1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Intolerantie typerend voor jongeren? 53

De resultaten van het empirische onderzoek uit eind jaren zestig en de

jaren daarna naar de overdracht van waardenoriëntaties lijken beter te

passen bij de ideeën van Bandura en van Prakke, dan bij die van de

generatieconflictsociologen. In de VS vonden Jennings en Niemi (1968;

1974; 1981) in hun befaamde longitudinale onderzoek systematisch positieve

correlaties tussen de waardenoriëntaties van ouders en hun kinderen.

De correlatiecoëfficiënten varieerden daarbij tussen de .20 en de

.35: weliswaar bescheiden, maar toch consistent positief. Op geaggregeerd

niveau was bovendien sprake van een grote gelijkenis tussen de

generaties, getuige de vaak geringe verschillen tussen de gemiddelde

scores van de ouders als groep en die van hun kinderen als groep.

Voor een inzicht in de ontwikkelingen vanaf de jaren zestig in Nederland

is vooral het grootschalige onderzoek Culturele veranderingen van

Middendorp (1979, 1991) van belang. Middendorp onderzocht vanaf

1970 een groot aantal economische en culturele opvattingen bij representatieve

steekproeven van de Nederlandse bevolking. In het navolgende

zullen we de gegevens van deze onderzoekingen – ons welwillend

ter beschikking gesteld door het Steinmetz archief (Middendorp, 1985;

Becker, 1992) – opnieuw analyseren, waarbij we ons zullen beperken tot

die gegevens, die betrekking hebben op de ontwikkeling van de tolerantie

bij Nederlandse volwassenen in vergelijking tot de Nederlandse jeugd.

Deze gegevens verschaffen ons inzicht in de ontwikkelingstrends van

(in)tolerantie bij volwassenen en jeugdigen.

Vanaf het midden van de jaren negentig lijkt de discussie omtrent het

zedelijk verval van de jeugd een nieuw leven beschoren naar aanleiding

van verschillende manifestaties van ‘zinloos’ geweld, waarbij steeds jongeren

betrokken waren. Merkwaardig genoeg maakt men zich nu vooral

zorgen om de effecten van een zich steeds verder terugtrekkende overheid,

waardoor de opvang van en bemoeienis met de jeugd in het gedrang

komt. Om die reden wordt door sommigen opnieuw een pleidooi

gehouden voor de restauratie van het ouderlijk gezag en de ouderlijke

verantwoordelijkheid in deze, inclusief een kritiek op de verondersteld

lakse houding van de meeste ouders als het gaat om de overdracht van

voor de samenleving essentieel geachte normen en waarden.

Of het in werkelijkheid zo penibel gesteld is met de tolerantie van de

huidige jeugd en of ouders wat dat betreft inderdaad hun greep hebben

verloren op de opvoeding van hun kinderen, zullen we in het navolgende

onderzoeken met gegevens uit het grootschalige Nederlandse panel survey

Utrecht study on adolescent development (kortweg Usad, Meeus en

’t Hart, 1993). In dit survey zijn steeds dezelfde Nederlandse jongeren

alsmede hun eigen ouders op drie verschillende momenten in de jaren

negentig (1991, 1994 en 1997) ondervraagd naar hun tolerantie op het

culturele domein. Met deze gegevens kan niet alleen inzicht verkregen

worden in de individuele ontwikkeling van de tolerantie van jongeren in

deze periode, maar kan deze tolerantie ook direct vergeleken worden

met die van hun eigen ouders, waardoor meer duidelijkheid kan worden

More magazines by this user
Similar magazines