Uitgebreide kerkbeschrijving - Stichting Oude Groninger Kerken

groningerkerken.nl

Uitgebreide kerkbeschrijving - Stichting Oude Groninger Kerken

Over de kerk van Eenrum

De kerk van Eenrum was aanvankelijk een tufstenen zaalkerkje, dat werd gebouwd aan het eind

van de 12 e , begin 13 e eeuw. In het midden van de 13e eeuw werd het kerkje met baksteen

verbouwd en vergroot. De toren werd tussen 1646 en 1652 gebouwd, als vervanger van een

kleinere 13 e -eeuwse toren.

Het koorgewelf werd beschilderd met een imitatie van siermetselwerk, waarvan een gedeelte

zichtbaar is gelaten. De rest van de kerk was baksteenrood gesausd met daarop witte voegen.

Tegenwoordig overheerst wit pleisterwerk. De kansel heeft fraai houtsnijwerk met voorstellingen

van Geboorte, Terugkeer, Graflegging, Opstanding en Hemelvaart. preekstoel binnen het

doophek kreeg een plaats tegen de zuidwand. Tegenover de kansel staat de collatorenbank met

het wapen van de familie Alberda. Het orgel werd tussen 1815 en 1817 gebouwd door N.A.

Lobman & Zoon uit Groningen. Het meest bijzondere onderdeel in het interieur inventarisstuk is

de tufstenen, 12 e -eeuwse doopvont.

Details

Het sobere muurwerk is slechts verlevendigd door lisenen op de grenzen der traveeën. De uit

tufsteen opgetrokken muren van de eerste kerk werden met baksteen bekleed, waardoor oud

en nieuw tot één geheel werden verenigd. Zo ontstond een langgerekte zaalkerk van zes

traveeën, met een rechte koorsluiting, waarin de traditionele drie-venster-groep. Tenslotte is de

gehele kerk in de stijl van de romano-gotiek met zes concentrisch gemetselde meloenvormige

koepelgewelven overdekt, telkens met vier ronde sierribben, samenkomend in een rozet en

gescheiden door spitsbogige gordelbogen. De voormalige triomfboog tussen de tweede en de

derde travee van het westen is wat rijker geprofileerd.

Bouwgeschiedenis

Een baken in het wierdenlandschap en ook voor hen die de Waddenzee bevaren is de 48 meter

hoge toren van Eenrum, gebouwd tussen 1646 en 1652, als vervanger van de lage vrijstaande

toren, die waarschijnlijk in de dertiende eeuw was geplaatst. Ter gelegenheid van de torenbouw

is de westelijke topgevel van de kerk afgebroken en moest het aangrenzende gewelf worden

vervangen. De bouwmeester, verantwoordelijk voor de wat archaïsche vormgeving was Adam

van Collen, vermoedelijk uit Groningen. Op een massieve ongeveer vierkante onderbouw van

vier door waterlijsten gescheiden geledingen volgt een insnoering en een achtkantige

bovenbouw, bekroond met een koepel, met daarop een opengewerkte houten lantaarn en een

hoge windvaan. Het muurwerk wordt verlevendigd door natuurstenen hoekblokken. De bovenste

geleding van de onderbouw heeft aan de vier zijden telkens twee grote spitsbogige galmgaten

met daarboven ovale vensters, waarvan er later drie zijn afgedekt met wijzerplaten.

De westelijke travee kreeg bij de vernieuwing, waarvan de datum op de sluitsteen (I augustus

1648) staat vermeld, een kruisgewelf op ribben van rechthoekige doorsnede. Bij de restauratie

die in de jaren 1953- 1957 plaatsvond, is de witte buitenbepleistering van de kerk verwijderd en

de negentiende-eeuwse grote spitsboogramen zijn vervangen door de oorspronkelijke

lancetvormige vensters.

Oude portalen in de lange gevels zijn deels hersteld en weer voorzien van een sluitbalk. Als

gevolg van de gewelfdruk, versterkt door de overheersende windrichting is de kerk in zuidelijke

richting gaan overhellen. Om verdere verzakking tegen te gaan, werden de lisenen aan de

zuidmuur verzwaard tot zes steunberen. Bij de restauratie is een betonconstructie geplaatst om

de gewelfdruk op te vangen, zodat de verzwaringen van de lisenen weer konden worden

weggebroken. In de noordmuur is een hagioscoop teruggevonden, met daarin nog de haak voor

het ophangen van een lamp, waarschijnlijk het dodenlicht. In de sluitgevel bevindt zich een

lavabonis voor de liturgische handwassingen.

Het interieur toont op wanden en gewelven het "reine wit der reformatie", in fraai contrast met

het donkere eikenhout van het meubilair., in Romaanse stijl versierd met horizontale banden en

daar tussen een , omgaande rij van dertien blinde arcaden.

In 1811 werd besloten de kerk opnieuw te meubileren; bij de besluitvorming zal de primus

collator jonker Gosen Geurt Alberda van Dijksterhuis een voorname rol hebben gespeeld. een


pastoriebank geplaatst. De koorafsluiting kreeg opzetstukken, versierd met florale motieven en

engeltjes. Het orgel werd tussen 1815 en 1817 gebouwd door N.A. Lobman & Zoon. te

Groningen. De 28 stemmen zijn verdeeld over hoofdwerk, rugwerk en pedaal. De in de loop van

de tijd aangebrachte wijzigingen zijn bij de in 1964 voltooide restauratie door de fa. Van Vulpen

te Utrecht meest weer ongedaan gemaakt. Het snijwerk aan al het meubilair is vervaardigd door

vader en zoon M. & A. Wallis.

In het torenportaal bevindt zich de schildvormige ,bronzen grafplaat voor pastoor Harmannus

Jarghes 1506, met binnen een Latijnse tekst het wapen Jarghes: een hoofdletter H op het

hartschild omringd door acht rozen.

More magazines by this user
Similar magazines