1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 28

wordende economie wordt gestuurd en gecoördineerd (Sassen, 1991).

Vooral voor die processen van sturing en coördinatie zou het nodig zijn

gebruik te maken van agglomeratievoordelen: het ruimtelijk dicht bijeen

zitten van allerhande vormen van vooral zakelijke dienstverlening. De

vraag is of zoiets ook geldt voor landsoverschrijdende vormen van criminaliteit.

Voor zover daarvoor allerlei vormen van hoogwaardige en gespecialiseerde

dienstverlening nodig zijn, ligt het voor de hand te veronderstellen

dat grote, internationaal georiënteerde steden – ook wel global

cities genoemd (Sassen, 1991) – ook aantrekkelijke vestigingsplaatsen

zijn voor de meer geavanceerde vormen van misdaad. Voor zover georganiseerde

misdaad het karakter draagt van de voorzetting van de economie

met andere middelen, lijkt die verwachting gewettigd. De recente

liquidaties van topcriminelen in Amsterdam doet in ieder geval geen afbreuk

aan die veronderstelling. En die liquidaties en hun nasleep verhogen

vaak weer gevoelens van onveiligheid in de stad.

Natuurlijk is de georganiseerde misdaad voor een belangrijk deel ondoorzichtig

en ondoordringbaar en bestaan er meer gissingen dan echte

inzichten in dit opzicht. Maar er zijn wel meer zichtbare voorbeelden te

noemen van het draagvlakmechanisme bij criminele activiteiten. Een

goed voorbeeld daarvan is de drugsgerelateerde criminaliteit. Dit is misschien

wel de meest stedelijke vorm van criminaliteit, waarbij er op

grond van een relatief grote groep gebruikers een complete infrastructuur

is ontstaan die, op haar beurt, weer nieuwe gebruikers aantrekt.

Daarbij moet niet alleen aan gebruiksruimten worden gedacht – variërend

van koffieshops tot en met drugspanden in stadsvernieuwingsbuurten

– maar ook aan drugsrunners en ander arbeidsaanbod dat beschikbaar

is voor illegale activiteiten, aan opvangcentra voor (verslaafde)

dak- en thuislozen en andere vormen van hulpverlening, plaatsen waar

spullen, van diefstal afkomstig (bijvoorbeeld autoradio’s) kunnen worden

afgezet, plekken die geschikt zijn als tippelzones voor verslaafde straatprostituees

enzovoort. Het gaat hier om een zichzelf versterkend proces:

de aanwezigheid van druggebruikers biedt een basis voor een daarop

afgestemde en daaraan gerelateerde infrastructuur, maar die infrastructuur

trekt op haar beurt weer nieuwe gebruikers aan en ook mensen die

van die infrastructuur kunnen leven, hoe marginaal soms ook.

Maar de drugsscene is niet het enige voorbeeld van het belang van

draagvlak voor criminele activiteiten. Steden zijn in toenemende mate

plekken van opwinding en extase geworden (Burgers, 1999). Waar de

negentiende-eeuwse stedelijke bestuurders nog zoveel mogelijk probeerden

allerlei als gevaarlijk beschouwde vormen van vermaak en vertier te

bestrijden door middel van een breed ingezet beschavingsoffensief, zo is

er nu een sterke aandrang zoveel mogelijk de vermakelijke kanten van de

stad te benadrukken (Burgers, 1992).

De plaatsen die dienen tot zinnelijk genot zijn divers van karakter. Het

meest direct en ongegeneerd worden de zinnen geprikkeld op die plaatsen

waar de ruimte is geërotiseerd. Raamprostitutie, seksclubs en -shops,

More magazines by this user
Similar magazines