29.08.2013 Views

2002 - Historisch Centrum Overijssel

2002 - Historisch Centrum Overijssel

2002 - Historisch Centrum Overijssel

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

Honderd jaar<br />

Zwolse interieurs<br />

19e jaargang <strong>2002</strong> nummer 1 - € 5,75


Annèt Bootsmavan<br />

Hulten en<br />

Wim Huijsmans<br />

(Collectie HCO)<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Groeten uit Zwolle<br />

Ansichtkaart Zwolland<br />

Poststempel 8 januari 1930<br />

'In haast.<br />

Lieve Lien, Juist toen ik de brief aan jou gepost had,<br />

vond ik thuis je briefkaart, waarvoor hartelijk dank.<br />

'k Zal zorgen present te zijn om je intocht hier mee te<br />

maken, 'k Vind 't heel prettig [dat] je komt en ook<br />

m'n ouders hopen je gauw te zien. Watje bezorgdheid<br />

voor vervoermiddel betreft is in orde, we hebben<br />

een geregelde busdienst. Volgende week wordt hier<br />

de brug geopend en begint voor 't eerst hier 't klokkenspel<br />

te spelen, 't Lijkt me bar leuk, 'k zit bijna<br />

onder de toren, dus hooren kan ik 't wel. Misschien<br />

komt er nog wel een feest hier. Adieu Lien tot zondag.<br />

Hart. gr. aan je ouders en jij een z. v. Stien.'<br />

Op 2 oktober 2001 verbleven kroonprins Willem-<br />

Alexander en Maxima tijdens hun bezoek aan<br />

<strong>Overijssel</strong> enige uren in Zwolle. In september 1928<br />

was de koninklijke familie hier ook. Koningin<br />

Wilhelmina, prins Hendrik en prinses Juliana<br />

brachten toen een bezoek aan de grote provinciale<br />

landbouwtentoonstelling 'Zwolland'. Op de kaart<br />

wordt de koningin welkom geheten.<br />

De ansicht is verzonden door Stien Eelsingh<br />

(1903-1964), de schilderes, aan Lien Heerma van<br />

Voss. Lien en Stien waren op dat moment allebei<br />

met een jongen Stroink verloofd, de broers Fokko<br />

en Herbert. Lien trouwde ook daadwerkelijk met<br />

Fokko; Stien zou haar verloving een paar jaar later<br />

verbreken. Stiens vader was hoffotograaf - vandaar<br />

deze kaart?- en had een zaak in de Kamperstraat.<br />

Stien had zelf een atelier aan de Ossenmarkt,<br />

dus inderdaad bijna onder de Peperbus.<br />

Het carillon werd gefinancierd met geld dat was<br />

overgebleven na de bouw van de (eerste) IJsselbrug,<br />

die op 15 januari 1930 werd geopend. Het<br />

carillon zou uiteindelijk pas op 10 april 1931 voor<br />

het eerst zijn klanken over de stad uitstorten.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Redactioneel Inhoud<br />

Voor u ligt het eerste nummer van de negentiende<br />

jaargang van het Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift. Na<br />

ruim tien jaar vonden bestuur en redactie het tijd<br />

om het tijdschrift in een nieuw jasje te steken. De<br />

oproep om te komen tot een logo voor de Zwolse<br />

<strong>Historisch</strong>e Vereniging is daartoe indirect de aanleiding<br />

geweest; bestuurslid Miriam Schneiders<br />

licht dit verder toe.<br />

De Open Monumentendag 2001 had als thema<br />

'Wonen'. De fototentoonstelling die de Zwolse<br />

<strong>Historisch</strong>e Vereniging in dit kader in september<br />

2001 in de Grote Kerk organiseerde, bood zoveel<br />

moois dat de redactie besloot om een selectie hieruit<br />

te publiceren in het tijdschrift. De foto's worden<br />

van commentaar voorzien door Jeanine Otten<br />

en Dirk Baaiman. Niet als voyeurs, kijkend naar<br />

'het bankstel van Mien en haar dressoir met plastic<br />

rozen' (Sonneveld), maar als deskundigen<br />

geven zij in twee artikelen tekst en uitleg bij diverse<br />

Zwolse interieurs. Het zal de lezer wellicht doen<br />

besluiten bij een komende opruimwoede wat<br />

terughoudender te zijn.<br />

De ansicht en het Zwolse glazenmakersgilde<br />

hebben iets gemeenschappelijks. Niet alleen is een<br />

van de auteurs bij beide artikelen betrokken, er is<br />

beide keren sprake van een schilder. Adrianus<br />

Hulsbergen penseelde zichzelf en de overige leden<br />

van het glazenmakersgilde in 1807, terwijl de<br />

bekende Zwolse schilderes Stien Eelsingh in 1930<br />

de afgedrukte ansichtkaart verstuurde. Wie de<br />

'mystery guest' met de hoge zwarte hoed op het<br />

schilderij van Hulsbergen zou kunnen zijn, wordt<br />

ragfijn ontrafeld. Het tijdschrift besluit met een<br />

tweetal boekbesprekingen.<br />

De mededelingen van het bestuur worden zeer<br />

ter lezing aanbevolen, want er vallen binnenkort<br />

weer fraaie prijzen te winnen. Hou in elk geval de<br />

Zwolse Courant van 27 april aanstaande en de<br />

website van de Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging in<br />

de gaten! Veel leesplezier.<br />

Groeten uit Zwolle Annèt Bootsma-van Hulten en Wim Huijsmans 2<br />

Nieuw omslag Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift Miriam Schneiders 4<br />

Honderd jaar Zwolse wooninterieurs Jeanine Otten 5<br />

Zwolse interieurs nader bekeken Dirk Baaiman 14<br />

Het Zwolse glazenmakersgilde in 1807<br />

Wim Huijsmans, Otto Schutte, Jean Streng 24<br />

Boekbesprekingen 28<br />

Mededelingen 33<br />

Auteurs 34<br />

Omslag: Studeerkamer van Anna Maria van Gilse, Thorbeckegracht 28,<br />

ca. 1910 -1915 (foto P.H.G. van Gilse, collectie HCO)


Miriam Schneiders<br />

Silhouet van de omslag<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Nieuw omslag Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift<br />

Vermoedelijk is het u direct opgevallen: het<br />

Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift heeft een<br />

nieuw jasje. Alleen de omslag is veranderd,<br />

u zult de gebruikelijke rubrieken in de vertrouwde<br />

lay-out aantreffen.<br />

De indirecte aanleiding tot deze verandering<br />

was de oproep tot deelname aan een prijsvraag<br />

van drie jaar geleden. Gevraagd werd een logo te<br />

ontwerpen, waarin het karakter van zowel de<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging als de stad Zwolle<br />

duidelijk herkenbaar naar voren zou komen. Een<br />

jury, samengesteld uit leden van het bestuur en de<br />

redactie bijgestaan door deskundige externe adviseurs,<br />

zou uit de binnengekomen inzendingen een<br />

keuze maken. Goede en minder goede ontwerpen<br />

werden beoordeeld. Toch besloot de jury geen van<br />

de inzendingen te honoreren. De plannen lagen<br />

vervolgens stil tot we vorig jaar contact hebben<br />

opgenomen met Ontwerpburo Thijs Verster<br />

(sinds 1 januari <strong>2002</strong> bekend onder de nieuwe<br />

naam Buro 1 Hoog). We kwamen bij Thijs Verster<br />

terecht omdat hij de ontwerper bleek te zijn van<br />

het opmerkelijke silhouet van de stad Zwolle, aangebracht<br />

op de gele omleidingsborden die bij gelegenheid<br />

in de stad - de laatste jaren dus veelvuldig<br />

- geplaatst worden. Thijs had er geen moeite mee<br />

dit ontwerp af te staan aan onze vereniging. Het<br />

siert nu het briefpapier van de Zwolse <strong>Historisch</strong>e<br />

Vereniging. Verster was tevens bereid het silhouet<br />

zo aan te passen dat het geschikt was voor de<br />

omslag van het Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift. In<br />

het silhouet zijn ondermeer duidelijk herkenbaar<br />

de IJsselspoorbrug, de Mastenbroekerbrug, de<br />

Peperbustoren, het stadhuis, de Sassenpoort en<br />

molen de Passiebloem. We zijn het tegenwoordige<br />

Buro 1 Hoog zeer erkentelijk voor het gebruik van<br />

dit silhouet. Onze vaste opmaker Ger Bomans van<br />

Different Design Deventer heeft de verdere uitwerking<br />

ter hand genomen. Het resultaat is een<br />

verrassende vormgeving waarmee we het jaar<br />

<strong>2002</strong> starten en waarvan we hopen dat u er net zo<br />

tevreden mee bent als wij.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Honderd jaar Zwolse wooninterieurs<br />

De Open Monumentendag in het weekend<br />

van 8 en 9 september 2001, speelde zich af<br />

rond het thema wonen. Het thema had als<br />

titel 'Huis en haard: monumenten van het<br />

wonen'. Aanleiding voor dit onderwerp was het<br />

feit dat de Woningwet in 2001 honderd jaar<br />

bestond. Tevens sloot de Open Monumentendag<br />

aan bij de Manifestatie <strong>Historisch</strong> Interieur 2001,<br />

een initiatief vanuit de rijksoverheid dat op grote<br />

schaal aandacht vraagt voor het beheer en het<br />

behoud van het historische wooninterieur.<br />

In het kader van het thema 'Huis en haard'<br />

waren op Open Monumentendag 2001 in diverse<br />

plaatsen veel soorten panden opengesteld die<br />

gebouwd zijn om in te wonen, variërend van villa's,<br />

grachtenpanden en hofjes tot kloosters, weeshuizen<br />

en woonboten. Soms waren het woningen<br />

waar tevens gewerkt werd, bijvoorbeeld een boerderij,<br />

een burgemeesterswoning of een ander<br />

soort dienstwoning. In andere gevallen kon het<br />

gaan om tijdelijk wonen zoals in een logement of<br />

herberg, om buiten wonen, wonen in luxe, of<br />

wonen in het groen. Arbeiderswoningen en sociale<br />

woningbouw hadden eveneens een belangrijke<br />

plaats in het thema.<br />

Er zijn nog heel wat ongeschonden zestiendeen<br />

zeventiende-eeuwse interieurs. Vooral in kastelen<br />

en buitenverblijven is vaak eeuwenlang weinig<br />

of niets aan de inrichting veranderd. Originele<br />

negentiende-eeuwse interieurs van woonhuizen<br />

zijn al moeilijker te vinden en huiskamers uit de<br />

jaren dertig of vijftig van de twintigste eeuw al<br />

helemaal. In Zwolle bestaat voor zover bekend één<br />

ongeschonden kamer uit de jaren vijftig: een<br />

kamertje in het Vrouwenhuis aan de Korte Kamperstraat.<br />

Fototentoonstelling 'Honderd jaar Zwolse wooninterieurs'<br />

Juist foto's van het gewone wooninterieur roepen<br />

een tijdsbeeld op en kunnen een visie geven op<br />

hoe mensen in een bepaalde tijd leven (of leefden).<br />

Wie herinnert zich bijvoorbeeld niet de verschillende<br />

trends in het wonen van de tweede helft<br />

van de twintigste eeuw, zoals de niervormige bijzettafeltjes<br />

en 'Picasso'-gordijnen uit de jaren vijftig,<br />

het nostalgische interieur met spulletjes uit<br />

grootmoeders tijd uit de jaren zeventig of het<br />

zakelijke interieur met chromen buisstoelen en<br />

tafels uit de jaren negentig?<br />

In mei 2001 vatte het bestuur van de Zwolse<br />

<strong>Historisch</strong>e Vereniging (ZHV) daarom het plan<br />

op om op Open Monumentendag 8 september<br />

2001 in de Grote Kerk een tentoonstelling van<br />

Zwolse wooninterieurs te organiseren. Door middel<br />

van folders en oproepen in de Zwolse Courant<br />

en huis-aan-huisbladen werden de inwoners van<br />

Zwolle opgeroepen om vóór 1 augustus één of<br />

meer foto's van hun wooninterieur in te sturen.<br />

Het mochten nieuwe maar ook oude foto's zijn,<br />

foto's van woonkamers, keukens, eetkamers,<br />

slaapkamers, studeerkamers, badkamers en kinderkamers.<br />

Ongeveer 50 foto's werden ingezonden.<br />

Het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong> (HCO)<br />

vulde deze aan met 30 foto's uit eigen collectie.<br />

Veiligheidshalve werden voor de tentoonstelling<br />

in de Grote Kerk van alle foto's digitale fotokopieën<br />

gemaakt. Eigenlijk zou de expositie maar<br />

één dag, namelijk alleen op Open Monumentendag,<br />

te zien zijn, maar tot verrassing en blijdschap<br />

van de ZHV en het HCO gaf de koster van de Grote<br />

Kerk toestemming de expositie tot en met 7<br />

oktober 2001 te laten duren.<br />

De 80 foto's op de tentoonstelling gaven een beeld<br />

van de inrichting van Zwolse woningen in de afge-<br />

Jeanine Otten


lopen honderd jaar. Foto's uit 1916-1918 toonden<br />

het interieur van Naftali Herman Frank, de eerste<br />

chirurg in Zwolle, wonend op Eekwal 31 (nu het<br />

makelaarskantoor De Graaf Van Vilsteren BV); de<br />

jongste uit juli 2001 lieten de inrichting van twee<br />

studentenkamers zien. Bijzonder waren twee<br />

series foto's: één uit 1956 van elk vertrek van een<br />

woonhuis in de Lijsterbesstraat, bedoeld om een<br />

tante in Venezuela op de hoogte te stellen van de<br />

inrichting van de nieuwe woning (zie het artikel<br />

van Dirk Baaiman), en één van een interieur aan<br />

de Herenweg 14, dat zowel in 1927 als in 2001 is<br />

gefotografeerd: dezelfde meubels staan nog op<br />

dezelfde plaats, de huidige bewoner is de kleindochter<br />

van degene die in 1927 zowel het huis als<br />

de meubels heeft ontworpen. In het hiernavolgende<br />

zullen de interieurfoto's van Eekwal 31 uit 1916-<br />

1918, van Herenweg 14 uit 1927-2001 en Thorbeckegracht<br />

28 uit 1915 nader toegelicht worden.<br />

Aanklachtfoto's<br />

Op de tentoonstelling waren vooral interieurfoto's<br />

van de 'gegoede en gewone burgerij' te zien.<br />

Deze had vanaf het begin van de twintigste eeuw<br />

geld om foto's van het interieur te laten maken of<br />

om zelf over een fotocamera te beschikken. Toch<br />

zijn interieurfoto's over het algemeen zeldzaam.<br />

Dit is ook de reden waarom vooroorlogse interieurfoto's<br />

van arbeiderswoningen zeer weinig op<br />

de tentoonstelling te zien waren en foto's van het<br />

interieur van krotwoningen geheel ontbraken.<br />

Anders dan in sommige andere steden in Nederland<br />

zijn in Zwolle in het verleden geen 'aanklachtfoto's'<br />

gemaakt van het interieur van onbewoonbare<br />

sloppen en kelderwoningen. In dit verband<br />

is het opmerkelijk dat C.J.J. Schaepman,<br />

directeur van de Zwolse azijn- en kaarsenfabriek<br />

'De Ster' en medeoprichter van de Zwolse Amateurfotografen<br />

Vereniging, in de jaren 1925-1935<br />

een serie foto's heeft gemaakt van ellendige woonomstandigheden.<br />

Schaepman fotografeerde<br />

(krot)woningen in het Achterom, op het Eiland,<br />

aan het Klein Grachtje en de houten noodwoningen<br />

aan de Vermeerstraat, met als contrast de pas<br />

verrezen nieuwbouwprojecten van de gemeente<br />

Zwolle, van Zwolse woningbouwverenigingen als<br />

Openbaar Belang, Beter Wonen, Providentia,<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Sint-Joseph, de Algemene Zwolse Coöperatieve<br />

Woningbouwvereniging en van particulieren. In<br />

die jaren werd in Zwolle hard gewerkt aan de verbetering<br />

van de volkshuisvesting door het afbreken<br />

van krotwoningen en het bouwen van woningen<br />

voor minder draagkrachtigen. Of de foto's<br />

van Schaepman van onbewoonbare woningen als<br />

'aanklachtfoto's' zijn bedoeld, of dat Schaepman<br />

datgene wilde vastleggen wat verdwijnen zou, is<br />

helaas niet bekend.<br />

Eekwal 31, omstreeks 1916-1918<br />

Van ongeveer 1898 tot 1920 woonde Naftali Herman<br />

Frank (geboren Veendam 2 mei 1860, overleden<br />

Montreux na 1920) op Eekwal 31. Naftali was<br />

de eerste chirurg in Zwolle. Hij was gehuwd met<br />

Charlotte Sara Spanjaard (geboren 1869), het<br />

echtpaar kreeg drie dochters: Dina Henriëtte<br />

(geboren 3 april 1891, overleden 1 september 1900),<br />

Lenie (geboren 31 januari 1893) die na haar huwelijk<br />

in 1914 naar Boekarest verhuisde, en Dora<br />

Hermanna Charlotte (geboren 18 augustus 1901).<br />

Afbeelding 1: foto voorzijde Eekwal 31. Het huis<br />

zelf is een prachtig voorbeeld van de negen tiendeeeuwse<br />

villabouw langs de Zwolse stadsgracht.<br />

Nadat Zwolle vanaf 1790 niet langer vestingstad<br />

was, werden de stadspoorten in de loop van de<br />

negentiende eeuw afgebroken, de stadsmuren<br />

geslecht en de bolwerken 'omgetoverd' in 'stadswandelingen'.<br />

Langs de stadsgracht verrezen<br />

imposante stadsvilla's voor notabelen. Bij de verbreding<br />

van de weg in 1918 sneuvelden de bomen<br />

en kwam de weg vlak langs Eekwal 31 te liggen.<br />

Afbeelding 2: foto studeerkamer. In de boekenkast<br />

staan behalve boeken twee portretfotootjes en<br />

een langwerpige groepsfoto met heel veel heren<br />

(waarschijnlijk medici op een NMG-congres).<br />

Tegen de planken van de boekenkast zijn met<br />

meubelnagels strookjes textiel gespijkerd, zodat er<br />

niet te veel stof op de boeken komt. Rechts naast<br />

de boekenkast een groot olieverfschilderij met een<br />

figuur met een kelk (?) in zijn handen. Onder het<br />

schilderij is een met een motief bedrukte wandbespanning<br />

te zien. Twee leren fauteuils en een klein<br />

rond tafeltje waarop een bosje narcissen en asbakken<br />

met een doosje zwaluw-lucifers staan klaar<br />

voor de rokers. De kolenkachel wordt afge-


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Afbeelding 1: voorzijde<br />

Eekwal^i, omstreeks<br />

1917 (particuliere collectie)<br />

Afbeelding 2: studeerkamer<br />

Eekwal 31,<br />

omstreeks 1917 (particuliere<br />

collectie)


Afbeeldingy. damessalon<br />

Eekw al 31,<br />

omstreeks 191J (particuliere<br />

collectie)<br />

Afbeelding 4: serre<br />

Eekwal^i, omstreeks<br />

1917 (particuliere collectie)<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

schermd door een in het midden scharnierend<br />

tweedelig haardscherm met glazen panelen. Erop<br />

staat een waterketel. Boven de schouw hangt een<br />

spiegel, op de schouw staan een klok, twee kandelaars<br />

en een viertal portretfotootjes.<br />

Afbeelding3: foto damessalon. Gordijnen markeren<br />

de overgang naar de salon en de serre. Links<br />

in de hoek staat een piano waarop portretfotootjes<br />

en een vaasje met tulpen staan. Vijf fauteuils en<br />

een stoel staan in een cirkel opgesteld. In het midden<br />

staat een rond tafeltje op ranke pootjes. Erop<br />

staat een klein bloemenvaasje op een kleedje en<br />

een doosje. Rechts bevindt zich een venster. In de<br />

toegang naar de serre hangen vitrages. Op de achtergrond<br />

zien we door de vensters van de serre een<br />

schip in de stadsgracht met daarachter de schoorpalen<br />

voor het vee op de Beestenmarkt (nu Harm<br />

Smeengekade).<br />

Afbeelding 4: foto serre. De foto's van de<br />

damessalon en de serre zijn op dezelfde dag genomen.<br />

Dat is te zien aan dezelfde vaas met tulpen<br />

die zowel op de piano in de salon als op het tafeltje<br />

in de serre figureert. De inrichting van de serre<br />

doet exotisch aan door de jaloezieën, de vier rotan<br />

stoelen en de elektrische bamboe hanglamp.<br />

Rechts in het hoekje staat een piëdestal met een<br />

elektrische tafellamp, het snoer is om de voet<br />

gewikkeld (in 1916 kreeg Zwolle elektriciteit).<br />

Over het ronde tafeltje in het midden ligt een<br />

gebatikt kleedje, erop staan de al genoemde vaas<br />

met een bos tulpen, een asbak en een waaier.<br />

Herenweg 14 in 1927 en in 2001<br />

Afbeeldingen 5, 6, 7, en 8: op de foto's zien we de<br />

inrichting van Herenweg 14 in 1927 en in 2001.<br />

Zeer bijzonder aan de inrichting is dat meubels uit<br />

1927 in de zakelijke stijl van de Amsterdamse<br />

School bewaard zijn gebleven en in het huidige<br />

interieur zijn opgenomen. Het zijn strak vormgegeven<br />

fauteuils, een in die tijd als modern geldend<br />

dressoir, een theetafel, een eetkamertafel en eetkamerstoelen,<br />

alles in zwart gebeitst eikenhout. De<br />

geglazuurde wandtegels in de woonkamer zijn<br />

gemêleerd bordeauxrood en mosgroen. Opval-<br />

Afbeelding 5: zitkamer<br />

Herenweg 14,1927 (particuliere<br />

collectie)


Afbeelding 6: eetkamer<br />

Herenweg 14,1927 (particuliere<br />

collectie)<br />

Afbeelding 7: eetkamer<br />

Herenweg 14, 2001 (par- l£*<br />

ticuliere collectie)<br />

10 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 11<br />

lend is dat de traditionele schouw heeft plaats<br />

gemaakt voor twee uitspringende hoeken, belegd<br />

met een dik houten blad. Boven het dressoir zien<br />

we een glazen doorgeefluik. Het doorgeefluikje<br />

tussen keuken en woon/eetkamer bestond al in de<br />

negentiende eeuw, maar werd pas na de Tweede<br />

Wereldoorlog standaard in woningen ingebouwd,<br />

totdat het met de komst van de open keuken als<br />

een symbool van ouderwetse burgerlijkheid weer<br />

verdween. Zowel woning als meubels zijn ontworpen<br />

door de eerste bewoner van het huis, Dirk<br />

Hartzuiker (geboren Zwolle 2 oktober 1898, overleden<br />

Zwolle 31 juli 1982).<br />

Dirk Hartzuiker was aanvankelijk kantoorbediende,<br />

maar vertrok in januari 1917 naar Utrecht<br />

om daar een studie bouwkunde te volgen. In<br />

november 1918 keerde hij weer terug in Zwolle. Hij<br />

werd bouwkundig tekenaar bij de gemeente Zwolle<br />

en klom op tot chef tekenkamer. In Zwolle<br />

werkte hij onder de stadsarchitecten Lourens<br />

Krook, Jan Gerko Wiebenga en W.B.M. Beumer.<br />

Halverwege de jaren zestig ging hij met pensioen.<br />

Hartzuiker ontwierp in 1921 een dubbel woonhuis<br />

aan het begin van de Herenweg, in april 1926<br />

ontwierp hij zijn eigen woonhuis Herenweg 14:<br />

een vrijstaande woning met twee bouwlagen<br />

onder een schilddak, met een gedeeltelijk gepotdekselde<br />

voorgevel (zie bouwtekening afbeelding<br />

9). Het huis heeft drie opvallende schoorstenen en<br />

een loggia in de linkerzijgevel.<br />

Op 26 april 1927 trouwde Hartzuiker met<br />

Egberdina van der Gronde. Aanvankelijk woonde<br />

het echtpaar op Herenweg 2. Nadat de bouw voltooid<br />

was, verhuisden ze naar Herenweg 14. Bij<br />

Afbeelding 8: zitkamer<br />

Herenweg 14, 2001 (particuliere<br />

collectie)


Afbeelding 9: bouwtekening<br />

Herenweg 14 (collectie<br />

HCO)<br />

Afbeelding 10: bouwtekening<br />

bijgebouwtje<br />

Herenweg 14 (collectie<br />

HCO)<br />

12 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Herenweg 14 hoort ook het door Hartzuiker in<br />

1926 ontworpen bijgebouwtje (afbeelding 10). Dit<br />

bijgebouwtje was bedoeld voor de smederij van<br />

zijn schoonvader Van der Gronde, die na het<br />

huwelijk bij het echtpaar Hartzuiker-van der<br />

Gronde inwoonde. Van deze smederij is nu nog<br />

alleen de blaasbalg aanwezig. Naast zijn bouwkundige<br />

werk maakte hij tussen de jaren dertig en<br />

veertig een serie tekeningen en aquarellen van<br />

gevelstenen in Zwolle (nu in de collectie van het<br />

Stedelijk Museum Zwolle), schilderde hij landschappen,<br />

was hij lid van de Zwolse kunstenaarsvereniging<br />

Het Palet en zat hij in het bestuur van<br />

de Vrienden van de Stadskern. Herenweg 14 wordt<br />

nu bewoond door een kleindochter van Dirk<br />

Hartzuiker.<br />

Bezoekster Grote Kerk herkent moeder op oude<br />

foto's<br />

Op de eerste dag van de expositie, zaterdag 8 september<br />

Open Monumentendag, vond er een aardig<br />

voorval plaats. Een in Zwolle woonachtige<br />

bezoekster, mevrouw A.H.P. Viehof-van Bolhuis,<br />

herkende op oude foto's uit ca. 1910 haar moeder,<br />

Maria Anna van Gilse (zie voor deze foto het artikel<br />

van Dirk Baaiman). Dat deze foto's bewaard<br />

zijn gebleven mag wel een wonder heten. De glasnegatieven<br />

werden namelijk vorig jaar, samen met<br />

nog wat paperassen, gered liggend op de rand van<br />

een glasbak in Laren. De Larense kringloopwinkel<br />

stond op het punt de glasnegatieven in de glasbak<br />

te gooien, toen de heer B.W. Treijtel uit Ilpendam<br />

toevallig langskwam en vroeg of hij ze mocht hebben.<br />

Hij drukte ze uit nieuwsgierigheid af en zag<br />

dat het om afbeeldingen van Zwolle ging. In juli<br />

2001 schonk hij 30 glasnegatieven aan het <strong>Historisch</strong><br />

<strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>. Uit documentatie blijkt<br />

dat de foto's tussen 1910 en 1915 zijn gemaakt door<br />

de Amsterdamse arts Peter Heinrich Gerhard van<br />

Gilse (geb. Leer, Duitsland, 1881). De glasnegatieven<br />

zaten in de inboedel van één van zijn dochters,<br />

die na haar overlijden bij een Larense kringloopwinkel<br />

terechtkwam. Een aantal van deze geredde<br />

foto's was op de tentoonstelling in de Grote Kerk<br />

te zien.<br />

Thorbeckegracht 28, woonhuis familie Van Gilse,<br />

1897 -1923<br />

Op 28 november 1890 kwam Alexander Gerhard<br />

van Gilse (geboren Amsterdam 1847) met zijn<br />

echtgenote Henriette Johanne Brouër (geboren<br />

Leer, Duitsland, 1858) en hun zoon Peter Heinrich<br />

Gerhard van Gilse (geboren Leer, Duitsland, 31<br />

mei 1881) vanuit Leer naar Zwolle. Op 18 december<br />

1891 werd in Zwolle dochter Maria Anna geboren.<br />

A.G. van Gilse was van 1890 tot 1923 werkzaam<br />

als predikant van de Zwolse Doopsgezinde<br />

Gemeente. Het gezin woonde aanvankelijk aan de<br />

Schellerweg, van 1897 tot 1923 aan de Thorbeckegracht<br />

28 (op de begane grond zit nu het Grenen<br />

Meubel <strong>Centrum</strong>). Zoon P.H.G. van Gilse vertrok


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Afbeelding 11: woonkamer Thorbeckegracht28, ca. 1910-1915 (foto: P.H.G. van<br />

Gilse, collectie HCO)<br />

in september 1900 naar Amsterdam om medicijnen<br />

te studeren. Op 30 juni 1910 trouwde hij,<br />

inmiddels arts geworden, met de uit Haarlem<br />

afkomstige Julie van West, eveneens arts. Tussen<br />

1910 en 1915 maakte P.H.G. van Gilse in Zwolle een<br />

serie opnamen in en om het ouderlijk huis Thorbeckegracht<br />

28; van zijn vader in de woonkamer,<br />

van zijn zuster Maria Anna aan de studie, van het<br />

uitzicht op de pakhuizen aan de Waterstraat, van<br />

een familie-uitstapje naar de Agnietenberg. Maria<br />

Anna van Gilse vertrok in oktober 1910 naar<br />

Utrecht om daar rechten te studeren. In november<br />

1913 liet zij zich weer in Zwolle inschrijven. Op<br />

14 december 1922 trouwde zij te Hilversum met<br />

Evert van Bolhuis. A.G. van Gilse en zijn vrouw<br />

verhuisden in juli 1923 naar Hilversum.<br />

Afbeelding 11: woonkamer Thorbeckegracht<br />

28, Alexander G. van Gilse zit aan een ronde tafel<br />

op één poot. Erop ligt een tafelkleed met bladmotief.<br />

Boven de tafel hangt een gaslamp. Voor de<br />

schouw staat een bewerkte gietijzeren kachel.<br />

Boven de schouw een rococo spiegel. Volgens<br />

mededeling van mevrouw A.H.P. Viehof-van Bolhuis<br />

kon deze spiegel opzij geschoven worden<br />

waardoor een wandschildering met een pastoraal<br />

landschap zichtbaar werd. In de hoek van de<br />

kamer staat een grote kast, boven op de kast is een<br />

beeldje zichtbaar. Op de vloer ligt parket, onder de<br />

tafel ligt een wat versleten karpet. In de loop van<br />

de tijd is er veel aan het interieur van Thorbeckegracht<br />

28 verbouwd, de spiegel boven de schoorsteen<br />

is verdwenen, maar de wandschildering is<br />

nog intact.


Dirk Baaiman<br />

Afbeelding 1: werkkamer<br />

van advocaat en<br />

procureur mr. dr. J.G.<br />

Stenfert Kroese, Koestraat<br />

10, ca. 1923 (collectie<br />

HCO)<br />

Zwolse interieurs nader bekeken<br />

Als spin-off van de fototentoonstelling '100<br />

jaar Zwolse wooninterieurs', die van 8 september<br />

tot 8 oktober 2001 in de Grote Kerk<br />

te zien was, hield Dirk Baaiman op 28 september<br />

2001 in het Zwols <strong>Historisch</strong> Café een korte presentatie<br />

over Zwolse interieurs. Hij was daartoe<br />

uitgenodigd door het bestuur van de Zwolse <strong>Historisch</strong>e<br />

Vereniging. Baaiman selecteerde uit de<br />

tentoonstelling veertien foto's en vertelde aan het<br />

verzamelde publiek wat hem als architectuurhistoricus<br />

bij het bekijken was opgevallen. Het hiernavolgende<br />

is een bewerking van zijn presentatie*.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Werkkamer van advocaat en procureur mr. dr.<br />

J.G. Stenfert Kroese, Koestraat 10, circa 1923<br />

Afbeelding 1: deze foto is heel fascinerend omdat<br />

het interieur, in plaats van uit 1923, ook uit 1892<br />

had kunnen dateren. Alleen de elektrische lamp,<br />

de telefoon en het pak van de heer Stenfert Kroese<br />

wijzen erop dat de foto van een latere datum dan<br />

1892 moet zijn. De degelijkheid van het pak moet<br />

een vorm van waardigheid oproepen, evenals het<br />

bureau waarachter Stenfert Kroese zit. Het is een<br />

bureau in de stijl van de Hollandse neorenaissance,<br />

getimmerd in de jaren 1883-1886 toen deze stijl


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

in Nederland in de mode was. De stoel waarop hij<br />

zit, heeft gedraaide poten en past door zijn neozeventiende-eeuwse<br />

stijl bij het bureau. Uit de verschillend<br />

gedraaide poten blijkt dat de meubels<br />

niet in één stijl zijn ontworpen. Het bureau is niet<br />

gepolitoerd en gepolijst, maar bovenop ligt een<br />

glasplaat, een innovatie, want toen het bureau<br />

eind negentiende eeuw gemaakt werd, werd een<br />

vloeiblad gebruikt om de oneffenheden van het<br />

houten blad te maskeren. De telefoon is ook een<br />

noviteit. Opmerkelijk is de draad ervan, die vanaf<br />

het plafond naar beneden komt zakken. Stenfert<br />

Kroese wilde de draad kennelijk niet over de vloer<br />

hebben. De vloer is belegd met parket, met daaroverheen<br />

een geknoopt tapijt. Aan de planken van<br />

de boekenkast zijn met koperen spijkers stofstroken<br />

bevestigd, een uitermate nuttige voorziening<br />

(om te voorkomen dat stof zich op de boeken nestelt),<br />

die iedereen nu echter lelijk vindt. De haard<br />

in de kamer werd 's zomers aan het gezicht onttrokken<br />

door een gordijntje. In de kamer bevindt<br />

zich nog een bijzondere houten stoel, naast het<br />

bureau. In de rugleuning zijn de letters 'IHS'<br />

gegraveerd. De letters zijn een afkorting van 'In<br />

Hoc Signo': een nieuwtestamentische term voor<br />

het kruis van Christus: 'In dit teken (zult gij overwinnen)'.<br />

Dat betekent dat de stoel niet gemaakt is<br />

voor de kamer van Stenfert Kroese, maar afkomstig<br />

is uit bijvoorbeeld een kerk of een pastorie. De<br />

fotograaf heeft voor de opname vermoedelijk in<br />

de deuropening van de kamer gestaan, als het ware<br />

in de positie van de bezoeker, in de as van de<br />

kamer, net als het indrukwekkende bureau en<br />

Stenfert Kroese zelf.<br />

Interieur dokter Evert Klinkert, later dokter B.J.<br />

Kam, Koestraat 22, omstreeks 1926 en in 1987<br />

Afbeelding 2 toont de werkkamer van dokter Klinkert<br />

omstreeks 1926. Elementen daaruit zijn de<br />

vulkachel en de natuurstenen schoorsteen, rechts<br />

staat een uit het derde kwart van de negentiende<br />

eeuw daterende kolommenkast, met prachtige<br />

Ionische kolommen, links een cilinderbureau uit<br />

het midden van de negentiende eeuw of later.<br />

Afbeelding 2: werkkamer<br />

dokter Evert<br />

Klinkert, Koestraat 22,<br />

omstreeks 1926 (foto<br />

Eelsingh, collectie<br />

HCO)


Afbeeldingy. woonkamer<br />

dokter Evert<br />

KMnkert, Koestraat 22,<br />

omstreeks 1926 (foto<br />

Eelsingh, collectie<br />

HCO)<br />

16 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Het is heel zeldzaam wanneer je over foto's van<br />

één en hetzelfde vertrek uit verschillende periodes<br />

beschikt. Dit is het geval bij een aantal vertrekken<br />

in Koestraat 22.<br />

Afbeelding 3 toont de woonkamer omstreeks<br />

1926. Links bevindt zich een buffetkast. Oorspronkelijk<br />

was de buffetkast bedoeld om het eten op uit<br />

te stallen, als het ware tentoon te stellen, voordat<br />

het op tafel gezet werd. De buffetkast fungeerde<br />

als een soort parkeerplaats tussen de keuken en de<br />

tafel. In de kastjes boven en onder het buffet werden<br />

het servies en andere tafelbenodigdheden<br />

opgeborgen. Bij Klinkert heeft de buffetkast een<br />

andere functie gekregen: het is een nutteloos<br />

ornament geworden, een soort 'bergkast', waarop<br />

familiefoto's uitgestald kunnen worden. Bovenop<br />

is een vijfdelig kaststel neergezet. In de vazen werd<br />

misschien wel eens een bloemetje gezet, maar over<br />

het algemeen werden de voorwerpen voor de sier<br />

gekocht. Aan de wand bevindt zich een telefoon.<br />

De kamerdeur is ongelukkig geplaatst: deze draait<br />

de verkeerde kant op, het scharnier zit aan de<br />

rechterkant en de deurknop zit in de hoek. De<br />

deur moet helemaal opengeslagen worden voorbij<br />

de buffetkast, voordat men de kamer kan betreden.<br />

Onhandig.<br />

Afbeelding 4 en 5 tonen de woonkamer in 1987:<br />

in de jaren 1936-1937 zijn enkele vertrekken in<br />

opdracht van Klinkert verbouwd door de meubelontwerper<br />

en architect Gerrit Th. Rietveld (1888-<br />

1964). In Zwolle staan twee werken van Rietveld:<br />

het ene is het in 1957-1959 voor Schrale Beton ontworpen<br />

pand Willemsvaart 21, dat momenteel<br />

(2001) gerestaureerd wordt, het andere is Koestraat<br />

22. De verbouwing door Rietveld van Koestraat<br />

22 heeft vooral betrekking op interieuronderdelen.<br />

Hij heeft geen grote verbouwingsingrepen<br />

als muurdoorbraken uitgevoerd. Een interessant<br />

onderdeel in het interieur (afbeelding 4) is de<br />

losse kast aan de linkerkant, 2,55 meter lang, 55 cm<br />

diep, 1,05 meter hoog (ik weet de maten zo precies,<br />

omdat de kast bij mij thuis gestaan heeft). Bovenop<br />

ligt een gegoten glasplaat van 2,5 cm dik, waarop<br />

dokter Kam de familieportretten en kandelaars


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Afbeelding 4: woonkamer<br />

dokter B.J. Kam,<br />

Koestraat 22,1987 (collectie<br />

Kam)<br />

Afbeelding 5: woonkamer<br />

dokter B.J. Kam,<br />

Koestraat 22,1987 (collectie<br />

Kam)


Afbeelding 6: slaapkamer<br />

dokter Evert<br />

Klinkert, Koestraat 22,<br />

omstreeks 1926 (foto<br />

Eelsingh, collectie<br />

HCO)<br />

18 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

heeft neergezet. De schoorsteen, schouw en kachel<br />

die zich oorspronkelijk in de woonkamer van<br />

dokter Klinkert bevonden, zijn gesloopt. Tegen de<br />

nu vlakke wand staat een negentiende-eeuwse<br />

vitrinekast (afbeelding5). De stoelen aan weerszijden<br />

dateren uit de achttiende eeuw. De deur is<br />

blijven zitten en draait nog steeds de verkeerde<br />

kant op.<br />

Afbeelding 6: foto slaapkamer, 1926. Het litsjumeaux<br />

(stel van twee gelijke éénpersoonsledikanten<br />

naast elkaar) is, net als het bureau van<br />

Stenfert Kroese, in Hollandse neorenaissancestijl<br />

uitgevoerd, herkenbaar aan de diamantknoppen<br />

en de frontonnetjes op het hoofdeinde van de beide<br />

bedden. In de hoek van het plafond en de wand<br />

is een kleine platte stuclijst te zien, die in het<br />

behang op de strook en op het plafond met schildering<br />

is aangevuld. De deur bevindt zich ongeveer<br />

twee meter uit de hoek en staat open. Rechts<br />

bevindt zich in de hoek, bijna onzichtbaar in het<br />

behang, nog een tweede deur die toegang gaf tot<br />

een alkoof. Opvallend is de ophanging van de<br />

schilderijen vlak onder het plafond.<br />

Afbeelding y. foto slaapkamer, 1987. Bij de verbouwing<br />

heeft Rietveld de bijna onzichtbare deur<br />

naar de alkoof zichtbaar gemaakt. Het is duidelijk<br />

dat het hier om een dubbele wand gaat. Bij het<br />

wegbreken van de voorwand is een nis ontstaan,<br />

waarin het tweepersoonsbed staat. Voor de symmetrie<br />

is aan de linkerkant van de nis een kast<br />

gemaakt. Naast de slaapkamerdeur links staat een<br />

boekenkast (niet door Rietveld, maar later, in<br />

opdracht van dokter Kam, door een gewone timmerman<br />

gemaakt) die precies in de hoogte en<br />

breedte van het interieur past. De kachel is verdwenen.<br />

Onder het blad van de schoorsteenmantel<br />

staat een kastje dat dokter Kam op maat heeft<br />

laten maken. Het kastje heeft precies de breedte<br />

van de schoorsteen en maakt daardoor het gat van<br />

de schoorsteen onzichtbaar.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

De verbouwing van Koestraat 22 is uitgevoerd<br />

in de zakelijke stijl van de jaren dertig. Rietveld<br />

behoorde tot de 'Stijl'-groep. De Stijl vermeed<br />

principieel elke niet-nuttige vorm, er werd ruimte<br />

geschapen door alles zoveel mogelijk open te houden.<br />

De achtergevel van het pand Koestraat 22 is<br />

door Rietveld nogal drastisch aangepakt. Oorspronkelijk<br />

was het een prachtige gevel met drie<br />

vensters en mooi lijstwerk. Rietveld verving deze<br />

door stalen ramen in een vlak gestucte gevel. Dat<br />

zouden we nu niet meer doen, maar omdat het<br />

'een Rietveld' is, moeten we het toch maar laten<br />

zitten.<br />

Interieur Lijsterbesstraat 33,1956<br />

De Lijsterbesstraat loopt van de Assendorperstraat<br />

naar de Goudsbloemstraat. De woningen aan Lijsterbesstraat<br />

- Goudsbloemstraat en Leliestraat<br />

werden gebouwd in 1928 naar een ontwerp van<br />

architect H.W.T. Schoenmaker. De woning Lijsterbesstraat<br />

33 ligt in de hoek Lijsterbesstraat -<br />

Goudsbloemstraat. De voordeur bevindt zich aan<br />

de Lijsterbesstraat, terwijl de woon- en eetkamer<br />

aan de Goudsbloemstraat gelegen zijn. Een verklaring<br />

voor de vreemde indeling van de woning is<br />

waarschijnlijk dat het oorspronkelijk een woonwinkelhuis<br />

moest worden. Zo was de voordeur de<br />

deur van een winkel, de hal was enorm groot, de<br />

gang was zes meter lang en twee meter breed. De<br />

foto's zijn gemaakt voor een familielid in Venezuela,<br />

om te laten zien hoe het interieur er uit zag in<br />

de Lijsterbesstraat.<br />

Afbeelding 8: moeder en dochter zitten een<br />

beetje geposeerd voor de foto, met een tijdschriftje<br />

in een fauteuil. Het portret van de dochter aan de<br />

muur is geschilderd door een leerling van Stien<br />

Eelsingh. Opvallend zijn de interieuronderdelen<br />

die iedereen wel kent, zoals de worteldoek aan de<br />

schoorsteen. Iedereen had vroeger zo'n doek aan<br />

de muur. Het verwijderen van stof uit de plooien<br />

was een moeilijk werkje. Daarom werd de doek<br />

maar één keer per jaar van de muur genomen, om<br />

uitgeklopt of gestofzuigd te worden. Andere<br />

onderdelen zijn de televisie (heel nieuw in 1956!)<br />

Afbeelding 7: slaapkamer<br />

dokter BJ. Kam,<br />

Koestraat 22,1987 (collectie<br />

Kam)


Afbeelding 8: zitkamer<br />

Lijsterbesstraat 33,1956<br />

(particuliere collectie)<br />

Afbeelding 9: eetkamer<br />

Lijsterbesstraat 33,1956<br />

(particuliere collectie)<br />

20 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 21<br />

en de sanseveria. (Aan de sanseveria heb ik nog<br />

persoonlijke herinneringen. In de jaren vijftig<br />

woonde ik als kind op Curacao. Daar is de sanseveria<br />

een onkruid, dat wel meters hoog kan worden<br />

en met een kapmes verwijderd wordt. Toen<br />

we weer in Nederland kwamen, zag ik bij mijn<br />

oma dat dat onkruid hier als kamerplant in de<br />

vensterbank stond).<br />

Afbeelding 9: opmerkelijk is verder dat het een<br />

kamer en suite betreft; de woonkamer en de eetkamer<br />

worden gescheiden door schuifdeuren met<br />

komgrepen en kasten met panelen. De bewoners<br />

waren echter helemaal niet geïnteresseerd in een<br />

kamer en suite, want de doorgang is volledig<br />

gebarricadeerd door een kastje en een stoel. Interessant<br />

is dat men in de volkswoningbouw zo'n<br />

kamer ensuite maakte en zorgde dat de kamers<br />

goed op elkaar betrokken werden, maar dat de<br />

bewoners in het gebruik liever gewoon twee aparte<br />

kamers wilden, omdat de eetkamer veel meer<br />

een relatie met de keuken heeft dan met de zitkamer.<br />

Afbeelding 10: keuken Lijsterbesstraat 33,1956.<br />

De foto's op de tentoonstelling gaven interessante<br />

informatie over de ontwikkeling van de keuken.<br />

Op de foto van de keuken in de Lijsterbesstraat<br />

zien we een schouw. Dat betekent dat er een trekgat<br />

is voor de afzuiging, er is geen ventilatiekap of<br />

ventilator. Er staat een tweepits gasstel op een<br />

plank boven een nis met een plank of spijlen om<br />

wat op te bergen. Daarvoor is een praktisch gordijntje<br />

bevestigd, iets wat we tegenwoordig niet<br />

meer doen. Rechts is een aanrecht van granito, liggend<br />

op keukenkastjes die, net zoals de bovenkastjes,<br />

speciaal voor het project zijn gemaakt. De<br />

seriegrootte van de keukenkastjes en de aanrechtkastjes<br />

is de seriegrootte van de twintig woningen<br />

die in 1928 aan de Lijsterbesstraat-Goudsbloemstraat-Leliestraat<br />

werden gebouwd. Het zijn dus<br />

geen standaardproducten, zoals we die tegenwoordig<br />

bij bouwmarkten kopen. De granitowerker<br />

kwam in de keuken om ter plekke het granito<br />

aanrecht te maken. In die tijd was het heel<br />

gewoon, maar wie tegenwoordig een granitowerker<br />

in zijn keuken een aanrecht wil laten maken,<br />

zit al gauw in de topklasse van de keukens.<br />

Keuken in het Vrouwenhuis, jaren vijftig<br />

Afbeelding 11: het eeuwenoude Vrouwenhuis, gelegen<br />

aan de Melkmarkt, Korte Kamperstraat en<br />

Voorstraat, bestaat uit een aaneenschakeling van<br />

vertrekken en gangen. Dit keukentje is in de jaren<br />

vijftig ingebouwd in een zitslaapkamer in het<br />

Vrouwenhuis. Nu is het één van de stijlkamers:<br />

Afbeelding 10: keuken<br />

Lijsterbesstraat 33,1956<br />

(particuliere collectie)


Afbeelding u: keuken in<br />

het Vrouwenhuis,<br />

Melkmarkt 53, jaren<br />

vijftig (foto S. Zwiers,<br />

collectie Vrouwenhuis)<br />

Afbeelding 12 en 13: keuken<br />

aan de Molenweg,<br />

voor en na de renovatie,<br />

ca. 1980 (collectie HCO)<br />

22 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

het is een onvermoed origineel interieur uit de<br />

jaren vijftig. De kamer werd in die jaren bewoond<br />

door een oudere dame, de aanwezige meubels vertonen<br />

niet de moderne stijl die Goed Wonen in<br />

die jaren propageerde. Het keukentje is een<br />

Bruynzeel keuken, een standaard product, met<br />

standaard kastjes en een standaard aanrechtblad<br />

dat niet van granito, maar van een soort cementplaat<br />

of een bepaald betonachtig mengsel is<br />

gemaakt. Deze platen werden pre-fab gemaakt en<br />

in de ruimte op de kastjes gemonteerd.<br />

Keuken aan de Molenweg, voor en na de renovatie,<br />

circa 1980<br />

Afbeelding 12: vóór de renovatie stond er een keuken<br />

in de seriegrootte van de woningen die in de<br />

jaren dertig aan de Molenweg werden gebouwd.<br />

De keuken werd speciaal voor het project op maat<br />

gemaakt, met een granito aanrechtblad dat ter<br />

plekke werd gestort. De enkele kraan boven de<br />

gootsteen getuigt nog van de tijd dat er alleen<br />

koud stromend water was. In de planken vloer is<br />

een luikje gemaakt. Verder had de keuken een<br />

schouw met een natuurlijke trek.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Afbeelding 13: de kwaliteiten van zo'n ouderwetse<br />

keuken worden duidelijk, als we deze vergelijken<br />

met de standaard keuken na de renovatie.<br />

Nieuw is de gasgeiser. Het roestvrijstalen aanrecht<br />

is misschien wel praktisch, maar om het mooi te<br />

houden moet je je een ongeluk poetsen. De volslagen<br />

liefdeloosheid waarmee een leiding aan de<br />

muur is bevestigd en waar men de rest van zijn<br />

leven tegenaan moet kijken, spreekt van een<br />

gewijzigde opvatting over 'ambacht'.<br />

Studeerkamer en slaapkamer van Maria Anna<br />

van Gilse, Thorbeckegracht 28, circa 1910 -1915<br />

Afbeeldingen 14 en 15: Maria Anna van Gilse, dochter<br />

van een Zwolse doopsgezinde predikant, studeerde<br />

van 1910-1913 rechten te Utrecht, kwam<br />

daarna weer terug in Zwolle en woonde tot haar<br />

huwelijk in 1922 bij haar ouders op de Thorbeckegracht<br />

28 (zie ook het artikel van Jeanine Otten).<br />

Haar broer Peter van Gilse fotografeerde haar studerend<br />

achter haar bureau en in haar slaapkamer.<br />

De eerste foto toont een studerende jonge<br />

vrouw, modern gekleed, in een modern interieur.<br />

Het bureau in de studeerkamer is door de sobere<br />

decoratie omstreeks 1905-1906 te dateren. De uitvoering<br />

staat in groot contrast met het bureau van<br />

Stenfert Kroese uit het midden van de jaren tachtig<br />

van de negentiende eeuw.<br />

De foto van Maria Anna in haar slaapkamer<br />

toont haar zittend op haar ledikant. Het ledikant<br />

is strak vormgegeven en sober geornamenteerd,<br />

met in de hoeken een motief bestaande uit een<br />

paar lijnen. Dit motief komt ook voor op de wastafel<br />

met marmeren blad, waarop een lampetkan<br />

staat, op het handdoekenrek en op de kledingkast<br />

die nog juist in de spiegel zichtbaar is. Opvallend<br />

is verder de vloerbedekking in de studeerkamer en<br />

de slaapkamer. In de slaapkamer ligt een kleed en<br />

in de studeerkamer een (in die tijd heel moderne)<br />

biezen mat.<br />

* Bewerking door Jeanine Otten van bandopname<br />

28 september 2001.<br />

Afbeelding 14: studeerkamer<br />

van Anna Maria<br />

van Gilse, Thorbeckegracht<br />

28, ca. 1910 -1915<br />

(foto P.H.G. van Gilse,<br />

collectie HCO)<br />

Afbeelding 15: slaapkamer<br />

van Anna Maria<br />

van Gilse, Thorbeckegracht<br />

28, ca. 1910 -1915<br />

(foto P.H.G. van Gilse,<br />

collectie HCO)


Het Zwolse glazenmakersgilde in 1807<br />

Wim Huijsmans, Otto<br />

Schutte, Jean Streng A;an het schilderij van Adrianus Hulsbergen<br />

(1755-1827) waarop hij de leden, zichzelf<br />

-incluis, van het Zwolse glazenmakersgilde<br />

vastlegde, is reeds in diverse publicaties aandacht<br />

besteed. Terecht, want het is een bijzonder schilderij.<br />

Het is het enige groepsportret van Zwolse<br />

middenstanders. De aanleiding was ook bijzonder:<br />

het herstel van de gilden in 1807 nadat ze in<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

1798 waren opgeheven. In de praktijk hadden de<br />

gilden in afwachting van nadere wetgeving trouwens<br />

een sluimerend bestaan geleid. De heroprichting<br />

was te danken aan de hier uit Frankrijk<br />

gedropte koning Lodewijk Napoleon, die het overigens<br />

goed met dit voor hem vreemde land en<br />

zijn bewoners voor had.<br />

Het Zwolse glazenmakersgilde in 180/, groepsportret door Adrianus van Hulsbergen; hij beeldde zichzelf af staand uiterst links. Tussen de<br />

staande heren aan de rechterkant valt nog het restant van de hoge hoed te ontwaren van een 'weggemoffelde'persoon. Uiterst rechts<br />

staat, zonder hoed, een (onbekende) knecht. (Collectie Stedelijk Museum Zwolle)


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

De leden van het glazenmakersgilde schematisch weergegeven: 1. Johannes van Otten 2. Nicolaus terMeulen<br />

3. Klaas Voskuil 4. Jan Bouwmeester 5. Matthijs Hoefman 6. Adrianus Hulsbergen 7. Johannes Vernhout<br />

8. Leendert Parkementis 9. Evert Veenhuizen.<br />

De gilden in het hele land waren over het herstel<br />

van hun organisaties zeer te spreken, al waren<br />

er in de nieuwe reglementen beperkingen opgenomen<br />

die voorheen niet golden. Met groot enthousiasme<br />

vatte men overal de onderbroken<br />

continuïteit weer op. Het glazenmakersgilde vond<br />

het herstel belangwekkend genoeg om het in een<br />

collectief (zelf)portret vast te leggen. De gildeleden<br />

keken daarbij niet op een vierkante centimeter:<br />

het schilderij meet liefst 180 bij 235 centimeter.<br />

De geportretteerden zitten of staan rond<br />

een tafel met paperassen en ieder draagt een zelfde<br />

deftige hoge hoed. Sommigen roken een lange<br />

pijp. Alleen de knecht is zonder hoed, want waar<br />

zou het zonder sociaal onderscheid met de wereld<br />

heengaan? Duidelijke hoofdletters die het belangrijke<br />

momentum eens benadrukken, bejubelen<br />

het heugelijke feit:<br />

GLAZEMAKERS GILD HERBOREN<br />

DAT VERNIETIGD WAS TE VOREN<br />

WEER HERSTELD IN ZYN GEHEEL<br />

ADRIEANUS KUNST PENSEEL<br />

SCHILDERT ACHTIENHONDERDZEVEN<br />

DEZE LEDEN NAAR HET LEVEN<br />

DIE ZOO ALS MEN EERTYDS PLAG<br />

NU WEER HOUDEN GILDEDAG<br />

Nieuw licht<br />

Maar dit is allemaal bekend, waarom dit schilderij<br />

dan toch opnieuw tot onderwerp van een<br />

beschouwing gemaakt? Nader genealogisch<br />

onderzoek door Otto Schutte bracht meer over de<br />

afgebeelde leden van het gilde aan het licht. Wim<br />

Huijsmans bekeek het schilderij kritisch en wist<br />

een niet-afgebeeld of beter gezegd weggemoffeld<br />

gildelid te identificeren.


26 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Bovendien is inmiddels bekend dat Adrianus<br />

Hulsbergen een stiefbroer had die ook kunstschilder<br />

was, en wel in Friesland. Deze Christoffel<br />

Frederik Franck werd te Zwolle op 4 mei 1755 in de<br />

Lutherse kerk gedoopt. Hij was de zoon van<br />

Christiaan Franck (Vrancke) en Hendrika van<br />

Doesburg. Hendrika hertrouwde in 1772 met de<br />

weduwnaar en timmerman Lambertus Hulsbergen,<br />

de vader van Adrianus. Na de dood van<br />

Christoffel in 1821 werd Adrianus de enige erfgenaam<br />

van zijn nalatenschap. Adrianus ontving<br />

schilderijen, tekeningen, prenten, een schildersezel,<br />

een lessenaar, teken- en schildermateriaal,<br />

een tabaksdoos, een dwarsfluit, een paar zilveren<br />

broeksgespen en wat kleding. De schilderijen<br />

betroffen afbeeldingen met landschappen, portretten,<br />

een boerenkermis, een heremiet, de verrijzenis<br />

van Christus, een Maria en een armoedig<br />

gezin. Wat Adrianus met de schilderijen heeft<br />

gedaan is onduidelijk, vermoedelijk heeft hij ze te<br />

Zwolle verkocht.<br />

De gildeleden<br />

Op het schilderij van Hulsbergen staan de volgende<br />

personen afgebeeld:<br />

1. Johannes van Otten werd op 24 september<br />

1747 in Zwolle gedoopt. Hij trouwde in Zwolle op<br />

7 juni 1773 met Jantje Stolte en op 6 mei 1819<br />

wederom in Zwolle met Aartje Nouland. Johannes<br />

stierf in Zwolle op 1 juni 1832. Hij was verver en<br />

glazenmakersbaas.<br />

2. De rooms-katholieke Nicolaus ter Meulen<br />

werd op 29 november 1740 in de statie van de Koestraat<br />

gedoopt. Hij was de zoon van de molenaar<br />

Johannes ter Meulen en Johanna Kops. Nicolaus<br />

huwde twee maal in Zwolle. De eerste keer op 20<br />

mei 1776 met Johanna Paschala Tidink en<br />

opnieuw op 8 februari 1795 met Anna Maria van<br />

Berkum. Zijn beroep was verver, glazenmakersbaas<br />

en schilder. Nicolaus stierf op 21 juni 1816 in<br />

Zwolle.<br />

3. Op 27 september 1767 lieten de kleermaker<br />

Arent Voskuil en zijn vrouw Lamberta Pasman in<br />

de Grote Kerk hun zoontje Klaas dopen. Deze<br />

Klaas zou als verversknecht beginnen om als verver,<br />

glazenmaker en schilder zijn loopbaan te vervolgen.<br />

Klaas maakte ook aquarellen; in het Stede-<br />

lijk Museum Zwolle wordt er een bewaard. Op 23<br />

november 1789 huwde Klaas in Zwolle met Johanna<br />

Weemhof. Hij stierf in zijn geboorteplaats op<br />

28 juli 1842.<br />

4. Jan, de zoon die de schilder Klaas Bouwmeester<br />

en zijn vrouw Arentien van Arriën op 16<br />

september 1756 lieten dopen, zou hetzelfde vak als<br />

zijn vader kiezen. Jan verdiende gedurende zijn<br />

leven de kost als verver en glazenmakersbaas. Op 8<br />

augustus 1791 huwde hij in de Bethlehemse kerk<br />

met Anna Gesiena van Engelen. Op 28 september<br />

1813 stierf Jan in Zwolle.<br />

5. Matthijs Hoefman werd op 30 mei 1765 in de<br />

Grote Kerk gedoopt. Hij was de zoon van Jan<br />

Hoefman en Willemina Stuul. Bij zijn huwelijk in<br />

de Bethlehemse kerk met Jacoba Erdtsiek op 17<br />

mei 1790 was hij nog verversknecht. Spoedig daarna<br />

werd hij verver en glazenmakersbaas. Hij stierf<br />

in Zwolle op 1 april 1821.<br />

6. Het bekendste personage in dit groepsportret<br />

is de reeds vaker genoemde Adrianus Hulsbergen,<br />

de maker van dit schilderij. Hij werd in<br />

Nijmegen gedoopt op 30 maart 1755 als zoon van<br />

de timmerman Lambertus Hulsbergen en Berendina<br />

van der Linde. Adrianus was aanvankelijk als<br />

fijnschilder en meesterschilder lid van het schildersgilde,<br />

maar na een verzoek aan de magistraat<br />

mocht hij zich inschrijven in het glazenmakersgilde.<br />

Hij meende als verver en glazenmakersbaas<br />

beter voor zijn huishouding te kunnen zorgen.<br />

Adrianus huwde driemaal. De eerste keer op 8<br />

april 1776 in Zwolle met linnennaaister Ida Bouwman.<br />

De tweede maal in het afgelegen Koekange<br />

op 6 november 1791 met de dienstmeid Hendrikje<br />

ten Oever of Oeven. Tenslotte huwde hij in Zwolle<br />

op 16 oktober 1817 met de veel jongere Gesina Platel.<br />

Zij was in 1788 als dochter van de looiersknecht<br />

Simon Platel en Antonia Nieuwmeijer geboren.<br />

Adrianus stierf op 31 mei 1827 als aanspreker. Gesina<br />

overleefde haar man bijna vijftig jaar, zij stierf<br />

in 1875.<br />

7. Te Zwolle lieten Hendrik Jan Vernhout en<br />

Rebekka van den Berg op 28 september 1749 hun<br />

zoon Johannes dopen. Zijn leven lang was hij verver<br />

en glazenmakersbaas. In Wezel huwde hij op<br />

19 augustus 1781 met Geertruid Anthonetta<br />

Rochel. Johannes stierf op 31 mei 1813 in Zwolle.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

8. Antonij, de bierdrager met de deftige achternaam<br />

Parkementis liet op 29 mei 1768 zijn zoon<br />

Leendert in de Broerenkerk dopen. Hij was volgens<br />

het doopregister getrouwd met Jacoba van<br />

Uunen, vermoedelijk een verschrijving want ze<br />

komt als Jacoba van Neuringen in andere bronnen<br />

voor. Leendert verdiende overigens niet met het<br />

bewerken van lamsvellen zijn brood, maar als<br />

schilder en glazenmaker. In de Grote Kerk huwde<br />

hij op 11 mei 1794 met Zwaantje Hassink. Leendert<br />

stierf in Zwolle op 15 mei 1837. Hij was toen de<br />

echtgenoot van Johanna Gesina Weenink.<br />

9. Op 21 juni 1806 werd Evert Veenhuizen<br />

kleinburger van Zwolle. Hij was op 28 april 1776 in<br />

Wijhe geboren als zoon van de schilder Jan Veenhuizen<br />

en Angenis Voerman. In Zwolle zette Evert<br />

het beroep van zijn vader voort. In dezelfde stad<br />

huwde Evert op 25 mei 1806 met Petronella Broekhuizen<br />

en stierf hij op 13 december 1849.<br />

Weggemoffeld<br />

Wanneer je het schilderij van het glazenmakersgilde<br />

bekijkt, lijkt het net of er een persoon is verwijderd.<br />

Een restant van zijn hoge zwarte hoed is nog<br />

zichtbaar, en het is duidelijk dat de aanwezigheid<br />

van een persoon op juist die plek het totaalbeeld<br />

evenwichtiger zou maken.<br />

Wat zou de reden kunnen zijn? Wie was dit<br />

weggemoffelde gildelid?<br />

De meest voor de hand liggende verklaring<br />

zou kunnen zijn het overlijden van een glazenmaker<br />

op het moment dat Adrianus aan het schilderij<br />

werkte. Deze glazenmaker zou dan in 1807 gestorven<br />

moeten zijn, omdat het schilderij in dat jaar<br />

voltooid werd. Een archiefstuk met een opgave<br />

van de glazenmakers en ververs uit het begin van<br />

de negentiende eeuw is helaas niet bewaard gebleven.<br />

Onderzoek in de begraafboeken had uitsluitsel<br />

kunnen geven, maar leverde jammer genoeg<br />

niets op omdat het beroep niet altijd vermeld<br />

werd. Dankzij het kaartsysteem van het voormalige<br />

Gemeentearchief Zwolle (inmiddels opgegaan<br />

in het HCO) was het toch mogelijk verder te zoeken.<br />

Dat kon door in de rubriek 'hoedanigheden'<br />

de fiches met 'glazenmaker' en 'verver' door te<br />

nemen. Van hen zou er een voor december 1807<br />

overleden moeten zijn om in aanmerking te<br />

komen. Uit de periode rond 1800 leverde dat een<br />

dertigtal namen van glazenmakers en ververs op.<br />

Een van deze dertig personen zou dus in 1807<br />

overleden moeten zijn.<br />

Inderdaad was er in september 1807 ene Peter<br />

van Santen overleden. Hij was 34 jaar oud en<br />

woonde in de Smeden, zonder vermelding van<br />

zijn beroep. Met grote waarschijnlijkheid is hij de<br />

op het schilderij weggemoffelde persoon. De<br />

opdrachtgevers wensten blijkbaar dat bij het herstel<br />

van de gilden alleen de levende gildeleden op<br />

het schilderij werden afgebeeld.<br />

Peter van Santen werd op 11 juni 1773 katholiek<br />

gedoopt in de statie in het Hoornsteegje als Petrus,<br />

zoon van Jacob van Santen en Maria Fortuin. Hij<br />

trouwde op 15 mei 1799 in Zwolle met Hendrica<br />

Tentman, die op 29 mei 1805 overleed en in de<br />

Broerenkerk werd begraven. Uit dit zesjarig huwelijk<br />

ontsproten geen kinderen. Op 28 juli 1806<br />

werd aan Peter - evenals aan de andere afgebeelde<br />

personen - patent verleend om het beroep van<br />

verver en glazenmaker uit te oefenen. Als baas of<br />

meester betaalde hij daarvoor vier gulden. De glazen<br />

makersknechten en verversknechten waren<br />

voor dit patent een gulden kwijt. Slechts korte tijd<br />

heeft hij van dit recht kunnen genieten. Hij overleed<br />

op 4 september 1807 en werd vier dagen later<br />

's avonds om 10 uur in de Broerenkerk bij zijn<br />

vrouw begraven. Voor het luiden van de klokken<br />

betaalden zijn erfgenamen twee gulden en 16 stuivers,<br />

waaruit een zekere gegoedheid valt af te leiden.<br />

Bronnen en literatuur<br />

<strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>: de( generale index Zwolle<br />

en het patentregister uit 1806.<br />

E.A. van Dijk, 'Hulsbergen, Adrianus (1755-1827) ku'fistschilder',<br />

in: <strong>Overijssel</strong>se biografieën 2, Meppel-Arn^<br />

sterdam 1992,76-79.<br />

E.A. van Dijk, Schilders in Zwolle, Zwolle 1993,34-35.<br />

A. Meddens-van Borseen, 'Christoffel Frederik Franck<br />

(1755-1816). Een veelzijdig kunstschilder in Friesland',<br />

in: Fryslan 6 (2000), 22-25.<br />

J.C. Streng, Vrijheid, gelijkheid, broederschap en gezelligheid.<br />

Het Zwolse Sint Nicolaasgilde tijdens het ancien<br />

régime, Hilversum 2001,157-178.


28<br />

Boekbesprekingen<br />

Hilde van Wijngaarden, Zorg voor de kost. Armenzorg,<br />

arbeid en onderlinge hulp in Zwolle 1650 -1700.<br />

Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam 2000.<br />

ISBN 90 5333 9671- 346 pagina's. Prijs ƒ 52,75.<br />

De tekeningen van Gesina ter Borch en haar<br />

broers of van Gerrit en Jan Grasdorp behoren tot<br />

de bekendste beelden van het zeventiende-eeuwse<br />

Zwolle. De levendige en realistische figuurtjes van<br />

mannen, vrouwen en kinderen vormen scènes uit<br />

het straatleven waarmee het stadsbeeld, dat we van<br />

de topografische schilderijen en prenten zo goed<br />

kennen, kan worden ingevuld. De ventsters, werklieden<br />

en straatschoffies blijven echter naamloos;<br />

het zijn tenslotte geen portretten.<br />

Toch kunnen we sinds kort een veel beter idee<br />

krijgen van het dagelijks geploeter van deze mensen<br />

aan de arme kant van de Gouden Eeuw. Hilde<br />

van Wijngaarden heeft ze dichterbij gebracht met<br />

haar studie over de armenzorg, waarop ze vorig<br />

jaar in Groningen promoveerde en waarvoor ze in<br />

2000 terecht de Prijs voor de Zwolse Geschiedenis<br />

ontving. Dat ze deze studie heeft kunnen uitvoeren<br />

was behalve aan haar eigen motivatie te danken<br />

aan twee factoren: de inpassing in een landelijk<br />

onderzoeksproject en de aanwezigheid van<br />

uniek archiefmateriaal. Het feit dat er in het Zwolse<br />

gemeentearchief bedeeldenregisters, visitatiebcjeken<br />

en registers van andere uitdelingen zoals<br />

kleding en turf uit ongeveer dezelfde periode<br />

bewaard zijn gebleven, maakte het mogelijk om<br />

een groot aantal mensen gedurende langere tijd te<br />

volgen.<br />

Zwolle was in de tweede helft van de zeventiende<br />

eeuw de grootste stad van <strong>Overijssel</strong> geworden<br />

met 11 a 12.000 inwoners. Daarvan werd ongeveer<br />

zes procent bedeeld, dat wil zeggen dat deze<br />

min of meer structureel steun ontving van de<br />

Stadsarmenkamer. Dit is in vergelijking met ande-<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

re steden tijdens de Republiek geen extreem hoog<br />

aantal, waarbij overigens wel moet worden gezegd<br />

dat de gegevens en de interpretatie ervan vaak heel<br />

verschillend en vooral onzeker zijn. Zo rekenden<br />

de Zwolse armbestuurders niet per huishouden -<br />

alle mensen die in één huis woonden - maar per<br />

gezin. Een moeder en een bij haar inwonende volwassen<br />

dochter konden dus ieder afzonderlijk<br />

steun ontvangen omdat zij ieder als 'gezin' werden<br />

beschouwd. Hilde van Wijngaarden volgt deze<br />

redenatie en komt zo, anders dan in veel vergelijkbare<br />

studies, tot een realistischer beeld van de<br />

zeventiende-eeuwse werkelijkheid.<br />

Het boek is systematisch opgezet en volgt een<br />

vrij strak schema. Dit heeft het grote voordeel, dat<br />

de verschillende aspecten van de armenzorg helder<br />

kunnen worden uiteengezet en dat op deze<br />

manier ondanks het unieke materiaal toch een<br />

vergelijking kan worden gemaakt met de situatie<br />

in andere steden. Nadeel is, dat de mensen zelf wat<br />

achter de theorie verborgen blijven, al raakt men<br />

in de loop van het boek met sommigen van hen<br />

wel enigszins vertrouwd. Nu en dan gunt de<br />

schrijfster ons doorkijkjes a la Van Deursen in het<br />

echte doen en laten van de hoofdpersonen, die<br />

doen verlangen naar meer. Maar het schrijven van<br />

een collectieve biografie was natuurlijk niet het<br />

oogmerk van haar studie. Dat we ons nu een veel<br />

diepgaander voorstelling kunnen maken van de<br />

armenwoninkjes in de Broerentrans dan de<br />

bekende tekening van Gerrit Grasdorp (afgebeeld<br />

op p. 228) is tenslotte al geen geringe verdienste.<br />

Zoals de titel al aangeeft, behandelt Hilde van<br />

Wijngaarden drie aspecten van de armenzorg. Na<br />

een heldere inleiding over armoede in het algemeen<br />

en het dagelijks leven in het zeventiendeeeuwse<br />

Zwolle gaat zij allereerst in op de organisatie<br />

en het functioneren van de armenzorg. De<br />

Stadsarmenkamer, gevestigd in de later afgebro-


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

ken verbinding tussen Bethlehemsekerk en Refter,<br />

had in beginsel de zorg voor alle Zwollenaren die<br />

beneden het bestaansminimum dreigden te<br />

komen. Daarbij werd geen onderscheid gemaakt<br />

tussen officiële burgers en inwoners; een goede<br />

reputatie, een langdurig verblijf en eventuele<br />

vroegere verdiensten voor de stad waren belangrijker.<br />

Er bestond ook toen waarschijnlijk al een<br />

uitgebreide informele netwerkstructuur, waarvan<br />

nu en dan sporen terug te vinden zijn in de beslissingen<br />

over het al dan niet verlenen van steun.<br />

Ook de religie speelde in beginsel geen rol. De<br />

gereformeerde diaconie was bij de armenkamer<br />

ondergebracht en lidmaten kregen vaak wel iets<br />

extra's. Maar aan de andere kant kon ook de voorspraak<br />

van een pastoor van een van de schuilkerken<br />

er toe leiden, dat een katholieke arme een uitkering<br />

van de stad ontving.<br />

Het tweede aspect dat aan de orde komt is dat<br />

van de arbeid. Dit levert nu en dan zeer directe<br />

confrontaties op met de echte strijd om het<br />

bestaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor de kinderarbeid.<br />

Vergelijking met de algemene situatie in de<br />

zeventiende eeuw blijkt heel slecht mogelijk,<br />

omdat de stelling dat de economie toen mede<br />

door de inzet van kinderen draaiende werd<br />

gehouden niet gebaseerd blijkt te zijn op diepgaand<br />

onderzoek. Het gegeven, dat Zwolse ouders<br />

hun kinderen bewust weghielden van het speciaal<br />

voor hun opgerichte werkhuis (dat mede daardoor<br />

mislukte), lijkt erop te wijzen dat deze<br />

exploitatie niet zo vanzelfsprekend werd gevonden<br />

als historici wel denken. Kijken we hier soms<br />

teveel door een negentiende-eeuwse bril? Een<br />

ander gemis in dit deel van Zorg voor de kost is dat<br />

van een goede sociaal-economische beschrijving<br />

van Zwolle in de vroegmoderne tijd. Zoals veel<br />

schrijvers moet ook Hilde van Wijngaarden terugvallen<br />

op de inmiddels sterk verouderde onderzoeksgegevens<br />

van Slicher van Bath. Zo is haar<br />

stelling op pagina 163, dat de linnenindustrie in<br />

Zwolle en Kampen 'van weinig betekenis was' in<br />

verhouding tot die in Twente onhoudbaar, en<br />

wordt deze trouwens door haar eigen gegevens<br />

over de aantallen beroepsbeoefenaren gelogenstraft.<br />

Een ander interessant aspect is dat van de<br />

knopenmakerij. Deze huisindustrie, die vooral<br />

door (arme) kinderen werd uitgevoerd, had in<br />

Zwolle een enorme omvang aangenomen en de<br />

vraag hoe dit mogelijk was kan niet direct worden<br />

beantwoord. Mijn idee is, dat deze net als het sterk<br />

verbreide schoenmakersvak een direct gevolg is<br />

van de Zwolse veehandel. Knopen werden immers<br />

gemaakt van been. Wellicht kan de archeologie<br />

ons daar meer over vertellen.<br />

Het laatste deel van Hilde van Wijngaardens<br />

studie is gewijd aan de onderlinge hulpverlening.<br />

Deze kon plaatsvinden onder verwanten, tussen<br />

buren, dankzij bekenden maar ook via de al eerder<br />

genoemde, in de bronnen vrijwel ongrijpbare,<br />

informele netwerken. Dat hierover toch iets<br />

gezegd kan worden is een voorbeeld van inlevingsvermogen<br />

maar ook van minutieuze wetenschappelijke<br />

interpretatiekunst. Zorg voor de kost<br />

is daarmee een fraaie tegenhanger geworden van<br />

Zwolle in de Gouden Eeuw door Jean Streng en<br />

Lydie van Dijk. De geschiedschrijving zal er wel bij<br />

varen.<br />

Frits David Zeiler<br />

ï<br />

Woningen in de Broerentrans,<br />

doorGerrit<br />

Grasdorp (collectie Stedelijk<br />

Museum Zwolle).<br />

Afbeelding uit besproken<br />

boek.


Schnitgerorgel in de<br />

Grote of Sint Michaé'lskerk.<br />

Afbeelding uit<br />

besproken boek.<br />

30 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

J. Erdtsieck, M.P. Logtenberg en J.M. de Ruiter<br />

(t), Koninklijke instrumenten rond de Peperbus.<br />

Kampen (Stichting IJsselacademie) 2001.<br />

ISBN 90-6697-132-0; prijs €20,40.<br />

In de Hanzesteden Deventer, Kampen en Zwolle<br />

kreeg de orgelbouwkunst in een vroeg stadium<br />

een kans. Voor de orgelhistoricus zijn de oudste<br />

archiefstukken over Zwolse orgels van groot<br />

belang. Deze stukken hebben betrekking op de<br />

Onze Lieve Vrouwe Kerk, de Grote of Sint<br />

Michaëlskerk en de kloosterkerken.<br />

Maarten Albert Vente, de eerste onderzoeker<br />

in ons land die de orgelkunde op academisch<br />

niveau beoefende, heeft velen gestimuleerd bij<br />

orgelhistorisch onderzoek. 1 Door zijn aanstelling<br />

in 1958 als wetenschappelijk hoofdmedewerker<br />

aan het Instituut voor Muziekwetenschap te<br />

Utrecht werd het mogelijk de orgelkunst als verplicht<br />

onderdeel in de studie van de muziekwetenschap<br />

op te nemen. De laatste decennia zijn grote<br />

vorderingen gemaakt op een terrein dat bij het<br />

aantreden van Vente nagenoeg geheel braak lag.<br />

Saillant detail is dat Vente kort voor zijn overlijden<br />

kennis nam van de gewelfschilderingen in de<br />

Broerenkerk, in het bijzonder de schildering die<br />

het middeleeuwse orgel omlijstte. 2 Van zijn hand<br />

verscheen in 1971 het eerste boek van enige<br />

omvang met beschouwingen over de Zwolse<br />

orgelgeschiedenis. 3 Recentelijk verscheen een<br />

kloek boek onder de titel Koninklijke instrumenten<br />

rond de Peperbus.<br />

Dinsdagavond 11 december 2001 vond de presentatie<br />

van dit boek plaats in de Grote of Sint<br />

Michaëlskerk. Voor de muzikale omlijsting zorgde<br />

organist Toon Hagen. De eerste twee exemplaren<br />

werden uitgereikt aan de heer J. Berends, wethouder<br />

van de gemeente Zwolle en aan de heer<br />

J.M. Meulenkamp, directeur van Vestia Projectontwikkeling<br />

BV.<br />

In Koninklijke instrumenten worden de in de<br />

Zwolse kerken, het conservatorium, de Isala klinieken<br />

en het Zonnehuis aanwezige orgels<br />

beschreven en middels een kleurenfoto afgebeeld.<br />

Een hele klus, zeker als men zich realiseert dat het<br />

fotograferen van orgels geen sinecure is wegens de<br />

veelal ongunstige omstandigheden ter plaatse. Een<br />

compliment verdient daarom M.J. Heilhof, want<br />

hij is erin geslaagd met zijn kleurenfotografie een<br />

substantieel aandeel te leveren in de aantrekkelijkheid<br />

van het boek. Slechts een enkele foto is van<br />

mindere kwaliteit (Bethlehemkerk, Broerenkerk,<br />

Noorderkerk).<br />

De ordening van de beschrijvingen vindt<br />

plaats binnen vier tijdsperioden: orgels uit kerken<br />

van voor de reformatie (6), kerken uit de periode<br />

1600 tot 1900 (4), kerken uit de periode 1900 tot<br />

1 95° (4) en kerken uit de periode 1950 tot heden


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

(17); in totaal 31 orgels. Binnen de gehanteerde<br />

perioden zijn de kerken alfabetisch op naam geordend<br />

en het toeval wil dat in de eerste twee perioden<br />

een chronologische reeks is ontstaan.<br />

De gehanteerde systematiek bij het kopje<br />

'orgel' voldoet niet. Men vergelijke Windesheim,<br />

hervormde kerk, met de Onze-Lieve-Vrouwe ten<br />

Hemelopnemingbasiliek. Het kerkgebouw van<br />

het Apostolisch Genootschap aan de Pilotenlaan<br />

bezit een orgel van Michael Maarschalkerweerd<br />

uit 1993, aldus het kopje. Maar Maarschalkerweerd<br />

leefde van 1838 tot 1915.<br />

In het Vooraf (blz. 7) wordt gerefereerd aan de<br />

encyclopedie Het historische orgel in Nederland.<br />

De chronologische volgorde in deze encyclopedie<br />

wordt strikt bepaald door de ouderdom van het<br />

oorspronkelijke orgel, voor zover delen, inclusief<br />

kas, resteren en in het huidige instrument zijn verwerkt.<br />

Het eerste deel verscheen overigens twintig<br />

jaar later dan Logtenberg ons wil doen geloven;<br />

prins Claus ontving op 19 februari 1997 in de Dom<br />

te Utrecht het eerste exemplaar.<br />

Iedere orgelbeschrijving wordt voorafgegaan<br />

door een korte geschiedenis van het kerkgebouw.<br />

Waar nodig wordt het kerkgenootschap nader<br />

belicht. Dit facet was bij J. Erdtsieck in vertrouwde<br />

handen.<br />

Voor wat de orgelhistorische aspecten betreft<br />

volstaan we met enige op- en aanmerkingen, die<br />

kunnen worden opgevat als zijnde illustratief voor<br />

het geheel. Voor de orgels gebouwd tot 1840 kon<br />

men te rade gaan bij de gedetailleerde dispositiegegevens<br />

in de encyclopedie. In dit verband is het<br />

merkwaardig dat alleen het eerste deel in de literatuurlijst<br />

staat vermeld.<br />

De volledige orgelgeschiedenis van de Grote<br />

Kerk verdient een fraaie monografie. Met het<br />

onderhavige werk dient men bereid te zijn concessies<br />

te accepteren. In mindere mate speelt deze<br />

overweging een rol bij de Bethlehemkerk, waar<br />

met zevenmijls laarzen door de orgelgeschiedenis<br />

van voor 1825 wordt gestapt op basis van een niet<br />

authentieke bron uit 1965.<br />

Bij de Lutherse kerk staat vermeld: 'Het orgel<br />

werd in 1788 gerenoveerd door Frans Caspar'.<br />

Men leze: Frans Caspar Schnitger, die overigens in<br />

1729 was overleden. Terecht kan worden tegenge-<br />

worpen dat in het kasboek bij de datum 17 juli 1786<br />

wel degelijk melding wordt gemaakt van F.C.<br />

Schnitger. We hebben hier te doen met Frans Caspar<br />

Schnitger junior (1724-1799), die, zoals de jaartallen<br />

laten zien, het vak niet van zijn vader heeft<br />

geleerd: 'aan d'orgelmaker F.C. Schnitger voor het<br />

renoveren van het orgel ingevolge Resolutie van<br />

de Groten Kerkenraad L.Q. (- luydt quitansie)<br />

bet. ad. 130.-.' 4<br />

We zouden dit geen renovatie of restauratie<br />

willen noemen maar een schoonmaakbeurt, eventueel<br />

met herstel van kleine gebreken, waarover<br />

Knock in 1788 berichtte.<br />

Op dezelfde bladzijde 57 wordt een dispositie<br />

uit 1926 vermeld, hoewel het Schnitger-orgel in<br />

1917 was ingeruild voor een pneumatisch instrument<br />

van Standaart. Opvallend is het dat de dispositie<br />

vrijwel geheel overeenkomt met die van<br />

Knock. Waarschijnlijk is hier sprake van een simpele<br />

lees- en drukfout; in plaats van 1726 is zonder<br />

bronvermelding abusievelijk 1926 overgenomen.<br />

Bij de Sint Jozefkerk lezen we dat niet meer te<br />

achterhalen is wie het orgel maakte. Het orgel is<br />

afkomstig uit een Benedictinessenklooster te<br />

Driebergen. Zonder voorbehoud kan het instrument<br />

worden toegeschreven aan Friedrich Fleiter<br />

(1836-1924), die in het jaar 1872 te Munster een<br />

orgelmakerij oprichtte. Dit bedrijf bestaat tot op<br />

de huidige dag. De spelling van de Duitse registernamen<br />

zijn niet alle correct. Het is opmerkelijk<br />

dat de dispositie geen enkele vulstem bezit. Fleiter<br />

bouwde ook het orgel van het inmiddels gesloopte<br />

klooster Bethlehem aan de Molenstraat te Oldenzaal,<br />

in de volksmond aangeduid met het Duitse<br />

klooster. Als gevolg van de politieke situatie waren<br />

de zusters Benedictinessen in 1875 gedwongen hun<br />

klooster in Osnabrück te verlaten. Zij zochten in<br />

Tegelen, Driebergen en Oldenzaal veilige vestigingsplaatsen<br />

voor nieuwe kloosters.<br />

Verdwenen orgels zijn ten dele vermeld,<br />

slechts voor zover zij bij de beschrijvingen van de<br />

huidige instrumenten worden gememoreerd, terwijl<br />

aan kabinet-, secrétaire- en andere huispijporgels<br />

geen aandacht is geschonken. Terecht zijn<br />

de instrumenten van de Ichtus-, Sions- en Stinskerk<br />

niet opgenomen. Organisten zijn buiten<br />

beeld gebleven.


De kassen zijn niet vergeten, maar de behandeling<br />

is summier en beperkt zich doorgaans tot<br />

het noemen van de houtsoort en de delen waaruit<br />

het front is opgebouwd. Interessant zou zijn<br />

geweest ze in een kunsthistorische context te<br />

plaatsen en/of de plaats in het oeuvre van de<br />

maker te verklaren. De auteurs wagen zich niet<br />

aan beoordelingen over de klank van de orgels.<br />

Belangrijke bronnen, als Bouwstenen, Broekhuyzen,<br />

Fock, Knock en de dissertatie van Vente, zijn<br />

niet geraadpleegd.<br />

Onwillekeurig gaat men deze uitgave vergelijken<br />

met Orgels in Kampen, eveneens een uitgave<br />

van de IJsselacademie. 5 Het Kamper orgelboek is<br />

anders van opzet, terwijl het uiterlijk, dat wordt<br />

bepaald door typografie, layout, fotografie, bindwijze<br />

en papiersoort, zonder twijfel onderdoet<br />

voor de Zwolse uitgave. De Kamper uitgave biedt<br />

echter een geluidsdocument in de vorm van een<br />

bijbehorende CD en een professionelere integratie<br />

van de geschiedschrijving van de oude(re) instrumenten.<br />

Dit komt mede tot uitdrukking in de verantwoording<br />

via noten, dertig bladzijden bijlagen,<br />

een literatuurlijst met ruim honderdzestig titels en<br />

registers op persoons- en plaatsnamen.<br />

De Zwolse uitgave komt er wat bekaaid af met<br />

de literatuur en de verklarende woordenlijst. Een<br />

persoonsregister ontbreekt. Zou de gemiddelde<br />

lezer de betekenis kennen van tremulant, temperatuur<br />

en evenredig zwevend, om maar enkele termen<br />

te noemen? Samenvattend: Kampen scoort<br />

met de orgelhistorische inhoud hoger, Zwolle<br />

heeft een aantrekkelijk kijk- en leesboek over<br />

orgels.<br />

Tot aangename verrassing van de aanwezigen<br />

onthulde wethouder Berends tijdens de presentatie<br />

dat hij overweegt een stadsorganist aan te stellen.<br />

Dit betekent meer dan het herstellen van een<br />

zinvolle traditie. Toen het gemeentelijke Scheuerorgel<br />

dreigde te worden verwaarloosd, heeft<br />

schrijver dezes publiekelijk voor het aanstellen<br />

van een dergelijke functionaris gepleit.<br />

Voorheen was de stad eigenaresse van het<br />

orgel in de Grote Kerk en benoemde uit dien<br />

hoofde de stadsorganist (een situatie die in Haar-<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

lem nimmer is gewijzigd). In het stadhuis stond<br />

het stadsclavecimbel van Johan Friederich Kirchmann<br />

opgesteld. Het benoemen van een stadsorganist<br />

of een stadsorganist/beiaardier - naar analogie<br />

van de huidige beiaardier - zou Zwolle meer<br />

representatie en uitstraling bezorgen; het is een<br />

extra culturele impuls en het kan worden gezien<br />

als de oplossing voor de zorgplicht ten aanzien<br />

van het Scheuer-orgel.<br />

Het imago van het orgel in het algemeen is er<br />

mee gediend dat het onder de aandacht van velen<br />

wordt gebracht: een universeel instrument met<br />

ongekende muzikale mogelijkheden en een rijke<br />

en boeiende geschiedenis. Om met Hendrik<br />

Andriessen te besluiten: 'Het orgel is in ons land<br />

tegelijkertijd het populairste en het meest miskende<br />

instrument. En het zou een beklagenswaardig<br />

instrument zijn als het zich niet boven de misverstanden,<br />

vergissingen en aanrandingen kon blijven<br />

verheffen door zijn machtig karakter.' 6<br />

H.C.]. Wullink<br />

Noten<br />

1 Maarten Albert Vente (1915-1989) studeerde geschiedenis<br />

aan de Utrechtse universiteit. Na zijn<br />

doctoraal examen was hij achtereenvolgens geschiedenisleraar<br />

in Leeuwarden, Zwolle en Utrecht. In<br />

1942 promoveerde hij bij A. Smijers in Utrecht op<br />

Bouwstoffen tot de geschiedenis van het Nederlandse<br />

orgel in de 16de eeuw. Vente was vanaf 1958 als wetenschappelijk<br />

hoofdmedewerker verbonden aan<br />

het Instituut voor Muziekwetenschap te Utrecht,<br />

later respectievelijk als lector en hoogleraar in de instrumendcunde,<br />

speciaal de orgelkunde.<br />

2 Maarten A. Vente, Utrechtse historische verkenningen.<br />

Bijdragen tot de geschiedenis der orgelcultuur in<br />

de Lage landen tot omstreeks 1630 (Utrecht 1989)<br />

p.'si3O,222,395.<br />

3 Maarten A.Vente, Vijf eeuwen Zwolse orgels 1447-<br />

1971. Een terugblik naar aanleiding van het 250-jarig<br />

bestaan van het Schnitgerorgel in de St. Michaels-<br />

of Grote Kerkte Zwolle 1721-1971. (Amsterdam<br />

1971)-<br />

4 O.B. Wiersma, 'Het voormalig orgel van de Lutherse<br />

kerk te Zwolle, thans in de N.H. kerk te Duurswoude',<br />

Het Orgel 68(1972), 266-269, aldaar 267.<br />

5 W.D. van der Kleij en W.H. Zwart, Orgels en organisten<br />

in Kampen ( Kampen 1995).<br />

6 Idem.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 33<br />

Mededelingen<br />

Jaarvergadering Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

Op woensdag 24 april a.s. om 19.30 uur vindt in het Stedelijk<br />

Museum Zwolle, Melkmarkt 41, de jaarvergadering plaats van de<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging. Iedereen is van harte welkom.<br />

Op de agenda staan de volgende zaken:<br />

verenigings- en bestuurszaken door voorzitter Hans Dijkstra<br />

het jaarverslag van penningmeester Thijs van Ulsen<br />

verslag van de kascommissie<br />

het jaaroverzicht van secretaris Aad Arendsen<br />

benoeming nieuwe bestuursleden<br />

afscheid van aftredende bestuursleden<br />

discussie over het gevoerde beleid<br />

De leden krijgen de agenda, het financiële overzicht van de penningmeester<br />

en het jaaroverzicht van de secretaris toegestuurd.<br />

Na de pauze, om 20.30 uur, zal de heer dr. Jean C. Streng een<br />

lezing houden over het St. Nicolaasgilde te Zwolle. Hij publiceerde<br />

onlangs een boek over de geschiedenis van dit gezelschap.<br />

Bestuursvacatures<br />

In verband met haar verhuizing zal Jeanine Otten het bestuur verlaten.<br />

Gelukkig is er in deze vacature voorzien. Het nieuwe kandidaat-bestuurslid<br />

is Pieter Winters. Omdat Aad Arendsen (secretaris)<br />

en Thijs van Ulsen (penningmeester) twee bestuurstermij -<br />

nen hebben voltooid, zijn zij aftredend en niet herkiesbaar. Zo<br />

lang er geen nieuwe bestuursleden zijn gevonden zullen zij hun<br />

functie blijven vervullen.<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Quiz<br />

Dit jaar wordt weer de Zwolse <strong>Historisch</strong>e Quiz georganiseerd.<br />

Op zaterdag 27 april verschijnt de voorronde in de Zwolse Courant.<br />

Iedereen kan daaraan meedoen en zijn kennis van de Zwolse<br />

geschiedenis testen. De veertig beste inzenders worden uitgenodigd<br />

om deel te nemen aan de finale op zaterdag 28 september a.s.<br />

in de Statenzaal aan de Diezerstraat. Zij zullen dan samen met een<br />

aantal bekende inwoners van Zwolle laten zien wat zij van de<br />

geschiedenis van Zwolle weten.<br />

Aan de finale zijn fraaie prijzen verbonden:<br />

Rabobank Zwolle stelt de eerste prijs beschikbaar van € 500<br />

Van der Reijd Makelaars BV looft de tweede prijs uit van € 250<br />

Waanders Uitgevers en Boekverkopers stelt de derde prijs<br />

beschikbaar: Van Dale's Spreekwoordenboek<br />

Bovendien biedt Boekhandel Waanders alle deelnemers een fraai<br />

boekwerk aan over de stad Zwolle.<br />

Informatie over de quiz treft u ook aan op de website van de<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging.<br />

De Zwolse <strong>Historisch</strong>e Quiz wordt georganiseerd door de Zwolse<br />

<strong>Historisch</strong>e Vereniging in samenwerking met de Zwolse Courant,<br />

het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong> en de Bibliotheek Zwolle.<br />

Nieuw websiteadres ZHV<br />

De website van de Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging is nu sneller te<br />

bereiken via een nieuw adres:<br />

www.zwolsehistorischevereniging.nl<br />

De site wordt regelmatig bijgewerkt, neemt u eens een kijkje.<br />

Afscheid redactielid Jean Streng<br />

Ons zeer gewaardeerd mederedactielid Jean Streng (Dr. J.C.<br />

Streng) is per 1 januari <strong>2002</strong> teruggetreden als redacteur van het<br />

Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift. Jean, die sinds 1994 deel heeft uitgemaakt<br />

van de redactie, wil zijn aandacht en tijd nu weer geheel<br />

aan zijn eigen projecten kunnen wijden. Hoewel wij uiteraard zijn<br />

besluit respecteren, zullen we Jeans specifieke deskundigheid op<br />

het gebied van de zeventiende en achttiende-eeuwse Zwolse<br />

geschiedenis node missen. Jean, we willen je bij deze bedanken<br />

voor de uitermate plezierige samenwerking in de afgelopen zeven<br />

jaar en we wensen je veel succes met je komende publicaties.<br />

Cultuurhistorische @tlas Zwolle<br />

Het Oversticht is bezig om van alle <strong>Overijssel</strong>se steden een cultuurhistorische<br />

atlas op cd-rom te maken. De cultuurhistorische<br />

@tlas van Zwolle is inmiddels verschenen. In deze @tlas staan<br />

tientallen verschillende soorten kaarten van Zwolle en omgeving,<br />

zoals een plattegrond waarop alle archeologische interessante<br />

plekken te vinden zijn, kaarten met verschillende monumenten,<br />

enzovoort. Al die archeologische en monumentale 'objecten' zijn<br />

voorzien van een beschrijving, ze zijn terug te vinden op de kaart<br />

en bovendien zijn ze op foto's te bekijken. Daarnaast bevat de<br />

@tlas een 'fotoalbum', een woordenboek en een spel waarmee de<br />

lezer zijn historische kennis van de streek kan testen.<br />

De cd-rom is te koop in de boekhandel en in de Gemeentewinkel<br />

voor € 9,10.<br />

Inbinden Tijdschrift<br />

U kunt uw laatste drie jaargangen, 1999 - 2000 - 2001, van het<br />

Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift weer van het fraaie blauwe bandje<br />

met opdruk laten voorzien bij de firma H. Habes, Handboekbinderij,<br />

Thomas a Kempisstraat 91, tel. 4215969. Kosten € 25.


34<br />

Auteur Colofon<br />

Drs. DirkH. Baaiman (1950), is architectuurhistoricus<br />

en werkzaam bij Het Oversticht te Zwolle. Het<br />

Oversticht is het genootschap tot bevordering en in<br />

stand houding van stedelijk en landelijk schoon in<br />

<strong>Overijssel</strong> en Flevoland. In de rij van publicaties die<br />

in het kader van het Jaar van het <strong>Historisch</strong> Wooninterieur<br />

zijn uitgebracht, verscheen in 1999 het<br />

Jaarboek van het Cuypersgenootschap, in zijn geheel<br />

gewijd aan bronnen voor interieur-historisch<br />

onderzoek. Hierin publiceerde Dirk Baaiman over<br />

de plattegrondtekening als historische bron.<br />

Drs. Annèt H.M. Bootsma - van Hulten (1953) studeerde<br />

geschiedenis. Momenteel werkt zij als freelance<br />

historicus.<br />

Wim A. Huijsmans (1948) is als medewerker verbonden<br />

aan het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>.<br />

Drs. Jeanine Otten (1959) is kunsthistoricus en beheerder<br />

van de Topografisch - <strong>Historisch</strong>e Atlas van het<br />

<strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>.<br />

Drs. Miriam Schneiders (1953) is kunst- en architectuurhistoricus.<br />

De toelichting op het nieuwe omslag<br />

schreef zij in haar hoedanigheid als bestuurslid van<br />

de Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging.<br />

Mr. O(tto) Schutte is secretaris van de Hoge Raad van<br />

Adel. Hij publiceert regelmatig over genealogische<br />

onderwerpen.<br />

Dr. Jean C. Streng (1945) studeerde geschiedenis. Hij is<br />

free-lance historicus en veelvuldig publicist.<br />

H.C.J. Wullink (1944) is als medewerker verbonden<br />

aan Het Oversticht te Zwolle. Hij publiceert over aspecten<br />

van de kunst- en muziekgeschiedenis.<br />

Drs. Frits David Zeiler (1949) is historicus. Hij organiseert<br />

onder meer tentoonstellingen en publiceert<br />

regelmatig over regionaal-historische onderwerpen,<br />

zowel West- als Oost-Nederland betreffende.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Het Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift is een uitgave van de<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging en verschijnt viermaal<br />

per jaar. Leden van de vereniging krijgen het tijdschrift<br />

gratis toegezonden.<br />

Bestuur Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

H. Dijkstra, voorzitter<br />

A. Arendsen, secretaris, telefoon: 038-4652369<br />

M.M.H, van Ulsen, penningmeester<br />

G.J. van der Horst, M. van der Laan, J. Otten,<br />

M. Schneiders, leden<br />

Secretariaat<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging, postbus 1448,<br />

8001 BK Zwolle<br />

Ledenadministratie<br />

telefoon: 038-4654617<br />

Bezorging tijdschrift:<br />

J. van Ulsen-Nijkamp, telefoon: 038-4654617<br />

Internet adres:<br />

www.zwolsehistorischevereniging.nl<br />

e-mail ZHV: info@zwolsehistorischevereniging.nl<br />

Financiën: girorekening Postbank: 5570775<br />

t.n.v. Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

Tarieven lidmaatschap:<br />

65+ (wonend binnen Zwolle) en studenten € 18 /jaar<br />

overige leden € 22/jaar<br />

huisleden € 4 /jaar<br />

Redactie Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift<br />

A.H.M. Bootsma-van Hulten (eindredacteur),<br />

W. Cornelissen, E.A. van Dijk, W.A. Huijsmans,<br />

M. van der Laan, H.A. Stalknecht.<br />

Redactie-adres: Wipstrikkerallee 71,8023 DV Zwolle<br />

e-mail: annetbootsma@home.nl<br />

Vormgeving: Rob van den Elzen bNO (t)<br />

Vormgeving omslag: Ontwerpbureau Thijs Verster<br />

Opmaak: Different Design Deventer<br />

Druk: Waanders, Zwolle<br />

ISSN 0926-7476 © Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/<br />

of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie,<br />

microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande<br />

schriftelijke toestemming van de uitgever.


historisch centrum <strong>Overijssel</strong><br />

fr •f i (-<br />

kijk ook op<br />

www.historischcentrumoverijsseL.nl<br />

vooratte actuele informatie<br />

Te Koop gevraagd:<br />

Histöriscke kantoorpanden<br />

4/bpuwjiaar voor 1,900<br />

Inlich|ingen: 038-421 32 90<br />

Valri der Rei)d Makelaars B.V.<br />

VANDERREIJD<br />

Makelaars B.V.<br />

VBO f MAKELAAR<br />

UDNBK4<br />

ADVERTENTIES<br />

We zijn net zo thuis<br />

in de buurt als u<br />

De Rabobank is een bank met een idee. Dat idee heet<br />

samenwerken. Met wortels in de plaatselijke gemeenschap<br />

hebben wij als geen ander een traditie van samenwerken<br />

en bouwen aan relaties.<br />

De Rabobank is een bank van mensen voor mensen.<br />

R$bobank<br />

Zwolle<br />

Daarom zijn wij niet alleen thuis in de<br />

financiële wereld, Maar ook bij u in de<br />

buurt. We weten wat er keft. ook als<br />

het niet om bankzaken gaat. Kortom,<br />

we zijn net zo thuis in de buurt als u.<br />

Met de Rabobank sta je<br />

er niet alleen voor<br />

55 Tel. 038-422120Ó<br />

8011 TM Zwolle Fax 038-4224318<br />

De. letters-te tof f ie I/OA<br />

• Heeft V wfti te i/ierav,<br />

• E-lte OJM wetea nieuwe expositie-....<br />

Ê-en. w-t<br />

• En. een. M&cirOMiLe- pielL MOT de 2-wolse <strong>Historisch</strong>e Verem


WAANDERS<br />

uitgevers drukkers boekverkopers<br />

boekverkopers<br />

Eiland 9, Zwolle<br />

Telefoon (038) 421 53 92<br />

uitgevers / drukkers<br />

Faradaystraat 17, Zwolle<br />

Telefoon (038) 465 86 28 / 465 70 01


Terborchstraat 10<br />

2 - € 5,75


Annèt Bootsmavan<br />

H uiten en<br />

Wim Huijsmans<br />

ZWOLLE, — hoek Statlonsw<br />

en Van Nagelstraat<br />

ÏD 51<br />

{Collectie Stedelijk Museum Zwolle)<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Groeten uit Zwolle<br />

Ansichtkaart hoek Stationweg en Van Nagellstraat<br />

Poststempel 14 november 1911<br />

'Eerwaarde Broeder,<br />

Uw brief hebben we Zaterdag in goede gezondheid<br />

ontvangen en met genoegen gezien dat U het ook<br />

goed maakt, maar druk. Nu zoo gaat het mij ook,<br />

van den morgen tot de avond bezet. G. Meijnders is<br />

Zaterdagavond nog een poosje hier geweest, hij is al<br />

druk voor St. Nicolaas. Met den H.E. Heer Deken<br />

aan het hoofd is hier een comité gevormd om Z.E.<br />

Kardinaal v.Rosschum een huldeblijk aan te bieden.<br />

Ook de Heeren Geestelijken uit Zw. geboren met de<br />

Proost Deken Mulder van Wolvega hebben zooiets<br />

op touw gezet.<br />

Nu Heer broer de hartelijke groeten van Vader en<br />

Moederen van Uw Zus Anna.'<br />

Jarenlang was Wilhelmus Marinus van Rossum de<br />

trots van katholiek Zwolle. Deze in 1854 geboren<br />

Zwollenaar maakte een indrukwekkende kerkelijke<br />

loopbaan met als bijzonder hoogtepunt de<br />

benoeming tot kardinaal door paus Pius X in<br />

november 1911. Deze eer was slechts twee Nederlanders<br />

te beurt gevallen en de laatste keer was bijna<br />

vier eeuwen geleden. In Zwolle werd deze<br />

heuglijke benoeming onder meer gevierd met een<br />

plechtig lof en een feestpredikatie in de Dominicanenkerk.<br />

In de ansicht wordt, met verkeerd gespelde<br />

naam van de kersverse kardinaal, aan de<br />

voorbereiding van deze huldeblijken gerefereerd.<br />

De genoemde geestelijke Mulder, proostdeken<br />

van Wolvega, was een boerenzoon uit Wijthmen.<br />

De Van Nagellstraat (met dubbel 1) was in het<br />

begin van de twintigste eeuw een nieuwe straat, de<br />

meeste huizen zijn er gesierd met fraaie Jugendstil-tegeltableau's.<br />

Het gebied waar de straat werd<br />

aangelegd was voordien eigendom van de familie<br />

Van Nagell.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 39<br />

Redactioneel Inhoud<br />

In deze aflevering van het Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift<br />

speelt de negentiende eeuw een belangrijke<br />

rol.<br />

Maria Hansen beschrijft het korte leven van<br />

een meisje 'van stand', Sophie van Haersolte.<br />

Ondanks haar zwakke gezondheid nam zij deel<br />

aan uitjes naar familie, en, juist ter verbetering van<br />

haar gesteldheid, maakte zij reizen naar het buitenland.<br />

Vader Johan Christiaan, lid van de Tweede<br />

Kamer, liet niets achterwege om haar de beste<br />

verzorging te geven. Het mocht niet baten: op 35jarige<br />

leeftijd werd zij op Bergklooster begraven.<br />

Een van de fraaiste straten in Zwolle is de Terborchstraat.<br />

Theo de Boer beschrijft het pand<br />

waarin hij zelf tot voor kort woonde en als antiquaar<br />

gevestigd was: Terborchstraat 10. Hij beschrijft<br />

tevens het ontstaan van de straat. De succesvolle<br />

architect Steven Trooster was verantwoordelijk<br />

voor deze imposante villa, een 'plaatje'<br />

in de stijl van de neorenaissance. De Boer begon al<br />

met het pand in oude luister te herstellen, de nieuwe<br />

eigenaar, makelaar Chris van Beek, zal dit voltooien.<br />

Jan ten Hove zet in zijn artikel uiteen hoe het<br />

nieuwe standaardwerk over de Zwolse geschiedenis<br />

opgezet wordt en hoe de vorderingen zijn. Hij<br />

geeft nu al vast de feiten rond een paar Zwolse<br />

eigenaardigheden weer, nl. de verklaring van de<br />

Zwolse blauwvingers en, zoals hij het noemt, de<br />

Hanzemythe. Het geeft aan hoe elke tijd de<br />

geschiedenis gebruikt om de stad er zo voordelig<br />

dan wel roemrijk mogelijk uit naar voren te laten<br />

komen.<br />

In december 2000 wilde Wim Coster informatie<br />

over een dienstmakker van zijn opa. Wat zijn<br />

oproep opleverde, kunt u in dit nummer lezen.<br />

Feestelijkheden van katholiek Zwolle komen<br />

aan bod bij de beschrijving van de ansichtkaart en<br />

in de bespreking van het boek Carnaval in Zwolle.<br />

Groeten uit Zwolle Annèt Bootsma-van Hulten en Wim Huijsmans 38<br />

Terborchstraat 10: over een likeurstoker, een oubaas,<br />

een bottendokter en een antiquaar Theo de Boer 40<br />

Een nieuwe Geschiedenis van Zwolle Jan ten Hove 56<br />

Een 'redelyk zoet'meisje, Sophia Cornelia<br />

baronesse van Haersolte, 1838-1873 Maria L. Hansen 62<br />

Werd vervolgd: Een oude dienstmakker Wim Coster 73<br />

Recent verschenen Marieke Schaap-Steegmans 75<br />

Boekbesprekingen 77<br />

Mededelingen 80<br />

Auteurs 82<br />

Omslag: Terborchstraat 10-12, een zeer rijk pand in neorenaissancestijl en het<br />

enige in de Terborchstraat dat zowel van binnen (nr. 10) als van buiten nog veel<br />

originele stijlelementen bevat. (Collectie HCO)


Theo de Boer<br />

Plattegrond van Zwolle<br />

uit de Atlas van Kun,<br />

1845. Er is nog nauwelijks<br />

sprake van bebouwing<br />

buiten de stadsgracht.<br />

De huidige Stationswijk<br />

heette toen de<br />

'Landen achter de<br />

Hoven'. Duidelijk valt<br />

het hoornwerk te onderscheiden,<br />

een verdedigingswerk<br />

in de vorm<br />

van een 'M', gelegen<br />

waar nu de Van Karnebeekstraat,<br />

de Zuiderkerkstraat<br />

en de Zeven<br />

Alleetjes lopen. (Particuliere<br />

collectie)<br />

40<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Terborchstraat 10: over een likeurstoker, een<br />

oubaas, een bottendokter en een antiquaar<br />

In 1850 was Zwolle een kleine provinciestad. De<br />

bebouwing bevond zich nog grotendeels binnen<br />

de grachtengordel. Het kaartbeeld uit die<br />

tijd verschilt maar weinig van de vroegste kaart<br />

van Zwolle, rond 1560 getekend door Jacob van<br />

Deventer. Al die tijd had het leven zich binnen de<br />

grachten afgespeeld. Daarbuiten woonden alleen<br />

boeren en tuinders.<br />

De 'uitleg' van de stad begon rond 1860. Met<br />

de aanleg van Assendorp werd een begin gemaakt.<br />

Daartoe was al in 1861 de Sassenpoortenbrug verbeterd<br />

door de bekende Zwolse aannemer B.H.<br />

Trooster. Notabelen begonnen aan de overkant<br />

van de stadsgracht, de huidige Van Roijensingel,<br />

fraaie villa's te bouwen. Omstreeks dezelfde tijd,<br />

in 1864, kreeg Zwolle zijn station; toen nog een<br />

houten gebouwtje bij de Willemsvaart, ver buiten<br />

de bebouwde kom gelegen. Dit stationnetje bleek<br />

al snel te klein. In 1868 verrees een nieuw emplacement,<br />

gelegen op de huidige locatie en gebouwd<br />

volgens de eisen van de hoogste bouwklasse van de<br />

spoorwegen. De aanwezigheid van dit station gaf<br />

een enorme impuls aan de ontwikkeling van de<br />

daar in de buurt gelegen wijken. De Stationsstraat<br />

werd na de gereedkoming van het station aangelegd<br />

als eerste verbinding tussen station en het<br />

stadshart. Straten waren daar verder nog nauwelijks:<br />

van de Terborchstraat valt in deze tijd nog


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

niets te bespeuren. Enkele straten bestonden al<br />

wel: de Zeven Alleetjes (welke indertijd een wandelplaats<br />

was voor de binnenstadsbewoners,<br />

beplant met zeven niet even lange rijen lindebomen);<br />

de Deventer Dwarsstraat (de huidige Zuiderkerkstraat)<br />

en de Achtersteeg (de huidige<br />

Tuinstraat). De directe omgeving van de huidige<br />

Terborchstraat heette Hertenkamp. De naam van<br />

de huidige Hertenstraat is hier nog een verwijzing<br />

naar. Het terrein ten zuiden van de gracht, de huidige<br />

Stationswijk, heette oorspronkelijk de 'Landen<br />

achter de Hoven', zoals op een kaart uit 1845 is<br />

te zien. Duidelijk valt daarop het 'hoornwerk' te<br />

onderscheiden, één van de twee voorwerken welke<br />

Zwolle rijk is geweest. Een hoornwerk was een<br />

zeventiende-eeuws verdedigingswerk gelegen buiten<br />

de ommuring en stadsgracht in de vorm van<br />

een 'M'. Deze 'M' is nu nog terug te vinden in de<br />

loop van de Van Karnebeekstraat, de Zuiderkerkstraat<br />

en de Zeven Alleetjes. In 1875 werd een plan<br />

voor een nieuwe wijk tussen station en stadscen-<br />

trum getekend door de Zwolse stadsarchitect J.L.<br />

van Essen. Dit plan werd later uitgebreid doordat<br />

er de Van Nagellstraat en de Hertenstraat aan toe-<br />

Opname halverwege de<br />

Terborchstraat, vanaf<br />

de kant van het station.'<br />

Omstreeks 1885. Het<br />

pand 10-12 is nog niet<br />

gebouwd. (Collectie<br />

HCO)<br />

Al een zeer herkenbare<br />

Terborchstraat,<br />

omstreeks 1885, gefotografeerd<br />

vanaf de kant<br />

van het station. Het eerste<br />

pand links in de<br />

straat, met overdekte<br />

veranda, is Terborchstraat<br />

22. De nummers<br />

10-12 zijn nog niet<br />

gebouwd. (Collectie<br />

HCO)


Steven H.J. Trooster<br />

(1849-1910) in 1885.<br />

(Particuliere collectie)<br />

gevoegd zijn. Het was een gedurfd project, waar de<br />

veemarkt direct naast de spoorbaan geprojecteerd<br />

werd.<br />

Aanleg Terborchstraat<br />

In 1882 werd een tweede straat tussen de inmiddels<br />

grotendeels bebouwde gracht en het station aangelegd:<br />

de huidige Terborchstraat. Deze straat was<br />

het verlengde van de Zeven Alleetjes. Enkele Zwolse<br />

gemeenteraadsleden maakten zich zorgen dat de<br />

aanleg van de nieuwe straten, waaronder de Terborchstraat,<br />

tot een financieel debacle zou leiden.<br />

De discussie in de gemeenteraad getuigt hiervan.<br />

De architect had de kosten in 1880 begroot op<br />

13.163,- gulden bij een breedte van 12 meter en<br />

inclusief aanschaf van de grond, welke nog van het<br />

Weeshuis verworven moest worden. Het college<br />

zag wel heil in de aanleg en vermoedde dat er snel<br />

bebouwing zou plaatsvinden, met name van burgerwoonhuizen.<br />

Mr. J. Gratama, lid van de Zwolse<br />

gemeenteraad, was een van de weinige gemeenteraadsleden<br />

met een vooruitziende blik. Hij<br />

betoonde zich een groot voorstander van de aan te<br />

leggen straat: 'Overal breiden zich de steden bij de<br />

stations uit, de bevolking verplaatst zich bij voorkeur<br />

naar den omtrek van stationsgebouwen'. Ook<br />

de heer J.H. Schellwald was een voorstander: 'Dat<br />

zal een kalme aangename binnenweg zijn, in het<br />

klein gelijk aan de Stationsweg' en spreker hoopte<br />

dan ook, dat er enige villa's zullen worden<br />

geplaatst. Hij achtte het tot stand komen 'van den<br />

weg bepaald een verbetering voor de Gemeente'.<br />

Mr. G. Roijer was een van de tegenstanders, hij<br />

beargumenteerde dat: '... de grond bij het station<br />

daar jaren heeft gelegen voor hij kopers vond...<br />

Wellicht wakkert de lust aan [! ]'. Uiteindelijk werd<br />

het voorstel met dertien tegen vier stemmen aangenomen.<br />

Dit alles speelde zich in het voorjaar van<br />

1880 af. In oktober 1881 werd én het plan voor de<br />

riolering én het bestek goedgekeurd en in 1882 kon<br />

de nieuwe straat aangelegd worden. De straat werd<br />

vernoemd naar de vermaarde zeventiende-eeuwse<br />

Zwolse schilder Gerard Terborch. 'Gerard Terborchlaan'<br />

zou een betere benaming zijn geweest:<br />

de straat werd omzoomd door lommerrijke<br />

bomen en was bijzonder rustig gelegen tussen het<br />

station en het stadshart. Uiteindelijk heeft de heer<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Schellwald gelijk gekregen en werden de villa's<br />

gebouwd. Anno 2001 staan er nog steeds aan beide<br />

zijden bomen: in de winter klimmen de boomklevers<br />

hierin omhoog en in het voorjaar broeden de<br />

pimpel- en koolmezen in nestkastjes. In 1864<br />

woonden er 20.500 mensen in Zwolle, anno 2001<br />

meer dan 105.000; de Terborchstraat heeft als één<br />

van de weinige haar originele karakter behouden.<br />

De gevels van bijna alle panden zijn nagenoeg<br />

identiek aan de oorspronkelijke gevels. De meeste<br />

huizen zijn tussen 1880 en 1890 gebouwd; alleen het<br />

pand met de huisnummers 9-11 dateert uit 1914 en<br />

nummer 17 dateert uit 1924. De aarde die eerst<br />

woest en ledig was, zou omgetoverd worden tot de<br />

'doktersstroate' van Zwolle. Een plattegrond van<br />

Zwolle uit 1904, waar de gehele Stationswijk op<br />

staat, geeft al bijna, op de genoemde latere panden<br />

na, de huidige situatie weer.<br />

ZWOLLE<br />

Frillikutil.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 43<br />

De architect<br />

De architect van Terborchstraat 10 is Stephanus<br />

Hermannus Joseph Trooster, roepnaam Steven.<br />

Steven Trooster werd geboren te Zwolle op 22<br />

december 1849 en is overleden te Utrecht op 26<br />

november 1910. Hij was een zoon van de boven al<br />

genoemde bekende Zwolse aannemer, beter<br />

gezegd projectontwikkelaar avant la lettre, Bernardus<br />

H. Trooster. Over Bernardus is in 2000 in<br />

dit tijdschrift een uitgebreid en aardig artikel verschenen<br />

van de hand van een nazaat. De eerste<br />

levensjaren van Steven zullen wel onbekommerd<br />

zijn geweest daar zijn vader, toen nog, een bemiddeld<br />

man was. Regelmatig verhuisde het gezin<br />

Trooster naar één van de door Bernardus nieuw<br />

gebouwde huizen. Het tot dan bewoonde pand<br />

werd vervolgens, met de nodige winst, verkocht.<br />

Over de opleiding van Steven tot architect is niets<br />

Bouwtekening van het<br />

vooraanzicht van Terborchstraat<br />

10-12 van de<br />

hand van de architect,<br />

Steven J.H. Trooster.<br />

(Collectie HCO)


Plan van de bei-etage<br />

van Terborchstraat 10-<br />

12 van de hand van de<br />

architect, Steven J.H.<br />

Trooster. (Collectie<br />

HCO)<br />

44<br />

concreets bekend, maar vermoedelijk heeft de<br />

zoon het vak van zijn vader geleerd en daarnaast<br />

gestudeerd. Zijn eerste bouwwerk dateert uit 1872,<br />

een verbouwing van een huis aan de Zeven Alleetjes.<br />

In 1881 trouwt Steven met Cornelia Maria<br />

Kamphuis uit Zaandam, de dochter van een welgestelde<br />

familie van houtkopers. Vader Trooster<br />

ging in 1883 failliet. Steven stond zowel zijn vader<br />

als zijn beide broers Bernard Jr. en Martinus<br />

financieel bij. Dit moet een behoorlijke belasting<br />

voor hem betekend hebben; het vermogen dat hij<br />

desondanks bezat is vermoedelijk voor een groot<br />

gedeelte afkomstig geweest van zijn schoonfamilie.<br />

Want Trooster was op het eind van zijn leven<br />

geenszins een onbemiddeld man, hetgeen duidelijk<br />

blijkt uit de akte van scheiding en deling na<br />

zijn overlijden in 1910. Hij liet zijn vrouw de volgende<br />

onroerende zaken, ter waarde van circa<br />

135.000,- gulden, na: vijf huizen in de Terborch-<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

straat; tien huizen in de Celestraat; de steenfabriek<br />

'De Koppel' te Houten en een bouwterrein aan het<br />

Wilhelminapark te Utrecht.<br />

Troosters werk<br />

Architect Trooster was in Zwolle zeer succesvol en<br />

bouwde in de tachtiger en negentiger jaren tal van<br />

imposante villa's. Bijna al zijn ontwerpen zijn in<br />

de neorenaissancestijl, een stijl die jarenlang verfoeid<br />

is, maar die tegenwoordig meer en meer<br />

erkenning begint te krijgen.<br />

Panden die hij naast de huizen in de Terborchstraat<br />

ontworpen heeft zijn onder meer:<br />

1882 Het Bestevaershofje, Potgietersingel 5 (nu<br />

Monuta Stichting);<br />

1883 De villa van wijnhandelaar J.F.G. van Reede,<br />

Burgemeester van Roijensingel 18 (nu:<br />

Bramer Bedrijfsmakelaardij);<br />

1884 Ter Pelkwijkpark 18, het voormalig gemeentehuis<br />

van Zwollerkerspel (nu<br />

uitvaartcentrum);<br />

1883 Stationsweg 2. In dit pand is geruime tijd<br />

het Kadaster gehuisvest geweest. In de<br />

nieuwe behuizing van het Kadaster op het<br />

Hanzeland hangt achter de publieksbalie<br />

een zeer fraaie aquarel van Stationsweg 2<br />

van de hand van Trooster.<br />

1889 De Buitensociëteit. Bij de opening van de<br />

Buitensociëteit tegenover het station<br />

schreef het tijdschrift De Opmerker op 8<br />

februari 1890: 'Dezer dagen werd te Zwolle<br />

de nieuwe concertzaal van de Buitensociëteit<br />

feestelijk ingewijd. De geringe beschikbare<br />

middelen waren oorzaak dat bij den<br />

bouw de grootste economie moest worden<br />

betracht. Toch is het den architect, den<br />

heer S.J.H. Trooster, gelukt een gebouw te<br />

stichten dat blijkens de eenstemmige getuigenis<br />

in alle opzichten aan de verwachting<br />

beantwoordt. Aan het slot van de rede viel<br />

den architect een warme ovatie ten deel'.<br />

Ongetwijfeld heeft Trooster meer panden ontworpen<br />

in Zwolle. Hij genoot ook landelijke<br />

bekendheid. De man moet een goed katholiek<br />

geweest zijn, hetgeen blijkt uit de aanpassingen<br />

van het priesterkoor, de kapellen en catechisatie-


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 45<br />

lokaal en -kamer in 1888 en 1889 van de Onze-Lieve-Vrouwe<br />

Kerk (de Peperbus), die hij heeft<br />

mogen realiseren.<br />

Troosters visie<br />

In 1895 werd Trooster gekozen in de Zwolse<br />

gemeenteraad. Hij blijkt wederom een man van<br />

grote sociale gevoelens, nu niet alleen voor zijn<br />

armlastige familieleden maar in het bijzonder<br />

voor de arbeidende klasse. Trooster staat namelijk<br />

aan de wieg van de eerste bouwverordening in<br />

Zwolle. Hij had in de gemeenteraad verreweg de<br />

modernste ideeën over het bouwen voor 'Jan met<br />

de Pet'. Gedurende het gehele jaar 1897 weerde<br />

Trooster zich dapper om zijn opvattingen over<br />

bredere straten, grotere huizen, hogere huizen en<br />

huizen met plafonds in de bouwverordening te<br />

krijgen. Dit speelde vooral in de nieuwe wijk<br />

Assendorp, gebouwd als echte arbeidersbuurt<br />

voor de 'spoorhazen'. Helaas, de strijd werd gro-<br />

tendeels verloren door Trooster. Het college van B<br />

en W kwam met een veel 'bekrompener' bouwverordening,<br />

welke in december 1897 werd goedgekeurd.<br />

De handelingen van de Zwolse gemeenteraad<br />

getuigen hiervan:<br />

'Hij [Trooster] kan zich niet begrijpen, dat<br />

Burgemeester en Wethouders de cijfers van 't concept<br />

verlagen willen. Bij een hoogte van 3 M. zal<br />

een vertrek van 48 M 2 , nog niet meer zijn dan 4 bij<br />

4 M, en dat is toch werkelijk niet te veel voor de<br />

woonkamer van een gezin, dat er dan in den regel<br />

nog in slaapt ook en waarin gekookt en gegeten.<br />

Spr. kan het zich niet begrijpen hoe men die afmeting<br />

nog te groot kan noemen. Neem een gezin<br />

van 6 personen: man, vrouw en 4 kinderen, dan<br />

heeft men bij de afmetingen, in het concept aangegeven,<br />

juist 8 M 2 per persoon om te wonen en te<br />

slapen. Het is eigenlijk al te klein. Het geeft op verre<br />

na niet wat uit een oogpunt van gezondheid<br />

mag worden geëischt.'<br />

HOLLANDSCHË SOCIËTEIT VAN LEVENSVERZEKERINGEN, Opgericht in 't jaar 1807 te AMSTERDAA<br />

ZWOLLE. ,j X<br />

3 Bank vnn LMnlng.<br />

H BMhlohomneho Kort.<br />

l BroeroDkork.<br />

pgodo<br />

8 Doioliilrctiitir Kloos<br />

K, C. Kort.<br />

O OerecbUbof.<br />

13 öymnnnlutn.<br />

M UoofUwocbt,<br />

16 Hotel T. a. Oommlnsarts d<br />

Koningin,<br />

10 Induatrfcocbcol.<br />

17 Kseoroo. (Artillerie)<br />

ïïUttro * Voorboo<br />

(Stooradrukkcrt))<br />

CO Pent' an TOosnaf kantoer.<br />

81 RUfcf» U. B. School.<br />

3 &npoort,<br />

ulü.<br />

fU Slaiftm<br />

Btoomtmm.<br />

36 Ht. Ulohnftltitork.


46 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Dit zijn voor die tijd scherpe kritieken van de<br />

architect op het gemeentebestuur. Het bovenstaande<br />

citaat komt uit het raadsverslag van 29<br />

november 1897. Letterlijk alles wat Trooster naar<br />

voren brengt wordt genegeerd. Met een merkwaardig<br />

briefje neemt Trooster twee weken later<br />

afscheid van de Zwolse Raad:<br />

'Aan de raad der Gemeente Zwolle.<br />

Ondergetekende overtuigd dat zijn tegenwoordigen<br />

werkkring hem niet toelaat, het lidmaatschap<br />

van den Raad der Gemeente Zwolle<br />

naar behooren te blijven waarnemen gevoelt zich<br />

genoodzaakt bij deze als zodanig zijn ontslag te<br />

nemen get. 13 dec. 1897'.<br />

Op 14 december 1897, één dag later dan bovenstaand<br />

briefje, laat hij zich uitschrijven uit de<br />

gemeente Zwolle en vertrekt naar Utrecht om<br />

daar directeur / eigenaar van de steenfabriek 'De<br />

Koppel' te Houten te worden. Bij verhuizing naar<br />

een andere gemeente verliest een gemeenteraadslid<br />

zijn lidmaatschap automatisch en het briefje<br />

van de dag ervoor verhuld zeer waarschijnlijk zijn<br />

werkelijke beweegredenen.<br />

Hoewel een zeer succesvol architect in Zwolle,<br />

moet Steven Trooster bijzonder teleurgesteld zijn<br />

geweest in de stad en zijn bestuur. Stadsarchivaris<br />

Thom. de Vries schreef in 1954 achterop de originele<br />

bouwaanvraag van Terborchstraat 10:<br />

'S. Trooster - ofschoon een groot kunstenaarkon<br />

het hier te Zwolle niet volhouden, hij is later<br />

vertrokken naar Utrecht, waar hij eigenaar / directeur<br />

van een steenfabriek werd'.<br />

Waarom Trooster het hier niet vol kon houden<br />

lijkt duidelijk; zijn strijd met het gemeentebestuur<br />

zal hier debet aan zijn geweest. Nader historisch<br />

onderzoek naar deze politieke context en een<br />

oeuvre-catalogus van zijn werk zouden zeker op<br />

hun plaats zijn. Trooster is waarschijnlijk de<br />

belangrijkste Zwolse architect in de tweede helft<br />

van de negentiende eeuw geweest; niet alleen door<br />

zijn werk, maar ook daar hij de 'architect' was van<br />

de eerste bouwverordening in Zwolle van de<br />

moderne tijd.<br />

Ontstaan Terborchstraat 10<br />

Begin jaren tachtig van de negentiende eeuw<br />

kocht de stad Zwolle grote stukken grond rond<br />

het station op. Met als doel wegen, waterleiding en<br />

sloten aan te kunnen leggen. Projectontwikkeling<br />

en speculatie is iets van alle tijden. Steven Trooster,<br />

die behalve het bouwen ook het speculeren<br />

van zijn vader leerde, deed zeker niet voor hem<br />

onder. Hij kocht in oktober 1880 de gehele noordelijke<br />

lap grond gelegen aan de nieuwe Terborchstraat,<br />

de huidige nummers 2 tot en met 22, voor<br />

6704,- gulden. De overheid weerde zich reeds<br />

tegen speculanten met diverse bepalingen tijdens<br />

de verkoop van de grond. Er diende een vijftal villa's<br />

gebouwd te worden. De geveltekeningen<br />

moesten ter goedkeuring aan B en W overlegd<br />

worden en er diende voldoende ruimte voor een<br />

tuin rond de huizen over te blijven. Kortom, het<br />

zouden echte villa's of herenhuizen worden en de<br />

straat mocht niet geheel worden volgebouwd.<br />

Trooster, als een echte projectontwikkelaar, wist<br />

hier een mouw aan te passen en heeft alle villa's,<br />

op één na, paarsgewijs gebouwd en voortvarend<br />

verkocht. Er kwamen uiteindelijk elf huizen in<br />

plaats van vijf. De volgorde van bebouwing is goed<br />

af te lezen uit alle kadastrale kaarten, die bij de<br />

respectievelijke verkoop van de percelen en panden<br />

door Trooster vervaardigd zijn.<br />

Hij startte in 1882 met de verkoop van de nummers<br />

6 en 8 (een kleine tweeling-villa in neorenaissancestijl);<br />

vervolgens werd het enige vrijstaande<br />

huis aan deze kant van de straat gebouwd<br />

en verkocht (nummer 18 in eveneens neorenaissancestijl)<br />

in 1883. Daarna de panden 2, 4,14 en 16<br />

in 1884 en 20 en 22 in 1885. Zelf betrok de architect<br />

het pand nummer 14. Als laatste ontwierp hij de<br />

panden 10 en 12. In mei 1887 diende Trooster een<br />

bouwaanvraag in om de laatste twee huizen te<br />

mogen bouwen (de huidige nummers 10 en 12);<br />

deze aanvraag werd beoordeeld door de toenmalige<br />

stadsarchitect J.L. van Essen. De twee huizen<br />

werden gebouwd in de tuin van nummer 14,<br />

Troosters eigen huis. Op 18 Juni 1887 verleende de<br />

gemeente een bouwvergunning onder nadere<br />

voorwaarden. De beide huizen dienden wel te<br />

worden aangesloten op het gemeenteriool aan de<br />

voorkant en de privaten moesten volgens het tonnenstelsel<br />

aangelegd worden. De panden kwamen<br />

medio 1888 gereed. Gelukkig zijn de originele<br />

bouwtekeningen bewaard gebleven, zowel de


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 47<br />

tekening van de gevel als die van de bei-etage. De<br />

tekening van de gevel is er een van grote schoonheid<br />

en toont goed het kunstzinnige vermogen<br />

van de architect. Deze beide tekeningen bevinden<br />

zich in het gemeentearchief. Onlangs zijn uit een<br />

particuliere verzameling de overige originele<br />

bouwtekeningen opgedoken. Te weten een dwarsdoorsnede,<br />

het funderingsplan, het plan van de<br />

achtergevel en de dakconstructie, de eerste verdieping<br />

en de tweede verdieping. Dus het complete<br />

ontwerpplan, hetgeen wel uniek mag heten.<br />

De dubbelwoning Terborchstraat 10-12 werd<br />

gebouwd in een late neorenaissancestijl en is hier<br />

een schoolvoorbeeld van. De neorenaissance was<br />

de derde belangrijke en laatste neostijl en greep<br />

terug op de architectuur van de late zestiende,<br />

vroeg zeventiende eeuw. De panden bevatten veel<br />

decoratief metselwerk van gekleurde verblendsteen<br />

en vormen samen een rijk geheel met een<br />

torentje, portiek entrees en fraaie houten balkons<br />

met overdekte veranda's. De huizen hebben horizontale<br />

gevelbanden en rondbogen kenmerkend<br />

voor deze stijl.<br />

De bouw<br />

Het pand zou gebouwd worden door de aannemer<br />

J. Brals Jr., zoals blijkt uit de aanbesteding en het<br />

onderhandse contract van 15 Juni 1887. De bouw is<br />

niet eenvoudig geweest, getuige een notitie van de<br />

stadsarchivaris Thom. de Vries medio 1954: 'In<br />

1887 ging hij [Trooster] in zijn tuin deze dubbelwoning<br />

plaatsen, links was bestemd voor de bankier<br />

Kalff. Tijdens de bouw van het huizenpaar<br />

ging de aannemer failliet, het ijzerwerk voor het<br />

huis zou worden geleverd door den meestersmid<br />

Geesink aan de Buitenkant (vader van onze archivaris),<br />

maar omdat de aannemer niet betaalde, was<br />

dit voor den smid Geesink een grote strop.'<br />

De Terborchstraat<br />

omstreeks 1910, gezien<br />

naar het station. Het<br />

eerste pand rechts is nr.<br />

10. (Collectie HCO)


48 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Kamer en suite op de bei-etage in 2000. De vloer (Amerikaansgrenen) is afkomstig<br />

uit de St. Jozef Kerk uit de Assendorperstraat en is in 2995 in het pand aangebracht.<br />

(Particuliere collectie)<br />

Inderdaad blijkt uit de archieven van de rechtbank,<br />

dat op 4 februari 1888 het faillissement werd<br />

uitgesproken van aannemer Jan Brals Jr. Het is<br />

niet na te gaan, wie het pand heeft afgebouwd,<br />

misschien de aannemer G. van Unen, die ook een<br />

perceel grond van Trooster in de Terborchstraat<br />

kocht.<br />

Souterrain en bei-etage<br />

In het souterrain huisden natuurlijk de dienstmaagden<br />

in een kamer. Ook was hier een privaat<br />

aanwezig, daarnaast een provisiekamer, een<br />

brandstofkamer en de keuken. Nu bevindt zich<br />

hier een toilet, een pantry, een drietal kamers,<br />

evenals een grote kelderkast en een tweetal stookhokken.<br />

Onder de oorspronkelijke keuken was<br />

een reinwaterkelder aangelegd, welke ook op de<br />

dwarsdoorsnede te zien is. Hierin werd het regenwater<br />

opgevangen dat voor bijvoorbeeld de was<br />

gebruikt werd. Over modern gesproken. Deze kelder<br />

schijnt nog steeds aanwezig te zijn.<br />

De bei-etage verkeert nagenoeg in oorspronkelijke<br />

staat. Zo zijn de zware eikenhouten schuifdeuren<br />

naar de veranda aanwezig, waarachter<br />

metershoge dichte, bewerkte paneeldeuren van<br />

hout, die fungeren als gordijnen. De kamers en<br />

suite worden verdeeld door de oorspronkelijke<br />

houten bewerkte paneeldeuren. De originele kastdeuren,<br />

eveneens in paneel uitgevoerd, en de<br />

schuiframen aan de achterzijde van de kamer zijn<br />

er niet uitgesloopt. Zelfs een groot gedeelte van<br />

het origineel beslag is aanwezig en doet nog steeds<br />

dienst. In beide huiskamers bevinden zich fraaie,<br />

rijk bewerkte schouwen van Belgisch rood en<br />

zwart marmer. Alle tussendeuren zijn origineel.<br />

De voorkamer bezit nog het origineel gestucte plafond,<br />

dit valt moeilijk te beschrijven maar is een<br />

fraai staaltje van ambachtskunst. In de achterkamer<br />

bevindt zich een modernere versie, het oorspronkelijke<br />

plafond is daar in 1974 naar beneden<br />

gekomen. Het enige detail niet overeenkomstig de<br />

bouwtekening van 1887 is het rookkanaal dat in de<br />

keuken getekend staat; dit is in de loop van de<br />

jaren verwijderd.<br />

Men betreedt het pand via een grijze hardstenen<br />

trap van tien treden. Schellen met de originele<br />

bel is nog steeds mogelijk. De dubbele voordeur is


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 49<br />

rijk bewerkt en voorzien van bijzonder smeedwerk.<br />

In de gang liggen grote marmeren platen<br />

(geen tegels) en marmeren dorpels. De gang biedt<br />

plaats aan een toilet en het royale en imposante<br />

trappenhuis. De keuken op deze etage is waarschijnlijk<br />

de oorspronkelijke dienkeuken geweest.<br />

De eerste en tweede etage en de schacht<br />

Op de eerste etage treft men een viertal slaapkamers,<br />

alle met de originele plafonds, een ruime<br />

overloop, moderne badkamer en een apart toilet<br />

aan. De ouderslaapkamer, voorzien van een rijk<br />

bewerkt plafond, heeft een groot balkon. Dubbele<br />

deuren geven toegang tot dit balkon. De huidige<br />

indeling is gelijk aan de oorspronkelijke bouwtekening.<br />

Op de tweede etage is het mysterieuze torenkamertje<br />

gelegen, met fraai uitzicht over Assendorp<br />

en de Stationswijk. Op deze etage is eveneens een<br />

royale, volledig afgetimmerde zolder, voormalige<br />

vergaderruimte van een eerdere gebruiker.<br />

In het trappenhuis bevindt zich een lichtschacht<br />

welke gemeenschappelijk eigendom is<br />

met het belendende perceel (nr. 12). De schacht<br />

dient tot ontluchting van de toiletten en zorgt<br />

voor licht in het trappenhuis en staat reeds op de<br />

bouwtekening uit 1887. Hier rust een erfdienstbaarheid<br />

op en deze staat beschreven in de akte<br />

van verkoop van nr. 10 in 1919: 'De lichtkoker die<br />

tussen de genoemde twee percelen ter verlichting<br />

van de trappen en privaten is aangebracht, alsmede<br />

de daarin aangebrachte vaste ladder en glazen<br />

afkisting, zal zijn gemeen eigendom en niet van<br />

aard of bestemming worden veranderd'. Zelfs de<br />

genoemde, circa tien meter lange, ladder is nog<br />

aanwezig.<br />

Interieur<br />

De oorspronkelijke houten vloer (Amerikaans<br />

grenen) van de Sint Jozef kerk uit de Assendorperstraat<br />

is in 1995 in het pand aangebracht. De<br />

katholieke architect Trooster zou dit zeer welgevallig<br />

geweest zijn. Een aangename geur van wijwater<br />

verspreidt zich door het huis...<br />

In 1959 is de achtertuin van het pand volgebouwd<br />

door de toenmalige bewoner Dr. Harmsen<br />

met een garage en een privé-kliniek. Ook hiervan<br />

Het originele gestucte<br />

plafond in de voorkamer,<br />

een fraai staaltje<br />

van ambachtskunst.<br />

(Particuliere collectie)<br />

Het monumentale trappenhuis.<br />

Het licht is<br />

afkomstig uit de inpandige<br />

lichtschacht die<br />

gedeeld wordt met nr.<br />

12. (Particuliere collectie)


Detail van het torentje,<br />

met twee van de vier<br />

rode deurtjes. (Particuliere<br />

collectie)<br />

\m<br />

zijn de bouwtekeningen bewaard gebleven. Er<br />

kwamen een gang en vier kamers bij. Op het platte<br />

dak van deze uitbouw is een fraai dakterras aangelegd,<br />

welke vanuit de keuken op de bei-etage te<br />

bereiken valt.<br />

Kortom, een zeer rijk pand in neorenaissancestijl<br />

en het enige in de Terborchstraat, dat zowel<br />

van binnen als van buiten veel originele stijlelementen<br />

bevat.<br />

Uitbreidingen en verbouwingen<br />

In 1889 is er een akte opgesteld waarbij de sloot,<br />

gelegen achter de percelen 4 tot en met 18, werd<br />

verkocht aan de eigenaren van deze percelen. Op<br />

voorwaarde dat de sloot vervangen werd door een<br />

riool. Deze sloot staat al aangegeven op het eerder<br />

genoemde ontwerp van Van Essen. Een gezamenlijke<br />

schutting als erfafscheiding moest eveneens<br />

aangelegd worden.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

De navolgende eigenaren schaften een stuk sloot<br />

aan:<br />

nr. 4, Samuel Cramer, predikant;<br />

nr. 6, Berend van Unen;<br />

nr. 8, Gerrit van Unen, timmerman;<br />

nr. 10, S.J.H. Trooster;<br />

nr. 12, Losecaat Vermeer, echtgenote van bankier<br />

J. Kalff;<br />

nr. 14, S.J.H. Trooster;<br />

nr. 16, A.H.C, van Riemsdijk, muziekleraar;<br />

nr. 18, S.J.H. Trooster.<br />

De verkopers waren de achterburen Baron<br />

d'Ivoy en Van Nahuijs, hun percelen lagen aan de<br />

Stationsweg. Het perceel van nr. 10 werd vergroot<br />

met circa 50 m 2 . Dit is de enige wijziging aan de<br />

perceelsgrootte zelf.<br />

In de zeventiger en tachtiger jaren van de twintigste<br />

eeuw vonden veel interne verbouwingen<br />

plaats, de bekende schrootjesplafonds en dergelijke.<br />

In 1995 is het woonhuis grotendeels teruggebracht<br />

in de oorspronkelijke staat, waarbij veel<br />

originele onderdelen die 'verstopt' waren nu weer<br />

in volle luister te zien zijn.<br />

De perceelsgrootte is 440 m 2 , waarvan 220 m 2 ,<br />

het souterrain en de uitbouw, anno 2001 in<br />

gebruik is als bedrijfsruimte. Het woonhuis<br />

bestaat uit drie lagen, elk met een oppervlakte van<br />

circa 100 m 2 , totaal 300 m 2 . De inhoud is circa<br />

2000 kubieke meter. In totaal vijftien kamers, vier<br />

toiletten, een badkamer, keuken, pantry, stookhok,<br />

gereedschapsruimte. Twee balkons aan de<br />

voorzijde ieder zeven m 2 , waarvan één overdekt,<br />

en een grote daktuin aan de achterzijde, groot 100<br />

m 2 . Voorts een zijtuin met meerdere parkeerplaatsen<br />

en een kleine voortuin.<br />

Bewoners en eigenaren<br />

Het spreekt vanzelf dat eigenaren en bewoners<br />

niet dezelfden behoeven te zijn. De eigenaren zijn<br />

eenvoudig bij het kadaster na te gaan; voor de<br />

bewoners ligt dit veel moeilijker daar in het bevolkingsregister<br />

niet gezocht kan worden op straat en<br />

huisnummer, maar alleen op naam. De adresboeken<br />

van Zwolle, de wijklijsten, het bevolkingsregister,<br />

alsmede de kohieren van de personele<br />

belastingen zijn van groot belang geweest om de<br />

bewoners in de beginjaren te kunnen opsporen.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

De familie Trooster was vanaf de bouw in 1887<br />

tot het jaar 1919 eigenaar van pand Terborchstraat<br />

10. Eerst S.J.H. Trooster zelf en na zijn dood zijn<br />

weduwe. Hoewel er geruchten zijn dat de bouwheer<br />

het pand bewoonde, is hier in het archief<br />

niets van gebleken. Voor deze theorie zou kunnen<br />

pleiten dat er in het plafond in de voorkamer<br />

metier gebonden versierselen zijn aangebracht,<br />

ondermeer een troffel en een meetlat.<br />

Voorts is het pand één van de rijkst versierde<br />

gebouwen in de Terborchstraat, fraaier uitgevoerd<br />

dan het soberder pand nummer 14. Verder siert de<br />

toren dit pand en niet het grotere nummer 12.<br />

Tenslotte zouden de nissen in het trappenhuis<br />

bedoeld kunnen zijn voor het herbergen van heiligenbeelden.<br />

Dit zijn echter louter veronderstellingen. Misschien<br />

was het wel Troosters voornemen, maar<br />

waren zijn financiële verplichtingen in de tachtiger<br />

jaren te groot. Hiervoor zijn enige aanwijzingen,<br />

zoals het opnemen van een extra hypotheek<br />

op andere percelen. Het is niet onwaarschijnlijk<br />

dat de geldelijke steun aan zijn familieleden en het<br />

failliet gaan van de aannemer, hem parten speelden.<br />

Hoe het ook zij, de Troosters bleven wonen<br />

op Terborchstraat nummer 14 tot hun vertrek uit<br />

Zwolle in december 1897.<br />

De eerste dertig jaar werd het pand dus niet<br />

verkocht, maar alleen verhuurd. Een bonte stoet<br />

huurders heeft in het pand gewoond.<br />

De eerste bewoner van het pand was Jan Salomon<br />

van Deventer; vlak voor de geboorte van zijn<br />

zoon, op 29 november 1888, was hij alweer vertrokken.<br />

Over Van Deventer later meer, hij zal<br />

nog opduiken als eigenaar.<br />

De volgende bewoner is de heer P.H.L. Verweij,<br />

Commies der Posterijen, met zijn gezin<br />

bestaande uit zijn vrouw en twee dochters. Zijn<br />

zoon Otto Arnold is op 18 maart 1895 geboren. Dit<br />

is waarschijnlijk het eerste kind waarvan de wieg<br />

op Terborchstraat 10 heeft gestaan. Het gezin Verweij<br />

woonde vanaf 1889 tot 1895 in Zwolle en vertrok<br />

vervolgens naar Amsterdam.<br />

Daarna betrok de leraar L.A.A. van Kervel met<br />

vrouw en twee zoons het pand. Van Kervel was<br />

leraar aan het Stedelijk Gymnasium gedurende de<br />

jaren 1878-1900. De Van Kervels hebben slechts<br />

één jaar (1896-1897) op Terborchstraat 10<br />

gewoond. Eén van de zoons, Joh. Ludolf Alex., is<br />

in 1913 omgekomen bij een vreselijk spoorwegongeluk<br />

te Mélun, Nederlands Indië.<br />

De vierde bewoner was van 1897 tot 1904 J. van<br />

Wijhe met zijn gezin. Over deze Van Wijhe is weinig<br />

te vinden. De man was boterhandelaar en<br />

medefirmant in de firma Van Son en Van Wijhe,<br />

Terborchstraat 10-12,<br />

een zeer rijk pand in<br />

neorenaissancestijl en<br />

het enige in de Terborchstraat<br />

dat zowel<br />

van binnen (nr. 10) als<br />

van buiten nog veel originele<br />

stijlelementen<br />

bevat. (Collectie HCO)


waarschijnlijk is dit een soort groothandel<br />

geweest. Hij woonde er met zijn vrouw en één<br />

kind en twee dienstbodes, de dames J. Lenters en<br />

Z. Zweers. In het jaar 1904 bleken alle huishoudens<br />

in de Terborchstraat volgens de wijklijsten<br />

tenminste één inwonende dienstbode te hebben,<br />

sommige twee en enkele zelfs drie. Anno 2001<br />

komt het fenomeen inwonende dienstbode niet<br />

meer voor in de straat (en waarschijnlijk ook niet<br />

meer in Zwolle).<br />

In 1905 en 1906 was het pand onbewoond.<br />

Waarom is niet bekend.<br />

De familie C.H. Thiebout verbleef er van 1907<br />

tot 1915. Mr. Carel Hendrik Thiebout was, volgens<br />

een artikel in dit tijdschrift in 2000, een zeer sportief<br />

mens en zelfs de eerste Zwollenaar met een<br />

fiets. Thom. de Vries schreef dat het niet een fiets<br />

was, maar een Draisinne - een loopfiets - die Thiebout<br />

in het midden van de tachtiger jaren van de<br />

negentiende eeuw importeerde. Opmerkelijk is dit<br />

wel: de Draisinne werd uitgedacht in 1816 door<br />

C.L.F.C. Freiherr von Drais von Sauerbrun en verscheen<br />

dus pas rond 1885 in het Zwolse straatbeeld.<br />

Nieuwigheden daar hielden / houden Zwollenaren<br />

niet van. Mr. Thiebout is één van de<br />

medeoprichters van de Vogelbescherming Nederland<br />

geweest. Hij studeerde rechten te Utrecht en<br />

werd vervolgens bankier te Zwolle bij de bank<br />

Frowein en Thiebout en gemeenteraadslid. De<br />

familie Thiebout had in 1914 - 1915 een Belgische<br />

vluchtelinge in huis, mej. C.G. Prince. Zij fungeerde<br />

tevens als lerares. Naast deze juf waren er twee<br />

dienstbodes. De Thiebouts waren een geziene<br />

Zwolse familie.<br />

In 1916 woonde mejuffrouw A.W. Cornelissen<br />

in het pand met D. Askamp als dienstbode. Het<br />

beroep van juffrouw Cornelissen wordt in de<br />

wijklijst omschreven als 'particulier'.<br />

Likeurstoker<br />

lan Salomon van Deventer huurde in 1917 het<br />

pand nogmaals. Hij had blijkbaar de smaak te<br />

pakken. Of rook hij zijn kans? Trooster was<br />

inmiddels overleden en mevrouw Trooster, de<br />

eigenaresse, was al aardig op leeftijd. Inderdaad,<br />

op 4 juni 1919 kocht hij het pand van de weduwe<br />

Trooster. Van Deventer hertrouwde in 1922, zijn<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

eerste vrouw was in 1916 overleden, en hij nam<br />

ook zijn nieuwe zwager in huis. Jan Salomon van<br />

Deventer was een bekende Zwollenaar. Hij was<br />

medefirmant van de likeurstokerij Doijer en Van<br />

Deventer en moet een vrolijk mens geweest zijn.<br />

Naast zijn drank-activiteiten was hij actief lid van<br />

het Oranje Comité. Je moest toch voor afzet zorgen,<br />

nietwaar? (Tegenwoordig wordt dat netwerken<br />

genoemd). De firma Doijer en Van Deventer<br />

werd in 1814 opgericht en was vanaf 1866 ruim<br />

honderd jaar gevestigd op de hoek Gasthuisplein /<br />

Wol weverstraat. Tot eind jaren zestig van de twintigste<br />

eeuw, toen het bedrijf verhuisde naar het<br />

industrieterrein de Marslanden. Het is vrij<br />

onlangs verplaatst, nu naar Nijkerk en de naam is<br />

gewijzigd in Intercaves. Het bedrijf stookt niet<br />

meer, maar houdt zich met de wijnhandel bezig.<br />

Van Deventer bewoonde Terborchstraat 10 tot<br />

1929 en verhuisde toen naar een kleiner huis in<br />

Zwolle.<br />

Een 'oubaas'<br />

Opnieuw kocht een in zijn dagen bekende Zwollenaar<br />

het pand. Nu werd de uit Harlingen afkomstige<br />

Mr. Pieter van Kleffens eigenaar. Van<br />

Kleffens was vrijgezel en woonde er met zijn eveneens<br />

ongehuwde zuster Eva. Dit soort gezinssamenstellingen<br />

komt nauwelijks meer voor! Hij<br />

moet een echte heer geweest zijn, fijnbesnaard en<br />

met een voorliefde voor antiek en kunst. Van<br />

Kleffens was jurist en eerst redacteur ter secretarie<br />

op de afdeling Bevolking en Burgerlijke Stand.<br />

Later werd hij (tevens?) plaatsvervangend kantonrechter.<br />

Mr. Pieter had één grote passie, de padvinderij.<br />

Hij was groepsleider bij de Vaandrig<br />

Lengtongroep van 1932 tot en met 1950 en werd in<br />

1945 zelfs 'oubaas', voorwaar een carrière. Pieter<br />

en Eva waren kinderloos, maar ze hadden wel een<br />

extra gezinslid, namelijk de Belgische herder 'Tippie'.<br />

Deze maakte net als zijn baas carrière bij de<br />

padvinders, het beest was namelijk de patrouillehond.<br />

Na de oorlog werden de Van Kleffens<br />

gedwongen een jong gezin in huis te nemen. Wie<br />

dit waren is helaas niet bekend. Er was een grote<br />

woningnood en de overheid besliste dit.<br />

In oktober 1950 kocht de uit onze Oost afkomstige<br />

familie Harmsen het pand. De vorige eigena-


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 53<br />

ren bleven nog een driekwart jaar in het pand<br />

wonen tezamen met de nieuwe bewoners. In de<br />

voorkamer woonde de familie Harmsen en achter<br />

de Van Kleffens, alleen gescheiden door de houten<br />

schuifdeur. Over privacy gesproken!<br />

De slaapkamers waren op een dergelijke wijze<br />

verdeeld. Gelukkig kwam het huis dat Van<br />

Kleffens in Heemstede liet bouwen spoedig klaar<br />

en konden ze verhuizen. Het contact tussen beide<br />

families is heel goed geweest, gelukkig maar.<br />

De bottendokter<br />

Dr. W.L. Harmsen was eerst algemeen chirurg en<br />

had zich gespecialiseerd in de orthopedie. Hij was<br />

de eerste orthopedisch chirurg te Zwolle. Zijn<br />

praktijk oefende hij uit in het souterrain. De praktijk<br />

floreerde en in 1959 werd de achtertuin volgebouwd.<br />

Hierdoor kwamen er meerdere behandel-<br />

kamers, zusterruimtes en wachtkamers en een<br />

archief. In 1967 besloot Dr. Harmsen zich in het<br />

ziekenhuis De Weezenlanden te vestigen: de<br />

moderne tijd brak aan voor de medische wereld.<br />

De in Zwolle bekende en geliefde dokter, bijgenaamd<br />

de 'bottendokter', heeft er met zijn vrouw<br />

Eva en drie kinderen gewoond. De kinderen vlogen<br />

uit en de praktijkruimte kwam leeg te staan;<br />

het huis werd te groot en het echtpaar verkocht<br />

het pand in 1969 aan Eurowoningen BV. De<br />

bestemming wijzigde, zoals bij veel grote panden<br />

in die tijd, van woonhuis naar kantoorruimte.<br />

Eurowoningen is een projectontwikkelaar en<br />

bestaat nog steeds. Het bedrijf is in Rotterdam<br />

gevestigd. De 'moderne' projectontwikkelaars<br />

zullen er wel geen weet van gehad hebben dat het<br />

pand gebouwd is door een van Zwolle's eerste<br />

projectontwikkelaars. Directeur van de Zwolse<br />

vestiging was de heer Harrie Tops, die medio<br />

zeventiger jaren bijna 'verongelukte' door het<br />

pand. De heer Tops had beide woonkamers in<br />

gebruik als kantoorruimte en was bezig een zeer<br />

groot project voor te bereiden: een groot winkelcentrum<br />

in Maassluis genaamd de Koningshoek.<br />

Door toevallige omstandigheden werd hij weggeroepen<br />

voor een bespreking in Groningen. Hij<br />

had de achterkamer nauwelijks verlaten of het<br />

kolossale gipsen plafond stortte zich op zijn<br />

Mr. Pieter van Kleffens<br />

(links) in zijn hoedanigheid<br />

als groepsleider<br />

bij de padvinderij. Van<br />

Kleffens bewoonde met<br />

zijn zuster (en hond)<br />

Terborchstraat 10 van<br />

1929 tot 1950. (Particuliere<br />

collectie)<br />

De Harmsens met gasten<br />

in de, toen nog<br />

bestaande, achtertuin<br />

in de vijftiger jaren.<br />

Rechts achter mevrouw<br />

Harmsen, links achter<br />

dokter Harmsen. (Particuliere<br />

collectie)


Dokter W.L. Harmsen,<br />

orthopaedisch chirurg,<br />

omstreeks 1960. (Particuliere<br />

collectie)<br />

54<br />

Het in het souterrain en<br />

de aanbouw gevestigde<br />

antiquariaat van Theo<br />

de Boer in 1998. (Particuliere<br />

collectie) __ J<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

bureau. De zware tekentafels op de bovenliggende<br />

etages zijn hier waarschijnlijk de oorzaak van<br />

geweest. Kon de geest van onze oude Zwolse<br />

architect zich niet verenigen met het nieuw te<br />

bouwen winkelcentrum? Eurowoningen BV en<br />

een aantal andere Beleggings BV's (eveneens uit<br />

de Pakhoed-organisatie) bleven eigenaar, maar<br />

het pand werd verlaten.<br />

Het werd verhuurd in 1984 aan wat in de volksmond<br />

'Raalte' heet. Een dependance van het Psychiatrisch<br />

<strong>Centrum</strong> St. Fransiscushof te Raalte.<br />

Patiënten kregen er dagbehandeling, in totaal was<br />

er plaats voor 36 patiënten. Ze woonden er niet.<br />

De directeur de heer Smilde sprak in een artikel in<br />

de Zwolse Courant medio 1984 dan ook over stoelen<br />

in plaats van bedden. In 1994 verhuisde de dagtherapie<br />

met meerdere andere psychiatrische<br />

instellingen (waaronder het Riagg) naar de Zwolse<br />

Poort en kwam het pand leeg.<br />

De antiquaar<br />

De beleggingsmaatschappij verkocht het pand in<br />

augustus 1995 aan Bea Boetje en Theo de Boer. Bea<br />

studeerde fiscaal recht in Groningen en was tot<br />

2000 werkzaam als fiscaliste bij Deloitte en Touche<br />

in Zwolle. Theo vestigde 'beneden' zijn internet-antiquariaat.<br />

Na zijn studie biologie bij 'Abraham<br />

Kuijper' startte hij in 1978 een tweedehands<br />

boekenzaak in de Steenstraat 4 te Zwolle. Na in<br />

diverse andere Zwolse panden gehuisvest geweest<br />

te zijn, werd Terborchstraat 10 betrokken. Het<br />

woonhuis werd weer in oude luister hersteld. Het<br />

antiquariaat is door de jaren heen sterk uitgebouwd.<br />

Het is gespecialiseerd in antiquarische<br />

boeken over de geschiedenis der geneeskunde en<br />

natuurwetenschappen en verkoopt inmiddels zijn<br />

titels naar 52 landen over de gehele wereld. Bea is<br />

sinds 2001 firmante in het antiquariaat. Hun<br />

dochter Anna Maartje werd op 26 januari 1996<br />

geboren.<br />

Zoals u wellicht al begrepen had, gaat het hier<br />

over ons. In april <strong>2002</strong> hebben wij de Terborchstraat<br />

verlaten; een romantisch pand hebben wij<br />

verruild voor een romantische omgeving in<br />

Drenthe.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Tot slot een makelaar<br />

Terborchstraat 10 is gekocht door makelaar Chris<br />

C. van Beek. Chris van Beek is geen onbekende in<br />

de Terborchstraat. In zijn jeugd woonde hij op<br />

nummer 16 waar zijn vader, oogarts C.J. van Beek<br />

woonde en praktiseerde. Tot 1993 bewoonde Van<br />

Beek Terborchstraat 14. Daarna vestigde hij zijn<br />

makelaardij op Terborchstraat 22 en ging daar ook<br />

wonen.<br />

Per 1 juli wordt 'Van Beek Makelaardij' in het<br />

aangebouwde gedeelte van Terborchstraat 10<br />

gevestigd. Momenteel worden nog de laatste jaren<br />

zeventig schrootjes in dat gedeelte van het huis<br />

verwijderd. Chris, Caroline en Max (geb. 1998)<br />

van Beek gaan het oude gedeelte bewonen, dat<br />

momenteel daarvoor in gereedheid wordt<br />

gebracht. Op de cv-installatie, de badkamer en de<br />

keuken na zal de woonsituatie dan weer nagenoeg<br />

oorspronkelijk zijn.<br />

Verantwoording<br />

De oorspronkelijk opzet van dit artikel was anders, het<br />

zou een groter werk worden, uit te geven ter gelegenheid<br />

van het vijfentwintig jarig bestaan in 2003 van ons<br />

antiquariaat. De geschiedenis van de Stationsbuurt zou<br />

hierin beschreven worden. Helaas hebben wij de vijfentwintig<br />

jaar in Zwolle niet volgemaakt, we hebben ons<br />

bedrijf en gezin in april <strong>2002</strong> naar Zandpol in het<br />

Drentse veenlandschap verplaatst. Om niet alle gegevens<br />

op de plank te laten liggen is gekozen voor een beschrijving<br />

van de geschiedenis van het pand en zijn bewoners.<br />

Het was een leuk en bijzonder inspirerend<br />

werk. Stoppen met onderzoeken bleek moeilijk. De<br />

meeste bewoners, voormalige eigenaren en gebruikers,<br />

reageerden enthousiast op mijn idee. Zij ontvingen mij<br />

allerhartelijkst en waren zeer behulpzaam met het geven<br />

van inlichtingen en historisch (beeld-)materiaal.<br />

De volgende personen wil ik dank zeggen:<br />

Mevrouw Harmsen, H.v.d. Sterren (Zwolse Poort),<br />

Ph.(Flip) Trooster, Familie Vajgr ( Vaandrig Lengton<br />

Groep), J. Zelle, Johan Admiraal (HCO), Wim Huijsmans<br />

(HCO), Jeanine Otten (HCO), Gert Oostingh,<br />

Donald Veenendaal (fotografie) en Bea Boetje.<br />

En vele anderen, die ik 'even iets mocht vragen'.<br />

Literatuur<br />

Berkenvelder, F.C., Zo was Zwolle rond 1900. Zwolle<br />

1970.<br />

Elberts, W.A., <strong>Historisch</strong>e wandelingen in en om Zwolle.<br />

Herdruk Zwolle 1973.<br />

Loo, G.J. van, Zwolle in woord en beeld. Zwolle 1904.<br />

Schalekamp, J., Scouting op een eigen wijze: negentig jaar<br />

Vaandrig Lengton Groep: groep I in Zwolle. Zwolle<br />

2000.<br />

Tromp Meesters, Th. 'De Zwolse familie Thiebout'. In:<br />

Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschriftrj (2000) 3 pp 76-82.<br />

Trooster, Ph.H., 'Aannemer Bernardus Hermannus<br />

Trooster (1814-1898)'. In: Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift.17<br />

(2000) 3 pp 82-90.<br />

Vries, Th.J. de., Geschiedenis van Zwolle. I en II, Zwolle<br />

1954,1961.<br />

Website <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>: www.historischcentrumoverijssel.nl<br />

55<br />

Terborchstraat 10 in<br />

2000. (Particuliere collectie)


Jan ten Hove<br />

Elke tijd schrijft zijn<br />

eigen geschiedenis en<br />

schept zijn eigen voorstelling<br />

van het verleden.<br />

Bij de viering van<br />

Zwolle 700 in september<br />

1930 werd op de Grote<br />

Markt uitgebeeld hoe<br />

bisschop Willebrand<br />

Zwolle in 1230 stadsrechten<br />

verleende. (Collectie<br />

HCO)<br />

Een nieuwe Geschiedenis van Zwolle<br />

Elke tijd schrijft zijn eigen geschiedenis en<br />

fabriceert zijn eigen verzinsels. Een prachtig<br />

voorbeeld is het fameuze verhaal van de<br />

Zwolse Blauwvingers. Gemeentebestuur, middenstand<br />

en bewoners lopen vandaag de dag graag<br />

met deze bijnaam te koop, maar dat lag in het verleden<br />

wel anders. Tegenwoordig wordt de herkomst<br />

van de term blauwvingers algemeen<br />

gezocht in het verhaal dat in het verre verleden de<br />

sluwe Zwollenaren een klokkenspel ver boven de<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

prijs aan hun Kamper buren hadden verkocht.<br />

Bovendien begon het carillon na de installatie<br />

beledigende liedjes voor de domme kopers te tingelen.<br />

De verontwaardigde Kampenaren besloten<br />

daarop de exorbitante koopsom in zakken vol<br />

stuivers te voldoen, zodat de Zwolse regeerders<br />

dagenlang hun vingers blauw telden.<br />

Een mooi verhaal, maar zoals zo veel mooie<br />

verhalen niet erg waarheidsgetrouw. Voor de historische<br />

oorsprong van de blauwe vingers van de


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 57<br />

Zwollenaren moeten we zo'n vijfhonderd jaar<br />

terug in de tijd, naar het begin van de zestiende<br />

eeuw. Zwolle viel toentertijd onder de heerschappij<br />

van de bisschop van Utrecht. Deze prelaat was<br />

niet alleen een geestelijk leider, maar ook een<br />

werelds heerser. Na een toloorlog met Kampen<br />

liepen de Zwollenaren, die vonden dat ze niet voldoende<br />

door de bisschop waren gesteund, in de<br />

zomer van 1521 over naar de hertog van Gelre. Het<br />

schenden van de eed van trouw aan de wettige<br />

landsheer was een vergrijp waaraan in deze tijd<br />

zeer zwaar werd getild. Zwolle keerde al snel weer<br />

terug in het bisschoppelijke kamp, maar in diverse<br />

documenten klaagden de bewoners erover dat ze<br />

in de buursteden 'schandelijk bejegent, voor Blauvingers<br />

uitgekreten, en met andere eerrovende<br />

bewoordingen uitgescholden waren.' De schimpnaam<br />

verwijst naar de opgestoken vingers, waarmee<br />

de Zwolse bestuurders bij de inhuldiging van<br />

de bisschop een zoals later zou blijken valse belofte<br />

hadden afgelegd.<br />

Legendevorming<br />

Het is interessant om te kijken hoe het verhaal van<br />

de Zwolse blauwvingers zich in de loop der<br />

geschiedenis heeft ontwikkeld. De herkomst van<br />

de weinig vleiende bijnaam was aanvang zeventiende<br />

eeuw nog niet vergeten. Een in deze jaren<br />

opgemaakt register met historische aantekeningen<br />

uit het Kamper gemeentearchief vermeldt<br />

onomwonden dat de Zwollenaren 'den naeme van<br />

blauvinghers van haer valsch sweren' hadden verkregen.<br />

Zo'n honderd jaar daarna had de benaming<br />

evenwel een nieuwe betekenis verworven.<br />

Blauwe vingers werden in de achttiende eeuw niet<br />

meer geassocieerd met het plegen van meineed,<br />

maar met het tellen van op twijfelachtige wijze<br />

verkregen geld. Deze verandering komt naar<br />

voren in een notitie uit 1733 van stadsgenoot Pieter<br />

Ie Clercq. Volgens hem deed inmiddels het verhaal<br />

de ronde dat de Zwollenaren in maart 1524 van de<br />

binnen hun muren opgesloten Karel van Gelre<br />

een groot losgeld hadden geëist, 'en dat zij hunne<br />

vingers aan dit geld blaauw getelt hebbende, daar<br />

van den spotnaam van Zwolsche blaauwvingers<br />

zouden gekregen hebben...'.<br />

Weer een eeuw later waren alle associaties met<br />

de Gelderse oorlog verdwenen. In een gedicht uit<br />

1827, dat de burgers van Zwolle moest opwekken<br />

gul te schenken voor de restauratie van de toren<br />

van de Onze Lieve Vrouwekerk, schreef de doopsgezinde<br />

gelegenheidsdichter H.Az. Doijer dat het<br />

klokkenspel van de Peperbus weleer uit armoede<br />

van de hand was gedaan, 'dat evenwel mij innig<br />

spijt, wijl men aan 't geld zich blaauwe vingers<br />

heeft geteld.' Hier wordt de kwalificatie van<br />

blauwvingers voor het eerst opgehangen aan de<br />

- gefingeerde - verkoop van een carillon. Aan welke<br />

partij het klokkenspel zou zijn verkocht blijft<br />

trouwens in het duister. Deze versie leefde in de<br />

volksmond voort tot het eind van de negentiende<br />

eeuw. De huidige lezing stamt voor zover bekend<br />

uit het in 1917 door Josef Cohen op papier gezette<br />

tweede deel van de Nederlandsche sagen en legenden,<br />

waarin het verhaal van de verkoop van het<br />

klokkenspel aan Kampen op smakelijke en uitvoerige<br />

wijze wordt verteld. Een bronvermelding<br />

geeft Cohen niet. Vermoedelijk heeft hij zelf de<br />

inmiddels zeer populaire verhalen over de spreekwoordelijke<br />

domheid van de Kampenaren - de<br />

Kamper uien - verweven met de verzonnen<br />

geschiedenis van een carillonverkoop door de stad<br />

Zwolle. De tegenwoordige 'legende' van de Zwolse<br />

blauwvingers is derhalve nog geen eeuw oud.<br />

Hanzemythe<br />

Een ander, moderner voorbeeld van mythevorming<br />

is de enorme nadruk die vandaag de dag,<br />

met name uit cultuur-toeristisch oogpunt, wordt<br />

gelegd op Zwolle en de Hanze. Het middeleeuwse<br />

Hanzeverbond zelf heeft sinds de recente, op<br />

Zwols initiatief ontstane herleving van de Internationale<br />

Hanzedagen welhaast legendarische vormen<br />

aangenomen. De handelsassociatie wordt<br />

soms zelfs voorgesteld als een voorloper van de<br />

Europese Unie, terwijl het weinig meer was dan<br />

een losse, opportunistische stedenbond, met als<br />

belangrijkste doel het tegenover buitenstaanders<br />

met hand en tand verdedigen van verkregen of<br />

vermeende monopolierechten op handelsgebied.<br />

Voor de economische geschiedenis van Zwolle is<br />

de Hanze nauwelijks van betekenis geweest. Het<br />

verbond richtte zich onder de leiding van Lübeck<br />

en andere Noord-Duitse havensteden vooral op


Verdwaald in de tijd.<br />

Rhijnvis Feith loopt hier<br />

gebroederlijk tussen<br />

middeleeuwse herauten<br />

in Park Eekhout tijdens<br />

de viering van Zwolle<br />

joo in september 1930.<br />

Zwolle stond tijdens<br />

deze festiviteiten in het<br />

teken van het verleden,<br />

dat onder meer aanschouwelijk<br />

werd<br />

gemaakt in een grote<br />

historische optocht.<br />

(Collectie HCO)<br />

de handel met het Oostzeegebied, waar we slechts<br />

zelden Zwolse kooplieden aantreffen. De Zwartewaterstad<br />

moest het vooral hebben van haar rol als<br />

schakelpunt tussen de handelsstromen van Westfalen<br />

en Nedersaksen enerzijds en Holland, Brabant<br />

en Vlaanderen anderzijds. Voor het floreren<br />

van de stedelijke handel waren rust en rechtszekerheid<br />

in het achterland en veilige verbindingen<br />

veel belangrijker dan de krampachtig door de<br />

Hanze verdedigde privileges in ver verwijderde<br />

landen. Grote koggeschepen zijn in de Zwolse<br />

haven vermoedelijk nooit gesignaleerd. Ook binnen<br />

de organisatie van het verbond speelde Zwolle<br />

slechts een figurantenrol.<br />

Zwolle's 'oudheden'<br />

Maar zoals gezegd, elke tijd schrijft zijn eigen<br />

geschiedenis. De eerste integrale geschiedenis van<br />

Zwolle, de vanaf 1767 in vijf delen verschenen en<br />

door de advocaat Burchard Joan van Hattum<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

geschreven Geschiedenissen der stad Zwolle, begon<br />

met de volgende woorden: 'Onder het gering getal<br />

Nederlandsche Steden, welkers oudheden vooralsnog<br />

onbekent zijn, en in de duisternis leggen, is<br />

een van de vermaardsten, en meest aansienlijcken<br />

de Hanze- en Rijksstad Zwolle, derde hoofdstad<br />

van <strong>Overijssel</strong>...'. Sinds Van Hattums informatieve<br />

en nog altijd lezenswaardige kroniek duurde<br />

het bijna tweehonderd jaar voordat er opnieuw<br />

een poging werd gewaagd een stadsgeschiedenis te<br />

schrijven: de tweedelige Geschiedenis van Zwolle<br />

van gemeente-archivaris Thom. J. de Vries, waarvan<br />

het laatste deel in 1961 het licht zag. De zeer<br />

goed in de Zwolse archieven ingevoerde De Vries<br />

presenteerde veel nieuwe feiten, maar zijn werk is<br />

sterk verouderd. Helaas ontbreekt ook een notenapparaat.<br />

In de decennia na het verschijnen van de boeken<br />

van De Vries is de geschiedschrijving van<br />

Zwolle in een stroomversnelling terechtgekomen.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 59<br />

Steeds meer aspecten van Zwolle's 'oudheden' zijn<br />

onderzocht en er zijn tal van nieuwe gezichtspunten<br />

gepubliceerd. Een nieuwe Geschiedenis van<br />

Zwolle is dus geen overbodige luxe. Op initiatief<br />

van het gemeentearchief, nu opgegaan in het <strong>Historisch</strong><br />

<strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>, is men een aantal<br />

jaren geleden begonnen met het werven van fondsen<br />

voor de financiering van het project. In navolging<br />

van andere stadsgeschiedenissen lag het aanvankelijk<br />

in de bedoeling te werken met een collectief<br />

van auteurs, maar uiteindelijk is besloten<br />

het boek door één historicus te laten schrijven.<br />

Het nadeel van deze werkwijze is dat het boek<br />

slechts de visie van één persoon zal weerspiegelen,<br />

maar daar staat het voordeel tegenover dat de<br />

nieuwe Geschiedenis van Zwolle veel meer dan<br />

een verzameling losse verhalen kan worden. Over<br />

het eindresultaat zal de lezer te zijner tijd zelf moeten<br />

oordelen.<br />

Bij de totstandkoming van het boek is een<br />

breed samengestelde, deskundige redactie betrokken,<br />

die bestaat uit de volgende personen: drs.<br />

F.C. Berkenvelder, dr. H.H.C.C. Clevis, drs. W.<br />

Coster, drs. E.A. van Dijk, drs. J. Hagedoorn, prof.<br />

dr. J.M.M. Hermans, prof. dr. P. Kooij, dr. C. Ribbens,<br />

dr. C. Trompetter, dr. H.N. van Wijngaarden<br />

en drs. F.D. Zeiler. De coördinatie van het<br />

project is in handen van de Stichting IJsselacademie<br />

te Kampen, terwijl het boek zal worden gepubliceerd<br />

door Waanders Uitgevers te Zwolle.<br />

De opzet<br />

Ongeveer tweeënhalf jaar geleden ben ik mijn<br />

werkzaamheden begonnen met het maken van een<br />

opzet voor het boek, dat ongeveer 700 bladzijden<br />

zal tellen. De doelstelling is een wetenschappelijk<br />

verantwoorde weergave van de huidige stand van<br />

zaken met betrekking tot de kennis van het Zwolse<br />

verleden. De inhoud strekt zich uit vanaf het ontstaan<br />

van het landschap en de prehistorie tot de<br />

meest recente ontwikkelingen. Het boek is in<br />

beginsel gebaseerd op de bestaande literatuur.<br />

Nieuw onderzoek in de vele aanwezige bronnen<br />

moet gezien de beschikbare tijd tot een minimum<br />

beperkt blijven. Toch blijkt het in de praktijk geregeld<br />

nodig om ter controle of aanvulling van de<br />

bestaande gegevens alsnog zelf de archieven in te<br />

duiken. Verder dient het boek meer te worden dan<br />

uitsluitend een opsomming van reeds bekende feiten<br />

en moet het voor een groot publiek aantrekkelijk<br />

en makkelijk toegankelijk zijn. De doelgroep is<br />

niet de professionele historicus, maar de in de<br />

Zwolse geschiedenis geïnteresseerde leek. Aan de<br />

illustrering wordt veel aandacht besteed: er komen<br />

675 afbeeldingen in het boek.<br />

Bij de opzet voor de nieuwe Geschiedenis van<br />

Zwolle heb ik gekozen voor een verdeling in een<br />

tiental chronologisch geordende hoofdstukken.<br />

Hierin worden de verschillende aspecten van de<br />

stedelijke samenleving zoveel mogelijk in onderlinge<br />

samenhang en in ruimtelijk verband besproken.<br />

Het wordt dus geen verhaal waarin de politieke,<br />

economische, kerkelijke, sociale, culturele en<br />

geografische geschiedenis afzonderlijk van elkaar<br />

worden behandeld. Al deze elementen moeten in<br />

elk hoofdstuk in een lopend verhaal als het ware<br />

Vanzelf, aan bod komen. Om verder enige structuur<br />

in het verhaal te brengen wordt uitgegaan<br />

van twee centrale thema's, namelijk Zwolle en de<br />

buitenwereld en de geografische en ruimtelijke structuur<br />

van de stad.<br />

Zwolle en de buitenwereld<br />

Deze twee thema's zijn nauw met elkaar verweven:<br />

de scherpe scheiding tussen de stad en de buiten-<br />

Aanbieding op 27<br />

december 1954 van het<br />

eerste exemplaar van de<br />

door stadsarchivaris<br />

Drs. Th. de Vries<br />

geschreven 'Geschiedenis<br />

van Zwolle'. Van<br />

links naar rechts de<br />

auteur, burgemeester<br />

Mr. G.A. Strick van<br />

Linschoten en Mr. H.<br />

Bikkers, directeur<br />

Erven J.J.Tijl NV. (Foto<br />

DolfHenneke, collectie<br />

HCO)


Titelpagina van de<br />

'Geschiedenissen der<br />

stad Zwolle' door Mr.<br />

Burchardjoan van<br />

Hattum, uitgegeven in<br />

1767.<br />

6o ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

GESCHIEDENISSEN<br />

DER S TAP<br />

ZWOL L E,<br />

BÊHELSENDE E E.N VERHAAL PAN<br />

HAAR E E RSTE B ÉG INSEL'EN 6<br />

FERHEFFINGE TOT EEN STAD, .<br />

EN DE MERKWAARDIGSTE<br />

GEBEURTENISSEN ALDAAR.<br />

FA.N OU DS HER, TOT' BT<br />

NA DES E TT D EN TOE-,<br />

VOORGEVALLEN.<br />

UIT STADS KOEREN , ECTE STUKKEN EN OUDK<br />

•CHRONYKEN BY EEN VE,RGADEB.T,<br />

EN BESCHREVEN<br />

D O O R<br />

MR. BURCHARD JOAN VAN HATTÜM.<br />

EERSTE DEEL.<br />

T E - Z W O L L E<br />

S. CLEMENT, «Ï J.A.VAN SANTEN,<br />

Boekverkopers, i 7 6 -.<br />

wereld kreeg in ruimtelijke zin gestalte in de wallen,<br />

muren en poorten rondom Zwolle. Daarnaast<br />

is de natuurlijke ligging van Zwolle bepalend<br />

geweest voor de functie die de stad ten opzichte<br />

van de buitenwereld vervulde: die van belangrijk<br />

regionaal marktcentrum, knooppunt voor de<br />

doorvoerhandel en verbindingsschakel tussen<br />

oost en west. Welke voordelen hebben de Zwollenaren<br />

gehaald uit de natuurlijke ligging van hun<br />

stad en in hoeverre is de ruimtelijke structuur<br />

aangepast aan de behoeften van het moment?<br />

Deze vraagstelling speelt in op de actualiteit, aangezien<br />

Zwolle met een verzorgingsgebied van<br />

600.000 personen een grotere centrumfunctie<br />

heeft dan ooit en er momenteel tal van zaken spelen<br />

die hiermee in verband staan.<br />

De verwevenheid van beide thema's komt ook<br />

naar voren in de grensfunctie die de stad een groot<br />

deel van haar bestaan heeft vervuld. De nederzetting<br />

waaruit Zwolle voortkwam is omstreeks 800<br />

op een dekzandrug langs de Aa gesticht. Aan die<br />

zandheuvel dankt de stad ook haar naam: Zwolle<br />

is afgeleid van een Germaans woord dat zwelling<br />

oftewel verhoging betekent. Begonnen als een<br />

voorpost van het Karolingische rijk op de grens<br />

met Friesland en het gebied van de Saksen, bleef<br />

Zwolle in de Middeleeuwen onder het wereldlijk<br />

gezag van de bisschop van Utrecht lange tijd een<br />

belangrijke militair-strategische functie vervullen<br />

als uitvalspunt tegen de oproerige Drenten en<br />

Groningers. Ook met het oog op de hertog van<br />

Gelre, die de Veluwe controleerde en regelmatig<br />

de wapens tegen de bisschop opnam, is de grensfunctie<br />

van Zwolle van belang. Na 1528, toen het<br />

centrale Habsburgse gezag van de machtige keizer<br />

Karel V en zijn zoon Filips II in Brussel was gevestigd,<br />

lag <strong>Overijssel</strong> aan de 'uterste frontire' van de<br />

Nederlanden. Tijdens de republiek der Zeven Verenigde<br />

Provinciën bleef deze situatie min of meer<br />

gehandhaafd. Zwolle was aanvankelijk een frontierstad,<br />

gelegen op de grens van het Staatse en het<br />

Spaanse gebied. Ook na de Vrede van Munster in<br />

1648 werd Zwolle nog altijd beschouwd als een<br />

buitenpost in het Hollandse stedensysteem. In<br />

deze situatie kwam pas in het begin van de negentiende<br />

eeuw verandering, toen Zwolle deel uit ging<br />

maken van de eenheidsstaat van het Koninkrijk<br />

der Nederlanden.<br />

Het thema Zwolle en de buitenwereld zal<br />

onder meer worden toegespitst op de ontwikkeling<br />

van Karolingische nederzetting tot hoofdstad<br />

van <strong>Overijssel</strong> en de consequenties die deze 'verheffing'<br />

met zich meebracht. Zwolle, tijdens de


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 6l<br />

Middeleeuwen beschouwd als het 'kleine zusje'<br />

van Deventer en Kampen, bleef ook tijdens het<br />

ancien régime - de zeventiende en achttiende<br />

eeuw - officieel de derde hoofdstad van <strong>Overijssel</strong>,<br />

hoewel de stad haar zustersteden inmiddels ruimschoots<br />

had overvleugeld. Haar nieuwe status<br />

werd omstreeks 1800 bevestigd, toen Zwolle officieel<br />

de enige hoofdstad van de provincie werd.<br />

Geografische en ruimtelijke ontwikkeling<br />

Een tweede rode draad in het boek wordt gevormd<br />

door de beschrijving van de geografische en ruimtelijke<br />

ontwikkeling. Dit element vormt als het<br />

ware het decor, de fysieke achtergrond voor het<br />

verhaal. De eeuwenoude ruimtelijke structuur, die<br />

in Zwolle in veel opzichten opmerkelijk gaaf<br />

bewaard is gebleven, is immers het meest zichtbare<br />

aspect van de relatie tussen het heden en het<br />

verleden. Het natuurlijke milieu waarin Zwolle is<br />

ontstaan en gegroeid was bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden<br />

van de bewoners en<br />

voor de verdere uitbouw van de stad. De loop van<br />

de bevolking, de sociaal-economische geschiedenis,<br />

bestuurlijke en kerkelijke aspecten weerspiegelen<br />

zich in het uiterlijk van de stad. Ook de<br />

geschiedenis van het dagelijks leven, zowel in zijn<br />

tastbare aspecten (materiële cultuur) als in immateriële<br />

zin (gewoonten en gebruiken, mentaliteit),<br />

speelt zich binnen de ruimtelijke structuur van<br />

Zwolle af.<br />

Langs lijnen van geleidelijkheid<br />

Als werktitel ga ik uit van het aan een boek van<br />

Louis Couperus ontleende Langs lijnen van geleidelijkheid.<br />

De loop van de Zwolse geschiedenis<br />

wordt naar mijn idee juist door deze woorden bij<br />

uitstek gekarakteriseerd. De ontwikkeling van de<br />

stad heeft zich steevast zeer geleidelijk voltrokken,<br />

zonder scherpe breuken met het verleden. Zo<br />

heeft Zwolle zich in een eeuwenlang proces langzaam<br />

maar zeker boven Deventer en Kampen uit<br />

weten te werken. Deze lijnen van geleidelijkheid<br />

zijn eigenlijk pas de laatste jaren doorbroken.<br />

Zwolle heeft zich sinds ca. 1980 op stormachtige<br />

wijze ontwikkeld en is razendsnel gegroeid. De<br />

Zwollenaren hebben het hen omringende milieu<br />

en de stedelijke bebouwing altijd aan de eisen van<br />

de tijd aangepast, maar nog nooit zo snel als in de<br />

afgelopen decennia. Geen wonder dat de ruimtelijke<br />

ontwikkeling van de gemeente op dit<br />

moment volop ter discussie staat.<br />

Na het maken van de opzet ben ik begonnen<br />

met het uitwerken van de hoofdstukken. Vragen<br />

over de voortgang van het boek worden gewoonlijk<br />

als volgt beantwoord: gestaag maar traag. De<br />

oorspronkelijke planning is inmiddels al geheel<br />

achterhaald. Het verzamelen van informatie, het<br />

controleren van de aanwezige gegevens en het<br />

vormgeven en schrijven van de hoofdstukken<br />

blijkt veel meer tijd te kosten dan aanvankelijk<br />

werd gedacht. Inmiddels ben ik aanbeland bij het<br />

zesde hoofdstuk, dat het tijdvak 1680-1780 omvat.<br />

Zo werk ik mij langzaam naar het heden toe.<br />

Gelukkig ben ik wel met veel plezier met deze<br />

enorme klus bezig. Per slot van rekening is het een<br />

unieke kans om je enkele jaren bezig te mogen<br />

houden met alle facetten van de geschiedenis van<br />

de eigen woonplaats. Ik hoef bij wijze van spreken<br />

de voordeur van mijn huis in de binnenstad maar<br />

achter me dicht te slaan om in mijn eigen boek te<br />

stappen. Een levenswerk moet het echter ook weer<br />

niet worden. Volgens de huidige planning zal het<br />

boek in het najaar van 2004 verschijnen. Welke<br />

'mythen' er dan weer aan de Zwolse geschiedschrijving<br />

zijn toegevoegd, zal de tijd moeten<br />

leren. Ik hoop op dat moment slechts hetzelfde te<br />

kunnen zeggen als mijn illustere voorganger Burchard<br />

Joan van Hattum aan het slot van zijn voorwoord<br />

deed: 'Sie daar dan de reden en oorsaak van<br />

dese mijn onderneminge: welke, ik vertrouwe, dat<br />

den leser genoegsaam voldoende agten zal, om dit<br />

mijn bestaan te verregtvaardigen, en mij van alle<br />

blaam van een ijdele schrijflust te bevrijden.'<br />

Verantwoording<br />

De tekst van dit artikel is grotendeels ontleend aan de<br />

door mij vervaardigde opzet voor de nieuwe Geschiedenis<br />

van Zwolle. Het verhaal van de Blauwvingers zal -<br />

voorzien van noten - ook in het boek verschijnen.


Maria L. Hansen<br />

Johan Christiaan baron<br />

van Haersolte, heer van<br />

Haerst, 1809 -1881.<br />

Vader van Sophie. (Iconographisch<br />

Bureau)<br />

62 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Een 'redelyk zoet' meisje<br />

Sophia Cornelia baronesse van Haersolte,<br />

1838-1873<br />

Van Sophie's korte leven is niet veel bekend.<br />

Eigenlijk maar een paar momentopnamen;<br />

als eerste zijn dat curieus genoeg de<br />

dagen rond haar prilste begin.<br />

De ouders van Sophie, Johan Christiaan baron<br />

van Haersolte (1809-1881) en Geertruid Agnes<br />

baronesse de Vos van Steenwijk (1813-1874),<br />

trouwden te Zwolle op 26 april 1837. De bruidegom<br />

behoorde tot de notabelen van Zwolle. Sinds<br />

een jaar was hij lid van de ridderschap van <strong>Overijssel</strong><br />

en in het jaar van zijn huwelijk werd hij burgemeester<br />

van Zwollerkerspel. Hij nam dat jaar<br />

ook zitting in de Provinciale Staten en werd later<br />

lid van de Tweede Kamer. 1 Het bruidspaar vertrok<br />

vanuit Zwolle op huwelijksreis in gezelschap<br />

van Annette en Reint de Vos van Steenwijk 2 in een<br />

door vier paarden getrokken calèche naar Emmerik.<br />

3 Daar stapten zij voor het eerste traject aan<br />

boord van een Rijnboot. De reis voerde hen naar<br />

Zuid-Duitsland, Zwitserland en Italië.<br />

Na een druk cultureel programma in Duitsland<br />

volgden de overweldigende bergen en watervallen<br />

midden in Zwitserland. Na de wetenschappers<br />

en de kunstenaars was het de beurt aan de<br />

toeristen het nog vrijwel onbekende alpenlandschap<br />

te ontdekken. Het gebied was slechts<br />

gebrekkig in kaart gebracht. Het Zwolse gezelschap<br />

genoot van de 'overheerlyke gezichten', 'die<br />

naar mate men vordert steeds indrukwekkender<br />

worden'. De Amsterdamse schilder H.W. Cremer<br />

legde in centraal Zwitserland in 1832 ongeveer<br />

dezelfde route af als het gezelschap Van Haersolte;<br />

Cremer vond het een moeizame tocht. 4 Van Haersolte<br />

had enkel bewondering voor wat hij zag; de<br />

'Grindelwalder vallij zyn aller treffendst en stout.<br />

De woeste toppen der Alpen dalen loodregt'. Men<br />

bewonderde de besneeuwde bergtoppen, door de<br />

opkomende zon verlicht en weerkaatst in spiegelglad<br />

water.<br />

Het viertal reisde door naar Genève. Rondom<br />

het meer van Genève was het rustig toeven. Het<br />

varen op het meer was 'allerliefst'. Zij maakten een<br />

kalm tochtje aan boord van de stoomboot die tussen<br />

Genève en Villeneuve pendelde. Op deze boot<br />

maakten zij kennis met de Nassause zaakgelastigde<br />

uit Den Haag en diens 'lief duitsch Vrouwtje'.<br />

Het was een plezierige ontmoeting, temeer daar er<br />

door de gestadige regenval weinig van de oevers te<br />

zien was. Zij wandelden door parken die langs het<br />

water gelegen waren; het waren verzamelplaatsen<br />

van kindermeiden met kinderen. Van Haersolte<br />

vond het daar 'veel liever' dan de botanische tuin<br />

die er naast lag.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Een van die dagen was Geertruid ziek, wat<br />

'haar noopte om byna de gehele dag te bed te blijven'.<br />

Johan Christiaan lastte een voorgenomen<br />

tocht af en bleef bij haar. Vanuit het hotelraam<br />

hadden zij een prachtig uitzicht op het meer en op<br />

een deel van Genève. Na twee dagen voelde Geertruid<br />

zich weer goed genoeg om een kleine wandeling<br />

te maken. De achtste augustus noteerde hij<br />

blij: 'Truitje zoo goed als hersteld', zodat zij hun<br />

reis vervolgden.<br />

De tocht verliep vanaf dat ogenblik anders dan<br />

verwacht. In Genua was cholera uitgebroken<br />

zodat Johan Christiaan een andere route uitstippelde.<br />

Genua, dat wel op hun reisprogramma had<br />

gestaan, werd in geen geval bezocht. Zij zouden<br />

Milaan en Turijn bezoeken en dan via Parma en<br />

Modena naar Bologna reizen, daarna een paar<br />

dagen in Florence verblijven en het Italiaanse<br />

gedeelte van de reis afsluiten in Venetië. Denkelijk<br />

in verband met oprukkende cholera veranderde<br />

Van Haersolte weer van reisroute; de Italiaanse<br />

toer werd bekort tot Como, Bergamo en Verona,<br />

en daarna ging men rap door Tirol naar het veiliger<br />

noorden. Na veertien weken kwamen zij weer<br />

in Zwolle terug. Het echtpaar Van Haersolte<br />

betrok het huis Koestraat 18.<br />

Op 11 mei 1838 werd Sophie geboren. Zij was<br />

vernoemd naar haar grootmoeder Sophia Cornelia<br />

Huygens, douarière van Carel de Vos van<br />

Steenwijk. 'Grootmama Vos' kwam regelmatig op<br />

bezoek in de Koestraat. Sophie zag haar grootouders<br />

Van Haersolte ook vaak; zij woonden in<br />

Zwolle aan het begin van de Melkmarkt, nu Grote<br />

Markt 12-13. Haar vader verbleef als lid van de<br />

Tweede Kamer voor langere perioden in Den<br />

Haag, maar hij schreef vele brieven naar huis.<br />

Sophie kreeg er in de loop der jaren twee broertjes<br />

en zes zusjes bij. 5<br />

Gezicht op het begin<br />

van de Melkmarkt<br />

omstreeks 1880. Sophie''s<br />

grootouders Coenraad<br />

W.A. van Haersolte<br />

en Louise C.E.F.<br />

Hora Siccama woonden<br />

in het derde pand van<br />

links, nu Grote Markt<br />

12-13. Tegenwoordig<br />

herbergt dit pand een<br />

Mac Donalds vestiging.<br />

(Collectie HCO)


64<br />

Brief van de zevenjarige Sophie aan haar vader (sterk verkleind weergegeven):<br />

'Zwolle ï descembre 1845. Lieve Papa! Ik wil u eindelijk eens schrijven. Ik leer'<br />

zonder humeur bij mijnheer Hempeenius, en ik houd veel meer van de piano te<br />

hooren. Ik leer veel bij defransche meester en hij geeft mij veel te doen, en Mama<br />

heeft hem verzocht mij wat minder op te geven. De zusjes en ik zijn redelijk zoet,<br />

en Willem is heel wel. Zondag is RudolfSloet hier geweest Ermanse kon niet<br />

komen, om dat zij bij Hansje Sandberg ging spelen. De zusjes en ik hebben ieder<br />

een heel mooi boekje gekregen van Tante Truitje. Heel veel complimenten van<br />

Louize en Annette. Ik noem mij U liefhebbende dochter Sophie van Haersolte.'<br />

(Familiearchief Van Haersolte, HCO)<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Het meisje Sophie<br />

Sophie was zoals zij zichzelf beschreef een 'redelyk<br />

zoet' meisje. Zij verdiende veel 'goede merkjes'<br />

en af en toe een 'leelijk'. Zij leerde eerst met potlood<br />

schrijven, en toen zij ongeveer vier jaar oud<br />

was mocht zij bij de meester met inkt schrijven.<br />

Als zij haar best deed, kon zij het heel mooi. In<br />

huis werd veel Frans gesproken. Voor de kinderen<br />

was er een Zwitserse 'bonne' en Sophie kreeg een<br />

energieke leraar Frans die haar overlaadde met<br />

huiswerk. Toen zij een jaar of tien was, schreef zij<br />

haar brieven in het Frans. Sophie werd op speelse<br />

wijze met de Engelse taal bekend gemaakt; zij had<br />

plakkertjes waarop de dagen van de week in het<br />

Engels stonden. Op elke plakker een andere dag.<br />

Er was ook een serie in het Frans. Zij gebruikte de<br />

plakkertjes als sluitzegel voor brieven.<br />

Sophie had geen hekel aan de lessen maar als<br />

een meester op vakantie ging, had zij net als de<br />

andere kinderen feest. Met muziekles had zij in<br />

eerste instantie weinig op. Zij reageerde weerspannig.<br />

Gelukkig voor haar moeder was het bijna<br />

'Sint Niklaas' en Sophie zou toch wel graag<br />

cadeautjes krijgen. Het bedekte dreigement stimuleerde<br />

Sophie en de muzieklessen werden leuker<br />

dan zij had gedacht. Met enorme koeienletters<br />

en de nodige taal en schrijffouten schreef de<br />

zevenjarige Sophie aan haar vader: 'Ik leer zonder<br />

humeur bij mijnheer Hempeenius, en ik houd<br />

veel meer van de piano te hooren'.<br />

Als de Sint in het land was, brachten Sophie en<br />

haar zusjes ieder een schoen naar 'Groot Mama,<br />

Tante en Mama'. Door de spanning waren de<br />

meisjes al vroeg wakker. 'Voort toen wij klaar<br />

waren, gingen wij zien wat hij bij Mama en Tante<br />

gebragt had'. De cadeautjes stonden op tafel. Sophie<br />

kreeg een loterijspelletje. Opgetogen liepen de<br />

meisjes naar hun grootouders aan de Melkmarkt.<br />

Vanuit het huis keken en luisterden zij naar de<br />

muzikanten die daar speelden. Na het concert<br />

kwam de 'bonne' met het jongste zusje en samen<br />

gingen zij kijken welke presentjes de goedheiligman<br />

bij grootmama Vos had achtergelaten. Voor<br />

Sophie was er een wastafeltje. Zij verzocht haar<br />

vader om Sinterklaas voor alle cadeaus te bedanken.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 65<br />

Ook met haar verjaardag kreeg Sophie cadeautjes<br />

en 'veel lekkers'. Op verzoek van haar moeder<br />

nam haar vader Haagse beschuitjes mee. Sophie<br />

hield van poppen en van poppenkleertjes. Zij<br />

spaarde een theeserviesje bij elkaar; op haar zesde<br />

verjaardag kreeg zij er een paar 'heele mooije porseleine<br />

kopjes en schoteltjes' bij. Zij was blij met<br />

'hele mooije theedoekjes', 'paars en wit van ieder<br />

soort twee'. De doekjes zoomde zij zelf. Handwerken<br />

hoorde bij de opleiding van meisjes. Diverse<br />

familieleden werden verblijd met gebreide kousenbanden,<br />

zelfgemaakte beursjes en speldenkussens.<br />

Als kind werd Sophie geportretteerd; op een<br />

kleine aquarel werd zij ten voeten uit afgebeeld.<br />

Toen zij veertien was, maakte de kunstenaar Hoffman<br />

een crayontekening van haar. Hoffman was<br />

de tekenleraar van Sophie. Mogelijk had hij een<br />

artistiek uiterlijk; Sophie's moeder wist dat hij een<br />

'Zwolsche jongen' was, maar zij zou het 'aan zijn<br />

voorkomen nooit zeggen'. Sophie vond hem 'Ie<br />

plus aimable de mes maitres'. Het portret beviel<br />

haar vader goed, want enige jaren later kreeg Hoffman<br />

de opdracht ook een van de andere dochters<br />

te portretteren. 6<br />

Sophie's lichaamshouding was niet goed. Op<br />

de leeftijd van zeven jaar kreeg zij ter correctie een<br />

'machine', een corset aangemeten. Toen zij het<br />

paste bleek het veel te wijd te zijn. Goed aangeregen<br />

vielen de baleinen aan de voorkant over elkaar<br />

terwijl het aan de achterkant nog veel te ruim<br />

bleef. Om het geval enigermate op de plaats te<br />

houden trok Sophie haar schouders op waardoor<br />

zij een 'misvormd figuur' kreeg. De machine ging<br />

retour en werd passend gemaakt. Het corset was<br />

niet genoeg om Sophie's houding voldoende te<br />

corrigeren, zij mocht niet te veel zitten en zij<br />

moest veel bewegen. Voor haar grootmoeder was<br />

Sophie levendig genoeg, zij mocht komen logeren.<br />

Haar broertje mocht niet mee, grootmoeder vond<br />

hem veel te wild.<br />

Met mooi weer was Sophie vaak in de tuin te<br />

vinden. Zij had een eigen kersenboompje. Het<br />

'groeit braaf, hield zij haar vader op de hoogte.<br />

Op Dikninge, het ouderlijk huis van haar moeder,<br />

hielp zij met het plukken van kruiden voor de<br />

kruidenazijn. Haar vader was een liefhebber van<br />

bloemen. Vanuit Den Haag stuurde hij regelmatig<br />

bloemen voor de tuin op. Sophie's moeder mopperde<br />

over zijn koopzieke gedrag toen hij alweer<br />

een mand met camelia's liet bezorgen.<br />

Sophie schreef haar 'Lieve Papa' ook over haar<br />

verjaardag, over haar schoolwerk, over haar<br />

gezondheid en ander nieuws: 'Annette bijt nooit<br />

geen nagels meer', het nieuwe neefje Godertje was<br />

gedoopt en met de zusjes had zij aan de jarige<br />

Caroline 'un petit ménage de bois' gegeven. Zij<br />

vertelde welke kinderen bij haar hadden gespeeld<br />

en hoeveel tanden bij haar broertje waren doorgekomen.<br />

Zij verwachtte dat haar vader terugschreef.<br />

Als hij in gebreke bleef, maande Sophie's<br />

moeder hem te schrijven; 'Sophie verlangt zeer<br />

naar een brief van U'. Maar het allermooiste was<br />

toch als hij naar Zwolle kwam. Zij verlangde meer<br />

dan eens dat hij 'weer in huis' kwam.<br />

Acht jaar oud werd Sophie erg verkouden. Zij<br />

hoestte veel en transpireerde. De dokter adviseerde<br />

's avonds voetbaden en 'pappen op de borst'.<br />

Zij werd twee weken boven in bed gehouden. Pas<br />

Sophie's grootvader Mr.<br />

Coenraad W.A. baron<br />

van Haersolte, heer van<br />

de Doorn etc, 1783 -<br />

1862. Sophie was vierentwintig<br />

toen haar beide<br />

grootouders van Haersolte,<br />

anderhalve<br />

maand na elkaar, overleden.<br />

(Iconographisch<br />

Bureau)


C«*<br />

Briefje van Sophie aan<br />

de 'LieveKaptein', 3<br />

maart 1849. Mogelijk<br />

schreef en verstuurde zij<br />

nog een tweede versie<br />

vanwege het 'ennetje'<br />

teveel achter Zwolle.<br />

(Fa m iliearch ief Va n<br />

Haersolte, HCO)<br />

66 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

toen zij weer iets gegeten had mocht zij naar beneden.<br />

De tuin mocht zij nog niet in. Haar hoest<br />

klonk steeds 'dieper' en zij gaf'nog al op'. De dokter<br />

constateerde een lichte vorm van kinkhoest.<br />

Het was in huis een complete ziekenboeg, de<br />

meeste kinderen hoestten en waren verkouden, of<br />

hadden kinkhoest. Twee maanden later was<br />

Sophie alle narigheid weer vergeten.<br />

\<br />

Een reislustige Sophie<br />

Van Haersolte had voor zijn huwelijk veel gereisd,<br />

voornamelijk per schip. Hij had de Middellandse<br />

Zee doorkruist, hij kende de kust van Zuid-Amerika,<br />

hij was de Stille Zuidzee overgestoken en hij<br />

was in Oost-Indië geweest. Sophie had van haar<br />

vader blijkbaar een voorliefde voor schepen en<br />

reizen geërfd. Zij was elf jaar toen het schip de<br />

Saramacca in het Zwartewater voor anker lag. Zij<br />

schreef een brief aan de 'Lieve Kaptein' met het<br />

verzoek 'mede op zee' te gaan. Sophie wilde het<br />

reisje samen met haar twee jaar jongere zusje<br />

Louise en hun gouvernante maken. Als de kapitein<br />

hen aan boord wilde hebben en hen 'een<br />

kamertje geven, wij zullen uw geen moeite en<br />

drukte veroorzaken. Wij zullen een klein koffertje<br />

mede nemen om er goed, boeken en schriften in te<br />

leggen, en de meesters zullen ons werk opgeven.<br />

Wij hebben er de geheele middag over gesproken;<br />

als het u belieft weigert het ons niet.' Zij ondertekende<br />

met: 'Ik noem mij Sophie van Haersolte'.<br />

Het is onwaarschijnlijk dat de Saramacca een zeewaardig<br />

schip was; het Zwartewater was geen zeehaven.<br />

Maar voor een klein meisje was het een<br />

imponerend schip.<br />

Zij schreef de brief zo mooi mogelijk op versierd<br />

briefpapier; de vier hoekornamentjes zijn<br />

helder rood. Toen zij klaar was, maakte zij een<br />

foutje. Of zij de brief nu opnieuw schreef vanwege<br />

een ennetje achter Zwolle te veel en de andere<br />

bewaarde, of dat het van verzenden nooit gekomen<br />

is; het doet niets af van de reislustige verlangens<br />

van een klein meisje.<br />

Jaren later, toen zij tweeëntwintig was, maakte<br />

Sophie eindelijk eens een zeereisje voor de kust<br />

van Den Haag. Het was niet zo plezierig als zij had<br />

verwacht. Echt zeeziek werd zij niet, maar zoals<br />

haar vader het noemde, zij werd 'zee dol'. Het<br />

diner van die avond liet zij passeren. Het tochtje<br />

had geen verdere gevolgen voor de gezondheid<br />

van Sophie.<br />

'Douce caquetage'<br />

Voor gezelschap hoefde Sophie het ouderlijk huis<br />

niet te verlaten. Het kon thuis gezellig druk zijn.<br />

Zij ging wel vaker voor korte of langere logeerpartijen<br />

naar familie en vrienden, zoals dat in de


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

hogere standen gebruikelijk was. Vooral in de<br />

zomermaanden was het bij hen een komen en<br />

gaan in de buitenhuizen. Haar grootvader bezat<br />

het huis Den Doorn, vlak bij Zwolle. Terwijl Sophie<br />

uit logeren ging hield zij door brieven contact<br />

met de anderen. Zij mopperde over de slecht leesbare<br />

brieven van Louise, en verzocht haar wat<br />

minder slordig te schrijven en vooral de puntjes<br />

op de i te zetten. Zusje Caroline was net zo min in<br />

staat netjes te schrijven. Zij schrapte en streepte,<br />

wat de leesbaarheid niet ten goede kwam. Henriëtte<br />

deed tenminste haar best duidelijk te schrijven.<br />

Sophie was 'weinig content' toen een van de<br />

zusjes haar niet terug schreef, maar wel een brief<br />

stuurde aan 'het freuletje van Heerdt'. 'Zy zal het<br />

U inpeperen' verzekerde hun vader de nalatige<br />

schrijfster.<br />

Een steeds terugkerend uitje waren de bezoeken<br />

aan kuuroorden. De kinderen uit het gezin van Van<br />

Haersolte hadden ieder zo hun eigen reden om de<br />

baden op te zoeken. Sophie leed aan kortademigheid,<br />

Caroline had last van zenuwpijnen en Betje<br />

kreeg astma. Willem ging op twaalfjarige leeftijd al<br />

naar Spa, wellicht uit voorzorg. Zoals Annette de<br />

baden van Scheveningen bezocht. Louise had vaak<br />

last van hoofdpijn en ging ook naar Scheveningen,<br />

Koestraat 18, het ouderlijk<br />

huis van Sophie. De<br />

•-—| foto dateert uit 1986.<br />

(Collectie HCO)


68<br />

samen met een nichtje en onder begeleiding van<br />

een juffrouw. Zij namen baden en op het strand<br />

reden zij op een ezeltje of wandelden langs de zee.<br />

Na twee dagen mooi zomerweer was Louise's<br />

hoofdpijn verergerd, maar een bezoek aan een badplaats<br />

was klaarblijkelijk niet alleen bedoeld voor de<br />

gezondheid.<br />

Het was altijd heerlijk om elkaar weer te zien.<br />

Van Haersolte amuseerde zich met de 'douce<br />

caquetage', het gebabbel en gekwetter van de<br />

begroetingen. Als hij zelf niet aanwezig was, vulde<br />

hij zijn brieven met nieuws 'voor een koffy discours'.<br />

Zo nu en dan was een van de gezinsleden echt<br />

ziek; in 1859 was Caroline zo ziek dat zij een paar<br />

weken het bed moest houden. Een bijkomend<br />

maar voor de jonge meisjes bepaald niet het kleinste<br />

probleem waren de haren van Caroline. Door<br />

het liggen zat het zo in de war dat Sophie meende<br />

dat het niet meer te ontwarren viel. Hun vader<br />

opperde een resolute oplossing: het haar moest<br />

maar afgesneden worden.<br />

De winter was het seizoen voor diners en soupers<br />

bij familie en vrienden. Nadat Sophie 'gepresenteerd'<br />

was, nam zij ook deel aan feesten en partijen<br />

en schouwburgbezoek. In de huiselijke kring<br />

maakte Betje muziek waar de anderen dan vrolijk<br />

op dansten. Voor Sophie was het plezier van het<br />

dansen niet weggelegd. Met regelmaat voelde zij<br />

zich niet goed. Zij tobde al op jeugdige leeftijd met<br />

haar gezondheid, zij had bij vlagen last van ernstige<br />

benauwdheid. Als Sophie zich wat beter voelde<br />

werd zij weer vrolijk en ging weer op stap. Zo ging<br />

het na een ongezonde periode in de zomer van<br />

1855 stukken beter. Zij had er plezier in met kennissen<br />

naar het Engelse Werk te gaan en aansluitend<br />

logeerde zij een paar dagen bij haar grootmoeder<br />

op Dikninge. Zij werd door haar oom<br />

Reint naar huis gebracht. Onderweg haalden zij de<br />

meisjes Van Ittersum op, die ook naar Zwolle<br />

teruggingen na een paar weken buiten gelogeerd<br />

te hebben.<br />

De 'Fièvre Gernicieuse'<br />

Waarschijnlijk in het begin van de jaren zeventig<br />

overkwam Sophie een 'accident' dat haar toch al<br />

slechte gezondheid ernstig aantastte. Soms had zij<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

pijn in haar rechter bovenbuik, vlak onder het<br />

middenrif. Men vermoedde dat het iets met de<br />

lever te maken had. Die pijn was steeds van tijdelijke<br />

aard maar de benauwdheid bleef. Sophie kon<br />

vrijwel niets meer doen. Ze lag maar op de canapé<br />

wat rond te kijken. In de perioden dat zij zich wat<br />

beter voelde, viel zelfs borduren haar nog te zwaar<br />

en ging het schrijven moeizaam.<br />

Sophie hield zich volgens haar vader meer dan<br />

andere gezonde mensen bezig met de dood en<br />

haar verwachtingen voor het hiernamaals. Het<br />

overlijden van haar beide grootouders Van Haersolte<br />

anderhalve maand na elkaar moet de toen<br />

vierentwintigjarige Sophie diep getroffen hebben.<br />

Zij hield de nagedachtenis aan de doden in leven,<br />

speciaal die van haar lievelingstante Henriëtte. Zij<br />

bezocht regelmatig haar graf in de familiegrafkelder<br />

op de begraafplaats Bergklooster te Zwolle.<br />

Haar vader vond dat het zo niet langer ging en<br />

stuurde Sophie in gezelschap van Louise naar<br />

Marburg. De daar residerende geneesheer wilde<br />

haar situatie eerst eens veertien dagen bekijken<br />

voor hij tot een behandeling overging die nadelige<br />

gevolgen kon hebben voor Sophie's zenuwgestel,<br />

dat door haar oude kwaal zeer was aangetast. Als<br />

zij na veertien dagen 'aanmerkelijk hersteld' zou<br />

zijn, was de behandeling misschien zelfs onnodig.<br />

Sophie begreep dat zij niet zo spoedig zou genezen<br />

als zij gehoopt had. Men was al tevreden als zij<br />

'altans niet verloor'. Vooreerst gaf de dokter het<br />

advies veel te wandelen, met koud water te wassen<br />

en 'gympartie'. Louise vreesde met de arts dat<br />

Sophie het laatste 'minder getrouw' zou doen.<br />

Maar ook de beide andere adviezen zullen Sophie<br />

niet meegevallen zijn.<br />

Na veertien dagen stelde de arts een kuur voor.<br />

Van Haersolte ging onmiddellijk accoord, en deed<br />

een voorstel een kuur van vier weken in Godesberg<br />

te houden. Als Sophie dat wilde doen, dan<br />

kwam Van Haersolte zijn dochters in Marburg<br />

ophalen en zou hij hen in Godesberg onder dak<br />

brengen. Maar eerst moest Sophie een beetje normaal<br />

kunnen leven, anders viel er aan reizen niet<br />

te denken.<br />

Sophie werd niet in Godesberg geïnstalleerd,<br />

maar in Neuheim. En Louise werd afgelost door<br />

Caroline. Sophie was ziek en zwak, zij verdroeg


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 69<br />

geen drukte. Op een dag stond nicht Elise de Vos<br />

van Steenwijk voor de deur. Na onenigheid met<br />

haar vader over een huwelijk met haar 'beau',<br />

zocht Elise haar toevlucht bij Caroline. Weg was<br />

de rust in Neuheim. Van op een afstand kwam<br />

Van Haersolte voor de geplaagde Sophie op. Elise's<br />

gedrag vond hij 'indringerig' en Caroline's<br />

gedrag was 'aller schandaligst'. Zij kreeg van haar<br />

vader opdracht Elise te verzoeken zo min mogelijk<br />

gebruik te maken van de salon omdat 'haar discours<br />

en drukte vooral Sophie onaangenaam' zou<br />

zijn. Bij het dejeuner en diner mocht slechts een<br />

klein en gesloten gezelschap aanwezig zijn. Als<br />

Caroline en Elise lawaai maakten, moesten ze dat<br />

maar op de slaapkamer doen in plaats van Sophie<br />

naar boven te verjagen. In een brief 'voor u en<br />

Sophie alleen' vertelde hun vader dat Elise niet<br />

gelogen had over haar vaders toestemming voor<br />

het huwelijk, maar de hele waarheid was het niet.<br />

Tegen zijn zin was De Vos van Steenwijk accoord<br />

gegaan omdat hij er anders door de rechter toe<br />

gedwongen zou worden. En trouwens, vroeg Van<br />

Haersolte, wat deed Elise eigenlijk in Neuheim?<br />

Baden gebruiken? Sarcastisch vroeg hij: 'of weet ze<br />

niet waar ze blijven moet?' Hij vreesde dat haar<br />

'beau' ook kwam.<br />

Half maart 1873 reisde Sophie met haar vader<br />

naar Leiden waar zij door ene professor Thomas<br />

behandeld zou worden. Sophie prees zich gelukkig,<br />

zij was ervan overtuigd dat de professor haar<br />

kon genezen. En inderdaad kon zij na korte tijd al<br />

veel ruimer ademhalen dan zij de laatste jaren<br />

gewend was geweest.<br />

Zij logeerde in het Leidse hotel De Zon, waar<br />

zij twee kamers huurde. In het logement was<br />

Sophie geliefd. De eigenaresse mevrouw Smits<br />

mocht haar graag, en haar medegasten leefden<br />

met Sophie mee. Ook de heer en mevrouw Rauwenhof<br />

7 toonden veel warme belangstelling.<br />

Caroline kwam ook naar Leiden; vanaf half<br />

april logeerde zij in de stad. Sophie was vol goede<br />

moed. Zij liet Caroline een borduurwerk zien<br />

waar zij drie jaar geleden aan was begonnen en<br />

merkte op dat zij 'het welleer zal opvatten en<br />

afmaken'.<br />

Een van de eerste dagen van de maand mei<br />

kreeg Sophie koorts. Mogelijk werd er daarom een<br />

ziekenverzorgster voor dag en nacht aangenomen.<br />

Er kwam ook een meid voor diverse werkzaamheden.<br />

Professor Thomas vermoedde dat zij leed aan<br />

de 'Fièvre Gernicieuse'. Dat was aldus de arts een<br />

bekende maar zelden voorkomende ziekte. Als<br />

Sophie de eerste koortsen doorstond, dan kon hij<br />

met geneesmiddelen een gunstig effect bereiken.<br />

Vóór die tijd was er weinig anders te doen dan het<br />

de patiënte zo prettig mogelijk te maken en te<br />

wachten en te hopen. De oorzaak van de ziekte<br />

was zelden aan te wijzen, zoals men dat ook bij<br />

gewone koortsen niet kon. Van één ding was de<br />

arts heel zeker: het accident van Sophie had niets<br />

met de zo plotseling opgekomen koorts te maken.<br />

De 'Fièvre Gernicieuse' was een gevaarlijke<br />

koorts. De familie herinnerde zich een zekere heer<br />

Buma die aan deze koorts was overleden en vermoedelijk<br />

was ook Napoleon de Derde eraan<br />

bezweken.<br />

Het sterfbed<br />

Op een zondagochtend werd Sophie wakker met<br />

hevige krampen. In allerijl werd de dokter geroepen<br />

die haar krampstillende middelen gaf en uitwendig<br />

met 'pappen' de krampen bestreed. De<br />

behandeling had effect; de pijn nam af. Maar zij<br />

bleef koortsig. Rond het middaguur kwam de arts<br />

terug en constateerde een verhoogde koorts maar<br />

zag nog geen reden tot grote zorg. Caroline stelde<br />

voor dat de dokter hun ouders in Zwolle zou<br />

waarschuwen maar het leek de arts niet nodig hen<br />

nodeloos te verontrusten. Hij was het er wel mee<br />

eens dat Caroline een telegram verzond. Samen<br />

stelden zij een bericht op. Het papier bleef onver-<br />

Overlijdensbericht van<br />

Sophie in de Zwolsche<br />

Courant van 10 mei<br />

1873.<br />

Den 4den Mei 1873 overleed te LEIDEN, aan eene<br />

hevige, -doch kortstondige ziekte, onze geliefde oudste<br />

Dochter SOPHIA COBNELIA, in den ouderdom van<br />

bijna 35 jaren.<br />

ZWOLLE, 9 Mei 1873.<br />

J. C. Baron VAN HAERSOLTE VAN HAERST.<br />

G. A. Baronnesse v. HAERSOLTE v. HAERST,<br />

Baronnesse DE VOS VAN STEENWIJK.


CL...-<br />

De rekening van de aanspreker Van Eijsselsteijn voor de kosten gemaakt voor de<br />

begrafenis van Sophie. De diverse posten getuigen van een begrafenis op stand:<br />

de bekendmaking door een knecht in Leiden van het overlijden; twee aansprekers<br />

en twee voorbellers; twaalf dragers en twee palfreniers; eerste klasse rouwmantels;<br />

politie in Zwolle en Zwollerkerspel; fooien voor twee koetsiers en voor bewakers<br />

aan het station; rouwkleden over de kist en baar; vijfentwintig paar grote<br />

witte handschoenen; het bestellen der begrafenis door drie aansprekers; de eerste<br />

aanspreker; de teraardebestelling door drie aansprekers; de rouw- en twee volgkoetsen<br />

en het logies van de aanspreker en tenslotte de begraafplaats Bergklooster.<br />

In totaal f145,70. Gedateerd 8 mei 1873. (Familiearchief Van Haersolte,<br />

HCO)<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

stuurd liggen omdat het met Sophie iets beter<br />

ging. De koorts week niet maar zij at wel een beetje<br />

en zij was helder van geest. Spreken deed zij niet<br />

veel. In de loop van de middag ging het met Sophie<br />

bergafwaarts. Caroline verstuurde het telegram<br />

dat zij adresseerde aan de Zwolse dokter<br />

Meines. Zij vroeg of hij contact wilde opnemen<br />

met haar vader en of zij beiden naar Leiden wilden<br />

komen. Een paar uren later leek het alarm overbodig<br />

te zijn geweest; de koorts was weg. De arts zag<br />

niet in waarom Caroline niet naar de kerk zou<br />

gaan. Juffrouw Smits van het logement zou dat<br />

uurtje bij Sophie blijven.<br />

Sophie zei tegen de juffrouw: 'Juff moest my<br />

maar alleen laten want ik kan myzelf wel redden<br />

en de Juf zal het wel druk in t logement hebben'.<br />

De juffrouw antwoordde haar: 'Het is Zondag en<br />

op t ogenblik heb ik niets te doen'. 'Neem dan dat<br />

boek dat op die tafel legt en gaat wat lezen'. Zij<br />

antwoordde Sophie: 'Ik dank U wel maar ik blyf<br />

liever by U zitten doch zal my wat van t bed verwyderen<br />

daar U t spreken misschien hinderlyk is' en<br />

zij ging elders in de kamer zitten. Al snel zei<br />

Sophie: 'Als gy toch op de kamer blyft komt dan<br />

by myn bed dan kunnen wy nog wat praten' en zij<br />

was 'zeer gewoon spraakzaam en helder'. Zij spraken<br />

over de recente verbetering van Sophie's<br />

gezondheid en hoe jammer het was dat 'dit accident<br />

nu tusschen beiden' kwam. De kwaliteiten<br />

van professor Thomas passeerden ook de revue.<br />

Toen Caroline uit de kerk kwam, was Sophie<br />

nog steeds koortsvrij maar haar krachten namen<br />

met een verbazingwekkende snelheid af. Halsoverkop<br />

werd professor Thomas geroepen; hij<br />

stond versteld over de verandering. Hij voelde<br />

Sophie's pols en constateerde een 'snel wegzinken<br />

der krachten'. Hij diende geneesmiddelen toe 'tot<br />

opwekking van de levenskrachten'. Het bleek<br />

vruchteloos. Radeloos geworden riep de professor<br />

de hulp van een confrater in: professor Huet, een<br />

man van klein postuur. Huet onderzocht haar<br />

hart en lever. Daar was niets verontrustends mee<br />

aan de hand. Waarom de koorts gezakt was, kon<br />

geen van beide artsen verklaren. Sophie had het<br />

onderzoek gelaten over zich heen laten gaan en<br />

vroeg na afloop aan Caroline: 'Wat zegt dat mannetje<br />

toch van my?'.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Professor Thomas vond de situatie nu wel ernstig<br />

genoeg om er een telegram aan te wijden. Om<br />

acht uur 's avonds seinde hij naar Zwolle: 'Toestand<br />

door toeneemende koorts en benaauwdheid<br />

zeer zorgelyk'. Het was voor de professor buiten<br />

twijfel dat Sophie's leven in gevaar was. Thomas<br />

waarschuwde dat het zeer waarschijnlijk nog die<br />

nacht zou aflopen. Sophie was de enige die dacht<br />

dat het wel weer goed kwam.<br />

Caroline trok zich terug in de naastliggende<br />

kamer terwijl mevrouw Rauwenhof bleef waken.<br />

Gedurende de rest van de avond bleef Sophie's<br />

toestand stabiel. Om half elf kwam juffrouw Smits<br />

haar goedenacht wensen. Sophie hoopte de slaap<br />

te kunnen vatten. Zij was van plan de volgende<br />

ochtend uit bed te komen en dan zo beloofde zij<br />

de juffrouw 'kunnen wy wederom wat praten'.<br />

Juffrouw Smits gaf Sophie een hand en schrok<br />

hevig. Sophie's hand en ook de onderarm waren<br />

ijskoud, 'als van een lyk'.<br />

Om elf uur kwam de ziekenverzorgster het<br />

drankje brengen dat Sophie gewoon was met wat<br />

water weg te spoelen. Dit keer gaf zij aan dat zij<br />

even rechtop wilde zitten. De vrouw hielp haar<br />

overeind. Zij gaf haar het drankje te drinken en<br />

reikte haar het waterglas aan. Sophie nam een paar<br />

slokjes, zij gaf het glas terug en viel dood achterover.<br />

Het was 4 mei 1873.<br />

'Zieke vannacht overleden'<br />

De geschrokken verzorgster riep naar Caroline in<br />

de kamer ernaast. De beide vrouwen stonden hulpeloos<br />

naast het bed. Dat het snel zou aflopen hadden<br />

zij wel begrepen, maar niet zo snel. De dokter<br />

had immers verwacht dat het enige uren zou duren<br />

voordat Sophie's lichaam de strijd zou opgeven.<br />

De professor kwam naar het logement en<br />

betuigde zijn medeleven. Gealarmeerd kwamen<br />

meneer en mevrouw Rauwenhof onmiddellijk naar<br />

De Zon. Mevrouw vroeg Caroline met haar mee<br />

naar huis te gaan maar Caroline wilde bij Sophie<br />

blijven. Slapen deed zij niet. Zij schreef die nacht<br />

een brief naar huis. In Zwolle was men al op de<br />

hoogte gebracht door een telegram van professor<br />

Thomas: 'Niets hielp. Zieke vannacht overleden'.<br />

Johan Christiaan van Haersolte nam zo snel<br />

mogelijk de trein naar Leiden. Hij vond er zijn<br />

zoon Willem die meteen uit Arnhem gekomen<br />

was. Caroline was zeer opgewonden. De gespannen<br />

situatie had zijn weerslag op haar gehad, zij<br />

was de laatste dagen weer door zenuwpijnen<br />

gekweld geweest. Maar nu Sophie dood was, viel<br />

de spanning van haar af en was de pijn verdwenen.<br />

Zij hield zich goed, al verwachtte Van Haersolte in<br />

een later stadium wel een reactie. Van Haersolte<br />

bezocht de professor die herhaalde dat hij er niets<br />

van begreep, en Van Haersolte de verzekering gaf<br />

dat de fatale koorts geen verband hield met<br />

Sophie's kwaal noch met het accident.<br />

Kort daarna arriveerde zus Annette uit Rotterdam.<br />

Zij dineerden met z'n allen, waarna Willem<br />

weer naar huis ging; naar zijn vrouw die bijna vijf<br />

maanden zwanger was van hun eerste kind.<br />

Annette hielp Caroline met het inpakken van<br />

Sophie's spullen. Haar kleding, boeken en borduurwerk,<br />

drankjes en pillen, en een aangebroken<br />

fles Eau des Cartnes. Het was een geurtje waar<br />

Sophie veel van gehouden had.<br />

Ook de volgende dag was er aanloop. Annette's<br />

man Albert Roest kwam naar Leiden. Hij<br />

bracht Annette naar de trein en nam Caroline mee<br />

voor een wandeling 'om haar wat lucht te doen<br />

scheppen'. Van Haersolte ontving zijn zwager de<br />

predikant Carel de Moen. Zij dronken samen<br />

thee. Later in de avond toen iedereen weer naar<br />

huis was en Caroline in bed lag, was Van Haersolte<br />

alleen.<br />

Hij beschreef Sophie's laatste levensdag aan<br />

zijn vrouw. Sophie was 'zonder lyden en geheel<br />

present van geest' overleden. Het was zo gauw<br />

gegaan dat zij het zelf niet had bemerkt. Zij had<br />

niet geweten 'dat het sterven is'. Zij lag met een<br />

kalm gezicht en met een glimlach op de lippen in<br />

de kussens. 'Geen de minste teekens van lyden'.<br />

Sophie's moeder had het zwaar met de dood van<br />

haar oudste kind. Eerst ontving zij telegram na<br />

telegram met onheilstijdingen; het laatste met de<br />

bevestiging van haar bange vermoedens. Troostrijke<br />

brieven konden het leed nauwelijks verzachten.<br />

Zij raakte enige dagen onwel.<br />

Van Haersolte kweet zich van alle financiële<br />

taken. 8 Hij betaalde de openstaande rekeningen<br />

van artsen en apotheek, van hotels, de wasvrouw,<br />

de ziekenverzorgster en de meid. Hij betaalde


Briefhoofd van de logementhouder<br />

en rijtuigenverhuurder<br />

T. Tenthof,<br />

die de koetsen en<br />

koetsier bij de begrafenis<br />

van Sophie verzorgde.<br />

(Familiearchief Van<br />

Haersolte, HCO)<br />

voor de verleende extra service en deelde fooien<br />

uit. Speciaal bedankte hij juffrouw Smits uit De<br />

Zon met vijfentwintig gulden als 'souvenir'.<br />

De begrafenis<br />

Van Haersolte liet het doodsbericht in Leiden<br />

bekend maken. De stad was 'vervult van het plotselinge<br />

en onverwachte sterfgeval' verzekerde hem de<br />

heer Rauwenhof. De bekendmaking te Zwolle werd<br />

in handen van de aanspreker Van Eijselsteijn gegeven.<br />

De begrafenis van Sophie werd vastgesteld op<br />

donderdagochtend om acht uur. Van Haersolte had<br />

besloten dat Sophie werd bijgezet in het graf van tante<br />

Henriëtte 'die zy zoo liefhad' gehad. Hij kocht een<br />

doodskist, huurde een lijkbezorger en een wagen van<br />

het Hollands Spoor; het lijk van Sophie werd met de<br />

laatste avondtrein naar Zwolle gebracht.<br />

Voor de begrafenis te Zwolle huurde Van<br />

Haersolte twee volgkoetsen bij het logement van<br />

de heer Tenthof, elk met twee koetsiers. De kist<br />

was bedekt door een rouwkleed en rustte op een<br />

baar. Twaalf dragers in eerste klasse rouwmantels<br />

gehuld en met witte handschoenen droegen Sophie<br />

naar haar laatste rustplaats op de begraafplaats<br />

Bergklooster. Van Haersolte, Sophie's beide<br />

broers en haar zwager volgden de baar. Haar oom,<br />

de predikant Carel de Moen was ook naar Zwolle<br />

gekomen. Het was geen gewoonte dat er dames in<br />

de lijkstoet meegingen. Alle kinderen kregen een<br />

geldbedrag van hun vader voor het dragen van<br />

rouw. 9<br />

vi/i. cl e. .i-oi_a.u^w t^j de o?cu) (e Kvp oox b .<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Johan Christiaan van Haersolte vroeg zich<br />

treurig af wie als tweede uit het gezin zou volgen<br />

nu er één schakel 'in onze familie ketting gebroken<br />

is'. Het werd zijn echtgenote, zijn 'Lieve Truitje'.<br />

Zij volgde haar dochter Sophie een jaar later in het<br />

graf.<br />

Bron<br />

De gegevens zijn tenzij anders vermeld afkomstig uit<br />

het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong> Familiearchief Van<br />

Haersolte (237.1), inv. nrs. 112, 113, 119, 121, 178, 179,<br />

182,189 en 207.<br />

Noten<br />

1. Nederland's Adelsboek 1994, 68.<br />

2. Anna Adriana (Annette) de Vos van Steenwijk was<br />

een zus van de bruid, zij was getrouwd met haar volle<br />

neef Reint de Vos van Steenwijk.<br />

3. Van Haersolte hield van het eerste gedeelte van de<br />

reis een dagboek bij: <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong><br />

FA Van Haersolte (237.1), inv. nr. 112. Het journaal<br />

is onlangs uitgegeven als deel 11 in de reeks <strong>Overijssel</strong>se<br />

handschriften: M.L.Hansen, Aller Treffendst en<br />

Stout. De huwelijksreis van J.C. baron van Haersolte<br />

naar Duitsland, Zwitserland en Italië in 183/. Epe<br />

<strong>2002</strong>.<br />

4. Th.H. von der Dunk, 'De ontdekking van de Alpen.<br />

Alpinisme en Alpentoerisme tot de late achttiende<br />

eeuw', in: Opossum, jaargang 4, nummer 13^4 (zomer/herfst<br />

1994), 8396.<br />

5. Louise (1840), Annette (1842), Willem (1845), Caroline<br />

(1846), Betje (1848), Henriëtte (1851), Johan<br />

(1854) en Geertruid (1861).<br />

6. Het formaat van de aquarel was 16 x 13 cm. De maker<br />

is onbekend. De crayontekening van A.F.C.<br />

Hoffman is uit 1852, en was 26 x 20 cm. groot. Beide<br />

portretjes van Sophie en ook dat van haar zusje<br />

zijn in 1945 verbrand (Iconografisch Bureau).<br />

7. Waarschijnlijk bekenden die in Leiden woonden. In<br />

1786 was ene Rauwenhof burgemeester te Elburg.<br />

8. Naar aanleiding van de verzorging, de behandeling<br />

en de begrafenis van Sophie ontving Van Haersolte<br />

meer dan vijftig rekeningen, met een totaal bedrag<br />

van ruim drieduizend gulden.<br />

9. De getrouwde kinderen (Willem en Annette) kregen<br />

elk tweehonderdvijftig gulden, en de ongetrouwde<br />

kinderen (Louise, Caroline, Betje en Henriëtte)<br />

kregen elk tweehonderd gulden. Voor Johan<br />

en Geertruid, allebei nog minderjarig, betaalde Van<br />

Haersolte waarschijnlijk zelf.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 73<br />

Werd vervolgd: Een oude dienstmakker<br />

In het Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift van december<br />

2000 schreef ik over mijn grootvader Klaas<br />

Coster (1892-1965) uit Staphorst en zijn oude<br />

dienstmakker Hendrik Nijmeijer. In de (meestal<br />

sterke, maar voor mij fantastische) verhalen over<br />

mijn grootvaders diensttijd was Nijmeijer één van<br />

de personages. Ik wilde daarom graag meer over<br />

hem weten.<br />

Blijkens het opschrift van een foto die ik vond<br />

tussen de oude papieren was hij afkomstig uit<br />

Westenholte. Nadere informatie leerde dat hij was<br />

geboren op 7 november 1892 en in 1920 getrouwd<br />

met Geertruida Hendrika Buijn. Nijmeijer was<br />

toen inmiddels arbeider bij de Gemeentereiniging<br />

in Zwolle.<br />

Krabbelaar<br />

Het artikel met de vraag om informatie in het<br />

ZHT werd op 12 januari 2001 opgepikt door<br />

'Krabbelaar' in de Zwolse Courant. Het leverde in<br />

eerste instantie weinig op. Maar in juli kreeg ik<br />

dankzij deze rubriek contact met de enige nog<br />

levende dochter van Nijmeijer. Via deze mevrouw<br />

J.L. van Houten-Nijmeijer en haar echtgenoot<br />

H.J.A. van Houten in Warnsveld kwam er een<br />

schat aan informatie los.<br />

Mijn vader, zo schreef Van Houten mij, was<br />

samen met Nijmeijer in Ede opgekomen voor<br />

dienst bij de Landstorm. Beiden kregen ze hun<br />

eerste opleiding bij de cavalerie en later kwamen<br />

ze terecht rondom Leiden, waar ze paarden moesten<br />

africhten voor zowel het berijden als het trekken<br />

van kanonnen (in het leger 'stukken staal'<br />

genoemd). Deze paarden werden tijdens de Eerste<br />

Wereldoorlog via Ierland aangevoerd uit Amerika,<br />

na een, vanwege de Duitse duikboten, gevaarlijke<br />

tocht over zee.<br />

Nijmeijer verdiende graag een centje bij met<br />

de handel in koeken. Ondertussen vond hij ook<br />

nog de tijd om in Leiden zijn toekomstige vrouw<br />

te leren kennen. Hij keerde terug naar zijn geboorteplaats<br />

en trouwde, zoals gezegd, in 1920. Binnen<br />

vier jaar werden er drie kinderen geboren, waarna<br />

Nijmeijer van zijn vader het dringende advies<br />

kreeg eerst maar eens 'pas op de plaats' te maken.<br />

'Gevolg: dochter Johanna Lucia werd acht jaar<br />

later, 8 juli 1931, geboren'.<br />

Op 3 april 1918 (dus nog vóór het einde van de<br />

oorlog) was Nijmeijer in dienst gekomen van de<br />

Gemeente Zwolle. Op 1 mei 1919, zo blijkt uit zijn<br />

personeelsdossier, werd hij op proef aangesteld<br />

als voerman bij de Gemeentereiniging met een<br />

weekloon van twintig gulden. Een jaar later kwam<br />

hij in vaste dienst tegen een loon van f 24,75 P er<br />

week. Weer drie jaar later werd hij naast zijn werk<br />

als voerman in tijdelijke dienst benoemd tot ontsmetter<br />

bij de oven van de gemeentelijke ontsmettingsdienst.<br />

Ovenontsmetter<br />

Tot zijn taak behoorde ook het ontsmetten van<br />

woningen en vaartuigen en van goederen in de<br />

ontsmettingsinrichting van het Sophia ziekenhuis.<br />

Voor dit werk kreeg hij vijftien cent per uur,<br />

boven zijn gewone loon. Ondanks de aantrekkelijke<br />

financiële regeling vroeg hij in 1926 ontslag als<br />

ontsmetter, omdat hij het bezwaarlijk vond telkens<br />

aan zijn gewone werk onttrokken te worden.<br />

Hij was inmiddels chauffeur op een vuilnisauto en<br />

het werk als ontsmetter kostte hem ongeveer een<br />

dag in de week. Hoewel zijn collega Beldman het<br />

werk wel wilde overnemen, werd het ontslag aan<br />

Nijmeijer niet verleend.<br />

De ambtenaar DJ. Sollaart, die was belast met<br />

de leiding van de gemeentelijke ontsmettingsdienst,<br />

gaf namelijk een negatief advies aan B en<br />

W. Het werk van de ontsmetter was volgens hem<br />

zeer verantwoordelijk en kon niet zomaar door<br />

Wim Coster


74<br />

iemand anders worden overgenomen. Zeker niet,<br />

omdat de oven al verouderd was en niet voldeed<br />

aan de eisen des tijds. (!) 'Nijmeijer kent hiervan al<br />

de eigenaardigheden,' schreef Sollaart, 'bovendien<br />

krijg ik zelf al genoeg aanmerkingen te hooren op<br />

de ovenontsmettingen, die indirect tot mij komen<br />

en niet zijn te controleeren, maar door het publiek<br />

gaarne worden verspreid.'<br />

Nijmeijer had zich maar te schikken naar de<br />

wensen van zijn superieur. Nog twintig jaar ging<br />

hij daarmee door, tot er in 1946 een einde aan<br />

kwam. Volgens de directeur van de Gemeentereiniging<br />

veroorzaakten de vrijkomende dampen<br />

van de stoom- en formalineontsmettingen bij Nijmeijer<br />

hevige benauwdheden op de borst. Na zijn<br />

'tijdelijk' dienstverband kreeg hij daarom op 11<br />

februari 1946 eindelijk het lang verwachte ontslag<br />

als ontsmetter. Drie weken later werd hij bevorderd<br />

tot chauffeur 1ste klasse. (Van het werken<br />

met de kwalijke dampen heeft hij volgens zijn kinderen<br />

verder nooit nadelige gevolgen ondervonden).<br />

Op 7 november 1957, dus op zijn 65ste verjaardag,<br />

verliet hij de gemeentelijke dienst. Hij verdiende<br />

op dat moment f 78,72 per week. Bij zijn<br />

afscheid ontving hij van de Gemeente een tinnen<br />

bord (geleverd door H. Kamphof Luttekestraat<br />

14). Zijn echtgenote was het jaar tevoren overleden.<br />

Nog ruim 37 jaar kon hij genieten van zijn<br />

pensioen. De oudste drie van zijn vier kinderen<br />

overleden vóór zijn honderdste verjaardag. De dag<br />

waarop hij die mijlpaal bereikte, begon Nijmeijer<br />

met de woorden 'op naar de tweehonderd'. Hij<br />

wandelde rond die tijd nog regelmatig van het<br />

bejaardencentrum de Polbeek in Zutphen naar<br />

zijn dochter in Warnsveld.<br />

Op 12 juni 1994 overleed hij, op de leeftijd van<br />

101 jaar. *<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Werd vervolgd<br />

Zoals uit bovenstaande mag blijken kreeg ik op de<br />

vraag uit mijn artikel van december 2000 een<br />

alleszins bevredigend antwoord en werd mijn<br />

grootvaders dienstmakker een man van vlees en<br />

bloed. Maar daardoor ontstonden wel nieuwe,<br />

boeiende, vragen. Hoe en waar functioneerde de<br />

gemeentelijke ontsmettingsdienst en wat was er<br />

toch aan de hand met die oven?<br />

Met belangstelling kijk ik uit naar een artikel<br />

waarin op die vragen antwoorden worden gegeven!<br />

De kans is groot, dat ook die antwoorden<br />

weer vragen opleveren. En: daarmee zou een nieuwe<br />

rubriek in dit tijdschrift geboren kunnen zijn:<br />

Werd vervolgd.<br />

Met dank aan de heer en mevrouw van Houten-Nijmeijer<br />

te Warnsveld en aan Wim Huijsmans, werkzaam<br />

op het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>. Hij<br />

verschafte de genealogische informatie voor het<br />

eerste artikel en maakte een samenvatting van het<br />

nog bewaard gebleven en niet openbare personeelsdossier,<br />

berustend op het Stadhuis. Dit dossier zal<br />

op korte termijn worden vernietigd. Hoewel wettelijke<br />

richtlijnen dit voorschrijven, valt het mijns inziens<br />

toch te betreuren, dat dergelijke stukken systematisch<br />

de papiervernietiger ingaan. Ze kunnen<br />

immers belangwekkende informatie verschaffen en,<br />

zoals in dit geval, een (aanvullend) beeld geven van<br />

arbeidsomstandigheden en voorwaarden. Maar de<br />

gedachte aan enige selectie vooraf, bijvoorbeeld<br />

door medewerk(st)ers van het HCO, zal waarschijnlijk<br />

overeenkomen met een illusie.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 75<br />

Recent verschenen<br />

Amsman, Michael (red.), Zwolle mijn stad: een<br />

stadswandeling van A naar Z, Zwolle 2000 .<br />

Losbladige uitgave waarvan inmiddels deel 17<br />

(St-Ti) is verschenen.<br />

Beek, H.J. van (red.), Boeren, burgers en buitenlui:<br />

supplement op kwartierstaten uit het gebied van de<br />

NGVafdelingIJssellanden, Zwolle 2001.<br />

Aanvulling op het in 1992 door de afdeling uitgebrachte<br />

eerste kwartierstatenboek: Boeren, burgers<br />

en buitenlui.<br />

Bethlehem, Bart... [et al.] (tekst), 225 Jaar oliemolen<br />

'De Passiebloem', Zwolle 2001 (Informatieblad<br />

Monumentenzorg en Archeologie in Zwolle; nr.<br />

26).<br />

Clevis, Hemmy, Zwolle ondergronds: zeven blikvangers<br />

van archeologische vondsten in Zwolle,<br />

Zwolle 2001.<br />

Coster, Wim, Kort krediet: een geschiedenis van de<br />

Bank van Lening, de Kredietbank en de Stadsbank<br />

van Zwolle, 1636-1999, Zwolle 2001<br />

Beschrijving van de wederwaardigheden van<br />

een kleine vier eeuwen Zwolse volkskredietverstrekking.<br />

Coster, Wim (red.), Een kleine staalkaart van het<br />

Zwols industrieel erfgoed, Zwolle [etc] 2001,<br />

(Zwolse <strong>Historisch</strong>e Reeks; nr. 2), (Publicaties<br />

van de IJsselacademie; nr. 142).<br />

Dibbets, G.R.W., Predikant en toerist: het dagboek<br />

van Joannes Vollenhove, Engeland 17 mei — 30 oktober<br />

1674, Hilversum 2001.<br />

'Journael' van de domineedichter dat hij bijhield<br />

tijdens zijn verblijf in Engeland dat hij met<br />

de ambassade in 1674 bezocht na het beëindigen<br />

van de Derde Engelse Oorlog.<br />

Joannes Vollenhove die leefde van 1631-1708<br />

was ondermeer predikant te Zwolle.<br />

Dynamiek van Oud & Nieuw. Zwols monumenten<br />

en archeologiebeleid na de eeuwwisseling. Zwolle<br />

2001.<br />

Uitgave van de Gemeente Zwolle. Hierin<br />

wordt uitleg gegeven over het Zwols cultuurhistorisch<br />

beleid en wordt informatie gegeven over<br />

onderhoud, restauratie en verbouw, vergunningen<br />

en subsidies.<br />

Erdtsieck, J, J.M. de Ruiter en M.P. Logtenberg,<br />

Koninklijke instrumenten rond de Peperbus, Kampen<br />

2001. (Publicaties van de IJsselacademie; nr.<br />

145)-<br />

Gelderen, Jaap van (red.), Cruuthof: opstellen voor<br />

Kees de Kruijter, Kampen 2001.<br />

Vriendenboek voor Kees de Kruijter (1941),<br />

een Zwolse jongen, die in juni 2001 afscheid nam<br />

als actuarius: 'ambtelijk secretaris van de gereformeerde<br />

synode'.<br />

Grenzen: verhalen en gedichten in de streektaal ,<br />

Kampen 2001 (Publicaties van de IJsselacademie;<br />

nr.139).<br />

Uitgave waarin o.a. verhalen van Tonnie Veldkamp<br />

en Minke Kraijer, in Zwols dialect, opgenomen<br />

zijn.<br />

Haan, Jaap de, Tussen Vecht en dal: een historische<br />

reis van Coevorden naar Zwolle in 1843, Enschede<br />

2000.<br />

In modern Nederlands omgezet verslag van<br />

een reis door drie heren per postkoets van Coevorden<br />

naar Zwolle in 1843, voorzien van een<br />

hedendaagse toelichting.<br />

Marieke Schaap-<br />

Steegmans


Deze uitgave is een bewerking van: Een<br />

Drentsch gemeenteassessor met zijne twee neven<br />

op reis naar Amsterdam in 't voorjaar van 1843,<br />

Groningen 1845.<br />

Kook, Mareen ... [et al] (rapportagecommissie),<br />

Rapportage Kwaliteitspanel Holtenbroek: resultaten<br />

onderzoek 2000, Zwolle 2001.<br />

Resultaat van een onderzoek dat door de<br />

bewoners van Holtenbroek is gehouden naar<br />

overlastbeleving in hun wijk.<br />

Streng, J.C., Vrijheid, gelijkheid, broederschap en<br />

gezelligheid. Het Zwolse Sint Nicolaasgilde tijdens<br />

het ancien régime. Hilversum 2001.<br />

Veen, Willem van der, Zwolle in de achteruitkijkspiegel,<br />

deel 3, Zwolle cop. 2001.<br />

Deel drie van de herinneringen van journalist<br />

Willem van der Veen.<br />

Verbeek, Astrid (red.), 75 jaar SV Zwolle: jubileumkrant<br />

juni 1926 -juni2001, [Zwolle] 2001.<br />

Verdaas, Co ... [et al.] (tekstbijdragen), De staat<br />

van de stad: het Zwolse verhaal 'Gewoon blijven<br />

bewegen', Zwolle 2001.<br />

Uitgave van de Gemeente Zwolle naar aanleiding<br />

van de studiedag op 29 maart 2001 waarin de<br />

Zwolse aanpak ten aanzien van de stedelijke ontwikkeling<br />

centraal stond.<br />

Wetering, Jan van de, Vergeten levens, Geschiedenissen<br />

van het Sallandse land. Kampen 2001.<br />

(Publicaties van de IJsselacademie: nr. 144).<br />

Aan de hand van de wederwaardigheden van<br />

een aantal Sallandse families wordt het dagelijks<br />

leven in plaatsen als Wilsum, Zalk en Dieze<br />

beschreven, met nadruk op de achttiende en<br />

negentiende eeuw.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Oproep: foto van een Schutte bus met gasgenerator<br />

gezocht<br />

Hans Schutte is een boekje aan het samenstellen<br />

over personeel en materieel van het gelijknamige<br />

Zwolse busbedrijf. De tekst zal van de<br />

hand van Willem van der Veen zijn, terwijl<br />

Bert Evenboer het boekje uitgeeft. Wat er nog<br />

ontbreekt is een foto uit de oorlogsjaren van<br />

een bus met een gasgenerator. Wie heeft nog<br />

zo'n foto voor ons?<br />

Hans Schutte, Weteringpark io, 8025 AM<br />

Zwolle, 038-4533566.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 77<br />

Boekbesprekingen<br />

Bert Jan Hartman, Illegaliteit in Zwolle 1940-1945.<br />

De effectiviteit van het illegale werk (Zwolle 2000)<br />

98 p. [Uitgave in eigen beheer; in te zien bij het<br />

<strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>].<br />

De fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog is in<br />

sterke mate gericht op twee beeldbepalende elementen:<br />

het verzet en de jodenvervolging. Ook in<br />

lokaal historisch onderzoek gaat de belangstelling<br />

hier veelal naar uit. De doctoraalscriptie waarmee<br />

Bert Jan Hartman zijn studie geschiedenis aan de<br />

Vrije Universiteit heeft voltooid, is gewijd aan de<br />

geschiedenis van het georganiseerde verzet in<br />

Zwolle, bekend onder de aanduiding 'illegaliteit'.<br />

Na een korte uitwijding over de door J.C.H.<br />

Blom aangezwengelde goed- fout discussie, geeft de<br />

auteur aan dat er nog het nodige lokale onderzoek<br />

in Zwolle valt te verrichten. Niettemin leunt het<br />

door hem vervaardigde overzicht sterk op het eerder<br />

verschenen werk van Hilbrink en Ribbens en de<br />

door hen geraadpleegde bronnen. Van de drie<br />

interviews die de auteur met betrokkenen heeft<br />

gehouden, is weinig terug te vinden in de tekst. Tot<br />

nog toe onbestudeerd gebleven archieven met relevant<br />

materiaal zijn blijkbaar niet gevonden. De<br />

bekende collecties van het Gemeentearchief Zwolle<br />

(tegenwoordig HCO), het NIOD (merkwaardig<br />

genoeg steeds NVO genoemd) en het Ministerie<br />

van Defensie duiken ook hier weer op.<br />

Het bescheiden streven van Hartman is het in<br />

kaart brengen van de effectiviteit van de Zwolse<br />

illegaliteit. Impliciet formuleert hij als doel van de<br />

illegaliteit het afbreuk doen aan het optreden van<br />

de Duitse bezetter, die vier doelstellingen kende in<br />

zijn beleid. Het betrof de gelijkschakeling van<br />

Nederland tot een nationaalsocialistische steunpilaar,<br />

de exploitatie van het Nederlands economisch<br />

potentieel, de deportatie van joden en<br />

zigeuners en het voorkomen van steunverlening<br />

aan vervolgde groepen. De laatste doelstelling<br />

wordt een pagina verderop ook ietwat slordig,<br />

want feitelijk alle doelstellingen overkoepelend<br />

omschreven als het ongestoord kunnen uitvoeren<br />

van het politieke en ideologische beleid. In zijn<br />

conclusie over de effectiviteit van de Zwolse illegaliteit,<br />

die nauwelijks afwijkt van het landelijke<br />

beeld, doet Hartman duidelijke maar weinig verrassende<br />

uitspraken. De gelijkschakeling is mislukt,<br />

maar de illegaliteit heeft hierin een beperkte<br />

rol gespeeld. De inspirerende rol van de ondergrondse<br />

pers wordt wat dit betreft belangrijker<br />

geacht, al wordt in deze studie niet ingegaan op<br />

het bereik van bladen als De Stem van Londen.<br />

Ook op het terrein van de economische uitbuiting<br />

kon de illegaliteit niet bogen op een groot aantal<br />

opzienbarende resultaten, al wisten veel arbeidskrachten<br />

op door de illegaliteit verzorgde locaties<br />

onder te duiken. Pogingen om de jodenvervolging<br />

te weerstaan waren zelfs nog minder succesvol.<br />

Daarentegen zou van de vierde doelstelling van de<br />

nazi's (het ongestoord uitvoeren van hun beleid),<br />

zeker in Zwolle, niets terecht zijn gekomen. Deze<br />

laatste conclusie van de auteur is te ongenuanceerd.<br />

De hulp aan piloten mag redelijk succesvol<br />

zijn geweest - al heeft Hartman ongelijk met zijn<br />

bewering dat er in de omgeving van Zwolle nooit<br />

piloten zijn opgepakt - de georganiseerde hulp aan<br />

de vervolgde joden was, met name in de eerste<br />

helft van de bezetting, zeer gering. Hartman gaat<br />

grotendeels voorbij aan het feit dat de bestaande<br />

afwijzende houding tegenover het nazisme niet<br />

automatisch heeft geleid tot verzet in al dan niet<br />

georganiseerde vorm. Hij benadrukt enkele malen<br />

de antinationaal-socialistische opvattingen die<br />

ook al voor de oorlog in Zwolle geuit werden. Hij<br />

maakt echter niet precies duidelijk in hoeverre een<br />

direct verband valt te leggen met het optreden van<br />

de latere illegaliteit.


Bij het bestuderen van de illegaliteit heeft de<br />

auteur zich voornamelijk beperkt tot de vier<br />

grootste organisaties in Zwolle: de OD, de LO, de<br />

Groene (waarvan hij de medewerkers eerst typeert<br />

als gematigd links en vervolgens elke politieke<br />

binding ontkent) en de BS. Hij beschrijft deze<br />

groeperingen op ordelijke en vrij adequate wijze<br />

maar brengt nauwelijks nieuwe gegevens boven<br />

water. Wellicht was het interessanter geweest<br />

indien Hartman zich meer had gericht op de kleinere<br />

verzetsgroeperingen (zoals die waarin de<br />

door Hartman wel genoemde maar onjuist gespelde<br />

Eddy van den Berg een rol speelde), waar de<br />

auteurs van voorgaande publicaties slechts in<br />

beperkte mate aan zijn toegekomen. Daarover vallen<br />

wellicht nog nieuwe gegevens te achterhalen.<br />

De nu gepresenteerde bevindingen over de effectiviteit<br />

van de illegaliteit voegen helaas weinig toe<br />

aan de bestaande kennis.<br />

Kees Ribbens<br />

Wim Coster (red.) Gerrit van der Kooy, Jos Norp,<br />

Peter Renckens, Carnaval in Sassendonk. 4 x 11 jaar<br />

rond De Eileuvers. Kampen, IJsselacademie 2001.<br />

144 blz. ISBN 90 66971223. Prijs € 18,13.<br />

Je kijkt er tijden van tevoren naar uit, of je kijkt<br />

met enige verbazing en meewarigheid naar die<br />

verklede gekken die zich in februari een paar<br />

dagen lang lopen uit te sloven. Veel andere opvattingen<br />

over carnaval bestaan er waarschijnlijk<br />

niet. Het is duidelijk dat tenminste drie van de<br />

auteurs enthousiaste carnavalsvierders - en Eileuvers<br />

- zijn: Gerrit van der Kooy en Jos Norp zijn<br />

allebei prins carnaval geweest en Peter Renckens<br />

heeft allerlei functies binnen de Eileuvers gehad.<br />

Bovendien heeft hij met een vorstelijke broer ook<br />

een beetje prinselijk bloed in de aderen stromen.<br />

Die betrokkenheid heeft zeker voordelen. Na<br />

een inleiding van Wim Coster beschrijven de drie<br />

heren met verve en kennis van zaken het ontstaan<br />

en het reilen en zeilen van 44 jaar De Eileuvers.<br />

Om het zottengetal in ere te houden, vieren carnavalsverenigingen<br />

hun jubilea om de elf jaar. Jos<br />

Norp beschreef de twee eerste perioden, Peter<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Renckens de periode 1979-1990 en Gerrit van der<br />

Kooy de jaren 1990-2001.<br />

De Eileuvers kwamen voort uit een samenwerkingsverband<br />

van verschillende katholieke verenigingen.<br />

In 1956 staken een paar leden van de<br />

Rooms Katholieke Sportclub Zwolle en van de<br />

Katholieke Jongeren Middenstandsvereniging de<br />

koppen bij elkaar. Resultaat was een gezamenlijke<br />

feestavond op 3 maart 1957, die alleen toegankelijk<br />

was voor katholieken.<br />

Het volgende jaar werd de organisatie uitgebreid.<br />

De 'hogere regionen' van katholiek Zwolle<br />

bleken echter geen prijs te stellen op een gezamenlijke<br />

carnavalsviering. Zo wilde kapelaan Bos, de<br />

geestelijk adviseur van het Katholiek Jongeren<br />

Contact, liever zicht houden op de katholieke<br />

jeugd. Het KJC vierde dus zelf feest. Contacten<br />

met de inmiddels in 1962 officieel opgerichte Carnavalsverenigng<br />

De Eileuvers, bleven beperkt.<br />

Wel brachten De Eileuvers in 1964 een bezoek aan<br />

het feest van het KJC.<br />

Hoe de feesten verliepen, wie er allemaal kwamen<br />

en hoe de stemming was, blijft een beetje<br />

onduidelijk. Een klein tipje van de sluier wordt<br />

opgelicht door de tekst van een uitnodiging die De<br />

Eileuvers in 1964 aan het Zwolse bedrijfsleven<br />

richtte. Het feest was niet bedoeld Voor teenagers<br />

en twennies. (...) carnaval is voor de betere middengroepen<br />

met een leeftijdsgrens zo vanaf 30<br />

jaar'. Meer een dansavond dus met een dansorkest.<br />

In de jaren zestig mocht de boerenkapel<br />

D'Heigeneimers de muziek tijdens de polonaise<br />

verzorgen. Gezongen werd er ook. Jaarlijks werd<br />

een lied met de hele zaal ingestudeerd. Het lied uit<br />

1962 'Ik ben een Zwollenaar' is inmiddels uitgegroeid<br />

tot een soort Zwols volkslied.<br />

Heel geleidelijk groeide het carnaval. In de<br />

jaren zestig gingen De Eileuvers zich bezighouden<br />

met het bejaardencarnaval. Ook kwam er een kindercarnaval<br />

waarbij de kinderen vanuit de Zwolse<br />

clubhuizen in optocht naar de binnenstad trokken.<br />

De naam Sassendonk dateert uit 1970. In<br />

november deden de toenmalige prins en zijn adjudanten<br />

een inval in de raadsvergadering. Daar<br />

werd vervolgens geproclameerd dat Zwolle tijdens<br />

de carnavalsperiode omgedoopt zou worden tot<br />

Sassendonk.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 79<br />

Een paar jaar later kreeg Sassendonk voor het<br />

eerst een Stadsprins. Deze werd toen nog gekozen<br />

door De Eileuvers en D'Oelewappers, een andere<br />

carnavalsvereniging. Het jaar daarop was het<br />

gedaan met de samenwerking: de stadsprins was<br />

een Eileuver en D'Oelewappers hadden een eigen<br />

prins.<br />

Sinds de jaren zestig komt de prins jaarlijks<br />

met een speciale trein op het station in Zwolle aan.<br />

Nadat hij daar door een steeds toenemend aantal<br />

carnavalsverenigingen is verwelkomd, gaat de<br />

tocht naar het stadhuis. Daar worden de prins en<br />

zijn gevolg ontvangen door de burgemeester, die<br />

de stadssleutel aan de prins overhandigt. Op dinsdagavond<br />

geeft de prins de stadssleutel weer terug.<br />

Afgezien van deze 'officiële' handelingen, kwamen<br />

er meer en meer nieuwe festiviteiten. De<br />

optocht is voor de niet-carnavalvierende Zwollenaren<br />

het meest opvallende element. Andere<br />

zaken zoals het Zotte Ermenieën Konkoers en het<br />

Concours d'Ouwe'oer vonden en vinden plaats in<br />

besloten gezelschap. De traditionele carnavalslocaties<br />

zoals Suisse en de (Nieuwe) Buitensociëteit,<br />

kregen gezelschap van vele kroegen. Desondanks<br />

ontstond in de jaren negentig een capaciteitsprobleem<br />

en stonden er voor sommige café's lange<br />

rijen wachtenden. Burgemeester Hermans liet<br />

weten dat degene die een feesttent in de stad liet<br />

neerzetten, op zijn steun kon rekenen. Aanvankelijk<br />

was niet iedereen gelukkig met dat initiatief.<br />

Toch beviel de tent die vanaf 1994 op het Grote<br />

Kerkplein verscheen zo goed, dat het een jaarlijks<br />

terugkerende carnavalsaccommodatie is geworden.<br />

Het boek eindigt met een korte beschouwing<br />

over de veranderingen binnen De Eileuvers en het<br />

Zwolse carnaval. Aanvankelijk was het een feest<br />

met uitsluitend binnenactiviteiten voor de eigen<br />

leden. Later kwamen er steeds meer mensen die<br />

buiten verenigingsverband in café's carnaval vierden.<br />

De verenigingen behielden desondanks hun<br />

eigen feestavonden en activiteiten.<br />

Al met al is dit een heel lezenswaardig boek<br />

geworden met veel foto's. Alleen, de titel van het<br />

boek geeft niet aan waar het over gaat. Het boek<br />

gaat over De Eileuvers, niet over het Zwolse carnaval.<br />

Sterker, het boek gaat over de actieve leden<br />

van De Eileuvers. Er is weinig tot niets te vinden<br />

over spontane feestvierders, voorbereidingen<br />

voor de optocht of over origineel uitgedoste individuele<br />

Eileuvers. Hoeveel mensen deelnamen<br />

aan het carnaval en wat ze deden blijft onbekend.<br />

Van andere carnavalsverenigingen en van de vele<br />

muziekkapellen ontbreekt elk spoor. Aan het in<br />

1981 opgerichte overlegorgaan Gezamenlijke Carnavalsverenigingen,<br />

worden slechts 3,5 pagina's<br />

gewijd. Van de discussie die eind jaren negentig<br />

gevoerd werd over de opzet en mogelijke verbeteringen<br />

van de carnavalsviering, is helemaal niets<br />

terug te vinden. Hetzelfde geldt min of meer voor<br />

de foto's. Ook hier zijn veel Eileuvervorsten te<br />

bewonderen en veel officiële gebeurtenissen. De<br />

'gewone' carnavalsvierder blijft een beetje buiten<br />

beeld.<br />

Het boek is hierdoor wel een 'feest der herinnering<br />

en herkenning' geworden, zoals op de achterkant<br />

staat te lezen. Het zijn echter vooral de<br />

goede herinneringen van het Eileuvervorstendom.<br />

Ingrid Wormgoor


8o ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Mededelingen<br />

Rectificatie onderschrift<br />

In het vorige nummer van het Zwols <strong>Historisch</strong><br />

Tijdschrift, ZHT 19 nr. 1, is helaas een vervelende<br />

fout geslopen in het onderschrift bij de afbeelding<br />

van het schilderij van het glazenmakersgilde op<br />

pagina 24. De maker van het schilderij en lid van<br />

het gilde Adrianus van Hulsbergen beeldde zichzelf<br />

niet staand af, maar zit links aan de tafel. Het<br />

onderschrift bij de schematische weergave van de<br />

geschilderde personen op pagina 25 is wel correct.<br />

Bestuurswisseling ZHV<br />

Op de jaarvergadering van de Zwolse <strong>Historisch</strong>e<br />

Vereniging op 24 april jl. werd afscheid genomen<br />

van drie bestuursleden: Aad Arendsen, Thijs van<br />

Ulsen en Jeanine Otten. De eerste twee traden<br />

wegens het voltooien van hun statutaire bestuurstermijnen<br />

af; Jeanine Otten heeft helaas haar<br />

bestuurszetel moeten opgeven vanwege verhuizing<br />

naar Friesland.<br />

Gelukkig kon in alle bestuursvacatures voorzien<br />

worden. Frank Oude Ophuis, docent geschiedenis,<br />

is benoemd tot nieuwe secretaris; mevrouw<br />

Ruth Tillema-Hanf, welbekend in Zwolle, is<br />

benoemd tot penningmeester en Pieter Winters,<br />

student journalistiek, tot gewoon bestuurslid.<br />

Publicaties Werkgroepen ZHV<br />

Op de jaarvergadering van de Zwolse <strong>Historisch</strong>e<br />

Vereniging werden ook de activiteiten van de<br />

werkgroepen nog eens belicht. Dankzij de Werkgroep<br />

Zwols Industrieel Erfgoed werd in september<br />

2001 de publicatie Een kleine staalkaart van het<br />

Zwols industrieel erfgoed uitgebracht. Dit boek<br />

geeft eerst een algemene rondgang door het Zwols<br />

industrieel verleden en biedt vervolgens deelstudies<br />

over industrie en scheepvaart, Zwolse bruggen,<br />

rijtuigbouw en wagenmakers, textiel, rijwielindustrie<br />

en -handel en tenslotte - inmiddels<br />

actueel - een geschiedschrijving van Schaepman's<br />

Lakfabrieken BV. Het boek, geredigeerd door<br />

Wim Coster en uitgebracht als deel twee in de<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Reeks, is rijk geïllustreerd.<br />

Alleen al dit aspect zal vele oudere Zwollenaren<br />

aanspreken, maar inhoudelijk verdient Een kleine<br />

staalkaart ook een ruim lezerspubliek.<br />

In april jl. werd bij de officiële opening van het<br />

nieuwe Eiland het boek Het oude Eiland, de verdwenen<br />

Jordaan van Zwolle gepresenteerd. Dit<br />

boek is de neerslag van het eerste project van de<br />

Werkgroep Zwolse Mondelinge Geschiedenis.<br />

Onder de bezielende leiding van coördinator en<br />

eindredacteur van het boek Jeanine Otten interviewden<br />

de leden van de werkgroep oudbewoners<br />

van het Eiland en omgeving en verrichten verder<br />

aanvullend onderzoek in archieven en literatuur.<br />

Het HCO verrichte daarbij hand en spandiensten.<br />

Het eindresultaat van deze gemeenschappelijke<br />

inspanningen is prachtig geworden; het boek geeft<br />

een beeld van het dagelijks leven op het Eiland<br />

Het oude Eiland<br />

DE VERDWENEN JORDAAN<br />

tlffitó<br />

VAN ZWOLLE Ar'


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 8l<br />

maar daarnaast komen ook de historische aspecten<br />

van het gebied aan de orde. Dankzij subsidie<br />

van ING Vastgoed Ontwikkeling BV kon het boek<br />

ook zeer fraai uitgevoerd worden.<br />

Beide genoemde boeken zijn verkrijgbaar in de<br />

boekhandel, de Kleine Staalkaart is met reductie<br />

voor leden van de ZHV ook te bestellen bij de<br />

ledenadministratie.<br />

Stedelijk Museum Zwolle:<br />

objecten uit Zwolle terug in museum<br />

Dat een officiële erkenning als museum met opname<br />

in het Museumregister geen garantie biedt tot<br />

voortbestaan, bewijzen de lotgevallen van de<br />

stichting Nederlands Meetinstituut, Museum IJkwezen<br />

in Delft. Dit museum had een grote collectie<br />

historisch belangrijke maten, gewichten, meet -<br />

en weegwerktuigen en ijkmateriaal. Het was<br />

ondergebracht in een vleugel van het Techniekmuseum.<br />

Aangezien de financiële ondersteuning van het<br />

museum werd stopgezet, is het opgeheven. Enkele<br />

medewerkers van het Instituut Collectie Nederland<br />

hebben de afbouw in goede banen geleid. Zij<br />

probeerden onderdelen van de collectie zoveel<br />

mogelijk op een historisch juiste plaats onder te<br />

brengen. Dat wil zeggen dat de 'originele' meter<br />

en de kilo op hun plaats zijn in de historische collectie<br />

van het Rijksmuseum. Voor wat Zwolle<br />

betreft behoorden een aantal voorwerpen die hier<br />

of gemaakt, of gebruikt zijn op het voormalige<br />

IJkkantoor tot de collectie van het museum. Het<br />

Stedelijk Museum Zwolle werd gepolst voor<br />

onderbrenging van dit deel van de collectie.<br />

Zo kwamen onlangs 58 voorwerpen, variërend<br />

van balansen, gewichten, pijlmaten en foto's van<br />

het Zwolse IJkkantoor terug naar Zwolle. De<br />

gewichten zijn gemaakt bij de firma G.J. Wispelwey<br />

& Co. en in de Ijzer en Metaalgieterij Sallandia<br />

van Schaepman en Helmich.<br />

Voorwerpen die niet in openbare collecties<br />

ondergebracht konden worden, zijn in april <strong>2002</strong><br />

bij Sotheby's in Amsterdam geveild.<br />

Een mooie aanvulling van een andere voormalige<br />

bedrijfstak ontving het museum in het voorjaar<br />

van 2001: een grote lithografie met het interieur en<br />

de gevel van de Stoom-Tabaksfabriek van de Wed.<br />

CD. van den Helm. Deze fabriek stond tussen<br />

Diezerstraat en Gasthuisplein. Ook drie oude<br />

pruimtabakspotten en twee gietijzeren beeldjes<br />

die aan de gevel waren bevestigd, behoorden tot<br />

deze schenking.<br />

Eén van de in Zwolle teruggekeerde foto's uit de collectie van het voormalige<br />

Museum IJkwezen: de opening van het IJkkantoor in de Govert Flinckstraat in<br />

Zwolle, 14 mei 1964. Op de voorste rij v.l.n.r.: de heer Van Weelden (plaatsvervangend<br />

hoofd personeelszaken Economische Zaken), de heer K.M.C. Zevenboom<br />

(directeur van het IJkkantoor Zwolle), burgemeester Roeien en mr. Gross<br />

(vertegenwoordiger Dir. Generaal voor Middenstand en Toerisme). Op de tweede<br />

rij, achter Roeien zit mr. J. ten Doesschate, secretaris van de Kamer van Koophandel.<br />

(Collectie Stedelijk Museum Zwolle)<br />

Index Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift<br />

Dr. BJ. Kam heeft de index van het Zwols <strong>Historisch</strong><br />

Tijdschrift bijgewerkt. Deze is op diskette of<br />

op cd-rom bij hem te bestellen, tel. 4214314, of via<br />

bjkam@home.nl


82 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Auteur Colofon<br />

Drs. Annèt H.M. Bootsma - van Hulten (1953) studeerde<br />

geschiedenis. Momenteel werkt zij als freelance<br />

historicus.<br />

Theo S. T. de Boer (1954) studeerde biologie aan de<br />

Vrije Universiteit. In 1978 startte hij een tweedehands<br />

boekenzaak in de Steenstraat te Zwolle. Deze<br />

zaak groeide uit tot het Antiquariaat Theo de Boer,<br />

Medicine 8t Science; een internet-antiquariaat gespecialiseerd<br />

in boeken over de geschiedenis van geneeskunde<br />

en natuurwetenschappen.<br />

Drs. Wim Coster (1953) is historicus en slavist. Hij is<br />

freelance publicist.<br />

Drs. Jan ten Hove (1960) studeerde geschiedenis te<br />

Groningen. Hij is werkzaam als zelfstandig histori-<br />

Wim A. Huijsmans (1948) is als medewerker verbonden<br />

aan het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>.<br />

Marieke Schaap — Steegmans (1957) is als bibliothecaris<br />

verbonden aan het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>.<br />

Dr. Kees (C.R.) Ribbens (1967) is historicus. Hij schreef<br />

ondermeer Bewogen Jaren, Zwolle in de Tweede<br />

Wereldoorlog. Ribbens promoveerde in 2001. Momenteel<br />

is hij als onderzoeker verbonden aan het<br />

Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Cultuur<br />

van de Universiteit Utrecht.<br />

Drs. Ingrid Wormgoor (1956) studeerde geschiedenis.<br />

Momenteel werkt zij als freelance historicus.<br />

VAN<br />

BEEK<br />

Deze uitgave kwam mede tot stand<br />

dankzij een bijdrage van:<br />

'Van Beek Makelaardij'<br />

Terborchstraat 10 te Zwolle<br />

Het Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift is een uitgave van de<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging en verschijnt viermaal<br />

per jaar. Leden van de vereniging krijgen het tijdschrift<br />

gratis toegezonden.<br />

Bestuur Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

H. Dijkstra, voorzitter<br />

F. Oude Ophuis, secretaris<br />

R. Tillema-Hanf, penningmeester<br />

G.J. van der Horst, M. van der Laan, M. Schneiders,<br />

P. Winters, leden<br />

Secretariaat Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging,<br />

postbus 1448,8001 BK Zwolle, telefoon: 038-4211695<br />

Ledenadministratie en bezorging tijdschrift:<br />

J. van Ulsen-Nijkamp, telefoon: 038-4654617<br />

Internet adres:<br />

www.zwolsehistorischevereniging.nl<br />

e-mail ZHV: info@zwolsehistorischevereniging.nl<br />

Financiën: girorekening Postbank: 5570775<br />

t.n.v. Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

Tarieven lidmaatschap:<br />

65+ (wonend binnen Zwolle) en studenten € 18 /jaar<br />

overige leden € 22/jaar<br />

huisleden € 4 /jaar<br />

Redactie Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift<br />

A.H.M. Bootsma-van Hulten (eindredacteur),<br />

W. Cornelissen, E.A. van Dijk, I. Hermans,<br />

W.A. Huijsmans, M. van der Laan, H.A. Stalknecht.<br />

Redactieadres: Wipstrikkerallee 71,8023 DV Zwolle<br />

e-mail: annetbootsma@home.nl<br />

Vormgeving: Rob van den Elzen bNO (t)<br />

Vormgeving omslag: Buro 1 Hoog<br />

Opmaak: Different Design Deventer<br />

Druk: Waanders, Zwolle<br />

ISSN 0926-7476 © Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/<br />

of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie,<br />

microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande<br />

schriftelijke toestemming van de uitgever.


historisch centrum <strong>Overijssel</strong><br />

kijk ook op<br />

www.historischcentrumoverijssel.nl<br />

vooratte actuele informatie<br />

Te Koop gevraagd:<br />

<strong>Historisch</strong>e kantoorpanden<br />

bouwjaar voor 1900<br />

Inlichtingen: 038 42132 90<br />

Van der Reijd Makelaars B.V.<br />

VAN DER REIJD<br />

Makelaars B.V.<br />

VBOl MAKELAAR<br />

UDNBK4<br />

ADVERTENTIES<br />

We zijn net zo thuis<br />

in de buurt als u<br />

De Rabobank is een bank met een idee. Dat idee heet<br />

samenwerken. Met wortels in de plaatselijke gemeenschap<br />

hebben wij als geen ander een traditie van samenwerken<br />

en bouwen aan relaties.<br />

De Rabobank is een bank van mensen voor mensen.<br />

R$bobank<br />

Zwolle<br />

Daarom zijn wij niet alleen thuis in de<br />

financiële wereld, Maar ook bij u in de<br />

buurt. We weten wat er leeft, ook als<br />

het niet om bankzaken gaat. Kortom,<br />

we zijn net zo thuis in de buurt als u.<br />

ne "fHet Vliege>4\uys"<br />

55 Tel. 038-4221206<br />

8011 TM Zwolle Fax 038-4224318<br />

rdss,ex[& '-fc<br />

De. letterste Hof f ie. I/OA Z.uoUe....<br />

• Heeft V mak ie- i/iereti, wCULig-naax<br />

• Ë-lHe. QJM weZ-eMV nieuwe* expositie.<br />

E-en. pfl/ui w-fc<br />

• E-a een. «ertrawuite. plet «Kr de. 2.wolsa Utsioristbe. 'J&reniejpneff.<br />

E-ea owv ie


N<br />

mmer


Annèt Bootsmavan<br />

Hulten en<br />

Wim Huijsmans<br />

> fes. Ktiss, Amstaröarri. Ho. BOS!<br />

/-*.-<br />

AAN..<br />

86 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Drukwerk<br />

BRIEFKAART<br />

Algemeene Postve<br />

jjde. voor het adrc '<br />

(CA.HTE POSTALE)<br />

-• Universelle)<br />

Oude ViFtcbimirkt. ZWOLLE.!<br />

j B<br />

,.ilrul«iit','divr>Drdio<br />

trlt (taart IA<br />

CIMI poauli doorichfsppift<br />

ID allim<br />

naam in datun ir<br />

ip schiijm.<br />

(Collectie Stedelijk Museum Zwolle)<br />

Groeten uit Zwolle<br />

Prentbriefkaart Oude Vis(ch)markt<br />

De prentbriefkaart toont een prachtig tafereel van<br />

een rustige Oude Vismarkt met op de achtergrond<br />

de Grote Markt en de sociëteit De Harmonie. De<br />

Oude Vismarkt dankt zijn naam aan het feit dat<br />

hier tot 1792 de verkoop van vis plaats vond. Daarna<br />

werd de vis op het Rodetorenplein verkocht.<br />

Onder de Oude Vismarkt stroomde de Grote Aa,<br />

die rond 1860 gedempt werd.<br />

De foto is gemaakt op Koninginnedag. Dat<br />

feest werd vanaf 1898 gevierd op 31 augustus. Vele<br />

vlaggen met wimpels sieren de huizen. Het is hoog<br />

zomer; de man met de mand loopt in hemdsmouwen<br />

over straat en de bomen zitten volop in het<br />

blad.<br />

Het straatbeeld werd nog niet verstoord door<br />

schreeuwende reclames en flikkerende neonverlichting.<br />

De enige reclameuiting bestond uit het<br />

aanbrengen van een uithangbord, zoals links op<br />

de voorgrond: Paul van Hulzen, beddenfabriek.<br />

Rechts zien we op het uitspringende pand Oude<br />

Vismarkt 7 tussen de eerste en tweede verdieping<br />

de naam F.J. Schoemaker. Dit was een stoommeubelfabriek.<br />

We zien de in 1901 gemoderniseerde<br />

gevel. Na een brand in 1907 werd het pand nogmaals<br />

verbouwd en door architect M. Meijerink in<br />

Jugendstil opgetrokken. Meer over de geschiedenis<br />

van de firma Schoemaker kunt u lezen vanaf<br />

pagina 103 in dit themanummer.<br />

Uit het pand van Schoemaker en de adreszijde<br />

van de kaart valt op te maken dat de opname tussen<br />

1901 en 1905 gemaakt is. Vanaf 1905 is de adreszijde<br />

van prentbriefkaarten in tweeën gesplitst: het<br />

rechterdeel voor adresgegevens, het linkerdeel om<br />

te beschrijven. Voor 1905 was de adreszijde uitsluitend<br />

bestemd voor het adres; vandaar dat op<br />

die prentbriefkaarten teksten op de voorzijde<br />

voorkomen.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

111<br />

Inhoud<br />

Groeten uit Zwolle Annèt Bootsma-van Hulten en Wim Huijsmans 86<br />

Zwolse koopmansgeest Redactioneel 88<br />

De Oude Gaper en de firma J. ten Doesschate<br />

Annèt Bootsma-van Hulten 89<br />

Tabaksfabriek Van den Helm Lydie van Dijk 93<br />

Doijer en Van Deventer, likeurstokerij en bitterfabriek<br />

Annèt Bootsma-van Hulten 98<br />

'Richt u in naar uw zin'de firma F.J. Schoemaker & Zn. (1843-1958)<br />

Miriam Schneiders 103<br />

Tingieterij Kamphof (1864-1938) Annèt Bootsma-van Hulten 108<br />

Biljartfabriek Princesse J.A. Hoffscholze Wim Huijsmans en<br />

Menno van der Laan 111<br />

Geweermakers aan de Luttekestraat, de firma H.J. Bremer<br />

Annèt Bootsma-van Hulten 115<br />

Gevavi Wim Huijsmans en Menno van der Laan 117<br />

Walter Stern Wil Cornelissen 119<br />

IJsmakers Talamini op de Grote Markt Jeanine Otten 122<br />

Smederij en rijwielhandel Tensen in Berkum Theo de Kogel 127<br />

Runhaar; specialist in zonweringen en rolluiken Wim Huijsmans 130<br />

Auteurs 134<br />

Omslag: De Oude Gaper, Diezerstraat 14, in volle bedrijvigheid in 1903. Duidelijk<br />

zijn de in de gevel ingehouwen woorden 'Drogerijen' en 'Verfwaren' te zien.<br />

(Particuliere collectie)


Redactioneel<br />

88<br />

Zwolse koopmansgeest<br />

Zwolle heeft bij sommigen altijd de naam<br />

gehad een beetje saaie ambtenarenstad te<br />

zijn. Dat beeld is zeker niet juist. Zwolle was<br />

van oudsher een Hanzestad maar vooral ook een<br />

regionaal centrum waar de handel floreerde. De<br />

industrie nam een bescheidener plaats in maar<br />

was wel degelijk aanwezig. Tegenwoordig zijn er<br />

in de industrie zelfs zo'n 9.000 arbeidsplaatsen<br />

voor handen en daarmee neemt deze bedrijfstak<br />

een volwaardige plaats in het arbeidsbestel in.<br />

Kenmerkend voor een middelgrote stad als<br />

Zwolle waren de vele bedrijven die ter plekke productie<br />

en handel combineerden. Sommige daarvan<br />

bestaan nog steeds. Het zijn de bedrijven die<br />

Zwolle in de vorige eeuw kleur hebben gegeven.<br />

De meeste waren gevestigd in de binnenstad en<br />

konden dan ook niet over het hoofd worden<br />

gezien. Vele Zwollenaren hebben herinneringen<br />

aan zo'n bedrijf.<br />

In het kader van het thema van Open Monumentendag<br />

<strong>2002</strong> ('Koopmansgeest') besteedt het<br />

Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift in een extra dik nummer<br />

aandacht aan Zwolse ondernemingen waarbij<br />

ambachtelijk vakmanschap en handel hand in<br />

hand gingen: ze combineerden in oorsprong een<br />

werkplaats met een winkel waar de producten ter<br />

plekke verkocht konden worden.<br />

De keuze van de beschreven bedrijven is verder<br />

tamelijk willekeurig en voor een deel bepaald<br />

door de beschikbaarheid van literatuur of archiefmateriaal.<br />

Sommige bedrijven bestaan nog, zoals<br />

Talamini, andere zijn reeds lange tijd opgeheven,<br />

zoals tingieter Kamphof. Sommige zijn eeuwenoud<br />

geworden, zoals drogisterij de Oude Gaper<br />

(vanaf 1782), andere zijn pas in 1937 gesticht (Walter<br />

Stern). Bijna allen waren in hartje binnenstad<br />

gevestigd, twee in Zwollerkerspel (smederij Tensen<br />

in Berkum en Gevavi in Westenholte).<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Eén ding hebben ze gemeenschappelijk: na de<br />

start was het jarenlang hard werken, waarna<br />

meestal een succesvolle uitbreiding volgde.<br />

Een niet onaanzienlijk deel van de starters<br />

kwam overigens van buiten Zwolle. Meubelmaker<br />

Schoemaker kwam uit Twello, Jurriaan ten Doesschate<br />

kwam uit Goor. Johannes Hoffschulte<br />

kwam in 1840 uit het Duitse Neuenhaus naar<br />

Zwolle, Heinrich Joseph Bremer kwam in 1865<br />

eveneens uit Duitsland en Walter Stern vluchtte in<br />

1936 voor de nazi's naar Nederland. Pietro Talamini<br />

vertrok in 1932 naar Nederland. En daarmee<br />

is het verhaal van de typisch Zwolse ondernemingen<br />

ook een beetje een verhaal van Zwolse nieuwkomers.<br />

Ondernemende types en harde werkers,<br />

die met hun specifieke kennis, zoals het maken<br />

van geweren maar ook ijs, iets wisten toe te voegen<br />

aan de plaatselijke cultuur.<br />

Tot de sanering in de jaren zestig waren vele<br />

bedrijven en bedrijfjes nog in de binnenstad<br />

gevestigd. De meesten kampten met ruimtegebrek,<br />

versnipperde huisvesting en werden geconfronteerd<br />

met verkeerstechnische problemen. De<br />

biljartfabriek Hoffscholze zat aan Achter de Broe-<br />

"ren. Likeurstokerij Doijer en Van Deventer (wie<br />

herinnert zich niet de penetrante zoete geur) had<br />

de hele hoek Gasthuisplein en Wolweverstraat in<br />

gebruik. En de 'markies van de Voorstraat', Runhaar,<br />

maakte, repareerde en verhandelde zijn zonweringen<br />

in de twee panden aan de Voorstraat en<br />

de Ossenmarkt. Vanaf de jaren zestig vestigden<br />

met name de bedrijven waarbij de winkelfunctie<br />

ondergeschikt was of was geworden, zich op nieuwe<br />

industrieterreinen en zijn daarmee een beetje<br />

uit het blikveld van de Zwollenaar verdwenen.<br />

Andere zijn er nog steeds. Samen hebben ze de<br />

geur en kleur van Zwolle bepaald en laten ze zien<br />

dat Zwollenaren een nijver en ondernemend volkje<br />

vormen.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 89<br />

De Oude Gaper en de firma J. ten Doesschate<br />

De bekendmaking in 1990 dat drogisterij de<br />

Oude Gaper haar deuren ging sluiten veroorzaakte<br />

veel beroering in Zwolle. De<br />

drogisterij was al ruim 200 jaar, sinds 1782, in hetzelfde<br />

pand aan de Diezerstraat (nr. 14) gevestigd<br />

en was in de loop der jaren uiterlijk nauwelijks van<br />

karakter veranderd. De winkel was daarmee meer<br />

dan alleen een locale bijzonderheid geworden; het<br />

was ook de oudste drogisterij in Nederland. In de<br />

Oude Gaper was het tot 1990 nog mogelijk allerlei<br />

bijzondere producten te verkrijgen die ter plekke<br />

werden afgevuld in stopflesjes of afgewogen in<br />

papieren zakjes met opdruk. Het oorspronkelijke<br />

karakter van de winkel en de traditionele wijze<br />

waarop het drogisterijvak uitgevoerd werd, spraken<br />

velen aan maar was aan het eind van de twintigste<br />

eeuw niet meer rendabel.<br />

De firma J. ten Doesschate<br />

Dat was in de twee eeuwen daarvoor wel anders.<br />

In 1782 werd er in het pand Diezerstraat 14 een<br />

kaarsenmakerij annex grutterszaak gevestigd.<br />

Wanneer de verkoop van drogerijen daarbij kwam<br />

is niet helemaal zeker, maar dat was in ieder geval<br />

zeker vanaf 1785 het geval. De bedrijfsvoering in<br />

drogerijen bleef vervolgens aan het pand gekoppeld.<br />

Vanaf 1785 waren de achtereenvolgende eigenaren<br />

ook regelmatig aan elkaar verwant.<br />

Rond 1900 bestond de Oude Gaper niet alleen<br />

uit een drogisterij maar ook uit een grossierderij<br />

in drogerijen en verfwaren. Het bedrijf was in die<br />

tijd eigendom van de heer J. ten Doesschate en<br />

zijn echtgenote J. ten Doesschate - Nellensteijn.<br />

De winkel droeg de naam In d'Oude Gaper maar<br />

de grossierderij werd gevoerd onder de naam de<br />

firma J. ten Doesschate. De zaak telde in 1903 elf<br />

personeelsleden.<br />

Jurriaan ten Doesschate (1842-1916) was<br />

afkomstig uit Goor en stamde uit een textielfami-<br />

lie. Hij trouwde in 1878 de Zwolse apothekersdochter<br />

Jansje Nellensteijn (1846-1924). Volgens<br />

de familieoverlevering was Jans (zoals zij<br />

genoemd werd) Nellensteijn een flinke en intelligente<br />

vrouw. Jurriaan en zij moeten hun kennis<br />

van zaken in de praktijk opgedaan hebben, waarbij<br />

(schoon)vader Nellensteijn ongetwijfeld ook<br />

een rol gespeeld heeft.<br />

De grossierderij omvatte de handel in drogerijen,<br />

specerijen, chemicaliën, de fabricage en<br />

handel in verf en de import en handel in levertraan.<br />

In het pand aan de Diezerstraat was behalve<br />

de winkel een kantoor gevestigd, een kruidenzolder<br />

en een verfwarenzolder, een verfkamer en een<br />

chloorafweging, een taplokaal voor olijf- en slaolie,<br />

een taplokaal voor de levertraan, een kistenmakerij<br />

en een schaftlokaal. De firma bezat daarnaast<br />

ook nog een pakhuis aan de Bitterstraat,<br />

gelegen recht tegenover de Nutsschool. De knechten<br />

die in het pakhuis aan de Bitterstraat werkten,<br />

Annèt Bootsma -<br />

van Hulten<br />

De verfkamer in de<br />

Oude Gaper in 1903.<br />

(Particuliere collectie)


In 1888 liet Jurriaan ten Doesschate een nieuw huis aan de Oude Vismarkt 7<br />

bouwen, waar hij met zijn gezin ging wonen. De familie Ten Doesschate woonde<br />

naast de meubelfabriek Schoemaker. Dit bedrijf half zichtbaar op de foto, wordt<br />

elders in dit tijdschrift beschreven. (Particuliere collectie)<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

moesten zich 's morgens eerst in de winkel aan de<br />

Diezerstraat melden.<br />

In 1888 liet Ten Doesschate aan de Oude Vismarkt<br />

7, in het verlengde van Diezerstraat 14, een<br />

nieuw huis bouwen waar hij zelf met zijn gezin<br />

ging wonen. Beide panden stonden met elkaar in<br />

verbinding, een situatie die tegenwoordig nog<br />

steeds zo is. De werktijden waren lang, in de jaren<br />

tachtig van de negentiende eeuw begon men om<br />

zes uur 's morgens en werd er tot ongeveer acht<br />

uur 's avonds doorgewerkt. Wel hield men zeker<br />

twee pauzes, om tien uur en om vier uur, waarbij<br />

het personeel koffie en thee kreeg, iets wat toen<br />

nog lang niet algemeen gebruikelijk was. Het echtpaar<br />

Ten Doesschate - Nellensteijn stond in aanzien<br />

bij hun medewerkers. Ter gelegenheid van<br />

hun 25-jarig huwelijk in 1903 kregen ze van het<br />

gezamenlijke personeel een prachtig fotoalbum<br />

cadeau waarin onder meer het hele bedrijf op de<br />

gevoelige plaat werd vastgelegd. Dit album<br />

bevindt zich nog in familiebezit, de bij dit artikel<br />

afgedrukte foto's zijn hieruit afkomstig.<br />

Levertraan en verf<br />

Tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw<br />

moesten alle Nederlandse kindertjes in de wintermaanden<br />

levertraan slikken. De levertraan van<br />

Ten Doesschate was wijd en zijd vermaard. Ten<br />

Doesschate importeerde de levertraan zelf rechtstreeks<br />

uit Noorwegen. Hij ging ook zelf op zakenreis<br />

naar Noorwegen. De levertraan werd aangevoerd<br />

in vaten en in de Diezerstraat overgetapt in<br />

flessen die vervolgens hun weg door heel Nederland<br />

vonden. Deze zogeheten 'Lotodinsche' levertraan<br />

werd verkocht onder de naam 'In de<br />

Gekroonde Oude Gaper'. Opmerkelijk was dat de<br />

levertraan in vierkante flessen zat, een idee van<br />

Ten Doesschate omdat vierkante flessen beter in<br />

kisten verpakt konden worden. Op de flessen zat<br />

statiegeld, zij werden, na in sodawater te zijn uitgekookt,<br />

eindeloos hergebruikt.<br />

Een ander vermaard product van de firma Ten<br />

Doesschate betrof verf. Niet toevallig staat nog<br />

altijd op de gevel van Diezerstraat 14 met grote<br />

ingehouwen letters de woorden 'drogerijen' en<br />

'verfwaren' te lezen. De verkoop hiervan beleefde<br />

altijd een hausse in het vroege voorjaar wanneer


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

GAPER DiezeRSTRAAT.<br />

de grote schoonmaak werd gehouden. Het was<br />

met name onder de boeren een goed gebruik met<br />

de schoonmaak ook een en ander van een fris<br />

laagje verf te voorzien. De grondleggers van de<br />

huidige verffabriek Van Wijhe leerden het vak bij<br />

Ten Doesschate; D.H. van Wijhe en D. Vermeulen<br />

werkten eerst in de Oude Gaper voor zij in 1916 in<br />

de Goudsteeg voor zichzelf begonnen met een<br />

groothandel in drogerijen en verfwaren. Ten<br />

Doesschate bleek overigens ook een leerschool<br />

voor Zwolse drogisten, de heren Westenberg en<br />

Kinket werkten in de Oude Gaper voordat zij<br />

eigen zaken begonnen.<br />

A.J. ten Doesschate<br />

Rond 1885 nam het echtpaar Ten Doesschate -<br />

Nellensteijn een verweesde neef uit Goor op in<br />

huis. Deze neef, genaamd Anthonij Judany ten<br />

Doesschate (geb. 1862), stak veel kennis op bij zijn<br />

oom en tante; hij bracht dit in praktijk door in<br />

1899 in dezelfde branche voor zichzelf te beginnen.<br />

Er ontstond toen een verwarrende situatie,<br />

twee firma's die zich in dezelfde stad onder bijna<br />

dezelfde naam, firma J. en firma A.J., met dezelfde<br />

handel bezighielden. Ter illustratie, de firma J. ten<br />

Doesschate verkocht zijn levertraan onder de<br />

naam 'In de Gekroonde Oude Gaper'; de firma<br />

A.J. ten Doesschate, in dezelfde vierkante flessen,<br />

onder de naam 'De 3 Gapers'. A.J. was overigens<br />

Het fotoalbum dat het<br />

echtpaar Ten Doesschate<br />

- Nellensteijn ter<br />

gelegenheid van hun 25jarig<br />

huwelijk in 1903<br />

van het personeel aangeboden<br />

kreeg, was versierd<br />

met originele pentekeningen.<br />

Deze fraaie<br />

Jugendstilafbeelding is<br />

daaruit afkomstig.<br />

(Particuliere collectie)<br />

Etiket van de 'Lotodinsche'<br />

levertraan van de<br />

firma J. ten Doesschate,<br />

in de vierkante flessen<br />

verkocht onder de naam<br />

'De Gekroonde Oude<br />

Gaper'. (Collectie<br />

HCO)


De Oude Gaper, Diezerstraat<br />

14, in volle<br />

bedrijvigheid in 1903.<br />

Duidelijk zijn de in de<br />

gevel ingehouwen woorden<br />

'Drogerijen' en<br />

'Verfwaren' te zien.<br />

(Particuliere collectie)<br />

zeer succesvol, uit zijn bedrijf ontstond de bekende<br />

in Wapenveld gevestigde onderneming Euroma,<br />

producent van kruiden, specerijen, mengsels,<br />

sauzen etc. Beide firma's Ten Doesschate bestonden<br />

lang naast elkaar, maar uiteindelijk ging dit<br />

ten koste van de firma J. ten Doesschate. Het<br />

duurde overigens nog tot eind jaren zestig voordat<br />

de firma J. ten Doesschate officieel overgenomen<br />

werd door de toenmalige Handelsvereniging A.J.<br />

ten Doesschate.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Drie generaties Piquet<br />

Drogisterij de Oude Gaper en de fima J. ten Doesschate<br />

waren toen al lang verschillende wegen<br />

ingeslagen. Jurriaan ten Doesschate was in 1916<br />

overleden. Zijn twee zoons Anton en Gezienus<br />

traden niet in de voetsporen van hun vader maar<br />

begaven zich wel op een aanverwant terrein, zij<br />

werden allebei arts. De dochter van Jurriaan en<br />

Jans ten Doesschate - Nellensteijn, Wilhelmina<br />

Johanna (geb. 1881), trouwde met Jacques Sully<br />

Piquet (1879-1928). Dit echtpaar Piquet - ten<br />

Doesschate zette de Oude Gaper en aanvankelijk<br />

ook de firma J. ten Doesschate voort. De in 1928<br />

weduwe geworden mevrouw Piquet - ten Doesschate<br />

verkocht de firma J. ten Doesschate in 1936<br />

aan de heer B. Deuzeman; haar zoon Jurriaan<br />

Piquet (geb. 1909) zette toen de drogisterij voort.<br />

De Oude Gaper bleef in de twintigste eeuw een<br />

familiebedrijf. Jurriaan Piquet bepaalde tientallen<br />

jaren lang het gezicht van de Oude Gaper; menig<br />

Zwollenaar zal zich hem nog voor de geest kunnen<br />

halen, een kleine levendige man die in witte jas<br />

achter de antieke toonbank van de drogisterij<br />

stond. Vanaf 1957 mocht Piquet zich hofleverancier<br />

noemen, dat predikaat werd aan de Oude<br />

Gaper verleend in 1957 bij het 175-jarig bestaan.<br />

Jurriaan Piquet overleed in 1987. Het was zijn<br />

zoon Eelco Piquet die zich in 1990 gedwongen zag<br />

de deur van de drogisterij te sluiten, waarmee een<br />

eind kwam aan een 218 jaar oud Zwols bedrijf.<br />

Epiloog<br />

Toen de oorspronkelijke drogisterij in 1990 sloot<br />

ontstond er spontaan een actiecomité ter behoud<br />

van pand en interieur. Onder voorwaarde dat het<br />

vertrouwde uiterlijk gehandhaafd werd, was er<br />

van 1992 tot 1996 een Trekpleister-filiaal gevestigd.<br />

Daarna werd het in 1997 een Benetton-winkel. De<br />

Oude Gaper verloor daarmee waarschijnlijk<br />

definitief zijn drogisterijbestemming, maar het<br />

oorspronkelijke karakter is nog herkenbaar.<br />

* Bij deze wil ik graag postuum dank zeggen aan de<br />

heer Mr. J. ten Doesschate, die mij waardevolle informatie<br />

verschafte over zijn grootouders Ten<br />

Doesschate - Nellensteijn. Helaas heeft de heer Ten<br />

Doesschate de verschijning van dit artikel niet meer<br />

mogen meemaken, hij overleed in juni <strong>2002</strong>.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 93<br />

Tabaksfabriek Van den Helm<br />

Het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong> bewaart<br />

in haar collectie drie plakboeken waarin<br />

de laatste eigenaar van de tabaksfabriek<br />

Van den Helm, de heer BJ. Roelfsema, de geschiedenis<br />

van het bedrijf reconstrueert.<br />

In deze plakboeken zijn ook enkele archiefstukken,<br />

brieven en verpakkingsmateriaal opgenomen.<br />

Het onderstaande is op de beschrijving van<br />

Roelfsema gebaseerd en op gegevens uit het<br />

archief van de Kamer van Koophandel te Zwolle.<br />

Kruidenier en tabakshandel<br />

Celius Dirk van den Helm (1749-1833) begon in<br />

1805 met een tabakskerverij. Deze kerverij groeide<br />

in korte tijd uit tot een tabaksbedrijfje in combinatie<br />

met een kruidenierswinkel. Winkel en<br />

bedrijf waren gevestigd in de Diezerstraat op het<br />

huidige nummer 56. Dit pand, 'Het groene Rad'<br />

genaamd, was in 1747 gekocht van de med. dr. Van<br />

Sonsbeek door de vader van Celius Dirk, Jacobus<br />

Casparus van den Helm. Jacobus Casparus woonde<br />

zelf niet in het pand, maar in een erachter gele-<br />

%*•••?%<br />

Lydie van Dijk<br />

Reclameplaat met doorsnede<br />

van de fabriek<br />

aan het Gasthuisplein<br />

(collectie Stedelijk<br />

Museum Zwolle)


Ansichtkaart van de<br />

winkel in de Diezerstraat<br />

met de twee<br />

gevelbeelden (collectie<br />

Stedelijk Museum<br />

Zwolle)<br />

94<br />

gen huis aan het huidige Gasthuisplein. Hij was<br />

lakenhandelaar en gemeensman en overleed in<br />

1795. Zijn kleinzoon Coenraad Derk (1787-1849),<br />

zoon van Celius Dirk, wordt in het patentregister<br />

in 1810 vermeld als winkelier in tabak, snuif, koffie<br />

en thee. Deze Coenraad Derk zette dus het bedrijf<br />

van zijn vader voort. Na zijn dood werd de firmanaam<br />

gewijzigd in Wed. CD. van den Helm.<br />

Overname<br />

De weduwe was Anna Gesina Wispelweij, de tweede<br />

vrouw van Coenraad Derk. Zij leidde het<br />

bedrijf tot haar overlijden in 1856. Daarna heeft<br />

Jacobus Casparus van den Helm, een zoon uit het<br />

eerste huwelijk van Coenraad Derk met Magdalena<br />

van Rees, het bedrijf enige tijd beheerd. In 1872<br />

verkochten de drie kinderen uit het eerste huwelijk<br />

de panden aan de Diezerstraat en het Gasthuisplein<br />

aan Anthonij Dengerink. Bij de koopsom<br />

van f 12.000 waren voorraden ruwe tabak,<br />

MM<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Receptuur<br />

Johannes van den Helm heeft in november1872<br />

zijn inkoopkennis en receptuur van snuif via een<br />

receptenbrief overgedragen aan Anthonij Dengerink.<br />

Volgens de aantekeningen van de heer<br />

Roelfsema is dit document van een ontwapenende<br />

eenvoud.<br />

Voorbeelden hiervan zijn:<br />

• Oud Snuif 20 et verkoop: fabriek stelen<br />

• Roode Snuif 50 et verkoop: gekleurde stelen,<br />

fijn gezeefd, goed vochtig en reuk olie naar<br />

verkiezing (Nagelolie en Bergamot)<br />

• Zwarte reuk Snuif 80 et verkoop: Brokling en<br />

fabriek stelen, fijn ziften, alleen Bergamotolie<br />

Memorandum<br />

• De snuif moet gezeefd worden naar verkiezing<br />

(grof of fijn)<br />

• De reuk olie bij droppels door de aangemaakte<br />

snuif doen, en laten doortrekken I niet door<br />

de pekel doen, dan blijft er te veel aan de rand<br />

van depot waar de pekel in is, hangen. Zoo<br />

kan men alle soort van reuksnuif maken.<br />

(Archief Van den Helm, HCO)<br />

apparatuur en inventaris niet inbegrepen, deze<br />

worden althans niet in de akte van verkoop<br />

genoemd. Ook het kruideniersbedrijf is onvermeld.<br />

Blijkbaar hield men zich vóór 1872 uitsluitend<br />

bezig met de tabaksproductie, met de verkoop<br />

daarvan en met sigarenhandel. De nieuwe<br />

eigenaar Dengerink beschikte kennelijk in ruime<br />

mate over middelen, want in korte tijd waren alle<br />

kosten van koop en overname betaald.<br />

De firma Van den Helm was in die tijd lang<br />

niet de enige tabakskerverij in Zwolle. Rond 1880<br />

waren er dertien tabaksfabrieken in de stad. Landelijk<br />

gezien was het onrustig in deze bedrijftak.<br />

In sigarenfabrieken kwamen stakingen veelvuldig<br />

voor. Dit zal een van de aanleidingen zijn geweest<br />

voor de oprichting van de Vereeniging van<br />

Tabaksfabrikanten in Nederland op 14 februari<br />

1906. De overige tabaksindustrie heeft echter nauwelijks<br />

last gehad van stakingen.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 95<br />

fOA<br />

Gevelbeelden en tabakspotten<br />

Anthonij Dengerink handhaafde aanvankelijk de<br />

naam firma Wed. CD. van den Helm, later gewijzigd<br />

in firma A. Dengerink v/h Wed. CD. van den<br />

Helm. Na zijn dood in 1906 zetten zijn twee zonen<br />

het bedrijf voort. Eigenaar was Hendrik Sybrand<br />

Dengerink. Deze woonde aan het Gasthuisplein<br />

nr. 5. In 1924 verhuisde hij naar Van Nahuysplein<br />

8, in 1937 naar nr. 12. Briefpapier vari 1907 laat de<br />

volgende bedrijfsnaam zien: Stoom-tabaksfabriek<br />

Het Wapen van Amsterdam, opgericht 1805. De<br />

brief is ondertekend met A. Dengerink, voorheen<br />

Wed. CD. van den Helm. Deze naam en het<br />

beeldmerk Het Wapen van Amsterdam werd in<br />

1909 als merk gedeponeerd.<br />

In een van de plakboeken in het HCO zit een<br />

(niet erg scherpe) ansichtkaart van het interieur<br />

van de winkel in de Diezerstraat. Hierop zijn twee<br />

snuiftabakspotten te zien zijn die de heer Roelfsema<br />

enkele jaren geleden heeft overgedragen aan<br />

het Stedelijk Museum Zwolle. Behalve deze<br />

tabakspotten kwamen toen ook de beide beelden<br />

die de ingang van de winkel flankeerden, evenals<br />

een reclameplaat die een doorsnede van de fabriek<br />

laat zien, in bezit van het museum. De gevelbeelden<br />

zijn van beschilderd gietijzer en stellen twee<br />

mannen voor steunend op een karot. Een karot<br />

zijn tabaksbladeren, ontdaan van de hoofdnerf,<br />

om elkaar gewikkeld, gedroogd en vermalen tot<br />

snuif. Op het voetstuk van het ene beeld staat<br />

'sigaren', op dat van het andere 'tabak'.<br />

Volautomatisch<br />

Tot ver in de jaren dertig vervaardigden de meeste<br />

tabaksfabrieken uitsluitend pruim- en pijptabak.<br />

Slechts enkele grote bedrijven fabriceerden daarnaast<br />

ook shagtabak, hoofdzakelijk bestemd voor<br />

de export. In Nederland werd shag vooral verkocht<br />

aan zeelui en verlofgangers en gepensioneerden<br />

uit Nederlands-Indië. De firma Wed.<br />

CD. van den Helm was een van de eerste ondernemingen<br />

die dit betrekkelijk nieuwe artikel met<br />

veel succes op de markt bracht. Een volautomati-<br />

Eén van de twee gevelbeelden<br />

die de winkel<br />

aan de Diezerstraat<br />

flankeerden. Het gevelbeeld<br />

is gemaakt van<br />

beschilderd gietijzer en<br />

stelt een man voor steunend<br />

op een zogeheten<br />

karot. De hoogte van<br />

het beeld is 66 cm. (Collectie<br />

Stedelijk Museum<br />

Zwolle)<br />

Sigarenautomaat trekt aandacht<br />

De winkel van weduwe Van der Helm in de Diezerstraat mag zich verheugen<br />

in ruime belangstelling. Reden is het nieuwtje dat Van der Helm voor haar<br />

zaak heeft geplaatst: een sigarenautomaat. Na inworp va een dubbeltje krijgt<br />

men naar keuze 3,4,5 of 6 sigaren. Een pakje sigaretten kan ook. Sommigen<br />

zien het als een stap in de richtingvan eerbiediging van de zondagsrust. Nu<br />

kunnen de mensen immers op zondag een rokertje kopen zonder dat een<br />

ander er voor hoeft te werken. Critici van de automaat wijzen er echter op dat<br />

de keuze die de machine biedt wel erg beperkt is.<br />

(Zwolsche Courant, 25 oktober 1904, bewerkt)


Door de firma Van den<br />

Helm gebruikte verpakking<br />

(collectie HCO).<br />

Ansichtkaart Thorbeckegracht;<br />

situatie vlak<br />

voor de tabaksfabriek<br />

zich er vestigde (collectie<br />

Stedelijk Museum<br />

Zwolle).<br />

Thorbeckegracht.<br />

96<br />

sche pakmachine, een Quester uit Keulen, werd<br />

daarvoor aangekocht. Het was de laatste gewone<br />

machine die dit Duitse bedrijf nog leverde, daarna<br />

werd volledig omgeschakeld op oorlogstuig.<br />

In 1936 kocht H.S. Dengerink het pand Thorbeckegracht<br />

nr. 8 en verhuisde het bedrijf. Later<br />

wordt ook het aangrenzende pand gekocht. Deze<br />

verhuizing was ongetwijfeld een belangrijke verbetering,<br />

maar een groot bezwaar was dat de<br />

betrekkelijk zware machines op de eerste verdie-<br />

Zicolle,<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

ping moesten worden geplaatst, omdat kantoren,<br />

magazijn en expeditie te veel van de ruimten op de<br />

begane grond in beslag namen.<br />

Een tweede overname<br />

Uit een rapport van de gemeente Zwolle naar de<br />

welvaartsbronnen van de stad blijkt dat er in 1937<br />

nog maar één bedrijf over is van de vele tabaksfabriekjes<br />

die er zestig jaar daarvoor waren. De afzet<br />

is, volgens dit rapport, geheel regionaal georiënteerd,<br />

hetgeen de transportkosten drukt. Voor de<br />

werkgelegenheid was de betekenis gering, er<br />

waren maar elf arbeiders in dienst. In 1876 had de<br />

tabaksindustrie nog 28 werknemers.<br />

Op 1 januari 1938 trad H.S. Dengerink uit de<br />

firma. De handelsnaam werd weer gewijzigd in<br />

Firma Wed. CD. van den Helm. Blijkbaar was de<br />

negentiende-eeuwse naam nog steeds een begrip.<br />

Het bedrijf werd eind 1938 overgenomen door<br />

Johannes Lubbert Roelfsema uit Winschoten, die<br />

in Zwolle aan de Stationsweg 7 ging wonen. Roelfsema<br />

was afkomstig uit de tabaksindustrie. Zijn<br />

familie had in Winschoten ook een fabriek.<br />

Het Zwolse bedrijf had een goede naam. Dit<br />

kwam tot uiting in de koopsom. In totaal moest<br />

Roelfsema f52.000 betalen, waarvan f 10.000 voor<br />

goodwill, f 7.000 voor de machines en f 35.000<br />

voor de voorraad tabak. Het machinepark<br />

bestond uit een grote kerfbank, een kleine kerfbank,<br />

een droogtrommel, een koel- en zeefmachine,<br />

een messenslijpmachine, twee pakmachines,<br />

een banderolleerapparaat en een goederenlift.<br />

De overdracht vond plaats op 1 januari 1939.<br />

De huurprijs voor de panden Thorbeckegracht 7<br />

en 8 bedroeg f 1.500.<br />

Moeilijke oorlogsjaren<br />

Het eerste jaar onder J.L. Roelfsema was succesvol.<br />

Er werd een winst gemaakt van ca. f 7.000. Kort<br />

daarop brak de Tweede Wereldoorlog uit. Zoals<br />

voor vele bedrijven, was dit ook voor de tabaksindustrie<br />

een rampzalige tijd. De bezetter richtte het<br />

Rijksbureau voor Tabak en Tabaksproducten op.<br />

Dit bureau saneerde de bedrijfstak, waardoor er in<br />

het hele land nog maar twaalf tabaksbedrijven<br />

over bleven. Hieronder waren de Wed. CD. van<br />

den Helm en de firma Roelfsema in Winschoten.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 97<br />

Bij de volgende sanering vielen de beide bedrijven<br />

echter uit de boot. Om het bedrijf draaiende te<br />

houden en om aan de vraag tegemoet te komen,<br />

werd toestemming gevraagd zogenaamde amateur-tabak<br />

te mogen verwerken. Deze 'amateurtabak'<br />

is tabak die verkregen wordt uit door particulieren<br />

gekweekte tabaksplanten. Deze 'amateurs'<br />

wisten natuurlijk niet hoe zij van de bladeren<br />

goede tabak moesten maken.<br />

De toestemming van het Rijksbureau werd pas<br />

verkregen na herhaalde verzoeken en het toestoppen<br />

van steekpenningen in de vorm van cosmetica.<br />

De firma had te horen gekregen dat men voor<br />

de tabak zelf geen belangstelling had (daar kon<br />

men genoeg van krijgen), en dus werd tabak eerst<br />

geruild tegen cosmetica en dit werd meegenomen<br />

naar het bureau. Voor het verkrijgen van deze toestemming<br />

moest wel een volledige lijst van alle<br />

werknemers worden ingeleverd. Dit kon als<br />

gevolg hebben dat werknemers werden opgeroepen<br />

om in Duitsland te gaan werken. Geen van<br />

hen is echter daar te werk gesteld.<br />

Het einde<br />

Na de Tweede Wereldoorlog werd de firma in<br />

Winschoten opgeheven. Berend Jan Roelfsema, de<br />

zoon van J.L. Roelfsema, werkte aanvankelijk in<br />

Winschoten, maar werdvervolgens mede-eigenaar<br />

van de Vereenigde Tabaksfabrieken Roelfsema<br />

van den Helm in Zwolle. De vennootschap<br />

legde zich toe op de vervaardiging van en handel<br />

in tabaksproducten en aanverwante artikelen, dit<br />

alles in de ruimste zin. Wat onder dit laatste verstaan<br />

werd, blijkt uit een vermelding bij de Kamer<br />

van Koophandel: vanaf 1 april 1953 was de NV Verenigde<br />

Tabaksfabrieken Roelfsema van den Helm<br />

tevens groothandel in rokersartikelen, metaalwaren,<br />

huishoudelijke artikelen, galanteriën, zoetwaren,<br />

luchtbuksen en luchtbukskogels, mondharmonica's.<br />

De groothandel werd gevoerd onder de<br />

naam 'Pyro'.<br />

In 1956 verkocht Roelfsema de Verenigde<br />

Tabaksfabrieken aan collega-tabakshandelaar de<br />

Gebroeders Jakobs uit Meppel. Kort hierop kwam<br />

het in handen van Theodorus Niemeijer uit Groningen.<br />

Toen was het snel afgelopen met de<br />

tabaksindustrie in Zwolle.<br />

Roelfsema ging door met de bovengenoemde<br />

groothandel onder de naam handelsonderneming<br />

Roelfsema - van den Helm, gevestigd aan de<br />

Thorbeckegracht 7. In 1960 waren hier nog negen<br />

personen werkzaam, vier jaar later nog zes.<br />

Het definitieve einde kwam op 1 oktober 1965,<br />

toen de groothandel werd overgenomen door BV<br />

Vipero te Meppel. B.J. Roelfsema aanvaardde een<br />

functie als bedrijfsleider bij de sigarenfabriek Smit<br />

en Ten Hove in Kampen.<br />

Het pand Thorbeckegracht 8 werd al in 1957<br />

verkocht aan Handelsvereniging AJ. ten Doesschate,<br />

die in 1965 ook nummer 7 kocht. Rond<br />

1980 zijn deze panden afgebroken en zijn op deze<br />

plaats nieuwe woningen gebouwd.<br />

Pakmachine aan de<br />

Thorbeckegracht (collectie<br />

HCO).


Annèt Bootsma -<br />

van Hulten<br />

98 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Doijer en Van Deventer, likeurstokerij en<br />

bitterfabriek<br />

De firma Doijer en Van Deventer was jarenlang<br />

een klassiek Zwols familiebedrijf. De<br />

familie Van Deventer bleef met drie generaties<br />

tot 1935 bij het bedrijf betrokken, de familie<br />

Doijer met zes generaties zelfs tot 1989. Hoe de<br />

families Van Deventer en Doijer tot het maken van<br />

alcoholhoudende dranken zijn gekomen, is onbekend.<br />

Wat wel vast staat is de exacte oprichtingsdatum<br />

van het bedrijf en waar het van start ging.<br />

Roode Bessenwijn<br />

'19 Juli 1894. Roode Bessenwijn gemaakt van de<br />

Roode Bessen van Cnopius (208 K°) en van<br />

Wagenberg Festen te Vlijmen (1456 K°). Verhouding<br />

45 K° Bessen & 30 K° Melis op 100 Liter.<br />

Dit jaar besloten de Bessenwijnen te liggen in<br />

het Strooppakhuis, zijnde deze plaats veel warmer<br />

als het Vruchtenpakhuis. De ondervinding<br />

heeft geleerd dat sinds de Bessenwijn gelegen heeft<br />

in het Vruchtenpakhuis, wij ook last hebben<br />

gehad van gistige Bessenwijn, wat wij toeschrijven<br />

aan de vochtigheid van dat lokaal, daarom<br />

dit jaar een proef genomen met het strooppakhuis.<br />

Verder is genomen voor de fabricatie<br />

eenigszins verwarmd water. Het leidingwater<br />

toch is zeer koud & daardoor niet bevorderlijk<br />

voor de gisting. Er is daarom gebruikt 5 liter<br />

kokend water op 40 liter, om de koude weg te<br />

nemen. De te maken fusten zijn op circa 5 liter na<br />

vol gemaakt & iedere avond en morgen na gisting<br />

weer aangevuld met lauw water. Het overloopend<br />

drafis opgevangen voorloopig in een vat<br />

gebracht om later opgestookt te worden'.<br />

(Verslag van de rode bessenwijnproductie uit<br />

1894, archief Doijer en Van Deventer).<br />

'Stookerij van fijne likeuren'<br />

Op 2 mei 1814 werd een likeurstokerij opgericht<br />

door Hendrik Arnoldus van Deventer (1788-1839),<br />

echtgenoot van Sara Catharina Doijer (1788-1871),<br />

met zijn oom Thomas Doijer (1754-1833) als commanditaire<br />

vennoot. Het bedrijf werd gevestigd in<br />

het pand Diezerstraat 58, waar daarvoor bierbrouwerij<br />

'De Witte Leeuw' gevestigd was. Afbeeldingen<br />

van biervaten en een leeuw in de fraaie gevel<br />

herinneren daar heden ten dage nog aan. Dat juist<br />

deze locatie eerst een bierbrouwerij en vervolgens<br />

een likeurstokerij huisvestte, kwam doordat zich<br />

in de tuin een wel bevond, een natuurlijke waterbron,<br />

die zowel voor de brouwerij als de likeurstokerij<br />

een belangrijke grondstof vormde.<br />

Het bedrijf ging van start als een 'Stookerij van<br />

fijne Likeuren, Aromatiek Zwolsch Bitter, Ordinaire<br />

Likeuren' enz. De eerste jaren opereerde de<br />

firma onder de naam H.A. van Deventer en Co. In<br />

1826 werd Van Deventers neef Jan Jacob Doijer<br />

(1801-1875, zoon van Thomas Doijer) mede-firmant;<br />

vanaf dat moment was er ook officieel sprake<br />

van de firma Doijer en Van Deventer.<br />

In het pand aan de Diezerstraat waren aan de<br />

straatkant de winkel en het kantoor gevestigd; aan<br />

de tuinkant, bij de wel, lag de stokerij. De kelder<br />

en zolder dienden voor opslag. De firma maakte<br />

likeuren, bitters, jenever, limonadesiropen en na<br />

enige tijd ook vruchtenwijnen. De opslag van met<br />

name bessenwijn vereiste al spoedig extra pakhuis<br />

en kelderruimte die her en der gehuurd werden.<br />

Oude Vismarkt<br />

Vanwege ruimtegebrek verhuisde het bedrijf in<br />

1866 naar een pand op de Oude Vismarkt, hoek<br />

Wolweverstraat. Dit pand zou goed honderd jaar<br />

de hoofdvestiging van de firma blijven; de gevel<br />

vermeldt nog altijd de naam Doijer en Van<br />

Deventer, Likeurstokerij en de jaartallen 1814 en


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 99<br />

FoL<br />

1866. De voorgevel lag weliswaar aan de Oude Vismarkt,<br />

maar het officiële adres was Wolweverstraat.<br />

In dit pand was daarvoor een jeneverstokerij<br />

gevestigd, genaamd 'De Eendracht'. Tegelijkertijd<br />

werd ook de mouterij waar het graan voor de<br />

jeneverstokerij te kiemen werd gelegd aangekocht,<br />

Wolweverstraat 7. Vanwege die graanopslag huisden<br />

hier veel ratten, maar volgens overlevering<br />

werden die door de toenmalige firmant J.J. Doijer<br />

effectief uitgeroeid. De nieuwe behuizing was weliswaar<br />

ruimer, maar had het bezwaar dat men niet<br />

meer kon beschikken over een eigen waterbron.<br />

Zwolle beschikte pas in 1892 over een eigen waterleiding.<br />

Voor de vervaardiging van de vele producten<br />

was veel water nodig dat moest worden<br />

aangedragen vanaf de stadspomp in de Sassenstraat,<br />

hoek Koestraat.<br />

Het ging het bedrijf voor de wind, in de jaren<br />

tachtig werden nog meer panden in de Wolweverstraat<br />

en aan het aangrenzende Gasthuisplein aan-<br />

gekocht voor de opslag en productie. De dranken<br />

werden onder de eigen naam in het hele land, weliswaar<br />

in die tijd nog met de nadruk op het oosten<br />

en noorden, verkocht. Er werd ook geëxporteerd<br />

naar het buitenland.<br />

Rond 1900 waren firmant de heren Jan Jacob<br />

Doijer Jzn. (1859-1920, kleinzoon van de eerste Jan<br />

Jacob) en Jan Salomon van Deventer (geb. 1858,<br />

kleinzoon van Hendrik Arnoldus). Volgens een<br />

beschrijving uit 1947 van 'baas' M. Hendriks,<br />

meesterknecht van 1895 tot 1935, werkten er in die<br />

tijd twee personen op het kantoor, was er een<br />

parttime boekhouder en waren er twee reizigers.<br />

In de fabriek werkten negen vaste krachten: een<br />

meesterknecht, een machinist, een kuiper, twee<br />

kruikenvullers, twee tappers, een knecht en een<br />

jongmaatje voor boodschappen en dergelijke.<br />

Afhankelijk van het seizoen maakte men veelvuldig<br />

gebruik van tijdelijke krachten en werd er,<br />

indien nodig, gewoon langer gewerkt (zie ook<br />

Intercommunaal<br />

telefoonnummer<br />

Briefhoofd van de firma<br />

Doijer en Van Deventer<br />

uit 1918, met daarop<br />

afgebeeld het hoofdpand<br />

aan de Oude Vismarkt/Wolweverstraat.(Briefhoofdencollectie,<br />

HCO)


Door Teun van der<br />

Veen gemaakte schets<br />

van het hoofdgebouw<br />

van Doijer en Van<br />

Deventer aan de Oude<br />

Vismarkt en de door het<br />

bedrijf gebruikte panden<br />

aan de Wolweverstraatuit<br />

1968, vlak<br />

voor de verhuizing naar<br />

de Marslanden. Op de<br />

schets is de neonreclame<br />

in de vorm van een<br />

schenkende fles en een<br />

glas zichtbaar die in die<br />

tijd aan de gevel van het<br />

hoofdgebouw bevestigd<br />

was. (Particuliere collectie)<br />

100 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

kader). Omstreeks 1875 werd ook de fabricage van<br />

parfumerieën onder het merk Idoze, afgeleid van<br />

J(an) Do(ijer) Z(woll)e, ter hand genomen. In<br />

1903 werd het merk officieel ingeschreven. Oorspronkelijk<br />

legde men zich hoofdzakelijk toe op<br />

Eau de Cologne die in mandflessen en in fusten<br />

aan de groothandel werd geleverd. Later specialiseerde<br />

men zich ook op flaconverpakkingen en<br />

werd de sortering belangrijk uitgebreid. Idoze<br />

bleef in productie tot 1963, toen het merk werd<br />

verkocht aan een collega in Zutphen.<br />

Vooruitgang<br />

Goed twintig jaar na de aanleg van de waterleiding<br />

deed elektriciteit in Zwolle zijn intrede, in 1915.<br />

Daarvoor werd de verlichting geregeld met gaslampen<br />

en als het nodig was werd er bijgelicht met<br />

kaarsen. In de donkere dagen voor de decemberfeestdagen,<br />

wanneer er erg lange werkdagen werden<br />

gemaakt (zie kader) was dit moeizaam werken.<br />

Elektrische verlichting betekende daarom<br />

een enorme vooruitgang. Van elektrische apparatuur<br />

werd verder overigens nog nauwelijks<br />

gebruikt gemaakt, dat begon pas na de Tweede<br />

Wereldoorlog een grote vlucht te nemen. Omdat<br />

gedistilleerd de hoofdmoot van de bedrijvigheid<br />

uitmaakte, vormden de distilleerketels het belangrijkste<br />

bezit van de firma. Tijdens de oorlog wist<br />

men ze met moeite uit handen van de Duitsers te<br />

houden, onder het mom dat ze gebruikt moesten<br />

worden in de Zwolse gaarkeuken. Zover is het niet<br />

gekomen. Er was een prachtige collectie, een grote<br />

stoomketel voor de distilleerketels, suikersmelters,<br />

een advocaatmachine en alles in rood koper<br />

uitgevoerd. De productie kon in de oorlog maar<br />

zeer beperkt doorgaan, vanwege de rantsoenering<br />

van belangrijke grondstoffen als alcohol en suiker.<br />

Ook na de oorlog duurde het geruime tijd voordat<br />

deze artikelen weer normaal te verkrijgen waren.<br />

Naoorlogse expansie<br />

Na de oorlog veranderde de drankenmarkt snel.<br />

De belangrijkste verandering betrof de massale<br />

overstap op glas (in plaats van aardewerk). Doijer<br />

en Van Deventer was een van de eerste distillateurs<br />

die daarop over ging. Het bedrijf introduceerde<br />

in die tijd ook 'Red Berry', een goede en<br />

lekkere vruchtenwijn. Dit product sloeg aan, er


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 101<br />

Uit vroeger tijden; een impressie van de dagelijkse<br />

gang van zaken bij Doijer en Van Deventer<br />

rond 1900.<br />

'Flesschen kregen we per wagon uit Duitschland en<br />

we waren een heelen dag bezig met lossen en opbergen.<br />

Hierbij hielpen de Wijndragers en de welbekende<br />

Gait Mulder (toen nog een jong mensch van<br />

± 18 jaar) met de verhuiswagen om flesschen te<br />

brengen en lege manden terug te nemen.<br />

Glas van kapotte flesschen ging in de glaskelder,<br />

die meteen luik gesloten was en zich ook nog onder<br />

de straat bevond. Ééns in 't jaar moest die leeg. Het<br />

gruisglas ging per schipper naar Loenen a/d Vecht,<br />

vanwaar we ook nieuwe flesschen kregen. Kruiken<br />

kwamen uit Duitschland (Girmscheidt). Stroop<br />

(10 a 20 vaten), suiker (20 zakken a 100 kilo) en<br />

citroenen (80 groote kisten) werden gebracht.<br />

Brandewijn, jenever, cognac, rum, arac, spriritus<br />

96% werden bezorgd door de Wijndragers.<br />

Voor de spiritus waren twee reservoirs, één van<br />

11.000 L inhoud, en één van 13.000 liter. Hieruit<br />

ziet ge dat er veel werk gebeurde buiten het personeel<br />

zelf en kunt ge begrijpen dat er zoo groote<br />

kwantums dagelijks de fabriek konden verlaten.<br />

Iedere dag was de groote wagen vol geladen met<br />

manden, kisten en vaten voor het spoor.<br />

Voorjaars en in 't najaar ging de heer Van<br />

Deventer de groote Twentsche reis maken. Hij was<br />

daar drie weken voor noodig. Daarna ging de heer<br />

Doijer op reis naar Amsterdam en verder geheel N.<br />

Holland, tot Den Helder. Deze reizen gaven veel<br />

commissies en was er volop werk.<br />

De maanden Nov. en Dec. waren drukke<br />

maanden, niet alleen met de verzending, maar dan<br />

kwam er het citroenenpersen ook bij. Twee vrouwen<br />

schilden per dag drie kisten citroenen en twee<br />

mannen waren voor het uitpersen. Twee noodhulpen<br />

vulden het personeel aan om zoo alles op tijd<br />

voor elkaar te krijgen. De feestdagen als St. Nicolaas,<br />

Kerstmis en Nieuwjaar gaven extra werk, en<br />

dan ging het doorgaans tot negen uur 's avonds<br />

door. Tegen dien tijd werden een groot aantal kisten<br />

met likeur in 't voren klaar gemaakt, er stonden<br />

dan welyo stuks om vlotte aflevering te bewerken.<br />

Dan waren er ook vaak orders voor het buitenland.<br />

De commiezen moesten de kisten verzegelen.<br />

Om iets te noemen: 6 kisten met halve flesschen<br />

"Zwolsch Bitter" [maag elixer] naar Egypte, kisten<br />

met likeur naar Batavia, Buitenzorg, Semarang,<br />

Soerabaja. Kisten met Elixer Longue Vita, ook voor<br />

Indië. Kisten met likeur op kruikjes van ïdl. naar<br />

Zweden. Verder ook nog verzending naar Amerika<br />

(Argentinië). Ten tijde van de Transvaalsche Oorlog<br />

naar de Delagoabaai, 48 kisten diverse wijnen, enz.<br />

In het begin van het jaar ging alles gewoon van<br />

7 tot 7. Overwerk werd betaald met 10 cent per uur.<br />

In Juni begon het voorbereidende werk voor de bessencampagne.<br />

Voor de kuiper was er dan veel werk.<br />

De stukvaten AA, BB, enz, 26 in getal, moesten<br />

klaar voor de bessenwijn plus nog een 30tal oxhoofden,<br />

dan 12 stukvaten voor zwarte bessen en 2 voor<br />

boschbessen en 15 halve booten voorframboozen.<br />

Het persen van de roode bessen gebeurde in de<br />

stokerij, maar daar was maar ruimte voor één pers,<br />

waardoor slechts 4 vaten per dag gemaakt konden<br />

worden, en 's middags het werk doorging. De heer<br />

Doijer bleef dan aan de fabriek. Van 's morgens 6<br />

uur tot 's avonds 8 uur was men daarmee bezig.<br />

Later ging dit werk naar de overkant [Wolweversstraat],<br />

waar met 2 persen gewerkt kon worden en<br />

dus per dag meer gemaakt. Daarna kwam de<br />

motor om te draaien, zoodat het toen nog vlugger<br />

ging.<br />

Als de bessen genoeg getrokken waren, kwam<br />

tegen de Zwolsche kermis de verzending. Wij werkten<br />

dan van 's morgens 6 tot 's avonds 9 uur en<br />

zagen anderen kermis vieren, 's Middags in schofttijd<br />

van 5 tot half 6 kwam een kermisman met zijn<br />

orgel een poosje muziek maken. Hij kreeg wat centen<br />

in zijn pet, een bittertje en zijn vrouw een glaasje<br />

limonade. Ze gingen dan weer verder en we gingen<br />

weer aan 't werk met bessen afwegen en in de<br />

vaten brengen voor den volgende dag'.<br />

(Fragment uit een toespraak van de oud-meesterknecht<br />

M. Hendriks - werkzaam bij de firma<br />

van 1895 tot 1935 - ter gelegenheid van de opening<br />

van een nieuwe fabrieksafdeling in juni 1947.<br />

Archief Doijer en Van Deventer).


102 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

werden jaarlijks zo'n honderdduizend flessen van<br />

verkocht. Een ander succesvol product was het<br />

merk '1814', onder welke naam binnenlands gedistilleerd<br />

verkocht werd.<br />

Er kwam ook steeds meer systematiek in de<br />

manier van werken; voorheen verpakte men op<br />

order maar geleidelijk ging men steeds meer vooruit<br />

verpakken en op voorraad in het magazijn zetten.<br />

Marslanden<br />

Het bedrijf expandeerde, maar liep daarbij tegen<br />

een oud probleem aan: ruimtegebrek. In de loop<br />

der jaren had het bedrijf een complex panden aan<br />

de Wolweverstraat en het Gasthuisplein aangekocht,<br />

waar eindeloos in was verbouwd en verplaatst.<br />

De verzameling oude panden vereiste echter<br />

veel onderhoud, was bovendien structureel te<br />

klein en totaal ongeschikt om efficiënt naar de<br />

eisen des tijds te kunnen werken. Bovendien<br />

beschikte men midden in de stad niet over een<br />

open opslagterrein en werd de bereikbaarheid<br />

door het toenemende verkeer ook steeds problematischer.<br />

Er bestonden daarom al lang plannen<br />

om de binnenstad te verlaten en tot algehele<br />

nieuwbouw over te gaan. In 1966 kon eindelijk<br />

met verwezenlijking daarvan begonnen worden,<br />

als eerste fase werd toen een nieuwe vruchtenwijnfabriek<br />

geopend op het nieuwe bedrijventerrein<br />

van de Marslanden. Medio 1968 kon het hele<br />

bedrijf daar een gloednieuwe behuizing betrekken<br />

en werd de periode in de binnenstad afgesloten.<br />

Omstreeks dezelfde tijd werden de Zwolse<br />

drankengroothandel Koekkoek en de Delftse distilleerderij<br />

Hellebrekers overgenomen.<br />

Intercaves<br />

In de jaren zeventig schakelde het bedrijf steeds<br />

meer over op wijn. Begin jaren tachtig besloot<br />

toenmalig directeur H.H. Doijer, geboren in 1926<br />

en laatste telg uit de familie die bij het bedrijf<br />

betrokken was, om samenwerking te zoeken met<br />

een vooraanstaande branchegenoot. Er was geen<br />

opvolging uit de familie en Doijer wilde op deze<br />

manier de voortzetting van het bedrijf zo goed<br />

mogelijk waarborgen. Zo kwam in 1982 de fusie<br />

met distilleerderij M. Dirkzwager, onder meer<br />

producent van Florijn, tot stand. De productie<br />

van het gedistilleerd verhuisde naar Schiedam en<br />

de wijnbelangen werden in Zwolle geconcentreerd.<br />

Doijer en Van Deventer heette voortaan<br />

Intercaves. De heer Doijer combineerde zijn<br />

afscheid van het bedrijf met het 175-jarig bestaan<br />

in 1989. De heer A.J. Brouwer, al mededirecteur<br />

sinds 1968, zette de directie voort met de heer<br />

R.J.A. Würzer.<br />

De heer Brouwer was in 1989 al jaren bij het<br />

bedrijf werkzaam en maakte de periode in de binnenstad<br />

nog uitgebreid mee. Hij was tot 1999 bij<br />

het bedrijf betrokken.<br />

De periode aan de Marsweg behoort inmiddels<br />

ook definitief tot het verleden; Intercaves verhuisde<br />

in juli 2001 naar Nijkerk vanwege een in de<br />

bedrijfsgeschiedenis van Doijer en Van Deventer<br />

- Intercaves bekende reden: ruimtegebrek en<br />

logistieke overwegingen. In tegenstelling tot het<br />

voormalige hoofdpand aan de Oude Vismarkt,<br />

dat er nog steeds staat, zijn de panden aan de<br />

Marsweg gesloopt.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 103<br />

'Richt u in naar uw zin'<br />

de firma FJ. Schoemaker & Zn. (1843-1958)<br />

De Zwolse firma F.J. Schoemaker & Zn.,<br />

opgericht in 1843 en opgeheven in 1958,<br />

dreef jarenlang handel onder het motto:<br />

'Richt u in naar uw zin'. De 'Stoommeubelfabriek<br />

& Behangerij F.J. Schoemaker en Zonen' was<br />

gedurende haar 115-jarig bestaan voor lange tijd<br />

gevestigd aan de Oude Vismarkt 9.<br />

Wat weten we van deze meubelfabrikant en<br />

wat is er bewaard gebleven van de producten die<br />

dit bedrijf leverde, dat ook hofleverancier was van<br />

onze toenmalige koningin Wilhelmina, de koningin-moeder<br />

Emma en de sultan van Koetei.<br />

Economische situatie in Zwolle<br />

Rond 1900 was Zwolle, naast hoofdstad van de<br />

provincie en zetel van het gewestelijk bestuur, een<br />

industriestad in ontwikkeling. Op het gebied van<br />

handel, scheepvaart en het marktwezen beleefde<br />

de stad in korte tijd een snelle groei door de sterk<br />

verbeterde infrastructuur. Zwolle was door de<br />

opening van de Willemsvaart toegankelijker<br />

geworden voor de scheepvaart en de aanleg van<br />

het spoorwegnet zorgde voor een snellere verbinding<br />

over land. Voor de nijverheid van destijds,<br />

die nauw verbonden was met handel, scheepvaart<br />

en het marktwezen betekenden deze structurele<br />

verbeteringen een stimulerende factor. Dit leidde<br />

in 1902 tot de oprichting van 'De Maatschappij<br />

van Nijverheid te Zwolle'. 1 Weliswaar bestond het<br />

Departement Zwolle van Nijverheid al een tiental<br />

jaren, terwijl de Maatschappij van Nijverheid,<br />

voortgekomen uit de opheffing van de gilden, al in<br />

1777 opgericht was. Door behartiging van belangen<br />

fuseerden de twee landelijke verenigingen, de<br />

'Groote' en de 'Kleine' Nijverheid tot de Maatschappij<br />

van Nijverheid. Aanleiding tot deelname<br />

van Zwolle aan de nieuwe vereniging was een door<br />

Kampen georganiseerde wedstrijd voor werklieden<br />

met een daaraan verbonden vaktentoonstel-<br />

ling. Eén van de Zwolse industriëlen die deel uitmaakten<br />

van de jury was Lodevicus M.H. Schoemaker,<br />

zoon van de oprichter van de firma Frederikus<br />

Johannes Schoemaker. 2<br />

Meubelindustrie<br />

In de loop van de negentiende eeuw ontstonden in<br />

Nederland twee soorten meubelindustrie: de luxemeubel-<br />

en de massa-meubelindustrie. De eerste<br />

groep was het oudst en nog rechtstreeks voortgekomen<br />

uit de gilden. Het ging daarbij meestal om<br />

kleine werkplaatsen. Meubelen of complete<br />

inrichtingen die aan de hand van voorbeelden in<br />

modelkamers of -boeken werden besteld, werden<br />

vervaardigd door vakkundige en gespecialiseerde<br />

meubelmakers. Goede kwaliteit kon worden gegarandeerd<br />

door de zorgvuldige afwerking en het<br />

gebruik van dure houtsoorten. De prijs van de<br />

producten lag hoog, wat echter voor de opdrachtgever<br />

geen bezwaar was, omdat hij voor zichzelf<br />

iets exclusiefs wilde. 3<br />

Miriam Schneiders<br />

Het vignet met het motto<br />

'Richt u in naar uw<br />

zin'. (Uit: 'Zwolle als<br />

industriestad', 1914,<br />

HCO)


104<br />

De firma Schoemaker<br />

De meubelfabriek Schoemaker werd in januari<br />

1843 op zeer bescheiden schaal opgericht. Frederikus<br />

Johannes Schoemaker (1821-1880), afkomstig<br />

uit Twello en gehuwd met de Zwolse Catharina<br />

Hermanna van der Kolk (1818-1902), vestigde zich<br />

Het pand van Schoema- in Zwolle als timmerman. Uit dit huwelijk werden<br />

ker op de Oude Vis- vijf kinderen geboren, onder wie twee zonen die<br />

markt omstreeks 1900, hun vader later in het bedrijf zouden opvolgen. Al<br />

voor de verbouwingen spoedig gingen de zaken zo goed dat men op zoek<br />

van 1901 en 1907 (collec- moest naar een grotere ruimte. In 1851 werd in de<br />

tie HCO).<br />

Diezerstraat een pand gekocht, dat zowel aan de<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

zijde van de Diezerstraat als aan de zijde van de<br />

Oude Vismarkt voor meubelinrichting en fabricage<br />

werd ingericht. Stelselmatig vond uitbreiding<br />

plaats, zodat in 1872 nog een tweede magazijn in<br />

de Diezerstraat aangekocht werd, waar de meer<br />

courante meubelen verkocht zouden worden.<br />

De firma Schoemaker nam geregeld deel aan<br />

vaktentoonstellingen en zelfs wereldtentoonstellingen.<br />

Zo behaalde de firma Schoemaker op de<br />

tentoonstelling te Zwolle in 1862 voor zijn inzending<br />

een bronzen medaille. En over de tentoonstelling<br />

van 1879 wordt geschreven dat er een toenemende<br />

aandacht is besteed aan een correcte<br />

navolging van stijlen zoals het genre renaissance,<br />

Louis XIV en Louis XVI. Verschillende malen<br />

wordt in de Officieele Gids vermeld dat meubels<br />

'streng' of 'keurig in stijl' waren uitgevoerd. De<br />

firma F.J. Schoemaker en Zonen uit Zwolle wordt<br />

speciaal genoemd omdat zij exposeerde met<br />

'... meubelen, die ieder afzonderlijk beschouwd,<br />

streng het karakter toonen van het tijdvak, waarnaar<br />

ze zijn vervaardigd. Het schijnt dat genoemde<br />

firma hier een proef wil leveren, een ieder naar<br />

zijn keuze, hetzij uit het tijdvak van Henri II, Louis<br />

XIV, XV, XVI of uit den Griekschen stijl een greep<br />

te doen, waarnaar gemakkelijk een geheele salon,<br />

boudoir of eetzaal is in te richten.' 4 Met deze<br />

beschrijving krijgen we een aardige indruk van<br />

wat de meubelfabrikant leverde. Deze firma<br />

behoorde inderdaad tot de 'luxe'-meubelindustrie<br />

van die tijd.<br />

In 1876, toen de firma F.J. Schoemaker het<br />

grootste meubelbedrijf in Zwolle was, werkten er<br />

zestien volwassen knechts en vier jongens. Schoemaker<br />

had in dat jaar een inkomen tussen ƒ 2.400<br />

en ƒ 3.000. Nadat de beide zonen Lodevikus Maria<br />

Hermanus (1848-1917) en Hermanus Johannes<br />

(1852-1913) in de zaak waren gekomen, werd de<br />

naam van het bedrijf veranderd in: F.J. Schoemaker<br />

en Zonen, Stoommeubelfabriek, Behangerij,<br />

Zwolle. (Onder deze naam werd overigens in 1880<br />

een tweede werkplaats opgericht voor de productie<br />

van biljarttafels, die echter na 1901 door uittreding<br />

van een der firmanten niet meer onder deze<br />

naam werd gevoerd). Ook de zoon van Lodevikus,<br />

Frederikus J.G.M. Schoemaker (geb. 1876), werd<br />

lid van de firma.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 105<br />

Landelijke afzet<br />

De verkochte goederen werden geproduceerd in<br />

de eigen werkplaats. Een advertentie van 1878 vermeldt<br />

dat men meubelen, stoelen, spiegels, lijsten<br />

en complete ameublementen maakte in alle stijlen.<br />

Landelijk stond het bedrijf goed bekend. Van<br />

de productie werd bijna alles landelijk afgezet,<br />

slechts '/8 deel vond in Zwolle aftrek. Onder de<br />

clientèle in Zwolle bevond zich in ieder geval de<br />

gemeente. Op een betalingsbewijs van 24 december<br />

1904 staat een bedrag van ƒ 28,78 voor de levering<br />

van meubelen voor het bureau van de afdeling<br />

Gemeentewerken, getekend door de gemeentearchitect<br />

Lourens Krook. De meubelen werden<br />

hoofdzakelijk met handmatig vervaardigd, maar<br />

de firma liet het grovere werk machinaal verrichten.<br />

Iets waar men trots op was, aangezien de<br />

arbeidsomstandigheden ook in de luxe-meubelfabriekën<br />

over het algemeen slecht waren. Toch<br />

bleef het werk in de ambachtelijke werkplaatsen<br />

zwaar en ook in de gemechaniseerde bedrijven<br />

zorgden stof, lawaai en lijmdampen voor problemen.<br />

Bovendien waren de machines niet altijd<br />

even veilig. De waarborg voor een uitstekende<br />

kwaliteit van de meubelen lag volgens de firma<br />

Schoemaker aan het gebruik van prima grondstoffen<br />

en de grote voorraden droog hout, opgestapeld<br />

in houtstekken aan de Wolweverstraat en het<br />

Eiland.<br />

Vaktentoonstellingen<br />

Op de vele vaktentoonstellingen mocht de firma<br />

zich intussen blijven verheugen in de hoogste<br />

onderscheidingen. Op de tentoonstelling te<br />

Amsterdam in 1877 kreeg Schoemaker een eervolle<br />

vermelding omdat hij ijverig scheen te zoeken 'om<br />

op den goeden weg te geraken: de uitvoering der<br />

ornamentatie is niet slecht, doch alle samenhang<br />

ontbreekt.' 5 Het neigt haast naar een vernietigende<br />

kritiek, omdat het er op lijkt dat Schoemaker de<br />

neostijlen met elkaar vermengde, maar het bleek<br />

toch voldoende te zijn voor een eervolle vermelding.<br />

Twee jaar later in 1879 exposeerde de firma<br />

in Arnhem met een 'cabinet style Henri II, ƒ 650,-,<br />

een ingelegde salonkast, fantasie, ƒ 340,-, een<br />

damessecretaire genre neogrec, ƒ 225,- en ander<br />

meubilair'. Maar dan wordt al weer geschreven<br />

'f -<br />

• * J<br />

K « -X- ZWOLLE * -X- «<br />

STOQM-MEUBEIFABRIEK<br />

GORDIJNEN ï: TAPIJTEN, enz.<br />

_ , , , , Nu. 2H Kunloor -:- -:- -:-<br />

T.IOO» l«—»l. N)|_ 2„ Hu|s ... ... ... ...<br />

OIEZERSTRAAT l(i (Hooldraüuiln)<br />

OUUE VISCIIMARKT 69 -:- -:-<br />

HOFuratncieis<br />

. . . VAK - - -<br />

B. M. dl Koilnjln. - - -<br />

Z. H. ds Sollin 1. Kotld.<br />

Fabriek -:- -:- -:- -:-<br />

OUDE VISCIIMARKT.<br />

Briefhoofd van de firma F.J. Schoemaker uit 1908 met links een afbeelding van<br />

het pand aan de Diezerstraat en rechts het hofleverancierwapen (collectie briefhoofden,<br />

HCO).<br />

dat er een toenemende aandacht is besteed aan<br />

een correcte navolging van stijlen. Blijkbaar heeft<br />

Schoemaker de eerdere kritiek positief opgevat.<br />

Jj


io6 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Het 'hoofdmagazijn' van Schoemaker aan de Diezerstraat 16. (Uit: 'Zwolle als<br />

industriestad', 1914, HCO).<br />

De meubelmakerij, afdeling handwerk, van Schoemaker aan de Oude Vismarkt<br />

9. (Uit: 'Zwolle als industriestad', 1914, HCO).<br />

Predikaat<br />

Volgens een verschenen uitgave van vóór 1914<br />

over de Nederlandse meubelindustrie behoorde<br />

de firma Schoemaker & Zonen tot de zeer weinige<br />

meubelfabrikanten die aan haar producten de<br />

'hoogsten eischen' stelden, iets wat slechts bij 15 %<br />

van de fabrikanten het geval scheen te zijn. In 1905<br />

mocht Schoemaker leveren aan het hof, zodat het<br />

nu gerechtigd was tot het voeren van het koninklijke<br />

wapen van koningin-moeder Emma. In 1906<br />

viel hem nog eens deze eer ten deel voor koningin<br />

Wilhelmina. In datzelfde jaar was de firma Schoemaker<br />

ook nog eens gerechtigd het wapen te voeren<br />

van de Sultan van Koetei. Maar waar ligt Koetei?<br />

Op Borneo? En wat deed de sultan van Koetei<br />

in 1906 met een biljartzaal van Schoemaker als<br />

blijkt dat er na 1901 geen biljarttafels meer geleverd<br />

werden onder naam van Schoemaker?<br />

Oude Vismarkt 9<br />

Ter ere van het 50-jarig bestaan in 1893 werd het<br />

pand Diezerstraat nr. 16 voorzien van een nieuwe<br />

gevel. In 1901 liet men ook de gevel aan de Oude<br />

Vismarkt 'moderniseren', maar deze brandde in<br />

1907 af. De Zwolse architect M. Meijerink kreeg de<br />

opdracht een nieuw pand te ontwerpen. Het<br />

resultaat is het nu nog steeds bestaande gebouw.<br />

Het pand is in Jugendstilarchitectuur opgetrokken<br />

en staat tegenwoordig geregistreerd als<br />

gemeentelijk monument. Volgens de mode van<br />

die tijd is gebruik gemaakt van geglazuurde witte<br />

verblendsteen, afgewisseld met een blauwe steen<br />

in de horizontale gevelbanden. Het gebruik van<br />

gekleurde materialen was kenmerkend voor de<br />

Jugendstil. Opvallende elementen zijn de halfronde<br />

bovenetalages en de gepleisterde nissenreeksen.<br />

De meubelmakerij had oorspronkelijk een winkelruimte<br />

op de begane grond, het magazijn en de<br />

werkplaats bevonden zich op de twee bovenverdiepingen.<br />

De dubbele pakhuisdeur met hijsbalk<br />

in de kap herinnert nog aan deze functie. De ruime<br />

vensters zorgden voor een goede verlichting<br />

van de werkplaatsen.<br />

Overname en opheffing<br />

In het Handelsregister van de Kamer van Koophandel<br />

en Fabrieken wordt de firma voor het eerst


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 107<br />

genoemd in 1918 als het zich als Stoommeubelfabriek<br />

& Behangerij laat inschrijven als vennootschap<br />

onder de naam van de toenmalige eigenaar<br />

Frederikus J.G.M. Schoemaker (kleinzoon van de<br />

oprichter) wonende Emmawijk 19. De zaak werd<br />

gedreven met hulp van geleende gelden, schuldbrieven,<br />

één van ƒ 15.000 zonder onderpand tegen<br />

5 %. De aangever was enig firmant . 6<br />

In 1949 verkocht F.J.G.M. Schoemaker de firma<br />

en verhuisde naar Den Haag. 7 De ooit zo<br />

beroemde firma werd overgenomen door<br />

G.J.Th.J. Leering, afkomstig uit Enschede. Leering<br />

handhaafde de bedrijfsnaam F.J. Schoemaker, nu<br />

met de omschrijving 'Kleinhandel in meubelen en<br />

woningtextielgoederen'. De productie van de<br />

exclusieve meubelen waar Schoemaker nationaal<br />

zoveel furore mee maakte bleek niet langer haalbaar.<br />

De heer Leering stuurde op 30 december<br />

1957 zijn clientèle een brief, waarin hij aankondigde<br />

zijn zaak per 1 januari 1958 verkocht te hebben<br />

aan de NV Batjes, Interieurinrichtingsbedrijven.<br />

Leering vertrok naar Den Haag om firmant te<br />

worden van een Perzische tapijtenhandel. 8 Dit<br />

betekende het definitieve einde van de firma F.J.<br />

Schoemaker & Zonen, 1843-1958.<br />

Het Stedelijk Museum Zwolle heeft enkele meubelen<br />

van de firma Schoemaker in de collectie.<br />

Wellicht heeft uzelf nog een origineel exemplaar<br />

van Schoemaker in uw bezit. Schoemaker signeerde<br />

haar meubelen (voor het eerst in 1929?) met het<br />

brandmerk: F.J. Schoemaker<br />

Hofleveranciers<br />

Zwolle<br />

De gunst dit predikaat te mogen gebruiken is<br />

zeker benut.<br />

Noten<br />

1 Zwolle als industriestad in 1914, Uitgegeven ter gelegenheid<br />

van de Algemeene Vergadering van de<br />

Maatschappij van Nijverheid te Zwolle, op 25,26 en<br />

27 juni 1914, p.III-IV.<br />

2 Idem, p.V.<br />

3 E. Bergvelt et all, Industrie & Vormgeving in Nederland<br />

1850-1950, Amsterdam 1985,<br />

4 J.M.W. van Voorst tot Voorst, Tussen Biedermeier<br />

en Berlage. Meubel en Interieur in Nederland 1835-<br />

1895, Amsterdam 1992, p226 en 234.<br />

Idem, p.283.<br />

HCO Zwolle, Handelsregister van de Kamer van<br />

Koophandel en Fabrieken te Zwolle, Jaarletter A,<br />

no.6, dossiernr. 6.<br />

Idem, Jaarletter AL, no.2226, dossiernr. 6.<br />

HCO Zwolle, Briefhoofdencollectie.<br />

Het in 1907 voor de firma Schoemaker gebouwde Jugendstilpand Vismarkt 9. De<br />

foto dateert uit 1972, het pand was toen nog in gebruik door Batjes. (collectie<br />

HCO) •••^^^^^«B


Annèt Bootsma -<br />

van Hulten<br />

io8 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Tingieterij Kamphof (1864-1938)<br />

Van 1864 tot 1938 was in Zwolle de tingieterij<br />

Kamphof gevestigd. Het grootste deel van<br />

deze periode, van 1875 tot 1938, was dit<br />

bedrijfin het geboortehuis van Potgieter, Luttekestraat<br />

14, gehuisvest. In het algemeen was de twee-<br />

de helft van de negentiende eeuw een slechte tijd<br />

voor de tinnegieterij; het ambacht bevond zich in<br />

een crisis waar slechts weinig gieterijen aan wisten<br />

te ontkomen. Kamphof was zo'n gieterij. Het was<br />

een gerenommeerd en landelijk bekend bedrijf.<br />

Afnemende vraag<br />

Eeuwenlang hadden tinnen voorwerpen een substantieel<br />

deel uitgemaakt van het huisraad maar in<br />

de loop van de negentiende eeuw nam de vraag<br />

naar tinnen gebruiksvoorwerpen sterk af. De productie<br />

beperkte zich toen voornamelijk tot het<br />

gieten van lepels, bordjes, bedkruiken, thee- en<br />

koffiepotten en vloeistofmaten. Er bestond nog<br />

wel wat behoefte aan siertin, in het laatste kwart<br />

van de eeuw beleefde de vraag daarnaar zelfs weer<br />

een lichte opleving, maar daaraan kon echter<br />

gemakkelijk door een klein aantal gieters voldaan<br />

worden. Deze ontwikkelingen werden in 1953 zeer<br />

beeldend door J.A. Kamphof zelf beschreven:<br />

'Men wilde geen tin meer. Steeds meer ging men<br />

over tot het gebruik van aardewerk en porcelein,<br />

dat wel brak maar geen onderhoud vroeg. De<br />

geheele inventaris van de eens zoo schitterende<br />

"tinkast" werd soms ineens opgeruimd. Prachtige<br />

verzamelingen met gegraveerde familie-wapens,<br />

collecties die nu in ieder museum een eereplaats<br />

zouden vinden, werden bij zakken vol verkocht en<br />

gesmolten voor het maken van soldeer en door de<br />

enkele gieters vergoten tot boerenlepels, ruwe<br />

theepotten, bedkruiken etc. Maakten de gieters<br />

voorheen kandelaars, tafelcomforen, sauskommen,<br />

schalen, kannen en borden, thans maakten<br />

deze in overeenstemming met de smadelijke<br />

ondergang van het vak meest nog een onmisbaar<br />

gebruiksartikel dat men, als niet brekend, toch<br />

nog van tin prefereerde.'<br />

De tinnegieterij Kamphofaan de Luttekestraat 14 omstreeks 1895. Voor de<br />

ramen staan de tinnen voorwerpen geëtaleerd. (Foto Deutmann, collectie Stede- Vele nog bestaande bedrijven werden in die<br />

lijk Museum Zwolle).<br />

jaren dan ook opgeheven. Hun voornaamste


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 109<br />

gereedschap, de bronzen gietvormen die de kern<br />

van het bedrijf uitmaakten, verdwenen of in de<br />

smeltkroes of werden door de overblijvende<br />

bedrijven opgekocht. In Zwolle nam zo tingieter<br />

Arend ten Klooster (geb. 1783) de gietvorm collecties<br />

van twee Zwolse gieters en één Kampenaar<br />

over. Ten Klooster overleed in 1860. Zijn weduwe<br />

verkocht de gieterij per 1 januari 1864 aan de toen<br />

31-jarige tingieter en geboren Zwollenaar Hendrik<br />

Kamphof.<br />

Hendrik Kamphof<br />

Ten Klooster had zijn bedrijf uitgeoefend aan de<br />

Melkmarkt. Van Kamphof is bekend dat hij aan de<br />

Nieuwstraat woonde, het valt aan te nemen dat hij<br />

daar ook zijn werkplaats had. Hij zette de gieterij<br />

in ieder geval onder zijn eigen naam voort. In 1875<br />

kocht hij Luttekestraat 14. Hierin werd aan de<br />

voorkant een winkel gevestigd, aan de achterkant<br />

aan de Ossenmarkt was de werkplaats en boven<br />

woonde de tingieter met zijn gezin.<br />

Aanvankelijk vervaardigde Kamphof de boven<br />

beschreven gewone gebruiksvoorwerpen, zoals<br />

lepels en vloeistofmaten, voor de stad en naaste<br />

omgeving. De eerste grote uitbreiding van de zaak<br />

vond plaats met de overname van een gieterij uit<br />

Deventer met een collectie van onder meer originele<br />

zeventiende-eeuwse gietvormen. Daarna<br />

begon Kamphof meer gieterijen over te nemen:<br />

een bedrijfin Leeuwarden, in Alkmaar, Hoorn en<br />

drie in Amsterdam. Sommige van deze gieters verkochten<br />

hun bedrijf onder voorwaarde dat in hun<br />

oorspronkelijke vormen gegoten artikelen nog<br />

voorzien moesten worden van hun eigen meestermerk.<br />

Zo verscheen hier en daar 'oud tin' met de<br />

merken van vroegere gieters maar uit Kamphof s<br />

bedrijf afkomstig.<br />

In 1902 wist Kamphof bij een publieke veiling het<br />

belendende perceel, Luttekestraat 16 - een pas<br />

gebouwd fraai Jugendstil-neorenaissance pand -<br />

te verwerven voor f 9.650. Vanaf dat moment<br />

werd in de beide panden een winkel gevestigd niet<br />

alleen voor tin, maar ook voor galanterieën,<br />

goud-, zilver-, nikkelwerken, etc. Toen Kamphof<br />

overging tot deze uitbreiding van de winkel was<br />

hij al 69 jaar. Waarschijnlijk deed hij dit ten<br />

behoeve van drie ongetrouwde dochters, die met<br />

z'n drieën de winkel runden en vanaf 1913 ook officieel<br />

firmant werden in hun eigen firma H. Kamphof,<br />

handel in huishoudelijke en luxe artikelen,<br />

galanterieën etc. Hendrik Kamphof had in totaal<br />

zes kinderen, vier dochters en twee zonen. Zijn<br />

oudste zoon, Jacobus Arnoldus (geb. 1871), trad in<br />

de voetsporen van zijn vader en werd ook tinnegieter.<br />

Dit tinnen inktstel werd<br />

omstreeks 1925 door de<br />

firma Kamphof vervaardigd.<br />

Het bevindt<br />

zich tegenwoordig in de<br />

collectie van het Stedelijk<br />

Museum Zwolle.<br />

(Collectie Stedelijk<br />

Museum Zwolle).


Door de firma Kamphof<br />

in de loop der jaren<br />

gebruikte merken. (Uit:<br />

Dubbe, 'Tin en tinnegieters<br />

in Nederland').<br />

110 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Jacobus Arnoldus Kamphof<br />

Toen J.A. Kamphof het bedrijf van zijn vader<br />

overnam, gaf hij al vrij spoedig de productie van<br />

gewone artikelen op. Hij nam nog enkele gieterijen<br />

over, uit Delft en Breda, en diepte toen uit de<br />

inmiddels aanwezige kapitale collectie alles op wat<br />

uit een historisch of artistiek oogpunt waardering<br />

verdiende. Hij voerde ook veel nieuwe ontwerpen<br />

uit en speelde daarmee in op de aan het eind van<br />

de negentiende eeuw ontstane opleving in de<br />

belangstelling voor siertin. Men begon, zoals<br />

Kamphof in het boven al eerder geciteerde artikel<br />

beschrijft, die oude schotels en kannen 'toch wel<br />

aardig' te vinden. Vooral in een oud interieur, op<br />

een oude kast 'deed' tin het. J.A. Kamphof: 'Zooals<br />

reeds is gezegd is het reveil van het oude vak voor<br />

de nog bestaande gieters een aangename tijd<br />

geweest: te beleven, dat na zooveel onrecht en<br />

minachting het tin weer recht gedaan en in eere<br />

hersteld werd; te zien dat voor een goed stuk weer<br />

een goede plaats was; te weten dat het vak weer een<br />

naam had onder de kunstambachten. Die eeuwige<br />

boerenlepels in een hoek te kunnen gooien en in<br />

die oude vormen te gaan zoeken naar mooie dingen;<br />

die weer te kunnen maken en daarvoor koopers<br />

en waardeering te vinden; zelfs voortwerkende<br />

in de oude stijl; met nieuwe stukken de oude collecties<br />

te kunnen uitbreiden, dat alles was als de<br />

herstelling na een zware ziekte: een tijd om nooit<br />

te vergeten.'<br />

Direct achter het pand aan de Luttekestraat,<br />

aan de Ossenmarkt, werd een nieuwe ruime gieterij<br />

ingericht. Men had een uitgebreide clientèle<br />

onder de detailhandel en er werd geëxporteerd<br />

naar Engeland, Amerika en Nederlands-Indië.<br />

Dit alles duurde tot 1937. J.A was inmiddels<br />

66 jaar. Zijn huwelijk met Gesiena W. de Vries<br />

(geb. 1882) was kinderloos gebleven. Bij gebrek<br />

aan een opvolger, uit de familie of daarbuiten,<br />

werd het bedrijf per 1 januari 1938 opgeheven.<br />

Hendrik Kamphof was in 1923 op negentigjarige<br />

leeftijd overleden; net als zijn vader bereikte ook<br />

Jacobus Arnoldus een achtenswaardige leeftijd, hij<br />

overleed in 1961. De gezusters Kamphof hadden<br />

hun zaak in galanterieën etc. per 1 januari 1930<br />

overgedaan aan hun neefje Hendrik van den<br />

Oever, zoon van hun enige getrouwde zuster.<br />

Deze H. van den Oever (geb. 1908) bleef in Luttekestraat<br />

14 onder de naam van zijn grootvader de<br />

winkel voortzetten tot 1972, zodat de naam Kamphof,<br />

zij het niet al die tijd als tinnegieterij, bijna<br />

een eeuw met dit pand verbonden bleef.<br />

Nederlands Openlucht Museum<br />

Enkele stukken gemaakt door de firma Kamphof<br />

bevinden zich tegenwoordig in het Stedelijk<br />

Museum Zwolle. De meeste gietvormen van bijzondere<br />

waarde en oude meestermerken die vader<br />

en zoon Kamphof in de loop der jaren hadden<br />

verzameld zijn echter terechtgekomen in het<br />

Nederlands Openlucht Museum te Arnhem en<br />

vallen daar nu nog te bewonderen. De daar aanwezige<br />

tinverzameling is voor het merendeel uit<br />

het bezit van de firma Kamphof afkomstig.<br />

Literatuur<br />

J.A. Kamphof, 'Oud tin', in: Verslagen en Mededelingen<br />

<strong>Overijssel</strong>s Regten Geschiedenis (1953), p 99 -108.<br />

B. Dubbe, Tin en Tinnegieters in Nederland, 2e druk<br />

(1978).


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 111<br />

Biljartfabriek Princesse J.A. Hoffscholze<br />

Bij café Stroomberg staat er één, een biljart<br />

van de Zwolse biljartfabriek Princesse voorheen<br />

J.A. Hoffscholze. Het is een hele goede<br />

en staat op een speciaal metalen onderstel. Onder<br />

het met de hand geweven laken zit een stuk leisteen<br />

van wel 5 cm dik. Die plaat is helemaal vlak<br />

geschuurd, allemaal handwerk. De stootkussens<br />

worden ook handmatig aangebracht. De hoogte is<br />

millimeterwerk: één millimeter te laag en de ballen<br />

zouden onder de middellijn worden aangetikt<br />

en dus uit het biljart vliegen. Tjebbe de Vries is<br />

eigenaar van de biljartfabriek aan de Grote Voort<br />

nr. 7 en kan smakelijk over zijn ambacht vertellen.<br />

Voor hem hoeven moderne fratsen niet. De klantenkring<br />

houdt hij precies bij in een met de hand<br />

vol geschreven kaartenbak. Belt een klant met een<br />

klacht, dan ziet Tjebbe na enig bladeren direct wie<br />

de klant is, waar hij woont, wanneer het biljart is<br />

geplaatst en wat er nu wel eens aan kon mankeren.<br />

'Oh, ik sta in de computer, hoor ik', zegt de klant<br />

dan vaak. 'Ja hoor, u staat in de computer', zegt<br />

Tjebbe dan maar voor het gemak.<br />

De eerste Hoffschulte<br />

In 1840 kwam de 28-jarige Johannes Ignatius<br />

Hoffschulte naar Zwolle om zijn geluk te beproeven.<br />

De katholieke schrijnwerker was geboren in<br />

Neuenhaus bij Lingen. De zich ontwikkelende<br />

provinciehoofdstad Zwolle trok in die tijd meer<br />

nieuwelingen aan. Enige jaren voor Hoffschulte,<br />

in 1836, kwam de jonge Jan Marten Willem Waanders<br />

vanuit Haaksbergen naar Zwolle en nam er<br />

een drukkerijtje over. Katholieken kregen ook<br />

steeds meer kansen; bovendien was in die tijd<br />

reeds een kwart van de 20.000 Zwollenaren van<br />

het katholieke geloof. In diezelfde jaren vestigde<br />

zich ook weer Bernardus Trooster in Zwolle. Hij<br />

was er wel geboren, maar was naar het westen<br />

getrokken. Terug in Zwolle zou deze katholieke<br />

aannemer veel succes krijgen. De drie heren zullen<br />

elkaar ongetwijfeld gekend hebben. Johannes<br />

Hoffschulte was geboren in 1812, evenals Jan<br />

Waanders en Bernardus Trooster was van 1814.<br />

Johannes Ignatius Hoffschulte begon in 1843<br />

een meubelfabriekje aan de Nieuwstraat. Het jaar<br />

erop trouwde hij met de Zwolse Jurriana de Jong.<br />

Hoffschulte was de Duitse familienaam en de<br />

Duitse uitspraak ervan bleef een beetje in de familie<br />

rondzingen. In Zwolle werd dat waarschijnlijk<br />

verstaan als 'Hoffscholze' en onder die naam vonden<br />

ook de bedrijfsactiviteiten plaats. Zo dreef de<br />

zoon van Johannes Ignatius, schrijnwerkersbaas<br />

Joannes Alexander, in 1891 op Diezerstraat 62 het<br />

'Magazijn van Spiegels en Lijsten - Fabriek van<br />

meubelen stoelen enz. J.A. Hoffscholze'. De meubelfabriek<br />

- het zal meer een meubelmakerij zijn<br />

geweest waar een baas en een paar knechten kasten,<br />

tafels en stoelen maakten - was in 1865 verhuisd<br />

naar dit pand naast de latere bioscoop De<br />

Kroon.<br />

Joannes Alexander heeft waarschijnlijk gezorgd<br />

voor enige ontwikkeling in het bedrijf. Hij<br />

was geboren in 1849 en trouwde in 1878 met Kornelia<br />

Prins. Drie jaar ervoor was Hoffschulte in<br />

het pand Nieuwstraat 100 begonnen met het fabriceren<br />

van biljarten. 1875 is dus het echte beginpunt<br />

van biljartfabriek Princesse. Het biljartspel was in<br />

die jaren in opkomst, vooral omdat men na 1860<br />

overstapte op het carambole-spel: drie ballen<br />

waarvan één de andere twee moest raken. De biljartfabriek<br />

zal toen nog niet 'Princesse' hebben<br />

geheten. Mogelijk is de naam in 1909 gegeven bij<br />

de geboorte van prinses Juliana, met een knipoog<br />

naar een van de grootste concurrenten, biljartfabriek<br />

Wilhelmina uit Amsterdam. In 1918 werden<br />

de speeltafels uitsluitend gefabriceerd aan de<br />

Nieuwstraat en de meubels gemaakt en verhandeld<br />

in de Diezerstraat. Om de meubelfabricage<br />

Wim Huijsmans en<br />

Menno van der Laan


Kwitantie, 1891. Het<br />

bedrijf van Hoffschulte<br />

onder de naam J.A.<br />

Hoffscholze was toen<br />

nog gevestigd in de Diezerstraat<br />

E35, nu Diezerstraat<br />

62. Later verhuisde<br />

B.J. Hoffschulte<br />

(1882-1980) naar Diezerstraat<br />

61. Dit pand<br />

kwam aan de achterzijde<br />

uit in de Nieuwstraat<br />

(100) waar de meubels<br />

en biljarts gemaakt werden<br />

(collectie briefhoofden<br />

HCO).<br />

112<br />

C-=i<br />

meer ruimte te geven, was al het aan Nieuwstraat<br />

100 grenzende huis in de Diezerstraat (nummer<br />

61) er bij gekocht.<br />

De eerste nozem<br />

Nummer 61 werd in die jaren bewoond door Bernardus<br />

Julianus Hoffschulte. Hij was als zoon van<br />

Joannes Hoffschulte in 1882 geboren. De vader<br />

overleed al op jonge leeftijd in 1896 toen de zoon<br />

nog maar veertien jaar oud was. Bernard groeide<br />

daarom wat zonder strakke leiding op en stond<br />

binnen de familie later ook wel bekend als de 'eerste<br />

nozem van Zwolle'. Toch was hij het die de<br />

onderneming groot maakte en in 1965 zelfs nog de<br />

eerste steen legde voor het nieuwe complex aan de<br />

Grote Voort.<br />

Bernard trouwde in 1909 in Utrecht met<br />

Christina Klijn. De zaken "gingen dusdanig voorspoedig<br />

dat hij het zich in 1930 kon veroorloven<br />

naar Ter Pelkwijkpark 17 te verhuizen. Of de<br />

revenuen nu voornamelijk kwamen uit de fabricage<br />

van biljarten of van de handel in en de vervaardiging<br />

van allerlei meubels is niet te zeggen. Eind<br />

jaren dertig was het niet florissant, althans volgens<br />

Fabriek van<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

prof. Van Vuuren die Zwolle op economisch terrein<br />

de temperatuur mat. Biljartmakers hadden<br />

veel te lijden van 'werklooze billardmakers die<br />

reparaties ten plattelande verrichtten'.<br />

Aan het eind van de oorlog, in 1944, kwam<br />

Bernards zoon Bé als vennoot in de onderneming.<br />

Hij was de helft van een tweeling en geboren in<br />

1915. Bernardus (Bé) Julianus Antonius bleek erg<br />

geschikt voor het bedrijfsleven. Hij was op aandringen<br />

van zijn vader eerst 'in betrekking' gegaan<br />

op de meubelafdeling van de V&D-vestiging in<br />

Eindhoven en Rotterdam. In de laatste stad leerde<br />

Bé zijn toekomstige vrouw, Agnes Steekelenburg,<br />

kennen. Ze trouwden in 1944 en kregen vijf dochters<br />

en twee zonen. De andere helft van de tweeling,<br />

Jacobus (Jacques) Alexander Gerardus, studeerde<br />

na de oorlog tandheelkunde, werkte nog<br />

korte tijd in het bedrijf en ging daarna zijn eigen<br />

weg.<br />

Het ging goed na de oorlog met de firma Hoffscholze.<br />

Er was veel vernietigd geraakt in de oorlogsjaren<br />

en dat moest weer worden geleverd.<br />

Allereerst zullen meubels aan de beurt zijn<br />

geweest, maar toen het leven in Nederland weer


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 113<br />

wat normaler werd moest ook het biljart vernieuwd.<br />

Vader en zoon plukten er de vruchten<br />

van. In 1953 leidden zij de verhuizing van de<br />

Nieuwstraat naar voormalige bedrijfsruimten van<br />

grootgrutter Schuitema aan Achter de Broeren 20-<br />

28, ongeveer op de plek waar nu de fietsenstalling<br />

op het Meerminneplein is. Hier hadden de zes<br />

werknemers meer armslag. Tegelijkertijd werd de<br />

firma omgezet in een naamloze vennootschap<br />

onder naam 'Billardfabriek Princesse J.A. Hoffscholze'.<br />

De directie werd gevoerd door Bernard<br />

(al weer 71 jaar), zoon Bé en schoonzoon Johannes<br />

Schuttelaar. De omzet van het bedrijf droeg een<br />

kleine twee ton; winst werd er ook gemaakt:<br />

32.400 gulden. Bernard kon tevreden zijn en een<br />

stap terug doen. Hij verhuisde in 1955 naar Den<br />

Haag, maar bleef tot ver daarna zich met het<br />

bedrijf bezighouden. Zo legde hij nog tien jaar<br />

later als mede-directeur de eerste steen voor het<br />

nieuwe pand aan de Grote Voort. Hij overleed in<br />

1980 op bijna honderdjarige leeftijd.<br />

Meneer Hoffschulte<br />

Bé nam langzamerhand het stokje over. Hij had<br />

een bepaalde uitstraling die het vanzelfsprekend<br />

deed zijn dat hij met 'meneer Hoffschulte' werd<br />

aangesproken. Hij was een ijverig mens, die zijn<br />

energie niet alleen in de biljartfabriek kwijt kon.<br />

Hij zorgde ervoor dat de meubelfabriek en de<br />

meubelgroothandel nieuw leven werd ingeblazen.<br />

De zes verdiepingen aan Achter de Broeren stonden<br />

dan ook vol met zo'n tienduizend stoelen. De<br />

fauteuils in de Buitensociëteit kwamen bijvoorbeeld<br />

bij Hoffscholze vandaan.<br />

Bé Hoffschulte zat ook vanaf 1952 voor de KVP<br />

in de gemeenteraad en was er geducht om zijn kritische<br />

kanttekeningen. De interesse van de katholieke<br />

fractievoorzitter ging vooral uit naar openbare<br />

werken en woningbouw. In 1955 kon hij het<br />

niet laten tijdens een interview de journalist van<br />

de Zwolse Courant mee te nemen naar het platte<br />

dak van Achter de Broeren. Daar liet hij zien hoe<br />

erg de buurt aan het vervallen was en welke verbeteringen<br />

volgens hem aan te brengen waren. Pas in<br />

1970 nam hij afscheid van de raad. De kersverse<br />

burgemeester Drijber memoreerde zijn 'niet altijd<br />

onbeperkt vertrouwen in het overheidsbedrijf,<br />

maar gelukkig ook zijn 'gevoel voor humor'. Om<br />

Hoffschulte te karakteriseren citeerde hij Boutens<br />

met de woorden: 'Vergeet, vergeef wat ooit mijn<br />

lippen morden, maar stel op den reddeloozen<br />

boedel orde.'<br />

Hoffscholze groeide in de binnenstad uit zijn<br />

jasje. De onderneming had in 1963 een omzet van<br />

bijna 1 miljoen gulden die met twaalf personeelsleden<br />

werden verdiend. Hoffschulte zelf woonde<br />

nog in de binnenstad, aan het Van Nahuysplein,<br />

een van de bolwerken rond de stad. Het plan van<br />

Van Embden om die bolwerken te slechten en er<br />

een brede weg aan te leggen, ging niet door. Dat<br />

was te danken aan een eenzame interventie van Bé<br />

Hoffschulte in de gemeenteraad. Toen burgemeester<br />

J.A.F. Roeien op 27 juni 1966 in een raadsvergadering<br />

in Odeon het voorstel daartoe unaniem<br />

wilde afhameren, zei Hoffschulte: 'Meneer<br />

de voorzitter, ik wil geacht worden te hebben<br />

tegengestemd.' Een tegenstem was van belang om<br />

het besluit later door Gedeputeerde Staten te kunnen<br />

laten vernietigen. Hetgeen later geschiedde.<br />

Wel ging de sanering van het stuk binnenstad<br />

rond Bitterstraat en Achter de Broeren door, want<br />

ook Zwolle groeide uit zijn jasje. Hoffscholze<br />

moest verhuizen. In 1965 werd de eerste steen<br />

gelegd van de nieuwe biljartfabriek op het nieuwe<br />

bedrijventerrein Voorst. Bernard Hoffschulte Sr.<br />

VJ.<br />

Broerenkerkplein met<br />

speeltuin, ca. 1960. De<br />

biljartfabriek Princesse<br />

was gevestigd Achter de<br />

Broeren 20-28 en is links<br />

op de foto te zien. Boven<br />

de fabriek steekt de<br />

toren van de R.K.<br />

Michaëlskerk uit, die in<br />

1965 werd afgebroken.<br />

Rechts een doorkijkje in<br />

de Waterstraat tot aan<br />

de Vispoortenplas (foto<br />

DolfHenneke, collectie<br />

HCO).


Drie generaties Hoffschulte<br />

metselen een<br />

gedenksteen in het nieuwe<br />

pand aan de Grote<br />

Voort7, mei 1965 (collectie<br />

Hoffschulte).<br />

Het bedrijfspand van<br />

Hoffscholze in volle glorie<br />

aan de Grote Voort,<br />

ca. ïgyo (collectie Tjebbe<br />

de Vries).<br />

114<br />

was ervoor uit Den Haag overgekomen. Het meest<br />

in het oog springende onderdeel van het bedrijf<br />

was het drie verdiepingen hoge verkoopgedeelte<br />

met showrooms voor meubels.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Vertrekkende bedrijven uit de binnenstad<br />

waren in die jaren zestig aan de orde van de dag.<br />

Zo vertrok de achterkleinzoon van de Jan Waanders<br />

die de eerste Hoffschulte goed moet hebben<br />

gekend in die tijd eveneens uit de binnenstad.<br />

Wim Waanders liet een nieuwe drukkerij bouwen<br />

op de Marslanden en verhuisde in 1967 vanuit de<br />

Nieuwstraat, niet ver van Achter de Broeren, naar<br />

de Ampèrestraat.<br />

In 1981 ging Bé Hoffschulte met pensioen, hij<br />

vond dat hij genoeg had gewerkt. Zijn beide zonen<br />

stonden aanvankelijk niet te springen om het roer<br />

over te nemen, maar hebben het later toch een<br />

aantal jaren gedaan. Eerst Ben, en nadat de meubelfabriek<br />

was verkocht heeft Paul nog enige jaren<br />

de biljartfabriek geleid. De laatste wilde er in 1992<br />

mee ophouden en men begon rond te kijken naar<br />

iemand die het bedrijf wilde kopen. En zo kwam<br />

men uit bij Tjebbe de Vries, die als biljartmaker<br />

reeds eerder bij Hoffscholze had gewerkt. In 1992<br />

werd hij eigenaar. Hij bracht het aantal personeelsleden<br />

terug tot drie, waarvan één directeur,<br />

hijzelf. 'Hoffscholze' maakt na 127 jaar nog steeds<br />

op ambachtelijke wijze biljarts en zonder hulp van<br />

de computer.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 115<br />

Geweermakers aan de Luttekestraat,<br />

de firma HJ. Bremer<br />

In de gevel van Luttekestraat 46 staat nog altijd<br />

het opschrift 'Wapenfabriek' te lezen. Deze<br />

betiteling is weliswaar niet meer van toepassing<br />

op de huidige situatie, maar geeft wel, zij het<br />

met een wat weidse benaming, de activiteiten in de<br />

beginperiode van de firma Bremer weer. De eerste<br />

Bremers waren geweermakers en hielden zich<br />

daarnaast voornamelijk bezig met de handel in<br />

schiet- en jachtbenodigdheden.<br />

Heinrich Joseph Bremer<br />

In 1865 streek de geweermaker Heinrich Joseph<br />

Bremer (1837-1908) neer in Zwolle. Bremer was<br />

afkomstig uit Bensberg bij Keulen. Aanvankelijk<br />

verbleef hij in een koffiehuis in de Diezerstraat; in<br />

een 'Berigt aan Heeren Jagers' in de Zwolsche<br />

Courant van 30 augustus 1865 beval hij zich van<br />

daaruit minzaam aan tot 'het leveren, repareren<br />

en al wat verder tot het Geweermaken behoort, bij<br />

de Heeren Jagtliefhebbers'. Vervolgens vestigde<br />

Bremer zich in Zwolle en begon hij onder zijn<br />

eigen naam een geweermakerij aan de Nieuwe<br />

Markt. Blijkbaar bestond er in Zwolle een goede<br />

markt voor zijn producten, want in 1878 verhuisde<br />

hij naar een groter pand in de Luttekestraat; de<br />

locatie waar de firma anno <strong>2002</strong> nog steeds is<br />

gehuisvest. Bremer trad in het huwelijk met de<br />

Zwolse Hermanna Tenthof (1834-1906). Hun<br />

oudste zoon Theodoor (1872-1933) trad in de voetsporen<br />

van zijn vader. Hij werd eveneens geweermaker<br />

en nam rond 1900 het bedrijf over.<br />

Tot de vuurwapenwet van 1919 waren wapens<br />

in Nederland vrij verkrijgbaar. Weliswaar moest<br />

men een jachtakte bezitten, maar die was makkelijk<br />

te krijgen. De firma Bremer richtte zich dan<br />

ook in de eerste plaats op de jagers. Een catalogus<br />

van de firma uit 1910 voor 'Jachtgeweren, jachtbuksen,<br />

schijfbuksen, automatische pistolen en<br />

munitie' toont een keur aan geweren en jacht-,<br />

schijf- en windbuksen. De geweren varieerden in<br />

prijs van ƒ 20,- tot ƒ 500,-. Naast schietgerei en<br />

-benodigdheden verkocht Bremer ook alle mogelijke<br />

accessoires voor de jacht, zoals patroonkoffers,<br />

-tassen en -gordels, beenkappen, jachttassen,<br />

rugzakken, kniebeschermers, wildlokkers,<br />

veldflessen, vingerbeschermers, slobkousen,<br />

jacht- en zakmessen, aluminium bekers en broodtrommels,<br />

rijkarwatsen, en dergelijke. Voor de<br />

jachthonden werd ook van alles geleverd: halsbanden,<br />

muilkorven, kettingen, borstels, dog cakes,<br />

enzovoort. De echte 'Münchener Loden Regenjassen<br />

(waterdicht)' completeerden de uitrusting van<br />

de jager. In het assortiment werden verder nog<br />

automatische pistolen, revolvers, klewangs, politiesabels,<br />

handboeien, wapenstokken en allerlei<br />

accessoires gevoerd.<br />

Annèt Bootsma -<br />

van H uiten<br />

Theodoor Bremer<br />

junior, 1918-1998, als<br />

kind. (Foto Eelsingh,<br />

collectie HCO)


n6<br />

Geweermakers<br />

Heinrich J. Bremer en zijn zoon Theodoor waren<br />

zelf nog echte geweermakers. Zij bewerkten ruwe<br />

onderdelen tot hanen en bovenstukken (toplevers)<br />

van een geweer en maakten de kolven en<br />

lopen zelf. De door hen gebruikte onderdelen<br />

kwamen vooral uit België en Duitsland. Door de<br />

firma verkochte kant-en-klare wapens kwamen<br />

ook uit die twee landen en uit Engeland, landen<br />

met meer wapen- en jachttraditie dan Nederland.<br />

In de twintigste eeuw werd het onder invloed van<br />

het toenemende industriële aanbod al snel te duur<br />

om zelf nog lopen te maken; ze werden vervolgens<br />

geïmporteerd. In de tweede helft van de twintigste<br />

eeuw werden de diverse onderdelen steeds nauwkeuriger<br />

gemaakt en werd steeds minder nabewerking<br />

vereist.<br />

Theodoor Bremer was toen al lang overleden,<br />

hij stierf in 1933. Zijn enige zoon, ook Theodoor<br />

(Theo) geheten, was op dat moment nog maar 15<br />

jaar oud. Om de periode tot zijn volwassenheid te<br />

overbruggen werd een Duitse geweermaker ingehuurd<br />

om het bedrijf draaiende te houden. Deze<br />

heer Seibold werd kort voor de Tweede Wereldoorlog<br />

het land uitgezet vanwege vermeende verdachte<br />

activiteiten. Theodoor jr. nam zo al op jonge<br />

leeftijd de leiding van de zaak over.<br />

Kruitopslag<br />

Het pand aan de Luttekestraat was in 1908 ingrijpend<br />

verbouwd en van een nieuwe voorgevel<br />

voorzien door de in deze contreien bekende<br />

Jugendstilarchitect G.G. Post. De familie Bremer,<br />

die aanvankelijk boven de zaak woonde, verhuisde<br />

in 1918 naar Prins Hendrikstraat 4 (toen nieuwbouw),<br />

een huis dat nog steeds door de familie<br />

bewoond wordt. In de Luttekestraat werd de eerste<br />

verdieping daarna gebruikt als werkplaats en<br />

kantoor, de tweede verdieping werd bewoond en<br />

op de derde verdieping was de kruitopslag. Voor<br />

deze kruitopslag bezat de firma een vergunning,<br />

waarin uitvoerig de condities waaronder het kruit<br />

bewaard moest worden beschreven stonden. In de<br />

vergunning uit 1908 stond: 'In de bewaarplaats<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

mag nimmer meer dan zeven en dertig en een half<br />

kilogram buskruit voorhanden zijn, dat daarin<br />

moet zijn geborgen in koperen, messingen, zinken<br />

of goed vertinde blikken bussen of trommels of in<br />

houten vaatjes, welke van een houten deksel voorzien<br />

en met haren of wollen kleeden omwikkeld<br />

moeten zijn; op niet meer dan 1.5 M van de<br />

bewaarplaats moet steeds een ton met tenminste<br />

100 liter water geplaatst zijn, waarin de voorwerpen<br />

met buskruit bij brand moeten kunnen worden<br />

ondergedompeld.' Ondanks de nog vele paragrafen<br />

doorgaande voorschriften, maakt het idee<br />

van de opslag van 37 kilo buskruit op de derde verdieping<br />

in een betrekkelijk smal pand midden in<br />

een dichtbevolkte stad tegenwoordig toch een<br />

minder verantwoorde indruk. Gelukkig is er nooit<br />

brand uitgebroken. Op de begane grond waren tot<br />

de oorlog nog munitiekasten in gebruik. In de<br />

jaren twintig gebruikte de firma een extra munitieopslagplaats<br />

op Hofvliet, het toenmalige eiland<br />

in het Zwarte Water, tegenover het Rodetorenplein.<br />

Ruiterbenodigdheden<br />

Door de boven al geschetste ontwikkeling in de<br />

fabricage van geweren en door de terugloop van<br />

de populariteit van de jacht begon de firma Bremer<br />

in de jaren zestig naast het vertrouwde assortiment<br />

met de verkoop van ruitersportbenodigdheden,<br />

toen een sport in opkomst. Tevens begon<br />

men met de verkoop van klassieke Engelse kleding.<br />

Een goede zet; deze twee pijlers maken nu<br />

een belangrijk deel van het aanbod uit. Kleine<br />

reparaties aan geweren worden nog wel gedaan<br />

maar ingewikkelde zaken worden uitbesteed aan<br />

een specialistisch bedrijfin België.<br />

De firma heeft tegenwoordig twee panden in<br />

de Luttekestraat in gebruik, het oorspronkelijke<br />

pand nummer 46 en nummer 48. Nummer 46 valt<br />

onder Monumentenzorg, de gevel is onlangs<br />

gerestaureerd. De zaak wordt nu geleid door de<br />

vierde generatie, de heer J.C.Th. Bremer (geb.<br />

1956). Sinds het 125-jarig bestaan in 1990 mag de<br />

firma het predikaat 'Hofleverancier' voeren.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT "7<br />

Gevavi<br />

-w-e kunt er nog steeds op lopen, op een echte<br />

I V.V.-klomp van Gevavi. Ze worden alleen niet<br />

I meer in Westenholte gemaakt, maar in de<br />

Achterhoek. In 1993 stopte Gevavi met de productie<br />

van klompen aan de weg naar Kampen. De 45<br />

gebouwen en gebouwtjes werden enkele jaren<br />

later afgebroken. Aan een 59 jaar oude geschiedenis<br />

was toen een einde gekomen.<br />

Van klomp tot muil<br />

In de jaren dertig was bijna de hele oppervlakte<br />

van de gemeente Zwollerkerspel (zo'n 14.000 hectare)<br />

gebruikt voor de landbouw. Industrie was er<br />

weinig en de industrie die er was richtte zich op de<br />

boeren. Zo was er in Westenholte, aan de weg naar<br />

Kampen, sedert 1934 het bedrijf Van Vilsteren<br />

gevestigd. Anton van Vilsteren (geb. 1915), die<br />

woonde in een boerderij aan de Voorsterweg, ging<br />

in de jaren dertig met paard en wagen, beladen<br />

met potten, pannen en galanterieën, langs markten<br />

en huizen. Hij verkocht ook klompen. In die<br />

crisisjaren legde hij grote afstanden af, tot de Achterhoek,<br />

Amersfoort en Hilversum aan toe. Later<br />

kwam zijn broer Cornelis (Kees, geb. 1914) bij de<br />

handel, die werd uitgebreid met manufacturen,<br />

matten en dergelijke artikelen. De klompen gingen<br />

een steeds grotere rol spelen. Op het erf van de<br />

boerderij aan de Voorsterweg bouwden de<br />

Wim Huijsmans en<br />

Menno van der Laan<br />

Echte V. V. -klompen<br />

van Van Vilsteren.<br />

(Foto B. Meulenbelt,<br />

collectie HCO)


118 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

gebroeders een schuur, waar ze de klompen<br />

schuurden en beschilderden. Toen na de oorlog<br />

de derde broer Jan (geb. 1920) erbij kwam, breidde<br />

de klompenhandel zich nog meer uit. Er werd een<br />

jeep aangeschaft om de boer op te gaan. Er was<br />

werk genoeg, zodat ook de vierde broer Wim (geb.<br />

1928) ging meehelpen. De grondslag voor de<br />

bedrijfsnaam GEVAVI (GEbroeders VAn Vllsteren)<br />

was er.<br />

Behalve klompen gingen de Van Vilsterens<br />

laarzen verkopen, die zij kochten van Vredestein.<br />

Ook pantoffels werden verhandeld. Er kwamen<br />

steeds meer gebouwen en loodsen. In 1958 ging de<br />

familie zelf klompen maken en nam daartoe<br />

klompenmakers in dienst die het peppelhout<br />

bewerkten tot een klomp van hoge kwaliteit en<br />

draagcomfort. De zaken gingen uitstekend en het<br />

bedrijf groeide snel. In de jaren zeventig was<br />

Gevavi de grootste klompenfabriek van Nederland.<br />

Het fabriekscomplex strekte zich uit van de<br />

Voorsterweg tot aan de spoorlijn naar Kampen en<br />

grensde aan de westzijde aan de eeuwenoude allee<br />

naar de havezate Werkeren. Er werkten 100 klompenmakers,<br />

die zo'n half miljoen klompen per jaar<br />

vervaardigden.<br />

In die tijd kwam ook de schoenklomp of<br />

'Zweedse muil' in de mode. Eerst werden de houten<br />

zolen gekocht, maar al spoedig werden zij in<br />

de fabriek gemaakt. De leren kap lieten de Van<br />

Vilsterens er opzetten. De verkoop van deze muilen<br />

maakte een stormachtige ontwikkeling door.<br />

Teruggang<br />

In de jaren tachtig liep echter de verkoop van<br />

klompen en schoenklompen terug. De verkoop<br />

van klompen zakte naar 135.000 per jaar, te weinig<br />

om de kosten te dekken. Er werd van alles geprobeerd<br />

om de productiviteit te verhogen (tot en<br />

met 'sovjetmethoden', in de vorm van borden met<br />

streefaantallen) en het bedrijf werd gereorganiseerd.<br />

Door de reorganisatie onder een nieuwe,<br />

daadkrachtige directeur (G. Zonnenberg) werd<br />

alles wel doorzichtiger. Gevavi werd gesplitst in<br />

een houtzagerij, een groothandel in agrarisch<br />

schoeisel en een klompenfabriek. Op een omzet<br />

van 20 miljoen gulden per jaar maakte alleen de<br />

groothandel winst. De klompenfabriek draaide<br />

verlies en sloot in 1993 de deuren. De dertien<br />

medewerkers moesten worden ontslagen. Gevavi<br />

had de overstap naar de toeristische klomp - die<br />

niet meer bedoeld was om op te lopen - niet willen<br />

maken. Het bedrijf in de Achterhoek dat het<br />

model V.V. (Van Vilsteren) overkocht, was die<br />

gang wel gegaan.<br />

De groothandel verhuisde naar het industrieterrein<br />

Voorst en is inmiddels de grootste wat<br />

betreft agrarisch schoeisel en aanverwante artikelen.<br />

Een zoon van één van de vier gebroeders Van<br />

Vilsteren heeft nog de houtzagerij overgenomen,<br />

maar uit Gevavi heeft de familie zich teruggetrokken.<br />

Zo is er na meer dan een halve eeuw een einde<br />

gekomen aan de bemoeienissen van de gebroeders<br />

bij Gevavi.<br />

* Dit artikel is voor een groot gedeelte gebaseerd op<br />

Ank Meliesie-Appelhof, 'Als de Dag van Gisteren -<br />

Zwolle' deel 11, Zwollerkerspel.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 119<br />

Walter Stern<br />

Ik zit nog niet zo lang met Walter Stern, de<br />

eigenaar van het gelijknamige partyservicebedrijf,<br />

te praten, of hij zegt emotioneel: 'Weet je<br />

waarom ik zo begaan ben met die asielzoekers?<br />

Omdat mijn ouders in precies dezelfde omstandigheden<br />

verkeerden. In 1936 kwamen ze naar<br />

Nederland omdat de toestand in Duitsland<br />

onhoudbaar werd. Mijn vader, Walter Stern,<br />

geboren op 31 maart 1904 in Hemmerde, kon als<br />

jood in Lünen zijn slagerij niet meer voortzetten.'<br />

Walter Stern sr.<br />

Walter Stern sr. (1904-1964) trouwde op 26 oktober<br />

1933 in Lünen met de niet-joodse Erna Kröner.<br />

Zij werd op 1 december 1907 in Obermassen geboren.<br />

De beruchte Neurenberger rassenwetten<br />

begonnen het na 1933 voor joden onmogelijk te<br />

maken als zakenman een toekomst op te bouwen.<br />

Bood Nederland kansen? Er waren veel meer<br />

joden die in die tijd naar ons land uitweken. Velen<br />

meenden hier veilig te zijn. Nederland zou wel<br />

weer neutraal blijven als het tot een oorlog zou<br />

komen. Neutraal, zoals dat ook in de jaren 1914-<br />

1918 was gegaan. 'Mijn vader was een prima vakman',<br />

vertelt Walter jr. 'Hij zou overal de kost<br />

kunnen verdienen. En mijn moeder zou de ellende<br />

kunnen ontlopen als mijn ouders zich zouden<br />

laten scheiden. Het is allemaal anders gelopen. Er<br />

Wil Cornelissen<br />

Walter Stern sr. (geheel<br />

rechts, let op de voorhamer!)<br />

in de jaren twintig<br />

aan het werk in<br />

Duitsland (collectie<br />

Stern).


De liquidatie op basis<br />

van de 'Verordening tot<br />

verwijdering van joden<br />

uit het bedrijfsleven'<br />

april 1943. (Kamer van<br />

Koophandel Zwolle).<br />

120<br />

is over dat onderwerp later thuis nooit meer<br />

gesproken.'<br />

Zwolle<br />

De Sterns belandden in Zwolle. De burgerlijke<br />

stand schreef hen hier in op 6 december 1936. In<br />

deze stad maakten zij in de gaarkeuken kennis met<br />

de Amsterdammer Wilhelm (Willi) Rosenthal en<br />

zijn gezin. Walter en Willi werden partners. Er<br />

DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAA<br />

BEZUIDENHOUTSCHEWEG 30 - 'S-GRAVENHAGE - TEL. 720060* INTERL. IETT.<br />

v.d.B.<br />

benoeming bewindvoerder<br />

1 bijlag.<br />

•>


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 121<br />

maart 1944 opgeheven slagerij was 'Omnia Treuhandgesellschaft<br />

m.b.H.' te Arnhem. Het Handelsregister<br />

van de Kamer van Koophandel en<br />

Fabrieken te Zwolle vermeldt: 'Die Liquidation ist<br />

am 13. April beendet. Das Geschaft ist aufgelöst<br />

worden.' De zaak ging dicht...<br />

Walter junior werd op 5 juni 1943, midden in<br />

de oorlog, geboren. Hij is (was dat een veiligheidsmaatregel?)<br />

toen gedoopt. 'Geweldige hulp<br />

gehad van dominee Horreüs de Haas en van de<br />

vrouwenarts dokter J. ten Brink. Die laatste heeft<br />

de pasgeborene ook op het stadhuis aangegeven.'<br />

Walter kreeg als tweede naam Jan, de voornaam<br />

van Ten Brink. 'Mijn vader zat toen in het kamp<br />

Havelte. Hij kon als jood mij uiteraard niet aangeven<br />

bij de burgerlijke stand. Hij was in '42 opgepakt.'<br />

Later kon hij onderduiken bij de buren en<br />

nota bene in zijn eigen huis. De zaak is toen overigens<br />

vernield door Zwollenaren(!).<br />

Heropening<br />

Op 14 april 1945 werd Zwolle bevrijd. Ruim twee<br />

weken later, op 2 mei, werd de zaak weer geopend,<br />

niet nadat Stern nog was gearresteerd en in de<br />

marechausseekazerne aan de Meppelerstraatweg<br />

was verhoord. Als Duitser zou hij tot de vroegere<br />

vijand behoren...<br />

In 1954 werd hij genaturaliseerd , maar goed en<br />

foutloos Nederlands heeft hij nooit kunnen spreken.<br />

Walter sr. overleed in 1964. Moeder Erna<br />

Stern - Kröner stierfin 1976.<br />

En de verdere (joodse) familie? Dat verhaal<br />

komt de interviewer helaas maar al te bekend<br />

voor. Het gaat over Sterns zusters en broers, de<br />

tantes en ooms, de neven en de nichten, oud en<br />

jong, die in Auschwitz, Sobibor en andere oorden<br />

van verschrikking het leven lieten.<br />

Walter Stern jr.<br />

Na het overlijden van de ouders kwam de zaak op<br />

naam van de enige zoon Walter Jan Stern. Die<br />

leerde het veekopen vooral van David Steren (de<br />

naam is toeval!) uit Dalfsen. Dat betekende vooral<br />

bij de boeren in de omgeving en op de wekelijkse<br />

veemarkt onderhandelen over de kwaliteit en de<br />

vlees~vleeswaren~<br />

party service<br />

walter<br />

traiteurs<br />

prijzen van de koeien en ander vee. Die werden<br />

dan na de koop naar het abattoir afgevoerd. Met<br />

grote voldoening ziet Stern op die leertijd terug.<br />

Samen met zijn vrouw Ineke bracht hij de zaak<br />

tot verdere bloei, niet in het minst door de<br />

omschakeling van 'alleen maar slagerij' naar 'party-service<br />

en traiteur'. Dat was in 1975 nog iets<br />

geheel nieuws en onbekends in Zwolle. Stern:<br />

'Denk er aan: ik heb geen personeel, wel medewerkers.'<br />

De zaak van Walter Stern is in onze stad en ver<br />

daarbuiten een begrip. Maar wie weet nog dat de<br />

oorsprong ligt bij de vluchtelingen Erna en Walter<br />

Stern uit Lünen? En is het geen wonderlijke speling<br />

van het lot dat juist Lünen vele jaren later een<br />

partnerschap met Zwolle kreeg?<br />

Logo 2000 van de traiteurs<br />

en party-service<br />

Walter Stern (collectie<br />

Stern).


Jeanine Otten<br />

De Grote Markt<br />

omstreeks 1948. Op<br />

Grote Markt/, in het<br />

hoekpand met de Diezerstraat,<br />

was ijssalon<br />

'Gino Ijs' gevestigd,<br />

zoals op de gevel te lezen<br />

staat. (Collectie HCO)<br />

122 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

IJsmakers Talamini op de Grote Markt<br />

De Nederlanders zijn met de consumptie<br />

van zes tot zes-en-half liter ijs per jaar niet<br />

zulke grote ijseters als de Zweden (dertien<br />

liter) en de Amerikanen (twintig liter). Gek<br />

genoeg eten we weer meer ijs dan de Italianen en<br />

de Spanjaarden. In Zwolle kan men op diverse<br />

plekken ijs kopen: in snackbars en lunchrooms,<br />

aan ijskarretjes, uit de diepvries van supermarkten<br />

en in drie ijssalons.<br />

Ijssalon Talamini<br />

Eén van de drie Zwolse ijssalons is ijssalon Talamini<br />

op Grote Markt 10. Het ijs wordt er nog<br />

steeds volgens oud geheim familierecept gemaakt.<br />

In de loop van de tijd is het aanbod uitgebreid:<br />

behalve heerlijk Italiaans ijs kan men hier cappuccino,<br />

espresso, frisdranken, gebak en heerlijke Italiaans<br />

belegde broodjes (Talamini Panini) nuttigen.<br />

Er wordt ook bier geschonken, maar uit de<br />

fles en van het luxe soort. Bij mooi weer is er een<br />

terras op de Grote Markt. De ijssalon is geopend<br />

van ongeveer half februari, begin maart tot ongeveer<br />

eind september, begin oktober, afhankelijk<br />

van het weer. In de winter is de zaak gesloten. De<br />

ruimte wordt dan verhuurd aan een discounter<br />

die ze volstapelt met schoenendozen.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 123<br />

Bedrijfsleidster van de ijssalon is Gianna Talamini<br />

(geboren Vodo di Cadore, Italië, 1956). Gianna<br />

kwam in 1984 vanuit Deventer naar Zwolle om<br />

hier te gaan werken. Sinds 1986 woont zij ook in<br />

Zwolle.<br />

Keizerlijk ijs<br />

Omstreeks 1860 begon de betovergrootvader van<br />

Gianna, Pietro Talamini, met het verkopen van ijs<br />

in Wenen. Hij was afkomstig uit het armoedig<br />

bergdorp Vodo di Cadore in de voormalige Republiek<br />

Venetië. Het gebied was in die tijd, dus nog<br />

voor de éénwording van Italië (1866-1870), onderdeel<br />

van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije.<br />

Zijn zoon Giovanni stond in Wenen met een<br />

ijskar op een vaste standplaats tegenover het paleis<br />

van de Habsburgse keizer Frans Jozef. Personeelsleden<br />

van de keizerlijke hofhouding kochten bij<br />

hem citroenijs. Zo kwam het ijs van Talamini op<br />

een gegeven moment bij de keizer zelf terecht en<br />

mocht Giovanni Talamini ijs leveren voor de feesten<br />

aan het hof. Eind negentiende eeuw kwam er<br />

een nieuwe wet: als je ijs maakte, moest je een 'Ai<br />

Gewerbeschein' (certificaat) hebben. Zo behaalde<br />

Giovanni Talamini in 1892 in Wenen zijn certificaat<br />

als 'Zuckerbacker' en gold hij vanaf dat<br />

moment als een veredelde banketbakker. Het<br />

maken van ijs was moeizame arbeid: het ijsdraaien<br />

duurde uren en ging nog geheel met de hand.<br />

Daar diepvriezers nog niet bestonden, werd de<br />

massa bevroren in tonnen met pekel en ijsblokken.<br />

Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog,<br />

waarbij Oostenrijk en Italië met elkaar in oorlog<br />

raakten, zocht de familie Talamini de veiligheid in<br />

het vaderland. Later vestigde de familie Talamini<br />

zich in België.<br />

In 1932 vertrok Giovanni's zoon Pietro Talamini<br />

(de grootvader van Gianna Talamini), uit<br />

België naar Nederland. Van zijn laatste spaarcenten<br />

kocht hij een ijskar. Hij koos Deventer uit als<br />

standplaats. Vrienden en familieleden zaten al in<br />

andere delen van Nederland: een oom van Pietro<br />

Talamini zat in Rotterdam, de bevriende gebroeders<br />

Gregori zaten in Arnhem, in het oosten zat<br />

nog niemand. Voor het eerst proefden de Deventernaren<br />

Italiaans ijs op waterbasis. Tot op dat<br />

moment kenden zij alleen het roomijs van<br />

Hunink. Al snel haalde Pietro zijn vrouw en andere<br />

familieleden naar Nederland.<br />

Ijssalon 'Venezia' en ijssalon 'Gino'<br />

Volgens de overlevering is de naam Zangrando<br />

een verbastering van 'Jan de Groot' en stammen<br />

de Noord-Italiaanse Zangrando's af van de Noormannen<br />

die op hun veroveringstochten bij de<br />

Alpen bleven steken. 'Vandaar dat veel Noord-Italianen<br />

lang en blond zijn', aldus Gianna Talamini.<br />

De Zangrando's werden door het huwelijk tussen<br />

Pietro Talamini en Giovanna Zangrando familie<br />

van de Talamini's. De schoonouders van Pietro<br />

Talamini, Ernesto Zangrando (geb. Vodo di<br />

Cadore 1869) en Amalia Zangrando-Zangrando<br />

(geb. Vodo di Cadore 1888) zaten van 1890 tot de<br />

Eerste Wereldoorlog in Katowice (Silezië, toen<br />

Duitsland, nu Polen) in het ijs. In 1913 werd daar<br />

Ijssalon Talamini, Grote<br />

Markt 7, gefotografeerd<br />

vanuit de Diezerstraat,<br />

omstreeks 1965.<br />

(Foto B. Meulenbelt,<br />

collectie HCO)


IJssalon Talamini, Grote<br />

Markt 10, met terras<br />

in 1972. (Collectie<br />

HCO)<br />

124<br />

hun zoon Gino geboren. Toen Italië in 1916 met<br />

Duitsland in oorlog raakte, moest familie Zangrando<br />

Katowice verlaten. Alle ijskarren en alles<br />

wat ze verdiend hadden, moesten ze achterlaten.<br />

De familie vestigde zich in Gent (België) om daar<br />

een ijssalon te beginnen. In 1932, hetzelfde jaar dat<br />

zijn zwager Pietro Talamini zich in Deventer vestigde,<br />

verhuisde Gino Zangrando met zijn moeder<br />

van Gent naar Zwolle. Gino begon een ijssalon in<br />

Bitterstraat 67. In 1936 kwam ook vader Ernesto<br />

Zangrando vanuit Gent naar Zwolle. De familie<br />

verhuisde naar Oude Vismarkt 29. In 1937 hadden<br />

de Zangrando's twee ijssalons: op Blijmarkt 3 en<br />

Oude Vismarkt 29. De Zangrando's bleven tijdens<br />

de Tweede Wereldoorlog zo lang mogelijk in<br />

Zwolle, uit angst dat ze, net als in de Eerste<br />

Wereldoorlog, weer alles zouden verliezen. Uit-<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

eindelijk gingen Ernesto en zijn vrouw Amalia<br />

terug naar Italië. Hun dochter Giovanna Talamini-Zangrando<br />

vergezelde hen naar Italië omdat zij<br />

in de buurt van haar zoon Elio Ernesto, die in Italië<br />

op kostschool zat, wilde zijn. Na de oorlog ging<br />

Giovanna met haar zoon Elio Ernesto Talamini<br />

(vader van Gianna) terug naar haar man Pietro<br />

die in Deventer was gebleven.<br />

Ijssalon 'Venezia-ijs' van Gino Zangrando was<br />

van 1933 tot 1937 gevestigd in Bitterstraat 67, vanaf<br />

!937 op Blijmarkt 3 en Oude Vismarkt 29. Vanaf<br />

1947 was op Grote Markt 7 eerst ijssalon 'Veneziaijs',<br />

later veranderde de naam in ijssalon 'Gino'.<br />

Uit angst voor een Derde Wereldoorlog emigreerde<br />

Gino Zangrando, net als veel andere Italianen,<br />

in 1946 naar Argentinië om in Buenos Aires een<br />

ijssalon te beginnen. Daar trouwde hij ook. Zijn<br />

moeder woonde echter in Italië en omdat dat zo<br />

ver weg was, begon Gino Zangrando in het Duitse<br />

München een tweede ijssalon. Hij werkte 'veertien<br />

maanden per jaar': als het in Argentinië zomer<br />

was, was het in Duitsland winter. Als Gino<br />

's zomers naar Duitsland ging, bleef zijn vrouw<br />

nog een maand in Argentinië doorwerken, en<br />

omgekeerd. Tot halverwege de jaren vijftig heette<br />

de ijssalon op Grote Markt 7 'Gino', tot 1969 'Talamini'.<br />

Oorlog<br />

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de grondstoffen<br />

voor de bereiding van ijs gerantsoeneerd.<br />

Het geluk van de Talamini's was dat ze in Deventer<br />

wel twintig en in Zwolle ook vrij veel ijskarren<br />

hadden. Per ijskar kreeg je wat rantsoen om<br />

grondstoffen te kopen. Daardoor konden de twee<br />

ijssalons van Talamini in Deventer in stand<br />

gehouden worden. Ijs was overigens niet, als vele<br />

andere voedingsmiddelen op de bon: zolang er<br />

nog grondstoffen waren, kon men in de oorlog in<br />

de ijssalon een ijsje kopen. In Deventer waar Gianna's<br />

grootvader Pietro woonde, zaten er wel eens<br />

onderduikers tussen de vloeren en zolders van de<br />

ijssalon verborgen. De ijssalon Broederenstraat 21<br />

had twee zij-uitgangen in de Duivengang, die werden<br />

graag gebruikt door mensen die voor de Duitsers<br />

vluchtten: men liep de ijssalon in en vluchtte<br />

via de ijsbereidplaats in de Duivengang (ook 'pot'


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 125<br />

genoemd) naar buiten. De Duitsers hebben Pietro<br />

Talamini hiervoor zelfs erg toegetakeld.<br />

Groei van het bedrijf<br />

Na de Tweede Wereldoorlog hield Pietro Talamini<br />

vele jaren toezicht op de Zwolse zaak van Gino<br />

Zangrando. Tot 1969 was de firma Talamini gevestigd<br />

op Grote Markt 7 op de hoek met de Diezerstraat,<br />

vanaf 1969 op Grote Markt 10. In 1984<br />

namen Pietro's kleindochter Gianna en haar man<br />

Kees Schreuders de leiding over. Andere Talamini's<br />

zitten elders in het land, maar dat is verre<br />

familie.<br />

Het familiebedrijf is door Gianna Talamini en<br />

haar man gaandeweg uitgebreid. Van een ijskar in<br />

Zwolle begin jaren dertig van de vorige eeuw is<br />

Talamini uitgegroeid tot een familiebedrijf met<br />

ijssalons in Zwolle, Zutphen en Deventer, waar in<br />

totaal tweehonderd personeelsleden werkzaam<br />

zijn, sommigen fulltime, anderen parttime. In de<br />

vakantieperiode werken er veel scholieren als<br />

vakantiewerker.<br />

Samen met haar man is Gianna ook eigenaar<br />

van broodjeszaak 'Vito' op Grote Markt 11. In<br />

'Vito' worden ambachtelijk bereide sandwiches<br />

verkocht. Haar man beheert restaurant 'La Meridiana',<br />

Grote Markt 11. Het restaurant is genoemd<br />

naar de zonnewijzer die sinds 1759 boven in de<br />

gevel prijkt. Vroeger was in dit pand Hotel 'Heerenlogement',<br />

later Hotel Dijkstra gevestigd. 'De<br />

Patio', onderdeel van de ijssalon, is een overdekte<br />

en verwarmde tuin die ook wordt gebruikt door<br />

restaurant La Meridiana. In juni <strong>2002</strong> opende<br />

Talamini aan de Grote Markt 11 Café Luca, een<br />

zaak waar behalve drankjes ook antipasti (Italiaanse<br />

voorgerechten) kunnen worden genuttigd.<br />

Productie<br />

Het ijs wordt al lang niet meer, zoals overgrootvader<br />

Giovanni deed, met behulp van tonnen, pekel<br />

en ijsblokken gemaakt. Het ijs wordt in Twello<br />

geproduceerd. Een supermoderne machine draait<br />

in drie kwartier zeventien liter ijs. Het oude geheime<br />

familierecept is hier en daar wat aangepast. Zo<br />

worden noten niet meer zelf gemalen, maar<br />

gebruikt men kant-en-klare notenpasta's die vanuit<br />

Italië worden geïmporteerd. Vanuit de familie-<br />

traditie maakt Talamini het ijs op vruchten- en<br />

waterbasis. Dat geeft het ijs een fris karakter en de<br />

smaken komen ook beter tot hun recht. Aanvankelijk<br />

was het Italiaanse ijs in Nederland echt iets<br />

nieuws, het leek niet op het wat zoetere en vettere<br />

ijs op melk- en roombasis waar de Nederlander<br />

aan gewend was. Omdat de Nederlanders het<br />

waterijs in het begin maar niets vonden, is Talamini<br />

ook ijs op melkbasis gaan maken. Zelf vinden<br />

de Talamini's het ijs op melk- en roombasis aan de<br />

te vette kant, het ligt zwaarder op de maag dan het<br />

traditionele Italiaanse ijs.<br />

Talamini produceert dus zowel vruchtenijs op<br />

waterbasis als ijs op melk/roombasis. In de zomer<br />

is de helft van het verkochte ijs vruchtenijs op<br />

waterbasis. Wanneer het wat kouder wordt, loopt<br />

het aandeel zo'n veertig procent terug. Een aantal<br />

soorten wordt uitsluitend op waterbasis gemaakt,<br />

zoals citroen, sinaasappel, frambozen en bessen.<br />

Talamini kan 52 verschillende soorten produceren,<br />

maar doorgaans worden er 40 verschillende<br />

soorten aangeboden. Volgens het oude recept<br />

mogen alleen natuurproducten gebruikt worden<br />

bij het maken van het ijs. Talamini gebruikt alleen<br />

vers fruit of haalt de grondstoffen uit Italië. In de<br />

winter komen de vruchten uit de diepvries. De felle<br />

kleuren die tussen de ijssoorten zitten, worden<br />

niet gemaakt met behulp van chemische stoffen,<br />

Talamini gebruikt alleen natuurlijke kleurstoffen.<br />

De zonnewijzer die al<br />

sinds 1759 in de gevel<br />

prijkt van Grote Markt<br />

11 en waaraan het in<br />

dit pand gevestigde restaurant<br />

La Meridiana<br />

haar naam ontleent.<br />

Talamini heeft de zonnewijzer<br />

in 1998 laten<br />

restaureren. (Collectie<br />

HCO)


126 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Nieuwe soorten<br />

Minstens één keer per jaar bezoekt de familie<br />

Talamini Italië. Traditiegetrouw verblijft de familie<br />

achttien man sterk met kerstmis in Vodo di<br />

Cadore. De familie is oorspronkelijk uit dit dorp<br />

afkomstig. In Vodo di Cadore leven nog oma Giovanna<br />

Talamini - Zangrando en neven en nichten<br />

van Gianna's vader. Vodo di Cadore heeft meer<br />

ijsfamilies voorgebracht, zoals familie van de kant<br />

van overgrootmoeder Talamini. In Italië doet de<br />

familie inspiratie op voor nieuwe ijssoorten. Op<br />

de nieuwe basissoorten kunnen weer een groot<br />

aantal variaties gemaakt worden. Zo probeert<br />

Talamini het aanbod afwisselend en steeds weer<br />

nieuw te houden. Tien jaar geleden waren ijs op<br />

basis van mascarpone (Italiaanse room) en<br />

yoghurt nieuw. Dit jaar heeft Gianna Talamini als<br />

Familiefoto Talamini: eerste rij van links naar rechts: Stefano Bouwhuis (kind<br />

op grond), Ernesto Elio Talamini (vader van Gianna Talamini), Luisa Talamini<br />

(moeder van Gianna Talamini), Cinzia Schreuders (kind), Gianni Schreuders<br />

(kind), Stella Bouwhuis (kleuter) in de armen van Pietro Talamini (broer<br />

van Gianna Talamini).<br />

Tweede rij van links naar rechts: Lucia Bouwhuis-Talamini, Kees Schreuders,<br />

Gianna Talamini, Manuela Talamini, Fabio Bouwhuis (kind), Eggie Bouwhuis,<br />

Nienke (ex-vriendin van Pietro Talamini). (Particuliere collectie)<br />

nieuwigheden een fris smakend ijs op basis van<br />

groene thee en gelato caldo (warm ijs), een romiger<br />

ijs dat, hoewel de temperatuur onder nul is,<br />

door de hoeveelheid vetten toch niet zo koud aanvoelt.<br />

Het duurt soms een poosje voor een nieuwe<br />

soort goed gaat lopen. Tegenwoordig kan je van<br />

alles ijs maken: dropijs heeft Gianna ook wel eens<br />

gehad, maar het verkocht niet. Ijs moet binnen<br />

twee dagen op en als het niet loopt, verkoop je oud<br />

ijs 'en dat willen we niet', aldus Gianna Talamini.<br />

Bij koud weer houdt Gianna zich bij de klassieke<br />

ijssoorten. Die verkopen altijd goed. Twee jaar<br />

geleden verkocht ze mascarpone-ijs met brownies,<br />

pannacotta-ijs met brownies en vanille-ijs met<br />

cantuccini-koekjes. Vorig jaar was de nieuwe<br />

smaak watermeloen. Het duurt vrij lang, soms wel<br />

twee jaar, voordat een nieuwe ijssoort goed verkoopt.<br />

De klanten hebben veel tijd nodig om aan<br />

iets nieuws te wennen. Gianna's eigen lievelingsijsje<br />

wisselt nogal eens, maar ze houdt nog het<br />

meeste van de fris-zure smaken van citroenijs,<br />

yoghurt met frambozenijs en mango-ijs.<br />

Talamini werd in drie achtereenvolgende jaren<br />

tot 'IJsvakman van het jaar' uitgeroepen, in 1995,<br />

1996 en 1997.<br />

Geheim van het succes<br />

Het geheim van het succes van Talamini is, behalve<br />

het leveren van goede producten, ook de locatie<br />

aan de Grote Markt en het feit datje als eigenaar je<br />

gezicht laat zien en deelneemt aan de Zwolse<br />

samenleving. Omdat de zaak aan een gezichtsbepalend<br />

punt in de stad zit, heeft Talamini in juni<br />

1998 de oude zonnewijzer in de gevel van Grote<br />

Markt 11 hersteld.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 127<br />

Smederij en rijwielhandel Tensen in Berkum<br />

De Berkumse firma Tensen is een goed<br />

voorbeeld van een bedrijf dat zich nooit<br />

heeft gespecialiseerd in één product. Van<br />

het begin af aan heeft het bedrijf op de vraag van<br />

de klanten ingespeeld en heeft het zich op meerdere<br />

producten gericht. Het heeft ook twee gezichten<br />

gehad. Aan de ene kant was het een landbouwsmid<br />

voor de in de omtrek wonende agrariërs, aan<br />

de andere kant was het een dorpswinkel voor de<br />

particulier.<br />

Dorpssmid<br />

Johan Tensen begon in april 1931 een smederij aan<br />

de Campherbeeklaan 1 in Berkum, dat toen nog<br />

tot Zwollerkerspel hoorde. Johan was in 1906<br />

geboren als zoon van een kruidenier. De techniek<br />

sprak hem meer aan dan het kruideniersvak van<br />

zijn vader. Hij was een precies man die veel van<br />

het verleden van het bedrijf heeft bewaard. In de<br />

uitgebreide plakboeken die hij maakte zijn bijvoorbeeld<br />

de bouwtekeningen van de eerste smederij<br />

terug te vinden en de offertes van de aannemers<br />

voor de bouw van het pand. De hoogste<br />

inschrijving daarvoor bedroeg f 1.028, de laagste<br />

f748.<br />

In het begin was Tensen een echte dorpssmid<br />

die paarden besloeg en verder vooral landbouwwerktuigen<br />

en kachels repareerde. Hij maakte in<br />

die tijd zo'n duizend hoefijzers per jaar. Hij begon<br />

ook meteen al met het repareren van fietsen en<br />

werd dealer van Union. De crisistijd van de jaren<br />

dertig was een moeilijke tijd om met een zaak te<br />

beginnen. Johan Tensen vertelde later dan ook: 'In<br />

1931 was ik gauw klaar met het opmaken van de<br />

balans. Ik had nog precies 36 cent over.'<br />

Oorlog<br />

De oorlogstijd was voor de familie Tensen spannend<br />

en vooral aan het einde moeilijk. De eerste<br />

jaren van de oorlog werden in de zaak twee onderduikers<br />

verborgen. Onder de winkel was een<br />

schuilplaats gemaakt die uitkwam in een hoop<br />

hout achter de winkel. De onderduikers werkten<br />

mee in de zaak en maakten noodkachels en sneden<br />

massieve fietsbanden van oude autobanden.<br />

In die tijd waren er namelijk geen binnenbanden<br />

meer te krijgen. Men improviseerde daarom dit<br />

soort fietsbanden. Het fietste niet fijn maar je kon<br />

er in ieder geval de weg mee op. In die tijd maakte<br />

het bedrijf ook tabakssnijmachines en handkorenmolens.<br />

In de oorlog werd veel met dit soort<br />

machines geïmproviseerd omdat de industrie en<br />

de buitenlandse handel waren stilgevallen.<br />

In het laatste oorlogsjaar werd de smederij<br />

gevorderd door de Duitsers. Er werd een broodmagazijn<br />

in gevestigd. De Duitsers namen alles uit<br />

de smederij mee. Johan Tensen had het er na de<br />

oorlog nog vaak over: 'Het enige wat ik nog over<br />

had na de oorlog was een smidsvuur, een boormachine,<br />

smeedhamer, vuurtang en aambeeld. Daar<br />

moest ik weer een nieuwe zaak mee opbouwen. Ik<br />

ben eigenlijk twee keer begonnen'.<br />

CT ^7 /<br />

jfa. c/oh<br />

Theo de Kogel<br />

Briefhoofd uit de jaren<br />

zestig (collectie Tensen).<br />

Campherbeeklaan 1 en 11, Berkum bij Zwolle • Postgiro 805156 - Tel. 13875<br />

Landbouwmechanisatiebedrijf<br />

• Haarden • Kachels<br />

Huishoudelijke artikelen<br />

cr<br />

. Tienden<br />

JJPA<br />

Zwollerkerspel,<br />

NOTA voor Dhr./Mow^ej. .../£. .'.<br />

en z£^,oy\Qv\.<br />

Rijwielen • Hulpmotoren<br />

Dealer: Gascoigne Melk-<br />

|j machines • BungartzenSolo<br />

" Tuinbouwmachines<br />

/L...r..*..«A ,96-.


Foto van de smederij<br />

eindjaren dertig (collectie<br />

Tensen).<br />

Foto van de zaak begin<br />

jaren zeventig. Deze is<br />

gebruikt voor een kalender<br />

van de plaatselijke<br />

voetbalvereniging vv<br />

Berkum. Te zien zijn<br />

van links naar rechts<br />

Hans Tensen, Klaas<br />

Weiland van de voetbalvereniging,<br />

Willem<br />

Tensen en uiterst rechts<br />

Henk Heidoorn van de<br />

voetbalvereniging. Verder<br />

een aantal jeugdleden<br />

van de voetbalvereniging<br />

(collectie Tensen).<br />

128 ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Die eerste jaren na de oorlog was alles in<br />

opbouw en waren veel dingen nog moeilijk te krijgen.<br />

Veel was nog op de bon, zoals fietsbanden. In<br />

de plakboeken van Johan Tensen zitten nog bon-<br />

nen die het recht gaven op het kopen van fietsbanden.<br />

Naoorlogse groei<br />

Na de oorlog groeide het bedrijf gestaag en werd<br />

de zaak regelmatig verbouwd en uitgebreid. In<br />

1949 werd de smederij vergroot. In 1957 werd de<br />

houten winkel naast de smederij vervangen door<br />

een uit steen opgetrokken en groter geheel. Hierdoor<br />

kon meer aandacht worden besteed aan de<br />

rijwieltak. Naast fietsen werden toen ook bromfietsen<br />

in het assortiment opgenomen. In 1962<br />

werd een nieuwe werkplaats gebouwd. De oude<br />

smederij werd nu ook omgebouwd tot winkel. In<br />

1978 kwam er een totaal nieuwe winkel. Dit was de<br />

laatste grote verbouwing.<br />

Assortiment<br />

Na de oorlog veranderde langzamerhand het<br />

assortiment van de zaak. De smederij bleef nog<br />

wel maar werd minder belangrijk. Het aandeel<br />

fietsen groeide. Tensen werd naast Union ook<br />

dealer van Gazelle en Batavus. Het aandeel kachels


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 129<br />

werd ook belangrijker. Na de oorlog waren dat<br />

vooral kolenkachels. De landbouwmachines bleven<br />

die eerste jaren na de oorlog ook onderdeel<br />

uitmaken van het bedrijf. Het ging in die tijd<br />

vooral om reparatie van hooimachines, kunstmeststrooiers<br />

en soms om het uitsmeden van<br />

ploegscharen.<br />

Omstreeks 1965 werd gestopt met het smederijgedeelte.<br />

In de jaren daarna werd het aandeel<br />

kolenkachels snel kleiner en vervangen door gaskachels.<br />

Omstreeks 1975 stopte Tensen met de<br />

handel in kachels. In de jaren zestig en zeventig<br />

werd ook witgoed verkocht zoals wasmachines en<br />

koelkasten. Daar kwam omstreeks 1980 een einde<br />

aan. Met de bromfietsen stopte men in 1990.<br />

In de jaren tachtig en negentig waren de twee<br />

belangrijkste pijlers van de zaak fietsen en tuingereedschap<br />

en tuinmeubilair. De fietsen waren<br />

goed voor ongeveer 40 % van de omzet en de tuingereedschappen<br />

voor ongeveer 60 %.<br />

Een Berkumse zaak<br />

De groei van de zaak na de oorlog kwam voor een<br />

belangrijk deel door de groei van Berkum. Vooral<br />

de fietsen, kachels en het witgoed werden in Berkum<br />

afgezet. Voor de tuinmachines en tuinbenodigdheden<br />

had Tensen een veel bredere klantenkring.<br />

Toch was Tensen vooral een Berkumse<br />

zaak. Jaarlijks stond Tensen met een stand op de<br />

plaatselijke middenstandsbeurs. De foto bij dit<br />

artikel komt uit een kalender die de voetbalvereniging<br />

w. Berkum in de jaren zeventig uitgaf. Het<br />

geeft een goed beeld van het bedrijf in die tijd.<br />

Helemaal rechts op de foto staat een oude fiets die<br />

de vader van Johan Tensen omstreeks 1890 tweedehands<br />

had gekocht. Het is vermoedelijk een<br />

Michaux waarin later een kleiner achterwiel is<br />

gezet. Deze fiets is gemaakt door een smid uit Hattem<br />

en is steeds in de familie gebleven.<br />

Familiebedrijf<br />

Tensen is tot het einde toe een familiezaak gebleven.<br />

Johan Tensen stopte er in 1975 mee. Hij overleed<br />

in 1979. Zijn twee zoons Willem Jan (geboren<br />

in 1934) en Gerrit (geboren in 1936) namen de zaak<br />

over. Vlak na de oorlog hadden ze maximaal zes<br />

werknemers. De laatste twintig jaar waren er<br />

behalve de twee broers nog twee tot drie werknemers.<br />

Op 31 augustus 2001, vlak na het 70-jarig<br />

jubileum, stopten de broers met de zaak. Beiden<br />

waren inmiddels de 65 gepasseerd en wilden van<br />

hun oude dag gaan genieten. Niemand van de derde<br />

generatie wilde het bedrijf overnemen.<br />

Momenteel is het bedrijfspand in gebruik bij de<br />

firma Takman die zich heeft gespecialiseerd in de<br />

verkoop van tuingereedschap en -machines en zo<br />

de zaken voortzet.


Wim Huijsmans<br />

130<br />

Runhaar; specialist in zonweringen<br />

en rolluiken<br />

Vele, met name oudere Zwollenaren, zullen<br />

bij het horen van de naam Runhaar<br />

meteen denken aan markiezen en rolluiken.<br />

Jarenlang was de winkel van Runhaar gevestigd<br />

in de Voorstraat. De werkplaats was daarachter<br />

gelegen aan de Ossenmarkt. Gekscherend werd<br />

Jan Runhaar senior wel 'de markies van de Voorstraat'<br />

genoemd. Sinds 1998 is het bedrijf gevestigd<br />

op het bedrijventerrein Voorst aan de Branderweg<br />

waar Jan junior nu de scepter zwaait.<br />

Zon uit huis<br />

Een beetje zon in huis is aangenaam, te veel zon<br />

echter niet. Eeuwenlang hebben mensen geprobeerd<br />

te veel zon in huis te weren. Dat gebeurde<br />

op verschillende manieren. Daar, waar voldoende<br />

ruimte was, zoals op het platteland, werden lindebomen<br />

voor het huis of de boerderij geplant. Met<br />

hun dicht bladerdek werd de zon geweerd. Zo<br />

bleef het zomers koel in huis.<br />

In de stad werden bij al te felle zon de luiken<br />

gesloten. Ontbraken die, dan gebruikte men kranten<br />

of lakens. De middenstand had er baat bij dat<br />

de producten in de etalage toch zichtbaar bleven<br />

bij zonnig weer. Op die manier zou de markies<br />

ontstaan zijn, van oorsprong een opvouwbaar<br />

zonnescherm.<br />

Ook de gegoede burgerij volgde later dit voorbeeld<br />

en voorzag de woning van markiezen. De<br />

markies vormde als het ware de finishing touch<br />

van de duurdere woningen. Volgens kenners was<br />

de markies dè zonwering met stijl. Uit de jaren<br />

vijftig van de vorige eeuw dateren de ballastoren,<br />

de papieren plissés, die vreselijk vergeelden, vaak<br />

waterkringen vertoonden en uiteindelijk scheurden.<br />

Wie kent ze niet? In de jaren zestig en daarna<br />

werd een groot assortiment aan zonweringproducten<br />

ontwikkeld zoals jaloezieën, rolgordijnen,<br />

rolluiken, luifels, screens etc.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Ontstaan<br />

Het bedrijf van Runhaar is ontstaan in de crisistijd<br />

van de jaren dertig van de vorige eeuw. Jan Runhaar<br />

(1911-1990) was de zoon van een bakker uit de<br />

Wipstrik. Hij volgde op de Ambachtsschool, die<br />

toen nog gevestigd was in het (wat nu heet) Flevogebouw,<br />

een opleiding tot timmerman. Daarna<br />

ging hij bij een baas aan de slag en ontwikkelde<br />

zich tot een kundig vakman met grote belangstelling<br />

voor het fijnere werk. De crisistijd dreigde<br />

hem werkloos te maken. In 1934 begon hij voor<br />

zichzelf in een werkplaatsje in de Spinhuis Bredehoek<br />

8. Hij zag een gat in de markt op het gebied<br />

van tuinmeubilair. Runhaar begon met het maken<br />

van tuinmeubelen, telkens in een andere uitvoering.<br />

Daarna breidde hij het assortiment in zijn<br />

fabriek, zoals hij zijn werkplaats in een advertentie<br />

noemde, uit met markiezen en rolluiken. De<br />

benaming 'fabriek' lijkt wel wat groots voor zijn<br />

bedrijf, waar slechts een knecht in dienst was.<br />

Maar als jong ondernemer zag hij het blijkbaar wel<br />

zitten. De eerste jaren, toen Nederland gebukt<br />

ging onder economisch zware tijden, leverde het<br />

bedrijf hem een dun belegde boterham op. In de<br />

verzuilde maatschappij van de jaren dertig en ook<br />

na de Tweede Wereldoorlog behoorden vele<br />

Zwollenaren van gereformeerde huize tot zijn<br />

klantenkring. De katholieken waren klant bij de<br />

markiezen- en rolluikenfabriek van J.F.G. van der<br />

Molen aan de Deventerstraatweg 129, later 181. De<br />

hervormden kochten hun zonwering veelal bij<br />

Peter van Heerde in de Borneostraat 20.<br />

Voorstraat 11 tot 1945<br />

Op 6 april 1939 trouwde Jan Runhaar met<br />

Gretchen (Gé) Kurten, die in 1912 in Amsterdam<br />

geboren was. Zij hadden elkaar leren kennen op<br />

de Bondsdag van de gereformeerde jongelingenverenigingen<br />

in Zwolle en hadden zich met Pasen


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

1931 al verloofd. Aan het eind van de jaren dertig<br />

was Jan Runhaar eigenaar geworden van Voorstraat<br />

11. Hij betaalde er ruim 6.000 gulden voor.<br />

Dit pand was tot dan toe hotel geweest. Zo was<br />

F.Th. Wientjes hier hotelhouder geweest tot 1929,<br />

het jaar waarin hij zich aan de Stationsweg vestigde.<br />

De vader van Jan Runhaar trok met zijn gezin<br />

bij hem in. Het huis was immers groot genoeg. De<br />

huur, die zijn vader betaalde, bood Jan enige<br />

financiële zekerheid in de onzekere tijden.<br />

Om het historische pand het aanzien van een<br />

winkel te geven diende Jan Runhaar in augustus<br />

1939 een verzoek in bij de gemeente om de onderpui<br />

van Voorstraat 11 te mogen wijzigen. Die toestemming<br />

kreeg hij na betaling van één gulden<br />

legeskosten. Er kwam een groot winkelraam met<br />

een fraai portiek, voorzien van met de hand<br />

gevormde tegeltjes. Boven het winkelraam werden<br />

horizontaal zeven kleine glas-in-lood ramen aangebracht.<br />

Aan de gevel kwam in kapitale letters<br />

van zink de naam Runhaar te staan, die elk ca. 40<br />

cm. hoog en ca. 50 cm. breed waren. Na enig uitstel<br />

kwam de verbouwing in 1940 gereed. Op dit<br />

moment herinneren alleen nog de glas-in-lood<br />

ramen aan deze verbouwing.<br />

In 1940 liet Jan Runhaar zich ook inschrijven<br />

bij de Kamer van Koophandel. Hij gaf toen op dat<br />

hij al op 20 april 1934 met de fabricage van markiezen<br />

en rolluiken gestart was. Hij had een knecht in<br />

dienst, Claas Visser, die hem twintig jaar trouw<br />

zou blijven.<br />

Drie generaties Runhaar woonden boven en achter<br />

de winkel. De werkplaats lag eerst op de eerste<br />

etage en de voorraden lagen op zolder. In latere<br />

tijden werd de werkplaats met grote, openslaande<br />

deuren verplaatst naar Ossenmarkt 9. In diezelfde<br />

ruimte, die voorheen als vergaderlokaal had<br />

gediend en bekend stond als 'De Atlas', was in 1894<br />

de SDAP opgericht. In die werkplaats werden de<br />

markiezen en rolluiken gemaakt. Daarboven<br />

lagen de voorraden opgeslagen. De zonweringen<br />

werden samen met andere goederen, zoals tuinmeubelen,<br />

vlaggen en doek in de winkel aan de<br />

man gebracht. Toen er nog geen auto was, werden<br />

de verkochte goederen op een transportfiets bij de<br />

klant bezorgd en ter plekke gemonteerd.<br />

Winkel van Runhaar, Voorstraat 11, anno 1972. In latere jaren was 'oma' Runhaar<br />

een vaste verschijning achter het rechterraam op de eerste etage. Van daaruit<br />

hield zij contact met de buurt tot zij in 2001 naar een verzorgingshuis ging<br />

(collectie HCO).<br />

De oorlogsperiode was ook voor de Runhaars<br />

een moeilijke tijd. Er werd weinig verkocht. Wel<br />

was er grote vraag naar verduisteringsgordijnen.<br />

De voorraad rood-wit-blauwe vlaggen werd goed<br />

verstopt. In de Voorstraat vonden veel razzia's


132<br />

plaats. Er woonden vele joden. Mevrouw Runhaar<br />

was zelf ook van oorspong joods. Desalniettemin<br />

hielden Jan Runhaar en zijn vrouw lange tijd<br />

joden verborgen op de zolderverdieping van hun<br />

huis. Het grote pand met al zijn kamers en gangen<br />

was voor de Duitsers moeilijk te doorgronden. De<br />

Werkplaats van Runhaar, Ossenmarkt 9, anno 1972. In dit pand werd in 1894 de<br />

SDAP, nu PvdA, opgericht. Het heette toen 'vergaderlocaal' De Atlas. Die naam<br />

is enkele jaren geleden in ere hersteld voor het 'Drank en Spijslokaal' dat er nu<br />

gevestigd is (collectie HCO).<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

ondergedoken joden zaten op een zolder die<br />

bereikbaar was via een luik. Omdat de planken<br />

nauw aan elkaar sloten, was dat luik niet te zien.<br />

Bovendien hingen er tabaksplanten aan te drogen.<br />

Bij huiszoekingen werden de ondergedoken joden<br />

nooit gevonden. Vanwege haar verdienstelijke<br />

werk tijdens de oorlogsperiode ontving mevrouw<br />

Runhaar in 2000 de Yad Vashem-onderscheiding<br />

van de Israëlische ambassadeur in Nederland.<br />

Voorstraat 11 na 1945<br />

Na de oorlog breidde het bedrijf zich geleidelijk<br />

uit. Na de aanschaf van een auto werd de actieradius<br />

groter. Jan Runhaar probeerde ook in de<br />

regio een klantenkring op te bouwen en zijn producten<br />

af te zetten. Om op de hoogte te blijven<br />

van de ontwikkelingen op zijn vakgebied bezocht<br />

hij beurzen in Duitsland. Dat was dan tevens zijn<br />

vakantie. Met hard werken werd een steeds grotere<br />

klantenkring opgebouwd. Service stond bij<br />

Runhaar hoog in het vaandel. In de winkel was<br />

mevrouw Runhaar de baas. Hoewel maar klein<br />

van gestalte stond zij haar mannetje. Na het horen<br />

van de winkelbel kwam zij met snelle tred de trap<br />

af. Omdat zij goed van de tongriem gesneden was,<br />

ging bijna niemand de winkel uit zonder iets te<br />

kopen, al was het maar een stuk touw voor de<br />

vlaggenmast. Ondertussen werden de laatste<br />

Zwolse nieuwtjes uitgewisseld. Zoals toen nog<br />

heel gewoon, was er aandacht voor de klant.<br />

De zaken gingen steeds beter, maar het was wel<br />

een tijd van hard werken en lange dagen maken.<br />

Van de drie zonen volgde Geert Jan Runhaar<br />

(1947) - roepnaam Jan - de Ambachtsschool met<br />

het doel het bedrijf van zijn vader later over te<br />

nemen. Na zijn opleiding deed hij vervolgens de<br />

nodige praktische ervaring op door mee op klus te<br />

gaan. Met de komst van Jan jr. breidde de zaak<br />

zich aanzienlijk uit. Het eerste montagebusje met<br />

de naam Runhaar verscheen in het Zwolse straatbeeld.<br />

De verkoop van zonweringen en rolluiken<br />

verschoof hoe langer hoe meer van particulieren<br />

naar bedrijven en instellingen. Met name in<br />

moderne kantoorgebouwen op bedrijventerreinen<br />

viel 's zomers niet te werken zonder degelijke<br />

zonweringen. Ondertussen breidde het assortiment<br />

aan zonweringproducten zich behoorlijk


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 133<br />

uit. Waren het aanvankelijk vooral markiezen,<br />

jaloezieën en rolluiken, in de jaren tachtig en<br />

negentig voegde Jan Runhaar jr. daar onder andere<br />

vouwgordijnen, houten optrekgordijnen, knikarmschermen,<br />

uitvalschermen en verduisteringsrolgordijnen<br />

aan toe. In het laatste decennium<br />

werd ook de foldikap of partytent zowel bij horecaondernemers<br />

als particulieren bijzonder populair.<br />

Branderweg<br />

De moeilijke bereikbaarheid van winkel en werkplaats<br />

in de binnenstad noopte Jan Runhaar jr. uit<br />

te zien naar een andere locatie. Hij vond in 1998<br />

een nieuwe bedrijfsruimte aan de Branderweg 1 F<br />

in Westenholte. Van daaruit is een gediplomeerd<br />

team van zes personen actief. In het bedrijfspand<br />

aan de Branderweg bevindt zich een volledig ingerichte<br />

showroom met een grote diversiteit aan<br />

zonweringproducten. Dagelijks zijn er drie volledig<br />

ingerichte montagebussen op pad in het hele<br />

land. In Zwolle zijn bijvoorbeeld de rode markiezen<br />

van Hotel Wientjes een product van Runhaar.<br />

Ook de villa, die prins Willem-Alexander en prinses<br />

Maxima in Wassenaar gaan betrekken en die<br />

voorheen bewoond werd door prinses Christina,<br />

is beschermd tegen al te felle zon (en nieuwsgierige<br />

blikken) door zonwering van Runhaar.<br />

Kwaliteit en service zijn al jarenlang de pijlers<br />

van Runhaar Zonweringen. Een advertentie uit de<br />

jaren vijftig gaf dat op een treffende manier aan:<br />

een markies van Runhaar overschaduwt alles.<br />

Jaarlijks onderhoud van<br />

uitvalschermen is uitermate<br />

belangrijk. Een<br />

medewerker van Runhaar<br />

aan het werk bij<br />

Digitaal in Utrecht,<br />

1996 (collectie Runhaar).


134<br />

Auteurs Colofon<br />

Drs. Annèt H.M. Bootsma - van Hulten (1953) studeerde<br />

geschiedenis. Zij werkt als freelance historicus.<br />

Wil Cornelissen (1928) was werkzaam in het onderwijs,<br />

laatstelijk als adjunct-directeur van de Ambelt<br />

te Zwolle. Hij houdt zich momenteel onder andere<br />

bezig met de locale geschiedenis. Vooral de periode<br />

rond de Tweede Wereldoorlog heeft zijn belangstelling.<br />

Drs. Lydie (E.A.) van Dijk (1945) is kunsthistoricus en<br />

werkzaam als conservator bij het Stedelijk Museum<br />

Zwolle.<br />

Wim A. Huijsmans (1948) is als medewerker verbonden<br />

aan het <strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>.<br />

Theo J. de Kogel (1952) is beleidsmedewerker natuur en<br />

landschap van de provincie <strong>Overijssel</strong>. Hij verzamelt<br />

historische fietsen en daarmee verbonden objecten.<br />

Drs. Menno van der Laan (1955) is historicus en als redacteur<br />

werkzaam bij Waanders Uitgevers.<br />

Drs. Jeanine Otten (1959) is kunsthistoricus en beheerder<br />

van de Topografisch - <strong>Historisch</strong>e Atlas van het<br />

<strong>Historisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Overijssel</strong>.<br />

Drs. Miriam Schneiders (1953) is kunst- en architectuurhistoricus.<br />

Zij publiceert over onderwerpen uit<br />

de (bouw)geschiedenis van Zwolle en <strong>Overijssel</strong>.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Het Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift is een uitgave van de<br />

Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging en verschijnt viermaal<br />

per jaar. Leden van de vereniging krijgen het tijdschrift<br />

gratis toegezonden.<br />

Bestuur Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

H. Dijkstra, voorzitter<br />

F. Oude Ophuis, secretaris<br />

R. Tillema-Hanf, penningmeester<br />

G.J. van der Horst, M. van der Laan, M. Schneiders,<br />

P. Winters, leden<br />

Secretariaat Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging,<br />

postbus 1448,8001 BK Zwolle, telefoon: 038-4211695<br />

Ledenadministratie en bezorging tijdschrift:<br />

J. van Ulsen-Nijkamp, telefoon: 038-4654617<br />

Internet adres:<br />

www.zwolsehistorischevereniging.nl<br />

e-mail ZHV: info@zwolsehistorischevereniging.nl<br />

Financiën: girorekening Postbank: 5570775<br />

t.n.v. Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

Tarieven lidmaatschap:<br />

65+ (wonend binnen Zwolle) en studenten € 18 /jaar<br />

overige leden € 22/jaar<br />

huisleden € 4 /jaar<br />

Redactie Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift<br />

A.H.M. Bootsma-van Hulten (eindredacteur),<br />

W. Cornelissen, E.A. van Dijk, I. Hermans,<br />

W.A. Huijsmans, M. van der Laan, H.A. Stalknecht.<br />

Redactieadres: Wipstrikkerallee 71, 8023 DV Zwolle<br />

e-mail: annetbootsma@home.nl<br />

Vormgeving: Rob van den Elzen bNO (t)<br />

Vormgeving omslag: Buro 1 Hoog<br />

Opmaak: Different Design Deventer<br />

Druk: Waanders Drukkers, Zwolle<br />

ISSN 0926-7476 © Zwolse <strong>Historisch</strong>e Vereniging<br />

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/<br />

of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie,<br />

microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande<br />

schriftelijke toestemming van de uitgever.


historisch centrum <strong>Overijssel</strong><br />

kijk ook op<br />

www.historischcentrumoverijssel.nl<br />

voor alle actuele informatie<br />

Te Koop gevraagd:<br />

<strong>Historisch</strong>e kantoorpanden<br />

. /bouwjaar voor 1900<br />

Inlichtingen: 038 421 32 90<br />

Van dër Réijd Makelaars B.V<br />

VAN DER REIJD<br />

Makelaars B.V.<br />

VBO f MAKELAAR<br />

UDNBK4<br />

ADVERTENTIES<br />

We zijn net zo thuis<br />

in de buurt als u<br />

De Rabobank is een bank met een idee. Dat idee heet<br />

samenwerken. Met wortels in de plaatselijke gemeenschap<br />

hebben wij als geen ander een traditie van samenwerken<br />

en bouwen aan relaties.<br />

De Rabobank is een bank van mensen voor mensen.<br />

Rabobank<br />

Zwolle<br />

Daarom zijn wij niet alleen thuis in de<br />

financiële wereld. Maar ook bij u in de<br />

buurt, We weten wat er )eeft, ook al$<br />

het niet om bankzaken gaat. Kortom,<br />

we zijn net zo thuis in de buurt als u.<br />

Brassene ""Het<br />

AJieuws+raat 55 Tel. 038-4-221206<br />

8011 TM Zwolle Fax 038-4224318<br />

D& letüerste tof f ie. KOR Zwolle....<br />

te «eren, \K0Xu>g n&cur<br />

Ê-lUe aeM ueZ.en. nj'e^we. e-xposiiie.<br />

hm. pcu/uL w-fc<br />

E-n. een. •jexhroiMiie. ple£ ucor iLe. Z-*x&s& <strong>Historisch</strong>e, fereni^m^-.<br />

plet owv -fce onJzhou/Lm.


J.<br />

<strong>2002</strong> m<br />

•i


Annèt Bootsmavan<br />

Hulten en<br />

Wim Huijsmans<br />

(Collectie Dijk)<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Groeten uit Zwolle<br />

Ansichtkaart Meppelerweg<br />

(nu Meppelerstraatweg)<br />

Poststempel 15 oktober 1913<br />

'W.F. -.-<br />

Kom morgen donderdag met de 7.17 trein thuis. We<br />

zijn gisteravond naar de bioscoop geweest en daarvan<br />

daan Ep van de trein gehaald. Wij gaan alle<br />

dagen een rijtoertje maken, en 's morgens gaan we<br />

wandelen de stad in. Hoe gaat alles, goed, ik denk<br />

het van wel.<br />

Hier alles wel. Groetend E. Keijer - K[...]'<br />

Op wat tegenwoordig de hoek van de Meppelerstraatweg<br />

en de Hogenkampsweg is, zijn deze twee<br />

in 1905 en 1906 gebouwde panden, een stal en een<br />

villa, nog steeds te vinden. Ze werden gebouwd<br />

voor de familie Dijk, hengstenhouders, maar<br />

vooral ook internationale paardenhandelaars.<br />

Rechts naast de villa, gescheiden door een klein<br />

weggetje, lag een boerderij die eveneens van de<br />

familie was. Links lag (en ligt nog altijd) de Algemene<br />

Begraafplaats. Schuin tegenover de familie<br />

Dijk bevond zich het station van de Dedemsvaartsche<br />

Stoomtramwegmaatschappij (DSM), een<br />

tramweg die heeft bestaan tot 1947.<br />

De kaart komt uit een reeks die in eigen beheer<br />

door de familie Dijk werd uitgegeven. Ongetwijfeld<br />

voor correspondentie- en reclamedoeleinden,<br />

maar ook, volgens de heer J.E. Dijk (geb. 1920),<br />

omdat zijn vader Egbert (geb. 1891) iedere dag een<br />

kaart naar zijn verloofde stuurde. Dit betrof een<br />

meisje Keijer uit het Groningse Weiwerd (bij Delfzijl).<br />

De kaart was ook aan deze familie geadresseerd.<br />

De 'Ep' waarover gesproken wordt, is<br />

Egbert Dijk. Hij en zijn verloofde trouwden in<br />

1917. Lees meer over de familie Dijk en hun bedrijf<br />

vanaf pagina 140.


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 139<br />

Redactioneel Inhoud<br />

In dit Zwols <strong>Historisch</strong> Tijdschrift spelen het paard<br />

en de weg vanuit de stad naar de Agnietenberg een<br />

belangrijke rol. Het was in het jaar 1407 dat de<br />

Zwolse schepen Berend van Yrte te paard naar<br />

Lübeck ging om te bewerkstelligen dat Zwolle<br />

opnieuw in de Hanze werd opgenomen. Na acht<br />

weken kwam hij terug, echter zonder zijn eigen<br />

bestepaard, dat hij in Meppen (vlak voor de grens)<br />

moest achterlaten. Met een geleende viervoeter<br />

volbracht hij de thuisreis.<br />

Of Berend van Yrte en Thomas a Kempis<br />

(1380-1471) elkaar in Zwolle, waar toen circa 4000<br />

mensen woonden, ontmoet hebben is onbekend.<br />

De kans is echter groot. En wellicht was dat dan op<br />

de weg tussen de stad en de Agnietenberg, waar<br />

Thomas woonde. Deze weg kreeg, voor zover die<br />

binnen de stedelijke bebouwing lag, aan het eind<br />

van de negentiende eeuw de naam Thomas a<br />

Kempisstraat, als eerbetoon aan deze grote Zwollenaar.<br />

Verderop heette die weg toen Meppelerweg,<br />

nu Meppelerstraatweg. En hier woonde de<br />

familie Dijk, die de laatste anderhalve eeuw een<br />

florerende handel in paarden en koeien dreef. Aan<br />

de gevel van hun huis is dat nog steeds te zien.<br />

Ging het bij Berend van Yrte om zijn beste paard,<br />

bij Dijk betrof het luxe paarden.<br />

De Zwolsche Mixed Hockey Club bestaat<br />

100 jaar, speelt op en vindt vertier bij het hockeyveld<br />

aan de Haersterveerweg, de weg richting<br />

Agnietenberg. Uit het artikel wordt andermaal<br />

duidelijk dat vroeger de beste paarden op stal werden<br />

gezocht... Kortom: de redactie hoopt dat u na<br />

het voorgaande een (lees)honger heeft als een<br />

paard.<br />

Groeten uit Zwolle Annèt Bootsmavan<br />

Hulten en Wim Huijsmans 138<br />

Dijk, van alle markten thuis<br />

Honderd jaar internationale paardenen<br />

koeienhandel vanuit Zwolle<br />

Siem van der Weerd 140<br />

Een zeppelin boven de Zwolse<br />

binnenstad JeanineOtten 150<br />

De Hottinger-kaart van Zwolle<br />

en omgeving (1783) Herman Versfeit 152<br />

Thomas a Kempis Ton Hendrikman 156<br />

'Een club der vrijage van<br />

de goede standen', 100 jaar ZMHC<br />

Willem van der Veen 164<br />

Boeken 166<br />

Mededelingen 169<br />

Auteurs 170<br />

Omslag: Zondagmorgen 13 oktober 1929 8.20 uur;<br />

ondanks het vroege tijdstip zijn vele Zwollenaren op<br />

de Grote Markt ooggetuige van de zeppelin boven de<br />

stad. (Foto SMZ)


Siem van der Weerd<br />

Fragment uit het voorwoord<br />

van de memoires<br />

van de toen bijna tachtigjarige<br />

Jacob Dijk,<br />

1971: 'Er zullen altijd<br />

wel mensen zijn die veel<br />

meer hebben beleefd,<br />

maar dus altijd baas<br />

boven baas. Het gaat<br />

dus alleen om mijn<br />

eigen belevenis van deze<br />

jaren. De schrijver, J.<br />

Dijk.'(CollectieDijk)<br />

140<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Dijk, van alle markten thuis<br />

Honderd jaar internationale paarden- en koeienhandel<br />

vanuit Zwolle<br />

Eeuwenlang was Zwolle een belangrijk handelscentrum<br />

voor grootvee. De rundvee- en<br />

paardenmarkten van de stad behoorden tot<br />

de belangrijkste van het land. Paardenmarkten<br />

werden altijd op de laatste donderdag van de<br />

maand gehouden. Veel meer nog dan op de vrijdagse<br />

veemarkt kwamen de paarden en de handelaren<br />

van ver. Tot de bekende handelaren behoorde<br />

vanaf 1875 de familie Dijk. Op grote schaal handelde<br />

deze familie gedurende tientallen jaren vanuit<br />

Zwolle op internationaal niveau in paarden.<br />

De mechanisatie in de landbouw verdrong de<br />

paarden. Omstreeks 1960 kwam er vrijwel een<br />

eind aan de paardenfokkerij voor landbouwgebruik<br />

en waren de hoogtijdagen van de paardenhandel<br />

voorbij.<br />

De familie Dijk is al meer dan een eeuw gevestigd<br />

aan het begin van de Meppelerstraatweg, naast de<br />

Algemene Begraafplaats. Jan Egbert Dijk (1920),<br />

bij boeren en paardenliefhebbers in de regio<br />

bekend als de 'jonge Jan', nam nog volop deel aan<br />

de paardenhandel en herinnert zich tal van feiten.<br />

De oudere familie- en bedrijfsgeschiedenis is<br />

gelukkig ook bewaard gebleven. Oom Jacob, één<br />

£-•*<br />

f<br />

van de vroegere firmanten, schreef in 1971, op bijna<br />

tachtigjarige leeftijd zijn herinneringen op. Met<br />

een schrift van zeventig bladzijden vol herinneringen<br />

liet hij een rijke bron aan feiten en anekdotes<br />

na. Talrijke familiefoto's en krantenartikelen helpen<br />

mee de verhalen tot leven te wekken. In die<br />

krantenartikelen werd meestal geschreven over<br />

hun bekende hengstenhouderij of over hun grote<br />

vakkennis op het gebied van paardenkeuringen en<br />

jureringen tijdens concoursen. De paardenhandel<br />

echter, de financiële basis van het bedrijf, kreeg tot<br />

nu toe veel minder aandacht.<br />

Goed voorbereid<br />

Jan Egbert Dijk jr. vertelde voor dit artikel wat hij<br />

nog wist over de afgelopen zestig jaar. Zijn vader<br />

Egbert (1891) en diens broer Jacob (1892) stamden<br />

uit een familie van boeren en handelaren in Dieze.<br />

Zijn overgrootvader, Egbert uit 1842, had altijd al<br />

veel paarden voor de handel op voorraad. Zijn<br />

grootvader Jan Egbert sr. (1867) scheen voor de<br />

handel geboren te zijn. Deze besefte al snel dat zijn<br />

zonen, Egbert en Jacob, naast het rijden met de<br />

bokkenwagen en het voetballen met een opgepompte<br />

varkensblaas ook moesten worden voor-


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 141<br />

bereid op de boerderij en de handel. Met de<br />

knechten trokken de twee jongens er al vroeg met<br />

paard en wagen op uit om mee te helpen bij het<br />

hooien of het uitspreiden van de mest. Moeder<br />

Hendrikien Dijk-Jans hield van orde en aanpakken<br />

en had oog voor anderen. Ze zorgde dat er op<br />

donderdag enkele vierduiten in de vensterbank<br />

lagen voor de langskomende bedelaars.<br />

Meestal brachten de dienstmeisjes de melk van<br />

de boerderij naar de klanten in de stad. Soms, als<br />

ze 'aan het spinnen waren', vrijaf hadden, moesten<br />

de broers de melk rondbrengen. Ze werden<br />

ook wel eens op pad gestuurd om overtollige melk<br />

te verkopen. Dat kon op de Grote Markt voor de<br />

Harmonie, waar vooral schippers de afnemers<br />

waren. Voor een mengel (1 liter) betaalde je acht<br />

cent, een oord (halve liter) was ook mogelijk.<br />

Als veel koeien in een zelfde periode hadden<br />

gekalfd, was er veel meer melk dan de vaste klantenkring<br />

vroeg. Melk van pas afgekalfde koeien<br />

bevat weinig vet en werd door de klant als waterig<br />

beoordeeld. Als Egbert en Jacob de melk in de<br />

buurt wilden verkopen, kregen ze aan de deur<br />

soms te horen: 'We schrobben vandaag niet.'<br />

Binnen het netwerk van handelscontacten dat<br />

hun vader Jan Egbert vóór 1900 had opgebouwd<br />

kwamen ook veel buitenlanders voor. Dat was de<br />

aanleiding voor Jan Egbert zijn zonen talen te<br />

laten leren. Egbert en Jacob werden naar de Franse<br />

school van meester Brouwer aan het Grote Kerkplein<br />

gestuurd. Egbert ging in april 1906 naar een<br />

kostschool in Boskoop om Duits en Engels te<br />

leren. Hij bleef daar bijna twee jaar. In Boskoop<br />

studeerden ook veel kinderen van buitenlandse<br />

handelaren.<br />

Jacob volgde na de Franse school lessen aan<br />

het instituut Loman aan de Emmawijk 1. Onderweg<br />

moest hij vaak met de schooltas op de rug nog<br />

enkele koeien of een paard meenemen naar de<br />

markt of afleveren aan de Veelading aan de Willemsvaart.<br />

Het Veeladingcomplex naast het<br />

spoorlijntje naar Kampen bestond uit een laadperron<br />

en een grote veestalling.<br />

Later werden de beide broers naar België<br />

gestuurd om het Frans nog vlotter te leren spreken.<br />

Egbert ging naar Visé en Jacob werd als<br />

volontair geplaatst bij een bekende, de joodse vee-<br />

handelaar Jacques Samuël aan de Rue des Paradis<br />

in Luik. Eens per veertien dagen kocht Samuël<br />

zo'n dertig koeien in Zwolle. Jacob moest ze dan<br />

in Luik melken. Afgemolken koeien gingen terug<br />

naar Zwolle voor de slacht. De handel naar België<br />

nam flink toe.<br />

In 1908 kocht vader Jan Egbert in opdracht van<br />

Mornard Relinne honderden koeien in Zwolle en<br />

Leeuwarden. Per stuk verdiende hij dan 10 gulden.<br />

Jan Egbert Dijk, 1867 -<br />

1941. De vader van<br />

Egbert (1891) en Jacob<br />

(1892). (Collectie Dijk)<br />

De hengst Patriarch<br />

wordt getoond achter de<br />

boerderij aan de Meppelerstraatweg.<br />

Op de<br />

achtergrond is de marechausseekazernezichtbaar<br />

en de achterkant<br />

van de huizen aan de<br />

Jupiterstraat. De foto is<br />

genomen omstreeks<br />

1950. (Collectie Dijk)


De nieuwe stal uit 1905,<br />

met uitstekend paardenhoofd<br />

en de uitgebeitelde<br />

woorden 'ƒ.<br />

Dijk' en 'Luxe paarden'.<br />

Deze stal is nu<br />

verbouwd tot woning<br />

van de familie].E. Dijk.<br />

Rechts naast de stal lag<br />

de een jaar later<br />

gebouwde villa, zie ook<br />

de rubriek 'Groeten uit<br />

Zwolle. (CollectieDijk)<br />

142<br />

Jacob mocht vervolgens in 1909 met zijn vader<br />

mee naar de Cinquantenaire, de markthallen in<br />

Brussel, om Belgische trekpaarden te kopen.<br />

Omstreeks 1910, toen de broers tegen de twintig<br />

waren, hadden ze een stevige theoretische en<br />

praktische opleiding achter de rug. Jacob schreef<br />

openhartig: 'Wij zijn vader wel dankbaar dat hij<br />

ons zo heeft laten leren.'<br />

Op de markt<br />

In die tijd werden vanuit de boerderij aan de Meppelerstraatweg<br />

al veel paarden verhandeld, maar<br />

niet alle paarden vonden een nieuwe eigenaar. De<br />

overgebleven exemplaren gingen naar tientallen<br />

markten en jaarmarkten. Extra treinen reden op<br />

marktdag vanaf de Veelading aan de Willemsvaart<br />

naar Leeuwarden, Utrecht, Gorinchem of Haarlem.<br />

Na aankomst op het station maakten vader<br />

en zoons Dijk vaak gebruik van het gereedstaande<br />

hotelrijtuig, een service die de betere hotels hun<br />

gasten boden. De paardenknechts brachten de<br />

paarden te voet naar de markt. Vanaf station<br />

Leeuwarden naar de markt in Kollum was dat nog<br />

zeker enige uren lopen.<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Iedere maand werd aan de Zwolse Brink en<br />

Diezerkade paardenmarkt gehouden. Het in stap<br />

en draf laten zien van de paarden, het 'monsteren',<br />

gebeurde op de Rhijnvis Feithlaan of op het Diezerplein.<br />

De boeren verkochten daar vaak hun<br />

afgerichte paarden en keerden huiswaarts met een<br />

jong nog niet beleerd paard.<br />

In Utrecht deed vader Jan Egbert altijd veel<br />

zaken met Worms, een handelaar uit Colmar in<br />

Elzas-Lotharingen. In Rotterdam had Dijk een<br />

vaste klantenkring in het havengebied. Vele<br />

'petroleumpaarden', werkzaam op de olieraffinaderijen,<br />

werden door Dijk geleverd.<br />

Dijk haalde veel paarden uit de omgeving van<br />

Aurich en Oldenburg, omdat die in Noord-Oost<br />

Nederland erg op prijs werden gesteld. Honderden<br />

hengsten uit dit gebied vonden via Dijk een<br />

nieuwe eigenaar, hij exporteerde zelfs naar Amerika.<br />

Regelmatig ging hij naar Duitsland om<br />

geschikte dekhengsten te zoeken voor het dekstation<br />

in Zwolle. In de tijd dat Dijk nog geen telefoon<br />

had maar wel regelmatig telegrammen moest<br />

beantwoorden, gebruikte hij de telefoon van grutter<br />

Bartels uit de Vechtstraat. Ook vanuit het bui-


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 143<br />

tenland belde vader Jan Egbert naar Bartels, exact<br />

om zeven uur 's avonds, omdat er dan één van zijn<br />

zoons aanwezig was.<br />

Paarden voor de strijd<br />

Vanaf 1913 kocht Dijk geen paarden meer in het<br />

buitenland, maar kochten de Duitsers en de Fransen<br />

paarden in ons land. Het was een voorbode<br />

van de wereldoorlog. De grote legers werden op<br />

'paardensterkte' gebracht. Hoewel Nederland buiten<br />

de oorlog bleef, vorderde de overheid wel veel<br />

paarden voor de mobilisatie. Boeren en paardenfokkers<br />

moesten paarden en stallen afstaan voor<br />

het leger. Militairen namen ook bij Dijk de paardenstal,<br />

de zolders en het koetshuis in beslag. Jan<br />

Egbert Dijk sr. en de bekende Zwolse stalhouder<br />

Zwartjens kregen de taak de gevorderde paarden<br />

uit Zwolle en omgeving op de Turfmarkt te taxeren.<br />

Nu was het Rijk altijd al een belangrijke afnemer<br />

van paarden van Dijk geweest. De firma leverde<br />

veel paarden aan de marechaussee van de<br />

kazernes in Zwolle, Leeuwarden en Arnhem.<br />

Soms kwamen de jonge marechaussees uit Zwolle<br />

met de trenzen (de hoofdstellen) en al naar de<br />

stallen om een paard van hun keuze uit te zoeken,<br />

ongeveer zoals jonge ICT-managers bij de dealer<br />

hun lease-auto ophalen. Tijdens de diensttijd<br />

bereed men zijn 'eigen' paard. Dijk wees iedereen<br />

al in de stal 'zijn' paard toe, waarop de jonge<br />

De broers Jacob (links)<br />

en Egbert (rechts) Dijk<br />

in 1910. De broers<br />

scheelden net geen jaar,<br />

Egbert werd op 22<br />

november 1891 geboren,<br />

Jacob op 21 november<br />

1892. In december 1893<br />

kregen ze nog een zusje,<br />

Hendrika Frederika.<br />

Jacob schreef in 1971 zijn<br />

memoires, Egbert is de<br />

vader van Jan Egbert<br />

Dijk, de 'jonge Jan'.<br />

(Collectie Dijk)<br />

De Veelading aan de<br />

Weerallee, 1921. Het<br />

Veeladingcomplex<br />

bevond zich naast het<br />

spoorlijntje naar Kampen<br />

en bestond uit een<br />

laadperron en een grote<br />

veestalling. (Foto Eelsingh,<br />

collectie G. de<br />

Weger)


Een pasje van Egbert<br />

Dijk voor de nationale<br />

en internationale landbouwtentoonstelling<br />

in<br />

Den Haag van de<br />

'Koninklijke NederlandscheLandbouwvereeniging'<br />

in 1913. (Collectie<br />

Dijk)<br />

144<br />

Koninklijke Nederig Landbouwvereenïgïno.<br />

Nat. in Intern. Lplbouwtentoonstelliiig<br />

g.—15 Se?t. 1913.<br />

Handteekemng<br />

DOORLOOPEND BEWIJS VAN4H5ANG VOOR<br />

bediende van<br />

J<br />

?..JLi6...Z..<br />

£07<br />

De Secretaris derl(. N. L.<br />

V. R. Y. CKOESEN.<br />

knaap dan ook trots terug reed naar de kazerne.<br />

Het africhten van de paarden voor marechausseedienst<br />

gebeurde in de Konijnenbelten in Westenholte.<br />

Rijksveearts dr. Lubberink en overste Wijnand<br />

deden de geneeskundige keuring en de aankopen.<br />

De boer deugde dus ook niet<br />

Toen Dijk eens rond 1920 zeer vroeg in de ochtend op de fiets richting Veelading<br />

reed om te controleren of de treinwagons gereed stonden, hoorde hij een<br />

paard draven op de Beestenmarkt, nu de Harm Smeengekade. Het bleek een<br />

best Belgisch paard te zijn, begeleid door twee mensen op de fiets. De mannen<br />

wilden het paard wel verkopen. Dijk kocht het paard voor 575 gulden, een veel<br />

te lage prijs. Er zat iets niet pluis. Het paard werd ondergebracht in één van de<br />

veestallen aan de Harm Smeengekade en Dijk riep stiekem de politie. Terwijl<br />

de mannen bij hem aandrongen op betalen arriveerden de agenten en werden<br />

de heren ingerekend. De echte eigenaar van het paard vond later in de veestal<br />

zijn paard terug en beloofde Dijk eerste recht van koop. Later verkocht hij het<br />

paard toch aan een ander voor 1400 gulden. De boer deugde dus ook niet.<br />

L<br />

ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT<br />

Later werden de aankopen door het Rijk centraal<br />

geregeld. Militairen van de remontecommissie<br />

zorgden er voor dat het leger steeds over voldoende<br />

paarden beschikte. De paarden, 'remonten',<br />

moesten geleverd worden aan een paar leveringsplaatsen,<br />

zoals Culemborg. Meestal reisde de<br />

remontecommissie langs de handelaren om te kijken<br />

wie hoeveel paarden mocht leveren. De eindkeuring<br />

vond dan plaats in Culemborg. Op een<br />

keer moest Dijk daar twaalf zwarte paarden laten<br />

keuren. Hij verscheen echter met dertien paarden,<br />

twaalf zwarte en een donkerbruine. Bij de keuring<br />

op verrichtingen en gebreken werd het bruine<br />

paard om zijn kleur geweigerd. Dit paard wilde<br />

niet aangespannen worden en moest dus als ruiterpaard<br />

verkocht worden. Als dat niet zou lukken<br />

betekende dat een flinke verliespost. Het legeronderdeel<br />

van de marechaussee gebruikte geen menpaarden,<br />

maar alleen rijpaarden. Het paard liet<br />

zich bij het voordraven van z'n beste kant zien en<br />

Egbert duidde de remontecommissie dat hij juist<br />

dit paard had meegenomen omdat hij het zo'n<br />

typisch 'marechausseepaard' vond. Na een week<br />

beraad was ook nummer dertien verkocht en had<br />

Dijk een zorg minder.<br />

Midden onder de Eerste Wereldoorlog, in<br />

1916, kondigde een Duitse tussenpersoon aan dat<br />

op zekere dag bij de Veelading paarden voor uitvoer<br />

naar Duitsland aangeboden konden worden.<br />

De Duitse tussenhandelaren die de paarden moesten<br />

kopen waren echter al een dag eerder gearriveerd.<br />

Jan Egbert Dijk nodigde ze prompt bij hem<br />

thuis uit en liet ze 77 paarden zien. De inkopers<br />

vonden er 75 goed genoeg voor export naar Duitsland.<br />

De volgende dag kon Dijk fluitend naar de<br />

Veelading. Jacob herinnert zich dat het hem 'duizelde'<br />

toen hij de cheque kreeg van 75 keer 1325<br />

gulden, samen bijna een ton. De twee overgebleven<br />

paarden werden voor een zacht prijsje verloot<br />

onder de aanwezige boeren.<br />

Het vredesjaar<br />

Vanaf 1918 handelden de broers Egbert en Jacob<br />

ook voor eigen rekening, buiten hun vader om.<br />

Een eerste zorg na de oorlogstijd was het te gelde<br />

maken van alle Duitse marken die ze nog in hun<br />

bezit hadden. Omwisselen bij de bank betekende


ZWOLS HISTORISCH TIJDSCHRIFT 145<br />

verlies lijden, er iets voor kopen was dus het beste.<br />

Nadat de broers een importvergunning hadden<br />

bemachtigd, kochten ze enkele dure Duitse hengsten.<br />

Omdat Nederland buiten de oorlog was gebleven,<br />

was hier de veestapel nog redelijk op peil.<br />

Veel Belgische vluchtelingen probeerden bij<br />

terugkeer naar hun land met koeien van hier hun<br />

uitgedunde veestapel weer aan te vullen. Direct na<br />

de oorlog probeerde Dijk voor terugkerende Belgen<br />

ongeveer 200 'vluchtelingenkoeien' naar België<br />

te exporteren. Een kleine proefzending koeien<br />

liep bij Maastricht in de fuik en werd door de Belgische<br />

douane in beslag genomen. Tot overmaat<br />

van ramp brak onder de koeien ook nog mond- en<br />

klauwzeer uit. Hoewel de rest van de zending bijtijds<br />

terug naar Zwolle werd gedirigeerd, kostte<br />

deze exportpoging veel geld.<br />

Interbellum<br />

Omstreeks 1920 kwam de paardenhandel naar<br />

Duitsland weer op gang, omdat de politieke situatie<br />

verbeterde. De vraag naar paarden was<br />

enorm, omdat duizenden paarden tijdens de oorlog<br />

waren gedood. Van vrije invoer was voorlopig<br />

geen sprake zolang Duitsland bezet gebied bleef.<br />

Toch leverde Dijk in deze periode vele honderden<br />

paarden. Om voldoende verkoopvoorraad te hebben<br />

moesten overal in Nederland paarden worden<br />

aangekocht. Dijk plaatste in een krant op Texel<br />

een advertentie met de mededeling dat de firma<br />

op marktdag paarden wenste aan te kopen. Het<br />

werd een succesvolle dag en met 21 paarden stak<br />

men 's avonds over naar Den Helder.<br />

Na enige tijd echter stagneerde de handel met<br />

Duitsland opnieuw. Per paard moesten 500 marken<br />

invoerrechten worden neergeteld en dat was<br />

te veel om nog winst te maken. De export viel weg,<br />

maar de politieke situatie bleef voor 1930 in Duitsland<br />

redelijk stabiel. Dijk probeerde voortdurend<br />

nieuwe handelsterreinen te vinden. Zo leverde de<br />

firma toch nog tientallen paarden aan Duitse bierbrouwerijen.<br />

In Neu-Brandenburg kocht Dijk<br />

merries voor verkoop in Nederland. Vanuit Brandenburg<br />

vervoerde hij ook paarden en kalveren<br />

per trein naar Tsjechië of Slowakije. Bij een dergelijk<br />

lang transport ging een kleine verzameling<br />

List en Bedrog<br />

Niet altijd zat het goed met de centen. Aan huis werden<br />

eens twee beste paarden voor een stevige prijs<br />

verkocht aan een dame uit Rotterdam. De levering<br />

zou ook in Rotterdam plaatsvinden. Na de koop<br />

werd keurig een cheque uitgeschreven. Maar toen<br />

Jacob net voor de aflevering in Rotterdam toch nog<br />

even informeerde naar de kredietwaardigheid van de<br />

dame, kreeg hij argwaan. Hij besloot alsnog contant<br />

geld te vragen. Zijn handelsinstinct bedroog hem<br />

niet, de dame bleek inderdaad geen cent te bezitten.<br />

Is dat niet mijn koe?<br />

Op weg naar zijn stamcafé kwam Jacob op een zaterdagavond eens een man<br />

tegen die een koe begeleidde. De man was onderweg naar de nachtboot op<br />

Amsterdam. Omdat Dijk vermoedde dat het een koe van hemzelf was, sommeerde<br />

hij de man de koe af te staan. Verschrikt liet deze de koe los en rende<br />

weg. Na enig zoeken werd de dief ontdekt in een heg, maar opnieuw volgde<br />

een vluchtpoging. Verscholen in een greppel van een twijgwaard, met een<br />

groot mes op zak, werd hij even later aangehouden.<br />

Jan EgbertDijk, de 'jonge<br />