1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Verbleekt gezag 67

Een samenleving die zich opvat als niet meer dan de dienstverlener

aan het individu past geen gezag van de een over de ander. Daarin zijn de

intenties van gezagsfiguren verdacht. Zij zouden immers enkel uit zijn op

hun eigen genoegen (Verhaege, 1999, p. 121). Een dergelijke opvatting

over gezagsdragers is echter een overschatting van hun individuele kunnen.

Het erkent niet dat autoriteiten door dezelfde cultuurwetten wordt

gelimiteerd als degenen die aan hun gezag onderworpen zijn. Er ontstaat

zo een spiegelend gevecht om de sterkste waarin de betrokkenen gelijk

aan de ander moeten zijn (Moyaert, 1994). Maar de gezagsdrager ontleent

zijn kracht nu juist aan het verschil tussen de gezagsdrager en het

gezagssubject, tussen de vertegenwoordiger van de wet en de eenling.

De afwijzing van gezag hangt ook samen met de onzichtbaarheid van

macht in de gedisciplineerde samenleving. Deze macht werkt effectiever

naarmate zij ongrijpbaarder is voor degenen die er aan moeten gehoorzamen

(Foucault, 1975). De disciplinaire macht werkt juist niet door manifeste

autoriteiten, maar door onzichtbare mechanismen van in- en uitsluiting.

Moderne bedrijven worden niet geleid door de grote directeur

en moderne gezinnen niet door onaantastbare vaders. In het principe

van zelfsturing worden zoveel mogelijk beslissingen overgelaten aan

werknemers en kinderen zelf (Van Nijnatten, 2000). De machtsverhoudingen

liggen niet vast, maar over de identiteiten en verhoudingen wordt

permanent onderhandeld (Giddens, 1992).

Tenslotte wordt de verbleking van gezagsverhoudingen gevoed door de

materiële rijkdom van westerse samenlevingen. De reclame spiegelt voor

dat de bomen tot in de hemel groeien en dat de macht van de individuele

mens inderdaad onbegrensd is. Daardoor lijken alle wensen te

kunnen worden vervuld en lijken mensen elkaar minder nodig te hebben.

Omdat er niets meer te wensen over is, bestaat het gevaar dat het

individu verlangenloos wordt en in de spiegeling van de ander alleen

zichzelf ziet. De moderne burger meent recht te hebben ‘op onmiddellijk

beschikbaar geluk en materiële voorspoed, op het openbaar ventileren

van woede en op genoegdoening voor elke soort van tegenslag’ (Komter,

2000). De onmiddellijkheid wijst op een terugval in imaginaire verhoudingen

en een gebrekkig vermogen de beperking van het leven in te zien.

De hedendaagse burger mag dan meer eigenwaarde hebben gekregen,

zich minder bij het gezag van autoriteiten neerleggen en assertiever zijn

in de omgang met burgers (Van den Brink, 2000), de narcistische mens

laat in zijn leven steeds minder ruimte voor anderen over. Hij raakt

steeds vaker in imaginaire situaties verzeild waarin hij anderen probeert

te imponeren en te overbluffen, zonder ooit de zekerheid te voelen van

een eigen onbedreigde plek. De verhoudingen tussen mensen missen

vaak het stabiele karakter van symbolische verhoudingen omdat men

zich steeds opnieuw moet waarmaken. Er is een aanhoudende angst dat

men uiteindelijk ten onder zal gaan in het schijngevecht met anderen.

Het zou wel eens steeds moeilijker kunnen worden voor de moderne

mens om anderen niet te zien als een permanente bedreiging voor het

More magazines by this user
Similar magazines