1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Boze agressie in het verkeer 99

conflict gaat het erom dat een van de weggebruikers iets moet doen om

een botsing te vermijden. De studie geeft geen uitsluitsel over het aantal

conflicten.

Later stond in Nederlands onderzoek de perceptie van weggebruikers

centraal, althans van een niet-representatieve steekproef van ANWBleden.

Gevraagd werd aan welk gedrag men zich het meest ergert (Slotegraaf,

1993). Op basis hiervan werd een een ergernis-toptien opgesteld

die nog steeds een rol speelt. Opvallend is dat er binnen deze toptien

verschillen zijn in volgorde, afhankelijk van welke vraag er is gesteld: wat

vindt men agressief, waarover windt men zich op, wat is aanleiding voor

eigen agressief gedrag en waar is men zelf het laatst slachtoffer van geweest.

2

Op basis van de gegevens van Slotegraaf is door Levelt (1997) een

schatting gemaakt van de ervaren omvang van het probleem: er zouden

2,64 miljoen agressie-voorvallen met blikschade per jaar zijn en er zouden

1,56 miljoen agressie-gewonden zijn. De SWOV schat het totale aantal

schadegevallen op twee miljoen (Levelt, 1997), en het totale aantal

gewonden op een half miljoen. Bovendien is niet te verwachten dat bij

een ongeval altijd agressie van de tegenpartij wordt ervaren zoals Slotegraaf

veronderstelt. Mijn vermoeden is dan ook dat vooral die mensen

gemotiveerd waren om de enquête in te vullen die zelf onlangs agressie

hadden ervaren.

Afgelopen jaren zijn enkele malen politiedossiers onderzocht. Hier

komen cijfers naar voren van verkeersgeweld die zeer hoog zijn. Zo schat

een Amsterdamse studie dat 40.000 Amsterdammers per jaar slachtoffer

worden van agressie en geweld in het verkeer (Afdeling Openbare Orde

en Veiligheid, 2000). Het gaat hier meestal om scheldpartijen. Daders en

slachtoffers waren voor ruim zestig procent automobilisten; het ging

meestal om automobilisten onderling. Het kwam vrijwel nooit voor dat

er geen enkele automobilist bij betrokken was. Het geweld bestond

vooral uit slaan en/of schoppen (43 procent) en vernieling aan het voertuig

(39 procent). In zeven procent van de gevallen werd met een wapen

gedreigd. De gevolgen waren lichte kneuzingen (28 procent), matige

kneuzingen (vijftien procent) en ernstige verwondingen (drie procent).

Verder was er in een aantal gevallen materiële schade (39 procent). Daders

en slachtoffers waren bijna altijd mannelijk (96 procent). Daders

kwamen vooral voor in de leeftijdsklasse van 25-39 jaar.

2 Joint (1997) ontwikkelde op basis van een steekproef onder 526 automobilisten een

soortgelijke lijst als Slotegraaf (1993). Over de representativiteit van deze groep is niets

bekend. Ook hij vroeg welk gedrag ze de afgelopen jaar hadden ondervonden en welk

gedrag ze zelf hadden getoond. Er zijn echter grote verschillen. Bij Joint bestonden de

ondervonden agressieve gedragingen voor zestig procent uit gebaren, schelden, toeteren

en knipperen; bij Slotegraaf voor 25 procent. Bij zelf vertoond agressief gedrag was dat 88

procent respectievelijk 46 procent. In beide onderzoeken is het opvallend dat slechts die

categorieën naar voren komen waarnaar men vraagt. De categorie ‘doorrijden na ongeval’,

door velen als zeer agressief beschouwd, komt niet voor, evenmin als ‘rijden onder invloed’.

More magazines by this user
Similar magazines