Franse richtlijnen vormen basis voor nieuwe norm - Leroy-Somer

leroy.somer.com

Franse richtlijnen vormen basis voor nieuwe norm - Leroy-Somer

Franse richtlijnen vormen basis voor nieuwe norm Per 1 juli 2003 treedt de nieuwe Atex- richtlijn 94/9/EG, de zogenaamde Atex 95, in werking. In deze richtlijn wor- den de oude normen voor explosiegevaar in gasomgevingen gewijzigd en komen er nieuwe normen voor gas- én stofomgevin- gen voor in de plaats. Met de uitbreiding van de richtlijn met stofomgevingen is een geheel nieuw item geïntroduceerd, waarin andere aspecten een rol spelen dan bij gas. Ing.A.Jellema Leroy-Somer In de vorige Europese richtlijn was geen sprake van enige richtlijn met betrekking tot stof omgeving. In de praktijk kwam het er op neer dat de gebruiker óf een standaardaandrijving óf een aandrijving voor gasomgeving gebruikte. Wel was er Deze motor van Leroy-Somer, type LSPX, is geschikt voor gebruik in Zone 21 en Zone 22 van bijvoorbeeld een silo (foto: Leroy-Somer) 38 in Frankrijk een beperkte richtlijn voor aandrijvingen in stof omgeving, maar in bijvoorbeeld Nederland en Duitsland niet. De Franse richtlijn was niet echt bekend en werd zelfs lang niet altijd toegepast in


lichtste als laatste neerkomen. .I ~ Normalisatie Een stofexplosie is veel gecompliceerder dan een gasexplosie en kan een compleet bedrijfscomplex verwoesten (foto achtergrond: Flamex Inc., North Carolina -USA) ben sommigen tijdens de natuurkundeles wel eens een experiment gedaan met poedermelk: wanneer dit boven een brandende kaars wordt gestrooid, is een steekvlam het gevolg. Een dergelijke, explosie kan zich ook in het groot voordoen. De uiteindelijke ontsteking van ontbrandbaar stof kan op verschillende betreffende stof. De temperatuur waarbij het stof tot ontsteking komt, is afhankelijk van de eigenschappen van het stof, of het als stofwolk of als stoflaag aanwezig is, de dikte van de laag én de vorm van de warmtebron. Ook vlambogen of vonken van elektrische (onder)delen, zoals schakelaars, contacten, collectoren, borstels of ontlading van geaccumuleerde elektrostatische lading kunnen aanleiding geven voor stofexplosies. Tenslotte vormen uitgestraalde energie (bijvoorbeeld elektromagnetische straling) en door mechanische werking veroorzaakte vonken of vonken als gevolg van wrijving of opwarming van materieel, een potentieel gevaar. Stofexplosies Wat gebeurt er tijdens een stofexplosie? Ten opzichte van een gasexplosie is de stofexplosie een stuk gecompliceerder. Wanneer in een fabrieksomgeving onopgemer~t stof ligt te broeien en een


~ ontbrandt en bij welke temperatuur een stoflaag gaat broeien (zie tabel op vorige pagina). Vervolgens is bepaald dat de maximale oppervlaktetemperatuur 2/3 van de ontstekingstemperatuur mag zijn en 75 cC onder de broeitemperatuur moet blijven. Uiteindelijk blijkt daaruit dat bij een oppervlaktetemperatuur van 125 cC potentieel voor alle producten het gevaar van een stofexplosie bestaat. De praktijk In de richtlijn 1992/92/EG van de Europese Unie zijn de minimumvoorschriften vastgelegd voor de verbetering van de gezondheidsbescherming van werknemers indeling te hanteren. Bij de samenstelling maakt van externe deskundigheid maar de werkgever blijft de uiteindelijke verantwoordelijke. De risico analyse is een vereiste van de nieuwe Atex-richtlijn. Het resultaat van de analyse leidt tot een indeling van explosiegevaarlijke omgevingen in drie zones. Apparatuur, inclusief elektromotoren wordt daarnaast in verschillende categorieën ingedeeld. De categorieën geven de mate weer waarin de apparatuur beschermd is tegen de mogelijkheid als ontstekingsbron te fungeren. Atex 95 geeft aan welke categorieën apparatuur in welke zone kunnen worden toegepast. Afhankelijk van de categorie dient de producent of een derde partij te certificeren dat het product aan de standaard voldoet. Normalisatie De FLSPX-motormet gietijzeren behuizing is leverbaar in vermogens van 0,18 kW tot en met 400 kW (foto: Leroy-Somer) De motoren wordt bereikt. De LSPX- en FLSPXmotoren worden in een groot aantal bouwgroones en met een verscheiden- lang hierbij is dat ook de reductoren apart zijn gecertificeerd. Per slot van rekening moeten ook deze voldoen aan de maximale oppervlaktetemperatuur van 125 °C. Daarnaast worden aandrijvingen geleverd die voorzien zijn van geforceerde koeling en/of encoder die in zowel Zone 21 als Zone 22 kunnen worden toegepast. Tenslotte omvat het programma de Varmeca 20, de motor met geïntegreerde frequentieregelaar, voor gebruik in Zone 22 (Zone 21 in ontwikkeling). Alle aandrijvingen worden geleverd inclusief de bijbehorende certificaten. Op de typeplaten staan alle noodzakelijke gegevens. .ADT

More magazines by this user
Similar magazines