29.08.2013 Views

Het linnengoed van Marie Cornélie, gravin van Wassenaer Obdam ...

Het linnengoed van Marie Cornélie, gravin van Wassenaer Obdam ...

Het linnengoed van Marie Cornélie, gravin van Wassenaer Obdam ...

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

<strong>Het</strong> <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>, <strong>gravin</strong><br />

<strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong> <strong>Obdam</strong> (1799-1850) Sanny de Zoete<br />

1 Inleiding<br />

<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>, <strong>gravin</strong> <strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong> <strong>Obdam</strong>, was een meisje tussen tafellaken<br />

en servet <strong>van</strong> dertien jaar toen ze in 1812 door de dood <strong>van</strong><br />

haar vader 122 tafellakens, 1347 servetten, 33 handdwalen, 106 beddelakens,<br />

229 slopen en 290 handdoeken erfde.' Een inventaris uit 1875,<br />

25 jaar na haar dood, vermeldde: 416 tafellakens, 3971 servetten, 22<br />

buffetkleden, 400 beddelakens, 515 slopen, 1200 handdoeken en 950<br />

droog-, thee-, pot- en glazendoeken, alles opgeborgen in 13 kabinetten<br />

en 1 kist. 2<br />

Een groot deel <strong>van</strong> het bovengenoemde <strong>linnengoed</strong> bevindt zich nog in<br />

kasteel' Twickel bij Delden (afb. 1) in Overijssel. Hier woonde <strong>Marie</strong><br />

<strong>Cornélie</strong> het grootste deel <strong>van</strong> haar leven. Deze collectie <strong>linnengoed</strong><br />

biedt in Nederland één <strong>van</strong> de beste mogelijkheden om gegevens <strong>van</strong><br />

boedelinventarissen te koppelen aan realia.' Tot nu toe werd er vooral<br />

aandacht besteed aan het zeventiende- en achttiende-eeuwse <strong>linnengoed</strong><br />

<strong>van</strong> deze collectie.' og weinig onderzoek werd er gedaan naar<br />

negentiende-eeuws <strong>linnengoed</strong> in Nederland, noch naar fabrikanten,<br />

noch naar gebruiksters en het gebruik. Daarom is hier de keuze op <strong>Marie</strong><br />

<strong>Cornélie</strong> gevallen.<br />

Tot het <strong>linnengoed</strong>, of lijwaet zoals het ook genoemd werd, behoorden<br />

in boedelinventarissen het tafellinnen, bestaande uit damasten en pellen<br />

tafellakens met bijpassende servetten en handdwalen, het bedlinnen<br />

zoals lakens en kussen- en lendeslopen, en allerhande huishouddoeken,<br />

bijvoorbeeld thee-, pot- en glazendoeken en gezichtshanddoeken.<br />

In dit artikel volgen we <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> en haar <strong>linnengoed</strong> door de tijd.<br />

Over een periode <strong>van</strong> drieëntwintig jaar, <strong>van</strong> 1827 tot haar dood in<br />

1850, noteerde zij steeds zorgvuldig haar uitgaven in diverse kasboekjes.<br />

Verbanden worden gelegd tussen deze gegevens uit het archiefonderzoek<br />

en het nu nog aanwezige <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> de collectie Twickel. 6 De<br />

volgende vragen komen aan de orde. Werd er voor <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>'s hu-<br />

174 TI-IB 37 (1997)


Afb. 1. L. Meijer; Twickel, 1837 (Uit Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren,<br />

J 837) (Foto:] Mulder; Enschede Huisarchief Twickel).<br />

welijk <strong>linnengoed</strong> aangeschaft, de zogenaamde linnenuitzet? Wat erfde<br />

zij aan <strong>linnengoed</strong>? Wat kocht zij voor en tijdens haar huwelijk? Welk<br />

onderscheid was er tussen het <strong>linnengoed</strong> voor de familie en het personeel?<br />

Wat was de functie <strong>van</strong> de verschillende doeken, zoals de theedoek?<br />

Wat deed een linnenmeid? Hoe was de verwerking en behandeling<br />

<strong>van</strong> het <strong>linnengoed</strong>? Is het waar dat er vroeger maar twee keer per<br />

jaar gewassen werd?<br />

2 <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>, <strong>gravin</strong> <strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong> <strong>Obdam</strong><br />

<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> (afb. 2) werd geboren op 21 september 1799, als eerste<br />

en enig kind uit het huwelijk <strong>van</strong>]acob Unico Wilhelm graaf <strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong><br />

<strong>Obdam</strong> en diens tweede vrouw Margaretha Helena Alewijn. Haar<br />

moeder stierf in 1802. Haar vader hertrouwde in 1808 met Sophia barones<br />

<strong>van</strong> Heeckeren <strong>van</strong> Keil. Hij stierf in 1812, waarna haar stiefmoeder<br />

één <strong>van</strong> de vijf voogden <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> werd.<br />

<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> was een zachtaardig en gevoelig kind met een zwakke<br />

gezondheid. <strong>Het</strong> was de wens <strong>van</strong> haar vader dat haar stiefmoeder na<br />

zijn dood voor haar zou zorgen. Zij gaf <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> een opvoeding<br />

die paste bij haar stand: ze kreeg les <strong>van</strong> gouvernantes, leerde haar talen<br />

spreken, speelde piano en kon goed tekenen. In de zomer woonden ze<br />

op kasteel Twickel en 's winters in een al door ]acob Unico gehuurd<br />

huis op het Lange Voorhout 32 in Den Haag. 7<br />

Ook haar grootmoeder ]acoba Elisabeth <strong>van</strong> Strijen was voogdes. Zij<br />

overleed in 1816, in het huis <strong>van</strong> de Van <strong>Wassenaer</strong>s aan de Kneuterdijk<br />

SANNYDE ZOETE HET LINNENGOED VAN MARIE CORNÉLIE 175


Afb. 2. J. B. <strong>van</strong> der Hulst, Mam <strong>Cornélie</strong>, <strong>gravin</strong> <strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong> <strong>Obdam</strong> (1799-1850)<br />

(Foto: Iconografisch Bureau, Den Haag).<br />

in Den Haag. In haar testament benoemde ze <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> tot haar<br />

enig en algemeen e rfgename, na de bedienden beloond te hebben<br />

voor hun trouwe diensten. Haar kamenier kreeg behalve een geldsom<br />

ook het linnen en d e kleding dat zich ten tijde <strong>van</strong> het overlijden in het<br />

kabinet op de slaapkamer <strong>van</strong> Jacoba Elisabeth bevond. Er werd geen<br />

boedelinventaris opgemaakt. <strong>Het</strong> <strong>linnengoed</strong>, gemerkt met WS, dat<br />

zich nu nog in de collectie Twickel bevindt, kan vrijwel zeker als eigendom<br />

<strong>van</strong>Jacoba Elisabeth beschouwd worden. Er was waarschijnlijk ook<br />

nog <strong>linnengoed</strong> uit haar familie. H et was de uitdrukkelijke wens <strong>van</strong> Ja-<br />

176 THB 37 (1 997)


negenheid tussen de echtelieden. Wat hen bond was de gemeenschappelijke<br />

toewijding aan Twickel.<br />

Uit de kasboek jes, waarin ze haar persoonlijke uitgaven noteerde, komt<br />

<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> naar voren als een sociaal bewogen vrouw. Iedere behoeftige<br />

voorbijganger die bij haar aanklopte, kon rekenen op een gift<br />

en werd vermeld met zijn ofhaar persoonlijke omstandigheden. Zo ontving<br />

"Vrouw Knoppers, vroeger waschvrouw op Soestdijk, tot armoede<br />

vervallen" vijf gulden in 1846 en "vrouw Kiey die wegens een zwerende<br />

hand niet naaijen kan" drie gulden in 1847. 17 <strong>Het</strong> huwelijk bleef tot verdriet<br />

<strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> kinderloos en toen zij op 31 maart in 1850<br />

stierf, liet zij haar bezittingen na aan haar man die universeel erfgenaam<br />

was. IS Waarschijnlijk werd er daarom na haar dood geen boedelinventaris<br />

opgemaakt en dateerde de eerstvolgende boedelbeschrijving<br />

<strong>van</strong> Twickel pas uit 1875, toen haar echtgenootJacob Derk Carel overleed.<br />

De erfenis moest verdeeld worden onder de drie kinderen <strong>van</strong> <strong>van</strong><br />

Heeckeren uit zijn tweede huwelijk met Isabella Antoinette barones<br />

Slo et <strong>van</strong> Toutenberg.l'J<br />

3 Linnengoed in het algemeen<br />

Een set tafellinnen bestond <strong>van</strong> de zestiende tot ver in de achttiende<br />

eeuw ui t één of meerdere tafellakens, een aan tal servetten en één of enkele<br />

handdwaelen, alle in hetzelfde patroon geweven. Tafellakens werden<br />

in verschillende breedtes geweven, een veel voorkomende maat<br />

was drie el (ongeveer 210 cm), de lengte varieerde. Een gangbare maat<br />

voor de servetten was één bij anderhalve el (ongeveer 70 bij 100 cm). De<br />

handdwael was even breed als het servet maar langer, twee tot drie el<br />

(ongeveer 140 tot 210 cm). De handdwael werd oorspronkelijk gebruikt<br />

om de handen af te drogen na het ceremoniële wassen <strong>van</strong> de handen<br />

voor de maaltijd. De bediende bracht daarvoor een kom met water bij<br />

de gasten. Waarschijnlijk dateerde de dwael uit de tijd voor het gebruik<br />

<strong>van</strong> het individuele servet. In de achttiende eeuw verdween het gebruik<br />

<strong>van</strong> dit specifiek stuk <strong>linnengoed</strong>. 20 In boedelinventarissen werden de<br />

dwaelen meestal bij het tafellaken en de servetten genoemd. De sets<br />

borg men per patroon op en omdat de dwael opgevouwen even breed,<br />

maar iets langer was, kon men een dwael gemakkelijk herkennen en noteren<br />

in inventarissen. In de negentiende eeuw herkende men dikwijls<br />

de dwael niet meer en noteerde men bijvoorbeeld "] tafellaken, 26 servetten,<br />

2 dito groter."21<br />

De ingeweven patronen kunnen in twee groepen verdeeld worden, de<br />

pellenpatronen en de damastpatronen. <strong>Het</strong> contrast tussen de donkere<br />

178 TI-IR 37 ( 1997)


Afb. 3. Gansoog, !Jellen en damast patman (<strong>van</strong> links naanechls) (Foto: Sanny de Zoele).<br />

en lichte vormen in het patroon ontstaat door het afwisselend gebruik<br />

<strong>van</strong> de ketting- en inslagsatijnbinding. Pel1enpatronen zijn repeterende<br />

geometrische motieven in een keper- of satijnbinding geweven op een<br />

schachtengetouw. Damastpatronen, geweven in een satijnbinding, zijn<br />

vrijer <strong>van</strong> opbouwen kunnen uit al1erlei naturalistische motieven bestaan,<br />

zoals bloemen, dieren en mensfiguren. Deze patronen weefde<br />

men op trekgetouwen en <strong>van</strong>af ongeveer 1830 met behulp <strong>van</strong> het<br />

Jaquard getouw. In 1834 bezocht <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> een 'damastfabriek' in<br />

Hengelo en gaf de arbeiders daar een fooi. 22<br />

Tafelgoed met een pellen patroon werd vooral voor het ontbijt en het<br />

middageten gebruikt, het damasten tafellinnen voor het diner. 23 De patronen<br />

in het tafelgoed komen pas tot leven wanneer zij door het licht<br />

aangeraakt worden. Slechts dan zijn de ingeweven motieven zichtbaar;<br />

zónder licht ziet men een 'dode lap'. Flakkerend kaarslicht verlevendigt<br />

de tegenstellingen in het tafellaken nog beter.<br />

SANNYDE ZOETE HET LINNENGOED VAN MARIE CORNÉLlE 179


je <strong>van</strong> Japans papier maché met warm water naar de ruimte waarin de<br />

kopjes gewassen werden. Fijn servieswerk werd over 't algemeen niet<br />

naar de keuken gebracht, maar naast de eetzaal gereinigd. Omdat theedoeken<br />

even groot zijn als servetten en ook in een zelfde damastpatroon<br />

geweven kunnen zijn als het tafelgoed, is het moeilijk om deze in<br />

de collectie Twickel te traceren. Er zijn damasten doeken, gemerkt<br />

HW 18, zonder dat er bijpassende tafellakens zijn. Mogelijk zijn dit dus<br />

theedoeken.<br />

Potdoeken zijn doeken die door de kamenier gebruikt werden om de<br />

kamerpot, die zij 's morgens leegde, na het schoonmaken te drogen. Zij<br />

waren over 't algemeen <strong>van</strong> een grovere kwaliteit ongebleekt linnen gemaakt.<br />

<strong>Het</strong> <strong>linnengoed</strong>, dat gebruikt werd door het personeel, was een onderdeel<br />

<strong>van</strong> de uitzet <strong>van</strong> de vrouw des huizes. In inventarissen staat het<br />

vaak genoteerd als 'booyengoed'. Meestal lag het afzonderlijk bij elkaar<br />

opgeborgen in de linnenkast. Ook het personeel gebruikte tafellakens<br />

en servetten. Deze zijn <strong>van</strong> een grovere kwaliteit linnen gemaakt en de<br />

patronen zijn eenvoudig. Veelal een pellen pa troon in een satijnbinding<br />

met een groot blok. Tot ver in onze eeuw bevatten stalenboeken <strong>van</strong> linnenfabrikanten<br />

stalen voor 'keukentafelgoed '.<br />

4 <strong>Het</strong> geërfde <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong><br />

Na de dood in 1812 <strong>van</strong> Jacob Unico, de vader <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>,<br />

maakte men twee inventarissen, één <strong>van</strong> de bezittingen op Twickel en<br />

één <strong>van</strong> het gehuurde huis aan het Lange Voorhout in Den Haag. z6<br />

<strong>Het</strong> meeste <strong>linnengoed</strong> dat <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> erfde, bevond zich in twee<br />

mahoniehouten kabinetten op de galerij in kasteel Twickel. <strong>Het</strong> tafelgoed<br />

was per patroon opgeborgen en werd uitvoerig beschreven, zowel<br />

de merken als de patronen, bijvoorbeeld "drie en veertig servetten gemerkt<br />

WC 44 drie tafellakens, zes handdoeken gemerkt WC 6 Torenwerk<br />

getaxeerd op drie en zestig francs." Er kwamen twaalf verschillende<br />

merken in de inventaris voor. 27 Op basis <strong>van</strong> deze merken zijn drie<br />

sets <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> de bedovergrootouders <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> (<strong>Wassenaer</strong>-Raesfelt),<br />

gemerkt WR te traceren. Z8 Van haar overgrootouders<br />

(<strong>Wassenaer</strong>-Coslinga) werden acht sets tafellinnen, gemerkt WC'" genoteerd<br />

zoals "een en dertig servetten gemerkt WC 31 twee tafellakens een<br />

handdoek gestrooide Blom damast getaxeerd op zevenendertig francs<br />

taggentig centimes."30 Met de handdoek werd zeker de eerder besproken<br />

handdwael bedoeld. Deze twee hierboven beschreven sets bevinden<br />

zich nu nog in de collectie <strong>van</strong> de stichting Twickel. 31<br />

SANNY DE ZOETE HET LINNENGOED VAN MARJE CORNÉLlE 181


<strong>Het</strong> beddegoed <strong>van</strong> de overgrootouders <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> was niet alleen<br />

gemerkt met WC en het aantal, maar ook diverse keren met een<br />

jaartal, zoals lakens uit 1744 en 1760 en slopen uit 1752 en 1753. Ook<br />

waren er 12 lakens uit 1800, gemerkt WS 12, vermoedelijk uit het huwelijk<br />

<strong>van</strong> haar grootouders (<strong>Wassenaer</strong>-Strijen).<br />

Vreemd genoeg ontbrak <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> de eerste en de tweede vrouw<br />

<strong>van</strong>Jacob Unico. 32 Wel we rd in de inventaris melding gemaakt <strong>van</strong> de eigendommen<br />

<strong>van</strong> zijn derde vrouw, de stiefmoeder <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>.<br />

Zo was er een kabinet in de antichambre <strong>van</strong> de torenkamer gevuld met<br />

<strong>linnengoed</strong> "waar<strong>van</strong> Mevrouw zegt het haare te zijn." <strong>Het</strong> ging om 24<br />

tafellakens, 438 servetten, 80 handdoeken, 17 theedoeken, 20 lakens en<br />

32 slopen. Aan de merken te zien lijkt er ook nog <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> haar<br />

ouders bij te zijn. 33 Sophia vermaakte later al haar bezittingen aan haar<br />

oudste broer Carel, heer <strong>van</strong> kasteel Ruurlo, nu de voogd <strong>van</strong> <strong>Marie</strong><br />

<strong>Cornélie</strong>. Na de dood <strong>van</strong> Sophia in 1847 verdween dit <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong><br />

kasteel Twickel. 34<br />

Door de geschreven bron te ve rgelijken met het <strong>linnengoed</strong> dat nu nog<br />

in de collectie Twickel is aan te treffen, is het mogelijk om enkele patronen<br />

bij naam te leren kennen, zoals he t patroon tromphant, oranjeboom<br />

en Engelse garderobe. Dit kan omdat de merken maar één maal<br />

op die manier in de collectie voorkomen. De beste hulp is daarbij het<br />

nummer <strong>van</strong> het aantal servetten waarmee het <strong>linnengoed</strong> gemerkt is of<br />

een geborduurd jaartal op het <strong>linnengoed</strong> .<br />

Samenhangend met het <strong>linnengoed</strong> werden in de inventaris diverse<br />

meubels genoemd, zoals een pers op het bordes. Op de kamer <strong>van</strong> de<br />

bedienden stonden bovendien vier linnenpersen, vier plaktafels en een<br />

borduurtafel. Op de achterzolder: een schroefpers, een vuillinnen kist<br />

en zeven wasmanden. H e t is opmerkelijk dat er op de zolder geen kIeerstokken<br />

genoemd werden. In de mangelkamer (de torenbenedenkamer)<br />

stond een mangel. In de biljartkamer werden een spinnewiel en<br />

een haspel vermeld terwijl op de torenkamer nog enige stukken gesponnen<br />

garen bleken te liggen. Waarschijnlijk kon <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> ook<br />

spinnen, want in 1835 liet ze garen koken en daarna werd <strong>van</strong> dit garen,<br />

"en mijn eigen gesponnen" 62 el linnen geweven. 3 ;<br />

De inventaris <strong>van</strong> het gehuurde huis op het Lange Voorhout in Den<br />

Haag, kwam in zijn geheel Sophia toe, <strong>van</strong>wege de huwelijkse voorwaarden<br />

uit 1808. 36 Helaas werden in deze inventaris wel de merken, maar<br />

niet de patronen <strong>van</strong> het <strong>linnengoed</strong> genoteerd. Er blijken vijftien verschillende<br />

merken te zijn." <strong>Het</strong> meest voorkomende merk was WO. <strong>Het</strong><br />

is aannemelijk dit te beschouwen als de initialen <strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong> <strong>Obdam</strong>.<br />

De servetten zijn er in verschillende aantallen <strong>van</strong> 12 tot 100 stuks.<br />

In deze inventaris bevond zich vermoedelijk wel <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> de eer-<br />

182 THB 37 (1997)


dere echtgenotes <strong>van</strong> Jacob Unico; er is <strong>linnengoed</strong> gemerkt WA (<strong>Wassenaer</strong>-Alewijn)<br />

en 27 slopen gemerkt WC met jaartal 1793 (<strong>Wassenaer</strong>­<br />

Clifford). In totaal staan er 863 servetten, 71 tafellakens, 3 buffetlakens,<br />

108 beddelakens, 123 slopen, 298 handdoeken, 40 theedoeken, 76 potdoeken<br />

en 16 glazendoeken genoteerd. Omdat, zoals eerder gezegd,<br />

Sophia haar broer Carel tot enig erfgenaam benoemde, verdween dit<br />

<strong>linnengoed</strong> uit het zicht <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>. Evenals het <strong>linnengoed</strong><br />

<strong>van</strong> Sophia op Twickel kwam het op kasteel Ruurlo terecht. 38<br />

<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> begon haar leven als volwassen vrouw dus met kasten vol<br />

<strong>linnengoed</strong>, afkomstig <strong>van</strong> een hele reeks voorouders. Zij had al een<br />

grote 'linnen uitzet' vóór er sprake was <strong>van</strong> een op hande zijnde huwelijksverbintenis.<br />

Er is in het huisarchief <strong>van</strong> Twickel geen boekhouding<br />

bewaard gebleven uit de tijd waarin <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> opgroeide <strong>van</strong> jong<br />

meisje naar volwassen vrouw. De vraag of er speciaal voor haar een nieuwe<br />

linnenuitzet gekocht is, kan daarom niet beantwoord worden.<br />

5 <strong>Het</strong> <strong>linnengoed</strong> gekocht door <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> in de jaren voor haar<br />

huwelijk<br />

<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> was een punctuele vrouw. Z\j noteerde haar privé-uitgaven<br />

en de uitgaven voor de huishouding uitgebreid in kasboekjes. De<br />

bewaard gebleven boekjes beginnen in 1827 en gaan door tot haar<br />

dood in 1850.'" Ook kwamen rekeningen <strong>van</strong> <strong>linnengoed</strong> in haar jaaroverzichten<br />

voor onder de post 'Ameublementen' .4U<br />

Tussen 1827 en haar huwelijk op 14 december 1831 41 kocht ze tafelgoed,<br />

handdoeken, glazedoeken, "vadoeken," keukenhanddoeken en<br />

Iinnen.


Afb. 4. Linnen servet met de wa/Jens Van Heeckeren Van <strong>Wassenaer</strong>, gemerkt HW 36 en<br />

jaartal 1846 in ajourlellers, geweven door de firma Van de Ven, Boxtel (Foto: RijksmusewnAmsterdam).<br />

ving en voor de levering zorgde. Of de rekening uit 1845 alleen de prijs<br />

<strong>van</strong> dit <strong>linnengoed</strong> betrof of ook nog prijzen <strong>van</strong> ander damast is niet<br />

duidelijk. De rekening lijkt te hoog voor alleen deze set.<br />

In 1847 stierf de stiefmoeder <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>, die het Hof te Dieren<br />

bewoonde. <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> en haar man ontwikkelden plannen om de<br />

Engelse architect Hesketh het Hof te laten verbouwen. 47 In 1847 kocht<br />

<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> twee maal stukken pellen bestemd tot tafelgoed en<br />

handdoeken, beide bestemd voor haar huis in Dieren. Zij liet het door<br />

juffrouw Oërder, de naaister uit Delden zomen en merken. 4R Pellen tafelgoed<br />

komt voor in het boekje Damast en Pellen Tafelgoed, bewaard in<br />

het huisarchief. Er staat "4 tafellakens en 48 servetten roosje gemerkt<br />

1848."49 <strong>Het</strong> betreft vrijwel zeker het pellengoed dat in 1847 gekocht<br />

werd. <strong>Het</strong> middenveld toont een strooimotief<strong>van</strong> een fijn pellen rozetje.<br />

<strong>Het</strong> is opmerkelijk dat <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> nieuw <strong>linnengoed</strong> aanschafte<br />

voor dit huis in Dieren en niet uit de voorraad <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> Twickel<br />

putte.<br />

In de collectie <strong>van</strong> Twickel bevindt zich ook damast, gemerkt HW 2 voor<br />

de tafellakens en HW 36 voor de servetten (afb. 5) met het jaartal 1849<br />

in ajourletters. <strong>Het</strong> middenveld is bezaaid met een decor <strong>van</strong> gestyleerde<br />

rozen, de rand bestaat uit naturalistische bloemen, de hoeken tonen<br />

SANNY DE ZOETE HET LINNENGOED VAN MARIE CORNÉLlE 185


Tweemaal tijdens haar huwelijk kwam in haar kasboek een grote post<br />

voor met <strong>linnengoed</strong> bestemd voor de keuken. In 1839 "aan Alstee te<br />

Lage voor 221 el pellen groote blokjes à 70 ct. tot 6 tafellakens en 84 servetten<br />

keukengoed."·'4 Linnen met het merk HW 84 komt niet in de collectie<br />

Twickel voor, maar wel HW 80 met een patroon <strong>van</strong> grote blokken,<br />

waar oorspronkelijk zes tafellakens bij hoorden. De tweede grote<br />

aanschaf is tien jaar later gedaan in 1849 "ten Cate Hengelo 299 e15/ 4<br />

servetgoed bestemd voor de keuken."''; Dit is één <strong>van</strong> de zeldzame keren<br />

dat een breedtemaat genoteerd werd, 5/ 4 el komt overeen met 86,5<br />

centimeter. Waarschijnlijk bleef een deel <strong>van</strong> dit linnen bewaard. De<br />

oorspronkelijke set bestond uit 10 tafellakens en 120 servetten. Kenmerkend<br />

voor bodentafelgoed is dat het gemaakt werd <strong>van</strong> stukgoed,<br />

de tafellakens een middennaad hebben en de fijnte <strong>van</strong> het linnen een<br />

rol speelde. <strong>Het</strong> hierboven genoemde bodengoed heeft ongeveer 20 tot<br />

30 draden per centimeter. Ter vergelijking: het tafelgoed met de wapens<br />

<strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> telt ongeveer 45 draden per centimeter.<br />

Tijdens haar huwelijk kocht <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>, voor zover zij lengtes noteerde<br />

in haar kasboeken, ruim 3400 el linnen voor tafelgoed, servetgoed,<br />

droogdoeken en handdoeken. Hierbij is niet het linnen meegerekend<br />

voor lakens, slopen en ander huishoudtextiel, zoals schorten.<br />

Vergeleken met <strong>linnengoed</strong> voor eigen gebruik is de aanschaf <strong>van</strong> bodengoed<br />

en huishoudtextiel enorm. De pellenpatronen, gemerkt met<br />

HW, zijn dan ook veel ruimer vertegenwoordigd in de collectie dan de<br />

damastpatronen gemerkt HW.<br />

Al met al staat vast dat <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> na haar huwelijk <strong>linnengoed</strong> voor<br />

Twickel is blijven kopen, hoewel er reeds veel <strong>linnengoed</strong> aanwezig was.<br />

7 Aleida Strick, de linnenmeid<br />

<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> had als vrouwelijk personeel een huishoudster, een kamenier,<br />

een linnenmeid, een keukenmeid een werkmeid en een melkmeid<br />

in vaste dienst. Zij kwamen in deze volgorde voor op de halfjaarlijkse<br />

rekeningen voor het personeel die vermeld staan sedert juni<br />

1832."" Ieder half jaar noteerde <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> wat ze uitgaf aan haar<br />

personeel en soms plaatste ze er ook opmerkingen bij, bijvoorbeeld dat<br />

de kamenier opslag gevraagd had. Ze noteerde 'Ja voorwaardelijk, zo<br />

men niet knorrig ziet."<br />

Met uitzondering <strong>van</strong> de opgaven in mei 1835, was er een linnenmeid<br />

in haar dienst. Tonia, de linnenmeid, vertrok in november 1834 en een<br />

jaar later kwam Aleida Strick in dienst. Ze begon met een salaris <strong>van</strong><br />

130,- per halfjaar, maar reeds in mei 1836 werd haar opslag beloofd. De<br />

SANNY OE ZOETE HET LINNENGOED VAN MARIE CORNÉLlE 187


laatste betaling aan de huishoudster was <strong>van</strong> september 1836, daarna<br />

werd de linnenmeid als eerste genoemd en verdween de funktie <strong>van</strong><br />

huishoudster voor jaren <strong>van</strong> de rekeningen. Op 12 mei 1838 ontving<br />

Aleida "ten blijke <strong>van</strong> tevredenheid" een present <strong>van</strong> zes guldenY Waarover<br />

was <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> dan zo tevreden? Wat behoorde tot de werkzaamheden<br />

<strong>van</strong> de linnenmeid? De grootvader <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong><br />

blijkt enig inzicht te kunnen bieden. Hij schreef in 1778 voordat hij op<br />

reis ging een instructie voor zijn huishoudster Aalge: "zij zal ook naakeurig<br />

agt geven op het linnen het Heeren bed en tafellinnen volgens<br />

mijn orders niet in gebruik nemen, het vuyle op de Vuyllinnen kamer<br />

lugtig leggen, en gesloten houden, de wasch op beqaume tijden doen<br />

en geen overtollige waschvrouwen gebruiken ... Zoveel de tijd toelaat zal<br />

zij <strong>linnengoed</strong> stoppen en naaijen."58 Ook Aleida zal zeker het toezicht<br />

op het <strong>linnengoed</strong> gehouden hebben en waarschijnlijk eveneens iedere<br />

week de uitgifte <strong>van</strong> het linnen verzorgd hebben. Normaal was dat de<br />

taak <strong>van</strong> de vrouw des huizes, slechts op heel grote huizen, zoals kasteel<br />

Twickel, werd dit werk aan de linnenmeid toevertrouwd. Zij zal ook zeker<br />

veel <strong>linnengoed</strong> genaaid hebben. Wanneer men in de collectie naar<br />

beddegoed kijkt, wordt het duidelijk hoe hard een linnenmeid in die<br />

tijd nodig was. De beddelakens bestaan uit twee aan elkaar genaaide banen,<br />

die met piepkleine steekjes aan elkaar vastgezet zijn. Ook de zomen<br />

aan de boven- en onderkant zijn heel rUn en bijna voor het blote<br />

oog onzichtbaar. Na het zomen werd het linnen gemerkt. Er zijn lakens<br />

gemerkt HW 40 en HW 24. Men kan zich indenken hoéveel tijd er met<br />

het naaien <strong>van</strong> veertig lakens gemoeid geweest moet zijn!<br />

In de loop der jaren werd Aleida's salaris telkens opnieuw verhoogd en<br />

in november 1845 werd ze bevorderd tot huishoudster. Er kwam geen<br />

nieuwe linnenmeid voor haar in de plaats. Voor tijdelijke werkzaamheden<br />

aan het <strong>linnengoed</strong> maakte <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> gebruik <strong>van</strong> vrouwen of<br />

instellingen buiten het kasteel. Blijkbaar hoorde naai- en stopwerk niet<br />

tot het gebruikelijke werk <strong>van</strong> de kamenier, want deze ontving daarvoor<br />

bijna zes gulden in 1845. Er zijn rekeningen aan juffrouw Oerder en<br />

juffrouw Ruivenkamp, beiden uit Delden en 'Daage' ontving voor het<br />

"zoomen <strong>van</strong> 14 vadoeken" een gulden. 59 In november 1846 kreeg Aleida<br />

een opslag <strong>van</strong> tien gulden per jaar omdat ze haar huwelijk uitgesteld<br />

had. Toen ze in 1848 "de fijt aan de vinger" had, betaalde <strong>Marie</strong><br />

<strong>Cornélie</strong> een tijdelijke hulp zes weken loon uit. 60 Aleida bleef tot de<br />

dood <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> in dienst. Toen ontving ze rouwkleding voor<br />

j125,- en <strong>van</strong>wege haar trouwe dienst het respectabele bedrag <strong>van</strong><br />

j750,-.61 In november 1850 stond genoteerd "Leida vertrekt om te trouwen."6.<br />

Haar laatste loon bedroeg j70,-. Ze trouwde met Albert jan<br />

Averink, een boerenzoon uit de omgeving die hofbeambte in Den Haag<br />

188 THB 37 (1997)


was geworden. 63 Toch verdween ze daarmee nog niet geheel uit het<br />

zicht <strong>van</strong> Twickel, want ze gaf een bedrag <strong>van</strong> ongeveer 11500,- in bewaring<br />

tegen vier procent rente per jaar tot 1860. 64<br />

8 Onderhoud en wassen<br />

Al het linnen dat door <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> gekocht werd, is met de hand genaaid<br />

en gezoomd (de naaimachine dateerde <strong>van</strong> na 1850). Tafellakens<br />

en servetten kregen een miniem rolzoompje <strong>van</strong> slechts enkele milimeters.<br />

Na het zomen werd het linnen gemerkt of 'getekend' zoals <strong>Marie</strong><br />

<strong>Cornélie</strong> noteerde in 1847: "voor het zoomen en teekenen <strong>van</strong> lakens."65<br />

Dit merken kon met geborduurde kruissteken of met ajourletters<br />

gebeuren. <strong>Het</strong> voordeel <strong>van</strong> ajourletters was dat het merk door het<br />

wassen niet kon slijten of verkleuren, het vormde een onlosmakelijk<br />

deel met het linnen. Ieder gaatje ontstond door zes of acht steken stersgewijs<br />

<strong>van</strong>uit dezelfde plek te maken. Iedere letter bestond uit een aantal<br />

gaatjes. Beide manieren <strong>van</strong> merken zijn ook door <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong><br />

gebruikt. In december 1830, schafte zij zoals wij al weten, 'merkcatoen'<br />

aan, en een rekening uit 1843 meldde "het merken met borduurletters<br />

<strong>van</strong> 26 zakdoeken." Betalingen voor ajourletters duiken bijvoorbeeld<br />

op in de rekening uit 1833 toen zij noteerde "12 zakdoeken laten merken<br />

met gaatjes.""" Hoe zuinig en zorgvuldig <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> omging<br />

met haar <strong>linnengoed</strong> blijkt uit een rekening uit 1843 toen ze twee gulden<br />

betaalde voor het laten stoppen <strong>van</strong> een zakdoek.!;;<br />

Om enig inzicht te verwerven in het wassen zijn zoveel mogelijk rekeningen<br />

verzameld die met de was te maken hebben. <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong><br />

kocht in november 1832 twaalf wasmanden, in april 1833 drie strijkijzertjes<br />

68 en in oktober <strong>van</strong> datzelfde jaar liet ze drie mangel doeken naaien.<br />

ri \! Ze heeft <strong>van</strong> haar vader een mangel geërfd en blijkbaar werd deze<br />

toen gebruikt voor het mangelen <strong>van</strong> <strong>linnengoed</strong>. Op de korenzolder<br />

in een bijgebouw <strong>van</strong> het kasteel staat nu nog een in vrij slechte staat<br />

verkerende bakmangel met vier mangelrollen.'o <strong>Het</strong> is zeer waarschijnlijk<br />

deze mangel die in de tijd <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> in gebruik was.<br />

Over een groot aantal jaren werd buitenshuis voor 1200,- per jaar gewassen<br />

en gebleekt. In de jaren veertig gebeurde dat door de "Wed. G.<br />

ter Morsch en Zoonen te Hengelo."71 Uit de rekeningen kan men opmaken<br />

dat er niet -zoals vaak verondersteld wordt- slechts twee keer per<br />

jaar gewassen werd, maar meerdere keren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de<br />

notitie "waschloon tot 1July betaald."72 Soms gaf<strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> de hoeveelheid<br />

aan, "8 waschmanden <strong>van</strong> Borculo à 13,-."73 Wel werd de rekening<br />

over het algemeen slechts twee keer per jaar voldaan.<br />

SANNY DE ZOETE HET LINNENGOED VAN MARIE CORNÉLlE 189


In de maanden dat zij in haar Haagse huis aan het Lange Voorhout vertoefde,<br />

gebruikte ze wasvrouwen uit de omgeving. Zo betaalde ze bijvoorbeeld<br />

<strong>van</strong> januari tot mei in 1845 tien keer een rekening aan de<br />

wasvrouw." Zij werd bijgestaan door wasmeisjes, want die kregen een<br />

fooi <strong>van</strong> ruim een gulden om naar de kermis te gaan. De rekeningen betroffen<br />

niet alleen lijflinnen, ook tafelgoed werd een keer expliciet vermeld.<br />

Of de wasvrouw de was aan huis deed of met zich meenam, is uit<br />

de rekeningen niet op te maken.<br />

Een groot deel <strong>van</strong> de was op Twickel werd ook binnenshuis gedaan.<br />

Twickel werd tussen 1845 en 1848 gerestaureerd door de Engelse architekt<br />

Robert Hesketh. Bij zijn plannen voor de noord-west toren ontwierp<br />

hij in het onderhuis een mangel- en wasruimte. Hij stelde een<br />

soort dienstlift voor over alle verdiepingen, "the shaft which is shown in<br />

all the floors is proposed for the purpose of raising and lowering the linen<br />

by mean of a windlass and lifting apparatus between the laundry<br />

and the drying rooms in the roof. You once asked me about the practicallity<br />

of this; and I think a great deal of labor would be saved, and much<br />

unnecessary use of the staircase .... The laundry and mangling room are<br />

shown distinct from one another and an additional window is put to the<br />

latter room ... " Er werd een maquette gemaakt die nu nog op het kasteel<br />

bewaard wordt. Daarin is in het onderhuis een deel <strong>van</strong> het plafond<br />

open, echter zonder dat de liftvoorziening terug te vinden is. Evenmin<br />

is op de bouwtekeningen dit ophaalsysteem te vinden!" In het kasteel<br />

zelf zijn op die plaats geen sporen te vinden. Waarschijnlijk is dus dit<br />

deel <strong>van</strong> de plannen <strong>van</strong> Hesketh nooit uitgevoerd. De vrouwen sjouwden<br />

de zware manden vol wasgoed zelf <strong>van</strong> de wasruimte in het onderhuis<br />

naar de zolder waar het linnen over de kleerstokken gehangen<br />

werd om te drogen.<br />

Toch is er in de tijd tussen de inventaris uit 1812 <strong>van</strong> de vader <strong>van</strong> <strong>Marie</strong><br />

<strong>Cornélie</strong> en de inventaris uit 1875 na het overlijden <strong>van</strong> de echtgenoot<br />

wel het een en ander veranderd. We weten alleen niet wanneer deze<br />

veranderingen gedateerd moeten worden. In 1875 staan in de inventaris<br />

genoteerd: een mangel, vier persen, drie strijkplanken, tien strijkijzers,<br />

een strijkkagchel met pijpen en vijf kleerbakken: alle in de mangelkamer<br />

in het onderhuis. In het onderhuis staan ook "een eikenhout<br />

mangel met vijf rollen" en "3 houten waschtobbetjes." Op de zolder 56<br />

droogstokken, 2 vuilgoedkisten, 2 plakplanken en enige was- en baliemanden.<br />

Op de hoge zolder nog 64 droogstokken. 77 De inventaris uit<br />

1812 vermeldde geen droogstokken.<br />

190 THB 37 (1997)


9 Conclusie<br />

We weten niet of er voor <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> een linnen uitzet gekocht werd.<br />

In ieder geval kocht <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> voor ze trouwde wel zèlf <strong>linnengoed</strong>.<br />

Zij was toen echter al jaren een volwassen vrouw, die haar eigen<br />

zaken regelde. Waarschijnlijk gebruikte <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> ook een deel<br />

<strong>van</strong> haar geërfde <strong>linnengoed</strong>. We weten niet of en in hoeverre zij de patronen<br />

<strong>van</strong> haar geërfde tafelgoed apprecieerde.<br />

Tijdens haar huwelijk kocht ze veel nieuw <strong>linnengoed</strong>, meer voor haar<br />

personeel en de huishouding dan voor zichzelf. Veel linnen en vooral<br />

pellengoed werd gekocht bij boeren uit de omgeving. <strong>Het</strong> valt op dat er<br />

in verhouding weinig tafelgoed met damastpatronen aangeschaft werd,<br />

slechts drie stellen tafelgoed zijn te traceren.<br />

Uit de rekeningen blijkt dat er meer dan twee keer per jaar gewassen<br />

werd. Kleine wasjes werden door wasvrouwen uit de omgeving gedaan,<br />

de grote was bij een was- en bleekbedrijf. De gedachte dat 'er vroeger<br />

maar twee keer per jaar gewassen werd', houdt na bestudering <strong>van</strong> de<br />

kasboeken <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> geen stand.<br />

Noten<br />

1 Rijksarchief Overijssel (verder RAO) Notarieel archief (ve rder NA) 122 in v. 544.<br />

2 HuisarchidTwickel (verder HAT) 1357.<br />

3 Hoewel Twickel officieel een ' huis' en geen 'kasteel' is, gebruik ik lOch ' kasteel' , omdat<br />

men a ltijd over kasteel Twickcl spreekt.<br />

4 In 1980 schonk de sticluing Twickel een aanzienlijke hoeveelheid linne ngoed aan het<br />

Rijksmuseum. Tegelijkertijd werd een schenking <strong>van</strong> <strong>linnengoed</strong> gedaan door de toenmalige<br />

bewoners <strong>van</strong> kastee l Weldam. Dit <strong>linnengoed</strong> was voor een d eel afkomstig <strong>van</strong> de<br />

dochter<strong>van</strong>).D.C. <strong>van</strong> Heeckeren, Maria Comeli a <strong>van</strong> Heeckeren, die een d eel <strong>van</strong> het <strong>linnengoed</strong><br />

na de boedelve rdeling in 1875 mee nam naar kasteel Weldam. Nog weer een ander<br />

deel <strong>van</strong> het oorspronkelijke <strong>linnengoed</strong> <strong>van</strong> d e <strong>Wassenaer</strong>s kwam via vererving op kasteel<br />

Ruurlo te recht en werd door de conservator textiel, de heer c.A. Burgers in 1977 aangekocht<br />

voor de collectie <strong>van</strong> het Rijksmuseum.<br />

5 C.A. Burgers, Rij'ksmuseum 4. Keuze uit de schenking <strong>van</strong> textiel uit 7/vickel en Weldam (Amsterdam<br />

1991).<br />

6 <strong>Het</strong> <strong>linnengoed</strong>, dat zich nu nog in de coll ectie Twickel bevindt, werd onder leiding <strong>van</strong><br />

Mw. J.P. Hassink-Leegwater, behee rster <strong>van</strong> de coll ectie Twickel tot november 1996, opgemeten<br />

e n beschreven door Mw. D. Brinkers en Mw. H. Morsink en gefotografeerd door<br />

Dhr. W. Aeylts Averink.<br />

7 J. Haverkate, A. Brunt en B. Leyssius, 7/viekel bewoond e/1 bewaa.rd (Zwoll e 1993) 8 1.<br />

8 Gemeentearchief Den Haag (hierna GAdH), NA 372 inv. 5264.<br />

9 GAdH, NA 372 inv. 5265.<br />

10 GAdH, NA 372 in v. 5266. KJeerstokken zijn ronde stokken waar het gewassen <strong>linnengoed</strong><br />

op kan drogen. Meestal zijn ze geplaatst op zolde rs. Zie bijvoorbeeld de kleerzolder op kasteel<br />

Duive nvoorde of d e kleerzolders in de poppenhuizen in het Rijksmuseum. De functie<br />

<strong>van</strong> de plakplank is nog niet geheel duide lijk. Wel worden zij in boedelinventarissen genoemd.<br />

11 Have rkate, a.w., 82, 83.<br />

SANNY DE ZOETE HET LINNENGOED VAN MARIE CORNÉLlE 191


12 <strong>Cornélie</strong> de <strong>Wassenaer</strong> (vertaald en geredigeerd door Igor Vinogradoff), A visil to St. Petersburg<br />

(Norwich 1994).<br />

13 Ibidem, 29 en 32.<br />

14 HAT 1406/3.<br />

15 <strong>Wassenaer</strong> a.w., 10 .<br />

16 Haverkate, a.w., 83.<br />

17 HAT 1406/ 8.<br />

18 A. Brunl, '<strong>Wassenaer</strong> <strong>Obdam</strong>, <strong>Marie</strong> Cornéli e <strong>van</strong> (1799-1850)' in]. Folkerts, C. <strong>van</strong> Heel<br />

eds., Overijsselse biogmfieën J (Meppel 1990) 186-189.<br />

19 HAT 1364. Er werd een verdeling op papier gemaakt <strong>van</strong> de schilderijen, het porselein, de<br />

juwelen en het zi lver, echter niet <strong>van</strong> het <strong>linnengoed</strong>.<br />

20 GA. Burgers, 'Some notes on Western European table Iinen from the 16th through the<br />

18th centuries' in Upholstery in America & Europe from the seventeenth century to World War r<br />

(NewYork-London 1982) 151-155.<br />

21 HAT 2875.<br />

22 HAT 1406/ 4. Nader onderzoek moet nog uitwijzen om welke fabriek het hier gaat. <strong>Het</strong>zou<br />

Ten Ca te kunnen zijn, omdat later nog rekeningen <strong>van</strong> Ten Cate uit Hengelo in haar kasboekjes<br />

voorkomen.<br />

23 Dit blijkt uit gesprekken met een aantal vrouwen <strong>van</strong> adellijke afkomst. Niet duidelijk is of<br />

dit voor alle eeuwen gold. Verder onderzoek kan mogelijk meer licht werpen op het verschil<br />

in gebruik <strong>van</strong> pellen en damasten patronen.<br />

24 [-!AT 2875.<br />

25 Badstof dateert pas uit de twintigste eeuw.<br />

26 De boedel <strong>van</strong> Twickel RAD NA122 inv. 544. De boedel <strong>van</strong> he t Lange Voorhout GAdH NA<br />

372 in v. 5018.<br />

27 In ieder geval: AvG, AYR, [RvG, lvG, G, GS, VV, W1 of WS, WG, WO, WS. Niet alle merken<br />

zijn goed te lezen. Eénmaal werd het geborduurde jaartal 1756 in tafelgoed vermeld.<br />

28 ]acob graaf <strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong> <strong>Obdam</strong> en Adriana Sophia <strong>van</strong> Raesfelt, getrouwd in 1676.<br />

29 Unico Wil helm graaf <strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong> <strong>Obdam</strong> en Dodonea Lucia <strong>van</strong> Goslinga, getrouwd in<br />

1723.<br />

30 Omgerekend was dat fl8,45. Eén Hollandse gulden was gelijk aan twee Franse francs en<br />

vijf centimes.<br />

3 1 Inv. nr. AD 652 en AD 653 en inv. nr. AD 663, AD 664 en AD 665.<br />

32 Hij trouwde in 1791 met Adriana Margaretha Clifford (1772-1792), waar<strong>van</strong> het <strong>linnengoed</strong><br />

WC gemerkt moet zijn geweest. Zijn tweede vrouw was Margaretha H elena Alewijn<br />

( 1776-1802) , de moeder <strong>van</strong> <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong>, waar<strong>van</strong> het <strong>linnengoed</strong> met WA gemerkt<br />

moet zijn. Beide merken ontbreken in de inventaris <strong>van</strong> Twickel.<br />

33 Veel servetten waren gemerkt HW. Haar ouders zijn].D.C. <strong>van</strong> Heeckeren en]]. <strong>van</strong> <strong>Wassenaer</strong><br />

Starren burg. Haar moeder overleed in 1811.<br />

34 Deze hoeveelhe id linnen is niet bij de inboedel uit 1812 meegeteld.<br />

35 HAT 1406/ 6.<br />

36 KWAM. Cleverens, <strong>Het</strong> geslacht <strong>van</strong> Heee/umm (Middelburg 1988) 27.<br />

37 BvS, BSG, CH , DH, HO, [G, lvG, 0, RW, W, WA, WC, WO, WS, WW.<br />

38 Uiteindelijk venvierf de toenmalige conservator, de heer C.A. Burgers, in 1977 een deel<br />

<strong>van</strong> het <strong>linnengoed</strong> voor de collectie <strong>van</strong> het Rijksmuseum in Amsterdam.<br />

39 HAT 1406/ 1 t/ m 1406/ 9.<br />

40 HAT:I 230. Na haar dood nam haar man deze taak over maar hij vermeldde alleen aan wie wat<br />

betaald werd zonder omschrijving <strong>van</strong> de gekochte goederen. Er werden nog wel enkele namen<br />

vermeld <strong>van</strong> persone n die ook aan <strong>Marie</strong> <strong>Cornélie</strong> <strong>linnengoed</strong> hebben geleverd, maar<br />

<strong>van</strong>wege het ontbreken <strong>van</strong> omschrijvingen is deze bron na 1850 niet verder bestudeerd.<br />

41 Cleverens, a.w. 79.<br />

42 HAT 1406/3 en 1406/4. Om inzicht te geven volgen hierna alle aankopen <strong>van</strong> <strong>linnengoed</strong>.<br />

- 21 september 1827 "een stuk oogjes pellen <strong>van</strong> Ten Hopen 721, el à 60.63143,50."<br />

- 26 oktober 1827 "I stuk oogjespellen door TVK bezorgd 137,95."<br />

- 22 oktober 1828 "213 ell e gansoog voor tafelgoed" voor 1 126,721, en "167 el wit linnen<br />

voor de armen."<br />

192 THB 37 ( 1997)


43<br />

44<br />

45<br />

- 7 novem ber 1828 "de helft tot een pelle tafellaken en 4 sen'etten voor de kerk <strong>van</strong> Delden<br />

128,-" en "linnen voor handdoeken 123,40."<br />

- 27 augustus 1830 "servetgoed tOL keukenhanddoeken en vadoeken 135,20."<br />

-7 september 1831 "aan Mama?" [ni et leesbaar) glazedoeken bij Ten Hoopen 1 12,60."<br />

- 12 september 1831 "twee slUkken linnen LOt vadoekjes à 5 cl. 66 el 1 16,50. "<br />

- 2 november 183 1 "rekening aan Sour)' <strong>van</strong> een slUk linnen I82,50. "<br />

HAT 1230/3.<br />

HAT 1406/3.<br />

HAT 1230/ 3.<br />

46 Titus M. Eli ëns, Kunst - nijverheid - kunstnijverheid. De nationale tentoonstellingen als sPiegel <strong>van</strong><br />

de Neder/andçekunstnijverheid in de negentiende eeuw (Zutphen 1990) 202.<br />

47 H.W.M. <strong>van</strong> der Wyc k, De Neder/alllL\p Im.itenplaats (Alphen aan de Rijn 1982) 46l.<br />

48 HAT 1230/ 5.<br />

49 HAT 2875. Eén servet was o nderdeel <strong>van</strong> de schenking <strong>van</strong> kasteel Weldam in 1980 en bevindt<br />

zich nu in hel Rijksmuseum.<br />

50 Inv. nr. AD 423 en AD 424.<br />

51 HAT 1230/ 1.<br />

52 HAT2875.<br />

53 HAT 1230/ 3.<br />

54 HAT 1230/ J.<br />

55 HAT 1230/ 5.<br />

56 De lonen staan ve rmeld per halfjaar in HAT 1277.<br />

57 HAT 1406/ 8.<br />

58 HAT 29 19.<br />

59 HAT 1406/ 8.<br />

60 HAT 1278.<br />

6 1 HAT 1230/ 5.<br />

62 HAT 127ï.<br />

63 Vrie ndelijke mededeling <strong>van</strong> Aafke Brunl, archivaris <strong>van</strong> hel huisarchi ef <strong>van</strong> kas lee I Twicke<br />

I.<br />

64 HAT 1275.<br />

65 HAT 1230/ 5.<br />

66 HAT 1406/'1.<br />

67 HAT 1406/ 8.<br />

68 HAT 127ï.<br />

69 HAT 1406/ 4.<br />

70 Zie voor een artikel ove r mangels en mange ldoeken mijn publicati e in het verslag <strong>van</strong> de<br />

textieldag <strong>van</strong> 8 november 1996 in Tilburg, uitgegeven door de Stichting Textielcommissie,<br />

Ie verschijnen in 1997.<br />

71 I-LAT 1278.<br />

72 !-LAT 1278.<br />

73 HAT 1278.<br />

74 HAT 1279.<br />

75 HAT28 11.<br />

76 De tekeninge n worden in het huisa rchi ef bewaard.<br />

77 HAT 1357.<br />

SANNY DE ZOETE HET LINNENGOED VAN MARIE CORNÉLI E 193


Nieuwe textielhistorische literatuur<br />

Margriet Winkelmolen<br />

Onderstaande titels zijn te raadplegen in de bibliotheek <strong>van</strong> het Nederlands<br />

Textielmuseum (Goirkestraat 96, 5046 GN Tilburg, tel. 013-5367475, fax: 013-<br />

5363240). Om dit overzicht zo compleelmogelijk te maken, worden auteurs en<br />

uitgevende instellingen uitgenodigd hun rele<strong>van</strong>te uitgaven te melden of toe te<br />

sturen aan de samensteller op bovenstaand adres.<br />

75 - 75 jan'n viscose lexlielgal"!'11 uit Ede / [tekst: R. Schwcizer]. - Ede: Akzo Nobel Fibers, 1997. -<br />

56 p. - Gedenkboek<br />

250 - 250jaar DMC / [tekst: H. Beukers]. - In: Handwerken zonder grenzen. - 1996, nr. 2. - Themanummer<br />

over Doll fus-Mieg & Cic, borduurgaren fabrikant en uitgever <strong>van</strong> handwerkboeken<br />

en -patronen<br />

Adriaans, H. - <strong>Het</strong> portret <strong>van</strong> Olga Borsk i-Si ll em : poseerde zU met haar huwelijksgeschenken?<br />

/ H. Adriaans. -In: Kosluu/1/.. - 1996, p. 28-42<br />

Baas, M.C. - Flas- elllilll1el1indusl·."ie / M.e. Baas. - Zeist: Stichting Projectbureau Industrieel Erfgoed,<br />

1996. - 78 p. - (P IE rapporten reeks : 28)<br />

Beyond - B")'ol1d lexlile :Jollr Dulrh rontflnpol"ll')' arlisls / [tekst: M. Wardenaar, L. Crommelin et<br />

aL]. - K)'oto : National Museum of modern an, 1996. - 68 p. - Tentoonstellingscatalogus<br />

Kyoto e n Tok)'o. - Betreft M. BUIenga, M. Geluk, L. Hendriksen en S. HeUnen<br />

Bodyfashion - Bodyfashion: ve rnieuwing op de huid gezeten? [tekst: I. de Roode]. - In: TextUlir.<br />

- Jrg. 14 , nr. 55 (febr. 1997), p. 304-308. - Vouwblad tentoonstelling Nederlands Textielmuseum,<br />

Tilburg<br />

Breitbarth, P. - <strong>Het</strong> fotoboek <strong>van</strong> Bernard <strong>van</strong> Heek / P. Breitbarth, j. Mulder. - In: j aarboeil<br />

71umle. - J rg. 36 (1997), p. 71-76<br />

Bronnenonderzoek - Bronnenonderzoek voor lextiel : lileraltl.u1· ell pmklijk / red. AJ. de Graaf,<br />

G:) .S.N. Stam. -Amsterdam: Stichting Textielcommissie Nederland, 1996. - 98 p. - Verslag<br />

tcxtieldagop 28 april 1994 bU h et IISG, Amsterdam. - Met O.a. bUdragen <strong>van</strong>: B. HUma 'Opzet<br />

en samenstelling <strong>van</strong> de Textielhistorische gids', U. Müllners 'Twee gewaden <strong>van</strong> de Romeinse<br />

tUd uit Noordduitse veengebieden in het textielrestauratie-atelier in Krefeld',j.H.<br />

Hofenk de GraaIT 'Textielhistorische bronnen <strong>van</strong>uit een natuunvetenschappelUk oogpunt'<br />

, HJ.M. Winkelman 'Van Deventer via Den H aag naar Amsterdam, de textielboekencoll<br />

ecti es <strong>van</strong> het NEHA en d e EHB', F. Boersma ' Literatuurstudie voor d e conservering<br />

<strong>van</strong> een vlag uit de Amerikaanse Burgeroorlog', G.PJ. Verbong ' Reconstructie <strong>van</strong> technische<br />

praktijken <strong>van</strong>af het begin <strong>van</strong> de negentiende eeuw', A.C.H. BrinckhuUsen 'Moderne<br />

textie l kunst, aandacht voor bro nnen, literaluur, conservering en restauralie'<br />

Bruggeman, H. - TatJijtjabriekm en m.aUel1l1lakerUen in 's-Herlogenbosch / H. Bruggeman. - 's-Hertogen<br />

bosch : de auteur, 1996. - 40 p. - Typescript<br />

Brugman, H. - Invenlaris <strong>van</strong> h.et arrhieJ <strong>van</strong> Lisbelh Oesl·."!'icher in hel Nederlands 7èxlielm.usell11Z. - Ti lburg:<br />

H. Brugman, 1995. - Typescript/sUlgeverslag. - Stageverslag i.h.k.v. studie kunstgeschiedenis<br />

Comis, S.Y. - De kleding <strong>van</strong> de 'Prinses <strong>van</strong> Zweeloo' / S.Y. Comis. - In: Kostuum. - 1996, p. 43-<br />

48. - Betre ft textielvondst, midden 5e eeuw na Christus, UiL een Dre nts gra[\'e ld<br />

Deijk, F. <strong>van</strong> - Bill)' op zolder: een voorspinmachine (Slubbing Billy) uit d e tUd <strong>van</strong> de Indus-<br />

194 THB 36 (1996)


triële Revolutie herondekt / F. <strong>van</strong> DeUk. - In: TextifihistO/ische BijdragIm .. - jrg. 36 ( 1996), p.<br />

37-60<br />

Dickey, S.S. - 'Met een wenende ziel ... doch droge ogen': women holding handkerchiefs in<br />

sevemeenth·century Dutch portraits / S.S. Di ckey. - In : Nederlands Kunsthist017schj aarboek­<br />

J rg. 46 ( 1995), p. 332-367<br />

Dixhoorn, A. <strong>van</strong> - Katoenindustrie / A. <strong>van</strong> Dixhoorn en J. Maaskant. - Zeist : Stichting Projectburaulndustrieel<br />

Erfgoed, 1996. - 67 p. - (PIE rapponcnreeks; 29)<br />

Echt - Echt, namaa k e n vals. - In: WOHT Bulletin 1996. - Themanummer over imitatie, namaak<br />

en vervalsing <strong>van</strong> textiele producten<br />

F1exible - Flexible 2 .' fJan-eumpean art / ed. by C. Boot. - Tilburg: Nederlands Textielmuse um,<br />

1996. -72 p. - Tentoonstelli ngscatalogus. - Met O.a. Nederlandse kunste naars werkend met<br />

textiel<br />

F1exible - Flcxible 2: een biënnale voor hedendaagse beeldende kunst / [tekst: C. Boot]. - In :<br />

7èxtuur. -Jrg. J3, nr. 53 (nov. 1996), p. 292-296<br />

Gaastra, F.S. - The texti1e trade ofthe VOC : lhe Dutch response to the English challenge / F.S.<br />

Gaastra. - In: Soulh Asia. - Vol. XIX, Special issue (J996), p. 85-95<br />

Geschiedenis - Geschiedenis vall Noord-Braba"t / red. H.FJ.M. <strong>van</strong> den Eerenbeemt. - Amsterdam<br />

; Meppel: Boom, 1995-1997. - DI. 2: 1890-1945 en DI. 3: 1945-J 996. - [n beide dele n<br />

wederom bijdragen m.b.t. textiel industrie (K.F.E. Veraghtert), textielarbeidersbeweging<br />

(Fj. va n Gaal/ A.Aj. Thelen) en wo ninginrichting/kl edin g (K.P.C. d e Leeuw)<br />

Gils,j. <strong>van</strong> - Nijver e n notabel Goirl e, Van PuUenbroek / J. <strong>van</strong> Gils. - In: De Brabantse Leeuw.<br />

-Jrg. 45, nr. 2en 3 (1996) , p. 105-115en p. 165-175<br />

Groeneweg, I. - Regenten in het zwart: vroom en deftig? / l. Groeneweg. -In: NederulI1ds KUl1sthistorisrhjaarboek.<br />

-Jrg. 46 ( 1995) , p. 198-251<br />

Hartkamp:Jonxis, E. - Prachtige vrachten: exotisch textiel in Nederland / E. Hartkamp-:lonxis.<br />

-In: Antie"--Jrg. 3 1, nr. 9 (april 1997), p. 402-4 19<br />

Hartkamp-Jonxis, E. - Susanna op tafcl: of ' non plus lIltra' op linnendamast / E. Hartkamp­<br />

JOIuis.-ln: Antiek. -Jrg. 3 1, nr. 7 (l"ebr-1997) , p. 298-305<br />

Heringa, R. - Fabrir 0J mdlllnllllel/l .' balik Jrom Ihe Norlh Coasl of/ava / R. Herin ga, H.C. Ve ldhuisen.<br />

- Los Angeles: Los Angeles County Museum ol"An, 1997. - 256 p.<br />

Hofenk de Graaff,j. - Ve randerend klellrstol-gebruik in de Leidse texlielven'c rij in de zestie nde<br />

en de zeven tiende eeuw / .J. I-I orenk de Graaff. - In: 7èxtidhistorisrhe Bijdragen. - Jrg. 36<br />

( 1996), p. 5- 19<br />

Hooff, G. <strong>van</strong>. - Tol het hemdsrh /ILO/geil/vod.' beeldm el1 gre/J/'Il uil hOllderdjo(lr vO"'Jl:lveging in I-Ie/lIIond<br />

1896-1996 / tekste n: G. I'an Hooff; met bUdr. <strong>van</strong> T. Theele n , N. Kok en P. Hermse n.<br />

- Helmond: Stichting 100 jaar vakbeweging in Helmond, J 996. - 208 p. - Belreft grote ndeels<br />

de lextie larbeidersbonden<br />

Jacobs, M.G.P.A. - loi'n leven in kleur.' 7èxlieldrukkerij Vlisco, /846-1996 / M.G.PAjacobs, W. I-I.G.<br />

Maas. - 's-Hertogenbosch : Historion, 1996. - 176 p. - Geden kboek<br />

Leeuw, K. de - Fashion , c10lhing and personality: impacable enemies or inseparable partne rs:<br />

origin and development of the 'personality cult' in c10thing in the Netherlands : ninetee<br />

nth and twentieth centuries / K. de Leeuw. - In: Private doma;", /JlLblic inqltiry / cd. A.<br />

Schuurman, P. Spierenburg. - Hilversum: Verloren, 1996. -Po 9 1-1 11<br />

Kunstnijverheid - Kltnstnijvrrheid in Nederland 1880-1940 / ei ndred.: T.M. Eli ëns, M. Groot, F.<br />

Leidelmeijer. - Bussum: V+K Publishing, 1997. - 255 p.<br />

Leven - Een leve n in d'n bond: biografische schetsen uit de T ilburgse vakbondshisl.o ri e. - In:<br />

Tilburg.' lijdschrifl voor geschiedenis, monumenten el1 cult,,!!r. - Jrg. 14, nr. 3 (dec. 1996), p. 83-<br />

123. - Themanummer. - O.a. belangrijke personen uit de texti e larbeidersbeweging<br />

Lulofs, M. -lnvmtm7s <strong>van</strong> het Jamiliearl'hiej(Siegenbeek) 10 n /-leuke/om, (1514) 1610-1928 / M. Lulo<br />

fs. - Leiden: Gemeentearchiel" Leiden, 1997. - (Leidse inventarissen; nr. 11). - Be tre ft<br />

Leidse textiell"amili e<br />

Moes, j. - De vo ltooide fortuinen va n Leidse textielf;lbrikanten aan het e inde <strong>van</strong> de negenti<br />

ende eeuw / j. Moes. - In: 7èxtielhistor7sche Bijdragen. - Jrg. 36 ( 1996), p. 97- 123<br />

Moes,j. - Een beeld <strong>van</strong> een Leidse textielfabriek omstreeks 1900: de sajetfabriek <strong>van</strong> Vervoort<br />

& Van Cranenburgh 1907/ 1908 / .J. Moes. - In: 7èxtielhislor7sche Bijdragen. - jrg. 36 (1996) ,<br />

p.124-145<br />

WINKELMOLEN NIEUWE TEXTIELHISTORISCHE LITERAT UUR 195


Montijn, J. - Een opmerkelijk egalitair kledingstuk / I. Montijn. -In: Kunstschrifl. - Jrg. 40, nr. 4<br />

(juli/aug. 1996), p. 30-33. - Betreft badkleding<br />

Museum - Museum in bedrijf: techniek-kunst-design venveven. - In: Textuur. - Jrg. 13, nr. 54<br />

(nov. 1996) . - Vouwblad tentoonstelling Nederl ands Textielmuseum , Tilburg l.g.v. de IOjarige<br />

huisvesting in het 'Mommerscomplex'<br />

Noordam, D.J. - Textielonde rnemers en het Leidse patriciaat, 1574-1795 / DJ. NOOl·dam. -In:<br />

7èxtielhistarische Bijdmgen. - J rg. 36 (1996) , p. 20-36<br />

Nijhof, E. - H et tijdperk <strong>van</strong> de machine: industriecultuur in België en Nederland / ed . E. Nijhof en P.<br />

Scholli e rs. - Brussel: VUBp ress, 1996. - 250 p. - Bepe rkt textiel<br />

Oberpenning, H. - Migration und Fernhandel im 'röddensystem ': Wanderhändler aus riem nördlichen<br />

Münsterland "nd im mittleren "nd nönllichen Europa des 18. "nd 19. jahdmnderts / H. Oberpenning.<br />

- Osnabrück : Universitätsverlag Rasch, 1996. - 424 p. - Waarin o.a. TI. 2: Das<br />

Töddensystem in Preussen und den iederlanden-Zwei Fallstudien<br />

Pater,). de. - "die der vrouwen schoeit al mede op deeze leest" : ontwikkeling <strong>van</strong> de vrouwendracht<br />

<strong>van</strong> Urk / ]. de Pater. -In: Kostuum. - 1996, p. 49-61<br />

Peeters, R. - Tilburgers in beeld / R. Peeters,]. <strong>van</strong> Gils. - Tilburg: Gianotten, 1996. - 208 p. (De<br />

geschiedenis <strong>van</strong> Tilburg in foto's; deel VI I) . - Met veel beeldmateriaal over textiel, met<br />

name in het hoofdstuk 'Arbeiders en fabrikanten'<br />

Pezarro, Karola - 71-ansparante herinneringen: Karola Pezarro. - Den Haag: Pezarro, 1996. - 54 p.<br />

- Betreft kunstenaar werkend met textiel<br />

Poelstra,J. - Luiden <strong>van</strong> een andere beweging: huishoudelijke arbeid in Nederland 1840-1920/ J. Poelstra.<br />

- Amsterdam: <strong>Het</strong> Spinhuis, J 996. - 402 p. - Proefschrift<br />

Roode, I. de - BodyJashion : vernieuwing op de huid gezeten / L de Roode. - Tilburg: Nederlands<br />

Textielmusellm, 1997. - Tentoonstellingscatalogus. - Met O.a. geschiedenis <strong>van</strong> de gebruikte<br />

materialen en technieke n<br />

Runia, E. - Wat je <strong>van</strong> ver haalt ... exotisch textiel il1 Nederland / E. Runia. - Amsterdam : Rijksmuseum,<br />

1997. - [5] p. - (Vouwblad Rijksmuseum Amsterdam-Kostuum & textiel, Zuidvlellgel)<br />

Schelven, A.L. <strong>van</strong> - Eredoctoraat voorJ .A.P.G. Boot / A.L. <strong>van</strong> Schelven en M. Winkelrnolen. -<br />

In: Textie/historische Bijdragen. - Jrg. 36 (1996), p. 146-148<br />

Scholten, C. - Van baard en hoed e n vlek: kledingvoorsch riften voor de joodse bevolking <strong>van</strong><br />

Europa / C. Scholten. - In: Kost u u",. - 1996, p. 12-27<br />

Simon, Chr. - Labour relati ons at manufacturers in tbe eighteenth century: the cali co printers<br />

in Europe / Chr. Simon. - In: BeJore !he unions : wage earners al1d col/cc/ive act-ion in Eumpe,<br />

1300-1850. - Cambridge : Cambridge Unive rsity Press, 1994. - P. 11 5-145 (International<br />

review of social history Supplement 2)<br />

Simon Thomas, M. - De leer <strong>van</strong> het ornament: versieren volgens voorschrijt 1850-1930/ M. Simo n<br />

Thomas. - Amsterdam: Bataafsche Leeuw, 1996. - 303 p. - Proefschrift Vrije Universiteit<br />

Amsterdam<br />

Smit, C. - Fabriekskinderen : kinderarbeid in de Leidse textielindustrie in de nege ntiende eeuw<br />

/ c. Smil. -In : Textielhistorisclze Bijdragen. - J rg. 36 (1996), p . 6 1-96<br />

Spapens, P. - Eindelijk originele bestemming voor wevershuisjes : Tilburgs gesch enk aan het<br />

ederlands Openluchtmuseum in Arnhem / P. Spapens. - In: Tilburg: tijdschrift voor gesclziedenis,<br />

monumenten m cultuur. - Jrg. 13, nr. 3 (d ec. 1995)<br />

Stenvert, R. - Ontwerpen. voor wonen en werken: 125 jaar bureau Beltman / T. Stenverl. - UU'echt:<br />

Matrijs, 1996. -Architect <strong>van</strong> textielfabrieksgebouwen en fabrikantenvilla's, m.n. in Twente<br />

Streekgebonden - StTeekgebonden kleding: onderzoek in Nederland en Vlaanderen. - Utrecht: Nederlands<br />

Centrum voor Volkscultuur ; Venlo: Limburgs Museum, 1996. - (Volkscultuur ; 2). -<br />

Met bijdragen <strong>van</strong> : K.P.C. de Leeuw 'Streekdracht e n mode kl eding in Nederland', H.FJ.G.<br />

Linskens 'De Noordlimburgse toer' en ].M.W.C. Schatorjé 'Enkele portretten uit het Limburgs<br />

Museum'<br />

Swetschinski, D.M. - Ol'phan objects : Jacets oJ the !extiles collection oJ the j oods Histmisch Museum Amsterdam<br />

/ D.M. Swetschinski; in collabo with].-M. Cohen , S. Hanog; with ass. of l. Faber, M.<br />

Alexander. - Amsterdam :J oods Histo risch Museum; Zwolle: Waanders, 1997. - 248 p. ­<br />

Verschenen l.g.v. d e tentoonstelling l oods <strong>van</strong> stof: verha lend textiel uit e igen collectie'<br />

Textilia - Textilia : 75 jaar m ode in Nederland / red. T. Lucas. - In: 7èxtilia: Nederlands grootste<br />

modevakblad. - Jrg. 75, nr. 19a (9 mei 1996). -Jubile umnummer<br />

196 THB 36 (I 996)

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!