1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Literatuuroverzicht 127

hun conto staan, na tien jaar bedroeg

dit aantal acht. De auteurs concluderen

op grond van deze resultaten dat

de kans op algemene recidive na vijf

jaar nog steeds toeneemt, terwijl het

risico van het voorkomen van een

nieuw zedendelict constant is in de

tijd. Een patroon dat ook wel onder

volwassen zedendelinquenten wordt

gevonden.

Met literatuuropgave.

9

Hartjen, C.A., S. Kethineni

Exploring the etiology of delinquency

across country and gender

Journal of crime & justice, 22e jrg., nr.

2, 1999, pp. 55-90

Verslag wordt gedaan van een

onderzoek ter toetsing van drie

criminologische theorieën: de

strain-theorie, de controletheorie en de

sociale leertheorie. Het onderzoek is

gedaan onder Amerikaanse en Indiase

high school-leerlingen, zowel jongens

als meisjes. Uit de bevindingen bleek

dat Amerikaanse leerlingen een veel

hoger delinquentieniveau te zien

gaven dan Indiase leerlingen. De

verhoudingen waren 3:1 voor jongens

en 7:1 voor meisjes. In beide landen

waren jongens veel vaker betrokken

bij delinquent gedrag dan meisjes. Het

belang van de culturele factor bleek

wel hieruit dat de delinquentie van

Indiase jongens in omvang ongeveer

gelijkstond aan die van Amerikaanse

meisjes. Verder bleek dat de sociale

leertheorie de enige was die consistent

gerelateerd was aan de delinquentie in

beide landen en van beide seksen.

Daarbij ging het vooral om de factor

‘blootstelling aan delinquente

vrienden’. Het verklarend vermogen

van de sociale leertheorie bleek te

variëren tussen beide landen, maar

niet tussen beide seksen.

Met literatuuropgave.

10

Keppel, R.D., R. Walter

Profiling killers; a revised classification

model for understanding sexual murder

International journal of offender

therapy and comparative criminology,

43e jrg., nr. 4, 1999, pp. 417-437

De auteurs gaan uit van de bekende

typologie van Hazelwood en Burgess

over verkrachters en transformeren

deze in een typologie van sexuele

moordenaars. Zij doen dat door steeds

een voorbeeld te nemen van een

moordzaak die binnen een categorie

van de typologie valt en deze

gedetailleerd te beschrijven. Zij

gebruiken een vierdelige typologie. De

‘power-assertive’ moord, net zoals bij

de andere drie categorieën het geval

is, begint met een geplande

verkrachting, de daaropvolgende

moord is ongepland en een gevolg van

het proberen het slachtoffer te

beheersen. In de ‘power-reassurance’

categorie is de moord het gevolg van

het feit dat de dader merkt dat het

slachtoffer niet beantwoordt aan het

fantasiebeeld dat hij van haar heeft,

wat bij hem een gevoel van falen en

paniek veroorzaakt. In de ‘angerretaliatory’

categorie gaat het niet

zozeer om bepaalde fantasieën, maar

om wraak te nemen op vrouwen in het

algemeen omdat de dader is

vernederd of afgewezen. In het geval

van ‘anger-excitation’, de vierde

categorie, wil de dader zijn slachtoffer

uit alleen maar genoegen pijn,

martelingen en verminkingen laten

doorstaan. Om de vraag te kunnen

beantwoorden hoe vaak de vier

categorieën voorkomen, werd een

onderzoek gedaan in de gevangenis

van Michigan. Van de daar aanwezige

2476 sexuele moordenaars, behoorden

904 tot de eerste, 807 tot de tweede,

599 tot de derde en 166 tot de vierde

categorie.

Met literatuuropgave.

More magazines by this user
Similar magazines