1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 80

– bekendheid met (ook kleine) problemen;

– persoonlijke gekendheid door bewoners (zie: Van der Vijver, 1994;

Gunther Moor en Peeters, 1996).

In de studie Toekomst gezocht; het functioneren van de politie ter discussie

heeft de SMVP (1996) de relatie tussen burgers en politie in de afgelopen

jaren geanalyseerd. Vele jaren zijn burgers voor de politie slechts van

ondergeschikt belang geweest. De uitoefening van haar taak is door de

politie lang opgevat als louter wetshandhaving. Opvattingen van burgers

speelden geen enkele rol. Slachtoffers waren geen mensen van vlees en

bloed, maar vooral ‘startpunten’ voor justitiële processen die ook van

belang kunnen zijn voor leveren van bewijsmateriaal. Op het moment

dat de politie ging beseffen dat zij niet exclusief voor de veiligheid kon

zorgen, werden burgers meer bij het politiewerk betrokken. In eerste instantie

werden burgers opgeroepen op te treden als ‘ogen en oren’ van de

politie. Bij onraad moesten burgers vooral opbellen en bij strafbare feiten

werden zij opgeroepen aangifte te komen doen. Later werden burgers

ook in andere opzichten interessant. Bij de overheid groeide het besef

dat het contraproductief werkt om burgers als storende factoren te beschouwen

die voortdurend zand strooien in haar soepel geoliede machine.

Die opvatting over burgers is veranderd. Wie het Integraal

veiligheidsprogramma (IVP) uit juni 1999 van de Nederlandse overheid

leest, beseft dat de tijd definitief voorbij is dat men de aanpak van

veiligheidsproblemen als criminaliteit en overlast als vanzelfsprekend

uitsluitend tot de taak van de overheid rekent. Het IVP past in een reeks

van overheidsdocumenten waarin de overheid maatschappelijke organisaties

en burgers in toenemende mate oproept zich als ‘partners in veiligheid’

te gedragen. Deze reeks vindt zijn oorsprong in de werkzaamheden

van de Commissie Kleine Criminaliteit met als voorzitter PvdAkamerlid

Roethof. De Commissie Roethof werd ingesteld, omdat in het

begin van de jaren tachtig in de toenmalige Tweede Kamer algemene

overeenstemming bestond over de noodzaak tot herbezinning op de

aanpak van de stijgende criminaliteit. Eind 1984 publiceerde de Commissie

Roethof haar interim-rapport. Daarin wees zij op een breed scala

van mogelijkheden om de kleine (veel voorkomende) criminaliteit te bestrijden.

Volgens de commissie diende het voortouw bij de beteugeling

van kleine criminaliteit niet in handen van de overheid te liggen, maar

van scholen, verenigingen, woningcorporaties, kortom het maatschappelijk

middenveld. Vergroting van het toezicht op jongeren was in de

ogen van de commissie gewenst. In haar interim-rapport en later ook in

haar eindrapport brak de Commissie Roethof een lans voor het betrekken

van maatschappelijke instellingen bij het veiligheidsbeleid. In het

beleidsplan Samenleving en criminaliteit sloot het Kabinet zich aan bij

de visie van de Commissie Roethof. Als partners in veiligheid zijn burgers

dan echter nog niet in beeld. Deze doorbraak kwam tot stand in de nota

Veiligheidsbeleid 1995-1998. In een analyse van de onveiligheid in woon-

More magazines by this user
Similar magazines