VREDESCENTRUM - Technische Universiteit Eindhoven

alexandria.tue.nl

VREDESCENTRUM - Technische Universiteit Eindhoven

G ?

g a

0 L

'

BESTUURSCOMMISSIE

VREDESCENTRUM

TRIMESTER-BIJEENKOMST

DE ROL VAN DE TECHNIEK

IN DE BEWAPENINGSWEDLOOP

24-1-1990

tLa

Technische Universiteit Eindhoven


HET PROGRAMMA


DE ROL VAN DE TECHNIEK IN DE BEWAPENINGSWEDLOOP.

Woensdag 24 januari 1990

Dorgelozaal; Bestuursgebouw.

PROGRAMMA

Zaalopen vanaf 13. 15 uur

Welkomstwoord door vice-voorzitter 13.30 uur

bestuurscomissie Vredescentrum TUE prof. dr. ir. P.P.J.M. Schram

lnleidingen door discussianten ir. W. de Ruiter en

prof. dr. H. de Lange aan de hand van stellingen

Eerste wederzijdse reactie

Pauze

Discussie o.l. v. prof. S.J. Doorman M.Sc.

13.35 uur

14.15 uur

14.30 uur

14.45 uur


DE SPREKERS


W. DE RUITER (RUUfllJE)

Stelllngen van ir. W. de Ruiter tb.v. de discussie met prof.dr. H. de Lange op

24 januari 1990:

1. Economische macht is gebaseerd op technologische macht

(technologiewedloop)., ·

2. Militaire macht is gebaseerd op economische macht (wapenwedloop).

3. Militaire macht is gebaseerd op technologische macht (technologisch

karakter wapenwedloop).

4. De technologisch macht berust vooral op de nucleaire technologie

(kernwapenstaten), de rakettechnologie en de computertechnologie (gevaar

van proliferatie).

5.1ngenieurs en natuurwetenschappers veranderen de.wereld, historici

proberen die veranderingen te interpreteren (kloof tussen alta en beta).

6.1edere beroepsgroep of maatschappelijke groepering die een rol speelt in

bewapenings- of ontwapeningsprocessen (fysici, politici, polemologen en de

vredesbeweging) heeft de neiging de eigen rol te overschatten.

Curriculum vitae

Willem de Ruiter (1949) studeerde natuurkunde en wetenschapsfilosofie aan de

Technische Hogeschool te Delft. Van 1980 tot 1988 was hij wetenschappelijk

medewerker aan de TUE. Vanaf 1988 is hij als universitair docent verbonden

aan de vakgroep Natuurwetenschap en Samenleving van de RUU. De Ruiter

vertaalde ook werk van de filosofen George Berkeley, Ernst Mach en Ludwig

Wittgenstein. Hij publiceerde verder onder meer De nucleaire erfenis, een

studie naar de rol van fysici in de wapenwedloop.


PROF.DR. H. DE LANGE (RUG/VU)

Enkele stellingen:

1. De technologie is aantoonbaar een van de centrale factoren in de

bewapeningswedloop geworden. Deze rol heeft de militaire technologie

kunnen spelen dankzij de relatief autonome politieke en sociale positie en de

organisationele geavanceerdheid van de militaire instellingen in de 19de en

20ste eeuw.

Nu de militaire instellingen deze politiek vooruitgeschoven en sociale

innoverende positie aan heteind van de 20ste eeuw dreigen te verliezen,

mag men aannemen dat de rol van de militaire technologie in de

bewapeningswedloop relatief minder dorninerend wordt.

2. Mogelijk kent de militaire technologie een bepaald autonoom verloop waarop

de politiek en de mensen aanvankelijk weinig invloed kunnen uitoefenen. De

manier waarop militair-technologische innovaties worden gebruikt, wordt

echter mede bepaald door de politiek en de houdingen en waarden van de

mensen.

3. Het nieuwe denken van de Sovjetunie, c.q. Gorbatsjov en de nieuwe

buitenlandse en militaire politiek van de Sovjetunie sinds 1985 maken naar

mijn idee duidelijk dat het verloop van de internationals politiek niet

uitsluitend door de wapentechnologie, het militair onderzoek- en

ontwikkelingswerk en de militair technocratische en bureaucratische

machtsnetwerken wordt be"invloed.

Curriculum VItae

Sinds 1970 verbonden aan het Polemologisch lnstituut van de Rijksuniversiteit.

Momenteel als universitair hoofddocent en onderzoekscoordinator. Sinds 1988

bijzonder hoogleraar vredesvraagstukken aan de Vrije Universiteit te

Amsterdam. Verschillende artikelen over vraagstukken van

bewapeningswedloop, ontwapening, strategie, de Sovjetunie, betrekkingen

tussen West en Oost en vredesbeweging. Hij is redacteur van Transaktie,

tijdschrift over de wetenschap van oorlog en vrede. Samen met Drs. Ben

Oostenbrink eindredacteur van het Jaarboek Vrede en Veiligheid dat sinds

1983 jaarlijks verschijnt. Schrijft in de Gids regelmatig een kroniek over

internationals politiek. Enkele publicaties: Het moderne oorlogssysteem en de

vrede, 1975. De bewapeningswedloop tussen de Vereningde Staten en de

Sovjetunie, 1945-1983, Groningen, Leeuwarden. Kwetsbaarheid en vrede,

Amsterdam 1988. Ontwikkelingen in het denken over oorlog en vrede en

vredeswetenschap, Kampen 1990.


PROF. S.J. DOORMAN, M.SC. (TliD)

Curriculum vitae

S.J. Doorman werd op 7 december 1928 te 's Gravenhage geboren.

In 1952 slaagde hij voor het kandidaatsexamen wis- en natuurkunde aan de

Universiteit van Amsterdam. Vervolgens studeerde hij tot 1957 filosofie der

exacte wetenschappen en logica bij prof. E. W. Beth. Hij specialiseerde zich

aan de University of Wisconsin (USA), waar hij in 1958 zijn master of science

degree behaalde.

In 1960 trad hij in dienst van de Technische Hogeschool te Eindhoven,

onderafdeling der Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschappen, waar hij in

1968 werd benoemd tot lector in de wetenschapsfilosofie.

In 1969 werd de heer Doorman benoemd tot directeur van de VPRO, welke

functie hij vervulde tot 1972.

Eind 1971 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar aan de afdeling der

Algemene Wetenschappen van de TH-Delft om onderwijs te geven in de

wijsbegeerte.

Vanaf 1972 tot 1988 was hij kroonlid van het bestuur van de NOS.

Thans is hij vice-voorzitter van de Stichting Publiciteitsvoorlichting over

Wetenschap en Techniek. Tevens is hij voorzitter van de Vereniging van

Kunstzinnige Vorming. ·


ACHTERGRONDARTIKELEN


zo'n grote invloed alsop het verschijnsel oorlog

(pp. 12-13). Zulke beweringen zijn voor velen

vanzelfsprekend en worden daarom zonder

meer aanvaard. Toen zijn ze maar halfwaar of

helemaal niet waar.

Al bijna twintigjaar worden de wetenschappelijke

en technologische aspecten van de bewapening

eerder over- dan onderbelicht. Wetenschapsmensen

die beleidsfuncties in de militaire

laboratoria en in bet militair onderzoeks-

en ontwikkelingswerk hebben vervuld

en later nog regeringsadviseur op dit terrein

zijn geworden, hebben vele studies gewijd aan

deze onderwerpen. Daarnaast hebben in de

Verenigde Staten commissies van de Senaat en

het Huis van Afgevaardigden in hun hoorzittingen

en speciale rapporten uitgebreid aandacht

aan dit onderwerp gewijd. De oogst bedraagt

nu toch minstens vele tienduizenden

bladzijden. Tevens publiceerden gespecialiseerde

tijdschriften en periodieken in overvloed

artikelen met technische infonnatie.

Tenslotte lieten instituten zoals SIPRI (het internationale

instituut voor vredesonderzoek te

Stockholm) jaarboeken en monografieen over

bewapening en ontwapening verschijnen

waarin de wetenschappelijke en technologische

achtergronden uitgebreid behandeld werden.

Dat de invloed van de natuurwetenschap en

technologic op de bewapening van staten groter

is geweest dan die op andere gebieden van

maatschappelijke activiteit, is een misvatting.

Alleen waren oorlog en bewapening in de

historische ontwikkeling in de negentiende en

twin_tigste eeuw de eerste sodale instituties

waarop deze factoren zo'n geweldige invloed

hebben verworven. De oorzaak hiervan is simpel

bet feit dat nationale staten primair beveiligingseenheden

zijn. Tussen 1850 en 1918 waren

buitenlandse politiek en defensie de belangrijkste

functies van staten zodat invoering van wapentechnologische

innovaties in dit tijdperk

niet al te grote sociale en politieke weerstanden

heeft ontmoet.

Vol gens De Ruiter en Van der Sijde zijn beoefenaren

van de natuurwetenschap niet aileen

KRONIEK & KRITIEK

goed in staat de bewapeningswedloop te onderzoe

ken en te verklaren, maar hebben zij juist

op dit terrein nog een speciale verantwoordelijkheid.

Ook deze Stelling is aanvechtbaar en

herinnert aan de mythe dat militairen experts

zijn op het terrein van bewapening omdat zij

het wapentuig bedienen. Het probleem is dat

wapens wei een eigen taal kennen, maar geen

eigen logica. Militairen en natuurkundigen beschikken

over vee) kennis van de militaire en

technische aspecten van bewapening, maar op

het terrein van de logica-de relatie tussen politiek

en militaire macht-kunnen ze leken zijn

tenzij ze zich met deze ingewikkelde problematick

vertrouwd hebben gemaakt. In sommige

gevallen is hiervan sprake, maar in dit geval

zijn ze niet Ianger beoefenaren van de krijgskunde

en de natuurwetenschappen, maar ook

van de sociale en politieke wetenschappen (geschiedenis,

sociologie, economie, psychologic

etcetera).

Gezien de uitgangspunten moet bet boek

van De Ruiter en Vander Sijde vooral beoordeeld

worden op grond van bun kennia en inzicht

in de intemationale politiek en veiligheidsvraagstukken.

Een dergdijke eia werd al

in 1934 gesteld door de Engelse bioloog Julian

Huxley, in een opstel 'Peace through science'.

Met betrekking tot de oorlog vervult de wetenschap

twee functies. De eerste bestaat uit bet

verwerven van kennis om de methoden om

oorlog te voeren te verbeteren. De andere is het

verwerven van kennis over de aard, oorzaken

en verschijningsvonnen van oorlog met. jlet

doel deze in te dammen en te voorlr.omen. Deze

is de wetenschap van de VTed.e die volgeos

Huxley toen helemaal niet bestond. De beoefenaar

van de natuurwetenschap kon hieraan

bijdragen door onderzoek op het terrein van

bewapening en ontwapening omdat dit uitgesproken

technische onderwerpen waren.

Hiennee kon hij echter niet volataan. W anneer

de wetenschap de kcnnis van de oorlog wilde

vergroten, dienden diverse psychologische,

economische, politieke en sociale onderwerpen

op haar agenda te staan. Gezien de neiging


o E c 1 o s Honderdvijftigste jaargang; nr. 4-fs, 1987

processen zo gemakkelijk dat we het verdere

werk wei kunnen overlaten aan een goed geprogrammeerde

robot. Neem bijvoorbeeld de

passage van De Ruiter eri Vander Sijde over

de Eerste Wereldoorlog, die zij de oorlog van

de chemici noemen. De auteurs wekken de indruk

dat Duitse geleerden tijdens de Eerste

Wereldoorlog chemische strijdgassen hebben

ontdekt en ontwikkeld. Hiermee maken ze duidelijk

dat de wetenschap schiJidig was aan het

gebruik van zulke middelen. ·

Mosterdgassen en andere chemische strijdmiddelen

waren al tientallen jaren v66r de oorlog

in het civiele onderzoek bekend en men

koode ook de kwaadaardige effecten. Geen van

de strijdgassen die tussen 1914 en 1918 zijn gebruikt,

is het resultaat geweest van militair onderzoek

met het oog op het gebruik daarvan in

oorlog. Julian Huxley heeft hierover het volgende

geschreven: 'Mustard gas was not disco·

vered by bellicose chemists in a deliberate

search for a new weapon . .. It was not science,

but the changed outlook on warfare, the intensive

spirit of modern nationalism, which caused

its application in warfare.' Exit het verhaal

van de booaaardige en oorlogzuchtige Duitse

chemici die misschien in politieke houding en

gedrag best zeer bellicoos en nationalistisch geweest

kunnen zijn.

In hun boek hekelen de auteurs de afschrikking

en de strategie van verzekerde .afschrikking

op basis van gegarandeerde vergeldingsvennogens.

Ze noemen kernwapens militair

'ongeschikte' wapens omdat·ze in een oorlog

niet gebruikt kunnen worden. Goddank, zou

men uitroepen. De auteurs vinden dit een re·

den om te pleiten voor afschaffing van kernwapens.

Dit houdt in dat zij impliciet pleiten voor

het in ere herstellen van de oorlog als instrument

van de politiek. Ze noemen de afschrikking

moreel verwerpelijk, logisch onbetrouwbaar

en onrealistisch (p. 525). Deze beoordeling

is overbekend. Men treft ze in de geschriften

van de defensieconservatieven aan. Om enkelen

te noemen: Albert Wohlstetter, Donald

Brennan, Fred Ikle, Richard fipes en Colin

Gray. De Ruiter en Vander Sijde weten kennelijk

niet dat men de defensie-conservatief

·kan herkennen aan zijn bewering dat de afschrikking

onrealutisch is, omdat afschrikking

nooit wederzijds is gezien het feit dat de Sovjetunie

deze wederkerigheid afwijst en bovendien

gelooft dat zij een kernwapenoorlog kan voeren

en winnen.

Mijn voornaamste punt van kritiek luidt dat

de auteurs telkens suggereren dat de natuurwetenschap

in de vonn van militair onderzoeksen

ontwikkelingswerk schuldig is aan de bewapeningswedloop

en deze ook heeft veroorzaakt.

Dat is een onjuiste benadering van de

problematiek, want ze leggen nergens precies

uit waarom de natuurwetenschap tdkens betrokken

raakte bij militair onderzoek. Evenmin

maken ze duidelijk hoe militaire technologie

en militair onderzoeks- en ontwikkelingswerk

telkens een factor in bewapeningswed- ·

loopprocessen is geworden. Is dat dank zij de

wapens die onder hun Ieiding worden vervaardigd?

Is dat dank zij de debatten die 2:e onderling

hebben gevoerd, over wenselijk.heid of onwenselijkheid

van nieuwe wapena met behulp

van primair technische argumenten? Of zijn

deze factoren toch min of meer van onderge- .

schikte betekenis geweest? En dat wu dan een

reden zijn om de accenten anders te leggen. Ik

denk dat het aandeel van de wetenschapsbeoefenaars

in de dynamiek van de bewapenin_gswedloop

duidelijker wordt wanneer men expliciet

hun rol bij de ideologische dimensies van

de bewapening ter sprake brengt en onderzoekt.

Natuurkundigen en ingenieun hebben

vaak een belangrijke rol in defensiedebatten

gespeeld. De defensieconservatieven onder

hen hebben met hun uitlatingen en geschriften

een gunstig bewapeningsklimaat geschapen.

De kritische natuurkundigen hebben vaak

kansen gemist doordat zij niet in staat waren de

problematiek van bewapening en oorlog in een

wijder perspectief te plaatsen. Ze hielden vaak

vast aan hun technologische en wapenflXaties

zodat ze de samenhangen tussen materiele bewapening

en de politieke en ideologische di-


10ndebat

REDE PROF. S.J. DOORMAN TER GELEGENHEID VAN 40 JAAR PON

14 JANUARI 1988

"Beheersen of verbeteren"

Het was jaren geleden, in de tijd dat de verbeelding nog

worstelde om aan de macht te komen, dus in het begin van de

70-er jaren, dat een hoogleraar in de meet- en regelkunde aan

een instelling voor hoger onderwijs in Nederland geroepen werd

tot een bestuurlijke functie. Ik herinner mij dat de man in

kwestie mij omstandig uitlegde hoe hij van plan was de zaken

aan te pakken. Hij zei namel ijk: "Het is uiteindel ijk een

simpel meet- en regelprobleem". En hij schreef in betrekkelijk

korte tijd zijn bord vol met ingewikkelde float-diagrams die

mij moesten laten zien, hoe men de geldstromen maar ook de

merkwaardige stromen van democratische besluitvorming die tot

grote ontsteltenis van sormtigen werden ingevoerd, kon

dirigeren en in een perfect technisch model volledig beheersen.

Hij dacht natuurlijk dat hij met dit model een ideale

bestuurszetel kon construereh, waar hij zich vervolgens in kon

neerlaten en over de einder heen met groot succes zou kunnen

wegvl iegen.

Ik kan u vertellen dat zijn onderneming vrij $nel is m1slukt.

Het hele tuig is krakend ingestort en de bestuurlijke funct1e

van de desbetreffende man heeft betrekkelijk kort geduurd.

Wonnen de mensen met verbeelding het van de technocraten? In

ieder geval maakten de mensen die op de verbeelding wedden een

rekenfout, want velen geloofden dat de verbee1ding ruim

gedistribueerd is over de massa van de exemplaren van de homo

sapiens. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar de enkele keren

dat ik probeer mijn eigen verbeelding te evalueren,· valt die

taxatie altijd vrij somber uit. Vandaar dat u vandaag van mij

niet erg originele gedachten zult horen.


DE GIDS Honderdeenenvijftigste jaargang, nr. 7/8, 1988

melding van enkele verschillen met de vorige

projecten:

1. SDI zallanger duren. Het SOl-programma

is nu al vijfjaar oud. Het Manhattan Project

duurde 3 Y7 jaar en het Apollo Project 8

jaar. so 1 zal beslist niet voor het jaar 2000 zijn

gerealiseerd.

2. De groei vans o 1 is langzamer dan van de

vorige projecten. Van 1943 tot 1945 namen de

fondsen voor het Manhattan Project met

345% toe. Voor het Apollo Project geldt een

toename van 270% van 1961 tot 1963. De SDIbudgetten

stegen van 1985 tot 1987 met 165% .

3. so 1 is het grootste technologieproject aller

tijden. so 1 is nu nog kleiner dan de vorige projecten.

Het Manhattan Project had een omvang

van 30 miljard 1985-dollar. Het Apollo

Project van So miljard 1985-dollar. De schattingen

van de kosten van het so 1 Project I open

tot meer dan 1.000 miljard dollar.

4· so I omvat meer uiteenlopende technologieen

dan de vorige projecten. so 1 is een paraplu

waaronder meer dan 1.000 uiteenlopende

projecten vallen. De voornaamste hiervan

zijn: de kinetische energiewapens, de gerichte

energiewapens en de richt- en volgsystemen.

5· Bij vorige projecten twijfelden deskundigen

niet, bij so 1 twijfelen deskundigen wei aan

de haalbaarheid van de oorspronkelijke doelstelling.

9· Technologie en politiek: twee kanten

van een medaille

Onze maatschappij wordt vergaand bepaald

door de technologische mogelijkheden en veranderingen.

Het aanzien van onze samenleving

is in de laatste honderdjaar totaal veranderd

door een reeks innovaties, zoals bijvoorbeeld

de auto, de televisie en de kernwapens.

We moeten ten aanzien van de wapenwedloop

een onderscheid maken tussen de materiile

werlcelij'kheid en de sociale werkelijkheid. De materiele

werkelijkheid bestaat niet aileen uit technologische

hardware, zoals kernkoppen,

kruisraketten, satellieten, onderzeeers, vliegtuigen,

bommenwerpers en computers, maar

530

ook uit natuurwetenschappelijke en technologische

software zoals kennis en know how. De

sociale werkelijkheid wordt gevormd door

ideologieen, vijandbeelden, strategieen, doctrines,

concepten, onderhandelingen, politieke

uitgangspunten en beslissingen, het moreel

van het Ieger, etc.

De materiele werkelijkheid is het voertuig

van de wapenwedloop. Dit voertuig wordt

aangedreven door de motor van de technologie

en bestuurd door personen uit de sociale

werkelijkheid.

Sommige onderzoekers zijn vooral gelnteresseerd

in de eigenaardigheden en bijzonderheden

van het voertuig en in de dynamiek die

door de motor van de technologie wordt opgeroepen.

Analytisch ingestelde en natuurwetenschappelijk

geschoolde mensen zullen herhaaldelijk

hun blik op het voertuig richten en

de bestuurder uit het oog verliezen. Een extreme

variant van deze blikvernauwing leidt tot

de gevolgtrekking dat de sociale werkelijkheid

door de materiele werkelijkheid wordt gedetermineerd.

Andere onderzoekers zijn vooral gelnteresseerd

in de kenmerken van de sociale werkelijkheid.

Synthetisch denkende en sociaal wetenschappelijk

geschoolde mensen rich ten hun

blikken op de actoren die het voertuig van de

wapenwedloop besturen en vergeten het voertuig

zelf. Een extreme vorm van deze eenzijdige

blindheid leidt tot de stelling dat d e technologie

er niets toe doet.

In onze cultuur bestaat er een diepe kloof

tussen beide soorten onderzoekers, hetgeen

leidt tot wederzijds onbegrip en onderlinge

minachting. Wat kunnen de technische studies

over de nucleaire winter of over de haalbaarheid

van het rakettenschild bijdragen tot

het inzicht in bewapeningsprocessen, zo vragen

sociale wetenschappers zich af. En omgekeerd

betwijfelen natuurwetenschappers het

nut van onderzoeken naar de aard van het vijandbeeld,

de motivatie van vredesdemonstranten

of de strategie van de vredesbeweging.

De hier geschetste kloof blij ft niet beperkt


WILLEM DE RUITER & BART VAN DER SIJDE Negen Stellingen OVer wapentechno)ogie

een politiek-militaire. Maar de uitslag wordt

grotendeels bepaald door de mogelijkheden

van de technologie. De v s heeft meer en bet ere

technologie dan de s u en daarom ook meer

geavanceerde wapens. Misschien wei de belangrijkste

reden waarom het nucleaire conflict

tussen de vs en des u veertigjaar na data

nog steeds niet is opgelost, is de technologische

fixatie van de v s met betrekking tot dit probleem.

Het bekende rijtje van belangrijke nucleaire

wapenontwikkelingen is riiet een toevallige

samenloop van omstandigheden, maar

het gevolg van ccn bewuste politick om door

middel van een technologische voorsprong

blijvend voordeel te verwerven. Technologic

is het overheersende middel geweest en heeft

een echte politieke oplossing tot nu toe in de

weg gestaan. Het antwoord op de Russische

atoombom was de Amerikaanse waterstofbom,

het antwoord op de Russische anti-raket

de geMIRvde raket, het antwoord op richtprecisie

en mogelijke eerste klap so 1.

We zijn er niet blind voor dat andere factoren

ook van belang zijn. In een handelsconflict

tussen de vs en West-Europa is de nucleaire

bewapening niet van belang. We wet en dat deze

niet gebruikt zal worden, hoe desastreus

zo'n conflict ook zal verlopen. Maar dat neemt

niet weg dat de afloop van een ideologisch conflict

bepaald kan worden door de technologische

mogelijkheden.

8. Politieke problemen worden

aangepakt met technologie

'Amerikanen hebben een heilig geloof in de

techniek,' aldus McNamara. 6 Dit geloof in

techniek is krachtig bevorderd door twee bijzonder

succesvolle grootschalige technologieprojecten:

het Manhattan Project dat op 6 december

'94'· een dag voor de J apanse aanval

op Pearl Harbor, begon en op 16 juli 1945 met

een proefexplosie werd afgesloten en het Apollo

Project dat in de zomer van 1961 werd gelanceerd

middels een rede van president Kennedy

en op 21 juli I969 met de eerste Amerikaan op

de maan met succes werd bekroond.

De betekenis van beide projecten voor het

verloop van de geschiedenis en voor het vertrouwen

van de Amerikanen in de technologie

kan nauwelijks overschat worden.

Het Manhattan Project luidde het nucleaire

tijdperk in. In dit tijdperk verwierven 5 staten

officieel en tenminste 2 staten (India en Israel)

officieus kernwapens. Tevens kwam vanaf I953

de civiele toepassing van nucleaire energie in

zo'n snel tempo tot ontwikkeling dater per Ijanuari

Ig88 417 kerncentrales zorg droegen voor

I6% van de wereldelektriciteitsproduktie.

Het Apollo Project luidde het ruimtevaartti.Jdperk

in. Sinds de eerste satelliet zijn er zo'n

2.500 militaire satellieten gelanceerd en zo'n

8oo civiele. Er bestaan nog altijd hooggespannen

verwachtingen over het militaire en civiele

gebruik van de ruimte. Daarom wordt er op

wereldschaaljaarlijks meer dan 40 miljard dollar

in de ruimtevaart gelnvesteerd. Men verwacht

in het jaar 2000 een markt van 20 miljard

dollar voor de_ communicatiesatellieten en

van 25 miljard dollar voor produktie en hewerking

van nieuwe materialen.

De combinatie van het kernwapen met de

intercontinentale raket leverde het absolute wapen

op, waarmee de beide grootmachten elkaars

steden gijzelden. De oplossing van de

nucleaire dreiging die opgeroepen is door de

technologie wordt nu weer verwacht van diezelfde

technologie. In zijn Star Wars-toespraak

van 23 maart I983 riep president Reagan

de wetenschappers op 'ons de middelen te

verschaffen om die kernwapens machteloos en

overbodig te maken'. Binnen zeer korte tijd

werd sol het bekendste acroniem van het wapenjargon.

Aile discussies over bewapening

en ontwapening werden gedomineerd door

SDI.

so I is een technologische oplossing voor een

politiek probleem dat veroorzaakt is door technologic.

Het SDI-prograrnma zal de wereld

andermaal veranderen, zoals het Manhattan

Project en het Apollo Project dat eerder hebben

gedaan.

Het is niet onze bedoeling uitvoerig op s D I

in te gaan. We zullen ons beperken tot de ver-


WILLEM DE RUITER & BART VAN DER SIJDE Negen stellingen over wapentechno)ogie

gische ontwikkelingen die autonome paden

volgen. Langs deze paden vinden voortdurend

aanpassingen en verbeteringen in de

technologie plaats, maar de richting van het

pad ligt vast en de nieuwe technologie is nog

nauwelijks te sturen of te belnvloeden door politieke

en maatschappelijke krachten uit de samenleving.

In deze derde fase is het autonome

karakter van de technologie het dwingendst.

Tenslotte breekt de gigantenfase aan waarin

grote bedrijven zich specialiseren op militair-industriele

produktie van al datgene dat

voldoende levensvatbaar is gebleken om de

eerste drie fasen succesvol door te komen.

Volgens het vier-fasenmodel verloopt de

technologische ontwikkeling autonoom. Politici

kunnen het tempo van de autonome technologische

ontwikkeling versnellen, sanctioneren

of vertragen; zij kunnen geen invloed

uitoefenen op de ontdekkingen en het technologische

pad.

4· Technologie is de motor van de

wapenwedloop

In de twintigste eeuw is het tempo van de technologische

ontwikkelingen drastisch verhoogd.

De briljante natuurkundige J. Robert

Oppenheimer (1904-1967) was geobsedeerd

door de snelheid waarmee onze cultuur verandert.

De obsessie voor deze opvallende nieuwigheid

van de hedendaagse cultuur loop! als

een rode draad door zijn toespraken en essays

die recent zijn gebundeld in het boek Uncommon

Sense. 4 De enorme kennisgroei en toename

van het technologisch potentieel dwingen tot

de vorming van specialisten, van mensen die

steeds meer van steeds minder weten. Oppenheimer

wilde een specialist zijn op aile terreinen

- niet aileen op het gebied van de natuurwetenschappen,

maar ook op dat van de sociale

wetenschappen, de kunsten en de literatuur

- en heeft ervaren hoe onmogelijk dat is.

Dat de technologie de motor van de wapenwedloop

is, kan worden gelllustreerd met behulp

van het volgende lijstje dat we overnemen

van Robert McNamara: 5

Jaar van test of plaatsing

Wapen

Atoombom

lntercontinentale bommenwerper

Straalbommen werper

Waterstofbom

ICBM

Spionagesatelliet

SLBM

1 c B M met vaste brandstof

ABM

Antisatellietwapen

MIRV

VS US

1945 1949

1948 1955

1951 1954

1952 1953

1958 1957

1960 1962

1960 1964

1962 1966

1974 1966

1963 1968

1970 1975

Natuurlijk zijn deze lijstjes een vereenvoudiging

van de werkelijkheid. Zij hebben een

soortgelijke dmk-economische functie als de natuurkundige

Ernst Mach (1838-1916) toeschreef

aan empirische generalisaties zoals de

wetten van Kepler. De onoverzienbare brij

van waarnemingen door de Deense astronoom

Tycho Brahe van de planeet Mars

werd teruggebracht tot enkele eenvoudig te

memoreren wetten. De ondoorzichtige complexiteit

van de wapenwedloop wordt gereduceerd

tot hanteerbare lijstjes. Uit dit lijstje

kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

1. Het tempo van de wapentechnologische

innovaties is onvoorstelbaar hoog: elke drie

jaar verschijnt er een nieuw wapensysteem.

2 . De Verenigde Staten nemen in de technologische

wedloop vrijwel altijd het voortouw:

in slechts twee van de elfwapeninnovaties was

de Sovjetunie eerder. De Sovjetunie bereikt

binnen een tot zeven jaar hetzelfde doel.

3· Een belangrijk dee) van de wapenwedloop

vertoont het actie-reactiepatroon.

McNamara schrijft over het Russische wapenprogramma:

'Veel van hun uitbreidingen in

de afgelopen twintigjaar zijn het best te begrijpen

als reacties op ontwikkelingen in Amerika.

Omgekeerd geldt hetzelfde voor vee) Amerikaanse

ontwikkelingen.'

4· Het invullen van de lijstjes wordt moeilijker

naarmate we het heden naderen: het is onmogelijk

te voorspellen welke recente wapen-


o E G I os Honderdeenenvijftigste jaargang, nr. 718, Ig88

3· Wapentechnologische ontwikkeling is

autonoom

Er bestaan twee populaire modellen voor technologische

ontwikkeling: de technologiedruk

en de markttrek. Het technologiedrukmodel

wordt getypeerd door het motto: 'De wetenschappelijke

uitvinding van vandaag is de

technologie van morgen.' Dit model heeft sterke

papieren: een groot aantal revolutionaire

uitvindingen of ontdekkingen hebben via

nieuwe technologieen bet aanzien van de wereid

veranderd.

Het motto van het markttrekmodel is: 'U

vraagt, wij vinden uit.' Het uitgangspunt van

dit model is het bestaan van bepaalde maatschappelijke

behoeften. Wetenschap en technologie

moeten worden afgestemd op de behoeften

van de maatschappij.

Beide modellen zijn geintegreerd in een

vier-fasenmodel van de technologische ontwikkeling

dat op uiteenlopende terreinen is

toegepast. De eerste fase wordt gekenmerkt

door het doen van uitvindingen en wetenschappelijke

ontdekkingen. Deze fundamentele

doorbraken op het gebied van wetenschap

en technologie zijn principieel onvoorspelbaar

en komen voort uit ongebonden en ongericht

onderzoek. Dit soort onderzoek is autonoom

omdat uitvindingen niet op afroep plaatsvinden.

De recente doorbraak op het gebied van

de supergeleiding is een voorbeeld. Niemand

had durven voorspellen dat supergeleiding bij

zulke hoge temperaturen mogelijk was. De

nieuwe supergeleidende materialen zullen bijvoorbeeld

wellicht toegepast kunnen worden

in het elektromagnetische railkanon, een hypermoderne

katapult die projectielen afvuurt

met een snelheid van enkele tientallen kilometers

per seconde. De energie van deze projectielen

ligt in de buurt van een miljoenjoule en

is voldoende om een raket te vernietigen.

Na de autonome en onvoorspelbare ontdekking

volgt een koortsachtige periode van trial

en error, van varia tie en selectie. Het Amerikaanse

Manhattan Project is een uitstekend

voorbeeld van de nerveuze opwinding die ont-

staat na een fundamentele ontdekking. Deze

fase wordt gekenmerkt door hoopvolle, vaak

overspannen verwachtingen, door talloze

nieuwe en wilde ideeen en vele initiatieven.

Het selectieproces wordt bepaald door bet doe!

waarop aile inspanningen zijn gericht: vergroting

van de militair-technologische macht van

de staat. De variatie komt tot stand door de

creativiteit van de natuurwetenschappelijke

onderzoekers en technologen. Hun variaties

zijn echter niet volkomen willekeurig, maar

gebonden aan institutionele factoren die worden

vastgelegd door het academisch-militairindustrieel

complex. Een recent voorbeeld van

de variaties in het ontwerpen van kemwapens

is de poging derde generatie kemwapens te

ontwikkelen. In dit type kemwapen wordt de

nucleaire energie in een richting geconcentreerd.

Dit soort kernwapens is net zo ver verwijderd

van de huidige kemwapens als een mitrailleur

van buskruit. Derde generatie kernwapens

zijn technologisch mogelijk en worden

in allerlei varianten ontwikkeld. De wapenexpert

Theodore B. Taylor komt tot het volgende

oordeel over microgolfwapens: 'Het militaire

potentieel van gerichte microgolfbundels is

verschrikkelijk. Veronderstel eens dat het mogelijk

wordt vijf procent van de energie van

een I kiloton explosie om te zetten in 3 em straling

die wordt uitgezonden door een antenne

met een diameter van 50 meter. De explosie

van zo'n apparaat in een geosynchrone baan

zou ongeveer 8oo Joule per vierkante meter

deponeren over een oppervlak van 250 vierkante

kilometer op aarde. Deze geschatte

energiedichtheid is groter dan het niveau dat

ernstige schade veroorzaakt aan vele soorten

elektrische uitrusting - computers, antennes,

relais en elektriciteitskabels.''

Na het variatie- en selectieproces is een

technologisch paradigma tot stand gekomen

dat leidt tot een voortgaande autonome ontwikkeling.

In deze derde fase zit de nieuwe

technologie stevig in het zadel. De splijtingsbommen,

de fusiebommen, de intercontinentale

raketten, de satellieten en anti-satellietwapens

etc., zijn aile voorbeelden van technolo-


WILLEM DE RUITER & BART VAN DER SIJDE Negen stellingen over wapentechnoJogie

tigingskracht van de mens tot onvoorstelbare

hoogten opgevoerd.

Bij het voeren van oorlogen was de mens

miljoenen jaren aangewezen op zijn eigen

spierkracht en de vaardigheid waarmee hij de

knuppel of knots hanteerde, de speer wierp of

de pijl uit zijn boog schoot. De beste atleet

werpt een speer van Boo gram nog geen honderd

meter. Een eenvoudig rekensommetje

leert dat de atleet de speer een energie meegeeft

van minder dan 6oo Joule. De beste

handboogschutters schoten speciale lichtgewicht-pijlen

van circa 100 gram over een afstand

van 275 meter. De pijl kreeg een energie

van bijna 200 Joule.

De rond 400 jaar voor Christ us ontwikkelde

kruisboog vormde een belangrijke innovatie

die de mens in staat stelde meer mechanische

energie vrij te maken. De kruisbogen werden

met de opkomst van kastelen in de elfde eeuw

populair en zijn gebruikt tot aan de zestiende

eeuw. Met een goede kruisboog konden pijlen

van 85 gram met een snelheid van bijna 100

meter per seconde worden afgevuurd. Deze

pijlen haalderi 420 meter en kregen een energie

mee van 400 Joule. 2 Een tientallen eeuwen durende

ontwikkeling had de energie van de

kruisboogpijlen tweemaal zo groot gemaakt

als die van de handboogpijlen !

Heel belangrijk was de overgang van mechanische

energie naar chemische energie.

Het eerste zwarte buskruit werd in Europa in

de dertiende eeuw gemaakt. Bij de chemische

explosie kwam per gram kruit een energie vrij

van 2.86o Joule. Vanaf de dertiende eeuw is

de explosieve kracht en de kwaliteit van het

kruit steeds verbeterd en dit leidde in 1910 tot

de produktie van 2,4,6-trinitrotolueen. Dit is

het beruchte TNT dat zowel in de Eerste als in

de Tweede Wereldoorlog de hoofdrol heeft

gespeeld als explosief. Moderne geweerkogels

van zo'n g,5 gram worden met snelheden van

1.000 meter per seconde afgevuurd en bezitten

energieen van enkele duizenden Joules. TNT

werd het standaardexplosief en gebruikt als

eenheid voor de explosieve kracht van kernwapens.

Een gram TNT Ievert een energie van

4.200 Joule. Een eeuwenlange ontwikkeling

van het kruit had de energie-inhoud per gram

met slechts een factor 1,5 verhoogd!

Door de overgang van mechanische naar

chemische energie hadden de wapens definitief

de menselijke maat overschreden. Devernietigingskracht

van mitrailleurs, granaten,

kanonnen en bommen was vele malen groter

dan de vernietigingskracht die de mens met

behulp van spierkracht en mechanische toestellen

kon mobiliseren. De historische overgang

van mannen die tot de tanden waren bewapend

naar wapens die werden bern and, was

voltrokken. Nietige mannen bedienden machtige

machines.

Door de overgang van chemische naar nucleaire

energie nam de vernietigingskracht

van de wapens andermaal drastisch toe. Het

primitieve kernwapen dat Hiroshima verwoestte,

leverde a! een explosieve kracht van

meer dan 3 kg TNT per gram kernwapen. Dit

wapen was dus ruim drieduizend maal krachtiger

dan het krachtigste chemische explosief

uit de geschiedenis. De gevolgen van deze ontwikkeling

tarten de verbeelding: Dresden

werd door een nachtelijk bombardement in 14

uur door 1.000 vliegtuigen die vele duizenden

bommen afwierpen vernietigd. Hiroshima

werd verwoest door een born uit een vliegtuig!

De ontwikkeling van kernwapens is na Hiroshima

niet stil blijven staan. De kernkop van

een huidige kruisraket weegt 125 kg en bezit

een explosieve kracht van 150 kiloton TNT. Dit

komt overeen met 1.200 kg TNT per gram kemwapen.

De vemietigingskracht van kemwapens

is ruim een miljoen maal zo groot als van

TNT. De totale energie die is opgeslagen in

kemwapens komt overeen met de energie van

2.10 17 (o,2 maal miljard maal miljard) afgeschoten

kruisboogpijlen! Een nucleaire onderzeeer

kan heden ten dage meer vuurkracht

ontwikkelen dan de mensheid in de loop van

de geschiedenis heeft afgeschoten! De rol van

de commandant is gereduceerd tot het drukken

op de knop.

More magazines by this user
Similar magazines