Wedstrijdreglement 2007 1. De wedstrijd staat open ... - FAC autocross

fac.autocross.nl

Wedstrijdreglement 2007 1. De wedstrijd staat open ... - FAC autocross

Wedstrijdreglement 2007

1. De wedstrijd staat open voor een ieder met een geldig rijbewijs en een geldige NAB

licentie, er wordt GEEN dispensatie verleend door het bestuur.

2. De wedstrijd is een zuivere snelheidswedstrijd, waarvoor de volgende regels gelden op

straffe van uitsluiting en diskwalificatie.

3. De coureur is doorlopend verantwoordelijk voor zijn monteur, welke min. 16 jaar dient te

zijn en zijn supporters c.q. aanhang.

4. Het gebruik van alcohol en andere geestverruimende middelen is voor coureurs en

monteurs ten strengste verboden, ook meenemen naar het rennerskwartier is niet

toegestaan, tevens mag er in de auto’s niet worden gerookt. Ook voor de aanhang is het

gebruik van alcohol en andere geestverruimende middelen verboden.

5. Men mag niet vooruit of achteruit in tegengestelde richting rijden. Indien men buiten de

baan is beland, dient men op dezelfde plaats zonder afsnijden weer op de baan te komen,

zonder anderen te hinderen of gevaar voor baancommissarissen. Bij een lekke band dient

men onmiddellijk naar de buitenzijde van de baan uit te wijken en mag men andere

coureurs niet hinderen.

6. Tijdens een gele of rode vlag situatie, c.q. neutralisatie van de wedstrijd, mogen er geen

wagens worden geruild, gerepareerd of worden bijgevuld.

7. Zolang een deelnemer zich tijdens en na de wedstrijd in de auto op de baan bevindt, is hij

verplicht gordel, helm en nekband te dragen en zich hiervan pas weer in het

rennerskwartier te ontdoen. Er mogen zich geen lichaamsdelen buiten de auto bevinden.

8. De coureur welke tijdens de race enige tijd buiten kennis raakt, wordt voor verdere

deelname aan de wedstrijd uitgesloten.

9. HET WISSELEN VAN RIJDERS IS OP STRAFFE VAN UITSLUITING VOOR HET

GEHELE SEIZOEN VERBODEN.

10. Alleen voor het rijden van een finale mag men een auto lenen, die deze dag in dezelfde

klasse heeft deelgenomen. Dit dient men eerst bij de jurybus te melden.

11. Het binnenkomen en verlaten van de baan en het rijden in het rennerskwartier geschiedt

stapvoets, dit is ongeveer 5 km/uur. Altijd dient er ruimte voor andere auto’s en tractoren

te worden vrijgehouden.

12. In het rennerskwartier dient iedere crossauto op een dekzeil te staan met een minimale

afmeting van 2x4 mtr. Alleen een zwaar kunststof zeil van min. 600 gram per m² is

toegestaan, dus beslist geen zgn. oranje of groen licht bouwzeil. Na de wedstrijd mag geen

afval achterblijven, de plaats die je is toegewezen moet je schoon achterlaten.

13. Men dient twee uur voor de aanvang van de wedstrijd aanwezig te zijn voor evt. betaling,

inschrijving, keuring en loting.


14. Het aantal manches, ronden en de indeling daarvan worden op de wedstrijddag door de

wedstrijdleiding bekend gemaakt.

15. Indien een auto niet tijdig klaar is, mag men een manche later rijden, mits gemeld bij de

jurybus.

16. Crosswagens mogen het terrein pas verlaten als daarvoor door de wedstrijdleiding

toestemming is gegeven. Ambulance, arts, E.H.B.O., loonwerkers en publiek gaan voor

17. Indien een rijder, zijn monteur of aanhang zich op een dusdanige wijze provocerend

gedraagt, of lichamelijk geweld gebruikt t.o.v. medecoureurs, bestuur, wedstrijdleiding of

medewerkers zal het bestuur genoodzaakt zijn, de rijder hiervoor te straffen c.q. te

schorsen.

18. Iedere deelnemer dient zich ervan bewust te zijn dat bij deze sport stoffen worden

gebruikt welke bij onzorgvuldig gebruik gevaar voor het milieu kunnen veroorzaken.

19. Brandbestrijding op het circuit geschiedt i.v.m. milieueisen alleen door medewerkers van

de FAC, welke daarvoor zijn geïnstrueerd. Iedere deelnemer verplicht zich te houden aan

het naleven van de milieueisen welke aan de FAC zijn opgelegd, deze hangen voor een

ieder zichtbaar in het rennerskwartier. Door het niet naleven van deze eisen loopt de

deelnemer het risico te worden geschorst en persoonlijk te worden aangesproken.

20. Uitspraken en aanwijzingen van de wedstrijdleiding en baancommissarissen zijn bindend

en dienen onverwijld te worden opgevolgd. Tegen beslissingen van wedstrijdleiding en

jury mag niet worden geprotesteerd tijdens de cross. In gevallen waarin het reglement niet

voorziet, beslist het bestuur, waarbij uitspraken bindend zijn.

21. Betekenis van de wedstrijdvlaggen:

Zwart/wit geblokt - Finish teken

Zwart - Direct baan verlaten, dit is het diskwalificatieteken

Rood - Onmiddellijk stoppen manche is afgelopen

Geel vastgehouden - Gevaar, op de aangegeven plaats niet inhalen.

Geel zwaaiend - Niet inhalen , tempo aanpassen , race neutraliseren

Groen - De race kan beginnen.

22. Bij de inschrijving moet de coureur een duidelijke kopie van zijn (geldig) rijbewijs

overleggen.

Geen (geldig) rijbewijs betekend dus ook geen deelname.

23. Deelname is op eigen risico. De FAC (Friese Autocross Club) stelt zich niet aansprakelijk

op enigerlei wijze voor geleden schade, vermissing of diefstal.

COUREUR EN MONTEUR HEBBEN KENNIS GENOMEN VAN BOVENSTAANDE

REGLEMENTEN EN HEBBEN ZICH DOOR AAN DE WEDSTRIJD DEEL TE NEMEN

VOOR ACCOORD VERKLAARD.


Stockcar Formule 1 specificaties 2007

Type

Een formule 1 stockcar is een één zits-wagen waarbij de motor voorin is geplaatst. De motor en de

versnellingbak mogen max. 38 mm uit de middenlijn van de stockcar geplaatst zijn. De coureur zit in

het midden van de cabine, achter de motor, maar voor de achteras. Alle wagens hebben een stalen

chassis van een gelaste constructie. De minimum chassiswijdte van de wagen moet minimaal 712 mm

bedragen. Er mogen geen aan elkaar gelaste breuken in het chassis zitten, vanaf de voorkant van de

rolkooi tot aan de radiateur.

Een stalen rolkooi moet vast gelast (NIET GEBOUT!!) zijn aan het chassis. Fiberglas bodywork van

welke soort ook is verboden. De motorkap moet de motor compleet omsluiten, maar luchtfilters

mogen uitsteken en hoeven niet bedekt te zijn. Er moeten blusgaten van tenminste 75 mm doorsnee

aanwezig zijn in het achtercompartiment van de wagen. Deze gaten dienen ervoor om brand te blussen

zonder dat er gedeelten van de wagen uit elkaar gehaald moet worden. Geen bodywork mag uitsteken

buiten de wijdte van de banden. Alle wagens (chassis) moeten minstens 50 mm vrij zijn van de grond,

hierbij kan men denken aan de carterpanbescherming, die vrij laag hangt.

Gewicht

Wagens die raceklaar zijn zonder de coureur moeten minimaal 1350 kg en maximaal 1500kg* zijn.

Als bij de eerste controle de wagen 5 kg onder het minimum gewicht zit, dan mag er nog geracet

worden, de volgende keer moet het gewicht in orde zijn. De wagen mag 50 kg boven het maximum

gewicht zitten, doch dit moet binnen 14 dagen in orde zijn. Auto’s die meer of minder tolerantie van

het acceptabele gewicht vertonen, zullen de race onder geen voorwaarde meer mogen rijden. Als er

sprake is van ballast, dan mag die vastgezet worden met bouten, mits op een goede plaats bevestigd,

goed vastgemaakt en goed bevonden door de daarvoor aangestelde keurmeester of official.

* voor 2007 zal een maximaal gewicht van 1550 kg worden aangehouden.

Bumpers

Bumpers aan de vóór, achter en zijkant zijn verplicht. Bumpers mogen nooit breder zijn dan de

buitenzijde van de wielen en niet korter dan het hart van het wiel. Bumpers moeten een minimum

hoogte van 140mm en maximum van 225mm hebben. Bumpers mogen geen scherpe hoeken hebben.

De hoogte van hart bumpers vanaf de grond gemeten moet 500mm +/- 50mm zijn. Ruimte tussen de

voorbanden en de voorbumper mag niet meer zijn dan 150 mm. Achter mag maximaal 305 mm tussen

bumper en band zitten.

“A” Bumpers mogen niet breder als de buitenkant band en niet korter dan het hart van de band zijn.

“B” Minimale hoogte van de bumper 140mm en maximale hoogte 225mm.

“C” Hoogte van hart bumper tot de grond moet 500mm +/- 50mm zijn.

“D” Driehoek op bumper minimaal 305mm en maximaal 381mm.


Zijbumpers

Alle wagens moeten voorzien zijn van goed geconstrueerde zijbumpers. De zijbumpers mogen niet

meer uitsteken dan 100 mm vanaf de buitenkant van het achterwiel/band. De zijbumpers moeten van

voren geleidelijk aan naar het chassis gebogen en vast gelast worden. Het moet zo geconstrueerd

worden dat het een effen vlakke oppervlakte presenteert. De zijbumper moet op dezelfde hoogte

geconstrueerd worden als het chassis/bumpers. De zijbumper mag een maximum contacthoogte van

152 mm en een minimum diepte van 51 mm hebben.

Over-rider hoop

Een beugel moet verticaal onder het chassis vast gelast worden. Dit om te voorkomen dat de wagen

over de zijbumper van een andere wagen heen kan rijden. Deze beugel moet geconstrueerd worden

van 40 x 40 x 3 mm koker of 1.25” BSP. “Blue Band” buis. Deze beugel moet maximaal 254 mm en

minimaal 178 mm zijn en moet tot een maximum van 228 mm van de voorbumper gemonteerd

worden. De beugel mag niet breder zijn dan de breedte van de chassiskokers. Minimale breedte is 610

mm.

Rolkooien

Alle rolkooien moeten van een stalen constructie zijn, bestaande uit 6 stijlen tot dakhoogte. Het

ontwerp mag van zij naar zij, of van voor naar achter zijn, doch de middelste stijlen moeten naast de

coureur zitten. De minimale wijdte tussen de verticale balken (van de ene kant naar de andere kant van

de kooi) moet 660 mm bedragen uit alle punten gemeten.

Het hoogste punt van de helm in zittende positie moet niet hoger zijn dan de onderkant van de hoogste

rolkooi pijp. Een dwarsbalk moet achter de stoel geplaatst worden. De complete structuur moet gelast

zijn en aan het chassis vast gelast zijn. De rolkooi in de directe omgeving van het hoofd moet voorzien

zijn van zachte buffers. Rolkooibuizen moeten een minimum wanddikte van 4 mm hebben en een

minimum diameter van 48,3mm, alles wat bij de rolkooi behoort (dwarsbalken e.d.) moeten van

ditzelfde materiaal zijn.

Aan te raden materialen zijn:

BS 3601/Part1/1987-HFS430 (4.0mm wanddikte, 48,3mm O/D)

BS 3602/Part 1/1987-HFS430 (4.0mm wanddikte, 48,3mm O/D)

BS1387 (4.0mm wanddikte, 48,3mm O/D of de europese variant EN10210)

Tussen de voorste en de achterste rolkooibuizen moet zich een minimaal 3 mm dikke plaat bevinden

dit zijn de zijkanten van de hut . Deze plaat moet overal minimaal 380 mm hoog zijn, gemeten van af

het chassis. De bovenkant van de plaat moet gelast zijn aan een horizontale dwarsbalk. De plaat moet

volledig rond vastgelast zijn. De plaat moet gebogen zijn waar mogelijk, om extra sterkte te

verkrijgen. Aan de binnenkant van de plaat moeten er steunen geplaatst worden op zo’n manier dat er

vakwerk ontstaat niet groter dan 380 mm x 225 mm. Steunen moeten van 40 x 40 koker zijn met een

maat van 3 mm dikte of 1,25 inch B.S.P. nominale doorsnede B.S.P. minimum 3 mm. Aan de

binnenkant van de cabine mogen er panelen geplaatst zijn, als de keurmeesters gemakkelijk kunnen

controleren welke soort steunen er zijn gebruikt. Een verticale veiligheidsbuis (4 mm) van rolkooi

materiaal moet tussen de achterste dak-dwarsbalk en de allerachterste rolkooi dwarsbalk gelast

worden, in de positie centraal achter de hoofdsteun.

Dakbeplating

Een minimaal 5 mm dikke stalen plaat moet direct aan de rolkooi vast gelast zijn, direct boven het

hoofd van de coureur. De dakplaat moet aan alle vier de kanten afgelast zijn en moet minstens 610 mm

lang zijn. Er moet voor / boven op de rolkooi een dwarsbalk (van rolkooi (4 mm) materiaal) ingelast

zijn, waar dus ook de dakplaat aan vast is gelast.


Veiligheidsgordels

A) TYPE

De veiligheidsgordel moet minstens 5 punts zijn, 2 schouder, 2 schootgordels en een kruisgordel. De

veiligheidsgordels moeten op 5 montageplaatsen vastgezet worden, en met 5 punten vast te gespen

zijn. Het is ten zeerste aan te bevelen dat de gordels zorgvuldig uitgekozen worden, het is ook aan te

bevelen om haak/clip gordels te gebruiken. Als het haak/clip type in gebruik wordt genomen dan moet

het minstens 3,9 dikte hebben en van betrouwbaar bekend fabrikaat zijn.

OPMERKING: Als je nieuwe gordels koopt of retaining clips en je weet de regels of aan te bevelen

gordels niet meer, koop dan de normaalste in deze soort.

De stof van de gordels moet een breedte hebben van minimaal 75 mm, behalve de kruisgordel welke

een minimale breedte moet hebben van 51 mm.

B) GEBRUIK

De gordels moeten altijd gedragen worden als de wagen zich op de baan bevindt. Zorg dat de

sluitingen goed vastzitten. Elke gordel moet goed aangetrokken zijn, eerst de schootgordels. De

coureur moet zo min mogelijk speling hebben in zijn/haar stoel. Er moet voor gezorgd worden dat de

bestuurder goed in zijn stoel zit. Dit moet gebeuren zodra men de baan opgaat waar er

steekproefsgewijze gecontroleerd wordt door een official. Aangeraden wordt om eens in de drie jaar

de gordels te vervangen, of na zware crashes, waarbij de gordels nogal wat te verduren hebben gehad.

C) INSTALLATIE

De gordels moeten bevestigd zijn aan het chassis en niet aan de rolkooi of de stoel. Dit dient te

gebeuren via goed vast gelaste beugels van tenminste 4 mm dikte en lengte van maximaal 50 mm. Dit

dient te gebeuren tussen een dubbele set beugels. De houders moeten geplaatst zijn in de hoek waarin

de gordels om het lichaam van de coureur zitten, Als er bouten gebruikt zijn, moeten dat hoogspanning

opvangende en minimum grootte hebben van 10 mm, vastgemaakt met een moer (liefst NY-Loc type).

R-type bevestigingen, D-links sluiting en kettingen zijn verboden om gordels mee aan het chassis te

bevestigen. De schoudergordels moeten zo laag en zo dicht mogelijk in de buurt van de coureur achter

de stoel vastgemaakt zijn. Als de bestuurder in de auto zit en de schoudergordels om doet moeten ze

achter de stoel op schouderhoogte over een ronde pijp lopen naar beneden, dit om te voorkomen dat de

banden van de gordel aan de stoel trekken. De pijp moet van een materiaal zijn van minimaal 25 mm

(1/2”) O.D. met een minimale dikte van 3 mm. Er moet goed opgelet worden dat de singelbanden van

de gordels niet aan de stoel of metalen delen van de auto schuurt. Voor overzicht van de montage

gordels en beugels zie detailtekening na punt E)

D) ONDERHOUD

Het is aan te bevelen om de gordels na elke race schoon te maken en te controleren. Als het weefsel

van de gordel slijtage vertoont moet deze vervangen worden door een goedgekeurde gordel, het is ook

aangeraden, om de sluiting en de bouten na elk seizoen te vervangen. Als de official aan de bestuurder

meldt dat het gestikte gedeelte van de gordel vervangen moet worden vervangen, moet dat gedaan

worden door een bevoegd persoon en aangetoond worden.

E) INSPECTIE

Bij elke keuring zal de veiligheidsgordel door de daarvoor aangestelde officiële Keurmeester

geïnspecteerd worden. De keurmeester mag de bestuurder vragen om in de auto plaats te nemen om te

kijken of de gordel goed functioneert en deugdelijk gemonteerd is. Als volgens de keurmeester de

veiligheidsgordel onveilig of gevaarlijk lijkt, kan hij de eigenaar vragen om deze te vervangen.

Mochten de bevestigingen niet goed bevonden worden of gevaarlijk, zal de auto niet kunnen

deelnemen aan de race tot de gebreken verholpen zijn.


Detailtekening gordelbevestiging

Transponder

Aanschaf en gebruik van transponder is verplicht. Montageplek nabij de vooras en vrij naar

beneden gericht ter hoogte van de chassisbalken. Montage van het transponderbeugeltje kan op een

steuntje van 50 mm breed en 90 mm hoog.

Safety net

Een stoffen veiligheidsnet moet op een juiste manier geïnstalleerd zijn tussen de rechterbuitenkant van

de hoofdsteun (25 mm) en de voorbuitenkant van de rolkooi. Deze moet zo geïnstalleerd zijn dat het

hoofd er niet onderdoor kan glijden als men in de zijkant geraakt wordt. Het veiligheidsnet moet van

kwalitatief goed fabrikaat zijn en eenvoudig los te maken zijn.

De Motor

De motor moet gemonteerd staan voor de bestuurder. Alle type motoren zijn toegestaan. Alleen

normale carburatie is toegestaan. Super chargers en brandstofinspuiting zijn niet toegestaan.

Startmotors moeten aangebracht zijn en in goede conditie verkeren. Aluminiumblikken zijn niet

toegestaan. Als er gebruik wordt gemaakt van een motor zonder carter (Dry Sump) moet de olietank

voor de smeerolie gemonteerd worden in hetzelfde compartiment als de brandstoftank, maar in geen

geval lager als de bumper. Alle olieleidingen moeten van gewapend slang zijn, en zo zijn aangebracht

dat ze ingeval van een crash/botsing niet los kunnen raken of ook maar enigszins geraakt kunnen

worden.

Remmen

De auto’s moeten voorzien zijn van een goed remsysteem. Stalen legering klauwen zijn alleen

toegestaan.van het merk Ford Cortina, Transit ,Granada en Mercedes. Per hoek mag er maar een

remklauw worden gebruikt, maar er moeten zeker drie werkende remklauwen worden aangebracht.

Wanneer geventileerde remschijven worden gebruikt moeten deze een standaarduitvoering hebben van

10 en 5.8 inch Transit type. Als er van zelfgemaakte schijven gebruik wordt gemaakt moeten deze een

maximum diameter hebben van 12 inch. Schuivende remklauwen ABS of soortgelijke systemen zijn

niet toegestaan.

De volledige werking van de remmen kan door een officiële keurmeester ten alle tijden gecontroleerd

worden. Veiligheidsgordel en helm moeten bij de remmen test altijd gedragen worden. Aluminium

remschijfdragers zijn niet toegestaan. Linker rempedalen zijn toegestaan. Als dit wordt gebruikt moet

men wel de rem en de koppeling tegelijk kunnen bedienen.

Versnellingsbak/aandrijfas en wielen

Een versnellingsbak uitgerust met een systeem waarvan de aandrijfas niet demonteerbaar is, is niet

toegestaan. Ze moeten met een werkende achteruit zijn uitgerust. De aandrijfas moet minimaal 254

mm van de grond tot het middelpunt van de versnellingsbakflens zijn. Automaatbakken zijn niet

toegestaan*. Het midden van de krukaspoelie, vanaf de grond gemeten, mag niet minder zijn dan 254

mm. Voorwielaandrijving of 4x4 is niet toegestaan. De auto moet met 4 wielen zijn uitgerust. Alleen


stalen wielen mogen gebruikt worden, het binnenwerk van het wiel moet min. 5 mm dik zijn en aan

beide kanten doorgelast zijn. Verbrede velgen mogen alleen als ze goed gelast en niet aan elkaar

gebout zijn. Naafdoppen zijn niet toegestaan. Balanceer loodjes moeten verwijderd zijn, wielballast

mag niet gebruikt worden. De wielbouten moeten minimaal 16 mm dik zijn en lang genoeg om het

wiel goed vast te zetten met de wielmoeren. Er moet een minimale ruimte van 102 mm zijn tussen de

binnenkant van het achterwiel en het bestaande chassis.

* automaatbakken zullen in 2007 nog worden toegestaan.

Assen

Alleen vaste voorassen zijn toegestaan. Ze mogen veranderd worden voor wielstand (castor)

wielvluchthoeken (camber). Ze mogen ook ingekort worden, door middel van het doorslijpen/ inkorten

en het lassen in het midden gedeelte. De gelaste delen moeten goed behandeld/gerepareerd zijn. De

assen moeten daar waar ze gelast zijn aan beide zijden van het gelaste gedeelte voorzien zijn van een

opgelaste verstevigingplaat van minimaal 5 mm dik en 50 cm lang. De voorassen moeten hun

originele assenstaal behouden. Vaste differentieels zijn toegestaan maar slipdifferentieels zijn

verboden. De enige achterassen die zijn toegestaan zijn Leyland FG, LD, Sherpa, Ford Transit en

Mercedes.

Ophanging/vering

De ophanging kan bestaan uit enkele of dubbele blad elliptische of kwart elliptisch cart type vering of

vering over schokdempers dan wel een combinatie van beide. Torsiestangen kunnen gebruikt worden

van de gewone personenwagens zoals Nissan, Cabstar en Volkswagen. Het gebruik van holle of bij het

racen gebruikte torsiestangen is niet toegestaan. Aluminium schokbrekers zijn niet toegestaan.

Dit jaar ,2007 dus, mogen er nog schokbrekers gebruikt worden die in en uitgaand verstelbaar zijn.

Met ingang van 2008 mag dit niet meer en dan moet er dus een stelschroef afgedopt zijn door middel

van een plaatje dat voor de stelschroef is gelast.

Banden

Banden Uitsluitend M + S profiel, max. 10 mm breed en 10 mm diep. Geen blokken of noppenbanden.

Er mogen rondom rallybanden of gewone voor op de de weg goedgekeurde banden worden gebruikt.

Reservebanden moeten aan dezelfde eisen voldoen als wedstrijdbanden.

Banden mogen niet gesmeerd worden om de hardheid te veranderen.

Achterbuitenkant: Hoosier Hard Bozz, Avon 890, Avon 940, Dunlop RS5 800/820 x 15, Technic 225

x 70 x 15.

Achterbinnenkant: elke band binnen de specificaties en elk type rally band met een maximale breedte

van 7.5” (205/215). De Hoosier Dirt Stocker is uitgesloten.

Voorbuitenkant: elke band binnen de specificaties inclusief de Hoosier 225 en 235 Dirt Stocker,

Dunlop 200/690 x 15 (434 harde compound) en elk type rally band.

Voorbinnenkant: elke band binnen de specificaties inclusief de Hoosier 225 en 235 Dirt Stocker en elk

type rally band.

Als Hoosiers worden opgesneden is dit alleen toegestaan in het oorspronkelijke patroon van de

fabrikant.

Windscherm/voorruit

Alles van glas met uitzondering van de achteruitkijkspiegel moeten verwijderd worden. Gaas met een

dikte van 3,2 mm en met tussenruimtes van niet meer dan 51 x 51 mm moeten aan de rolbar vastgelast

worden


De stoel, hoofdsteunen en zijhoofdsteunen

De rijdersstoel moet goed aan het chassis bevestigd zijn en de achterkant van de stoel moet aan de

rolkooi steunen vast zitten. De stoel moet met minimaal zes bouten vast zitten, vier in de bodem en

twee boven aan de achterkant. Zorg er voor dat er bouten met een ronde kop worden gebruikt voor het

comfort en grote ringen om te voorkomen dat de bouten door de stoel worden getrokken. Bouten

moeten minimaal M8 zijn. Alleen een metalen stoel mag gebruikt worden. Het gebruik van een

hoofdsteun is verplicht. Deze moet van het ovale type zijn die het bovengedeelte van het lichaam

enigszins vastzet. De hoofdsteun moet een minimum breedte hebben van 305 mm en als mogelijk iets

breder. De hoofdsteun moet volledig bekleed zijn. De hoofdsteun moet bevestigd zijn met twee kokers

van 25 mm die 254 mm uit elkaar staan en bevestigd zijn aan de rolbar. Zijhoofdsteunen zijn verplicht.

Vloer en vuurwanden

De bodemplaat moet kompleet zijn uitgevoerd om de pedalen en de versnellingsbak beneden de

bestuurder. Als er aluminium gebruikt wordt moet het gedeelte over de versnellingsbak minimaal 3

mm dik zijn. Een adequate metalen vuurbestendig paneel moet aangebracht worden tussen de

bestuurder en de motor. Dit paneel moet van de omhooggaande staanders van het

bestuurderscompartiment tot de voorruit toelopen en moet onafhankelijk van de motorkap zijn. Om te

voorkomen dat er brand kan uitbreken moet er ook een paneel van niet brandend materiaal (staal 2 mm

of aluminium 3 mm) worden aangebracht tussen de accu en de brandstoftank. (alleen als ze dicht bij

elkaar staan) Een 3 mm stalen plaat moet aangebracht worden onder de bestuurders stoel voor het

geval de tussenas mocht afbreken. Tevens moet er een beugel om de tussenas van een 5x25 mm stalen

plaat worden gemonteerd. Een 3 mm dikke plaat moet op een goede manier gelast achter de

bestuurdersstoel worden aangebracht tussen de tank en de bestuurdersstoel. Als hiervoor gekozen

wordt moet deze plaat de hele stuurcabine afdekken. Als er aan de binnenkant van het voertuig veren

zijn geplaatst moeten deze geheel zijn afgedekt met 3 mm platen.

Brandstofsystemen

De enige toegestane brandstof is benzine met een maximum octaan van 101. Deze kan alleen maar

gebruikt worden door een beluchte carburateur. Het wordt aangeraden om mechanische

brandstofpompen te gebruiken als die standaard gemonteerd zijn. Als men gebruik maakt van een

elektrische brandstofpompen dan moeten deze vóór de vuurvaste platen worden aangebracht.

Brandstoftanks moeten van staal zijn en mogen geen grotere inhoud hebben dan 20,5 liter en moeten

goed gemonteerd zijn met een adequate bescherming zie tekening, maar los van het frame. Stalen

tanks moeten een minimale dikte hebben van 1,5mm. OUDE Tanks van aluminium moeten 3mm

dikwandig zijn en nieuwe aluminium tanks in oude of nieuwe auto’s zijn verboden De brandstofpomp

mag niet lager dan de bumper gemonteerd worden. Vulopeningen mogen niet buiten de constructie

uitsteken, ze moeten voorzien zijn van schroefdoppen of jerrycan sluitingen. Monza type sluitingen

mogen niet worden gebruikt. Overdruk brandstofsystemen zijn niet toegestaan. Alle afsluiters moeten

kogelafsluiters zijn en moeten gemonteerd aan de binnenkant van de auto aan de zijkant van de

bestuurder en als de bestuurder vast zit in de gordel moet hij erbij kunnen komen. Deze afsluiter moet

aangegeven zijn met een pijl en gemakkelijk bereikbaar voor de brandweer en de officials.

Tapslopende doppen zijn niet toegestaan. Alle brandstofleidingen moeten van metaal of koper zijn en

vastgezet met klemmen of clips.

Koppelstukken van max. 152mm lengte (géén plastic) zijn toegestaan. Het wordt aanbevolen om de

leidingen die binnen het compartiment lopen uit één stuk te maken.

De brandstofleiding: De brandstofleiding moet aan de ene kant van de bestuurders stoel langslopen en

de accukabel aan de andere kant van de stoel. Ze mogen nimmer met elkaar in verbinding komen.

Minimaal twee gasveren moeten aangebracht worden, 1 aan de carburateur en 1 aan het gaspedaal, dit

uit voorzorg en veiligheid. Een luchtfilter moet op de carburateur aangebracht zijn.


Aanbevolen brandstoftank montage instructies

De tank moet in een ijzeren frame rusten. Het is aanbevolen onder dit frame een ijzeren plaat te lassen

om te voorkomen dat de tank van onderen doorboort wordt. Het frame moet iets groter dan de tank

zijn zodat er nog een laagje rubber of ander isolerend materiaal tussen kan. Het vastzetten van de tank

kan door middel van een enkele of een dubbele beugel, zie tekening. Bij elk deel van de tank dat

contact heeft met ander materiaal, moet een beschermmateriaal (rubber) er tussen zitten. De beugel

moet niet te vast gezet worden waardoor de tank kan gaan splitten. Een moer als stopper gebruiken is

hiervoor een oplossing. De ontluchtingspijp moet boven aan de tank beginnen, dan gedeeltelijk naar

beneden en dan een volledige slag om de tank en dan verder naar beneden. Dit betekent dat onder wat

voor hoek de wagen ook ligt, er is altijd een gedeelte van de pijp boven het brandstof niveau waardoor

er geen brandstof kan lekken.

Koelsystemen

Radiateur, reservoir en andere koelreservoirs voor koelwater gekoelde motoren (Koelvloeistof en

Antivries is verboden) moeten degelijk gemonteerd zijn vóór de brandwerende panelen. Ze moeten

een overloopleiding hebben welke 225 mm boven de grond en naar beneden gericht zijn.

Accu en noodschakelaar

Accu’s moeten zodanig gemonteerd worden op het chassis dat, bij een eventuele crash, beweging

wordt voorkomen. Natte accu’s moeten geheel afgedekt zijn en in een kist zitten. De accukabel moet

zo aangelegd worden dat deze nooit in aanraking kan komen met de brandstofleiding.

Er moet een onderbreker/noodschakelaar aangebracht zijn op een wijze dat de bestuurder er

gemakkelijk bij kan komen als deze vast zit in de stoel. Tevens moet de schakelaar op een plaats

gemonteerd zijn waar officials en brandweer hem gemakkelijk kunnen vinden en bedienen. Als de

schakelaar wordt uitgezet moet alle stroomtoevoer naar de motor en elektrische systemen worden

onderbroken. Als de auto met een magneet is uitgerust dan moet deze worden aangebracht naast de

onderbreker/noodschakelaar en moet dit goed aangeduid zijn.


Nummers

De stockcar moet voorzien zijn van duidelijk leesbare startnummers welke aan beide zijden van de

wagen moet zijn aangebracht, ook naar voren moeten de nummers duidelijk zichtbaar zijn..

Uitlaat

De uitlaatopeningen moeten in alle gevallen ver weg van de voeten van de bestuurder zijn en ze

mogen ook niet op de achteropkomende bestuurders gericht zijn. Het uitlaatsysteem moet naar buiten

gericht staan. Het systeem dient voorzien te zijn van dempers zodat de geluidsnorm van 100 dB niet

wordt overschreden.

Besturing

Besturingssystemen dienen te voldoen aan de veiligheidsnormen van de keurmeesters.

Stuurbekrachtiging is wel toegestaan. Onder geen beding mag de bestuurder als hij is aangereden

tijdens de race zijn voertuig verlaten door middel van het stuur te verwijderen. Uit

veiligheidsoverwegingen dient het stuur te allen tijden te blijven zitten.

Brandblussers

In elke wagen moet in het bestuurderscompartiment een goed bevestigde goedwerkende brandblusser

aanwezig zijn, minimaal 1kg type.

Spoilers

Rijders moeten er om denken dat na een koprol, een spoiler de uitgangen van het

bestuurderscompartiment niet kan belemmeren. Spoilers mogen een algemene maat van 1250 x

1250mm hebben. Zij panelen mogen maximaal 1250 lang en 610 mm hoog zijn en van metaal

gemaakt.

Veiligheids helm

Helmen van polycarbonaat zijn niet toegestaan. Het wordt aangeraden bij het aanschaffen van een

nieuwe helm om advies wordt gevraagd as men onzeker hier over is.Alleen helmen van het type BS

6658A of BS 6658 type A/FR of American Snelll Foundation 2000 of 2005 en E22 05 van fiberglas

constructie zijn toegestaan. Het is belangrijk dat het hoofd van de rijder goed in de helm past.

Nekband

Alle rijders zijn verplicht een nekband te dragen. Het wordt aanbevolen om brandvertragende

nekbanden te gebruiken.

Overalls

Een overall moet van een brandvertragende stof zijn gemaakt. Het wordt aanbevolen om Nomex

overalls te gebruiken.

Ruimte tussen de grades

Rijders moeten in de door de officials aangewezen groep (grade) starten. Rijders moeten er voor

zorgen dat de ruimte tussen deze grades worden gehandhaafd tijdens rollende ronde voor de start. De

ruimte tussen de groepen moet vier wagen lengtes zijn (+/- 15meter).

Het starten

De rijder op pole is verantwoordelijk voor de snelheid in de rollende ronde.

De rijder op pole van elke grade is verantwoordelijk voor het behouden van de ruimte tussen de grades

en dit moet gelijk blijven vanaf het opstellen.

De start marshall geeft het groen op elk moment nadat de rijder op pole uit bocht vier komt.

Een rijder van welke grade dan ook die te snel in de rollende ronde rijd zal twee plaatsen terug worden

gezet in de uitslag, dit geld ook voor het inhalen voor dat het groen is gevallen.


Als de rijder die het eerst het volledige aantal ronden heeft afgelegd wordt afgevlagd, dan wordt er pas

rood gegeven als alle rijders zijn gefinished en tot die tijd blijft men gewoon op snelheid rijden zonder

in te halen.

Een race wordt over het volledige aantal ronden verreden.

Overeenkomsten met de specificaties

De keurmeester is gemachtigd om elke auto die niet geheel

voldoet aan de specificaties uit te sluiten van deelname.

More magazines by this user
Similar magazines