DELAATSTEKEERdat ze bij ons op bezoek waren, zat Kees ... - Liacs

liacs.nl

DELAATSTEKEERdat ze bij ons op bezoek waren, zat Kees ... - Liacs

HET GROTE MEDELIJDEN

DELAATSTEKEERdat ze bij ons op bezoek waren, zat Kees me

aan te kijken met ogen waarin ik meende te kunnen lezen dat

hij dacht: 'Ik ben een mislukkelingen ik hoop maar dat jij ook

een mislukkeling bent. Zelfs al zou ik te horen krijgen dat je

miljoenen bezit, dan zal ik nog weI een theorie weten op te

bouwen, waarin ik niet je mindere ben.'

Hij die mijn vriend geweest was vanaf de bewaarschool,

mijn alter ego, om zo te zeggen, mijn duplicaat, - als het mij

gelukt was iets te bereiken en hem niet, dan kon dat natuurlijl

aIleen maar gebeurd zijn doordat ik vals gespeeld had. Samen

uit, samen thuis, nietwaar. Ais hij aIleen thuis gekomen was,

in het middelmatige huis waarin hij zijn einde zou moeten

vinden als onderdirecteur van de Stadsreiniging te ApeJdoorn,

dan was dat aIleen maar omdat ik hem onderweg in de

steek had gelaten. Door meer geld te verdienen dan hij, pleegde

ik verraad, werd ik anders, had ik het masker afgeworpen.

ZIJN JALOEZIEBESPEURDEIk voor het eerst toen Huckricdl'

de zaak aan mij overgedaan had en toen was er feitelijk niCIu

om jaloers op te wezen. Ik liet hem het uitgewoonde interil.:lIl'

zien, ik liet hem de oudpapierstank die in mijn nieuwe bcy,il

hing, goed opsnuiven en hij zei, afgunstig: 'Wat heerlijk, zell

standig te wezen, maar dat schept natuurlijk ook een bOl·1

meer verantwoordelijkheden.'

Zelfs Kees heeft hier na de verbouwing nooit een voet gcy,\'1

Ik kon hem missen als kiespijn.

Toen hij stierf had ik geen verdriet omdat hij dood WII",

maar verdriet omdat ik mijn laatste jeugdvriend kwijtraakfl

had ik weI. Wie het was deed er al niet meer toe, maar weill! I

besef: het is onmogelijk dat ik ooit weer zo'n vriend krijg.

Ik dacht terug aan de tijd waarin ik Kees, die toen aJ vl'i Iil'

bij die Stadsreiniging zat, nog ongegeneerd mijn nood ktill

klagen omdat er zo weinig te doen was in de Zeldzamc 1\ III

den.

Ais een fabrikant ze eens nodig had, wist hij er ook wd lilill

te komen zonder mijn bemiddeling. Maar omdat Rare 1'::11'1 It

HUNDERTWASSER, HONDERDVIJF EN MEER

een oude firma was, werd ik overal hoffelijk ontvangen, zonder

dat mijn gastheren ooit van plan waren ons de commissie

te laten verdienen, waar we van moesten leven.

Ik deed Huckriede voorstellen op andere materialen over te

gaan, of weI iets geheel nieuws te verzinnen: een groothandel

in nylonkousen misschien, of een verhuurbedrijf van wasmachines.

In ieder geval de rest van ons kapitaal te steken in een

onderneming die meer van onze tijd was: cafetaria's, utiliteitsbouw,

import van fototoestellen uit Hong Kong of

Japanse auto's. Maar hij wou er niet van horen.

Ten eerste waren wij niet thuis in die branches en ten twee-


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDER TW ASSER, HONDERDVIJF EN MEER

Ik liet het schip wachten en stelde Gagnon aansprakelijk

voor de schade. Gagnon vertrok met de noorderzon, het schip

bleef wachten tot het vastvroor in de Sint Laurens.

Toen pas drong het tot mij door dat Gagnon even weinig

know-how van de houthandel bezat als ik. Ais hij een bedrieger

was, dan ik niet minder. In een Engels toneelstuk zou ik er met

een oudere vriend of oom over hebben gesproken en hij zou tegen

mij hebben gezegd: 'Wie eenmaal know-how heeft van

Zeldzame Aarden, mijn beste Take, die moet zich niet verbeelden

ooit op enig ander gebied know-how te kunnen verwerven.

Die zal overal te horen krijgen, gevraagd en ongevraagd, dat

hij zich met zijn eigen zaken dient te bemoeien. Nooit zal hij

erin slagen te voorkomen dat de zaken die hij had willen doen,

door anderen gedaan worden voor hij er erg in heeft! Trek het

je niet aan, oude jongen. Ha, ha, ha. Nog een oe-isky?'

In het toneelstuk wordt die oude wijze dan natuurlijk in het

ongelijk gesteld. In mijn leven niet en zijn woorden heb ik zelf

moe ten bedenken. Ik val ten prooi aan een onverdraaglijk

zelfmedelijden als ik aan toneelstukken denk. Hoeveel beter

weten die personages hun vrienden te kiezen dan ik. Ik kon

met niemand over mijn zaken praten en voor zover anderen er

iets van wisten, hebben ze zich ertoe beperkt mij achter mijn

rug uit te lachen. Hoeveel behendiger weten de figuren in een

drama hun problemen op te lossen dan ik. Ais ik mij minderwaardig

voel bij het lezen van biografieen, dat is nog te verteren,

niet iedereen is nu eenmaal een genie.

Maar je minderwaardig voelen in vergelijking met personages

die nooit hebben bestaan ...

Een ander leven beginnen! Maar hoe. De enige mogelijkheid

is dat het toeval een ander leven voor je begint. Maar het

toeval is niets begonnen voor mij. Het heeft mij laten winnen

en me tegelijk elke voldoening over die overwinning ontroofd.

Alles was er aI, zonder dat ik het wist: het contract met

Travers & Downson, het lJzeren Gordijn.

Wij moesten het personeel voortdurend inkrimpen, omdat

er steeds minder werk te doen viei. Wel lagen er overal hoge

stapels dossiers, brieven, kasboeken, weekbladen.

Huckriede's voornaamste bezigheid was het bedenken van

relatiegeschenken. Leuke snufjes om het zakendoen te smeren.

Elk jaar in augustus werden ze al besteld. Kostbare relatiegeschenken,

natuurlijk, zoals het een firma betaamt die zelf

niets produceert en leeft val1commissie. Dus het ene jaar rekenlineaaltjes

(niet de beste soort, maar toch nog een gulden

of vijftien per stuk waard), het andere vulpennen, weer een

ander jaar echt leren portefeuiIles, thermometers, reiswekkers,

oe-iskieflessen met een radiootje erin, couponscharen,

zakschaakspelen van echt krokodillenleer met bijpassende

agenda's.

Op al die voorwerpen was in gouden letters onze naam gegraveerd:

RARE EARTHS' AGENTS.

We kochten deze cadeautjes natuurlijk niet in winkels, maar

bij speciale firma's met know-how en bijzondere korting, graveren

inbegrepen.

Ook mijn voornaamste commercieIe zorg is nog altijd het

relatiegeschenk. Vanzelfsprekend denk ik er niet over duizend

vulpotloden te bestellen met speciale korting. Ik heb immers

niet meer dan een relatiegeschenk nodig.

Het is vijftien jaar geleden dat Huckriede de zaak heeft

overgedragen aan mij. Er was toen al twee jaar geen cent meer

verdiend. Wij konden niet eens de huur van ons pand meer

betalen. Maar de eigenaar overleed omstreeks diezelfde tijd

en omdat woon- en kantoorruimte schaars was, ontsloeg ik

het personeel volledig, kocht het huis en verhuurde aIle lokalen

die ik missen kon, aan andere firma's tegen gepeperde

pflJzen.

Kort daarop kwam de eerste brief van Travers & Downson.

Nu ja, de eerste sedert jaren.

Lang geleden had Rare Earths' Agents zaken met ze gedaan.

Via ons had Travers & Downson namelijk in het grijs

verleden cerium geleverd aan een firma in Tsjecho-Slowakije,

destijds Oostenrijk. We hadden recht op twee pro cent van de

contracten die ze met die Tsjech afsloten. Voor zover ik wist

diende het cerium om er vuursteentjes voor sigarenaanstekers

van te maken. Maar de techniek staat niet stii. De Tsjechische

300 3 0r


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDERTWASSER, HONDERDVIJF EN MEER

firma had plotseling kolossale hoeveelheden cerium nodig.

Het leek wel of ze van plan waren de hele voorraad aan deze

zijde van het lJzeren Gordijn op te kopen en de prijs die

Travers & Downson ervoor be dong, ging elk jaar omhoog. Ik

herinnerde mij niets meer van ons contact met Travers &

Downson. Ais ik de firma niet had overgenomen zou het voorgoed

in vergetelheid geraakt zijn. Maar Travers & Downson

begonnen te betalen zonder dat ik ze ooit had aangemaand. Ik

werd door grote geestdrift bevangen. Al die jaren had den

mijn prestaties mij steeds minder reden tot zelfrespect gegeyen,

maar nu was het tijdstip aangebroken dat ik mijn vleugels

kon uitslaan. Ik liet de beste binnenhuisarchitect komen die ik

kon vinden en droeg hem op mijn kantoor te verbouwen.

Daarna nam ik een secretaresse in dienst. Ze was drieentwintig

jaar oud en sprak vijf talen vloeiend. Sibylle. Ik wist niet

wat ik haar moest laten doen. In arren moede organiseerde ik

een zakenreis. Nauwelijks over de Belgische grens, maakte ik

haar bekend dat we naar Biarritz gingen. De eerste dag was ik

bijna dol van geluk.

Maar wat herinner ik me als ik eraan terugdenk?

Voornamelijk dat Sybille een paar maanden eerder ook in

Parijs was geweest en een schermkostuum had laten aanmeten

in een ouderwetse, kleine, maar zeer selecte winkel in de rue

de Valois. Dit kostuum gingen we daar afhalen, zodra we '5

middags in Parijs waren gekomen. In het smalle winkeltje hingen

de muren vol met degens, floretten en rijzwepen, terwijl

achterin een opgezet paard stond.

Hoe wit was het schermvest, gemaakt van een soort groflinnen,

toch nobel van kwalitieit. En de manier waarop het in elkaar

gezet was!

De zuiverheid van de taillenaden, de nauwkeurigheid van

de afhechtsels. Ik heb niet het geringste verstand van kleermakerswerk,

maar het geheim van de vakman die dat vest had

gemaakt, bestond erin dat hij zelfs leken met zijn vakmanschap

wist te verblinden.

Een warm gevoel, een soort kleine roes kwam over me bij de

gedachte aan het lichaam van mijn Sybille dat zich, door dil

vest beschermd, zonder ook maar iets van zijn betovering in te

boeten - integendeel! integendeel! - zou prijsgeven aan de

prikken van degens en floretten.

In het hotel vroeg ik Sybille het vest voor mij aan te passen,

ik hielp haar het te sluiten door de knopen op de schouder

vast te maken. Zij nam de uitgangshouding aan, rechterknie

gebogen, rechterhand wijzend naar omhoog, linkerhand afhangend.

Haar handen als bloemen te voorschijn komend uit

de bijna gepantserde nauwe mouwen van dat vest. Ik was gelukkig.

De volgende dag bereikten we Biarritz. Ik was moe.

ZELFS DE DAAROPVOLGENDE nacht wilde het wonder van de

wederopstanding zich niet herhalen. Vijftig jaar oud, met

hartkloppingen van de koffie, de cognac en mijn teleurstelling,

lag ik naast haar in het donker, deed alsof ik sliep, vroeg

mij af of ik er verstandig aan doen zou haar wakker te maken,

in tranen uit te bars ten en haar medelijden in te roepen. Maar

ik wist zelfs niet wat ik met haar medelijden zou moeten be-

'innen. Ik dacht aan de schermclub waar zij het nieuwe

schermvest zou dragen. Mannen en oudere vrouwen, de lippen

strakgetrokken van geilheid, zouden zich op haar storten

met degens en floretten.

En ik dacht: ik kan niet scher men en ik ben te oud om het te

Icren. Vijftig jaar, zei ik bij mijzelf, vijftig jaar, ik ben te vroeg

I4cboren of het nut van cerium is te laat ontdekt. En als ik nu

maar een hekel aan Cilly had, als ik hier in Biarritz zou kunlien

zijn met de gedachte: ik neem lekker wraak op jou ... als jij

:ens wist ... en zelfs al wist je... al stond je schuimbekkend

mast het bed ... Ja! Dat was het hem juist! Ais ik het gedaan

had om mij op Cilly te wreken, zou ik al mijn potentie terug-

I~ekl'egenhebben. Maar er is niets dat om wl'aak schreeuwt. Ik

IlOudzoveel van Cilly dat ik haar onmogelijk zou kunnen misen

en meer kun je van een ander toch niet houden. Wij zegp:l.:n

al jarenlang altijd hetzelfde tegen elkaal' en het vel'veelt

IIiC nooit. Vool' haal' geestelijk leven intel'esseer ik me niet,

302 303


HET GROTE MEDELIJDEN

maar daar beklaagt ze zich niet over, want het toeval wil dat zij

er zoiets als een geestelijk leven niet opnahoudt. Dus zijn we

heel gelukkig met elkaar. Zij denkt,of praat nooit over haar

verleden, zij heeft ook geen verleden met dramatische gebeurtenissen

waarover nagekaart zou kunnen worden. Over de toekomst

denkt zij evenmin. Zelfs als haar toekomst mindel' onbezorgd

was dan de onze, zou zij er zich het hoofd niet over

breken. Ook toen onze toekomst nog niet zo onbezorgd was,

brak ze zich er het hoofd niet over.

Zij ziet nooit vooruit. Zij ziet niet verder dan haar neus lang

is en haar neus is niet lang. De schaarse keren dat ik kwaad op

haar word, is het altijd omdat zij vergeten heeft een voorziening

te treffen, een maatregel te nemen, of omdat zij iets verloren

heeft, nooit omdat zij iets misdaan heeft.

Er zijn twee soorten vergeten: dingen vergeten die je gebruikt

hebt en dingen vergeten die je nog moet gebruiken. Je

paraplu ergens laten liggen nadat de regen is opgehouden, of

geen paraplu meenemen hoewel de lucht al somber wordt en

iedereen weet dat er straks een bui komt. Er zouden eigenlijk

twee verschillende werkwoorden moe ten bestaan voor deze

twee soorten vergeten. Cilly's vergeten is altijd van de tweede

soort.

Maar ik, die vooruitzie, ik die daardoor haar onmisbare

complement uitmaak, ik van wie zij nooit zal kunnen scheiden

om die reden, ik heb toch alles wat ik ben, te danken aan het

onvoorziene. AIleen uit schaamte daarover zou ik al niet bij

haar weg kunnen gaan.

Sybille yond het op mijn kantoor zo stil, twee maanden later

had ze een interessantere werkkring gevonden. Ik trok haar op

mijn knieen en zei: 'Een werkkring waar je talrijke capaciteiten

betel' tot hun recht kunnen komen.'

Ze aaide mij over mijn hoofd.

'Ja, mijn know-how.'

Sybille was een intelligent kindje, niet een die de hele tijd

zomaar wat kletst. Zelfs haar kleinste tics yond ik vertederend.

Lang in Engeland geweest, had ze daar de gewoontc

HUNDERTWASSER, HONDERDVIJF EN MEER

overgenomen een sigaret tussen haar lippen te laten bungelen

terwijl ze praatte, zoals aIleen Engelse vrouwen doen. Ik vond

die imitatie zo ontroerend dat ik meer naar de sigaret keek dan

dat ik naar haar luisterde. Ik had me er al eerder op betrapt dat

ik niet luisterde naar haar verhalen. Nog voor het uitraakte,

wist ik al niet precies meer of zij twee broers had of drie, of

haar moeder nog leefde of niet meer.

Allemaal dingen die zij me wel eens verteld had. Maar het

verschrikkelijkste yond ik dat ik meer en meer begon tegen

haar in dezelfde stereotype termen te praten die ik tegen mijn

vrouw gebruik. Zelfs kostte het me de allergrootste moeite

haar geen Cilly te noemen in plaats van Sybille en twee of drie

keer versprak ik me inderdaad.

Toen ze bij me wegging, bleek ze zich dit te herinneren.

(Het maakte een heleboel goed.) Nederig en oprecht zei ik:

De een heeft meer talent zich voor andere levende wezens

open te stellen dan de ander. Mijn vader had een parkiet.

Telkens als z'n parkiet doodging en een parkiet leeft niet lan-

;er dan een jaar of vier, nam hij precies zo'n zelfde parkiet en

gafhem dezelfde naam.'

Deze opmerking is waarschijnlijk de meest intense poging

l'ot geestelijke intimiteit met haar te komen, die ik heb gewaagd.

Ik was bang dat ze mij ervoor op mijn gezicht zou

slaan.

Maar ze zei: 'Het maakte me eigenlijk gelukkig dat je me zo

1111 en dan Cilly noemde. Want ik dacht: ik heb dus geen reden

jaloers te zijn op zijn vrouw. AIle contacten tussen mensen

y,ijneenvoudig en als we werkelijk van elkaar hadden gehouden,

zouden we helemaal niet met elkaar hebben hoeven te

praten. Je beweert wel dat ik zo intelligent ben. Maar je moest

'ms weten hoe ik mij het paradijs voorstel: vierentwintig uur

per dag naakt in de armen liggen van de man die ik liefheb,

nnders niets.'

"Och komI Maar daar ben ik te oud voor.'

'Niet te oud. Maar je bent te zuinig op je jeugd. Ais je zo

doorgaat, zul je heel oud worden, onvoorstelbaar oud. Ben je

ooit ernstig ziek geweest?'


HET GROTE MEDELIJDEN

'Nooit. Ik heb zelfs al mijn tanden nog.'

'Zie je well Trouwens, de dokters worden steeds knapper.

Let maar op, mijn voorspelling komt uit. Het is niet waar dat

iedereen elk jaar een jaar ouder wordt. Ik geloof vast en zeker

dat jaren dingen zijn waar je op passen kunt, waar je zuinig op

kunt wezen of die je kunt verkwisten. En jij bent er zuinig op.'

'Vind je me soms gierig?'

'Niet met geld. Maar ook ben je van nature geen verkwister.

Die gave bezit je nu eenmaal niet. Dus ben je zuinig met iets

andel's.'

'Waarom praat je op deze manier tegen me? Zo hebben we

nooit met elkaar gepraat en dat juist nu je bij me vandaan wiL'

'Het is niet dat ik nooit zo tegen je gepraat heb, maar het is

wel voor het eerst dat je luistert.'

'Het spijt me.'

Ze stond op en zei: 'Het opwindendste dat wij met elkaar

kunnen beleven is het afscheid, denk ik. Dag Take.'

Ze had geen ongelijk. Het was mij ten slotte nooit overkomen,

dat ik tegen Cilly per ongeluk Sybille zei.

DE POSTZEGELKAS, ongeveer tweeduizend gulden, was n:1

haar vel'trek verdwenen. Ik verweet haar niets, want ik wisl

niet waarvoor ik andel'S zo'n ruime postzegelkas onder haal'

beheer had gesteld.

Cilly heeft van de episode niets bemerkt. Wel heb ik haar


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDERTWASSER, HONDERDVIJF EN MEER

Mijn grootste liefhebberij was het verzamelen van schelpen

en slakkehuizen. Ik wandelde veel in stille parken. Op zoek

naar slakken, kroop ik in struikgewas en bosjes. Nooit heb ik

iemand zien beroven of vermoorden.

Niemand viel mij ooit lastig. En later, ik kan het me nu niet

zonder verbittering herinneren, hebben ook mooie maar zeer

slechte vrouwen het nooit op mij voorzien gehad. Een paar

heb ik er ontmoet, maar als ze aanstalten maakten mij te gronde

te rich ten, dankte ik ze af.

Leven, zei mijn vader, je moet leven, je moet je niet laten leyen.

Ik leefde, ik ging op pad, ik nam beslissingen, maar alles wal

ik ben geworden, ben ik geworden door het te laten gebeuren.

Avonturen wilden niets van me weten. Ais ik het toeval een

handje wilde helpen, kreeg ik een tik op mijn vingers. En toch

ben ik nu miljonair .. , is het niet om bijgelovig te worden, is

het niet om overal in te berusten, denkend dat een onbekende

macht mijn hele levensloop geregeld heeft zonder mij ooil

tekst en uitleg te geven?

Weer tien jaar oud worden, om te proberen of ik door alieN

andel'S te doen dan ik het gedaan heb, misschien een resultaal

zou kunnen bereiken dat mij mindel' zinneloos lijkt. Bedelaal',

in plaats van miljonair; of flikker; of tuchthuisboef. Niet dal

gevoel te hebben of ik even weinig met de wereId heb te m:l

ken als de vissen in het aquarium van een visrestaurant te m:l

ken hebben met het publiek dat aan de tafeltjes hun soortg:l'

noten zit te eten.

Je leven overdoen. Kan iemand zich voorstellen hoe het ZOIi

wezen als je opeens weer tien jaar werd, terwijl je wist aJ vijl

enzestig te zijn geweest?

Naar iets uit het verleden verlangen doe ik niet en wat 11101'1

iemand zo rijk als ik nag in de toekomst verlangen, zonder Oil

redelijk te worden?

RELATIEGESCHENKEN IS OOK nu nog mijn enige probk\'111

Vorig jaar had ik een oorspronkelijk idee: een kalender! 1,111 Ii

niet, denk niet dat dit het meest banale cadeautje is dal' iI< hili I

kLlnnenbedenken, want ik vraag me af of er wel ooit een reclamekalender

zoals de mijne is gemaakt. In niet meer dan een

;nkel exemplaar. Hij bestond uit kleurenfoto's, zes kleurenfo-

1'0'smet telkens de data van twee maanden eronder en, met

discrete reliefletters, links boven in de hoek RARE EARTHS'

AGENTS.

Aan het maken van zo'n kalender op de gebruikelijke manier

(foto's laten nemen, laten clicheren, tekst erbij laten zetten,

1:l;l1 paar duizend exemplar en laten drukken) viel natuurlijk

niet te denken, omdat ik er maar een nodig had. Dus liet ik

Jcn gerenommeerd fotograaf zes echte kleurenfoto's maken.

I)ie ene kalender kostte me zesduizend gulden. Niet aIleen

hct kostbaarste relatiegeschenk dat enig zakenman ooit in jalIuari

heeft ontvangen, maar ook de mooiste kalender die iemaud

ooit gezien heeft. Vijftig bij zestig centimeter groot, be-

1I0nden de foto's uit enorm vergrote detailopnamen van een

I>lootfotomodel: zes stukjes roze huid waarvan precies genoeg

Ie zien was om uit te kunnen maken tot welk deel van haar

IIl.atomiehet behoorde: voorhoofd, kin, schouder, borst, buik,

Iiij. Op elk stukje waren enkele kristallen van een zeldzame

lIarcleuitgestrooid: lanthanium, cerium, praseodymium, eu-

I'opium, yttrium, neodymium.

Op dezelfde dag waarop Travers & Downson mijn kalender

Illoesten ontvangen, kreeg ik dezelfde kalender van hen, maar

llii met hun naam erop en in kleurendruk natuurlijk: Dus:

l.wH:prijsnog geen gulden, denk ik, en toch waren de reprodukties

niet van mijn echte foto's te onderscheiden.

Die schofterige fotograaf, die had zijn foto's natuurlijk nog

('.'11 keel' verkocht! Ik, imbeciel op het terre in van het relatie-

1I1:Nchenk,ik had natuurlijk moeten bedingen dat ik ook de

1H'!~atievenkreeg. Maar dat had ik vergeten, bij gebrek aan

IIIlow-how.

1 k wou maar dat de herfst gauw kwam. Ik weet wel beter,

IIl'I i.snog lang geen herfst.

Ik bomen zitten zo dik in hun bladeren, dat ik van de over-

I"UII bijna niets kan zien. Ik trek de rechterlade van mijn bu-

11'1111 open en neem er een kleine japanse binocle uit van roest-


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDERTWASSER, HONDERDVIJF EN MEER

vrij staal. Als de bomen kaal zijn, is er aan de overkant eigenlijk

ook niets te zien.

Ik vraag mij af hoeveel jaren ik' nog zal zitten ademhalen op

deze stoei. De dagen die voorbijgegaan zijn zonder dat ik iets

verricht heb waaraan ik met trots terug kan denken, zijn gevallen

als regendruppels om spoorloos te verdwijnen in een

zee van verveling. Kan nog mooier: waarvan de branding in

slapeloze nachten op de randen van mijn bed beukt. Ik zou

natuurlijk het Boek Prediker kunnen schrijven, maar dat is al

gebeurd. Ik verveel me en ben er meestal niet eens erg verdrietig

onder. Het lijkt trouwens of de jaren korter gaan duren

of beter: het is of mijn tijd niet meer in dagen en jaren verdeeld

wordt en het daardoor niet zo noodzakelijk meer is over

tijd te praten. Tien jaar geleden, kort na het afscheid van

Sybille, dacht ik dat mijn hart het niet zo goed meer deed en

heb ik mijn dokter geraadpleegd. Hij is een leerling van de beroemde

Professor Riimke. 'Het senium,' zo sprak hij, 'oftewel

de finale van het lev


HET GROTE MEDELIJDEN

nes. Of telefoneren, of een sinaasappel schillen, of een sigaret

opsteken. Een enkele keer maar, zit er een te slapen. Mooie

meisjes zitten er nooit lang. Zoals Cilly, veertig jaar geleden.

Cilly, wat een naam voor een vrouw van achtenvijftig. Toen ze

bij ons op kantoor kwam, was ze achttien. Toen was zij CiUy,

maar wie is zij nu? Ik geneer me soms bijna haar voarnaam uit

te spreken als er anderen bij zijn. Het is of ik haar op een subtiele

manier verneder door haar met die voornaam aan te spreken,

het lijkt of ik haar luidkeels in het gezicht slinger dat zij

niet jong meer is.

Zeg in een gezelschap van honderd proefpersanen de naam

Cilly en van de honderd denken er negentig aan dartele lichtvoetige

feeen, vrolijk, intelligent, een dunne beweeglijke

mond, grote ogen, een beetje luchthartig. Zij kan het niet he1pen

dat zij veertig jaar ouder is geworden en het kan mij ook

helemaal niet schelen. Als ik met haar aIleen ben, is het mij

nog altijd een soart wellust dikwijls haar voornaam uit te

spreken en het is ofhaar jeugd nooit verdwenen is. Maar toch

hebben oude vrouwen eigenlijk geen voornaam meer. Net zo

min als je moeder een voornaam had.

Kwam er maar eens een vogel nestelen in de boom voor mijn

raam. Kon ik 's zomers naar wat anders kijken dan naar enorm

vergrote groene bladeren, waarvan ik er nooit meer dan twee

of drie tegelijk scherp zien kan door de kijker.

Het is een heel nette gracht, op dinsdagmiddag van twee tot

vier. Misschien als ik urenlang bleef spieden door die kijker,

dag in dag uit, dat ik dan wat zien zou. Ik heb een idee! Dit

jaar stuur ik Travers & Downson precies zo'n kijker, met erin

gegraveerd RARE EARTHS' AGENTS!

NUTTIG BESTEDE MIDDAG. Ik heb de beslissing genomen welk

relatiegeschenk ik dit jaar geven zai. Is het niet de belangrijkste

zakelijke beslissing die ik elk jaar nemen moet? Aan de

overkant zie ik mijn huurauto alweer rijden.

Ik sta op en leg de kijker in de bureaula. De auto gaat cit:

3 12

HUNDER TW ASSER, HONDERDVIJF EN MEER

hrug over en slaat linksaf, achter een grote vrachtwagen aan.

Ihcht ik het niet? Die moet hiernaast zijn. Stopt. Mijn auto

kan er niet langs.

Naast mijn kantoor is een groothandel in verf gevestigd.

I\Jtijd op dinsdagmiddag precies om vier uur houdt daar voor

de deur die grote vrachtauto stil om blikken verf te laden. Vit

tic groothandel komt dan een man te voorschijn die mij telkens

als ik hem zie aan het den ken zet. Toch is hij, zoals hij

y,ich aan mij voordoet, een van de eenvoudigste fenomenen

die je bedenken kunt. Hij is een man van een jaar of vijftig

lIud, kaal, blootshoofds, rond hoofd met bolle wangen, onbe-

Ickenende neus, domme ogen. Hij heeft altijd dezelfde overall

iI:lnen rookt een sigaar die om vier uur, als ik hem zie, altijd

lot een lengte van een centimeter of vijf is ingekrompen.

Zodra hij klaarblijkelijk gehoord heeft dat de chauffeur de

klep van zijn auto naar beneden heeft gelaten, komt hij eraan,

sigaar in de mond, aan elke hand een bus verf. De bussen van

die firma hebben hengsels. Hij zet de bussen op de auto, gaat

I'crug, komt met twee andere bussen, enz. Ik heb nooit geteld

hoeveel bussen in totaal, in stilte hop end dat het tenminste

niet altijd hetzelfde aantal is dat hij brengen moet. Verder is

alles al jaren precies eender, het tijdstip, de sigaar, zijn kale

hoofd, de overall, de tijd die het hem kost twee bussen naar

buiten te dragen, de bussen, de hele man. Ik tart elke theoloog

of filosoof mij uit te leggen waar die man voor leeft, als het

niet is, omdat hij niet dood wiI. Nu kun je daarop wel zeggen:

dat moet die man zelf weten, maar de kwestie dat een zo kleine

man dat zelf moet weten in een zo gigantisch heelal is er

cen die ik niet zonder emotie hardop kan uitspreken. En is het

niet iets groots dat die zo kleine man misschien nooit op het

idee gekomen is dat hij het zelf maar weten moet.

Ik schuif de la dicht en denk met diepe voldoening aan de

beslissing die ik heb genomen. Kleine japanse roestvrij stalen

binocle. Prachtig resultaat toch, voor vandaag.

Ik trek mijn jas aan met e~n gevoel of ik mezelf een beloning

;eef. Weken en weken gaan er immers voorbij zonder dat ik

zelfs iets als het nemen van zo'n eenvoudige beslissing hoef te

3 13


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDERTWASSER, HONDERDViJF EN MEER

doen.Weken waarin ik zelfs geen postzegel koop. Zonderling

gevolg van de progressieve inkomstenbelasting in ons land.

Ik pak mijn hoed van het bureau waaraan geen secretaresse

zit.

Inkomstenbelasting: de meest stompzinnige manier om rijken

te tergen die ooit in het brein van een proletarier is opgekomen.

Vitvinding die in zwang gekomen is, sinds ook de lagere

standen deel hebben aan de macht. Mensen die, door van generatie

op generatie honger te lijden, wel geleerd hebben wat

geld is, maar er geen flauw idee van bezitten wat veel geld is.

Ais ik voor een tientje postzegels koop (en daar heb ik maanden

genoeg aan) zal mijn accountant zeggen: 'Kan ik voor de

inspecteur niet aannemelijk maken, meneer, in een zaak als de

uwe, met een netto jaarwinst van een half miljoen.'

Dat bedrag wordt dus wat opgehoogd. Tot tweehonderdvijftig

gulden, bijvoorbeeld, dat is nog belachelijk weinig.

Toch verdien ik dan op die manier meer dan tweehonderc1

gulden. En zo gaat het met alles: representatiekosten, auto, afschrijving

meubilair, onderhoud. Wat valt er nog voor mij tc

ondernemen als ik in de omstandigheid verkeer dat ik mel

geld uitgeven meer verdien? Wat een onnozele dan met zuinig

ZI)n.

Breinen moe ten dat geweest zijn, de uitvinders van dc

progressieve inkomstenbelasting! Alsof iemand die er al voor

gezorgd heeft meer te verdienen dan een ander, zich door dt

inkomstenbelasting van de wijs zou laten brengen! Zelfs in de

communistische staten zal een man die eens wat meer wil dan

zijn buren, er weI voar zorgen dat hij meer macht krijgt, alN

het verzamelen van meer geld verboden is. Dus, wat is hcl

verschil?

Kapitaai. Een antieke vorm van machtsopeenhoping. I Il'l

zou me niet verbazen als geen enkele sovjetchef met mij zou

willen ruilen. Ik laat de voordeur achter mij dichtvallen el\

loop de stoep af.

Met een geluid van ijzer op ijzer komen de verfblikken in !Ii'

vrachtauto terecht. Mijn chauffeur sluit het portier achl('1

mij. Hij is handig: in grote vaart rijdt hij achteruit de gracht af

tot voorbij de eerste zijsteeg, dan rechtsaf de steeg in naar de

Keizersgracht.

IK ZOU NU WEL ERGENS naartoe willen, waar ik hardop zou

kunnen herhalen wat die stem in mijn achterhoofd me de hele

middag al voorzegt. Ik ben jarig. Maar ik heb geen vrienden

die in aanmerking komen mijn confessies aan te horen,

Vriend, wat een woord op mijn leeftijd. Ik ken enkel mensen

die mij te vriend houden. Ik verwijt ze niets, moet alleen gelaten

constateren dat ze niet de macht bezitten mij te helpen.

Mogelijk is een van de penibelste dingen in je leven, dat er zo

weinig gelegenheid is mensen te vinden die je niet de indruk

;even dat je ze voor niets in vertrouwen hebt genomen. Op

cen bepaalde leeftijd durf je er niet eens meer naar te zoeken.

Te veel aan oude gezichten gewend. Te veel geoefend in het

voor je houden van persoonlijke dingen. Iedereen schotelt iedereen

een bloemlezing voor en niet eens aan iedereen dezelfde.

Teleurstelling heeft zich als een infectie door je lichaam

verspreid en het is of het zich daar steeds sterkel' tegen pantsert.

Te dikwijls heb je meegemaakt dat je openhartigheid niet

gewaardeerd werd. Je bent genoodzaakt het zekere voor het

onzekere te nemen. Je weet dat ook andere mens en dezelfde

ervaringen hebben als jij en even weinig hoop hebben overgehouden

ergens nog gehoor te vinden voor hun confidenties als

jijzelf. Ze vertellen over hun maagkwaal, hun ondankbare kinderen

of hun belastingzorgen, maar dat zijn aIleen maar de

aanleidingen tot hun zorgen, niet de zorgen zelf. Je beseft dat

jc aIleen maar nieuwe vrienden zou willen hebben om je hart

IC luchten tegen hen, maar dat je al veel te lang veel te moe en

vcrdoofd bent, om zelf het oor te lenen aan de obsessies van

'cn ander. De vriendschap zou onherroepelijk van een kant

ll10eten komen: de overkant. Je weet dat je iets onredelijks

vcrlangt en daarom aIleen al durf je dat verlangen niet meer

\I,an.En daarom gaan getrouwde mannen van mijn leeftijd al-

Iijd weer naar huis, waar hun vrouw, net als zijzelf, nooit meer


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDERTWASSER, HONDERDVIJF EN MEER

iets opmerkelijks zegt, want ze heeft allang geleerd welke dingen

ze niet zeggen moet, net als jij. Misschien ook schiet haar

nooit meer iets bijzonders te binnen, evenmin als jou. Ze weet

tot hoever ze gaan kan en jij ook en jullie gaan allebei niet verdel',

want waarom zou je?Je zit op je stoel met op je knieen een

krant vol wereldgebeuren waaraan je niets veranderen kunt en

een stem in je achterhoofd zegt: ik ben onuitsprekelijk moe,

maar zelfs dat kan niemand wat schelen.

En als een steen op je maag ligt in je binnenste een verdriet

dat te zwaar is om nog op te stijgen tot je mond.

Maag. Een stoot tegen mijn maag, doordat de chauffeur, die

nog gehoopt had door een geellicht te komen, plotseling remt

voor een meisje dat oversteekt. Zij heeft lichtblond, hoog opgestoken

haar en draagt een grote zonnebril, hoewel de lucht

bedekt is. Zulke zonnebrillen waren tien jaar geleden in de

mode. Zij draait haar hoofd naar de auto toe en het is alsof ze

mij ziet, zelfs herkent. Zij houdt haar linkerarm gebogen voor

haar borst en op haar arm rust iets dat eruitziet als een groot

schrift. Het is of zij een engel is die een nieuwe boodschap

komt brengen. Het is jaren geleden dat ik een vrouw gezien

heb die mij zo opwindt. Ik pak de kruk van het portier en zeg

tegen de chauffeur dat ik uitstap en dat hij maar moet doorrijden.

Ik heb zoveel haast, dat ik het portier niet eens achter mij

hoor toeklappen. Niet hard genoeg geduwd.

Geen tijd om het over te doen. Het licht staat nog op rood

en ik kan ongehinderd het trottoir bereiken waarheen hCI

meisje overgestoken is, Heb ik verstandig gedaan mijn chau r..

feur weg te sturen? Ik kan altijd nog een taxi nemen. Is betel'.

Anders: vieze oude rijkaard, zijn auto staat al klaar, waarin hij

arme jonge meisjes lokt. Want zij is niet rijk, andel'S zouden

haar mantelpak en haar schoenen immel's moderner zijn. Nit'l

aIleen haar zonnebril, ook het zwarte mantelpak dat zij aall

heeft, was tien jaar geleden in de mode.

Tien jaar, of zoo In ieder geval is het nu ouderwets. Zulll('

schoenen met hoge naaldhakken, zie je ook nergens meer. .1:1,

zij is aanbiddelijk. Ik zie nu ook dat het mantelpak eigenlijk

niet goed sluit om haar volmaakte lichaam, het moet gocdlw

pe confectie zijn geweest. Nog sterkel': ze is zo jong, dat ze het

niet eens zelf kan hebben gekocht, ze zal het van haar oudste

zuster hebben geerfd of van een tante. Maar elke beweging die

zij maakt, verkondigt dat zij de mooiste vrouw ter wereld is.

De straat is met een dichte menigte gevuld en soms vel'lies

ik haar uit het ~Og. Door mijn passen een paar maal te versnellen,

vind ik haar dan weer terug. Niet te dichtbij komen,

ik moet haar net nog kunnen zien. Voor alles heb ik een ver-

Idaring: haar hoge hakken die al jarenlang uit de mode zijn,

geven de signalen uit mijn jeugd en maken mijn ingeslapen

mannelijkheid weer wakker. Ik ben niet dood of oud, het is aileen

de mode die veranderd is en die de taal die ik versta, niet

l1leerspreekt.

Dag lieveling! Wat zal ik tegen haar zeggen?

Was de jeugd maar echt zo verloederd als de kranten schrijven!

Dan zal ik ronduit tegen haar zeggen: Dag mijn oogappel,

mijn schat.

Ik hoef niet eens te weten hoe je heet. Ik zal de mooiste suite

hestellen die ik vinden kan en dan kleed ik je uit van top tot

teen.

Ik zal beginnen haar midden op straat te omhelzen en stamelend

op haar schouder in snikken uitbarsten. Mijn hand op

haar dunne rug zal haar hart voelen kloppen.

Welke reden zou je hebben nee te zeggen, liefste? Ik ben

kerngezond. Toen ik nog op school ging, heb ik twee- of drielIlaal

griep gehad, later nooit meer. Ik ben nooit ziek. Ik heb

lIog nimmer in een ziekenhuis gelegen, ben niet aan de drank,

I'ookweinig en, wat me nog het meest verbaast, is dat ik zelfs

lIog nooit bij een psychiater ben geweest. Ik heb geen zorgen.

I\lIeen dankzij veel vrije tijd, kan ik veel over mezelf nadenken,

maar als ik mezelf dan soms abnormaal vind, dat kan al-

Il'en maar wezen bij gebrek aan vergelijkingsmateriaai. Ik kan

ill andermans binnenste niet kijken, maar als het kon, zou ik

lilt,; waarschijnlijk verbazen hoeveel andere mannen precies zo

,,ljn als ik. Soms kan ik dat nauwelijks geloven, maar het moet

lot;h zo wezen, want uiterlijke abnormale tekenen zijn er niet

111111 mij. Ik ben geen homoseksueel, neger, jood, ofhalfjood, ik


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDERTWASSER, HONDERDVIJF EN MEER

hoor tot geen enkele maatschappelijk suspecte groep. Ik ben

geen fascist en geen communist, ik ben geen ex-communisl,

geen theosoof, ik geloof nier in astrologie, gedachten lezen,

het laatste oordeel, of het hiernamaals. Ik ben nooit met dr

politie in aanraking gekomen, zelfs niet voor een verkeersovertreding,

er gaan maanden voorbij waarin ik zelfs geen gla:-;

bier drink, ik heb mijn vrouw nooit mishandeld, ik maak Jl1l'1

niemand ruzie, ik kan geen enkele fout in mezelf ontdekh:n

die de moeite van het vermelden waard is. Ik hoef niet te weI'

ken.

Ik ben rijk. Ik ben kortom wat iedereen zijn wil, ik ben Wail!'

al die fietsers hier in de Vijzelstraat naar onderweg zijn, hopen

ze.

Houd je passen in, lieveling en kijk naar mij om. Ontl1lol'1

mij. Ik ben zeldzaam van gezondheid en normaliteit. Ik b\,'11

welopgevoed, vrijgevig en goedhartig. Een man, zo norm:llli

als ik, kun je nog nooit van je !even zijn tegengekomen.

He ... Wit?

Huckriede! Die man die tegen mij aangelopen is, clal

Huckriede. Hij zegt iets tegen me.

Hij zegt: 'Aangezichtsverlamming, niets ernstigs hoor!'

Nu pas zie ik dat zijn linkeroog gesloten terneerligt en 001,

zijn mond is al vaor de helft de eeuwige rust ingegaan. Ik 111'11

over hem heen gekeken om het meisje niet uit het gezichl II

verliezen en hij denkt dat ik geschrokken ben van zijn uiterlijll

'Wat zeg je? Aangezichtsverlamming? Ik zie er niets Villi

Verder alles in orde?'

'Prima hoor, prima. Ik zit tegenwoordig in de huizl'li

Onroerend goed, Take, dat is niet aIleen een object voor 011'/1

tijd, maar ook voor de toekomst. Voor de verre, verre 1111

komst. Weet je hoeveel Nederlanders er in het jaar 2000 zullt'lI

zijn? Eenentwintig miljoen. Hoef ik jou niks meer te vCI'It·1

len.

Hoe gaat het met ons kantoor? Heeft het nog wat OP~.I

bracht indertijd?'

'Ik heb het niet verkocht. Ik zit er nog steeds.'

'Niet verkocht?'

Het lijkt of de aangezichtsverlamming zich als een brandje

over de andere gezichtshelft verspreidt.

'Niet verkocht? Maar wat heb je dan in godsnaam al die tijd

L1itgevoerd?'

'Nou, gewoon, zeldzame aarden.'

'Maar jongetje .. .'

Weer kijk ik over hem heen. Ais ik vanmiddag niet toevallig

aan hem had zitten denken, zou ik hem van mij afschudden,

doorlopen zonder nog een woord. Joviale armzwaai.

Hoogstens 'Zeldzame aarden!' zegt Huckriede, 'geen droog

brood mee te verdienen.'

Kleine pauze. Wat denkt hij?

'Neem me niet kwalijk,' zegt hij, 'ik moet er vandoor! Ik

kom wel eens bij je praten!'

Hoera! Hij is bang geworden dat ik hem geld te leen zal vragen.

Naar links mijn hand die de zijne drukt, naar rechts mijn

blik, in de richting waar het meisje zijn moet. Mijn voeten

volgen. Waar is mijn engel gebleven?

Waarom zo'n haast? Waarom heeft ze niet bespeurd dat ik

Icgengehouden werd, als het in de sterren geschreven staat

dat wij elkaar zullen ontmoeten? Ik ben bereid naar je onnozelste

woorden te luisteren, mijn lieveling, zonder er een niet

Ie horen. Ik ben de man van wie je altijd hebt gedroomd.

Wat ik nu doe, is al geen lopen meer, ik wring mij met mijn

'Ilebogen tussen de mensen door, ik hoI. Een zware onweerswolk

komt overdrijven. Zweet gutst langs mijn gezicht. Ik

1l10ethaar vast en zeker al hebben ingehaald en nog zie ik haar

Ilcrgens. Waarschijnlijk ben ik haar al voorbij. Of nee, ze zal

'en winkel zijn binnengegaan.

Langzaam loop ik terug, beurtelings op straat kijkend of zij

niet plotseling opduikt, haar grote zonnebril, haar boek op

haar arm, met de voor mij bestemde boodschap erin, dan weer

~;Iuurik in een openstaande winkel, of ze voor een toonbank

'laat. 0, stond ze daar maar.

Hoe onvermijdelijk zou onze kennismaking verlopen. 'Pardon,

is het parfum dat u koopt goed? Ik heb er geen verstand

:ill, ik moet voor iemand een fles lotion kopen.'


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDERTWASSER, HONDERDVIJF EN MEER

'Ik vind het heerlijk, ik gebruik het altijd.'

'Juffrouw, geeft u mij een fles lotion van hetzelfde merk.'

Staat ze in die radiowinkel? In die meubelwinkel? Bij die

banketbakker? In die groentewinkel? Ik ben al bijna weer bij

de Munt terug en nog heb ik haar in geen enkele winkel gezien.

Een dichte regen begint te vallen. AIle mens en vluchten

onder zonneschermen. Ik kom voor een brillenwinkel terecht,

waar in de etalage een levensgrote kleurenfoto van een lelijke

naakte negerbaby staat, die men het veel te grote montuur van

een bril heeft opgezet.

... En zij rijdt verder naar de buitenwijken in een tram ...

Een andere man die ook geen jas aanheeft, komt naast me

staan. Hij draagt een zwart pak van grove stof, een hoge witte

boord en een zwartsatijnen bef in plaats van een das.

Het is onvermijdelijk dat hij me aanspreekt als ik hem zo bekijk

en hij zegt dan ook: 'We hebben het niet besteld, maar hCI

komt toch.'

Hij kijkt naar de lucht met een gezicht of hij zo de oorza~k

van de regen zien kan. Ik blijf de straat afspeuren naar hel

meisje, ik ga er zelfs voor op mijn tenen staan. AIleen als il

kon vliegen, zou ik nog een kleine kans hebben haar ooit n()j~

terug te zien. - Waar ben je? Mijn ander leven? Mijn verjaarscadeau?

Een verschrikkelijke woede tegen Cilly komt in mij op a IN

een dronkenschap. Waarom was jij niet weg te branden uil

mijn leven?

Waarom heb je niet begrepen, dat ik geen man ben om vcel'

tig jaar lang van dezelfde vrouw te houden? Waarom heb jc Il('l

mij onmogelijk gemaakt bij je vandaan te lopen?

Zelfs als ik geen woord tegen je zei, protesteerde je nit'l

Waarom heb je alles van mij geaccepteerd? Toen ik niets I1W('1

tegen je te zeggen had, kreeg je een dochtertje om te vertrol'

telen. Toen je dochter volwassen was, namen wij katten, hOIl

den. Je was tevreden met de liefde van een hond, als je maar ill

hetzelfde huis mocht wonen als ik. Iedere gelegenheid h,,:II'II

haten, heeft ze belachelijk weten te maken, elk kwaad WOOl'ti

dat ik ooit tegen haar heb willen zeggen wist zij een klank VIlli

onredelijkheid te geven, nog voor ik uitgesproken was. Altijd

is het haar gelukt de schuld op mij te wentelen, zonder mij

ooit te beschuldigen, aIleen maar door rond te lopen met het

air van: Ik houd van deze man en deze man houdt van mij. Ik

ben de enige vrouw in zijn leven en iedere poging daaraan

twijfel te wekken, zal een hersenschim blijven.

lk loop de Vijzelstraat nog tweemaal op en neer. Ik steek zelfs

hct Muntplein over en ga de Kalverstraat in, Onzinnig haar

daar te zoeken, natuurlijk. Die richting is zij helemaal niet uitf4cgaan.Bovendien

wordt het later en later. Waarschijnlijk is

y,ijal lang thuis. Maar waar dan toch, mijn lieveling, maar

waar?

Alweer kom ik langs dezelfde bioscoop, waar een oude film

draait, Mondo Cane.

lk ben jarig vandaag, maar ik wil niet naar huis. Kort voor ik

om halftwee de deur uitging, heeft mijn dochter immel'S opgeheld

om mij te feliciteren en te zeggen dat ze niet zou komen.

[k ga de bioscoop binnen. Mondo Cane. Dat is precies de

film die ik nog eens zien will Dit is de wereld waar ik altijd bij

het woord 'wereld' aan denk.

IANKENDE HOND WORDT aan een touw meegetrokken langs

I'~~nhek van gaas, waarachter andere honden blaffen en janh~n.

Ecn deurtje in het hek gaat open, de onwillige hond wordt

tllI:lrbinnen geschopt, de andere honden vliegen op hem af.

I':l:ngil.

(:astelaneta. Avondlijke bijeenkomst, als ter verering van

t I'll heilige. Maar het gaat om Rudolf Valentino, die in dit

tInrp geboren is.

Illauwglanzend standbeeld van de filmacteur.

()nder het publiek veel familieleden van Rudolf, monsterlij-

I", koppen, dom, lage voorhoofden, bestiale kaken, briljantine,

lorhl'latjes, mislukte pogingen op de mooie Rudolf te lijken.

( :loHc-ups.

3 20 3 21


HET GROTE MEDELIJDEN HUNDER TW ASSER, HONDERDVIJF EN MEER

New York. Acteur Rossano Brazzi (latin lover) betreedt een

kledingmagazijn. Bij tientallen rennen de verkoopsters op

hem af en scheuren zijn kleren van'zijn lichaam om een souvenir

te hebben.

Bogowa, Trobriand-archipei. Horde naakte vrouwen jaagt

op mannen.

Riviera. Geil geworden Amerikaanse matrozen verdringen

zich om boterachtige bikiniblondine.

Meisjes in bikini, armen wuivend uit onthaarde oksels, zoemen

in een motorbootje rond een oorlogsschip. Dek van het

oorlogsschip. Matrozen golven van bakboord naar stuurboord

en terug. Er zijn dragers van hoogst correcte brillen bij.

Papoeavrouw met een jong varken aan de borst. Enorme

slachtpartij van varkens die met tientallen klappen van dunne

boomstammetjes, langzaam doodgeslagen worden door beschilderde

papoea' s, paradijsvogelveren op hun hoofd. Het

roosteren van de geslachte dieren. Honden die zich te goed

doen aan de ingewanden.

Pasadena. (Californie). Plechtige tel' aarde bestelling van

een hond. Vrouw biddend op hondengraf. Hondenrestaurant

te Taipeh. Gestroopte honden marinerend in zink~n teilen vol

bloederige vloeistof. Op een hakblok slaat de kok een hond aan

stukken. Daar vlakbij de levende honden in kooien. Geen

blijk dat ze beseffen wat er gebeurt.

Rome, Kuikentjes worden rood, blauw en groen geverfd,

daarna gedroogd in ovens bij 50 graden Celsius, dan opgesloten

in chocolade paaseieren. Sterfte 7 op 10.

Bismarckarchipei. Jonge vrouwen in kooien, vetgemest tot

honderdtwintig kilo voor een broodmager, stokoud opperhoofd

dat maar veertig kilo weegt. Massageinstituut, Amerika.

Close-up. Trilling in witte blauwdooraderde slappe dijen,

teweeggebracht door een machine. Calabrie op Goede Vrijdag.

Jongemannen, broekspijpen opgestroopt, slaan zich glasscherven

in dijen en benen, om met bloed de weg af te bakenen

die een processie straks zal gaan.

Bikini. Dieren die door radioactiviteit gedegenereerd zijn:

onder de grond levende vogels, vlinders die zich doodvliegen

hoven zee, vissen die in dode bomen wonen, strand met ste-

I'iclevogeleieren bezaaid. Close-up: zeeschildpad wiens orieni:tl'ievermogen

is verwoest, legt eieren en loopt niet naar de

't,ceterug, maar landinwaarts, om te verdorsten in de woestijn

die al met enorme schildpadkarkassen

Ilcstelen vogeltjes in de karkassen.

is bezaaid. Close-up: er

Zeebodem bij Malakka. Menselijke geraamten, door haaien

balgevreten. Het strand.

Ilaaievinnen staan te drogen, rechtop in het zand. Ver-

Illinkte haaienvissers, zonder voeten, benen. Nacht op zee. De

l'rminkte vissers nemen wraak, vangen een haai met een

Irop, wringen zijn bek open, duwen een zeeegel in zijn keel-

I~illmet een houten pincet, laten hem daarna weer zwemmen.

Iluis in Singapore waar overbodige familieleden naartoe ge-

I)I'ilcht worden om te sterven. Beneden op straat schranzen

kinderen en neven. Men maakt zoveel mogelijk kabaal om het

lerven te verhaasten,

weet ik het.

of de kwade geesten weg te houden,

Tclelens gericht op rotswand. Holen in de rotswand, door

IIllilktepapoea's bewoond.

Missiepost. Bekeerde, maar nog naakte papoea's slikken ouwt'ls

in, onder woeste extase. Port Moresby. De papoea's

II ilall achter een hoog hek en slaan het land en van een vliegilli~gade.

Goederen die uit het vliegtuig worden gelost, wekll'n

hun begeerte op.

Ocrwoud. Vit bamboestaken en grote bladeren, hebben de

pllpoea's het vliegtuig nagebouwd op een open plek in het bos.

Ilt'I is een lokvogel, bedoeld die andere vogels, die immers vo-

1\1'1i'l uit het paradijs zijn, hier tot neerstrijken te bewegen. In

I,kine torentjes van takken, spieden de papoea's de lucht af,

Wililringeen enkel vliegtuig zich vertoont.

I Iun droevige magische geroep.

3 22 3 23

More magazines by this user
Similar magazines