Als ik minister van Sport zou zijn … Werkgroep schepenen

isb.colo.ba.be

Als ik minister van Sport zou zijn … Werkgroep schepenen

congres in woord WERKGROEPEN DAG 1 - SCHEPENEN

Als ik minister van Sport zou zijn

Werkgroep schepenen

De werkgroep schepenen kwam zoals de voorbije jaren traditioneel tot stand via een samenwerking

tussen ISB en VVSG. Het opzet van de werkgroep was tweeledig. Enerzijds was het

de bedoeling om aandachtspunten en aanbevelingen vanuit de Vlaamse sportschepenen te

verzamelen voor de toekomstige regering die na 7 juni aan de slag zal gaan. Anderzijds wilden

ISB en VVSG hun memoranda in het kader van de komende verkiezingen op interactieve

wijze aftoetsen bij de achterban. De inhoudelijke invulling gebeurde voornamelijk door de

60-tal aanwezige schepenen, gevoed door een driekoppig professioneel panel.

Ambitiegehalte Vlaamse politieke

partijen?

De werkgroep startte met de reacties

van de aanwezige schepenen op het

politieke debat dat tijdens de voormiddag

plaatsvond 1 . De opmerkelijkste

vaststelling vanuit de schepenen

was het lage ambitiegehalte van het

debat. Het nieuwe decreet betekende

een vooruitgang voor de lokale sportsector,

maar in vergelijking met cultuur

of de ambities van de Vlaamse overheid

in het algemeen rekent de sportsector

nog op een grote groeimarge.

Er werd ook een grote eenduidigheid

opgemerkt tussen de verschillende partijen

omtrent een aantal grote lijnen:

autonomie voor gemeenten, positieve

elementen van het nieuwe decreet,

aandacht voor infrastructuur, samen-

werking met onderwijs Met hun

memoranda hopen iSB en VVSG echter

het ambitiegehalte van de Vlaamse

overheid te prikkelen en te voeden.

Memoranda VVsg en isB

Op basis van de reacties van de aanwezige

schepenen werden de ontwerpversies

van de memoranda van VVSG

en iSB bijgeschaafd en aangevuld.

Hieronder geven we een samenvatting

mee van de definitieve memoranda. Op

het moment van het verschijnen van

dit artikel hebben de Vlaamse verkiezingen

reeds plaatsgevonden en hopen

VVSG en iSB onderstaande beleidsaanbevelingen

graag toe te lichten aan de

Vlaamse beleidsmakers voor de komende

legislatuur.

1 In het vorige Vlaams Tijdschrift voor Sportbeheer (nummer 210) kon u reeds een uitgebreid verslag van het debat nalezen.

Vlaams Tijdschrift voor Sportbeheer 87 N° 211

Krijtlijnen VVsg-memorandum

sportbeleid

De Vlaamse gemeenten vragen de

Vlaamse regering en de minister voor

Sport in het bijzonder:

• de stimuli voor lokaal sportbeleid te

versterken door méér beleidsruimte

voor lokaal sportbeleid decretaal te

verankeren;

• de diverse subsidies voor lokaal

sportbeleid te bundelen en toe te

wijzen aan de gemeente zodat de

beleidsruimte voor een integraal

sportbeleid groeit en de administratieve

lasten verminderen;

• de lokale context van het gemeentelijk

sportbeleid als vertrek- en ijkpunt

te valoriseren via de ontwikkeling

van gedifferentieerde regelgeving

en ondersteuningsmaatregelen;

• partnerships met andere beleidsdomeinen

zoals jeugdbeleid, onderwijsbeleid

en sociaal beleid aan te

moedigen;

• de aandacht voor sportparticipatie

te versterken via buurtsport en flankerende

onderwijsinitiatieven;

• te helpen werk maken van een

betere globale regelgeving en een

hogere kostenvergoeding voor vrijwilligers;

• directe en indirecte steun te voorzien

voor kwaliteitsvolle sportinfrastructuur

via een lager btw-tarief,

stimuli voor duurzame renovatie en

investeringen, het huidige decreet

voor alternatieve financiering uit te

bouwen tot een rollend sportinfrastructuurfonds.


congres in woord WERKGROEPEN DAG 1 - SCHEPENEN

Tien uitdagingen volgens isB

voor het lokaal sportbeleid

1. Ruimte en autonomie voor

gemeenten en hun sportdiensten

om lokaal aan de slag te gaan;

2. De voorbije budgetverhoging en

het nieuwe decreet mag geen

eindpunt zijn;

3. Nieuwe hefbomen voor ‘andersgeorganiseerde

sport’;

4. investeren in tewerkstellingsprojecten

in de lokale sportsector

(zaalwachters, sportclubondersteuners

);

5. Het erkennen van de job van redder

als knelpuntberoep;

6. Strengere wetgeving, efficiënter

energiebeheer of innovatieve praktijken

kunnen de basis zijn van

Vlaamse impulsen voor de sector

op vlak van renovatie van sportinfrastructuur;

7. Sport en bewegen is niet enkel de

verantwoordelijkheid van de sportsector,

maar ook van onderwijs of

het beleidsdomein gezondheid;

8. Via een klaverbladfinanciering

moet ingezet worden op naschools

sportaanbod ingebed in de lokale

maatschappelijke en sportieve

context;

9. Aandacht voor gemeenten en de

werking van sportdiensten is een

permanente zorg bij het formuleren

of implementeren van regelgeving

door de Vlaamse overheid;

10. Een statuut voor trainers in clubs

of lesgevers bij initiatieven van

lokale besturen is nodig.

goed decreet, maar

De werkgroep was opgebouwd rond

drie thema’s. Naast de samenwerking

van sport met onderwijs en andere sectoren

en het thema sportinfrastructuur,

werd er gestart met de bespreking van

het nieuwe decreet en het algemene

Vlaamse beleid.

De voorbije budgetverhoging, het

werken met een sportbeleidsplan en

het laagdrempelige aspect van het

decreet worden algemeen als positief

beschouwd. De schepenen vragen na

een planningsperiode van twee jaar nu

wel ruimte en rust om het beleid uit

te voeren. Met de nadruk op ‘beleid’,

dient er ook gewaakt te worden over

het belang van personeel om een sportbeleid

vorm te geven. Er wordt ook

aandacht gevraagd voor de verderzetting

van de autonomie en het vertrouwen

in de gemeenten bij de uitvoering

van het decreet.

Aandacht voor de verderzetting

van de autonomie

en het vertrouwen in de

gemeenten

De werkgroep bediscussieerde en

nuanceerde ook het begrip ‘autonomie’.

Gemeenten zijn inderdaad best

geplaatst om concreet op maat van de

lokale context een beleid te voeren. De

grootte van de inzet van eigen middelen

ten opzichte van de Vlaamse subsidies

versterkt vaak ook het belang van

autonomie. Anderzijds zijn gemeenten

ook vragende partij voor samenwerking

met andere besturen in het

kader van bovenlokale sportinfrastructuur,

faciliteren van intergemeentelijke

samenwerking en stimulansen om het

lokale gewicht van het sportbeleid te

verhogen.

Schepenen vragen ook inspraak en

aandacht voor lokale besturen en in

concreto sportdiensten bij het ontwikkelen

of implementeren van nieuwe

regelgeving. Tot slot pleiten ze voor

realisme bij het aanreiken van nieuwe

projecten of doelstellingen, rekening

houdend met het draagvermogen van

gemeenten, kleinere sportclubs en de

vele vrijwilligers actief in de sport.

Vlaams Tijdschrift voor Sportbeheer 89 N° 211

samenwerking met onderwijs

De aanwezigen waren allen voorstander

voor een verder uitdiepen van de

samenwerking tussen sport en onderwijs,

zowel op lokaal als op Vlaams

niveau. Het budget van onderwijs is

vele malen groter dan dat van sport.

Bij subsidiedossiers van scholenbouw

en sportinfrastructuur dient op Vlaams

en lokaal niveau proactiever samengewerkt

te worden.

Openstelling van schoolsportinfrastructuur

voor sportclubs of buurtgericht

sporten en bewegen, blijft een wederkerend

aandachtspunt. Doch blijft een

volwaardige sportinfrastructuur het

streefdoel.

sportinfrastructuur

Sportinfrastructuur blijft een belangrijk

thema in het sportbeleid. De schepenen

vragen bijzondere aandacht voor

renovatie naar aanleiding van nieuwe

wetgeving, de aandacht voor duurzaam

energiebeheer of innovatieve

praktijken.

Tot slot werd er uitgebreid aandacht

geschonken aan de implementatie van

het Vlaams Sportinfrastructuurplan.

De geselecteerde projecten dienen nu

gerealiseerd te worden en de toekomstige

mogelijkheden van het plan

dienen onderzocht te worden.

De volledige tekst van het memorandum

van iSB kan op www.isbvzw.be

geraadpleegd worden.

Met dank aan de panelleden

Luc Mercken – diensthoofd Sport Hasselt en ondervoorzitter ISB

Hilde Plas – teamcoördinator Vrije Tijd VVSG

Luc Dullers – schepen van Sport Genk en voorzitter van de Sportcommissie

VVSG-iSB

Met dank aan de moderator

David Nassen – directeur iSB

Verslag: David Nassen,

directeur iSB

Trefwoord(en): schepenen, sportbeleid