen/

Zeeheldenbuurt

Totale woningvoorraad 3.924

Woningtype

Eigendomsverhouding

% eengezins 52%

% meergezins 48%

% sociale huur 19%

% particuliere huur 15%

% koop 66%

% tot 30 jaar 46%

Inwoners naar

leeftijd % 55+ 11%

Inwoners naar % Nederlands 79%

etniciteit % Turks/Marokkaans 2%

% Eenpersoonshuishoudens 61%

% Huishoudens met kinderen 18%

% Huishoudens met een laag inkomen 12%

Tabel 1: Algemene kenmerken woningvoorraad en huishoudensamenstelling Wittevrouwen/Zeeheldenbuurt.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

28

Wat bevolkingsomvang betreft is Wittevrouwen/Zeeheldenbuurt met nog geen 9.200 inwoners

de kleinste subwijk van Noordoost. De inwoners zijn gemiddeld jong. Een groot deel van de

bevolking zijn studenten en personen die na hun studie zijn blijven 'hangen'. Het aantal hoogopgeleiden

is dan ook hoog. De subwijk heeft het laagste aandeel ouderen in de stad. Slechts

11% van de bewoners is ouder dan 55 jaar. Daarnaast wonen er weinig huishoudens met kinderen;

het aandeel gezinnen is 18%, tegenover 24% stedelijk. Er wonen relatief veel alleenstaanden

(61%) en onzelfstandige huishoudens (31%). Dit hangt samen met het hoge aandeel

jongeren en studenten. Het aandeel allochtone bewoners van is zeer laag; nog geen 2%.

In het algemeen geldt dat Noordoost een aantrekkelijk woonmilieu biedt voor meerdere woonbelevingsgroepen.

In Wittevrouwen is op dit moment een tekort aan woningen voor starters en studenten en gezinnen

met een bovenmodaal inkomen. Dit zijn groepen in de wijk die in de toekomst ook zullen

toenemen.

Voorzieningen

Sterke punten van de Wittevrouwen en omgeving zijn het stedelijke karakter, de levendige sfeer

en de nabijheid van voorzieningen. De winkelvoorzieningen bestaan uit twee clusters van winkels,

waarvan de kleinste op de J. van Galenstraat zit en de grootste op de Biltstraat. Verder

zijn er verspreid door de buurten verschillende soorten detailhandel en bedrijvigheid te vinden.

Van oudsher is deze verspreide bedrijvigheid met name te vinden op de hoeken van de verschillende

woonblokken.

Er zijn verspreid in het plangebied nog een groot aantal functies terug te vinden, bijvoorbeeld

scholen, een sportschool, massagesalon / sauna, dienstverlening (makelaars, uitzendbureau),

postkantoor, kapper, museum, kerken, horeca (afhaal, restaurants, hotel, café). Op en rond het

Veeartsenijterrein is sprake van een concentratie van culturele instellingen/theaters.

Functiemenging

Bij de ontwikkelingen in het plangebied dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid

van functiemenging. In de provinciale brochure 'Haarfijn bestemmen' worden suggesties gedaan

om functiemenging op bestemmingsplanniveau mogelijk te maken. Met functiemenging

wordt bedoeld dat gebieden een pluriforme invulling krijgen. Er wordt gestreefd naar het combineren

van de woonfunctie met functie in onder andere recreatieve, educatieve en bedrijfsmatige

vlak. Voorkomen moet worden dat een te grote scheiding van functies optreedt, waardoor het

voorzieningenniveau te eenzijdig is, te weinig variatie en levendigheid optreedt, geringere sociale

controle, meer verkeersbewegingen plaats zullen vinden. Het gemeentelijke beleid is vastgelegd

in het rapport 'Gemengde stad, sterke stad' (februari 1999).


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

29

Geschikte functie zijn kleinschalige functies, ondergeschikt aan wonen, op het gebied van:

zakelijke dienstverlening (accountant, makelaar, architectenbureau, dienstverlening op het

gebied van communicatie en telewerken etc.);

gezondheidszorg (praktijken van (tand)artsen en fysiotherapie);

maatschappelijke dienstverlening (kinderdagverblijf);

kleinschalige educatieve functies;

kleinschalige bedrijvigheid (textiel-, kledingfabricage, grafische, elektrotechnische bedrijvigheid);

reparatiebedrijven voor gebruiksgoederen.

In dit kader is in het bestemmingsplan een aantal regelingen opgenomen die als doel hebben

functiemenging te stimuleren (zie hoofdstuk 5).

Conclusies/uitgangspunten

behoud van de woningvoorraad;

behoud van aantrekkelijke woonmilieu en stedelijke karakter van de buurten;

er wordt een concentratiebeleid voor detailhandel gevoerd, wat inhoud dat er terughoudend

omgegaan dient te worden met de uitbreiding van verspreide detailhandel;

positief waarderen en verder ontwikkelen van functiemenging.

3.5. Verkeersstructuur

Autoverkeer

Aan de noordzijde van het plangebied is de Kardinaal de Jongweg een primaire as. De oostkant

van het plangebied wordt begrensd door de Sartreweg, wat tevens een primaire as is. Verder

behoren binnen het plangebied de routes Blauwkapelseweg - Kleine Singel - Wittevrouwensingel

en Biltstraat (tussen de Berekuil en de Museumbrug) tot de secundaire assen van de hoofdstructuur.

De route Jan van Galenstraat - Alexander Numankade - Poortstraat - Griftstraat is aangemerkt

als wijkontsluitingsweg voor autoverkeer én openbaar vervoer.

Alle overige wegen in het plangebied behoren tot verblijfsgebieden en worden als zodanig gekenmerkt.

Openbaar Vervoer

Binnen het plangebied is de Biltstraat (tussen de Berekuil en de Kruisstraat) een primaire as

voor het HOV. Ter hoogte van de spoorwegovergang bij de F.C. Dondersstraat bevindt zich een

overstappunt voor de bus (indicatief).

De route Jan van Galenstraat - Alexander Numankade - Poortstraat - Griftstraat is aangemerkt

als wijkontsluitingsweg voor autoverkeer én openbaar vervoer. De Biltstraat (tussen de Kruisstraat

en de Wittevrouwenbrug) is een wijkontsluitingsweg alleen voor het openbaar vervoer.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

30

Goederenvervoer

De route Blauwkapelseweg - Kleine Singel is aangemerkt als primaire as voor bevoorradend

goederenvervoer over de weg, terwijl de Wittevrouwensingel onderdeel is van de Singelring

voor bevoorradend goederenvervoer over de weg.

Ter hoogte van de Wittevrouwensingel - Kleine Singel bevindt zich bij de Stadsbuitengracht een

overslagpunt water-weg (optie).

Parkeren

In het gehele plangebied is betaald parkeren ingevoerd.

Fietsverkeer

Binnen het plangebied liggen de volgende hoofdfietsroutes:

Blauwkapelseweg - Kleine Singel - Wittevrouwensingel 7

Jan van Galenstraat

Kardinaal Alfrinkplein - Sartreweg (westzijde) - Karel Doormanlaan 8

Kardinaal de Jongweg 9

Alexander Numankade - F.C. Dondersstraat

Biltstraat 10

In het Regionale Kernnet Fiets 2020 is tevens een route op of langs het tracé van de Oosterspoorbaan

opgenomen.

Railinfrastructuur

De Oosterspoorlijn is in 1870 aangelegd en doorkruist de wijk Wittevrouwen in de richting

noord-zuid. In 1892 werd er een station gebouwd aan de Biltstraat. Het was gelegen op de plek

waar de spoorlijn de Biltstraat kruist. De Oosterspoorlijn ligt in de wijk Wittevrouwen op maaiveldhoogte.

Op dit moment (2005) rijden er goederentreinen over het spoor. Dit gebruik zal tussen

2005 en 2010 worden beëindigd. Naast de twee wegen die de wijk begrenzen is er slechts

op één andere plek een spoorwegovergang gemaakt. Deze is gelegen halverwege de Huizingalaan.

Conclusies/uitgangspunten

Binnen het plangebied zullen geen veranderingen plaatsvinden aan de infrastructuur. Het bestemmingsplan

legt de bestaande infrastructuur vast.

7 tevens onderdeel van het Regionaal Kernnet Fiets 2020

8 tevens onderdeel van het Regionaal Kernnet Fiets 2020

9 tevens onderdeel van het Regionaal Kernnet Fiets 2020

10 tevens onderdeel van het Regionaal Kernnet Fiets 2020


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

31

3.6. Stedelijk groen en ecologie

Zowel in het Groenstructuurplan als in de nota Stadsnatuur voor Utrecht worden voor Wittevrouwen

droge en natte verbindingen geschetst. De groenstructuur in Wittevrouwen vormt een

verbinding tussen Fort de Bilt, Wilhelminapark, Zocherplantsoen en het Griftpark. Verbindingen

kunnen volgens de nota Stadsnatuur in Utrecht gaan lopen via de Grift en de oevers, de Stadsbuitengracht

en haar oevers, de spoorbermen, Satreweg, Kardinaal de Jongweg alsmede via

het water en de oever welke parallel loopt aan de Admiraal van Gentstraat. In Wittevrouwen zijn

niet veel plaatsen waar de natuur zich ongestoord kan ontwikkelen. Plaatsen waar dit min of

meer mogelijk is, zijn de spoorbermen alsmede kleine gedeelten van de wegbermen.

De grondgebonden groenstructuur

De wegbermen van de Kardinaal de Jongweg geven een ruim beeld. Verspreid zijn bomen te

vinden. De Sartreweg, ter hoogte van de Doormanlaan vormt een gedeelte in Wittevrouwen met

een vrij hoge natuurwaarde. Door de relatie met de Voorveldse polder en Rijnsweerd Noord

alsmede de Begraafplaats St. Barbara zou het als onderdeel van een kerngebied kunnen worden

gerekend. In de Kadernota stadsnatuur is het als dusdanig niet opgenomen. Het Dressuurpark

langs de Grift wordt geclassificeerd als vochtig grasland. Ter vergroting van de diversiteit is

het van belang dat hier een opgaande groenstructuur komt. Deze groenstructuur sluit dan aan

op de reeds aanwezige groenstructuur langs de Grift. De groenstructuur langs de Grift functioneert

in de huidige situatie optimaal.

De oevers van het water die parallel aan de Admiraal van Gentstraat lopen functioneren in de

huidige staat goed als verbinding. De bermen langs de Sartreweg worden als verbinding beschouwd.

Natuurlijke processen zijn voor deze verbinding van belang. Het groen van de Kardinaal

de Jongweg zou volgens de nota Stadsnatuur van Utrecht gevormd worden door “stepping

stones” van vochtig grasland. De huidige situatie voorziet daar onvoldoende in. Verdere ontwikkeling

is gewenst en kan goed plaatsvinden in de beschikbare ruimte.

De watergebonden groenstructuur

Het water en de oevers die parallel lopen aan de Admiraal van Gentstraat hebben in de huidige

situatie een functie voor de natuur als verbinding maar ook als leefgebied voor de veel voorkomende

diersoorten. De oevers van de Biltse grift liggen grotendeels in de schaduw van de platanen

die langs het water groeien. Tussen de Alexander Numankade en de Grift zijn stronken te

vinden, deze zijn onder andere neergelegd om de natuurwaarde op die plek te verhogen.

De bovenstaande wateren worden volgens de nota Stadsnatuur voor Utrecht geclassificeerd als

zoet water gemeenschap.

Conclusies/uitgangspunten

behouden van de bestaande groenstructuur;

de functie van de verschillende groene gebieden in de bestemmingslegging tot uitdrukking

brengen.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

32

3.7. Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie

De Archeologische kaart van de gemeente Utrecht geeft inzicht in de te beschermen waardevolle

gebieden waar zekerheid van vondsten het grootst is. Daarnaast geeft de kaart inzicht in

de gebieden waar een archeologische trefkans is. In het bestemmingsplan zijn de waardevolle

gebieden voorzien van een beschermende regeling. De gemeentelijk kaart is geënt op de Indicatieve

Kaart Archeologische Waarde (IKAW) van de provincie, maar is gedetailleerder (op basis

van de inzichten die vanaf 1972 in de gemeente Utrecht zijn verkregen). Heel Wittevrouwen

als archeologisch waardevol gebied aanduiden geeft een te grove schaal en is in het dichtbebouwde

woongebied onwenselijk.

Grote delen van de wijk Wittevrouwen zijn aan te merken als een archeologisch interessant

gebied. Ter plaatse van de huidige Biltstraat was een middeleeuwse voorstad met allerlei soorten

bebouwing gesitueerd. Daarnaast zijn ook de oevers van de oude waterlopen zijn aan te

merken als archeologisch interessante gebieden. Het gaat hier om sporen van de prestedelijke

situatie en stedelijke ontwikkeling. In het kader van de bouwplannen wordt daarom bezien of

archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

1

4

Afbeelding 6: Archeologisch waardevolle gebieden Wittevrouwen.

3

2

4

1+2

1


Als archeologisch waardevolle gebieden worden aangemerkt:

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

33

1. Een strook van 50 meter aan weerszijden van de Biltstraat

Middeleeuwse voorstad direct buiten de stadspoort met allerlei bebouwingsactiviteiten zoals

woningen, herbergen, boerderijen, gasthuizen, molens en buitenplaatsen. Voorts een tweede

'buitenpoort'.

2. Een strook van 50 meter aan weerszijden van de BiItse Grift

Oude Vechtloop met mogelijke sporen van oude bewoning en bebouwing.

3. Bouwblokken tussen Bouwstraat, Goedestraat, Gildstraat en Poortstraat

Plaats waar op oude kaarten (17de eeuw) een riddermatig huis staat aangegeven. In de 19de

eeuw de plaats van het landgoed Salatiga.

4. De strook tussen de Zandhofsestraat en de Gildstraat/ Ooftstraat

Vermoedelijke loop van een oude invalsweg, daterend van vóór de aanleg van de Biltstraat en

vermoedelijk behorende tot de alleroudste infrastructuur van Utrecht (voor de 12de eeuw).

Voor een archeologisch waardevol gebied geldt het volgende regime:

Bij bouwwerken wordt de archeologie gekoppeld aan de bouwvergunning.

Alvorens B&W een bouwvergunning verlenen winnen zij advies in bij de gemeentelijk archeoloog

omtrent de gevolgen van voorgenomen werken of werkzaamheden voor het behoud

van de archeologische waarden in het gebied.

De gemeente beslist op basis van het advies of en onder welke voorwaarden de vergunning

wordt verleend.

Bij andere, geen bouwwerken betreffende, wordt gewerkt met een aanlegvergunning.

In de planvoorschriften zijn beschermde regels voor de archeologisch waardevolle gebieden

opgenomen (artikel 26 en bijlagenkaart 3 bij de voorschriften).

Beschermd stadsgezicht

Tot het bestaande beschermd stadsgezicht Binnenstad behoort een strook van de Wittevrouwensingel,

waarbij ook bijna alle delen van de singelwand rondom de binnenstad zijn opgenomen.

De aanwijzing heeft gevolgen voor het gebruik en vooral de vormgeving van de panden en terreinen

binnen het beschermd stadsgezicht. Doel van de aanwijzing is namelijk de karakteristieke,

met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het

gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkeling binnen het gebied.

De aanwijzing beoogt op die wijze een basis te bieden voor een ruimtelijke ontwikkeling die

inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan gebruikt maakt en daarop voortbouwt.

De aanwijzing tot beschermd stadsgezicht is niet bedoeld om de bestaande toestand in al zijn

facetten de bevriezen. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud van waardevolle aspecten

binnen het plangebied. Voorzover bebouwing en de openbare ruimte aangemerkt zijn


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

34

als waardevol - en als zodanig ook in de aanwijzing zijn beschreven - is het de bedoeling om de

toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van gebouwen en terreinen hierop af te stemmen. Het

beschermd stadsgezicht vormt in dit verband een historische stedenbouwkundige eenheid. De

opgave is om bij nieuwe ontwikkelingen die eenheid zoveel mogelijk te versterken.

Het belangrijkste gevolg bij het aanwijzen tot beschermd stadsgezicht is dat er een bestemmingsplan,

dat ter bescherming van het stadsgezicht strekt, wordt gemaakt.

De bestaande structuren worden vastgelegd om dit te waarborgen. Voorts geldt hier een aanlegvergunningenstelsel.

Voorgesteld beschermd stadsgezicht, Veeartsenijterrein en omgeving

Het gebied Veeartsenijterrein en F.C. Dondersstraat maakt deel uit van het voorgesteld beschermd

stadsgezicht Utrecht-Oost. De procedure voor aanwijzing tot rijksbeschermd gezicht is

in september 2005 gestart.

Het Veeartsenijterrein is in 1820 aangekocht door de Rijks Veeartsenijschool en bestaat uit een

stuk grond gelegen langs de Biltse Grift, achter de bebouwing aan de Biltstraat 162-172 en

strekt zich uit tot aan de Bekkerstraat. Ook aan de overzijde van de Biltse Grift is in 1833 een

stuk grond aangekocht tot aan de Blauwkapelseweg.

Op dit terrein is een serie vrijstaande gebouwen neergezet ten behoeve van de veeartsenijschool

in de periode 1820-1930. Aan de Biltstraat is daarbij een bestaande katoenfabriek (Biltstraat

172) en de buitenplaats Gildenstein (Biltstraat 168) in gebruik genomen. Het gezicht

wordt gekenmerkt door diverse gebouwen, in hun plattegrond en opzet afgestemd op de functie,

variërend van onderwijsgebouwen tot stallen voor dieren.

In 1982 zijn de panden verbouwd ten behoeve van woningbouw. Op het terrein staat een deel

nieuwbouw aan de Biltse Grift.

Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten geldt het bepaalde in de Monumentenwet

1998 en de gemeentelijke monumentenverordening. Nieuwbouw wordt ter beoordeling aan

de commissie Welstand en Monumenten voorgelegd.

Conclusies/uitgangspunten

de archeologische waarden in het plangebied beschermen;

beschermende regels opnemen ter bescherming van het beschermde en waardevolle

stadsgezicht.


Afbeelding 7: Veeartsenijterrein en omgeving.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

35

3.8. Monumenten

In het plangebied bevindt zich een aantal cultuurhistorisch waardevolle elementen die zijn aangewezen

als rijksmonument, op basis van de Monumentenwet 1988. Daarnaast bevinden zich

in het gebied gemeentelijke monumenten. Deze monumenten zijn beschermd op basis van de

gemeentelijke monumentenverordening.

Veranderingen aan beschermde monumenten kunnen worden aangebracht, indien een vergunning

op basis van de Monumentenwet of de verordening is verleend door Burgemeester en

Wethouders.

Monumenten zijn zaken die van algemeen belang zijn vanwege de schoonheid, de betekenis

voor de wetenschap, de ecologische of de cultuurhistorische waarde. Naast zaken (objecten)

kunnen dit ook terreinen zijn waarop zich een zaak als bovenbedoeld bevindt.

Er zijn gebouwen aangewezen als rijksmonument of als gemeentelijke monument. Daarnaast

kent de gemeentelijke verordening groenmonumenten en gemeentelijke archeologische monumenten.

Ook op rijksniveau kunnen archeologische monumenten worden beschermd. Zowel op

rijks- als gemeentelijk niveau bestaan beschermde stads- en dorpsgezichten.

Een overzicht is opgenomen in de bijlage bij deze toelichting. Tevens zijn de monumenten op

de plankaart aangeduid. Volgens de bepalingen van wet en verordening is:

het verboden een beschermd monument te beschadigen of te vernielen;


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

36

het verboden zonder vergunning van het college van B&W - of in strijd met de bij de vergunning

gestelde voorschriften - een beschermd monument af te breken, te verstoren, te

verplaatsen, te vellen of in enig opzicht te wijzigen, of een beschermd monument te herstellen,

te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in

gevaar gebracht.

In het bestemmingsplan wordt geen aanvullende regeling voor monumenten opgenomen.

Conclusies/uitgangspunten

De bestaande monumenten voorzien van een aanduiding op de plankaart; aanvullende regelingen

in de voorschriften zijn gelet op de beschermde status niet nodig.

3.9. Welstand

De welstandsnota geeft het te voeren regime ten aanzien van de welstand aan. Voor de verschillende

wijken en buurten worden verschillende welstandsregimes gehanteerd. Deze regimes

zijn weer bepaald op basis van 12 vastgestelde stedenbouwkundige typologieën, 2 aanduidingen

en een aantal specifieke aanduidingen.

Uiteindelijk zijn er 4 niveaus aangeduid:

“Behoud“ = behoud, herstel en / of versterking van het bestaande beeld.

“Respect“ = omgevingskarakteristieken worden gerespecteerd.

“Open“ = verandering en / of handhaving is beide mogelijk.

“Stimulans“ = versterking en stimulering van bijzonder karakter.

De Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt laten een divers beeld zien ten aanzien

van het welstandsbeleid. Het Veeartsenijterrein en een klein perceel met vrijstaande huizen ten

noorden ervan worden als “behoud” aangeduid. Delen langs de Bilstraat en het spoor hebben

de aanduiding “respect”. Het overige is “open” (zie afbeelding 9).

Conclusies/uitgangspunten

Het welstandsbeleid heeft geen directe relatie met het bestemmingsplan. Evenals het bestemmingsplan

vormt het echter een instrument voor het ruimtelijk kwaliteitsbeleid.


Afbeelding 8: Welstandsregime.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

37

3.10. Mogelijk toekomstige ontwikkelingen

Op een aantal locaties binnen het omvangrijke plangebied van Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt,

Huizingabuurt zijn mogelijk ontwikkelingen te verwachten. Hiervan is melding gemaakt tijdens

de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan. De ontwikkelingen zijn echter nog onvoldoende

duidelijk en het is ook niet voldoende zeker of ze daadwerkelijk zullen plaatsvinden binnen

de planperiode van 10 jaar. Om die reden is, mede gelet op de planmethodiek (zie paragraaf

1.4), ervoor gekozen deze mogelijke ontwikkelingen niet mee te nemen in het bestemmingsplan

en de bestaande situatie te bestemmen.

Het betreft echter ontwikkelingen waar de gemeente niet op voorhand afwijzend tegenover staat

en dat de gemeente in beginsel bereid is om, ook binnen de planperiode van 10 jaar, met de

initiatiefnemers (en in overleg met andere belanghebbenden zoals omwonenden), te onderzoeken

of de door hen gewenste ontwikkelingen mogelijk zijn. Indien de uitkomsten daarvan binnen

10 jaar al tot concrete ontwikkelingen leiden en daarvoor voldoende draagvlak bestaat, zal

daaraan in principe medewerking worden verleend middels het voeren van een artikel 19procedure

of het in procedure brengen van een planherziening.


Concreet gaat om de volgende ontwikkelingen

a. mogelijk toekomstige woningbouw op het bedrijfsterrein aan de Vlasstraat,

b. het wijzigen van de bestaande bedrijven op binnenterreinen

c. mogelijke uitbreidingen van het mediacentrum aan de Hengeveldstraat

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

38

a. Bedrijfsterrein Vlasstraat

Aan de Vlasstraat ligt een bedrijfsterrein waarvan bekend is dat in ieder geval één van de eigenaren

daar woningbouw zou willen ontwikkelen. De plannen hiervoor zijn echter niet concreet

genoeg om mee te nemen in het bestemmingsplan.

De gemeente is niet op voorhand tegen het ontwikkelen van woningen op deze locatie is: vervangen

van de bedrijvigheid voor woningbouw zou op zich een goede ontwikkeling kunnen zijn.

Overigens heeft het de voorkeur van de gemeente om een mogelijke ontwikkeling van woningen

op dit terrein af te stemmen met alle eigenaren ervan.

b. Bedrijven op binnenterreinen

In het plangebied bevinden zich enkele karakteristieke binnenterreinen die bedrijfsmatig gebruikt

worden. Deze percelen vormen veelal een soort binnenterrein binnen een gesloten

bouwblok. Op deze binnenterreinen is relatief veel bebouwing aanwezig, overwegend in één

laag. Deze terreinen zijn bestemd als 'Gemengde doeleinden 1', maar op deze binnenterreinen

is wonen niet toegestaan. Wel kan binnen de bestemming het bestaande, bedrijfsmatige, gebruik

gecontinueerd worden.

Met enige regelmaat komen verzoeken voor, om dit soort terreinen te herontwikkelen voor woningbouw.

Woningbouw op dit soort locaties is echter ongewenst vanwege de relatief beperkte

ruimte en de relatief slechte bereikbaarheid van dit soort binnenterreinen. Daarnaast is wonen

een functie die over het algemeen meer naar buiten gekeerd is dan bedrijvigheid, met negatieve

consequenties op de privacy van omliggende woningen. Het plan maakt het om die reden niet

mogelijk om deze bebouwing te benutten voor woningbouw.

Andere ontwikkelingen zijn echter niet ondenkbaar, zolang ze niet belastend zijn voor de omliggende

woningen en er draagvlak voor bestaat. Wat betreft de gemeente is het daarbij uitgangspunt,

dat vrijkomende binnenterreinen zoveel mogelijk zouden moeten worden ingevuld met

groen om de aantrekkelijkheid van het gebied te vergroten.

c. Mediacentrum Hengeveldstraat

In het pand aan de Hengeveldstraat 27-29, dat eigendom is van de Stichting SPOMN (Samenwerkende

Publieke Omroepen Midden Nederland), zijn een aantal bedrijven gevestigd (voornamelijk

gelieerd aan) de Stichting en RTV Utrecht Reclame B.V. (ook wel (en onder andere)

handelend onder de naam 'RTV Utrecht'). Het pand is te omschrijven als kantoor/mediacentrum.

Door RTV Utrecht en de Stichting SPOMN is aangegeven dat enige uitbreidingsruimte

gewenst is. Concrete plannen voor de uitbreiding ontbreken echter. De gemeente is echter niet

op voorhand tegen uitbreiding van de huidige bebouwing, mits deze zorgvuldig wordt ingepast

in de parkachtige opzet van dit deel van het plangebied.


4. Milieu

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

39

4.1. Geluidhinder

In het plangebied komen geen geluidszones ten gevolge van industrieterreinen voor. Geluidhinder

van de in de wijk aanwezige bedrijven is niet te verwachten aangezien het voornamelijk

categorie 2 bedrijven (zie paragraaf 4.2) betreft.

In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs een aantal wegen geluidzones, waarbinnen

in het geval van nieuwe situaties onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting.

In een aantal gevallen is het echter niet nodig akoestisch onderzoek uit te voeren, namelijk:

woonerven;

30 km/uur gebieden;

wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart

vaststaat dat de geluidbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook

minder dan 50 dB(A) bedraagt.

Voor het plangebied betekent dit dat voor de Wittevrouwensingel, Kleinesingel, Blauwkapelseweg,

FC Donderstraat, Alexander Numankade en Jan van Galenstraat akoestisch onderzoek

relevant is, op de overige wegen geldt een maximum snelheid van 30 km/uur.

Bij het realiseren van geluidsgevoelige functies binnen een zone van een weg, zal onderzoek

naar de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai moeten worden gedaan. De geluidbelasting

op de gevel mag niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde (50 dB(A)). Indien

dit niet het geval is, kan een hogere waarde procedure worden gevolgd bij gedeputeerde

staten, waarbij de geluidbelasting in binnenstedelijke gebieden ten hoogste 65 dB(A) mag bedragen.

Een eventuele vrijstelling voor een hogere grenswaarde dient voor de vaststelling van

het bestemmingsplan te zijn verleend.

In het bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Akoestisch

onderzoek is derhalve niet nodig.

Naast wegverkeerslawaai is ook spoorweglawaai van belang. De Oosterspoorbaan zal in de

toekomst alleen nog worden gebruikt voor vervoer van en naar het Spoorwegmuseum. Hierdoor

zal in principe geen geluidshinder meer ontstaan.

4.2. Bedrijven

In het plangebied zijn overwegend bedrijven in de categorieën 1 en 2 van Lijst van Bedrijfsactiviteiten

gevestigd. Deze bedrijven passen binnen een woonomgeving omdat zij niet conflicteren

met de woonfunctie. In het gebied bevinden zich een bedrijf die valt onder categorie 3 van de

Lijst van Bedrijfsactiviteiten. Volgens de lijst van bedrijfsactiviteiten dient van een categorie 3

bedrijf een afstand van 40 meter tot woonbebouwing te worden aangehouden. In principe past

een dergelijk bedrijf dus minder goed in de woonomgeving. Het zittende bedrijf dat in categorie

3 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten valt, is specifiek bestemd. Het betreft een houtbewerking-


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

40

bedrijf aan de Vlasstraat 28-32. Van dit bedrijf wordt geen overlast ondervonden, zodat saneren

op korte termijn dan ook niet noodzakelijk is.

Bij eventuele verzoeken om bedrijfsverplaatsing zal voor het genoemde categorie 3 bedrijf positief

ten aanzien van verplaatsing geadviseerd worden. Gezien de beperkte mogelijkheden tot

laden en lossen en de relatief hoge potentiële hinderlijkheid komt een bedrijfsverplaatsing zowel

de bedrijven als de buurt ten goede. Bij een dergelijke verplaatsing wordt als voorwaarde opgenomen

dat geen hinderlijke herbestemming anders dan de huidige aan het pand mag worden

gegeven.

4.3. Bodem

Als gevolg van de historische bedrijvigheid komen in het gehele plangebied lichte tot matige

verontreinigingen met zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK´s)

voor in de bovenste halve meter van de bodem. Deze kwaliteit staat de gevoeligste vorm van

grondgebruik (wonen) niet in de weg.

De gemeente heeft een uitgebreid onderzoek uitgevoerd uit om inzicht te krijgen in alle verontreinigde

locaties binnen de gehele gemeente (werkvoorraad en landdekkend beeld 2005). Op

basis van historische gegevens (luchtfoto's, hinderwet, milieuvergunning etc) is bekend dat er in

het plangebied enkele (ernstig) verontreinigde locaties aanwezig zijn. In het plangebied bevinden

zich ook ondergrondse tanks en gedempte sloten met bekende en onbekende plaats van

ligging. De tanks en het dempingsmateriaal van de sloten kunnen een verontreiniging veroorzaakt

hebben in de bodem.

Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten:

Bodembescherming

Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien er toch bodemverontreiniging

ontstaat moet de bodem direct worden gesaneerd. Dit speelt met name bij bedrijfsmatige

activiteiten en/of calamiteiten.

Bodemsanering

Ernstig verontreinigde locaties dienen te worden gesaneerd indien er tevens sprake is van

milieuhygiënische risico's. Bij immobiele verontreiniging in de bovengrond die zich niet kan

verspreiden (zoals zware metalen en PAK) wordt uitgegaan van een zogenoemde functiegerichte

benadering. Dit houdt in dat de kwaliteitseisen die aan de bodem worden gesteld

afhankelijk zijn van de (toekomstige) bestemming van de locatie. Bij mobiele verontreiniging

die zich via het grondwater kan verspreiden, wordt mede afhankelijk van de kosteneffectiviteit,

zoveel mogelijk verwijdering van de verontreiniging nagestreefd. Een ander

uitgangspunt is dat bij nieuw in te richten gebieden of terreinen hogere eisen worden gesteld

aan de bodemkwaliteit dan bij milieuhygiënisch onvermijdbare saneringen in gebieden

waar geen nieuwe inrichting plaats vindt. Bij nieuwe situaties ligt het criterium voor saneren

bij ernstige verontreiniging.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

41

Bodembeheer

Bij hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond wordt uitgegaan van het principe

"wat schoon is moet schoon blijven" en "wat vies is mag niet viezer worden". Waar mogelijk

wordt een verbetering van de kwaliteit nagestreefd, zodat de bodem duurzaam geschikt

wordt voor elk gewenst gebruik.

In het plangebied is hoofdzakelijk sprake van een woonfunctie. Het is daarom van belang om

voor dit gebied met betrekking tot de bodemkwaliteit een hoog ambitieniveau na te streven. Het

motto `wat schoon is moet schoon blijven` is zeker van toepassing en kan worden aangevuld

met `verbeteren waar mogelijk`.

Het is dus noodzakelijk om bij planontwikkeling of planrealisatie de bodemkwaliteit te onderzoeken

om de geschiktheid ervan te kunnen vaststellen. Vanwege het overwegend conserverende

karakter van het plan zal de toetsing van de bodemkwaliteit meestal plaats vinden via een bodemonderzoeksrapport

plaats dienen te vinden in het kader van een bouwaanvraag. Vanwege

de hoofdfunctie wonen met tuin is het van belang om in dit gebied met betrekking tot de bodemkwaliteit

een hoog ambitieniveau na te streven.

4.4. Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging

van de lucht met stof, door met name verkeer. Volgens het Besluit luchtkwaliteit nemen

bestuursorganen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit kunnen

hebben de grenswaarden voor luchtkwaliteit in acht. Er zijn grenswaarden gesteld voor de

stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), koolmonoxide

(CO) en benzeen. De grenswaarden gelden in zijn algemeenheid, behoudens de werkplek. Aan

de jaargemiddelde grenswaarde van stikstofdioxide hoeft nu nog niet te worden voldaan, maar

pas vanaf 2010.

Daarnaast dient inzicht gegeven te worden in gevolgen voor de blootstelling van mensen, ecosystemen

en vegetatie aan luchtverontreiniging als gevolg van deze stoffen.

Omdat het bestemmingsplan zelf geen gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit in de wijken (immers,

het plan is gericht op het vastleggen van de bestaande situatie), is alleen inzicht in de

blootstelling van mensen aan luchtverontreiniging van belang.

De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Wegverkeer is samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, in belangrijke mate van

invloed op de luchtkwaliteit. Wegen die direct van invloed zijn op de luchtkwaliteit in de wijken,

zijn de Bilststraat, de Wittevrouwensingel, de Kleine singel, de Blauwkapelseweg, de Kardinaal

de Jongweg en de Sartreweg.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

42

Resultaten luchtonderzoek

In de bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan is het "Luchtkwaliteitsrapport behorend

bij bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt " opgenomen. In deze luchtrapportage

is de luchtkwaliteit beschreven nabij de wegen die van directe invloed zijn op de

luchtkwaliteit van het plangebied. Samengevat zijn de resultaten als volgt.

2004/Huidige situatie

Uit de luchtrapportage 2004 van de gemeente Utrecht blijkt dat er geen sprake is van overschrijding

van de plandrempel en jaargemiddelde concentratie van NO2, benzeen, CO, SO2 en

BaP uit het Besluit luchtkwaliteit 2005. Wel wordt de jaargemiddelde grenswaarde voor fijn stof

overschreden ter plaatse van de Blauwkapelseweg. Tevens wordt op de rekenpunten direct

langs alle berekende wegen de 24-uursgemiddelde grenswaarde voor fijn stof vaker dan het

toegestane aantal van 35 keer overschreden. Dit wordt echter m.n. veroorzaakt door de achtergrondconcentratie.

2010 en 2015

Uit de resultaten van de luchtberekeningen voor de toekomstige situatie 2010 en 2015 kan worden

geconcludeerd, dat er geen sprake is van overschrijding van de plandrempel en jaargemiddelde

concentratie van PM10, benzeen, CO, SO2 en BaP uit het Besluit luchtkwaliteit 2005. Wel

wordt de jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide overschreden in 2010 ter plaatse

van de Kleine Singel, de Blauwkapelseweg en de Kardinaal de Jongweg en in 2015 ter plaatse

van de Blauwkapelseweg. Op de gevel van de woningen zal echter geen sprake zijn van overschrijding

van de jaargemiddelde grenswaarden voor stikstofdioxide.

Tevens zijn er langs alle berekende wegen overschrijdingen van de 24-uursgemiddelde grenswaarde

voor fijn stof.

Overwegingen ten aanzien van de luchtkwaliteit

Volgens artikel 7 van het Besluit luchtkwaliteit 2005 mag de gemeente bij normoverschrijding

gebruik maken van haar bevoegdheden, indien de luchtkwaliteit als gevolg van uitoefening van

deze bevoegdheid per saldo gelijk blijft of verbeterd. Daarnaast mag een bevoegdheid ook bij

een beperkte toename van de overschrijding worden uitgeoefend indien de concentratie van de

betrokken stof als gevolg van een samenhangende maatregel verbetert.

De vaststelling van een bestemmingsplan voor de Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt

heeft geen gevolgen voor de luchtkwaliteit, omdat er geen wijzigingen optreden ten opzichte

van de reeds bestemde situatie. De Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt zijn

reeds lang geleden gerealiseerd en nu wordt het wenselijk geacht dat de vigerende bestemmingsplannen

worden vervangen door een nieuw bestemmingsplan.

Met betrekking tot de blootstelling aan luchtverontreiniging in relatie tot de functie wonen, kan

worden opgemerkt dat in 2004 de 24-uursgemiddelde grenswaarde voor fijn stof vaker dan toegestaan

wordt overschreden, vanwege de hoge achtergrondconcentratie. Langs enkele wegen


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

43

zijn in 2010 en 2015 tevens overschrijdingen van de jaargemiddelde grenswaarden voor stikstofdioxide,

maar niet op de gevel van de woningen langs de wegen.

Volgens het Besluit luchtkwaliteit 2005 dienen bestuursorganen maatregelen te nemen om de

overschrijding van grenswaarden te beëindigen. De geconstateerde overschrijdingen zijn in het

plan zelf niet op te lossen. Oplossingen dienen daarom in maatregelen buiten het plan gezocht

te worden, zoals bronbeleid en (landelijke) beperking van het autoverkeer. Zowel de gemeente

als de Rijksoverheid werkt momenteel aan het vaststellen maatregelen om de luchtkwaliteit te

verbeteren (zie luchtkwaliteitrapport in bijlage bij bestemmingsplan). Deze maatregelen zullen

op termijn zorgen voor een verbetering van de luchtkwaliteit in de gemeente Utrecht en dus ook

in het plangebied.

Conclusie

Op basis van het voorgaande is de gemeente Utrecht dan ook van mening dat het aspect luchtkwaliteit

geen belemmering vormt bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan.

4.5. Waterparagraaf

Sinds 1 november 2003 is het uitvoeren van een watertoets wettelijk verplicht door een wijziging

op het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (Bro). De watertoets is één van de pijlers van het

Waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de watertoets wordt beoogd de waterbeheerders vroegtijdig

in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken waardoor het water een evenwichtige plaats

krijgt in ruimtelijke plannen. Een evenwichtige plaats houdt in dat in elk plan de negatieve effecten

voor de waterhuishouding ten gevolge van ruimtelijke ontwikkelingen -waar mogelijkmoeten

worden voorkomen.

De watertoetsprocedure omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen

en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen.

De resultaten van de watertoets worden weergegeven in deze paragraaf. Deze paragraaf is

opgesteld in overleg met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR).

Beleidskader

Rijk: 5e nota R.O., 4e nota waterhuishouding, structuurschema groene ruimte (2);

Provincie: streekplan, provinciaal waterhuishoudingsplan, provinciaal milieubeleidsplan;

Waterschap: waterbeheersplan, waterstructuurvisie, stroomgebiedsvisie, Keur/Wvo;

Gemeente: structuurplan, gemeentelijk waterplan, rioleringsplan.

Watersysteem

In de Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt komen de volgende watergangen voor:

de Biltsche Grift;

de Stadsbuitengracht;

watergang in de Huizingabuurt.

De watergangen vervullen een belangrijke functie in de aan- en afvoer van water en hebben

dan ook in de legger van watergangen de status van primaire watergang.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

44

De Biltsche Grift en de Stadsbuitengracht behoren tot het watersysteem van het centrumgebied.

Het waterpeil wordt gehandhaafd op het ‘stadspeil’, NAP plus 0,58 meter. De aanvoer van

water vindt plaats vanuit de Kromme Rijn. Voor de Biltsche Grift gaat dit via Rijnsweerd. Overtollig

water wordt afgevoerd naar de Vecht. De Stadsbuitengracht en de Biltsche Grift behoren

tot de natte Ecologische Hoofdstructuur waar een natuurvriendelijke inrichting wenselijk is.

De watergang in de Huizingabuurt behoort tot het watersysteem van Tuindorp en heeft een

waterpeil van NAP plus 0,20 meter. Wateraanvoer vindt, via Rijnsweerd, plaats vanuit de

Kromme Rijn door schuiven bij de Ariënslaan/Sartreweg. Overtollig water wordt, via de wijk

Tuindorp, afgevoerd naar een watergang die direct in verbinding staat met de Vecht. Het waterpeil

van de Vecht (in beheer bij Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht) wordt gehandhaafd

op NAP minus 0,40 meter.

Het stedelijk gebied en met name de oudere stadswijken worden gekenmerkt door een krap

gedimensioneerd watersysteem. Het plangebied maakt, gezien vanuit het watersysteem, onderdeel

uit van een groter gebied waarin ook stedelijke herstructureringen plaatsvinden. Het

waterschap wil de herstructurering benutten om een meer robuust watersysteem te realiseren,

waarbij risico's van wateroverlast verminderen. Binnen het plangebied vinden geen herstructureringen

plaats.

Water- en waterbodemkwaliteit

De waterkwaliteit in het stedelijk gebied wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van

het aangevoerde water. De kwaliteit van het water op de Kromme Rijn en van het ingelaten

Lekwater is matig. Lozingen van RWZI's op de Kromme Rijn, diffuse verontreinigingen en, incidenteel,

lozingen van riooloverstorten op de stadswateren van Utrecht, maken dat veelal niet

aan de grenswaarden voor de waterkwaliteit (MTR) wordt voldaan.

In 2002 heeft het waterschap een inventarisatie uitgevoerd naar de vegetatie en een aantal

abiotische parameters om een ecologische beoordeling van de stadswateren te kunnen maken.

Uiteindelijk heeft dit geleid tot een drietal kwaliteitsniveaus te weten de ecologie van de oever,

de ecologie van het water en de beleving. Het meetpunt Wittevrouwen, Poortstraat (Brug),

scoort voor beleving en ecologie van de oever slecht en voor ecologie van het water voldoende.

Het meetpunt Wittevrouwen, Jan van Galenstraat, scoort voor beleving zeer slecht, voor de

ecologie van het oever slecht en voor de ecologie van het water goed. Het meetpunt recreatiegebied

Voorveldsepolder, bij viaduct Ariënlaan, scoort voor beleving en ecologie van de oever

goed en voor ecologie van het water zeer goed.

In 2001 is door de gemeente en het waterschap een baggerplan voor het stedelijke gebied van

de gemeente Utrecht opgesteld (Baggerplan gemeente Utrecht, september 2001). Hieruit bleek

dat de baggerspecie van de Biltsche Grift voor de kwaliteit van de specie ingedeeld wordt in

klasse 4 (ernstig verontreinigd). De watergangen in de Huizingabuurt worden ingedeeld in klasse

3 (matig verontreinigd). Momenteel vindt uitwerking van de baggerlocaties en uitvoering van

baggerwerkzaamheden plaats.


Waterkeringen

Langs de Stadsgracht ligt een regionale waterkering. De toetshoogte voor deze kering is nog

niet vastgesteld. Achter de kering ligt echter verheeld land, hetgeen wil zeggen dat het land

achter de kering in hoogte toeneemt. Gevaar voor doorbraak van een kering is dan ook niet

aanwezig, waardoor de kering tot de niet-risicovolle keringen worden gerekend.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

45

Riolering

De wijk Wittevrouwen is voorzien van een gemengd rioolstelsel. Dit betekent dat al het hemelwater,

huishoudelijk water en bedrijfsmatig afvalwater via dezelfde buis wordt ingezameld. Het

gemengde stelsel is onderdeel van het bemalingsgebied 5 "Kardinaal de Jongweg". Alleen op

de Sartreweg, De Rijpstraat en de Karel Doormanlaan is een hemelwater riool aanwezig. Dit

riool voert de neerslag direct af naar het aangrenzende oppervlaktewater.

Het rioolwater van het gemengde stelsel wordt via het gemaal op de hoek van de Van Esveldstraat

en de Hengeveldstraat opgepompt naar het hoofdriool aan de zuidzijde van de Kardinaal

de Jongweg, vanwaar het onder vrijverval afstroomt naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie aan

het Zandpad. Het ingezamelde regenwater dat bij een hevige bui niet geborgen kan worden,

wordt via 7 riooloverstorten geloosd op de watergangen in de wijk. Drie overstorten werken met

een klep en hebben een overstort peil gelijk aan het peil van het buitenwater.

Binnen het gebied bevinden zich enkele percelen aan de FC Dondersstraat die nog niet zijn

aangesloten op de riolering. De percelen zullen de komende jaren worden aangesloten op de

riolering.

Riolering, toekomst

Bij ontwikkelingen gelden de volgende voorwaarden volgens het Gemeentelijk Rioleringsplan

Utrecht 2003-2006:

Huishoudelijk en bedrijfsmatig afvalwater moet worden ingezameld en getransporteerd naar de

rioolwaterzuiveringinrichting Hiervoor is een vergunning noodzakelijk conform de gemeentelijke

aansluitverordening riolering. Verder gelden de regels vanuit de gemeentelijke bouwverordening.

Inzameling en transport naar de rioolwaterzuiveringinrichting van relatief schoon water, zoals

drainagewater, bronneringswater of oppervlaktewater moet worden voorkomen.

Hemelwater mag alleen ingezameld en afgevoerd worden naar de rioolwaterzuiveringinrichting

als zuivering noodzakelijk is en dit op de centrale zuivering het meest doelmatig is. Doelstelling

is om minimaal 60% van het hemelwater vast te houden en te bergen binnen het plangebied.

Het ontwerp van de inzameling en transportmiddelen voor afval- en hemelwater dient te voldoen

aan de eisen in het Gemeentelijk Rioleringsplan en het Handboek Inrichting Openbare

Ruimte (DSB, 1999).

De lozing van afvalwater of verontreinigd hemelwater naar de bodem of het oppervlaktewater

moet voldoen aan de hieraan gestelde eisen in de Wet Bodembeheer (WBB) of Wet Verontreiniging

Oppervlaktewater (WVO). Hiervoor dient vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd

gezag. Bij bestaande lozingen, zoals de bestaande hemelwaterlozingen vanaf de Sar-


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

46

treweg, De Rijpstraat en de Karel Doormanlaan wordt onderzocht of het nodig is maatregelen te

treffen.

Bodem en grondwater

De bodem van de wijk Wittevrouwen bestond oorspronkelijk uit een 50 tot 100cm dikke klei laag

met daaronder een zandpakket. Ten behoeve van de bouw is er ter plekke zand aangebracht.

De dikte van de zandlaag varieert tussen de 50 en 100 cm. De bodemopbouw is in een groot

deel van het gebied door de bouw verstoord.

Aan de westzijde van de wijk, die grenst aan het Griftpark, is bodemvervuiling van de oude

gasfabriek geconstateerd. Het verwerken van regenwater kan doormiddel van infiltreren, alleen

in een gebied waar vervuiling is geconstateerd is dit niet mogelijk.

In de wijk Wittevrouwen staat een peilbuis van het gemeentelijk grondwatermeetnet. De peilbuis

is gelegen aan de westzijde van de Frederikastraat. De gemiddeld hoogste grondwaterstand

(GHG) over de laatste 8 jaar is NAP +0,49m. Het natste jaar de afgelopen tien jaar was 1998

met een gemiddelde grondwaterstand van NAP +0,49 m. Het droogste jaar was 1996 met een

gemiddelde grondwaterstand van NAP +0,19m. De gemiddelde grondwaterstand over de afgelopen

10 jaar bedroeg NAP +0,28m.

Het maaiveld in Wittevrouwen varieert van NAP +1,55m tot NAP +2,60m zodat sprake is van

een ontwateringdiepte van minimaal 1 meter. In de wijk is geen grondwateroverlast bekend.

Grondwater, toekomst

Bij ontwikkelingen is het wenselijk minimaal een ontwateringhoogte van 0,9 m te realiseren.

Alleen bij kruipruimteloos bouwen of in de parken is een ontwateringhoogte van minimaal 0,5 m

acceptabel. Streven is het freatische grondwater dit niveau niet vaker dan vijf dagen per jaar te

laten overschrijden.

Doelstelling is de natuurlijke grondwaterstand niet kunstmatig en structureel te verlagen. Voor

het realiseren van de gewenste ontwateringhoogte heeft het ophogen van het maaiveld of het

realiseren van extra open water de voorkeur boven het aanleggen van drainage.

Voor bestaande overlastsituaties zal met alle betrokken partijen naar een oplossing worden

gezocht.

De overeenkomsten en knelpunten tussen grondgebruik, bestemmingen en waterhuishouding.

De wijze waarop hiermee in de ruimtelijke ontwikkelingen wordt omgegaan.

De wijze waarop dit vertaald is naar plankaart en voorschriften

Voorschriften

Bij de doeleindenomschrijving van verkeersdoeleinden, verkeer en verblijf en verkeersdoeleinden

railverkeer, staat onder andere de bestemming ‘water’. Het waterschap heeft de gemeente

verzocht de bestemming breder te omschrijven. Aan dit verzoek is voldaan.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

47

Plankaart

Al de gebieden die met de bestemming water zijn aangeduid, hebben in de legger van watergangen

van het waterschap de functie van primaire watergang (ook wel hoofdwatergang genoemd).

De watergangen zijn als water bestemd. Kruisingen met verkeerswegen zijn middels

een aanduiding op de plankaart aangegeven. De waterkerende watergangen en bijbehorende

zones zijn voorzien van een medebestemming 'Primaire waterkering'. De regeling uit de keur

blijft onverkort naast het bestemmingsplan van kracht.

In het gebied bevindt zicht één belangrijk gemaal. Dit gemaal is aangegeven op de kaart behorende

bij het bestemmingsplan. Het gemaal is gelegen op de hoek van de Van Esveldstraat en

de Hengeveldstraat. Het gemaal beslaat een oppervlak van 20 m2 (4 x 5m). De onderzijde van

het gemaal ligt op ongeveer NAP -3.70 m.

Verslaglegging van gevoerd overleg gemeente - waterbeheerder

Bij het opstellen van het advies ‘toetst’ het waterschap of het plan aan de criteria voor de waterhuishouding

voldoet. Als algemeen criterium voor ruimtelijke plannen geldt dat minimaal het

stand-still moet worden gehanteerd, hetgeen inhoudt dat de waterhuishouding niet mag verslechteren.

In dit geval gaat het om een conserverend bestemmingsplan, waarbij aan dat uitgangspunt

wordt voldaan.

Op 3 november 2005 heeft het waterschap aangegeven akkoord te zijn met de inhoud van

voorliggende waterparagraaf.

4.6. Duurzaamheid

In het plangebied liggen de structuren voor gebouwen, verkeer en energie vast. Structuurbepalende

aspecten van duurzaam bouwen kunnen dus niet meer worden doorgevoerd. Uitbreiding

van bestaande woningen en bedrijfspanden kunnen binnen de gestelde randvoorwaarden van

het bestemmingsplan worden gerealiseerd. In hoofdlijnen gaat het niet alleen meer om de milieuwinst

in de nieuwbouwplan- of bouwfase, maar juist om het handhaven en verbeteren van het

aspect duurzaamheid van de bestaande voorraad. Daarbij kan gedacht worden aan maatregelen

bij (mogelijke toekomstige) renovatie, zoals het gebruik van zonne-energie en bodemwarmte

in het gebied, de bouwafvalstromen en materiaalgebruik.

Vanuit de optiek van het duurzaam bouwen dient men te streven naar:

het verminderen van het gebruik van bouwstoffen;

het verminderen van het gebruik van fossiele energie;

het verhogen van de woon-, werk- en gebouwenkwaliteit.

Vanuit milieu-invalshoek wordt daarom gestreefd naar het zo klein en gesloten mogelijk houden

van kringlopen. Wat betreft grondstoffen, water en energie gaat men uit van de prioritaire reeks:

beperken van het gebruik;

eventueel hergebruik;

gebruik niet-eindige bronnen;


efficiënt gebruik alle bronnen.

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

48

Voor het benutten van zonne-energie, is het van belang rekening te houden met bezonning en

beschaduwing van gebouwen.

Wanneer sprake is van het toevoegen van bouwwerken in het plangebied of herstructurering ligt

het in de lijn van het gemeentelijk beleid rekening te houden met:

'Standaard Programma van Eisen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte

1999', voor de inrichting van de openbare ruimte. Hierbij geldt de materiaallijst 'Duurzaam

materiaalgebruik in de openbare ruimte'. Ook het Nationaal Pakket Dubo voor de Grond,

Weg en Waterbouw (1999) is een informatiebron voor het uitwerken van maatregelen;

met bezonning en/of beschaduwing van gebouwen, bij het ontwerpen van gebouwen. Met

als doel het energieverbruik op een passieve of actieve manier terug te kunnen dringen;

voor het ontwikkelen van woningen geldt voor Utrecht het 'Beleidskader Integrale Woningkwaliteit'

(2000), met de daarbij behorende maatregelenlijst. Het Nationaal Pakket Duurzaam

Bouwen Woningbouw en Beheer en Utiliteitsbouw zijn tevens handboeken voor het

invullen van duurzaam bouwen maatregelen;

Nationaal Pakket Duurzame Stedenbouw (Nationaal Dubo Centrum, 1999), voor relevante

duurzaamheidaspecten op ruimtelijke ordeningsvlak.

4.7. Hoofdkabels en -leidingen

Er bevinden zich in het plangebied geen hoofdkabels en –leidingen die via het bestemmingsplan

een bijzondere bescherming behoeven.

4.8. Externe Veiligheid

In en nabij het bestemmingsplangebied bevinden zich geen risicovolle bedrijven evenals routes

met betrekking tot gevaarlijke stoffen. Derhalve is onderzoek en beschrijven van risico's van

deze bedrijven en routes niet relevant.

4.9. Flora en fauna

In deze paragraaf is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld

welke ontwikkelingen het bestemmingsplan beoogt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze

ontwikkelingen – wat ecologie betreft – moeten worden getoetst. Hierbij is een onderscheid gemaakt

tussen het toetsingskader dat wordt gevormd door het beleid van rijk, provincie en gemeente,

en het toetsingskader dat door wettelijke regelingen wordt bepaald.

Voorzover de beoogde ontwikkelingen en het toetsingskader ecologisch onderzoek noodzakelijk

maakte, zijn de uitkomsten en de conclusies in dit hoofdstuk weergegeven.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

49

Bestaande situatie en beoogde ontwikkelingen

Bestaande situatie

Het plangebied Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt is een van de eerste uitbreidingen

van Utrecht buiten de oude vesting. Het plangebied wordt omringd door andere wijken

met met name woonbebouwing en het Griftpark in het westen. Het plangebied bestaat voornamelijk

uit woonbebouwing uit de 19 de en begin 20 ste eeuw. Door de relatief compacte bebouwing,

is er weinig ruimte voor groen- en waterstructuur, maar met name langs de Biltsche Grift

ligt een park- en groenstrook, welke samen met de Biltsche Grift als ecologische verbinding is

aangewezen. In het noordelijk deel van het plangebied zijn de bermen en parken langs stedelijke

verkeersaders als de Kardinaal de Jongweg en de Sartreweg aangewezen als ecologische

verbinding. Binnen het plangebied zijn bovendien een park (zoals ten noorden van de Alexander

Numankade) en binnentuinen (met name in het zuidelijk deel van het plangebied) aanwezig.

Daarnaast verzorgen de bewoners van de wijk geveltuinen, balkons en verder van het centrum

steeds meer tuinen, waardoor de wijk zeker groen getint is. Oppervlaktewater, zoals de Biltsche

Grift en de watergang parallel aan de Huizingalaan en de oude vestinggracht in het westen zorgen

bovendien voor een blauwe zweem door de wijk. Ondanks het feit dat de wijk grotendeels

verhard is en met name in het zuiden compact is van opzet, zijn er zeker natuurwaarden aanwezig

binnen het plangebied en in de omgeving. Met name in en bij de watergangen, in/om

oude gebouwen en in parken. Hierbij kan men denken aan vleermuizen, kleine grondgebonden

zoogdieren en broedende vogels.

Beoogde ontwikkelingen

Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Standaard zijn in een plangebied altijd werkzaamheden

en kleine ontwikkelingen mogelijk:

slopen bestaande bebouwing;

bouwwerkzaamheden;

inrichten gebied met o.a. beplanting.

Toetsingskader

Beleid

Er is geen landelijk of provinciaal beleid van toepassing op het plangebied.

Volgens de gemeente Utrecht (zie ook paragraaf 2.4) draagt de groene ruimte bij aan het stedelijk

economisch en sociaal milieu. Groen kan worden gebruikt als recreatieruimte, draagt bij

aan veiligheid en geeft een wijk bovendien een vriendelijker aanzien. Derhalve heeft Utrecht, in

aansluiting op de provinciale ecologische hoofdstructuur een ecologische infrastructuur opgezet.

Hierdoor kunnen de natuurwaarden van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) tot ín de stad

komen. De Biltstraat, de Kardinaal de Jongweg, het Griftpark en de oude vestinggracht worden

door de gemeente aangemerkt als ecologische verbindingen.

Het beleid van de gemeente Utrecht is het vergroten van de oppervlakte hoogwaardig groen,

een toename van de soortenrijkdom, het geven van kansen voor natuurlijke processen en het

versterken van de ecologische samenhang.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

50

Normstelling

Flora- en faunawet

De Flora- en faunawet bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten,

verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere

voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen

'licht' en 'zwaar' beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of

gebruik dan wel van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, gelden voor sommige, met name genoemde

soorten, de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet níet. Er is dan sprake van

vrijstelling op grond van de wet. Voor zover deze vrijstelling niet van toepassing is, bestaat de

mogelijkheid om van de verbodsbepalingen ontheffing te verkrijgen van het Ministerie van

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Voor de zwaar beschermde soorten wordt deze ontheffing

slechts verleend, indien:

- er sprake is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land- en bosbouw,

bestendig gebruik en ruimtelijke inrichting en ontwikkeling);

- er geen alternatief is;

- geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort.

De Flora- en faunawet is in zoverre voor het onderhavige bestemmingsplan van belang, dat bij

de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet de uitvoering van het bestemmingsplan

niet in de weg staat. Dit zal zich voordoen, wanneer de uitvoering van het bestemmingsplan

tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen

ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet zal worden verkregen. In dat geval is het bestemmingsplan

vanwege de Flora- en faunawet niet uitvoerbaar.

Onderzoek

Gebieden

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd groen- of natuurgebied. Landelijke

of provinciale ecologische verbindingszones ontbreken in de nabijheid.

Wél maken de oostelijke oever van de oude vestinggracht, het groen langs de Biltstraat en

langs de Kardinaal de Jongweg onderdeel uit van de stedelijke ecologische infrastructuur.

Soorten

Het plangebied bestaat voor een groot deel uit een oudere en compacte, relatief verharde

stadswijk met veel verharding en bebouwing. Hier zijn naar verwachting natuurwaarden aanwezig,

die gekoppeld zijn aan menselijk gebruik. Het plangebied is bezocht op 31 mei 2005.

Volgens de verspreidingsatlassen (Broekhuizen, 1992; Limpens, 1997; Bergmans en Zuiderwijk,

1986) zijn in de omgeving van de deelplangebieden de volgende beschermde soorten

waargenomen:

planten: o.a. dotterbloem;

amfibieën: kleine watersalamander, gewone pad, meerkikker, middelste groene kikker,

poel kikker en bruine kikker;

vissen: kleine modderkruiper;

zoogdieren: watervleermuis (foeragerend), gewone dwergvleermuis, laatvlieger, egel, huisspitsmuis,

mol, wezel, bunzing, veldmuis, bosmuis, haas en konijn.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

51

Enkele soorten hebben (mogelijk) een verblijfplaats in het plangebied.

Dotterbloem is waargenomen in de watergang parallel aan de Huizingalaan. Langs de oude

vestinggracht en de Biltsche Grift zijn tijdens het plangebiedbezoek geen beschermde planten

waargenomen.

De amfibieën zullen met name verblijfplaatsen hebben in en om de watergangen en op de oevers

van de Biltsche Grift en de watergang parallel aan de Huizingalaan. De oevers van de oude

vestinggracht zijn te hoog, te steil en verhard. Winterbiotoop voor kleine watersalamander,

bruine kikker en gewone pad bestaat uit dicht struweel, zoals in de tuinen en parken (groenvoorzieningen).

In de watergangen kan de kleine modderkruiper zijn leefgebied hebben.

De zoogdieren zijn grotendeels ook aan biotopen met water en groen gebonden, zoals (grote)

tuinen en ruime parken. Soorten als watervleermuis, bunzing, veldmuis, konijn en haas hebben

naar verwachting geen verblijfplaats binnen het plangebied, aangezien er geen geschikte of te

kleine biotopen aanwezig zijn. De kleine grondgebonden zoogdieren kunnen in het gehele

plangebied leven. De vleermuissoorten zijn soorten die in gebouwen voorkomen, indien deze

gebouwen holten hebben, zoals open spouwmuren die in verbinding staan met de buitenlucht of

toegankelijke zolder of dakbeschot met een beschut en constant microklimaat.

Vogelsoorten zijn te vinden in alle soorten biotopen. Dit betreft in Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt

en Huizingabuurt soorten van bebouwd gebied, zoals kauw, kraai, spreeuw en huismus, maar

ook van tuin en struweel (in tuinen en parken), zoals winterkoning, koolmees, pestvogel, groenling,

ekster, houtduif en roodborst. Langs de Biltsche Grift en de watergang parallel aan de Huizingalaan,

op flauwe, onbeschoeide taluds kunnen wilde eend, waterhoen en meerkoet een

verblijfplaats hebben.

Soorten Vrijstellingsregeling Ffw

Ontheffingsregeling Ffw

licht beschermde soort zwaar beschermde soort

planten tongvaren

amfibieën kleine watersalamander, gewone

pad, bruine kikker

vissen kleine modderkruiper

zoogdieren egel, huisspitsmuis, mol, wezel,

bosmuis

vogels alle soorten vogels

Tabel: beschermde soorten in het plangebied en het beschermingsregime

gewone dwergvleermuis,

laatvlieger

Toetsing

Gebieden

Aangezien het bestemmingsplan consoliderend van aard is, zullen er geen ontwikkelingen

plaatsvinden en zullen de ecologische verbindingen niet worden aangetast of verminderen qua

functie.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

52

Soorten

Het (deels) slopen van gebouwen (of grondig verbouwen) zal aantasting veroorzaken van

soorten die gebruik maken van gebouwen, zoals vogels van bebouwd gebied en vleermuissoorten.

Bovendien worden vogelsoorten en kleine grondgebonden zoogdieren in de directe

omgeving van het plangebied verstoord, als de sloopwerkzaamheden ook de tuinen beroeren.

Of vleermuizen daadwerkelijk zullen worden verstoord, is onbekend. Aangeraden wordt voorafgaand

aan werkzaamheden aan gebouwen (met holten) de aanwezigheid van deze dieren te

bepalen.

Na het slopen zal het realiseren van de bebouwing geen aantasting of extra verstoring meer tot

gevolg hebben. Indien bij de inrichting van het gebied rekening gehouden wordt met faunavriendelijke

maatregelen, zoals (gedeeltelijk) open spouwmuren die toegankelijk zijn vanaf buiten

(vleermuizen), gierzwaluwpannen op daken en oevers met flauwe taluds, kan de inrichting

van een gebied ecologische meerwaarde hebben.

Conclusies

Het plangebied is niet gelegen in of nabij een beschermd natuurgebied of een provinciale

ecologische verbindingszone. Rondom het plangebied zijn de oevers van de watergangen

en de parken aangewezen als ecologische verbindingen. Deze zullen niet worden aangetast.

In het plangebied zijn voornamelijk licht beschermde soorten aanwezig, waarvoor een vrijstelling

geldt voor het aanvragen van ontheffing van de Flora- en faunawet. Voor enkele

soorten is ontheffing wel noodzakelijk (zoals kleine modderkruiper).

In het plangebied zijn mogelijk zwaar beschermde soorten (vleermuizen) aanwezig. Voorafgaand

aan eventuele werkzaamheden aan gebouwen, waarbij de spouwmuur (tijdelijk)

wordt aangetast, dient te worden vastgesteld of vleermuis vast verblijfplaatsen hebben ter

plaatse van de werkzaamheden.

Wat de soortenbescherming betreft mag worden geconcludeerd dat de Flora- en faunawet geen

beletsel vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

53

5. Juridische planbeschrijving

5.1. Verantwoording planvorm

Het bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt kenmerkt zich door een

gedetailleerdere beheerregeling voor de in het gebied aanwezige functies. Er is sprake van een

gedetailleerd bestemmingsplan dat een directe toetsingsgrond voor een aanvraag voor bouwvergunning

biedt.

In het kader van de standaardisering van de bestemmingsplannen is de Utrechtse Leest opgesteld,

waarin de 'standaardvoorschriften' voor de bestemmingsplannen binnen de gemeente

Utrecht zijn opgenomen. De voorschriften zijn gegroepeerd in vijf hoofdstukken:

Inleidende bepalingen;

Algemene bouwvoorschriften;

Bestemmingsbepalingen;

Algemene bepalingen;

Overgangs- en slotbepalingen.

Het eerste hoofdstuk begint met een aantal gebruikelijke bepalingen als begrenzing en benaming

en de begripsomschrijvingen. In het tweede hoofdstuk zijn de algemene bepalingen ten

aanzien van het bouwen opgenomen zoals de wijze van meten, de hoogteaanduidingen en

overschrijding van bouwgrenzen. Het derde hoofdstuk, de bestemmingsbepalingen, bevat de

belangrijkste onderdelen van de voorschriften. In dit hoofdstuk worden de uiteindelijke bestemmingsregelingen

van de gronden en de daarop aanwezige bebouwing gegeven. De opzet van

de bestemmingsartikelen is steeds gelijk:

doeleindenomschrijving (met ondergeschikte en nevengeschikte doeleinden);

eventueel gebruiksvoorschriften;

bebouwingsbepalingen;

vrijstellingsbepalingen (t.a.v. de bebouwingsbepalingen en de gebruiksbepalingen);

eventueel wijzigingsbevoegdheid;

waar nodig: strijdig gebruik.

Het vierde hoofdstuk behelst enige algemene bepalingen, zoals de algemene vrijstellingsbevoegdheid,

algemene gebruiksbepaling en de overgangs- en strafbepalingen. Het vijfde hoofdstuk

tenslotte bevat de overgangsbepalingen, strafrechtelijke bepaling en de titel van het plan.

Als bijlagen bij de voorschriften zijn de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten', de 'Lijst van horecainrichtingen',

de bijlagekaart 'Archeologisch waardevol gebied', de bijlagekaart 'beschermd en

waardevol stadsgezicht' en de kaart 'wijzigingsbevoegdheid Gemengde doeleinden 1' opgenomen.

Een bij de gemeente binnenkomende bouwaanvraag wordt op vele aspecten beoordeeld. Naast

het bestemmingsplan is het bouwbesluit, de bouwverordening en het welstandstoezicht even-


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

54

eens van toepassing. Gaat het om een aanvraag met bedrijfsmatige invalshoeken dan zal onder

meer de Wet milieubeheer van invloed zijn. Tegelijkertijd wordt bij de toetsing aan het bestemmingsplan

ook nagegaan of een beoogde nieuwe functie van een pand of terrein strookt

met de daaraan gegeven bestemming. De verschillende aanwezige functies in het plangebied

zijn in overwegende mate overeenkomstig hun huidig gebruik bestemd. Tevens kan worden

opgemerkt dat het een deel van het plangebied wordt aangemerkt als archeologisch waardevol

gebied. Betreffende een aantal regelingen wordt een nadere toelichting gegeven.

5.2. Systematiek "Woondoeleinden"

Belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan is de beschrijving en regulering van de woonbebouwing.

Allereerst is van belang dat een onderscheid wordt gemaakt tussen hoofd- en bijgebouwen.

In de begripsbepalingen van artikel 1 wordt het onderscheid tussen een hoofdgebouw

en een bijgebouw gedefinieerd. Een hoofdgebouw is in het algemeen de woning in twee of

meer bouwlagen, het appartementencomplex en dergelijke. Een aanbouw en een bijgebouw

zijn visueel en functioneel ondergeschikt aan een hoofdgebouw.

De basis voor de regeling van de woonfunctie is een regeling die uit één bestemming bestaat:

'Woondoeleinden', waarbinnen ook de tuinen geregeld zijn. Het is daarbij mogelijk dat in ondergeschikte

mate andere gebruiksvormen op de daarvoor in aanmerking komende gronden worden

toegestaan. Het betreft met name het gebruik ten behoeve van beroepen aan huis.

Hoofdgebouwen

Met betrekking tot de hoofdgebouwen op de gronden met de bestemming 'Woondoeleinden'

geldt dat de kaart zoveel mogelijk informatie geeft omtrent de daarbij in acht te nemen verticale

en horizontale maten. In het algemeen is de hoogte van de woonbebouwing aangegeven door

het opnemen van het aantal bouwlagen, al dan niet afgedekt door een bijzondere bouwlaag of

een kap. Daarmee wordt in het kader van de afstemming tussen de ruimtelijke kwaliteit en de

gebruikerswensen voor het gehele gebied eenheid gecreëerd tot een bepaalde hoogte (maximaal

aantal bouwlagen) en wordt ten aanzien van de verscheidenheid in dakvormen enige

flexibiliteit geboden.

De wijken Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt kennen een grote diversiteit in

bouwhoogten en woningtypen. Deze diversiteit is in de loop der jaren gegroeid en is kenmerkend

voor de wijken. Het is niet wenselijk om deze ontwikkelingen door middel van het bestemmingsplan

tot stilstand te brengen. Van belang is echter vast te stellen dat er sprake is van

een zeer hoge woningdichtheid en compacte wijken.

Onder de vigerende bestemmingsplannen bleek het moeilijk een balans te vinden tussen uitbreidingsmogelijkheden

en behoud van de typerende kenmerken van de wijk (met name de

gebieden waar de zogenaamde Voorschriften voor de Bebouwde Kom uit 1958 nog gelden). Dit

heeft in enkele gevallen geleid tot ongewenste situaties. Om die redenen is ervoor gekozen in

het nieuwe bestemmingsplan striktere, maar eenduidige, regels op te nemen voor eventuele


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

55

mogelijkheden tot vergroting van de woningen en andere gebouwen. De regels worden nodig

geacht om ervoor te zorgen dat de ruimtelijke kwaliteit van de wijk gegarandeerd blijft en om

een zekere dynamiek in de wijk te behouden. Aspecten als straatbreedte en -beeld, diepte van

de binnengebieden in (half)gesloten bouwblokken, ruimtelijke en functionele structuur, maar

bijvoorbeeld ook daglichttoetreding bij belendende panden spelen hierbij een rol. Die striktere

regels zijn op verschillende manieren in het plan opgenomen.

Hoofdregel

Om de kwaliteiten van de bestaande bebouwing te waarborgen is in de eerste plaats op de

plankaart aangegeven wat de maximale hoogte van een gebouw mag zijn. De maximale hoogte

is aangegeven in het aantal bouwlagen. Bij het bepalen van het aantal bouwlagen worden een

souterrain, een kap of een bijzondere bouwlaag niet meegeteld, deze worden als ondergeschikt

beschouwd (de begripsbepalingen geven exact aan wanneer een bouwlaag als kap, souterrain

of bijzondere bouwlaag moet worden beschouwd).

Bij het bepalen van de maximale bouwhoogte in lagen is gekeken naar de bouwhoogte van de

woning en die van de omliggende bebouwing. Daarbij is rekening gehouden met de historisch

gegroeide situatie: op plekken waar nu al het merendeel van de woningen van één bouwlaag

zijn opgetrokken tot twee bouwlagen, is een maximale bouwhoogte van twee lagen toegestaan

(bij de keuze voor twee of drie bouwlagen is op dezelfde manier te werk gegaan). Bij straatwanden

waar het overgrote deel van de woningen uit één bouwlaag bestaat, is gekozen om dit

beeld intact te houden. Dergelijke wanden zijn karakteristiek voor de buurt.

In het plangebied komt een verscheidenheid aan dakvormen voor. Voorbeelden hiervan zijn

kappen, terugliggende bouwlagen en bouwlagen die aan de voorzijde een dakhelling hebben.

Om de flexibiliteit met betrekking tot dakvormen te kunnen regelen is de bijzondere bouwlaag

geïntroduceerd. Een bijzondere bouwlaag is een bouwlaag die in ieder geval aan de voorzijde

ten opzichte van de voorgevel terugliggend is.

In de bebouwingsbepalingen voor hoofdgebouwen is aangegeven dat de dakhelling bij kappen

en bijzondere bouwlagen maximaal 60° mag zijn. Bij een terugliggende bouwlaag betekent dit,

dat de denkbeeldige lijn tussen voorgevel en de terugliggende laag een dakhelling van maximaal

60° mag hebben.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

56

Afbeelding 9: Schematische weergave denkbeeldige dakhelling.

Mogelijkheden voor het afwijking van de hoofdregel, via vrijstelling

Vanwege de verscheidenheid in hoogte en kapvormen is het moeilijk alles in één hoofdregel te

regelen. De voorschriften bevatten daarom bepalingen om onder voorwaarden en via vrijstelling

een kap of bijzondere bouwlaag toe te voegen.

Vrijstelling is mogelijk voor:

1. het bouwen van een extra bouwlaag, en

2. het bouwen van een kap of bijzondere bouwlaag, of het wijzigen van een bestaande kap of

bijzondere bouwlaag.

Ad 1. Het bouwen van een extra bouwlaag

Onder strikte voorwaarden is het mogelijk een extra laag op de woning te bouwen. De vrijstellingsregeling

voor het toelaten van een extra bouwlaag is streng: de regel is in ieder geval niet

van toepassing op straatwanden met een eenduidige bebouwingshoogte en voor panden die nu

al uit 3 of meer lagen bestaan. Er is voor gekozen de vrijstellingen niet op te nemen voor panden

die nu al bestaan uit 3 of meer lagen. Het leeuwendeel van de wijk bestaat uit panden in

een, twee of drie lagen, panden met vier bouwlagen komen nauwelijks voor. Er is geen reden

om verhoging van dit soort panden toe te staan. De relatief smalle straten en kleine binnenterreinen

laten dit niet toe.

De vrijstellingsmogelijkheid is geen regel of recht: er zal terughoudend mee omgegaan worden,

er zijn strikte voorwaarden aan verbonden. Met name het bewaken van het stedenbouwkundige

beeld, in de straat of wijk waar een vrijstelling wordt overwogen, is van belang. Ook zal rekening

gehouden moeten worden met de breedte van de straat en de hoogte van de omliggende woningen

zodat de daglichttoetreding in de straat en de naastgelegen woningen gegarandeerd

blijft. Ook de gebruiksmogelijkheden van aangelegen percelen mogen niet onevenredig aangetast

worden.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

57

De vrijstellingsregeling is bedoeld voor zeer specifieke plekken met veel hoogtedifferentiatie,

waar er een dilemma is tussen het verhogen van woningen en het willen behouden van onder

meer een goed woonklimaat bij naastgelegen panden en het bestaande stedenbouwkundige

beeld.

Daarnaast kan het toelaten van een extra bouwlaag op een bepaalde plek een ruimtelijk accent

creëren, dat bijdraagt aan de stedenbouwkundige kwaliteit van een bepaalde plek in de wijk. Dit

soort accenten komt in de wijk meer voor en is vooral waardevol aan de rand van pleintjes en

op de koppen van bouwblokken. Ook voor het realiseren van dergelijke accenten kan de vrijstelling

worden benut.

Tenslotte is er nog een niet-ruimtelijk motief voor het opnemen van deze vrijstellingsbevoegdheid:

het niet toestaan van een extra bouwlaag kan in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel.

Ad 2. Het bouwen (of wijzigen) van een kap of bijzondere bouwlaag

Voor panden die niet nu al bestaan uit 4 bouwlagen of meer, kan als voldaan wordt aan de

voorwaarden genoemd in de vrijstellingsbepaling, toestemming verleend worden voor het bouwen

van een bijzondere bouwlaag of kap op een pand, of het wijzigen van een bestaande bijzondere

bouwlaag of kap.

Voor deze vrijstelling gelden dezelfde voorwaarden en motieven als voor de vrijstelling voor een

extra bouwlaag.

Zelfde systematiek voor 'Gemengde doeleinden1' en 'Gemengde doeleinden 2'

De systematiek voor opbouwen is hetzelfde voor de bestemmingen 'Gemengde doeleinden 1'

en 'Gemengde doeleinden 2', aangezien deze bestemmingen in feite woonbestemmingen zijn,

waar de begane grond voor een andere functie gebruikt mag worden.

Andere functies binnen het wonen

Binnen de woonbestemming komt een bijzondere situatie voor, die door middel van een 'nadere

aanwijzing' afzonderlijk op de plankaart is aangegeven: de nadere aanwijzing 'zorg' is van toepassing

op de woonzorgcomplexen. Naast het wonen zijn hier ook de bij dergelijke instellingen

behorende voorzieningen mogelijk.

Functiemenging

Het beleid inzake functiemenging staat geformuleerd in de nota 'Gemengde stad, sterke stad,

eindrapport projectgroep functiemenging' (zie paragraaf 2.4. van de toelichting van het bestemmingsplan).

In dit rapport staat aangegeven dat behoud van functiemenging wordt nagestreefd

voor de gehele stad en dat ontmenging moet worden tegengegaan. De noodzakelijke

beleidsinstrumenten worden ingezet om functiemenging van wonen en werken te behouden.

Eén van de instrumenten vormt het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan moet de nodige

flexibiliteit geven om functiemenging te behouden cq. op kleine schaal mogelijk te maken.

Functiemenging is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door het opnemen van de "Beroep

aan huis" -regeling en de bestemmingen "Gemengde doeleinden 1". Hierop wordt hieronder

ingegaan.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

58

Aan-huis-verbonden beroepen

Een belangrijk onderdeel van de 'Algemene gebruiksbepalingen' is de regeling van de aan-huisverbonden

beroepen of -bedrijven als nevenfunctie bij het wonen. Zoals hiervoor is aangegeven

komt dit in het plangebied voor. Zoals de naam al aangeeft dient het aan-huis-verbonden beroep

of –bedrijf door een van de bewoners te worden uitgeoefend. De maximale oppervlakte

bedraagt 40 m². Het beroep mag zowel in de woning als in de aanbouwen en bijgebouwen worden

uitgeoefend. Via de begripsomschrijving van aan-huis-verbonden beroepen of –bedrijven is

bepaald dat geen hinder (geluid, stank, verkeer en parkeren) voor de omgeving op mag treden.

Gemengde doeleinden 1

Momenteel is ongeveer 3% a 4% van de panden in de wijk in gebruik voor een andere functie

dan wonen. Dit percentage maakt de wijk levendig en biedt starters en kleine ondernemers

kansen om zich te ontplooien. Deze panden hebben de bestemming "gemengde doeleinden"

gekregen (zie paragraaf 5.3, artikel 8).

Om in een later stadium, na vaststelling van het bestemmingsplan ook functiemenging op kleine

schaal mogelijk te maken, is in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen

om de bestemming "Woondoeleinden" om te zetten in "Gemengde doeleinden 1". Hiermee

wordt tegemoet gekomen aan de wens van het college en van een aantal insprekers (inspraaktraject)

om functiemenging in de toekomst mogelijk te houden. Het is echter niet wenselijk om

onbeperkt "Gemengde doeleinden 1" met allerhande bedrijfjes, dienstverlening etcetera toe te

staan. Daarom wordt als limiet gesteld dat maximaal 5% van de woningen in Wittevrouwen mag

worden gebruikt ten behoeve van "Gemengde doeleinden 1". Dit percentage is gebaseerd op

hetgeen er nu is en maakt een kleine uitbreiding mogelijk. In de Zeeheldenbuurt wordt de limiet

gesteld op 2,5% van het totaal aantal woningen, omdat er daar nu nauwelijks "Gemengde doeleinden

1" bestemmingen aanwezig zijn.

Om een evenwichtige spreiding door de wijk te verkrijgen, is gekozen om per bouwblok het

maximaal aantal panden aan te geven dat de bestemming "Gemengde Doeleinden 1" mag krijgen.

Bij bouwblokken waar het percentage momenteel hoger is dan 5 % (of 2,5 % in de Zeeheldenbuurt)

wordt het huidige aantal opgenomen.

Langs de Wittevrouwensingel, Kleinesingel, Blauwkapelseweg en de Biltstraat waar reeds meer

functiemenging aanwezig is, de bereikbaarheid goed is en een zekere levendigheid gewenst is,

is een hoger percentage "Gemengde Doeleinden 1" toegelaten (30% resp. 50%). In woongebieden

waar de structuur en het woningtype zich er niet voor leent en in de zgn. detailhandelsclusters

is verdere functiemenging niet mogelijk gemaakt. Om voor een wijzigingsbevoegdheid

in aanmerking te komen, moet een concreet initiatief worden ingediend. Dit initiatief zal worden

getoetst aan de voorwaarden zoals in de wijzigingsbevoegdheid zijn aangegeven. In totaal betekent

dit dat er in het plangebied circa 55 "Gemengde doeleinden 1" bij kunnen komen. Dit lijkt

een aanzienlijke toevoeging maar niet alle mogelijkheden zullen worden benut en het gaat bovendien

om een periode van 10 jaar. In deze 10 jaar zullen wellicht een aantal huidige "Gemengde

doeleinden 1" weer als woning in gebruik genomen worden. Daarnaast gaat het om

zeer uiteenlopende functies als bedrijfjes, maar ook opslag en garages. Het gaat niet om volledige

woningonttrekking aangezien slechts de begane grondlaag als "Gemengde doeleinden 1"

in aanmerking komt.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

59

Erfbebouwing

In de bestemming 'Woondoeleinden' is onderscheid gemaakt in voortuin en achtertuin. Voor de

voorgevel tot 1 meter achter het verlengde van de voorgevel (voortuin) mogen in principe geen

gebouwen worden opgericht. Uitgezonderd hiervan zijn de erkers, toegangsportalen en dergelijke

op de begane grond. De erfafscheidingen en de andere bouwwerken, geen gebouw zijnde,

mogen niet hoger zijn dan 1 meter.

Op het perceel mag het gezamenlijk oppervlak van aanbouwen en bijgebouwen ten hoogste

50% van de aanwezige tuin bedragen tot een maximum van 30 m². Indien de achtertuin groter

is dan 250 m², gelden normen van 20% en 100 m². Voor aanbouwen is de maximale goothoogte

gesteld op het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw plus 0,25 meter,

zodat een dak gerealiseerd kan worden waarbij aan de binnenzijde van de woning het plafond

doorloopt. Dit sluit aan bij de hoogte zoals genoemd in het Besluit bouwvergunningvrije bouwwerken

en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken.

Voor vrijstaande bijgebouwen is een maximale goothoogte van 3,0 meter en een maximale

nokhoogte van 4,5 meter geregeld. Erfafscheidingen achter de woning mogen een hoogte van

2 meter niet te overtreffen.

Dakkapellen

Het is mogelijk dakkapellen te realiseren. De toelaatbaarheid van de (vorm, afmetingen van)

dakkapellen is geregeld in de welstandsnota. In het bestemmingsplan zijn derhalve verder geen

regels opgenomen.

Erkers

Erkers op de begane grond zijn in beginsel mogelijk (art 6). Door het toelaten van erkers hebben

de bewoners van de wijk mogelijkheden tot uitbreiding van het woonoppervlak. Daarnaast

kunnen erkers een extra dimensie geven aan een gebied. Vooral bij sloop nieuwbouw, waarbij

vaak voor wat sobere architectuur gekozen wordt, kan de erker het gebouw, qua detailniveau,

beter passend maken in haar omgeving.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen erkers op de begane grond en erkers op de verdieping.

Voor erkers op de verdieping is een aparte regeling opgenomen.

5.3. Artikelsgewijze toelichting

Waar nodig is op enkele artikelen een nadere toelichting opgenomen. Ten aanzien van prostitutie

zijn in verschillende artikelen regels opgenomen. Voor een complete toelichting is dit onderwerp

apart toegelicht aan het eind van deze paragraaf.

Artikel 1: Begripsbepalingen

Hier zijn de in de voorschriften voorkomende begrippen gedefinieerd.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

60

Artikel 2: Algemene bouwvoorschriften

Hier is aangegeven dat de bouwvlakken op de plankaart volledig mogen worden gebouwd, tenzij

op de plankaart anders is aangegeven. Tevens staat in dit artikel de dubbeltelbepaling.

Artikel 3: Wijze van meten

In dit artikel is aangegeven hoe de verschillende maten, afstanden en dergelijke gemeten dienen

te worden.

Artikel 4: Bouwvoorschriften en hoogteaanduidingen

De hoogtes van hoofdgebouwen, bijgebouwen, aanbouwen en verschillende bouwwerken is in

dit artikel aangegeven. Deze hoogtes gelden voor alle bestemmingen, tenzij in de bestemmingsbepalingen

en/of op de plankaart andere maten zijn gegeven.

Artikel 5: Bestaande afstanden en andere maten

In dit artikel is bepaald dat indien de bestaande maten afwijken van de maximale maten in het

bestemmingsplan deze als ten hoogste toelaatbaar worden geacht. Hiermee zijn deze afwijkingen

gelegaliseerd en vallen dan niet onder het overgangsrecht (zie artikel 32).

Artikel 6: Overschrijding bouwgrenzen

De op de plankaart aangegeven bouwgrenzen mogen worden overschreden door kleinschalige

gebouwen/bouwwerken, zoals balkons, trappenhuizen, stoeptreden, erkers en dergelijk. Indien

de bouwgrens tevens een bestemmingsgrens is, geldt deze bepaling niet.

Artikel 7: Woondoeleinden

Deze bestemming is toegekend aan de van oudsher in het gebied aanwezige woningen en

woongebouwen met bijbehorende tuinen. Als nevenfunctie bij het wonen zijn ook aan-huisverbonden

beroepen toegelaten. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid voor "Gemengde

doeleinden 1" opgenomen.

Artikel 8: Gemengde doeleinden 1

Een aantal panden in woonblokken worden ook voor andere functies gebruikt, zoals reisbureaus,

bakkers en kleinschalige kantoortjes. Door dergelijke uitwisseling van functies blijft het

gemengde karakter van de straten behouden. In het bestemmingsplan hebben deze panden

dan ook een bestemming gekregen die de bedoelde uitwisseling van functies mogelijk maakt.

Naast wonen zijn bijvoorbeeld ook kantoren en publieke dienstverlening (kappers, reisbureaus)

toegelaten op de begane grond. Op de verdiepingen mag uitsluitend worden gewoond. Alle

panden met de bestemming "Gemengde doeleinden 1" mogen in zijn geheel als woning in gebruik

worden genomen. Voor wat betreft de bebouwingsbepalingen gelden dezelfde regels als

bij de bestemming "Woondoeleinden". Op enkele plaatsen bevinden zich wel andere functies

dan wonen op de verdieping. Voor deze gevallen is aangegeven dat de functie op de verdieping

is toegestaan.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

61

Een aantal panden met de bestemming "Gemengde doeleinden 1" hebben een relatief groot

perceel achter het pand. Dit perceel vormt veelal een soort binnenterrein binnen een gesloten

bouwblok. Op deze binnenterreinen is relatief veel bebouwing aanwezig, overwegend in één

laag. Het plan biedt de mogelijkheid deze bebouwing bedrijfsmatig te gebruiken. Mochten de

panden in de toekomst volledig in gebruik worden genomen door de woonfunctie dan mag deze

bebouwing uitsluitend worden gebruikt als "tuin- en erfbebouwing" behorende bij die woning.

Wonen op de binnenterreinen is niet gewenst vanwege de relatief beperkte ruimte en de relatief

slechte bereikbaarheid. Daarnaast is wonen een functie over het algemeen meer naar buiten

gekeerd is dan bedrijvigheid en daardoor negatieve consequenties zal hebben op de privacy

van omliggende woningen. Het plan maakt het dus niet mogelijk om deze bebouwing te benutten

voor (uitbreiding van) een woning. Ook maakt het plan het niet mogelijk de voormalige bedrijfsbebouwing

te slopen en een woning te realiseren.

De bedrijvigheid op de binnenterreinen is karakteristiek voor de wijk. In combinatie met de kleinere

percelen 'gemengde doeleinden' aan de buitenkant van de bouwblokken, draagt het bij

aan de verscheidenheid van functies in de wijk. Daarnaast is het belangrijk dat in de wijk ruimte

wordt geboden voor wijkfuncties als kinderdagverblijven en huisartsenpraktijken. De gemengde

Doeleindenbestemmingen op de binnenterreinen bieden hier ruimte voor.

In de woonbuurten is verspreid in de wijk beperkt detailhandel aanwezig. Het beleid met betrekking

tot detailhandel voorziet in een clustering van detailhandel langs de Biltstraat en Jan van

Galenstraat. Binnen woonbuurten dient de vestiging van nieuwe detailhandel te worden voorkomen.

Voor de Biltstraat en de J. van Galenstraat zijn derhalve aparte bestemmingen opgenomen

In het plangebied komen verschillende snackbars en eetgelegenheden voor. Ook deze zijn in

de bestemming "Gemengde doeleinden 1" opgenomen. De betreffende panden zijn apart op de

plankaart aangeven, omdat wisselingen van horeca naar andere functies zijn wel toegelaten,

maar functieveranderingen van winkel naar horeca niet. Binnen de bestemming is alleen de

zogenaamde laagdrempelige ofwel zachte horeca toegelaten. Het gaat daarbij om snackbars,

restaurants en andere eetgelegenheden. Het is niet de bedoeling om in het gebied nieuwe cafés

en dergelijke toe te laten.

Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is, in verband met de overlast die horecabedrijven

voor omwonenden kunnen meebrengen, in het bestemmingsplan een onderscheid gemaakt in

vier categorieën horecabedrijven. De categorie-indeling is opgenomen in de "Lijst van Horecainrichtingen"

en is tot stand gekomen aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard en

omvang van het bedrijf en de parkeerdruk. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten

aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling

beoogt de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat

in de omgeving te voorkomen.

Artikel 9: Gemengde doeleinden 2

Detailhandel is binnen de "Gemengde doeleinden 1" bestemming niet mogelijk gemaakt, behalve

daar waar nu een detailhandelsvestiging aanwezig is. Voor detailhandel is in de nota 'Bood-


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

62

schap aan winkels' (zie paragraaf 2.4. van de toelichting van het bestemmingsplan) gekozen

voor het bevorderen van de concentratie van winkelvoorzieningen binnen de wijken. Binnen het

plangebied is het meest bij de binnenstad gelegen deel van de Biltstraat als clustergebied aangewezen.

Dit cluster heeft de bestemming "Gemengde doeleinden 2" gekregen; binnen deze

bestemming is detailhandel overal als recht toegestaan.

Artikel 10: Gemengde doeleinden 3

De bestemming "Gemengde doeleinden 3" is opgenomen voor het pand langs van het Mediacentrum

aan de Hengeveldstraat. In het pand zijn momenteel een aantal productiebedrijven

gevestigd.

Artikel 11: Kantoren en Wonen

Halverwege de Biltstraat staat een aantal herenhuizen, waarvan een aantal in gebruik is als

woning en een aantal als kantoor. Beide functies zijn in dergelijke panden wenselijk. Deze panden

hebben derhalve de bestemming "Kantoren en Wonen" gekregen. Zowel de combinatie van

deze functies is mogelijk als alleen wonen of alleen kantoren. Voor wat betreft de bebouwingsbepalingen

gelden dezelfde regels als bij de bestemming "Woondoeleinden".

Artikel 12: Maatschappelijke doeleinden

Binnen dit artikel zijn verschillende instellingen en voorzieningen ondergebracht. Het gaat daarbij

om dagopvang, een centrum voor gezondheidszorg en dergelijke. Daarbij is een zekere uitwisseling

van functies mogelijk gemaakt. Ook de grotere nutsgebouwen zijn in deze bestemming

ondergebracht. Gelet op de specifieke aard van deze gebouwen is uitwisseling van functies

hier niet wenselijk. De nutsgebouwen zijn dan ook door middel van een 'nadere aanwijzing'

apart op de plankaart aangegeven. De bestaande bouwmassa's zijn in grote lijnen door middel

van bebouwingspercentages en hoogtescheidingslijnen op de plankaart vastgelegd. Meer ondergeschikte

uitbreidingen zijn in de meeste gevallen wel mogelijk.

Artikel 13: Detailhandel

De bestemming 'Detailhandel' is van toepassing op de detailhandelsvestiging langs de Biltstraat

en het buurtcentrum aan de Jan van Galenstraat. De panden mogen gebruikt worden als winkelruimte

en als detailhandel ondersteunende horeca, zoals een snackbar. Boven de winkels

mag worden gewoond.

Artikel 14: Horeca

Een pand in het plangebied hebben alleen een horeca functie. Deze zijn specifiek bestemd. Het

betreft restaurant Goesting aan het Veeartsenijpad.

Artikel 15: Hotel

In het plangebied bevindt zich een aantal hotels/pensions. Deze hebben de bestemming "Hotel"

gekregen. Binnen deze bestemming zijn ook restaurants toegestaan.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

63

Artikel 16: Bedrijfsdoeleinden

De verschillende bedrijven zijn in de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' opgenomen. Aan het plan

is (als bijlage bij de voorschriften) een 'Lijst van Bedrijfsactiviteiten' toegevoegd. Een uitgebreide

toelichting op deze lijst is in deze bijlage opgenomen. Binnen het plangebied zijn de bedrijfsactiviteiten

uit de categorieën 1 en 2 toegelaten. Een uitzondering hierop wordt gevormd door het

houtbewerkingbedrijf aan de Vlasstraat, die in categorie 3 valt. Dit bedrijf is daarom in de voorschriften

apart vermeld.

Artikel 17: Kantoordoeleinden

In het plangebied is een kantoorgebouw aanwezig . Deze heeft een passende kantoorbestemming

gekregen.

Artikel 18: Autoboxen/bergingen

In het plangebied zijn op enkele plaatsen autoboxen aanwezig. Omdat deze niet op een erf bij

een woning staan, hebben deze de bestemming "Autoboxen/bergingen" gekregen.

De garages mogen uitsluitend voor de stalling van motorvoertuigen, caravans, boten en dergelijke

worden gebruikt. Ook is de opslag van huishoudelijke artikelen toegestaan. Opslag van

goederen ten behoeve van bedrijven is aangemerkt als strijdig gebruik. Dit is mede gedaan in

verband met eventueel gevaar en milieuhinder.

Artikel 19: Verkeersdoeleinden

Deze bestemming is van toepassing op de wegen waar de nadruk ligt op de afwikkeling van het

verkeer. Dit betreft de Wittevrouwensingel en de Blauwkapelseweg. Er zijn kleine gebouwtjes

toegestaan bijvoorbeeld voor het realiseren van fietsenstallingen.

Artikel 20: Verkeer- en verblijfsdoeleinden

De meeste straten zijn opgenomen in de bestemming 'Verkeer- en verblijfsdoeleinden'. Ook de

pleinen, de bermen van wegen en het snippergroen maken hier deel van uit. Er zijn kleine gebouwtjes

toegestaan bijvoorbeeld voor het realiseren van fietsenstallingen.

Artikel 21: Verkeersdoeleinden, railverkeer

De Oosterspoorlijn heeft de bestemming 'Verkeersdoeleinden, railverkeer'. In deze bestemming

mag het spoor worden gerealiseerd, maar ook geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen,

nutsvoorzieningen en water.

Artikel 22: Groenvoorzieningen

De verschillende soorten groenvoorzieningen (met uitzondering van het snippergroen) zijn opgenomen

in één bestemming. Een groot deel van het groen heeft alleen een functie als plantsoen

of als speelplek.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

64

Binnen de bestemming 'Groenvoorzieningen' mag ook water voorkomen. De kleinere watergangen

zijn dan ook niet apart bestemd. Daarnaast mogen er binnen de bestemming ook voetpaden

en andere verhardingen worden gerealiseerd.

Artikel 23: Groenvoorzieningen, Ecologische verbindingszone

Bepaalde groenvoorzieningen maken deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (de ecologische

verbindingszones). Deze bevinden zich met name langs de watergangen en hebben de

bestemming Ecologische verbindingszone' gekregen. Op deze gronden mogen geen gebouwen

en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd, behoudens de voor deze bestemming

passende bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals geluidsschermen.

Artikel 24: Water

Water is in het gebied een structurerend element. De grotere watergangen zijn in de bestemming

'Water' opgenomen. Langs de Wittevrouwensingel ligt een aantal woonboten in het water.

Deze zijn door middel van een nadere aanwijzing op de plankaart opgenomen, waarbij ook een

maximum aantal is opgenomen. Kruisingen met verkeerswegen zijn voorzien van een aanduiding

'brug' op de plankaart.

Artikel 25: Primaire waterkering (dubbelbestemming)

De Wittevrouwensingel heeft tevens een waterkerende functie. Hiervoor is een dubbelbestemming

opgenomen, waarin is geregeld dat bouwen alleen plaats mag vinden indien dit de waterkerende

functie niet schaadt.

Artikel 26: Archeologisch waardevol gebied (dubbelbestemming)

Een deel van het plangebied is archeologisch waardevol (zie ook paragraaf 3.7). Op een bijlagekaart

is dit aangegeven. Voordat op de gronden gebouwd mag worden, dient te zijn aangetoond

dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, of dat deze niet onevenredig worden

geschaad. Tevens is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. Het is verboden bepaalde

werken en werkzaamheden uit te voeren voordat een schriftelijke vergunning is afgegeven door

burgemeester en wethouders. Het betreft werken en werkzaamheden zoals: het ophogen, verlagen

of afgraven van de gronden, het aanleggen van verhardingen, het aanbrengen van constructies

die verband houden met bovengrondse leidingen en dergelijke. Voor werken en werkzaamheden

die het normale onderhoud betreffen, noodzakelijk zijn voor het op de bestemming

gerichte beheer of gebruik van de grond of reeds vergunde werken of werkzaamheden is het

verbod niet van toepassing. De aanlegvergunning wordt afgegeven indien geen onevenredige

afbreuk wordt gedaan aan het behoud, herstel en ontwikkeling van het archeologisch monument.

Indien is gebleken dat op bepaalde locaties geen archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen

burgemeester en wethouders het plan wijzigen. De bijlagekaart wordt hiermee gewijzigd.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

65

Artikel 27: Gebruik van gronden en bouwwerken

Deze bepaling geeft aan dat het verboden is om een bouwwerk te gebruiken , strijdig met de

bestemming. Tevens mag men vrijstelling verlenen ten einde het meest doelmatige gebruik na

te streven.

Artikel 28: Algemene vrijstellingsbevoegdheden

Hierin zijn onder meer de vrijstellingsregelingen opgenomen ten behoeve van afwijking van

maten, afmetingen en percentages en dakterrassen.

Artikel 29: Algemeen procedure voorschrift

In dit artikel is de procedure beschreven die doorlopen dient te worden bij wijziging van het plan

of bij het gebruik maken van een vrijstelling in de voorschriften.

Artikel 30: Aanlegvergunningenstelsel

Voor het beschermd en het waardevol stadsgezicht is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen.

Bij de doeleindenomschrijving van verschillende bestemmingen is aangegeven dat de

gronden die de aanduiding 'beschermd stadsgezicht' of 'waardevol stadsgezicht' hebben, tevens

bestemd zijn voor de bescherming en instandhouding van de het beschermd respectievelijk

waardevol stadsgezicht. Ten behoeve van de stadsgezichten is een aanlegvergunningenstelsel

opgenomen. Het is verboden bepaalde werken en werkzaamheden uit te voeren voordat

een schriftelijke vergunning is afgegeven door burgemeester en wethouders. Het betreft werken

en werkzaamheden zoals: het wijzigen van het gevelaanzicht, het ophogen, verlagen of afgraven

van de gronden, het aanleggen van verhardingen, het aanbrengen van constructies die

verband houden met bovengrondse leidingen en dergelijke. Voor werken en werkzaamheden

die het normale onderhoud betreffen, noodzakelijk zijn voor het op de bestemming gerichte beheer

of gebruik van de grond of reeds vergunde werken of werkzaamheden is het verbod niet

van toepassing. De aanlegvergunning wordt afgegeven indien geen onevenredige afbreuk

wordt gedaan aan het behoud, herstel en ontwikkeling van het beschermd of waardevol stadsgezicht.

Artikel 31: Aanvullende werking bouwverordening

In de bouwverordening zijn voorschriften opgenomen. Ongeacht de voorschriften in het bestemmingsplan

blijven de voorschriften in de bouwverordening van toepassing. Het gaat om

voorschriften van stedenbouwkundige aard, zoals de bereikbaarheid van bouwwerken van

wegverkeer en brandblusvoorzieningen, bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten, de

ruimte tussen bouwwerken en parkeergelegenheid bij gebouwen.

Artikel 32: Gebruik in strijd met het plan

Deze bepaling heeft ten doel een rechtstoestand te creëren voor situaties die afwijken van de in

het plan opgenomen gebruik. In principe mogen dergelijke situaties worden gehandhaafd.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

66

Artikel 33: Bouwen in strijd met het plan

Deze bepaling heeft ten doel een rechtstoestand te creëren voor situaties die afwijken van de in

het plan opgenomen bouwbepalingen. In principe mogen dergelijke situaties worden gehandhaafd.

Indien het gaat om afwijkingen van de bebouwingsvoorschriften mag het bouwwerk zelfs

worden verbouwd. Alleen als ze door een calamiteit verloren gaan, mogen ze geheel worden

herbouwd.

Artikel 34: Strafrechtelijke bepaling

De strafrechtelijke bepaling is noodzakelijk om overtredingen van de Algemene gebruiksbepalingen

en het aanlegvergunningenstelsel strafbaar te stellen.

Artikel 35: Titel

In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan gedefinieerd.

5.4. Handhaving

Uitgangspunt bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen is, dat de opgenomen regels

duidelijk, begrijpelijk en handhaafbaar moeten zijn.

Met het vastleggen van regels in het bestemmingsplan heeft de gemeente zichzelf de plicht

opgelegd de naleving van de bestemmingsplanregels te controleren en, waar nodig, te handhaven.

Naleving van de regels moet zowel door burgers, bedrijven en instellingen als door de gemeente

gebeuren. De gemeente is belast met het toezicht op de naleving.

Onder handhaving wordt verstaan het door controle (toezicht op naleving van regels en opsporing

van overtredingen) en, waar nodig, toepassen van bestuursrechtelijke sancties (of dreigen

daarmee) bereiken dat de regelgeving wordt nageleefd. De handhaving van de verschillende

van toepassing zijnde regelingen binnen de gemeente Utrecht wordt uitgevoerd door diverse

diensten en afdelingen.

Zo handhaaft de afdeling Bouwbeheer (Dienst Stadsontwikkeling) namens het college onder

andere bestemmingsplannen. Dit betekent dat die afdeling de voorschriften voor wat betreft het

gebruik en de bebouwingsbepalingen handhaaft. Dit gebeurt veelal door toetsing tijdens het

behandelen van de aanvragen om bouwvergunning. Het kan echter ook gebeuren als gevolg

van toezicht tijdens de uitvoering van de bouw, op grond van een constatering door de gemeente

dat een bouwwerk of een perceel in strijd met het bestemmingsplan wordt gebouwd of

gebruikt. Daarnaast kan handhaving plaatsvinden op verzoek van particulieren.

De Dienst Stadsbeheer handhaaft namens het college het gebruik van gemeentelijke gronden.

Als er bijvoorbeeld sprake is van illegale ingebruikname van gemeentelijke grond, dan zal hiertegen

worden opgetreden.

Daarnaast ziet de afdeling Milieu en Duurzaamheid toe op - onder de Wet milieubeheer vallende

- bedrijven. Als er op grond van het bestemmingsplan bedrijfsactiviteiten plaats mogen vinden,

zal dit qua gebruik (intensiteit en hinder) gehandhaafd worden door het Bureau Bedrijfsinspectie

(Afdeling Milieu en Duurzaamheid, Dienst Stadsontwikkeling).


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

67

Sinds 13 september 2004 is overtreding van een bestemmingsplan een economisch delict in de

zin van de Wet op de economische delicten.

Dit betekent dat bij overtreding van een bestemmingsplan gebruik kan worden gemaakt van de

opsporingsbevoegdheden van de politie. Bij het opleggen van een strafmaatregel op grond van

de Wet op de economische delicten kan rekening worden gehouden met het economisch voordeel

dat de overtreder heeft behaald en met herstelmogelijkheden van de schadelijke gevolgen

van de overtreding. De boete op grond van Wet op de economische delicten kan maximaal €

45.000 bedragen en ook kan de verplichting worden opgelegd om op eigen kosten de gevolgen

van de overtreding ongedaan te maken.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft het college twee instrumenten tot haar beschikking:

bestuursdwang en dwangsom.

Bij het toepassen van bestuursdwang wordt de overtreding (het geconstateerde illegale bouwwerk

of gebruik) ongedaan gemaakt op kosten van de overtreder. Dit kan betekenen dat een

bouwwerk door de gemeente wordt afgebroken en de kosten van bijvoorbeeld de aannemer en

de gemeentelijke (voorbereidings)kosten op de overtreder worden verhaald. Het is ook mogelijk

om, als er zonder bouwvergunning wordt gebouwd en de bouw wordt stilgelegd door middel van

een bouwstop, de bouwmaterialen weg te slepen en elders op te slaan, waarbij de door de gemeente

gemaakte kosten op de overtreder worden verhaald.

Het opleggen van een last onder dwangsom betekent bijvoorbeeld dat illegaal gebruik moet

worden gestaakt binnen een door het college gestelde termijn. Overschrijdt men die termijn,

dan zal de dwangsom in rekening worden gebracht bij de overtreder. Doel van de dwangsom is

het onaantrekkelijk maken van het voortzetten van de geconstateerde overtreding. De dwangsom

zal dan ook in relatie moeten staan aan (en zal dus altijd hoger zijn dan) het voordeel dat

de overtreder heeft bij het voortzetten van de illegale activiteit.

De gemeente zal het bestemmingsplan handhaven en, afhankelijk van de ernst van de overtreding,

gebruik maken van één van de hier beschreven instrumenten.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

68


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

69

6. Economische uitvoerbaarheid

Voor de bepaling van de financieel economische uitvoerbaarheid zijn de financiële consequenties

van dit bestemmingsplan in beeld gebracht. Het bestemmingsplan is grotendeels een beheerplan,

waarbij geen sprake is van een actief gemeentelijk grondbeleid. Dit betekent dat het

bestemmingsplan grotendeels een beheerplan is en dat de gemeente Utrecht geen initiatieven

neemt met betrekking tot een (verdere) ontwikkeling van het plangebied in het kader van dit

bestemmingsplan.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

70


7. Inspraak en overleg

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

71

7.1. Inspraak en artikel 10 overleg

Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 4 juni tot en met 1 juli 2004 ter inzage gelegen. Op

14 juni 2004 heeft een inspraak - en informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Daarnaast is het

plan aan een aantal instanties toegezonden voor reactie als bedoeld in art 10 van het Besluit op

de Ruimtelijke Ordening.

De resultaten van deze inspraak en overleg zijn opgenomen in een afzonderlijke nota. De reacties

hebben op een aantal punten geleid tot aanpassing van het plan. Zo wordt er meer ruimte

gegeven voor functiemenging en is de plankaart op een aantal locaties aangepast omdat is

gebleken dat deze op een aantal plaatsen onjuist was. De voorschriften zijn aangepast aan de

Utrechtse standaard zodat deze uniform zijn met andere bestemmingsplannen.

7.2. PPC

In de vergadering van 29 september 2005 heeft de PPC het ontwerp-bestemmingsplan behandeld.

De PPC heeft in haar advies een aantal opmerkingen gemaakt. In bijlage 2 van deze toelichting

is een samenvatting en beantwoording van het PPC-advies opgenomen. Het advies

vormde aanleiding het plan op enkele ondergeschikte punten aan te passen.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

72


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

73

Bijlage 1 bij de toelichting

Overzicht monumenten


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

74


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

75

Admiraal van Gentstraat 2-8 (alle G)

Admiraal van Gentstraat 10-10b, 12-12b, 14-14b, 16-16b, 41-41b, 43-43b, 45-45b, 47-47b,

49-49b, 51-51b, 53-53b, 55-55b, 57-57b, 59-59b, 61-61b, 63-63b, 65-65b (alle G)

Alexander Numankade 2-16 (even nummers) (alle G)

Biltstraat 4-4a (G), 24-24c (G), 60-60b (G), 62-68b (R), 106 (G), 136 (G), 156 (G), 162 (G),

164 (G), 168-168d (R), 172 (R), 182 (G), 190 (G), 192-192b (G), 194 (G), 196 (G),198 (G), 202

(G), 204-108 (G)

F.C. Donderstraat 5-5b (R), 24 (R), 26 (R), 28-28b (G), 30-30b (G), 32-32b (G), 34-34b (G),

36-36b (G), 38-38b (G), 40-40b (G), 42-42b (G), 44-44b (G), 46-46b (G), 48-48b (G), 50-50b,

52-52b (G), 54-54b (G), 56-56b (G), 58 (G), 60-60b (G), 62-62b (G), 64-64b (G), 65 (R), 66-

66b (G), 68-68b (G)

Griftbrug (G)

M.H. Trompstraat 1 (R), 3 (G), 7 (G), 11 (G), 15b (G)

Van Brakelstraat 9-9b, 11-11b, 13-13b, 15-15b, 17-17b, 19-19b, 21-21b, 23-23b (alle G)

Van Speijkstraat 17-21 (alle G)

W. Barentszstraat 91, 93 (alle G)

Bollenhofsestraat 138A, 140 (alle G)

Gildstraat 115, 117, 119, 121, 123, 125, 127, 129, 131, 133 (alle G)

Goedestraat 14A-36K (alle G)

Hoefijzerstraat 27-33, 101 (alle R)

Obrechtstraat 7-7b, 9-9b, 10-14b, 11, 13, 15-15b, 17-17b, 19-19b, 21-21b, 23-23b, 25-25b,

27-27b, 29-29b, 31-31b, 33-33b (alle G)

Oude Kerkstraat 2 (G)

Veeartsenijstraat 1-39 (alle R)

Wittevrouwensingel 44-44b, 45-45b, 46, 47, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 66, 67-67b, 68-68b, 72,

73, 74 (alle G)

(G) = gemeentelijk monument

(R) = rijksmonument


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

76


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

77

Bijlage 2 bij de toelichting

PPC-advies


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

78


Samenvatting en beantwoording PPC-advies

I Het provinciaal beleid

Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

79

Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het streekplan Utrecht en met het Regionaal

Structuurplan.

Reactie:

Hiervan wordt kennis genomen.

II Planbeoordeling

Luchtkwaliteit

In de plantoelichting wordt slechts aandacht besteed aan NO2 . De PPC verzoekt eveneens in

te gaan op de grenswaarden voor fijn stof. Daarnaast raad de PPC aan de rekenresultaten voor

NO2 toe te voegen.

Reactie:

Er is aanvullend onderzoek verricht waarbij tevens aandacht is besteed op de grenswaarden

voor fijn stof. De plantoelichting is ten aanzien van het thema luchtkwaliteit worden aangevuld.

De rekenresultaten voor NO2 zijn eveneens toegevoegd.

Monumenten

De PPC acht het wenselijk om op de lijst met adressen van in het plangebied voorkomende

monumenten aan te geven welke panden Rijksmonumenten zijn en welke gemeentelijke monumenten.

Reactie:

De gemeente deelt de mening van de PPC. Het plan is op dit punt aangevuld.

Archeologie

Het verdient aanbeveling in de plantoelichting een verwijzing op te nemen naar kaart 3 (Archeologisch

waardevol gebied).

Reactie:

De voorgestelde verwijzing is opgenomen.

De PPC geeft aan dat binnen het plangebied een AMK-terrein ligt. Het gaat om het terrein met

resten van het St. Marthagasthuis, dat op de AMK-kaart de aanduiding "terrein van archeologische

waarde" heeft gekregen (terrein 31H-65). De gemeente heeft in reactie op de door de

ROB ingediende inspraakreactie gesteld, dat het St. Marthagasthuis buiten het plangebied valt.

Het gebied met de aanduiding "hoge archeologische waarde" valt echter wel binnen het plan-


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

80

gebied. De PPC acht het wenselijk dit terrein in de plantoelichting te vermelden en op de plankaart

aan te geven als archeologisch waardevol gebied. Indien dit gebied niet of met een afwijkende

begrenzing wordt opgenomen, dient in de toelichting nader te worden gemotiveerd op

welke gronden daartoe is besloten.

Reactie:

Het genoemde Marthagasthuis lag aan de zuidkant van de Biltstraat bij de Gasthuissteeg en

valt als zodanig buiten het gebied van het bestemmingsplan. Gegevens over de exacte locatie

van het voormalige gasthuis zijn bekend en in 1988 heeft er hier een opgraving plaatsgevonden

(Archeologische en Bouwhistorische kroniek van de Gemeente Utrecht 1988, pagina 79/80).

De PPC heeft geconstateerd dat de IKAW niet is opgenomen in de toelichting en dat de zone

met een hoge archeologische verwachting op de plankaart niet is aangemerkt als archeologisch

waardevol gebied. De PPC verzoekt in de toelichting te motiveren waarom wordt afgeweken

van de IKAW en waarom geen consequenties zijn verbonden aan de IKAW-zone.

Reactie:

Op basis van de inzichten die vanaf 1972 in de gemeente Utrecht zijn verkregen zijn in dit gebied

van het bestemmingsplan diverse gebieden aangeduid als archeologisch waardevol. Dat is

een aanzienlijk gedetailleerdere aanduiding dan op de grootschalige IKAW is aangegeven. Heel

Wittevrouwen als archeologisch waardevol aanduiden geeft een te grove schaal en is in het

dichtbebouwde woongebied onwenselijk.

Economische uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan kan volgens de PPC financieel-economisch uitvoerbaar worden geacht.

Reactie:

Hiervan wordt kennis genomen.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan kan volgens de PPC maatschappelijk uitvoerbaar worden geacht.

Reactie:

Hiervan wordt kennis genomen.

III Conclusie

Met inachtneming van de hierboven weergegeven opmerkingen acht de PPC het bestemmingsplan

vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar.

Reactie:

Hiervan wordt kennis genomen.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

81

IV Toepassing artikel 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijk Ordening

Op grond van de beoordeling zal de PPC aan gedeputeerde staten adviseren voor dit bestemmingsplan

een algemene verklaring van geen bezwaar als bedoeld in art. 19 lid 2 WRO af te

geven, met uitzondering voor zover het plan betrekking heeft op het beschermde stadsgezicht.

Reactie:

Hiervan wordt kennis genomen.


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

82


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

83

Bijlage 3 bij de toelichting

Luchtrapportage


Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt - Toelichting

84


1. INLEIDING

Het voornemen tot het opstellen van een bestemmingsplan "Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt,

Huizingabuurt" is opgenomen in de nota "Meerjarenplanning bestemmingsplannen 2000-2005"

van de afdeling Stedenbouw en Monumenten van de Dienst Stadsontwikkeling van de

gemeente Utrecht. In deze nota wordt een meerjarenplanning gegeven voor het actualiseren

van planologisch-juridische regelingen voor het gemeentelijk grondgebied.

Voor het gebied Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en de Huizingabuurt zijn op dit moment

meerdere bestemmingsplannen van toepassing. Nagenoeg al deze plannen zijn verouderd. Het

belangrijkste doel van het bestemmingsplan is dat daarmee voor het gehele gebied weer een

actueel planologisch/juridisch kader wordt verkregen. Het kader dient dan als

toetsingsinstrument voor aanvragen en bouwvergunningen

Het plangebied ligt aan de noordoostkant van het oude stadscentrum van Utrecht. Het

plangebied wordt begrensd door de Kardinaal de Jongweg in het noorden, de Blauwkapelseweg

in het westen, de Biltstraat in het zuiden, de Karel Doormanlaan, Huizingalaan en het spoortracé

in het westen.

Volgens het Besluit luchtkwaliteit 2005 dient in de eerste plaats te worden nagegaan in hoeverre

het project invloed heeft op de luchtkwaliteit in de omgeving, bijvoorbeeld vanwege extra verkeer

(de verkeersaantrekkende werking). Daarnaast moet inzicht gegeven worden in de

blootstellingconcentraties in het plangebied en omgeving.

In deze rapportage wordt een beoordeling gegeven van de luchtkwaliteit ten behoeve van de

bestemmingsplanprocedure. Gezien het feit dat de Wittevrouwen, Zeehelden- en Huizingabuurt

reeds lang geleden zijn gerealiseerd heeft het plan zelf geen gevolgen voor de luchtkwaliteit. Er

zal in dit luchtrapport alleen een beoordeling worden gegeven van de huidige en toekomstige

luchtkwaliteit in het plangebied.


2. UITGANGSPUNTEN

Beoordelingskader

Het Besluit luchtkwaliteit 2005 (Staatsblad 2005, 316) is van toepassing op het onderhavige

plan. Bestuursorganen dienen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de

luchtkwaliteit kunnen hebben bepaalde grenswaarden voor luchtkwaliteit in acht te nemen. Er

zijn grenswaarden gesteld voor de stoffen stikstofdioxide (NO2), stikstofoxide, fijn stof (PM10),

zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), koolmonoxide (CO), lood en benzeen. De grenswaarden gelden

in zijn algemeenheid, behoudens de werkplek. Aan de jaargemiddelde grenswaarde voor

stikstofdioxide hoeft pas vanaf 2010 te worden voldaan. Tot 2010 gelden plandrempels. De

resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan het Besluit luchtkwaliteit 2005 en de Meetregeling

luchtkwaliteit 2005.

Referentiejaren

Voor de onderbouwing van ruimtelijke plannen en verkeersplannen dient voor meerdere jaren

de luchtkwaliteit inzichtelijk te worden gemaakt. De relevante jaren betreffen:

heden, het jaar van planvoorbereiding

2010 vanwege het van kracht worden van de grenswaarde van NO

Daarnaast dient geanticipeerd te worden op de toekomst. Een gebruikelijke termijn voor de

anticipatie is circa 10 jaar (2015).

Model

De berekeningen zijn uitgevoerd met het model CAR II v4.0 voor de jaren 2004, 2010 en 2015.

De rekenpunten voor de luchtberekeningen zijn gekozen direct langs de wegen.

Stoffen

Berekeningen voor de luchtkwaliteit zijn uitgevoerd voor de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof

(PM10), benzeen, koolmonoxide, zwaveldioxide en lood.

Invoergegevens

De luchtkwaliteit is de som van de bijdrage door lokale verkeerswegen, lokale industrie en

achtergrondconcentraties. In de achtergrondconcentratie is de bijdrage van grootschalige

bronnen van industrie en rijkswegen opgenomen. Indien een rijksweg dichterbij ligt dan 2 km,

levert ook deze rijksweg een lokale bijdrage. Op basis van een locale modelstudie van het TNO

(R 2004/257) zijn de achtergrondconcentraties aangepast aan deze werkwijze om dubbeltelling

van een rijksweg te voorkomen. In de omgeving van het plangebied liggen geen grote

industrieën. Er is sprake van een lokale bijdrage van de A27.

De gehanteerde verkeersgegevens zijn afkomstig uit het verkeersmodel VRU 1.31/Ut 1.0 en

1.11 en prognoses van de afdeling verkeer voor de toekomst. Het percentage vrachtverkeer is

gebaseerd op tellingen en ervaringscijfers binnen de gemeente Utrecht. In onderstaande tabel is

een overzicht gegeven van de etmaalintensiteiten en fractie vrachtverkeer per relevant wegvak.


In de berekeningsvarianten voor de jaren 2010 en 2015 is uitgegaan van een scenario dat het

gehele wagenpark bestaat uit bussen die voldoen aan de norm Euro 5 met filter (100% Euro 5

met 3,3 g/km NOx en 0,07 g/km PM10).

Het kabinet werkt aan een omvangrijk pakket aan maatregelen om de luchtkwaliteit te

verbeteren. De maatregelen pakken vooral die elementen van fijn stof aan. Gezien het

ontbreken van inzicht in de detaillering van de te nemen maatregelen wordt in

luchtberekeningen nog geen rekening gehouden met het effect van deze maatregelen. Feitelijke

wordt daarom verwacht dat er sprake zal zijn van een gunstigere luchtkwaliteit in het 2010 en

2015 dan momenteel berekend wordt.

2004

(huidig)

[mvt/etm]

2010

(autono

om)

[mvt/etm

]

2015

(autonoom)

[mvt/etm]

% mzw. % zw.

Aantal bussen

[bus/etm]

2004 2010 2015

Biltstraat 1

(thv de Wittevrouwensingel

tot Kruisstraat)

4000 3500 3000 2 1 68 68 68

Biltstraat 2

(thv Kruisstraat tot

Poortstraat)

4000 4000 3700 2 1 1073 1110 1059

Biltstraat 3

(thv Poortstraat tot

Maliestraat)

4000 5700 4200 2 1 1073 1110 1059

Biltstraat 4

(thv Maliestraat tot Buys

Ballotstraat)

4000 5900 4500 2 1 1073 1110 1059

Biltstraat 5 (thv Buys

Ballotstraat tot Museumlaan)

6000 6900 8500 2 1 1073 1110 1059

Biltstraat 6 (thv Museumlaan

tot Berekuil)

20000 21600 14000 2 1 1073 1110 1059

Witte Vrouwensingel 6000 7000 8000 1 1 312 312 312

Kleine singel 8000 9000 10000 1 1 312 312 312

Blauwkapelseweg 13500 14500 15500 1 1 126 126 126

Kardinaal de Jongweg

(Oostelijk van prof Leonard

Fuchslaan)

32500 37500 37500 1 1 30 30 30

Sartreweg 30000 35000 35000 1 1 131 136 131

Overzicht etmaal-verkeersintensiteiten

Toelichting: Daar de wijken Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt reeds lang zijn gerealiseerd heeft de

vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan geen verkeersaantrekkende werking. De autonome

ontwikkeling van de verkeersintensiteit is daarom alleen geschetst.


3. LUCHTKWALITEITSBELEID

Beleid gemeente Utrecht

De gemeente heeft de problematiek van luchtkwaliteit reeds langer onderkend. Medio 2004 is

daarom door de gemeente Utrecht een luchtkwaliteitplan 2002-2010 vastgesteld. De grootste

kracht van de gemeente Utrecht is er in gelegen dat al tientallen jaren integraal beleid wordt

ontwikkeld. Dit beleid was en is er op gericht bestaande knelpunten op het gebied van

luchtkwaliteit op te lossen en nieuwe knelpunten te voorkomen. De belangrijkste maatregelen en

acties welke de gemeente reeds in het verleden heeft ingezet zijn:

stimuleren gedeeld autogebruik;

aanleggen van een fietsnetwerk door de gehele stad;

aanleggen en uitbreiden van het aantal transferia (park&ride);

parkeerbeleid; betaald parkeren in gebied binnen stedelijke verdeelring;

instellen stedelijke verdeelring; overige wegen snelheidsverlaging naar 50 km/uur;

snelheidsverlaging in woongebieden naar 30 km/u;

dynamisch verwijzingssysteem naar parkeergarages;

dynamisch verkeersmanagement: het doseren van het verkeer of het instellen van een

‘groene golf’;

instellen autoluwe binnenstad;

stimulering gebruik stadsverwarming.

Naast de verdere uitwerking van het luchtkwaliteitplan is Utrecht bezig met het in gang zetten

van maatregelen om op stedelijk niveau de luchtkwaliteit te verbeteren. Het gaat hierbij om

maatregelen in het kader van het regiobod en om grootschalige maatregelen gekoppeld aan de

bereikbaarheidsprojecten en de ontwikkeling van het stationsgebied. Hierdoor zal de

achtergrondconcentratie voor diverse stoffen in de stad de komende jaren verlagen.

Landelijk Beleid

Het kabinet werkt aan een omvangrijk pakket aan maatregelen om de luchtkwaliteit te

verbeteren. Hiervoor is 900 miljoen euro beschikbaar, uit de begrotingen van VROM en Verkeer

en Waterstaat en via fiscaliteit. De maatregelen pakken vooral die elementen van fijn stof aan

waarvan bekend is dat ze zeer schadelijk zijn voor de gezondheid, zoals dieselroetdeeltjes door

het verkeer. Dit Rijkspakket levert een vermindering van de fijn stofemissie en emissie van

stikstofdioxide op. Naast de generieke maatregelen door het Rijk gaan andere overheden ook

aan de slag met lokale initiatieven. Het kabinet trekt extra geld uit om hen hierbij te

ondersteunen.


4. RESULTATEN

Hieronder worden de berekende jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 en het aantal

dagen waarop de etmaalgemiddelde grenswaarde voor PM10 wordt overschreden weergegeven.

Daar de autonome situatie dezelfde is als de toekomstige situatie (de Wittevrouwen,

Zeeheldenbuurt en Huizingabuurt zijn immers reeds lang bestaande wijken) is slechts 1

scenario doorgerekend.

Wegvak Huidig (2004 ) Autonoom/toekomst (2010) Autonoom/toekomst (2015)

Norm:

plandrempel

grenswaarde

Biltstraat 1

(thv de

Wittevrouwensingel

tot Kruisstraat)

NO2

(µg/m 3 )

52

40

fijn stof

(µg/m 3 )

42

40

oversch

r

24-uur

fijn stof

35x

35x

NO2

(µg/m 3 )

-

40

fijn stof

(µg/m 3 )

-

40

oversch

r

24-uur

fijn stof

-

35x

NO2

(µg/m 3 )

-

40

fijn stof

(µg/m 3 )

39 32 59 34 29 44 32 28 40

achtergrond 33 29 46 30 28 37 29 27 44

bijdrage rijksweg 0 0 0

Biltstraat 2

(thv Kruisstraat tot

Poortstraat)

45 33 66 37 30 47 35 29 44

achtergrond 33 29 46 30 28 37 29 27 44

bijdrage rijksweg 0 0 0

Biltstraat 3

(thv Poortstraat tot

Maliestraat)

46 33 68 39 30 51 37 29 45

achtergrond 33 29 46 30 28 37 29 27 44

bijdrage rijksweg 1 1 1

Biltstraat 4

(thv Maliestraat tot

Buys Ballotstraat)

42 32 59 37 29 45 35 28 41

achtergrond 33 29 46 30 28 37 29 27 44

bijdrage rijksweg 4 1 1

-

40

overschr

24-uur

fijn stof

-

35x


Wegvak Huidig

(2004 )

NO2

(µg/m 3 )

Autono

om/toek

omst

(2010)

fijn stof

(µg/m 3 )

Autono

om/toek

omst

(2015)

oversch

r

24-uur

fijn stof

NO2

(µg/m 3 )

fijn stof

(µg/m 3 )

oversch

r

24-uur

fijn stof

NO2

(µg/m 3 )

fijn stof

(µg/m 3 )

achtergrond 33 29 46 30 28 37 29 27 44

bijdrage rijksweg 2 1 1

Biltstraat 6 (thv

Museumlaan tot

Berekuil)

46 35 74 38 30 52 35 29 44

achtergrond 33 29 46 30 28 37 29 27 44

bijdrage rijksweg 3 3 2

Norm:

plandrempel

grenswaarde

52

40

42

40

35x

35x

-

40

Witte Vrouwensingel 46 35 75 39 31 56 38 31 55

achtergrond 32 29 46 30 28 37 29 27 35

-

40

-

35x

bijdrage rijksweg 0 0 0

Kleine Singel 50 38 91 42 33 66 40 33 65

achtergrond 32 29 46 30 28 37 29 27 35

bijdrage rijksweg 0 0 0

Blauwkapelseweg 52 41 107 44 35 77 42 35 75

achtergrond 32 29 46 30 28 36 29 27 34

bijdrage rijksweg 0 0 0

Kardinaal de Jongweg

(Oostelijk van prof

Leonard Fuchslaan)

48 39 99 41 35 75 39 34 71

achtergrond 29 29 44 27 27 35 26 27 33

bijdrage rijksweg 1 1 1

Sartreweg 44 35 77 38 32 60 36 31 57

-

40

-

40

overschr

24-uur

fijn stof

-

35x


achtergrond 30 29 44 27 27 35 27 27 34

bijdrage rijksweg 2 1 1

De overige relevante stoffen die bepalend zijn voor de luchtkwaliteit blijven allemaal ver onder

de norm en zijn daarom niet in deze tabellen opgenomen.


5. BESCHOUWING VAN DE RESULTATEN EN CONCLUSIE

Luchtkwaliteit in referentiejaar 2004

Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van overschrijding van de

plandrempel en jaargemiddelde concentratie van NO2, benzeen, CO, SO2 en BaP uit het Besluit

luchtkwaliteit 2005. Wel wordt de jaargemiddelde grenswaarde voor fijn stof overschreden te

plaatse van de Blauwkapelseweg. Tevens wordt de 24-uursgemiddelde grenswaarde voor fijn

stof langs de berekende wegen vaker dan het toegestane aantal van 35 keer overschreden. Dit

wordt echter m.n. veroorzaakt door de achtergrondconcentratie.

Luchtkwaliteit in referentiejaar 2010 en 2015

Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van overschrijding van de

plandrempel en jaargemiddelde concentratie van PM10, benzeen, CO, SO2 en BaP uit het Besluit

luchtkwaliteit 2005. Wel wordt de jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide

overschreden in 2010 te plaatse van de Kleine Singel, de Blauwkapelseweg en de Kardinaal de

Jongweg en in 2015 te plaatse van de Blauwkapelseweg. Tevens wordt de 24-uursgemiddelde

grenswaarde voor fijn stof langs de berekende wegen vaker dan het toegestane aantal van 35

keer overschreden. Dit wordt echter m.n. veroorzaakt door de achtergrondconcentratie. De

dichtstbijzijnde woningen in het plangebied aan de Kleine Singel, de Blauwkapelseweg en de

Kardinaal de Jongweg liggen op een afstand van respectievelijk 13, 15 en 13 meter van de

wegas.

Op de gevel van de woningen zal echter geen sprake zijn van overschrijding van de

jaargemiddelde grenswaarden voor stikstofdioxide.

Conclusie:

Op basis van voorgaande is de gemeente Utrecht dan ook van mening dat het aspect

luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan.

More magazines by this user
Similar magazines