22.08.2013 Views

Forum - Tweemaandelijks tijdschrift - deSingel

Forum - Tweemaandelijks tijdschrift - deSingel

Forum - Tweemaandelijks tijdschrift - deSingel

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

Colofon<br />

forum, tweemaandelijks <strong>tijdschrift</strong><br />

uitgegeven door het departement<br />

Dramatische Kunst, Muziek & Dans<br />

Hogeschool Antwerpen<br />

issn 0779-7397<br />

Eindredactie<br />

Barbara Voets<br />

Redactie<br />

Pascale De Groote, Hans Dowit, Ann Lommelen,<br />

Wilma Schneider, Karla Verlie, Kevin Voets<br />

Tekstredactie<br />

Roger Quadflieg, Wilma Schneider<br />

Medewerkers<br />

Patricia Beysens, Toon Brouwers,<br />

Inneke Daghelet, Jan Dewilde,<br />

Ivo Hadermann, Johan Sanctorum,<br />

Els Smedts, Ivo Van Hove.<br />

Redactie-adres<br />

Desguinlei 25, 2018 Antwerpen<br />

Tel.: 03-244 18 00 Fax: 03-238 90 17<br />

E-mail: forum.ca@ha.be<br />

website: www.conservatorium.be<br />

Vormgeving<br />

Barbara Voets<br />

stramien: Wim Maes,<br />

dep. Ontwerpwetenschappen,<br />

Hogeschool Antwerpen<br />

<strong>Forum</strong> thuis ontvangen?<br />

neem contact via forum.ca@ha.be<br />

Drukwerk<br />

Albatros Printing<br />

Copyright: overname van artikels en illustraties is slechts toegelaten<br />

mits uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.<br />

(inhoud)<br />

Kleinschalig hedendaags muziektheater<br />

ZER-ismen<br />

De kunst is een ontembaar wild dier<br />

Wat mag en wat moet ...<br />

Column<br />

Info<br />

Cultivaria<br />

Data<br />

Coda<br />

Nieuws uit de boekentoren<br />

3<br />

10<br />

15<br />

22<br />

25<br />

30<br />

33<br />

38<br />

40<br />

44


Platfor[u]m<br />

Nieuwe vormen van kleinschalig<br />

hedendaags muziektheater<br />

In september 2004 w e r d b I j d e Ho g e-<br />

s c H o o l An t w e r p e n een o n d e r z o e k s v o o r s t e l<br />

I n g e d I e n d m e t A l s o n d e r w e r p: H e t m A k e n v A n<br />

kleInscHAlIg muzIektHeAter. po g I n g e n o m d I t<br />

p r o j e c t A l s boF-p r o j e c t d o o r d e unIversIteIt<br />

An t w e r p e n t e l A t e n medeFInAncIeren, kenden<br />

geen s u c c e s. no c H t A n s w A s H e t een v A n d e<br />

weInIge p r o j e c t e n w A A r b I j H e t e c H t g I n g o m<br />

een o n d e r z o e k ‘In’ d e k u n s t e n en n I e t ‘o v e r’ d e<br />

k u n s t e n. Het b e t r o F n A m e l I j k een o n d e r z o e k<br />

v A n H e t creAtIeproces z e l F, v A n H e t ‘w o r k In<br />

p r o g r e s s’.<br />

De huidige financiële mogelijkheden van de hogescholen<br />

laten niet toe om op een adequate manier aan de ‘ontwikkeling<br />

van de kunsten’ te werken. Bovendien is de culturele sector sterk<br />

afhankelijk van subsidies en is enige vorm van ‘sponsoring’ door<br />

actoren uit het werkveld - die meestald zelf in financiële nood verkeren<br />

- niet voor de hand liggend. Daarom was de extra financiering<br />

vanwege de Hogeschool wel een noodzakelijk element om het<br />

onderzoeksproject ‘Naar een methodologie voor nieuwe vormen<br />

van kleinschalig hedendaags muziektheater’ mogelijk te maken.<br />

Het project, in drie delen, wordt gestuurd door Toon Brouwers<br />

(hoogleraar aan de departementen B en D van de Hogeschool<br />

Antwerpen) als promotor, Luk Van den Dries (hoogleraar aan<br />

de Universiteit Antwerpen, afdeling Theaterwetenschap) als copromotor,<br />

Patricia Beysens (coördinator van de afstudeerrichting<br />

Kleinkunst) als co-promotor en projectleider, en Jan Van Looy als<br />

co-promotor.<br />

Onderzoeksrapporten worden al geruime tijd door kunstenaars<br />

en/of hun equipe opgesteld. Het Bertolt Brecht-Archief<br />

te Berlijn bezit de getypte verslagen, waarin de repetities<br />

van diverse Brechtproducties bij zijn ‘Berliner Ensemble’ en<br />

ook de gesprekken en discussies tussen regisseur en acteurs<br />

zorgvuldig en uitvoerig werden beschreven. Er bestond nog<br />

3


geen video, maar fotoboeken hebben minutieus<br />

het verloop van de voorstellingen vastgelegd. Deze<br />

documentatie geeft een uitstekend, haast volledig<br />

beeld van de methodiek, het moeizame onderzoeksproces<br />

en het resultaat.<br />

Verscheidene andere regisseurs hebben -ook<br />

recent- regieboeken nagelaten, met schema’s van<br />

scenische opstelling, notities over de karakters en<br />

de achtergronden van de gespeelde theatertekst,<br />

zoals bij de Proust-cyclus van regisseur Guy Cassiers<br />

bij het RoTheater. Maar ieder hanteert zijn<br />

eigen methodiek en verslaggeving. Bij dit onderzoeksproject<br />

naar kleinschalig muziektheater konden<br />

we geen beroep doen op vastgelegde of geijkte<br />

onderzoeks- en rapporteringsvormen.<br />

Wat dit onderzoeksproject beoogt bij te dragen,<br />

is de ontwikkeling van een methode die leidt<br />

tot het realiseren van een vernieuwde artistiek verantwoorde<br />

vorm van kleinschalig muzikaal theater.<br />

Deze nieuwe vorm is dienstig (en zelfs wenselijk<br />

of noodzakelijk) voor zowel het beroepsveld,<br />

als voor het deeltijds kunstonderwijs. Voor deze<br />

kunst is er namelijk nog nauwelijks een ‘markt’:<br />

de kunstenaars dienen zelf hun eigen markt te<br />

creëren. Via dit kleinschalig muziektheater kunnen<br />

jonge vertolkers een nieuw segment van de<br />

bestaande markt aansnijden. Met de door dit project<br />

te ontwikkelen methodiek zullen afstuderende<br />

podiumkunstenaars in staat zijn om hun markt<br />

te beheersen, en om bovendien aan ‘cultuurspreiding’<br />

te doen, vermits de uiteindelijke doelgroep<br />

het ‘brede’ publiek is.<br />

4<br />

| De onderzoeksmethode<br />

Vooreerst is er het opsporen en vastleggen<br />

van een geschikt onderwerp, gevonden bijvoorbeeld<br />

in een novelle, een roman, een kortverhaal<br />

of de geschiedenis; een dramaturgische arbeid,<br />

waarbij studenten, met de begeleiding van de<br />

dramaturg, een onderwerp zoeken met maatschappelijke<br />

relevantie. De keuze van het onderwerp<br />

wordt bepaald door de mogelijkheden van<br />

de enscenering en - bij het kleinschalig muzikaal<br />

theater - ook door het beperkte aantal vertolkers.<br />

Ten tweede dient de dramatische structuur<br />

bepaald te worden; de traditionele dramatische<br />

elementen zoals introductie, motorisch moment,<br />

dramatisch hoogtepunt, peripetie, afwikkeling,<br />

ontknoping en slot worden in vraag gesteld, wellicht<br />

op een hedendaagse manier verwerkt, of<br />

vervangen door nieuwe hedendaagse elementen.<br />

Bijkomende vraag is, in welke mate en op welke<br />

manier het verhaal of de ‘plot’ dient ondersteund<br />

te worden door een aantal liederen of lyrics, die<br />

geen onderbrekingen of loutere illustraties mogen<br />

zijn van de dramatische gebeurtenissen.<br />

Hier is bij het onderzoek de begeleiding door een<br />

professionele tekstschrijver of dramaturg aangewezen.<br />

Ten derde wordt een componist (of een team<br />

van componisten) aangetrokken om het componeren<br />

van bij de tekst passende muziek te begeleiden.<br />

Hierbij wordt rekening gehouden met de<br />

beperktheid van het budget en de kleinschaligheid<br />

van het muzikaal theater, dat als reisproduc-


tie moet kunnen dienen; muziek voor een kleine<br />

bezetting, waarbij een geavanceerd en gemakkelijk<br />

te transporteren elektronisch klavier (synthesizer)<br />

meer klankkleur kan bieden.<br />

‘Stoppeltje (woke up this morning)’ met Arne Leurentop, academiejaar<br />

07-08 © Stef Stessel<br />

Ten vierde spitst het onderzoek zich toe op<br />

een aangepaste vormgeving, zowel wat het scènebeeld<br />

(aangepaste locatie) als wat de kostumering<br />

betreft; er dient rekening gehouden te worden<br />

met de beperkingen van de locaties, het speelvlak,<br />

het aantal vertolkers, het budget en transportmogelijheden.<br />

Op te merken valt dat deze vier onderzoeksvlakken<br />

niet opeenvolgend dienen behandeld te<br />

worden, maar gedeeltelijk simultaan. Het resultaat<br />

van het ene onderzoek zal het verloop van<br />

het andere beïnvloeden. Vermits het hier gaat<br />

om een samenwerking tussen schrijven en com-<br />

poneren, vertolken, acteren en zingen, dans en<br />

beweging, kostumering en scenografie, dramaturgie<br />

en regie, is dit een ‘multidisciplinair’ project<br />

in de breedste betekenis van het woord.<br />

Een eenmalig experiment is niet voldoende<br />

om tot een onderbouwde methodologie te komen.<br />

Daarom wordt het onderzoek gedurende drie opeenvolgende<br />

jaren opnieuw gevoerd, met andere<br />

thema’s en andere invalshoeken (cf. infra).<br />

| De doelgroepen<br />

Beroepsveld: Het genre van het mega-muziektheater<br />

zit de laatste decennia enorm in de<br />

lift. Deze ‘cultuurconsumptie’ heeft de laatste jaren<br />

een behoorlijk segment van de podiumkunsten<br />

veroverd, maar zit ook stevig in de greep van<br />

de privé-ondernemingen. Door de grootte van de<br />

noodzakelijke investeringen wordt er bitter weinig<br />

(tot zelfs niets) aan de ontwikkeling van het<br />

genre gedaan. De geboden spektakels situeren<br />

zich alle in het mega-genre.<br />

Het ontwikkelen van een methodiek voor<br />

het creëren van een artistiek verantwoord kleinschalig<br />

muziektheater kan inhaken op het actuele<br />

succes van het (mega)muziektheater, maar kan<br />

tevens voor een artistiek verantwoord alternatief<br />

zorgen. Bovendien kan dit vernieuwde genre<br />

werkgelegenheid scheppen voor jonge artiesten,<br />

die na hun opleiding het vernieuwde genre van<br />

het hedendaags muziektheater zelf kunnen creeren<br />

én vertolken.<br />

5


Deeltijds Kunstonderwijs: De laatste jaren is<br />

er in het DKO een evolutie aan de gang. ‘Alternatieve’<br />

kunstopleidingen, die aansluiten bij wat er<br />

in onze maatschappij leeft, worden meer en meer<br />

aangeboden. De ‘klassieke’ zangopleiding wordt<br />

aangevuld met een zangopleiding voor het ‘lichtere’<br />

genre, muzikaal theater en/of het musicalgenre.<br />

Het DKO beschikt niet over de nodige middelen<br />

(noch de nodige know how) om doelmatig<br />

onderzoek te verrichten naar artistiek verantwoord<br />

mini-muziektheater. Dankzij onderhavig onderzoeksproject<br />

kan een aanzet gegeven worden tot<br />

een aangepast repertoire.<br />

‘De Bakchanten’, Floris Schillebeeckx en Sam Wauters, academiejaar<br />

05-06 © Marleen Peeters<br />

| Samenwerking<br />

Van meetafaan was het in de afstudeerrichting<br />

Kleinkunst van het Departement dramatische<br />

kunst, muziek en dans de bedoeling niet uitslui-<br />

6<br />

tend makers en vertolkers op te leiden, maar ook<br />

studenten de mogelijkheid te geven een werkkring<br />

te vinden in het muziektheater. Inmiddels heeft<br />

de afstudeerrichting een creatief, interdisciplinair<br />

karakter.<br />

Het Hoger Instituut voor Dans biedt een<br />

dansopleiding, waarbij de student een waaier van<br />

mogelijkheden krijgt aangeboden om zich in het<br />

brede veld van de hedendaagse dans te profileren.<br />

In het Koninklijk Conservatorium wordt er naast<br />

de klassieke en de hedendaagse muziek ook een<br />

opleiding aangeboden in lichte muziek en jazz.<br />

De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten<br />

(departement B) huisvest een opleiding Theatervormgeving<br />

- theaterkostuumontwerpen, waar<br />

diverse aspecten van de hedendaagse scenografie<br />

aan bod komen. Deze afstudeerrichtingen bieden<br />

een enorm potentieel binnen de Hogeschool<br />

Antwerpen om gezamenlijk diverse vormen van<br />

muziek, zang, dans, drama en vormgeving te combineren,<br />

en om onderzoek te doen naar nieuwe<br />

mogelijkheden voor het niet-commerciële, artistiek<br />

verantwoorde kleinschalig muziektheater. Bij dit<br />

onderzoek betrekken ze ook de afdeling Theaterwetenschap<br />

van de Universiteit Antwerpen voor de<br />

wetenschappelijke en theoretische ondersteuning.<br />

Overigens voeren op dit ogenblik de theateropleidingen<br />

van de HA en de afdeling Theaterwetenschap<br />

van de UA tegelijkertijd een onderzoek naar<br />

een mogelijke ‘symbiose tussen theorie en praktijk’.<br />

Onderhavig onderzoeksproject is een continuering<br />

van de onderlinge samenwerking.


| Deel 1: De Bakchanten<br />

In oktober 2005 is eerst een inleiding geschreven,<br />

met evaluatie van Patricia Beysens’ ervaring in<br />

het bestaande kleinschalig muziektheater. Hieruit<br />

zijn reeds conclusies en vragen duidelijk geworden<br />

m.b.t. de werkwijze. Deze inleiding is doorgegeven<br />

aan Floris Schillebeeckx (student/onderzoeker)<br />

en de andere promotoren van het onderzoek.<br />

Floris heeft gezocht naar een boeiende thematiek<br />

om een (multi-disciplinaire) voorstelling te ontwikkelen.<br />

Euripides’ De Bakchanten uit ca. 405 v.<br />

Chr. werd door hem tot een meer hedendaagse en<br />

zingbare vorm bewerkt. Daarbij heeft hij muzikale<br />

thema’s en zanglijnen gecomponeerd en de volledige<br />

tekst getoonzet, waarna in samenwerking met<br />

medestudent Sam Wauters het geheel is gearrangeerd<br />

tot een genre ‘rockopera’, voor twee rollen<br />

(Dionysus en Pentheus). Hij heeft -met ontwerper<br />

Hugo Moens- de voorstelling scenisch ontwikkeld<br />

met decor, projecties en kostuums i.s.m. twee<br />

studenten ‘Theaterkostuum-ontwerpen’, waarna<br />

er in de laatste fase er nog twee muzikanten van<br />

buitenaf bij werden betrokken. Repetities werden<br />

bijgewoond en becommentarieerd door acteurs en<br />

musici van het Herman Teirlinck Instituut en externen<br />

uit het werkveld.<br />

Er werd een onderzoeksrapport opgemaakt<br />

over dit eerste luik, met diverse verslagen en een<br />

tekst van Toon Brouwers over ‘Dionysos en zijn<br />

Bakchanten’, waarin hij de rollen en historische<br />

achtergronden uitdiept. Floris Schillebeeckx heeft<br />

van het werkproces een logboek bijgehouden, later<br />

verwerkt in een uitgebreid verslag, geïllustreerd<br />

met scènefoto’s, dvd, cd en muzieknotaties.<br />

| Deel 2: Il Combattimento<br />

Het 2 e luik van het onderzoek is gestart door<br />

dezelfde twee studenten Kleinkunst (zanger/acteur/pianist)<br />

die aan het project De Bakchanten<br />

hebben meegewerkt, met dien verstande dat dit<br />

keer Sam Wauters als aanspreekpunt fungeerde<br />

en het logboek van het proces bijhield.<br />

‘Il Combattimento’, Sam Wauters en Floris Schillebeeckx, academiejaar<br />

06-07<br />

Waar bij het vorige project vertrokken werd<br />

van een Griekse tragedie, werd er nu uitgegaan van<br />

Monteverdi’s korte partituur ‘Il combattimento di<br />

Trancedi e Clorinda’, geplaatst in een grotere theatrale<br />

context. Aan de bestaande partituur werden<br />

akkoordenschema’s toegevoegd. Er werd geëxperimenteerd<br />

met het gebruik van toegevoegde, zelfgeschreven<br />

dialogen rond het thema. Er werden verschillende<br />

rekwisieten ingebracht om een aantal<br />

beelden te symboliseren.<br />

7


‘De Bakchanten’, Floris Schillebeeckx en Sam Wauters, academiejaar<br />

05-06 © Marleen Peeters<br />

Als 3 e speler werd gekozen voor een danseres<br />

(in de herneming vervangen door een actrice/<br />

zangeres); er werd gewerkt met exclusieve filmbeelden<br />

van Hadewych Cocquyt, studente aan de<br />

Academie voor Schone Kunsten HA, die een deel<br />

van het decor bepaalden; de kostuums werden geadviseerd,<br />

doch niet speciaal hiervoor ontworpen,<br />

door Oona Mampuys, Modeacademie Gent; het<br />

scènebeeld werd in overleg met Hugo Moens bepaald<br />

en besloeg over een oppervlak van ca. 1 x 10<br />

meter een waterpartij; voor deze productie is gebruik<br />

gemaakt van 2 klavieren, waarvan één met<br />

een typische ‘tingeltangelklank’ om een bevreemdend<br />

effect te verkrijgen.<br />

Il Combattimento is kleinschalig qua spelers,<br />

evenwel niet eenvoudig om te bouwen tot een, ook<br />

voor reisvoorstellingen, wendbare productie. Er is<br />

8<br />

een reeks voorstellingen (5) gespeeld in de Herman<br />

Teirlinck Zaal en 1 reisvoorstelling op het<br />

Internationaal Theaterscholen Festival 2007 in De<br />

Brakke Grond te Amsterdam. Logboek, muzikale<br />

aantekeningen, bedenkingen en conclusies zijn<br />

verwerkt tot een verslag, inclusief een dvd van de<br />

eerste scenische versie en een cd van het muzikale<br />

gedeelte.<br />

| Deel 3: Stoppeltje (woke up this morning)<br />

Het laatste luik is gerealiseerd door masterstudent<br />

Kleinkunst Arne Leurentop in het kader van<br />

het Lanceerplatform van Luxemburg vzw, gecoacht<br />

door Arlette Van Overvelt. Er werd dit keer vertrokken<br />

van een bestaand beeldverhaal voor kinderen,<br />

zonder tekst (Stoppeltje ‘De gulzige zeemeermin’<br />

van Pierre Bailly en Céline Fraipont). Hierbij werd<br />

muziek gecomponeerd en een tweede verhaallijn<br />

geconstrueerd, waarin een zwerver (Arne)<br />

synchroon een gelijkaardig avontuur meemaakt<br />

als Stoppeltje, resulterend in een muziektheatervoorstelling<br />

voor kinderen (6+). Er werd gebruik<br />

gemaakt van computersoftwareprogramma’s (Cubase,<br />

Abletomlive-6) als basis voor de composities<br />

voor stem en live-instrumenten (o.a. viool, elektrische<br />

gitaar, accordeon). De voorstelling bevat<br />

schaarse speelteksten en werkt vooral met beeld<br />

(animatie en ‘stil’ spel) en muziek; hierdoor kunnen<br />

spontane reacties van de kinderen de verhaallijn<br />

niet storen en dragen de reacties zelfs bij tot de<br />

spanningslijn.


Deze voorstelling zal binnenkort nog te zien<br />

zijn in Het Paleis op 21 mei om 17u. en 19u. in ‘De<br />

Serre’ in het kader van het Paletfestival.<br />

‘Stoppeltje (woke up this morning)’ met Arne Leurentop,<br />

academiejaar 07-08 © Stef Stessel<br />

Er zijn veel verschillende manieren om tot een<br />

muziektheatervoorstelling te komen (nieuwe tekst<br />

op bestaande compositie, bestaande tekst op nieuwe<br />

muziek, een constante combinatie van tekst en<br />

muziek, zoals in opera, afwisseling tussen muziek<br />

en spelmomenten, enz., enz.). Je kunt verschillen-<br />

de talen gebruiken om een programma internationaal<br />

op te bouwen; je kunt nog andere disciplines<br />

verwerken zoals, dans, beeldende kunst. Je kunt<br />

een concertvorm gaan aankleden met beeld, waardoor<br />

het een concert wordt om naar te ‘kijken’, of<br />

liederen in een dramatisch geheel plaatsen met<br />

de thematiek van de liederen als rode draad. Bij al<br />

deze vormen stellen er zich vragen zoals:<br />

- Botsen de verschillende disciplines of verrijken<br />

ze elkaar? (elke discipline heeft haar eigen werkproces).<br />

- In hoeverre vraag je aan spelers om multidisciplinaire<br />

te werken om de vormen meer te kunnen<br />

vermengen en grenzen te doen vervagen?<br />

- Moet je uitgaan van de mogelijkheden van de spelers<br />

om de voorstelling te concipiëren of maak je<br />

een geraamte voor de voorstelling en ga je daarna<br />

op zoek naar de juiste mensen?<br />

- Zijn voorstellingen herhaalbaar met een andere<br />

cast (opera’s worden door zeer verschillende gezelschappen<br />

opgevoerd)?<br />

- Doorstaat het concept de tijd?<br />

Samenvatting van een tekst van Toon Brouwers<br />

en Patricia Beysens.<br />

9


10<br />

Zer-ismen<br />

Zelfevaluatie van de dramaopleidingen<br />

In december 2007 v o l t o o I d e o n z e d r A m A o p l e I-<br />

d I n g, H e t He r m A n teIrlInck In s t I t u u t, H A A r<br />

z e l F e v A l u A t I e r A p p o r t (zer) In v o o r b e r e I d I n g<br />

o p d e A A n s t A A n d e onderwIjsvIsItAtIe.<br />

HA n s do w I t , v A n 1990 t o t 2006 A c t I e F In H e t<br />

A r t I s t I e k m A n A g e m e n t v A n Het zuIdelIjk toneel<br />

eI n d H o v e n en toneelgroep Am s t e r d A m ,<br />

Is s I n d s A n d e r H A l F j A A r Algemeen c o ö r d I n A t o r<br />

v A n d e opleIdIng. HIj redIgeerde H e t zer en<br />

scHreeF H e t goeddeels.<br />

ImpressIes v A n een nIeuwkomer.<br />

Als je recht uit het werkveld komt, met ervaring in het Nederlandse<br />

theater, en je weet eigenlijk niet hoe het Vlaams onderwijs<br />

ineensteekt, dan roept het woord visitatie hooguit beelden op van<br />

middeleeuwse retabels of ingewandenonderzoek. Raak je eenmaal<br />

ingewerkt in wat de Europese eenwording en de ministeriële onderwijsdecreten<br />

de afgelopen jaren in het Vlaamse hoger onderwijs<br />

hebben teweeggebracht (en wat nog niet), dan wordt gaandeweg<br />

duidelijk welke belangen er op het spel staan en wat precies bij<br />

sommigen de nekharen overeind zet.<br />

De totstandkoming van het ZER van het Herman Teirlinck<br />

Instituut (HTI) en de gespannen afwachting van de visitatie<br />

systematisch beschrijven zou neerkomen op een tweede<br />

ZER. Of toch daaromtrent. Dat lijkt wat overbodig; de inhoud<br />

van dit ZER zal spoedig genoeg in bredere kring verspreid<br />

zijn. Niettemin kan het interessant zijn (en misschien zelfs<br />

nuttig voor derden) om een indruk te krijgen van wat onze<br />

opleiding zoal is tegengekomen in het proces van zelfevaluatie.<br />

Daarover gaat dit stukje, dat overigens geen volledigheid<br />

beoogt; lees hier een persoonlijke impressie van wat wij deden<br />

met ons ZER en wat het doet met ons.<br />

Het Herman Teirlinck Instituut is ontstaan uit drie<br />

autonome, betrekkelijk kleine scholen, die in het afgelopen<br />

decennium binnen de Hogeschool Antwerpen zijn samengevoegd<br />

tot één opleiding met drie afstudeerrichtingen, als on-


derdeel van het Departement dramatische kunst,<br />

muziek en dans.<br />

Een kenmerk dat mij trof toen ik bij de opleiding<br />

begon te werken in augustus 2006, is dat<br />

de geschiedenis van de oorspronkelijke scholen en<br />

van het ontstaan van de huidige opleiding een actieve<br />

rol speelde in alle vergaderingen en gesprekken<br />

met mijn collega’s. Men vertelde mij spontaan<br />

hoe het allemaal zo was gekomen (… de staking!)<br />

en legde de huidige toestand van de opleiding ook<br />

gedurig langs de meetlat van haar verleden.<br />

Een tweede karakteristiek leek me, dat de opleiding<br />

voor een belangrijk deel bestond in hoofd<br />

en hart van haar deelnemers. Ik ontdekte dat terwijl<br />

ik zocht en navraag deed naar basisgegevens<br />

over het wezen van HTI. De opleiding bleek een<br />

lange geschiedenis van mondelinge en praktische<br />

overlevering te hebben, waarin zelfkritiek, ontwikkeling,<br />

tegenslag en innovatie hun plaats hadden,<br />

maar die relatief weinig concrete neerslag kende.<br />

Naarmate de nood drong om met het schrijven<br />

van het ZER te beginnen moest ik dus, zo werd<br />

me duidelijk, de historiek, evolutie, traditie en de<br />

plaats van HTI in het werkveld voor een belangrijk<br />

deel ontlenen aan uitwisselingen met mijn collega’s<br />

en met die gegevens de nodige aanvulling maken<br />

op wat er over de opleiding op schrift stond.<br />

Ontleend aan de Europese inzichten in (hoger)<br />

onderwijs en aan de afspraken die over de Nederlands-Vlaamse<br />

accreditatie (d.w.z. beoordeling<br />

en dus financiering door de overheden) gemaakt<br />

zijn, geeft de officiële richtlijn voor zelfevaluatie<br />

zes onderwerpen die besproken dienen te worden,<br />

ieder met een aantal deelfacetten. Deze onderwerpen<br />

(doelstellingen, programma, inzet van personeel,<br />

faciliteiten, kwaliteitszorg en resultaten) zijn<br />

natuurlijk geenszins willekeurig gekozen. Ze volgen<br />

op logische wijze uit de uitgangspunten die<br />

worden gehanteerd voor valide interne en externe<br />

kwaliteitszorg van onderwijsinhoud en -organisatie.<br />

Ze laten bovendien (met de typische ambigue<br />

‘afstandelijkheid’ van overheden) op organische<br />

wijze ruimte voor de eigen onderwijsinhoud van<br />

de betreffende opleiding, als sleutel voor kwaliteit.<br />

Anders gezegd: je mag in een ZER ieder onderwijsprogramma<br />

beschrijven en evalueren dat je<br />

wilt, als je maar bewijst dat de gehanteerde kwaliteitscriteria<br />

consistent zijn. En effectief! Toen ik<br />

me er eenmaal toe had gezet ‘fellow traveller’ te<br />

zijn op weg naar Bologna, kon ik met het officiële<br />

protocol en de criteria redelijk goed uit de voeten.<br />

Echter, onze opleiding als geheel en de drie afstudeerrichtingen<br />

Acteren, Woordkunst en Kleinkunst<br />

afzonderlijk, zijn ontwikkeld volgens hun eigen<br />

concept en criteria. Het essentiële profiel van<br />

deze dramaopleiding is als een denkend lichaam;<br />

het wordt beschreven als stem, lichaam, theorie en<br />

artistieke praxis; je kunt het een soort röntgenfoto<br />

noemen van de kunstenaar-in-actie. Stel u dat denkend<br />

lichaam vervolgens voor in zijn drie verschijningsvormen:<br />

de acteur, de woordkunstenaar/mediamaker,<br />

de kleinkunstenaar.<br />

Tenslotte (gaat ’t nog?), stel u voor dat dit profiel,<br />

geplooid naar de persoonlijkheid van iedere<br />

11


student, maar validiteit krijgt indien gevuld met<br />

‘een vermoeden van talent’. De deus ex machina<br />

die nodig was om deze wezenlijke elementen in<br />

ons ZER op één lijn te krijgen, kwam uit de chemie<br />

van samenwerking binnen de opleiding en<br />

binnen het departement. Zelfevaluatie is ongeveer<br />

de basisattitude van interne kwaliteitszorg (IKZ)<br />

en ze wordt op departementaal niveau bewaakt<br />

door de IKZ-coördinatoren van de zes opleidingen<br />

(het Hoger Instituut voor Dans, het Koninklijk<br />

Conservatorium, de drie Specifieke Lerarenopleidingen<br />

en het HTI). Die zes opleidingen verkeren<br />

alle momenteel of in de nabije toekomst in enige<br />

fase van zelfevaluatie, in voorbereiding op een visitatie.<br />

In de departementale stuurgroep IKZ vergelijken<br />

de opleidingen via hun coördinatoren hun<br />

individuele situaties en ontlenen ideeën, inspiratie<br />

en beleid aan elkaar. Dat is niet alleen ten voordele<br />

van het departement, maar bevordert met name de<br />

diepgang en volledigheid in de zelfevaluatie van de<br />

deelnemende opleidingen. Nu het ZER van HTI<br />

geschreven is, het dezer dagen aan de aangestelde<br />

visitatiecommissie wordt voorgelegd en daarna op<br />

onze website beschikbaar zal zijn, breekt een nieuwe<br />

periode in het proces aan.<br />

Wanneer ik studenten, docenten of andere<br />

betrokkenen bij HTI er tussen soep en patatten toe<br />

verleid zich te ‘identificeren’, krijg ik vaak te horen<br />

‘Ik studeer Woord’, ‘Ik werk al jaren op Studio’,<br />

of ‘Ik doe Toneel Dora (van der Groen)’. Wanneer<br />

studenten een affiche- of programmaontwerp voor<br />

hun projecten insturen, ontbreken steevast op drie<br />

van de vier de naam van de Hogeschool Antwerpen,<br />

de gerichtheid van hun opleiding (academisch<br />

12<br />

gerichte bachelor of master) of termen als ‘afstudeerrichting’<br />

en ‘masterproef’. En, gevraagd naar<br />

de huidige fase en de voortgang van hun studie,<br />

‘zitten’ studenten meestal ‘in het eerste (of tweede,<br />

derde…) jaar’ en zijn ze enthousiast over hun ‘klasgenoten’<br />

en de ‘lessen die ze krijgen’.<br />

Nu ik mezelf in de manie bevind van de officiële<br />

terminologieën van academisering, flexibilisering<br />

en accreditatie (onder verscheidene van dit<br />

soort neologismen zet mijn computer automatisch<br />

een opmerkelijk rood golflijntje), klinken die identificaties<br />

van HTI-ers mij in eerste instantie als<br />

niet correct, onvolledig of achterhaald.<br />

Formeel ben je namelijk academisch gerichte<br />

bachelorstudent drama aan het Departement dramatische<br />

kunst, muziek en dans van de Hogeschool<br />

Antwerpen, afstudeerrichting Acteren of<br />

werk je op de Campus Studio; studiejaren bestaan<br />

niet meer, je verkeert in je 1 e (of 2 e …) trajectschijf<br />

en in plaats van les te krijgen verwerf je competenties<br />

via de verschillende opleidingsonderdelen.<br />

Maar in een soort mentale double-take realiseer ik<br />

me dat deze dichtst betrokkenen zichzelf en hun<br />

‘school’ dus blijkbaar anders benoemen dan ik dat<br />

doe, anders dan ze voortaan in het algemeen benoemd<br />

worden.<br />

De volgende fase van voorbereiding op de onderwijsvisitatie<br />

zal erin bestaan alle deelnemers<br />

aan de opleidingen (ja, de academisch gerichte<br />

bachelor en de master zijn formeel twee opleidingen)<br />

vertrouwd te maken met de wijze waarop we<br />

in hun ZER hun opleiding hebben beschreven en


geëvalueerd. In vele gevallen zal dat erop neerkomen<br />

termen en concepten te verklaren die nieuw<br />

en vreemd lijken, maar die wel degelijk ons specifiek<br />

onderwijs representeren.<br />

Het is een opwindende en tegelijk hachelijke<br />

onderneming, zoiets als de Mount Everest beklimmen:<br />

voordat je met z’n allen de top hebt bereikt,<br />

moet je door veel sneeuw en ijs en langs duizelingwekkende<br />

ravijnen. Ik voel me soms een sherpa.<br />

Hans Dowit<br />

13


De kunst is een ontembaar wild dier.<br />

Over de betekenis van kunst voor onze samenleving.<br />

Iv o v A n Ho v e b e g o n z I j n c A r r I è r e A l s<br />

toneelregIsseur In 1981. sI n d s 2001 Is<br />

H I j Algemeen dIrecteur v A n toneelgroep<br />

Am s t e r d A m . zIjn p r o d u c t I e s w o r d e n gespeeld<br />

b I j gerenommeerde gezelscHAppen en F e s t I v A l s.<br />

HIj regIsseerde verscHeIdene I n t e r n A t I o n A l e<br />

t H e A t e r-, m u s I c A l - en o p e r A p r o d u c t I e s en v I e l<br />

HIermee m e e r m A A l s In d e p r I j z e n. Intussen<br />

w e r k t H I j o o k A A n z I j n eerste lAngspeelFIlm<br />

‘Am s t e r d A m ’, d I e In H e t v o o r j A A r v A n 2008<br />

w o r d t u I t g e b r A c H t .<br />

Toen Theo van Gogh vermoord werd, vroeg men mij<br />

waarom in de schouwburgen over dit voorval geen voorstellingen<br />

werden gemaakt. Waarom liet het theater het afweten?<br />

Waar bleef de betrokkenheid van de theatermakers bij de<br />

maatschappij! Het gebrek aan reactie op de podia werd gezien<br />

als een zoveelste bewijs dat de kunst er niet meer toe doet en<br />

de theatermakers zich in ivoren torens hadden teruggetrokken.<br />

Meer en meer is er kritiek op kunstenaars die zich niet<br />

engageren, geen ethisch oordeel, geen opvatting over goed en<br />

kwaad hebben. De kunst als bewaker van de tijdgeest, kunst<br />

die niet vrijblijvend is, dat zou het credo moeten zijn. Kunst<br />

die een standpunt inneemt, partij kiest.<br />

Het belang van de kunst voor de samenleving staat voortdurend<br />

ter discussie. Het spreekwoord ‘uit wiens hand men<br />

eet diens woord men spreekt’ gaat namelijk in het geheel niet<br />

op voor de kunst. Enerzijds geeft de maatschappij via subsidies<br />

geld aan kunstenaars om hun werk goed te doen, anderzijds<br />

uiten kunstenaars kritiek op de maatschappij, haar<br />

gezagdragers en burgers. Het is een paradoxale situatie die<br />

vaak tot misverstanden en conflicten leidt. Censuur is uiteindelijk<br />

de ultieme bestraffing voor de kunstenaar die de grenzen<br />

overschrijdt. Nederland huldigt het heilige principe dat<br />

door Thorbecke in de grondwet van 1848 kernachtig is weergegeven:<br />

‘’Kunst is geene zaak van de regering. De regering<br />

is geen oordelaar van wetenschap en kunst’. Wat is dan de<br />

15


ehoefte van de politiek aan kunstenaars die tegen<br />

de stroom in schilderen, schrijven of theater maken<br />

en de angst voor diezelfde kunstenaars. Voor<br />

Plato was de kunst een schijnafbeelding van een<br />

schijnwerkelijkheid en dus nutteloos. In onze tijd<br />

wordt kunst vaak onschadelijk gemaakt door te<br />

stellen dat ze niet maatschappelijk relevant is. De<br />

relevantie van kunst wordt dan meestal afgemeten<br />

aan cijfers, inkomsten. De kunst wordt vervolgens<br />

als elitair bestempeld, entertainment voor de happy<br />

few. Maar in de massamedia kunnen we elke dag<br />

zien wat de gevolgen zijn van het monopolie van de<br />

publiekscijfers. Elke dag zien we op alle televisiekanalen,<br />

overal ter wereld, op hetzelfde uur dezelfde<br />

programma’s. Geef het volk wat het wil lijkt het devies<br />

- tegenover de maatschappelijke nutteloosheid<br />

van kunst.<br />

Benjamin Barber, politicoloog en ex-adviseur<br />

van president Clinton, stelt dat het kapitalisme de<br />

voorbije vijf eeuwen op een eenvoudig principe berustte:<br />

het produceren van goederen die overeenkwamen<br />

met reële noden en verlangens, waardoor<br />

grotere rijkdom het gevolg was. Het verenigde<br />

zelfbelang en altruïsme. De retoriek van ons ontspoorde<br />

hedendaagse kapitalisme brengt echter<br />

veel onnodige zaken aan de man. Waarom drinken<br />

mensen geen kraanwater, in de Verenigde Staten<br />

wordt jaarlijks 20 miljard dollar aan gebotteld water<br />

uitgegeven, terwijl er uit iedere kraan perfect drinkbaar<br />

water komt. Op hetzelfde moment hebben vier<br />

miljard mensen op deze aarde géén schoon water.<br />

Winstmaximalisatie en dus de macht van de cijfers<br />

werkt vaak maatschappelijk contraproductief. Het<br />

belang van iets voor onze samenleving kan nooit<br />

16<br />

alleen in kwantiteiten uitgedrukt worden. Kunst<br />

vraagt een ander kader, andere begrippen en is wezenlijk<br />

verbonden met onze samenleving.<br />

Enerzijds is er een grote afstand tussen de politiek<br />

en de kunst, anderzijds legt de politiek steeds<br />

meer verplichtingen op aan kunstenaars. Op dit<br />

moment schrijft de commissie Sanders op vraag<br />

van minister Plasterk een rapport over ‘de wijze<br />

waarop verbindingen gelegd kunnen worden tussen<br />

de cultuursector en andere maatschappelijke<br />

sectoren, redenerend vanuit de eigen kracht en intrinsieke<br />

waarde van de cultuur en de mogelijkheden<br />

om de betrokkenheid bij cultuur te vergroten,<br />

ook in financiële zin’. In de tussenrapportage stelt<br />

de commissie dat er gewerkt moet worden aan het<br />

verbeteren van de economische bedrijfsvoering,<br />

uitbreiding van het marketingpotentieel, relatie<br />

met het bedrijfsleven en de bijdrage aan het maatschappelijk<br />

debat. Opvallend is dat in de verdere<br />

toelichting met geen woord gerept wordt over die<br />

bijdrage aan het maatschappelijk debat. De commissie<br />

lijkt ervan uit te gaan dat verzakelijking en<br />

economische maatregelen voldoende zijn om dat<br />

draagvlak te creëren; een gedachte die al lang niet<br />

meer voldoet aan de echte noden van onze tijd. Een<br />

land dat het maatschappelijk belang van de kunst<br />

alsmaar ter discussie stelt is een beetje ziek.<br />

Een paar jaren geleden kreeg ik wat Amerikanen<br />

een wake up call noemen. De orkaan Katrina<br />

was voor de Amerikanen zo’n wake up call, niemand<br />

begreep dat dit hen kon overkomen. Het leek alsof<br />

de hele natie tot dan in een droom had geleefd en de<br />

realiteit zich nu in zijn gruwelijk naakte geweld liet


zien. Het regisseren van Wagner’s tetralogie Der<br />

Ring des Nibelungen verandert je leven, zegt men.<br />

Het is een cliché maar vaak schuilt in clichés waarheid.<br />

Toen ik gevraagd werd De Ring te regisseren<br />

heb ik tijdens de voorbereidingen alle boeken over<br />

Wagner snel terzijde gelegd, het bracht mij geen<br />

inzicht in Wagners uiteindelijke bedoeling, een<br />

operacyclus maken die iets betekenisvols kan zeggen<br />

over de tijd waarin we leven. Wagnerfanaten<br />

die van regisseurs verlangen dat ze de grote meester<br />

op de voet volgen, lijken te vergeten dat Wagner<br />

zelf een vlekkeloos, volgens al zijn aanwijzingen<br />

opgevoerde Ring terzijde schoof. Het zegt iets over<br />

Wagners theatraal vernuft dat hij zelf meteen voorstelde<br />

de operacyclus in volstrekte duisternis op te<br />

voeren, een idee dat regisseur Lars von Trier van<br />

hem overnam toen hij in Bayreuth gevraagd werd.<br />

De huidige intendant Wolfgang Wagner bestempelde<br />

het concept als onuitvoerbaar. Wagner opvoeren<br />

vergt niet alleen een goed theatraal instinct en<br />

grote vakkennis, maar ook een benadering die veel<br />

breder is, een wake up call. De 19de eeuwse componist<br />

Richard Wagner deed mij teruggrijpen naar<br />

hedendaagse sociologen en filosofen, naar Benjamin<br />

Barber, Ian Buruma, Peter Sloterdijk, Amin<br />

Malouf, Zygmunt Bauman en Manuel Castels. Ze<br />

bezorgden mij een wake up call, een inzicht in een<br />

wereld waarin ik elke dag leef.<br />

Feit is dat de eerste drie delen van de cyclus<br />

telkens het late journaal in Vlaanderen haalden. Bij<br />

Siegfried was dat het meest evident. Wagner vertelt<br />

in Siegfried het verhaal van een jonge man die<br />

zich vervreemd voelt van de bestaande wereld en<br />

zich terugtrekt in de bossen waar hij zich gelukkig<br />

voelt samen met de wilde beesten. Siegfried is gefrustreerd,<br />

ongelukkig, leeft met een stiefvader die<br />

hij haat, wil weg, een eigen leven leiden. Maar omdat<br />

hij nooit geleerd heeft lief te hebben kan hij enkel<br />

met geweld afscheid nemen. Hij vernietigt het<br />

aambeeld van zijn stiefvader, diens enige bestaansreden.<br />

Hij trekt de wereld in en vermoordt er twee<br />

mannen: Fafner, een ware kapitalist die met de<br />

door hem verkregen rijkdom niets doet, en Mime,<br />

de gehate ersatzvader. Siegfried kan enkel zichzelf<br />

zijn door anderen te doden. In dit verhaal zag ik een<br />

parallel naar de vele jonge mannen die over de hele<br />

westerse wereld verspreid bloedbaden aanrichten<br />

op hun scholen. Bekend zijn de jongens op de Columbine<br />

High School maar natuurlijk ook Seung<br />

Hui van Virginia Tech. In Vlaanderen hadden we<br />

Hans Van Temsche die uit onvrede en als wraak<br />

een jonge vrouw van niet Vlaamse afkomst en het<br />

blanke kindje van wie ze babysitter was, doodde.<br />

Zomaar. Zinloos geweld noemen we dat, maar telkens<br />

weer blijkt dat het geweld voor de dader wel<br />

degelijk zin heeft. Meestal plegen deze daders zelfmoord<br />

en laten een testament na in de vorm van<br />

een brief waarin blijkt dat deze jonge mannen zich<br />

alleen voelen, in de steek gelaten en beslissen om<br />

zich te wreken op wie hen dit heeft aangedaan. ‘Ich<br />

will Rache!’ schreef de jonge moordenaar die in het<br />

Duitse Emsdetten een aantal leraars en medestudenten<br />

doodde. ‘Het enige wat ik intensief op school<br />

geleerd heb, is dat ik een verliezer ben…Jullie zijn<br />

deze slachtpartij begonnen, niet ik. Mijn handelingen<br />

zijn een resultaat van jullie wereld, een wereld<br />

die mij niet laat zijn wie ik ben. Jullie hebben me<br />

uitgelachen, hetzelfde doe ik nu met jullie, ik heb<br />

alleen een ander soort humor…Ik ben weg’, het zijn<br />

17


de gruwelijk kille woorden van een 18-jarige jonge<br />

man. Siegfried voelt hetzelfde en doet hetzelfde. Hij<br />

wreekt zich op Mime, zijn stiefvader, de man die<br />

hem dit heeft aangedaan. Het libretto liegt er niet<br />

om: ‘Jij leerde mij veel, Mime, maar wat jij mij het<br />

liefst geleerd had, lukt nooit: hoe ik jou moet verdragen!<br />

Zet je me drank en voedsel voor, dan voedt je<br />

mijn weerzin alleen.’ We besloten om Seung Hui,<br />

de Virginia Tech moordenaar op het affiche te zetten.<br />

Een voorbereiding van een opera duurt jaren,<br />

de premières liggen lang op voorhand vast en dus<br />

ook het concept van Siegfried, ingegeven door de<br />

talrijke voorbeelden van jonge moordenaars uit<br />

Amerika en elders die door het veelvuldig spelen<br />

van videogames fictie en realiteit door elkaar halen,<br />

zich verkleden in gevechtskleding als uit de fantasiewereld<br />

van de Ninja’s en vervolgens hun haat<br />

omzetten in moord alsof er bonuspunten te winnen<br />

zijn met elk slachtoffer. Het toeval wil dat het proces<br />

Van Temsche van start ging tijdens de repetities van<br />

Siegfried en de affiches een paar dagen na afloop<br />

van het proces op straat hingen. Het affiche toonde<br />

een door Seung-Hui zelfgemaakte foto waarbij hij<br />

de loop van een geweer op de camera richt; een hard,<br />

confronterend beeld passend bij een opera met een<br />

hard, confronterend verhaal.<br />

Vervolgens gebeuren twee dingen: Het Laatste<br />

Nieuws (de Telegraaf van Vlaanderen) publiceert<br />

een bijna paginagroot artikel waarin de advocaat van<br />

één van de slachtoffers verkondigt dat het affiche<br />

smakeloos is. Tegelijk verklaart de minister van Cultuur<br />

Bert Anciaux dat hij dit beschouwt als artistieke<br />

vrijheid en hij van een regisseur als van Hove verwacht<br />

dat hij opera’s maakt over hete hangijzers.<br />

18<br />

In het zog van Het Laatste Nieuws ontstond<br />

er een maalstroom van publicaties van de publieke<br />

omroep tot de kleinste stadskrant. Het toonaangevende<br />

dagblad De Morgen wijdde er zelfs een redactioneel<br />

commentaar aan. Ik werd geïnterviewd en<br />

ter verantwoording geroepen. Maar ik zag ook hoe<br />

een ploeg van het VTM-journaal op straat mensen<br />

die aan het affiche achteloos voorbijliepen, moest<br />

tegenhouden om hun reactie te peilen. De journalist<br />

van Het Laatste Nieuws was erin geslaagd een<br />

schandaalsfeer te creëren waarop vervolgens door<br />

alle media gretig werd ingepikt. Een voorbeeld van<br />

hoe nieuws gemaakt wordt. Vanaf deze dag kijk ik<br />

anders aan tegen het acht uur journaal. Maar veel<br />

belangrijker voor mijn verhaal hier was dat een opera<br />

plots in het midden van de belangstelling stond.<br />

Men kon niet begrijpen dat een componist van de<br />

19de eeuw een profetische opera had geschreven<br />

over maatschappelijke misstanden in het begin van<br />

de 21ste eeuw. Het belang van kunst was voor iedereen<br />

een dag lang duidelijk, het werd zelfs nieuws.<br />

Een voorbeeld van de relevantie van kunst maar ook<br />

van de tijdloosheid van tijdloze kunstwerken.<br />

Voor het Holland Festival 2007 maakte ik met<br />

Toneelgroep Amsterdam ‘Romeinse Tragedies’<br />

naar drie stukken van William Shakespeare, Coriolanus,<br />

Julius Caesar en Antonius en Cleopatra. Deze<br />

op zich minder bekende weinig gespeelde stukken<br />

bracht ik samen omdat ze gaan over politiek, politici<br />

en politieke mechanismen. Bij de voorbereiding<br />

stootte ik op de geschriften van Hannah Arendt<br />

waarin ze stelt: ‘(Politiek is) de voor elk mens beslissende<br />

mogelijkheid zich sprekend en handelend in<br />

de wereld te begeven en een nieuw begin te maken’


en verder : ‘Wie enkel de waarheid wil zeggen, staat<br />

buiten het politieke veld, politiek is het voor een bepaalde<br />

zaak opkomen.’ Dit staat totaal in tegenstelling<br />

tot de waarheid die absoluut is. De waarheid<br />

is totaal apolitiek. Politiek houdt zich bezig met de<br />

maakbare wereld. Waarheid en politiek zijn aparte<br />

werelden. De politiek bestaat dankzij consensus,<br />

terwijl aan de waarheid niet getornd kan worden.<br />

Politiek kan enkel bestaan in de overtuiging dat de<br />

mens kan veranderen. Politiek kan dat alleen maar<br />

als ze tegelijk haar grenzen aanvaardt. De waarheid<br />

is door mensen niet te veranderen. Omdat de politiek<br />

en de waarheid per definitie op gespannen voet<br />

staan, proberen politici veiligheden in te bouwen via<br />

grondwetten, verklaringen van de rechten van de<br />

mens, het opdelen van de macht. De politiek krijgt<br />

haar legitimering door het representeren van de<br />

mening van een zo groot mogelijke groep mensen.<br />

Een mening is geen axioma. Er is overleg nodig om<br />

tot een gezamenlijk standpunt te komen. Mensen<br />

zijn in staat altijd opnieuw te beginnen, gaan niet<br />

gebukt onder een noodlot. Vrij handelen is handelen<br />

in de openbaarheid, en dat is per definitie het<br />

terrein van de politiek.<br />

Het geloof in een maakbare samenleving is de<br />

oorsprong van de politiek. Politiek is mensenwerk,<br />

het werk van mensen die geloven dat ze hun eigen<br />

lot in handen hebben. Politiek ontstaat wanneer<br />

meerdere mensen via praten, overleg en evaluaties<br />

proberen greep te krijgen op een probleem en vervolgens<br />

sturing te geven aan de loop der dingen.<br />

Het is een netwerk van meningen, het laat zien<br />

hoe via consensus veranderingsprocessen worden<br />

ingezet en hoe veranderlijk, flexibel maar ook hoe<br />

beïnvloedbaar mensen zijn. Eigen aan de politiek is<br />

dat elke consensus steeds weer onder druk komt te<br />

staan, gezamenlijk genomen besluiten worden telkens<br />

weer ter discussie gesteld, bekritiseerd en teruggedraaid.<br />

Nogmaals politiek is mensenwerk.<br />

Hiermee kom ik tot mijn stelling dat de kunst<br />

en de samenleving even wezenlijk verbonden zijn<br />

als de politiek en de samenleving. Beide hebben<br />

hun heel eigen dynamiek, doel en middelen. Als<br />

het zo is dat de politiek een waarheid maakt door<br />

overleg en tolerantie van andermans ideeën dan<br />

houdt de kunst zich precies met die waarheid bezig<br />

maar dan niet op een wetenschappelijk niveau<br />

maar wel op een poëtisch niveau. De kunst is van<br />

wezenlijk belang voor de maatschappij. Kunst zorgt<br />

ervoor dat we onze diepste angsten, frustraties en<br />

verlangens kunnen beleven in musea, concertgebouwen,<br />

theaters en bioscopen. Vergelijk het met<br />

dromen; ikzelf heb hoogtevrees en steevast eindigen<br />

mijn dromen op het moment dat ik dreig van<br />

een brug of een rots te vallen. Het is een manier<br />

om deze angst te bedwingen en leefbaar te houden.<br />

Dromen houden ons in leven, zoals ook de kunst<br />

de samenleving in leven houdt. De kunst als zuiveringsstation<br />

van onze samenleving. In onze theaters<br />

kunnen we ongestraft gadeslaan hoe Macbeth een<br />

bloedbad aanricht om zijn macht te consolideren,<br />

hoe Medea uit redeloze wraak haar kinderen doodt.<br />

In het theater beleven we hoe Romeo en Julia zoveel<br />

van mekaar houden dat ze zich als lemmingen de<br />

dood in storten. Wij gaan naar onze theaters om te<br />

beleven waarvoor we in ons dagelijkse leven angst<br />

hebben of waarnaar we intens verlangen. Dat is de<br />

scheidslijn tussen politiek en kunst.<br />

19


De politiek moet zich bezig houden met de<br />

orde in de samenleving, de kunst met de chaos.<br />

Het zijn de grensconflicten die de rol van de kunst<br />

maar ook die van de politiek de laatste jaren vertroebelen.<br />

Politici aan de rechtse of de linkse kant<br />

van het spectrum knagen aan de scheidslijn tussen<br />

chaos en orde. Politiek houdt zich vandaag vaak bezig<br />

met de gevoelens van de onderbuik, gevoelens<br />

van onrust, frustratie over de aanwezigheid van teveel<br />

vreemdelingen, gevoelens van vervreemding<br />

in een geglobaliseerde wereld. Ik heb het aan den<br />

lijve gevoeld toen een aantal jaren geleden in Antwerpen<br />

de burgers van de ene op de andere dag<br />

vuilnis moest sorteren. Van de een op de andere<br />

dag, althans zo voelde ik dat, want de gemeente had<br />

het nieuwe systeem niet zorgvuldig uitgelegd. Het<br />

Vlaams Blok sprong daar meteen op en nagelde de<br />

gemeenteraad aan de schandpaal. Even was mijn<br />

onderbuikgevoel aan de haal gegaan met mijn verstand<br />

en ik begreep plots waarom 1/3de van de Antwerpenaren<br />

op een extreem rechtse partij stemden:<br />

zij begrepen mijn problemen tenminste. Want dat<br />

is wat extreme partijen altijd doen, inspelen op problemen<br />

die je dagelijks voelt en waarvoor je je niet<br />

gehoord waant. Ze onderkennen de realiteit van de<br />

angst. Het probleem ontstaat wanneer ze een realiteit<br />

van bedreigingen van buitenaf construeren<br />

om deze angst te bezweren, ze geven je het gevoel<br />

dat de strijd tegen de multiculturele samenleving,<br />

tegen de migratie, tegen de globalisering te winnen<br />

is.<br />

Het is de kracht en opdracht van de kunstenaar<br />

aan de achterkant van de dingen te gaan kijken. Harold<br />

Pinter zei hierover het volgende bij de aanvaar-<br />

20<br />

ding van de Nobelprijs in 2005: ‘Als we in de spiegel<br />

kijken, denken we dat het beeld voor onze ogen<br />

accuraat is. Maar beweeg een millimeter en het<br />

beeld verandert. We kijken eigenlijk naar een nooit<br />

stoppende variatie van reflecties. Maar soms moet<br />

een schrijver die spiegel aan stukken slaan, omdat<br />

de waarheid ons van de andere kant van de spiegel<br />

aankijkt. Ik geloof dat de echte waarheid vertellen<br />

over onze levens en onze samenleving een cruciale<br />

taak is die elke burger op zich zou moeten nemen.<br />

Het is zelfs verplicht. Als die vastberadenheid niet<br />

vervat zit in onze politieke visie dan schiet er niet<br />

veel hoop meer over om te herstellen wat we bijna<br />

kwijt zijn: onze menselijke waardigheid.’ Ik lees in<br />

Pinters woorden een missie voor alle kunstenaars<br />

en voor de kunst in het algemeen, achter de dingen<br />

te kijken, achter de spiegel te kijken of zelfs de<br />

spiegel aan stukken slaan. Is dat niet wat we van de<br />

kunst verwachten in onze samenleving.<br />

Het is een groot misverstand de kunst maatschappelijk<br />

in te zetten, kunst als maatschappelijk<br />

werk. In Nederland is er al geruime tijd een hang<br />

naar verambtelijking van de kunst. Niet voor niets<br />

heet het desbetreffende ministerie dan ook Ministerie<br />

van Cultuur, niet van Kunst. Dat zet de deur al jaren<br />

open voor allerlei maatschappelijke opdrachten<br />

die de relevantie van de kunst moeten legitimeren.<br />

In het begin van de jaren 90 moest dat door goed<br />

ondernemerschap, later door het aanspreken van<br />

nieuwe doelgroepen, dan weer was educatie speerpunt<br />

van het cultuurbeleid. Ik wil niet verkeerd begrepen<br />

worden: ik vind dat de kunsten, en laat mij<br />

vanuit mijn vakgebied hier voornamelijk over podiumkunsten<br />

spreken, wel degelijk een grote profes-


sionaliseringsslag te maken hebben. Wel degelijk<br />

ondersteun ik het grote belang van kwaliteitsvolle<br />

educatieve projecten, vanzelfsprekend wil elke theatermaker<br />

voor volle zalen spelen. Maar een teken<br />

des tijds is dat door het accent telkens weer op dit<br />

soort speerpunten te leggen de legitimiteit van de<br />

kunst altijd weer ter discussie staat want de kunst<br />

op zichzelf blijkt geen voldoende maatschappelijke<br />

relevantie te hebben. In Nederland wordt kunst tot<br />

een instrument herleidt, in een kooi gestopt, het<br />

wild dier wordt getemd.<br />

Ik geloof in kunst die ons een blik achter de<br />

dingen gunt, subversief is. Het is zoals de ‘grizzly<br />

man’ Timothy Treadwell, de amateur beerexpert en<br />

natuurbeschermer die na dertien zomers in harmonie<br />

met beren te hebben samengeleefd, door<br />

een beer gedood en opgegeten wordt. De natuur is<br />

onverschillig, niet menselijk. Zo ook heeft de kunst<br />

haar eigen aard, volgt haar eigen wetten, als een<br />

niet te temmen wild dier. Hoe vaak relativeren we<br />

de aanval van een dier als een toeval, een ongeval.<br />

Denken we aan de krokodillenjager Steven Irwin<br />

die door een giftige pijlstaartrog gedood werd en<br />

aan Siegfried en Roy die in Las Vegas met witte tijgers<br />

samenleven alsof het huisdieren zijn. Een van<br />

hun wilde tijgers viel Roy aan, zonder mededogen.<br />

Zo is het ook met kunst, kunst die er toe doet is<br />

wild als een tijger, een beer of een pijlstaartrog.<br />

In Nederland bestaat er een hardnekkige tendens<br />

om kunst tot een instrument voor het verbeteren<br />

van de samenleving te maken of wordt verwacht<br />

dat kunst een morele uitspraak doet over<br />

goed en kwaad.<br />

Het is belangrijk voor de politiek, voor de samenleving,<br />

te beseffen dat het niet de essentiële<br />

rol van kunst is om te achterhalen voor wie je moet<br />

stemmen, tot een inzicht te komen in het Midden<br />

- Oosten conflict of de moord op Van Gogh te bediscussiëren.<br />

Daarvoor zijn andere media zoals<br />

kranten, <strong>tijdschrift</strong>en en televisie meer toereikend.<br />

Ik ben niet geïnteresseerd in de morele opvattingen<br />

van kunstenaars. In een museum, schouwburg of<br />

bioscoop wil ik ondergedompeld worden in chaos.<br />

Ik wil verward worden, bang zijn, hoop hebben.<br />

Kunst kan verrassen, gevaarlijk zijn mits het vrijplaats<br />

is. De kunstenaar durft los te staan van de realiteit,<br />

brengt ons in vervoering en schokt door een<br />

kijk in onze zwarte ziel te geven. Kunst is tijdloos,<br />

mag en moet zelfs buiten de tijd durven staan. Enerzijds<br />

bepleit ik de absolute autonomie. Anderzijds<br />

besef ik dat in een samenleving waar vele smaakmakers<br />

betwisten of er wel kan samengeleefd worden<br />

het theater en andere kunstvormen een wezenlijke<br />

rol kunnen spelen. Kunst moet gaan over de grote<br />

thema’s van vandaag, over identiteit, globalisering,<br />

migratie en multiculturaliteit. Het kan de perfecte<br />

missing link zijn waardoor de kunst onbedoeld<br />

maatschappelijke doelen dient. De grote thema’s<br />

van vandaag die moeten te zien zijn op onze podia<br />

door een blik achter de spiegel te gunnen, niet door<br />

simpelweg in die spiegel te kijken.<br />

Dank u voor uw aandacht.<br />

Ivo van Hove<br />

Verkorte versie van de Machiavellilezing 2008<br />

21


22<br />

Wat mag en wat moet...<br />

vr I j d A g 15 m A A r t t o o n d e n d e b A c H e l o r -3<br />

s t u d e n t e n Acteren H u n s p e l p r o j e c t, o.A.<br />

A A n g e k o n d I g d A l s ‘Ik z e g m A A r z o een m e n s Is<br />

n I e t g e m A A k t v A n s t r o’. Het w e r d een u n I c u m:<br />

d e s t u d e n t e n z A g e n redenen o m d e d r I e v o o r-<br />

z I e n e v o o r s t e l l I n g e n n A H u n j u r y b e s p r e k I n g<br />

t e A n n u l e r e n.<br />

‘Be there or be square’ bleek achteraf een geschikt motto voor<br />

de voorstelling van Stef Aerts, Bart Hollanders, Matteo Simoni<br />

en Rik Verheye, begeleid door Peter Gorissen. Wie de uiteindelijk<br />

eenmalige voorstelling van de bachelor-3 studenten heeft gemist,<br />

kan alleen meepraten over wat de makers zelf en hun publiek (onder<br />

wie de jury) achteraf als commentaar loslaten. En doordat de<br />

Zwarte Zaal van het Conservatorium ook op volle capaciteit maar<br />

een beperkt aantal toeschouwers plaats biedt, dreigt de massa besprekers<br />

inmiddels die van de feitelijke beschouwers te overstijgen.<br />

Niet verwonderlijk misschien, wanneer theatermakers een populair<br />

maatschappelijk verschijnsel als thema kiezen.<br />

Het welhaast mystificerende gesprek in de wandelgang<br />

betreft bijna uitsluitend het tweede deel van de voorstelling,<br />

het deel ‘van de studenten zelf’, gemaakt onder het wakend<br />

oog en de waarschuwende vinger van hun docent. De scène<br />

toont de auditie van twee jonge vrouwen voor wat zij denken<br />

dat een toekomstige televisieserie zal worden, een live auditie<br />

met een zogenaamd testpubliek. Wij, de toeschouwers in de<br />

Zwarte Zaal, inclusief de jury, waren het testpubliek, de publieksopwarmer<br />

was Verheye, de tegenspelers waren Aerts<br />

en Simoni, de crew (met dolly, crane en twee camera’s) bestond<br />

uit (professionele) vrienden en ex-studenten, alles live<br />

geregisseerd door Hollanders. De twee auditerende actrices<br />

speelden ‘voor de rol’, voor hen hing alles er vanaf. Ze waren<br />

-met nog zes meisjes voor de volgende geplande voorstellingen-<br />

gekozen uit 170 kandidates, die op de eerste selectieronde<br />

waren afgekomen wegens de aantrekkingskracht<br />

van een titel, een advertentie, een telefoonnummer en een emailadres.<br />

Ze bleken in alle opzichten de sterren van de voor


stelling; de vier studenten speelden niet onverkort<br />

op een voor de hand liggend bachelor-3 niveau. De<br />

scène veroorzaakte bij mij het maximum van wat<br />

twee auditerende amateurspelers vermogen los te<br />

maken; in zoverre heb ik dus niet te klagen.<br />

De ‘ontknoping’ van de voorstelling was (uiteraard)<br />

dat de studenten en plein publique aan<br />

hun kandidates onthulden, dat zij slechts vier acteurs<br />

in opleiding waren, dat het publiek echt publiek<br />

was en dat het hele evenement een openbaar<br />

spelexamen was. Geen echte auditie, geen toekomstige<br />

televisieserie, geen rol in het vooruitzicht, wel<br />

‘fifty minutes of shame’. Consternatie, hilariteit,<br />

gefrons, tranen en wat al niet tot gevolg.<br />

Het onderzoek dat de studenten hadden geambieerd<br />

betrof de bedrieglijke schijn, de algemeen<br />

aanvaarde of toch getolereerde ‘fake’ die aan<br />

‘everyone’s fifteen minutes of fame’ ten grondslag<br />

ligt. Om die misstand (iemands gespannen verwachtingen<br />

exploiteren) aan te klagen, hebben ze<br />

zichzelf en hun uiterst professioneel geproduceerde<br />

project geleend als artistiek glad ijs en blijkbaar<br />

ethisch drijfzand. Want de ethiek van het project<br />

(kun je zo’n bedrog de kandidates aandoen?) is<br />

hoofdonderwerp geworden van de kritiek en het<br />

commentaar onder collega’s, docenten en publiek.<br />

Wat ikzelf als toeschouwer en afstandelijk betrokkene<br />

zeer spijtig vind, is dat de vele wandelgangen<br />

aan de Desguinlei nu de stilte echoën die<br />

rond het eerste deel van de voorstelling hangt en<br />

dat in het tweede deel de ethische kwestie mijns inziens<br />

maar half is gecommuniceerd.Van het eerste<br />

deel, ik noem het maar Peter Gorissens deel, heb<br />

ik begrepen dat het beoogde vier ‘zielsportretten’<br />

van de studenten te tonen. Gebaseerd op improvisaties<br />

van tekst, beeld, beweging en klank, begonnen<br />

de getoonde scènes de fantasie te prikkelen,<br />

zonder verklarend te worden. Zoals de eerste dertig<br />

minuten evolueerden, suggereerden ze mij dat<br />

er iets als ‘een mentale motor’ op stoom moest komen,<br />

voordat de spelers konden komen bij de essentie<br />

van wat ze zochten en voordat ze dat aan mij<br />

konden communiceren. Een voorstelling dus, die<br />

om geduld vroeg. Daarvan bezit ik voldoende en,<br />

geheel bereid de komende uren geconcentreerd<br />

waar te nemen, stolde ik zowat in mijn stoel toen<br />

de scène na ongeveer een uur werd ‘afgerond’. Dat<br />

was ongetwijfeld geoorloofd om ruim baan te kunnen<br />

geven aan de ongeduldige ambitie van de twee<br />

kandidaat-televisiesterren, maar het deed volgens<br />

mij grof tekort aan wat in het afgelopen uur was<br />

gespeeld. Sommige voorstellingen zijn geen ‘voorstelling’<br />

en die kun je niet als zodanig behandelen.<br />

Dat mag natuurlijk wel (wat mag er eigenlijk niet<br />

op de scène?), maar je loopt het risico van kapitaalvernietiging.<br />

De ethische kwestie werd in het tweede deel<br />

slechts aangeraakt, in zoverre dat de makers zich<br />

blootstelden aan kritiek op hun ongeoorloofde (of<br />

vermeend ongeoorloofde) bedrog tegenover twee<br />

niets vermoedende, ambitieuze mensen. Wat in<br />

(de ontknoping van) de voorstelling niet aan de<br />

orde kwam, of toch door mij niet werd waargenomen,<br />

is commentaar op het curieuze verschijnsel<br />

dat 170 meisjes en jonge vrouwen zich op (artistiek,<br />

emotioneel en mogelijk moreel) drijfzand<br />

23


egeven, blijkbaar zonder dat iemand roept: ‘Zeg,<br />

ga eens gewoon aan uw werk!’. Ik begrijp van de<br />

studenten dat zij, bij het veilig thuisbezorgen van<br />

één van de kandidates, in gesprek met de vader<br />

(ze is 18 en woont bij haar ouders) van hem niet<br />

een hele harde mot voor hun kop hebben gekregen,<br />

maar hunnerzijds hem niet hebben geraden:<br />

‘Zou je je dochter niet beter thuis houden?’. Als<br />

het onderzoek van dit project de schone schijn van<br />

de mediadroom aanklaagt, hoe kunnen 170 ongegronde,<br />

onverschillige en wellicht maatschappelijk<br />

verwerpelijke ambities er dan zonder enige waar-<br />

24<br />

neembare kritiek vanaf komen? Dat lijkt mij een<br />

aspect dat in dit onderzoek aan bod had moeten<br />

komen.<br />

Hans Dowit<br />

Algemeen coördinator van de dramaopleiding<br />

Herman Teirlinck Instituut en<br />

redactielid van <strong>Forum</strong>.<br />

Reageren op dit artikel kan via<br />

forum.ca@ha.be


]column[<br />

Godin, secretaresse, voetveeg, zeug<br />

Kleine archeologie van de Muze<br />

jo H A n sA n c t o r u m Is c u l t u u r F I l o s o o F en<br />

publIcIst. HIj d I e p t v o o r Fo r u m telkens een<br />

t H e m A u I t r o n d k u n s t, c u l t u u r en s A m e n l e -<br />

v I n g . reAgeren o p d I t A r t I k e l k A n v I A<br />

jo H A n .s A n c t o r u m@p A n d o r A.b e<br />

zIjn verzAmelde t e k s t e n k A n u nAlezen o p<br />

w w w .vIsIonAIr-b e l g I e.b e<br />

Toen ik onlangs, in mijn hoedanigheid van filosoof-onderzoeker,<br />

een mailtje stuurde naar de vermaarde schrijver<br />

Tom Lanoye, kreeg ik tot mijn verbazing een week later een<br />

standaard-antwoord terug van een dame, een zekere Saskia,<br />

die me dringend vroeg géén berichten meer te sturen omdat<br />

de Meester de laatste tijd al te veel correspondentie kreeg.<br />

Tja, een letterkundige die zijn brievenbus verzegelt, dat is<br />

natuurlijk een vreemde zaak. Afgezien daarvan probeerde ik<br />

me reeds allerlei moois voor te stellen tussen Tom en Saskia,<br />

maar gezien de geaardheid van de dichter had ik het kunnen<br />

weten: ze bleek een secretaresse van de vennootschap<br />

NV Lanoye, -het ding bestaat nog echt ook- die efficiënt alles<br />

opruimt wat de concentratie van de kunstenaar zou kunnen<br />

verstoren.<br />

Nu, ook voor een schrijver telt een dag maar 24 uur,<br />

en het spreekt vanzelf dat zo’n gevierd auteur zich via een<br />

virtuele buitenwipster graag afschermt tegen pogingen tot<br />

stalking. Als artistieke entrepreneur is Tom overigens geen<br />

alleenstaand geval: ook een coryfee als Jan Fabre werkt op stevige<br />

boekhoudkundige fundamenten en laat zich straks misschien<br />

op de beurs noteren. In de postmoderne samenleving<br />

25


is cultuur allang geen stoorzender of een dissonant<br />

geluid meer, maar een deftige bedrijfstak zoals de<br />

informatica, de voedingssector, of de sexindustrie.<br />

Doch die onbekende administrator achter het<br />

genie - Saskia - die blijft me intrigeren. Ze brengt<br />

me namelijk op het idee dat de romantische Muze,<br />

de goddelijke vrouw die van oudsher dichters,<br />

musici en schilders inspireert, eigenlijk maar de<br />

geïdealiseerde voorstelling is van de moderne secretaresse,<br />

een vrouwtje dat koffie brengt, brieven<br />

opent en ongewenste bezoekers afwimpelt. Het<br />

idee dat de mannelijke kunstenaar moet gepamperd<br />

en gecoacht worden door een patrones, is<br />

wellicht zo oud als het artistiek universum zelf. In<br />

de Freudiaanse visie draait het natuurlijk om een<br />

moederfiguur, gecultiveerd door een tamelijk kinderachtige<br />

man, wiens viriliteit maar standhoudt<br />

als hij zich af en toe aan de boezem van mama mag<br />

vlijen. ‘Le repos du chasseur’ heet het in de antropologie,<br />

‘Das Kind im Manne’ noemde Nietzsche<br />

het: het cultuurbedrijf is, zoals elke tak van het<br />

sociale leven, een gebeuren van dappere jagers en<br />

strijders die wenen bij de eerste geschaafde knie,<br />

en aansluitend moeten getroost worden. De presterende<br />

man is enorm afhankelijk van zijn vrouwelijke<br />

schaduw, ook in onze neopatriarchale cultuur.<br />

Maar terwijl de kleinburger thuis zijn soep<br />

laat opdienen en de grootindustrieel naar de hoeren<br />

loopt om zich te laten verwennen, is de kunstenaar,<br />

via een flinke portie bijgeloof, aangewezen<br />

op een mentale hostess die zijn dromen bezoekt<br />

en zijn artistieke potentie verzekert.<br />

26<br />

‘Potentie’ dus, we zijn bij de kern van de zaak.<br />

Dat kunst een mannelijk surrogaat is voor vrouwelijke<br />

vruchtbaarheid, is eveneens een inzicht dat we<br />

aan de psychoanalyse te danken hebben. En zoals<br />

de man zijn emotionele afhankelijkheid constant<br />

omzet in seksuele dominantie, zo wordt het beeld<br />

van de voedende, regerende Muze geschaduwd<br />

door het pornografische beeld van de hoer, slavin,<br />

lustobject. Het zijn twee kanten van één medaille.<br />

Vernedering hoort bij aanbidding; het feit dat de<br />

kunstenaar afhankelijk is van het wezen dat hij<br />

tegelijk wil domineren, leidt tot een soort verdubbeling<br />

van de vrouw als godin/duivelin, hoedster/<br />

demon, fee/heks, verpleegster/gifmengster, engel/beest,<br />

en noem maar op. Goethe noemde trouwens<br />

zijn Muze een wild paard dat moest getemd<br />

worden.<br />

Cherchez la femme. Veelbetekenend is, dat de<br />

Keltische barden hun vrouwelijke inspiratiebron al<br />

voorstelden als iets hemels én kwaadaardig, naargelang<br />

het moment. Het was dus kwestie de inspirerende<br />

godin aan de leiband te houden en op vier<br />

poten te krijgen. In Wales en Ierland kreeg deze<br />

Muze aldus de naam Cerridwen, waarin men het<br />

Spaanse woord cerda herkent, dat… zeug betekent.<br />

Het alter-ego van de Godin der Kunsten als varken<br />

bevestigt ons vermoeden dat hier dubbelzinnige<br />

projecties in het spel zijn. Ze stelt de barende natuur<br />

voor, waar de kunstenaar zich wel aan spiegelt<br />

maar die hij nooit kan evenaren en die dus ritueel<br />

moet vernederd, geconsumeerd, geslacht worden,<br />

of gerecycleerd als verkoopbaar kunstobject, mechanical<br />

pig. De middeleeuwse troubadours speelden<br />

hetzelfde spelletje met hun beschermdame:


door haar op een voetstuk te zetten en in smachtende<br />

lyriek te bezingen, ontstond er een soort literair<br />

schimmenspel met een gedenatureerd wezen,<br />

de vrouw als schutsengel en heilige (verwant met<br />

de Maagd-Maria-cultus), maar ook als fatale attractie,<br />

een door het middeleeuwse Christendom als<br />

demonisch beschouwd ‘gevaarlijk dier’ dat geëxorciseerd<br />

moest worden.<br />

Hier hoort een heel bestuarium bij van prooidieren.<br />

Naast het varken zijn ook de vos, de haas<br />

en het hert klassieke ‘duivelsdieren’, waarvan de<br />

jacht een soort rituele bezwering moet voorstellen:<br />

de jager is het archetype van de mannelijke artistieke<br />

wil, die zelfs na de jacht nog een verlengstuk<br />

krijgt in de figuur van de kervende keukenchef. Op<br />

1 november verscheen echter het hert aan St. Hubertus<br />

en werden de rollen weer omgekeerd: het<br />

opgejaagde beest werd opnieuw engel en patrones,<br />

waarvoor de jager knielde en het mes liet vallen.<br />

Let op de gelijkenis met het Lam Gods: offerdier<br />

wordt mystieke verschijning, de transformaties<br />

blijven omkeerbaar.<br />

De vrouw als dubbelzinnige gezellin en gevaarlijk<br />

speelgoed, het is en blijft kantje-boordje.<br />

Bekende artiesten lopen zo met hun maîtresse<br />

rond: als iets tussen een talisman, een jachttrofee<br />

en een bijterig hondje. Op elk moment kan de<br />

aanbidding omslaan in vernedering en geweld, en<br />

viceversa. Heel de geschiedenis van de heksenvervolging<br />

kan men beschouwen als een uitloper van<br />

dat muzisch-sadistisch complex, het kantelen van<br />

de status van vruchtbaarheidsgodin in die van lustobject,<br />

werktuig van de duivel, en tenslotte slachtrijp<br />

dier.<br />

| Het atelier als slachthuis<br />

Wat is dan eigenlijk ‘inspiratie’? Het kan<br />

niets anders zijn dan een mannelijke kniebuiging<br />

voor de superioriteit van de oermoeder, net voor<br />

ze gekeeld wordt in het atelier en getransformeerd<br />

wordt tot ‘kunstwerk’. Artistieke creativiteit blijkt<br />

op die manier een permanente spanning te vertonen<br />

tussen het sublieme en het obscene, ingevolge<br />

de haat-liefde verhouding tussen de schilder en<br />

zijn (vrouwelijk) model, in casu de levende natuur.<br />

Zwevend tussen voluntarisme en afhankelijkheid<br />

van die Muze, blijft de kunstenaar een labiele kindman.<br />

Geen enkele artiest geraakt hier uit. Soms<br />

wordt het sadisme tegenover de vrouw en de na-<br />

27


tuur heel expliciet en grotesk uitgebeeld, zoals in<br />

de doorspiesde kevers van Jan Fabre of, jawel, in<br />

de getatoeëerde varkens van Wim Delvoye, ook<br />

bekend van de strontmachine. Doordat deze laatste<br />

bovendien de voor het leven getekende dieren<br />

opnieuw in een luxe-omgeving plaatst (verwarmde<br />

hokken met zachte kussens) is de verwarring tussen<br />

vergoddelijking en vernedering compleet.<br />

Een gelijkaardige macho-installatie, met symbolische<br />

offering van de muzische zeug, kon men<br />

meemaken in de voorbije Paul McCarthy-tentoonstelling<br />

te Gent. In deze ontstellende demonstratie<br />

van artistiek sadisme, die letterlijk en figuurlijk<br />

een gat sloeg in het SMAK, trok de kunstenaar alle<br />

registers open om, zoals de Keltische barden van<br />

weleer, het vrouwelijk element in onze cultuur, onder<br />

de vorm van een vastgebonden zwijn, te exorciseren.<br />

Creativiteit, machtsontplooiing en destructiviteit<br />

vallen hier samen en richten zich op één<br />

dierlijk object. Kotsend ben ik het SMAK-gebouw<br />

uitgelopen. De uitleg die men in de catalogus geeft,<br />

dat de kunstenaar hier juist geweld wil aanklagen,<br />

overtuigt mij niet: onder de discursieve, quasi-ethische<br />

dekmantel zit een onherleidbare sadistische<br />

grondtoon, het plezier aan de uitgebeelde obsceniteit,<br />

de pornografische desublimatie als keerzijde<br />

van het mannelijk minderwaardigheidscomplex.<br />

Men moet dit soort slachtrituelen voor ogen<br />

houden, als dichters en musici zweverig beginnen<br />

te doen over hun Muze, hun verbeelding, hun<br />

creativiteit: het gaat om de verpersoonlijking van<br />

hun eigen onmacht. Telkens valt op hoe de vrouw<br />

de mannelijke creativiteit domineert en juist daar-<br />

28<br />

door wordt gedegradeerd tot hoer, slavin, object,<br />

beest, meesterlijk geobjectiveerd in het kunstwerk<br />

zelf. Het kunstwerk als getemd dier, het varken als<br />

kunstwerk.<br />

Saskia dus, en haar treurig schaduwbestaan.<br />

Het was toevallig ook de naam van Rembrandt van<br />

Ryn’s eerste vrouw. Ze moet intelligent en kunstzinnig<br />

geweest zijn, de schilder vereerde haar als<br />

zijn grote Muze. Eieren aten ze evenwel niet, de<br />

meester gebruikte ze voor het aanmaken van verf.<br />

Na drie miskramen en de geboorte van Titus stierf<br />

die godin op 29-jarige leeftijd, zelfs voor die tijd<br />

piepjong, fysiek uitgeput. Daarna kruisten nog<br />

verschillende huishoudsters het levenspad van de<br />

kunstenaar; telkens werden ze tot Muze gebombardeerd,<br />

en eindigden ze in zijn bedstede. Het<br />

eeuwige verhaal van het mannelijk genie en zijn<br />

dienstige schutsengel is niet alleen seksistisch, het<br />

verdringt ook een tegencultuur die discreter, authentieker,<br />

minder heerszuchtig en meer levensbe-


amend is. Vrouwen zijn er de draagster van maar<br />

kunnen die cultuur niet in meesterwerken omzetten,<br />

precies omdat ze de Narcistisch-kinderachtige<br />

reflex mankeren waarmee McCarthy en consorten<br />

zo succesrijk omspringen.<br />

Ik vraag me dus af of er een ‘vrouwelijke’<br />

kunst zou kunnen bestaan die echt ‘anders’ is,<br />

en meer doet dan het imiteren van dat mannelijk<br />

voluntarisme. Misschien is die Saskia-van-Lanoye<br />

wel veel slimmer en begaafder dan haar baas, en is<br />

het eigenlijk jammer dat ze haar schrijftalent moet<br />

beperken tot het sturen van standaardmails van<br />

het genre ‘Geachte Heer - Tot onze spijt moeten<br />

wij U mededelen dat…’. Maar zoals gezegd: zonder<br />

dit praktisch vernuft zou ‘Ten Oorlog’ nooit<br />

geschreven zijn, men moet nu eenmaal zijn plaats<br />

kennen. Er zijn dus geen grote vrouwelijke arties-<br />

ten, om dezelfde reden dat er geen goeie vrouwelijke<br />

voetballers rondlopen, of dat vrouwen geen<br />

auto kunnen rijden, of nooit in de keuken van<br />

een driesterrenrestaurant te vinden zijn (tenzij als<br />

afwashulp): het zijn allemaal door en voor mannen<br />

uitgedachte bezigheden, met dito spelregels<br />

en strategieën. Wat rest is de rol van Muze, Big<br />

Mama, gastvrouw, excuustruus, secretaresse. In<br />

wezen weerzinwekkende voorbeelden van pseudoemancipatie,<br />

theatrale bloempotverschijningen en<br />

op hoge hakken lopende moederfiguren.<br />

Dat het publiek zich, afgezien van enig snobisme,<br />

tenslotte steeds meer afkeert van moderne<br />

en postmoderne kunst, ligt aan het feit dat het<br />

kunstwerk altijd al een dood varken heeft gerepresenteerd,<br />

en dat nu, sinds McCarthy, ook écht<br />

toont. Daarmee heeft het zichzelf definitief ontmaskerd<br />

en mogen museale abattoirs zoals het<br />

SMAK rustig gesloten worden. Het gebouw kan<br />

dan heringericht worden om de daklozen van in<br />

de wijde omgeving te herbergen, ik zeg maar wat,<br />

en reken zelf uit hoeveel kinderen in Somalische<br />

vluchtelingenkampen van de hongerdood kunnen<br />

gered worden met het jaarbudget van deze instelling.<br />

Misschien is dat wel de kunst van het derde<br />

millennium: evenementen, structuren, processen<br />

creëren die redden, hoop geven, doen leven. Barenboim<br />

en zijn West-Eastern Divan Workshop.<br />

Het is wel weer een man, maar toch.<br />

Johan Sanctorum<br />

29


Thelonious Monk in 1967.<br />

30<br />

[i]nfo<br />

| Crepuscule with Nellie<br />

Op 22 augustus 1921 werd een zwart meisje geboren in<br />

St. Petersburg, Florida. Niets deed toen vermoeden welk een<br />

belangrijke rol Nellie Smith zou gaan spelen in het leven van<br />

jazzpianist, componist en gekweld genie Thelonious Monk.<br />

Op veertienjarig leeftijd ontmoette zij haar toekomstige echtgenoot<br />

die toen 17 was. Twaalf jaar later, in 1974, trouwden<br />

Nellie Smith en Thelonious Monk. Na het huwelijk trok Nellie<br />

in bij Thelonious en zijn moeder in New York.<br />

Nellie Smith stelde haar hele leven ten dienste van haar<br />

echtgenoot die in zijn eigen wereld leefde, opgesloten in zijn<br />

verbeelding. Zij werkte als naaister in een poging hun precaire<br />

financiële situatie te verbeteren. Nochtans zag het ernaar uit<br />

dat Monks carrière in 1947 eindelijk van de grond zou komen,<br />

aangezien hij in het jaar van hun huwelijk zijn eerste platencontract<br />

kreeg. Hij maakte opnames voor Blue Note Records<br />

onder de titel ‘Genius of modern music’ en werd geselecteerd<br />

in de ‘Downbeat Critic Polling’ in de groep van beste jazzmuzikanten<br />

van het land. Helaas was Monks geluk van korte duur.<br />

In 1951 betrapte men Thelonious tijdens een autoritje met de<br />

excentrieke jazzpianist en ‘junkie’ Bud Powell op het bezit van<br />

een pakje heroïne. Hoewel Monk zelf geen drugs gebruikte,<br />

moest hij 60 dagen zitten en verloor hij voor zes jaar zijn ‘cabaret<br />

card’ waardoor hij niet langer mocht optreden in New-<br />

Yorkse clubs.


Monk was niet bereid tot muzikale compromissen.<br />

Zijn vaak harmonisch en ritmisch complexe<br />

composities zijn uniek in hun originaliteit. Hoewel<br />

‘Round Midnight’ zijn meest gekende ballad is, overtreffen<br />

slechts weinig composities de schoonheid<br />

van ‘Crepuscule with Nellie’. Hij schreef dit stuk in<br />

1957 toen Nellie geopereerd moest worden voor een<br />

aandoening aan de schildklier. ‘Schemering met<br />

Nellie’ drukt Monks liefde uit voor de vrouw die alles<br />

voor hem deed.<br />

Onder impuls van Nellie die zich uit pure<br />

noodzaak de stiel van manager eigen maakte richtte<br />

Thelonious zijn eigen band op. Nellie beheerde de<br />

inkomsten, betaalde de muzikanten, organiseerde<br />

de tours en was aanwezig bij interviews. Vanaf eind<br />

jaren vijftig ging Monks carrière in stijgende lijn.<br />

Hij speelde lange tijd in ‘The Five Spot Café’ met<br />

o.a. John Coltrane op sax, Wilbur Ware op bas (later<br />

Abdul-Malik) en Shadow Wilson aan de drums.<br />

Zijn optredens met Johnny Griffin, Sonny Rollins,<br />

Art Blakey, Clark Terry, Gerry Mulligan, … werden<br />

door critici enthousiast onthaald en zijn muziek<br />

werd ingestudeerd aan de conservatoria.<br />

Eindelijk begon hij als muzikant geld te verdienen,<br />

maar Monks gezondheid ging erg achteruit.<br />

In 1972, het jaar waarin hij zijn laatste opnames<br />

maakte, verhuisde Thelonious met Nellie naar New<br />

Jersey, waar ze een kamer betrokken in het huis van<br />

de kunstminnende barones Nica de Koenigswarter.<br />

Nellie Smith week niet van Thelonious’ zijde tot aan<br />

zijn dood in 1982. Zij stierf twintig jaar later op 25<br />

juni 2002 in een ziekenhuis in Manhattan.<br />

Els Smedts<br />

Praktisch:<br />

Crepuscule with Nellie<br />

Maandag 19 mei om 20u, Blauwe Zaal, <strong>deSingel</strong><br />

Muziek van Thelonious Monk met Stoffel Dewaele<br />

(elektrische bas), Jelle van Giel (drums),<br />

Jan Ghesquière (gitaar), Kurt van Herck (saxofoon)<br />

Toegang gratis, geen reservatie<br />

info 03/244.18.09<br />

| Masterclass Nelson Veras<br />

Nelson Veras werd geboren op 6 augustus<br />

1977 in Salvador (Brazilië). Op veertienjarige leeftijd<br />

verhuisde hij naar Frankrijk waar hij met Pat<br />

Metheny speelde in de film ‘Just a dream’ van regisseur<br />

Franck Cassenti.<br />

Datzelfde jaar speelde hij op het Paris Jazz<br />

Festival. Op zestienjarige leeftijd richtte hij het<br />

Nelson Veras Quartet op met Mechel Benita, Eric<br />

Barret en Aldo Romano en trad hij op op het Marciac<br />

Jazz Festival (als voorprogramma voor Herbie<br />

Hancock), het Nice Jazz Festival, het Vannes Jazz<br />

Festival, etc. In 1996 maakte hij opnames voor<br />

Aldo Romanos ‘Intervista’ met Palle Danielson<br />

en Stefano di Battista. Hij speelde ook met Rick<br />

Margitza, Bireli Lagrene, Jean-Michel Pilc, Daniel<br />

Humair, Michel Grailler en Hein Van de Gein. In<br />

1997 speelde hij in de ‘Young Lions’ band van Michel<br />

Petruccianis, hij gaf verscheidene concerten<br />

in Antilles en trad op met de ‘Intervista’ groep.<br />

In 1998, keerde hij terug naar Brazilië, waar hij<br />

onder 200 muzikanten één van de vijf winnaars<br />

31


werd van de ‘Visa competition of Brazilian popular<br />

music’. In 1999 trad hij op met Gary Peacock<br />

en met Lee Konitz (tribute to Michel Petrucciani).<br />

Momenteel leeft Nelson als freelance muzikant<br />

in Parijs. Hij speelt met Magic Malik, Olivier<br />

Ker Ourio, Dominique Dipiazza, Jean Louis<br />

Matinier, Mathieu Chazarenc Trio en anderen.<br />

In 2004 nam hij zijn eerste album als bandleader<br />

op voor het LABEL BLEU 2004 en toerde hij<br />

met saxofonisten Mark Turner en Steve Coleman.<br />

Praktisch:<br />

Donderdag 22 mei 2008<br />

van 10u tot 17u<br />

Conservatorium Antwerpen<br />

Toegang gratis, geen reservatie<br />

| Salome<br />

De verleidelijke ‘Dans der zeven sluiers’ in een<br />

verleidende interpretatie door zeven topmusici. ‘Salome’<br />

is de titel van een nieuwe cd die onlangs werd<br />

uitgebracht door het Ottone Brass Quintet (bij Beriato).<br />

Docenten Alain De Rudder en Steven Verhaert<br />

(trompet) en Jan Smets (trombone) maken deel uit<br />

van dit schitterend koperkwintet dat voor de gelegenheid<br />

werd uitgebreid met 2 slagwerkers, docent<br />

Carlo Willems en afgestudeerde Pieter Vranckx.<br />

De andere leden van het kwintet zijn Eliz Erkalp<br />

(hoorn) en Mark Reynolds (bastuba). Wat deze productie<br />

speciaal maakt is enerzijds de verrijking van<br />

het repertoire voor deze kamermuziekvorm, mede<br />

door de bewerkingen van beroemde operafragmenten<br />

door Steven Verhaert, maar ook door de<br />

hoge graad van virtuositeit. Dit meesterschap over<br />

32<br />

het instrument staat niet op zich, maar wordt ten<br />

dienste gesteld van de muziek, de oorspronkelijke<br />

partituur en wat zij wil uitdrukken. Geladen thematiek<br />

zoals liefde en verleiding is de rode draad<br />

doorheen deze operafragmenten uit de romantiek<br />

en de 20ste eeuw, van Verdi, Massenet, R. Strauss,<br />

Sjostakovitsj, Britten, Puccini, Wagner en Weill.<br />

Ivo Hadermann<br />

| Zomercursus<br />

Viooldocent Vegard Nilsen organiseert voor<br />

de tweede keer een zomercursus voor jonge muzikanten.<br />

De cursus vindt plaats in ‘Huize Bergen’<br />

(www.huizebergen.nl) te Vught (NL), vlakbij ‘s-<br />

Hertogenbosch. Gedurende een week wordt er zeer<br />

intensief gewerkt, waarbij muzikaliteit, techniek,<br />

uitvoeringspraktijk, kamermuziek en podiumpresentatie<br />

worden uitgediept. De cursusweek begint<br />

op 10 augustus 2008 om 18u met een docentenconcert,<br />

gevolgd door een buffetmaaltijd. Als feestelijke<br />

afsluiter is er op 17 augustus een slotconcert<br />

dat door de deelnemers zelf gegeven wordt.<br />

De docenten zijn: András Czifra (viool), Guido<br />

de Neve (viool), Otto Derolez (viool), Vegard<br />

Nilsen (viool), Robert Szreder (viool), Marc Tooten<br />

(altviool), Olsi Leka (cello), Dirk Chris Vanhuyse<br />

(cello), Herman van Kogelenberg (fluit),<br />

Geert Baeckelandt (klarinet), Luk Nielandt (hobo),<br />

René Pagen (hoorn) en Roland Broux (gitaar)<br />

De volledige informatie over alle docenten en het<br />

aanmeldingsformulier kan je vinden op www.musiccourse.nl


| Hemelsblauw<br />

Zaterdag 24 en zondag 25 mei vindt in de<br />

Warande te Turnhout de première plaats van ‘Hemelsblauw’,<br />

de 16 de avondvullende productie van<br />

pianist en docent Frank Vercruysse. De relatie tussen<br />

dans en muziek: het gedanste verhaal en de<br />

verhouding poëzie – muziek – dans zijn enkele van<br />

de thema’s die in vorige stukken uitgediept werden.<br />

Met ‘Hemelsblauw’ onderzoekt Vercruysse<br />

de beeldende kunst in relatie tot muziek en dans.<br />

Dans, koor, beeld, live muziek en theater door SA-<br />

CHIKO vzw m.m.v. 10 muzikanten van het conservatorium,<br />

koor 4-tune en de kunsthumaniora<br />

H. Graf Turnhout.<br />

Meer info via 014/ 853.855<br />

| Nieuws uit de boekentoren<br />

* Erfgoed in de bibliotheek<br />

Dankzij inventarisatieprojecten van de Hogeschool<br />

Antwerpen kan de zeer omvangrijke historische<br />

collectie geïnventariseerd worden. En dat<br />

levert belangwekkende vondsten op. Zo werden<br />

onlangs stemboekjes teruggevonden van Orlandus<br />

Lassus’ Sacrae lectiones, novem ex propheta<br />

Iob (Nuremberg, 1567), ooit overgekocht van de<br />

Königliche Bibliothek Berlin, en van Hieronymus<br />

Praetorius’ Der alte christliche und geistreiche Gesang:<br />

ein Kindelein so löbelich (Hamburg, 1613).<br />

Sinds enige tijd worden zeldzame partituren<br />

uit de bibliotheek gescand en via de bibliotheek-<br />

catalogus elektronisch ter beschikking gesteld. In<br />

een eerste fase wordt werk gemaakt van Vlaams<br />

muzikaal erfgoed uit de achttiende en de eerste<br />

helft van de negentiende eeuw. Zo zijn al partituren<br />

van Joseph Borremans, Eugène Godecharle,<br />

W.G. Kennis en Pieter Vanderghinste elektronisch<br />

raadpleegbaar.<br />

* Tentoonstelling Willem Kersters<br />

(1929-1998): ‘Dan breekt het geluid op mijn<br />

stilte’.<br />

Van 15 maart tot 4 juli 2008 loopt in de uitleendienst<br />

van de bibliotheek een tentoonstelling<br />

rond de Antwerpse componist en ereleraar van<br />

het Conservatorium Willem Kersters (1929-1998).<br />

Aanleiding voor deze expositie is de recente schenking<br />

van het archief van deze gerenommeerde<br />

componist aan de bibliotheek van het Koninklijk<br />

Vlaams Conservatorium. Het bijzonder veelzijdig<br />

oeuvre en de muzikale carrière van Kersters worden<br />

aan de hand van foto’s en archiefmateriaal<br />

gepresenteerd. Naast componist was Willem Kersters<br />

ook een van de meest vooraanstaande compositieleraars<br />

in Vlaanderen. Hij begeleidde componisten<br />

zoals Alain Craens, Koen Dejonghe, Jan<br />

De Maeyer, Wim Henderickx, Luc Van Hove en<br />

Marc Verhaegen. Zijn motto als docent was: ‘Componeren<br />

kan je niet leren. Als componist word je<br />

geboren.’<br />

De tentoonstelling is tot 4 juli dagelijks te bezichtigen<br />

in de uitleendienst van de bibliotheek,<br />

behalve op woensdagnamiddag. Ondertussen<br />

33


34<br />

werkt musicologe Adeline Boeckaert deeltijds aan<br />

de invoer in de bibliotheekcatalogus van de volledige<br />

Kersters-nalatenschap.<br />

* Een greep uit de aanwinsten<br />

Partituren<br />

L. Bernstein, Orchestral anthology vol. 1 & 2<br />

(Boosey & Hawkes, 1998)<br />

K. Bikkembergs, Missa dominica in palmis (Euprint,<br />

2007)<br />

F.A. Gevaert, Fantasía sobre motivos españoles<br />

(Hoeflich, 2008)<br />

J. Rodrigo, Concierto de estío, para violín y orquesta<br />

(Ediciones Joaquín Rodrigo, 1993)<br />

F. Wildhorn en L. Bricusse, Jekyll & Hyde: the musical<br />

(Cherry Lane Music, 1997)<br />

Boeken<br />

M. D. Mergeay en F. De Crits, Opera: de Munt uit<br />

de doeken (Borgerhoff Lamberigts, 2006)<br />

L. Edlund, Modus vetus: sight singing and ear-training<br />

in major/minor tonality (Hansen, s.a.)<br />

C. Franchi, Margot Fonteyn: prima ballerina assoluta<br />

of the Royal Ballet (Oberon books, 2004)<br />

A-M. Goulet, Paroles de musique (1658-1694). Catalogue<br />

des ‘Livres d’airs de différents auteurs’ publiés<br />

chez Ballard (Mardaga, 2007)<br />

E. Mach, Great contemporary pianists speak for<br />

themselves (Dover, 1991)<br />

F. Sturm, Changes over time: the evolution of jazz<br />

arranging (Advance, 1995)


J. Vis, Gaudeamus: het leven van Julius Röntgen<br />

(1855-1932), componist en musicus (Waanders,<br />

2007)<br />

Cd’s<br />

Gabriel Fauré, Piano music (Regis, s.a.)<br />

Niels Gade: Works for piano / Edoardo Torbianelli<br />

(Pan Classics, 2006)<br />

Henry Purcell, Songs and dialogues / Emma Kirkby,<br />

David Thomas en Anthony Rooley (Hyperion,<br />

1987)<br />

Giuseppe Tartini, The devil’s trill / The Locatelli<br />

Trio (Hyperion, 1991)<br />

The romantic clarinet in Germany / Pierre-André<br />

Taillard en Edoardo Torbianelli (Pan Classics,<br />

2008)<br />

* Onderzoek in de bibliotheek<br />

Musicologe Hanne-Joost Peeters werkt momenteel<br />

in de bibliotheek aan een onderzoeksproject<br />

rond de liederen van de Belgo-Amerikaanse<br />

dirigent en componist Frank Van der Stucken<br />

(1858-1929), een leerling van Peter Benoit: ‘De<br />

vocale muziek van Frank Vanderstucken: muziek<br />

tussen twee continenten.’ Promotoren zijn Jozef<br />

De Beenhouwer en Jan Dewilde, externe co-promotor<br />

is prof. dr. Larry Wolz, professor muziekgeschiedenis<br />

en vocale pedagogie aan de Hardin-<br />

Simmons University in Abilene, Texas. Adeline<br />

Boeckaert werkt in haar andere deeltijdse opdracht<br />

aan het onderzoeksproject ‘Het Vlaamse lyrische<br />

drama als specifieke vorm van muziektheater: een<br />

cultuurhistorische studie’. Promotoren zijn Koen<br />

Kessels en Jan Dewilde. En tenslotte verricht musicologe<br />

Veerle Bosmans onderzoek naar het Vlaamse<br />

lied in de pre-Benoitperiode: ‘Tussen volks- en<br />

kunstlied’: het lied in de pre-Benoitperiode (ca.<br />

1830 - 1860): een tekstanalytische, literair-historische<br />

en muziekhistorische analyse van de liedcollectie<br />

uit de bibliotheek van het Koninklijk Vlaams<br />

Conservatorium’. Promotoren zijn prof. dr. Piet<br />

Couttenier van het Departement letterkunde van<br />

de UA, Jozef De Beenhouwer en Jan Dewilde.<br />

* Boek in de kijker<br />

Stichtelyke rymen van Dirk Raphaelsz Camphuysen<br />

Tijdens haar speurtocht door de historische<br />

collectie, stootte projectmedewerker Inneke Daghelet<br />

op volgende merkwaardige boeken:<br />

‘In onze collectie oude drukken bevinden zich<br />

vier 17de-eeuwse uitgaven (1645, 1647, 1652, 1694)<br />

van de zeer populaire ‘Stichtelyke rymen’ van Dirk<br />

Raphaelsz Camphuysen (1586-1627). Deze Noord-<br />

Nederlandse dichter werd geboren in een doopsgezinde<br />

familie. Al op jonge leeftijd werd hij wees,<br />

waarna hij door zijn oudere broer in de leer werd<br />

gestuurd bij een kunstschilder. Op 21-jarige leeftijd<br />

studeerde hij theologie aan de Leidse Hogeschool<br />

en volgde daar onder andere de colleges van Arminius.<br />

Diens theologie sprak hem ten zeerste aan,<br />

maar bezorgde hem ook de nodige problemen. Arminius<br />

stond een vrij kritische beoefening van de<br />

theologie voor, weliswaar gebonden aan de Bijbel<br />

35


maar naar geweten te interpreteren, in elk geval<br />

niet onderworpen aan de gangbare theologische<br />

opvattingen. In 1610 richtten de geestverwanten<br />

van Arminius zich tot de overheid. In hun verzoekschrift<br />

– Remonstrantie genoemd – werd de<br />

strenge Calvinistische leer niet alleen afgewezen,<br />

maar werd ook geprotesteerd tegen het dwingend<br />

opleggen van een geloofsbelijdenis.<br />

Het theologische geharrewar maakte evenwel<br />

dat Camphuysen in 1611 de uitnodiging om privéleraar<br />

te worden bij de gouverneur van Loevestein<br />

en Woudrichem, Gideon vanden Boetzelaer, aanvaardde.<br />

Drie jaar later werd hij leraar aan de Latijnse<br />

school te Utrecht. Mede onder invloed van<br />

de Utrechtse remonstrantse predikant Taurinus<br />

nam hij zijn studie theologie weer op en nam in<br />

1617 deel aan het proponentsexamen.<br />

In hetzelfde jaar werd hij doopsgezind-remonstrants<br />

predikant. Wanneer de remonstranten<br />

uit Utrecht zich massaal tot hem begaven, kreeg<br />

Camphuysen echter een preekverbod opgelegd. In<br />

1618 werd hij zelfs verbannen vanwege zijn Arminiaanse<br />

denkbeelden.<br />

Toen in 1619 de synode van Dordrecht in het<br />

voordeel van de contraremonstranten beëindigd<br />

was en de remonstranten de zogenaamde ‘acte<br />

van stilstand’ moesten ondertekenen, weigerde<br />

Camphuysen dit. In Amsterdam kreeg hij werk in<br />

de drukkerij van Blaeu, maar werd in 1620 officieel<br />

verbannen. Samen met de Haarlemse drukker<br />

Pieter Arentsz zette hij in het Oost-Friese Norden<br />

een remonstrantse uitgeverij op, maar verhuisde<br />

36<br />

twee jaar later naar Harlingen. Zijn laatste woonplaats<br />

werd Dokkum, waar zich een remonstrantse<br />

gemeente had gehandhaafd. Van 1624 tot aan zijn<br />

dood werkte hij in de vlashandel.<br />

Camphuysen was als dichter van groot belang<br />

voor de muziekgeschiedenis. Zijn ‘Stichtelyke rymen’<br />

werden voor het eerst gedrukt in 1624 en werden<br />

samen met muziek gepubliceerd. Deze geestelijke<br />

liederen waren zo populair dat ze tientallen<br />

keren werden herdrukt. Camphuysen gebruikte<br />

gekende populaire melodieën om zijn gedichten<br />

op muziek te zetten, zoals ‘Lieflockster van de Min’<br />

en ‘Ach, Amarillis, zegt wat u wil is’. Mede dankzij<br />

Camphuysens poëzie ontstonden in de 17de eeuw<br />

religieus geïnspireerde liederen die niet enkel in<br />

de kerk werden gezongen. Het waren liederen voor<br />

één of meer stemmen, vaak met een instrumentale<br />

begeleiding. Tot het midden van de 17de eeuw werden<br />

enkel bestaande melodieën gebruikt in de heruitgaven.<br />

In de editie van Joseph Butler uit 1652<br />

kwam echter voor het eerst origineel geschreven<br />

muziek voor (deze editie maakt eveneens deel uit<br />

van onze collectie). Andere componisten volgden<br />

later zijn voorbeeld.<br />

Hoewel Camphuysen tegenwoordig minder<br />

bekend is, was hij in zijn tijd na Jacob Cats de<br />

meest gelezen dichter. Zijn populariteit lag waarschijnlijk<br />

in het feit dat Camphuysen over geestelijke<br />

zaken begrijpelijke poëzie schreef.‘<br />

Inneke Daghelet


* Tijdschrift in de kijker: Etcetera<br />

Het vijfjaarlijkse <strong>tijdschrift</strong> voor podiumkunsten<br />

Etcetera is een blijver: het is aan zijn 26 ste<br />

jaargang toe en het (vernieuwde) aprilnummer van<br />

2008 is nummer 111 in de reeks. Al die jaren is<br />

Etcetera ‘een levende kroniek van de podiumkunsten’.<br />

Het aprilnummer bevat twee in memoriams,<br />

een van theaterrecensent Wim Van Gansbeke<br />

(door Marianne Van Kerkhoven) en een van Maurice<br />

Béjart (door Eric De Kuyper). Bijna werden er<br />

drie doden gememoreerd, maar de deadline was al<br />

verstreken toen Hugo Claus overleed. In dit nummer<br />

is Claus nog springlevend met artikels over<br />

de bewerking van ‘De geruchten’ door Guy Cassiers<br />

en Olympique dramatique en over ‘De versie<br />

Claus’ van Mark Schaevers en Josse De Pauw.<br />

Het nummer bevat verder een boeiend interview<br />

met Johan Leysen over acteren vroeger en vandaag.<br />

Dans komt aan bod met een artikel over Zeitung<br />

van Rosas en Stephan Moens wijdt een bijdrage<br />

aan twee uitvoeringen van Purcells ‘Dido and Aeneas’,<br />

respectievelijk door Sasha Waltz en Jan Decorte:<br />

‘krullerig barok versus miraculeus beknopt.’<br />

* Website in de kijker: Classical music library<br />

(http://internal.ehb.classical.com)<br />

Via de publiekscomputers in de bibliotheek<br />

hebben de gebruikers sinds kort toegang tot Classical<br />

Music Library, in 2004 door Library Journal<br />

uitgeroepen tot ‘Best reference database of 2004’.<br />

Deze database bevat tienduizenden opnamen van<br />

klassieke muziek, van de middeleeuwen tot van-<br />

daag, die via het internet beluisterd kunnen worden.<br />

Van belangrijke composities zijn soms meerdere<br />

versies voorhanden, zodat er aan vergelijkend<br />

onderzoek kan worden gedaan. De database laat<br />

zich gemakkelijk doorzoeken op zoeksleutels zoals<br />

componist, uitvoerder, dirigent, ensemble, genre,<br />

periode en platenlabel. Door zoeksleutels te combineren<br />

kan er ook gezocht worden op opusnummer<br />

of toonaard. Bij de componisten die in de<br />

Grove Music Online worden vermeld, is een link<br />

voorzien zodat er met één druk op de muisknop<br />

informatie in de Grove kan worden opgezocht. Interessant<br />

is ook dat in een aparte folder (de rubriek<br />

‘themed playlists’) alle muziekvoorbeelden uit The<br />

Norton Anthology of Western Music te beluisteren<br />

zijn. Bovendien is het mogelijk om zelf speellijsten<br />

rond een bepaald thema aan te leggen. Een bijzonder<br />

handig werkinstrument dus!<br />

Jan Dewilde<br />

bibliothecaris<br />

37


Wim Henderickx © P. Maes<br />

38<br />

[cultivaria]<br />

| Studenten en docenten in de kijker<br />

Docent analyse en compositie Wim Henderickx<br />

componeerde CANZONE, het Belgisch plichtwerk voor<br />

de halve finale van de Koningin Elisabethwedtrijd voor<br />

zang. Deze vindt plaats van 12 tot 14 mei a.s. Zijn nieuwste<br />

muziektheaterproductie VOID werd op 27 en 28 februari<br />

2008 uitgevoerd in Stavanger, Noorwegen (Culturele<br />

Hoofdstad van Europa 2008). Deze voorstelling was ook te<br />

zien tijdens het ‘Zürcher Theater Spektakel’ in Zwitserland<br />

en in <strong>deSingel</strong> tijdens het music@venture-festival. Wim<br />

Henderickx schreef de partituur voor deze productie in<br />

opdracht van Muziektheater Transparant en hij dirigeerde<br />

zelf deze voorstellingen. In 2009 komen er nog uitvoeringen<br />

in Zwolle, Brugge en Rotterdam. De muziek is geschreven<br />

voor 5 zangers, ensemble en elektronica en kreeg als titel<br />

SUNYATA (EMPTINESS), als vierde deel van de TANTRIC<br />

CYCLE, een compositiereeks gebaseerd op oosterse filosofie.<br />

Momenteel werkt Wim Henderickx aan verschillende<br />

compositieopdrachten, waaronder een werk voor het<br />

HERMESensemble ‘DISAPPEARING IN LIGHT’ dat zal<br />

uitgevoerd worden op 27 juni 2008 in het ‘Kanaal’ in Wijnegem<br />

en ook een groot symfonisch werk voor deFilharmonie, met<br />

creatie op 27 maart 2009 o.l.v. Jaap Van Zweden.<br />

Sofie Verbeeck, studente fluit bij Aldo Baerten, staat<br />

voortaan op de reservelijst bij het EUYO. Ook studenten Julie<br />

Bastin, Wies de Boevé, Bram Decroix, Senne Coomans, Jonas


Coomans, en Adriaan Feyaert maken deel uit van<br />

het Jeugdorkest van de Europese Unie o.l.v. chef<br />

dirigent Vladimir Ashkenazy.<br />

Studente piano bij Levente Kende, Stefanie<br />

Proot behaalde de prestigieuze Yamaha-beurs.<br />

Hubert Van Herreweghen, ereleraar van het<br />

conservatorium, werd onlangs bekroond voor zijn<br />

gezamenlijk oeuvre. Hubert Van Herreweghen<br />

(°1920) debuteerde in 1943 met ‘Het jaar der gedachtenis’.<br />

In de ruim zestig jaar nadien publiceerde<br />

hij nog een twintigtal dichtbundels. Als dichter<br />

heeft hij nooit in de pas gelopen van trendsetters in<br />

de literaire wereld maar is hij steeds zijn eigen weg<br />

gegaan, met een grote eerbied voor de literaire traditie<br />

die hij combineerde met een actieve interesse<br />

en waardering voor wat de hedendaagse poëzie te<br />

bieden heeft. Getuige daarvan zijn jarenlange activiteit<br />

als bloemlezer, en als redactielid van diverse<br />

literaire <strong>tijdschrift</strong>en.<br />

De natuur en de zinnelijke waarneming ervan,<br />

klanken, geuren en kleuren hebben steeds<br />

centraal gestaan in het oeuvre van Hubert van<br />

Herreweghen. Het ambachtelijke is duidelijk aanwezig:<br />

hij ruikt en proeft zijn woorden, vijlt en<br />

slijpt zijn materiaal tot een nieuw welluidend en<br />

ritmisch geheel.<br />

Hubert van Herreweghen was vele jaren lang<br />

verantwoordelijk voor de dramatische en literaire<br />

programma’s van de BRT, en van 1967 tot 1980<br />

was hij leraar Nederlandse Letterkunde aan de dramaopleiding<br />

van het Koninklijk Conservatorium<br />

te Antwerpen. Hij gaf zijn literatuurgeschiedenis<br />

niet op een afstandelijke manier ‘van buiten af’<br />

maar wel ‘van binnen uit’; als een auteur die zich<br />

verwant voelde met de schrijvers en dichters die<br />

hij besprak. Hij pronkte niet met zijn enorme belezenheid<br />

maar vertelde over de literatuur met een<br />

als vanzelfsprekende liefde en genegenheid.<br />

Het poëtisch werk van Hubert Van Herreweghen<br />

werd reeds meermaals bekroond, onder meer<br />

met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie in<br />

1961 (voor de bundel Gedichten III). In 2003 ontving<br />

hij de ‘Orde van de Vlaamse Leeuw’ voor zijn<br />

bijdrage aan de Vlaamse cultuur. De jury van de interprovinciale<br />

Literaire Prijs voor het gezamenlijk<br />

oeuvre, die bestond uit Hugo Bousset, Toon Brouwers,<br />

Luc Devoldere, Luc Daems, Luc Renders,<br />

Patrick Lateur, en Dirk Vande Voorde (onder het<br />

voorzitterschap van Ludo Helsen, député provincie<br />

Antwerpen) stelde unaniem Hubert Van Herreweghen<br />

voor als laureaat ‘omwille van zijn niet<br />

aflatende poëtische productiviteit met een ongemeen<br />

rijke thematiek in steeds wisselende en zich<br />

vernieuwende vormen’. De prijs werd hem overhandigd<br />

in het Provinciehuis van Vlaams Brabant<br />

door gedeputeerde Tom Troch, op 31 januari 2008<br />

(Gedichtendag). Naar aanleiding van de prijsuitreiking<br />

verspreidde de provincie Brabant 15.000<br />

exemplaren van een bundel met een selectie van<br />

21 gedichten van de laureaat, met als titel ‘Het is<br />

een geur die ge moet vinden’.<br />

Toon Brouwers<br />

39


DI 06.05.08, 12u30 en 14u<br />

Kleine Zaal, <strong>deSingel</strong><br />

DI 06.05.08, 20u<br />

Blauwe Zaal, <strong>deSingel</strong><br />

MA 19.05.08, 20u<br />

Podium Blauwe Zaal, <strong>deSingel</strong><br />

VR 06 & ZA 07. 06.08, 20u<br />

Monty, Montignystraat,<br />

2000 Antwerpen<br />

MA 23 en DI 24.06.08, 20u<br />

HID, Kluizeplein 8<br />

2500 Lier<br />

WO 28.05.08, 20u<br />

Kleine Zaal, <strong>deSingel</strong><br />

40<br />

.../Data/...<br />

Componistenportret Lucien Posman<br />

Middagconcert ‘The Book of Thel’ door WHAM-ensemble o.l.v.<br />

Filip Rathé en lezing door de componist over zijn oeuvre en<br />

compositiewijze. Uur o.v., kijk op www.conservatorium.be<br />

Zie <strong>Forum</strong> nr. 4<br />

Harmonieorkest Conservatorium Antwerepen<br />

o.l.v. Karel Deseure en Sam Gevers<br />

Refraction, J. Hadermann<br />

Symphonie in Bes fur Bläsorchester, P. Hindemith<br />

Extreme make-over, J. de Meij<br />

Tickets: 6/4 euro via 03/248 28 28<br />

Monk Night: Crepuscule with Nellie<br />

Jelle van Giel, drums - Stoffel Dewaele, elektrische bas - Jan<br />

Ghesquière, gitaar - featuring Kurt van Herck, saxofoon<br />

muziek van Thelonious Monk<br />

Gratis toegang, geen reservatie<br />

Zie p. 30<br />

Student Art/ werk ontleend<br />

Een voorstelling met afstudeerprojecten van studenten HID. Er<br />

wordt eigen werk gedanst en werk van andere choreografen.<br />

Tickets: 8/5 euro via 03/ 238 91 81 of reservatie@monty.be<br />

Free podium<br />

Gratis toegang, reservatie: 03/489 39 48<br />

Big Band Conservatorium Antwerpen<br />

Programma: arrangementen van laatstejaarsstudenten jazz/ lichte<br />

muziek<br />

Gratis toegang, geen reservatie


De directie van het conservatorium heeft samen met de Antwerpse economische, politieke,<br />

academische en culturele gemeenschap in 1999 de Stichting Conservatorium Antwerpen opgericht.<br />

Voorzitter van de Stichting is Gouverneur Camille Paulus. De Stichting stelt zich tot doel, door<br />

mecenaat, de uitbouw van het conservatorium te stimuleren en de uitstraling ervan in de Antwerpse<br />

regio te versterken. De Stichting stelt de nodige middelen ter beschikking voor masterclasses,<br />

studiebeurzen, instrumenten en het jaarlijks uitreiken van de titel ‘maestro honoris causa’.<br />

Inlichtingen: Ann Lommelen<br />

Tel.: 03/244.18.06<br />

a.lommelen@ha.be<br />

Structurele partners van de Stichting Conservatorium Antwerpen zijn:<br />

10 Advertising - Ce g e l e C - de ltA ll o y d BA n k<br />

For t i s Pr i v At e BA n k i n g - le A s i n v e s t re A l es tAt e<br />

lio n s Cl u B An t w e r P e n te r Be k e - MA i n t e n A n C e PA r t n e r s<br />

MAr s h - s d wo r x - si B e l C o - so u d A l - v i v i u M - voo r u i t z i C h t<br />

41


42<br />

Openbare examens ‘08<br />

De openbare examens zijn (behalve uitzonderingen) gratis en<br />

zonder reservatie toegankelijk voor het publiek. De data en uren<br />

zijn onder voorbehoud. Wijzigingen gebeuren soms ook nog de<br />

dag zelf, gelieve hier rekening mee te houden. Het overzicht op<br />

www.conservatorium.be wordt regelmatig aangepast.<br />

| Openbare examens muziek (tweede proeven)<br />

06/05 20u Harmonie- en fanfaredirectie Blauwe zaal<br />

26/05 11u - 12u Klavecimbel Lokaal 138<br />

26/05 14u-16u Trompet- tuba Blauwe zaal<br />

26/05 16u -19u Klarinet/basklarinet Blauwe zaal


29/05 9u-23u Piano Blauwe zaal<br />

02/06 9u-23u Piano Blauwe zaal<br />

02/06 9u30-14u Hobo/fagot Kleine zaal<br />

02/06 11u-13u30 Viool Orgelklas<br />

02/06 15u-19u Fluit Kleine zaal<br />

03/06 10u-13u Saxofoon Kleine zaal<br />

03/06 14u-15u Hoorn Kleine zaal<br />

03/06 16u - 19u Percussie Blauwe zaal<br />

05/06 14u-17u Percussie Kleine zaal<br />

05/06 10u30 - 16u10 Viool Blauwe zaal<br />

06/06 n.t.b. Accordeon n.t.b.<br />

09/06 10u - 17u Jazz zang Kleine zaal<br />

09/06 17u - 20u Orgel Ntb<br />

11/06 13u - 17u Cello Kleine zaal<br />

11/06 11u - 14u Zang Blauwe zaal<br />

12/06 19u- 12u Contrabas Kleine zaal<br />

17-06 10u - 16u30 Jazz blazers Kleine zaal<br />

17/06 11u - 13 Zang Blauwe zaal<br />

18/06 10u - 16u30 Jazz drums Kleine zaal<br />

19/06 10u - 16u Jazz drums Kleine zaal<br />

19/06 10u - 16u Altviool Blauwe zaal<br />

19/06 18u - 20u Percussie Kleine zaal<br />

20/06 9u30-11u30 Gitaar Kleine zaal<br />

20/06 13u-16u Harp Kleine zaal<br />

24/06 10u - 19u Jazz piano Kleine zaal<br />

25/06 10u - 19u30 Jazz bas Kleine zaal<br />

26/06 10u - 16u Jazz gitaar Kleine zaal<br />

Kamermuziekexamens van 25.06 tot 30.03<br />

| Openbare examens en voorstellingen<br />

Drama<br />

6 t/m 10.05, 20u , Kleinkunst<br />

Ilse Mariën en Eline Praats<br />

begeleid door Koen de Sutter<br />

Locatie: Herman Teirlinck Zaal<br />

22 t/m 24.05, 20u, Kleinkunst<br />

concert door Liesa Van der Aa en band<br />

Locatie: Herman Teirlinck Zaal<br />

27 t/m 31.05, 20u, Kleinkunst<br />

concert door Arne Leurentop en band<br />

Locatie nog niet bekend<br />

5 t/m 7.06, 20u, Kleinkunst<br />

Muziektheater met Sara De Smedt en Brechtje Kat<br />

begeleid door Bas Teeken<br />

Locatie: Theater Zuidpool<br />

16/06, 14u, Acteren<br />

Stef Aerts, Bart Hollanders, Matteo Simoni en<br />

Rik Verheye<br />

Locatie: Herman Teirlinck Instituut<br />

16 t/m 20.06, 20u, Acteren<br />

Matthias De Meuelenaere en Michael Vergauwen<br />

Begeleid door Jan Decorte<br />

Locatie: Zwarte Zaal, Conservatorium Antwerpen<br />

43


44<br />

<br />

Het <strong>tijdschrift</strong> Bruxelles-Théâtre, waarvan de<br />

jaargangen 1874 tot 1877 in de bibliotheek bewaard<br />

worden, is een ‘collector’s item’, niet zozeer om de<br />

artikels als wel vanwege de foto’s die op elk nummer<br />

gekleefd werden. Op de voorpagina van nummer<br />

49 (jrg. 49, maart 1877) prijkt een aandoenlijke<br />

foto van Henry-Bonaventure Monnier (1799-1877)<br />

in een travestierol. Met deze foto en een artikel<br />

op de binnenpagina’s bracht het theater<strong>tijdschrift</strong><br />

hulde aan de op 3 januari 1877 overleden toneelauteur,<br />

acteur en karikaturist. Monnier was van vele<br />

markten thuis. Hij publiceerde verschillende bundels<br />

litografieën waarin hij de Parijse bourgeoisie<br />

treffend wist te typeren. Zijn karikaturen van Monsieur<br />

et Madame Prudhomme gingen een eigen<br />

leven leiden. Hij gebruikte het bourgeoiskoppel in<br />

zijn karikaturen om de pretenties en de zottigheden<br />

van zijn tijd te doorprikken en voerde het koppel<br />

ook op in zijn toneelstukken, zoals Grandeur et<br />

décadence de M. Joseph Prudhomme, zijn successtuk<br />

dat hij in 1852 schreef met de Belg Gustave Vaëz.<br />

Balzac noemde Monniers figuur van Joseph Prudhomme ‘l’illustre type des bourgeois de Paris’ en Paul<br />

Verlaine vond bij hem inspiratie voor Monsieur Prudhomme in Poèmes saturniens.<br />

Monnier was gehuwd met Caroline Péguchet, bekend als Caroline Linsel, die verbonden was aan<br />

het Theâtre de la Monnaie in Brussel. Vandaar dat hij soms ook in Brussel actief was. Op deze foto staat<br />

Henry Monnier afgebeeld als M’ame Gibou, de hoofdrol uit Madame Gibou et Madame Pochet ou Le Thé<br />

chez la Ravaudeuse, een ‘pièce grivoise en 3 actes, mêlée de couplets’ uit 1832 van Dumersan.<br />

Jan Dewilde<br />

bibliothecaris

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!