1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 42

criminaliteit (Williams en Dickinson, 1993). Dit komt doordat mensen

zich identificeren met het slachtoffer. 14 Identificatie met het slachtoffer

betekent dat mensen zich verplaatsen in de persoon van het slachtoffer,

waarbij zij zich voorstellen zelf het slachtoffer te zijn. Dit kan een gevoel

van angst veroorzaken bij mensen. De reactie is dan: ‘dit kan mij ook

overkomen!’ Hoe dit proces van identificatie precies werkt, is nog onduidelijk.

Zo is niet bekend of mensen die zich sowieso al onveiliger voelen

meer de neiging hebben zich te identificeren met slachtoffers.

De massamedia hebben niet alleen een directe invloed op de

onveiligheidsbeleving, maar ook op de beeldvorming over bijvoorbeeld

de politie, de omvang van criminaliteit, criminaliseringsprocessen

(d’Anjou, 2000) en specifieke etnische groepen. Een fenomeen als ‘zinloos

geweld’ (WODC, 1999) was waarschijnlijk niet als begrip ontstaan

zonder de enorme aandacht van de media. Berichten over ‘zinloos geweld’

gaan als een lopend vuurtje door de samenleving. Dit leidt niet alleen

tot particuliere initiatieven (zoals de oprichting van de Stichting tegen

Zinloos Geweld), maar ook tot initiatief van de overheid. Het

platform ‘Geweld op straat’ werd bijvoorbeeld in januari 1999 door het

kabinet geïnstalleerd.

De termen die in de massamedia gebruikt worden, vinden snel de weg

naar het dagelijkse taalgebruik. Is het iets van deze tijd dat gesproken

wordt over ‘criminelen’? Door ‘crimineel’ gedrag te verpersoonlijken,

wordt een discrepantie tussen ‘normale, goede mensen’ en ‘criminelen’

gecreëerd en benadrukt. Dit leidt tot polarisatie en outgrouphomogeniteit:

enerzijds zullen de verschillen tussen de eigen groep en

de andere groep, ‘de criminelen’, worden geaccentueerd en anderzijds

worden de ‘criminelen’ als een homogene groep gezien. Onderzoek naar

onveiligheidsbeleving laat zien dat wanneer er ‘normale’ mensen zijn,

mensen ‘zoals jijzelf’, dit een geruststellend gevoel geeft, in tegenstelling

tot de aanwezigheid van andere, ‘enge’ mensen. Deze ‘andere mensen’

worden vaak als bedreigend of gevaarlijk ervaren. De toegenomen diversiteit

van de Nederlandse bevolking kan sociale onzekerheid veroorzaken,

die verband heeft met de beleving van onveiligheid. Mensen die afwijkend

gedrag vertonen, of een afwijkend uiterlijk hebben,

‘contrasteren’ en kunnen aldus een wat ongemakkelijk of onveilig gevoel

oproepen. Ook in de studie naar onveiligheidsbeleving in de Rotterdamse

metro kwam dit naar voren (zie figuur 3). Zwervers, enge types,

hangjongeren en junks bleken veel genoemd te worden als redenen van

onveiligheidsgevoelens.

14 Sociaal-psychologische studies naar sociale vergelijking hebben geleid tot het identificatiecontrast

model, zie bijvoorbeeld (Ybema, 1994) en (Van der Zee, 1996). Neerwaartse

identificatie (zoals het identificeren met een slachtoffer), neerwaartse contrastering

(wanneer mensen zich afzetten tegen het slachtoffer) zijn hier vooral van belang.

More magazines by this user
Similar magazines