1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Onveiligheid in de stad 29

‘live acts’ en ‘peep-shows’ –de McDonalds van de erotiek (Ritzer, 1993,

p. 8) – zijn in aantal en zichtbaarheid toegenomen. Maar dat geldt ook

voor cafés en disco’s, die grote gedeelten van de openbare ruimte in de

stadscentra domineren. Die concentratie creëert een bepaalde atmosfeer

die op zichzelf weer tot een zekere mate van zinnenprikkeling kan leiden,

ook buiten de etablissementen waar gedronken, gedanst, gepraat en

(mee)gezongen wordt. Die sfeer kan zowel bestaan uit behaaglijk geroezemoes

als broeierige agressiviteit. Hoe verschillend ook, in beide gevallen

zijn er mensen die daar door aangetrokken worden. Veel gevallen van

wat inmiddels ‘zinloos geweld’ heet, zijn gerelateerd aan overmatig

drankgebruik in uitgaanscentra. Waar het café en alcoholgebruik in de

stad gedurende lange tijd in de negentiende en twintigste eeuw op zijn

best gedoogd werden of object van actieve bestrijding waren (Jansen,

1976), zijn het in de late twintigste eeuw stijgende cultuurgoederen gebleken.

De vrijetijdsfunctie van steden en het bijzondere van stadscentra

heeft geleid tot een opwaardering van vertier en vermaak (Burgers en

Oosterman, 1992). Aangeschoten mensen op straat zijn een teken van

gezelligheid en plezier; zij duiden op de aanwezigheid van ‘grand cafés’,

terrassen, evenementen, levendigheid kortom. Gebral op straat van

mensen in kennelijke staat wordt vooral gezien als een hinderlijk bijverschijnsel

van iets van wat in principe in orde is: een zo vermakelijk mogelijke

stad, een ‘uitstad’ (Burgers, 1992), waar plezier ook stedelijke

werkgelegenheid schept.

Achterstandsbuurten en -wijken

Onveiligheid en criminaliteit worden vaak geassocieerd met

‘achterstandswijken’ (Short, 1997). Sociale exclusie is vaak ruimtelijk geconcentreerd.

In Nederland is de bijstandsafhankelijkheid niet alleen

hoger in de grote steden dan elders in het land, maar ook langduriger

van karakter (Engbersen en Snel, 1996, p. 131). Vooral voor steden in het

buitenland is beschreven welke gevolgen geografisch geconcentreerde

sociale uitsluiting kan hebben. Zo heeft bijvoorbeeld Wilson (1987) gewezen

op het ontstaan van armoede- en werkloosheidsculturen die het

mogelijk maken te overleven in een situatie waar men is afgesneden van

geaccepteerde vormen van sociale stijging. Wanneer de gereglementeerde,

officiële economie geen mogelijkheden biedt, worden alternatieve

carrières ontwikkeld.

Anderson (1990) heeft beschreven hoe in een zwarte buurt in Philadelphia,

waar de werkloosheid tegelijk wijd verbreid en langdurig is, jonge

mannen op zoek gaan naar andere bestaansmogelijkheden. Waar een

man enkele decennia geleden nog status ontleende aan het feit dat hij op

jonge leeftijd een gezin zou kunnen onderhouden op grond van vast

werk en waarbij de huisvader als familiehoofd het dominante rolmodel

was, zo leidt een situatie waar werk verdwenen is tot criminele carrières,

waarbij bewonderend gekeken wordt naar de drugshandelaar met het

More magazines by this user
Similar magazines