17.08.2013 Views

.EN ZEGEN k^

.EN ZEGEN k^

.EN ZEGEN k^

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

1902 liEf 192 ?: li<br />

,MAN ZORG _<br />

.<strong>EN</strong> ZEG<strong>EN</strong> <strong>k^</strong><br />

DE NEDERLANDSCHE<br />

CHRI5TEL GRAFISCHE<br />

BOND. ZIJN ONTSTAAN<br />

<strong>EN</strong> GE5CHIED<strong>EN</strong>IS.NAAR<br />

DE VOO,RH.AND<strong>EN</strong> ZIJNDE<br />

OEF1CIEELE 5ESCHEID<strong>EN</strong><br />

BESCHREV<strong>EN</strong> DOOR D<strong>EN</strong><br />

BONDSVOORZITTER<br />

J.HOFMAN


VAN ZORG <strong>EN</strong> ZEG<strong>EN</strong>


VAN ZORG<br />

<strong>EN</strong> ZEG<strong>EN</strong><br />

DE<br />

NEDERLANDSCHE<br />

CHRISTELIJKE GRAFISCHE BOND<br />

ZIJUT ONTSTAAN <strong>EN</strong> GESCHIED<strong>EN</strong>IS<br />

NAAR DE VOORHAND<strong>EN</strong> ZIJNDE<br />

OFFICIËELE BESCHEID<strong>EN</strong><br />

BESCHREV<strong>EN</strong> DOOR D<strong>EN</strong><br />

BONDSVOORZITTER<br />

J. HOFMAN<br />

i<br />

UITGEGEV<strong>EN</strong> TER GELEG<strong>EN</strong>HEID VAN HET<br />

25-JARIG BESTAAN VAN D<strong>EN</strong> BOND<br />

AMSTERDAM, 19 MEI 1927


WIMSglIWWIIWEIMW/IW<br />

INLEIDING<br />

Tot nu toe is van geen der Christelijke arbeidersbonden een eenigszins<br />

volledige geschiedenis in druk verschenen. Voor de geschiedenis<br />

der Christelijke arbeidersbeweging mag dat betreurd worden.<br />

Haar ontstaan en ontwikkeling omvat een stuk van ons volksleven,<br />

dat niet zonder beteekenis geacht mag worden. Wordt de geschiedenis<br />

der christelijke sociale beweging en der christelijke vakbeweging niet<br />

te boek gesteld, dan zal het voor den historie-onderzoeker straks<br />

moeilijk, zoo niet onmogelijk zijn, om uit te vorschen waarom en hoe<br />

de christelijk-sociale beweging ontstond, wat haar drijfkracht was, welk<br />

doel zij zich voor oogen stelde en welken invloed haar streven en<br />

werken op de arbeidersorganisatie in het algemeen had. Toen het<br />

25-jarig bestaan van den Nederlandschen Christelijken Grafischen Bond<br />

nader bij kwam en het tijdstip gekomen was, om te overwegen of het<br />

zilveren feest op eenigszins bijzondere wijze gevierd moest worden,<br />

kwam als vanzelf de vraag op, of het uitgeven van een gedenkboek zijn<br />

nut kon hebben. Deze vraag werd in beginsel bevestigend beantwoord<br />

door het hoofdbestuur. Voordat een begin werd gemaakt met de uitvoering<br />

dezer gedachte, wonnen wij advies in bij Prof. J. R. Slotemaker<br />

de Bruine, die de uitvoering ten zeerste aanbeval. Naar zijn meening zou<br />

het 't meest aanbevelenswaardig zijn om de bondsgeschiedenis in de elkaar<br />

opvolgende gebeurtenissen zooveel mogelijk naar tijdsvolgorde te boek te<br />

stellen. Daarna werd door het hoofdbestuur het voorstel om de geschiedenis<br />

van den bond in druk te doen verschijnen ter goedkeuring<br />

voorgelegd aan de 20ste algemeene vergadering, die op 2 en 3 juni 1926 te<br />

Utrecht gehouden werd. Het voorstel verwierf daar algemeene instemming.<br />

Bij de uitwerking van het besluit bleek in de praktijk, dat de door<br />

Prof. Slotemaker de Bruine aangeduide werkwijze de eenig mogelijke was<br />

om een behoorlijk overzicht der bondsgeschiedenis te schrijven. Zooveel<br />

mogelijk werd het gebeuren binnen een jaarkring bijeengehouden. Deze<br />

werkwijze kon niet altijd volkomen doorgevoerd worden. Wanneer het<br />

voor de duidelijkheid gewenscht was, werd de beschrijving van eenig<br />

onderwerp voortgezet, ook indien het slot eigenlijk tot de geschiedenis<br />

van een volgend jaar behoorde. Enkele andere gebeurtenissen werden


6 INLEIDING. HET DOEL <strong>EN</strong> DE INDEELING VAN DIT BOEK<br />

zonder onderbreking beschreven als zij niet spoedig haar beslag kregen<br />

en toch niet op een bepaald jaar een zeker stempel drukten.<br />

Het doel van dit boek is de geschiedenis van den bond te geven.<br />

Voor een deel valt daarmede samen de geschiedenis van de grafische<br />

bedrijven, voor zoover bond en bedrijven met elkander in aanraking<br />

kwamen. Een volledige geschiedenis der grafische industrie over<br />

de 25 jaren van het bestaan van den bond geeft dit boek echter niet.<br />

Wie het, bijvoorbeeld, ter hand neemt om een volledige statistiek<br />

der werkstakingen in de grafische bedrijven in het 25-jarig tijdvak samen<br />

te stellen, zal zijn arbeid met dit boek alleen niet kunnen volbrengen.<br />

Toch hopen wij, dat voldoende materiaal is opgenomen om aan buiten<br />

het bedrijf staanden en jongere arbeiders in de grafische bedrijven een<br />

beeld te geven van de ontwikkeling der bedrijfsgeschiedenis in de kwarteeuw<br />

die in dit boek behandeld wordt. Begonnen werd het vermelden<br />

van de oprichting der Christelijke Typografen Vereeniging „Draagt<br />

Elkanders Lasten" te Amsterdam. Daarmede werd het ontstaan der<br />

Christelijke vakbeweging in de grafische bedrijven in Nederland aangegeven.<br />

Hoe de bond ontstond door het tot elkaar komen van enkele<br />

zelfstandige plaatselijke vereenigingen, wordt in de volgende bladzijden<br />

duidelijk. De bond kwam herhaaldelijk in aanraking met de arbeidersbonden<br />

in het grafisch bedrijf, die op anderen grondslag waren opgebouwd.<br />

De aanraking was meermalen oorzaak van onderlinge wrijving,<br />

waarvan de vermelding in het boek niet achterwege kon blijven, ook<br />

dan niet als gemeld moest worden van bedekten of openlijken strijd.<br />

Om dan beschouwing te vermijden was heel moeilijk. Doch ook dan<br />

werd de geschiedenis geschreven en de beoordeeling aan den lezer<br />

overgelaten. Bij het weergeven van samenwerking of van strijd met andere<br />

arbeidersbonden in de grafische bedrijven werd dan niet telkens betoogd,<br />

dat een en ander zoo moest geschieden, omdat het uit het standpunt<br />

van den christelijken arbeidersbond voortsproot. Betoogen werd vermeden,<br />

omdat beschrijven het doel was. Dezelfde opvatting werd toegepast<br />

waar het gold optreden met of tegenover werkgevers of hun<br />

bonden. De beschrijving werd zoo beknopt mogelijk gehouden. Wie<br />

over een of ander onderdeel meer volledig wil worden ingelicht, zal<br />

kennis dienen te nemen van het bondsorgaan, van de verslagen of andere<br />

bescheiden, die de bond in den loop der jaren heeft uitgegeven.<br />

Als bronnen van onderzoek van het eerste tijdperk stonden den schrijver<br />

ten dienste : de notulenboeken van de afdeelingen Amsterdam, 's.-Gravenhage<br />

en Rotterdam ; het notulenboek der hoofdbestuursvergaderingen<br />

van den Christelijken Typografenbond in Nederland, en bij den bond en<br />

de Amsterdamsche en Rotterdamsche afdeelingen ingekomen brieven. Het<br />

bondsnotulenboek bevat ook de verslagen in het begin van het bondsbestuur<br />

ter algemeene vergadering uitgebracht. Die verslagen zijn niet<br />

compleet, enkele ontbreken. De andere geven niet altijd volledige inlichtingen<br />

over ledental, ontvangsten en uitgaven enz. Het bezwaar, dat van een


INLEIDING. GEGEV<strong>EN</strong>S, DIE TER BESCHIKKING STOND<strong>EN</strong><br />

ruim tijdvak van de uitgaande brieven geen afschrift aanwezig is, werd<br />

voor een niet onbelangrijk deel ondervangen door de werkwijze van<br />

M. W. Smit. Zijn gewoonte was het om als voorzitter van de Afdeeling<br />

Amsterdam ,kennis te nemen van alle belangrijke brieven die het bestuur<br />

ontving. Als bondsvoorzitter las hij de meeste brieven, die bij het<br />

hoofdbestuur inkwamen, voordat het antwoord verzonden werd. In heel<br />

wat gevallen schreef Smit het conceptantwoord aan de achterzijde van<br />

den ontvangen brief. Het was niet al te gewaagd om aan te nemen,<br />

dat dit concept-antwoord door den secretaris overgeschreven en verzonden<br />

werd. In 1905 reeds werd een bondsorgaan, De Christen-<br />

Typograaf, uitgegeven. Voor de geschiedenis van den bond bevatten de<br />

nummers vele belangrijke gegevens, die verwerkt zijn in dit boek. Alle<br />

correspondentie tot 1917 toe werd doorgewerkt om gegevens te verzamelen.<br />

Na dat jaar werd het aantal ingekomen en uitgaande brieven zóó omvangrijk,<br />

dat het doorwerken daarvan niet meer mogelijk was. Het was niet meer<br />

noodzakelijk ook. De notulen der hoofdbestuursvergaderingen werden<br />

uitgebreider, veel meer gegevens werden in het bondsorgaan opgenomen,<br />

en de jaarverslagen waren meer overzichtelijk dan die, welke ter<br />

algemeens vergadering werden voorgelezen. Tot 1914 toe werden kort<br />

beschreven de belangrijkste voorvallen in de afdeelingen. Met het intreden<br />

der collectieve overeenkomsten werd de bond meer gecentraliseerd,<br />

al duurde het een paar jaren voordat het centralisatie-proces volkomen<br />

doorgewerkt had. Van dat jaar af werd alleen de bondsgeschiedenis<br />

geschreven. Het is de hoop van den schrijver, dat het boek een geheel<br />

is geworden, dat eenige waarde heeft voor de geschiedenis der christelijke<br />

arbeidersbeweging in Nederland, meer speciaal als geschiedenisboek<br />

van den christelijken vakbond in de grafische bedrijven. Het werk werd<br />

omvangrijker dan verwacht werd bij het beginnen met de uitvoering<br />

der opdracht van het hoofdbestuur. Het was dan ook onmogelijk om<br />

van de christelijke arbeidersbeweging buiten den bond min of meer<br />

breedvoerige mededeelingen op te nemen. Hier en daar kon slechts een<br />

korte aanteekening gemaakt worden. De hoop is gewettigd dat, nu de<br />

christelijke arbeidersorganisatie langzamerhand weer tot breedere ontplooiing<br />

komt, meerderen zich zullen opmaken om de geschiedenis van<br />

een der bonden, of van de christelijke vakbeweging in het algemeen,<br />

te boek te stellen. Die hoop wordt versterkt nu het werkliedenverbond<br />

„Patrimonium" zich voorgenomen heeft om, ter gelegenheid van het<br />

50-jarig bestaan, de Verbondsgeschiedenis in druk te doen verschijnen.<br />

Het schrijven van de bondsgeschiedenis was geen gemakkelijke taak,<br />

en vereischte veel inspanning. Een niet onbelangrijk deel van het gewone<br />

bondswerk moest onderwijl, als naar gewoonte, verricht worden.<br />

Een deel werd overgenomen door de beide andere vrijgestelden van<br />

den bond J. Schipper en H. A. van Ingen Schenau. Zij moesten dus<br />

extra-arbeid boven en behalve hun gewone bondswerk verrichten, en<br />

het is meer dan een wellevendsheids-formule als hun daarvoor de op-


8 INLEIDING. TITELKEUZE <strong>EN</strong> AFWERKING VAN HET BOEK<br />

rechte dank van den schrijver wordt gebracht. Verder een woord<br />

van dank aan allen, die hetzij door de toezending van afdeelings-archieven,<br />

hetzij door mondelijke of schriftelijke mededeelingen, er toe hebben<br />

medegewerkt, dat bij het samenstellen van dit boek juister of uitgebreider<br />

mededeeling over eenig onderdeel ter beschikking stond.<br />

Omtrent de toegevoegde tabellen moet worden opgemerkt, dat het<br />

overzicht der loonen moest aanvangen bij het begin der landelijke collectieve<br />

arbeids-overeenkomsten. De cijfers, op den bond betrekking hebbende,<br />

werden pas stelselmatig gegroepeerd, toen de bond gecentraliseerd was.<br />

Vanaf dat oogenblik waren zij overzichtelijk en werden zij dus van 1917 af<br />

gerangschikt en opgenomen.<br />

De titel „Van zorg en zegen" werd gekozen, omdat bij het naslaan<br />

van bronnen, waaruit de gegevens van de bondsgeschiedenis geput<br />

moesten worden, het heel duidelijk werd met hoeveel zorg en zorgen<br />

het werk voor en in den bond is geschied, maar dat niet minder<br />

duidelijk in het licht kwam, dat de zoo vaak afgebeden zegen van onzen<br />

God het werk mogelijk maakte en de vruchten deed rijpen. Indien de<br />

lezers van dit boek tot dezelfde overtuiging komen, dan mag verwacht<br />

worden, dat het schrijven en het in druk uitgeven der bondsgeschiedenis<br />

geen vergeefsche arbeid is geweest.<br />

De band en het omslag werden uitgevoerd naar het, bij den daarvoor<br />

onder bondsleden uitgeschreven wedstrijd, met den eersten prijs bekroonde<br />

ontwerp, ingezonden door ons lid J. H. Dam te Zandvoort, onder het<br />

motto „Variatie". De titelpagina is een navolging van het onder<br />

motto „Eenvoud" ingezonden ontwerp van het lid A. Vergeer te Baarn,<br />

dat den tweeden prijs verwierf. Drukkerij C. C. Callenbach te Nijkerk<br />

verzorgde de uitvoering van het boek. Het werd gezet uit Hollandsche<br />

Mediwval-letter van de Amsterdamsche Lettergieterij v/h N. Tetterode,<br />

ontworpen door den heer S. H. de Roos. Het papier, waarop de tekst<br />

gedrukt is, werd geleverd door de firma Van Gelder Zonen. Het omslagpapier<br />

en dat voor de afzonderlijke illustraties leverde de firma<br />

G. H. Buhrmann. De illustraties, voor de 12 bladzijden kleine portretten<br />

noodig, werden door de firma Polygraph te Haarlem geleverd. De<br />

tusschen den tekst geplaatste afbeeldingen, de cliché's voor band en<br />

omslag en die voor de groepen, intérieurs enz., werden door de firma<br />

D. Schnabel te Amsterdam vervaardigd.


WIIWW/WWIMEIMIW<br />

EERSTE HOOFDSTUK<br />

WAT AAN DE OPRICHTING VAN D<strong>EN</strong> BOND VOORAFGING<br />

(1894-1902)<br />

In Amsterdam hebben de christelijke arbeiders in het boekdrukkersen<br />

boekbindersbedrijf het eerst een afzonderlijke vereeniging gesticht.<br />

Het was op 16 juli 1894, dat in het gebouw van de vereeniging<br />

„De Zendingszaak", toen gevestigd Monnikenstraat 13, te Amsterdam, deze<br />

vakgenooten bijeen kwamen en een vereeniging oprichtten. „Patrimonium"<br />

had, op het verzoek van M. W. Smit en E. Bouws, deze vergadering<br />

bijeengeroepen. Een lijst, geteekend door 45 personen, die instemming<br />

met het verzoek betuigden, was bij „Patrimonium" ingeleverd. Bijna al de<br />

onderteekenaars waren aanwezig. Klaas Kater, Patrimonium's voorzitter,<br />

leidde de bijeenkomst. Ook was voor het Werkliedenverbond J. van<br />

Oversteeg tegenwoordig. Op verzoek van Kater deelde M. W. Smit<br />

mede, dat de christelijke arbeiders in den Nederlandschen Typografenbond<br />

van miskenning en minachting te lijden hadden. Reeds was bezwaar<br />

aangeteekend tegen het vergaderen op Zondag. De afdeeling Amsterdam<br />

van den Algemeenen Nederlandschen Typografenbond had dientengevolge<br />

besloten niet meer op Zondag te vergaderen, teneinde aan deze bezwaarden<br />

en hun bezwaren tegemoet te komen. Niettegenstaande dit<br />

besluit meenden vele christelijke arbeiders, dat hun plaats in dien<br />

bond niet kon zijn en dat een afzonderlijke vereeniging moest worden<br />

opgericht. „Met heele en halve socialisten" kon men in één vereeniging<br />

niet samenwerken. Hieruit bleek dus, dat de christelijke arbeiders in de<br />

Grafische vakken zich reeds vroeg georganiseerd hadden om regeling<br />

en verbetering in de bedrijfstoestanden te helpen bevorderen. Zij hadden<br />

zich in den Algemeenen Bond georganiseerd, om daar hun doel te<br />

kunnen verwezenlijken. De werkwijze van dezen bond was niet in<br />

overeenstemming met hun verwachtingen en beantwoordde niet aan de<br />

eischen, die de christelijke arbeiders, op grond van hun levensbeschouwing,<br />

aan arbeidersvereenigingen meenden te moeten stellen. Zij onttrokken<br />

zich dus aan den Algemeenen Bond en riepen, door bemiddeling der<br />

Amsterdamsche afdeeling van „Patrimonium", gelijkgezinde vakgenooten


10 OPRICHTING VAN „DRAAGT ELKANDERS LAST<strong>EN</strong>" TE AMSTERDAM<br />

bijeen. Sommige der ter vergadering aanwezigen vreesden bezwaren,<br />

vooral het gemis van bereikte organisatie-voordeelen. Anderen meenden,<br />

dat waar het beginsel sprak, het stoffelijk nadeel niet mocht gelden en<br />

tot oprichting moest worden overgegaan. Kater en Van Oversteeg stemden<br />

met de laatsten in. Besloten werd een vereeniging op te richten en een<br />

commissie van drie personen te benoemen, die een reglement moest<br />

ontwerpen. Als commissieleden werden benoemd M. W. Smit, J. H.<br />

Kerssemeijer Jr. en J. van der Horst. Reeds op 20 Juli kon het door<br />

2,00^<br />

Alg. Ncdcr1. Typografen-Bond.<br />

BEWIJS VAN LIDMAATSCHAP<br />

(Afdeeling AMSTERDAM.)<br />

Namens het AftiPelingsbeststur, liet Jloofdhestuur,<br />

Voorzitter.<br />

Secretaris.<br />

Voordat Smit „D. E. L." oprichtte was hij lid van den A. N. T. B.<br />

M. W. Smit ontworpen reglement behandeld worden. Als naam der<br />

vereeniging werd gekozen „Draagt Elkanders Lasten", nadat „Da<br />

Costa" was afgewezen, omdat die „teveel naar de letterkunde riekte".<br />

Als lid konden toetreden : lettergieters, stereotypeurs, letterzetters, boekdrukkers,<br />

lithografen, steendrukkers, linieerders, zincografen, galvaniseurs<br />

en boekbinders. De vereeniging was vakafdeeling van „Patrimonium".<br />

M. W. Smit werd bij acclamatie tot voorzitter gekozen. J. H. Kerssemeijer Jr.<br />

en A. M. L. van Leeuwen werden bij verkiezing respectievelijk tot secretaris<br />

en penningmeester benoemd. De leeftijd, waarop een vakarbeider kon<br />

toetreden, werd op 18 jaar gesteld. De contributie, buiten het werkloosheidsfonds,<br />

op 3 centen per week en per lid. De uitkeering uit het werk-


IN 1894 E<strong>EN</strong> WERKSTAKING VAN TYPOGRAF<strong>EN</strong> 1N DE HOOFDSTAD 11<br />

loosheidsfonds zou f 1.— per dag bedragen, gedurende ten hoogste zes<br />

weken. Hoewel ook gesproken werd over de oprichting van een<br />

ziekenfonds, kwam het daartoe nog niet. Wel werd een fonds tot steun<br />

bij ouderdom gesticht. De contributie daarvan werd bepaald op 1 cent<br />

per week, de uitkeering op f 2.— per week gesteld.<br />

Reeds spoedig kwamen er moeilijkheden voor de jonge vereeniging.<br />

Een der leden, C. A. Andriessen, die bedankt had voor den Typografenbond,<br />

werd vlak na de oprichting van „D. E. L." werkloos. Toezegging<br />

van steun kreeg hij geen andere dan deze : „dat ieder lid bij de afdracht<br />

zooveel hij kan en wil zal afdragen voor Andriessen". Heel veel bracht<br />

die steun niet op, althans heel spoedig bedankte A. als lid, niet ten<br />

onrechte zich beklagende, dat hij van toepassing der zinspreuk „Draagt<br />

Elkanders Lasten" bitter weinig bemerkt had. Als troostprijs werd hem<br />

zijn reeds betaalde contributie teruggegeven.<br />

Een groote moeilijkheid deed zich in September 1894 voor. Toen<br />

had namelijk zich in Amsterdam gevormd een looncomité, dat een eisch<br />

tot loonsverhooging stelde. Op 27 September brak aan de Electrische<br />

Drukkerij, waar toen De Telegraaf gedrukt werd, een staking uit. De<br />

looneisch was 23 centen per uur voor gezellen boven de 23 jaar. De<br />

drukkerij gaf denzelfden dag toe, al werd er bij bepaald, dat, indien<br />

binnen vier weken blijken mocht, dat de onderneming dit loon niet<br />

betalen kon of de andere werkgevers niet bereid waren dezelfde voorwaarden<br />

toe te passen, de verplichting om het overeengekomene na te<br />

komen zou vervallen. Op die voorwaarden werd de staking opgeheven.<br />

Op enkele andere drukkerijen werd toen eveneens het werk neergelegd.<br />

Ook hier werd voorwaardelijk toegegeven. Andere drukkerijen o.a. de<br />

firma De Bussy, brachten zonder staking het loon op 23 centen. Bij<br />

de christelijke arbeiders was het middel van staken in de praktijk nog<br />

het revolutionaire middel. Daarom werd, onder leiding van „Patrimonium",<br />

door „Draagt Elkanders Lasten" afzonderlijk met de patroons vergaderd.<br />

Hier werd een voorstel behandeld om het loon voor volwassenen op<br />

21 centen per uur te brengen. Of men 23 centen teveel vond wordt<br />

niet vermeld. Intusschen, ook een uurloon van 21 centen was niet bereikbaar.<br />

De werkgevers volgden de taktiek van in iedere onderneming<br />

met een afzonderlijk voorstel te komen. De gezellen wisten niet precies hoe<br />

te handelen. Het loon werd na vele wederwaardigheden vastgesteld op<br />

20 centen per uur voor 5/10 der arbeiders. 2/10 zouden 16—.19 centen,<br />

2/10 10-15 centen, 'ho beneden 10 centen per uur verdienen. De werkweek<br />

bedroeg 60 uren. Algemeen doorgevoerd werd die overeenkomst niet.<br />

1895. Het is eigenlijk niet te verwonderen, dat deze ongeregelde toestanden<br />

konden bestaan. De organisatie-idee had de arbeiders nog niet<br />

aangegrepen. Ongeorganiseerden vormden nog een belangrijke groep.<br />

Georganiseerden waren in allerlei vereenigingen ondergebracht. Te<br />

Amsterdam alleen hadden de typografen in 1895 de volgende vakver<br />

eenigingen en ledentallen : afd. A. N. T. B. 1500 (over het geheele land) ;


12 VAN E<strong>EN</strong> WERKGEVER, DIE ZIJN ZAK<strong>EN</strong> ZELF WEL KON REGEL<strong>EN</strong><br />

„Ned. Drukpers" 216 ; „Voorzorg en Genoegen" 100 ; „Draagt Elkanders<br />

Lasten" 54 ; „De Katholieke Pers" 47 ; Socialistische Typografenvereeniging<br />

„Voorwaarts", ledental niet bekend ; Boekbindersziekenfonds 97 ; Jonge<br />

lingsvereeniging 140. Het Boekbindersziekenfonds bemoeide zich af en<br />

toe met vakvereenigingszaken, de jongelingsvereenigingen (in Rotterdam en<br />

Den Haag bestonden ook jongelingsvereenigingen) traden als zelfstandige<br />

vereenigingen op. — De beweging in 1894 liet verschillende slachtoffers<br />

na. Een comité, waarbij „Draagt Elkanders Lasten" niet aangesloten was,<br />

had besloten, dat iedere vakgenoot wekelijks een uur loon zou storten.<br />

De leden van „D. E. L." kwamen dat besluit niet na. Het bestuur ontving<br />

een door de afd. A. N. T. B. en „Voorwaarts" geteekende aanmaning,<br />

waarop o.a. geantwoord werd, „dat een besluit, zonder noch namens<br />

ons genomen, voor ons geen kracht heeft.<br />

De verwarde toestand op het terrein van de vakvereeniging in de<br />

typografie bestond niet alleen te Amsterdam, doch over het geheele<br />

land. Dit deed trachten naar meer onderling verband met elkander. De<br />

Algemeene Nederlandsche Typografenbond (die reeds een landelijke<br />

organisatie in 1866 gevormd had), nam het initiatief tot het bijeenroepen<br />

van een congres. G. Snijdelaar, de bondsvoorzitter, had het plan geopperd.<br />

P. Hols, secretaris van dien bond, verzond de uitnoodigende<br />

circulaires aan alle bekende typografenvereenigingen in het land. Ook<br />

„Draagt Elkanders Lasten" werd uitgenoodigd. Het congres zou plaats<br />

vinden op de beide Paaschdagen 1895. Daar er dus een Zondag mee<br />

gemoeid was, besloot de vereeniging om niet deel te nemen aan het<br />

congres. Onderwijl werd aan werkgevers, waarvan bekend was, dat<br />

zij aan de uurloonen- of de werktijdbepalingen niet voldeden, van<br />

hun afwijking kennis gegeven en verzocht verbetering in te voeren. Dat<br />

dit niet altijd even vlot liep, bewijst bijvoorbeeld het antwoord van den<br />

werkgever J. Nunnikhoven, die o.m. schreef : „Het is meer dan ongehoord<br />

brutaal u met mijne zaken te bemoeien. 1 e omdat mijn gezellen<br />

volkomen tevreden zijn en overtuigd zijn, dat ik het loon betaal volgens<br />

arbeid en zij dan ook volkomen tevreden zijn. Bij mij is niet eens om<br />

verhooging gevraagd noch gedreigd met werkstaking toen deze hier ter<br />

stede plaats had. 2e. Weet ik beter dan u te oordeelen over hetgeen<br />

een zetter verdienen kan. 3e. Ik ben verplicht mijn uitgaven te regelen<br />

naar de inkomsten. 4e. Ik zelf trek uit mijn drukkerij f 10.-- per week<br />

en daar kan ik mede toe en hiermede is het volle bewijs geleverd dat<br />

een loon van 20 centen zeker niet vereischt wordt. 5e. Wat u een<br />

wanverhouding gelieft te noemen daar moet ik anders over oordeelen.<br />

Twee snelpersen vereischen ieder 1 inlegger en 1 jongen welke gelijk<br />

houd tesamen 4 jongens, 3 trappersen ieder 2 jongens gelijk 6 tesamen 10.<br />

Deze zijn natuurlijk niet altijd aan de pers, maar zijn er dan toch voor.<br />

U zult mij toestemmen dat ik daar geen volwassenen voor zou kunnen<br />

nemen en naar ik geloof ook niet kan krijgen. De zetterij heeft 3 volwassenen,<br />

3 jongmaatjes en 2 jongens ; een of ander wordt gebruikt


SAM<strong>EN</strong>WERKING MET ANDER<strong>EN</strong> <strong>EN</strong> ME<strong>EN</strong>INGSVERSCHIL DAAROVER 13<br />

naarmate het werk dit vereischt". Het mag dan ook niet verwonderen,<br />

dat deze werkgever wat verder in dien brief schreef : „Maar niet om<br />

mij te rechtvaardigen schrijf ik u dit. Want al uw geschrijf uit naam<br />

van vereenigingen laat mij koud, daarmede moet gij gaan bij patroons<br />

welke geen verstand van het vak hebben of in werkelijkheid onrechtvaardig<br />

handelen". De inhoud van dien brief mag als typeerend de<br />

opvattingen der werkgevers in dien, tijd worden aangemerkt. „Draagt<br />

Elkanders Lasten" liet zich er niet door ontmoedigen, ging met haar<br />

werk voort, richtte in begin 1895 een jongelingsvereeniging op (die<br />

naar de meening der leden een geheel zelfstandige moest zijn). Samenwerking<br />

werd verkregen met de „Katholieke Pers", „De Nederlandsche<br />

Drukpers", „Voorzorg en Genoegen". De vier stelden zich weer in verbinding<br />

met de afd. Amsterdam A. N. T. B. om zoodoende plaatselijk<br />

contact te verkrijgen en in het belang der vakgenooten gemeenschappen<br />

lijk te werken.<br />

Het typografen-congres, dat Paschen 1895 zou worden gehouden,<br />

kon door gebrek aan deelneming niet doorgaan en werd dientengevolge<br />

verschoven. Het al of niet deelnemen aan het congres had heel wat<br />

beroering gebracht. Sommige leden wilden dat „D. E. L." als gast zou<br />

deelnemen ; anderen wilden alleen deelnemen als het punt „werkstaking"<br />

niet op het programma kwam ; weer anderen waren in ieder geval tegen<br />

deelneming. Tenslotte werd het besluit genomen, dat „D. E. L." aan het<br />

congres deelnemen zou ; naar aanleiding van welk besluit secretaris<br />

Kerssemeijer, die samenwerking met andere vereenigingen voor christelijk<br />

georganiseerden verboden achtte, voor zijn functie bedankte. Toen<br />

werd besloten aan „Patrimonium" om advies te vragen. Dit advies luidde :<br />

Wel deelnemen aan het congres, en dan niet als gast doch als lid.<br />

Ter eerste jaarvergadering gaf de voorzitter M. W. Smit als het<br />

doel van de vereeniging aan : te bevorderen de samenwerking tusschen<br />

de patroons en de arbeiders, want : „De arbeider is zijn loon waardig"<br />

en „het gezag van den patroon dient eerbiedigd te worden". Het verslag<br />

van den penningmeester gaf aan inkomsten f 220.04, als uitgaven<br />

f 74.665, dus een saldo van f 145.37 5, waarvan de werkloosheidskas<br />

f 124.07 en het ouderdomsfonds f 21.30 bezat.<br />

1896. Na dien tijd kreeg de vereeniging het druk met besprekingen<br />

over de arbeidsvoorwaarden. De te Amsterdam gevestigde 6 vereenigingen<br />

van arbeiders in het boekdrukkersbedrijf waren in het begin van 1896<br />

in bespreking gekomen met de werkgevers. Aan beide zijden voelde<br />

men er wat voor een bepaalde overeenkomst aan te gaan, zij het<br />

mondeling. Als basis werd aangenomen het loon van 20 centen per<br />

uur bij een l0-urendag. De werkgevers wilden het minimum-loon voor<br />

volwassen arbeiders op 20 centen stellen, met een maximum van 22<br />

centen per uur. Dit voorstel viel nogal in goede aarde, althans de vergadering<br />

kon zich er mede vereenigen. Ten opzichte van het doorbetalen<br />

der feestdagen was niets voorgesteld. Op een vraag of niet voor


14 E<strong>EN</strong> PERMAN<strong>EN</strong>TE COMMISSIE VAN PATROONS <strong>EN</strong> ARBEIDERS<br />

doorbetaling geijverd kon worden, antwoordde Smit, dat naar zijn<br />

meening hiertoe het goed recht ontbrak, nu algemeen een uurloon zou<br />

worden ingevoerd. Teneinde de zaak nader te regelen werd, in overeenstemming<br />

met hetgeen op 12 Februari door de vertegenwoordigers<br />

der 6 vakvereenigingen in d'Geelvinck was afgesproken, een commissie<br />

ingesteld, bestaande uit twee afgevaardigden van iedere vereeniging.<br />

De werkgevers waren bereid om tot opheffing der misstanden mede te<br />

werken en namen zitting in die commissie. Zij zouden zich met slechts<br />

6 vertegenwoordigers tevreden stellen. Als leden dezer commissie werden<br />

voor „Draagt Elkanders Lasten" benoemd M. W. Smit en J. P. Wolf.<br />

Men sprak er zijn blijdschap over uit, dat nu samenwerking met de<br />

werkgevers was verkregen, en daarmede was bereikt het doel, dat de<br />

christelijke arbeiders allereerst wilden nastreven.<br />

Het grafisch congres vroeg in juli 1896 opnieuw de aandacht. Besloten<br />

werd om aan dit congres, dat op de beide Kerstdagen zou gehouden<br />

worden, deel te nemen. Behandeld zou daar worden : „a. Het sluiten van<br />

samenwerking tusschen de verschillende vereenigingen, waarbij elke bond<br />

en elke vereeniging zijn of haar eigen program, haar eigen statuten etc.<br />

onverkort behoudt ; b. minimumloon en maximum arbeidsduur ; c. de<br />

invoering van een leerlingstelsel". „Draagt Elkanders Lasten" zou op deze<br />

punten amendementen indienen. Ten opzichte van de samenwerking zou<br />

een amendement worden ingediend, dat de wenschelijkheid betoogde<br />

om, aangezien de omstandigheden nog niet van dien aard waren, dat<br />

over het geheele land kon worden samengewerkt, plaatselijk de samenwerking<br />

te regelen op vooraf omschreven punten. Bij „arbeidsduur"<br />

zou worden voorgesteld om 25 O/0 toeslag voor overuren tot 10 uur<br />

's avonds en 50 °jo na 10 uur vast te leggen. Bovendien zou op afschaffing<br />

van Zondagsarbeid worden aangedrongen. Ten opzichte van<br />

het loon wilde „D. E. L." de bepaling aldus laten luiden, dat in juni<br />

1897 het minimum bepaald zou worden op 21 centen, januari 1898 op<br />

22 centen, juni 1898 op 23 centen per uur. Verder zou een motie ingediend<br />

worden, luidende : „Het congres, betreurende het feit, dat in den<br />

laatsten tijd het lidmaatschap eener vereeniging, wier streven het is de<br />

stoffelijke en vakbelangen harer leden te bevorderen, oorzaak is van het<br />

ontslag van enkele harer leden, spreekt de verwachting uit, dat het<br />

recht van vereenigen en vergaderen, bij de grondwet gewaarborgd,<br />

onverkort door de boekdrukkerspatroons zal worden erkend".<br />

Deze congresvoorstellen gingen verder dan hetgeen de Amsterdamsche<br />

commissie wilde bereiken. De werkgevers hadden voorgesteld de loonen<br />

aldus te regelen : 5/10 20 centen en daarboven, 2/10 van 16----19 centen,<br />

2/ 10 van 10-15 centen en 1 / 10 beneden 10 centen. Alles bij een 10-uren<br />

dag. Voor overwerk zou, indien de arbeiders tusschen dagtaak en overwerk<br />

naar huis gingen, 25 °/0 toeslag worden gegeven. „Iets langer<br />

blijven", ten hoogste 1 uur per dag, zou binnen de dagtaak moeten<br />

gerekend worden. Voor arbeid na 12 uur zou 50 0/0, voor Zondags-


HET EERSTE GRAFISCH CONGRES WERD IN 1896 GEHOUD<strong>EN</strong> 15<br />

arbeid 100 % extra worden betaald. Daartegenover hadden de arbeidersvertegenwoordigers<br />

voorgesteld : 2/3 der werknemers 20 centen, 1 /3 beneden<br />

20 centen. Binnen een jaar zou dat 21, een jaar daarna 22 en weder<br />

een jaar daarna 23 centen moeten worden. De „commissie van 18"<br />

werd tevens permanent verklaard. Bij een door haar gehouden enquête<br />

bleek, dat er te Amsterdam 105 drukkerijen en 97 binderijen bestonden.<br />

Daarvan hadden 50 drukkerijen en 5 binderijen inlichtingen omtrent<br />

loon en arbeidsduur ingezonden.<br />

Bij het eindigen van het tweede boekjaar bezat „Draagt Elkanders<br />

Lasten" f 226.78'/ 2 in de werkloosheidskas en f 40.10 in het ouderdomsfonds.<br />

Verder valt eenige wrijving met „Patrimonium" te constateeren.<br />

Enkele leden, die voor het Verbond bedankt hadden, waren nog lid<br />

van de vakafdeeling gebleven, terwijl anderen, die tot „D. E. L." waren<br />

toegetreden, zich niet als lid bij „Patrimonium" hadden laten inschrijven.<br />

„Draagt Elkanders Lasten" had zich daarover te verantwoorden en deze<br />

leden af te voeren, evenals anderen, die hun contributie aan „Patrimonium"<br />

niet betaald hadden. De jongelingsvereeniging bleek geen levensvatbaarheid<br />

te hebben en werd ontbonden, terwijl een begin werd gemaakt<br />

met het afzonderlijk organiseeren van christelijke boekbinders. Tot<br />

October van dat jaar waren slechts een 7-tal leden tot deze branche<br />

behoorend ingeschreven.<br />

Als afgevaardigden naar het grafisch congres werden M. W. Smit<br />

en J. P. Wolf benoemd. Dit congres werd op 25 en 26 December gehouden.<br />

Daar werd heel wat gediscussieerd. Vooral de noodzakelijkheid<br />

van een voor het geheele land geldende, naar plaatselijke behoeften<br />

ingedeelde loonregeling, was het onderwerp van langdurige bespreking.<br />

Verder werd een nauwere aansluiting der arbeiders tot waarborg van<br />

het grondwettig recht van vereenigen en de afschaffing van verplichten<br />

Zondagsarbeid aangegeven als punten, waarvoor in de naaste toekomst<br />

actie zou worden gevoerd. Een comité werd benoemd, dat een bestuur<br />

koos bestaande uit drie personen, n.l.: G. Snijdelaar, A. N. T. B., voorzitter,<br />

J. P. Wolf, „Draagt Elkanders Lasten", secretaris, D. Pronker, A. N. T. B.,<br />

penningmeester, met de opdracht deze punten uit te werken.<br />

1897. Besloot 1896 met het Kerstcongres, voor 1897 moet begonnen<br />

worden met de mededeeling, dat de Permanente Commissie te Amsterdam<br />

voortging met haar pogingen om de loonregeling door te voeren. De<br />

eischen gingen voorloopig niet verder dan 20 centen per uur voor 4/10 met<br />

minder loon voor de resteerende tienden, zooals in het patroonsvoorstel<br />

was aangegeven. De overwerkpercentages waren eveneens in overeenstemming<br />

met het patroonsvoorstel, terwijl de arbeidsduur op 60 uren<br />

was bepaald. De doorvoering van deze eischen kostte heel wat moeite.<br />

Verschillende werkgevers •gingen tot ontslag over om de vrees bij de<br />

arbeiders er in te brengen. Bovendien werd het dagblad De Amsterdammer<br />

opgeheven, waardoor het aantal werkloozen vergroot werd.<br />

Ook buiten Amsterdam viel er ontslag tengevolge van het deelnemen


16 MAATREGEL<strong>EN</strong> TOT ONDERSTEUNING VAN WERKLOOZ<strong>EN</strong><br />

aan het congres. Congres-slachtoffers alzoo. Te Bergen op Zoom bijv.<br />

werd een arbeider ontslagen, die in Den Haag geplaatst werd en de verhuiskosten<br />

van de deelnemende organisaties vergoed kreeg. De zorg<br />

voor de Amsterdamsche werkloozen eischte bijzondere maatregelen. Op<br />

verzoek van de Permanente Commissie besloot men om gedurende 8<br />

weken 10 centen per lid te storten. Ook werd hier en daar een staking<br />

geproclameerd ter doorvoering van de loonregeling der Permanente<br />

Commissie. De goedwillende werkgevers steunden de arbeiders door<br />

stakers in hun ondernemingen te plaatsen. De leden van „Draagt Elkanders<br />

Lasten" zagen in deze stakingen geen revolutionaire beweging, maar<br />

wijl werkgevers en arbeiders hier samenwerkten, gerechtvaardigde<br />

middelen om het recht door te voeren. De bij iedere vereeniging inge<br />

komen gelden werden overgedragen aan een commissie van beheer. De<br />

uitkeeringen bedroegen totaal f 384.—. Het resteerende werd later voor<br />

de helft gegeven als steun voor stakende timmerlieden. De andere helft<br />

werd aan de deelnemende organisaties naar verhouding van het ledental<br />

afgedragen. Toen aan het einde van het jaar het aantal werkloozen<br />

tot 34 was opgeloopen, besloot men andermaal om gedurende 8 weken<br />

10 centen te storten. Uit de verschillende vereenigingen werd een subcommissie<br />

benoemd, die zich speciaal met de verzorging der werkloozen<br />

zou bezighouden. De werkloozen hadden (waarschijnlijk) reeds de uitkeering<br />

uit hun vakvereenigingskas genoten, althans voor zoover zij<br />

georganiseerd waren. In „Draagt Elkanders Lasten" kwam de instelling<br />

van een weerstandskas op het tapijt. Het volgende jaar en wel op<br />

11 en 12 April, zou een tweede grafisch congres worden belegd.<br />

Vooruit wilde men nu zorgen, indien dit congres nieuwe slachtoffers<br />

zou eischen, geld voor ondersteuning beschikbaar te hebben. Sommigen<br />

wilden het werkloosheidsfonds uitbreiden, welk voorstel geen bijval vond.<br />

Besloten werd om de contributie met 3 centen per, week te verhoogen<br />

en op 10 centen te brengen. De vraag kwam op of niet een algemeene<br />

weerstandskas gesticht moest worden, daar mogelijk uit de loonactie en<br />

na het congres noodzakelijkheid tot werkstaken zou kunnen komen. Dat<br />

men zich deel van de algemeene beweging voelde moge blijken uit het<br />

voorstel om, hoewel „Draagt Elkanders Lasten" zelf geen werkloozen<br />

had, ijverig mede te doen aan de ondersteuning der anderen, welk<br />

voorstel werd aanvaard. Ten slotte is het vermelden waard, dat een<br />

officieel voorstel tot afscheiding van „Patrimonium" werd ingediend, 't Werd<br />

verworpen. Smit was tegen aanneming, bewerende, dat het Verbond bij<br />

het oprichten der vereeniging, ook financieel, goede diensten had bewezen<br />

en dus uit erkentelijkheid de aansluiting bij de verbondsafdeeling<br />

gehandhaafd diende te worden.<br />

1898. Hoewel de zorgen voor het komende congres de vereeniging<br />

in beslag namen, werd toch in Januari een commissie benoemd, die zich<br />

tot de andere vereenigingen zou richten tot het verkrijgen van samenwerking<br />

voor het behartigen der boekbindersbelangen. In die commissie


CH. L. PETERS, AMSTERDAM A. B. SNIJDER, D<strong>EN</strong> HAAG J. JONKER, AMSTERDAM<br />

ex-bondssecretaris Eere-voorzitter van den Bond ex-bondspenningmeester<br />

° C. H. THIJSS<strong>EN</strong>S, HOORN<br />

ex-secr.-adm. Christen-Typograaf<br />

J. H<strong>EN</strong>DRIKS t, DORDRECHT<br />

mede-oprichter bond<br />

J. STORM, UTRECHT<br />

mede-oprichter bond<br />

J. P. KRINS, D<strong>EN</strong> HAG A. HAZEVOET, AMSTERDAM J. H. A. REICHART, AMSTERDAM<br />

ex-afd.-secr. Dordrecht ex-afd -penningmeester ex-afd -penningmeester


T. H. SCHOTANUS, UTRECHT B. VAN DER WOUDE, AMSTERDAM J. BAARSPUL, UTRECHT<br />

ex-bondssecretaris mede-oprichter afdeeling ex-bondssecretaris<br />

W. J. L. RUPPERT, AMSTERDAM<br />

adm. Grafisch Orgaan<br />

A. VAN RIJS<strong>EN</strong>, D<strong>EN</strong> HAAG<br />

ex-afd.-secretaris<br />

A. L. GERRITS<strong>EN</strong>, D<strong>EN</strong> HAAG<br />

ex-H.B. en afd.-penningmeester<br />

R. HOFSTRA, SNEEK<br />

ex-afd.-voorzitter<br />

H. PH. JANSSON, D<strong>EN</strong> HAAG<br />

ex-afd.-voorzitter<br />

J. H. BRANS, DELFT<br />

ex-H.B. en ex-afd.-voorzitter


ONTWERP-CONCLLISIËN VOOR HET TWEEDE GRAFISCH CONGRES 17<br />

hadden o.a. zitting J. Jonker en P. Rippen..-^ De ontwerp-conclusiën van<br />

het congres werden besproken en aangenomen. Omdat zij mede een kijk<br />

geven op de verhoudingen in die dagen en het zoeken naar een weg om<br />

tot gemeenschappelijk optreden te komen, mogen die ontwerp-conclusiën<br />

hier een plaats vinden. Zij luidden :<br />

„Art. 1. Er bestaat in Nederland een Federatief Verband van<br />

grafische en aanverwante vakvereenigingen. Het Verband bestaat uit een<br />

zedelijke verbintenis van typografische en aanverwante vereenigingen,<br />

regelende de plichten tot doorvoering, naleving en bevestiging van de<br />

punten van actie in art. 2 genoemd. Art. 2. Doel. Het Verband<br />

heeft ten doel : a. De totstandbrenging van een minimum loontarief en<br />

een maximum arbeidsduur. b. Afschaffing van Zondagsarbeid. c. Erkenning<br />

van het recht van versenigen en vergaderen. d. De totstandkoming<br />

van die economische punten van actie, in verband met de<br />

belangen der grafische vereenigingen en aanverwante vakken, die door<br />

minstens 2/ 3 van de verbonden vereenigingen aan de orde worden gesteld.<br />

- Art. 3. Middelen. a. Een overeenstemming te treffen tusschen<br />

patroon en gezel omtrent de regeling van loon en arbeidsduur. b. Door<br />

gebruik te maken van die middelen, welke iederen Nederlander bij de<br />

wet gewaarborgd zijn, n.l. : het recht van petitie aan Kroon, Regeering,<br />

Gemeente enz. c. Bij weigering van den patroon zelfstandig op te<br />

treden, zoolang mogelijk langs den weg der rede. — Art. 4. Door de<br />

verbonden vereenigingen worden drie vereenigingen, zetelende in ééne<br />

gemeente, als Bureau van uitvoering aangewezen. — Art. 5. Bedoeld<br />

bureau heeft in opdracht de besluiten door te voeren. Moet in een of<br />

andere gemeente handelend worden opgetreden, zoo stelt het uitvoerend<br />

bureau zich persoonlijk in verbinding met de daar ter plaatse gevestigde<br />

vereeniging of vereenigingen ; is omtrent de wijze van<br />

ageeren overeenstemming verkregen, zoo treedt het bureau handelend<br />

op en is de deelhebster(s) onderworpen aan zijn leiding. — Art. 6. Uit<br />

elke vereeniging wordt een gedelegeerde aangewezen, welke met het<br />

bureau van uitvoering in onmiddellijk verband staat. — Art. 7. Wiluitvoerder.<br />

Het bureau van uitvoering benoemt uit zijn midden een aan<br />

hem verantwoordelijke wiluitvoerder, wiens diensten aan het Federatief<br />

Verband door financieele belooning worden gewaardeerd. Art. 8.<br />

Het uitvoerend bureau wordt voorzien van kasgeld, door de verbonden<br />

vereenigingen naar gelang van hun ledental bijeen te brengen. Meerdere<br />

geldelijke offers, benoodigd voor de in art. 2 genoemde zaken, worden<br />

door het bureau gevonden door een storting per week en per lid van<br />

elke bij het Federatief Verband aangesloten vereeniging geëvenredigd aan<br />

de benoodigde som, voor welk bedrag elke vereeniging borg staat. —<br />

Art. 9. De financiëele belooning der diensten van den aan het bureau<br />

verantwoordelijken wiluitvoeder, wordt door dit lichaam gevonden<br />

uit de gelden, proportioneel geheven van elke bij het Verband aangesloten<br />

vereeniging, en wordt iedere drie maanden bij vooruitbetaling<br />

2


18 BESLUIT<strong>EN</strong> VAN HET TWEEDE GRAFISCH CONGRES<br />

aan het bureau verstrekt. — Art. 10. Elke vereeniging bekrachtigt<br />

door hare handteekening een voor alle medewerkende vereenigingen<br />

gelijkluidend contract. Dit contract is bindend voor den geheelen duur<br />

der beweging en blijft ook door de handteekening van eiken bestuurder<br />

van kracht, al wordt deze gedurende den loop der beweging door anderen<br />

vervangen. — Art. 11. Ten einde den verbonden vereenigingen een<br />

overzicht te geven van den arbeid en het beheer, wordt elk kwartaal<br />

een verslag, benevens een staat van inkomsten en uitgaven opgemaakt<br />

en aan de deelnemende vereenigingen toegezonden. Telken jare worden<br />

uit die verbonden vereenigingen 3 personen gekozen om de rekening<br />

en verantwoording na te zien".<br />

Deze conclusiën vormden als het ware een volledig reglement voor<br />

een organisatie, die alles en allen zou kunnen omvatten. Op het congres,<br />

11 en 12 April in Odeon te Amsterdam gehouden, werden zij breedvoerig<br />

besproken. G. Snijdelaar was congresvoorzitter. Hij was een<br />

overtuigd voorstander van samenwerking. Van de deelnemers aan het<br />

congres van 1896 waren er heel wat aanwezig. Volledige rekening en<br />

verantwoording werd afgelegd. Er was f 487.28 schuld gemaakt. De<br />

drukker van het drukwerk van het Verband was de voornaamste<br />

crediet-gever. Zijn vordering bedroeg f 328.11. De voorgestelde conclusiën<br />

werden aanvaard, tot die van den wiluitvoerder toe, hoewel hij<br />

slechts voor één jaar zou worden benoemd. Vóór stemden : Voorzorg<br />

en Genoegen, De Nederlandsche Drukpers, Draagt Elkanders Lasten,<br />

Katholieke Pers, allen te Amsterdam ; Nut en Genoegen, Utrecht ; St.<br />

Joannes, Arnhem ; de Jongelingsvereenigingen te Rotterdam, Schiedam<br />

en Nijmegen, en het hoofdbestuur Algemeene Nederlandsche Typografenbond.<br />

Blanco stemden Jongelingsvereeniging Amsterdam ; St. Lebuinus,<br />

Nijmegen ; Adelphesmus, Schiedam; St. Vitus, Winschoten. Door samenwerking<br />

één te Arnhem ; Thomas van Aquino, Nijmegen ; Lourens Koster,<br />

Deventer. Merkwaardig is, dat hoewel naast het hoofdbestuur van den<br />

A. N. T. B. 22 afdeelingen vertegenwoordigd waren, besloten was dat<br />

de Algemeene Nederlandsche Typografenbond, afdeelingen en hoofdbestuur<br />

samen, maar één stem zou uitbrengen. De jongelingsvereenigingen<br />

hadden een afzonderlijke stem. Heel zuiver waren de organisatorische<br />

opvattingen dus nog niet. Het besluit om een wiluitvoerder te benoemen<br />

mag niet verwonderen, daar in de toelichting gezegd werd : „Het is zeer<br />

gemakkelijk voor den patroon om den banvloek te slingeren naar het<br />

hoofd van den man, die zich verstout als comitélid op te treden en hem<br />

broodeloos te maken". Hoewel er een voorstel was aangenomen om een<br />

reservekas van f 10.000.— te stichten, werd met een kas van voorloopig<br />

f 1000.— volstaan. De bijdrage aan het bureau werd bepaald op 5 centen<br />

per lid en per week. De vereenigingen waren aansprakelijk voor het<br />

betalen dier gelden.<br />

Aan het eind van het congres bracht van Hassel hulde aan de<br />

Katholieke afgevaardigden, terwijl de afgevaardigde der afdeeling Den


E<strong>EN</strong> VERE<strong>EN</strong>IGING VAN CHRISTEL. TYPOGRAF<strong>EN</strong> TE 'S-GRAV<strong>EN</strong>HAGE 19<br />

Haag A. N. T. B. een pluim stak op den hoed van de Patrimonium-mannen<br />

voor hun kranige houding, zijn hoop uitsprekende, „dat zij hun Verbondsinvloed<br />

ook zouden uitstrekken tot hun broeders in de provinciën,<br />

die dikwijls nog koud zijn voor de algemeenheid der maatschappelijke<br />

belangen". Zooveel waardeering kon Smit niet zonder wederwoord<br />

laten voorbijgaan. Hij beloofde dus om daar werk van te zullen maken<br />

om daardoor de gemeenschappelijke belangen te bevorderen, „zelfs<br />

tot het bijbelwoord toe, dat onder Koning Salomo iedere Israëliet onder<br />

zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom zitten mocht". Verder dankte<br />

Smit den voorzitter voor zijn leiding, hem toewenschende „dat het hem<br />

nog vele jaren en vele malen gegeven mocht worden als tot dusver<br />

voor des werkmans, dat is ons aller, belangen werkzaam te zijn".<br />

Op voorstel van De Nederlandsche Drukpers werd besloten, dat<br />

het Federatief Verband pas in werking zou treden als 60 °/o der op<br />

het congres aanwezige afdeelingen zich daarvoor zou verklaren. De<br />

afdeelingen van den A. N. T. B. waren in dit percentage niet inbegrepen.<br />

Alle aangenomen punten werden aan een referendum onderworpen.<br />

Op dit referendum was gelegenheid om een naam voor den<br />

candidaat-wiluitvoerder te plaatsen. In de praktijk kwam niet veel van<br />

de uitvoering der besluiten terecht, behalve dan, dat „Draagt Elkanders<br />

Lasten" in de provinciën de Patrimonium-mannen ging bewerken. Op<br />

12 September trad Smit in een algemeene vergadering te Zaandam op.<br />

Het gelukte om dáár een Christelijke Typografenvereeniging op te<br />

richten, die zich „De Typograaf" noemde. De leden konden zich bij<br />

het Werkloosheidsfonds van „D. E. L." aansluiten tegen betaling van<br />

7 centen per week. — In Den Haag had „Patrimonium" op 19 Juli een<br />

vakafdeeling voor de beoefenaren der grafische vakken opgericht. Onmiddellijk<br />

schreef Smit naar die vakafdeeling, haar mededeelende dat er<br />

te Amsterdam reeds bijna 5 jaren „een tamelijk sterke christelijke vakvereeniging<br />

bestond" en de nieuwe vereeniging voorstellende samen<br />

een bond te stichten. Den Haag echter meende dat door het stichten<br />

van een bond „de zelfstandigheid zou verloren gaan". Men wilde wel<br />

voeling met elkaar houden, maar een bond stichten wenschte men niet.<br />

De eerste poging van Smit mislukte dus.<br />

In Amsterdam ging men voort met den uitbouw der vereeniging.<br />

Een commissie werd benoemd, die de oprichting van een ziekenfonds<br />

moest voorbereiden en een reglement ontwerpen. In November liet de<br />

Permanente Commissie weer eens wat van zich hooren. Naast het<br />

onderzoek naar de loonen zou een concept-leerlingenregeling, ontworpen<br />

door een commissie van den Ned. Drukkers(patroons)bond, besproken<br />

worden. Ook kwamen de bestuurders der werkliedenvereenigingen bijeen<br />

om het vormen van een algemeene weerstandskas voor te bereiden.<br />

1899. Te Amsterdam deed zich een moeilijkheid voor aan het<br />

Algemeen Handelsblad. Daar was namelijk een reserveploeg ingesteld<br />

en de ongeregelde arbeidstijd verdroot den arbeiders. Op zichzelf was


20<br />

STRIJD OM ZETELS IN DE KAMER VAN ARBEID<br />

dat niet zoo belangrijk ; doch daar de ontstemming hierover samenviel<br />

met het ontslag aan een paar arbeiders gegeven, welk ontslag men<br />

vermoedde verband te houden met het plaatsen van zetmachines, verhoogde<br />

dit de belangrijkheid. Door de agitatie bleek het duidelijk, dat de<br />

Amsterdamsche typo's enkel schadelijke gevolgen van de invoering hunner<br />

ijzeren collega's vreesden. Het aantal machinezetters was reeds toenemende<br />

en naar de toen geldende opvattingen moest een afzonderlijke vereeniging<br />

van machinezetters gevormd worden. Dat deden zij dan ook en de<br />

operateurs berichtten aan „Draagt Elkanders Lasten", dat zij een<br />

landelijken bond, genaamd „Nederlandsche Machinezettersbond", gesticht<br />

hadden, beloofden hun plicht tegenover de beoefenaren der andere<br />

grafische vakken niet te zullen vergeten en verzochten wederkeerig<br />

sympathie voor hun streven. — Een ontwerp-leerlingenregeling werd<br />

door de Permanente Commissie behandeld, evenwel zonder resultaat.<br />

Van meer beteekenis was het besluit, op voorstel van de afdeeling<br />

Amsterdam A. N. T. B. genomen, om een gemeenschappelijk weerstandsfonds<br />

voor Amsterdam te stichten. Het kapitaal van dit fonds zou<br />

f 10.000 moeten bedragen, welke som in twee jaren bijeen zou moeten<br />

zijn. Wel zou ook binnen dien tijd in geval van nood dit gemeenschappelijk<br />

weerstandskapitaal aangesproken kunnen worden, doch liever<br />

wilden de verbonden arbeiders wachten tot het volle pond bijeen was.<br />

„Draagt Elkanders Lasten" zou 5 centen per lid per week contribueeren. —<br />

De schoone samenwerking tusschen de verschillende vereenigingen voor<br />

het groote doel was geen verhindering voor dezelfde afdeeling A. N. T. B.<br />

om zonder overleg met de andere vereenigingen candidaten voor de<br />

Kamer van Arbeid te stellen. „De Katholieke Pers," „Draagt Elkanders<br />

Lasten," „Drukpers" en „Voorzorg en Genoegen" poogden zich te<br />

wreken, door nu gezamenlijk 5 candidaten te stellen. Daaronder was<br />

ook P. Hols van den A. N. T. B., waarschijnlijk om het stemmen op<br />

de lijst der verbondenen aanlokkelijk te maken. Het baatte niet. De andere<br />

candidaten kwamen in de Kamer van Arbeid. Dat dit ontstemming<br />

bracht, bewijst het feit dat „D. E. L." zich nu ook uit de Permanente<br />

Commissie wilde terugtrekken (aan welk voornemen geen uitvoering werd<br />

gegeven) en voor de plaatselijke combinatie bedanken. Dit zou dan<br />

gelden voor het typografisch deel der Amsterdamsche arbeiders. Want<br />

in dezelfde vergadering werd besloten pogingen in het werk te stellen om<br />

de boekbinders tot samenwerking te brengen. Een voornemen, dat met<br />

succes bekroond werd.<br />

De verhouding tusschen „D. E. L." en „Patrimonium" was moeilijker<br />

geworden, nu niet meer één, maar drie christelijk-sociale bonden het<br />

levenslicht aanschouwden. Leden van den Christelijken Nationalen Werkmansbond<br />

en „Maarten Luther", die lid van de Amsterdamsche Christe<br />

lijke Typografenvereeniging wilden worden, moesten zich Ook bij<br />

„Patrimonium" aansluiten. Dat dit niet houdbaar was, begrepen Smit<br />

en zijn medebestuurders. De vereeniging werd losgemaakt van „Patria


LOONEISCH<strong>EN</strong> VOOR AMSTERDAM, D<strong>EN</strong> HAAG <strong>EN</strong> ZAANDAM 21<br />

monium" en trad als zelfstandige vakvereeniging op, welke stap reglementswijziging<br />

noodzakelijk maakte.<br />

De gecombineerde arbeidersvereenigingen hadden bij de Amsterdamsche<br />

werkgevers een verzoek ingediend om het uurloon te verhoogen<br />

en op 21 centen te brengen. Want sedert 1894 was het op 20 centen<br />

bestendigd geworden, hoewel de patroonsleden in de P. C. erkenden,<br />

dat het te weinig was. Onderwijl de besprekingen hierover gaande waren,<br />

kwam de afd. A. N. T. B. met een geheel nieuw voorstel, namelijk een verkorting<br />

van den werkdag tot negen uur bij een weekloon van f 12.50.<br />

Gelijktijdig waren er te Zaandam looneischen gesteld. Hier bleven de<br />

wenschen beperkt tot een loon van f 10.50 per week. De werkgevers<br />

te Amsterdam wilden de opkomende beweging den wind uit de zeilen<br />

nemen en boden aan 1/4 van het personeel op 21 centen per uur te<br />

brengen. Nog hooger loon toekennen, zou het werk van Amsterdam<br />

naar andere steden doen verhuizen en het plaatsen van zetmachines<br />

bevorderen, aldus beweerden zij. Opmerkenswaardig is, dat tegelijkertijd<br />

het aantal werkloozen toenam. Had men zich in einde 1897 bezorgd<br />

gemaakt toen er 34 werkloozen rondliepen, thans waren ruim 80 arbeiders<br />

zonder werk.<br />

De Christelijke Typografen Vereeniging te 's-Gravenhage was in<br />

het begin van het jaar nog doende om zich van een reglement te voorzien.<br />

Voorspoedig ging dat niet, daar niet altijd de vergaderingen druk bezocht<br />

werden. Een belangrijk werk was het samenstellen van een adres aan de<br />

Kamer van Arbeid, waarin verzocht werd een loonregeling vast te stellen<br />

voor het typografisch bedrijf te Den Haag. Het uurloon zou 20 centen<br />

moeten bedragen, de werkweek op 60 uren worden vastgesteld. Een<br />

inleiding van den voorzitter A. B. Snijder over : „De loonkwestie", had<br />

de samenstelling van dit adres voorbereid. In een staking bij de firma<br />

Eger, achtte de vereeniging het recht aan de zijde van den werkgever,<br />

daar deze een drukker tegen f 9.— per week had aangenomen, terwijl<br />

later bleek, dat de drukker nog niet eens zelfstandig werken kon. Zijn<br />

ontslag had de staking tengevolge. Ter jaarvergadering bleek het, dat de<br />

penningmeester f 6.80 ontvangen, f 5.27 5 uitgegeven en dus f 1.52 5 saldo<br />

had. Het beheer van zulke sommen was gereede aanleiding om een<br />

commissie van controle, bestaande uit drie leden, te benoemen, ten einde<br />

na te gaan of het financieel beheer wel rechtvaardig was geschied.<br />

1900. In het begin van dit jaar werd te Amsterdam een nieuwe loonbeweging<br />

ingezet. De afdeeling A. N. T. B. had voor zetters nieuwe<br />

loonsvoorstellen ontworpen en noodigde de andere vereenigingen uit tot<br />

samenwerking om die voorstellen ingevoerd te krijgen. In genoemde<br />

afdeeling vormden de vakgroepen zetters, drukkers, enz., afzonderlijke<br />

vereenigingen, die bij te voeren acties zelfstandig optraden. Bij een<br />

werkdag van 9 uren vroeg men een weekloon van f 12.50 voor gezellen<br />

boven 23 jaar, 21 ct. per uur voor 20-23 jarigen, 18 ct. per uur voor<br />

18-20 jarigen. Bij nachtwerk tusschen 6 uur 's avonds en 6 uur 's morgens


22 IN 1900 WEDER E<strong>EN</strong> WERKSTAKING TE AMSTERDAM<br />

f 14.—, afschaffing van den 7den nacht. 7/10 van het personeel zouden<br />

het hoogste loon ontvangen, '/10 20 ct., '/10 18 ct. en 1 /10 beneden 18 Ct.<br />

per uur. „Draagt Elkanders Lasten" kon zich met dat voorstel niet vereenigen.<br />

In de eerste plaats niet, omdat de Permanente Commissie nog<br />

bestond en men van oordeel was, dat loonsvoorstellen daár besproken<br />

moesten worden. Daar toch werkten patroons en arbeiders samen.<br />

Zouden de arbeiders afzonderlijk optreden, dan was daarmede het contact<br />

met de werkgevers verbroken. Verder geloofde men niet aan de mogelijkheid<br />

om de eischen door te voeren. Speciaal ten opzichte van den 9-urigen<br />

arbeidsdag zouden de werkgevers weigeren. Er werden dan ook afzonderlijke<br />

voorstellen geconcipieerd. Daarin werd de 10-urige arbeidsdag<br />

bestendigd. De bonen zouden voor 5/10 van het personeel op 22 ct.,<br />

voor 2110 op 17-20 ct., voor 2/10 op 11-16 ct. en voor 1 /10 beneden<br />

10 ct. per uur vastgesteld moeten worden. Intusschen had zich te<br />

Amsterdam een loon-comité gevormd, waarin „D. E. L." niet vertegenwoordigd<br />

was. De werkgevers waren niet bereid de eischen in te willigen.<br />

Waarschijnlijk geloofden zij niet aan de mogelijkheid van een werkstaking.<br />

Daarin vergisten zij zich echter. Want op Vrijdag 27 April werd op<br />

een 10-tal ondernemingen het werk neergelegd. Daaronder waren een<br />

aantal steendrukkerijen, daar in 1900 de steendrukkers nog niet afzonderlijk<br />

georganiseerd waren. Ook aan de Electrische Drukkerij, waar De Telegraaf<br />

gedrukt werd en bij de firma De Roever Krober & Bakels, de drukkers<br />

van De Standaard, werd gestaakt, zoodat beide dagbladen niet konden<br />

verschijnen. De werkgevers hadden zich onderling verbonden niet toe te<br />

geven. Wie dit verbond verbrak verbeurde een boete van f 3000.—.<br />

Daartegenover was de afspraak gemaakt, dat drukkerijen, die van staking<br />

verschoond bleven, de andere firma's zouden bijstaan. De dagbladen, die<br />

niet verschijnen konden, waren het meest getroffen. De Telegraaf zou<br />

hulp van het Algemeen Handelsblad ontvangen. Doordat deze bladen<br />

dezelfde formaten hadden kon door het verwisselen van den kop het<br />

Handelsblad als Telegraaf afgedrukt worden. De Standaard had toen<br />

nog hetzelfde formaat als het Nieuws van den Dag. De firma Roelofsen,<br />

Hiibner & Van Santen, die het laatstgenoemde blad drukte, wilde wel<br />

een gedeelte van de oplaag onder het hoofd De Standaard afdrukken.<br />

Echter de personeelen van de betrokken dagbladen weigerden het werk<br />

uit te voeren. Aan het Algemeen Handelsblad legde het personeel 't werk<br />

neer toen de directeur zijn belofte aan De Telegraaf wilde nakomen.<br />

Bij Roelofsen, Hubner & Van Santen, waar men er niet hetzelfde voorstond,<br />

omdat deze firma als loondrukker van het Nieuws van den Dag<br />

optrad, liet men het niet tot staking komen, hoewel het dagblad niet<br />

verscheen. Om te ontkomen aan een staking in hun eigen inrichting<br />

lieten de directeuren van de andere dagbladen hun kranten niet verschijnen.<br />

Behoudens Het Volk en Het Volksdagblad, die aan de eischen<br />

hadden toegegeven, verschenen op 27 April geen dagbladen. Zoo kon<br />

de toestand echter niet lang bestendigd blijven, aangezien maatregelen


DE AMSTERDAMSCHE STAKING DOOR DE ARBEIDERS VERLOR<strong>EN</strong> 23<br />

werden genomen om een algemeen blad te laten gereedmaken door een<br />

aantal werkwilligen, chefs en patroons. De firma Holdert & Co. belastte<br />

zich met de uitvoering van deze stakingscourant. Haar was geen<br />

lang leven beschoren. De werkgevers zagen wel dat hun afspraak niet<br />

houdbaar was. Al spoedig verscheen het Algemeen Handelsblad, daar<br />

de directeur aan het personeel beloofd had, niet meer De Telegraaf te<br />

zullen bijstaan, waarop den arbeid werd hervat. Roelofsen, Hubner S<br />

Van Santen legde ten opzichte van het Nieuws van den Dag eenzelfde<br />

verklaring af, zoodat ook dit dagblad verschijnen kon. De Telegraaf<br />

kon nu niet achter blijven. Enkele van de werknemers aan de Electrische<br />

Drukkerij stonden niet sterk en weldra gingen er dan ook een niet<br />

onbeduidend aantal aan den arbeid. Wel werden hun namen bekend<br />

gemaakt in de stakingsvergaderingen en overal in de stad aangeplakt,<br />

maar dat nam niet weg, dat deze tegenslag bij een groot deel der stakers<br />

ontmoediging bracht. Nu konden alle dagbladen verschijnen, behalve<br />

De Standaard, waar het geheele personeel in staking bleef. De heer<br />

A. Wormser, die uitgever van dit dagblad was, poogde te bemiddelen,<br />

echter zonder resultaat. Er kwamen zich, o.a. bij de firma De Roever<br />

Krober & Bakels, enkele werkwilligen van buiten aanbieden. Kost en<br />

inwoning werd aan dezulken verschaft, zoodat het niet mogelijk was met<br />

hen in contact te komen. Een nadere poging van den heer J. H. de Bussy<br />

om door middel van een tusschenvoorstel het conflict tot oplossing te<br />

brengen, bleef evenals de poging van den heer A. Wormser, zonder<br />

goed gevolg. De werkgevers wilden nu doorzetten daar reeds meerdere<br />

stakers den moed geheel verloren hadden en op eigen gelegenheid het<br />

werk hervatten. Anderen lieten het verlies van activiteit blijken door<br />

niet meer te posten, hetgeen door de werkgevers natuurlijk werd opgemerkt<br />

en hen in volhouden sterkte. Bij de firma Ellerman, Harms & Co.<br />

verlieten een niet onbelangrijk deel der stakers de gelederen der strijdenden<br />

en hervatten den arbeid. Het personeel der firma De Roever Króber €<br />

Bakels, voor zoover het aan De Standaard werkzaam was, trad buiten<br />

het looncomité om met de patroons in onderhandeling. Zoo spoedig dit<br />

bekend werd gingen enkelen, die tot een ander deel van het personeel<br />

behoorden, naar binnen. Het stakingscomité achtte het toen maar raadzaam<br />

te pogen zelf de zaak zooveel mogelijk in het reine te brengen.<br />

De firma, in het bijzonder door de moeilijkheden met De Standaard wat<br />

meer in benauwdheid dan de andere firma's, betoonde zich bereid alle<br />

stakers terug te nemen, hoewel zij eerst een zestal wilde uitsluiten met<br />

het oog op degenen, die aan 't werk gekomen of gebleven waren. Tot<br />

ontslag der tijdens de staking aangenomen arbeiders was zij niet te bewegen.<br />

Op 16 Mei gingen toen de arbeiders aan het werk, nadat zij<br />

vooraf een alles behalve malsche toespraak in ontvangst hadden genomen.<br />

Trouwens, gemakkelijk staken was het in die dagen niet. Wijl de staking<br />

op Vrijdag was begonnen, werd den eersten stakings-Zaterdag bij de<br />

meeste firma's het verschuldigde loon uitgekeerd. Waar maar eenigszins


24 „DRAAGT ELKANDERS LAST<strong>EN</strong>" <strong>EN</strong> STAKINGSMOEILIJKHED<strong>EN</strong><br />

ruimte was waren politie-agenten opgesteld. Aan den ingang een tweetal,<br />

die niet meer dan twee of drie stakers tegelijk lieten binnengaan. In<br />

gang of vestibule opnieuw gehelmde orde-bewaarders en eindelijk in de<br />

kantoren waar het geld uitgekeerd werd verdubbelde politie-bewaking.<br />

Stakers en misdadigers verschilden niet zoo heel veel met elkaar. Toen<br />

eenmaal bij een firma de staking officieel opgeheven was, was het niet<br />

mogelijk de andere personeelen nog langer buiten de werkplaatsen te<br />

houden. Aangezien in die dagen de leiding der staking niet officieel in<br />

handen der vakvereenigingen was, doch een stakingscomité de zaak bestuurde<br />

en bovendien de vakvereenigings-discipline nog niet sterk doorgewerkt<br />

was, daar is het te verklaren, dat sommige personeelen op eigen<br />

gelegenheid een eind aan het conflict maakten. Hier en daar ging men<br />

zonder meer naar binnen, elders riep men nog even gauw de bemiddeling<br />

van het comité in om het vallen van slachtoffers te voorkomen. Andere<br />

personeelen gingen onverwachts naar binnen, met achterlating van hen,<br />

die er niet vlug genoeg bij waren of die weigerden op oneervolle voorwaarden<br />

het werk te hervatten. Er bleven dan ook nog al wat slachtoffers<br />

achter, die een tijdlang door de vereenigingen gesteund werden.<br />

„Draagt Elkanders Lasten" was door de staking in niet geringe<br />

moeilijkheden gekomen. Hoewel de vereeniging besloten had zich niet<br />

aan de orders van het stakingscomité te storen, waren de leden, indien<br />

zij werkzaam waren bij firma's, die door het comité aangewezen werden<br />

als ondernemingen waar gestaakt moest worden, buiten gebleven toen<br />

het conflict uitbrak. Enkelen ontvingen uitkeering van het stakingscomité,<br />

anderen klopten bij hun eigen vereeniging aan. In een vergadering van<br />

2 Mei werd besloten om aan de leden, die al of niet vrijwillig meestaakten,<br />

dezelfde bedragen uit te keeren als het stakingscomité betaalde.<br />

Een der stakers, die reeds van genoemd comité uitkeering ontvangen had,<br />

bracht dit geld terug en kreeg eenzelfde bedrag van zijn vereeniging.<br />

Dat deze wijze van doen oorzaak was van heel wat critiek van de zijde<br />

der afdeeling A. N. T. B. is verklaarbaar, vooral als men er bij in aanmerking<br />

laat komen, dat de geheel verloren actie het vinden van een<br />

bliksemafleider noodzakelijk maakte. De leden van „Draagt Elkanders<br />

Lasten" stortten een tijdlang één of twee uur loon om de uitkeering aan<br />

de stakers mogelijk te maken zonder bezwaar voor de kas.<br />

Was de staking in Amsterdam voor de onzen dus een niet zeer aangename<br />

gebeurtenis, kort daarna, namelijk op 5 juni, kwam een brief<br />

in, die weer bemoediging bracht. In Utrecht werd door „Patrimonium"<br />

een vakafdeeling van typografen opgericht. Aan Smit werd verzocht<br />

het reglement van „Draagt Elkanders Lasten" op te zenden, als voorbeeld<br />

voor deze nieuwe vereeniging. — De talrijke aanvallen in Ons<br />

Vakbelang, het blad van den A. N. T. B., op Smit en de zijnen lieten<br />

de behoefte aan een eigen orgaan ter verdediging van het standpunt<br />

der christelijken sterk gevoelen. Wel had Smit in De Oranjevaan het<br />

standpunt van „Draagt Elkanders Lasten" uiteengezet, maar bevredigen


DE PERMAN<strong>EN</strong>TE COMMISSIE PUBLICEERT E<strong>EN</strong> LOONREGELING 25<br />

deed dit niet. In Juli was men tot de ontdekking gekomen, dat te<br />

Groningen, onder leiding van een comité uit „Patrimonium", een vakafdeeling<br />

voor typografen bestond. Ook in Leiden was „Patrimonium"<br />

zich bezig houdende met het verzamelen van christelijke arbeiders in het<br />

boekdrukkersbedrijf. Wel zou het daar niet ineens een afdeeling kunnen<br />

worden, maar in einde Juli was men toch hopende op de geboorte van<br />

een zoogenaamd correspondentschap. In Den Haag was de vereeniging<br />

al bijna twee jaar oud, terwijl ook in Zaandam een vereeniging bestond.<br />

Naar al deze steden schreef het bestuur van „Draagt Elkanders Lasten",<br />

om te polsen of men daar iets voor de oprichting van een maandblad<br />

voelde. Te Utrecht was men bepaald enthousiast en onmiddellijk werd<br />

een agent en een correspondent benoemd. Groningen en de andere<br />

vereenigingen voelden er wel veel voor, maar wilden toch liever eerst<br />

een paar proefnummers ontvangen. In Amsterdam toog men dus aan<br />

het werk. Na heel wat moeite werd er een drukker gevonden, die her<br />

blad wilde uitgeven en gedurende één jaar het risico dragen. Om enkelen<br />

de vrees te ontnemen, dat het blad niet behoorlijk gevuld zou kunnen<br />

worden, had men medewerkers buiten eigen kring gezocht. Dr. J. Th. de<br />

Visser zou artikelen leveren over coöperatie, terwijl een andere medewerker<br />

zou schrijven over „oude boekwerken". Verder zouden corres<br />

pondenten in onderscheidene steden plaatselijk nieuws leveren. Toen<br />

het zoover was trok de drukker-uitgever zich terug. Een voorstel om<br />

het blad dan zelfstandig door „Draagt Elkanders Lasten" uit te geven<br />

kon geen voldoende meerderheid vinden. Sommigen achtten een blad<br />

„luxe", anderen wilden éérst een ziekenfonds oprichten. Want om de<br />

kosten van een maandblad te bestrijden zou de contributie met 10 centen<br />

per week verhoogd moeten worden.<br />

Had de staking al geen direct resultaat opgeleverd, zij had dit toch<br />

ten gevolge, dat de Permanente Comissie zich haar bestaan en haar<br />

plicht indachtig werd. In October maakte zij een met algemeene stemmen<br />

genomen besluit bekend, dat het loon voor zetters gebracht zou<br />

worden op 3/10 van het personeel 21 ct. en hooger, 3/10 20 ct.,<br />

2 / 1e 17-49 ct., 1 /10 12-17 ct., 1/10 12 ct. en daar beneden per uur.<br />

De werkweek bleef op 60 uur bepaald. De drukkers zouden later aan<br />

de beurt komen. Voor binders was wel een commissie ingesteld, maar<br />

een voorstel-loonregeling had zij nog niet in gereedheid gebracht. Voor<br />

de zetters zou de regeling per 1 November worden ingevoerd en tot<br />

einde 1903 van kracht zijn. Om den goeden wil te toonen was besloten<br />

dat op dien datum alle 25-jarigen minstens 20 centen per uur moesten<br />

verdienen. De firma Holdert & Co. ontsloeg intusschen 4 arbeiders,<br />

daar zij naar de meening van dezen werkgever, het hooge loon niet<br />

konden verdienen. — De gedachte aan het correspondentieblad had opnieuw<br />

de aandacht samengetrokken op meerder contact en samenwerking<br />

tusschen de vereenigingen van christelijke typografen. Zoodat Smit<br />

voorstelde nogmaals te beproeven een bond te stichten.


26 INTERCONFESSIONEELE VAKVERE<strong>EN</strong>IGING GE<strong>EN</strong> PUNT VAN STRIJD<br />

Niet alleen bij de Protestantsch Christelijke arbeiders was de behoefte<br />

aan krachtiger organisatie bemerkbaar. Ook de Roomsch-<br />

Katholieke vakgenooten begonnen op ongeveer hetzelfde tijdstip in te<br />

zien, dat een nauwer verband met elkander de organisatie in het algemeen<br />

ten goede zou komen. In 1899 reeds waren pogingen aangewend<br />

om een bond te stichten, welke pogingen niet met het gewenschte<br />

resultaat bekroond werden. Doch men liet niet af. In den loop van<br />

1900 werden vernieuwde pogingen in het werk gesteld en nu met het<br />

gewenschte gevolg. Op 19 Augustus 1900 werd de Roomsch-Katholieke<br />

Typografenbond opgericht. Heel sterk was deze bond nog niet ; op<br />

31 December van het oprichtingsjaar waren 4 afdeelingen en correspondentschappen<br />

aangesloten, die in totaal 80 leden hadden ingeschreven. Doch<br />

de Katholieken hadden een bond, hetgeen in die dagen heel wat zeggen<br />

wilde. Het vraagstuk : confessioneele of interconfessioneele christelijke<br />

organisatie was hiermede reeds tot beslissing gekomen. Voor de arbeiders<br />

in de grafische bedrijven is het in de practijk geen belangrijke strijdvraag<br />

geweest. De confessioneele vorm werd aanvaard zonder dat men<br />

zich met de theoretische kwestie al te druk maakte. — De Algemeene<br />

Nederlandsche Typografenbond maakte in die dagen een crisis door.<br />

Mede ten gevolge van den richtingsstrijd, die zich concentreerde om<br />

de vraag of de leiding van den bond in handen moest zijn van<br />

„parlementairen" of „vrijen". Deze strijd, die genoemden bond gedurende<br />

vele jaren in beroering hield, belemmerde niet alleen zijn groei,<br />

doch deed ook het ledental terugloopen. Einde 1900 telde deze bond<br />

1496 leden, verdeeld over 38 afdeelingen.<br />

Te 's-Gravenhage waren de verschillende vereenigingen eveneens<br />

doende met de doorvoering van een loonregeling, door hen bij de<br />

Kamer van Arbeid ingediend en door deze goedgekeurd. Het door de<br />

vereenigingen gevraagde loon was : 20 centen per uur. De werkgevers<br />

wilden niet zóó maar tot de invoering dezer regeling overgaan. Zij<br />

stelden voor om een commissie te benoemen, bestaande uit patroons en<br />

arbeiders, geen leden der Kamer van Arbeid, die voor doorvoering eener<br />

loonregeling te werken had. Niet de arbeidersvereenigingen zouden de<br />

commissieleden mogen aanwijzen, maar in een vergadering, waar alle<br />

arbeiders, dus ook de ongeorganiseerden, aanwezig waren, moesten deze<br />

menschen worden aangewezen. Voor dit voorstel voelden de georganiseerde<br />

arbeiders niets. Vier vereenigingen benoemden een lid in deze commissie.<br />

In een openbare vergadering werd deze commissie permanent verklaard.<br />

Doch spoedig onttrokken de patroons zich aan het lidmaatschap, waardoor<br />

de commissie een eerloozen dood stierf. Met het oog op de<br />

misschien komende actie, besloten de Haagsche christelijk georganiseerden<br />

de contributie te verhoogen. Was deze bij de oprichting van de vereeniging<br />

vastgesteld op 5 centen per maand, zij werd nu gebracht op<br />

7 centen per maand. Sommigen meenden, dat deze verzwaring der<br />

lasten het winnen van nieuwe leden zou bemoeilijken.


E<strong>EN</strong> LEERLING<strong>EN</strong>-REGELING VOOR AMSTERDAM ONTWORP<strong>EN</strong> 27<br />

1901. Voor Amsterdam en „Draagt Elkanders Lasten" was dit jaar<br />

een minder bewogen dan zijn voorganger. Reeds in het begin van het<br />

jaar werd „D. E. L." uitgenoodigd een door de afdeeling A. N. T. B. uitgeschreven<br />

openbare vergadering bij te wonen, waar de onderwijzer<br />

Bergmeijer uit Dordrecht en de typograaf H. Spiekman uit Rotterdam<br />

zouden spreken. Verder wilde de binderscommissie, die gelet had op<br />

het resultaat van het werken der herleefde Permanente Commissie in<br />

het drukkersbedrijf, een poging wagen om voor de binders eveneens<br />

zulk een Permanente Commissie in het leven te roepen. „Draagt<br />

Elkanders Lasten" kwam even in het nauw door het optreden van den<br />

binderspatroon Elias P. van Bommel. Een deel zijner werklieden had namelijk<br />

verlof gevraagd om op den lsten Mei te demonstreeren. Waarschijnlijk<br />

waren er nog al veel liefhebbers, althans de firma sloot op dien dag<br />

haar zaak en liet ook hen, die wars waren van zulk een demonstratie,<br />

verzuimen. Van „D. E. L." waren enkele leden bij de firma werkzaam,<br />

zoodat de vereeniging in een moeilijk parket kwam. „Patrimonium" werd<br />

in den arm genomen om dit kwaad tegen te gaan. Enkele leden onzer<br />

vereeniging waren van meening, dat de zaak aan een paar predikanten<br />

moest worden bekend gemaakt, daar de firma de Bijbels voor het Ned.<br />

Bijbelgenootschap bond. Smit wilde echter van deze „scherpe maatregelen"<br />

niets weten. Later werd het Christelijk Arbeids-Secretariaat in<br />

deze kwestie gemoeid, maar zij werd niet op bevredigende wijze opgelost.<br />

— De Permanente Commissie begon nu toch heusch met alle kracht<br />

te werken. Zij ontwierp een leerling-regeling, vooral met het doel om<br />

in de toekomst bekwame arbeiders te hebben en om de jongensexploitatie<br />

tegen te gaan. Een jongen moest 14 jaar zijn om in het<br />

vak te worden toegelaten, in het bezit zijn van een bewijs, dat hij met<br />

vrucht lager onderwijs genoten had en goed gezond was. De leertijd<br />

bedroeg 4 jaren, waarvan 3 maanden proeftijd. Gedurende het eerste<br />

jaar zou het loon f 1.50 zijn, het tweede jaar f 2.—, het derde jaar<br />

f 3.— en het Ode jaar f 4.—. Aan het einde van den leertijd moest de<br />

leerling 24 regels dessendiaan op 20 cicero breed, goed en gelijkmatig<br />

uitgevuld, met inbegrip van correctie van eigen fouten, kunnen zetten.<br />

Na de vier leerjaren zou de werkgever zelf als examinator optreden.<br />

In een afzonderlijk artikel was wel niet de plicht maar dan toch de<br />

wensch uitgedrukt, dat de leerling herhalingsonderwijs en teekenlessen zou<br />

volgen, vreemde talen leeren en vakbladen lezen. Om hem tot dat<br />

alles in staat te stellen, zou hij gedurende den leertijd niet mogen overwerken.<br />

De leerling-verhouding zou zijn 1-3 gezellen 1 leerling ; 4-7<br />

2 ; 8-12 3 ; 1318 4 ; 1924 5 ; 2530 6 ; 31-40 7 en voorts op<br />

iedere 10 gezellen 1 leerling meer. Was een leerling voor het door zijn<br />

patroon af te nemen examen geslaagd, dan ontving hij een certificaat<br />

van bekwaamheid en werd aan de Permanente Commissie kennis van<br />

dit heugelijke feit gegeven. Een leerlingcontract zou door den patroon<br />

en den vader of den voogd van den leerling worden geteekend.


28 POGING<strong>EN</strong> OM E<strong>EN</strong> CHRISTELIJKE TYPOGRAF<strong>EN</strong>BOND TE STICHT<strong>EN</strong><br />

Er waren nog meer belangrijke gebeurtenissen. In de vergadering van<br />

3 Juli werden de concept-statuten van het Christelijk-Arbeids-Secretariaat<br />

behandeld en goedgekeurd. Tot afgevaardigde naar de op 16 Juli te houden<br />

oprichtingsvergadering van het C. A.-S. werd M. W. Smit benoemd.<br />

Smit bracht op 24 Juli rapport uit. In die vergadering werd officieel<br />

besloten de andere vereenigingen van Christelijke typografen aan te<br />

schrijven om een Christelijken Typografenbond op te richten en het<br />

bestuur gemachtigd alle stappen te doen die daartoe zouden kunnen<br />

leiden. Het was M. W. Smit, die de copie van den uitnoodigingsbrief<br />

schreef. In dien brief werd niet zonder eenigen trots vermeld, dat<br />

„Draagt Elkanders Lasten" een zelfstandige vereeniging was, die reeds<br />

tot tamelijken bloei was gekomen. Naarstiglijk werd geïnformeerd of<br />

de andere vereenigingen eveneens zelfstandig waren, of zij fondsen<br />

hadden ingesteld en of zij bereid waren mede te werken aan de<br />

oprichting van een zelfstandigen christelijken bond. Van Groningen,<br />

Utrecht, 's-Gravenhage en Dordrecht kwam bericht in. In deze berichten<br />

betuigden de meeste besturen hun instemming met het oprichtingsplan.<br />

Alleen Groningen had aanvankelijk tweeërlei bezwaren. In den brief<br />

van 17 December werden die bezwaren uiteengezet. Het eerste bezwaar<br />

was, dat Groningen reeds bij het Christelijk Arbeids-Secretariaat<br />

was aangesloten en een bond dus dubbel zou drukken. Het tweede,<br />

dat er nog te weinig Christelijke typografenvereenigingen waren en dus<br />

gewacht moest worden met het stichten van een bond, totdat er meerdere<br />

vereenigingen waren opgericht. Den Haag vroeg of het mogelijk<br />

zou zijn èn tot een bond toe te treden èn bij het Christelijk Arbeids<br />

Secretariaat aangesloten te zijn. Smit maakte nu concept-statuten gereed<br />

en deed die naar de aangeschreven vereenigingen zenden.<br />

Met de door de Permanente Commissie ontworpen leerlingenregeling<br />

liep het niet al te best. Het ontwerp was zoowel in de patroonsvereeniging<br />

als in de verschillende werklieden-vereenigingen besproken.<br />

Van alle zijden regende het amendementen. Waarschijnlijk werden de<br />

ontwerpers in de Permanente Commissie er wanhopig van en zagen van<br />

verdere doorvoering af. Trouwens, in de bestaande verhoudingen,<br />

zonder krachtige, doelbewuste organisatie, kon van doorvoering geen<br />

sprake zijn. Men was niet eens in staat de door de Permanente Commissie<br />

vastgestelde loonregeling behoorlijk door te voeren. Overreding<br />

baatte niet, zoodat de Permanente Commissie het besluit nam om de<br />

werkgevers, die aan de gestelde tienden niet voldeden, of beneden de<br />

vastgestelde loonbedragen uitbetaalden, na een laatste waarschuwing,<br />

publiekelijk bekend te maken „en hen alzoo te noodzaken, ter wille van<br />

hun eer en goeden naam, aan de billijke eischen te voldoen". — Of<br />

het kwam door teleurstelling bij de doorvoering zelfs van deze minimale<br />

loonen, of dat nog andere invloeden er toe medewerkten, valt niet<br />

te constateeren, maar feit is het, dat de afdeeling Amsterdam van den<br />

A. N. T. B. een oproep richtte tot de andere vakvereenigingen om in een


A ‘-%/cfp.-44 Maz- roe ef-466,6-<br />

,„_s,<br />

^.^,.^ M..., ^.^,.^<br />

xf„Ito<br />

„zi e69& - ^- .^i.^.f,^ ^-^ •^ ►,<br />

t„-„; . `.-^ át1 ^% / s^.o4- °^^^;7•^ á„m.,.1 ^ ^^}^ `^.<br />

^ ^ p Gom_<br />

d!i'P- ^llh<br />

4i( J4t.... nQ..i I ^^nA-.^/ N3^ ^ -(ï} ^ lisvi ^ ^ y”, ."'t rr.afis s. ,^t.. /^Q sw-ay<br />

, -<br />

fg, if Ail G7 /I- 4/.-¢, P--.,441(i, e


30 IN AMSTERDAM E<strong>EN</strong> FEDERATIE VAN VERE<strong>EN</strong>IGING<strong>EN</strong> GESTICHT<br />

bestuursvergadering de mogelijkheid van het stichten eener federatie te<br />

bespreken. Na de staking van 1900 was er wel een scheiding ingetreden,<br />

maar zóó kon het niet blijven. Het valt aan te nemen, dat de<br />

bespreking in het grafisch congres van 1898 hier nawerkte. Want niet<br />

alleen in de hoofdstad, ook in andere steden werd druk aan federaties<br />

en combinaties gedaan. Smit drong te Amsterdam sterk aan op het toetreden<br />

tot de federatie. Hij meende, dat de christenarbeider op elk<br />

gebied moest toonen, dat hij de belangen van zijn stand en vak naar<br />

behooren wilde en kon behartigen. De nieuwe federatie gaf in „D. E. L."<br />

aanleiding tot ernstige beprekingen. Hier en daar, voornamelijk op<br />

binderijen, waren namelijk vrouwelijke arbeidskrachten aangesteld. In<br />

„Draagt Elkanders Lasten" was men van meening, dat dit tegen de<br />

christelijke levensopvatting indruischte, aangezien de vrouw in het gezin<br />

behoorde. Nu wilde Smit de nieuwe federatie er voor winnen, het<br />

verbod van vrouwenarbeid op te nemen en zoo noodig, met scherpe<br />

middelen door te voeren. Scherpe middelen waren desnoods stakingen.<br />

Maar werkstaking officieel als geoorloofd strijdmiddel aanvaarden, durfden<br />

sommigen niet, meenende dat dan de christelijke beginselen, en met deze<br />

de christelijke vereeniging, in het gedrang zouden komen. Toch zette<br />

Smit, gesteund door anderen, door. Het middel staking werd officieel<br />

erkend en de federatie gesticht. Er namen nu 9 of 10 vereenigingen deel<br />

aan. Naast de zes typografische waren er afzonderlijke machinezetters-,<br />

binders- en steendrukkers-vereenigingen opgericht. Uit een gehouden<br />

onderzoek bleek, dat te Amsterdam 440 zetters 21 ct. en meer, 179<br />

20 ct., 95 17.19 ct., 87 12,-16 ct. verdienden. Er waren bovendien<br />

25 zetters boven de 25 jaar, die het loon van 20 centen per uur nog<br />

niet bereikt hadden. — Dat Smit geen onbeduidende figuur geacht werd,<br />

moge blijken uit zijn benoeming tot tweeden voorzitter van het Christelijk<br />

Arbeids-Secretariaat, J. Huizinga werd voorzitter en J. Douwes, secretaris.<br />

De contributie van het C. A.-S. werd vastgesteld op '/ 2 cent per lid<br />

en per week.<br />

Ook in de vereeniging te 's-Gravenhage ging het leven zonder al te<br />

zware schokken gedurende dit jaar voort. Bemerkbaar was een krachtiger<br />

worden van den wensch om mede te werken aan de stichting van een<br />

Christelijken bond. Toch werd de aandacht gevraagd voor de plaatselijke<br />

actie. Nu de commissie, die naast de K. v. A. werken zou aan<br />

de voorbereiding van een loonregeling, opgeheven was, werd aan de<br />

K. v. A. verzocht de doorvoering der vanwege de arbeidersvereenigingen<br />

ingezonden regeling ter hand te nemen. Daartoe bestond te meer aan-leiding,<br />

nu de K. v. A. deze regeling had goedgekeurd. Echter, de<br />

patroons weigerden voorloopig nog hun medewerking aan de doorvoering<br />

der regeling te verleenen. -- Groote geldelijke offers vroeg de<br />

actie van Den Haag blijkbaar niet. Bij zijn tweede verantwoording kon<br />

de penningmeester mededeelen, dat ontvangen was in totaal f 8.771/2.<br />

De uitgaven waren f 0.50, zoodat het bezit f 8.27 1 / 2 bedroeg.


W<br />

TWEEDE HOOFDSTUK<br />

DE CHRISTELIJKE TYPOGRAF<strong>EN</strong>BOND IN NEDERLAND<br />

OPGERICHT. ZIJN EERSTE MOEILIJKE JAR<strong>EN</strong><br />

(1902.1905)<br />

et initiatief van Amsterdam had toch tot goed gevolg geleid.<br />

Op 19 Mei, den Tweeden Pinksterdag 1902, kwamen de<br />

afgevaardigden van de Christelijke Vereenigingen te Amsterdam,<br />

Dordrecht, 's-Gravenhage, Groningen en Utrecht in het<br />

gebouw „Patrimonium" aan de Nieuwe Heerengracht 195 te Amsterdam<br />

bijeen. Voor Amsterdam was M. W . Smit afgevaardigd ; Dordrecht had<br />

als afgevaardigde gezonden j. Hendriks ; 's-Gravenhage G. Hoogenbirk ;<br />

Groningen P. A. Boelens ; Utrecht J. Storm. 't Was dus nog niet een<br />

talrijke vergadering. De schare die zij vertegenwoordigde was al evenmin<br />

duizend-koppig. Amsterdam telde 60. Dordrecht 6, 's Gravenhage 17,<br />

Groningen 18 en Utrecht 9 leden. Smit, die als voorloopig voorzitter<br />

optrad, voelde zich dan ook gedrongen te zeggen, dat de mannen-broeders<br />

maar niet te veel op het getal moesten letten, maar meer op het beginsel<br />

en het doel. Het beginsel was uitgedrukt in art. 1 der concept<br />

statuten : „De Christelijke Typografenbond in Nederland, aanvaardende<br />

den Bijbel (Gods Woord) acht de daaruit voortkomende beginselen<br />

geldend voor het maatschappelijk en zedelijk leven der leden. Zich geen<br />

partij stellende in kerkelijk opzicht, worden die beginselen door den<br />

bond opgevat in rechtzinnigen geest". Het doel was samenwerking<br />

te bereiken tusschen atroons rs, dezelfde bedoeling, die bij<br />

Smit en de zijne ia voorgezeten toen zij „Draagt Elkanders Lasten"<br />

te Amsterdam oprichtten. Nu werd deze gedachte dan mede gepropageerd<br />

door de vereenigingen in andere plaatsen, hetgeen ongetwijfeld de leden<br />

van den nieuwen bond bemoedigde, doch nog niet ten gevolge had,<br />

dat nu overal in het land de leuze : „samenwerking met de werkgevers<br />

ter bestrijding der wantoestanden" zou opklinken, nog minder dat zij<br />

onmiddellijk bijval vinden zou. De eerste bijeenkomst verliep in allen<br />

eenvoud zonder veel beroering. Begrijpelijk is het dat men wederkeerig<br />

belangstellend was naar het wedervaren van de christelijk-vereenigde


32 HET DOEL VAN D<strong>EN</strong> CHRISTEL. TYPOGRAF<strong>EN</strong>BOND OMSCHREV<strong>EN</strong><br />

typografen in de vertegenwoordigde plaatsen. Iedere afgevaardige bracht<br />

op zijn beurt verslag uit van den toestand en de geschiedenis zijner<br />

vereeniging. De toestand der vereenigingen was in het algemeen niet<br />

rooskleurig. „Draagt Elkanders Lasten" te Amsterdam stond er het<br />

beste bij, zoowel wat ledental als wat geldelijk bezit betrof. Dit laatste<br />

was reeds opgeloopen tot de som van bijna f 1100.—. De andere vereenigingen<br />

bleven daarbij verre ten achter, wat verklaarbaar is uit het<br />

feit, dat zij nog pas kort bestonden. Na op deze wijze wat nader met<br />

elkaar in kennis te zijn gekomen, werd de principiëele vraag gesteld, of<br />

tot oprichting van een bond zou worden overgegaan. Alle aanwezigen<br />

waren voor de oprichting, hoewel Groningen nog wat bezwaren opwierp<br />

met het oog op het geringe aantal vereenigingen, en het kleine aantal<br />

vakgenooten tot die vereenigingen toegetreden. Toch stemde ook<br />

Groningen voor. Onmiddellijk daarna werd overgegaan tot bespreking<br />

der concept-statuten en -reglementen, die werden goedgekeurd zooals<br />

zij door Smit ontworpen waren. Naast den reeds vermelden grondslag<br />

is het gewenscht ook het doel, zooals dat in de statuten omschreven<br />

werd, volledig op te nemen : „Art. 3. Doel. De bond beoogt het bevorderen<br />

der zedelijke en stoffelijke belangen der beoefenaren van de<br />

Typografie en aanverwante vakken, door te streven naar : 1 e de invoering<br />

en instandhouding van een loontarief, berekend naar de gesteldheid<br />

van elke plaats in Nederland, waar de grafische vakken worden<br />

uitgeoefend ; 2e het verzamelen van statistische gegevens, rakende<br />

de Typografie en aanverwante vakken ; — 3e het verkrijgen van een<br />

matigen arbeidsduur; 4e een goede opleiding in de door den bond<br />

vertegenwoordigde vakken ; 5e het verkrijgen van een deugdelijk<br />

leerlingstelsel ; — 6e het doen beantwoorden der werkplaatsen aan billijk<br />

gestelde gezondheidseischen ; — 7e een humane bejegening der gezellen<br />

van de zijde der patroons of hun vertegenwoordigers op voornoemde<br />

inrichtingen". Nu bleef nog over het benoemen van een bestuur. Smit<br />

werd tot voorzitter benoemd. Amsterdam zou verder een secretaris, een<br />

penningmeester en een algemeen adjunct moeten aanwijzen. Bij loting<br />

werd uitgemaakt, dat uit Den Haag een tweede voorzitter, uit Utrecht<br />

een tweede secretaris en uit Groningen een tweede penningmeester<br />

zou moeten komen. Na al deze werkzaamheden werd de vergadering<br />

door Hendriks uit Dordrecht met dankzegging gesloten. De Christelijke<br />

Typografen-bond in Nederland was opgericht. Aan de dagbladen De<br />

Standaard, Het Nieuws van den Dag, Nieuwsblad voor Nederland en<br />

Volksdagblad werd hiervan mededeeling gedaan, met verzoek in de<br />

volgende woorden de oprichting te vermelden : „Christelijke Typografenbond.<br />

Op den Tweeden Pinksterdag vergaderden hier ter stede vertegenwoordigers<br />

van vijf christelijke typografenrvereenigen in verschillende<br />

plaatsen van ons land, nl. Amsterdam, Dordrecht, Groningen, Den Haag<br />

en Utrecht. Na bespreking en goedkeuring der statuten werd overgegaan<br />

tot de oprichting van een Christelijken Typografenbond in Nederland.


A. WIGGERS Jr. t, LEID<strong>EN</strong> J. DE ZEEUW Jr. t, LEID<strong>EN</strong> D. J. LOOMAN, LEID<strong>EN</strong><br />

ex-afd.-voorzifter ex-afd.-voorz en secr. afd.-voorzitter<br />

L. DON, LEID<strong>EN</strong> P. J. SEGAAR, LEID<strong>EN</strong> J. VAN DAL<strong>EN</strong> Sr., ASS<strong>EN</strong><br />

afd.-penningmeester afd.-secretaris afd.-voorzitter<br />

H. GON, ARNHEM J. E<strong>EN</strong>KHOORN, KAMP<strong>EN</strong> H. F. BEUKER, HILVERSUM<br />

ex-afd.-penningmeester afd.-voorzitter afd.-secr.-penningmeester


A. BEGEER, ROTTERDAM<br />

ex-afd.-voorzitter<br />

J. A. KOETSIER, ROTTERDAM<br />

afd.-secretaris<br />

W. VIJFVINKEL, ROTTERDAM<br />

afd.-voorzitter<br />

A. HEYSTEK, ROTTERDAM J. L. DE MAAGD, ROTTERDAM J.VAN DER SCHOOR, ROTTERDAM<br />

ex-H.B. en afd.-penningm. ex-adm. vakcursus ex-adm, vakcursus<br />

C. W. v. BARNEVELD, ROTTERDAM E. FI<strong>EN</strong>IEG, D<strong>EN</strong> HAAG J. WINTER, AMSTERDAM<br />

ex-H.B. der vakgroep ex-H.B. bond en vakgroep ex-secretaris t.b.c.-fonds


HET EERSTE HOOFDBESTUUR SAM<strong>EN</strong>GESTELD 33<br />

Tot voorzitter van den bond werd gekozen de heer M. W. Smit te<br />

Amsterdam, Nicolaas Beetsstraat 64". De contributie voor den bond<br />

werd vastgesteld op 50 centen per lid en per jaar. Voorwaar geen<br />

bedrag, dat terughouden kon van het lidmaatschap.<br />

De afdeelingen voldeden spoedig aan hun opdracht om een hoofdbestuurder<br />

aan te wijzen. Naast M. W. Smit als voorzitter werd door<br />

Amsterdam Ch. L. Peters als secretaris, J. Jonker als penningmeester,<br />

E. van der Woude als algemeen adjunct benoemd. Den Haag benoemde<br />

A. B. Snijder tot tweeden voorzitter, Utrecht J. Storm tot tweeden<br />

secretaris en Groningen P. A. Boelens tot tweeden penningmeester.<br />

Hoewel de Christelijke Typografenbond in Nederland dus op zijn beenen<br />

stond, bleven de afdeelingen een groote zelfstandigheid behouden en<br />

traden telkens zelfstandig op bij de voortdurende acties om verbetering<br />

der arbeidstoestanden. — Te Amsterdam was men niet bijzonder tevreden<br />

over het werken der Permanente Commissie. De besturen kwamen bijeen<br />

en besloten zich te wenden tot de Vereeniging van Drukkerpatroons<br />

aldaar. Den 7den Juli werd aan dit besluit uitvoering gegeven. Gevraagd<br />

werd of de patroons bereid waren daadwerkelijk mede te werken tot<br />

invoering van een loonregeling, die loonregeling in voor arbeiders gunstigen<br />

zin te wijzigen en een leerlingstelsel in te voeren. Een laatste vraag<br />

informeerde naar de meening der werkgevers of dat alles te veel ingreep<br />

in hun individueele vrijheid. De patroons lieten wat lang op antwoord<br />

wachten, en berichtten pas op 17 September, dat niet bij hun Vereeniging,<br />

doch bij de Permanente Commissie zulk een schrijven ter tafel gebracht<br />

behoorde te worden. De besturen begrepen, dat dit een ontwijken van<br />

het antwoord was, en deelden den werkgevers mede, dat zij de zaak<br />

aan het oordeel der Amsterdamsche typografen zouden onderwerpen.<br />

Door de arbeidersvereenigingen werd besloten zich aan de Permanente<br />

Commissie te onttrekken, waardoor deze ontbonden werd, en tezamen<br />

een federatie aan te gaan met het doel nieuwe loonsvoorwaarden te<br />

bereiken.<br />

De binders bleken niet in staat actie te voeren voor het invoeren<br />

van een verhoogd percentage bij overwerk en wendden zich in een adres<br />

tot den K. v. A. Aan dit lichaam werd verzocht deze zaak af te werken.<br />

Den Haag moest weder tot contributie-verhooging overgaan ; nu<br />

werd 10 centen per maand gecontribueerd. Opnieuw werd een commissie<br />

benoemd uit de arbeiders en permanent verklaard. Deze commissie<br />

zou de doorvoering der loonregeling moeten bespoedigen. Als<br />

een der middelen werd het vormen van een gemeenschappelijke weerstandskas<br />

aangegrepen en zulk een kas opgericht. De afdeelingsvoorzitter,<br />

A. B. Snijder, werd aangewezen om in het comité zitting te nemen. Zoomin<br />

in Den Haag als in welke andere plaats dan ook was het invoeren<br />

van een loonregeling het werk van een oogenblik. Jarenlang bleef de zaak<br />

hangen. In Den Haag was men reeds meer dan drie jaar doende om<br />

tot een loon-overeenkomst te komen.<br />

3


34 DE SPOORWEGSTAKING BR<strong>EN</strong>GT VERDEELDHEID<br />

1903. Een spoorwegstaking die uitbrak, bracht de arbeiders in<br />

beweging. In den jongen Christelijken Typografenbond was niet zoo heel<br />

veel van dat leven te bespeuren. Wel kwamen uit verschillende plaatsen<br />

verzoeken in om inlichtingen over den Christelijken Typografenbond,<br />

daar de spoorwegstaking en de daarop gevolgde mislukte algemeene<br />

werkstaking sommige christelijke vakgenooten tot overtuiging hadden<br />

gebracht, dat zij niet langer in een neutrale vereeniging konden blijven,<br />

doch heel sterk was de groep van nieuw-komenden niet. De sedert<br />

kort te Amsterdam bestaande federatie van 9 Typografische vereenir<br />

gingen, door Smit zeer voorgestaan en verdedigd met de mededeeling,<br />

dat er nog nooit zulk een eenheid was gevonden bij de arbeiders, werd<br />

door de staking aan 't wankelen gebracht. De federatie had namelijk een<br />

motie aangenomen, waarin het besluit werd gepubliceerd om het Comité<br />

van Verweer zedelijk en stoffelijk te steunen. Zooals bekend is, was<br />

dit Comité van Verweer opgericht om tegen de Kuyper-wet, die het<br />

spoorweg-personeel het staken zou beletten, te agiteeren. Smit zag in<br />

die wet de bedoeling om iedere staking tegen te gaan. Hoewel hij<br />

nadrukkelijk verklaard had als persoon en niet als gedelegeerde van<br />

„Draagt Elkanders Lasten" te spreken, had hij in de federatie toegestemd,<br />

dat de wet af te keuren was, en medewerking toegezegd tot<br />

het houden van een openbare protestvergadering. Een en ander werd<br />

hem kwalijk genomen en in de vergadering van „Draagt Elkanders<br />

Lasten" waarin deze kwestie ter sprake kwam, werd besloten aan de<br />

federatie te berichten, dat de vereeniging aan bedoelde openbare vergadering<br />

niet zou meewerken. Dit bracht Smit er toe het voorzitterschap<br />

van de federatie neer te leggen en voor te stellen, dat „Draagt<br />

Elkanders Lasten" zich zou afscheiden. Dit voorstel werd wel niet aanvaard,<br />

maar de federatie liet het er niet bij. Naar aanleiding van het<br />

niet medewerken aan de protest-vergadering door „Draagt Elkanders<br />

Lasten", werd in de afdeeling A. N. T. B. een motie aangenomen, waarin<br />

geëischt werd, dat „Draagt Elkanders Lasten" uit de federatie gestooten<br />

zou worden. De vereeniging „Voorzorg en Genoegen" vond zulk een<br />

daad zoomin genoegen als voorzorg en berichtte „Draagt Elkanders<br />

Lasten" dat zij er niet vóór was. De federatie zelf nam de motie van<br />

de afdeeling A. N. T. B. dan ook niet over.<br />

Den Haag was nog niet gereed met de federatie. In de afdeeling<br />

van den Christelijken Bond was het voorstel van de afd. A. N. T. B.,<br />

om tot het stichten van een federatie over te gaan, ingekomen en behandeld.<br />

Er was wel sympathie voor. Doch de algemeene werkstaking<br />

wierp roet in het eten. A. B. Snijder, die penningmeester der permanente<br />

commissie en dus der gemeenschappelijke weerstandskas was, weigerde<br />

om uit die kas f 100.— te verzenden als steun voor de slachtoffers<br />

der algemeene staking. Om dit snoode feit werd hij „dood verklaard"<br />

en onttrok zich aan de permanente commissie. Het is van<br />

zelf sprekend, dat bij de christelijk-vereenigden nu de lust ontbreken


DE EERSTE POGING<strong>EN</strong> OM E<strong>EN</strong> BONDSORGAAN TE STICHT<strong>EN</strong> 35<br />

ging om nog vaster verband met de andere vereenigingen aan te gaan.<br />

Na al deze beroeringen en gebeurtenissen werd de eerste algemeene<br />

vergadering van den Christelijken Typografenbond op den Tweeden<br />

Pinksterdag 1903 te Amsterdam gehouden. Hoofdpunt der besprekingen<br />

was het oprichten van een bondsorgaan. De contributie zou daarvoor<br />

met 10 centen per maand en per lid verhoogd moeten worden. De<br />

algemeene vergadering waagde het niet om over zoo gewichtige zaak<br />

een bindende beslissing te nemen. De leden in de afdeelingen moesten<br />

er afzonderlijk over beslissen. Doch gezien de noodzakelijke verhooging<br />

der contributie en de nog weinig doorgedrongen overtuiging dat voor<br />

een vakbond geofferd moet worden, werd het besluit der algemeene<br />

vergadering in de afdeelingen niet bekrachtigd. Feitelijk had de<br />

Christelijke Typografenbond in zijn eerste levensjaar niet zoo heel veel<br />

beleefd of verricht. Doch Smit bezat het vermogen om zoo weinig<br />

mogelijk de bezwaren naar voren te brengen en sterk den nadruk te<br />

leggen op de lichtpunten. Dit hield den moed er in, zoodat de afgevaardigden<br />

uit de vijf afdeelingen, die de vergadering bezocht hadden,<br />

versterkt huiswaarts keerden. Van de vergadering werd een nogal<br />

hooggestemd verslag in De Standaard geplaatst.<br />

Te Amsterdam maakten de vakgenooten zich maar weer op om een<br />

nieuwe loonregeling ingevoerd te krijgen. Overeenstemming tusschen de<br />

vereenigingen was niet bereikt. De R. K. en Christelijke Vereenigingen<br />

hadden een afzonderlijke combinatie aangegaan. Zij dienden ook afzonderlijke<br />

voorstellen in. 't Ging in dit voorstel in hoofdzaak om 6/10<br />

der zetters op 23 centen te brengen. De drukkers zouden allen 23 centen<br />

ontvangen, althans voor zoover zij volwassen waren. Ook de binders<br />

zouden ditmaal in den buit deelen. Van hen moesten eveneens 6/10 op<br />

23 centen gebracht worden. De arbeidsdag zou volgens dit voorstel<br />

10 uur blijven, terwijl het overwerkpercentage op 25, 50 en 100 °/° moest<br />

worden vastgesteld, resp. voor overwerk in den avond, in den nacht<br />

en op Zondag. Deze regeling zou van 1 Januari 190431 Dec. 1905<br />

moeten gelden. De afd. A. N. T. B., in federatie met de overige vereenigingen,<br />

had hooger eischen. Hier was de vraag f 14.— bij een<br />

negenurendag. In het stellen van eischen kon men trouwens eenige<br />

vrijmoedigheid gebruiken. De werkgevers trokken zich er niet veel van<br />

aan. Zij kwamen met een tegenvoorstel, waarbij drukkers en binders<br />

buiten beschouwing werden gelaten en voor zetters het geliefde 5/10<br />

stelsel zou worden doorgevoerd, waarvoor het loon op 21 centen per<br />

uur zou worden gebracht. De arbeiders wilden daarop niet ingaan,<br />

belegden vergaderingen en het scheen alsof er heel wat broeide. Doch<br />

tot een uitbarsting kwam het niet. Want de Kamer van Arbeid trok<br />

zich de zaak aan en wist een min of meer dreigende uitbarsting te<br />

voorkomen, door het in 't leven roepen van een verzoeningsraad, die<br />

uit arbeiders en werkgevers bestond. De Amsterdamsche afdeeling hield<br />

zich verder bezig met het samenstellen van voorstellen en vragen aan


36 DE FEDERATIE TE 'S-GRAV<strong>EN</strong>HAGE ONTBOND<strong>EN</strong><br />

de jaarvergadering van het C. A.-S., waarvan de belangrijkste was<br />

een vraag, wat het C. A.-S. kon doen, nu de wet op het arbeidscontract<br />

te verwachten was en daardoor het werk der vakvereenigingen<br />

in een zekere richting gestuurd werd en of er mogelijkheid bestond tot<br />

oprichting van een correspondentie-orgaan.<br />

In Groningen was men evenals in andere plaatsen met het in elkaar<br />

zetten van een loonregeling bezig. De besturen der verschillende vakvereenigingen<br />

waren bijeen gekomen en hadden gezien, dat nog te<br />

weinig vakgenooten tot de vereenigingen waren toegetreden om met<br />

succes actie te kunnen voeren. Besloten werd dan ook, dat iedere vereeniging<br />

een openbare vergadering zou beleggen om op deze wijze te<br />

pogen meer leden te winnen en den organisatie-zin te bevorderen. De<br />

afdeeling wendde zich tot het hoofdbestuur om een spreker en vergoeding<br />

voor een deel der kosten. Het betalen der reis- en verblijfkosten<br />

bleek boven de draagkracht der afdeeling uit te gaan. Smit toog<br />

naar Groningen en hield een rede over „Organisatie", die, naar een<br />

bericht zegt, zeer in den smaak viel.<br />

In Den Haag schoot men al even weinig met de loonactie op.<br />

Het comité oftewel de permanente commissie (die hier nu alleen uit<br />

arbeiders bestond) werd ontbonden, daar de patroons niet wenschten te<br />

confereeren met den voorzitter Verhoeven. De andere commissieleden<br />

legden toen ook maar het bijltje neer. De gemeenschappelijke weerstandskas,<br />

die f 300.--- bevatte, werd nog wat bewaard, Wel werd eenige<br />

beroering bij de afdeeling gewekt door het ontslag van een man, die<br />

25 dienstjaren bij de firma Blommendaal had, maar toen de patrones<br />

weigerde de afgezonden commissie te ontvangen, moest zonder meer in<br />

dit ontslag worden berust.<br />

Hoewel Smit niet veel succes had gehad met zijn voornemen om<br />

een maandblad voor de christelijke typografen door den bond te doen<br />

uitgeven, liet hij zijn plan niet los. Telkens drong hij bij de afdeelingen<br />

er op aan om voldoende toezegging te doen, opdat de financiëele grondslag<br />

gelegd zou kunnen worden, doch buiten Amsterdam zag men tegen<br />

de verhoogde financiëele verplichting op. Hetzelfde beletsel verhinderde<br />

te Amsterdam de oprichting van een ziekenfonds. Van de hoofdstad<br />

uit werd wel wat gedaan aan propaganda, vooral in andere steden.<br />

Veel succes brachten deze pogingen niet. De Christelijke Typografenbond<br />

zonder blad, zonder fondsen en nog pas opgericht, was te weinig<br />

bekend en had te weinig aantrekkingskracht om snel in bloei toe te<br />

nemen. Verder waren de begrippen omtrent organisatie nog al verward,<br />

wat mede blijkt uit een mededeeling der Amsterdamsche afdeeling van<br />

den Christelijken Werkmansbond. Deze mededeeling hield de aangename<br />

boodschap in, dat er nog een christelijke typografenvereenignig, onderafdeeling<br />

van den N. C. W. B., was opgericht. Of zij lang geleefd<br />

heeft, valt niet te vermelden. Behoudens de mededeeling van haar<br />

oprichting is in het archief geen spoor van haar bestaan te vinden.


PROPAGANDA-POGING<strong>EN</strong> <strong>EN</strong> DE TWEEDE JAARVERGADERING 37<br />

Zoomin als van een te Rotterdam opgerichte vereeniging van christelijke<br />

typografen. Hier waren het de vele verzekerdheden, die de christelijke<br />

vakgenooten in de andere vereenigingen vasthielden.<br />

1904. Was 1903 een jaar van tobben in ieder opzicht, 1904 onderscheidde<br />

zich maar weinig gunstig van zijn voorganger. Aanvankelijk<br />

scheen het, dat de propaganda reeds goede vruchten zou dragen. In<br />

Arnhem hadden zich een 20-tal vakgenooten bereid verklaard lid te<br />

worden, doch toen zij bemerkten, dat de christelijke typografenbond<br />

geld noch aanzien had, lieten zij den bond weer in den steek. In<br />

Hilversum nam de Federatie van Protestantsch Christelijke vakafdeelingen<br />

op verzoek van het hoofdbestuur van den Chr. Typ. Bond de propaganda<br />

ter hand en moest Smit als spreker optreden. Na zijn optreden<br />

werd een vereeniging opgericht. De vrienden aldaar beschouwden zich<br />

niet als afdeeling van den bond, zoodat zij zich op de volgende algemeene<br />

vergadering niet lieten vertegenwoordigen. Maar toch : er was een<br />

vereeniging van christelijke typografen tot stand gekomen. Dit moedigde<br />

het hoofdbestuur aan tot een poging om opnieuw te Rotterdam de<br />

christen-vakgenooten saam te brengen. Doch de mislukking van de<br />

eerste poging had de goedwillenden aldaar zóó ontmoedigd, dat zij van<br />

verdere propaganda afzagen. Het bondsbestuur echter bleef actief en<br />

zocht aanknoopingspunten te vinden in Haarlem, Leiden en Delft. — In<br />

stad Groningen brak een staking uit bij de firma De Waal. De inzet<br />

was hier niet verbetering der arbeidsvoorwaarden, doch een protest<br />

tegen sterk doorgevoerde , controle. Van de 30 arbeiders staakten er<br />

25 op 2 Mei. Daar Smit niet onmiddellijk nadat het bericht was ingekomen<br />

naar Groningen kon vertrekken, kon door ons hoofdbestuur geen<br />

invloed worden uitgeoefend, toen op 5 Mei de zaak werd bijgelegd. — Ter<br />

tweede algemeene vergadering van den Christelijken Typografenbond, die<br />

op 25 Juli in gebouw „Patrimonium" gehouden werd, waren tegenwoordig<br />

J. R. Nienhuis, Groningen ; J. Storm en J. Zuidam van Utrecht ; J. Rijeken<br />

van 01st, Den Haag ; J. Luitjes, Dordrecht; E. van der Woude, Amsterdam<br />

als afgevaardigde. Verder M. W. Smit, voorzitter ; Ch. L. Peters, secretaris;<br />

J. Jonker, penningmeester, allen te Amsterdam ; A. B. Snijder, Den Haag,<br />

2e voorz. Heel druk bezocht was ook deze algemeene vergadering nog<br />

niet. Het jaarverslag van den secretaris werd op de wijze, zooals wel in<br />

jongelingsvereenigingen gebruikelijk is, opgesteld en ter vergadering<br />

voorgelezen. Heel geduldig waren de broeders niet, want toen de secretaris<br />

over een zaak, de samenwerking met den kantoorbediendenbond Mercurius<br />

en de correspondentie daarover gevoerd betreffende, wat breedvoerig<br />

uitweidde, beduidde men hem, dat hij de vergadering niet al te lang mocht<br />

ophouden. De penningmeester, die eveneens ter vergadering zijn verslag<br />

uitbracht, mocht er op bogen, dat de bond reeds een bezit had van f 39.961/2,<br />

welk gelukkig feit algemeene blijdschap verwekte en den toch al verdienden<br />

lof voor het nauwkeurig beheer nog verhoogde. Niet dat naar<br />

onzen maatstaf de kracht zoo klein en de middelen zoo gering waren,


38 VOORSTEL VAN E<strong>EN</strong> VERZO<strong>EN</strong>INGSRAAD VERWORP<strong>EN</strong><br />

verwondert het meest. Wèl, dat het krachtig geloof in God en de eigen<br />

zaak met moed blijmoedig voorwaarts deed gaan in het vaste vertrouwen,<br />

dat het welslagen moest komen. Voor pessimisme ruimden de weinigen<br />

geen plaast in. Smit, en met hem voornamelijk de Amsterdammers en<br />

Groningers, erkenden de groote behoefte aan een eigen maandblad.<br />

Hun wen$ch kon nog niet vervuld worden. Men besloot dus voorloopig<br />

de hulp in te roepen van het weekblad De Christen Vakman, uitgegeven<br />

door het C. A.S. Smit schreef in dat blad wekelijks een omvangrijk<br />

artikel over algemeene onderwerpen. De Hagenaars die nog niet aan<br />

de uitgave van een eigen orgaan meenden te kunnen medewerken,<br />

kwamen toch in heel wat nummers van het C. A. S.-weekblad hun hart<br />

uitstorten en met den Correspondent van Ons Vakbelang disputeeren.<br />

Was dus de actie van den bond als zoodanig nog zeer beperkt, de<br />

afdeelingen zaten zoo goed als alle in loonacties. Te Amsterdam was<br />

men nog niet tot overeenstemming met de werkgevers gekomen. In het<br />

midden des jaars kwam het voorstel van den in 1903 benoemden verzoeningsraad<br />

in behandeling. De hoofdpunten van dit voorstel hielden<br />

in : het loon voor 5/10 der zetters, die den 25-jarigen leeftijd moesten<br />

bereikt hebben, te brengen op 22 centen per uur. Machinezetters, hier<br />

voor het eerst in ons land in een loonregeling officieel genoemd, konden<br />

het tot 25 centen brengen. Drukkers, sterotypeurs en liniëerders zouden<br />

hetzelfde verdienen als zetters. Brocheerders echter zouden met f 9.—<br />

per week beloond worden. Voor liniëerders en brocheerders werd de<br />

leeftijd waarop zij hun volwassen-minimum konden bereiken op 23 jaar<br />

vastgesteld. Nieuw was de bepaling, dat aan de arbeiders 2 vrije dagen<br />

per jaar zouden worden toegekend. Deze regeling zou tot 31 December<br />

1908 duren. Ten opzichte van den arbeidstijd was het voorstel opgenomen,<br />

om een op 1 januari 1907 ingaande proef van een half jaar met<br />

verkorting van den werktijd tot 9 1/ 2 uur per dag te nemen. Dit<br />

voorstel bood dus eenig perspectief. Niet volkomen begrijpelijk is het<br />

dan ook dat de arbeiders het afwezen. Zoowel de federatie van nietchristelijke<br />

als de federatie van christelijke vakereenigingen verwierp<br />

het, hoewel de laatstgenoemde geen voorstel tot werktijdverkorting had<br />

ingediend en het aanbod van den verzoeningsraad slechts 1 cent per<br />

uur beneden het door de federatie van christelijke vereenigingen ingediende<br />

bleef. Als voornaamste reden van de verwerping werd aangegeven,<br />

dat men zich voor zoo langen tijd niet wilde binden. Hoewel de werkgevers<br />

de beoordeeling of de proef met de arbeidstijdsverkorting al of<br />

niet zou slagen aan zichzelf hielden, was er geen enkele grond aanwezig<br />

voor de verwachting, dat binnen den voorgestelden duur der<br />

overeenkomst zonder regeling gunstiger voorwaarden bereikbaar zouden<br />

zijn. De arbeidersleden in den verzoeningsraad hadden de voorstellen<br />

aanvaard en de verwerping door de arbeiders wekte bij hen groote<br />

ontstemming..-- Op 1 januari 1904 trad te Amsterdam een ziekenfonds in<br />

werking, waarvan de contributie drie centen per week bedroeg en de


OP<strong>EN</strong>BAAR DEBAT TUSSCH<strong>EN</strong> SMIT <strong>EN</strong> SPIEKMAN 39<br />

uitkeering bij ziekte f 5.— per week gedurende ten hoogste 6 weken.<br />

De totaal-contributie in de hoofdstad was nu 18 centen per week, en<br />

wel voor de werkloozenkas 7 centen, voor de reservekas 8 centen en<br />

voor het ziekenfonds 3 centen.<br />

In Den Haag bleef men nog immer druk in de weer om de reeds<br />

in 1899 voorgestelde en door de Kamer van Arbeid goedgekeurde<br />

loonregeling doorgevoerd te krijgen. Men nam maar weder zijn toevlucht<br />

tot het instellen eener Permanente Commissie, nu bestaande uit werkgevers-<br />

en arbeidersafgevaardigden. De binders aldaar schenen eveneens<br />

te beginnen met het werken aan een loonregeling. Zij volgden het<br />

voorbeeld der typografen en benoemden een commissie van patroons<br />

en arbeiders, hoewel het succes, dat de typografen geoogst hadden<br />

zeker geen aanmoediging voor de binders kon zijn dezelfde werkwijze<br />

toe te passen. Veel succes hadden ook de binders met hun commissie<br />

niet. Zij kwam slechts éénmaal bij elkaar om geïnstalleerd te worden.<br />

Deze bijeenkomst was haar eerste en laatste bewijs van leven. De<br />

. Hofstad bracht het nog niet tot oprichting van een ziekenfonds, hoewel<br />

de afdeelingsvergaderingen zich met de voorbereiding voortdurend bezig<br />

hielden. — Dordrecht beleefde ' niet veel en het ledental bleef beperkt<br />

tot 7. Van Utrecht en Groningen werd wel vooruitgang in ledental<br />

gemeld, doch de winst was waarschijnlijk niet belangrijk genoeg om<br />

een afzonderlijke opgave te rechtvaardigen.<br />

1905. Het nieuwe jaar zette zich in met een debat te 's-Gravenhage<br />

tusschen M. W. Smit en H. Spiekman. In het eind van 1904 had Smit in<br />

Den Haag in een openbare vergadering het recht en de noodzakelijkheid<br />

van Christelijke vakorganisatie bepleit. Al onmiddellijk daarna werd hij<br />

uitgenoodigd in een vergadering met debat zijn standpunt te doen aanvallen<br />

en het te verdedigen. De afdeeling van den A. N. T. B. schreef,<br />

in overleg met beide sprekers, de vergadering op 26 januari uit. Het<br />

gebouw Concordia werd als kampplaats aangewezen. De tijd werd<br />

rechtvaardig verdeeld. Smit zou een half uur spreken, daarna Spiekman<br />

een half uur. Beide sprekers mochten nog een kwartier repliceeren.<br />

't Ging over het onderwerp : „Christelijke en moderne vakvereeniging<br />

Christelijke Typografenbond contra den Alg. Ned. Typografen Bond". De<br />

afdeeling A. N. T. B. nam alle kosten voor haar rekening. 't Debat had<br />

plaats en .... resultaat wordt niet vermeld. — Van de derde algemeene<br />

vergadering, gehouden te Amsterdam op 26 juli, valt meer resultaat te<br />

vermelden. Niet omdat zij zich in een zooveel drukker bezoek mocht<br />

verheugen dan die, welke in 1904 gehouden werd. Want er was maar<br />

één afdeeling meer tegenwoordig, namelijk Hilversum. Ook werd het<br />

verslag van secretaris en penningmeester nog voorgelezen. De laatste<br />

zag zijn verantwoordelijkheid toegenomen, doordat het saldo-in-kas gestegen<br />

was tot f 88.52 1 /2. Wat het meest resultaat opleverde, was het<br />

besluit om zoo spoedig mogelijk tot het uitgeven van een maandblad<br />

over te gaan. Smit zag dus eindelijk zijn pogen met succes bekroond.


40 GE<strong>EN</strong> POLITIEK IN DE CHRISTELIJKE VAKBEWEGING<br />

Welk goed gevolg de uitvoering van dit besluit had, zal nog blijken.<br />

Een ander belangrijk punt waarmede de vergadering zich bezig hield was<br />

de wet op het arbeidscontract. Tot een uitspraak kwam de vergadering<br />

niet, waarschijnlijk onder den invloed van Smit, die van de wet geen<br />

voorstander was en daarvan in Amsterdam reeds blijk had gegeven.<br />

In de vergadering van „Draagt Elkanders Lasten" had men critiek op<br />

zijn optreden uitgebracht, vooral nadat hij een vergadering had bijgewoond<br />

van het agitatie-comité tegen de wet. Smit schoof ter algemeene<br />

vergadering zijn persoonlijke meeping op den achtergrond en wilde in<br />

den jongen bond geen tweedracht zaaien. De vergadering sprak dus<br />

eenige wenschelijkheden uit over den opzegtermijn in de wet genoemd.<br />

Deze toch hield verband met het aantal dienstjaren, dat een arbeider<br />

bij zijn werkgever had doorgebracht. Na ieder jaar dienstverband werd<br />

die termijn namelijk met een week verlengd. — Een Christelijk-Werklieden-Comité,<br />

samengesteld uit Christelijke en Roomsch-Katholieke vakbonden<br />

en -vereenigingen, had op 25 April 1905 een vergadering te<br />

Utrecht gehouden en een motie aangenomen, waarin o.a. het volgende<br />

werd gezegd : „ontkennende, dat het zich bemoeien met sociale wetten<br />

door de werklieden-organisaties zou zijn politieke actie voeren in<br />

de werkliedenvereenigingen ; spreekt als haar overtuiging uit, dat de<br />

oplossing der maatschappelijke vraagstukken en betering der sociale<br />

toestanden slechts mogelijk zijn door terugkeer tot Christus, in Wien,<br />

volgens den Apostel, „alles hernieuwd moet worden" ; waardeert in de<br />

Regeering, dat zij het goed recht der christelijke levensbeschouwing<br />

krachtdadig handhaaft ; waardeert eveneens dat de Regeering door hare<br />

sociale wetgeving beoogt het lot van den economisch zwakke, voor<br />

zoover dat binnen de grenzen der staatsbemoeiïng valt, zooveel mogelijk<br />

te verbeteren ; keurt af de afbrekende critiek en partijdige agitatie, die<br />

alles veroordeelt, wat door de Regeering ten bate der werklieden wordt<br />

voorgesteld, en spreekt daarom de hoop uit, dat de arbeid dezer<br />

Regeering, in het bijzonder wat betreft de sociale wetgeving, niet zal<br />

worden onderbroken". Hoewel verzocht was aan deze motie adhaesie<br />

te betuigen, deed de derde algemeene vergadering dat niet. Wel sprak<br />

zij een protest uit tegen het feit, dat zonder toestemming de naam van<br />

den bond geplaatst was onder een door het comité verspreid „manifest<br />

aan de kiezers". Men wilde zich van elke politieke agitatie onthouden,<br />

De eerste secretaris van den bond, Ch. L. Peters, bedankte voor zijn<br />

functie en in zijn plaats werd C. H. Thijssens aangewezen.


WIIWW11WWIIWEIWW11W<br />

DERDE HOOFDSTUK<br />

MET KLEINE KRACHT <strong>EN</strong> ONDER TEG<strong>EN</strong>SLAG<br />

VOORUIT. ALLERLEI LOONBEWEGING<strong>EN</strong>,<br />

FEDERATIES <strong>EN</strong> COMBINATIES<br />

(1905/06-1908)<br />

De groote gebeurtenis van het verschijnen van het eerste nummer<br />

van het maandblad had in September plaats. Het blad werd De<br />

Christen-Typograaf genoemd. M. W. Smit trad als redacteur<br />

op, C. H. Thijssens als administrateur-expediteur. Een deel uit het artikel<br />

„Ter inleiding", hier volgend, zal doen zien welk doel men zich voor<br />

oogen stelde en hoe men meende het te kunnen bereiken.<br />

„Dat tal van neutrale vakgenooten niet met dezelfde gevoelens als<br />

de christelijke de verschijning van ons orgaan begroeten, begrijpen wij.<br />

Onwillekeurig zien zij daarin een middel te meer die de eenheid der<br />

Nederlandsche vakgenooten nog verder af zal doen blijven. Maar ofschoon<br />

wij hun gevoelen begrijpen, billijken kunnen wij dit niet.<br />

Aan eene eenheid als zij wenschen kan in het kleine Nederland nu<br />

eenmaal niet worden gedacht. De geschiedenis der Nederlandsche vakbeweging<br />

(hoe klein en zwak die beweging ook zijn moge) leert ons,<br />

dat een scheiding naar beginselen noodwendig volgen moest. Wij zeggen<br />

niet, dat wij, Christenen, dien toestand hebben gewild, en betreuren nog<br />

maar al te vaak de bitterheid waarmede hij door hen, die hem eerst in<br />

het leven riepen, thans wordt aanvaard. De slappe houding der enkele<br />

in vroeger dagen opgerichte neutrale werklieden vereenigingen, leidden<br />

tot een meer geavanceerd optreden der socialistische elementen, die<br />

vaak maar al te zeer vergaten, dat de vakbeweging niet mocht worden<br />

dienstbaar gemaakt aan de propaganda der socialistische wereld- en<br />

levensbeschouwing.<br />

En thans is het zoover reeds gekomen, dat de socialisten zelven<br />

onderling vechten om de vakbeweging in dienst te krijgen der propaganda<br />

hunner verschillende einddoelen. Meent de eene groep, dat de vakbeweging<br />

geroepen is in eene vrij-communistische samenleving de leiding<br />

der productie en handel in handen te nemen, de andere groep daaren-


No 1. ANNO 1905<br />

VRIJDA 1 SEPTEMBER. ^ EERSTE JAARGANG.<br />

^– ^?<br />

R. R. E DE R.<br />

r CHRIST<strong>EN</strong>-TYPOGRAAF.<br />

UITGEGEV<strong>EN</strong> DOOR D<strong>EN</strong><br />

CHRISTELRJK<strong>EN</strong> TYPOGRAF<strong>EN</strong>BOND IN NEDERLAND.<br />

PRIJS PER NUMMER.<br />

Adres voor de Redactie • - . - -<br />

• - Nicolaas Beetsstraat 64 a, Amsterdam.<br />

ADVERT<strong>EN</strong>TIËN<br />

,<br />

Voar gecetteu lag Grafische<br />

val,l:en . I 0 03<br />

Voor anden^n . . . • 004j<br />

Adres voor Expeditie en Administratie. -<br />

- - - - Fagelstraat No. 23, - Amsterdam.<br />

Par scum: regel<br />

f U iU<br />

Tom pull, per ragen<br />

• 003<br />

Dienstaanvrage, plaatsmg •) 0 GU<br />

Dienstaanbieding, p. i.e.!. h - 0.46<br />

Mits bedrag franco toegewanden<br />

TER INLEIDING.<br />

Als gevolg van het besluit der jongste<br />

jaarvergadering van onzen Bond, verschijnt<br />

het eerste nummer van den Christen-<br />

T'ypograa f.<br />

Betrekkelijk lang heeft het geduurd, alvorens<br />

de Bond op deze wuze zijn bestaan<br />

door opmerken Voor deze nalatigheid zijn<br />

verontschuldigende redenen aan te voeren,<br />

die elke betrekkelijk jonge organisatie kent.<br />

Het uitgeven van periodieke geschriften<br />

gaat gepaard ook met ffnancieele bezwaren,<br />

die niet altijd gemakkelijk uit den weg<br />

kunnen worden geruimd, lettende op de<br />

draagkrachs der typo's.<br />

Doch het eerste nummer is er nu, en<br />

wij kunnen ons begrijpen, dat zijne verschijning<br />

in de typografen-wereld met<br />

gemengde gevoelens wordt begroet.<br />

De bij onsen Bond aangesloten vakgenooten<br />

verheugen hich, dat het eindelijk<br />

nod ver is gekomen. Tal van geestverwante<br />

collega's--niet alleen in plaatsen waar reeds<br />

eene Afdeeling van onzen Bond is gevestigd,<br />

doch meer nog daarbuiten — zijn er, die de<br />

vakbeweging nog niet nader hebben leeren<br />

kennen dan uit berichten in een of ander<br />

blad over dit onderwerp. Wellicht, kon<br />

het in bedoelde plaatsen komen tot het<br />

vestigen eener Afdeeling (of ook maar een<br />

Correspondentschap) van onzen Bond, zouden<br />

zij niet aarzelen met hunne toetreding.<br />

Uit verschillende plaatsen ontvingen wij<br />

herhaaldelijk bewijzen van reeds gedane<br />

pogingen tot het Vestigen van Afdeelingen<br />

en Correspondentschappen,-doch ontbrak<br />

het maar al te vaak aan een middel, om<br />

de aldaar gevestigde geestverwante vakgenooten<br />

naar behooren te bereiken.<br />

Doch ergerlijk kan worden genoemd het<br />

feit, dat in plaatsen als Rotterdam, Arnhem,<br />

Leiden, Haarlem en Amersfoort, (om van<br />

andere nog maar te zwijgen) geen enkele<br />

Afdeeling zich heeft gehandhaafd ot tot<br />

stand kwam. Rotterdam en Arnhem, twee<br />

plaatsen met belangrijke getallen geestverwante<br />

vakgenooten (vooral eerstgenoemde),<br />

zij brachten het nog niet verder<br />

dan tot constitueerende vergaderingen,<br />

waarop aanvankelijk een beduidend getal<br />

voor het hdmaatschap zich opgaven, doch<br />

die later weer terugvielen in den ouden<br />

toestand.<br />

Wij weten, in deze ervaring niet ijléén<br />

-te staan. Onze centrale vakbroeders kunnen<br />

ook daarvan inedespreken.<br />

En welke verontschuldigingen werden<br />

dan voer zulk een gedrag aangevoerd?<br />

De georganiseerde vakgenooten iet Nederland<br />

behoeven wij ze nauwelijks tenoemen:<br />

het ontbreken ban ziekenfondsen, enz. enz.<br />

Niemand der vereenigde vakgenooten be-<br />

twist het nuttige in het bestaan van dergelijke<br />

fondsen,, en tal van vakbonden en<br />

vereenigingen zijn er ten slotte wel toe<br />

moeten overgaan om zulke fondsen aan<br />

het lidmaatschap te verbieden. Doch in<br />

onze dagen missen zulke verontschuldigingen<br />

toch eigenlijk groote kracht, nu bijna<br />

elke plaats het bestaan van dergelijke<br />

fondsen kent, en waaraan de deelneming<br />

zoo ruim mogelijk is opengesteld.<br />

Waarom de vakbonden, wier taak toch<br />

al zooveel omvattend is, nu nog extra te<br />

belasten met de organisatie van ziekenfondsen<br />

?<br />

Willen de typo's als zoodanig toch aan<br />

ziekte-verzekering doen (waarvan wij echter<br />

het noodzakelijke nog niet inzien, omdat<br />

men dit evengoed in vereeniging met<br />

metselaars, enz. enz. kan ondernemen), wij<br />

spraken het reeds vroeger uit laat men zich<br />

plaatselijk voor dit doel vereenigen. Hoe<br />

greeter de deelneming, des te beter de kans<br />

van slagen. De Afd. Amsterdam van onzen<br />

Bond doet aan ondersteuning van zieken,<br />

zoowel als aan verzekering bij werkloosheid<br />

: 6 weken per boekjaar f 6.-- per week;<br />

doch voor het laatstgenoemde is meer deugdelijke<br />

grond aan te voeren als behooreude<br />

tot de taak der vakvereeniging, dan voor<br />

het eerste. De omvang der werkloosheid<br />

is te zeer verschillend bij de verschillende<br />

beroepen, dan dat aan eene uniforme verzekering<br />

met succes kan worden gedacht.<br />

Het wil er bij ons dan ook niet in : dat<br />

het zich onttrekken aan de taak der vakbeweging<br />

door bovengenoemde verontschuldiging<br />

verdedigd kan worden.<br />

De dusgenaamde neutrale vakbeweging<br />

wordt ontweken, doordat zij te zeer is geraakt<br />

onder den invloed der socialisten<br />

van allerlei type, -- en de christelijke, omdat<br />

zij niet altijd en overal tot dusver b. v.<br />

ziekenfondsen heeft opgericht. De vraag<br />

is hier gewettigd : waar blijft nu de werking<br />

der hoogere beginselen, waprdoor men zegt<br />

te worden bebeerscht?<br />

Van eene dergelijke ronding heeft heel<br />

de vakbeweging niets dan schade.<br />

Dat tal van neutrale vakgenooten niet met<br />

dezelfdp gevoelens als de christelijke de<br />

verschijning van, ons orgaan begroeten, begrijpen<br />

wij. Onwillekeurig zien zij daarin<br />

een middel te meer, die de éénheid der<br />

Nederlandsche .vakgenooten nog verder-af<br />

zal doen blijven. Maar ofschoon wij hun<br />

gevoelen begrijpen, billijken kunnen wij<br />

dit niet<br />

Aan eene éénheid als nil wensehen kan<br />

in het kleine Nederland nu eenmaal niet<br />

worden gedacht. De geschiedenis der<br />

Nederlandsche vakbeweging (hoe klein en<br />

zfa sk die beweging ook nog sun moge J) leert<br />

ons, dat eene scheiding naar beginselen<br />

"RS\\–.S<br />

noodwendig volgen moest. Wij zeggen niet,<br />

dat wij, Christenen, dien toestand hebben<br />

gewild, en betreuren nog maar al te vaak<br />

de bitterheid, waarmede hij door hen, die<br />

hem' eerst in het leven riepen, thans wordt<br />

aanvaard. De slappe houding der enkele<br />

in vroeger dagen opgerichte neutrale werkheden-vereenigingen,<br />

leidde tot een meer<br />

geavanceerd optreden der socualfitiache elementen,<br />

die vaak maar al te zeer vergaten,<br />

dat de vakbeweging niet mocht worden<br />

dienstbaar gemaakt aan de propaganda der<br />

socialistische wereld-ent levensbeschouii-ing.<br />

En thans is het zéd ver reeds gekomen, dat<br />

de socialisten Zelven onderling yechten om<br />

de vakbeweging in dienst te krijgen der<br />

propagandw hunner verschillende ,einddoelen.<br />

Meent de Bene groep, dat-de vakbeweging<br />

geroepen is, in eene vru-communistische<br />

samenleving de leiding der productie<br />

en handel in handen te nemen, de<br />

andere groep daarentegen ziet dezelve<br />

overgaan in handen van eene staatsadministratie.<br />

Tot welke onverkwikkelijkheden<br />

die strijd in den boezem der vakbeweging<br />

meermalen leidt, behoeven wij hier niet<br />

uitvoeriger te schetsen.<br />

Hoe wil men nu, dat de Christenen zich<br />

te midden daarvan zullen gedragen ?<br />

Gelooft men inderdaad, dat de vakbeweging<br />

er maar nets door zal winnen in<br />

beteekenis, als nog een derde strnjdvoerende<br />

groep zich zou doen inlijven bij eénen<br />

Bond ? Wij vreezen maar al te zeer, dat<br />

de algemeene toestand op het gebied der<br />

vakbeweging nog minder zou worden dart<br />

thans<br />

Wij bekennen gaarne, niet zulke weidsche<br />

idealen als de socialisten op het gebied<br />

der vakbeweging te koesteren Wij vinden<br />

't al zeer veel gewonnen, als het federatief<br />

pogen der Nederlandsche typo's en ,aan<br />

verwanten er toe leiden kan, den algemec en<br />

toestand der vakgenooten steeds meer sgoruit<br />

te brengen. Misschien een weinig<br />

noemen wij onze richting 't<br />

liefst de hervormende, n ► tegenstelling niet<br />

de revolutioneerpnde.<br />

Ons doel zal dus geen ander zijn dan;.<br />

1n. den vereenigingszin onderdechristeluke<br />

typo's, waar mogelijk, op te wekken,<br />

o. m. ook door bestrijding van wanbegrippen<br />

omtrent de taak der vakbeweging.<br />

2': Aan te sturen op federatieve samenwerking<br />

der Nederl. vakgenooten, ten<br />

einde een toestand voor te bereiden,<br />

waarbij de mensch in den werkman<br />

sneer dan nu wordt gerespecteerd. Dat<br />

eene organisatie als Duitschland kent,<br />

pvhgrbnj het land is verdeeld in grafische<br />

distrit;ten, met voor elke plaats een<br />

minimum-loon, waarboven procentsgewijze<br />

toeslag wordt verleend naar


DE PROPAGANDA VOOR HET NIEUWE BONDSORGAAN 43<br />

tegen ziet dezelve overgaan in handen van Staats-Administratie. Tot<br />

welke onverkwikkelijkheden die strijd in den boezem der vakbeweging<br />

meermalen leidt, behoeven we hier niet uitvoeriger te schetsen". — Het<br />

artikel eindigde aldus :<br />

„Of het dan niet mogelijk is, dat eens een tijd zal komen in Nederland,<br />

waarin aan eene meerdere eenheid dan die der federatieve samenwerking<br />

kan worden gedacht ? Wij antwoorden aan die mogelijkheid te twijfelen.<br />

Het is bij die uitspraak ons een geruststelling, dat niet wij begonnen<br />

zijn de Godsdienstige verdeeldheid op het gebied der vakbeweging<br />

— waar ze eigenlijk nooit had behoeven te komen! -- te brengen. Lang<br />

voor de Christenen dachten aan het oprichten van vakvereenigingen was die<br />

gedeeldheid reeds begonnen.<br />

Het eenig mogelijke, maar dan ook noodzakelijke .-- wij herhalen<br />

dit gaarne is, dat flink en degelijk worde overlegd, hoe langs federar<br />

Lieven weg de belangen der typo's en aanverwanten kunnen worden<br />

bevorderd en verdedigd.<br />

Daartoe door ons orgaan mede te werken, achten wij een voornaam<br />

deel van onze taak".<br />

Duidelijk blijkt uit dit artikel dat de federatieve samenwerking een<br />

belangrijke plaats innam in het willen der onzen. Het eerste nummer van<br />

De Christen-Typograaf was verder gevuld met een artikel van Smit<br />

over Politiek en vakbeweging en uitgebreide mededeelingen uit de bondsafdeelingen.<br />

— Nu er eenmaal een blad was werd de propaganda met<br />

vernieuwde kracht aangevat. Secretaris Thijssens moet wel schier nacht<br />

en dag bezig geweest zijn met het verzamelen van adressen, het verzenden<br />

van maandbladen en brieven. In de laatste was steeds de vraag :<br />

kan er bij u ter stede een andeeling of correspondentschap opgericht<br />

worden. Afdeelings^secretarissen van „Patrimonium" en den Christelijken<br />

Werkmansbond werden aangeschreven, zoo goed als secretarissen van<br />

den Roomsch-Katholieken Typografenbond en Christelijke Jongelingsvereenigingen.<br />

Proefnummers werden wijd en zijd verspreid. Den Haag,<br />

met nog geen 30 leden, betrok van ieder nummer 125-175 exemplaren.<br />

Amsterdam 150. Veel brieven van instemming en dankbetuiging kwamen<br />

in. J. Bolhuis te Ermelo bestelde voor zijn rekening 8 exemplaren van<br />

ieder nummer en deelde die aan christelijke vakgenooten uit. Zulke<br />

dingen moedigden aan. Wel kwam er ook critiek, waaronder van zelf<br />

sprekend verschillende opmerkingen over de technische uitvoering en<br />

indeeling van het blad, doch waardeering voerde den boventoon.<br />

Traden door de propaganda al enkele nieuwe leden toe, overweldigend<br />

was de massa nieuwelingen niet. Te Ermelo vereenigden zich<br />

vier menschen tot een correspondentschap. Van meer beteekenis was<br />

de oprichting te Rotterdam van een christelijke Typografenvereeniging,<br />

„Helpt Elkander" genoemd. Dit feit had plaats op 8 Augustus 1905.<br />

Oprichter was de Christelijk Nationale Werkmansbond, die zich veel<br />

moeite voor deze zaak gegeven had, Immers was reeds een vroegere


44 NIEUWE LOONEISCH<strong>EN</strong> <strong>EN</strong> E<strong>EN</strong> PROEF-STAKING TE AMSTERDAM<br />

poging op niets uitgeloopen. De Werkmansbond nam een zeer loyaal<br />

standpunt in. De Bond zelf bestond (en bestaat) uit leden der Nederlandsche<br />

Hervormde Gemeente. Echter was voor „Helpt Elkander" ook<br />

het lidmaatschap voor leden van andere kerken opengesteld. Die behoefden<br />

geen lid van den Werkmansbond te worden, doch konden wel tot<br />

het ziekenfonds van den bond toetreden. Ter oprichtingsvergadering<br />

traden aanvankelijk 12 leden toe, welk getal spoedig werd vergroot.<br />

De contributie werd vastgesteld op 10 centen per maand. De vereeniging<br />

wenschte geen afdeeling van den Christelijken Typografenbond te<br />

worden, doch bleef zelfstandig optreden. Als bestuurders der nieuwe<br />

vereeniging werden gekozen C. H. de Jong, voorzitter, H. Ph. Jansson,<br />

secretaris en Horstman penningmeester. Naast de agitatie voor de verkiezing<br />

van leden van de Kamer van Arbeid, besteedde zij het verdere<br />

deel van het jaar aan het samenstellen van statuten en reglement.<br />

Van de reeds aangesloten afdeelingen valt te vermelden, dat<br />

Amsterdam tot de ontdekking kwam, dat 3 centen contributie voor het<br />

ziekenfonds te weinig was. Die werd gebracht op 5 centen. De twee<br />

centen verhooging werden van de contributie voor de weerstandskas<br />

afgenomen. Dat men, niettegenstaande het drie-jarig bestaan van den<br />

bond, nog niet goed begreep welke richting het met de vakvereeniging<br />

uit moest, blijkt wel uit het feit, dat opnieuw een federatie werd<br />

gesticht met alle vereenigingen en afdeelingen van bonden ter plaatse.<br />

Gereede aanleiding daartoe was een nieuwe plaatselijke loonactie, nu<br />

met den eisch 9 uren arbeid en f 14.— voor V i 0 van het personeel<br />

handzetters. Permanent nachtwerk 8 uur tegen f 16.—. Machinezetters<br />

in dagwerk f 16.—, in permanenten nachtdienst f 18.50. Drukkers f I5.—,<br />

aan dubbele persen f 17.—. Drukkers aan enkelvoudige rotatiepersen<br />

f 16.—, aan dubbele machines f 20.—. Stereotypeurs f 18.—, vlakstereotypeurs<br />

f 15.—. Boekbinders f 12.50, linieerders f 13.50 tot f 15.—,<br />

brocheerders van f 9.— tot f 10.50. Alles voor volwassenen. Dat opnieuw<br />

een plaatselijke centrale weerstandskas werd gevormd, bewijst hoe de<br />

zekerheid omtrent de plaats als afdeeling in den bond ontbrak. De<br />

looneisch was gesteld na gemeenschappelijk overleg der plaatselijke vereenigingen.<br />

— In December brak bij de firma Ipenbuur & Van Seldam een<br />

staking uit. De nieuwe looneisch werd daar reeds gesteld. De afdeeling<br />

was bij deze staking, welke zeer lang aanhield en verloren werd, niet<br />

betrokken. De andere werkgevers, die heel goed begrepen, dat indien de<br />

gezellen deze staking wonnen, ook zij zouden moeten komen tot invoering<br />

der eischen, hielpen de firma-in-nood wat zij konden. De stakers werden<br />

een jaar uit het bedrijf gesloten wat groote verbittering, doch geen<br />

conflict bij andere firma's bracht. Den Haag had niet heel veel<br />

succes met de blijvende loonbeweging. De patroons schreven aan de<br />

werklieden-vereenigingen, dat zij nu een beetje moesten opschieten met<br />

de doorvoering er van. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan zouden de<br />

werkgevers, die de „nieuwe" loonregeling reeds hadden doorgevoerd,


IN D<strong>EN</strong> HAAG IS M<strong>EN</strong> TEG<strong>EN</strong> CONTRIBUTIE-VERHOOGING 45<br />

loonsvermindering toepassen. Op aandrang der Permanente Commissie<br />

(waarin ook werkgevers plaats hadden genomen) zou een weerstandskas<br />

gevormd worden. Dit bracht contributie-verhooging met zich en wel<br />

de ongekende som van 10 centen per week. Twee vergaderingen werden<br />

over dit voorstel gehouden. Het werd ter eerste vergadering verworpen,<br />

waarna A. B. Snijder als voorzitter en als lid bedankte. In dien tijd was<br />

A. P. J. Aarse secretaris der christelijke afdeeling. Ook die was het niet<br />

met de verwerping eens en bedankte voor zijn functie. Als in de tweede<br />

vergadering de verhooging werd aanvaard, kwam de laatste op zijn besluit<br />

terug. Snijder volhardde echter. Aarse werd in Snijder's plaats aangewezen<br />

als lid der P. C. Heel lang zou hij daarin geen plaats bekleeden, wijl in<br />

het eind van het jaar deze Permanente Commissie werd ontbonden.<br />

De afdeeling had verder ongenoegen met den drukkerspatroon Eger. Deze<br />

betaalde heel weinig loon en had veel jongens in dienst. Toen hem om<br />

een onderhoud verzocht werd, informeerde hij eerst naar den leeftijd<br />

van hen, die hem zouden bezoeken. Dit was beneden de waardigheid<br />

van de afdeeling en de commissie. Besloten werd om in een circulaire<br />

dezen werkgever aan de kaak te stellen, hetgeen geschiedde. De zaak<br />

bracht in de afdeeling tweedracht, die wel werd bijgelegd, maar den<br />

bloei niet bevorderde. Als troost richtten de Haagsche vrienden een<br />

ziekenfonds op. — Groningen kon nu ook aan het looneischen beginnen.<br />

In samenwerking met de afdeeling van de A. N. T. B. werd als de<br />

algemeene eisch voor zetters, drukkers en binders gesteld ; 5/io f 11.— ;<br />

2/10 van f 9.— tot f 11.—, 1/10 van f 6.— tot f 9.—, 21,o daar beneden.<br />

Machinezetters van 25 jaar moesten f 13,— Voorts werd<br />

gevraagd 25, 50 en 100 °/ 0 respectievelijk voor overwerk in den avond,<br />

in den nacht en op den Zondag, uitbetaling der christelijke feestdagen en<br />

2 vrije dagen per jaar. Er werd een uitnoodiging voor een vergadering<br />

aan de werkgevers gezonden, maar om hen niet al te zeer af te schrikken<br />

werden de eischen niet genoemd. Doch de patroons schenen toch al<br />

geschrokken, want er kwamen er maar 8 ter vergadering. Een tweede<br />

poging slaagde niet beter. Toen stelde de afd. A. N. T. B. voor een<br />

groote openbare vergadering te houden, waarin de bedrijfstoestanden<br />

in Groningen zouden worden blootgelegd. De christelijk-georganiseerden<br />

meenden, dat een openbare vergadering op dit tijdstip de medewerking<br />

der goedwillende werkgevers in gevaar kon brengen en besloten dus<br />

niet mee te werken aan die vergadering. De afd. A. N. T. B. hield<br />

dus alléén zulk een vergadering. Een motie werd aangenomen, waarin<br />

verklaard werd, dat de afdeeling niet voor de gevolgen zou kunnen<br />

instaan, indien de patroons de geëischte voorwaarden niet invoerden. De<br />

werkgevers hadden inmiddels een patroons-vereeniging gesticht. Deze<br />

vereeniging bood aan : Een werkdag van 9 1 /2 uur, bekwame gezellen boven<br />

25 jaar f 10.. per week ( 3/10 van het personeel op iedere werkplaats<br />

moest dat loon verdienen). Indien de patroon een arbeider onbekwaam<br />

verklaarde, kon een commissie van 3 patroons en 3 arbeiders over


46 OOK, GRONING<strong>EN</strong> KRIJGT E<strong>EN</strong> LOONREGELING<br />

dit strijdpunt beslissen. Machinezetters boven 25 jaar, 6000 letters per<br />

uur kunnende zetten, f 13..-- per week. Voor overwerk in den nacht<br />

en op den Zondag 25 °/o extra. Indien de werkzaamheden het toelieten,<br />

minstens 2 vacantiedagen per jaar en christelijke feestdagen vrij. De<br />

tusschen de arbeiders verbroken samenwerking werd weer hersteld.<br />

Vooraf had de afd. A. N. T. B. nog een gewijzigd arbeiders-voorstel<br />

ingediend, doch toen de werkgevers van aanneming daarvan niet wilden<br />

weten, werd het voorstel der patroons-vereeniging in Februari 1906<br />

aangenomen, nadat nog overeengekomen was, dat voor de eerste drie<br />

overwerkuren slechts 10 0/ 0 toeslag zou worden betaald.<br />

Dordrecht wilde niet opschieten. Het ledental liep terug tot 5. —<br />

Utrecht had meer bloei, dan een goede gezondheid kon toelaten. Naast<br />

de afdeeling, die 9 leden telde, werd door den Christelijken Werkmans<br />

bond een andere christelijke typografenvereeniging opgericht, die den<br />

naam van „Coster's Kunst" ging dragen. Al dadelijk traden 16 leden<br />

toe. Het contributie-bedrag kon dan ook niemand afschrikken, daar het<br />

op 5 centen per maand werd vastgesteld.<br />

1906. Het scheen wel of de propaganda-actie, bij het verschijnen van<br />

het maandblad ingezet, met een negatief resultaat bekroond zou worden.<br />

Nieuwe afdeelingen werden niet opgericht en verspreide leden traden<br />

niet toe. Wel kwamen er vele toezeggingen om het toetreden te overwegen,<br />

doch tot de daad kwamen maar weinigen, hoewel het blad<br />

tegen 3 centen per exemplaar door vele vakgenooten gekocht werd.<br />

Nog afgezien van deze teleurstelling, werd de afdeeling Hilversum op<br />

24 Januari opgeheven. Aan het einde van het jaar stierf ook de Utrechtsche<br />

afdeeling, nadat „Coster's Kunst", de vereeniging van christen-typografen<br />

uit den Christelijken Nationalen Werkmansbond, reeds een paar maanden<br />

eerder bezweken was. Een openbare vergadering met debat, waar Smit<br />

optrad als spreker en o.a. Van der Wal kwam om te debatteeren, had het<br />

voortbestaan onzer afdeeling niet kunnen verzekeren, zij ging helaas ten<br />

gronde. Ten opzichte van de christelijke vakbeweging in het algemeen<br />

was de te volgen weg nog niet duidelijk aangegeven. De Christelijksociale<br />

bonden „Patrimonium" en de Christelijke Nationale Werkmans<br />

bond hadden zich meermalen bezig gehouden met het oprichten van<br />

vakafdeelingen in verschillende plaatsen. Somtijds waren meer of minder<br />

krachtige pogingen aangewend om in die afdeelingen beslissenden<br />

invloed te behouden, al of niet met het gewenschte gevolg. Nu echter<br />

meende de Christelijke Nationale Werkmansbond, dat het ook tot zijn taak<br />

ging behooren landelijke vakbonden te stichten. Op 24 Februari werd te<br />

Amsterdam een vergadering gehouden onder leiding van Dr. J. Th. de<br />

Vissér, waar de zaak in kruiken en kannen zou worden gebracht. Een<br />

model-reglement van niet minder dan 30 artikelen werd daar besproken<br />

en aangenomen. Overleg met bestaande vakbonden was niet gepleegd,<br />

wel waren zoo goed als alle vakafdeelingen van den C. N. W. B. uitgenoodigd<br />

en vertegenwoordigd. Hoewel de vergadering dus slaagde,


DE DRANG NAAR FEDERATIEVE SAM<strong>EN</strong>WERKING 47<br />

de christelijke arbeiders hadden reeds begrepen dat, wilden zij eenigen<br />

invloed verkrijgen en kracht ontwikkelen, zij in vakbonden vereenigd<br />

moesten zijn, die niet op een kerkelijke, maar op algemeen christelijk<br />

standpunt stonden. In de practijk werkte deze vergadering dan ook niets<br />

positiefs uit, hoewel waarschijnlijk enkele vakbonden in hun eerste ontwikkeling<br />

wel eenige belemmering ondervonden van deze nieuwe gedachte.<br />

De Christen-Typograaf voorzag in een ware behoefte. De redacteur<br />

Smit schreef artikelen over allerlei vraagstukken, die toen in het<br />

centrum der belangstelling stonden. De altijd durende loonacties werden<br />

of in hoofdartikelen of in de artikelen der plaatselijke correspondenten<br />

behandeld. Zoodoende konden de leden in de verschillende afdeelingen<br />

een en ander van elkaar te weten komen. Polemiek met de scibenten<br />

van den A. N. T. B. nam een groote plaats in. Verschillende afdeelingen<br />

van dien bond gaven namelijk maandbladen uit, die voor een belangrijk<br />

deel de noodzakelijkheid van hun bestaan trachtten te bewijzen door<br />

kwaad van de andere vakbonden in het grafisch bedrijf, speciaal van de<br />

R. K. en Christelijke Typografenbonden en nog meer speciaal van de<br />

afdeelingen ter plaatse en hun bestuurders, te vertellen. Bovendien stond<br />

in Ons Vakbelang, het bondsorgaan van den A. N. T. B., af en toe<br />

een opmerking over den christelijken bond. In De Christen Typograaf<br />

werden al die beweringen weerlegd of weersproken, zoodat in de meeste<br />

afdeelingsberichten over den algemeenen bond en zijn afdeelingen<br />

geschreven werd. Toch verzuimde Smit niet om in het maandblad van den<br />

bond allerlei opvoedende artikelen te plaatsen. Zeer sterk streefde hij<br />

naar nauwe samenwerking, zoo mogelijk belichaamd in een federatie of<br />

combinatie met de andere bonden in het bedrijf. Daarbij zou dan het<br />

standpunt van iederen bond erkend moeten worden. Hij had dus de hoop,<br />

dat het ooit nog zoover zou komen en liet die hoop niet varen, ook al<br />

werd allerlei minder aangename critiek op zijn werk uitgebracht. Smit's<br />

opvatting sproot voort uit de overtuiging, dat het arbeiders- en bedrijfsbelang<br />

alleen gediend kon worden door samenwerking tusschen patroons<br />

en werklieden. De door enkele christelijke voormannen op sociaal terrein<br />

geopperde en uitgewerkte gedachte van bedrijfsorganisatie kon in de<br />

practijk niet doorgevoerd worden zonder samenwerking tusschen werkgevers<br />

en arbeiders. Die arbeiders, in onderneming of bedrijf, moesten<br />

een eenheid vormen om zulk een bedrijfsorganisatie mogelijk te maken.<br />

Tot een eenheid kon men niet komen, gezien het bestaan van verschillende<br />

vereenigingen en bonden. Een federatie of combinatie dier<br />

organisaties moest dus de oplossing van het vraagstuk zijn. Bovendien<br />

had, vooral onder G. Snijdelaar, de federatie-gedachte ook bij de nietchristelijk<br />

georganiseerden ingang gevonden, zoodat kans van slagen aanwezig<br />

scheen en Smit voorloopig voor die gedachte propagande bleef<br />

voeren. Het maandblad bood hem gelegenheid om dat op zijn eigen<br />

wijze te doen. Hij greep die gelegenheid als met beide handen aan en<br />

met een volharding, die bewondering afdwingt. Want in begin 1906


48 TEG<strong>EN</strong>SLAG<strong>EN</strong>, DIE DE ONZ<strong>EN</strong> NIET ONTMOEDIGD<strong>EN</strong><br />

was het noodig dat Smit, die zwak van gezondheid was, geruimen tijd<br />

zich van organisatie-arbeid moest onthouden. Aan het maandblad was<br />

daarvan niets te bespeuren. Ieder nummer bevatte twee of drie uitgebreide<br />

artikelen door Smit geschreven.<br />

Hoewel dus de gang in den bond, ook wat de uitbreiding van het<br />

ledental betrof, niet al te opgewekt kon stemmen, was er toch geen<br />

sprake van, dat de kleine groep christelijk georganiseerden zich liet<br />

ontmoedigen. Dat bleek weer ter vierde algemeene vergadering. Zij werd<br />

te Amsterdam gehouden, en wel op 23 juli in het gebouw „Patrimonium"<br />

Nieuwe Heerengracht 95. Smit, die wegens ziekte verhinderd was<br />

tegenwoordig te zijn, had een schrijven aan de jaarvergadering gericht,<br />

waarin hij wees op de moeilijkheden aan de redactie verbonden en er den<br />

nadruk op legde, dat het blad slechts door extra financiëelen steun in stand<br />

gehouden kon worden. Als voorzitter trad de vice-president A. B. Snijder<br />

op, die heel kort buiten den bond gebleven, niet als hoofdbestuurder was<br />

afgetreden. De verslagen werden nog gelezen. Ook Rotterdam, hoewel geen<br />

afdeeling, had op verzoek van het hoofdbestuur een afgevaardigde gezonden.<br />

Besproken werden allerlei vraagstukken, o.a. dat van staatspensioneering,<br />

wat te doen stond met het oog op de komst van het wettelijk verplicht<br />

arbeidscontract. Ook werd in beginsel besloten tot het instellen van<br />

een bondsweerstandskas, op voorstel van de afdeeling Groningen. Daarmede<br />

was dus door den bond officieel de staking als geoorloofd wapen<br />

aanvaard, ofschoon hier en daar in de afdeelingen nog zwaar gedis<br />

cussiëerd moest worden om de leden van de geoorloofdheid te overtuigen.<br />

Besloten werd nog om de propaganda met kracht ter hand te<br />

nemen, hoewel de lage contributie deze propaganda-actie zeer beperkte :<br />

De leden betaalden aan den bond nog maar 50 centen per jaar. Na<br />

de vergadering gingen de afgevaardigden opgewekt naar hun woonplaatsen<br />

terug en voor een optimistisch verslag in de christelijke pers<br />

werd gezorgd. Bovendien werd in het einde des jaars de eerste buitenlandsche<br />

verbinding met den Duitschen Gutenbergbond aangeknoopt.<br />

Voor Duitschland was de tegenwoordige Prof Th. Brauer correspondent.<br />

De correspondentie werd in het Hollandsch gevoerd. Over de Duitsche<br />

toestanden verschenen in De Christen-Typograaf verschillende belangrijke<br />

artikelen. — De afdeelingen van den bond mochten zich meer in<br />

loonacties dan in grooten bloei verheugen. Te Amsterdam werd door<br />

de federatie van arbeidersvereenigingen met de werkgevers-vereeniging<br />

een zeer uitgebreide correspondentie gevoerd. De in einde 1905 door de<br />

arbeiders voorgestelde loonregeling kon geen genade vinden in de oogen<br />

der patroons. Zij deden een ander voorstel, dat, om het voornaamste<br />

te noemen, inhield een loon van 21 centen per uur, 57 uur per week<br />

werken en 60 uur betalen. Die overeenkomst zou zes jaar van kracht<br />

moeten zijn, doch niet in werking treden, indien het aantal werklieden,<br />

dat er buiten bleef grooter was dan 10 «/0 der te Amsterdam werkende<br />

personen, verdeeld over 10 patroons. Schitterend was dit aanbod zeker


M. VAN DER HEIDE, AMSTERDAM B. FRANK<strong>EN</strong>, UTRECHT E. SMOR<strong>EN</strong>BURG, UTRECHT<br />

ex-bondsvoorzitter afd.-penn. en lid comm. U. W. ex-afd. -secretaris<br />

J. W. POLDER, ZWOLLE<br />

ex-afd.-voorz. Eerelid bond<br />

A. BUIT<strong>EN</strong>HEK, GORINCHEM<br />

afd.-voorzitter<br />

L. W. CALJOUW, ZWOLLE<br />

afd.-secretaris<br />

W. VAN ARKEL, GORINCHEM<br />

afd. -secretaris<br />

J. P. LAD<strong>EN</strong>IUS, ZWOLLE<br />

afd.-bestuurder<br />

G. REEHOORN, SNEEK<br />

afd -voorzitter


C. BUSTRAAN, GOES C. K. MAART<strong>EN</strong>SE, GOES D. GLERUM, GOES<br />

mede-oprichter afdeeling afd.-voorzifter mede-oprichter afdeeling<br />

C. KUIJPER, GOES<br />

afd.-penningmeester<br />

P. J. KRUIJSSE, VLISSING<strong>EN</strong><br />

bestuurslid Middelburg<br />

H. M. DE MUNCK, MIDDELBURG<br />

ex-afd.-voorzitter<br />

J. MARIJS, VLISSING<strong>EN</strong> J. KARSS<strong>EN</strong>, HOORN K. DE GRAAF, HOORN<br />

mede-opr. afd. Middelburg ex-afd.-voorzifter opr. afd. Zutfen


E<strong>EN</strong> LOONREGELING VOOR DE AMSTERDAMSCHE BOEKBINDERS 49<br />

niet, hetgeen den werkgevers wel bekend was. In een van hun lange<br />

brieven, waarin zij het voorstel der arbeiders bestreden, merkten de<br />

patroons zelven op : „dat het loon thans vrij algemeen 20 a 21 centen<br />

per uur bedraagt". Nu wilden zij de arbeiders nog 6 jaren aan die loonen<br />

binden. Blijkbaar begrepen zij toch wel, dat dit wat al te eigenaardig<br />

was, want in het slot-schrijven kwamen zij op : 5/ 10 tenminste 22 centen<br />

per uur, 3/ 10 van 17 tot 21 centen, 1 /, 0 van 12 tot 16 en 1/10 beneden<br />

12 centen. Een werkweek van 57 uur tegen 60 uur betalen, doch met<br />

dien arbeidstijd een half jaar proef. De arbeiders verwierpen dit voorstel<br />

en .... zij kregen er niets beters voor in de plaats. — De vereenigingen<br />

waren ook met de binderspatroons, die een vereeniging gevormd hadden,<br />

in onderhandeling getreden, Tot voorzitter der boekbinderspatroons<br />

vereeniging was de heer F. L. van der Bom gekozen, die niet alleen<br />

een goed organisatie-man was, maar ook een overtuigd voorstander van<br />

samenwerking tusschen werkgevers en arbeiders door middel van wederzijdsche<br />

organisatie. De werkgevers kwamen met tegen-voorstellen op<br />

de regeling, die de arbeiders ingediend hadden welke, behoudens voor<br />

brocheerders, vrijwel gelijk waren aan die voor de typografen. De boekbinderspatroons<br />

wenschten niet verder te gaan dan bij een 10-urigen<br />

arbeidsdag 21 centen per uur voor volwassen binders, snijders en<br />

linieerders. Bekwame werklieden zouden dit loon verdienen en moesten<br />

14 dagen op proef werken. De werkgevers moesten een opzegtermijn<br />

van 14 dagen, de arbeiders een van 8 dagen in acht nemen. Als op<br />

den 1 en Paasch-, Hemelvaarts-, 1 en Pinkster- en 1 en Kerstdag niet<br />

gewerkt werd, zouden deze vier feestdagen toch worden uitbetaald en<br />

aan vaste gezellen werd één vrije dag per jaar toegekend. Volwassen<br />

brocheerders konden het tot 16 centen per uur brengen. De regeling<br />

zou op 1 September 1906 in werking treden, mits 60 % der werkgevers<br />

haar aanvaardde. De binders hielden een vergadering voor leden van<br />

alle vereenigingen. Hier bleek reeds, dat er bij deze vakgenooten wel<br />

animo bestond om de patroonsvoorstellen te aanvaarden. De firma<br />

E. P. van Bommel schafte de stukwerk-regeling af en bracht de uurloonen<br />

op 20 centen. Velen harer arbeiders ondervonden daardoor nadeel. Er<br />

ontstond dan ook eenige strubbeling, die ten gevolge had, dat de firma<br />

de loonen op f 13.— per week bracht en nu als voorbeeld voor vele<br />

andere binderspatroons werd gesteld. — Het ledental der afdeeling<br />

bleef zich om en bij de 60 bewegen. Het bezit was tot f 1868.541/2<br />

opgeloopen, waarvan de werkloosheids-, weerstands-, ouderdons- en<br />

ziekenkas resp. f 837.75%, f 674.19, f 350.74 en f 5.86 als saldo konden<br />

boeken. Ten slotte : de afdeeling A. N. T. B. trad uit de federatie, waardoor<br />

het gemeenschappelijk werken der arbeiders voor een boonregeling<br />

weer achteruit gezet werd.<br />

De afdeeling te Utrecht had, net nog voor haar opheffing, medegewerkt<br />

aan het samenstellen van een conceptloonregeling, waarin de<br />

volgende wensch was opgenomen : gezellen 23 jaren oud f 12..-- per<br />

4


50 KONINKLIJK GOEDGEKEURDE FEDERATIE TE 'S-GRAV<strong>EN</strong>HAGE<br />

week, 20-23 f 10.—, 18-20 f 8.—, 16,--18 f 6.—. Machinezetters en<br />

stereotypeurs f 2.-- per week daarboven. Personeelsverhouding 5/10 in<br />

de eerste, 2/ 10 in de tweede, 1110 in de derde, 1 / 10 in de vierde groep<br />

en 1 / 10 jongens. Hoewel, als van zelf sprekend, de werkgevers dit voorstel<br />

niet aanvaardden, werden toch enkele kleine verbeteringen ingevoerd.<br />

Overbodig kon dit niet geacht worden. Bij een enquete door<br />

de Kamer van Arbeid ingesteld, kwam aan het licht, dat de volwassen<br />

handzetters van f 8.— tot f 12.— verdienden, volwassen machinezetters<br />

van f 11.50 tot f 13.—, volwassen drukkers van f 3..-r tot f 12.—, volwassen<br />

binders van f 5.50 tot f 12.60. De werktijd was 60 uren per week.<br />

Van de Dordtsche afdeeling valt niet veel belangrijks te vermelden.<br />

Het ledental bleef nog steeds op 5 staan. — Den Haag sukkelde met<br />

moeilijkheden in eigen kring. De secretaris Aarse bedankte nu werkelijk<br />

voor zijn functie en lidmaatschap en liet zich als lid overschrijven bij<br />

de afdeeling van den A. N. T. B. Deze afdeeling maakte begrijpelijkerwijze<br />

heel wat propaganda met de aanwinst. Vooral in het door haar<br />

uitgegeven blaadje De Typograaf werd de zaak uitgesponnen, zoodat in<br />

De Christen-Typograaf de repliek der Hagenaars een groote plaats innam.<br />

De schrijvers gaven elkaar geen letter cadeau. Die bestrijding was echter<br />

geen verhindering voor het besluit om opnieuw een federatie te stichten.<br />

De werkgevers hadden namelijk bericht, dat zij niet met alle arbeidersvereenigingen<br />

afzonderlijk, maar met één corporatie wilden onderhandelen.<br />

Zoo besloten de arbeiders nog maar eens tot federeeren. Deze federatie<br />

werd hechter dan ieder harer voorgangers. Zij bestond uit de vereenigingen<br />

: „Door Eendracht t'zaam verbonden," „Prudentia et Caritate",<br />

afdeelingen zetters en drukkers, binders, machinezetters van de Haagsche<br />

afdeeling A. N. T. B., afdeeling 's-Gravenhage van den Chr. Typ. Bond<br />

en de afdeeling 's-Gravenhage van den Ned. Litho-Fotografischen Bond.<br />

De statuten dezer federatie werden Koninklijk goedgekeurd. Een weerstandskas<br />

werd aan haar verbonden, met een wekelijksche contributie van<br />

5 centen per lid. Als voorzitter werd benoemd de oud-secretaris onzer<br />

afdeeling Aarse. — „Helpt Elkander" te Rotterdam volhardde in haar<br />

isolement. Wel werd een zeer vriendschappelijke houding tegen den<br />

bond ingenomen en een bijdrage voor de propaganda gezonden, maar<br />

aansluiten wilden de vrienden zich voorloopig niet. Dit was wel jammer,<br />

aangezien de vereeniging in ledental sterk toenam en tegen het einde<br />

des jaars meer dan 50 leden ingeschreven had. Waarschijnlijk zou<br />

Rotterdam wel spoediger besloten hebben zich als afdeeling aan te sluiten,<br />

doch in verband met een te voeren loonactie werd over alle georganiseerde<br />

typografen in de Maasstad de combinatie-geest vaardig. De afd.<br />

A. N. T. B., de jongelingsvereeniging „Door Vereeniging Verbetering",<br />

de neutrale typografen-vereeniging „Door Eendracht t'zaam verbonden"<br />

en de Christelijke Typografen Vereeniging „Helpt Elkander" (die per<br />

17 Sept. Kon. goedkeuring verkreeg), gingen op initiatief van eerstgenoemde<br />

afdeeling een combinatie met elkaar aan. Hoe ernstig men deze


TE ROTTERDAM WORDT E<strong>EN</strong> COMBINATIE AANGEGAAN 51<br />

combinatie bedoelde, moge blijken uit het feit, dat het maandblaadje<br />

De Typograaf van de afdeeling A. N. T. B. opgeheven werd en een<br />

gemeenschappelijk blaadje, De Combinatie, er voor in de plaats werd<br />

gesteld. Aan alle combinatie-leden werd in dit maandblad plaats ingeruimd<br />

en ieder maakte behoorlijk gebruik van het recht om artikelen<br />

te schrijven. In tegenstelling met alle federaties en combinaties in andere<br />

steden, werkte die te Rotterdam langen tijd tot tevredenheid aller gecombineerden.<br />

De ingediende loonregeling bevatte alle groepen in het<br />

boekdrukkers- en boekbindersbedrijf tot de volgende bedragen en verhoudingen<br />

: zetters 2/10 f 14. — en daarboven, 3/ 10 van f 12.50 tot f 14.—,<br />

2/10 van f 10.— tot f 12.50, 2 /10 van f 6.— tot f 10.—, 1 / t o f 6..-- en<br />

daarbeneden, Voor personeel van minder dan 10 arbeiders werd een<br />

afzonderlijke verhouding voorgesteld. Drukkers van 16-20 jaar f 5.—<br />

tot f 10.—, van 20-25 jaar van f 10.— tot f 14.—, 5/10 van het personeel<br />

f 12.50 en daarboven. Binders : 1 110 f 14.— en daarboven, 2/10 van f 12.50<br />

tot f 14.—, 3/10 van f 10.-- tot f 12.50, 2/10 van f 7.-- tot f 10.. 2/10<br />

f 7.— of daar beneden. Machinezetters : in dagwerk f 16.—, in nachtwerk<br />

(6 nachten) f 18.50. Leerlingen konden op 18-jarigen leeftijd worden<br />

aangesteld, uit het handzetterspersoneel worden gekozen, moesten minstens<br />

twee jaar bij het vak zijn en ontvingen een aanvangssalaris van f 9.—, na<br />

9 maanden f 12.—, na 3 jaar het gevraagde loon. Werktijd 9 % uur per<br />

dag. Overwerk 25 O/0 toeslag, in den nacht 50 %, op Zondag 100 °/0.<br />

Christelijke feestdagen en nieuwjaarsdag vrijaf plus 3 vrije dagen per<br />

jaar. Dit voorstel werd aan de werkgevers toegezonden. Vooral van<br />

de groote ondernemingen kwamen antwoorden in, die nogal hoop gaven<br />

op goed resultaat. Echter alleen wanneer alle werkgevers de regeling<br />

invoerden kon er iets van komen. De combinatie schreef nu een vergadering<br />

uit van de besturen der samenwerkende vereenigingen en<br />

zonden den werkgevers een uitnoodiging die bijeenkomst bij te wonen. Op<br />

7 Nov. kwamen in 't gebouw „Tot nut van 't Algemeen" uitnoodigers en<br />

genoodigden bijeen. De vergadering werd gepresideerd door H. F. van Hees.<br />

Twintig werkgevers waren opgekomen en heel wat van hen namen aan<br />

het debat deel. Ieder bracht zijn inzichten en bezwaren naar voren en<br />

als allen uitgepraat waren, constateerde de voorzitter uit dit stilzwijgen,<br />

dat de aanwezige werkgevers bereid waren om per 1 Januari 1907 de<br />

loonregeling in te voeren. Toen kwam één der werkgevers met het<br />

concurrentie-bezwaar op de proppen. Dat was als een knuppel in het<br />

hoenderhok. Het eind van 't geredeneer was, dat de werkgevers een<br />

vereeniging zouden vormen en op die manier het doorvoeren van een<br />

regeling mogelijk maken. Alle patroons gaven zich op als lid der a.s.<br />

vereeniging, behalve de directeur van drukkerij „Voorwaarts", die principieel<br />

bezwaren had om als lid toe te treden tot een patroonsvereeniging,<br />

maar wel wilde medewerken aan de invoering der loonregeling. De<br />

invoering van een niet onbelangrijke gewijzigde regeling zou echter nog<br />

bijna een jaar op zich laten wachten.


52 VEEL WERK <strong>EN</strong> WEINIG RESULTAAT<br />

1907. De geschiedenis van den Christelijken Typografenbond kan<br />

dit jaar niet als een van vooruitgang aanwijzen. In de eerste plaats<br />

was de voorzitter Smit geruimen tijd ziek. Drie maanden lang moest<br />

hij wegens overspanning in een rusthuis te Blaricum verpleegd worden.<br />

De administrateur van De Christen-Typograaf C. H. Thijssens, die ook<br />

secretaris van den bond was, nam nu tegelijkertijd de redactie van het<br />

maandblad waar, hoewel ook Smit nog wel artikelen inzond. Thijssens<br />

was bovendien een onvermoeid propagandist. Aan bestuursleden van<br />

„Patrimonium", Christelijken Nationalen Werkmansbond en Christelijke<br />

Jongelingsvereenigingen in zeer vele plaatsen schreef hij brieven met het<br />

verzoek hem adressen van christelijke vakgenooten te verschaffen. Ook<br />

zond hij proefnummers van het maandblad. Lang niet alle brieven<br />

werden beantwoord en dan zond Thijssens een „vervolgbrief", waarvan<br />

de inhoud niet altijd even vriendelijk was. Het gelukte hem meermalen<br />

op deze wijze contact te krijgen. Uit Delft en Enschedé kreeg hij<br />

bemoedigend antwoord. In Haarlem wist hij met een paar vakgenooten<br />

een openbare vergadering te beleggen. Zelf trad hij als spreker op.<br />

Evenwel.... slechts vier personen bezochten de vergadering, waarvan<br />

nog een tweetal in den A. N. T. B. georganiseerd waren, die speciaal<br />

kwamen om te debatteeren. In Hoogeveen werkte het lid R. Hofstra,<br />

die al jaren lang tegen een bijdrage van f 0.50 per jaar lid was. Ook<br />

die poogde uit zijn isolement verlost te worden door het winnen van<br />

leden. Zonder succes. Thijssens zelf stelde pogingen in het werk om<br />

den bond te Zwolle vasten voet te verschaffen. Hij schreef aan het<br />

eerste 't beste adres, dat hem geschikt voorkwam. De aangeschrevene<br />

was echter pas 17 jaar oud en meende, dat op zoo jeugdigen leeftijd zulk<br />

belangrijk werk niet kon worden aangevat. Wat later werd daar contact<br />

verkregen met J. Zoetelief, voorzitter van de afd. A. N. T. B., die wel<br />

geneigdheid toonde om naar den Christelijken bond over te komen,<br />

maar het toch voorloopig niet deed. — Zoo daagde de vijfde algemeene<br />

vergadering, die op 5 Augustus te Amsterdam gehouden werd. Er waren<br />

afgevaardigden van alle afdeelingen aanwezig. Die alle afdeelingen waren<br />

er nog maar vier, namelijk Amsterdam, Den Haag, Dordrecht en Groningen.<br />

„Helpt Elkander" te Rotterdam had een gast gezonden, daar<br />

deze vereeniging nog niet aangesloten was. Smit was weer in zooverre<br />

hersteld, dat hij de vergadering kon leiden. In het verslag van den<br />

secretaris kwamen de klachten over de teleurstellingen naar voren. Niet,<br />

dat Thijssens den moed opgaf, maar de opsomming van zijn mislukte<br />

pogingen was voor de vergadering allesbehalve opwekkend. De penningmeester<br />

mocht al evenmin van grooten vooruitgang gewagen. Met het<br />

saldo van 1906 mee was er f 187.54 1/2 ontvangen, terwijl er f 114.56<br />

uitgegeven was. Het „bondsvermogen" bedroeg dus f 72.98 1/ 2. De<br />

Christen-Typograaf werd afzonderlijk geadministreerd. De administrateur<br />

had een nadeelig saldo van f 31.37 1/2. Rooskleurig stond de zaak er dan<br />

ook niet voor en Smit twijfelde aan de mogelijkheid om met de uitgave


DE VIJFDE JAARVERGADERING<br />

van het bondsorgaan voort te gaan. Allerlei middelen om de inkomsten<br />

te vermeerderen werden voorgesteld. Men wilde de werkgevers aanschrijven<br />

en hun verzoeken advertenties in het blad te plaatsen. Smit<br />

drong aan op contributie-verhooging en hij kreeg zijn zin. De bondscontributie<br />

werd op f 1..-- per jaar gebracht. En, daar onze christelijke<br />

arbeiders nog niet volkomen begrepen hadden, dat zij hun vakbond<br />

zelf moesten bouwen, besloot men te pogen steun van buitenstaanders<br />

te verkrijgen. Een poging, die zoo goed als geheel mislukte. Intusschen<br />

moest de bondsvergadering nog allerlei voorstellen behandelen, waarvan<br />

de aanneming de financiëele zorgen vergrootten. 's-Gravenhage stelde voor<br />

een bondsziekenfonds en een bondswerkloozenkas te stichten. Want, zoo<br />

redeneerde de afgevaardigde, veler onzer geestverwanten vakgenooten<br />

blijven lid van neutrale vereenigingen, omdat die hun allerlei uitkeer<br />

ringen waarborgen. De afdeelingen kunnen de contributie niet verhoogen,<br />

daar zij dan aan werfkracht zullen verliezen. Laat dus de bond fondsen<br />

oprichten, dan zijn de afdeelingen van de zorgen af. Evenwel, verhooging<br />

van contributie boven de twee centen per week durfde ook de Haagsche<br />

afdeeling niet aan. Wel stelde zij nog voor om voor het maandblad<br />

kleiner letter te gebruiken en meer vaktechnische artikelen te plaatsen.<br />

Bovendien kwam Dordrecht met het voorstel uitkeering bij overlijden<br />

in te voeren. Ingeval een bondslid kwam te overlijden, zou ieder lid<br />

10 centen moeten storten. Smit wist al die voorstellen van de baan te<br />

werken en zegde toe ze in De Christen-Typograaf te zullen bespreken.<br />

Aan het hoofdbestuur werd de beslissing gelaten welk der voorstellen voor<br />

uitvoering vatbaar was. Om alvast iets in de hand te hebben, werd<br />

besloten om per lid 50 centen te storten, teneinde het voortbestaan van<br />

De Christen-Typograaf althans voorloopig te bestendigen. Het verslag<br />

van deze vergadering was rijkelijk optimistisch gestemd. Smit gaf den<br />

moed niet op en wist moedeloosheid bij anderen te voorkomen.<br />

Voor moedeloosheid was eigenlijk wel reden. Want na de algemeene<br />

vergadering kwam het bericht in, dat het correspondentschap<br />

Ermelo was opgeheven. Slechts 2 leden bleven verspreid lid. Alsof dit<br />

niet genoeg was, deelde Groningen mede, dat een vergadering op<br />

18 November besloten had de vereeniging op te heffen en bedankten de<br />

2 verspreide leden in Tiel voor het lidmaatschap, met welk bedanken<br />

het moeizaam verkregen contact daar ter stede verbroken was. — Enkele<br />

lichtpunten kwamen gelukkig de donkerheid verdrijven. In Enschedé<br />

gelukte het aan het toenmalig lid (thans georganiseerd patroon) na heel<br />

wat moeite een correspondentschap op te richten. 7 leden vormden dit<br />

correspondentschap. In Epe werd T. H. Schotanus lid, die later in den<br />

bond een belangrijke plaats zou innemen. Zijn eerste verzoek aan het<br />

hoofdbestuur hield in om te onderzoeken of de bondscontributie niet<br />

op het tienvoudige kon worden gebracht. Trouwens, van meerdere<br />

zijden werd op verhooging der contributie aangedrongen. — Ofschoon<br />

dus het hoofdbestuur meer dan belast was met zorgen voor den wel-<br />

53


54 GEME<strong>EN</strong>TELIJKE WERKLOOSHEIDS-VERZEKERING TE AMSTERDAM<br />

stand in den bond, bewoog het zich ook nog op algemeen terrein. Het<br />

nam namelijk het initiatief om te komen tot een algemeen fonds ter<br />

bestrijding van tuberculose. De sociale bonden werkten mede, doch in<br />

de christelijke vak- en sociale beweging was in die dagen geen mogelijkheid<br />

om zulk een groote zaak tot stand te brengen. De pogingen liepen<br />

dan ook op niets uit.<br />

Als eerste belangrijke gebeurtenis in de afdeeling Amsterdam in<br />

dit jaar, moge vermeld worden, dat de afdeeling per 1 januari toegelaten<br />

werd tot het Gemeente-Fonds voor Werkloosheids-Verzekering. De<br />

uitkeering gedurende 6 weken a f 6.— per week werd hiermede gebracht<br />

op f 9.— gedurende hetzelfde tijdvak. Op 17 April kwam het<br />

bericht van toegelaten zijn in. Daarmede was „Draagt Elkanders Lasten"<br />

een der eerste vereenigingen, die profiteerden van de voordeelen van<br />

het Gentsche stelsel. In tegenstelling met den huidigen toeslag van Rijk<br />

en Gemeente, die op de contributie wordt gegeven, het zoogenaamde<br />

Deensche stelsel, begonnen in ons land enkele gemeenten (Arnhem,<br />

Utrecht en Amsterdam) toeslag op de uitkeeringen te geven, naar het<br />

voorbeeld van Gent. Dit boek leent zich er niet toe een nadere uiteenzetting<br />

te geven van de ontwikkeling der werkloosheids-verzekering in<br />

ons land. Wij mogen dus hier, na de vermelding van de toetreding<br />

der Amsterdamsche afdeeling, volstaan met er op te wijzen, dat het<br />

geven van bijslag door de gemeente mag gezien worden als een eerste<br />

waardeering van het werk der vakvereeniging van regeeringswege. —<br />

Dat feestvergaderingen, al slagen zij, niet altijd medewerken tot uitbreiding<br />

van het ledental, moest de Amsterdamsche afdeeling ondervinden.<br />

Op Koppermaandag had ook „Draagt Elkanders Lasten" een groote<br />

feestvergadering belegd. Meer dan 400 bezoekers amuseerden zich bij<br />

bioscoop-vertooning, zang en muziek. Doch nieuwe leden traden niet<br />

toe na deze vergadering. Het afdeelingsleven verliep in de hoofdstad<br />

zonder veel emotie. Want de regeling voor boekbinders, zooals de<br />

werkgevers die hadden voorgesteld, werd zonder actie of dreiging van<br />

de zijde der werklieden, ingevoerd. Daarmede werd het loon der volwassen<br />

binders dus op f 12.60 gebracht. — 's-Gravenhage had meer<br />

met „beweging" te maken. De afdeeling A. N. T. B. had een vereeniging<br />

voor vrouwen en meisjes in de binderij opgericht. Enkele bestuursleden<br />

dier nieuwe vereeniging werkten bij de firma Ritter. Deze firma begon<br />

met aanmoediging van den organisatiegeest der meisjes, door aan haar<br />

bestuursleden loonsverlaging „toe te kennen". Indien zij die niet zouden<br />

aanvaarden, dan werden zij ontslagen. Er werd een personeelvergadering<br />

belegd, doch de firma liet overwerken. Daarna werd een commissie<br />

benoemd om besprekingen met de firma te voeren, maar de commissie<br />

werd niet ontvangen. Op 25 Maart brak toen een staking- uit. 6 meisjes<br />

bleven de firma trouw. Bovendien bleven 2 zoons en 3 dochters van<br />

den firmant aan den arbeid, zoodat de staking al dadelijk weinig succes<br />

beloofde. Aan het hoofdbestuur van den Christelijken Typografenbond


IN D<strong>EN</strong> HAAG WORDT E<strong>EN</strong> BINDERSSTAKING VERLOR<strong>EN</strong> 55<br />

werd goedkeuring dezer actie verzocht. Die werd verkregen en als in<br />

den loop der staking steunlijsten rondgingen, dan stond er afzonderlijk<br />

op vermeld : „Goedgekeurd door den Christelijken Typografenbond".<br />

Overbodig was die mededeeling niet, want in De Christen-Typograaf had de<br />

correspondent onzer Haagsche afdeeling een correspondentie doen plaatsen<br />

die maar van weinig instemming met het conflict blijk gaf. De staking<br />

ging verloren en werd op 18 juli in een boycot omgezet. Van deze<br />

boycot werd kennis gegeven in een groote advertentie, ook in De<br />

Christen-.Typogjraaf. De Haagsche federatie betaalde de advertentiekosten.<br />

De afdeeling had aan het einde des jaars 30 leden. Het verschijnsel<br />

: geldgebrek, dat aan de ontwikkeling der vakvereeniging van<br />

christelijke typografen zooveel bezwaren in den weg legde, was mede<br />

in Den Haag een belemmering voor krachtigen groei. — In Dordrecht<br />

brak een staking uit bij de firma Morks & Geuze. De aanleiding<br />

er toe was een ontslagkwestie. Onze afdeeling had geen leden bij<br />

de firma werkzaam, zoodat zij buiten den strijd bleef. De staking ging<br />

verloren, welk verlies veroorzaakt werd door verschil van meening en<br />

daaruit voortkomenden strijd tusschen anarchisten en voorstanders van<br />

parlementaire actie. De A. N. T. B. leed niet alleen te Dordrecht, doch<br />

in het algemeen door dien strijd. In het Grafisch Weekblad, dat Ons<br />

Vakbelang als bondsorgaan vervangen had, bestookten de strevers van<br />

beide richtingen elkander, soms zeer fel. De A. N. T. B. had zich los<br />

gemaakt van het N. A.-S. Een deel der leden wilde deze afscheiding<br />

ongedaan maken, een ander deel drong aan op aansluiting bij het<br />

N. V. V. Sommige afdeelingen van dien bond, waaronder Dordrecht,<br />

waren nog aangesloten bij de plaatselijke Arbeidssecretariaten, hoewel de<br />

bond zelf zich uit het anarchistische N. A.-S. had teruggetrokken. In<br />

Dordrecht werd de staking bij Morks & Geuze als anarchistisch aangemerkt.<br />

Door de afd. S. D. A. P. daar ter plaatse werd een commissie<br />

van onderzoek benoemd, die een rapport uitbracht, waarin gezegd werd<br />

dat de staking geen steun, doch afkeuring verdiende. 't Is dus geen<br />

wonder, dat enkele typografenbond-leden bij de firma aan het werk<br />

bleven of togen. De staking ging dan ook verloren.<br />

Te Rotterdam bleef de christelijke vereeniging „Helpt Elkander"<br />

de gevormde combinatie trouw. Zonder bezwaar ging dat niet. Een der<br />

werkgevers, de heer H. van Sijn, liet twee der bestuursleden van „Helpt<br />

Elkander" op 't kantoor komen en deelde hun mede, dat hij in zijn<br />

zaak een paar menschen moest hebben, die met minder of meerder toezicht<br />

zouden worden belast. De ontbodenen zouden daarvoor mede in<br />

aanmerking komen. Maar nu zij zóó vooraan stonden in de loonbeweging<br />

en hun vereeniging tot de combinatie toegetreden was, kon<br />

zulk een vertrouwensfunctie aan hen niet worden toevertrouwd. Zij<br />

hadden dus te kiezen : Of vooraanstaanden in de beweging te blijven,<br />

of positieverbetering en hooger loon. Het beraad met het personeel<br />

bracht geen resultaat. Dit hield zich liever buiten de zaak. Een motie


56 OOK ROTTERDAM KRIJGT ZIJN DEEL VAN WERKSTAKING<strong>EN</strong><br />

tegen de firma in een algemeene besturen-vergadering aangenomen, waarin<br />

haar handelwijze „ten sterkste werd afgekeurd", bracht geen wijziging<br />

in haar houding. Een commissie uit den Christelijken Werkmansbond werd<br />

door de firma niet ontvangen. De betrokkenen, voorzitter en secretaris<br />

van „Helpt Elkander", bedankten dus voor hun functie in de federatie. Bij<br />

het voortschrijden van het jaar werd besloten aan de combinatie een<br />

algemeene weerstandskas te verbinden met het oog op mogelijke verwikkelingen<br />

met de werkgevers bij de in- en doorvoering der loonregeling.<br />

Reeds in het begin van het jaar hadden de Rotterdamsche vakgenooten<br />

bemerkt, dat het met de doorvoering daarvan niet alles als van een leien<br />

dak zou gaan. Verschillende drukkers van dagbladen gaven op het verzoek<br />

om de loonregeling in te voeren Of geen antwoord Of berichtten,<br />

dat zij de huishoudelijke dingen hunner drukkerij met hun personeel<br />

regelden en nooit inmenging van derden zouden toestaan. De drukker<br />

van De Rotterdammer schreef, dat hij een contract met de opdrachtgevers<br />

had en tengevolge daarvan geen hoogere loonen kon toekennen.<br />

Van De Nederlander werd hetzelfde vermoed, hoewel de drukker het<br />

niet meldde. Het Rotterdamsch Dagblad deelde aan het bestuur der<br />

combinatie in een onderhoud mede, dat de directie streven zou naar<br />

verbetering. Het personeel nam geen genoegen met die mededeeling en<br />

staakte op 24 Januari het werk. Toen het zoover was, deelde de directeur<br />

aan de vertegenwoordigers der combinatie mede, dat hij reeds lang bezig<br />

was met het aanbrengen van bezuiniging. Twee arbeiders zouden worden<br />

ontslagen. Het daardoor vrij komende arbeidsloon zou worden aangewend<br />

voor loonsverhooging der anderen. Toen men bezwaar tegen<br />

het ontslag maakte, werd medegedeeld, dat, afgezien van de staking,<br />

het ontslag toch zou doorgaan. Hierop hervatten de arbeiders hun werk<br />

weer. In het dien avond verschijnende nummer van het Rotterdamsch<br />

Dagblad werd een bericht opgenomen dat de arbeiders de staking hadden<br />

opgeheven, doordat het loon van 2 ontslagen arbeiders voor hun<br />

verhooging was aangewend ! Met de doorvoering der loonregeling ging<br />

het dus nog niet vlug. Eindelijk werd in April, in een conferentie, het<br />

bestuur der combinatie met het tegenvoorstel der werkgevers in kennis<br />

gesteld. De patroons wilden niet verder gaan dan het volgende :<br />

Zetterij : 1 persoon f 10.— ; 2 personen :1 f 12.50,1 f 6.— ; 3 personen :<br />

1 f 14.—, 1 f 6.—, 1 daar beneden ; 4 personen : 1 f 14.—, 1 f 10.—,<br />

1 f 6.—, 1 daar beneden ; 5 personen : 1 f 14.. 1 f 12.50, 1 f 10. —,<br />

1 f 6.—, 1 daar beneden. Voor eiken zetter méér wordt aan elk der<br />

5 rubrieken afwisselend 1 persoon toegevoegd in de volgende volgorde :<br />

beneden f6,—, f14.—, f6,—, f12.50, f10.—. Drukkerij: Kleine Drukkerijen<br />

met uitsluitend degelpersen. 1 persoon : f 9.— ; 2 personen : 1 f 10.r--,,<br />

1 f 7.50 ; 3 personen : 1 f 12.—, 1 f 9.—• en 1 f 5.—, 4 personen :<br />

1 f 12.—, 1 f 10..—, 1 f 7.50, 1 f 5.—. Drukkers zijn tevens inleggers,<br />

zoodat geen afzonderlijke inleggers zijn toegestaan ; drukkerijen met snelen<br />

degelpersen : 1/4 van het drukkerspersoneel f 14..--, 1/4 f 12.50, de


LOONREGELING <strong>EN</strong> VAKCURSUSS<strong>EN</strong> TE ROTTERDAM 57<br />

helft f 5.—. Bij 2 man moet 1 f 14.. verdienen. Indien het personeel uit<br />

een oneven aantal drukkers bestaat, is het loon van 1 dezer f 9.—, terwijl<br />

de loonen der overigen zijn als hierboven omschreven. Voor elke snelpers<br />

wordt slechts 1 inlegger toegestaan, die buiten de loonregeling staat.<br />

Binderij : 2 personen: 1 f 14.—, 1 daar beneden ; 3 personen : 1 f 14.—,<br />

1 f 9.—, 1 daar beneden ; 4 personen : 1 f 14.—, 1 f 12.—, 2 ' daar beneden ;<br />

5 personen : 1 f 14.—, 1 f 12.—, 1 f 9.— ; 2 daar beneden ; 6 personen:<br />

1 f 14.—, 1 f 12. —, 1 f 9.--, 1 f 7.— , 2 daar beneden. Voor eiken binder<br />

méér wordt aan deze rubrieken afwisselend 1 persoon toegevoegd in de<br />

volgende volgorde : minder dan f 7.—, f 7.—, f 9.---, f 12..—, minder<br />

dan f 7.---, f 14. ; Papiersnijders : Indien aan eene drukkerij een binderij<br />

is verbonden, vallen de papiersnijders in de loonregeling voor binderijen.<br />

Zoo niet dan worden de papiersnijders in de regeling voor zetters of<br />

drukkers opgenomen. De genoemde verhoudingen waren alle minimale.<br />

De arbeidstijd werd op ten hoogste 9 1/2 uur per dag vastgesteld. Voor<br />

overwerk : de eerste twee uur na de dagtaak in verhouding van het<br />

gewone loon, de volgende 2 uur 25 %, nachtarbeid, aanvangende na een<br />

dagtaak van 13 1/2 uur 50 Vo, Zondagsarbeid, beginnende Zaterdagsnachts<br />

12 uur 100 % toeslag. Feestdagen vrij, met behoud van loon. Een<br />

arbeider, die minstens een jaar bij zijn patroon in dienst was, had recht<br />

op twee vrije dagen. De patroonsvereeniging nam op zich een regeling<br />

voor uitkeering bij ziekte voor de algemeene vergadering te brengen.<br />

De arbeiders spraken hun leedwezen uit, dat de werkgevers hun voorstellen<br />

niet hadden aanvaard, doch besloten toch (op 22 juli in een<br />

gecombineerde vergadering) de patroons-voorstellen te accepteeren. Zij<br />

werden op 1 October van kracht voor een termijn van twee jaren. —<br />

Deed de combinatie dus wat in haar vermogen lag om een loonregeling<br />

aangenomen te krijgen, met althans dit succes, dat er voor twee jaren<br />

een loonregeling kwam, „Helpt Elkander" afzonderlijk hield zich bezig<br />

met de ontwikkeling op vakkundig gebied. Van den boekbinderspatroon<br />

Fuykschot had zij een aanbieding gekregen om haar leden-binders tegen<br />

f 3.50 per cursus, het kammarmeren te doen leeren. Zulk een cursus<br />

zou één geheelen dag duren. Men kon op Hemelvaartsdag of op een<br />

vrijen dag van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, zich het kammarmeren<br />

eigen maken. De ondernemer zou voor de benoodigde materialen en<br />

verf zorgen. De leerling mocht des avonds zijn eigen gemaakte kunstproeven<br />

medenemen. Verder werd in December door de afdeeling een<br />

vakcursus voor zetters opgericht, die onder leiding stond van den heer<br />

F. L. Rambonnet. Hier werd iedere week een avond les gegeven in vakteekenen<br />

en het snijden van ondergrond-platen. Bovendien hield de<br />

leeraar iederen cursusavond een korte lezing over een of ander onderwerp.<br />

De vakcursus werd opgezet op initiatief van het lid Holdrix. Voor<br />

leden waren de kosten 10 centen per avond, voor niet-leden 20 centen.<br />

Verder ging een portefeuille met allerlei vakliteratuur rond onder de<br />

leden, die daarvoor 4 centen per week wilden contribueeren. Men wist


58 HOE E<strong>EN</strong> AFDEELING IN ZWOLLE TOT STAND KWAM<br />

toen ook al met kleine middelen veel te doen. De eerste cursus verliep<br />

uitstekend. Den heer Rambonnet, die dezen cursus geleid had zonder<br />

honorarium te vragen, werd aan het einde van den leergang een inktstel<br />

geschonken. De cursus sloot met een tekort.<br />

Een korte vermelding van het oprichten der Vakschool voor de<br />

Typografie te Utrecht mogen wij, als slot voor 1907, niet achterwege<br />

laten. Op 2 Juli had de opening plaats. De school was gevestigd in een<br />

ouden timmermanswerkplaats in de Wolvenstraat. Zij begon haar arbeid<br />

met een directeur, den heer A. W. Barten, twee leeraren en 12 leerlingen.<br />

In April 1909 werd een bij-school ingericht, daar de ruimte te klein<br />

bleek om alle leergierigen te omvatten. Op 20 April 1910 kon een<br />

nieuw gebouw aan den Jutphaasschen weg in gebruik genomen worden,<br />

dat meer ruimte bood dan de twee noodgebouwen, en waarin de school<br />

tot nu toe gevestigd is. Met de uitbreiding der school werd ook het<br />

terrein van haar arbeid verbreed. Zij werd genoemd School voor de<br />

Grafische Vakken en gaf daarmede uitdrukking aan haar gebiedsverbreeding.<br />

De school geeft een maandblad uit De Tampon geheeten,<br />

waardoor het contract tusschen oudleerlingen en school behouden blijft.<br />

Het maandblad bevat belangrijke artikelen op vaktechnisch gebied.<br />

1908. De periode van teruggang en ontmoediging hield gelukkig niet<br />

heel lang aan, wat voor een niet gering deel te danken was aan de<br />

onverdroten propaganda, die de secretaris Thijssens voerde. In Januari<br />

kwam hij opnieuw in correspondentie met J. Zoetelief te Zwolle, een<br />

man van gereformeerde beginselen en voorzitter der afdeeling A. N. T. B.<br />

aldaar. Zoetelief werd overtuigd van zijn dwaling, werd lid van<br />

den christelijken bond en begon onmiddellijk met pogingen om in zijn<br />

woonplaats een afdeeling te stichten. Zijn overgang en ijver voor den<br />

C. T. B. i. N. viel bij zijn vroegere bondgenooten niet in goede aarde.<br />

„Bloed zal er wel niet vloeien, maar wees op uw hoede", zoo zei men<br />

tegen hem. Niettegenstaande deze bedreiging belegde hij toch een vergadering<br />

met geestverwante vakgenooten. Toen ook niet-geestverwanten<br />

wilden binnenkomen, wees Zoetelief hen „met luider stem de deur",<br />

waarop zij vertrokken. In beginsel werd besloten een afdeeling van<br />

den Christelijken Typografenbond te stichten. Op 11 Maart sprak<br />

Thijssens in een openbare vergadering. Smit, die ook komen zou, was<br />

onverwacht verhinderd. In de openbare vergadering was gelegenheid<br />

tot debat, waarvan een tweetal personen gebruik maakten. Op<br />

14 April werd een afdeeling opgericht. 20 leden traden toe. J. Zoetelief<br />

werd voorzitter, W. Olsman secretaris, B. H. Visscher penningmeester.<br />

J. H. B. Horsting en L. W. Caljouw traden als commissarissen in functie. —<br />

In Arnhem gelukte het nu ook een afdeeling te stichten. L. Koolen belegde<br />

na heel wat correspondentie een vergadering. 8 leden traden toe. De<br />

contributie werd op 8 centen per week vastgesteld. — In Leiden had<br />

T. H. Schotanus de zaak ter hand genomen. Die fungeerde trouwens<br />

zoo'n beetje als reizend propagandist. In Epe had hij H. Halie als lid


IN LEID<strong>EN</strong> VERE<strong>EN</strong>IG<strong>EN</strong> DE CHRISTELIJKE VAKG<strong>EN</strong>OOT<strong>EN</strong> ZICH 59<br />

gewonnen. In Wijk-bij.Duurstede, waar hij een korte poos werkzaam<br />

was, was voor onzen bond geen kans. In Leiden vond hij C. Laterveer<br />

bereid tot samenwerking in zijn pogingen. Als er een spreker van den<br />

bond wilde komen, dan zou Schotanus de reiskosten wel betalen. Op<br />

18 April waren zoowel Smit als Thijssens te Leiden aanwezig. Deze<br />

vergadering was niet vruchteloos. Op 7 Mei werd een afdeeling met<br />

15 leden opgericht. T. H. Schotanus werd voorzittter, A. Wiggers Jr.<br />

secretaris, Jac. Smit penningmeester, welke laatste spoedig door<br />

D. J. Looman vervangen werd. — Nu werden niet overal de pogingen<br />

met succes bekroond. Uit Leeuwarden kwam, op Thijssens verzoek tot<br />

aansluiting en propaganda, als antwoord een briefkaart, waarin o.a, werd<br />

opgemerkt : „Patroons- en gezellen-vereenigingen acht ik een vloek, al<br />

tooien zij zich met „christelijke". Zie hier mijn antwoord". Ook te<br />

Haarlem wilde de zaak niet vlotten. Hier was het de dooddoener : „In<br />

Haarlem gaat het toch niet. Zij zijn te laksch", Op aanwijzing van<br />

's-Gravenhage wendde Thijssens zich naar Alfen aan den Rijn. „Voor<br />

loopig geen zin", was het bescheid. Ook in Apeldoorn was wel eenig<br />

contact verkregen, doch nog zonder resultaat. Daarentegen beloofden<br />

de herhaalde pogingen, om in Utrecht weer een afdeeling te stichten, met<br />

succes bekroond te worden. — Voor de deelnemers aan de zesde algemeene<br />

vergadering op 27 Juli te Amsterdam, was er dus eenige aanleiding<br />

om wat meer opgewekt te zijn dan in 1907 mogelijk was. Twee voorstellen,<br />

namelijk een van Den Haag om tot definitieve vorming eener<br />

bonds-weerstandskas over te gaan en een van Leiden om een bondszieken-<br />

en werkeloosheidsfonds te stichten, vormden den hoofdschotel.<br />

Aangezien deze beide voorstellen, indien zij aangenomen zouden worden,<br />

nogal belangrijke uitgaven zouden veroorzaken, en contributie^ver<br />

hooging nog steeds als een spookbeeld werd geweerd, kon in de<br />

practijk niets van deze fondsen komen. „Onze houding met het oog op de<br />

wet-arbeidsovereenkomst" was een inleiding, die namens het hoofdbestuur<br />

werd gehouden door Smit. De verslagen werden nog niet gedrukt,<br />

doch de oude gewoonte van voorlezen ter vergadering, werd<br />

gevolgd. Smit was zeer verheugd over de „teekenen van ontwaken".<br />

Bijzonder krachtig was de bond echter nog niet. De ledentallen der<br />

afdeelingen bedroegen : Amsterdam 69, Arnhem 8, Dordrecht 10, waarvan<br />

4 adspirant-leden, Enschede 7, 's-Gravenhage 31, Leiden 15,<br />

Zwolle 20, verspreide leden 8. Tezamen alzoo 168 leden. Dan was er<br />

nog „Helpt Elkander" te Rotterdam, met 57 leden, doch deze vereeniging<br />

had zich niet aangesloten, hoewel een afgevaardigde aanwezig<br />

was. — De Christen-Typograaf verscheen nog als maandblad.<br />

Zoowat de helft was uit kleine (galjard) letter gezet. Behoudens een<br />

wat overvloedige polemiek tegen de afdeelingen A. N. T. B., door<br />

zoowat alle afdeelingscorrespondenten in het maandblad gevoerd, en<br />

ook wel door Smit tegen het hoofdbestuur, speciaal tegen Van der<br />

Wal, redacteur van het Grafisch Weekblad, bevatte het blad vak-


60 E<strong>EN</strong> DRIETAL VOORAANSTAANDE <strong>EN</strong> ONVERMOEIDE WERKERS<br />

techniek en artikelen van Smit over allerlei onderwerpen. Smit was<br />

een voorstander van collectieve contracten, liet zich als een gematigd<br />

voorstander van de wet op het arbeidscontract kennen, schreef over<br />

„werkstaken en onderkruiperijen", betoonde zich een tegenstander van<br />

christen-socialisme, behandelde het vraagstuk van interconfessioneele<br />

vakbonden, kortom schreef over alles wat in die dagen belangstelling<br />

vroeg. Zijn schrijven tegen het christen-socialisme lokte verzet en tegenartikelen<br />

uit van H. J. Nieman, een vurig voorstander van Enka's<br />

christen-socialistisch ideaal. Nieman was toen nog lid van de Haagsche<br />

afdeeling. Later ging hij over naar den A. N. T. B. Als idealist vond<br />

hij in de moderne vakbeweging iets anders dan hij verwachtte. Althans<br />

hij publiceerde zijn meening, dat in de moderne vakbeweging gekanker<br />

en wantrouwen tegen elkaar een groote plaats innamen. De Christen-<br />

Typograaf werd verhoudingsgewijze veel gelezen, want hoewel het<br />

ledental van den bond slechts 168 bedroeg, werden er 550 exemplaren<br />

van het maandblad gedrukt. Leden zoo goed als niet-leden moesten<br />

het blad koopen. Vakgenooten betaalden 3 centen, anderen 4 centen<br />

per exemplaar. Wie niet op tijd betaalde kreeg het met den administrateur<br />

Thijssens aan den stok. Zijn waarschuwingen waren dikwijls<br />

in zeer krachtige termen vervat. In den bond waren de voorzitter<br />

M. W. Smit, de secretaris-administrateur C. H. Thijssens en de penningmeester<br />

J. Jonker, de meest ijverige werkers. Jonker trad maar weinig<br />

op den voorgrond, maar beheerde de penningen zoo nauwkeurig en<br />

getrouw, dat er in den letterlijken zin van het woord geen halve cent<br />

méér uitgegeven werd dan hoogst noodzakelijk was. En hoe weinig<br />

of er ook binnenkwam, Jonker zorgde er altijd voor nog een saldo<br />

in kas te houden. Zonder geld was de bond nooit. Naast al het werk<br />

als bondsvoorzitter, bekleedde Smit ook nog de functie van afdeelingsvoorzitter<br />

van Amsterdam, schreef artikelen in De Wegwijzer, een<br />

maandblad dat het Christelijk Arbeids-Secretariaat in Januari 1908 voor<br />

het eerst deed verschijnen. De Christen-Vakman, het weekblad door<br />

het C. A.-S. uitgegeven, had namelijk opgehouden te bestaan. Als wij<br />

nu in aanmerking nemen, dat de arbeidsdag 10 uur bedroeg, dat overwerken<br />

aan de orde van den dag was, dan moeten wij toch onze<br />

bewondering uitspreken voor de mannen, die al dien arbeid verrichtten<br />

uit liefde voor den arbeidenden stand, gedreven door hun overtuiging,<br />

dat afzonderlijke christelijke vakvereeniging noodzakelijk was, om de<br />

christelijke arbeiders te behoeden voor afval van het christendom en<br />

invloed van vakvereenigingen, die beslag op heel de denkwereld der<br />

arbeiders wilden leggen. — Aan het einde des jaars werden pogingen aangewend<br />

om in Utrecht tot weder-oprichting van een afdeeling te komen.<br />

Daartoe kwam het nog niet. „Nut en Genoegen", een vereeniging,<br />

die zich op „neutraal" standpunt gesteld en vele der vakgenooten tot<br />

zich getrokken had, vooral hield de geestverwante vakgenooten vast.<br />

Toch waren er die in de bisschop stad zich voor propaganda wilden


DE BOEKDRUKKERSPATROONS BEREID<strong>EN</strong> HUN ORGANISATIE VOOR 61<br />

geven. In Groningen hadden de vernieuwde pogingen beter gevolg. Op<br />

28 September werd daar opnieuw een afdeeling met 22 leden opgericht.<br />

M. H. Lutter werd voorzitter. In Kampen bleef men nog doof voor<br />

Thijssens' roepstem.<br />

In de meeste afdeelingen ging het leven rustig voort, dat wil dan<br />

zeggen, dat men overal doende was aan het samenstellen, invoeren of<br />

doorvoeren van een loonregeling. In Amsterdam kwamen de werkgevers<br />

in juni met een nieuw voorstel. Indien het aangenomen werd zou het<br />

met 1 januari 1909 in werking treden. 6/ 10 van het zetters-personeel zou<br />

22 centen per uur ontvangen. Voor een proef-halfjaar zou de werkdag<br />

op 9 1 /2 uur worden bepaald, doch zou per week 60 X het uurloon betaald<br />

worden. 80 0/0 van de werkgevers, die 80 °f o der gezellen in dienst<br />

hadden, moesten bereid gevonden worden de regeling in te voeren, wilde<br />

zij van kracht worden. — Van den Nederlandschen Drukkersbond te<br />

Amsterdam ging in October een oproep uit aan de patroons in het<br />

boekdrukkersbedrijf in andere plaatsen om, waar mogelijk, patroonsvereenigingen<br />

te stichten en deze samen te brengen in een patroonstond.<br />

Als doel van dien bond werd o.a. genoemd : „Samenwerking inzake de<br />

wet op het arbeids-contract ; invoering van een practisch leerlingenstelsel<br />

; uitroeiïng van het op afbetaling leveren van minimum-drukkerijen ;<br />

uitroeiïng van het premiestelsel door leveranciers ; vastlegging van een<br />

basis voor prijstarieven ; stichting van een centrale vakbibliotheek ;<br />

stichting van vakscholen in onderscheidene deelen des lands". Wij zien<br />

hieruit, dat de kwalen van het boekdrukkersbedrijf reeds jaren geleden<br />

bekend waren. Het zou echter nog wel een tijd duren eer men over de<br />

geneesmethode zoover eenstemmigheid had verkregen, dat men met haar<br />

toepassing een proef zou wagen. — De afdeeling Den Haag beleefde<br />

van haar aangesloten zijn bij de Koninklijk goedgekeurde federatie niet<br />

zoo bijzonder veel genoegen. De correspondent onzer Haagsche afdeeling<br />

had in De Christen-Typograaf over de federatie geschreven en beweerd,<br />

dat de christelijke arbeiders daar heel wat in de melk te brokken hadden.<br />

't Is begrijpelijk, dat de federatie-secretaris Aarse, oud-afdeelingssecretaris<br />

en oud-lid der afdeeling van den Christelijken Typografenbond, der<br />

federatie die smet niet kon laten aanwrijven. De correspondent, die zich<br />

aan het misdrijf had schuldig gemaakt, zou zijn woorden moeten intrekken,<br />

anders werd hij geroyeerd. Ieder lid der gefedereerde vereenigingen<br />

was namelijk bovendien nog afzonderlijk lid van de federatie. De<br />

afdeeling Den Haag van den C. T. B. moest op dien tijd een anderen<br />

gedelegeerde benoemen. De correspondent, schrijver van het snoode<br />

stuk, H. A. van Ingen Schenau, werd gekozen, maar niet toegelaten.<br />

Een afzonderlijke federatie-vergadering werd er over deze zaak belegd,<br />

waar de vertegenwoordigers der afdeeling C. T. B. werden bejegend<br />

als misdadigers. De opgeblazen geschiedenis duurde zoowat de laatste<br />

helft van het jaar door en schoot al even weinig op als de doorvoering<br />

der loonregeling. De druktemakers in de afdeeling A. N. T. B. zorgden


62 KORTE STAKING<strong>EN</strong> <strong>EN</strong> GEMIDDELDE LOON<strong>EN</strong> TE ROTTERDAM<br />

er overigens wel voor, dat er ten opzichte van hun optreden met den<br />

Christelijken Typografenbond rekening werd gehouden. In April was<br />

er staking aan de drukkerij der coöperatie „Eigen Hulp". De federatiesecretaris<br />

Aarse verzocht om de tegenwoordigheid van een hoofdbestuurder<br />

van den Christelijken Typografenbond, „teneinde de actie te bekrachtigen".<br />

De Ambachtsschool hier ter stede begon haar arbeid op het<br />

gebied der vakopleiding in de grafische bedrijven met het instellen van<br />

een vakcursus voor boekbinders. Een jaar later werden cursussen voor<br />

letterzetters en boekdrukkers georganiseerd. Later werden, behalve deze<br />

avondcursussen, ook voor letterzetters en boekdrukkers geheele-dagcursussen<br />

ingesteld. Zooals duidelijk zal zijn, is deze Ambachtsschool<br />

niet ingericht uitsluitend voor de grafische bedrijven, doch wordt het<br />

onderwijs uitgestrekt over meerdere ambachten.<br />

Over Dordrecht moeten wij nog sober blijven. Een kleine aanwinst<br />

van leden bracht de afdeeling op 6 volwassen- en 4 aspirant-leden.<br />

„Helpt Elkander" te Rotterdam nam deel aan de staking bij de firma<br />

Hofwegen & Ginneken, die ten doel had de loonregeling door te voeren.<br />

Eerst scheen het conflict een ernstige wending te nemen, daar de firma<br />

hulp van onderkruipers kreeg en nu de stakers niet terug wilde nemen.<br />

Door bemiddeling der afdeeling Christelijken Nationalen Werkmansbond<br />

gelukte het dit besluit ingetrokken te krijgen en de stakers op hun plaats<br />

terug te brengen. De firma voerde nu ook de loonregeling in en werd<br />

op de „witte lijst" geplaatst. De combinatie had namelijk een lijst samengesteld<br />

waarop de namen der werkgevers, die aan de regeling voldeden,<br />

geplaatst werden, en die lijst als „witte lijst" betiteld. Ook bij de firma<br />

Arps werd gestaakt. Dit conflict duurde maar één dag, waarna ook hier<br />

de regeling werd doorgevoerd. Het verzuim van den staak-dag werd<br />

aan de arbeiders door de firma uitbetaald. '--, Het ledental bleef ongeveer<br />

op dezelfde hoogte. In tegenstelling met de federatie in Den Haag<br />

gelukte het in Rotterdam de combinatie in stand te houden. Door die<br />

combinatie werd dan ook gepoogd het belang der Rotterdamsche<br />

Grafische arbeiders te dienen. In het maandblaadje werden namens iedere<br />

vereeniging artikelen geplaatst, welker inhoud maar weinig aanstoot kon<br />

geven aan de leden van andere vereenigingen. Bovendien was de combinatie<br />

practisch werkzaam ter invoering van nieuwe en doorvoering van<br />

bestaande loonregelingen. Zoo werd aan de binderspatroons een regeling<br />

aangeboden, die haar wel langen tijd in beraad hielden en niet onbelangrijk<br />

wijzigden, maar dan toch die gewijzigde regeling aanvaardden.<br />

Een enquête naar de loonen der typografen stelde in het licht, dat er<br />

847 dezer vakgenooten waren, die een weekloon van f 1.— tot f 13.99<br />

verdienden, terwijl 212 typo's met een bedrag van f 14.— tot f 20.—<br />

beloond werden. Het gemiddelde loon der typografen bedroeg f 8.35, dat<br />

der boekbinders f 7.15. — „Helpt Elkander" had nog al te kampen met<br />

wisseling van bestuursleden. Na veel moeite liet A. Begeer zich bewegen<br />

zich als voorzitter beschikbaar te stellen. Minder inspanning kostte het om


DE ROTTERDAMSCHE VAKCURSUSS<strong>EN</strong> WORD<strong>EN</strong> UITGEBREID 63<br />

J. A. Koetsier er toe te brengen als secretaris op te treden. Op 28 Maart<br />

1908 trad hij als zoodanig in functie. Deze wedervaringen hielden de<br />

vereeniging er niet van terug voort te gaan met haar arbeid aan den<br />

vakcursus. Deze was een zoodanig succes te beurt gevallen, dat men<br />

besloot tot uitbreiding. Naast een vervolgcursus voor zetters op dien<br />

van 1907 werd een nieuw „eerste leerjaar" voor andere vakgenooten<br />

ingesteld. Ook drukkers kregen een vakcursus, evenals de binders. De<br />

kosten dier verschillende cursussen beliepen f 535.—. De deelnemers<br />

brachten slechts f 330.— in, zoodat aan vrijwillige bijdragen ruim f 200..<br />

moest ontvangen worden. J. L. de Maagd had het beheer van deze gelden<br />

op zich genomen en verzorgde den vakcursus met groote toewijding. Als<br />

leeraar voor de zetters trad de heer F. L. Rambonnet weder op. Drukkerleeraar<br />

werd de heer J. Krul, terwijl de binders hun onderricht ontvingen<br />

van den heer J. Fuyckschot Jr. De leeraars genoten nu een honoranium<br />

van f 1.— per lesuur. Het aantal leerlingen bedroeg : zetters l e klas 37,<br />

2e klas 15 ; drukkers 37 ; binders 39. Uit deze cijfers blijkt wel, dat ook<br />

leden van andere vereenigingen den cursus konden volgen en dat ook deden.<br />

Dit laatste bracht de Rotterdamsche Jongelingsvereeniging er toe een<br />

afzonderlijken vakcursus voor drukkers in te stellen.


VIERDE HOOFDSTUK<br />

NOG WEINIG GROEI. PLAATSELIJKE CONTRACT<strong>EN</strong><br />

E<strong>EN</strong> LANDELIJKE OVERE<strong>EN</strong>KOMST VOOR BOEKBINDERS<br />

(1909-1912)<br />

G<br />

rooten invloed oefende de wet op het arbeidscontract uit op den<br />

gang van zaken in het typografisch- en boekbindersbedrijf. Daar<br />

de wet op 1 Februari 1909 in werking zou treden, waren verschillende<br />

werkgevers en arbeiders in de meening gebracht, dat vóór<br />

dien datum arbeidscontracten tusschen patroons en arbeiders moesten<br />

afgesloten zijn. Het in elkaar zetten van zulk een overeenkomst, het<br />

voorleggen aan de arbeiders met de mededeeling dat zij binnen één of<br />

twee dagen moesten teekenen, was aan de orde van den dag. Zoogenaamde<br />

fabrieksreglementen waren zeer in den smaak. Zij werden in sommige<br />

gevallen het personeel voorgelegd met de boodschap : teekenen of ontslag.<br />

De vakvereeniging had niet overal voldoende beteekenis om zich te<br />

laten gelden en te voorkomen, dat haar leden een overeenkomst, die zij<br />

nauwelijks gelezen hadden, met hun handteekening moesten bekrachtigen.<br />

Overigens was de inwerkingtreding van deze wet aanleiding tot het<br />

tot stand komen van enkele collectieve contracten in onze bedrijven.<br />

Deze collectieve contracten bleven in hun werking wel beperkt tot één<br />

plaats, doch waren toch voorloopers en voorbereiders der later gekomen<br />

landelijke collectieve overeenkomsten. De Algemeene Nederlandsche<br />

Typografenbond had in 1908 reeds een poging gedaan om door het<br />

lanceeren van een concept-landelijke loonregeling eenige verhouding te<br />

brengen tusschen de arbeidsvoorwaarden in groote steden, in kleine<br />

steden en op het platte land. Doordat het hoofdbestuur van dezen bond<br />

schreef en zijn volgers trachtte diets te maken, dat de A. N. T. B. de<br />

zaak wel alleen kon regeeren en beheeren, was samenwerking met de<br />

andere bonden niet begeerd. De goede gedachte, die uit dit concept<br />

naar voren trad, bleef dan ook, mede ten gevolge van deze zelfingenomenheid,<br />

zonder eenig gevolg, ook al poogde een afdeelingsbestuur<br />

hier en daar wel eens om dit concept als grondslag voor eigen actie


FL DE VRIES, GRONING<strong>EN</strong> L. B. KOOPS, GRONING<strong>EN</strong> J. A. W. KOLKMAN, DEV<strong>EN</strong>TER<br />

afd.-voorzitter afd.-secretaris afd.-voorz. en penningm.<br />

D. P. DEKKER, LEEUWARD<strong>EN</strong><br />

afd.-voorzitter<br />

R. PRUMMEL, LEEUWARD<strong>EN</strong><br />

oudste afdeelingslid<br />

W. DE GROOT, HEER<strong>EN</strong>VE<strong>EN</strong><br />

leider der afdeeling<br />

J. STRATING, HOOGEVE<strong>EN</strong> C. MOEKE, HOOGEVE<strong>EN</strong> J. NIEUW<strong>EN</strong>HOF, HOOGEVE<strong>EN</strong><br />

afd.-voorzitter ex-afd.-voorzifter ex-afd.-secretaris


D. HAV<strong>EN</strong>GA, WINSCHOT<strong>EN</strong> K. JAGER, WINSCHOT<strong>EN</strong> H. FRERICKS Jr., WINSCHOT<strong>EN</strong><br />

afd.-penningmeester afd.-voorzitter afd.-secretaris<br />

H. RIKS, WILDERVANK H. HAKK<strong>EN</strong>ES, STADSKANAAL 0. PIJL, VE<strong>EN</strong>DAM<br />

voorz. Veendam—Wildervank secr. Veendam—Wildervank penningm. Veendam—Wildervank<br />

G. GRUPP<strong>EN</strong>, <strong>EN</strong>SCHEDE<br />

afd.-voorzitter<br />

K. DE JONG, H<strong>EN</strong>GELO<br />

ex-afd.-secr. Enschede<br />

K. MOL<strong>EN</strong>AAR, <strong>EN</strong>SCHEDE<br />

ex-afd.-secr. Alfen a.d. R.


DE AFDEELING ZWOLLE OPGEHEV<strong>EN</strong>. STAKING IN GRONING<strong>EN</strong> 65<br />

te gebruiken. Veel reden tot dezen overmoed had de algemeene bond<br />

eigenlijk niet. Binnen die organisatie werd nog immers een felle strijd<br />

gevoerd tusschen vrije socialisten en sociaal-democraten over de richting<br />

die de organisatie zou moeten inslaan. Terug naar het N. A.-S. of<br />

inplaats daarvan naar het N. V. V. was de vraag, die de gemoederen<br />

in beweging hield. Ook vertegenwoordigde het getal bondsleden,<br />

3300 ongeveer, niet zulk een macht, dat er reden zou zijn voor het<br />

geloof, dat anderer medewerking best gemist kon worden. En verder,<br />

in de plaatselijke acties hadden ook verschillende afdeelingen van dezen<br />

bond zich zoo vast in combinatie of federatie genesteld, dat de nieuwe<br />

leuze geen beslag op de strevers kon leggen. In den Christelijken Typografenbond<br />

stond de propagande-actie sterk in het teeken van antirood.<br />

Secretaris Thijssens, die nog altijd ijverig doende was om overal<br />

contact te verkrijgen, was niet het minst onder den indruk van het<br />

anti-roode streven der christelijke arbeiders beweging, speciaal van onzen<br />

bond. Zijn brieven waren altijd vurig, niet altijd even tactisch gesteld.<br />

Bij voorkeur sprak hij van „de overzijde", en uitdrukkingen als „de<br />

roode bende" versmaadde hij niet. Een enkele maal leverde een der<br />

aangeschrevenen zulk een brief over aan zijn afdeelings- of hoofdbestuur.<br />

Het gevolg was dan een scheldpartij op den secretaris en den bond.<br />

— De nieuwe afdeeling in Zwolle mocht zich niet in een lang leven verheugen.<br />

Op 15 Maart werd zij opgeheven. Over het al of niet aansluiten<br />

bij onzen bond was niet volkomen klaarheid gekomen. Evenwel<br />

Thijssens stelde zich op het standpunt, dat de afdeeling aangesloten was<br />

en eischte voldoening der contributie en dreigde met gerechtelijke vervolging<br />

indien aan dezen eisch niet werd voldaan. Zoetelief schreef een<br />

niet scherpen maar toch wel duidelijken brief, waarin hij den secretaris<br />

er op wes, dat de bond geen rechten kon doen gelden. Mocht de<br />

zaak anders zijn, dan moest het hoofdbestuur maar bewijzen van aansluiting<br />

overleggen. Intusschen : Zwolle bestond niet meer. Wel werd<br />

het verlies vergoed, doordat op 13 Maart te Zutphen een afdeeling was<br />

opgericht, doch ook hier was het leven niet krachtig en verdween de<br />

afdeeling na korten tijd. — Beter ging het met Groningen waar men<br />

pogingen in het werk stelde om een afzonderlijke jongelingsvereeniging<br />

te vormen, welke pogingen met succes bekroond werden. Jeugdorganisatie<br />

is in ons bedrijf en onzen bond al van ouden datum. •<br />

De afdeeling A. N. T. B. in Groningen, die tot nu toe samengewerkt<br />

had met onze afdeeling aldaar, besefte ineens, dat zij een groote vereeniging<br />

was, die de zaken in Groningen best alleen kon opknappen.<br />

Mitsdien berichtte zij aan het bestuur onzer afdeeling, dat de voortzetting<br />

der samenwerking niet gewenscht werd. Spoedig trad ontnuchtering<br />

in, want toen naar aanleiding van een overwerk-kwestie staking bij de<br />

firma Jacobs uitbrak, later uitgebreid tot de firma's Oppenheim en<br />

Vredevoogd, bleek het maar al te duidelijk, dat de afdeeling alleen<br />

niets vermocht. De staking werd na een paar dagen strijd verloren.<br />

5


66 HET CHRISTELIJK NATIONAAL VAKVERBOND OPGERICHT<br />

Meer dan 40 buiten-stadsche werkwilligen waren gretig op het innemen<br />

der stakers-plaatsen. — In Enschede was de verhouding beter tusschen de<br />

verschillende vereenigingen. Ook hier kwam het tot een staking. De<br />

werkgevers wilden aanvankelijk van geen samenspreking met de arbeiders<br />

weten. Doch het gelukte aan J. van Eijndthoven, bestuurder van den<br />

R. K. Typografenbond, toch een aantal patroons bij elkaar te brengen<br />

en zoodoende een bespreking met hen te houden. De staking, op<br />

2 December uitgebroken met het doel een loonregel!ng door te voeren,<br />

werd na drie dagen opgeheven. Het loon voor volwassenen werd op f 11.—<br />

vastgesteld. De afdeeling van den C. T. B. was met 5 man bij het<br />

conflict betrokken.<br />

De zevende algemeene vergadering van den Christelijken Typografenbond,<br />

die op 11 Augustus in Amsterdam gehouden werd, moest wegens<br />

ziekte van den voorzitter M. W. Smit, weder geleid worden door den<br />

tweeden voorzitter A. B. Snijder. In het verslag gaf Thijssens een overzicht<br />

van de propaganda door hem gevoerd, waarin o.a. vermeld werd, dat<br />

in Utrecht nog lauwheid heerschte, die het oprichten van een afdeeling<br />

onmogelijk maakte. Besloten werd : een bondsweerstandskas te stichten,<br />

met een bijdrage van 2 centen per lid en per week ; bij overlijden van<br />

een lid 20 centen per lid te storten voor uitkeering aan de nabestaanden ;<br />

zich aan te sluiten bij het op 1 Juli opgerichte Christelijk Nationaal<br />

Vakverbond. (Bij de oprichting van het C. N. V. verdween als vanzelf<br />

het C. A.-S. Ook het blad De Wegwijzer werd vervangen door een<br />

ander maandblad, De Gids geheeten. Op 13 Mei was de voorbereidende<br />

vergadering gehouden. De 1 ste Juli werd als oprichtingsdatum van het<br />

Christelijk Nationaal Vakverbond aangenomen. Het C. N. V. was in<br />

principe en praktijk interconfessioneel. Het eerste bestuur was samengesteld<br />

als volgt : H. Diemer, voorzitter ; H. J. Stins, secretaris ; H.Verveld,<br />

penningmeester ; M. W. Smit, 2e voorzitter ; Chr. Zielemans, 2e secretaris;<br />

J. Quispel, 2e penningmeester ; B. Hutten, commissaris. De contributie<br />

werd vastgesteld op ' /2 cent per lid per week). Secretaris<br />

Thijssens legde op de algemeene vergadering zijn beide functies neer.<br />

Het secretariaat werd overgenomen door T. H. Schotanus, die sedert<br />

eenigen tijd in Amsterdam werkzaam was. Met de administratie van<br />

De Christen-Typograaf werd H. J. C. van de Woestijne belast. Het verkiezen<br />

dezer beide hoofdbestuurders geschiedde, ingevolge de bepalingen<br />

van het huishoudelijk reglement, door de afdeeling Amsterdam. — Was<br />

een belangrijke wijziging in het hoofdbestuur gekomen, de ontwikkeling<br />

van den bond ging zonder veel schokken. Meerdere drang naar centralisatie<br />

was er niet, al wees het oprichten van een bonds-weerstandskas<br />

wel in die richting. Het was maar een zwakke aanwijzing, want<br />

gelijktijdig werd in De Christen-Typograaf nog weer het pleit gevoerd<br />

voor federatieve samenwerking.<br />

In de nog niet genoemde afdeelingen ging het vereenigingsleven<br />

voort. Te Amsterdam werd, mede onder invloed van de wet op het


IN D<strong>EN</strong> HAAG WORDT DE FEDERATIE OPGEHEV<strong>EN</strong> 67<br />

Arbeidscontract, nu spoed gemaakt met de in juni 1908 door de werkgevers<br />

ingediende loonregeling. Zij kreeg den vorm van een collectieve<br />

overeenkomst, waarop de individueele overeenkomsten gebouwd moesten<br />

worden. Op 3 Mei werd het contract van kracht tot einde December<br />

1912. Gedurende een half jaar proef werd ingesteld een arbeidsdag van<br />

9 1/2 uur tegen 10 uur uit te betalen. Niet ten onrechte wees Smit er<br />

op, dat dezelfde arbeidsvoorwaarden in 1906 door de afd. A. N. T. B.<br />

met verontwaardiging van de hand waren gewezen, maar dat zij nu<br />

voor een termijn van 3 1 /2 jaar werden aanvaard. Echter, ook „Draagt<br />

Elkanders Lasten" onderteekende de overeenkomst. Ook trad de vereeniging<br />

als onderteekenaar der bindersovereenkomst op. Mede onderhandeld<br />

had zij niet. Dat kwam door een geldkwestie. De A. N. T. B.<br />

had namelijk zijn leden gescheiden naar branche. De andere vereenigingen<br />

hadden typografen en binders bijeen. De genoemde afdeeling<br />

betaalde nu alleen volgens haar binderstal, doch eischte, dat de andere bij<br />

den hoofdelijken omslag alle leden lieten medetellen. Door de daardoor<br />

ontstane ruzie had „D. E. L." zich aan de onderhandelingen onttrokken,<br />

wat niet al te verstandig was. Als mede-onderteekenaars hadden de<br />

leden nu toch aandeel in de overeenkomst. — In Den Haag liet de<br />

Koninklijk goedgekeurde federatie het leven. Tengevolge van de reeds<br />

vermelde meeningsverschillen trad onze afdeeling uit het federatief verbond.<br />

Toen men een ex-R. K. priester voor een federatie-vergadering<br />

liet optreden, trok ook de afdeeling van den R. K. Typografenbond<br />

zich terug. Was daardoor de federatie al buitengewoon verzwakt, de<br />

werkgevers wilden niet meer met den federatie-secretaris A. P. J. Aarse<br />

vergaderen, naar aanleiding van een verschil over een reglement bij de<br />

firma Mouton. Nog later scheidden ook „Door Eendracht t' Zaam verbonden"<br />

en „Prudentia" zich af, zoodat tenslotte de afd. A. N. T. B.<br />

alleen overbleef en in een officieele vergadering besloot tot opheffing<br />

der federatie over te gaan. Belangrijker dan het wegens huiselijke twisten<br />

ontbinden van dit huwelijk was echter dat de patroons o.a. ook deze<br />

verwarring zich ten nutte maakten om de doorvoering der loonregeling<br />

stop te zetten. Zij onttrokken zich aan het werk der Kamer van Arbeid,<br />

die zich met de doorvoering belast had, waardoor alle actie in Den<br />

Haag stil kwam te liggen. Overigens viel er niet veel belangrijks voor,<br />

tenzij dan dat de viering van het Koppenmaandagfeest, die in de hofstad<br />

nogal met luister gepaard ging, en ook in de afdeeling van onzen<br />

bond niet gemist kon worden, als een belangrijke gebeurtenis moet<br />

worden aangemerkt. — In Leiden ging het vereenigingsleven langs lijnen<br />

van geleidelijkheid. De afdeeling bleef op dezelfde hoogte. Loonacties<br />

waren er niet, zoodat er niet veel te strijden viel. — Van Dordrecht<br />

kan ongeveer hetzelfde gezegd worden. — „Helpt Elkander" te Rotterdam<br />

bleef de Combinatie met hart en ziel getrouw. Zij liet zich zelfs niet<br />

ter bondsvergadering vertegenwoordigen. Nu is reeds gezegd, dat in de<br />

Combinatie te Rotterdam de mogelijkheid tot samenwerking groot was.


68 OVERZICHT VAN ROTTERDAMSCHE LOONSVOORSTELL<strong>EN</strong><br />

Van alle zijden spande men zich in om geen aanleiding tot onderlingen<br />

strijd te geven. In het maandblaadje De Combinatie, waarin iedere vereeniging<br />

gelegenheid had eigen zienswijze naar voren te brengen, voldeed<br />

men aan die taak zonder op de verschillen den nadruk te laten<br />

vallen. Toen een enkele maal gevaar dreigde, dat een der schrijvers<br />

de grens niet in acht bleef nemen, werd daarop onmiddellijk aanmerking<br />

gemaakt en herhaling voorkomen. Het inwerking treden van de wet op<br />

het Arbeidscontract bracht niet veel moeite. 'n Enkele firma legde aan<br />

haar arbeiders een individueele overeenkomst ter teekening voor, maar<br />

de combinatie wist overal tusschen te komen. Een korte staking werd<br />

gevoerd bij de firma Luigies, die zijn twee volwassen gezellen ontsloeg<br />

om daarvoor lager beloonden in de plaats te nemen. De staking leverde<br />

het gewenschte resultaat op. In September werd den werkgevers het<br />

concept eener nieuwe loonregeling aangeboden. De voornaamste wijziging<br />

zou zijn, dat een gezel op 25-jarigen leeftijd het loon van f 12.50 zou<br />

verdienen. 6/i0 van het personeel moest aldus beloond worden, waarvan<br />

2/10 f 1.50 meer zou verdienen. Ter drukkerij moesten dezelfde verhoudingen<br />

gelden, doch de leeftijdsgrens werd niet genoemd. Machinezettersloonen<br />

werden ook weer in het concept opgenomen en op f 16.—<br />

gesteld. Werd het concept aangenomen, dan zouden ook de binders<br />

verhooging ontvangen. Voor hen was de verhouding echter op 3/10 gesteld,<br />

waarvan 1 /10 f 14. ' zou ontvangen. Voorts zou het aantal vrije<br />

dagen op 4 gesteld worden en een regeling voor uitkeering bij ziekte<br />

worden tot stand gebracht. De werkgevers maakten geen haast met<br />

antwoorden op het concept. Pas in 1910 gaven zij eenig teeken van<br />

leven. — „Helpt Elkander" zelf bleef op gelijke hoogte. Het maatschappelijk<br />

werk werd ter hand genomen door een bezoek aan de<br />

telefoon-centrale. De vakcursus kon geen uitbreiding ondergaan omdat de<br />

gevraagde subsidie niet toegewezen werd. In Rotterdam vierde men den<br />

Koppermaandag niet, maar werd de jaarvergadering feestelijk ingericht.<br />

1910. Het ledental van den Christelijken Typografenbond wilde maar<br />

niet omhoog. Het bleef gedurende dit jaar om en nabij 150. Daar ook een<br />

veel te lage contributie gehandhaafd bleef, ligt het voor de hand, dat<br />

tal van bezwaren opkwamen, die het werk zoo mogelijk nog moeilijker<br />

maakten dan het al was. In de eerste plaats bleek de noodzakelijkheid<br />

om te voorzien in den nood door werkeloosheid ontstaan. Alleen de<br />

afdeeling Amsterdam had een werkeloosheidsfonds, aangesloten bij het<br />

gemeente-fonds, en een ziekenfonds. De andere afdeelingen contribueerden<br />

niet voor uitkeering bij werkeloosheid. Wel was te 's-Gravenhalte een<br />

ziekenfonds ingesteld. De bond zelf was nog niet aan een centrale<br />

regeling toe. Verschillende malen was ter algemeene vergadering over<br />

het oprichten van een bondsziekenfonds gesproken, doch telkens hadden<br />

de afdeelingen gemeld, dat de afdeelingsleden geen animo hadden om<br />

toe te treden. Nu kwam, o.a. in Leiden en 's-Gravenhage, werkloosheid<br />

voor, en een fonds voor uitkeering bestond niet. Voor het Leidsche lid


DE BEHOEFTE AAN E<strong>EN</strong> VRIJGESTELDE OP<strong>EN</strong>BAART ZICH 69<br />

werd een steunlijst uitgezet, die gezien het geringe ledental, nog al wat<br />

opbracht. Daar men niet voor ieder geval een lijst kon laten rondgaan,<br />

werd voor de werkloozen in Den Haag zulk een lijst niet uitgezet. Daar<br />

ter plaatse wist men echter raad. Men eischte, dat Amsterdam zijn fonds<br />

ter beschikking van den bond zou stellen om op deze wijze den Haagschen<br />

werkloozen uitkeering te kunnen verstrekken. Toen daar niets van kon<br />

komen, werd tot de Amsterdamsche afdeeling het verwijt gericht, dat zij<br />

niets begreep van „Draagt Elkanders Lasten" en den bond, dat hij voor de<br />

leden niets deed. Zulk een verwijt was ongegrond, daar Schotanus telkens<br />

op verhooging van contributie aandrong, maar met groote moeite de<br />

twee centen voor de weerstandskas had losgekregen. Verder wilden de<br />

afdeelingen niet gaan. De bondscontributie bedroeg 5 centen per week,<br />

aldus verdeeld : propagandafonds 2 1 / 2 ct., weerstandskas 2 ct., contributie<br />

C. N. V. 1/2 ct. per week. Ook in ander opzicht schoot de bond te kort.<br />

De Algemeene Nederlandsche Typografenbond had reeds lang een vrijgestelden<br />

secretaris, de in typografen kringen zeer bekende Paulus Hols.<br />

In 1908 was naast hem F. van der Wal vrijgesteld, die de redactie van<br />

het Grafisch Weekblad voerde. In verschillende plaatselijke acties stonden<br />

zij de looncommissie ter zijde in het bezoeken der werkgevers. Zoo in<br />

Leiden, waar het looncomité, gevormd uit vier afdeelingen, een loonregeling<br />

wilde doorvoeren. De afdeeling A. N. T. B. had voorgesteld<br />

Van der Wal aan dat comité toe te voegen. De R. K. en Christelijken<br />

wilden wel „hulp van buiten", maar zagen wel in, dat de voorstellende<br />

afdeeling met haar voorstel mede bedoelde zooveel mogelijk propaganda<br />

voor eigen zaak te maken. Besloten werd om aan iederen bond hulp te<br />

vragen. De Roomsch-Katholieken zouden hun vrijgestelden J. van<br />

Eijndthoven kunnen afstaan, doch de C. T. B. had niemand. Smit twee<br />

dagen vrij maken kon niet, omdat zijn werkgever, hoewel bereid om<br />

Smit ter wille te zijn, toch op hem als werkkracht moest kunnen rekenen.<br />

Deze moeilijkheden beletten wel den krachtigen groei van den bond. —<br />

Trouwens, de geheele Christelijke vakbeweging was nog zwak. Het<br />

jonge Christelijk Nationaal Vakverbond spande zich in om de kennis<br />

der organisatie-regelen te verbreiden en bestuurders en leden met de<br />

vragen van den dag op de hoogte te brengen. Het eerste verslag van<br />

het C. N. V. geeft een totaal ledental van aangesloten bonden en<br />

vereenigingen van 6584. Zij waren in 18 bonden en plaatselijke vereenigingen<br />

ondergebracht. Neemt men in aanmerking, dat de textielarbeiders,<br />

mijnarbeiders en kantoorbedienden resp. 2700, 1100 en 800<br />

leden telden, dan is daarmede uitgemaakt, dat de 15 overigen slechts<br />

een gering ledental konden hebben. Aan steun voor staking en uitsluiting<br />

hadden deze christelijk georganiseerden f 5038.31 1 /2 opgebracht. Deze<br />

gelden werden voornamelijk voor de groote staking en uitsluiting in de<br />

textielindustrie te Enschedé aangewend.<br />

Het niet willen opschieten van den Christelijken Typografenbond<br />

was zeker niet te wijten aan gebrek aan ijver van secretaris Schotanus.


70 HOE HET EERSTE NOTUL<strong>EN</strong>BOEK WERD INGERICHT<br />

Het voetspoor van zijn voorganger volgende, maakte hij propaganda<br />

waar hij kon. Niet altijd met succes. Het was nog een ploegen en zaaien.<br />

De oogst moest rijpen. Schotanus beijverde zich ook in ander opzicht.<br />

Hij legde een notulenboek aan. Daarin schreef hij eerst alle nog voorhanden<br />

jaarverslagen over. Zijn eigen jaarverslagen en de notulen der<br />

hoofdbestuursvergaderingen vonden eveneens plaats in dat boek. Er was<br />

dan ook ruimte in overvloed. Want vanwege de bezuiniging had het<br />

hoofdbestuur een copieerboek als notulenboek ingericht. Het moet wel een<br />

marteling geweest zijn om op dat dunne papier de bondsgeschiedenis te<br />

schrijven. Het boek bevatte 1000 bladzijden. Schotanus was echter zoo<br />

roekeloos om het papier maar aan één zijde te beschrijven, zoodat<br />

practisch maar 500 bladzijden gebruikt konden worden. — In het jaar<br />

1910 werd te Middelburg een vereeniging opgericht (15 Maart), die<br />

zich per 1 Augustus als afdeeling bij den bond aansloot. Wij maken<br />

hier voor het eerst kennis met W. Wattel, onzen lateren vrijgestelde.<br />

Het oprichten dezer vereeniging ging niet zonder moeite. Er was verschil<br />

tusschen Wattel en het vakcomité van „Patrimonium". Dit verschil<br />

werd later bijgelegd, doch een ander trad op over de verdeeling der<br />

bestuursfuncties. De laatste werden aldus verdeeld : N. Steenblok,<br />

voorzitter ; A. L. Bosschaart Jz., secretaris ; H. de Munck, penningmeester.<br />

Vanuit Middelburg werden pogingen in het werk gesteld om<br />

te Vlissingen een afdeeling te stichten, zonder gevolg. Ook in Goes<br />

trachtte men, eveneens tevergeefs, vasten voet te krijgen. Wel werden<br />

in de laatstgenoemde plaats enkele abonné's op De Christen-Typograaf<br />

gewonnen. In Kampen, Nijkerk en Sneek was de toestand evenmin rijp<br />

voor het stichten van een afdeeling.<br />

De achtste jaarvergadering, op 26 Juli in de hoofdstad gehouden,<br />

behandelde, naast algemeens punten, de onderwerpen : Is werkstaking voor<br />

een christen geoorloofd ? Wat is onderkruiperij ? Is boycotten verdedigbaar?<br />

Bovendien werd een statutenwijziging en een voorstel om een bondsziekenfonds<br />

op te richten besproken. De statuten-wijziging had in hoofdhaak ten<br />

doel den grondslag te veranderen. Onder invloed van het C. N. V.-standpunt<br />

wilde het hoofdbestuur ineens van den bond een interconfessioneele<br />

organisatie maken. Daarom moesten de woorden : „De Christelijke Typografenbond<br />

in Nederland, aanvaardende als grondslag den Bijbel (Gods<br />

Woord)" veranderd worden in : „De Christelijke Typografenbond in<br />

Nederland, aanvaardende de christelijke zedeleer als grondslag". Ter alge<br />

meene vergadering werd besloten de wijzigingen aan de afdeelingen voor<br />

te leggen, die haar verwierpen, evenals het stichten van een ziekenfonds.<br />

Het was wel merkwaardig, dat men een interconfessioneele organisatie<br />

wilde vormen, maar vergat om besprekingen te voeren met het bestuur<br />

van den reeds in 1901 opgerichten Roomsch Katholieken Typografenbond.<br />

Smit voerde in het maandblad wel het pleidooi voor vakorganisatie<br />

zonder scheiding naar kerk, doch zijn inzichten werden door de leden<br />

niet gedeeld. Meer aanhang vonden zijn opvattingen over federatieve


OPRICHTING VAN D<strong>EN</strong> NED. BOND VAN BOEKDRUKKERIJ<strong>EN</strong> 71<br />

samenwerking. Dat bleek heel duidelijk te Ijselstein. Daar was één<br />

drukkerij met 11 man personeel. Op 'n gegeven dag besloten 8 zich te<br />

organiseeren, 2 in den A. N. T. B., 3 in de R. K. en 3 in den Christelijken<br />

Typografenbond, 3 „hielden zich overal buiten". Twee weken<br />

na dit besluit stichtten de georganiseerden een federatie, waarbij ook de<br />

ongeorganiseerden zich aansloten. Overal was het begrip omtrent vakorganisatie<br />

nog niet doorgedrongen. — Toch werkte het besef, dat<br />

alleen door vakorganisatie verbetering gebracht kon worden wel door.<br />

In verscheidene plaatsen van ons land waren loonbewegingen gaande.<br />

Of dit de werkgevers tot nauwere organisatie aanspoorde is niet duidelijk.<br />

Feit is, dat op 13 November 1909 de Nederlandsche Bond van<br />

Boekdrukkerijen opgericht werd. In juni 1910 waren 56 drukkerijen aangesloten,<br />

terwijl 80 andere ondernemers sympathie-betuigingen hadden<br />

ingezonden. De noodzakelijkheid om te komen tot een vasten grondslag<br />

voor prijsberekening dreef de werkgevers samen. Het Weekblad voor<br />

den Boekdrukker gaf dan ook tal van staaltjes waaruit bleek hoe de<br />

werkgevers, onder den druk van hun cliëntèle, de meest dwaze „methode"<br />

van prijsberekening toepasten, voor zichzelf geen winst en voor hun<br />

arbeiders geen loon in de drukwerkpritzen inbegrepen. — Het gelukte<br />

aan het einde van 1910 (29 December) als resultaat op een openbare<br />

vergadering op 17 December gehouden en na heel wat voorbereiding<br />

door G. Ebbeling, Th. S. Germans en C. Middag een afdeeling te<br />

Haarlem op te richten. Er traden 8 leden toe, terwijl nog een aantal<br />

anderen toetreding in beraad hielden. Zoo kwam er dan toch hier en<br />

daar een aanmoediging. ,-- In de samenstelling van De Christen-Typograaf<br />

werd geen belangrijke wijziging gebracht. Wel werd de toon tegen<br />

de werkgevers scherper, terwijl werd voortgegaan met in ieder nummer<br />

tegen den A. N. T. B. en zijn afdeelingen te velde te trekken. Naar<br />

aanleiding van de staking in Groningen in 1909, waarover onze correspondent<br />

ter plaatse enkele verwijten aan het adres van Hols richtte,<br />

deed de laatste een ingezonden stuk aanbieden, hetwelk geplaatst werd.<br />

Enkele der voornaamste gebeurtenissen der afdeelingen aanstippende,<br />

moet eerst vermeld, dat te Amsterdam een staking uitbrak bij de firma<br />

Van Munster. 't Ging hier niet om doorvoering der loonregeling, doch<br />

om een ontslagen monotype-tikster weer in de onderneming terug te<br />

brengen. De staking, die ruim vier weken duurde, werd tenslotte door<br />

bemiddeling opgelost, zonder evenwel haar inzet te bereiken. — De<br />

proef met den 9'/ 2-uren dag was, naar de meening der Amsterdamsche<br />

werkgevers, geen succes gebleken. Zij wilden dan ook niet tot definitieve<br />

invoering overgaan. Doch de voorgestelde verlenging met een nieuw<br />

proef-half jaar viel bij de gezellen niet in goede aarde. Zij bracht er<br />

de Amsterdamsche afdeeling A. N. T. B, zelfs toe „Draagt Elkanders<br />

Lasten" opnieuw tot samenwerking uit te noodigen. Smit, die nog steeds<br />

voorzitter der afdeeling was, meende aan de uitnoodiging tot samenwerking<br />

geen gehoor te moeten geven, welke meening maar bij een


72 ARBEIDSTIJDSVERKORTING TE AMSTERDAM AANVAARD<br />

déél der Amsterdamsche leden aanhang vond. Toch wist de voorzitter<br />

zijn zienswijze door te zetten. Namens „Draagt Elkanders Lasten" werd<br />

aan de patroonsvereeniging bericht, dat men heel weinig voelde voor<br />

een nieuwe proef. Hetzelfde gevoelen heerschte als van zelf sprekend<br />

bij de andere plaatselijke vereenigingen. De werkgevers besloten toen<br />

maar om den arbeidstijd definitief op 9'/ 2 uur per dag te laten tot het<br />

afloopen der overeenkomst op 31 December 1912. — Met de binders<br />

liep het weer anders. Hun overeenkomst zou op 31 October eindigen,<br />

„Draagt Elkanders Lasten" wilde met de binders der andere vereenigingen<br />

wèl samenwerken. Ter algemeene vergadering van den<br />

C. T. B. echter had men de meening geuit, dat iemand, die bij een<br />

conflict aan den arbeid bleef, niet van onderkruiperij beticht kon worden,<br />

in tegenstelling met hem, die niet tot het personeel behoorende, de<br />

plaats van een staker ging innemen. De Amsterdamsche binders wilden<br />

„Draagt Elkanders Lasten" niet toelaten tot de samenwerkende combinatie,<br />

voordat ook het aan den arbeid blijven als onderkruiperij beschouwd<br />

werd. Daardoor wendde de Amsterdamsche vereeniging zich zelfstandig<br />

tot de patroons. Dezen deelden in de eerste plaats mede, dat zij doende<br />

waren met Den Haag, Rotterdam, Delft en Leiden besprekingen te<br />

voeren over een voor die plaatsen in te voeren regeling. Zoolang deze<br />

zaak nog niet tot oplossing was gebracht zou de Amsterdamsche regeling<br />

voortduren ook na 31 October. Verder gaven de werkgevers aan<br />

„Draagt Elkanders Lasten" in overweging zich bij de combinatie aan<br />

te sluiten. De binders kwamen daarmede dus in dit opzicht de beter<br />

georganiseerde typografen vooruit, dat de gedachte aan niet meer uitsluitend<br />

plaatselijke regelingen bij de patroons aanhang ging vinden. —<br />

Te 's-Gravenhage was men nog immer doende met het invoeren eener<br />

loonregeling. Nu de federatie uiteen gespat was, zocht men toch weer<br />

samenwerking, zij het, dat nu iedere vereeniging eigen zelfstandigheid<br />

behield. Van Ingen Schenau werd als secretaris van het Comité benoemd,<br />

doch bedankte al heel spoedig voor de functie. Dat was wel jammer,<br />

daar nu een belangrijke functie aan onze afdeeling werd onttrokken.<br />

De werkgevers hadden een loonregeling in elkaar gezet, die ver beneden<br />

de verwachting der gezellen bleef. Nog éér die regeling officieel bekend<br />

gemaakt werd gelukte het aan de afdeeling A. N. T. B. er inzage van<br />

te krijgen. Een vergadering werd belegd. De arbeiders waren verontwaardigd,<br />

dat buiten hen om een regeling was samengesteld en dat die<br />

regeling in 't geheel niet aan rechtvaardige verlangens beantwoordde.<br />

Toen zij door de A. N. T. B.-vergadering bekend was geworden vergaderden<br />

alle andere vereenigingen en ieder nam zijn eigen motie van<br />

afkeuring aan. Zoo werd de weg tot nieuwe samenwerking gevonden.<br />

Deze beweging onder de arbeiders had tengevolge, dat het looncomité,<br />

toen het op bezoek bij de verschillende werkgevers kwam, een betrekkelijk<br />

willig oor bij hen vond. De firma's Ten Hagen en d'Albani waren niet<br />

onmiddellijk bereid toe te geven. De gezellen weigerden toen aan den


VERSCHILL<strong>EN</strong>DE LOONACTIES TE 'S-GRAV<strong>EN</strong>HAGE 73<br />

arbeid te gaan. Dit geschiedde op Woensdag 2 Februari. Na twee uur<br />

staken beloofden beide firma's de regeling te zullen invoeren. Op<br />

Donderdag 3 Februari werd een ruim uur bij de firma Belinfante<br />

gestaakt, waarna ook daar de loonregeling werd ingevoerd. Daarmede<br />

was de zaak echter nog niet in 't reine. De firma Ten Hagen ontkende<br />

namelijk toezegging tot doorvoering der regeling te hebben gedaan.<br />

Een nieuwe conferentie op 2 Maart door het looncomité aangevraagd<br />

werd niet toegestaan. De eischen werden toen schriftelijk ingediend,<br />

doch de firma wilde met het looncomité niet meer te doen hebben.<br />

Op 3 Maart ging toen het personeel opnieuw in staking. De firma<br />

kreeg van de drukkerij Ydo te Leiden een 7-tal werkwilligen gezonden,<br />

terwijl ook een machinezeester bij haar in dienst trad. Doch volhouden<br />

kon zij het niet. Op Maandag 7 Maart werd de staking opgeheven.<br />

Een commissie bestaande uit 6 leden, 3 patroons en 3 arbeiders en<br />

bovendien een onpartijdige voorzitter en secretaris, zou bindende uitspraak<br />

doen. Na een week kwam die uitspraak, waarbij de firma met algemeene<br />

stemmen in het ongelijk werd gesteld. De regeling der gezellen werd<br />

nu ook ingevoerd. Vanaf 1 januari 1911 ging de firma Mouton tot<br />

invoering over. Zoo hadden de Haagsche typo's dan eindelijk een loonregeling.<br />

— Niet geheel in overeenstemming met de belangrijkheid<br />

dezer actie was het leven in onze afdeeling. Het vergaderingbezoek liet<br />

veel te wenschen over en de verhouding der bestuurders was niet altijd<br />

volkomen broederlijk. Het ging zoover, dat het bestuur in zijn geheel<br />

aftrad. Om te bereiken dat zooveel mogelijk leden op de afdeelingsvergadering<br />

zouden komen had het bestuur op de agenda gezet : voorstel<br />

om de vereeniging te ontbinden. De list gelukte niet, want slechts<br />

12 van de 301 'eden kwamen ter vergadering. In de plaats van A. B. Snijder<br />

werd H. A. van Ingen Schenau tot voorzitter gekozen. De secretaris<br />

N. Bink werd door A. van Rijzen vervangen. — Ook in Leiden vroeg<br />

de invoering van een loonregeling de aandacht. De eischen werden<br />

hier bescheiden gehouden. Men vroeg niet meer dan f 11.— voor volwassen<br />

arbeiders. Die bescheidenheid werd niet beloond. De werkgevers<br />

lieten niets van zich hooren. De in September 1909 tot stand gekomen<br />

combinatie der arbeidersbonden werd ongeveer een jaar later in onderling<br />

overleg en met allerzijdsch goedvinden maar weer ontbonden. — Groningen,<br />

Enschede en Dordrecht lieten heel weinig van zich hooren. — Wat<br />

Rotterdam betreft, „Helpt Elkander" hield trouw haar maandelijksche<br />

vergaderingen. Begeer bleek een begeerde voorzitter te zijn en<br />

Koetsier een actieve secretaris. Het ledental bleef op 55 staan. De<br />

vereeniging zond dit jaar geen vertegenwoordiger naar de algemeene<br />

vergadering. De vakcursus werd voortgezet. De nieuwe loonregeling<br />

maakte agitatie noodig. Op 14 Februari traden Hols van den A. N. T. B.<br />

en Smit van den C. T. B. in een openbare vergadering op om op<br />

doorvoering aan te dringen. Een motie werd aangenomen waarin op spoed<br />

werd aangedrongen. Maar in 1910 kwam er van doorvoering niets.


74 DE AFDEELING IN GRONING<strong>EN</strong> OPGEHEV<strong>EN</strong><br />

1911, Dit jaar was er weer een van hopen en vreezen. De afdeeling<br />

te Enschede liep terug op 3 leden, dus werd een correspondentschap.<br />

Groningen, waar de afdeeling einde 1910 reeds teekenen van zwakte<br />

had vertoond, liet op 27 januari het leven. Hoewel nog 15 christelijke<br />

typografen als lid waren ingeschreven, werd de vereeniging opgeheven.<br />

Er was geen belangstelling voor de christelijke vakbeweging. Ter vergadering<br />

kwamen maar twee of drie leden. De voorzitter was buiten het<br />

vak gaan werken, en daar er zoo goed als geen leden ter vergadering<br />

kwamen kon geen nieuwe functionnaris benoemd worden. Men besloot<br />

dus maar om de zaak te ontbinden. Dat was nu voor den tweeden keer,<br />

dat in Groningen een afdeeling van den christelijken bond te loor ging.<br />

Wel stond daar tegenover, dat in Amersfoort pogingen in het werk<br />

waren gesteld om christelijke typografen tot een afdeeling te vereenigen,<br />

De afdeeling van den Roomsch-Katholieken Typografenbond nam hiertoe<br />

het initiatief. De Christelijke Besturenbond werkte eveneens mede. Smit<br />

hield er een rede. Maar tot oprichting kwam het niet. Meerderen, die zich<br />

bereid verklaard hadden om toe te treden trokken zich later terug, Twee<br />

die overbleven meenden, dat de zaak nu van te weinig beteekenis was<br />

geworden en wilden afwachten. — In Arnhem was J. van Dongen in<br />

betrekking gekomen als meesterknecht. Reeds had hij vroeger in Zaandam<br />

medegewerkt om daar een vereeniging te stichten. Hij was echter buiten<br />

het vak gaan arbeiden. De Zaansche vereeniging stierf een stillen dood.<br />

Van Dongen moest weer in het vak terug. Hij slaagde in Arnhem en<br />

toog onmiddellijk op het propaganda-pad voor den bond. In dit jaar<br />

had zijn werk echter nog niet voldoende succes, zoodat er nog geen<br />

afdeeling tot stand kwam. — De secretaris van Den Haag spande zich in<br />

om in Delft een vereeniging van christelijke typografen op te richten.<br />

Er waren daar wel voldoende geestverwante vakgenooten, maar voor<br />

een christelijke vakvereeniging voelden zij nog niet genoeg. Er werd een<br />

vergadering gehouden, waar 13 typo's tegenwoordig waren, doch tot<br />

definitieve oprichting kwam het niet. Ook niet, toen later Van Rijzen,<br />

eerst vergezeld van A. L. Gerritsen, daarna nog eens in gezelschap van<br />

Van Ingen Schenau, nieuwe pogingen aanwendde om geestverwante<br />

vakgenooten tot vereenigen en den bond te brengen. — In Utrecht wilde<br />

het al evenmin vlotten. J. Strating, oud lid van Den Haag en afkomstig<br />

uit Roodeschool, kwam daar ter stede bij een der groote firma's werken.<br />

Hij had zich al verheugd op het kennismaken met in een afdeeling<br />

vereenigde christelijke vakgenooten, Hij zag zich echter bedrogen. De<br />

geestverwanten daar bleven liever in een plaatselijke vereeniging met<br />

goede uitkeering bij ziekte of bleven geheel buiten de vakvereeniging.<br />

Strating werd direct aangezocht om propagada te maken. Hij begon<br />

met den weg in Utrecht te leeren. Hij was na een half jaar door ziekte<br />

gedwongen om naar Roodeschool terug te keeren. Na een korten tijd<br />

kreeg hij een ontslagbrief van zijn Utrechtschen patroon met drie weken<br />

loon. — De pogingen, om in Gouda wat leven te wekken slaagden al


VRUCHTELOOZE MOEITE <strong>EN</strong> VEEL BESTRIJDING 75<br />

evenmin, terwijl Middelburg begon te wanhopen aan het welslagen van<br />

haar pogingen om den C. T. B. te Vlissingen te stekken. In Sneek<br />

moest R. Hofstra, ronduit erkennen, dat de Sneeker Christelijke typo's te<br />

laks waren om een vereeniging te vormen. Wel had men het geluk om<br />

in Drachten een paar vakgenooten te vereenigen. Daar waren er echter<br />

te weinig om er den naam afdeeling te mogen gebruiken. Te Zaandam<br />

spande G. Knerf zich in om wat typo's te verzamelen. Ook hij was<br />

reeds geruimen tijd verspreid lid en geloofde niet dat hij goed gelezen<br />

had toen hem bericht werd dat de bondscontributie 1 cent per week<br />

deed. Nu was de contributie reeds 5 maal zooveel, maar ook dat vermocht<br />

piet om de Zaansche collega's te bewegen om zich te vereenigen.<br />

Te 's-Hertogenbosch stond A. Rozenbrand reeds verscheidene jaren op<br />

zijn eenzamen post. Af en toe was het hem wel gelukt een lid te winnen,<br />

doch telkens verloor de bond de aanwinst weer. Soms door verhuizing<br />

naar een andere stad, meestal „omdat het toch niets gaf". Propaganda<br />

maakte men genoeg. Van de Woestijne zond evengoed als zijn voorganger-administrateur<br />

het maandblad naar alle mogelijke adressen. Als<br />

hij Hilversum weer een tijdje bewerkt had kwam er een vraag van een<br />

der begiftigden, wat hij toch met die kranten doen moest ? Hij was<br />

tapijtwever, maar vond het zoo aardig, dat zij hem De Christen-<br />

Typograaf toezonden, dat ze maar schrijven moesten wat hij voor onzen<br />

bond doen kon. Want de eene dienst was de andere waard. — Met dat<br />

al groeide de bond niet. Was in 1910 aan het C. N. V. gemeld, dat<br />

er 150 leden waren, thans moest bericht worden dat 140 vakgenooten<br />

als lid stonden ingeschreven. Toch lieten de mannen zich niet ontmoedigen.<br />

Het hoofdbestuur wist altijd de lichtzijde naar voren te brengen. Smit<br />

sprak zoo weinig mogelijk over het ledental. Schotanus dreef in de<br />

richting van contributieverhooging, Jonker bracht het gansche hoofdbestuur<br />

in goede stemming als hij van de welvoorziene kas vertelde,<br />

die wel 300 gulden bevatte. Bestrijding van buiten was er genoeg. Niet<br />

alleen in het Grafisch Weekblad van den A. N. T. B., ook in de plaatselijke<br />

blaadjes der afdeelingen van dien bond werd voortdurend gehakt en<br />

gehamerd op de christelijk georganiseerden. De afdeelingscorrespondenten<br />

van De Christen-Typograaf bleven hun gewoonte getrouw en lieten niet<br />

na terug te hakken. Polemiek nam nog steeds een groote plaats in en die<br />

het „ flink durfde zeggen", somtijds onder een pseudoniem, was een kranige<br />

vent. Soms was men maanden bezig om uit te visschen wie toch wel de<br />

correspondent ter plaatse mocht wezen. In Haarlem had de afd. A. N. T. B.<br />

er wat nieuws opgevoeden. Zij had een Commissie voor Maatschappelijk<br />

Werk ingesteld, die al haar best deed om Smit in een openbare vergadering<br />

te doen optreden. Van der Wal zou dan komen debatteeren. Smit bedankte<br />

voor de uitnoodiging. Hij wilde alleen in een openbare vergadering spreken,<br />

die door onze eigen afdeeling was uitgeschreven, maar dit was het doel der<br />

C. v. M. W. niet. Wel trad Smit in Dordrecht in een openbare vergadering<br />

op. Enkele vrije socialisten kwamen met hem debatteeren.


76 PROTEST TEG<strong>EN</strong> DE GEVANG<strong>EN</strong>ISDRUKKERIJ<strong>EN</strong><br />

De bond had, het blijkt duidelijk uit den gang van zaken, nog immer<br />

groote behoefte aan een vrijgestelde. Maar het geld was er niet, zelfs<br />

niet toen Schotanus het gedaan wist te krijgen de contributie nog weer<br />

te verhoogen en op 6 centen te brengen. In de afdeelingen, o.a. in<br />

Den Haag, hadden ook onze mannen de hulp van een hoofdbestuurder<br />

noodig bij hun pogingen om de loonregeling door te voeren, doch de<br />

bond kon niemand beschikbaar stellen. In den bond kwam de overtuiging,<br />

dat een fonds tot uitkeering bij werkloosheid niet , gemist kon<br />

worden. Reeds werd een reglement samengesteld en in het maandblad<br />

afgedrukt. Doch van doorvoering moest worden afgezien. Zoo goed als<br />

van oprichting van een bonds-ziekenfonds. Het eerstgenoemde fonds<br />

vond wel instemming bij de leden, doch onder meer deed zich dit bezwaar<br />

voor, dat de toeslag der gemeenten slechts aan plaatselijke kassen verstrekt<br />

werd. — De bond hield zich nogal druk bezig met de kwestie van<br />

gevangenisdrukkerijen. Deze werden niet alleen gebruikt om gestraften<br />

met de schoone kunst van Laurens Janszoon op de hoogte te brengen,<br />

doch trokken ook allerlei drukwerk tot zich. Daartegen werd protest<br />

aangeteekend in een adres aan den Minister van Justitie, welk adres door<br />

den Nederlandschen Bond van Boekdrukkerijen werd gesteund. — De<br />

negende jaarvergadering, op 24 Juli te Amsterdam gehouden, behandelde<br />

o.a. het reglement der werkloosheidskas en een voorstel om het maandblad<br />

te veranderen in een tweemaal per maand verschijnend orgaan.<br />

Dit laatste kon niet geschieden, al was het alleen maar omdat Smit<br />

niet meer werk er bij kon nemen dan hij reeds had. Zooals vermeld,<br />

werd de contributie op 6 centen per week gebracht, welke verhooging op<br />

4 November van kracht werd, terwijl ook een reglements-wijziging werd<br />

behandeld, die alleen maar een practische beteekenis had. Rotterdam liet<br />

zich thans vertegenwoordigen. Enschedé zond geen afgevaardigde.<br />

Dordrecht kon alleen iemand zenden als de bond het betaalde. Leiden<br />

kreeg de helft terug. Den Haag betaalde de kosten van eigen afgevaardigde,<br />

evenals Amsterdam. De afdeeling in de hoofdstad kon dan<br />

ook geen aanspraak maken op steun uit de bondskas. Amsterdam bezat<br />

meer dan de bond en alle afdeelingen samen. Ruim f 2000.— kon zij<br />

haar eigendom noemen..-. De Algemeene Nederlandsche Typografenbond<br />

had zijn rustpunt in den richtingsstrijd nog niet gevonden. De kwestie:<br />

aansluiting bij het N. V. V. kwam wederom in discussie ter algemeene<br />

vergadering. Daar werd tot toetreding besloten. Een naar aanleiding<br />

van dit besluit uitgeschreven referendum-stemming leverde echter een<br />

meerderheid op tegen aansluiten, zoodat de bond buiten iedere vakcentrale<br />

bleef. ^- Voor het eerst maken wij kennis met de chemigrafen.<br />

De Algemeene Nederlandsche Chemigrafenbond was, evenmin<br />

als de A. N. T. B., aangesloten bij het N. V. V. In 1911 werd<br />

principiëel tot aansluiting besloten. (De Ned. Litho-, Foto-Bond, waarin<br />

de steendrukkers vereenigd waren, had reeds in 1908 tot aansluiting<br />

besloten). Het treft, dat men het in dien bond begreep, dat tegen zulk een


DUURTE VAN LEV<strong>EN</strong>SMIDDEL<strong>EN</strong> IN D<strong>EN</strong> WINTER 77<br />

besluit bij christelijk denkende arbeiders bezwaar zou bestaan. Dit<br />

erkennende, zocht men naar een oplossing, die aansluiting niet belette<br />

en toch de eenheid onder de vakgenooten deed in stand blijven. Er<br />

zouden twee bonden ingesteld worden, één bij het N. V. V. aangesloten,<br />

en één christelijke (Roomsch-.Katholieken en Protestanten<br />

bijeen). Een reglement zou worden samengesteld, waarin permanente<br />

samenwerking werd vastgelegd. Ook zou een comité benoemd worden,<br />

bestaande uit twee vertegenwoordigers van elken bond, terwijl de<br />

organisatie met het grootste ledental een vijfde comité-lid zou benoemen.<br />

Hoewel in de practijk de afwikkeling anders is geloopen, moge hier<br />

toch opgemerkt worden, dat het recht om een afzonderlijke organisatie<br />

voor christelijke arbeiders te vormen, hier in beginsel erkend werd.<br />

Ofschoon dit onder de gebeurtenissen in de afdeelingen afzonderlijk<br />

vermeld dient te worden, omdat de bond als centraal lichaam niet kon<br />

optreden, moet hier toch worden aangestipt, dat vooral in den winter<br />

bleek hoe onvoldoende het loon der arbeiders in de typografische<br />

bedrijven was. De winter kenmerkte zich namelijk door een toenemende<br />

duurte der levensmiddelen. De loonen, die toch al niet toelieten het<br />

leven der arbeiders weelderig te maken, bleken in duren tijd niet eens<br />

voldoende om te voorzien in het allernoodigste. Aan de werkgevers<br />

in allerlei bedrijf werd dan ook om loonsverhooging verzocht. Dat<br />

zulk een verzoek den boekdrukkers-patroons niet gespaard zou blijven<br />

is begrijpelijk. Hoe zij in de verschillende plaatsen aan de nooden der<br />

arbeiders tegemoet kwamen, blijkt nog bij de afzonderlijke vermelding.<br />

Waar reeds loonen in verschillende grootere plaatsen genoemd werden,<br />

is het niet overbodig te vermelden, dat in kleinere plaatsen de toestand<br />

nog slechter was. Zoo te Apeldoorn, waar bij een firma vier volwassen<br />

gezellen respectievelijk f 8.50, f 7,—, f 6.50 en f 6.— verdienden, terwijl<br />

twee jonggezellen het reeds tot f 4.— en f 3.50 gebracht hadden. Te<br />

Rhenen werd een jonggezel gevraagd. Zijn loon zou f 6.— zijn. Maar<br />

hij behoefde dan ook slechts f 5.— a f 4.50 kostgeld te betalen.<br />

„Draagt Elkanders Lasten" te Amsterdam was nog steeds niet toegetreden<br />

tot de combinatie, die door de plaatselijke vereenigingen gevormd<br />

was. Dat bracht bezwaren met zich. Daardoor toch was de vereeniging<br />

genoodzaakt afzonderlijk op te treden bij verschillende belangrijke<br />

gebeurtenissen. Voor de binders bleek die noodzakelijkheid het eerst.<br />

Voor de op 31 October 1910 af geloopen regeling was nog geen nieuwe<br />

gekomen. De werkgevers waren bezig een regeling, die voor het<br />

geheele land zou gelden, samen te stellen ; een niet gemakkelijk werk. In<br />

Mei kwamen de werkgevers met een concept-regeling, die nog veel<br />

bespreking uitlokte. Bij de vermelding van de bereikte overeenstemming<br />

worden enkele gegevens over den inhoud opgenomen.<br />

De gevolgen der stijging der prijzen van levensmiddelen lieten zich<br />

sterk in de hoofdstad gevoelen. .D. E. L." wendde zich tot de andere<br />

ter plaatse gevestigde vereenigingen, met het voorstel zich gezamenlijk


78 DUURTETOESLAG TOEGEK<strong>EN</strong>D AAN TYPOGRAF<strong>EN</strong><br />

tot de werkgevers te richten met het verzoek om een toeslag op de loonen<br />

toe te kennen. Het bestaan eener overeenkomst mocht geen bezwaar zijn,<br />

aangezien „elk redelijk contract een bepaling dient te bevatten, die voorziet<br />

het komen van omstandigheden, gelijk nu door de werklieden worden<br />

doorgemaakt", argumenteerde Smit. Vier van de vijf aangeschreven<br />

organisaties antwoordden min of meer instemmend, alleen de afd. A. N.T. B.<br />

berichtte, dat zulk een schrijven niet aan de vereenigingen, doch aan de<br />

combinatie gericht moest worden en verzocht dat alsnog te doen.<br />

Geantwoord werd, dat niet de combinatie, doch de vereenigingen de<br />

overeenkomst hadden afgesloten. Nogmaals kwam daarop het antwoord<br />

van den combinatie-secretaris G. Hahn in, dat alleen de combinatie zooiets<br />

kon ondernemen. Dit werd op 6 October geschreven. Op 12 October<br />

echter werd bericht, dat de combinatie besloten had aan iedere vereeniging<br />

het recht van initiatief tot het verzoek om verhooging te laten. Nu wendde<br />

„Draagt Elkanders Lasten" zich op 12 October tot de Amsterdamsche<br />

Drukkers(patroons)vereeniging met het verzoek om een „zoodanige<br />

verhooging van loon te geven, dat eenige verlichting van den druk<br />

kon worden verkregen". Op 25 October kwam het bericht der werkgevers<br />

in, dat zij zelf reeds het duurtevraagstuk onder de oogen hadden<br />

gezien, en in hun vergadering van 17 October besloten hadden een<br />

toeslag op de loonen uit te keeren van 75 centen per week voor<br />

gehuwden met kinderen en 50 centen voor gehuwden zonder kinderen.<br />

De toestag zou in werking treden op 4 November en einde Maart 1912<br />

ophouden, „onder uitdrukkelijk beding, dat de uitkeering van dien bijslag<br />

een geheel tijdelijk karakter zou dragen". Wie meer dan f 15..<br />

per week verdiende, werd geacht zichzelf wel te kunnen redden. De<br />

werkgevers hadden hiermede het hunne gedaan om de in nood verkeerende<br />

arbeiders het leven dragelijk te maken.<br />

Voor 's-Gravenhage was het jaar belangrijk. Dat bleek reeds in het<br />

begin. De firma Daamen, die het Dagblad De Nederlander drukte,<br />

voldeed niet aan de loonregeling. Bovendien ontsloeg zij een gezel, die<br />

in den A. N. T. B. georganiseerd was. Het een zoowel als het ander<br />

lokte protest uit. Naar de meer voorkomende gewoonte dier dagen werd<br />

dat protest geuit in een openbare vergadering, waar den volke kond<br />

werd gedaan, dat de firma 10 gezellen die f 13.— of meer verdienden<br />

in dienst had, 1 volwassene met een loon beneden f 13.— en 13 jongeren,<br />

wier loon de f 6.— nog niet haalde. Het Haagsche looncomité ging<br />

zich met de zaak bemoeien, doch de firma wenschte niets met het comité<br />

van doen te hebben en verbood het lezen van het Grafisch Weekblad<br />

in haar inrichting, alsook het innen van contributie voor de vakvereeniging.<br />

In bedoelde protest-vergadering trad Van der Wal als spreker<br />

op en het lid van den Haagschen gemeenteraad Hoejenbosch, de laatste<br />

in de plaats van Spiekman. Van der Wal maakte van de gelegenheid<br />

gebruik om de afdeeling der christelijken te bestrijden, bewerende dat,<br />

waar het hier een ontslag van een A. N. T. B.-lid gold, de werkgever


SUCCESVOLLE WERKSTAKING TE 'S-GRAV<strong>EN</strong>HAGE 79<br />

bij voorbaat verzekerd kon zijn van den steun der Christelijken, wat<br />

geheel en al als onjuist aangemerkt moest worden. Tot werkstaken kwam<br />

het bij de firma niet ; zij voerde geleidelijk weg de loonregeling in en de<br />

ontslagen gezel kwam bij een anderen werkgever in dienst. In de afdeeling<br />

zelf kwam alweer strijd door persoonlijke kwesties die Van Rijzen er toe<br />

brachten als secretaris en als lid te bedanken. Hij bleef gelukkig niet bij<br />

zijn besluit. De afdeeling kon zulk een ijverig werker niet missen. Wat maar<br />

eenigszins van belang was meldde hij aan 't Hoofdbestuur. Zijn naam als<br />

ijveraar werd dan ook terecht in de algemeene vergadering van den<br />

bond met lof afzonderlijk vermeld. Geen verheugender gebeurtenis voor<br />

Van Rijzen dan het inschrijven van nieuwe leden, en bij twijfelaars of leden<br />

die bedankten op huisbezoek gaan. Bovendien nog propaganda maken in<br />

Delft. Toen het bondswerkloosheidsfonds nog op zich liet wachten, werd<br />

te 's-Gravenhage een afdeelings-werkloosheidsfonds opgericht. Ook te<br />

Den Haag konden de werklieden niet met hun loon toe. Verschillende<br />

werkgevers gaven dan ook toeslag en wel f 1.— aan gehuwden en f 0.50<br />

aan ongehuwden. De firma Levisson gaf deze bedragen niet als toeslag,<br />

doch als loonsverhooging. In de Hofstad had de loonregeling niet den<br />

vorm van een overeenkomst. Daardoor waren er nog steeds verschillende<br />

firma's, die haar niet doorgevoerd hadden. Het looncomité besloot opnieuw<br />

actie te voeren voor algeheele doorvoering. Weer werd hulp der<br />

hoofdbesturen aangevraagd om de verschillende onwillige werkgevers<br />

te bezoeken, nu gedurende 14 dagen achtereen. Van der Wal van den<br />

A. N. T. B. en Van Eijndthoven van den R. K. Typografenbond konden<br />

medewerking verleenen. Smit moest berichten, dat hij aan het verzoek<br />

niet kon voldoen, ook al omdat de noodige financiën nog niet beschikbaar<br />

waren. De afdeeling beschikte over niet meer dan f 89.58 en de bond moest<br />

eveneens zuinig zijn met het geringe aantal guldens, dat ter beschikking<br />

was. Op 28 November verzond het looncomité de mededeeling aan<br />

Smit, dat het ging spannen bij de firma Belinfante, die het comité niet<br />

wilde ontvangen en dat een personeelsvergadering belegd was. Hield<br />

de firma haar afwijzende houding vol, dan zou het waarschijnlijk tot<br />

staking komen. De staking brak dan ook uit, op 30 November reeds.<br />

De eisch was: den bijslag op het loon als loonsverhooging toekennen.<br />

Daarmede zou dan het Haagsche loon op f 14.— gebracht worden.<br />

Verder werd geëischt, dat het looncomité zou worden ontvangen. De<br />

firma trachtte wel haar zin door te zetten, doch vermocht het niet. Op<br />

9 December werd onderhandeld op het kantoor der firma Levisson. Bij<br />

die onderhandelingen was aanwezig Mr.Veraart, namens den Ned. Bond<br />

van Boekdrukkerijen. Want de Haagsche vereeniging van Drukkerspatroons<br />

was omgezet in een afdeeling van den Nederlandschen Bond.<br />

Overeengekomen werd, dat op Maandag 11 December het werk zou<br />

worden hervat en dat op 1 Maart de nieuwe regeling in werking zou<br />

treden. 28 Haagsche werkgevers teeleenden dien dag de verklaring.<br />

Daarmede stond Den Haag met f 14,— weekloon, hetwelk evenwel bij het


$0 DE ROTTERDAMSCHE VERE<strong>EN</strong>IGING WORDT NOG GE<strong>EN</strong> AFDEELING<br />

onderteekenen der regeling op f 13.80 werd teruggebracht, boven de loonen<br />

der typografen in Amsterdam. Onze afdeeling was met 2 leden bij het<br />

conflict betrokken. De stakers kregen hun volle loon mèt den toeslag<br />

als uitkeering. Reeds eerder had het personeel van de Haagsche Courant<br />

zich georganiseerd. Van de 30 nieuwe vakvereenigingsleden kreeg onze<br />

afdeeling er vier. Met nog een paar nieuw-toegetredenen in den loop van<br />

het jaar kwam het ledental daarmede op 36. ^- In de andere afdeelingen<br />

was het leven niet zoo emotie-vol. In Dordrecht hield men één openbare<br />

vergadering met Smit als spreker. Niet dan op herhaald aandringen<br />

besloot men de verhooging der bondscontributie te aanvaarden.<br />

Ook hier hielden slechts een paar menschen stand, onder leiding van<br />

J. Hendriks als voorzitter en P. J. Krins als secretaris, die hun functie<br />

jarenlang met getrouwheid vervulden, niettegenstaande er maar weinig<br />

bemoedigends op hun pad kwam. — Leiden had ook wel bezwaren, doch<br />

stemde later eveneens in de verhooging toe. Het ledental bleef hier op<br />

dezelfde hoogte. Verschillende werkgevers gaven met het oog op de<br />

duurte in den winter toeslag of verhoogden de loonen, anderen lieten overwerken<br />

ter compensatie der duurdere levensmiddelen. — Ook te Arnhem<br />

deed men aan loonbeweging, die tot gevolg had, dat het minimum-loon<br />

van f 12.— op f 12.50 werd gebracht. — Te Rotterdam bleef „Helpt<br />

Elkander" haar eigen leven leven. In de combinatie vervulde zij haar<br />

werk, schreef in De Christen-Typograaf door middel van den correspondent,<br />

liet zich ook in De Combinatie regelmatig hooren. De vakcursus<br />

had haar zorgen. Er waren in een 1 ste en een 2de klas voor<br />

zetters een 1 ste en een 2de klas voor drukkers en een bindersklasse<br />

ingesteld. De heeren F. L. Rambonnet, J. Krull en J. Fuykschot Jr. traden<br />

als leeraarzetter, -drukker en -binder op. Totaal volgden 61 cursisten den<br />

cursus. De totale ontvangsten waren f 635.22, waarbij f 100.—, f 25.--r en<br />

f 60.— als subsidie van Rijk, Provincie en Gemeente. De uitgaven beliepen<br />

f 547.73 1/2, waarvan f 165..— honorarium aan de leeraars. Nog was<br />

gevormd een leeskring, waarin portefeuilles met vakliteratuur rondgezonden<br />

werden. Aan vaktechnische voorlichting deed de vereeniging dus wel.<br />

Maar tot aansluiting bij den Christelijken Typografenbond kwam zij<br />

niet, ook niet, nadat Schotanus twee ernstige brieven geschreven had<br />

en op den afgevaardigde ter bondsvergadering sterke aandrang was geoefend<br />

in „H. E." het besluit tot aansluiting te doen nemen. Wel kwam<br />

er meerdere animo daarvoor bij het bestuur, dat een referendum liet<br />

rondgaan onder de leden, om te weten te komen hoe die over aansluiting<br />

dachten. De leden wezen aansluiting af. — De combinatie had het niet<br />

heel druk met de loonregeling. De werkgevers schoven hun beslissing<br />

op de bekende lange baan. Zij eischten, dat 2/3 der werkgevers zouden<br />

verklaren, dat zij bereid waren de verbeterde regeling in te voeren.<br />

Het combinatie-bestuur beijverde zich om die verklaringen in te zamelen.<br />

Toen de 66 O/o bereikt waren en den werkgevers dit bericht werd<br />

benoemden deze een commissie, die moest onderzoeken of die 66 0/0 wel


NIEUW ORGANISATIE-LEV<strong>EN</strong> TE ARNHEM <strong>EN</strong> HILVERSUM 81<br />

inderdaad echt waren. Daarmede kon men wel uitstel, doch geen afstel<br />

bereiken. Waarschijnlijk mede onder den indruk der stakingen in andere<br />

plaatsen kwamen 62 werkgevers met de combinatie overeen om met<br />

ingang van 1 januari 1912 de nieuwe loonregeling in te voeren. Daarmede<br />

werd het loon voor 2Í10 van het personeel op f 14.— gebracht<br />

en schoof ook Rotterdam de Amsterdamsche typografen in loon vooruit.<br />

1912. Voor den bond liet zich dit jaar niet kwaad aanzien, althans<br />

wat het jaarbegin betreft. In Arnhem kwam het op 29 Januari tot het<br />

oprichten van een afdeeling. Hier was het de heer J. Hollander, die als<br />

voorzitter der oprichtingsvergadering optrad. 16 leden traden direct toe,<br />

8 kwamen een paar weken later en nog wat later een drietal. Geen<br />

slecht begin dus : 27 leden er bij. Het dagelijksch bestuur der nieuwe<br />

afdeeling werd bij verkiezing aldus samengesteld : A. de Boer, voorzitter;<br />

H. Gon, secretaris ; J. van Dongen, penningmeester. Tot de grootere<br />

afdeelingen traden een aantal nieuwe leden toe, zoodat aan het C. N. V.<br />

de volgende opgave kon worden verstrekt : Amsterdam 71, Haarlem 13,<br />

Leiden 17, Den Haag 47, Dordrecht 12, Middelburg 7, Enschede 6,<br />

Arnhem 27, verspreide leden 6, totaal 206 leden. W. Vijfvinkel was, door<br />

verandering van werkgever, van Den Haag naar Hilversum overgekomen<br />

en wat te verwachten was geschiedde : hij begon met propaganda te maken.<br />

't Kostte wel heel wat moeite om de vrienden daar tot organisatie te brengen,<br />

doch Vijfvinkel hield vol en deed een correspondentschap, bestaande uit<br />

6 leden, het levenslicht aanschouwen. Dit correspondentschap had niet<br />

onmiddellijk kapitalistische neigingen, daar de contributie bepaald werd<br />

op slechts 1 cent boven de 6 centen bondscontributie, doch in ander opzicht<br />

leefde het weer gelukkig. Nauwelijks was het opgericht of er werd een<br />

combinatie van Hilversumsche vereenigingen gevormd, bestaande uit de<br />

afdeeling van den A. N. T. B., de Club van Vrije Socialistische Typografen,<br />

de afdeeling van den R.K. Typografenbond en het correspondentschap<br />

van den Christelijken bond. Het is te begrijpen, dat voor die combinatie<br />

een reglement gemaakt moest worden, en dat de samenstelling er van de<br />

aanleiding tot het eerste ongenoegen in de combinatie was. Maar in<br />

vrede of met strijd, gecombineerd werd er toch. — Het vraagstuk omtrent<br />

jeugdorganisatie kwam in Amsterdam, Leiden en Den Haag aan de orde.<br />

Den Haag stichtte haar adspirantenafdeeling met 6 leden en gaven haar,<br />

vanwege haar kleine getal en strijdbaarheid, den naam „Gideon". Leiden<br />

vereenigde 16 jongelieden en Amsterdam bracht er 21 bijeen. Deze<br />

adspirantenclubs hadden niet meer den vorm van geheel zelfstandige<br />

jongelingsvereenigingen, doch waren onderafdeelingen der plaatselijke<br />

vereenigingen. Bij het oprichten van nieuwe afdeelingen deed zich<br />

de noodzakelijkheid van bondsfondsen sterker gevoelen. Maar die waren<br />

er niet. Om de leden zoo min mogelijk de moeielijkheden van dat<br />

gemis te doen gevoelen, werden zij, die in de omgeving der Hoofdstad<br />

woonden, lid van het ziekenfonds der Amsterdamsche afdeeling. Dit<br />

geschiedde reeds eerder met de leden in Haarlem en nu met de nieuw-<br />

6


82 OPHEFFING DER AFDEELING<strong>EN</strong> MIDDELBURG <strong>EN</strong> HAARLEM<br />

toegetredenen te Hilversum. Veel verder dan deze stad kon de „omgeving<br />

van Amsterdam" zich niet uitbreiden. Van het Werkloosheidsfonds te<br />

Amsterdam konden zij geen lid worden, daar de gemeente toeslag op<br />

de uitkeeringen verstrekte en dit van zelf alleen deed voor inwoners van<br />

Amsterdam. — Het hoofdbestuur had getracht de tiende jaarvergadering,<br />

die op 29 Juli te Amsterdam werd gehouden, wat grootscher aanzien<br />

dan haar voorgangsters te geven. Den Haag zond twee afgevaardigden<br />

en ook Rotterdam liet zich door twee bestuursleden vertegenwoordigen.<br />

Dan werden de verspreide leden uitgenodigd om deze vergadering te<br />

bezoeken. Daar zij echter zoowel de verzuim- als de reiskosten zelf<br />

moesten dragen, gaf geen hunner gevolg aan de uitnoodiging. De<br />

agenda was niet bijzonder belangrijk. In verband met de ten vorige<br />

jare behandelde en door de afdeelingen daarna goedgekeurde wijziging<br />

der statuten en reglementen trad het geheele hoofdbestuur af. Het werd<br />

herkozen, behalve Schotanus, die zich niet meer beschikbaar stelde,<br />

daar hij zich verder wilde bekwamen op verschillend gebied en dus<br />

studietijd noodig had. Hij bleef in functie, totdat op 4 September de<br />

Amsterdamsche afdeeling J. Baarspul in zijn plaats benoemd had. Schotanus<br />

werd toen algemeen-adjunct en bleef dus voor het hoofdbestuur behouden.<br />

In de plaats van Van de Woestijne, die naar Hilversum vertrok, werd<br />

W. j. L. Ruppert tot administrateur van De Christen-Typogjraa f benoemd.<br />

Ook deze benoeming had plaats op 4 September, door de afdeeling<br />

Amsterdam. Verder vroeg nog de oprichting der adspiranten-afdeelingen<br />

de aandacht, terwijl het tweemaal per maand verschijnen van De Christen<br />

Typograaf ook nu weer als voorstel op de agenda was geplaatst,<br />

maar niet aangenomen werd. Van de tiende algemeene vergadering werd<br />

een foto genomen. — Het maandblad bracht veel zorgen. De drukkerij,<br />

die met de vervaardiging er van belast was, voldeed niet aan de bepalingen<br />

der loonregeling. Daarop werd critiek uitgeoefend, voornamelijk van de<br />

zijde der Amsterdamsche afdeeling A. N. T. B. Die critiek was niet<br />

ongerechtvaardigd, ofschoon zij het hoofdbestuur maar zijdelings treffen<br />

kon, daar de drukker beweerd had wèl te voldoen. Gebruikelijk was het,<br />

dat het Grafisch Weekblad uit zulke dingen een actie tegen den Christelijken<br />

bond puurde. Een commissie van onderzoek werd benoemd, die de<br />

afwijkingen moest erkennen. Invoering der loonregeling bracht verhooging<br />

van drukprijs mede, wat tengevolge had, dat de bondscontributie op 7 cent<br />

per week werd gebracht. Volkomen logisch was dat niet, daar de leden<br />

het blad afzonderlijk moesten betalen. Deze nieuwe contributie-verhooging<br />

gaf aan de toch al zwakke afdeeling Middelburg den genadeslag. „De bond<br />

wordt al duurder", schreven de broeders aldaar. Om aan die duurte te<br />

ontkomen ontbonden zij hun afdeeling. Ook Haarlem kon het niet<br />

houden. Eerst scheen het wel goed te gaan. Met de afdeeling van den<br />

R.-K. bond was een federatie gevormd. Aangezien de afdeeling A. N. T. B.<br />

afzonderlijk een concept-loonregeling bij de werkgevers had ingediend,<br />

moesten ook de gefedereerden een afzonderlijke loonregeling indienen. Op


^ « v\\<br />

^ !<br />

DE 10DE ALGEME<strong>EN</strong>E VERGADERING OP 29 JULI 1912 TE AMSTERDAM GEHOUD<strong>EN</strong><br />

M. W. Smit, de vierde van links<br />

^


SYMPATHIEK OPTRED<strong>EN</strong> VAN E<strong>EN</strong> MODERN<strong>EN</strong> VAKBOND 83<br />

het laatste oogenblik ontdekte men den opzet van genoemde afdeeling.<br />

Ebbeling ontwierp in den nacht eveneens een concept-regeling, die den<br />

volgenden morgen den werkgevers thuis werd bezorgd. Maar zoowel<br />

de afzonderlijke als gefedereerde actie liep dood. Er werd dan ook een<br />

loon van f 13.20 voor volwassenen gevraagd, welk loonbedrag de<br />

Haarlemsche drukindustrie niet dragen kon. Doch al deze activiteit kon<br />

de afdeeling niet op de been houden. Eerst bedankte een drietal chemigrafen<br />

tegelijk voor het lidmaatschap, aangezien zij meenden, dat de scheidingslijn<br />

niet getrokken werd door de beginselen, doch door het vak. Zij keerden<br />

naar den Nederlandschen Chemigrafenbond terug. De secretaris bleef<br />

nalatig zijn contributie te betalen en werd dientengevolge geroyeerd.<br />

Dat alles bracht ontmoediging, de afdeeling werd in November opge<br />

heven. Germans en Ebbeling bleven verspreid lid. — De Algemeene<br />

Nederlandsche Chemigrafenbond had zich nu official bij het N. V. V.<br />

aangesloten. Degenen die het niet eens waren met dat besluit, de R.-K.<br />

en Prot. Christelijke leden, mochten de vereeniging verlaten en kregen<br />

het hun toekomend deel van het vereenigingsbezit mede. Voor zoover<br />

wij kunnen nagaan is dit feit eenig in de geschiedenis der Nederlandsche<br />

vakbeweging en dies wel waard afzonderlijk vermeld te worden. De<br />

Roomsch-Katholieke vakgenooten vormden een afzonderlijke vereeniging.<br />

De protestantsch-Christelijken konden daartoe niet overgaan, omdat het<br />

uittredend deel te klein was om een afzonderlijke vereeniging in stand<br />

te houden. Zij werden als hospitant-leden tot den R.K. bond toegelaten.<br />

Toch was de nieuwe bond geen interconfessioneele organisatie, hetgeen<br />

blijken kan uit de bepaling, dat wanneer het 2/5 deel der leden tot de<br />

protestantsch-christelijke groep behoorden, zij de verplichting hadden een<br />

afzonderlijken christelijken chemigrafenbond te vormen. Vanuit het hoofdbestuur<br />

van den C. T. B. werd gepoogd de vakgroep als onderafdeeling<br />

bij den Christelijken Typografenbond te doen aansluiten, zonder het<br />

gewenschte resultaat. Correspondentie daarover werd gevoerd o.a. met<br />

C. W. van Barneveld te Rotterdam, die in de illustratie-vakgroep-kringen<br />

veel invloed had, en de steendrukkersorganisatie reeds in 1908 verliet en<br />

sindsdien niet georganiseerd was. Ook hij zag voorloopig geen anderen<br />

weg dan toetreden als hospitant-lid van den R.-K. Chemigrafenbond.<br />

Deze vakgroep kwam dus voorloopig den C. T. B. niet versterken.<br />

Evenmin als de christelijke typografen te Utrecht. Nieuwe pogingen<br />

werden aangewend om hen samen te brengen. Geschreven werd onder<br />

anderen aan Ds. J. R. Slotemaker de Bruïne, die toen in Utrecht predikant<br />

was. Doch in Utrecht hielden de vrienden zich als doof.<br />

Daar in Amsterdam het einde van 1912 de voorbereiding was van<br />

zeer belangrijke gebeurtenissen, die in begin 1913 voorvielen, zullen<br />

wij van de tot nu gevolgde orde bij het kort overzicht der gebeurtenissen<br />

afwijken en de hoofdstad het laatst noemen. In 's-Gravenhage bleven<br />

van Ingen Schenau als voorzitter, Van Rijzen als secretaris en Zuiderhoek<br />

als penningmeester aan het bewind. Een staking bij de firma Van


84 VOORUITGANG IN D<strong>EN</strong> HAAG <strong>EN</strong> LOONACTIE IN LEID<strong>EN</strong><br />

de Garde Ei Co. te Zalt-Bommel, die met hardnekkigheid gevoerd werd<br />

en bijna vier maanden duurde, bracht deze firma in de noodzakelijkheid<br />

naar nietsstakende werkkrachten uit te zien. Zij poogde ook in Den<br />

Haag enkele leden van onzen bond te bewegen bij haar in dienst te<br />

treden. Dit pogen moest zonder succes worden opgegeven. De verdere<br />

doorvoering der loonregeling gaf werk aan het looncomité, tot hetwelk<br />

de afdeeling toegetreden was. Echte vrede wilde het niet worden tusschen<br />

de samenwerkende organisaties in Den Haag. De afdeeling A. N. T. B.<br />

belegde vergaderingen met de personeelen der firma's, die nog niet aan<br />

de loonregeling voldeden. Bleek het, dat opgetreden moest worden, dan<br />

werden de andere vereenigingen, indien ook zij bij de firma leden in<br />

dienst hadden, verzocht deel te nemen aan den strijd. Vooral de R. K.<br />

georganiseerden kwam tegen deze werkwijze op, terwijl eveneens onze<br />

afdeeling haar stem er tegen verhief. De Ned. Bond van Boekdrukkerijen<br />

bleef zich mede met de doorvoering der loonregeling bemoeien. De<br />

gemeenten, die in de nabijheid der Hofstad lagen, werden in dezelfde<br />

loonklasse ingedeeld. Deze eer viel o.a. 's-Gravenzande te beurt. De<br />

werkgever aldaar, de firma Van Deventer, organiseerde zich, evenals<br />

zijn arbeiders. Van hen traden 4 tot onze Haagsche afdeeling toe, die<br />

daardoor haar ledental op 39 gebracht zag. „De financiëele toestand<br />

der afdeeling gaf reden tot blijdschap", verzekerde de voorzitter. Het<br />

totaal-bezit der afdeelingskas beliep dan ook f 66.60, terwijl de plaatselijke<br />

werkloosheidskas f 41.29 saldo mocht boeken. Doch de uitgave aan<br />

werkloosheidsuitkeeringen beliepen in een heel boekjaar f 10.85. Er was<br />

dus een reserve voor 4 jaar uitkeering.— In Leiden was een looncomité<br />

druk bezig om een loonregeling ingevoerd te krijgen. Verschillende<br />

malen werd met de werkgevers geconfereerd. De onderhandelingen<br />

stonden in het teeken der gemoedelijkheid. Dat de arbeidersbonden een<br />

combinatie vormden, hoewel zij reeds in het looncomité samenwerkten,<br />

is dan ook meer te verklaren uit den wensch om aan de eischen des<br />

tijds te voldoen, dan uit den wil om een „aaneengesloten front tegen<br />

de werkgevers" te vormen. De overeenstemming kwam in het einde<br />

des jaars. De werkweek bleef op 60 uren vastgesteld. De loonen waren<br />

aldus ingedeeld : van 1820 jaar 1013 ct. per uur ; van 20-23 jaar<br />

13-17 ct. per uur, van 2325 jaar 1720 ct. per uur. Twaalf firma's<br />

zegden toe met a.s. Koppermaandag de regeling te zullen invoeren. De<br />

firma Van Nifterik beloofde naar invoering te zullen streven. De firma's<br />

Sijthoff - en Brill wilden niet met „derden" onderhandelen. Uit haar<br />

personeelen werd daarop een afzonderlijke commissie benoemd, die de<br />

toezegging kreeg, dat de loonregeling wel niet onmiddellijk zou worden<br />

ingevoerd, doch dat de firma's „er rekening mede zouden houden".<br />

Zoowel de invoering bij de 12 firma's als de toezeggingen der anderen<br />

vervulden de Leidsche vakgenooten met blijde hoop .... voor de toekomst.<br />

— Te Dordrecht werd het kalme afdeelingsleven verstoord door<br />

het feit, dat ons lid Hendriks een zijner mede-arbeiders te lijf ging. De


E<strong>EN</strong> GESCHIL MET E<strong>EN</strong> ARNHEMSCH<strong>EN</strong> WERKGEVER 85<br />

geslagene diende een aanklacht tegen H. in en de laatste werd veroordeeld<br />

tot f 25.— boete. De zaak „ontketende in Dordrecht de hartstochten".<br />

Hendriks was er zelf zoo van geschrokken, dat hij ontslag nam bij zijn<br />

patroon en vo,orloopig als reiziger in grafische artikelen moest trachten<br />

aan den kost te komen. Natuurlijk dat de vakpers zorgde het vergrijp<br />

van H. wereldkundig te maken. Zelfs de bondsvergadering van den<br />

C. T. B. moest zich met de kwestie bemoeien. Daar Dordrecht wegens<br />

geldgebrek geen afgevaardigde zond, en Hendriks als hoofdbestuurder<br />

aanwezig was, werd de bondsvergadering wat eenzijdig ingelicht. Zij<br />

rehabiliteerde Hendriks, wat de Dordtsche leden maar half voldeed.<br />

Overigens viel te Dordrecht de gebruikelijke loonbeweging te constateeren.<br />

De afdeeling A. N. T. B. meende echter, dat zij zonder medewerking<br />

van anderen de Dordtsche typografen er bovenop kon helpen<br />

en trad dus afzonderlijk op. Aan het einde van het jaar was er nog<br />

geen enkel resultaat bereikt. — De jonge afdeeling te Arnhem kreeg<br />

al spoedig haar deel in de moeiten des levens. Daar kwam in de eerste<br />

plaats een onverkwikkelijk en langdurig geschil met den directeur der<br />

Arnhemsche Courant- en Boekdrukkerij, den heer A. Tamminga. Zooals<br />

het gewoonlijk gaat, was het ook hier gegaan, allerlei kleine grieven<br />

hadden de stemming bedorven. Het hoogtepunt kwam, toen de directeur<br />

werkbriefjes wilde invoeren, die een zeer gespecialiseerde controle op de<br />

productie der arbeiders bedoelden. De combinatie der arbeidersvereenigingen<br />

adviseerde den gezellen die werkbriefjes niet in te vullen. Toen de<br />

directeur met ontslag dreigde werd het hoofdbestuur van den A. N. T. B.<br />

ontboden. Na een conferentie met den directeur werden de werkbriefjes<br />

niet ingevoerd. Daarmede waren de moeilijkheden echter niet van de baan.<br />

In een door het personeel belegde vergadering, waar de directeur aanwezig<br />

was, getuigden enkele arbeiders tegen den heer Tamminga. Een poosje later<br />

werd een zetmachine door de drukkerij in gebruik genomen en een 8-tal<br />

arbeiders ontslagen. Bij de ontslagenen waren ook zij, die tegen den<br />

directeur getuigd hadden, ofschoon zij volgens de bedrijfsusance : de<br />

laatstaangekomene het eerst ontslagen, niet aan de beurt waren. Had men<br />

vroeger zich al eens tot een der commissarissen, nl. tot den heer Hoogstraten<br />

gewend, toen de kwestie daardoor niet opgelost werd, wendde men zich<br />

tot den raad van commissarissen der vennootschap. In de bespreking met<br />

dezen raad werd overeengekomen, dat een commissie van drie personen<br />

dit en eventueele volgende geschillen zouden oplossen. Commissarissen<br />

zouden één persoon benoemen, de Arnhemsche combinatie van arbeidersvereenigingen<br />

ook één en het personeel zou het derde commissie-lid<br />

aanwijzen. Aldus geschiedde. Aangewezen werden de heeren F. van der Wal,<br />

Amsterdam, C. Immig, Rotterdam en Mr. J. A. Veraart. Op deze wijze<br />

werd het geschil opgelost en verdere moeilijkheden voorkomen. Naast<br />

de beslommeringen van dit geschil, waarin ons lid J. van Dongen nauw<br />

betrokken was, was de afdeeling, wij zouden zeggen : als van zelfsprekend,<br />

betrokken in een loonbeweging. Zooals gemeld was in Arnhem weer


86 OVERE<strong>EN</strong>KOMST MET HET VERPLICHT LIDMAATSCHAP IN:ARNHEM<br />

wèl een combinatie gevormd, waarbij onze afdeeling zich aansloot. Die<br />

combinatie zag haar werken bekroond met het tot stand komen van<br />

een collectieve overeenkomst. De Vereeniging van Drukkerspatroons te<br />

Arnhem trad als contractant ter eenre op, de afdeelingen van den<br />

A. N. T. B., den R.-K. T. B. en den C. T. B. met de neutrale Vereeniging<br />

„Arnhem" waren contractanten ter andere zijde. De arbeidsduur<br />

werd bepaald op 91/2 uur, voor nachtwerk 8 uur. De loonen waren :<br />

voor minstens 6/ 10 van het personeel f 12.50. Het loon der overigen<br />

moest zoo worden geregeld, dat het gemiddelde loon f 10.50 per gezel per<br />

week was. Loonbedragen boven f 15.— per week werden in de berekening<br />

van het gemiddelde loon op f 15.. gesteld. Voor de zetterij mocht op<br />

iedere 5 gezellen 1 leerling aanwezig zijn. Kwam het aantal zetters in één<br />

onderneming boven 25, dan mocht op die meerdere slechts op iedere<br />

10 gezellen een leerling aanwezig zijn. Als leerlingen werden beschouwd<br />

arbeiders, die minder dan f 6.— per week verdienden. Voor de drukkerij<br />

was een afzonderlijke leerlingen-verhouding aangegeven, waarvan het<br />

aantal trappersen de maatstaf was. Bij 3-5 trappersen mocht één leerling<br />

aanwezig zijn, bij 6-8 twee en zoo vervolgens bij ieder drietal<br />

trappersen één leerling meer. De machinezettersloonen werden voor<br />

volwassenen op f 16.— gesteld. Zij moesten daarvoor per uur 3000 vierkanten<br />

of 150 regels op 14 cicero met waarnemen van eigen correctie<br />

zetten op de Linotype. Monoline-zetters f 15.— per week bij een<br />

productie van 2500 vierkanten of 125 regels op 14 cicero, gecorrigeerd.<br />

Typograph machinezetters f 14.50 per week bij een productie van 2000<br />

vierkanten per uur of 100 regels op de aangegeven breedte. Alles naar<br />

geschreven kopy. Stereotypeurs verdienden in dagwerk f 13.50, in nachtwerk<br />

f 14.—. Vlakstereotypeurs f 12.— per week. Aan arbeiders, die<br />

6 maanden in dienst waren, werden 3 vacantiedagen toegekend, terwijl<br />

ook de christelijke feestdagen werden uitbetaald. Bepaald werd, dat bij<br />

ziekte van den arbeider gedurende 10 weken de helft van het loon zou<br />

worden uitgekeerd. Waren dit de hoofdbepalingen wat de arbeidsvoorwaarden<br />

betreft, twee bijzondere bepalingen verdienen afzonderlijke<br />

vermelding. Ten eerste de bepaling, dat bij het in dienst nemen van<br />

nieuw personeel slechts georganiseerden mochten worden aangenomen,<br />

waartegenover stond, dat georganiseerde arbeiders niet bij ongeorganiseerde<br />

werkgevers in dienst mochten treden. De gecontracteerde vereenigingen<br />

waren aansprakelijk voor het nakomen van deze bepaling.<br />

Verder werd een scheidsgerecht ingesteld, bestaande uit vier leden en<br />

vier plaatsvervangende leden van elk der contracteerende partijen, dus<br />

samen acht. Een buiten het bedrijf staande onpartijdige voorzitter werd<br />

door de leden van het scheidsgerecht benoemd. Alle geschillen over<br />

arbeidsaangelegenheden of over de bepalingen van het contract konden<br />

ter berechting aan dit scheidsgerecht worden opgedragen. Zoolang een<br />

geschil over een ontslag-kwestie hangende was kon een patroon een<br />

gezel wel schorsen, maar niet ontslaan. Binnen 14 dagen nadat een


OOK BEDRIJFSRECHTSPRAAK IN DE ARNHEMSCHE OVERE<strong>EN</strong>KOMST 87<br />

geschil was aangebracht, moesten partijen persoonlijk door het scheidsgerecht<br />

worden gehoord. Binnen 14 dagen daarna moest de beslissing<br />

van het scheidsgerecht aan de betrokkenen schriftelijk kenbaar gemaakt<br />

worden. Partijen waren gehouden binnen 7 dagen na de kennisgeving<br />

der beslissing aan de uitspraak te voldoen. De beslissingen van het<br />

scheidsgerecht hadden in den meest volstrekten zin kracht van wet. In<br />

Arnhem kwam dus de eerste vorm van rechtspraak in het grafisch bedrijf<br />

naast het verplichte lidmaatschap. De overeenkomst werd voor twee jaren<br />

aangegaan en trad 1 Januari 1913 in werking. Ten slotte zij vermeld,<br />

dat de afdeeling zich inspande om propaganda te maken in Wageningen.<br />

In overleg met M. H. van de Peppel werd aldaar een vergadering belegd.<br />

Smit trad als spreker op en het mocht gelukken een afdeeling te stichten,<br />

al was het dan ook een met slechts 5 leden.<br />

Enschedé was nog niet voorspoedig. De voorzitter, J. Drost, een<br />

vurig lid van den bond, die een drukkerij was begonnen, wilde lid van<br />

den Christelijken Typografenbond blijven, hetgeen natuurlijk niet kon<br />

worden toegestaan. De secretaris, G. Gruppen, zag zich nu vrijwel<br />

met alle werk belast, terwijl door vertrek van leden naar andere<br />

plaatsen het ledental was geslonken en de secretaris ontmoedigd.<br />

„Maar" schreef hij, „de ijver van het bondsbestuur wekte hem weer<br />

op • om niet moedeloos te blijven zitten, doch opnieuw aan het<br />

werk te gaan". — Nog dient wat gezegd van „Helpt Elkander" te<br />

Rotterdam. Het bestuur was reeds gewonnen voor de gedachte : aansluiten<br />

bij den Christelijken Typografenbond. Het vreesde verlies van<br />

leden door de noodzakelijk uit aansluiting voortkomende contributieverhooging.<br />

Het kwam nu reeds zoover, dat secretaris Koetsier het<br />

bestuur begon te verontschuldigen, dat het de aansluiting nog niet<br />

bewerkstelligd had. Het bestuur ging dan ook met groote voorzichtigheid<br />

te werk, want reeds had bij referendumstemming de meerderheid<br />

der leden zich vóór aansluiting uitgesproken. Toch durfde het bestuur<br />

de aansluiting niet aan, vreezende vermindering van ledental en daarmede<br />

verlies van invloed in de combinatie. De vakcursus was over zijn<br />

hoogtepunt heen. Bij de zetters en drukkers was de belangstelling verminderd.<br />

De binders bleven nog vol lust aan de vakstudie deelnemen.<br />

In Rotterdam was door „Helpt Elkander" de behoefte aan regelmatige<br />

vakstudie gewekt. De vakcursus werd dan ook niet opgeheven, doch<br />

alle bestaande Rotterdamsche typografenvereenigingen namen den cursus<br />

voor haar rekening. Iedere vereeniging benoemde drie commissieleden,<br />

1 zetter, 1 drukker en 1 binder. Met begin van 1913 was daarmede een<br />

blijvende vakcursus, onder bescherming van de georganiseerde werkgevers<br />

en arbeiders, ingesteld.<br />

Voor „Draagt Elkanders Lasten" te Amsterdam was het jaar 1912 er<br />

een van voorbereiding. Nog altijd was de overeenkomst met de binderspatroons<br />

niet geteekend. De vereeniging voerde namelijk afzonderlijke<br />

onderhandelingen met de werkgevers, wijl zij niet was toegetreden tot


88 VIJF-STED<strong>EN</strong>—REGELING IN HET BOEKBINDERSBEDRIJF<br />

de samenwerkende bindersgroepen. Maar na veel beraad zou toch ook<br />

deze zaak haar beslag krijgen. Op 11 Juni werd in Café „Neus" de<br />

binders-overeenkomst door de werkgevers en de vertegenwoordigers der<br />

arbeiders onderteekend. Voor de christelijke boekbinders was dit feit<br />

voor Amsterdam van de meeste beteekenis. De regeling droeg geen<br />

plaatselijk, doch een landelijk karakter. Voor Amsterdam, Rotterdam en<br />

Den Haag gold het loon 22 cent voor binders van 25 jaar, voor<br />

brocheerders 18 ct. Voor Leiden en Delft was dat resp. 20 en 16 ct.<br />

De 10^urendag bleef gehandhaafd. Nu werd voor alle christelijke<br />

feestdagen, waarop niet gewerkt werd, het loon betaald en werden per<br />

jaar 2 verlofdagen gegeven. Zou de regeling in andere plaatsen worden<br />

toegepast, dan bleven de bepalingen, die de algemeene arbeidsvoorwaarden<br />

enz. regelden, van kracht. Alleen de loonbepaling zou dan<br />

afzonderlijk moeten worden geregeld. Voor Rotterdam alleen werd de<br />

arbeidsdag op 9 1 12 uur gesteld terwijl daar 3 verlofdagen werden toegekend.<br />

De overeenkomst werd aangegaan voor den tijd van 3 jaren, nl. van<br />

17 Juni 1912 tot 16 Juni 1915. Daarmede was dus de eerste landelijke<br />

collectieve overeenkomst in het grafisch bedrijf gekomen. In dit opzicht<br />

waren de binders de drukkers en zetters vooruit. — De contributie in<br />

de afdeeling bedroeg nu 18 centen per week. Het totaal bezit van<br />

fondsen en kassen beliep f 2330.65. De gedurende den winter 1911/12<br />

door de drukkers. patroons toegekende toeslag liep met April af. Het<br />

verzoek der afdeeling om dien toeslag door te betalen werd door de<br />

werkgevers afgewezen. De door drukkers en zetters afgesloten overeenkomst<br />

was van kracht tot 31 December 1912. Het is volkomen begrijpelijk<br />

dat geen der arbeiders-vereenigingen lust gevoelde die overeenkomst<br />

voort te zetten, waar nu reeds de bonen lager waren dan te Rotterdam<br />

en Den Haag. Ook de afdeeling die nog steeds niet toegetreden<br />

was tot de plaatselijke combinatie, zegde de overeenkomst op. Uit<br />

haar isolement vloeide voort, dat zij ook afzonderlijke voorstellen moest<br />

indienen, welke in de nieuwe overeenkomst zouden moeten worden<br />

verwezenlijkt. De besprekingen met de werkgevers vlotten niet al te<br />

best, zoodat het aan 't einde van 1912 in Amsterdam ging spannen. De<br />

Amsterdamsche Drukkersvereeniging had den gecontracteerden arbeidersvereenigingen<br />

haar voorstellen voor een nieuwe loonregeling toegezonden.<br />

Deze voorstellen hielden in : Den arbeidsdag te handhaven op 9 1/2 uur.<br />

Bij de berekening van het weekloon niet meer het 60 X het uurloon,<br />

doch 57 X het uurloon uit te betalen. Aan 2/10 der volwassen gezellen<br />

26 centen per uur of f 14.82 per week uit te keerera. Aan de volgende<br />

4/10 25 ct. of f 14.25 per week, aan 2/10 24 a 20 ct., aan 1/10 19 a 14 ct.<br />

en aan 1 110 beneden 14 ct. per uur. De nieuwe overeenkomst zou vier<br />

jaren duren. Voor de andere groepen waren de loonen in verhouding<br />

tot deze getallen. De mededeeling der werkgevers, dat zij hiermede reeds<br />

verder waren gegaan dan mogelijk was en dat wijziging ten gunste der<br />

arbeiders uitgesloten geacht moest worden, maakte de kans op overeen-


VOORBEREIDING VAN NIEUWE ACTIE IN DE HOOFDSTAD 89<br />

stemming niet grooter. Bij velen in de afdeeling kwam dan ook de wensch<br />

naar voren om zich aan te sluiten bij de combinatie, die door de andere<br />

vereenigingen gevormd werd. Een wensch, die door de elkander snel<br />

opvolgende gebeurtenissen spoedig zou worden vervuld. De afdeeling had<br />

in haar afzonderlijke eischen het pleit gevoerd voor een algemeene verhooging<br />

van 3 centen per uur, met bovendien een jaarlijksche verhooging<br />

van 1 cent, zoodat in het derde contractjaar het minimum-loon voor<br />

volwassen zetters 28 X 57 = f 15.96 zou zijn. De gecombineerde vereenigingen<br />

hadden andere eischen gesteld, die in hoofdzaak aldus konden<br />

worden samengevat : 57 uren per week werken en ook berekenen, dus<br />

de 60-uren berekening doen vervallen. De bonen zouden zijn : voor<br />

volwassen zetters 27 ct. per uur of f 15.39, voor volslagen drukkers<br />

28 ct. per uur of f 15.96 per week, voor volwassen machine-zetters<br />

f 18.— per week. Alle 23-jarigen zouden als volwassenen aangemerkt,<br />

6/10 van het personeel moest als volwassenen beloond worden. Verder<br />

streefde men naar voortgaande verkorting van den arbeidstijd door voor te<br />

stellen den werkdag tot 9 uur te verminderen wanneer 1' / 2 jaar, dus de helft<br />

van den duur der overeenkomst, verstreken zou zijn. De werkgevers<br />

wilden hiervan niet weten. Als uiterste concessie berichtten zij op<br />

24 December, dat zij bereid waren gedurende de laatste twee jaren der<br />

overeenkomst (de werkgevers hielden vast aan hun voorstel van een<br />

overeenkomst over 4 jaren) 2/io 27 ct. en 4/10 26 ct. per uur toe te<br />

kennen. Ook dit voorstel werd door de arbeiders niet aanvaard. De<br />

werkgevers toonden zich verder weinig bereid tot beleidvol onder<br />

handelen. Zij eischten schriftelijke onderhandelingen, terwijl de arbeiders<br />

mondelinge besprekingen wenschten. Dat alles deed het jaar 1912 in<br />

Amsterdam onder hooge spanning voor de typografen ten einde spoeden.


W/MW/IWWIIWEWW1IWIWWIM<br />

VIJFDE HOOFDSTUK<br />

DE WERKSTAKING TE AMSTERDAM <strong>EN</strong> HAAR GEVOLG<strong>EN</strong><br />

E<strong>EN</strong> JAAR VAN GROEI <strong>EN</strong> NIEUWE BELOFT<strong>EN</strong><br />

(1913)<br />

ij het intreden van het nieuwe jaar was de spanning eer toegenomen<br />

dan verminderd. De werkgevers in de hoofdstad waren<br />

in zooverre van hun starre houding afgeweken, dat zij bewilligd<br />

hadden in mondelinge onderhandelingen. Echter hadden zij zich nu op het<br />

standpunt gesteld, dat in die onderhandelingen alleen het patroonsvoorstel<br />

besproken kon worden. De arbeidersvertegenwoordigers stelden<br />

zich hiermede tevreden en op Vrijdag 3 Januari had het onderhoud<br />

plaats. Het bleef zonder resultaat. Inmiddels hadden vergaderingen met<br />

verschillende personeelen plaats gevonden. Ook op Zaterdag 4 Januari<br />

werd daarmede voortgegaan en medegedeeld, dat het onderhoud op<br />

3 Januari met de werkgevers tot geenerlei gevolg had geleid. Besloten<br />

werd toen aan de firma's Arnd & Zonen, de Erven H. van Munster<br />

& Zoon, J. H. de Bussy, De Roever Króber & Bakeis (waar o.a. het<br />

dagblad De Standaard gedrukt werd), Drukkerij „Volharding", Bern.<br />

Bunders, Duwaer & Van Ginkel, J. Ruijsendaal, Holdert & Co. (die het<br />

pas opgerichte Christelijk volksdagblad De Amsterdammer drukte), Van<br />

Stein, Drukkerij „De Globe", J. Coesel, H. G. van Dorssen en Drukkerij<br />

„Concordia" het volgende schrijven te zenden : „In opdracht van de<br />

gehouden vergadering van de gezellen uwer inrichting, zijn wij genoodzaakt<br />

U mee te deelen, dat door de gezellen besloten is op 6 Januari<br />

a.s. den arbeid niet te hervatten vóór en aleer door U, of de patroonsorganisatie,<br />

waarbij U eventueel zijt aangesloten, een schriftelijke verklaring<br />

aan ons bestuur is verstrekt, dat door U tot invoering der door<br />

de gezellen-organisatie ingediende voorstellen inzake loon- en arbeidsvoorwaarden<br />

zal worden overgegaan". Op Maandag 6 Januari bleven<br />

de personeelen dezer drukkerijen buiten de werkplaats. Het waren meer<br />

dan 500 arbeiders, die het advies van het looncomité hadden opgevolgd.<br />

Waarlijk een in Amsterdam ongezien verschijnsel onder de typografen.


DE AFDEELING AMSTERDAM BIJ HET LOONCOMITÉ AANGESLOT<strong>EN</strong> 91<br />

Opmerkelijk was het, dat de staking niet met bitterheid gevoerd werd.<br />

In de vergaderingen, waar het besluit viel, was geen zweem van drijverij<br />

te bespeuren. De voorzitter van het looncomité, tevens voorzitter van<br />

de afdeeling Amsterdam van den Algemeenen NederlandschenTypografenbond,<br />

Ph. Diamant, had telkens in zakelijke bewoordingen van het verloop<br />

der besprekingen met de werkgevers verslag uitgebracht. Nu de besprekingen<br />

niet tot het gewenschte resultaat hadden gevoerd en in de afgeloopen<br />

18-jarige periode het arbeidsloon voor de volwassenen niet noemenswaardig<br />

was gestegen, in den winter van 1911/12 de duurte der levensmiddelen<br />

genoodzaakt had tot het vragen van toeslag, die wel was<br />

verstrekt, doch gedurende een korte periode en met een heel laag<br />

bedrag, nu waren de arbeiders er van overtuigd geworden, dat alleen<br />

door strijd verbetering zou kunnen komen. Het was een diep-gewortelde<br />

overtuiging, die haar voedsel vond in het nuchtere feit van een armoedig<br />

bestaan. Er waren dan ook niet veel klemmende argumenten noodig<br />

geweest om het advies van het looncomité te doen opvolgen. — „Draagt<br />

Elkanders Lasten" was bij dit looncomité niet aangesloten. Toch hadden<br />

zonder uitzondering de leden der vereeniging, die deel uitmaakte<br />

van stakende personeelen, eveneens het werk neergelegd. Aan den<br />

avond van den 7den Januari werd een gecombineerde vergadering van<br />

het hoofdbestuur van den C. T. B. en het bestuur der Amsterdamsche<br />

afdeeling gehouden. Smit had nog niet veel zin in toetreding tot het<br />

looncomité. Zijn meeping was echter tegenovergesteld aan die der andere<br />

hoofd- en afdeelingsbestuurders. Vooral Jonker en Schotanus pleitten<br />

krachtig voor onmiddellijke aansluiting bij het looncomité met overnemen<br />

van de door de combinatie der andere vereenigingen gestelde eischen.<br />

Smit werd ter vergadering overtuigd van zijn ongelijk, zoodat nog denzelfden<br />

avond „Draagt Elkanders Lasten" tot de combinatie toetrad en<br />

Smit en Schotanus als vertegenwoordigers der Christelijke vereeniging<br />

aan het looncomité werden toegevoegd. ^- De eerste stakingsdag had al<br />

dadelijk succes gebracht. De dagbladen, die een eigen drukkerij exploiteerden,<br />

de groote bladen dus, bewilligden in de eischen van het looncomité<br />

zonder dat staking aan die drukkerijen noodig was. Het nieuwe<br />

Christelijk Volksdagblad De Amsterdammer wist haar drukkers te<br />

overtuigen van de noodzakelijkheid toe te geven aan de eischen en ook<br />

dit dagblad kon verschijnen. Bovendien gaven nog enkele kleine werkgevers<br />

toe, zoodat aan den avond van den 6en Januari 14 werkgevers,<br />

met totaal 297 arbeiders in hun dienst, de eischen hadden ingewilligd.<br />

Op 7 Januari werd het conflict nog uitgebreid met 200 man, werkzaam<br />

aan de ondernemingen : „'t Kasteel van Aemstel" (drukkerij van de<br />

dagbladen De Tijd en De Amstelbode), drukkerij Gebrs. Binger, drukkerij<br />

van de Dagelijksche Beurscourant, C. A. Spin Ei Zoon, firma T. van<br />

Rossen, drukkerij Van Stralen, drukkerij „Mercurius", drukkerij Heijnes,<br />

drukkerij „Neerlandia", drukkerij J. Jesse, drukkerij J. Bos, drukkerij<br />

Lindenbaum, drukkerij Ipenbuur & Van Seldam en drukkerij Van Soest.


92 DE WERKGEVERS DREIG<strong>EN</strong> DE STAKERS MET UITSLUITING<br />

Eigenlijk was het personeel der drukkerij „'t Kasteel van Aemstel" niet<br />

aangewezen door het looncomité om in staking te gaan. Deze drukkerij<br />

had haar personeel ter gelegenheid van Drie Koningen op 6 Januari<br />

vrijaf gegeven. Alleen de niet Roomsch-Katholieke gezellen moesten des<br />

middags een paar uur komen om werk voor den volgenden dag te<br />

verrichten. De directeur, de heer F. J. A. M. Wierdels, stelde allen<br />

binnenkomenden arbeiders de vraag of zij, indien het bevel tot staken<br />

gegeven werd, dat bevel zouden opvolgen. Op een enkele uitzondering<br />

na beantwoordden de arbeiders die vraag in bevestigenden zin. Hierop<br />

werd hun ontslag aangezegd. Den volgenden morgen bleef, naar aanleiding<br />

van dit ontslag en in overleg met het looncomité, het grootste<br />

deel van het personeel buiten staan. — Waren de arbeiders dus krachtig<br />

aaneengesloten en sterk in hun willen om ditmaal een flinken stap<br />

vooruit te doen, bij de werkgevers was de bereidheid tot krachtig<br />

strijden niet minder. Dat was reeds op 31 December 1912 gebleken, toen<br />

in bijna alle drukkerijen deze kennisgeving was opgehangen : „Nu het<br />

tot heden nog niet gelukt is met de vakvereenigingen een nieuw collectief<br />

contract af te sluiten, worden de gezellen opmerkzaam gemaakt,<br />

dat de individueele arbeidscontracten met hen gesloten, ook na 1 januari<br />

a.s. zoolang van kracht blijven, tot zij van een van beide zijden, met<br />

inachtneming van den gestelden termijn, zijn opgezegd". Nu deze herinnering<br />

zonder gewenscht resultaat was gebleven, werd zoo goed als aan<br />

alle stakers schriftelijk ontslag aangezegd in deze bewoordingen : „Aangezien<br />

gij niet op den gestelden tijd zijt verschenen om uwe werkzaamheden<br />

te verrichten, wordt u hierbij medegedeeld, dat gij onmiddellijk<br />

uit uw betrekking zijt ontslagen, zoo gij Zaterdagochtend op den<br />

gewonen tijd niet uw werk hebt hervat. Uw gereedschap ligt dan ter<br />

uwer beschikking". Deze brief werd op Vrijdag 10 Januari met de<br />

laatste bestelling bij de stakers bezorgd. Enkelen kregen hem per aangeteekend<br />

schrijven, nog anderen ontvingen een deurwaarders-exploit of<br />

werden gedagvaard voor een kantonrechter wegens contractbreuk. De<br />

brief bracht bij een groot deel der stakers eenige beroering. Het stroomde<br />

des Vrijdagsavonds laat naar D'Geelvinck, het gebouw aan den Singel,<br />

waar dag en nacht enkele leden van het stakingscomité zitting hielden.<br />

De zittende leden stelden de stakende arbeiders gerust en het advies<br />

werd gegeven om niet het werk te hervatten en af te wachten wat<br />

geschieden zou. Des Zaterdagsmorgens kwamen de meeste stakers tegen<br />

het aanvangsuur in de nabijheid hunner werkplaatsen. Verschillende<br />

werkgevers hadden ook gezorgd tijdig aanwezig te zijn. Toen zij de<br />

ongewone drukte zagen, meenden enkelen, dat de arbeiders voor de<br />

bedreiging bezweken waren. Als echter bleek, dat de stakers wel bij, doch<br />

niet in de drukkerij kwamen, trachtten enkele patroons door persoonlijke<br />

overreding het pleit nog te winnen ; doch alles zonder gevolg. Nergens<br />

gelukte het stakers bereid te maken het werk te hervatten. Op Zaterdag<br />

11 Januari werd toen, ingevolge het besluit van de Amsterdamsche


MISLUKTE BEMIDDELINGSPOGING<strong>EN</strong> VAN D<strong>EN</strong> N. B. v. B. 93<br />

Drukkersvereeniging (de werkgevers dus) aan een deel der nog werkende<br />

arbeiders de dienstbetrekking tegen 25 januari opgezegd. De patroons<br />

wilden een uitsluiting proclameeren. De staking had een kalm verloop.<br />

Dag en nacht werd aan de drukkerijen in staking gepost. De posten<br />

wisselden elkaar regelmatig af, zoowel de postende stakers als de postende<br />

politieagenten. Want de meeste drukkerijen in conflict werden door<br />

dienaars van den heiligen Hermandad bewaakt.<br />

De aangekondigde uitsluiting vermocht niet den stakers den moed<br />

te ontnemen. Behoudens enkele uitzonderingen (bij de firma Blikman &<br />

Sartorius kwamen eenige onderkruipers van buiten Amsterdam, waardoor<br />

een paar stakers ontmoedigd werden en naar binnen vluchtten,<br />

„'t Kasteel van Aemstel" kreeg er ook een paar werkwilligen bij) bleven<br />

zij aaneengesloten in den strijd. De uitkeering werd op 3/4 van het<br />

loon bepaald, met 50 centen extra voor ieder kind. „Draagt Elkanders<br />

Lasten" had aanvankelijk besloten het volle weekloon als uitkeering te<br />

geven en dit op 11 januari ook gedaan. Vanwege de overige vereenigingen<br />

werd hierop aanmerking gemaakt, waarna de uitkeering werd<br />

verlaagd en gebracht op f 12.. voor gehuwden en kostwinners, f 8.—<br />

voor ongehuwden, adspirantleden vol loon tot maximum van f 6.—.<br />

Aangezien niemand vermoeden kon hoe lang de staking zou voortduren<br />

en dus ook niet berekend kon worden hoeveel geld aan uitkeering noodig<br />

zou zijn, werd gepoogd steun van het C. N. V. te verkrijgen. Deze<br />

steun werd toegezegd, doch te gelijkertijd werd er op gewezen, dat de<br />

Amsterdamsche Commissie van Advies en Samenwerking, een voorlooper<br />

van den Christelijken Besturenbond, eveneens pogingen in het werk<br />

moest stellen om voor dezen Amsterdamschen strijd geld in de hoofdstad<br />

in te zamelen. Toen de Commissie daartoe pogingen in het werk stelde,<br />

kwam er bericht van de Vereeniging van Chr. Kantoor- en Handelsbedienden,<br />

dat zij bezwaar tegen steunen had, daar de houding der<br />

christelijke typografen niet goed te keuren was wijl zij de werkgevers<br />

verdacht hadden gemaakt. Een vergadering onder leiding van de Commissie<br />

was noodig om dit misverstand te behandelen, hoewel het niet geheel uit<br />

den weg geruimd kon worden.<br />

De Nederlandsche Bond van Boekdrukkerijen poogde inmiddels<br />

als bemiddelaar in het conflict op te treden. De werkgevers waren<br />

namelijk, evenals de arbeiders, tot de overtuiging gekomen, dat het<br />

stellen van regelingen, uitsluitend voor één gemeente geldende, nooit<br />

tot een gezonde verhouding in het bedrijf leiden kon. Een regeling,<br />

die de verhouding voor het geheele land vaststelde, was noodzakelijk.<br />

Genoemde werkgevers-organisatie poogde nu, mede door bemiddeling<br />

bij de staking, die gedachte meer ingang te doen vinden. Eerst moest<br />

echter het conflict van de baan. Op 13 januari werd vergaderd om te<br />

pogen tot opheffing der staking ter komen. De werkgevers stelden zich<br />

op het standpunt, dat het aanbod van de Amsterdamsche Drukkers-<br />

Vereeniging van 24 December 1912 door de arbeiders moest worden


94 LANDELIJKE UITSLUITING DOOR DE WERKGEVERS OVERWOG<strong>EN</strong><br />

aanvaard voor één jaar. Gedurende dat jaar zou dan de regeling voor het<br />

geheele land, in overleg met de arbeiders, worden ontworpen. Hoewel<br />

dit voorstel veel aantrekkelijksch had, aangezien daarmede bereikt werd<br />

wat in arbeiderskring reeds sedert jaren gewenscht werd : een regeling<br />

voor alle arbeiders in het boekdrukkersbedrijf, was de eisch : den arbeid<br />

hervatten op de door de werkgevers aangeboden voorwaarden niet<br />

voor inwilliging vatbaar, zoodat deze conferentie zonder eenig direct<br />

gevolg bleef. Op 15 januari had opnieuw een bespreking plaats tusschen<br />

de vertegenwoordigers der hoofdbesturen en die van den Ned. Bond<br />

van Boekdrukkerijen. Ook nu was Mr. J. A. Veraart, de vertrouwensman<br />

van den patroonsbond, aanwezig. De Amsterdamsche werkgevers waren<br />

tot eenige concessie bereid. Zij wilden nu 6/i0 van het zetterspersoneel<br />

een loon van 26 centen per uur geven. Was dit aanbod zoo, dat de<br />

hoofdbesturen in overweging wilden nemen het den stakers voor te<br />

leggen, er waren bezwaren van anderen aard. De arbeiders wilden voor<br />

drukkers en machine-zetters eveneens toezegging van meerdere loonsverhooging<br />

dan het voorstel der werkgevers inhield. Dan was ook de<br />

gebruikelijke arbeiderseisch gesteld : geen rancune-maatregelen nemen<br />

bij het opheffen der staking, doch door de werkgevers afgewezen. Die<br />

wilden alleen discussie voeren over het aantal slachtoffers. Als gevolg<br />

van deze verschillen kwam het bericht van den Ned. Bond van Boekdrukkerijen,<br />

dat de onderhandelingen werden verbroken en het Amsterdamsche<br />

conflict over het geheele land zou worden uitgebreid. Deze<br />

bedreiging hield meer in dan de werkgeversbond ten uitvoer kon leggen.<br />

Want al was diens invloed wassende, een uitsluiting over het geheele<br />

land doorvoeren ging ver boven zijn kracht. Het was reeds de vraag<br />

wie het meeste opzag tegen den naderenden 25sten januari, (de datum<br />

waarop de uitsluiting in Amsterdam zou intreden) de werkgevers of de<br />

arbeiders. De laatsten hadden besloten die uitsluiting stil af te wachten.<br />

De eersten waren lang niet zeker van de mogelijkheid tot doorvoering.<br />

Nog minder kon vertrouwd worden op het gelukken van een uitsluiting<br />

over het geheele land. Doch de patroonsbond was nu wel verplicht te<br />

toonen wat hij vermocht. Op 22 januari werd te Utrecht een vergadering<br />

van boekdrukkers-patroons gehouden. Alle werkgevers in den lande waren<br />

opgeroepen. Bijna 300 hadden aan dien oproep gevolg gegeven. Wat<br />

nog niet zeggen wilde, dat de opgekomen buiten-Amsterdamsche ondernemers<br />

bereid waren om, door drukwerk van hun collega's in de hoofdstad<br />

aan hun gezellen ter gereedmaking op te dragen, den strijd in eigen<br />

huis te halen. Want al mochten de werklieden-organisaties nog heel ver<br />

verwijderd zijn van het organiseeren van alle vakgenooten, de hoofdbesturen<br />

konden, niettegenstaande dit feit zoo goed als zeker aannemen,<br />

dat het werk der stakende gezellen niet gereed gemaakt zou worden<br />

door de arbeiders in andere gemeenten. Het bleek dan ook wel ter<br />

patroons-vergadering, dat er niets van komen zou. Een ander plan, om<br />

een werkplaats in te richten te Amsterdam, waar al wat drukkerspatroon


DE TEG<strong>EN</strong>-MAATREGEL<strong>EN</strong> DER WERKGEVERS NIET DOORVOERBAAR 95<br />

was het werk der stakers gereed zou maken, vond meerdere instemming.<br />

De pas nieuw gebouwde inrichting der firma J. H. de Bussy zou haar deur<br />

openstellen om dit plan te volvoeren. De drukkerij dezer firma mocht als<br />

een der grootste van de hoofdstad aangemerkt worden. Zij stond leeg,<br />

daar, behoudens een enkele uitzondering, de werklieden de inrichting<br />

verlaten hadden en aan de staking deelnamen. Er was dus wel een geschikte<br />

werkgelegenheid, maar onder de werkgevers waren maar heel weinig<br />

werkwilligen. Het zoo mooie plan kon geen doorvoering hebben. Het<br />

wachten was nu op de uitsluiting in Amsterdam. — Zaterdag 25 januari<br />

was er niet veel van uitsluiting te bemerken. De voorzitter der Amsterdamsche<br />

Drukkersvereeniging, de heer B. E. Zwart, directeur van de<br />

Amsterdamsche Boek- en Steendrukkerij v/h Ellerman, Harms & Co.,<br />

weigerde de uitsluiting toe te passen. Want bij de firma's Blikman 6<br />

Satorius en „'t Kasteel van Aemstel" waren een aantal arbeiders aan het<br />

werk gebleven of gegaan, terwijl bij de firma De Bussy een aantal<br />

arbeiders met toestemming van het looncomité aan den arbeid waren<br />

gebleven, en bovendien een dame bereid werd bevonden een zetmachine<br />

te bedienen. De heer Zwart stond nu op het standpunt, dat ook die<br />

drukkerijen de menschen, die nog aan den arbeid waren gebleven,<br />

moesten uitsluiten. Daarin hadden deze werkgevers echter niet den<br />

minsten zin, waarop de directeur Zwart weigerde zijn arbeiders uit te<br />

sluiten. Daarmede was de mogelijkheid om tot uitsluiting te komen<br />

voorbij. De heer Lindenbaum meende, dat waar hij persoonlijk wel wilde<br />

toegeven aan de eischen der arbeiders, hij nu niet langer verplicht was<br />

een staking te dragen en gaf toe aan de geëischte arbeidsvoorwaarden.<br />

Dit verhoogde de goede stemming bij de stakers, evenals het toegeven<br />

van de firma Bunders. .-r De directie van De Standaard had zich reeds<br />

in het begin der staking alle moeite gegeven om de verschijning van het<br />

dagblad mogelijk te maken. Zij had van de firma De Roever Króber<br />

& Bakels lokalen en materiaal gehuurd, om zoodoende haar bladen,<br />

De Standaard en De Heraut, in eigen beheer te doen drukken. Zij was<br />

verder bereid om de eischen der vakvereenigingen in te voeren en<br />

mocht de strijd tengevolge hebben, dat een andere regeling van kracht<br />

werd, ook die te aanvaarden. De vakvereenigingen eischten echter toepassing<br />

der geëischte loonsvoorwaarden ook voor het overige deel van<br />

het personeel der firma. De Standaard-directie was niet bij machte aan<br />

dezen eisch te voldoen. Zij had de firma De Roever Króber & Bakels<br />

in gebreke gesteld en aan de arbeidersbonden bericht, dat tengevolge<br />

daarvan de firma genoemde bladen niet meer te drukken zou krijgen.<br />

Het stakingscomité meende echter geen gehoor te kunnen geven aan<br />

het verzoek der Directie, en De Standaard werd niet gedrukt. De<br />

directie bleef pogen een weg ter ontkoming te vinden, want haar blad<br />

was het eenige dagblad, waarvan de verschijning door de staking verhinderd<br />

werd. Wel was een paar maal een heel klein Standaard-je<br />

verschenen, dat bij de firma Boonstra te Barneveld gereed gemaakt


96 DE STAKING EINDIGT MET VOORDEEL VOOR DE ARBEIDERS<br />

was, doch Dr. Kuyper zelf noemde dit blaadje „een blikken sabeltje".<br />

Het leek dan ook maar heel weinig op een echten Standaard. De directie<br />

van het blad zag haar pogen eindelijk met succes bekroond. Hoewel<br />

het andere personeel der firma De Roever Kri ber & Bakels bleef doorstaken,<br />

werd op 31 Januari aan het deel, dat in gewone dagen belast<br />

was met het gereedmaken van het anti-revolutionnaire dagblad, vergunning<br />

gegeven tegen de verhoogde arbeidsvoorwaarden het werk te hervatten.<br />

Door al deze tegenslagen kwam bij de werkgevers de overtuiging, dat<br />

hun kansen op een overwinning met den dag verminderden. Evenwel<br />

hadden zij toch begrepen, dat het aanbod om een loonregeling voor<br />

het geheele land te ontwerpen, de hoofdbesturen der arbeidersbonden<br />

bereidwillig hadden gemaakt een weinig water in den wijn te gieten.<br />

Zij vroegen dus aan die hoofdbesturen een voorstel te formuleeren,<br />

waarop de staking zou worden opgeheven. De hoofdbesturen kwamen<br />

toen met het voorstel : 30 ct. per uur voor machinezetters, 27 ct. voor<br />

drukkers, zetters van 25 jaar 26 ct. per uur, welk loon aan 6/ 10 van<br />

het zetterspersoneel moest worden toegekend. De berekening van het<br />

loon tegen 57 uur, wijl de werkdag op 9'/2 uur werd vastgesteld. Op<br />

31 Januari vergaderden de werkgevers over dat nieuwe voorstel. De<br />

stakers kwamen eveneens in vergadering bijeen om de beslissing der<br />

werkgevers te vernemen. Deze liet zich echter wachten. De stakers<br />

bleven urenlang in de zaal, vermaakten zichzelf een beetje en werden<br />

des middags vermaakt door beroepsvoordragers. Het antwoord der<br />

werkgevers kwam pas laat in den middag. Het stelde de stakers teleur,<br />

daar de patroons zich nu weer op het standpunt stelden, dat zij omtrent<br />

de door hen te nemen rancune-maatregelen geen enkele toezegging<br />

konden doen. De staking bleef dus voortduren. Echter werden ook de<br />

besprekingen voortgezet. Eindelijk werd het getal slachtoffers dan<br />

genoemd. 63 zouden er buiten de werkplaatsen blijven. De stakers wilden<br />

op deze voorwaarden niet ingaan en verwierpen deze oplossing dus.<br />

Pas toen op Dinsdag 4 Februari de mededeeling kwam, dat de werkgevers<br />

bereid waren nog minder slachtoffers te maken en bovendien<br />

beloofden, de niet aan het werk Bestelden zoo spoedig mogelijk onder<br />

dak te brengen, namen de stakers de vredesvoorwaarden aan. Niet echter<br />

zonder dat namens de hoofdbesturen ernstig was aangedrongen op het<br />

aanvaarden dezer voorwaarden, waarbij in aantocht zijnde, doch nog<br />

niet gearriveerde onderkruipers van buiten, mede als doorslaggevend<br />

argument in de weegschaal gelegd moesten worden. Op Woensdag<br />

5 Februari werd dan het werk hervat. Aangezien echter de werkgevers<br />

toch wel een weinig behoefte hadden om ook wat te overwinnen, werd<br />

bijna onmiddellijk na het hervatten van den arbeid den ex-stakers een<br />

verklaring ter teekening voorgelegd, waarin zij beloven moesten geenerlei<br />

moeite aan de onderkruipers in den weg te zullen leggen. Hier en daar<br />

hadden de stakers wel lust om maar weer onmiddellijk terug te keeren.<br />

Doch het aantal werkwilligen was zoo gering, dat zij geen belemmering


E. EBB<strong>EN</strong>HORST, NIJKERK<br />

afd.-voorzifter<br />

G. KNERP Ezn., ZAAN DAM<br />

voorz. afd. Zaanstreek<br />

A. G. VAN D<strong>EN</strong> EIJK, Z.-BOMMEL<br />

correspondent<br />

H. VAN ESS<strong>EN</strong>, NIJKERK<br />

afdeelingsbestuurder<br />

J. VAN DER WERF, ZAANDAM<br />

penningm. afd. Zaanstreek<br />

S. BINN<strong>EN</strong>DIJK, ZUTF<strong>EN</strong><br />

afd.-secretaris<br />

G. VAN D<strong>EN</strong> HAM, NIJKERK<br />

mede-opr. afdeeling<br />

K. KLAZES, <strong>EN</strong>KHUIZ<strong>EN</strong><br />

afd.-voorzitter<br />

P. DIELEMAN, AALT<strong>EN</strong><br />

afd.-penningmeester


J. PISO, HAARLEM<br />

afd -secretaris<br />

C. HORSEL<strong>EN</strong>BERG, HAARLEM<br />

afd.-penningmeester<br />

G. H. N. GERMANS, HAARLEM<br />

ex-afd.-penningmeester<br />

F. UITT<strong>EN</strong>BOSCH, HAARLEM L. BOER, MAASSLUIS M. D<strong>EN</strong> ADMIRANT, VLAARDING<strong>EN</strong><br />

vertrouwensman Plaatdrukkerij ex-afd.-secretaris afd.-voorzifter<br />

W. NOOM<strong>EN</strong>, ALF<strong>EN</strong> a/d R. J. C. S. BONTE, ALF<strong>EN</strong> aid R. S. C. VAN DER SPELT, ALF<strong>EN</strong> a/d R.<br />

afd.-secretaris afd -penningmeester afd.-voorzitter


VAN RECHTERLIJKE VERVOLGING DIE HAAR DOEL MISTE 97<br />

voor de oplossing van het conflict mochten vormen. De verklaring werd<br />

door de arbeiders geteekend. Daarmede was de Amsterdamsche strijd dus<br />

beëindigd, een regeling tot 2 Februari 1914 gekomen en de toezegging,<br />

dat een regeling voor het geheele land ontworpen zou worden. Waardoor<br />

het Amsterdamsche conflict was geworden het belangrijkste, dat<br />

ooit in het boekdrukkersbedrijf in Nederland was voorgekomen.<br />

De Amsterdamsche typografen, die wegens het staken gerechtelijk<br />

vervolgd werden, werden niet veroordeeld. Op 21 Februari 1913 deed<br />

Mr. Th. L. B. Hilterman de volgende uitspraak :<br />

„De bepaling in het individueele arbeidscontract : dat hetzelve werd<br />

gesloten op den voet en de voorwaarden van het collectief arbeidscontract,<br />

wijst er op, dat bij partijen, toen zij het individueele contract<br />

met elkaar aangingen, implicite de bedoeling voorzat, om over en weder<br />

wat betreft de arbeidsvoorwaarden bij hare individueele contractueele<br />

verhouding niet anders, dus ook niet langer aan de desbetrekkelijke bij<br />

het collectieve contract getroffen regeling gebonden te zijn, dan gedurende<br />

den tijd, daarvoor bij het collectieve contract zelve voor de geldigheid<br />

daarvan aangegeven.<br />

De opzegging van het collectieve arbeidscontract door de arbeiderscorporaties,<br />

houdt in eene tegenspraak, als bedoeld bij art. 1639 f B. W.,<br />

van de individueele arbeiders, leden dier corporaties, tegen de voortzetting<br />

der individueele arbeidscontracten op de voor 31 December 1912,<br />

geldende voorwaarden.<br />

Met betrekking tot het feit eener tusschentijdsche werkstaking als<br />

dringende reden voor onverwijld ontslag, is door den wetgever, wat<br />

betreft de vrije beoordeeling door den Rechter van het concrete geval,<br />

geen uitzonderingsbepaling gemaakt.<br />

Waar in casu de werkstaking in de eerste en voornaamste plaats<br />

beoogde : lotsverbetering der werklieden in de typografische vakken te<br />

Amsterdam, zijnde een uit moreel en sociaal oogpunt te rechtvaardigen<br />

doel, gelet op de wegens de te Amsterdam in de laatste jaren steeds<br />

stijgende woninghuren, betrekkelijk lage bonen en gelet op het feit<br />

dat ongeveer 30 drukkerspatroons vrijwillig aan de bedoelde verlangens<br />

hunner werklieden hadden toegegeven, leverde de werkstaking voor de<br />

patroons niet op een dringende reden, in den zin der wet, tot ontslag<br />

op staanden voet". Daarmede was voor alle stakers beslist, zoodat de<br />

schadeloosstelling, door de werkgevers gevraagd, niet toegewezen werd.<br />

Niet lang na de beëindiging van het conflict moesten maatregelen<br />

worden genomen om een regeling voor te stellen, die voor het geheele<br />

land van kracht zou zijn, en de verhoudingen in het bedrijf zou moeten<br />

regelen. Het groote bezwaar was, dat er nog een belangrijk deel der<br />

werkgevers en arbeiders buiten de organisatie stonden. Doch dit niet<br />

alleen. Velen hadden zelfs nog nooit van een organisatie gehoord, nog<br />

minder er aan gedacht, dat;ij zelven er bij zouden betrokken worden. En nu<br />

stonden zij, eigenlijk onverwacht, voor de noodzakelijkheid om zich te<br />

7


98 DE ALGEME<strong>EN</strong>E BOND SLUIT ZICH AAN BIJ HET N. V. V.<br />

bemoeien met het resultaat van het organisatie-werk : een regeling ook voor<br />

hen van kracht. Een ander bezwaar was, dat in meerdere steden een plaatselijke<br />

loonovereenkomst bestond. Daarmede moest dus rekening gehouden<br />

worden bij de samenstelling van de conceptregeling. — De Ned. Bond<br />

van Boekdrukkerijen zette zich over die moeilijkheden heen en stelde<br />

een ontwerp-landelijke loonregeling samen, dat reeds in begin Juli den<br />

hoofdbesturen werd toegezonden. De hoofdinhoud werd gepubliceerd in<br />

de bladen. Op de arbeidersbonden had dit alles zijn invloed. De neutrale<br />

vakvereenigingen waren allen plaatselijk gevestigd en hadden geen<br />

landelijken bond. Toen de overeenkomst over het heele land van kracht<br />

zou worden, was er dus geen bond, die als contractant voor de neutralen<br />

kon optreden. Daardoor waren deze genoodzaakt, wilden zij niet buiten<br />

het collectief verband gesloten worden, om een landelijk verband te<br />

stichten. Hetgeen dan ook geschiedde. Onder leiding van P. W. J. van<br />

Hassel werd te Utrecht een Bond van Plaatselijke Vereenigingen<br />

opgericht, die zich als neutrale organisatie in het boekdrukkersbedrijf ging<br />

aandienen. Hoewel het nog al moeite kostte om de andere bonden er toe<br />

te brengen dezen nieuweling als contractant te erkennen, kon de erkenning<br />

toch niet verhinderd worden. — De Algemeene Nederlandsche Typografenbond<br />

werd door de staking te Amsterdam voor een belangrijke<br />

beslissing gesteld. De strijd in dezen bond om een standpunt in de<br />

arbeidersbeweging te kiezen was nog immer niet beslecht. De voorstanders<br />

van de aansluiting bij het N. A.-S. begonnen echter ziender<br />

oogen aan invloed te verliezen. Feitelijk was de inrichting, het standpunt<br />

en de werkwijze van den bond in niets onderscheiden van andere,<br />

reeds bij het N. V. V. aangesloten vakbonden. In de staking te Amsterdam<br />

had de A. N. T. B. zich om steun gewend tot de gelijkgezinde bonden,<br />

die reeds tot hun vakcentrale waren toegetreden. Dit verzoek had niet<br />

het gewenschte resultaat opgeleverd. Bijna alle bonden zonden antwoord<br />

in, waarin uitgedrukt was, dat zij slechts steunden, indien het N. V. V.<br />

een steunregeling uitschreef. Toen het conflict achter den rug was,<br />

maakte het hoofdbestuur (dat in 1912 reeds tot aansluiting geadviseerd<br />

had) van de gelegenheid gebruik om verderen principiëelen strijd te<br />

ontkomen, en aansluiting bij het N. V. V. voor te stellen als een<br />

herverzekering tegen het uit conflicten voortkomende risico. Onder deze<br />

vlag kwam het schip de N. V. V.-haven binnen. Echter waren er heel<br />

wat georganiseerden, die, onder welk opschrift de aansluiting dan ook<br />

mocht geschied zijn, van aansluiting niet gediend waren en dus voor<br />

het lidmaatschap bedankten. Sommigen bleven voorloopig ongeorganiseerd,<br />

maar anderen zagen in de aansluiting de officiëele erkenning van het<br />

gaan naar de socialistische vakbeweging en kwamen waar zij reeds<br />

eerder hadden moeten zijn, namelijk in den Christelijken Typografenbond.<br />

Het ledental van den laatstgenoemden bond nam daardoor toe,<br />

maar indien men toen reeds over een vrijgestelde beschikt had, zou deze<br />

toeneming waarschijnlijk een veel grooter omvang hebben aangenomen.


TOETREDING VAN DE VAKGROEP CHEMI-LITOGRAF<strong>EN</strong> 99<br />

Zonder vrijgestelde kon te weinig actie ontwikkeld worden. Niet omdat de<br />

ijver ontbrak. Smit spande zich in, moedigde aan en deed in De Christen-<br />

Typograaf wat hij kon. De secretaris Baarspul liet niet na om ieder<br />

oogenblik, dat hij vrij van zijn dagelijkschen arbeid was te besteden in het<br />

belang en voor het werk van den bond. Maar niettegenstaande al dezen<br />

ijver kon niet geschieden wat noodzakelijk was : in iedere plaats waar<br />

christelijke vakgenooten woonden dezen samenbrengen. Toch nam, verhoudingsgewijs,<br />

het ledental vrij sterk toe. Een verheugend feit was dat<br />

„Helpt Elkander" te Rotterdam niet langer afzijdig bleef, maar zich als<br />

afdeeling bij den bond aansloot. Op 5 Maart berichtte de afdeelingssecretaris<br />

dat tot zijn blijdschap besloten was om tot den Christelijken<br />

Typografenbond toe te treden. Wel werd nog gevreesd voor ledenverlies,<br />

maar men was te Rotterdam tot de overtuiging gekomen, dat dit niet<br />

langer den weg naar den bond mocht versperren. Op 1 Mei ging de<br />

aansluiting in. Ook in Groningen gelukte het, nu voor de derde maal,<br />

een vereeniging van Christelijke typografen te stichten. Op 1 Mei trad zij<br />

als afdeeling tot den bond toe. Bestuurders werden J. Hoekzema, voorzitter,<br />

K. Harmanny, secretaris en J. H. L. Marrink, penningmeester. Doch pas<br />

in de tweede helft van het jaar zou blijken, hoe overal een ontwaken mocht<br />

geconstateerd worden.<br />

In de Chemi- en Lithografen-wereld was de geschiedenis niet blijven<br />

stilstaan. De protestantsch-Christelijke vakgenooten waren, zooals reeds<br />

werd medegedeeld, als hospitant-leden bij den Ned. R. K. Litho-, Fotoen<br />

Chemigrafen Bond ondergebracht. Deze maatregel was slechts een<br />

tijdelijke. Het doel was om ook de protestantsch-Christelijke collega's in<br />

afzonderlijke organisatie bijeen te brengen. De R. K. Litho-Fotobond was<br />

uitgesproken Roomsch-Katholiek en had geenszins een interconfessioneel<br />

karakter. Gewerkt werd in de richting van aansluiting bij den Ned.<br />

Roomsch Katholieken Grafischen Bond, zij het, dat de gedachte om in<br />

dien bond een geheel afzonderlijke vakgroep te blijven vormen, op den<br />

voorgrond stond. De protestantsch-Christelijke collega's wisten op hun<br />

beurt aansluiting bij den Christelijken Typografenbond in Nederland te<br />

verkrijgen, met denzelfden wil, om een afzonderlijke vakgroep te blijven<br />

vormen, bezield. Reeds waren met Smit, die namens het hoofdbestuur<br />

optrad, verschillende besprekingen gevoerd, maar nog niet met vast<br />

resultaat. Toen echter op den beschrijvingsbrief van den R. K. Litho-,<br />

Foto- en Chemigrafen Bond het voorstel tot federatieve samenwerking met<br />

den R. K. Grafischen Bond werd geplaatst, achtten onze geestverwanten<br />

den tijd gekomen om stappen te doen die voor hun groep tot een<br />

definitieve beslissing leiden moesten. Het waren de vrienden E. Fienieg<br />

en M. van Hoek, die, in opdracht van hun hoofdbestuur, op 18 April een<br />

circulaire aan de protestantsche leden richtten, waarin het voorstel werd<br />

gedaan om tot aansluiting bij den C. T. B. te komen. Naast den eisch<br />

om een afzonderlijke vakgroep te blijven vormen, werd uitdrukkelijk<br />

gevraagd : de bevoegdheid om zelfstandig collectieve contracten af te


100 DE GRONDSLAG VOOR E<strong>EN</strong> CHRISTEL. AL-GRAFISCH<strong>EN</strong> BOND GELEGD<br />

sluiten, die dan namens de vakgroep door den C. T. B. zouden moeten<br />

worden onderteekend. Ook zou het bondsorgaan het orgaan der vakgroep<br />

worden en aan de leden dezelfde rechten worden toegekend en<br />

plichten worden opgelegd als aan de andere leden. Hiermede hadden<br />

de plannen een vasten vorm aangenomen. De besprekingen met het<br />

hoofdbestuur van den Christelijken Typografenbond konden nu ook<br />

meer concreet gevoerd worden. Zij leidden tot dit resultaat, dat aan<br />

het einde des jaars de vakgroep toetrad, administratief en organisatorisch<br />

een afzonderlijke vakgroep bleef, maar in nauw verband samenwerkte<br />

met den C. T. B. De vakgroep wees een vertegenwoordiger aan in het<br />

hoofdbestuur van den bond. De bepaling, dat de vakgroep gerechtigd<br />

was zelfstandig collectieve contracten af te sluiten vond haar oorzaak in<br />

het feit, dat zoowel in het chemigrafisch als in het lithografisch bedrijf<br />

besprekingen over het afsluiten van collectieve contracten gevoerd zouden<br />

worden. De Nederlandsche Litho-, Foto- en Chemigrafenbond en de<br />

Roomsch-Katholieke Litho-, Foto- en Chemigrafenbond, de laatste dus ook<br />

namens de protestantsch-Christelijke leden, hadden de onderhandelingen<br />

gevoerd met de Vereeniging van Nederlandsche Chemigrafische Inrichtingen.<br />

Met den Nederlandschen Bond van Steendrukkerijen waren zij<br />

eveneens in overleg getreden. De onderhandelingen hadden tot de samenstelling<br />

van een concept-collectieve arbeidsovereenkomst geleid, namelijk<br />

een overeenkomst voor het chemigrafisch bedrijf en een voor het lithografisch<br />

bedrijf. Daar deze overeenkomsten pas in 1914 van kracht<br />

werden, zullen wij het résumé van den inhoud onder dit jaar opnemen.<br />

— Voor den bond was de toetreding van de vakgroep van groot<br />

belang. Er vloeide een winst van 50 leden uit voort, hetgeen op zichzelf<br />

van beteekenis was. Niet minder belangrijk was het feit, dat met het<br />

toetreden der chemi- en lithografen de grondslag gelegd werd van een<br />

Christelijke al-grafische organisatie. De centralisatie van den bond moest<br />

nog ter hand genomen worden, het ledental was nog gering, de collectieve<br />

arbeidsovereenkomsten stonden nog aan het begin-stadium van hun<br />

ontwikkeling, het regelmatig contact met de werkgevers eveneens. Het<br />

was de vooravond van de ontwikkeling der bedrijfsverhouding, de vooravond<br />

ook van de natuurlijke en regelmatige ontwikkeling der vakbonden.<br />

Dus juist op het meest geëigende oogenblik werden de voorwaarden<br />

geschapen voor de gunstige ontwikkeling van den bond. — Gelijktijdig<br />

was een opleving te constateeren ook bij de vakgroepen typografen en<br />

boekbinders in den lande. Het begon met nieuw leven in Zwolle.<br />

Daar werd het initiatief genomen door J. W. Polder om nog eens te<br />

probeeren of de Christelijke typografen te verzamelen waren. Zijn<br />

pogingen hadden goed gevolg. Op 15 Juli werd er vergaderd. 15 leden<br />

en één adspirant-lid traden toe. Minder goed ging het met de pogingen,<br />

die R. Hofstra te Sneek aanwendde om dáár een afdeeling op te richten.<br />

In deze stad was de geest onder de vakgenooten nog niet vaardig<br />

geworden. In Wageningen werden pogingen aangewend om tot loon-


DE ELFDE JAARVERGADERING IN HET TEEK<strong>EN</strong> VAN VOORUITGANG 101<br />

verbetering te komen. P. Hols, de vrijgestelde van den A. N. T. B.<br />

en Smit, de voorzitter van den C. T. B. voerden de besprekingen met de<br />

werkgevers aldaar. Deze besprekingen brachten wederzijds bevrediging.<br />

Het loon werd verhoogd en met 1 Juli op f 10.— gebracht. 1 Jan.1914<br />

zou het f 10.50 worden, 1 Juli f 11.— en bij de tot stand koming van<br />

de landelijke regeling f 11.40. — Schotanus was inmiddels naar Utrecht<br />

verhuisd en geheel naar den aard van dezen propagandist was het, dat<br />

één der eerste dingen die hij deed was : te pogen een afdeeling op te<br />

richten. Daarmede was hij nog niet geslaagd, toen op 15 Augustus de elfde<br />

algemeene vergadering gehouden werd. Toch droeg deze vergadering<br />

een bijzonder opgewekt karakter. Den Haag deed het voorstel om<br />

meerdere centralisatie toe te passen. De afdeeling werd opgedragen een<br />

commissie te benoemen, die een centralisatie-rapport zou uitbrengen.<br />

Het voorstel om in beginsel te besluiten een bonds-ziekenfonds op te<br />

richten was ook van deze afdeeling, terwijl verder van verschillende<br />

afdeelingen het voorstel was ingediend om De Christen-Typograaf in<br />

het vervolg twee maal per maand te doen verschijnen. De daardoor<br />

veroorzaakte contributieverhooging wilde men wel dragen. Dan ook<br />

stond de collectieve overeenkomst midden in de belangstelling der aanwezigen.<br />

Een korte inhoud was reeds in het maandblad geplaatst.<br />

Verder stelde Den Haag voor om een ambtenaar-propagandist aan te<br />

stellen. Dat het laatste voorstel niet kon worden aanvaard werd wel<br />

duidelijk uit het verslag van den penningmeester. De bondsinkomsten<br />

waren over het boekjaar 1912/13 f 476.28, de uitgaven f 343.22, zoodat<br />

het saldo f 133.0,6 bedroeg. Wel moest daaraan nog toegevoegd worden<br />

het vermogen van de weerstandskas, doch daar dit op f 245.22 genoteerd<br />

stond, kon het de aanstelling van een ambtenaar-propagandist al evenmin<br />

doen verwezenlijken. Zelfs het saldo van den administrateur van het<br />

maandblad, W. J. L. Ruppert, ten bedrage van f 4.11, bracht geen<br />

uitkomst. Voor Schotanus moest een andere hoofdbestuurder benoemd<br />

worden. Dat was het werk van de afdeeling Amsterdam. Met het oog<br />

op het toenemend aantal machinezetters werd besloten een man uit die<br />

branche aan te wijzen. De keus viel op M. van der Heide. De volledige<br />

samenstelling van het hoofdbestuur was nu aldus : M. W. Smit, voorzitter<br />

; J. Baarspul, secretaris ; J. Jonker, penningmeester ; . M. van der<br />

Heide, algemeen adjunct, allen te Amsterdam. Verder : A. B. Snijder,<br />

Den Haag, vice-voorzitter, A. de Boer, Arnhem, J. Brans, Rotterdam.<br />

Besloten werd om het tweemaal per maand verschijnen van het bondsorgaan<br />

ter afdoening aan het hoofdbestuur op te dragen. Moge nog<br />

vermeld worden, dat door Schotanus principieel bezwaar tegen het<br />

verplicht lidmaatschap werd uitgesproken, welk verplicht lidmaatschap in<br />

het ontwerp-landelijke overeenkomst was opgenomen, zij het nog niet<br />

in concreten vorm. — Het bleek na de algemeene vergadering wel, dat<br />

biet hoofdbestuur inzag dat de veranderde omstandigheden verandering<br />

moesten brengen in de werkwijze van den bond. Was Schotanus een


102 IN VERSCHILL<strong>EN</strong>DE PLAATS<strong>EN</strong> TRED<strong>EN</strong> NIEUWE LED<strong>EN</strong> TOE<br />

voorstander van contributieverhooging geweest, zijn opvolger, M. van<br />

der Heide, overtrof hem hierin. Hij toch stelde voor de bondscontributie<br />

met 10 centen per week te verhoogen. Hij kreeg voor nog geen derde<br />

zijn zin, maar moest met 3 centen verhooging tevreden zijn. Ook de<br />

mentaliteit bij de leden begon zich te wijzigen, want zonder bezwaren<br />

werd de verhooging der bijdragen algemeen toegestemd. Ook buiten<br />

den bond kwam meerdere organisatiezin bij de christelijke arbeiders in<br />

het boekdrukkersbedrijf. In Amersfoort had men reeds eerder om een<br />

spreker verzocht. Het waren hier W. Waanders en M. C. Look, die<br />

het eerst propaganda maakten en onder leiding van den Christelijken<br />

Besturenbond een vergadering belegden. Smit moest spreken, en daar<br />

deze maar over heel weinig tijd beschikte, moest de vergadering langer<br />

uitgesteld worden dan den ijverigen vrienden lief was. Doch op<br />

5 September was Smit er en werd de afdeeling met 16 leden opgericht.<br />

Onmiddellijk na de oprichting maakte zij in Nijkerk propaganda. Heel<br />

vlot liep het nog niet, maar toch kon op 19 December aldaar een<br />

afdeeling met 6 leden worden gevestigd. Eindelijk had Schotanus in<br />

Utrecht succes op zijn pogingen. Met een paar oud-leden van vroegere<br />

vereenigingen had hij aanknooping gezocht, er waren een paar nieuwe<br />

bijgekomen, zoodat op 23 September een vergadering kon worden belegd<br />

en een afdeeling met 19 leden opgericht. — Was het tot nu toe vrijwel<br />

gewoonte geweest, dat na het oprichten van een afdeeling van den<br />

Christelijken Typografenbond een stuk van afkeuring en bestrijding in<br />

het Grafisch Weekblad verscheen, in Kampen ging men broederlijk<br />

samen. Daar werden alle typografen bijeen geroepen, hun den plicht tot<br />

organisatie voorgehouden en op organisatie naar levensbeginsel aangedrongen.<br />

Het resultaat was, dat 10 zich bij den A. N. T. B., 10 bij de<br />

C. T. B. en 7 bij den R. K. T. B. aansloten. Op 1 November vond<br />

de oprichting van onze afdeeling plaats. De Zaanstreek kon nu niet<br />

achter blijven. Onder leiding van den Christelijken Besturenbond werd<br />

door diens secretaris G. Baas Kzn. met de christelijke vakgenooten een<br />

vergadering belegd en op 10 November daar een afdeeling met 8 leden<br />

opgericht. H. Halie nam de zaak te Leeuwarden ter hand. Op 1 December<br />

vereenigde hij 9 man tot een afdeeling. En eer het jaar uit was, was<br />

er een brief uit Hoorn, waarin J. Karssen inlichtingen vroeg, drie leden<br />

samenbracht en de aandacht op Enkhuizen vestigde. Ook kwam er een<br />

schrijven van J. van Dalen uit Assen, terwijl eveneens in Vlaardingen<br />

bereidheid werd gevonden om met den Christelijken Typografenbond in<br />

Nederland in contact te treden. Aan Van Dalen gelukte het vlak voor<br />

het jaarafscheid, namelijk op 29 December, in een door hem geleide<br />

vergadering een afdeeling op te richten, die 9 leden en 1 adspirantlid<br />

vereenigde. Dit zijn dan nog maar de plaatsen, waarin onze bond<br />

blijvend vasten voet kreeg. Uit zeer veel andere steden en dorpen<br />

kwamen verzoeken om inlichtingen, die den bondssecretaris handen vol<br />

werk gaven. Als de ambtenaar-propagandist toen reeds aangesteld ware


VOORBEREIDING LANDELIJKE COLLECTIEVE OVERE<strong>EN</strong>KOMST 103<br />

geweest, dan zou het ledental nog veel meer uitgebreid zijn geworden.<br />

Nu liep het naar 400.<br />

Het hoofdbestuur kweet zich goed van zijn taak. Om de uitbreiding<br />

van het blad met zoo min mogelijk financiëele lasten gepaard te doen<br />

gaan, werd aan tallooze werkgevers prijsopgave gevraagd. De ingekomen<br />

opgaven ontliepen elkaar niet zoo veel. Het blad bleef in<br />

Amsterdam, maar verhuisde toch van de drukkerij der Wed. G. van<br />

Soest naar drukkerij „De Standaard". Het gevolg van al die prijsopgaven<br />

was, dat er tamelijke ontevredenheid kwam bij heel wat bondsleden,<br />

die hun werkgever prijsopgave hadden gevraagd en nu moesten vertellen,<br />

dat het blad met 1914 wel tweemaal per maand zou verschijnen,<br />

doch toch in Amsterdam zou worden gedrukt. — Van meer beteekenis<br />

waren de zorgen voor de landelijke overeenkomst. De hoofdbesturen<br />

van drie landelijke bonden werkten samen. De Bond van Plaatselijke<br />

Vereenigingen werd niet tot de besprekingen uitgenoodigd. De klasseindeeling<br />

was een punt, dat tot honderd-en-één bezwaren aanleiding gaf.<br />

Deze bezwaren werden nog vermeerderd, doordat sommige plaatsen, door<br />

het drijven der daar wonende werkgevers, naar een lagere gemeentenklasse<br />

werden ondergebracht dan in het eerste voorstel was aangegeven.<br />

Niet overal voelden de arbeiders de werkelijke beteekenis van een<br />

regeling der arbeidsvoorwaarden over het geheele land. Zoomin als de<br />

werkgevers. In Enschedé ontwierp men nog een afzonderlijke regeling<br />

voor die plaats ; ook in Groningen ging men zich nog inspannen om<br />

een plaatselijke regeling op te stellen. Te Dordrecht werd een verbond<br />

gesloten tusschen de afdeelingen van den A. N. T. B. en onzen bond<br />

tengevolge waarvan de werkgevers een verzoek bereikte om zetters,<br />

drukkers en binders op 23-jarigen leeftijd een loon van f 12.— toe te<br />

kennen, machinezetters f 14.— uit te betalen, de christelijke feestdagen<br />

niet meer als verzuim van het loon af te trekken en 4 vrije dagen per<br />

jaar aan de arbeiders toe te kennen, terwijl het verzoek ook nog den<br />

werkdag op 9 uur bepaald wilde zien. Zoo was men ook in Den<br />

Haag nog in twijfel of daar kon worden voortgegaan met het doorvoeren<br />

der plaatselijke regeling of dat gewacht moest worden op de<br />

collectieve overeenkomst voor het gansche land, waarin 's-Gravenhage<br />

genoemd werd onder de tweede gemeenten-klasse. De besprekingen over<br />

de landelijke regeling gingen middelerwijl voort. Op 10 October kon<br />

het voorloopig resultaat der onderhandelingen worden rondgezonden<br />

aan de afdeelingen. Wel was nog niet alles definitief geregeld, doch de<br />

wijzigingen, die nog aangebracht konden worden, waren van ondergeschikt<br />

en meestal van plaatselijk belang. Dit was echter het gevaarlijke,<br />

aangezien de overtuiging, dat de bond moest beslissen nog niet was<br />

doorgedrongen, doch iedere afdeeling voor zich het concept kon aannemen<br />

of verwerpen. Bovendien deed het hoofdbestuur uiterst voorzichtig,<br />

gaf geen advies en liet de beslissing dus volledig aan het inzicht<br />

der afdeelingen over. In een enkele afdeeling verwierp men de landelijke


104<br />

WELKE BOND<strong>EN</strong> ALS CONTRACTANT BIJ DE C. A.-0. OPTRAD<strong>EN</strong><br />

regeling dan ook, hier omdat men zich in een te lage gemeenten-klasse<br />

ingedeeld waande, daar omdat de ziekte-regeling in de landelijke regeling<br />

over korten termijn of lager bedrag uitkeering bij ziekte gaf, elders<br />

omdat men reeds eens per jaar één verlofdag meer had dan in de<br />

landelijke regeling werd bepaald. Doch het eind van al deze moeilijkheden<br />

was, dat de collectieve overeenkomst door alle vijf de contractanten<br />

werd aanvaard. Als contractant ter eenre trad op de Nederlandsche<br />

Bond van Boekdrukkerijen. Contractanten ter andere zijde waren<br />

Algemeene Nederlandsche Typografen Bond, Roomsch-Katholieke<br />

Grafische Bond, Christelijke Typografenbond in Nederland, Nederlandsche<br />

Bond van Plaatselijke Vereenigingen. De overeenkomst trad<br />

op 5 Januari 1914 in werking en eindigde niet vroeger dan 30 December<br />

1916. Zij werd dus voor drie jaar aangegaan.<br />

Daar in het belangrijke jaar 1913 nog niet was bereikt een sterkere<br />

centralisatie van den C. T. B. en de afdeelingen dus nog voor een niet<br />

onbelangrijk deel zelfstandige vereenigingen waren, dient ook dit jaar<br />

nog een kort overzicht der belangrijkste gebeurtenissen in de afzonderlijke<br />

afdeelingen te worden gegeven. Voor Amsterdam kan worden volstaan<br />

met mede te deelen, dat de besturen der samenwerkende afdeelingen<br />

en vereenigingen meerdere malen bij elkander kwamen om te pogen<br />

een regeling voor de arbeiders van de gieterij-afdeeling der Amsterdamsche<br />

Lettergieterij, voorheen N. Tetterode, samen te stellen. Tot doorvoering<br />

dier regeling kwam het niet. Zoomin als tot invoering van het reglement<br />

van de arbeidsbeurs. De boekdrukkerspatroons hadden dit reglement,<br />

bestaande uit 42 artikelen, ontworpen. Het doel der arbeidsbeurs was<br />

hoofdzakelijk de bemiddeling der gemeente. arbeidsbeurs in het boekdrukkersbedrijf<br />

overbodig te maken. Want in den regel geschiedde het<br />

plaatsen van werklooze vakgenooten door bemiddeling der arbeidersvereenigingen.<br />

Op de plaatsing hadden de werkgevers weinig of geen<br />

invloed. Vandaar hun poging om meerderen invloed te verkrijgen,<br />

respectievelijk de in te stellen arbeidsbemiddeling geheel onder werkgevers<br />

invloed te brengen. Een arbeidsbeurs zou in meerdere steden<br />

opgericht dienen te warden en een centrale arbeidsbeurs zou de geheele<br />

arbeidsbemiddeling moeten centraliseeren. De arbeiders-vereenigingen te<br />

Amsterdam bespraken het plan en dienden amendementen op het ontworpen<br />

reglement in, doch desniettegenstaande liep de zaak dood. De werklieden<br />

hadden niet veel zin een op deze wijze in het leven geroepen arbeidsbemiddeling<br />

te aanvaarden. — Nog verdient afzonderlijke vermelding,<br />

dat te Amsterdam gehouden werd een Internationale Tentoonstelling op<br />

Grafisch gebied, de I. G. T. A., die het bewijs leverde van opbloei en<br />

ondernemersdurf in de grafische bedrijven. Opgesteld stond o.a. een<br />

Heureka-pers, een Lanston-monotype met dubbel keybord, 2- en 3magazijns<br />

Linotype, een Fransche offsetpers. Schoone inzendingen bindwerk<br />

o.a. van de firma's Brandt & Zoon en Elias P. van Bommel. De<br />

tentoonstelling trok veel bezoek, niet het minst van in de ontwikkeling


E<strong>EN</strong> <strong>EN</strong> ANDER UIT HET LEV<strong>EN</strong> VAN <strong>EN</strong>KELE AFDEELING<strong>EN</strong> 105<br />

der techniek belangstellende arbeiders. — Te 's-Gravenhage kwam een<br />

korte staking voor bij De Avondpost, directeur Van Paasschen. Op,<br />

4 Mei brak het conflict uit, dat op 7 Mei tot oplossing werd gebracht.<br />

Toen bleek, dat een 4-tal arbeiders, dat als geschorst werd beschouwd,<br />

zich ontslagen moest rekenen, staakten de arbeiders op 8 Mei opnieuw.<br />

De nieuwe staking werd in den middag van denzelfden dag opgeheven,<br />

terwijl nu alle stakers (45) den arbeid konden hervatten. Zooals in<br />

Den Haag gebruikelijk was, kwam ook dit jaar in het looncomité allerlei<br />

strubbeling voor. Aanvankelijk scheen het, alsof het uiteen zou vallen,<br />

doch het behield het leven nog gedurende het geheele jaar. Het ging<br />

ditmaal voornamelijk tusschen de afdeelingen van den A. N. T. B. en<br />

den R. K. G. B., doch onze afdeeling bemoeide zich in zooverre metde<br />

kwestie, dat zij aan de zijde der R. K. vakgenooten ging staan. De<br />

afdeeling zelf bleven de moeilijkheden evenmin bespaard. De voorzitter,<br />

H. A. van Ingen Schenau, legde vrij onverwacht zijn functie neer.<br />

Hoewel dat eenigen terugslag dreigde te brengen, werden, door de<br />

verkiezing van G. Hogenbirk in zijn plaats, de gevreesde moeilijkheden<br />

voorkomen. Onder de leiding van laatstgenoemde hadden de beraadslagingen<br />

over de landelijke overeenkomst plaats. De Haagsche vrienden<br />

hadden bezwaar, dat hun woonplaats in de 2de gemeenten-klasse was<br />

ingedeeld en vrees voor de toepassing van het 6/10 stelsel. Zij meenden<br />

dat aan iederen volwassen arbeider het volle loon moest worden uitgekeerd.<br />

Bij een stemming werd de overeenkomst echter aangenomen. —<br />

Een ijverige afdeelingssecretaris en propagandist bleef A. van Rijzen. Hij<br />

beleefde in het laatste kwartaal des jaars blijde dagen. In iederen brief<br />

kon hij de toetreding van een niet onbelangrijk aantal nieuwe leden.<br />

melden. Op ondubbelzinnige wijze gaf hij aan zijn blijdschap uiting. —<br />

In de andere reeds bestaande afdeelingen ging het leven geleidelijk voort.<br />

Behoudens het reeds gememoreerde verzoek der afdeelingen A. N. T. B.<br />

en C. T. B. valt over Dordrecht nog te berichten dat de secretaris J. Krins,<br />

door vertrek naar een andere stad voor zijn functie bedanken moest.<br />

Daarmede vertrok een van de mannen, die in de allermoeilijkste jaren<br />

hadden stand gehouden. — Het looncomité te Leiden oordeelde het<br />

noodig een vergadering te beleggen van alle typografen en daarin voor<br />

iederen bond een spreker te doen optreden. Op 17 November werd aan<br />

dat voornemen uitvoering gegeven. Smit was aangezocht namens onzen<br />

bond op te treden, maar hij kon aan dit verzoek niet voldoen. In zijn<br />

plaats kwam de nieuwe Haagsche voorzitter, G. Hogenbirk, het woord<br />

voeren, die op keurige wijze zijn taak vervulde. ^ Hilversum moest<br />

W. Vijfvinkel aan Rotterdam afstaan, wijl deze daar ter plaatse bij<br />

De Maasbode in dienst trad. H. F. Beuker nam zijn plaats als secretaris<br />

in. '-- Het reeds vermelde besluit van „Helpt Elkander" te Rotterdam<br />

om als afdeeling tot den bond toe te treden, werd nog genomen onder het<br />

bestuur van den in plaats van Begeer gekozen voorzitter J. H. Bouwhuis.<br />

Kort daarna vertrok deze naar Duitschland en werd de voorzittershamer


106 „HELPT ELKANDER" AFDEELING <strong>EN</strong> DE COMBINATIE TE ROTTERDAM<br />

overgenomen door J. H. Brans. Kort nadat de vereeniging afdeeling was<br />

geworden, besloot het bestuur om een groote propaganda-vergadering te<br />

beleggen. Ook hier kon Smit niet als spreker optreden. Gelukkig dat<br />

K. Kruithof, de tegenwoordige Voorzitter van het C. N. V., bereid was<br />

voor de afdeeling te spreken. Daardoor kon aan het voornemen van het<br />

bestuur gevolg worden gegeven. 't Is bijna vanzelfsprekend, dat de<br />

Rotterdammers Vijfvinkel zoo spoedig mogelijk in het bestuur haalden.<br />

Hij was te goed bekend in de Maasstad om hem lang ledig aan de markt<br />

te laten staan. Nu „Helpt Elkander" bondsafdeeling was en met januari 1914<br />

een landelijk collectief contract in werking zou treden, rees twijfel bij het<br />

bestuur of het nog noodzakelijk was de combinatie met de andere langer<br />

te laten voortbestaan. De gedachte, dat Rotterdam wellicht zijn combinatie<br />

moest prijsgeven, was wel geen prettige, doch haar voort te laten bestaan<br />

zonder van haar noodzakelijkheid overtuigd te zijn, was geen zaak, die<br />

lang kon duren. — Zoo ging 1913 onder de goede teekenen van opleven<br />

overal, van hoop op verbetering in de positie der typografen, met een<br />

belofte voor de boekbinders, met aansluiting van verschillende afdeelingen,<br />

van de vakgroep chemigrafen, lithografen en steendrukkers. Ook was in<br />

het jaar een beter inzicht in de inrichting en de taak van de vakvereeniging<br />

gewekt. De gedachte aan het in dienst nemen van een propagandist en<br />

die aan meerdere centralisatie, bewezen, dat in den bond in ruimen kring<br />

het betere inzicht was gekomen.


231WW11WEZ3WIEgilW<br />

ZESDE HOOFDSTUK<br />

LANDELIJKE COLLECTIEVE ARBEIDS-OVERE<strong>EN</strong>KOMST<strong>EN</strong><br />

DE WERELDOORLOG <strong>EN</strong> ZIJN GEVOLG<strong>EN</strong><br />

(1914)<br />

et belangrijke feit in het begin van dit jaar, n.l. de in werking<br />

treding der collectieve arbeids-overeenkomsten in de grafische<br />

bedrijven, verdient nog eenige nadere onderstreping. De inhoud<br />

dier contracten zal hun groote beteekenis bewijzen. Zoodat<br />

wij een kort resumé van dien inhoud zullen opnemen. De collectieve<br />

arbeidsovereenkomst in het typografisch bedrijf stelde den werktijd op<br />

9 1/ 2 uur per dag of 57 uren per week. In drukkerijen waar reeds korter<br />

gewerkt werd mocht niet tot verlenging van den werktijd worden<br />

overgegaan en moest 57 maal het uurloon worden uitbetaald. Op erkende<br />

christelijke feestdagen werd niet gewerkt, maar het loon werd doorbetaald.<br />

Per jaar werden 4 verlofdagen aan de arbeiders toegekend.<br />

De arbeiders werden onderverdeeld in 1 e, 2e en 3e klasse arbeiders.<br />

Ter zetterij moesten 6/io lste, 2/10 2de en 2/i0 3de klasse arbeiders zijn.<br />

Voor de drukkerij werd een verhouding naar het aantal snelpersen<br />

aangegeven. Bij 5 snelpersen moesten 3 1 ste klasse- en 2 2de klasse-,<br />

bij 10 5 1 ste klasse- en 3 2de klasse-drukkers zijn. 3de klasse-drukkers<br />

kwamen alleen aan de degelpersen voor. Bij 3 degelpersen moest 1 1 ste<br />

klasse-, 1 2de klasse-, 1 3de klasse-drukker zijn. Bepaald werd nog,<br />

dat ten minste de helft van de gezellen der 3e klasse het aangegeven<br />

loon moest verdienen. Voor de andere helft was het loon niet vastgesteld.<br />

Alle aangegeven verhoudingen waren minimaal. Het land werd<br />

verdeeld in 9 gemeenten-klassen. Als regel werd het aantal inwoners als<br />

maatstaf aangenomen. Gemeenten met minder dan 5000 inwoners kwamen<br />

in de 9de gemeenten-klasse. De 1 ste klasse had meer dan 500000 inwoners,<br />

welke eer alleen aan Amsterdam te beurt viel. De uurloonen liepen met<br />

één cent per uur per gemeenten-klasse op, zoodat zij voor handzetters,<br />

bewerkers van het toetsenbord, drukkerijbinders en expediteurs het volgende<br />

beeld gaven :


108 KORTE INHOUD DER C. A.-O. IN HET BOEKDRUKKERSBEDRIJF<br />

Gemeenten-klasse : I II I III N I V VI VII VIII IX<br />

1 ste klassers<br />

2de klassers<br />

3de klassers<br />

27 26 25 24 23 22 21 20 19<br />

19 18 17 16 15 14 13 12 11<br />

14 13 12 11 10 9 8 7 6<br />

Opmakers bij dagbladen, drukkers, monotype- en lettergieters ontvingen<br />

1 cent per uur meer. Linotype-machinezetters, voor zoover het<br />

1 ste klasse arbeiders betrof, 4, 2de klasse gezellen 3 centen per uur meer<br />

dan zetters enz. Monoline- en Typograph-machinezetters ontvingen weer<br />

een cent minder per uur dan hun collega's aan de Linotype. Voor<br />

courant-rotatiedrukkers aan een enkele machine was het loon 4 centen,<br />

aan een dubbele machine 6 centen hooger gesteld. Om al te groote<br />

sprongen te vermijden werd nog vastgesteld, dat indien iemand bij het<br />

invoeren der C. A.-O. meer dan 2 centen per uur verhooging moest<br />

hebben, hij wat boven die 2 centen uitging een jaar later mocht ontvangen.<br />

Was het resteerende ook nog meer dan 2 centen per uur, dan<br />

mocht met de toekenning daarvan nog eens een jaar gewacht worden.<br />

Doch op 1 October 1916 moest, zoowel wat het loon als de getalsverhouding<br />

betrof, de landelijke overeenkomst geheel doorgevoerd zijn.<br />

Overwerk werd extra beloond met 25 % voor gewoon overwerk,<br />

50 °/n voor nachtwerk, 100 Vo voor Zondagsarbeid en 125 °/o voor<br />

arbeid op feestdagen. Bij ziekte ontving een arbeider, die zich voor de<br />

andere helft zelf verzekerd had, gedurende hoogstens 6 weken de helft<br />

van het weekloon van zijn werkgever. Een niet-verzekerde arbeider<br />

ontving die uitkeering slechts gedurende 3 weken. Ook werd bij verzuim<br />

wegens familie-omstandigheden, nl. geboorte, huwelijk, overlijden en<br />

begraven, het loon doorbetaald, terwijl bij het opkomen voor landweeroefeningen<br />

gedurende 3 dagen, en bij het uitoefenen van het stemrecht<br />

hoogstens 2 uren verzuim werd uitbetaald. De gewone opzegtermijn<br />

werd op 14 dagen vastgesteld. Werkstaking en uitsluiting om verandering<br />

in de overeenkomst te brengen werd verboden. De geldigheid van de<br />

reden van ontslag kon aan de Districts-Commissie en in hooger beroep<br />

aan de Centrale Commissie worden voorgelegd. Zoo spoedig mogelijk<br />

na het in werking treden der overeenkomst moesten de Districts-<br />

Commissies worden samengesteld. De Nederlandsche Bond van Boekdrukkerijen,<br />

als contractant ter eenre, zou 3 leden en 3 plaatsvervangende<br />

leden moeten benoemen. De gezamenlijke contractanten ter andere<br />

eveneens 3 leden en 3 plaatsvervangende leden. De verdeeling der<br />

zetels zou zooveel mogelijk gelijkelijk moeten geschieden. De Centrale<br />

Commissie zou samengesteld worden uit 4 leden en 4 plaatsvervangende<br />

leden van contractant ter eenre en 4 leden en 4 plaatsvervangende<br />

leden uit de gezamenlijke contractanten ter andere zijde. Daardoor waren<br />

alle arbeidersbonden door 1 lid en 1 plaatsvervangend lid in de Centrale<br />

Commissie vertegenwoordigd. De plaatsvervangers mochten wel mede-


DE C. A.O. MET D<strong>EN</strong> R. K. PROV. B. v. B. IN DE PROV. N.-BRABANT 109<br />

beraadslagen, doch hadden geen stemrecht. Uit deze opsomming blijkt de<br />

parathetische samenstelling der rechtspraak-commissies, wier taak het was<br />

alle geschillen naar aanleiding van de overeenkomst te berechten. Boven<br />

dit alles was opgenomen het verplichte lidmaatschap, dat voor iederen<br />

arbeider van 18 jaar of ouder gold, doch pas van kracht werd bij verandering<br />

van werkgever of bij in dienst nemen van nieuw personeel.<br />

Een georganiseerde werkgever mocht geen ongeorganiseerde arbeiders<br />

in dienst nemen, doch de ongeorganiseerden, die bij het in werking<br />

treden der overeenkomst in zijn dienst waren, behoefde hij niet te ontslaan.<br />

Omgekeerd mocht een georganiseerde arbeider geen dienstbetrekking<br />

aanvaarden bij een ongeorganiseerden werkgever. Hij behoefde geen<br />

ontslag te nemen, indien zijn patroon bij het van kracht worden der<br />

overeenkomst nog niet bij den Ned. Bond van Boekdrukkerijen was<br />

aangesloten.<br />

Met het aangaan van deze collectieve arbeids-overeenkomst waren<br />

de vier contractanten ter andere zijde nog niet met hun taak gereed.<br />

Want de Roomsch-Katholieke werkgevers in de provincie Noord-Brabant<br />

hadden zich afgescheiden van den Nederlandschen Bond van Boekdrukkerijen<br />

en een afzonderlijken bond gevormd. Deze bond droeg den<br />

naam : Roomsch-Katholieke Provinciale Bond van Boekdrukkerijen in<br />

Noord-Brabant. Het in afzonderlijke organisatie zich samentrekken had<br />

niet ten doel zich te onttrekken aan de bij de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst<br />

vastgestelde voorwaarden, noch om te ontkomen aan de<br />

verbeteringen, die de overeenkomst bracht. Daardoor werd het mogelijk,<br />

dat dezelfde vier arbeiders-bonden, die als contractanten ter andere<br />

zijde opgetreden waren in de met den Ned. Bond van Boekdrukkerijen<br />

afgesloten C. A. ^0., nog eens als contractanten ter andere zijde optraden<br />

in de overeenkomst, die aangegaan werd met den Roomsch- Katholieken<br />

Provincialen Bond. De overeenkomsten waren, wat den zakelijken inhoud<br />

betreft, gelijkluidend. De mogelijkheid van een contract met andere<br />

patroonsbonden was voorzien en opengelaten in de C. A.-O. met den<br />

Ned. Bond van Boekdrukkerijen. Bepaald was toch, dat met dien bond<br />

„gelijk gesteld werden andere werkgevers-organisatiën in het boekdrukkersbedrijf,<br />

die met de gezamenlijke contractanten ter andere zijde<br />

een collectieve overeenkomst aangaan, welke niet afwijkt van deze overeenkomst<br />

in voorwaarden, die voor den werknemer ongunstiger zijn,<br />

en mits zij zich binden aan de bepalingen van boekwerk en andere<br />

prijstarieven en meer dergelijke onderlinge regelingen, in overleg tusschen<br />

de werkgeversorganisatiën vast te stellen". Dat was het eenige artikel,<br />

waarin van prijstarieven gesproken werd. Bij de tot standkoming van<br />

de collectieve arbeids-overeenkomst hadden zij wel invloed uitgeoefend,<br />

doch in andere bepalingen der C. A.-O. werden zij niet genoemd.<br />

De collectieve overeenkomst in het chemigrafisch bedrijf onderscheidde<br />

zich in menigerlei opzicht van die voor de typografie. In de eerste plaats<br />

waren de loonen niet verschillend voor de onderscheiden plaatsen in ons


l 10 KORTE INHOUD DER C. A.-0. IN HET CHEMIGRAFISCH BEDRIJF<br />

land. De verklaring daarvan ligt voor een niet gering gedeelte in de<br />

omstandigheid, dat het boekdrukkersbedrijf in menig opzicht typisch<br />

plaatselijk was en is. Een boek- en courantdrukkerij voorziet in de eerste<br />

plaats haar omgeving van drukwerk. Het chemigrafisch bedrijf daarentegen<br />

is veel minder op plaatselijke orders aangewezen, terwijl de<br />

chemigrafen zich ook veel meer verplaatsen, waardoor de loonstandaard<br />

tusschen de steden onderling niet kan verschillen. Wel is in dit bedrijf<br />

de specialiseering der verschillende onderdeelen van het vak met een<br />

onderling verschillende belooning sterk doorgevoerd. In de eerste collectieve<br />

overeenkomst was de loontabel voor volwassenen aldus vastgesteld :<br />

Branche<br />

Positief retoucheurs .<br />

Teekenaars ..<br />

Kleurfotografen . . .<br />

Zwart auto-fotografen<br />

Lijnfotografen . . . . . . .<br />

Halftoon-fotografen en papier copiïsten .<br />

Negatief retoucheurs en metaalcopiïsten .<br />

Laboranten ..<br />

Lijn-etsers . . .<br />

Metaal-retoucheurs . .<br />

Zwart auto-etsers, voor- en machine-etsers<br />

Kleur-etsers .<br />

Graveurs ..<br />

Kleurdrukkers<br />

Zwart-drukkers<br />

Blokmakers .<br />

Fraisers .<br />

Loon per week<br />

f 20.—<br />

„ 16.—<br />

„ 22.—<br />

„ 20.—<br />

„ 14.^-<br />

„ 18.—<br />

„ 17. ^--,<br />

„ 14..--,<br />

„ 17.^--,<br />

„ 18..-r<br />

„ 20.—<br />

„ 22.—<br />

„ 22..--,<br />

„ 20.—<br />

„ 18.—<br />

„ 15.---r<br />

H 18..--,<br />

Minstens de helft, bij oneven getallen de meerderheid der volwassen<br />

arbeiders eener inrichting moesten f 2..— meer dan dit minimum loon<br />

verdienen, het zoogenaamde dubbele minimum.<br />

Het wederzijdsch verplichte lidmaatschap was opgenomen met dien<br />

verstande, dat tot 1 Februari 1915 de gelegenheid om tot één der<br />

organisaties toe te treden opengelaten bleef. Indien gedurende een vol<br />

jaar 96 O/0 der werknemers bij de gezamenlijke arbeidersbonden aangesloten<br />

waren dan zouden de loonen met f 1.— worden verhoogd. Daalde<br />

dit percentage beneden 96 O/0 dan zou een maand daarna de collectieve<br />

overeenkomst vervallen. Ten opzichte der leerling-opleiding waren de<br />

chemigrafen ver vooruit. Een volledig reglement voor die opleiding was<br />

in de collectieve overeenkomst ondergebracht. De leertijd werd vastgesteld


KORTE INHOUD DER C. A.-0. IN HET CHEMIGRAFISCH BEDRIJF 111<br />

op 4 jaar, waarbij inbegrepen was een proeftijd van 3 maanden. Ook<br />

werd een instructie voor de uit 5 personen samengestelde leerlingencommissie<br />

opgenomen. De leerlingen moesten aan het eind der 4 jaren<br />

examen afleggen. — De werktijd werd vastgesteld op 8 3/4 uur per dag<br />

voor het eerste jaar ; gedurende het 2de en de 1 e helft van het 3e jaar<br />

op 8 1/2 uur, gedurende de 2e helft van het 3de en het 4de jaar op 81/4 uur ;<br />

gedurende het 5de jaar op 8 uur. Hieruit blijkt, dat de overeenkomst<br />

voor 5 jaren was aangegaan. Gedurende het Iste jaar zouden 3, gedurende<br />

de volgende jaren 4 vacantie-dagen per jaar door de arbeiders genoten<br />

worden. Om in eventueele moeilijkheden, uit den langen duur der overeenkomst<br />

voortspruitende, te voorzien, was een artikel opgenomen, waarin<br />

bepaald werd, dat na 2 1/2 jaar onderhandelingen tusschen partijen zouden<br />

worden geopend, teneinde na te gaan of in verband met eventueele<br />

verhooging der noodzakelijke kosten van het levensonderhoud en met<br />

eventueele verandering in markt- en vaktoestanden de minimum-loonen<br />

van het 4de en 5de jaar der overeenkomst moesten worden herzien.<br />

Voor overwerk zou extra-belooning worden toegekend. Voor feestdagen<br />

werd het loon doorbetaald, evenals bij korte verzuimen wegens familieomstandigheden<br />

en het opkomen voor landweeroefeningen. Nachtarbeid<br />

was niet toegestaan, terwijl in noodzakelijke gevallen Zondagsarbeid<br />

slechts op 2 Zondagen in een jaar gedurende hoogstens 4 uren per<br />

Zondag en per onderneming was toegelaten. De uitkeering bij ziekte<br />

werd gedurende 6 weken verstrekt en bedroeg'/3, 4 j l o of 1/2 van het<br />

weekloon, indien de zieke resp. langer dan 6 weken, doch korter dan<br />

1 jaar, 1 ,-2 jaar of langer dan 2 jaar in dienst van zijn werkgever was<br />

op het oogenblik waarop de ziekte intrad. De rechtspraak werd uitgeoefend<br />

door het Centraal Comité dat parathetisch samengesteld was en alle<br />

geschillen behandelde. Ingeval dit Comité niet tot oplossing kon komen,<br />

dan werd het geschil voorgelegd aan een arbitrage-commissie, bestaande<br />

uit 2 door de werkgevers en 2 door de werknemers benoemde personen, die<br />

geheel buiten de partijen moesten staan en die onderling een onpartijdigen<br />

voorzitter aanwezen. Deze arbitrage-commissie deed bindende uitspraak.<br />

Voor elk door het Centraal Comité niet opgelost geschil moest een<br />

arbitrage-commissie worden benoemd. Een arbeidsbeurs, vroeger door de<br />

arbeiders afzonderlijk beheerd, werd nu als gemeenschappelijk orgaan<br />

van werknemers en werkgevers in de overeenkomst opgenomen. Het<br />

gebruik maken van haar bemiddeling bij het vervullen eener vacature was<br />

verplicht. Partij ter eenre en partijen ter andere zijde benoemden ieder<br />

een administrateur.<br />

Van de collectieve overeenkomst tusschen den Nederlandschen Bond<br />

van Steendrukkerijen en dezelfde contractanten ter andere zijde vertoonde<br />

de opzet veel overeenstemming met die van het chemigrafisch bedrijf.<br />

De rechtspraak was gelijkvormig. Alleen droeg het rechtsprekend college<br />

den naam van Gecombineerde Besturen. De arbitrage was ingericht als<br />

in het chemigrafen-contract. De arbeidsbeurs eveneens. De leerlingen-


112 KORTE INHOUD DER C. A.-O. IN HET STE<strong>EN</strong>DRUKKERSBEDRIJF<br />

opleiding was in denzelfden vorm gegoten. De leertijd was ook hier op<br />

4 jaren gesteld. De arbeidsloonen waren over het geheele land gelijk<br />

en slechts verschillend voor lithografen en steendrukkers. Een volwassen<br />

steendrukker moest f 14.—, een dito lithograaf f 16.. per week verdienen.<br />

Nadat deze werknemers 3 jaren in dienst waren geweest, moesten<br />

zij respectievelijk f 17.— en f 20.— verdienen. Inrichtingen waar slechts<br />

1 lithograaf in dienst was, konden dezen, ook na 3 jaar dienstverband, met<br />

f 18.--- beloonen. Per jaar werden 4 verlofdagen toegekend, terwijl het<br />

loon werd doorbetaald voor christelijke feestdagen en korte verzuimen<br />

wegens familie-omstandigheden. De uitkeering bij ziekte ging over den<br />

termijn van 6 weken en bedroeg 1/3 van het weekloon indien de arbeider van<br />

4-52 weken in dienst van zijn werkgever was geweest, 4/i0, indien hij 1-2<br />

jaar, 1/2 indien hij op het oogenblik, waarop hij ziek werd, langer dan<br />

2 jaar bij denzelfden werkgever in dienst was. De werktijd werd vastgesteld<br />

op 57 uur, voor lithografen op 51 uur per week. Twee jaren<br />

na het inwerking treden der overeenkomst konden partijen in bespreking<br />

treden over verkorting van den werktijd. Werd overeenstemming bereikt,<br />

dan zou die verkorting op Zaterdag worden toegepast. Bereikten partijen<br />

geen overeenstemming, dan bleef de arbeidstijd ongewijzigd. Een jaar<br />

na het in werking treden zou het verplicht lidmaatschap worden toegepast.<br />

De duur der overeenkomst was op 3 jaar bepaald. Zij trad op 1 April<br />

in werking.<br />

De Christelijke Typografenbond in Nederland trad bij deze drie<br />

landelijke collectieve overeenkomsten als contractant op. Zonder bezwaar<br />

werd de bond als contractant toegelaten bij de C. A.O. ^ in het<br />

chemigrafisch bedrijf en bij die in het lithografisch bedrijf. Deze twee<br />

overeenkomsten brachten bij de doorvoering niet veel moeilijkheden<br />

voor den bond met zich, behalve dan in Dordrecht, waar bij de Dordtsche<br />

Metaalwarenfabriek v/h Wed. Bekkers & Zn. een conflict dreigde met<br />

de blikdrukkers. Met de C. A.-0. in het typografisch bedrijf ging het<br />

minder gemakkelijk. In enkele steden dreigde gevaar, in andere plaatsen<br />

kwam het. In Wageningen, Amersfoort en Dordrecht bleek het mogelijk<br />

om zonder conflict in de richting van doorvoering der C. A.-0. te<br />

werken. In Breda, Bergen op Zoom, 's-Hertogenbosch, Gouda en Leiden<br />

moest gestaakt worden. Voor Leiden was het slechts een staking van<br />

4 uur bij de firma Van Nifterik, die eigenlijk voor heel de stad de<br />

oplossing bracht. Toen de andere werkgevers aldaar zagen, dat het ernst<br />

ging worden bij de gezellen, bleven zij in hun weigering niet volharden.<br />

In Gouda was het de firma Verzijl, die zich dwars toonde. Zij werd<br />

tot rede gebracht, doordat de Ned. Bond van Boekdrukkerijen een<br />

motie aannam, waarin werd uitgesproken, dat leveranciers, die aan dezen<br />

werkgever leverden, aan andere georganiseerde ondernemers niet meer<br />

mochten leveren. De leveranciers kozen toen voor het georganiseerd<br />

bedrijf. In Utrecht wilden de werkgevers een plaatselijke regeling doorvoeren,<br />

maar gaven dit voornemen op, als hun duidelijk werd, dat de


W. VAANDRAGER, SCHIEDAM A. BEZEMER. SCHIEDAM J. M. MIDD<strong>EN</strong>DORP, SCHIEDAM<br />

afd.-voorzitter afd.-penningmeester mede-oprichter afdeeling<br />

L. W. VAN VE<strong>EN</strong>, DELFT<br />

ex-afd.-voorzitter<br />

J.W. BAKKER, 's HERTOG<strong>EN</strong>BOSCH<br />

secr.-penn. der afdeeling<br />

H. PALF<strong>EN</strong>IER, AMERSFOORT<br />

ex-voorzitter-penningmeester<br />

L. J. STAAL, DE BILT G. H. GREV<strong>EN</strong>STUK, ZEIST H. J. MEIJER, ZEIST<br />

voorz. afd. Zeist—De Bilt secr. afd. Zeist—De Bilt penningm. afd. Zeist—De Bilt


A. VAN LOON, EINDHOV<strong>EN</strong><br />

afd.-voorzitter<br />

W. F. VAN WIJK, AMSTERDAM<br />

afd.-penningmeester<br />

W. G. F. WILLEMS<strong>EN</strong>, EINDH.<br />

afd.-secretaris<br />

P. DE BLOIS, BAARN<br />

afd.-voorzitter<br />

H. J. NIEUW<strong>EN</strong>HUIZ<strong>EN</strong>, EINDH.<br />

afd.-penningmeester<br />

A. MABELIS, WAG<strong>EN</strong>ING<strong>EN</strong><br />

afd.-secretaris<br />

H. F. v. d. PEPPEL, WAG<strong>EN</strong>ING<strong>EN</strong> W. OLSMAN, WAG<strong>EN</strong>ING<strong>EN</strong> M. H. v. d. PEPPEL, WAG<strong>EN</strong>ING<strong>EN</strong><br />

afd.-voorzitter ex-afd.-secretaris ex-afd.-penningmeester


DOORVOERING DER LANDELIJKE COLLECTIEVE OVERE<strong>EN</strong>KOMST 113<br />

arbeiders-organisaties er niet van wilden weten. De werkgevers werden toen<br />

lid van den Nederlandschen Bond van Boekdrukkerijen. Ook poogde een<br />

werkgever, Wolzak te Oosterbeek, een afzonderlijken bond te stichten,<br />

speciaal met het doel om zich tegen het verplicht lidmaatschap te verzetten.<br />

Zijn nieuwe organisatie maakte zich vooral verdienstelijk door<br />

het aanbieden van werkkrachten bij de werkgevers, die vanwege het<br />

niet invoeren der C. A.-0. met conflict bedreigd werden. Van zijn hulp<br />

werd alleen gebruik gemaakt door de firma Van Paasschen (De Avondpost)<br />

te 's-Gravenhage. Echter niet met het gewenschte succes. Want<br />

de staking, die op 15 April uitbrak, kon enkele dagen daarna opgeheven<br />

worden, wijl de firma tot den Patroonsbond toetrad. De heer<br />

Wolzak maakte wel veel beweging, maar iets bereiken deed hij niet.<br />

In verschillende afdeelingen gaf de samenstelling der Districts-Commissie<br />

aanleiding tot wrijving. Soms werd een lid van den C. T. B. toegelaten,<br />

ook al was ter plaatse slechts een correspondentschap gevestigd (Hoorn).<br />

Elders kregen zij geen zetel, ook al was er een afdeeling van 100 leden<br />

(Amsterdam). Doch over het algemeen liep het wel. In Utrecht poogde<br />

men de afdeeling van den Bond van Plaatselijke Vereenigingen er buiten<br />

te houden, hoewel die meer leden telde dan de afdeeling van onzen bond.<br />

Maar ten slotte werd ook haar een plaats ingeruimd.<br />

Begrijpelijk is het, dat de arbeiders nog niet onmiddellijk inzagen hoe<br />

de collectieve arbeidsovereenkomst de verhoudingen gansch gewijzigd<br />

had. Nader aangeduid, was in menig geval nog twijfel over de vraag<br />

of alle geschil nu aan de rechtsprekende college's ter behandeling moest<br />

worden opgedragen of dat de vakvereeniging nog als eigen rechter<br />

mocht optreden. Het laatste was uitgesloten, maar de consequenties<br />

daarvan zouden pas geleidelijk door de arbeiders gezien worden. De<br />

hoofdbesturen echter begrepen de gewijzigde verhoudingen dadelijk.<br />

Ook kon men zich de werking van het verplichte lidmaatschap niet<br />

onmiddellijk realiseeren. Wie zonder werk kwam achtte het geen zonde<br />

om bij een niet-aangesloten werkgever in dienst te treden. Intusschen<br />

werd hem duidelijk gemaakt, dat hij dwaalde, al werd hem in den regel<br />

een korte termijn gelaten om te pogen zich van een betrekking bij een<br />

georganiseerden werkgever te voorzien. — De werkzaamheden van het<br />

hoofdbestuur namen in omvang buitengewoon toe. Ingevolge het besluit<br />

der in 1913 gehouden algemeene vergadering verscheen De Christen-<br />

Typograaf nu tweemaal per maand, wat aan Smit dubbel werk gaf.<br />

De secretaris Baarspul kreeg eveneens zijn aandeel in den meer uitgebreiden<br />

bondsarbeid. De correspondentie over 1914 was ongeveer vier<br />

maal zoo omvangrijk als die van het vorige jaar. Daarbij kwam nog, dat<br />

Smit in begin Februari, bij het afstappen van de tram, viel en zijn<br />

dijbeen brak, tengevolge waarvan hij in een ziekenhuis moest worden<br />

opgenomen en meer dan 8 weken verpleegd. M. van der Heide, algemeen<br />

adjunct, nam tijdelijk zijn functie als voorzitter waar, terwijl hij tevens,<br />

door een deel van Baarspul's werk op zich te nemen, diens taak ver-<br />

8


NEG<strong>EN</strong>DE_ JAARGANG<br />

16 FEBRUARI 1914 NUMMER.103<br />

DE CHRIST<strong>EN</strong>-TYPOGRAAF<br />

ORGAAN VAN D<strong>EN</strong> CHRISTELIJK<strong>EN</strong> TYPOGRAF<strong>EN</strong>BOND IN NEDERLAND<br />

GOEDGEKEURD RIJ KON. BESLUIT VAN 9 FEBRUARI /912, No. 59, STAATSBLAD No. 65, VAN 17 <strong>EN</strong> 18 MAART 1912<br />

PRIJS PER NUMMER :<br />

VoorOezellen bij de Grafische<br />

vakken . . . . . . , 3 Cent<br />

Voor anderen . . . . . . 4' „<br />

Abonnementsprijs per jaar 72 „<br />

BondSsecretafï5: J. BAARSPUL, Jac. v. Lennepkade 193°, A'dam<br />

GERUSTSTELL<strong>EN</strong>D.<br />

Verontrustend wires de berichten, die in<br />

een zeker deel der dagbladpers in den loop<br />

der vonge week de ronde deden aangaande<br />

het ongeval, onzen Bondsvoorzitter overkomen.<br />

'<br />

Alhoewel het een niet te miskennen feit is,<br />

dat hem een ernstig ongeval heeft getroffen,<br />

waardoor hij gedurende eenigen tijd aan<br />

zijn zeér omvangnjken arbeid zal zijn onttrokken,<br />

kunnen wij niettemin onze leden<br />

en lezers geruststellen.<br />

Komende van eene vergadering der Centrale<br />

Loontarief-commissie, is Smit bij het<br />

verlaten ,der tram gevallen en heeft zijn<br />

dijbeen gebroken, Waardoor opna e in het<br />

ziekenhuis noodzakelijk bleek.<br />

Het geval heeft een normaal verloop ; er<br />

doen zich geen bijzondere complicaties voor,<br />

zoodat wij met Pods hulp mogen verwachten,<br />

dat Smit binnen afzienbaren tijd wederom<br />

hersteld in onzen kring mag terugkeeren.<br />

B.<br />

Nor Correspondentie-stukken voorloopig<br />

te zenden aan 't adres van den<br />

BONDSSECRETARIS.<br />

TWEEMAAL PER MAAND.<br />

De Christen-Typograaf verschijnt tweemaal<br />

per maand. De Redactie rekent daarbij<br />

op nog meerderen steun dan tot dusver<br />

van correspondenten en inzenders. Men<br />

behoeft zich, bij de keuze van onderwerpen,<br />

voortaan niet zoo angstvallig te klemmen<br />

aan zuivere grafische aangelegenheden; er<br />

zijn tal van zaken, ook voor den grafischen<br />

werkman van belang om in ons blad behandeld<br />

te zien.<br />

De Redactie verwacht vóór den loden en<br />

den 20sten van de maand copy<br />

Met aandrang vragen we de copy dusdanig<br />

in te pachten, dat gen strookje wit<br />

aan den kant komt en tusschen de regels<br />

door eenige ruimte om correcties te kunnen<br />

aanbrengen.<br />

We rekenen er voorts stellig op, dat<br />

getrouw en op tijd de verschuldigde gelden<br />

voor ons blad aan de Administratie zullen<br />

worden opgezonden. We hebben nimmer<br />

schulden behoeven te maken en willen dit<br />

in de toekomst ook niet. Doch dan dienen<br />

de benoodigde gelden aanwezig te zijn, en<br />

dit kan door tijdige opzending.<br />

Aan den arbeid, vrienden i Maakt propaganda<br />

voor en met ons blad. Onze oplaag<br />

dient in korten tijd verdubbeld.<br />

WAARSCHUWING!<br />

Wij moeten onze leden zéér errstig waarschuwen<br />

zich niet aan te bieden bij ongeorganiseerde<br />

Patroons. Ook al schijnt het<br />

aanbod aantrekkelijk te zijn, is het plIcht<br />

hiervan geen gebruik te maken<br />

Alhoess el wij meenden dat eene waarschuwing<br />

overbodig zou zijn, blijkt het ons dat<br />

een paar leden hun diensten hebben aangeboden<br />

bij ongeorganiseerde Patroons.<br />

In het belang van alle georganiseerden,<br />

zoowei erkgevets als werknemers, is het<br />

noodzakelijk dat leder onzer in deze zijn<br />

plicht serstaat.<br />

REDACTEU9: M W SMIT .<br />

BOROERSTRAAT 95, '. AMSTERDAM<br />

ADMINISTRATEUR • W. J. L. R U P P E R T<br />

ELISABETH WOLFF$TRAAT 90°, AMSTERDAM<br />

PRIJS DER ADVSRT<strong>EN</strong>TIFN<br />

Per gewone regel : . • 10 Cent<br />

Voor Gezellen per regel. . 5<br />

Dienstaanvrage per plaatsing 50 „<br />

Dienstaanbiedingp,piaatsing 25 „<br />

Bondspenningmeester: -J. JONKER Rustenburgerstr 416 1, A'dam<br />

MEDEDEEUNG<strong>EN</strong>.<br />

VERPLICHT LIDMAATSCHAP.<br />

Herhaaldelijk wordt mij gevraagd of onze Om een einde te maken aan elk misver-<br />

Bond ook Jaarboekjes uitgeeft. Aangezien stand en tevens om te voldoen aan een<br />

dit nog niet het geval is, verzoek ik de verzoek, citeeren we hier kortelf k hetgeen<br />

leden nota te doen nemen van dit bericht, we schreven in No 11 (juli 1906) en No. 15<br />

daar 't mij ondoenlijk is om op ai zulke (Nov. 1906). Hopende daarmede het praatje<br />

vragen te antwoorden:<br />

te niet te doen, dat de Afd Amst. Chr.<br />

Typ. Bond vroeger in eene aan de patroons<br />

voorgestelde loonregeling het verplichte<br />

In verbanu met het doo rvoeren van het lidmaatschap hebben opgenomen. Er is bl ijk-<br />

Landelijk loontarief en de daardoor ontstane baar eene vergissing en men bedoelt het<br />

wijziging in den loonstandaard, verzoek ik hierna volgendeden<br />

Afd -Secretarissen en Correspondenten „In Zuid-Wales hebben 11,000 mijn-<br />

mij een opgave te doen toekomen van de werkers den arbeid gestaakt en hebben<br />

loosen onzer leden zooals die voorheen wer- 10,000 bekend gemaakt • dat ze het werk<br />

den en thans worden uitbetaald.<br />

zullen neerleggen ; in een ander district<br />

Deze gegevens dienets wij zoo spoedig zullen op dien datum tusschen 40 en<br />

mogelijk in ons bezit te hebben, reden waar- 45,000 mijnwerkers in staking gaan. De<br />

om wij zeker wel op spoed mogen aandringen. stakingen zijn gericht tegen de niet-aange-<br />

Indien onderstaand staatje aan de leden sloten arbeiders<br />

wordt toegezonden, twijfelen wij niet of „In Zuid-Wales hebben 28.000 arbeiders<br />

deze zaak heeft spoedig haar beslag gekregen. den dienst opgezegd (de opzeggingstermijn<br />

is eeh maand), met het doel de niet georganiseerden<br />

tot organisatie te dwingen De<br />

Naam (Beroe Beroep I E00n<br />

voorheen<br />

1<br />

thans<br />

1j; I Verschil lieden weigeren met ongeorganiseerden te<br />

werken "<br />

J. BAARSPUL,<br />

Aldus luidden een tweetal berichten, die<br />

enkel door omvang van het aantal werk-<br />

Secretaris. lieden in beteekenis verschillen van reeds<br />

Jacob van Lennepkade 193°.<br />

vroege re berichten van dien aard. Het is<br />

te verwachten, dat dergelijke gebeurtenissen<br />

KAMP<strong>EN</strong>.<br />

in de toekomst zich zullen herhalen, zoolang<br />

Het Bestuur der afdeeling is als volgt samen- er nog een aantal werklieden zal worden<br />

gesteld<br />

gevonden, die wel wenschen te profiteeren<br />

G Bos, Voorzitter, Plantsoenstraat 27.<br />

van de vruchten van anderer inspanning,<br />

R Dekker, Secretans, Patnmoniumstraat 7 doch weigerachtig blijven in het mededra-<br />

G v. d ,K ►ij, Penningmeester<br />

gen der lasten<br />

J Eenkhoorn, Algemeen Adjunct<br />

Oogenschijnbjk bestaat er eene minder<br />

Alvorens zich aan te bieden bij de firma S B nobele tegenstelling tusschen deze berich-<br />

K a n n e g i e t e r, vrage men inlichtingen bij den ten en het besluit van een arbeids-congres<br />

Secretaris<br />

in Engeland, waarbij aan een werkmanafgevaardigde<br />

naar het Parlement de opdracht<br />

NEEMT HIERVAN NOTA! werd gedaan tot het indienen van een<br />

Donderdag 5 Febr had een bijeenkomst wets-voorstel, dat strafbaar stelt alle patroons,<br />

plaats, van patroons en afgevaardigden uit die werklieden ontslaan om hun lidmaat-<br />

de gezellenvereenigingen en werd aldus schap van een vakbond of dito vereenigmg.<br />

de Centrale Commissie samengesteld: In beide handelingen tri dwang het leidmotief-<br />

in het eerste geval dwingen de<br />

Patroonleden : Plaatsvervangers werklieden hunne niet-vereenigde mede-<br />

H. Oppenheim. F. J. Belinfante. werklieden, zij 't dan ook indirect, in het<br />

G. .J. Thieme P. L. M. Ketting. andere geval wit men door de wet den<br />

G Beckers. A. W. Eisma patroon dwingen. Doch beide hebben het-<br />

H. Knuttel. J F. Duwaer. zelfde onderwerp ' het behoud ende erken-<br />

Mr. J. A Veraart, Laan van Meerdervoort sing der vakbeweging.<br />

306, Den Haag, is secretaris.<br />

Het vraagstuk • „is dwang tothtt fidinaat-<br />

Werklieden-leden .<br />

schap der vakbeweging geoorloofd?" is ook<br />

in Christelijke kringen meermalen ter bespre-<br />

F. v, d Wal (A. N. T B )<br />

king aan de orde gesteld. Op congressen<br />

J. v Eindthoven (R. K. G. B ) is men tot op dit oogènblik nog niet verder<br />

M. W. Smit (Chr. Typ B )<br />

gekomen dan tot de conclusie: dat elke<br />

P. W. J v. Hasselt (B v. Pl. V.) andere dan zedelijke dwang ongeoorloofd<br />

Plaatsvervangers:<br />

is, doch was men eenstemmig in het ver-<br />

W. C v. Hasten (A N. T. B.) oordeelen der houding van niet-vereenigde<br />

W J. P. Jaspers (R. K. G. B ) werklieden Mogeujke prmcipieele redenen<br />

M. v. d Heiden (Chr. Typ B ) van onttrekken zijn blléen dan te verdedi-<br />

L. Vermeulen (B. v. Pl. V.)<br />

gen, wanneer er slechts sprake is van eene<br />

Secretaris : P. Hols, Overtoom 32, Amkterdam. vakbeweging, waarin een tegen de conscientie<br />

hlededeelingen, van de zijde der werk- ingaand levens-beginsel de handelingen beinlieden,<br />

bestemd voor de Centrale Commissie, vloedt In Nederland is evenwel van het<br />

kunnen worden gericht aan:<br />

bestaan, van een dergelijken toestand geen<br />

sprake, en kan men zich bij eene vskver-<br />

P Hots, Overtoom 32, Amsterdam. eeniging voegen, die het gehuldigde levens-<br />

Men schrijve op het gdtes<br />

beginsel eerbiedigt en als grondslag 'stelt<br />

Secretaris Centrale Commissie van werken


DE INVLOED DER C. A.-0. OP DE ARBEIDERSBOND<strong>EN</strong> 115<br />

gemakkelijkte. Daardoor werd Baarspul van zijn voornemen om zijn<br />

functie neer te leggen teruggebracht..-- De jonge afdeeling in Nijkerk<br />

was geen lang leven beschoren. Zij werd op 6 Januari reeds opgeheven.<br />

De Nijkerksche Christelijke typografen meenden dat, waar de Algemeene<br />

bond in hun stedeke geen afdeeling in 't leven kon houden, een afdeeling<br />

van christelijke vakgenooten niet noodig was. Tegenover deze teleurstelling<br />

waren er gelukkig ook bemoedigingen op het moeizame pad<br />

van hoofdbestuur en leden. Daar was C. Bustraan, die in Goes aan den<br />

arbeid toog. Op 11 januari gaf hij van zijn voornemen kennis en op<br />

22 Januari had hij de eerste vergadering belegd. Hij stichtte een afdeeling<br />

met 14 leden. Te Bergen op Zoom werd op 18 Januari een correspondentschap<br />

met 3 leden opgericht en Boxtel leverde 2 leden. Vlaardingen<br />

bracht het op 3 Februari tot 6 leden en 1 adspirant-lid. Delft kon op<br />

27 Februari, onder leiding van den Christelijken Besturenbond en in<br />

de tegenwoordigheid van G. Hogenbirk en A. B. Snijder, een afdeeling<br />

oprichten met 15 leden. Te Hengelo werden 2 christen-typografen lid<br />

en vormden met Enschedé nu een afdeeling Hengelo,- Enschedé. In Sneek<br />

werd R. Hofstra uit zijn isolement verlost. Er werd een afdeeling met<br />

9 leden opgericht. In Haarlem waren het de chemigrafen, die het initiatief<br />

namen tot het stichten van een afdeeling. Hier ging de weg via den<br />

R.-K. Litho-, Foto- en Chemigrafenbond. De protestantsch-Christelijke<br />

vakgenooten traden eerst tot dien bond toe. Daarna vormden zij een<br />

eigen vereeniging. Omdat het maar 7 leden waren, werd het te gewaagd<br />

geacht om geheel op eigen beenen te gaan staan. Daarom werd Haarlem<br />

ondergebracht bij de afdeeling Amsterdam, een regeling die niet voldeed.<br />

J. Baarspul en E. Fienieg die dezen noodstap ter oprichtingsvergadering<br />

aangeraden hadden, bedoelden het goed, maar de afdeeling Amsterdam<br />

behandelde de hospitanten niet zooals de andere leden. Vooral de regeling<br />

der financiën leverde nogal bezwaar op. De Haarlemsche afdeeling<br />

hield het nog een tijd lang vol. Als ook christelijke typografen zich<br />

aansloten ging zij op zichzelf staan. Zij telde 30 leden. Het laatste gaf<br />

de afdeeling A. N. T. B. te Haarlem aanleiding om een waarschuwingscirculaire<br />

tegen onze afdeeling te verspreiden, welke circulaire onze<br />

afdeeling den dood niet aandeed. De invoering van de C. A.-0. had<br />

dus wel goed gevolg voor den C. T. B. Evenwel, de andere bonden<br />

profiteerden op gelijke wijze van haar verschijnen. — De plaatselijke<br />

combinatie- en federatie-samenwerking verloor door de landelijke overeenkomst<br />

schier alle beteekenis. In Leiden begreep men dit aldra. Daar<br />

werd de federatieve samenwerking ontbonden. Maar ook in Rotterdam<br />

kwamen de grafische arbeiders tot de overtuiging, dat de zoo hechte<br />

federatie nu wel kon worden gemist. Met algemeen goedvinden werd<br />

zij ontbonden. Op 16 April werd het besluit genomen en in Mei<br />

verscheen het laatste nummer van het maandblad De Combinatie. Acht<br />

jaren hadden de vakgenooten te Rotterdam samengewerkt. De nog<br />

in de gemeenschappelijke weerstandskas aanwezig zijnde gelden werden


116 BESTUUR <strong>EN</strong> DE INRICHTING DER VAKGROEP CHEMI-LITHOGRAF<strong>EN</strong><br />

pondsrponds-gewijze onder de aangesloten vereenigingen verdeeld. „Helpt<br />

Elkander" ontving daarvan f 400.—.<br />

De vakgroep chemigrafen-lithografen behield haar zelfstandigheid<br />

en haar afzonderlijk bestuur, gevormd door E. Fienieg, voorzitter;<br />

M. van Hoek Jr., secretaris ; P. Jukes, 2e secretaris ; J. Dirks Jr., penningmeester.<br />

E. Fienig was tevens gedelegeerde in het hoofdbestuur van den<br />

C. T. B. De vakgroep had afzonderlijke bestuursvergaderingen en hield<br />

nog nauw contact met de Roomsch-Katholieke collega's, wier bestuursvergaderingen<br />

door een gedelegeerde werden bijgewoond. Fienieg was<br />

lid van Gecombineerde Besturen en bestuurslid van het ziekenfonds.<br />

Van Hoek werd aangewezen om in het Centraal Comité voor het Chemigrafisch<br />

Bedrijf zitting te nemen. — Mede in verband met het bepaalde in de<br />

collectieve contracten omtrent uitkeering bij ziekte, welke uitkeering<br />

afhankelijk gesteld werd van het verzekerd zijn in een ziekenfonds, was<br />

er groote behoefte aan zulk een fonds. De C. T. B. had nog geen<br />

ziekenfonds, zoodat de vakgroep-leden besloten in samenwerking met<br />

de Roomsch-Katholiek georganiseerden een fonds tot uitkeering bij ziekte<br />

te stichten. Op 14 April werd dit vakgroep-ziekenfonds opgericht. De<br />

vakgroep-bestuurders hadden dus werk genoeg, terwijl naast den arbeid<br />

voor eigen vakgenooten door hen nog functies in het bestuur van verschillende<br />

afdeelingen werden waargenomen. In de illustratie-bedrijven<br />

werd de invloed van het verplicht lidmaatschap ondervonden. De ledentallen<br />

der verschillende bonden namen er door toe, een voordeel, waarin<br />

ook onze vakgroep deelde..– Bij het uiteengaan der vakgenooten in<br />

verschillende bonden waren de aanwezige gelden verdeeld. De Roomsch-<br />

Katholieken hadden het deel van de protestantsch-Christelijke in beheer<br />

genomen en droegen het weer aan hen over, toen zij een afzonderlijke<br />

organisatie gingen vormen. Van het toekomende deel werd f 180.— aan het<br />

hoofdbestuur van den C. T. B. afgedragen. De vakgroep had recht op een<br />

deel der ruimte van De Christen-Typograaf en maakte daarvan gebruik<br />

door den inhoud der collectieve overeenkomsten toe te lichten en van hun<br />

vergaderingen korte verslagen te plaatsen. Zoo leidde de vakgroep wel een<br />

afzonderlijk organisatie-leven, maar werkte nauw samen met den C. T. B.<br />

Er was in den bond opgewekt leven. Het ledental nam sterk toe<br />

en bereikte het getal 641 in Juli. De noodzakelijkheid om een gesalarieerde<br />

aan te stellen bleek steeds duidelijker. M. van der Heide pleitte meermalen<br />

in het bondsblad voor deze aanstelling en vond daarbij maar<br />

weinig bestrijding. • De twaalfde algemeene vergadering zou gehouden<br />

worden te 's-Gravenhage op 20 en 21 Juli. Inmiddels was de commissie uit<br />

die afdeeling gereed gekomen met haar centralisatie-rapport, hetwelk in<br />

De Christen-Typograaf gepubliceerd werd. De bondscontributie zou op<br />

15 centen per lid en per week gebracht moeten worden, waarvan bestemd<br />

voor de Bondskas (administratie- en bestuurskosten, reisfonds) 3 ct. ;<br />

Weerstandskas 3 1/2 ct. ; Werkloosheidskas 3 ct. ; Overlijdensfonds 1 ct. ;<br />

Vrijgestelde 3'/2 ct. De Christen-Typograa f l' j 2 ct. ; aansluiting C. N. V.


DE WERELD-OORLOG BREEKT UIT. MAATREGEL<strong>EN</strong> IN DE BEDRIJV<strong>EN</strong> 117<br />

1/2 ct. Het oprichten van een landelijk ziekenfonds werd ontraden. De<br />

grondslag der berekeningen was gebouwd op 600 leden, zoodat op<br />

f 4630.— ontvangsten werd gerekend. Aan den vrijgestelde zou f 1092.—<br />

worden uitgekeerd, welk bedrag, naar de meening der commissie, een<br />

weekloon van f 21.— waarborgde. — In afwijking van de tot nu toe<br />

gevolgde gewoonte las de secretaris zijn jaarverslag niet ter algemeene<br />

vergadering voor, doch werd het in het bondsorgaan opgenomen. Het<br />

was in optimistischen toon gesteld. De algemeene vergadering<br />

nam het rapport der commissie aan. M. W. Smit, M. H. van de Peppel<br />

en T. H. Schotanus waren candidaat-vrijgestelden. De afdeelingen uit<br />

Groningen en Friesland waren reeds vertrokken toen die beslissing viel. Zij<br />

konden eventueel andere namen noemen. Alle beslissingen moesten per<br />

referendum worden bekrachtigd, terwijl op dezelfde wijze over de candidaat..<br />

vrijgestelden beslist moest worden. Nog werd een commissie benoemd,<br />

die een ontwerp-reglement voor een te stichten bondsziekenfonds moest<br />

samenstellen. De vergadering in Den Haag was uitstekend geslaagd en<br />

men toog vol moed en verwachting het land in .... Enkele dagen<br />

daarna, op 31 juli, brak de groote oorlog uit. Zooals alles door den<br />

schrik en de ontzetting daarvan aangegrepen werd, moesten ook de<br />

bedrijven en het werk van den bond de gevolgen hiervan ondergaan.<br />

Van de uitvoering der plannen kon voorloopig niets komen. Het bondswerk<br />

werd dadelijk zwaar getroffen, doordat bij al degenen, die onder<br />

de wapenen moesten komen, ook de ijverige bondssecretaris J. Baarspul<br />

was. Het hoofdbestuur moest allerlei nood-maatregelen nemen. Want<br />

ook de werkgevers wisten niet onmiddellijk wat hun rechten en plichten<br />

waren. Sommigen ontsloegen al hun arbeiders, zelfs zonder opzegtermijn.<br />

Anderen lieten hen, naar behoefte van hun onderneming, korter werken,<br />

zonder eenig overleg met hun personeel. Het was nu maar gelukkig,<br />

dat collectieve contracten bestonden en daardoor maatregelen konden<br />

worden genomen, die naar omstandigheden zooveel mogelijk den toestand<br />

regelden. — Het Centraal Comité voor het chemigrafisch bedrijf vergaderde<br />

onmiddellijk en besloot bekend te maken, dat in ieder geval de<br />

opzegtermijn in acht genomen moest worden, en, indien er niet voor<br />

14 dagen werk was, toch 14 dagen loon moest worden uitbetaald. Werd<br />

in die 14 dagen loon betaald voor uren waarin niet gearbeid werd, dan<br />

zou het Centraal Comité, zoodra weer normale toestanden ingetreden<br />

waren, bepalen op welke wijze die uren konden worden ingehaald. Na<br />

19 Augustus, dus na het verstrijken van den opzegtermijn, konden de<br />

werkgevers de arbeiders per dag aannemen. — De Ned. Bond van<br />

Steendrukkerijen stelde zich ten opzichte der handhaving van den opzegtermijn<br />

op gelijk standpunt. Aangedrongen werd om de 12 werkdagen<br />

over 4 weken te verdeelen en dus met inachtneming van den opzegtermijn<br />

de arbeiders zoo lang mogelijk in dienstbetrekking te houden.<br />

Ingeval er niet voor 14 dagen werk was moest toch het loon betaald<br />

worden, hetzij in geld, of indien de patroons daarover niet beschikten,


118 BEDRIJFS- <strong>EN</strong> REGEERINGSMAATREGEL<strong>EN</strong> IN AUGUSTUS 1914<br />

in later in te wisselen bons. Voor de niet-gewerkte uren hield men een<br />

arbeids-vordering op de werknemers. N a het vervallen van den opzegtermijn<br />

konden de arbeiders per dag in dienst genomen worden. Bovendien<br />

zou, voorloopig voor vier weken, aan gehuwden en kostwinners,<br />

die opgeroepen waren voor den militairen dienst, 1/3 van het loon worden<br />

uitbetaald en werd aangedrongen op het verstrekken van een voorschot<br />

aan hen, totdat zij, met de uitkeeringen uit anderen hoofde, 70 °/ 0 van<br />

het normale loon zouden ontvangen. De gecontracteerde arbeidersbonden<br />

bleven garant voor de terugbetaling dezer voorschotten. — Ook<br />

de Centrale Commissie in de Typoprafie trof maatregelen. Zij stelde<br />

zich op het standpunt, dat het collectieve contract volledig gehandhaafd<br />

moest blijven. Ontslag mocht niet worden gegeven, wel schorsing toegepast<br />

met de verplichting om bij weder te werk stellen van arbeiders<br />

de keus uit de geschorsten te doen. Bij voorkeur moesten, indien<br />

schorsing noodzakelijk was, het eerst de ongehuwden ervoor in aanmerking<br />

komen. De raad werd gegeven het beschikbare werk over alle<br />

arbeiders te verdeelen, dus bij gebrek aan orders tot verkorting van den<br />

arbeidstijd over te gaan. De regelingen waren dus wel verschillend,<br />

doch bij alle verschil bleef de bedoeling om de arbeiders, zooveel in de<br />

omstandigheden mogelijk was, te beschermen.<br />

Het was nu een buitengewoon groot gemis voor den bond, dat er<br />

geen werkloosheidskas was opgericht voor 1 Augustus 1914. Want daar<br />

in bijna ieder bedrijf werkloosheid intrad of arbeidstijd-verkorting werd<br />

toegepast, werden door Minister Treub maatregelen genomen om de<br />

werkloosheidskassen der arbeiders in de mogelijkheid te stellen aan hun<br />

verplichtingen te blijven voldoen. Onder anderen werd bepaald, dat de<br />

op 1 Augustus bestaande kassen niet meer dan 3/4 van het op dien datum<br />

aanwezige saldo behoefden uit te keeren. Was het saldo op 114 gedaald,<br />

dan zou verdere uitkeering voor rekening van het rijk en de gemeente<br />

geschieden. Aan werklooze leden beneden 18 jaar mocht niet worden<br />

uitgekeerd. Werklooze leden van 18---20 jaar, die niet kostwinner voor<br />

anderen waren, ontvingen in groote gemeenten f 2.50 aan uitkeering, in<br />

kleine gemeenten f 2.—. Zij, die boven de 20 jaren waren werden<br />

nu gescheiden in twee groepen, namelijk kostwinners ook voor anderen<br />

als zich zelf en niet-kostwinners voor anderen. De eersten ontvingen bij<br />

werkloosheid, indien zij inwoner van een groote gemeente waren, f 6. —,<br />

in een kleine gemeente f 5.—, de tweede groep resp. f 5.— en f 4.—.<br />

De circulaire, die dit bepaalde en op 22 Augustus van het Ministerie<br />

uitging, werd op 28 September aangevuld met de bepaling, dat ook<br />

aan gedeeltelijk werkloozen uitkeering kon worden verstrekt. Het totaal<br />

aan loon en uitkeering mocht evenwel niet boven het bedrag van 11/2<br />

maal de uitkeering komen. Zooals gemeld bleef de bond als zoodanig<br />

buiten deze regeling. Wel bestonden in verschillende plaatsen afdeelings<br />

werkloosheidskassen, bijvoorbeeld in Amsterdam (waarbij de afd. Haarlem,<br />

Zaandam, Wormerveer en Hilversum ondergebracht werden), Den Haag


DOORVOERING REORGANISATIE-PLANN<strong>EN</strong>. SMIT VRIJGESTELDE 119<br />

en Utrecht en gelukte het aan Rotterdam om een werkloosheidsfonds<br />

snel in elkaar te zetten en erkend te krijgen, maar het grootste deel der<br />

leden van den bond was niet verzekerd. Het hoofdbestuur en speciaal<br />

Smit, wendde alle pogingen aan om, wijl het besluit tot oprichting der<br />

kas vóór 1 Augustus genomen was, de werkloosheidskas als bestaande<br />

erkend te krijgen, maar dat mocht niet gelukken. Immers had wel de<br />

bondsvergadering op 21 Juli tot oprichting besloten, doch hadden de leden<br />

hun stem nog niet per referendum uitgebracht. Van allerlei kanten kwamen<br />

dan ook noodkreten van geschorsten, ontslagenen of van hen, die korter<br />

werkten. De bond kon echter niet helpen. De vakgroepsleden waren zoo<br />

goed als geheel ingelijfd in afdeelingen waar reeds een plaatselijk fonds<br />

bestond. Zij ontvingen uitkeering. Vooral onder de chemigrafen was de<br />

werkloosheid groot. De Vereeniging van Nederlandsche Chemigrafische<br />

Inrichtingen verzamelde vrijwillige bijdragen van haar leden voor de<br />

slachtoffers der crisis en deed die den arbeidersbonden toekomen. Aan onze<br />

vakgroep werd een bedrag van f 249.90 uitgekeerd. De arbeiders, die nog<br />

volle weken werkten, betaalden 10 centen extra per week voor steun<br />

aan crisis-slachtoffers. — Het Christelijk Nationaal Vakverbond stelde een<br />

onderzoek in naar den invloed van den oorlog op de christelijke vakbonden.<br />

De conclusie was, dat deze invloed niet van dien aard geacht mocht worden,<br />

dat de vakbonden niet meer zouden kunnen functioneeren. Opgewekt<br />

werd dan ook om de opengekomen bestuursplaatsen zoo spoedig mogelijk<br />

te bezetten, de vakvereenigingsorganen in denzelfden omvang te laten<br />

verschijnen en extra contributie te betalen voor degenen, die het meest<br />

getroffen waren. — Het hoofdbestuur van onzen bond hield zich volkomen<br />

aan dit advies. Als het ',van den eersten schrik bekomen was, besloot<br />

het om de door de algemeene vergadering genomen beslissingen door<br />

te voeren. Dat ging niet zoo gemakkelijk. Vooral de maatregelen van het<br />

hoofdbestuur om de verhoogde contributie per 1 September te doen<br />

ingaan, lokte verzet uit. Ten slotte onderwierpen zich allen aan dezen<br />

maatregel, hoewel verschillende afdeelingen die verhoogde contributie<br />

(op 16 centen per week gebracht, daar 1 1/2 cent voor De Christen-<br />

Typograaf niet voldoende was, doch de kosten op 2 h/2 cent gebracht<br />

moesten worden) uit de afdeelingskas bijpassen. Op 2 November werd<br />

de uitslag der referendum-stemming bekend gemaakt. De bondscontributie<br />

werd 16 centen. De Christen-Typograaf kreeg 2 1/ 2 cent en behoefde<br />

dus niet extra betaald te worden. M. W. Smit werd als vrijgestelde<br />

aangewezen. Hij zou geen ambtenaar zijn, doch een stemhebbend hoofdbestuurslid<br />

blijven, en in de functie van secretaris den bond dienen.<br />

In de hoofdbestuursvergadering van 13 November werd hij aangesteld,<br />

op een salaris van f 15.— per week. M. van der Heide trad nogmaals<br />

als tijdelijk voorzitter op. Zoo sloot 1914 wel in donkere omstandigheden,<br />

doch voor den bond met de hoop op toenemenden bloei en verdere regelmatige<br />

ontwikkeling.


WIIWW1MWIMEWW/IWW1WW11W<br />

ZEV<strong>EN</strong>DE HOOFDSTUK<br />

DE PERIODE VAN TO<strong>EN</strong>EM<strong>EN</strong>D<strong>EN</strong> BLOEI INGETRED<strong>EN</strong><br />

OORLOGSOMSTANDIGHED<strong>EN</strong><br />

(1915)<br />

ij het intreden van dit jaar had de bond dus in M. W. Smit zijn<br />

eersten vrijgestelde. In verband daarmede moesten allerlei maatregelen<br />

genomen worden. De woning van den gesalariëerde kon niet<br />

als bureau worden ingericht, dus moest naar een andere woning worden<br />

omgezien. Een paar hoofdbestuurders werden met deze opdracht belast,<br />

terwijl de vrijgestelde zelf eveneens op zoek ging. Het gelukte hem om<br />

in de Kanaalstraat 56 een benedenhuis te huren, waarvan de voorkamer<br />

als bureau zou worden ingericht. Dat een telefoon niet ontbreken mocht,<br />

werd begrepen, dus moest onderzocht worden of een communale of<br />

intercommunale aansluiting het voordeeligste was. Ook werd een commissie<br />

tot meubileering van het bureau benoemd. Die ging op zoek<br />

naar tweede-handsch meubelen en slaagde er in een bureau voor f 17.50<br />

te koopen. Een fauteuil met knarsende springveeren kreeg de commissie<br />

er bij cadeau. Een bureaulamp mocht niet ontbreken evenmin als een<br />

loketje waarin de correspondentie kon worden opgeborgen. Met een<br />

papiermandje was de installatie compleet. Begrijpelijk is het, dat het<br />

hoofdbestuur, voordat het besloot zich al deze artikelen aan te schaffen,<br />

den stand der kas liet opmaken. Op 2 Maart deelde de penningmeester<br />

jonker mede, dat het totaalbezit van den bond f 2077.78'/ 2 beliep.<br />

Daarvan was in de weerstandskas f 1199.77 1/ 2 , zoodat alle andere kassen<br />

tezamen f 878.01 inhielden. Op 30 Maart werd het nieuwe bureau in<br />

gebruik genomen. Het loon van Smit werd bij die gelegenheid van f 15.—<br />

op f 18. ^ gebracht en bovendien f 2..-r per week voor vergoeding in den<br />

verhoogden huurprijs bijgepast. In de eerste hoofdbestuursvergadering aan<br />

het nieuwe adres werd besloten aan den Ned. Bond van Boekdrukkerijen<br />

te verzoeken op het loon in de collectieve overeenkomst vastgesteld,<br />

een toeslag toe te kennen. Want de duurte der levensmiddelen deed<br />

zich in de arbeidersgezinnen reeds duchtig gevoelen. De A. N. T. B. en<br />

de R. K. G. B. wilden dit verzoek niet ondersteunen. De Bond van


KANAALSTRAAT 56, AMSTERDAM, HET EERSTE BONDSBUREAU<br />

FRED, H<strong>EN</strong>DRIKPLANTSO<strong>EN</strong> 48, HET TWEEDE BONDSBUREAU


BESPREKING OVER E<strong>EN</strong> AFZONDERLIJKE C.A.-0. MET CHR. PATROONS 121<br />

Plaatselijke Vereenigingen kon er evenwel zijn goedkeuring aan hechten.<br />

De eerstgenoemde bonden stelden zich op het standpunt dat de vastgestelde<br />

loonen moesten worden geëerbiedigd. Smit daarentegen poneerde de<br />

meening, dat, hoewel de bonen geëerbiedigd moesten worden, nochtans<br />

het recht om een toeslag te verzoeken niet kon worden ontkend. Voorloopig<br />

had het indienen van dit verzoek geen ander resultaat dan een<br />

openbare lofbetuiging van Mr. Veraart aan het adres der niet-verzoekende<br />

bonden van wege hun juiste opvattingen. Een belangrijk vraagpunt vroeg<br />

de aandacht, nl. de aan te nemen houding tegen de niet-georganiseerde<br />

werkgevers. Onder hen waren een deel der Christelijke ondernemers in<br />

het boekdrukkersbedrijf die met opzet buiten den patroonsbond bleven,<br />

ofschoon zij de arbeidsvoorwaarden der collectieve arbeidsovereenkomst<br />

doorgevoerd hadden. De Christen-Typograaf werd bij een dezer drukkers,<br />

namelijk aan de drukkerij De Standaard, gereedgemaakt. Nu had men het<br />

er op gezet aan dit snood bedrijf een einde te maken. De afd. Amersfoort<br />

van den Patroonsbond nam een motie aan, waarin op het ongeoorloofde<br />

gewezen werd en eindelijk nam de Centrale Commissie een besluit,<br />

waarin de C. T. B. verplicht werd binnen drie maanden een einde te<br />

maken aan dezen toestand. Of de Centrale Commissie daarbij bleef<br />

binnen het kader van haar bevoegdheid valt te betwijfelen, daar het<br />

verplicht lidmaatschap niet consequent was ingevoerd, doch alleen in<br />

werking trad bij wisseling van personeel, zoodat alle gemeenschap<br />

tusschen leden van contractanten ter andere zijde en ongeorganiseerde<br />

werkgevers niet verbroken was. Ook aan drukkerij De Standaard<br />

mochten georganiseerde arbeiders in dienst blijven en deden het ook.<br />

Ons blad ging toen weer terug naar drukkerij Wed. G. van Soest.<br />

De zaak op zichzelf was niet van buitengewone beteekenis, doch er<br />

zat een diepere grond onder. De christelijke drukkerspatroons wilden<br />

n.l. een afzonderlijke collectieve overeenkomst met de arbeidersbonden<br />

aangaan. Daarover waren reeds besprekingen gevoerd en werden de<br />

arbeidersbonden uitgenoodigd tot een conferentie. Het hoofdbestuur van<br />

den A. N. T. B. gaf als zijn meening te kennen, dat niet in een conferentie<br />

doch in een vergadering der Centrale Commissie deze zaak behandeld<br />

moest worden, doch toen de drie andere contractanten toch gingen<br />

confereeren, namen ook vertegenwoordigers van den A. N. T. B. aan<br />

de conferentie op 7 Mei te Utrecht deel. Daar waren aanwezig van<br />

den Christelijken Patroonsbond de heeren : H. Diemer, J. W. Reese,<br />

J. R. Haan, L. J. Bosch, J. Zomer en de rechtskundige adviseur Mr.<br />

Diepenhorst. De arbeidersbonden hadden de heeren : F. van der Wal,<br />

J. van Eijndthoven, M. W. Smit en P. W. J. van Hassel als afgevaardigden<br />

gezonden. Een oplossing bracht deze conferentie niet, maar afgesproken<br />

werd, dat de arbeidersbonden zouden berichten of zij bereid waren een<br />

afzonderlijke collectieve overeenkomst met den Bond van Christelijke<br />

Drukkerspatroons aan te gaan. Dit bericht liet zich echter nog een<br />

poos wachten. • Andere kwesties om en nabij de collectieve overeen-


122 DE BOEKBINDERS-PATROONS ONTVANG<strong>EN</strong> CONCEPT-REGELING<strong>EN</strong><br />

komst, het verplichte lidmaatschap en de prijsafspraken kwamen hier en<br />

daar voor. Dat in de dagen van werkloosheid een arbeider, georganiseerd<br />

zijnde, niet bij een ongeorganiseerden werkgever in dienst mocht treden,<br />

werd door velen niet begrepen. Dat, nu er rechtspraak-commissies ingesteld<br />

waren, niet meer onmiddellijk elke goede kans aangegrepen mocht<br />

worden om geschillen zelfstandig uit de wereld te helpen, was al evenzeer<br />

een zaak, die nog veel toelichting noodig had eer de arbeiders de<br />

waarheid ervan erkenden. De houding door de arbeiders aan te nemen<br />

indien een drukker een periodiek beneden den aangegeven prijs van een<br />

collega overnam, stond hun eveneens niet helder voor oogen. Wel was de<br />

opvatting van Smit, dat de arbeiders geen verantwoording hadden te<br />

aanvaarden voor prijsafspraken, die door de werkgevers alleen en eenzijdig<br />

waren overeengekomen, maar de Centrale Commissie, onder overwegenden<br />

invloed van Mr. Veraart, had een andere opvatting en hield de lijnen<br />

strak. De handhaving der C. A.-O. bracht tot optreden, o. a. bij het<br />

dagblad Het Vaderland in Den Haag. De onderneming betaalde geen<br />

percentage op het overwerk en geen extra belooning voor nacht- en<br />

Zondagsarbeid. Tot een staking behoefde het niet te komen. Na een<br />

uitspraak der Centrale Commissie en het bezoek eener commissie uit dit<br />

college, waarbij Mr. Veraart, werd naleving der C. A.-0. voor het<br />

vervolg toegezegd en f 1320.— achterstallig loon uitgekeerd. De firma<br />

L. H. Vermijs te Oosterhout moest tot het nakomen der collectieve<br />

arbeidsovereenkomst, ingevolge een besluit der Centrale Commissie voor<br />

Noord-Brabant, door een werkstaking gedwongen worden. Hetzelfde<br />

moest geschieden bij de firma Alberts te Kerkrade. Beide conflicten<br />

voerden tot het invoeren der C. A.O. ^<br />

Wat een deel der arbeiders, namelijk de boekbinders, bezig hield,<br />

was het afloopen hunner collectieve overeenkomst op 16 juni. Deze<br />

overeenkomst was wel zóó ingekleed, dat zij voor het geheele land zou<br />

kunnen gelden, doch landelijke toepassing was nog niet bereikt. Zij<br />

was bekend onder den naam van vijf-steden-regeling. De werkgevers<br />

stelden voor den duur dezer regeling met 6 maanden te verlengen, daar<br />

de tijdsomstandigheden niet gunstig waren voor vernieuwing eener overeenkomst<br />

en ook niet om haar op breeder basis te vestigen. Hoewel<br />

de besturen der vakbonden niet veel voelden voor zulk een maatregel,<br />

werd deze verlenging toch toegepast. Wie veronderstellen mocht, dat het<br />

gezamenlijk contractant-zijn bij de overeenkomst in het boekdrukkersbedrijf<br />

de verhouding tusschen de arbeidersbonden had gewijzigd ten goede,<br />

heeft het mis. Zooals duidelijk bleek uit het optreden van den A. N. T. B.<br />

Deze bond toch diende zonder overleg met de andere arbeidersbonden<br />

een afzonderlijk ontwerp-collectief contract bij de boekbinderspatroons<br />

in. De drie andere organisaties lieten zich evenmin onbetuigd, stelden<br />

een ander ontwerp samen en dienden dat eveneens in. Wat later, toen<br />

de boekbinderspatroons nader informeerden naar de verhouding tusschen<br />

de arbeidersbonden, werd door het hoofdbestuur van den A. N. T. B.


E<strong>EN</strong> ZIEK<strong>EN</strong>FONDS <strong>EN</strong> E<strong>EN</strong> T. B. C.-FONDS TER JAARVERG. OPGERICHT 123<br />

medegedeeld, dat het geen enkele verantwoording op zich nam voor<br />

de houding der andere vakbonden, en dat het niet noodzakelijk was de<br />

andere arbeidersbonden aan de besprekingen te doen deelnemen, aangezien<br />

de A. N. T. B. zóóveel invloed in het bedrijf had, dat de andere<br />

organisaties toch moesten accepteeren wat deze bond overeenkwam.<br />

Maar, zoo werd den werkgevers bericht, indien de patroons ook de<br />

andere bonden wilden uitnoodigen, dan mocht dat en zou het geen verhindering<br />

zijn voor den A. N. T. B. om besprekingen te voeren. Op<br />

15 Juni kon de concept-overeenkomst door de drie organisaties voorgesteld,<br />

aan de boekbindersleden verzonden worden. Of een en ander<br />

bevorderlijk was aan de behartiging van het arbeidersbelang moet de<br />

lezer zelf uitmaken, aangezien de geschiedenis hier geen gegevens voor<br />

biedt. Wel mag vermeld worden, dat de werkgevers in begin November<br />

zelf een concept-regeling bij de arbeidersbonden indienden en dat deze als<br />

grondslag der besprekingen werd aanvaard door alle groepen.<br />

Intusschen was het hier en daar mogelijk geweest een correspondentschap<br />

of een nieuwe afdeeling van den C. T. B. te vestigen. K. de Graaf was<br />

in Zutfen uit den A. N. T. B. getreden, aangezien er op Zondag een<br />

meeting voor algemeen kiesrecht en staatspensioen was gehouden, waarbij<br />

de afdeeling zich liet vertegenwoordigen. Na verloop van een kort poosje<br />

kwamen er nog 6 vakgenooten en 1 jongen bij, die met hem aldaar een<br />

afdeeling van onzen bond vormden. Ook in Nijverdal kwam een afdeeling<br />

van 10 leden tot stand, terwijl in Alfen en Winterswijk correspondentschappen<br />

werden opgericht. Zoo naderde de 13de algemeene vergadering.<br />

Zij werd op 28 en 29 Juli te Utrecht gehouden. Voor de eerste maal<br />

verscheen een jaarverslag in boekformaat. 't Was nog wel niet omvangrijk,<br />

ook bevatte het nog geen cijfers van het bezit der verschillende kassen,<br />

maar toch was er vooruitgang in den gang van zaken te bespeuren.<br />

De bondsvergadering werd geleid door A. B. Snijder, daar Smit secretaris<br />

was geworden en M. van der Heide als alg.-adjunct wel de hoofdbestuursvergaderingen<br />

leidde, doch aan den 2en bondsvoorzitter de eer<br />

liet om den hamer ter jaarvergadering te hanteeren. De algemeene vergadering<br />

benoemde M. van der Heide als voorzitter, die deze benoeming<br />

in overweging nam en later tijdelijk aanvaardde. Het jaarverslag viel<br />

in goede aarde. Smit oogstte veel lof voor zijn werk. De Arnhemsche<br />

hoofdbestuurder A. de Boer trad af en in zijn plaats werd benoemd<br />

J. Schipper, wien de functie van 2den secretaris werd toegewezen. Besloten<br />

werd een vrijwillig ziekenfonds op te richten en een tuberculose-fonds te<br />

stichten, waarvan de toetreding eveneens vrijwillig was. Beide besluiten<br />

werden later aan een referendumstemming onderworpen en daardoor<br />

bekrachtigd. Als bestuurders van het ziekenfonds werden aangewezen :<br />

A. H. van Pareren, voorz. ; L. J. Muller, secr. ; J. Schipper, penningm. ; allen<br />

te Amsterdam en P. Jukes te Haarlem. Het tuberculose-fonds kreeg als<br />

bestuurders : K. Tel, Zaandam, voorz., J. Winter, Amsterdam, secr.,<br />

E. Fienieg, Amsterdam, penningm. De fondsen kwamen dus onder een


124 E<strong>EN</strong> PROTEST TEG<strong>EN</strong> HET TALM<strong>EN</strong> DER CHR. DRUKKERS-PATROONS<br />

afzonderlijk bestuur. De bondscontributie werd met 2 centen per week<br />

verhoogd en dus op 18 centen gebracht en het besluit genomen om<br />

De Christen-Typograaf niet meer tweemaal per maand, doch eenmaal<br />

in de 14 dagen te doen verschijnen. Een ander belangrijk punt was het<br />

aannemen van een motie, waarin een protest was uitgedrukt tegen het<br />

„talmen" van den Bond van Christelijke Drukkerspatroons ten opzichte<br />

van het afsluiten eener collectieve overeenkomst voor de arbeiders in de<br />

typografische vakken. Deze motie lokte heel veel critiek uit, speciaal<br />

van den heer J. W. Reese, directeur van drukkerij De Standaard en<br />

secretaris van den christelijken patroonsbond. De verhouding tusschen<br />

dien christelijken bond (opgericht 30 Juli 1914) en den Ned. Bond van<br />

Boekdrukkerijen was dan ook verre van aangenaam, daar de Ned. Bond,<br />

op aandringen van enkele hoofdbestuurders en speciaal van Mr. Veraart,<br />

zich op het standpunt had gesteld, dat er voor een christelijken patroonsbond<br />

geen plaats was. Trouwens, de verhouding tusschen den Ned. Bond en de<br />

Roomsch-Katholieke Vereeniging van Nederl. Drukkerspatroons (opgericht<br />

18 Januari 1915, waarin zich later de Provinciale Bond van R. K. Drukkerspatroons<br />

oploste) was evenmin aangenaam. Deze beide patroonsbonden<br />

wilden in samenwerking met elkaar een afzonderlijk collectief contract<br />

met de arbeiders afsluiten. Daarom moesten zij, wijl de arbeidersbonden<br />

reeds contractanten waren bij de overeenkomst met den Ned. Bond van<br />

Boekdrukkerijen, overleg plegen met het hoofdbestuur van dien bond.<br />

Gezien het standpunt van een deel der hoofdbestuurders en Mr. Veraart<br />

laat het zich begrijpen, dat aan het plegen van overleg zooveel mogelijk<br />

bezwaren in den weg werden gelegd. Dat onze algemeene vergadering<br />

van een en ander voldoende op de hoogte was, nemen wij niet aan.<br />

Maar toch werd de motie aangenomen en gepubliceerd, daar men de<br />

schuld bij de christelijke patroons zocht. Verzuimd werd echter om een<br />

afschrift der motie aan het bestuur van dien bond te doen toekomen.<br />

Tot oplossing kwam het geschil tusschen de patroonsbonden eerst later<br />

en wel in 1916, zoodat onder hetgeen van dat jaar vermeld wordt de<br />

geschiedenis en erkenning van de confessioneele patroonsbonden in het<br />

boekdrukkersbedrijf een wat ruimer plaats kan innemen. — Onmiddellijk<br />

na de algemeene vergadering brak er te Leiden, bij Gebr. van Brussel,<br />

een staking uit. Deze werkgevers hadden de loonen niet geheel op peil<br />

gebracht en geen percentage voor overwerk betaald. De Districts-<br />

Commissie te Leiden had haar deswege tot de orde geroepen. Het<br />

gelukte Smit de gebroeders er toe te bewegen om het loon in overeenstemming<br />

te brengen met de collectieve overeenkomst, doch de f 40.—<br />

achterstallig loon voldeed de firma niet. Smit wist van die navordering<br />

niet af en kreeg van de D. C., later van de Centrale Commissie, een<br />

berisping, dat hij, terwijl de rechtsprekende colleges de zaak reeds in<br />

behandeling hadden, zich namens den bond in de kwestie gemengd had.<br />

De staking, die drie maanden volgehouden werd, verliep en de stakers<br />

werden bij andere firma's geplaatst. Voor Leiden was dit verloop jammer,


DE N. B. v. B. ADVISEERT D<strong>EN</strong> PATROONS DUURTETOESLAG TE GEV<strong>EN</strong> 125<br />

wijl bij andere werkgevers, o.a. bij Ydo, reeds eerder de afwijkingen door<br />

besprekingen uit den weg konden worden geruimd. Ook bij de firma<br />

Klene te Hilversum moest een staking worden geproclameerd. Hier ging<br />

het conflict om een 3-ledigen eisch, nl. intrekking van het ontslag van<br />

een gezel, die van sabotage beschuldigd werd, intrekking van het ontslag<br />

van drie binders, wier werk na hun ontslag in huisarbeid gereed gemaakt<br />

werd en lid worden van den Ned. Bond van Boekdrukkerijen, met daaraan<br />

verbonden consequentie : doorvoering der contractsbepalingen. Hoewel de<br />

werkgever toegaf en P. Hols en J. van Eijndthoven namens de betrokken<br />

arbeidersbonden en L. Aquina en J. Poorter namens de onderneming, de<br />

getroffen overeenkomst teekenden, liet de firma in haar blad, de Gooi en<br />

Eemlander, het voorkomen, alsof zij overwonnen had en nam den gezel<br />

niet terug. — In het boekdrukkersbedrijf deden zich enkele moeilijkheden<br />

voor met het plaatsen van Belgische vluchtelingen en geïnterneerden.<br />

Sommige dezer gasten van Holland wilden wel gaarne bij een werkgever<br />

hier te lande in dienst treden, maar achtten zich niet gebonden<br />

aan de bepalingen der C. A.-O. Toen enkele malen kleine moeilijkheden<br />

hieruit voortgesproten waren, werd een maatregel getroffen, waardoor de<br />

hier verblijf houdende Belgische vakgenooten in dienst genomen konden<br />

worden, mits zij georganiseerd waren en het door de C. A.O. - bepaalde<br />

loon ontvingen.<br />

De duurte der levensmiddelen liet zich langzamerhand sterker gevoelen.<br />

Wel werd het voedsel gerantsoeneerd en verkreeg iedere Nederlander het<br />

vastgestelde aantal grammen brood, vet en andere levensmiddelen per bon,<br />

maar er waren heel wat burgers in Nederland, die kans zagen boven de<br />

hun toegewezen hoeveelheid levensmiddelen nog andere te bemachtigen<br />

en zonder bonnen eetwaren te verkrijgen. Daardoor werden de levensmiddelen,<br />

die nog in den vrijen handel gebleven waren, buitengewoon<br />

duur en de actie om duurtetoeslag krachtiger. In November wendde<br />

ook de A. N. T. B. zich met een verzoek om duurte-toeslag tot den<br />

Ned. Bond van Boekdrukkerijen, terwijl de C. T. B. zijn vroeger gedaan<br />

verzoek om toeslag herhaalde. De leiding van den patroonsbond, die eerst<br />

niets wilden weten van officieel toeslag toekennen, doch wel het loon met<br />

1 cent per uur wilden verhoogen, mits de overeenkomst met een jaar werd<br />

verlengd, zond nu een circulaire aan de aangesloten werkgevers, waarin<br />

geadviseerd werd om hun werklieden met het oog op de duurte, een<br />

toeslag toe te kennen. Verschillende patroons hadden reeds, zonder die<br />

opwekking, toeslag op het loon uitgekeerd.<br />

Voor onzen bond werd in de afdeeling Haarlem over een principieele<br />

kwestie beslist. Doordat daar een paar meisjes zich voor het lidmaatschap<br />

hadden aangemeld, kwam het vraagstuk aan de orde : mogen vrouwen lid<br />

van den C. T. B. zijn ? Er waren er nog heel wat, die het werk van<br />

vrouwen tot gezinsarbeid wilden beperken, en meisjes niet tot de grafische<br />

bedrijven toelaten. De algemeene vergadering nam echter het besluit,<br />

dat vrouwen lid van den bond konden worden en het hoofdbestuur


126 SMIT TREEDT ALS VOORZITTER DER AFDEELING AMSTERDAM AF<br />

bepaalde, dat vrouwelijke leden boven 18 jaar slechts de helft van de<br />

contributie behoefden te betalen, doch dan ook slechts de helft der uitkeeringen<br />

zouden krijgen. — De Christen-Typograaf verscheen telkens<br />

met een bijvoegsel en werd voor de helft uit kleine letter gezet, maar<br />

kon zelfs op deze wijze geen voldoende ruimte bieden. Van tijd tot tijd<br />

verscheen een extra propaganda-nummer, terwijl min of meer regelmatig<br />

een rubriek voor adspirant-leden werd opgenomen. Aangezien de papierschaarschte<br />

ook deze grondstof duurder deed worden, werd de drukprijs<br />

van het blad op verzoek van den drukker verhoogd. Heel veel bedroeg<br />

de verhooging niet. Zij bleef beperkt tot f 0.50 per nummer. Van meer<br />

gewicht was de erkenning der bondswerkloosheidskas door Minister<br />

Treub, met ingang van 25 October, waardoor de noodregeling dus<br />

ook over de leden van den C. T. B. werd uitgestrekt. — Van nu aan<br />

ging de bond regelmatig en op verblijdende wijze vooruit. De groote<br />

afdeelingen namen in ledental toe. Smit was, toen hij als vrijgestelde<br />

van den bond in functie trad, als voorzitter der Amsterdamsche afdeeling<br />

afgetreden. Twintig jaren had hij deze functie bekleed en niet alleen den<br />

grondslag voor de christelijke vakorganisatie in het grafisch bedrijf gelegd,<br />

maar tevens gezorgd dat, waar dit maar mogelijk was, in allerlei actie<br />

en beslissing, de kleine groep christelijk georganiseerden vertegenwoordigd<br />

was. Met hem traden nog andere afdeelingsbestuurders af, waaronder<br />

J. van Ommen, die langen tijd als secretaris de afdeeling had gediend. Als<br />

nieuwe bestuurders werden benoemd : J. Hofman, voorzitter, Th. R.Ypenburg,<br />

secretaris, terwijl J. H. A. Reichart penningmeester bleef. Met de afdeeling<br />

Amersfoort waren moeilijkheden gerezen over het voldoen der bondscontributie.<br />

De kwestie zou wel tot oplossing gekomen zijn, maar het<br />

hoofdbestuur stond zéér strak. Mede daardoor onttrokken verschillende<br />

leden, waaronder de toenmalige secretaris, zich aan het lidmaatschap<br />

van den bond. Ook met Kampen waren enkele onaangenaamheden<br />

gerezen, niet officieel, maar toch met den afdeelingsvoorzitter. Ook die<br />

bedankte voor den bond. Na verloop van tijd liet hij zich weer als lid<br />

inschrijven. Leiden werd getroffen doordat de wakkere voorzitter<br />

A. Wiggers Jr., door tuberculose aangegrepen, telkens gedurende maanden<br />

achtereen het bed moest houden. Hij werd financieel gesteund door<br />

bondsleden en andere vakgenooten, die daardoor zijn gezin voor ondergang<br />

behoedden.<br />

Nu de bond zich meer ging centraliseeren, zijn de gebeurtenissen<br />

in de afdeelingen feitelijk in de bondsgeschiedenis onder te brengen.<br />

Welke methode wij in het vervolg ook zullen toepassen. Iets anders<br />

staat het met de in 1915 nog geheel zelfstandig optredende Vakgroep<br />

Chemi-lithografen. Die had op 15 juni een afzonderlijke jaarvergadering<br />

gehouden. Onder anderen was daar een reglement voor de leden van<br />

de vakgroep samengesteld en goedgekeurd, waarna het ter goedkeuring<br />

aan het hoofdbestuur van den C. T. B. zou worden voorgelegd. Ook<br />

werd een afgevaardigde naar de te houden algemeene vergadering van


DE DOORVOERING VAN TWEE COLLECTIEVE OVERE<strong>EN</strong>KOMST<strong>EN</strong> 127<br />

den bond aangewezen. Besloten werd om de contributie-regeling, die bij<br />

het intreden der oorlogscrisis gewijzigd was, weer te herstellen en te brengen<br />

op 2 °/a van het weekloon. Met het oog op 't nog veel voorkomende<br />

korter werken, werd vastgesteld, dat zij, die nog door dezen maatregel<br />

getroffen werden slechts van de dagen waarop zij werkten contributie<br />

behoefden te betalen en wel 1/6 van de totaal-contributie per dag<br />

waarop gearbeid was. Er was veel waardeering in de vakgroep voor<br />

de wijze, waarop de samenwerking tusschen vakgroep en bond tot<br />

stand was gekomen en bestendigd bleef. Toch hadden zich bij de<br />

regeling der inkomsten en uitgaven af en toe enkele moeilijkheden<br />

voorgedaan. De vakgroep gaf namelijk èn voor zichzelve èn voor den<br />

bond gelden uit. De juiste grens was niet altijd met zekerheid te trekken.<br />

In het hoofdbestuur was de zaak eenige malen besproken en een regeling<br />

getroffen, die tot wederzijdsche tevredenheid werkte. -- In het steendrukkersbedrijf,<br />

kwam de verleiding bij een aantal werkgevers om een<br />

groot deel van de schade door werkgebrek veroorzaakt af te wentelen<br />

op de arbeiders. De zaak werd in de vergadering van Gecombineerde<br />

Besturen van 2 juni behandeld. Toen bleek, dat het intrekken van het<br />

crisisbesluit waarschijnlijk nog meerdere moeilijkheden in het leven zou<br />

roepen, werd het besluit gehandhaafd. — Hetzelfde rechtsprekend college<br />

nam maatregelen om nog niet georganiseerde ondernemingen tot het<br />

lidmaatschap te brengen. Mr. J. de Vrieze, de vertrouwensman van den<br />

Ned. Bond van Steendrukkerijen, moest nog 14 firma's aanschrijven, die<br />

wel georganiseerd waren, maar op 30 juni nog met ongeorganiseerde<br />

arbeiders werkten. Ook in het steendrukkersbedrijf werkte de rechtspraak<br />

goed. Verschillende ondernemers, die het niet zoo nauw namen<br />

met het nakomen der arbeidsvoorwaarden in het collectief contract neergelegd,<br />

werden niet alleen aan hun verplichtingen herinnerd, maar er<br />

ook toe gebracht die na te leven. Dat kon geschieden zonder dat conflict<br />

noodig was om de uitspraak kracht bij te zetten. Hoewel enkele<br />

ondernemingen niet nalieten pogingen te doen om aan de opgelegde<br />

verplichtingen te ontkomen. Hetzelfde verschijnsel deed zich in het<br />

chemigrafisch bedrijf voor. Hier was het Centraal Comité het instituut,<br />

dat op de naleving der C. A.-O. toezicht moest houden. Daaraan kwam<br />

niets tekort. Doch een paar der ondernemers meenden, indien de uitspraak<br />

hen tot loonsverhooging verplichtte, de betrokkenen te kunnen ontslaan<br />

of door korter werken van het geheele personeel de schade door<br />

de verhooging veroorzaakt, over allen „gelijkelijk te verdeelen". Zoo<br />

waren er wel moeilijkheden, ook onder deze beide collectieve overeenkomsten,<br />

doch zonder zwaren strijd bleek het mogelijk om langzamerhand<br />

het collectief contract erin te krijgen. Dan vroeg vakstudie de aandacht.<br />

Er werd een commissie benoemd, die zich zou belasten met de samenstelling<br />

van een leerboek voor het chemigrafisch bedrijf. Medewerkers<br />

uit de verschillende organisaties werden om bijdragen aangezocht en<br />

zegden die toe. Aangezien zij nalatig bleven in het nakomen hunner toe-


128 TO<strong>EN</strong>EM<strong>EN</strong>DE OORLOGSMOEILIJKHED<strong>EN</strong> BIJ DE ARBEIDERS<br />

zegging kon het leerboek niet verschijnen. — De verhouding tusschen de<br />

contractanten onderling liep aanmerkelijk beter dan die in het typografisch<br />

bedrijf. De vakgroep-leden van den bond voelden zich als vakmenschen<br />

nauw verwant aan hun collega's in andere bonden. Smit, die gewoon<br />

was geraakt aan de felle bestrijding vanwege den A. N. T. B., en die<br />

gewoon was op scherpe wijze die bestrijding tegen te gaan, uitte zich<br />

op dezelfde wijze tegen W. van Dijk, den vrijgestelde van den Nederl.<br />

Litho-, Foto- en Chemigrafenbond. Toch was dat niet noodzakelijk,<br />

omdat de manier waarop aan de Roomsch-Katholieke en Christelijke<br />

vakgenooten, toen de N. L. F. C. B. zich bij het Nederlandsche Verbond<br />

van Vakvereenigingen aansloot, gelegenheid was gegeven om zich van<br />

dezen bond af te scheiden, een principiëele erkenning was van de beide<br />

christelijke organisaties. Maar in de worsteling om den christelijken vakbond<br />

in het grafisch bedrijf te vestigen en te handhaven, was de redacteur van<br />

De Christen-Typograaf, Smit, steeds op zoo scherpe wijze aangevallen,<br />

dat hij niet anders kon dan meenen, dat waardeering van het standpunt der<br />

christelijke arbeiders, of zelfs maar een erkenning ervan door zoogenaamde<br />

algemeene bonden, uitgesloten geacht moest worden. — De erkenning van<br />

het recht om zich naar de levensopvatting te organiseeren sloot niet in het<br />

nalaten van pogingen om eenmaal tot onzen bond toegetredenen te bewegen<br />

weer terug te keeren. Vooral de afdeelingsbestuurders van den N. L. F. C. B.<br />

namen dat werk ter hand. Bijzonderlijk te Rotterdam was dit de oorzaak<br />

van het verstoren der goede verstandhouding, en bovendien deed het Smit<br />

wel eens op scherper wijze schrijven dan met het oog op de mentaliteit<br />

onder eigen leden gewenscht was. - Deze waren nog maar de kleinere<br />

moeilijkheden. Voor heel den arbeidenden stand was er zwaarder druk.<br />

De gevolgen der oorlogsomstandigheden lieten zich op steeds krachtiger<br />

wijze gevoelen. Hun hoogtepunt hadden zij nog niet bereikt, doch de<br />

arbeiders, waaronder die in de grafische bedrijven, gingen gebukt onder<br />

de gevolgen van den grooten oorlog, toen 1915 in der tijden schoot verzonk.


WIIWW11WW1ITEW3W11WWIEWIIW<br />

ACHTSTE HOOFDSTUK<br />

HET OVERLIJD<strong>EN</strong> VAN SMIT E<strong>EN</strong> GROOT VERLIES<br />

VOORTGAANDE C<strong>EN</strong>TRALISATIE<br />

(1916)<br />

et jaar 1916 begon met een werkstaking, waarbij ook onze bond<br />

betrokken was. De N. V. Gebr. Juten te Bergen op Zoom overtrad<br />

de collectieve overeenkomst voor de provincie Noord-Brabant<br />

op allerlei wijze. Zij werkte met ongeorganiseerden, alsof zij niet<br />

tot den Provincialen Bond toegetreden was. Contributie betalen deed<br />

zij ook al niet. Wegens die nalatigheden werd zij geroyeerd van den<br />

R. K. Bond in Noord-Brabant. Staking was het gevolg van dit royement.<br />

Het conflict trad begin Januari in. Het gelukte de firma werkwilligen<br />

in haar dienst te krijgen, waardoor de strijd verloren ging. De leden van<br />

onzen bond, die bij de staking betrokken waren, ontvingen, onbegrijpelijk,<br />

geen uitkeering uit de bondskas. De afwijzende houding van ons hoofdbestuur<br />

bracht hen er toe voor het lidmaatschap van den C. T. B. te<br />

bedanken. Zij lieten zich in den algemeenen bond overschrijven.<br />

Den bond trof een gevoelige slag door het onverwacht overlijden van<br />

zijn vrijgestelde M. W. Smit. Plotseling, op 25 Januari, overleed hij.<br />

Hoewel hij zwak van gezondheid was, had niemand een zoo spoedigen<br />

dood verwacht. Smit toch had, tot het oogenblik waarop de dood hem<br />

overviel, zijn werkzaamheden als vrijgestelde geregeld kunnen waarnemen<br />

en was op den dag van zijn overlijden niét bedlegerig. Deze slag<br />

trof zijn huisgezin en den bond zeer ernstig. Op het bericht ging een<br />

schok door den bond. M. W. Smit had vanaf 1894 zijn beste krachten<br />

en zijn gaven gewijd aan de christelijke vakbeweging in het grafisch<br />

bedrijf en daar buiten. Zijn vurige geest had zijn zwak lichaam overheerscht<br />

en het tot arbeid in staat gesteld en gedwongen. Jarenlang<br />

scheen zijn werken en pogen zonder het gewenschte gevolg te blijven.<br />

De sociale positie van de typografen was achtergebleven bij die van<br />

andere arbeiders. De christelijke vakgenooten waren heel moeilijk te<br />

bewegen geweest om tot de christelijke vakvereeniging toe te treden. Na<br />

9


130 HET OVERLIJD<strong>EN</strong> <strong>EN</strong> DE BEGRAF<strong>EN</strong>IS VAN M. W. SMIT<br />

tien jaar werken in den bond waren er nauwelijks 200 aangesloten. Smit<br />

gaf het niet op. Als anderen begonnen te twijfelen, Smit wist hen te<br />

bezielen. Door daden, door het geschreven en gesproken woord evenzeer.<br />

Al de smaad, die in den loop der jaren de christelijk georganiseerden<br />

in ons bedrijf moesten ondergaan, had zich op hem geconcentreerd. Hij<br />

was bereid dien te dragen. Nu scheen, eindelijk, zijn ijver en arbeid<br />

beloond te worden. Landelijke collectieve contracten waren afgesloten. Nog<br />

waren de loonen niet voldoende, doch de grondslag voor verbetering<br />

was gelegd. In drie van die overeenkomsten was de bond als contractant<br />

erkend. De vierde, die der boekbinders, was bijna gereed. De bond ging<br />

vooruit. Telde ruim 600 leden en had Smit vrijgesteld. De toekomst<br />

lichtte voor vakgenooten en bond. Smit wist het, zag het, verblijdde<br />

zich er over .... Toen werd hij plotseling opgeroepen, 49 jaren oud<br />

zijnde. Degenen, die in intieme aanraking met Smit geweest waren, wisten,<br />

dat hij niet alleen door persoonlijke begeerte gedreven werd tot arbeid<br />

in de christelijk-sociale beweging, maar dat zijn geloof hem tot dat<br />

werk dreef. Wie wel eens 'n avond, in de schemering (naar de gewoonte<br />

van Smit) met hem gesproken had over het persoonlijk geloofsleven, die<br />

was tot de overtuiging gekomen, dat zijn Godsvertrouwen sterk was en<br />

zijn geloof een persoonlijk bezit. Hen schokte het' plotseling overlijden<br />

niet minder diep, maar zij hadden getuigenis bekomen midden in het<br />

drukke leven van den man, die eerder dan menig ander er oog voor<br />

had, dat gelooven en sociale actie met elkaar in nauw verband staan. —<br />

Het hoofdbestuur van den bond vergaderde op 27 Januari en nam<br />

onmiddellijk maatregelen om het bondswerk voortgang te doen hebben. De<br />

Amsterdamsche afdeelings ^secretaris, Th. R. Ypenburg, die zitting in het<br />

hoofdbestuur had gehad, werd belast met den bureau-arbeid en het<br />

voeren van de dagelijksche correspondentie. Hij was reeds geruimen tijd<br />

werkloos en dus onmiddellijk beschikbaar. De administrateur Ruppert<br />

werd met de redactie van De Christen-Typograaf belast. Zoo werd in<br />

de eerste moeilijkheden voorzien. — Op Zaterdag 29 Januari werd Smit<br />

begraven op het Protestantsch kerkhof „Te Vraag" te Amsterdam. Een<br />

groote groep van afgevaardigden en belangstellenden was aanwezig.<br />

Namens den bond sprak eerst de voorzitter M. van der Heide en daarna<br />

A. B. Snijder, de tweede voorzitter. De heer H. Diemer, voorzitter van<br />

den Bond van Christelijke Drukkerspatroons en toen nog voorzitter van<br />

het Christelijk Nationaal Vakverbond, voerde eveneens het woord. Allen<br />

herdachten den overledene als ijveraar in de christelijke vakbeweging en<br />

als christen. Het was een ernstige plechtigheid, deze teraardebestelling.<br />

— Bij hen, die Smit de laatste eer bewezen, was ook de in typografenkringen<br />

zeer bekende G. Snijdelaar, oud-voorzitter van den A. N. T. B.<br />

Hij overleefde Smit niet lang. Op 14 Februari stierf hij onverwacht.<br />

Het hoofdbestuur stond nu voor de noodzakelijkheid om naar een<br />

anderen vrijgestelde uit te zien. De aandacht viel op W. Wattel, die in<br />

Middelburg lid van den bond was geworden. Hij was reeds in 1912


HET HOOFDBESTUUR TREFT SPOEDIG MAATREGEL<strong>EN</strong> 131<br />

bezig geweest met het oprichten van een afdeeling, doch had, toen het<br />

met de functieverdeeling hem niet naar den zin ging, weer voor den bond<br />

bedankt. Op aandringen van Smit was hij in 1914 opnieuw lid geworden,<br />

en schreef in De Christen-Typograaf artikelen onder het pseudoniem<br />

„Walchenaar". Waar juist in dien tijd de propaganda in Zeeland meer op<br />

den voorgrond kwam en Wattel daarin een werkzaam aandeel had, was hij<br />

bij het hoofdbestuur goed bekend. Schotanus noch Van der Heide begeerde<br />

voor een candidatuur in aanmerking te komen. Zoo werd W. Wattel<br />

vrijgestelde, met een voorloopige aanstelling. De afdeeling Amsterdam<br />

meende, dat het hoofdbestuur hier buiten zijn boekje ging. Het bestuur<br />

dier afdeeling stond op het standpunt dat, waar Ypenburg met het afdoen<br />

der werkzaamheden voorloopig belast was, hij slechts kon vervangen<br />

worden door een definitief aangestelde en niet door een anderen voorloopig-vrijgestelde.<br />

Hoewel tusschen afdeelingsbestuur en hoofdbestuur<br />

tweemaal geconfereerd werd, kwam deze zaak niet tot oplossing, maar<br />

wendde de Amsterdamsche afdeeling zich tot de andere afdeelingen met<br />

een protest, waarin gevraagd werd of de afdeelingen meenden, dat het<br />

hoofdbestuur in zijn recht stond met op deze wijze de verkiezing van<br />

een gesalarieerde te beïnvloeden. Uit verschillende afdeelingen werden<br />

brieven naar het hoofdbestuur gericht, doch het hoofdbestuur volhardde<br />

bij zijn besluit en Wattel, die juist met 1 Februari bij een Deventersche<br />

firma als meesterknecht in dienst getreden was, zegde die betrekking op<br />

en trad op 17 Februari in dienst van den bond. In het Frederik Hendrik<br />

plantsoen 48 was een woning voor hem gehuurd, waar tevens het bureau<br />

gevestigd zou worden. — Een der moeilijkheden was, dat voor Smit<br />

geen verzekering van uitkeering bij overlijden was afgesloten. De eerste<br />

vrijgestelde van den bond was alleen verzekerd voor een uitkeering aan<br />

zijn nabestaanden, indien hij tengevolge van een ongeval stierf. Daar de<br />

bond financiëel nog zwak was, besloot het hoofdbestuur aan de weduwe<br />

Smit f 5.— per week uit te keeren tot aan de bondsvergadering, waar<br />

een nieuw besluit genomen kon worden. Op die vergadering werd<br />

besloten aan de weduwe gedurende een jaar nog f 4.— per week uit<br />

te keeren, terwijl later nog over langer termijn uitkeering werd verstrekt.<br />

Wattel trad dus in dienst. Hij begon onmiddellijk met propaganda te<br />

maken, speciaal in plaatsen waar de bond nog niet gevestigd was, een<br />

werk, dat door de zwakke gezondheid van Smit niet tot zijn recht was<br />

gekomen. Wattel deed wat hij kon om de onzen tot aansluiting te bewegen.<br />

Hij zag onmiddellijk, dat de kansen nu moesten worden aangegrepen,<br />

daar zij anders voorbij gingen en de toekomst van den bond onherstelbare<br />

schade zou worden toegebracht. In den loop van het jaar leverde zijn<br />

arbeid reeds goed resultaat op.<br />

De onderhandelingen over de collectieve arbeids-overeenkomst<br />

voor het boekbindersbedrijf hadden tot het gewenschte resultaat gevoerd.<br />

Na een zevental vergaderingen, onder voorzitterschap van den heer<br />

F. L. van der Bom gehouden, was het gelukt volledige overeenstemming te


132 BEKWAAMHEIDSEISCH<strong>EN</strong> VOOR BOEKBINDERS IN DE C. A,-0.<br />

bereiken tusschen werkgevers- en arbeidersafgevaardigden. Op Vrijdag<br />

3 Maart werd de collectieve-overeenkomst door partijen onderteekend.<br />

Op 4 April had de eerste vergadering der Centrale Commissie plaats. De<br />

algemeene bepalingen dezer C. A.-O. bevatten onder meer de indeeling<br />

der arbeiders in vier loonklassen. Een bepaling, die in andere contracten<br />

niet of nog niet voor kwam was 'deze, dat 25-jarigen tot de eerste loonklasse<br />

zouden behooren. Er waren welomschreven bekwaamheidsnormen<br />

gesteld. Naar den aard van het vak waren die onderscheiden voor<br />

verschillende soorten arbeid. Voor de eerste loonklasse luidden zij aldus :<br />

1 e, die in een bepaalden tak van het vak als met name : persvergulden,<br />

handvergulden, sneevergulden, kantoorboekbinden, linieeren en alle daarin<br />

voorkomende moeilijkheden kunnen staan ; 2e, die als partijwerker alle<br />

werkzaamheden geroutineerd kunnen verrichten en de volle verantwoordelijkheid<br />

kunnen dragen voor het geproduceerde werk ; 3e, die<br />

als liniëerder bekwaam zijn om hangend en stuitend werk met schijven<br />

of pennen te maken ; 4e, die als binder bekwaam zijn de in het bedrijf<br />

voorkomende werkzaamheden zelfstandig te verrichten. Tot de 2e klasse<br />

behooren zij : le, die de voorkomende werkzaamheden in partijwerk en<br />

brocheerwerk met vaardigheid kunnen verrichten : 2e, die bekend zijn<br />

met het toestellen en bedienen der hulpmachines ; 3e, die bekend zijn<br />

met het maken van een half lederen band, Of wel het binden van eenvoudige<br />

kantoorboeken, Of wel het maken van vlakke goudsnede;<br />

4e, die als handvergulder een eenvoudigen titel kunnen drukken, of als<br />

persvergulder eenvoudige banden in stempel- of kleurendruk kunnen<br />

zetten en persen. Tot de 3e klasse behooren de werknemers, die minstens<br />

drie jaar in het vak werkzaam zijn en die bekwaam zijn tot : het<br />

vaardig naaiklaar maken van te binden partij- en particulier werk, het<br />

vouwen, snoeien. vergaren, naaien en het enbloc maken van brocheer<br />

werk, het bedienen der hulpmachines, het aansmeren en opplakken van<br />

vlak werk, het maken van eenvoudige cartonnages of portefeuilles. Tot<br />

de 4e klasse werden gerekend, allen, die den leeftijd van 17 jaar niet<br />

hadden bereikt, of nog geen drie jaren in het vak waren. De normale<br />

arbeidsduur werd vastgesteld op 57 uur per week. Werd per dag 10<br />

uren gearbeid, dan moest de werktijd op Zaterdagmiddag met 3 uur<br />

verkort worden. De christelijke feestdagen werden doorbetaald en per<br />

jaar werden 4 verlofdagen toegekend aan hen, die op 15 Mei acht<br />

maanden in dienst van denzelfden werkgever waren. Korte verzuimen,<br />

noodzakelijk door familiegebeurtenissen, werden doorbetaald, terwijl bij<br />

ziekte gedurende ten hoogste 6 weken tot een maximum van het halve<br />

weekloon door den werkgever werd uitgekeerd. Voor overwerk tot 10<br />

uur 's avonds werd 25 °/o, voor nachtwerk 50 %, voor Zondagsarbeid<br />

100 °/o extra belooning toegekend. Een werknemer, die gemoedsbezwaren<br />

had tegen Zondagsarbeid kon daartoe niet worden verplicht. De gemeenten<br />

werden verdeeld in 9 groepen, in aansluiting met het bepaalde<br />

in het boekdrukkerscontract. De uurloonen werden als volgt vastgesteld :


KORTE INHOUD DER C. A.-0. IN HET BOEKBINDERSBEDRIJF 133<br />

Gemeentegroep 1 e loonklasse 2e loonklasse 3e loonklasse 4e loonklasse<br />

I<br />

II<br />

III<br />

IV<br />

V<br />

VI<br />

VII<br />

VIII<br />

IX<br />

27<br />

26<br />

25<br />

24<br />

23<br />

22<br />

21<br />

20<br />

19<br />

1826 10-17<br />

17-25 9-46<br />

17-24 9-16<br />

16-23 8-15<br />

1622 8-15<br />

15-21 8-14<br />

1520 7-14<br />

14-19 7-13<br />

14-18 7-13<br />

tot 9<br />

„ 8 8<br />

• 7<br />

7<br />

• 7<br />

6<br />

6<br />

• 6<br />

Enkele overgangsbepalingen werden getroffen om het min of meer geleidelijk<br />

opklimmen tot de gestelde loonbedragen te vergemakkelijken. De minimale<br />

getalsverhouding op 10 werknemers was : 3 van de 1e klasse, 2 van de 2de,<br />

2 van de 3de en 3 van de 4e loonklasse. Voor de groote bedrijven was<br />

deze verhouding iets gunstiger voor de arbeiders. De opzegtermijn werd<br />

vastgesteld op 14 dagen, met dien verstande, dat de eerste 14 dagen als<br />

proeftijd werd beschouwd waarin de dienstbetrekking onmiddellijk beëindigd<br />

kon worden. Werkstaking en uitsluiting werd verboden, De rechtspraak<br />

werd uitgeoefend door drie districts-commissies, één voor het Noorden,<br />

één voor het Midden en één voor het Zuiden des lands. Een uit 8 leden,<br />

4 werkgevers en 4 arbeiders, bestaande Centrale Commissie werd ingesteld<br />

om zaken in hooger beroep te behandelen. De rechtskundige adviseur van<br />

den Nederlandschen Bond van Boekbinders patroons, Mr. H. H. Sikkema,<br />

woonde de vergaderingen der C. C. bij. Ontslag kon door deze commissie<br />

worden berecht. Het verplicht lidmaatschap werd opgenomen in dien zin,<br />

dat werkgevers niet in dienst mochten nemen arbeiders boven 18 jaar, die<br />

niet georganiseerd waren, en dat deze arbeiders, georganiseerd zijnde, niet<br />

bij ongeorganiseerde werkgevers in dienst mochten treden. Geroyeerde<br />

arbeiders moesten ontslagen worden en bij geroyeerde werkgevers moesten<br />

de arbeiders de dienstbetrekking verlaten, beide met inachtneming van<br />

een door de Centrale Commissie te stellen opzegtermijn. De overeenkomst<br />

werd geacht op 14 Februari in werking te zijn getreden. De bepalingen<br />

omtrent het uurloon konden worden herzien, indien een der contractanten<br />

twee maanden vóór 31 December 1917 het verlangen daartoe kenbaar<br />

maakte. Indien de overeenkomst op 1 Februari 1917 volgens advies<br />

der Centrale Commissie bestendigd bleef, dan zou zij tot 31 December<br />

1919 voortduren. Als contractanten traden op : contractant ter eenre<br />

zijde de Nederlandsche Bond van Boekbinderspatroons, contractanten ter<br />

andere zijde : de A. N. T. B., de N. R. K. G. B., de C. T. B. in Ned. en<br />

de Ned. Bond van Plaatselijke Vereenigingen. Met deze overeenkomst<br />

was niet alleen een landelijke loonregeling voor het Boekbindersbedrijf


134 WATTEL'S OPTRED<strong>EN</strong> ALS VOORLOOPIG VRIJGESTELDE<br />

bereikt, maar was bovendien vastgesteld, dat de boekbinders als gelijkwaardige<br />

vakarbeiders met de werklieden in het boekdrukkersbedrijf<br />

zouden beschouwd en beloond worden. Een erkenning, die niet naliet<br />

in binderskringen bevrediging te wekken. De aanvaarding van het verplicht<br />

lidmaatschap was min of meer een gewaagd stuk, daar de boekbinders<br />

nog niet in overgroote mate tot de vakbonden waren toegetreden.<br />

Doch in de practijk leverde de bepaling geen of weinig bezwaren op. De<br />

arbeiders en de werkgevers gingen langzamerhand inzien dat alleen door<br />

wederzijdsch overleg de rechten vastgesteld en bestendigd konden worden,<br />

en dat alleen wederzijdsche vakorganisatie de mogelijkheid schiep om<br />

dit overleg in de practijk toe te passen.<br />

Met jeugdig vuur had Wattel zich op het bondswerk geworpen.<br />

Reeds op 17 Februari was in Deventer een afdeeling met 6 leden<br />

opgericht terwijl op 6 Maart Schiedam, eveneens met 6 leden, volgde.<br />

Later in het jaar volgde nog Gouda (4 Sept.) met 5 leden en Middelharnis<br />

(6 Sept.) met 11 leden. Laatstgenoemde afdeeling leefde maar 1 week. Er<br />

bleef slechts één lid den bond getrouw. In Gorinchem kwam nog een<br />

correspondentschap tot stand, terwijl het ook gelukte in Nijkerk vasten<br />

voet te krijgen. In ons bondsorgaan schreef hij opwekkende artikelen.<br />

aandringende om overal propaganda voor den bond te maken. — Toch<br />

kon de voorloopig vrijgestelde en het hoofdbestuur zich niet uitsluitend<br />

aan de propaganda wijden. Want de besprekingen met de beide confessioneele<br />

patroonsbonden vroegen een belangrijk deel van de aandacht.<br />

Op 4 Januari reeds had er een nieuwe conferentie met het bestuur van<br />

den Christelijken Bond van Drukkerspatroons in Nederland plaats gehad.<br />

Door , de vier arbeidersbonden werd de verklaring afgelegd, dat zij in<br />

beginsel bereid waren tot het afsluiten eener afzonderlijke collectieve<br />

overeenkomst over te gaan. Een der hoofdbezwaren van den christelijken<br />

patroonsbond, het opnemen van het verplicht lidmaatschap, was niet meer<br />

een ernstig beletsel. De werkgevers hadden zich met het opnemen dezer<br />

bepaling vereenigd. Doch zij vreesden nog, dat de consequentie ervan hen<br />

zou kunnen noodzaken tot handelingen, die met hun consciëntie in strijd<br />

waren. Het stellen van een prijstarief vormde ook geen bezwaar meer.<br />

Van arbeiders-zijde werd aangedrongen op nog nader overleg tusschen<br />

de confessioneele patroonsbonden en den Ned. Bond van Boekdrukkerijen.<br />

Enkele bestuursleden van laatstgenoemden bond hadden nog weinig zin<br />

in het plegen van overleg. Mr. Veraart bleef krachtig het pleidooi voeren<br />

voor zijn meening, dat de Ned. Bond van Boekdrukkerijen de algemeene<br />

patroonsbond was en aan iederen werkgever plaats bood. Leden der<br />

confessioneele werkgeversbonden moesten als ongeorganiseerd beschouwd<br />

worden en de arbeidersbonden waren verplicht hun medewerking te<br />

verleenen om deze niet-georganiseerden tot het lidmaatschap van den<br />

algemeenen patroonsbond te brengen. De verhoudingen waren zeer verscherpt<br />

en de afsluiting der overeenkomst werd bemoeilijkt doordat de<br />

A. N. T. B. zich niet bereid verklaarde om een afzonderlijke collectieve


4„,'^<br />

a.<br />

sl ^<br />

.MO 9. 3Jl/Fi ia NN,< , ^. j<br />

^.a.;Ë:A%A.^<br />

ra<br />

/^.n ^ -',<br />

s%u /F ai<br />

„<br />

^ l ytn^f: €; K^ t^^h=t< = 1 ;: sh<br />

14DE ALGEME<strong>EN</strong>E VERGADERING OP 19 <strong>EN</strong> 20 JUNI 1916 TE ARNHEM. VOORZITTER M. VAN DER HEIDE<br />

Staande achter bestuurstafel 2de van rechts : W. Wattel. Aan het eind der tafel zittend : K. Kruithof<br />

ïÁ,<br />

^<br />

,ti!^ .<br />

^S;,s^^<br />

q<br />

ïCi


BESTRIJDING DER CONFESSIONEELE PATROONSBOND<strong>EN</strong> 135<br />

overeenkomst met den nieuwen patroonsbond aan te gaan. Deze afwijzing<br />

gold dus ook de R. K. Vereeniging van Drukkerspatroons, die in gelijk<br />

pogen de R. K. organisatie recht trachtte te verschaffen. Hoewel de<br />

A. N. T. B. zich dus afzijdig hield bleven de drie overige contractanten<br />

bereid een collectieve overeenkomst af te sluiten, mits de Roomsch-<br />

Katholieke en Christelijke Patroonsbonden het in artikel 30 der collectieve<br />

overeenkomst geëischte overleg wilden toepassen. Deze bleken daartoe<br />

bereid, doch het werd hun niet gemakkelijk gemaakt aan de bepaling<br />

te voldoen. Mr. Veraart streed met alle kracht tegen de patroonsbonden<br />

en dreigde in Het Tatrief, 't orgaan van den Ned. Bond van Boekdrukkerijen,<br />

met in gebreke stellen wegens contractbreuk van die arbeidersbonden,<br />

die een collectieve arbeidsovereenkomst aangingen met de beide<br />

organisaties, terwijl in een schrijven ook aan ons hoofdbestuur werd<br />

bericht, dat men een buitengewone algemeens vergadering zou bijeenroepen<br />

om maatregelen te doen nemen tegen met de beide confessioneele patroonsbonden<br />

contracteerende arbeiders organisaties. De bedoeling van een<br />

en ander was den betrokken bonden duidelijk te maken, dat de in die<br />

bonden georganiseerde arbeiders ontslagen zouden worden door de leden<br />

van den Ned. Bond. Het dreigement had niet de gewenschte uitwerking.<br />

Wilde Mr. Veraart met kracht en geweld zijn standpunt doordrijven,<br />

dan kwam dat voor zijn rekening. De besturen der confessioneele patroonsorganisaties<br />

hielden zich niet onzijdig. Zij verbonden zich om, bij doorzetting<br />

van Mr. Veraart's dreigement, in hun ondernemingen zooveel mogelijk<br />

plaats in te ruimen aan leden der drie arbeidersbonden, en dat, indien tengevolge<br />

van de Veraartsche taktiek werkloosheid zou ontstaan, financiëele<br />

steun aan de organisaties zou worden geboden. De verhoudingen waren dus<br />

scherp genoeg, doch tot openlijk conflict kwam het niet. Op een gegeven<br />

oogenblik bleek de Ned. Bond van Boekdrukkerijen tot overleg bereid. En<br />

daar het zoo langzamerhand naar het midden van 1916 ging, het tijdstip<br />

waarop de C. A.-0. zou worden opgezegd, had het geen zin meer om nog<br />

tijdens den duur van de loopende overeenkomst een nieuwe aan te gaan. In<br />

den loop van het jaar kwamen de werkgevers tot onderlinge overeenstemming,<br />

gingen een federatief verband aan en vormden daardoor de<br />

Federatie van Werkgeversorganisatiën in het Boekdrukkersbedrijf. Die<br />

overeenkomst werd op 20 December van kracht. — De veertiende jaarvergadering<br />

van onzen bond zou op 19 en 20 juni te Arnhem gehouden<br />

worden. Het jaarverslag, het 14de, nu door Wattel samengesteld, verscheen<br />

weer in boekformaat en telde 48 blz. Voor het eerst werd een volledige<br />

ledenlijst opgenomen, waaruit bleek, dat de bond 755 leden en 106 adspirantleden<br />

telde, verdeeld in 41 afdeelingen en correspondentschappen, en<br />

13 verspreide leden. Eveneens voor het eerst werd een financiëel overzicht<br />

in het jaarverslag gepubliceerd. De bond bezat f 4573.48 1/2, waarvan de<br />

weerstandskas f 2372.39 en de werkloosheidskas f 1569.32 1/2 had geboekt.<br />

Het bondsziekenfonds stond nog niet op stevige voeten. Het saldo bedroeg<br />

slechts f 126.30, terwijl het voordeeligverschil tusschen inkomsten en uitgaven


136 Ds. A. S. TALMA OP 12 jULI TE B<strong>EN</strong>NEBROEK OVERLED<strong>EN</strong><br />

van het tuberculosefonds f 52.63 bedroeg. Aan M. van der Heide was<br />

het voorzitterschap der algemeene vergadering opgedragen. Hij ontpopte<br />

zich als een uitstekend leider, die bezadigd en kalm, maar met beslistheid,<br />

de meening van het hoofdbestuur verdedigde en het nemen van besluiten<br />

voorbereidde. Een kort resumé der genomen besluiten doet de belangrijkheid<br />

dezer vergadering duidelijk uitkomen. De voorloopige aanstelling<br />

van W. Wattel werd in een definitieve omgezet. Dan viel het besluit<br />

om de collectieve overeenkomst in het boekdrukkersbedrijf op te zeggen<br />

en besprekingen over een nieuwe C. A.O. ^ te openen. De Christen-<br />

Typograaf zou in het vervolg per week verschijnen en wel de ééne<br />

week in 4, de andere week in 2 pagina's. Met het oog op het toetreden<br />

der vakgroep Chemi-Lithografen werd de naam van den bond gewijzigd.<br />

Nederlandsche Christelijke Grafische Bond werd hij genoemd. De Christen-<br />

Typograaf werd herdoopt in Grafisch Orgaan. De naamsverandering<br />

geschiedde op voorstel der vakgroep. In de vorige algemeene vergadering<br />

was eenzelfde voorstel ingediend, maar kon toen geen meerderheid vinden.<br />

Ook werd nog een besluit genomen, tengevolge waarvan de bond<br />

ingedeeld zou worden in provinciale districten, met in iedere provincie<br />

een middelpunt, waardoor men betere resultaten op de propaganda verwachtte,<br />

een verwachting, die spoedig bleek ijdel te zijn. Van meer gevolg<br />

was het aanvaarden van Utrecht's voorstel om een commissie te benoemen,<br />

die de contributie-regeling zou onderzoeken en een rapport zou uitbrengen<br />

met voorstellen om den financiëelen grondslag en toestand van<br />

den bond te versterken. Van deze vergadering ging een goede invloed<br />

uit door heel den bond. — Overbodig was dat niet, want de moeilijkheden<br />

waren nog vele. Hier en daar moest opgetreden worden om de<br />

collectieve overeenkomst door te voeren. Zoo aan drukkerij „De Motor"<br />

te Sneek, waar de werkgever voor het lidmaatschap bedankt had en<br />

f 50.— achterstallig loon moest betalen. Confereeren baatte niet, er moest<br />

gestaakt worden. Het conflict duurde één dag, nl. 29 juni. De ondernemer<br />

gaf aan alle eischen toe en betaalde zelfs den stakingsdag uit. Een<br />

deel van Zeeland wilde van organisatie niets weten. Vooral te Vlissingen<br />

waren de werkgevers wat schuw. Confereeren bracht de meesten tot<br />

organisatie en doorvoering der collectieve overeenkomst, behalve de firma<br />

Wegeling aldaar. Op 31 Juli brak er staking uit, die 41/2 dag duurde,<br />

maar toen ook tot doorvoering der collectieve overeenkomst leidde. —<br />

Hoewel niet onmiddellijk tot de geschiedenis van den bond behoorende,<br />

mogen wij niet onvermeld laten, dat op 12 Juli overleed Ds. A. S. Talma.<br />

In hem verloor de christelijk-sociale beweging een harer meest sympathieke<br />

voorstanders, die, door den nood en het onrecht der arbeiders getroffen,<br />

zich aan de arbeidersbeweging gaf, redacteur was van Patrimonium,<br />

de christelijke sociale- en vakbeweging diende uit de vaste overtuiging,<br />

dat alleen in het christendom recht en orde veilig waren. Hij werd tot<br />

het hooge ambt van Minister van Arbeid geroepen, schonk Nederland<br />

een stel sociale wetten, was bij vriend en tegenstander geëerd om zijn,


TWAALFDE JAARGANG 6 SEPTEMBER 1916 NUMMER 167<br />

GRAFISCH ORGAAN<br />

WEEKBLAD VAN D<strong>EN</strong> CHRISTELIJK<strong>EN</strong> TYPOGRAF<strong>EN</strong>BOND IN NEDERLAND<br />

GOEDGEKEURD BIJ KON BESLUIT VAN 9 FEBRUARI 1912, No. 59, STAATSBLAD No. 65, VAN 17 <strong>EN</strong> 18 MAART 1912<br />

PRIJS PER NUMMER' VOOR GE-<br />

ZELL<strong>EN</strong> BIJ DE GRAFISCHE VAKK<strong>EN</strong><br />

2 C<strong>EN</strong>T, , VOOR ANDER<strong>EN</strong> 4 C<strong>EN</strong>T<br />

A B 0 N N E M E N T S P R IJ S PER JAAR<br />

REDACTEUR • W. WATTEL,<br />

FREDER6C H<strong>EN</strong>URIKPLANTSO<strong>EN</strong> 48, A'DAM.<br />

TELEFOON INTERC NOORD. 7556.<br />

A D M 1 N i S T R A T E U R: W. J. L RUPPERT,<br />

DA COSTASTRAAT 5911 , AMSTERDAM.<br />

PRIJS DER ADVERT<strong>EN</strong>TI<strong>EN</strong>. PER<br />

GEWONE REGEL 10 C<strong>EN</strong>T, VOOR GE<br />

ZELL<strong>EN</strong> PER REGEL 5 CT., DI<strong>EN</strong>STAAN-<br />

VRAGE PER PLAATSING 50 CT •, DI<strong>EN</strong>ST-<br />

AANBIEDING PER PLAATSING 25 CT.•<br />

91 C<strong>EN</strong>T (FRANCO PER POST) 'n VERSCHIJNT DES WO<strong>EN</strong>SDAGS.<br />

(* BIJ VOORUITBETALING.) .:<br />

BONDSSECRETARIAAT : W. W A T TEL, FRED iI<strong>EN</strong>DRIKPLAN'FSO<strong>EN</strong> 48 n BONDSP<strong>EN</strong>NINGMEESTER: J. JO N K E R, RUST<strong>EN</strong>BURGERSTRAAT 4161, AMSTERDAM.<br />

INHOUD Propaganda - Tubtrculosetonds - Eé, dmt<br />

weet - Op, Friezen, op. - Uit de Afdeelingen - Ver<br />

gaderingen Advertentie<br />

PROPAGANDA.<br />

Dinsdag 29 Augustus sprak onze vrijgestelde<br />

voor de afd Enschede met het onderwerp . „Ook<br />

meisjes to de Chr Vakbeweging", met het resultaat<br />

dat de 6 aanwezige meisjes zich opgaven, welk getal<br />

is gestegen tot 12<br />

In een volgend nummer hierover meer<br />

Welke plaats volgt er nu ) Provilciale commissies<br />

aan den arbeid Het is nu den tijd<br />

Maandag 4 Sept voerde de heer Wattel het<br />

woord tot den Chr Besturenbond te Gouda, met<br />

het onderwerp „Tweeërlei beginsel in de Vakbeweging"<br />

TU BERCULOSE-FONDS.<br />

Met blijdscbap ontvingen wij vorige week uit<br />

Hengelo de mededeeling,dat de bloempjesverkoop<br />

voor ons tuberculose-fonds goed geslaagd was. Deze<br />

verkoop geschiedde op de groote meeting welke<br />

door de verschillende chr organisaties a ldaar was<br />

uitgeschreven.<br />

Het saldo der opb rengst was f 69.43 Wij zeggen<br />

de ijverige werkers voor ons fonds in Hengelo hartelijk<br />

dank, en hopen dat, wanneer nodig, wij weer<br />

op hun kunnen rekenen.<br />

Ook kunnen wij nog met dank vermelden een<br />

ingekomen circulaire van de firma La R, en V. te<br />

Zwolle, met een jaarlijksche badrage van f 5.—<br />

Wanneer er nu in versch il lende afdeelingen nog geen<br />

bericht gekomen is op onze circulaire, verzoeken<br />

wij de betrokkene werkers voor oas fonds dit door<br />

persoonlijk bezoek te doen, dit geeft de beste<br />

resultaten E. FI<strong>EN</strong>IEO, penningm.<br />

Overtoom 165 a, Amsterdam.<br />

•<br />

Dinsdag 29 Aug was voor ons fonds weer een<br />

bijzonderen dag Daar vr K Tel wegens drukke<br />

werkzaamheden zich als voorzitter heeft teruggetrokken,<br />

is door het Hoofdbestuur als zijn opvolger<br />

benoemd vr G Ebbeling, van Zaandam, en werd<br />

de..e als zoodanig in zijn nieuwe functie gefnstab<br />

leerd De oud-voorzitter, die verhinderd was deze<br />

vergadering bij te wonen, nam in een hartelijk schjn•<br />

ven afscheid van zijn medebestuurders, d ankte hen,<br />

voor de aangename samenwerking welke hij had on•<br />

dervonden, en wees ten slotte op den luisten bllk,<br />

die het Hoofdbestuur heeft gehad, om vr Ebbeling<br />

ais zijn opvolger te benoemen, daar deze altijd met<br />

volle sympathie met ons fonds meeleefde<br />

Ook waren ter vergadering aanwezig de meowbenoemde<br />

commissarissen, de vr P Soetens en K<br />

Tnmp De meerdere bestuurswerkzaamheden hebben<br />

deze uitbreiding noodzakelijk gemaakt De<br />

voorzitter begroette hen met een korte toespraak,<br />

waarna werd overgegaan tot het behandelen der<br />

agenda<br />

De samenstelling van het nieuwe bestuur doel<br />

ons het beste verwachten J WINTER, seer.<br />

E<strong>EN</strong> DiE 'T WEIT.°<br />

Amro t<br />

^..<br />

Dat ge, omdat ge van christelijke beginneten zijt<br />

en die be)inselen uit wenscht te dragen op alle<br />

levensterrein, bij de dompers en achterlijken behoort<br />

ts U zeker wel bekend Tenminste het hooghartig,<br />

thans wegstervend Liberalisme heeft ons dat altijd<br />

geleerd Het monopolie van alleen alles te weten<br />

heeft de vrijzinnigheid altijd voor-zich opgeeischt<br />

en juist omdat de ch ristenen hun beginsel als het<br />

allesbeheerschende levensbeginsel beleden, is van<br />

die zijde altijd een hevig verzet betoond tegen de<br />

doorwerking van die beginselen. De geschiedenis<br />

helft echter ten allen tijde bewezen dat de ideeele<br />

benselen triumfeeren boven de materleele<br />

Echter, re het te verwonde ren dat het socialisme<br />

aan dit zelfde familiegebrek mank gaat ? Vanzelf<br />

dat die kwaal ook uitkomt bij de moderne vakorganisatie,<br />

volgens Oudegeest r „broertje en, zusje".<br />

Dat zien we ook aan onze moderne bondsbroeders.<br />

Men kan niet nalaten OM steeds te schreeuwen over<br />

de groei hunner vakbeweging en menig buitenstaander<br />

kan vaak met het hoofd schudden, zich herinnerende<br />

een zeker $preekwoord van „goede wijn<br />

die geen krans behoeft"<br />

Hoe heerlijk neutraal hun vakbeweging toch wel<br />

is, po$en zij gedoog aan te toonen, jaag doen dat<br />

verbazend vaak, moeten zulks wel telkens weer<br />

doen, want 't blijkt steeds meer dat de goe-gemeent'<br />

niet gediend is van Kun volksverlakkende leuze<br />

't Zij, zij hevig ketteren tegen degenen die het wagen<br />

hun souverem(tejt aan te tasten, 't zij zij liefelijk<br />

zacht, soms•meesleepend schoon, hun sirenenmg<br />

aanheffen<br />

Maar men weet het aan de 'overzijde wat goed<br />

Soms moet men tie redacties der moderne vakbladen<br />

benijden om hun medewerkers, die op illustre wijze<br />

steeds weer schrijven ellenlange artikelen onder<br />

het stereotype opschrift „Her bestaansrecht der<br />

religieuze vakvereenigutgen" (hans weer ,heeft<br />

de red van het Grafisch Weekblad in haar geachtcn<br />

collega J Mussert leen medewerker gevonden dip.<br />

de lezers van dat blad verast op een paar art in<br />

de nos van 2 en 9 Aug I I<br />

Nu dienen we bij alle cntiekrop de rethorica onzer<br />

lege'slanders ook in hen het goede te oaardeeren<br />

en dan zij met dankbaarheid vermeld dat de inhoud<br />

van pag I van bedoelde nos van dat blad op hooger<br />

peel. staan dan gewoonlijk<br />

We koenen het verscheidene kolommen faitge<br />

artikel niet Overriemen, maar om een Indruk te<br />

krijgen van het gehaite van 's heeren Mussert's betoog<br />

citeeren wij het navolgende<br />

Allerminst toch Is - waar, dat de christelijken<br />

etch het eerst opgemaakt hebben voor de mveenng<br />

van collectireve con tracten, althans ;let in de<br />

typografie, waar onze Tupografenbond ia 1869<br />

toen niemand nog dacht aan scheiding van bokken<br />

en schapen, een ont,vérp-overeenkomst den patroons<br />

aanbood Maar al zou in het algemeen het<br />

nu eens waar zijn, dat de christelijke vakbeweging<br />

het eerst propageerde voor collec tieve overeenkomsten,<br />

dan zou dat nog maar niet meer geweest<br />

zijn, dan ten armzalige poging, die door<br />

geen daad kon gevolgd worden<br />

Hier tracht de geachte schrijver de draaiing in<br />

de moderne vakbeweging van marxistische naar<br />

revisionistische richting goed te praten, maar dan<br />

zij toch opgemerkt der deze moderne voorman de<br />

geschiedenis; der arbeidersbeweging niet goed bestudeerd<br />

heeft, want hij moest toch ook weten dat<br />

men indertijd zwoer bij de heerlijke solidariteit die<br />

de klassebewuste arbeiders de handen ineen moest<br />

doen slaan om elke staking te winnen, want elke<br />

overwinning was Immers een stuk van de machtEstrijd<br />

van het proletariaat ? Een schrede meer op<br />

den weg die leidt naar het paradijs van de heilstaat<br />

Daartegenover bestendigt een collectief contract<br />

de rust in het bedrijf<br />

Zeer terecht heeft v Wageningen in zijn brochu re ,<br />

„Neemt U In acht" een ,voord aan de christen werk-<br />

beden, betoogt dat hier wel degelijk de invloed der<br />

christelijke vakbeweging gebleken is<br />

_De man oreert verder<br />

Gii, rcllgieuse dogmatici, legt den B ijbel, dien<br />

ge tiodsopenbaring noemt, altijd zoo uit, dat er<br />

alleen overblijft hetgeen u het gemakkelijkst<br />

voorkomt.<br />

„Wij kunnen volstaan met de man aan te<br />

raden eens een goede rechtzinnige prediking te<br />

gaan hooien<br />

Wij volgen onze geachte opponent op den voet<br />

en leun verder :<br />

„Terecht meende men, dat waar ill de samenleving<br />

het dogmatische christendam een leer van<br />

schijn was geworden, dat daarvoor onzeakbeweging<br />

moest worden beh oed, dat min eenheid<br />

van belangen daaronder niet mocht hjlen Daarmede<br />

heeft onze vakbeweging ook allerminst<br />

bew ezen, al3 zoude zij niet christelijk gijn Ietegendeel"<br />

't Is makkelijk genoegrom van „men" te sp reken,<br />

maar met zulk geeerahseeren komen we er heusch<br />

niet Een leer van schijn kunnen we gevoegelijk<br />

noemen het program en het streven v an die polltleke<br />

part ij waaraan de moderne vakbeweging zo o,<br />

Innig verbonden b, want haar „Internationale"<br />

vief in-ten halve eens drie keer l'n elkander, omdat<br />

zij nut beantwoordde aan de realiteit des levens<br />

Verder verkoopt de man de enormiteit dat de<br />

moderne vakbeweging „integendeel van anti-chnstelijk"<br />

dus christelijk is<br />

We kunnen niet anders dijen dan, het hoofd schudden<br />

over zooveel achterlijkheid, zeggen . „Alle<br />

commentaar overbodig", maar om te voorkomen<br />

dat uit ons stilzwijgen te doen opzichte toestemmen<br />

zou worden geconcludeerd, geven we ons een oogenblik<br />

de moeite deze groote nonsens te weerleggen<br />

Laat ons dan beginnen met den man te vertellen<br />

dat we hem gaarne met een paar jaargangen willen<br />

pleinieren van het blad waarin hij zijn geniale gedachten<br />

neer pleegt te pennen<br />

Tevens zij den heer Mussert medegedeeld dat de<br />

bekende Haagsche christensocialist Niemann, zelf<br />

jarenlang lid van den A N,T B daar ter plaatse,<br />

het moest verklaren dat men in de moderne vakbewegmg<br />

medegesleurd werd in den, mateetalistischen<br />

maalstroom van den tijd Zoon practijkstem spreekt<br />

boekdeelen I De zuigkracht van het ongeloof is<br />

groot! En de heer Mussert diende te weten dat een<br />

vereenigirtp van zoovele hetorogene bestanddeelen<br />

ais verpolitiekte socialisten en bijbelvaste christenen<br />

enz enz vrijwel een utopie genoemd mag worden<br />

Te schetteren tegen alles wat niet op zg klassebewuste<br />

manier door den hoepel der moderne vakbeweging<br />

als gedresseerde honden heen wil,<br />

dringen, komt den beer Mussert allerminst<br />

te pas 't Ware beter als eerlijk strijder voor de<br />

moderne vakbeweging de geschiedenis der arbeldersbeweging<br />

in Nederland te bestudeeren en constateerend<br />

de oorzaken van hare verdeeldheid de<br />

hand in eigen boezem te steken I<br />

„De nuchtere werkelijkheid, los van alle ideëele<br />

opvattingen, is de grondslag voor de vakorganisatie.<br />

Alles wordt bij ons beheerscht door de nuttig•<br />

heldsgedachte, los vah elke ideëele uitlegging."<br />

Zoo betoogt de deer Mussert verder<br />

Merkwaardige erkenning! Tweeërlei leereis we<br />

hier uit<br />

Ten eerste dat de nucntete werkelijkheid one<br />

klaar doet zien het utopistische van een komen den<br />

heilstaat, die de moderne vakbeweging als zijndevastgeketend<br />

aan het socialisme, ons predikt; maar<br />

anderzijds is alles dat gespeend is aan het ideëele<br />

verbonden aan het materieele en daarom kunned<br />

wij ons niet vereenigen met diegenen die ons hoogheilig<br />

beginsel door het slijk sleuten en bespotten<br />

Nu niet T Nooit 1<br />

Ten slotté concludeert de geachte schrijver ten<br />

opzichte van zelfstandigheid, krachtsontwikkeling<br />

etc het navolgende<br />

„Dit alles missen de ehristelijke vakorganisaties,<br />

gebonden als zij zijn aan de uitlegging of het<br />

drijven hunner geestel ijke voorgangers".<br />

Zie zoo, nu weten we hell Het drijven niet van de<br />

ronde elementen in de moderne vakbeweging, niet<br />

van de aan revolutionaire gymnastiek doende kopstukken<br />

die de moderne vakbeweging eertijds verscheurd<br />

hebben, o neen, maar die gehate geestelijkheid,<br />

ziet U, die bederft de christelijke vakorganisaties<br />

geheel en houdt ze-aan den leiband<br />

Een die 't weet<br />

De heer Mussert diende toch waarlijk zulke onzin<br />

in onze verlichte 20e eeuw pret meer te verkondigen.<br />

Hij weet beter 1 Onze vakbeWeging mag er zich op<br />

beroemen haar zelfstandigheid noot te hebben ver-<br />

Inren door zich met handen en voeten te ketenen<br />

aan de een of andere staatkundige partij 1<br />

Onze vakbeweging leeraart geen klassenstrijd of<br />

spits dien - toe, maar predikt op sociaal terrein des<br />

(evens recht en gerechiigl eld !<br />

Alleen dan zal sociale verheffing des volks mogelijk<br />

zijn als men erkent als alleenheerscher In alle<br />

levensverhoudingen de Chndtus Consolatorl Daartoe<br />

maken wij groot ooze vakbeweging tot heil van den<br />

.arbeidenden stand, tot eer van Gods Koninkrijk I<br />

En we zullen niet rusten voor allen bij ons zijn die<br />

bij ons hooren, waar beleden wordt de alleenheerschappij<br />

van den Christus Gods I<br />

Amice I Dat ge daartoe steeds uw beste krachten<br />

moogt mobiliseeren is de weiinch vah<br />

Den Haag SPECTATOR<br />

5) Alhoewel sue zelf de heer Mussert van antwoord<br />

d zoen op zijn artikelen in het Grafisch Weekblad,<br />

geven we aan dit stuk van onzen Spectator gaarne<br />

een plaats RED.


1 3 VOORBEREIDING TWEEDE C. A.-0. IN HET BOEKDRUKKERSBEDRIJF<br />

rechtvaardigheid. Als het Ministersambt bijna al zijn krachten verteerd<br />

had, trok hij zich als predikant terug en diende te Bennebroek de Ned.<br />

Herv. Gemeente. Hij stierf aldaar. Zijn gedachtenis zal in de christelijksociale-<br />

en vakbeweging blijven voortleven. Er is schier geen kantoor<br />

van een christelijken vakbond, waar Talma's beeltenis ontbreekt. Hij<br />

was een held in volle wapenrusting.<br />

De collectieve overeenkomst in het boekdrukkersbedrijf werd zoowel<br />

door den Nederlandschen Bond van Boekdrukkerijen, als door de<br />

werknemersbonden opgezegd en het is als vanzelf sprekend, dat de<br />

aanstaande vernieuwing grootere verdeeldheid tusschen de arbeidersbonden<br />

bracht. Er werden weer twee concepten aan de werkgevers aangeboden, één<br />

door den A. N. T. B. en één door de drie andere bonden. Te voren was<br />

gepoogd, op initiatief van den Roomsch-Katholieken Grafischen Bond, de<br />

mogelijkheid te scheppen om één gezamenlijk concept in te dienen. Doch<br />

het hoofdbestuur van den A. N. T. B. voelde zich sterk als leiders van een<br />

bond, die meer dan 7000 leden telde. Het stelde dus eischen, waaraan<br />

voldaan moest worden voordat kon worden samengewerkt. Het waren<br />

drie eischen :1 e gelijke contributie-regeling voor alle bonden, 2e behoorlijke<br />

opzegtermijn voor liedanken als lid en 3e evenredige vertegenwoordiging<br />

in de Centrale Commissie. Daarenboven wilde het hoofdbestuur van den<br />

A. N. T. B. doen vastleggen, dat de Bond van Plaatselijke Vereenigingen,<br />

in plaatsen waar hij nog geen afdeeling gevestigd had, geen nieuwe<br />

afdeeling zou mogen oprichten. Een voorstel, dat het hoofdbestuur van<br />

den Plaatselijken Bond niet erg aannemelijk toescheen. De eerste twee<br />

eischen vormden geen beletsel, doch de derde eisch had tot bedoeling<br />

om principiëel een der organisaties uit de Centrale Commissie te weren.<br />

De drie bonden waren bereid om den A. N. T. B. twee zetels in dit<br />

rechtsprekend college af te staan, doch dit was niet voldoende. Ook<br />

dit „overleg" strandde dus en de twee concepten werden den werkgevers<br />

toegezonden. Of zij met deze vriendschapsbetuigingen zeer ingenomen<br />

waren weten wij niet. Doch op hun beurt stelden de werkgevers een<br />

concept samen, verzonden dat aan alle vier de bonden en de onderhandelingscommissie<br />

was wel zoo vriendelijk om het werkgevers-concept<br />

als leidraad te aanvaarden. De besprekingen vorderden tamelijk snel.<br />

Aan arbeiderszijde was men reeds lang tot de overtuiging gekomen,<br />

dat een der hoofdpunten moest zijn verbetering van het loon. Want de<br />

duurte der levensmiddelen nam zoo hand over hand toe, dat de nood<br />

in de arbeidersgezinnen een dagelijksche gast was, een onbescheiden gast,<br />

die alles beheerschte. Wel werd door de vakcentrales gepoogd invloed<br />

op de regeering uit te oefenen om prijsstijging tegen te gaan, wel hield<br />

het permanent comité uit de R. K. en Christelijke vakbeweging een<br />

groote vergadering in Utrecht, maar dat alles baatte weinig. Vooral in<br />

de groote steden, waar de arbeiders bijna uitsluitend aangewezen waren<br />

op de karige rantsoenen, en een ganschen dag in werkplaats of fabriek<br />

moesten arbeiden op een rantsoen van 2 ons oorlogsbrood per dag,


DE BELANGRIJKSTE WIJZIGING<strong>EN</strong> IN DE BOEKDRUKKERS-C. A.-O. 139<br />

verkeerden de arbeiders in een toestand, die het midden hield tusschen<br />

doorloopend voedselgebrek en honger lijden. Naast dezen nood was er<br />

nog een andere, die zich niet zoo fel demonstreerde, maar daarom niet<br />

minder diep ingreep, namelijk de onmogelijkheid om wat versleten en<br />

verteerd was te vervangen of te vernieuwen. Zonder het zelf nog<br />

duidelijk te zien werden de arbeiders en hun gezinnen uitgeput en verloren<br />

iederen welstand, dien zij in den loop der jaren hadden kunnen<br />

bereiken. — De besprekingen over de nieuwe C. A.-O. dan leidden tot<br />

overeenstemming tusschen de onderhandelaars. Op 22 November kon<br />

het concept gepubliceerd worden. De overeenkomst had nu in dit opzicht<br />

een nieuwen vorm, dat de Roomsch-Katholieke Vereeniging van<br />

Nederlandsche Drukkerspatroons en de Bond van Christelijke Drukkerspatroons<br />

in Nederland als contractanten ter eenre optraden naast den<br />

Nederlandschen Bond van Boekdrukkerijen.Voorts waren er vele wijzigingen<br />

aangebracht, waarvan wij er enkele zullen aanstippen. Zoo waren de<br />

verlofdagen van 4 tot 6 per jaar opgevoerd. De mogelijkheid om den<br />

Zaterdagmiddag vrij te maken was open gelaten, wanneer 80 O/0 der<br />

werknemers hiertoe wilde overgaan en dan hiervoor op de andere<br />

vijf werkdagen een half uur langer wilde arbeiden. Opgenomen was een<br />

bepaling, waarin werd vastgelegd, dat handzetters, machinezetters en<br />

bewerkers van het toetsenbord der monotype-machine slechts konden<br />

eischen als 1 ste klasse arbeiders te worden aangemerkt, indien zij een<br />

gemiddelde uurproductie konden leveren. Voor handzetters was de<br />

productie op 650 vierkanten, voor machinezetters aan de Linotype-machine<br />

op 6000 letters, aan de Monoline op 5000 letters, aan de Typograph op 4750<br />

letters per uur bepaald. Bewerkers van het Monotype-toetsenbord moesten<br />

6500 letters per uur tikken. Overeengekomen was, dat uiterlijk 1 Juni<br />

1917 een leerlingenregeling door de Centrale Commissie zou worden<br />

ingevoerd. De uurloonen waren gebracht voor 1ste klasse werklieden<br />

op 32-24 cent, afdalende met 1 cent per uur in de verschillende<br />

gemeenten-klassen. Drukkers, opmakers bij dagbladen, galvaniseurs en<br />

stereotypeurs verdienden 1 cent per uur meer. Machinezetters werden<br />

gebracht op 36 centen in de eerste gemeenten-klasse en met 1 cent per<br />

uur afdalende in iedere gemeenten-klasse tot 28 centen in de 9de<br />

gemeenten-klasse. Arbeiders van 25-jarigen leeftijd waren 1ste klassers,<br />

van 20-25 jaren 2de klassers, beneden 20 jaar werden zij leerlingen<br />

genoemd. De uitkeering bij ziekte door den werkgever werd met<br />

2 weken verlengd en gebracht op maximum 8 weken. De rechtspraak<br />

bleef gehandhaafd. De Centrale Commissie werd van 8 tot 10 leden<br />

en 10 plaatsvervangende leden uitgebreid. De nieuwe zetel met het<br />

plaatsvervangend lid, werd, wat arbeidersvertegenwoordiging betreft den<br />

A. N. T. B. toegewezen. De werkgevers kwamen nu eveneens voor verdeeling<br />

der zetels te staan. De Nederlandsche Bond van Boekdrukkerijen<br />

verkreeg 3 leden en 3 plaatsvervangende leden, de R. K. Vereeniging van<br />

Nederlandsche Drukkerspatroons, en de Bond van Christelijke Drukkers-


140 HET CONCEPT-COLLECTIEVE ARBEIDSOVERE<strong>EN</strong>KOMST AANVAARD<br />

patroons in Nederland ieder 1 lid en 1 plaatsvervangend lid. De vertegenwoordiging<br />

in de Districtscommissies wat de arbeidersafgevaardigden<br />

betreft werd officiëel vastgesteld en in de overeenkomst opgenomen. Van<br />

de 36 districtscommissiën waren er 14 met 4 en 22 met 3 leden en evenzoovele<br />

plaatsvervangende leden. Dat alles geschiedde om uitdrukking te<br />

geven, ook in de rechtspraakcommissies, dat er bonden met veel en<br />

bonden met weinig leden waren. Onze bond verkreeg 11 zetels. Het<br />

verplicht lidmaatschap werd uitgebreid tot werknemers van 16-jarigen<br />

leeftijd en verscherpt door de bepaling, dat de werknemers, die zich<br />

voor den 1 sten Mei niet georganiseerd hadden, op dien datum met een<br />

opzegtermijn van 14 dagen ontslagen moesten worden. Werknemers boven<br />

16 jaar, die nog bij ongeorganiseerde werkgevers in dienst waren,<br />

moesten met ingang van denzelfden datum hun dienstbetrekking opzeggen.<br />

Deze bepaling gold voor hen, die beneden 50 jaar oud waren. Ontslag<br />

wegens slapte moest worden gegeven naar volgorde der indiensttreding,<br />

de laatst aangekomene moest dus het eerst ontslagen worden. Bij hen,<br />

die nog geen drie jaar in dienst van hun werkgever waren behoefde<br />

deze bepaling niet te worden toegepast. Wat niet in de C. A.-O. stond,<br />

doch wel bij de geschiedenis van het bedrijf behoort, is het standpunt<br />

tegenover coöperatieve en huisdrukkerijen ingenomen. De werkgevers<br />

beschouwde deze ondernemingen als ongeorganiseerd, georganiseerde<br />

arbeiders zouden er niet in dienst mogen treden. Dit standpunt in zijn<br />

algemeenheid werd door de arbeiders bestreden. Het verbod om gedurende<br />

den duur der overeenkomst contracten met andere bonden af te sluiten<br />

was nu absoluut. De overeenkomst werd aangegaan voor een tijd van<br />

3 jaren en eindigde op 3 Januari 1920.<br />

Om over het aanvaarden dezer collectieve arbeidsovereenkomst te<br />

beslissen werd op 26 December, den Tweeden Kerstdag, te Utrecht een<br />

algemeene vergadering gehouden. Doordat de onderhandelingscommissie<br />

het concept met haar mandaat gedekt had, was de mogelijkheid om<br />

wijzigingen aan te brengen uitgesloten. De vergadering kon de overeenkomst<br />

aannemen of verwerpen. Er waren natuurlijk heel wat<br />

onbevredigde verlangens. Vooral de indeeling in gemeenten-klasse was<br />

aanleiding tot critiek, daar verschillende afdeelingen meenden, dat hun<br />

gemeente in een te lage klasse was geplaatst. De loonstijging met<br />

5 centen per uur of f 2.85 per week werd eveneens niet voldoende geacht,<br />

terwijl vooral de termijn van 3 jaren in de omstandigheden waarin de<br />

overeenkomst aangegaan werd, te lang werd geacht. Na de verdediging<br />

door Wattel namens het hoofdbestuur besloot de vergadering, met 36<br />

tegen 2 stemmen, de overeenkomst te aanvaarden. De algemeene vergadering<br />

had nog meer te doen dan enkel over de collectieve arbeidsovereenkomst<br />

te beslissen. Want de commissie van reorganisatie der<br />

financiën had haar rapport uitgebracht met het advies,. om de bondscontributie<br />

op 2 O/ van het loon vast te stellen. Een uurloon-contributie<br />

was eveneens overwogen. Deze zou bij het op 1 October vastgestelde


C<strong>EN</strong>TRALISATIE-BESLUIT. E<strong>EN</strong> TWEEDE VRIJGESTELDE ZAL KOM<strong>EN</strong> 141<br />

ledental f 8.870.06 per jaar opbrengen. Indien 2 O/o geheven werd, kwam<br />

het totaalbedrag op f 10.068.02, alles berekend op de nog niet verhoogde<br />

loonen. Het uitvoerig rapport der commissie was in het Grafisch<br />

Orgaan van 6 December opgenomen en zoodoende onder de aandacht<br />

van alle leden gebracht. Naast deze belangrijke wijziging der contributie<br />

en versterking der bondsfinanciën, werd de centralisatie der geldmiddelen<br />

voorgesteld. Niet iedere afdeeling zou een willekeurig bedrag<br />

boven de bondscontributie kunnen heffen, doch van de ontvangsten<br />

a 2 O/ kon 15 O/o worden afgehouden voor onkosten door de afdeeling<br />

te maken. Het beginsel dus van een geheel centrale bondskas. Behalve de<br />

beslissing over dit hoogstbelangrijke rapport, moest een andere genomen<br />

worden, namelijk over het voorstel van het hoofdbestuur om een tweeden<br />

vrijgestelde te benoemen. Want het ledental van den bond was steeds<br />

groeiende en stond op 1 October op 783 leden en 137 adspirant-leden<br />

of totaal 940. Op 16 Dec. had Wattel nog de afdeeling Oud-Beierland<br />

met 7 leden opgericht. Het hoofdbestuur zag heel duidelijk in, dat de<br />

gesalariëerde meer voor propaganda vrijgemaakt moest worden, hetgeen<br />

onmogelijk was zonder tweeden vrijgestelde. Wattel toch verzorgde het<br />

wekelijks verschijnend Grafisch Orgaan, voerde de correspondentie,<br />

verzorgde de bondsadministratie, behalve de financiën, en was vertegenwoordiger<br />

in verschillende commissies. Reeds was hij dikwijls als<br />

spreker opgetreden. Daar bestuurders van andere bonden het propagandapad<br />

bewandelden, was onze vrijgestelde meermalen op debatvergaderingen<br />

opgetreden. Aan dat laatste was wel een einde gekomen, daar de<br />

propagandist van den A. N. T. B., de heer Van der Wal, in Schiedam<br />

geweigerd had opnieuw met Wattel te debatteeren, doch buiten deze<br />

twistgesprekken was er nog genoeg te doen in openbare propaganda.<br />

De nieuw te benoemen vrijgestelde zou dus in de eerste plaats met<br />

correspondentie en administratie belast worden. In volkomen overeenstemming<br />

met den penningmeester J. Jonker was reeds overeengekomen<br />

dat de nieuwe gesalarieerde bestuurder het penningmeesterschap zou<br />

overnemen. De beide voor den bond zoo gewichtige voorstellen werden<br />

onder applaus en met algemeene stemmen aanvaard, Daarmede was een<br />

einde gekomen aan de menigvuldig en niet altijd ten onrechte gemaakte<br />

opmerking, dat onze bond door lage contributie concurreerend optrad.<br />

Nu betaalden de christelijke arbeiders meer, daar 2 °/0 1/50 en 1 uurloon<br />

1/57 van het verdiende weekloon was. Dit gold alleen de typografen en<br />

binders, de contributieregeling in het chemi- en lithografisch bedrijf was<br />

voor alle bonden gelijk en bedroeg 2 °/o voor bonen tot f 18 en 3 %<br />

van het loon dat boven f 18 per week ontvangen werd. Van dit bedrag<br />

mocht voor ieder kind beneden 14 jaar 5 centen per week van de<br />

contributie afgetrokken worden. Het aannemen dezer voorstellen was<br />

voor de toekomst van den bond van bijzondere beteekenis.<br />

De Vakgroep Chemi- en Lithografen had haar zelfstandigheid<br />

behouden. Regelmatig vergaderde het bestuur. Uit Amsterdam, Amersfoort,


142 HET WERK DER ZELFSTANDIGE VAKGROEP CHEMI-LITHOGRAF<strong>EN</strong><br />

Dordrecht, 's-Gravenhage, Haarlem, Krommenie, Rotterdam, Utrecht<br />

Vught en Zwolle. werd regelmatig met den secretaris der vakgroep,<br />

Th. R. Ypenburg, gecorrespondeerd. Het bestuur der vakgroep vergaderde<br />

dikwijls, onder leiding van zijn voorzitter E. Fienieg, die tevens<br />

gedelegeerde in het hoofdbestuur was. In Rotterdam was het C. W. van<br />

Barneveld, die met ijver en toewijding de belangen van de vakgroep<br />

en haar leden, en dus van den bond, diende. Vooral in de Maasstad<br />

was het moeilijk alle bepalingen der collectieve overeenkomst in het<br />

lithografisch bedrijf door te voeren. Het verplichte lidmaatschap stuitte<br />

op bezwaar, wel niet van principiëelen, maar dan toch van financiëelen<br />

aard. Niettemin was het mogelijk om nog voor dat het jaar ten einde liep<br />

alles in het reine te brengen. Gecombineerde Besturen onder leiding van<br />

den heer M. A. Jacobson, stuurden het rechtsschip recht. Te Krommenie<br />

deden zich eveneens een paar kwesties voor. De vereenigde Blikfabrieken<br />

hadden namelijk niet al te veel werk in haar afdeeling blikdrukkerij.<br />

De arbeiders uit die afdeeling werden van tijd tot tijd gebezigd in andere<br />

afdeelingen, waar zij allerlei karweitjes moesten verrichten. Behalve<br />

dan nog, dat meermalen hun arbeidstijd door verzuim bekort werd<br />

waardoor hun loon verminderde. De vraag kwam nu op of zulke<br />

arbeiders wel recht op de voorgeschreven periodieke verhoogingen hadden.<br />

Een conferentie met de directeuren der fabrieken had het gewenschte<br />

gevolg. Van 16 September af werden hun de verhoogingen uitgekeerd.<br />

Ook werd een regeling voor privaat-lithografen ontworpen en vastgesteld<br />

om te voorkomen, dat een maas in het organisatienet open bleef,<br />

waardoor een groep minder willigen aan de contractueele verplichtingen<br />

kon ontkomen. — Belangrijk waren in het leven der vakgroep de nog<br />

voortdurende besprekingen over een plaatdrukkers-overeenkomst. Als<br />

contractant ter eenre zou de firma Joh. Enschedé & Zoonen te Haarlem<br />

optreden. De Ned. Litho-, Foto- en Chemigrafen Bond en de Ned.<br />

Christ. Grafische Bond traden als contractanten ter andere zijde op. Bij<br />

het ontwerpen dezer overeenkomst werd door het bestuur van den Ned.<br />

Litho-, Foto- en Chemigrafenbond gepoogd om zonder voorkennis van<br />

ons bestuur het geheele personeel der plaatdrukkerij in vergadering bijeen<br />

te brengen. Het lukte niet. Want het Haarlemsche afdeelingsbestuur, en<br />

meer speciaal de bestuurder der vakgroep P. Jukes, wist het zoo te<br />

leiden, dat onze leden niet ter vergadering gingen. Tijdens deze bijeenkomst<br />

werd overleg gepleegd tusschen de besturen der verschillende<br />

bonden en overeenstemming bereikt, waarbij onze bond ook op het<br />

terrein der plaatdrukkers erkend werd. De onderhandelingen over het<br />

collectieve contract voerden nog niet tot resultaat. Dat werd bewaard<br />

tot het volgende jaar. — De collectieve oveenkomst in het chemigrafisch<br />

bedrijf bleef wel van kracht, doch ingevolge het in die overeenkomst<br />

bepaalde, konden in dit jaar besprekingen over de loonen geopend worden.<br />

Het behoeft geen betoog, dat, bij de groote stijging der kosten van het<br />

levensonderhoud, van arbeiderszijde er prijs op werd gesteld inderdaad


AFZONDERLIJKE ALGEME<strong>EN</strong>E VERGADERING VAN DE VAKGROEP 143<br />

die besprekingen te voeren. De werkgevers konden niet ontkennen, dat<br />

verhooging noodzakelijk was. Evenwel het bedrijf verkeerde nog niet<br />

in een bloeiperiode. De toestand was nog onzeker, en de vrees, dat bij<br />

het einde van den nog immer voortwoedenden oorlog schier plotseling<br />

geheel gewijzigde omstandigheden op het bedrijf zouden inwerken, dreef<br />

de chemigrafen-werkgevers in de richting van niet bewilligen in loonsverhooging.<br />

Wel wilden zij een crisis toeslag toestaan. Die zou bedragen<br />

op loonen tot f 18.— 10 °/a, tot f 22.— 8 °/a, tot f 26. '--- 6 °/o en tot<br />

f 30.— 4 °/o. Er waren nog enkele bezwarende bepalingen aan het werkgeversvoorstel<br />

verbonden, o.a. dat nu precies op tijd met arbeiden<br />

moest begonnen worden en dat de arbeid moest voortduren totdat de<br />

tijd van beëindiging geslagen was, en ook, dat bij telaatkomen het recht<br />

op den toeslag verviel. Het voorstel bekoorde de arbeiders niet. Op<br />

28 December dienden zij hun bezwaren tegen de voorgestelde regeling<br />

in. De besprekingen met de werkgevers werden in 1916 niet beëindigd<br />

zoodat het beter is den afloop ervan bij 1917 onder te brengen.<br />

De onderhandelingen over vernieuwing der collectieve overeenkomst<br />

in het lithografisch bedrijf werden wel op tijd aangevangen, doch men<br />

kwam niet op tijd gereed. Besloten werd dientengevolge om den duur<br />

der C. A.-O. met 3 maanden te verlengen, teneinde tijd te vinden om<br />

,de onderhandelingen tot een goed einde te brengen zonder dat een<br />

contractloos tijdperk den goeden gang van zaken kwam verstoren..-.<br />

De vakgroep zelf leefde in nauw contact met den R. K. Litho-, Fotoen<br />

Chemigrafen bond. Doordat onze vakgroep-secretaris, Th. R. Ypenburg,<br />

mede in verband met zijn optreden bij het meeningsverschil tusschen de<br />

Amsterdamsche afdeeling van den bond en het hoofdbestuur, voor het<br />

secretariaat bedankte, werd M. van Hoek in zijn plaats benoemd. Die<br />

benoeming dan had plaats ter jaarvergadering van de vakgroep die op<br />

15 Augustus gehouden werd en die diende om het vakgroepleven te regelen<br />

en de belangen der aangesloten leden te behartigen. De nauwere centralisatie,<br />

ook der financiën, bracht voor enkele der vakgroepleden schade.<br />

Bij hen toch was tot nu toe een contributie-aftrek van 5 cent per week<br />

voor ieder kind beneden 14 jaar toegestaan. Daartegenover stond, dat<br />

vakgroepleden van hun loon boven f 18.— per week 3 °/° contributie<br />

betaalden. Nu werd voorgesteld om alles globaal op 2 °/0 te brengen,<br />

zonder aftrek voor kinderen. In de vakgroep rezen aanvankelijk bezwaren<br />

doch de vakgroep-leden waren er de mannen niet naar om zich te verzetten<br />

tegen de hoogere heffing. Zij stemden vóór en werkten daardoor<br />

mede aan de doorvoering der centralisatie van den Nederlandschen<br />

Christelijken Grafischen Bond.


WIMWIIWWIMM2W211WW1<br />

NEG<strong>EN</strong>DE HOOFDSTUK<br />

VERNIEUWING DER COLLECTIEVE OVERE<strong>EN</strong>KOMST<strong>EN</strong><br />

DE C<strong>EN</strong>TRALISATIE VOLLEDIG DOORGEVOERD<br />

W. WATTEL OVERLED<strong>EN</strong><br />

(1917/18)<br />

De bond had propaganda gemaakt ook onder de vrouwelijke werknemers<br />

in de grafische bedrijven. Mede tengevolge daarvan was<br />

het gelukt in Enschedé een deel van het vrouwelijk personeel<br />

der cartonnageafdeeling van de firma Kreymborg 8 Linde tot onzen bond<br />

te trekken. Het andere deel was tot den N. R.-K. G. B. toegetreden.<br />

Gepoogd werd een collectief contract af te sluiten, wat de firma niet wilde.<br />

Zij weigerde zelfs eenige verbeteringen in te voeren. Zoo brak op<br />

30 December 1916 een staking uit, waaraan 51 meisjes deelnamen en<br />

6 binnen de fabriek bleven. Met dit betrekkelijk groote conflict deed<br />

1917 zijn intrede. De meisjes weerden zich flink. In het gure jaargetijde<br />

betrokken zij getrouw haar posten en volgden de aanwijzingen der besturen<br />

op. Doch dit alles vermocht niet om het gestelde doel te benaderen. ' De<br />

strijd werd niet verloren of gewonnen, doch pas na 27 weken staken in<br />

het midden des jaars opgeheven. De opheffing werd mogelijk gemaakt,<br />

doordat in Enschedé een concuj Teerende firma een cartonnagefabriek<br />

oprichtte en een groot deel der meisjes in dienst nam..-, Mede in het begin<br />

van het jaar had de verkiezing plaats van den tweeden vrijgestelde. Er<br />

waren 4 candidaten gesteld nl. : E. Fienieg, J. M. van Nierop, A. van Rijzen<br />

en J. Schipper. Van de 405 uitgebrachte stemmen verwierf J. Schipper<br />

er 213, zoodat die gekozen was. In aanmerking nemende, dat de bond<br />

op 1 Januari 1005 leden telde, was er dus niet druk gestemd. Op den<br />

1sten Februari trad de nieuw gekozen vrijgestelde in dienst van den bond.<br />

In het kleine kantoortje aan het Frederik Hendrikplantsoen 48, ving hij<br />

zijn arbeid als secretaris-penningmeester aan. De reeds zoo vele jaren<br />

getrouw bevonden penningmeester J. Jonker legde het beheer der financiën<br />

in handen van een nog jongen man. Schipper werd aangesteld op een<br />

salaris van f 20.— per week. Het salaris van W.Wattel werd tegelijkertijd<br />

op f 22.— gebracht. Zijn officiëele titel werd nu redacteur-propagandist.<br />

Uit de functieverdeeling tusschen de twee vrijgestelden blijkt duidelijk


J. SCHIPPER DE TWEEDE VRIJGESTELDE VAN D<strong>EN</strong> BOND 145<br />

de bedoeling. Wattel was voortaan in de eerste plaats belast met het<br />

werk naar buiten, Schipper zou in .de administratie en inwendige organisatie<br />

in hoofdzaak zijn taak vinden.<br />

Zoo was dus door de nieuwe contributie-regeling en het aanstellen<br />

van een tweeden vrijgestelde de mogelijkheid tot groei en uitbouw zeer<br />

vergroot en kwam het er op aan de geboden kansen aan te grijpen.<br />

Want op 1 Mei trad in het boekdrukkersbedrijf het consequent doorgevoerd<br />

verplicht lidmaatschap in. Iedere vakbond in dit bedrijf spande<br />

zich dus in om eigen aandeel in de te verwachten ledenwinst zoo groot<br />

mogelijk te maken. Uit dat oogpunt bezien verwondert het dus niet dat<br />

de A. N. T. B. (wiens hoofdbestuur ook na de aansluiting bij het N. V. V.<br />

op het standpunt was blijven staan, dat deze bond een algemeene was<br />

gebleven en dat dus vakgenooten van iedere godsdienstige overtuiging en<br />

politieke richting zich moesten aansluiten bij dien bond) niet bijzonder<br />

vriendelijk gestemd was door de betere voorwaarden, waaronder onze<br />

bond het werk ging verrichten. De redacteur van het Grafisch Weekblad,<br />

meenende min of meer als toeziende voogd over onzen bond te moeten<br />

optreden, verweet ons hoofdbestuur, dat het 't arbeidersgeld misbruikte<br />

en het arbeidersbelang in den weg stond. — Het kan hier de plaats<br />

geacht worden om iets mede te deelen uit de moderne bonden in ons<br />

bedrijf. Zoowel die in het chemi- en lithografisch, als die in het boekdrukkersbedrijf,<br />

leden een zwaar verlies. W. van Dijk, de vrijgestelde<br />

secretaris van den Nederlandschen Litho-, Foto- en Chemigrafenbond,<br />

overleed op 6 Maart. In de vakkringen was hij een man die zoowel bij<br />

werkgevers als arbeiders achting genoot en voor de organisatie en het<br />

arbeidersbelang zeer veel verricht had. — Ook de Algemeene Nederlandsche<br />

Typografenbond had een ernstig verlies te betreuren. P. Hols,<br />

de secretaris, stierf op 27 Maart. De typografen kenden deze populaire<br />

figuur en waardeerden zijn werkkracht en ijver voor de arbeiderszaak.<br />

Man van zijn tijd, wist hij zich merkwaardig goed en snel aan te passen<br />

aan de gewijzigde bedrijfsverhoudingen en er met eere zijn plaats in te<br />

nemen. ^- De Nederlandsche Christelijke Grafische Bond ging voort op<br />

den weg van inwendige maar ook op dien van bedrijfsorganisatie. Geheel<br />

vlak was de laatste nog niet. In het begin van het jaar moest de<br />

firma A. W. Sijthoff te Leiden door staking gedwongen worden tot invoering<br />

der C. A.-O. en het lidmaatschap der patroonsfederatie. Het conflict<br />

duurde maar een halven dag en had tot resultaat volledige inwilliging<br />

der gestelde eischen. De firma Brill liet het niet tot staking komen.<br />

Na één conferentie sloot zij zich aan. Te Middelburg ging het er op<br />

lijken alsof de doorvoering der collectieve arbeidsovereenkomst met<br />

de grootste moeilijkheden zou gepaard gaan. Op 25 Januari was<br />

er in Zeeland's hoofdstad een staking van alle boekdrukkersgezellen.<br />

De oude collectieve overeenkomst had het pas in December 1916 tot<br />

doorvoering kunnen brengen en nu staakten de typografen met den<br />

eisch : doorvoering der nieuwe C. A.-O. Het ongewone verschijnsel van<br />

10


146 RESULTAT<strong>EN</strong> OP DE GEVOERDE PROPAGANDA-ACTIE<br />

stakende typografen duurde niet lang. Na een paar uur gaf de drukkerij<br />

der Middelburgsche Courant toe, welk verstandig voorbeeld zes andere<br />

werkgevers weldra volgden. De firma Altorffer hield het 't langste vol.<br />

Doch op Maandag 29 januari gaf ook zij den moed op en liet haar<br />

werknemers op de nieuwe voorwaarden het werk hervatten. De arbeiders<br />

ontvingen een loonsverhooging van f 4.— tot f 6.— per week. De<br />

C. A.-O. bracht den Zeeuwen dus wel winst. Het was juist een week<br />

voor het uitbreken van het conflict gelukt om in Middelburg een afdeeling<br />

van onzen bond op te richten. Op 18 januari vormden 9 Middelburgers,<br />

na een rede van Wattel, haar. De nieuwe afdeeling werd dus al heel<br />

spoedig betrokken in de practische vakvereenigings-actie, welke blijkens<br />

de bereikte loonsverhooging, niet overbodig geacht kon worden. In<br />

Zeeland waren over het algemeen de toestanden achter bij die in andere<br />

provincies. Ook keken de Zeeuwen wat langer dan de anderen de kat<br />

uit den boom. „De werklieden waren zeer tevreden" was de meening<br />

der werkgevers. Doch de nood begon ook hier te nijpen. Al bereikte<br />

men op Tholen nog niet het gewenschte succes, op 21 Maart kwam<br />

Terneuzen met een afdeeling van 26 leden uit. ^-- Nijkerk was reeds op<br />

19 januari door Wattel opgericht. Nu traden 20 leden toe, welk getal<br />

spoedig aangroeide tot 30. Het ging trouwens heel snel in de eerste<br />

helft van het jaar. Begin April kwam een afdeeling met 9 leden te<br />

Zalt-Bommel tot stand. In Aalsmeer bleef het bij een correspondentschap<br />

met 5 leden. Op 16 April volgde Doetinchem met 8 leden.<br />

Barnéveld, met 7 leden, werd op 24 April opgericht. Op 27 April was<br />

Alphen aan den Rhijn aan de beurt met 16 leden, welke groep weldra<br />

op 50 kwam. Daar ter plaatse waren reeds sedert geruimen tijd pogingen<br />

in het werk gesteld om een afdeeling op te richten. Tot nu toe zonder<br />

gevolg. De oorzaak dezer verhindering is te eigenaardig om haar niet<br />

afzonderlijk te vermelden. De arbeiders waren hoofdzakelijk in dienst der<br />

firma N. Samsom & Zn. De firmanten voelden niet veel voor organisatie,<br />

maar hadden zoodanige verhoudingen en arbeidsvoorwaarden voor hun<br />

personeel geschapen, dat organisatie hier niet directe voordeelen bracht.<br />

Zoodat de arbeiders moesten worden overtuigd van hun plicht om<br />

zich te organiseeren met het oog op het algemeen belang voor de<br />

vakgenooten. Voor een deel bestonden dezelfde redenen bij de firma<br />

Callenbach te Nijkerk. Hoogeveen deelde in hetzelfde lot als Middelburg.<br />

In de tweede week van Maart opgericht, was de afdeeling al<br />

dadelijk betrokken in een staking, die op 21 Maart voor het personeel<br />

der firma E. Zwiers geproclameerd werd. Van de 3 arbeiders, die in<br />

staking gingen, werden er 2 ontrouw, zoodat de staking verloren ging<br />

en 1 slachtoffer naliet. Deze gehuwde gezel werd door een anderen,<br />

georganiseerden, werkgever ter stede in dienst genomen. — Ook in<br />

ander opzicht ging de bond vooruit. In Groningen, Utrecht, Amsterdam<br />

werden adspiranten-clubs ingericht. Het oprichten dier clubs was reeds<br />

voorbereid door het opnemen van een rubriek voor jongeren, die zich


HET FONDS TOT BESTRIJDING VAN T.B.C.