1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 52

Jongeren en het ‘verval’ van waarden en normen

De zorg om de moraal van jongeren komt niet uit de lucht vallen. Reeds

in de vroeg-moderne tijd, bij het ontstaan van de ‘jeugd’ als een eigen

categorie met een specifieke leefstijl en cultuur, waren jongeren nauw

betrokken bij maatschappelijke zeden en normen, zij het vooral als hoeders

van de heersende normen met een quasi politionele taak jegens degenen

die zich in dit opzicht afwijkend gedroegen (Van Hessen, 1964).

Pas na verloop van tijd, toen de staat zich meer en meer met de opvoeding

was gaan bemoeien en een belangrijk deel van de opvoedingstaak

van het gezin had overgenomen met als gevolg een groeiende discrepantie

tussen het scholingsniveau van (delen van) de jeugd en hun ouders,

toen ook begon men zich zorgen te maken over de culturele en morele

ontwikkeling van de jeugd. De jeugd werd een generatie, die een potentiële

bron van cultureel conflict impliceerde met de heersende en voorafgaande

generaties. In de wetenschap werd dit idee voor het eerst meeromvattend

verwoord door Mannheim met zijn Das Problem der

Generationen (1928). Later droegen ook Davis (1940), Parsons (1942) en

Eisenstadt (1956) hun steentje bij aan dit debat met als gemeenschappelijke

boodschap dat de overdracht tussen de oudere en de jongere generaties

van fundamentele maatschappelijke waarden en normen niet langer

vanzelfsprekend is, waardoor culturele omwentelingen met de

opkomst van iedere nieuwe generatie een potentieel gegeven lijkt te zijn.

Het hoeft geen verwondering te wekken dat juist deze theorieëninde

jaren zestig in het centrum van de belangstelling van de meeste jeugdonderzoekers

en beleidsmakers kwamen te staan.

Alhoewel de jeugd van de jaren zestig zich onmiskenbaar anders begon

te gedragen en in belangrijke mate bijdroeg aan de verandering van

de cultuur, zagen verschillende auteurs dit toch niet direct als een uiting

van de tanende overdracht tussen de generaties. Bandura (1964) opperde

dat het zogenaamde generatieconflict slechts betrekking had op uiterlijke

gedragingen en leefstijlen, maar dat de verhouding tussen de generaties

voor zover het centrale morele waarden en normen betreft eerder

gekenmerkt werd door consensus en overeenstemming. De ontwikkeling

van deze waarden en normen zou via modellering en imitatie reeds hebben

plaatsgevonden in de vroege kinderjaren, dus nog voordat de kinderen

aan de zorg van hun ouders onttrokken waren.

In Nederland had Prakke (1959) al eerder het idee van een generatieconflict

in zeden en gewoonten genuanceerd. In zijn opvatting zijn de

verschillen tussen de generaties niet zo groot, maar volgen de jongere

generaties in grote lijnen de trends die in de volwassenen wereld zijn uitgezet.

Zij het, dat jongeren deze trends wat sneller en in grotere getale

oppakken, zodat vernieuwingen vaak op geaggregeerd niveau het eerst

bij hen zijn waar te nemen. Prakke omschreef dit verschijnsel als de ‘seismograaf

functie’ van de jeugd. Jongeren zijn daarin eerder modieuze

trendvolgers dan bedreigende trendsetters.

More magazines by this user
Similar magazines