1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 38

vangen door de ERV (Enquête Rechtsbescherming en Veiligheid) 8 , die in

1997 samen met andere langlopende onderzoeken, zoals bijvoorbeeld de

Gezondheidsenquête (GE) en het woningbehoefteonderzoek (WBO),

werd geïntegreerd in wat door het CBS het Permanent Onderzoek Leefsituatie

(Pols) wordt genoemd. Ook de regelmatige uitvoering van twee

andere grootschalige onderzoeken naar slachtofferschap en criminaliteit

illustreren de toenemende aandacht voor de publieke opinie ten aanzien

van criminaliteit en veiligheidsbeleving. Zowel de Politiemonitor Bevolking

(PMB) 9 als de International Crime Victimisation Survey (ICVS) 10 besteden

niet alleen aandacht aan slachtofferschap, maar ook aan diverse

aspecten van de beleving van (on)veiligheid.

Wat kan gezegd worden over de intensiteit van onveiligheidsbeleving

op basis van de metingen zoals die gedurende drie decennia zijn gedaan?

Wanneer de op deze plek niet verder besproken resultaten van de genoemde

studies met elkaar worden vergeleken, dan kan voorzichtig worden

geconcludeerd dat een bepaalde mate van onrust of onveiligheidsbeleving

van alle tijden lijkt te zijn, of in ieder geval de afgelopen drie

decennia vóórkomt. Uiteraard is er een groot aantal problemen met betrekking

tot de specifieke meting van onveiligheidsbeleving 11 en de vergelijkbaarheid

van verschillende enquêtes. Er is nagenoeg niets bekend

over basale aspecten van de meetinstrumenten die gebruikt worden. Wat

is bijvoorbeeld een hoge score op een schaal voor onveiligheidsbeleving?

Is er een algemene onder- en bovengrens, of variëren deze tussen personen?

Wanneer gevraagd wordt hoe veilig iemand zich voelt als hij/zij

’s avonds over straat loopt, waarbij dit gescoord wordt op een schaal van

1 (heel onveilig) tot 7 (heel veilig), wat is dan een hoge score? Als uit het

onderzoek van Cozijn en Van Dijk (1976) blijkt dat in maart 1975 41% van

de Nederlandse bevolking enige vorm van onrust ervaart wanneer, alleen

thuis zijnde, ‘s avonds rond een uur of tien onverwacht aangebeld wordt

en dit volgens de ERV twintig jaar later 56% blijkt te zijn, is dit dan een

forse toename? De PMB signaleert van 1993 tot 1999 slechts een be-

8 De ESM en ERV werden beide afgenomen in 1993, de ERV ook nog in 1995 en 1997.

Naast de onderwerpen waar de ESM op ingaat, worden in de ERV vragen gesteld over

problemen op het terrein van het recht, zowel het strafrecht als het civiel- en administratief

recht, en de daarbij eventueel gepaard gaande hulpvragen aan (juridische) instanties.

9 De PMB wordt sinds 1993 tweejaarlijks afgenomen in opdracht van het Ministerie van

binnenlandse zaken, Justitie en de politiekorpsen.

10 Vanaf 1989 wordt de ICVS gebruikt, bedoeld om meer dan vijftig landen wat betreft

slachtofferschap en omvang van criminaliteit met elkaar te vergelijken. De ICVS is eveneens

afgenomen in 1992, 1996 en 2000, waarbij verschillende delicten worden gespecificeerd,

naar slachtofferschap van het delict wordt gevraagd en naar het al dan niet doen van

aangifte. Daarnaast komen aspecten van onveiligheidsbeleving aan bod. Zo wordt gevraagd

hoe waarschijnlijk men het vindt om slachtoffer te worden van inbraak, hoe veilig men zich

voelt wanneer men in het donker alleen over straat loopt en in hoeverre veiligheidsmaatregelen

zijn genomen.

11 Zie voor een bespreking van de verschillende meetproblemen en de gevolgen die deze

kunnen hebben op conclusies bijvoorbeeld Farrall, Bannister e.a.,1997 en Vanderveen, 1999.

More magazines by this user
Similar magazines