1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 78

De werkers van het BITZ gaan samen op stap, steken hun nek uit en

ontwikkelen een onderlinge solidariteit. Vaak presenteren zij zich samen

op buurtvergaderingen. De buurtbewoners weten dat zij samenwerken.

Men gaat ervan uit dat zij hun acties op elkaar afstemmen. Het onderhouden

van persoonlijke banden met bewoners is onontbeerlijk om hen

te helpen een plek te krijgen en te houden in hun woonbuurt. Vaak vormen

zij een bron van overlast, of gaan zij echt ‘het criminele pad’ op.

Soms zijn het families, soms jongeren. Het politieoptreden ten opzichte

van deze bewoners kan snel escaleren in overkill. Enerzijds omdat de

politie vaak een zekere beduchtheid ten opzichte van deze bewoners

heeft ontwikkeld, anderzijds omdat groeps- en familiesolidariteit aanleiding

kunnen zijn tot collectief handgemeen. Goede relaties van de politie

met ‘lastige’ bewoners kunnen echter nuttig zijn. Een voorbeeld. De

wijkagent van het BITZ komt op het bureau en ziet dat er een arrestatieteam

in het pak klimt. De leden van het team moeten een persoon uit de

Indische buurt arresteren en vrezen een harde confrontatie op grond van

ervaringen uit het verleden. De wijkagent zegt tegen zijn collega’s: ‘Laat

maar, ik stuur hem wel langs het bureau’. De betreffende persoon meldt

zich prompt op het bureau. Hiermee wordt een niet te becijferen schade

voorkomen. Het overkomt deze wijkagent ook dat iemand met een crimineel

verleden, wiens schuldsanering door eigen toedoen in gevaar

dreigt te komen, dreigt met: ‘Als jij me nu niet helpt ga ik het criminele

pad weer op’. Zo’n uitspraak geeft aan dat deze bewoner de wijkagent in

een soort ‘ouderrol’ manoeuvreert. In dit geval accepteert de wijkagent

deze rol niet. Hij blijft wijzen op de gevolgen op lange termijn van het

handelen van de bewoner. En volhardt in zijn aanbod: ‘Als je wilt veranderen

zal je mij aan je zijde vinden en wil ik kijken wat ik kan doen, maar

heb er geen enkele illusie over dat algemene regels niet voor jou zouden

gelden’.

Het BITZ bevordert ook dat bewoners zelf hun conflicten bemiddelen.

In de Indische buurt lijkt op een gegeven moment een conflict tussen

kinderen te escaleren in conflicten tussen ouders. Een aantal kinderen

intimideert andere kinderen en lijkt af te glijden naar straatterreur Het

BITZ pakt deze kinderen op en brengt hen samen met hun ouders rond

de tafel. De kinderen zitten in de binnenring, de ouders erachter. Eerst

mogen de kinderen spreken, daarna de ouders. Dit werkt dusdanig verfrissend

dat andere ouders van wie de kinderen ook hebben meegedaan,

maar toevallig buiten beeld zijn gebleven, het BITZ erop aanspreken dat

zij niet zijn uitgenodigd.

De werkers van het BITZ hebben een persoonlijke informele omgang

met bewoners. Zij weten de eigen kracht van bewoners aan te spreken.

Zij zijn voor bewoners aanwezig, bereikbaar, beschikbaar, en kennen de

(ook kleine) problemen van bewoners. En omgekeerd kennen de bewoners

van de Indische buurt hen bij naam en toenaam. Op grond hiervan

ontstaat een personalistische (rechts)benadering, waarbij volgens Hes de

belangrijkste conclusie is: ‘... kan niet bestaat niet en waar een wil is, is

More magazines by this user
Similar magazines