1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 112

wel er wellicht van enig verplaatsingseffect sprake is, blijft het verschil

tussen gemiddeld elf incidenten op lijnen zónder conducteur en gemiddeld

vijf op lijnen mét conducteur opmerkelijk (Gemeentelijk Vervoerbedrijf,

2000). Bovendien voelen reizigers, maar ook personeel, zich veiliger

in de trams met conducteur. Over het geheel genomen voelt 76% van het

personeel van het Amsterdamse openbaar vervoersbedrijf zich slachtoffer

van incidenten en vindt 25% de werksituatie sociaal onveilig.

Een en ander impliceert dat bij het huidige Nederlandse openbaar vervoer

de sociale veiligheid in het geding is. Dit is niet een typisch Nederlands

probleem, ook bijvoorbeeld bij het Franse en Belgische openbaar

vervoer wordt geklaagd over sociale onveiligheid en houdt het personeel

daarom zo nu en dan werkonderbrekingen. Zo ver gaat het nog niet bij

het openbaar vervoer in Oslo, maar zwartrijden en agressie aldaar nemen

wel toe (Aftenposten, 1999). Illustratief is in dit opzicht wat de Berlijnse

journalist Helberg meldt ten aanzien van het geweld waarvan bestuurders

van de Berliner Verkehrsgesellschaft (BVG) slachtoffer zijn:

‘1997 wurden BVG-Fahrer 234 mahl von rabiaten Fahrgästen und Räubern

angegriffen, mehr als doppelt so häufig wie 1995 (109 Fälle). Sie

werden ins Gesicht geschlagen, bespuckt oder mit Reizgas besprüht.

Eine Trennscheibe rechts neben dem Fahrer soll die Fahrgäste auf Distanz

halten. Nur für das Ticket bleibt ein Loch, damit die Fahrer weiter

Fahrscheine verkaufen können’ (Helberg, 1999, p. 2). Gezien al deze ontwikkelingen

is het goed voorstelbaar dat de Union International des

Transport Publics (UITP) een internationaal congres organiseerde over

sociale veiligheid bij het openbaar vervoer (zie Hauber, 1997).

Uit het bovenstaande blijkt dat in de meeste andere West-Europese

landen een soortgelijke problematiek bestaat, al zijn er natuurlijk wel

accentverschillen. Een van de verschillen die opvallen tussen de Nederlandse

en bijvoorbeeld de Franse samenleving is de mate van respect

voor gezagsdragers. In Frankrijk is de bevolking gewend aan het autoritaire

optreden van politie en treinconducteurs. De burger is er aan gewend

bevelen op te volgen. In Nederland is men meer geneigd commentaar

te leveren op wat een gezagsdrager voorstelt. Volgens De Swaan

(1979) kan dit worden geïnterpreteerd als een manifestatie van de overgang

van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding. In de

jaren negentig jaren komt het steeds vaker voor dat deze onderhandelingen

escaleren en dat – indien zelfcontrole ontbreekt – een en ander leidt

tot agressie, bijvoorbeeld jegens de conducteur. Dit kan gebeuren omdat

– en dat is een tweede kenmerk van de Nederlandse samenleving – de

informele sociale controle tot vrijwel het nulpunt is gedaald. Om dit te

betrekken op het voorbeeld van het conflict tussen de agressieve reiziger

en de conducteur: welhaast niemand onder de reizigers zal interveniëren,

de conducteur staat alleen.

Indien bovenbeschreven trends de realiteit weergeven – en er is alle

aanleiding toe dat te veronderstellen – dan is het de vraag of nog wel kan

worden volgehouden dat het openbaar vervoer met betrekking tot agres-

More magazines by this user
Similar magazines