1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Veranderde beleving van onveiligheid 37

aan slachtofferschap en aangiftegedrag 4 , maar later ook bijvoorbeeld de

‘victimologische risicoanalyse’ wordt beschreven. 5

Naar aanleiding van discussies in de Tweede Kamer tijdens de bespreking

van de Jusititie-begroting 1974 werd de Stuurgroep Preventie Criminaliteit

ingesteld. In opdracht van deze stuurgroep werd onderzoek verricht

naar de omvang en ernst van de criminaliteit in Nederland. Volgens

het onderzoeksrapport is het om verschillende redenen belangrijk ‘onderzoek

naar de meningen en gevoelens van het publiek over het kriminaliteitsvraagstuk’

te doen (Cozijn en Van Dijk, 1976). Ten eerste is het

voor de overheid belangrijk om te weten in hoeverre de overheid volgens

het publiek prioriteit zou moeten geven aan criminaliteitsproblematiek.

Ten tweede bepaalt de publieke opinie de marges ‘waarbinnen kan worden

voortgegaan met de humanisering van de strafrechtspleging’. Door

de auteurs wordt hierbij gewezen op requisitoirs van officieren van justitie,

die hoge straffen eisen onder verwijzing naar onrust bij het publiek.

Een derde reden om onderzoek te doen naar onveiligheidsbeleving is dat

de overheid aldus bepaalde trends kan signaleren en er vervolgens voor

kan zorgen dat onveiligheidsgevoelens niet leiden tot eigenrichting. Ten

slotte wijst het rapport op de aantasting van het welzijn: ‘Reële angstgevoelens

vormen op zichzelf een ernstige aantasting van het welzijn.

Daarnaast kunnen onrustgevoelens er toe leiden dat men ‘s avonds niet

meer (alleen) de straat op durft. Ook een dergelijke vorm van voorzichtigheid

zal vaak een aantasting van het welzijn betekenen’ 6 (Cozijn en

Van Dijk, 1976).

De tijd bleek rijp voor een periodieke meting van slachtofferschap en

aspecten van onveiligheidsbeleving, gemarkeerd in 1981 door de komst

van de ESM, de Enquête Slachtoffers Misdrijven. 7 De ESM werd later ver-

4 Het WODC, in samenwerking met het Nipo heeft tussen 1974 en 1979 diverse onderzoeken

verricht naar aspecten van criminaliteit in Nederland (Buikhuisen, 1975).

5 Slachtofferschap, gespecificeerd naar gemeente, stedelijkheid en (demografische)

kenmerken van slachtoffers (Van Dijk, 1979).

6 Ook in ander onderzoek kwam meer aandacht voor onveiligheidsbeleving, zoals bijvoorbeeld

in een studie naar de verhouding tussen publiek en politie, over het politieoptreden,

inschakelen van de politie, motieven om politieman te worden. Ook werd de volgende

stelling geponeerd: ‘Als er geen politie was zou je je op straat niet veilig voelen’. Zo’n 64%

van de respondenten was het hier mee eens, 19% was het hier min of meer mee eens en

17% was het met deze stelling niet eens (Junger-Tas, 1978).

7 De Enquête Slachtoffers Misdrijven werd van 1981 tot 1985 jaarlijks en na 1985 tot 1993 in

de oneven jaren gehouden. De ESM vraagt aan een representatieve steekproef van de

Nederlandse bevolking van vijftien jaar en ouder hoe vaak sprake is geweest van

slachtofferschap van omschreven delicten als inbraak en diefstal. Daarnaast is het

aangiftegedrag van slachtoffers, evenals de beleving van onveiligheid, dus ook eventueel

genomen preventiemaatregelen, onderwerp van de enquête.

More magazines by this user
Similar magazines