22.08.2013 Views

Programmaboekje : Hagen Quartett - deSingel

Programmaboekje : Hagen Quartett - deSingel

Programmaboekje : Hagen Quartett - deSingel

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

Kwartet<br />

<strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong><br />

Dvorák, Webern, Sjostakovitsj, Kurtág<br />

vrijdag 27 oktober 2006


<strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong> © Regina Recht<br />

Kwartet . Seizoen 2006-2007<br />

<strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong><br />

Dvorák, Webern, Sjostakovitsj, Kurtág<br />

vrijdag 27 oktober 2006<br />

Artis <strong>Quartett</strong> Wien . Gertrude Rossbacher altviool<br />

Bach/Mozart, Mendelssohn, Brahms<br />

vrijdag 17 november 2006<br />

Arcanto <strong>Quartett</strong><br />

Mozart, Brahms, Webern<br />

donderdag 7 december 2006<br />

Tetzlaff <strong>Quartett</strong><br />

Mozart, Mendelssohn, Berg<br />

donderdag 1 maart 2007<br />

Zehetmair <strong>Quartett</strong><br />

Beethoven, Bruckner, Hindemith<br />

vrijdag 16 maart 2007


egin concert 20.00 uur<br />

pauze omstreeks 20.50 uur<br />

einde omstreeks 21.50 uur<br />

inleiding Rudy Tambuyser . 19.15 uur . Foyer<br />

teksten programmaboekje Rudy Tambuyser<br />

coördinatie programmaboekje <strong>deSingel</strong><br />

Gelieve uw GSM uit te schakelen!<br />

Cd’s<br />

Bij elk concert worden cd’s te koop aangeboden door<br />

’t KLAverVIER, Kasteeldreef 6, Schilde, 03 384 29 70<br />

www.tklavervier.be<br />

Foyer <strong>deSingel</strong><br />

enkel open bij avondvoorstellingen in Rode en/of Blauwe Zaal<br />

open vanaf 18.40 uur<br />

kleine koude of warme gerechten te bestellen vóór 19.20 uur<br />

broodjes tot net vóór aanvang van de voorstellingen en tijdens<br />

pauzes<br />

Hotel Corinthia (Desguinlei 94, achterzijde torengebouw ING)<br />

• Restaurant HUGO’s at Corinthia<br />

open van 18.30 tot 22.30 uur<br />

• Gozo-bar<br />

open van 10 uur tot 1 uur, uitgebreide snacks tot 23 uur<br />

<strong>deSingel</strong>aanbod: tweede drankje gratis bij afgifte van uw<br />

toegangsticket van <strong>deSingel</strong> voor diezelfde dag<br />

<strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong><br />

Lukas <strong>Hagen</strong>, Rainer Schmidt viool<br />

Veronika <strong>Hagen</strong> altviool . Clemens <strong>Hagen</strong> cello<br />

Heinrich Isaac (ca.1450-1517)<br />

Selectie uit Choralis Constantinus,<br />

deel 2 in de bewerking van Anton Webern (1883-1945) (1909)<br />

In Annunciatione Beatae Mariae Virginis<br />

György Kurtág (°1926)<br />

Nrs. 1-6 uit 12 Mikroludien, opus 13 (1977/78)<br />

Isaac/Webern<br />

Ascensione Domini<br />

György Kurtág<br />

Nrs. 7-12 uit 12 Mikroludien, opus 13<br />

Isaac/Webern<br />

In festo Corporis Christi<br />

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)<br />

Strijkkwartet nr 3 in F, opus 73 (1946)<br />

• Allegretto<br />

• Moderato con moto<br />

• Allegro non troppo<br />

• Adagio<br />

• Moderato<br />

pauze<br />

Antonín Dvorák (1841-1904)<br />

Strijkkwartet nr 13 in G, opus 106 (1895)<br />

• Allegro moderato<br />

• Adagio ma non troppo<br />

• Molto vivace<br />

• Finale: Andante sostenuto - Allegro con fuoco


Anton Webern. Schilderij van Max Oppenheimer, ca. 1908<br />

Van Isaac over Webern tot Kurtág:<br />

over erfgenamen van erfgenamen.<br />

“Fuxiaans contrapunt, puur Fuxiaans contrapunt!”<br />

Ik kan nog steeds niet naar muziek van Arnold Schönberg (1874-<br />

1951) luisteren zonder in gedachten die kreet het klankbeeld te<br />

horen doorkruisen.<br />

Het gaat om de slotconclusie van een betoog, destijds tot<br />

mij gericht door mijn oude prof harmonie en contrapunt. Hij<br />

zei graag lachend dat ik in de eerste discipline teveel en in<br />

de laatste te weinig durfde, maar die dag werd er dus niet<br />

gelachen, en wel in zo’n geringe mate dat ons gesprek op<br />

Schönberg kwam. De professor vergeleek diens contrapunt - zeg<br />

maar de architectuur op de kleinste schaal van de verschillende<br />

compositorische lagen, de wijze dus waarop gecombineerde<br />

muzikale lijnen met elkaar in gesprek treden - met dat van<br />

Johann Joseph Fux (1660-1741). Die schreef in 1725, zo’n twee<br />

eeuwen voor Schönbergs dodecafonisch systeem, zijn ‘Gradus<br />

ad parnassum’, de beroemde verhandeling over het contrapunt<br />

der oude meesters waarop tot vandaag elk deugdelijk<br />

handboek over die materie terugvoert.<br />

De these van mijn professors betoog was ongeveer deze: het<br />

contrapunt staat voor de ambachtelijkheid in de muziek. Het<br />

representeert een geheel van wetten die algemeen geldig en<br />

onveranderlijk zijn, die het ultieme kader voor elke relevante<br />

toonspraak uittekenen, terwijl de harmonie dat kader inkleurt.<br />

Schönberg kon dus zijn notie van consonantie wel enigszins<br />

vrij kiezen, doen alsof hij de meest gewaagde samenklanken<br />

normaal of zelfs mooi vond, hij mocht uiteindelijk zelfs de<br />

twaalf chromatische toontrappen gelijkberechtigen en aan<br />

hun oude functionele verband ontrukken, maar verder was hij<br />

verstandig genoeg om zich aan de eeuwenoude wetten der<br />

muzikale superpositie te schikken. Zoiets.<br />

Waarom ik me bij het programma dat <strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong><br />

vanavond brengt uitgerekend dit even hartstochtelijke als<br />

discutabele betoog herinner? Vooral door associaties omtrent


het eerste stuk, en in één moeite door met de hele hectische<br />

muziekperiode die er zo ongeveer mee werd ingeleid. <strong>Hagen</strong><br />

<strong>Quartett</strong> kiest als opwarmer immers voor enkele bewerkingen<br />

die Anton Webern (1883-1945) maakte van stukken van Heinrich<br />

Isaac (ca 1450-1517). Webern was de belangrijkste leerling<br />

van Schönberg en claimde net zoals zijn leermeester - en net<br />

zoals bij hem in weerwil van de ietwat shockerende, avant-<br />

gardistische oppervlakte van zijn werk - diepe artistieke wortels<br />

in de traditie. Isaac werd in zijn tijd, net zoals Fux in de zijne, tot<br />

de belangrijkste en geleerdste componisten van de toenmalige<br />

wereld gerekend. Beiden raakten uit de mode en werden maar<br />

nauwelijks terug opgevist. Isaac had Obrecht en Josquin naast<br />

zich, Fux solliciteerde samen met Bach, Händel en een handvol<br />

Italianen bij het gegeerde bedrijf dat Geschiedenis heet.<br />

Het is interessant, te zien hoe Schönberg zich een erfgenaam<br />

van Mozart en Brahms noemde, en hoe de strikter denkende<br />

Webern meer naar de transcendentie van Bach en het<br />

unificerende vermogen van de renaissancecomponisten neigde.<br />

Schönberg had de anekdotiek en eigenlijk ook de liefde van<br />

de wereld nodig. Webern dacht in de eerste plaats stug door,<br />

streng de logica volgend die hem als onvermijdelijk voorkwam,<br />

zonder nochtans zijn esthetische imperatief te ontkennen.<br />

Hij nam bij wijze van spreken een langere aanloop om verder<br />

te kunnen springen. Weliswaar hebben de uiteindelijke<br />

kernachtigheid en dus de moeilijkheidsgraad van zijn muziek tot<br />

veel misverstanden geleid. Velen hebben hun eigen onbegrip<br />

voor Webern vertaald in de expliciete wil, het eigen werk zo<br />

onverstaanbaar mogelijk te maken.<br />

Des te merkwaardiger, hoe de man die zo aanbeden zou<br />

worden door de historische avant-garde van de twintigste<br />

eeuw, al vanaf het prille begin zijn kaarten op tafel legde.<br />

Webern doctoreerde nog tijdens zijn leertijd bij Schönberg aan<br />

de Weense universiteit, bij Adler. Zijn verhandeling ging over<br />

Isaac en de vanavond gespeelde bewerkingen moeten in de<br />

context van zijn studie gezien worden.<br />

Een opmerkelijke liefde die Webern met zijn ruim vier eeuwen<br />

oudere collega en studieobject Isaac deelt, is die voor het<br />

lied. Tussen 1912 en 1926 schreef hij weinig andere dan vocale<br />

werken, een ietwat monomane periode die werd afgesloten<br />

omstreeks de tijd dat in Roemenië de weliswaar Hongaarse<br />

componist György Kurtág (°1926) werd geboren. Hij was het, die<br />

Weberns belangrijkste muzikale erfgenaam zou worden.<br />

Dat laatste is minder evident dan het lijkt. Vooreerst is de<br />

geniale figuur van Webern een muziekhistorische scharnier<br />

die als enige, en alléén daar en dan, de rol kon spelen die we<br />

vandaag kennen. Hij wordt maar beter niet vergeleken. Verder<br />

moet het voor zo’n Kurtág geen makkelijke beslissing zijn<br />

geweest, in een land dat door schitterende, maar de Weense<br />

School bepaald geen warm hart toedragende componisten<br />

zoals Bartók en Kodály werd gedomineerd, zijn lange, maar<br />

bondige weg te gaan. Tenslotte is Kurtágs bondigheid, hoe<br />

Weberniaans geïnspireerd ook, van een andere orde dan die van<br />

zijn voorbeeld.<br />

Ook Kurtág is geniaal, ook hij is hyperconsequent, ook hij<br />

denkt liever dan te behagen. Ook hij is kort van stof en diep<br />

van gedachte. Kurtág is echter een twintigste-eeuwer, Webern<br />

een negentiende-eeuwer. Dat scheelt een slok op de borrel.<br />

Webern is een architect en een romanticus, geen goed oor kan<br />

daar omheen. Kurtág is een psycholoog en als dusdanig een<br />

van de figuren bij uitstek om de twintigste eeuw muzikaal te<br />

documenteren - de eeuw die Nietsche eind jaren 1880 uitriep tot<br />

eeuw van de psychologie. Profetische woorden waren dat.<br />

Kurtág is kenner bij uitstek van de fenomenologie van de<br />

muziek. Hij kent de code, hij weet hoe en waarom een bepaalde<br />

flard muziek zich aan onze zenuwen hecht, zich in onze<br />

herinnering nestelt, en onder welke voorwaarden bepaalde<br />

associaties al dan niet tot stand komen. Dat proces wendt hij<br />

aan, beschrijft en viert hij, waarbij de grensgebieden ertussen<br />

niet altijd klaar en duidelijk zijn.<br />

Kurtág schept, zo valt te vermoeden, behagen in zijn<br />

bondigheid, beschouwt haar alleszins als een muzikale factor<br />

die controleert of te controleren is. Webern zou nooit op<br />

die bondigheid wijzen door een cyclus voor strijkkwartet<br />

‘Mikroludien’ te noemen. Ze doet er simpelweg niet toe;<br />

wellicht heeft hij zelfs spijt dat hij ertoe veroordeeld is. Maar<br />

hij is in de onmogelijkheid om wat anders dan essentie neer<br />

te schrijven. Kurtág zou dat heel goed kunnen, maar doet het


Dmitri Sjostakovitsj midden jaren veertig.<br />

evenmin. De oefening is voor hem net: het moment en de sfeer<br />

ervan te vatten. Hij geeft een nieuwe, onvermoed organische<br />

betekenis aan de nogal digitaal geladen term real-time.<br />

Normaal wordt ons gemoed of onze gesteldheid gekneed door<br />

goede muziek. Kurtág (her)installeert hen gewoon.<br />

Zeldzaam zijn de concertprogramma’s die niet naar de een of<br />

andere verjaardag verwijzen. Eeuweling Dmitri Sjostakovitsj<br />

(1906-1975) is zeker de meest jarige van het programma<br />

van vanavond. Omstreeks de tijd dat Kurtág werd geboren,<br />

maakte Sjostakovitsj’ Eerste Symfonie, door ook figuurlijk<br />

toonaangevende dirigenten zoals Toscanini en Walter meteen<br />

op het repertoire genomen, hem op slag wereldberoemd. Zijn<br />

unieke mix van milde impertinentie, langgerekte dramatiek<br />

en lapidaire basistoon, maakt hem door sommigen visceraal<br />

gehaat, door veel meer anderen bewonderd, en in elk geval<br />

uit de duizenden herkenbaar. Bovendien schreef Sjostakovitsj<br />

door zijn muziek mee aan de apocriefe geschiedenis van Stalin-<br />

Rusland. Wat ook zijn rol daarin is geweest.<br />

Het Strijkkwartet in F, opus 73, het derde van de vijftien die<br />

Sjostakovitsj vanaf 1938 gespreid over zijn hele verdere leven<br />

componeerde, dateert van 1946. De oorlog was net voorbij,<br />

Hitler was verslagen en dat was in niet geringe mate aan de<br />

Russen te danken. De Negende Symfonie had een eerbetoon<br />

aan Stalin moeten worden, of dat vond die tenminste zelf,<br />

maar Sjostakovitsj had er een grol van gemaakt. Een bewuste<br />

anticlimax na de drie oorlogssymfonieën, of de obligate vrucht<br />

van een componist die wat beters te doen had? Niemand<br />

zal het ons nog komen vertellen. Zeker is dat het Kwartet in<br />

F, opus 73 een tijdgenoot van de Negende, niet het minste<br />

programma lijkt te volgen. Sjostakovitsj’ derde pennenvrucht<br />

in het koninginnegenre van de kamermuziek laat zich lezen<br />

als datgene wat het was: een vruchtbare etappe in zijn tocht<br />

naar het meesterschap, waarbij hij zeker nog in deze periode<br />

vooral de oude meesters - Haydn, Beethoven - als voorbeeld<br />

nam. Uiteraard niet zonder zijn onverdeeld Russische tongval te<br />

bezigen.<br />

Tenslotte kiest <strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong> voor een kwartet van Antonín


Antonín Dvorák bij zijn eredoctoraat aan de Universiteit van Cambridge, 16 juni 1891<br />

© Antonín Dvorák Stichting Praag<br />

Dvorák (1841-1904). Het opus 106, het dertiende kwartet in G, is<br />

weliswaar minder beroemd dan zijn voorganger - het zogeheten<br />

‘Amerikaans kwartet’ in F - maar het is volgens velen wel<br />

Dvoráks beste kwartet. Twee redenen daarvoor: het trage deel<br />

is inderdaad zeldzaam mooi en schetst goed de bewondering<br />

die Johannes Brahms, in bewonderen nochtans geen geoefend<br />

man, voor zijn Tsjechische collega koesterde. Ten tweede is<br />

de combinatie die Dvorák hier maakt van solide structuur en<br />

volksmuzikale roots bijzonder geslaagd.<br />

Met het dertiende en veertiende strijkkwartet, de laatste<br />

stukken van Dvorák in dit genre, is iets even merkwaardigs als<br />

veelzeggends aan de hand. Het dertiende draagt zoals gezegd<br />

het opusnummer 106, het veertiende is opus 105. Een typisch<br />

geval van overvloedige inspiratie, zoals we het bij Dvoráks<br />

goede vriend Brahms ook nu en dan aantreffen, waarbij het<br />

ene werk moet dienen om bij wijze van spreken de overtollige<br />

ideeën voor het andere te draineren. Dvorák had net drie<br />

jaar in de Verenigde Staten doorgebracht - dat wil zeggen: de<br />

Wereld die destijds Nieuw werd genoemd omdat hij nog niet<br />

denderend lang geleden was buitgemaakt - en was naar verluidt<br />

geweldig blij, opnieuw in zijn geliefde Bohemen te zijn.<br />

Waarvan akte, en geen klein beetje.


<strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong><br />

Lukas <strong>Hagen</strong>, Rainer Schmidt viool<br />

Veronika <strong>Hagen</strong> altviool . Clemens <strong>Hagen</strong> cello<br />

Sinds meer dan tien jaar kiest het <strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong> uit Salzburg voor<br />

goed uitgebalanceerde programma’s. Hun uitgebreide repertoire<br />

omvat zowel het enorme muzikale erfgoed als uitdagende<br />

hedendaagse kwartetliteratuur. De vier musici studeerden aan<br />

het Mozarteum van Salzburg, de Musikhochschulen van Basel en<br />

Hannover en aan de universiteit van Cincinnati. Belangrijke coachen<br />

bij het perfectioneren van het kwartetspel waren Hatto Beyerle,<br />

Heinrich Schiff en Walter Levin. De ontmoeting met Nikolaus<br />

Harnoncourt hielp om de muzikale visie te verbreden, evenals de<br />

vriendschap en artistieke relatie met Gidon Kremer, die het <strong>Hagen</strong><br />

<strong>Quartett</strong> herhaaldelijk betrok in zijn kamermuziekprojecten tijdens<br />

het Lockenhaus Festival. Het was hier dat het <strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong> in<br />

1981 de Prijs van de Jury en de Publieksprijs ontving. Het jaar erna<br />

won het ensemble de eerste prijs van de Portsmouth String Quartet<br />

Competition, waarna het debuut in Londen in de Wigmore Hall<br />

volgde. Dit betekende de start van een succesvolle internationale<br />

carrière. De veroveringstocht van concertsteden, landen en<br />

continenten werd ondersteund door de prijzen die het ensemble<br />

in 1983 won op wedstrijden in Evian, Bordeaux en Banff (Canada).<br />

De uitgebreide discografie van het <strong>Hagen</strong> <strong>Quartett</strong> getuigt van een<br />

enorm aanpassingsvermogen aan stijlen variërend van Bach tot Ligeti<br />

en Lutoslawski. Regelmatige partners van het kwartet zijn cellist<br />

Heinrich Schiff, de pianisten Paul Gulda en Oleg Maisenberg en<br />

violist Gerard Caussé. Lukas <strong>Hagen</strong> bespeelt een viool van Antonius<br />

Stradivarius, Cremona 1724. Veronika <strong>Hagen</strong> bespeelt een altviool<br />

van Giovanni Paolo Maggini uit Brescia. Beide instrumenten worden<br />

ter beschikking gesteld door de Nationale Bank van Oostenrijk.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!