17.08.2013 Views

H ET 0UDERUURT, E

H ET 0UDERUURT, E

H ET 0UDERUURT, E

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

H ET

0UDERUURT, E

van

A I DRE'WiES e n<

L .' J van HASSELT


HET OUDERUURTJE


HET

OUDERUURTJE

vArr A. J . D R E W E S Ex

L. W. J. VAN HASSELT

AMSTERDAM

H. J . SPRUYT's UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ / R.v .


INHOUD.

Woord vooraf

I . Wat zijn wij voor onze kinderen ?

door A. J . DREWES

II . Wat zijn onze kinderen voor ons ?

door L . W . J . VAN HASSELT

III . Als onze kinderen groot worden,

door A . J . DREWES

IV . Ouderverdriet en kinderverdriet,

door L. W . J . VAN HASSELT

v, Diploma's,

door A . J . DREWES

vi . Oudertrots,

door L. W . J. VAN HASSELT

VII . Wassen en minder worden,

door A . J. DREWES

VIII . Moeder en kind,

door L. W . J. VAN HASSELT

Ix . Onze meisjes,

door A . J . DREWES

x . Je kind words groot,

door L. W . J. VAN HASSELT

VII

I

12

30

43

56

74

89

99

ii6

I3I


VI INHOUD

xi, Het meewerken van kinderen in de

moderne huishouding,

door A. J . DREWES

xil . Gezag en vrijheid bij de opvoeding,

door L . W . J. VAN HASSELT

xlix. Spel en bezigheid,

door A . J . DREWES

xiv . Soberheid bij de opvoeding,

door L . W . J. VAN HASSELT.

xv . Slapen,

door A . J . DREWES

xvi. De Zondag,

door L . W . J. VAN HASSELT

146

156

172

189

204

2 1 9


WOORD VOORAF

ET is op veler verzoek, dat wij er toe

overgaan eenige van onze, op uitnoodiging

van de Ned . Chr. Radioi'P

Vereenigmg gehouden, lezmgen in boekvorm

uit to geven .

In de eerste plaats bieden wij aan onze trouwe

luisteraars hierdoor de gelegenheid nog eens na

to lezen, wat uit den luidspreker werd opgevangen .

Maar ook anderen, wier werkzaamheden hen

verhinderden ons geregeld to volgen, zal het wellicht

aangenaam zijn, wat ze misten alsnog to

lezen .

Ten slotte weten we, dat er ook vele nietluisteraars

belang stellen in de behandelde onderwerpen

.

De titel „Het Ouderuurtje" is voor onze luisteraars

niet vreemd . Bij het begin toch van iedere

lezing werd door den Omroeper aandacht gevraagd

voor „Het Ouderuurtje" .

Hartelijk hopen we, dat het hier gebodene

inderdaad voor velen tot steun en hulp zal wezen

bij let moeilijke werk der opvoeding .

Amsterdam September Ig33 •

Hilversum

A . J . DREWES .

L. W. J . VAN HASSELT .


I. WAT ZIJN WIJ VOOR ONZE KINDEREN ?

E moeten wel in het oog houden, dat we

in de opvoeding eigenlijk niet anders

kunnen doen dan hulpdienst verleenen .

Het is wel goed, dat we ons daarvan

doordringen en er onze eer in leeren stellen,

dat we hulpdienst verrichten mogen . Het gaat nu

eenmaal niet, zooals wij het ons voorstellen ; maar

het gaat, zooals God het denkt, Ieder mensch is

een eigen gedachte Gods . En niet een gedachte

van zijn vader of zijn moeder . In de godsdienstige

ontwikkehng van ons kind hebben we ook to leeren

onderscheiden de ontplooiing van de Godsgedachte

met het menschenzieltje, dat Hij ons ter verzorging

heeft gegeven . En dan moet men niet spreken en mag

men niet spreken, zooals de man, die mij eens vertelde,

dat hij twee bondelingen en een doemeling

onder zijn kinderen had . Dat vertelde hij mij zoo

kalm, alsof hij over de jongen van zijn kat sprak en

zei, dat er twee witte en een zwarte onder waren .

1-her was geen zoeken om de gedachte Gods to

verstaan, hier was alleen hoogmoedige eigenwaan

en eigengerechtigheid .

Maar wie het doel der opvoeding kept : de

mensch Gods zij volkomen, tot alle goed werk uitgerust,

en liefde heeft voor zijn kind, die maakt

zulke praatjes niet . Maar die vraagt, wat God van

hem wil . En die doer zijn oogen en zijn ooren open .

En dan ziet hij als doel ook van zijn godsdienstige


HET OUDERUURTJE

opvoeding : het kind to helpen in zijn ontwikkeling

tot een volgroeid mensch .

Het eerste, was voor de hand ligt om to doen, is

het natuurlijk egoisme van het kind to doen groeien

in de richting van de belangstelling voor het geheel,

van liefde tot God. Het kleine kind is egoist en moet

het zijn. Het moet groeien en zich toeeigenen . Het

staat in het middelpunt van zijn kleine wereldje .

Maar al heel spoedig leers Moeder het, das er nog

meer in de wereld is dan zijne majesteit het kind .

Het kind moet allerlei leeren, waartoe het uit zichzelf

niet zou komen . Op tijd gaan slapen, op tijd

eten, zindelijk worden en nog veel meer . Daardoor

komt het kind tot het besef van een macht boven

zich . Maar het verbindt met die macht boven zich

al spoedig een gevoel van liefde . Diezelfde Moeder,

die hem naar haar zin dwingt to doen, zorgt voor

hem . Hij hoort haar stem graag, ze spreekt vriendelijk,

ze kijkt vriendelijk, ze is lief. Autoriteit en

liefde gaan gepaard . En het autoriteitsgeloof van het

kleine kind, das zich door allerlei woorden en daden

van de opvoedster ontwikkelt, is mede door die

opvoedster de geleider van de liefde tot God . Voor

het kind zijn liefde en plicht nog niet gescheiden .

Maar als het kind grooter words, neemt zijn

kennis van de omgeving toe . En nu moet het kind

worden tot een kracht, die positief leers to werken

in zijn sociale milieu . Het kind mag was voor God

doen . Niet omdat de kinderen zulke goedkoope

werkkrachten zijn in dienst van zendingscorporaties,

maar omdat ze zelf voor hun rijping behoefte hebben

aan de daad ook voor de rijping van hun


WAT ZIJN WIJ VOOR ONZE KINDEREN ?

godsdienstig leven aan de daad voor het Koninkrijk

Gods . Het kind moet evenwel niet slechts een persoon

worden, die handelt, maar die wijs handelt,

door wien God handelt . Het werk das hij doer, moet

hij langzamerhand Ieeren zien niet als werk voor

God, maar als werk van God . En zoo moet hij tot

een leven komen, rijk en vol, maar een leven, das

niet ten doe! heeft zich uit to leven, zich to verrijken,

to leven voor zichzelf, maar das tot doe! heeft alles

to doen tot eer van God en tot welzijn en dienst van

de menschen.

Er zijn duidehjke groeilijnen to onderscheiden

ook in de geestelijke ontwikkeling . Eerst is er ontwikkeling

zonder veel schokken ; daarna ontwikkeling

onder de stormen der jeugd ; vervolgens ontwikkeling

met bekeering en eindelijk ontwikkeling

met bekeering en heiliging . Dan zijn ze ook nip

geworden voor de vorming van een nieuw gezin,

waarin van de ouders, die de zware tack gekregen

hebben kinderen op to voeden, gevraagd words, das

zij zich heiligen voor hun kinderen .

zich heiligen ?

Ja, opvoeden is geen kennen van een systeempje,

is geen mooi praten over de dingen, maar opvoeden

is een daad . Een daad, die allereerst betrekking heeft

op Vader en Moeder . Want we zijn er niet, wij

ouders, in de eerste plaats om gediend to worden,

maar om to dienen. En de opvoeding van anderen

begins met de opvoeding van ons zelf . Ons kind

heeft behoefte aan autoriteit, het heeft gehoorzaamheid

noodig als brood, het wit ook graag gehoorzamen

aan iedere snort van meerderheid . Hoe komt


HET OUDERUURTJE

een Vader en hoe komt een Moeder aan das gezag ?

Laten we ons daar maar niet veel om bekommeren .

Gezag op to leggen, leers men niet als een kunstje,

het is geen handigheidje ; geen foefje, das je leeren

kunt . Dat doe je of je does het niet . En men moet

zich maar niet al to druk inspannen om zijn gezag

hoog to houden . „De jeugd", zegt een onzer

Christen-opvoeders, „aanvaardt gezag, das zich

oplegt ; dezelfde jeugd, die gezag verwerpt, dat rich

opleggen wil" . En zoo is het ook . lie klaagt over

gebrek aan eerbied voor het gezag, die klaagt de

dragers van das gezag aan . Dat is wel onaangenaam

om to hooren, maar laten we er maar liever eens

over gaan denken . Dat is misschien nuttiger dan er

over to gaan discussieeren .

Hoe komt men aan das gezag ? Dat is natuurlijk

een vraag die om oplossing roept, wanneer ge geen

gezag hebt . Maar wie het heeft, antwoordt : „Het

komt van zelf" . En daaruit blijkt, das die autoriteit

in den persoon zelf zit, En das weten we ook we! .

De autoriteit zit niet in het pakje van den politieagent

en niet in zijn sabeltje, zelfs niet in zijn nummer,

maar in zijn persoon . Kleed maar een pop aan

als een agent van politie en geen dief, die hem

doorziet, maakt zich ook maar eenigszins ongerust

voor hem . En bij onze kinderen is 't niet anders .

Die doorzien ons ook .

Maar gezag words immers door God gegeven .

We belijden, das alle gezag uit God is . En das is het

ook . God geeft het ons . Maar dan moeten we die

gave Gods ook niet laten verdrogen en verschrompelen

. Dat gaat misschien een pons goed, ten minste


WAT ZIJN WIJ VOOR ONZE KINDEREN ? 5

zoo, das het nog niet zoo zwaar gemer t words, maar

op een avond of een morgen merken onze kinderen,

das ze met een gezagspop to doen hebben . Och, en

dan is het uit .

Ja, opvoeders moeten eerst en daarna weer en

telkens weer ernst maken met hun eigen opvoeding .

Met hun gezag .

Wie gezag heeft, moet iemand zijn . Hij hoeft niet

„lief" to zijn, niet zoetig, niet nederbuigend, niet

genadig-helpend . Hij mag niet indringerig zijn,

bemoeizuchtig, bedilziek, pietlutterig . Maar hij

moet hebben rustigheid, kalmte, een krachtigen

wil. Hij moet onbaatzuchtig zijn, niet zich-zelf

zoeken, rechtvaardig zijn, waarachtig, ruim van

opvatting, onbekrompen, waardeerend, begrijpend,

meevoelend met zijn kinderen, hen liefhebben .

Misschien ontbreekt hier nog wel 't meeste aan .

Maar we kunnen toch al wel een beetje zien, das de

dichter gelijk had - och, die goede Wilhelm Busch

heeft wel vader gelijk - toen hij zei : Vater werden

ist nicht schwer, Vater sein, dagegen, sehr .

Ja, vader worden, das is niet moeilijk . Lang zoo

moeilijk niet als moeder worden. Maar vader zijn

en ook moeder zijn -- das is het des to

meer.

2ou het „zich heiligen'toch niet een goed woord

zijn voor het opvoedingswerk van den vader en van

de moeder ?

En als ons kind door de autoriteit van zijn ouders,

iets leers to beseffen van het gezag Gods, zou dan

niet aan het woord „Zijt heilig, want Ik ben heilig"

mogen worden herinnerd ?


HET OUDERUURTJE

Die eisch -- daar makers we ons toch

maar niet van of met een : „Ik kan niet" ?

Reeds bespraken we met elkaar, das de Ouders

in de eerste plaats zijn de lichamelijke verzorgers

van hun kind .

Maar we zijn nog meer voor onze kinderen dan

hun lichamelijke verzorgers. We zijn ook hun

geestelijke verzorgers . Die tack begins ook al bij de

wieg, die geestelijke verzorging . Het kind moet

leeren zich to gewennen aan orde en regel . Neem

het daarom op geregelde tijden op, om bet to

voeden en to reinigen . Als alles goed in orde is,

neem het dan niet op, omdat bet even built . Een

kind mag wel even huilen . Dat is goed voor zijn

longen. Laat bet slapen, als bet slapen moet, zorg

voor frissche lucht . Kinderen huilen altijd, als er

visite is 's avonds . Dat komt, doordat ze worden

opgenomen om to laten zien, hoe lief ze wel zijn ;

doordat er meer drukte is dan anders en doordat er

dicht bij hun wieg, misschien wel in de kamer er

naast, nogal zwaar gerookt words . Daar heeft bet

kleine kind hinder van. En als ik nu sprak over de

vraag, was onze kinderen voor ons zijn, dan zou ik

bier zeggen, das onze kinderen ons leeren zelfverloochening

en zelfbeheersching . Maar das doe

ik flu natuurlij k niet . Als we de domme drie maanden

door zijn met onze kinderen, dan beginners ze

ons waar to nemen . Ze kennen hun Moeder al en

gaan tegen haar lachen . Ze gaan rondkijken en

nemen hun kleine wereldje op . En dan beginners ze

ook hun vader en hun moeder to bekijken . En of u


WAT ZIJN WIJ VOOR ONZE KINDEREN ?

het wilt gelooven of niet, ze beginnen ze na to doen .

Nog niet eerst zoo, das ge het merkt, maar later

komt het wel duidelijker voor den dag ; ze gaan

doen zooals hun vader en hun moeder . We zijn voor

onze kinderen het voorbeeld, waarnaar ze zich vormen.

We hebben dus een invloed op hen, die tot aan

het einde van hun leven onze kinderen bijblijft .

Moeder leers ze spreken . Dat is altijd zoo aardig .

Moeders zijn flu eenmaal geboren opvoedsters, veel

meer dan vaders . En was doen ze, als ze de kinderen

praten leeren ? Ze beginnen met ze to babbelen,

alsof de kinderen er alles van begrepen . Heele gesprekken

houden ze met haar zuigeling. Dat geeft

voldoening aan beide kanten . De moeders zijn blij,

das ze kunnen praten en de kleuters zijn blij, das

ze een vriendelijke, lieve stem hooren. Want al

verstaan ze de woorden niet, den soon vatten ze

heel goed en dien vinden ze aangenaam . En is het nu

niet aardig en schoon, das de kinderen niet leeren

praten van den meer zwijgenden man, die heel

rustig een halven dag zou kunnen bezig zijn zonder

een woord to spreken, maar wel van de meer mededeelzame

vrouw, van wie kwaadsprekende mannen

wel eens zeggen, das ze maar met moeite haar mond

kan houden . Voor wie spreken, praten, een levensbehoefte

is, En ze praat met haar kindje, de jonge

moeder, en leers het zijn taal verstaan en ze later ook

spreken . Dat maakt de moeder ook de taalleerares

van haar kind . Leelijke woorden leers ze het niet,

natuurlijk ! Maar ze moet het kind ook niet leeren

krom to praten . Goed voorgaan, doer goed volgen .

Sommige moeders vinden das krom praten wel


HET OUDERUURTJE

aardig en gaan het ook doen. Niet doen, spreek goed

met uw kind! Wees het ook daarin een voorbeeld .

We moeten onze kinderen in alle goede dingen

een voorbeeld zijn .

Want kinderen zijn flu eenmaal nadoende wezens .

Net aapjes" zeggen we wel eens als ze klein zijn.

Maar hoe zouden ze in ontwikkeling toenemen, als

ze ons niet nadeden? En dus moeten wij een voorbeeld

zijn . We willen gehoorzaamheid . Zeer terecht

natuurlijk en goed . Dus : wij, voorbeelden van gehoorzaamheid.

Doen was we moeten doen, Niet

eerst even om het hoekje kijken, of er geen politieagent

aankomt, en dan gauw even doen, was verboden

is . Niet een gebod geven en er niet op letten

of het wel opgevolgd words . Zonder gehoorzaamheid

is er geen opvoeding mogelijk . Gehoorzaamheid is

niet, das uw kleine meid eindelijk, als het haar een

paar maal gezegd is, tegenpruttelend doer, was haar

geboden words . Neen, vlugge, prompte, onmiddel-

Iijke voldoening aan uw geboden moet ge eischen .

Maar dan ook natuurlijk de dingen geen vijf-entwintig

keer achter elkaar zeggen. En gehoorzaam

zijn aan uw eigen gebod . Geef nooit een bevel, das

ge niet van plan zijt to doen opvolgen . Als ge uw

kind wilt leeren ongehoorzaam to zijn, dan moet ge

er maar op los commandeeren en volstrekt niet

opletten, das uw bevel words opgevolgd . Als ge u

zelf er niet om bekommert, of uw bevel words opgevolgd,

hoe kunt ge dan van uw kind verwachten,

das hij er op zal letten ?

Wanneer we vandaag was verbieden en het

morgen toelaten, dan raken onze kinderen de kluts


WAT ZIJN WIJ v00R ONZE KINDEREN ?

kwijt. Er moet eenheid zijn in onze handelwijze

tegenover onze kinderen . Laat uw kind niet een

paar maal hetzelfde vragen . Laat bet niet aanpraten

. Laat bet niet dwingen . Kinderen mogen

niet dwingen en als ze bet toch doers, is bet de

schuld van bun ouders . Een kind wil een bepaald

antwoord, zoo goed als wij . Geef bet das dan en zeg

niet : „Ik zal wel eens zien." We moeten niet onbeslist

staan tegenover de vragen van onze kinderen .

Mag bet antwoord ja zijn, zeg dan ja . En moet bet

neen zijn, zeg dan ook neen . Maar als bet kan, laat

bet dan vaak ja zijn en zelden neen, Maar als ge

neen gezegd hebt, duld dan niet, das ze er straks

weer over beginners . Uw ja zij ja en uw neen zij

neen .

Hoe krachtiger uw leiding is, hoe krachtiger bet

karakter van uw kind zich zal ontwikkelen .

Als wij, ouders, ook voor onze kinderen wegwijzers

mogen zijn - en das mogen we en das

moeten we - dan vinden we bier een task, die nog

belangrijker is, dan alle andere . Och, ik kan das

eigenhjk niet zeggen, want al ons opvoedingswerk

hangs samen en is belangrijk . Den mensch Gods

Gode volmaakt voor to stellen, tot alle goed werk

toegerust . Wat zijn wij voor onze kinderen' Wat

behooren wij voor onze kinderen to zijn ? Het

words ons wel eens benauwd om bet hart, als wij

letters op de grootte van onze task en op onze

geringe kracht en wijsheid . Maar de onuitputtelijke

bron van kracht en wijsheid vloeit ook voor ouders,

wien bet aan kracht en wijsheid ontbreekt . Jacobus

wijst ons den weg er been . Indien iemand wijsheid


10 HET OUDERUURTJE

ontbreekt, das hij ze begeere van God en ze zal

hem gegeven worden .

Heer, waar dan heen ?

Tot U alleen .

Onze opvoeding is een zaak van gebed . Een

biddende vader en een biddende moeder zijn de

grootste zegeningen voor een kind . Want ze staan

iederen dag weer in verbinding met de Bron van

alien zegen. En ze brengen hun kinderen bij die

Bron . En ze leeren ze met al hun nooden en al hun

behoeften tot Hem to gaan, Die ze vervullen wil en

kan . De godsdienstige opvoeding van onze kinderen

is een van de belangrijkste deelen van onze tack als

ouders . Hoe kunnen we onzen kinderen een goede

godsdienstige opvoeding geven ?

Hier kunnen vader en moeder weer samenwerken .

Hoe kunnen ze voor het zaedt en beginsel van

den godsdienst, zooals Ravensteijn Calvijns religionis

semen vertaalde, gunstige levensvoorwaarden

scheppen ? We beelden ons niet in, das we hun het

leven kunnen schenken. Dat kunnen we niet door

onze opvoeding. Leeft het zaad niet, dan doen de

beste levensvoorwaarden het niet ontkiemen . Maar

lee£t het -- en das mogen we gelooven - dan kunnen

we veel doen en dan words er ook veel van ons

gevraagd . Maar dan moet ook aan ons alien eerst

de vraag gesteld worden, of we zelf zijn ingegaan

door de deur in den stal der schapen . Met andere

woorden : Werkelijk bekwaam tot een vruchtbaren

arbeid onder de lammeren der kudde kan slechts


WAT ZIJN WIJ VOOR ONZE KINDEREN ? I I

hij zijn, die uit ervaring weet, was bekeering is .

Want leven kan slechts door leven worden gewekt

en slechts hij, die door een levend geloof met den

Heere Jezus verbonden is en in wiens hart het vuur

der liefde brands, kan kinderen door zijn woord en

zijn invloed godsdienstig beinvloeden . Uit diens

binnenste vloeien stroomen des levenden waters .

Dat is zeker de eenige basis en de eerste eisch voor

de waarachtige psychologische inrichting van den

godsdienstigen invloed. Godsdienstigen invloed in

den zin, waarin we godsdienst, das is : liefde, overgave,

gehoorzaamheid aan God hebben op se vatten,

kan slechts hij oefenen, die zelf liefde, overgave,

gehoorzaamheid aan God als tot zijn wezen behoorend,

kept . Onze kinderen moeten het aan ons

merken, das wij zelf hebben geschept uit de volheid

en de kracht van het leven . Al zijn we nog zoo knap

en nog zoo handig en nog zoo geschikt in het omgaan

met kinderen, ons werk zal geen vrucht

dragen, maar dan ook absoluut geen vrucht, wanneer

onze oogen niet steeds gericht zijn op den

Meester, Die gezegd heeft ; „Ik rend u" . Kinderen

hebben een fijn gevoel en ze zien al heel gauw of ze

een herder voor rich hebben of een vreemde . En

een vreemde zullen ze geenszins volgen, want ze

kennen zijn stem niet .

Ik hoop, das we later nog eens gelegenheid zullen

hebben, deze dingen meet uitvoerig met elkaar to

behandelen . Alleen dit flog . Voor een kind is de

warme, koesterende sfeer van een blijmoedig

Christendom noodig, zal het zaad tot ontwikkeling

komen . Als ge met uw kind in de nabijheid Gods


12

HET OUDERUURTJE

leeft en voor een kind is religie nets anders

dan is er geen ruimte voor twijfel ; dan is alles waarheid,

werkelijkheid, zekerheid, vreeze Gods, liefde

en vertrouwen .

Maar niemand kan meer geven dan hij heeft en

wie zijn kinderen tot Jezus wil leiden, die moet zelf

Hem gevonden hebben . Wie ze liefde wil inboezemen

tot den Heiland, die moet zelf Hem liefhebben ;

wie gehoorzaamheid wil leeren, die moet zelf gehoorzaam

zijn . Anders gaat het niet .

En daarom is het antwoord op de vraag, hoe wij

in onze godsdienstige opvoeding voor onze kinderen

wat kunnen zijn dit : Werk altijd, zonder ophouden,

aan uw eigen opvoeding. Wat ge wilt, dat uw kinderen

zullen worden, weest gij hun dat . Dan moogt

ge met vrijmoedigheid den zegen Gods op uw

ouderlijk werk inroepen, want dan doer ge zijn

werk en ge weidt zij ne lammeren . D

II. WAT ZIJN ONZE KINDEREN VOOR ONS ?

N het vorig ouderuurtje sprak de heer

Y 1

Drewes voor U over het onderwerp

„Wat zijn wij voor onze kinderen ?"

Een gewichtig onderwerp . Immers, we

mogen er ons wel rekenschap van geven, wat we

voor onze kinderen zijn, geweest zijn, moeten zijn,

en moesten zijn .

Vader en moeder, verzorgers, opvoeders, geestelijke

leidslieden en zooveel meer moeten wij zijn


WAT ZIJN ONZE KINDEREN VOOR ONS ?

en 't is goed ons daarvan eens rekenschap to geven .

Ik wil niet in herhaling vallen . Mijn onderwerp

stelt een andere vraag aan de orde . We willen dezen

avond elkander de vraag stellen : „Was zijn onze

kinderen voor ons r?" Dus nu niet de beteekenis der

ouders voor de kinderen, maar juist de beteekenis

van de kinderen voor de ouders .

Ik kan mij voorstellen, das dit laatste niet zoo

dikwijls onze aandacht treks, als het eerste. Dat de

ouders was voor de kinderen zijn en moeten zijn,

het is zoo natuurlijk, zoo vanzelfsprekend . Zij hebben

de kinderen verwekt, zijn de natuurlijke verzorgers

en de in de eerste p aats aangewezenen voor

opvoeding, karakter- en gemoedvorming. Maar,

das de kinderen was voor de ouders zijn, het is

noodig, ook daaraan de aandacht to schenken . Het

is merkwaardig, das was de ouders voor de kinderen

zijn, de kinderen vaak voor de ouders zijn : opvoeders

en verzorgers . Laat ons eerst eens de

materieele zijde van deze vraag bezien .

Ik denk aan een zeker snort van advertenties,

waarin sollicitanten worden opgeroepen, die aan

verschillende eischen hebben to voldoen, o .a . „geen

kinderen tot hun last hebbende" . Tegenwoordig

worden deze advertenties, tenminste met deze bijvoeging,

gelukkig zeldzamer . Gij zult ze u echter

wel herinneren, die advertenties, waarin sollicitanten

werden opgeroepen voor weesvader, vader van

een militair tehuis, van een gesticht voor ouden

van dagen, enz . En nu is de bedoeling van deze

bijvoeging duidelijk en tot op zekere hoogte begrijpelijk

. Er zijn betrekkingen, waarin het hebben


i4

HET 0UDERUURTJE

van kinderen een bezwaar is om rich ten voile to

wijden aan de task, welke men op rich neemt . De

wijze echter, waarop dit words uitgedrukt is onsympathiek.

Bovendien in strijd met was God ons

zegt in zijn Woord omtrent het bezit van kinderen .

En toch -- en toch - zijn voor sommige ouders

de kinderen geen last, tot een last? Belemmeren de

kinderen bepaalde „ouders" (dit ouders tusschen

aanhalingsteekens) niet in de vrijheid van beweging?

Men wil graag uitgaan, maar - de kinderen ! Men

moet rich was ontzeggen - om de kinderen !

Kleine kinderen regeeren bet huisgezin meer dan

zij zelf er van bewust zijn, zij regelen de gang van

het gezin . De ouders zijn gebonden . Words dit niet

dikwijls als een „last" gevoeld? Men wil then last

wel dragen en met liefde ook, maar een „last" is

het toch . Vooral komt het voor, das vaders in dit

opzicht den last voelen. Moeders voelen als bij

intuitie, das de moederweelde van zelf meebrengt

zelfverloochening, opzijzetten van verlangens, die

wijken moeten voor bet kind . Vaders zijn meer

egoist dan moeders. We spreken bier niet over

ontaarde moeders, waar de bladen ons van vertellen,

die de kinderen in den steek laten om eigen

gang to gaan, om rich uit to leven . Voor die zijn

kinderen natuurlijk een last - maar ze zijn de

„moeder"-naam dan ook onwaardig .

De kinderen een „last" . Komt bet niet in alle

standen voor ? Het openbaart rich wel in verschillende

vormen, maar een „last" is bet toch .

zijn er geen huwelijken, waar bij man en vrouw de

begeerte is, uit elkander to gaan, weer vrij to zijn


WAT ZIJN ONZE KINDEREN VOOR ONS ? 15

maar de kinderen ! Als die er maar niet waren,

dan zou er geen bezwaar zijn den band, die is gaan

knellen, to verbreken . In onzen tijd, waarin echtscheiding

aan de orde van den dag is, zijn het

dikwijls de kinderen, die het nog verhinderen . Het

words als een last gevoeld, maar dikwijls is het nog

een middel om niet alleen voor de kinderen, maar

ook voor elkander het geluk, das dreigde verloren

to gaan, to behouden .

In sommige kringen words het kind, dikwerf het

zeer jonge kind, geexploiteerd om de zorgen van

het gezin to helpen verlichten . In de minder

gesitueerde gezinnen words dit euvel vaak gevonden .

We behoeven hiervoor niet uitsluitend to zien naar

de bewoners van woonwagens ; naar kermisreizigers

of beroepsbedelaars . Die exploiteeren publiekelijk

eigen en andermans kinderen op ergerlijke wijze,

onthouden hun, was hun van nature toekomt en

geven ze een opvoeding, welke uitsluitend gericht

is op materieel voordeel en gespeend is aan elk

symptoom van liefde .

Maar ook in andere gezinnen words de jeugd van

het kind verdonkerd, doordat van jonge kinderen

vaak gevergd words mee de lasten van het gezin to

dragen . Getracht words den last to veranderen in

een lust : van de kinderen, zooals men das zegt, to

„trekken" . Het komt herhaaldelijk voor, das een

vader met 4 a 5 kinderen, waarvan de oudste nog

geen 10 jaar is, het verschrikkelijk en dus niet

natuurlijk vindt, das hij daarvoor de kost alleen

moet verdienen . Als of het ook anders moest zijn !

Wij ouders zijn geroepen to zorgen voor onze


6 HET OUDERUURTJE

kinderen en niet to eischen, das onze jonge kinderen

reeds mee helpen dragen de lasten van het gezin,

das wij vormden .

lets anders words het, wanner zij ouder worden .

Zijn de gezinsverhoudingen in orde, dan spreekt

het vanzelf, das de oudere kinderen geroepen zijn,

zoo lang zij zelf nog niet uitvliegen, mee to dragen

de lasten van het gezin. De overheid houdt er dan

ook rekening mede, wanner zij het gezinsinkomen

in aanmerking neemt . Rechtgeaarde kinderen voelen

het dan ook als een vanzelfsprekendheid mee

de zorg voor 't gezin to dragen . Ook to zorgen voor

de ouders, wanner leeftijd of gezondheid niet

meer toelaten zelf in het onderhoud to voorzien .

Zeker ontbreekt hieraan nog wel eens was . Beets

heeft ook toen wel naar het leven geteekend, toen

hij Jan Janssen dichtte en zei : „Eer brengt een

arme vader met vreugd zes kinderen groot, Dan

das zes rijke kinderen hem koestren in den nood ."

Menigeen, wiens werk het is in dergelijke gevallen

onderzoek to moeten doen, kan er van meepraten,

das de gevallen niet zeldzaam zijn, das

kinderen trachten to ontkomen aan de natuurlijke

plicht, die zij moeten vervullen, tegenover ouders .

't Is treurig, dat de wet er toe moet verplichten,

maar gelukkig, das zij das nog doer . 't Gaat dan wel

niet van harte en 't is wel gespeend aan liefde, maar

kinderen moeten in zoo'n geval de ouders helpen .

Hier mag echter niet gegeneraliseerd worden .

Men ziet ook, hoe met liefde en toewij ding door

kinderen voor ouders gezorgd words . Gewoonlij k

words er geoogst, was er gezaaid is . Die zijn


WAT ZIJN ONZE KINDEREN VOOR ONS ?

kinderen niet gegeven heeft, al de liefde van zijn

hart, verbaze zicii niet, wanneer er aan die liefde

en toewijding was ontbreekt . Liefde wekt wederliefde

-- das gelds ook hier. Wanneer alleen een

rechtsbasis de grond is, waarop de zorg voor de

ouders berust, gaat het niet alleen niet van harte,

maar het element liefde words niet gevonden en

bewezen zorg smaakt voor ouders wrang . Alles was

gereglementeerd moet worden en tengevolge van

reglementen en voorschriften moet worden behartigd,

mag eisch zijn van billijkheid, van

sociale opvatting, maar mist de liefde hartklopping,

die de eenige echte uiting is van kinderplicht

.

Genoeg echter van de materieele zijde van deze

vraag . Het is geenszins de bedoeling onze vraag in

dezen zin to bespreken . Het zou er op lijken als of

we de ouders vooral willen doen zien naar was

kinderen, speciaal groote, volwassen, tot eigen

bestaan gekomen kinderen, zedelijk en wettelijk

verplicht zijn voor hen to wezen .

't Gaat hier om was anders . 't Gezin achten we

nog intact . Vader en moeder geen zorg behoevende,

maar zorgende voor het kroost, das God schonk .

Laat het zijn een jong gezin. Een opgewekt gezin .

Een gewoon gezin . Maar dan toch de vraag gesteld

„Was zijn onze kinderen voor ons'" Stel u die

vraag eens eerlijk, zooals wij u die stellen ter

nuchtere beantwoording „was zijn ze voor ons ?"

En „Was moeten ze voor ons zijn'"

En dan vragen we in de eerste plaats „zijn de

kinderen er voor ons" of „zijn wij er voor de


HET OUDERUURTJE

kinderen" . Er zijn ouders, die, ik zou bijna zeggen,

van meening zijn, das hun kinderen er zijn ter

afleiding en vermaak, hun speelpoppen . Vader

komt thuis en moet tot of leiding met het kind

spelen, niet tot vermaak van het kind, maar tot

eigen vermaak . Ik bedoel icier niet het paedagogisch

spel met zijn kind, waarbij vorming van wil en

gemoed doel is, maar het spel, das in de eerste

plaats voor den vader een spel is en niet voor het

kind . Hij zoekt afleiding voor den misschien zwaren

arbeid buitenshuis, hij wil zich verpoozen, hij is

het middelpunt en niet het kind . Hier is niet een

geven, maar een willen ontvangen . Bevrediging

van eigen verlangen . Zooals het kind met een pop

speelt, zoo speelt de ouder met het kind. Onze

kinderen zijn er niet opdat onze gevoelens bevredigd

worden, onze tijd aangenaam words gevuld,

wij ons amuseeren, ook niet om onze ijdelheid

to streelen . Wat kunnen ouders niet pronken met

hun kinderen, hun knappe, kiun mooie kinderen .

Reeds het kind in de wieg moet vooral tegen bezoekers

lachen en kraaien, gaat het niet natuurlijk,

dan met een tikje tegen de wang, maar lachen moet

het . Wat kan het verstandig kijken . „Echt wijs,"

moeten ooms en tantes oordeelen . En worden ze

was ouder : de eerste loopproeven moeten vooral

gedemonstreerd worden, geleerde versjes moeten

opgezegd worden, andere kunstjes vertoond worden

. 't Is precies, zooals men een hondje africht.

En wanneer de kleine weigerachtig is, dan volgt

een beknorring, „foei, kindje stout ." Een huilbuitje

volgt, . . . , omdat vader en moeder geen gelegen-


WAT ZIJN ONZE xINDEREN VOOR ONS ? 19

heid ontvingen de talenten van hun wonderkind

to doen bewonderen !

Eindig toch eens met die kunstenmakerij . Uw

kinderen zijn geen circusexemplaren, die moeten

worden afgericht . Gij roept ter bevrediging van

uw ijdelheid bij het kleine kind reeds symptomen

op van ijdelheid en daarbij plaagt ge ze meer dan

ge denkt .

En als ze straks eenmaal naar school zijn was

meenen we dan dikwijls das een uil een valk is .

Ouders zien de vorderingen der kinderen zoo vaak,

zooals ze ze zouden wenschen . Vooral moet aan

ieder worden verteld, hoe knap de kleine meid en

vooral de kleine jongen wel is . Of het oordeel nu

wel strookt met das van de school -- och das komt

wel . Er words zooveel geeischt tegenwoordig ! En

omdat Jantje en Mietje flu zoo mooi de Bijbelsche

geschiedenis kunnen navertellen, moeten ze heel

knap zijn ook in rekenen en lezen . Hun kennis

words afgemeten naar jets, das men ten naastebij

kan beoordeelen . Vooral - de kinderen moeten

knap zijn . Dat streelt het ouderhart. Of het in

werkelijkheid zoo is -- doer er minder toe . Als

men een school kon vinden, waar men bereid was,

weinig eischen to stellen en hooge cijfers to geven,

dan zou das het ideaal zijn ! De nuchtere werkelijkheid

wil men niet zien . De schijn is desnoods voldoende

.

Nog mooier zou het wezen, indien werkelijk het

kind in de school een goed f iguur maakt . Wat words

dan op visites en tegenover buren en kennissen

hoog opgegeven, van de buitengewone intelligentie


20

HET OUDERUURTJE

van het kind . Buitengewoon maar dikwijls zeer

normaal . Alles ijdelheid der ouders - pronkerig

met lets, waar geen verdienste in steekt . Beperkt

deze pronkerij er zich toe, das we dit doen buiten

het kind om, welnu het is betrekkelijk onschuldig

erger words het, wanneer in het bijzijn van het

kind de loftrompet over het kind - misschien nog

meer eigen loftrompet words gestoken . Met ons

zelf to behagen, schaden we het kind in menigerlei

opzicht ; de echte leerlust kan misschien door eerzucht

worden aangewakkerd, maar de eenvoud

krijgt een knauw ; was uit plicht words gedaan

words als verdienste aangerekend . Ouders ge

moogt dankbaar wezen, wanneer uw kind goed

leers ; ge moogt tot liver aansporen ; ge moogt

beloonen, wanneer een goed rapport door inspanning

words verkregen ; maar reken het niet u tot

een verdienste, laat het niet bevrediging geven voor

uw ijdelheid. Loop er niet mee to koop . Een flinke

jongen, een funk meisje vindt het naar, wanneer ge

deze dingen uitbazuint !

Er is nog lets anders . We leven in een tijd van

allerlei jeugd-, kindervereenigingen : mondorgelclubs,

zangvereenigingen, tooneelclubjes, enz . En

flu zij n daar ouders, die het echt fij n vinden, wanneer

hun kind daar een bijzondere rol speelt . Begins

het al niet op de frobelscholen, waar, was vanzelf

spreekt, de juffrouw de intelligentste, kwiekste

leerlingen uitzoekt, om bij spelletjes enz, de meest

naar voren tredende figuren to zijn. Wat een

streeling van het ouderhart bij openbare les of bij

uitvoeringen ! Of het bij die uitvoeringen was laat


WAT ZIJN ONZ,E KINDEREN VOOR ONS ? 21

words, zoodat het kind slaap to kort komt en natuurlijk

den volgenden dag niet in staat is tot het

gewone werk, of das het bij concourses (daar

semen tegenwoordig ook al kinderen van 5, 6 en

7 jaar aan deel) zich to veel vermoeit, is minder,

het ouderhart, helaas dikwijls het moederhart niet

het minst, zwelt, want das kleintje, das zoo leak

voor den dag kwam, das zoo op den voorgrond trad,

was haar jongen ! Alweer -- het kind -- om het

ouderhart to streelen .

Of daar niet iets natuurlijks in Zit? zeker

maar of het goed is? Hier mag de vraag niet gelden

was de kinderen voor de ouders zijn, maar was voor

de kinderen zelf goed is . En das is spoedig genoeg

uit to makes, wanneer het iets dergelijks gelds .

Voor de kinderen is goed : eenvoud -- op tijd naar

bed - behoorlijke ontspanning . Tracht het niet

goed to prates met de bewering, das vrijmoedigheid

words gekweekt. Die komt van zelf wel .

Ik zeide daar straks, was de ouders zijn voor de

kinderen, zijn de kinderen voor de ouders : opvoeders.

Opvoeden is vormen . Wat een vorming

gaat er van onze jonge kinderen uit . Laat mij hier

en daar was mogen aanstippen .

Onze kinderen leeren ons geduld . Een belangrijke

factor in onze opvoedingstaak . Opvoeding is gees

to voorschijn roepen van een wonderboom . Met

ons zeggen, ons commandeeren kunnen we breken,

was alleen langs den weg van langzaam buigen in

goede richting kan groeien. We ontdekken in ons

kind karakterfouten, gebreken, waar het kind tegen

strijden moet, waar we 't van of moeten helpen .


22 HET OUDERUURTJE

Een decrees, een strafaankondiging blijkt zonder

effect to blijven . Trouwens een bepaalde karakterfout

is met straf er niet uit to krijgen, daartoe is

noodig een onuitputtelijk geduld . Onze kinderen,

vooral onze oudere kinderen moeten de four als

four leeren zien en er tegen leeren strijden .

Wij moeten hen reeds heel vroeg deze fouten

leeren zien als zonde, niet als maatschappelijke

afwijkingen, maar als zonde . Ge hebt een kind, das

dikwijls onwaarheid spreekt . Een heel leelijke

karakterfout . Daar zijn oorzaken voor -- niet alleen

vrees voor straf, wanneer de waarheid aan het licht

komt . Daar kan ook zucht naar het interessante of

louter phantasie oorzaak van zijn, zeer interessante

gevallen zouden we kunnen noemen, maar dan

komen we op een ander terrein. 't Is en blijft

onwaarheid en die moet bestreden worden . Met

geduld . Dat leeren onze kinderen ons wel : geduld

oefenen . Wat kan een ongelukkig kind ontzaglijk

veel van ons geduld vragen. Een kind, das den

geheelen dag geholpen moet worden, of das blind

of stom is . Indien onder de lezers ouders zijn,

die van God zoo'n kind hebben ontvangen, en zij

zijn er zelf van overtuigd en verzekerd das God

het gaf, zeg mij, gaf Hij u dan ook niet het geduld

das bij deze opvoeding noodig was? Heeft das kind

u geen zelfverloochening en geduld geleerd ? Wanneer

ge hiervoor een oog hadt, hebt ge dan God

niet gedankt, ook, ja juist, voor das zorgen-kind?

God heeft zich niet vergist, toen Hij das kind joist

in uw gezin geboren lies worden . Dat kind

heeft uw hart vervuld met liefde en die liefde


WAT ZIJN ONZE KINDEREN VOOR ONS ? 23

drijft u tot handelen. Voor een ongelukkig kind

zorgen is een zware task . Dat kan alleen een vader

en een moeder met een hart vol liefde .

Onze kinderen zijn voor ons zelfbeschuldigers .

Wat zien we in onze kinderen eigen gebreken,

jeugdgebreken, jeugdzonden, en die zichzelf kept,

komt van eigen voetstuk of bij het bestudeeren van

zijn kind . We zien in onze kinderen de miniatuuruitgave

van ons zelf. We omgeven ons wel met het

aureool van eerste-klas ouders, paedagogen, maar

onze kinderen zeggen ons wel, das wij nog eens aan

zelfopvoeding moeten beginners .

Een kind veinst niet . Sympathie of antipathie

tegenover vreemden last het merken . En wij

ouderen, was spelen we dikwijls comedie . We

kunnen iemand niet uitstaan, maar meenen, das de

burgerlijke beleefdheid eischt, das we hiervan nets

laten merken, integendeel, misschien met bepaalde

bedoelingen, uiterst vriendelijk en beleefd zijn .

Of een kind ziek is of pun heeft, ge merkt het

terstond, maar zelf tracht ge voor uw huisgenooten

to verbergen, was u deert . Ge meent daarmede goed

to handelen, maar uw onoprechtheid leidt dikwijls

tot averechtsche gevolgtrekkingen, welke onaangename

gevolgen hebben . Leers van uw kinderen

oprecht zijn tegenover anderen, tegenover uzelf .

Buitengewoon interessant en leerzaam is het

onze kinderen in al hun uitingen to bestudeeren .

Reeds het zeer jonge kind is zoo'n dankbaar studieobject,

maar ook bij het opgroeien loons een nauwkeurig

gadeslaan van onze kinderen de moeite ten

zeerste . Ieder ouder moet zich op de hoogte stellen


4

HET OUDERUURT]E

van was practisch bij de opvoeding ten goede kan

komen . Practisch ! Theoretisch worden eischen

gesteld, waaraan men niet voldoen kan . Voor het

lezen van studiewerken heeft een huismoeder geen

gelegenheid en ook vaak geen lust . Begeeft men

zich op dit terrein, dan is het veld zoo grout, das

het niet to overzien is . Practische paedagogie hebben

we noodig en die practische paedagogie is op

to bouwen uit de kinderstudie . Het bestudeeren

van onze kinderen leers ons ontzaglijk veel . Zet u

eens ernstig neer om uw kind gade to slaan . Doe

das ongemerkt . Reeds uw kind in de wieg leers u

veel . Wat een uitingen om u duidelijk to waken,

was het wil . Wat een inspanning om het dekje van

zich of to werpen, om het gordijntje op zij to

schuiven. Wat een dwingen om zijn zin to krijgen .

Wat hebt ge straks bij het spel ruime gelegenheid

de karaktereigenschappen van uw kind to bestudeeren

en daardoor to leeren, hoe ge het moet

behandelen, hoe ge het moet aanpakken, op welke

fouten bijzonder moet gelet worden. Is uw kind

eerlijk, zelfzuchtig, driftig, -- zijn spel zegt het u .

Hoe gaat het met andere kinderen om ? Hoe tracht

het in dien omgang zijn duel to bereiken ?

Hoe gaat het kind om met personeel ? Een kind

kept gewoonlijk geen standen, maakt geen verschil .

Dat is dikwijls voor u een les, wanneer ge meent

een afstand niet to kunnen overbruggen . Onze

kinderen zijn dikwijls meer democratisch en sociaal

aangelegd, dan wij . Laten we van hen leeren, das

gezonde democratic eisch van het gebod Gods is .

Dat spel van onze kinderen is ons echter meer dan


WAT ZIJN ONZE KINDEREN v00R ONS ? 5

terrein van waarneming en studie . Dit spel brengt

de vroolijkheid in ons huffs . Wat een verschil, een

gezin zonder en een met kinderen .

Kinderen een bijzondere zegen des Heeren !

Wat een voorrecht ze to hebben . Wat een vroolijkheid,

was een zon in huffs ! Wat een omkeer in de

woning, wanneer het eerste gekraai in de wieg

words gehoord ! Wat words alles beheerscht en

geregeerd door zoo'n wurm. Geregeerd ja, maar

ook beheerscht . Het leven words anders . Was het

eerst een leven der ouders uitsluitend voor elkander

nu words het steeds meer met elkander voor het

kind, voor de kinderen . Wat een afleiding van

dagelijksche zorgen, was een vreugde, echte levensvreugde

. En straks het blijde, zonnige gezicht van

de nog geen zorgen kennende kleine, de blijde lack,

de luide uiting van uitbottende levensvreugde .

Hoe kan uw huffs dan daveren van gejoel en getier .

Maar - is het dan niet een vreugde in uw woning

to zijn? Maakt het geraas uw huffs niet juist tot een

rustoord, tot een echt tehuis, waar ge uw zorgen

afwerpt om u to vermeien in de vreugde uwer

kinderen ? -- En was ontvangen we dan veel van

de kinderen ! Welk een genegenheid - welk een

liefde ! Een kind kan moeders tranen niet zien, het

kust ze weg en het rust niet voor de donkere wolk

op vaders gelaat is weggevaagd . Tranen, droefheid,

zorg, ze kunnen ze niet zien. Ze troosten, dikwijls

op hun manier, maar vaak beter, dan ouderen het

kunnen . En was zoo heerlijk is, bij onze groote

smart dwingen de kinderen ons aan die smart niet

toe to geven. Zij omringen ons als de verpersoonlij-

3


26 HET OUDERUURTJE

king van het werkelijke leven en dwingen ons tot

das werkelijke leven terug to keeren .

Hoe kunnen zij in moeilijke tijden beschamen

door hun Godsvertrouwen, met recht het kinderlijk

vertrouwen . Wat komt het dan uit, das een tekst,

een psalm- of gezangregel, voor het kind realiteit,

werkelijkheid is geworden, terwijl het langs ons

heen ging, totdat het uit den kindermond ons weer

tegenklonk, alsof God het ons persoonlijk toezond .

Ja, das kinderlijk geloof -- was is das benijdenswaard

. 't Is niet gefundeerd op dogma's, maar 't is

echter, 't is spontaner, 't is gedurfder, omdat het

ook voortkomt uit besliste gehoorzaamheid en

onderworpenheid aan Gods Woord ; 't is eenvoudiger,

want het words niet bemoeilijkt door allerlei

leerstellingen, die het wezen, de zaak niet raken .

Dat kinderlijk geloof is menig ouder tot zegen

geweest, het kinderlijk vertrouwen beschamend .

Veracht toch nooit het kinderlijk geloof, door er

meewarig over to spreken, alsof het niet het echte is .

Onze Heiland zelf spreekt : „Uit den mond der

jonge kinderen en der zuigelingen hebt gij u lof toebereid

." De psalmist, wiens woord de Heiland hier

aanhaalt, zegt : „uit den mond der jonge kinderen

en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest ."

Hier is ook voor ouders een leerschool. Het vroolijk

stamelen der zuigelingen getuigt, hoe onze kinderen

ontvankelij k zij n voor de liefde en aanbidding Gods,

hoe zij een onbewust gevoel voor recht en waarheid

bezitten, hoe zij zoo geheel ongedwongen al was

goed en heerlijk is, aan God toeschrijven . Wat een

naieve vragen en opmerkingen en antwoorden,


WAT ZIJN ONZE KINDEREN VOOR ONS ? 27

alles loops bij hen uit op den lof van den Schepper .

De psalmist drukt het zoo joist uit, wanneer hij

dit een sterkte tegen de vijanden noemt . Het kinderlijk

geloof is sterker dan een arsenaal van allerlei

geestelijke wapenen, waarmee we bestrijders willen

bekampen . Het eenvoudige kinderlijke geloof last

zich niet beredeneeren ; words het aangevallen, dan

antwoordt het niet anders, dan met een „het is zoo",

of „het staat in den Bijbel", of „de Heer heeft het

gezegd" . En nu uit - hier valt niet tegen to praten .

Is het niet benijdenswaard ? Wijst de Heiland er

niet op, das wij dit hebben na to volgen ?

En dan, leeren de kinderen ons ook niet door het

gebed' Natuurlijk hebben ze hun morgen- en

avondgebed. Misschien last ge uw kind een

formuliergebedje opzeggen . Och, last het dit laten

volgen door vrij to vragen, was in 't hart leeft .

Wonderlijk de vrijmoedigheid, waarmede een kind

voor den Heer openlegt heel het hart, het kwaad

van den dag, de doorleefde vreugde, maar ook was

een prozaische wenschen . 't Words een vrije uiting

van was in 't kind leeft . Wat een leerschool voor

ons - doen als de kinderen - God is niet alleen

een God voor de groote dingen, maar ook voor de

kleine dingen . Leg nu uw oor eens to luisteren,

wanneer 't kind bids . Daar komt een glimlach op

uw gelaat, maar uw gemoed words er vol van . Ge

hoort het bidden voor vader en moeder, broertje

en zusje, maar ook voor den hond en het konijn,

ook voor de moeilijkheden, die de schooltaak meebrengt

of de angst voor een examen . Is het niet

beschamend voor wie per slot niet weet, was


$ HET OUDERUURTJE

bidden is? Wie bidden wil leeren, bidden, met God

spreken als met Vader, die leere dit van het kind .

Hier is het bidden in den waren zin des woords,

alles voor God neerleggen, neerleggen in het voile

vertrouwen, das God het gebed hoort en verhoort .

Kindergebeden - ze leeren ons, grooten, was

bidden is . Ook hier het kindergebed een sterkte .

De Heiland leers ons ook elders een voorbeeld

to nemen aan de kinderen . Als daar uit de discipelen

de vraag rijst, wie de meeste is in het

koninkrijk der hemelen, dan neemt Jezus een

kindeke, plaatst das in het midden en zegt : „Voorwaar

zeg Ik u, indien gij u niet verandert en words

gelijk de kinderkens, zoo zult gij in het koninkrijk

der hemelen geenszins ingaan, zoo wie dan zichzelve

zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is

de meeste in het koninkrijk der hemelen ." Daar

hebt ge 't weer . Leers van het kind den eenvoud, die

voorwaarde is voor het ware God dienen, het

ingaan in het koninkrijk Gods . -- Maar dan plaatst

ons Christus voor de majesteit van het kind, wanneer

Hij voortgaat : „en zoo wie zoodanig een

kindeke ontvangt in Mijnen Naam, die ontvangt

Mij - maar zoo wie een van deze kleinen, die in

Mij gelooven, ergert, het ware hem beter, das een

molensteen om zijn hals gehangen, en das hij verzonken

ware in het diepst der zee ."

Ik denk ook aan 't woord van Paulus : „Gij

vaders (deze schijnen de vermaning het meest

noodig to hebben), gij vaders, verwekt uw kinderen

niet tot toorn, maar voedt hen op in de leering en

vermaning des Heeren." Christus en Paulus zeggen


WAT ZIJN ONZ,E KINDEREN VOOR ONS ? 29

met deze woorden ontzaglijk veel . Wat bij het kind

leeft, moeten wij niet dooden, integendeel het leeft

er om ons was to leeren . Wij zouden wel dit en das.

De studie van het kind echter leide tot een verstandig

handelen. Wet, gebod, verbod, dreigement,

straf, dwang, gestrengheid, brengen ergernis, verwekken

tot toorn .

Ook wanneer daar het geestelijke leeft, last het

ons leeren, dit opgroeiend zaad, die teedere kiemen

niet to dooden door ongeduldige zucht naar vruchten.

Overvoering met geestelijke gesprekken doer

walging en tegenzin ontstaan - 't words een verwekken

tot toorn .

Rechtgeaarde kinderen zijn ons ook een voorbeeld

tot gehoorzaamheid . Die gehoorzaamheid op

zich zelf is ook Gods gebod . Paulus schrijft die

vermaning aan de Efeziers en de Colossenzen

„Gij kinderen, zijt uwen ouders gehoorzaam in den

Heere, want das is recht - want das is den Heere

welbehagelijk." De gehoorzaamheid onzer kinderen,

Gods gebod . Wij ouders hebben er recht op, maar

ook leers zij ons gehoorzaamheid . Petrus stelt deze

gehoorzaamheid der kinderen ons tot een voorbeeld,

wanneer hij zegt : „als gehoorzame kinderen

words niet gelijkvormig aan de begeerlijkheden, die

to voren in uwe onwetendheid waren ." - De gehoorzaamheid

der kinderen ons tot een voorbeeld

om tot gehoorzaamheid to brengen, heilig to leven .

1k moet het hierbij laten .

Ten slotte lezers - ouders - zorgt er voor,

das uw hart en das uwer kinderen voor elkaar openstaan.

Gij moet in de ziel uwer kinderen kunnen


30 HET OUDERUURTJE

lezen en zij in de uwe . Er is dan een wisselwerking

van liefde, een eenheid, de kinderen ontvangen

van u en gij van hen, stoffelijk en geestelijk, en

bovenal, opdat het u en uwe kinderen wel ga, zij

het zoo, dat gij moogt zeggen : ziedaar ik en de

kinderen, die God mij gegeven heeft, een eenheid !

Zoo zij het, v. H .

ALS ONZE KINDEREN GROOT

WORDEN

LS onze kinderen groot worden, dan

komen de moeilijkheden eerst goed voor

den dag . Ze zijn dan kinderen en

groote menschen „aan een stukkie" zoo-'

als de stager zegt, als hij mager vleesch met een

goeden vetrand verkoopt . Vet en mager aan een

stukkie . Het ligt ook voor de hand. Ze zijn niet

dadelijk volwassen . Ze blijven kinderen en ze worden

mannen en vrouwen . Daardoor zijn onze kin-'

deren in die periode in den tijd der contrasten .

Met de ontwaking van het geslachtsleven, der

sexualiteit, is de nieuwe mensch geboren . Daarom

noemt men ook de puberteit de tweede geboorte .

En even onbeholpen als het kind is bij zijn geboorte,

is de volwassen mensch het bij de zijne .

Maar terwijl de zuigeling kwam uit het onbewuste

in het bewuste, gaat de neo-puber uit het eene

stadium van bewustzijn over in een ander . De

verandering gaat met een zekere bewustheid, die


ALS ONZE KINDEREN GROOT WORDEN 3'

evenwel geen begrijpen is . Het kind words zich zelf

een raadsel . Laat staan voor anderen, die nog niet

met bewustheid de veranderingen hebben gadegeslagen.

Want evenmin als het kind zich jets

herinnert van zijn geboorte, herinnert de volwassene

zich jets van de zijne, behalve de uiterlijke

dingen, waarvoor hij uit zijn kinderperiode het

waarnemingsvermogen meebracht . Maar voor het

innerlijk gebeuren heeft hij geen oog en heeft de

volwassene geen herinnering .

Dat het kind erg begins to krijgen in zich zelf

en zich gaat opschikken . Dat hij ook als jongen

voor den spiegel stond om zijn haar to borstelen,

tot er een nette scheiding in lag ; das hij half- of

heelverliefd werd op een mooi dasje - das is de

volwassene vergeten en hij words onbillijk tegenover

de hanen en de hennetjes uit zijn gezin, die

zich beginners op to schikken . Dat aan das mooi

makers de sexualiteit ten grondslag ligt, kunnen we

in het voorjaar wel bij onze vogels zien .

Maar zelf weten onze jongens en meisjes das nog

niet. Alles is nog heel vaag en onduidelijk . Bij normale

jongens en meisjes is er nog geen begeerte .

Wel vage aspiraties, vage verwackitingen . Wat ze

verwachten, weten ze nog niet . Maar er is jets onbevredigds

in hun heele wezen .

Dat onbevredigde maakt, das ze vaak knorrig zijn

en ongeduldig . En daar ze de zelfbeheersching missen,

die we -- echter veelal ten onrechte -- bij

volwassenen veronderstellen, makers ze ruzie, kibbelen,

vechten ze . -- In hun geest en in hun

lichaam gebeuren groote dingen . Niet alleen de


3 HET OUDERUURTJE

geslachtsorganen ontwikkelen zich, maar even goed

het hart, en dientengevolge de longen . De stem

verandert . ze gaan schreeuwen. De armen en

beenen, de news, de borst, ja was verandert al niet .

Er zijn perioden van grooten lichaamsgroei .

De jongen krijgt schot . Ge ziet allerlei wonderlljke

dingen gebeuren. Kleine dikkertjes worden sours

lange boonenstaken en funk opgegroeide kinderen

blijven staan in hun groei en worden breed en dik .

Maar ook in den geest gebeuren allerlei dingen .

Het denken richt zich niet meer uitsluitend op het

enge kringetje, waarin ze als kind hebben geleefd .

Er komt een zucht our avonturen to beleven . ze

trekken er op uit, ze maken avonturen . ze fantaseeren

zelfs avonturen . ze lezen boeken met

avonturen. Gustaaf Aimard, Cooper, Marryat,

Maine Reid, Karl May.

Met het zelfbewustzijn verschijnt ook het echte

schaamtegevoel . Het kind vertoont zich zonder

schroom naakt, zoodra de puberteit intreedt, verdwijnt

deze onbeschroomdheid . Practisch had een

kind ook geen schaamdeelen en heeft de puberman

ze we!. En is hij er zich bewust van . Maar dezelfde

schaamachtigheid treedt ook in zijn geest op met

betrekking tot zijn zieleleven . Daar begins ook bewustheid

to komen -- en dus schaamte. En evenals

een rein kind zich lichamelijk bedekt, doer het ook

een geestelijk rein kind . Geestelijke naaktloopers

zijn verdacht . Laten wij toch voorzichtig zijn en

ons wel hoeden deze schaamachtigheid toe to

schrijven aan vervreemding van God en zijn dienst,

zooals helaas maar al to vaak geschiedt . a


ALS ONZE KINDEREN GROOT WORDEN 33

Komt de jongen met zijn moeilijkheden tot

iemand om raad, dan is het uiterst zelden tot zijn

ouders . Hij gaat naar een vreemde, then hij vertrouwt

. Hoe komt dat ? Doordat ze zich tegenover

vreemden meer persoonlijkheden voelen, dan tegenover

vaders en moeders . En intuitief beseffen zij,

dat geestelijke moeilijkheden en geestelijke strijd

niet zaken zijn van kinderen maar zaken van volwassenen

. En de ouders valt bet maar vaak al to

moeiijk hun rijpende jeugd als volwassenen to

beschouwen . Dat komt natuurlijk, doordat de

ouders zoo heel vaak last hebben van hun khnderlijkheid

en kinderachtigheid, en de vreemde niet .

Daardoor doen wij onze eigen kinderen ook vaak

onrecht, doordat we denken, dat andermans kinderen

aardiger, netter, gehoorzamer, vriendelijker

zijn dan de onze .

De groote kinderen vertoonen een snelle toeneming

van eigenwijsheid, die onnadenkende

ouders en opvoeders maar al to vaak irriteert . Maar

die eigenwijsheid is een noodzakelijk gevolg van de

groeiperiode, waarin bet pubermenschje verkeert .

zijn oogen gaan open voor de wereld om hem been .

En nu doet hij natuurlijk ontdekkingen . Hij ontdekt

evenwel in den regel slechts dingen, die voor hem

alleen nieuw zijn en die iedereen - behalve hij

zelf - allang wist . En beter wist dan hij . Maar nets

is op dezen leeftijd vanzelf sprekender dan bet

naleve geloof, dat, wat voor hem nieuw is, ook voor

iedereen nieuw moet zijn . Trouwens --- dit verschijnsel

merken we ook wel bij volwassenen op .

De beste stuurluh staan bij ons ook aan den wal .


34

HET OUDERUURTJE

En menschen, die nooit een kind hebben opgevoed

weten 't in den regel beter dan menige moeder, die

er met God en met eere een tiental heeft grootgebracht

.

Naarmate nu onze jongens meer ervaring krijgen,

neemt die naieve eigenwijsheid ook wel af . Vooral,

wanneer ze iemand vinden, in wien ze vertrouwen

stellen . Want uit den kinderleeftijd hebben ze de

behoefte aan hulp en steun en leiding meegebracht .

Hun beginnend leven van volwassene doer ze

echter beseffen, dat ze zelfstandig zijn . En zoo hebt

ge hier weer een van de meest volslagen tegenstellingen,

die maken, dat onze rijpende jeugd ons

vaak zoo'n groot raadsel is . Eenerzijds behoefte aan

steun, anderzijds besef van zelfstandigheid. De

jongen lost dit vraagstuk op twee wij zen op . Hij

geeft zich over, aan wien hij onder de volwassenen

vertrouwt . En onder zijn kornuiten doer hij, wat

de menigte doer . Is hij het meest volslagen kuddedier

.

Vertrouwen laat zich evenwel niet of dwingen .

Dat moet vrijwillig worden gegeven . De vraag is

dus, hoe wij dat vertrouwen krijgen .

Wie nu het vertrouwen verkregen heeft, dien

volgen ze door dik en dun . Bij liens woord zweren

zij . En daarin verschillen ze toch eigenlijk niet zoo

heel veel van de massa der volwassenen .

Zoo zelfstandig nu een opgroeiende jongen is

tegenover den volwassene, zoo onzelfstandig is hij

tegenover zijn gelijken. Hij wil niet anders zijn en

doen dan zij . Trouwens, wie anders is, heeft ook

geen leven onder hen . Een hoedje onder een groep,


ALS ONZE KINDEREN GROOT WORDEN 35

die petten draagt, heeft altijd last . Hij moet doen,

wat de kudde doer . En hij doer het en is voor niets

zoo doodelijk bang als voor de critiek van zijn

vrienden. Voor hun afkeuring en hun spot siddert

hij . Geen jongen moet al to origineel zijn, want dan

is hij onder de jongens -- een rare- of een malle

en heeft geen leven . Als de vrienden een lange broek

gaan dragen, dan mag hij het ook . En met de

meisjes -- en het opgestoken haar is het net zoo .

Het komt me zelfs voor, dat de kudde-periode bij

meisjes nog wel zoo lang duurt als bij jongens . Ik

heb eens in een van mijn hoogere klassen het bijgewoond,

dat de jonge dames alle tegehjk met opgestoken

haar op school kwamen . Niemand had de

eerste durven zijn en toen had men een datum

afgesproken. Ik tracht dit kuddedierachtige altijd

to doen verdwijnen en sta dus steeds aan de zij van

hen, die het wagen zich zelf standig to toonen . En

meisjes zijn voor een complimentje over haar

uiterlijk altijd nog meer gevoelig dan jongens .

Zooals vanzelf spreekt, is de leeftijd, then wij nu

bespreken, die van de critiek . Vat is critiek ? Dat

is de poging om achter den spiegel to kijken . Het

besef, dat een ding ten minste twee kanten heeft .

Dat de feiten niet op zich zelf staan . De opgroeiende

zuigeling heeft de critiek op zijn waarnemingen

moeten oefenen, voor hij tot het besef kwam, dat

dat handje en dat voetje van hem waren . Critiek is

zoeken naar een verband . Het is vormen van een

sluitende wereldvoorstelling . Critiek is dus noodig

op dezen leeftijd . Verband tusschen zeggen en doen

tusschen leer en leven tusschen schijn en


36 HET OUDERUURTJE

werkelijkheid moet de wordende volwassene leeren

kennen . En dan moet hij er naar zoeken. En dus

zal hij vaak constateeren, dat het hier of daar ontbreekt

. Want in deze periode gaan de oogen open

voor de verborgen dingen . Terwijl het kind tevreden

is met het wat, en de vraag „Wat is dat ?" in den

regel niet anders beteekent, dan : „Zeg mij, hoe het

heet !" vraagt de neo-puber ook naar het hoe' en

bij het onder worden - zelfstandiger worden

ook naar het waarom ? En dan constateeren onze

opgroeiende kinderen met zekere ontzetting, met

smartgevoel zeker, en met meer verachting naarmate

ze dieper voelen, onze afwijkingen van leer

en leven . Dat de ouders zelf doen, wat ze hun

kinderen als verkeerd voorhouden . Wat vader gewettigde

handel toeschijnt, lijkt den zoon sours

afzetterij . En naar den aard van zijn onbarmhartigcritischen

geest, die theoretisch en dus in anderen

geen halfheid duldt, spaart hij zijn vader en liens

beginselen - en dat is joist de dwaasheid, die hij

evenwel niet ziet - in zijn hart zijn opmerkingen

niet. En hij maakt ze - ook onder zijn vaders

danken voor de weldaden des Heeren, ook onder

vaders lezen, ook onder vaders nederzitten aan den

Avondmaalsdisch, En het raast en het vloekt in

zijn binnenste, bij wat hij gehuichel noemt en hij

scheert al zijn vaders vrienden over een kam en

noemt ze een kliek farizeers . Ook hierdoor heeft hij

vaak geen vertrouwen in zijn vader, zooals in een

vreemde . Dat ligt ook hieraan . Hij heeft nog geen

levenservaring . En gelooft nog steeds naief, dat

wat hij niet ziet, ook niet bestaat . Zoodat de half-


ALS ONZ,E RINDEREN GROOT WORDEN 37

of bijna niet gekende vertrouweling hoog boven de

beter gekende verwanten uitsteekt en met een

aureool is omgeven,

Het sociale instinct drijft onze jongelui ook naar

het vereenigings- en het clubleven . Jeugdorgathsatie!

Ik zit altijd tegen dit woord aan to kijken,

omdat het me toeschijnt een element to bevatten,

das tegen het karakter van dezen leeftijd i ngaat .

lk weet niet, of ik het joist zie . Voor mijn besef is

jeugdorganisatie een opgelegd ding. De jeugd

words in een jeugdorganisatie georganiseerd . De

volwassenen brengen de lieve jeugd bij elkaar,

trachten das ten minste to doen, en doen dan was

voor de jeugd. Zij organiseeren . En drukken das

in den naam der organisatie uit . Nu heb ik daar niet

anders tegen, dan das het gezegd words, lk geloof

ook, das wij volwassenen per slot van rekening in

het horloge de veer moeten zijn . Ik ben er van overtuigd,

das jeugdvereenigingen - clubs - groepen

of hoe ge ze noemen wilt alle - ik durf haast zeggen

zonder een uitzondering na een kort bestaan uiteen

zullen vallen . De kinderen hebben to weinig doorzettingsvermogen,

organisatietalent, taaiheid, vooruitziendheid

om een club in 't leven to houden .

Maar ik geloof sevens, das we als volwassenen, ons

niet moeten opdringen ; das we niet den schijn

moeten aannemen, alsof wij het doen . De Jugendbewegung

in Duitschland heeft zich welbewust

van de oudere generatie losgerukt en bedankt er

voor als bijwagen van het verdwijnend geslacht to

fungeeren . Zij wenschen niet de idealen van het


3$

HET OUDERUURTJE

vorig geslacht over to nemen en willen zich zelf

een braakland ploegen en niet langer zaaien tusschen

de doornen . Dat gevaar loops men overal,

waar men den nieuwen wijn wil tappen in oude

lederen zakken. Waar men de vormen klaar heeft,

waarin het nieuwe leven zal moeten worden gegoten

. Kenmerk van leven is juist, das het zijn eigen

vorm meebrengt . Dat het iets heeft, das ons ontbreekt

of liever, das wij niet bezitten .

Vrijwillige aaneensluiting zal dus wel in den regel

de eenig juiste vorm zijn . Tegen deze vrijwillige

aaneensluiting in zelf georganiseerde vereenigingen

op to treden, zooals de Duitsche Lehrerschaft das

gedaan heeft, die ze eenvoudig verboden heeft en

op overtreding de strengste straffen heeft gesteld

is Pruisische dwaasheid, die in ons goede Nederland

nog veel erger gevolgen zou hebben dan in het aan

Massregeln gewende Duitschland .

We willen nu nog eens samenvatten, was we met

elkaar hebben besproken. En dan sevens nagaan,

was wij in deze moeilijke periode voor ons zelf

hebben to doen .

Puberteit is intreding van de geslachtsrijpheid .

Maar ook alleen intreding. Voile geslachtsrijpheid

bezit de volwassene, potentieel geslacht het kind .

In overeenstemming daarmee is de voornaamste

eigenschap van het kind honger, zorg voor het

individu ; die van den volwassene liefde, zorg voor

het geslacht .

De prepuber (1o--I2 jaar) begins eenige lichame-


ALS ONZE KINDEREN GROOT WORDEN 39

lijke en geestelijke voorteekenen van de komende

veranderingen to vertoonen .

De neopuber words door de verandering in

korter of langer periode heftig overvallen en in

beroering gebracht. Deze beroering bereikt in

eenige jaren haar grootste kracht . Daarna begins de

storm to luwen en komt de volwassen leeftijd, die

in hoofdzaak met den puberteitsleeftijd overeenkomt

maar op dezen het voordeel heeft van meerdere

kracht, meerdere bezonnenheid -- meerdere

ervaring .

Voor ons, die in de periode der liefde verkeeren,

de periode van de zorg voor het menschelijk geslacht,

ligt joist op het terrein van de opvoeding der

rijpere jeugd een schoone task . Omdat wij joist

hebben, was zij behoeft. Wij kunnen stillen den

honger van het kleine kind. Maar ook onze pubermenschjes

hebben honger . En joist naar was wij

volwassenen bezitten .

Honger naar t i e f d e . Die liefde kunnen wij

hem geven . Er is in zijn leven zooveel, das ons

bijster onaangenaam en lastig kan zijn . Ik weet het

ook wel . Maar ik weet ook, das er menige jongen

en menig meisje in dezen tijd een strijd heeft in

de eenzaamheid op leven en dood. En das hij

dikwijls zonder das wij het vermoeden - dien

alleen strijdt . En nu moeten we hem niet alleen

raad geven . Raad is goed, maar duur . D . w. z . duur

voor den jongen, die dreigt to zinken en aan uw

raad niet veel heeft, omdat hij hem veelal niet

realiseeren kan . was wij doen moeten, is het werk


40 HET OUDERUURTJE

van den navolger van Christus . Het werk van

Christus werd eens door een Javaan heel eigenaardig

gekarakteriseerd. Hij zei : „Ik lag in den

bruisenden bergstroom, die me meesleurde . Ik

streed en kampte tegen het water, dat sterker was

dan ik . Toen nam ik mijn toevlucht tot den Boeddha

die mij eenige aanwijzingen toeriep . Hij hielp mij

niet . Het water sleurde me voort, tot bij de brag .

4p de brug stond Mohammed : „Hierheen" riep

hij ; „houd je goed ! zwem naar den kant ! Pas op

dien steep !" Allemaal waardevolle aanwijzingen,

als ik ze maar had kunnen opvolgen . Maar ik kon

niet . En de stroom sleurde me verder. Daar stond

een man op den never, die zonder raad to geven

zich in de kali stortte en mijn hand greep . En mij

op het droge bracht . Dat was Christus, die mij geen

raad gaf om uit den maalstroom der zonde en des

doods to komen, maar die zich zelf gaf en mij

redde ."

Als we jets voor onze rijpende jeugd willen doen,

dan kan het niet anders zijn, dan ons-zelf geven .

Niet in de plaats van Christus, maar als zijn

navolgers .

Navolgers to zijn van Christus . Dat is onze task

iederen dag . Maar vooral in de moeilijke periode,

waarin onze kinderen verkeeren, waarin hun oogen

opengaan voor de realiteit der dingen.

Ze gaan ons aanzien met oogen, die begrijpen en

die ook begrijpen, of wij maar wat zeggen of dat

we inderdaad leven naar wat we leeren .

Zoo komen we al weer tot de conclusie, dat alleen

hij kan opvoeden, die aldoor nog aan zijn eigen


ALS ONZE KINDEREN GROOT WORDEN 4

opvoeding werkt. Wat ge wenscht, dat uw kinderen

worden, wees hun dat . Leeringen trekken maar

voorbeelden wekken. En het dualisme, de tweeslachtigheid

tusschen leer en leven is voor onze

kinderen moordend .

1k spreek flu niet over de moeilijkheden, die

velen in het huwelijk schijnen to vreezen . Wanneer

het inderdaad waar is, dat menige jonge man en

menige jonge vrouw vreezen voor het huwelijk en

bang zijn later tot de ontdekking to zullen komen,

dat ze niet bij elkaar passen, dan komt dat ook daar

vandaan, dat ze in het huwelijksleven van hun

vader en moeder vaak zooveel hebben opgemerkt,

dat niet in den hack was .

Maar wanneer ze blijvende, groeiende en dus

levende liefde gezien hebben in het huffs van hun

ouders, dan zal de vrees voor mislukking van hun

eigen huwelijk niet zoo spoedig bij hen opkomen .

Vooral niet, wanneer ze gezien hebben, hoe alle

moeilijkheden, die ook in het beste huwelijk niet

uitblijven, zijn overwonnen.

De slappe beschouwing van de huwelijksliefde

is hier mede een gevaar . zeker is het goed, dat men

zich ernstig afvraagt, of men liefde voor elkaar

heeft, wanneer men zich verlooft . Maar daarop

moet het huwelijk niet alleen berusten . Huwelijksliefde

is plicht. Daarvan behoeft men niet to

schrikken, zeker, plicht is dood, waar liefde lacht .

En misschien zal menigeen wel meesmuilen over

de beschouwing, die liefde stelt tot plicht . Maar

ten onrechte doer men dat. Liefde is altijd plicht .

Wanneer we de liefde tot God als onzen plicht

4


42

HET OUDERUURTJE

erkennen en de liefde tot het vaderland als plicht

eischen, wanneer we aannemen, das kinderliefde

plicht is, dan mogen we toch zeker ook van de

huwelijksliefde tusschen man en vrouw zeggen, dat

ze plicht is .

zoodra in het gezin deze plicht niet vervuld

words, zoodra voor de kinderen duidelijk words,

das vader en moeder niet ieder oogenblik en altijd

dezen plicht erkennen, dan komt joist bij onze

opgroeiende jeugd de vraag, of dan de liefde, waarvan

ze in deze periode zoo zeer de noodzakelijkheid

en de onmisbaarheid gaan voelen, hen niet in den

steek zal laten - zooals bij vader en moeder .

En bij zoovelen. Bij overigens geachte en geeerde

menschen. Zelfs bij die en die . En ze noemen ze

bij name .

Maar als we navolgers van Christus willen zijn

ook in de opvoeding van onze kinderen, dan

ruimen we voor hen ook veel struikelblokken uit

den weg . Dan is niet het woodd ons genoeg, maar

we voegen er in Gods kracht de daad bij .

Zwaar is de task, die we to vervullen hebben

gekregen. Maar Jacobus heeft den weg gewezen

naar de onuitputtelijke Bron van kracht en wijsheid .

En de weg is nog steeds open . Ook voor vaders

en moeders, die hun zware task terdege voelen

en die in eigen kracht niet verder kunnen .

D .


OUDERVERDRIET EN KINDERVERDRIET

IV.

IJ zullen nu spreken over „Ouderverdriet

en Kinderverdriet" . Is er ouderverdriet ?

Is er kinderverdriet ? Of brengt het

ouderschap en het kind zijn alleen

vreugde, blijdschap ? Gaat het in bet huwelijksleven

altijd op rolletjes, rustig, als een karretje op

den zandweg ? Brengt het geen moeilijkheden, geen

verdriet, hoogstens zorgen ? Biedt ons gezinsleven

immer vreugde, en kunnen we altijd de zon zien

schijnen op ons pad? Ach -- we weten wet beter !

Ons huwelijksformulier begins reeds zoo somber,

maar toch zoo uitermate waar met das bekende

woord „overmits den getrouwden gemeenlijk velerhande

tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt."

Tegenspoed en kruis bouden ook in „verdriet"

. De opsteller van dit formulier heeft het zoo

juist gezien, was het leven medebrengt en op then

zonnigen huwelijksdag, waarop het om het jeugdig

paar fleurt en geurt van bloemen en vroolijkheid,

klinkt de sombere soon hun tegen, das tegenspoed,

kruis, verdriet straks het deel zullen zijn . En het

leven illustreert dagelijks de waarheid van dit

magistrate woord uit ons oud huwelijksformulier .

Ik wit thans eens enkele grepen doen uit ons

dagelijksche leven, das, wanneer we maar om ons

heen zien, zoo rijk is aan gebeuren, waar met het

verdriet words gestreden op allerlei wijze : men

wit het eerst niet erkennen, men wit het van zich

afschudden, men wit er zich bij neerleggen, omdat

43

OUDERVERDRIET EN KINDER-.

VERDRIET


44

HET OUDERUURTJE

er niets tegen to doen is ; maar verdriet is verdriet,

een masker helps niet, want bet verdriet blijft

knagen aan al was verder schoon is in bet huwelijksleven

.

Ouderverdriet - we kennen bet in meerdere of

mindere mate alien . Weinig zijn de gezinnen van

volkomen harmonie tusschen ouder en kind, van

voortdurenden voorspoed op maatschappelijk gebied,

gezinnen, waar de dokter zelden werd gezien

en de flood nimmer binnentrad . Het getal is oogenschijnlijk

wel heel klein, want zoo lang mogelijk

words de disharmonie op onderscheiden gebied

verborgen voor bet oog van den buitenstaander ;

words maatschappelijke tegenspoed bedekt en bet

verdriet opgesloten binnen de muren van bet gezin

of zelfs voor de leden van bet gezin zelf . Verdriet

is er geweest zoolang de wereld bestaat, zoo lang

er menschen zijn, is er ervaren was verdriet, was

ouderverdriet is, Zie Adam en Eva met bun zonen

Kain en Abel ! Wat moet de broedermoord voor

Adam en Eva geweest zijn, was een bron van verdriet,

verdriet om den zoon, die door zijn broeder

werd neergeveld ; verdriet om hem, die den aanslag

pleegde, verdriet ook om bet gemis aan godsvrucht,

das uit deze daad sprak. En sinds Adam en Eva

is bet verdriet van bet ouderhart gebleven door

alle eeuwen been, bet verdriet om den lichamelijken

toestand onzer kinderen en, was voor ouders, die

in de vreeze Gods leven, nog erger is, bet verdriet

over de geestelijke afwijkingen .

Iemand, die mijn onderwerp las, zei : „ja ouderverdriet,

das is er veel maar kinderverdriet, och,


OUDERVERDRIET EN KINDERVERDRIET 45

daar zegt ge spoedig to veel van, kinderverdriet is

er zooveel niet," Ik stem dadelijk toe, das kinderverdriet

gauwer voorbij is, tenminste voorbij kan

zijn en dan nog voor was betreft de jonge kinderen .

Maar onze kinderen in de puberteitsjaren, ook die

van z8, 2o, 24 jaar, tot de gehuwde blijven onze

kinderen. Niemand zal ontkennen, das ook zij het

kinderverdriet kennen, het verdriet, das zij ervaren,

omdat ze kinderen zijn . Verdriet bij onze oudere

kinderen is niet denkbeeldig, ook door de schuld

der ouders. Paulus vermaant niet zonder oorzaak

de vaders, hun kinderen niet tot toorn to verwekken,

want die toorn is ook het verdriet, das zij hebben

om vader, om moeder . Bij het jonge kind is het

verdriet heel dikwijls niet van blijvenden aard

gelukkig - maar dit komt, omdat het niet van

zoo doordringenden aard is . Het jonge kind legs

geen verband tusschen de oorzaak en den aard van

het verdriet en daardoor vergeet het spoedig, miss

hetzelfde verdriet niet dikwijls wederkeert, want

dan kan ook hier iets groeien, das blijft en grooter

words . Het verdriet van onze oudere kinderen

denk daar niet to gering over, Reeds bij vorige

gelegenheden wees ik op de noodzakelijkheid, den

eisch van goede verhoudingen en die goede verhoudingen

kunnen ten gevolge van het verdriet,

zoo hopeloos bedorven worden .

Die meent, das er weinig kinderverdriet words

gevonden, vergist zich zeer . Wanneer ik spreek over

het ouderverdriet, dan is dit om elkaar to bemoedigen

- wanneer ik spreek over het kinderverdriet,

dan om elkaar of to vragen, of wij


46

HET OUDERUURTJE

als ouders vrijuit gaan, of wij dat kinderverdriet

kunnen voorkomen .

Ouderverdriet ! Onze Bijbel spreekt op menige

bladzijde over dit verdriet . Ik noemde reeds Adam en

Eva . Denk aan Isaak . Wat heeft dezevader om beide

zonen om verschillende redenen, verdriet gehad .

Eli heeft het ook niet gemakkelijk gehad, Hofni en

Pinehas bezorgden hem heel wat verdriet, dat

dubbel zwaar en pijnlijk was, omdat de eere Gods

werd geschonden en wat Eli heilig was, gelasterd

werd ten gevolge van het gedrag zijner zonen .

Isaak en Eli, zwakke f iguren, die, vooral de laatste,

de vruchten plukten van een slappe opvoeding .

1k noem u nog Naomi, wat heeft zij niet volop haar

deel gehad van het verdriet, zoo, dat zij den naam

Naomi, de lieflijke, wil vervangen zien door Mara,

bitterheid. Wat heeft een David het ouderverdriet

ten volle ervaren, toen hij voor eigen zoon vluchtte .

Zoo zou ik meerdere namen kunnen noemen, maar

volsta thans met nog een persoon, Maria, de

moeder onzes Heeren, die aan den voet van het

kruis ten volle ervaart de profetie van Simeon „een

zwaard zal door uw ziel gaan ."

Wat reeds door alle eeuwen heen is ervaren door

voorbijgegane geslachten, zien we rondom ons dag

aan dag. Ouderverdriet - de wereld is er rijk aan,

het dagelijksche leven openbaart het ons voortdurend,

de literatuur is er vol van . Ouderverdriet,

dat natuurlijk is, maar ook ouderverdriet, dat er

niet behoefde to wezen, dat voorkomen kon worden .

Ouderverdriet ten gevolge van het lijden onzer

kinderen of het verlies van dierbare panden het


OUDERVERDRIET EN KINDERVERDRIET 47

is droevig, maar kan ons doen opzien tot Hem, die

deze droefheid zond en die zich niet vergist .

En toch, wat kan het smartelijk zijn, wanneer een

ouder waakt bij het zieke kind, wanneer daar iedere

beweging angstvallig wordt gadegeslagen, wanneer

het oor ingespannen luistert naar de ademhaling,

die al moeilijker gaat . 0, we weten het wel, dat er

uitkomst is tegen den dood, we weten het wel, dat

Gods wegen hooger zijn dan de onze en dat, wan -

neer de slag valt, we troost hebben in Gods beloften,

maar ach, wat is het benauwd, wat is het

moeilijk, om of to staan, wat eenmaal werd ontvangen

. Da Costa schreef eens als grafschrift voor

een kind

Een bloemtjen, voor den tijd van 't oudrenhart

[gerukt

Neen ! door der Englen hand voor 't Eden

[Gods geplukt !"

dat kan en zal de troost zijn in het verdriet, maar

't is verdriet, ouderverdriet, al brengt Gods liefde

door dit verdriet dikwijls nader tot liet Vaderhart .

Een kind to moeten missen, to moeten afstaan,

het geeft ouderverdriet, maar wie heeft niet gedacht

aan dat verdriet, dat het deel is geweest van

het echtpaar Lindberg . Wie kan beschrijven, wat bij

die ouders omging, toen zij in volkomen onbekendheid

met het lot van hun lieveling verkeerden . Heel

de wereld leefde met hen mede, een leger van speurders

zocht het spoor der ontvoerders, maar wat baatte

het die arme ouders, die het verdriet niet zagen


48 HET OUDERUURTJE

verminderen, dock bij den dag vermeerderen ?

Het kind to moeten missen en niet to weten,

waar en hoe het zich beyond . Is het wonder, das

de moeder een zenuwspecialist moest raadplegen ?

Ouderverdriet . - Ik denk ook aan ouders, die

vol blijde verwachting de geboorte van een nieuwen

wereldburger tegemoet zagen . En zie, als de kleine

er is, dan words een afwijking geconstateerd, blind

of stom of idioot of lichamelijk mismaakt . Wat een

ontzettende openbaring voor moeder, voor vader .

Wat een ouderverdriet ! Gelukkig als het zich uiten

kan in een dubbele liefde en toewijding . - En

straks, wanneer het kind zelf tot ontdekking komt,

was het mist, was de eigenlijke toestand is, was het

anders doer zijn dan anderen - was een kinderverdriet

en nieuw ouderverdriet . Welk een task,

welk een onuitputtelijke liefde is er noodig om hier

het kinderverdriet niet weg to nemen, maar to

leeren dragen .

Ik denk aan ouderverdriet van ouders, die van

hun kinderen geseheiden zijn, die b .v. in Indie zijn,

last me speciaal onze zendelingen nemen, die niet

uit winstbejag of goede positie naar de tropen gaan,

maar om op zeer verwijderde, eenzame posten het

Evangelic uit to dragen. Er is geen sprake van das

daar de kinderen kunnen blijven, deze moeten dus

naar Holland . Weet en verstaat de gemeente wel,

was dit voor die ouders moet zijn? Hebt ge wel eens

meegemaakt het afscheid van ouders en kinderen ?

Van nabij heb ik zoo dikwijls dit ouderverdriet

gadegeslagen en telkens opnieuw ontroert het, das

dit offer moet gebracht worden . De ouders ginds


OUDERVERDRIET EN KINDERVERDRIET 49

de kinderen hier. De ontwikkeling words niet meegemaakt,

niet geleid, als vreemden ontmoet men,

misschien, elkander later . Van mijn eigen moeder

lees ik nog brieven en aanteekeningen, die me thans

nog ontroeren. Heerlijk de kracht, die bij dit ouderverdriet

nog opgewekt doer blijven .

Maar - er is nog ander ouderverdriet . De gezonde,

de dagelijks bij u vertoevende kinderen

kunnen allerlei aanleiding geven tot verdriet . De

gebreken der kinderen, de karakterfouten, de

levenskeuze, het gedrag, de ontwikkeling, tal van

oorzaken kunnen de levensvreugde van ouders

ontnemen en verdriet er voor in de plaats stellen .

Ik las onlangs een paar boeken, waarin het ouderverdriet

en het kinderverdriet met de treurige

gevolgen zoo scherp naar voren komen . Het eene

was een Hollandsch boek, het andere een vertaald.

De lust bekruipt mij een en ander aan to halen,

dock waartoe ? Ik behoef die verhalen niet uit to

spinnen, heel onze literatuur is vol verdriet

armoede -- en geen kracht vaak tot dragen, omdat

de rijkdom in Christus ontbreekt .

Wij hebben echter de literatuur niet noodig om

dit verschijnsel to ervaren . We zien dagelijks om

ons heen, was er knaagt aan de blijheid van het

leven. Alleen als het waar is, das de literatuur uitbeeldt

was het leven eigenlijk is, was het dag aan

dag to zien geeft, dan is de tegenwoordige tijd nog

meer dan vroeger, vol verdriet . De levenskracht

ontbreekt, de zuiging ook in onze christelij ke

gezinnen naar wereldgelijkvormigheid en werelddienst

is zoo sterk, het weerstandsvermogen zoo


5 HET OUDERUURTJE

gering, das alleen weerhoudende genade in staat is

to bewaren voor afwijken . Ik spreek bier niet eens

van bet ouderverdriet, wanneer een dochter zich

volop werpt in de armen van zondig gent of een

zoon bruusk bet geloof der ouders veracht en God

vloekt . Diep smartelijk moet dit wezen en 't is

verklaarbaar, das bet ouderhart zoo lijdt, das bet

leven geknakt words en zich voortsleept naar 't graf .

Droeviger nog is bet, wanneer de opvoeding

aanleiding kan wezen tot bet bewandelen van, ja

straks bet voorthollen op die paden .

Bestudeer toch uw kinderen, peil de neiging

naar afwijkende, zondige wegen en wees bedachtzaam

in uw opvoeding, last die gericht wezen op

behouden en niet op afstooten . -- Maar, 't behoeft

niet eens to komen tot die grove uitspattingen, tot

das bruuske optreden . Hiervoor words menig gezin

nog gespaard ; bet „fatsoen" weerhoudt nog bet

zich naar buiten openbaren van was bet hart begeert

. Er is nog zoo veel, das wel in de christelijke

en ook in andere gezinnen voorkomt en oorzaak is

tot ouderverdriet . Ik noem slechts een paar dingen

de zucht tot onwaarheid, de leugen, de koppigheid,

de ongehoorzaamheid, de snoepzucht, de onkuischheid,

de pronkzucht - ja, was niet al . - Wanneer

we van deze dingen bij onze kinderen was bemerken,

dan kan das ons tot hinder, en bij de

ontwikkeling deter ondeugden kunnen ze ons tot

verdriet zijn . En deze dingen kunnen we reeds zoo

jong zich zien openbaren en ontwikkelen . Ach,

was kunnen moeders en vaders over deze dingen

tobben en terecht . Hoe zouden ze 't graag anders


OUDERVERDRIET EN KINDERVERDRIET 5

wenschen, Het moederoog kan zoo scherp de ondeugden

opmerken en was words er in menig gezin

des avonds last door de ouders over deze dingen

gesproken, beraadslaagd over to nemen maatregelen .

Ook gebeden ? Ik noem hier verschillende ondeugden,

die verdriet bezorgen en kan thans niet

uitweiden over de wijze, waarop ze bestreden kunnen

en moeten worden . Ik constateer alleen het f eit,

das het ouderhart bloedt bij het zien van de fouten

der kinderen,

En dan -- de afwijking op godsdienstig gebied .

Wat kan das een vrome vader en een vrome moeder

verdrieten ! Als daar gemerkt worden de tegenzin

in kerkbezoek, in bijbellezen, in catechisaties ; de

begeerte op andere paden dan die der ouders to

wandelen ; het opkomen van den twijfel ; het bezoeken

van inrichtingen van vermaak, van het

restaurant . Hoe words getracht het harteleed to

verbergen ; de loftrompet over de kinderen to

steken, -- terwijl door krachtig optreden, heel

dikwijls ontactisch, met geweld vader zelf zijn

eigen kind weghaalt uit kroeg of cabaret . Laat men

toch verstaan, das dwang en geweld, bier nets

bast. De pantoffel of de karwats werkt bij uw

groote jongen of meisje nets meet uit ; hoogstens

verbittering en straks een oplaaimg, die niet meet

to keeren is . Men neemt deze maatregelen to bast,

omdat men vroeger to toegeeflijk, to slap is geweest,

of . . . , to streng. Beide opvoedingen leiden hiertoe,

een to slappe zoowel als een to strenge . De blijdschap

van het Evangelic was dikwijls niet het kompas,

waarop de opvoeding werd geleid . 0


5 HET OUDERUURTJE

Genoeg ieder lezer kept het eigen ouderverdriet

en ziet jets van het verdriet van anderen .

Ieder weet, hoe er getobd words, gestreden, geworsteld

. Het woodd van vader Jacob, das de

grauwe haren met droefenis ten grave dalen, is in

menig leven bewaarheid . Maar -- laat het tot

troost zijn, das menig voortdurend gebed words

verhoord, das veel in het leven nog terecht komt .

We nemen sours zoo zwaar op, die afwijkingen

onzer kinderen en houden to weinig rekening met

het tijdperk van de wilde haren . In de sturm- and

drangperiode openbaart zich bij onze kinderen zoo

menige trek, die verontrust . Maak er u niet verdrietig

over, nog minder boos . Denk er liever aan,

das zij u joist dan, o, zoo noodig hebben . Allerlei

machten en krachten werken op hen in en zoowel

het zachte moederwoord, als de meer beredeneerde

taal van het verstand van vader hebben ze dan joist

zoo noodig . De onopzettelijke leiding behoeven ze,

niet het machtwoord, das dwingt of althans wil

dwingen . Joist de karakters onder de kinderen, die

uit eigen oogen zien, een zelfstandigen wil hebben,

handelen niet meer op gezag . De lieve, zachte,

volgzame kinderen geven gewoonlijk heel weinig

moeite, maar zij geven zich ook dikwijls geen rekenschap

van het hoe en waarom der dingen, kennen

strijd noch opwinding, maar de sterke impulsieve

karakters zijn de zorgenkinderen . zij veroorzaken

verdriet en zorg . Het hangs er maar van af, hoe

straks de eind-keus zal zijn .

zij zijn het echter ook, die gemeenlijk het meest

weten van „kinderverdriet". En zoo kom ik nu tot


OUDERVERDRIET EN KINDERVERDRIET 53

enkele opmerkingen over „kinderverdriet", das niet

minder words gevonden dan het „ouderverdriet" .

Er is kleine-kinderverdriet en groote-kinderverdriet .

Och, das kleine-kinderverdriet our een standje, our

straf, our een teleurstelling, wanneer dit een gevolg

is van een paedagogische handeling of van omstandigheden,

behoeven we niet zoo zwaar op to

vatten . Teleurstellingen in het kinderleven zijn op

zijn tijd ook leerzaam, ze zijn verdrietig en we

voelen als ouders het mede, maar laten we dit niet

to veel laten merken . We kunnen ook to zacht zijn

en . . . . het leven is, ook later, sours zoo hard !

Praat onrecht echter niet goed, wanneer een kind

daarover verdriet heeft . Ge zoudt daarmede edele

trekken krenken .

Maar nu de oudere kinderen. Ook zij kennen

verdriet . Verdriet, das sours moeilijk words geuit ;

das zij in zich omdragen, waarover ze tobben . Het

leven storms op hen aan met zijn ideeen, met zijn

twijfel, met zijn gevoelsuitingen . 0, gelukkig de

dochter, die met alles tot moeder kan gaan, gelukkig

de zoon, die er niet tegen op behoeft to zien met

vader to spreken . Gelukkig het gezin, waar „vertrouwen"

words gevonden . En das hebben ouders

voor een groot deel zelf in de hand . Niet op eens

kan vertrouwen worden geeischt. Wanneer we

vertrouwen gaan eischen, krijgen we 't niet . Vertrouwen

moet een uitvloeisel zijn van de opvoeding,

moet natuurlijk zijn, moet gegroeid zijn uit het

samenleven van ouders en kinderen . Moeilijkheden

kunnen voorkomen worden, wanneer het vertrouwen,

het meeleven groeit met de ontwikkeling


54

HET OUDERUURTJE

en het ouder worden van het kind. Ouders moeten

er altijd op bedacht zijn, dat de tijd niet stil heeft

gestaan sinds hun eigen jeugd, dat er z5 a 30 jaar

liggen tusschen hun goeden ouden tijd en den tijd,

waarin hun kinderen leven . Bij een enquete,

waarbij 1000 leerlingen van Duitsche middelbare

scholen een antwoord gaven op de vraag „zou je

hetzelfde leven willen leiden als je ouders", antwoordde

een 14-jarige ; „neen, want mijn ouders

komen uit den goeden ouden tij d, staan onsympathiek

tegenover sport en willen verhinderen, dat ik met

mijn tijd meega ." Dit woord geeft weer, wat in tal

van jongere harten leeft, a1 wordt het niet uitgesproken.

Is het absoluut onwaar ? Of zijn wij,

ouders, niet dikwijls geneigd, den „goeden, ouden"

tijd to stellen boven den tegenwoordigen . Was dietijd

toen werkelijk zoo „goed" ? Willen we den tegenwoordigen

tijd, met z'n enorme openbaringen niet

alleen van veel slechts maar ook van veel goeds,

daarnaar afmeten ? Och misken niet, wat God in

den tegenwoordigen tijd geeft, alleen beproef

biddende -- of het uit God is . Leef met uw

kinderen mee, wanneer ze in dien geweldigen strijd

van het leven hun weg moeten zoeken . Het grootste

verdriet van onze kinderen is, wanneer ouders ze

niet begrijpen. Laat me een paar dingen mogen

noemen, die o .a, aanleiding geven tot kinderverdriet

.

Denk aan de sport. In onze jeugd beheerschte de

sport ons leven niet zoo, als het tegenwoordig het

geval is . Welke houding moeten we aannemen ?

Dit is natuurlijk een vraag voor een heel ouder-


OUDERVERDRIET EN KINDERVERDRIET 55

uurtje op zichzelf. Words niet zonder meer de

sport verkeerd geacht, zondig' Words niet alleen

op het bijkomstige gelet, maar het wezenlijke, het

goede, het nuttige van de sport voorbij gezien ?

Alleen een meeleven kan in staat zijn onze jongens

en meisjes voor de uitwassen to waarschuwen en to

bewaren . Ons bot tegen alle sport verklaren, bezorgt

onzen kinderen verdriet - vader en moeder begrijpen

ons niet . - Denk aan het kerkbezoek, zijn

we tevreden, dankbaar, wanneer zij den Heiland

willen volgen of willen we hen dwingen in een

bepaald raam ? Willen we onze kinderen nieuwe

uitgaven van ons zelf doen zijn en verstaan we niet,

was in hun hart leeft? Hoe kunnen ouders op hartevragen

scherp, verontwaardigd en veroordeelend

antwoorden . Wat bereikt ge er mede ? Een worstelende,

zich ontwikkelende ziel words in de teerste

plekken gekrenkt, verbitterd .

Daar is de vraag van den dag betreffende ontwapening

en dienstweigering . Een uiterst moeilijk

vraagstuk, waar onze jongeren meer mee zitten

dan de ouderen, d. w . z. de ouderen weten

het wel, zijn er zoo gauw mee klaar, geven zich vaak

geen moeite er over to denken, maar de jongeren!

't zijn conscientie-vragen, waarmee ze zich bezig

houden ! Words das wel bedacht ? Een scherp

woord is zoo gauw gezegd, maar daar bereiken we

nets anders mee, dan het verdriet, das onze

kinderen ervaren, das we hen niet begrijpen .

Nogmaals : ik acht das het grootste verdriet, das

een kind kan treffen : als vader en moeder het niet

begrijpen, net kunnen meevoelen, wat hem deert,


5 HET OUDERUURTJE

niet met hem kampen om gelouterd uit de moeilijkheden

uit to komen.

En ach, was is er nog veel meer . Een ouderhart

das het verdriet van kinderen ziet, lijdt veel meer,

dan wanneer het zelf verdriet heeft . Wat een steun

kan men voor zijn kind zijn, wanneer het straks

ongelukkig is in de liefde, wanneer de tegenspoeden

komen, wanneer ziekte of dood ook niet

aan het kind voorbijgaan . Al hebben ze dan ook

wellicht zelf een gezin gevormd, 't blijven uw kinderen

; ook ten opzichte van u kan daar nog kinderverdriet

zijn .

Verdriet is er altijd geweest en zal altijd blijven .

Door het verdriet gelouterd gaan we alleen

verder, wanneer we weten, das het verdriet ons

gegeven words, opdat het ons loutere ! v . H.

V .

DIPLOMA'S

ENIGE jaren geleden, toen de wereld nog

niet heelemaal krankzinnig was, kon het

overbevolkte Europa zijn zonen en

dochters nog naar Amerika zenden om

daar arbeid to vinden, waar het n Europa nogal

eens aan ontbra . Eerst grog een stroom van menschen

uit de Germaansche landen en de Angelsaksische

er heen. Duitschland, Engeland, Nederland,

Denemarken, Zweden en Noorwegen leverden

de mjvere werklieden, waaraan het dun bevolkte

Amerika behoefte had en wien het, als ze kracht


DIPLOMA'S 57

hadden en van aanpakken wisten, bijna zonder uitzondering

een funk stuk brood verschafte, ja ze tot

welstand bracht . Later kwamen de Romaansche

landen ; Frankrijk, Portugal, Spanje, Italie, Polen,

die landverhuizers naar Amerika brachten en nog

later de Slavische landen, de Balkan-Staten en

Rusland, die hun contingent leverden . Amerika

stond door deze immigratie voor een reusachtige

en moeilijke task. Het moest van al deze verschillende

menschen Amerikanen maken . Dat deed het

door deze menschen aan zich to verbinden, doordat

het hun een loonende positie verschafte. Wie gezond

was en werken wilde, was we! zeker op den dour

een goed bestaan to zullen vinden. De vergelijking

tusschen wat men verlaten had erg wat men gekregen

had, vie! in den regel uit ten gunste van het

laatste. Dat stemde tevreden en legde een nauwen

band tusschen de nieuwe bevolking en het nieuwe

vaderland .

Maar ook door op de jeugd in to werken trachtte

men het doel to bereiken . De jonge menschen en

de kinderen werden naar school gezonden . Waar

het Icon gratis, waar het niet Icon, met goede hulp

van den staat . Alleen verbond de staat aan deze

hulp de voorwaarde, dat het onderwijs in het

Engelsch moest worden gegeven . En dat de

Amerikaansche geschiedenis zoo worden onderwezen

.

Het ligt voor de hand, dat in Amerika diploma's

uit andere landen niet veel waarde hadden . Men

wilde weten, of de man, die zich met een diploma

kwam aanbieden, ook inderdaad waarde had voor

5


58

HET OUDERUURTJE

de omgeving, waarin hij wilde komen werken . Als

hij die bleek to bezitten, dan kreeg hij werk . Want

werk was er vroeger in overvloed . Een jonge man

met een diploma van de Delftsche hoogeschool

kwam zich met zijn diploma aanbieden aan een

groote fabriek . Men legde het diploma kalm naast

zich neer en vroeg den candidaat, of hij praktisch

werken kon . Op zijn bevestigend antwoord werd

hij als gewoon werkman in de fabriek geplaatst .

zijn practisch werk werd nauwkeurig gecontroleerd.

Toen dat na eenigen tijd voldoende bleek,

kreeg hij een plaats op de teekenkamer, waar hij

opnieuw proeven van bekwaamheid moest afleggen .

Daar was hij eveneens eenige maanden werkzaam.

Daarna werd hij opnieuw naar de fabriek overgeplaatst

en kreeg de leiding van een afdeeling .

Hij moest toonen, dat hij het werk kon regelen en

met de werklieden kon omgaan . En eerst toen hij

blijk gegeven had, dat hij ook hiervoor geschikt

was, werd hij als ingenieur aangesteld, zijn diploma

was hem van weinig of geen waarde geweest, zijn

praktisch kunnen had hem zijn aanstelling bezorgd .

Een ander geval is mij van zeer nabij bekend .

Een jonge man, eveneens in Delft opgeleid, kreeg

een betrekking in Indie . Een bepaling in zijn aanstelling

was, dat deze voor drie jaar geldig was .

Na verloop van drie jaar had de maatschappij het

recht het dienstverband zonder nadere uitlegging

to doen eindigen, evenals hij het recht had, na

deze periode zijn dienstverband to verbreken . Hij

werd geplaatst aan een electrische centrale to Solo .

Daar moest hij den leider van het bedrijf maar


DIPLOMA'S 59

behulpzaam zijn. Toen dat eenigen tijd geduurd

had, wend hij naar een kleine gevestigde centrale

overgeplaatst, waarvan de leiding hem werd opgedragen

. Toen hij daarvoor berekend bleek, werd

hem opgedragen, geheel zelfstandig een nieuwe

centrale to bouwen, de omgeving to electrif iceeren,

arbeiders in dienst to nemen, onderhandelingen

omtrent den aanleg to voeren, machines to koopen

en het geheele bedrijf op gang to brengen . En

eindelijk, nadat deze dingen naar genoegen van de

directie waren gebeurd, kwam de definitieve aanstelling

en de plaatsing op een centrale, waarvan

hem de leiding werd opgedragen . Niet het diploma,

maar de eigen arbeid van den candidaat had hem

de plaats doen krijgen,

Met opzet geef ik deze twee voorbeelden, vooral,

omdat ze betreffen een diploma, dat niet alleen

theoretische kennis heet to waarborgen maar ook

praktisch kunnen, het diploma van de technische

hoogeschool to Delft . Uit deze twee voorbeelden

blijkt we!, hoe mannen uit de praktijk denken over

de betrekkelijke waarde van zulk een diploma .

Er zijn evenwel tal van andere diploma's, die

absoluut geen waarde hebben voor de praktische

bruikbaarheid van den bezitter. Dat zijn diploma's,

die alleen een getuigenis ofleggen omtrent zekere

theoretische kennis . En dan nog van een theoretische

kennis, die heel vaak met de bruikbaarheid

van den bezitter niets uitstaande heeft . Die alleen

meedeelen, dat de candidaat bij een onderzoek naar

zijn schoolkennis van een voldoende hoeveelheid

kennis heeft doen blijken . o


6o HET OUDERUURTJE

De school geeft niet anders en kan in den regel

niet anders geven dan schoolkennis . En die schoolkennis

moet niet to hoog worden aangeslagen voor

de praktijk van het leven. De praktijk eischt wat

anders dan een hoofd vol kennis ; die eischt praktisci

a bekwaamheid . Die eischt, dat een jongen

zijn handen kan gebruiken en dat hij geleerd heeft

zijn hersens to gebruiken . Die eischt, dat een

jongen betrouwbaar is, eerlijk, van goeden wil,

gehoorzaam, bescheiden, netjes, voorkomend, doorzettend,

dat hij gevoel van verantwoordelijkheid

heeft . Dat zijn allemaal dingen, die met kennis niet

veel hebben uit to staan . Die niet verkregen worden

in het instituut voor het onderwijs maar in de

opvoeding . Dus in de allereerste plaats in het

ouderlijk huffs . 7n het ouderlijk huffs zijn veel meer

dingen to leeren en aan to wennen, die een jongen

of een meisje in de praktijk to pas komen dan op

de school . De school is in de eerste plaats inrichting

van onderwijs . En nu is het wel waar, en we zijn er

ook van overtuigd, dat onderwijs zonder opvoeding

ondenkbaar is . En daarom zenden we onze kinderen

ook naar de Christelijke school, opdat de school bij

de opvoeding onzer kinderen zou gaan in de richting

van het gezin . Maar we mogen toch nooit vergeten,

dat de school in de eerste plaats ten doel heeft de

kinderen wat to leeren .

Nu moet ik tot mijn spijt constateeren, dat de

ouders dit ook bijna uitsluitend van de school

verwachten . Ze zoeken voor hun kinderen in de

eerste plaats een school, waar ze veel leeren . Een

school, waar de kinderen geen huiswerk behoeven


DIPLOMA'S 6I

to maken, is in hun oog meestal minder waard dan

een school, waar hun kroost avond aan avond en

bovendien Woensdags- en zaterdagsmiddags nog

moet zitten ploeteren voor hun stapels boeken .

Hoe grooter stapel boeken, hoe beter de school,

meenen sommigen . Maar is het waar ? Is het waar,

das kinderen, die veel leeren ook verstandige, goede

kinderen zijn ? Ik spreek nog niet eens van goed

in de eigenlijke beteekenis van het woodd, maar

heb nu, voor ons geval, alleen het oog op het goed

bruikbaar zijn in de maatschappij . Dat is niet waar .

De school, die een kind iederen avond en ieder uur

van zijn tijd buiten de school belast met leerwerk,

bereikt joist het tegenovergestelde . Het werk, das

kinderen moeten doen, die met zooveel huiswerk

belast zijn, is in den regel niet anders dan werk

voor het geheugen . De beste leerlingen zijn nogal

vaak de leerlingen met een goed geheugen, de

leerlingen, die hun lessen gauw kennen en het

geleerde lang onthouden . Afgezien van alle andere

dingen . Of ze denken, doer er niet toe . Of ze, voor

moeilijkheden geplaatst, die kunnen oplossen,

daarnaar words niet gevraagd . Kennis moeten ze

hebben, veel kennis, kennis, die ze op een examen

kunnen opspuiten, kennis van aardrijkskunde,

veelal namen, van geschiedenis, meestal geheugenstof,

van plantkunde - die zelfs voldoende kan

zijn, wanneer ze uit een boekje geleerd words,

van dierkunde -- meestal op dezelfde manier geleerd

- van physics, waarvan ik heelemaal maar

nets zal zeggen . Op het examen, waar het diploma

moet verkregen worden, words alleen geheugen-


62 HET OUDERUURTJE

kennis gevraagd, ten minste voor negentig procent

geheugenkennis en wie een goed gekieugen heeft,

then acht men knap . En wie een minder goed geheugen

heeft, de dingen niet zoo gemakkelijk leers

en niet zoo lang onthouden kan, then noemt men

nogal eens dom . Maar het is zeer wel mogelijk, das

de goed leerende, goed onthoudende kinderen dom

zijn en evengoed de hardleersche kinderen, die niet

zoo spoedig was in hun geheugenkastje bergen en

het er niet zoo lang inhouden, verstandig .

Hoor eens, u moet niet denken, das een goed

geheugen geen waarde heeft . Dat kan buitengewoon

veel waarde hebben en een slecht geheugen kan

zeer lastig zijn . Maar ik wil toch van een paar

kennismakingen met een goed geheugen vertellen

om to doen zien, das sterkte van geheugen en verstand

niet behoeven samen to gaan . In een inrichting

voor zwakzinnigen ontmoette ik een jongen,

die alle jaartallen uit zijn boek achter elkaar kon

opzeggen. Toen ik daarover mijn verbazing tegenover

den onderwijzer uitsprak, vertelde deze mij

nog iets, das mij versteld deed staan . De jongen

kende het geheele spoorboekje uit zijn hoofd . Als

men hem vroeg : „Hoe last ben ik in Groningen,

als ik om 6 .45 uit Maastricht ga, dan gaf hij zonder

aarzelen het goede antwoord . Hij bleef ook op de

hoogte van zijn tijd, want telkens als er een nieuw

spoorboekje verscheen, kocht hij das en zat er

eenigen tijd onafgebroken in to studeeren, Inderdaad

was de jongen zwakzinnig en kon de gewone

school niet volgen.

In een idioten-stichting vond ik een jongen bezig


DIPLOMA'S 63

in de wasscherij het gewasschen goed to sorteeren .

IHij kende uit zijn hoofd alle names en gestichtnummers

van de jongens en wist, wanneer ze jarig

waren, hoe oud ze das werden en wanneer ze in de

inrichting gekomen waren . Ook van jongens, die

overleden waren of die de inrichting verlaten

hadden, wist hij nog naam, summer, geboorte- en

eventueel sterfdatum, datum van aankomst en van

vertrek . Hieruit blijkt wel, das een taai geheugen

nog geen blijk van een goed verstand behoeft to

zijn. En das dus een examen, das zich vooral richt

tot het geheugen van de candidates, absoluut geen

onderzoek is naar de geestelijke kracht van de

jongelui, die er zich aan onderwerpen. En das het

diploma dus in den grond der zaak niet anders

bewijst dan das degenen, die geexamineerd zijn

op het oogenblik, das ze examen deden een zekere

hoeveelheid kennis in hun geheugen hadden, die

ze aan hun examinator op zijn desbetreffende vraag

konden toonen .

Nu acht ik dit niet zonder waarde . Ieder mensch

heeft een zekere mate van kennis in zijn geheugen

noodig. En zonder geheugen kan niemand, Maar

wel heb ik er bezwaar tegen, das iemand uitsluitend

beoordeeld words naar zijn geheugen . Door het

geheugen zoo to overladen, words tragen leerlingen

de gelegenheid benomen met het geleerde werkzaam

to zijn. Ten bate van het geheugen words de

denkkracht verslapt. Ze worden afhankelijk van

hetgeen hun words voorgezegd, hetzij door hun boek,

hetzij door hun leeraar. En das is een groot gevaar .

Want straks, in de maatschappij, moet de jongen


64

HET OUDERUURTJE

zelf denken, zelf beslissen, zelf handelen . En zelf

handelen met overleg . Hij moet niet verlegen

staan, als hij voor was nieuws, als hij voor een

moeilijkheid geplaatst words . Hij moet bewijzen

praktisch bruikbaar to zijn en daarvan zegt zijn

diploma niets . .Een diploma kan daarom ook alleen

waarde hebben als bewijs, das iemand een zekere

mate van geheugenkennis heeft verworven, die

noodig is om tot een bepaalde inrichting to worden

toegelaten. De maatschappij begins zich dan ook

gelukkig al meer en meer to onttrekken aan den

eerbied voor een diploma, veel meer dan de ouders,

die herhaaldelijk nog blijk geven van de misvatting

„Was doer men in den tegenwoordigen tijd zonder

diploma ?Die opvatting words vooral gevonden

under ouders, die zelf geen diploma bezitten, maar

die maatschappelijk toch ver genoeg gekomen zijn

om hun kind naar een school to zenden, waar

diploma's worden uitgereikt . Dat is toch zeker wel

een bewijs van zekeren maatschappelijken welstand

. Als zoodanig words dan ook een diploma

nog wel eens op een kantoor aangezien. Tk ken een

grout geldkantoor in Amsterdam, waar vroeger

leerlingen der lagere school werden aangenomen

als klerkjes . Waren die jongens bruikbaar, dan

konden ze op das kantoor goede vorderingen

maken. Er zijn er, die er hooge betrekkingen hebben

gekregen. Natuurlijk waren er ook, die niet

verder kwamen . Die na korter of langer tijd ontslagen

werden . Wie op het kantoor bleef, zorgde

in de avonduren voor hetgeen hij voor zijn werk

verder moest leeren . De een leerde boekhouden,


DIPLOMA'S 65

de ander vreemde tales, een derde expeditie .

Toes kwam to onzaliger ere een der chefs op de

gedachte jongens aan to nemen, die niet alleen lager

onderwijs hadden genoten, maar ook al wat van

de tales en van het boekhouden hadden geleerd .

Vooral in den tijd, dat het handwerk buitengewoon

slecht betaald werd, waren er tal van gezinnen,

die liever hun jongen op een kantoor geplaatst

zagen das bij een bags . Er was dus altijd

keuze genoeg en er waren candidates to veel . Men

verlangde dus toes, mede omdat men bedienden

uit beter gesitueerde gezinnen wilde hebben een

diploma H .B .S . 3-jarigen curses . En toes men

eenmaal dat pad was opgegaan, ging men verder .

De nieuwe candidates moesten ten genoege van

de directie drie jaar voor een gering salaris werken .

Wat ze meer verdienden, werd hun op de bank

goedgeschreven . Na drie jaar konden ze het in

ontvangst nemen. Wie voor het einde der drie jaar

vertrok, ontving nets . Dat systeem voldeed ook

niet . Men verlangde flu een diploma vijfjarige

H .B .S . en is nu al zoo ver, naar mij werd meegedeeld,

dat men bijna zonder uitzondering jonge

meesters in de rechten aanneemt . Maar intusschen

zijn de vooruitzichten der aldus geplaatsten niet

verbeterd. De hoogere betrekkingen worden niet

das bij groote uitzondering uit het lagere personeel

aangevuld . Buiten de diplomabezitters om worden

voor de hoogere betrekkingen menschen benoemd,

niet op grond van hun diploma, maar van

hun op de een of andere wijze gebleken praktische

bekwaamheid . a


66 HET OUDERUURTJE

Heeft dan een diploma heelemaal geen nut?

Ik zal dat niet beweren . Zelf zou ik niet in mijn yak

kunnen werken, als ik mij niet had ingespannen

om verschillende diploma's to verkrijgen. Daar is

dus al een heele categoric van menschen mee aangewezen,

die een diploma moeten hebben . Van

wie de Staat eischt, dat ze een examen met goed

gevolg hebben afgelegd . De wet verbindt het bezit

van een diploma aan het recht om een bepaalde

groep vakken uit to oefenen . Dat zijn er nogal wat .

In de eerste plaats alle betrekkingen, waarvoor de

Universiteit opleidt, behalve dominee . Maar ge

kunt geen dokter, geen advokaat, geen leeraar

worden, als ge niet in het bezit zijt van het diploma,

dat u het recht geeft, u als zoodanig to vestigen .

Maar alleen het examen voor geneeskundige vraagt

ook naar de praktische kennis van den sollicitant .

Advokaat en leeraar kunt ge worden, wanneer ge

alleen maar blijk geeft van theoretische kennis van

uw yak . Al kunt ge niet pleiten, ge kunt examen

doen in de rechten ; al hebt ge geen bekwaamheid

om als leeraar uw klas to regeeren en uw jongens

iets to leeren, uw diploma geeft u de bevoegdheid

om als leeraar op to treden . Dan verbindt de wet

aan een diploma gymnasium en H .B .S . het recht

om examen to doen aan een universiteit . Voor de

meeste vakken van onderwijs eischt de wet het

bezit van een diploma. Die diploma's hebben dus

praktische waarde. Ge hebt ze noodig voor uw yak

en voor verdere studie . Daarom kunnen we zeggen,

dat diploma's moeten worden verkregen door hen,

die vender willen studeeren en door hen, die onder-


DIPLOMA'S 6

wijs willen geven, Verder eischt de wet ook een

diploma van hen, die een yak willen uitoef enen,

waardoor hun de zorg voor anderen words toevertrouwd

. Een machinist, een stuurman, een ingenieur

behoeft een diploma, omdat van hun kennis

sours het leven van anderen afhangt . Deze diploma's

waarborgen dan ook niet alleen theoretische, maar

ook praktische kennis . Maar behalve deze diploma's

zijn er tal van andere, die weinig of geen waarde

hebben en das zijn juist die, waartegen zooveel

menschen met een snort afgodische vereering opzien

. Die vereering is sours met een bepaald doel

opzettelijk gekweekt . Toen de wetgever in de

tweede helft van de vorige eeuw het onderwijs ging

regelen, toen bleek het wel, das een bepaalde tak

van onderwijs behoefte had aan steun . De wetgever

verbond toen aan het diploma vooral van de middelbare

school tal van voorrechten . Die zijn wel in den

loop der jaren eenigermate vervallen, of gewijzigd,

maar het gevolg is toch geweest, das in de opvatting

van het publiek een diploma een sleutel wend, die

alle poorten opende . 2otternijen zijn daarvan het

gevolg geweest. In Amsterdam kon men alleen tot

informator van het gemeentelijk armbestuur worden

benoemd, wanneer men een diploma van de

3-jarige H .B .S . bezat. Al is men nog zoo geschikt,

al heeft iemand praktisch zijn leven gewijd aan

armenzorg, Amsterdam benoemt hem niet, als hij

niet de 3-jarige H .B .S . met een getuigschrift heeft

verlaten. Het spreekt wel vanzelf, das dergelijke

bepalingen dwaasheid zijn. Een zekere ontwikkeling

moet iemand natuurlijk bezitten our dit werk


68 HET OUDERUURTJE

to doen, maar das is een ontwikkeling, die volstrekt

niet gewaarborgd words door bet bewijs, das de

sollicitant op een examen eenige weetjes heeft kunnen

opzeggen. Kennis is nog geen bekwaamheid .

Waar zou bet been moeten, als voor ieder, die als

orgaan van regeering of bestuur optreedt een papier

werd gevraagd, waaruit bleek, das hij voldoende de

onpraktische dingen geleerd heeft, die hem op

school onderwezen worden . Als een lid van gemeenteraad

of Kamer zou geexamineerd worden

in de vakken van de 3-jarige H .B .S ., dan zou er

menigeen worden afgewezen . En als een raadslid

examen zou moeten doen om wethouder to worden,

dan zouden er wel minder liefhebbers voor een

wetkioudersplaats zijn dan nu . lk had een leerling,

die toelatingsexamen moest doen voor de H .B .S .

Hij slaagde, maar met onvoldoende cijfers voor

rekenen . Dat was nog mogelijk voor ongeveer

twintig jaar. De jongen bracht zijn rekenopgaven

mee en 's avonds werden ze thuis nog eens bekeken

door vader en een paar van diens vrienden . Vader

was doctor in de theologie . Die kon de sommen

niet . Wat hem niet verwonderde, want hij had

altijd beweerd - ook tegenover mij - das zijn

kinderen in bun weinigen rekenaanleg op hem

leken . En spotters beweren wel eens, das dominees

in bet algemeen slechte rekenmeesters zijn . Ik heb

er anders wel eens ontmoet, die uitstekend rekenen

konden. Verder was een van de gasten doctor in de

medicijnen en de tweede meester in de rechten .

Maar noch de doctor in de theologie, noch de

doctor in de medicijnen, noch de meester in de


DIPLOMA'S 69

rechten vermochten de sommen op to lossen, die

den jongen op zijn toelatingsexamen tot de Hoogere

Burgerschool waren voorgelegd .

Daaruit blijkt natuurlijk, dat ze die kennis niet

noodig hadden in hun leven . En dat blijkt van veel

diploma-kennis . Men heeft er in de praktijk nets

aan . De intellectualistische strooming van de vorige

eeuw heeft nog onze kinderen en hun opvoeding

in haar macht . De school moet vooral knappe

kinderen opleiden, ook al heeft het leven nets en

nog eens nets aan al de kennis, die onze kinderen

heeten vergaderd to hebben . Ik heb zelf een jongen

op school gehad, die absoluut ongeschikt was om

al de kennis, die wij plichtsgetrouw meenden den

jongen man to moeten bijbrengen, to verorberen .

Hij kende nooit zijn lessen voldoende en had telkens

en telkens weer straf voor de leeraars en onderwijzers,

die terecht van hem eischten, dat hij het

opgegeven werk zou maken en de opgegeven lessen

zou leeren . Ik kreeg medelijden met den patient .

Hij was een goede, trouwe, eerlijke jongen en ook

volstrekt niet dom. Maar het werk was hem to

machtig . Toen heb ik zijn moeder verzocht eens

bij mij to komen om over haar zoon to spreken .

Ik had een betrekking voor hem, en ik meende, dat

hij daar heel goed geschikt voor was en dat er

gelegenheid voor hem in was om vooruit to komen .

Moeder was verdrietig . Wat moest haar jongen

zonder diploma' Haar oudste zoon had ook het

diploma behaald en voor then waren er vooruitzichten.

Maar zonder diploma kwam men nergens

terecht, nooit vooruit . Het is mij gelukt de moeder


70

HET OUDERUURTJE

to overtuigen, dat een diploma toch maar een zeer

beperkte waarde heeft .

Dat inderdaad voor een eerste betrekking we!

eens naar een diploma gevraagd wend, maar dat

bij een volgende sollicitatie meer gevraagd en

eigenlijk uitsluitend gevraagd werd naar een getuigschrift

uit de vorige betrekking . En dat flu de

eerste betrekking kon worden gekregen op mijn

aanbeveling. De jongen heeft dan ook die betrekking

gekregen en staat flu aan bet hoofd van

een groote inrichting . En dat zonder diploma, maar

alleen door het feit, dat hij een uitstekende kracht

bleek, hoewel hij op school maar heel moeilijk met

de klas kon meekomen en zeker heel moeilijk en

na langer leertijd dan gewoonlijk in het bezit van

het zoo begeerde en zoo hooggeschatte diploma

had kunnen komen, indien bet hem al gelukt was .

Mijn doe! kan natuurlijk niet zijn u to overtuigen,

dat een diploma geen waarde heeft . Dat heeft het

we! en in sommige gevallen is het zelfs noodzakelijk

er een to bezitten . Maar we moeten toch

eindelij k eens uit den tij d van diploma-vergoding

en diploma-aanbidding uitkomen . De vereering

van het diploma is uit den tijd, toen het lagere yolk

zooals de hoogere standen het noemden deel

begon to krijgen aan de algemeene beschaving .

Er werd ongeveer honderd jaar geleden nog weinig

aan volksontwikkeling gedaan . Veel scholen achtte

men eigenlijk gezegd uit den booze. Maar men kon

den meer democratischen gang der ontwikkeling niet

tegenhouden en wilde dus ook ontwikkeling geven .

Het ging bij de besprekingen in de leidende groepen


DIPLOMA'S 71

steeds over beschaving en ontwikkeling, over onderwijswetten

jaren lang . En de toonaangevende klassen

wilden ook het lagere yolk wel toelaten tot

eenigszins hoogere betrekkingen, mits ze bewijs

konden geven van beschaving en ontwikkeling . Hoe

kon men dat constateeren ? Men deed het op de

onzinnige manier van het midden der z gde eeuw,

n .1, door examens . Dat was dan ook de tijd, dat

men nog ten voile overtuigd was, dat kennis macht

is, de tijd van het intellectualisme, de tijd, dat

men alles verwachtte van het verstand . Prof.

Opzoomer beweerde toen, dat wat uitgegeven werd

aan het onderwijs, uitgespaard zou worden op de

gevangenissen . Dat is wel anders gebleken . Onderwijs,

hoe goed op zich zelf en hoe noodig, verandert

den mensch niet, maakt hem niet beter. Dat dacht

men toen . Wie werkelijk ontwikkeld is en zijn

oogen en zijn verstand gebruikt, die weet wel beter .

En de eersten van ons geslacht weten een diploma

dan ook op zijn waarde to schatten . Maar niet

hooger . Maar de minder ontwikkelden leven nog

in de periode van voor tachtig jaar , Die zijn nog

net zulke aanbidders van weten, veel weten, alierlei

weten, schoolweten, als hun overgrootvaders . Dat

zijn de menschen, die het diploma vereeren met

een afgodische vereering . Het diploma, dat over

het beste, dat in den mensch is, over zijn eerlijkheid

en zijn trouw, zijn ijver en zijn goeden wil, zijn

vriendelijkheid, zijn voorkomendheid, zijn zin voor

orde, zijn godsvrucht nets zegt en nets kan zeggen .

De drie beste en belangrijkste vakken op ieder

rapport zijn voor mij nog altijd de vakjes, waarin


HET OUDERUURTJE

genoteerd staat het cijfer voor gedrag, vlijt en orde .

Maar bij verreweg de meeste ouders is das niet zoo .

Die geven in den regel maar weinig om deze

belangrijke dingen en veel meet om het cijfer voor

rekenen - och vooral voor rekenen ! - en Nederlandsche

taal en Fransch. Maar de factoren waardoor

een mensch was words in zijn leven, das zijn

niet in de eerste plaats de factoren van weten en

kennen. Maar das zijn heel andere factoren van

zedelijken aard. Karaktereigenschappen zijn van

meet belang dan kennis . Daarover zijn wel alle

menschen, die tot oordeelen bevoegd zijn, het eens .

En das blijkt ook slag op slag . 1k heb flu ruim

veertig jaar met jongelui to doen gehad en heb

gelegenheid gehad er zeer velen to volgen in hun

verderen ontwikkelingsgang . Dan valt het natuurlijk

niet als jets bijzonders op, das knappe, goede

jongens een voorspoedige en goede carriere maken .

Maar wel treft het, wanneer knappe jongens, die

evenwel karakterfouten vertoonden, mislukten en

wanneer niet zulke knappe jongens, maar die

zedelijk hoog stonden, ook al in hun jeugd, het

brengen tot een positie, die boven andere uitsteekt

. Niet het verstand, maar de ziel is het voornaamste

. En we denken dan ook aan het woord van

de Schrift ; „Was bast het den mensch, of hij de

geheele wereld wins en lijdt schade aan zijn ziel ."

Per slot van rekening zullen de rechtvaardigen het

aardrijk beerven. Dat zijn zoo dingen, waar we

wel eens overheen lezen, maar die in het dagelijksch

leven toch ook hun zeer concrete, tastbare beteekenis

hebben. Het Koninkrijk Gods to zoeken


DIPLOMA'S 73

ook in de dingen, die alleen op de aarde betrekking

hebben, brengt zijn zegen . Niet de knappe, maar de

rechtvaardige wins het op den duur .

Ik heb dit onderwerp eens met u willen behandelen,

omdat straks de tijd van overgang en examen

weer nadert, met al zijn geluk en met zijn ernstig

en diepgaand leed . Er zijn onder uw kinderen er

misschien ook, die wel trouw, eerlijk gewerkt hebben,

maar die niet overgaan of niet slagen . En ik

vertrouw, dat ge hen dan niet zult bestraffen of

beknorren . Hebben ze hun best niet gedaan, heeft

het hun aan ijver en trouw in hun werk ontbroken,

spreek daar dan ernstig met hen over . De hand des

vlijtigen maakt rijk . Maar zijn ze ijverig geweest

en eerlijk en trouw en worden ze teleurgesteld,

moppet dan niet, geef hun geen standje, maar toon

dat ge hun ijver en hun trouw waardeert en dat ge

met hen meedraagt het kruis, dat God hun oplegt .

Vlugge kinderen hebben het zooveel gemakkelijker

dan zij . En de tegenslag is voor een eerlijken,

trouwen werker zooveel moeilijker to dragen . Laat

mij er op mogen rekenen, dat ge niet moppert . Als

ik maar een jongen of een meisje, dat teleurgesteld

thuis komt, voor een nieuw verdriet van vaders of

moeders kant bewaard heb, dan ben ik meet dan

voldaan, dat ik dat onderwerp even met u behandeld

heb . D .

6


74

VI.

HET OUDERUURTJE

OUDERTROTS

NLANGS sprak ik in het ouderuurtj e

over „Ouderverdriet en Kinderverdriet" .

Er zijn toen gevoelige snaren aangeraakt

en het is mij later gebleken, hoe ik uit

veler ervaring heb gesproken en ook hoe het onderwerp

nog belangrijk kon worden uitgebreid . Er is

nog zooveel ouderverdriet, waaraan ik wel dacht,

maar das ik niet bij name noemde . Er is nog zooveel

ouderverdriet, das voor anderer oogen zorgvuldig

words verborgen, maar das het hart toch samenknijpt,

das den levensmiddag en den levensavond

verdonkert, de vreugd beneemt . We hebben toen

getracht in elkanders leed in to komen, maar ook

elkander to wijzen op het middel om ouderverdriet

to heiligen en daardoor draagbaar to maken . En als

we niet gewoon zijn de dingen pessimistisch to bekijken

en niet altijd maar zien naar datgene, was ons hinders,

was ons verdriet -- ach, was biedt ons ouderleven

dan toch nog zoo heel veel schoons en moois .

Ik heb uit het leven gegrepen, toen ik sprak over

Ouderverdriet en Kinderverdriet - ik grijp niet

minder uit het rij ke leven, het uwe en het mij ne,

wanneer ik zou spreken over Oudervreugde en

Kindervreugde. Wanneer we tegenover elkander

stellen al ons verdriet en al onze vreugde, en we

leggen ze elk op een schaal, dan wins de vreugde

het . Dat is niet to loochenen. 't Mag bij tijden

donkey zijn, het licht wins het . Oudervreugde is

veel rijker stof, dan ouderverdriet . Wanneer ge het

niet met me eens zijt en meent, das het verdriet


OUDERTROTS 75

kan domineeren, dan weet ge nog niet, hoe ge het

verdriet dragen moet en hebt ge verleerd of liever

vergeten, hoe toch eenmaal de oorzaak van uw

verdriet, de oorzaak is geweest van onuitsprekelijke

vreugde, ja ook van oudertrots.

We willen het dan thans hebben over „Oudertrots"

. - Dat woord „trots" klinkt misschien

was heel eigenaardig . 1k kan me das voorstellen,

want das woord heeft verschillende beteekenis .

1k ga u geen schoolmeesterlijke les geven over das

woord, maar we moeten toch eerst vaststellen,

was we onder „oudertrots" hebben to verstaan,

willen we over dit onderwerp spreken .

Vooreerst is daar het woord „trots" in zijn

ongunstige beteekenis : trotschheid, hoogmoed .

Iemand, die trotsch, hoogmoedig is, is ons onsympathiek

. Trotschheid is een ondeugd, waartegen

gestreden moet worden . Men kan op alles

trotsch zijn, zelfs op niets . We weten alien wel, das

er voor een mensch geen enkele reden is om trotsch

to zijn . Een Christenmensch belijdt, das alles

„ontvangen goed" is . Wat we hebben, was we zijn,

't is alles genade, ontvangen van den Hemelschen

Vader, eerder een reden tot ootmoedigen dank en

afhankelijke dankbaarheid, dan om zich to verheffen.

En toch, was leeft die ondeugd der trotschheid

in veler hart . Men is trotsch op zijn uiterlijk,

zijn postuur . Men is trotsch op huffs en bezit en

meent zich daarop to mogen verheffen, alsof vooral

de tegenwoordige tijd niet telkens en telkens toeroept,

das bezit slechts betrekkelijk is en was heden

bezit is, morgen gemist words . a


HET OUDER UURTJE

Ja, waar is men al niet trotsch op! Er zijn er, die

trotsch zijn op eigen vroomheid en godsdienstigheid.

Het geslaeht der Farizeeers is niet uitgestorven

. Nog altij d zijn er, die zich voortref felij ker

vinden dan anderen en anderen nets achten . Geen

gevaarlijker zaak, dan zich to verheffen, op was men

meent geestelijk to bezitten, want in waarheid is

geestelijk bezit, ontvangen gave . En die dit inziet,

verstaat, das er dan geen enkele reden bestaat om

zich daarop to verheffen .

Men kan ook trotsch zijn op zijn kinderen .

Trotsch in den zin van hoogmoedig . Dit is oudertrots

in den ongunstigen zin van het woodd. En was words

deze oudertrots niet in vele gezinnen gevonden en

was words aan dien oudertrots niet ten offer gebracht .

Het heeft er wel eens den schijn van, das het niet

gaat om het heil der kinderen, maar om de glorie

der ouders . Daar is een ouderpaar, welks kinderen

goed kunnen leeren, inderdaad mooie posities kunnen

bekleeden en ook zullen bekleeden, uit kracht

van den ijver en de inspanning diet kinderen zelf .

Vader en moeder grijpen iedere gelegenheid aan

om to zeggen onie met bijzondere klem op das onie,

onie kinderen komen goed terecht . Och, ziet u, wij

hebben ze een goede opvoeding gegeven, wij

hebben ze vrijmoedigheid gegeven, wij weten den

weg om posities to verkrijgen . En wanneer er dan

op gewezen words, das het zoo moeilijk is, bij de

groote concurrentie een positie to veroveren, dan

words geantwoord : och neen, voor ons niet,

wanneer daar twee betrekkingen zijn en honderden

sollicitanten, dan zijn die betrekkingen


OUDERTROTS 77

voor mijn twee jongens, daar zorgen we wel voor !

Blijft het flu hierbij, das de ouders trotsch zijn op

wat hun kinderen wel kunnen bereiken - flu ja, dan

is das een ondeugd, die niet ten nadeele van de

kinderen komt. Erger words het, wanner die trotschheid

bevrediging gaat zoeken en eischen, bij was

voor kinderen niet bereikbaar is . Wanneer men

ter streeling van de ijdelheid om met knappe

kinderen to pronken van de kinderen gaat eischen,

was indruischt tegen het waarachtig belang der

kinderen . De Diploma-koorts van onze maatschappij

is al erg genoeg, maar ouders hebben to

vragen niet in de eerste plaats naar was de maatschappij

eischt en was hun ijdelheid streelt, dock

naar het belang der kinderen . Dit belang is niet in

de eerste plaats ten koste van levens-, van jeugdvreugde,

misschien van de gezondheid, to jagen

naar het bezit van diploma's, maar een zoodanige

ontwikkeling, das een kind toegerust words voor

de tack, welke het in overeenstemming met vermogens

en geaardheid kan vervullen en waarin het

inderdaad bevrediging kan vinden .

Vadertrots vindt bevrediging, wanneer diploma

na diploma words verkregen . Oudertrots wil geuren

met knappe kinderen, kan niet verdragen, das

geestelijke vermogens studie onmogelijk maken ;

eischt, het koste was het wil, das eenige fraaie

papiertjes het bewijs leveren, das de kinderen

„knap" zijn . Het verkeerd zien van de dingen, ook

van de levenspositie, doer een schijnbaar geestelijke

ontwikkeling, het bezit van diploma's, het volgen

van het onderwijs aan middelbare en hoogere


7$ HET OUDERUURTJE

scholen, hooger staan dan de practische vorming

van handenarbeid .

De glorie der ouders is, das het kind moet

„leeren" . Ik kan het niet anders zien, dan als een

groote four van onzen tijd, das gedwongen words

tot studie . Wanneer beweerd words, das het er om

gaat de kinderen to laten leeren om hen, die kinderen,

vooruit to laten komen in de maatschappij,

dan schuilt daarachter heel dikwijls de trots der

ouders, die liever geleerde kinderen, gestudeerde

kinderen hebben, dan kinderen in het werkpak .

I-let spreekt vanzelf, das was werkelijk intellectueel

is, de gelegenheid moet geboden worden, zoo

mogelijk door de ouders, om zich to ontwikkelen . Dat

intellect wijst in de richting van studie, wijst in de

richting van diploma's . Natuurlij k, wanneer das

intellect aanwezig is, doen wij het kind absoluut

to kort, wanneer wij het onthouden, was het toebehoort

. Ik wijs er alleen op, dat de toekomst van

ons kind niet beheerscht mag worden door ouderlijke

verlangens, en de opvoeding en opleiding tot een

beroep niet gericht mag wezen op bevrediging van

den ouderlijken trots . De begeerte van ouders, das

de kinderen hoogerop moeten, lijkt heel natuurlijk,

maar words flu niet de levensvreugde en de arbeidsvreugde,

verbonden aan eigen beroep, geloochend ?

't Is een algemeen verschijnsel, das men er naar

streeft, door de kinderen een positie to doen bereiken,

hooger en beter, dan men zelf bekleedt .

Dat is bij de beroepskeuze gewoonlijk het uitgangspunt

. En als das alles nu eens lukte, zou de maatschappij

een wonderlijk beeld to zien geven, want


OUDERTROTS 79

„hooger op", d, w . z. gestudeerd, dus een maatschappij

van gestudeerden, lijkt heel aardig voor

de conversatie misschien, maar is voor 't practische

leven toch minder wenschelijk .

l atuurlijk, op hoe hooger peil van algemeene

ontwikkeling een yolk staat, hoe beter. Daarom

degelijk en algemeen vormend onderwijs, zoodat

de kennis, de algemeene ontwikkeling verder reikt,

dan het yak, waarin men dagelijks arbeidt, maar das

is heel was antlers, dan het volgen van inrichtingen

van onderwijs en het behalen van diploma's, niet in

verband met het toekomstig beroep en welke straks

zuinig worden opgehangen, maar waarmee men

weinig in het leven bereikt . 't Is een uitzondering,

wanneer de portemonnaie een verdere schoolsche

opleiding tot verkrijging van diploma's toelaat, das

men zooveel practischen kijk op het leven heeft, om

maling to hebben aan das algemeene streven van

verder studeeren en terecht het bekijkt als een

afhouden van den directen weg om het levensdoel to

bereiken, zoo het al niet words een verongelukken

in den strijd om het bestaan . En toch, niet alleen in

de kringen der beter gesitueerden, maar ook in de

kringen der eenvoudigen meent men, das de kinderen

noodzakelijk een inrichting van voortgezette

studie moeten volgen. Vraagt men : waartoe ? Dan

is het antwoord : ze moeten verder leeren, was

meer weten, dan wij . Het komt de oudertrots to na,

tegen vrienden en kennissen to moeten zeggen

„mijn kind leers niet verder" en het zou een beleediging,

een krenking van den oudertrots zijn to

zeggen : „mijn kind kan niet verder leeren ." En


8o HET OUDERUURTJE

daarom ; aan den oudertrots opgeofferd de jeugd, de

gezondheid van het kind . Hooren we niet telkens

mijn jongen, mijn dochter mogen alles worden, wat

ze willen, maar eerst een diploma H .B .S, of minstens

een diploma M .U .L.O . Al doer het kinder tweemaal

zoo lang over als een ander, het moet . Ik ben er

op gesteld . Daar hebt ge 't weer : oudertrots .

Het behoeft geen betoog, dat de kinderen er niet

zijn om de ouders, maar de ouders om het kind .

Niet de ijdelheid of de trots der ouders geeft de

richting aan, maar het kunnen en willen der

kinderen .

Trots heeft ook de beteekenis van zelfgevoel,

fierheid. Deze beteekenis is minder ongunstig . Wij

behoeven ons niet to overschatten, maar ook niet to

onderschatten . Ook niet als ouders . Overschatting

leidt tot hoogmoed, trotschheid . Onderschatting

tot een zich zelf van de plaats terugtrekken, waar

men behoort to staan, ook met zijn gezin . We

mogen gerust weten, wat we waard zijn, ook wat

onze kinderen waard zijn en streven naar een

bereikbare, met de capaciteiten overeenkomende

levenspositie . Als een jongen uitgesproken beroepskeuze

heeft en, zoowel zijn capaciteiten als uw

middelen of die van anderen het volgen van die

keuze mogelijk naken, wat zou er dan tegen zijn ?

Als ouders zijt ge ook verplicht aan uw zelfrespect,

dat ge uw kinderen niet doer opgroeien in kringen,

waar ze in verschillend opzicht naar beneden worden

gehaald. Gij zult ze bij voorkeur niet doen

omgaan met kinderen van ouders, met wie ge zelf

niet wilt omgaan . Evenzoo zult ge, zoo eenigszins


OUDERTROTS 8I

mogelijk, ze niet willen doen opgroeien in een maatschappelijke

positie, die beneden de uwe is . Daarom

zult ge alle krachten inspannen en alle middelen

aanwenden om ze to brengen tot een levensmilieu

aan het uwe gelijk .

lVfaar -- nog een beteekenis kunnen we aan het

woord trots hechten . Ik denk aan het woord : „das

is mijn trots" . Die dit zegt, denkt niet aan zijn hoogmoed,

aan zijn trotschheid, maar bedoelt was

anders, een persoon of zaak, iets, waarop hij trotsch

is . En in deze beteekenis wil ik nog iets zeggen over

oudertrots . Wat een onuitsprekelijke rijkdom zit

in das woord : mijn kinderen zijn mijn trots, ze

zijn onze grootste schatten, onze trots .

De kinderen onze trots ! Het lijkt er in vele

gezinnen niet erg op, of last ik liever niet zeggen in

vele „gezinnen", want het woord gezin sluit bij mij

vader, moeder en kinderen in en bij vele gehuwden

ontbreekt het laatste . lk bedoel, das er tegenwoordig

zooveel trouwboekjes van den Burgerlijken Stand

zijn, waar de pagina's, waar de geboorten van

kinderen op vermeld worden, blanco blijven . Aan

een „gebod" Gods ter vermenigvuldiging words

niet gedacht, maar evenmin aan het woord des

Heeren, das het berit van kinderen een „zegen"

noemt . En die niet bij deze dingen is opgevoed

en vreemd is aan was God in zijn Woord

over deze materie ons openbaart, zegt het nog

anders en wil rich door „voorbehoedmiddelen"

aan de natuur onttrekken . Natuurlijk : men heeft

duizend en een reden om de noodzaak of de

wenschelijkheid van „geen kinderen" to bepleiten,


HET OUDERUURTJE

maar al die redenen draaien om dat eene woord

„egoisme" . Men vindt het gemakkelijker, kan toch

doen en laten wat men wil, zonder door kinderen

gebonden to zijn, men heeft het beter, immers de

zorgen worden niet zoo groot .

Het is een door- en doorzieke plek van onze

maatschappij, niet alleen het geen-kinderenstelsel,

maar ook het beperkt, z en 2 kinderenstelsel . Stel

daar tegenover het gezin met kinderen ! I-let behoeft

geen Transvaalsch gezin to wezen, die worden in

ons land maar zeer spaarzamelijk gevonden . Daar

is echter nog groot verschil tusschen Transvaalsche

gezinnen als regel en wat we tegenwoordig ook in

ons land zien . En toch-welk een rijkdom, kinderen

in het gezin . Laat daar in een jong gezin de eersteling

geboren worden . Treft niet telkens die rijke

weelde van de moeder, die trots van den vader !

Mijn „kind" zegt moeder en 't is voor haar de bron

van warme heerlijkheid ; mijn „zoon", mijn „dochter"

zegt vader en hij legs in dat woord zijn vaderlijken

trots, „mijn" zoon, „mijn" dochter. zie ze

daar bij de wieg staan, niet een keertje, maar telkens

weer, met gezichten, stralend van dankbare vreugde,

het is toch het pand hunner liefde, het geschenk,

dat God aan hun liefde verbond, het is hun trots .

Arm, die deze vreugde niet kept, omdat God in

zijn wijsheid de kinderrijkdom onthield . Arm, die

deze vreugde niet heeft willen kennen. 't Is een

schat, niet voor geld to koop en voor geen geld to

missen . Hier mag in de wieg geblikt worden met

een „ons" kind . Natuurlijk ontvangen en geleend

't is Gods gave - maar toch „ons" kind en met


OUDERTROTS 83

stomme verbazing en hartelijke dankbaarheid

words het steeds duidelijker, das zij de ouders zijn

van then kleinen wereldburger. Welk een weelde,

welk een trots, Als een kostbaar geschenk, een

zeldzame curiositeit toonen we het anderen . Is het

wonder, das was de kostbaarste bezitting is, anderen

words getoond, in werkelijkheid of op een foto, met

een „mijn kind, mijn jongen, mijn meisje" . Voor

vader en moeder is das kind meer dan een klompje

vleesch, das voedsel tot zich neemt . In theorie kan

men zeggen, das zoo'n kind geen uiting geeft van

was er in leeft, das nets spreekt : een moeder en

ook wel een vader zegt het u anders . Elk geluid,

elke spiertrekking op het gelaat, heeft wel degelijk

tot de moeder was to zeggen en met trots words

elke vordering bij de levensopenbaring en ontwikkeling

gade geslagen . Is het verkeerd om aan

then trots uiting to geven? Niemand, die het beweren

zal, integendeel ; er is geen dankbaarder onderwerp

voor schilders en dichters, dan die moederweelde,

then vadertrots uit to beelden . Die waarlijk vader en

moeder is in den mooisten zin van het woodd, offers

bereidwillig en gaarne alles op om voor het kind

maar „ales ' to zijn. En stra s zijn nummer 2,

nummer 3 en nummer 4 en nummer 5, als God het

wil ook nummer io even welkom als nummer i .

Bij het grooter worden verandert wel de wijze,

maar niet het wezen van de oudervreugde en den

oudertrots. Het wandelen met de kleinen is geen

corvee, das we aan dienstmeisjes, wanneer we die

hebben, overlaten, maar het is een voorrecht .

En dan komt de tijd van de school . Mij treft


$4 HET OUDERUURTJE

altijd weer das triomfantelijke, das rijke van moeders,

die hun kinderen voor de eerste maal naar

school brengen . Is het niet, alsof ze zeggen : hier

hebt je „mijn" kleine, denk er our, 't is mijn trots,

mijn rijkdom - ik vertrouw het aan de juffrouw

en u toe, ja 't is sours maar „half", das het words

toevertrouwd. En we verstaan die houding, ook

dat laatste .

Welk een trots voor moeder, als haar jongen, haar

meisje, zoo echt vrijmoedig plaats neemt en doer,

alsof het thuis is . Wat is moeders trots gekrenkt,

als Jantje of Pietje pruilt en het helps niet, of

moeder al zegt, das moeders jongen groot moet zijn .

was words de oudertrots gestreeld, wanneer

straks blijkt, das het kind goed leers . 't Is geen

zeldzaamheid, als van een klasse wel 10 moeders en

vaders verklaren, das hun jongen, hun meisje de

beste is . De school laat das maar zoo : goed is goed

de „beste", last men die weelde maar behouden,

het heeft meer dan een goede zijde : de ouders

onderschatten het kind niet, en het kind krijgt een

gevoel van eigenwaarde, was een belangrijke factor

is voor het onderwijs .

Als uw jongen of meisje zich ook onder andere

kinderen goed en prettig bewegen kan, echt meedoen

met spel, sport, hulpvaardig en vriendelij k en

beleefd is, was doer das ons hart zwellen . En als dan

God nog het voorrecht gaf van een uiterlijke kracht

of van schoonheid, dan is het voor velen volmaakt .

Niet voor allen - gelukkig niet, Die als een

Hanna voor de geboorte gebeden heeft our een kind,

heeft pas dan het meest volmaakte geluk, wanneer


OUDERTROTS 85

das kind bij het ouder worden steeds meer openbaart

een kind to zijn, waarin de vreeze des Heeren is .

Dit is ook een zeer gepaste oudertrots, wanneer met

innigen dank kan worden getuigd : mijn kinderen

wandelen in de voetsporen der ouders, zij wandelen

waardiglijk in het kindschap des Verbonds . Dat

is niet ons werk, maar het werk Gods -- en wij

danken Hem, das wij het middel mochten zijn de

kinderen in dien weg to leiden .

En dan komt het tot posities in het leven . Wat

een trots, als het ook maatschappelijk goed blijft

gaan ! Als daar blijkt, das in den boerenzoon een

echte boer hoist, werkt vadervoor zijn boerderij

dubbel zoo hard, want straks words zijn werk door

zijn zoon voortgezet . De man van zaken ontwaart,

das zijn jongen alle eigenschappen bezit, die hem

noodig zijn om zijn opvolger to worden : was een

trots, nu en dan was aan zijn jongen to kunnen

overlaten en to weten, das het goed loops .

Wat een voorrecht to ontwaren, das ons kind

bijzondere gaven bezit, die straks steeds meer en

meer zich ontplooien .

Wat een trots in das eenvoudige gezin, wanneer

de school zegt, das daar zeer bijzondere gaven

ontdekt zijn en wegen moeten gevonden worden

om de talenten niet in een zweetdoek begraven to

doen worden, maar ze tot ontwikkeling to brengen .

Gelukkig, das werkelijke genialiteit steeds tot ontwikkeling

kan komen . Men zegt wel, ja, als er

maar middelen waren, dan kon mid n zoon of dochter

studeeren, maar wij kunnen das niet bekostigen .

Ik stem toe, das de middelmaat gemakkelijker een


86 HET OUDERUURTJE

positie kan verkrijgen, wanneer de finantieele omstandigheden

bijzondere uitgaven toestaan, maar,

was werkelijk een genie is, vindt toch zijn weg .

Is de geschiedenis niet rijk aan groote mannen,

voortgekomen uit zeer, zeer eenvoudige gezinnen .

Denk aan Abraham Lincoln, Wilson, Streseman,

Mussolini en tal van anderen en in onze geschiedenis

aan een De Ruyter en zooveel andere zeehelden .

zijn er ook niet nu nog mannen, die in ons

vaderland de hoogste posities bekleeden op staatkundig,

maatschappelijk, wetenschappelijk gebied

en voortgekomen zijn uit zeer eenvoudige gezinnen?

En die van hen „waarlijk groot" zijn, hebben zich

die afkomst nooit geschaamd en de ouders, die het

hebben mogen beleven, dat hun kinderen mannen

en vrouwen van beteekenis geworden zijn, hebben

zich dankbaar daarover verheugd en met trots

kunnen spreken van hun zoon, hun dochter .

Er zijn ook gevallen, waar dan sprake is van

oudertrots, waar we 't straks over hadden en bij

de ouders hoogmoed kwam over then zoon, die

onderwijzer, die dominee, die professor, die kamerlid

werd. Ge kent ze misschien ook wel, die spreken

van mijn zoon, den „meester", mijn zoon, den ,,dominee",

mijn zoon, den „student" . 't Is jammer, das

zooveel moois dan bedorven words, wanneer Jan

niet meer Jan, maar de „meester" of de „dominee"

is geworden ook tegenover jarenlange vrienden ;

wanneer in het gezin alles draait om then eenen,

die ten opzichte van maatschappelijke positie

treedt buiten het gewone milieu . Deze eene heeft

van vader en moeder nog opvoedende leiding noodi2


OUDERTROTS $7

en das is in de eerste plaats de les van eenvoud,

eenvoudig to zijn en to blijven, deel van de familie

to zijn en to blijven . Het gevaar is zoo groot, das

men hoovaardig words op de positie, die men gaat

bekleeden . Het kan ook blijken, das was in het land

der blinden als eenoog „koning" was, straks under

de gelijken op zijn best een gelijke is, zoo hij niet

onuitstaanbaar words door verwaandheid .

Eenvoudig to blijven, wanneer het de kinderen

in alle opzichten voorspoedig gaat is voor ouders

sours moeilijk, heel moeilijk . Het gevaar is grout,

das men tegen hen gaat opzien, er afgoden van

maakt . En hoe meer men das doer, hoe minder de

waardeering words van de kinderen, voor was

ouders voor hen hebben opgeofferd .

lk heb daarvan treurige voorbeelden gezien .

Vader en moeder letterlijk alles opgeofferd, ten

koste van andere kinderen -- was such zeker niet

mag -- en de jongen uitgegroeid tot een stuk

verwaandheid, das zich nauwelijks wist to herinneren,

wie zijn ouders, zijn broers en zusters

waren . En toch hebben vader en moeder maar al

to vaak de zwakheid to veel op to gaan in de glorie

van den eenen . Hoe bitter is sours de oude dag !

1V aar gelukkig, het is niet altijd zoo . Groote mannen,

mannen, die waarlijk grout zijn, weten, wat ze

aan de ouders to danken hebben . Gisteren sprak

ik er een „grijs geworden in den dienst van het

Christelijk onderwijs", die in het vorig jaar ergens

een rede Meld, welke mij ontroerd heeft en bijgebleven

is tot op dezen dag en die in die rede vertelde,

hoe hem eens een bijzondere onderscheiding


$$ HET OUDERUURTJE

to beurt was gevallen . De thans ontslapen Dr, de

Visser kwam hem gelukwenschen en zeide : „Was

zullen uw kinderen daar blij mee zijn"; hij antwoordde

: „Was zou mij n vader daarvan gezegd

hebben ." Dr, de Visser antwoordde daarop : „Joist,

toen ik destijds geroepen werd tot het ministerschap

heb ik allereerst vertoefd aan het graf van mijn

vader ." -- Dit zijn de groote mannen, die begrijpen,

das het voor vader en voor moeder de kroon is op

hun werken, op loon bidden, wanneer de zonen

geroepen worden tot de task, die groot is, en genade

en eere ontvangen van God en menschen . De

ouders hebben verstaan, was het in de opvoeding

zegt, minder to worden en to doen wassen . Zelf

minder worden, de tack volbracht to hebben, maar

het kind groeiende, wassende, komende tot de

task, welke het to vervullen heeft in kerk, of staat,

of maatschappij . De rechte oudertrots streeft er

naar voor elk kind to komen tot een bestemming,

zoodra het de ouders missen kan . Is das iets

tragisch, das we straks niet meer voor de kinderen

kunnen zijn, was we vroeger voor hen waren ; das

die kinderen niet meer ofhankelij k van ons zijn ?

Zeker, 't roept ons toe, das onze task straks volbracht

is en wij tot onze vaderen vergaderd zullen worden .

't Is niet gezegd, das een rustige levensavond ons

words geschonken, misschien worden we, wanneer

de task volbracht is, weggenomen . Maar geeft God

ons een rustigen levensavond, dan zal die, wanneer

we goede ouders waren, geen eenzame zijn en

blijven we een task houden, ook tegenover onze

tot de bestemming gekomen kinderen, Met recht


OUDERTROTS

matigen oudertrots verheugen we ons in alles, was

onzen kinderen words geschonken, was ze bereiken

kunnen en bovenal blijft ons de task van het

biddend opdragen der onzen . v . H.

VII .

^.u

U

C

e!'

Ala

V

K ken gezinnen, waar iedere verloving

een periode van gekibbel en onaangenaamheid

heeft gebracht . Of de schoonzoon

was vader niet voornaam genoeg

das heet dan zorg voor het kind, maar het is vaak

stinkende hoogmoed en gekwetste ijdelheid van

vaders kant . Of : de dochter of zoon zou gaan

trouwen en dan werden de gezinsinkomsten zooveel

minder. Ja er is heel was ouderlijke liefde op een

andere bladzijde to boeken, dan waarop men ze

graag schrijft . Ik ben van plan - bij leven en

welzijn - eens uitsluitend over deze dingen to

spreken en last ze daarom rusten . Maar ik moest

ze wel even aanroeren, omdat we in zulke perioden

al heel duidelij k gaan merken, das wij ouders minder

worden, naarmate onze kinderen wassen . En

das we das ook moeten aanvaarden van ganscher

harte en gewillig . We hebben natuurlijk onze eigen

plaats in de Goddelijke samenleving . Maar we

moeten niet vergeten, das wij er zijn ook om het

komende geslacht en das het komende geslacht er

niet is om ons. Dat wij dus altijd bereid moeten zijn

om ge ' 'g to helpers . Ik merk hier natuurlijk

89

WASSEN EN MINDER WORDEN


90

HET OUDERUURTJE

eventjes bij op, dat we niet het heil van de kinderen

er in moeten zoeken, dat wij altijd helpen . Als een

jongen loopen kan, moeten wij hem niet willen

dragen . Dat is geen helpen . Het kan veel meer

helpen zijn, wanneer we hem desnoods eens zijn

voeten laten doorloopen, dan dat we hem dragen .

Sentimentaliteit en weekerigheid en slapperigheid

ilpen niet, maar zijn in den regel lekker voor de

puddingnaturen, die ze plegen . Een f linke schop is

dikwijls meer hulp dan een zacht zoentje . En ik heb

er mij altijd wel bij bevonden, wanneer ik straf gesteld

heb op vallen . Erg hard, mevrouwtjelief! Ja, ik

vind het ook . En 't is me wel eens hard gevallen

to straffen, maar ik heb er nooit berouw over gehad .

Je bent ook niet hard voor je eigen gemak . Maar

om to helpen, wat onze task als opvoeders is . En

dan niet onze hulp op to dringen, maar om gereed

to staan, wanneer ze wordt verlangd . En laten we

ons er dan diep van doordringen, dat dit geen

brave theorie moet zijn, maar levende en echte

praktijk. In onze verhouding tot onze volwassen

zoons en dochters behooren wij er van doordrongen

to zijn, ernstig doordrongen to zijn, dat het doel

van onze geheele opvoeding juist is, de zelfstandigheid

van onze kinderen . En dat we dus niet mogen

klagen, wanneer die zelfstandigheid blijkt to zijn

bereikt . Ook voor ons is er een tijd gekomen, waarin

we geroepen werden tot zelfopvoeding . Die tijd

wisten we, dat ook voor onze kinderen zou komen,

als God hun het leven spaarde . En wat wij deden

was niets dan inleiding tot hun zelfopvoeding .

Nu moeten we elkaar goed verstaan . Wat we nu


WASSEN EN MINDER WORDEN 9

samen behandeld hebben, is beginsel-kwestie . Dat

wil zeggen een ding, das nooit zonder meer in het

leven voorkomt, maar das richting moet geven,

normatief moet optreden bij de beoordeeling van

de dingen van elken dag. Ik moet mijn kind helpen

zichzelf to bedwingen, maar hoe ik das moet doen,

is een vraag van verstandelijk overleg . Ik weet, das

ik moet minder worden en daartoe moet ik van

harte bereid zijn, maar das wil nog niet zeggen, das

ik mijn zoon verlof moet vragen om een nieuw pak

voor mij to laten maken, of das ik heb to vragen, of

hij oordeelt, das hij het beter zou kunnen gebruiken .

Maar ook weet ik, das ik mijn pak wel eens moet

laten wachten, omdat hij er een noodig heeft .

Helpen, tot zelfstandigheid .

'k Heb een voorbeeld van een moeder, die haar

getrouwde dochter voorhield : „Zoolang ik leef,

al word ik honderd jaar, zal je me gehoorzaam

zijn" . Manlief, die het hoorde, nam zijn goede

moeder bij den arm en zei : „Nou gaat u naar huffs,

en u komt niet weer hier terug, tot u begrijpt, das

Anna mijn vrouw is en das u in mijn huffs geen

enkel woodd to zeggen hebt" . Dat is geen verhaal

uit een roman, maar das is een werkelijkheid . En

in romans words meer dan eens verhaald van het

onmondig houden van volwassen zoon of dochter .

Vooral ongetrouwde dochters worden „om bestwil",

zooals het natuurlijk altijd heet, nog al eens getyranniseerd

. Ik ken zelfs gezinnen, waarin deze

tyrannie op een volwassen zoon werd voortgezet,

nadat hij al getrouwd was en vader van kinderen,

en die tyrannie werd na den dood van vader en


9 HET OUDERUURTJE

moeder, die den jongen man en het jonge gezin

hadden uitgebuit ten bate van zichzelf, later overgenomen

door broers en zusters . De band werd

eerst gebroken, toen hun kinderen zelf volwassen

waren en zich de voogdijschap van oom en tante

niet meer lieten welgevallen, lk zou ook kunnen

wijzen op een paar mooie boeken van Agnes

Sapper, die in het Nederlandsch vertaald zijn onder

de titels : „De familie Peereboom" en het daarop

volgende : „Groeien en bloeien" . Daar heerscht

ook de band van een ouderlijk gezin, die de natuurlijke

ontwikkeling van een nieuw gezin belemmert .

Niet opzettelijk en niet „om bestwil", maar door

de traditie. „zoo deed moeder het altijd" is vooral

voor de vrouw wel eens een zwaar kruis . En ik kan

begrijpen, dat een vrouw zou kunnen antwoorden

„Lieve man, 't is jammer, dat je niet met je moeder

getrouwd bent . Voor jou en voor mij."

Het is hier ook een kwestie van wassen en minder

worden . Dit jonge gezin moet een nieuw gezin

worden en niet een copie van het ouderlijk gezin

van man of vrouw. Het zal van beide wel wat

krijgen en dat is goed, maar het moet noch van het

een, noch van het ander een copie worden .

Natuurlijk is hier minder een gebrek van het

minder-worden to constateeren, dan een gebrek

aan wassen .

Er zijxi ook kinderen, die zoo hard groeien, dat

ze heelemaal hun vader en moeder vergeten . ze

niet meer kennen .

Kinderen, die gestegen zijn op de maatschappelijke

ladder en zich voor hun minder bedeelde


WASSEN EN MINDER WORDEN 93

ouders geneeren . Ik heb een dame gekend, die haar

vader, een verpleegde in een Oude Lieden Huffs,

aan de deur door de dienstbode lief afwijzen, omdat

mevrouw bezoek had .

Ik herinner aan Thijssen's „Het grijze Kind" .

Er zijn gelukkig ook andere voorbeelden . Hooger

gestegenen, die zich voor hun eenvoudige ouders

niet schamen .

Laten we nu nog even ons bezighouden met de

houding der ouders tegenover de volwassen kinderen

. Die is in verschillende kringen zeer verschillend.

In de kringen, waar men de f inancieele

hulp der kinderen behoeft, krijgen de verdienende

kinderen in den regel to spoedig een positie van

belang . Ze wonen bij hun ouders in als kostgangers,

dragen als zoodanig hun kostgeld of en worden als

commensaals ontzien . In varkensslagerswinkels in

arbeiderswijken worden 's avonds nogal veel halfonsjes

gehaald voor vader en den grooten broer .

In de kleine burgergezinnen draagt in den regel

de verdienende zoon of dochter zijn verdienste of

en krijgt zakgeld . Hier blijven ze langer kind dan

in de eerstgenoemde kringen, omdat hier de samenleving

niet noodig is voor het bestaan van het gezin

maar voor den welstand . Toch, ondanks alle offervaardigheid

en toewijding bestaat in deze kringen

de gewoonte om de meisjes op to offeren aan de

belangen van de jongens . Wie zijn ongehuwde

dochters in huffs houdt, doer dat gewoonlijk zonder

behoorlijk loon .

Er zijn gelukkig tegenwoordig maar weinig


94 HET OUDERUURTJE

kringen waar de meisjes ook niet op de een of

andere wijze een yak leeren, waardoor ze desnoods

in hun eigen onderhoud kunnen voorzien . Doen ze

das niet, blijven ze dus „bij moeder thuis", het

ideaal van een voormalig burgergezin, dan is hun

lot toch aanzienlijk beter dan het onbenullig leven,

das ons in „De Opstandigen" words geschetst. Voor

deze meisjes is in maatschappelijk werk veel to

doen . Er is behoefte aan toegewijde en onbetaalde

krachten op het gebied van armenzorg en Evangelisatie

.

De student- ja - ik zou zeggen : als het niet om

het geld gelaten moet worden, laat den jongen man

voor je gemak en voor het zijne op kamers wonen .

In elk geval, geef hem een kamer apart, waar hij

zijn vrienden kan ontvangen, zijn dispuut kan

houden en thuis kan komen zonder anderen wakker

to maken . Houd als het even kan, den gemeenschappelijken

maaltijd in eere . 'k Kan het niet

helpen, das ik voor sommige meisjes-studenten,

voor de meeste, dien raad slechts aarzelend zou

geven . Meisjes doen niet meer kwaad dan jongens,

maar ze hebben om haar lichaamsgestel een rustiger

leven noodig . En das is bij vader en moeder thuis

gemakkelijker to bereiken dan op eigen kamers .

Thuis, al wil das niet zeggen zonder eigen arbeid,

is toch eigenlijk ook de beste plaats voor de onge

huwd blijvende vrouw . Ik ken tal van ongehuwde

vrouwen, die dankbaar zijn voor de vriendschappelijke

en liefdevolle opneming in een familie, Ze

hebben das noodig . De ongehuwd blijvende vrouw

heeft tusschen i8 en 50 jaar zooveel verschillende


WASSEN EN MINDER WORDEN 95

natuurlijke crisissen to doorstaan, dat ze behoefte

heeft aan liefdevol verstaan en aan gelegenheid niet

alleen om liefde to ontvangen, maar ook om liefde

to geven . Ze heeft behoefte aan een gezinsleven .

Aan een leven in haar eigen gezin, maar waar haar

dat blijft onthouden aan een verwant gezin, verwant

in lichamelijken zin eerst, maar daarna ook verwant

in geestelijken zin. Ik zal niet zeggen, dat zulk een

gezin aan haar en zij aan zulk een gezin niet wel

eens zware eischen stellen. Er zijn hier natuurlijk

weer allerlei mogelijkheden. De dochter of dochters

woven bij vader en moeder . 't Ligt voor de hand,

dat langzamerhand de besturing van het gezin in

de hand van de dochter overgaat . Conflict tusschen

moeder en dochter . Dochters hebben bovendien

uit den aard der zaak meer op met hun vader dan

met hun moeder . En moeders, die, omdat ze

getrouwd zijn, haar ongehuwde dochters moeilijk

begrijpen, kunnen wel eens jaloersch worden op

hun dochters, die „vader" alles vinden, hem aanbidden

en hun aanbidding door vader ook aangenomen

zien . Daar is veel verborgen leed op de

wereld . En niemand kan het geneesmiddel bieden,

de moeder niet en de dochter niet . Hier is werk

voor den vader, die zoowel voor de moeder als voor

de dochter verantwoordelijk is .

De zoon blijft in den regel niet bij vader en

moeder inwonen, als hij normaal is . Als ik zoo eens

in mij n omgeving nags, dan vind ik maar een

voorbeeld van een zoon, die tot op den rijpen

mannelijken leeftijd bij zijn ouders inwoonde .

Eenmaal werd dat inwonen onderbroken door een


96 HET OUDERUURTJE

vrij langdurig verblijf in het buitenland . Toch is

hij daarna weer bij vader en moeder komen inwonen

. Zoover ik weet, zonder eenige moeilijkheid .

Maar toch is deze zoon in een eigen gezin gegaan .

Een ander voorbeeld ken ik in een jongen man,

den jongsten zoon van een weduwe, die tot haar

dood met zijn moeder heeft samengewoond en voor

haar heeft gezorgd . Hier was het wassen en minder

worden wel duidelijk to zien . Zij zorgend voor haar

jongen en hij zorgend voor haar . Maar zij bij hem

en niet hij bij haar . Zoo gaat het op den duur en

wie het goed verstaat, die heeft er geen hinder van,

maar is dankbaar voor het goede, das in deze

nieuwe verhouding door God words gegeven .

Er rest ons nog een punt to behandelen, das ik

met opzet nog niet heb aangeroerd . Het kind, das

volwassen is, heeft een eigen leven gekregen . Op

das eigen leven heeft het recht . Laat ik liever

zeggen, das het zijn plicht is, zijn eigen leven to

leven, niet een ander na to volgen of na to doen

maar een eigen zelfstandig bestaan to leiden . Ook

in geestelijk opzicht . Dat is al heel vaak een punt

van verdriet en een punt van conflict . Indien een

jonge man of een jonge vrouw inderdaad een eigen

persoonlijkheid is geworden, dan zal er in hem ook

een eigen geestelijke persoonlijkheid zijn ontstaan,

die hun ouders hebben to eeren . Geen vader en

geen moeder mogen van hun kinderen verlangen,

das ze in geestelijke dingen net zoo denken als zij .

De vaders hebben de waarheid niet, omdat ze

vaders zijn. Natuurlijk hebben de kinderen evenmin

de waarheid, omdat ze kinderen zijn . Dat is geen


WASSEN EN MINDER WORDEN 97

zaak van vader en moeder of van 't kind . Ik kan

mij het geval denken van den vromen Jood, wiens

ideaal voor zijn opvoeding was : „En gij mijn zoon,

ken den God uws Vaders en dien Hem met een

volkomen hart en met een willige ziel ." (r Kron .

28 : g) . Dat woodd van David tegen Salomo moge

menige vader tegen zijn zoon gesproken hebben .

Maar daar komt Jezus . En de jonge man words

aangetrokken door den zoon des Menschen, door

den leeraar van Nazareth, door den populairen

rabbi. Ik spreek nog niet van andere dingen,

Nieuwtestamentische heilsopenbaringen . Wat dunks

u ? zou hier het geval kennen zijn, waarvan

onze Heere Jezus gesproken heeft, toen Hij met

een verwijzing naar Micha sprak van tweedrachtig

maken van zoon tegen vader en van dochter tegen

moeder?

Daar was dan de brave, vrome Jood, wien het

ter harte ging, das zijn zoon den God zijns vaders

zou kennen, Hem zou dienen met een volkomen

hart en met een willige ziel . En tegenover dien

vromen vader de zelfstandigwordende zoon, die

Jezus leers kennen en Hem gaat volgen . Twee

ernstige, vrome menschen, die het niet met elkaar

eens zijn, die over de ernstigste levensvraagstukken

verschillend denken . Wie heeft het bij het rechte

eind ? De doorgaande openbaring van den Heiligen

Geest leers ons to antwoorden : „de zoon" . Maar

hoe was het toen ? Was David geen vrome man en

Salomo niet ? En laten we een paar honderd jaar

verder gaan . De Hervorming heeft scheiding gemaakt

tusschen ouders en kinderen . Dat heeft de


9$ HET OUDERUURTJE

Afscheiding, heeft de Doleantie gedaan. Voorzichtig

hebben de ouders to zijn in dit opzicht

tegenover hun kinderen . Laten we maar eens

ernstig lezen Lukas i vers 17, waar van Johannes

words gezegd, das hij zal heengaan in den geest

en de kracht van Elia om to bekeeren de harten der

vaderen tot de kinderen . Niet zooals er in Maleachi

4 :6 ook bijstaat de harten der kinderen tot de

vaderen . Laten we er toch om denken, das er geen

waarachtig geloof kan zijn, of het moet een eigen

geloof zijn . Niet het geloof van een ander. Klakkeloos

overnemen van een anders geloof, al is het

nog zoo eerbiedwaardig als das van vader of

moeder, is geen geloof, al words het nog zoo zuiver

gecopieerd . Laten we ook voor onze volwassen

kinderen bidden, das God ze leide in de Waarheid .

Per slot van rekening onderwijst God onze kinderen

en werkt Hij hun geloof . Op zijn wijze en in zijn

vormen . Niet in de onze, al zijn die nog zoo eerbiedwaardig

en ons hart nog zoo dierbaar .

Hier is ook een aanvaarden van het wassen en

van het minder worden . We mogen ons-zelf niet

wegcijferen, want God doer het ook niet. Hij

geeft ons, ouders, ook een task tegenover onze volwassen

kinderen . Maar die task is van Hem en de

maar is door Hem bepaald . D .


MOEDER EN KIND

VIII.

OOR eenigen tijd zou het bovengenoemde

onderwerp dadelijk doen denken

aan de bekendetentoonstelling, welke

destijds to Amsterdam werd gehouden en

algemeen bekend was als ,,Moeder en Kind" . Wie

belang stelt in de verzorging en ontwikkeling van

het kind, moet deze tentoonstelling bezocht hebben

. Ik heb er geruimen tijd doorgebracht en toch

nog to kort om voldoende op to nemen, wat er to

zien was op het gebied van kinderverzorging,

kindervoeding, enz . Vooral voor moeders en dan

vooral jonge moeders bond deze tentoonstelling

veel leerzaams . Mijn onderwerp van thans gaat er

echter vrijwel langs heen. Deze tentoonstelling toch

was grootendeels gewijd aan de lichamelijke opvoeding

en verzorging en daarom van niet minder

groote beteekenis vooral voor moeders . De zorg

voor het lichamelijk welzijn van het kind gaat een

echte moeder ter harte boven eigen gemak en genoegen.

En natuurlijk komt men er gauw toe ook

in dit opzicht in een ouderuurtje opmerkingen to

maken en wenken to geven, maar - 't is gevaarlijk

terrein . Er zijn van die menschen, die het niet eaten

kunnen bij allerlei kwalen mid&itjes aan de hand

to doen . Als een jonge moeder zich eens houden zou

aan alle raadgevingen, die ze krijgt - haar kind

werd er absoluut de dupe van . Van die Amster ,

damsche tentoonstelling bleef mij o, m. bij een

tweetal voorstellingen, de eene van een moeder,

99

MOEDER EN KIND


100 HET OUDERUURTJE

wier kind blijkbaar kwijnt, en moeder van tantes en

buurvrouwen allerlei raad krijgt ; het tweede stelt

voor, hoe moeder verstandig handelt en naar den

dokter gaat . Het onderschrift was : als je kind was

mankeert -- niet naar tantes -- maar naar den dokter

. Historisch is, das een koopvrouw aan de dear

bemerkte, das de kleine van 3 maanden van haar

klant, afviel in plaats van aankwam. Natuurlijk

wist zij raad . Mevrouw moest naar haar luisteren,

zij had er verstand van, want ze had elf kinderen

gehad . Mevrouw vroeg, hoeveel er nog van in leven

waren . Het antwoord, das er tien jong gestorven

waren, was voor mevrouw voldoende, niet verder

belang to stellen in het advies van de koopvrouw .

En zoo is het : loops bij een normaal kind de

lichamelijke opvoeding niet van zelf, dan naar den

dokter of een deskundige . 1k begeef mij thans

dus ook niet op het terrein der lichamelijke opvoeding,

hoe groot de beteekenis der moederlijke

task hier dan ook zij . Ook ten opzichte van de

geestelijke opvoeding, de geestelijke vorming, de

vorming van gemoed en karakter heeft de moeder

een buitengewoon groote beteekenis .

Natuurlijk werken allerlei factoren mede bij de

ontwikkeling van kind tot mensch en heeft ook de

vader naast de moeder zijn bijzondere beteekenis

bij deze geestelijke vorming . Het valt echter niet

to ontkennen, das de beteekenis van de moeder al

heel groot is . 1k las onlangs, das een mensch zijn

verstandelijk en zedelijk bezit voor 75 % aan zijn

moeder dankt, voor 5 % aan zijn vader en voor

20 % aan andere omstandigheden, b .v, de school .


MOEDER EN RIND 101

Misschien is deze uitspraak in hare algemeenheid

niet juist en zijn er vaders, die beweren of zich verbeelden,

das hun bijdrage hooger moet getaxeerd

worden dan 5 % . Er zijn echter verschillende

gronden aan to geven voor de juistheid van deze

uitspraak. Ik wijs er slechts op, das de allereerste

opvoeding, d. w . z . de allereerste opzettelijke en

onopzettelijke invloed uiteraard van de moeder

uitgaat en das tot het jonge kind de moeder meer

spreekt dan de vader. In die eerste levensjaren zijn

moeder en kind altijd bij elkaar . Vader betrekkelijk

weinige oogenblikken van den dag. Moeder

heeft de task het kind to brengen tot de eerste

levensuitingen, to gewennen aan de eenvoudigste

levensregelen, to vormen het gemoed, to beteugelen

de uitingen van drift en baloorigheid . - Vader

genies van dit alles de geneugten en als hij niet

oppast, bederft hij het werk van moeder . -- Mij is

wel eens verweten das ik in de ouderuurtjes aan de

moeder-opvoeding to veel waarde hechtte en aan

de vader-opvoeding to weinig . „De vaders kwamen

er slecht af." Die uiting kwam van vaders, die hun

gewicht voelden en meenden, das opvoeden is

decreteeren . Ik onderschat de beteekenis van den

vader bij de opvoeding allerminst, maar mag daar

nu niet over spreken . Dat komt naderhand aan de

orde . Ik prijs den man gelukkig, die niet alleen

een liefhebbende vrouw heeft, maar in die vrouw

een echte moeder, een verstandige, liefhebbende,

biddende moeder voor zijn kinderen . Het komt

wel eens voor, das een vrouw meer „moeder" is

dan „vrouw", maar (laten nu de vaders eens alleen


1o2

HET OUDERUURTJE

luisteren en de moeders even de ooren toestoppen)

maar vaders, neemt das niet to hoog op : was gij

misschien mist, omdat ge meent, das uw vrouw

allereerst leeft voor haar kind, das is maar schijn .

Gij reds u we! ; uw kind, ja, 't is niet alleen haar

kind, maar ook het uwe, moet zich nog leeren

redden. En dan ; - beiden plukt ge straks de

vruchten van de toewijding van de moeder . Het

geluk uwer kinderen, die niet meer die onophoudelijke

zorg behoeven, brengt u beiden weer nader

bij elkaar .

Natuurlijk mag een moeder niet alleen voor haar

kinderen leven en haar man verwaarloozen, maar

wel mag zij in de eerste plaats voor haar kind leven .

Bij goede verhoudingen is dit ook vanzelfsprekend .

Welke rechtgeaarde moeder geeft de zorg voor

haar kind aan anderen over, om met haar man to

doen, was ze wil, en to gaan, waarheen zij wil . De

zorg voor haar kind neemt al haar tijd in beslag en

vader mag hierover niet klagen, integendeel moet

hij moeder in die zorg trachten tegemoet to komen .

Wat straks van het kind groeit, is to danken aan de

moederlijke trouw en liefde . Een verwaarloosd

kind tot een normaal kind to maken, is even moeilijk

als van een verwaarloosden boom of plant een pronk

van uw tuin to doen groeien . De verwaarloozing

van een kind begins al in de wieg . De verwaarloozing

van de geestelijke vorming even goed als van de

lichamelijke verzorging . Reeds in de prilste jeugd

heeft de moeder een heerlijke task . Men zegt wel

eens, das een kind in de wieg er zoo „zonnig" kan

uitzien, maar das „zonnige" is dan de weerschijn


MOEDER EN KIND 103

van de zon, die in de wieg de stralen uitschiet

„moeder"-zon geeft aan kiet kind het zonnige . De

stemming van een zuigeling is direct of hankelij k

van die van zijn omgeving . Hij is vroolijk met de

vroolijken en lacht met hen, evenals hij schreit met

de bedroefden .

De invloed van een sfeer is heel groot . Het eerste

lachje, waarover de jonge moeder zoo echt verheugd

kan zijn, is de uiting van meegaan met de sfeer,

van sympathiegevoel . Zoo de moeder, zoo het kind .

Als moeder iets heeft, das haar hinders, of uit haar

humeur is, dan is de weerslag bij het kind, das niet

het minste verstaat van was moeder ontstemt,

duidelijk merkbaar. En als moeder opgewekt en

vroolijk is en die stemming zich uit in lied en

spreken en zich afspiegelt in haar gelaat, dan is ook

de kleine vroolijk .

Een moeder, die een klein kind verzorgt, zal zichzelf,

als het moet, dwingen niet naar buiten to laten

komen, was haar van binnen verontrust . Neen, 't is

nog anders, het kleine kind dwingt moeder, zich

niet over to geven aan eigen smart en se bedenken,

das haar omgeving recht heeft op haar .

Moeders slaken wel eens de verzuchting, das zij

nooit eens zichzelf mogen zijn, zich nooit mogen

overgeven, aan was haar hinders . Laten ze echter

niet vergeten, das de toewijding voor hun kinderen,

zelfs de gedwongen vroolijkheid een probaat middel

is, om niet onder to gaan in het dikwijls moeilijke

leven. In vele huwelijken storms het wel eens en

staat de barometer op „veranderlijk" of „onstuimig"

of „storm" en dan zijn het dikwijls de kinderen,


104 HET OUDERUURTJE

die dwingen tot het blijven in het goede spoor .

Kinderen, (die nooit comedie spelen), noodzaken

ouders wel eens our wel comedie to spelen en daarmede

de gelegenheid tot rustige bezinning to

krijgen . - Dit alleen our de noodzakelijkheid to

illustreeren van een blijde, vroolijke moeder tegenover

lies kind, das nog in de wieg ligt . Gelukkig het

kind, das van de wieg of in het leven meekrijgt

blijdschap, vroolijkheid, zon .

Maar er is meer. Een verstandige moeder gewent

haar kind aan regelmaat, regelmaat bij de voeding,

bij den slaap . Het is heel onverstandig voor de

voeding van het kind to zorgen, wanneer het zoo

eens uitkomt : eerst het gezellige babbeltje met de

visite, of eerst eigen genoegen gezocht . Een verstandige

moeder stelt eerst de vaste tijden vast en

dan regeert de kleine, moeders vrijheid is weg, op

tijd moet de kleine verzorgd . Moeder waakt er ook

voor, das familie of kennissen de kans niet krijgen

our het kind to verwennen, our maar werk to bederven

. 't Is sours op het kantje van den schijn to

wekken, onvriendelijk of onhartelijk tegenover

anderen to zijn. Maar desnoods heeft moeder het

er voor over . Seders zij het wist, das ze liaar kleine

verwachtte is haar leven reeds geweest een leven

van opoffering, van zelfverloochening, maar niet

omdat het mbest, maar omdat zij het gaarne deed .

Wat een zorg! Altijd' Helaas, zie er de literatuur van

den tegenwoordigen tijd maar eens op na . Hoe is

in vele kringen het kind een last ! En toch -- als het

er op aan komt, dan moet het al een zeer ontaarde

moeder zijn, wanneer ze ten slotte niet vecht voor


MOEDER EN KIND 105

haar kind. Ik wit hiermede zeggen, das, al last de

zorg en de verzorging wel eens was to wenschen

over - de band blijft en het moederhart blijft

kloppen. Ik ben er zeker van, das geen enkele

moeder, die dit leest, kan zeggen : „ik ben los van

mijn kind ." Een onzer kerkliederen zegt zoo joist

Kan een vrouw haar kind vergeten,

Als haar zuigling schreit van pun?

zoo ze een ware moeder heeten,

En zoo weinig moeder zijn ?

Dat is echter niet hetzelfde als voor het kind to

zijn, was we moeten zijn . Ook in de prille jeugd.

Hier moet de grondslag worden gelegd, waarop

words voortgebouwd, hier de band der liefde gelegd

worden, welke straks door haar sterkte de leiding

vergemakkelijkt . Is het kind nog looter passief,

words tegenstand alleen ingegeven door instinct en

niet beredeneerd, is daar nog geen tegenspraak,

dan is het nog gemakkelijk to leiden, wanneer men

voor zichzelf maar een vaste lijn heeft . Het kind

words grooter en de peuters van 3 en 4 jaar beginners

reeds echte baasjes to worden . Wat een task

voor de moeder om toch bags to blijven en 't zoo to

zijn, das het kind geleid words, zonder de leiding

to merken .

Deze leeftijd is zoo'n heerlijke leeftijd om in das

jonge gemoed to planters, was straks groeien moet

en zich ontwikkelen . Voor echte godsvrucht,

kinderlijk geloofsvertrouwen words het zaad gestrooid

op dezen leeftijd en het zijn die kiemen,

8


Io6 HET OUDERUURTJE

welke later het ware geluk brengen . Het mag later

sours lijken, of het onkruid het , iieeft verstikt,

daarna - zijn de voorbeelden niet menigvuldig, das

de herinnering aan een vers, een verhaal, op moeders

schoot geleerd, het middel tot bekeering

words? Maar welk een rust voor het kind zelf,

wanneer het, zoo jong nog, leers, das het veilig is in

Jezus' armen, das het een schaapje van den Goeden

Herder kan zijn, das het omringd is van engelen !

0, moeders, gelooft niet, das een kind voor deze

dingen to jong is . Nu moet het zaad worden uitgezaaid

. Niet uit propagandistisch oogpunt, maar

alleen ter wille van het heil van uw kind . Welk een

verantwoordelijke tack ! Laat het niet over aan de

school of aan anderen, het is in de eerste plaats uw

task. Het kind, das gij van God ontvangen hebt,

moet ge als een Hanna Hem wijden. De zielen

onzer kinderen worden in de allereerste plaats

geeischt van de hand der ouders ! Laat dan niet

uitsluitend aan anderen over, was uw taak is .

Leer het kind den veiligen weg, leer het bidden,

leer het vertrouwen. Een moeder weet het best den

weg tot het hart van het kind, ook het geschiktste

woodd . Wat kan Van de Hulst u anders goed

helpen met zijn Kinderbijbel voor de kleintjes .

Wat kan menig Bijbelsch verhaal u een prachtmiddel

zijn voor de vorming van gemoed en

karakter ! Van hoe groote beteekenis is het hierbij,

das de moeder zelf de waarde kept van het leven

met God. Kinderen zien zoo scherp, ook de kleine

kinderen, of het bij moeder „echt" is .

Maar niet alleen de godsdienstige vorming is de


MOEDER EN KIND 107

task der moeder . Daar is zoo ontzaglijk veel, das

op moeder neerkomt . Het kennen der dingen, de

beantwoording van de vraag naar het hoe en

waarom, die telkens bij een kind naar voren komt,

het zich leeren redden bij het spel, de zorg voor de

kleeding, opdat deze niet onnoodig words vuil of

stuk gernaakt, kortom die heele vorming om er een

kind van to maken, das de school ingaat - het is

moeders task en de hare alleen . Zeker, veel van die

task words tegenwoordig overgenomen door de

voorbereidende school . Seder deze op zoo veel

plaatsen het karakter van „bewaarschool" heeft laten

varen en zich niet alleen noernt de voorbereidende

school, maar in werkelijkheid voorbereidt voor de

lagere school, doer zij veel voor de ontwikkeling van

het kind. Gaat uw kind naar een voorbereidende

school, dan ontslaat das u in geenen deele van uw

task, moeder ! Gij moogt het nu maar niet overlaten

. De voorbereidende school biedt allerlei voordeelen

en geeft het kind, das thuis door allerlei

omstandigheden words tegengehouden zich to ontplooien,

de gelegenheid lichaam en geest to ontwikkelen

.lVlaar de moeder vervangen mag zij niet,

doer zij niet . Houd de vorming van uw kind in

eigen hand, zoo lang het maar eenigszins mogelijk

is . Straks komt de verplichte schooltijd, een noodzaak

niet alleen, omdat de wet u er toe verplicht,

uw kind naar school to sturen, maar omdat, was de

school uw kind geeft, door bijna geen enkele

moeder kan worden gegeven. De kennis, die

noodig is om straks het leven wel toegerust in to

gaan, kan moeder niet meegeven . Maar valt


io8 HET OUDERUURTJE

de overgave van het kind niet wel eens moeilijk ?

Moeder is niet meet de eenige, die 't weet . Ze zal

ondervinden, das voor het kind de autoriteit van de

school het wins . „De juffrouw zegt," „de meester

zegt" en das is het eind van alle tegenspraak .

Betreft het alleen „onderwijs", nu ja, moeder zegt

dan en gelooft het misschien ook, das het tegenwoordig

anders is, dan toen zij op school was, Maar

erger words het, wanneer in het opvoedkundige, op

het paedagogisch gebied, de school het anders

inziet dan moeder . Er is wel eens een conflict en

moeder kan niet hebben, das was zij heeft gebouwd,

words verbouwd of ofgebroken, niet alleen

door de onderwijzeres of den onderwijzer, maar

ook door allerlei andere invloeden, vriendinnetjes

en vriendjes, de sfeer van het „groot"-zijn, enz .

Moeder vindt wel eens das het lieve er afgaat . Zie

das niet to donkey in . Eenzijdige opvoeding words

er allicht door voorkomen . I-let is wel goed, das nu

en later, verschillende invloeden op een kind inwerken

: de blik words ruimer, verschillende kanten

van het leven worden aangeraakt ; alleen, de

ouders - en ik zeg in 't bijzonder de moeder

moeten meester blijven van het terrein van het

zieleleven van het kind . Moeder moet de vertrouwde

van haar kind blijven, net zoo goed van haar jongen

als van haar meisje . Ja, das is het juist, de vertrouwde

to blijven van ons kind, ook wanneer de

lagere school voorbij is en die moeilijke leeftijd

voor onze jongens en meisjes komt .

Er is groot gevaar ze geestelijk kwijt to taken .

Het komt herhaaldelijk voor, das een moeder met


MOEDER EN KIND 109

een traan in het oog moet verklaren, dal haar kind

bij anderen het vertrouwen zoekt, en niet bij

moeder . Die anderen zijn of kunnen zijn personen,

van wier vertrouwen een gezegenden invloed kan

uitgaan en loch, moeder moet ook de vertrouwde

van dit vertrouwen zijn . Ja maar, zegt ge, ik ben

het niet, hoe komt dal? Is het misschien wel eens

voorgekomen, dal uw kind u vertrouwelijk een

geheim vertelde, althans jets, dal hij u alleen mededeelde,

terwijl het bij u in verkeerde aarde viel en

gij het misschien noodig oordeeldet, dal vertrouwen

to schenden ? Natuurlijk, vader mag het weten, hij

en moeder zijn een, maar als een van de twee eens

ontactisch de zaak behandelt, dan kan er wat

breken. Zeker, het kan zijn, dal het kind begrijpt,

waarom moeder niet meevoelt, maar het kan ook

zijn, dal er een breuk komt . Wanner uw kind

voelt : bier is een terrein in mijn leven, waar

moeder buiten moet blijven of daarover denk ik

anders dan moeder, dan is niet langer het geheele

zieleleven van uw kind voor u open . Het is ontzaglijk

moeilijk de juiste handelwijze to kennen, wanner

de denkrichting of de levensuiting van uw kind niet

langs de uwe gaat en gij meent, terecht of ten onrechte,

dal uw kind eigen geluk verstooten gaat . Hoe

ook gehandeld moet worden, eerste eisch is : niet

hard tegen hard, behoud van het vertrouwen .

Moeders hebben een moeilijke task -- moeders

hebben een heerlijke roeping . Die twee dingen gaan

samen en daarom bij het o, zoo moeilijke van de

task, het heerlijke van de roeping niet vergeten .

Die roeping is mede een band to leggen, terwijl de


110

HET OUDERUURTJE

kinderen nog zoo heel jong zijn, trachten ze geheel

to bezitten . Dan zullen ze haar ook toebehooren,

wanneer ze groot zijn geworden . En bij het grooter

worden hebben onze meisjes en jongens moeder

nog steeds zoo noodig .

Ook vader - maar moeder is jet kantoor, waar

het intieme allereerst words verhandeld . Vader

heeft wel eens geen tijd, moeder heeft voor haar

kind altijd tijd. Vaders hart klopt altijd warm voor

zijn kind, maar moeders oog ziet scherp . En daarom

met het intieme leven naar moeder . En moeder

moet verstand en hart laten spreken en haar kind

leeren om niet eenzijdig to zijn, maar ook verstand

en gevoel to laten spreken. In dien moeilijken

leeftijd domineers dikwijls het gevoel en dan is het

zoo noodig to leeren verstaan, das ook het verstand

moet gebruikt worden . Wanner daar, was we

noemen, de „kalverliefde" ontwaakt, dan moet deze

niet hooger worden aangeslagen, dan ze is, maar

ook niet geringer . Vader is hier gewoonlijk niet de

persoon voor om to leiden, das is meer moeder toevertrouwd

. In dezen tijd is dubbel noodig het

wakende oog, maar niet minder het meevoelende,

meelevende hart. Hoe voorzichtig moet gehandeld

worden, opdat de uitwerking niet joist tegengesteld

is, als bedoeld werd. Een verbod zonder meer, das

het kind niet begrijpt, leidt dikwijls tot een volharding

met moeder er buiten, en tot een verwijdering,

waar moeders invloed buiten de sfeer

van haar kind staat. Uw kind kwijt to raken op dien

leeftijd is ook het kwijt raken voor immer . En

moeders task is nog niet geeindigd, wanneer het


MOEDER EN KIND III

kind meent zelf to kunnen gaan, to denken en to

handelen. Integendeel - ik wil niet zeggen, dat

die task pas begint, want 't is een voortzetting van

haar task van de geboorte af, maar wel kan ik zeggen,

dat het moeilijke van die task, het zetten van

de kroon op de geheele opvoeding, eerst recht

aanvangt .

De zoogenaamde „vlegeljaren" der kinderen zijn

voor ouders dikwijls de moeilijkste . We spreken

daar later nog we! over, wanneer we het onderwerp

behandelen „Je kind wordt groot" . Nu alleen dit : in

deze „sturm-und-drang"-periode is de moederlijke

rem dikwijls noodig en kan de moederlijke steun

niet worden gemist . Meer dan vroeger stormen

allerlei ideeen, allerlei invloeden aan op onze opgroeiende

jongens en meisjes . Theorieen, die in

onze jeugd zelfs niet in de gedachten opkwamen,

worden luide verkondigd . Scherp moet onderscheiden

worden, wat verderfelijk, wat goed is .

En dat is moeilijk, omdat zooveel, dat verwoest,

tot onze kinderen komt in een licht gewaad, onder

een mooien schijn. Vader tracht de lijnen scherp to

teekenen en dat is goed, noodzakelijk, maar is

daarmee het doe! bereikt ? Het zachte overredende

woord van moeder bereikt dikwijls meer dan het

scherpbelijnde, we! gedocumenteerde betoog van

vader.

Ter voorkoming van gevaren heeft moeder ook

de task om to letten op de kleeding . Niet alles, wat

zich als „mode" aandient, kan worden aanvaard .

't Kost wel eens moeite niet toe to geven aan de

grillen van de mode en er is tact toe noodig om het


112 HET OUDERUURTJE

juiste midden to houden . Er aardig uit to zien of

coquet gekleed to gaan, op de grens van het oneerbare,

daar is nog verschil tusschen . 1k ga hier niet

verder op in - we begrijpen elkaar, Moeders zien

scherp en behooren tegen de gevaren to waken .

1k denk ook aan iets anders, ni . de sexueele

vraagstukken . Wat een verschil of de inwijding in

dezen heiligen tempel door moeder geschiedt of

door ruwe scherts van anderen of door lectuur.

Hoe seer kan een moeder deze zaak behandelen

en hoe eenvoudig, waardoor iedere minderwaardige

gedackite words onderdrukt . En das het noodig is,

das deze zaak door „moeder" words behandeld,

mede in verband met verhoudingen en huwelij k -

wie zal het ontkennen in dezen tijd, waar theorieen,

ontzettend, schrikbarend, op de publieke marks

worden aangeboden, die de zonde goedpraten en

leiden moeten tot algeheele ontwrichting van het

huwelijk en van keel onze maatschappij ? Wanneer

de moeders hun task verstaan, dan kunnen de

kinderen voor veel worden bewaard .

Moeders hebben een task, tot de kinderen straks

het ouderlijk huffs verlaten . Dat is weer een mijlpaal .

De gedachte, das die task flu afgeloopen is, stems

tot blijdschap en tot weemoed . Tot blijdschap, niet

omdat de task voorbij is - neen, 't is voor moeder

nooit to veel, nooit to lang geweest, maar omdat

het kind tot de bestemming is gekomen, gevonden

heeft eigen huffs, eigen werkkring . Maar ook tot

weemoed . Als de dear dicht valt achter het kind,

das het huffs, als huffs, verlaat, dan gaat door de

blijdschap de weemoedige pun, al is het maar even,


MOEDER EN KIND 113

alsof er jets los is gemaakt . Bruiloftstranen zijn zoo

natuurlijk . Als het goed is, dan words er gewonnen,

niet verloren . En toch words er een verlies gevoeld .

't Is ook jets van het gevoel, das men niet meer

noodig is, das de task is afgeloopen . -- Wie echter

dit heeft ervaren weet, das de task niet afgeloopen

is, wel gewijzigd . Ook volwassen kinderen

hebben moeder wel eens noodig . Als daar in het

jonge huwelijksleven de stormen komen, de tegenwind

waait, de smart binnensluipt, dan is het nog

steeds moeder, die met haar warme hart moet en

kan troosten . En was voor een troost ! Een troost,

welken God zelf als voorbeeld stelt voor de wijze,

waarop Hij, de Heere, troost . Bij Jesaja zegt Hij

„Als een, then zijne moeder troost, alzoo zal Ik u

troosten ." 't Is geen holle troost, 't zijn geen weinig

of nietszeggende woorden, neen 't is de troost van

het warm meevoelende hart, misschien zonder veel

woorden, maar de positieve troost, welke werkelijk

balsem in de wonde giet . Wat een voorrecht bij

moeder to kunnen uithuilen, echt uithuilen, omdat

zij het verdriet verstaat, alsof het haar zelve trof .

Maar moeder troost niet alleen, geeft niet alleen

haar liefde, maar zij ontvangt ook . Er is moederweelde,

moedervreugde, moederrijkdom ! Verdriet,

smart met haar kind, helaas ook wel over haar kind,

maar ook vreugde en blijdschap met haar kind en

over haar kind. Hoe is daar niet van de geboorte

of gedeeld in en genoten van iedere vooruitgang,

Iichamelijk, straks geestelijk ; van ieder succes,

wanneer weer een sport hooger op de maatschappelijke

ladder werd bereikt. Hoe gloeit het moeder-


114 HET OUDERUURTJE

hart, als blijkt das haar jongen met eere een plaats

gaat innemen in het maatschappelijk leven, das haar

meisje straks tot een huwelijk komt, das in alle

opzichten niet alleen een gelukkig, maar ook, was

men noemt, een goed huwelijk words . En wanneer

het pad al to voorspoedig gaat, dan is het moeder,

die voorzichtelijk maant tot eenvoud ; en wanneer

de mooie positie de verleiding met zich brengt, dan

is zij het, die om bewaring bids, opdat de voet pies

uitglijde op het glibberig pad.

De vrome moeder heeft ook de spreuk ten opzichte

van haar kinderen : „bid en werk !" Telkens

en telkens weer legs zij haar kind peer voor den

troop der genade, maar ook voortdurend last zij

haar zacht, maar beslist, moederlijk woord van

vermaan en waarschuwing hooren.

Natuurlijk -- er zijn moeders en moeders . Stel

ze maar tegenover elkander, een Herodias, die haar

dochter dien vreeselijken raad geeft, en een Monica,

wier zoon een zoon van veel gebeden is . 1k schilderde

u niet de slechte moeders -- waartoe ook ?

Maar helaas, ze zijn er . 1k stel u alleen de ideale

moeders voor - en die zijn er velen, De moeders

met het moederlijk gevoel . Maar het ideale komt

pas, wanneer zij leven en handelen uit de wetenschap,

das zij moeders zijn om hun kinderen voor

een hooger, dan het aardsche leven op to voeden,

wanneer het maatschappelijk leven niet het eenige

is, maar de bewaring der ziel voor Hem, die er

recht op heeft en tot Wiens eer de mensch moet

leven, het hoogste is.

Nu heb ik nog niet eens gesproken over moeder


MOEDER EN BIND 115

en het misdeelde, het achterlijke, het ongelukkige

kind . Op zichzelf is dit reeds een onderwerp apart .

Met dubbele liefde omringt moeder dat kind, dat

niet is als de anderen, waarover gewaakt moet

worden met groote teerheid, maar dikwijls ook

met groote tact en met een sloopende inspanning .

Wat kan door dit alles de band van moeder en kind

teer en hecht zijn en het verbreken van dien band

het kind, dat zelf reeds vader of moeder is, diep

bedroeven .

De psalmist zegt ergens, dat het hem ging als

een, die over zijne moeder treurt -- daar hebt ge de

teekening, hoe een moeder gemist wordt ; het

treuren over zijn moeder, het meest teekenend

verdriet . Waar het betreft een echte moeder, kon

geen juister beeld worden gekozen . De sterfdag

van moeder is de droevigste dag in het leven van

een kind .

Heerlijk, wanneer moeder niet behoeft na geoogd

to worden met wroeging in het hart, omdat men

moeder bedroefd heeft, haar raad en waarschuwing

in den wind heeft geslagen ; maar dat het kan

geschieden met een „dank, lieve moeder, dank

voor wat gij voor mij zijt geweest, voor uw liefde,

voor uw trouw, voor uw zorg, voor uw gebed, dank

voor uw woord en voorbeeld, dat mij tot Jezus

bracht en mij in het leven de kracht des geloofs

meegaf !" v . H .


II6

IX .

HET OUDERUURTJE

ONZE 1ViEISJES

't S wel opmerkelijk, das over den jongen

zooveel gesproken words en over het

meisje betrekkelijk zoo weinig . Als

moeders op mij n spreekuur wel eens

komen praten, den is het vrij geregeld over hear

jongens, niet zoo vaak over de meisjes . Of ze met

de jongens meer last hebben den met de opgroeiende

dochters ? Het lijkt wel eens zoo . Maar

bij de meisjes is toch ook de rijpwording, de

puberteit, net zoo goed een revolutie als bij de

jongens . a gaat door tot de grondvesten van

lichaam en ziel, ze smijt revolutionnair omver, wet

tot nog toe als traditie gold ; nieuwe idealen worden

gevormd, het oude stort omver, de Broom der

kindsheid is uitgedroomd, de naiviteit verdwijnt,

er komt bewustheid en een bewust streven near een

doel voor in de pleats .

Ik zou zoo zeggen das de lichamelijke en geestehjke

revolutie bid het meisje nog deeper gaat den

bij den jongen, omdat de voorbereiding tot het

moederschap zooveel ernstiger schijnt den de

voorbereiding tot het vaderschap . „Vater werden ist

nicht schwer," meer moeder worden is het zeker wel .

Toch lijkt het, alsof de moeders meer verlegen

zitten met de veranderingen, die ze bij hear

jongens opmerken, den met die, welke hear meisjes

vertoonen. Ligt Bit misschien hieraan, das de

moeders de verandering van hear meisjes zelf doorleefd

hebben en van die van hear jongens niet veel

verstaan ? De meisjes groeien den ook near de


ONZE MEISJES 117

moeder toe, de jongens groeien van haar af . De

meisjes worden vrouw en de jongens worden man .

Of liever : de meisjes worden meer vrouw en de

jongens worden meer man. Voor hun puberteit

hebben de kinderen wat van beiden . En dan verstaan

de moeders haar kleine jongens, maar hoe

meer ze opgroeien, hoe meer de klacht komt :

Ik begrijp nets meer van den jongen .

Nu kunnen de moeders met recht tegen mij

zeggen : „Jij bent een man, begrijp jij dan veel

van het meisje ?"

zeker niet alles . En daar komt nog bij, dat er

veel meer over den jongen geschreven is, dan over

het meisje . Mannen konden het niet goed, omdat

ze er maar weinig van wisten . En vrouwen deden

het niet, waarschijnlijk omdat ze het niet wilden of

omdat ze het niet konden . De mannen brachten

het niet verder dan Kierkegaard : Alles aan de

vrouw is een raadsel, de oplossing is : het kind .

En blijkbaar waren ze voor een groot deel der

meisjes op den juisten weg . Het moederlijke type is

gelukkig bij onze meisjes het grootst in aantal .

Andere mannen, die zich verbeeldden de vrouw

to kennen, zeiden niet veel goeds van haar, waarschijnlijk

omdat zij zelf haar genaderd waren met

minder loffelijke intenties. En succes gehad hadden .

1V isschien vrij gemakkelijk succes . zij hadden in

meerderheid het erotische type leeren kennen .

Meisjes a la Mata Hari.

Anderen kenden uit hun omgeving het romantische

type . Dweepsters, sentimenteele aanbidsters

van wie weet wie en wie weet wat . Deze kinderen


II8 HET OUDERUURTJE

voelen zich anders dan hun nuchtere omgeving .

Ze voelen het gewone leven, waarin ze dagelijks

moeten verkeeren als jets vreemds . Ze verbeelden

zich, dat ze niet begrepen worden . „Onbegrepen

vrouwen", zoo oordeelden deze mannen, „zijn

meestal ook onbegrijpelijk ." De meisjes van dit

romantische type noemen ze gek, dwaas, aanstellerig,

overdreven, En ook meisjes en vrouwen van een ander

type noemen ze zoo. Ze zijn ook anders dan kiet

gewone. De man, dien ze vereeren, is voor hen niet

de held, maar de Heiland. Zij vinden hun hoogste

zaligheid in de afgodische vereering van den man,

met wien ze dwepen . Of ook wel in de vriendin,

die voor haar met bovenaardsch licht is omstraald .

Deze meisjes fantaseeren zich een wereld en een

omgeving, die weinig of nets lijkt op de werkelijke.

Sours openbaren ze later zich als menschen

van kunstzin, worden ze schrijfster of dichteressen .

Geheel tegenovergesteld aan het romantische

type is het nuchtere kind. Dat herkent men spoedig

uit de andere typen . Het romantisch aangelegde

meisje schrijft een dagboek en maakt gedichten,

het nuchtere type denkt er niet aan . Ze heeft geen

zielsuitstortingen en geen bekentenissen . En toch

kunt ge ze uit een groep meisjes spoedig genoeg

herkennen . En kunnen de moeders in huffs ze wel

gauw herkennen, Ze zijn kalm, hun oogen schitteren

niet, ze spreken gewoon zonder malle overdrijvingen,

die in onze meisjestaal nogal eens voorkomen

. Ze handelen, je zou zoo zeggen, to korrekt

voor kiaar leeftijd . Ze hebben geen malle uitiialen


ONZE MEISJES 119

in de stem, Ze spreken niet van „een idioot spook",

van „zalige boeken" of „zalige taartjes", ze vinden

een ander niet zoo gauw „een draak" en misbruiken

bet woord „goddelijk" niet . Ze zijn kalmer, bezadigder

in haar uitdrukkingen, nuchter, De gevaren

der puberteitsjaren zijn bij deze meisjes het

geringst . Ze zijn meestal goede leerlingen, maar

ze hebben noch een lievelingsvak, noch een lievelingsonderwijzer

of -juffrouw. Ze zijn niet „dol"

op ze, ze houden zelfs niet van ze, ten minste ze

zeggen het niet . Het hoogste waartoe ze het in hun

waardeering brengen is, das ze hem of haar nogal

aardig vinden . Maar ze zijn trouw, Ze hebben geen

kalverliefde-avontuurtjes . Het woord liefde, waarmee

anders de meisjes in de puberteitsjaren nogal

eens dwepen, vinden ze akelig . Ze kennen kwaad

worden, als hun romantische vriendin het noemt .

Ze kennen geen hoogtepunten en ze gaan nooit

door de diepte . Hun leven is vlak, nuchter, ze

kennen geen „ongelukkige liefde" en ook geen „jubelend

geluk." Nuchterheid is heel vaak een erfenis,

Vader of moeder - dikwijls beiden - zien het

leven, zooals het is. En daardoor leers hun omgeving

das ook . Het practisch nuchtere toont zich

ook in de beroepskeuze . Ze zijn trouw, goede huisboudsters,

ze houden trouw boek van haar uitgaven .

Toch timmeren ze niet bijzonder hoog, al leeren

ze goed. Tot 't intellectueele type behooren ze niet,

Zij leeren uit trouw en plichtsbetrachting, het

intellectueele type leers, omdat het lust heeft in

studie, gent vindt in denken en nadenken, zin

heeft voor wetenschappelijke dingen. Op school


120

HET OUDERUURTJE

zijn ze de vreugd en de trots van hun onderwijzers .

Toch gaan ze -- gelukkig ! - niet allemaal studeeren,

Sommigen trouwen, maar slechts een

enkele gaat het, als ze kinderen krijgen, naar het

woord van Kingsley : „Alles is melk geworden" .

Ze verliezen in hun huwelijk niet geheel en al hun

zin voor ontwikkeling en wetenschap . Zelfs loopen

ze gevaar, dat ze minder behagen vinden in een

mooie jurk dan in een mooi boek, En dat hun ziel

schade lijdt ten bate van de ontwikkeling van het

verstand,

Als we deze vijf typen van onze meisjes nog eens

de revue laten passeeren, dan zien we achtereenvolgens

: het moederlijke type ; het erotische type ;

het romantische type ; het nuchtere type en het

intellectueele type .

Maar willen we onze kinderen bij een van deze

typen indeelen, dan stuiten we dadelijk op moeilijkheden

. 1k laat daar de moeilijklieden, die we zelf

veroorzaken door ons slechte waarnemen en door

onze vooringenomenheid . We erkennen niet graag,

dat onze dochter een erge flirt, een jongensmeid

is, en dus bij het erotische type moet worden ingedeeld.

Ons nuchtere kind brengen we graag thuis

in de vijfde groep : de intellectueele.

Maar behalve deze moeilijkheden, die bij ons

zelf liggen zijn er ook, die bij onze meisjes to zoeken

zijn . Want onze typen komen maar heel zelden

zuiver voor. Het moederlijke type heeft wel eens

jets van het romantische en ook wel eens jets

van het nuchtere . En het intellectueele type


ONZE MEISJES 121

blijkt ook wel eens veel trekken van het moederlijke

to vertoonen .

Dat is wel gelukkig. Als we zoo eens moderne

boeken lezen, dan zouden we van onze tegenwoordige

meisjes wel een heel verkeerd beeld kunnen

krijgen. Want vooral na den oorlog komen in

onze literatuur meisjes voor, die schaamteloos

het erotische type vertoonen . En als we rechter

Lindsey hooren vertellen uit zijn praktijk en vooral

als we zijn berekeningen gelooven, dan vragen we

ons zelf ontzet af, of niet alleen onze jonge mannen,

maar ook onze jonge meisjes zoo zijn .

zeker is het erotische element, het element van

de vleeschelijke driften, een onmisbaar element

zoowel bij den man als bij de vrouw. En we behoeven

dus noch bij onze jonge mannen noch bij

onze jonge vrouwen ontzet to zijn, wanneer het

zich vertoont . Maar het is er mee als met het

vuur : getemd is het een zegen ; ongetemd een

vloek.

En het gevaar is, das de moderne lectuur er toe

zal bijdragen, om onze kinderen met lamheid to

slaan of hun zal voorpreeken : Je blijft het toch

geen bass .

De erotisch aangelegden zijn voor zulke uitingen

buitengewoon gevoelig. Het nog niet sterke wilsleven

vindt zulk een woord wel gemakkelijk . Niet

kunnen is mooier dan niet willen. Want niet willen

veronderstelt schuld, niet kunnen is een verontschuldiging

. En seders Adam en Eva is de verontschuldiging

een zeer gewild artikel . Loop zulke

meisjes eens voorbij, als ze samen wandelen,

9


122 HET OUDERUURTJE

en luister eens naar hun gesprek . 't Gaat altijd

over jongens, let er maar eens op .

„Als ik op mijn 22ste jaar niet getrouwd ben,

schaf ik mij een kind aan en wij denken er allemaal

zoo over", verklaarde een meisje .

Maar dit „verlangen naar een kind", das inderdaad

bij de meeste meisjes op zekeren leeftijd

schijnt voor to komen, is bij dit type, (waarover

zooveel in onze moderne boeken geschreven words)

slechts zelden waarborg voor het behooren tot het

moederlijke type . Door zich to sieren met het echt

vrouwelijk verlangen naar het kind, trachten ze

slechts haar onbeheerschte zinnelijkheid, haar

egoisme to verbergen, Niet haar zedelijke roeping

dringt haar naar den man, maar haar zinnen . Niet

het kind is het doe!, maar de sexueele gemeenschap .

Dat is het immoreele van al die boeken die een

,, uwelijk in kameraadschap" voorstaan, of die een

pleit voeren voor was ze noemen het „huwelijk

in wording" .

1k wil niet geacht worden to gelooven, das onze

meisjes van tegenwoordig in meerderheid tot het

erotische type behooren . Maar dank zij de openhartigheid

van vrouwen, die in zichzelf het erotische

en het romantische type of het erotische en het

intellectueele type vereenigen, kennen we iets van

het zieleleven dezer vrouwen . Ze zijn begonnen

hun geheele zie! bloot to leggen . En dan is er

inderdaad vrouwennood en nood der jeugd .

Maar die vrouwen zijn niet alle vrouwen en die

jeugd is niet de geheele tegenwoordige jeugd. De

revolutie is wel groot, maar de stormen, die haar


ONZE MEISJES 123

vergezellen zijn bij het meisje op verre,na zoo heftig

niet als bij den jongen .

Zeker zal bij de een de strijd zwaarder zijn dan

bij de ander. Maar de overgroote meerderheid der

jonge meisjes vertoont tocth niet het type van ,het

erotische kind. Dat is heel gemakkelijk to herkennen

. En dat zien we op straat en in gezelschap

al heel gauw als opvallend onder de andere meisjes.

Hooding en bewegingen, oogen en manieren laten

het al heel gauw herkennen . Het koketteeren is ze

als het ware aangeboren . En ze doen het bij iedere

gelegenheid . Omdat ze het prettig vinden . Omdat

ze er oppervlakkig van genieten . De behoefte aan

aanvulling, aan aansluiting, aan meeleven, die ieder

meisje heeft, richt zich bij het erotische type uitsluitend

op het andere geslacht .

Maar kijk nu uw omgeving eens aan en zeg dan,

of deze meisjes de meerderheid vormen . Ik geloof

het niet . En daarom geloof ik ook, dat de schrijvers

en vooral de schrijfsters, die vooral of uitsluitend

dit meisjestype beschrijven, ons ontzaglijk veel

kwaad doen in onze beschouwing van het meisje

van den tegenwoordigen tijd . We kunnen met

Alexander Verhuel zeggen : „Zoo zijn er!" maar

we moeten ons niet laten verleiden door schrijfsters,

die zelf tot het erotische type behooren om ze na

to zeggen : „zoo zijn ze ." Want ze zijn, Gode zij

dank, zoo niet. Onze meisjes zijn inderdaad anders

dan vroeger, maar ze zijn niet slechter.

In welk opzicht zijn ze dan anders ? Laat me u

mijn ontmoeting mogen vertellen met den laatsten

der Mohikanen . Ik bedoel met den laatsten van de


124

HET OUDERUURTJE

oude generatie van vaders, dien ik ontmoet heb .

Het was op mijn spreekuur en vader kwam mij

over zijn dochter spreken . Het liep tegen den tijd,

dat het kind van school zou gaan, en de vraag was

„Wat nu ?" En er was konflikt tusschen vader en

dochter . De dochter wilde een yak leeren . En de

vader stond nog op het standpunt, dat de dochters

bij moeder thuis hoorden to blijven . Niet in de

eerste plaats op utiliteitsgronden, maar principieel .

Een yak leeren was voor een vrouw overtreding van

de ordinantien Gods .

„Ja," zei ik, „daar kan ik weinig over oordeelen .

1k ken geen yak . Kent u er een ?"

„Ja," antwoordde hij, „ik ben winkelier ."

„Nu ja, maar dat is toch geen yak? Dat kan

iedereen."

Toen had ik hem op zijn teentjes getrapt . En hij

begon me met nauwkeurige kennis van taken uit

to leggen, dat winkelier zijn toch inderdaad een

eeht yak was, dat geleerd moest worden en dat je

eigenlijk nooit goed leerde, als je er niet van kind

of in opgebracht was, lk luisterde vol aandacht .

„Maar," eindigde hij, toen hij me overtuigd

had, dat winkelier toch inderdaad een yak was, dat

geleerd moest worden, „ik houd maar op . En ik

kwam eigenlijk over onze Coba spreken" .

„Och meneer, daar zijn we aldoor over bezig

geweest . U wil Coba in uw winkel nemen, net als

uw oudere meisjes Mina en Berths, nietwaar ?"

„Neen, Berths is in het huishouden ."

„En Coba wil niet ."

„Nee, die wil op een kantoor ." a


ONZE MEISJES 125

,,Maar u is daar tegen, omdat het tegen de

ordinantien Gods strijdt, das een vrouw een yak

leers . Maar u hebt zelf me duidelijk gemaakt, zoo

even, das winkelier ook een yak is . En das wil u

Coba toch wel laten leeren ?"

maar das is heel was anders . Dan is ze

bij mij ."

„En mogen dan bij u wel de ordinantien Gods

overtreden worden ? Mag ze bij u een yak leeren

en ergens anders niet ? Dat kunt u toch niet

meenen ? 1k stn op een keel ander standpunt . Mijn

dochters leeren allemaal een yak. Want ik wensch,

das ze straks in hun eigen onderhoud zullen kunnen

voorzien . En er zijn heel was vakken, die uitnemend

voor vrouwen geschikt zijn."

Wel hebben we er nog een poosje over gepraat,

maar zijn tot geen resultant gekomen . Kort daarop

is hij gestorven en al zijn dochters hebben een yak

geleerd.

Daar is het onderscheid tusschen het meisje van

heden en van vroeger . Onze meisjes willen meet

zelfstandigheid. En ze zijn zelfstandiger geworden .

Met alle voordeelen en alle nadeelen daarvan . Ze

verdienen en beschikken zelf over haar geld .

Ze kleeden zichzelf en dan naar haar smack . Ze

zoeken niet uitsluitend haar vermaak meet in huffs,

omdat ze ook buiten de muren van het ouderlijk

huffs zijn gaan kijken. Ze hebben haar vriendinnen,

maar ze zijn volstrekt niet bang om met een man

op straat gezien to worden . Trouwens onze meisjes

hebben ook mannelijke collega's . Ze zijn ook in

haar vereenigingen met collega's . Er zijn er, die


126 HET OUDERUURTJE

ook sociaal met iiaar vakvereenigingen meeleven,

al is in den regel het vakbelang niet in de eerste

plaats een voorwerp van groote belangstelling .

Juist omdat de aspiraties van onze meisjes in andere

richting gaan . De man komt zijn leven lang met

zijn yak in aanraking en onze meisjes in den regel

maar tot aan het huwelijk, haar eigenlijke roeping .

De laatste tijd heeft de vrouw ook in de politiek

betrokken, d . w, z, ze heeft stemrecht gekregen .

En door liaar stembiljet heeft ze voor de politieke

partijen en leiders waarde en bemoeit men zich

dus met I,aar . Daardoor zijn ook de meisjesvereenigingen

van karakter verandert . Vroeger waren ze

bijna uitsluitend philanthropisch gericht . Men

werkte voor arme menschen, voor de tending,

voor ziekenhuizen . Maar in den laatsten tijd worden

er ook andere meisjesvereenigingen opgericht, die

meer de verstandelijke ontwikkeling ten doel hebben.

In onze kringen spreekt men wel van Marthavereenigingen,

de oude dus, en Mariavereenigingen

de nieuwe . Weinig passende namen, dunks me .

Als we nu nog onze vijf typen voor den geest

halen, dan zien we, das er inderdaad van pogingen

en van neigingen tot verschuiving sprake kan

zijn. Naar haar innerlijkste natuur is de overwegend

groote meerderheid nog van het moederlijke

type . Maar het erotische dringt zich naar zijn aard

op den voorgrond en tracht de overtuiging to vestigen,

das de heele meisjeswereld net zoo is .

Toch is das niet waar. De natuureisch van de

vrouw is niet zoo sterk als die van den man .

Daarom is een niet voldoen aan then eisch in den


ONZ,E MEISJES 127

regel voor de vrouw gemakkelijker dan voor den

man . En hoe hooger de vrouw staat, hoe meer

belangstelling zij heeft voor de dingen des levens,

hoe gemakkelijker haar de onthouding zal vallen .

De lagerstaande vrouw ervaart haar zinnenleven

heftiger . Het is daarom voor onze meisjes van

belang, das zij belangstelling krijgen voor de dingen

ook buiten haar milieu . De meisjesvereenigingen,

die zich bezighouden met allerlei dingen, die reeds

lang de jongelingsvereeniging belang hebben ingeboezemd,

verrichten daarom ook een belangrijk

moreel opvoedend werk . Niemand behoeft to beweren,

das ook hierin' het meisje den jongen wil

nadoen . Daar is wel een neiging bij onze tegenwoordige

meisjes om met de zelfstandigheid, die

zij zich verwerven of verworven hebben to doen,

was jongens en mannen doen . Een enquete in

Amerika voor eenigen tijd gehouden over de vraag,

welk speelgoed de meisjes het liefste hadden, bracht

bijna uitsluitend de antwoorden : „Natuurlijk

jongensspeelgoed" En wie de wereld al een halve

eeuw heeft gadegeslagen weet ook wel, das veel

onschuldig en goed speelgoed, das vroeger als

„jongensspeelgoed" de meisjes onthouden werd,

thans algemeen ook door meisjes words gebruikt .

Verder das heel was zoogenaamde jongensspelletjes

ook door meisjes worden gespeeld, mede dank zij

de meerdere uitbreiding van het gymnastiekonderwijs

. En ook op andere manier wil een zekere

groep meisjes de gelijke worden van den man . Ze

strijden tegen de dubbele moraal . Voor man en

voor vrouw, voor meisje en voor jongen een


128

HET OUDERUURTJE

zedelijke eisch. Maar ook in dezen eisch kan men

de typen herkennen . Er is een groep, die den strengen

zedelijkheidseisch niet alleen voor het meisje wil

doen gelden, maar ook voor den man. Er is een

andere groep, die dweept met „vrije liefde" en die

voor zich verlangt : dezelfde moraal gelde voor de

vrouw, die voor den man gelds . „Wij willen volgen

de stem van het bloed." Blijkbaar heeft deze groep

geen hooge gedachten van mannenzedelijkheid .

Ze vermoeden in de verste verse niet, welk een

tragiek daarmee voor de vrouw het gevoig zou zijn .

Maar das zijn de uitwassen . Onze meisjes, ook

onze moderne meisjes, willen die richting gelukkig

niet uit . En als we in onze omgeving dergelijke verhoudingen

zien, dan behoeft das niet toegeschreven

to worden aan de ontaarding der tegenwoordige

vrouwelijke jeugd . Want alle eeuwen door is voor

bet meisje, das bemint - gelukkig of ongelukkig,

das is haar hetzelfde - de geheele overige wereld

niet veel meet dan bijzaak . Voor haar bestond en

bestaat er maar een wezen - haar geliefde . Alleen

wanneer het wereldgebeuren in eenig verband kon

worden gebracht met den geliefden man, dan had

ze er belangstelling voor. Dat is gelukkig anders

geworden. Ze stelt flu ook in andere dingen belang,

al blijft het woord van Jean Paul waar, das de

vrouw die liefheeft, den geheelen dag bemint, terwijl

de man naast zijn liefde ook nog heel goed zijn zaken

behartigen kan . En wij, Hollandsche mannen, zeggen

zelfs, das de zaken gaan voor het meisje .

Maar uit deze geaardheid der vrouw is het dan


ONZE MEISJES 129

ook vaak to verklaren, das het meisje trots alle

moraal, zich geheel en al overgeeft aan den man,

then zij mint . De liefde speelt in het zieleleven van

het meisje zulk een domineerende rol, staat zoo

zeer in het middelpunt van haar belangstelling, das

ze voor de verstandelijke ontwikkeling heel dikwijls

een beletsel words . Merkwaardig is bet dan ook,

das in den regel dichters en schrijvers in bun jonge

jaren hun eerste boeken schrijvers, terwijl voor

vrouwen dit tijdperk eerst veel later komt . In de

periode der liefde staat de verstandelijke groei stil .

De vrouwelijke kunstenaar kan eerst gaan produceeren,

als haar ziel de innerlijke vrouwelijke ontwikkelingsstadien

doorloopen heeft .

Het is voornamelijk mijn doel geweest om to

laten zien, das onze meisjes nog inderdaad onze

goeie, lieve meisjes zijn . Dat we zoo'n enkele rare,

die er tusschen doorloopt nu niet moeten beschouwen

als de jonge vrouw van tegenwoordig .

En das zulke er vroeger net zoo goed geweest zij n

als flu, maar das, waar de vrouw in omen tijd meer

in het publieke levers gekomen is dan voor een

halve eeuw, op haar eigenschappen ook meer gelet

words, dan vroeger, toen zij haar levers vrijwel

uitsluitend in huffs leefde . Dat ze in het levers op

allerlei terrein zijn gaan meedoen, heeft aan heel

was overdreven voorstellingen van liefheid, zachtheid,

ingetogenheid, huiselijkheid een einde gemaakt

. Het meisje is daardoor niet anders geworden,

maar onze kennis van haar is gewijzigd . We zien

ze beter zooals ze zijn. En vooral de groep, die


130 HET OUDERUURTJE

vroeger in het huwelijk rust vond, is na den oorlog,

die eenige mihioenen mannen heeft geeisciat, als

onbevredigd verschenen en heeft van haar eischen

geen geheim gemaakt . Daarmee kan ook wel in

verband staan een vermindering van zelftucht, van

zelf bewaring en van betrouwbaarheid en plichtsgetrouwheid

. Wanneer we dus vragen, welke

eischen dit verschijnsel stelt aan ons als ouders en

welke oudertaak ons daardoor in de eerste plaats

is aangewezen, dan kunnen we drie dingen noemen .

We moeten onze meisjes - maar dan reeds van

het begin of - opvoeden tot zelftucht . Als haar

impulsiviteit van denken, gevoelen, handelen haar

zou brengen tot overtreding van Gods gebod -- de

zedenwet - dan moeten we haar leeren, das ze

zich moet beheerschen . Niet uitbundig lachen, niet

overdreven weenen, niet nalatig zijn tegenover

haar eigen gevoelens en stemmingen . Geen gebrek

aan zelftucht toonen . Niet voortdurend zitten

vrijen . Men moet zich kunnen beheerschen .

Deze zelfbeheersching is voorwaarde voor zelfbewaring

. Ook voor haar gelds was Jozef uitsprak

„2ou ik zulk groot kwaad doen en zondigen tegen

God ." Klaar en duidelijk moet het haar zijn, merle

door onze opvoeding, das ze niet mag spelen met

haar diepste vrouwenwaarden . Dat ze zich straks

wel mag weggeven met haar heele hart en ziel,

maar das ze zich nooit mag weggooien . Aan niemand!

Daarvoor is zelfbeheersching noodig . En daarvoor

moet plichtsgetrouwheid en betrouwbaarheid in

alle dingen aangekweekt worden . Dat moet in het

ouderlijk huffs reeds vroeg gebeuren . Er mag en


ONZE MEISJES 131

moet van onze jonge meisjes geeischt worden, das

ze allerlei kleine plichten in huffs trouw verrichten .

Dat moet moeder ze niet uit de handen nemen . En

ze moeten er leeren zichzelf ernstig en streng to

controleeren .

„'t Is zoo erg niet" of ,,Is das nou zoo erg?"

is een erge vijand van nauwkeurige plichtsvervulling

. Ook in haar werk moeten onze meisjes leeren

het beste to leveren, das ze kunnen . Zoo kunnen

wij met deze eenvoudige dingen, die heusch zoo

eenvoudig niet zijn, weekheid, slapheid, sentimentaliteit,

egoisme, en een heele massa andere ondeugden

bestrijden en onze jongedochters opvoeden tot

goede vrouwen en tot goede moeders van het

komend geslacht . D .

x .

JE KIND WORDT GROOT

lE kind words groot !"

Is das, vader en vooral moeder, voor

u een schrikbeeld ? Dat het een waarheid

is, wanneer God uw kind spaart,

niet vroegtijdig wegneemt, maar u last, is natuurlijk .

Met den leeftijd groeit het lichaam . De regelmatige

ontwikkeling stems tot dankbaarheid . Van de geboorte

af, words op regelmatige tijden de groei en

ontwikkeling nagegaan, de toename in gewicht

nauwkeurig gecontroleerd en dankbaar is ieder

ouder, wanneer geen stilstand words waargenomen,

maar een geleidelijke ontwikkeling en toename . De


132 HET OUDERUURTJE

eerste schreden van het kind verblijden ons en dan

komt de tijd, waarop de kleine aan moeders rokken

hangs en op vaders knie paard rijdt . Wat een

vreugde, wanneer die groei words opgemerkt en

straks, was een gebeurtenis, wanneer de schooltijd

aanbreekt ! Maar - ik zei dit reeds eerder bij

de grootheid van die gebeurtenis is de vreugde der

ouders, vooral van moeder, niet onvermengd . Dat

is de eerste schrede, die uit het intieme levee voert

naar buiten, van iiet afhankelijke naar het onafhankelijke,

van het vasthouden naar het loslaten .

De opvoeding gaat niet alleen ook over anderen,

maar het zal duidelijk worden, das een nieuwe

wereld voor het kind is opengegaan, een wijde

wereld van waaruit allerlei invloeden op das kind

inwerken . Wel blijft het ouderwoord zijn gezag

behouden, is het voor het kind „evangelic", maar

daarnaast ontvangt het allerlei indrukken, die ten

slotte invloed op de ontwikkeling niet alleen van

verstand, maar ook van karakter oef enen .

En als dan het einde van den schooltijd is gekomen,

de 12-, 13-, 14-jarige leeftijd, words het steeds

duidelijker, das uw kind van „kind", „mensch"

gaat worden. Dat vindt menig ouder niet prettig .

Wat zou men graag de kinderen lang „klein" willen

houden. Dat heerlijke, vertrouwende, lieve, onbezorgde,

hartelijke zou men wel willen behouden .

Moeders kunnen zoo echt zeggen : Je moest je

kinderen nog lang zoo kunnen houden, jammer,

das ze zoo gauw groot worden en „je kind words

groot" hoort men met een zucht aan - het is een

schrikbeeld . En toch zoo mag de zaak niet


JE KIND WORDT GROOT 133

worden bezien. Vooreerst mag de vraag worden

gesteld of er niet jets van egoisme u parten speelt,

wanneer ge das groot worden van uw kind met

leede oogen aanziet . Voor u Zelf hebt ge uw kind

graag klein, in uw omgeving, in zijn afhankelijkheidsbesef.

En het is ook een heerlijke tijd, wanneer

de kleinen los komen uit de windselen van de wieg

en een bewust leven zijn ingegaan, wanneer ze

dartelen om u heen en zoo heerlijk kunnen phantaseeren

en redeneeren . En das een moeder Iiaar kind

dan ook zoo lang mogelijk bij zich houdt, om haar

zelfs wil, het is zoo natuurlijk, Maar - de natuurlijke

ontwikkelingsgang vraagt was anders . Uw

kind words grooter - lichamelijk en geestelijk

we gaan das straks na, het words grooter - zelfstandiger

- weldra vliegt het 't nest uit, moet het

althans kunnen . En het is noodzakelijk das vliegen

uit het nest mogelijk to maken . Vader en moeder

moeten leeren los to laten, was ze zoo gaarne wilden

vasthouden. En nu is het de kunst, zoo los to laten,

das het een vasthouden is, loslaten om vast to

houden, vasthouden door los to laten . Een vogel

stoot zijn jong het nest uit, maar leers het eerst

vliegen . Kan het vliegen, dan bekommert de oudervogel

zich niet meer om het jong . Zoo is het met

uw kind niet . Hij moet leeren uitvliegen, leeren

zelfstandig to worden . En gij moet het das leeren

ook om to behouden, ook om to binden .

Het is echter noodzakelijk u rekenschap to geven

van de verandering, welke er plaats vindt, wanneer

een kind „groot" words . Die verandering treedt

gewoonlijk in na het verlaten der lagere school .


134 HET OUDERUURTJE

Er sluit zich een periode van het kinderleven af,

het echt kinderlijke neemt een einde en een nieuw

ontwaken vangt aan : geestelijk en lichamelijk of

liever lichamelijk en geestelijk, want de lichamelijke

verandering heeft de geestelijke tot gevolg, staat

er althans in nauw verband mede . Het kinderlijke

in lichaamsbouw, in uiterlijk maakt plaats voor iets

mannelijks, iets vrouwelijks en ontwikkelt zich op

dien leeftijd sterk . Het uiterlijk, de gelaatsuitdrukking,

toont vaste trekken in tegenstelling met

het kindergelaat, dat gewoonlijk zoo weinig blijk

geeft van wat er van binnen omgaat. De groei is

krachtiger -- men spreekt ervan, dat iemand „uit

de kluiten" schiet . De stemwisseling brengt ook

meer vastheid en uitdrukking. De smack vraagt

naar wat prikkelt, denk aan rooken bij de jongens

en bij sommige meisjes, aan het aangenaam vinden

van parfum. Zoo zouden we voort kunnen gaan.

Er komt een geheele omkeering in de lichamelijke

gesteldheid. Maar deze gaat gepaard met een

geestelijke verandering . Het bewustzijn, dat in het

lichaam een verandering plaats heeft, dat men van

kind overgaat in man en vrouw, brengt ook het

besef, dat men „geen kind" meer is .

Geen kind en toch kind, daar hebt ge de moeilijkheid

van deze jaren . Het kind voelt, dat het „geen

kind" meer is en bedenkt niet, dat het toch nog

„kind" is, maar ook de ouders zijn dikwijls geneigd

het alleen maar als „kind" to beschouwen en to

vergeten, dat het toch „geen kind" meer is . De

kinderen krijgen op dezen leeftijd eigen inzicht,

toetsen de meening van vader en moeder aan die


JE RIND WORDT GROOT 135

van anderen. Was er vroeger een onbeperkt vertrouwen

in was vader en moeder zeiden, nu words

anderer meening er naast of tegenover gesteld . Er

words critiek uitgeoefend . Niet om het met vader

en moeder oneens to zijn, maar meer om uiting to

geven aan een zeker zelfstandigheidsgevoel . Niet

het minst words het openbaar op godsdienstig gebied

. Twijfel is niet altijd het juiste woord . Twijfel

onderstelt strijd, een nauwgezet overwegen . Hier

echter is het meer een niet dadelijk, eenvoudig aannemen,

zonder meer als waar erkennen van hetgeen

ouders zeggen. En dan words er nagedacht, zou dit

wel zoo zijn, kan das wel ; de twijfel, de strijd words

geboren. Leer en leven worden ten opzichte van

elkaar getoetst en wanneer deze met elkaar in strijd

blijken of schijnen, dan is het gevaar groot van een

schipbreuk op godsdienstig gebied .

Groot verschil is waar to nemen met betrekking

tot de opgroeiende jeugd van het platteland en van

de groote stad. Wel is waar is het groote verschil

door allerlei omstandigheden minder geworden,

nu het platteland meer en meer uit zijn isolement

naar voren treedt, maar toch is er nog verschil to

merken . De gevaren en moeilijkheden van het

grooter wordende kind zijn in de centra van de

beschaving, zooals de groote plaatsen wel worden

genoemd, ongetwijfeld grooter . De groote stad met

al haar middelen van vermaak en ontwikkeling,

wekt begeerten en lusten, die in den huiselijken

kring geen bevrediging meer vinden, doer kennis

maken met allerlei meeningen, die in strijd zijn

met was steeds als de meening gold in het gezin .


136 HET OUDERUURTJE

De uithuizigheid words door de omstandigheden

in de hand gewerkt en die uithuizigheid brengt

weer mee een omgang met personen, zoowel oudere

als jongere, die van invloed is op de verhoudingen

thuis . Gevaar bestaat zelfs, das het „groote" kind

een leven leidt, los van het gezin ; zijn gangen gaan

langs de familie heen, zoodat er een vervreemding

ontstaat .

Anders is het op het platteland, last ons zeggen,

in onze kleinere dorpen . De familiezin is bier

sterker, de band words meer gevoeld, de saamhoorigheid

van heel bet gezin zoo vanzelfsprekend .

De natuur met het heele natuurleven is hierbij niet

zonder invloed. Merkwaardig is ook, das de godsdienstige

afwijkingen hier minder worden aan-r

getroffen . Dit is geen gevolg van mindere ontwikkeling,

maar hangs ten nauwste samen met de

saamhoorigheid van het gezin, met het intieme van

het dorpsleven . De opvoeding, ook van de ouder

wordende kinderen levers op het dorp lang niet die

moe' 'jkheden op, welke ouders in de steden ontmoeten.

Er worden minder eischen gesteld, men

is eenvoudiger . Er words rekening gehouden niet

afleen met den kleinen kring van het gezin, maar

ook met then van de gemeenschap, die ook zoo

beperkt is, das men elkander kept . Schroom bestaat

er, om uit den band to springen, anders to doen en

to zijn en to denken dan iedereen doer en is en

denkt . Stadsjeugd en dorpsjeugd verschillen wel

heel veel en eischen daarom ook van de ouders

een verschillende opvoeding .

De zelfstandigheidszin van de jeugd words door


J E KIND WORDT GROOT 137

verschillende omstandigheden in de hand gewerkt .

In de gezinnen, waar onze jongens en meisjes, die

de school gaan verlaten, het leven ingaan en was

gaan verdienen, zij dus werkkrachten worden, die

loon thuisbrengen, is het vrijwel natuurlijk, das zij

flu ook meenen, recht van meespreken to verkrijgen

. Als Piet, (zooals ik onlangs nog weer meemaakte

in een gezin, waar men in deze tijden

moeite heeft, het hoofd boven water to houden), als

Pies van school komt en loopjongen words voor

6 gulden - per week - nu dan is Piet van kind

geworden een belangrijk lid van het gezin . Is het

wonder, das Piet nu ook meent eenige regelen to

mogen stellen, een eigen meening er op na to mogen

houden ! - Ouders gaan op deze wijze gezag en

macht verliezen . De kinderen meenen meer recht

op vrijheid to hebben, zelf hun ontspanning, gent

en lectuur to mogen kiezen, tegenover vaders en

moeders bewering de hunne to plaatsen, naar een

kerk to gaan, wanneer ze willen, de bioscoop to

bezoeken voor eigen geld en sigaretjes en snoepgoed

to koopen voor den ruimen zakduit, die moeder in

ruil geeft voor het thuisgebrachte loon . Men heeft

recht op dit alles ! De rechten, die men meent to

hebben, vragen meer aandacht dan de plichten ten

opzichte van ouders en andere leden van het gezin .

Ook in de kringen, waar van mee-verdienen voor

het gezin geen sprake is, komen die „rechten" to

berde . Er words gemeend, das de tijd van de

onmondigheid voorbij is, wanneer de lagere school

achter den rug is. De absolute afhankelijkheid,

waarin het kind ten opzichte der ouders verkeert,

I0


138 HET OUDERUURTJE

kan lang een rem zijn en dwingen binnen den band

to blijven . Maar 't is geen rem voor de gedachten,

geen rem voor het stille leven, das verborgen is voor

de ouders en heel vaak nog meet verborgen words .

Het domste, was ouders kunnen doen, is het

zwijgen op to leggen of de uiting der gedachten

onmogelijk to maken. Laat uw grooter-wordend

kind toch altijd zich tegenover u molten en kunnen

uiten, zeggen, welke vragen, welke moeilijkheden

het heeft. Vergeet niet, das het leeft in een andere

wereld, dan gij in uw jeugd. Dat het staat voor

vraagstukken, voor problemen, die gij in uw jeugd

niet kendet, die ge misschien flu nog niet kept .

Missdhien kunt gij u van verschillende van die

problemen heel gemakkelijk afmaken, door to doen,

alsof ze er niet waren, maar daarom zijn ze er wel,

althans voor uw kind, vragen, waar gij zelf aanleiding

toe geeft . Wanneer daar in den huiselijken

kring words gesproken, das vader lekker een en

ander niet eerlijk op zijn belastingbiljet heeft

ingevuld, in taken op handige manier ondeugdelij ke

waar aan den man bracht, of das moeder iemand

met een vriendelijk gezicht en uitbundige hartelijkheid

ontvangt, die zij niet kan uitstaan - dan gaat

dit niet langs het kind heen . Als het kind zegt

maar, vader, das malt u toch niet doen ; moeder,

das is toch niet eerlijk - dan kunt ge u er niet mee

afmaken door to zeggen, das het handel is, of das

de samenleving das nu eenmaal eischt. De waarheidszin

van uw kind komt er tegen in opstand .

Maar er zijn andere vraagstukken, die niet uit het

gezin, maar van buiten of op onze groote kinderen


JE KIND WORDT GROOT 139

met kracht aankomen, de vragen van menschenliefde,

van tegenstelling tusschen Christendom en

belijders, van oorlog en vrede, van militairisme en

dienstweigering, van zedelijkheid, ja was al niet

vragen, waar zij voor geplaatst worden . 0, hoe

gaarne zouden we verhinderen, das die vragen het

jonge gemoed beroeren, maar das gaat nu eenmaal

niet ; die vragen zijn er en we weten maar al to

goed, das alle profeten van het nieuwe en kampvechters

voor moderne ideeen, zich allereerst richten

tot het jonge geslacht . Die de jeugd heeft, heeft

de toekomst. De jeugd onderscheidt niet scherp in

het nieuwe het goede en het verkeerde, kan dit niet,

omdat het niet den ervaringsblik heeft op den

achtergrond flier vragen . Aan de ouderen de task,

die vragen to kennen en zich rekenschap to geven

van then achtergrond, om flan bezadigd, maar

helder en klaar, duidelijk to maken, was het antwoord

is op al die vraagstukken . Een zwijgende

houding, een botte afwijzing, een gebiedend zich

met die vragen niet op to houden is gemakkelijk,

maar daarmede zijt gij er niet of en is uw kind niet

klaar. Aan de jeugd is bijzonder eigen, de toestanden

anders to zien flan de ouderen . En flan ontwikkelen

zich radicale denkbeelden op godsdienstig, maatschappelijk

en staatkundig gebied. Wat een schrik,

wanneer ge van uw kind op godsdienstig gebied

uitingen hoort, die ge van ieder ander dan van uw

kind verwacht ! Wanneer zelfs het bestaan van

God words betwijfeld, de waarheid van den Bijbel

een vraag words. Uw kind zegt : Dat is geen godsdienst,

wanneer de belijders flit of das doen, de


140 HET OUDERUURTJE

rechtvaardigheid en de liefde Gods words aangetast.

Maar - uw kind verlangt waarheid en

eerlijkheid. Deze zijn er wel, maar uw kind ziet

joist daar, waar ze niet gevonden worden .

Wanneer uw kind op maatschappelijk gebied de

wanverhoudingen en het onrecht opmerkt en scheldt

op de „rotte" maatschappij en meent in socialisme

en communisme de oplossing van het maatschappelijk

vraagstuk to vinden, rijzen uw haren to berge

en terecht -- maar, ge zijt er niet of met to constateeren,

das dit de oplossing niet brengt . Uw kind

vraagt wat anders om overtuigd to worden, het

eischt voorlichting, kalme beredeneering ; ge zult

duidelijk moeten maken, das niet van benedenaf,

maar van bovenaf, niet van de aarde, maar van den

hemel, de verbetering moet en kan komen .

Strijdt met uw kind den strijd van kiet jonge

leven . Ge zult daarbij stuiten op allerlei moeilijkheden

en zult u zelf dikwijls moeten overwinnen .

Ge zult moeten zwijgen, wanneer ge, o, zoo gaarne

in toorn zoudt willen spreken . Ge zult moeten

spreken, wanneer ge liever zoudt zwijgen, omdat

het spreken zoo moeilijk valt, daar ge eerlijk zult

moeten erkennen, das de voelhorens van uw kind

wel goed werkten en de dingen joist waren gezien .

Stour uw kind nooit met een kluitje in het net .

Erken, was niet goed is, maar mask ook duidelijk,

hoe uw hooding tegenover de vraagstukken niet in

strijd is met de waarheid .

Maar daar zijn nog andere dingen, waarop we

moeten letten . Die moeilijke leeftijd is in nog ander

opzicht een tijd van zorg . Het eene kind is niet


JE KIND WORDT GROOT 141

gelijk aan het andere . Dat brengt de groote moeili jkheid

bij de bespreking van opvoedkundige onderwerpen

en kieeft de uitgebreidheid ten gevolg .

Algemeene regels stellen voor de opvoeding ook in

een bepaalden leeftijd is onmogelijk. Ook hier : het

eene kind uit zich, is zelf s nu en dan luidruchtig,

het hart ligt hem op de tong - en het ander words,

juist in dezen leeftijd, stiller, teruggetrokken, eenzelvig

. Sours leeft hetzelfde kind nu eens in de

eene periode, dan weer in de andere, flu eens is

het uitgelaten, dan weer in den put . De uitgelaten

kinderen maken het ons wel eens lastig, met hun

vragen, zoowel als met hun pret, maar de eenzelvige,

teruggetrokkene baren ons wel eens zorg .

Zij trekken zich gaarne terug op hun kamertje our

to werken, maar ook our to mijmeren, to droomen .

Levensraadselen willen ze daar oplossen . Ze

mijmeren over alles en nog was, over verhoudingen,

over het hoe en waarom van levensvraagstukken,

over tijd en eeuwigheid, over vader en moeder,

broers en zusters, over school, over leeraren en

leeraressen, over dieren en planten, hoe het leven

gewekt words, was de dood is, over het hiernamaals,

over de rechtvaardigheid Gods . - En bij mijmeren

blijft het niet . Opgeschreven worden die droomen

en die overleggingen, in proza en poezie words

getracht vast to leggen, was in die stille uren in de

gedachten opkwam . Een kenmerkend verschijnsel

is het bijhouden van een dagboek . 0, werden die

dagboeken eens gepubliceerd, was zou er een

nieuwe kijk komen op dezen moeilijken leeftijd . was

is er door die jonge menschen sours doorleefd,


142 HET OUDERUURTJE

waar de naaste omgeving nets van wist . Het is

begrijpelijk, dat dagboeken een zeer persoonlijk

karakter dragen en het net aangaat een dagboek,

dat men vindt to beschouwen als gemeen goed . Is

het bijhouden van een dagboek to veroordeelen ?

Niemand zal dit beweren . Even goed als een oudere

zielsstemmingen neerschrijft, kan ook een jongere

dit doen. Een dagboek dwingt tot een zich rekenschap

geven van de werkelijkheid . Een dagboek is

persoonlijk eigendom en vader en moeder mogen,

maar moeten dan ook inbreuk op dit persoonlij ke

maken, wanneer daar een gegronde vrees bestaat,

dat het kind lijdt, het moeilijk heeft ten gevolge

van iets, aan de ouders onbekend, maar zeker in

het dagboek to vinden . - Dagboeken zijn echter

dikwijls vol van allerlei sentimenteele uitingen, op

het ziekelijke af, sours onschuldig, sours gevaarlijk,

omdat ze blijk geven van een zich laten gaan tot het

wanhopige toe . Wat is later aan den dag gekomen,

hoe zoo'n kind, al was het een „groot" kind, heeft

geworsteld en geleden, hoe het alleen aan zichzelf

had beleden, wat het leed, in plaats van met de

zorgen tot vader en moeder, tot God to gaan . Het

dagboek openbaart het zieleleven, dat als regel

verborgen is voor vader en moeder . Voor het ouderhart

is het pijnhjk, dat op dezen leeftijd het innerlijk

leven der kinderen zoo dikwijls voor hen een

gesloten boek is . Anderen, onderwijzers, leeraars,

jeugdleiders zijn sours beter op de hoogte van wat

er woelt en warrelt en bruist, dan die het dichtst

bij den jongen of het meisje leven . Dat is wel eens

pijnlijk, dat valt net to ontkennen .De moeilijke


JE KIND WORDT GROOT 143

jaren voor uw kinderen, zijn ook uw moeilijke jaren!

Moeilijk zijn ze voor u, omdat ge de dingen to

zwaar opneemt. Als uw jongen thuis to veel praatjes

heeft, doordraaft en ideeen verkondigt, die de uwe

niet zijn, prikkel hem dan niet door uw felle, vernietigende

tegenspraak, maar last hem zijn gang

maar gaan en wacht het juiste oogenblik om rustig

uw meening to zeggen . De wijze kept zijn tijd !

Als uw dochter dweept met een leerares of leeraar,

in alles tracht een imitatie to wezen, dit „do1" vindt

of das „zalig", laat das maar gaan ! Het een en het

ander komt wel weer terecht . Ouders maken `zich

over de afwijkingen, de eigenaardigheden van dezen

leeftijd meer zorgen, dan noodig is . Minstens 90 %

van al das bijzondere, das u met zorg vervult, komt

vanzelf weer terecht - miss - ja miss, uw liefde,

uw toewijding niet vermindert . „Vader" moet

„vader" blijven in den vollen zin en de voile beteekenis

van het woord, en „moeder" „moeder" .

De eigenaardigheden, de moeilijkheden van uw

kind, mogen geen aanleiding wezen, de liefde to

doen verkoelen . En das gevaar bestaat . Gij moet

voor uw kind dezelfde blijven en het omringen met

hartelijke, teedere liefde . Deze moeilijke leeftijd

vraagt meer van u, dan toen uw kind jonger was .

Gij moet nu dikwijis opvoeden, terwijl er tegenwerkende

factoren zijn . Uw wijze van opvoeding

moet een andere zijn, maar uw uitgangspunt en uw

doel zijn dezelfde . Hierin moogt ge niet afwijken

van de beloften bij den Doop afgelegd . Die belofte

gelds tot de opvoedingstaak is beeindigd 'en das is

niet, wanner uw kind „groot" words, maar wanner


44

HET OUDERUURTJE

het „groot" is . Die opvoedingstaak, joist waar het

't voornaamste is, de vorming van gemoed en

karakter in die noeilijke jaren, mag niet uit handen

worden gegeven. Uitgangspunt is : het kind van

God ontvangen -- doel is : het op to voeden tot

een kind van God, het mee to geven voor het leven

den zegen van het leven met en tot God . -- Wij

hebben onze kinderen tot zelfstandigheid op to

voeden. De zelfstandigheid, waarvan we straks

spraken, moet in de goede banen worden geleid en

geregeld . Er zijn ouders, die hun onder wordende

kinderen nog maar steeds klein willen houden,

onmondig, ze voor veel to jong vinden, zoowel

voor het zelfstandig verrichten van werkzaamheden,

reizen, enz, als voor de bespreking van verschillende

vraagstukken. Het is een four, de ontwikkeling van

dien zelfstandigheidszin to trachten tegen to houden,

integendeel ze moet worden aangewakkerd . Onze

kinderen moeten toegerust worden met practischen

zin, zoo, das ze onafhankelijk worden in het practische

leven, en met slagvaardigheid, zoo, das ze

een wederwoord hebben, wanneer heilige en teere

beginselen worden aangerand . Ook zij moeten, naar

de mate van hun leeftijd, een passende wapenrusting

ontvangen, een wapenrusting om den strijd

om het bestaan to voeren, zich een plaats to veroveren

in de maatschappij, maar ook een wapenrusting

om den geestelijken strijd to voeren tegen

alle machten, welke onder den schijn van recht en

waarheid en wetenschap, meeningen op de marks

van het leven brengen, welke indruischen tegen

was onder ons volkomen zekerheid heeft . Wanneer


)E RIND WORDT GROOT 145

onze groote kinderen straks staan in hat voile leven,

kunnen zij die sterke wapenrusting niet missen .

Zeker we zullen ze leeren, das hat arsenaal Gods

Woord is en das daarin voor iedere moeilijkheid,

voor iederen strijd hat wapen is to vinden -- maar

we moeten ze leeren in das tuighuis den wag to

vinden en die wapenen to gebruiken. Ze moeten

ook leeren den strijd to zien, opdat zij niet reeds

geslagen zij n, voor ze den vij and zagen . En dit zou

hat geval zijn, wanneer we ze als kleine kinderen

verre willen houden van iederen strijd . Leer ze met

hun Bijbel vertrouwd worden . Dit is ook een

wapen tegen sentimentaliteit en melancholia, ziekelijke

uitwassen van een zich terugtrekkende, mijmerende

geest. Frisch moeten onze jongens en

meisjes blijven. Padvinderij, Driehoeksbeweging,

enz, onder goede leiding en in den geest van hat

gezin, kan terughouden van een zich later op en

near deinen op gevoelsindrukken . Ze ontwikkelen

practischen zin en houden hart en hoofd frisch . Ons

kind das groot words, moat niet klein worden gehouden,

maar mag ook niet als een oud-mannetje

en oud-vrouwtje worden opgevoed . Het moat tegen

geestelijken tocht kunnen en daarvoor gestaald

worden. Denkt er om, das uw opvoedingstaak

weldra ten einde is en das uw kind juist in de

moeilijke jaren u nog zoo hoog noodig heeft . Dat

juist de geestelijke vorming van de jeugd in den

tegenwoordigen tijd, waarover ik een volgend maal

hoop uit to weiden, in daze jaren bijzondere

eischen stelt, eischen van tact, van zelfverloochening,

van toewijding, van ernst, van liefde . Eischen,


146 HET OUDERUURTJE

waaraan ge niet beantwoorden kunt, wanneer ge

niet voortdurend uwe knieen buigt en wijsheid

van Boven ontvangt . Er hangs zoo ontzettend veel

van af, of ons kind, das „groot" words, leers den

weg alleen of met God to gaan ; in eigen kracht

den levensstrij d to strij den of in Gods kracht ; bij

eigen licht de levensvragen to bezien of bij de

lamp van Gods Woord . v. H .

XI. HET MEEWERKEN VAN KINDEREN

IN DE MODERNS HUISHOUDING

I6yG1

K ben daar een erge voorstander van,

van dit meewerken van onze kinderen

in het huishouden . Vooral om de kinderen,

maar ook wel om de moeder . Ik

heb zelf indertijd zoo buitengewoon veel geprofiteerd

van das meewerken, das ik het aan alle kinderen

gun . Ik was de oudste van een groot gezin . En het

zat er niet aan een dienstmeisje to houden, al waren

die toen nog niet zoo duur . Het eenige, was kon,

das was ereis een waschvrouw en ook wel eens een

werkvrouw op Zaterdag, maar das was altijd maar

voor een tij d en das was dan altijd onze baker . En dan

kwam er in then tijd ook altijd weer een broertje

of een zusje. Ja, de dingen kunnen raar samen

loopen. En moeder was dan ook juist altijd ziek .

Maar als moeder weer beter was, dan ging de baker

weer weg, een paar keer kwam ze nog wasschen,

maar Zaterdags kwam ze misschien nog een halven


KINDEREN IN DE MODERNS HUISHOUDING '47

dag . En de rest knapten we samen op . Het best

weet ik nog, dat ik schuurde . Droogschuren leek

me beter dan natschuren. Als je ging droogschuren

haalde je eerst een halven stuiver blauwsteen bij

Van Garsten in den drogistenkelder op de Westerstraat

en een pak krijt . Dat kostte twee centers . En

dan tong je naar huffs, deed een beetje blauwsteen

op een schote tie, met wat water . En dan smeerde

je met een lapje dat mengsel op je moeders kopergoed.

We hadden nogal wat moois : een koperen

blaker, een koperen zwavelstokkenbakje, een koperen

doofpot, de pot van rood koper, die moest je

met roodaarde poetsen, en pooten, deksel, hengsel

van gee! koper, dan hadden we een koperen

schuimspaan -- al de gaatjes schoonmaken na het

poetsen --, twee koperen plankjes zeiden we - het

waren plankjes met koperen plaatjes er op voor de

warme schalen en schotels -- een koperen tang,

een koffiemolen - dat was heel subtiel werk, want

daar mocht geen kruimeltje blauwsteen in raken

en nog een plating - zeiden we - reflector . Waar

die voor diende, is mij nooit recht duidelijk geweest.

Dan moest je elk stuk met blauwsteenpap insmeren

en net zoo lang wrijven, tot je blaker en je

zwavelstokkenbak blonken als een vertinde hondeneus

in den maneschijn, ja nog mooier . Vooral de

randjes moesten goed uitgewreven . En dan had

je op een ander schoteltje wat krijt en een schooners

doek. En daarmee moest je dan het heele geval

netjes nawrijven. Maar er mocht geen knit op

bhwen utters . a


148 HET OUDERUURTJE

Jong, het was zoo mooi. Later heb ik wel eens

gezegd : ,,Mensch ruim dien rommel toch op . Je

gebruikt het nooit . En elke week geeft het maar

werk ." Maar toen was ik to wijs geworden . Toen

ik schuurde, genoot ik elke week van mijn mooie

glimmende koper. En nu kan ik heel goed begrijpen,

dat mijn goede moeder ook van haar kopergoed

hield . Dat heb ik zeker uit mijn jeugd overgehouden,

Ik voel er nog veel voor .

Dan moest ik ook wel eens natschuren. Maar

dat deed ik niet graag. Daar ging je hand wel eens

van kapot . En dat deed moeder dan ook in den

regel zelf evenals de zinken plaat met zand en

mosterd en azijn . Maar sours had ze „een been in

haar knie", dan kon ze niet bukken, dat was meestal

zoowat omstreeks den tijd, dat de baker begon

zaterdagsmiddags een handje to helpen . En dan

mocht ik het wel eens doen . Het was een heel stuk

werk, maar als het gedaan was, blonk hij als zilver .

En ik was zoo grootsch als een aap .

En schoenen poetsen. Maar dat deed ik aheen

op Zaterdag ook voor anderen . Voor me zelf moest

ik het iederen dag doen, maar dat ging wel eens

„met een Franschen slag", zooals moeder zei.

Dan was er nog stof afnemen, meubels wrijven,

kopjes wasschen . Maar dat was meer het terrein

van mijn oudste zuster . Dan waren er nog de boodschappen

to doen . Ik weet het lijstje nog : 'n half

pond koffie, een half ons gebrande stroop, een half

pond suiker, een pond zeep, een pond droogwater

zoo noemden we toen de soda -- een half pond

gedroogde appelen . En dan varieerde het wel eens,


KINDEREN IN DE MODERNS HUISHOUDING '49

maar dan was ik ook altijd aan het eind van mijn

rij tje en dan moest ik mij bedenken . Want opschrijven

deden we de boodschappen niet . Die

moest ik maar onthouden . Of ik wou ze onthouden,

dat weet ik niet . Maar ik heb met die boodschappendoenerij

geleerd de dingen to onthouden en uit

mijn hoofd to rekenen .

En dan was er nog wat, dat we doen mochten .

Aardappelen en wortelen krabben, appels en peren

schillen (niet to dik !), tuinboonen en doperwten

doppen (en oppassen, dat er geen wormpjes bij

kwamen) .

Of ik nog meer gedaan heb, weet ik niet . Spercieboonen

en snijboonen afhalen gebeurde alleen in

den inmaaktij d en dan was er zooveel to doen en

werd ik altijd zoo vervelend van die weee spercieboonenlucht,

dat ik blij was, als de boel in 't vat

zat, net zoo blij als mijn moeder .

En ik ben nog blij, dat mijn moeder zich niet

gestoord heeft aan den raad van verstandige menschen,

die vroegen, ,,of dat nou jongenswerk was?"

Jongenswerk of niet . Ik heb er handigheid door

gekregen .

Ik moet nog even over dat veroordeelen door

middel van een naam spreken . Er zijn zoovele

menschen, die er heel gauw mee klaar staan om

iemand een etiketje op zijn rug to plakken en dan

kwaad to spreken van den naam, dien ze hem op

den rug geplakt hebben . Als je nou vraagt, wat

jongenswerk en wat meisjeswerk is, dan kun je

immers geen antwoord geven . Naaien en breien

heet meisjeswerk . Maar als onze dames nu eens een


150

HET OUDERUURTJE

japon of een mantel goed gemaakt willen hebben,

dan gaan ze niet naar de naaister maar naar den

kleermaker. En de herder breit . De vrouw des

huizes kooks en koken is meisjeswerk, maar als we

flu eens lekker willen eten, dan komen we bij den

kok terecht . En de vrouw, die het ook zoo goed

beweert to kunnen als een kok, die moemt zich

kokin . Kom menschen, alle goed werk is goed voor

alien en we hoeven ons heusch niet to geneeren, als

we onze jongens ook zoogenaamd meisjeswerk laten

doen, d, w, z, moeder een handje in het huishouden

laten helpen . Er zijn nog andere etiketjes, die de

menschen mekaar graag opplakken ; das zijn de

godsdienstige etiketjes, maar daar spreken we nu

niet over. Anders zou ik u vertellen van den man,

die van zijn dominee zei : „Kijk eens : hier - en hij

wees naar links - heb je de godloochenaars - en

aan dien kant - met een gebaar rechts - de

antinomianen . En daar gaat hij - met een gebaar

vlak voor zich uit met den rechterarm - nou

midden tusschen door, maar hij wijkt een iet of

was naar rechts of !" Zie zoo, nu heb ik het toch

verteld . En het etiketje zit . En de man is geoordeeld .

Net als bij de verstandige raadgeefster : Dat is

meisjeswerk . Dat mag de jongen niet doen .

Natuurlijk mocht ik ook zoogenaamd jongenswerk

doen : een spijker slaan, een schroef indraaien,

een stuk hour afzagen, turf hakken en

hour en nog meer.

Of ik niet wel eens was bedorven heb . Natuurlijk

en dan paste ik een volgende maal beter op . Of ik


BINDEREN IN DE MODERNS HUISHOUDING 151

me met eens op mijn duim geslagen of in mijn

vinger gesneden heb ? Natuurlijk, maar das ging

over. En ik ben er geen een keer dood van gegaan.

En mijn moeder had het gelukkig druk genoeg,

das ze nooit hoefde to zeggen : „Last mij het maar

doen, dan gaat het gauwer ."

Laat de kinderen het maar doen . Ze krijgen er

handigheid door .

Dat gelds ook voor het onderhouden van de

kleeren, voor kiet opvouwen van de wasch, voor het

aanzetten van knoopjes en bandjes, voor het

wasschen van blouses en nog een heeleboel dingen

meer . Voor het helpen van de kleintjes, 's morgens

wasschen en aankleeden . Is das ook geen task en

plicht van de moeder, das ze haar meisjes leers met

kinderen om to gaan en ze to helpen? Wie zal het

ze anders leeren ? Kinderverzorging gaan ze niet

leeren, als ze op kantoor zijn of in de fabriek of in

den winkel . Als ze straks aan het beminnen geslagen

zijn en over hun eigen huishouden meer

concreet gaan denken, dan willen ze nog wel eens

naar een kookcursus ; maar een cursus voor kinderverzorging,

daar gaan ze maar zelden heen. Die

moedercursussen worden maar zeer weinig door

aanstaande huisvrouwen bezocht . Ze willen er wel

eens heengaan, onze jonge vrouwen, als ze zelf een

kind verwachten . Maar dan zijn het er toch ook

maar weinig . En in den regel zijn das dan nog de

vrouwen, die zelf in huffs was hebben leeren zien

en begrijpen van de moeilijkheden der kinderverzorging.

Gelukkig words er langzamerhand

meer gebruik gemaakt van de zuigelingeninrich-


152

HET OUDERUURTJE

tingen, waar den moeders geleerd words, hoe ze haar

kleine kindje moeten behandelen . Maar waarom

kunnen ze thuis al niet vast was er van leeren ?

Juist das worden de beste moeders, die in hun jeugd

voor kleine broertjes en zusjes hebben leeren

zorgen .

En dan komt het koken . Dat is altijd een moeilijk

ding geweest, omdat das moet gebeuren door

grootere kinderen . En omdat het eten op tafel moet

komen, als de kinderen uit school komen . Dat

kunnen de kinderen in den regel niet doers . Ten

minste niet op Maandag, Dinsdag, Donderdag en

Vrijdag. Maar wel op zondag en ook wel was op

Woensdag en zaterdag, omdat dit halve schooldagen

zijn . Words het middagmaal gebruikt om een uur

ongeveer, dan vallen Woensdag en zaterdag ook

uit en blijft alleen de zondag over . Maar dit is juist

een heel goede dag voor hulp in de huishouding .

Gewoonlij k zal een deel van het kookwerk al wel

den dag to voren zijn geschied, zoodat er maar

kleine eenvoudige karweitjes voor den zondag

overschieten . Meestal bestaat het werk op zondag

in weer warm makers en was bijkoken . Misschien

words er een biefstuk gebakken, omdat das gemakkelijk

en feestelijk is . Daarmee kan de bakster

dan beginners . Verder is er groente, die niet veel

tijd eischt, omdat ze den vorigen dag al schoongemaakt

en misschien ook afgekookt is . Die moet

dan even nastoven . Ook al niet moeilijk . 1k weet

natuurlijk niet al de geheimen van de keuken op

zondag, maar wel weer 1k, das mijn meisjes successievelijk

daar begonnen zijn to koken . Mijn vrouw


KINDEREN IN DE MODERNS HUISHOUDING '53

moest dat wel doen, omdat al die kinderen buiten

het huishouden stonden en to leeren hadden overdag

. Maar als het noodig is, kan ze flu gerust het

werk aan hen overlaten. 0 ja, we hebben wel eens

misere gehad. Een van de meisjes had de rijst in

de hooikist gezet, zooals ze dacht, maar toen ze de

rijst zou opdoen, bleek ze de rijst in het water to

hebben vergeten. En mochten we zonder ons gewone

nagerecht van tafel . Een andermaal - het

was in den oorlog en we hadden getapte melk

gekregen, waarvan we pap konden koken - kieeft

een van de dames zich vergist en soda in de pap

gekookt inplaats van zout . Op haar trouwdag is ze

door haar liefhebbende broers herinnerd aan de

episode van de pin-pap . Pin was de ersatz-soda, die

ze ons voor zout had opgediend. De pin-pap smaakte

net naar kippensoep, zei ze, maar we hebben ze

niet genuttigd . 't Eten is ook wel eens aangebrand,

maar welke getrouwde man heeft zoo'n ongelukje

ook niet eens met zijn eigen vrouw geleden ? Die

jonge vrouwen gooien er dan bovendien nog een

groote handvol zout in, om to laten zien, dat ze toch

zooveel van hun man houden . Men zegt immers,

dat de keukenmeid verliefd is, als ze het eten to

zout maakt . Welnu „verliefd" zijn mijn dochters

ook wel eens geweest, maar ze hebben toch langzamerhand

de zoutmaat wel beetgekregen .

En de jongens ? Ja, dat is gek, maar een paar van

de jongens kokkerellen net zoo graag als de meisjes .

Dat kan wel komen, doordat ze of en toe zijn gaan

kampeeren . Als ze zelf voor hun maaltijd en voor

dien van hun kampgenooten moeten zorgen, dan

II


'54

HET OUDERUURTJE

willen ze wel graag was wijsheid bij moeder in de

keuken opdoen . En dan moeten we das ook maar

goedkeuren . Vroeger toen men zoo precies wist,

was mannen- en was vrouwenwerk was, werden de

jongens de keuken uitgejaagd . Ze werden Jan Hen

genoemd en Keukenpiet . Tegenwoordig denken

we daar was anders over. Gelukkig maar ! En onze

jongens, die er steeds op uittrekken, in een tent

slapen, zelf hun zaakjes opknappen, in de natuur

leven en heusch geen Janhennerigheid of Keukenpieterigheid

vertoonen, maar funk en ferm hun

handen uit de moues kunnen steken, die geneeren

zich niet, om ook to koken en to bakken en to braden

en iets van de geheimen van de edele kokskunst to

leeren, Waarom ter wereld zouden ze zich daarvoor

geneeren ? Laten ze maar zich schrap zetten tegen

de etiketjesplakkerij . Daar zullen ze later nog wel

genoeg mee to doen krijgen . Ook in dit opzicht is

het voor onze jongens goed, n .l, das ze was valsche

schaamte leeren overwinnen . Ik las dezer dagen

nog in het prachtige boek van Nine van Hichtum

Afke's tiental van een van de jongens, die de kachel

poetste voor zijn moeder, maar om de maan niet

zou gewild hebben, das een ander het zag . Ik kan

das zoo goed begrijpen van zulke jongens . Maar

last ze er zich maar overheen helpen . De Samaritaan

was ook geen voddenraper en hij hief het stukje

ellende, waar de priester en de levies een omweg

voor gemaakt hadden, omdat het onrein was,

op zijn beest, omdat het zijn naaste was, of liever,

omdat hij er de naaste van was . Zonder vrees voor

een mal f iguur en zonder schroom voor de of keuring


KINDEREN IN DE MODERNS HUISHOUDING '55

van zijn omgeving en zonder zich to bekommeren

om het stile schouderophalen van den herbergier,

toen hij zooveel geld uitgaf voor een Jood ,

Kom, onze jongens moeten zich niet geneeren

voor het goede . En ze moeten maling krijgen aan

de etiketjes .

Ik wil nog was vertellen van een van mijn goede

kennissen, bij wien het : „Helps u zelf" in zijn

groote gezin regel was . In den grooten griep-tijd

werd zijn heele gezin door de ziekte aangetast .

Allemaal, de dienstbode in kluis, lagen ze met hooge

koorts . Hulp was niet to krijgen . Het was inderdaad

een heel moeilijk geval . In het begin hadden de

niet aangetasten, zoo lang als ze konden, geholpen,

maar ze waren flu allemaal ziek, voordat er een weer

begon op to knappen . De oudste zoon, die in Leiden

studeerde, had zeker op de een of andere manier

gehoord, hoe het gezin in moeilijkheid was en

meneer de candidaat kwam direct over naar zijn

vader en moeder, trok een oud pakje aan en begon

de zieken to verzorgen, was eten to koken en voor

allerlei uishoudelijke dingen to zorgen. En deed

das, tot men zich weer kon helpen. Gelukkig, das

in dit huishouden van dezen tijd, dit moderne huishouden,

de moeder - en ook de vader, al was die

er flu niet zoo direct bij betrokken geweest

begrepen hadden, das het voor de opvoeding van

hun kinderen, voor de ontwikkeling tot handige

menschen noodig en goed was, das ze in het gezin

in allerlei werkzaamheden de handen leerden uitsteken.

Vooral voor onze stadskinderen is das van

belang . Het plattelandskind vindt buiten de huis-


156

houding in stal en schuur, op veld en wei genoeg

gelegenheid om een paar flinke handen to krijgen .

Maar onze jongens en meisjes in de stad hebben het

dringend noodig, dat amen ook hier in dit opzicht

zich bewust is en blijft van zijn task : de opvoeding

der kinderen tot menschen Gods tot alle goed werk

volmaaktelijk toegerust . D .

XII .

HET OUDERUURTJE

GEZAG EN VRIJHEID BIJ DE

OPVOEDING

EZAG en vrijheid twee begrippen, zoo

op het eerste gezicht tegenstrijdig -willen

we thans in betrekking tot de

opvoeding brengen .

Wij, Nederlanders, zijn menschen van de vrijheid.

Dat zit ons in het bloed . Daar staan we voor

bekend. De 80-jarige oorlog werkt nog na . Die aan

onze vrijheid komt, toonen we de tanden . Heel het

maatschappelijk en geestelijk leven van ons yolk

staat nog in het teeken van de vrijheid, van het

streven naar onafhankelijkheid, vrij zich bewegen,

eigen meester zijn en niemands knecht . Op godsdienstig

en algemeen geestelijk gebied, vrijheid om

to doen en to laten, to denken en to schrijven, wat

men wil . En 't zit er sours al heel vroeg bij de jeugd

in, waarbij zelfs onze straatjongens worden gesteund

door ouderen. We hebben alien wei eens een straatscene

bijgewoond, waar de politie aan moest to pas

komen en dan de meeste moeite had met het


GEZAG EN VRIJHEID BIJ DE OPVOEDING '57

publiek, das partij koos voor een ondeugenden

jongen, die tot de orde moest worden geroepen .

Zelfs levers de arrestatie van een dronken man vaak

moeilijkheid, omdat Jan Publiek meent, das het

recht van iemand our „dronken" to zijn, niet aangetast

mag worden .

Ja, de vrijheid zit ons wel in het bloed . Maar

't words sours to bar, de uitingen op de publieke

straat, zoowel als in besloten vergaderingen en in

de pers, gaan sommigen to ver en dan hoort men

de klacht, das alles maar mag . 't Is ook zoo, das

voor velen de „vrijheid" gelijk staat met „losbandigheid".

De reactie is natuurlijk, das gevraagd

words naar „gezag". Gezag, das zich last gelden

op de straat, bij de overheid, in het publieke leven,

in de school, bij de opvoeding . Ook op het kerkelijk

terrein words de zucht wel eens geslaakt : „och,

was er maar was meer gezag, dan zou de vrijheid

niet leiden tot die vreeselijke versnippering en

verdeeldheid ." Op maatschappelijk terrein worden

in deze dagen allerlei bonden van ouderen en

jongeren opgericht, die bedoelen een strenger gezag

uit to oefenen en krachtig op to treden tegen de

vrijheid van communisten en anderen, die den staat

wagen aan de vrijheidsgedachte .

En inderdaad : het is noodig, das tegen de uitwassen

van de vrijheidsidee words stelling genomen .

De vrijheid, welke zonder gezag zich tracht to

ontwikkelen, words losbandigheid . De ware vrijheid

is vrij, omdat zij zich ten slotte door gezag gebonden

weet . Gezag en vrijheid staan niet vijandig tegenover

elkaar . Integendeel ware vrijheid is pas


158 HET OUDERUURTJE

mogelijk, wanner „gezag" tot vrijheid heeft opgeleid,

De opvoeding moet zoo zijn, das steeds

minder de invloed van het gezag words gemerkt

en steeds meer de vrijheid tot haar recht komt .

Een opvoeding zonder gezag is niet mogelijk.

Die meent, das het beginsel van de vrijheid in de

opvoeding leiding moet geven, dat we met de

vrijheid er zullen komen, komt bedrogen nit . Hebt

ge wel eens de resultaten gezien van zoo'n vrij e

opvoeding, waarbij aan kinderen de meest mogelijke

vrijheid werd gelaten ? De resultaten, niet alleen

op godsdienstig gebied, maar ook in het gewone

leven, zijn treurig. De vrijheid leidt tot losbandigheid,

tot een doen en laten, was men wil, zonder

zich to storen aan anderen, zonder to vragen, of

men de ouders ook pun doer, op het hart traps .

Gezag moet er zijn, kinderen moeten een wil, een

macht boven zich weten, moeten geleid worden

naar vaste lijnen . - Maar nu ga ik eerst terug tot

de ouders zelf . Die gezag wil uitoefenen, moet zich

zelf strenge eischen stellen . Die tucht uitoefent,

moet zichzelf onder de tucht stellen . Een vader,

die zijn gezag wil doen gelden, moet een man zijn

van woorden en daden, van leering en voorbeeld .

Willen we, das van ons invloed uitgaat, dan moeten

woorden en daden, leer en leven een eenheid

vormen . Onze kinderen moeten nooit kunnen zeggen,

ndch van ouders, noch van andere opvoeders,

das het leven in tegenspraak was met geboden en

voorschriften . De opvoedkundige task is een zeer

verantwoordelijke en door ons leven kunnen we

al onze woorden waardeloos maken, a


GEZAG EN VRIJHEID BIJ DE OPVOEDING '59

't Is onzin to beweren, das het prive-leven van

een onderwijzer bijv. niets to maken heeft met zijn

task als onderwijzer . En zoo is het met ouders

precies hetzelfde . Laat uw kind nooit behoeven to

zeggen : „vader heeft me dit of das wel geboden

of verboden, maar zelf stoorde hid zich daar ook

niet aan ." Beter is, das uw kind later moet getuigen

vader was wel streng, misschien to streng, maar

hij was ook streng voor zichzelf, legde mij geen

plichten op, waaraan hij zichzelf onttrok .

Ten slotte zal ons leven, hoe we ons zelf tegenover

de dingen stellen, van veel grooter beteekenis

zijn voor de opvoeding onzer kinderen, dan onze

woorden. We hebben to verstaan, das ons recht

om gezag uit to oefenen, afgeleid is, ontleend is aan

het gezag, waar we ons zelf onder geplaatst hebben .

Dat recht hangs samen met ons ouderschap, maar

is aan strenge eischen gebonden ; sluit willekeur uit,

vraagt voortdurend een zelfonderzoek naar de

wijze, waarop das recht moet worden uitgeoefend .

Het ouderlijk gezag words echter niet door ieder

erkend . Er is beweerd, das het kind recht heeft op

vrije ontwikkeling en al heeft de praktijk aange~

toond, das de theorieen van de „rechten van een

kind", leiden tot uitwassen, toch wil men nog

telkens uitgaan van de gedachte, das al was de

natuur doer, goed is, en das men dus in de opvoeding

slechts de natuur heeft to laten werken,

de natuurlijke ontwikkeling heeft to volgen . Vooral

die natuur niet dwingen . Wel trachten to leiden,

maar niet door dwang, alleen een opwekking tot een

vrijwillig medewerken . Dat woord „gehoorzamen"


HET OUDERUURTJE

moest, zoo words gezegd, niet bestaan, want das

houdt in, een zich onderwerpen aan den wil van

een ander. Men gaat hier natuurlijk uit van het

zeer verkeerde uitgangspunt, alsof de menschelijke

natuur goed zou zijn .

Anderen erkennen, das men er met zoo'n absolute

vrijheid niet komt ; das er geen karakters, geen

krachtige menschen gevormd worden, wanneer het

kind nimmer in aanraking kwam met minder aangename

gewaarwordingen en steeds zijn zin kan

volgen en doen en laten, was het wil . Maar - dan

vooral geen dwingende leiding, vooral geen opgelegde

stellen, het aantrekkelijk maken . Het gezag

laten gelden en het gebod to doen opvolgen die

eisch zou opstandige naturen kweeken !

Tegen dergelijke theorieen moeten wij in ons

ouderuurtje krachtig stelling nemen . En dan gaan

we niet na, waartoe dergelijke theorieen leiden en

gaan we niet wijzen op allerlei gevallen, waar die

vrije opvoeding voerde tot mislukking, tot verwoeste

levens, omdat de vrijheid inderdaad bandeloosheid,

losbandigheid werd. We behoeven niet op de

gevolgen to wijzen, omdat die natuurlijk niet goed

zijn, daar het uitgangspunt verkeerd is . Er words

uitgegaan van de valsche veronderstelling, das de

ziel van het pasgeboren kind een onbeschreven, een

onbevlekt stuk blank papier gelijk is, en helaas

zij, die Gods Woord kennen, al is het ook oppervlakkig,

weten, das eenmaal de menschelijke natuur,

zooals ze door God geschapen was, goed was, dock

na het onloochenbare feit van de Paradijszonde, een

gevallen en bedorven natuur is . Ieder, die kinderen


GEZ,AG EN VRIJHEID BIJ DE OPVOEDING I6I

heeft op to voeden, moet met dit feit ten zeerste

rekenen. We hebben er ons rekenschap van to

geven, dat onze kinderen in zonde ontvangen en

geboren zijn, dat zij, evenals wij, geneigd zijn tot

alle kwaad . Dat ze een natuur hebben, die van zelf

niet den goeden kant maar den kwaden kant uit wil .

We hebben het ten slotte niet in onze macht, die

natuur, dien wil to buigen . Dat kan ten slotte maar

Een, die de harten der menschen leidt als waterbeken,

de harten, waaruit de uitgangen des levens

zijn. Maar ook de leiding, de buiging van den wil,

gaat middellijk . En in de eerste plaats zijn ouders

geroepen tot die leiding, ouders zijn de natuurlijke

organen tot vorming van het geheele wezen van den

toekomstigen mensch, den mensch, die straks zelfstandig

in voile vrijheid heeft to handelen .

Hebben kinderen zelf behoefte aan zoo'n leiding

of, wanneer ze kiezen konden, zouden ze dan de

vrijheid begeeren ? Ik geloof, dat het getal wel heel

klein is, dat geen gezag begeert, al geeft het zich

daar geen rekenschap van . 't Is maar een enkele,

die op kinderlijke wijze, de touwen wil breken en

de banden van zich wil werpen . Tenslotte zegent

het den dag, waarop het iemand ontmoet, die krachtig

genoeg is „gezag" uit to oefenen . Die kinderen

zijn er, die geen gezag willen erkennen, leven in

een vrij gevochten land, doen en laten, wat ze

willen, niet hooren naar vader en moeder, op school

een voortdurenden strijd voeren met de macht in de

school 't zijn in den regel krachtige naturen, die

in de grille jeugd ontzien werden, toegegeven, verwend,

later lastig werden genoemd, onhandelbaar .


162 HET OUDERUURTJE

Alleen wanneer zij op hun weg een sterkere natuur

ontmoeten, dan words er sours een bittere strijd

gestreden -- maar ze hebben hun man gevonden,

voor wien ze de oogen hebben neer to slaan . Dat

gaat wel even met gebalde vuist, met een knersen

van de tanden, maar ze moeten rich gewonnen

geven en ze aanvaarden dan ook de leiding . Bewust

of onbewust words de leiding gevolgd en gaandeweg

words met struikelen en opstaan bereikt, was noodig

was our als karakter, als persoonlijkheid een plaats

in to nemen .

Dit zijn slechts enkele gevallen . Verreweg de

meeste kinderen buigen rich niet alleen onder het

gezag, maar doen dit gewillig, ja voelen rich veilig

onder het gezag. Trouwens de groote meerderheid

der menschenwil, niettegenstaande den vrijheidszin,

wel worden geregeerd . Een slappe regeering dwingt

geen respect af . Men voelt rich, al is het mopperend,

omdat persoonlijke vrijheid words aangetast,

veilig onder een krachtig gezag . Theoretisch keurt

men het stelsel van een dictator af, maar heimelijk

verlangt men toch naar een dictator. Iemand, die

weet to leiden, die krachtig zijn wil doorzet, vereenigt

gauw menschen our rich heen, vooral menschen

met een slappen wil, die er geen aanspraak

op kunnen maken een „persoonlijkheid" to zijn .

Welnu, ook kinderen hebben behoefte aan een gezag

boven rich, een gezag, das juist aangeeft, hoe het

moet, was mag en niet mag, een gezag, das plichten

oplegt zonder to vragen, of ze aangenaam zijn of

niet, das straft of goedkeurt .

Zelfs het kleine kind, ja vooral het kleine kind,


GEZAG EN VRIJHEID BIJ DE OPVOEDING 163

moet gezag boven zich voelen . Dat een kind

later niet meet to regeeren is, vindt zijn oorzaak

daarin, das het, toen het klein was, niet geregeerd

werd, en het geen gezag boven zich wilt .

Iedere moeder weet, das een kind niet to klein

is, om to begrijpen, was mag en niet mag, zie

maar eens naar zoo'n kleintje in den kinderstoel

en bestudeer die oogjes maar eens . De kleine weet

drommels goed, was hij mag en was hij niet mag .

zie hem maar eens van vader naar moeder en van

moeder naar vader kijken . zal hij zijn kans wagen ?

Daar hebt ge flu een oogenblik, das gevaarlijk

words . We zijn natuurlijk geneigd, om 't geval

to lachen . Maar, pas op . Als das voortdurend gebeurt,

helps geen verbieden meet . De kleine pewter

moet aan vaders en moeders gezicht zien, das er

een wil bestaat, waaraan het gehoorzamen moet .

Natuurlijk is hier van een beredeneeren bij het

kind heelemaal geen sprake, het moet leeren gehoorzamen

aan een reflexbeweging, evenals het

b .v, voor een hond terugschrikt, of een vlieg wegslaat,

zoo moet de blik van vader en moeder tot gehoorzaamheid

brengen . Denk er om : de blik van vader

en moeder! En met vastheid moet geleid worden .

Strenge tucht is noodzakelijk, is ook bijbelsch .

Hebt ge het Spreukenboek wel eens met vader- en

moederoogen doorgelezen, zoo, alsof het persoonlijk

tot u sprak ? 't Is telkens, „wie de roede spaart,

haat zijn zoon", „de roede der tucht zal de zotheid

in het hart van den jongen wegdoen", „weer de

tucht niet", om niet meet to noemen . De vraag,

was het Spreukenboek ons betreffende de opvoeding


164

HET OUDERUURTJE

leers, is een behandeling overwaard . De roede, de

tucht, was is het anders dan „gezag", gebondenheid

aan vaste regelen, onderwerping aan het gezag .

Het gezag bedoelt het brengen tot een vasten gang,

het nalaten van was verkeerd is en het leiden op

den goeden weg. En nu is het noodzakelijk das

gezag to doen gelden, wanneer het kind nog to jong

is om to vragen naar het hoe en het waarom . Worden

ze was ouder, dan gaan ze redeneeren en vinden

ze het billijk, das vader en noeder rekenschap

geven, waarom dit of das words geboden, althans

ze staan critisch, op hun manier dan, tegenover het

gezag . Dus jong, heel jong uw kinderen onderwerpen

aan gezag. Maar hier moeten regelen

gesteld . Allereerst geen willekeur, vandaag het zoo,

morgen zus eischen ; dan niet onbillijk zijn, niet verlangen

iets, waaraan niet voldaan kan worden ; eisch

besliste gehoorzaamheid, desnoods treedt hardhandig

op, wanneer die gehoorzaamheid uitblijft,

Wees streng, maar niet onbillijk, niet humeurig,

niet streng, wanneer ge last hebt van uw kind,

terwijl ge 't anders maar zoudt laten gaan, wees

niet barsch, niet driftig, niet ruw, maar zoo, das

ten slotte bij uw kind later de gedachte blijft

„ik heb het verdiend" . Een humeurig, ruw vader,

bereikt niets, al meent hij nog zoo zijn gezag to hebben

doen gelden, maar een streng vader, die streng

is als uitvloeisel van ware liefde, zal zich in dankbare

kinderen verheugen.

In welk opzicht moet het gezag zich nu doen

gelden ? Vooreerst inoet het kind zich leeren houden

aan, zich voegen naar de regels van het gezin . In


GEZAG EN VRIJHEID BIJ DE OPVOEDING 165

een ordelijk huishouden gelden bepaalde regels . Die

kunnen voor het eene gezin anders zijn dan voor

het andere, das hangs of van bepaalde wenschen,

bepaalde inzichten van ouders . Maar die hebben

dan ook uit to maken, hoe het in hun gezin behoort

to gaan. Hoe last er moet worden opgestaan en

naar bed gedaan, hoe men zich aan de maaltijden

behoort to gedragen, wanneer de kinderen thuis

moeten zijn, hoe kleeren en kastjes moeten worden

in orde gehouden, enz . enz. ; al die, in sommige

oogen zeer bijkomstige taken in de opvoeding, zijn

onderworpen aan het ouderlijk gezag. En er mag

vooral niet gering gedacht worden over de beteekenis

hiervan . Vaste, strenge lijnen moeten hier

getrokken worden. Jong gewend - oud gedaan .

Wat in de jeugd werd gedaan op gezag, words ten

slotte een gewoonte . In de karakters komen vaste

lijnen. Straks handelt en leeft het kind in die lijn

voort, krijgt misschien zelf andere ideeen, maar

leers to handelen volgens systeem, volgens vaste

regels . Omdat het zich nog gebonden weet - neen,

maar omdat het zelf inziet, das een bepaalde handelwijze

de beste is . Het is vrij om to handelen, zooals

het wil, absoluut vrij, en daarom handelt het zoo en

niet anders .

Ik zou bijna zeggen, das iemand, die in zijn jeugd

geen gezag heeft gekend, maar zoogenaamde vrijheid,

om to doen en to laten, was hij wil, zich to gedragen,

alsof hij zich niet naar anderen to voegen had ; to

eten, wanneer het hem beliefde en als het hem

smaakte, in gezelschap to verkeeren, wanneer het

bezoek hem aanstond en zich anders onttrok, ik


I66 HET OUDERUURTJE

zou bijna zeggen, das zoo iemand, als hij was grooter

words, komt to staan onder het gezag van zijn eigen

vrijheid . Ik bedoel hiermede, das zijn vrijheid hem

parten gaat spelen . 't Words een onmogelijk jongmensch,

een onhandelbaar meisje . En zulke schepsels

zijn er . Er kwam eens een moeder bij me haar

nood klagen over haar jongen, die onhandelbaar

werd. In het gesprek hoorde ik o.a . das het jongemensch,

hij was pas 12 jaar, nag nooit middageten

gegeten had, das beliefde hij niet en zoo goed als

nooit zijn boterham aan tafel had genuttigd. De

ouders lieten das nu maar gaan, want anders kregen

ze een stortvloed minder vriendelijke woorden .

Een vader kwam met zijn dochtertje van 8 jaar,

das niet eten wilde . Er was trouwens met die kleine

niet veel to beginners . Natuurlijk de bekende geschiedenis,

eerst verwend, daarna het gezag verloren.

We bespraken samen, hoe het kind moest

worden aangepakt . Maar jawel, was moeder en

vader ook zeiden, het kind weigerde to eten . Teneinde

raad kwam vader weer met de kleine bij me .

Ik begreep, veel praten zou me hier niet helpers en zei

daarom, op strengen soon : „vlug naar huffs en

binnen een kwartier bij me terug en het eten op"

en na een kwartier was de zaak in orde .

Daar hebt ge den voortdurenden strijd in zoo

menig huisgezin, 's avonds zijn de kinderen niet naar

bed to krijgen en 's morgens niet uit bed . Een begrijpelijke

moeilijkheid, omdat ik vrees, das het bij de

ouders ook zoo gaat . Als het „heilige moeten"

'S morgens niet dwong, was zouden er nog heel was

meer langslapers zijn . En 's avonds, was bezwij ken


GEZAG EN VRIJHEID BIJ DE OPVOEDING 167

er velen voor de verleiding langer op to blijven, dan

men eigenlijk als regel gesteld had . Ik kan het me

dan ook van kinderen zoo goed voorstellen, das ze

's avonds strijd hebben den gezelligen huiselijken

kring to verlaten en 's morgens uit bed to stappen .

Ik geloof, das ze per slot dankbaar zijn, wanneer

ze gedwongen worden op to staan, zelf zouden ze den

cooed niet vinden, maar ze moeten .

En zoo gaat het altijd, wanneer een kind voelt,

das werkelijk een macht boven hem staat, dan words

er gehoorzaamd . Het split me, das ik het zeggen

moet, maar, het niet gehoorzamen van kinderen

vindt heel dikwijls zijn oorzaak in de slappe houding

der ouders . Het is niet voldoende een keertje streng

to zijn, met een regelmatige vastheid (zonder strenge,

barsche uitvallen) van wil words meer bereikt .

Het niet-etende kind moet straks zich vrijwillig

naar de regelen voegen, de langslaper moet leeren,

als hij gewekt words, dadelijk uit bed to stappen,

omdat anders de regelen van het gezin en zijn eigen

werk dreigen in de war to loopen.

Ik zou op dit gebied nog feel was meer kunnen

noemen, maar wil liever nog was anders zeggen .

Tk heb het voortdurend gehad over het ouderlijk

gezag, das ter wille van het kind moet worden uitgeoefend

. Maar neem het niet kwalijk, das ik

die vraag stel -- breekt ge, misschien met uw gezag,

ook het gezag van anderen of ? Ik denk aan de

wijze, waarop in vele gezinnen, - ik zeg er dadelijk

bij, niet met opzet, niet met die bedoeling,

gesproken words over onderwijzers, predikanten,

politieagenten, de overheid. Worden deze men-


I68 HET OUDERUURTJE

schen niet dikwijls becritiseerd P Natuurlijk van het

voetstuk, waarop ze voor een So jaar stonden, zijn

ze reeds lang of : schoolmeesters hebben reeds lang

veel van hun paedagogische beteekenis ingeboet,

nu iedereen op allerlei wijze van opvoeding of

liever „paedagogie", das is deftiger, weet mee to

praten ; dominee's, ja, die kan iedereen beoordeelen,

de onderwijzer heeft nog een terrein, waar men

afblijft, maar de preek van een dominee, kan

ieder beoordeelen of daar kan ieder over oordeelen ;

de handhavers der openbare orde, het schijnt al

bijzonder interessant to wezen, deze bespottelijk

to waken, vooral, wanneer ze op de een of andere

wijze een „strop" hebben ; ja zelfs de overheid

words beoordeeld, alsof men zelf de stuurmanswijsheid

bezit, al is het ook van een stuurman aan

den wal . Dergelijke gesprekken breken het gezag af .

Houdt het gezag bij uw kinderen hoog, maakt er

geen kankeraars van, maar menschen, die zich voor

het gezag buigen, het weten to waardeeren en straks

met vrijen wil, pal staan voor was een der hechtste

grondvesten der maatschappij is : het gezag .

Ook het godsdienstig gezag . We moeten ons daar

goed rekenschap van geven, das het godsdienstig

gezag van beteekenis is voor de maatschappij . Een

maatschappij, die leeft zonder godsdienstig gezag,

gaat to gronde. „Was afvalt van den hoogen God,

moet vallen." We hebben das onzen kinderen in to

prenten . Maar gelukkig, meer dan das . Met gezag

kunnen en moeten we tot onze kinderen komen met

betrekking tot de godsdienstige vraagstukken .

Vast en onomstootelijk moet voor onze kinderen


GEZAG EN VRIJHEID BIJ DE OPVOEDING 169

staan, was wij hun omtrent de godsdienstige waarheden

bijbrengen . Twijfel onzerzijds wekt, - al

is het onbewust, - twijfel . Al is het ons niet

duidelijk sours, was hier of daar in den Bijbel staat,

tegenover onze kinderen is het noodzakelij k, das

wij zelf overtuigd zijn, begrijpen of niet begrijpen,

het is zoo, omdat het in Gods Woord staat . Dat is

een machtig wapen, das een kind het leven ingaat,

met die vaste zekerheid : de Bijbel is niet alleen een

zuiver kompas in het leven, maar al, was daarin

staat, is zoo, omdat het in den Bijbel staat . En

daarom is het zoo noodig, das naast Kinderbijbels

de Bijbel zelf tot het kind komt . Laat uw gezag, het

gezag van den Bijbel uw kind in het leven mede

geven. Dat gezag spreekt van oordeel en van troost

en in het leven heeft, was de Schrift ons zegt van

oordeel, zoowel als van troost, alleen beteekenis,

wanneer das Woord met gezag tot ons komt . Naast

hetgeen we voor de maatschappelijke vorming en

ontwikkeling het kind kunnen meegeven, mag das

andere niet ontbreken .

Ik sprak tot dusver voortdurend over het gezag

in de opvoeding . Van de vrijheid sprak ik alleen

als het doel, waartoe we willen komen. Een „vrije"

opvoeding veroordeelde ik in den aanvang en zal

ik nimmer verdedigen . Een andere vraag is echter,

of ouders steeds en altijd het gezag moeten laten

gelden en nimmer aan het kind vrijheid laten .

Natuurlijk moet ook een zekere vrijheid bestaan .

Daarover nog een enkel woord. Wanneer het kind

altijd gebonden words aan regelen, aan geboden en

verboden, nooit de gelegenheid krijgt to toonen,

12


170

HET OUDERUURTJE

was bet zelf wil, dan maakt ge in het gunstigste

geval van uw kind een gewilligen volgeling, een

slappeling, die altijd aan vader en moeder moet

vragen, al is het reeds man of vrouw, hoe er gehandeld

moet worden . Dat is in het gunstigste

geval, maar er is ook was anders mogelijk . Er kan

een stiekemerd uit groeien, een zwakkeling, die

buiten vaders en moeders bereik, de proof words

van ieder, die het, waartoe dan ook, gebruikt .

Gezag alleen maakt niet zelfstandig . Van tijd tot

tijd moet het kind gelegenheid vinden, to toonen

was het zelf wil, zelf begeert . Een dief, die niet

meer steels, omdat hij er niet toe in de gelegenheid

is of omdat hij het stelen last uit vrees voor straf,

is nog lang niet genezen . Het kind ook niet . - Het

kind, das niet meer snoept, omdat moeder alles

weggesloten heeft, is niet van het snoepen af .

Uw jongen, die zich behoorlijk gedraagt, omdat

vader zijn jongen nagaat, gaat nog niet met vasten

gang bet pad der deugd . Uw meisje, das haar zakgeld

behoorlijk besteedt, omdat moeder het kasboekje

nagaat, maar anders ! -- kan nog niet zelfstandig

handelen. We kunnen ook to veel bevaderen

en bemoederen, in menigerlei opzicht, en daar

bederven we weer mee, was we goeds wilden doen .

We moeten onze kinderen wel eens de vrij a hand

laten. Ze moeten tot zelfstandigheid worden opgevoed

en dan moeten ze ook de gelegenheid ontvangen

om zelfstandig to handelen . Maar uw gezag

moet er achter staan. Vooreerst, omdat das gezag

ze leeren moet, hoe ze handelen moeten. Uw

gezag moet ze bet richtsnoer van bun handelen


GEZAG EN VRIJHEID BIJ DE OPVOEDING 171

geven . Maar dan ook moet ge, als nets ziende, toch

apes zien ; als nets hoorende, toch apes hooren .

Ik wil dus zeggen, das gij moet weten, of de vrijheid

goed gebruikt words, of misbruikt . En zoo gauw

ge weet, das uw kind teugels missen kan, viert ze

dan, zoodat het meent niet meer aan den teugel to

zijn, waar gij toch tenslotte den teugel vasthoudt .

Eindelijk komt de tijd, das gij absoluut los zult

moeten laten, zorg er voor, das ge dan ook los kunt

laten, los kunt laten, was uw kind betreft, omdat het

losgelaten kan worden, was u zelf betreft, omdat gij

Ioslaten wilt ! Opvoeden is ook zichzelf overbodig

maken . Hebt ge das wel eens ingedacht, ouders, die

nog to midden van uw opgroeiende kinderen verkeert,

was das zeggen wil ? We willen zoo gaarne

vasthouden, invloed blijven uitoefenen, gezag laten

gelden, maar als de kinderen als mannen en

vrouwen het leven ingaan, moeten ze voldoende

zelfstandigheid bezitten, om zonder uw leiding das to

doen, al zullen ze uw raad nog dikwijls noodig

hebben. Maakt uzelf overbodig, maar zorgt daarbij

zooveel als persoonlijk bezit aan uw kind to hebben

medegegeven, das het in de maatsc~happij zelfstandig

uit vrijen wil handelt, zooals het moet handelen,

maar then vrijen wil onderwerpt aan het hoogste

gezag, das er is ; zelfstandig handelt, maar in

diepe afhankelijkheid van God en in vrijwillige

gehoorzaamheid aan Zijn gebod, v. H .


172

HET OUDERUURTJE

XIII . SPEL EN BEZIGHEID

AARDE vrienden . Als ik zoo eens nags,

waarover we het met elkander gehad

hebben, dan is het wel hoofdzakelijk

over onze grootere kinderen geweest .

En over vader en moeder elf . - Maar nu willen

we toch ook eens samen praten over onze

kleintjes . Vindt u dat goed ? Over hun spel en over

hun bezigheid . Als je al een poosje uit de kleintjes

bent en dag in - dag uit onder de grooteren werkzaam,

dan gaan je gedachten natuurlijk in de eerste

plaats in de richting, van wat we gewoon zijn de

rijpere jeugd to noemen . Ik heb eens voorgeslagen

liever to spreken over de rijpende jeugd en sours

zie ik ook wel dat woord rijpende gebruikt, maar

meestal spreekt men toch over de rijpere jeugd,

waarmee men dan bedoelt de jeugd boven de

12 jaar, of daaromtrent . Als je jongste al een

„sweet seventeen" is, denk je voor je eigen kroost

ook minder over den kinderleeftijd . Dan rack je

zoowat door de kleine kinderen heen en je speelt

niet meer zoo met ze . Stel j e voor, dat j e met j e

dochter van 120 pond nog op je rug moest rijden,

of dat je ze op je schouders lies zitten ! Ik zou het

heusch met mijn oude lichaam niet meer kunnen,

hoot ! En ik betwijfel zeer, of zij ook het nog wel

zou willen. En mijn kleinkinderen wonen zoo vet

van me weg, dat ik me alleen met hun portretjes

kan vermaken en dat is maar een dood spelletje .

Maar nu heb ik de gelegenheid gehad our ze eens wat

meer in mijn nabijheid to hebben . En nu is het


SPEL EN BEZIGHEID 1 73

spelletje opnieuw begonnen . Nu hebben we weer

eens met het kleine goed bezig kunnen zijn en u

begrijpt, das flu ook de gedachte bij me opgekomen

is, om het er eens met u over to hebben . U hebt toch

ook kleine kinderen ? Of misschien a! kleinkinderen

? Of u komt in aanraking met het kleine

goed ? Of u vindt ze aardig en houdt er van? Nou

goed ! Dan praten we dus thans eens een beetje

over hen, he? En dan grijp ik maar het eerste naar

hun spel . Natuurlijk omdat ik ook vooral met ze

gespeeld heb . Dat snaps u . 't Was 't voornaamste,

was ik met ze doen kon . 't Is voor hen misschien

ook wel het voornaamste . Spelen. Voor ons, volwassenen,

is het voornaamste werken . Maar voor

kinderen is het spelen. Arbeid zoowel als spel is

gebruiken van energie, van kracht . Het onderscheid

is dit, das spel geen resultant heeft en arbeid wel .

Of niet . Dat gebeurt ook we! eens . We werken om

was to maken, om was to bereiken, om was to verdienen

. Maar bij een kind is het spel doe! en

middel tegelijk . Het kind speelt om to spelen . Uit

het spelen blijkt, das een kind later ook zal kunnen

arbeiden. Nu is zijn gewichtigste arbeid nog

het spel .

Dat words door velen nog we! was weinig bedacht.

Men meent dan, das een kind niet vroeg

genoeg ingespannen kan worden voor echt werk .

„Het leven eischt zooveel tegenwoordig" zegt men .

„Echt werk moeten ze a! gauw leeren ." Maar was

is dan echt werk ? Wat geld opbrengt. En toch is

geld slechts de betaling van den minsten of den

minstwaardigen arbeid . Ik zeg das heusch niet, om


1'74 HET OUDERUURTJE

het wer to mmachten, Maar om er u aan to herinneren,

das er zooveel echt hoogst belangrijk werk

is, das niet betaald words . Wie betaalt het werk van

een moeder ? Wie betaalt naar waarde het werk van

onze groote denkers ? Van onze groote kunstenaars ?

Voor een paar dubbeltjes aan den boekhandelaar

kan men genieten van den arbeid, den ontzaglijken

geestesarbeid van de besten van ons geslacht . En

wie betaalt den zwaren arbeid, die lijden heet ?

Handenwerk words betaald en terecht . Wie de

gedachten en uitvindingen der groote geesten

bruikbaar maakt voor de menigte, die ontvangt zij n

loon daarvoor . En de fabrikant words dikwijls rijk,

door het vervaardigen van de dingen, waarvan de

uitvinder in armoe gestorven is . Hier is het ook

vaak een ander, die zaait, en een ander, die maait .

Ernstig, onbetaald werk is ook het spel van het

kind . Dat spel kost weleens geld en brengt oogenblikkelijk

niets op . Maar van kiet oogenblik af, das

een kind eenig bewustzijn van leven krijgt, is het

door zijn spel bezig, en onophoudelijk bezig, zich

to ontwikkelen, d, w, z, zich op to voeden . Het kind

speelt met ring en rammelaar. Het voelt, het ziet,

klet proeft, het hoort, het ruikt, het herhaalt . Net

ziet, das de dingen vallen en krijgt zoodoende een

besef van de aantrekkingskracht van de aarde .

Naderhand leers het dit deftige woord . Maar flu

leers hij het ding . En het gooit herhaaldelijk zijn

speelgoed op den grond .

„Hij doer het er om," zegt moeder en ze heeft

gelijk . Laat ze zich maar niet kriegel laten maken,

omdat ze het telkens moet oprapen . Laat ze liever


SPEL EN BEZIGHEID I75

het kind niet in een stoel maar op den grond zetten,

dan kan het zelf zijn bal neergooien en oprapen,

zooveel als het wil .

Het kind speelt met zijn hand en zijn voet en

krijgt zoo een begrip van zijn ik-heid . Voor ons is

de hand, waarmee we was doen, onze hand. Maar

een kind weet das nog niet . Het moet das begrip

nog krijgen, das die hand van hem is en bij Zijn

lichaam behoort . Het weet das net zoomin als een

jonge hond, die zijn eigen staart heeft gezien en

dien naloopt in een kringetje .

Het kind speelt met blokken en leers evenwicht

en topzwaarte kennen. Het leers aangrijpen, vasthouden,

optillen, neergooien, oprapen, zoeken ;

het leers, was warm en was koud is ; was nat en was

droog is . Het leers alle kleine dingen, die toch in

werkelijkheid zoo groot zijn . En die leers het door

zijn spel . Het speelt met zijn oogen, kiekeboe ; het

speelt met de lichtstralen op den muur ; het speelt

met de vlieg tegen de ruit . Het speelt met zijn

mond, het kauwt op alles. Dat duurt heel lang

sours. Het kauwt niet altijd op dingen, die het lekker

vindt . Groote jongens kauwen nog wel op een stuk

pik. En mannen wel op een pruim tabak of een

brok negrohead .

Het kind speelt met zijn ooren, als het straks

met zijn beentjes in den kinderstoel zit to trappelen

en to trommelen . Rhytmus treks een kind aan . En

das duurt ook lang . Wij trommelen ook nog wel

eens met onze vingers op de tafel of op de ruit .

Geen wonder ! Wij zijn ook de nakomelingen van

ons zelf als kinderen . En daarom loopen we graag


176 HET OUDERUURTJE

in de mast, of dansen rhytmisch, of zouden graag

in de kerk rhytmisch zingen . Straks speelt het loopkind

met al zijn ledematen. Het loops, het stamps,

het springs, het danst . Laten we ons er maar eens

rekenschap van geven, van was een kind zoo al

spelende leers . Is das geen voorraad opdoen van

kennen en van kunnen voor de volgende levensjaren

?

U ziet, ik heb gesproken over onze heele kleine

kinderen, Van onder de drie jaar . Dan komt de tijd

van drie tot zeven jaar . De tijd, waarin het kind

gaat naloopen en vangen, waarin het krijgertje

speelt, zoekt, ontvlucht, blindemannetje speelt .

Ook komt de tijd van de nabootsingsspelen . Het

kind gaat winkeltje spelen, legs bezoek af, speelt

doktertje, waschvrouwtje, huishoudstertje, koetsiertje,

paardje, conducteurtje ; het fietst, het speelt

spoortje, stoorrrbootje, automobieltje . Hoor eens,

ik bedoel niet, das het met een stoombootje of met

een automobieltje, met een spoortreintje of met

een paardje speelt . Dat is volstrekt niet noodig .

Paardje spelen gaat met een touwtje heel goed. Het

paard steigert en de koetsier er achter houdt het

met bet touw in bedwang. Samen loopen ze hard,

de een achter den ander . Voor bet huffs houden ze

stil . 2us komt achter bet paard tusschen de leidsels

meeloopen en is dan uit rijden . Maar toch komt

nu ook het speelgoed to pas . Ze maken het dikwijls

zelf. Soldaatje spelen ze met sabel, vlag en geweer .

Mooi hoeven ze niet to zijn . Twee stokken, kruiswijs

gebonden, vormen een pracht van sabel . Een

geweer kan alles zijn, en de vlag behoeft ook niet


SPEL EN BEZIGHEID 177

uit den winkel to komen. Een blikken bus is een

heerlijke trommel en een paar houtjes zijn uitstekende

trommelstokken . Een oude potdeksel is

een fijn muziekinstrument .

Dan spelen ze bruidje . Een oud vitragegordijn

is een bruidssluier . Vroeger toen onze meisjes nog

schorten droegen - is het niet jammer, das ze

afgeschaft schijnen to zijn ? - werden de boezelaars

achterste voren omgedaan en klaar was de bruid .

2e ging met haar bruigom in het gereedstaande

rijtuig en je zag den bruidsstoet door de straat rijden

met al de vrienden en vriendinnen er achter . Ook

in rijtuigen .

En dan komt nog een rustiger spelletje . Vaderen-moedertje.

Dan spelen ze met een serviesje .

Maar vader is in den regel minder sober aangelegd

dan moeder . Hij wit voortdurend kopjes thee, met

een koekje . En moeder klaagt weleens, das vader

zoo begeerig is en den suikerpot leeg snoept . Mannen

zijn toch al vroeg egoisten en lekkerbekken .

En onze meisjes leeren pas later, das de weg naar

het hart van den man over zijn tong en zijn maag

loops .

Kinderen maken zicki het liefst hun eigen spelen

en hun eigen speelgoed . Ze hebben liever een stok

om op to rijden dan een mooi stokpaard uit den

winkel. ze vinden das eerst wel prachtig, maar als

de kop er of is, -- en die is er gauw of -- dan rijden

ze er nog met evenveel pleizier op . Waar een

kanapeerol al niet voor dienen kan, is niet to zeggen .

Het kind speelt met zijn eigen verbeeldingscreaturen

. Kinderen zijn uitvinders . In hun spelen


178 HET OUDERUURTJE

toonen ze zich vrije, denkende geesten . En kunt ge

ooit iets heerlijkers in uw kinderen ontdekken ?

Spelen is het kiemen van den levensarbeid. Als de

kiem verdwijnt zal de plant niet groeien . Als de

kiem verdwijnt, verkwijnt de plant en kinderen, die

niet mogen spelen, kunnen slechts met moeite

rijpen tot ernstigen arbeid . Laat ze spelen, zooveel

ze willen en stoor ze niet, dan wanneer het niet

anders kan . Speel liever met ze mee . ze zijn immers

aan hun werk .

Wat zeggen wij, vaders en moeders, als we in ons

werk gestoord worden ? Dikwijls heele rare dingen .

Kinderen mogen dat zoo niet doen . Die mogen hun

geduld niet verliezen, wanneer ze in hun spel

worden gestoord. zijn we dan niet weleens een

beetje farizeeuwsch en leggen we onzen kinderen

geen lasten op, die we zelf niet willen dragen . Moet

een kind evenwel gestoord worden, doe het dan

met vriendelijkheid . Dat kunt ge ook, als ge bedenkt,

dat hoe ijveriger het kind speelt, hoe

ijveriger het later zal arbeiden .

In het spel toonen zich ook reeds de hartstochten .

Let hier bijtijds op . Ge moet weten, waar het spel

in hartstocht ontaardt en daar ingrijpen. Met behoedzaamheid.

Het beste vind ik altijd nog, dat ge

de aandacht op wat anders tracht to richten .

Kinderen zijn gemakkelijk of to leiden en afleiding

dooft in den regel het flikkerende vuur . Met hartstochten

zij men behoedzaam . Het deugt niet, wanneer

kinderen gauw en dikwijls oplaaien . zelfbeheersching

moet reeds door het spelende kind geleerd

worden . En voorkomen is beter dan genezen .


SPEL EN BEZIGHEID 179

En waarmee zullen ze dan spelen ? Ik weet nog

wel, dat er in het speelkamertje van mijn kleine

volkje indertijd niet veel bijzonders stond . En nu

in de laatste jaren, als we eens wat speelgoed voor

de kleinkinderen moesten sturen, dan was de

keus altijd moeilijk . Als ik dan ergens in een

grooten speelgoedwinkel kom, dan gaat het

niet bepaald van een leien dakje . Ik weet uit de

onuitputtelijke massa prachtig speelgoed bijna

mets to vinden . Wie zelf kinderen heeft, weet

we!, welke waarde hij aan al dat mooie speelgoed

moet toekennen . Ik kocht weleens een dons met

blokken, vooral flinke groote, die goed worden als

de mooie papiertjes er of zijn, een stevige kar en

een paard. Maar last het een Karen paard zijn, dat

is echt ; een geschilderd beest amuseert ze niet,

En dat verliest al gauw zijn kop . Verder houten

beesten, ook groot en zonder verf er op . En dan

ronde houten schijven, waar ze mee rollen kunnen .

En een pop !

Maar al dat andere mooie, dare speelgoed, dat

is goed voor ooms en tantes zonder kinderen, die

de familie gaan bezoeken en op het laatste oogenblik

bedenken, dat ze toch wel wat mogen meebrengen

voor de kleine neefjes en nichtjes . Waar het rechte

begrip van spelen ontbreekt, daar komt een speelgoedwinkel

juist van pas . Maar anders, zijn liefste

speelgoed maakt het kind zelf . En ze hebben met

zoo veel moois noodig . Let maar eens op . Een oude

his van een pop is even lief als zoo'n breekbaar

engelenkopje van was of porselein of van biscuit,

en al die mooie kleertjes zijn wel aardig voor een


I8o HET OUDERUURTJE

oogenblik, maar een omgebonden doekje om het lijf

voldoet toch eigenlijk even goed . Vooral als het een

mooi kleurtje heeft. De pop is het waarlijk klassieke

speelgoed voor het meisje . Tot zelfs in de Egyptische

pyramiden is ze gevonden en in de puinhoopen

van Herculanum en Pompei . En er is een

heel oud Germaansch liedje nog bekend ; Tocha

slafes sliumo, das niet anders is dan ons Slaap,

kindje, slaapl, waarin het kind met de poppennaam

genoemd words . Tocha beteekent pop . En in

Friesland gaat men nog op pop besjen - het popje

kijken, als er een kleintje geboren is . En das kan

ook we! niet anders . Zoolang er moeders geweest

zijn, die doldeinden met kinderen, zoolang zullen

er we! kinderen geweest zijn, die speelden met de

pop . zegt de Fransche dichter Victor Hugo niet,

zoo heel goed gezien, das het eerste kind de voortzetting

is van de laatste pop .

De pop voldoet zoo aan alle neigingen van het

kind . Vooral aan zijn neiging om to vermenschelijken

en to vergeestelijken . Het kind ziet in zijn

pop een levend wezen . 1k herinner me nog een

voorval uit het !even van mijn jongste dochter .

2ij had met haar twee jaar ouder zusje een heel

leger van poppen, we! een stuk of twintig, groote

en kleine. Eigenaardig was het, das ze weinig met

de pop speelden, toen er nog maar een was, Maar

toen er een stuk of was bijkwamen, was er aan het

spelen geen eind . Daar waren groote en kleine,

blanke en bruine, zelf gemaakte en gekregen mooie

poppen . Poppen van een aardappel gemaakt en ook

een van lappen genaaid en met watten gevuld .


SPEL EN BEZIGHEID I8I

Dat was de grootste en waarschijnlijk ook wel de

liefste . Maar war gebeurt er ? Op een keer komt ze

bij mijn vrouw in bittere tranen . Een plaagzuchtig

broertje van een jaar of zes ouder had

haar pop geslagen . En toen kwamen de tranen

en her beklag : „Jaap heeft Dolly geslagen.

Net alsof ze ook geen gevoel heeft ." Voor haar

leefde die pop . Er ging er altijd een mee naar

bed, sours wel twee . En dan begun her spelletje .

Als ze in bed lagen, dan was her altijd : „Nacht

moe, nacht pa !" met een gewone stem . En dan

volgde er iederen avond op met een hoog falser

stemmetje : „Nacht oma, nacht opa ." Dat waren

haar poppen, die ook goenacht zeiden. Het kind

leeft mee met zijn pop en her last die pop met zich

leven . Het schept zich een fantasiewereld, een

wereld van f ictie, waarvan her wel weet, dat her

fictie is, maar waarin her her groote, her werkelijke

leven wil zien. Wij zijn ook zelf nog weleens zulke

fantaseerende kinderen . We laten ons ook meesleepen

door de voorstellingen uit de boeken of

door de dingen op kiet tooneel . Ik weet niet, of u

weleens Verkeerd begrepen hebt gelezen . Het is

een boekje uit her Engelsch vertaald, ,,Misunderstood"

heet her daarin . Daar gaat een jongetje dood

in . Heel tragisch . Maar ik heb er heel war jonge

dames our zien huilen, als dat boekenkindje doodgaat

en ze wisten toch, dat her maar een boekenkindje

was . En hebben we geen medelijden met

dien goeden Oom Tom uit de Negerhut . En schreit

ons hart niet met de Maagd van Orleans en met

al onze treurspelhelden en heldinnen. Met Nora


182 HET OUDERUURTJE

en met het meisje uit de Wilde eend van Ibsen .

Of met Gretchen uit den Faust. We zijn ook

kinderen in de hand van die andere groote kinderen,

die dichters heeten .

Het kind dramatiseert ook met zijn pop . Het

last zijn pop snoepen en bestraft het dan . Het

speelt schooltje met zijn poppen . Het gaat met ze

uit en last ze spelen . Een pop is stout en moet in

den hoek staan. Er is een oneindige variatie en het

heele kinderbestaan weerspiegelt zich in zijn spel

met de pop . Zooals het heele menschenbestaan

words weergegeven in ons poppenspel op het

tooneel of in onze lectuur .

Een waarlijk onuitputtelijke bron van spel was

bid mid indertijd de papiermand. Er hing altijd een

schaartje bij met afgeslepen punten . Als ze bij mij

in de kamer zaten (,,houd ze er maar eens uit," zei

hun Moeder), dan kon ik er zeker van zijn, das ze bij

de papiermand zaten to zoeken naar allerlei heerlijkheden,

die ze eruit opvischten . Het gebeurde wel,

das ik vier of vijfmaal dezelfde enveloppen in de

papiermand moest gooien . Die legden dan dezen

cirkelgang af. Ik goof ze in de papiermand. De

kinderen vischten ze er uit op en waren er verrukt

mee, vooral als er een lakje of een paar mooie postzegels

op zaten . Ze speelden er mee, tot ze er

genoeg van hadden en ze naar een ander deel van

het huffs droegen, waar ze gevonden werden door

dezen of genen, die niet wist, of het papier, das er

nog inzat, waarde had en „den brief", die natuurlijk

niet mocht slingeren, weer op mijn schrijftafel lei,


SPEL EN BEZIGHEID

I83

waar ik hem dan vond en hem weer naar de papiermand

lies verhuizen, van waar hij dan weer denzelfden

weg ging.

Later heb ik een stukje rood potlood of blauw

potlood er bij laten vinden . En dat beschreef de

enveloppen met keurige roode en blauwe f iguren,

zoodat men dadelij k wist, of het een brief van mij

of van de kinderen was . Maar een prachtigen rommel

hebben ze in den hoek van de papiermand

maanden lang gemaakt .

't Was niet zoo erg, want 't was droge rommel .

En ze waren bezig, zoet en stil . ze hadden druk

werk. En ze maakten nets kapot . Dat heb ik nu

tegen dat mooie speelgoed . 't Is duur en gauw kapot .

Hun werktuigen, d . w . z . de dingen, waar ze mee

spelen, moeten heel eenvoudig zijn, bijna onbreekbaar,

met veel speelruimte voor de kmderhjke verbeelding

en voorstellingswereld. Niet het kant-enklare

interesseert onze kinderen, maar het wordende

. Het gaat ons immers precies zoo . Wanneer is

ons het leven het liefst ? Wanneer we iets kunnen

doen worden, wanner we onze kracht en onzen

geest kunnen gebruiken om iets tot stand to

brengen . Wanneer we iets kunnen doen . En zoo

gaat het met onze kleinen ook. ze moeten wat

maken . En daarom moeten we ze dat leeren . Vooral

in de winterdagen als ze niet naar buiten kunnen.

Zoo komen we van het spel vanzelf op de bezigheid .

Wat moeten we met onze kinderen doen ? 'k Heb

al wat genoemd, waar ze in een bepaalde periode

dol op zijn : knippen . En dan hoeft moederlief heel

net bang to zijn, dat ze zich in hun rug zullen


184 HET OUDERUURTJE

knippen of in hun news . Er is bij een schaar heel

geen gevaar . Bij een mes eigenlijk ook niet . Mijn

kleintjes hebben ten minste zoo jong als ze waren

al een mes bij hun bord gehad . En 'k heb er nooit

andere ellende meegekregen dan das ze hun boterr

ham wel eens martelden . Wat wil je? Je kan ook

zoo gauw maar niet snijden . Knippen dus . Laat

desnoods de punten van de schaar slijpen . Wat dan

knippen ? Is het geen zonde, als ze die mooie

prenten maar verknippen ? Ja zeker, maar wie

beweert, das ze mooie prenten moeten hebben ?

Geef ze een prijscourant van een kleedingmagazijn

met poppen er in . Geef ze een oude kraut met geillustreerde

advertenties en met een photopagina .

Geef ze reclamedingen met plaatjes, oude catalogi .

Ja, in het eene huffs komt meer van das goed dan

in het andere, maar in ieder huffs komt was . En als

ge heelemaal nets hebt, knip dan uit een oud

papier, desnoods uit een grauwen zak zelf huisjes,

poppetjes, wagentjes, weet ik was . En wilt ge was

moois maken, maar daar moet ge bij helpen, bestel

dan eens bij Callenbach in Nijkerk de aardige serie

van Veltman : Ahes uit een briefkaart. Daar maak

je een heel ameublement mee : stoelen, tafels, kasten,

schrijfbureau's, leuningstoelen, buffetten, piano's .

Probeer het maar eens . Als ge het niet kunt, al

doende leers men.

En dan is er nog een tweede bezigheid, die ik al

genoemd heb : kleuren . Een rood en een blauw

potlood zijn schatten . Hebt ge er meer, goed.

Maar geeft er niet to veel . En let er op, das ge goede

dingen koopt. Ze zijn zoo mooi tegenwoordig en


SPEL EN BEZIGHEID 185

zoo sterk. Vroeger had men maar die breekbare

kleurkrijtjes, maar flu maken de fabrikanten ze al

veel beter en steviger. Laat ze maar teekenen .

Iedereen kan teekenen, als hij maar begins . Uit het

hoofd teekenen kunnen ze allemaal . Ook de

kleintjes . En ze teekenen werkelijke dingen, al ziet

u alleen maar kriebels en krabbels . Kleuren is ook

mooi werk . Eerst kleuren en dan uitknippen, en

dan opplakken . Als ze eenmaal begonnen zijn,

komen ze van zelf en sours met een beetje leiding

gauw verder .

Voor de kleintjes en ook voor de grooteren is het

prentenboek ook nog een zeer goed onderhoudingsmiddel

. Ons kleine volkje moet aan het gebruik van

boeken wennen. En ze hebben er heel veel pret in .

Vooral als we ze eens er uit vertellen . Bruintje Beer

is al voor jong en oud een bekende . En Bij ons

Thuis is misschien voor de grooteren meet geschikt .

En die ongekleurde prentenboeken kunnen ze ook

mooi kleuren . Help ze een beetje en u zult eens

zien, was mooi die zwarte plaatjes kunnen worden .

En dan willen de grooteren ook wel was helpen our

het mooi to maken .

De meisjes spelen 's winters natuurlijk ook met

de pop. Dat zal voor hen ook wel een uitstekend

stuk speelgoed blijven . Mijn kleine jongens hebben

er evenwel ook net zoo hard mee gevrijd . Ik denk,

das het vooroefening is geweest, net als voor het

meisje. Laat het een mooie, maar een eenvoudige

pop zijn . Bedenk das de waarde voor uw kind niet

in den prijs zit. Het speelgoed kan niet eenvoudig

genoeg zijn en het bezig zijn er mee, moet aan-

z3


I86 HET OUDERUURTJE

leiding geven tot nieuw denken en nieuw doen . Met

dat idee gaan we nu nog eens den speelgoedwinkel

binnen. Verjaardagen en Sintniklaas, onze groote

kinderfeestdagen moeten toch ook feestelijk worden

gevierd . Wij, groote menschen, kunnen feestdagen

niet missen, kinderen nog minder . De oude middeleeuwsciie

Kerk, die de menschiieid dad op to voeden,

de oud-germaansche, de romaansche en de

slavische menschheid is zoo verstandig geweest de

feestdagen vele to maken . De hervorming, die afgezien

van haar hoogere waarde, een stag in ontwikkeling

voorwaarts was, heeft vele oude kerkelijke

feestdagen geschrapt. Hoe verder we komen, hoe

minder feestdagen we hebben. De kermissen zijn

of worden ook al overal afgeschaft en wie zal er om

treuren? Als het yolk de weelde van het geen-feestdagen-hebben

maar dragen kan, is het zeer goed .

Maar kinderen hebben feestdagen noodig . En

grootmoeders ook . Grootmoeders om nog eens

extra to tracteeren kinderen en kleinkinderen. l k

kan me ook niet goed een schoolmeester begrijpen,

die niet eens per jaar ten minste een schoolfeest

geeft . Kinderen moeten feesten hebben . En daarom

moeten de verjaardag van het kind en de verjaardag

van alle kinderen, de Sinterklaasdag, dagen van

bijzondere beteekenis zijn . Verjaarfeesten van

ouders kunnen desnoods gemist worden, verjaarfeesten

van kinderen niet . Geld is voor zulke

feesten weinig noodig, want aan geld is de vreugd

nergens gebonden . Men kan ze gelukkig voor geld

ook niet koopen . En wat is er in zoo'n kinderleventje

heerlijker, verrassender, kostelijker dan de


SPEL EN BEZIGHEID 187

verjaardag . Een koek en een zak met lekkers en een

stuk speelgoed, dat een of twee dagen heel blijft,

maken het de wereld to rijk .

Voor zulke dagen loopen we dan toch ook den

speelgoedwinkel even binnen . Daar is het altijd

feest . Ik denk, dat een klein kind zich den Hemel

niet zonder speelgoed kan denken . Ik hoorde van

een klein meisje, dat ging sterven, en dat aan haar

moeder vroeg, of er in den Hemel ook een pop en

een poppenwagen was . Ze hield zooveel van haar

pop en den wagen . Gelukkig was er een dominee,

die het op zich dorst to nemen, om de kleine to

verzekeren, dat er wel twee poppen en twee prackitige

poppenwagens waren . Immers is er alle heerlijkheid

ook voor onze kleine kinderen. Ja, ik

begrijp het kindje heel goed en ik wil den verstandigen

dominee voor deze kinderlijke preek

hier ook wel van harte bedanken . 't Was heel juist,

al sprak zijn dogmatiek noch zijn belijdenis van

poppen in den Hemel .

Maar we gingen den speelgoedwinkel binnen .

Wat zullen we koopen ? Durft u een bat aan, een

zweep, een bromtol ? Weet, wat u doer . Een bal

is om er mee to gooien, en een zweep om mee to

slaan . In vertrouwen gezegd, trommel en trompet

en dergelijke marteltuigen, als ze die van oom of

tante kregen, heb ik in den regel gauw doen verdwijnen

. Maar als ge stalen zenuwen hebt, neem

dan liever een trommel, een f luit of een trompet

dan een bal en een zweep . Ballen worden altijd erg

aangetrokken door de kopjes op uw theetafel, of

door den inktpot op uw schrijftafel en zweepen


I88 HET OUDERUURTJE

hebben veel voorliefde voor den rug dat is zoo

erg niet - maar ook voor het gezicht en voor het

oog van de broertjes en zusjes .

Weet u wat ik weleens heb opgemerkt ? Dat het

meeste speelgoed aan de groote menschen meestal

meet pleizier verschaft dan aan de kleine. Maar

dat is een voordeel voor het speelgoed en voor de

kinderen . Het speelgoed blijft dan langer heel en

de kinderen hebben ook nog eens het pleizier, dat

ze met hun vader spelen kunnen, of liever, dat hun

vader met hen speelt . Daar moesten de vaders, als

het even kan, elken dag maar een kwartiertje des-U

noods voor gebruiken . Liever wat langer, een

kwartier is zoo kort . Maar 't kan toch wel . We hadden

de gewoonte samen een sigaar to rooken na

het eten . Dan zaten we deftig als Indianen to

rooken . De kleine jongens een chocolade sigaartje .

En die moest worden aangestoken en de asch moest

er worden afgetipt en het is merkwaardig, hoe

gauw het kleine goed hun sigaar net zoo tusschen

hun vingers hield als ik en de asch met hun wijs-r

vinger aftipten net zooals hun grootvader het deed .

Zeg nu maar niet, dat ik ze verkeerde dingen

leerde, kleine kinderen en rooken . Menigeen vindt,

dat de groote menschen het zelfs niet moesten doen,

Dat moet u me nu maar niet al to erg aanrekenen .

Ziet u, ik was maar de grootvader van dat kleine

goed en niet hun vader. En het schijnt wel, alsof

een grootvader - over de grootmoeders spreek ik

maar niet, die mogen alles, maar die zijn ook

verstandiger - een heeleboel meet mag, dan een

vader. Maar zich per dag een halfuurtje met zijn


SPEL EN BEZIGHEID I8g

kleine goed bemoeien, das mag vader ook wel .

Anders loops hij kans, das het hem gaat, als de

vader, wiens zoontje zich bij moeder beklaagde in

deze bewoordingen, nadat zijn vader hem een draai

om zijn ooren gegeven had : ,,Moeder," zei hij,

„die man, die hier Zondags komt eten, heeft me

een klap gegeven ."

Speelt met uw kinderen, helps ze bij hun bezigheid

en words geen vreemden in hun leven, vaders ! D .

XIV . SOBERHEID BIJ DE OPVOEDING

OBERHEID bij de opvoeding" - zeker

wel een actueel onderwerp, juist in

dezen tijd . Vele lezers verwachten wellicht

een snort van paedagogisch tijdwoord

. Hiertoe is dan ook wel aanleiding . De

dagen, welke wij thans doorleven, zijn niet rooskleurig.

Ze zijn to tellen, de gezinnen, waar het

inkomen bij vroeger is vermeerderd of hetzelfde

gebleven, waar men doen en laten kan, was men

wil, waar men de kinderen kan doen leeren en kan

geven, was ze begeerden. Bijkans ieder gezin is gedwongen

de tering naar de nering to zetten, wel to

overwegen, of en was er kan worden uitgegeven .

In vele gevallen moet men zich bepalen tot het

allernoodzakelijkste en baart de zorg voor de onmisbare

kleeding reeds veel hoofdbrekens, waar

ternauwernood voldoende is voor voedsel .

Tot soberheid words door ieder, die door zijn


190 HET OUDERUURTJE

woord invloed kan uitoefenen, gemaand ; zoowel

van den kansel en in de pers, als van overheidswege

komt telkens en telkens de waarschuwing niet to

leven op denzelfden voet als voorheen, maar de

meest mogelijke soberheid to betrachten . Regeeringslichamen,

gemeentebesturen, fabrieken, particuliere

inrichtingen, zij alien zoeken middelen en

wegen bun huishouding to vereenvoudigen, to

versoberen . En in onze gezinnen ? Ieder weet, hoe

maand na maand, week na week, ja dag aan dag,

words nagegaan, hoe de uitgaven en de inkomsten

kloppend moeten gemaakt worden . En zijt gij,

lezer, misschien een der weinigen, die den druk

der tijden niet ondervindt en wellicht u nog kunt

veroorloven was ge wilt - ook tot u komt de eisch

der soberheid . Alles was ge om u been ziet, waarschuwt

u, rekening to houden met bet feit, das ook uw

lot en uw omstandigheiden niet onveranderlijk zijn .

Dat alles noopt ons natuurlijk om ook de vraag

to stellen, hoe bij de opvoeding meerdere soberheid

moet betracht worden . Ieder, ik zou bijna zeggen

zonder uitzondering, beefs de laatste jaren boven

zijn stand geleefd, persoonlijk zoowel als in bet

gezinsleven, en ook bij de opvoeding der kinderen .

Een 30-40 jaar geleden was de levensstandaard

veel eenvoudiger en das weerspiegelde zich ook in

de opvoeding der kinderen . Langzamerhand is das

veranderd en tot op zekere hoogte mocht de welvaart

ook gezien worden en was bet niet noodig

altijd maar to sparen .1k geloof, das er vroeger heel

was is gespaard, lang en met veel moeite, - das

zonder moeite en heel vlug door de erf genamen is


SOBERHEID BIJ DE OPVOEDING 191

opgemaakt . Dat men zijn geld productief maakt,

door zijn inboedel to vergrooten en to verfraaien,

door zijn kinderen een behoorlijke opvoeding to

geven en goed uit to rusten voor het leven, mag niet

afgekeurd worden. Een groot voordeel hiervan is,

dat men er zelf gent van heeft . Maar - aan veel

hiervan moest een einde komen en ook de opvoeding,

met alles wat daarmee samenhangt, moet

minder gaan kosten, moet zich bepalen tot het

allernoodzakelijkste - als dat ook nog maar kan !

Het is echter geenszins mijn bedoeling thans

to spreken over een soberheid, die de nood der

tijden ons oplegt . Als we gedwongen worden

rekening to houden met de inkomsten, met wat

mogelijk is, dan is het in zekeren zin gemakkelijk

our soberheid to betrachten, maar dan is het,

omdat het niet anders kan, omdat het zoo moet.

Het is dan ook niet noodig u dat hier duidelijk

to maken, want dan kon ik volstaan met tot u to

zeggen : doe niet meer, dan uw beurs u veroorlooft .

Ik weet wel, dat het sours niet overbodig is, dit to

zeggen, want er zijn er nog heel wat, die, ook bij

de opvoeding der kinderen, verder springen willen,

dan hun stok lang is . De zucht, mee to doen, uit to

steken boven anderen, - waarover straks meer,

drijft wel eens tot dingen, die met de beurs niet

overeenstemmen .

Ik koos dit onderwerp echter niet our deze reden .

Aanvankelijk stond op het lijstje van onze radioonderwerpen

„het probleem van de bescherming

der jeugd bij festiviteiten" en was het de bedoeling

uw aandacht to vragen voor de onmatigheid, welke


192 HET OUDERUURTJE

hoe langer hoe meer aan den dag treedt bij festiviteiten,

inzonderheid, waar kinderen bij betrokken

worden, en achtten we het noodig to spreken over

noodzakelijke soberheid in dezen . Maar - nadenkende

over dit onderwerp, kwam ik tot tal van

andere vraagstukken, waarmee we bij de opvoeding

to maken hebben en waarbij ook de vraag mag

gesteld worden, of niet meerdere soberheid moet

betracht worden . Zoo ben ik er toe gekomen mijn

onderwerp to kiezen : „Soberheid bij de opvoeding"

.

Laat ik dan allereerst me bepalen bij hetgeen me

tot dit . onderwerp geleid heeft, het euvel van overmange

festiviteiten . zie ik hier mis ? Festiviteit

is vreugde - en hoe meer vreugde, hoe beter .

Kinderen hebben het toch heel was prettiger dan

wij in onze jeugd . Er zijn heel was meer pretjes, ze

gaan meer uit, das is een verschil met toen wij

jong waren.lk stem dit volkomen toe en vind het

inderdaad heerlijk, das de jeugd van tegenwoordig

een blijde jeugd heeft . Hoe meer zon, hoe

meer vreugde in het kinderleven, hoe beter . Wij

ouders hebben geen heerlijker task, dan vreugde

to brengen in het kinderleven. Al gaat het sours

met een weenend hart en met veel zorg, wanneer

gij tegenover uw kinderen staat, ouders, dan gelds

ook vooi u het woord : „zalf uw voorhoofd en

wasch uw aangezicht." Geen aangenamer herinnering,

dan die aan een blijde jeugd, aan opgewekte,

zonnige ouders, van wie uitstraalden blij dschap,

vreugde, opgewektheid, en nog heerlijker,

wanneer dit de vrucht was van een blijdschap,


SOBERHEID BIJ DE OPVOEDING '93

waarvan de bron was een vroomheid, die in

C iristus alles vond, wat noodig was . Maar

dit sluit niet in, dat onze kinderen moeten opgroeien

in de gedachte, dat het leven niet anders

is dan vreugde, dat het leven bestaat alleen uit eten

en drinken en -- vroolij k zijn. En dat lij kt er sours

wel wat op . Heel dikwijls moet alles wijken, wanner

een prettige avond of dag of nacht kan worden

doorgebracht . Natuurlijk denk ik hier niet in de

eerste plaats aan de hoogtijden in ons familieleven,

verjaardagen, herinneringsdagen, bruiloften, enz .

Dat deze dagen hoogtijden zijn en ook onze jongere

kinderen daar hun deel, ja zelfs volop, van krijgen,

kan opvoedkundig niet worden ofgekeurd. Integendeel

. Het leggen van familiebanden, die straks

blijven bestaan - een van de middelen daartoe is

het gezamenlijk vieren van familiefeesten . Hier

moet echter ook gewaakt worden voor overdaad .

Maar -- er is meer . Telkens en telkens weer

moet er gelegenheid gegeven worden ook buiten den

familiekring „gezellige avonden" door to brengen !

Buurtvereenigingen organiseeren kinderfeestjes,

naaivereenigingen, knapenvereenigingen jaarfeestjes,

die tot het middernachtelijk uur duren, voetbalclubs,

mondharmonicaclubs, ze moeten minstens

z of 2 maal per jaar een avond hebben our de

bloemet jes buiten to zetten . Op onze middelbare

scholen zijn schoolvereenigingen, die op bepaalde

tijden hun avondje hebben, avondjes tot na middernacht

en die dan nog gevolgd worden door soupe'tjes

en dansjes . Natuurlijk zijn de ouders daar niet bij .

't Is veel „echter" wanner ze onder elkaar zijn.


194 HET OUDERUURTJE

Zijn hier geen gevaren aan verbonden ? Gaat alles

er behoorlijk toe? 2ouden vader en moeder er bij

kunnen zijn ? Laat das alles zoo zijn, last er niets

onbehoorlijks plaats vinden, dan nog noem ik dit

verschijnsel van feestjes en nog eens feestjes een

euvel van omen tijd. Het werk lijdt er onder, de

studie ondervindt belemmering, de denksfeer gaat

to veel buiten den ernst our, het kind words oververzadigd,

blase, heeft telkens scherper prikkel

noodig our voldaan to zijn . Het uitgaansverschijnsel

noodzaakt tot een wanhopig zoeken naar andere,

nieuwe uitgangetjes, die in den smack moeten vallen .

Kinderen worden critisch, wanneer ge een uitgaansplan

voorstelt . Ge denkt, das ge heel was heerlijks

hebt bedacht, en ge hoort ; he neen -- das hebben

we al eens gehad -- nu was anders !

En is het wonder, das ze critisch worden ? 2e

hebben to veel en die to veel heeft, words critisch .

Kertsfeestvieringen - er zijn er die verscheidene,

sours wel 3 of 4 meemaken voor bet eigenlijke

Kerstfeest en dan worden vergelijkingen gemaakt,

hier kregen we dit, daar das en de feestbereiders en

bereidsters putten zich uit our elkander den loef

of to steken . - Schoolreisjes, veel kinderen hebben

er we13 of 4 . Ze zijn op clubs of vereenigingen, die

bet noodzakelijk vinden ook samen een dag uit to

gaan . Men biedt tegen elkaar op our het verste

reisje to maken en er de meeste attractie aan to

verbinden . Naar gelang de kas het toelaat, is

de persoonlijke bijdrage minder of kan voor het

to storten bedrag meer worden verkregen .

Het ergste zijn echter die avondfeestjes : ver-


SOBERHEID BIj DE OPVOEDING I95

moeiend, vaak opwindend, maagbedervend, slaaproovend,

ongeschikt makend om den volgenden

morgen behoorlijk het werk to verrichten . Bovendien

leven de kinderen, want das zijn ze nog, al

bezoeken ze zelfs middelbare scholen, in een sfeer,

welke ook niet de sfeer van volwassenen behoeft

to zijn, maar zeker niet de sfeer van kinderen is .

Het leers ze behoefte to krijgen aan een zeker

snort van ontspanning in een leven van gent . --

Geef uw kinderen met u een heerlijken dag in de

frissche natuur, waar gewandeld en geravot words,

das zal beter voor hen zijn .

Ons eigen huiselijk leven moet sober zijn . Sober

wil niet zeggen minder degelijk, minder goed,

maar wel eenvoudig . En nu zijn er onder mijn

lezers uit alle kringen van het maatschappelijk

leven . Ieder moet voor eigen kring uitmaken, hoe

soberheid moet worden betracht . Wat voor den

een de meest mogelijke soberheid is, is voor den

ander nog luxe . Dat is zoo met onze maaltijden,

met de kleeding, met de inrichting van het huffs .

De maaltijd van vleesch, groente, aardappelen en

een toetje is voor den een sober, maar voor den

ander, als das iederen dag op tafel komt, luxe . Een

Zondagsch pak en een paar daagsche pakken is

voor den een sober, voor den ander een rijk bezit .

Onze kinderen moeten ontvangen, das, was ze altijd

kunnen krijgen, was in hun levensmilieu past . En

toch - was willen we ze vaak meer dan das geven

en valt het moeilijk neen to zeggen, wanneer ze er

zelf om vragen .

De four zit gewoonlijk bij de ouders zelf . Sinds


196 HET OUDERUURTJE

de eenvoud niet een leidend beginsel bij de opvoeding

is, worden kinderen o zoo vaak boven hun

stand opgevoed . En nu gelds dit voor iederen stand,

das de kinderen boven hun stand worden opgevoed.

Men wil het kind alles zoo goed mogelijk geven

op eigen uitgaven bezuinigen vader en moeder

dikwijls om het aan het kind to geven . Bij al de

voordeelen, die onze democratische tijd biedt,

waar de scherpe tegenstelling tusschen rijken en

armen wegvalt en rijken en armen elkander meer

ontmoeten, op de school zoowel als in het leven,

bij al die voordeelen bestaat toch het gevaar, das

afgunst words gewekt en de begeerte ontstaat in

alle opzichten gelijk to zijn . In kleeding wil men

niet onder doen, in uitgaan - dezelfde genoegens,

in speelgoed - was de een heeft, moet de ander ook

hebben . Misschien kan het gegeven worden, maar

er schuilt een gevaar . Kinderen worden gewend

aan een sfeer van allerlei, das zij later moeten

missen . En daarom moeten we wel eens tegen ons

gemoed in handelen .

Bij de opvoeding moet niet alleen het ouderlijk

gevoel spreken, maar ook het ouderlijk verstand .

Dat verstand moet ons zeggen, das wij niet in die

lijn kunnen voortgaan en naar verhouding de

grootere kinderen niet das zullen kunnen geven, was

we ze gaven, toen ze jonger waren . Maar ons verstand

moet ons ook zeggen, das het voor die kinderen

niet goed is van alles volop to genieten, het leers

eischen stellen aan het leven, waaraan noeilijk voldaan

kan worden . En Wanneer we dit bedenken, dan

moet hiermede rekening gehouden worden bij alles .


SOBERHEID BI] DE OPVOEDING 197

Over het speelgoed van onze kinderen behoef ik het

niet meer to hebben na hetgeen de Heer Drewes in

het vorige hoofdstuk meegedeeld heeft . Met volkomen

instemming hoorde ik de behandeling van het

onderwerp „Spel en bezigheid" van het kind aan . We

zijn zoo gauw geneigd, mooi, duur speelgoed to geven

en vergeten wel eens, das voor het kind de waarde

van het speelgoed volstrekt niet evenredig is aan den

prijs . En in de begeerte eens was echt moois to

geven, words ook vergeten, das alleen speelgoed

moet gegeven worden aan een kind, waar het nip

voor is, dus aan een bewaarschoolkleuter niet een

door electriciteit gedreven spoortrein of een

miniatuur naaimachine, die werkelijk naaien kan .

Dit gevaar, speelgoed to geven boven den leeftijd,

bestaat in allerlei kringen . Ik heb me meermalen

verbaasd over de speelkamers bij sommige welgestelden,

een behoorlijk voorziene speelgoedwinkel

was er nets bij . Uit het buitenland was van

alles aangevoerd, das hier niet to krijgen was .

Waren de kinderen gelukkig ? Een oogenblik, maar

dan werd alles in het museum bijgezet . Dat dure

en prachtige speelgoed lijkt mij a eestal een uiting

van ouders om eigen ijdelheid to streelen - men

wil vooral niet onderdoen voor een ander . Ik zeide

het reeds -- voor een oogenblik interesseert het

't kind, maar dan keert een echt kind tot het echte

speelgoed terug, zooals in het laatste hoofdstuk yenmeld

wend . Die mooie dingen zijn geen echt speelgoed

- daar moet to voorzichting Knee worden omgegaan.

Maar genoeg hierover na de behandeling

van het voorgaande onderwerp .


IgS HET OUDERUURTJE

Er is in nog zoo menig opzicht soberheid to be-'

trachten . Denk maar aan de deeding . Hoe vaak

words er niet meer geld uitgegeven dan noodig is voor

de kleeding. Netjes en heel moeten en kunnen alle

kinderen er uit zien . Gescheurd goed is teeken

enkel van slordigheid, niet van armoede, niet van

niet-kunnen. Kleeding, stiff en „uit den tijd" is

evenmin raadzaam als kleeding naar de nieuwste

snufjes en de mode . Afdragertjes komen in elk gezin

voor, maar als het niet noodzakelijk is, last dan

Nr. 3 en 4 niet uitsluitend gekleed gaan in de

kleeren van Nr . I en 2, maar maak met de afdragertjes

eens anderen blij en laten 3 en 4 even

verheugd zijn als r en 2, wanneer er was nieuws

komt . Wanneer het niet noodzakelijk is, behoeven

uw kinderen niet bij anderen of to steken en zeker

niet bij oudere broertjes en zusjes. Men behoeft

niet al to sober to zijn. Wanneer uw kind bijzonderen

aanleg heeft voor mooie kleeren en das komt bij de

meisjes al heel vaak voor, maar ook wet bij de

jongens, moedig das dan niet aan .

Ik sprak daar straks van het uitgaan. In sommige

kringen kan het lijden, das men in de vacanties uitgaat

. Niet iedereen is zoo gelukkig . Als men echter

das voorrecht heeft, last men dan ook hierin voorzichtigheid

betrachten. Daar moet in het leven nog

was to wenschen overblijven ! Laten ze later maar

eens sparen om een reisje naar het buitenland to

doen ! Het is volstrekt niet noodzakelijk, maar

ook niet gewenscht, das kinderen reizen in het

buitenland, zelfs tot in Zwitserland en Italie doen .

De algemeene ontwikkeling, die hierdoor words


SOBERHEID BIJ DE OPVOEDING I99

verkregen, kan heusch nog we! later komen. Er zijn

menschen, die meenen, das ons eigen land geen

moois meer biedt en het gezocht moet worden over

de grenzen. Misschien is het niet veel duurder,

maar ik acht het toch niet raadzaam, knderen to

wennen aan deze reizen .

Tot een sobere opvoeding breng ik ook een bescheiden

zakgeld . Er words sours heel dwaas gehandeld

. Ik heb wel eens to maken gehad met

jongens van 1 3, 14 jaar, die een golden zakgeld of

meer per week ontvingen, zonder das er een bepaald

doe! aan was verbonden, waarvoor das

geld moest dienen . Ha dden ze was noodig, dan

vroegen ze dit ook flog . Waarvoor words das geld

dan gebruikt ? Moet een kind van dien leeftijd

gewend worden aan geregeld snoepen, sigaretten

rooken, afleveringen van dikwijls minder gewenschte

lectuur to koopen ? Al deze dingen worden

door overmatig zakgeld in de hand gewerkt . Waartoe

hebben ze eigenlijk zakgeld noodig ? Kinderen

krijgen thuis, was ze noodig hebben . De verhouding

moet zoo zijn, das ze gerust kunnen vragen, was hun

hartje begeert en vader en moeder moeten zoo verstandig

zijn aan de billijke wenschen tegemoet to

komen, hebben ten slotte het stuur in handen en

geven, was goed is . Toch is een matig zakgeld niet

to veroordeelen . Kinderen moeten leeren omgaan

met geld . Geef dus een bescheiden zakgeld, b .v .

to beginners bij i2 jaar, last das bij iederen verjaardag

met een klein bedrag 5 of ro cent per week

toenemen . Leer ze een kasboekje to houden, waarin

gij controleeren kunt hoe het geld words besteed ;


200 HET OUDERUURTJE

bepaal, dat ze van dit zakgeld bepaalde dingen

moeten koopen o .a . cadeautjes bij verjaardagen

't is zoo goed, dat ze den leeren wet van hunzelf to

geven - leer ze verder sparen, our zelf wet moois to

koopen - maar prent ze goed is, dat het zakgeld er

niet is our to versnoepen, to verrooken, de bioscoop

er voor to bezoeken .

lk wil nog enkele dingen zeggen over de soberheid

met betrekking tot de geestelijke opvoeding . Ook

ten opzichte hiervan mag zeer zeker de soberheid

wel betracht worden . Algemeen is de klacht van

overlading bij het onderwijs . Steeds moeilijker

worden de examens, steeds meet eischen worden

gesteld, de programme's worden al uitgebreider, de

prestaties van de kinderen moeten steeds meet

worden. Niet noodig, zult ge zeggen . Die het niet

volgen ken, hoeft het niet to doen . Volkomen wear,

maar als dit of dat moet bereikt worden, dan moeten

ze toch . zeker, alle ouders gaan hier niet vrij uit .

Er behoort sours zekere moed toe, wanneer men

ziet, dat een kind niet ken, zich daarbij neer to

leggen en to zoeken near andere wegen our het tot

een bestemming to brengen . Gelukkig het kind, dat

ouders bezit, die dien moed hebben . Maar er zijn er

ook, die alles willen opofferen our to voldoen aan

de zucht hun kind „hoogerop" to doen gaan -- het

moet verder leeren ten koste van jeugdvreugde en

gezondheid . Maar al to weinig is dear het besef, dat

theoretische vorming, met zooveel moette verkregen,

toch zonder beteekenis is . Dat we, wear het

in ons vermogen is, het kind een kans willen geven,

is natuurlij k . Ieder begeert, dat zijn kind een ont-


SOBERHEID BIJ DE OPVOEDING 201

wikkeling ontvangt in overeenstemming met het

milieu, waarin het verkeert . Een overdreven soberheid

zou of to keuren zijn . De geestelijke opvoeding

moet slechts in het uiterste geval beneden de

geestelijke sfeer van het gezin blijven . Daarom

wenden we allereerst pogingen aan om de geestelijke

ontwikkeling ten minste op hetzelfde peil to doen

zijn als die van het gezin - maar wanneer blijkt,

das het niet gaat, dan moet niet met allerlei lapmiddeltjes

of met dwang getracht worden, de

ouderlijke ijdelheid to bevredigen .

Of das onderwijs zelf versoberd kan en moet

worden, is een vraag, die reeds dikwijls aan de orde

is gesteld en waarover ik wel gaarne was zou willen

zeggen en met voorbeelden motiveeren, maar

hiertoe is het ouderuurtje misschien niet de geschikte

plaats . - Hetzelfde gelds ook de entourage

van het onderwijs . Ik bedoel de gebouwen en leermiddelen

. Men hoort wel : het beste en mooiste is

nog niet goed genoeg voor het kind . En toch - is

ten opzichte van gebouwen en leermiddelen niet

van eenige overdrijving sprake ? De opvoedkundige

waarde van mooie gebouwen, de aesthetische omgeving,

de, ik zou bijna zeggen, kunstvolle uitvoering

van leermiddelen, onderschat ik geenszins,

maar van overdrijving in dit opzicht is veelal

wel sprake . Onnoodig, omdat de kosten van het

onderwijs toch al buitensporig zijn ; ongewenscht,

omdat het onderwijsmilieu dikwijls in strijd is met

het huiselijk milieu en met het milieu, waarin straks

het brood moet verdiend worden en het verdere

leven zich zal bewegen .

I4


202

HET OUDERUURTJE

Bij de geestelijke opvoeding worde nog in ander

opzicht soberheid betracht . Het kind worde gegeven,

was des kinds is . En in de sfeer van was des

kinds is, words tegenwoordig steeds meer gebracht,

das niet des kinds is . Ten opzichte van het sexueele

vraagstuk worden meeningen aan de markt gebracht,

welke men, zonder ouderwetsch en preutsch

to zijn, als onzinnig moet brandmerken. Wilt ge een

voorbeeld. Lees dan het boek van . . . . neen, ik

noem u das boek niet, want ik wil niet den schijn

op me laden er reclame voor to maken . Een enkel

staaltje echter : Volgens degene, die dit boek schreef,

moet een kind van 7 jaar reeds volkomen op de

hoogte zijn van elk sexueel onderwerp en zeker van

alles was betrekking heeft op de geboorte van kinderen,

enz . De schrijfster -- ja't was een moeder

heeft dit onderwerp met haar 6-jarig dochtertje

behandeld, toen zij in een diergaarde getuige waren,

das een hit met een ezelin paarde, lk vertel niet

meer uit das boek, maar het geeft mij aanleiding

ook in dit opzicht op to wekken tot soberheid . Of

en op dien leeftijd volledige voorlichting op sexueel

gebied noodig en gewenscht is, trek ik ten zeerste in

twijfel. Dat er met die voorlichting gewacht moet

worden tot het trouwen voor de dear is, niemand

zal das verdedigen . „Zeg uw kind de waarheid" is

de titel van een ander boek, das deze dingen behandelt

en de soberheid, waarmede dit werk geschreven

is, komt meer in de lijn, welke ik bedoel, lk

ga hier ook niet verder op in . Het zou een onderwerp

op zich zelf zijn . Het moeilijke is de wijze, waarop

sober en toch waar, dit vraagstuk words behandeld .


SOBERHEID BIJ DE OPVOEDING 203

Tenslotte nog een enkele gedachte over soberheid

bij de godsdienstige opvoeding . Voor de volwassene

is de vaste spijs, voor het kind de melk . Soberheid

en teerheid noeten samen gaan bij de godsdienstige

opvoeding. Op godsdienstig gebied bestaat evenveel

gevaar voor overvoeding als voor ondervoeding .

Van ondervoeding is sprake, wanneer we het kind

onthouden was het toekomt, was het noodig heeft

tot ontwikkeling, ook godsdienstig, wanneer daar

gemeend words, das het godsdienstige een zaak

van later is, wanneer ze was ouder zijn . En juist het

kind is niet alleen het meest ontvankelijk voor godsdienstige

indrukken, maar heeft er behoefte aan,

is er geheel op aangelegd .

Van overvoeding is sprake, wanneer we het to

veel geven, meer dan het verwerken, verteren kan,

ook geestelijk, ook godsdienstig . Tal van vraagstukken,

leerstukken, dogma's kan het kind niet

begrijpen, brengen het maar in de war, leiden of

van de hoofdzaak. Voor een kind is de grootste

eenvoud misschien nog niet eenvoudig genoeg .

Overvoer het niet op godsdienstig gebied - ge

doer daar nog meer kwaad mee, dan wanneer ge het

met algemeene kennis overvoert, maar last het voor

uw kind leven, was godsdienst is . Later, later komen

de vraagstukken, al blijft er maar een ding slechts

noodig : als zondaar in Jezus en door Jezus zich een

verloste to weten .

Soberheid in menig opzicht --- maar niet to sober.

De soberheid niet om naar beneden to halen, maar

om to sterken, to harden voor het leven, om des to

beter zoowel den strijd om het bestaan to strijden,


204 HET OUDERUURTJE

als in de geestelijke wereld eenvoud to behouden en

voort to bouwen. In alle opzichten gelds het woord

van Salomo : den jongen, het meisje, de eerste beginselen

to leeren naar den eisch zijns, haars wegs,

sober in overeenstemming met den leeftijd .

v. H .

XV,

SLAPEN

INDEREN hebben veel slaap noodig,

heel veel . 'k Heb het vroeger wel anders

geleerd, maar u moet het me niet kwalijk

nemen, das ik het nu beter meen to

weten . Op school, ik moet toen elf of twaalf jaar

geweest zijn, kwam er een som in mijn rekenboek

voor, die zoo luidde : „Als iemand zes uur per nacht

slaapt, welk gedeelte van zijn leven verslaapt hij

dan ?" En onze goede meester voelde zich geroepen

om bij deze som een toepasselijk woordje to spreken

over lang slapen . Als je zes uur sliep, versliep je al

het vierde deel van je leven . En wij sliepen zeker

wel meer . Vroeg op ! enz . Het was erg braaf, maar

zooals het wel eens meer bij de menschen gaat, hij

handelde blijkbaar niet naar zijn principes . Hij

sliep zeif wel meer dan zes uur . En daar deed hij

verstandig aan .

Maar das wist ik toen nog niet en ik geloofde

inderdaad, das een uur aan den slaap ontroofd een

uur gewonnen was . En das is toch heusch niet altijd


SLAPEN 205

het geval . Vooral niet bij onze kinderen . Een pas

geboren kind moet bijna den heelen dag slapen .

't Slaapt dan ook in den regel meer dan twintig uur

per dag . En dan groeit het . En dan is het rustig. Ik

weet niet, of er nog moeders zijn, zooals ik er vroeger

wet gekend heb, die hun kind was slaapstroop

ingaven of sours wel een beetje sterken drank . In

mijn jeugd hingen er bij elken drogist heele rijen

slaapbollen, net precies droge uien . Dat waren de

zaaddoozen van de papaver, waar ook opium uit

bereid words . Die slaapbollen werden in de melk

gekookt, het kleine kind moest drinken en dan sliep

het zoo lekker. Of de moeders haalden was slaapstroop,

die ze door de melk roerden . Ik heb kinderen

uit zulke gezinnen op school gehad. Maar die waren

op school nog niet wakker geworden . Dat waren

echte sufferds . Echte slaapkoppen, domme kinderen

die ook niet veel leerden . Dat was waarschijnlijk

wel de invloed van de slaapstroop, al is het ook

mogelij k, das de erfelij kheid daar een woordj a bij

meegesproken heeft, want je moet toch al een erg

uilskuiken zijn, als je je kinderen in hun prilste

jeugd al verdoovingsmiddelen ingeeft en ze went

aan slaapmiddelen .

Dus geen slaapmiddelen aan kinderen. En aan

volwassenen geen slaapmiddel zonder den dokter .

En onze Hollandsche dokters zijn er in den regel

heel spaarzaam mee .

Maar ik moet nog was over het slapen van onze

kleintjes zeggen . Een kind moet rustig gehouden

worden. Ads het kan moet het kleine kind in een

stille, goed geluchte kamer liggen . Het moet op tijd


2o6 HET OUDERUURTJE

gaan slapen en daarom ook op tijd voedsel hebben,

Ik kwam eens bij een moeder, die de opmerking

maakte, dat haar kindje altijd lastig was, als er visite

was. Het bleek, dat het kwam, doordat moeder haar

schat graag lies zien, hem sours wel uit bed haalde

our hem aan het geeerde gezelschap voor to stellen .

Maar ook, als ze dit niet deed en er geen buitengewone

drukte was, werd het kind toeh altijd huilend

wakker, als er visite was. Het kind sliep in een vertrek

naast de kamer, waar de menschen zaten, En

zooals bij ons gewoonte is, rookten de mannen . Die

rook - het was niet eens buitengewoon erg

drong door in de kamer waar het kind lag en maakte

het lastig. Toen de heeren zich op een avond het

gent van de sigaar ontzegden, bleef het kind rustig

slapen. En dat ging later net zoo . Blijkbaar had het

kind last gehad van den rook . Hetzelfde gebeurt met

parfum . Een afwijkend geurtje maakt het kind moe .

Wilt ge zoete kinderen hebben, zorg dan, dat ze

rustig kunnen slapen . En zorg daar ook voor, als ze

grooter worden . 't Is zoo verleidelijk het kind mee

to nemen, als ge 's avonds uitgaat . Maar ik zou het

toeh maar ernstig overwegen, voor ik het deed . We

zijn vaders en moeders en moeten dus ook met onze

kinderen rekening houden en niet alleen met ons

zelf. Ik heb altijd medelijden met de kleine schepseltjes,

die des avonds last nog over straat meegezeuld

worden, huilend of druk pratend, of doodop van

den slaap. Ze hebben behoefte aan veel slaap, aan

geregelden slaap, aan rustigen slaap . Die behoefte

blijft wel niet altijd zoo groot als bij den zuigeling .

Maar heel veel kinderen hebben tot .aan den school-


SLAPEN 207

leeftijd toch nog behoefte aan een middagslaapje en

voor menige moeder zelfs is dat nog een behoefte .

Als het even kan, moet men het zoo trachten in to

richten, dat moeder en kinderen 's middags een

uurtje gaan slapen. 0 ja, menschen, ik weet heel

goed, dat dat wel eens moe' jk is om het zoo to

regelen, maar met overleg lukt er heel wat . En voor

moeder is het ook goed . Het maakt haar net zoo goed

als haar kinderen rustiger en opgewekter . Let maar

eens op de kinderen, als ze niet genoeg slaap hebben

gehad, als ze niet uitgeslapen zijn . Dan zijn ze

brommerig en vervelend . Och, net als groote menschen

. Heel wat narigheid zou kunnen vermeden

worden als moeder er regel van maakte om vroeg

naar bed to gaan en 's middags een uurtje to gaan

rusten . 't Is daarom nog niet zoo dwaas, als humeurige

kinderen een uurtje in bed gestopt worden .

Maar dan moet ge er op letten, dat ze ook slapen .

Want wakker in bed liggen is gevaarlijk . Ik zal dat

niet heelemaal uitwerken . Een goede verstaander

heeft maar een half woord noodig . Daarom kan ik

het ook bij deze waarschuwing laten ; Wees voorzichtig,

wanneer ge uw kinderen voor straf in bed

jaagt . Als ze niet slapen in bed, werkt uw straf misschien

groot kwaad. Daarom moeten ze ook 's morgens

niet wakker in bed liggen en 's avonds gauw

inslapen. De zomertijd geeft daar wel eens last mee .

Het is dan 's avonds zoo lang licht . En slapen bij

helder daglicht is voor onze kinderen dikwijls heel

moeilijk. Het best is dan de kamers zoo mogelijk

donkey to maken . Op school kunnen de onderwijzeressen

uit lagere klassen heel goed den na-


208 HET OUDERUURTJE

deeligen invloed van de zomertijdregeling op de

kinderen merken. Ze zijn, vooral in den middag, veel

onoplettender en lastiger dan anders . Dat komt,

doordat ze to last zijn gaan slapen en dus slaap to

kort komen . Het is voor de kleine kinderen, die pas

op school komen, toch al zoo moeilijk om's middags

wakker to blijven . Sours duikelen ze 's middags

lekker in slaap. Vroeger werden de schapen dan

wakker geschud . Tegenwoordig is ook de school wat

wijzer geworden en een verstandige onderwijzere

zal haar kleintjes ook lekker een dutje laten doers in

school, als ze in slaap vallen. Dat is ook heusch niet

erg. Laat ze maar slapen . Het doer ze goed . En

leeren doers ze toch niet, als ze zoo zijn . Voor onze

kinderen moeten we den zomertijd maar zoo gauw

mogelijk afschaffen .

Ook voor onze groote kinderen . Als bet zoo lang

licht is, blijven ze vanzelf langer op . En 's morgens

langer slapen doers ze ook al niet . En nu moeten

we niet denken, dat dit niet noodig zou zijn .

In de Engelsche kostscholen heeft men opgemerkt,

dat kinderen, die met vacantie naar huffs

gingen, in den regel de eerste week ten minste van

de vacantie moesten uitslapen en dan dikwijls 10

a z i uur per etmaal sliepen, terwijl ze op school bet

met hoogstens negen uur moesten doers. Blijkbaar

hadden ze dus aan negen uur per etmaal niet genoeg .

En mijn ervaring is wel hetzelfde . Nu weet ik wel,

dat bier individueele verschillen zijn . De een heeft

meer behoefte aan slaap dan de ander, maar in den

regel is negen uur slaap voor onze stadskinderen

beneden de achttien jaar niet geheel voldoende .


SLAPEN 209

Menige moeder weet ook we!, hoeveel moeite het

kost de kinderen op tijd uit bed to krijgen . In den

regel moet ze ze wakker maken, was er al op wijst,

das de natuur nog niet bevredigd is door de genoten

slaap . Vroeg naar bed is daarom een heel goede regel .

Vroeg op ook wel, maar vroeg opstaan en niet vroeg

naar bed gaan is heel slecht . Ge kunt de kinderen,

die to weinig slaap krijgen, heel goed aan hun

uiterlijk, aan hun leeren en aan hun praten herkennen.

Uiterlij k zij n ze bleek en mager. Een kind

groeit voornamelijk in zijn slaap . Dat weten de

varkenshouders ook we!, want de wet, die voor het

kind gelds, gelds voor alle levende wezens . In de

lange winternacht groeit een varken het meest, veel

meer dan in de korte zomernacht . Meer uren

slaap beteekent minder slijtage en meer groei . Wilt

ge gezonde, frissche kinderen, zorg dan, das ze veel

slaap krijgen. Laat ze niet zoo lang in bed, das ze

's avonds en 's morgens eenigen tijd wakker liggen,

maar let er op, hoeveel ze noodig hebben . Leer ze

dadelijk in to slapen, en op to staan, zoodra ze

wakker zij n .

Niet alleen aan hun uiterlijk, ook aan hun werk

merkt ge het gebrek aan slaap . Op school merkt ge

het aan hun leeren . Als ze goed uitgeslapen zijn, is

niet alleen hun lichaam uitgerust, maar ook hun

geest . Lichamelijke vermoeidheid is in den regel

spoediger verdwenen dan vermoeidheid van den

geest. Daarom hebben stadskinderen, aan wier

geestelijke werkzaamheid zwaarder eischen gesteld

worden dan aan kinderen van het platte land, in den

regel meer behoefte aan slaap dan de laatsten. Ge


210 HET OUDERUURTJE

kunt wel heel goed merken, das de eischen, die het

verkeer in de stad aan lichaam en geest stelt, grooter

zijn dan die van het rustige platte land . Kom maar

eens als niet-stedeling in een groote stad . Al werkt

ge den heelen dag niet en al maakt ge u niet to druk

door veel to wandelen, ge zijt 's avonds doodmoe .

En omgekeerd, wanneer ge als stedeling zomers

naar buiten treks, dan staat ge er verbaasd over

welke groote, lange wandelingen ge kunt maken

zonder das het u zooveel vermoeit als een uurtje

boodschappen doen in de stad . Dat is ook niet to

verwonderen . Het drukke verkeer, het niet ophoudende

lawaai op straat, de velerlei indrukken,

die ge krijgt, stellen aan uw geest veel zwaarder

eischen dan de rust en de stilte en de mindere

variatie op de landelij ke wegen . Het blij kt dan ook

wel, das kinderen van het land met minder slaap toe

kunnen en frisch blijven dan die uit de stad . Er

bestaan dan ook geen algemeene voorschriften voor

den duur van den slaap . Maar een der geleerden,

die over den slaap geschreven heeft, Warner, geeft

het volgende lijstje

Kinderen van 8--9 jaar behoeven 12 uur slaap .

„ ,, 9 IO „ „ II 112 „ f,

„ „ 10 II „ „ II „ „

„ „II 12„ » 1012» >r

„ „ 12 14 „ „ 10 „ „

» ,, 14-15 ,, ,, 9 1/2 f> »

1f ff 1 5-1 7 ,, ,, 9 ff ft

f1 ,, 1 7-19 ,, ,, 81/2 ff ft

Ik zal niet zeggen, das hier geen afwijkingen


SLAPEN 211

mogelijk zijn, maar ik wil er wel op wijzen, dat onze

kinderen heel anders zijn, wanneer ze uitgeslapen

zijn, dan wanneer ze het niet zijn. Dan zijn ze

mopperig en kribberig, kibbelachtig, kijfziek, prikkelbaar

en brutaal . En u hebt zelf wel gemerkt,

wat er nog nneer op to merken valt . Ze zijn in een

woord slecht gehumeurd . En dat kan tot allerlei

narigheid aanleiding geven, waarover ik maar niet

zal spreken . Alleen moet ik nog opmerken, dat dit

niet alleen bij kinderen het geval is, maar ook bij

groote menschen . Als er in een gezin niet genoeg

geslapen is, dan is de toon er dikwijls minder goed .

Na een Sinterklaasfeest, als de kinderen last op zij n

gebleven, merkt ge heel gauw den terugslag van het

gebrek aan slaap . Na een Zondag, als de kinderen

een uurtje langer mogen opblijven, omdat het Zondag

is, volgt de meestal niet zoo heel prettige

Maandag . Het oude Maandag-houden kan men ook

heel goed voor een deel terugbrengen tot het last

naar bed gaan op Zondag . Een Amerikaansche geleerde

en zijn vrouw wilden onderzoeken, welken

invloed het niet slapen op hun lichaam en hun geest

had . Het waren heel fatsoenlijke, behoorlijke menschen,

maar toen ze eenigen tijd met hun onderzoek

bezig waren, waren ze als omgekeerd . Ze mopperden

en snauwden de heele wereld af, hun omgeving wilt

geen land met hen to bezeilen en zelfs in gezelschap

ontzagen ze zich niet openlijk met elkaar ruzie to

maken . Te weinig slaap heeft een verderflijken invloed

op het humeur en kan de oorzaak zijn van een

geest en een toon in het gezin, die ieder diep ongelukkig

maakt . Men schijnt door gebrek aan slaap


212

HET OUDERUURTJE

den rem over zijn gedachten en zijn doen en laten

kwijt to raken. En dan komt er niet veel schoons

voor den dag .

Als ge nu vraagt, hoe het komt, das we voor ons

lichaam en voor onzen geest slaap noodig hebben,

dan moet ik zeggen, das men over de oorzaken van

den slaap niet zoo heel veel weet . Evenmin als over

zijn verband met de vermoeidheid . En das er heel

verschillend over gedacht words door de heeren,

die er studie van gemaakt hebben . Voor ons doel

behoeven we er ook niet zoo heel veel van to weten,

maar voor onze kinderen is het toch wel goed, als

we er was van begrijpen . De gewone opvatting is,

das slaap het gevoig is van vermoeidheid . Maar daar

staat tegenover, das de ervaring leers, das we toch

niet altijd vermoeid behoeven to zijn om slaap to

hebben . Als we to vermoeid zijn, kunnen we zelfs

dikwijls den slaap niet vatten. „Ik kon niet slapen

van moeheid", zegt men dan. En we weten ook, das

zonder ongewone moeheid, zelfs zonder das we een

gevoel van vermoeidheid hebben, de slaap op een

bepaald uur komt . Laten we das uur voorbijgaan bij

ons zeif, of bij onze kinderen, dan zijn we ,,over

onzen slaap". Kinderen worden dan zelfs klaar

wakker en slapen heel vaak, als we ze naar bed

brengen nog niet eens gauw in . Daaruit blijkt we!,

das vermoeidheid toch niet de eenige oorzaak van

den slaap kan zijn, al staat ze er zeker mee in

verband .

zeker staat de slaap wel in eenige betrekking tot de

kracht en den duur van den voorafgeganen arbeid .

Hoe zwaarder en hoe langer die geweest is, des to


SLAPEN 213

grooter is de behoefte aan slaap en des to langer en

to dieper is hij . Daarmee komt overeen de ervaring,

das zwakkere menschen meer slaap moeten hebben

dan sterkere. En hiermee weer, das kinderen meer

uren van slaap behoeven dan volwassenen . Men

heeft getracht daarvoor bepaalde tijden to vinden en

voor het schoolgaande kind worden dan gegeven de

volgende tijden van naar bed gaan en opstaan

7 jaar : 7 uur naar bed 7 uur op : 12

8 „ 7 „ ,, „ 7 „ „ 12

9 ,, 7 ,, ,, ,, 7 ,, ,, 1 2

10 en II „ O „ „ „ 7 „ „ II

I 2 en I 3 ,, 9 „ ,, „ 7 ,, ,, 10

14 ,, 9 . 30 ,, » » 7 » ' 9 112

1k vermoed, das bij ons in Amsterdam de uren,

die ik noemde, wel niet geheel en al in het oog gehouden

zullen worden en das er een neiging zal zij n

om het uur van naar bed gaan en het uur van opstaan

beide was later to stellen . Dat hangs ook

samen niet alleen met ons beele stadsleven, das

meer een avondleven is dan het leven op het platte

land, maar ook met de gesteldheid van ons lichaam

en onzen geest. Er zijn n .l . twee groepen van menschen,

die men onderscheidt in ochtendwerkers en

avondwerkers . Sommige menschen zijn 's morgens

het helderst en andere 's avonds . Het is wel interessant

om to weten, das bij deze beide groepen

ook de slaap verschilt . Bij de morgenarbeiders is de

slaap het diepst in den voornacht, bij de avondwerkers

in den morgen . Nu is de diepe slaap de

meest verkwikkende. De avondwerkers, die in den


214

HET OUDERUURTJE

regel to last naar bed gaan, omdat ze 's avonds zich

het lekkerste voelen, krijgen bij to korten slaap dan

ook maar een klein gedeelte van hun meest verkwikkenden

slaap . Voor hen is dus vroeg opstaan

heel nadeelig . Een morgenwerker staat graag vroeg

op . Hij vindt het 's morgens in bed niet uit se howden,

springs er uit, wascht zich en zings al vroeg zijn

lied. De avondwerker moet geroepen worden, draait

zich nog eens behaaglijk om, dus weer in, words

weer geroepen, komt brommend uit zijn bed,

snauwt tegen zijn broer of zuster, die zings, en

words eerst tegen een uur of elf goed wakker . Een

gevolg hiervan is, das een jongen of een meisje, das

aan deze kwaal lijdt, een paar beste uren van den

morgen om was to leeren, verliest . Kinderen, die

last opzitten, al zijn ze nog zoo ijverig, komen altijd

achter op den duur . Bij deze kinderen moet er dus

vooral de hand aan gehouden worden, das ze bijtijds

naar bed gaan . Het beste is, das ze beginnen eerst

vroeg op to staan. Niet eerst vroeg naar bed se gaan .

Dan hebben ze wel een vervelenden dag, ze zijn

koud en huiverig en voelen zich lang niet lekker,

maar 's avonds gaan ze dan ook vroeger naar bed .

Met een klein beetje volharding, als n .l, de huiselijke

omstandigheden er toe meewerken, overwint men

dan ten minste eenigermate zijn nadeeligen aanleg .

Voor menschen, die meester zijn over hun tijd en

desnoods tot negen uur, half tien kunnen slapen, is

het niet zoo erg, als ze 's avonds werken . Maar het

grootste deel kan das niet . School en kantoor beginnen

in den regel om g uur. Op het werk moet

men dikwijls al vroeger beginnen, al zijn we niet


SLAPEN 215

meet zoo matinees bij het handwerk als vroeger .

Het is daarom wel goed, als we de kinderen leeren

niet last naar bed to gaan en om zeven uur op to

staan . Maar ja, dan moet er ook in het gezin toe

meegewerkt worden . Als vader om 12 uur naar bed

gaat - zulk een belangrijke vergadering ! - en om

g uur pas op zijn kantoor hoeft to zijn, dan blijft hij

graag nog een uurtje langer liggen dan zeven uur en

dan vindt hij het ook niet prettig, als de heele

juichende kinderschaar om 7 uur present is . . . .

0th, en dan is er nog meer .'s Avonds is bet warm

en gezellig . Maar 's morgens is het, in den winter

tenminste, koud en donkey . Er is zoo veel to doen

in huffs, das er van het schoolwerk 's morgens in den

regel minder komt dan 's avonds . 's Avonds slapen

de kleintjes en 's morgens zijn ze klaar wakker en

komen met dit en met das en met was anders bij de

grootere broers en zusters . Die zich bezorgd maken

over hen werk, das nog niet klaar is, en de kleine

kinderen wel eens niet overvriendelijk to woord

staan en het vervelend vinden, als moeder ze vraagt

om een kopje thee in to schenken of eens open to

doen, als er gebeld words door den melkboer of den

schillenman . De bakker komt tegenwoordig was

later, maar toch is

„de wereld nog in rep en roer

des morgens komt de mellekboer

en daarna komt de bakker."

En das is voor de kinderen ook lastig, als ze

telkens van hen huiswerk worden geroepen . Al die


216

HET OUDERUURTJE

moeilijkheden maken het niet gemakkelijk wat werk

tot de morgenuren to laten liggen en we kunnen het

daarom heel goed begrijpen, dat ze het of willen

hebben, voor ze naar bed gaan . En dat moet ook

kunnen en de kinderen moeten dan ook nog een

uurtje voor zich zelf hebben om wat to spelen of to

lezen of om eens to hollen en to draven, als een jong

paardje in de wei . En wij, vaders en moeders, we

moeten in de regeling van ons huishouden er ook

op letten, dat het kan . En we moeten van de school

eischen, dat ze zoo mogelijk niet to veel huiswerk

opgeeft en niet op den geheelen avond en een deel

van den slaaptijd van onze kinderen beslag legs .

Een gezond kind met een frisch stel hersens en een

goed humeur is meer waard dan een kind met veel

schoolkennis . Maar och, het is sommige ouders ook

niet om veel kennis to doen, maar veel meer om

rust . „Geeft u hem maar veel huiswerk, dan heeft

hij wat to doen, anders is hij zoo lastig ." Er zijn zoo

menschen, die van de school graag hun kindermeisje

maken, tot de jongens naar bed gaan, zoo zijn

er enkele. Maar verstandige ouders weten, dat er in

het kinderleven toch ook nog wat anders moet zijn

dan leeren, leeren, leeren .

Dat er tijd voor ontspanning moet zijn . En tijd

om to slapen . Nu maak ik mij over den tij d tot ontspanning

heusch niet ongerust . Die vinden de

jongens en meisjes zelf wel . En als ze dien niet

krijgen, dan nemen ze hem wel . Er kwam eens een

klacht bij mij over een jongen van een jaar of veer

tien, dat hij niet van school naar huffs en direct thuis

kwam . Nu schrijft het reglement van de school aan


SLAPEN 217

de ouders voor zorg to dragen, dat hun kinderen

direct van huffs naar school en van school naar huffs

gaan . De ouders kwamen dus volkomen terecht bij

mij met hun klacht . Want de school eischte van hen,

wat ze niet houden konden . 2e hadden blijkbaar

niet voldoende macht over hun ongehoorzamen

zoon . „Geeft u hem anders wel eens gelegenheid

om op straat to zijn r?" En toen bleek het, dat die

jongen anders nooit op straat mocht zijn, dan om

van huffs naar school to gaan en van school naar huffs

en dat hij ook nog wel eens voor moeder een boodschap

mocht doen . En dan mocht hij 's avonds zijn

huiswerk maken . Maar daar had hij altijd heel lang

werk over. En zat dan meestal to suffen . - Ja, als

zoo'n jongen nooit eens gelegenheid krijgt om uit to

hollen, nooit eens met een vriendje een straatje om

mag, dan is het toch niet to verwonderen, dat zoo'n

jongen eens een half uurtje onderweg blijft en ook

wel eens een uurtje . Maar daar blijft het niet bij .

Want de jongen bog dan, dat hij school had moeten

blijven. Och, je kunt je sours zoo vergissen in je

best-bedoelde maatregelen . Dat kan ook met het

regelen van den slaaptijd . Daar is natuurlijk een

norm, zooals er een norm is voor alle paedagogische

dingen . Maar nu heb je tweeerlei menschen, die

hun verstand gebruiken en menschen, die het niet

doen . En het wonderste is, dat de menschen, die

hun verstand niet gebruiken de menschen, die het

wel doen, telkens op inkonsekwensies meenen to

betrappen . En zeggen, dat ze den norm verwaarloozen.

Als het mij nu eens overkomt, dat ik to last

opblijf, of dat ik niet genoeg slaap, dan zijn er heel

z5


218 HET OUDERUURTJE

wat menschen, die de opmerking maken, dat ik

aan mijn eigen erkende voorschriften zelf niet gehoorzaam

. Och ja, wat zal ik zeggen . Als ik tot

12 uur werk, en de klok slaat twaalf, terwijl ik een

vrachtje naar boven hijsch, dan werk ik maar liever

nog een oogenblikje door, dan dat ik het hijschtouw

loslaat en de steenen naar beneden last vallen, omdat

ik maar tot 12 uur werk . Natuurlij k ben ik dan

niet op tijd . En zoo kan het met de kinderen ook

wel gaan . Ze mogen wel eens wat later opblijven,

maar laten we er dan toch voor zorgen, dat ze genoeg

slaap krijgen door ze wat langer to laten liggen

als het mogelij k is, of door ze den volgenden dag

vroeger naar bed to sturen, Maar als dat niet kan,

dan moeten ze voor een keer er zich maar eens doorheen

slaan. De grond is heusch niet to koud voor

hun voetjes en uitgaan moet hun toch ook maar

zooals onze vaderen zeiden -- een bilslag waard

zijn . Wees dus wijs . Heb een norm ook voor uw

slapen . Een regel, waar ge u naar richt . Maar wees

dan geen slaaf van uw regel . Wees streng en stipt in

het beoordeelen van de aanleiding tot afwijking van

uw regel . Maar wees dan ook eerlijk . Zeg niet bij

elke gelegenheid, dat ze wel wat langer mogen opblijven

. Maar als het noodig is, doer ge heusch nog

geen kwaad, als ge uw kinderen hun slaap een keer

watlaatbekorten .Alleenlaathetniet zijnvooruwpleizier.

Als er sprake is van een offer, laten wij, ouders,

dan maar het woord overnemen van de domineesvrouw

uit Frits Reuters Gedroogde Kruiden . Weet

u wat die zei, als er een opoffering moest geschieden?

Die zei : „Daar ben ik immers de naaste toe?"


SLAPEN 219

En flu we het toch hebben over slapen, nog even

de herinnering aan het wakende zijn. Waakt, want

ge weet den dag nbch de ure in welke de Zoon des

menschen komt . Laat Hij ons niet slapende vinden .

Ik behoef u natuurlij k niet to zeggen, das dit woord

met onzen natuurlijken slaap nets to maken heeft .

Pascal meende van wel en gunde zich daarom geen

voldoenden slaap . Ik houd het dan maar met het

oude kinderversje, das ik nog van mijn moeder

geleerd heb

XVI.

Leer mij slapend op U wachten,

Heer, dan slaap ik zoo gerust .

Geef mij heilige gedachten

En wees in den droom mijn lust .

't Lichaam slaapt, maar 't harte waakt

Als het zich in U vermaakt .

Doe mij dicht bij Jezus wezen .

0, dan heb ik nets to vreezen .

D .

DE ZONDAG

IER willen we het nu eens over den Zondag

hebben en ik verzoek u daarbij allereerst

to bedenken, das het in ons ouderuurtje

is, das dit onderwerp words

behandeld . In ons ouderuurtje, waarin we speciaal

over onderwerpen willen uitweiden, waar wij als

ouders zoo dikwijls mee zitten . Niet alleen, die ons

interesseeren, maar die betreffen de vele vraag-

I5 *


220 HET OUDERUURTJE

stukken, welke ware moeilijkheden brengen in onze

gezinnen .

Voor wie even nadenkt, is het onderwerp van

heden in zeer vele gezinnen een „vraag"stuk .

De zondag, gegeven mede om de harmonie in ons

gezin to brengen, brengt zoo vaak in menig gezin de

disharmonie . Voor een goede familiesamenleving is

de wijze, waarop de zondag words doorgebracht,

een zeer belangrijke factor, lk wil het thans niet

hebben over een onderdeel van den zondag, maar

over heel den dag en mij niet laten verleiden om me

uitsluitend to bepalen tot „voetbal op zondag", in

't algemeen sport op zondag . Natuurlijk zullen we

het ook hierover hebben en den wil ik al dadelijk

zeggen, das mijn onderwerp reeds lang is overdacht

en dus geen verband houdt met de behandeling

van dit vraagstuk door anderen .

Die nu mocht verwachten een programme voor

een zondagsviering, uitgewerkt als een rooster

voor heel den dag, ken dit hoofdstuk wel overslaan,

want die words teleurgesteld, zoowel hij, die

een strenge Sabbathsviering voorstaat, als hij, die

meent, das het woodd van den Heiland, das de

Sabbath om den mensch is gemaakt en niet de

mensch om de Sabbath, een vrijbrief geeft om op

den zondag maar alles to doen. Ook luidt het onderwerp

niet „zondag" of „zaterdag" . Die quaesties

laten we geheel rusten . Voor ons Christenen is de

zondag in de pleats van den Joodschen zaterdag

getreden ; de zondag de dag, die door Christus'

opstanding gewijd is tot rustdag en geheiligd tot

den dag des Heeren .


DE ZONDAG 221

Wanneer wij het over den zondag hebben, dan

moet hier onderscheiden worden de zondagsrust en

de zondagsheiliging . Beide zijn voor ons gezins- en

maatschappelijk leven van de hoogste beteekenis .

Voor ons gezins- maar ook voor 't maatschappelijk

leven. De zondagsrust allereerst. Wij, ouderen,

kunnen een verschil opmerken tusschen de zondagen

in onze jeugd en de tegenwoordige . Ontegenzeggelijk

is er een geweldige achteruitgang waar to

nemen in het maatschappelijk leven, die verband

houdt met de mindere zondagsrust . De zondag is

als rustdag geschonken, omdat de maatschappij

noodig heeft na een zesdaagschen arbeid een dag van

rust . We weten, das pogingen welke aangewend zijn

geworden om to tornen aan deze ordinantie Gods

en bedoelden den rustdag geheel uit to schakelen of

een rustdag na ro-daagschen arbeid, das die pogingen

op niets zijn uitgeloopen . Het menschelijk lichaam

heeft na zesdaagschen arbeid een dag van rust noodig.

En was komt er van den zondag als rustdag in

vele kringen tegenwoordig al heel weinig terecht ! Er

words wel beweerd, das rust kan worden verkregen

door verandering van arbeid, was anders to doen,

dan men gewoon is to doen .

Daar is iets van aan : lichamelijke arbeid,

lichamelijke vermoeiing, kan heilzame rust geven

aan die moe is van geestelijken arbeid en andersom .

Afgezien van den rijkeren beteekenis van den zondag,

kan ik mij indenken, das op zichzelf het werken

in zijn tuin den kantoorman een zekere rust geeft,

of een flinke wandeling, een fietstocht ; maar was de

hedendaagsche zondagen ons to zien geven is geen


222 HET OUDERUURTJE

ontspanning door inspanning, maar uitsluitend inspanning

. De wijze, waarop de zondag words

doorgebracht, moet vermoeien . De geweldige sportbeweging,

de concourses, ze verges van de deelnemers

heel was inspanning, geestelij k en lichamelij

k en de Maandagmorgen vindt talloos velen

minder frisch, althans niet frisscher das de zaterdagavond.

En dit betreft niet alleen ouderen, die ten

slotte zelf moeten weten, was ze does, maar ook

kinderen . De gevallen zijn niet zeldzaam, dat kinderen,

zelfs die uit de lagere klassen der lagere

school, des zondags moeten deelnemen aan mondorgelconcoursen

op andere plaatsen, daarvoor reeds

zondagsmorgens vroeg van huffs gaan en 's avonds

heel last terugkomen . Hoe moeten ze Maandagsmorgens

op school zijn r? was is er niet lang gestreden

voor vrije zaterdagmiddag, voor flinke

vacanties en is daardoor de zondag behouden als

rustdag ? De ervaring heeft het ons geleerd, das

veeleer de geheele rustdag is vervallen .

De zondag is de dag als bij uitstek aangewezen,

zoo denkt althans de tegenwoordige maatschappij,

om meetings, jaardagen, sportwedstrijden, concourses,

enz. t o houden .

zoolang de modern arbeidersbeweging de rustdag

niet eert - we spreken allerminst nog van

heiligt - mist zij het recht zich neutraal to noemen ;

maar das gelds iedere vereeniging, jeugdvereeniging,

buurtvereeniging, sportvereeniging, mondorgelclub,

enz. enz . die beweert neutraal to zijn en daarom

iedere richting bij zich wil vergaderen en een

aanslag pleegt op den zondag . D


DE ZONDAG 223

In onze grootere plaatsen, vooral die, welke

centrum zijn van een bepaald deel van het land,

words de Zondag steeds onrustiger . Reeds des

morgens words de kerkgang bemoeilijkt door heele

scharen, die van de treinen of booten komen,

door autobussen worden aangevoerd, of met f ietsen

en motoren door de straten razen . Onze

dorpen blijven al evenmin rustig . Vooral in het

seizoen, das we tegengaan ziet men de uitgaanders

op de Zondagen bijkans heel het land doorkruisen

. In Gelderland, Utrecht en Holland ziet

men ze zelfs uit het uiterste Noorden, de extratreinen

maken het daarbij ook gemakkelijk ver van

huffs to gaan . In het vroege voorjaar tochten naar de

bloembollenvelden, straks naar zee en bosch, aanbiedingen

to kust en to keur .

Zondags words het meer en meer openbaar, veel

meer dan in de week, das we hard op weg zijn een

anti-christelijke staat to worden, Met den dag des

Heeren zelf als een rustdag words niet meer gerekend.

De gewone arbeid rust wel, maar van een

werkelijke rust is al heel weinig sprake .

Gods gebod luidt, das we op dien dag niet alleen

moeten rusten van den arbeid, maar dien dag ook

hebben to heiligen . Van dit laatste ziet men in onze

hedendaagsche maatschappij al heel weinig . De

rust gaat aan de heiliging vooraf,

Geen Zondagsrust, dan ook geen Zondagsheiliging

mogelijk .

Waar Zondagsheiliging is, is ook Zondagsrust .

Gelukkig onze dorpen, waar we nog iets van de

Zondagsrust bemerken . Voor wie het leven onzer


224 HET OUDERUURTJE

groote steden gewoon zijn, waar de trams, auto's

heel den dag, gelij k in de week, voorbij vliegen, is

het een verademing den zondag op het land door to

brengen . Die heerlijke rust, welke reeds zaterdagsavonds

over heide en bosch, veld en akker hangs,

bereidt reeds voor tot den zondag . En dan de

zondag zelf ! 0, gelukkig nog die plaatsen, welke

niet zijn opgenomen in het drukke verkeer en waar

men nog echt merkt dat het zondag is, omdat de

schoorsteen van den bakker niet rooks, de hamer

van den smid rust, en het werkpak is verwisseld

voor het zondagskleed . Dat is in de grootere

plaatsen ook zoo, maar daar merkt men het niet,

omdat zooveel andere drukte blijft of zelfs op den

zondag nog meerder is dan anders . De groote-stadszondag

is zoo heel anders dan de dorps-zondag .

En helaas, deze omstandigheid maakt de heiliging

van den zondag in de groote plaatsen zoo heel

moeilijk. Zoo words tenminste al heel spoedig geredeneerd

! Er words trouwens op zoo heel veel

gebied toegegeven aan dit en toegegeven aan das,

want -- ja - want de omstandigheden ! Het kan

zoo moeilijk anders ! Men moet was toegeven in den

tegenwoordigen tijd. Het gaat als met den Joodschen

Sabbath . Hoe groot is bet getal der Joden, das zich

niet houdt aan de voorschriften der Sabbathsviering

! Het kan toch niet in deze maatschappij ! Er

moet toch handel worden gedreven. De Jood die den

Sabbath niet meer viert, last ten slotte alles los en

leeft zonder godsdienstige gemeenschap, zonder

godsdienst .

Die de heiliging van den zondag prijs gaat geven,


DE ZONDAG 225

geeft ook veel meer prijs . Die met den Zondag gaat

marchandeeren, komt van het een tot het ander .

Wanner de heiliging van den Zondag ons words

geboden, dan krijgen we geen twee soorten van

heiliging, een voor de drukke stad, en een voor het

eenvoudige dorp ; niet twee geboden, het een was

minder streng dan het ander . Er is slechts een

gebod : „Gedenkt den Sabbathdag, das gij dien

heiligt ." En das gebod komt tot den enkeling en tot

de maatschappij, tot het gezin en tot den Staat .

Ook de overheid heeft hier een task . En nu niet

er om heen praten - van gemengde bevolking, niet

door to voeren regels, een anderen tij d, waarin we

leven, enz, enz . - God geeft Zijn bevel en das bevel

is niet krachteloos gemaakt - integendeel de upstanding

van Christus geeft nog to meer klem aan

das bevel, waar die dag words, telkens weer, een

jubeldag. Dat bevel gelds de overheid, die geroepen

is to waken voor Gods dag, evenals voor Gods

Naam . Indien het waar is, das de overheid in dit

opzicht niet krachtiger kan optreden, dan is dit

helaas een bewijs, das ons yolk niet meer zoo den

naam van Christelij ke natie kan dragen als voorheen .

Maar - last ik tot mij n onderwerp terugkeeren .

Het gebod van Zondagsrust, Zondagsheiliging gelds

ook het gezin !

En hoe staan w ij tegenover dit gebod ? Welke

roeping hebben we als ouders ten opzichte van den

Zondag ?

Natuurlijk onze kinderen voor to gaan dien dag

to rusten van ons werk. Hier hebben we vooreerst


226 HET OUDERUURTJE

na to gaan was is „werk"? Is alles, was we doen, met

onze handen, met omen geest „werk", in dien zin,

das we van das „werk" hebben to rusten ? Is het

dan zoo, das de zondag ons doemt tot volkomen

stilzitten, niet lezen, niet wandelen, absoluut nietsdoen,

ja, zelfs de luiken sluiten om niet to zien, was

buiten voorbij gaat ? Vat ge zoo de zondagsrust op

en beweert ge op die wijze uwen kinderen de aardsche

Sabbath een zwak beeld to doen zijn van den hemelschen

Sabbath, danbehoeft ge u niet to verwonderen,

das zij komen tot de kinderlijke verzuchting, das het

in den hemel al heel saai en vervelend moet zij n,

als het daar altijd zondag is . De zondag is niet een

vervelende dag en das mag hij ook voor onze kinderen

niet zij n, maar een feestdag ; iedere week

weer opnieuw een hoogtijdag . We spreken van een

zondagskleed, een zondagsgezicht, zondagsweer

(al is, was dit laatste betreft, de werkelijkheid dikwijls

in tegenspraak) . Deze uitdrukkingen wijzen op jets

bijzonders, jets feestelij ks, een hoogtijdag, waar met

verlangen en vreugde naar words uitgezien . Niet

een dag, om voor de helft slapende door to brengen,

maar een dag van blijden jubel :

„Daar is de kroon der dagen,

De dag des Heeren weer !

Stems met de hemelkoren

Het heilig feestlied in."

De zondag, een dag, waar we onze kinderen met

vreugde naar leeren uitzien, maar niet een dag,

waarvan ze zeggen : „ajakkes zondag ." Niet een


DE ZONDAG 2 27

werkdag, natuurlijk . Werken, das is jets doen, das

moet, onze dagelijksche arbeid bijv, das uw handenarbeid

is of geestesarbied, doer er niet toe, werken

is voor onze kinderen, het schoolwerk ofmaken,

studeeren. Werken is, was ons voordeel aanbrengt .

waar winst mede to behalen is, was we doen, omdat

in de werkweek de tijd ons ontbrak . Ouders kunnen

in dit opzicht voor zichzelf net streng genoeg

wezen .

Reeds meermalen wees ik op de beteekenis van

de gewenning in de opvoeding . Leeringen wekken,

voorbeelden trekken . Dat gelds ook hier . Het voorbeeld

der ouders is van meer waarde dan hun

gebod. Als vader Zondags thuis de reparaties verricht

of zijn boeken bijhoudt, of moeder, inplaats

van Zaterdags het Zondagsmenu klaar to maken,

er den Zondagmorgen aan geeft, of de gelegenheid

to bast neemt, das haar kind rustig thuis is, voor de

kleeding to zorgen, om net meer to noemen, dan

treks een kind de consequenties, lk heb het natuurlijk

net over een kind, das bhj is, das het Zondags

nets hoeft to doen, maar over een kind met spirit,

met ijver bezield . Er zijn kinderen, die het een

buitenkansje vinden, das er een dag is, waarop

vader en moeder ze niet achter de vodden zitten

om to werken en met een zeker farizeisme elke opgedragen

task van zich afschuiven met een : „op

zondag mag je net werken." Dit klinkt heel gehoorzaam

aan Gods bevel, maar is net meer dan een

welkom uitvluchtje om eens lekker to luieren .

Maar er zijn ook kinderen, die den vrijen

2aterdagmiddag en avond hun werk vergeten


22$ HET OUDERUURTJE

hebben en toch 't werk moet of ! En dan

trachten ze 't Zondags to doen . Voorkom dit, want

't words een gewoonte. 't Ware to wenschen, das

inrichtingen van onderwijs over 't algemeen was

meet rekening hielden met den vrijen Zaterdagmiddag,

zoodat deze werkelijk als vrije Zaterdagmiddag

tot zijn recht kan komen . 't Lij kt er vaak

to veel op, das, wil de Zondag inderdaad rustdag

zij n, des Zaterdags extra moet gewer t wor en .

De Zondag zij een rustdag, maar binds uw kinderen

niet tot nets doen .

Nu is er groot verschil van meening, was gedaan

mag worden en was niet . Is „lezen" kwaad ? Wie

zal dit in gemoede beweren ? Moeten onze kinderen

heel den dag stil zitten ? Ledigheid, zoowel als

luiheid zijn des duivels oorkussen, ook en misschien

joist op den Zondag . „Lezen" in algemeenen zin

kan in gemoede geen kwaad worden genoemd .

Werp mij flu niet tegen -- ja, maar, was lezen ze ?

Ja, ouders, das is een andere vraag, maar die hangs

met den Zondag niet samen . We hebben het later

misschien nog wel eens over de vraag „Was lezen

onze kinderen" en ik ben het volkomen met u eens,

wanneer ge ernstige aanmerking hebt op veel uit

de hedendaagsche literatuur, maar daar gaat het

flu niet over. Er is misschien thuis geen beset

Zondagsbezigheid dan het lezen van een mooi boek .

Maar uw kind houdt niet van lezen . Uw jongen

speelt graag met zijn mecano, of teekent graag ; uw

dochter, die het in de week met het dagelijksche

werk erg druk heeft, vindt het een ontspanning een

aardig handwerkje to maken, -- ik zie onzichtbare


DE ZONDAG 229

gezichten rimpels trekken och, last das nog even

en vraag u af, was het verschil is met het lezen van

een mooi boek . 't Gevaar van afglijden, zegt ge .

Dat is met uw boek ook zoo, ook met een wandeling,

das is met zooveel . Maar dit alles hangs met

heel was anders saam. Tk kom daar straks op terug .

Hoofdzaak is, das de zondagsheiligheid moet staan

in het teeken van de rust . Van de rust, die de heiliging

van den zondag niet tegenhoudt, maar be-'

vordert . Rust, die samenhangt met de „heiliging

van den dag."

Eerst moeten we komen tot heiliging van den

zondag . Dit to leeren aan onze kinderen, is een deel

van de opvoeding en een voornaam deel, niet alleen

van de godsdienstige opvoeding, maar van heel de

opvoeding. De opvoeding moet een geheel vormen

en niet to splitsen zijn in maatschappelijke en gods -'

dienstige opvoeding . Die twee hangen samen. De

heiliging van den zondag, behoort zoowel tot de

maatschappelijke als tot de godsdienstige en de

geestelijke opvoeding . Laten we de heiliging van den

zondag weg, dan mist onze opvoeding een belangrijk

element. -- Het moet bij onze kinderen realiteit

worden was de psalmist zegt

„Last ons den rustdag wij den

Met psalmen tot Gods eer"

of" was ten Kate in een onzer kerkliederen zings

„wees gegroet, gij eersteling der dagen,

Moxgen der verrijzenis !


230 HET OUDERUURTJE

Bij wiens licht de macht der hel verslagen

En de dood vernietigd is !

Heere Jezus, Trooster alley smarten !

zon der wereld, schijn in onze harten,

Deel ons zelf den voorsmaak mee,

Van der zaalgen Sabbaths-vree ."

Als het eens gewoonte ware, dat in onze gezinnen

met deze liederen de dag des Heeren werd aangevangen

! Wat zou er dan een ander stempel op

gedrukt worden, dan in de meeste gezinnen thans

geschiedt : last opstaan, haasten, ongeregeld ontbijten,

enz .

De dag beginne met wijding en worde voortgezet

met wijding.

Een voornaam punt op den zondag is natuurlijk

onze kerkgang . zondag zonder kerkgang is geen

zondag . Dat scherpen we het opkomend geslacht

in. Geen toegeven aan de gedachte : alleen kerkgang,

wanneer er behoefte toe bestaat . Kerkgang

mag geen gewoonte worden, zegt men en meent

daarmede zeer geestelijk to zijn . Integendeel kerkgang

moet gewoonte worden en is een zeer goede

gewoonte . De meeningen loopen uiteen . De een

zegt : kerkgang mag geen dwang zijn, men moet de

kinderen volkomen vrij laten . De ander zegt : mijn

kinderen moeten naar de kerk, ik dwing ze . De

eersten achten zich geestelijk hooger staande dan

de laatsten ; de laatsten achten zich principieeler

dan de eersten .

Wie heeft het bij het rechte eind ?

Natuurlijk is iedere kerkgang uit dwang niet de


DE ZONDAG 231

ware kerkgang en het ware to wenschen, das ieder

uit behoefte naar de kerk gnat, ook onze jonge

menschen. Maar- waar leidt de volkomen vrijheid

heen ? Moet de mensch eerst de begeerte in zich

voelen, door God gezegend to worden, of is het niet

de Schriftuurlijke weg zich in gehoorzaamheid to

plaatsen onder de verkondiging des Woords ? Is de

opvoeder dan niet verplicht to leiden op then

Schriftuurlijken weg ? De vraag of dwang goed of

niet goed is, hangs heelemaal of van de wijze,

waarop die dwang words uitgeoefend . Als onze

kinderen geen zin hebben in het brengen van een

bepaald bezoek, in een bepaalde les, in het eten van

een bepaald voedsel en in honderd andere dingen,

dan dwingen we ze . Maar het resultant hangs of van

de wijze, waarop we ze dwingen . De dwang met den

stok geeft nets . Alleen helps de dwang, die niet als

dwang words gevoeld. Alleen de leiding, die van zelf

spreekt en die uitgaat van iemand, die zich zelf

onder die tucht heeft geplaatst, gewillig en met

voile toewijding, kan resultant opleveren . Dat betreft

ook den kerkgang . Het hangs er maar van af, hoe

words gedwongen . Als daar 2ondagmorgen vrij last,

under met bulderende stem uit zi jn bed roept

„Vooruit, jullie, nit bed, je moet naar de kerk,

anders . . . .", dan is das een dwang, die natuurlij k

tegenzin tegen de kerk doer krijgen .

In tai van gezinnen komt het voor, das er bij de

opgroeiende jeugd tegenzin tegen het kerkgaan is .

Ligt das nu alleen bij die jonge menschen of

ligt das ook wel aan de ouders' Waarom is das al of

net graag naar de kerk gaan in het eene gezin een


232 HET OUDERUURTJE

„vraag" en in het andere heelemaal geen vraag . Is

het oudergezicht zondagmorgen altij d stralend en

is het een feest our naar Gods huffs to gaan, Gods

Woord to hooren en in niet minder mate God to

aanbidden en to lofprijzen ? Zoo ja, dap gaat van

die straling, van das enthousiasme ook op de

jongeren over .

Als de dag met gouden glans,

zondags aanlicht aan den traps,

Geen gedruisch de stilte breekt,

Alles ons van ruste spreekt,

Treks our naar Gods huffs to gaan,

Oud en jong het feestkleed aan .

Maar niet enkel aan de ouders ligt het . Laat mij

als leek, maar toch als een, die veel met jonge

menschen spreekt, mij de vrijheid veroorloven het

ook elders to zoeken . Predikanten, die me misschien

de eer aan doen dit ouderuurtje to lezen, zullen het

me wel niet kwalijk nemen, wanneer ik de oorzaak

ook zoek bij verschillende dominees. Hoe komt

het, das jongelui graag, zeer graag bij een bepaalden

predikant kerken en niet bij een anderen ? Er zij n

predikanten, gelukkig niet beperkt tot een bepaalde

kerk of richting, maar in verschillende kerken, die

onze jonge menschen weten to boeien en er zijn er,

die blijkbaar nets verstaan van den honger en de

dorst van zooveel jongeren, nets weten of begrijpen

van hun strijd en hun moeilijkheid . Het storms

sours in die harten en de prediker, een trouw

Evangelieprediker overigens, begrijpt den strijd niet .


DE ZONDAG 233

Er moet bij al de slingering van dezen tijd een

houvast gegeven worden . Hiervoor is niet beslist

noodig speciale diensten voor de jongeren, maar wel

das in de gewone prediking des Woords gemerkt

words de klop van den tijd . Het Evangelic van thans

is geen ander dan voor 300 jaar en van Paulus' tijd,

maar de Evangelieprediking vraagt een toepassing

voor dezen tijd, heeft tot task het licht des Evangelies

to werpen op de vraagstukken van den tijd . - Wij

ouders en predikanten meenen wel to weten, was de

jongeren noodig hebben, last ik maar eens aannemen,

das wij het zoo goed weten - maar och, leg

uw oor toch to luisteren naar de jongeren, was daar

leeft - en laten we dan gezamenlijk ook hier de

rookende vlaswiek niet uitblusschen en het gekrookte

net niet verbreken . Indien de prediking

actueel is en een antwoord geeft op sociale, literaire,

pacifistische, moreele en zooveel andere

vragen, dan moet zij trekken, omdat ten slotte alleen

Gods Woord een antwoord geeft op al die vragen .

Maar- behalve den kerkgang of de kerkgangen is

er nog zooveel tij d op den zondag. Na de heiliging

kan ontheiliging volgen . En de vragen rijzen : mag

dit - mag das? 't Is wonderlij k - maar hier betreft

het tal van vragen, die in het eene gezin „vragen"

zijn en in het andere absoluut geen „vragen" . Ook

dit alles hangs ten nauwste samen met den geest in

het gezin, met de heele sfeer, met de geheele opvoeding

.

Mag er gefietst worden ?

Mag er gewandeld worden, zoo ja, hoe ver en

hoe lang ?


234

HET OUDERUURT]E

Mag er gevoetbald worden ?

Krijgertje gespeeld ?

Geschaakt, gedamd ?

Piano gespeeld ? Of wel orgel maar niet piano?

Daar hebt ge al heel was van die vragen ! 1k hoop

niet, das men zal meenen, das 1k ironisch word,

wanneer ik vraag, of er ook geslapen snag worden !

Er zijn er toch die bezwaar hebben tegen was 1k

eerst noemde, maar gaarne den heelen morgen of

middag slapende doorbrengen. Doch ter zake .

Al die vragen betreffen op zich zelf onschuldige

dingen -- ook op den Zondag -- maar de vraag Is

maar, of ze leiden tot ontheiliging van den Zondag of

niet. Wanneer de zondag words doorgebracht fietsende,

of wanneer voor en om het huffs den ganschen

dag fietsen staan, geeft das geen hoogen dunk van een

heiligen van den zondag ; wanneer het spel in den

tuin zoo ruw en luidruchtig toegaat, das buren en

voorbijgangers er last van hebben, kan ik niet aannemen,

das er in das gezin jets gevoeld words van de

beteekenis van den dag .

Wanneer daar zelfs door de dichte ramen naar

buiten doordreunt een getingel van de piano of

andere muziek en daarbij de keuze van de muziek

meespreekt, dan is de vraag gewettigd, of daar binnen

de zondag words geheiligd .

Laten we toch niet zonde zoeken in jets, das op

zichzelf geen zonde is, maar het bezien in het licht

van de Zondagsheiliging . En voor anderen, wier

heiliging en rust words ontnomen, en voor degenen,

die daartoe aanleiding geven, zijn de dingen, die 1k

zooeven noemde ontheiligingen van den Zondag .


DE ZONDAG 235

Er is in sommige Christelijke kringen een zekere

bravour merkbaar : 't is op zichzelf geen zonde, dus

vooruit maar. Men begeeft zich hiermede op een

glijdend pad der wereldgelijkvormigheid . En dat

glijdend pad is werkelijk geen pad, waartoe met veel

moeite gedwongen moet worden . Jonge menschen

niet alleen, maar ook oudere gaan van nature gaarne

dat pad . En verontschuldigingen zijn er ten slotte

ook genoeg : „de vrijheid van den Christen", „ieder

zij voor zich zelf ten voile overtuigd" ; „wat een

ander er van zegt, raakt ons niet", enz . Ouders

hebben wel degelijk de tack, hier een dam to stellen

tegen ontheiliging van den zondag .

We spraken niet eens over het meedoen aan en

belangstelling toonen voor, wat ik zou noemen,

publieke ontheiliging van den zondag, in de sport-'

wedstrijden, met name de voetbalmatches . Ieder

die nog jets, ook maar jets voelt van de beteekenis

van den dag des Heeren, kan niet goed praten de

publieke vermakelijkheid gepaard met het Indianengeschreeuw,

dat op kilometersafstand to hooren is .

Wij hebben als Christenouders de task, onze kin-'

deren er van to doordringen, dat deze dingen moeten

afvoeren van zondagsheiliging .

't Geldt van deze dingen ook : in 't eene gezin

een „vraag", in het andere niet, zorg dat het in uw

gezin geen „vraag" is, wat mag en wat niet mag .

Laat uw gezin doortrokken zij n van den Geest van

Christus, last daar to merken zij n de sfeer van het

echt Christelijk gezin .

De dingen, waarover we het thans hadden,

worden niet verkregen met een uitsluitend verbod


236 HET OUDERUURT]E

zonder meer, met een dwingen van jongeren zich to

richten naar de ouderen . Dezer dagen nog werd mij

een frappant staaltje verteld . In twee gezinnen A .

en B, zijn jongens van denzelfden leeftijd, die bevriend

zijn . De eene week zijn ze bij A ., de andere

week bij B . Vader A. is een gefundeerd Christen en

last zich daarop voorstaan . Vader B. heeft die

pretentie niet . Bij gezin A . komen Zondagsavonds

de vrienden over geestelijke zaken spreken . Voor de

jongens is geen plaats en ze loopen er uit, de straat

op. Vader B . houdt ze de andere week bezig, ook

met spelletjes . Wie begrijpt zijn task als Christenhuisvader

? Gelukkig, dat vader B ., wien ter oore

komt, dat de jongens de andere Zondagen op straat

zijn, zijn huffs en hart iederen Zondag openstelt .

Nogmaals -- de Christelijke sfeer, niet de alleen-

Zondagsche sfeer, moet in onze gezinnen het antwoord

geven op de Zondagsvraag . De toekomst van

kerk en staat en maatschappij ligt in onze gezinnen .

Hier moet de grond gelegd worden, waarop straks

het gebouw rust. Zonder het stevig fundament van

het waarachtig Christelijk gezin, geen levende kerk,

geen Christelijke staat en maatschappij .

„Welzalig 't huffs, o Heiland onzer zielen !

Waar Gij de vreugd, waar Gij de Vriend van zijt ;

Waar alien saam voor God als Vader knielen

En aan Zijn dienst zich ieder heeft gewijd ."

v. H .