29.08.2013 Views

Het stelsel van hoorigheid onder het huis Ootmarsum - Historisch ...

Het stelsel van hoorigheid onder het huis Ootmarsum - Historisch ...

Het stelsel van hoorigheid onder het huis Ootmarsum - Historisch ...

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

HET STELSEL VAN HOORIGHEID ONDER<br />

HET HUIS OOTMARSUM.<br />

DOOR<br />

W. H. DINGELDEIN.<br />

De geschiedenis <strong>van</strong> de Commanderij der Dultsehe Orde<br />

te <strong>Ootmarsum</strong> sinds hare stichting in <strong>het</strong> jaar 1262 tot aan<br />

haar seculansatte in de eerste helft der zeventiende eeuw is<br />

door C. J. Snuif naar de bronnen beschreven. IJ nadat Mr.<br />

G. J. ter Kuile reeds alles had samengevat. wat hem over<br />

dit <strong>huis</strong> als havezate bekend was. 2J Van de economische<br />

geschiedenis <strong>van</strong> <strong>het</strong> goed. berustend op <strong>het</strong> <strong>stelsel</strong> der<br />

<strong>hoorigheid</strong>. maken beiden slechts terloops gewag. daar dit<br />

<strong>onder</strong>deel der historie buiten hun bestek lag. Aan beiden<br />

waren bronnen bekend. waaruit met vrucht nadere gegevens<br />

konden worden geput. maar zij moesten er om den opzet,<br />

<strong>van</strong> hun studie <strong>van</strong> af zien. deze aan een dieper <strong>onder</strong>zoek<br />

te <strong>onder</strong>werpen. Om <strong>het</strong> beeld. door beide auteurs <strong>van</strong><br />

verschillende zijde geteekend. verder af te werken.· heb ik<br />

mij tot taak gesteld,. enkele streken eraan toe te voegen. Ik<br />

bepaal mij hier tot een beschouwing over de hoorige rechten.<br />

zooals die door <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> werden uitgeoefend.<br />

De oudste lijst der goederen <strong>van</strong> <strong>het</strong> Duitsche Huis te<br />

<strong>Ootmarsum</strong>. voorzoover die in Twente gelegen zijn. kan<br />

worden samengesteld aan de hand <strong>van</strong> 't Verpondingsregister<br />

1) C.J. Snuif. De Commanderie der Duitsche Orde te <strong>Ootmarsum</strong>. In<br />

Vers\. en Med. 1925, 1-57 = C. J. Snuif. Verzamelde Bijdragen. Amsterdam<br />

1930. b\. 343-383.<br />

2) G. J. ter Kuile, Geschiedkundige Aanteekeningen op de Havezathen<br />

<strong>van</strong> Twenthe, Almelo 1911, b\. 171-178.


78<br />

voor Twente. opgemaakt in 1601 door de richters <strong>van</strong> de<br />

<strong>onder</strong>scheiden richterambten, nadat Ridderschap en Steden<br />

in 1600 hadden besloten tot invoering <strong>van</strong> die verponding<br />

of grondbelasting 1) Dit register vermeldt in dé meeste gevallen<br />

<strong>het</strong> aantal mudden bouwland en <strong>het</strong> aantal dagwerken<br />

hooi- en weldeland. den eigenaar <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf. de lasten en<br />

uitgangen. waarmede <strong>het</strong> bezwaard is. Een ontstellend groot<br />

aantal erven lag echter woest of belmundig tengevolge <strong>van</strong><br />

den oorlog en wordt niet nader omschreven.<br />

Zeer belangrijk is een register uit <strong>het</strong> jaar 1644. aanwezig<br />

in de verzameling <strong>van</strong> de Vereeniging Oudheidkamer<br />

..Twente" te Enschede.P) In den aanhef er<strong>van</strong> verklaart<br />

de richter <strong>van</strong> <strong>het</strong> landgericht <strong>Ootmarsum</strong>. Edzardt <strong>van</strong> der<br />

Marck tot Everlo, dat voor hem en zijn keurncoten Derick<br />

Tijdeman en Wernaer Wernaers compareert Henneus Saur.<br />

beëedigd vetwalter der goederen. behaarend <strong>onder</strong> de gewezen<br />

Commanderie der Ridderlijke Duitsche Orde St. Georg bij<br />

<strong>Ootmarsum</strong>. nu toekomend aan den heer Joan Diederich <strong>van</strong><br />

Heijden, volgens permutatie, met genoemde Orde gemaakt.<br />

Derentmeester betuigt. dat hij op last <strong>van</strong> zijn heer principaal<br />

alle meiers, eiqenhooriqen, ketters, pachters, dienstplichtigen<br />

of eenig emolument presteerendenvoor zich heeft gedagvaard.<br />

om hem een duidelijke. zuivere en oprechte opgave te doen<br />

<strong>van</strong> de hoedanigheid en de grootte hunner <strong>onder</strong>hebbende<br />

goederen. en op te geven. in welke verhouding allen te<br />

zamen en ieder perscolijk met Iijfeiqendom, pachten. tienden.<br />

lijf- en spandiensten. enz. tot <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> staan.<br />

Dat hij comparant diensvolgens de verklarinçen, welke alle<br />

opgekomenen na rijpe vermaning bij hun eere en trouwe in<br />

I) Verpondinge <strong>van</strong> de Twente. Rijksarchiefdepôt in Overijssel. Statenarchief<br />

No. 4616; Richterambten <strong>Ootmarsum</strong> en Oldenzaal.<br />

2) Gerichtliche Verzeichniss des Hauses Othmerschen Renten. mit allen<br />

dazu gehoerigen Hoeffen und Eigenhoerigen sub dato den 20 Decembris<br />

Anno 1644. Archieven Oudheidkamer Twente. Enschede. SOmC/19.


g<br />

79<br />

plaats <strong>van</strong> eede hebben afgelegd. heeft opgeteekend en ad<br />

perpetuam rei memoriam in een register heeft samengevat.<br />

<strong>het</strong>welk hij den richter voorlegt. Hij bekrachtigt <strong>onder</strong> eede<br />

de juistheid <strong>van</strong> zijn register en verzoekt den richter zijn<br />

oorkonde daarop te geven en <strong>het</strong> met zijn zegel te bevestigen.<br />

waaraan wordt voldaan.<br />

De volgende belangrijkste bronnen zijn een Protocolboek<br />

<strong>van</strong> erfwinningen. opvaarten. versterven en vrijkoopingen.<br />

z<strong>onder</strong> eenige <strong>onder</strong>breking doorloopend <strong>van</strong> 1684 tot 1798. 1 )<br />

en een daarbij aansluitend Copieboek <strong>van</strong> erfwinninqs-, huuren<br />

opvaartsbrieven, <strong>van</strong> 1796 tot 1805. 2) Daarna komt een<br />

register der inkomsten <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> over <strong>het</strong><br />

jaar 1711. dat door groote nauwkeurigheid uitmunt en een<br />

overzicht geeft <strong>van</strong> alle erven, kottersplaatsen en woners. de<br />

havezaatslanderljen, stukswijze verpachte erven en behuizingen.<br />

tienden en wasgeld. uitstaande kapitalen. aanwinsten sedert<br />

1694. en een lijst der havezaatslanderijen. 3) Van <strong>het</strong> jaar<br />

1770 is de uitvoerige rekening <strong>van</strong> inkomsten en uitgaven,<br />

opgemaakt door den rentmeester Joan Georg Dröqhoorn,<br />

eveneens bewaard gebleven. 4) doch jammer genoeg is <strong>het</strong><br />

eerste blad. waarop de inkomsten uit de erven, ketten en<br />

huizen in de boersehappen Klein- en Groot Aqelo, Nutter<br />

en Oud-<strong>Ootmarsum</strong> verantwoord waren, verdwenen. Dan<br />

zijn er eenige kleinere bronnen, die ik onvermeld laat en<br />

waar<strong>van</strong> ik alleen een lijst <strong>van</strong> casueele prestaties de'! meiers<br />

1) Protocol <strong>van</strong> erfwinningen, opvaarten. versterven en vrijcopen der<br />

Huyses Ootmarssen ab anno 1684. \Archieven Oudheidkamer Twente,<br />

Enschede, SOm/C 24.<br />

2) Copiën <strong>van</strong> erfwinnings-briefen, huurbriefen en opwaartsbriefen 1796.<br />

Archieven Oudheidkamer Twente, Enschede. SOm/C 26.<br />

3) Register der intraden des hauses Ootmarssum presenteturn per Dr.<br />

Perizonius den 3 Aug. 1712. Archieven Oudheidkamer Twente, Enschede,<br />

SOm/C 22.<br />

4) Jaar-rekening der inkomsten en pagten des Huyses Ootmarssum .de<br />

Anno 1770. Archieven Oudheidkamer Twente, Enschede', SOm/C 23.


80<br />

<strong>van</strong> 1636 af noem, 1) die voor 't begin niet volle dig en be'<br />

trouwbaar is, Er zijn ook oudere Protocolboeken op 't Huis<br />

<strong>Ootmarsum</strong> geweest. en dikwijls wordt daar in 't nieuwe<br />

boek. dat met 1681 begint. naar verwezen, maar ze zijn<br />

helaas spoorloos verdwenen,<br />

De goederen <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> moeten worden<br />

<strong>onder</strong>scheiden in de volgende groepen: a) <strong>het</strong> <strong>huis</strong> met zijn<br />

tuinen. bosselten, park, visscherijen en wildbaan, b) de landerijen<br />

der havezate. bestaande in bouwlands. welland en<br />

hooiland, c) de molens en tichelwerken. d) de los verhuurde<br />

landerijen en huizen, e) de erven, kottersplaatsen en woners.<br />

Over de laatste groep zal hier in verband met de hoorige<br />

rechten sprake zijn.<br />

*<br />

* *<br />

Aan de hand <strong>van</strong> <strong>het</strong> Verpondingsregister uit 1601 en <strong>het</strong><br />

bovenbedoeld register <strong>van</strong> H. Saur uit 1611 kan de volqende<br />

tabel worden opgemaakt. waarin tevens vermeld wordt, <strong>van</strong><br />

welke kwaliteit ten opzichte <strong>van</strong> de <strong>hoorigheid</strong> de goederen<br />

waren en en hoe hun tegenwoordige naam is. Enkele zijn<br />

verdwenen.<br />

Verponding<br />

1601<br />

Register Soort I<br />

1614 I <strong>van</strong> goe d<br />

Landgericht <strong>Ootmarsum</strong><br />

Kwaliteit<br />

Tegenwoordige<br />

naam<br />

Boerschap K1ein-Agelo<br />

ten Have of<br />

.Hanhoff ten Have erf wasechtig Heuver<br />

Koepinck Koepingh erf elqenhooriq Keupink<br />

Steveninck Steveningk erf eigenhoorig Steveli~k<br />

Klaerman Claring erf eigenhoorig<br />

Kleine Lutteke<br />

Steveninck Stevenniqh half erf eigenhoorig Vinke<br />

1) Speciflcatie of lijste <strong>van</strong> erfwinningen, versterven, opvaartenen vrijcopen<br />

<strong>van</strong> de meijeren des Huijses Ootmarssum ab Anno 1636. Archieven<br />

Oudheidkamer Twente. Enschede. SOmlC 20.


81<br />

Verponding Register I Soort I Kwaliteit<br />

Tegenwoorise:<br />

1644 <strong>van</strong> goedi dige naam<br />

Ouiszman ter Ouis erf eigenhoorig verdwenen<br />

Brockhusz Broick<strong>huis</strong> erf eigenhaarig Brook<strong>huis</strong><br />

Wechusz ten Wec<strong>huis</strong> kotten eigenhaarig Weg<strong>huis</strong><br />

Finekenhuls ketten eigenhaarig ?<br />

Boerschap Groot-Aqelo<br />

Timan ten Tije half erf wasechtig Tijman<br />

Aestertuen Oestertuin erf eigenhaarig Toenink<br />

Meijnert Meineringh erf eigenhoorig? Meeadert<br />

Bussink Busch erf eigenhaarig Bosch<br />

Holtwick die Holtwiek erf eigenhoorig Holtwijk<br />

Vdtheusgen kotten eiqenhcoriq Veld<strong>huis</strong><br />

Boerschap Nutter en Oud-<strong>Ootmarsum</strong><br />

Ottynck Ottingk half erf eigenhoorig Ottink<br />

Grote Pastel! Grote Postell erf eigenhaarig Voorpastel<br />

Achterpostell Lutteke erf eigenhoorig Achterpostel<br />

Postell<br />

Haselbecke Haszelbecke erf eigenhaarig Hazelbekke<br />

Boerschap Tilligte<br />

Brugginck Bruggingh half erf eigenhoorig Bruggink<br />

Mensemen Mensingh erf wasechtig Mensink<br />

Borchggrevinck Burggrevingh erf wasechtig Borggreve<br />

Langekamp Langkamp erf wasechtig Langkamp<br />

Steginck Stegingh erf eigenhaarig Steggink<br />

Kinhusz Kin<strong>huis</strong> erf wasechtiq Kien<strong>huis</strong><br />

Engte ten Enkte erf wasechtig Enktman<br />

Graell Graell erf wasechtig Graal<br />

of Santvort ketten eigenhaarig Sandvoort<br />

Bokum Bockum erf eiqenhoorrq Bokum<br />

Granefeldt Grondelt kotten wasechtig Groeneveld<br />

Rekersz husz Reeekers huijsz kotten eigenhaarig Reker<br />

Maselandt Maesslandt half erf wasechtig Maseland


82<br />

Verponding Register Soort I Teqenwoor-<br />

Kwaliteit<br />

1601 1644 <strong>van</strong> goed dige naam<br />

I<br />

Kampstede I Kampstedde Büsschers<strong>huis</strong><br />

Wevers<strong>huis</strong><br />

half erf<br />

kotten<br />

wasechtig<br />

wasechtiq<br />

KampstIe<br />

Busscher<br />

en de Imhorst kotten wasechtig (verdwenen)<br />

de Schal Schal<strong>huis</strong> kotten wasechtig<br />

I Schalman<br />

dat Wtmbsell woning eigenhoorig de Schutte<br />

Boerschap Lattrop i<br />

!<br />

Busschluck Buschingh erf eigenhoorig Bossink<br />

Hofstede ter Höefstedt half erf wasechtig ? Hofstee<br />

DasseIer ten DasseIer half erf eigenhoorig Dassèler<br />

Voet kotten eigenhoorig Voet<br />

Kraecke kotten eigenhoorig Krake<br />

Boerschap Noord-Deurningen<br />

llandt ten Handt I erf I wasechtig I Hand<br />

Boerschap Denekamp<br />

Gervelinck Gervelinqh I erf I eiqenhoortq \ (verdwenen)<br />

Boerschap Reutum<br />

Leferman Leverdingh I erf I wasechtig Leferink<br />

Lamberdinck Lammerdingh erf wasechtig Lammerink<br />

Boerschap Geesteren<br />

Hamer .Hammeringh I erf I eiqenhoortq I Hamert<br />

Boerschap Mander<br />

Tiehusz \ ten Tije I erf eigenhoorig I (verdwenen)<br />

Boerschap Vasse.<br />

Mastlack Mastinqh I erf<br />

eigenhoorig de Mast<br />

Wermelt Wermoldinqh ert eiqenhooriq Wermelink<br />

Landgericht Oldenzaal<br />

Boerschap Beuningen<br />

Hunderman die Hunder I erf I eigenhoorig I (verdwenen)<br />

I


83<br />

Verponding Register I Soort I Teqenwoor-<br />

Kwaliteit<br />

1601 1611 i<strong>van</strong> goed dlge naam<br />

Boersehap de Lutte<br />

Hanhoff Hanhoeff erf I eigenhoorig Hanhof<br />

Roverinck Roeveringh erf wasechtig Reuver<br />

Cruesel Crussell erf eigenhoorig Kruisselt<br />

Sanderinck Sandering erf eigenhoorig Sanderink<br />

Schasfoert Schassfort kotten eigenhoorig Schasfoort<br />

die Wohnung<br />

offre Nordtkamp I kotten eigenhoorig de Wonniger<br />

BloemendalI Bloementhaell kotten eigeo,hoorig Bloemen<br />

Boerschap Volte<br />

Hubbelinck Hubhelding erf eigenhoorig Hobbelt<br />

Sanderinck Sandering erf eigenhoorig Sanderink<br />

Grijpinck Gripinck erf eigenhoorig Griep<br />

Boerschap Rossum<br />

Engberinck Engelbertingh erf wasechtig Engberink<br />

Laeck Laick erf wasechtig Laak<br />

Volgerman W olcherinck erf wasechtig Wolcherink<br />

Bus Busch erf eigenhoorig Bosch<br />

Schepers erve Lovelingh of<br />

Schepershuys erf eigenhoorig Scheper<br />

Hoffstee Hoefstedt erf eigenhoorig (verdwenen)<br />

Camphuijs<br />

-I<br />

Boersehap Deurningen ,<br />

Kamp<strong>huis</strong> I erf I eigenhoorig I Kamp<strong>huis</strong><br />

Goessing<br />

Oelrich<br />

Graafschap Bentheim<br />

Boersehap Getelo<br />

I erf<br />

I eigenhoorig<br />

erf eigenhoorig<br />

Boersehap Itterbeek<br />

Goossink<br />

Olerink<br />

Werschingh I erf I eigenhoorig I Weersink


84<br />

Verponding Register Soort I<br />

1601 1644 I <strong>van</strong> goed<br />

I<br />

Boerschap Halle<br />

K I ·· I Teqenwoorwa<br />

Helt di<br />

Ige naam<br />

Bruggingh I erf I eigenhoorig I. Bruggink<br />

Westerig I erf eigenhoqrig Westrik<br />

Boerschap Binnenborg<br />

I Roeckeringh I erf I eigenhoorig I Rökker<br />

I<br />

Boerschap Volzel<br />

Volselmans I erf I eigenhoorig I Volzelmann<br />

Stegingh erf eigenhoorig Stegink<br />

Boerschap Klein Ringe<br />

I Herspingh I erf I eigenhoorig I Herspink<br />

Behalve deze erven en kotten behoorden aan <strong>het</strong> Huis<br />

<strong>Ootmarsum</strong> in 1644 een aantal tienden en tinsen of uitgangen.<br />

te weten: een fahrtins uit <strong>het</strong> erf Wiechering(Wiegink) in<br />

Klein Aqelo, een sloptiende en een bloedige tiende uit <strong>het</strong><br />

erf Arningh (Aarnink) in Tilliqte, een sloptiende uit <strong>het</strong> erf<br />

Schulte (Schalte) te Mander. een sloptiende uit den Hoeff<br />

tot Heringe (Heerink) in de Mekkelhorst, boerschap Beuningen.<br />

een uitgang uit <strong>het</strong> erf Spraeckstedde (Spraakstede) in de<br />

Lutte. een fahrtins uit <strong>het</strong> erf Aijnck (Oïnk) in Lemselo, een<br />

uitgang uit den molen der stad Enschede. een uitgang uit de<br />

Borch Boningen (Borq-Beuninqen]. een fahrtins uit <strong>het</strong> erf<br />

Wijfferinq (Wiefferink) in Hardingen. de grove en de smalle<br />

tienden uit de erven Gerdeman (Geerdink) en Wigbelink in<br />

Vasse. Teussingh (Teusse) en Hulsskotte in Reutum. Bodde.<br />

Elver~an en Kuckes (Kuks) in Oud-<strong>Ootmarsum</strong>. een garf~<br />

tiende uit <strong>het</strong> erf Kalter in de Lutte.<br />

Dan behoorden er <strong>onder</strong> de havezathe <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>huis</strong> <strong>Ootmarsum</strong><br />

ruim 60 mud bouwland. die in eigen gebruik waren,<br />

evenals 36 koeweiden (weidegelegenheid voor 36 koeien) en


85<br />

39 dagwerk hooiland. Verhuurd waren 10 groote weiden en<br />

maten .. terwijl de scheper met een kudde <strong>van</strong> 200 stuks uittrok.<br />

Ter wille <strong>van</strong> de studie der veldnamen geef ik hier de<br />

namen <strong>van</strong> <strong>het</strong> bouwland, dat in eigen gebruik was met de<br />

namen volgens de Rekening over 1711 tusschen haakjes er<br />

achter: Een kempgen aen die Grote Mathe (Grote Maets-<br />

. kampken), gehieten dat Nije landt, den Grips kamp, (Grüpskamp)<br />

den Kuckenkamp. dat Breitlandt buy ten den schlagbom,<br />

(Brekelandt). den Hoegen Garden. den Stubbenkamp. (Stobbencamp).<br />

die Mullenbree (Meulenbree). Heer Sijberqs stucke<br />

(Sijbergsche stuck). die Krumhuerde, der Nijenbusch, achter<br />

Koeping kempqen, die Konningsbree. die Lanqheeqe, (Lange<br />

Hegge). dat Stenige stucke, (Steenige stuck) die Knutzbergh,<br />

(Knotsbelt) dat Langstucke (<strong>het</strong> Lange stuck) dat Scheppel<br />

stucke, Staelwillems stucke, (Stall Wilms stuck), aen die<br />

Lutteke ketten (Stuk aen den Luttken Corten). in Roebenkampe,<br />

Ufm Pol (Stuk op den Poll), dat Vijffscheppels stucke,<br />

Henricus Landt, die Hoehchebree en die Glibacker (Glipacker).<br />

De navolgende hooimaten en koeweiden waren in gebruik:<br />

die Grote Mahte, die Hohe Kamp, die Wehrt (den Weert),<br />

die W~ch Mahte (Wegmaete), die Reusche Mahte (Russche<br />

maet), die Wildehoeff (Wildenhoff), die Groete Ovelqun<br />

(Grate Ovelgunne), die Lutteke Ovelgun (Kleine Ovelgunne).<br />

die Boesekolck (Beusen Kolken). die Mersch (Wümseler Mers).<br />

dat Wimbsel (Hooge Wijmsel). die Hohe Borch, Suss Mahte,<br />

die Perde Mahre, die Stoembs Mahte (Storm maete) en dat<br />

Gietlee deill (Getelaer deel).<br />

Bovenstaande opgaven bewijzen duidelijk en klaar. welk<br />

een vorstelijk bezit de Duitsche Ridders langzamerhand hadden<br />

weten te verwerven. en dat de nieuwe goedsheer Johan<br />

Diedertk <strong>van</strong> Heijden zich met de voornaamsten in Twente,<br />

als die <strong>van</strong> Almelo en Twickel. kon meten. <strong>Het</strong> spreekt<br />

welhaast <strong>van</strong>zelf. dat in <strong>het</strong> tijdvak <strong>van</strong> meer dan anderhalve<br />

eeuw. <strong>van</strong> 1644 tot 1810, gedurende <strong>het</strong>welk de Van Heijdens<br />

er den scepter over zwaaiden. nu eens erven of losse per-


86<br />

ceelen zijn verkocht, dan weer zijn aangekocht of door ruiling<br />

verkregen. De hoofdmassa is echter intact gebleven, en daarom<br />

-zal ik, hier op de nieuwe aanwinsten en verkoopingen niet<br />

ingaan, hoe verleidelijk dit ook mag zijn.<br />

Om een beeld te geven <strong>van</strong> den aard der verklaringen<br />

uit 1644 zal ik hier aanhalen, wat er staat over <strong>het</strong> erf, dat<br />

nummer 1 <strong>van</strong> <strong>het</strong> register is, namelijk de Hof Agelo, welks<br />

bewoners of eiqenaars oudtijds tot den praefeedalen adel<br />

behoorden en genoemd worden in oorkonden <strong>van</strong> de 13e<br />

en de l1e eeuw. 1)<br />

... ~. is gecompareert Bartholt ten Haeven, die welcker<br />

erst, ende alle andere naebeschreven folgents ernstlicken<br />

sijnnen verrnanet. dat sij op allet, daerover sij gefraegt,<br />

aen eijdts stadt sollen antworden, ende nijets verschwiegen.<br />

Helft alsoo voerss. Bartholt ten Haven, vermaent ende<br />

gefraegt sijnde,gesagt dat hij im wedewen standt sittende,<br />

var sijn persahn aen <strong>het</strong> Huijs Oetmerschen eigenhoerig<br />

in die wasechte, betaele jaerlicx een halff pont wasses,<br />

sij omtrint vijlftig jaer dat hij dat erve aengenohmen,<br />

ende dat erffgewin var sick, ende sijn sahlige vrouwe<br />

op haerer beider levent. wie oock sijn vader en moeders<br />

versterff tsamen veraceordert var 70 daler 't stuck ad<br />

dertich stufer gereckent, ende helft voor sestien jaeren<br />

1) Theodoricus de Aqelo, ridder en bisschoppelijk schout <strong>van</strong> .Dwinthie"<br />

(Twente 7) en Stephanus de Agelo traden op als getuigen in een acte <strong>van</strong><br />

11 Juli 1255. waarbij de ridder Jacob <strong>van</strong> Saterslo en zijn vrouwafstand<br />

deden <strong>van</strong> hun aanspraken op den hof Elveter of den Monnikhof in de<br />

Lutte (Staatsarchiv Düsseldorf. Werdener Urkunden No. 40. afgedrukt bij<br />

W. Sauer. Zur Geschichte der Besitzungen der Abtei Werden. I. Das<br />

officium Grimheri in Elvltert, Zeitschr. des Bergischen Geschichtverems,<br />

XXXIII. Band. 1897. S. 81). - Albertus en Hermannus de Agio waren<br />

tegenwoordig bij een zoen tusschen de edelen Ludolf en Baldewin <strong>van</strong><br />

Steinfurt en den ridder Hoyer <strong>van</strong> Delden over goederen in Twente. 29<br />

Sept. 1275 (Inventare der nichtstaatlichen Archive. Kreis Steinfurt. Burgsteinfurt.<br />

Schloss. II. Rep .• B. (Steinfurtische Lehen).


87<br />

sijner sahliger vrouwen versterff, ende sijnes sohnes ende<br />

derselven ehefrauwen erffgewin t'samen veraccordeert<br />

voor ein h<strong>onder</strong>t dertich daler current, segt oock dat<br />

sijn <strong>onder</strong>hebbende erve, genoembt ten Haven aent Huis<br />

Othmerschen gehorigh, ende een gârfferve si], da<strong>van</strong> .<br />

dat Huis Othmerschen die deerde garve opt landt uijt<br />

nembt, ende te profiteeren, doch 'well te verstaen, <strong>het</strong><br />

korn <strong>van</strong> die. deerde garve affcoement: verblijve averst<br />

kaeff en stroe bij den meijer op <strong>het</strong> erve, davor derselve<br />

dan alsoleke deerde garve moet uijtderschen, ende <strong>het</strong><br />

korn- da<strong>van</strong> aen <strong>het</strong> Huis Othmerschen leveren, gelijck<br />

solex bij alle garffgoederen wordt geobservert : segt hebbe<br />

dat erve well met jaeren op die pacht gehat, jaerlicx<br />

voor 12 mudde roggen, item 3 mudde bockwaiten, ende<br />

3 mudde haver, somtijts mehr, somtijts mijn, nae qelegentheit<br />

<strong>van</strong> jaeren; gijfft oock alle jaer twee fastelavents<br />

hoener, gijfft sonsten nijemand nijet, maer grote<br />

en schware schatting aen die Landtschap <strong>van</strong> OverIssell,<br />

gelijck alle ingesettenen des landts doen moeten : dient<br />

oock met dem lijff ende perden, alleen met soennen<br />

uijt ende in. sij averst nijet schuldigh heren diensten te<br />

doen, noch oock die dienste met gelde te betaelen:<br />

möete oock lijff ende perde dienste aen die stadt <strong>van</strong><br />

Othmerschen presteren, ende mede den borgers bij begevender<br />

gelegentheit binnen der stadt waecken: segt<br />

sijn <strong>onder</strong>hebbende erve omtrint 18 mudde aen saelandt<br />

groet te weesen. item aen hoij: en waidtlandt 3 dagwerck,<br />

sij beschwaert so aen gemener buir als particulir schult<br />

met 220 daler, bij deeses landts verderf ende kriegs<br />

tijden daerop gecommen.<br />

De voorwaarden. waarop de meiers hun erven bebouwden,<br />

waren lang niet gelijk. In den tijd, waaruit dit register daqteekent,<br />

was een verandering bezig zieh te voltrekken, en<br />

wel <strong>van</strong> graanpacht in garfpacht. Ook <strong>van</strong> andere erven


88<br />

dan Heuver wordt verklaard. dat <strong>het</strong> garferven waren, doch<br />

dat de meiers bij tijdenook wel gewoon waren geweest.<br />

graanpacht. te geven. Op de derde garve waren vermeierd:<br />

Heuver. Klarink, Keupink, Lutke Stevelink (Vtnke), ter Duis<br />

. en Vinken<strong>huis</strong> in Klein Agelo. Ottink in Oud-<strong>Ootmarsum</strong>.<br />

Bruggink en Sandvaort in Tilligte. Hofstee in Lattrap. Deels<br />

op de derde. deels op de vierde garve: Stevelink in Klein<br />

Agelo. Meenderink in Groot Agelo; deels op de vierde.<br />

deels op de. vijfde garve: Achterpostel in Oud-<strong>Ootmarsum</strong>.<br />

Mensink. Borggreve. Steggink, Kien<strong>huis</strong>. Enktman en Graal<br />

in Ttlliqte. Bossink in Lattrop; op de derde. vierde en vijfde<br />

garve Langkamp in Tilligte.<br />

Johan Dlederik <strong>van</strong> Heijden en zijn opvolgers hebben<br />

echter al deze garfpachten. zoodra er weer erfwinning moest<br />

gedaan worden. afgeschaft en door graanpachten ver<strong>van</strong>gen.<br />

waardoor de heer op een vast inkomen kon rekenen, zoodat<br />

er sinds 1684. <strong>het</strong> jaar. waarin <strong>het</strong> nieuwe Protocolboek <strong>van</strong><br />

erfwinningen enz. is aangelegd. geen garferven meer bestaan.<br />

De graanpacht (ook voor de qarferven, wanneer de garve<br />

niet uitgenomen werd) bestond meest in rogge. dan in haver.<br />

gerst. boekweit en gerstig zaad of mankzaad ; een enkel maal<br />

moest ook een hoeveelheid boonen, ongehekeld vlas en stroo<br />

worden geleverd. Uit een aantal erven ging bovendien een<br />

kleine geldpacht. De kotter Voet in Lattrap betaalde zuivere<br />

geldpacht en 6 hoenders; de kotten Schasfoort in de Lutte<br />

was vermeierd voor 5 goudgulden. de Wonniger in de Lutte<br />

voor 4 goudgulden. Bloemendal in de Lutte voor 6 daalder<br />

en 2 hoenders. Bijna alle erven en kottersplaatsen qaven<br />

vastenavondhoenders. Ook pachthoenders. pachtvarkens en<br />

pachtganzen worden genoemd. Uit andere gingen tinsen aan<br />

"t Huis <strong>Ootmarsum</strong>; zoo uit Maseland in Tilligte en Krake<br />

in Lattrop respectlevelijk 1 1 /2 en 2 goudgulden ..ridderslag".<br />

Nu en dan is er sprake <strong>van</strong> ..fahrtijns", die gelijk zal staan<br />

met <strong>het</strong> elders. b.v. in de rentambtsrekeningen <strong>van</strong> Twente.<br />

genoemde ..voergeId". Was <strong>het</strong> wellicht een recognitie voor<br />

.'


89<br />

<strong>het</strong> houden <strong>van</strong> paard en wagen? I) Deze fahrtijns bestond<br />

bij <strong>het</strong> tinsplichtige erf Oink in Lemselo, <strong>het</strong> eigenhoorige<br />

erf Westrik in Halle en <strong>het</strong> wastinsige erf Ostertoen of<br />

Toenink in Groot Agelo in ..drie Sijbersche erden pöttger",<br />

te leveren op Kerstavond. Bedoeld wordt aardewerk uit de<br />

pottenbakkerijen <strong>van</strong> Siegburg in 't Westerwoud. waar ook<br />

de bekende baardmannen <strong>van</strong>daan kwamen. evenals uit Frechen<br />

en Raeren.<br />

Tot hand- en spandiensten waren nagenoeg alle erven en<br />

kotten verplicht; de meiers <strong>van</strong> de laatste behoefden alleen<br />

hand- of lijfdiensten te verrichten. Alle comparanten verklaar-<br />

.den. dat zij niet verpliehr waren, die diensten met geld af te<br />

koopen, waaruit de schaarschheid <strong>van</strong> gereed geld in die<br />

dagen blijkt. De boeren <strong>van</strong> Klein Agelo waren bovendien<br />

tot staken en waken ten behoeve <strong>van</strong> de stad <strong>Ootmarsum</strong><br />

verplicht.<br />

De tienden. tinsen en diensten aan anderen dan den goedsheer<br />

waren talrijk. Een beschouwing hier<strong>van</strong> blijve achterwege.<br />

doch alleen worde vermeld. dat uit Tijman in Groot<br />

Agelo de garf- en bloedige tiende aan een Vicarie te <strong>Ootmarsum</strong><br />

ging. uit Meenderink. Bosch en Holtwijk in Groot<br />

Agelo de garftiende uit alle landerijen en de bloedige tiende<br />

aan <strong>het</strong> Kappittel te Oldenzaal, uit Gervelink te Denekamp<br />

de grove en smalle tiende aan <strong>het</strong>zelfde Kappittel. uit Leferink<br />

te Reutum de garf- en bloedige tiende aan Gerdt ten Ham<br />

te Tubbergen, uit Lammerink te Reutum de garf- en -bloediqe<br />

tiende aan de Vrouwe ten Broick te Oldenzaal. uit Tijman<br />

te Mander de garf- en bloedige tiende aan Arndt Waterham<br />

te Oldenzaal. uit Wermelink te Vasse de garf- en bloedige<br />

tiende aan den pastoor te Weerselo. uit Hunderman te<br />

Beuningen de garf- en bloedige tiende aan <strong>het</strong> Kapittel te<br />

Oldenzaal. uit Sanderink in de Lutte idem. uit Schasfoort in<br />

') Fahrtijns werd ook geheven door de abdij Werden. vgl. Rudolf<br />

Kötzschke Rheinische Urbare. Ill, Bonn 1917.


90<br />

de Lutte idem, uit Engberman en Laak te Rossum idem, uit<br />

Welcherink te Rossum de qarf- en bloedige tiende aan [ohan<br />

ten Broick te Oldenzaal. uit Bosch in Rossum de garf~ en<br />

bloedige tiende aan <strong>het</strong> Kapittel te Oldenzaal. uit de Scheper<br />

te Rossum de garftiende aan <strong>het</strong> Kapittel te Oldenzaal, uit<br />

Hofstee te Rossum de garf~ en bloedige tiende aan Adolf<br />

<strong>van</strong> Rensen, richter te Oldenzaal. Zwaar belast waren ook<br />

de erven in her graafschap Bentheim ; zoo ging uit <strong>het</strong> erve<br />

Olerink in Getelo de sloptiende aan <strong>het</strong> Stift Wietmarschen,<br />

uit Weersink in Itterbeek de garf~ en bloedige tiende aan<br />

Rijswijck te Zwolle, uit Herspink in Klein Ringe de garf~<br />

en bloedige tiende aan <strong>het</strong> Huis Hammern in 't Stift Munster.<br />

Hiermede is <strong>het</strong> beeld op verre na niet voltooid. Talrijk<br />

waren de tienden, tinsen en grondrenten uit gedeelten <strong>van</strong><br />

erven en stukken land. aan pastorieën, kerken, vicarieën,<br />

kosterijen, <strong>het</strong> Kapittel te Oldenzaal. den hofmeier <strong>van</strong> Espelo,<br />

<strong>het</strong> Stift Weerselo, <strong>het</strong> Huis ter Koppel in Westfalen, den<br />

graaf <strong>van</strong>: Bentheim en particulieren, enz. Ik vermeld hier<br />

nog, dat uit <strong>het</strong> erf Gervelink te Denekamp aan jonker<br />

Twickeloe op Borg Beuningen tot fahrtijns 2 penningen<br />

gingen, genaamd ..hundtskuntger" en wel uit 3 schepel lands,<br />

Van dit eigenaardige woord hundtskuntger is mij de beteekenis<br />

volkomen onbekend,. waarom ik mij voor verklaring<br />

aanbevolen houd. In een bijz<strong>onder</strong>e positie verkeerde <strong>het</strong><br />

erf Sanderink in Volte, dat vermeierd was voor 18 mud<br />

rogge, ti mud boekweit en 6 mud haver, en dat <strong>van</strong>'t erve<br />

Hobbelink te Volte de 30ste garve uit 3 schepellands beurde,<br />

<strong>van</strong>'t erve Smeeïnk aldaar de 30ste garve uit 1 mud lands<br />

en uit <strong>het</strong> Klooster te Oldenzaal OP' Mldwintersavond een<br />

houten drinkbeker tot fahrtijns. Deze opkomsten <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf<br />

zelf kunnen alleen dagteekenen uit den tijd, toen <strong>het</strong> nog een<br />

vrij goed was.<br />

Met schulden, zoowel particulière- als boer- of marke-.<br />

schulden, waren bijna alle goederen bezwaard, een gevolg<br />

<strong>van</strong> de oorlogsschattingen. <strong>Het</strong> zwaarst waren de Bentheimsche \


91<br />

erven belast; zoo <strong>het</strong> erf Herspink met 1300 daalder: hier<br />

deden de contributies en schattingen, in den Dertigjarigen<br />

Oorlog aan <strong>het</strong> landje Bentheim door vrienden en vijanden<br />

opgelegd. zich geducht gevoelen. J)<br />

* *<br />

*<br />

Bij alle erven en andere goederen in <strong>het</strong> register <strong>van</strong> 1644<br />

wordt vermeld, in welke verhouding <strong>van</strong> <strong>hoorigheid</strong> de<br />

bouwlieden tot <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> stonden, of zij vrij<br />

waren, dan wel hoorig. Dikwijls wordt ook <strong>van</strong> <strong>het</strong> goed<br />

zelf gezegd, <strong>van</strong> welke "natuur" of "kwaliteit" .<strong>het</strong> was,<br />

<strong>het</strong>zij eigenhoorig, <strong>het</strong>zij wasechtig of wastinsig. Hiermede<br />

kom ik tot mijn eigenlijke <strong>onder</strong>werp, <strong>het</strong> <strong>stelsel</strong> <strong>van</strong> hooriqheid.<br />

zooals dit door <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> werd uitgeoefend.<br />

Twee graden <strong>van</strong> <strong>hoorigheid</strong> waren er. <strong>Het</strong> verschil tussehen<br />

eigenhoorigen, ook genoemd volhoorigen, halseigenen<br />

of lijfeigenen, en tusschen wastinsigen of wasechtigen was<br />

voornamelijk gelegen in den aard <strong>van</strong> hun versterf, waarover<br />

later uitvoeriger. De wastinsige hoorigen waren verplicht,<br />

tel ken jare hun wasechte te recognosceeren, door betaling<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> wasgeld op <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong>, dat in de 18e eeuw<br />

voor één persoon 7 1 / 2 stuiver, voor den boer en de vrouw<br />

sarnen 15 stuiver bedroeg. Z<strong>onder</strong> eenigen twijfel werd deze<br />

• prestatie oorspronkelijk in was verricht, en omdat was bijna<br />

uitsluitend voor <strong>het</strong> maken <strong>van</strong> kaarsen werd gèbruikt, zal<br />

dit was bestemd zijn geweest voor de kaarsen, ten gebruike<br />

bij den eeredienst in de kapel der Dultsehe ridders. De<br />

.wastins verviel op den eersten Zondag na de Oldenzaalsche<br />

St. Michaelsmarkt. Wie <strong>het</strong> verzuimde.verbeurde zijn gunstige<br />

positie bij versterf en verviel in de halsechte.<br />

Een eigenhoorig erf bleef eigenhoorig, een wastinsig erf<br />

bleef wastinsig, en steeds werd er bij erfwinning of opvaart<br />

1) K. G. Döhmann en W. H. Dingeldein, Slnqraven, Brussel 1931,<br />

tweede deel. 3 vv .


'.~<br />

92<br />

geëischt. dat de nieuwe meier en zijn vrouw of een <strong>van</strong><br />

beiden (als er opvaart geschiedde) zich naar de natuur <strong>van</strong><br />

<strong>het</strong> goed moesten qualificeeren, en dat werd voor den toekomstigen<br />

bouwman bij voorbaat reeds in den erfwinninqsbrief<br />

<strong>van</strong> zijn voorganger vastgelegd. De lijst der erven en<br />

kleinere goederen vormt een bonte staalkaart <strong>van</strong> hooriqheidverhoudingen.<br />

In vele gevallen eerrespondeerden de<br />

natuur <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf en de afhankelijkheid <strong>van</strong> zijn bewoners<br />

niet met elkander. Nu eens waren èn erf èn meier èn vrouw<br />

eigenhaarig, dan alle wastinsig; een ander maal was de één<br />

vrij, de ander haarig; kinderen waren öf alle Of voor een<br />

gedeelte vrij of haarig in een <strong>van</strong> beide graden. <strong>Het</strong> is ondoenlijk,<br />

elk geval afz<strong>onder</strong>lijk <strong>onder</strong> de oogen te zien.<br />

Steeds is in <strong>het</strong> register vermeld, wanneer er voor <strong>het</strong><br />

laatst erfwinning en opvaart is gedaan en voor hoeveel geld,<br />

waardoor wij gegevens bezitten, die zelfs tot 1590 of nog<br />

vroeger teruggaan.<br />

* *<br />

*<br />

Om een inzicht te krijgen in de verschillende casueeIe<br />

prestaties, waartoe de meiers verplicht waren, begin ik met<br />

de voornaamste, de erfwinning. Niemand kon meier worden,<br />

tenzij hij <strong>het</strong> erf <strong>van</strong> den goedsheer won, of wel erfwinning<br />

deed. Evenals in <strong>het</strong> Twentsche Hofrecht was<strong>het</strong> in 't<br />

haarige recht <strong>van</strong>'t Huis <strong>Ootmarsum</strong> regel. dat <strong>het</strong> naaste<br />

bloed, <strong>het</strong>welk in de echte was, en dat was in de meeste<br />

gevallen de oudste zoon, erfgerechtigd was. Ontbrak er een<br />

..erfling" en waren er alleen dochters, dan trouwde een<br />

vreemde op <strong>het</strong> erf in en deed erfwinning. <strong>Het</strong> was niet<br />

noodzakelijk, dat dit iemand uit dezelfde haarige echte was.<br />

Wilde een jonge boer <strong>het</strong> erf winnen, dan begaf hij zich<br />

naar 't Huis en trachtte daar met den heer en den rentmeester<br />

tot een accoord te komen. Vaak gebeurde <strong>het</strong> ook, dat zijn<br />

vader, wanneer die nog leefde, of een bloedverwant, een<br />

accoord voor hem sloot. Dat accoord liep niet alleen over


93<br />

de voorwaarden. waarop <strong>het</strong> erf bemeierdzou worden, maar<br />

ook over den erfwinningspenning. dat is <strong>het</strong> bedrag in geld.<br />

dat de jonge meier moest betalen, om <strong>het</strong> erf te kunnen<br />

aanvaarden. Eerst na volledige betaling <strong>van</strong> dit geld werd<br />

hem de erfbrief of erfwinningsbrief uitgereikt.<br />

H<strong>onder</strong>den erfwinningen zijn er ten protocolIe gebracht.<br />

sommige uitvoerig. andere beknopt. en in verreweg de meeste<br />

gevallen won de nieuwe meier <strong>het</strong> erf op de oude voorwaarden<br />

<strong>van</strong> pacht, diensten, emolumenten en andere verplichtingen,<br />

die op hun beurt weer de voortzetting waren<br />

<strong>van</strong> nog oudere condities. Daar <strong>het</strong> eenmaal gesloten accoord<br />

levenslang gold, Indien de meier de voorwaarden getrouw<br />

nakwam, gaf dit een gevoel <strong>van</strong> groote zekerheid voor den<br />

pachter zoowel als voor den heer. De eerste wist steeds,<br />

waar hij aan toe was, indien hij handelde naar de eenmaal<br />

aanvaarde verplichtingen, en 'dat <strong>het</strong> erf na zijn dood in<br />

handen <strong>van</strong> zijn familie kon blijven. De heer wist, dat <strong>het</strong><br />

zoowel in zijn eigen belang als in dat <strong>van</strong> zijn meier was,<br />

als hij de oude pachtvoorwaarden niet al te ingrijpend wijzigde.<br />

<strong>Het</strong> was een toestand <strong>van</strong> groot conservatisme en groOte<br />

stabiliteit, maar niet in 't voordeel <strong>van</strong> den goedsheer, omdat<br />

de hoeveelheid graan, die er. gedurende <strong>het</strong> tijdvak, dat wij<br />

voor 't Huis <strong>Ootmarsum</strong> kunnen overzien. door de boeren<br />

aan hun goedsheer moest worden geleverd. nagenoeg geen<br />

wijziging <strong>onder</strong>ging en' de prijzen daalden. Daarbij daalde<br />

eveneens de koopkracht <strong>van</strong> <strong>het</strong> geld, zoodat <strong>het</strong> niet behoeft<br />

te verw<strong>onder</strong>en, dat bijna de geheeIe landadel <strong>van</strong> Twente<br />

economisch ten gronde ging. Bij de heeren <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong><br />

was <strong>het</strong> niet anders.<br />

De rechten, bij erfwinning verschuldigd, liepen uit den aard<br />

der .zaak zeer uit elkander; er waren kleine en groote erven<br />

en kottersplaatsen. en steeds werd er met allerlei omstandigheden<br />

rekening gehouden, voornamelijk met de geldelijke<br />

draagkracht <strong>van</strong> den boer en de hoedanigheid <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf.<br />

Waren er in de voorafgaande jaren vaak casueele prestaties


94<br />

verricht in den vorm <strong>van</strong> erfwinninqen, opvaarten en versterven,<br />

dan werd de erfwinninqspenninq matig gesteld. Eveneens,<br />

wanneer men op de boerderij met ziekte of ongelukken<br />

te kampen had gehad, of wanneer <strong>het</strong> goed door een slechten<br />

boer verwaarloosd was. In de meeste gevallen werd toegestaan,<br />

<strong>het</strong> geld in eenige termijnen te betalen, waar<strong>van</strong> de<br />

eerste terstond of na verloop <strong>van</strong> korten tijd. De hoogste<br />

bedragen, die er betaald werden, waren f 1100,- bij de<br />

aanvaarding <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf Hanhof in de Lutte door den erfzoon<br />

Lubbert Haanhof in 1772, en f 1050, - bij erfwinning <strong>van</strong><br />

't erf Hazelbekke in Nutter door Jan Haselbeek in 1750,<br />

waarbij nog niet inbegrepen waren de 100 daalder, die de<br />

jonge meijer nog neer moest tellen, indien hij zich uit de<br />

echte wilde vrijkoopen. Nu waren dit ook groote erven.<br />

Hanhof omvatte in 1644 aan zaailand 19 mud lands, aan<br />

hooiland en koeweiden 8 dagwerk. De meier Henrich ten<br />

.Hanhoeff was toen aan pacht verschuldigd 16 mud rogge,<br />

lû mud haver, 6 pachtvarkens of 28 daalder, 1 keurvorster<br />

goudgulden en 2 vastelavondhoenders, terwijl hij tot handen<br />

spandiensten verplicht was. Uit dit erf ging nog aan <strong>het</strong>.<br />

Kapittel te Oldenzaal 3 8 / 4 mud rogge sloptiende en aan<br />

Johan Pot te Oldenzaal 4 1 /2 mud haver sloptiende benevens<br />

de bloedige tiende. Waarin deze laatste bestond, wordt hier<br />

niet gezegd, maar bij <strong>het</strong> erf Kien<strong>huis</strong> in Tilligte wordt ze<br />

gespecificeerd: 1 koeken (big). 1 gans, 1 hoen en <strong>het</strong> tiende<br />

kalf. In 1715 had Jan Hanhoff, getrouwd met Jenne Hendnkink,<br />

<strong>het</strong> erfgewin geaccordeerd voor f 600,- en twee rosenobels;<br />

in 1790 Lambert Benneker, die sedert zijn vijftiende jaar bij<br />

zijn oom en meuije op <strong>het</strong> erf Hanhof gewoond had, voor<br />

f 800,-.<br />

In den erfwinningsbrief werd de verhouding tusschen den<br />

pachter en den goedsheer nauwkeurig omschreven. Onder<br />

anderen werd er bepaald, hoe <strong>het</strong> met de persoonlijke<br />

<strong>hoorigheid</strong> of vrijheid <strong>van</strong> den boer, zijn vrouwen kinderen<br />

zou staan. Soms werd geaccordeerd, dat de jonge echtelieden


95<br />

en hun kinderen vrij zouden zijn en werd <strong>het</strong> :recht, voor<br />

den vrijkoop verschuldiqd, in <strong>het</strong> erfgewin begrepen. Een<br />

ander maal werd tevens <strong>het</strong> versterf <strong>van</strong> een overledenen .<br />

in demeeste gevallen een ouden boer of oude vrouw. mede<br />

geaccordeerd. Begaf een opkomende vrije vrouw, die vroeger<br />

hooriq- was geweest zich in de echte. dan moest zij haar<br />

vrijbrief inleveren bij den goedsheer. waartegen zij één kind<br />

vrij zou hebben. In enkele gevallen begaven twee vrije lieden<br />

zich in eigen<strong>hoorigheid</strong>. en daarvoor genoten zij den vrijdom<br />

<strong>van</strong> twee kinderen. die voor hun lOde of 12de jaar ..naamhaftig"<br />

moesten worden gemaakt. dus met name aan den<br />

goedsheer opgegeven. Zeer uiteenloopend waren de bepalingen:<br />

met geld kon alles geregeld worden. Maar z<strong>onder</strong><br />

uitz<strong>onder</strong>ing werd bedongen. dat de erfling. dat is de erfgerechtigde,<br />

zich later weer naar de .natuur <strong>van</strong> <strong>het</strong> goed<br />

qualiflceerde, dus bij aanvaarding <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf zich in de<br />

overeenkomstige echte moest begeven. waaruit natuurlijk<br />

aanstonds bij erfwinning weer vrijkoop mogelijk was.<br />

Een der oudste erfwinningsbrieven. welke volledig in <strong>het</strong><br />

Protocolboek zijn opgenomen. is die <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf Reuver in<br />

de Lutte uit <strong>het</strong> jaar 1700. Hij luidt als volgt:<br />

..Op huiden den 8 September 1700 heeft de Hooch-<br />

Welgeb. Heer Joh. Diederick vrijheer <strong>van</strong> Heyden &c.<br />

zijn wasechtig goet en erve genaemt Roever gelegen in<br />

de buurschap Lutte gerigts Oldenzael vermejert en verpachtet<br />

aan Gerdt Varvlek en Grete Wolsen eheluiden<br />

op volgende conditien:<br />

1. Dat se eheluiden soo lange se beiden of eene<br />

daar<strong>van</strong> lyvet en leeft <strong>het</strong> voorschr. erve met syn<br />

toebehoor sullen hebben te gebruicken.<br />

2. Dat nae haer beider overlyden een haerer kinder<br />

de naeste wederom tot den erve zijn. mits nae den erve<br />

sigk qualificerende en behoorlycke erfwinninge doende.


96<br />

3. Dat soa lange den olden' Roever leeft. se eheluiden<br />

hem <strong>het</strong> negendeels <strong>huis</strong> met syn toebehoor sullen<br />

laeten.<br />

4. Dat se eheluiden jaerlijcks behalven de slop en<br />

bloedigen tydens sullen ter pacht geven vier mudde rogge.<br />

tyn mudde haver. twee paar vastelavendhoener, ~n tyn<br />

guld. dienstgelt.<br />

5. Dat de be<strong>huis</strong>inge hem dack dichte saIl gelevert<br />

worden.<br />

6. En dackdichte gelevert zynde se eheluiden de ge~<br />

timmertens in goeden raecke en daecke <strong>onder</strong>holden en<br />

naebuirlyck telen en planten.<br />

7. Dat se de Heeren- en buurlasten aen<strong>van</strong>gende<br />

met den jaere 1701 sullen hebben te betaelen.<br />

8. De eerste pacht saIl verschynen op Martini 1702.<br />

9. Edoch de sloptyndens in den jaer 1701.<br />

In oirconde syn hier<strong>van</strong> twee gelyck luidende<br />

vervaerdigt en geteickent. Actum ten dage voorschr.<br />

op den <strong>huis</strong>e Ootmarzen.<br />

J. D. B(aron) VAN HEIDEN<br />

Dit is GEROT 1\ VARUICK sijn merck solves ge~<br />

trocken<br />

CLAESZ GLINDTHUIJS alsz getuege<br />

Dit is JOAN. 1\ VARUICK buirichter sijn merck<br />

solvesz getrocken alsz getuege."<br />

<strong>Het</strong> bedrag <strong>van</strong> den erfwinningspenning wordt niet ge~<br />

noemd, Dit erf Reuver is een der weinige. waarbij de qraanpacht<br />

door geldpacht werd ver<strong>van</strong>gen. en wel in <strong>het</strong> jaar<br />

1770. toen <strong>het</strong> erf desolaat was en de boer Jan Reuver veel<br />

pacht ten achteren was ... Reuver. te vooren 4 mudde rogge<br />

ende 10 mudde haver. doet nu in geldpagt: Reuver desolaat<br />

zijnde daar <strong>van</strong> eenige landerijen verhuurt en <strong>het</strong> overige<br />

..


97<br />

aan den boer die tot de geldpagt 34 1 / 2 guld, moest suppleren,<br />

doet nu als volgt:<br />

Voor 4 mudde rogge à 5 guldens f 20--.--.<br />

Voor 10 mudde haver à 3 guldens Ol 30--.--.<br />

geld als dienstgeld . 10--.--.<br />

rent he . 9--.--.<br />

koomt bij <strong>van</strong> <strong>het</strong>geene àl jaarlijks<br />

<strong>van</strong>'t restant moet betaalt worden te<br />

weeten <strong>van</strong> 669 guldens à 8 p. cent It 53--.10--. f 122--.10<br />

De erfbrief bevatte eeuwenlang achtereen ongeveer dezelfde<br />

termen. Om te laten zien, op welke voorwaarden een boer<br />

. in de laatste periode der <strong>hoorigheid</strong> een erf kon aanvaarden.<br />

volgt hier de erfbrief <strong>van</strong>'t erve Bokum in Tilligte uit <strong>het</strong><br />

jaar 1796. Deze late dagteekening doet geen afbreuk aan de<br />

beteekenis der normale erfwinning .<br />

Ik Anna Sophia Dorothea gravinne douairiere <strong>van</strong><br />

Heiden Hompesch, vrouwe des <strong>huis</strong>es Ootmarssum,<br />

geboren baronesse <strong>van</strong> Riedesel, Eisenbach en Herrnansburg<br />

&c &c &c, certiflceere en verklaare voor mij ende<br />

mijne erffgenamen, dat ik hebbe vermeyert en verpagtet<br />

gelijk ik die in en vermids desen aan Jannes ten Bokum<br />

en Siena ten Boknm zijne <strong>huis</strong>vrouwe, voor hun beijden<br />

levenlang mijn eigenhorig pagt erve genaamt Bokum in<br />

de boerschap Tilligte gerigts Ootmarssum, met alle sijn<br />

oude en nieuwe toebehoren, regt en geregtigheden, op<br />

voorwaarden ende conditien: Dat zij jaarlijks ende alle<br />

jaaren in termino Martini aan <strong>het</strong> <strong>huis</strong> Ootmarssum ofte<br />

zodane andere plaatse als haar aangegeven zal worden.<br />

zullen ter pagt geven ende betalen veertien müdde goeden<br />

klaren drogen winter roggen, acht müdde goede klare<br />

gerste, twee hoenderen, tien pond vlas, een schinken<br />

<strong>van</strong> tien pond, vijf en twintig gulden dienstgeld, en <strong>van</strong><br />

cie halfscheid <strong>van</strong> de Wiemseler Mors twintig gulden<br />

huure, en daar benevens behoorlijke dienst te doen ende


98<br />

presteren, als de registers des huizes Ootmarssum vermelden<br />

ende in gelijkheid met anderen dienstpligtigen<br />

des <strong>huis</strong>es Ootmarssurn, alles tot wilIekeur <strong>van</strong> den<br />

goedsheer ; Voorts d'ordinaire en extra-ordinaire Heeren<br />

schattingen, reële lasten en boerschulden. welke op dit<br />

erve legge magten, promptelijk s<strong>onder</strong> mijn toedoen<br />

voldoen en betalen, 's jaarlijks nabuurlijk teelen en planten<br />

en telgenkampen maken, de getimmerten in goeden rak<br />

ende dak <strong>onder</strong>houden, generhande hout te houwen, geen<br />

land te veralieneren, versetten. verpanden ofte verbuijten,<br />

ook met uitdrukkelik verbod om geene gronden, ofte<br />

eenige stuk landen <strong>van</strong> anderen bij dit erve anders aantekopen,<br />

als met mijn voorgaand consent en approbatie,<br />

bij poene dat ter contrarié doende, dese aangekofte<br />

gronden, ende stuk landen sullen worden gehouden voor .<br />

gedeeltens <strong>van</strong> <strong>het</strong> erve Bokurn, s<strong>onder</strong> daarvoor immermee.r<br />

eenige vergoedinge te genieten. Ende ingevalIe<br />

eene der voorschr. eheluiden mogte komen te overlijden,<br />

sal de langstlevende z<strong>onder</strong> mijn consent en gedane opvaart<br />

niet mogen hertrouwen, maar alle ofte eene der<br />

voorschreevene conditien gecontraveniert hebbende, sullen<br />

<strong>van</strong> hunne erffgeregtigheid ten eenemaal versteken wesen.<br />

Ende voor <strong>het</strong> overige dese voorschr. bouw-luiden, so<br />

wanneer door ouderdom ofte lijves-zwakheid 't erve niet<br />

langer kunnen bouwen ende voorstaan, tot de lijftugt<br />

als <strong>van</strong> ouds geregtigt ende een <strong>van</strong> hare kinderen<br />

daartoe bequaam zijnde ende behoorlijke erfwinninge<br />

doende, de naaste tot <strong>het</strong> erve zijn. In waarheids vestenisse<br />

hebbe desen erfbrief met mijn adelijk pctschaft qeconflrmeert.<br />

Actum <strong>Ootmarsum</strong> den 30en May 1796.<br />

H. H. geb. RIEDESEL D'EISENBACH.<br />

<strong>Het</strong> is belangwekkend, voor dit erve Bokum - men zou<br />

een willekeurig ander kunnen kiezen - even terug te bladeren<br />

in 't Protocolboek en de andere stukken en mede te deden, op


99<br />

welke voorwaarden de opeenvolgende meiers <strong>het</strong> erf bebouwden.<br />

Voor de verponding werd in 1601 opgegeven, dat de boer<br />

Bokum 9 mud zaailand <strong>onder</strong> den ploeg had en 3 dachmal<br />

(dagwerk) hooiland in gebruik, doch dat hij nog geen vaste<br />

pacht gaf: oorzaak de oorlogstoestand. Uit <strong>het</strong> jaar 1644<br />

wordt vermeld, dat Berndt ten Boekum voor zich en zijn<br />

vrouw, die inmiddels <strong>het</strong> vorige jaar gestorven was, ongeveer<br />

50 jaar geleden <strong>het</strong> erf had aanvaard, maar geen erfgewin<br />

gegeven, ..uyt reden,' dat den tijt deese provintie. ende also<br />

datselve erve doer dat kriegswesen verwoestet gelegen". Hij<br />

en zijn vrouw waren aan 't Huis <strong>Ootmarsum</strong> wastinsiq en<br />

betaalden elk. 1 /2 pond was per jaar. <strong>Het</strong> erf was een pachtgoed,<br />

waar<strong>van</strong> jaarlijks ter pacht verschuldigd was 14 mud<br />

rogge en 8 mud gerst, en 2 vastelavendhoenders. De boer<br />

diende op verlangen <strong>van</strong> den heer "met den lijff ende perden"<br />

en gaf geen dienstgeld als afkoop daar<strong>van</strong>. Onder <strong>het</strong> erf<br />

behoorden 15 mud zaailand en 4 dagwerk hooiland en koeweiden,<br />

terwijl <strong>het</strong> bezwaard was met 700 daalder particuliereen<br />

markeschulden. ..bij deeses landts verderff ende beschwarlicken<br />

kriegstijden daerop gecomen" .<br />

In 1720 accordeerden Jan ten Bocum uit Tilligte en Geertken<br />

Brandehoff (uit Ncórd-Deuminqen] <strong>het</strong> erfgewin voor<br />

f 525.-. Ook nu werd de pacht gehandhaafd op 14 mud<br />

droge klare winterrogge, 8 mud klare garste en 2 vastelavondshoenders.<br />

Van dieneten werd de boer nu vrijgesteld,<br />

behalve dat hij gelijk andere dienstvrije meiers's jaars uit<br />

<strong>het</strong> Geteler vene drie voer turf moest halen. Ten slotte werd<br />

er bepaald, dat de jongeechtelieden en hun toekomstige<br />

kinderen vrij zouden zijn, zoodat <strong>het</strong> bedrag <strong>van</strong> den vrijkoop<br />

in den erfwinningspenning begrepen moet zijn.<br />

In 1742 was de boer overleden en was de weduwe Geertken<br />

.ten Bokum voornemens te hertrouwen met Evert Cortmans<br />

uit Tilligte, afkomstig <strong>van</strong> den eveneens <strong>onder</strong><strong>het</strong> Huis<br />

<strong>Ootmarsum</strong> behoorende kotten Kotman. Daarom accoordeerde


100<br />

zij de opvaart <strong>van</strong> haar aanstaanden man voor f 300.-,<br />

en wel door ..tusschenspreken" <strong>van</strong> den kerkmeester Abraham<br />

<strong>van</strong> Laer uit <strong>Ootmarsum</strong>. Voorts verzocht zij, dat in den<br />

opvaartsbrief mocht worden opgenomen, dat bij haar vóóroverlijden<br />

haar tweede man niet langer dan 12 jaar <strong>het</strong> erf<br />

mocht bouwen, noch eenige lijftucht profiteeren, maar dat<br />

hij zich vergenoegen moest met een plaatse in 't <strong>huis</strong> en een<br />

mudde lands om te bezaaien. terwijl hij een schadeloosstelling<br />

in ééns <strong>van</strong> f 100....- zou ont<strong>van</strong>gen. indien hij <strong>het</strong> erf zou<br />

willen verlaten. Ook zou hij nooit op <strong>het</strong> erf mogen hertrouwen.<br />

Eindelijk werd er overeengekomen, dat <strong>het</strong> land<br />

bij <strong>het</strong> erf gelegen, genaamd Deugeniet en 't Nieuwe. <strong>het</strong>welk<br />

door haar voorzaten was aangekocht. voor altoos bij<br />

<strong>het</strong> erf Bokum zou verblijven.<br />

Zij had deze voorwaarden ten opzichte <strong>van</strong> haar tweeden<br />

man gesteld. omdat zij een zoon had, Gerrit ten Bokum,<br />

voor wien <strong>het</strong> erf gereserveerd zou blijven. Deze erfling deed<br />

.in 1752 erfwinning voor zich en zijn vrouw Gese voor<br />

f 800.-. Weer bleven de oude pachtvoorwaarden <strong>van</strong><br />

.kracht, met dit verschil alleen, dat de jonge boer nu diensten<br />

zou verrichten of f 25.~ dienstgeld betalen. waarmede hij<br />

.de eerste 12 jaar kon volstaan. Gedurende zijn leven lang<br />

zou hij den geheelen Wiemseler Mors in huur houden. en<br />

ieder jaar aan de V rouwe <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong> 10 pond onqehekeld<br />

vlas leveren. Hij enzijn vrouw zouden zich ni~t naar<br />

't erve behoeven te qualiflceeren, maar met hun kinderen<br />

vrij zijn en blijven.<br />

Twintig jaar later. in 1772 won Gerrit Bokum <strong>het</strong> erf<br />

voor zijn zoon Jan en diens toekomende vrouw voor de som<br />

<strong>van</strong> f 800.-. waarop dadelijk betaald f 300.-, terwijl de<br />

resteerende f 500.- aan Gerrit werden gelaten tot <strong>het</strong><br />

timmeren <strong>van</strong> een nieuw woon<strong>huis</strong> in plaats <strong>van</strong> <strong>het</strong> oude<br />

erf<strong>huis</strong>, waarvoor hij geen hout <strong>van</strong> den heer zou ont<strong>van</strong>gen.<br />

De condities der erfwinning <strong>van</strong> 1752 werden gecontinueerd.<br />

De hierop volgende erfwinning <strong>van</strong> 1796 is reeds mede-


101<br />

gedeeld. <strong>Het</strong> is door dit eene voorbeeld wel duidelijk ge~<br />

worden. welk een groote stabiliteit in de pachtvoorwaarden<br />

er heerschte in den tijd der <strong>hoorigheid</strong>. Wij kunnen hier<br />

<strong>het</strong> tijdvak <strong>van</strong> 1594-1796 overzien. en stellig zullen de<br />

oude voorwaarden nog hebben gegolden lang nadat Antony<br />

<strong>van</strong> Laer te <strong>Ootmarsum</strong> den 5 Maart 1811 in publieke<br />

veiling voor f 6355.- eigenaar <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf was geworden. 1)<br />

want deze nieuwe eigenaar zalzoo wijs zijn geweest. niet<br />

aanstondsaan de voorwaarden <strong>van</strong> pacht te raken. <strong>Het</strong> erf<br />

bleef in handen <strong>van</strong> de famille Van Laer tot in <strong>het</strong> begin<br />

dezer eeuw.<br />

N u en dan werden er voorwaarden <strong>van</strong> ongewonen aard in den<br />

erfwinningsbrief opgenomen. Hieruit werde een greep gedaan .<br />

. Toen <strong>het</strong> erf Hobbelt in Volte in 1713 werd vermeierd<br />

aan Herman Hubbelt, zoon <strong>van</strong> Jan, en zijn toekomstige<br />

ehegade, werd de erfwinningsbrief voor de lage som <strong>van</strong><br />

.f 300.- uitgereikt, ..ende sulx uijt eonsideratie dat <strong>het</strong><br />

Valther holt weggehauwen en <strong>het</strong> profijt, dat de boermannen<br />

<strong>van</strong> de eikels plegen te hebben, nu kaamt te cesseeren" .<br />

Eveneens deed Gerrit Sanderman. zoon <strong>van</strong> wijlen Jan<br />

Sauderman. in 1714 erfwinning <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf Sanderink in<br />

Volte voor den geringen prijs <strong>van</strong> f 410.- ... sijnde dese<br />

erfwinninge voor soeen geringe somma geaccordeert uyt<br />

eonsideratie dat <strong>het</strong> gemene Valter hold is weggehauwen<br />

waardoor de <strong>huis</strong>luiden <strong>van</strong> aker worden gepriveert, en dat<br />

dese nieuwe bouwman <strong>het</strong> erf<strong>huis</strong> sal moeten repareren".<br />

In l702was de gemeenschap <strong>van</strong> hef hout in de marke Volte<br />

.opgeheven. waarna er in dit jaar, en later nog in 1707, twee<br />

groote verkoopingen waren gehouden met een opbrengst<br />

<strong>van</strong>.43.000 gulden. 2 )<br />

1) Protocol <strong>van</strong> geproduceerde zegels tot overdrachten, Vredegerecht<br />

<strong>Ootmarsum</strong>. 1811 (Oudheidkamer Twente, Enschede).<br />

~) G. A. J. <strong>van</strong> Engelen <strong>van</strong> der Veen. Marken in Overijssel, bI. 130<br />

(Tekst bij de kaarten in den Geschiedkundigen Atlas <strong>van</strong> Nederland.<br />

's-Gravenhage 1924).


102<br />

In 1711 accordeerden Jan Rot<strong>huis</strong> en Jenne Maseland <strong>het</strong><br />

erfgewin <strong>van</strong> <strong>het</strong> erve Maseland in Tilligte voor de zeer<br />

matige som <strong>van</strong> f 50.- en een rosenobel voor den rentmeester<br />

Dr. Perizonius, ..uit eonsideratie dat haar broer<br />

wijlen Gerrit Maseland in dienst te velde <strong>van</strong> Sijn Excellentie<br />

als knegt is gestorven."<br />

Voor <strong>het</strong>- erf Weersink in Itterbeek moest de erfwinning<br />

vele malen achter elkander gedeeltelijk in turf worden betaald,<br />

zoo in 1753 met f 75.- en 40 voer turf, "z<strong>onder</strong><br />

eenigerhande consequentie", in 1780 voor 50 daalder en<br />

40 voer, benevens 2 vette schapen ter keuken, in 1781 voor<br />

f 50.- en 60 voer binnen twee jaar te leveren, en in 1780<br />

voor f 75.- en 40 voer of 1200 treden beste Itterbekker<br />

turf. Opvaarten voor dit erf geschiedden op gelijke wijze.<br />

Een eigenaardige clausule werd opgenomen in den erfwinningsbrief<br />

voor Aele Holtwijk te Groot Agelo en haar<br />

toekomstigen echtgenoot Hermen Jan Maatman, uit 1783.<br />

Na de gewone bepalingen volgt: "dat deselve (namelijk H.<br />

J. Maatman) ten dienste <strong>van</strong> <strong>het</strong> huys Ootmarssum aljaarlijks<br />

sal doen twee so genaamde drostendiensten, met dien<br />

verstande eqter, dat, Indien vroeg of laat de drostendiensten<br />

door een of ander drost wederom wettig mogten worden<br />

geëischt, en aan den Here drost <strong>van</strong> Twente moesten worden<br />

gepraesteerd, hij dan sulke aant huijs Ootmarssum niet sal<br />

behoeven te praesteeren maar daar<strong>van</strong> alsdan bevrijdworden,"<br />

Hier doet zich <strong>het</strong> geval voor, dat de heer <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong>,<br />

S. V. L. G. graaf <strong>van</strong> Heiden Hompesch, die Drost <strong>van</strong><br />

Twente was, de zoo juist op den Landdag <strong>van</strong> Overijssel<br />

afgeschafte drosrendiensten voor zijn persoonlijk profijt vorderde,<br />

nu hij de boeren niet meer kon dwingen, ze ten bate<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> land te presteeren. Gelukkig staat dit geval alleen.·<br />

Toen Gerrit Jan Hobbelt in 1801 <strong>het</strong> erfgewin <strong>van</strong> <strong>het</strong><br />

erf Hobbelink in Volte accordeerde, kwam er in den brief<br />

te staan:"Verders neemt hij Gerrit Jan Hobbelink aan, .<br />

daar tegenswoordig die gesteldheiden <strong>van</strong> zaaken in deese


103<br />

Republicq zoo gesteld zijn, en de Constitutie en Staatsregeling<br />

mede brengt, dat ieder boer op zijn erve vrij mag jaagen<br />

en die jagt mag exerceeren, en derhalven zulks regt dat hij<br />

daarop hebben mogte aan den goedsheer vàn deesen plaats<br />

of erve Hobbelt ten eenemaal overgeeft, en ook niet leiden .<br />

. will, dat een ander persoon op deese plaats of erve kome<br />

jagen, derhalven verpligte ik mij hiermede, wanneer beweezen<br />

konde worden, dat ik zelfs of eene vreemde persoon op dit<br />

erve mogte gejaagt hebben, en zulks niet diereer aan den<br />

goedsheer aangegeven hebben, een h<strong>onder</strong>d guldens voor<br />

erfwinninge meer te betalen als die voor geaccordeede f 500."<br />

Eenzelfde verzet tegen de wetten <strong>van</strong> een democratisch<br />

staatsbewind blijkt uit een bepaling in den erfwinningsbrief<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> erve Enktman te Ttlliqte, door Jan Hendrik Enktman<br />

aanvaard. "Daar sedert de revolutie <strong>van</strong> <strong>het</strong> jaar 1795 wegens<br />

<strong>het</strong> zoo genaamde miskoorn aan pastoors en predikanten te<br />

Ootmarssum <strong>het</strong> leeveren <strong>van</strong> dien <strong>van</strong> de boeren of meijeren<br />

geweigerd is geworden, en hier over een process -is ontstaan,<br />

welke thans nog voort duurt en in gank is, zoo als die process<br />

ook uitvallen moge zoo neemt Jan Hendrik ter Enkt hiermede<br />

aan dit koorn in vervolg met '1 spint rogge alle jaar aan<br />

den goedsheer of eijgenaar te willen leeveren of tot nadere<br />

beschikkinge <strong>van</strong> den goedsheer zoo als alle anse andere<br />

boeren en meijerenmoeten doen:' 1)<br />

* *<br />

*<br />

Enkele malen is <strong>het</strong> woord opvaart reeds genoemd. De<br />

beteekenis er<strong>van</strong> ligt in <strong>het</strong> woord opgesloten: <strong>het</strong> varen of<br />

trekken <strong>van</strong> iemand op een erf, en tevens <strong>het</strong> recht, verschuldigd<br />

aan den heer, wanneer een man of vrouw <strong>van</strong><br />

buiten af op een erf y'oer of introuwde. Enkele malen worden<br />

de begrippen opvaart en erfwinning in de protocollen door<br />

') R. J. Hattink, <strong>Het</strong> miskoorn in Twente, in Bijdragen tot de Geschiedenis<br />

<strong>van</strong> Overijssel. IDe deel. 1890. bl. 169-283.


104<br />

elkander gehaald. maar men ziet al gauw. wat er bedoeld<br />

wordt. Feitelijk moest een jonge boer. die erfwinning deed<br />

voor zich en zijn aanstaande vrouw. ook opvaart betalen<br />

voor de vrouw. maar in zoo'n geval wordt nooit <strong>van</strong> opvaart<br />

gesproken, alleen <strong>van</strong> erfwinninq, hoewel er opvaart qeschiedde.<br />

Ook wanneer een jongeman met de erfdochter<br />

trouwde. deed hij in feite opvaart. maar ook dan gebruikte<br />

men alleen den term erfwinning. Van opvaart was sprake<br />

bij 't tweede of later huwelijk <strong>van</strong> den meier of zijn<br />

vrouw.<br />

Stierf de- meier. en wilde zijn weduwe hertrouwen, wat<br />

in de meeste gevallen een noodzakelijkheid was, omdat <strong>het</strong><br />

erf een boer moest hebben. wanneerde kinderen nog klein<br />

waren, dan was de vrouw verplicht. eerst de opvaart te<br />

aceordeeren voor haar tweeden man. In nagenoeg alle ge~<br />

vallen trad de opvaarling in de rechten <strong>van</strong> zijn voorganger<br />

en bleven de bepalingen <strong>van</strong> den erfbrief <strong>van</strong> kracht. Kwam<br />

. de vrouw <strong>van</strong> den meier te sterven en wilde hij een tweede<br />

echtverbintenis aangaan. dan moest hij eveneens met zijn<br />

heer in <strong>onder</strong>handeling treden over de opvaart <strong>van</strong> zijn aanstaande<br />

vrouw.<br />

Geëischt werd. dat de opvaarlinq, <strong>het</strong>zij man of vrouw.<br />

zich in de halseigen- of in de wasechte moest begeven. al<br />

naar de natuur <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf dit vereischte .. Was b.v. de opvaarling<br />

vrij, dan diende hij zich toch opnieuw vrij te koopen,<br />

als hij op zijn vrijheid gesteld was. Ook kwam men bij opvaart<br />

dikwijls tot overeenstemming aangaande <strong>het</strong> versterf<br />

<strong>van</strong> den overleden man of de overleden vrouw. Een vrouw.<br />

die vrij was en zich in de echte begaf. mocht daarvoor één<br />

of twee kinderen vrij hebben. Soms werd door een weduwe<br />

met kinderen. <strong>van</strong> wie er één de erflinq, d.i. de toekomstige<br />

meier was. de voorwaarde gesteld. dat de tweede man niet<br />

langer dan een bepaalden tijd, b.v. 12 of 20 jaar, <strong>het</strong> erf<br />

zou mogen bouwen en daarna den bouw moeten overgeven<br />

aan den tot zijn jaren gekomen erfling.


105<br />

<strong>Het</strong> bedrag. voor opvaart verschuldiqd, liep uit den aard<br />

der zaak zeer uiteen. al naar de kwaliteit <strong>van</strong> ~e boerenplaats.<br />

de <strong>huis</strong>elijke omstandigheden en de draagkracht <strong>van</strong><br />

hem of haar. die opvaart voor een tweeden echtgenoot begeerde.<br />

<strong>Het</strong> hoogste bedrag. dat ik genoteerd vind, was<br />

f 350.-. waarvoor Geertruy Stuthofl:. weduwe <strong>van</strong> Lubbert<br />

Hanhoff in de Lutte. de opvaart <strong>van</strong> haar niet met name<br />

genoemden tweeden man op <strong>het</strong> erf Hanhof in 1789 accordeerde.<br />

terwijl daarbij de nieuwe boer zich in de eigenhoorigheld<br />

moest begeven. Overigens waren bedragen <strong>van</strong> f 200.tot<br />

f 300.- lang niet zeldzaam. tenminste voor een groot<br />

of middelsoort erf. Daarenboven werd er vaak nog wijnkoop<br />

voor den rentmeester of voor de genadigde Vrouw <strong>van</strong><br />

Heiden verlangd; nu eens een rosenobel, dan tien gulden.<br />

een derden keer een ducaat voor mevrouw; ook eens 50<br />

eieren en twee brave schinken op "t Huis. Een bijz<strong>onder</strong><br />

geval was <strong>het</strong> met Jan Huysken, bouwman op 't erve<br />

Weersink te Itterbeek, wien in 1790 bij opvaart <strong>van</strong> zijn<br />

tweede vrouw "uyt compassie en consideratle" wegens de<br />

vele sterfgevallen· in de laatste jaren de opvaart werd toegestaan<br />

voor 60. voer turf, binnen 2 jaar te leveren. Ja,<br />

dikwijls werd met de omstandigheden rekening gehouden:<br />

bij ..slechtloopende tieden" of "om den miserabeien toestand<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> erve"· of "wanneer '<strong>het</strong> erve desolaat was en de<br />

bouwman <strong>van</strong> den bloten kluiten moest beginnen" werd<br />

eonsideratie gebruikt evenals in tal <strong>van</strong> andere gevallen,<br />

vooral wanneer. er veel kleine kinderen waren.<br />

Toen Jan Severink uit Garnmelke. getrouwd met Fenne,<br />

de weduwe <strong>van</strong> wijlen Egbert Leverink. de opvaart <strong>van</strong><br />

<strong>het</strong> erve Leferink in Reutum in 1716 accordeerde. was hij<br />

slechts f 110.- verschuldiqd, welke som zoo laag was gesteld.<br />

omdat er in 1711 nog opvaart was gedaan, "als mede<br />

dat dit de eerste is <strong>van</strong> die gene welke met de Heere des<br />

Huises Ootm: een accoort over erfgewin of opvaart heeft<br />

gemaakt." Deze nieuwe heer was Johan Sigismond vrijheer


106<br />

<strong>van</strong> Heiden en Hofstad. generaal <strong>van</strong> de infanterie ten dienste<br />

<strong>van</strong> Zijne Koninklijke Majesteit <strong>van</strong> Pruissen.<br />

De opvaart geeft overigens geen aanleiding tot bijz<strong>onder</strong>e<br />

opmerkingen. Een voorbeeld <strong>van</strong> een opvaartsbrief is niet<br />

bewaard gebleven.<br />

* *<br />

*<br />

Vrijkoop uit de <strong>hoorigheid</strong>. <strong>het</strong>zij uit de halseiqen-, <strong>het</strong>zij<br />

uit de wasechte. was ten allen tijde mogelijk. Ook hier moest<br />

met den heer worden geaccordeerd over <strong>het</strong> bedrag, waarvoor<br />

de manumissie of vrijlating werd verleend. en zoodra<br />

dit betaald was, schreef de rentmeeseer den vrijbrief uit. liet<br />

hem <strong>onder</strong>teekenen door den heer en reikte hem aan de{n)<br />

gemanumitteerde uit. Een oude vrijbrief voor de hoorige<br />

Aleid Gervelink uit de boerschap Denekamp, uit <strong>het</strong> jaar<br />

1602, is bewaard gebleven. Hij luidt als volgt: 1)<br />

Ich Gysbert uff dem Berge Teuschen Ordens Commenthur<br />

des Hauses Oithmerschen. thue khundt, khenne<br />

und bezeuqe hirmit vor mich und' meinen nachkhommenden<br />

Herrn Commenthuren, dass ich mit guthem<br />

Wissen und Willen hab freij. qwijdt, leddigh und loesz<br />

gelassen, wie ich auch hiermith freij, qwijdt, leddigh und<br />

loesz lasse in Krafft dieses Brieffs Alheidt Gervelinck<br />

ausz dem KerspeIl Dechnichkamp in der Baurschafft<br />

Dechnichkamp von den E. Gervelinck 2) und Gesen seiner<br />

Hausfrawen ehelichen geboren, von allen Eiqenthumbs<br />

Rechte, warmit sie mir und meinem anbevolenen Hausze<br />

vor dato dieses verpflichtet gewesen, vor eine Summe<br />

1) In bezit <strong>van</strong> G. J. Blok<strong>huis</strong> op Ellen, Buurtschap Denekamp.<br />

2) Men zou dit willen aanvullen als: .von dem Erbe Gervelinck", maar<br />

een erf kan geen vrouw hebben. E moet daarom de eerste letter zijn öf<br />

<strong>van</strong> een voornaam (Everde 7) óf <strong>van</strong> Ersemen, <strong>Het</strong> is niet bekend. welke<br />

voornaam deze Gervelink had: in 1634 was Henrich Gervelink meier <strong>van</strong><br />

<strong>het</strong> erf (acte in part. bezit. Denekamp).


107<br />

Geldts, die ich von ihr empfangen zu haben bekhenne.<br />

Renunciere deswegen offentlieh vor mich und meine<br />

nachkhommende Herren und Commenthuren von allen<br />

Eigenthumbs Recht und Asprache. so ich bisdahero<br />

ahn ir gehapt, also dass sich dieselbe Alheidt Gervelinck<br />

auch hinferner magh keren, wenden und begeben in<br />

wesz Furstenthumb, Herren Lande, Echte, Stedde. Gilde<br />

und Burgerschafft er geliebet, und gebrauchen alderer<br />

Privilegien, so freye Leuthe zu gebrauchen plegen. Gelobe<br />

ihr auch vor mich und meine nachkhommende Herrn<br />

und Commenthuren dieser ihrer Freijheijt zu stahn und<br />

zu wahren gegen jedermenniglich, Alles ohne Gefehrde<br />

unnd Argelist. Des zu wahren Urkhundt hab ich mich<br />

mith eigener Handt underschrieben und meinen angeboren<br />

Insegell hirniden anqehenqt. Geben nach Christi Geburt<br />

als man schrieb thausendt sechshundert und zwei den<br />

zwolfften Tag Monats Septembris.<br />

GIJSBERT UF DEM BERGE<br />

D. O. Compthur des Hauses Othmersch.<br />

De brief is op perkament geschreven en is voorzien <strong>van</strong><br />

een afhangend zegel in groen lak, vertoonend <strong>het</strong> wapen<br />

der famille Op den Berge (eenschuins links geplaatste nijptang)<br />

en <strong>het</strong> raadschrift HER. GISBERT . VF . DEM.<br />

BERGE . 0 . 0 . C .<br />

Een veel latere vrijbrief uit <strong>het</strong> jaar 1801 is eveneens<br />

aanwezig in <strong>het</strong> Copieboek. Deze luidt:<br />

Certiflceere en verklaare ik <strong>onder</strong>geteekende H. E.<br />

Eckhard, rentmeester <strong>van</strong> Haare Exellentie Mevrouwe<br />

de gravinne douairiere <strong>van</strong> Heiden Hompesch, mits<br />

dee sen voor mij en in mijne qualiteit, dat Janna Graal..<br />

geboren op Haar Hooggeboren eijgenhoorig en wasegtig<br />

erve Graal in de boerschap Tilligte gerichts Oor;<br />

marssum, zigop heden heeft vrij bedongen, weshalven


108<br />

haar manumittere en vrijlate z<strong>onder</strong> eenig recht <strong>van</strong><br />

eijgenhorigheid <strong>van</strong> haar persoonverder te praetenderen.<br />

in dier voegen. dat gemelde Janna Graal haar' mooge<br />

keeren ende wenden na volkomen lust en welgevallen.<br />

ende allesints <strong>het</strong> volle effect <strong>van</strong> Iibertetd genieten s<strong>onder</strong><br />

eenige eontradictie. Des ten oirkonde hebbe ik dezen<br />

vrijbrief getekend en met mijn zegel doen eerroboreren.<br />

op den Huise Ootmarssum den 18 Febr. 1801.<br />

HENDRIK ERNST ECKHARD.<br />

Rentmeester.<br />

N.B. heeft betaald f 20.de<br />

jura betaald.<br />

<strong>Het</strong> geld. dat er voor ontslag uit de hoorige echte moest<br />

worden neergeteld. wisselde nog al. In <strong>het</strong> Protocolboek<br />

worden bedragen <strong>van</strong> 10 tot 30 gulden genoemd. bij welker<br />

vaststelling weer allerlei overwegingen den doorslag gaven.<br />

Zooals reeds gezegd is. werd er bij erfwinning zeer dikwijls<br />

geaccordeerd, dat de jonge bouwlieden en hun kinderen vrij<br />

zouden zijn. Ook later. nadat zij reeds verscheldene jaren<br />

hadden geboerd. was vrijkoop mogelijk. Zoo kochten Jan<br />

Tuinink en zijn vrouw Fenne <strong>van</strong> de Grote Hulst. die zich<br />

bij erfwinning <strong>van</strong> <strong>het</strong> erf Toeninkin Groot Agelo in <strong>het</strong><br />

jaar 1754 in de echte hadden begeven. zich daaruit in 1772<br />

vrij voor 100 rijksdaalder. zoodat zij en hun kinderen vrij<br />

zouden zijn. <strong>onder</strong> voorbehoud. dat degene. die naderhand<br />

<strong>het</strong> erf mocht bouwen. zich weder naar <strong>het</strong> erf qualiflceerde<br />

ofmet den heer accordeerde. Dit is wel een abnormaal hoog<br />

bedrag voor vrijkoop. dat niet verklaard kan worden uit<br />

lage erfwinning. die immers f 700.- en een rosenobel vo,?r<br />

den rentmeester bedroeg. Wellicht hadden zij "een schot<br />

vol kinderen" die alle vrijgekocht moesten worden.<br />

Soms werd de vrijbrief gratis uitgereikt. maar dit was<br />

maar schijn. immers in zoo'n geval had de begunstigde zieh<br />

op <strong>het</strong> Huis vrijgediend als meid of knecht. Zoo manumit-


109<br />

teerde de heer des huizes <strong>Ootmarsum</strong> in 1711 de <strong>huis</strong>vrouw<br />

<strong>van</strong> Derek ten Dam, genaamd Swenne ten Bocum en derzelver<br />

kinderen uit eonsideratie <strong>van</strong> de trouwe diensten, door<br />

Derek eenige jaren als knecht bewezen, en <strong>onder</strong> conditie,<br />

dat hij op <strong>het</strong> gewone loon nog een campagne zou dienen.<br />

Aan Gese Coepinck werd in 1708 de vrijheid geaccordeerd<br />

voor drie paar hoenders per jaar, gedurende la achtereenvolgende<br />

jaren te leveren, omdat zij op <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong><br />

als dienstmeid had gewoond. Jenne Vinken bedong haar<br />

vrijheid in 1751 voor l O gulden "mitsgaders tien maal te<br />

moeten brouwen, op alsulke tijden, als sij <strong>van</strong>'t huys Ootmarssum<br />

daertoe geroepen word." Berend in Oude Wiechink<br />

(Klein-Aqelo] accordeerde in 1751 den vrijdom <strong>van</strong> zijn vrouw<br />

Hermken Groenefelds, geboren <strong>van</strong>'t erve Groeneveld in<br />

Tilligte voor la gulden "en tien dagen te arrebeiden ter tijd de<br />

Heere <strong>van</strong> Ootm: sal goed vinden", waarbij is aanqeteekend :<br />

..welke hij in somer 1752 in de colke heeft verrigt." Deze<br />

voorbeelden kunnen met verscheidene andere worden vermeerderd.<br />

Soms moet de vrijkoop in riatura worden voldaan,<br />

b.v. door Gerrith Olerick uit de boerschap Getelo ten behoeve<br />

<strong>van</strong> zijn schoonzuster Hmderke, met 20 voer goede<br />

.harde turf in 1729. Ook in andere gevallen kochten die<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> erve Olerink zich voor turf, of voor geld en turf vrij.<br />

<strong>Het</strong> is gebeurd, dat hoorigen 'zich voor de tweede maal<br />

moesten vrijkoopen. Zoo staat er geprotocolleerd <strong>van</strong>'t erf<br />

Wiegink in Klein Agelo: ..1751 Maart 7. Dewijle Geze en<br />

Fenne Wiginks geboren <strong>van</strong> <strong>het</strong> eijgenhorige erve Wigink<br />

geciteerd waren om haar vrij te kopen, sa zijn deselve<br />

ersehenen, producerende twee praetense vrijbrieven als eene<br />

<strong>van</strong> den 1 Maij 1721 ende den anderen <strong>van</strong> 24 Aug. 1725.<br />

door den tijdliken hofrigter des haves <strong>Ootmarsum</strong> afgegeven;<br />

dog dewijle sodane vrijbrieven na de bekende. hofreghten<br />

geensints door hofmeijeren maar <strong>van</strong> den qoed- ende eijqendoms-hèere<br />

selve afgegeven moeten worden. en deselve dus<br />

ondugtig zijnde, daarop niet heeft kunnen worden gereflec~


110<br />

teerd, sa hebben gem: Geze en Fenne Wiginks hunnen<br />

vrijkoop de nova met den Heere <strong>van</strong> Ootm: qeaccordeert<br />

voor een somma <strong>van</strong> twintig guld: datelik te betalen" .<br />

. Dit erf Wiegink moet in of kort voor 1751 door Friedrich<br />

Johan Siqîsmund <strong>van</strong> Heiden <strong>van</strong> de provincie Overijssel<br />

gekocht zijn. Bij de vrijkoopingen in 1721 en 1725 was<br />

blijkbaar de hofrichter Van Beverfarden buiten zijn bevoegdheid<br />

gegaan. Immers art. IIII <strong>van</strong> de Twentsche Hofrechten<br />

uit 1546 zegt, dat niemand <strong>van</strong> de hofhaarige lieden mocht<br />

vrij worden of uit de echte of <strong>hoorigheid</strong> ontslagen, voordat<br />

hij "<strong>van</strong> den here gecoft wesende" persoonlijk in den hof<br />

voor den hofmeier in een hofgerichte uitgegaan was, bren- .<br />

·gende een gelijke wederwissel in zijn plaats en vertoonend<br />

't consent <strong>van</strong> den vrijkoop, door den landrentmeester afgegeven.<br />

Deze, als verteqenwoordiqer <strong>van</strong> den heer, moest<br />

dus den vrijbrief uitschrijven, en niet de hofrichter.<br />

<strong>Het</strong> <strong>stelsel</strong> <strong>van</strong> wederwissel werd bij de haarigen <strong>van</strong>'t<br />

Huis <strong>Ootmarsum</strong> niet toegepast, tenminste niet na <strong>het</strong> jaar<br />

1684, wa~neer <strong>het</strong> Protocolboek begint.<br />

* *<br />

*<br />

Artikel 12 <strong>van</strong> <strong>het</strong> Twentsche Hofrecht luidt: ,;Item als<br />

eyn hofhorych man stervet, de syn hofrecht verwart heft,<br />

dar komen den heere toe <strong>van</strong> alle vyervotige besten half,<br />

als perden, koen, ossen, calver, scapen ende verkenen. Item<br />

sylver ende galt ongemuntet, speek hangende yn weden,<br />

butengesey, dat ys dat up andere luden lant, dat dye hofhoryge<br />

bruyckt, wasset of gewassen ys, mer de pacht <strong>van</strong><br />

den salven lande behort dar yrst <strong>van</strong> betalt te worden, ende<br />

weddeschat. dat ys geld dat de hofhoryge heft gedan anderen<br />

luden up gewyn of up rente, dar gene besegelden breve af<br />

hebbende".<br />

Ook voor de haarigen <strong>van</strong>'t Huis <strong>Ootmarsum</strong> gold,<br />

globaal genomen, deze rechtsregel, gelijk men zich mede bij<br />

voorkomende geschillen aan <strong>het</strong> Hofrecht refereerde. Hoe er


111<br />

bij versterf moest worden gehandeld. staat voor in 't Protocolboek.<br />

<strong>Het</strong> schijnt een bedorven afschrift te zijn:<br />

Naericht wegens versterff <strong>van</strong> de eigen horigen<br />

des <strong>huis</strong>es Ootmarzum, door wylen den Welgeb.<br />

Heer Johan Dlderich baron <strong>van</strong> Heiden etc. met<br />

eigen handt geschreven.<br />

Mit der Eigenhörigen des Hauses <strong>Ootmarsum</strong> Ver~<br />

sterb wirt also gehalten: Wan ein Eiqenhörîch, so wol<br />

Halseigen als in die Wasechte. Man oder Frau verstirbt.<br />

muss das lest lebende Eheqaet, oder Erbgenaem<br />

oder Freunt durch die Nachbaren oder sansten auf dem<br />

dritten Tag nach dem Absterben den Todt alhier an<br />

dem Hause <strong>Ootmarsum</strong> anmelden. bei Vermeiderung<br />

einer wilkurliche Straffe. von dem lestleebenden Ehegat<br />

oder Freunden abzuforderen.<br />

Dem zu Folg werden alle Besttalen und Moblilien. so<br />

woll in als aussethalb des Hauses durch einen zeitliehen<br />

Sereiber dieses Hauses Ootmarssum in Gegenwart des<br />

Vogts aufgescrieben und ist als dan davon. nemlich von<br />

allen Guteren, dem Guthern die Halbscheit verfallen.<br />

so derselbe auch zu sich nimbt oder veraccordiren lest,<br />

und verpleipt die ander Halbscheit dem lest lebenden<br />

Ehegat: versterben sie aber alle beide, so ist dem<br />

Guthem alles verfallen.<br />

Die aber in der Wachsechte sint. damit wirts also<br />

gehalten, das nicht mehr als feltfluchtige und vierfussige<br />

Gethierte, ungemunt Silber. belagtes Gelt und das Speck<br />

in den Wethen hanqendt, von einem Versterbling halb<br />

den Guthern verfaller. Wo sie aber alle beide sterben<br />

die ander Halbscheit ob spectflcierten Posten insgeheil<br />

verschenen seindt, da von dem Schreiber von einem<br />

vollen Erbe 30 Stuv. hat und der Vogt des Verstorbenen<br />

Kleit. damit er auf Vierhoochzeiten zu· Kirchen geht.<br />

pro labere empfangen.


112<br />

Undt von einem Kotter oder halben Erbe hat der<br />

Schreiber nur einen halben Thaler zu erwarten.<br />

N.B. Der Schreiber hat zu profitieren von jedem<br />

Erfbrief auf Pargement geschrieben, wan es ein voll<br />

Erb ist, 2Rx twee Rx.<br />

von einem halben eenen Rx 1 Rx.<br />

von einen Freibrief zu schreiben 30 Stuver,<br />

und der Vogt hat des Verstorbenen bestes Kleit".<br />

De practijk was dus de volgende. Wanneer een hoorig<br />

man of vrouw, <strong>het</strong>zij halseigen, <strong>het</strong>zij wasechtig, stierf, dan<br />

was de overlevende echtgenoot, of bij ontstentenis <strong>van</strong> dien<br />

een erfgenaam of vriend verplicht, door de buren of op<br />

andere wijze binnen drie dagen na den dood <strong>van</strong> den haarige<br />

<strong>het</strong> overlijden op <strong>het</strong> Huis aan te zeggen. Daarop begaven<br />

zich de schrijver of secretaris en de voogd of reutmeester<br />

zieh naar <strong>het</strong> sterf<strong>huis</strong>, waar zij een inventaris opmaakten<br />

<strong>van</strong> alle goederen, welke voor de helft aan den goedsheer<br />

ten deel vielen. Dat waren bij volhooriqen : a) levend gedierte:<br />

paarden en veulens, koeien, stieren, kalveren, varkens,<br />

ganzen, hoenders en eenden. b) landbouwwerktuigen en gereedschappen:<br />

wagens, ploegen, schoppen, grepen, zichten,<br />

zwaden (= zeisen), vlegels, warmen. kafmolens. c) meubelen,<br />

gereedschappen en <strong>huis</strong>raad: tafels, stoelen, bedden, kleerkisten,<br />

spinden, zaad- en hakselkisten, baktroggen, snijzompen,<br />

ketels. potten, pannen, scherpbiersvaten, karnen, melkvaten,<br />

leupens, wateremmers, tangen, haals, hangzijzers. roosters,<br />

ijzeren en aarden potten, schotels, koppen en telders, spinnewielen<br />

"en wat meer te voorschijn zal worden gebracht."<br />

d) baar geld, ongemunt zilver en goud. uitstaand geld. e) te<br />

velde staande roqqe of ander graan op land, dat geen eiqendom<br />

<strong>van</strong> den goedsheer was. f) spek in de wieme, vleesch<br />

in de euse. .<br />

Van hem of haar, die in de halseigen <strong>hoorigheid</strong> was geweest.<br />

verviel de helft der genoemde goederen, 'voor zoover


113<br />

aanwezig, aan den heer. Dat deze <strong>van</strong> dit recht gebruik<br />

heeft gemaakt, moet in <strong>het</strong> tijdvak, dat wij kunnen overzien,<br />

slechts sporadisch zijn voorgekomen. Regel was, dat er met<br />

den langst levenden echtgenoot of de erfgenamen een accoord<br />

werd getroffen, waarna zij de beschikking konden houden<br />

over de levende en doode have, z<strong>onder</strong> welke immers <strong>het</strong><br />

bedrijf niet in gang kon worden gehouden. De afkoopsom,<br />

waarvoor de heer hun dit alles liet behouden, was <strong>het</strong> versterf<br />

of <strong>het</strong> versterfgeld.<br />

Na overlijden <strong>van</strong> een wastinsigen haarige werd alleen<br />

<strong>het</strong> pluimvee, <strong>het</strong> viervoetige gedierte, <strong>het</strong> ongemunt zilver<br />

<strong>het</strong> spek in de wiem en <strong>het</strong> uitstaande geld geïnventariseerd.<br />

In dit opzicht verkeerde de wastinsige· dus in vrij wat gun~<br />

stiger positie dan de halseigene.<br />

Slechts enkele malen kwam <strong>het</strong> voor, dat een erfgenaam<br />

onmachtig was, de afkoopsom te betalen; dan werd de erfdeeling<br />

gehouden volgens de letter <strong>van</strong> <strong>het</strong> hoorige recht.<br />

Dit geschiedde b.v. na den dood <strong>van</strong> Zwenne ten Bos,<br />

vrouw of weduwe <strong>van</strong> Jan Busger te Tilligte, in 1741; toen<br />

volgens inventarisatie door den secretaris "een bruyn paard<br />

met een kollev-een rode gesprinkte koe en een. rood kalf"<br />

ingevolge eigenhoorig recht ..luyd wasregister" aan den Heer<br />

<strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong> devolveerden, Ook bij den boer Enktman<br />

werd in 1649 een casueele prestatie (misschien versterf) in<br />

natura uitgenomen, evenals bij den boer Graal in Tilligte in<br />

't jaar 1641.<br />

Beziet men de verschillende inventarissen in <strong>het</strong> Protocollenboek,<br />

dan komt men tot de overtuiging, dat de heer zijn<br />

meiers <strong>het</strong> vel niet over de ooren haalde, maar schappelijk<br />

behandelde. 't Spreekt <strong>van</strong>zelf. dat de versterfgelden zeer<br />

varieerden, want ook hier werd met allerlei omstandigheden<br />

ter dege rekening gehouden. De cijfers, zooals die opqediept<br />

kunnen worden, loopen uiteen <strong>van</strong> f 25.- tot f 200.-;<br />

Meestal kon men <strong>het</strong> versterfgeld in termijnen voldoen, een<br />

enkel maal kon men <strong>het</strong> verrenten. Verzuim <strong>van</strong> aangifte


114<br />

<strong>van</strong> overlijden kwam nog al eens voor, maar vooral. bij<br />

wastinsigen werd door den heer nauwkeurig op den termijn<br />

<strong>van</strong> aangifte gelet. Immers als de drie dagen verstreken waren,<br />

z<strong>onder</strong> dat <strong>van</strong> een wastinsige <strong>het</strong> overlijden was aangezegd,<br />

dan werd er met zijn nalatenschap volgens eigenhoorig recht<br />

gehandeld en volle erfdeeling toegepast.<br />

. Om door een voorbeeld duidelijk te maken, hoe er bij<br />

versterf gehandeld werd, volgen hier de versterven, die betrekking<br />

hebben op bewoners <strong>van</strong> <strong>het</strong> erve Mensman<br />

te Tilligte .<br />

..Inventaris <strong>van</strong> den. inboedel <strong>van</strong> Mensman, na <strong>het</strong> versterf<br />

<strong>van</strong> Geertken Vinken, vrouw <strong>van</strong> Jan Mensman, in de<br />

wasechte overleden.<br />

Peerden drie, en een tweejarig vuIl.<br />

twee jarige kalver, en drie heekkalver.<br />

een verken.<br />

schapen ~ vacant.<br />

drie gansen.<br />

tyn hoeriders.<br />

envogels - vacant.<br />

spec - vacat.<br />

gelt - niet.<br />

belegt gelt - niet.<br />

ongemunt silver ~ niet. . A. PERIZONlUS q. qua."<br />

Op 2 Maart 1720 accordeerde Jan Mensink dit versterf;<br />

zoomede de opvaart <strong>van</strong> zijn tweede vrouwFenne Raatqerinck,<br />

die zich mede in de wasechte begaf, voor f 150.-.<br />

waarbij de tot dusver vrije Fenne R. een kind vrij zou<br />

hebben.<br />

Op 5 Maart 1724 accordeerden Steggeman uit Tilligte en<br />

Gerrit Schroers <strong>het</strong> versterf <strong>van</strong> hun overleden zwager Jan<br />

Mensinck en de opvaart <strong>van</strong> Herman Vluchte, toekomstiqen<br />

echtgenoot <strong>van</strong> Fenne Raetgers voor f 115.~ benevens<br />

:J S..... voor Dr. Perizonius. Deze Fenne moet d'oude


115<br />

Mensmanse" zijn, die op 7 Juli 1740 overleed en wier nalatenschap<br />

den 10 Juli geinventariseerd werd als volgt:<br />

4 paarden<br />

1 vullen'<br />

4 koeijen<br />

3 kalver<br />

2 oude met 8 jonge<br />

5 ganze.<br />

verkens<br />

Er werd nog niet over de afkoopsom geaccordeerd, maar<br />

daarmee<br />

sterven.<br />

zou gewacht worden, tot de oude man kwam te<br />

De jonge Mensman, die in 1738erfwinning hadgedaan, overleed<br />

in 1756, waarop de weduwe Geese Engsing, geboortig<br />

uit Vasse, <strong>het</strong> versterf voor f 150.-· verkreeg, "zijnde dit<br />

bedrag zoo gering gelaten, omdat de. weduwe met verscheidene<br />

kleine kinderen is blijven zitten". Zij hertrouwde met<br />

Berend Cotmans, die in 1757 opvaart deed, maar deze overleed<br />

reeds den 22 December 1763, waarop vier dagen later<br />

de nalatenschap volgens wasechtig recht werd geïnventaril:;eerd:<br />

drie paarden<br />

twee veulens ieder een jaar oud<br />

< zess guste beesten<br />

drie hekkecalver<br />

vier ganse<br />

zegt geen spek, ook geen liggend geld te hebben."<br />

Zijn weduwe Geese accordeerde dit versterf, alsmede de<br />

erfwinning<br />

in Januari<br />

<strong>van</strong> Jan Mensink en zijn toekomende <strong>huis</strong>vrouw<br />

1764 voor f 500.-, Jan overleed echter reeds<br />

op 16 April 1773, waarop zijn weduwe den 10 Juni zijn<br />

versterf accordeerde voor de sam <strong>van</strong> h<strong>onder</strong>d zilveren<br />

ducatons of f 315.-, voor of op a.s. Martini te betalen.<br />

Daar de weduwe z<strong>onder</strong> man <strong>het</strong> erf niet kon bouwen en<br />

.genoodzaakt was, zoo spoedig mogelijk te hertrouwen, liet<br />

deheer de opvaart <strong>van</strong> haar toekomenden man voor f 150.-.<br />

Gerrit Jan Mensman. zoon. <strong>van</strong> Jan Mensink en Fenne


116<br />

Laarhijs. geassisteerd door zijn stiefvader Gerrit en zijn voogd<br />

Derk Stegeman. won in 1793 <strong>het</strong> erf voor f 425.-. waar<strong>onder</strong><br />

mede begrepen <strong>het</strong> versterf <strong>van</strong> zijn moeder Fenne.<br />

Hierbij werden "de sIegte omstandigheden en veele schulden<br />

waarin <strong>het</strong> erve was gedompelt" in eonsideratie genomen.<br />

Hij trouwde met Geertruij Tijhuijs uit Noord-Deuminqen,<br />

die op 10 Juni 1805 overleed, welk sterfgeval den volgenden<br />

dag door een nabuur op <strong>het</strong> Huis werd aangegeven. De<br />

inventaris <strong>van</strong> den boedel luidt als volgt:<br />

2 paarde en feul, 4 koebeesten, 6 kalveren, 3 bedden,<br />

1 kiste, 1 haxelkiste, 1 snijsomp, 1 roggenkiste oud, l. baktrog.<br />

2 keetels <strong>van</strong> kooper, 1 kaarne, 2 eijmers, 3 balien,<br />

3 spinnewielen, 8 stoelen. 1 panné, 1 tange, 2 tafels, 2 wagens.<br />

1 ploeg met zijn toebehoor, potten 1. schuppen 3, greepen 3.<br />

wanne 1, vlegelen 5, kafmeule 1, grasswaden 1. ganze 2,<br />

hoenders 14, mudde lands bezaaid met winterrogge 14 mudde,<br />

leggend of uitstaand geld niets, vlees in de euse."<br />

, <strong>Het</strong> bedrag. waarvoor dit versterf werd geaccordeerd,<br />

wordt nietgenoemd.<br />

Enkele andere versterven volgen hier nog:<br />

Op <strong>het</strong> erf Kamp<strong>huis</strong> in Deurningen overleed de oude<br />

meier Hendrick Camp<strong>huis</strong>, waarop de rentmeester J. 'G.<br />

Dräghoorn op 11 Januari 1762 den inventaris opmaakte.<br />

Er waren aanwezig: 2 paarden en een eenjarig of enter<br />

veulen. 4 koebeesten, 8 guste beesten, 4 kalver, 2 varkens.<br />

3 bedden met haar toebehoor. 2 kisten, 1 haxelkiste, 1 snijsomp,<br />

1 bakketrog, 1 ketel, 1 scherrebiersvat, 1 kaarne met<br />

2 leupens, 2 wateremmers, 3 zoppenbalien. 5 spinneweeie<br />

7 stoelen, 1 bakpanne met een hangijser, 1 haal, 1 tanqe,<br />

t tafel, 2 waqens, 1 ploeg met sijn toebehoor, 2 ijseren<br />

potten, en verder kleijn huijsraad <strong>van</strong> aardewerk &c. Vier<br />

dagen later accordeerde Lamdert Kleijne Beverborg namens<br />

zijn schoonzoon Jan Camphuijs <strong>het</strong> vorenstaande versterf<br />

voor <strong>het</strong> geringe bedrag <strong>van</strong> f 40.-, waarom er ook in<br />

<strong>het</strong> protocol werd bijgevoegd: ..s<strong>onder</strong> eenige consequentie."


117<br />

De inventaris der nalatenschap <strong>van</strong> Arend Schepers, bouwman<br />

<strong>van</strong> <strong>het</strong> erve Schepers in de boerschap Rossum, op<br />

10Maart . 1773 in eigen<strong>hoorigheid</strong> overleden, werd den<br />

15 Maart opgemaakt door den rentmeester J. G. Dröghoorn<br />

en den. secretaris A. Schneidler en luidt als volgt: twee<br />

paarden, zes beesten, twee verkens, drie. bedden, twee kisten,<br />

een haxelkiste, een snijsomp. een baktrog, twee ketels, een<br />

scherpbiersvat, een kaarne, twee eijmers, twee baliën, drie<br />

spinneweele, zess stoelen, een parme, een haal. een tafel,<br />

twee wagens, een ploeg met zijn toebehoor, twee potten,<br />

twee schuppen, een wanne met vijf vlegels, een snaphaan,<br />

en verder kleijn huijsraad en aardenwerk. vijf en een half<br />

mudde lands bezaait met winterrogge, twee gansen.<br />

Er wordt niet vermeld, hoeveel de afkoopsom bedroeg:<br />

alleen is bekend, dat Lucas Grote Johan uit Tilliqte, <strong>onder</strong>trouwd<br />

met de weduwe <strong>van</strong> Arend Schepers, op 11 Juli 1774<br />

<strong>het</strong> versterf <strong>van</strong> wijlen Arend Schepers en zijn opvaart op<br />

<strong>het</strong> erf Schepers tezamen accordeerde voor f 210.-, een<br />

schappelijk bedrag inderdaad.<br />

De, versterven geven een goedbeeld <strong>van</strong> den toestand<br />

<strong>van</strong> een boeren-<strong>huis</strong>houding in de achttiende eeuw. Maar ...<br />

contant geld was ernimmer aanwezig, evenmin uitstaand<br />

geld, en slechts zelden eenig spek of vleesch. Voogd en<br />

schrijver zullen wel een oog dicht hebben gedaan. als zij<br />

<strong>onder</strong>' de wieme stonden.<br />

* *<br />

*<br />

Eenige voorbeelden hebben reeds terloops aangetoond,<br />

dat de haarige rechten nog al eens werden overtreden. In<br />

iederen erfbrief werd de bepaling opgenomen,· dat de meier<br />

geen hout mocht hakken op zijn erf buiten consent <strong>van</strong> zijn<br />

goedsheer. Ofschoon hierop streng werd toegezien, is <strong>het</strong><br />

zeker, dat dergelijke excessen veel vaker werden gepleegd,<br />

dan 't Protocolboek vermeldt. Immers ook de Markeboeken<br />

leeren, dat <strong>het</strong> elandestien hakken <strong>van</strong> hout ondanks de


118<br />

daarop. gestelde breuken niet te stuiten was. Werd <strong>het</strong> feit<br />

echter geconstateerd, dan verbeurde de boer zijn erfqerechtigheid,<br />

maar steeds was de heer voor een accoord te vinden,<br />

omdat hij gaarne klinkende munt zag. Enkele gevallen <strong>van</strong><br />

onbevoegd houthakken noem ik hier.<br />

Bosch te Agelo werd in 1745 beboet met f 50.- voor<br />

<strong>het</strong> afhouwen <strong>van</strong> eenige zware eiken takken, terwijl Enqberman<br />

in Rossum in <strong>het</strong>zelfde jaar voor een dergelijk delict<br />

f 200.- kon neertellen. Op een inspectietocht had de heer<br />

<strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong> bevonden "dat Engberman te Rossum hadde<br />

bestaan,de meeste en grootste takken der eijken bomen"<br />

aldaar af te houwen, eene daat, die niet alleen regelregt<br />

contrariert onze Land-regt <strong>van</strong> Overyssel, p. 2, t. 9, art." 9,<br />

maar waardoor dien boer zelfs zijne gansehe erfgeregtigheid<br />

heeft verwerkt, behalven dat deselve eene grote wrevelheld<br />

des boers in zigh besluijt: sulx Sijn Hw. Geb. daarover seer<br />

te onvreeden. hem Engberman heeft doen aanseggen en afvragen,<br />

om ten eersten over <strong>het</strong> verspillen sijner erfqereqtigheid<br />

door dit delict ver-oorsaakt, te komen en afdraght<br />

te maken &c." Daar Engberman geen de minste reden of<br />

schijn kon bijbrengen om zich te verontschuldigen, werd<br />

hem door den heer "na mondelinge correctie en waarschouwinqe"<br />

een boete <strong>van</strong> 200 gulden opgelegd. waar<strong>van</strong><br />

f 100.- binnen 14 dagen, f 100.- voor a.s. Vastenavond<br />

te betalen.<br />

Er blijkt uit de protocollen, dat in genoemd jaar 1745<br />

een groote inspectietocht is gehouden. Hanhof in de Lutte<br />

werd betrapt op <strong>het</strong> hakken <strong>van</strong> meer dan 20 zware eiken<br />

takken, waardoor hij in een boete <strong>van</strong> f 50.- verviel en<br />

in deverplichting, in de drie eerstkomende jaren telkens<br />

100 eiken telgen te poten, subsidiair 3 maal f 50.- boete<br />

te betalen. Toen dezelfde Hanhof naderhand den top <strong>van</strong><br />

een grooten eik had afgehouwen, werd hij beboet met de<br />

levering <strong>van</strong> 50 eieren 's jaarsop <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong>.<br />

Bij"een inspeetie in 1756 werd bevonden, dat verscheldene


119<br />

eiken op en in de wallen <strong>van</strong> de z.g. Gerkater Maden of<br />

Meden in Groot Agelo waren gehouwen en afgezaagd, en<br />

de stobben weer met loof, plaggen, etc... voorsigtiglijk toegemaakt".<br />

Getkate, geciteerd zijnde, verscheen op <strong>het</strong> Huis<br />

en verzekerde "in eedes plaatse", dat "alsodanig onbehoorlik<br />

houwen buijten sijn kennisse, weten en willen soude' wesen<br />

geschied en dus deselve notoir gestolen waren", <strong>het</strong>geen<br />

volgens zijn zeggen des te gemakkelijker kon geschieden,<br />

daar deze maten ver <strong>van</strong> zijn. <strong>huis</strong> waren gelegen en er<br />

geen woningen in de buurt stonden. De boer werd bij qebrek<br />

aan bewijs wel <strong>van</strong> de boete vrijgesproken, maar toch<br />

veroordeeld om 4 ducaten te betalen, omdat hij <strong>het</strong> afhouwen<br />

der stammen niet had aangegeven, "met wijdere recommandatie,<br />

om voortaan beter optepassen, of dat anders conform<br />

de Hofrechten voor den dader selfs aangesien en gehouden<br />

en g'actioneert soude worden".<br />

Zoo gaat <strong>het</strong> strafregister voort. Maseland in Tilligte hakte<br />

in 1755 een zwaren eik, verkocht een gedeelte daar<strong>van</strong> aan<br />

een zekeren' Kersbergen en groef <strong>het</strong> overige hout in den<br />

grond. Uit de aanwezigheid <strong>van</strong> eenige bedekte stobben werd<br />

de slotsom getrokken, "dat hij te meermalen sulke wrevele<br />

houtdieverije hadde gepleegt". Met een boete <strong>van</strong> f 120,:.kwam<br />

hij er af. Een volgendmaal moest een boer zijn drie..<br />

jarig ruinpaard .afstaan, een andermaal drie vette schapen,<br />

en ofschoon ook <strong>het</strong> houwen <strong>van</strong>. een jong boompje zeer<br />

strafbaar was, kwam de boer, die schapen moest leveren .<strong>het</strong><br />

was Westrik in Halle .- er zoo genadig af, omdat <strong>het</strong><br />

geschied was bij indispositie en z<strong>onder</strong> voorkennis <strong>van</strong> den<br />

boer, omdat de boer vlijtig plantte en beloofd had in 't vervolg<br />

even neerstig te planten, omdat hem <strong>het</strong> vorige jaar<br />

al <strong>het</strong> koorngewas verhageld was en om menigvuldige andere<br />

ongelukken meer... N.B. De 3 vetre schapen sijn ter keuken<br />

<strong>van</strong> Haar Excel!. in Julij 1746 gelevert door de Jade Jacob<br />

Hertogh voor den boer Westerijk".<br />

* *<br />

*


120<br />

Wat <strong>het</strong> bezwaren <strong>van</strong> gedeelten <strong>van</strong> .een erf met hypotheek<br />

en den aankoop <strong>van</strong> grond door een meier betrof<br />

stemden de hooriqe rechten <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>huis</strong> <strong>Ootmarsum</strong> met<br />

<strong>het</strong> Twentsche Hofrecht overeen. Zoo werd, om enkele<br />

voorbeeldenaan te halen, in 1685 door George Maximiliaan<br />

baron <strong>van</strong> Heiden aan Albert Borggreve te Tflliqte consent<br />

verleend, geld te lichten op twee stukken lands op Borggreven<br />

Bree,' <strong>onder</strong> voorwaarde, dat de schuld binnen 4 jaar<br />

moest zijn afgelost. terwijl ~n 1699 vergunning werd gegeven<br />

aan Henrick Hand te Noord-Deuminqen, een mud land met<br />

hypotheek te bezwaren. <strong>onder</strong> conditie, dat <strong>het</strong> binnen zes<br />

jaar weer vrijgemaakt moest worden bij verlies <strong>van</strong> de erfgerechtigheid.<br />

Met Albert Brunger te Klein Agelo werd in 1739 geconvenieerd,<br />

dat twee door hem aangekochte stukken land,<br />

bij <strong>het</strong> erf Brungerinck gelegen, inseparabel bij <strong>het</strong> erf zouden<br />

blijven. Dit voorbeeld kan met andere vermeerderd worden.<br />

In 1733 had Albert Borggreven zoon met toestemming <strong>van</strong><br />

zijn broer, den meier <strong>van</strong> Borggreve, en <strong>van</strong> de mark<br />

Tilliqte, een <strong>huis</strong> getimmerd op de gemeente. dat is op<br />

markegrond vóór Borggreven land. en eenige woeste grond<br />

tot gaardenland ontgonnen. Ook <strong>van</strong> den Heer <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong><br />

moest hij daartoe <strong>het</strong> consent verzoeken. dat hem<br />

werd verleend op de volgende voorwaarden: <strong>Het</strong> <strong>huis</strong> en<br />

de aangemaakte grond zullen altijd tot <strong>het</strong> erve Borggreve<br />

en dus tot <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong> behaaren, de bewoner met<br />

de zijnen in de wasechte gaan, en jaarlijks op Martini<br />

4 ganzen en 2 hoenders leveren. Na den dood <strong>van</strong> Albert<br />

zouden zijn kinderen behoorlijk erfwinning doen. terwijl hij<br />

nu geen erfwinningspenning behoefde te geven, omdat hij<br />

't <strong>huis</strong> zelf had gebouwd.<br />

* *<br />

*<br />

Toen <strong>het</strong> met de heerlijkheid <strong>van</strong> <strong>het</strong> Huis <strong>Ootmarsum</strong><br />

was gedaan en alle goederen <strong>onder</strong> den hamer kwamen.


121<br />

eindigde ook de <strong>hoorigheid</strong> voor de gebruikers <strong>van</strong> de<br />

boerenplaatsen. 30 Januari 1811 werd op verzoek <strong>van</strong><br />

Jhr. Jacob <strong>van</strong> der Dussen. executeur-testamentair <strong>van</strong> de<br />

douairière Anna Sophia Dorothea <strong>van</strong> Heiden Hompesch<br />

geboren vrijvrouw <strong>van</strong> Riedesel. Eisenbach en Hermannsburg.<br />

de eerste groote veiling gehouden <strong>van</strong> een groot aantal<br />

erven en losse goederen s . waar<strong>onder</strong> <strong>het</strong> meerendeel <strong>van</strong> de<br />

landerijen der havezate. Wat op dezen dag onverkocht bleef.<br />

kwam den 5 Maart d.a.v. <strong>onder</strong> den hamer. namelijk <strong>het</strong><br />

<strong>huis</strong> zelf. 24· boerenplaatsen. eenige tienden en tinsen en nagenoeg<br />

alle wei- en hooilanden. Ook tusschen beide verkoopingen<br />

gingen nog eenige perceelen <strong>van</strong> de hand. terwijl<br />

in April 1811 <strong>het</strong> laatst overgeblevene. waar<strong>onder</strong> <strong>het</strong><br />

dennenboschje op den Kuiperberg. links <strong>van</strong> <strong>het</strong> Jodenkerkhof.<br />

<strong>onder</strong>handsche koopers vond.<br />

Zoo ging <strong>het</strong> roemrijke Huis <strong>Ootmarsum</strong> met al zijn<br />

waardevolle goederen <strong>onder</strong>. Alles spatte uit elkander.<br />

In <strong>het</strong> besloten testament <strong>van</strong> A.S.O. douairière <strong>van</strong> Heiden<br />

Hompesch, dat zij <strong>onder</strong> bijstand <strong>van</strong> Mr. Willern <strong>van</strong><br />

Teisterband genaamd Bilderdijk op 16 Mei 1801 te Brunswijk.<br />

de plaats harer ballingschap. had gemaakt. had zij een<br />

mogèlijken verkoop <strong>van</strong> <strong>Ootmarsum</strong> reeds voorzien. Zij had<br />

daarin namelijk de bepaling opgenomen ... dat <strong>het</strong> goed <strong>Ootmarsum</strong>.<br />

in gevalle niet noodig zal zijn ter vereffening <strong>van</strong><br />

den boedel <strong>het</strong> zelve te verkoopen, zal moeten toebedeeld<br />

worden aan voornoemde mijne kleindochter Anna Sophie<br />

Dorothea <strong>van</strong> Heiden Hompesch." 1) De schulden. waarmede<br />

de boedel bezwaard was. waren blijkbaar zoo hoog. dat<br />

<strong>Ootmarsum</strong> niet gered kon worden. Geen <strong>van</strong> de erfgenamen<br />

Van Heiden gevoelde lust. kooper <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>huis</strong> of <strong>van</strong><br />

andere perceelen te worden. Verreweg de meeste erven,<br />

kottersplaatsen. huizen. molens en andere goederen gingen<br />

1) Uittreksels uit haar testament in Archieven Oudheidkamer Twente.<br />

Enschede. so-re 28.


122<br />

in eigendom <strong>van</strong> hun gebruikers over, maar :ook gezeten<br />

burgers, als burgemeester Bernard Cramer te <strong>Ootmarsum</strong>,<br />

Antony <strong>van</strong> Laer te <strong>Ootmarsum</strong>, A. A. W. <strong>van</strong> Wulff ten<br />

te Oldenzaal en Johannes Palthe te Oldenzaal, kochten verscheidene<br />

boerderijen en losse landerijen.<br />

De bestede prijzen loopen uit den aard der zaak uiteen,<br />

doch de opbrengst <strong>van</strong> enkele groote erven, die meer dan<br />

f 5000.- deden, was:<br />

Bokum in Tilligte f 6355.-<br />

Dusink in Klein Agelo 6500.-<br />

Enktman in Tilligte 5810.-<br />

Hazelbekke in Nutter 8000.-<br />

Langkamp in Tilligte 5200.-<br />

Lippert en Meerbekke in Hezinge 14000.-<br />

Mast in Vasse " 5040.-<br />

Mensink in Tilligte 5290.-<br />

Sanderink in Volte 9922.-<br />

Steggink in Tilligte " 5500.-<br />

Toenink in Groot Aqelo 7710.-<br />

Vinken Jan in Klein Aqelo ot 5580.-<br />

Voorpostel in Oud <strong>Ootmarsum</strong> 6900.-<br />

Van de erven Bokum, Mensink en Steggink werd Antony<br />

<strong>van</strong> Laer kooper, <strong>van</strong> Lippert en Meerbekke burgemeester<br />

Bernard Cramer te <strong>Ootmarsum</strong>, terwijl de overige eigendom<br />

werden <strong>van</strong> de bouwlieden zelf. 1) De lotgevallen der erven<br />

en andere goederen, <strong>van</strong> hun verwerving tot hun verkoop,<br />

is een hoofdstuk op zieh zelf.<br />

I) Zie voor de verkoopingen: Protocol <strong>van</strong> geproduceerde zegels tot<br />

overdrachten, Vredeqerecht <strong>Ootmarsum</strong>, 1811, in Arch. Oudheidkamer<br />

Twente; Rijksarchief depôt in Overijssel. Rechtelijke Archieven. landgericht<br />

<strong>Ootmarsum</strong>. Overdrachten 1807-1811; Notarieeie Archieven. inventaris<br />

No. 174; enkele losse stukken in Oudheidkamer Twente.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!