Groninger Kerken Groninger Kerken - Stichting Oude Groninger ...

groningerkerken.nl

Groninger Kerken Groninger Kerken - Stichting Oude Groninger ...

In memoriam

Harry de Olde

Op 11 april is op 78-jarige leeftijd Harry de Olde

overleden. Tijdens zijn voorzitterschap van 1981

tot 2002 heeft hij een belangrijke rol gespeeld

bij de uitbouw en professionalisering van onze

Stichting tot een van de grootste monumenten-

organisaties van Nederland – en dat betreft

zowel het gebouwenbezit als de achterban.

Zijn grote betrokkenheid bij het behoud van

de oude Groninger kerken omvatte echter meer

dan het voorzitterschap en omspande een veel

langere periode dan de genoemde jaren.

Donateur vanaf de oprichting in 1969, werd hij in 1974 lid van

de redactie van de publicatieband. In de hem kenmerkende,

soms wat plechtstatige stijl heeft hij ook zelf belangrijke bij-

dragen geschreven. In 1984 speelde hij een grote rol bij het

besluit van het bestuur om de stap te wagen naar een tijd-

schrift, dat toen vier keer per jaar ging verschijnen om de

band tussen de Stichting en de donateurs te verstevigen. Als

secretaris van de redactie heeft hij sterk bijgedragen aan het

succes van het blad, niet alleen door het schrijven van artike-

len, waarmee hij doorging na zijn terugtreden als redactielid

in 1997, maar de eerste jaren ook door zelf op aanwijzing van

de toenmalige vormgever het blad voor de drukker gereed te

maken.

In het onderzoek was hij een ‘amateur’ in de ware zin van

dat woord; van professie was hij ‘zenuwarts’, zoals hij het

zelf gewoonlijk omschreef, bij de psychiatrische inrichting

Dennenoord in Zuidlaren, waar hij tussen 1979 en 1993 directeur

patiëntenzorg was. De Olde wist vaak aspecten en onderdelen

van de kerkgebouwen naar voren te halen die voorheen

maar weinig of in elk geval geen systematische aandacht

hadden gekregen. Te denken valt aan zijn doorwrochte

artikelen over het gebruik van tufsteen en zijn inventarisatie

van vlechtwerkverbanden. Ook het samen met Adolf Rots

geschreven nieuwe overzicht van het klokkenbestand in Groningen

(2005) getuigt van de hang naar nauwkeurigheid en

volledigheid, die hem zo eigen was. Verder wist hij vaak

anderen tot het schrijven van artikelen aan te zetten, vooral

wanneer hij die deskundiger achtte dan hijzelf, al weerhield

dat hem niet de resultaten kritisch te beoordelen – zowel

naar inhoud als stijl.

De Olde verenigde in zijn persoon bestuurskracht en kalme

overreding met een grote historische kennis van zaken. Die

kennis betrof ook Noord-Duitsland en Denemarken, waar hij

in de loop van de jaren, veelal per fiets, de monumentale kerken

systematisch verkende. Aldus was hij als voorzitter in de

tijd dat er veel grote restauraties plaatsvonden, een geduchte

gespreksgenoot voor architecten en aannemers tijdens de

vele bouwvergaderingen die toen werden gehouden. Op dit

belangrijke aspect van zijn voorzitterschap was hij voorbereid

door zijn intensieve betrokkenheid bij de restauratie

tussen 1972 en 1974 van de hervormde kerk in zijn woonplaats

Zuidlaren. Het had dan ook een bijzondere betekenis

dat hij op 17 april vanuit dat kerkgebouw is begraven, begeleid

door vele betrokkenen uit de Stichting, maar ook uit de

monumentenwereld in bredere zin.

De in Nederland eind jaren zeventig inzettende tendens

om steeds terughoudender te restaureren werd mede door

zijn toedoen al snel het uitgangspunt voor restauraties in

opdracht van de Stichting. Deze omslag betekende dat in het

vervolg veranderingen en toevoegingen uit de negentiende

en soms ook het begin van de twintigste eeuw ongemoeid

werden gelaten. In De Olde’s optiek was restaureren namelijk

iets heel anders dan reconstrueren.

Voor zijn grote verdiensten inzake het erfgoed werd hem

in 1985 door het Prins Bernhardfonds de Prijs voor de Monumentenzorg

toegekend. In 1991 nam hij voor de Stichting de

prestigieuze Europa Nostra Award in ontvangst, waarna hijzelf

in 1993 vooral ook wegens zijn werkzaamheden voor

onze Stichting tot officier in de Orde van Oranje-Nassau werd

benoemd. Bij zijn afscheid als voorzitter in 2002 ontving hij

als blijk van erkentelijkheid de erepenning van de Stichting.

Zij zal hem dankbaar in herinnering houden.

Namens de redactie, Kees van der Ploeg

49

More magazines by this user
Similar magazines