29.08.2013 Views

De eindphase van het huis Ootmarsum - Historisch Centrum Overijssel

De eindphase van het huis Ootmarsum - Historisch Centrum Overijssel

De eindphase van het huis Ootmarsum - Historisch Centrum Overijssel

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

DE EINDPHASE VAN HET HUIS<br />

OOTMARSUM<br />

DOOR<br />

t W. H. DINGELDEIN<br />

BEWERKT DOOR<br />

A. L. HULSHOFF<br />

In een drietal bijdragen werd de geschiedenis der goederen <strong>van</strong><br />

<strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> behandeld, tot aan de grote verkopingen<br />

in <strong>het</strong> jaar 1811 1). In <strong>het</strong> laatste stuk werd op gezag <strong>van</strong> H.<br />

Specht aangenomen, dat de rechter Weber te Nordhorn "zur<br />

Franzosenzeit" de gebouwen <strong>van</strong> de havezate met de omringende<br />

gronden voor afbraak heeft gekocht 2). Nader onderzoek heeft<br />

echter niet alleen geleerd, dat deze verkoping nauwkeurig gepreciseerd<br />

kan worden, maar ook, dat de Franse tijd reeds enige<br />

jaren tot <strong>het</strong> verleden behoorde, vóór <strong>het</strong> <strong>huis</strong> <strong>van</strong> de aardbodem<br />

verdween. 'Het is nuttig, op de <strong>eindphase</strong> in te gaan, waardoor ook<br />

een eind kan worden gemaakt aan de vele geheimzinnigheden,<br />

die er altijd nog zweven om <strong>het</strong> Huis.<br />

Hoe <strong>het</strong> er heeft uitgezien toen de moker reeds gezwaaid werd,<br />

had een modelons kunnen leren, dat door Mr. W. J. Engels te<br />

<strong>Ootmarsum</strong> was ingezonden naar de Geschiedkundig <strong>Overijssel</strong>sehe<br />

Tentoonstelling te Zwolle in <strong>het</strong> jaar 1882. In de catalogus<br />

1) W. H. Dingeldein, Over enige goederen <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong>.<br />

Versl. en Med. <strong>Overijssel</strong>sch Regt en Geschiedenis:<br />

5ge st. (1943), blz. 17- 50;<br />

636 st. (1948), bIz. 93-122;<br />

656 st. (1950), blz. 169-195.<br />

2) Versl. en Med. OverfJsselsch Regt ,en Gescb., 65e st. (1950),<br />

Blz.l84.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


72<br />

daar<strong>van</strong> 3) wordt <strong>het</strong> onder no. 490 vermeld als "Afbeelding in<br />

hout <strong>van</strong> de commanderij te <strong>Ootmarsum</strong>, tijdens dezelver sloping<br />

1ge eeuw". Helaas is dit model, dat in Zwolle achterbleef en een<br />

plaats kreeg in <strong>het</strong> als uitvloeisel der tentoonstelling gestichte Geschiedkundig<br />

<strong>Overijssel</strong>sch Museum, tijdens <strong>het</strong> beheer <strong>van</strong> de heer<br />

F. A. Hoefer in elkander gevallen en daarna vernietigd. Oneindig<br />

beter dan de vrij gebrekkige tekeningen <strong>van</strong> omstreeks 1730 had<br />

<strong>het</strong> ons <strong>het</strong> Huis kunnen doen kennen 4). Een andere indruk krijgt<br />

men <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis op een familieportret, in bezit <strong>van</strong> Jhr. Mr. de<br />

Milly <strong>van</strong> Heyden Reinestijn te Warnsveld,. uit 1804, waarop<br />

Anne Willem Carel graaf <strong>van</strong> Heyden Hompesch met echtgenote<br />

en dochter is afgebeeld, en de laatste in haar handen op de schoot<br />

een ingelijste tekening <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis vasthoudt 5) .<br />

. Vergelijkt men, zo goed en kwaad <strong>het</strong> mogelijk is, deze laatste<br />

met <strong>het</strong> drietal andere, dan kan men geen andere gevolgtrekking<br />

maken, dan dat <strong>het</strong> heren<strong>huis</strong> in de achttiende eeuw is verbouwd.<br />

Dit zou dan <strong>het</strong> werk <strong>van</strong> Sigismund Vincent Gustaaf Lodewijk<br />

graaf <strong>van</strong> Heyden Hompesch moeten zijn geweest, of met grotere<br />

waarschijnlijkheid nog <strong>van</strong> Anne Willem Carel, de zoon <strong>van</strong> de<br />

laatste Sigismund. Op deze verbouwing zouden de woorden "sedert<br />

korte jaren genoegzaam geheel <strong>van</strong> nieuws opgetimmerd" in een<br />

advertentie, geplaatst in de Zwolsche Courant <strong>van</strong> 12, 19, 22 en<br />

26 Februari 1811, kunnen slaan. <strong>De</strong> voorgevel <strong>van</strong> h~t hoofdgebouw<br />

is hier drievoudig gedeeld: een smal voorspringend linker<br />

zijstuk met puntig dak, een terugliggende middenpartij met drie<br />

hoge rarnen parterre en op de eerste verdieping, terwijl een breed<br />

rechter zijstuk met gebogen fronton de hoofdingang toont via een<br />

royale vaste toegangsbrug op de voorgrond.<br />

Opvallend is, hoe direct aansluitend aan de rechter zijde <strong>van</strong><br />

<strong>het</strong> hoofdgebouween nader te bespreken lage oostvleugel nog<br />

3) Zwolle, Erven Tijl, 1882, blz. 24.<br />

4) Afgebeeld bij G. J. ter Kuile. Gesch. aantekeningen op de havezathen<br />

<strong>van</strong> Twenthe. (Almelo 1911), blz. 174, 176, 177.'<br />

6) Gereproduceerd in verschillende uitgaven <strong>van</strong> de' Gids voor <strong>Ootmarsum</strong><br />

,en Omstreken en in Versl.en Med. <strong>Overijssel</strong>sch Regt en<br />

Gesch. 42e st. (1925) blz. 1. Zie afbeelding 1.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


Afb. 1. Het Huis <strong>Ootmarsum</strong> in 1804 <strong>van</strong> uit <strong>het</strong> Zuiden<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


..,.,,, ....<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)<br />

.S<br />

El<br />

::I<br />

til<br />

....<br />

ol<br />

El<br />

...,<br />

o


73<br />

JUIst zichtbaar is. Op de tekeningen <strong>van</strong> 1726-1733 ontbreekt<br />

dit gedeelte. Hoogstwaarschijnlijk is <strong>het</strong> in <strong>het</strong> laatst der achttiende<br />

eeuw tijdens de zoëven genoemde verbouwing toegevoegd.<br />

Vaag is de kleine sc<strong>het</strong>s <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>huis</strong> op de stedekaart <strong>van</strong><br />

<strong>Ootmarsum</strong> door Jacobus <strong>van</strong> <strong>De</strong>venter <strong>van</strong> omstreeks 1570 (zie<br />

afb. 2). Hierop ziet men twee hoofdgebouwen getekend, <strong>het</strong> oostelijke<br />

is <strong>het</strong> <strong>huis</strong>, <strong>het</strong> westelijke de kapel <strong>van</strong> de Commanderie.<br />

<strong>De</strong> beste indruk geeft nog de tekening ,,'t Huis <strong>van</strong> den Baron<br />

<strong>van</strong> Heiden te <strong>Ootmarsum</strong>, 1729" bij Ter Kuile blz. 174 gereproduceerd<br />

(zie afb. 3). Hierop strekt zich een aaneengesloten' reeks<br />

gebouwen uit, uit zuidwestelijke richting gezien: op de voorgrond<br />

een gebouw met half dichtgemetselde spitsboogvensters, steunberen<br />

en hoog dag met dakvensters, dat zich onmiddellijk als de<br />

voormalige slotkapel verraadt; dan een laag gebouw zonder ramen<br />

met grote rondbogige ingang, waarschijnlijk een schuur, en eindelijk<br />

<strong>het</strong>. hoge heren<strong>huis</strong> <strong>van</strong> drie à vier verdiepingen. Op. zijn linkerhoek<br />

staat een voorgeplaatst hoog vierkant stuk, dat door zijn<br />

dakconstructie - een slanke spits waaronder een klok met wijzerplaat<br />

- op een toren lijkt, evenwel inwendig één geheel gevormd<br />

moet hebben met de noordelijke achterzijde. Naar de hoofdingang<br />

in de rechter voorgevel leidt een brede brug over de gracht. Tussen<br />

<strong>het</strong> linker en rechter voorstuk is een betrekkelijk hoge muur<br />

geconstrueerd. <strong>De</strong> bouwstijl is eigenaardig en rommelig, <strong>het</strong> lijkt<br />

alsof ook vóór 1729 veranderingen hebben plaats gevonden naar<br />

een bouwtrant, zoals die in Duitsland gebruikelijk was.<br />

<strong>De</strong> slotkapel, eertijds voor de eredienst der Duitse ridders bestemd,<br />

zal na 1644 toen de cornmanderie definitief in wereldlijke<br />

handen overging, gedegradeerd zijn tot schuur of pak<strong>huis</strong>, misschien<br />

wel tot bergplaats <strong>van</strong> de oogst en <strong>van</strong> <strong>het</strong> pachtgraan der<br />

meiers. In 1811 moet de kapel reeds geraseerd zijn geweest, omdat<br />

iedere aanduiding <strong>van</strong> een dergelijk gebouw in de verkoop-advertenties<br />

ontbreekt 6) .<br />

6) A. L. Hulshoff. <strong>De</strong> kapel v. d. Oomm. der Duitse Orde te Ootma1"sum,<br />

in: Versl. en Med. O.R. en G. 73e st. (1958), blz. 57-64.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


74<br />

<strong>De</strong> sc<strong>het</strong>s door Andries Schoemaker uit 1726, met onderschrift<br />

"Het huys <strong>van</strong> den baron Heyden te <strong>Ootmarsum</strong> A 0 -1726" laai<br />

nog meer zien (zie afb. 4). <strong>De</strong>ze moet getekend zijn <strong>van</strong> <strong>het</strong><br />

noordwesten uit en vertoont nog een vierde gebouw, een grote<br />

rechthoekige vleugel <strong>van</strong> één verdieping, door pannen gedekt,<br />

die bij de slotkapel aansluit. Geheel aan de westzijde, nog even<br />

uitstekend boven <strong>het</strong> dak <strong>van</strong> de zojuist genoemde vleugel, is <strong>het</strong><br />

dak en de windvaan <strong>van</strong> een wachttorentje zichtbaar. Van west<br />

naar oost moeten dus op <strong>het</strong> kasteelterrein hebben gelegen: een<br />

wachttoren, de lage west-vleugel, de slotkapel, <strong>het</strong>' tussengebouw<br />

en ten slotte de oostvleugel of <strong>het</strong> eigenlijke kasteel. <strong>De</strong> ingang<br />

was op <strong>het</strong> zuiden. En daaromheen de bijgebouwen voor <strong>het</strong> bedrijf<br />

der havezate en de woningen voor <strong>het</strong> personeel. Alles was<br />

door een gracht omringd, die Van <strong>De</strong>venter reeds op zijn plan<br />

tekent. Water was altijd ter beschikking, zowelvoor de grachten<br />

als de vijvers en de waterwerken of springbronnen in de tuin. Een<br />

beek, ontsrringend in een bronnendal op de zuidelijke helling <strong>van</strong><br />

de Kuiperberg, voerde winter en zomer constant water aan, en<br />

doet dit nog. Zij dreef eerst <strong>het</strong> rad <strong>van</strong> de bovenste- of voorste<br />

watermolen op de noordwesthoek <strong>van</strong> <strong>het</strong> kasteelterrein, voorzag<br />

dan de grachten en vijvers <strong>van</strong> water, bracht voorts de benedensteof<br />

achterste watermolen in beweging, om verder noordoostwaarts in<br />

de richting <strong>van</strong> de weg <strong>Ootmarsum</strong>-<strong>De</strong>nekamp te stromen en door<br />

de Wiemselerbeek in Tilligte te worden opgenomen, die <strong>het</strong> water<br />

via de Hollandergraven naar de Dinkel bracht.<br />

Het staat vast, dat er ook bijzondere buisleidingen zijn gelegd,<br />

om een fontein te doen spuiten. Een gedeelte er<strong>van</strong> is in November<br />

1952 bij grondwerk ten behoeve <strong>van</strong> huizenbouwaan de z.g.<br />

Bammelstegge (verbasterd uit Bongerdstegge) teruggevonden, dus<br />

op <strong>het</strong> terrein ten westen <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis. Men vond eiken stamstukken,<br />

ongeveer 2Y2 meter lang, 20 - 30 cm dik, nog vrij gaaf.<br />

Zij waren hol, en voorzien <strong>van</strong> een 10 cm wijd geboord gat; zij<br />

sloten zuiver taps in elkaar, terwijl ijzeren banden .om de dikke<br />

einden bij de verbindingen voor goede sluiting zorgden.' Drie einden<br />

werden uit de grond gehaald; de rest werd nagepeild. Het'<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


75<br />

bleek, dat er zo een leiding was gevormd, aansluitend bij de beek,<br />

en dan onder de noord-zuid lopende "wal" heenlopend naar de<br />

kasteelplaats.<br />

Op zoek naar gegevens in de schaarse oude stukken, die nog<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> konden worden gered, werd eigenlijk<br />

niets gevonden, wat met zekerheid op .d e z e pijpleiding slaat.<br />

Wel echter staan in <strong>het</strong> Protocol <strong>van</strong> erfwinningen, opvaarten, versterven<br />

en vrijkopingen 7), enige notities over een dergelijke aanleg.<br />

Wanneer namelijk Jan Vincke uit Lutken-Agelo, geassisteerd<br />

door burgemeester Reint Staverman en Egbert Heuver, in 1713<br />

<strong>het</strong> erfgewin <strong>van</strong> <strong>het</strong> erve Vincke of Lutke Steveling accordeert<br />

met de rentmeester <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis, wordt er bij de bepaling <strong>van</strong> de<br />

erfwinningspenning ad 125 Car.gulden overwogen, dat dit bedrag<br />

enigszins aan de lage kant is gehouden, "ende sulx uyt consideratie,<br />

dat door <strong>het</strong> Vineken medeken een dijk nae de syde <strong>van</strong> <strong>het</strong> brede<br />

lant gemaakt en daer en tegenover een gelijke gemaakt staat te<br />

worden, mitsgaders dat door de weiden eenige fon t a i n<br />

p ij pen sullen worden gelegt waar door de weide word vermindert<br />

en dit jaar <strong>het</strong> gras eenigsints word bedorven." <strong>De</strong>ze<br />

overweging wijst dus duidelijk op de aanleg <strong>van</strong> een buisleiding.<br />

Bovenstaande bijzonderheden, die <strong>van</strong> enigszins bijkomstige aard<br />

zijn, mochten toch niet verwaarloosd worden. Thans vragen echter<br />

de verkopingen <strong>van</strong> kasteel en omringend terrein de aandacht.<br />

Het <strong>huis</strong> moet lange jaren hebben leeggestaan, nadat de douairière<br />

Van Heyden Hompesch in de eerste dagen <strong>van</strong> 1795 als<br />

prinsgezinde eerst naar Bentheim en toen naar Brunswijk was uitgeweken.<br />

<strong>De</strong> Hervormde Gemeente <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong> vond op <strong>het</strong><br />

Huis in 1810-1811 voldoende ruimte om er haar kerkdiensten<br />

te houden, toen zij de Grote Kerk op last <strong>van</strong> Koning Lodewijk<br />

had moeten ontruimen, en haar nieuwe kerk in aanbouw was 8) .<br />

Hoewel een advertentie in vier nummers der Zwolsche Courant<br />

7) Archivalia Oudheidkamer Twente, S. Om./C 24.<br />

8) G. J. v, d. Flier, Het kerkgebouw de?' Herv. Gemeente te <strong>Ootmarsum</strong>,<br />

in Versl. en Med. Ove?'ijsselschRegt en Gesch. 28e st. (1912),<br />

bI. 144.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


76<br />

<strong>van</strong> Februari 1811 onder meer de verkoping <strong>van</strong> "<strong>het</strong> zeer uitgestrekte<br />

heeren<strong>huis</strong>, bouwhuizen en stallingen enz., .... zeer geschikt<br />

voor afbraak" op 4 Maart a.s. aankondigden 9), moet daarvoor<br />

Of geen liefhebber zijn opgedaagd of te weinig zijn geboden.<br />

Immers noch in de notariële minuten noch in <strong>het</strong> register <strong>van</strong><br />

overschrijvingen is iets <strong>van</strong> de verkoop <strong>van</strong> <strong>het</strong>- .Huis te ontdekken.<br />

Daarna moet de rentmeester Andries Zeyger begonnen zijn,<br />

de bijgebouwen broksgewijze voor afbraak te verkopen. Dit bewijst<br />

de volgende annonee in de <strong>Overijssel</strong>sche Courant <strong>van</strong> 27<br />

Juni 1817 no. 51.<br />

"Werd aangeboden, uit de hand te verkoopen, <strong>het</strong> voorheen<br />

zeer gerenomeerde Huis <strong>Ootmarsum</strong>, bestaande alleen in <strong>het</strong> voornaamste<br />

gedeelte <strong>van</strong> <strong>het</strong> woon<strong>huis</strong>; (als zijnde de bouwhuizen,<br />

stallen en eenige vertrekken voor domestieken enz., reeds afgebroken<br />

en de boerenplaatsen en landerijen verkocht), waarin beneden<br />

een zeer ruime keuken met provisiekamer, kokskarner en<br />

waskarner, voorts vijf ruime kamers en drie kabinetjes, ook alle<br />

behangen. En dan onmiddellijk achter dit gebouween stuk land<br />

bijna vierkant, groot ongeveer twee mudden gezaai. En <strong>het</strong> plein<br />

voor de poort <strong>van</strong> <strong>het</strong> woon<strong>huis</strong>, zijnde een stuk land groot ongeveer<br />

een mudde gezaai, en ten laatste een fraaije allee met lindeboomen,<br />

gedeeltelijk om <strong>het</strong> Huis, lang ongeveer zeventig roeden.<br />

Kunnende daarbij ook nog afzonderlijk gekocht worden een tuin,<br />

groot twee mudden gezaai, aan <strong>het</strong> plein, voor <strong>het</strong> <strong>huis</strong> gelegen,<br />

met drie morgen best hooyland, gelegen aan <strong>het</strong> gewezen bosch,<br />

kort bij <strong>het</strong> Huis. Bekendelijk ligt voornoemde Huis zeer aangenaam,<br />

bij de stad <strong>Ootmarsum</strong> in Twente en was tevoren zeer<br />

gerenomeerd wegens de waterwerken daarbij enz. Zijnde hieromtrent<br />

nader informatie te bekomen bij de gewezen rentmeester <strong>van</strong><br />

't Huis <strong>Ootmarsum</strong> A. Zeijger, wonende te <strong>Ootmarsum</strong>".<br />

Ook deze verkoping moet op mislukking zijn uitgelopen, want<br />

in <strong>het</strong> register <strong>van</strong> overschrijvingen en bij de notariële acten<br />

Il) Zie VersI. en Med. <strong>Overijssel</strong>seh Regt en Gesch. 65e st. (1950),<br />

bI. 175.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


77<br />

ontbreekt iedere aanduiding .<br />

. Pas in 1818 is de opzet gelukt, en werd er op 15 October voor<br />

notaris Mr. George Bernard ten Pol te <strong>Ootmarsum</strong> een belangrijke<br />

acte verleden 10). Als verkoper trad op "Felix de Saucerotte,<br />

majoor der cavalIerie, ridder <strong>van</strong> de Lodewijker orde, wonende<br />

te Luneville in <strong>het</strong> departement de la Meuse in <strong>het</strong> Koninkrijk<br />

Frankrijk, thans gelogeerd in <strong>het</strong> logement de Keizerskroon te<br />

<strong>Ootmarsum</strong>" 11).<br />

<strong>De</strong>ze verkoper was een schoonzoon <strong>van</strong> wijlen Sigismund Vincent<br />

Gustaaf Lodewijk graaf <strong>van</strong> Heyden Hompesch en zijn gemalin<br />

Anna Sophia DOrothea geb. barones <strong>van</strong> Riedesel tot Eisenbach,<br />

als majoor in dienst <strong>van</strong> de hertog <strong>van</strong> Brunswijk-Luneburg,<br />

te Brunswijk 29 <strong>De</strong>cember 1802 gehuwd met Charlotte Sophia<br />

Constantia gravin <strong>van</strong> Heyden Hompesch 12). Hij heet elders<br />

Charles Frederic de Saurerotte of de Sauerotte, in welke schrijfwijzen<br />

een drukfout moet schuilen.ia). <strong>De</strong> voornamen der<br />

vrouw luidden aldus Charlotte Constantia Sophia of Sophia Constance<br />

Charlotte 14). Zij was 17 Mei 1766 geboren, vermoedelijk<br />

in <strong>De</strong>n Haag en in de Waalse kerk gedoopt 15), maar moet vóór<br />

15 October 1818 reeds gestorven zijn, omdat zij niet in de koopacte<br />

<strong>van</strong> die datum wordt genoemd. Kinderen waren er niet 16).<br />

<strong>De</strong> Saucerotte verkocht de goederen aan Friedrich Anton<br />

Weber, "overkerkenraad en richter wonende te Nordhorn, in <strong>het</strong><br />

Graafschap Bentheim, Koningrijk Hannover, alhier present". <strong>De</strong>ze<br />

Weber was uit een familie te Neuenhaus, <strong>van</strong> wie generatie na<br />

generatie elkaar als apotheker is opgevolgd. Friedrich Anton, de<br />

10) Reg. <strong>van</strong> overschijvingen, kantoor Almelo, deel V, no. 9 <strong>van</strong> 4<br />

Januari 1819.<br />

11) Eigendom <strong>van</strong> de weduwe P. L. <strong>van</strong> Assen, blijkens <strong>het</strong> slot<br />

der acte. .<br />

12) Advertentie in Zwolsche Courant <strong>van</strong> 5 Januari 1803.<br />

13) <strong>De</strong> Nederlandsche Leeuw) 1939, bI. 575; <strong>De</strong> Navorscher 1905,<br />

bI. 584.<br />

14) Zie vorige noot.<br />

15) Versl. en Med. <strong>Overijssel</strong>sch Regt ,en Gescti., 62e st. (1947),<br />

bI. 137 noot.<br />

16) <strong>De</strong> Navorscher) 1905,bI. 584.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


78<br />

zoon <strong>van</strong> Anton Hendrik Weber en Johanna Hauth uit Burgsteinfurt,<br />

die in 1781 <strong>het</strong> burgerschap <strong>van</strong> Nordhorn wonnen, was te<br />

Neuenhaus 20 Augustus 1778 geboren. Hij studeerde aan<strong>van</strong>kelijk<br />

aan de Academie te Lingen, bezocht ter afsluiting zijner rechtsgeleerde<br />

studiën de Pruisische Universiteit te Halle a.d. Saale en<br />

ontving na voltooiing daar<strong>van</strong> <strong>het</strong> ambt <strong>van</strong> Bentheims richter te<br />

Nordhorn 17). Na de inlijving der Graafschap bij <strong>het</strong> Groother-<br />

togdom Berg werd hij op 15 Augustus 1806 Groothertogelijk<br />

Bergs richter en sinds Juni 1812 burgemeester <strong>van</strong> Nordhorn 1R).<br />

Wanneer de voornaam D~ris gelijk is aan Dorothea, was zijn<br />

vrouw Dorothea Catharina Buch, een op 23 Mei 1768 geboren<br />

dochter <strong>van</strong> Concordius Mauritz Bertram Buch (geb. Burgsteinfurt<br />

5 Maart 1755, overl. te Hannover 10 October 1833 als<br />

koninkl. Hannovers hof- en regeringsraad). Als weduwe stierf zij<br />

14 Maart 1862 te Osnabrück 19) .<br />

Weber zelf overleed reeds 10 Januari 1821. Zijn indrukwekken-<br />

Ie grafsteen staat nog op <strong>het</strong> kerkhof naast de Oude Herv. Kerk<br />

te Nordhorn en draagt op de voet <strong>het</strong> opschrift: "FRIEDRICH<br />

ANTON WEBER. Friedrich Anton Weber, geboren den XX<br />

August MDCCLXXVIII. Sein Sterben war ein Uebergang ins<br />

bessere Leben. Gestorben den X Januar MDCCCXXI."<br />

<strong>De</strong> goederen welke <strong>De</strong> Saucerotte aan Weber verkocht waren<br />

in 't kort de volgende (zie afb. 5):<br />

1. <strong>De</strong> rechtervleugel <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>huis</strong> <strong>Ootmarsum</strong>, zijnde een behuizing<br />

<strong>van</strong> ene verdieping, belendende met de westzijde aan de<br />

linkervleugel of <strong>het</strong> zogenaamde hoge gebouwen ten oosten aan<br />

de gracht naar de zijde <strong>van</strong> <strong>het</strong> land <strong>van</strong> W (illern) Mengel'. Het<br />

bestond uit tien grote en kleine vertrekken, met <strong>het</strong> latwerk, de<br />

schilderijen, de spiegels, de sieraden (ornamenten), beschotten en<br />

alle andere werken en versieringen, die spijkervast waren; voorts<br />

17) Mededeling <strong>van</strong> Dr. Ludwig Edel te Quendori bij Schüttori.<br />

18) H. Specht, Nordhorn, Gesohiohte einer Grenzstadt (1941), bl.178;<br />

Curt Swet, in Zeitung und Anzeigeb!. f.d, Kr. Gr. Benth., 1896; mededelingen<br />

W. Frantzen, Nordhorn.<br />

19) Mededeling <strong>van</strong> Dr. L. Edel, Quendori, naar genealogie Buch.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


79<br />

de ondergrond <strong>van</strong> deze vleugel (perceel 1).<br />

2. <strong>De</strong> ondergrond <strong>van</strong> de linker- of hoge vleugel, ten westen<br />

v.h. vorige perceel gelegen, waarbij de verkoper zich verbond,<br />

dit gebouw binnen twee jaren na dato te doen slopen en afbraak<br />

te verwijderen (gearceerd op perc. 8).<br />

3. <strong>De</strong> grond of binnenplaats ten noorden achter <strong>het</strong> hoge en<br />

<strong>het</strong> lage gebouw gelegen, groot circa twee mudden gronds, met <strong>het</strong><br />

fonteinbeeld en verdere vaste stukken in deze grond. <strong>De</strong>ze binnenplaats<br />

met de haar aan drie zijden omgevende grachten grensde<br />

ten oosten aan de tuin en <strong>het</strong> land <strong>van</strong> W (illern) Menger, ten<br />

noorden aan de tuin <strong>van</strong> de heren A (ndreas) Gaaszen en Jan<br />

Palthe en ten westen aan de Allee, die <strong>van</strong> <strong>het</strong> Mulders<strong>huis</strong> naar<br />

<strong>het</strong> bos liep (percelen 3, 4, 5, 6).<br />

4. <strong>De</strong> Allee met de daarop staande bomen, welke <strong>van</strong> <strong>het</strong> voormelde<br />

Mulders<strong>huis</strong> af liep langs de tuinen <strong>van</strong> J (an) W (illem)<br />

Essink, E (verhard) Vos en anderen, tot aan de grote Allee, die<br />

<strong>van</strong> de Witte Poort af kwam.<br />

5. Het terrein of plein ten zuiden voor <strong>het</strong> hoge gebouw of de<br />

linkervleugel <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>huis</strong> gelegen, belendende ten zuiden aan de<br />

grote Allee <strong>van</strong> de Witte Poort naar de achterste molen lopend,<br />

ten oosten aan <strong>het</strong> land <strong>van</strong> W (illern) Menger en ten westen aan<br />

<strong>het</strong> vorige perceel. Het bestond gedeeltelijk uit gaardengrond,<br />

gedeeltelijk uit de weg of oprit naar <strong>het</strong> <strong>huis</strong> en was in 't geheel<br />

ongeveer 2 mudden groot; de opstaande bomen werden mede<br />

verkocht (perceel 9).<br />

6. <strong>De</strong> Allee met de grond en haar twee rijen lindebomen, lopend<br />

<strong>van</strong> de zuidwestelijke hoek <strong>van</strong> <strong>het</strong> vorige perceel tot voorbij<br />

en langs de achterste molen, tot de eerste brug, die in de zogenaamde<br />

Wildenhof leidde.<br />

7. Enige lindebomen staande ten westen en ten zuidwesten op<br />

de wal en langs de Wildenhof, beginnende ten zuiden <strong>van</strong> de<br />

zogenaamde Profijt, voorts langs de oostzijde <strong>van</strong> de z.g. Singel<br />

tot aan de achterste molen.<br />

8. Alle grachten die <strong>het</strong> <strong>huis</strong> O. omsingelden.<br />

<strong>De</strong> koper kon alle goederen terstond aanvaarden; de verpon-<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


80<br />

ding over 1818 nam de verkoper nog te zijnen laste. <strong>De</strong> koopsom<br />

bedroeg 3000 gulden, welke de verkoper verklaarde ont<strong>van</strong>gen te<br />

hebben, zowel in contanten als in wissels en effecten.<br />

<strong>De</strong> acte werd gepasseerd ten huize <strong>van</strong> de Weduwe P. L. <strong>van</strong><br />

Assen in de Keizerskroon onder no. 35 in de stad <strong>Ootmarsum</strong>,<br />

in tegenwoordigheid <strong>van</strong> Willem Berends, logementhouder en Gerrit<br />

<strong>van</strong> Goor, schoolonderwijzer, beide wonende te <strong>Ootmarsum</strong>.<br />

Met behulp <strong>van</strong> de gegevens in de nader te bespreken koopacte<br />

<strong>van</strong> I October 1821, <strong>het</strong> minuutplan <strong>van</strong> <strong>het</strong> kadaster uit 1832<br />

en de daarbij behorende legger zijn de verkochte percelen <strong>van</strong><br />

kasteel en omringend terrein nauwkeurig te localiseren (zie afb. 6).<br />

<strong>De</strong> belendingen waren:<br />

In 't noorden de voorste watermolen met oostelijk daar<strong>van</strong> gelegen<br />

tuin, op 30 Jan. 1811 gekocht door Ds. Johannes Palthe te<br />

Oldenzaal en proc. Andreas Goossen te <strong>Ootmarsum</strong> (kad. sectie<br />

A, nr. 989, 990).<br />

In 't noordoosten <strong>het</strong> Sterrenbos, op gelijke datum door dezelfde<br />

gekocht (nr. 988).<br />

In 't oosten de gaardegrond de Lage Hof, op 30 Jan. 1811 gekocht<br />

door Willem Menger te <strong>Ootmarsum</strong> (nr. 975).<br />

In 't zuiden schoot <strong>het</strong> terrein met een smalle zijde aan de<br />

Grote Allee, die <strong>van</strong> de Witte Poort aan de weg naar Oldenzaal<br />

kwam en zuiver oostwaarts naar en voorbij de achterste watermolen<br />

liep.<br />

In 't westen de Allee, of de tegenwoordige weg, die <strong>van</strong> <strong>het</strong><br />

molen<strong>huis</strong> <strong>van</strong> den voorste watermolen zuid-zuidoostelijk naar de<br />

Grote Allee loopt.<br />

Het is niet gemakkelijk, de loop <strong>van</strong> de grachten, die <strong>het</strong> kasteel<br />

omringden nauwkeurig te bepalen. <strong>De</strong> omschrijving der begrenzing<br />

<strong>van</strong>. perceel 3 geeft echter steun: aan drie zijden, en dat<br />

moet ten westen, noorden en oosten zijn, werd dit door grachten<br />

omringd.<br />

<strong>De</strong> kaart <strong>van</strong> Jacobus <strong>van</strong> <strong>De</strong>venter geeft hier zeer te waarderen<br />

steun, zodat men niet ver zal mistasten, indien de grachten<br />

worden aangegeven als op bijgaand sc<strong>het</strong>sje (zie afb. 5).<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


81<br />

<strong>De</strong> tot dusver heersende mening, dat <strong>het</strong> kasteel heeft gelegen<br />

op de plaats <strong>van</strong> de tuinen, kado Ootm. Sectie A nos. 984 en 983,<br />

of op die <strong>van</strong> de tegenwoordige nieuwe boerderij <strong>van</strong> E. Wientjes<br />

(Sectie A no. 2879, samengetr. uit nos..985 en 986) moet worden<br />

herzien (zie afb. 6). Dit gedeelte met de westelijk hieraan grenzende<br />

strook langs de Allee (Kad. 980, noordelijk gedeelte en de<br />

oostelijk aangrenzende hoek 982 en 981) werd ingenomen door<br />

een groot plein. Daarop bevonden zich ongetwijfeld geboomte en<br />

waterwerken. <strong>De</strong> omschrijving <strong>van</strong> perceel 3 spreekt <strong>van</strong> "<strong>het</strong><br />

fonteinbeeld" en verdere vaste stukken in deze grond. Dit fonteinbeeld<br />

moet dan "de schoon gebeitelde Arion, als springbron zonder<br />

weerga in ons land" zijn, waar<strong>van</strong> Geerdink spreekt 20).<br />

Het kasteel lag onmiddellijk ten zuiden <strong>van</strong> de percelen 983 en<br />

982, op <strong>het</strong> perceel 980. Zonneklaar blijkt uit de voorwaarde bij<br />

perceel 2, dat de hoge- of linkervleugel in 1818 nog overeind<br />

stond, in ieder geval nog voor <strong>het</strong> grootste gedeelte. <strong>De</strong> koper<br />

moet tot de voorgeschreven sloping zijn overgegaan, want in 1821<br />

was <strong>het</strong> verdwenen.<br />

<strong>De</strong> oprit naar <strong>het</strong> <strong>huis</strong> leidde <strong>van</strong> de Grote Allee noordwaarts<br />

langs de oostelijke begrenzing <strong>van</strong> de percelen 976 en 979. <strong>De</strong><br />

kleine knik in de zuidelijke afsluiting <strong>van</strong> perceel 976 toont nog<br />

juist even aan waar de oprijlaan naar <strong>het</strong> kasteel <strong>van</strong> de Grote<br />

Allee afboog naar <strong>het</strong> noorden.<br />

Lang heeft de nieuwe eigenaar zich niet in zijn bezit kunnen<br />

verheugen, want 10 Januari 1821 stierf hij reeds. Toen ontdeed<br />

zijn weduwe zich <strong>van</strong> haar eigendommen, waarin zij niet geheel<br />

slaagde 21) .<br />

<strong>De</strong> publieke verkoping vond plaats op 1 October 1821 ten huize<br />

<strong>van</strong> de logementhouder Willem Berends in de Keizerskroon te<br />

<strong>Ootmarsum</strong>. Voor notaris Mr. George Bernard ten Pol compareerde<br />

Mevr. Catharina Dorothea Buch, weduwe <strong>van</strong> de Heer<br />

20) Zie Versl. di Med. OV. R. en Gesch. 65e st. 1950, blz. 185.<br />

21) Arch. V. Notr. Mr. George Bernard ten Pol te <strong>Ootmarsum</strong>,<br />

Notariële ArchieVien, in Rijksarch. in <strong>Overijssel</strong>, invent. no. 178.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


82<br />

Frederik Anton Weber, zonder speciaal beroep, wonende te Nordhom,<br />

zo voor zich als in qualiteit als boedelhouderes <strong>van</strong> haar<br />

mans nalatenschap. In de veiling kwamen 9 percelen, te weten<br />

(zie afb. 5):<br />

Eerste perceel, een <strong>huis</strong> of langwerpig gebouw <strong>van</strong> één verdieping,<br />

zijnde de overgebleven regter vleugel <strong>van</strong> <strong>het</strong> voormalige<br />

<strong>huis</strong> <strong>Ootmarsum</strong>, hoog circa 52 ellen en bevattende tien alle behangen<br />

kamers, ruime zolder en kelder, staande ten zuiden <strong>van</strong><br />

de stad <strong>Ootmarsum</strong>.<br />

Dit perceel heeft de ingang langs de ten noorden <strong>van</strong> <strong>het</strong>zelve<br />

afgebakende weg en op <strong>het</strong>zelve is uitsluitend gelegen <strong>het</strong> "regt<br />

<strong>van</strong> jagd" in de buurtschappen Itterbeek, Getelo, Halle, Hogen<br />

Hesingen en Hardingen.<br />

Op dit perceel is geen inzate noch bod gedaan en dus onverkogt<br />

gebleven.<br />

Dat de rechtervleugel "hoog circa 52 ellen" zou zijn, is niet<br />

aannemelijk; immers <strong>het</strong> was een gebouw <strong>van</strong> ene verdieping.<br />

Men moet m.i. voor "hoog" lezen "groot". Hier wordt ook gewag<br />

gemaakt <strong>van</strong> <strong>het</strong> jachtrecht der Heren <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong> in vier<br />

boerschappen der Nedergraafschap Bentheim, waar<strong>van</strong> in de vorige<br />

bijdrage reeds iets gezegd is 22).<br />

Van <strong>het</strong> hoofdgebouw, dat in 1818 nog overeind stond, wordt<br />

niet gerept; dus heeft Weber <strong>het</strong> laten afbreken. <strong>De</strong> rechtervleugel<br />

blijkt leeggehaald t({zijn en alleen de behangsels waren nog aanwezig.<br />

Tweede perceel, een hoek tuingrond groot circa vijf spint of<br />

elf roeden, vijf en dertig ellen behalve de ten oosten daaraan belendende<br />

vijver, daarbij behorende, belendende ten oosten aan <strong>het</strong><br />

land <strong>van</strong> de weduwe Menger, ten noorden aan de tuin derzelve, ten<br />

westen aan de hiernavolgende percelen nummer drie en vier en ten<br />

zuiden aan <strong>het</strong> <strong>huis</strong> of eerste preceel. <strong>De</strong> weg of ingang uit de nieuwe<br />

weg ten noorden langs <strong>het</strong> <strong>huis</strong> lopende. Dit perceelwerd ingezet<br />

op f 70,-. Na enige verhogingen werd koper Jeremias Hermanus<br />

22) Zie Versl. & Med. 65e st. 1950, blz. 184.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


83<br />

Victor, zonder beroep, wonende te <strong>Ootmarsum</strong>, voor de som <strong>van</strong><br />

f 160,-.<br />

<strong>De</strong>rde perceel, een hoek ongecultiveerde pleingrond, groot vijf<br />

spint of elf roeden vijf en dertig ellen, belendende ten' oosten aan<br />

nummer twee, ten noorden aan vier, ten westen aan nummer zes<br />

en ten zuiden aan de weg die ten noorden langs <strong>het</strong> <strong>huis</strong> of eerste<br />

perceel loopt en uit de welke ook naar dit perceel de ingang of<br />

weg is. Ingezet voO!;f 50,-. Na enige verhogingen koper geworden<br />

Antoni ten Bokum, wever te <strong>Ootmarsum</strong> voor de som <strong>van</strong> f 70,-,<br />

behalve de lasten in de conditiën vermeld. <strong>De</strong>ze koper heeft tot<br />

zijn medekoper voor de helft benoemd Jacobus Reinders wever te<br />

<strong>Ootmarsum</strong>. Zijn geen borgen gevraagd.<br />

Vierde perceel, een hoek dito pleingrond, groot vijf spint of elf roeden<br />

vijf en dertig ellen, belendende ten oosten aan nummer twee, ten<br />

noorden aan de weg langs de Molenbeek, ten westen aan nummer<br />

vijf, ten zuiden aan nummer drie. <strong>De</strong> ingang uit de weg <strong>van</strong> de<br />

Voorste Molen langs de Molenbeek. Ingezet voor f 61,-, Na enige<br />

verhogingen werd koper Gerrit Teves, kuiper te <strong>Ootmarsum</strong>, voor<br />

f 75,-. Buiten de lasten in conditiën. Zijnde geen borgen gevraagd.<br />

Vijfde perceel, een hoek dito pleingrond, groot vijf spint of elf<br />

roeden vijf en dertig ellen, liggende ten oosten aan nummer vier,<br />

ten noorden de weg langs de Molenbeek, ten westen aan nummer<br />

zeven en ten zuiden aan nummer zes. <strong>De</strong> ingang uit de weg <strong>van</strong> de<br />

Voorste Molen langs de Molenbeek. Dit perceel is ingezet op<br />

f 70,-. Na enige verhogingen is koper geworden Gerrit Waarnink,<br />

bakker te <strong>Ootmarsum</strong> voor f 140,-, buiten en behalve de<br />

lasten in de conditiën. Zijnde geen borgen gevraagd.<br />

Zesde perceel, een hoek dito pleingrond, groet vijf spint of elf<br />

roeden vijf en dertig ellen, -belendende ten oosten aan nummer<br />

drie, ten noorden aan nummer vijf, ten westen aan nummer zeven<br />

en ten zuiden aan de Nieuwe Weg die ten noorden langs <strong>het</strong> <strong>huis</strong><br />

of <strong>het</strong> hierbovengenoemde eerste perceel loopt. <strong>De</strong> weg of ingang<br />

<strong>van</strong> uit de gemelde Nieuwe Weg. Dit perceel is ingezet op f 70,-.<br />

Na enige verhogingen is de koper geworden Antoni ten Bokum, we-,<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


84<br />

ver te <strong>Ootmarsum</strong>, voor de som <strong>van</strong> f 75,-. Buiten de lasten in conditiën<br />

vermeld. En heeft deze koper tot zijn medekoper voor de<br />

helft benoemd Jacobus Reinders, wever te <strong>Ootmarsum</strong>.<br />

Zevende perceel, een hoek grond <strong>van</strong> twee schepel en drie spint<br />

circa, of vier en twintig roeden, zes en negentig ellen. Zijnde gedeeltelijk<br />

pleingrond, gracht en allee. Liggende ten oosten aan<br />

nummer vijf en zes, ten noorden aan de weg langs de Molenbeek, ten<br />

westen aan de allee langs Essinksgaarden en .ten zuiden aan de<br />

Nieuwe Weg ten noorden langs <strong>het</strong> <strong>huis</strong> lopende. <strong>De</strong> weg of<br />

ingang naar dit perceel uit de hoge allee of weg langs Essinkshof<br />

en de Voorste Kolk. Dit perceel ingezet zijnde op f 107,- is daar<strong>van</strong><br />

koper geworden na enige verhogingen de Heer Jan Willem Essink,<br />

koopman te <strong>Ootmarsum</strong> voor de som <strong>van</strong> f 120,-. Buiten<br />

de lasten in conditiën vermeld.<br />

Achtste perceel, een hoek grond groot drie schepel twee spint<br />

circa, of een en dertig roeden zeven en zeventig ellen, gedeeltelijk<br />

pleingrond en gracht. Liggende ten oosten aan <strong>het</strong> land <strong>van</strong> de<br />

weduwe Menger, ten noorden aan <strong>het</strong> <strong>huis</strong> onder nummer een<br />

hierboven gemeld en de nieuwe weg die ten noorden langs dat <strong>huis</strong><br />

loopt, ten westen aan de allee langs de tuinen <strong>van</strong> J. W. Essink<br />

en E. Vos lopende en ten zuiden aan nummer negen. Op dit<br />

perceel werd geen inzate noch bod door een kooplustige gedaan,<br />

is <strong>het</strong>zelve ingetrokken en onverkogt gebleven.<br />

Negende perceel, een hoek tuingrond, groot een mudde en twee<br />

spint of veertig roeden vijf en tagtig ellen liggende ten oosten<br />

aan <strong>het</strong> land of <strong>het</strong> zogenaamde "Engelsche Boschjen" <strong>van</strong> mejuffrouw<br />

de weduwe Menger, ten noorden aan nummer acht, ten<br />

westen aan de allee die langs de tuinen <strong>van</strong> E. Vos, G. Lansink en<br />

G. Evers loopt en ten zuiden aan de grote allee die <strong>van</strong> de Witte<br />

Poort afkomt. <strong>De</strong> ingang of weg <strong>van</strong> dit perceel <strong>van</strong> uit de daarlangs<br />

ten westen lopende allee of weg. Dit perceel is ingezet op<br />

f 242,-. Na verschillende verhogingen is koper geworden Gerrit<br />

Teves, kuiper te <strong>Ootmarsum</strong> voor de som <strong>van</strong> f 325,-, buiten en<br />

behalve de lasten in conditiën vermeld. <strong>De</strong>ze koper heeft dadelijk<br />

tot eigenlijke kopers <strong>van</strong> dit perceel ieder voor de helft benoemd<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


85<br />

Jeremias Hermanus Victor zonder beroep en Gerrit Waarnink,<br />

bakker, beide wonende te <strong>Ootmarsum</strong>. Zijnde geen borgen gevraagd.<br />

Voorts werd er dezelfde dag een publieke verkoop <strong>van</strong> afbraak<br />

gehouden 23), 35 nummers tellend. Onder meer werden verkocht:<br />

enig oud hout, stenen, kozijnen, stenen drempels, brokken <strong>van</strong><br />

bakstenen, twee koperen haardjes, brokken "marmorsteen", een<br />

kozijn met glazen deur, drie ramen en een stenen schoorsteen.<br />

Kopers waren personen uit de kleine middenstand <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong>,<br />

voor <strong>het</strong> merendeel wevers, een grensjager, een schoenmaker<br />

en een koopman. <strong>De</strong> totale opbrengst was f 146,70.<br />

Waar zijn de waardevolle stukken uit de inventaris <strong>van</strong> <strong>het</strong><br />

kasteel gebleven? Hier<strong>van</strong> is niets met zekerheid te zeggen, maar<br />

de veronderstelling ligt voor de hand, dat Weber <strong>het</strong> een en ander<br />

naar Nordhorn heeft laten overbrengen. Zijn <strong>huis</strong> lag aan de Hoofdstraat<br />

te Nordhorn, naast de nog bestaande en reeds genoemde Ad-<br />

Ier-Apotheek, dat later toebehoorde aan de wijnkoper Vischer (een<br />

man wiens gewicht men op 300 pond taxeerde), maar omstreeks<br />

1870 volkomen in de as werd gelegd. Letterlijk niets dan enkele<br />

kale muren bleef overeind 24). Mocht Weber dus stukken uit <strong>het</strong><br />

Huis <strong>Ootmarsum</strong> hebben bezeten, dan zijn deze bij de felle brand<br />

ten gronde gegaan. Thans staat op de plek <strong>van</strong> Webers <strong>huis</strong> <strong>het</strong><br />

<strong>huis</strong> <strong>van</strong> de familie Linde. Wellicht is <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong> afkomstig<br />

beeldhouwwerk gebruikt voor <strong>het</strong> grafmonument <strong>van</strong> Weber bij<br />

de oude Hervormde kerk in Nordhorn-Altendorf. Een grote stenen<br />

vaas staat heden nog in de tuin voor <strong>het</strong> <strong>huis</strong> <strong>van</strong> de koopman<br />

Cornelius Krieter aan de Neuenhauserstraat. Ook bevinden er zich<br />

in de tuin <strong>van</strong> de vroegere familie Bussemaker (thans Huizinga)<br />

te Nordhorn-Altendorf resten <strong>van</strong> zuilen, een stenen siervaas en<br />

andere stukken, die misschien langs een omweg op deze plaatsen<br />

terecht zijn gekomen.<br />

Voor <strong>het</strong> eerste perceel of de achttiende eeuwse rechter vleugel<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>huis</strong>, en voor <strong>het</strong> achtste, een stuk pleingrond en gracht,<br />

23) Zie noot 21.<br />

24) Mededelingen <strong>van</strong> W. Franszen naar herinneringen <strong>van</strong> een der<br />

oudste bewoners <strong>van</strong> Nordhorn, Gerrit Koke.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


86<br />

tesamen de plek vormende waar eens alle gebouwen der commanderie<br />

hadden gestaan, dienden zich dus geen gegadigden aan.<br />

Tussen 1821 en 1825 zijn deze percelen evenwel verkocht aan<br />

Jan Everat Stork, koopman te Weerselo. Dit blijkt uit <strong>het</strong> register<br />

<strong>van</strong> overschrijving <strong>van</strong> eigendommen op <strong>het</strong> kadaster te Almelo,<br />

waar te lezen staat dat op 15 januari 1825 genoemde Stork ver-<br />

klaart te hebben verkocht aan Jan Willem Essink, burgemeester<br />

<strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong> "voor eene somme <strong>van</strong> éénhonderd en vijf en<br />

twintig guldens mijn eigendommelijke stuk lands zijnde de plaats<br />

alwaar een gedeelte <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> en gragt geweest is,<br />

groot om de dertig roeden, gelegen bij en onder de jurisdictie <strong>van</strong><br />

<strong>Ootmarsum</strong>, en wel aan de zuidzijde langs <strong>het</strong> land <strong>van</strong> Jeremyas<br />

Victor (perceel 9 in 1821), aan de noordzijde langs de weg ten<br />

behoeve <strong>van</strong> dit stuk en <strong>van</strong> een stuk land <strong>van</strong> kooper in dezen<br />

(perceel 7 in 1821), en Jacobus Reinders (perceel 6 in 1821) en<br />

den tuin <strong>van</strong> H. Klunder en J. Klunder den zijnen (perceel 3 in<br />

1821) en wel op volgende conditiën, dat de kooppenningen bovengemeld<br />

dadelijk betaald moeten worden ... ; doch eveneens wel<br />

met dien verstande, dat de Huisverponding wegens de afbraak<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>huis</strong>, dat aldaar gestaan heeft, voor mijn rekening blijft,<br />

zoo lange die volgens de bestaande wetten moeten betaald worden<br />

... "<br />

Uit dit stuk blijkt duidelijk, dat <strong>het</strong> laatste restant <strong>van</strong> <strong>het</strong><br />

kasteel, de lage rechtervleugel (perceel 1 in 1821) tussen 1821 en<br />

1825 is afgebroken. Slechts de <strong>huis</strong>verponding moest telken jare,<br />

volgens de destijds bestaande wetten nog betaald worden.<br />

Ter zelfder tijd zullen de grachten wel gedempt zijn en de <strong>huis</strong>plaats<br />

geëgaliseerd, want blijkens <strong>het</strong> oudste kadastrale plan <strong>van</strong><br />

1832 is niets meer te bespeuren <strong>van</strong> de loop der grachten en<br />

de ligging <strong>van</strong> <strong>het</strong> kasteel.<br />

<strong>De</strong> weide, waarop <strong>het</strong> gebouwencomplex gestaan heeft en waarlangs<br />

de nietsvermoedende wandelaar <strong>het</strong> Oldenzaalse voetpad<br />

volgt, is thans <strong>het</strong> eigendom <strong>van</strong> de heer A. E. Wientjes Jr. te<br />

<strong>Ootmarsum</strong>.<br />

Terwijl Ds. Johannes Palthe en procureur Andreas Goossen<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)


87<br />

111 1811 gezamenlijke eigenaren waren geworden <strong>van</strong> de twee watermolens,<br />

<strong>het</strong> mulders<strong>huis</strong> met tuin of gaarden en andere percelen,<br />

besloten zij in 1830 tot een verkoop. Daartoe werd de<br />

volgende advertentie in de <strong>Overijssel</strong>sche Courant <strong>van</strong> 27 April<br />

1830 geplaatst:<br />

"Men is voornemens, den dag nader te bepalen, te <strong>Ootmarsum</strong><br />

in de provincie <strong>Overijssel</strong>, publiek aan de meest biedende te doen<br />

verkoepen: Twee koorn-watermolens, met <strong>het</strong> mulders<strong>huis</strong>, waarbij<br />

een besloten tuin of gaarden, een stuk zaailand daarachter, als<br />

ook <strong>het</strong> Sterrenbosch, beplant met zeer in wasdom toenemende<br />

eikenbomen; Voorts drie groote vischrijke vijvers, met eene allee beplant<br />

met lindebomen, gaande naar de achterste molen, digt aan<br />

de stad Ootmarssum, hebbende te voren behoord onder den Huize<br />

Ootmarssum, benevens een groot vischnet en schuit ... zijnde inmiddels<br />

ook uit de hand te koop ... "<br />

<strong>De</strong>ze publieke verkoop is mislukt, blijkens een acte <strong>van</strong> 10 juni<br />

1833 (register <strong>van</strong> overschrijving <strong>van</strong> eigendommen ten hypotheekkantoor<br />

te Almelo). Op deze datum heeft de vrederechter te <strong>Ootmarsum</strong><br />

Andreas Goossen zijn aandeel in de gezamenlijke eigendom<br />

<strong>van</strong> de twee korenwatermolens, <strong>het</strong> mulders<strong>huis</strong> met annexe<br />

gronden, de kolken met <strong>het</strong> daarlangs staande hout, <strong>het</strong> Sterrenbos<br />

en de Vinkenmate groot tesamen ongeveer vijf bunders aan<br />

Ds. Johannes Palthe te Oldenzaal verkocht voor de som <strong>van</strong><br />

f 3500,-. In 1866/67 hebben de erfgenamen <strong>van</strong> Ds. Palthe de<br />

achterste watermolen - St. Joannis mola - zoals Jacobus <strong>van</strong><br />

<strong>De</strong>venter aangeeft, laten afbreken. Alleen de middelste en achterste<br />

kolk bestaan nog steeds. Zij zijn de laatste der imposante waterwerken<br />

<strong>van</strong> de voormalige Commanderie.<br />

<strong>De</strong> voorste watermolen is in 1869 gedeeltelijk afgebroken. Het<br />

tegenwoordige "molen<strong>huis</strong>je" is de schamele rest <strong>van</strong> <strong>het</strong> bouwwerk,<br />

waarin eens de maalstenen gedurende lange eeuwen hebben<br />

rondgedraaid en waar de bevolking zijn onontbeerlijk voedsel<br />

heeft betrokken. Het gebouwtje met enige grond is in 1928 door de<br />

familie Palthe aan de Ned. Herv. gemeente te <strong>Ootmarsum</strong> gelegateerd.<br />

VORG, Verslagen en mededeelingen 74 (1959)

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!