samen voor ons eigen

people.few.eur.nl

samen voor ons eigen

008_009 Woordje van de toezichthouder

Woordje van de toezichthouder: nMa

samen voor ons eigen

8

tekst Fieke van der Lecq, manager Monitor Financiële

Sector, Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)

fotografie Geoffrey Tolaro

Fieke van der Lecq, manager Monitor Financiële Sector, Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)

Investment & Pensions Nederland

In elke editie van IPN zorgt één van de toezichthoudende

instanties voor invulling van de rubriek ‘Woordje van de

toezichthouder’. Deze keer neemt Fieke van der Lecq voor de

Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) de honneurs waar.


F.

Jacobse en Tedje van Es van De Tegenpartij

wisten het al: samen sta

je sterker. Hun slogans ‘Laat ze zelf

eens een keer bezuinigen’ en ‘Geen gezeik,

iedereen rijk’ zijn haast spreekwoordelijk geworden.

Bij pensioenen denken we niet direct

aan bezuinigen, maar wel aan een nuchtere

benadering die iedereen ten goede komt. Op

die manier zorgt de NMa voor het concurrentietoezicht

in de pensioensector: nuchter

redenerend vanuit de Mededingingswet en

met resultaten waarvan de deelnemers en

gepensioneerden profiteren. Zij zijn immers

de uiteindelijke pensioenconsument.

Ook in de pensioensector sta je soms

samen sterker. Dat blijkt wel uit de consolidatieslag

die momenteel plaatsvindt. Pensioenuitvoerders

gaan daarbij ook ‘samen voor

hun eigen’: ze stellen vast dat het in ieders

belang is om samen te gaan. Als de betrokken

partijen een zekere schaalomvang hebben,

dient het voornemen tot fusie of overname bij

de NMa te worden gemeld. In termen van de

Mededingingswet wordt hier gesproken van

concentraties van ondernemingen. Dit kunnen

fusies, overnames of bepaalde joint ventures

zijn. Bij joint ventures is onder meer van

belang dat zij daadwerkelijk onafhankelijk van

de moedermaatschappijen gaan opereren, opdat

ze niet een vehikel voor afgestemd gedrag

vormen. Dan zou de concurrentie immers worden

beperkt en de joint venture niet worden

toegestaan. Joint ventures kunnen ook de

mededinging bevorderen, bijvoorbeeld doordat

ze gezamenlijke innovaties mogelijk maken die

anders niet tot stand zouden zijn gekomen.

Hiervoor is speciale regelgeving ontwikkeld.

De NMa toetst alleen de grotere concentraties

op hun invloed op de mededinging in de

betreffende markt1 . Voor pensioenuitvoeringsbedrijven

geldt hierbij een drempel van ruim

113 miljoen euro gezamenlijke omzet, waarvan

elk van de partijen 30 miljoen euro in Nederland

moet hebben behaald. Als de partijen

hele hoge omzetten hebben behaald, in meerdere

EU-lidstaten, zal de concentratiemelding

in Brussel worden behandeld. Dit was bijvoorbeeld

aan de orde bij de grote bankenfusie van

vorig jaar. Voor pensioenfondsen is het begrip

‘omzet’ wat lastiger te operationaliseren dan

bij pensioenuitvoeringsbedrijven. Wanneer een

pensioenfonds meer dan ruim 4,5 miljoen euro

aan premie ontvangt, is echter met zekerheid

sprake van meldingsplicht.

Zoals bij alle concentratiemeldingen, zal

ook bij een voorgenomen concentratie in de

pensioensector worden gekeken of het samengaan

van de ondernemingen leidt tot een

significante belemmering van de daadwerke-

lijke mededinging, met name ten gevolge van

het ontstaan of versterken van een economische

machtspositie. Daarbij moet natuurlijk

worden gekeken naar de markt in kwestie.

Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van

het recente besluit inzake de concentratie

ABP-Cordares 2 . Dochtermaatschappijen van

de Stichting Pensioenfonds ABP, zoals APG

Groep NV en Loyalis, en die van Cordares Holding,

zoals Cordares Pensioendiensten BV en

Cordares Verzekeringsgroep NV zijn immers

gedeeltelijk op dezelfde markten actief. De

concentratie leidt in deze markten tot een

groter marktaandeel. Dergelijke markten zijn

die voor schadeverzekeringen, levensverzekeringen,

levensloopproducten, de administratie

van collectieve pensioenregelingen en

vermogensbeheer. Al snel kon worden vastgesteld

dat in de eerste drie van genoemde

markten het gezamenlijke marktaandeel niet

groter zou worden dan 25%. Dit wijst niet op

een dominantie positie die eventueel in een

mededingingsbeperkende zin kan worden

gebruikt. Ook waren er geen overige aanwijzingen

dat de daadwerkelijke mededinging

op deze drie markten als gevolg van de concentratie

op significante wijze zou worden

belemmerd. Het NMa-besluit richt zich dan

ook vooral op de markten voor de administratie

van collectieve pensioenregelingen en

de markt voor vermogensbeheer.

Bij nadere bepaling van de grenzen van de

markten voor de administratie van collectieve

pensioenregelingen en vermogensbeheer

is zowel gekeken naar de individuele producten

en diensten die hier worden aangeboden,

als naar de geografische dimensie van deze

markten. Bij eerstgenoemde markt valt te

denken aan een eventueel onderscheid naar

administratiediensten voor ondernemingspensioenfondsen

(opf) en bedrijfstak(bpf)- of

beroepspensioenfondsen. Dit bleek echter in

het kader van deze zaak niet nodig, onder andere

omdat beide partijen momenteel alleen

voor bedrijfstakpensioenfondsen werken. In

een andere concentratie zal dit onderscheid

mogelijk wel een rol spelen, omdat het makkelijker

kan zijn om vanuit dienstverlening

aan Bpf-en ook voor Opf-en te gaan werken

dan andersom. De opschaling naar een hele

bedrijfstak vergt immers de nodige investeringen

en neemt tijd in beslag. Daarnaast is

gekeken naar de looptijden van contracten

tussen de betrokken pensioenfondsen en

pensioenuitvoeringsbedrijven. Ook de vraag

of er sprake was van gebonden klantleveranciersrelaties

(‘captive sales’) kwam

hierbij aan de orde. Bij concurrentie gaat het

immers onder andere om de mogelijkheid

1.Deze tekst bevat een vrije weergave van mededingingsrechtelijke overwegingen. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend., 2. Dit besluit in zaaknummer 6376 d.d. 12 juni 2008 is beschikbaar via www.nmanet.nl

Woordje van de toezichthouder

Investment & Pensions Nederland

008_009

over te kunnen stappen naar een andere leverancier.

Leveranciers van pensioenadministratiediensten

kunnen dan meerdere klanten

bedienen en vragers van dergelijke diensten

kunnen uit meer aanbieders kiezen.

De markt voor administratiediensten werd

als nationaal afgebakend, waarbij de NMa

opmerkte dat de IORP-richtlijn bijdraagt aan

het ontstaan van een Europese markt voor

het pensioenbedrijf. Aangezien het gezamenlijke

marktaandeel op een nationale markt

meestal groter is dan op een internationale

markt, kan deze ontwikkeling ervoor zorgen

dat concentraties in de toekomst minder

snel tot mededingingsbezwaren leiden.

De markt voor vermogensbeheer werd

reeds in dit besluit als internationaal beschouwd,

oftewel ten minste Europees. Qua

producten kan nog worden bezien of het beleggen

in onroerend goed als een afzonderlijke

deelmarkt moet worden gezien. Mogelijk geldt

dit alleen voor directe beleggingen in onroerend

goed, omdat hiervoor specifieke kennis

is vereist. Voor zover het gaat om indirecte

beleggingen in onroerend goed, kan deze beleggingscategorie

als een van de ‘asset classes’

naast bijvoorbeeld aandelen en obligaties

worden gerekend tot dezelfde markt in het

kader van vermogensbeheer. De omzetten

of marktaandelen van vermogensbeheerders

kunnen daardoor worden opgeteld zonder onderscheid

naar het type beleggingen. Ook op

deze markt wordt de daadwerkelijke mededinging

niet beperkt door de beoogde concentratie,

naar oordeel van de NMa. Al met al kregen

de partijen groen licht om de concentratie

door te zetten.

Uit dit voorbeeld blijkt dat de beoordeling

van concentraties per situatie opnieuw moet

plaatsvinden. De betrokken partijen zijn op

sommige deelmarkten allebei actief en op

andere niet. Ook de markten zelf ontwikkelen

zich, bijvoorbeeld door de internationale

dimensie of door nieuwe producten of diensten

die een substituut voor het bestaande

aanbod vormen. Ook dit wordt per melding

opnieuw bezien. Voor de indieners van een

concentratiemelding kan het praktisch zijn

om eerst met de NMa te overleggen over

de voornemens en de informatie die moet

worden verstrekt. Daartoe is het zogeheten

prenotificatiegesprek beschikbaar, dat licht

ironisch wel eens het ‘gratis eerste consult’

wordt genoemd. Indachtig het ‘geen gezeik,

iedereen rijk’ van Jacobse en Van Es wordt zo

voorkomen dat ondernemingen en de NMa

onnodig elkaars Tegenpartij worden. Uiteindelijk

werken we immers allemaal voor de burgers…

en hun pensioenen.

9

More magazines by this user
Similar magazines