1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 70

maar belast is met de verantwoordelijkheid van degenen die aan zijn of

haar gezag zijn onderworpen. Deze vorm van autoriteit is echter geenszins

geheel verdwenen. Elke burger kan nog steeds met het volste vertrouwen

brood kopen.

Met het liberale beeld van autonomie lijkt de gezagsfiguur als toonbeeld

van zelfdiscipline te verdwijnen. Gezagsfiguren zijn vooral functionarissen

die morgen kunnen worden ingewisseld voor een ander. In een

excuus-cultuur is ruiterlijke erkenning van gemaakte fouten een garantie

om op de post te mogen blijven. Je moet het als minister tegenwoordig

wel erg bont maken om te worden weggestuurd. De werkelijke grote

gezagsfiguren, zoals Gandhi en Mandela, hebben hun aureool vooral te

danken aan de persoonlijke ontberingen die zij doorstonden in het belang

van de goede zaak en degenen die nu in hen geloven.

In de toekomst bestaan gezagsrelaties waarschijnlijk niet in de vorm

van langdurige verhoudingen met een structurele dominantie van de een

over de ander, maar in kortdurende relaties met competentieverschillen.

Binnen het gezin hebben veel kinderen al afscheid genomen van continu

gezag. Daarbuiten ook. Op de basisschool staat niet meer één vaste leerkracht

voor de klas, maar wisselen zij diverse malen per jaar. De onderwijzer,

het vroegere boegbeeld van de onderwijsinstitutie is niet meer

dan een toevallige vertegenwoordiger. Zo wennen kinderen aan de

nieuwe eisen van burgerschap: flexibiliteit en reflexiviteit.

Maar kan de flexibele 21 ste eeuwse mens zonder continuïteit, geschiedenis

en vertrouwen (Sennett, 1998)? Mensen moeten zich steeds opnieuw

presenteren. In de openbare ruimte zijn de oude verhoudingen

weggevallen. Niet alleen de afname van het vertrouwen in de sterke arm

maakt de openbare ruimte naakt en kil (Raes, 1995), ook het wegvallen

van algemene normen maakt het voor mensen moeilijker zich voor te

stellen dat mensen elkaar helpen in die ruimte een plek te vinden. De

politie zet in de bestrijding van jeugdcriminaliteit jongens van de doelgroep

in als surveillanten; het zou effectiever zijn en de afstand tot de

moeilijke jongens verminderen. Dat is precies de reden waarom het gezag

niet meer zo werkt als vroeger. Het ziet er immers hetzelfde uit als

wijzelf.

Literatuur

Boer, T. de

Tamara A.; Awater en andere verhalen

over subjectiviteit

Amsterdam, Boom Meppel

Brink, G. van den

Agressieve jongeren; een cultuurhistorische

bespiegeling

Justitiële verkenningen, 26 e jrg., nr. 1,

2000, pp. 35-47

Dolto, F.

L’image inconsciente du corps

Paris, Editions du Seuil, 1984

More magazines by this user
Similar magazines