1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 68

eigen bestaan maar als medeburgers met een eigen plek. Dan is de kenmerkende

moraal van liberale autonomie en tolerantie van westerse democratieën

vooral een bewijs dat mensen geen last van elkaar hebben en

minder een toonbeeld dat zij zich iets van elkaar aantrekken en erop hopen

door medeburgers te worden erkend en verantwoordelijkheid voor

elkaar nemen. De materiële rijkdom lijkt de onderlinge afhankelijkheid

van mensen te hebben verminderd, terwijl de toewijding voor de afhankelijke

nu juist een kenmerk was van de goede autoriteit. Gezagsrelaties

zijn kortdurende relaties met een contractuele basis. Van gezagsfiguren

wordt niet zozeer toewijding en zorgzaamheid verwacht dan wel betrouwbaarheid.

Volgens Verhaege (1999) leven we in een ‘egocratie’. Het individu wordt

niet meer losgemaakt uit de groep om daarbuiten andere relaties aan te

gaan, maar het wordt nagenoeg losgemaakt uit elke sociale band.

Groepsregels worden steeds meer vervangen door strikt individueel bepaalde

afspraken tussen unieke individuen. Alles mag, als er maar wederzijdse

instemming is. Dat werd duidelijk uit een onderzoek naar de

veranderde rol van de rechtspraak in seksuele delicten van minderjarigen.

Was de rechter aanvankelijk de zedenmeester die op grond van min

of meer aanvaarde maatschappelijke normen beschikte over welk gedrag

van minderjarigen niet door de beugel kon, meer recentelijk sluit de

rechter zich aan bij de definities die jongeren van hun seksuele relatie

geven. Zegt het meisje dat haar lichamelijke integriteit werd gerespecteerd,

dan past de rechter, zo niet dan wordt de jongen strafbaar gedrag

verweten. Wat seksueel toelaatbaar wordt geacht, lijkt vooral het resultaat

van een onderlinge afspraak tussen individuen (Van Nijnatten,

1997). Er is niet één dominante norm (van seksualiteit), maar tal van

steeds wisselende referentiepunten (afhankelijk van met wie wordt omgegaan).

De hedendaagse mens raakt verdeeld tussen de veelheid aan

verlangens. In wie kan hij nog geloven (Verhaege, 1999)?

De toekomst van gezag

Past gezag nog in een samenleving waarin management en bestuur de

plaats van gezag hebben ingenomen? Het lijkt niet waarschijnlijk dat de

oude glorie van de gezagsfiguur in ere wordt hersteld. Niet in het gezin

en niet in het publieke domein. Ik heb daarvoor twee belangrijke oorzaken

genoemd. Ten eerste de omdraaiing van machtsprocessen van hiërarchische

verhoudingen naar minutieuze betrekkingen van wederzijdse

aansturing en controle ‘aan de basis’. Het moderne management stuurt

door de beslissingen naar de basis te verplaatsen, waar de verschillende

posities op elkaar worden afgestemd. Uiteindelijk zal op basis van abstracte

principes, van bijvoorbeeld winstgevendheid, blijken welke de

meest effectieve beslissingen zijn geweest. De macht lijkt via het autonome

individu te werken maar uiteindelijk bestaat er nog wel de autoriteit

van winstgevendheid, effectiviteit, en dergelijke. Dergelijke sturing

More magazines by this user
Similar magazines