Onderzoeksprojecten (11500 - 12000 van 24496)

researchportal.be

Onderzoeksprojecten (11500 - 12000 van 24496)

www.researchportal.be - 20 Jul 2013 23:23:29

Onderzoeksprojecten (11500 - 12000 van 24496)

Het fabriceren van (Silicium)-Germanium op isolator substraten door middel van de Germanium condensatie techniek

K.U.Leuven

Abstract: The scaling of the classical bulk silicon metal-oxide-semiconductor field effect transistor (Si MOSFET's)in the last years approaches its

fundamental limits. This increases the need for innovative device structures and new materials in order to continue the historic progress in

information processing. As channel length of MOSFETs is deeply scaled down to sub-100nm, enhancing the carrier mobility in the channel is

required to improve the performance of CMOS circuits. For this purpose Ge is a promising material for MOSFETs. It poses superior transport

properties since its electron and hole mobility are respectively two and fourfold larger than those in Si.

In order to integrate Ge CMOS technology, it is pivotalto develop new techniques for manufacturing thin Ge substrates. The disadvantage of the

currently available bulk substrates is that (i) they are fragile, (ii) 2.3 times heavier than Si, thus making wafer handling extremely difficult in

conventional IC's manufacturing tools (iii) h

Organisaties:

• Afdeling Kern- en Stralingsfysica

Onderzoekers:

• Wilfried Vandervorst

Damage-Associated Molecular Patterns: onthullen van de moleculaire communicatie tussen stervende kankercellen en

het immuunsysteem

K.U.Leuven

Abstract: Calreticuline dat gepresenteerd wordt aan het celoppervlak (ecto-CRT) en gesecreteerd ATP zijn cruciale schade-geassocieerde

moleculaire patronen (DAMPs) voor immunogene apoptose. In ons geval doelen we met immunogene apoptose op een type kankerceldood die

apoptotisch van aard is maar samengaat met een verhoogde mate van immunogeniciteit. Dit in tegenstelling tot de immuunonderdrukkende of

tolerogene celdood die doorgaans geobserveerd wordt bij normale fysiologische apoptose. DAMPs, die een belangrijke rol spelen in het mediëren

van deze verhoogde immunogeniciteit, zijn moleculen die normaal verborgen blijven binnenin de levende cellen (waar ze hoofdzakelijk nietimmunologische

functies uitoefenen) maar die een immunomodulerende functie verwerven eens gesecreteerd of gepresenteerdaan het

celoppervlak van stervende/gestresseerde/beschadigde cellen. Voorgaand beschreven induceerders van immunogene apoptose (bepaalde

chemotherapeutica) hingen af van een endoplasmatisch reticulum (ER)-geba

Organisaties:

• Labo voor Celdoodonderzoek & Therapie

Onderzoekers:

• Patrizia Agostinis

• Abhishek GARG

Development of Biofunctional Porous Coatings for Bone Implants (Ontwikkeling van biofunctionele poreuze deklagen

voor botimplantaten)

K.U.Leuven

Abstract: De vergrijzing van de bevolking in combinatie met een verhoogde levensstandaard zorgt wereldwijd voor een forse stijging in de vraag

naar orthopedische en orale implantaten. Ondanks de hoge slaagkansen, gaat dit eveneens gepaard met een toenemend aantal gevallen van

implantaatfalen, watzich typisch manifesteert als destabilisatie van het implantaat op langere termijn (loosening). Osseointegratie, een rigide fixatie

van het implantaat door een nauw contact met bot zonder tussenkomst van zacht weefsel, wordt beschouwd als een sleutelvoorwaarde voor een

langdurigestabiliteit. Titaanlegeringen zijn vandaag de dag het meest gebruikte materiaal voor lastdragende implantaten en bieden omwille van hun

uitstekende biocompatibiliteit mogelijkheid tot osseointegratie. Dit doctoraatsonderzoek spitst zich dan ook toe op de ontwikkeling van deklagen op

Ti of Ti-6Al-4V om een betere interactie met bot te bewerkstelligen. Daarbij ligt de focus voornamelijk op de aanmaak van poreuze Ti deklagen.

Dezela

Organisaties:

• Functionele Materialen

Onderzoekers:

• Jozef Vleugels

• Annabel Braem

Herstel en duurzaam beheer van wierookbossen in Ethiopië: een bio-economische analyse

K.U.Leuven

Abstract: Boswellia papyrifera (Del) Hochst is een multifunctionele loofboomsoortmet een hoge economische, culturele en ecologische waarde.

Wierook van deze boomsoort wordt als grondstof verhandeld en gebruikt in de farmaceutische, voedings-, cosmetische- en chemische industrie, in

verschillendereligies en als geurstof in koffieceremonies in Ethiopië. Echter, deze hulpbron neemt af door onduurzaam beheer, zoals de teelt van

gewassen, vrij grazen van dieren en willekeurig afsnijden van de bladeren voor veevoeder en overtapping voor wierook. Deze studie heeft als doel:

a) de effecten te beoordelen van het afsnijden van de bladeren voor voedergewassen, het tappen voor wierook en het vrij grazen van dieren op de

biofysische toestand van de Boswellia papyrifera bossen van Ethiopië, b) de voorraden aan biomassa en bodem-organische koolstof in Boswellia

papyrifera bossen te beoordelen, c) de trade-offs tussen de conservering, productieve bosbouw en de verschuiving naar de teelt van gewassen te

evaluere

Organisaties:

• Afdeling Bio-economie

Onderzoekers:

• Erik Mathijs

• Bart Muys

• Mesfin Tilahun Gelaye

Ontwikkelen en valideren van een instaptoets voor de cursus Maatschappelijke Oriëntatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Om de reeds verworven competenties van inburgeraars te screenen ervaart de Vlaamse overheid de nood aan een instaptoets, zodat een

inburgeringstraject op maat en zo doelgericht en efficiënt mogelijk kan verlopen. Het onderzoeksproject heeft tot doel een instaptoets te ontwikkelen

en te valideren op een wetenschappelijk verantwoorde wijze. De instaptoets moet meer specifiek aangeven in welke mate de module

Maatschappelijke Oriëntatie dient te worden gevolgd door een nieuwe inburgeraar.

Organisaties:


• EduBROn

Onderzoekers:

• Rita Rymenans

• Sven De Maeyer

Ervaring aan de grens. Hedendaagse armoedebestrijding in Vlaanderen

K.U.Leuven

Abstract: Het Vlaamse decreet betreffende de armoedebestrijding uit 2003 installeert twee werksoorten als pijlers voor armoedebestrijding. Zowel

binnen de Verenigingen Waar Armen Het Woord Nemen als binnen de methodiek vanervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting, staat

het gebruik van individuele ervaringen van armen centraal. Ervaring van armen wordt ingezet om niet-armen te sensibiliseren voor het specifieke

perspectief van armen, maar ook als een instrument in de empowerment van armen zelf. De aanleiding voor dit onderzoek is twijfel over die

mobilisatie vanervaring. De inzet van het werk is het vanzelfsprekende gebruik van de term minstens even op te schorten en de werking van de

term en de ermee verbonden rationaliteit en sturende technologie zelf te onderzoeken op haar effecten op het niveau van subjectvorming. Het werk

van Michel Foucault bood handvatten om dit onbehagen te exploreren. Methodische handvatten in de meest gebruikte zin van het woord biedt zijn

werk niet, we

Organisaties:

• OE Educatie, Cultuur en Samenleving

Onderzoekers:

• Daniël Wildemeersch

• Jan Masschelein

• Stijn Suijs

Evolutie van het South-Rayan duinenveld (Centraal Egypte) en de interactie met het fluviatiel systeem van de Nijl

K.U.Leuven

Abstract: mso-hansi-font-family:'Times New Roman';mso-ansi-language:NL-BE" lang="NL-BE">Deze thesis heeft als doel de recente duindynamiek

en de interactie tussen eolische en fluviatiele processen op verschillende temporele en ruimtelijke schalen te onderzoeken. HetZuid-Rayan duinveld

(South-Rayan Dune Field, SRDF) (Centraal Egypte) werd geselecteerd als voornaamste studiegebied omdat het een typevoorbeeldis qua

duindynamiek en daarom zeer geschikt is om eolische-fluviatiele interactie te bestuderen.mso-hansi-font-family:'Times New Roman';mso-ansilanguage:NL-BE"

lang="NL-BE">Ineen eerste stap werd een multi-temporele analyse met Landsat-TM5 beelden uitgevoerd om de migratie van

woestijnduinen te detecteren in het SRDFtussen 1984 en 2003. De near-infrared (nabij-infrarood) (NIR) spectralebanden van de oudere en

recentere Landsat-TM5 beelden werden gecombineerd in een bi-temporele laagstapeling (BTLS), waarmee de duinmigratie en de algemene

zanddrift over het gehele duinveld kon achterhaald worde

Organisaties:

• Afdeling Geografie

Onderzoekers:

• Gert Verstraeten

• Ihab Mohamed

Fellowship Ms. HO KHANH VAN vanuit de Can Tho Universiteit te Vietnam.

K.U.Leuven

Abstract: Education package Can Tho University: Master fellow for two year to study the Master program of Food Technology.

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Marc Hendrickx

Cysteamine in de behandeling van cystinoseGevolgen naast cystineverlaging

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van deze thesis was om het effect van cysteamine te beoordelenin de behandeling van cystinose, naast het verlagen van het

intracellulaire cystinegehalte. Op dit moment is cysteamine de enige behandeling voor de zeldzame ziekte cystinose, maar door de jaren heen werd

het medicijn getest voor vele andere mogelijke indicaties. Cysteamine wordt sinds 1976 gebruikt voor de behandeling van cystinose. De toediening

kan de progressie naar eindstadium nierfalen vertragen en extra-renale complicaties voorkomen, zeker indien de behandeling wordt gestart op

jonge leeftijd. Naast deze al langer bekende werking van cysteamine, heeft het medicijn ook andere effecten. Zo wordt de therapietrouw bemoeilijkt

door het ontstaan van halitose na de inname van cysteamine. Dit bleek te worden veroorzaakt door het metabolisme van cysteamine naar

methaanthiol en dimethylsulfide. Recent werd een nieuw cysteamine preparaatmet vertraagde afgifte getest waardoor cysteamine vrijkomt in de

dunne darm. Dit pre

Organisaties:

• Groei, Proliferatie, Kind & Adolescent

Onderzoekers:

• Elena Levtchenko

• Lambertus van den Heuvel

Poly-SIGE for MEMS-above-CMOS Integration: Study of Piezoresistivity with Application to Pressure Sensors (Poly-SIGE

voor de integratie van MEMS bovenop CMOS: studie van piezoresistiviteit met toepassing op druksensoren)

K.U.Leuven

Abstract: Micro-elektromechanische systemen (MEMS) werden voor het eerst geïntroduceerd in de jaren 60 in de vorm van druksensoren. De

technologie is snel geëvolueerd van innovatieve concepten tot praktische demonstraties en vroege producten. MEMS zijn tegenwoordig

"gemeengoed" geworden. De volgende stap in de microtechnologische ontwikkeling is de monolithische integratie van MEMS en de bijhorende

stuur- en uitleeselektronica op hetzelfde CMOS substraat. Door voor de structurele laag van de MEMS een polykristallijne silicium-germanium

(poly-SiGe) legering te gebruiken (in plaats van polykristallijn silicium) kan er met relatief lage procestemperaturen gewerkt worden. Dit laat onder

andere toe om MEMS te bouwen bovenop een CMOS circuit. Dit leidt tot kleinere en mogelijks goedkopere MEMS met verbeterde prestaties. In het

verleden heeft imec het potentieel van poly-SiGe voor MEMS integratie bovenop aluminium CMOS al bewezen door de presentatie van,

bijvoorbeeld, een geïntegreerde poly-SiGe micro-

Organisaties:

• Departement Elektrotechniek (ESAT)

Onderzoekers:

• Christina De Meyer

• María Del Pilar González Ruiz


Gas Balancing and Line-pack Flexibility. Concepts and Methodologies for Organizing and Regulating Gas Balancing in

Liberalized and Integrated EUGas Markets. (Gasbalancering en netwerkflexibiliteit. Concepten en methodologieën voor de

organisatie en regule

K.U.Leuven

Abstract: Om de efficiëntie van de aardgassector te verbeteren en zo de welvaart van de vele energieverbruikers in Europa te verhogen heeft de

EU besloten om de Europese aardgasmarkten te hervormen. Ontvlechting van de industrie in competitieve activiteiten productie en levering en

niet-competitieve gereguleerde netwerkdiensten, en de vrijmaking en integratie vande nationale aardgasmarkten vormen hierbij de hoekstenen.

Deze hervormingen zorgen nu voor nieuwe uitdagingen met betrekking tot het organiseren van een veilige, betrouwbare en efficiënte

aardgasbevoorrading waarbijde coördinatie van de verschillende onafhankelijke actoren cruciaal is.De balanceringsregels vormen een belangrijk

coördinatiemechanisme voor de werking van het aardgassysteem. Enerzijds moeten deze regels zorgen voor de continuïteit van het fysische

systeem door een evenwicht te bewaren tussen injectie, afname en opslag van gas binnen operationele limieten. Anderzijds moeten deze regels

zorgen voor een correcte allocatie

Organisaties:

• Afd. Toeg. Mechanica & Energieconversie

Onderzoekers:

• William D'haeseleer

• Nico Keyaerts

Verveling en dagelijks leven in de hedendaagse grafische roman.

K.U.Leuven

Abstract: De focus van dit onderzoek slaat op hedendaagse grafische romans die bij de lezer een gevoel van verveling en routine opwekken. Dit

wordt niet gedaan door te kijken naar het thema van de verveling, hoe belangrijk dat vandaag ook geworden is, maar door te zien of het idee van

verveling gelinkt is aan bepaalde structurele kenmerken van het werk. Het onderzoekzal zich toespitsen op de manier waarop bepaalde visuele

strategieën herhaling, minimalisme, tabulariteit- een impact hebben op de temporele dimensie van het werk en de verhaalslijn op deze manier

blokkeren. Het corpus bestaat uit hedendaagse grafische romans die het idee van vervelingcentraal stellen, meer bepaald het werk van Daniel

Clowes, Adrian Tomine en Chris Ware.

Organisaties:

• Literatuur en Cultuur

Onderzoekers:

• Jan Baetens

Eenzaamheid in de midden-adolescentie: Determinanten, correlaten en implicaties voor psychologische aanpassing

K.U.Leuven

Abstract: NL" lang="NL">Eenzaamheid in de adolescentie: Ontwikkelingsverloop, antecedenten, en gevolgen.Eenzaamheid wordt gedefinieerd als

de onaangename emotionele reactie op eendiscrepantie tussen iemands werkelijke en gewenste sociale netwerk. Eenzaamheidsonderzoek in de

adolescentie is bijzonder relevant omdat het sociale netwerk substantieel verandert tijdens deze periode. Tot op heden is er echter een gebrek aan

langdurige studies over eenzaamheid in de adolescentie en de overgang naar de volwassenheid. Dit doctoraat wil hieraan tegemoet komen en

onderzocht meer specifiek de ontwikkeling van eenzaamheid doorheen de adolescentie, in combinatie met de antecedenten, psychische gevolgen,

en de mechanismen die hieraan ten grondslag liggen.Een eerste doelstelling van dit doctoraat was het uitspitten van de relatie tussen eenzaamheid

en depressieve symptomen. Geeft eenzaamheid aanleiding tot depressieve symptomen, of omgekeerd, leiden depressieve symptomen tot meer

eenzaamheid doorheen de tijd? O

Organisaties:

• OE School- en Ontwikkelingspsychologie

Onderzoekers:

• Luc Goossens

• Janne Vanhalst

Verborgen krachten in de organisatie: een politiek model van organisatieverandering

K.U.Leuven

Abstract: Het vertrekpunt van dit onderzoek was dat veel veranderingen falen. Het lijkt wel of veranderingsprojecten bij voorbaat gedoemd zijn om

te mislukken. Tal van studies over het succes of falen van veranderingsprogrammas geven een faalratio van rond de 70% (voor een overzichtvan

de faalratios die vermeld worden in verschillende studies. Daarenboven blijft deze faalratio constant over de jaren heen. De vraag die in dit

onderzoek gesteld werd, is of aan dit falen geen dieperliggende politieke oorzaken ten grondslag liggen. De hypothese werd geformuleerd dat een

politieke benadering van organisatieverandering een betere verklaring geeft voor het falen of slagen van veranderingen. Veranderingsprojecten

worden voortdurend doorkruist door allerhande obstakels en belemmeringen die een politieke invloed laten vermoeden en waarop de gangbare

veranderingsmodellen geen adequaat antwoord kunnen formuleren.Een wetenschappelijk antwoord op deze hypothese was niet eenvoudig te

formuleren. Al vroeg in

Organisaties:

• OE Centrum voor Sociologisch Onderzoek

Onderzoekers:

• Geert Van Hootegem

• Guido Maes

Analyse van Li-silicaatoplossing

Universiteit Hasselt

Abstract: Deze offerte kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds het onderzoeksinstituut TANC (UHasselt) en anderzijds Heraeus

Electro-Nite International. Het onderzoeksinstituut TANC levert aan Heraeus Electro-Nite International de onderzoeksresultaten naar 'Analyse van

Li-silicaat oplossing' onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Toegepaste en Analytische Chemie

• Instituut voor Materiaalonderzoek

Onderzoekers:

• Robert CARLEER

Identificatie van aviaire pathogene Escherichia coli genen specifiek geïnduceerd gedurende kippeninfecties via

recombinase-gebaseerde in vivoexpressie technologie

K.U.Leuven

Abstract: Aviaire pathogene Escherichia coli (APEC) behoren tot de extra-intestinale pathogene Escherichia coli (ExPEC) van mens en dier. APEC

veroorzaakt gelokaliseerde colibacillosis of systemische infecties bijpluimvee. Deze laatste begint als een infectie van de bovenste luchtwegen om

zich vervolgens te ontwikkelen tot een systemische infectie.In het algemeen zijn ExPEC gekarakteriseerd door een grote verscheidenheid aan


virulentie geassocieerde factoren die mogelijk deel uitmaken vande pathogenese. De belangrijkste virulentiefactoren die duidelijk ExPECen ook

APEC definiëren zijn echter nog niet geïdentificeerd. Daarbij iser weinig kennis over de pathogenese van APEC. ExPEC kan niet

duidelijkonderscheiden worden door moleculaire epidemiologie waardoor onderscheid tussen aviaire ExPEC en humane ExPEC bemoeilijkt wordt.

Dit kan mogelijk een zoönotische risico vormen. Het hoofddoel van deze studie was de identificatie van genen van APEC stammen die specifiek

geïnduceerd worden tijdens infectie

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Bruno Goddeeris

• Huruma Nelwike Tuntufye

FT IR onderzoek van een contaminatie op rubberen stoppen

Universiteit Hasselt

Abstract: Deze offerte kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds het onderzoeksinstituut TANC (UHasselt) en anderzijds Datwyler

Pharma. Het onderzoeksinstituut TANC levert aan Datwyler Pharma de onderzoeksresultaten naar 'FT IR onderzoek van een contaminatie op

rubberen stoppen' onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Toegepaste en Analytische Chemie

• Instituut voor Materiaalonderzoek

Onderzoekers:

• Robert CARLEER

DSC analyse voor 1 staal

Universiteit Hasselt

Abstract: Deze offerte kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds het onderzoeksinstituut TANC (UHasselt) en anderzijds Oleon. Het

onderzoeksinstituut TANC levert aan Oleon de onderzoeksresultaten naar 'DSC analyse voor 1 staal' onder de voorwaarden zoals vastgelegd in

voorliggend contract.

Organisaties:

• Toegepaste en Analytische Chemie

• Instituut voor Materiaalonderzoek

Onderzoekers:

• Robert CARLEER

De rol van processen op electronschaal in het botsingsvrije magnetische reconnectieregime

K.U.Leuven

Abstract: Wetenschap uit de toekomstige ruimteopdracht MMS. Wij zal doen simulaties voor de MMS mission. De simulatie zijn over magnetic

reconnection in plasmas. Wij gebruiken onze state of the art computer methodes. De belangreikste code is Celeste3D die wij gbruik voor magnetic

reconneciton simulaties. De MMS mission is een NASA opdracht van 4 satellieten om reconnection te bestuderen. Wij hulpen de NASA MMS

mission en studeren nieuwe fundamentele problemen in magnetische reconnection.

Organisaties:

• Afdeling Plasma-astrofysica

Onderzoekers:

• Giovanni Lapenta

• Andrey Divin

Nieuwe bacteriofagen voor de biocontrole van Dickeya spp. in de aardappelproductieMicrobiologische karakterizering en

controleperspectieven

K.U.Leuven

Abstract: De bacteriële pathogeen Dickeya spp. is een belangrijke oorzaak van economische verliezen in verschillende landbouwgewassen en

sierplanten. Specifiek voor de aardappelproductie is Dickeya solani een nieuw verschenen, virulenter Dickeya type, voorkomend in West-Europa.

De bacterie veroorzaakt zwartbenigheid (stengelrot) op het veld enzachtrot van de knollen. Omdat er geen chemische

gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar zijn tegen deze pathogeen, richt het onderzoek zich meerop biocontrole door middel van antagonisten of

(bacterio)fagen. Deze studie onderzoekt het gebruik van fagen in de controle van Dickeya solani-infecties in de aardappelteelt, een strategie die

faagtherapie wordt genoemd. Bacteriofagen of bacteriële virussen infecteren specifiek bacteriën en gebruiken de bacteriële cellen om zichzelf te

repliceren. Virulente fagen doden hun gastheercellen en zijn daardoor ideale bacteriële controleagentia.Tijdens het onderzoek werden vier nieuwe

fagen geïsoleerd, de fagen LIMEligh

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Maurice De Proft

• Evelien Adriaenssens

Onderhandeling op korte en middellange termijn ondersteund door analyse van personeelsplanningsproblemen in

ziekenhuizen

K.U.Leuven

Abstract: Wereldwijd ontstaat er een personeelstekort in de zorgsector. Enerzijdsis er de hogere levensverwachting die leidt tot de vergrijzing van

de bevolking. Het aantal zorgverleners nodig om bejaarden de nodige opvang en zorg te verstrekken stijgt. Anderzijds wordt het huidige

zorgpersoneelouder waardoor een significant deel de (vervroegd) pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Een mogelijke oplossing is het efficiënter

inzetten van het huidige zorgpersoneel.Een typisch, veelvuldig onderzocht probleem in deze context is het personeelsplanningsprobleem in een

ziekenhuis voor het opstellen van uurroosters voor het verpleegkundig personeel. De laatste jaren werden gedetailleerde modellen opgesteld en

geavanceerde algoritmen ontwikkeld om automatisch roosters op te stellen, meestal per afdeling van een ziekenhuis. In deze thesis bestuderen we

dit personeelsplanningsprobleem op korte en middellange termijn. Op korte termijn laten we de verschillende afdelingen in een ziekenhuis

samenwerken. Door

Organisaties:

• Subfaculteit Wetenschappen Kulak

Onderzoekers:

• Patrick De Causmaecker

• Stefaan Haspeslagh


Misclassificatie in multilevel modellen met toepassing op tandbederf onderzoek

K.U.Leuven

Abstract: Epidemiologische studies streven naar associaties tussen risicofactoren en / of bepalende factoren en het optreden van ziekte te

verkennen. Het kwantificeren van het effect, is het belangrijk dat de risicofactoren en de resultaten worden geregistreerd zonder fouten. Vaak

verkregen de metingen zijn lawaaierig (foutgevoelige) versies van de echte onderliggende hoeveelheid primair belang leidt tot onrechte uitkomsten

(voor categorische gegevens).In dit proefschriftonderzochten we de misclassificatie proces in het detecteren van de aanwezigheid of afwezigheid

van CE. In het bijzonder, onderzochten we verschillende misclassificatie mechanismen bij het scoren van CE-gegevens.De hiërarchische

datastructuur (oppervlakte binnen tand in de mond) werd ook in aanmerking genomen. Multilevel modellen voor prevalentie,sensitiviteit, specificiteit

en kappa werden onderzocht. Aangezien een carieuze oppervlak kan het verval proces van de naburige oppervlakken beïnvloeden, werden de

modellen ook uitgebre

Organisaties:

• L-BioStat

Onderzoekers:

• Dominique Declerck

• Emmanuel Lesaffre

• Geert Verbeke

• Timothy Mutsvari

De zoektocht naar toxine-afgeleide modulatoren voor spanningsafhankelijke natriumkanalen en hun in vivo effecten in

auto-immune encephalomyelitis

K.U.Leuven

Abstract: Spanningsafhankelijke natriumkanalen (afgekort als Nav) zijn kleine eiwitten die zich in het celmembraan bevinden van prikkelbare cellen,

zoalszenuwcellen. Bij het ontstaan van een elektrische prikkel functioneren ze als een sluis voor natriumionen die de cel instromen. Ze spelen

bijgevolg een belangrijke rol in het geleiden van elektrische signalen in hetmenselijk lichaam. Omwille van deze cruciale rol leidt een defect in deze

kanalen onvermijdelijk tot ernstige afwijkingen. Zo liggen beschadigde kanalen aan de basis van ziektes zoals epilepsie en bepaalde

hartaandoeningen. Recent werd nu ook aangetoond dat deze kanalen een rol kunnen spelen in het ontstaan van MS. Deze ziekte wordt

gekenmerkt door de afbraak van het isolerende myelinelaagje rond de zenuwen, een sterke ontstekingsreactie in het zenuwstelsel en op langere

termijn het verlies van zenuwen in het centraal zenuwstelsel. Er bestaan verschillende types natriumkanalen, die elk een ander nummer hebben.

Voor enkele types werden

Organisaties:

• Lab Toxicologie en Bromatologie

Onderzoekers:

• Jan Tytgat

• Marijke Stevens

Analyse van serine proteasen en serine protease inhibitoren: evolutionaire en structurele inzichten

K.U.Leuven

Abstract: Serine proteasen katalyseren de hydrolyse van peptide bindingen in eiwitten metbehulp van een serine residu in de actieve plaats. In

zowel prokaryoten als ineukaryoten, is digestie de hoofdfunctie van de serine proteasen, maar ze komeneveneens tussen in tal van

fysiologischeprocessen zoals de bloedstolling en deimmuun response. De activiteit van deze enzymes wordt geinhibeerd door weer eenandere

groep eiwitten, gekend als serpines (SERine Protease INhibitorS), welkebijgevolg een heel belangrijke rol spelen bij de controle en regulering van

tal vanprocessen. Hoewel het onderzoek naar deze eiwitten intens is en dus het aantalgegevens dat ter beschikking is vanuit verschillende

experimentele en computationelestudies indrukwekkend, blijven toch heel wat vragen onbeantwoord.Het eerste deel van deze thesis handelt over

neuroserpine, een serine proteaseinhibitor van weefseltype plasminogeen activator (tPA), een serine protease dat eenbelangrijke regulator is van

o.a. de bloedstroom naar herse

Organisaties:

• Computerwetenschappen Kulak

Onderzoekers:

• Patrick De Causmaecker

• Srikeerthana Kuchi

Een contextuele catechese in de diocese van Hakha, Myanmar: een oproep voor een paradigmale verandering

K.U.Leuven

Abstract: This doctoral project will be an integral approach on researching on the present problems with regard to a contextual catechesis and

implementing a new methodology for an effective catechesis in a heterogeneous religious context in the Catholic church in Myanmar (Burma). The

Catholic church has been a minority church over fifty years in Myanmar, predominantly a Buddhist country where Christianity consists of only five

percent of its population. In view of the mission of the Catholic church, there is no doubt that religious education plays a significant and important

role. However, religious education has not been really effective because the church is confronted with some obstacles. Therefore, this project will

explore some of the predominant obstacles and try to introduce a new and effective catechetical approach with a new methodology. First of all this

dissertation will make a situation analysis of Myanmar and explicate the indispensable scope of this research. In this perspective w

Organisaties:

• Onderzoekseenheid Pastoraaltheologie

Onderzoekers:

• Didier Pollefeyt

• Lucas Tha Ling Sum

Anomalous monism and the messy world

K.U.Leuven

Abstract: The aim of this project is to develop a form of anomalous monism as a general model for the relations between different sciences,

especially between physics and chemistry. The status of ontological thinking in the philosophy of science will play a central role in my investigation.

As ingredients I will primarily use, integrate, and modify the notion of a dappled world proposed by Nancy Cartwright, van Brakels version of

anomalous monism tailored specifically to the relation between physics andchemistry, and Ereshefskys eliminative pluralism.

Organisaties:

• OE Centr. Logica en Analyt. Wijsbegeerte

Onderzoekers:

• Jaap Van Brakel

• Min Ou Yang

Impact van Instant Messaging op het leven van adolescenten


K.U.Leuven

Abstract: Dit doctoraatsproject buigt zich over de rol van nieuwemedia in de Modernesamenleving, meer bepaald de latente functies van

nieuwecommunicatietechnologie. Nieuwe media zijn namelijk niet alleenfunctioneelwanneer we ze effectief gebruiken. Ook wanneer we niet

effectief aanhetbellen, smsen, ... zijn, is het beschikken over de technologiebetekenisvolvoor de gebruiker. Deze studie spitst zich toe op 3 latente

functiesvan nieuwe media (met vooral de gsm als type-voorbeeld): (1)Verbondenheid: de gebruiker voelt zich verbonden met anderendoor het

voortdurende potentiële contact (de gsm als psychologicalneighbourhood), (2) Veiligheid: de technologie verschaft de gebruikereengevoel van

veiligheid (de gsm als rituele totem) ondanks de risicosdie aangsm-gebruik verbonden zijn, en (3) Status: de technologie verschaft,vooral

bijadolescenten, identiteit en status aan de gebruiker (de gsm als statussymboolof lifestyle item).

Organisaties:

• OE School vr Massacommunicatieresearch

Onderzoekers:

• Keith Roe

• Maria Vanden Abeele

Begenadigde Fundamenten. Problemen en mogelijkheden van religieuze ervaring als een categorie voor interreligieuze

dialoog.

K.U.Leuven

Abstract: De fundamentele vraag die dit doctoraatsproject stuurt, gaat over hoe het thema van religieuze ervaring kan functioneren als een

categorie voorinterreligieuze dialoog. Het gaat m.a.w. om reële conversaties tussen personen uit verschillende tradities die bereid zijn om van

elkaar te leren door hun verhalen en waarden te delen. Een antwoord op onze vraag wordt onderzocht door gebruik te maken van de filosofische

en theologische bijdragen van Bernard Lonergan (1904-1984). Lonergan beweerde dat religieuze ervaring niet afdoende kon begrepen worden los

van concrete handelingen. Op basis van dit inzicht moet elke dialoog van religieuze ervaringrekening houden met religieuze praktijk (d.w.z.

devotionele en ethischepraxis). De belangrijkste hypothese van deze dissertatie is dat religieuze ervaring een betekenisvolle categorie is voor die

personen die expliciet betrokken zijn in een traditie en ernaar streven hun leven in te richten volgens haar leringen en praktijken.

Organisaties:

• OE Systematische Theologie

Onderzoekers:

• Terrence Merrigan

• John Rogers Friday III

De behandeling van geïnterneerden in forensisch psychiatrische contexten. Een exploratief multimethod onderzoek naar

effectieve behandelingsmodellen en voorwaarden ter implementatie in een forensisch psychiatrisch centrum, met

aandacht voor specifieke doe

Hogeschool Gent

Abstract: Door verschillende auteurs is de laatste jaren gewezen op de precaire situatie van de geïnterneerden in België. Hoewel de overheid het

belang van behandeling erkent moeten we vaststellen dat er nood is aan een gedegen en voldoende therapeutisch aanbod voor geïnterneerden.

Om hieraan tegemoet te komen besliste de Minister van Justitie recent positief advies te verlenen aan de bouw van twee Forensisch Psychiatrische

Centra (FPC), waarvan één in Gent en één in Antwerpen.

De hoofddoelstelling van dit project bestaat erin om voorstellen te formuleren met betrekking tot de inhoudelijke en vormelijke invulling van het

therapeutisch programma van het in Gent geplande FPC. In concreto worden twee subdoelstellingen vooropgesteld:

1.In kaart brengen van de ‘state of the art’ met betrekking tot bestaande en momenteel gebruikte behandelingsmodellen en -methodieken voor

specifieke doelgroepen (i.c. personen met persoonlijkheidsstoornissen, psychotische stoornissen, verstandelijke beperkingen, seksuele

stoornissen, etc.) binnen de geïnterneerde populatie, zowel in het buiten- als binnenland.

2.Komen tot aanbevelingen met betrekking tot belangrijke voorwaarden om bestaande behandelingsmodellen aan te passen aan en te

implementeren in een FPC.

Het onderzoek wordt onderverdeeld in vier onderzoeksfasen, gespreid over drie jaar.

Fase 1: literatuurstudie en in kaart brengen en bezoeken van ‘good practices’

Uitvoering van een – op de richtlijnen van de Cochrane Collaboration afgestemde - systematische review gebruikmakend van de courante

wetenschappelijke databanken. De voornaamste bedoeling behelst het inventariseren van de juridische en beleidsmatige aspecten met betrekking

tot internering in binnen- en buitenland en het in kaart brengen van de beschikbare behandelingsmodellen voor specifieke populaties.

Op basis van deze literatuurstudie en contacten met experten wordt nagegaan in welke diensten geïnterneerden opgenomen zijn, welke

behandeling daar voorzien wordt, op welke achterliggende theorieën deze modellen gebaseerd zijn, etc. Deze ‘good practices’ zullen worden

geïnventariseerd en eventueel bezocht.

Fase 2: Kwalitatief onderzoek - Delphi-methode

Een aantal uit fase 1 afgeleide stellingen worden voorgelegd aan binnen- en buitenlandse experten aan de hand van de Delphi-methode.

Fase 3: Participerende observatie en ‘effect’studie

Uit de ‘good practices’ worden, via purposeful sampling enkele voorzieningen geselecteerd, waar een effectmeting met gestandaardiseerde

meetinstrumenten zal plaatsvinden. Via participerende observatie worden de sleutelprocessen van de behandelingsvormen in kaart gebracht.

Fase 4: Integratie van de bevindingen

In deze fase wordt aandacht besteed aan de integratie van de bevindingen uit fase 1, 2 en 3 en het formuleren van voorstellen tot behandeling.

Organisaties:

• Departement Sociaal-agogisch werk

• Departement Gezondheidszorg Vesalius

• Vakgroep Orthopedagogiek

• Vakgroep Nursing

Onderzoekers:

• Stefaan De Smet

• Wing Ting To

• Stijn Vandevelde

Actieve vraagsturing om optimaal in te spelen op de beschikbaarheid vangedistribueerde energiebronnen

K.U.Leuven

Abstract: Momenteel stimuleren de elektriciteitsleveranciers de spreiding van de belasting in de residentiële en tertiaire sector enkel op indirecte

wijze, namelijk via een dag-nachttarief en een weekendtarief. Dit laat echter niet toe het energieverbruik af te stemmen op het fluctuerend

energieaanbod afkomstig van gedistribueerde hernieuwbare energiebronnen. Om optimaal in te spelen op dit fluctuerend energieaanbod is een

actieve en intelligente houding van de elektrische energieverbruikers nodig: actieve vraagsturing genoemd.Dit doctoraat wil enerzijds de

mogelijkheden van actieve vraagsturing onderzoeken en de economische en energetische besparingen die het kan bieden kwantitatief evalueren.

Voor de eindgebruiker zal het economisch voordeliger zijn om zoveel mogelijk de eigen (lokaal) geproduceerde energieook zelf te gebruiken

wanneer die beschikbaar is. Verder wordt ook onderzocht in welke mate de invloed van gedistribueerde opwekking op het distributienet beperkt kan

worden door het opgenom


Organisaties:

• Afdeling ESAT - ELECTA

Onderzoekers:

• Geert Deconinck

• Bert Vande Meerssche

Structuur-functie analyse van de verschillende gamma-secretase complexen.

K.U.Leuven

Abstract: In de opmerkelijke familie van intramembrane-klievende proteasen is γ-secretase van bijzonder functioneel belang. Zijn uitgebreide

lijst van fysiologische substraten maakt van het enzym een belangrijke speler in een overvloed van intracellulaire cascades.#947;-secretaseis onder

meer verantwoordelijk voor de verwerking van amyloïd precursorproteïne (APP) in amyloïd-beta peptide (Aß), een belangrijke stap in decomplexe

pathologische cascade die leidt tot Alzheimer disease (AD). Hoewel de betrokkenheid van#947;-secretase in de pathogenese van AD vrij goed

begrepen is vanuit een genetisch oogpunt, zijn de biochemische en structurele studies gericht op het ontcijferen van het mechanisme van de

werking van het enzym, nog steeds zeer uitdagend. Dit is vooral een gevolg van de hydrofobiciteit en de heterogeniteit van dit multi-proteïne

complex. In dit project stellen wij de ontwikkeling van krachtige tools voor, zoals op grote schaal expressie en zuivering van verschillende#947;secre

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Bart De Strooper

• Alexandra Tolia

Engineers in Belgium 1830-1865

K.U.Leuven

Abstract: Engineers played a key role in the industrialisation, #technisation# and mechanisation of modern society. They were not merely perceived

as neutral experts, but rather as highly esteemed, even pivotal figures in society, as partners and actors in the development of modernity. The

complex interaction between the engineers as a professional group and modern society has only rarely been the subject of a systematic historical

analysis; also, current research on the subject often lacks an international framework and perspective.

This research will focus on the professional self-image of engineers, the way in which they represented themselvesas technical and managerial

experts, c.q. the societal functions and characteristics ascribed to them in civil society. In particular, we will investigate how these representations

interacted with the development ofthe modern engineering sciences (c.q. the scientific and professional training of the engineers), the nineteenthcentury

#économie politiq

Organisaties:

• Departement ASRO

Onderzoekers:

• Krista De Jonge

• Willemijne Linssen

The Evaluation of Monument Conservation, as an Implied Process to Define Restoration

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Bouwmaterialen en -technieken

Onderzoekers:

• Koenraad Van Balen

Bone remodeling in the distal forearm

K.U.Leuven

Abstract: Osteoporose is de meest voorkomende botziekte en treft miljoenen personen. Osteoporose wordt gekarakteriseerd door een lage

botmassa en een structurele achteruitgang van het botweefsel, wat leidt tot een verhoogd risico op botbreuken. Voor een individu leiden botbreuken

tot een sterke vermindering van de levenskwaliteit; voor de gemeenschap leiden botbreuken jaarlijks tot enorme kostenposten. Het doel van dit

project is om de personen met een risico op botbreuken beter te identificeren. Meer specifiek zullen we biopt-gebaseerde

botremodelleringsalgorithmen verder ontwikkelen voor de simulatie van botstructuur in vivo. De simulatiemodellen zullen worden gevalideerd op

basis van klinische data van de botmicro-architectuur. Onze centrale hypothese is dat leeftijdsgerelateerde veranderingen in botmassa en

botarchitectuur kunnen worden bepaald door specifieke hormonale, biochemische en biomechanische parameters.

Organisaties:

• Afdeling Biomechanica

Onderzoekers:

• Gerrit van Lenthe

• Ingrid Knippels

Investigation of In-use Stiction and Adhesion in Poly-SiGe MEMS (Onderzoek naar stictie en adhesie van poly-SiGe

MEMS)

K.U.Leuven

Abstract: Stictie van bewegende onderdelen in micro-electromechanische systemen (MEMS) is meestal een niet gewenst schadefenomeen,

uitgezonderd in bepaalde toepassingen zoals memory switches waar een tijdelijke adhesie gewenst is. De oorzaak van stictie en de controle ervan

zijn op heden nog niet volledig begrepen.Doel van dit onderzoek is de studie van stictie en adhesie in MEMS en MEMS-verpakkingen aan de hand

van verschillende teststructuren en technieken. Dit vereist het ontwerpen en het testen van nieuwe aangepaste teststructuren en het aantonen van

de bruikbaarheid van bestaande testtechnieken. Parameters die een rol spelen bij stictie zullen onderzocht worden en er zal nagegaan worden of er

een mogelijkheid bestaat om de oppervlakte-eigenschappen van MEMS te wijzigen om stictie te sturen. Daartoe zullen verschillende zelfassemblerende

monolagen (SAM) aangewend worden, hun effect op stictie zal onderzocht worden, en hun betrouwbaarheid zal nagegaan worden.

Organisaties:

• Functionele Materialen

Onderzoekers:

• Jean-Pierre Celis

• Fangzhou Ling


The Liberalization Process of EU Energy Market: Future of Power Exchanges

K.U.Leuven

Abstract: Continuing the liberalization trend of electricity sector within each Member States, the European energy regulations has advanced its

subjects to the higher level of coordination between nations. Electricity is now in concerns of cross-border trading while Regional Initiatives

establishment is the interim step for the target of one single European power market where national borders do not exist and all Europe markets is

integrated and treated as a whole.However, the national diversity and specific features of electricity sectors (network constraints, natural monopoly,

deep specific assets, etc) create numerous obstacles for the process. An acceptable market designhas to adequately solve the problems of network

limited capacity, strategic behaviors of various participants and players, gaps between nations development and liberalization, conflicts among

national objectives, etc In addition, the concern of energy crisis raises the question of stronger integrating renewable sources int

Organisaties:

• Afdeling ESAT - ELECTA

Onderzoekers:

• Ronnie Belmans

• Quynh Chi Trinh

Feature Extraction and Machine Learning Techniques for Various Text Mining Tasks

K.U.Leuven

Abstract: De thesis onderzoekt de implementatie, toepassing en evaluatie van feature extractie en machine leren technieken voor verscheidene text

mining taken die opereren op internetdocumenten. Alle technieken vereisen de beschikbaarheid van tekstuele corpora, die voor deze thesis

geschreven zijn in het Engels, Nederlands en Frans. Associatiemetrieken worden gebruikt voor het extraheren van domeinspecifieke terminologie

uit teksten, of,voor het detecteren van visuele entiteiten en hun visuele attributen inteksten. Bij sentimentanalyse wordt de mening van de schrijver

over eenonderwerp geclassificeerd als positief, negatief of neutraal (objectief). We verbeteren de standaard opstellingen van machineleren door

gebruikte maken van features toegespitst op linguïstische problemen en door het gebruik van leeralgorithmen in een watervalarchitectuur. Het

probleem van onvoldoende data voor de leeralgorithmen wordt aangepakt met het gebruik van active learning technieken. Ten slotte is er het

herkennen v

Organisaties:

• Afdeling Informatica

Onderzoekers:

• Marie-Francine Moens

• Erik Boiy

Fysiologische rol en in vivo effecten van pacifastine-verwante protease-inhiberende peptiden bij insecten.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Dierenfysiologie en Neurobiologie

Onderzoekers:

• Jozef Vanden Broeck

• Bert Breugelmans

Tau-gebaseerde Mabs en Vaccins: ontwikkeling en pre-klinisch testen vandiagnostisch en therapeutisch potentieel in

transgene modellen van Tauopathy Alzheimer's dementie.

K.U.Leuven

Abstract: Immunotherapie is veelbelovend om pathologische proteine-conformeren teneutralizeren die neurodegeneratie veroorzaken, met best

gekende voorbeeld Alzheimer's dementie (AD). Intra-neuronale aggregaten van gefosforyleerd proteïne tau zijn echter even typisch en diagnostisch

voor AD, en correleren bovendien in tijd en plaats beter met de progressie van de dementie.Vaccinatie is nog niet grondig getest als behandeling

van tauopathie, met slechts één experimentele studie bekend in transgene muizen. De duidelijke verbetering door vaccinatie vormen een sterke

aansporingvoor diepgaand onderzoek in deze nieuwe, veelbelovende richting. Het doel van dit kennis-platform is tweeledig: (i) fundamentele kennis

opdoen van mechanismen waardoor proteïne tau, c.q. zijn post-translationeel gewijzigde isovormen, neuronen beschadigen en eventueel doden;

(ii) fundamentele kennis vertalen naar therapeutische en diagnostische pre-klinische toepassingen.nbsp;

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Joris Winderickx

• Freddy Van Leuven

Het ontrafelen van de rol van zuurstofsensoren in kanker: inzichten voor nieuwe therapeutische perspectieven.

K.U.Leuven

Abstract: Kanker progressie hangt af van de angiogene switch waardoor celdeling verdergaat ondanks de beperkingen in de micro-omgeving van

de tumor. Desondanks is de vasculatuur van de tumor structureel en funktioneel verstoord.De resulterende hypoxia toestand is een belangrijke

conditie in kanker en geeft tevens aanleiding tot het kwaadaardig karakter van tumoren. De aanpassing aan de hypoxische omgevingactiveert HIF

transcriptie factoren, die op hun beurt geregeld worden door prolyl-hydroxylases (PHD) oxygen sensor proteines. Recente studies tonen aan dat

deze HIFs een belangrijke rol spelen in tumor progressie en gecorreleerd is meteen lage overlevingskans en een groter risico op ontwikkeling van

metastasen. Tumoren bestaan, naast kanker cellen, ook uit stroma, een complexcellulair netwerk van endotheel cellen, kanker-gerelateerde

fibroblasten en inflammatoire cellen die de kanker cellen omgeven en er zeer intensief mee interageren. Echter, weinig is gekend over deze

interactie, meer bepaald

Organisaties:

• Moleculaire Oncogenese en Angiogenese

Onderzoekers:

• Peter Carmeliet

• Massimiliano Mazzone

• Rodrigo Leite-de-Oliveira

Bioinformatica:ontwikkelen van een dataintegratie platform voor netwerkanalyse.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica


Onderzoekers:

• Kathleen Marchal

• Hendrik Blockeel

• Luc De Raedt

Exploreren van nieuwe anti-kanker strategieën via manipulatie van het endotheliale cel metabolisme.

K.U.Leuven

Abstract: Net zoals tumorcellen produceren endotheelcellen (EC) energie via aerobe glycolyse, wat wijst op hun voorkeur om glucose anaeroob af

te breken ook al is er voldoende zuurstof in de cel aanwezig. Het is echter onduidelijk of deze metabole reprogrammering noodzakelijk is om hen

toe te laten de hypoxische tumor binnen te dringen en te vascularizeren. Meer nog,de rol van de EC mitochondriën, als "metabole kerncentrale" is

momenteel onduidelijk. Dit project heeft daarom als doel de metabole eigenschappen van EC te karakteriseren en te manipuleren, tijdens

migratie/proliferatie maar ook in een stabiel bloedvat, met de nadruk op de rol van de mitochondriën. Verder zal ik nagaan of gerichte interventie in

EC-specifieke pathways kan aangewend worden om de efficiëntie van anti-kanker therapie te verhogen.Om deze doelen te bereiken zal ik gebruik

maken van verschillende in vitro en in vivo technieken die mij toelaten om de volgende dingen na te gaan: 1) expressie van metabole genen in

migrerende/

Organisaties:

• Angiogenese en Neurovasculaire Link

Onderzoekers:

• Peter Carmeliet

• Katrien De Bock

De tegengestelde krachten van de moraal. Friedrich Nietzsche and Charles Taylor over zin, moraal en postmoderniteit.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit onderzoek biedt – voor de eerste keer – een confrontatie tussen twee filosofen die op het eerste gezicht elkaars tegenpolen zijn:

Friedrich Nietzsche (1844-1900), denker van het nihilisme en 'de dood van God', en Charles Taylor (*1931), filosoof van de 'sterke waardering'

(strong evaluation) en de onvermijdelijkheid van zingeving. Echter voor beide filosofen staat vast dat de postmoderne mens in een fundamentele

identiteitscrisis verkeert door het verlies van een evidente betekenishorizon. Beiden erkennen bovendien ten diepste dát de postmoderne mens zich

moreel gezien in een spanningsveld bevindt, en dat het er op aan komt zich te leren bewegen temidden van de tegengestelde krachten van de

moraal. Juist in en door de dialoog tussen Nietzsche en Taylor wordt het mogelijk de voorwaarden te onderzoeken van een 'derde weg', tussen de

extremen van fundamentalisme en moreel relativisme.

Organisaties:

• Centrum voor ethiek

Onderzoekers:

• Willem Lemmens

• Guido Vanheeswijck

• Michiel Meijer

De vorming van pre-electorale coalities. Een vergelijkende en exploratieve benadering.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Algemene presentatie van het onderzoeksthema Coalitievorming heeft binnen de politieke wetenschappen ruime aandacht gekregen.

Coalities zijn inderdaad een belangrijk aspect in de competitie tussen partijen voor bestuursmacht. Het begrijpen en verklaren van het gevormde

coalitietype en van welke partij meer kans heeft ertoe te behoren, zijn daarom belangrijke onderzoeksvragen. In de pogingen om deze vragen te

beantwoorden, zijn theorieën over coalitievorming constant geëvolueerd. Dit onderzoeksveld heeft voortdurend zijn theoretische modellen

aangepast in een poging om succesvol de uitkomst van het onderhandelingsproces tussen verkiezingen en regeringsvorming te voorspellen. Ze

omvat theorieën uit een waaier aan disciplines binnen de politieke wetenschappen in zijn ruimste zin. 'Rational choice' theorie, speltheorie, microeconomische

analyse, enz. hebben alle een bijdrage geleverd aan onze hedendaagse kennis over coalitievorming. Één van de meest recente

aanpassingen en uitbreidingen in deze literatuur, is de verhoogde aandacht voor de institutionele factoren die de keuzes en het gedrag van de

partijpolitieke actoren bepalen. Deze institutionele factoren zouden ons in staat moeten stellen te begrijpen en te verklaren waarom de klassieke

'rational choice' georiënteerde voorspellingen in sommige landen beter werken dan in andere. Een andere verandering is de poging om een meer

kwalitatieve benadering te gebruiken. Eerder dan te proberen om de overkoepelende mechanismen verder te corrigeren, hebben een aantal

auteurs opgeroepen en zich ingezet om onderzoek te doen in een poging om de 'black box' van het coalitievormingsproces te openen. Dit vergt een

meer kwalitatieve en 'bottomup' methodologie. Één van de elementen die echter tot dusver ontbreekt, is de aandacht voor pre-electorale coalities of

kartels. Deze zijn relevant omdat ze een deel zijn van de set van onafhankelijke of interveniërende variabelen die de uitkomst van coalitievorming

kunnen verklaren. Maar hun effect en impact gaan verder dan dat. Kartels beïnvloeden de electorale competitie en daardoor ook de reactie van de

kiezers op het electorale aanbod. Ondanks de argumenten om kartels te bestuderen, vertelt het huidig onderzoek ons er zeer weinig over.

Onderzoeken die kartels toch aanraken focussen zich vooral op regeringscoalities. Zowel in kwantitatief als kwalitatief onderzoek worden kartels

verwaarloosd. 'Case studies' vermelden kartels wel af en toe, maar vaak slechts als een interessant randfenomeen (Golder, 2006). Het gebrek aan

aandacht voor kartels is tegelijk treffend en verbazingwekkend. Kartels komen immers vaak voor. In een onderzoek van Sona Golder (2006), een

van de eerste en enige onderzoekers die getracht hebben een allesomvattend model op te stellen voor kartelvorming, waren er 240 kartels tussen

1946 en 2002 op het nationale niveau in 23 geïndustrialiseerde parlementaire democratieën. 70% van deze kartels vormden later ook effectief de

regeringscoalitie. Dit percentage zou nog hoger liggen als ze ook de regeringscoalities meetelde waarbij het kartel samen met een andere

regeringspartner bestuurde. 147 (47,8%) van de 364 wetgevende verkiezingen in het onderzoek telden ten minste één kartel. Dat betekent dat in

ongeveer een vijfde (19,2%) van alle verkiezingen die Golder bestudeerde, er een regering werd gevormd op basis van een pre-electorale

coalitieovereenkomst. Toen Müller & Strøm (2000) de formele coalitieakkoorden in West-Europese landen bestudeerden, kwamen ze tot de

conclusie dat wanneer men alle coalitieregeringen in acht nam, vele beschikten over een 'identificeerbaar coalitieakkoord', en dat meer dan een

derde van deze akkoorden gesloten werden voor de verkiezing. Kartels omvatten bovendien ook een normatieve component. Men zou kunnen

stellen dat kartels de mogelijkheid bieden om de beste elementen van de meerderheidsvisie op democratie (verhoogde verantwoordelijkheid,

transparantie, identificeerbaarheid van de overheid, sterke mandaten) met de beste elementen van de proportionele visie (ruime keuze, beter

weerspiegeling van kiezersvoorkeuren in het bestuur) te combineren (Golder, 2006). Pre-electorale coalities vormen een belangrijk element in het

functioneren van de democratische overheid (die gebaseerd is op partijen). Daarom geloven we dat het nuttig en belangrijk is om onze kennis over

kartels uit te diepen en te verbreden. Concepten en theorieën In de eerste plaats moeten we de definitie van een kartel verduidelijken. Is het

voldoende dat een partijleider publiekelijk bekend maakt dat hij met een bepaalde partner wenst te regeren? Is een geschreven overeenkomst

nodig? Moet deze overeenkomst naar de kiezer worden gecommuniceerd? We zullen een continuüm gebruiken, voorgesteld door Golder (2006),

om de omvang van kartels te bepalen. Dit continuüm varieert van nominatieakkoorden tot een publiek engagement om samen te regeren en zal

worden aangevuld met de bijdrage van Duverger (1972) die de nood aan een geschreven coalitieakkoord kort aanraakte. We bouwen ook verder

op de bestaande pogingen om kartels te verklaren. Er bestaan ruwweg 2 hypothesen hieromtrent. De eerste werd aangedragen door Shepsle &

Bonchek (1997) en Strøm, Budge & Laver (1994) en behandelt het aspect van de kiessystemen. Hoe disproportioneler het kiessysteem, hoe groter

de stimulans voor kartelvorming. Het argument hier is vrij duidelijk: indien een electoraal systeem voortdurend grotere partijen bevoordeelt, zullen

partijleiders aangemoedigd worden om een alliantie te vormen met andere partijen voor de verkiezing. Golder (2006) voegt hier nog een

bijkomende voorwaarde aan toe. Indien disproportionaliteit een invloedsfactor wil zijn, dan moet het aantal partijen voldoende groot zijn. Deze

bijkomende voorwaarde werd vroeger ook al geïntroduceerd door Duverger (1963). De disproportionaliteitshypothese stelt dus dat:


"Disproportionaliteit de waarschijnlijkheid op kartelvorming verhoogt indien het aantal partijen voldoende groot is (Golder, 2006: 26)". De tweede

hypothese benadert kartels als 'signalling devices' die een toekomstige overheid meer identificeerbaar trachten te maken en zo de onzekerheid

over welke partijen de regering zullen vormen, vermindert (Roberts, 1988). Er bestaan andere definities van dit concept dat meestal gebruikt wordt

in 'case studies' (bvb. Hancock, 1998; Hillebrand & Irwin, 1999), maar de voorgaande definitie heeft het meeste potentieel voor

veralgemeenbaarheid. Golder (2006) veronderstelt dat de onzekerheid over de identiteit van toekomstige regeringen correleert met het aantal

combinaties voor de vorming van een mogelijke overheid. Het aantal mogelijke combinaties is duidelijk een toenemende functie van het aantal

partijen. Golder (2006: 29) formuleert de signalling hypothese als volgt: "Kartelvorming wordt waarschijnlijker indien er een groot aantal partijen

aanwezig is". We zullen kartelvorming op dezelfde manier benaderen als coalitievorming, nl. als een 'bargaining proces'. De theorie van Müller &

Strøm (1999) zal als belangrijkste basis voor onze analyse dienen. De 'trade-off' tussen 'office, policy and votes' die partijleiders maken wanneer ze

een regering vormen, werpt zich ook op bij kartelvorming. Het feit dat kartels zo vaak voorkomen suggereert dat ze een of andere vorm van politiek

voordeel opleveren. Maar aangezien ze niet altijd voorkomen, moet het even waar zijn dat er voor partijen ook kosten verbonden zijn aan het

coördineren van hun pre-electorale strategieën (Golder, 2006). We verwachten dat partijleiders een kosten-baten analyse voor de vorming van

kartels en dat deze analyse gebaseerd is op een afweging tussen 'policy, office and votes'. Deze theorie zal worden uitgebreid met de microeconomische

analyse van democratie door Anthony Downs (1957) en de implicaties van het partijlandschap, opgeworpen door Sona Golder

(2006). Zij stelt dat de mate waarin partijelites worden geconfronteerd met een gematigde of extreme oppositie een invloed uitoefent op de

bereidwilligheid van partijen om een compromis te sluiten over de distributieve en beleidsverschillen heen. Aangezien er uitgebreide literatuur

bestaat over post-electorale coalitievorming, zullen we de klassieke coalitietheorieën trachten te integreren in onze analyse. De theorieën van

Riker, Gamson, De Swaan, enz. zullen nuttig blijken om te verklaren hoe kartels gevormd worden. Ideologische compatibiliteit en coalitiegrootte zijn

twee uitgebreid onderzochte concepten in de klassieke coalitieliteratuur die zeer bruikbaar zijn voor ons onderzoek naar kartels.

Organisaties:

• Politieke Wetenschappen

Onderzoekers:

• CHRISTIAN DESCHOUWER

Invloed van een toekomstig klimaat en interspecifieke interacties op destressrespons van planten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Ivan Nijs

• Helena Van De Velde

Democratische representatie voorbij de natiestaat. Het debat over de Europese democratie als testcase voor een Fransliberaal

model.

K.U.Leuven

Abstract: In mijn postdoctoraal onderzoek wil ik de historisch gegroeide Frans-liberale visie op democratie en de onderliggende opvatting van

politiekeintegratie uitbouwen tot een model van supranationale democratie en inzetten als een alternatief voor de huidige normatieve theorieën

omtrent politieke gemeenschapsvorming in Europa. De dominante modellen van supranationale democratie opereren meestal met een te dunne

opvatting van politiek (alsof politiek enkel dient om collectieve problemen op te lossen), ofwel met een te dikke opvatting (politiek als de belichaming

van een substantiële, gedeelde identiteit). De Frans-liberale traditie heeft daarentegen altijd gewezen op het feit dat de representatieve instellingen

van de klassieke natiestaat, naast hun expliciete beleidsfunctie, ook een belangrijke rol spelen in maatschappelijke integratie, evenwel zonder

daarbij een beroep te doen op het idee van een substantiële, pre-politieke eenheid. Om die reden zou deze historische stroming wel ee

Organisaties:

• OE Centr. Ethiek, Soc. & Pol. Filosofie

Onderzoekers:

• Antoon Braeckman

• Raf Geenens

De rol van parasieten in het wijzigen van trofische interacties en ecosysteem eigenschappen op een lokale en

metagemeenschapsschaal in zoetwater ecosystemen.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Biologie Kulak

Onderzoekers:

• Ellen Decaestecker

• Koenraad Muylaert

Optimalisatie van de meetcondities met gecombineerde micro analytische technieken, in het bijzonder EPMA and MRS,

voor onderzoek over de beschermingsmethoden van het kultuurpatrimonium.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In het kader van dit doctoraatsonderzoek zullen we trachten bestaande micro- en sporenanalytische technieken zoals elektronen probe Xstralen

micro analyse (EPMA), micro-Raman spectrometrie (MRS) en energie-dispersieve X-stralen fluorescentie (EDXRF) te optimaliseren om de

meest relevantie informatie te verkrijgen voor het vaststellen van de verwering van kunstobjecten, de optimalisatie van conservatietechnieken en de

zogenaamde "preventieve bescherming" van het kultuurpatrimonium.

Organisaties:

• Milieuanalyse

Onderzoekers:

• Rene Van Grieken

• Anna De Maeyer-Worobiec

• Barbara Krupinska

De immunopathogenese van multiple sclerose.

K.U.Leuven

Abstract: Multiple sclerose is een complexe neurologische aandoening waarin zowelgenetische als omgevings- en immunologische factoren een rol

spelen, wat uiteindelijk leidt tot een belangrijke functionele beperking in heel wat volwassenen. Het ontsluieren van de immunologische

mechanismen die tot deze beperkingen aanleiding geven is een absolute voorwaarde voor de ontwikkeling van nieuwe therapeutische strategieën.

Dit project combineert informatie over genetische variatie, functionele gegevens op het expressieniveau en functionele data vanuit


dierexperimenteel onderzoek en hoopt zo te komen tot een beter begrip van de immunopathogenese van MS. Deze gecombineerde aanpak zal

hopelijk leiden tot complementaire en/of wederzijds bevestigende aanwijzingen voor een hoofdrolspeler in deze immuungemedieerde aandoening.

Organisaties:

• Onderzoeksgr_Exp_Neurologie

Onderzoekers:

• Wim Robberecht

• Bénédicte Dubois

Noord-Zuid en Oost-West sociale bewegingen in België (1968 - 1989-).

K.U.Leuven

Abstract: Public opinion considers Europeanization and globalization as newphenomena and explains their development by abrupt factors after

1989,such as the opening of borders, the increase of migration and thecommunication revolution (internet). However, many scholars state thatthese

transnational contacts and identity formation existed alreadybefore the end of the Cold War, referring to various social movementswith an

international orientation to the South (Third World movements)or to the East (peace movements and/or networks with Eastern Europeandissidents).

Other scholars do not tend to agree with this and arguethat the nation-state has continued to be the most important contextfor social mobilization.

This research project aims at analyzing theroots of contemporary transnationalism by means of five cases of socialmovements in Belgium with an

international orientation (to Vietnam,Latin America, South Africa, Poland and Ethiopia). By comparing theirnetworks and activities, it will research ho

Organisaties:

• Modern.& Samenlev. 1800-2000

Onderzoekers:

• Idesbald Goddeeris

• Patrick Pasture

Onderzoek naar probabilistische formele concept analyse.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoeksgr. Beleidsinformatica (LIRIS)

Onderzoekers:

• Guido Dedene

• Monique Snoeck

• Jonas Poelmans

Interacties in samengestelde op grafeen gebaseerde elektronische systemen;

Universiteit Antwerpen

Abstract: De focus van het project is gericht op een analytische beschrijving van interagerende elektronen in nieuwe kwasi-één-dimensionale

grafeen-gebaseerde systemen: gedeeltelijk doorgesneden nanobuisjes en kwantum spin Hall (QSH) randtoestanden. In tegenstelling tot hun hogerdimensionale

tegenhangers, vertonen zulke systemen vaak Luttingervloeistof gedrag, in plaats van het Fermi-vloeistof gedrag, dit wil zeggen dat de

fundamentele excitaties geen individuele quasi-deeltjes meer zijn, maar dichtheidsgolven die elk lading of spin kunnen meedragen.

Organisaties:

• Theorie van de gecondenseerde materie

Onderzoekers:

• Francois Peeters

Strong selection pressures, micro-evolutionary responses, and their impact on community ecology.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project willen we bijdragen tot de conceptuele en methodologische integratie van ecologie en evolutionaire biologie, door (1) de

karakteristieken van de evolutionaire respons op sterke selectiedrukken (predatie, parasitisme, pollutie en klimaatsverandering) te bestuderen in

een ecologisch realistische context, met aandacht voor verschillende kenmerken en verschillende selectiedrukken, alsook de aanwezigheid van

een natuurlijke gemeenschap, en door (2) het documenteren en kwantificeren van terugkoppelingsmechanismen van micro-evolutie naar

gemeenschapsstructuur en het functioneren van ecosystemen. Onze analyse van micro-evolutie heeft tot doel een omvattend inzicht te genereren

van het evolutionair potentieel van natuurlijke populaties en belemmeringen van evolutie. Dit willen we bewerkstelligen door te werken met

natuurlijke populaties en rekening te houden met selectie op meerdere kenmerken, alsook met interacties tussen verschillende selectiedrukken.

Zowel macro- als micro-evo

Organisaties:

• Afd. Ecologie, Evolutie en Biodiv.behoud

Onderzoekers:

• Filip Volckaert

• Luc De Meester

• Luc Brendonck

• Robby Stoks

Perceptie van astmaklachten en identificatie van astmatriggers

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Gezondheidspsychologie

Onderzoekers:

• Geert Verleden

• Omer Van den Bergh

• Ilse Van Diest

• Thomas Janssens

De pulmonale en cardiovasculaire effecten door chronische blootstellingaan nanomaterialen; klemtoon op ontsteking en

atherosclerose.

K.U.Leuven

Abstract: De algemene doelstelling van dit project vloeit voort uit de observatiedat inademing van ultra-fijne partikels - zoals nanopartikels (NPs) -

systemische effecten kan veroorzaken, o.a. vasculaire inflammatie, endotheliale dysfunctie en atherosclerose. De effecten van zorgvuldig

getypeerd nanopartikels worden bestudeerd aan de hand van experimenteel in vitroen in vivo (proefdier) onderzoek. In eerste instantie zullen,

gebruik makend van ons in vitro multi-celcultuur model met verschillende longcellen, om de onderliggende mechanismen van de pulmonale


lootstelling aan NPs op de inflammatie en endotheliale dysfunctie te bestuderen. In in vivo experimenten zullen wij de proefdieren langdurig

(chronisch) blootstellen aan lage concentraties van NPs om te bepalen welke effecten betrokken ziijn, inclusief systemische en pulmonale

inflammatie. Omdat de blootstelling aan gefabriceerde nanopartikels (NPs) voornamelijk schadelijke effecten kan induceren bij staande

cardiovasculaire ziekten, zullen

Organisaties:

• Arbeids-, Milieu-& Verzekeringsgeneesk.

Onderzoekers:

• Peter Hoet

• Dorota Helena Napierska

Exclusieve contracten en marktafscherming in de auto-industrie.

K.U.Leuven

Abstract: Economisten en beleidsmakers worden sinds jaren geconfronteerd met de vraag of verticale contracten de economische welvaart ten

goede komen of schaden. Hoewel economische theorie recent nieuwe inzichten gebracht heeft in deze materie, zijn er nog geen ondubbelzinnige

conclusies. Door devraag empirisch te beantwoorden, willen we deze lacune in de literatuurdichten. Concreet onderzoeken we het effect van

exclusiviteitscontracten in de distributie van auto's. Exclusieve contracten kunnen nieuwe autoproducenten hinderen bij het zoeken naar

distributeurs, waardoor de toetredingskosten stijgen en de contracten dienen als toetredingsbarrière. Een ander probleem ontstaat als toetreders

een zeker aantal dealers nodighebben om hun vaste kosten te recupereren. In dit geval kunnen exclusieve contracten gebruik maken van dealers'

gebrek aan coördinatie om toetreding te verhinderen. Deze marktsafschermingstrategieën kunnen ook dienen als handelsbelemmering door

gevestigde binnenlandse bedrijven. And

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Econometrie

Onderzoekers:

• Frank Verboven

• Laura Nurski

Geïntegreerde compromis tussen prestaties in de kop bij prachtbaarzen: voedselopname versus muilbroeden.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In dit onderzoeksproject trachten we de wisselwerking tussen de structurele, functionele en fysiologische eigenschappen in het

mondapparaat van prachtbaarzen van het Victoriameer te ontrafelen. De conflicterende belangen van voedselopname versus muilbroeden worden

bestudeerd bij 2 muilbroedende soorten met verschillende voedingsstrategieën, en de impact op prestaties zoals overleving en fitness worden

bepaald.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Gudrun De Boeck

• Peter Aerts

Invloed van plasma-condities op de groei van dikke, vrijstaande (100)

diamantlagen als bestudeerd met Time-Of-Flight.

Universiteit Hasselt

Abstract: De hoofddoelstelling van dit project is het bestuderen van de groei en de elektrische transporteigenschappen van vrijstaande, (100)

georiënteerde, CVD diamantlagen en de invloed van het diamantoppervlak op deze processen. Meer exact zal de groei toegespitst worden op hoge

groeisnelheden van ongedopeerde diamantlagen. De invloed van de substraatoriëntatie, plasma behandeling voor de groei en plasmacondities

zullen onderzocht worden.

Verder zal, wanneer de gegroeide lagen vrijstaand gemaakt worden door de lagen van hun substraat af te halen, elektrische karakterisering

gebeuren door de Time-of-Flight (TOF) techniek om de elektrische transporteigenschappen van deze vrijstaande CVD lagen te verduidelijken,

gevolgd door een vergelijking met commercieel beschikbare IIa CVD diamantlagen en met natuurlijk IIa diamant. De invloed van de

plasmabehandeling voor en na de groei en de contactconfiguratie bestudeerd door Time-of-Flight zijn de uiteindelijke doelstellingen van dit project.

Organisaties:

• Materiaalfysica

• Instituut voor Materiaalonderzoek

Onderzoekers:

• Ken HAENEN

Psychosociale en ontwikkelingspsychologische uitdagingen voor jongeren op de weg naar volwassenheid: Een tijd van

overgang, instabiliteit en diversificatie.

K.U.Leuven

Abstract: De weg naar de volwassenheid is lang en uitdagend voor jongeren vandaagde dag en wordt gekenmerkt door toenemende

identiteitsexploraties en experimentaties. Deels ten gevolge hiervan wordt de opkomende volwassenheid omschreven als (a) een

overgangsperiode, een periode van zich noch adolescent noch volwassene te voelen, (b) een periode van zowel structureleals gepercipieerde

instabiliteit, en (c) de periode van diversificatie van levensmogelijkheden.Het huidige project zal aan de hand van vier longitudinale studies dezedrie

kenmerken bestuderen in diverse populaties (studenten, werkende jongeren, en jongeren met een chronische ziekte) vanuit een expliciet

ontwikkelingspsychologisch perspectief. Meer specifiek zal onderzocht worden (a) de mate waarin een subjectief gevoel van volwassenheid een

invloed heeft op en beïnvloed wordt door identiteits- en persoonlijkheidsontwikkeling, motivatie, en welzijn doorheen de opkomende volwassenheid;

(b) de mate waarin structurele of contextuele insta

Organisaties:

• OE School- en Ontwikkelingspsychologie

Onderzoekers:

• Luc Goossens

• Koen Luyckx

Optioneel ergatieve markering en de architectuur van naamvalssystemen.

K.U.Leuven

Abstract: The aim of this project is to develop a typologically viable model of optional ergative marking,and to investigate its implications for the

architecture of case systems in general. n.

Organisaties:

• Funct.,Cogn.& Descript.


Onderzoekers:

• Jean-Christophe Verstraete

Identificatie van nieuwe genen betrokken bij Charcot-Marie-Tooth neuropathieën gebruik makend van "next generation"

sequentiebepaling van het volledige genoom.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De ziekte van Charcot-Marie-Tooth (CMT) is de meest voorkomende erfelijke perifere neuropathie en is zowel klinisch als genetisch

uiterst heterogeen. Dit project behandelt de identificatie van CMT-veroorzakende mutaties en genen voor twee onopgeloste loci (DI-CMTA en

CMT2G) door middel van whole genome sequencing. Bovendien zal een cohorte van kernfamilies getroffen door DI-CMT en CMT2 systematisch

gescreend worden voor pathogene mutaties in de gekende CMT-genen, waarna uitgebreide genotype/fenotype-correlaties zullen worden

opgesteld. Dit onderzoek draagt bij tot de diagnosestelling en finaal het ontrafelen van de pathomechanismen die aan de basis liggen van

neuropathie.

Organisaties:

• VIB DMG - Neurogenetica

• VIB DMG - Moleculaire Neurogenomica

Onderzoekers:

• Peter De Jonghe

• Albena Jordanova

• Kristien Peeters

Optimalisatie van de trade-offs tussen biomassaproductie, klimaatfeedback en waterconsumptie in korte-omloop

hakhoutculturen, een modelanalyse.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Op dit moment komt 81% van de wereldwijde energieproductie uit fossiele brandstoffen, die eindig zijn en CO2 uitstoten in de

atmosfeer.Om deze redenen, worden alternatieve energiebronnen gezocht. Bio-energie, met name korte omloop hakhout (KOH) cultuur, is een

veelbelovend alternatief voor de opwekking van elektriciteit. KOH's kunnen worden gedefinieerd als zorgvuldig onderhouden, hoge-densiteit

aanplantingen van snelgroeiende bomen, in dit project populier, die om de 2-5 jaar worden teruggesneden. De oogst wordt vervolgens verbrand of

vergast om elektriciteit op te wekken. De CO2 die wordt uitgestoten door dit proces werd eerder opgenomen uit de atmosfeer tijdens de groei van

het gewas, dus theoretisch is er geen nieuwe koolstof toegevoegd aan de atmosfeer. KOH beheer (vervoer, oogst, meststoffen, irrigatie),

produceert echter ook bepaalde hoeveelheden CO2 en andere broeikasgassen. Bovendien, verbruikt een KOH veel water, dat nodig kan zijn voor

de omliggende regio's. Dit project zal gebruik maken van een computer model om de productie van biomassa, de broeikasgasbalans en het

waterverbruik te voorspellen in KOH plantages, voor verschillende beheertypes in verschillende regio's. De algemene doelstelling is het bepalen

van een optimaal beheer, voor elke regio, dat houtgroei voor energieproductie maximaliseert, terwijl de uitstoot van broeikasgassen en

waterverbruik wordt geminimaliseerd.

Organisaties:

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Ivan Janssens

• Toon De Groote

Genetische diversiteit van rotavirussen en co-segregatie van rotavirus gensegmenten in reassortanten.

K.U.Leuven

Abstract: Rotavirussen hebben een genoom bestaande uit 11 segmenten dsRNA. Reassortering komt veelvuldig voor in de natuur wanneer twee

verschillende rotavirussen eenzelfde cel infecteren, waardoor nieuwe varianten ontstaan die gensegmenten van beide ouderstammen bevatten. Dit

proces, waarbij alle 11 rotavirus gensegmenten betrokken zijn, kan een zeer grote genetische diversiteit doen ontstaan. In dit project zullen we een

snelle, krachtige sequentie-onafhankelijke methode op punt stellen voor de bepaling van de volledige genoomsequentie van rotavirussen. Deze

techniek is gebaseerd op een combinatie van een één-primer-RT-PCR in combinatie met pyrosequencing. Deze techniek zal gebruikt worden om

interessante humane en dierlijk rotavirusstalen volledig moleculair te karakteriseren. Ook zullenwe deze techniek aanwenden om na te gaan of 2

recente rotavirusvaccins,bestaande uit levend-verzwakte rotavirusstammen, niet in de humane populatie zullen beginnen te circuleren.Er is maar

weinig geweten over

Organisaties:

• Klinische & Epidemiologische Virologie

Onderzoekers:

• Marc Van Ranst

• Jelle Matthijnssens

Betrouwbare communicatie tussen neuronen en vesikelrecyclage aan de synaps: "Clathrine-afhankelijke-endocytose" en

"kiss-and-run".

K.U.Leuven

Abstract: Onze hersenen bevatten meer dan 100 miljard neuronen, georganiseerd in circuits en gespecialiseerd in de overdracht van elektrische

pulsen. Werking van deze circuits hangt duidelijk af van communicatie tussen neuronen: als één neuron faalt, faalt het circuit. Verscheidene

psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie of drugsverslaging worden veroorzaakt door accumulatie van dergelijke circuit defecten. Neuronen

die deel uitmaken van een circuit communiceren via vrijstelling van neurotransmitters opgeslagen in vesikels. Deze vesikels kunnen fusioneren met

het neuron-membraan aan de synaps. Tijdens intense activiteit funsioneren grotehoeveelheden vesikels en om de betrouwbaarheid en snelheid

van communicatie te verzekeren, worden vesikels intensief gerecycleerd.Het werk in het voorgestelde project spitst zich toe op het bepalen vande

moleculaire mechanismen van vesikelrecyclage, gebruik makend van morfologische en functionele testen. Onze studies tonen aan dat er

minstenstwee recyclage

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Patrik Verstreken

Kwantitatieve transmissie-elektronenmicroscopie: Voorbij de grenzen van het waarnemen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doel van dit project is om precieze metingen te bekomen voor ongekende structuurparameters met behulp van kwantitatieve

transmissie-elektronenmicroscopie. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van statistische parameterschattingstheorie, wat een signifcante verbetering

voor de nauwkeurigheid en precisie moet opleveren in vergelijking met de conventionele interpretatie van beelden. Het uitgangspunt van

statistische parameterschattingstheorie is de beschikbaarheid van een fysisch parametrisch model dat de verwachtingswaarden van experimentele

metingen beschrijft. De focus ligt op het bepalen van atoomposities met picometerprecisie voor zowel zware als lichte atoomtypes, de analyse van

de chemische samenstelling en de detectie van individuele atomen.


Organisaties:

• Elektronenmicroscopie voor materiaalonderzoek (EMAT)

Onderzoekers:

• Sandra Van Aert

• Annick De Backer

Naar een geïntegreerde reactieve theorie van organisatierechtvaardigheid. De effecten van rechtvaardigheidspercepties

op job performance binnenoverheidsorganisaties.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Medewerkers evalueren bestendig de rechtvaardigheid of fairness van hunwerkomgeving; krijgt men wat men toekomt? In de literatuur

worden drie dimensies van organisatierechtvaardigheid onderscheiden: de rechtvaardigheid van de verloning (distributieve dimensie), van de

procedures en regels (procedurele dimensie), en van de behandeling door leidinggevenden en collegas (interactionele dimensie) (Colquitt,

Greenberg, Zapata-Phelan, 2005). Deze dimensies worden in verband gebracht met effecten op het microniveau van affectieve, cognitieve en

gedragsmatige aard (Cohen-Charash Spector, 2001; Colquitt et al. 2001; Cropanzano et al. 2001).Dit onderzoek focust op de effecten van de

rechtvaardigheidspercepties op de algemene (gedrags-)prestaties van de medewerker (verder job performance) binnen overheidsorganisaties. De

centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe verhouden rechtvaardigheidspercepties en job performance zich totelkaar binnen overheidsorganisaties en

welke mechanismen spelen hierin een

Organisaties:

• OE Instituut voor de Overheid

Onderzoekers:

• Annie Hondeghem

• Jeroen Maesschalck

• Karlien Delbeke

De fotovertelling: Interculturele appropriatie, genrehybridisering en technologische remediëring van een intermediale

praktijk.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Literatuur en Cultuur

Onderzoekers:

• Jan Baetens

Spreken in naam van anderen. Een pragmatisch-linguïstische analyse van de eerste persoon meervoud in het discours

van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in België, Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland, 1870-1940.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Door middel van een systematisch en comparatief onderzoek naar het gebruik van de eerste persoon meervoud in vier West-Europese

Kamers van Volksvertegenwoordigers, wil dit project nagaan welke transformaties het fenomeen politieke vertegenwoordiging onderging in een

periode van snelle democratisering, en welke identiteiten daarbij tot uitdrukking werden gebracht.

Organisaties:

• Politieke geschiedenis

Onderzoekers:

• Jozef Verschueren

• Marnix Beyen

• Henk de Smaele

De rol van micro-RNA -221 en -222 in de pathofysiologie van virale myocarditis en (hypertensief) hartfalen.

K.U.Leuven

Abstract: Virale myocarditis is een ernstige aandoening, die verantwoordelijk is voor ongeveer 40% van de gevallen van plotse dood bij jonge

patiënten. Inflammatie van het hartspierweefsel speelt een cruciale rol in myocarditis en in hartfalen, en is het sleutelproces dat leidt tot hypertrofie

van het hart, afsterven van hartspiercellen en tot fibrose. Om deze aandoening beter te begrijpen en nieuwe behandelingsstrategieën uit te werken

is het essentieel om doelwitten te identificeren die kunnen verklaren waarom één patiënt ernstige cardiale inflammatie ontwikkelt, terwijl een andere

patiënt hiervan gespaard blijft. De ontdekking van micro-RNAs (miRs), een nieuwe klasse van kleine niet-coderende RNAs, is één van de grote

wetenschappelijke doorbraken in de laatste vijftien jaar: het zijn cruciale spelers in de fijnregeling van de genexpressie. Ze binden aan messenger

RNAs (mRNAs) en inhiberen desgevallend hun translatie naar proteïnes. Men heeft kunnen aantonen dat miRs een belangrijke rolspe

Organisaties:

• Cardiologie

Onderzoekers:

• Frans Van de Werf

• Ward Heggermont

Nieuwe beeldvormingstechnieken voor cerebrovasculaire aandoeningen.

K.U.Leuven

Abstract: Het#946;-amyloïd peptide is een belangrijke speler in het ontstaan van cerebrovasculaire disfunctie. Beta-amyloïd medieert direct de

amyloïd angiopathie bij de meeste lobaire hersenbloedingen (CAA) en is ook betrokken bij de ontwikkeling van wittestofletsels, een belangrijke

factorin het ontstaan van cognitieve achteruitgang.Alhoewel magnetische resonantie technieken indirecte aanwijzingen kunnengeven voor het

bestaan van amyloïd angiopathie, is er geen enkele merkervoorhanden die rechtstreeks amyloïd neerslag kan identificeren in de bloedvaten van

patiënten met sporadische cerebrale amyloïd angiopathie (CAA) of patiënten met vasculaire wittestofaantasting (White matter disease of WMD).

Zonder pathologisch onderzoek kan een definitieve diagnose van CAA dusniet gesteld worden. Een nieuwe PET tracer met een hoge aviditeit voor

β-amyloïd peptide is een belangrijke speler in het ontstaan van cerebrovasculaire disfunctie. Beta-amyloïd medieert direct de amyloïd

angiopathie bij de

Organisaties:

• Onderzoeksgr_Exp_Neurologie

Onderzoekers:

• Vincent Thijs

Globine gekoppelde sensoren en hun rol in bacterien.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.


Organisaties:

• Proteïnechemie, proteoomanalyse en epigenetische signalisatie (PPES)

Onderzoekers:

• Sylvia Dewilde

• Francesca Germani

Het gebruik van de indirecte optelstrategie door kinderen.

K.U.Leuven

Abstract: De voorbije 30 jaar is er heel wat onderzoek verricht naar de hoofdrekenstrategieën die gebruikt worden om aftrekopgaven op te lossen.

Eén manier om deze strategieën te categoriseren is via een onderscheid tussen dedirecte aftrekstrategie en de indirecte optelstrategie.

Verscheidene studies hebben aangetoond dat volwassenen de indirecte optelstrategie vaak, efficiënt en op een flexibele manier gebruiken, terwijl

kinderen deze handige strategie zelden rapporteren. Een diepgaandere analyse van de data van eerdere studies doet echter vermoeden dat zij

soms toch een indirecte optelstrategie gebruiken hoewel ze een directe aftrekstrategie rapporteren. Met het huidige project willen we nagaan of we

ook met een nieuwe - niet op verbale rapportering gebaseerde - onderzoeksmethode vinden dat kinderen de indirecte optelstrategie slechts zelden

gebruiken. In deeerste twee jaren zullen we twee recente studies naar de indirecte optelstrategie bij volwassenen repliceren bij

lagereschoolkinderen. In

Organisaties:

• OE Onderwijskunde

Onderzoekers:

• Lieven Verschaffel

• Pol Ghesquière

• Bert De Smedt

• Greet Peters

Detectie van nieuwe cytogenetische afwijkingen, cytogenetische patronenen genomische afwijkingen in chronische

lymfatische leukemie (CLL) met behulp van nieuwe cytogenetische en moleculaire platformen.

K.U.Leuven

Abstract: Chronische lymfatische leukemie (CLL) en plasmacel aandoeningen zoals multiple myeloma (MM) zijn kwaadaardige ziektes van lymfoïde

B-cellen. Beide aandoeningen hebben een variabel ziekteverloop, gaande van indolent en zonder indicatie voor therapie tot zeer agressief met

vroegtijdige noodzaak tot behandeling en zelfs falen van de therapie. Om het verloop van de ziekte te kunnen inschatten, kunnen klinische

stadiëringssystemen en biologische parameters gebruikt worden. Ook (cyto)genetische afwijkingen hebben een prognostische waarde en worden

daarom routinematig opgespoord. Het identificeren van recurrente cytogenetische afwijkingen kan hetinzicht in het ontstaan van deze ziektes

verbeteren en de ontwikkeling van zeer specifieke en doelgerichte behandeling mogelijk maken. DNA bevat de instructies voor het ontwikkelen en

functioneren van levende organismen. De DNA strengen zijn opgewonden tot 46 chromosomen (het menselijke genoom) en gelokaliseerd in de

celkern. Cytogenetische afwijkinge

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Peter Vandenberghe

• Natalie Put

Identiteitsvorming in Grieks-Romeins Egypte.

K.U.Leuven

Abstract: DeGriekse verovering door Alexander de Grote in 332 v. Chr. en de opname in hetRomeinse rijk na Kleopatra's nederlaag in 30 v. Chr.

had belangrijketaalkundige, sociale, culturele en religieuze gevolgen voor Egypte. Ditprojectwil onderzoeken hoe deze veranderingen weerspiegeld

zijn in de evolutievanpersoonsnamen. De innovatie ligt inde kwantificatie, de brede interdisciplinaire benadering en de techniekhet materiaal te

verzamelen.

Organisaties:

• Oudheid

Onderzoekers:

• Mark Depauw

• Katelijn Vandorpe

• Willy Clarysse

De rol van matrix metalloproteinasen in axon navigatie.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Dierenfysiologie en Neurobiologie

Onderzoekers:

• Godelieve Moons

• Djoere Gaublomme

TAHRIR.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Inst. Internationaal Europees Beleid

Onderzoekers:

• Arnim Langer

Doel van de samenwerking is aspecten van de grammatica van het Spaans van Córdoba te exploreren.

K.U.Leuven

Abstract: Doel van de samenwerking is aspecten van de grammatica van het Spaans van Córdoba te exploreren vanuit de premisse dat hun

uitdrukkingswijze en effectief gebruik in een natuurlijke context geconditioneerd zijn door het verloop van de interactie en het bereiken van

welbepaalde communicatieve doeleinden. De data zullen bestaan uit interactioneletaalproductie in een institutionele context. Het fenomeen dat als

bestekandidaat werd geïdentificeerd voor de initiële focus van de empirischeanalyse is de uitdrukking van epistemisch oordeel. Bij de redenen voor

deze keuze horen de overvloedige aanwezigheid van epistemische indicatoren in het soort institutioneel discours dat als databron zal dienen en de

uitgebreide reeks implicaties die dergelijke studie kan bieden voor het modelleren van de grammatica. In functionalistisch perspectief wordt taal

beschouwd als een context-gevoelig systeem; meer in het bijzonder isde cognitief-functionele benadering met haar sterktes in de behandelingvan


semanti

Organisaties:

• Funct.,Cogn.& Descript.

Onderzoekers:

• Nicole Delbecque

• Bert Cornillie

Ionische vloeistoffen.

K.U.Leuven

Abstract: Dit project richt zich op de ontwikkeling van nieuwe klassen van ionische vloeistoffen die geoptimaliseerd zijn voor toepassingen in de

katalyse ende elektrodepositie van metalen. Deze ionische vloeistoffen hebbendaarom bij voorkeur een lage viscositeit, een aanpasbare

hydrofobiciteit en een goed oplossend vermogen voor metaalzouten. De variatie vande structuur van de verbindingen vindt vooral plaats op het

niveau van het anion. Een diepgaand onderzoek naar de fysische eigenschappen van deze ionische vloeistoffen wordt uitgevoerd, met nadruk op

temperatuursafhankelijke menging en ontmenging. De toepassingen concentreren zich vooral op katalytische processen op basis van zeldzame

aarden in ionische vloeistoffen en de elektrodepositie van magnetische samariumkobaltlegeringen.

Organisaties:

• Afdeling Moleculair Design en Synthese

Onderzoekers:

• Jan Fransaer

• Christ Glorieux

• Wim Dehaen

• Koen Binnemans

• Dirk De Vos

Het statuut van de kwantificerende nomina in het Spaans. Een cognitief-functionele benadering.

K.U.Leuven

Abstract: Het doctoraatsonderzoek van Katrien Verveckken (aspirant FWO) beoogt een beter inzicht in de functionele organisatie en de diachrone

ontwikkeling van de kwantificerende nomina (KN) in Spaanse binominale groepen (i.e. KN-constructies). KN zijn gewone telbare nomina die naast

hun oorspronkelijke lexicale betekenis de mogelijkheid tot uitdrukken van hoeveelheid in zich dragen (e.g.nbsp;hoop, aludnbsp;hatajonbsp;pila

stapel).¿Cuánto bebiste?-Un montónN1 de aguaN2. (Hoeveel heb je gedronken?-Veel/een hoop water.)KN-constructies zijn binominale

constructies en bestaan altijd uit een (onbepaald) lidwoord, het KN (N1), het voorzetselnbsp;en het massanomen (N2). Ze vertonen een zekere

conceptuele en structurele ambiguïteit. Zo kunnen beide nominale entiteiten geprofileerd worden in de KN-constructie. Bij una pila de libros (een

stapel boeken) bijvoorbeeld, kanmen zich afvragen of men naar de stapel (van boeken) of naar de boeken (in de vorm van een stapel) kijkt, wat

weerspiegeld wordt in

Organisaties:

• Funct.,Cogn.& Descript.

Onderzoekers:

• Nicole Delbecque

• Katrien Verveckken

Belgische steden in de globalisering: achtergestelde gebieden, modellenvoor sociale innovatie en lokale

ontwikkelingscoalities.

K.U.Leuven

Abstract: Dit onderzoek analyseert modellen voor sociale innovatie en lokale ontwikkelingscoalities in achtergestelde stedelijke gebieden. De

doelstelling is om het eenzijdig op technologie, internationale competitiviteit en formele organisaties gerichtinnovatieconcept te verruimen tot een

brede, geïntegreerde visie op stedelijke ontwikkeling in de context van globalisering. Concreet is het de bedoeling om (1) het lokale

ontwikkelingspotentieel dat aanwezig is in achtergestelde gebieden in vijf Belgischesteden, maar niet gestimuleerd wordt door grootschalige

stedelijke ontwikkelingsprojecten, te identificeren en (2) te onderzoeken onder welke specifieke condities ontwikkelingscoalities ontstaan en erin

slagen om een ontwikkelingsstrategie te bepalen, te onderhandelen en te implementeren die de lokale ontwikkelingskansen stimuleren en

realiseren. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteedt aan de vorming van nieuwe ontwikkelingsbevorderende sociale relaties die de

fragmentatie van de lokale

Organisaties:

• Departement ASRO

Onderzoekers:

• Frank Moulaert

• Christian Kesteloot

• Stijn Oosterlynck

Een psychofysische studie van de perceptie van menselijke sociale cues bij de gedomesticeerde hond.

K.U.Leuven

Abstract: De doorgedreven coöperativiteit van de gedomesticeerde hond heeft het voor de mens mogelijk gemaakt te vertrouwen op zijn

perceptuele vaardigheden in situaties waarin de menselijke fysische en perceptuele vaardigheden te kort schieten (bv., politiehonden,

reddingshonden, geleidehonden).Fundamentele kennis over de perceptuele vaardigheden van de hond om acties en gebaren van mensen te

begrijpen en er op te reageren is van grootmaatschappelijk belang. Recente studies tonen aan dat, in tegenstellingtot chimpansees en wolven,

honden hun aandacht kunnen vestigen op menselijke gebaren en deze informatie kunnen verwerken en gebruiken. Echter, systematisch

fundamenteel onderzoek over de perceptuele vaardigheden vande hond om menselijke acties te begrijpen is quasi onbestaande. Gebruikmakend

van gevestigde paradigmas en een systematische aanpak waarbij de stimulus complexiteit gradueel gedegradeerd wordt van videoprojecties naar

puntlicht-figuren zullen we onderzoeken welk type van visuele inf

Organisaties:

• OE Experimentele Psychologie

Onderzoekers:

• Karl Verfaillie

• Ben Schouten

NANOALLOY: Geïnduceerde electrodepositie van nanostructuren zoals nanodraden en nanobuizen bestaande uit

multilagen van cobaltlegeringen voor MEMS toepassingen.

K.U.Leuven

Abstract: - Studie van de elektrodepositie van nanogestructureerde samenstellingsgemoduleerde multilagen op basis van kobalt op vlakke

substraten en van het electroformeren van meerlagen nanodraden en nanobuizen in geanodiseerd aluminium. Koper zal aangewend worden als

tussenlaagmateriaal in de multilagen.- Studie van het mechanisme van geïnduceerde elektrodepositie met een bijzondere aandacht voor de groei


van nanodraden en nanobuizen met het oog op het bekomen van nieuwe fysische eigenschappen.- Bepaling van de mechanische, structurele,

morfologische en tribologische eigenschappen van nanostructuren bekomen via elektrodepositie (voltammetrie, SEM-FEG, XRD, DSC

nanotribologie en macrotribologie).- Optimalisatie van de elektrodepositieparameters teneinde nanostructuren te bekomen met goede adhesie, lage

scheurgevoeligheid en uniforme dikte vereist voor toepassingen in MEMS-technologie.- Toepassingsmogelijkheden in nano-elektronica nagaan op

basis van relaties tussen bereiding-structuur-functiona

Organisaties:

• Functionele Materialen

Onderzoekers:

• Jean-Pierre Celis

• Natalia Tintaru

Textuur-vorm coderen en textuur-surround inhibitie van contour-vorm coderen in menselijke visie.

K.U.Leuven

Abstract: Textuur-vorm coderen en textuur-surround inhibitie van contour-vorm coderen in menselijke visie.

Organisaties:

• OE Experimentele Psychologie

Onderzoekers:

• Johan Wagemans

• Elena Gheorghiu

Geometrische datamining voor bioinformatica.

K.U.Leuven

Abstract: 3-dimensionele data is overal aanwezig. De hoeveelheid gegevens zoals proteïnestructuren, surveillatievideo's of geografische informatie

is de laatste jaren enorm toegenomen. Terzelfdertijd proberen data mining methodes nuttige kennis uit deze gegevens af te leiden. De huidige

methodes habben echter enkele tekortkomingen. Als men bijvoorbeeld het bindingsproces van een molecule aan een proteïne beschouwt, dan is

het onvoldoendeom enkel de aminozuursequentie van de proteïne te bestuderen. In deze situatie bepalen allerhande geometrische en chemische

beperkingen of de molecule zal binden aan de proteïne. Deze beperkingen kunnen niet afgeleid worden uit de sequentie alleen. De huidige data

mining methodes laten niet toe om patronen te zoeken die al deze beperkingen in rekening brengen. In dit project zal een nieuw data mining

raamwerk gemaakt worden dat gebaseerd is op geometrische patronen. Zulke patronen bestaan zowel uit geometrische (bvb. 3D-coördinaten en

hoeken) als domeinspecifieke

Organisaties:

• DTAI

Onderzoekers:

• Jan Ramon

• Leander Schietgat

Mechanistisch inzicht en kinetica als basis voor de evaluatie van de equivalentie van hoge druk hoge temperatuur en

thermisch behandelde levensmiddelen.

K.U.Leuven

Abstract: Dit project plaatst focus op hoge druk hoge temperatuur behandeling vanlevensmiddelen en bestaat uit twee doctoraatsonderwerpen:(i)

Begrijpen van chemische wijzigingen van levensmiddelen op basis van fruit en groenten tijdens hoge druk hoge temperatuur behandeling.(ii) Hoge

druk hoge temperatuur inactivatie van bacteriële sporen: mechanistisch inzicht en kinetica.

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Marc Hendrickx

• Christiaan Michiels

• Ann Van Loey

• Abram Aertsen

Automatisch leren voor genprioritisatie, classificatie en clustering.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling ESAT - SCD: SISTA/COSIC/DOCARCH

Onderzoekers:

• Yves Moreau

• Léon-Charles Tranchevent

Interoceptieve vrees: pathologische leermechanismen in paniekstoornis

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Gezondheidspsychologie

Onderzoekers:

• Omer Van den Bergh

• Ilse Van Diest

• Meike Pappens

Regulatie van het immuunantwoord op Streptococcus pneumoniae.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: S. pneumoniae veroorzaakt otitis media, pneumonie, sepsis en meningitis. Invasieve pneumococcen infectie is een wereldwijd probleem,

voornamelijk bij kinderen en bejaarden. Het aantal doden dat wereldwijd veroorzaakt wordt door S. pneumoniae wordt geschat op 1 miljoen per

jaar. Voor bescherming tegen pneumococcen infecties zijn zowel het complement systeem als antistoffen tegen kapselpolysachariden envirulente

eiwitantigenen belangrijk. De antistofrespons tegen S. pneumoniae en de regulatie ervan vormt het onderwerp van het onderzoek op onze afdeling.

Meer bepaald bestuderen we de rol van T-lymfocyten, antigen presenterende cellen, Natural Killer cells en co-stimulatoire interacties in de

immuunrespons tegen zowel kapselpolysachariden als virulente eiwitten van S. pneumoniae.

Organisaties:

• Klinische Bacteriologie en Mycologie


Onderzoekers:

• Christiane De Boeck

• Xavier Bossuyt

• Isabelle Meyts

Het in kaart brengen van de wiskundige en wiskundedidactische kennis inhet domein van de rationale getallen bij

toekomstige leerkrachten basisonderwijs en secundair onderwijs.

K.U.Leuven

Abstract: Veel leerlingen slagen er moeilijk in om betekenis te geven aan (bewerkingen met) breuken. Een van de oorzaken die aan de basis ligt

van het ontoereikend getalbegrip is de neiging van leerlingen om ten onrechte eigenschappen van natuurlijke getallen toe te schrijven aan rationale

getallen, een fenomeen dat bekend is als de natural number bias. Zo besluiten veel leerlingen ten onrechte dat 4/9 groter is dan 4/7 omdat 9 groter

is dan 7 en dat 0.465 groter is dan 0.51 omdat 465 groter is dan 51. Hetvraagt van de leerkrachten de nodige vakinhoudelijke en vakdidactische

kennis om aan deze moeilijkheden van leerlingen tegemoet te komen. De overstap naar een formelere behandeling van de rationale getallen in het

secundair onderwijs legt niet altijd duidelijke verbanden met de eerder opgedane kennis. Het onderzoeksproject beoogt: (1) het ontwikkelen van

een instrument voor het meten van de wiskundige en wiskunde-didactische kennis inzake rationale getallen bij toekomstige leerkrachten; (2) h

Organisaties:

• Departement Wiskunde

Onderzoekers:

• Dirk Janssens

• Wim Van Dooren

• Fien Depaepe

Besluit van de Vlaamse Regering houdende toekenning van een subsidie voor de omkadering van jonge onderzoekers

voor het begrotingsjaar 2011

Universiteit Hasselt

Abstract: De Universiteit Hasselt ontvangt een subsidie vanuit de Vlaamse Regering voor haar activiteiten met betrekking tot de omkadering en

begeleiding van jonge onderzoekers. De subsidie wordt ingezet voor het ontwikkelen en versterken van activiteiten met betrekking tot de volgende

objectieven:

1. Training van jonge onderzoekers

2. loopbaanontwikkeling en bevordering van loopbaanperspectieven van jonge onderzoekers

3. versterken van de internationale oriëntatie in de loopbaan van jonge onderzoekers

4. samenwerking binnen Vlaanderen met betrekking tot de voorgaande objectieven

Organisaties:

• Niet onderzoeksgroep gebonden projecten

Onderzoekers:

• Luc DE SCHEPPER

Niet-parametrische analyse van collectief consumptie- en productiegedrag : methodologische ontwikkelingen en

toepassingen.nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Het recent ontwikkelde collectieve model voor gezinsconsumptie houdt expliciet rekening met het feit dat multi-persoonsgezinnen uit

meerdere belissingnemers bestaan. Het beschouwt geobserveerde gezinsconsumptie als de Pareto-efficiënte uitkomst van een

onderhandelingsproces tussen de verschillende gezinsleden. De bestaande methodologie voor het analyseren collectieve gezinsconsumptie is

typisch parametrisch van aard, en bouwt dus verder op (gewoonlijk niet-verifieerbare) parametrische structuur dieopgelegd wordt aan de

nutsfuncties van de gezinsleden en het intra-gezin onderhandelingsproces. Dit project concentreert zich op de complementaire nietparametrische

'revealed preference' methodologie voor empirische analyse; deze methodologie vereist minimale a priori structuur en vermijdt dus maximaal

specificatiefouten. De doelstelling van het project is tweevoudig: (1) we willen nieuwe methodologische instrumenten ontwikkelen die de

aantrekkelijke niet-parametrische benadering verzoenen me

Organisaties:

• Subfac. Economie en Bedrijfswet. Kulak

Onderzoekers:

• Laurens Cherchye

Een studie van artrose gerelateerde genen met behulp van zebravis en kipontwikkelingsmodellen.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Embryo en Stamcellen

Onderzoekers:

• Frank Luyten

• Przemyslaw Tylzanowski

• Maria Cederlund

De tolerantie over het toxisch gedrag van leidinggevenden: een volger-centrisch perspectief met betrekking tot het

immorele en ongeoorloofde gedrag van leidinggevenden.

K.U.Leuven

Abstract: Managers krijgen meer loon en voordelen dan werknemers. Bovendien kunnen leiders een smaak voor extra voordelen ontwikkelen, met

name de leiders die snel stijgen in de organisatie. Deze "winner-takes-all"-mentaliteit suggereert dat leiders vinden dat regels niet op hen van

toepassinge zijn en dat ziij de voordelen van hun positie verdienen. Recente voorbeelden van Enron en Lernaut Hauspie tonen inderdaad dat

managers vaak toxisch optreden, vaak in hun eigen belang ten koste van de organisatie. Hoewel er meerdere oorzaken van toxisch gedrag zijn is

een belangrijke oorzaak nog niet bestudeerd, namelijk de rol van volgers. Onderzoek heeft nog niet belicht waarom volgers "toestaan" dat leiders

zich toxisch gedragen. Immers, als volgers weersten zouden bieden, zouden de meeste leiders onvoldoende mogelijkheden hebben om zich op

deze manier te gedragen.Hoewel werknemers geen formeel gezag hebben, impliceert dit niet dat zij geen macht en invloed hebben. Hoewel eerder

onderzoek voornamelijk d

Organisaties:

• OE Arbeids- & Org.psych. & Opleid.kunde

Onderzoekers:

• Jeroen Stouten

• Martin Euwema


Het effect van cellulaire mediatoren op het bijsturen van pathogene responsen in multiple sclerose (MS) patiënten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In voorliggend project willen we de haalbaarheid en toepasbaarheid van tolerogene DC en Treg als cellulaire mediatoren om pathogene

reacties in MS patiënten te onderdrukken, klinisch en preklinisch onderzoeken. Huidig onderzoek zal de fundamentele basis leggen voor de

eventuele latere ontwikkeling van een cellulair vaccin voor de behandeling van MS. Patiënten die lijden aan MS zouden in de toekomst

gevaccineerd kunnen worden met tolerogene DC en/of immuunonderdrukkende Treg om alzo autoreactieve T-cellen, die auto-immuniteit

veroorzaken, te elimineren of te inactiveren.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Zwi Berneman

• Nathalie Cools

Genetische en functionele studie van het effect van sclerostin-bindende eiwitten op botaanmaak.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Medische genetica van obesitas en skeletaandoeningen (MGENOS)

Onderzoekers:

• Wim Van Hul

• Igor Fijalkowski

Studie van de rol van fimbriae in probiotische effecten van Lactobacillus rhamnosus GG.

K.U.Leuven

Abstract: De 'hygiëne hypothese' legt een verband tussen de toenemende incidentie van allergische aandoeningen, autoimmuunziekten en

inflammatoire darmziekten en een verminderde blootstelling aan bepaalde microorganismendoor de moderne hygiënische levensomstandigheden.

Kolonisatie van het maagdarmkanaal met commensale bacteriën is dan ook noodzakelijk voor de optimale ontwikkeling en werking van ons

immuunsysteem. Lactobacillus rhamnosus GG (LGG) is een zeer goed gedocumenteerde probiotische commensalebacterie. Klinische studies

toonden aan dat inname van LGG o.a. allergische aandoeningen kan helpen voorkomen en het risico op herval bij inflammatoire darmziekten kan

reduceren. Er zijn echter weinig wetenschappelijke data beschikbaar over de werkingsmechnismen van LGG en probiotica inhet algemeen. Het

initiële contact tussen bacteriën en de gastheer wordt waarschijnlijk vooral gemedieerd door lange oppervlaktemoleculen op debacteriën en

specifieke receptoren op de gastheercellen. Recent hebben we

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Sigrid De Keersmaecker

• Jozef Vanderleyden

• Dominique Bullens

• Sarah Lebeer

Een mathematisch onderbouwde ontwerptheorie voor symmetrische cryptografie.

K.U.Leuven

Abstract: Dit onderzoeksproject streeft ernaar om een wiskundig kader te ontwikkelen waarin de bestaande fragmenten van een theorie voor

symmetrische cryptografie ingebed kunnen worden. Ten eerste zullen we connecties zoeken tussen vragen die zich stellen in symmetrische

cryptografie en goed bestudeerde onopgeloste problemen in de wiskunde. Hierdoor zullen we een theoretische basis kunnen leggen voor

cryptografische veiligheid. Ten tweede zullen we een veiligheidsmodel ontwikkelen dat toelaat om eigenschappen die relevant zijn voor de

veiligheid van cryptografische toepassingen te beschrijven, te bestuderen en te bewijzen. Ten derde zullen we automatische tools ontwikkelen

waarmee we nieuwe ontwerpen versneld kunnen analyseren en evalueren.

Organisaties:

• Afdeling ESAT - SCD: SISTA/COSIC/DOCARCH

Onderzoekers:

• Vincent Rijmen

In vivo evaluatie en in vitro simulatie van het gedrag van supersaturatie-inducerende formuleringen in het

gastrointestinale milieu.

K.U.Leuven

Abstract: Het stijgende aantal slecht wateroplosbare geneesmiddelkandidaten vereist nieuwe formulatiestrategieën om oplosbaarheid-gelimiteerde

intestinale absorptie mogelijk te maken. Supersaturatie-inducerende formuleringen trachten intraluminale geneesmiddelconcentraties groter dan de

thermodynamische oplosbaarheid te genereren en te stabiliseren, om zodoende de absorptie te verhogen. De kennis over supersaturatie in de

complexe en variabele gastrointestinale omgeving is echter vrijwel nihil. Bestaande in vitro evaluatieprocedures voor supersaturatie-inducerende

formuleringen zijn dan ook ontoereikend om de in vivo werking van deze formuleringen te voorspellen. Met behulp van een unie­ke in vivo

techniek zal dit onderzoeksproject voor het eerst intraluminale supersaturatie en de impact op absorptie evalueren in de mens. In combinatie met in

vitro studies zal dit leiden tot nieuwe, fundamentele inzichten over het supersaturatiegedrag van geneesmiddelen in de gastrointestinale omgeving.

Organisaties:

• Lab Farmacotechnologie en Biofarmacie

Onderzoekers:

• Patrick Augustijns

• Joachim Brouwers

Fylogenie van de symbiotische taxa binnen de Neodalyellida (Platyhelminthes, Rhabdocoela), met inbegrip van aspecten

van co-evolutie en cryptische biodiversiteit.

Universiteit Hasselt

Abstract: Binnen het zeer soortenrijke taxon Platyhelminthes bestaat tevens een grote variatie aan levenswijzen. Naast de obligaat-parasitaire

Neodermata vertonen meerdere taxa (Temnocephalida, Umagillidae, Graffillidae, Pterastericolidae) een symbiontische levenswijze. De drie

laatstgenoemde vormen het onderwerp van mijn postdoc-project.

Vermits over de fylogenetische relaties van deze taxa binnen de Rhabdocoela en hun interne fylogenie zeer weinig geweten is, zal ik tijdens mijn

project moleculaire data verzamelen om deze relaties te ontrafelen. Hiervoor zullen zowel mitochondriale (16S rDNA) als nucleaire (18 en 28S

rDNA) genen gebruikt en geanalyseerd worden m.b.v. verschillende methodes (parsimonie en Bayesiaanse technieken). Hiernaast zal ik het


optreden van co-evolutie nagaan binnen de Pterastericolidae, waarvoor de fylogenetische relaties van zowel de symbionten als de gastheersoorten

zullen bepaald worden. Om deze doelstellingen te realiseren is het in de eerste plaats belangrijk zo veel mogelijk soorten te verzamelen en het valt

te verwachten dat tal van nieuwe

en slecht gekende soorten verzameld zullen worden. Deze soorten zullen gedetailleerd beschreven worden aan de hand van lichtmicroscopie.

Wanneer cryptische biodiversiteit vermoed wordt, zal tevens een meer moleculaire aanpak (op basis van COI, cyt b, ITS1, ITS2) gevolgd worden.

Organisaties:

• Dierkunde: Biodiversiteit en Toxicologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Tom ARTOIS

Het effect van adipeus-weefsel gederiveerde stamcellen voor de behandeling van erectiele dysfunctie na letsel van de

caverneuze zenuwen en inzichten in de werkingsmechanismen van stamceltherapie.

K.U.Leuven

Abstract: Erectiele dysfunctie (voorheen: 'impotentie') is een frequente complicatie van radicale prostatectomie, de ingreep waarbij de prostaat

verwijderd wordt wanneer prostaatkanker vastgesteld is. Deze erectiele dysfunctie is het resultaat van schade aan de erectiele zeuwen, welke dicht

tegen de achtervlakte van het prostaatkapsel liggen. Gezien prostaatkanker tegenwoordig (sinds de invoering van PSA-screening) typisch in vroege

stadia en in relatief jonge mannen ontdekt wordt, is het belang van het bewaren van de erectiele functie ten opzichte van het genezen van de

kanker steeds belangrijker geworden. Wetenschappers hebben daarom gezocht naar manieren om de beschadiging van de erectiele zenuwen te

voorkomen. Gezien de resultaten hiervan niet altijd overtuigend zijn, wordt er ook steeds meer onderzoek verricht naar hoe we deze zenuwen

kunnen doen regenereren na schade. In deze thesis presenteren we het gebruik van vetweefsel-gederiveerde stamcellen om de erectiele zenuwen

te doen hergroeien

Organisaties:

• Interdept. Centr. Heelkundige Technol.

Onderzoekers:

• Dirk De Ridder

• Maarten Albersen

Feasabilitystudie biotanormen voor gevaarlijke stoffen - Onderbouwing meetstrategie voor de toetsing van biotanormen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de VMM. UA levert aan de VMM de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

• Lieven Bervoets

Van dogmaontwikkeling tot contextueel historisch bewustzijn: J.H. Newmann en Yves Congar over de rol van de

geschiedenis bij de bepaling van deinhoud van de christelijke geloofstraditie.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Systematische Theologie

Onderzoekers:

• Terrence Merrigan

• Mathijs Lamberigts

De impact van microgolven op de structuur van tarwegluten.

K.U.Leuven

Abstract: Glutenproteïnen, de reserveproteïnen van tarwe, vormen tijdens verhitting een stevig driedimensionaal netwerk dat bijdraagt tot de

kwaliteit van vele tarwegebaseerde levensmiddelen. Onderzoek naar het gedrag van tarwegluten tijdens conventionele verhittingen toonde aan dat

het type en de mate van netwerkvorming in grote mate bepaald worden door reactiecondities, zoals tijd, temperatuur en zuurtegraad. De impact

van microgolven op de structuur van tarwegluten is echter nog niet goed begrepen. Het isbijvoorbeeld niet duidelijk waarom broden die gebakken

zijn in een microgolfoven een kleiner volume en densere structuur hebben. Veranderingen in de glutenstructuur worden gesuggereerd als mogelijke

oorzaak. Dit project beoogt een beter inzicht in de impact van microgolven op de structuur van tarwegluten als fundamentele basis voor de

optimalisatie voor hetbakken van broden in microgolfovens. Hiertoe zullen in een eerste deel eenvoudige modelsystemen van gluten volgens

identieke reactiecondit

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Jan Delcour

• Kristof Brijs

• Ine Rombouts

Vleeswarensector

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Chem. en Biochem. Procestechnol.

Onderzoekers:

• Jan Van Impe

De ontwikkeling van nieuwe professionele inzichten. CLIL-actoren en de articulatie van hun subjectieve CLIL-onderwijsen

leertheorieën.

K.U.Leuven

Abstract: In die verkennend onderzoek worden de onderwijsleertheorieën m.b.t. CLIL (Content and Language Integrated Learning) van studenten

taal, studenten zaakvakken, lerarenopleiders taal en lerarenopleiders zaakvakkenin kaart gebracht en met elkaar geconfronteerd. Daarbij wordt

gewerkt met de methodiek van de cognitieve taakanalyse. De verkregen data zullen toelaten individuele en groepgsgebonden

gemeenschappelijkheden, verschillen en evoluties in de subjectieve onderwijsleertheorieën van de respondenten te identifceren.


Organisaties:

• Taal en Onderwijs

Onderzoekers:

• Lies Sercu

• Marion Crauwels

• Mieke De Cock

• Aurélie Welcomme

De omgang met het verleden in een politiek transitieproces. De past relationship in Oekraïne, Polen, Slovakije en

Tsjechië: 1989/91-2004.

K.U.Leuven

Abstract: Voorliggend project wil de omgang met geschiedenis in een aantal Centraal- en Oost-Europese landen na 1989 analyseren: de

belangstelling voor bepaalde periodes en themas en de onverschilligheid voor andere, de percepties en representaties van het verleden, en de

nieuwe conceptualiseringen van de nationale geschiedenis. Dit zal gebeuren voor een aantal landen die op het eerste gezicht duidelijke verschillen

tonen (Oekraïne, Polen, Slovakije en Tsjechië (tot 1993 Tsjechoslovakije)), in de hoop dat die divergentie toelaat te achterhalen waardoor de past

relationship beïnvloed wordt.

Organisaties:

• Modern.& Samenlev. 1800-2000

Onderzoekers:

• Idesbald Goddeeris

• Johan Tollebeek

• Katrin Van Cant

Theoretische analyse van symmetrische cryptografische primitieven en cryptografische hashfuncties.

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van dit project is het ontwerp van een theoretisch raamwerk waarin de veiligheid van symmetrische cryptografische primitieven

en cryptografische hashfuncties formeel kan gedefinieerd worden. Dit raamwerk omvat zowel algemene als specifieke veiligheidsdefinities voor

symmetrische primitieven waaronder blokcijfers en authenticatecodes, met en zonder sleutel, hash functies met salt en/of tweaks, en dit in zowel

het standaard als het geïdealizeerde model. Het project zal verbanden en scheidingen tussen de verschillende eigenschappen ontwikkelen door

middel van reductiebewijzen en tegenvoorbeelden, en zal de definities toepassen op concrete cryptografische structuren en toepassingen die

voldoen aan het gewenste veiligheidsniveau. Bovendien zullen we een methodologie voorstellen voor de analyse van veiligheidsreducties van

bestaande en nieuwe hashfunctiestructuren. Het theoretisch raamwerk geïntroduceerd in de vorige sectie zal het mogelijk maken om de

eigenschappen van de (onderdel

Organisaties:

• Afdeling ESAT - SCD: SISTA/COSIC/DOCARCH

Onderzoekers:

• Bart Preneel

• Elena Andreeva

Functioneel genomische analyse van de ziekte van Alzheimer : Karakterisatie van het risicoverhogend effect van

progranuline missense mutaties.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het algemeen doel van dit project betreft het uitwerken van het functioneel effect van genetische varianten die werden geïdentificeerd in

het moleculair genetische onderzoek en die geassocieerd zijn met een verhoogd risico op AD of FTLD. Meer specifiek zal dit project zich richten op

het ophelderen van het functionele effect van GRN missense mutaties. Dit zal gebeuren door gebruik te maken van in vitro (celmodellen) en in vivo

(muismodellen) modelsystemen.

Organisaties:

• VIB DMG - Neurodegeneratieve Hersenziekten

Onderzoekers:

• Christine Van Broeckhoven

• Nathalie Brouwers

Een hiërarchische analyse van de materiële en structurele aspecten van botsterkte.nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Osteoporose is veruit de meest voorkomende botziekte; het treft miljoenen mensen. Osteoporose wordt gekenmerkt door een lage

botmassa en een structurele achteruitgang van het botweefsel, wat leidt tot een verhoogd risico op botbreuken. Voor individuele patiënten is de

inschatting van het risico op botbreuken hoofdzakelijk beperkt tot een kwantitatieve analyse van de botdichtheid. Vele studies hebben echter

aangetoond dat botsterkte, een indicator voor het risico op botbreuken, slechts matig voorspeld wordt door botdichtheid. Dit toont aan dat er nog

andere factoren zijn die de botkwaliteit bepalen. De geometrie van bot en haar interne trabeculaire architectuur spelen daarbij een belangrijke rol,

maar hun precieze invloed is nog steeds onbekend. Het wordt geopperd dat de materiaaleigenschappen van het botweefsel, met een grootte-orde

van ongeveer 100 micrometer, ook een belangrijke rol zouden kunnen spelen. Inderdaad zijn bij muizen sterke genetische effecten op de stijfheid

van het bot

Organisaties:

• Afdeling Biomechanica

Onderzoekers:

• Gerrit van Lenthe

Optimization and valorization of recently patented classes of antibiofilm lead compounds related to the Knowledge

Platform AIQSI (IOFKP/06/014 AIQSI).

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Moleculair Design en Synthese

Onderzoekers:

• Erik Van der Eycken

• Jozef Vanderleyden

NANO-HOST: Homogeneous supported catalyst technologies: the sustainableapproach to highly-selective, fine chemicals

production.


K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Centr. vr Oppervlaktechemie & Katalyse

Onderzoekers:

• Dirk De Vos

SHARE-België, Golf 4.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het huidige project behelst de uitbreiding van de SHARE database, i.e. de creatie van de SHARE golf 4 database. Binnen dit project

wordt de longitudinale steekproef opnieuw bevraagd om de veranderingen sinds de laatste golf te registreren.

Organisaties:

• Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek (CELLO)

Onderzoekers:

• Dimitry Mortelmans

SOLPROM-SMS: Prominencen in de atmosfeer van de zon: stabiliteit, magnetohydrodynamica en seismologie.

K.U.Leuven

Abstract: De corona van de zon is een natuurlijk laboratorium waar we het gedrag en eigenschappen van plasma's kunnen bestuderen en trachten

te begrijpenonder voorwaarden die we niet kunnen verwezenlijken in een aards laboratorium. Het onderwerp van dit project zijn Prominencen in de

atmosfeer van de zon. Zeer recente waarnemingen hebben ongekende dynamica van prominencen laten zien met een niet eerder bereikte

resolutie in tijd en ruimte: oscillaties, golven, stromen en instabiliteiten. Oscillaties van prominence-draden worden geïnterpreteerd als magnetohydrodynamische

(MHD) golven. Stromen kunnen Kelvin-Helmholtz instabiliteiten en resonante stroom instabilities veroorzaken en de plasma

draden kunnen thermisch instabiel ziijn. Deze fenomenen zijn nauwelijke of helemaal niet begrepen. Deopzet van het huidige project is een

theoretische studie van de golven en instabiliteiten van prominencen. Bij deze theoretische studie zullen we analytische methoden en

geavanceerde numerieke simulaties gebrui

Organisaties:

• Afdeling Plasma-astrofysica

Onderzoekers:

• Marcel Goossens

• Roberto Soler Juan

Impact van specifieke vakkennis op het didactisch handelen van SLO-LO student-leraar.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project willen we de kennisontwikkeling stimuleren bij student-leraren in de SLO-LO.In de eerste fase van het project ontwikkelen

weeen kennispakket. De spelenderwijs-aanpak voor het spelonderwijs staat hierin centraal. Via vakdidactiek LO en praktijkseminaries worden

cruciale aspecten van deze aanpak onderwezen en ingeoefend, zodat ze in een volgende fase kunnen ingeat worden tijdens de lesstage van de

studenten SLO-LO.We meten de impact van dit kennispakket op de kennisontwikkeling en gaan na of deze kennisontwikkeling een gunstig effect

heeft op de implementatie van het spelenderwijs-concept in het didactisch handelen van de student-leraar. Opvolging van dit project gebeurt in het

OPO Reflectie Onderzoek.

Organisaties:

• Fysieke Activiteit, Sport & Gezondheid

Onderzoekers:

• Hilde Leysen

• Daniel Behets

Groepsbenadering studenten met functiebeperking via verbetering communicatie.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Studentenadviesdiensten

Onderzoekers:

• Ruth Stokx

Katalytische omzetting van (ligno)cellulose naar biobrandstoffen en chemicaliën.

K.U.Leuven

Abstract: Katalytische omzetting van cellulose tot chemicaliën Cellulose biedt potentieel als alternatieve koolstofbron voor de aanmaak van

biobrandstoffen en industrieel relevante basischemicaliën. De depolymerisatie van cellulose tot kleinere moleculen geldt als één vande

belangrijkste strategieën in het concept van een zogenaamde bioraffinaderij. Deze nieuwe chemische bouwstenen kunnen immers worden

aangewendin reeds bestaande petrochemische processen. Waar in eerste instantie op zoek werd gegaan naar conventionele heterogene

katalysatoren voor de omzetting van cellulose, blijft de hamvraag hoe de diffusieproblemen van dergelijke water-onoplosbare biopolymeren kunnen

beperkt worden. Hierin schuilt dan ook de drijfveer voor de ontwikkeling van innovatieve types katalysatoren. Dit werk illustreert het specifieke

ontwerp van gesulfoneerde silica/koolstof nanocomposieten voor de efficiënte katalytische hydrolyse van cellulose tot glucose. De materialen

hebben het voordeel dat hun hybride oppervla

Organisaties:

• Centr. vr Oppervlaktechemie & Katalyse

Onderzoekers:

• Bert Sels

• Pierre Jacobs

• Stijn Van de Vyver

INTERcCOM: Interculturele Communicatie in de Euregio Maas-Rijn

Universiteit Hasselt

Abstract: De Euregio Maas-Rijn, de provincies Limburg en het land Noord-Rijn Westfalen hebben dit onlangs erkend door een omvangrijke

ondersteuning van een ambitieus project: INTERcCOM: Interculturele communicatie in de Euregio Maas-Rijn. INTERcCOM wordt ontwikkeld door

een internationaal consortium: Provinciale Hogeschool Limburg (PHL), Centrum Toegepaste Linguïstiek - Universiteit Hasselt (CTL-UHasselt),

CommArt International (spin-off UHasselt), Hogeschool Zuyd, Institut Supérieur des Langues Vivantes - Université de Liège (ISLV - Ulg), Rheinisch-

Westphälische Technische Hochschule (RWTH) Aachen en Gymnasium St. Leonhard Aken.

Het project heeft als hoofddoelstelling om op een innovatieve manier en via interactieve e-modules (blended learning) studenten uit de Euregio


Maas-Rijn beter te leren communiceren in de drie Euregionale talen: Frans, Nederlands en Duits. Hierbij wordt eveneens rekening gehouden met

alle cultuurverschillen die in deze complexe grensregio bestaan. Bovendien voorzien de modules een onderdeel voor (potentiële) studenten

afkomstig uit Polen en Turkije.

Aan de ontwikkeling gaat een uitgebreid onderzoek vooraf naar taal- en cultuurverschillen, enerzijds tussen de vijf deelregio's van de EMR

onderling, anderzijds tussen Turkije, Polen en de EMR.

INTERcCOM streeft dus naar een versterking van de communicatieve vaardigheden van toekomstige deelnemers op de Euregionale arbeidsmarkt.

Ook om die reden zullen de onderzoeksresultaten verder benut worden ten dienste van de bedrijfswereld.

Organisaties:

• Centrum voor Toegepaste Linguïstiek

• Centrum voor Toegepaste Linguïstiek

Onderzoekers:

• Martine VERJANS

Naar een succesvolle differentiatie in de detailhandel. Onderzoek naar het proces en de impact van differentiatie en

positionering in de kleinhandel: antecedenten, gevolgen en medererende factoren.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Omwille van verzadiging, wordt de West-Europese kleinhandel tegenwoordig getekend door hevige concurrentie. een voor de hand

liggende reactie van de gevestigde detaillisten bestaat in het verlagen van de prijzen. Nochtans is dit een straatje zonder eind: de marges van de

detaillist zakken erdoor, zonder dat er meer omzet gedraaid wordt. Door enkel de 'prijzen te benadrukken en geen andere vormen van differentiatie,

ziet de consument ook geen andere verschillen meer tussen de retailers, wat store switching in de hand werkt. We observeren algemeen ook een

vervlakking van het winkelaanbod. Het doel van dit doctoraatsvoorstel is een wetenschappelijk denkkader te ontwikkelen over differentiatie in de

kleinhandel. De centrale onderzoeksvraag luidt: "Hoe kan een kleinhandelaar zich differentiëren van de concurrentie en een duurzaam

concurrentieel voordeel opbouwen in de huidige competitieve, prijsgedreven omgeving". Het bestuderen van alternatieve mogelijkheden om zich te

onderscheiden, het proces zelf alsook de impact ervan op winkelkeuze, patronage en loyaliteit bij de consument, staat ons toe dit kader verder uit

te werken, te testen en te verfijnen. Voortbouwend op de bevindingen uit de literatuur, willen we een beter inzicht verkrijgen in het

differentiatieproces, de alternatieve onderscheidende strategieën, de antecedenten en resultaten van differentiatie in het algemeen, en meer

specifiek van de alternatieve strategieën. Dit doen we aan de hand van een combinatie van exploratiedf onderzoek, voor het verder ontwikkelen

van het model en kwantitatief onderzoek voor het testen ervan. Op basis van deze bevindingen kunnen we vervolgens ook praktijk relevante

aanbevelingen doen naar detaillisten die een lange termijn visie nastreven.

Organisaties:

• Bedrijfseconomie en Strategisch Beleid

Onderzoekers:

• MALAIKA BRENGMAN

Structurele en functionele karkaterisering van het hipBA operon van de bacterie Escherichia coli.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Doelstellingen Dit doctoraatsproject heeft als doel een bijdrage te leveren tot het begrijpen van de moleculaire basis van persistentie en

multi-drugtolerantie in biofilms. Hiervoor zal de structuur-functie relatie van de eiwitten van het hipBA operon worden onderzocht via een zo breed

mogelijke structurele, biofysische en functionele karakterisatie. Dit werk kadert in een breder project van de onderzoeksgroep m.b.o. TA modules.

De kristalstructuren van de eiwitten (of eiwitdomeinen) en hun complexen zullen worden bepaald door middel van X-straal diffractie. De

resulterende kristalstructuren zullen ons niet enkel een beeld geven van de vouwing van de HipA en HipB eiwitten en hun interactie, maar door

vergelijking met andere structuren in de Protein Data Bank ook informatie over hun functie. De structuren zullen toelaten hypothesen op te stellen

die experimenteel zullen worden getoetst en zullen bijgevolg de startbasis vormen voor de design en/of interpretatie van verdere experimenten. In

een later stadium zal, indien tijd dit toelaat ook gewerkt worden naar kristalstructuren van HipB:DNA en HipAB:DNA complexen. De biofysische

eigenschappen van de eiwitten en hun domeinen, in het bijzonder hun thermodynamische stabiliteit en hun onderlinge interacties zullen worden

geanalyseerd m.b.v. een aantal biofysische technieken. Dit zal verdere informatie verschaffen over het werkingsmechanisme van de HipAB module

en diens regulatie op eiwitniveau. Bijvoorbeeld in het geval van CcdAB leidde zulk een aanpak tot de identificatie van een nieuw regulatorisch

mechanisme, de intrinsiek ontvouwen allosterische rits (N. De Jonge en R. Loris - ongepubliceerde resultaten). Een derde doel van dit

doctoraatswerk ten slotte is het plaatsen van de HipAB activiteit in een biologische context. Hiervoor zal worden gekeken in welke in vivo

regulatorische cascades HipA een rol speelt door de invloed van HipA expressie en activiteit na te gaan op de expressie van andere eiwitten.

Verder zal worden gekeken in welke mate de twee individuele domeinen van HipA en de connectie met bona fide TA modules zoals relBE en

mazEF hier toe bijdragen. Het model van Korch dat hipAB stroomopwaarts plaatst van de klassieke TA modules zal hierbij worden gevalideerd.

Verder zal worden gezocht naar mogelijke cellulaire doelwitten van de kinase activiteit van HipA.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• REMY LORIS

De verspreiding en representatie van de Engelse roman in de 18e eeuw: een vergelijkende studie van Franse pseudovertalingen

in transnationaal perspectief.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lit. Rel.& Postnat. Ident.

Onderzoekers:

• Jan Herman

• Beatrijs Vanacker

Multidisciplinair ontwerp van elektronische modules op PBA niveau, brugtussen theorie en praktijk (DfX-Bridge).

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling PMA

Onderzoekers:

• Martine Baelmans

• Bert Pluymers


Bewegingsinterventies ter preventie en behandeling van sarcopenie.

K.U.Leuven

Abstract: Het project heeft als doel bij te dragen tot de identificatie, preventie en behandeling van sarcopenie met risico op fysieke fragiliteit bij

ouderen. In een eerste luik wordt beoogd om krachtparameters te identificeren die gerelateerd zijn aan het risico op fysieke fragiliteit (>70jaar). In

een tweede luik wordt analytisch onderzoek verricht met betrekking tot de stimuli die bij krachtoefeningen, uitgevoerd door ouderen, aanleiding

geven tot positieve aanpassingen met betrekking tot contractiele enmorfologische spierkarakteristieken. Het vooropgestelde onderzoeksdesign laat

toe om de minimale mechanische belasting te bepalen die, in interactie met lokale spiervermoeidheid, tot deze musculaire adaptaties leidt. Dit

resulteert in aangepaste richtlijnen voor het opstellen van oefenprogramma's ter preventie en behandeling van sarcopenie, met een verhoogde

kans op therapietrouw. In een derde luik worden de effecten van dergelijk geoptimaliseerd oefenprogramma vergeleken met een klassiek kra

Organisaties:

• Inspanningsfysiologie

Onderzoekers:

• Christophe Delecluse

• Evelien Van Roie

Belang van niet-immunologische factoren zoals gastro-esofagale reflux en luchtwegkolonisatie in de pathogenese van

chronische rejectie na longtransplantatie, opheldering van het inflammatoir ontstaansmechanisme en het effect van

macroliden.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Pneumologie

Onderzoekers:

• Marc Decramer

• Lieven Dupont

Crystal engineering van nieuwe, functionele, supramoleculaire samenstellingen met de nadruk op poreuze materialen.

K.U.Leuven

Abstract: Vroeger werd X-stralendiffractie vooral gebruikt als een techniek om spectroscopische karakterisatie te ondersteunen en/of als een

aantrekkelijke visualisatiemethode. Door toenemende technologische ontwikkelingen, werden onderzoekers (niet enkel kristallografen) zich bewust

van het nut van diffractometers om een dieper inzicht te verkrijgen in de schikking van moleculen in vaste toestand. Gedetailleerde studies van

intermoleculaire interacties lagen aan de basis van een nieuw onderzoeksdomein dat crystal engineering gedoopt werd. Het uiteindelijke doel van

rationeel design van nieuwe op maat gemaakte materialen met specifieke eigenschappen, was de drijvende kracht achter experimenten, die meer

inzicht dienden te geven in de fundamentele principes die de zelf-samenstelling van moleculen sturen. In dit project ligt de nadruk op het ontwerp

en de samenstelling van nieuwe functionele materialen, gebaseerd op klassieke coördinatiechemie. Meer bepaald wensen we poreuze kristallijne

vaste

Organisaties:

• Afdeling Moleculair Design en Synthese

Onderzoekers:

• Wim Dehaen

• Liliana Dobrzanska

Inzicht in de microstructuur van plantaardige levensmiddelensuspensies in relatie tot hun fysische en nutritionele

functionaliteiten.

K.U.Leuven

Abstract: Split-stream processing is een veelbelovende benadering voor de duurzame productie van hoogkwalitatieve levensmiddelen met volledige

benutting van het endogene potentieel van grondstoffen en minimaal gebruik van additieven. Een erg geschikte productcategorie betreft de

plantaardige multi-fase suspensies (bv. soepen, sauzen, sappen). Deze producten bestaan uit partikels van diverse dimensies in een continue fase

en zijn het resultaat van een opeenvolging van structuurcreërende en conserverende eenheidsbewerkingen. Belangrijke functionaliteiten van deze

producten zijn hun fysische en nutritionele kwaliteit, die beiden bepaald worden door de (micro)structurele organisatie van de matrix. Bij de

optimalisatie van de structuur van een suspensie dienen dan ook zowel fysische als nutrionele eigenschappen als evaluatiecriterium te worden

gebruikt. Informatie omtrent complexe, multi-fase suspensies, wat de relatie tussen hun structurele, reologische en nutritionele karakteristieken

betreft, is e

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Marc Hendrickx

Zeoliet-gefunctionalizeerde materialen met bimodale porositeit

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit onderzoeksproject beoogt de vorming van zeoliet-gefunctionaliseerde materialen via een alternatieve synthesemethode om zo het

zeolietkarakter van deze materialen te verhogen en te controleren. Bovendien zal een belangrijk deel van het onderzoek bestaan uit het

karakteriseren van deze structuren, waarbij de aandacht ligt op het in kaart brengen van de selectiviteit van deze materialen naar adsorptie toe. Er

wordt immers verwacht dat deze materialen sterk verschillende adsorptie-eigenschappen bezitten tegenover de klassieke zeolieten en de

mesoporeuze materialen met amorfe silica wanden. Hierbij zal belangrijke fundamentele kennis van de zeolietnanopartikels, waaruit deze

structuren zijn opgebouwd, worden bekomen. Belangrijk hierbij is het karakteriseren van de grootte en de kristalliniteit van de partikels.

Verschillende synthesewegen zullen bewandeld worden ter bereiding van de uiteindelijke materialen, waarbij een controle over de morfologie en de

verhouding microporositeit/mesoporositeit ten aanzien van de functionaliteit van de materialen belangrijk is.

Organisaties:

• Laboratorium adsorptie en katalyse

Onderzoekers:

• Pegie Cool

• Vera Meynen

• Cynthia Van Oers

NETCU-project.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:


• Dienst Informatieverwerking Letteren

Onderzoekers:

• Frederik Truyen

Consulting-overeenkomst voor diensten

Universiteit Hasselt

Abstract: Deze consulting overeenkomst kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds het onderzoeksinstituut Biomed (UHasselt) en

anderzijds Biogen Idec Internat. Het onderzoeksinstituut Biomed levert aan Biogen Idec Internat de onderzoeksresultaten onder de voorwaarden

zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Immunologie - Biochemie

• Biomedisch Onderzoeks Instituut

Onderzoekers:

• Peter FEYS

CLIMAQS: Modelleren van klimaatimpact en luchtkwaliteit ter ondersteuning van beleid.

K.U.Leuven

Abstract: The best existing tools to assess and predict local- to regional-scale air quality and climate impacts are 3-D prognostic numeric

atmospheric models. Yet, owing to their complexity and computation-intensive character, the use of these models for policy support in Flanders, the

Northern Region of Belgium, has been very limited. Considering this, the main objective of the proposed research is to develop a very broad and

generic knowledge platform in advanced atmospheric modelling, building on available expertise in Flanders and aiming at medium- to long-term

applicability for policy support in the areas of climate change impacts and urban/regional air pollution.The methodology will focus on improving and

adapting existing research-grade computer models, and on demonstrating their suitability for policy purposes. The concerned models are 3-D

prognostic meteorological and chemistry-transport models, operating at scales ranging from the European continent down to an individual city

quarter.

Organisaties:

• Afdeling Geografie

Onderzoekers:

• Bart De Moor

• Nicole Van Lipzig

Determinanten van persoonlijke buurtnetwerken bij ouderen: het ééndimensionale denken voorbij.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Met dit onderzoeksproject willen we de relatie onderzoeken tussen sociale netwerken en verbondenheid met een territorium of plaats,

twee constituerende dimensies van sociale cohesie (Forrest & Kearns, 2001), die vaak met elkaar in verband worden gebracht tegen de

achtergrond van het wetenschappelijke debat over de vermeende teloorgang van 'gemeenschap'. We richten ons op de vraag of, voor wie en op

welke manier de buurt, binnen de heterogene groep van zelfstandig wonende ouderen, van betekenis is voor het aangaan en onderhouden van

sociale relaties. Via een surveyonderzoek (n= 35.565) en een kwalitatieve studie naar het verband tussen buurt en gemeenschap bij ouderen,

zullen we constructief kunnen deelnemen aan de internationale theoretische discussie over de ruimtelijke dimensie van sociale netwerken en de

sociale dimensie van ruimtelijke nabijheid. 1. Theoretische situering: De vraag naar de wisselwerking tussen de lokale leefomgeving en het

aangaan en onderhouden van sociale banden kan sinds lange tijd op belangstelling rekenen binnen de sociale wetenschappen. Een groot deel van

de internationale literatuur over buurten en netwerken ontleent inzichten aan het sociaal-ecologische perspectief van de stadssociologen binnen de

Chicago School (Park, Burgess, & McKenzie, 1925; Wirth, 1938). Geïnspireerd door het werk van Simmel en Tönnies, verbinden de leden van deze

School de studie van gemeenschap aan een ruimtelijk gebied met gelijksoortige sociale kenmerken of 'natural areas' (Park, 1936). Zo heeft Wirth's

bekende essay 'Urbanism as a way of life' (1938) de gedachte gevoed dat processen van verstedelijking en industrialisering een levensstijl

veroorzaken die gekenmerkt wordt door onpersoonlijke, vluchtige primaire relaties, en zich fundamenteel onderscheidt van die op het platteland.

Een zekere associatie van gemeenschap met een verlangen naar de dichtere, warmere en harmonieuzere sociale banden van het premoderne

dorpsleven was de auteurs van de Chicago School dus niet vreemd. In tegenstelling tot de beweringen over een teloorgang van sociale netwerken

in stadsbuurten, benadrukken latere sociologische studies (Gans' The Urban villagers, 1962; Young & Willmott, 1957) het blijvende bestaan van

lokale solidaire gemeenschappen. Met de vorige benaderingen hebben deze studies die een 'discovery-of-community' voorstaan echter gemeen

dat er nauwelijks een conceptueel onderscheid gemaakt wordt tussen buurt en gemeenschap. De vooronderstelling dat gemeenschap territoriaal

bepaald is en bestudeerd moet worden, is dan ook niet van fundamentele kritiek gespaard gebleven. Zo kreeg het wetenschappelijke debat over de

'community question' een nieuwe impuls onder invloed van auteurs die een opvatting van gemeenschap als persoonlijk netwerk voorstonden

(Fischer, 1977, 1982; Wellman, 1979; Wellman & Leighton, 1979). Vertrekkende vanuit een kritiek op 'community lost' en 'community saved'

benaderingen stelt Wellman (1979, p. 1202-1203) dat "analyses have tended to take as their starting point extrinsic mappings of local area

boundaries and then proceeded to enquire into the extent of communal interaction and sentiment within these boundaries". Vanuit een

netwerkanalytisch perspectief, waarbij de structuren van relaties los van een vooraf bepaalde lokaliteit bestudeerd worden, ontwikkelt Wellman het

argument dat ruimtelijke nabijheid minder belangrijk is geworden voor het aangaan en onderhouden van relaties. Processen als verstedelijking,

geografische mobiliteit en telecommunicatie hebben ervoor gezorgd dat sociale relaties 'bevrijd werden' van de locatie, waardoor we volgens deze

auteur eerder kunnen spreken over 'community liberated'. "Personal community networks are rarely neighbourhood solidarities" (Wellman, 1996:

348). Recenter onderzoek naar de relatie tussen buurt en gemeenschap (Guest & Wierzbicki, 1999; Guest, 2000; Thomése & van Tilburg, 2000)

heeft aan de netwerkanalytici het inzicht ontleend dat voor een goede inschatting van het relatieve belang van lokaal georiënteerde persoonlijke

netwerken, ook de informele en formele relaties buiten de buurt: de 'relational alternatives' (Völker, Flap & Lindenberg, 2007) mee in rekening

moeten worden gebracht. Buurt en gemeenschap worden niet langer als onlosmakelijk beschouwd. 2. Probleemstelling: De belangstelling voor

buurtrelaties lijkt achterhaald in een tijd van internet, media, reizen en globalisering. Thomése (1998) geeft echter verschillende redenen aan die het

tegendeel uitwijzen, zeker wanneer lokale netwerken van ouderen centraal staan. Ten eerste sluit een algemene tendens naar geografische

spreiding van netwerken niet uit dat hierin een grote variatie optreedt. Onder invloed van processen als urbanisatie en geografische mobiliteit

kunnen netwerken meer of minder lokaal gericht zijn. Er is volgens Thomése geen reden om aan te nemen dat de opkomst van steeds nieuwe

vervoers- en communicatiemiddelen die verschillen teniet doet. Ten tweede vergt het zekere persoonlijke hulpbronnen zoals gezondheid, mobiliteit,

vaardigheden en geld om onafhankelijk te zijn van de lokale leefomgeving (Thomése, 1998, p. 10-11). Op basis van de 'multiple jeopardy

hypothesis' (Hammond, 1995), of de combinatie van meerdere achtergestelde posities, zoals fysiek kwetsbare ouderen met een lage socioeconomische

status, kan dan ook een sterkere omgevingsafhankelijkheid verwacht worden. Gezien het belang van sociale netwerken voor het

subjectieve welbevinden van ouderen (Antonucci, Sherman & Akiyama, 1996; Knipscheer, de Jong Gierveld, van Tilburg & Dykstra, 1995; Pinquart

& Sörensen, 2000; Vanden Boer & Pauwels, 2004), is de studie naar de betekenis van de buurtrelaties van deze ouderen daarom uitermate

relevant. Niet álle ouderen zijn echter in dezelfde mate 'neighborhood-bound' (Oh, 2003, p. 490) voor wat betreft het sociale leven. Het werk van bv.

Fischer (1982), Guest en Wierzbicki (1999) en Thomése (1998) over de relatie tussen buurt en gemeenschap toont aan dat omgevingsgerichtheid

sterk kan verschillen tussen personen én situaties. Het voorgestelde onderzoeksproject richt zich dan ook op de vraag of, voor wie en op welke

manier de buurt, binnen de groep van zelfstandig wonende ouderen, van betekenis is voor het aangaan en onderhouden van sociale relaties. Dit

perspectief leunt aan bij de aanbeveling van Völker en haar collegae tot verder onderzoek naar de condities van het bestaan van lokale

gemeenschappen (Völker, 2005; Völker et al., 2007). Omwille van de vele obstakels bij het onderzoek naar sociaal kapitaal en gemeenschap, lijkt


het volgens Völker (2005, p. 13) beter om niet de trendvraag (is er een teloorgang? Zie bv. Putnam, 1995, 2000) bovenaan de agenda te plaatsen,

"maar eerst te kijken hoe het thans gesteld is met sociaal kapitaal en gemeenschap, wat de oorzaken en de effecten zijn". Aansluitend bij de

netwerktheoretische onderzoekstraditie worden door Völker de condities voor het bestaan van gemeenschap gelijkgesteld aan de condities voor het

bestaan van relaties of netwerken. Er zijn echter slechts weinig studies die de psychologische mechanismen aan de vraagzijde van sociale

contacten, zoals behoeften en individuele preferenties, combineren met sociologische aanbodstheorieën van sociale relaties over sociale settings

en contexten (extra-individuele condities) (Ibid., p. 14). Literatuuronderzoek naar de determinanten van lokale sociale verbondenheid of - banden bij

ouderen leert ons dat dit ook binnen de gerontologische theorievorming een 'blinde vlek' is. Bovendien blijkt dat hoewel het onderzoek naar sociale

banden bij ouderen de laatste jaren een hoge vlucht heeft genomen, de meeste studies zich focussen op effecten van sociale relaties op

psychische en fysieke gezondheid (Garcia et al., 2005; Glass et al., 2006; Litwin, 2006; Unger et al., 1999; Zunzunegui et al., 2004), subjectief

welbevinden (Antonucci et al., 1996; Baxter et al., 1998; Litwin, 2001; Pinquart & Sörensen, 2000) en onveiligheidsgevoelens (De Donder, Verté &

Messelis, 2005; Ross & Jang, 2000; Rountree & Land, 1996), en niet op de determinanten. Uitzonderingen zoals de studies van bv. de Jong

Gierveld en Fokkema (1998) en Thomése en van Tilburg (2000) die zich focussen op de structuur van sociale banden bij ouderen, leggen dan weer

zeer sterk de nadruk op één bepaald type van contextuele determinanten, m.n. de urbanisatiegraad. Feit is dat de factoren die de lokale sociale

verbondenheid en netwerken beïnvloeden steeds vanuit een partieel perspectief benaderd worden. Voor een adequaat begrip van deze

determinanten is het o.m. noodzakelijk om de verschillende omgevingsfactoren waarvan is aangetoond dat zij van invloed zijn op de structuur of

intensiteit van sociale banden, zoals o.m. urbanisatiegraad, geografische mobiliteit (Kasarda & Janowitz, 1974; Thomése, 1998; Wenger, 1995),

buurtsamenstelling (Musterd & Goethals, 1999), fysieke buurtkenmerken en toegankelijkheid van de buurt (Leyden, 2003; Thompson & Krause,

1998) en ontmoetingskansen zoals winkels, parken en voorzieningen (Völker et al., 2007), binnen één theoretisch kader te plaatsen.

Omgevingskenmerken blijken trouwens niet enkel in hun 'objectieve' variant bij te dragen aan het begrijpen van de determinanten van sociale

netwerken van ouderen. Bowling en Stafford (2007) wijzen dan ook op een onafhankelijk effect van de percepties van ouderen over hun buurt.

Naast het gefragmenteerde empirische perspectief wat betreft de contextuele determinanten, blijkt het bestaande wetenschappelijke onderzoek

bovendien weinig inzicht te bieden in de wijze waarop de meer sociaal-structurele en psychologische of persoonlijke factoren, zoals bv.

onveiligheidsgevoelens (Oh, 2003), individuele motivatie (Völker et al., 2007), relationele alternatieven (Ibid.), hulpbehoevendheid (Thomése,

1998), en socio-demografische kenmerken (zie Campbell & Lee, 1992) met elkaar interfereren. Ten slotte kan worden vastgesteld dat door een

eenzijdige focus op de "relative size and composition" (Thomése & van Tilburg, 2000), ook de kenmerken van lokale banden van ouderen slechts

vanuit een ééndimensionaal perspectief bestudeerd worden. Naast de kwantiteit zijn echter ook de kwaliteit (de verschillende vormen van steun) en

de tevredenheid essentiële eigenschappen van lokale persoonlijke netwerken die verdisconteerd moeten worden in de gegevensanalyse (De Groof

& Elchardus, 2003). Uitgaande van de vermelde leemtes in de bestaande literatuur, waarbij slechts gedeeltelijk inzicht wordt geboden in de

determinanten van eendimensionaal gedefinieerde lokale sociale netwerken, werden onze centrale onderzoeksvragen opgesteld. 3.

Onderzoeksvragen: Bovenstaande probleemstelling toont aan dat voor een adequaat begrip van de determinanten en kenmerken van lokale

persoonlijke netwerken bij ouderen, een toetsing van een geïntegreerd model vereist is, waarin de verschillende componenten worden verbonden.

Binnen dit geïntegreerd model worden de - op basis van (verder) literatuuronderzoek gespecificeerde - determinanten, zoals psychologische en

persoonsgebonden kenmerken, en 'subjectief beleefde' en objectieve woonomgeving, als onafhankelijke variabelen beschouwd. Als eerste

onderzoeksvraag willen we de invloed nagaan van deze onafhankelijke variabelen op de intensiteit en kwaliteit van, en tevredenheid over lokale

sociale netwerken, of de afhankelijke variabelen. Zo kunnen we verschillende inzichten uit de internationale literatuur toetsen aan de hand van één

conceptueel model. Klopt de these als zou de intensiteit en kwaliteit van, en de tevredenheid over lokale netwerken bij ouderen toenemen naarmate

de verhuismobiliteit in de buurt kleiner, de homogeniteit van de buurtsamenstelling groter, het ontmoetingsaanbod uitgebreider, de relationele

alternatieven van de oudere beperkter, en de perceptie van de buurt positiever is? Wat is de relatieve impact van deze factoren in het verklaren van

verschillen in de afhankelijke variabelen? Vervolgens richten we ons op de vraag of het, binnen dit geïntegreerd model, mogelijk is om op basis van

de 'multiple jeopardy hypothesis' (Hammond, 1995), specifieke deelpopulaties te onderscheiden. We gaan m.a.w. na welke ouderen, met welke

specifieke combinaties van achtergestelde posities, sterk afhankelijk zijn van hun onmiddellijke leefomgeving voor het onderhouden van sociale

netwerken, en we onderzoeken daarbij de relatieve impact van omgevingscondities, zoals o.m. ontmoetingskansen en fysieke toegankelijkheid van

de buurt, op de mate van tevredenheid over de lokale relaties bij deze subgroepen. Hierbij aansluitend toetsen we de 'environmental docility

hypothesis' (Lawton, 1980; Thomése, 1998) die stelt dat de effecten van de omgeving op kenmerken van het lokale netwerk (zoals kwaliteit en

tevredenheid) het sterkst opgaan bij ouderen met lagere inkomens en een geringe mobiliteit.

Organisaties:

• Agogiek

Onderzoekers:

• DOMINIQUE VERTE

Zanggedrag van de koolmees.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Zangonderzoek verrichten in verschillende Europese populaties van de koolmees.

Analyseren van longitudinale datasets van individueel gemerkte koolmezen die in verschillende opeenvolgende jaren werden opgenomen in het

kader van experimentele en veldstudies.

Organisaties:

• Ethologie

Onderzoekers:

• Marcel Eens

Modellen van cerebellair lijden: preklinisch en klinisch.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Neurosearch. UA levert aan Neurosearch de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Neurochemie en gedrag

Onderzoekers:

• Peter De Deyn

• Mattias De Coninck

Technische process mining metrieken vertalen naar bedrijfs-KPI's.

Universiteit Hasselt

Abstract: Process Mining is een relatief jong onderzoeksdomein wat zich momenteel nog volledig in het domein van computer science bevindt. Met

dit project willen we de stap van computer science naar business science nemen. Heel concreet willen we aan de hand van een case study de

technische metrieken die nu in het onderzoeksveld gebruikt worden voor de goodness of fit van modellen of andere metrieken vertalen naar Key

Performance Indicators die gebruikt worden in de bedrijfspraktijk.

Organisaties:

• Beleidsinformatica

• Instituut voor Mobiliteit


Onderzoekers:

• Koenraad VANHOOF

Structuur en reologie van mucus en longsurfactanten.

K.U.Leuven

Abstract: Dit project heeft tot doel om een gedetailleerde studie uit te voeren van de reologische eigenschappen van complexe vloeistoffen in de

longen, en hierbij zowel de long surfactanten als de mucus te bestuderen wat betreft hun fysicochemische eigenschappen. Het doel is te komen tot

een fundamenteel begrijpen van de reologische eigenschappen van zowel complexe vloeistof interfazes als in dunne filmen. De doelstelling is te

komen tot een beter inzicht in de transporteigenschappen in de longen, en dit omzowel een rationele basis te bezorgen voor behandelingen (van

bvb. Mucoviscidose) als voor het ontwikkelen van stratgieën voor het toedienen van geneesmiddelen. Hiertoe zullen de reologische

eigenschappen, zowel vande longsurfactanten als van de mucine, worden bestudeerd en zal gepoogdworden om te begrijpen wat de interacties en

structuren zijn die dit gedrag beheersen. Er zal met hersamengesteld long surfactanten en mucus gewerkt worden om na te gaan welke

componenten met mekaar interageren

Organisaties:

• Afd. Soft Matter Reologie en Technologie

Onderzoekers:

• Jan Vermant

• Eline Hermans

Analyse van tolerantiemechanismen van biofilm-gistcellen aan antifungale componenten en de in vivo relevantie hiervan.

K.U.Leuven

Abstract: Gedurende de laatste twintig jaar is het aantal schimmelinfecties enormgestegen en veroorzaken deze infecties momenteel ongeveer

40% van alle dodelijke ziekenhuisinfecties. De toename in het voorkomen van schimmelinfecties wordt veroorzaakt door een toename in het aantal

patiënten met een verzwakt immuunsysteem in combinatie met een toename in het gebruik van medische implantaten en invasieve apparaten die

kunnen dienen als nidus voor biofilmvorming. Micro-organismen komen in hun natuurlijke omgeving voornamelijk voor onder de vorm van biofilmen

en kunnen aanleiding geven tot verdere infecties. Microbiële biofilmen spelen een belangrijke rol in de menselijke geneeskunde aangezien geschat

wordt dat deze betrokken zijn bij 65% van alle microbiële infecties bij de mens. Candida albicans is een opportunistische schimmelpathogeen en

komt voor als commensaal in de humane orale en gastro-intestinale microflora. C.albicans is de belangrijkste pathogene Candida spp. en onder de

pathogene schimm

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Bruno Cammue

• Anna Bink

(On)Eindigheid bij Kant, Cassirer, Heidegger en Lévinas.

K.U.Leuven

Abstract: In mijn doctoraatsverhandeling wil ik, vertrekkende vanuit het beroemdeDavos-debat uit 1929, mijn aandacht richten op het thema van de

menselijke (on)eindigheid. Cassirer en Heidegger voerden in Davos een discussieover de juiste interpretatie van Kants kritik der reinen Vernunft, en

meer algemeen over het gehele filosofische project van deze Verlichtingsdenker. Centraal in dit debat stond het verschil in interpretatie van

hetKanitaanse subject als fundamenteel gekenmerkt door hetzij eindigheid (Heidegger), hetzij oneindigheid (Cassirer). Stap voor stap wil ik 1) de

filosofische achtergronden en consequenties van deze verschillende visies en 2) het grote belang van dit meningsverschil voor het aangezicht

vande gehele twintigste-eeuwse wijsbegeerte, aantonen. Het eerste deel vanmijn doctoraatsverhandeling zou er dus in bestaan de visies van drie

eminente denkers uit de geschiedenis van de filosofie over het thema van de menselijke (on)eindigheid te onderzoeken en te 'vergelijken'. In het

Organisaties:

• OE Metafysica & Filosofie van de Cultuur

Onderzoekers:

• William Desmond

• Simon Truwant

Moleculair genomische analyse van TDP-43-positieve frontotemporale kwab degeneratie (FTLD-TDP) : opheldering van

ziektepathways via een geïntegreerde aanpak.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Frontotemporale kwabdegeneratie (FTLD) is een ernstige neurodegeneratieve hersenaandoening met een gelijkaardige prevalentie als

die van de ziekte van Alzheimer (AD) bij patiënten met een vroege aanvangsleeftijd. Een geschikte therapie is echter nog niet beschikbaar.

Klinische FTLD kenmerken gaan dikwijls gepaard met symptomen van amyotrofe laterale sclerose (ALS). Pathologisch vertonen de meeste

patiënten TDP-43-postieve herseninclusies (FTLD-TDP). Genetische factoren spelen een essentiële rol in de etiologie van de ziekte aangezien

mutaties geïdentificeerd werden in verschillende sleutelgenen MAPT, GRN, VCP en CHMP2B en koppeling werd gevonden met een locus op

chromosoom 9p13-p21 in verschillende FTLD-ALS families wereldwijd. FTLD-TDP neuropathologie werd beschreven in GRN en VCP

mutatiedragers en in 9p13-p21 gekoppelde families. Daarom zijn deze genen waarschijnlijk betrokken in gemeenschappelijke ziektemechanismen.

Daarenboven wordt de ziekte niet in alle patiënten met TDP-43 deposities verklaard door mutaties in één van de gekende genen wat er op wijst dat

er nog andere genen moeten betrokken zijn in de pathway(s) die leid(t)en tot TDP-43 pathologie.

We zullen aan de hand van transcriptoomanalyses en via in silico co-expressiestudies en interactoomanalyses, interactiepartners identificeren van

de gekende FTLD-TDP genen/eiwitten GRN, VCP en TARDBP (TDP-43) die betrokken kunnen zijn in biologische pathways die leiden tot FTLD-

TDP pathologie. Moleculair genetische analyse van deze interactiepartners zal genetische varianten opsporen die bijdragen tot de genetische

etiologie van FTLD. Zo willen we mogelijke processen opsporen die betrokken zijn bij het ontstaan van de ziekte. Er zal ook specifiek gezocht

worden naar een nieuw gen voor FTLD-TDP in een FTLD-ALS familie met FTLD-TDP pathologie, gekoppeld met de gekende locus op

chromosoom 9p, aan de hand van genomische benaderingen. Het onderliggend gen zal hoogst waarschijnlijk een belangrijk deel van de FTLD

etiologie verklaren.

Met dit onderzoek zullen we verder de complexe genetische heterogeniteit van FTLD ontrafelen en de link tussen mutaties in de FTLD-TDP genen

en TDP-43 pathologie beter begrijpen. Dit zal sterk bijdragen tot het begrip van de pathways betrokken in FTLD en aanverwante

neurodegeneratieve ziektes zoals ALS, AD en de ziekte van Parkinson, en tot de identificatie van nieuwe therapeutische aangrijpingspunten die

leiden tot relevante therapieën die het ziekteproces tegenhouden of voorkomen.

Organisaties:

• VIB DMG - Neurodegeneratieve Hersenziekten

Onderzoekers:

• Marc Cruts

• Christine Van Broeckhoven

• Ilse Anne-Maria Leo Gijselinck


EPITRAIT, het gebruik van het epigenoom om complexe kenmerken te sturen in koolzaad en rijst.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Sedert een paar jaar heeft Bayer BioScience epigenetisch veranderde en voor de landbouw belangrijke plantensoorten (zoals bvb.

koolzaad) gegenereerd. Deze zogenaamde lijnen verschillen van elkaar in diverse eigenschappen zoals opbrengst en stress tolerantie maar ook in

respiratie, genexpressie, histonmodificatie, enz... De lijnen worden verder door ons gekarakteriseerd in samenwerking met Bayer BioScience en

VIB (UGent). Onze bijdrage bestaat er in de proteomen en de verschillen tussen de diverse lijnen te karakteriseren. Bovendien maken wij een

studie van de histonmodificaties m.b.v. iTraq, 2D-LC en massaspectrometrie.

Organisaties:

• Moleculaire Plantenfysiologie en Biotechnologie

Onderzoekers:

• Yves Guisez

Toepassingen van compactificaties van snaartheorie met flux.

K.U.Leuven

Abstract: Het voorgestelde onderzoek handelt over compactificaties van snaartheorie met niet-triviale verwachtingswaarden voor de fluxen. De

meest algemene oplossing van de condities voor een supersymmetrische compactificatiekan uitgedrukt worden in het formalisme van

veralgemeende complexe geometrie. Ook de inbedding van sypersymmetrische D-branen kan met hetzelfdeformalisme op een natuurlijke manier

beschreven worden. Compactificaties met fluxen, en de ingebedde D-branen, vormen een belangrijk bestanddeel van de zoektocht naar

snaartheorie vacua die in de lage-energie limiet(vanuit het standpunt van snaartheorie) contact kunnen maken met LHC fysica of bepaalde

inflatiemodellen realiseren. Het project omvat zowel meer fundamentale aspecten, zoals het begrijpen van de algemene eigenschappen van

compactificaties met fluxen, als expliciete toepassingen tot modellen voor inflatie en kosmologie in snaartheorie. Veralgemeende complexe

geometrie en gerelateerde technieken kunnen verder ook toegepast w

Organisaties:

• Afdeling Theoretische Fysica

Onderzoekers:

• Antoine Van Proeyen

• Paul Koerber

Dynamiek van licht-geinduceerde ladingsdragers en warmte in bulk en gekonfineerde halfgeleiders

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Kern- en Stralingsfysica

Onderzoekers:

• Wilfried Vandervorst

• Janusz Bogdanowicz

Discovery of new drugs for the prophylaxis and treatment of dengue virus infections in humans.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Intellectuele Eigendom

Onderzoekers:

• Patrick Chaltin

Je kunt je familie niet kiezen maar hoe kies je je carrièrepad? Het linken van familiaal kapitaal en carrièrepaden van

familieleden van de volgende generatie. Een "family business" studie.

Universiteit Hasselt

Abstract: In de literatuur over familiebedrijven is het concept "family capital" gebruikt om te verklaren waarom familiebedrijven beter presteren dan

niet-familiebedrijven en hoe familiebedrijven op een strategische wijze waarde creëren en behouden over de tijd. Carrière-intenties en -

beslissingen/-keuzen van familieleden uit de volgende generatie, zowel binnen als buiten het familiebedrijf, hebben weinig aandacht gekregen in

het bestaande family business onderzoek. De redenen waarom opvolgers in het bedrijf komen, alsook de intenties van familieleden van de

volgende generatie, zijn bestudeerd. Echter, zeer weinig studies hebben gefocust op het reële gedrag van familieleden van de volgende generatie

met betrekking tot carrièrebeslissingen en -keuzes. Geaccumuleerd family capital, dat voor het doel van deze studie zowel menselijke als sociale

elementen bevat, is in voorgaande literatuur vooral bestudeerd op het organisatieniveau. Echter, als family capital, zoals sociaal kapitaal, een

resource is die beschikbaar is voor actoren, hoe gebruiken familieleden dan family capital in hun carrières? Lin (2000) stelt voor dat de analyse van

sociaal kapitaal (als een element van family capital)

zowel op macro (groep, organisatie, gemeenschap) als op micro (individu) niveau kan gebeuren. In de voorliggende studie is de onderzoeker

geïnteresseerd in het individuele familielid als een actor van familiaal kapitaal. De continuïteit van familiebedrijven garanderen is geïdentificeerd als

één van de grote obstakels voor vele familiebedrijven. Als enkel de carrièrepaden van opvolgers worden onderzocht, wordt de ervaring van andere

familieleden, die gelijkaardige socialisatieprocessen doormaken maar een ander carrièrepad kiezen, genegeerd. Echter, de accumulatie en het

gebruik van family capital door familieleden kan de carrièrekeuzen van alle familieleden (zowel de opvolgers als diegene die een andere keuze

maken) beïnvloeden.

Deze studie maakt gebruik van de social capital literatuur, de human capital literatuur, carrièretheorie en de family business literatuur. Een

collectieve casestudy strategie wordt gebruikt. De data wordt geanalyseerd met behulp van de "Critical Incident Technique". Acht gevalstudies

worden uitgewerkt waarbij elke gevalstudie een individu betreft. De onderzoekster ambieert een significante bijdrage te leveren aan het family

business domein door de toepasbaarheid van de family capital lens te vergroten. Ook wordt een bijdrage geambieerd aan de bestaande

carrièreliteratuur, maar dan in de context van familieleden met een achtergrond in familiebedrijven.

Organisaties:

• Governance

• Kenniscentrum voor Ondernemerschap en Innovatie

Onderzoekers:

• Frank LAMBRECHTS

De oprichting van verzelfstandigde besturen vanuit Europees rechtsvergelijkend perspectief: internationale impuls,

nationale beheersing en de verzoening van deze trends

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het recht met betrekking tot de oprichting van verzelfstandigde besturen binnen de bestuursorganisatie van Europese staten wordt thans

gekenmerkt door twee trends. Enerzijds verplicht of moedigt het internationaal of supranationaal recht overheden aan om verzelfstandigde besturen


op te richten. De regulatoren in de nutssectoren, wier statuut in steeds grotere mate het voorwerp uitmaakt van Europese regelgeving, vormen

hiervan het meest bekende voorbeeld. Anderzijds vinden er op het nationale niveau pogingen plaats om de evolutie naar verzelfstandiging af te

remmen. Er rijzen steeds meer vragen naar de verenigbaarheid van deze bestuursvorm met fundamentele constitutionele principes en in sommige

staten werd al kaderregelgeving uitgevaardigd, die de voorwaarden vastlegt waaronder tot verzelfstandiging kan worden overgegaan. Beide trends

worden eerst afzonderlijk bestudeerd, om ten slotte te onderzoeken in welke mate zij conflicteren en hoe ze eventueel kunnen worden verzoend.

Het onderzoek gebeurt integraal vanuit Europees rechtsvergelijkend perspectief.

Organisaties:

• Overheid en Recht

Onderzoekers:

• Ingrid Opdebeek

• Stéphanie De Somer

Ontwikkeling van een gekoppeld bron- en ontvangermodel voor trillingen ten gevolge van spoorverkeer in een stedelijke

omgeving.

K.U.Leuven

Abstract: De numerieke voorspelling van trillingen in gebouwen ten gevolge van spoorverkeer is een dynamisch grond-structuurinteractieprobleem

waarbij bron (het spoor) en ontvanger (een gebouw) gekoppeld worden door golfvoortplanting in de grond. De directe koppeling tussen bron en

ontvanger wordt in veel modellen verwaarloosd, resulterend in een tweestapsbenadering waarbij eerst de trillingen in het vrije veld worden

berekend en vervolgens de respons van het gebouw ten gevolge van het invallende golfveld. Deze benadering is gerechtvaardigd indien de afstand

tussen de bron en ontvanger voldoende groot is (in termen van golflengtes); deze voorwaarde is niet altijd voldaan in een stedelijke omgeving waar

bijvoorbeeld paalfunderingen heel dicht bij metrotunnels kunnen komen.In het kader van dit doctoraatsonderzoek zal een efficiënt gekoppeld model

worden ontwikkeld voor de voorspelling van trillingen ten gevolge van spoorverkeer in een stedelijke omgeving. Dit onderzoek zal steunen op

ontkoppelde b

Organisaties:

• Afdeling Bouwmechanica

Onderzoekers:

• Geert Lombaert

• Geert Degrande

• Pieter Coulier

Gastheer-symbiont coevolutie in een dynamische omgeving.

K.U.Leuven

Abstract: Symbiose is een relatie tussen twee soorten die varieert van mutualisme over commensalisme tot parasitisme, afhankelijk van het

relatieve voordeel dat beide soorten in de relatie. De intense wederzijdse interactie in een symbiose leidt to co-evolutie en is een belangrijke bron

van biodiversiteit. Coevolutionaire dynamieken worden relatief weinig bestudeerd omwille van de complexiteit van de onderzoeksvraag en de nood

om zowel gastheer als symbiont te manipuleren. Co-evolutie wordt beïnvloed door de omgeving. Het doel van ons project is het nagaan van de

invloed van antropogene wijzigingen in de omgeving op de co-evolutie tussen gastheer en symbiont. Hierbij willen we gebruik maken van twee

modelsystemen: de eukaryote watervlo Daphnia en haar symbiontische parasieten en epibionten, en de prokaryote cyanobacterie Microcystis en

haar cyanofaag parasieten. We zullen voor beide soorten evalueren in welke mate eutrofiëring en een toenemende mobiliteit van soorten die het

gevolg zijn van mens

Organisaties:

• Biologie Kulak

Onderzoekers:

• Ellen Decaestecker

• Koenraad Muylaert

Zoekend oordelen en moreel leven. Functie en grenzen van het reflecterend oordeelsvermogen in Kants 'impure ethics'.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Ik wil me in mijn onderzoek toespitsen op een bepaald aspect van deze 'onzuivere ethiek', namelijk op het belang dat het

reflecterend oordeelsvermogen volgens Kant heeft voor de moraliteit. Op de functie van het reflecterend oordeel voor de

moraliteit wordt uiteraard reeds gewezen in (commentaren op) Kants KdU. Het reflecterend oordeelsvermogen speelt

echter ook een belangrijke (en vaak zelfs een prominente) rol in teksten die tot het domein van Kants 'onzuivere ethiek'

behoren. Via een studie van deze teksten wil ik aantonen dat het reflecterend oordeelsvermogen volgens Kant niet alleen

een wezenlijk aspect is van de menselijke existentie, maar ook een vermogen, zoniet hét vermogen waarmee de mens aan

het morele leven concreet gestalte geeft.

Organisaties:

• Centrum voor Cultuurfilosofie

Onderzoekers:

• Geert Van Eekert

• Liesbet Vanhaute

Grondige studie van membraanvervuiling inclusief preventie en remediatie.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Centr. vr Oppervlaktechemie & Katalyse

Onderzoekers:

• Luc De Meester

• Ivo Vankelecom

• Louise Vanysacker

Een computationeel psycholinguïstische benadering van primaire taalverwerving.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doel van dit project is de ontwikkeling van een computationeel psycholinguïstisch model van de primaire taalverwerving dat

gekenmerkt kan worden als een datagedreven model waarin algemene (i.e., niet specifiek talige) leermechanismen vanuit de input taalkennis

(grammatica, lexicon, etc.) verwerven. De term 'computationeel psycholinguïstisch' karakteriseert de aard van het model dat we voor ogen hebben,

een model van de taalverwervings- en taalverwerkingsprocessen die de primaire taalverwerving mogelijk maken en bewerkstelligen. De

samenstellende delen van die term preciseren ook een methodologische optie: het voorgestelde onderzoek omvat namelijk twee luiken:

(1) een psycholinguïstisch luik waarin de verwerving van de natuurlijke taal bestudeerd wordt bij kinderen, gebruik makend van de gangbare

psycholinguïstische methodologie, d.i. analyse van corpora van spontane spraak en experimentele toetsing van hypothesen die evt. door het


corpusonderzoek gegenereerd worden.

(2) een computationeel luik waarin een computermodel van dezelfde taalaspecten wordt geïmplementeerd, gebruik makend van de principes van

'gelijkenis-gebaseerd redeneren'.

De relatie tussen de luiken is tweevoudig: (i) De ontwikkeling van een theorie over taalverwerving waarin de rol van structurele aspecten van de

taalinput en het zelf-organiserend vermogen van de taalverwerver centraal staan. (ii) Een gezamenlijk studie-object maakt het mogelijk om een

vruchtbare wisselwerking tussen de psycholinguïstische data en theorievorming en het computationeel model te bewerkstelligen. Dit houdt o.m. in

dat gegevens uit de natuurlijke taalverwerving in de twee luiken van het onderzoek gebruikt worden, nl. als primair studieobject in het

psycholinguïstisch luik en als effectief inputmateriaal voor de artificiële verwerver; de performantie van die laatste zal bovendien geëvalueerd

worden aan de hand van de taalverwerving en -ontwikkeling van kinderen.

Organisaties:

• Linguistiek

• Centrum voor Computerlinguïstiek en Psycholinguïstiek (CLiPS)

Onderzoekers:

• Etienne Gillis

Analyse van microbiologische en farmacologische parameters voor de implementatie van bacteriofaagtherapie tegen

Pseudomonas aeruginosa infecties.

K.U.Leuven

Abstract: Pseudomonas aeruginosa is een humaan pathogeen dat levensbedreigende infecties veroorzaakt bij onder andere immunodeficiënte

personen en patiënten met brandwonden of mucoviscidose. De toenemende antibioticumresistente vormen van deze ziekenhuisbacterie maken de

bestrijding van deze infecties steeds moeilijker. Bacteriële virussen, (bacterio)fagen hebben door miljoenen jaren van co-evolutie echter

mechanismen ontwikkeld die het gastheermetabolisme heroriënteren naar een efficiënte faagproductie. In dit proces spelen interacties tussen

gastheer- en bacteriofaageiwitten een cruciale rol, waarbij sommige interacties in staat zijn essentiële processen van de bacterie te inhiberen. Het

onderzoek van fagen en hun eiwitten kreeg hierdoor een hernieuwde interesse in de zoektocht naar nieuwe middelen om antibioticumresistente

bacteriën te bestrijden.In dit project zal specifiek op zoek gegaan worden naar kleine faagpeptiden dietot nu toe niet-identificeerbaar waren omwille

van de internationale

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Rob Lavigne

• An Van den Bossche

Analytische Theorie en Computer Simulatie van Multi Scale Plasma processen in de ruimte-, zonne- en Astrofysica.

K.U.Leuven

Abstract: Ons project is over de simulatie van ruimte end astrofisisch plasma. Wij concentreren op reconnection in plasma en astrofysische stralen,

maar wijoverwegen ook industriële (e.g. het ITER apparaat dat in Frankrijk wordt gebouwd), biologische en toegepaste problemen van duidelijke

huidige belangstelling.De nieuwigheid van ons werk is niet alleen in de problemen dat wij studeren maar vooral op de nieuwe methode's die wij ann

het gebruiken en verbetern zijn. Wij gebruik een nieuwe techniek die wij tijdens ons voorafgaand werk bij het Los Alamos Nationale Laboratorium in

Amerika uitvonden.

Organisaties:

• Afdeling Plasma-astrofysica

Onderzoekers:

• Giovanni Lapenta

Gilliams en de tekens: een onderzoek naar de weerslag van een doorgedreven verzelfstandiging van het literaire veld op

de kritische representatie van de werkelijkheid in (Vlaams) verhalend proza.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Instituut voor de studie van de letterkunde in de Lage Landen (ISLN)

Onderzoekers:

• Kristiaan Humbeeck

• Filip De Ceuster

De rol van hemostase in de pathogenese van staphylococcus aureus infectieuze endocarditis.

K.U.Leuven

Abstract: Staphylococcus aureus (S. aureus) veroorzaakt een breed spectrum van invasieve infecties die door de toenemende resistentie aan

antibiotica soms moeilijk behandelbaar zijn. Het stollingssysteem is nauw verbonden bijde initiële afweermechanismes van de mens tegen

bacteriële infecties. S. aureus interfereert op verschillende wijzen met het stollingssysteem. De productie van de plasminogeen-activator

staphylokinase kan via fibrinolyse en plasmine-gemediëerde proteolyse van de extracellulaire matrix een belangrijke rol in bacteriële verspreiding

spelen. Dit werd duidelijkaangetoond bij streptococcus spp. infecties, maar belang van staphylokinase als virulentiefactor werd nimmer ten gronde

bestudeerd. Naas fibrinolyse beïnvloed S.aureus echter ook fibrinevorming. In tegenstelling totcoagulase-negatieve staphylococcen secreteert S.

aureus namelijk staphylocoagulase, een procoagulase dat prothrombine activeert door een uniekeconformationele verandering en zo fibrinogeen

omzet in het onoplosba

Organisaties:

• Cardiologie

Onderzoekers:

• Peter Verhamme

• Marc Hoylaerts

• Willy Peetermans

• Thomas Vanassche

Ecologische genomica: het gebruik van genome scans voor het detecteren van het signaal van natuurlijke selectie in

natuurlijke populaties van de watervlo, Daphnia magna.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Ecologie, Evolutie en Biodiv.behoud


Onderzoekers:

• Luc De Meester

Ontwikkelen van een methodologie voor het beschrijven van dispersie interacties op DFT niveau.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Structuurchemie

Onderzoekers:

• Alisa Krishtal

De vertoning van het verleden: postmoderne openbare ruimte in Brussel en Istanbul.

K.U.Leuven

Abstract: Sinds het einde van de jaren 1960 is de studie van openbare ruimte in verschillende sociaal-wetenschappelijke disciplines heropgebloeid,

samen met een fysische herstructurering van deze ruimtes, die dikwijls naar het verleden refereren. Deze trends worden geïdentificeerd met

postmoderniteit. Echter, de beweegredenen van deze veranderingen en hun gevolgen voor de stedelijke maatschappij zijn zelden onderzocht in

comparatief perspectief. Deze vergelijkende studie tussen Brussel en Istanbul zal de productie van opernbare ruimte van 1830 tot vandaag

bestuderen. De twee steden vertonen zeer verschillende politieke, culturele en sociaal-economische contexten. Een beperkt aantal openbare

ruimte zullen nader bestudeerd worden met behulp van historisch archiefonderzoek, discours analyse enexpert interview. De verschillende actoren

betrokken bij de productie van deze ruimtes, de begunstigden, de gebruikers en de uitgeslotenen van deze openbare ruimtes die het verledne

"ensceneren" zullen in kaar

Organisaties:

• Afdeling Geografie

Onderzoekers:

• Christian Kesteloot

• Maarten Loopmans

• Julia Strutz

Functionele validatie van SNPs in VEGFR-1 als biomerkers voor bevacizumab therapie.

K.U.Leuven

Abstract: Eén van de meest gebruikte "gerichte kankertherapieën" is bevacizumab of anti-VEGF therapie. Ongeveer de helft van de patiënten

reageert goed hierop, maar er bestaan geen biomerkers om te voorspellen welke patiëntenzullen reageren. Een screening van genetische variaties

(SNPs) identificeerde een variant in het VEGFR-1 gen als een predictieve biomerker voorhet aanslaan van anti-VEGF therapie. Deze coderende

SNP wijzigt het codon gebruik voor een tyrosine residu in het VEGFR-1 mRNA. Hoewel de aminozuursamenstelling van het eiwit dus niet

verandert, kan dit toch een effect hebben op de VEGFR-1 eiwitexpressie. Daarom zal deze variant verder bestudeerd worden door de wildtype en

mutante cDNAs van VEGFR-1 tot overexpressie te brengen en via een in vitro translatiesysteem aan te tonen dat beide VEGFR-1 varianten een

verschillende eiwitexpressie hebben.Een gecombineerde genetische analyse van verschillende anti-VEGF studiesleidde verder tot de identificatie

van een tweede biomerker in het HIF2

Organisaties:

• Laboratorium vr Translationele Genetica

Onderzoekers:

• Diether Lambrechts

Francqui leerstoel toegekend aan prof. Robert Kloosterman van de Universiteit Amsterdam

Universiteit Hasselt

Abstract: De Franquileerstoel 2012 bekleed door Prof dr Kloosterman (UvA) gaat over het thema "ondernemerschap bij etnische

minderhedengemeenschappen". De leerstoel bestaat uit 4 lezingen:

1. Een inaugurale lezing gevolgd door panel (beleidsmakers, andere academici, ondernemers) met de titel "Migrantenondernemers in

veranderende steden: Nieuwe ronde, nieuwe kansen?" voor het grote publiek (8/3/2012)

2. Een hoorcollege in de cursus Diversiteit, gelijkheid en inclusie (2de masterjaar HI/BI)

3. Een hoorcollege in de cursus Familiebedrijven (2de masterjaar TEW/BM)

4. Een keynote speech in het kader van de BELGIAN ENTREPRENEURSHIP RESEARCH DAY 2012 gehouden aan de UHasselt "Mixed

embeddedness as an analytical frame for research on (ethnic minority) entrepreneurship" voor een academisch publiek (7/5/2012)

Organisaties:

• Diversiteit

• Identity, Diversity & Inequality Research

Onderzoekers:

• Patrizia ZANONI

OPTIMATE

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling ESAT - ELECTA

Onderzoekers:

• Geert Deconinck

Kerkmuziek en confessionalisering in transformatie. Casus Antwerpen, ca. 1585-1794.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project beoogt de wisselwerking tussen religieuze muziek en een stedelijke maatschappij tijdens een periode van belangrijke

transformaties te bestuderen. Enerzijds zal nagegaan worden hoe religieuze muziek gebruikt wordt als middel bij het tot stand brengen en

handhaven van een confessionele identiteit, anderzijds zal de invloed van religieuze, politieke en sociaal-culturele veranderingen op de productie

en consumptie van religieuze muziek in kaart gebracht worden. Via een doorgedreven historische contextualisering van het stedelijk muziekleven

en haar actoren wil deze studie nieuwe inzichten ontwikkelen betreffende de mogelijke betekenissen en het functioneren van religieuze muziek

binnen een urbane omgeving.

Organisaties:

• Centrum voor stadsgeschiedenis

Onderzoekers:


• Bruno Blondé

• Guido Marnef

• Stefanie Beghein

Ernstige leesproblemen bij blinde kinderen. Gelijkenissen met dyslexie?

K.U.Leuven

Abstract: Anneli Veispak, Perceptual and Cognitive Underpinnings of Braille Reading. Verhandeling aangeboden tot het verkrijgen van de graadvan

Doctor in de Pedagogische Wetenschappen, 2012. Promotoren: Prof. Dr. Pol Ghesquière, Dr. Bart BoetsLezen is een complexe vaardigheid

waarbij geschreven symbolen, of grafemen, omgezet moeten worden in gesproken vormen, of fonemen. Aangezien onze hersenen een evolutie

doormaakten om gesproken communicatie te begrijpen, hebben de reeds bestaande neurale circuits voor gesproken taal en objectherkenning zich

moetenaanpassen aan de specifieke taakvereisten van lezen. Dientengevolge is leren lezen een minder triviale opdracht dan op het eerste gezicht

lijkt. Hoewel de meerderheid van de kinderen vlot en vloeiend leert lezen, heeft 5-10% van de populatie te kampen met een specifiek leesprobleem,

i.e. (ontwikkelings)dyslexie. Dit is een neurologische stoornis waarbij de lees- en spellingsvaardigheden niet normaal ontwikkelen, en dit ondanks

normale intellectuele

Organisaties:

• OE Gezins- en Orthopedagogiek

Onderzoekers:

• Pol Ghesquière

• Anneli Veispak

Studie naar de rol van VEGF in pathologie van de bovenste luchtwegen.

K.U.Leuven

Abstract: De rol van VEGF in chronische inflammatorie bovenste luchtwegaandoeningen is niet gekend. Preliminaire studies in het gastlaboratorium

Experimentele Immunologie Leuven, hebben aangetoond dat VEGF in belangrijke mateaanwezig is in het slijmvlies van patiënten met allergische

rhinitis enbij chronische sinusitis met poliposis nasi. Het doel van de studie is om via klinisch onderzoek, in vitro studies en via muismodellen van

allergische rhinitis, de rol van VEGF in deze aandoeningen in kaart te brengen. Dit onderzoek is belangrijk gezien de potentieel grote en tot op

heden ongekende bijdrage van VEGF tot verschillende aspecten van de pathologie, met potentieel belangrijke therapeutische gevolgen.

Organisaties:

• Experimentele Oto-rino-laryngologie

Onderzoekers:

• Peter Hellings

Singulariteit en Verantwoordelijkheid.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Op het eerste gezicht lijkt de vraag naar verantwoordelijkheid een vraag naar vrijheid te zijn: is men verantwoordelijkheid voor de eigen

handelingen/daden omdat men deze vrijwillig heeft gekozen/verricht? In het recente filosofische debat dat is geïnspireerd door de filosofie van

Emmanuel Levinas, wordt verantwoordelijkheid echter begrepen als het gevolg van een appèl, als een opdracht die niet het gevolg is van een vrije

keuze, maar die op een passieve manier wordt ontvangen. Dit appèl wordt ontvangen door een singuliere persoon of kan enkel worden beantwoord

door deze persoon.

Levinas' concept van verantwoordelijkheid werd inmiddels in vraag gesteld door vele critici, zoals Jean-Luc Marion en Paul Ricoeur, die beiden

betwijfelen dat Levinas' appèl tot verantwoordelijkheid kan worden begrepen als singulier. De kritieken van Marion en Ricoeur wijzen op het

fundamentele probleem van een ethiek van de verantwoordelijkheid: hoe kan een appèl dat per definitie (als appèl van het goede) is geadresseerd

aan iedereen,om een antwoord vragen dat ik alleen kan geven? Het volgende onderzoeksproject behandelt precies deze vraag en wil meer

bepaald de volgende drie vragen zorgvuldig onderzoeken. 1.) Kan het appèl van het goede singulier zijn zodat het mogelijk wordt om te zeggen dat

het mij singularitseert? 2.) Kan een passief appèl voor verantwoordelijkheid resulteren in een concreet ethisch handelen? 3.) In welke zin is vrijheid

afhankelijk van een singulier, ethisch handelen?

Organisaties:

• Centrum voor Cultuurfilosofie

Onderzoekers:

• Arthur Cools

• Geoffrey Dierckxsens

Mechanismen van slokdarmhypersensitiviteit en symptoom perceptie in gastro-oseofagale reflux ziekte.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• TARGID

Onderzoekers:

• Jan Tack

• Kathleen Blondeau

Computermodellering van een glimontlading bij atmosfeerdruk met "flowing afterglow".

Universiteit Antwerpen

Abstract: Een glimontlading is een partieel geïoniseerd gas, of plasma. Het bestaat uit neutrale atomen of moleculen, elektronen, ionen, radicalen,

geëxciteerde deeltjes en fotonen. In zijn eenvoudigste vorm wordt het plasma gecreëerd door het aanleggen van een potentiaalverschil tussen twee

elektroden, die geplaatst zijn in een reactor, gevuld met een gas. De meeste glimontladingen werken bij lage druk, maar atmosfeerdruk

glimontladingen winnen de laatste tijd meer aan interesse, omwille van hun breed scala aan technologische toepassingen. In dit onderzoeksproject

beschouwen wij de toepassing in analytische massaspectrometrie, voor de analyse van vaste of gasvormige monsters. Doordat de glimontlading bij

atmosfeerdruk werkt, is het mogelijk om met een open design te werken en de ontladingsdeeltjes te mengen met de omgevingslucht. Door een

gasstroming aan te leggen, kunnen de geëxciteerde (metastabiele) deeltjes en de ionen uit de ontlading weggevoerd worden, en wordt vermeden

dat onzuiverheden in de ontlading binnendringen. De ionen en metastabiele deeltjes reageren met moleculen uit de omgevingslucht, waardoor zgn.

"reagent-ionen" gevormd worden, die in staat zijn om de te analyseren deeltjes te ioniseren. De gevormde ionen worden gedetecteerd met een

massaspectrometer. Het doel van dit project is om de belangrijkste mechanismen te achterhalen voor vorming van de reagent-ionen, en om de

analytische mogelijkheden van dit soort ionisatiebronnen te verbeteren.

Organisaties:

• Plasma, Laser Ablatie en Oppervlakte-modellering (PLASMANT)

Onderzoekers:

• Annemie Bogaerts

• Péter Simon


Organization and evolution of prokaryotic transcriptional networks.

K.U.Leuven

Abstract: Alejandro Herrada

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Kathleen Marchal

• Alejandro Herrada Mederer

Lange-afstands communicatie in hersennetwerken van de aap.

K.U.Leuven

Abstract: De synchronisatie van activiteitspatronen van uit elkaar gelegen areas wordt verondersteld betrokken te zijn bij neuronale communicatie

tussen deze areas. Tot dusver is de rol van synchronisatie in neuronale communicatie, met betrekking tot zowel de verschijnselen en hun

biologische functie, niet gekend.In dit project gaan we in op de verschillende aspectenvan neuronale communicatie door het bestuderen van

interacties in grootschalige functionele netwerken die de primaat hersenen organiseren, We zullen experimenten uitvoeren in wakkere apen waarin

de anatomie an fysiologie direct kan onderzocht worden door gebruik te maken van invasieve methoden. We zullen hersennetwerken

karakteriseren die geidentificieerd werden door samenhangende fMRI activiteiten tijdens rust condities te vertonen. Vervolgens zullen we

onderzoeken hoe de functionele architectuur van deze netwerken verandert met verschillende gedragstoestanden (d.w.z.onder anhestesie, rust,

natuurlijk zicht). We gaan ons dan richten

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Wim Vanduffel

• Dante Mantini

De kunst van het geven. De rol van het kunstmecenaat in de collectievorming van de musea voor schone kunsten van

Antwerpen, Brugge en Gent(ca. 1800-ca. 1960).

K.U.Leuven

Abstract: In de 19de en 20ste eeuw heeft de opkomende klasse van de burgerij via talrijke schenkingen van kunstwerken een cruciale bijdrage

geleverd aan de totstandkoming van de belangrijkste Vlaamse musea. Het doctoraatsonderzoek De kunst van het geven wil specifiek de rol

onderzoeken die schenkingen hebben gespeeld bij de collectievorming van de musea voor schone kunsten van Antwerpen, Brugge en Gent (ca.

1800-ca. 1960). Het onderzoek focust niet alleen op de (betekenis van de) geschonken kunstwerken en de identiteit en de motivaties van

schenkers maar ook op de historische, culturele en sociale context waarin dit mecenaat dient gekaderd te worden.

Organisaties:

• Cultuurgesch. vanaf 1750

Onderzoekers:

• Johan Tollebeek

• Jozef Glassée

Geïntegreerde modellering van elektrochemische en elektrostatische energieopslagsystemen voor voertuigdrijflijnen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Uitwerking van modellen van elektrochemische en elektrostatische energieopslagsystemen voor aandrijflijnen van elektrische en hybride

voertuigen.

De doelstelling van dit project bestaat uit de analyse van de 'on-board' elektrische energie op voertuigen. In het bijzonder wordt er gestreefd naar

de ontwikkeling van algemeen toepasbare modellen van verscheidene tractiebatterijen in elektrisch aangedreven voertuigen (batterij elektrisch,

hybride en brandstofcel voertuigen). Energie opslag in dubbellaag condensatoren zal ook opgenomen worden in het project. Het onderzoek omvat

volgende onderwerpen:

* uitvoering van meetcampagnes voor verscheidene types batterijen en elektrische dubbellaag condensatoren

* definitie van wiskundige modellen voor batterijen en condensatoren

* vergelijking van gestandardiseerde testprocedures met werkelijke omstandigheden

* inbouwen van modellen voor batterijen en condensatoren in de simulatie van toepassingen

* vergelijking van de bestudeerde batterijen en dubbellaag condensatoren in de praktijk

* analyse van de batterij management systemen en van de ladingsgraadmetingen

* analyse van het gedrag van de energieopslagsystemen in de tijd

Organisaties:

• Elektrotechniek-Energietechniek

• Mobiliteit en voertuig technologie onderzoeksgroep

Onderzoekers:

• Bavo VERBRUGGE

• Noshin OMAR

• Thierry Clement COOSEMANS

• JOERI VAN MIERLO

Novel bioproducts from microalgae: integration of the production processultivation to harvesting and downstream

processing.

K.U.Leuven

Abstract: Microalgae are considered to be a promising source of novel bioproducts. For example, microalgae could be a more sustainable source of

omega 3 fatty acids than fish oil or a natural source of powerful antioxidants such as carotenoids. Culture conditions have a strong influence on the

content of bioproducts in microalgae, and also have an influence on the harvesting and downstream processing. Therefore, to optimise production

of bioproducts using microalgae, it is important to study the entire production process frim production of biomass in photobioreactors to harvesting

and downstream processing. K.U.Leuven and ITESM share an interest in developing novel applications of microalgae. In the past years, ITESM

has developed expertise in production of microalgae in a novel type of photobioreactor that was developed in-house. K.U.Leuven has developed

expertise in novel approaches for harvesting and downstream processing of microalgae. By combining their knowledge, K.U.Leuven and ITESM

can a

Organisaties:

• Biologie Kulak

Onderzoekers:


• Koenraad Muylaert

• Imogen Foubert

• Luc De Cooman

Nieuwe functies van von Willebrand factor en zijn knippend enzym ADAMTS13 in trombose, hemostase en inflammatie.

K.U.Leuven

Abstract: De ziekte van von Willebrand (VWD) is een vaak voorkomendebloedingsziekte, veroorzaakt door afwijkingen in de von Willebrandfactor

(VWF), een plasma-eiwit dat een belangrijke rol vervult in deprimaire hemostase. Slechts twee behandelingsmogelijkheden zijn op ditmoment

beschikbaar voor de behandeling van VWD, beiden gericht op hetkortstondig herstellen van de defectieve hemostase door het deficiënteeiwit te

vervangen in noodsituaties. In de zoektocht naar alternatieveen betere behandelingsmethoden voor VWD is gentherapie eenaantrekkelijke optie,

gezien, naast het beoogde langdurig effect, deaandoening veroorzaakt wordt door een defect in één enkel gen. In ditproject worden verschillende

strategieën voor een gentherapeutischeVWDbehandeling (verder) onderzocht in relevante diermodellen (VWF-/- muizenen honden): (i) het

uitbouwen van een ex vivo gentherapie-strategie vialentivirale transductie van endotheliale voorlopercellen indiermodellen, (ii) een uitbreiding naar

de ex vivo transductie

Organisaties:

• Chemie Kulak

Onderzoekers:

• Hans Deckmyn

• Simon De Meyer

Ontrafeling van de biosynthese van een polyketide-antibioticum uit Serratia plymuthica stam RVH1.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Christiaan Michiels

• Rob Lavigne

• Abram Aertsen

• Joleen Masschelein

Oligopeptidase inhibitoren in hersenfuncties en -dysfuncties: naar nieuwe therapeutische strategieën voor

neuroprotectie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De drie belangrijkste objectieven van het consortium zijn:

1) uitzoeken hoe PREP en PREP-like enzymen een rol spelen in gezondheid en ziekten

2) nieuwe geneesmiddelen ontwikkelen

3) nieuwe therapeutische doelwitten ontdekken.

Dit omvat onderzoek naar de identiteit van fysiologische substraten van PREP en PREPL en naar de cellulaire processen waarbij ze zijn betrokken.

Organisaties:

• Medische biochemie

Onderzoekers:

• Anne-Marie Lambeir

Artificiële Creativiteit in visuele communicatie en kunst: een algoritme voor spitsvondige, evoluerende

conceptontwikkeling en datavisualisatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Met behulp van technieken uit de Artificiële Intelligentie wordt een computeralgoritme ontwikkeld dat een inhoudelijke opdracht (of

dataset) ontleedt op kernbegrippen en relaties, daarbij relevante informatie opzoekt, verwerkt, bundelt en deze tenslotte in relatie brengt tot

creatieve en visuele oplossingen. Dit algoritme wil menselijke creativiteit nabootsen door bestaande concepten te verbinden en te hercombineren

tot er innovatieve visuele uitvoer uit opborrelt. De visuele uitvoer evolueert mee naargelang de inhoudelijke data wijzigt en uitbreidt.

Organisaties:

• Centrum voor Computerlinguïstiek en Psycholinguïstiek (CLiPS)

Onderzoekers:

• Walter Daelemans

• Tom De Smedt

Medische wetenschap in de stad. De wetenschappelijke praktijken en stedelijke inbedding van medische genootschappen

in België, 1830-1914.

K.U.Leuven

Abstract: Hoewel medisch historici veel aandacht hebben geschonken aan medische genootschappen die professionele belangen verdedigden,

hebben zijn weiniginteresse getoond in medische genootschappen die wetenschappelijk actief waren. Dit project richt zich op wetenschappelijke

medische genootschappen in het negentiende-eeuwse België en bestudeert hun activiteiten in een stedelijke context. Zowel de wetenschappelijke

praktijken als de stedelijke inbedding van deze medische genootschappen worden onderzocht in relatie tot de wetenschappelijke en professionele

ontwikkelingen in de geneeskunde en de uitbouw van de openbare gezondheidszorg. Het project start in de jaren 1830 met de stichting van

autonome medische genootschappen in vele steden en eindigt in de vroege twintigste eeuw met de neergang van het stedelijk medisch

genootschap als plaats van wetenschappelijk onderzoek. Twee sets van onderzoeksvragen bestuderen het wetenschappelijke en stedelijke

karakter van deze medische genootschappen in nauw

Organisaties:

• Cultuurgesch. vanaf 1750

Onderzoekers:

• Katelijne Wils

• Joris Vandendriessche

Modeleren van risico's met betrekking tot mediapluralisme ter ontwikkeling van een egalitaire informatiemaatschappij.

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van dit interdisciplinair project is om een bilaterale relatietussen ICRI en GECSI op te bouwen om de expertise die aanwezig is in

detwee onderzoekscentra te bundelen en om kennis over de "Media PluralismMonitor" en rekenkundige modellering uit te wisselen. In het bijzonder

moet de samenwerking tussen de ICRI en GECSI resulteren in een eerste aanzet tot het ontwikkelen van een methodologie voor de ontwikkeling

van een rekenkundig model om 1) gewicht toe te kennen aan de verschillende indicatoren van de "Media Pluralism Monitor", 2) aanbevelingen te


formuleren voor beleidsmakers in het kader van mediapluralisme.

Organisaties:

• Onderzoekseenheid Recht en Informatica

Onderzoekers:

• Peggy Valcke

OSPI-Europe.

K.U.Leuven

Abstract: Zelfdoding is een belangrijke prioriteit voor het beleid in Vlaanderen,en diverse interventies worden dan ook opgezet in het kader van het

Actieplan Suïcidepreventie. Ook in andere Europese landen is dit het geval.Tot nog toe bestaat er echter weinig wetenschappelijke evidentie dat

een dergelijk beleid en interventies ook effectief in staat zijn om het aantal zelfdodingen op populatieniveau te verminderen.Het OSPI project, een

samenwerking tussen 10 Europese onderzoekscentra waaronder LUCAS, wil deze evidentie aandragen door een gecontroleerde studie naar het

effect van een multilevel interventie in 4 regios (in Ierland, Duitsland, Hongarije en Portugal).Deze interventie is een geoptimaliseerde versie van de

4-sporenbenadering van EAAD (European Alliance Against Depression): deskundigheidsbevordering van hulpverleners en sleutelfiguren, publieke

beeldvorming, en ondersteuning van patiënten, aangevuld met restrictie van middelen.De interventie wordt geëvalueerd op onmiddellijke effecte

Organisaties:

• LUCAS - Zorgonderzoek en Consultancy

Onderzoekers:

• Chantal Van Audenhove

Bergsons niet-reductionistische theorie van het bewustzijn. Een kritiekop de naturalisering van het bewustziijn in het

Britse empirisme en de hedendaagse wetenschappen.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Husserl-Archief: Centr.Fenomenologie

Onderzoekers:

• Rudolf Bernet

• Trevor Perri

Finite-time tracking of robot manipulators under actuator saturation: theory and experiments.

K.U.Leuven

Abstract: Yuxin SU

Organisaties:

• Afdeling PMA

Onderzoekers:

• Joris De Schutter

• Jan Swevers

• Yuxin Su

Ontwerp van prioriteitsprotocollen en QoS in de ZigBee standaard

Hogeschool Gent

Abstract: Draadloze sensornetwerken of meer specifiek LR-WPAN (Low-Rate Wireless Personal Area Networks) zijn al geruime tijd vastgelegd in

een standaard, ontwikkeld door IEEE-SA (Institute of Electrical and Electronics Engineers Standards Association) onder het nummer IEEE

802.15.4. Door kostprijs en vermogenverbruik op de eerste plaats te zetten en grotere bitsnelheden en bereiken pas op de tweede plaats, staat

deze standaard in sterk contrast met de huidige draadloze technologieën. Hij heeft dan ook niet de bedoeling om in concurrentie te gaan met

andere standaarden, maar wil ze eerder aanvullen wat betreft de ondergrens voor bitsnelheid, vermogenverbruik en kostprijs.

Een uitbreiding bovenop deze IEEE 802.15.4 standaard wat betreft de netwerk- en de applicatieaspecten, is vastgelegd door het industriële

consortium met de naam ZigBee Alliance. Typische toepassingen kunnen worden gevonden in domotica, inbraakdetectie, gebouwautomatisering,

industriële automatisering, patiëntenmonitoring, lokalisatie...

Voor een draadloos sensornetwerk modelleren we elke stap van zender naar ontvanger in een testplatform met een bestaand softwarepakket

(Matlab, Simulink, LabVIEW, Glomosim, NS2, ...). Er wordt ook een uitgebreid propagatiemodel toegevoegd, zodat reflecties, transmissies en

diffracties van de voortgeplante stralen in de meest complexe testomgevingen kunnen worden gesimuleerd. De belangrijkste eigenschappen

worden grondig uitgetest: energieverbruik, zelf-organiserend zijn van het netwerk, invloed van storingen, frequentieband, afstanden en dergelijke.

Met data-acquisitiekaarten krijgen we meetresultaten met een gemengd gesimuleerd/gerealiseerd netwerk. Daarenboven bekijken we de

mogelijkheid van lokalisatie in dergelijke netwerken. Ook wordt een koppeling met het internet via een Ethernet Gateway uitgebreid onderzocht en

geïmplementeerd. We zoeken naar mogelijkheden om prioriteiten en Quality of Service (QoS) toe te voegen in het transmissieprotocol. Door de

minder voorspelbare beschikbaarheid, door de beperkte stabiliteit van de verbinding en door de lagere bandbreedte is er immers een grote nood

naar dergelijke draadloze QoS niveaus.

Organisaties:

• Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen

• Vakgroep Elektronica

Onderzoekers:

• Jo Verhaevert

• Frank Vanheel

GP03511N GRIFFITH James.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Leerpsych. en Exp. Psychopathologie

Onderzoekers:

• Filip Raes

Transitiemetalen-Gedopeerde Siliciumclusters: Van Moleculen tot assemblages.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project stellen we een theoretische studie voor over de geometrische, energetische en spectroscopische eigenschappen van de Siclusters

gedopeerd door transitiemetalen, met behulp van kwantumchemische berekeningen. Onze studie wordt uitgevoerd in samenhang met

infrarood multifotondissociatie (IRMPD) spectroscopische experimenten die gehaald worden door de groep van Prof. Peter Lievens in het

departement Natuurkunde. De vibrationele spectra vormen unieke structurele vingerafdrukken, maar de interpretatie voor IR spectra van clusters


moet vaak gedaan worden door theoretische voorspellingen. Wij beschouwen in het bijzonder de stabiele clusters die geschikt kunnen zijn voor het

vormen van nieuwe soorten vannano-assemblages, met potentiële toepassingen als magnetische materialen.

Organisaties:

• Afdeling Kwantumchemie en Fysicochemie

Onderzoekers:

• Peter Lievens

• Minh Tho Nguyen

• Ngan Vu Thi

Geschiedbeoefening in Nederland, 1830-1860: een afwijking van het 'Algemeen Europees Patroon'?

K.U.Leuven

Abstract: Dit onderzoek heeft tot onderwerp de tot op heden spaarzaam bestudeerdeNederlandse geschiedbeoefening. De geschiedenis in

Nederland was afwijkend, omdat zij op tal van verschillende plaatsen beoefend werd. Deze verschillende plaatsen, milieux, zijn het uitgangspunt

van mijn onderzoek; het zijn genootschappen, universiteiten, archieven, tijdschriften. Drie vragen beantwoord ik: wie het waren die de geschiedenis

beoefenden, wat ze deden en produceerden, en wat hun drijfveer daarvoor was. Voorlopige conclusies: de historici werden gemotiveerd door

patriottisme, een verlangen naar fysiek contact met het verleden en de eisen van de wetenschap, maar ook door gezelligheid.

Organisaties:

• Cultuurgesch. vanaf 1750

Onderzoekers:

• Johan Tollebeek

• Pieter Huistra

INTERINDIVIDUAL AND CONTEXTUAL VARIATION IN ASTHMA SYMPTOM PERCEPTION.

K.U.Leuven

Abstract: Astma is een chronische ziekte waar wereldwijd ongeveer 300 miljoen mensen last van hebben. Omdat astma niet kan genezen, is de

behandeling van astma gericht op het bereiken van controle over astma (o.a. reductie van astmaklachten en preventie van astma-aanvallen).

Behandelbeslissingen zijn vaak gebaseerd op de door de patiënt waargenomen ademhalingsklachten. Vaak is er echter geen een-op-een relatie

tussen de astmaklachten die de patiënt waarneemt en luchtwegvernauwing of ontsteking van de luchtwegen, wat de behandeling van astma kan

bemoeilijken. Zo kan bijvoorbeeld verslechtering van de ziekte niet opgemerkt worden, of kan een overmatige waarneming van

ademhalingsklachten leiden tot overmatig medicatiegebruik en een gedaalde levenskwaliteit. In dit doctoraat hebben we in kaart gebracht hoe de

waarneming van ademhalingsklachten verloopt. Bij de waarneming van ademhalingsklachten staat de bedreigende waarde van wat we voelen

centraal: ademhalingsklachten vertellen ons dat er iets mis

Organisaties:

• OE Gezondheidspsychologie

Onderzoekers:

• Geert Verleden

• Omer Van den Bergh

• Thomas Janssens

Multischaalmodellen voor watertransport in 3-D cellulaire weefsels van vruchten.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Bart Nicolai

Het doel van dit project is om de toepasbaarheid en betrouwbaarheid vanultrasone technieken voor niet-destructief testen

uit te breiden.

K.U.Leuven

Abstract: Het brede gamma van materialen, productietechnieken en toepassingen stelt grote eisen aan technieken voor kwaliteitscontrole. Onder

de beschikbare methodes voor niet-destructief testen zijn ultrasone technieken (20kHz-100MHz) waarschijnlijk de meest gebruikte. Spectroscopie

op basis vanniet-lineaire elastische golfvoortplanting heeft zich de laatste jaren sterk ontwikkeld, mede omwille van de vraag bij de industrie naar

detectie van microschade en mede omwille van intensief onderzoek in dit gebiedgedurende de laatste 10 tot 15 jaar. Het doel van dit project is om

de toepasbaarheid en betrouwbaarheid van ultrasone technieken voor niet-destructief testen uit te breiden. Om die reden worden experimentele

technieken ondersteund door numerieke modellen en moderne technieken voor signaalverwerking.

Organisaties:

• Natuurkunde Kulak

Onderzoekers:

• Koen Van Den Abeele

• Herbert De Gersem

• Lieven De Lathauwer

Creatie van een Cross-disciplinair Doctoraatsprogramma in Hedendaagse Russische en Chinese Economische Rechten

binnen een Globale Economy (RUCHIN)

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het doel is het opzetten van een cross-disciplinair doctoraatsprogramme mbt Russische en Chinese Economische Rechten dmv

uitwisselingen en samenwerkingen.

Organisaties:

• Economisch Recht

Onderzoekers:

• KIM VAN DER BORGHT

Functional prioritization and experimental validation of genes expressed in human blood platelets.

K.U.Leuven

Abstract: In dezoektocht om de complexe mechanismen tebegrijpen die tussenkomen bij de interactie van bloedplaatjes met gezonde en/ofzieke

bloedvaten, worden een ganse reeks groteschaal genomische en proteomische studies uitgevoerd.Hieruit worden lijsten met duizende gekende en

onbekende genen die inbloedplaatjes tot expressie komen, gegenereerd, o.a. door het EU-project Bloodomics. Van een groot deel vandeze is geen

specifieke functie in de plaatjes biologie gekend. Om uit die massa deze genen te identificerendie waarschijnlijk de grootste impact zullenhebben op

plaatjesfunctie en daarmee gepaarde trombotische aandoeningen, is eenrangschikking van deze genen noodzakelijk. In dit project willen we


hetprogramma Endeavour gebruiken om de bloedplaatjesgenen te rangschikken,gevolgddoor functionele genomics op plaatjes om de impact van

de geselecteerdegenen opplaatjes functie te bevestigen of the ontkennen. Deze informatie wordt dangebruikt als feedback naar Endeavour, wat

toelaat om deze te verbeter

Organisaties:

• Chemie Kulak

Onderzoekers:

• Patrick De Causmaecker

• Hans Deckmyn

Geranylgeranylatie en phosphatidylinositol 4-kinase als cellulaire doelwitten voor de inhibitie van hepatitis C virus

replicatie.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Laboratorium Virologie en Chemotherapie

Onderzoekers:

• Johan Neyts

• Leen Delang

Film als audiovisuele compositie?

Hogeschool Gent

Abstract: Dit onderzoek wil film onderzoeken als een audiovisuele compositie, waarbij klank niet noodzakelijkerwijze ondergeschikt is aan het beeld

of het verhaal. Zintuiglijke indrukken kunnen de cognitieve herkenning overstijgen. In een dergelijke compositie wordt eerder een ervaring dan een

betekenis overgedragen. Het gaat dan niet alleen om de verbinding van filmische elementen, maar om wat leeft in die elementen: het energetische

bewegingskarakter ervan. Dit sluit aan bij Deleuzes esthetiek van intensiteiten, waarin hij stelt dat een cineast in de eerste plaats denkt in beelden

en klanken, met een eigen manier om dit materiaal samen te brengen die niet noodzakelijk verwijst naar het linguïstische model: ‘La référence au

modèle linguistique est un détour dont il est souhaitable de se dépasser,’ verzucht hij.

Ons onderzoek is vooral gericht op de klankband en neemt ‘innerlijke beweging’ als uitgangspunt. Heel dikwijls wordt ‘innerlijke beweging’

automatisch gekoppeld aan de ‘emoties’. Maar is dat wel zo?

In dit onderzoek stellen we de vragen: wat is die innerlijke beweging? Hoe kan je die weergeven? Wordt de innerlijke beweging door de muziek

weergegeven of door de auditieve laag in haar geheel? Op welke manier verhoudt het auditieve zich dan tot het visuele? Zijn daar compositorische

sleutels voor? In hoeverre speelt de interactie tussen klank en beeld hier een beduidende rol? Hoe kunnen we daar dan over spreken

(terminologie)? Kunnen we dus spreken over de film als een audiovisuele compositie? Het is de bedoeling een terminologie en een analytische

methode voor te stellen die zowel bruikbaar is in de analyse van de klankband van filmfragmenten als binnen het creatieve proces, en zowel voor

de cineast als voor de componist en de sounddesigner.

"Sound is 50% of a film, at least; sometimes 100%. It is the thing that can add so much emotion to a film. It's a thing that can add all the mood and

create a larger world. It sets the tone and it moves things. It has great pull into a world – The sound... without it you've lost half the film."

In dit citaat van David Lynch wordt de hiërarchie tussen de auditieve en visuele elementen omgekeerd. Bij Lynch treedt de klank uit zijn utilitaire

keurslijf dat ooit bij het ontstaan van de klankfilm door de Amerikaanse filmproductie is bepaald: om puur economische redenen binnen de

entertainmentcultuur werd beslist dat de klank op het einde van het productieproces zou komen, ondergeschikt aan de vertelling en het beeld. Er

wordt nog steeds gesproken over film als ‘beeldcultuur’, over de ‘toeschouwer’ en over het ‘kijken’ naar films. Het is echter een feit dat een film ook

beluisterd wordt en dat het auditieve aandeel in de film niet onaanzienlijk is. Bij de start van de klankfilm in Europa waren trouwens tal van

cineasten, componisten en theoretici zich bewust van de mogelijkheden om klank en beeld op een gedehiërarchiseerde manier synchroon te

verbinden.

Organisaties:

• Departement Koninklijke Academie voor Schone Kunsten

• Vakgroep Theoretische omkadering van de kunstpraktijk

• Vakgroep Audiovisuele kunsten

Onderzoekers:

• Martine Huvenne

• Helena De Preester

Analyse van trypanosomiase-geassocieerde inhibitie van B-cel lymphopoiese en mogelijke interventie strategieën.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: 1. Inleiding en onderzoekssituering binnen CMIM: Afrikaanse trypanosomiase wordt veroorzaakt door een parasitaire infectie en vormt

een zware last voor zowel de sociale, als economische ontwikkelingen in Sub-Sahara Afrika. Jaarlijks veroorzaakt deze ziekte meer dan 500.000

menselijke slachtoffers en doodt ongeveer 2 miljoen stuks vee, wat gepaard gaat met een economische schade die geschat wordt op meer dan 1

miljard euro per jaar. Preventieve vaccinatie tegen trypanosomiase is tot op heden onmogelijk daar trypanosomen het immuunsysteem van de

gastheer ontwijken door een ingenieus systeem van oppervlakte-eiwit variatie. Het oppervlak van een Afrikaanse trypanosoom is namelijk bedekt

met 10 miljoen identieke Variant Surface Glycoproteïnen (VSG) die aan het buitenmembraan vastgehecht zijn via een Glycosylphosphatidyl inositol

(GPI) anker. Daar de parasiet beschikt over een batterij van een 1000-tal verschillende VSG genen, die afwisselend tot expressie kunnen worden

gebracht, is hij steeds instaat het gastheer antilichaam antwoord te ontlopen. De aanwezigheid van VSG op het trypanosoom oppervlak heeft

echter ook nog andere directe bijkomende effecten op de gastheer. Tijdens infectie knipt een endogeen phospholipase C (PLC) enzym namelijk het

GPI anker, waardoor VSG vrijkomt in de circulatie van de gastheer. Dit vrijgemaakte VSG is op zijn beurt betrokken in de inductie van Tumor

Necrosis Factor (TNF), een inflammatoir cytokine geproduceerd door het immuunsysteem van de gastheer. De productie van TNF draagt in grote

mate bij tot de ontwikkeling van het ziektebeeld van trypanosomiase (1). De onderzoekseenheid Cellulaire en Moleculaire Immunologie (CMIM,

VUB) specialiseert zich reeds jaren in het bestuderen van de trypanosoom-gastheer interacties. Hierbij wordt in hoofdzaak gebruik gemaakt van

een Trypanosoma brucei model, waar bijzondere aandacht uitgaat naar de rol van TNF in zowel de infectiecontrole, als bij de ontwikkeling van het

ziektebeeld van trypanosomiase (1,2). Een cruciaal aspect van de infectie waar CMIM zich recent heeft op toegespitst, is het feit dat de infectiegeassocieerde

TNF inductie aan de basis ligt van de anemie die optreed tijdens T. brucei infecties. De oorzaak hiervoor wordt momenteel

onderzocht op het niveau van het effect van TNF op (i) erythrophagocytose, (ii) de modulatie van het vetzuurmetabolisme en (iii) de modulatie van

het rode bloedcel (RBC) membraan. Nieuwe resultaten uit mijn thesis tonen aan dat TNF ook inwerkt op erythropoiese en dat tijdens trypanosoom

infecties dit proces onderdrukt wordt op het niveau van de beenmerg stamcel (3). Gekoppeld aan het TNF onderzoek wordt sinds kort bij CMIM

aandacht besteed aan de rol van dit cytokine in B-cel gemedieerde controle van trypanosomiase. Hierbij werd recent ontdenkt dat samen met het

verdwijnen van RBCs, ook B-cellen verdwijnen tijdens infectie (4,5). Uit de initiële resultaten van mijn doctoraatsonderzoek dat ik als BAEF bursaal

geïnitieerd heb aan de Universiteit van Massachusetts (UMASSAmherst, USA) blijkt dat ook dit defect in grote mate te wijten zou kunnen zijn aan


een blokkering van beenmerg stamcel differentiatie of B-cel lymphopoiese. Hierdoor zou de gastheer geen nieuwe B-cellen meer kunnen

aanmaken tijdens infectie. Deze hypothese vormt het startpunt van het hieronder voorgestelde onderzoeksproject. 2. Probleem- en doelstelling: Bcellen

zijn cruciaal voor Trypanosoma brucei parasietcontrole, maar deze beschermende arm van het immuunsysteem lijkt zeer snel zijn efficiëntie

te verliezen tijdens infectie. Terwijl bij CMIM reeds onderzoek is gestart naar de negatieve effecten van trypanosomiase op gedifferentieerde Bcellen,

is het onderzoek dat we hier voorstellen gericht op een fundamentele analyse van modulaties van pre-B-cellen. Het doel is het mechanisme

te ontrafelen dat T. brucei parasieten instaat stelt het proces van hematopoise te onderdrukken, en de aanmaak van nieuwe B-cellen te

verhinderen. Het project zal nagaan: (i) of infectie virulentie, inductie van inflammatie en inhibitie van B-cel lymphopoiese gekoppeld zijn, (ii) welke

intracellulaire B-cel signaaltransductie kaskades hierbij betrokken zijn, (iii) of nieuwe interventie strategieën kunnen uitgewerkt worden die de

infectie-geassocieerde inhibitie van B-cel lymphopoiese kunnen tegengaan. Hierdoor zou het mogelijk worden (i) het ziektebeeld van

trypanosomiase sterkt te verminderen, en (ii) zou dit de gastheer toelaten zijn adaptief (B-cel) immuunsysteem efficiënter te gebruiken in het

gevecht tegen de trypanosoom.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Stefan MAGEZ

Arm- en handfunctie bij kinderen met een unilaterale cerebrale parese: longitudinale evolutie en neurologische

determinanten van het klinisch beeld.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Neuromotorische Revalidatie

Onderzoekers:

• Paul De Cock

• Hilde Feys

• Katrijn Klingels

Niet-lineaire fysica van individuele en gekoppelde microactiviteiten.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Microcaviteteiten zijn sleutelcomponenten in de fotonica, en de fysica van microcaviteiten is een bloeiende onderzoekstopic met

daarenboven een enorm toepassingspotentieel. Danksij revoluties in de epitaxiale technieken waarmee micro-en nanostructuren worden

aangebracht in halfgeleiders enerzijds, en door de ontwikkeling van nieuwe artificieel gestructureerde composietmaterialen, de zgn. metamaterialen

anderzijds, is men nu in staat om de eigenschappen van microcaviteiten te boetseren en nieuwe functionaliteiten aan te wenden. Zowel actieve als

passieve microcaviteiten worden op dit moment ontwikkeld om laag-vermogen, optisch niet-lineaire, geïntegreerde componenten (bvb. volledige

optische geheugens) te realiseren.

Organisaties:

• Toegepaste Natuurkunde en Fotonica

Onderzoekers:

• Guy VAN DER SANDE

Studieopdracht Ruraal Erfgoed.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Technum Tractebel Eng. UA voert daarbij een toegepast

landschapshistorisch onderzoek uit naar de landschapsgenese en ontwikkeling in de Wase Polders, alsook ondersteunend onderzoek naar het

monumentaal, landschappelijk en archeologisch erfgoed van dit gebied dat bestaat uit (delen van) de historische polders Prosperpolder,

Doelpolder, Nieuw- en Oud Arenbergpolder en Koningskieldrechtpolder.

Organisaties:

• Politieke geschiedenis

Onderzoekers:

• Tim Soens

SMARTGRIDS-ETPS

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling ESAT - ELECTA

Onderzoekers:

• Ronnie Belmans

Multischaalmodellering van lichtpropagatie in biologisch weefsel.

K.U.Leuven

Abstract: Vis/NIR-spectroscopie is een veel gebruikte techniek voor snelle en niet-destructieve meting van chemische en fysische eigenschappen

van biologische producten (e.g. appels, eieren, bloed,...). De wijziging van Vis/NIRlicht bij doorgang door een biologisch weefsel is het resultaat van

een complex proces van molecuulspecifieke absorptie en meervoudige verstrooiing door interactie van het licht met de microstructuur. Simpele

meting van de attenuatie van de uitgestuurde lichtbundel door interactie met de materie, zoals dit klassiek gebeurt, is onvoldoende om de informatie

over de chemische samenstelling (absorptie) en de microstructuur (verstrooiing) nauwkeurig te scheiden. In dit mandaat wordt uitgegaan van de

hypothese dat multischaal-modellering van lichtpropagatie in biologische weefsels zal toelaten om innovatieve Vis/NIR-spectroscopische sensoren

teontwikkelen voor nauwkeurige en niet-destructieve meting van de microstructuureigenschappen en de chemische samenstelling van deze weefse

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Herman Ramon

• Bart Nicolai

• Jan Swevers

• Wouter Saeys

Studie van de moleculaire mechanismen van tumor progressie, in het licht van een veranderde werking van

HMGA,FURINE,LPP en fosfatase PP2A, met gebruik van nieuw ontwikkelde (fosfo)-proteomics technieken en speciale

muis-modellen.


K.U.Leuven

Abstract: Studie van de moleculaire mechanismen van tumor progressie, in het licht van een veranderde werking van HMGA,FURINE,LPP en

fosfatase PP2A, met gebruik van nieuw ontwikkelde (fosfo)-proteomics technieken en speciale muis-modellen, om zo te komen tot een selectie van

potentiële biomarkersvoor een diagnose op een vroeg stadium en een selectie van een aantal inhibitoren met laag molecuulgewicht voor gebruik in

preklinische testen.

Organisaties:

• L_Fosfoprote

Onderzoekers:

• Jozef Goris

• Etienne Waelkens

• Veerle Janssens

• Johannes Creemers

• Willem Van de Ven

Naar een algemene theorievorming inzake advisering in het bestuursrecht

Universiteit Antwerpen

Abstract: Volgens het zorgvuldigheidsbeginsel moet het bestuur zijn beslissingen op een zorgvuldige wijze voorbereiden. Daarom wint het vaak het

advies in van externe adviseurs, zowel publieke als private. Het doel van dit onderzoek is te komen tot een algemene theorievorming inzake de

advisering aan de overheid aan de hand van een analyse van de binnen- en buitenlandse regelgeving, rechtspraak en rechtsleer.

Organisaties:

• Overheid en Recht

Onderzoekers:

• Ingrid Opdebeek

• Steven Denys

Geconcerteerd onderzoek van vaste stoffen op nanometerschaal : (multi)functionaliteit via het op maat maken van

afmeting en structuur.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Kern- en Stralingsfysica

Onderzoekers:

• Margriet Van Bael

• Peter Lievens

• Jean-Pierre Locquet

• Wilfried Vandervorst

• Christian Van Haesendonck

• Kristiaan Temst

• André Vantomme

Raamwerkovereenkomst. Dienstverlening

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De instelling 'VUB' en het ' Optoelectronic Industry and Technology Development Association OITDA' hebben voor het project '

Framework Agreement. Providing services on a case by case basis.' een overeenkomst afgesloten die kadert in de dienstverleningsopdracht van

de instelling. Hierbij kunnen de onderzoeksresultaten worden overgedragen aan het bedrijf, kan een billijke vergoeding worden afgesproken mbt de

valorisatie van het onderzoek of kunnen andere afspraken gemaakt worden aangaande intellectuele eigendom, zoals bepaald in de afgesloten

overeenkomst.

Organisaties:

• Toegepaste Natuurkunde en Fotonica

Onderzoekers:

• HEIDI OTTEVAERE

Neurale stamcellen: moleculaire en fysiologische controle van in vivo differentiatie, migratie en immunogeniciteit.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Gedurende de voorbije 3 jaar (1ste FWO post-doctoraal mandaat) richtte ons onderzoek zich in eerste instantie op de ontwikkeling van

multimodale beeldvormingstechnieken, waaronder in vivo 'magnetische resonantie' en 'bioluminescentie' beeldvorming en post-mortem

histologische analyse, ter detectie en karakterisering van stamcelimplantaten in het CZS bij muizen. Combinatie van deze 3 technieken laat ons nu

toe om in vivo overleving en differentiatie van geïmplanteerde mesenchymale en neurale stamcellen real-time op te volgen en histologisch te

valideren.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Peter Ponsaerts

• Zwi Berneman

Het einde van de Griekse atletiek.

K.U.Leuven

Abstract: De meeste handboeken over Griekse geschiedenis of over de oude Olympische spelen stellenhet verbod op de Olympische spelen in de

jaren 390 door Theodosius I voor alseen vaststaand feit. In feite is dit echter slechts een veronderstelling, eenfoutieve veronderstelling zelfs, over

een episode in de geschiedenis die langverwaarloosd is door historici. Dit doctoraat heeft als bedoeling om het eindevan de Griekseatletiekspelen

grondig te onderzoeken, zowel de chronologie alsde mogelijke oorzaken. Het gaat over de vele atletiekspelen die een grootinternationaal circuit

vormden, en niet enkel over de Olympische spelen, dieslechts één belangrijke schakel in dit circuit waren.Het eerste deel van dit boek schetst het

geleidelijkeverval van dit circuit in de vierdeeeuw n.C. De fundamentele vraag die hierbij altijd in het achterhoofd gehouden wordtis of het

verminderen van bronnenover atletiek ook werkelijk suggereert datatletiek ook minder populair werd. Er zijn immers altijd ook andere factorend

Organisaties:

• Oudheid

Onderzoekers:

• Willy Clarysse

• Sofie Remijsen


Structure- function studies of recombinant two-domain peptides from scorpion venom with activity against pathogens.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab Toxicologie en Bromatologie

Onderzoekers:

• Jan Tytgat

Optisch vangen en vibrationele analyse van enkele moleculen.

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van dit FWO ondrzoek is de ontwikkeling van een technologie die het mogelijk maakt de chemische eigenschappen van een

enkel molecule te onderzoeken. De studie van (bio)moleculen wordt gerealizeerd door gebruik te maken van "surface enhanced Raman scattering

(SERS)", een optische techniek waarmee de vibrationele toestanden van de moleculen in een regio met hoge veldversterking bestudeerd kunnen

worden en zo informatie geven over de chemische samenstelling van de moleculen. Om detectie van één enkel molecule te bereiken zal optische

trappen toegepast wordenom de moleculen te manipuleren in het hot spot met nanometer ruimtelijke resolutie. Het eerste doel van dit project is het

ontwerpen, fabriceren en karakteriseren van metallische nanostructuren die gebruiktkunnen worden als SERS substraten. De focus zal liggen op

verhoogde planaire plasmon structuren met een hoge veld versterking. Het tweede doel van dit project betreft SERS metingen op moleculen die

gemanipuleerd worden via o

Organisaties:

• Afdeling Vaste-stoffysica en Magnetisme

Onderzoekers:

• Liesbet Lagae

• Pieter Neutens

Een web service voor stylometrie- en leesbaarheidsonderzoek voor het Nederlands

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Vertaalkunde

• Vakgroep Taaltechnologie

Onderzoekers:

• Veronique Hoste

Bestuderen, vormgeven en begeleiden van de onderzoeksvragen van UPC Sint-Kamilus.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Klinische Psychologie

Onderzoekers:

• Jozef Corveleyn

Onderzoeksintegratie en meta-analyse van geïndividualiseerd en grootschalig onderzoek: methodologie en toepassing op

onderzoek naar de behandeling van probleemgedrag bij personen met ernstig en diep verstandelijke beperkingen.

K.U.Leuven

Abstract: Dit doctoraatsonderzoek richt zich op interventies of behandelingen om probleemgedrag bij mensen met verstandelijke beperkingen te

verminderen.Agressief gedrag zoals schoppen en slaan, destructief gedrag zoals dingen kapot maken, en zelfverwondend gedrag zijn voorbeelden

van probleemgedrag. Bij mensen met verstandelijke beperkingen komt dergelijk probleemgedrag vaak voor. Het probleemgedrag heeft nadelige

gevolgen voor zowel de persoon zelf als zijn omgeving. Daarom zijn er verschillende behandelingen uitgewerkt om het probleemgedrag in te

perken. De inhoudelijke vragen die wij ons stellen in dit doctoraatsonderzoek zijn onder andere welke interventies er zijn, hoe goed die interventies

werken, onder welke omstandigheden ze beter en minder goed werken, en hoe deze interventies ervaren worden door de persoon en zijn

omgeving (familie, begeleiders, ). Wetenschappelijk onderzoek over een bepaald onderwerp kan worden uitgevoerd op een kwalitatieve en/of op

een kwantitatieve manier. Bi

Organisaties:

• OE Methodologie vh Pedagogisch Onderzoek

Onderzoekers:

• Beatrijs Maes

• Patrick Onghena

• Mieke Heyvaert

Mesoschaal modelleren van microstructurele veranderingen in polykristallijne materialen bestaande uit meerdere

componenten en fasen met behulp van de faseveldmethode.

K.U.Leuven

Abstract: Veel technische materialen (structurele materialen, dunne filmen en nanomaterialen) zijn legeringen van meerdere chemische elementen

en bestaanuit meerdere korrels met een verschillende kristalstructuur (een fase),-oriëntatie en samenstelling. De faseveldmethode is een krachtige

techniek voor het modelleren van de evolutie van zulke complexe morfologieën.Een van de uitdagingen op dit moment is het ontwikkelen van

kwantitatieve faseveldmodellen voor polykristallijne materialen met meer dan 2 fasen en meer dan 2 componenten. Binnen het tweede mandaat wil

de aanvraagster een faseveldmodel uitwerken voor simulaties op mesoschaal dat de bulkeigenschappen en fase- en korrelgrenseigenschappen

correct in rekening brengt als functie van de lokale samenstelling, kristaloriëntatie en inclinatie van de korrel- of fasegrens. Nieuwe

modelleringaspecten zijn het kwantitatief correct beschrijven van korrelgrenssegregatie, -drag, en -diffusie. De ontwikkelde methode zal toegepast

worden in onderzoekspr

Organisaties:

• Duurzaam Materialenbeheer

Onderzoekers:

• Bart Blanpain

• Patrick Wollants

• Nele Moelans

Consent in a Trial and Care Environment.

K.U.Leuven


Abstract: CONTRACT is about consent. The project focuses on analysing how the legal (and underlying ethical) concepts of informed consent in

the European CONTRACT will support the European Commission and other policymakers inachieving a clear Community framework by providing

clarity on differentconcepts of informed consent on European and national level. CONTRACT'sapproach will be based on facts and figures by

delivering an empirical survey about the handling of consent in European and national translational trials. CONTRACT will identify good practices in

obtaining and administering informed consent in translational research and will give recommendations on possible harmonization of and common

approaches to the legal framework.CONTRACT has already built a target community for its services, the 'partner projects', which will be significantly

enlarged after the project's start. CONTRACT will offer a help desk for its target audience onconsent issues and will constantly support partner

projects an

Organisaties:

• Onderzoekseenheid Recht en Informatica

Onderzoekers:

• Joseph Dumortier

De grensoverschreidende informele economie in Sub-Sahara Afrika : criminalisering of overleving ? Case-studie West

Nile regio.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Grensoverschrijdende informele handel wordt vooral gezien als een 'wapen van de sterken', waarbij politieke en economische elites deze

handel gebruiken voor privaat winstbejag en/of het financieren van criminele bewegingen; terwijl een andere visie informele economie beschouwd

als een 'overlevingsoptie' van de zwakkeren, door dewelke gemarginaliseerde secties van de bevolking proberen te overleven. Dit postdoctoraal

onderzoeksproject wil door het bestuderen van de 'echte' grensoverschrijdende informele economie (MacGaffey 1991) het spanningsveld tussen

beide benaderingen onderzoeken, omdat deze discussie belangrijke implicaties heeft op het vlak van economische ontwikkeling en staatsvorming

in grensgebieden en ver daarbuiten. Het West-Nile grensgebied in (Noord West) Oeganda, grenzend aan (Noord Oost) Kongo en (Zuid West)

Soedan wordt gekozen als gevalstudie.

Organisaties:

• Politieke economie van de Grote Meren Regio

Onderzoekers:

• Tom De Herdt

• Kristof Titeca

Ontwikkeling van nieuwe exchange-correlatie functionalen en introduceren van fractionele bezettingen in KS-DFT.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De doelstelling van dit project is het ontwikkelen van nieuwe exchange-correlatie functionalen, gebruikmakend van data uit post-HF

gecorreleerde methoden. Het project is ingedeeld in drie fasen, waarbij in de eerste fase een exchange-functionaal zal ontwikkeld worden die in

staat is om de exacte Hartree-Fock exchange-energie te reproduceren, gebaseerd op ideeën voorgesteld door Springborg en Dhal in 1999 welke

echter tot op heden niet geïmplementeerd werden. In de tweede fase zal, met een gelijkaardige werkwijze, een correlatie-functionaal ontwikkeld

worden, gefit op de MP2 energie-correctie. Hierbij is een uitbreiding tot hogere ordes in een later stadium mogelijk. In de derde en belangrijkste

fase van het project zullen ook de elementen van de MP2-gecorrigeerde dichtheidsmatrix in de vorm van een functionaal in de SCF cyclus

meegenomen worden, wat toelaat om het Kohn-Sham formalisme uit te breiden naar het gebruik van fractionele bezettingen voor orbitalen.

Organisaties:

• Structuurchemie

Onderzoekers:

• Christian Van Alsenoy

• Alisa Krishtal

Mechanisme van binding van alternatieve substraten aan HIV-1 reverse transcriptase.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Kwantumchemie en Fysicochemie

Onderzoekers:

• Arnout Ceulemans

• Servaas Michielssens

De computationele leerbaarheid van morfologisch complexe talen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Doelstelling van het project: Traditionele systemen voor spellingcontrole maken gebruik van een woordenlijst. Wanneer een

woord niet voorkomt in de woordenlijst, markeert het systeem het woord als "fout". Recente systemen (o.a. Németh 2009) benaderen het probleem

van spellingcontrole voor agglutinerende talen vanuit een andere invalshoek: een woord wordt beschouwd als een spelfout, als het niet kan worden

gegenereerd door eenachterliggend morfotactisch model. In dit project onderzoeken we hoe een spellingchecker kan gebruikt worden als

hulpmiddel bij het automatisch leren van een morfotactisch systeem voor het Swahili.

Organisaties:

• Centrum voor Computerlinguïstiek en Psycholinguïstiek (CLiPS)

Onderzoekers:

• Guy De Pauw

• Walter Daelemans

Numerieke methoden voor vortexpatronen in niet-lineaire partiële differentiaalvergelijkingen

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Toegepaste wiskunde en numerieke analyse

Onderzoekers:

• Wim Vanroose

• Nico Schlömer

Kwantumdynamica van sterk anisotrope moleculaire nanomagneten.

K.U.Leuven

Abstract: Het project beoogt een bijdrage te leveren aan het theoretische onderzoek naar de mechanismen die ten grondslag liggen aan de werking

van single-molecule magnets (SMM, ook nanomagneten genoemd). Een SMM is een molecule dat zich kan gedragen als een magneet op zichzelf.


De momenteel bekende SMMs vereisen echter nog een zeer lage temperatuur om hun gedrag alspermanente magneet te activeren, wat voorlopig

nog toepassingen bemoeilijkt. Chemici proberen de temperatuurslimiet te verhogen door nieuwe SMMs te synthetiseren met verschillende

metaalionen. Zo werd onlangs een nieuwe klasse van SMMs ontdekt, gebaseerd op lanthanide-ionen. Het is bekend dat de magnetische

eigenschappen van lanthanide-ionen verschillen vandie van transitiemetaalionen (waarop eerder bekende SMMs gebaseerd waren), zowel wat

betreft hun individueel gedrag als de manier waarop zij interageren met elkaar. De gevolgen van deze verschillen voor het gedrag van de nieuwe

SMMs is echter nog grotendeels onbekend. Het doel van

Organisaties:

• Afdeling Kwantumchemie en Fysicochemie

Onderzoekers:

• Liviu Cibotaru

Literaire figuraties van koloniale degeneratie omstreeks 1900 vanuit vergelijkend postkoloniaal perspectief.

K.U.Leuven

Abstract: Dit onderzoek is gewijd aan literaire figuraties van koloniale degeneratie en de koloniale gedegenereerde in Europese prozateksten,

historisch-vergelijkend beschouwd in relatie tot publieke debatten over de beschavingsmissie omstreeks 1900 in respectievelijk België, Nederland,

Engeland en Frankrijk.Dit project beoogt enerzijds een analyse te geven van de verweving van koloniale literatuur, historisch contingente debatten

over de ethiek van het imperialisme en de ideëengeschiedenis van het degeneratieconcept tijdens het fin de siècle. Anderzijds wenst het vanuit

eencomparatief perspectief een originele methodologische bijdrage te leveren aan het postkoloniale onderzoek en diens traditionele (Anglofone en

in mindere mate Francofone) focus.

Organisaties:

• Lit. Rel.& Postnat. Ident.

Onderzoekers:

• Theodoor D'haen

• Sarah De Mul

Tarwegluten: van een agro-industrieel bijproduct naar biogebaseerde, hoog-performante materialen.

K.U.Leuven

Abstract: Eén van de bijzondere eigenschappen van tarwe gluten eiwitten is dat zeomvormen tot een visco-elastische massa bij toevoeging van

water. Daardoor is bloem op basis van tarwe geschikt voor de productie van brood en pasta. Tarwegluten is beschikbaar in grote hoeveelheden

aan een relatieflage kostprijs als bijproduct van de tarwegebaseerde zetmeelindustrie. Dit, samen met zijn intrinsieke eigenschappen, maakt

tarwegluten een geschikte hernieuwbare grondstof voor de omzetting naar bio-gebaseerde, hoog-performante materialen. Echter, de thermomechanische

eigenschappen van huidige glutenmaterialen zijn lang niet zo goed als deze van gangbare synthetische kunststoffen. Het huidige

project wil de eigenschappen van glutenmaterialen verbeteren via een grondige studie naar de invloed van de afzonderlijke glutencomponenten op

de materiaaleigenschappen en gebruik makend van benaderingen die hun werking hebben bewezen bij het optimaliseren van de eigenschappen

van synthetische polymeren. Bovendien

Organisaties:

• Afdeling Polymeerchemie en -materialen

Onderzoekers:

• Ignace Verpoest

• Bart Goderis

• Jan Delcour

• Kristof Brijs

• Mario Smet

• Peter Van Puyvelde

• N. N.

Amor technologiae. Een kritische reflectie op het gebruik van nieuwe informatietechnologie aan de hand van het werk van

Marshall McLuhan en Andrew Feenberg.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Inleiding Nieuwe informatietechnologieën (digitale media) kennen sinds geruime tijd een ontzaglijke opgang. De publieksreceptie ervan

verloopt vaak kritiekloos en zelfs 'hartstochtelijk', ondanks steeds kritische waarschuwingen van techniekfilosofen. Onderhavig projectvoorstel stelt

de vraag naar die sterke gehechtheid. Ze doet dat - gezien het tribalistische, tot participatie uitnodigende karakter van nieuwe informatietechnologie

- op basis van het werk van Marshall McLuhan en Andrew Feenberg. Probleemstelling Het thema behoeft een genuanceerde benadering; wellicht

moet vermeden worden de 'liefde voor informatietechnologie' terug te voeren, enerzijds tot lege, technofiele behoeften (cf. Rapp, 1995, 1999),

anderzijds tot een symptoom van een beschaving-in-crisis (cf. Bauman, 2005). Enkel in het spanningsveld tussen technofobie en technofilie, tussen

dystopie en utopie kan het verschijnsel afdoend behandeld worden. Aldus splitst de probleemstelling zich in twee vragen: 1. Waarom zijn we zo

gehecht, verknocht aan onze informatietechnologie, ook al zou deze op controle en uniformisering gericht zijn en eventueel noodlottige effecten

hebben? (dystopisch aspect) 2. Kunnen mensen een voldoende kritisch potentieel ontwikkelen ten opzichte van informatietechnologie, wanneer ze

ze doorgaans achteloos omarmen als leniging van - bestaande of nieuw ontstane - behoeften? (utopisch aspect) Deze vragen zijn urgenter dan ooit

in een tijd waarin nieuwe 'tools', gadgets en diensten elkaar aan een hoog tempo opvolgen. Niet slechts het effect van informatietechnologie, de

bemiddeling van technologische artefacten of hoe mensen met informatietechnologie omgaan zijn aan de orde: ook de sterke emotionele

aanhechting tussen mens en informatietechnologie dient in het licht gesteld te worden. 'Verlangen' mensen nieuwe informatietechnologieën?

'Verleiden' deze ons?

Organisaties:

• Wijsbegeerte-Moraalwetenschappen

Onderzoekers:

• Marc VAN DEN BOSSCHE

Multi-level legal framework of radioactive waste management and Good Governance.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Dit project wil een uitgebreide en multidisciplinaire beoordeling over het Europese wettelijke kader inzake radioactief afvalbeheer geven.

Dezebeoordeling is noodzakelijk om de mogelijkheden te identificeren die kunnen bijdragen tot wettelijke herschikking van praktijken van goed

bestuur inzake radioactief afvalbeheer. Het project zal onderzoeken hoe gemeenschappelijke beleidslijnen en regelgeving in het domein van

radioactiefafvalbeheer binnen het wettelijk kader van de EU bepaald worden in overeenstemming met de principes van goed bestuur. Hiervoor zal

het project een geschikt concept van goed bestuur voor radioactief afvalbeheer ontwikkelen. Daarna zal het project een beeld vormen van de

essentiële en institutionele aspecten van regelgeving betreffende radioactief afvalbeheer. In deze context zal het project de bestaande normen en

principes in het Europese wettelijk stelsel onderzoeken, alsook de institutionele bekwaamheden en functies van de Europese Commissie, de

Europese Raad en

Organisaties:


• OE Internationaal en Europees Recht

Onderzoekers:

• Jan Wouters

• Kohyar Farhang Pajouh

Het ontwikkelen van statische modellen voor de analyse van array CGH data.

K.U.Leuven

Abstract: nbsp;Het doel van dit project is het ontwikkelen van een nieuwe statistischemethodologie in het speciale geval van single cell array CGH.

Het signaal van single cell array CGH wordt beïnvloed door een amplificatievertekening. De nieuwe methodologie zal ons in staat stellen om

kopienummervariaties van alle chromosomen te detecteren, namelijk volledig afwijkende chromosomen en segmentele afwijkingen. Het

vernieuwende van dit project is de correctie voor de amplificatie vertekening en de detectie van nieta priori gekende segmentele afwijkingen in

enkelvoudige cellen. We zullen hoofdzakelijk gebruik maken van de methodologie van finite mixture modellen. Wegens de hoge dimensionaliteit

van microarray data is eengoede visualisatie van de resultaten van de data-analyse belangrijk opdat clinici de resultaten op een makkelijke manier

kunnen interpreteren.

Organisaties:

• L-BioStat

Onderzoekers:

• Joris Vermeesch

• Emmanuel Lesaffre

• Geert Verbeke

• Michèle Ampe

Ontwikkeling van geavanceerde en verbeterde aëro-elastische modellen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Aëro-elasticiteit, of stroming-structuur interactie, kan resulteren in buitensporige trillingen van bijvoorbeeld een vleugel van een vliegtuig of

de schoep van een windturbine. Deze aëro-elastische instabiliteiten worden veroorzaakt door een sterke koppeling (wisselwerking) tussen de

stroming en de trillende structuur. Het toenemende gebruik van lichtere materialen en meer flexibele structuren resulteert in nieuwe uitdagingen en

vraagt naar geavanceerde en verbeterde aëro-elastische modellen.

In dit project wensen we meer inzicht te verwerven in het (experimenteel en numeriek) modelleren van aëro-elastische systemen. Geavanceerde

modellen zullen opgebouwd worden via een gecombineerde experimentele-numerieke aanpak.

Zo een gecombineerde experimentele-numerieke aanpak wordt courant gebruikt in het domein van de modale analyse om numerieke eindige

elementen modellen van trillende structuren te verbeteren aan de hand van experimentele geschatte modale parameters (zoals o.a.

resonantiefrequenties). Gedurende dit project zal deze aanpak veralgemeend worden naar aëro-elastische systemen waarbij de stroming-structuur

interactie in beschouwing wordt genomen.

Organisaties:

• Toegepaste Mechanica

Onderzoekers:

• PATRICK GUILLAUME

Vlaams luik van het Vlaams/Nederlandse samenwerkingsproject in het kader van de pan-Europese infrastructuuruitbouw

Common language resources and technology infrastructure (CLARIN).

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Informatica

Onderzoekers:

• Marie-Francine Moens

Ontwerpgevoeligheidsanalyse voor vibro-akoestische analyse in het middennte gebied met de golfgebaseerde

voorspellingstechniek.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling PMA

Onderzoekers:

• Wim Desmet

• Kunmo Ku

Proteomische studie van de mechanotransductie in mesenchymale stamcellen. Toepassing op implantaat

osseointegratie.

K.U.Leuven

Abstract: Botvorming wordt in belangrijke mate gestuurd door de lokale mechanische omgeving. De biologische cascade die hieraan ten grondslag

ligt, is nog niet volledig opgehelderd. Daartoe zal het onderzoeksproject het eiwitexpressie patroon en hun functie tijdens mechanische belasting

van differentiërende botcellen bestuderen aan de hand van massa spectrometrie en massa spectrometrie gebaseerde beeldvorming. In het in vitro

deel van het project zal gebruik gemaakt worden van een vloeistofstroom celcultuur systeem en beenmerg mesenchymale stamcellen voor het

bestuderen van het mechanotransductie proces. Na screening en selectie van de belastingsconditie die een optimale celrespons teweegbrengt ten

aanzien van schuifspanning zal er een eiwitprofilering op verschillende tijdstippen van belasting uitgevoerd worden via 2-D electroforese,

beeldanalyse, massa spectrometrie (MALDI TOF TOF) en bioinformatica (sequentie-informatie databanken). De sleutelrol van de geïdentificeerde

eiwitten in de pathway

Organisaties:

• Prothetische Tandheelkunde

Onderzoekers:

• Ignace Naert

• Katleen Vandamme

Motorische inbeelding en externe cueing als strategieën om motorisch leren te optimaliseren bij patiënten met de ziekte

van Parkinson met en zonder freezing.

K.U.Leuven

Abstract: De ziekte van Parkinson (PD) is een frequent voorkomende chronische neurologische aandoening die leidt tot ernstige motorische en

cognitieve stoornissen. Patiënten met PD vertonen specifieke moeilijkheden bij het leren van motorische taken, voornamelijk met betrekking tot de


consolidatie van de geleerde taken. In het huidige project worden twee strategieën onderzocht om het motorisch leren bij deze patiënten te

optimaliseren. De eerste strategie is gebaseerd op externe cueing. Dit heeft tot doel de verstoorde generatie van intern gestuurde bewegingen te

bypassen via het geven van externe prikkels. De tweede strategie, motorische inbeelding, is een aandachtsstrategie die tot doel heeft om een

correct intern referentiekader van de beweging op te bouwen. Via deze strategieën wordt getracht de spatiale en temporele problemen bij het

bewegen bij patiënten met PD te verbeteren. Deze problemen zijn nog sterker aanwezig bij patiënten dienbsp;lijden aan freezing bij het stappen.

Recente studies

Organisaties:

• Neuromotorische Revalidatie

Onderzoekers:

• Alice Nieuwboer

• Elke Heremans

Een nieuwe methodologische benadering om te begrijpen hoe structurele barrières de biotoegankelijkheid van

carotenoïden in plantaardige levensmiddelen bepalen.

K.U.Leuven

Abstract: De doelstelling van dit onderzoek is het ontwikkelen van een nieuwe methodologische benadering om te begrijpen hoe structurele

barrières de biotoegankelijkheid van carotenoïden in plantaardige levensmiddelen bepalen. Reële levensmiddelen bemoeilijken het onderzoek naar

de onderliggende mechanismen die de biotoegankelijkheid van carotenoïden bepalen. Daarom zullen in dit onderzoek verscheidene goed

gekarakteriseerde plant dispersie modelsystemen ontwikkeld worden op basis van fracties geïsoleerd uittomaat- en wortelweefsel. De plant

dispersie modelsystemen zullen opgebouwd worden uit een serumfase (afkomstig van tomaat of wortel) en een partikelfase (afkomstig van tomaat

of wortel) die de carotenoïden bevat. Aandacht zal besteed worden aan de structurele barrières in zowel de serum- als de partikelfase. De

algemene doelstelling kan vertaald worden in 2 specifieke hypothesen:-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;De structurele eigenschappen van pectine in de

serumfase bepalen ineen belangrijke mate de bi

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Marc Hendrickx

• Ann Van Loey

• Lien Lemmens

Victims and restorative justice: an empirical study of the needs, experiences and positions of victims within restorative

justice practices.

K.U.Leuven

Abstract: Objective(s)The general objective of the project is to achieve more knowledge, through empirical evidence, on the needs, experiences and

position of victims when participating in restorative justice (RJ) programmes.Formulation of the research issue: the development of RJ has lead to

some questions with regard to the position of the victim and therefore this project will deal with some questions at the micro-and macro-level. At the

micro-level, the focus will lie with the personal experience of the victim regarding the offer of mediation, the experience of communicating with the

offender in an (in)direct way, the mediation outcome and the judicial context. At the macro-level, the legislative, organisational and institutional

framework of victim-offender mediation and conferencing will be studied. Research designnbsp;nbsp; Literature review and document

analysis;nbsp; Personal interviews in three different countries (Austria, Finland and the Netherlands) with victims who participatein a

Organisaties:

• OE Strafrecht en Criminologie

Onderzoekers:

• Ivo Aertsen

Niet-perturbatieve snaartheorie: M-branen en kosmologie.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De interacties van de elementaire materiedeeltjes via de elektro-zwakke en sterke wisselwerkingen worden uitstekend beschreven door

het Standaard Model (SM). Het SM is een ijktheorie gebaseerd op de groep U(1)Y x SU(2)L x SU(3)QCD die spontaan gebroken wordt tot U(1)EM

x SU(3)QCD. Hoewel het SM tot op heden elke confrontatie met het experiment glansrijk doorstaan heeft zijn er nog vele open problemen. Zo kan

de aanwezigheid van een kleine 30, via het experiment te bepalen, parameters gezien worden als evenveel open vragen. Het SM geeft ook geen

verklaring voor de specifieke ijkgroepen noch voor de materie inhoud. Technische problemen, zoals het hiërarchieprobleem, hebben theoretische

fysici ertoe aangezet om een supersymmetrische extensie van het SM voor te stellen. Supersymmetrie is een symmetrie die bosonen in fermionen

transformeert en vice versa. Supersymmetrie maakt het SM weliswaar robuuster, maar ze voorspelt tevens voor elk gekend deeltje een

supersymmetrische partner met dezelfde massa. Supersymmetrie moet dus gebroken worden. Spontane breking is uitgesloten gezien dit een

Goldstino - een massaloos spin ½ deeltje - oplevert dat experimenteel niet geobserveerd wordt. Dus voegt men "soft breaking terms" toe aan de

actie. Deze breken supersymmetrie expliciet zonder de gewenste eigenschappen ervan teniet te doen. Deze termen vinden een natuurlijke

oorsprong in een supersymmetrische veralgemening van gravitatie: supergravitatie. Vandaar de nood om de gravitationele wisselwerking - niet

aanwezig in het SM - te bestuderen. Gravitatie wordt op grotere schalen, klassiek dus, uitstekend beschreven door de algemene relativiteitstheorie.

Op kleine afstanden verwacht men echter dat kwantummechanische correcties significant worden. Gezien de algemene relativiteitstheorie een niet

renormeerbare veldentheorie is dringt zich een wijziging van de UV structuur van de algemene relativiteitstheorie op waarbij de IR eigenschappen

ongemoeid gelaten worden. Tot op heden is er slechts één theorie die hierin slaagt: snaartheorie, ook wel eens M-theorie genoemd [1]. Het

uitgangspunt van deze theorie is dat men elementaire deeltjes niet als mathematische punten maar wel als zeer kleine (~10-35 m) touwtjes -

snaren dus - gaat beschouwen. Het resultaat is een theorie die altijd gravitatie bevat en daarenboven kwantummechanisch consistent is. Verder

beschrijft snaartheorie ook de andere interacties op een geünificeerde wijze. De effectieve theorie die het gedrag van de theorie in het IR beschrijft

is een supersymmetrische versie is van algemene relativiteit gekoppeld aan niet-Abelse ijktheorieën. Hoewel men nog niet op het punt aanbeland is

waarbij men snaartheorie rechtstreeks met het experiment kan confronteren, zijn er toch reeds belangrijke successen geboekt. Zo heeft

snaartheorie tot een microscopisch inzicht in de (kwantum) structuur van zwarte gaten geleid. Verder levert snaartheorie concrete realisaties op van

het holografische principe: de zogenaamde "gauge/gravity duality" ook gekend als de AdS/CFT correspondentie. Dit laatste leverde ons een totaal

onverwachte en bijzonder krachtige methode op om niet-perturbatieve aspecten van ijktheorieën te bestuderen. Een andere - zich snel

ontwikkelende - arena waarin snaartheorie met observaties kan geconfronteerd worden is de kosmologie. Mijn doctoraatsproject omvat twee luiken

die mij zullen toelaten om optimaal van de aan de VUB aanwezige expertise gebruik te maken. Het eerste luik van mijn doctoraatsonderzoek

situeert zich in kosmologische toepassingen van snaartheorie. De huidige modellen voor de eerste fractie van een seconde van het heelal, waarvan

de inflatietheorie het meest populaire is, laten vele fundamentele vragen onbeantwoord. In het geval van de inflatietheorie is het onduidelijk hoe de

beginvoorwaarden die inflatie toelaten tot stand kwamen; bovendien hebben inflatiemodellen een singulariteit in het verleden, waardoor ze niet

volledig zijn. Niettemin slaagt inflatietheorie erin om het spectrum van primordiale dichtheidsfluctuaties te voorspellen dat in spectaculaire

overeenstemming is met recente waarnemingen van de kosmische achtergrondstraling. Alternatieve modellen zoals ekpyrotische en cyclische

kosmologieën genereren een gelijkaardig fluctuatiespectrum, maar dan in een contraherende fase van het heelal. Dit contraherende heelal zou met

ons huidige expanderende heelal verbonden zijn via een kosmologische singulariteit. Dit leidt tot de vraag of zulke "big crunch/big bang"

overgangen fysisch mogelijk zijn, en zo ja, of de fluctuatiespectra er na zo een overgang nog hetzelfde uitzien. Deze vraag heeft geen antwoord


innen de algemene relativiteitstheorie die ongeldig wordt in de aanwezigheid van singulariteiten. De hoop is dat snaartheorie hier wel een

antwoord kan bieden. De laatste jaren zijn verschillende snaartheoriemodellen geformuleerd waarin deze vraag kan worden bestudeerd. Ik wens

me in eerste instantie toe te leggen op modellen die gebruik maken van de AdS/CFT correspondentie, die kwantumgravitatie in asymptotisch-antide

Sitter-ruimten relateert met kwantumveldentheorieën op hun conforme randen. Bepaalde AdS randvoorwaarden laten toe dat niet-singuliere

beginvoorwaarden evolueren tot een "big crunch" [2]. Voor de studie van deze kosmologische singulariteit kan men de duale kwantumveldentheorie

gebruiken, waar de singulariteit zich manifesteert door de aanwezigheid van een onbegrensde potentiaal. Argumenten dat een big crunch/big bang

overgang mogelijk is in een concreet model werden onlangs gegeven door Ben Craps (VUB), Thomas Hertog (APC Parijs) en Neil Turok

(Cambridge) [3]. In een onlangs opgestart project met Ben Craps en Thomas Hertog ben ik aan het nagaan in welke mate de resultaten van [3]

kunnen worden uitgebreid naar andere consistente truncaties van de theorie. Ook willen we nagaan wat de betekenis is van een bepaalde

ambiguïteit in het voorschrift voor propagatie door de singulariteit (de keuze van fase van de zelftoegevoegde uitbreiding van de Hamiltoniaan). Het

tweede luik van mijn doctoraatsproject betreft de studie van M-branen. Snaartheorieën bevatten naast de fundamentele excitaties - de snaren dus -

ook solitonische objecten: dit zijn Dirichlet-branen of kortweg Dbranen. D-branen kunnen de gedaante hebben van een punt, een snaar, een

membraan en zelfs hoger-dimensionale objecten. Een p-dimensionale D-braan wordt een Dp-braan genoemd. D-branen interageren met elkaar via

open snaren die erop eindigen. De effectieve theorie die een Dp-braan beschrijft is een U(1) ijktheorie in p+1 dimensies. Het massaloos U(1) ijkveld

is een open snaar die begint en eindigt op het D-braan. Wanneer er N D-branen aanwezig zijn en ze zich ver genoeg van elkaar bevinden, krijgen

we een (U(1))N ijktheorie. De snaren die op één D-braan beginnen en op een andere eindigen zijn massief met een massa evenredig met de

kortste afstand tussen de twee D-branen. Bijgevolg worden de snaren tussen verschillende D-branen massaloos wanneer N D-branen

samenvallen. De consequentie hiervan is dat de abelse (U(1))N ijktheorie gepromoveerd wordt tot een niet-abelse U(N) ijktheorie. De ontdekking

van D-branen hebben tot het inzicht geleid dat de diverse perturbatieve snaartheorieën particuliere limieten zijn van een onderliggende structuur die

onder de naam van M-theorie gaat. Hoewel er nog geen volledig beeld van M-theorie bestaat, heeft men wel de fundamentele (gravitonen en

gravitini) en de solitonische (M2- en M5-branen) vrijheidsgraden van de theorie geïdentificeerd. Terwijl samenvallende D-branen redelijk goed

begrepen zijn is dit niet zo voor samenvallende M2- of M5- branen. Wat men weet is dat het aantal vrijheidsgraden voor N samenvallende M2branen

(M5-branen) als N3/2 (N3) groeit. Dit gedrag is bijzonder merkwaardig gezien geen enkele groep zo schaalt. Daarenboven werd in [4]

aangetoond dat de effectieve veldentheorie voor N samenvallende M5-branen buiten het kader van lokale veldentheorieën valt. Recent werden

verschillende concrete resultaten voor samenvallende M2-branen geboekt. Zo werd in [5] aangetoond dat de het aantal vrijheidsgraden van de

"fuzzy funnel" oplossing die N samenvallende M2-branen die eindigen op een M5-braan beschrijven groeit als N3/2. Een niet associatieve

algebraïsche structuur speelt hierbij een centrale rol [6]. In het tweede luik van mijn onderzoeksproject zal ik nagaan in welke mate soortgelijke

structuren voor samenvallende M5-branen optreden. In het bijzonder zal ik het N3 gedrag van de massaloze vrijheidsgraden pogen te verklaren. Dit

onderzoek zal gebeuren in samenwerking met mijn promotor Prof. Alexander Sevrin en Dr. Neil Copland die vanaf 1 oktober de VUB voor drie jaren

vervoegt als postdoc.

Organisaties:

• Natuurkunde

Onderzoekers:

• ALEXANDRE SEVRIN

Toepassingen van concurrentiebeleid in de sport industrie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De professionele sportindustrie kent verschillende mechanismen die op het eerste zicht schoolvoorbeelden zijn van

concurrentieverstorend gedrag. De bekendste voorbeelden zijn het delen van ticket- en TV-inkomsten, het beperken van spelerslonen (salary caps)

en het afbakenen van exclusieve markten. In veel gevallen worden deze praktijken echter gedoogd of zelfs goedgekeurd door de

concurrentieautoriteiten. Dit project bundelt vier artikels waarin enkele van deze mechanismen onder de loep worden genomen. Een eerste bijdrage

analyseert verschillende manieren om de collectieve verkoop van TV-rechten te organiseren. Een tweede artikel focust op het gebruik van contest

succes functies in de analyse van de sportindustrie. Het derde hoofdstuk ontwikkelt een nieuw theoretisch model voor de sportindustrie waarin

platformconcurrentie geïntegreerd zal worden. In het laatste deel wordt empirisch bekeken welke factoren een invloed hebben op het competitief

evenwicht in verschillende sportcompetities. Dit is namelijk een cruciaal punt van discussie wanneer het gaat over de collectieve verkoop van TVrechten

in Europa en de VS.

Organisaties:

• Algemene economie

Onderzoekers:

• Jan Bouckaert

• Stephanus Kesenne

• Thomas Peeters

Meat it! Fraudedetectie in verwerkte vleesproducten

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Biowetenschappen en Landschapsarchitectuur

• Vakgroep Levensmiddelenwetenschappen en Technologie

Onderzoekers:

• Kathy Messens

• Roxane Van Vynckt

• Mia Eeckhout

Duitse modaalpartikels als multimodale constructies van intersubjectiviteit.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project worden twee clusters van Duitse modaalpartikels (MPs) bestudeerd in termen van Constructiegrammatica: de partikels die

een vraagmet haar context verbinden (typisch denn en eigentlich), en die die aangeven dat de hoorder het gezegde eigenlijk al zou moeten weten

(typisch ja, doch, eben, einfach, halt). In de Constructiegrammatica wordt elke eenheid gedefinieerd als een symbolische koppeling van vorm en

betekenis/functie. Dit project ambieert een verbreding van de bestaande visie op MPs aan beide zijden. Aan de vormkant ligt de focus op

multimodaliteit, door de categorie MP te verbreden zodat ook andere, niet-lexicale middelen op een MP-betekenis uit te drukken in beschouwing

genomen worden (patronen in prosodie, morfologie en syntaxis evenals paraverbale elementen als mimiek en gestiek). Ook wordt de vormelijke

variatie van deze patronen (evenals van traditionele MPs) en hun combinatiegedrag onder de loep genomen. Wat de betekenis betreft wordt de

traditionele subject

Organisaties:

• Ned.,Duitse & Computat.Taalk.

Onderzoekers:

• Kurt Feyaerts

• Geert Brône

• Steven Schoonjans


Tensorgebaseerde Signaalscheiding.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Elektrotechniek Kulak

Onderzoekers:

• Lieven De Lathauwer

Outsiderliteratuur in België, 1968-2008. Een polysysteemtheoretische analyse.

K.U.Leuven

Abstract: In de periferie van de literaire wereld manifesteert en institutionaliseert zich eind jaren zeventig een corpus van teksten gerelateerd aan

waanzin (écrits bruts, fous littéraires, 'gestoorde teksten'...). Dit brede en marginale literaire gebied outsiderliteratuur en de merkbare evolutie van

de houding ten opzichte vanwaanzin rond 1980 werden nog nauwelijks onderzocht. Centraal in het onderzoek staat de functionalistische vraag hoe

de houding binnen de literaire wereld ten aanzien van waanzin als biografisch kenmerk van de auteur evolueerde in het Belgische literaire

polysysteem van 1968 tot 2008. Dit impliciete aspect van het literaire repertoire kan geanalyseerdworden aan de hand van een receptieanalyse

gebaseerd op een gevarieerd en representatief corpus van outsiderauteurs Artaud, Achterberg, Berckmans, Podolski en drie anthologieën.

Ondersteund door een discours- en tekstanalytische invalshoek, biedt het polysysteemtheoretische model het gepaste methodologische kader. He

Organisaties:

• Literatuur en Cultuur

Onderzoekers:

• Dirk De Geest

• Arnout De Cleene

SOS Frans: SchrijfvaardigheidsOnderSteuning Frans.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Instituut voor Levende Talen

Onderzoekers:

• Serge Verlinde

Toeval, morele verdienste en verantwoordelijkheid.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Husserl-Archief: Centr.Fenomenologie

Onderzoekers:

• Roland Breeur

• Gerbert Faure

Nicephorus Blemmydes en intellectuele en filosofische tendenzen in het Byzantium van de 13de eeuw.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Griekse Studies

Onderzoekers:

• Peter Van Deun

Optimalisatiegebaseerde synthese van regelaars voor geinterconnecteerdedynamische systemen.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Numer. Analyse en Toeg. Wiskunde

Onderzoekers:

• Dirk Roose

• Wim Michiels

Studie van het neutron rijke Ni-gebied door middel van transfer reacties met radioactieve ionenbundels.

K.U.Leuven

Abstract: Transferreacties in het neutronrijke nikkel gebied.Situering van het projectDe beperkte nauwkeurigheid waarmee de structuur van de

atoomkernen beschreven wordt en de grote verschillen in de voorspellingen van de eigenschappen van atoomkernen ver weg van de stabiliteitslijn

zijn sleutelproblemen in de kernfysica. Niet alleen is het gedrag van de sterke interactie in het nucleaire medium niet volledig begrepen, tevens laat

het grote aantal vrijheidsgraden van het meer-deeltjesprobleem niet toe om met de huidige computer capaciteit betrouwbare resultaten te bekomen.

Vertrekkende van zeer verschillende invalshoeken werden modellen ontwikkeld:gemiddelde veldberekeningen met inbegrip van extra correlaties,

modellen gebaseerd op symmetrie overwegingen, schillenmodelberekeningen met inbegrip van deeltje-gat excitaties door gesloten schillen en

quantum montecarlo schillenmodellen om maar enkele voorbeelden te geven. Het is uitermate belangrijk om deze modellen te toetsen aan

expermentele result

Organisaties:

• Afdeling Kern- en Stralingsfysica

Onderzoekers:

• Pieter Van Duppen

• Marc Huyse

• Jan Diriken

Roche Leerstoel Oncologie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.


Organisaties:

• Oncologie

Onderzoekers:

• Filip Lardon

• Marc Peeters

Leidt HR-devolutie tot HR-evolutie? De rol van lijnmanagers in HRM

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Ond.gr. Personeel en Organisatie

Onderzoekers:

• Luc Sels

• Sophie De Winne

An integrated prediction system for genomic selection

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Biowetenschappen en Landschapsarchitectuur

• Vakgroep Plantaardige Productie

Onderzoekers:

• Geert Haesaert

• Steven Maenhout

Patronen en alternerende structuren voor de uitdrukking van het futurumin de Romaanse talen: functioneel-systemische

uitdagingen voor de theorie van grammaticalisatie.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Fr.,Ital.& Vergel.Taalk.

Onderzoekers:

• Béatrice Lamiroy

• Pierre Swiggers

• Claire Meul

Portfolio en competentgestuurd onderwijs binnen de Toledo leeromgeving.

K.U.Leuven

Abstract: Met dit project beogen we de interactieve en aangepaste begeleiding vande student, door middel van de evaluatie van zijn technische en

persoonlijke competenties, op lange termijn (instroom, doorstroom, en uitstroom) te intensiveren, en de zelfsturing van de student te bevorderen.

De binnen Toledo te ontwikkelen methodieken gaan zowel de student als de begeleider (professor, docent, assistent, stagebegeleider, ) helpen

om*zijn prestaties en de evolutie ervan zichtbaar te maken in functie van zijn medestudenten, zijn leerlijn, de eindtermen, zijn verantwoordelijken, of

andere (maatschappelijke) verwachtingen, en* interactie te initiëren en te ondersteunen tussen de verschillende actoren, en* iedereen op eenzelfde

manier te evalueren doorheen de verschillende niveaus en doorheen de gehele associatie door de uitwisselbaarheid van portfolios te waarborgen

en deze ook beschikbaar te maken voor het werkveld om levenslang leren te ondersteunen. Ook voor docenten kan dit toegepast worden om h

Organisaties:

• Labo Molec. en Cel. Signaaltransmissie

Onderzoekers:

• Bernard Himpens

• Toon Quaghebeur

Sampling als repetitief paradigma? Een cultuurtheoretische en analytische studie van de sampler-composities (1988-

2001) van Steve Reich.

K.U.Leuven

Abstract: Dit onderzoek beoogt de recentste inzichten rond minimal music die naarvoor zijn geschoven vanuit de cultural theory te koppelen aan

eenmuziekanalytische studie van de vier sampler-composities van Steve Reich. Deze werken vormen een belangrijke case study binnen het

postminimalisme de minder strikte stijl die zich na 1976 uit de strenge minimal music heeft ontwikkeld. Centraal staat het probleem van

repetitiviteitbinnen minimalistische en postminimalistische modellen van muzikale narrativiteit. Reichs samplercomposities zijn immers nauw

verbonden met twee invloeden die repetitiviteit als structureel paradigma naar voor schuiven: minimal music en het gebruik van sampling in

elektronische muziek. Maar tegelijk zijn het typische postminimalistische werken in de zin datsystematische repetitiviteit erin juist aan belang heeft

verloren. Dezeparadoxale combinatie van repetitieve en niet-repetitieve principes heeft implicaties voor de muzikale narrativiteit en biedt relevante

inzichten i

Organisaties:

• Musicologie

Onderzoekers:

• Mark Delaere

• Maarten Beirens

De receptie van Stijn

Streuvels in het secundair onderwijs in Vlaanderen (1900-2000). Een

toetsing aan de literaire en maatschappelijke omgeving en aan

pedagogisch-didactische visies

K.U.Leuven

Abstract: Het onderzoek naar de receptie van Stijn Streuvels wil nagaan op welke wijze de auteur in het secundair onderwijs in Vlaanderen tussen

1900 en 2010 wordt aangeboden en onderwezen in functie van het beoogde doelpubliek. Het schoolboek zoals dat in het secundair onderwijs

gebruikt wordt, staat centraal als primair bronmateriaal. De kwalitatieve en kwantitatieve gegevens die uit het bronmateriaal voortvloeien, worden

getoetst aan de literair en maatschappelijke context enerzijds en aan de (historisch)pedagogisch-didactische visies anderzijds. Als vergelijkingspunt


wordt de receptie van Cyriel Buysse in het secundair onderwijs gedurende dezelfde periode eveneens in kaart gebracht. Het onderzoek wil nagaan

welke evolutie heeft plaatsgevonden in de receptie van Streuvels, op welke wijze de beide invloedsfactoren een rol hebben gespeeld en hoe de

beeldvorming en de canon van Streuvels (en Buysse) geëvolueerd zijn.

Organisaties:

• Subfaculteit Letteren Kulak

Onderzoekers:

• Johan Van Iseghem

Niet-lineair optische microscopie met efficiënte nanolabels.

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van deze aanvraag is om drie niet-lineair optische processen te combineren in één enkele microscopische techniek. Meer

bepaald zullen wij tweede-harmonische generatie (frequentieverdubbeling of second-harmonic generation, SHG) en derde-harmonische generatie

(frequentieverdrievoudiging of third-harmonic generation, THG) 2 coherente niet-linear optische processen - combineren met twee-foton

fluorescentie (two-photon excited fluorescence, TPEF, een niet-coherent niet-linear optisch proces) en deze gebruiken als microscopische techniek.

Ten slotte zullen wij gebruik maken van nieuwe fluorescente nanopartikels gedopeerd met zeldzame aarden om de efficiëntie van het twee-foton

proces en derde-harmonische generatie op te drijven.

Organisaties:

• Afd. Moleculaire Visualisatie & Fotonica

Onderzoekers:

• Victor Moshchalkov

• Thierry Verbiest

• Ventsislav Valev

Over de evolutie van het regulatorisch genoom.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Stein Aerts

Uitdagingen binnen de revalidatie van respiratoire patiënten.

K.U.Leuven

Abstract: Patiënten met chronisch obstructief longlijden (COPD) ondervinden dikwijls symptomen van kortademigheid en vermoeidheid tijden het

uitvoeren van dagdagelijkse activiteiten. Ze gaan deze activiteiten vermijden, waardoor ze een erg inactieve levensstijl ontwikkelen, die

geassocieerd is met spierzwakte en gedaald inspanningsvermogen. Multidisciplinaire respiratoire revalidatie is erkend als een belangrijke evidencebased

interventie die het inspanningsvermogen en de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit van symptomatische patiënten verbetert.

Desondanks zijn ernog steeds uitdagingen binnen het domein van de respiratoire revalidatie, waarvan er in deze thesis drie worden behandeld: 1)

de implementatie van revalidatieprogrammas bij niet-stabiele patiënten, 2) het verklarenwaarom sommige patiënten minder goede resultaten

boeken dan anderen na inspanningstraining en 3) de transformatie van een verbeterd inspanningsvermogen naar een meer fysiek actieve

levensstijl optimaliseren. Hospitalisa

Organisaties:

• Pneumologie

Onderzoekers:

• Henricus Gosselink

• Thierry Troosters

• Chris Burtin

NEUROPRO.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Johannes Creemers

New production technologies of complex 3D Micro-devices through multiprocess integration of ultra precision

engineering techniques.

K.U.Leuven

Abstract: Integ-µ beoogt het verbeteren van huidige bewerkingstechnieken voor hetproduceren in grote series van hoog precieze complexe 3D

vormen (op micro/meso schaal, gaande van 10 tot 10.000µm) en dit voor een variëteit aan materialen. Vijf hoog precisieze reconfigureerbare

bewerkingsplatformen zullen hiervoor ontwikkeld worden. Elk bewerkingsplatform bestaat uit een combinatie van verschillende processen zodat de

bewerking kan gebeuren in één opspanning. Dit moet resulteren in een grotere nauwkeurigheid,minder benodigde machineruimte, een kortere

doorlooptijd en verhoogde productiviteit. Tevens leidt de combinatie van verschillende processen tot enkele belangrijke synergieën die nuttig

kunnen aangewend worden. Verwacht wordt dat de resultaten van dit project een belangrijke invloed zullen hebben op het design, de productie en

het gebruik van micro-onderdelen in toepassingen die zich situeren in de automobiel-, biomedische, luchtvaart- en ecologische sector.

Organisaties:

• Afdeling PMA

Onderzoekers:

• Bert Lauwers

Impliciete stedenbouw - exploratieve cartografie. Een onderzoek naar ruimtelijke figuren voor de (her-)ordening van de

territoriumstad.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Departement ASRO

Onderzoekers:

• Bruno De Meulder

• Bieke Cattoor


Een multi-schaal benadering voor predictieve modellering van de microbiële dynamica in gestructureerde

(model)systemen

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Chem. en Biochem. Procestechnol.

Onderzoekers:

• Jan Van Impe

Digitale lab-on-a-chip voor de analyse van individuele cellen.

K.U.Leuven

Abstract: Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat digitale lab-on-a-chip technologie een meerwaarde kan bieden bij de ontwikkeling van nieuwe

wetenschappelijke methoden en het bekomen van nieuwe fundamentele inzichten op het gebied van ondermeer enzymkinetiek, DNA-analyse, en

de hogedoorvoer screening en synthese van organische moleculen. Individuele celanalyse in een gecontroleerde omgeving kan ons informatie

opleveren over de intercellulaire variabiliteit en ons inzicht verschaffen in tal van fundamentele fysiologische processen. Hiervoor zijn echter

geavanceerde celmanipulatie en analysetechnieken vereist. Hier kan digitale lab-on-a-chip een oplossing bieden. Het doel van dit project is het

potentieel van deze technologie te onderzoeken in relatie tot het opmeten van biofysische en biochemische eigenschappen van individuele cellen.

Daartoe zal in een eerste stap de digitale lab-on-a-chip ontworpen en geoptimaliseerd worden voor het manipuleren van cellen. Hierbij wordteen

mathema

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Jeroen Lammertyn

• Steven Vermeir

Ouderlijk gedrag bij kinderen met een autismespectrumstoornis.

K.U.Leuven

Abstract: Er is nog maar weinig onderzoek verricht naar ouderlijk gedrag bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Ouderlijk

gedrag wordtmeestal onderverdeeld in twee domeinen: de warmtedimensie en de controledimensie. Gezien ouders van kinderen met ASS voor

specifieke uitdagingen staan in de opvoeding, stellen we ons de vraag hoe hun ouderlijk gedrag getypeerd kan worden. Ouderlijke gedragingen

worden vaak in relatie gebracht met probleemgedrag. Ook bij kinderen met ASS is probleemgedrag een veelvoorkomend fenomeen. Factoren die

een rol kunnen spelen in het verband tussen ouderlijk gedrag en gedragsproblemen zijn communicatieproblemen bij de kinderen en stress bij de

ouders. Het belangrijkste doel van deze studie is dan ook het in kaart brengen van de ouderlijke gedragingen bij kinderen met ASS. Verder willen

we op zoek gaan naar verbanden metgedragsproblemen en eventuele mediërende of modererende invloeden van communicatieproblemen bij het

kind en stress bij de ouders. Aan de h

Organisaties:

• OE Gezins- en Orthopedagogiek

Onderzoekers:

• Beatrijs Maes

• Ilse Noens

• Karla Van Leeuwen

Erfgenamen, familiebanden en stedelijke verenigingen. Stedelingen en hun netwerken in 15de en 16de-eeuws Mechelen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Centrum voor stadsgeschiedenis

Onderzoekers:

• Maarten Van Dijck

• Peter Stabel

• Kim Overlaet

De ontwikkeling van een DNA-magnetische sensor array.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project is een eerste stap in de richting van een 'point-of-care' diagnostisch apparaat. Het hoofddoel van dit project bestaat erin een

zeer gevoelig biosensor platform te ontwikkelen voor de analyse van nucleinezuren. Dit project is een samenwerking tussen IMEC en de

Toegepaste Moleculaire Genomica groep van het VIB Departement voor Moleculaire Genetica.

Organisaties:

• VIB DMG - Toegepaste Moleculaire Genomica groep

Onderzoekers:

• Jurgen Del-Favero

• Frederik Colle

Structuurbepaling van prokaryote en eukaryote ionenkanalen.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van dit project is om een beter inzicht te verwerven in de relatie tussen structuur en functie van ionenkanalen. Onze strategie is

om de 3-dimensionele structuur op te helderen m.b.v. X-stralendiffractie van eiwitkristallen. De correlatie van de structurele informatie met de

functie van ionenkanalen zal onderzocht worden m.b.v. electrofysiologischestudies. Onze belangrijkste doelwitten zijn het C-terminal domein van

TRPM4 ionenkanalen en een recent ontdekte familie van ligand-geactiveerdekanalen in prokaryoten.

Organisaties:

• Laboratorium Structurele Neurobiologie

Onderzoekers:

• Thomas Voets

• Chris Ulens

• Sergei Strelkov

Internationaal onderzoek in politieke wetenschappen.


Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Organisaties:

• Media, middenveld en politiek (M2P)

Onderzoekers:

• Stefaan Walgrave

Reproductie en sociale mobititeit tijdens het proces van snelle modernisering. Intra-, intergenerationele en longitudinale

kenmerken en processen tijdens de negentiende eeuw.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Centrum voor Sociologisch Onderzoek

Onderzoekers:

• Koenraad Matthys

Motivaties, besluitvorming en niet-technische indicatoren van nucleaire proliferatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het uitgangspunt van het onderzoeksproject is de groeiende kloof tussen enerzijds het actuele aantal kernwapenstaten en anderzijds het

groeiende aantal staten dat technologisch gezien de capaciteit bezit deze wapens te ontwikkelen (+/- 45 staten). Aan de ene kant moet men zich

dus de vraag stellen waarom staten kernwapens willen ontwikkelen, aan de andere kant moet de vraag beantwoord worden waarom maar een

relatief klein aantal van de +/- 45 capabele staten effectief over een kernwapen beschikken. Het relatief trage tempo van nucleaire proliferatie (+/- 9

kernwapenstaten) kan echter geen aanleiding geven tot ongebreideld optimisme. De kernwapentesten van India, Pakistan en mogelijk ook Noord-

Korea; het oprollen van het A.Q Khan-netwerk; het ontdekken van het clandestiene atoomwapenprogramma van Irak; de bezorgdheid over het al

dan niet vreedzame karakter van het Iranese atoomprogramma;¿bevestigen dat nucleaire proliferatie meer dan ooit een enorme uitdaging is voor

de internationale orde, zelfs na het einde van de Koude Oorlog.

In het verleden werd nucleaire proliferatie vaak op een technocentrische manier benaderd (nucleaire proliferatie als een 'technisch probleem'),

waarbij men zich hoofdzakelijk focuste op het beschermen van nucleaire voorraden en op het verhinderen dat er specifieke nucleaire materialen of

technologie zou verspreid worden. Zeer weinig aandacht werd geschonken aan de 'demand-side' van proliferatie, en bovendien leek er een

consensus te bestaan over de oorzaken van proliferatie: externe (militaire) bedreigingen leiden staten ertoe kernwapens te willen ontwikkelen, het

afschrikkingsmiddel (deterrence) om deze dreiging te neutraliseren.

Ofschoon het theoretisch debat over de oorzaken van nucleaire proliferatie na de Koude Oorlog nieuw leven werd ingeblazen, bleef de dynamiek

van nucleaire proliferatie onduidelijk. Dit project heeft dan ook de doelstelling om vertrekkend vanuit de 'nucleaire paradox' een antwoord te bieden

op volgende onderzoeksvragen:

(1a) Wat drijft een staat ertoe kernwapens te willen ontwikkelen?

(1b) Wat drijft een staat ertoe bestaande kernwapenprogramma's stop te zetten of reeds verworven kernwapens te ontmantelen?

(2) Hoe verloopt het nucleaire besluitvormingsproces?

(3) Welke niet-technische indicatoren kan men identificeren?

(4) Welke maatregelen kan men op basis van de onderzoeksresultaten opstellen en hoe zijn deze integreerbaar in andere non-proliferatie

maatregelen?

Organisaties:

• Internationale Politiek (IP)

Onderzoekers:

• Tom Sauer

Vorming m.b.t. diversiteit internationale kennisuitwisseling.

K.U.Leuven

Abstract: Aanmoedigingsfonds voor vormingsinitiatieven m.b.t. diversiteit en voorinternationale kennisuitwisseling m.b.t. diversiteit.

Organisaties:

• Afd. Toeg. Mechanica & Energieconversie

Onderzoekers:

• Martine Baelmans

Karakterisering van fase-afhankelijk gereguleerde factoren in het centraal zenuwstelsel van de woestijnsprinkhaan.

K.U.Leuven

Abstract: De woestijnsprinkhaan Schistocerca gregaria is alom bekend omwille van zijn opvallende fenotypische plasticiteit (polyfenisme),

resulterend in twee extreme verschijningsvormen of fasen. De volledige transitie van desolitaire naar de gregaire fase neemt gewoonlijk meerdere

generaties inbeslag. De gedragswijziging die geïnduceerd wordt door bepaalde gregariserende stimuli doet zich echter al voor in enkele uren tijd.

Om deze reden is dit inseht een belangrijk modelsysteem voor onderzoek naar plasticiteit op verschillende tijdschalen. Het doel van dit project is

het bestuderen van de moleculaire mechanismen die aan de basis liggen van het verwerven en behouden van gregair gedrag. Vooreerst zullen we

diverse kandidaatgenen selecteren, gebaseerd op voorafgaande micro-array studies. De expressie van deze genen zal grotendeels worden

uitgeschakeld met behulp van RNA interference (RNAi) en het effect van deze knockdown zal verder worden geanalyseerd op het niveau van het

gedrag en op genexpres

Organisaties:

• Afd. Dierenfysiologie en Neurobiologie

Onderzoekers:

• Jozef Vanden Broeck

• Rik Verdonck

Ontwikkeling en validatie van een gehumaniseerd gistmodel voor Abeta42-geïnduceerde cytotoxiciteit.

K.U.Leuven

Abstract: Ondanks ernorme inzet van verschillende onderzoeksgroepen, is het vooralsnog onduidelijk hoe, en volgens welke moleculaire

mechanismen, proteïne tau en de Ab peptieden gezamelijk bijdragen tot het verlies van neuronen bij de Ziekte van Alzheimer.nbsp;Volgens een

recente hypothesezou intracellulaire oligomerisatie van Ab-peptieden aanleiding geven tot cytotoxiciteit en cellulaire stress en de activatie van

stress-specifieke kinasen die op hun beurt zorgen voor hyper-fosforylatie en aggregatie van proteïne tau, met celdood als gevolg.nbsp;In dit project

willen we deze hypothese onderzoeken aan de hand van zgn. gehumaniseerde gistmodellen, waarbij beide proteïnen in de bakkersgist

Saccharomyces cerevisiae conditioneel tot expressie worden gebracht.nbsp;Deze strategie werd voordien reeds met succes toegepast om de

toxiciteitsmechanismen van proteïnen betrokken bij de Ziekte van Parkinson en Huntington teontrafelen.nbsp;


Organisaties:

• L_Mol_celbio

Onderzoekers:

• Joris Winderickx

• Mathias Verduyckt

VUB Onderzoekscontingent Sabbatical Leave 2011 (Call 2010). Toekenning aan Prof. dr. Jean Paul Van Bendegem : A

philosophy of Strict Finitism : Historical and Systematical Overview.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: In dit project is het de bedoeling om 28 jaar werk rond strikt finitisme in één geheel samen te brengen.

Organisaties:

• Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie

Onderzoekers:

• JEAN VAN BENDEGEM

Studie van gyroscopische mechanismen voor energieopwekking met een toepassing in golfslagenergie.

K.U.Leuven

Abstract: In deze studie zal een apparaat worden ontworpen dat bestaat uit een gyroscopisch mechanisme dat wordt omsloten door een behuizing.

Het gyroscopisch mechanisme moet worden ontworpen zodanig dat het een complexe, gestructureerde, primaire beweging van het huis omzet

naar een quasi stationaire rotatie van een inwendige as die een inwendig geborgen elektromotor aandrijft. De omzetting van beweging is robuust

m.b.t. de spectrale verdeling van de primaire bewegingsenergie. Het huis wordt vervolgens ingebed in een visachtig lichaam dat in een rivier wordt

ondergedompeld en verankerd wordt met een kabel aan een vast punt. Het is de bedoleing dat het visachtig lichaam door de stroming van het

water in beweging wordt gezet en dat deze bewegingsenergie door het gyroscopisch apparaat wordt omgezet in elektrische energie. Uiteindelijk is

het de bedoeling om een nieuwe technologie te ontwerpen voor de winning van hernieuwbare energie.

Organisaties:

• Afdeling ESAT - SCD: SISTA/COSIC/DOCARCH

Onderzoekers:

• Eric Van den Bulck

• Joris Gillis

Praktijkgerichte inventarisatie van oorzaken van flavourinstabiliteit van bier en onderzoek naar

technologische/economische opportuniteiten voor verbeterde flavour kwaliteit en verlengde smaakstabiliteit.

K.U.Leuven

Abstract: De combinatie van geur, aroma, smaak en mondgevoel ("flavour") vormt ongetwijfeld het belangrijkste kwaliteitscriterium van bier. Elke

brouwer streeft daarom naar een aangenaam, karakteristiek en zo reproduceerbaar mogelijk flavourprofiel. Een essentieel probleem hierbij is dat

de flavour van het vers afgevulde bier niet stabiel blijft tijdens de bewaring (de tijdspanne tussen het afvullen van het bier en de consumptie).

Dikwijls is een daling van de kwaliteit van de bierflavour (flavourinstabiliteit) tijdens de opslag sensorisch reeds merkbaar in een relatief korte

tijdspanne. Ook chemisch-analytisch kan dit vastgesteld worden, bv. via een snelle daling van het gehalte aan bierbitterstoffen, een significante

toename aan verouderingsaldehyden, enz.Het fenomeen "flavourinstabiliteit" is een probleem voor alle bieren, zowel boven- als

ondergistingsbieren, en in het bijzonder voor pilsbierendie zeer gevoelig blijken te zijn aan een achteruitgang van de bierflavour in functie van de

bewaar

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Freddy Delvaux

Androgeenactie in Sertolicellen en de controle van spermatogenese.

K.U.Leuven

Abstract: Androgenen zijn de belangrijkste hormonen die spermatogenese controleren. Eerder onderzoek in ons laboratorium aan de hand van een

transgeen muismodel toonde aan dat Sertolicellen de belangrijkste doelwitcellen zijnvoor deze controle. Gebruikmakend van microarraytechnieken

konden we 692 potentieel androgeengeregelde genen identificeren in prepubertaire testes. Grondige analyse leidde tot de werkhypothese dat

androgenen tijdensde puberteit een cruciale rol spelen in een reeks herstructureringen enjunctionele aanpassingen ter hoogte van de zaadbuisjes,

veranderingen die noodzakelijk zijn om het specifieke milieu te creëren dat essentieel is voor spermatogenese.In dit project wensen wij in eerste

instantiede cellulaire localisatie en de rol van de geïdentificeerde genen verder te analyseren. Onze aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar genen

diesterk worden geregeld of genen die mogelijk functioneel belangrijk zijn. In een verder stadium kunnen nieuwe microarrays, op jongere

ouderdom, wo

Organisaties:

• Klinische & Experimentele Endocrinologie

Onderzoekers:

• Guido Verhoeven

• Karel De Gendt

• Johannes Swinnen

Tandem herhalingen als hypervariabele elementen in het genoom.

K.U.Leuven

Abstract: Tandem herhalingen zijn DNA sequenties die kop-aan-staart herhaald worden in het genoom. Zulke sequenties zijn bijzonder onstabiel,

ze muteren aan erg hoge frequenties. Tandem herhalingen worden meestal aanzien als niet-functioneel "junk" DNA. Echter, wij willen onderzoek of

deze hypervariabele sequenties soms kunnen fungeren als nuttige genomische modules die op bepaalde genomische locaties variabiliteit

introduceren. Meer specifiek zullen we ons concentreren op herhalingendie in coderende of regulerende sequenties gelegen zijn, in het

modelorganisme Saccharomyces cerevisiae. We zullen zowel computationele als experimentele technieken aanwenden in deze studie.

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Kevin Verstrepen

Onderwijs in medische basiswetenschappen: opleiding van leerkrachten, gestandaardiseerde evaluatie, oprichting van

een competentienetwerk en afstandsonderwijs

Universiteit Hasselt

Abstract: Het algemene doel van dit project betreft de versterking van de onderwijscapaciteiten in basis medische vakken in Congo. Drie

deeldoelstellingen zijn gedefinieerd: 1/ de hernieuwing van bestaande cursussen en hun aanpassing aan de ITC methoden, inbegrepen


afstandonderwijs (dit is een verderzetting van een bestaande samenwerkingsproject tussen UHasselt, KULeuven en UNIKIN), 2/ de start van een

competentienetwerk in universitaire geneeskundedidactiek (UNIKIN gaat het centrum zijn van dat netwerk waarin Bukavu, Kisangani en

Lubumbashi ook participeren), 3/ de ontwikkeling van een gestandaardiseerd en geautomatiseerd toetsingsysteem voor grote groepen in Congo.

De eerste en derde assen zijn op korte termijn (binnen de termijn van dit project), de tweede moet op langere termijn bekeken worden.

Organisaties:

• Fysiologie

• Biomedisch Onderzoeks Instituut

Onderzoekers:

• Jean-Michel RIGO

Voor vaderland en vrede. Nationalisme en internationalisme in het Belgische geschiedenisonderwijs, 1919-1940

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Cultuurgesch. vanaf 1750

Onderzoekers:

• Katelijne Wils

• Carl Cools

• Tine Hens

Ontwikkeling van urokinase-type plasminogeen activator (uPA) inhibitoren als potentiële geneesmiddelen in antimetastase

kankertherapie

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Medicinale chemie (UAMC)

Onderzoekers:

• Pieter Paula Frans Van Der Veken

• Koen Augustyns

• Jonas Messagie

Rol van het cyclisch GMP signaaltransductie systeem bij myocardbeschadiging.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Cardiologie

Onderzoekers:

• Stefan Janssens

• Sara Vandenwijngaert

Interactie tussen progranuline en tdp-43 in de pathogenese van frontotemporale dementie en amyotrofe lateraal sclerose.

K.U.Leuven

Abstract: Frontotemporale kwab degeneneratie (FTLD) en amyotrofe lateraal sclerose (ALS) zijn twee neurodegeneratieve aandoeningen met

klinische, genetische en anatomopathologische gelijkenissen. Hoewel de meeste patiënten met FTLD of ALS geen andere aangetaste familieleden

hebben, zijn erfelijkevormen van beide aandoeningen niet zeldzaam. Sommige patiënten met FTLDontwikkelen motorneurondegeneratie zoals bij

ALS en sommige ALS patiënten hebben cognitieve problemen. Mutaties in het gen van de groeifactor progranuline (PGRN), die aanleiding geven

tot verminderde PGRN productie,liggen aan de basis van een erfelijke vorm van FTLD (waarbij zeldzaam ook motorneurondegeneratie beschreven

is). Puntmutaties in een ander gen,dat codeert voor het DNA/RNA bindend eiwit TAR DNA binding protein 43(TDP-43) zijn een oorzaak van

erfelijke ALS, maar komen ook voor bij zeldzame FTLD patiënten. Bij microscopisch onderzoek van de hersenen en het ruggenmerg van overleden

patiënten metnbsp;FTLD (al dan niet met PGR

Organisaties:

• Onderzoeksgr_Exp_Neurologie

Onderzoekers:

• Wim Robberecht

• Philip Van Damme

• Sarah Herdewyn

Relation between oxidative processes, endoplasmic reticulum stress, Ca2+ homeostatis and pathological consequences:

the case of diet-induced oxidative processes and altered Ca2+ homeostasis as triggers of endoplasmic reticulum stress

in muscle cells.

K.U.Leuven

Abstract: Wijzigingen in de homeostase van het endoplasmatisch reticulum (ER), bvb. door een sterke uitputting van Ca2+-ionen in het ER, leidt

enerzijds tot ER stress terwijl anderzijds de verminderde Ca2+-vrijzetting schadelijk is voor vele cytosolaire functies. Verschillende ziektes

veroorzakenveranderingen in het ER, met als gevolg ER stress, het ontwikkelen van de zogenaamde UPR-respons en van apoptose. We zullen

focusseren op veranderingen die optreden in skeletspier vóór het optreden van diabetesof andere metabole ziektes. Aangezien type 2 diabetes

mellitus gekenmerkt is door chronische hyperinsulinemie, een oxidatief midden en ER stress, zullen we de rol van oxidatieve processen op de

activiteit van de inositol 1,4,5-trisfosfaatreceptor (IP3R), het belangrijkste Ca2+-vrijzettingskanaal van het ER, bestuderen. Een verhoogde IP3R

activiteit kan een chronische Ca2+ lekkage uit de intracellulaire opslagplaatsen veroorzaken en zo resulteren in ER stress.

Organisaties:

• Labo Molec. en Cel. Signaaltransmissie

Onderzoekers:

• Humbert De Smedt

• Jean-Baptiste Parys

• Geert Bultynck

De professionaliteit van lerarenopleiders. Een narratief-biografische analyse.

K.U.Leuven

Abstract: De voorbije decennia vormt de professionaliteit van leraren een centrale kwestie in internationaal onderwijsonderzoek. De opvallende

afwezigen in deze discussies zijn lerarenopleiders die op dagdagelijkse basis verantwoordelijke zijn voor de opleiding van deze 'professionele'


leraren. Deze situatie wordt nog versterkt door de als vanzelfsprekend gehanteerde opvatting dat een voorgeschiedenis hebben als leerkracht de

garantie is voor een 'gode' lerarenopleiding. Symptomatisch voor deze opvatting is bijvoorbeeld de vaststelling dat er nauwelijks of geen

professionele training voor lerarenopleiders georganiseerd wordt. Vlaanderen isin deze geen uitzondering. Met deze situatie als vertrekpunt poogt

dezestudie de 'professionele knowhow' (d.w;z. de specifieke kennis en opvattingen) onderliggend aan opleidingspraktijken te reconstrueren en te

analyseren. Door de specifieke inhoud en vorm van de professionele expertise van lerarenopleiders te ontrafelen, wil deze studie bijdragen aaneen

gefund

Organisaties:

• OE Onderwijskunde

Onderzoekers:

• Geert Kelchtermans

• Eline Vanassche

Petrografische en geochemische karakterisatie van Gallo-Romeinse aardewerkproducties in Noordwest-Gallië

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project beoogt een petrografische en geochemische karakterisatie van Gallo-Romeinse aardewerk in Noordwest-Gallië.

Organisaties:

• Kunstwetenschappen en Archeologie

Onderzoekers:

• Marc DE BIE

De relatie tussen representaties van scenes, gehele objecten en hun samenstellende delen in de menselijke

hersenschors.

K.U.Leuven

Abstract: Dagelijks zien we verschillende voorwerpen die elk zijn samengesteld uit verschillende delen. Hoe onze hersenen een representatie van

deze voorwerpen opstellen is nog niet volledig duidelijk. Met dit project willen we onderzoeken hoe delen van complexe voorwerpen worden

gecombineerd toteen geheel in de menselijke hersenschors. Wat wordt waargenomen als één voorwerp en de eigenschappen van de voorwerpen

(bijvoorbeeld familiariteit) zullen worden gemanipuleerd. Meer specifiek zullen we kijken (1) naar de mate van additiviteit van de relatie tussen

activatiemappen van gehele voorwerpen en de activatiemappen van hun samenstellende delen voor gewone voorwerpen, (2) of deze relatie

hetzelfde is voor gezichten versus andere soorten voorwerpen en (3) of een meer holistische vorm vancodering ook mogelijk is voor scenes die

bestaan uit meerdere voorwerpen, wanneer zij een betekenisvol geheel vormen. Verder zullen we (4) het effect van aandacht op deze relaties

nagaan.

Organisaties:

• OE Biologische Psychologie

Onderzoekers:

• Johan Wagemans

• Hans Op de Beeck

• Annelies Baeck

Foundations of XML - Safe Processing of Dynamic Data over the Internet

Universiteit Hasselt

Abstract: Het web heeft fundamenteel nieuwe uitdagingen gebracht betreffende datamanagement. De belangrijkste kenmerken die webgegevens

onderscheiden van de traditionele database-toepassingen zijn de structuur ervan - meestal beschreven door mark-up talen, zoals XML - en het

dynamische karakter. Het FOX onderzoeksprogramma zal deze uitdagingen in detail bestuderen en manieren onderzoeken om ze te beheersen.

Te dien einde is FOX gericht op een paradigmaverschuiving in de modellering van internetgegevens. Het zal de fundamenten van dynamische en

data-georiënteerde functies van het Web voorzien en komen tot nieuwe efficiënte algoritmen voor het organiseren, transformeren en opvragen van

de webinhoud. Enkele van deze toekomstige inzichten zullen naar verwachting een aanzienlijk effect hebben op de volgende generatie van XML en

web standaarden.

Organisaties:

• Databases en Theoretische Informatica

Onderzoekers:

• Frank NEVEN

Multischaal deeltjesgebaseerde simulatiesoftware.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Numer. Analyse en Toeg. Wiskunde

Onderzoekers:

• Herman Ramon

• Dirk Roose

Wat beïnvloedt het produceren van implicaturen? Een experimenteel psychologische studie.

K.U.Leuven

Abstract: Experimenteel onderzoek naar implicaturen heeft aangetoond dat het werkgeheugen betrokken is bij de productie ervan, wat betekent dat

implicaturen niet automatisch gemaakt worden. Verder heeft onderzoek ook aangetoond dat implicatuur productie sterk afhankelijk is van het type

van implicatuur en het type van taak dat wordt gebruikt. Tenslotte is er ook een duidelijk leeftijdseffect geobserveerd. Met dit Phd-onderzoek willen

we deze bevindingen relateren aan mekaar, wat tot nu toe nog niet is gebeurd. We zullen werken vanuit een ontwikkelingspsychologisch

perspectief, dus we zullen zowel kinderen van verschillende leeftijden als volwassenenbestuderen. We willen het vroegere onderzoek uitbreiden

door direct en indirect werkgeheugen te betrekken in het onderzoek bij kinderen en dooreen nieuwe soort van implicatuur te onderzoeken, namelijk

deze die samenhangt met de conjunctie "maar". We zullen werken met verschillende taken terwijl het werkgeheugen op verschillende manieren

gemeten en bel

Organisaties:

• OE Experimentele Psychologie

Onderzoekers:

• Walter Schaeken

• Leen Janssens

Optimalisatie en validatie van een muismodel voor ruptuur van atherosclerotische plaques.

Universiteit Antwerpen


Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Fysiofarmacologie (FAR)

Onderzoekers:

• Guido De Meyer

• Wim Martinet

• Lynn Roth

Manipulation of biosystems by micro-patterned substrates.

K.U.Leuven

Abstract: During the last two centuries, researchers of all areas of science haveprogressibely become more specialized and focus on particular

topics. This philosophy presented the advantage of gaining a deeper understandingat expenses of losing the general connectivity with other related

subjects. However, this trend is nowadays evolving rapidly away from specialization towards interdisciplinary work where an intertwined

combination of different expertises nourishes each individual part with refreshing iedas, alternative approaches and viewpoints.We are at the dawn

of a new research era and condsequently many questions still remain unanswered: Is it possible to indus rectified motion in a different kind (for

example smaller) living organism (typical size 1 micron)? Is it possible to also achieve cell separation for populations of Escherichia coli, the model

bacterial system? If the answer is positive, which are the key ingredients to design the pattern? What are the effects of confinement on th

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Jozef Vanderleyden

• Victor Moshchalkov

• Alejandro Silhanek

Ideeën en logoi als oorzaken in het Neoplatonisme.

K.U.Leuven

Abstract: Platoonse traditie van de late oudheid zijn ontwikkeld om de constitutie van natuurlijke objecten te verklaren. Hierbij zal bijzondere

aandachtworden besteed aan de causale rol die de Platoonse Ideeën vervullen in de natuurfilosofie van het Neoplatonisme en aan de manier

waarop de Ideeën zich vertalen naar de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid. Het onderzoek gaat uit van de originele positie die de Atheense

school voor hetNeoplatonisme van de vijfde eeuw na Christus (Proclus en Syrianus) in deze discussie inneemt. Deze positie zal worden gekaderd

binnen de alternatieve verklaringsmodellen die enerzijds Plotinus en anderzijds de latere commentatoren op Aristoteles hebben ontwikkeld terzake.

Ten slotte zalook nader worden ingegaan op de Platoonse, Peripatetische en Hellenistische bronnen voor deze leer.

Organisaties:

• OE De Wulf-Mansioncentrum

Onderzoekers:

• Gerd Van Riel

• Pieter d'Hoine

Theoretische Studies van Op Boor Gebaseerde Clusters: van Kleine verbindingen tot "Nanotubular" Materialen.

K.U.Leuven

Abstract: nbsp;nbsp;

Organisaties:

• Afdeling Kwantumchemie en Fysicochemie

Onderzoekers:

• Arnout Ceulemans

• Minh Tho Nguyen

Verkennend onderzoek naar nieuwe functies van peroxisomen en peroxisomale proteïnen.

K.U.Leuven

Abstract: Peroxisomen zijn essentieel voor de normale werking van verschillende weefsels, met inbegrip van de hersenen, ogen, beenderen, lever,

nieren entestis bij zoogdieren. Dit blijkt duidelijk uit patiënten met algemene of specifieke peroxisomale deficiënties waarbij zware aandoeningen

ontwikkelen, die vaak leiden tot vroegtijdige dood. Tijdens de laatste decennia werd de metabole functie van peroxisomen uitgebreid onderzocht in

de lever en de factoren die betrokken zijn bij het importproces werden grotendeels opgehelderd, zodat de genetische basis van perxisomale ziekten

duidelijker werd en geschikte muizenmodellen konden aangemaakt worden. Een aantal functies van peroxisomen in verschillende weefsels zijn

echter nog onduidelijk, net zoals hun bijdrage aan veroudering en algemeen voorkomende ziekten zoals kanker. Een ander onopgelost probleem is

het vervoer van metabolieten doorheen de peroxisomale membraan. Een aantal van deze topics willen we onderzoeken in samenwerking met

andere groepen

Organisaties:

• Labo Lipidenbioch.& Proteïnen-interactie

Onderzoekers:

• Marc Fransen

• Patrizia Agostinis

• Myriam Baes

• Paul Van Veldhoven

• Frans Schuit

Cellular and molecular studies of synaptic plasticity in the context of the fragile X syndrome.

K.U.Leuven

Abstract: The project proposed below will be very important for our understandingof the molecular basis of synaptic plasticity, that is, of learning

andmemory as well as of other cognitive functions. Moreover, both the Fragile X Syndrome and autism are still without an effective cure. We will

therefore use the knowledge obtained from these lines of research to identify, in collaboration with clinical researches, possible pharmacological

approaches and strategies.(I) Dendritic RNA/mRNA transport.(II) Regulation of protein synthesis.(III) Synaptic events regulated bylocal

translation.(IV) Other function/s of the Fragile X mental retardation protein during brein development.(V) Molecular studies of the austistic spectrum

disorder.

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Claudia Bagni


Provincies in acties.

K.U.Leuven

Abstract: Vlaanderen staat voor een aantalbelangrijke uitdagingen, waarbij bestuurskracht en interbestuurlijkeverhoudingen opnieuw hoog op de

politieke agenda staan. Deze agenda vraagt denodige capaciteit en expertise op alle bestuursniveaus, dus ook op het niveauvan de provincies. In

deze 3-jarige opdracht levert het Instituut voor deOverheid (IO) externe deskundigheid aan de Vlaamse provincies om door vormingen opleiding het

proces van capaciteitsopbouw en institutioneel debat tebegeleiden en te onderbouwen. Concreet zal het IO:(1) via vorming en opleidingbijdragen

aan de capaciteitsopbouw van de Vereniging van Vlaamse Procinvies vzw(VVP vzw) en de Vlaamse provincies, zowel op het vlak van

bestuurskracht alsvan het voeren van een interbestuurlijk debat, zowel naar methodiek (hoekennisontwikkeling en wederzijds leren realiseren?),

inhoud (wat aan bod latenkomen?), proces (hoe dat aan te pakken?), als timing (wanneer wat te doen?)(2) meedenken bij het definiërenvan de

vereiste gegevens (wat moet

Organisaties:

• OE Instituut voor de Overheid

Onderzoekers:

• Geert Bouckaert

Synthese en karakterisering van gesulfoneerde hypervertakte poly(aryleenoxindolen) voor de hydrolyse van cellulose.

K.U.Leuven

Abstract: De hydrolyse van cellulose tot glucose is een belangrijke maar moeilijke stap in de aanwending van cellulose als grondstof voor de

bereiding van basischemicaliën of de omzetting in biobrandstoffen. Dit project beoogt het gebruik van de in onze laboratoria ontwikkelde

hypervertakte polyaryleenoxindolen voor de hatalyse van de hydrolyse van cellulose. De huidige methoden zijn immers weinig efficiënt en geven

veel nevenproducten. De hypervertakte polyaryleenoxindolen zijn voor dit doel bijzonder geschikt aangezien ze gemakkelijk in hoge mate

gesulfoneerd kunnen worden en tegelijkertijd zeer stabiel zijn biij hoge temperaturen en in zuur milieu. Bovendien zal de hoge dichtheid van

aromatische groepen in de ruggengraat van het polymeer zorgen voor een hoge affiniteit voor cellulose waardoor de zuurheid van het milieu kan

beperkt worden terwijl toch de hydrolyse-efficiëntie verhoogt. Aldus kunnen hoge conversies worden bekomen zonder aanleiding te geven tot

nevenproducten. De polymere zure k

Organisaties:

• Afdeling Moleculair Design en Synthese

Onderzoekers:

• Wim Dehaen

• Bert Sels

• Mario Smet

Evolutie van nectariën in basale asteriden: expressie en functie van CRABS CLAW.

K.U.Leuven

Abstract: Met meer dan 350 000 vertegenwoordigers vormen bloemplanten veruit de meest diverse plantengroep op aarde. Ze domineren het

landschap en zijn niet meer weg te denken uit onze dagdagelijkse noden en gebruiken (voeding, brandstof, constructiematerialen, medicijnen,

kledij,...). Toch is deze groep naar evolutionaire maatstaven nog zeer jong en staat onze kennis over het plotse ontstaan en de daaropvolgende

enorme diversificatie, die ongetwijfeld als één van de grootste radiaties in de geschiedenis vanhet leven op aarde kan beschouwd worden (Darwins

abominable mystery), nog maar in zijn kinderschoenen.Welke factoren hebben bijgedragen tot het ontstaan van deze diversiteit en welke

mechanismen regulerende immense variatie aan bloemmorphologieën, de belangrijkste evolutionaire innovatie van deze groep? In deze

eindverhandeling gaan we op zoek naar antwoorden op deze vragen aan de hand van de studie van een genfamilie die een cruciale rol lijkt te

hebben gespeeld in het succesverhaal van d

Organisaties:

• A_Plantensys

Onderzoekers:

• Eric Smets

• Koen Geuten

• Dries Vekemans

Dataverwerking algemeen diversiteitsbeleid en aanmoedigingsfonds.

K.U.Leuven

Abstract: Aanmoedigingsfonds m.b.t. dataverwerking in het kader van het algemeen diversiteitsbeleid van de K.U.Leuven en in het kader van het

Aanmoedigingsfonds.

Organisaties:

• Afd. Toeg. Mechanica & Energieconversie

Onderzoekers:

• Martine Baelmans

Een nieuwe typologie van onbepaalde voornaamwoorden en bijwoorden.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Centrum voor grammatica, cognitie en typologie

Onderzoekers:

• Johan Van der Auwera

• Lauren Van Alsenoy

Macrofaag activatie syndroom in IFN-gamma-deficiënte muizen: sleutelrolvan NK-cellen en rol van een defect in de IFNgamma

signaalweg.

K.U.Leuven

Abstract: Macrofaag activatie syndromen (MAS) verwijst naar een pathologische conditie die gekenmerkt wordt een een excessieve activatie en

proliferatie van macrofagen. De klinische en biochemische kenmerken van MAS zijn hogekoorts, hepatosplenomegalie, cytopenie, ernstige

leverstoornissen, coagulopatie, hypertriglyceridemie, hyperferritinemie en hypercytokinemie. Omdat men in beenmergaspiraties van MAS patiënten

hemofagocyterende macrofagen kan waarnemen wordt MAS ook omschreven als het helofagocyterend syndroom. MAS is een ernstige en

potentieel dodelijke ziekte die kan voorkomen als complicatie van infecties, kanker en auto-immuunziekten, waaronder systemische juveniele

artritis. De pathogenese van MAS is onvoldoende gekend wat mogelijks toe te schrijven is aan het gebrek van een geschikt diermodel. We hebben

recent een nieuw proefdiermodel voor MAS op puntgesteld in ons laboratorium. Aan de hand van dit proefdiermodel willen we het onderliggende

mechanisme van MAS achterhalen. Dit inzicht za


Organisaties:

• Laboratorium Immunobiologie

Onderzoekers:

• Patrick Matthys

• Anneleen Avau

Cliffordanalyse: functies van meerdere vectorvariabelen en (Dirac)operatoren van hogere spin

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen

• Vakgroep Wiskunde/Algemene Vakken

Onderzoekers:

• Peter Van Lancker

Rationale punten op variëteiten over discreet gevalueerde velden.

K.U.Leuven

Abstract: Aritmetische meetkunde bestudeert de oplossingsverzamelingen van stelsels van veeltermvergelijkingen over velden F die niet

algebraïsch gesloten zijn. Het bekendste resultaat uit de aritmetische meetkunde is vermoedlijk de Laatste Stelling van Fermat. Deze stelling zegt

dat voor elk natuurlijk getal n>2 en alle rationale getallen a, b zodat a n=1 moet gelden dat a=0 of b=0. Dit resultaat werd bewezen door Andrew

Wiles in 1995.De meest fundamentele vraag in de aritmetische meetkunde is of een gegeven stelsel S van veeltermvergelijkingen over een veld F

een oplossingheeft in F. Meer algemeen zouden we een maat willen definiëren voor de oplossingsverzameling, en deze maat in verband brengen

met andere invarianten van S. Als F een eindig veld is wordt dit doel gerealiseerd door de Grothendieck-Lefschetz-Verdier spoorformule, een

essentieel ingrediëntvan het bewijs van de beroemde Weilconjecturen (DWork-Grothendieck-Deligne). Het doel van het doctoraatsproject is om een

gelijkaardige theori

Organisaties:

• Afdeling Algebra

Onderzoekers:

• Johannes Nicaise

• Arne Smeets

Foetale gentherapie voor bronchopulmonaire dysplasie.

K.U.Leuven

Abstract: Foetale gentherapie is een toekomstige optie voor behandeling van ziekte van de foetus/boreling. Wij ontwikkelden een model voor

foetale gentherapie in de muis via adenogeassocieerde virale vectoren, rechtstreeks toegediend in de trachea. Voor niet-invasieve opvolging

gebruiken we beeldvormingstechnieken. De doctoraatsstudent zal dit model toepassen voor degentherapeutische preventie van bronchopulmonale

dysplasie.

Organisaties:

• Lab Moleculaire Virologie & Gentherapie

Onderzoekers:

• Zeger Debyser

• Jan Deprest

• Uwe Himmelreich

Analyse van de chemische samenstelling van de atmosfeer en de circumstellaire omgeving van S-type sterren.

K.U.Leuven

Abstract: De laatste stadia van de evolutie van sterren met lage tot middelgrote initiele massa (1 tot 8 zonsmassas), begint wanneer de sterren

aankomen op de Asymptotische Reuzentak (AGB). Deze sterren worden gekenmerkt door een hoge lichtkracht gekoppeld aan een heel koele

steratmosfeer. Twee belangrijke, maar nog onvoldoende begrepen, fysische processen hebben gedurende de AGB evolutie een fundamentele

invloed op de ster. In het sterinwendige zorgt een instabiliteit bij de heliumschilverbranding voor een korte intense opstoot van energieproductie:

een thermische puls. Tijdens de relaxatie ontstaat er een diepe convectieve sterenveloppe die diep binnendringt in het sterinwendige. Wanneer

deze in contact komt met de diepere lagen die chemisch verrijkt zijn door de nucleosynthese, wordt er verrijkt materiaal naar het steroppervlak

gebracht. Dit noemt men een "dredge-up". Deze dredge-up eindigt wanneer de waterstofschilverbranding weer op gang wordt gebracht ende ster

naar een volgende thermische

Organisaties:

• Afdeling Sterrenkunde

Onderzoekers:

• Leen Decin

• Hans Van Winckel

• Joris Blommaert

• Kristof Smolders

Theoretisch onderzoek naar fotonische implementaties van "reservoir computing" via met vertraging gekoppelde lasers.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project heeft als doel nieuwe inzichten in de complexe dynamica van gekoppelde halfgeleiderlasers aan te wenden in een radicaal

nieuw paradigma voor informatie processing: de zgn. "reservoir computing" in een "Liquid State Machine". Inleiding "reservoir computing" Reservoir

computing is recent op de voorgrond getreden als de generische naam van een nieuwe onderzoeksstroming in machine learning [1,2], die Echo

State Networks [3,4] en Liquid State Machines ( LSM) [5] combineert. Deze systemen, die kunnen aangewend worden om complexe classificatieen

herkenningsproblemen op te lossen, hebben specifieke eigenschappen gemeen en worden als veelbelovend beschouwd voor een nieuw

computationeel paradigma voor neurale netwerken. Centraal staat een uitgebreid, gedistribueerd, niet-lineair netwerk, het reservoir, met ingangsen

uitgangspoorten, die nodig zijn om informatie met het reservoir uit te wisselen. Het vernieuwende aspect bestaat erin dat de interne koppelingen

van het reservoir onveranderd blijven en dat enkel de uitleesfunctie, de uitgangspoorten dus, getraind worden. Door een eenvoudig

patroonherkenningsalgoritme kan de reactie van het reservoir op een input signaal berekend worden. Leeralgoritmes kunnen zo gehanteerd

worden om d.m.v het reservoir complexe computationele problemen op te lossen. In een LSM kunnen de twee onderdelen van een reservoir

computing systeem, een "vloeistof" -het reservoir- en een uitleesfunctie onderscheiden worden. De vloeistof zal elk inputsignaal, en combinaties

van inputsignalen, niet-lineair vertalen naar spatio-temporele informatie. Hiervoor is het noodzakelijk dat een groot aantal nodes of neuronen op

willekeurige wijze met elkaar verbonden worden. Een node ontvangt dus mogelijk een signaal van de buitenwereld, maar ook van de andere nodes.

Dit geeft aanleiding tot een zeer gevarieerd niet-lineair gedrag waardoor de mogelijkheid ontstaat om met behulp van lineaire combinaties van de

uitleesfunctie gelijk welke complexe niet-lineaire functie te vormen. Op deze manier kan men zware computationele taken zeer snel uitvoeren, zoals

bv. signaal- of beeldverwerking [6, 7]. Een groot voordeel van een LSM is dat de vloeistof als dynamische entiteit en als complex niet-lineair


systeem een deel van de informatie van de vorige ingangssignalen behoudt. M.a.w. informatie van het verleden dient niet extern bewaard te

worden, de dynamica van de LSM gedraagt zich als een geheugen en een rekenalgoritme in een! Het tweede voordeel is dat het reservoir het

beperkt aantal ingangsvariabelen naar een hoger-dimensionale ruimte transformeert, waar variabelen met gelijke kenmerken de neiging hebben te

clusteren en op die manier geïdentificeerd kunnen worden. Er zijn sterke aanwijzigen dat netwerken van geavanceerde fotonische componenten,

die een rijk, niet-lineair en ook ultrasnel dynamische gedrag vertonen, kunnen aangewend worden om zo'n LSM te realiseren. Voor een goede

rekenperformantie moet de dynamica van het reservoir voldoen aan twee belangrijke voorwaarden, nl. een goed scheidend vermogen of separation

property (SP) en een goed benaderend vermogen of approximation property (AP). De SP houdt in dat verschillende inputs aanleiding zullen geven

tot een voldoende verschillend traject in de faseruimte van de interne toestand van het reservoir. Hoge scheidbaarheid betekent hoge performantie.

De AP daarentegen geeft weer hoe goed de uitleesfunctie in staat zal zijn om de verschillende interne toestanden van elkaar te onderscheiden. Dit

laatste vereist een vluchtig geheugen (fading memory). Het al dan niet aanwezig zijn van voorgaande eigenschappen heeft belangrijke gevolgen

voor de dynamische toestand waarin het systeem mag verkeren. Een chaotisch systeem zal zeer goed aan de scheidende voorwaarde voldoen,

maar niet voldoen aan het vervagende geheugen. Dit omdat elk klein verschil in initiële toestand het systeem in een andere richting zal sturen en

naburige trajecten in de faseruimte exponentieel snel van elkaar zullen divergeren. Geordende systemen daarentegen hebben wel een vervagend

geheugen, maar voldoen zeer slecht aan de scheidende eigenschap. Het is dus duidelijk dat beide voorwaarden antagonistisch zijn. De

rekenperformantie piekt daarom bij de kritische lijn tussen de geordende en de chaotische toestand van een systeem. Het is dus interessant om te

werken met systemen op de rand van chaos of net in het begin van een chaotisch gebied, waar de attractor nog een zekere mate van ordening

bezit. Naar een fotonische implementatie van reservoir computing In de literatuur werden reeds LSM bestudeerd aan de hand van verschillende

modellen zoals netwerken van artificiële neuronen [8], spatieel gekoppelde oscillatoren [9] en zelfs bestaande uit water [10]. Het systeem dat dienst

doet als reservoir dient zeer complex te zijn om een geschikte dynamica te verkrijgen. Daarbij komt dan nog dat de dynamica niet alleen complex,

maar ook zeer snel moet zijn indien men de LSM praktisch wil aanwenden om snelle verwerking te bekomen. Het is hier dat fotonica een

interessant alternatief zou kunnen bieden. De dynamica van halfgeleiderlasers kan zich afspelen op tijdsschalen zo kort als enkele tientallen

picoseconden [11]. Daarnaast werd aangetoond dat het koppelen van halfgeleiderlasers chaotische dynamica met zeer hoge dimensionaliteit kan

induceren via de vertragingen in de koppelingen. In dit project zal onderzocht worden of het reservoir kan gerealiseerd worden d.m.v. netwerken

van gekoppelde dynamische elementen die bestaan uit halfgeleiderlasers. In de traditionele aanpak wordt de complexe dynamica opgewekt door

een aantal eenvoudige elementen zoals neuronen of oscillatoren. Deze bezitten echter individueel een beperkt aantal dynamische vrijheidsgraden,

waardoor het reservoir dient opgebouwd te worden uit een zeer groot aantal van dit type nodes. Het door ons voorgestelde reservoir is opgebouwd

uit slechts een klein aantal elementen, die dan met tijdsvertragingen gekoppeld zijn. Deze vertragingslijnen zullen de dimensionaliteit van de

dynamica sterk verhogen. De tijdsvertragingen kunnen allen gelijk zijn ofwel, om de complexiteit nog te verhogen, verschillend gekozen worden. In

de vakgroep Toegepaste Natuurkunde en Fotonica (TONA) van de Vrije Universiteit Brussel is er de laatste jaren ruime expertise opgebouwd,

zowel theoretisch als experimenteel, rond de dynamica van halfgeleiderlasers [12], en meer recent ook rond de koppeling (met vertraging) van

verschillende van zulke lasers [13] (o.a. in het project van FWO-aspirant O. D'Huys die de synchronisatie tussen gekoppelde lasers onderzoekt).

Organisaties:

• Natuurkunde

Onderzoekers:

• JAN DANCKAERT

SHARE-België, Golf 4.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het huidige project behelst de uitbreiding van de SHARE database, i.e. de creatie van de SHARE golf 4 database. Binnen dit project

wordt de longitudinale steekproef opnieuw bevraagd om de veranderingen sinds de laatste golf te registreren.

Organisaties:

• Centrum voor sociaal beleid Herman Deleeck (CBS)

Onderzoekers:

• Cornelius Van den Bosch

Subsidieovereenkomst voor Erasmusmobiliteit onder het Lifelong Learning Programme.

Universiteit Hasselt

Abstract: Mobiliteit van studenten speelt een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Europese ruimte voor hoger onderwijs. Van organisaties

in het hoger onderwijs wordt gevraagd een hoge kwaliteit te waarborgen bij het organiseren van de mobiliteit van studenten.

Erasmus kent beurzen toe aan studenten die tussen 3 en 12 maanden gaan studeren aan een hoger onderwijsinstelling in een ander Europees

land. Voorwaarde is wel dat deze instelling een partnerschap lopen heeft met hun thuisinstelling, waar de studenten overigens ook ingeschreven

blijven. Er bestaan afspraken over de erkenning van de studiepunten die tijdens het Erasmus verblijf worden behaald.

Organisaties:

• Niet onderzoeksgroep gebonden projecten

Onderzoekers:

• Luc DE SCHEPPER

• Lia VAN HOEF

De gedichten van Justus Lipsius. Kritische editie met vertaling, annotatie en literaire commentaar

K.U.Leuven

Abstract: Titel: De Latijnse poëzie van Justus Lipsius. Kritische editie met vertaling, annotatie en literaire commentaar. Samenvatting: De gedichten

van Justus LipsiusJustus Lipsius wordt terecht aanzien als een van de grootste humanisten van de Nieuwe Tijd in de Nederlanden. Deze reputatie

heeft Lipsius hoofdzakelijk te danken aan zijn (academische) publicaties in proza, aan zijn gezaghebbende edities van Tacitus, zijn filosofische

geschriften, en aan zijn bijzonder uitgebreide collectie brieven.Dat zijn oeuvre tevens een rijke en gevarieerde productie aan Latijnse gedichten telt,

is minder bekend en kon tot op heden slechts op weinig belangstelling rekenen.Dit valt gedeeltelijk te verklaren door het feit, dat een integrale en

kritische editie van Lipsius poëzie ontbreekt. Dit doctoraatsproject wil die leemte opvullen.Het onderzoek kadert volledig in de visie en de

competenties van Seminarium Philologiae Humanisticae van de K.U.Leuven, waar reeds verscheidene decennia lang de uitgebreide corr

Organisaties:

• Latijnse Literatuurstudie

Onderzoekers:

• Jan Papy

• Hans Nollet

De wenselijkheid van de investeringsbescherming geboden door de sui generis en intellectuele eigendomsrechten rond

chips, computerprogrammas en databanken.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoekseenheid Recht en Informatica


Onderzoekers:

• Joseph Dumortier

• Jan Van Hove

Project TST Tools voor het Nederlands als Webservices in een Workflow (TTNWW).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doel van het project is om allerlei bestaande componenten die ontwikkeld zijn in CGN en STEVIN in te passen in een

workflowsysteem voor web services dat ontwikkeld wordt in CLARIN-verband, en dit geheel te laten draaien op servers van erkende CLARINcentra,

met als doel faciliteiten aan te bieden voor onderzoekers uit de HSS met geen of weinig technische bagage. Deze faciliteiten moeten 1) hen

in staat stellen hun onderzoeksvragen beter of makkelijker aan te pakken en 2) mogelijkheden bieden voor het formuleren van nieuwe typen

onderzoeksvragen, i.e. onderzoeksvragen die voor CLARIN niet gesteld konden worden of niet doelmatig te beantwoorden waren.

Organisaties:

• Media, middenveld en politiek (M2P)

Onderzoekers:

• Stefaan Walgrave

De rol van mast cellen in de beperking van CZS-ontsteking na een hersentrauma en het ruggenmergletsel

Universiteit Hasselt

Abstract: Meer en meer aanwijzigen tonen een rol aan van mastcellen (MC) in ontstekingsreacties in het centrale zenuwstelsel (CZS) in de context

van auto-immuun ziekten zoals multiple sclerosis. Daarentegen resulteert een mast cel deficiëntie, in een niet-autoimmune context, in een

verhoogde ontsteking in de hersenen, hetgeen wijst op een belangrijke rol van MC in de remming van het ontstekingsproces na een CZS trauma.

Preliminaire data tonen aan dat dit effect gemedieerd wordt door factoren afkomstig van MC. In dit project willen we daarom de rol van MC in het

onderdrukken van het ontstekingsproces in het CZS in organotypische hersenslices in vitro, alsook in 2 modellen van traumatische CZS letsels in

vivo (entorhinale cortes lesie, spinal cord lesie) onderzoeken. We zullen hierbij gebruik maken van MC deficiënte kitWsh/Wsh muizen alsook van

ander muislijnen deficiënt voor MC specifieke factoren. Verder zal worden gezocht naar de mechanismen waardoor de MC het ontstekingsproces

remmen door gebruik te maken van immunoassays, western blots en ELISA. Veelbelovende kandidaten zullen worden getest in degradatie assays

gevolgd door MALDI-TOF analyse. Door deze vragen te beantwoorden willen we het therapeutisch potentieel van MC en de factoren gesecreteerd

door MC in de therapie voor CZS trauma ophelderen.

Organisaties:

• Morfologie

• Biomedisch Onderzoeks Instituut

Onderzoekers:

• Sven HENDRIX

Ontwikkeling van nieuwe in vitro en in vivo modellen voor de studie vanhet intravaginale gedrag van microbiciden.

K.U.Leuven

Abstract: De toenemende verspreiding van HIV in ontwikkelingslanden noodzaakt de ontwikkeling van nieuwe preventiestratgieën. Microbiciden zijn

stoffen die, na vaginale applicatie, HIV overdracht kunnen voorkomen. Ondanks veelbelovende in vitro resultaten blijkt hun effectiviteit in

daaropvolgende dure klinische studies tot hiertoe echter zeer teleurstellend. Een mogelijke oorzaak van dit falen is het feit dat de concentratie van

het microbicide ter hoogte van de primaire doelcellen te laag is om HIV overdracht te voorkomen. De algemene doelstelling van dit project is

daarom hetontwikkelen van niet-klinische testen voor de bestudering van intravaginale processen die cruciaal zijn voor het bekomen van werkzame

concentraties van het microbicide. Meer specifiek zullen in vitro modellen ontwikkeld worden voor het nagaan van de vrijzetting en beschikbaarheid

van het microbicide in biorelevante media, en de accumulatie in de doelcellen.Tevens zal er een diermodel (vb. konijn) worden ontwikkeld voor de

Organisaties:

• Lab Farmacotechnologie en Biofarmacie

Onderzoekers:

• Patrick Augustijns

• Carolien Grammen

Het Belgische EU-Voorzitterschap in de tweede helft van 2010 : wat is het effect op vlak van kennis, opinies en attitudes

over Europese integratie ?

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project wil onderzoeken in welke mate er een effect uitgaat van het voorzitterschap van de EU op de kennis, de opinies en de attitudes

over Europese integratie bij de publieke opinie en bij experts (ministers en hun kabinetsmedewerkers, ambtenaren en diplomaten). Dit empirisch

onderzoek spitst zich toe op het Belgisch EU-Voorzitterschap in de tweede helft van 2010 en wordt gevoerd op basis van interviews

(eliteonderzoek) en focusgroepen (publieke opinie-onderzoek). Metingen en dataverzameling vinden plaats voor (eerste helft 2010) en na (eerste

helft 2011) het Voorzitterschap met telkens Nederland als controle-case. Met

het beantwoorden van deze onderzoeksvraag wordt een belangrijke lacune in het bestaande onderzoek naar EUVoorzitterschappen weggewerkt.

Tegelijk wil het onderzoek data generen over de relatie tussen het Europese

integratieproces en de publieke opinie en de experts in België.

Organisaties:

• Instituties en Meerlagige Politiek (ACIM)

Onderzoekers:

• Peter Bursens

• Steven Van Hecke

Effecten van gecontroleerde mechanische ventilatie in ratten met verminderde diafragmafunctie en tiijdsduur van

diafragma herstel.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Pneumologie

Onderzoekers:

• Marc Decramer

• Karen Maes

Publiek Private Samenwerking en Publieke Verantwoording.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.


Organisaties:

• Management & Bestuur (M&B)

Onderzoekers:

• Ria Janvier

• Tom Willems

• Wouter Van Dooren

Onderzoek naar de functie van de spiegelneuronen in de makaak.

K.U.Leuven

Abstract: De rol van het spiegelsysteem van de aap onderzoeken in het begrijpen van doelgerichte acties (grijpbewegingen) met behulp van fMRI

adaptatie en actie categorisatie, en het effect nagaan van reversibele deactivatiesvan de verschillende spiegel-neuron gebieden op het

categoriseren van acties.

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Wim Vanduffel

• Koen Nelissen

Schenking met specifieke bestemming voor (doctoraats)onderzoek : Mechanismes van globale verandering via de studie

van biochemische cycli.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: PhD Beurs voor een project ivm global changes

Organisaties:

• Geologie

Onderzoekers:

• Philippe CLAEYS

Computer modellering en experimentele validatie voor plasma's gebruikt voor het graveren in de micro-elektronica

industrie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: We wensen computersimulaties uit te voeren om de plasmachemie en plasmafysica te beschrijven in twee reactoren die gebruikt worden

voor etsen in de micro-electronica industrie, nl. inductief gekoppelde plasma's (ICP) en "dual-frequency" capacitief gekoppelde plasma's (CCP). We

zullen verschillende koolstof-fluor-gebaseerde gasmengsels beschouwen. Het effect van verschillende ontladingsvoorwaarden (druk,

gasverhouding, vermogen, frequentie,...) zal bestudeerd worden om te voorspellen onder welke omstandigheden beide ontladingen optimaal

werken. Experimentele validatie van de berekeningen zal uitgevoerd worden in beide soorten reactoren. Tenslotte zal ook het effect van deze

ontladingsvoorwaarden op de vorming van etskanaaltjes, de etssnelheid, uniformiteit, selectiviteit en anisotropie bestudeerd worden.

Organisaties:

• Plasma, Laser Ablatie en Oppervlakte-modellering (PLASMANT)

Onderzoekers:

• Annemie Bogaerts

Ontwikkeling van lanthanide polyoxometalaatcomplexen als regioselectieve reagentia voor het hydrolyseren van

proteïnen.

K.U.Leuven

Abstract: Hydrolyse van peptiden en proteïnen is één van de meest gebruikte procedures in biochemisch en biomedisch onderzoek. De

proteolytische enzymen die beschikbaar zijn voor hydrolyse hebben een aantal tekortkomingen; ze zijn niet regioselectief en leveren korte, slecht

identificeerbarefragmenten. Chemicaliën die hydrolyse veroorzaken vormen een aantrekkelijk alternatief voor proteolytische enzymen. De

kinetische inertheid vande peptide binding, met een halwaardetijd van ongeveer 600 jaar onder fysiologische condities, stelt wetenschappers echter

voor een grote uitdaging bij het ontwerpen van deze artificiële proteasen. Desondanks wordenreeds een aantal chemicaliën gebruikt, deze vereisen

echter extreme condities en leiden tot lage opbrengsten. De ontwikkeling van nieuwe en efficiënte reagentia zou het onderzoek naar de structuur en

functies van proteïnen aanzienlijk kunnen vereenvoudigen. Een nieuw concept voor het ontwikkelen van regioselectieve en niet-invasieve

synthetische proteasen om

Organisaties:

• Afdeling Moleculair Design en Synthese

Onderzoekers:

• Tatjana Vogt

• Karen Stroobants

De studie van groepsacties op varieteiten en Liegroepen, met bijzondereaandacht voor de veralgemeende Auslander en

Talelli conjecturen.

K.U.Leuven

Abstract: In this two part research project we analyze the behaviour of discrete group actions on manifolds and Lie groups. In the first part of the

project, we study smooth, free and properly discontinuous group actions on manifolds of the type MxN where M is a closed connected manifold and

N is a contractible manifold. In this case, a generalization of Talelli's conjecture says that if a torsion-free group acts smoothly, freely and properly

discontinuously on MxN then it must have finite cohomological dimension. Our results confirm this conjecture for a very large class groups known

as the Kropholler groups HF and for the case of isometric actions. Our aim is to prove this conjecture for the class of amenable groups and for the

case of smooth actions with less restrictive geometric conditions.In the second part of the project, we are interested in the algebraic structure of

cocompact subgroups of affine transformations of simply connected, connected, nilpotent Lie groups, known as nil-affine c

Organisaties:

• Wiskunde Kulak

Onderzoekers:

• Paul G. Igodt

• Nansen Petrosyan

De rol van de concentratie en oorsprong van opgeloste organische stof op de biobeschikbaarheid van metalen en fosfor

bij groene algen in oppervlaktewater.nbsp;nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Opgeloste organische stof (DOM) is een bron van nutriënten in oppervlaktewater. De nutriënten die gebonden zijn aan DOM zijn uiteraard

minder besqchikbaar dan de anorganische vormen. Zo zijn de opgeloste organische P-vormen en de gecomplexeerde metaalionen minder

beschikbaar dan respectievelijk het fosfaat ion of metaal ionen. Verschillende studies tonen aan dat de organisch gebonden elementen wél kunnen


ijdragen aan de biobeschikbaarheid, de bijdrage hangt echter af van abiotische en biotische condities. Dit odnerzoek gaat over die variabele

bijdrage en in bijzonder over de vraag hoe de bron en het type van DOM in oppervlaktewater een rol spelen. Het DOM kan afkomstig zijn uit bodem

organische stof, organische mest, afvalwater en kan zelfs door algen zelf worden geproduceerd. Een reeks DOM stalen zullen worden bemonsterd

in waterbekkens en de opnamevan de organisch gebonden elementen worden gemeten bij algen onder labo-omstandigheden.

Organisaties:

• Afdeling Bodem- en Waterbeheer

Onderzoekers:

• Roeland Merckx

• Erik Smolders

Pectin structure-function management in fruit and vegetable based products through precision processing.


• Antwerps Centrum voor Pragmatiek (IPrA Research Center)

Onderzoekers:

• Jürgen Jaspers

• Sarah Van Hoof

Het schoolbus routerings probleem: een voorbeeld van een gestructureerd optimaliserings probleem

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Ond.gr. Operat.Res. & Bus.Stat.(ORSTAT)

Onderzoekers:

• Patrick De Causmaecker

• Frederik Spieksma

• Greet Vanden Berghe

TST Tools voor het Nederlands als Webservices in een Workflow

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Vertaalkunde

• Vakgroep Taaltechnologie

Onderzoekers:

• Veronique Hoste

De bijdrage van ectomycorrhiza fungi aan de Fe-nutritie van gastheerplanten

Universiteit Hasselt

Abstract: Het voorliggende contract betreft een FWO-aspirantschap van Jan Wevers onder promotorschap van prof. dr. J. Colpaert voor de periode

van 01.10.2007 tot 30.09.2009. Het doctoraatsproject wil de functionele diversiteit bij ECM fungi in kaart brengen voor wat betreft Fe-opname en

transfer naar de gastheerplant, de grove den. Tegelijk bepalen we de invloed van toxische Zn concentraties op de Fe-nutritie van de

gemycorrhizeerde gastheer. Enerzijds wordt een veldstudie geprogrammeerd waarbij Fe- en Zn-opname en fractionering in dennen wordt

bestudeerd in goed gekarakteriseerde proefpercelen langs een Zn-gradiënt in Noord-Limburg. Anderzijds worden labo experimenten omgezet om

de Fe- en Zn-fluxen in gemycorrhizeerde planten te karakteriseren. In een laatste fase zal onderzocht worden welke mechanismen verantwoordelijk

zijn voor de opname van Fe in geselecteerde ECM fungi.

Organisaties:

• Milieubiologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Jan COLPAERT

Conflict tussen ouders en nakomelingen in kanaries: individuele plasticiteit, genetische basis en co-adaptatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Hoewel de evolutie van ouderlijke zorg essentieel is voor het begrijpen van onder andere sociale systemen en seksuele selectie, is er

vrijwel niets bekend over zijn genetische architectuur. De evolutie van ouderzorg wordt verder sterk beïnvloed door een belangenconflict over de

mate van ouderlijke investering tussen ouders en hun nakomelingen. Dit kan invloed hebben op de evolutie van twee eigenschappen:

verzorgingsgedrag door de ouders en het bedelgedrag van het nageslacht. De theorie voorspelt dat deze gedragskenmerken uiteindelijk genetisch

gecorreleerd zouden moeten zijn, aangezien elk van hen een selectieve druk zal uitoefenen op de evolutie van de andere. Mijn voorgestelde

onderzoeksproject is gericht op het bestuderen van de genetische basis en de gevolgen van co-adaptatie tussen deze gedragingen. Daarvoor zal ik

de erfelijkheid, de fenotypische plasticiteit en de co-variantie van beide eigenschappen, en ook de functionele gevolgen van co-adaptatie voor

ouders en nakomelingen bekijken.

Organisaties:

• Ethologie

Onderzoekers:

• Marcel Eens

• Wendt Müller

• Natalia Estramil

Het concept "kinderkwetsbaarheid" in Sub-Saharisch Afrika. Een theoretische studie met empirische validering.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Bij het begin van de 21ste eeuw was er een groeiende aandacht voor de impact van HIV/AIDS op kinderen in Sub-Saharisch Afrika. De

laatste jaren is de aandacht van de beleids- en de academische wereld verschoven van wezen naar een bredere groep 'wezen en kwetsbare

kinderen'. In dit kader heeft dit project tot doel een multidimensioneel concept kinderkwetsbaarheid in Zuid-Afrika te ontwikkelen. Na een

conceptuele fase met kwalitatieve validering, zal het concept empirisch gemeten worden door middel van structurele vergelijkingsmodellen en

longitudinale analyse.

Organisaties:

• Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek (CELLO)

Onderzoekers:

• Dimitry Mortelmans

• Edwin Wouters

• Caroline Masquillier

Conceptuele waterbalansmodellering ter ondersteuning van het waterbeheer langs het Nassermeer in Egypte.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Hydraulica

Onderzoekers:

• Dirk Raes

• Patrick Willems

• Okke Batelaan


Autonomous active vibration control and structural health monitoring.

K.U.Leuven

Abstract: The choice of the theme of this cooperation project is due to the fact that this topic is getting strong attention for the associated institutions

in last years, in terms of research and graduate studies. Each groupwill be responsible for specific approaches to theme that can be

sharedenriching the network, contributing to the strengthening of scientific competency of the researchers involved.

Organisaties:

• Afdeling PMA

Onderzoekers:

• Paul Sas

• Bert Pluymers

Culturele Variaties in Emoties: Een Universeel Proces Model.nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Sociale en Culturele Psychologie

Onderzoekers:

• Norbert Vanbeselaere

• Karen Phalet

• Batja Gomes de Mesquita

Onderzoeksovereenkomst : begeleiding doctoraat Nada Mkarkab Samari : Effect of low dose radiation on neural plasticity

and connectivity.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Effect lage dosis straling op neurale plasticiteit en verbindingen

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• Luc LEYNS

De berg baart een muis. Verklaring voor de mobilisatie van belangengroepen op het internationale niveau.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doel van dit project is om aan te tonen dat, hoewel lobbyen een sterk doelgericht karakter heeft, de doelgerichtheid op zich geen

adequate verklaring biedt voor de politieke strategieën van veel belangengroepen. Veel is afhankelijk van contextuele factoren alsook het type

organisatie. Om dit te onderbouwen concentreert mijn doctoraatsonderzoek zich op de volgende stellingen. Ten eerste, het gros van de

internationale belangengroepen gaat niet voor beleidverandering, maar neigt er juist naar de status-quo te ondersteunen. Ten tweede, de

mobilisatie van internationale belangengroepen is geen 'bottom-up' proces, maar wordt mede gestuurd door de noden van internationale

organisaties. Ten derde, ook de organisatorische behoeften van belangenorganisaties is van belang bij het verklaren van hun gedrag. De stellingen

onderzoek ik bij organisaties die actief zijn op het terrein van de WTO.

Organisaties:

• Instituties en Meerlagige Politiek (ACIM)

Onderzoekers:

• Jan Beyers

• Marcel Hanegraaff

Theorievorming in de pragmatiek, metapragmatische studies, en de problematiek van interculturele en internationale

communicatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: 1. ontwikkeling van een coherent beschrijvingskader voor taalgebruiksaspecten (vanuit een linguïstische pragmatiek die wordt benaderd

als de cognitieve, sociale en culturele wetenschap van taal en communicatie 2. studie van metapragmatische termen 3. toepassingen op het gebied

van de interculturele communicatie (face-to-face) en de internationale communicatie (diplomatie en berichtgeving).

Organisaties:

• Linguistiek

• Antwerps Centrum voor Pragmatiek (IPrA Research Center)

Onderzoekers:

• Jozef Verschueren

Verhogen van fotokatalytische activiteit door middel van plasmon effecten van nanogedimensioneerde

edelmetaalantennes

Universiteit Antwerpen

Abstract: Fotokatalyse wordt bestudeerd als veelbelovende techniek voor de degradatie van VOC's uit de lucht. De efficiëntie van dergelijke

reacties moet nog verbeterd kunnen worden. Hiervoor wordt in dit project de optische respons van het materiaal aangepast d.m.v. edelmetaal

nanopartikels. Periodieke structuren van dergelijke partikels wekken lokale oppervlakte-plasmon-resonanties op, welke door hun aanpasbare

golflengtegevoeligheid, de versterking van het elektromagnetisch veld en het concept van 'vertraagd licht', de fotokatalytische efficiëntie kunnen

verhogen.

Organisaties:

• Duurzame energie en luchtzuivering: DUeL

Onderzoekers:

• Silvia Lenaerts

• Sammy Verbruggen

Productie en evaluatie van Mycobacterium tuberculosis en Denguevirus antigenen voor gebruik in diagnostische

analyses en voor vaccinontwikkeling.

K.U.Leuven

Abstract: Mycobacterium tuberculosis- en Dengue-infecties zijn twee belangrijke ziekten in Latijns-Amerikaanse landen, waaronder Cuba. Via

gezamenlijke inspanningen beogen we de ontwikkeling van efficiënte en betaalbare diagnostische hulpmiddelen voor beide ziekten. Om dit doel te

bereiken, zullen vooreerst specifieke antigenen voor beide infectieuze agentia geselecteerd worden. Voor tuberculosis, bijvoorbeeld, zal een juiste

keuze van antigenen het mogelijk maken een onderscheid te maken tussen werkelijk geïnfecteerde en BCG-gevaccineerde personen. De

geselecteerde doelproteïnen zullen aangemaakt worden via secretorische productie in Streptomyces lividans. Na een eerste evaluatie op


laboschaal, zullen de: proteïnen geproduceerd worden in bioreactors. Vervolgens zullen de recombinanteproteïnen aangewend worden om ELISAgebaseerde

testen te ontwikkelen. Eveneens zal worden nagegaan in hoeverre deze antigenen in aanmerking komen voor vaccinontwikkeling.

Organisaties:

• Laboratorium Moleculaire Bacteriologie

Onderzoekers:

• Jozef Anné

• Jan Van Impe

Ontwikkeling van innovatieve methoden ter verhoging van de immuunstimulerende werking van dendritische celtherapie

voor acute myeloïde leukemie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Zwi Berneman

• Sébastien Anguille

Approach structuren in de kanstheorie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project heeft als doel een universeel toepasbare theorie te ontwikkelen die een kwantitatieve analyse van tot nu toe enkel topologische

concepten (e.g. zwakke convergentie, eindigdimensionale convergentie, convergentie in kans) in ruimten van kansmaten en toevalsvariabelen (e.g.

continue en cadlag stochastische processen) toelaat. Hiertoe zullen we isometrische tegen

hangers van belangrijke topologieën invoeren, die een kaderwerk zullen vormen voor kwantitatieve formuleringen van e.g. de stelling van Prohorov

en centrale limietstellingen.

Organisaties:

• Analytische en topologische structuren

Onderzoekers:

• Robert Lowen

• Ben Berckmoes

Optimalisatie van on-line spectroscopie op rauwe melk voor opvolgen vankoegezondheid.

K.U.Leuven

Abstract: De samenstelling van melk is niet enkel belangrijk voor de verwerkende industrie en de consument. Omwille van de sterke interactie

tussen de bloedstroom en het melkvormend weefsel is de gevormde melk een weerspiegeling van de gezondheid van de melkkoe. Door deze

samenstelling zeer regelmatig en per individuele koe op te volgen, wordt het mogelijkgezondheids- en voedingsproblemen snel te detecteren, zodat

de melkveehouder direct kan ingrijpen om productie- en kwaliteitsdaling te vermijden. Spectroscopie is in het verleden reeds vaak gebruikt voor de

snelle, eenvoudige en niet-destructieve bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van verschillende landbouwproducten. Deze techniek vraagt

meestal geen bijkomende behandeling van het te onderzoeken product waardoor het rechtsreeks op de productielijn (bv. melkleiding) kan

meten.Rauwe melk is een emulsie van vet in water, waarbij de sferische vetglobules lichtverstrooiing veroorzaken. Een deel van het licht dat naar

het melkstaal gestuur

Organisaties:

• Subdivisie Agrotech-JDB

Onderzoekers:

• Jeroen Lammertyn

• Wouter Saeys

• Ben Aernouts

"Capturing the CAP4": een nieuwe klasse diagnostica voor Trypanosomatidaties.

K.U.Leuven

Abstract: Trypanosoma bruceinbsp;Leishmania spp. behoren tot de Trypanosomatidae familie en veroorzaken respectievelijk humane Afrikaanse

trypanosomiasis (HAT) en leishmaniasis (LEI). Diagnose van beideinfectieziekten is nog steeds gebaseerd op microscopie en er is een hoge nood

aan betere diagnostica die toepasbaar zijn at the point-of-care. Een ongewoon biologisch aspect bij de Trypanosomatidae is dat elk mRNA in de cel

een geconserveerde 39 bp RNA sequentie bevat aan het 5 einde, het spliced leader RNA (SL RNA). Bovendien heeft de 5 CAP unieke methyl

groepen op de eerste vier nucleosiden (CAP4). In dit project zal een uiterst innovatieve moleculaire point-of-care test ontwikkeld worden op basis

van een specifieke detectie van het SL RNA via aptameren gericht tegen de CAP4 en SL RNA specifieke peptide nucleic acid probes. Na de

principebevestiging op experimentele stalen zullen de nieuwe testen uitgebreid gevalideerd worden in fase I, II en III evaluatie studies. Het is de

eerste maal

Organisaties:

• Lab voor Medicinale Chemie

Onderzoekers:

• Piet Herdewyn

• Stijn Deborggraeve

Onderzoek naar de biocompatibiliteit van kunsthars-gebaseerde tandvulmaterialen.nbsp;nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: De langdurige wetenschappelijke controverse rond de veiligheid van amalgaamvullingen heeft recent ook een discussie rond de veiligheid

en biocompatibiliteit van kunstharsgebaseerde tandvulmaterialen, die het voornaamste alternatief vormen, aangewakkerd. Vooral het feit dat

kunstharsgebaseerde tandvulmaterialen nooit volledig polymeriseren en bijgevolg verscheidene ingrediënten kunnen vrijzetten in het orale milieu, is

een belangrijke reden van bezorgdheid. Bovendien toont de literatuur aan dat meerdere componenten van kunstharsgebaseerde tandheelkundige

materialen biotoxische effecten, zoals allergeniciteit, cytotoxiciteit, genotoxiciteit,mutageniciteit, kunnen hebben in vitro. Toch worden in de

tandheelkundige kliniek zeer weinig lokale neveneffecten vastgesteld behalve soms allergie, maar er is tot op heden weinig onderzoek naar

mogelijke systemische effecten. Het objectief van dit multidisciplinaire onderzoek is om teonderzoeken of kunstharsgebaseerde vulmaterialen

mogelijks een gev

Organisaties:

• Conserverende Tandheelkunde

Onderzoekers:

• Benoit Nemery de Bellevaux

• Bartholomeus Van Meerbeek


• Jan Tytgat

• Kirsten Van Landuyt

Therapeutical vaccination with autologous TriMix dendritic cell vaccine (TriMix-DC) for the treatment of patients with

AJCC stage III/IV melanoma.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het project heeft als finaal doel een therapeutisch vaccin voor de behandeling van patiënten met vergevorderde melanoma te evalueren.

Het vaccin, TriMix-Dc, bestaat uit monocyt-afgeleide dendritische cellen die opgeladen worden met een combinatie van mRNA dat codeert voor

DC-maturatie moleculen en co-stimulatoire moleculen en mRNA dat codeert voor melanoma-antigenen.

Het project beoogt 2 specifieke doelstellingen:

- De uitvoering van een fase I studie om de veiligheid, immunogeniciteit en anti-melanoma activiteit van de autologe TriMix-DC die ofwel

intraveneus of intradermaal worden toegediend aan patiënten met AJCC stage IIIC/IV melanoma te documenteren.

- De uitvoering van een gerandomiseerde fase II studie bij patiënten met AJCC stage IIIC/IV melanoma waarbij de anti-melanoma activiteit van de

therapeutische vaccinatie met autologe TriMix-DC en vervolgens een behandeling met interferon alfa-2b vergeleken wordt met een controle arm die

een standaardbehandeling krijgen.

Het primaire eindpunt van de studie is de overleving na 1 jaar. De secondaire eindpunten zijn tumorrespons, veiligheid, immunogeniciteit en

overleving zonder herval of progressie van de ziekte.

Organisaties:

• Fysiologie

Onderzoekers:

• Bart NEYNS

• KRISTIAAN THIELEMANS

Niet-parametrische modellering voor afhankelijke data.

K.U.Leuven

Abstract: Dit onderzoek is gericht op het bestuderen van belangrijke open fundamentele problemen in het gebied van niet-parametrische methoden

voor afhankelijke data. Deze technieken hebben aanzienlijk aan belangrijkheid gewonnen in de ingenieurs- en statistische gemeenschap omdat de

data afkomstig van de industrie, chemie, biologie, etc. vaak niet voldoet aan de i.i.d. (onafhankelijk en identisch verdeeld) assumptie. De

onderzoeksobjectieven die onderzocht zullen worden, ziijn samengevat in de volgende aspecten:1. Ontwerpen van model delectie criteria die dit

type van data kunnen hanteren,2. Ontwikkeling of uitbreiding van de Box-Jenkins modelstructuur naar niet-parametrische dynamische modellen,3.

Ontwikkeling van uniforme/simultane betrouwbaarheidintervallen voor niet-parametrische methoden voor afhankelijke data op basis van de volumeof-tube

formule,4. Bestuderen van de asymptotische eigenschappen van de ontwikkelde technieken.

Organisaties:

• Afdeling ESAT - SCD: SISTA/COSIC/DOCARCH

Onderzoekers:

• Joseph Vandewalle

• Johan Suykens

• Kris De Brabanter

Sociologische analyse van milieuvraagstukken en van omgevingsbeleid.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project onderzoekt aan welke voorwaarden moet worden voldaan en welke stappen dienen doorlopen opdat een plan of programma

op realistische, efficiënte en maatschappelijk gedragen manier kan worden vertaald in een concreet project. Daarbij zal zowel naar inhoudelijke als

proces elementen worden gekeken.

Allereerst wordt een theoretisch kader ontwikkeld om onder meer volgende vragen te behandelen: (a) In welke mate en op welke basis kan van een

gegeven plan of programma worden vastgesteld of de meeste pertinente belangen werden meegenomen bij de opmaak en deliberatie (bv. middels

een publieke consultatie) ervan? (b) Werden de meest pertinente probleempunten, door de diverse betrokken actoren aangehaald, op adequate

wijze mee in rekening genomen? (c) Op welke criteria kan men pertinentie en adequaatheid beoordelen?

Vervolgens wordt het door NIRAS opgemaakte "Afvalplan" als casus bestudeerd. Daarbij zal worden nagegaan in welke mate dit plan (en de

manier waarop het tot stand is gekomen) erin geslaagd is een antwoord te bieden op uiteenlopende verwachtingen omtrent het beheer van het

hoogradioactief afval in België en hoe het door diverse actoren werd ontvangen. Zo zal onder meer een analyse gebeuren van de ingediende

reacties tijdens het openbaar onderzoek van 2010, alsook een media-analyse van de berichtgeving in de pers omtrent het "Afvalplan" in de periode

2009-2011.

Het onderzoek naar de totstandkoming van het "Afvalplan" en het daarrond gevoerde consultatieproces zal worden aangevuld met een

comparatieve analyses van vergelijkbare beslissingstrajecten rond hetzelfde type afval in enkele andere landen (met name: Frankrijk, Groot-

Brittannië, Zwitserland en Canada). Op basis van deze analyses zullen lessen worden getrokken en aanbevelingen geformuleerd omtrent mogelijke

pistes voor het verdere verloop van het besluitvormingsproces in deze materie.

Organisaties:

• Milieu en leefomgeving (M&l)

Onderzoekers:

• Anne Bergmans

Xeno-nucleïnezuurpolymerasen door gerichte evolutie.

K.U.Leuven

Abstract: Xenonucleïnezuren (XNA) zijn synthetische biopolymeren die een alternatief vormen voor hun natuurlijke tegenhangers DNA en RNA, met

potentiële toepassingen als bv. therapeutica. Om XNA op efficiënte wijze te ontwikkelen zijn geschikte polymerasen vereist: enzymen die

nucleïnezuren aanmaken door hun bouwstenen, de nucleotiden, aan elkaar te rijgen tot een keten. Wij zullen nieuwe polymerasen ontwikkelen die

in staat zijn om DNA te herschrijven naar XNA, m.a.w. die synthetische XNA-nucleotiden aan elkaar kunnen koppelen. Daarvoor wordt vertrokken

van goed gekozen natuurlijke polymerasen, die vervolgens aangepast zullen worden voor het uitvoeren van deze nieuwe functie. Dat zal gebeuren

door middel van gerichteevolutie: door willekeurige mutaties aan te brengen wordt een grote verzameling varianten gecreëerd, waarop selectie

wordt uitgeoefend voor de nieuwe eigenschap. Dit proces van variatie en selectie wordt herhaald tot een polymerase met de gewenste

eigenschappen bekomen wordt. De b

Organisaties:

• Afd. Biochemie, Molecul.& Struct. Biol.

Onderzoekers:

• Johan Robben

• Wouter Delespaul


Puumala hantavirus variatie in heterogene omgevingen in West-Europa: de rol van ecologische factoren en de

epidemiologische gevolgen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Evolutionaire ecologie

Onderzoekers:

• Herwig Leirs

• Sanne Helsen

Het concept van muzikale betekenis - een onderzoek naar de vormgeving van muzikale ervaring

K.U.Leuven

Abstract: Het concept van muzikale betekenis. Een onderzoek naar de vormgevingvan muzikale ervaring.Gedurende meer dan tweeduizend jaar

domineerden functionele concepten van betekenis het westerse denken over muziek. Muziek werd ofwel beschouwd als een functioneel element in

de samenleving en in religie, of als een weerspiegeling van aritmetische verhoudingen in de kosmos. Pas aan het einde van de achttiende eeuw, in

reactie op het toenemend succes van puur instrumentale muziek, doken de meer technische vragen naar wat en hoe muziek betekent op als een

explicietonderwerp in allerhande geschriften over muziek. Muzikale betekenis werd steeds meer beschouwd als een autonome, objectieve, en

specifiek muzikale kwaliteit. Zodoende ontwikkelde zich een typisch modern concept van muzikale betekenis. Deze studie gebruikt het inzicht in de

historiciteiten de culturele inbedding van dit concept als vertrekpunt om te onderzoeken hoe het gaandeweg vorm kreeg en steeds meer de

muzikale praktijken ging domin

Organisaties:

• OE Metafysica & Filosofie van de Cultuur

Onderzoekers:

• Paul Cortois

• Marlies De Munck

CIF/07/05.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Subfaculteit Letteren Kulak

Onderzoekers:

• Tom Verschaffel

• Marc Depaepe

• Lieven D'hulst

Mid-Frequency.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling PMA

Onderzoekers:

• Wim Desmet

Het mechanisme van neuronale overleving tijdens veroudering: verhoudingtot performantie.

K.U.Leuven

Abstract: Dankzij de enorme wetenschappelijke vorderingen van de laatste decenniais de levensverwachting van mensen drastisch gestegen.

Jammer genoeg stijgt met het aantal ouderen ook het aantal ongezonde ouderen. De ziekte van Alzheimer is hier een dramatisch voorbeeld van.

Patienten met deze ziekte lijden aan ernstige cognitieve beperkingen door massale neuronale sterfte. Het beter begrijpen van neuronale overleving

in normale oude individuen vormt dan ook één van de strategieën om de ziekte van Alzheimer te voorkomen.nbsp;Dat was mijn doel toen ik me

aansloot bijhet labo van Dr. Carlos Dotti voor mijn doctoraat. Tijdens mijn doctoraat heb ik het belang aangetoond van constitutieve veranderingen

van membraanlipiden als belangrijke determinant van neuronale overleving bij ouderen, voornamelijk in stress situaties. Omdat het grootste deel

van mijnwerk gebaseerd was op in vitro experimenten is het doel voor de verderetoekomst om deze kennis te extrapoleren naar een in vivo

scenario. Dit zou uitei

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Carlos Dotti

• Laura Trovo

Nieuwe inzichten in de pathofysiologie van chronische rejectie na (hart)longtransplantatie: werkingsmechanisme van

behandeling met azithromycine en impact van gastro-oesofagale reflux.

K.U.Leuven

Abstract: Uitgeademd NO blijkt een goede marker te zijn om chronische longrejectie (z.g. BOS) vroegtijdig op te sporen. Deze niet-invasieve

detectiemethode heeft dan ook voordelen tegenover de klassieke invasieve methoden (nl. transbrochiale biopten).

Organisaties:

• Pneumologie

Onderzoekers:

• Lieven Dupont

Eramsus Belgica 2011-2012 : mobiliteit SMS - SMP

Universiteit Hasselt

Abstract: Erasmus Belgica is een samenwerkingsproject tussen de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap en de Duitstalige

Gemeenschap om de mobiliteit van de studenten hoger onderwijs tussen de Gemeenschappen van België te bevorderen. Het biedt aan

universiteitsstudenten of hogeschoolstudenten de mogelijkheid om een gedeelte van hun opleiding aan een universiteit of een hogeschool in een

andere Gemeenschap door te brengen. Studenten krijgen de kans om via hun studie zich effectief te integreren in de taal en de cultuur van een

andere Gemeenschap van België. Het biedt de mogelijkheid zich te leren aanpassen aan een andere omgeving en een andere mentaliteit.

Organisaties:


• Niet onderzoeksgroep gebonden projecten

Onderzoekers:

• Luc DE SCHEPPER

• Lia VAN HOEF

Een onderzoek naar gefailleerde herstarters in Vlaanderen, spoor 2

Hogeschool Gent

Abstract: Dit PWO-vervolgproject is een vervolg op het PWO-basisproject ‘Een onderzoek naar gefailleerde herstarters in Vlaanderen’. Tijdens de

uitvoering van het PWO-basisproject werd het duidelijk dat de maatschappelijke relevantie van dit thema zeer groot en actueel is.

De algemene bedoeling van het PWO-vervolgproject is dan ook de verdere ontwikkeling van een meer uitgebreide onderzoekslijn rond

tweedekansondernemerschap, waarbij ook aansluiting gezocht wordt bij internationaal onderzoek op dit vlak.

Binnen deze onderzoekslijn willen we in de eerste plaats een antwoord formuleren op volgende onderzoeksvragen:

(1)Welke zijn de motivaties en beweegredenen voor herstarters in Vlaanderen om na een faillissement opnieuw te ondernemen;

(2)Welke zijn de hinderpalen en knelpunten die herstarters in Vlaanderen ondervinden door het eerdere faillissement;

(3)Wat hebben herstarters geleerd uit hun faillissement dat ze kunnen toepassen bij hun nieuwe zaak;

(4)Hebben herstarters een stigma ervaren na hun faillissement;

(5)Ondervinden herstarters andere problemen dan ondernemers zonder faillissement;

(6)Zijn de algemene bevindingen uit het PWO-onderzoek geldig op Europees niveau.

Met het vervolgproject zullen de gevonden resultaten uit de interviews met de herstarters (basisproject) getoetst worden bij alle herstarters

(faillissement vanaf 1995) in Vlaanderen. Daarnaast wordt er een controle uitgevoerd van de bevindingen bij een gelijkaardige groep ondernemers

zonder faillissement. Het is de bedoeling problemen en knelpunten te identificeren specifiek bij herstarters en dit te kunnen vergelijken met

problemen en knelpunten bij ondernemers in het algemeen. Als tweede doelstelling wordt de uitbouw van een Europees netwerk rond deze

onderzoekslijn vooropgesteld.

De realisatie van een boek op basis van de interviews met de herstarters wordt vooropgesteld en in mei 2012 wordt er opnieuw een symposium

rond dit thema georganiseerd. De resultaten uit het onderzoek zullen teruggekoppeld worden naar vertegenwoordigers van belangengroepen en

met de opleiding.

Organisaties:

• Departement Bedrijfskunde Aalst

• Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde

• Vakgroep Talen

• Vakgroep Toegepaste Economie

• Vakgroep Algemene Economie

Onderzoekers:

• Ruth DeVreese

• Sabine Moenssens

• Ann-Sophie Bouckaert

• Els Van Speybroeck

Schenking aan de dienst ter ondersteuning wetenschappelijk onderzoek (zonder tegenprestatie)

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Schenking aan de dienst ter ondersteuning wetenschappelijk onderzoek (zonder tegenprestatie)

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• Franky BOSSUYT

10.02 : GON en ION anno 2010.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Gezins- en Orthopedagogiek

Onderzoekers:

• Pol Ghesquière

• Katja Petry

• Lisette Vanhelmont

Sociale en duurzame regionale ontwikkeling. Een interdisciplinaire dialoog tussen verleden en heden in de regio van

Sagalassos.

K.U.Leuven

Abstract: De overgangsfinanciering betreft in hoofdzaak ondersteuning van het geplande archeologische programma.

Organisaties:

• Archeologie

Onderzoekers:

• Jeroen Poblome

• Frank Moulaert

• Bart Muys

• Maarten Loopmans

Eenzaamheid in de midden-adolescentie: Determinanten, correlaten en implicaties voor psychologische

aanpassing.nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE School- en Ontwikkelingspsychologie

Onderzoekers:

• Luc Goossens


Moleculaire benadering van schottolerantie in triticale

Hogeschool Gent

Abstract: Triticale combineert het goede opbrengstpotentieel van tarwe met de goede ziekte- en droogteresistentie en de lage N-behoefte van

rogge, waardoor het een duurzaam en waardevol gewas vormt, voornamelijk voor veehouders. Triticale is echter gevoelig voor schot in regenrijke

of vochtige oogstperiodes. Het optreden van schot resulteert in o.a. opbrengstverlies en verlies van kwaliteit en nutritionele waarde. Zowel het

genotype als omgevingsomstandigheden evenals de combinatie van beide factoren hebben een sterke invloed zodat het probleem enkel via

veredeling van schottolerante cultivars kan opgelost worden.

Het onderzoek beoogt een grondige studie van de fysiologische processen die optreden bij het instellen van dormantie tijdens zaadvorming, bij het

in stand houden van dormantie na afrijpen alsook bij het kiemgedrag na afrijpen. Deze studie wordt uitgevoerd aan de hand van

gestandaardiseerde kiemtesten waarbij modelgenotypen onder gestandaardiseerde omstandigheden worden opgegroeid. Hormoonbalansen en

alfa-amylase concentraties in de korrel worden opgevolgd vanaf de start van korrelontwikkeling tot volledige afrijping.

De belangrijkste genen die bij deze hormonale en enzymatische processen betrokken zijn worden dieper bestudeerd en de expressie ervan

geanalyseerd. Aan de hand van de expressiepatronen van deze genen wordt de mogelijkheid om een merker te ontwikkelen verder onderzocht. De

ontwikkelde merkertechnologie kan mogelijks verder aangewend worden om de veredeling naar schottolerante triticalerassen te optimaliseren.

Organisaties:

• Departement Biowetenschappen en Landschapsarchitectuur

• Vakgroep Plantaardige Productie

Onderzoekers:

• Sarah De Laethauwer

• Geert Haesaert

Selectieve aandacht en visuele stimulusidentificatie: dissociatie op neuroanatomisch niveau.

K.U.Leuven

Abstract: De menselijke hersenen staan in voor het verwerken van informatie. We nemen voortdurend interne en externe prikkels waar, slaan deze

prikkels op in het geheugen, en gebruiken ze om ons gedrag in een bepaalde richting te sturen. De capaciteit van de hersenen om prikkels te

verwerken en te onthouden in het korte termijn geheugen is echter beperkt. Het is daarom belangrijk dat we prioriteit geven aan de informatie die

rechtstreeks betrekking heeft op onze doelstellingen. Selectieve aandacht verwijst naar het geheel van cognitieve processen die ons in staat stellen

ons te concentreren op gedragsmatig belangrijke informatie en afleidende informatie te negeren. Klinisch neurologische en functionele

beeldvormingsstudies hebben selectieve aandacht systematisch geassocieerd met de pariëtale cortex in de menselijke hersenen. Belangrijke

vragen met betrekking tot de functionele specialisatie in de pariëtale cortex blijven echter onbeantwoord. Bijvoorbeeld, welke gebieden in de

pariëtale cortex zi

Organisaties:

• Onderzoeksgr_Exp_Neurologie

Onderzoekers:

• Rik Vandenberghe

• Johan Wagemans

• Céline Gillebert

Metafictie en het schrijfprocess. Een genetische benadering van het begrip 'autography' in Samuel Becketts Molloy,

Malone meurt, en L'Innommable.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project stelt als doel om een nieuw perspectief te bieden aan H. Porter Abbotts term 'autography' door het te linken aan Samuel

Becketts manuscripten, en op die manier terug te keren naar de oorspronkelijke betekenis van het woord 'autograaf': handschrift. Als dusdanig

tracht dit project te achterhalen waarom Beckett zijn eigen schrijfproces in zijn werk incorporeerde, en wat deze keuze kan onthullen omtrent zijn

poëtica. Door de metafictie in Becketts manuscripten (van Molloy, Malone meurt en L'Innommable) te ontleden en op die manier het schrijfproces

van de auteur duidelijk te scheiden van dat van de verteller, tracht het project bovendien een concreter onderscheid te maken tussen de termen

'autography' en 'autobiography'.

Organisaties:

• Literatuur van de moderniteit

Onderzoekers:

• Dirk Van Hulle

• Wout Dillen

Cognitieve controle over actie na traumatisch hersenletsel.

K.U.Leuven

Abstract: Cognitieve controle over actie in traumatisch hersenletsel Voornamelijk de frontale hersenkwab is erg kwetsbaar voor traumatisch

hersenletsel (TBI). In overeenstemming met de huidige opvatting dat de frontale hersenkwabben een belangrijke rol spelen in cognitieve controle,

ervaren TBI patiënten vaak problemen in taken die cognitieve controle vereisen, waaronder de controle van complexe bewegingen. Het project

bestaat uit twee fasen. In fase 1 zullen een serie complexe bewegingstaken gebruikt worden om de onderliggende neurale basis van cognitieve

controle over beweging in TBI te identificeren, met behulp van functionele MRI. De experimenten zijn ontworpen om drie verschillende subfuncties

van cognitieve controle te kunnen bekijken. Meer specifiek, switchen tussen bewegingspatronen (Exp 1), selectieve respons inhibitie (Exp 2), en

stimulus-respons selectie (Exp 3). In fase 2, zullen we onderzoeken of de veranderingen in witte stof connecties, als gevolg van diffuse axonale

letsels (DAI)

Organisaties:

• Departement Bewegingswetenschappen

Onderzoekers:

• Stephan Swinnen

• James Coxon

• Hendrika Petronella Leunissen

Patronen van fysieke activiteit en sedentair gedrag en hun associatie met gezondheidsparameters

K.U.Leuven

Abstract: Verschillende epidemiologische studies hebben een omgekeerd verband aangetoond tussen fysieke activiteit en een variëteit aan

chronische ziekten. Fysieke activiteit is echter een complex gedrag dat moeilijk nauwkeurig te meten is in het dagelijkse leven. Fysieke

activiteitspatronen variëren van dag tot dag en komen voor in verschillende domeinen van het dagelijks leven: tijdens de vrijge tijd, het werk,

huishoudelijke taken en transport. De meeste wetenschappelijke evidentie betreffende het belang van fysieke activiteit voor de gezondheid komt

van epidemiologisch onderzoek, waarin, voor het kwantificeren van fysieke activiteit, vooral gebruik gemaakt wordt van subjectieve meetmethoden.


Deze subjectieve meetmethoden hebben echter te kampen met een relatief grote meetfout, te wijtenaan problemen met het herinneren van fysieke

activiteit, sociale druk en een verkeerde inschatting van de intensiteit en duur van de activiteiten. Bovendien heeft de meerderheid van de studies

enkel fysieke ac

Organisaties:

• Inspanningsfysiologie

Onderzoekers:

• Johan Lefevre

• Tineke Scheers

Contextuele generalisatie bij rat en mens: de rol van de hippocampus enhoe deze te beïnvloeden.

K.U.Leuven

Abstract: Het is december en je bent aan het rondslenteren op een kerstmarkt in Luik. Plotseling hoor je explosies en geweerschoten en mensen

beginnen te schreeuwen en vallen neer Ten gevolge van deze ervaring, is het mogelijk dat je een angststoornis ontwikkelt. Zelfs maanden of jaren

laten, kan het zijn dat je ernstige angstaanvallen hebt, wanneer je bijvoorbeeld op een gelijkaardige kerstmarkt bent, of zelfs op de wekelijkse markt

in je dorp, of gewoon op eender welke drukke plaats.Dit voorbeeld beschrijft een mechanisme dat we contextuele generalisatie noemen: de angst

die je ervaart in één specifieke situatie of context generaliseert naar gelijkaardige contexten. Met andere woorden, door die ene vreselijke

gebeurtenis, zullen ook gelijkaardige omgevingen angst uitlokken. Contextuele generalisatie lijkt dus een cruciaal proces te zijn in de ontwikkeling

van angststoornissen.Mijn project zal dit mechanisme onderzoeken bij ratten en mensen. Om het proces na te bootsen in het labo, geven we

Organisaties:

• OE Leerpsych. en Exp. Psychopathologie

Onderzoekers:

• Dirk Hermans

• Bart Nuttin

• Laura Luyten

Hedendaagse Amerikaanse fictie tussen lokale en globale kennis - Richard Powers, David Foster Wallace, en de

informatieroman.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit onderzoek richt zich op de "post-postmoderne" tendens in de hedendaagse Amerikaanse fictie, met als voornaamste auteurs Richard

Powers en David Foster Wallace. Overtuigd dat ironie niet de enige uitkomst is na het failliet van de Grote Verhalen (Lyotard), zien Powers en

Wallace de roman als een mogelijke uitweg voor het postmoderne solipsisme van hun literaire voorgangers.

Beide auteurs beogen een tekst die informatie zo kan scherpstellen dat lokale kennis alsnog in een tentatief globaal model wordt weergegeven. De

centrale vraag die daarom moet worden beantwoord is: hoe kunnen hun romans de illusie van totaliteit opwekken, zonder zelf totalitair te zijn? Een

cognitief-narratologische analyse van The Gold Bug Variations (Powers 1991) en Infinite Jest (Wallace 1996) moet deze vraag zowel op vormelijk

als inhoudelijk vlak beantwoorden.

Organisaties:

• Literatuur van de moderniteit

Onderzoekers:

• Luc Herman

• Toon Staes

Fighting educational underachievement trough language support: inside and outside the school?

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Taal en Onderwijs

Onderzoekers:

• Kristiaan Van den Branden

• Koenraad Van Gorp

(Zelf)beelden van postkoloniaal West- en Centraal Afrika. Afrikaanse en Europese filmische representaties in vergelijkend

perspectief.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doctoraal project bestudeert het zelfbeeld van West- en Centraal Afrika zoals het gerepresenteerd wordt in de postkoloniale narratieve

langspeelfilms van 1963 tot 2007, en vergelijkt deze representaties met die van de Europese cinema uit dezelfde periode. De vergelijking levert een

cultuurfilosofische kritiek op Eurocentrische representaties van 'de Ander', vanuit postcolonial filmstudies, het post-structuralistische

differentiedenken van de antropologie en van de deconstructiefilosofie.

Organisaties:

• Visuele studies en Mediacultuur (VISMEC)

Onderzoekers:

• Erik Oger

• Philippe Meers

Strikte glycemiecontrole met intensieve insulinetherapie bij kritiek zieke kinderen: klinische effect op het ziekteverloop en

de impact op inflammatoire respons en de neuroendocriene assen.

K.U.Leuven

Abstract:


• Marijke Gielen

Collectieve intelligentie aangeboren in elektronische leeromgevingen

K.U.Leuven

Abstract: Bij Web 2.0 toepassingen is het mogelijk om infunctie van het verbeteren van de bestaande webservice of het ontwikkelen vannieuwe

services gebruik te maken van de collective intelligence, die viatracking en logging wordt opgebouwd door de gebruikers van de webservice.

Eenvan de uitdagingen is de vraag hoe elektronische omgevingen zich automatischkunnen aanpassen aan het geregistreerde profiel van de

gebruiker. Aan dezevraag zal in het kader van dit project vanuit drie perspectieven wordengewerkt, telkens door één doctoraatsstudent,

ondersteund door een informaticusen een statisticus:- het informatica-perspectief: het ontwikkelen van algoritmes voor het vertalenvande

opgebouwde intelligentie naar instructies voor verschillende dragersen 'contexten'- het data-analytisch perspectief: de automatische selectie van

verschillendetypes taken, aangepast aan de vaardigheid van de leerder en aan de context- het onderwijstechnologisch perspectief: nagaan of en

hoe adaptiviteit het leerrendemen

Organisaties:

• Subfaculteit Letteren Kulak

Onderzoekers:

• Patrick De Causmaecker

• Wim Van Den Noortgate

• Geraldine Clarebout

• Piet Desmet

Communicatieprivacy voor sociale netwerken.

K.U.Leuven

Abstract: De groeiende populariteit van sociale netwerken brengt een aantal belangrijke problemen en risicos mee voor de privacy van de

gebruikers; dezeproblemen zijn o.m. het gevolg van het gebrek aan controle van de gebruikers over hun data. Zelfs als de gegevens zelf

beschermd worden (door toegangscontrole en encryptie), kan er ook gevoelige informatie afgeleid worden uit de informatiestromen (d.w.z. de

verkeersgegevens of traffic data). Dit onderzoeksproject heeft als doel het bestuderen van de impact van verkeersgegevens in sociale netwerken

op de privacy van de gebruikers. Onze eerste doelstelling is om een methodologie te ontwikkelen voor de analyse van deze systemen. Dit vergt

een formalizatie van de privacy-doelstellingen, het ontwikkelen van een methode om de kwetsbaarheid van deze systemen voor analyse van

verkeersgegevens vast te leggen en het definiëren van metrieken om het niveau van privacybescherming te kwantificeren. Als tweede doelstelling

willen wij nieuwe technologische oplo

Organisaties:

• Afdeling ESAT - SCD: SISTA/COSIC/DOCARCH

Onderzoekers:

• Bart Preneel

• Maria Claudia Diaz Martinez

Vergelijkende analyse van narratieve en visuele patronen in Japanstaligen Engelstalig 'fanwerk'.

K.U.Leuven

Abstract: Media gemaakt door amateurs, zoals amateur-literatuur en amateur-comics, winnen dag na dag aan belang als culturele producten in

economieën over de hele wereld. In Japan bijvoorbeeld schat men de totale waarde van de markt voor amateur-manga (dōjinshi genoemd)

op tot een negende van de waarde van de hele commerciële manga-markt. Desondanks is er nog bijna geen onderzoek gevoerd naar de inhoud

van deze amateur-manga, waardoor we maar een heel vaag idee hebben waarover ze gaan en wat hun functiein de Japanse manga-markt

eigenlijk is. Amateur-media worden niet enkelin Japan maar bijna overal hoe langer hoe belangrijker, en de goed ontwikkelde Japanse markt voor

amateur-manga zou een model kunnen worden voor andere markten van amateur-materiaal. Het doel van dit onderzoeksproject is de rol van

amateur-manga als culturele producten te verduidelijken, en amateur-manga te ontsluiten voor verder onderzoek door Japanstaligeen Engelstalige

onderzoekers die zich specialiseren in fans en

Organisaties:

• Japanse Studies

Onderzoekers:

• Willy Vande Walle

• Nele Noppe

Een cultivatie-analyse van reclame

K.U.Leuven

Abstract: Dit project beoogt te onderzoeken of en via welke mechanismen reclame aanzet tot een meer materialistische levenshouding. In eerste

fase zal aan de hand van een inhoudsanalyse van TV-reclame en tijdschriftreclame worden onderzocht met welke frequentie diverse basiswaarden

in reclame aan bod komen, met welke frequentie reclame wordt gemaakt voor functionele, hedonische en luxegoederen en diensten, en met welke

frequentie diverse consumptiepraktijken worden gepromoot. In een tweede fase zaleen survey-onderzoek worden uitgevoerd om na te gaan hoe

attitude t.o.v. reclame, frequentie van blootstelling aan reclame en omgang met reclame gerelateerd zijn aan diverse percepties en attitudes t.o.v.

diverse praktijken, aan het belang dat men hecht aan diverse productcategorieën, an aan het belang dat men hecht (of denkt dat de maatschappij

hecht)aan de 'geadverteerde' waarden. In een derde fase zal aan de hand van experimenteel onderzoek een aantal specifieke mechanismen

worden onderzocht. In een

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Marketing

Onderzoekers:

• Luk Warlop

• Mario Pandelaere

• Inge Lens

Opheldering van de functie van progranuline in frontotemporale dementie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Progranuline (GRN) is een multifunctionele groeifactor die tot expressie komt in meerdere weefsels, waaronder ook het centrale

zenuwstelsel. GRN is betrokken bij verscheidene belangrijke cellulaire processen, waaronder celcyclus progressie, celbeweeglijkheid, wondheling

en inflammatie, en een reductie van GRN leidt tot frontotemporale dementie (FTD). Het precieze mechanisme onderliggend aan GRN gemedieerde

celproliferatie en neuronale overleving alsook de link met TDP-43 dat wordt gekliefd, gefosforyleerd en afgezet als intraneuronale inclusies in FTD

patiënten, is niet goed gekend. In het eerste deel van dit project toonden we aan dat verlies van Grn in gemengde corticale celculturen leidde tot

een verhoogde caspase activiteit en een verminderde TDP-43 oplosbaarheid. In het volgende gedeelte zullen we onderzoek verrichten naar de

celtypes die verantwoordelijk zijn voor het geobserveerde GRN-afhankelijke fenotype. Hiervoor zullen we bestuderen of het neurodegeneratieve

fenotype veroorzaakt wordt door een intrinsiek defect van de neuronen, of een defect van de gliale cellen (bijvoorbeeld astrocyten) die niet meer in

staat zijn om de neuronen te ondersteunen, of een combinatie van beide. Daarom willen we conditionele Grn knockout muizen ontwikkelen waarbij

specifiek in de astrocyten geen Grn meer tot expressie komt, alsook primaire gliale culturen van Grn-/- en wild-type muizen. Deze zullen vervolgens


onderzocht worden op tekenen van verhoogde cellulaire stress of degeneratie zoals caspase 3/7 activiteit, TUNEL kleuring, expressie van celstress

moleculen, etc. De biochemische eigenschappen van TDP-43 in astrocyten, zoals de subcellulaire lokalisatie, het metabolisme en eventuele

pathologische veranderingen veroorzaakt door Grn verlies, zoals verhoogde TDP-43 fosforylatie, onoplosbaarheid, fragmentatie en nucleaire

'clearing', zullen eveneens onderzocht worden via immunocytochemie en immunoblotting technieken. Co-culturen van primaire wild-type neuronen

gekweekt op een voedingslaag van astrocyten afkomstig van Grn-/- of wild-type muizen zal gebruikt worden om de veranderingen in neuronale

differentiatie en polarisatie te bestuderen. Verder zullen tekenen van toename van degeneratie onderzocht worden, zoals verminderde

hoeveelheden van synaptische eiwitten, verminderde neuritische groei/axonale lengte, en morfologische tekenen van de-differentiatie. Bovendien

zullen co-cultuur experimenten gebruikt worden om te onderzoeken of de Grn-/- astrocyten minder in staat zijn om neuronen te beschermen van

neurotoxiciteit. Karakterisering van deze cellulaire modellen zal ons belangrijke inzichten verschaffen in de mechanismen waardoor GRN haploinsufficiëntie

een verminderde neuronale overleving veroorzaakt.

Organisaties:

• VIB DMG - Neurodegeneratieve Hersenziekten

Onderzoekers:

• Christine Van Broeckhoven

• Samir Kumar-Singh

• Gernot Kleinberger

DNA-diagnostiek voor doofheid met behulp van de volgende generatie DNA-sequencing.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds RNID . UA levert aan RNID de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Menselijke moleculaire genetica

Onderzoekers:

• Guido Van Camp

Studie van composiete supergeleidende nanodraden.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het huidige project is gericht op het numeriek oplossen van de Bogoliubov-deGennes gemiddelde veld vergelijkingen die supergeleiding

op een microscopisch niveau beschrijven, terwijl vroegere werken zich voornamelijk beperkten tot macro-en mesoscopische aspecten. Voor dit doel

zal ik een nieuwe methode ontwikkelen om verschillende inhomogene situaties te kunnen beschouwen: de aanwezigheid van onzuiverheden,

oppervlakken en tussenvlakken en/of magnetische velden.

Organisaties:

• Theorie van de gecondenseerde materie

Onderzoekers:

• Francois Peeters

• Milorad Milosevic

• Lucian Covaci

De neurale basis van de coördinatie van bewegingen bij kinderen.

K.U.Leuven

Abstract: Het basisidee voor dit project bouwt verder op de recente ontdekking dat bij de mens de ritmische bewegingen van de benen kunnen

worden ondersteund door ritmische bewegingen van de armen. Ter verbetering van de loopfunctie van kinderen met CP (cerebral palsy;

hersenverlamming), wordt veel op de klassieke wijze geoefend, waarbij men zich primair richt op beenfunctie. Nochtans zijn er al aanwijzingen dat

revalidatie van beenbewegingen ook kunnen gefaciliteerd worden als gelijktijdig armbewegingen worden uitgevoerd. Het is belangrijk om te

achterhalen in hoeverre de koppeling tussen arm en beenspieractiviteit te gebruiken is bij het verbeteren van het gaan. De werkhypothese is dat de

beste resultaten zullen worden bekomen wanneer de armbewegingen alterneren en niet wanneer de bewegingen dezelfde zijn aan de twee zijden

(in-fase). Echter in zithouding is deze in-fase koppeling juist sterker. Is dit te wijten aaneen andere koppeling? Om dergelijke vragen te

beantwoorden zullen proeven wor

Organisaties:

• Bewegingscontrole & Neuroplasticiteit

Onderzoekers:

• Jacques Duysens

• Guy Molenaers

Neurale basismechanismen van trekoordelen: de rol van tijdsintegratie.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: ACHTERGROND en DOEL van dit onderzoek

De jongste vijftal jaren is er heel wat onderzoek verricht over de neurale processen die de grondslag vormen van sociale oordelen, o.a. over

karaktertrekken en intenties/doelen van andere personen. Daarbij gebruikt men de nieuwste beeldvormingtechnieken: de event-related potential

(ERP) techniek laat toe de timing van sociale oordelen tot op de milliseconde nauwkeurig te bepalen en een ruwe lokalisatie in de hersenen uit te

voeren (met behulp van LORETA; Pascual-Marqui et al., 2002). De functional magnetic resonance imaging (fMRI) techniek laat bovendien toe om

vrij nauwkeurig de lokalisatie vast te stellen van de betrokken hersengebieden of . circuits. In een meta-analyse van meer dan 100 fMRIonderzoeken

over sociale oordelen, kwam Van Overwalle (2008) tot de conclusie dat oordelen over persoonlijkheidstrekken en gedragsdoelen van

anderen, twee belangrijke sociale oordelen zijn waarover al vrij veel onderzoek verricht is met betrekking tot hun lokalisatie in de hersenen. Echter,

de fundamentele neurale basismechanismen bij oordelen van vooral persoonlijkheidstrekken zijn nauwelijks opgehelderd, en de bedoeling van dit

project is dit verder te ontsluieren.

Organisaties:

• Experimentele en Toegepaste Psychologie

Onderzoekers:

• FRANK VAN OVERWALLE

Nieuwe synthesemethode voor silsesquioxanen en op silsesquioxanen gebaseerde silicaat organische netwerken

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Centr. vr Oppervlaktechemie & Katalyse

Onderzoekers:

• Johan Martens


Theoretische en experimentele onderzoek naar de effecten van kolomdrukken boven de 1000 bar in analytische

vloeistofchromatografie.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het huidige project is gericht op het leveren van een fundamenteel antwoord op de vraag of het mogelijk is de effecten van de viskeuze

wrijvingswarmte zodanig in te perken dat de huidige bovenlimiet van 1000 bar uitgebreid kan worden naar 1500 bar (en meer) voor analytische

vloeistofchromatografie-kolommen (2.1 mm en 4.6 mm binnendiameter).

Ook zal beschreven worden welke theoretische prestatiegrenzen op het gebied van scheidingsresolutie en -snelheid verwacht kunnen worden, en

zullen modellen opgesteld worden die weergeven hoe de piekverbreding en de retentiefactoren van de componenten gaan variëren onder de

combinaties van hoge druk en veranderende kolomtemperatuur die onvermijdelijk gaan optreden onder deze extreme omstandigheden. Deze

modellen zijn ook onontbeerlijk om de huidige methode-ontwikkelings-software klaar te maken voor ultra-hoge druktoepassingen.

Tijdens het project is een in-huis gemodificeerd prototype-toestel beschikbaar waarmee unieke metingen gemaakt zullen kunnen worden van de

extra piekverbreding en retentie-verschuivingen die optreden door de combinatie van hoge druk (tot 1500 bar) en de bijhorende gedissipeerde

wrijvingswarmte. Deze metingen zullen verder ook gebruikt worden om de nieuw op te stellen wiskundige modellen voor piekverbreding en

retentiefactoren te valideren.

Organisaties:

• Chemische Ingenieurstechnieken en Industriele Scheikunde

Onderzoekers:

• GERT DESMET

Het efficiënt en flexibel gebruik van externe representaties in de statistiek: empirisch onderzoek naar

representatiegebruik bij het oplossen van problemen over verdelingen.

K.U.Leuven

Abstract: Bij het redeneren over de statistische verdeling van gegevens is het gebruik van externe representaties van deze gegevens vereist.

Voorbeelden van representaties zijn gegevenstabellen, histogrammen, of box plots. Onderzoek naar de manier waarop men problemen oplost met

deze representaties is schaars, en meer systematisch onderzoek is nodig om na te gaan hoe vlot en flexibel men kan omgaanmet het gebruik van

representaties in het oplossen van statistische problemen. Flexibiliteit kan op twee manieren worden gedefinieerd: men kan kijken naar de

overeenkomst tussen taakkenmerken en kenmerken van de representatie, maar men kan ook rekening houden met de vaardigheid van de

probleemoplosser in het omgaan met een bepaalde representatie. In dit project worden vijf studies uitgevoerd om na te gaan (1) hoe vaardig

universiteitsstudenten zijn in het omgaan met statistische representaties (2) hoe flexibel ze kiezen tussen representaties, en (3) wat het vaardigen

flexibel redeneren met deze represe

Organisaties:

• OE Onderwijskunde

Onderzoekers:

• Lieven Verschaffel

• Patrick Onghena

• Wim Van Dooren

• Stephanie Lem

Continuednbsp;evaluation of the efficacy of new cervical cancer prevention strategies.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Acad. Centr. voor Huisartsgeneeskunde

Onderzoekers:

• Bert Aertgeerts

De invloed van transcraniële directe gelijkstroom stimulatie op functioneel herstel en neurale reorganisatie van

sensomotorische netwerken na een beroerte.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Bewegingscontrole & Neuroplasticiteit

Onderzoekers:

• Stephan Swinnen

• Nicole Wenderoth

• Femke Elize van den Berg

Economisch en netwerkbewust grid bronbeheer.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doel van dit project is het ontwerpen van algoritmen en protocollen voor grid resource beheer die toelaten om netwerk en

computationele resources te co-alloceren op basis van een marktwerking.

Enerzijds zal co-allocatie van computationele en netwerk resources het resource management systeem in staat stellen om effici¿ntere scheduling

beslissingen te nemen. Anderzijds zal het gebruik van een marktmechanisme leiden tot meer openheid en flexibiliteit voor gebruikers, een

duurzame grid infrastructuur en tot maximalisatie van de waarde die deze infrastructuur levert aan zijn gebruikers.

Organisaties:

• Computational modelling en programming

Onderzoekers:

• Jan Broeckhove

• Wim Depoorter

Political representation of women, ethnic minorities, and the elderly, with a theoretical and empirical focus on the concept

of responsiveness

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde

• Vakgroep Bestuur en beleid

Onderzoekers:


• Karen Celis

Ontdekking en priorizatie van gen-regulatorische modules die oncogeneseen.

K.U.Leuven

Abstract: Janky Rekin's

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Jan Cools

• Stein Aerts

Golven: nieuwe technieken voor analyse, modellering en numerieke simulatie.

K.U.Leuven

Abstract: Het project beoogt een nieuwe benadering in de numerieke simulatie van golfproblemen bij hoge frequenties. Hoge frequenties leiden tot

onhaalbare vereisten wat betreft geheugenverbruik en rekentijd voor klassieke methodes. Het doel van het huidige project is het doorbreken van

deze beperkingen. Naast uitgebreid fundamenteel onderzoek omvat het projectook de implementatie in twee diverse en relevante toepassingen: de

numerieke simulatie van golfmodellen in het onderzoek naar de oorzaken van menselijke doofheid, en de numerieke simulatie van lichtverstrooiïng

bij het bestuderen van biologische weefsels onder een microscoop. Het onderzoeksproject beslaat drie luiken: de voorstelling van oscillerende

functies, de evaluatie van sterk oscillerende integralen en de ontwikkeling van frequentie-onafhankelijke numerieke methodes. Deze luiken vormen

sameneen integrale benadering voor de simulatie van hoogfrequente golfproblemen.

Organisaties:

• Afd. Numer. Analyse en Toeg. Wiskunde

Onderzoekers:

• Stefan Vandewalle

• Daan Huybrechs

Impact van auxinesignalisatie op wortelkolonisatie van Arabidopsis thaliana door Azospirillum brasilense.

K.U.Leuven

Abstract: Sommige bacteriën die in de bodem leven kunnen de groei van planten direct of indirect bevorderen. Het best gekende voorbeeld van

directe plantengroeibevordering is de bacteriële productie van een plantenhormoon. Dit hormoon, genaamd auxine, kan de vorming van laterale

wortels en wortelhaartjes stimuleren. Recent onderzoek heeft aangetoond dat auxine ook een rol speelt in het immuunsysteem van planten. De

vraag die zich stelt is of de bacteriële productie van dit plantenhormoon al of niet bijdraagttot de betere groei van deze bacteriën of plantenwortels.

Het doel van dit onderzoek is het identificeren van plantengenen die belangrijk zijn in de interactie tussen Azospirillum (een

plantengroeibevorderende bacterie) en Arabidopsis (een modelplant).

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Jozef Vanderleyden

• Stijn Bossuyt

De receptie van Plato's khôra in de vroegmoderne tijd (1400-1650).

K.U.Leuven

Abstract: Wat blijft er over wanneer men het materiële universum tot zijn basisbestanddeel reduceert? Van in het begin werd de wijsbegeerte

geconfronteerd met de moeilijkheid dit vreemde substraat conceptueel te vatten, aangezien het wezenlijk onbepaald is. Het aanvaarden van deze

onderliggende natuur wijst de wijsbegeerte dan ook op haar eigen beperkingen: in het midden van het filosofische systeem bevindt zich iets wat

niet door het discursieve denken gevat kan worden. Dit probleem kent een lange traditie,die begint bij Plato en werd voortgezet door diens leerling

Aristoteles. Ogenschijnlijk werd dit onbegrijpelijke element pas in de zeventiende eeuw uit het filosofisch-wetenschappelijke discours verdreven,

wegens een verschillende benadering van materie. Dit project wenst dit probleem te behandelen door middel van de receptiestudie van een

emblematisch concept gelanceerd door Plato. Deze laatste refereert aan het bovenvermelde substraat als een receptakel van de Ideeën. Volgens

Plato is deze

Organisaties:

• OE De Wulf-Mansioncentrum

Onderzoekers:

• Gerd Van Riel

• Guy Claessens

Holistische kredietrisicomodellering: innovatieve modellen, nieuwe inzichten en baanbrekende toepassingen

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoeksgr. Beleidsinformatica (LIRIS)

Onderzoekers:

• Bart Baesens

• Lieven De Moor

Overeenkomst met de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten en de K.U.Leuven

waarbij beide partijen elk op eigen wijze en met onderscheiden deskundigheid en inzet van middelen streven naar het

bevorderen van het wetenschappel

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Experimentele Psychologie

Onderzoekers:

• Géry van Outryve d'Ydewalle

Zelfpresentatie en autoriteit in de 'Tweede Sofistiek': een studievan Maximus van Tyrus.

K.U.Leuven

Abstract: Dit onderzoek beoogt door middel van een discursieve analyse van de 41 Griekse redevoeringen van de filosofische redenaar Maximus

van Tyrus (2eeeuw n. Chr.) de autoritaire processen die bij de betekenisvorming van deze teksten aan het werk zijn bloot te leggen. Meer bepaald

wordt er gepoogd een verhelderend licht te werpen op Maximus' omgang met vier autoriteitspijlers aan de hand waarvan hij voor zichzelf autoriteit


creëert: de Griekse filosofische traditie, de retoriek, de poëzie en de geschiedenis. Aan de hand van deze analyse wordt getracht Maximus te

kaderen binnen zijn filosofische en maatschappelijke context, namelijk die van de zogenaamde 'Tweede Sofistiek'. De resultaten worden

afgewogen tegen de secundaire literatuur over deze culturele bloeiperiode van de Griekse retorische literatuur en tegen moderne theorieën over

Bildung, receptie,literatuur en macht.

Organisaties:

• Tekst en Interpretatie

Onderzoekers:

• Luc Van der Stockt

• Jeroen Lauwers

Identificatie van paleogene hyperthermalen en hun invloed op de marine biosfeer.

K.U.Leuven

Abstract: Tijdens het laat Paleoceen vroeg Eoceen (60-50 ma) onderging de aardede warmste omtandigheden van het Cenozoïcum. In het

bijzonder op hoge engematigde breedtegraden waren de temperaturen veel hoger (10-20 oC) danvandaag.Bovenop deze warme basissituatie

vonden meerdere kortstondige (50.000-170.000jaar) opwarmingen (hyperthermalen) van de aarde plaats. De bestgedocumenteerde

hyperthermaal, rond 55 Ma, is bekend als het Paleoceen-Eoceenthermische maximum (PETM of ETM-1 ; 55 Ma) en beïnvloedde de onwikkeling

van debiogeosfeer op dramatische wijze. Dit project richt zich op de identificatie ende biotische reacties op de drie onder-Eocene hyperthermalen

(ETM-1 tot-3) inondiep en diep mariene opeenvolgingen, die met name op het land ontsloten zijn.Terwijl we een multi-proxy benadering hanteren

om de stratigrafieën enpaleomilieus te bepalen, is de kwantitatieve studie van benthischeforaminiferen een sleutelactiviteit. De benthische data

kunnen inzichtverschaffen in ecosysteem verstoring, m

Organisaties:

• Afdeling Geologie

Onderzoekers:

• Etienne Steurbaut

• Robert Speijer

Analyse van vorm-functie relaties in complexe musculo-skeletale systemen aan de hand van computermodellering en

meting van mechanische spanningdistributies en vervormingen

Universiteit Antwerpen

Abstract: Darwinvinken (Geospizinae) zijn een paradigma in het evolutionair en ecomorfologische onderzoek. Observaties toonden aan dat er

natuurlijke selectie is van het type en vorm van de bek ten opzichte van het voorradige voedsel. Hoewel dit model belangrijk is in de

evolutiebiologie, zijn er tot op heden geen kwantitatieve bewijzen voor het belang van het type en de vorm van de bek. Alleen via interdisciplinaire

samenwerking wordt het mogelijk om met fysische realistische computationele modellering de heersende theorieën in de evolutiebiologie te

valideren of te weerleggen.

Via internationale samenwerking hebben we toegang tot zeldzame specimens van verschillende soorten. Belangrijk zijn de in-vivo bijtkrachten en

bijtplaatsen, CT-beelden en histologische coupes van verschillende (beschermde) Darwinvinken en de fysiologische coupes waaruit maximum

spierkracht kan berekend worden.

Het onderzoek bestaat uit twee luiken. Enerzijds een computermodelleringgedeelte (Eindige elementen simulaties in FEBio), en anderzijds een

experimenteel gedeelte om de noodzakelijke randvoorwaarden voor de simulaties te schatten, het model te valideren en te optimaliseren. Voor de

validatie zullen we gebruik maken van een meer toegankelijke soort, namelijk rijstvogels (Padda oryzivora).

Organisaties:

• Biomedische fysica

Onderzoekers:

• Anthony R Herrel

• Joris Dirckx

• Peter Aerts

• Joris Soons

Analyse van neuro-anatomische en neuro-functionele substraten bij autismespectrumstoornis.

K.U.Leuven

Abstract: De term Autisme Spectrum Stoornissen (ASS) verwijst naar een groep van pervasieve neurologische ontwikkelingsstoornissen, die

meestal duidelijkworden in de eerste drie levensjaren. Elk van deze aandoeningen, die inhoge mate erfelijk zijn, wordt gekenmerkt door een

verstoorde sociale interactie en communicatie, alsook door beperkingen in de uitgebreidheid van hun interesse en activiteiten. Deze

kernsymptomen, ook wel autisme-triade genoemd, zijntheoretisch erg goed gedefinieerd en afgelijnd. Echter, in de dagelijkse praktijk wordt men

geconfronteerd met een een grote variatie in de fenotypische presentatie van de aandoening. De term spectrum stoornis verwijst naar deze brede

waaier van symptoom-expressies, gaandevan mild tot uitermate ernstig en fluctuerend in de tijd. De laatste jaren merkt men een significante

toename in de incidentie van ASS op. Het blijft echter onduidelijk of deze verhoogde aantallen te wijten zijn aan een effectieve toename in de

frequentie van de aandoening of

Organisaties:

• Radiologie

Onderzoekers:

• Paul De Cock

• Stefan Sunaert

• Lieven Lagae

• Judith Verhoeven

Genetische en functionele analyse van humane hersenspecifieke microRNA genen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: MiRNAs spelen een belangrijke rol in verschillende celfuncties. In de hersenen reguleren miRNAs differentiatie, maturatie en synaptische

plasticiteit. Dit project stelt tot doel meer inzicht te verwerven in de rol die miRNAs spelen in de hersenen, door moleculaire genetica te combineren

met de analyse van structuur en functie van relevante variante miRNAs.

Organisaties:

• VIB DMG - Toegepaste Moleculaire Genomica groep

Onderzoekers:

• Jurgen Del-Favero

• Sophia Cammaerts

Mechanobiologische modellering van orthodontische tandbeweging.

K.U.Leuven


Abstract: De meesten onder ons komen op een bepaald moment in hun leven in contact met orthodontie. Dit maakt van deze specialiteit binnen de

tandheelkunde een interessant onderzoekstopic. Dit werk onderzoekt of computer modellen van orthodontische tandbeweging bruikbaar zijn in de

context van een klinische praktijk en als hulpmiddel bij wetenschappelijk onderzoek.Het eerste deel van dit werk presenteert een biomechanisch

model van orthodontische tandbeweging. In dit model wordt de beweging van tandwortels gesimuleerd door rekening te houden met de

mechanische eigenschappen van het weefsel rondom de tand. Het gedrag van dit model werd bijkomend onderzocht door de simulatie van

verschillende bewegingspatronen. Het tweede deel van dit werk behelst een meer complex mechanobiologisch model van orthodontische

tandbeweging. In dit model wordt dieper ingegaan op de biologische eigenschappen van het weefsel rond de tand. De aanwezigheid van cellen en

chemische stoffen wordt in rekening gebracht. Het ver

Organisaties:

• Afdeling Biomechanica

Onderzoekers:

• Jozef Vander Sloten

• An Van Schepdael

Rechter-hemisferische bijdrage tot taal, kennis en selectieve aandacht in de intacte hersenen, corticale neurodegeneratie

en corticale ischemie.nbsp;nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Our previous OT grant has led to at least 3 novel insights with fundamental and clinical relevance: 1. The existence of functional

reorganisation of the language network in early-stage cortical neurodegenerative disease, with right-hemispheric recruitment of areas homotopical

to the dysfunctional left-sided areas. 2. The critical contribution of the right fusiform gyrus to mnemonic retrieval of visual attributes of familiar

entities. 3. The key role of the middle third of the lower bank of the right intraparietal sulcus (IPS) in selection between competing stimuli

(''calibration of attentional weights'') and the pervasive effect ofhorizontal configuration axis upon both performance of patients in whomthis area is

lesioned and activity levels of this area in the intact brain. In this renewal we will investigate these themes in further depth through the combination

of different methods within-subject: Structural, functional (fMRI) anddiffusion tensor magnetic resonance imaging (DTI), A$\

Organisaties:

• Onderzoeksgr_Exp_Neurologie

Onderzoekers:

• Rik Vandenberghe

• Mathieu Vandenbulcke

Onderzoek naar de één-op-éénrelatie in het instrumentaal onderricht in het hoger muziekonderwijs

Hogeschool Gent

Abstract: Het instrumentonderwijs is sinds decennia gebaseerd op individuele onderwijsmethodes, waarbij een deskundige meester de student

initieert in het vak. Meer nog dan in het traditionele klasonderwijs staan ontmoeting en dialoog – tussen de docent en de student – centraal. Deze

relatie steunt op de meester-gezel traditie. De meester – het model – demonstreert, luistert, observeert, stuurt, inspireert en geeft commentaar. De

gezel – de volgeling – kijkt, luistert, imiteert en zoekt goedkeuring.

Vanuit een pedagogisch standpunt zijn er in deze relatie drie belangrijke factoren aanwezig die allen een invloed hebben op het

onderwijsleerproces: de docent, de student en de vakkennis. Dit wordt door Imelman (1982) de triadische pedagogiek genoemd. Er bestaat reeds

onderzoek met als focus de interactie tussen de student en de docent door middel van observatie (zie bijv.: Persson, 1993 en Zhukov, 2004), maar

het accent ligt er voornamelijk op de instrumentdocent en zijn/haar vakdeskundigheid. Men vergeet echter maar al te vaak dat er in de

onderwijspraktijk twee mensen zijn die een rol spelen (“it takes two to tango”). Dit onderzoeksproject heeft tot doel de onderwijspraktijk binnen het

één-op-één instrumentonderwijs (hoger onderwijs) te onderzoeken, waarbij er aandacht is voor de inbreng en perspectieven van zowel de docent

als de student, met als doel het achterhalen en in kaart brengen van deze pedagogische praxis.

De eigenheid van deze onderzoeksgroep (instrumentdocenten en studenten) vereist dat er een zekere toenadering ontstaat tussen de onderzoeker

en de participanten, waarbij een persoonlijk relatie opgebouwd wordt. Vandaar dat er gekozen wordt voor een kwalitatieve onderzoeksopzet. Op

basis van het verzamelde materiaal (audio-opnames, veldnotities en studentenblogs) zal een portret gemaakt worden van deze onderwijspraxis. Dit

zal aangevuld worden met diepte-interviews bij de betrokken docenten en hun studenten.

Het in kaart brengen van de gangbare onderwijspedagogische praxis die gebruikt worden in het hoger instrumentonderwijs kan een startpunt zijn

van reflectie en meer openheid.

Organisaties:

• Departement Conservatorium

• Vakgroep Muziekagogiek

Onderzoekers:

• Philip De Roeck

• Ruth Rondas

Genetische diversiteit in functie van de controle van erfelijke afwijkingen bij Belgische hondenrassen.

K.U.Leuven

Abstract: Heel wat hondenrassen kampen met problemen qua inteelt en het optreden van genetische aandoeningen. Omdat de situatie in de

Belgische rassen niet voldoende nauwkeurig gekend is zal onderzoek worden uitgevoerd om de genetische diversiteit te bepalen.De objectieven

van dit project zijn:- Het bekomen van voldoende diepe en volledige pedigreebestanden van Belgische hondenrassen (qua volledigheid, aantal

generaties en indienmogelijk over meerdere fokverenigingen) en deze bestanden vervolgens gebruiken voor een doorgedreven pedigree-analyse.-

De mogelijkheid onderzoeken om de genetische diversiteit en inteeltgraad te bepalen op basis van moleculaire merkers (bepaald in het kader van

de ouderschapscontrole).

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Nadine Buys

Integratie van ecologie, sociologie en economie in het waterbeleid door middel van een beleidsondersteunend model.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het Integraal Waterbeleid heeft nood aan beleidsondersteunende instrumenten. Een metamodel wordt ontwikkeld dat de ontwikkeling van

beleidsscenario"s op basis van eco-fysische, sociale en economische data ondersteund met speciale aandacht voor ecosysteemdiensten Hierbij is

economische valorisatie en de inbreng van een Multi-stakeholder Platform van toekomstige gebruikers van vitaal belang.

Organisaties:

• Ecosysteembeheer


Onderzoekers:

• Patrick Meire

• Ilse Loots

• Aviel Verbruggen

Axonale geleiding en beschadiging in multipele sclerose: modulatie van natrium- en kaliumkanalen als nieuwe

therapeutische aanpak.

K.U.Leuven

Abstract: Multiple sclerose (MS) is de meest voorkomende oorzaak van neurologische invaliditeit bij jonge volwassenen. Recente studies hebben

aangetoond dat specifieke isovormen van natrium (Na) en kalium (K) kanalen een belangrijke rol spelen in de verschillende aspecten van de

pathofysiologie van MS. Zo spelen ze bijvoorbeeld een rol in het herstel van impulsgeleiding na demyelinisatie, axonale degeneratie en de

ontregeling van Purkinje neuronen welke leidt tot cerebellaire dysfunctie. Door het manipulerenvan de activiteit van deze Na- en K-kanalen via de

ontdekking van uiterst krachtige en selectieve modulatoren, willen we nieuwe therapeutische strategieën ontwikkelen die MS kunnen voorkomen of

de invaliditeit bij MS kunnen beperken.

Organisaties:

• Lab Toxicologie en Bromatologie

Onderzoekers:

• Jan Tytgat

Identificatie van nieuwe Salmonella biofilm inhibitoren via een 'bottom-up' en een 'top-down' benadering.

K.U.Leuven

Abstract: Salmonella is in staat om in vele verschillende condities een biofilm te vormen, zowel op biotische als abiotische oppervlakken. In deze

biofilm zijn de bacteriën beter beschermd tegen allerlei invloeden zoals oa. desinfectie middelen, antibiotica en het immuunsysteem. Door het

afbrekenof voorkomen van Salmonella biofilmen kan de bestrijding van Salmonelladan ook gemakkelijker en efficiënter verlopen.In dit project

zullenwe trachten Salmonella biofilminhibitoren te identificeren a.d.h.v. van2 benaderings methodes. De eerste is een 'bottum-up' benadering

waarbij vertrokken wordt van een gen, belangrijk voor de biofilmvorming. Er zal getracht worden om de volledige werking van dit gen verder te

bepalen. Deze kennis kan bijdragen bij de gerichte ontwikkeling van nieuwe Salmonella biofilm-inhibitoren.De tweede benadering is een top-down

benadering, hierin zal een moleculebibliotheek gescreend worden op zoek naar breedtoepasbare moleculen die Salmonella biofilmen kunnen

afbreken. Geïdentifi

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Sigrid De Keersmaecker

• Jozef Vanderleyden

• Stijn Robijns

Beveiligingsarchitectuur voor betrouwbare genetwerkte ingebedde computers.

K.U.Leuven

Abstract: Aangezien ingebedde systemen steeds vaker met mekaar communiceren via een netwerk, ontstaan er steeds meer

bedreigingsproblemen. Voorbeelden van zulke bedreigingen zijn malafide software zoals virussen, het vervangen van veiligheidsondersteunende

systeemsoftware en diefstal van intellectuele eigendom, zoals programmatuur. Het doel van dit onderzoek is om een hardwarearchitectuur te

ontwerpen die gebruik maakt van beveiligingstechnieken die door de hardware ondersteund worden. Een voorbeeld hiervan is een beveiligd

opstartproces waarbij elke module de integriteit controleert van de module die vervolgens zal uitgevoerd worden, of het controleren van de

integriteit van de software op het moment dat deze wordt uitgevoerd om te detecteren of deze software tijdens de uitvoering ervan wordt

aangepast. Het beveiligd opslaan van cryptografische sleutels en andere gevoelige gegevens is een laatste voorbeeld. We willen een meetsysteem

ontwerpen dat ons toelaat de verbeteringen van de gebruikte be

Organisaties:

• Afdeling ESAT - SCD: SISTA/COSIC/DOCARCH

Onderzoekers:

• Bart Preneel

• Markus Ullrich

Implementarie van 'tiling' microroosters voor functionele genomica: Gevallenstudies van regulatorische

signaaltransductiewegen in Salmonella, Rhizobium en Arabidopsis.

K.U.Leuven

Abstract: Het voorgestelde project betreft de implementatie van Tiling array technologie voor prokayrote en eukaryote modelsystemen met het oog

op het ontrafelen van regulatorische netwerken. Ontrafelen van genetische netwerken, met dynamische interactie tussen eiwitten, DNA, RNA en

metabolieten is van essentieel belang om het gedrag van cellen en celpopulaties als systeem met inputs en outputs te begrijpen, en behoort tot het

domein vande systeembiologie. De benadering die hierbij gevolgd wordt is het verzamelen en analyseren van grote datasets bekomen via hoge

doorvoeranalyses waarbij het gebruik van Tiling arrays een zeer krachtige technologie is. De combinatie van deze technologie in combinatie met de

reeds geïmplementeerde analysetechnieken (cDNA/oligonucleotide arrays, proteoomanalyse, mutatie-analyse en computationele analyse) zal

leiden tot een begrijpen van fundamentele moleculaire en cellulaire netwerken in de bestudeerde modelsystemen.

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Sigrid De Keersmaecker

• Jozef Vanderleyden

• Kathleen Marchal

• René De Mot

• Jan Michiels

• Bruno Cammue

• Karin Thevissen

• Kristof Engelen

Harmonisatie van de vennootschapsbelasting in Europa. Effect van een gemeenschappelijke geconsolideerde

heffingsgrondslag (CCCTB) op de financiële rapportering en belastingdruk in België

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Bedrijfsmanagement Mercator

• Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde


• Vakgroep Accountancy en Fiscaliteit

• Vakgroep Fiscaliteit en Accountancy

Onderzoekers:

• Jan Verhoeye

• Carine Coppens

"Voorbeeldig lezen". Renaissancecommentaren op Valerius Maximus en de retorica van het exemplum.

K.U.Leuven

Abstract: Een tot dusver verwaarloosde weg om de Wirkungsgeschichte van Valerius Maximus' myriade van retorische anekdoten, verzameld in

zijn Facta et dicta memorabilia, binnen te treden, is een diepgaande studie van zijn Renaissancecommentatoren van de 14de tot de 17de eeuw.

Aangezien geleerden sinds Petrarca klassieke teksten tegelijk benaderden als documenten met historisch belang zij konden de antieke wereld

terug tot leven brengen en als ideale en tijdloze objecten voor literaire imitatie in de eigen tijd, blijken commentaren een indirecte én fascinerende

toegang te bieden tot Valerius exempla-collectie en de narratieve kracht die deze collectie in zich draagt. In dit onderzoeksproject wordt onderzocht

hoe Renaissancecommentaren op Valerius Maximus daterend van de generatie volgend op Petrarca en met als belangrijkste protagonisten

Oliverius Arzignanensis (Venetië, 1487), Jodocus Badius Ascensius (Parijs, 1510), Henricus Glareanus (Bazel, 1550) en Stephanus Pighius

(Antwerpen, 1574)

Organisaties:

• Latijnse Literatuurstudie

Onderzoekers:

• Jan Papy

• Marijke Crab

RINOS: Robuste Integratie van Nanometer Optische Ontvanger Systemen.

K.U.Leuven

Abstract: Optische ontvangers met fotodiodes geïntegreerd in een standaard CMOS technologie hebben als belangrijkste voordeel een reductie

van zowel kostprijs als verpakkingsgrootte. Ze kunnen gebruikt wordt in communicatiesystemen over korte afstand waar een lage kostprijs

essentieel is. Voorbeelden hiervan zijn LAN netwerken, "fiber-to-the-home", communicatiesystemen in de wagen en optische interconnecties van

bord tot bord of van chiptot chip. Verder zijn grote volumes ontvangers met een lage kostprijs nodig in optische opslagmedia zoals CD, CD-ROM,

DVD en meer recent de Blu-ray Disc; Bovendien is er ook een toenemende vraag naar toepassing van deze technologieën in nucleaire

omgevingen waar de betrouwbaarheid en stralingshardheid van dergelijke systemen cruciale criteria zijn. Garanderen dat een circuit operationeel

blijft onder hoge temperaturen en onder blootstelling aan EMI zijn twee andere belangrijke betrouwbaarheidsproblemen die zullen onderzocht

worden. Beide zijn zeer belangrijk in i

Organisaties:

• Afdeling ESAT - MICAS

Onderzoekers:

• Michel Steyaert

• Paul Leroux

Over flexibiliteit in conceptuele representatie

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Experimentele Psychologie

Onderzoekers:

• Gerrit Storms

• Wouter Voorspoels

Op zoek naar de impliciete gemeente' van de Pastor van Hermas.

K.U.Leuven

Abstract: Het project is een socio-literair onderzoek naar de ?impliciete gemeente? van de Pastor van Hermas, dat is, de historische christelijke

gemeente die de auteur van de tekst kende, maar alleen voor zover die bestond in zijn perceptie en is af te leiden uit de tekst. Het project gaat

hierbij in tegen de opvatting dat Hermas zonder meer een geschikte bron is voor een socio-historische analyse van de historische gemeente

achterde tekst. Het project omvat drie delen: (1) een discussie van de mogelijkheid de historische context van Hermas te reconstrueren; (2) een

systematische bestudering van de ecclesiastische passages, waarbij de passages over de visie van de auteur op de historische gemeente

onderscheiden worden van die over de ideale of pre-existente en de eschatologischegemeente; en (3) een beschrijving van alle relevante aspecten

van de impliciete gemeente, met name (maar niet uitsluitend) de sociaal-ethische context, de visie op de doop en metanoia en de institutionele

structuur.

Organisaties:

• Onderzoekseenheid Bijbelwetenschap

Onderzoekers:

• Joseph Verheyden

• Mark Grundeken

Begroting en modellering van menselijke impact en schaaleffecten op sedimentexport uit Europese Stroomgebieden.

K.U.Leuven

Abstract: De sedimentafvoer van rivieren is van invloed op vele ecologisch en economisch relevante processen, zoals het dichtslibben van

stuwmeren en vaargeulen, overstromingen en modderoverlast, kusterosie, de beschadiging van bruggen en andere infrastructuur, de aantasting

van ecologische habitats in en nabij rivieren en de verontreiniging van oppervlaktewaters. Devoorbije decennia werd daarom al veel onderzoek

uitgevoerd naar de factoren die de intensiteit van deze sedimentafvoer bepalen. Hoeweldeze studies en metingen cruciale inzichten aan het licht

brachten, blijven een aantal belangrijke vragen onbeantwoord. Zo weten we betrekkelijk weinig over de mate waarmee jaarlijkse sedimentafvoer

van jaar tot jaar verschilt, welke factoren deze jaarlijkse variatie controleren en het effect van deze variatie op de betrouwbaarheid van gemiddelde

sedimentafvoer waarden, gemeten over meerdere jaren. Verder werd tot nu toe erg weinig aandacht besteed aan het mogelijke belang van

tektonische activiteit, b

Organisaties:

• Afdeling Geografie

Onderzoekers:

• Jean Poesen

• Gert Verstraeten

• Gerard Govers

• Matthias Vanmaercke


Brusselende taal, bruisende frictie. Een etnografische analyse van talige hybriditeit en zuiverheid op een Brusselse

secundaire school.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Antwerps Centrum voor Pragmatiek (IPrA Research Center)

Onderzoekers:

• Jozef Verschueren

• Jürgen Jaspers

Lakmoestest voor de social investeringsstaat. De impact van het Nederlands en Belgisch beleid op armoede en sociale

ongelijkheid.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Verschillende Europese welvaartstaten hebben zich gedurende de laatste twee decennia 'heruitgevonden' als 'sociale investeringsstaten'

(Giddens, 1998): waar vroeger de meeste aandacht ging naar 'passieve' inkomensbescherming, ligt voortaan de nadruk op participatie in de

arbeidsmarkt en investeringen in menselijk talent. Dit onderzoek poogt de relatie te onderzoeken tussen de sociale investeringsstaat en

armoede/inkomensongelijkheid. Ondanks het feit dat vele beleidsdocumenten een 'natuurlijke symbiose' veronderstellingen tussen

werkgelegenheidsgroei en armoede, suggereren sommige onderzoeken dat deze relatie in realiteit veel complexer is. Om de centrale

onderzoeksvraag te beantwoorden, zullen de effecten van het Nederlands en Belgisch sociaal beleid worden onderzocht. Nederland en België

kunnen beschouwd worden als 'most similar cases': beide landen zijn vergelijkbare open transiteconomieën, maar verschillen op het vlak van hun

brede beleidsoriëntatie. Terwijl Nederland het nieuwe beleidsparadigma grotendeels omarmde, worden de beleidsevoluties in België eerder

aanzien als 'incrementeel'. Het project bestaat concreet uit drie delen. Allereerst zal de evolutie van de inkomensarmoede en inkomensongelijkheid

in kaart gebracht worden voor beide landen en dat voor een relatief lange periode. Vervolgens zal een nauwkeurige studie gemaakt worden van de

voornaamste beleidsevoluties in beide landen. Finaal zal er gepoogd worden om beide bevindingen aan elkaar te koppelen.

Organisaties:

• Centrum voor sociaal beleid Herman Deleeck (CBS)

Onderzoekers:

• Bea Cantillon

• Cornelius Van den Bosch

• Olivier Pintelon

Fysieke training bij chronisch hartfalen: effect op recrutering en functie van progenitor cellen en impact op perifere

endotheelfunctie en skeletspier.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Doelstellingen:

Evaluatie van effecten van éénmalige maximale inspanning en fysieke training (UT versus CT) bij CHF patiënten op mobilisatie en functie van EPC,

modulerende factoren (inflammatie, oxidatieve stress, NO, homingfactoren) en functionele parameters (inspanningscapaciteit, endotheelfunctie). 2.

Evaluatie van effecten van fysieke training (UT versus CT) bij CHF patiënten op aanwezigheid van SPC in de skeletspier, de spiermassa,

modulerende factoren (inflammatie, oxidatieve stress, NO,

homingfactoren), functionele testen (inspanningscapaciteit, spierkracht- en coördinatie).

Organisaties:

• Translationeel pathofysiologisch onderzoek (TPR)

Onderzoekers:

• Viviane Conraads

• Christiaan Vrints

Hefboomproject in het kader van de impulsfinanciering Humane Wetenschappen.

K.U.Leuven

Abstract: Hefboomfinanciering voor het HIVA is bedoeld om de academische valorisatie te stimuleren en zodoende internationale output te

genereren, doctoraten op te leveren en de mogelijkheid te creëren om mee te dingen naar extra financiering.

Organisaties:

• HIVA

Onderzoekers:

• Hans Bruyninckx

SoE2010/2012 Kwaliteit in praktijk. Systematisering en optimalisering van kwaliteitszorg voor de praktijkcomponent in de

lerarenopleiding.

K.U.Leuven

Abstract: Kwaliteitszorg (KZ) is bijzonder complex in één belangrijk aspect van de lerarenopleiding: de praktijkcomponent (PC). Hieronder verstaan

we alle activiteiten van de opleiding die gericht zijn op onderwijspraktijk. Dit kan gaan van oefenmomenten binnen de opleidingsmuren, over

demonstratieklassen met observatieopdrachten, tot de preservice training (bv. stages) en zelfs in-service training (bv. LIO).Door de samenwerking

met,en soms gedeeltelijke uitbesteding aan stage-instellingen, volstaan de gewone benaderingen van kwaliteitszorg niet om de volledige

complexiteitvan de PC in kaart te brengen. Dat weerhield lerarenopleidingen er nietvan om heel wat acties te ondeernemen om de kwaliteit van de

praktijkcomponent te evalueren, te behouden en zo mogelijk te verhogen. Echter, deze expertise is vaak zonder systematische evaluatie,

contextueel ingevuld en weinig gedeeld.

Organisaties:

• OE Onderwijskunde

Onderzoekers:

• Geert Kelchtermans

De her-compositie van hoofdthema's in de reprise van klassieke sonarevormen: analyse, typologie en

verklaringsmodel.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Musicologie

Onderzoekers:


• Pieter Bergé

• Markus Neuwirth

De rol van afferente neuronen in de pathogenese van post-inflammatoire gastro-intestinale motiliteits- en

sensitiviteitsstoornissen bij de rat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Prikkelbare darmsyndroom (irritable bowel syndrome, IBS) is een functionele darmaandoening die gekenmerkt wordt door chronische

abdominale pijn (gestoorde viscerale sensitiviteit) en een veranderd stoelgangspatroon (afwijkende intestinale motiliteit) zonder aantoonbare

organische oorzaak. De pathogenese blijft tot op heden grotendeels onopgehelderd en huidige therapeutische modaliteiten blijken ontoereikend.

Het doel van dit project is het oppuntstellen van een solide IBS diermodel en het bestuderen van de rol van de mestcel en zijn mediatoren in het

ontstaan en onderhouden van de viscerale sensitiviteitsstoornissen, teneinde bij te dragen tot een betere kennis over de pathogenese van IBS en

nieuwe therapeutische strategieën aan te reiken.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Benedicte De Winter

• Paul Pelckmans

• Joris De Man

• Tom G G Moreels

• Annemie Deiteren

De retoriek van het politiek imaginaire: een tropologische analyse van het oeuvre van C.D. Grabbe (1801-1836).

K.U.Leuven

Abstract: Het onderzoeksproject De retoriek van het politiek imaginaire: een tropologische analyse van het oeuvre van C.D. Grabbe beoogt via een

tekstueel-retorische analyse meer inzicht te krijgen in de wijze waarop literatuur, en in mijn concreet geval voornamelijk drama,de algemeen

maatschappelijke crisis aan het begin van de negentiende eeuw weerspiegelde en mee vorm gaf. Zoals de titel al aangeeft, ligt de focus in de

eerste plaats op de retorische (re)presentatie van politieke staatsmodellen en machtsstructuren, in de tweede plaats op de sociale actoren zoals

machthebberen volk die binnen deze structuren functioneren. Door het verlies aan religieuze houvast en het einde van het idealisme was erin de

periode tussen 1815 en 1848 namelijk een socio-politiek vacuüm ontstaan dat in de eerste plaats een radicaal andere staats-en mensopvatting

noodzakelijk maakte en in de tweede plaats het verlangen naar nationale eenheid en identiteit sterk aanwakkerde. Dit onderzoek wil enerzijds

Grabbes posi

Organisaties:

• Tekst en Interpretatie

Onderzoekers:

• Bart Philipsen

• Sientje Maes

Stamcellen in de normale hypofyse en in hypofysetumoren: moleculaire enfunctionele karakterisering.

K.U.Leuven

Abstract: De hypofyse vormt de kern van het endocrien systeem en controleert vitale fysiologische processen. Om te voldoen aan de veranderende

hormonale noden, past de klier haar endocriene cel-samenstelling voortdurend aan. De mechanismen die aan de basis liggen van deze

opmerkelijke plasticiteit blijven onopgehelderd. Om de implicatie van stamcellen te onderzoeken,zullen we een uitgebreide moleculaire en

functionele karakterisering uitvoeren van de hypofysaire 'side population' (waarvan we recent aantoonden dat ze de stam-/progenitorcellen clustert),

zowel in condities van fysiologische (lactatie) als pathologische (tumor) cel-remodellering. We verwachten dat het ontrafelen van de rol van

stamcellen onze fundamentelekennis van hypofyse-plasticiteit substantieel vooruit zal helpen en zalzorgen voor nieuwe inzichten in hypofysetumorpathogenese

en -behandeling.

Organisaties:

• Embryo en Stamcellen

Onderzoekers:

• Hugo Vankelecom

Acromegalie in België: een multicentrische klinische studie van de behandelingsresultaten

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• klinische assistenten Geneeskunde

Onderzoekers:

• Chantal Mathieu

• Marie Bex

Evolutionaire ecologie van plasticiteit in levensgeschiedeniskenmerken:een geïntegreerde aanpak overheen

metamorfose.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Ecologie, Evolutie en Biodiv.behoud

Onderzoekers:

• Luc De Meester

• Marjan De Block

Markttoezicht en de Europese economische constitutie.

K.U.Leuven

Abstract: Het rechtskader voor toezicht op markten is bijzonder verscheiden. Nietalleen verschilt de structuur van nationale toezichthouders per

sector en per land, ook het Europees toezicht op die toezichthouders is zeer uiteenlopend. Dit project beoogt meer overzicht te brengen in de

Europeesrechtelijke aspecten van deze materie.In een eerste fase vergelijkt en contrasteert het project de Europeesrechtelijke organisatie van

toezicht in drie verschillende marktsectoren. Het decentraal toezicht inzake mededinging tussen ondernemingen, het meer gecentraliseerde

toezicht op financiële markten en de tussenvorm van toezicht op ondernemingen in geliberaliseerde markten, in het bijzonder op

spoorondernemingen komen daarbij aan bod. De bedoeling van die vergelijking is om de types van toezichtstructuren in hun eigenheid te

analyseren en na te gaan in hoeverre de verschillende aanpakken van toezicht verbeterd kunnen worden in het licht van vergelijkbare ervaringen in

andere sectoren.De tweede fase vanhe


Organisaties:

• Onderzoekseenheid Economisch Recht

Onderzoekers:

• Wouter Devroe

• Pieter Van Cleynenbreugel

Biologisch platform voor Beta cel therapie in Diabetes

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Biologisch platform voor Beta cel therapie in Diabetes

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• DANIEL PIPELEERS

Angiogene factoren en hypoxie signalisatie in botmetastasen.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Klinische & Experimentele Endocrinologie

Onderzoekers:

• Gertrudis Carmeliet

Druppel-gebaseerde lab-on-a-chip voor analyse vannbsp;cellen.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Jeroen Lammertyn

• Robert Puers

• Annemie Geeraerd

• Herman Ramon

• Geert Baggerman

• Bart Nicolai

Multiscale benadering toegepast op het optimaal ontwerp van complexe constructies in de moderne

architectuur.nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Structurele optimalisatie is een krachtig hulpmiddel om nieuwe en efficiënte ontwerpen te ontwikkelen tijdens het ontwerpproces. In de

hedendaagse architectuur worden grote overspanningen vaak ontworpen als schaalstructuren of ruimtevakwerken. Aangezien het structureel

gedrag van een dergelijke structuur bepaald wordt door zijn geometrie, is structurele optimalisatie een essentieel deel van het ontwerp. Tijdens de

optimalisatie wordt de geometrie van de structuur zo gekozen dat het materiaalverbruik minimaal is, maar de structuur wel voldoet aan de

ontwerpeisen zoals voorgeschreven door de Eurocode. In de thesis worden twee opties bestudeerd om de geometrie te parameteriseren. De eerste

optie is een parameterisatie met CAGD-technieken. De randen van een schaal kunnen dan bijvoorbeeld met NURBS worden gemodelleerd, de

coördinaten van de controlepunten van de NURBS kunnen dan worden gebruikt als ontwerpvariabelen. Het aantal ontwerpvariabelen is klein, maar

de ontwerpvrijheid is sterk ge

Organisaties:

• Afdeling Bouwmechanica

Onderzoekers:

• Geert Lombaert

• Geert Degrande

• Guido De Roeck

• Saartje Arnout

Een romantische theologie van de eucharistie. De bijzondere bijdrage van de Tübinger Schule.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: In voorliggend doctoraatsonderzoek zal de nog niet eerder onderzochte eucharistische theologie van de Tübigner Schule in kaart

gebracht en geëvalueerd worden. In de eerste plaats zal hiervoor een representatief deelvan auteurs en teksten geïdentificeerd moeten worden.

Het betreft onderandere theologen zoals Baader, Drey, Hirscher, Möhler, Döllinger, Staudenmaier en Kuhn. Hier zal een grondige voorstudie van

de Romantische context en het functioneren hierin van de Tübinger Schule aan voorafgaan. In de teksten van voornoemde auteurs zal allereerst de

aanwezigheid van het thema van de eucharistie onderzocht worden. Vervolgens zal de betekenis van de door hun gebruikte terminologie en

symbolen worden bestudeerd,waarbij aandacht besteed wordt aan het innovatieve karakter van de Tübinger Schule ten opzichte van scholastieke

theologie. Dit alles zal geplaatst worden binnen de toen gangbare filosofische context, meer bepaald de confrontatie met Hegel en het

Hegelianisme. Tevens zullen de niet-

Organisaties:

• Onderzoekseenheid Pastoraaltheologie

Onderzoekers:

• Joris Geldhof

Optische spectroscopie van massageselecteerde Au-PD en Pt-PD clusters.

K.U.Leuven

Abstract: Vladimir Kaydashev

Organisaties:

• Afdeling Vaste-stoffysica en Magnetisme

Onderzoekers:

• Peter Lievens

• Ewald Janssens

SoE2011-05 ICT Starterskit voor (aspirant-)leraren.


K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Onderwijskunde

Onderzoekers:

• Rianne Janssen

• Geraldine Clarebout

Het belang van hepatitis C virale evolutie bij de epidemiologie, het ziekteverloop en de ontwikkeling van antivirale

resistentie.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Klinische & Epidemiologische Virologie

Onderzoekers:

• Anne-Mieke Vandamme

• Marc Van Ranst

Peroxisomen: essentiële organellen voor de werking en integriteit van het centraal zenuwstelsel en van organen

betrokken in het metabolisme? nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van dit project is om de rol van peroxisomen voor het behoud en het functioneren van verschillende weefsels te onderzoeken.

We zullen daarbij enerzijds focuseren op het centraal zenuwstelsel (deel I) en anderzijds op hart en een aantal perifere organen die belangrijk zijn

in metabolisme (deel II). In beide delen zullen we speciaal aandacht bestedenaan de rol van peroxisomale alfa- en beta-oxidatie.We zullen daarbij

gebruik maken van muismodellen met peroxisomale deficiënties die reeds beschikbaar zijn of die momenteel gegenereerd worden. Een

multidisciplinaire benadering zal gebruikt worden die histologische analyses omvatten (licht- en electronenmicroscopie), lipiden en genexpressie

analyses, fysiologische testen en enzymatische analyses. Doordat we beschikken over meerdere muismodellen met peroxisomale deficiënties zal

een vergelijkende studie tussen verschillende muismodellen mogelijk zijn.

Organisaties:

• Lab voor Cellulair Metabolisme

Onderzoekers:

• Myriam Baes

• Maria-Reinhilde Casteels

IRIS: Pathogenese, klinische en volksgezondheid aspecten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De pathogenese, de klinische manifestaties en de volksgezondheidsaspecten van het Immuun Reactivation Inflammatory Syndrome

(IRIS) zullen onderzocht worden. In Oeganda en Ethiopië zal onderzocht worden hoe frequent sputum negatieve longtuberculosepatiënten ten

gevolge van IRIS, sputum positief kunnen worden en wat de effecten van IRIS zijn op de gezondheidsdiensten en de therapietrouw van de patiënt.

Organisaties:

• Epidemiologie en sociale geneeskunde (ESOC)

Onderzoekers:

• Robert Colebunders

• Anali Conesa Botella

Selectief temporeel proben overleven: een gecombineerde psychofysische/analytische methode.

K.U.Leuven

Abstract: Omdat de huidige technieken om (gedragsmatige) responsen te analyseren niet altijd ideaal zijn om het effect van experimentele

manipulaties op interactieve processen na te gaan, stel ik een nieuwe psychofysische/analytische methode voor, genaamd Selectief Temporeel

Proben Overleven (STPO). STPO combineert het gebruik van experimentele methodes (maskeringof priming of cue-ing technologie) en statistische

methodes (survival analyse; SA), om (visuele) interactieve processen te onderzoeken. Het feit dat SA ons kan informeren over het tijdsverloop van

de conditionele kans op een respons (m.a.w. de hazardfunctie) van de eerste tot de laatstgeobserveerde respons in eender welke combinatie van

taak en experimentele conditie, laat ons toe een nieuw soort onderzoeksvragen te stellen. Bovendien kan de interactieve aard en de temporele

organisatie van verschillende processen op verschillende niveaus van het visuele hiërarchischgeorganiseerde systeem in meer detail bestudeerd

worden, door het m

Organisaties:

• OE Experimentele Psychologie

Onderzoekers:

• Johan Wagemans

• Sven Panis

Development of Peltier-element-based adiabatic scanning calorimetry andntial adiabatic scanning calorimetry prototype

instruments to establishial valorization

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Akoestiek en Thermische Fysica

Onderzoekers:

• Christ Glorieux

Het voorspellen van prestaties in teamsporten door middel van dynamische metingen van 'collective efficacy': De

modererende rol van identificatie met het team en percepties van leiderschap.

K.U.Leuven

Abstract: Collective efficacy, het gedeeld vertrouwen binnen een team om de vooropgestelde doelen te bereiken, blijkt essentieel om optimale

prestaties te leveren. Ondanks het belang hiervan hechtte voorgaand onderzoek geen aandacht aan de theoretische grondslagen van deze relatie.

Ook steunden voorgaande studies enkel op cross-sectionele, zelfgerapporteerde metingen.In een eerste fase van dit project wordt collective

efficacy bekeken vanuit het kader van de Sociale Identiteitsbenadering (Haslam, 2004). Deze theorie rond groepsprocessen is dominant binnen de

organisatiepsychologie, maar werd slechts zelden vertaald naar de sportcontext. Meer specifiek wordt in dit project de modererende invloed

onderzocht op collective efficacy, enerzijds van het gedrag van leidersfiguren en anderzijds van de identificatie van spelers met het team.Het

ontwerpen van een dynamische en multidimensionele meting van collective efficacy vormt eentweede uitdaging binnen dit project. Tien


volleybalteams zullen tijdensco

Organisaties:

• Fysieke Activiteit, Sport & Gezondheid

Onderzoekers:

• Norbert Vanbeselaere

• Albert De Cuyper

• Filip Boen

• Katrien Fransen

Decodering van neurale activiteit in het visuele systeem: een pseudo-optimaal en robuust proces?

K.U.Leuven

Abstract: Zoals alle vormen van communicatie kan de informatieverwerking die plaats vindt in het visuele systeem opgedeeld worden in encodering

en decodering. In het encoderingsproces wordt het netvliesbeeld afgebroken tot fundamentele stukken, in het decoderingsproces worden deze

stukken gebruikt om visuele percepten te construeren. Recent eigen werk suggereert dat het visuele systeem zelfs bij detectie van erg eenvoudige

stimuli een decoderingsstrategie hanteert die statistische optimaliteit benadert. Dezehypothese die verschilt van het uitgangspunt van traditionele

modellen kan een belangrijke bijdrage vormen voor ons begrip van vroege visueleinformatieverwerking. In dit project worden twee experimentele

tests voor deze hypothese voorgesteld (studie 1 en 2). De voorgestelde gedragsexperimenten toetsen de voorspellingen van een wiskundig model

waarin gesimuleerde neurale encodering van visuele informatie gecombineerd wordt met statistisch pseudooptimale decodering. Data, verzameld

in twee pi

Organisaties:

• OE Experimentele Psychologie

Onderzoekers:

• Johan Wagemans

• Robbe L. T. Goris

Het Belgische seculier regime: erkenning en regulering van 'nieuwe' religieuze tradities.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Centrum voor Sociologisch Onderzoek

Onderzoekers:

• Sarah Bracke

• Marc Swyngedouw

• Nadia Fadil

Ondersteuning projecten rond interne staatshervorming.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Instituut voor de Overheid

Onderzoekers:

• Geert Bouckaert

Het belang van neutrale en selectieve processen in het bepalen van de populatiegenetische structuur van cyclisch

parthenogenetische organismen.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Ecologie, Evolutie en Biodiv.behoud

Onderzoekers:

• Luc De Meester

• Joost Vanoverbeke

Bone morphogenetic protein en Wnt signalisatie in muismodellen van systeemsclerose.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project willen wij de rol van BMP en WNT signalisatie in diermodellen van huid en longfibrose als model van SSc verder

onderzoeken. Naaranalogie met onze eerdere observaties in verschillende modellen van artritis, suggereren de expressie data dat BMPs en WNTs

ook in SSc betrokken zijn in de processen van weefselhomeostase, destructie en herstel. Door gebruik te maken van verschillende genetische

modellen kunnen wij het evenwicht tussen BMPs/WNTs en hun antagonisten verschuiven en zo de rol van deze signalen beter in kaart brengen. Dit

onderzoek is gebaseerd op een combinatie van verlies en toename van functie benaderingen met inbegrip van het gebruik van genetische

modellen.

Organisaties:

• Cel- en Gentherapie Applicaties

Onderzoekers:

• Rik Lories

• Frank Luyten

• Ellen De Langhe

Financiële stromen binnen bedrijfsgroepen.

K.U.Leuven

Abstract: Dochters van groepsbedrijven kunnen naast de externe kapitaalmarkt beroep doen op een interne markt. Vele aspecten omtrent de

werking van de interne kapitaalmarkt blijven echter onbestudeerd en er is discussie over het al dan niet efficiënte verloop van financiële processen

binnen groepen. Als bijdrage zullen ten eerste elementen inzake de werking van de interne kapitaalmarkt, namelijk cash en buitenlandse affiliatie,

onderzocht worden bij dochterondernemingen. Ten tweede wordt de productiviteit van dochterondernemingen in competitieve markten bestudeerd.

Dit project zal zich toespitsen op niet-beursgenoteerde groepen uit continentaal Europa. Alhoewel deze organisatievorm daar economisch

belangrijk is, blijft het aantal studies zeer beperkt.

Organisaties:

• OE Accountancy,Finance & Insurance(AFI)

Onderzoekers:


• Cynthia Van Hulle

• Nico Dewaelheyns

• Rosy Locorotondo

Adel op de grens: Tussen Frankrijk en de Nederlanden (1470-1660).

K.U.Leuven

Abstract: Door middel van een studie naar de adel op de grens tussen Frankrijk ende Nederlanden van 1470 tot 1660 wil dit onderzoeksproject

bijdragen tot twee debatten onder historici van de Nieuwe Tijd. Het eerste debat handelt over de rol van de adel in vroegmoderne staatsvorming;

het tweede over de slagkracht van vorstelijke patronage in de beïnvloeding van adellijke families. Gewoonlijk worden deze vragen aangekaart door

te peilen naar de verhouding tussen adel en vorst in één staat, maar deze eenzijdigheid wordt hier vermeden door de focus op grensadel, met wijd

verspreide bezittingen en dus relaties met meerdere soevereinen. Het project kiest voor een analyse van de strategieën van adellijke geslachten in

hun betrekkingen met de prinsen aan beide zijden van de grens, eerder dan voor een prosopografie van adellijke elites. Dit project vertrekt van de

werkhypothese dat de adel langer dan tot nu toe verondersteld een grote mate van autonomie tegenover de vorst behield. Dit zal getoetst word

Organisaties:

• Nieuwe Tijd

Onderzoekers:

• Eric Aerts

• Violet Soen

Ethics and value-reality. Aurel Kolnai's legacy: an analytic ethic based on the phenomenology of value-consciousness

and moral awareness.

K.U.Leuven

Abstract: ETHIEK EN WAARDEREALITEIT. Aurel Kolnais nalatenschap: een analytische ethiek gebaseerd op de fenomenologie van het

waardebewustzijn en hetmorele besef.In 1900 werd Aurel Kolnai geboren in het centrum van Boedapest in een liberaal-joods gezin. Kolnai

studeerde en doctoreerde in Wenen, bekeerde zich tot het christendom en was voornamelijk geïnteresseerd in de realistische fenomenologie die

hem ook sterk beïnvloedde auteurs zoals Brentano, Husserl, Scheler en Hartmann vormden voor Kolnai een inspiratiebron. Voorts apprecieerde

Kolnai het werk van Chesterton en in zijn latere loopbaan de Britse moraalfilosofen (en vooral de intuïtionisten) van de 19de en 20ste eeuw. Door

het uitbreken van de TweedeWereldoorlog, zwierf Kolnai doorheen Europa om uiteindelijk in 1940 de Verenigde Staten van Amerika te bereiken.

Enkele jaren later werd Kolnaiprofessor aan de Université Laval te Canada en sinds 1959 werd hij benoemd als professor aan Bedford College, aan

de Universiteit van Londen. Kolnais r

Organisaties:

• OE Centr. Ethiek, Soc. & Pol. Filosofie

Onderzoekers:

• Arnold Burms

• Stefan Rummens

• Chris Bessemans

Het exploreren van homogeniteit in heterogeniteit in multivariate verdelingen.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Statistiek

Onderzoekers:

• Irène Gijbels

De pathofysiologie van het 'non-thyroidal illness syndrome': van premature geboorte tot volwassen kritieke ziekte

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Laboratorium vr Intensieve Geneeskunde

Onderzoekers:

• Greta Van den Berghe

Sensomotorische recuperatie bij kinderen met cerebral palsy: een fundamentele en longitudinale studie met fMRI

(functionele beeldvorming aan dehand van Magnetische Resonantie) en TMS (Trancraniële Magnetische Stimulatie).

K.U.Leuven

Abstract: Kinderen met cerebral palsy (CP) hebben vaak motorische en sensorische problemen.Tijdens het eerste mandaat als postdoctoraal

onderzoeker was de eerste doelstelling hersengebieden onderzoeken, die betrokken zijn tijdens somatosensorische discriminatietaken bij gezonde

kinderen en CP kinderen. Via een klinisch onderzoek, TMS en fMRI onderzoek werden volgende onderzoeksvragen nagegaan: Vanuit welke

hemisfeer gebeuren de motorische en sensorische sturing? Welke hersengebieden staan in voor discriminatie van passieve bewegingen bij

gezonde kinderen en CP kinderen?Een tweede doelstelling is het effect nagaan van cognitief sensomotorische training op herstel van de

armfunctie bij CP kinderen. Indien deze specifieke training een meerwaarde heeft, kunnen deze oefeningen met reden geïmplementeerd worden

tijdens revalidatie.De onderzoeksvragen zijn: Hoe gebeurt de sensomotorische reorganisatie bij CP kinderen bij toevoeging van cognitieve

sensomotorisch training tijdens therapie? Blijft dit effe

Organisaties:

• Neuromotorische Revalidatie

Onderzoekers:

• Ann Van de Winckel

• Anna Marie Devreese

Van 'What-if' verhalen tot 'What-if' alternatieven.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit onderzoek heeft als doel om twee soorten modaliteiten die een rol spelen bij het redeneren over

wiskundige kennis te bestuderen. Enerzijds zijn er de wiskundig-epistemische 'might' modaliteiten (we- modaliteiten) die slaan op wat een bepaalde

wiskundige kennis niet kan uitsluiten en anderzijds zijn er de

'what IF' 'counterfactual' modaliteiten (wi-modaliteiten) die verwijzen naar wat het geval zou zijn mocht de

wiskunde er anders hebben uitgezien. Door middel van een formele analyse wil dit onderzoek zowel het

specifieke van dit soort modaliteiten contrasteren met de meer gangbare modaliteiten als het onderscheid

tussen we- en wi-modaliteiten zelf verduidelijken. Daarnaast wil het de inzichten die hieruit voortvloeien

laten aansluiten bij thema's uit de filosofie van de wiskunde. De belangrijkste vragen die in het kader van dit


onderzoek rijzen hebben betrekking op de waarheids- en beweerbaarheidsvoorwaarden van deze

modaliteiten en van epistemische of indicatieve voowaardelijke zinnen. De context-gevoeligheid van zulke

epistemische uitspraken vormt hierbij een cruciale moeilijkheid daar contexten zowel de beweerbaarheid

(Stalnaker, 1999) als de waarheidsvoorwaarden ten dele lijken te beïnvloeden (Egan et al., 2005). Een

bijkomende moeilijkheid bij wi-modaliteiten is dat deze soms betrekking hebben op tegenlogische

alternatieven. Hierdoor lijken ze prima facie triviaal: ofwel zijn ze allemaal waar ofwel allemaal vals. Deze

Traditionele opvatting is zeker niet de meest vruchtbare. Een beter inzicht in de wiskundige praktijk en haar

formalisering (Löwe & Muller, 2008; Wilhelmus, 2008) lijkt daarom vereist om te begrijpen hoe deze

modaliteiten functioneren.

Organisaties:

• Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie

• Wijsbegeerte-Moraalwetenschappen

Onderzoekers:

• JEAN VAN BENDEGEM

Een contextuele benadering van motivatie: Culturele identiteit en schoolsucces van de Turkse tweede generatie.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Sociale en Culturele Psychologie

Onderzoekers:

• Karen Phalet

• Batja Gomes de Mesquita

Analyse, historiografie en de constructie van betekenis. Een meta-methodologosche studie en enkele case studies over

20ste eeuwse muziek.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Musicologie

Onderzoekers:

• Mark Delaere

Ontwikkeling van nanoporeuze oxide materialen voor eliminatie van oxidatieve stress in het menselijk maag-darm kanaal.

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van dit project is het fundamenteel begrijpen van de terminatiecapaciteit van nanoporeuze anorganische materialen bij

radicalaire reacties. Deze eigenschap zal ingezet worden als basis voor de ontwikkeling van een effectief antioxidans voor gastrointestinale

aandoeningen gekenmerkt door een toestand van oxidatieve stress.

Organisaties:

• Centr. vr Oppervlaktechemie & Katalyse

Onderzoekers:

• Johan Martens

• Randy Mellaerts

Amfifiele nano-gestructureerde architecturen op basis van polyoxometallaten.

K.U.Leuven

Abstract: Amfifiele surfactanten zijn een belangrijke klasse van moleculen gekenmerkt door toepassingen gaande van oil recovery tot controlled

drug delivery. In dit project wordt de aanwezige expertiese op het gebied van polyoxometallaat- en materiaalchemie gecombineerd voor de

ontwikkeling van innovatieve surfactanten. Door de combinatie van polyoxometallaten (POM) met hydrofobe structuren worden hybride

anorganische-organische surfactanten gevormd. Deze nieuwe aanpak is gebaseerd op eigen onderzoek dat uitwees dat organische monofosfaten

covalent binden met molybdaat in waterige oplossing, leidend tot pentamolybdodifosfaat [(ROPO3)2Mo5O15]5- type structuren. Organische

fosfaten met lange alifatische ketens zullenhiervoor gebruikt worden. Initiële resultaten tonen dat door het bindenvan C12H25OPO3 aan

pentamolybdaat, deeltjes met een diameter van 300 nmworden gevormd. De grote diameter wijst op een organisatie van individuele

pentamolybdaat moleculen tot vesiculaire structuren. Er zal getrachtw

Organisaties:

• Afdeling Moleculair Design en Synthese

Onderzoekers:

• Christine Kirschhock

• Tatjana Vogt

Open innovatie en de internationalisatie van O&O activiteiten in multinationale ondernemingen

Universiteit Hasselt

Abstract: In dit thesisvoorstel doen we een voorstel om de opkomende internationalisatie van R&D in grote, internationale bedrijven te koppelen aan

de recente literatuur over open innovatie. Internationalisatie van R&D houdt o.a. in dat multinationals samen innoveren met locale R&D partners. Dit

is tevens het centrale thema van open innovatie. Internationalisatie van R&D en open innovatie hebben bijgevolg heel wat raakpunten, maar er is

tot op heden geen enkele poging geweest om open innovatie verder uit te werken binnen de context van multinationals die tegenwoordig hun R&D

centra verspreiden over verschillende continenten. Dit thesisvoorstel heeft de ambitie om deze leemte te vullen. Het verbinden van de literatuur

over internationalisering van R& D met die over open innovatie zal leiden tot een beter begrip hoe een multinational die R&D centra heeft in het

buitenland kan gebruik maken van de tacit and contextuele kennis die daar aanwezig is. Het introduceren van -de internationalisatie van R&D

binnen de open innovatie literatuur zal de relevantie van deze laatste voor multinationale bedrijven aanzienlijk verhogen. De voordelen zijn

drievoudig: (1) de multinationals moeten nagaan hoe ver ze de R&D centra willen verspreiden en hoe die verschillende centra moeten

samenwerken. (2) het onttrekken van (plaatselijk ingebedde) externe kennis, wat een centraal thema in open innovatie is, krijg door de introductie

van de R&D internationalisatie een interculturele en geografische dimensie (wat tot nu toe volledig ontbrak in OI), (3) een geografisch verspreid

netwerk van R&D-centra introduceert nieuwe beheersuitdagingen zoals kennisintegratie binnen een multinational.

Organisaties:

• Innovation Management

• Kenniscentrum voor Ondernemerschap en Innovatie

Onderzoekers:

• Wim VANHAVERBEKE


Peptidoomanalyse van bacteriën en hun virussen: identificatie en functionele analyse op het systeembiologische niveau.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Rob Lavigne

Matricellulaire eiwitten, Thrombospondine-2 en SPARC (Osteonectine), beschermen tegen hartfalen.

K.U.Leuven

Abstract: Hartfalen treft meer dan 11 miljoen mensen in de VS en Europa en is nogsteeds de hoofdoorzaak van hospitalisatie en mortaliteit. De

voornaamste oorzaken van hartfalen zijn ischemisch hartlijden, hypertensie en virale infectie van het hart. Ondanks de huidige klinische normen

blijft hetbeter begrijpen van de pathogenese van hartfalen essentieel voor de vooruitgang van diagnostische en therapeutische strategieën.Recent

ontderzoek heeft uitgewezen dat 'matricellulaire eiwitten', een groep van niet-structurele glycoproteïnen aanwezig in de extracellulairematrix van het

hart, een cruciaal beschermende en potentieel therapeutische rol vervullen in het behoudt van de cardiale integriteit en functievan het

gestresseerde hart. In het voorgestelde project zal verder bouwend op preliminaire resultaten en aan de hand van multidisciplinaire

onderzoeksmethoden, inclusief muismodellen en fenotypische analyse, moleculair biologische technieken en pre-klinische studies, een beter inzicht

verworven word

Organisaties:

• Cardiologie

Onderzoekers:

• Frans Van de Werf

• Maria Dewerchin

• Davy Vanhoutte

In vitro en in vivo studie van mono- en polymicrobiële biofilms als belangrijke oorzaak van therapeutisch falen in

intensieve zorgeenheden.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Laboratorium voor Microbiologie, Parasitologie en Hygiëne (LMPH)

Onderzoekers:

• Louis Maes

• Herman Goossens

• Paul F R C M Cos

• Surbhi Malhotra

• Monique Kerstens

Pollutie tijdens de oudheid op het territorium van Sagalassos (SW Turkije) als een indicator voor menselijke activiteiten.

K.U.Leuven

Abstract: De aanwezigheid van historische menselijke vervuiling op het territorium van de antieke stad Sagalassos werd aangetoond door een

geochemische studie van riviersedimenten in het gebied. Het verband tussen deze vervuiling en het antieke vestigingspatroon in het gebied is

echter niet gekend. Dit project heeft als doel om dit verband te bepalen aan de hand van een studie van de distributie van de historische vervuiling

in ruimte entijd op en rond een aantal geselecteerde nederzettingen (villas). Dit zal verwezenlijkt worden aan de hand van een uitgebreid

geochemisch onderzoek van oppervlakte stalen en boringen rond de nederzettingen. De karakterisering van de vervuiling d.m.v. de lood en koper

isotopische signaturen van de bodems zal toelaten om het verband tussen de activiteiten op het platteland en in de antieke stad Sagalassos te

bestuderen aan de hand van een vergelijking van deze isotopische kenmerken met deze van de bodems en metaalartefacten in de stad. Aangezien

deze studie kan bij

Organisaties:

• Afdeling Geologie

Onderzoekers:

• Patrick Degryse

• Philippe Muchez

• Katrijn Dirix

Identificatie en karakterisering van genen betrokken bij de interactie tussen Rhizoctonia solani en Arabidopsis thaliana

K.U.Leuven

Abstract: Planten zijn voortdurend onderhevig aan externe biotische en abiotischefactoren die een optimale opbrengst verhinderen. Ondanks

landbouwkundige maatregelen zoals plantenveredeling en het gebruik van fytofarmaceutische producten blijven oogstverliezen als gevolg van

plantpathogenen een belangrijke limiterende factor voor de opbrengst. Vooral bodemgebondenpathogenen en insecten die interageren met de

wortels van planten veroorzaken moeilijk te bestrijden plantenziekten. Als gevolg van de complexiteit van deze bodeminteractie, spitst het

onderzoek naar plantafweermechanismen zich echter vooral toe op bladziekten als gevolg van plantpathogenen die door de lucht worden

verspreid. In deze studie gebruikten we de modelplant Arabidopsis thaliana om inzicht te verwerven in de plantafweermechanismen ten opzichte

van de economisch belangrijke bodemgebonden pathogeen Rhizoctonia solani AG 2-2IIIB. In eerste instantie voerdenwe een transcriptoomanalyse

uit op bladmateriaal van planten waarvan de b

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Bruno Cammue

• Pieter Timmermans

Identificatie van moleculaire partners en medicinale doelwitten voor DI-CMTC neuropathie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• VIB DMG - Neurogenetica

• VIB DMG - Moleculaire Neurogenomica


Onderzoekers:

• Albena Jordanova

• Biljana Ermanoska

Phytotoxiciteit van mangaan in bodems: het verband tussen speciatie en biologische beschikbaarheid

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Bodem- en Waterbeheer

Onderzoekers:

• Erik Smolders

• Maria del Carmen Hernandez Soriano

Intracellulaire studie van coïncidentie detectie in de auditieve hersenstam.

K.U.Leuven

Abstract: Het gehoor is een zintuig dat superieur is wat betreft verwerkingssnelheid. De hersencellen die deel uitmaken van dit systeem vertonen

vele specialisaties om de senlle veranderingen in luchtdruk (geluiden) te analyseren. Een aspect van horen dat goed bestudeerd is betreffende

deze verwerkingssnelheid is het localiseren van een geluidsbron in de ruimte. Mensen lokaliseren een geluidsbron in het horizontale vlak vooral

door gebruik te maken van de kleine tijdsverschillen waarmee een geluid het linker- of rechteroor bereikt; tijdsverschillen van slechts 10

microseconden kunnen gedetecteerd worden. Dit is niet vanzelfsprekend, gezien de neurale signalen zelf relatief traag zijn. Men denkt dat er een

bron vanvertraging in de hersenstam is die compenseert voor de akostische vertraging, zodat neurale coïncidentie detectoren maximaal

geactiveerd zijn voor bepaalde horizontale posities van geluidsbronnen. De aard van deze neurale vertraging is controversieel. In dit project

ontwikkelen we een n

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Philip Joris

• Tom Franken

Transportonderzoek naar de markt brengen (MARKET-UP).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het idee achter dit project wordt duidelijker wanneer men de nood begrijpt aan een goede marktopname van een onderzoeksresultaat.

Het doe van een marktopname is om onderzoek gegenereerd en wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen toegankelijk voor privéorganisaties.

Deze belanghebbenden worden zo aangemoedigd om technologie verder te ontwikkelen in nieuwe producten, processen, materialen

en diensten die de industriële concurrentiekracht zullen verbeteren.

Organisaties:

• Transport en ruimtelijke economie

Onderzoekers:

• Eddy Van de Voorde

Het doel van het project is de ontwikkeling van een dataintegratiemethode voor simultane module detectie en de novo

motief identificatie.

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van het project is de ontwikkeling van een dataintegratiemethode voor simultane module detectie en de novo motief identificatie.

Hiertoe zullen we de expertise van de KUL-bioi in biclusteren van expressiedata combineren met de expertise van Prof. Navarro in het gebruik van

efficient data structuren and 'approximate pattern matching'.

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Kathleen Marchal

De ogen van de menselijke geest. Architectuur en mentale handicap.

K.U.Leuven

Abstract: Architecten spelen een belangrijke rol in het vormgeven van de omgevingwaarin ons dagelijks leven zich afspeelt. Doorheen het

ontwerpproces bakenen zij op een persoonlijke manier het ontwerpprobleem af: bepaalde informatie wordt geselecteerd ten koste van andere, en

deze informatie wordt op complexe manieren verwerkt en geherformuleerd. Op deze manier hebben de ideeën en standpunten van ontwerpers een

behoorlijke impact op de ontworpen omgeving. Anderzijds wordt deze ontworpen omgeving in gebruik genomen door een enorme diversiteit aan

mensen. Elk van hen heeftop basis van eigen capaciteiten en persoonlijke ervaringeneen unieke kijk op de gebouwde omgeving, en gaat vanuit

een eigen referentiekader met deze omgeving om. Bijgevolg kan eenzelfde omgeving op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, door

verschillende mensen, in verschillende contexten.Deze diversiteit stelt het domein van architectuurontwerp voorintrigerende uitdagingen. Toch

tonen zowel het huidig discours rond on

Organisaties:

• Departement ASRO

Onderzoekers:

• Ann Heylighen

• Stijn Baumers

Het beheer van de regulerende driehoeksverhouding. Hoe toezichthouders manoeuvreren tussen politieke en

maatschappelijke belangen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In dit onderzoeksproject staat de capaciteit van toezichthouders om marktpartijen te reguleren centraal. Om deze capaciteit te verklaren

worden preferenties van toezichthouders in verband gebracht met omgevingsfactoren, zoals diverse institutionele arrangementen en kenmerken

van de stakeholder omgeving. In het empirische gedeelte van dit project wordt de reguleringscapaciteit van toezichthouders op het gebied van

financiële markten en mededinging in Nederland, België en op het Europese niveau onderzocht.

Organisaties:

• Instituties en Meerlagige Politiek (ACIM)

Onderzoekers:

• Jan Beyers

• Caelesta Braun


Compositie van Abstracte Data Types.

K.U.Leuven

Abstract: Abstracte data types (ADTs) vormen een van de fundamenten van moderne software ontwikkeling. Het maken van een ADT dat gebruikt

kan worden als component voor het maken van andere ADTs is echter onbegonnen werk in huidige programmeertalen. Het gevolg hiervan is

massale code duplicatie, wat veel tijd en geld kost, en veel bugs tot gevolg heeft.First-class composition inheritance is de eerste techniek die de

constructie en compositie van herbruikbare ADTs praktisch mogelijk maakt. De techniek is een grote stap voorwaarts met betrekking tot hergebruik

van code, maar er is bijkomend onderzoek nodig vooraleer de techniek ingebouwd kan worden in industriële programmeertalen.Een eerste doel in

dit onderzoeksproject is het verkennen van de grenzen van first-class composition inheritance, en ze te verleggen waar mogelijk. Een tweede doel

is het combineren van de techniek met andere moderne taalconstructies om mogelijke conflicten te ontdekken, en eigenschappen van het

compositie mechanisme over

Organisaties:

• Afdeling Informatica

Onderzoekers:

• Wouter Joosen

• Marko van Dooren

• David Clarke

Begeleiden van het opstellen van een kaderakkoord tussen DGD en VLIR-UOS

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Management & Bestuur (M&B)

Onderzoekers:

• Wouter Van Dooren

Impact van persoonsgerichte zorg via Dementia Care Mapping op het welbevinden van bewoners met dementie en hun

zorgverleners in Vlaamse woon- en zorgcentra.

K.U.Leuven

Abstract: Dementia Care Mapping (DCM) is een in Groot-Brittannië ontwikkelde methodiek om zorgverleners in woonzorgcentra te ondersteunen in

het geven van persoonsgerichte zorg aan bewoners met dementie. Deze methodiek wordt in België gedoceerd en gebruikt in een aantal

woonzorgcentra, maar er isnog geen echte effectstudie. In dit project wordt daar een start mee gemaakt. Op de volgende onderzoeksvragen wordt

een antwoord gezocht: Welkeinvloed heeft persoonsgerichte zorg, via de methode van Dementia Care Mapping op (1) de kwaliteit van leven van

bewoners met dementie; (2) de kwaliteit van zorg voor bewoners met dementie; (3)nbsp;nbsp;de attitude van hulpverleners ten aanzien van

persoonsgerichte zorg voor bewoners met dementie en (4)de zorgrelatie tussen hulpverleners en bewoners met dementie. Tevens wordt nagegaan

welke faciliterende en belemmerende factoren er zijn bij de implementatie van een zorgverbetertraject,aan de hand van DCM, voor bewoners met

dementie. Het onderzoek gebeurt bij 10 woo

Organisaties:

• LUCAS - Zorgonderzoek en Consultancy

Onderzoekers:

• Aniana Declercq

Studie van androgeeneffecten op skeletale spier door inactivering van de androgeenreceptor in weefselspecifieke

progenitorcellen.

K.U.Leuven

Abstract: Androgenen zijn de belangrijkste sex steroiden die het sexueel dimorfisme in lichaamssamenstelling regelen. Dezehormonen werken

ofwel rechtstreeks op hun doelwitcellen via de intracellulaire androgeenreceptor ofwel onrechtstreeks via de beinvloeding van andere

signaaltransductie-wegen.In dit project willen we via nieuwe transgene modelsystemende androgeenreceptor in de voorlopercellen van spiervezels,

de zogenaamde satellietcellen, uitschakelen. Daardoor wordt de directe werking van androgenen op de spiervezels uitgeschakeld en kunnen we

dus nagaan in hoeverre dit het sexueel dimorfisme in spiersamenstelling en -werking beinvloedt.Met state-of-the-art technieken zullen niet alleen de

spiervezels van deze dieren worden onderzocht, maar tevens de beenderen en de lichaamssamenstelling. Het is immers geweten dat deze met

elkaar verbonden zijn, maar de manier waarop is nog onbekend. Complementair aan deze benadering zullen primaire culturen van satellietcellen

van normale en gemuteerde muie

Organisaties:

• Laboratorium Moleculaire Endocrinologie

Onderzoekers:

• Dirk Vanderschueren

• Frank Claessens

• Vanessa Dubois

Aanwezigheid van antibiotica-resistente pathogene bacteriën in de omgeving en de humane comensale flora: is er een

verband met ziekte?

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het hoofddoel van deze studie is een beschrijving te geven van antibiotica-resistente klinisch relevante bacteriën (ARB) in de omgeving

en de humane commensale flora in Gauteng/Zuid-Afrika. Bovendien zal de genetische verwantschap van deze ARB worden bestudeerd om de

mechanismen van verspreiding van ARB in de bevolking te begrijpen.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Robert Colebunders

• Herman Goossens

• Surbhi Malhotra

• Fabienne Paasch

Project TST Tools voor het Nederlands als Webservices in een Workflow (TTNWW).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doel van het project is om allerlei bestaande componenten die ontwikkeld zijn in CGN en STEVIN in te passen in een

workflowsysteem voor web services dat ontwikkeld wordt in CLARIN-verband, en dit geheel te laten draaien op servers van erkende CLARINcentra,

met als doel faciliteiten aan te bieden voor onderzoekers uit de HSS met geen of weinig technische bagage. Deze faciliteiten moeten 1) hen


in staat stellen hun onderzoeksvragen beter of makkelijker aan te pakken en 2) mogelijkheden bieden voor het formuleren van nieuwe typen

onderzoeksvragen, i.e. onderzoeksvragen die voor CLARIN niet gesteld konden worden of niet doelmatig te beantwoorden waren.

Organisaties:

• Centrum voor Computerlinguïstiek en Psycholinguïstiek (CLiPS)

Onderzoekers:

• Walter Daelemans

Studie van de wederzijdse interacties tussen supergeleider en ferromagneet in hybridesystemen met magnetische

modulatie op nanometerschaal.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project zullen twee eigenschappen gecombineerd worden die bekendstaan om hun antagonistisch karakter: supergeleiding en

ferromagnetisme. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat de fysica omtrent deze onderwerpen zeker niet gelimiteerd is tot de vernietiging

van de supergeleiding door de ferromagneet. In tegendeel zelfs, een onverwacht rijkspectrum aan fenomen vindt plaats wanneer een ferromagneet

in direct gebracht wordt met een supergeleider. We zullen bestuderen hoe ferromagnetisme en supergeleiding interageren en hoe deze elkaar

beïnvloeden in zorgvuldig ontworpen hybridesystemen bestaande uit supergeleidende en ferromagnetische onderdelen. De uitdagingen en

originaliteit van dit project zijn aan de ene kant dat we zullen trachten om de variaties van de magnetisatie van de ferromagneet te controleren op

nanometerschaal. Dit zal gedaan worden door supergeleidende lagen te combineren met magnetische nanodeeltjes of met een slimme

ferromagnetische laag met een regelbaar mag

Organisaties:

• Afdeling Vaste-stoffysica en Magnetisme

Onderzoekers:

• Margriet Van Bael

• Kelly Houben

System-on-Chip architecturen en ontwerpmethoden voor high-performance multimedia systemen

Universiteit Hasselt

Abstract: Dit project zal nieuwe generieke ontwerpmethoden ontwikkelingen voor multi-camera smart vision systemen. Toekomstige multimedia

toepassingen vereisen real-time werking met een hoge reactie snelheid en een laag energieverbruik. Omwille van de behoeften voor het verwerken

van enorme gegevensbestanden, de eisen aan de verwerkingsnelheden, multi-gigabit verwerkingscapaciteit en grote flexibele

geheugenorganisaties , vereist dit de ontwikkeling van nieuwe architecturen en SoC geformaliseerde ontwerpmethoden. De methoden zullen

gebruikers gestuurd zijn, op basis van een multi-camera vision systeem voor de slimme auto's. Voor een intense samenwerking is een regelmatige

uitwisseling van personeel en onderzoekers gepland. Indien mogelijk zal er een gezamenlijk doctoraatsdiploma programma worden uitgewerkt met

de partner universiteiten.

Organisaties:

• Expertisecentrum voor Digitale Media

• Expertisecentrum voor Digitale Media

Onderzoekers:

• Luc CLAESEN

Ontrafelen van een mogelijke epigenetische basis voor fasepolymorfisme bij de woestijnsprinkhaan.

K.U.Leuven

Abstract: Door het pionierswerk bij de honingbij is duidelijk geworden dat epigenetische mechanismen die gebruik maken van DNA-methylatie ook

bij insecten een duidelijke rol spelen in fenotypische plasticiteit. Dit was voor ons een mechanisme dat ook wel eens een rol zou kunnen spelen bij

fenotypische plasticiteit bij de treksprinkhaan. In een eerste fase hebben wij aangetoond dat een functioneel DNA-mythylatie systeem en DNAmethylatie

aanwezig zijn bij de woestijnsprinkhaan. We toonden ook aan dat de expressie van DNA-methyltransferasen kan beïnvloed worden door

externe tactiele prikkels door het groeperen van sprinkhanen. In een volgende fase willen we nagaan welke genen er differentieel gemethyleerd zijn

tussen beide fasen (solitaire versus gregaire fase) om op deze manier een duidelijkinzicht te krijgen in hoe fasepolymorfisme genetisch en

epigenetisch gecontroleerd wordt.

Organisaties:

• Afd. Dierenfysiologie en Neurobiologie

Onderzoekers:

• Liliane Schoofs

• Bart Landuyt

• Walter Luyten

• Rudi D'Hooge

• Bart Boerjan

Nanofotonica met oppervlakteplasmonen.

K.U.Leuven

Abstract: Collectieve excitaties van elektronen in metalen nanostructuren, of oppervlakteplasmons, worden druk onderzocht in tal van internationale

onderzoeksgroepen. Ze hebben dan ook bijzonder interessante eigenschappen: oppervlakteplasmon polaritonen (een type van elektromagnetische

oppervlaktegolven) kunnen licht geleiden in nanoschaal metalen golfgeleiders en laten toe om te communiceren op de nanoschaal. Bovendien

vertonen lokale oppervlakteplasmonen in metalen nanostructuren een rijk resonantiespectrum in het optisch gebied, zijn ze bijzonder gevoelig aan

veranderingen inhet oppervlak en veroorzaken ze een uitgesproken lokale versterking vanhet elektromagnetische veld. In dit onderzoeksproject

onderzoeken we enerzijds componenten die het toelaten om oppervlakteplasmonen in kleine golfgeleiders op elektrische wijze aan te slaan en uit

te lezen, en dit aan hoge snelheid. Anderzijds onderzoeken we complexe metalen nanostructuren waarvan de resonanties van de individuele

componenten op intell

Organisaties:

• Geassocieerde Afdeling ESAT - INSYS

Onderzoekers:

• Gustaaf Borghs

• Robert Pierre Mertens

• Pol Van Dorpe

Studie en kwantificatie van de rol van brandstof- en assamenstelling invormingsmechanismen van persistente organische

polluenten (POPs) in thermische industriële processen.

K.U.Leuven

Abstract: Dit project bestudeert de invloed van de brandstofsamenstelling op de vorming van dioxinen en furanen (PCDD/Fs), PCBs en

polyaromatische koolwaterstoffen (PAK) in thermische industriële processen door assen van de verbranding van industrieel en gevaarlijk afval te

analyseren. Er wordt onderzocht of de hoge concentratie aan persistente organische polluenten (POPs) in het te verbranden afval de vorming van


PCDD/Fs door condensativan precursoren significant kan verhogen. Tevens wordt het verband tussen de PCDD/F-, PCB-, koper-, chloor- en

ijzerconcentratie in de vliegassen van de verbrandingsoven bepaald en gekwantificeerd. Door analyse van afval en vliegassen en door fluïdisatieexperimenten

zal onderzocht worden of in wervelbedovens kleine partikels kunnen meegesleurd worden uit het bed en op die manier de vorming

van PCDD/Fs en PCBs kunnen beïnvloeden. Door het maken van SEM beelden van vliegassen uit verschillende typesverbrandingsovens zal

getracht worden om de structuur van de kools

Organisaties:

• Afd. Procestechnologie v. Duurzame Syst.

Onderzoekers:

• Carlo Vandecasteele

• Jo Van Caneghem

Langetermijn follow-up studie van een recombinant CMV gB subunit vaccin van GSK Biologicals in gezonde, SMVseronegatieve

volwassen mannen die gevaccineerd werden in het kader van een fase 1 studie (CMV-001) en deelgenomen

hebben aan de follow-up studie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds GSK. UA levert aan GSK de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Pierre Van Damme

Ontogenetische patronen in koolstof- en waterhuishouding van bladeren in relatie tot de groeistrategie van bomen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Tijdens dit postdoctoraal onderzoek wordt getracht een fundamenteel inzicht te bekomen in de ontogenetische patronen van de koolstofen

waterhuishouding van bladeren, en wordt nagegaan hoe deze patronen zich verhouden tot de ouderdom en tot de groeistrategie van bomen. De

gegevens worden voornamelijk verzameld in Harvard Forest in samenwerking met de Universiteit van Boston (VS). De verschillen in kruinfenologie

tussen zaailingen en volwassen bomen, en tussen bomen met een verschillende groeistrategie worden bestudeerd.

Organisaties:

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Reinhart Ceulemans

• Sophie Dillen

Vasculaire competentie in de kritisch zieke: endotheliale progenitor cellen en endotheliale micropartikels in sepsis, en als

biomarkers voor het optreden van symptomatisch cerebraal vasospasme na subarachnoidale bloeding.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Translationeel pathofysiologisch onderzoek (TPR)

Onderzoekers:

• Philippe Jorens

• Viviane Conraads

• Vigor F I Van Tendeloo

• Sabrina Van Ierssel

Naar een fenomenologie van de taal: incarnatie, traditie en waarheid.

K.U.Leuven

Abstract: Dit onderzoek poogt een fenomenologie van de taal te ontwikkelen vanuitde vaststelling dat deze in het wetenschappelijke veld

onvoldoende ontwikkeld werd. Nochtans is het precies in een dergelijke fenomenologie dattheologische en filosofische problemen elkaar kruisen.

Dit onderzoek wil daarom vragen naar de hedendaagse relevantie van (christelijke) begrippen als incarnatie, traditie en het gebed in een Westerse

cultuur waarinhet christendom enerzijds aan een niet aflatende erosie onderhevig is en anderzijds dergelijke begrippen meer en meer door de

filosofie worden overgenomen. Met deze vragen sluit dit project reeds aan bij Jean-Luc Nancys deconstructie van het christendom.Om een

fenomenologie van de taal te ontwikkelen, is verder een analyse nodig van Jacques Derridas deconstructie van de metafysica. Deze deconstructie

wijst immers op het talige, contingente karakter van de zogenaamd a-temporele metafysica. Door vervolgens recente ontwikkelingen binnen de

fenomenologie te verbi

Organisaties:

• OE Systematische Theologie

Onderzoekers:

• Lieven Boeve

• Joeri Schrijvers

Adaptieve wortelgroeiresponsen van Arabidopsis thaliana bij blootstelling aan zware metalen: moleculaire mechanismen

en ecologische relevantie

Universiteit Hasselt

Abstract: Wortels van planten hebben een groot aanpassingsvermogen. Wortelgroei van Arabidopis thaliana wordt op een metaalspecifieke manier

beïnvloed als de planten blootgesteld worden aan een teveel aan cadmium, koper of zink. Dit project beoogt de identificatie van metaalspecifieke

moleculaire mechanismen achter de geobserveerde responsen. Lokale en systemische effecten van blootstelling aan metalen worden bestudeerd

en de ecologische relevantie geëvalueerd aan de hand van groeiredistributie en voortplantingscapaciteit.

Organisaties:

• Milieubiologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Tony REMANS

EC/OC analysen 2011-2012.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Op verschillende plaatsen in Vlaanderen worden de grenswaarden van fijn stof overschreden. Het uitvoeren van chemische karakterisatie

van fijn stof zal informatie geven over de samenstelling en de herkomst van het fijn stof. Op regelmatige basis zullen er op verschillende locaties in


Vlaanderen filters bemonsterd worden op fijn stof. Een van de componenten van dit project is de bepaling van EC/OC op (delen van) van

kwartsvezelfilters.

Organisaties:

• Bio-organische massaspectrometrie

Onderzoekers:

• Magda Claeys-Maenhaut

De structuur en samenstelling van protoplanetaire schijven en Kuipergordels.

K.U.Leuven

Abstract: Het voorgestelde onderzoek kadert in de studie van protoplanetaire schijven rond jonge sterren, en de latere evolutiefase wanneer

Kuipergordelsgevormd zijn. Ik zal mij richten op drie projecten:(1) Circumstellaire schijven rond hoge-massa sterren.De structuur en samenstelling

van deze schijven blijkt fundamenteel verschillend te zijn van die rond sterren van lagere massa. Voortbouwend oponze pilootstudie zullen we een

aantal massieve jonge sterren in detailbestuderen.(2) Mineralogie van het koude stof in protoplanetaire schijven.Het grootste deel van het stof in

schijven is koud (


het ? MIDAS domein. Voor een aantal fimbriae is geweten dat ze glycaan-afhankelijk interageren met fibronectine of laminine, wat onrechtstreeks

hun interacties met integrinen zou kunnen bemiddelen. Algemene vraagstellingen 1) Wat is de structurele rol van proteïne-koolhydraat interacties

en van de glycosylatie van de celreceptoren van de gastheer in de specificiteit en affiniteit van fimbriae van enterotoxigene E. coli (ETEC) en in E.

coli biofilms? 2) Welke zijn de macromoleculaire, structurele aspecten van de interacties gemaakt tussen de fimbriële, multi-Igmodulaire

polyadhesinen en hun receptoren en van de homotypische interacties in biofilms? 3) Hoe richt de fimbriële biogenese machinerie met de

donorstreng complementatie en -uitwisseling zich naar celadhesie en -signalizatie? In hoeverre zijn er parallellen te trekken met eukaryote

celadhesie en in welke mate maken pathogene bacteriën van dezelfde celadhesie en -signalizatie mechanismen en -toegangspoorten gebruik?

Studieonderwerpen en uitvoering in functie van de algemene vraagstellingen en de voorziene technieken ETEC fimbriae die darminfecties

veroorzaken bij dieren vormen het studieonderwerp om twee hoofdredenen. Langs de kant van de bacterie wordt er met ETEC fimbriële systemen

al meteen een grote voorsprong gemaakt door het bestaan van de bijzondere polyadhesinen (F4, F5), waarvan de hoofdpilinen (SDAs) de

adhesieve eigenschappen dragen. Een aantal ETEC fimbriae (F4, F5, F6, F17 en F18) zijn reeds onder studie in het laboratorium. Tevens bestaat

er de mogelijkheid om polyadhesinen aan te maken via het aaneenrijgen van TDA suikerbindende domainen (F17, F18). Periplasmatische

chaperons, de usher, en de adhesinen zullen deel uitmaken van deze doctorale studie. Het aanwenden van meerdere fimbriële systemen verhoogt

de slagingskansen op voldoende expressie van deze moeilijke constructies. Er is evenwel een focus op F4 (fae, Fig. 1) en F6 (fas, Fig. 2) fimbriae.

F6 fimbriae hebben het FasG TDA, waarvan het stabiele suikerbindingsdomein aangemaakt kan worden. F4 fimbriae lenen zich tot het construeren

van multimodulaire polyadhesinen van donorstreng-gecomplementeerde SDAs. Langs de kant van de gastheer wordt de keuze voor fimbriae van

dierlijke enterotoxigene E. coli gemotiveerd door de toegang tot intestinale microvilli van receptor-positieve biggetjes en enterocytculturen [10].

Zowel monolagen van enterocyten als het intestinaal epithelium gedifferentiëerd met microvilli zullen gebruikt worden voor het testen van de

interacties met de ETEC stammen. Dat is belangrijk voor de studie van bacteriële adhesie, invasie en signaaltransductie in hun celbiologische

context. 1) Rol van glycosylatie van receptoren voor de fimbriae in ETEC adhesie. Asparagine-gebonden glycanen worden geëxtraheerd vanaf de

relevante intestinale microvilli, gezuiverd met behulp van HPLC en gekoppeld op microarrays, in samenwerking met Dr. Manfred Wuhrer aan het

Leids Universitair Medisch Centrum [11]. Met deze unieke glycaan arrays zal er gezocht worden naar de natuurlijke koolhydraatreceptoren voor de

fimbriae. Simultaan wordt voorkomen dat de meest specifieke glycaanreceptoren gemist worden, wat een probleem is met synthetische glycaan

arrays. Eerst wordt er met de microvilli zowel bacteriële adhesie als inhibitie daarvan getest. Hemagglutinatie, Western blots en ELISAoverleganalyses

laten toe dieper in te gaan op de opgepikte of eerder geïdentificeerde receptoren. Eén van de reeds beschreven

glycoproteïnereceptors voor F4 fimbriae is het lactadherine, aanwezig in zeugenmelk [12]. Het draagt het RGD motief voor integrinen dat

onrechtstreeks celadhesie zou kunnen bemiddelen. Surface plasmon resonance (SPR), dual polarization interferometrie (DPI) en isothermische

titratie calorimetrie (ITC) zullen gebruikt worden om de thermodynamische en kinetische parameters van de interacties tussen de adhesinen en hun

suikerreceptor en hun conformationele veranderingen, volgend op de binding, te meten. 2) Multi-Ig-domeinen van het F4 SDA. De Ig-vouwing, die

typisch is voor adhesiemoleculen van eukaryoten [13], werd veelvuldig geadopteerd in virulentiefactoren van de bacteriële celenvelope. Fimbriae of

pili zijn opgebouwd uit Ig-modules en zijn ondanks hun niet-covalente natuur uiterst stabiel. Het mechanisme van donorstreng complementatie geeft

hen bovendien bijkomende voordelen, zoals de flexibiliteit om via inter-Ig-domein interacties 3 - 3 - structurele veranderingen te dirigeren die een

invloed hebben op de affiniteit voor hun receptoren [7]. Fimbriae associëren immers graag met gelijkaardige, lineaire assemblages van eukaryote

celadhesie en/of -signaalmoleculen, zoals CD55, een Dr fimbriae receptor op humane uroepitheliale cellen, of CD48 herkend door type 1 pili. We

vermoeden dat er ook zo'n associatiegedrag bestaat tussen fimbriae in biofilms [2]. Het is momenteel absoluut onduidelijk welke rol glycanen

spelen in deze interacties en waarom ze deze interacties inhiberen. Een combinatie van de benaderingen op de algemene vraagstellingen kunnen

ongetwijfeld bijdragen tot meer inzicht. Er zal getracht worden om multi-Ig-adhesinen van het F4 SDA met een gecontroleerde lengte aan te maken.

Het obstakel van het donorstreng mechanisme kan daarbij overkomen worden door de juiste donorstreng complementatie te kennen zowel in het

chaperon-SDA complex als in de finale, veranderde conformatie van het SDA in de fimbria. Een recente grote doorbraak in het laboratorium was

het zuiveren van een covalent donorstrenggecomplementeerd F4 SDA, dat zal gebruikt worden als bouwsteen voor de multimodulaire, lineaire

associaties. Er zal nagegaan worden hoe de F4 multi-Ig-domein genproducten interacties bewerkstelligen met hun receptoren door middel van de

SPR, DPI en ITC technieken. Mogelijk bemiddelen polyadhesinen hogere ordes van oligomerizatie met de (geglycosyleerde) receptorproteïnen

(trans) of in biofilms (cis), waardoor er een dimensie aan de specificiteit kan worden toegevoegd zoals modulatie van intracellulaire [13] of

immunologische reacties [14]. Tussen type 1 pili en het 1-2 ?m-lange fibervormende THP vinden hoogstwaarschijnlijk zulke interacties plaats [15].

Structurele karakterizatie van dit alles zal gebeuren enerzijds door kristalstructuren van de Ig-modulen en anderzijds door de combinatie van

technieken die toelaten om de grootte, vorm, conformationele veranderingen en interactiedomeinen in grote, macromoleculaire complexen te

bestuderen. Instrumentatie en expertise daartoe voorhanden zijn gelfiltratie, multihoek statische lichtscattering, dynamische lichtscattering,

ultracentrifugatie, kleine-hoek X-stralen verstrooïng in oplossing aan de synchrotron, electronenmicroscopie en atomische krachtmicroscopie. 3)

Fimbriële biogenese. De bedoeling is om ook de invloed van reeds covalent aaneengeschakelde F4 SDAs op de fimbriële biogenese te gaan

bekijken. Het is waarschijnlijk dat reeds gecomplementeerde SDAs de usher permanent blokkeren en dus geen openen en sluiten van de usher

meer toelaten (na te gaan met de black lipid membrane (BLM) technologie) wegens het wegvallen van de donorstrenguitwisseling. In onze opinie

heeft dat als voordeel dat het gevormde, geblokkeerde complex mogelijk beter gekristalliseerd kan worden dan de usher op zich, en bovendien een

eerste beeld kan geven van de doorgang van pilinen doorheen een usher. F6 fimbriae (fas, Fig. 2) zijn een mooi studieonderwerp voor fimbriële

biogenese met nog twee extra, kleine chaperons naast het klassieke chaperon FasB. FasC is een adhesine-specifiek chaperon, terwijl FasE zorgt

voor de optimale export van FasG doorheen de usher [16]. Adhesine-specifieke chaperons zijn uniek voor fas en CS (humane ETEC) fimbriële

operons. De interacties van FasC en FasE met FasG zullen bepaald worden onder andere in kristalstructuren

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• HENRI DE GREVE

SEC SODA

K.U.Leuven

Abstract: The detailed objectives of this track are as follows:a) Provide techniques that preserve deployed software from malicious modifications by

detecting tampering if it occurs. To do so, self-checkingtechniques will be studied and improved.b) Provide techniques to avoid tampering of

deployed software by makingthe analysis of the application harder via a combination of techniques.This includes the study and improvement of selfmodifying

code, encrypted code execution and encrypted data processing, and code obfuscation and white-box cryptography.c) Provide techniques

to remotely attest the integrity of deployed application software.

Organisaties:

• Afdeling Informatica

Onderzoekers:

• Bart Preneel

• Wouter Joosen

Onderzoek naar het effect van leren interprofessioneel samenwerken in de gezondheidszorg.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Ondanks de toenemende aandacht voor en noodzaak van interprofessioneel samenwerken in de gezondheidszorg, zijn er weinig

onderzoeken die het effect ervan aantonen. Dit onderzoek heeft als hoofddoel het effect te meten van interprofessioneel samenwerken op de

kwaliteit van zorg.

Het onderzoek is ingedeeld in drie grote delen. In het eerste deel wordt een systematische literatuurstudie uitgevoerd met als doel een zicht te


krijgen op de uitkomsten van interprofessioneel samenwerken als interventie voor chronische geriatrische zorg. In het tweede deel is het de

bedoeling een beschrijving te krijgen van de bestaande zorg (regio Antwerpen) voor chronische geriatrische zorg in rust en verzorgingstehuizen

(RVT's). De beschrijving van deze bestaande zorg gebeurt enerzijds op basis van de ervaringen van professionals en patiënten met behulp van

focusgroepen en diepte-interviews. Anderzijds zal de beschrijving in een volgende stap via een cross sectionele studie worden bekomen van de

bestaande zorg in de RVT's (regio Antwerpen). In het derde en laatste deel van dit project wordt een longitudinale cohort studie met één jaar

follow-up uitgevoerd. Met deze experimentele studie wordt getracht het effect van interprofessioneel samenwerken als interventie op de kwaliteit

van zorg voor chronisch geriatrische patiënten in een RVT te meten.

De voorlopige resultaten uit de literatuurstudie geven aan dat interprofessioneel samenwerken in de gezondheidszorg voor chronische geriatrische

patiënten een positief resultaat kan geven voor een aantal specifieke outcomes. Ook de intensiteit van samenwerken blijkt een invloed te kunnen

hebben op kwaliteit van zorg. Ook is gebleken dat de 'usual care' onvoldoende of niet beschreven staat. Om het effect van 'gecoördineerd'

interprofessioneel samenwerken op de kwaliteit van zorg voor chronische geriatrische patiënten in een RVT te kunnen meten is het belangrijk om

eerst een goede beschrijving te hebben van deze 'usual care'. In dit doctoraatsproject is daarom een kwalitatief beschrijvend onderzoek lopende.

Via case-study onderzoek en focusgroep onderzoek wordt getracht de bestaande zorg te beschrijven voor de doelgroep chronische geriatrische

patiënten in een RVT (provincie Antwerpen).

Organisaties:

• Eerstelijns - en interdisciplinaire zorg (ELIZA)

Onderzoekers:

• Herman Meulemans

• Paul Van Royen

Van uitstel komt afstel? Een longitudinale analyse naar nieuwe patronen van gezinsvorming aan de hand van de

volkstelling van 1991 en de algemene socio-economische enquête van 2001.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Onderzoeksopzet en probleemstelling

De voorbije decennia is de vruchtbaarheid op doorgedreven wijze gedaald. In nagenoeg alle Europese landen ligt het totaal vruchtbaarheidscijfer

sinds de jaren 1970 onafgebroken onder het vervangingsniveau van 2,1 kinderen per vrouw. Deze ontwikkeling is deels het gevolg geweest van het

uitstel van het ouderschap naar steeds latere leeftijden (Bongaarts & Feeney, 1998). Dit impliceert dat de recuperatie van het totaal

vruchtbaarheidscijfer naar de toekomst toe zal afhangen van (a) verdere ontwikkelingen met betrekking tot de timing van vruchtbaarheid, en (b) de

mate waarin uitgestelde geboorten daadwerkelijk worden gerealiseerd op latere leeftijden (Lesthaeghe & Willems, 1999). De focus van dit

doctoraatsproject is gelegen op de tweede kwestie waarbij de mechanismen achter de vruchtbaarheidsrecuperatie worden onderzocht bij

vrouwelijke cohorten die een nieuwe standaard hebben gezet met betrekking tot uitstel van vruchtbaarheid in België.

Onderzoeksvraag

Sinds het midden van de jaren 1960 is het vruchtbaarheidsregime in België grondig gewijzigd. Het totaal vruchtbaarheidscijfer daalde tot onder het

vervangingsniveau, terwijl de gemiddelde moederschapsleeftijd bij de geboorte van het eerste kind bleef stijgen. Op basis van de

volkstellingsgegevens van 1991 reconstrueerde Neels (2006) de pariteitsspecifieke vruchtbaarheidspatronen tussen 1960 en 1990 in België. Hieruit

bleek dat vrouwen geboren tussen 1960 en 1965 nieuwe standaarden hebben gezet met betrekking tot het uitstel van een eerste en tweede

geboorte. De analyse van de cohortenprofielen toonde aan dat de uitstelbeweging in belangrijke mate werd gedreven door de democratisering van

het onderwijs, de toename van het opleidingsniveau, en de gestegen arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Een dergelijk uitstelgedrag werd echter

reeds aangetroffen bij hoogopgeleide en beroepsactieve vrouwen uit de vroege jaren 1920. Dit impliceert dat de uitstelbeweging van de afgelopen

decennia dus niet zozeer van innovatief vruchtbaarheidsgedrag getuigt, maar veeleer moet worden begrepen als een gevolg van de forse toename

van het aandeel hoogopgeleide en beroepsactieve vrouwen. Tegenover het uitstel van eerste en tweede geboorten staat een vrij algemeen afstel

van geboorten van derde en hogere rang. Ongeacht opleidingsniveau en arbeidsmarktparticipatie blijken nog maar weinig vrouwen een geboorte

van derde en hogere rang te realiseren. Een opmerkelijke vaststelling is dat de stap naar een derde geboorte in België nog het vaakst wordt gezet

door hoogopgeleide vrouwen (ibidem). Desalniettemin blijkt uit recente surveygegevens een toenemende preferentie voor steeds kleinere

gezinnen. Een groeiend aandeel vrouwen zegt nog maar één kind te willen (Goldstein, Lutz & Testa, 2003). Omdat de vruchtbaarheidsprofielen in

België retrospectief werden gereconstrueerd op basis van de volkstellingsgegevens van 1991 kon tot nu toe nog maar weinig worden gezegd over

de vruchtbaarheidsrecuperatie bij sterk uitstellende generaties en de factoren die in dit verhaal een rol spelen. Vrouwen geboren tussen 1960 en

1965 waren op het einde van 1990 bijvoorbeeld nog maar 25 tot 30 jaar oud, terwijl de gemiddelde moederschapsleeftijd bij de geboorte van het

eerste kind rond de 27 à 28 jaar schommelt. Door gebruik te maken van de gekoppelde volkstellingsgegevens van 1991 en 2001 wordt het echter

mogelijk om de observatieperiode met 10 jaar uit te breiden. Op die manier ontstaat een prospectief onderzoeksdesign waardoor de

vruchtbaarheidsrecuperatie kan worden bestudeerd tussen 1991 en 2001. Dit zijn de jaren waarin de sterk uitstellende generaties het gros van hun

vruchtbaarheid zullen realiseren. Leidt hun uitstel tot afstel? En welke factoren oefenen een bevorderlijk dan wel een remmend effect uit op de

vruchtbaarheid? Beide vragen staan centraal in het voorgestelde doctoraatsonderzoek.

De effecten van arbeid en gezin

In vorig onderzoek werd het uitstel van het ouderschap gerelateerd aan het verhoogde opleidingsniveau en de gestegen arbeidsmarktparticipatie

van vrouwen. De investering in een carrière vraagt tijd en verhoogt de opportuniteitskosten die aan het moederschap zijn verbonden. Vanuit die

optiek kan een verder uitstel van het moederschap worden verwacht naarmate vrouwen hun kansen weten te verzilveren op de arbeidsmarkt. Sinds

een aantal jaren stelt men echter vast dat landen met een hoog aandeel tewerkgestelde vrouwen precies de hoogste totale vruchtbaarheidscijfers

laten optekenen (Brewster & Rindfuss, 2000). Het is natuurlijk de vraag of deze verbanden op geaggregeerd niveau zich ook voordoen op

individueel niveau. Desalniettemin roept een dergelijke vaststelling nieuwe vragen op met betrekking tot de relatie tussen vruchtbaarheid en

vrouwelijke arbeidsmarktparticipatie. Dit verband getuigt van een complexer karakter dan vaak wordt gedacht. Zo suggereert recent onderzoek voor

Vlaanderen dat het moederschap onder afgestudeerde en samenwonende vrouwen typisch wordt uitgesteld door drie groepen: zij die helemaal

geen job hebben, zij die juist een heel drukke baan hebben, en zij die een deeltijdse baan hebben maar vrezen om hun werk te verliezen. Ook

regionale karakteristieken spelen een rol: uitstel van ouderschap is het meest uitgesproken in regio's met een hoog vrouwelijk werkloosheidscijfer

en in regio's met een hoge mate van genderongelijkheid op de arbeidsmarkt (Van Bavel & De Wachter, 2007). Uit het voorgaande blijkt dat

verschillende facetten van de arbeidsmarkt een verschillende impact uitoefenen op het uitstel van het ouderschap. Blijft echter de vraag wat de

implicaties zijn van dit uitstel met betrekking tot de vruchtbaarheid die uiteindelijk wordt gerealiseerd. En in het bijzonder de factoren die in dit

verhaal een rol spelen. Hoe hangen vol- en deeltijdse banen samen met het krijgen van een kind? Wat is de impact van het aantal uren werk per

week? Speelt het type job een rol? Is de sector van tewerkstelling van belang? Werk in de overheidssector gaat doorgaans gepaard met betere

faciliteiten om arbeid en gezin met elkaar in overeenstemming te brengen dan werk in de privésector (Mandel & Semyonov 2006). De

bovenstaande vraagstellingen kunnen echter niet op afdoende wijze worden beantwoord zonder rekening te houden met de karakteristieken van

partner en gezin. Is er bijvoorbeeld sprake van betekenisvolle interacties tussen de beroepsactiviteit en het opleidingsniveau van beide partners? In

de literatuur wordt het belang van een gezinsperspectief in steeds belangrijkere mate onderkend, maar heeft voorlopig niet geleid tot systematisch

onderzoek vanuit dat perspectief vanwege een gebrek aan geschikte data.

De effecten van huisvestingskenmerken

Hoewel sinds de jaren 1980 een aantal studies werden uitgevoerd met betrekking tot huisvesting en gezinsvorming, is de relatie tussen huisvesting

en vruchtbaarheid nog maar zelden onderzocht. Volgens Mulder (2006) is er sprake van een tweezijdige relatie: demografisch gedrag oefent een

impact uit op huisvesting, net zoals huisvesting een invloed uitoefent op demografisch gedrag. In dit onderzoek zal dieper worden ingegaan op het

tweede luik van dit verband, en meer bepaald of huisvestingskenmerken een rol spelen in de vruchtbaarheidsrecuperatie van sterk uitstellende

generaties. Huisvesting en gezinsvorming hangen echter bijzonder sterk samen, in die mate zelfs dat het vaak moeilijk is om te spreken van directe


causale verbanden. Meestal worden beide beslissingen in samenspraak genomen of beïnvloed door gemeenschappelijke factoren. Desalniettemin

achten we het belangrijk om deze denkpiste verder te exploreren. In dit project worden daartoe drie huisvestingskenmerken geoperationaliseerd: de

vraag of men eigenaar dan wel huurder is van een woning, of het type woning een rol speelt (appartement of huis), en wat de impact is van de

kwaliteit van de woning (al dan niet comfortabel, aanwezigheid van een tuin). Daarnaast wordt ook gekeken of kenmerken van de overkoepelde

woningmarkt een rol spelen. Welke impact gaat bijvoorbeeld uit van regionale kenmerken zoals huur- en kostprijzen van woningen?

Organisaties:

• Sociaal Onderzoek

Onderzoekers:

• PATRICK DEBOOSERE

Ontwikkeling van nieuwe giststammen voor bioethanolproductie met lignocellulose afvalstromen als substraten:

verbetering van inhibitortolerantie.

K.U.Leuven

Abstract: De algemene doelstelling van dit project is de genetische verbetering van commerciële giststammen voor tolerantie tegen fenolische

inhibitoren aanwezig in lignocellulose hydrolysaten. Een grote collectie van giststammen zal worden gescreend voor inhibitortolerantie en de beste

stammen geselecteerd. De genetische basis van inhibitortolerantie in deze stammenzal worden bepaald met nieuwe technologieën voor

polygenische analyse en de geïdentificeerde allelen zullen worden getransfereerd naar commerciële bioethanol productiestammen om hun

inhibitortolerantie te verbeteren.

Organisaties:

• Afd. Molec. Microbiol. & Biotechnologie

Onderzoekers:

• Johan Thevelein

Verbeterde anonieme communicatie door geavanceerde gebruikersmodellen.

K.U.Leuven

Abstract: De technologische vooruitgang maakt het mogelijk om steeds meer informatie te verwerken en op te slaan. Het verzamelen van massale

hoeveelhedenelektronische informatie creëert nieuwe en uitdagende privacybekommernissen. Het is daarom belangrijk dat systeemontwerpers

rekening houden metprivacyvereisten en dat ze de geschikte werkmiddelen voorhanden hebben om de privacyeigenschappen van nieuwe

ontwerpen te analyseren. De privacygemeenschap heeft evenwel nog geen algemene methodologie ontworpen die ontwerpers toelaat om

privacybehoudende mechanismen in hun ontwerpen te verwerken en om de doeltreffendheid ervan te testen. In de plaats daarvan worden

privacybehoudende oplossingen ad hoc ontworpen en geanalyseerd, en is het daardoor moeilijk om ze te vergelijken en met elkaarte combineren in

echte producten.In dit proefschrift onderzoeken we of algemene methodologieën kunnen ontwikkeld worden om privacybehoudende systemen te

ontwerpen en te analyseren. Ons doel is de grondbeginselen van een

Organisaties:

• Afdeling ESAT - SCD: SISTA/COSIC/DOCARCH

Onderzoekers:

• Bart Preneel

• Carmela Gonzalez Troncoso

Sturing van de vortexeigenschappen en wervelende straalstromen.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Dit project beoogt de controle en sturing van de vortex eigenschappen van wervelende straalstromen die worden gegenereerd door de

uitstroom vaneen ronde wervelende luchtstraal uit een axisymmetrische uitlaat. Door deze sturing beogen we de verbetering van de

toepasbaarheid van wervelende straalstromen bij verbrandingsprocessen, voeding van chemische reactoren en uitlaatmonden en inblaasroosters

bij ruimteventilatiesystemen. Wefocusseren op de controle van de vortex eigenschappen van deze wervelende straalstromen zodanig dat de twee

voornaamste doelstellingen worden gerealiseerd: (1) de onderdrukking van de instabiliteiten die optreden bij de precessie van de vortex kern en dit

onafhankelijk van de wervelgraad van de straalstroom. We trachten dit experimenteel te bewijzen. (2) Deverbetering en verruiming van de

regelstrategieen om de belangrijke eigenschappen van wervelende stralen te beinvloeden. Deze zijn de radiale spreiding van de jet, meesleuring

van omgevingslucht, recirculatie en

Organisaties:

• Afd. Toeg. Mechanica & Energieconversie

Onderzoekers:

• Eric Van den Bulck

• Johan Meyers

Moleculaire aspecten van neuronale communicatie in gezonde en zieke neuronen.

K.U.Leuven

Abstract: Gebruikmakend van genetische screens en system biologie, gecombineerd met electrofysiologie, electronen microscopie en live imaging,

bestuderenwe de moleculaire mechanismen van neuronale communicatie. Om synaptische transmissie uiteindelijk beter te begrijpen analyzeren

we diverse aspecten van neuronale communicatie, zoals de rol van mitochondriën aan de synaps en ook hoe verschillende proteïnen betrokken zijn

in het regelen van synaptisch vesikel transport en exo- en endocytose aan de synaps. Hetbeter begrijpen van processen die neuronale

communicatie regelen heeft verregaande implicatis voor onze geestelijke gezondheid. Meer dan 8% vande Westerse populatie gebruikt op

geregeld verdovende middelen en 20% lijdt aan een mentale afwijking (bron: World health Organization). Verslaving en neuronale ziekten vinden

vaak hun oorzaak in abnormale neuronalecommunicatie in specifieke hersen-regios en we hopen dus om meer inzicht te krijgen in deze afwijkingen

alsook in gezonde hersen-functie doo

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Patrik Verstreken

CLARIN

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Archeologie

Onderzoekers:

• Marc Waelkens

• Jan De Maeyer

• Piet Desmet


De competitie over de commons in de laat middeleeuwse Kempen: Een onverkend gebied.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Politieke geschiedenis

Onderzoekers:

• Tim Soens

• Maïka De Keyzer

Resource Recovery and Recycling K.U.Leuven builds a European and global Industry/University research network.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Procestechnologie v. Duurzame Syst.

Onderzoekers:

• Jan Fransaer

• Bart Van der Bruggen

• Koen Binnemans

• Bart Blanpain

• Thomas Van Gerven

• Philippe Muchez

Subsidieovereenkomst voor Erasmusmobiliteit onder het Lifelong Learning Programme.

Universiteit Hasselt

Abstract: Mobiliteit van studenten speelt een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Europese ruimte voor hoger onderwijs. Van organisaties

in het hoger onderwijs wordt gevraagd een hoge kwaliteit te waarborgen bij het organiseren van de mobiliteit van studenten.

Erasmus kent beurzen toe aan studenten die tussen 3 en 12 maanden gaan studeren aan een hoger onderwijsinstelling in een ander Europees

land. Voorwaarde is wel dat deze instelling een partnerschap lopen heeft met hun thuisinstelling, waar de studenten overigens ook ingeschreven

blijven. Er bestaan afspraken over de erkenning van de studiepunten die tijdens het Erasmus verblijf worden behaald.

Organisaties:

• Niet onderzoeksgroep gebonden projecten

Onderzoekers:

• Luc DE SCHEPPER

• Lia VAN HOEF

Functionele analyse van eiwitinteracties tussen bacteriën en hun virussen.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Rob Lavigne

• Anne-Sophie Delattre

Voorbij de retail revolution? Winkelcultuur in het stedelijk landschap Brussel (1830-1914).

K.U.Leuven

Abstract: In dit onderzoek wordt de synchrone complexiteit en de diachrone evolutie van de negentiende-eeuwse winkelcultuur in Brussel

onderzocht. De modernistische en teleologische historiografie over de negentiende-eeuwse consumptiecultuur wordt heroverwogen door de blik te

richten op de winkelcultuur. Aan de basis van dit onderzoek ligt de hypothese dat de ontwikkeling van de winkelcultuur moet worden begrepen als

een urban renaissance, eerder dan een retail revolution. In welke mate was winkelcultuur eenpassief segment van of een drijvende kracht achter

die stedelijke renaissance? Om de complexiteit van de commerciële circuits en hun winkelcultuur te vatten, wordt het winkellandschap eerst

empirisch gereconstrueerd. Vervolgens wordt de culturele constructie rond het winkelen geanalyseerd aan de hand van drie componenten: decor,

performance en discours.

Organisaties:

• Cultuurgesch. vanaf 1750

Onderzoekers:

• Johan Tollebeek

• Anneleen Arnout

Internationaal studieprogramma in levensmiddelen-technologie: aanvullende en specialisatie opleiding in de na-oogst en

conserveringstechnologie.

K.U.Leuven

Abstract: De deelnemers van dit programma worden gevormd en getraind in het gebied van de levensmiddelentechnologie en -engineering, waarbij

de nadruk gelegd wordt op de produktie van levensmid- delen typisch voor ontwikkelingslanden en op de na-oogst en bewaartechnologie van

tropische gewassen. De cursus wil bij- dragen tot het creëren van een structurele oplossing van het voedselprobleem in de derde wereld door het

opleiden van hoog- geschoolde experten in de levensmiddelentechnologie en -engi- neeringe die zelf in staat zijn de specifieke problemen in hun

geboorteland vakkundig te analyseren en op te lossen.

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Marc Hendrickx

Pluraliteit van schuldenaars bij verbintenissen.

K.U.Leuven

Abstract: Centraal staat de onderzoeksvraag hoe het recht de verhouding regelttussen verschillende personen die eenzelfde contractuele

ofbuitencontractuele prestatie moeten nakomen. Kunnen zij allen voor degehele schuld worden aangesproken, of elk slechts voor een deel en

voorwelkdeel? Daarbij wordt onderzocht welke verhouding een evenwichtrealiseert tussen de tegenstrijdige belangen van de schuldeiser en

deverschillende schuldenaren, welke gevolgen aan die verhouding moetenworden vastgeknoopt en in welke mate die verhouding en haar


gevolgenmoet doorwerken naar rechtsopvolgers onder algemene titel, zoals deerfgenamen van de schuldenaren.Het project beoogt de diverse

concepten vangehoudenheid scherper testellen, de bestaande juridische terminologie ter zake te vereenvoudigen en het Belgische recht aldus in

lijn te brengen met de hedendaagse internationale ontwikkelingen zoals de ontwikkeling van een common frame of reference for European Contract

Law.

Organisaties:

• Subfaculteit Rechtsgeleerdheid Kulak

Onderzoekers:

• Bernard Tilleman

• Matthias Vandenbogaerde

Rompcontrole bij kinderen met crebral palsy: een klinische en biomechanische benadering.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Neuromotorische Revalidatie

Onderzoekers:

• Katleen Desloovere

• Hilde Feys

• Lieve Heyrman

• Guy Molenaers

Humane blootstelling aan het endocrien verstorende Bisphenol-A

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Toxicologie

Onderzoekers:

• Hugo Neels

• Adrian Covaci

• Tinne Geens

Tijd en zelfwording bij Kierkegaard en Nietzsche. Twee wegen om te worden wie men is.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project wordt onderzocht hoe respectievelijk Soren Kierkegaard en Friedrich Nietzsche de problematiek van de verhouding tot de tijd

benaderen in de context van de thematiek van zelfwording. Beide filosofen diagnosticeren de crisis van de moderne tijd, in het bijzonder haar

melancholie, in termen van haar incompetentie om in een juiste verhouding tot de tijd te komen. In antwoord op de algemene cultuurcrisis richten

beidefilosofen zich op en tot het individuele zelf in zijn concrete historische conditie en confronteren het, mede door hun performatieve schrijfstijl,

met Pindarus' klassieke imperatief: word wie je bent! Omdat de existentie van het concrete zelf primair gekenmerkt wordt door zijn tijdelijkheid,

verschijnt de vraag hoe het zichzelf kan worden als de vraag naar de juiste verhouding tot de tijd. Met andere woorden, hoe kan het zich verhouden

tot de irriversibiliteit van het verleden, de vluchtigheid van het heden en de openheid van de toekomst? In het eerste deel van d

Organisaties:

• OE Metafysica & Filosofie van de Cultuur

Onderzoekers:

• William Desmond

• Paulus Van Tongeren

• Wolter Hartog

Metaal-Silsesquioxaan Roosters: een nieuwe klasse van poreuze materialen.

K.U.Leuven

Abstract: Highly porous solids are inorganic, organic or hybrid materials characterised by a large volume of pores and very high specific surface

areas. These features make them attractive for applications in heterogeneous catalysis, sorption and separation of molecules. Two of the most

widely employed and studied types of highly porous solids are Zeolites and Metal-Organic Frameworks (MOFs). While the former have been used

for industrial applications for many years, the latter represent a more recent class of materials with larger pores and higher surface areas but with

lower thermal stability. This project aims at developing a totally new class of hybrid inorganic-organic porous solids combining the assets of MOFs

and of Zeolites in a single material. High‑Throughput Experimentation techniques will be employed to enable the rapid and efficient

screening of the synthetic parameters that could lead to the desired novel materials. Once the synthesis of the new class of solids is achieve

Organisaties:

• Centr. vr Oppervlaktechemie & Katalyse

Onderzoekers:

• Paolo Pescarmona

Debatten, polemieken en onenigheid: de gedragscodes van de wetenschappelijke discussie in Noordwest-Europa, 1850-

1914.

K.U.Leuven

Abstract: Hoewel wetenschapshistorici in het verleden veel aandacht hebben geschonken aan denbsp;van wetenschappelijke controverses,

hebben ze slechts weinig interesse getoond voor de manier waarop wetenschappers met elkaar debatteerden, discussieerden en conflicten

uitvochten. Deze antropologische interesse staat precies centraal in het voorgestelde project, dat zich richt op de gedragscodes van het

wetenschappelijke debat. Het zal bestuderen hoe die gedragscodes veranderden onder invloed van de professionalisering en specialisering van de

wetenschap in de late negentiende eeuw. Daarbij zal in het bijzonder wordengefocust op de drie grote wetenschappelijke naties van West-Europa:

Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.In het onderzoeksproject zal er een bijzondere aandacht uitgaan naar die gevallen waarin de

gedragscodes door één of enkele deelnemers aanhet debat werden overtreden, in vraag werden gesteld of geproblematiseerd. De normale, veelal

impliciete, gedragsregels komen imme

Organisaties:

• Cultuurgesch. vanaf 1750

Onderzoekers:

• Johan Tollebeek

• Rafaël De Bont


De roloriëntaties van parlementsleden in een complexer wordende institutionele omgeving. De rol van kiessystemen en

van de organisatie van het parlement.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Uitgangspunten Leden van parlementaire assemblees worden altijd geconfronteerd met verschillende verwachtingen. Ze hebben

verschillende taken waarop ze beoordeeld (kunnen) worden. Zo wordt van hen verwacht dat zij de bevolking correct vertegenwoordigen. Anderzijds

wordt ook verwacht dat ze een bijdrage leveren aan het wetgevende werk. Het politiekwetenschappelijk onderzoek heeft die spanning in kaart

gebracht en geanalyseerd met het concept van 'representational roles' (zie vooral Searing, 1994). Het onderzoek waarop dat gebaseerd is, heeft

echter nood aan upgrading. De jongste decennia zijn er een aantal ontwikkelingen aan de gang waarvan verwacht kan worden dat zij de

roloriëntaties van parlementsleden grondig beïnvloeden. De politieke agenda wordt minder voorspelbaar. De erosie van de traditionele religieuze en

sociaaleconomische breuklijnen hebben tot gevolg dat vertegenwoordigers minder duidelijk kunnen afbakenen en definiëren wie of wat ze

representeren. De vernieuwde aandacht voor territoriale tegenstellingen creëert ook nieuwe verwachtingen met betrekking tot de manier waarop de

band met de te vertegenwoordigen bevolking kan gelegd worden. De toenemende Europese integratie en de sterkere regionalisering zorgen ook

voor een (verdere) versterking van de macht van regeringen en voor een toenemend belang van intergouvernementeel overleg. De snelle

ontwikkelingen in het medialandschap - steeds meer en diversere media, sterke personalisering - beïnvloeden de manier waarop parlementsleden

zich aan de bevolking kunnen presenteren. In het wetgevende werk spelen de partijen een steeds grotere rol. Zij vragen discipline rond een

coherente set van ideeën om de kiezer een duidelijk programma te kunnen aanbieden. Die partijdiscipline beperkt het geweten en de kwaliteiten

van de individuele verkozenen. De spanning tussen de verschillende rollen van parlementsleden, tussen de verschillende verwachtingen van de

kiezers, de partij, de media en de collega's in het parlement is daardoor meer dan ooit een actueel probleem dat om wetenschappelijk onderzoek

vraagt. Theoretische inspiratie Daarom lijkt het ons nuttig en relevant om met nieuw empirisch materiaal aan te knopen bij de traditie van onderzoek

naar 'representational roles'. We zouden daarbij de aandacht willen toespitsen op 'backbenchers', op parlementsleden die geen deel uitmaken van

de regering en voor wie een plaats in de regering ook niet de eerste bekommernis of mogelijkheid is. Backbenchers zijn een interessante groep

omdat zij immers, meer dan de frontbenchers, de vrijheid hebben om zelf vorm te geven aan de rollen die ze wensen in te vullen. Roloriëntaties van

parlementsleden zijn patronen van cognitieve carrièredoelen en emotionele incentives (samen de motivational core van de rol), van kenmerkende

attitudes en van gedragingen. Searing (1994) ontwikkelde de enige typologie die rekening houdt met de diverse rolcomponenten. Hij onderscheidde

vier grote roloriëntaties: 'policy advocates', 'constituency members', 'ministerial aspirants' en 'parliament men'. Hoewel zijn kwalitatief werk van

onschatbare waarde is en zeker als richtsnoer kan fungeren voor mijn onderzoek, moet gesteld worden dat zijn roltypologie te sterk ingebed is in de

Britse context. De bevindingen kunnen niet zomaar getransponeerd worden op andere parlementen, ook al is de tegenstelling tussen

parlementsleden die zich eerder toespitsen op het vertegenwoordigende werk (contact met de kiezers) en parlementsleden die zich eerder

toespitsen op het wetgevende werk (inhoudelijke specialisatie) een zeer relevante tweedeling gebleken (Thomassen & Esaiasson, 2006). Een

bijkomend element is dat de diepte-interviews, die de basis vormen van Searings werk, dateren uit de jaren 1970. Nieuw onderzoek is dus absoluut

noodzakelijk om onder meer na te gaan of en hoe rollen beïnvloed worden door de diverse politieke en maatschappelijke ontwikkelingen die we

hierboven schetsten. In dat nieuwe onderzoek willen we op twee vlakken proberen nieuw materiaal en nieuwe inzichten aan te brengen. In eerste

instantie plannen we ons onderzoek bij een staal van parlementsleden uit veertien verschillende landen. In tweede instantie willen we naast de

leden van de nationale parlementen ook de volksvertegenwoordigers op het regionale (deelstatelijke) niveau bevragen (zie ook nog verder). We

kunnen daardoor de institutionele context waarin parlementsleden (moeten) functioneren maximaal laten variëren. We sluiten ons daarbij

uitdrukkelijk aan bij de traditie van het rational choice institutionalisme. Politieke rollen zijn immers een resultante van het samenspel tussen de

individuele voorkeuren en de institutionele setting (Strøm, 1997). Hoewel parlementsleden ontegensprekelijk verschillende doelen proberen te

realiseren, toch worden ze allen primair geconfronteerd met de nood aan herverkiezing (Mayhew, 1974). Welke rol ze dan opnemen en hoe ze die

invullen, hangt enerzijds af van het electoraal systeem en anderzijds van de organisatie van de parlementaire assemblee. De bredere institutionele

context (partijsysteem, relatie tussen partijen en belangenorganisaties, organisatie van de media, volatiliteit van het stemgedrag, ...) mag daarbij

ook nooit uit het oog verloren worden. Alleen expliciet comparatief onderzoek kan precies aan het licht brengen hoe dit functioneert. Onze

onderzoeksvraag luidt derhalve als volgt: Op welke manier en in welke mate beïnvloeden het electoraal systeem en de organisatie van de

parlementaire assemblee de roloriëntaties van parlementsleden? En meer in het bijzonder: hoe beïnvloedt deze institutionele context de keuze voor

een roloriëntatie die eerder gericht is op het wetgevende werk dan wel op het vertegenwoordigende werk (policy advocates versus constituency

members).

Organisaties:

• Politieke Wetenschappen

Onderzoekers:

• CHRISTIAN DESCHOUWER

Traffic calming. Analyse van veiligheidsverhogende voorzieningen m.b.t. snelheid op de secundaire wegen en de

omgeving

Hogeschool Gent

Abstract: MOBILITEIT is een essentieel onderdeel van onze samenleving. Wereldwijd blijken verkeersongevallen een groot maatschappelijk

probleem te zijn die miljoenen slachtoffers eisen op de weg. Men is meer dan ooit op het punt van besef gekomen dat dit niet kan blijven duren.

Zowel Europa als België stellen zich tot doel om tegen 2010 het aantal verkeersdoden met ten minste de helft te reduceren. Om dit doel te

bereiken, worden verschillende actieplannen opgesteld die de factoren van de ongevallenproblematiek aanpakken. Aandacht naar de rijsnelheid

wordt telkens als één van de topprioriteiten aangehaald. Het concept van infrastructurele maatregelen op het snelheidsgedrag kan daarin een

belangrijke rol vervullen.

DOEL: Deze studie wenst een overzicht te geven van de kennis en wetenschappelijke achtergrond van verkeerskalmerende regelingen op de weg

in stedelijke gebieden. De studie benadrukt de infrastructurele snelheidremmende maatregelen en wenst de individuele maatregelen in het verticale

vlak te onderzoeken. De verhoogde inrichtingen, zijnde de verkeersdrempels en verkeersplateaus, worden uitgebreider besproken door referentie

te maken naar wetenschappelijke literatuur inzake de vormbepaling, de efficiëntie, de mate van verkeerstrillingen en geluideffecten van deze

fysieke snelheidremmende voorzieningen.

Organisaties:

• Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen

• Vakgroep Bouwkunde

Onderzoekers:

• Patrick Ampe

• Petra De Feyter

Metatheatraliteit in het werk van Tennessee Williams.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project behandelt de reflexiviteit in het werk van Tennessee Williams (1911-83), met verwijzingen naar zijn prozawerk wanneer de

geneologie van het toneelwerk dit vereist. Hoewel de toneelschrijver doorheen zijn oeuvre op een zelf-bewuste wijze omging met het medium van

zijn dramaturgie en van het theater, blijft de systematiek van dit aspect van Williams' werk onderbelicht. Enige academische aandacht werd

besteed aan de kunstenaarsfiguren maar een analyse van hun functionaliteit in het kader van een metatheatrale aesthetiek werd nog niet gemaakt.

Het project omhelst het werk van Tennessee Williams op zich en situeert het binnen de Amerikaanse traditie van het reflexieve drama. Hierbij wordt

een beroep gedaan op Williams' dramatische output, zijn brieven, en notitieboekjes om uit te maken hoe de kunstenaarsfiguren gestalte geven aan

de schrijvers ideeën over de aard en functie van de kunst in haar relatie tot de maatschappij. Tenslotte zal de studie rekening houden met een


selectie van hedendaagse toneelproducties om uit te maken hoe ze de reflexiviteit van Williams' werk gestalte geven.

Organisaties:

• Taal- en Letterkunde

Onderzoekers:

• JOHAN CALLENS