1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

beke.nl

1 01 Het gevecht om het publieke domein - Bureau Beke

Justitiële verkenningen, jrg. 27, nr. 1, 2001 96

de nek. Een andere man werd in zijn buik getroffen. De daders zijn gevlucht

(ANP)’.

In de tweede plaats zijn er activiteiten van instanties van voorlichting,

communicatie en toezicht. Hierbij spelen veiligheidsorganisaties, de

overheid en de politie een rol. Recentelijk kwam de aanschaf van enkele

surveillance-auto’s in de publiciteit die het probleem van ‘plakken’ moeten

aanpakken. Dat gedrag wordt door weggebruikers immers als uiterst

agressief ervaren. Ten slotte zijn er wetenschappelijke publicaties die

weer de input vormen voor populaire publicaties en radio- en tvprogramma’s.

Persberichten

Berichten in kranten melden vooral voorvallen van ‘road rage’ die gekenmerkt

worden door ernstig geweld dat zijn oorzaak vindt in allerlei belemmerende

of irritante gedragingen in het verkeer. Een analyse van

persberichten over een periode van 2,5 jaar liet 29 van dit soort excessieve

voorvallen zien (Levelt, 1997). In 25 van deze gevallen ging het om

frustratie uitlokkende ervaringen die leidden tot agressie, dus agressie

voortkomend uit boosheid. In vier gevallen had het geweld het karakter

van vandalisme door niet-weggebruikers (het spannen van een draad,

het gooien van stenen). Bij de 25 incidenten ging het steeds om geweld

door weggebruikers die gefrustreerd werden: door politie-agenten die

een aanhouding trachtten te verrichten (zes), door slecht weggedrag van

anderen (objectief aanwijsbare gedragingen) (vier) of subjectief ervaren

gebeurtenissen (zeven), of door allerlei onduidelijke ruzies. In de helft

van de gevallen ging het om een escalerende keten; in de andere helft om

één agressieve daad. De helft van de agressieve daden vond plaats nadat

men uit of van zijn voertuig was gekomen. Het geweld bestond onder

andere uit slaan en/of schoppen (zeven) en gebruik van vuurwapens

(drie). Werd de agressieve daad rijdend gepleegd dan was de auto of

bromfiets het wapen (twaalf). De betrokkenen waren vooral van het

mannelijke geslacht. In tien procent van de gevallen was de initiator of

de agressor een vrouw. In twintig procent van de gevallen was het slachtoffer

een vrouw. In dezelfde periode van 2,5 jaar werden elf voorvallen

vermeld met excessieve snelheid, en vijftien met overmatig drankgebruik.

Het zal duidelijk zijn dat het bij deze persberichten vrijwel altijd om

daden gaat die voortkomen uit boosheid over andermans gedrag dat als

hinderlijk wordt ervaren. Waarschijnlijk dragen meldingen hiervan bij

aan het beeld van ‘toenemende en ernstige verkeersagressie’. 1 Valt er ook

iets te zeggen over de relevantie van ‘road rage’-gevallen voor de verkeersveiligheid?

Slachtoffers tengevolge van een gevecht buiten het voer-

1 Elliott (1999) maakt in zijn studie korte metten met het verschijnsel ‘road rage’. Hij vindt het

absoluut geen relevant verkeersveiligheidsvraagstuk.

More magazines by this user
Similar magazines