CONV 297/02 WG III 15 NOTA van

european.convention.eu.int

CONV 297/02 WG III 15 NOTA van

EUROPESE CONVENTIE

SECRETARIAAT

Brussel, 24 september 2002 (26.09)

(OR. fr)

CONV 297/02

WG III 15

NOTA

van: het secretariaat

aan: de Werkgroep rechtspersoonlijkheid

Betreft: Beknopt verslag van de vergadering van 19 september 2002

1. De voorzitter gaf te kennen dat de groep zich in eerste instantie diende te buigen over

document WD 15, dat handelt over de gevolgen van uitdrukkelijke toekenning van rechts-

persoonlijkheid aan de Unie.

2. Eerst werd er een debat gehouden over het rechtskarakter van de Unie. Sommige leden van de

groep merkten op dat dit onderwerp niet rechtstreeks verband houdt met de toekenning van

rechtspersoonlijkheid aan de Unie. Vervolgens bestudeerden de leden het ontwerp-verslag.

Er werd een consensus bereikt over het eerste deel, dat betrekking heeft op de aanvaarding

van het beginsel van de éne rechtspersoonlijkheid van de Unie.

3. Wat de onderhandelingsprocedure voor internationale overeenkomsten betreft, verzochten

bepaalde leden in het verslag een duidelijk criterium op te nemen om uit te maken wie onder-

handelt over overeenkomsten die verschillende van de huidige pijlers bestrijken. Een deel van

de groep drong erop aan het criterium van de "belangrijkste materie" weer op te nemen in de

tekst van het verslag. Een lid stond echter sceptisch tegenover de toepassing van dit criterium.

CONV 297/02 van/SR/jg 1

NL


4. Met de in het verslag voorgestelde wijziging van artikel 24 VEU, te weten schrapping van de

laatste twee zinnen (die een nationale bekrachtigingsprocedure impliceren), ging de meerder-

heid van de groep akkoord, omdat een en ander voortvloeit uit de toekenning van rechts-

persoonlijkheid aan de Unie. Twee leden wensten evenwel dat in de tekst van artikel 24 VEU

verwezen wordt naar de mogelijkheid voor een lidstaat om gebruik te maken van de

constructieve onthouding als bedoeld in artikel 23, lid 1, VEU.

5. Wat de externe vertegenwoordiging van de Unie betreft, houdt een ruime meerderheid van de

groep vast aan het idee dat het verdrag regelingen moet bevatten die waarborgen dat de Unie

met één stem kan spreken. In dat opzicht was een deel van de groep voorstander van samen-

voeging in één persoon van de functies van hoge vertegenwoordiger en Commissielid voor

externe betrekkingen. Anderen waren van mening dat deze kwestie veeleer door de

Werkgroep extern optreden moet worden behandeld. De voorzitter verzocht de leden hun

zienswijze binnen 24 uur schriftelijk kenbaar te maken, teneinde het standpunt van de groep

met betrekking tot dit punt te verduidelijken.

6. De meerderheid van de groep sprak zich eveneens uit voor een synergie, zelfs een samen-

voeging van de administraties die zouden ressorteren onder de persoon die de functies van

hoge vertegenwoordiger en Commissaris in zich zal verenigen, en verzocht om opneming van

dit punt in het eindverslag.

7. Bepaalde leden onderstreepten dat het verslag de indruk wekt dat er alleen voorstellen worden

gedaan die niet aan de bestaande rechtssituatie raken, wat slechts ten dele het geval is. Zij

stelden voor een alinea toe te voegen waarin gepreciseerd wordt dat de in het rapport voor-

gestelde wijzigingen opnieuw kunnen worden bezien of aangevuld in het licht van de stand-

punten die de Conventie nog zal bepalen.

8. Tenslotte werd het deel van het verslag met betrekking tot de rechterlijke toetsing en het

Europees Parlement algemeen goedgekeurd (twee leden verzochten het Europees Parlement

evenwel om instemming).

CONV 297/02 van/SR/jg 2

NL


9. Wat de vereenvoudiging van de verdragen betreft bestudeerden de leden van de groep het

ontwerp-verslag (document WD 16), dat op ruime steun kon rekenen; enkele delegaties

wensten bepaalde aspecten evenwel verder uit te diepen. In dat verband merkte de voorzitter

op dat het debat daarover in de Conventie zal worden voortgezet. Er kwam een brede

consensus tot stand over de samenvoeging van de verdragen in één instrument, bestaande uit

twee delen, waarvan het eerste deel de bepalingen van constitutionele aard zou bevatten.

10. Een meerderheid van de groep ging akkoord met de formulering van deze conclusies.

Bepaalde leden van de groep stelden evenwel beknoptere conclusies, zelfs twee soorten

conclusies (sommige van meer algemene en andere van meer technische aard) voor.

11. De voorzitter zegde toe om, rekening houdende met de standpunten die de leden in de

vergadering hadden ingenomen, een herziene tekst van het ontwerp-verslag op te stellen, met

dien verstande dat deze laatste tekst de meerderheidsstandpunten dient weer te geven voor alle

punten die in het verslag aan bod komen. Overeengekomen werd dat het ontwerp van eind-

verslag uiterlijk al 26 september 2002 zal worden verspreid, zodat de leden voldoende tijd

hebben om het grondig te bestuderen en het in de laatste vergadering van de groep, op

30 september 2002, kan worden goedgekeurd.

________________

CONV 297/02 van/SR/jg 3

NL

More magazines by this user
Similar magazines