1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 36

een eerste aanzet hiertoe, met als doel iets meer inzicht te krijgen in de

ontwikkeling van de onveiligheidsbeleving en de mogelijke verklaringen

voor deze ontwikkeling te beschrijven. 1

Een eerste stap om de onveiligheidsbeleving in verschillende jaren te

vergelijken, is het in kaart brengen van de verschillende onderzoeken op

dit gebied en aldus het beschrijven van de historie van het meten van

onveiligheidsbeleving in Nederland. In dit artikel zal dit slechts beknopt

beschreven worden, om vervolgens dieper in te gaan op mogelijke interpretaties

en verklaringen van de gesignaleerde trends.

Groeiende aandacht voor slachtoffer en beleving

Hoewel het nu misschien nauwelijks denkbaar lijkt, is lange tijd het

slachtoffer, de beleving van onveiligheid, of, meer algemeen, de reacties

en ideeën over criminaliteit geen onderwerp van onderzoek geweest.

Hierin kwam in het begin van de jaren zeventig verandering, in navolging

van de Verenigde Staten waar in 1967 de eerste surveys naar

slachtofferschap en de angst daarvoor werden gehouden. Ook de toename

in de geregistreerde delicten zal hebben meegespeeld toen men in

Nederland meer aandacht begon te besteden aan slachtofferschap 2 ,de

angst voor slachtofferschap én reacties op criminaliteit. In 1973 werd

voor het eerst door Fiselier een grootschalig nationaal onderzoek gedaan

naar slachtofferschap, reacties op slachtofferschap (Fiselier, 1978), aansluitend

op zogenoemde victim surveys uitgevoerd in de Verenigde Staten.

3 In dit onderzoek werd criminaliteit gekwalificeerd als sociaal probleem

voor iedereen en niet alleen voor directe slachtoffers, met alle

gevolgen (op bijvoorbeeld het gedrag) vandien. Fiselier stelt dat wanneer

criminaliteit als een sociaal verschijnsel en probleem wordt gezien, dit

tot gevolg heeft ‘dat ook anderen dan slachtoffers daarmee hebben te

maken’. In de jaren die op dit onderzoek volgen, worden diverse vragenlijsten

afgenomen, waarin eerst voornamelijk aandacht wordt besteed

1 De auteur werkt momenteel aan een publicatie waarin het meten van onveiligheidsbeleving

door de jaren heen uitvoerig wordt besproken.

2 Zo werd in 1971 een congres gehouden, met als thema Slachtoffers van delicten. Tijdens dit

congres bespraken juristen en sociaal-wetenschappers, waaronder criminologen, de sociale

en juridische problematiek van slachtoffers. Hulsman stipte destijds kort de mogelijkheid

aan van andere benadeelden dan het directe slachtoffer door te wijzen op ‘de meer

algemene diffuse verontrusting die het gevolg van strafbaar gedrag kan zijn’ (Hulsman,

1971).

3 Het onderzoek bestond uit de afname van een uitgebreide vragenlijst waarin niet alleen

werd ingegaan op ervaringen met persoonlijk slachtofferschap van een delict (ook

gespecificeerd naar bevolkingsgroep), maar ook op de houding ten aanzien van de politie,

aangiftegedrag en gevoelens van bezorgdheid en angst. Fiselier koos voor een slachtofferenquête,

niet alleen vanwege problemen omtrent het dark number, ook om specifiek

onderzoek te doen naar slachtoffers. Zo beschrijft hij de mogelijkheid de aantallen

slachtoffers per demografische groep te bestuderen, evenals de materiële en immateriële

kosten die slachtoffers ervaren.

More magazines by this user
Similar magazines