1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 40

van een dergelijk verschijnsel alleen mogelijk in een maatschappij zoals

hierboven beschreven? Zou stalking in een geheel andere maatschappij

als ‘volhardende hofmakerij’ worden afgedaan?

De individualisering, evenals de secularisering, heeft gevolgen voor de

sociale structuur en de sociale cohesie. Was het enige tijd geleden nog

normaal om de eigen ouders, op leeftijd, in huis te nemen, nu is dit eerder

een uitzondering dan een regel. Niet familieleden, kennissen of

vrienden passen op de kinderen, maar de overheid moet zorgen voor

meer kinderopvang en keurmerken voor crèches. Het sociale vangnet dat

er vroeger was, is er in het algemeen niet meer. De sociale cohesie is, zeker

in de grotere steden, gering. De cohesie op interpersoonlijk niveau

heeft plaatsgemaakt voor een abstractere vorm van cohesie: de verzorgingsstaat.

12 Er wordt meer van de overheid verwacht, ook op het gebied

van de sociale controle, zoals wordt geïllustreerd met de roep om ‘meer

blauw op straat’. Kortom: het dorp is dood. Leve de overheid!

In het Sociaal Cultureel Rapport van 1998 (Van Praag en Uitterhoeve,

1999) wordt gewezen op de algemene gedachte dat de individuele vrijheid

weliswaar een groot goed is, maar dat deze ook verantwoordelijk is

voor ‘minder gewaardeerde verschijnselen als criminaliteit, politieke onverschilligheid,

gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel, hedonisme en

morele afstomping’. De individualisering lijkt gepaard te gaan met een

toename van anonimiteit, criminaliteit en punitiviteit. Deze anonimiteit

gaat volgens de RMO, de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, samen

met een ‘cultuur van afzijdigheid’ (RMO, 1998). Anonimiteit zou een

collectief by-stander-effect in het publieke domein kunnen bevorderen.

Wanneer enerzijds niemand zich verantwoordelijk voelt voor anderen of

‘de straat’, niemand zich ergens mee bemoeit zolang hij of zij nergens

last van heeft, maar anderzijds iedereen wel in een prettige leefomgeving

wil verkeren, heeft dit tot gevolg dat een groter beroep gedaan wordt op

de overheid. Dit is de hierboven al genoemde roep om ‘meer blauw op

straat’. Maar vertrouwen mensen alleen nog op de politie, of kan verwacht

worden dat mensen toch nog een helpende hand zullen toesteken

wanneer dat nodig mocht zijn? In een studie naar de onveiligheidsbeleving

van metroreizigers in Rotterdam, bleek dat de ‘aanwezigheid

van personeel’, samen met ‘de aanwezigheid van bewaking’ mensen het

meest een veilig gevoel gaven, ook ‘de aanwezigheid van veel mensen’

wordt toch nog vaak genoemd als reden waardoor respondenten zich

veilig of op hun gemak voelen (Vanderveen, 1998). In figuur 2 wordt dit

geïllustreerd. Overigens is niet bekend wat de verwachtingen dan zijn ten

aanzien van die ‘vele aanwezige mensen’. Denkt men dat er minder snel

‘iets naars’ gebeurt wanneer er veel anderen bij zijn? Of is het by-standereffect

volgens de metroreizigers een te verwaarlozen fenomeen en rekent

men op hulp wanneer dat nodig mocht zijn?

12 Zie het Sociaal en Cultureel Rapport 1998 (Van Praag & Uitterhoeve, 1998).

More magazines by this user
Similar magazines