1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 76

Dat de politie als institutie minder gezag heeft, zijn wij graag bereid

aan te nemen. Maar dat hieruit min of meer automatisch een gezagsprobleem

voortvloeit lijkt een al te boude stelling. In de projecten die de

SMVP op dit terrein heeft uitgevoerd wordt de stelling bevestigd dat er

sprake is van een verschuiving van basis waarop legitimiteit wordt toegekend.

Heel mooi wordt dat verwoord in de bijdrage van Beekman aan de

bundel over het gezag van de politie (Beekman, 2000). Toen hij begon als

wijkagent in een nieuwe wijk, was de reactie van de buurt (en zeker van

de jongeren) duidelijk: de middelvinger was de enige wijze van groeten.

Hij was een ‘kankerwout’, de vijand die eigenlijk maar moest oprotten. In

vergaderingen wilden zij niet naast hem zitten en met hem over problemen

spreken was er al helemaal niet bij. Het was duidelijk dat hij werd

gezien als vertegenwoordiger van het gezagsapparaat en om die reden

niet geaccepteerd. Pas later, toen mensen hem beter hadden leren kennen,

en met name toen hij aan een sponsorloop had meegedaan, begon

de houding langzaamaan te veranderen. Er werd een praatje gemaakt en

als hij (samen met de opbouwwerker) door de wijk liep werden zij steeds

vaker aangesproken op allerlei problemen die aandacht verdienen. Na

verloop van een aantal maanden waren buurtbewoners hieraan zo gewend,

dat als het koppel van wijkagent en opbouwwerker er eens een

week niet was, zij daarop direct werden aangesproken. Met de acceptatie

van hen als persoon, groeide ook de acceptatie van hen als gezagsdragers,

regelaars en oplossers van problemen. Ook als zij problemen

terugverwezen (volgens de principes van sociale zelfredzaamheid: zoveel

mogelijk het eigen probleemoplossende vermogen van mensen vergroten,

ook op het terrein van de veiligheid) bleek dat hun gezag was toegenomen

(zie voor sociale zelfredzaamheid in de praktijk: Toenders e.a.,

1999).

Soortgelijke ervaringen worden beschreven door Joyce Hes in haar onlangs

uitgekomen boek Recht doen aan de buurt (Hes, 2000). Zij heeft de

ontwikkelingen van de Indische buurt in Zwolle over de afgelopen jaren

gevolgd en beschreven. De Indische buurt is een buurt met ongeveer

duizend inwoners. De buurt ligt geïsoleerd tussen doorgaande wegen en

een industrieterreintje. Er zijn ongeveer 350 huishoudens in een zelfde

aantal woningen. Het zijn vooral laagbouw woningen die in rijtjes staan.

De meeste woningen zijn voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd. In de

oorlog is de buurt gerenoveerd. Na de oorlog is op beperkte schaal

nieuwbouw gekomen. De Indische buurt was oorspronkelijk een echte

arbeidersbuurt. Sinds het einde van de jaren vijftig is het beeld echter

veranderd. Oude bewoners vertrekken steeds meer en de buurt kent

sindsdien vooral (jongere) bewoners, die huursubsidies ontvangen.

Sinds 1994 is in de Indische buurt het Buurt Innovatie Team Zwolle

(BITZ) werkzaam. Dit team bestaat uit een wijkagent, een opbouwwerker

en medewerker van een woningcorporatie. Het BITZ is ontstaan nadat

de gemoederen in de Indische buurt bij een rel hoog waren opgelopen.

Zo hoog dat de politie besloot de Mobiele Eenheid (ME) in te zetten. Bij

More magazines by this user
Similar magazines