1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 50

ties. In sommige verklaringen van de veronderstelde toename van de

intolerantie van de jeugd wordt daar namelijk van uitgegaan. We behandelen

deze vraag aan de hand van de resultaten van empirisch onderzoek

naar de verschillen in intolerante opvattingen bij jongeren en ouderen

vanaf 1970 tot aan het einde van de jaren negentig. De feitelijke

ontwikkeling in intolerante praktijken of gedragingen valt buiten het bestek

van dit artikel. We concentreren ons op de ontwikkelingen in intolerantie

als ideologisch verschijnsel.

Een ideologisch intolerante positie impliceert een specifieke stellingname

ten aanzien van een tweetal centrale maatschappelijke waarden:

vrijheid en gelijkheid (Hagendoorn, 1991). Intolerantie is de ontzegging

van de (bewegings-)vrijheid van andere personen of groepen op grond

van de geproclameerde ongelijkheid tussen zichzelf (of de eigen groep)

en de andere (of de out-group). Meestal wordt intolerantie geassocieerd

met onverdraagzaamheid op cultureel gebied: andere personen of groepen

zijn niet vrij om zich te gedragen conform hun ‘afwijkende’ opvattingen,

normen en voorkeuren. Iedereen hoort zich aan te passen aan de

eigen normen, die vaak als de meest natuurlijke, de meest superieure of

de specifiek voor deze cultuur geldende normen worden voorgesteld.

Maar intolerantie kan zich ook op economisch gebied doen gelden. Dan

gaat het, bijvoorbeeld, om de weigering bepaalde groepen of personen

een volwaardige plaats in de economie te gunnen (met beroepsverboden

als de meest extreme vorm daarvan en de afwijzing van extra steun voor

bijvoorbeeld gehandicapten als een iets mildere vorm). Een economisch

intolerante opstelling gaat uit van het idee dat economische ongelijkheid

een natuurlijk gegeven is waarvoor geen collectieve verantwoordelijkheid

geldt.

We gaan als volgt te werk. We introduceren om te beginnen een viertal

algemene verklaringen voor de toename in intolerantie bij de jeugd, en

gaan vervolgens in op de verklaring waarin die toename in intolerantie

wordt gezien als een gevolg van het ‘verval’ van tolerante normen en

waarden bij jongeren en de rol die de ouders daarbij zouden spelen. Vervolgens

presenteren we enkele resultaten van het project Culturele veranderingen

in Nederland, waarmee zicht verkregen kan worden op de

trends van 1970 tot 1992 in de ontwikkeling van culturele en economische

intolerantie bij jeugdigen en volwassenen. Wat recentere gegevens

met betrekking tot de ontwikkeling van culturele intolerantie ontlenen

we vervolgens aan het project Utrecht study of adolescent development.

Met de resultaten van dit onderzoeksproject is het bovendien mogelijk

meer duidelijkheid te verschaffen omtrent de feitelijke inbreng van

ouders in de ontwikkeling van de tolerantie bij hun kinderen. Uit de resultaten

van deze twee empirische studies kunnen ten slotte conclusies

worden getrokken omtrent de ontwikkeling van intolerante ideeën bij de

jeugd in vergelijking met ouderen en het belang van de rol van de ouders

bij de overdracht van een dergelijk gedachtegoed.

More magazines by this user
Similar magazines