29.08.2013 Views

Vollenhove, ooit een belangrijke vissersplaats aan de Zuiderzee

Vollenhove, ooit een belangrijke vissersplaats aan de Zuiderzee

Vollenhove, ooit een belangrijke vissersplaats aan de Zuiderzee

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

Peter Dorleijn<br />

<strong>Vollenhove</strong>, <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong><br />

<strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee<br />

Mid<strong>de</strong>leeuwen tot mid<strong>de</strong>n negentien<strong>de</strong> eeuw<br />

't Is onze on<strong>de</strong>rgang en dood<br />

De <strong>de</strong>mping onzer zee<br />

Zij gaf ons, zij het schamel brood<br />

Wij <strong>de</strong><strong>de</strong>n het er mee.<br />

Toekomst, he<strong>de</strong>n en verle<strong>de</strong>n, onbeholpen dichtregels van <strong>een</strong> anonieme <strong>Vollenhove</strong>r,<br />

neergeschreven op <strong>een</strong> cruciaal moment in <strong>de</strong> historie van het stadje:<br />

<strong>de</strong> afsluiting van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee.<br />

Vanafhaar ontst<strong>aan</strong> in <strong>een</strong> ver verle<strong>de</strong>n tot <strong>aan</strong> <strong>de</strong> jaren <strong>de</strong>rtig van <strong>de</strong>ze eeuw,<br />

was <strong>de</strong> ligging van Vollenhave <strong>aan</strong> <strong>een</strong> druk bevaren en beviste binnenzee van<br />

grote invloed op het sociaal en economisch leven. Gesticht op <strong>een</strong> hoger gelegen<br />

kleileemplateau. <strong>aan</strong> <strong>de</strong> oostkant begrensd door drassige v<strong>een</strong>gebie<strong>de</strong>n.<br />

kon het haast niet an<strong>de</strong>rs of <strong>de</strong> blik richtte zich vooral zeewaarts.' Vervoer per<br />

schip was tot voor kort in ons waterrijke land het meest gebruikelijk zowel voor<br />

goe<strong>de</strong>ren als voor personen. En waar vis zwemt, komen vanzelf <strong>de</strong> vissers; hun<br />

<strong>aan</strong>tal hangt on<strong>de</strong>rmeer samen met <strong>de</strong> afzetmogelijkhe<strong>de</strong>n voor hun vangsten.<br />

Wat dat betreft was Vollenhave verre van gunstig gelegen en dat heeft <strong>de</strong> ontplooiing<br />

van <strong>de</strong> visserij parten gespeeld. Maar daarover straks meer.<br />

Vooral in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> 19<strong>de</strong> eeuwen <strong>de</strong> eerste <strong>de</strong>cennia van <strong>de</strong>ze<br />

eeuw groei<strong>de</strong> <strong>de</strong> visserij uit tot <strong>de</strong> voornaamste economische factor ter plaatse.<br />

Maar tegelijkertijd werd in het laatst van dit tijdvak <strong>de</strong> kiem gelegd voor niet<br />

all<strong>een</strong> <strong>de</strong> totale on<strong>de</strong>rgang van <strong>de</strong> Vollenhaver visserij, maar zelfs voor het verdwijnen<br />

van <strong>de</strong> zee; het water werd landbouwgrond.<br />

Toch hing <strong>de</strong> vroegste geschie<strong>de</strong>nis van Vollenhave niet wezenlijk samen met<br />

haar ligging <strong>aan</strong> zee, maar was het vooral <strong>de</strong> hooggelegen en strategische positie<br />

van <strong>de</strong> plek die mensen ertoe bracht zich hier te vestigen. Eind rj<strong>de</strong> eeuw<br />

oefen<strong>de</strong> <strong>de</strong> bisschop van Utrecht, behalve over <strong>de</strong> gron<strong>de</strong>n van Fulnaho, tevens<br />

het gezag uit over Overijssel, Drenthe en het zui<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong>el van Friesland. Om<br />

dit gebied te kunnen besturen liet hij eind rz<strong>de</strong> eeuw op <strong>de</strong> hooggelegen grond<br />

het kasteel bouwen dat nog eeuwenlang als "t Ol<strong>de</strong> Huys' het stadsbeeld van<br />

Vollenhave zou bepalen. In later tijd zou <strong>de</strong> slotgracht zelfs <strong>een</strong> transformatie<br />

on<strong>de</strong>rg<strong>aan</strong> tot haven. Rond <strong>de</strong>ze sterkte ontwikkel<strong>de</strong> zich <strong>een</strong> ne<strong>de</strong>rzetting<br />

waarvan <strong>de</strong> bevolking in twee klassen uit<strong>een</strong>viel. In <strong>de</strong> eerste plaats vestig<strong>de</strong>n<br />

zich hier lie<strong>de</strong>n die tot het ambtelijk apparaat en <strong>de</strong> hofhouding van <strong>de</strong> bisschop<br />

behoor<strong>de</strong>n. Deze 'borgmannen' waren verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> stichting<br />

van borgmanshuizen als Marxveld en Old Ruitenborg, namen die tot in <strong>de</strong><br />

jongste geschie<strong>de</strong>nis zou<strong>de</strong>n blijven doorleven.<br />

OHB 114e stuk 1999 <strong>Vollenhove</strong>, <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Z"i<strong>de</strong>rzee 77


78 P. Dorleijn<br />

An<strong>de</strong>rzijds vestig<strong>de</strong>n zich er ambachtslie<strong>de</strong>n, neringdoen<strong>de</strong>n en <strong>een</strong> niet on<strong>belangrijke</strong><br />

groep visserslie<strong>de</strong>n. Dat het in <strong>de</strong>ze regio nu juist Vollenhave was<br />

waar <strong>de</strong> visvangst tot ontwikkeling kwam, vloei<strong>de</strong> voort uit haar geïsoleer<strong>de</strong> ligging.<br />

Nabij gelegen plaatsen als Blokzijl en Zwartsluis ontston<strong>de</strong>n op knooppunten<br />

van waterwegen, vanaf zee vorm<strong>de</strong>n ze <strong>een</strong> toegangspoort tot het achterland<br />

en waren primair op <strong>de</strong> vrachtvaart georiënteerd. Dit gold, tot ver in <strong>de</strong><br />

19<strong>de</strong> eeuw, ook voor het Friese De Lemmer.<br />

Tot in <strong>de</strong> late Mid<strong>de</strong>leeuwen ken<strong>de</strong> het oostelijk <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee, eer<strong>de</strong>r<br />

Almere, <strong>een</strong> zoetwatermilieu en waren <strong>de</strong> belangrijkste <strong>aan</strong>gevoer<strong>de</strong> vissoorten<br />

elft, zalm en steur. De laatste ken<strong>de</strong> toen ook al <strong>een</strong> zeer exclusieve status:<br />

Hoewel <strong>de</strong> vangst slechts werd toegest<strong>aan</strong> van I mei tot Jacobi (25 juli), was zij<br />

van grote invloed op <strong>de</strong> jaarbesomming.<br />

Door natuurlijke oorzaken, zoals vermin<strong>de</strong>r<strong>de</strong> afvoer via <strong>de</strong> IJssel en het verwij<strong>de</strong>n<br />

van <strong>de</strong> zeegaten, verziltte het kustwater geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> late Mid<strong>de</strong>leeuwen<br />

in toenemen<strong>de</strong> mate. De plaatselijke vissers zagen hun broodwinning<br />

bedreigd, maar wezen Hollandse vissers <strong>aan</strong> als schuldigen voor het teruglopen<br />

van hun vangsten. Die gedachtengang was niet zo vreemd, want ook <strong>de</strong><br />

Hollan<strong>de</strong>rs waren op jacht naar <strong>de</strong> laatste scholen zoetwatervis. Het kon niet<br />

an<strong>de</strong>rs of <strong>de</strong>ze wedloop leid<strong>de</strong> tot conflicten. De tegenstellingen wer<strong>de</strong>n nog<br />

verscherpt door het gebruik van verschillen<strong>de</strong> vistuigen. De Overijsselaars<br />

waren st<strong>aan</strong>dwantvissers. wat betekent dat hun netten <strong>een</strong> vaste opstelling ken<strong>de</strong>n,<br />

zoals bijvoorbeeld fuiken. De Hollan<strong>de</strong>rs daarentegen sleepten achter hun<br />

'waterschepen' <strong>een</strong> trechtervormig net, <strong>een</strong> 'kuil', met zich mee. Alle vis die<br />

voor <strong>de</strong> opening van zo'n net komt, wordt opgevangen en samengeperst in het<br />

nauwmazig achtereind. Ook veelon<strong>de</strong>rmaatse vis vindt zodoen<strong>de</strong> <strong>een</strong> vroegtijdige<br />

dood; all<strong>een</strong> als <strong>een</strong><strong>de</strong>nvoer had zij nog enige waar<strong>de</strong>. Volgens <strong>de</strong> lokale<br />

vissers was nu juist dit wegvangen van jonge vis oorzaak van <strong>de</strong> teruglopen<strong>de</strong><br />

visstand.<br />

Het conflict werd uitgevochten tot voor <strong>de</strong> Grote Raad van Mechelen (1559). De<br />

overheid vaardig<strong>de</strong> <strong>een</strong> <strong>aan</strong>tal beperken<strong>de</strong> maatregelen uit, maar die sorteer<strong>de</strong>n<br />

g<strong>een</strong> effect. Niet all<strong>een</strong> omdat ze waarschijnlijk op grote schaal wer<strong>de</strong>n<br />

genegeerd, maar vooralomdat <strong>de</strong> werkelijke oorzaak van het probleem ergens<br />

an<strong>de</strong>rs lag. Deze 'kuilstrijd' zou <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevissers vervolgens nog eeuwenlang,<br />

vooral in tij<strong>de</strong>n van recessie, met elkaar in conflict brengen. Toen tegen<br />

het ein<strong>de</strong> van <strong>de</strong> 17<strong>de</strong> eeuw het gekrakeelleek te verstommen, beteken<strong>de</strong> dat in<br />

feite dat het verziltingsproces inmid<strong>de</strong>ls zover was doorgedrongen dat <strong>de</strong> laatste<br />

zoetwatervis van <strong>de</strong> Overijsselse kust was verdwenen. Voor <strong>de</strong> Hollan<strong>de</strong>rs<br />

had het gebied daarmee z'n grate <strong>aan</strong>trekkingskracht verloren en ze vertoon<strong>de</strong>n<br />

zich er min<strong>de</strong>r vaak. De lokale vissers zagen hun <strong>een</strong>s zo bloeien<strong>de</strong> bedrijf<br />

te gron<strong>de</strong> g<strong>aan</strong>. Voor hen volg<strong>de</strong> <strong>een</strong> moeizaam en gelei<strong>de</strong>lijk <strong>aan</strong>passingspraces.<br />

Tot na <strong>de</strong> Franse overheersing leed <strong>de</strong> visserij in Vollenhave <strong>een</strong> kwakkelend<br />

best<strong>aan</strong>. In 18n schrijft het gem<strong>een</strong>tebestuur over <strong>de</strong> 'arme lie<strong>de</strong>n wier sober<br />

best<strong>aan</strong> all<strong>een</strong> van <strong>de</strong> visscherij afhangt zullen buiten <strong>de</strong> visscherij <strong>aan</strong> het arm-


huys moeten vervallen'. Volgens <strong>een</strong> schriftelijke opgave woon<strong>de</strong>n er op dat<br />

moment 15 vissers en 6 knechts; hun scheepjes waren klein, variërend in<br />

grootte tussen <strong>de</strong> 8 en IO ton. Maar het tij leek inmid<strong>de</strong>ls te zijn gekeerd en<br />

voorzichtig, later steeds dui<strong>de</strong>lijker, zet <strong>een</strong> verbetering door. Deze ten<strong>de</strong>ns is<br />

overallangs <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee zichtbaar en in 1842 blijkt <strong>de</strong> visserij op dit water<br />

zelfs tot <strong>de</strong> belangrijkste tak van onze nationale visserij te zijn uitgegroeid. Het<br />

totaal <strong>aan</strong>tal grotere zeilvaartuigen - Friesland en zui<strong>de</strong>lijke Wad<strong>de</strong>nzee meegerekend<br />

- bedraagt inmid<strong>de</strong>ls IOOO met zo'n 4000 opvaren<strong>de</strong>n. Vollenhave<br />

telt in 1852 30 'gewone visschuiten' , 4 punters en 1tjalk.<br />

Bloeiperio<strong>de</strong><br />

Wat maakte <strong>de</strong>ze verbazen<strong>de</strong> groei mogelijk? Een belangrijk voor<strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />

Zui<strong>de</strong>rzee was dat zij <strong>een</strong> zeer gevarieerd visbestand ken<strong>de</strong>, dat zowel goedkopere<br />

soorten als spiering, en panharing als prijziger waar lever<strong>de</strong>. Vooral<br />

voor <strong>de</strong> min<strong>de</strong>r be<strong>de</strong>el<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> maatschappij vorm<strong>de</strong> vis eeuwenlang <strong>een</strong><br />

essentieel bestand<strong>de</strong>el van het voedselpakket, goedkoper dan vlees of brood.<br />

Tot <strong>de</strong> duur<strong>de</strong>re soorten moet zeker <strong>de</strong> exclusieve ansjovis gerekend wor<strong>de</strong>n,<br />

die als <strong>de</strong>licatesse vooral zijn weg naar Duitsland vond.<br />

Waar ik hiervoor panharing schreef, is daarmee verse, onbewerkte haring<br />

bedoeld. Gerookt tot bokking ging <strong>de</strong> vis voor <strong>een</strong> <strong>aan</strong>merkelijk hogere prijs<br />

Plattegrond van <strong>de</strong> stad <strong>Vollenhove</strong> uit het mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> 17<strong>de</strong> eeuw. De stad had g<strong>een</strong><br />

eigenlijke haven; <strong>de</strong> boten meer<strong>de</strong>n af <strong>aan</strong> <strong>een</strong> steiger. (Rijksarchief in Overijssel, Zwolle)<br />

VoUel1h.ove, <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee 79


80 P. Dorleijn<br />

over <strong>de</strong> toonbank. De arbeidsintensieve bewerkingen, <strong>de</strong> fijne smaak en grote<br />

houdbaarheid maakten dat twee bokkingen vrijwel hetzelf<strong>de</strong> kostten als twintig<br />

haringen zo uit zee. Overigens was <strong>de</strong> in <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee voorkomen<strong>de</strong> haring<br />

van <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r ras dan zijn soortgenoten in <strong>de</strong> Noordzee. Voor visser en consument<br />

had dat <strong>een</strong> belangrijk gevolg, want waar <strong>de</strong> laatste door kaken en zouten<br />

<strong>een</strong> lange houdbaarheid krijgt, was <strong>de</strong>ze bewerking bij <strong>de</strong> eerste niet mogelijk.<br />

De veelzijdigheid in <strong>aan</strong>bod van Zui<strong>de</strong>rzeevis vorm<strong>de</strong> dus <strong>een</strong> gunstig uitgangspunt<br />

voor het bedrijf. Ver<strong>de</strong>r zal <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevisser beter in staat zijn<br />

geweest om <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> continuïteit in <strong>aan</strong>voer te waarborgen. De binnenzee<br />

bood, met haar beschutte ligging, meer mogelijkhe<strong>de</strong>n om met slecht weer te<br />

blijven varen dan <strong>de</strong> Noordzee. Vooral <strong>de</strong> han<strong>de</strong>laar is hiermee gediend.<br />

Bovendien waren nog economische en politieke factoren in het geding, zoals<br />

<strong>de</strong> opkomst van het liberalisme. De verbreiding van <strong>de</strong> vrijhan<strong>de</strong>lsgedachte<br />

beteken<strong>de</strong> het ein<strong>de</strong> van tal van protectionistische maatregelen en het was<br />

vooral <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevisserij die hiervan profiteer<strong>de</strong>.<br />

Richten we <strong>de</strong> blik weer op Vollenhave dan zijn we over <strong>de</strong> toestand ter plaatse<br />

halverwege <strong>de</strong> 19<strong>de</strong> eeuw goed geïnformeerd door W. Sloet tot Westerholt in<br />

Sloets Tijdschrift voor Staathuiskun<strong>de</strong> en Statistiek van 1852. Hij schetst <strong>de</strong> visserij<br />

als <strong>een</strong> bedrijfstak met grote verdiensten en <strong>de</strong> nodige expansiedrift. De jaarbesommingen<br />

per schuit lagen gemid<strong>de</strong>ld op zo'n 1800, <strong>de</strong> hele Vollenhaver<br />

vloot bracht voor 1 28.000 <strong>aan</strong> land. De schipper-eigenaar kon op <strong>een</strong> weekverdienste<br />

van 18komen, na aftrek van on<strong>de</strong>rhoud, rente en an<strong>de</strong>re kosten. Zijn<br />

knecht - 'partsrnan' genoemd - ging met 14 naar huis, zijn<strong>de</strong> doorg<strong>aan</strong>s 1/4<br />

<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> besomming.<br />

Zo'n florerend bedrijf trekt uiteraard allerlei categorieën mensen <strong>aan</strong>. In <strong>de</strong><br />

eerste plaats werklie<strong>de</strong>n die hun min<strong>de</strong>r betaal<strong>de</strong> bezighe<strong>de</strong>n verruilen voor<br />

<strong>een</strong> best<strong>aan</strong> op zee. Maar ook notabelen die hun geld g<strong>aan</strong> beleggen in nieuwe<br />

vissersschuiten, om die vervolgens tegen <strong>een</strong> vast percentage van <strong>de</strong> besomming<br />

te verhuren. Er waren altijd wel jonge, energieke vissers die voor zichzelf<br />

wil<strong>de</strong>n beginnen en op die manier <strong>de</strong> stap naar zelfstandigheid zetten.<br />

Sloet geeft hoog op over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> zich uitbrei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> vloot, die 'in<br />

<strong>de</strong>ug<strong>de</strong>lijkheid, snelzeilendheid, zin<strong>de</strong>lijkheid en netten bouw, door g<strong>een</strong>e<br />

schuiten van <strong>de</strong>ze zij<strong>de</strong> <strong>de</strong>r Zui<strong>de</strong>rzee geëvenaard wordt'. De klasse <strong>de</strong>r vissers<br />

bestond uit 'min of meer gegoe<strong>de</strong>, gezon<strong>de</strong> en krachtige, en, naar hunnen<br />

stand, tamelijk beschaaf<strong>de</strong> burgerlie<strong>de</strong>n'. Een klein <strong>de</strong>el ging het min<strong>de</strong>r voor<br />

<strong>de</strong> wind, maar dat was volgens Sloet te wijten <strong>aan</strong> gemakzucht. 'Het is dit klein<br />

ge<strong>de</strong>elte dan ook all<strong>een</strong>, dat bij langdurige en strenge winters <strong>een</strong>igen on<strong>de</strong>rstand<br />

behoeft', voegt hij nog toe.<br />

Naast gunstige ontwikkelingen signaleert <strong>de</strong> schrijver tegelijkertijd <strong>een</strong> <strong>aan</strong>tal<br />

belemmeren<strong>de</strong> factoren voor <strong>een</strong> ver<strong>de</strong>re ontplooiing van <strong>de</strong> visserij in Vollenhave.<br />

Dat was in <strong>de</strong> eerste plaats <strong>de</strong> gebrekkige en te kleine haven die door <strong>een</strong><br />

ondiepte voor <strong>de</strong> kust bovendien slecht bereikbaar was en onvoldoen<strong>de</strong><br />

bescherming bood. Om <strong>de</strong>ze re<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rmeer verkochten <strong>de</strong> vissers het grootste<br />

<strong>de</strong>el van hun vangst in an<strong>de</strong>re, beter bereikbare plaatsen of op zee. Een verschijnsel<br />

dat niet bevor<strong>de</strong>rlijk is voor <strong>de</strong> ontplooiing van vishan<strong>de</strong>l en -verwer


king in <strong>de</strong> plaats zelf. Sloet besluit dan ook met <strong>een</strong> vurig pleidooi voor verbeteringen<br />

die, zo voorspelt hij, '<strong>de</strong>ze stad <strong>een</strong>e inkomst van <strong>een</strong>e ton gouds zou<strong>de</strong><br />

kunnen opleveren'.<br />

Ook vandaag <strong>de</strong> dag speelt het streven, om met direct uit <strong>de</strong> visserij voortvloeien<strong>de</strong><br />

bedrijvigheid <strong>de</strong> plaatselijke economie te versterken, nog <strong>een</strong> rol van betekenis.<br />

Een bekend voorbeeld is dat van <strong>de</strong> Urkers die hun vangsten, el<strong>de</strong>rs <strong>aan</strong>gevoerd,<br />

met vrachtwagens naar <strong>de</strong> thuishaven laten vervoeren om daar te<br />

wor<strong>de</strong>n afgeslagen en verwerkt. En onlangs vond verdieping van <strong>de</strong> vaargeul<br />

Afsluitdijk-Urk plaats om zoveel mogelijk kotters in staat te stellen reparaties,<br />

on<strong>de</strong>rhoud en <strong>de</strong>rgelijke te laten uitvoeren door 'eigen' bedrijven. Sloet was<br />

zich dit belang van <strong>een</strong> goe<strong>de</strong> en bereikbare haven al bewust. Werd in volgen<strong>de</strong><br />

jaren wel in fasen <strong>de</strong> haven verbeterd, <strong>de</strong> ondiepte bleef en dat heeft tot het<br />

laatst toe <strong>de</strong> visserij veel na<strong>de</strong>el berokkend.<br />

In 1859 beleef<strong>de</strong> Vollenhave <strong>een</strong> uitzon<strong>de</strong>rlijke immigratiegolf, toen 140<br />

Schokkers er zich vestig<strong>de</strong>n. Gezien <strong>de</strong> hopeloze toestand waarin hun eiland<br />

verkeer<strong>de</strong>, was van regeringswege besloten het te ontruimen. De laatste bewoners,<br />

bijna tot <strong>de</strong> be<strong>de</strong>lstaf vervallen, zwerm<strong>de</strong>n uit over het Zui<strong>de</strong>rzeegebied<br />

en vestig<strong>de</strong>n zich on<strong>de</strong>rmeer in Kampen en Volendam, waar nog steeds families<br />

zijn die als bijnaam '<strong>de</strong> Schokkers' met zich mee dragen.<br />

De grootste groep, voornamelijk best<strong>aan</strong><strong>de</strong> uit rooms-katholieken, kwam naar<br />

<strong>Vollenhove</strong>, Nagenoeg allen waren voor hun levenson<strong>de</strong>rhoud afhankelijk van<br />

<strong>de</strong> visserij. Het was niet on<strong>de</strong>nkbaar geweest dat zij in het voorh<strong>een</strong> overwegend<br />

protestantse en re<strong>de</strong>lijk welvaren<strong>de</strong> <strong>Vollenhove</strong> in <strong>een</strong> geïsoleer<strong>de</strong> positie<br />

zou<strong>de</strong>n zijn beland. Dat dit niet gebeurd is, mag opmerkelijk heten. Noch uit<br />

geschriften, noch uit overlevering is iets over wrijvingen of <strong>aan</strong>passingsproblemen<br />

bekend. Integen<strong>de</strong>el. Het beeld dat van <strong>de</strong> vissersgem<strong>een</strong>schap naar<br />

voren komt is er één van gemoe<strong>de</strong>lijkheid en solidariteit. Ik baseer <strong>de</strong>ze indruk<br />

op <strong>de</strong> talloze gesprekken die ik voer<strong>de</strong> met oud-vissers, geboren rond 1910. Nu,<br />

anno 1999, zijn <strong>de</strong>ze zegslie<strong>de</strong>n inmid<strong>de</strong>ls allemaaloverle<strong>de</strong>n. De informatie<br />

die ik van hen kreeg over leven en werken in <strong>de</strong> visserij voor en na <strong>de</strong> afsluiting<br />

- mon<strong>de</strong>linge overlevering die an<strong>de</strong>rs geheel verloren zou zijn geraakt - vormt<br />

in feite <strong>de</strong> basis voor mijn boeken over <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee.<br />

Aan het eind van <strong>de</strong> 19<strong>de</strong> eeuw, in 1892, heeft <strong>de</strong> vloot zijn grootste omvang<br />

bereikt: II3 schepen met 244 opvaren<strong>de</strong>n. Toch is op dat moment <strong>de</strong> bloeiperio<strong>de</strong><br />

al voorbij, want vanaf 1875 volgen slechte jaren elkaar steeds vaker op.<br />

Natuurlijk zoekt <strong>de</strong> vissersbevolking naar verklaringen voor <strong>de</strong> terugloop en<br />

het is, gezien <strong>de</strong> loop <strong>de</strong>r historie, niet verwon<strong>de</strong>rlijk dat bepaal<strong>de</strong> categorieën<br />

opnieuw <strong>de</strong> kuil als boosdoener <strong>aan</strong>wijzen. Nu is het vooral <strong>de</strong> won<strong>de</strong>rkuilvisserij,<br />

waarbij <strong>een</strong> groot net tussen twee vaartuigen met grote snelheid door het<br />

water wordt getrokken, waarop <strong>de</strong> pijlen <strong>de</strong>r gramschap zijn gericht. Vrijwel <strong>de</strong><br />

gehele Volendammer vloot gebruikt <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> ansjovis- en haringvangst.<br />

Maar ook Enkhuizers, Urkers, Texelaars en meer<strong>de</strong>ren slepen <strong>de</strong> grote<br />

ofmoordkuil', <strong>een</strong> benaming door <strong>de</strong> bestrij<strong>de</strong>rs in <strong>de</strong> wereld geholpen.<br />

Er wordt druk op <strong>de</strong> regering uitgeoefend om <strong>de</strong> scha<strong>de</strong>lijke visserijmetho<strong>de</strong><br />

VoLlellhove, <strong>ooit</strong> eell <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee 81


.._- ....<br />

Kaart van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee.<br />

82 P. Dorleijn<br />

",<br />

..,<br />

.rÔ -<br />

:,~~4'f:h==~!8:~....<br />

<strong>aan</strong> ban<strong>de</strong>n te leggen. Als gevolg daarvan houdt het Collegie voor <strong>de</strong> Zeevisscherijen<br />

<strong>een</strong> enquête on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> gem<strong>een</strong>tebesturen. Deze wijst uit dat Marken,<br />

Huizen, De Lemmer en Har<strong>de</strong>rwijk <strong>een</strong> twee m<strong>aan</strong><strong>de</strong>n (<strong>de</strong> ansjovistijd)<br />

durend verbod voorst<strong>aan</strong>, Monnickendam, <strong>Vollenhove</strong> en Elburg <strong>een</strong> totaal<br />

verbod, terwijl Urk en uiteraard Volendam tegen elke wettelijke regeling zijn.<br />

Bunschoten tenslotte schrijft meer na<strong>de</strong>el <strong>aan</strong> <strong>de</strong> kwakkuil, <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re variant,<br />

toe.<br />

Zoals gebruikelijk zijn <strong>de</strong> vissers hopeloos ver<strong>de</strong>eld en al even gebruikelijk is<br />

het dat <strong>de</strong> overheid niet bij machte is <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quaat beleid te ontwikkelen. Wel<br />

komt <strong>een</strong> commissie uit het Collegie <strong>de</strong>r Zeevisscherijen in r879, me<strong>de</strong> op


grond van on<strong>de</strong>rzoekingen van prof. Hoffman, tot <strong>de</strong> conclusie dat <strong>de</strong> scha<strong>de</strong><br />

door kwak- en won<strong>de</strong>rkuil toegebracht 'onmetelijk is'. Op dit advies is art. 8 van<br />

<strong>de</strong> wet van 21 juni I88r gebaseerd, dat het vissen met <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> kuilen<br />

totaal verbiedt, met uitzon<strong>de</strong>ring van <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> IS mei tot IS juli, <strong>de</strong> ansjovistijd.<br />

De Volendammers laten het er echter niet bij zitten, zij zijn immers volledig<br />

afhankelijk van <strong>de</strong> nu verbo<strong>de</strong>n visserijmetho<strong>de</strong>s. On<strong>de</strong>rmeer op basis van<br />

proefvisserijen, weten ze in 1884 <strong>de</strong> kwakkuil weer toegest<strong>aan</strong> te krijgen en in<br />

r890 volgt opheffing van het verbod op <strong>de</strong> won<strong>de</strong>rkuil. Bij <strong>de</strong>ze laatste beslis- .<br />

sing legt <strong>een</strong> rapport van DR.P.P.C. Hoek, wetenschappelijk adviseur in visserijzaken,<br />

veel gewicht in <strong>de</strong> schaal.' In dit Rapport over <strong>de</strong> visscherij in <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee<br />

van r889 eonstateert hij g<strong>een</strong> enkel positief gevolg te hebben opgemerkt<br />

van het verbod in voorg<strong>aan</strong><strong>de</strong> jaren. All<strong>een</strong> in combinatie met <strong>een</strong> uitbanning<br />

van an<strong>de</strong>re vormen van kuilvisserij, alsme<strong>de</strong> haringfuiken en -zegens, valt<br />

enige verlichting in visserijdruk te verwachten. Zo'n ingrijpen<strong>de</strong> maatregel<br />

maakte echter weinig kans om te wor<strong>de</strong>n <strong>aan</strong>genomen.<br />

Voor <strong>een</strong> inventarisatie van <strong>de</strong> toestand in tal van havens won Hoek informatie<br />

in bij plaatselijke correspon<strong>de</strong>nten. Voor Vollenhave was dat vishan<strong>de</strong>laar - ook<br />

geruime tijd wethou<strong>de</strong>r - van Smirren. Zoals vrijweloveral el<strong>de</strong>rs klinken hier<br />

sombere, wellicht te donker gekleur<strong>de</strong> gelui<strong>de</strong>n. De jaarbesommingen van <strong>de</strong><br />

grotere vaartuigen bedroegen niet meer dan <strong>een</strong> goe<strong>de</strong> j' 500, van <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>lgrote<br />

ongeveer! 400 en van <strong>de</strong> kleintjes nog g<strong>een</strong>! 300. Bij <strong>een</strong> enigszins<br />

re<strong>de</strong>lijke visserij zou hier respectievelijk! 900,f700 en! 500 hebben moeten<br />

st<strong>aan</strong>. Ook <strong>de</strong> knechts kregen met! 3 à! 4 per week weer min<strong>de</strong>r in han<strong>de</strong>n.<br />

Uitgezon<strong>de</strong>rd <strong>de</strong> ansjovisteelt lever<strong>de</strong>n bijna alle visserijen '<strong>een</strong> geheel onvoldoen<strong>de</strong><br />

winst'.<br />

Zo liep <strong>de</strong> 19<strong>de</strong> eeuw ten ein<strong>de</strong>. Een tijdsbestek waarin <strong>de</strong>'<strong>Vollenhove</strong>r visserij<br />

zich vanuit <strong>een</strong> kwijnend best<strong>aan</strong> had ontwikkeld tot <strong>een</strong> bedrijfstak die het<br />

<strong>aan</strong>zicht van het stadje volledig bepaal<strong>de</strong>. Maar waarin tevens <strong>de</strong> eerste tekenen<br />

van verval zichtbaar wer<strong>de</strong>n, <strong>een</strong> teruggang die zich in <strong>de</strong> jaren na 1900 nagenoeg<br />

onon<strong>de</strong>rbroken zou voortzetten.<br />

Sterk wisselen<strong>de</strong> besommingen, 1900-1932<br />

Het eerste <strong>de</strong>cennium van <strong>de</strong> nieuwe eeuw bevat g<strong>een</strong> enkel lichtpuntje, teelt<br />

na teelt verloopt teleurstellend. Pas in 1912 zijn <strong>de</strong> bedrijfsresultaten weer goed<br />

te noemen. De verbetering zet door en vormt <strong>een</strong> opmaat naar <strong>de</strong> geweldige<br />

besommingen uit <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog. Met name het laatste oorlogsjaar<br />

stelt velen in staat om allandurig lopen<strong>de</strong> schul<strong>de</strong>n te vereffenen.<br />

Maar zover is het nog niet als in r905 het rapport van <strong>de</strong> Commissie Neeb verschijnt,<br />

opgesteld in opdracht van <strong>de</strong> voor afsluiting en droogmaking ijveren<strong>de</strong><br />

Zui<strong>de</strong>rzeever<strong>een</strong>iging." Mr.J.F. Neeb was notaris te Har<strong>de</strong>rwijk en voorzitter<br />

van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoekscommissie uit genoem<strong>de</strong> vereniging. Het beeld dat hier van<br />

<strong>de</strong> visserij wordt gegeven is nog somber<strong>de</strong>r dan bij Hoek. Aan <strong>de</strong> ene kant<br />

bevat het rapport <strong>een</strong> geweldige hoeveelheid ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong> informatie over visserij<br />

en nevenbedrijven, maar wat <strong>de</strong> financiële gegevens betreft is het <strong>aan</strong>toonbaar<br />

gekleurd: onkosten zijn te hoog gesteld, inkomsten te laag.<br />

Vollenhave, <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee 83


-<br />

De haven van <strong>Vollenhove</strong> in 1934. Op <strong>de</strong> voorgrond het bruggetje naar <strong>de</strong> Ou<strong>de</strong> Haven. Hier<br />

vertel<strong>de</strong>n vissers elkaar <strong>de</strong> verhalen van vroeger.<br />

84 P. Dorleijn<br />

Helaas heeft het negatieve beeld dat <strong>de</strong> buitenst<strong>aan</strong><strong>de</strong>r uit het verslag krijgt, in<br />

<strong>belangrijke</strong> mate bijgedragen <strong>aan</strong> het totstandkomen van <strong>de</strong> wet van 14 juli<br />

1918, waarin besloten werd tot afsluiting en droogmaking. Het leek immers<br />

g<strong>een</strong> slechte ruil, water waarop g<strong>een</strong> droog brood viel te verdienen tegen<br />

vruchtbare landbouwgrond. Armlastige vissers tegen welvaren<strong>de</strong> boeren. Veel<br />

schakeringen ken<strong>de</strong> <strong>de</strong> propaganda <strong>de</strong>stijds niet. Neeb mocht overdrijven, in<br />

werkelijkheid waren het zon<strong>de</strong>r twijfel weinig rooskleurige jaren die velen<br />

ertoe brachten om <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re broodwinning te zoeken. Zo liep het <strong>aan</strong>tal <strong>Vollenhove</strong>r<br />

vissers tussen 1900 en 1915met 30 terug tot 180.<br />

Door <strong>de</strong> oorlog 1914-1918 ontstond hier te lan<strong>de</strong>, maar vooral in Duitsland <strong>een</strong><br />

steeds nijpen<strong>de</strong>r voedselschaarste. De prijzen voor Zui<strong>de</strong>rzeevis schoten <strong>de</strong><br />

hoogte in en toevalligerwijs waren ook <strong>de</strong> vangsten goed tot overvloedig. Dat<br />

tegelijkertijd <strong>de</strong> onkosten voor netwerk, katoen, zeilen, touw, teer en <strong>de</strong>rgelijke<br />

in prijs soms vertienvoudig<strong>de</strong>n, kon <strong>de</strong> bedrijfsresultaten slechts in geringe<br />

mate beïnvloe<strong>de</strong>n. Totaalcijfers van opbrengsten uit <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevisserij, voor,<br />

tij<strong>de</strong>ns en na <strong>de</strong> oorlog, illustreren <strong>de</strong> enorme golfbeweging die <strong>de</strong>ze wereldbrand<br />

tot gevolg had. Tussen 1910 en 1914 gemid<strong>de</strong>ld I,S miljoen per jaar, in<br />

1918 8 miljoen, gevolgd door <strong>een</strong> terugval naar 2 miljoen in 1920. Dat laatste<br />

bedrag lijkt goed vergeleken bij <strong>de</strong> vooroorlogse jaren, maar in werkelijkheid<br />

vloog het verdien<strong>de</strong> geld <strong>de</strong> visserman weer uit <strong>de</strong> knip, omdat <strong>de</strong> prijzen van<br />

allerhan<strong>de</strong> materialen en benodigdhe<strong>de</strong>n nog lang op oorlogsniveau bleven<br />

hangen.<br />

Twee ontwikkelingen in <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> had<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> Vollenhaver vissers <strong>een</strong><br />

positief effect. Dat was on<strong>de</strong>rmeer <strong>de</strong> komst van <strong>een</strong> tramlijnverbinding tussen


Blokzijl en Zwolle in 1914; Vollenhave was één van <strong>de</strong> tussenstations. Met <strong>de</strong>ze<br />

directe <strong>aan</strong>sluiting op het nationale en internationale spoorwegnet kon <strong>de</strong> vis<br />

in korte tijd en over langere afstand wor<strong>de</strong>n vervoerd. Gezien <strong>de</strong> be<strong>de</strong>rfelijkheid<br />

van het product beteken<strong>de</strong> dit <strong>een</strong> grote verbetering.<br />

Ver<strong>de</strong>r kreeg <strong>de</strong> plaats in 1915, na enige jaren touwtrekken, <strong>een</strong> gem<strong>een</strong>telijke<br />

visafslag. Langs <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee kregen Urk (1905) en Enkhuizen (1907) als eerste<br />

<strong>een</strong> gem<strong>een</strong>telijke afslag. Het succes van <strong>de</strong>ze en an<strong>de</strong>re instellingen bracht<br />

<strong>de</strong> Vollenhavers in 1913ertoe <strong>de</strong> komst van <strong>een</strong> eigen afslag te bepleiten. Tot op<br />

dat moment bezaten <strong>de</strong> weinige han<strong>de</strong>laren ter plaatse <strong>een</strong> monopoliepositie,<br />

wat ze in staat stel<strong>de</strong> <strong>de</strong> prijzen op <strong>een</strong> laag niveau te hou<strong>de</strong>n. Een afslag bood<br />

ook an<strong>de</strong>ren, waaron<strong>de</strong>r kopers van el<strong>de</strong>rs, <strong>de</strong> kans om mee te bie<strong>de</strong>n op <strong>de</strong><br />

<strong>aan</strong>gevoer<strong>de</strong> partijen. Deze concurrentie dreef <strong>de</strong> prijs op en werkte direct in<br />

het voor<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> vissers.<br />

De afsluiting werpt zijn schaduw vooruit<br />

Leef<strong>de</strong>n er allanger plannen om <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee te 'temmen' en door <strong>een</strong> dijk<br />

af te sluiten van <strong>de</strong> Noordzee, <strong>de</strong> grote overstromingsramp van 1916 beteken<strong>de</strong><br />

letterlijk <strong>de</strong> druppel die het land rijp maakte voor <strong>een</strong> <strong>de</strong>finitieve beslissing.<br />

Deze viel in 1918 met het afkondigen van <strong>de</strong> Wet tot afsluiting en droogmaking<br />

van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> vissers leef<strong>de</strong> <strong>aan</strong>vankelijk veel scepsis<br />

over <strong>de</strong> haalbaarheid van het project. Een <strong>de</strong>rgelijk verstrekken<strong>de</strong> ingreep in<br />

'God's schepping' hiel<strong>de</strong>n velen niet voor mogelijk of werd als blasfemie<br />

beschouwd.<br />

Wanneer met het verstrijken van <strong>de</strong> jaren '20 Wieringermeer en afsluitdijk<br />

gestalte krijgen, dringt het gelei<strong>de</strong>lijk tot <strong>de</strong> vissers door dat het ein<strong>de</strong> voor <strong>de</strong><br />

Zui<strong>de</strong>rzeevisserij nabij is. Hier en daar valt protest te horen, maar <strong>de</strong> traditionele<br />

ver<strong>de</strong>eldheid verhin<strong>de</strong>rt <strong>een</strong> <strong>een</strong>sgezind verzet.<br />

Direct al als gevolg van <strong>de</strong> dijkwerken wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> vissers geconfronteerd met<br />

vooruitgeworpen schaduwen. Van oudsher was het gebruikelijk dat <strong>de</strong> toeleveringsbedrijven<br />

met soms langdurige kredieten <strong>de</strong> visserij door slechte perio<strong>de</strong>s<br />

h<strong>een</strong> hielpen. Na magere jaren volg<strong>de</strong>n altijd wel weer enige vette, waarin ou<strong>de</strong><br />

rekeningen kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n vereffend en nieuwe investeringen volg<strong>de</strong>n. Maar<br />

met het na<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> ein<strong>de</strong> in het verschiet dorsten hellingbazen, han<strong>de</strong>laren in<br />

visserijbenodigdhe<strong>de</strong>n, zeilmakers en touwslagers g<strong>een</strong> voorschotten meer te<br />

geven.<br />

De regering moest door het instellen van <strong>een</strong> 'Credietver<strong>een</strong>iging voor <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee'<br />

(I921) <strong>de</strong> taak van kredietverlening overnemen om te voorkomen dat er<br />

door gebreken <strong>aan</strong> schepen en viswant niet meer gevaren kon wor<strong>de</strong>n. En naarmate<br />

<strong>de</strong> dijk groei<strong>de</strong>, met als gevolg <strong>een</strong> afnemend zoutgehalte van het Zui<strong>de</strong>rzeewater,<br />

liep <strong>de</strong> vangst van diverse vissoorten terug. De overheid zag zich<br />

genoodzaakt <strong>de</strong> daarmee vermin<strong>de</strong>r<strong>de</strong> verdiensten te compenseren door het<br />

verlenen van 'winteruitkeringen' in 1928 en 1929.<br />

Maar <strong>de</strong> dreigen<strong>de</strong> afsluiting was niet <strong>de</strong> enige plaag die <strong>de</strong> visserij bezocht.<br />

Omdat Duitsland niet all<strong>een</strong> verslagen, maar ook volslagen bankroet uit <strong>de</strong> Eerste<br />

Wereldoorlog te voorschijn kwam, viel <strong>de</strong> <strong>belangrijke</strong> export van vooral<br />

haring en ansjovis in <strong>de</strong> eerste na-oorlogse jaren geheel weg. Ook hier sprong<br />

Vollenltove, <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee 85


86 P. Dorleijn<br />

<strong>de</strong> overheid bij met diverse toeslagen om <strong>de</strong> extra moeilijke winterm<strong>aan</strong><strong>de</strong>n te<br />

overbruggen en wer<strong>de</strong>n werkverschaffingsprojecten gestart.<br />

Het waren vooral <strong>de</strong>ze slechte omstandighe<strong>de</strong>n die velen, vooral knechts, ertoe<br />

brachten het visserijbedrijf <strong>de</strong> rug toe te keren. Het dwong schippers om met<br />

elkaar te g<strong>aan</strong> varen en veel schepen bleven voorgoed voor <strong>de</strong> kant. Van g<strong>een</strong><br />

enkele Zui<strong>de</strong>rzeeplaats zijn zulke trieste beel<strong>de</strong>n bekend als van <strong>de</strong> <strong>Vollenhove</strong>r<br />

Binnenhaven, groten<strong>de</strong>els gevuld met half of geheel gezonken vaartuigen,<br />

in afwachting van <strong>een</strong> roemloos ein<strong>de</strong>.<br />

Wie <strong>de</strong> visserij verliet, moest voor zijn brood ook wel uit Vollenhave vertrekken,<br />

want in <strong>de</strong> naaste omgeving bestond g<strong>een</strong> vervangen<strong>de</strong> werkgelegenheid.<br />

Zo beland<strong>de</strong>n velen, vooral kin<strong>de</strong>rrijke gezinnen, in <strong>de</strong> Twente textielindustrie.<br />

Pastoor Elskamp, die na <strong>een</strong> eer<strong>de</strong>r verblijf in Vollenhave in 1921 naar Borne<br />

vertrok, heeft <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> rol gespeeld bij het te werk stellen van roomskatholieke<br />

families. Al met al vertrokken tussen 1921 en 1939 uit Vollenhave<br />

1569 inwoners naar el<strong>de</strong>rs. Op <strong>de</strong> vissersvloot daal<strong>de</strong> het <strong>aan</strong>talopvaren<strong>de</strong>n<br />

tussen 1905 en 1930 van 227 tot 151, welke mate van afvloeiing boven het<br />

gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> lag voor het hele Zui<strong>de</strong>rzeegebied.<br />

IJsselmeervisserij en Zui<strong>de</strong>rzeesteunwet, 1932-1971<br />

Het dichten van <strong>de</strong> afsluitdijk had <strong>een</strong> grote veran<strong>de</strong>ring in het visserijbedrijf<br />

ten gevolg. Tot op dat moment had<strong>de</strong>n <strong>de</strong> 'teelten' elkaar seizoensgebon<strong>de</strong>n<br />

opgevolgd. In <strong>de</strong> m<strong>aan</strong><strong>de</strong>n februari tot en met april <strong>de</strong> haringvisserij, uitgeoefend<br />

met st<strong>aan</strong><strong>de</strong>- en sleepnetten, gevolgd door die op ansjovis. Deze teelt<br />

duur<strong>de</strong> tot begin juli, waarbij <strong>de</strong> <strong>Vollenhove</strong>rs <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> vistuigen benutten.<br />

Vervolgens ging <strong>een</strong> categorie om paling vissen met kubben, dobbers of dwarskuil<br />

en an<strong>de</strong>ren om bot.<br />

De botvissers waren ook weer in twee groepen in te <strong>de</strong>len: één die met st<strong>aan</strong><strong>de</strong>,<br />

zij<strong>de</strong>n netten en één die met sleepnetten viste. De ver<strong>de</strong>ling in voornamelijk<br />

g<strong>aan</strong>dwant- en st<strong>aan</strong>dwantvissers liep voor <strong>een</strong> <strong>de</strong>el parallel met die in <strong>een</strong> protestants<br />

en <strong>een</strong> rooms-katholiek bevolkings<strong>de</strong>el. De roomsen, van oorsprong<br />

veelal Schokkers, waren g<strong>aan</strong>dwantvissers, <strong>de</strong> protestanten in hoofdzaak<br />

st<strong>aan</strong>dwantvissers.<br />

Voor <strong>de</strong> garnalenvisserij, die <strong>de</strong> m<strong>aan</strong><strong>de</strong>n september, oktober en november<br />

besloeg, werd in Vollenhave uitsluitend van <strong>de</strong> dwarskuil gebruik gemaakt en<br />

verviel <strong>de</strong> scheidslijn tij<strong>de</strong>lijk. Dat gold ge<strong>de</strong>eltelijk ook voor <strong>de</strong> wintervisserij<br />

om spiering, bedreven met sleepnetten. Enkelen visten spiering met st<strong>aan</strong><strong>de</strong><br />

netten, <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> 'flod<strong>de</strong>rnetten', die ook on<strong>de</strong>r het ijs gezet kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n.<br />

De spieringvisserij eindig<strong>de</strong> op het moment dat <strong>de</strong> paairijpe haring weer<br />

binnentrok.<br />

Van <strong>de</strong>ze afwisseling bleef na het dichten van <strong>de</strong> Vlieter, het laatste gat in <strong>de</strong><br />

afsluitdijk op 28 mei 1932, weinig over. 'De zee leek wel dood'. Vissoorten die<br />

slechts leven kunnen in <strong>een</strong> zoutwatermilieu verdwenen voorgoed: haring,<br />

ansjovis, garnaal, geep, schol, schar en nog <strong>een</strong> <strong>aan</strong>tal van weinig of g<strong>een</strong> economisch<br />

belang.<br />

Spiering en bot gedijen ook goed in <strong>een</strong> brak- tot zoetwatermilieu en kon<strong>de</strong>n<br />

zich handhaven. Wel bleef <strong>de</strong> spiering kleiner van stuk en overleef<strong>de</strong> uitein<strong>de</strong>-


Gezonken schepen in <strong>de</strong> haven van Vollenhave. In g<strong>een</strong> enkele plaats langs <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee<br />

teken<strong>de</strong>n <strong>de</strong> rampzalige gevolgen van <strong>de</strong> afsluiting zich zo dui<strong>de</strong>lijk af als juist daar.<br />

lijk heel weinig bot. Deze platvis is voor zijn voortbest<strong>aan</strong> afhankelijk van <strong>een</strong><br />

vrije verbinding met <strong>de</strong> Noordzee, waar ze op <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> diepte paait. De<br />

weinige bot die nu nog in het IJsselmeer voorkomt, is als jong broed via <strong>de</strong><br />

spuisluizen bij Den Oever en Kornwer<strong>de</strong>rzand binnengekomen. De laatste tijd<br />

is het spuiregime zodanig verruimd dat meer bot en an<strong>de</strong>r trekvis in staat is <strong>de</strong><br />

barrière te nemen.<br />

Daar <strong>de</strong> <strong>aan</strong>voer van bot tot voor 1932 <strong>de</strong> voornaamste best<strong>aan</strong>sbron lever<strong>de</strong><br />

voor <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevisser, viel er door het wegvallen <strong>een</strong> enorm gat.<br />

Vandaag <strong>de</strong> dag is het moeilijk voor te stellen hoeveel Zui<strong>de</strong>rzeebot er vroeger<br />

werd verhan<strong>de</strong>ld en gegeten. Vooral in plaatsen langs <strong>de</strong> 'Zuidwal' , als Har<strong>de</strong>rwijk,<br />

Spakenburg en Huizen bestond <strong>een</strong> omvangrijke han<strong>de</strong>l. Een leger van<br />

venters trok vooral don<strong>de</strong>rdags naar hein<strong>de</strong> en ver het land in om <strong>de</strong> nog<br />

leven<strong>de</strong> vis <strong>aan</strong> <strong>de</strong> man te brengen. Vooralon<strong>de</strong>r rooms-katholieken bestond<br />

toen nog <strong>de</strong> vaste gewoonte om op vrijdag vis te eten.<br />

Ook Vollenhave ken<strong>de</strong> zijn venters en visvrouwen die ie<strong>de</strong>r hun vaste afzetgebie<strong>de</strong>n<br />

had<strong>de</strong>n in Friesland, Drenthe en <strong>de</strong> kop van Overijssel. Toch was <strong>de</strong>ze<br />

han<strong>de</strong>l bij lange na niet zo uitgebreid als in eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> plaatsen en dat<br />

VoU."hov., <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee 87


88 P. Dorleijn<br />

vertaal<strong>de</strong> zich in <strong>de</strong> prijs die <strong>de</strong> visserman kreeg voor zijn bot. Daarom verkochten<br />

<strong>de</strong> botslepers meestal direct op zee <strong>aan</strong> rondzeilen<strong>de</strong> 'koopschuiten' uit<br />

Spakenburg en Huizen. Dat bespaar<strong>de</strong> hun met<strong>een</strong> veel tijd die verloren ging<br />

met h<strong>een</strong> en weer zeilen naar <strong>de</strong> thuishaven, tijd die nu met vissen gevuld werd.<br />

Na <strong>de</strong> afsluiting werd <strong>de</strong> resteren<strong>de</strong> bot, die zich in het noor<strong>de</strong>lijkste <strong>de</strong>el van<br />

het IJsselmeer terug trok, gelei<strong>de</strong>lijk opgevist. Bij Vollenhave liepen <strong>de</strong> vangsten<br />

al voor 1932 terug.<br />

Doordat geduren<strong>de</strong> het leggen van <strong>de</strong> afsluitdijk gelei<strong>de</strong>lijk steeds min<strong>de</strong>r zeewater<br />

kon binnenstromen, ontstond al kort na het gereedkomen <strong>een</strong> zoetwatermeer.<br />

Het accent kwam nu volledig op <strong>de</strong> palingvangst te liggen, <strong>een</strong> vissoort<br />

die zich in het IJsselmeer goed ontwikkel<strong>de</strong>. In <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> jaren <strong>de</strong>rtig<br />

kwam er bovendien <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> snoekbaarsstand. Met <strong>de</strong>ze roofvis had<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong> vissers nog niet eer<strong>de</strong>r kennisgemaakt en het kostte even tijd voor men <strong>de</strong><br />

juiste netten en behan<strong>de</strong>lwijze ontwikkeld had.<br />

Van <strong>de</strong> vele voorh<strong>een</strong> beoefen<strong>de</strong> visserijtechnieken bleef na 1932 <strong>een</strong> gering<br />

<strong>aan</strong>tal voortleven. De meest beoefen<strong>de</strong> metho<strong>de</strong> werd die met <strong>de</strong> dwarskuil,<br />

waarmee men's zomers om paling en's winters wel om spiering viste. De<br />

palingvisserij begint voorzichtig rond maart-april en loopt medio oktober weer<br />

af; alles sterk afhankelijk van <strong>de</strong> watertemperatuur. Geduren<strong>de</strong> het kou<strong>de</strong> jaargetij<strong>de</strong><br />

kruipt paling in <strong>de</strong> grond en laat zich dan met <strong>de</strong> geoorloof<strong>de</strong> vistuigen<br />

niet meer vangen. Naast dwarskuilen kon men <strong>de</strong> palingvisserij uitoefenen<br />

met fuiken en hoekwant.<br />

Door <strong>de</strong> opkomst van snoekbaars werd men in staat gesteld om <strong>de</strong> winterperio<strong>de</strong><br />

te overbruggen en zo toch weer het jaar rond bezig te zijn. In 1936 beteken<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong> snoekbaarsvangst met <strong>een</strong> <strong>aan</strong>voer van 8.000 kg nog niet veel, maar<br />

steeg in <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> jaren sterk en bedroeg in 1939 a1250.000 kg. Lag <strong>de</strong> prijs<br />

<strong>aan</strong>vankelijk erg laag - ook <strong>de</strong> consument moest <strong>de</strong> vis nog leren kennen -<br />

gelei<strong>de</strong>lijk steeg <strong>de</strong>ze naar <strong>een</strong> hoger niveau.<br />

In Vollenhave vielen <strong>de</strong> klappen in <strong>de</strong> eerste plaats bij <strong>de</strong> groep st<strong>aan</strong>dwantvissers,<br />

vooral <strong>de</strong>genen die met zij<strong>de</strong>n netjes op bot visten. Hun kleinere vaartuigen<br />

waren bovendien niet geschikt voor het dwarskuilen, <strong>een</strong> visserij waar nog<br />

iets mee viel te verdienen.<br />

Vollenhave genoot bovendien <strong>de</strong> twijfelachtige eer om als eerste van <strong>de</strong> grotere<br />

<strong>vissersplaats</strong>en te wor<strong>de</strong>n afgesloten van open water. In 1936 vond <strong>aan</strong>besteding<br />

plaats van het eerste dijkvak rond <strong>de</strong> Noordoostpol<strong>de</strong>r. Deze dreiging<br />

weerhield al in <strong>een</strong> vroeg stadium visserszoons ervan om in <strong>de</strong> voetsporen van<br />

hun voorou<strong>de</strong>rs te tre<strong>de</strong>n. Met financiële tegemoetkomingen van <strong>de</strong> overheid<br />

kon<strong>de</strong>n zij via <strong>een</strong> opleiding <strong>aan</strong> ambachts- of kweekschool <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r beroep<br />

kiezen. Dat <strong>de</strong>ze jongens na het behalen van hun diploma's g<strong>een</strong> werk kon<strong>de</strong>n<br />

vin<strong>de</strong>n vanwege <strong>de</strong> heersen<strong>de</strong> economische crisis, doorkruiste het beleid.<br />

Gevolg was dat ze, en meestal niet tegen hun zin, alsnog <strong>aan</strong> boord stapten. Tij<strong>de</strong>ns<br />

<strong>de</strong> oorlog was dit trouwens <strong>de</strong> beste manier om on<strong>de</strong>r gedwongen tewerkstelling<br />

door <strong>de</strong> bezetter uit te komen.<br />

Door het vrijwelontbreken van vervangen<strong>de</strong> werkgelegenheid kwam er weinig<br />

terecht van <strong>de</strong> geplan<strong>de</strong> afvloeiing. Wel kreeg vlak voor <strong>de</strong> oorlog <strong>een</strong> <strong>aan</strong>tal<br />

jonge vissers via Defensie <strong>een</strong> <strong>aan</strong>stelling als corveeër, wat inhield dat ze in


kazernes schoonmaker wer<strong>de</strong>n. Na <strong>de</strong> capitulatie ston<strong>de</strong>n ook zij weer op straat<br />

en vorm<strong>de</strong> oppakken van <strong>de</strong> visserij het meest voor <strong>de</strong> hand liggen<strong>de</strong> alternatief.<br />

De oorlogsjaren brachten <strong>een</strong> opleving in <strong>de</strong> visserij teweeg, omdat het IJsselmeer<br />

<strong>een</strong> bijdrage kon leveren in <strong>de</strong> steeds moeilijker wor<strong>de</strong>n<strong>de</strong> voedselvoorziening.<br />

Door het uitgeven van noodvergunningen kwamen zelfs reeds opgeleg<strong>de</strong><br />

vaartuigen opnieuw in <strong>de</strong> vaart. Voorlopig ook bleef er voldoen<strong>de</strong> ruimte<br />

op het IJsselmeer, want nadat in 1940 op het nippertje <strong>de</strong> omdijking van <strong>de</strong><br />

Noordoostpol<strong>de</strong>r gereed kwam, gingen ver<strong>de</strong>re plannen <strong>de</strong> ijskast in.<br />

Voor <strong>de</strong> <strong>Vollenhove</strong>rs beteken<strong>de</strong> <strong>de</strong> Noordoostpol<strong>de</strong>r <strong>een</strong> grote belemmering<br />

die hen dwong om <strong>de</strong> vangst in an<strong>de</strong>re plaatsen te lossen. In die havens lieten<br />

ze vaak ook hun schip achter geduren<strong>de</strong> het weekend.<br />

Tegelijkertijd brachten <strong>de</strong> dijkwerzaamhe<strong>de</strong>n en het in cultuur brengen van <strong>de</strong><br />

drooggevallen grond <strong>de</strong> nodige vervangen<strong>de</strong> werkgelegenheid met zich mee en<br />

dat vergemakkelijkte bedrijfsbeëindiging. Al met al resteer<strong>de</strong>n in 1947 nog IS<br />

schippers-vergunninghou<strong>de</strong>rs in Vollenhave en dit <strong>aan</strong>tal bleef, me<strong>de</strong> door <strong>de</strong><br />

goe<strong>de</strong> uitkomsten van <strong>de</strong> IJsselmeervisserij in die eerste na-oorlogse jaren, tot<br />

1955 stabiel. Daarna kwam <strong>de</strong> afvloeiing, evenals el<strong>de</strong>rs, weer goed op gang.<br />

Toen op 13september 1971 <strong>een</strong> ambtenaar bij het Centraal Visserij Register als<br />

laatste <strong>de</strong> VN 41 doorhaal<strong>de</strong>, verdw<strong>een</strong> dit registratieteken uit <strong>de</strong> actieve visserij.<br />

In <strong>de</strong> behan<strong>de</strong>ling van allerhan<strong>de</strong> perikelen die met <strong>de</strong> uitvoering van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeesteunwet<br />

en met diverse maatregelen voortvloeiend uit <strong>de</strong> afsluiting te<br />

maken had<strong>de</strong>n, speel<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> visserijverenigingen ter plaatse <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong><br />

rol. Visserijvereniging '<strong>Vollenhove</strong>', opgericht in 1906, verenig<strong>de</strong> het protestantse<br />

<strong>de</strong>el en 'St. Petrus', <strong>de</strong> oprichting in 1918 was <strong>een</strong> initiatiefvan pastoor<br />

Elskamp, <strong>de</strong> rooms-katholieken on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> vissers. Talloze verga<strong>de</strong>ringen<br />

ston<strong>de</strong>n in het teken van <strong>de</strong> bepalingen, regelingen en beperkingen die men op<br />

zich zag afkomen. Bestuursle<strong>de</strong>n kregen er <strong>een</strong> dagtaak bij om als contactpersoon<br />

tussen le<strong>de</strong>n en overheid, zowel individuele als groepsbelangen te ver<strong>de</strong>digen.<br />

'De Rijksdienst ter Uitvoering van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeesteunwet' ofwel 'Het Rokin',<br />

naar <strong>de</strong> straat waar <strong>de</strong>ze dienst gevestigd was, speel<strong>de</strong> in dit alles <strong>een</strong> cruciale<br />

rol. De Rijksdienst was on<strong>de</strong>rmeer verantwoor<strong>de</strong>lijk voor het verlenen van<br />

financiële tegemoetkomingen, toeslagen, kredietverlening en het verstrekken<br />

van vergunningen. Tussen Rijksdienst en vissers boter<strong>de</strong> het lang niet altijd.<br />

Wat <strong>de</strong> laatsten vooral stak. was dat waar in eerste instantie sprake was van<br />

'scha<strong>de</strong>loosstelling', later <strong>de</strong> term 'steun' werd gehanteerd. Men voel<strong>de</strong> zich<br />

daarmee over één kam geschoren met werklozen en -schuwen. Hun recht<br />

<strong>de</strong>gra<strong>de</strong>er<strong>de</strong> tot <strong>een</strong> gunst. Schamper herinner<strong>de</strong>n <strong>de</strong> vissers <strong>aan</strong> <strong>de</strong> uitspraak<br />

van minister Lely, bij <strong>de</strong> presentatie van het Zui<strong>de</strong>rzeeproject, dat 'g<strong>een</strong> smet<br />

<strong>aan</strong> het werk zou kleven'.<br />

Veel vissers hebben on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> afsluiting en haar gevolgen gele<strong>de</strong>n omdat overheidsdiensten<br />

niet altijd begripvolopereer<strong>de</strong>n. Daarnaast moeten we in het<br />

oog hou<strong>de</strong>n dat het land nog niet eer<strong>de</strong>r geconfronteerd was met <strong>een</strong> project<br />

Vol/enhove, <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee 89


waarbij zovelen uit hun beroep gestoten wer<strong>de</strong>n en ver<strong>de</strong>r geholpen moesten<br />

wor<strong>de</strong>n. Bovendien heerste er crisis, wat met zich meebracht dat met name op<br />

het punt van financiën en werkgelegenheid <strong>de</strong> armslag uiterst beperkt was.<br />

Vaartuigen<br />

In <strong>de</strong> ontwikkeling van scheepstypen spelen twee factoren <strong>een</strong> doorslaggeven<strong>de</strong><br />

rol. Waar zal het vaartuig dienst doen: op open- of binnen-, diep of<br />

ondiep water? Voor welke doelein<strong>de</strong>n is het bestemd: visserij, transport van<br />

goe<strong>de</strong>ren en/of personen? Is <strong>een</strong> snelvarend schip vereist of mag het wat trager<br />

g<strong>aan</strong>, als er maar veel in mee kan. Bij zeilschepen zijn <strong>de</strong> gebruiksomstandighe<strong>de</strong>n<br />

tevens bepalend voor vorm en inrichting van het tuig.<br />

Uiteraard loste men vergelijkbare problemen niet overal op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> wijze op.<br />

Bij <strong>de</strong> uitein<strong>de</strong>lijke vormgeving had men te maken met voorhan<strong>de</strong>n zijn<strong>de</strong><br />

materialen, outillage, financiën en niet in <strong>de</strong> laatste plaats met uit het verre verle<strong>de</strong>n<br />

stammmen<strong>de</strong> tradities. Maar er zijn ook voorbeel<strong>de</strong>n waarbij nu juist<br />

invloe<strong>de</strong>n van buitenaf, vermengd met eigen kennis tot <strong>een</strong> nieuw type <strong>aan</strong>leiding<br />

gaven.<br />

Op <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee waren al <strong>de</strong>ze factoren goed waarneembaar in <strong>de</strong> rijk geschakeer<strong>de</strong><br />

stoet van scheepstypen die het water bevoer. Botters, aken, pluten, bonzen,<br />

schokkers, jollen, punters en nog meer<strong>de</strong>re had<strong>de</strong>n allemaal hun specifieke<br />

kenmerken en gebruiksmogelijkhe<strong>de</strong>n. Binnen <strong>de</strong>ze groepen kon men<br />

bovendien nog weer tal van variaties on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />

Omdat <strong>een</strong> <strong>aan</strong>tal in <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee gevangen vissoorten levend <strong>aan</strong>gevoerd<br />

werd, in <strong>de</strong> eerste plaats bot, had<strong>de</strong>n alle types, op één na, <strong>een</strong> bun. Deze ontstaat<br />

door <strong>een</strong> dubbele bo<strong>de</strong>m in het vaartuig <strong>aan</strong> te brengen die zich vult met<br />

zeewater dat via roosters en gaten in <strong>de</strong> scheepswand vrijelijk in en uit kan stromen.<br />

Mid<strong>de</strong>ls <strong>een</strong> opgebouw<strong>de</strong> opening is <strong>de</strong> bun bereikbaar voor het opsl<strong>aan</strong><br />

van <strong>de</strong> vangst.<br />

Voor Vollenhave was <strong>de</strong> bons of'<strong>Vollenhove</strong>r schuit' <strong>een</strong> valiant van het type<br />

schokker, het kenmerken<strong>de</strong> en sterkst vertegenwoordig<strong>de</strong> vaartuig, herkenbaar<br />

<strong>aan</strong> <strong>de</strong> rechte overhangen<strong>de</strong> voorsteven. De Zui<strong>de</strong>rzee ken<strong>de</strong> nog wel enige<br />

rechtstevens, zoals schokker, pluut en punter, maar <strong>de</strong> kromstevens, in Vollenhave<br />

vertegenwoordigd door botters en bolletjes, waren het meest in zwang.<br />

Wegens <strong>de</strong> ondiepte voor <strong>de</strong> haven was <strong>een</strong> weinig diepstekend vaartuig eerste<br />

vereiste. Deze beperking is doorg<strong>aan</strong>s moeilijk verenigbaar met goe<strong>de</strong> <strong>aan</strong>-<strong>de</strong>windse<br />

zeileigenschappen. Van 'skuutjiens' was dan ook bekend dat er moeizaam<br />

mee te laveren was. Ook <strong>de</strong> weinige botters in <strong>de</strong> Vollenhoofse vloot<br />

waren van <strong>een</strong> <strong>aan</strong>gepast type, kleiner, platter en bre<strong>de</strong>r dan zijn soortgenoten.<br />

Bonsjes had<strong>de</strong>n <strong>een</strong> lengte van IQ à 12 meter, <strong>de</strong> botters waren doorg<strong>aan</strong>s iets<br />

groter. Pas toen <strong>de</strong> Noordoostpol<strong>de</strong>r <strong>een</strong> feit was en <strong>de</strong> laatste <strong>Vollenhove</strong>rs<br />

vanuit Urk of Elburg visten, schakel<strong>de</strong>n enkelen over op <strong>een</strong> grotere Zuid- of<br />

Westwalbotter.<br />

Vollenhave ken<strong>de</strong> één werf waarvan, na eerst acht jaar huur<strong>de</strong>r te zijn geweest,<br />

in 1900 Jan Kroese eigenaar werd. Kroese verrichtte on<strong>de</strong>rhoud <strong>aan</strong> <strong>de</strong> plaatselijke<br />

vloot, maar bouw<strong>de</strong> ook nieuwe schepen, waaron<strong>de</strong>r botters. Hij ontwikkel<strong>de</strong><br />

kort na 1900 <strong>een</strong> nieuw scheepstype, geheel afgestemd op <strong>de</strong> lokale<br />

90 P. Dorleijn


ehoeftes. Zijn zoektocht naar <strong>een</strong> nog min<strong>de</strong>r diep stekend vaartuig met <strong>de</strong>sondanks<br />

goe<strong>de</strong> zeileigenschappen, mond<strong>de</strong> uit in <strong>de</strong> Vollenhaver bol. Boven<br />

water ontl<strong>een</strong><strong>de</strong> het scheepje, met zijn kromme voorsteven en ron<strong>de</strong> vormen,<br />

veel <strong>aan</strong> <strong>de</strong> botter. Het on<strong>de</strong>rwaterscheepje was op dat van <strong>de</strong> schuit geïnspireerd.<br />

De eerste bol, toen nog als 'visaak' omschreven, lever<strong>de</strong> Kroese in 1902<br />

af; dit scheepje mat zo'n 7 meter. De latere 'bollegiens', <strong>de</strong> laatsten liepen omstreeks<br />

1920 van stapel, maten tussen <strong>de</strong> 9 en 10 meter. Het nieuwe type bleek<br />

te voldoen, want er verschenen steeds meer bolletjes in <strong>de</strong> vloot; in 1905 tel<strong>de</strong><br />

<strong>een</strong> vlootlijst er twee, <strong>een</strong> <strong>aan</strong>tal jaren later zo'n twintig. De zeileigenschappen<br />

waren beter dan van <strong>een</strong> bons: ze liepen har<strong>de</strong>r en waren veel wendbaar<strong>de</strong>r.'<br />

Twee an<strong>de</strong>re werven in <strong>de</strong> omgeving namen het concept over: Snoek in Blokzijl<br />

en Huisman van <strong>de</strong> Ronduite (Wanneperv<strong>een</strong>).<br />

Kroese was er met zijn ontwerp in geslaagd <strong>de</strong> diepgang ver<strong>de</strong>r terug te brengen<br />

tot zo'n 45 centimeter. 'We zeien altijd: als 't gedauwd heeft dan kunnen<br />

wij d'r overh<strong>een</strong>!', vertel<strong>de</strong> één van mijn zegslie<strong>de</strong>n. Bovengenoem<strong>de</strong> typen<br />

waren halfge<strong>de</strong>kt, wat wil zeggen dat voor <strong>de</strong> mast <strong>een</strong> plecht is <strong>aan</strong>gebracht<br />

waaron<strong>de</strong>r zich het logies of vooron<strong>de</strong>r bevindt, <strong>de</strong> leef- en slaapruimte. Maar<br />

er werd ook gevaren met open boten, zoals punters. Er waren punters die, voorzien<br />

van zeiltuig, dicht on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> wal zelfstandig visten. Maar <strong>een</strong> punter werd<br />

ook wel meegesleept om er in bepaal<strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n het vistuig al bomend<br />

mee uit te zetten ofbinnen te halen. Ver<strong>de</strong>r was voor <strong>de</strong> haring- en ansjovisvisserij<br />

met st<strong>aan</strong><strong>de</strong> netten <strong>een</strong> sloep of vlet vereist.<br />

De schepen in <strong>de</strong> Vollenhaver vloot kwamen van bouwplaatsen in <strong>de</strong> regio. Zo<br />

ken<strong>de</strong> Kampen twee werven, Schepman en Van Goor, die tezamen het leeuwen<strong>de</strong>el<br />

van <strong>de</strong> bonsjes geleverd hebben. In Hasselt zat Van Aller, die naast<br />

bonsjes ook bottertjes bouw<strong>de</strong> met <strong>een</strong> eigen signatuur; in <strong>de</strong> visserij ston<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong>ze wat plattere en bre<strong>de</strong> scheepjes bekend als 'Hasselaars'. Blokzijl ken<strong>de</strong><br />

drie werven die actief waren in <strong>de</strong> visserij: H. Snoek, P. Snoek en Gebr. Willigenkamp.<br />

Voor on<strong>de</strong>rhoud en reparatie maakte men doorg<strong>aan</strong>s gebruik van hellingen in<br />

<strong>de</strong> naaste omgeving, in <strong>de</strong> eerste plaats die van <strong>de</strong> al eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> Jan<br />

Kroese in Vollenhave zelf. Toen <strong>de</strong> zee nog open was, had men vooral 's<br />

zomers veellast van <strong>aan</strong>groei. De scheepshuid raakte bezet met zeepokken,<br />

'dorens' genoemd, die het schip traag maakten, maar waardoor ook <strong>de</strong> bunnen<br />

verstopt raakten. Om te voorkomen dat <strong>de</strong> vis daardoor stikte, moest men bij<br />

warm weer wel <strong>een</strong>s in <strong>de</strong> drie, vier weken <strong>de</strong> helling op om het on<strong>de</strong>rwaterschip<br />

schoon te schrapen. Vooral <strong>aan</strong> het eind van <strong>de</strong> week gaf dat veel bedrijvigheid<br />

op <strong>de</strong> werven.<br />

Vistechnieken<br />

Hiervoor zijn al enige malen <strong>aan</strong>duidingen voor vistechnieken en -tuigen<br />

gevallen die na<strong>de</strong>re verdui<strong>de</strong>lijking behoeven. In <strong>de</strong> veelheid van soorten en<br />

varianten is het gebruikelijk <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rscheid te maken tussen het g<strong>aan</strong><strong>de</strong> en<br />

het st<strong>aan</strong><strong>de</strong> want. Tot <strong>de</strong> eerste groep behoren<strong>de</strong> vistuigen wer<strong>de</strong>n door het<br />

water getrokken, terwijl die uit <strong>de</strong> laatste categorie plaatsgebon<strong>de</strong>n in zee st<strong>aan</strong>.<br />

Voor <strong>de</strong> Vollenhavers waren diverse sleepnetten, <strong>een</strong> vorm van g<strong>aan</strong>d want,<br />

<strong>Vollenhove</strong>. <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> bdangryke <strong>vissersplaats</strong> aal1 <strong>de</strong> Zu,j,<strong>de</strong>l"Zee 91


van belang. Ze von<strong>de</strong>n toepassing bij <strong>de</strong> haring-, ansjovis-, bot- en spieringvangst,<br />

later op het IJsselmeer ook bij die van snoekbaars. Het zijn langwerpige<br />

netten, <strong>aan</strong> <strong>de</strong> bovenzij<strong>de</strong> voorzien van kurken en langs <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkant van<br />

lo<strong>de</strong>n om ze rechtstandig in het water te laten st<strong>aan</strong>. Het eigenlijke net heeft<br />

<strong>een</strong> maaswijdte die is afgestemd op <strong>de</strong> grootte van <strong>de</strong> te vangen vis. Haringnetten<br />

zijn wijdmaziger dan die van ansjovis en spiering. Aan weerskanten bevin<strong>de</strong>n<br />

zich nog zeer wijdmazige netten 'lad<strong>de</strong>rs' of'spiegelmazen', on<strong>de</strong>rmeer<br />

bedoeld als versterking. De netten wor<strong>de</strong>n uitgespannen tussen twee vaartuigen<br />

op tegenoverliggen<strong>de</strong> koers. Vooruit zeilen is nu niet mogelijk. wat erin<br />

resulteert dat ze dwars voor <strong>de</strong> wind weg drijven en <strong>een</strong> bre<strong>de</strong> strook water<br />

afvissen. Bij <strong>de</strong> haring-, ansjovis- en spieringvisserij beroert het net maar net <strong>de</strong><br />

bo<strong>de</strong>m en spreekt men doorg<strong>aan</strong>s van 'drijven' in plaats van 'slepen'. Deze laatste<br />

term is dui<strong>de</strong>lijk wel van toepassing op <strong>de</strong> botsleepnetten, die door <strong>de</strong> mod<strong>de</strong>r<br />

moeten graven om <strong>de</strong> daarin liggen<strong>de</strong> bot te kunnen opvangen. Om <strong>de</strong><br />

zware botnetten te kunnen verplaatsen moeten letterlijk alle zeilen wor<strong>de</strong>n bijgezet.<br />

Uitvieren en scheephalen van <strong>de</strong> netten verliep volgens tamelijk ingewikkel<strong>de</strong><br />

manoeuvres, omdat ie<strong>de</strong>r <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> complete beug inbrengt en<br />

bei<strong>de</strong> <strong>de</strong>len op zee <strong>aan</strong> elkaar vast en los gemaakt moeten wor<strong>de</strong>n. Vooral in <strong>de</strong><br />

nacht en met slecht weer verg<strong>de</strong> dat veel kundigheid. De sleep- en drijfnetvisserij<br />

was vooral <strong>een</strong> <strong>aan</strong>gelegenheid van <strong>de</strong> grotere vaartuigen in <strong>de</strong> vloot, bonzen<br />

en botters.<br />

Vanaf <strong>de</strong> bol VN 44 wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> snoekbaarssleepnetten uitgevierd. De laatste visvangst in <strong>de</strong><br />

Noordoostpol<strong>de</strong>r in 1941.<br />

92 P. Dorleijn


De kuilvisserij is eer<strong>de</strong>r al <strong>aan</strong> <strong>de</strong> or<strong>de</strong> geweest. Er beston<strong>de</strong>n enige varianten,<br />

waaron<strong>de</strong>r die met <strong>de</strong> 'dwarskuil', in Vollenhave gebruikt bij <strong>de</strong> vangst van<br />

paling, garnaal en aas voor kubben en hoekwant. De dwarskuil is met lijnen<br />

<strong>aan</strong> voor- en achtersteven vastgemaakt. Ter hoogte van <strong>de</strong> mast drukt <strong>een</strong> uithou<strong>de</strong>r<br />

het voortouw ver<strong>de</strong>r naar buiten om <strong>de</strong> opening van het net te verbre<strong>de</strong>n.<br />

Over <strong>de</strong> maaswijdte van <strong>de</strong> 'aatjes', het zakvormig ein<strong>de</strong> van het net waar<br />

<strong>de</strong> gevangen vis in terecht komt, is veel strijd geweest. Tegenstan<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong><br />

kuil bepleitten zo wijd mogelijke mazen om jonge vis <strong>de</strong> kans tot ontsnappen te<br />

bie<strong>de</strong>n. De kuilers zelf waren daar fel tegen gekant omdat ze vrees<strong>de</strong>n g<strong>een</strong><br />

paling en garnaal meer te kunnen vasthou<strong>de</strong>n. Na <strong>de</strong> afsluiting werd <strong>de</strong> dwarskuil<br />

het meest verbrei<strong>de</strong> vistuig voor <strong>de</strong> palingvangst. Er zijn toen <strong>een</strong> <strong>aan</strong>tal<br />

verbeteringen in <strong>de</strong> vorm doorgevoerd waarna het vangstvermogen sterk toenam,<br />

dat wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> 'Franse' of 'vleugelkuilen' . Hoewel <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee nog meer<strong>de</strong>re<br />

vormen van g<strong>aan</strong>d want ken<strong>de</strong>, bedien<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>Vollenhove</strong>rs zich daar niet van.<br />

St<strong>aan</strong><strong>de</strong> netten voor haring, ansjovis, bot en spiering vertegenwoordig<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />

belangrijkste vormen van st<strong>aan</strong>d want ter plaatse. Deze netten zijn, evenals <strong>de</strong><br />

sleepnetten, langwerpig en vormen <strong>aan</strong> elkaar verbon<strong>de</strong>n <strong>een</strong> lange wand. De<br />

maaswijdte is zo gekozen dat <strong>de</strong> vis er met <strong>de</strong> kop door kan, maar achter zijn<br />

kieuw<strong>de</strong>ksels vastraakt. Met op het 'bovensim' geplaatste kurken en lo<strong>de</strong>n op het<br />

'on<strong>de</strong>rsim', staat het net rechtstandig in het water. Op geregel<strong>de</strong> afstan<strong>de</strong>n plaatst<br />

men tussen <strong>de</strong> netten gewichten of ankers om <strong>de</strong> 'beug' op zijn plaats te hou<strong>de</strong>n.<br />

Hierop zijn tevens boeitjes vastgemaakt ter markering. De visserij met st<strong>aan</strong><strong>de</strong><br />

haring- en ansjovisnetten, <strong>de</strong> eerste meestal 'reepnetten' genaamd, maakte in het<br />

laatst van <strong>de</strong> rç<strong>de</strong> eeuw<strong>een</strong> stormachtige ontwikkeling door. Omstreeks 1885<br />

<strong>de</strong>ed machinaal gebreid netwerk, 'machinaal want', zijn intre<strong>de</strong> in <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevisserij.<br />

En hoewel er grote investeringen mee gemoeid waren, bood <strong>de</strong>ze ontwikkeling<br />

<strong>de</strong> mogelijkheid met veel meer en tevens grotere netten naar zee te g<strong>aan</strong>.<br />

Het favoriete visgebied lag ruwweg tussen Enkhuizen en Gaasterland, met als<br />

zui<strong>de</strong>lijkste begrenzing Urk en noor<strong>de</strong>lijkste <strong>de</strong> lijn Me<strong>de</strong>mblik-Hin<strong>de</strong>lopen.<br />

Hier waren <strong>de</strong> getijstromen op zijn sterkst, wat het vissen bemoeilijkte en<br />

steeds zwaar<strong>de</strong>re netconstructies en ankers verg<strong>de</strong>. Daar stond tegenover dat<br />

zich hier <strong>de</strong> eerste binnentrekken<strong>de</strong> scholen vis vertoon<strong>de</strong>n. Zowel haring als<br />

ansjovis trok <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee binnen om zich voort te planten en om na <strong>de</strong> paaitijd<br />

weer te verdwijnen. Uitvieren en scheephalen van <strong>de</strong> grote hoeveelheid netwerk,<br />

touwen, ankers en boeien was niet meer doenlijk voor <strong>de</strong> zeilen en<br />

daarom gebeur<strong>de</strong> dit vanuit meegesleepte vletten of sloepen.<br />

Ondanks <strong>de</strong> vaak goe<strong>de</strong> besommingen - <strong>de</strong> eerste <strong>aan</strong>voeren brachten <strong>de</strong><br />

hoogste prijs op - bleek <strong>de</strong>ze vorm van visserij op <strong>de</strong>n duur niet echt te voldoen.<br />

Kans op averij was groot, <strong>de</strong> kosten van het materiaal hoog. In het laatst<br />

van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevisserij was al <strong>een</strong> ten<strong>de</strong>ns te bespeuren om weer over te schakelen<br />

naar goedkopere vormen van g<strong>aan</strong>d want. Voor <strong>de</strong> haring- en ansjovisvangst<br />

waag<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>Vollenhove</strong>rs zich niet in <strong>de</strong> felste stroom maar hiel<strong>de</strong>n<br />

zich in rustiger water op, zoals bij Urk en Me<strong>de</strong>mblik.<br />

Een <strong>belangrijke</strong> variant van het st<strong>aan</strong><strong>de</strong> want vorm<strong>de</strong>n in Vollenhave ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />

st<strong>aan</strong><strong>de</strong> botnetten, naar het materiaal waar men ze van brei<strong>de</strong> doorg<strong>aan</strong>s 'zij<strong>de</strong>netten'<br />

of'ziënetten' genoemd. Doordat zij<strong>de</strong> eigenschappen als sterkte en rot-<br />

Vollenhave, <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> <strong>belangrijke</strong> <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee 93


94 P. Dorleijn<br />

bestendigheid <strong>aan</strong> elkaar paart, kon<strong>de</strong>n <strong>de</strong> garens dun zijn en dat vist 'scherper'.<br />

Waar an<strong>de</strong>re vissen achter hun kieuw<strong>de</strong>ksels in <strong>de</strong> mazen blijven hangen,<br />

moet platvis zich in het netwerk verwarren. Ongeveer zoals bij <strong>de</strong> botsleepnetten<br />

construeer<strong>de</strong> men <strong>de</strong> netten zo dat ze ruime plooien en zakken vorm<strong>de</strong>n<br />

waarin <strong>de</strong> vis zich verstrikte.<br />

Omdat <strong>de</strong> open zee doorg<strong>aan</strong>s het domein vorm<strong>de</strong> van kuilers en slepers ston<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong> ziënetters met hun want vooral in <strong>de</strong> ondiepe kuststroken. Daarom<br />

sleepten ze steeds <strong>een</strong> punter met zich mee om ook op <strong>de</strong> ondiepste stukken te<br />

kunnen komen. 's Middags geschoten, haal<strong>de</strong> men <strong>de</strong> netten <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> morgen<br />

vroeg weer op. De nacht werd in <strong>de</strong> haven of voor anker liggend doorgebracht.<br />

Vooral in <strong>de</strong>ze hoek van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> vissers vaak geplaagd<br />

door vuil. 'Flabbe', 'kreuze' en 'luus' waren algen en waterplanten die met<br />

stormweer los raakten. Wanneer het in <strong>de</strong> netten kwam was het met vissen<br />

ged<strong>aan</strong> en ging veel tijd verloren om ze weer bruikbaar te maken.<br />

Ook voor <strong>de</strong> spieringvangst beston<strong>de</strong>n st<strong>aan</strong><strong>de</strong> netten. Dit visje ving men<br />

vooral in <strong>de</strong> winter, wanneer het zich voor <strong>de</strong> Ketel verzamel<strong>de</strong> om in het<br />

vroege voorjaar <strong>de</strong> IJssel op te zwemmen en te paaien. Tenslotte maakt <strong>de</strong> IJsselmeervisser<br />

nog steeds gebruik van st<strong>aan</strong><strong>de</strong> netten voor <strong>de</strong> vangst van snoekbaars<br />

en baars.<br />

Verschillen<strong>de</strong> vormen van st<strong>aan</strong>d want waren er ook voor <strong>de</strong> palingvisserij,<br />

zoals fuiken, kubben, dobbers en hoekwant. In vergelijking met <strong>de</strong> enorme<br />

hoeveelheid, in omvang steeds groter gewor<strong>de</strong>n fuiken die nu 's zomers in het<br />

IJsselmeer st<strong>aan</strong>, stel<strong>de</strong> het gebruik van palingfuikjes <strong>de</strong>stijds op <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee<br />

niet veel voor. Vollenhave tel<strong>de</strong> maar <strong>een</strong> stuk of wat puntervissertjes die dicht<br />

on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> wal fuikjes had<strong>de</strong>n st<strong>aan</strong>.<br />

De kubbenvisserij vond halverwege <strong>de</strong> rç<strong>de</strong> eeuw nog <strong>een</strong> flink <strong>aan</strong>tal beoefenaars,<br />

maar naarmate <strong>de</strong> g<strong>aan</strong>dwantvisserij zich uitbreid<strong>de</strong> was er voor <strong>de</strong> kubben<br />

nauwelijks plaats meer. Kubben zijn van wilgent<strong>een</strong> gevlochten korven<br />

waar <strong>de</strong> paling, <strong>aan</strong>gelokt door het aas. via <strong>een</strong> nauwe trechtervormige opening<br />

in zwemt. De kubben, met st<strong>een</strong>tjes verzwaard, hingen <strong>aan</strong> schuin in <strong>de</strong><br />

bo<strong>de</strong>m gestoken stokken gelijk met <strong>de</strong> grond. Een 'kubbenbeug' tel<strong>de</strong> 150 à<br />

200 stuks, waar men dagelijks langs moest roeien om ze te lichten en van<br />

nieuwaas te voorzien.<br />

Evenals het kubben was ook het 'dobberen' <strong>een</strong> bewerkelijke visserij. Een dobber<br />

wordt gevormd door <strong>een</strong> blokvormig drijvertje, hout of kurk, waar <strong>aan</strong><br />

weerskanten <strong>een</strong> draad op gewikkeld is. Aan het ein<strong>de</strong> van <strong>de</strong> ene draad is <strong>een</strong><br />

vishaak, <strong>aan</strong> dat van <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re <strong>een</strong> gewichtje gestoken. Van aas voorzien en<br />

overboord gezet, wikkelen <strong>de</strong> dra<strong>de</strong>n zich af en zakken gewicht en haak naar <strong>de</strong><br />

bo<strong>de</strong>m. Eén van mijn zegslie<strong>de</strong>n vertel<strong>de</strong> dat zij vroeger met ruim rooo van<br />

<strong>de</strong>ze dobbers visten, die ook weer elke dag opgehaald en opnieuw geaasd moesten<br />

wor<strong>de</strong>n. '<br />

Voor zowel het kubben als het dobbervissen moest men met z'n drieën <strong>aan</strong><br />

boord zijn, terwijl bij <strong>de</strong> g<strong>aan</strong>dwantvisserij <strong>de</strong> schipper en één knecht het werk<br />

<strong>aan</strong>kon<strong>de</strong>n. De terloops genoem<strong>de</strong> hoekwantvisserij met lange lijnen waar<strong>aan</strong><br />

dwarslijntjes met haken vond pas na <strong>de</strong> afsluiting enige toepassing in Vollenhave,<br />

maar bleef van geringe betekenis.


Toen alle netten, touwen en zeilen nog van natuurvezels wer<strong>de</strong>n gemaakt - pas<br />

circa 1960 <strong>de</strong>ed nylon zijn intre<strong>de</strong> in <strong>de</strong> IJsselmeervisserij - ging veel tijd en<br />

<strong>aan</strong>dacht naar het drogen en eonserveren van het materiaaL De enige manier<br />

om katoen, hennep, zij<strong>de</strong> en <strong>de</strong>rgelijke stoffen enigszins voor verrotting te vrijwaren<br />

was 'tanen'. Oorspronkelijk maakte men t<strong>aan</strong> door het uitkoken van<br />

eikenschors. Het looizuur in <strong>de</strong> 'run' ofeek' weer<strong>de</strong> schimmels.<br />

Vanafhalverwege <strong>de</strong> I9<strong>de</strong> eeuw stapte men gelei<strong>de</strong>lijk over op 'cachou', verkregen<br />

van <strong>de</strong> Indiase acacia of Acacia Ctuechou: Hoewel verschillen<strong>de</strong> vissers over<br />

eigen t<strong>aan</strong>ketels beschikten, lieten <strong>de</strong> meesten het werk over <strong>aan</strong> <strong>de</strong> 't<strong>aan</strong>baas',<br />

doorg<strong>aan</strong>s tegelijkertijd han<strong>de</strong>laar in scheeps- en visserijbenodigdhe<strong>de</strong>n. Eénmaal<br />

in <strong>de</strong> 14 dagen het netwerk tanen was in het warme seizoen g<strong>een</strong> overbodige<br />

luxe.<br />

Tot besluit<br />

De Zui<strong>de</strong>rzeevisserij gaf veel bedrijvigheid. Op <strong>de</strong> wereld bestond vermoe<strong>de</strong>lijk<br />

nergens <strong>een</strong> vergelijkbaar stuk water waar zo intensief op werd gevist. De vele<br />

havens en haventjes bo<strong>de</strong>n <strong>een</strong> levendig beeld door het in- en uitzeilen van<br />

boten, het aflopen en omhoog trekken van schepen op <strong>de</strong> werf, het drogen en<br />

repareren van netten, <strong>aan</strong>voer en transport van vis, roken en zoveel meer verwante<br />

bezighe<strong>de</strong>n. Buiten <strong>de</strong> varenslie<strong>de</strong>n zelf waren talrijke ambachtslie<strong>de</strong>n<br />

direct betrokken bij het visserijbedrijf.<br />

Dit alles is nu, st<strong>aan</strong>d <strong>aan</strong> <strong>de</strong> haven van <strong>Vollenhove</strong>, met voor <strong>de</strong> monding <strong>een</strong><br />

smal kanaal en ver<strong>de</strong>rop <strong>de</strong> Noordoostpol<strong>de</strong>r, moeilijk voor te stellen. Nu is het<br />

's zomers <strong>de</strong> recreatievaart die, hoewel van <strong>een</strong> heel an<strong>de</strong>r karakter, vertier<br />

brengt.<br />

Noten<br />

1 Gegevens over <strong>de</strong> vroege geschie<strong>de</strong>nis van <strong>Vollenhove</strong> en <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevisserij wer<strong>de</strong>n vooral<br />

ontl<strong>een</strong>d <strong>aan</strong> Y.N. Ypma, De geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeevisserij. Publikaties van <strong>de</strong> Stichting<br />

voor het Bevolkingson<strong>de</strong>rzoek in <strong>de</strong> drooggeleg<strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeepol<strong>de</strong>rs 27 (Amsterdam 1962).<br />

2 P.P.c. Hoek, 'Rapport over <strong>de</strong> visscherij in <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee ingesteld in <strong>de</strong> jaren 1888 en 1889'. Bijlage<br />

III bij het Verslag van <strong>de</strong>n Staat <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche Zeevisschepen over 1889. ('s Gravenhage<br />

1890).<br />

3 'De Zui<strong>de</strong>rzee-visscherij. Deel I'. In: Verzameling van rapporten uitgegeven door <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzeever<strong>een</strong>iging.<br />

(Rapport Commissie Neeb).<br />

Volle,,"'ove, <strong>ooit</strong> <strong>een</strong> bel"ngrUke <strong>vissersplaats</strong> <strong>aan</strong> <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee 95

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!