1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Literatuuroverzicht 133

apparaat is in het bijzonder kwetsbaar

voor corruptie, vanwege de grote

discretionnaire bevoegdheden van

politiefunctionarissen en het ontbreken

van intensief toezicht op hun

functioneren. Als onderdeel van een

groter onderzoek naar de integriteit

van politiefunctionarissen in

Queensland (Australië) hebben de

auteurs een studie gedaan naar de

mate waarin dezen hun verbaliseringsbeleid

mede laten bepalen door het

ontvangen hebben van giften van de

betrokkene regelovertreder. 506

politiefunctionarissen vulden daartoe

een vragenlijst in waarin een vraag

was opgenomen die hierop betrekking

had. Een fictieve situatie werd

beschreven waarbij de eigenaar van

een cafetaria die politiemensen korting

gaf door een rood stoplicht was

gereden. De respondenten konden

aangeven hoe ze zouden reageren met

ruwweg als onderscheid wel of geen

bekeuring uitschrijven. De meerderheid

van de onderzochte politiefunctionarissen

(57%) zou in de

betreffende situatie geen bekeuring

hebben gegeven vanwege de

persoonlijke relatie met de cafetariaeigenaar.

Dit resultaat is schokkend,

omdat het ingaat tegen het officiële

beleid. Daarbij moet worden bedacht

dat juist tevoren een ethische

hervorming van het politie-apparaat

had plaatsgevonden. Het onderzoek

geeft de noodzaak aan van een nog

intensievere ethische training van

politiefunctionarissen en nog

duidelijker richtlijnen voor het gebruik

van discretionnaire bevoegdheden.

Met literatuuropgave.

23

Sheptycki, J.W.E.

Political culture and structures of social

control; police-related scandal in the

low countries in comparative

perspective

Policing and society, 9 e jrg., 1999, pp.

1-31

Dit artikel laat zien dat internationaal

vergelijkend politie-onderzoek

onmogelijk is zonder daarbij de

politiek-culturele context in beschouwing

te nemen. Deze stelling wordt

onderbouwd door middel van een

analyse van het politie-apparaat in

België en Nederland. Beide landen

hebben tot 1830 een gemeenschappelijke

historische achtergrond.

Desondanks zien we dat in de tweede

helft van de voor-vorige eeuw en in de

loop van vorige eeuw het politieapparaat

zich in de twee landen op

verschillende manieren ontwikkelt.

Deze verschillende ontwikkeling kan

rechtstreeks worden toegeschreven

een de sterke verschillen in maatschappelijke

structuur tussen beide

landen. In Nederland ontstond een

centrale rijkspolitie en een stelsel van

gemeentelijke politiekorpsen. Het

gehele politie-apparaat is onderhevig

aan centraal politiek toezicht. Het

Belgische apparaat is sterk gecompartimentaliseerd.

Er zijn vele soorten

politie met een minder doorzichtige

controle. De grote verschillen in

politieke context waarbinnen de politie

in beide landen moet opereren, wordt

geïllustreerd aan de hand van enkele

schandalen die zich in de afgelopen

jaren hebben voorgedaan. In

Nederland wordt de IRT-affaire

beschreven; in België de affaire

Dutroux en de falende aanpak van de

bende van Nijvel. Dat politie-systemen

niet zonder meer mogen worden

vergeleken, maar dat de maatschappelijke

context daarbij moet worden

betrokken, heeft niet alleen gevolgen

voor internationaal vergelijkend

wetenschappelijk onderzoek, maar ook

voor de toegenomen noodzaak tot

internationale samenwerking tussen

politiediensten.

Met literatuuropgave.

More magazines by this user
Similar magazines