STITSWERD – ST.GEORGIUS-KERK
STITSWERD – ST.GEORGIUS-KERK
STITSWERD – ST.GEORGIUS-KERK
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
1<br />
<strong><strong>ST</strong>ITSWERD</strong> <strong>–</strong> <strong>ST</strong>.<strong>GEORGIUS</strong>-<strong>KERK</strong><br />
De naam van de wierde is al tien eeuwen bekend. Het kerkje ligt hoog aan de rand van de afgegraven terp,<br />
en tegenwoordig ook aan de rand van het dorp. De aan de H. Georgius gewijde kerk is in de 13 e eeuw<br />
gebouwd. Oorspronkelijk was de kerk overwelfd maar in het begin van de 15 e eeuw werd de kerk, die in<br />
bouwvallige staat verkeerde, verbouwd: de gewelven werden weggehaald en de zuid- en westmuur werden<br />
waarschijnlijk opnieuw opgetrokken. Noord- en zuidmuur kregen elk drie grote spitsboogramen<br />
corresponderend met de drie oorspronkelijke traveeën. In de koortravee werd in de zuidmuur een laag<br />
venster of nis (piscina?) met een sierlijke ezelsrugboog ① gezet. De westmuur kreeg een ingang met<br />
korfboog; de oostmuur kreeg drie lancetvensters: twee zijn bij de restauratie van 1991 teruggevonden en<br />
inwendig, als nissen, in het zicht gelaten. Deze nissen flankeren nu het grote spitsboograam van de ingang.<br />
Bij een grote verbouwing in de 19 e eeuw werd de kerk uitwendig bepleisterd. De kerk kreeg aan de<br />
dorpskant, de oostkant, een eclectische ② ingang met een spitsboograam erboven. Met als gevolg dat de<br />
inrichting, tegen de traditie in, 180° werd gedraaid. Ook is toen het middelste lancetraam gesneuveld.<br />
De vrijstaande stenen toren was in 1653 geheel vervallen en werd daarom in 1656 vervangen door een<br />
dakruiter met vierkante houten onderbouw en een ingesnoerde spits. In het hout van de klokkenstoel, die<br />
tezamen met de dakruiter en naar het lijkt ook de kap is gemaakt, hebben de timmerlieden Jan Umens en<br />
Jan Ubbes hun naam en het jaar 1656 gesneden. Het gotische klokje uit 1439 heeft de typisch<br />
middeleeuwse, langgerekte vorm en is net als de kerk aan de H. Georgius gewijd. Zeldzaam is de haaks op<br />
de luidas bevestigde luidarm ③ , die hier niet zoals vrijwel overal elders door een luidwiel is vervangen.<br />
Binnen zien we een sober interieur gedekt door een blauwgroen geschilderd vlakke zoldering waarvan de<br />
balken zijn versterkt met sleutelstukken. In het interieur staat de preekstoel uit het tweede kwart van de<br />
17 e eeuw centraal. De hoeken worden door een soort composiet ④ halfzuiltjes gemarkeerd. Ebbenhouten<br />
inlegwerk verlevendigt het eikenhout, dat helaas grondig is geloogd, zodat van een eventuele verflaag niets<br />
meer over is.<br />
De huidige deur op het oosten dateert uit de protestantse periode. Hier vinden we ook een galerij met<br />
daarop een harmonium. De opstelling van het meubilair wijkt af van de in veel kleine Groninger kerken<br />
gebruikelijke: de preekstoel staat hier niet tegen de oostwand, maar in het westen, tegen een later in de<br />
kerk opgemetselde tussenmuur (waardoor de oorspronkelijke westtravee bijna is gehalveerd en het<br />
bijbehorende raam erg krap uitkomt). Dat de inrichting ooit een andere is geweest, valt af te lezen aan de<br />
inkassingen in noord- en zuidmuur voor een vroeger koorhek. Een zeldzaamheid is dat de oorspronkelijke<br />
houten lezenaar nog aanwezig is. De banken komen vermoedelijk uit de 17 e eeuw. Ter weerszijden van de<br />
kansel staan die voor de kerkenraad, de bank aan de zuidzijde met een dubbele rij zitplaatsen. Curieus is de<br />
uitzwenking van de banken rond de kachel in het middenpad. In de vloer van de kerk liggen, deels<br />
zichtbaar, deels onder de houten vloer verborgen, verscheidene grafzerken, de oudste uit 1639.<br />
① Ezelsrugboog, accoladeboog, kielboog:<br />
De ezelsrugboog lijkt op een spitsboog, want hij heeft ook een spitse top. De schenkels (zijkanten) zijn<br />
echter S-vormig, waarbij de bovenste delen naar binnen gebogen zijn. Deze boog lijkt wat op de veel<br />
vlakkere accoladeboog en ojiefboog. Een variant die minder steil is dan de ezelsrugboog, maar steiler dan<br />
de accoladeboog, is de kielboog, maar meestal wordt er geen verschil gemaakt tussen de ezelsrug- en de<br />
kielboog (of worden ze juist andersom getypeerd). Niet zelden ook worden beide termen als synoniem voor<br />
de accoladeboog opgevat.<br />
②Eclecticisme:<br />
Zo halverwege de 19 e eeuw zijn de neostijlen zo’n beetje allemaal uitgeprobeerd en weet men niet veel
2<br />
meer te bedenken dan verschillende stijlen door elkaar heen te mengen: het resultaat hiervan zien we<br />
vooral bij officiële gebouwen (regeringsgebouwen, kerken, bankgebouwen) uit die tijd. De naam voor deze<br />
richting in de architectuur is het eclecticisme. Niet al te originele architecten prikten in een handboek over<br />
bouwkunst verschillende pagina’s en klutsten dat door elkaar. Het belangrijkste kenmerk: als het maar aan<br />
vroeger deed denken. Voorbeelden van dit soort bouwkunst zijn b.v. het parlementsgebouw in Boedapest.<br />
③ Luidarm, luidas & luidwiel:<br />
Een houten balk aan een luidas zodat deze in schommelende beweging kan worden gebracht. De luidarm is<br />
de primitieve voorloper van het luidwiel.<br />
Zie de volgende website voor verklarende termen: http://www.andrelehr.nl/woboek/<br />
④Zuilenorden:<br />
In de 17e eeuw kende men vijf zuilenordes: Dorisch, Ionisch, Korinthisch (de drie klassieke), Toscaans en<br />
Composiet. Een composietzuil is normaliter samengesteld uit een Ionische schacht en een Korintisch<br />
kapiteel, bij deze kansel is er eerder sprake van een Toscaans kapiteel op een Ionische schacht.<br />
© SOGK 2012