1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 126

dit gebied hebben ontdekt dat het

lonend kan zijn om delictspecifieke

modellen te gebruiken. In het

onderhavige onderzoek gaat het om

de diefstal van motorfietsen. De

onderzoeker is nagegaan in hoeverre

die diefstal wordt beïnvloed door de

dagelijkse bezigheden van mensen,

dat wil zeggen in hoeverre die

dagelijkse bezigheden invloed hadden

op de toevoer van potentiële dieven,

op de beschikbaarheid van motorfietsen

en op het bewakingsniveau. Uit

multipele regressie-analyse blijkt dat

deze factoren wel degelijk een

verklaring bieden voor de variatie in de

omvang van motorfietsendiefstal. Uit

de bevindingen blijkt ook dat

delictspecifieke metingen een

uitstekend instrument zijn om de

theorie van routinematige activiteiten

op haar merites te bezien.

Met literatuuropgave.

7

Fischer, D., A. Beech e.a.

Comparison of sex offenders to

nonoffenders on selected psychological

measures

International journal of offender

therapy and comparative criminology,

43 e jrg., nr. 4, 1999, pp. 473-491

Aan personen die een seksueel

misdrijf plegen wordt door hulpverleners

vaak een aantal persoonlijkheidskenmerken

toegeschreven waaronder:

weinig gevoel van eigenwaarde;

sociale zwakheid; verminderde

assertiviteit; verminderd inlevingsgevoel

(ook ten opzichte van

slachtoffers) en emotionele eenzaamheid.

In dit onderzoek verzamelt men

normatieve gegevens over deze en

andere kenmerken, die ook verondersteld

worden aanwezig te zijn bij

individuen die zich schuldig maken

aan seksueel misbruik van kinderen.

Een groep van 140 daders van

seksuele kindermishandeling (waarvan

er 59 deelnamen aan een

behandelingsprogramma binnen de

samenleving en er 81 werden

behandeld in een gesloten inrichting)

werd vergeleken met een groep van 81

niet-wetsovertreders (mannelijke

penitentiair medewerkers aan het

begin van hun opleiding). Er kon

worden geconstateerd dat zij die zich

schuldig maakten aan seksueel

misbruik van kinderen significant lager

scoorden ten aanzien van gevoel van

eigenwaarde, hoger op emotionele

eenzaamheid, persoonlijke angst en

negatieve emoties. Ook hadden zij een

verminderd inlevingsgevoel ten

aanzien van hun slachtoffers.

Daarnaast werden er verschillen

gevonden tussen daders die meer of

minder afwijkend gedrag vertoonden

voor wat betreft assertiviteit, het

plaatsen van het eigen handelen in het

juiste daglicht, verkeerd cognitief

beeld van kinderen en juiste

emotionele inschatting van kinderen.

Andere persoonlijkheidskenmerken die

werden verondersteld bij plegers van

seksuele kindermishandeling konden

niet significant worden aangetoond.

Met literatuuropgave.

8

Hagan, M.P., K.L. Gust-Brey

A ten-year longitudinal study of

adolescent rapists upon return to the

community

International journal of offender

therapy and comparative criminology,

43 e jrg., nr. 4, 1999, pp. 448-458

De auteurs bestudeerden de recidive

van een 50-tal Amerikaanse jongeren

die naar aanleiding van het plegen van

een zwaar zedendelict een speciaal

behandelingsprogramma hadden

gevolgd. Na tien jaar had 90% van de

groep een nieuw delict gepleegd. Het

percentage dat opnieuw een

zedendelict pleegde was echter veel

lager. Na vijf jaar hadden slechts vier

jongeren een nieuw justitiecontact

vanwege een vergelijkbaar delict op

More magazines by this user
Similar magazines