Klik hier - Lne.be

lne.be

Klik hier - Lne.be

Jabbeke Centrum Inbreiding

Provincie West-Vlaanderen

Gemeente Jabbeke

Onderzoek tot m.e.r.

De ontwerper

Gemeentebestuur Jabbeke

Dorpsstraat 3

8490 Jabbeke

Tel. 0580/81 01 20

Fax. 050/81 01 17

Ruimtelijke planner

Karel Vanackere

Tekenaar

Tine Rosseel


Titel : Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

‘Jabbeke Centrum Inbreiding'

Subtitel : Onderzoek tot m.e.r.

Datum : november 2008

Auteur(s) : Karel Vanackere (Grontmij) - tekst

Tine Rosseel (Gemeente Jabbeke) - plannen en foto’s

E-mail adres : planologie@jabbeke.be

Contact : Gemeente Jabbeke

Tine Rosseel

Dorpsstraat 3

8490 Jabbeke

T +32 50 81 01 32

F +32 50 81 01 17

planologie@jabbeke.be

www.jabbeke.be

Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 2 van 24


Inhoudsopgave

1 Inleiding ...................................................................................................................... 4

2 Situering en beschrijving van het plangebied..................................................... 5

2.1 Fysieke bestaande toestand.................................................................................... 5

2.2 Juridisch bestaande toestand ................................................................................. 8

2.2.1 Gewestplan ................................................................................................................. 8

2.3 Doelstellingen van de opmaak van RUP ‘Jabbeke Centrum Inbreiding’........ 9

3 Aftoetsing m.e.r.-plicht van rechtswege............................................................ 11

3.1 Project-m.e.r.-plicht ............................................................................................... 11

3.2 Noodzaak tot passende beoordeling ................................................................... 11

3.2.1 Speciale beschermingszones ................................................................................ 11

3.2.2 Aard van het plan.................................................................................................... 12

3.3 Conclusie ................................................................................................................... 12

4 Scoping milieu-effecten ......................................................................................... 13

4.1 Aard van het plan.................................................................................................... 13

4.2 Voorkomen van bijzonder beschermde gebieden ............................................ 13

4.2.1 VEN-gebieden........................................................................................................... 14

4.2.2 Ramsar-gebieden .................................................................................................... 14

4.2.3 Beschermde duingebieden .................................................................................... 14

4.2.4 Kwetsbare gebieden volgens bestemmingsplannen ........................................ 14

4.2.5 Onroerend Erfgoed.................................................................................................. 15

4.2.6 Waterwingebieden................................................................................................... 15

4.3 Kwetsbaarheid plangebied .................................................................................... 15

4.3.1 Overstromingsgebieden ......................................................................................... 16

4.3.2 Bodem........................................................................................................................ 17

4.3.3 Biologische waarderingskaart............................................................................... 17

4.3.4 Landschap: aanwezigheid ankerplaatsen en relictzones ................................ 18

4.3.5 Inventaris bouwkundig erfgoed ........................................................................... 18

4.3.6 Centrale Archeologische Inventaris..................................................................... 18

4.3.7 Herbevestigd agrarisch gebied............................................................................. 19

4.3.8 Stiltegebieden .......................................................................................................... 19

4.4 Conclusie ................................................................................................................... 20

5 Plangewijze bespreking.......................................................................................... 21

6 Eindconclusie............................................................................................................ 24

Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 3 van 24


1 Inleiding

Met de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 11 april 2008

is er meer duidelijkheid geschapen omtrent de integratie van milieueffectenrapportage

(m.e.r.) in het planproces van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).

Vanaf 1 juni 2008 dient er bij de opmaak van RUP’s formeel rekening gehouden te

worden met het onderzoek van milieueffecten die de realisatie van de bestemmingen

in dit RUP kunnen teweegbrengen. In de praktijk betekent dit dat voor elk RUP

minimaal een ‘onderzoek tot m.e.r.’ dient uitgevoerd te worden.

De resultaten van het ‘onderzoek tot m.e.r.’ worden aangewend om de ruimtelijke

keuzes die in het gemeentelijke ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Jabbeke Centrum Inbreiding’

gemaakt worden inhoudelijk te versterken en te onderbouwen.

Het document is opgebouwd uit volgende stappen:

• Situering en beschrijving van het plangebied en de ruimtelijke doelstellingen

(ruimtelijk en juridisch-beleidsmatig);

• Aftoetsing plan-MER-plicht van rechtswege

° Project-m.e.r.-plicht expliciet aftoetsen d.m.v. mogelijk relevante rubrieken

uit bijlagen I en II;

° Noodzaak passende beoordeling aftoetsen:

− Gelegen in of in de nabijheid van speciale beschermingszones?

− Aard plan: mate van verstoring, versnippering,…;

Indien één van beide van toepassing is, is een plan-MER vereist.

• Scoping milieueffecten: eerste ruwe screening van de kwetsbaarheid van de omgeving

en de aard van de milieu-impact van het ruimtelijk uitvoeringsplan. De

scoping biedt volgende antwoorden:

° Is de opmaak van een PlanMER toch noodzakelijk?

° Zijn er een bepaalde relevante milieudisciplines die verder uitgewerkt dienen

te worden?

• Indien noodzakelijk, diepgaander onderzoek van de relevante milieudiscipline(s)

zoals vastgesteld in de scoping;

• Eindconclusie

Initiatiefnemer Gemeente Jabbeke

Dorpsstraat 3

8490 Jabbeke

Tel. : +32 50 81 01 32

Fax. : +32 50 81 01 17

planologie@jabbeke.be

www.jabbeke.be

Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 4 van 24


Situering en beschrijving van het plangebied

2 Situering en beschrijving van het plangebied

2.1 Fysieke bestaande toestand

Het plangebied van het ruimtelijk uitvoeringsplan is gelegen in de dorpskern van

Jabbeke.

Het betreft het noordelijke deel van de dorpskern, tussen de Gistelsteenweg, Constant

Permekelaan, Dorpsstraat en de Kapellestraat.

Situering plangebied op stratenplan (bron: streetnet)

De oppervlakte van het plangebied bedraagt ongeveer 7ha 09a 41ca

Het plangebied wordt begrensd door:

• In het oosten door de Dwarsstraat en de Constant Permekelaan;

• In het zuiden door de Kapellestraat en de Gistelsteenweg;

• In het westen door Kapellestraat;

• In het noorden door Dorpsstraat.

Dorpsstraat C. Permekelaan Dwarsstraat Gistelsteenweg Kapellestraat

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 5 van 24


Voorzieningen binnen het centrum van Jabbeke

Situering en beschrijving van het plangebied

Kenmerkend voor het plangebied is de aanwezigheid van verscheidene functies :

o Langs de Dorpsstraat bevinden zich het gemeentehuis met naast gelegen

een gemeentelijke feestzaal ‘De Zwaan’ en de kerk.

o Binnen het plangebied zijn de bibliotheek, het politiehuis en een sporthal

en kinderopvang gelegen.

o Langs de Constant Permekelaan bevinden zich de gebouwen van de

rijkswacht, nu gebruikt door de politie.

o Langs de Kapellestraat bevindt zich de post en grenzend aan het

plangebied een school.

Foto van het plangebied

Topografische kaart met afbakening plangebied

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 6 van 24


Situering en beschrijving van het plangebied

Dorpsstraat - gemeentehuis C. Permekelaan Dorpsstraat - kerk

Foto : wandel- en fietsverbindingen van het plangebied naar de omliggende straten

o Het plangebied wordt van noord naar zuid doorsneden door de

Jabbekebeek, een waterloop van 2 e categorie die een belangrijke functie

heeft in de waterhuishouding van Jabbeke.

o Langs de Kapellestraat bevindt zich naast een trapveld en een

speelpleintje, een parking die deels als centrumparking wordt gebruikt.

o Op het einde van de Kapellestraat (gelijk lopend met de Gistelsteenweg)

komen een aantal ruimere residentiële gebouwen voor terwijl de

bebouwing langs de Constant Permekelaan een meer gemengd karakter

heeft met accent op de gesloten bebouwing.

o De Constant Permekelaan – Stationstraat (N377) vormt een historische

verbindingsweg die door de optimalisatie van het op- en afrittencomplex

op de A10-A18 verder kan ontlast worden van zwaar doorgaand verkeer.

Luchtfoto met afbakening plangebied (bron: GIS Vlaanderen – luchtopname 2005)

De Jabbekebeek doorheen het hele plangebied

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 7 van 24


2.2 Juridisch bestaande toestand

2.2.1 Gewestplan

Situering en beschrijving van het plangebied

De planologische context in het plangebied wordt gevormd door het gewestplan

Brugge - Oostkust (KB 7 april 1977, wijziging 19 september 1996). De bestemming

binnen het RUP Jabbeke Centrum Inbreiding betreft enkel het ‘woongebied’ volgens

het gewestplan.

Afbakening plangebied binnen gewestplan Brugge - Oostkust

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 8 van 24


Situering en beschrijving van het plangebied

2.3 Doelstellingen van de opmaak van RUP ‘Jabbeke Centrum Inbreiding’

Het ruimtelijk uitvoeringsplan heeft hoofdzakelijk tot doel een inbreidingsproject in

functie van wonen te kunnen realiseren. De binnen gronden in het plangebied worden

op vandaag onderbenut. Op korte termijn wordt in het nabij gelegen gemeentepark

een sport- en cultuurcentrum gebouwd waar tevens een nieuwe bibliotheek

wordt geïntegreerd.

Hierdoor verliezen een aantal gebouwen binnen het plangebied hun functie en komen

ze in aanmerking voor integratie in een totaalproject. Het gaat over de bestaande

sportinfrastructuur en de bibliotheek.

Het bestaande sprotcomplex zal worden gesloopt. De bibliotheek komt in aanmerking

voor hergebruik waarbij gedacht wordt aan gebruik als kinderopvang.

Het ruimtelijk uitvoeringsplan beoogt in hoofdzaak het vastleggen van de ontsluitingsaspecten

van het gebied en het vrijwaren voor de Jabbekebeek. Daarnaast

zullen een aantal kwalitatieve voorschriften worden geïntegreerd die de draagkracht

van het gebied definiëren.

Uitgangspunt bij het vastleggen van de ontsluiting is het vermijden van ander dan

bestemmingsverkeer is het plangebied. De hoofdontsluiting wordt voorzien op de

Constant Permekelaan. Er worden verschillende doorsteken van voetgangers en

fietsers voorzien waarbij de verbinding tussen de school en het toekomstig gemeentepark

met bijbehorende sport- en cultuurcentrum de belangrijkste drager

vormt.

Aan de omliggende wegeninfrastructuur zijn geen wijzigingen noodzakelijk. De interne

ontsluitingstructuur zal deel uitmaken van het totaalproject waarvan de algemene

principes reeds gekend zijn en voorgesteld zijn op bijgevoegde schets.

projectgebied

gemeentepark

met SPC

Parkeervoorzieningen van de centrumfuncties worden geïntegreerd in de randen

van het plangebied. Zo worden parkeervoorzieningen gepland/bevestigd bij de

kerk, de school en het gemeentehuis.

Het woonproject dient te voorzien in eigen parkeergelegenheid die bij voorkeur ondergronds

wordt voorzien.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 9 van 24


Situering en beschrijving van het plangebied

Het aantal en de typologie van de wooneenheden zal verder verfijnd worden binnen

de projectontwikkeling, waarbij gedacht wordt aan vormen van publiek-private samenwerking.

De bouwhoogte die als norm in het centrum van de gemeente worden gehanteerd,

zijn drie bouwlagen plus een dakverdieping, zal ook voor dit project gehanteerd

worden.

Binnen de projectzone wordt gedacht aan een grootte orde van 80 tot 120 woongelegenheden.

Het is niet de intentie om de loop van de Jabbekebeek te wijzigen. Er zal voldoende

ruimte worden voorzien om de beek te beheren en te integreren in de toekomstige

aanleg. Gezien op vandaag grote delen van het gebied verhard zijn in functie van

gebouwen en parkings kan bij de herinrichting van het gebied de waterhuishouding

geoptimaliseerd worden. Brugconstructies en ruimte voor meandering zullen mogelijk

gemaakt worden.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 10 van 24


3 Aftoetsing m.e.r.-plicht van rechtswege

3.1 Project-m.e.r.-plicht

De project-m.e.r.-plicht wordt afgetoetst op basis van het besluit van de Vlaamse

regering houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan

milieueffectenrapportage, meerbepaald bijlagen 1 en 2

De activiteiten die binnen het planologisch kader van het RUP zullen kunnen gerealiseerd

worden vallen hier niet onder. Uit nazicht van bijlage 2 ‘Infrastructuurprojecten

– stadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip van de bouw van winkelcentra

en parkeerterreinen’, blijkt dat de activiteiten die binnen het planologisch kader van

het RUP zullen kunnen gerealiseerd worden:

• geen betrekking hebben op de bouw van 1000 of meer woongelegenheden,

• geen handelsruimte van 5.000 m² brutovloeroppervlakte betreffen;

• geen verkeersgenererende werking met pieken van 1000 of meer personenautoequivalenten

per tijdsblok van 2 uur hebben.

3.2 Noodzaak tot passende beoordeling

3.2.1 Speciale beschermingszones

Er zijn geen vogelrichtlijngebieden of habitatrichtlijngebieden in of in de directe nabijheid

van het plangebied.

Het vogelrichtlijngebied BE2500932 is ongeveer 1,4 km ten noorden van het plangebied

gelegen. De afwatering van de Jabbekebeek gebeurt naar het noorden en

mond uit in het kanaal Brugge-Oostende zonder het vogelrichtlijngebied te dwarsen.

Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 11 van 24


Aftoetsing m.e.r.-plicht van rechtswege

Het plan zal geen invloed hebben op de waterkwaliteit van de Jabbekebeek gezien

de nodige maatregelen worden getroffen om dit te vermijden.

Vanuit deze vaststellingen kan gesteld worden dat het plan geen invloed zal hebben

op speciale beschermingszones.

Vanuit dit criterium is geen passende beoordeling vereist.

3.2.2 Aard van het plan

Uit voorgaande blijkt dat het plangebied niet gelegen is in of in de nabijheid van

speciale beschermingszones.

Het plan zal dus – gezien ook de aard van de activiteiten (gemeenschapsvoorzieningen,

wonen, openbare ruimte) geen verstorend effect hebben op deze gebieden.

Het RUP ordent een zone in de dorpskern van Jabbeke. Er is dus geen sprake van

een versnipperend effect ten aanzien van deze speciale beschermingszones.

3.3 Conclusie

De opmaak van een planMER wordt niet noodzakelijk geacht vanuit de projectm.e.r.

plicht of de noodzaak tot een passende beoordeling.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 12 van 24


4 Scoping milieu-effecten

4.1 Aard van het plan

Het planologisch initiatief van de gemeente bestaat uit het definiëren van de inrichting

en de toekomstige evolutie van een deel van het centrum van Jabbeke. Voor

het gebied is op vandaag het gewestplan de basis voor het vergunningsbeleid.

Gezien de potenties van het gebied voor inbreiding, die ook in het Gemeentelijk

Ruimtelijk Structuurplan worden erkent, ontstaat er een noodzaak tot het formuleren

van een globale visie over de ontwikkeling van het gebied.

Hierin staat de integratie van de Jabbekebeek gekoppeld aan een ontsluitingsconcept

voorop.

De mogelijkheden die gecreëerd worden in het plan zullen niet leiden tot significante

wijzigingen door verkeersproductie gezien het wegvallen van een aantal functies

(sporthal, bibliotheek, …) die vervangen worden door wonen.

Binnen het plan gaat aandacht uit naar het opvangen van de parkeerbehoefte die

door de nieuwe ontwikkelingen wordt gegenereerd.

De mogelijkheden die gecreëerd worden voor gemeenschapsvoorzieningen en wonen,

leiden niet tot significante wijzigingen in de verkeersproductie.

4.2 Voorkomen van bijzonder beschermde gebieden

In het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de categorieën

van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage wordt aangegeven wat er

verstaan wordt onder ‘bijzonder beschermde gebieden’:

• de speciale beschermingszones overeenkomstig het decreet van 21 oktober

1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;

• gebieden aangeduid overeenkomstig de Conventie van Ramsar inzake watergebieden

van internationale betekenis;

beschermde duingebieden of voor het duingebied belangrijk landbouwgebied zoals

aangegeven ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen

tot bescherming van de kustduinen;

• natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde en de ermee

vergelijkbare gebieden, aangewezen op plannen van aanleg en de ruimtelijke

uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening;

• bosgebieden, valleigebieden, brongebieden, overstromingsgebieden, agrarische

gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde en de ermee vergelijkbare

gebieden, aangewezen op plannen van aanleg en de ruimtelijke uitvoeringsplannen

van kracht in de ruimtelijke ordening;

beschermde landschappen, stads- of dorpsgezichten, monumenten of archeologische

zones;

Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 13 van 24


Scoping milieu-effecten

• waterwingebieden en bijhorende beschermingszones type I en II vastgesteld ter

uitvoering van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake

het grondwaterbeheer;

• het Vlaams Ecologisch Netwerk overeenkomstig het decreet van 21 oktober

1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;

• een volgens een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan vastgesteld erfgoedlandschap.

Aangezien het voorkomen van deze bijzonder beschermde gebieden vaak een bepalende

rol speelt in functie van het bepalen van de project-m.e.r.-plicht en gezien

deze gebieden als bijzondere beschermde gebieden worden beschouwd omdat ze

een hoge waarde en/of kwetsbaarheid vanuit milieuoogpunt hebben, geeft het

voorkomen ervan een goede indicatie van gevoeligheid van het plangebied voor het

mogelijk optreden van milieueffecten. Deze elementen worden daarom nu voor het

plangebied van het RUP ‘Jabbeke Centrum Inbreiding’ onderzocht. In een verdere

stap wordt dan nagegaan of – rekening houdende met de aard van het plan – een

(aanzienlijk) milieueffect ten aanzien van deze gebieden kan optreden en hoe dit

kan voorkomen worden.

4.2.1 VEN-gebieden

Geen VEN-gebieden in of in de nabijheid van het plangebied.

4.2.2 Ramsar-gebieden

Geen RAMSAR-gebieden in of in de nabijheid van het plangebied (geen op het

grondgebied van Jabbeke).

4.2.3 Beschermde duingebieden

Niet van toepassing

4.2.4 Kwetsbare gebieden volgens bestemmingsplannen

In het plangebied zijn er geen natuurgebieden, bosgebieden valleigebieden, brongebieden

of agrarische gebieden met ecologisch belang gelegen volgens het vigerende

gewestplan.

Het plangebied wordt wel doorsneden door de Jabbekebeek.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 14 van 24


4.2.5 Onroerend Erfgoed

1

1

In de nabijheid van het plangebied zijn er :

Geklasseerde monumenten

1 Stenen windmolen (dd. 04.04.1944)

Geklasseerde dorpsgezichten

A Hoekhuis zgn. Café Saint-Hubert

4.2.6 Waterwingebieden

Scoping milieu-effecten

Het plangebied is niet gelegen in of nabij een oppervlaktewaterwingebied of een

beschermingszone voor grondwaterwinning.

De activiteiten die binnen het planologisch kader van het RUP zullen kunnen gerealiseerd

worden hebben geen impact op het grondwater.

4.3 Kwetsbaarheid plangebied

A

De aanwezigheid van bijzonder beschermde gebieden geeft weliswaar een idee van

belangrijke te beschermen waarden, maar geeft vaak onvoldoende de kwetsbaarheid

van een gebied weer.

De kwetsbaarheid van een gebied is echter in belangrijke mate bepalend voor de te

verwachten milieueffecten. Een gedetailleerde beschrijving van de kenmerken van

het plangebied is in dit stadium van het onderzoek niet zinvol. Daarom wordt de

kwetsbaarheid van het plangebied gekarakteriseerd aan de hand van beschikbaar

kaartmateriaal, dat een ruwe indicatie hiervan weergeeft.

Aangezien dit een eerder ruwe werkwijze is die de specifieke eigenheid van het gebied

slechts beperkt in rekening brengt, wordt er uitgegaan van het voorzorgsbeginsel

op dit vlak. Dit betekent dat – als er twijfel is over de kwetsbaarheid van – er

wordt uitgegaan van een ‘worst case’ inschatting van de kwetsbaarheid.

Om de kwetsbaarheid in kaart te brengen raadplegen we volgend kaartmateriaal:

• Recent overstroomde gebieden en waterlopenkaart;

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 15 van 24


Scoping milieu-effecten

• Gebieden met een zeer slechte drainage en/of een bijzondere gevoeligheid (zeer

natte gronden - drainageklasse f, g of i volgens de bodemkaart – en veen- en

poelgronden);

• Waardevolle of zeer waardevolle gebieden volgens de Biologische Waarderingskaart;

• Relictzones en ankerplaatsen volgens de landschapsatlas – eventueel aangevuld

met informatie uit de inventaris van het bouwkundig erfgoed en de centraal archeologische

inventaris (CAI);

• Stiltegebieden;

• Woonconcentraties (volgens topografische kaarten, gewestplan);

• Landbouwgronden met een hoge of zeer hoge waardering volgens de landbouwtyperingskaart;

• Landbouwgronden gelegen binnen de herbevestigde agrarische gebieden.

Rekening houdend met de aard van het planelement, de aanwezige en geplande

ontwikkelingen in de omgeving en de aard van/afstand tot kwetsbare gebieden,

wordt het risico op milieueffecten beoordeeld en de gewenste diepgang per milieudiscipline

vastgesteld.

4.3.1 Overstromingsgebieden

• In het gebied komen geen overstroombaar of recent overstroomde gebieden

voor.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 16 van 24


• Binnen het gebied komen geen ‘risicozone voor overstromingen’ voor.

Scoping milieu-effecten

Uit de ‘recent overstroomde gebieden’ (ROG) blijkt dat er in het recente verleden,

langsheen de Jabbeekse beek binnen het plangebied geen knelpunten voorkomen.

4.3.2 Bodem

Het plangebied heeft een bodem bestaande uit antropogeen.

De meest gevoelige bodems zijn diegenen met drainageklassen f, g of i. Er zijn

geen dergelijke bodems binnen het plangebied.

Tevens treffen we in het plangebied geen veenbodems of poelgronden aan.

4.3.3 Biologische waarderingskaart

In het plangebied zijn er geen biologisch waardevolle percelen aanwezig.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 17 van 24


4.3.4 Landschap: aanwezigheid ankerplaatsen en relictzones

Scoping milieu-effecten

Uit de Landschapsatlas blijkt dat het plangebied of de directe omgeving geen onderdeel

vormt van een ankerplaats of relictzone.

4.3.5 Inventaris bouwkundig erfgoed

Bron: www.vioe.be

In het plangebied zijn er 2 gebouwen opgenomen in de inventaris van het bouwkundig

erfgoed:

• Dorpsstraat zn, Parochiekerk Sint-Blasius

• Dorpsstraat 7, café vlakbij de parochiekerk

Omtrent deze gebouwen, opgenomen in de inventaris voor bouwkundig erfgoed, is

het aangewezen om in de stedenbouwkundige voorschriften aan te geven hoe met

de waardevolle elementen van deze gebouwen dient omgegaan te worden, opdat

deze elementen een duurzame toekomst kunnen krijgen.

4.3.6 Centrale Archeologische Inventaris

Uit de centrale archeologische inventaris (CAI) blijkt dat in de omgeving van het

plangebied geen zone gelegen is met archeologische potenties.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 18 van 24


4.3.7 Herbevestigd agrarisch gebied

Scoping milieu-effecten

In uitvoering van het ruimtelijk

structuurplan Vlaanderen (RSV) stelt de

Vlaamse overheid een ruimtelijke visie op

voor landbouw, natuur en bos. Deze visie

zal de basis vormen voor het opmaken van

concrete afbakeningsplannen voor

landbouw-, natuur- en bosgebieden.

Het plangebied valt buiten de afbakening

van de herbevestiging van de gewestplannen

in het kader van de

planningsprocessen voor landbouw, natuur en bos.

4.3.8 Stiltegebieden

Wanneer we de website www.lne.be nakijken, merken we dat het plangebied, noch

de gemeente Jabbeke vermeld wordt als onderdeel van een potentieel stiltegebied.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 19 van 24


4.4 Conclusie

Scoping milieu-effecten

Het plangebied en de nabije omgeving vertonen geen uitzonderlijke kwetsbaarheden

die mogelijk onderhevig kunnen zijn aan aanzienlijke milieueffecten. Een verdere

disciplinegewijze uitwerking heeft bijgevolg geen toegevoegde waarde.

Wel komen uit deze scoping een aantal aandachtspunten naar voor om mee te nemen

bij de verdere uitwerking van het RUP ‘Jabbeke Centrum Inbreiding’:

• Integraal waterbeleid:

° Opname in stedenbouwkundige voorschriften van het inperken van aangelegde

verhardingen tot wat noodzakelijk is, alsook het maximaal werken met waterdoorlatende

verhardingen, tenzij werken met niet-waterdoorlatende verhardingen

om bepaalde redenen aangewezen zou zijn (bvb. vigerende sectorale

wetgeving);

• Inventaris bouwkundig erfgoed: Aangeven hoe omgegaan dient te worden met

gebouwen opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. Hierbij

dient in de stedenbouwkundige voorschriften aangegeven te worden hoe met de

waardevolle elementen van deze gebouwen dient omgegaan te worden, opdat

deze elementen een duurzame toekomst kunnen krijgen.

• Mobiliteit : opname in de stedenbouwkundige voorschriften hoe met parkeren

wordt omgegaan in functie van het maximaal vrijwaren van de openbare ruimte

voor verblijfsfuncties.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 20 van 24


5 Disciplinegewijze bespreking

Disciplinegewijze bespreking

• Mobiliteit

Het realiseren van woongelegenheden zal zeker mobiliteit met zich mee

brengen. Als we uitgaan van een 100-tal woongelegenheden kan verondersteld

worden dat er een 100-tal gezinnen vanuit verschillende doelgroepen

(bejaarden, gezinnen met kinderen, alleenstaanden etc) zich binnen het projectgebied

zullen vestigen. Ter hoogte van de kerk bevindt zich een halte

van de lijn die bediend wordt door de voorstadslijn Brugge met een 20minuten

frequentie. De dorpsvoorzieningen (bakker, slager, post etc) zijn op

wandelafstand gelegen. Het verdwijnen van de sporthal en de bibliotheek uit

het plangebied zal ervoor zorgen dat het verkeer dat hierdoor wordt aangetrokken

wegvalt. Per saldo mag verwacht worden dat er een lichte toename

zal zijn van het verkeer. Door de ontsluiting te voorzien via de Constant

Permekelaan zal de schoolomgeving minder belast worden dan op vandaag

het geval is gezien de enige ontsluiting van het gebied nu via de Kapellestraat

verloopt.

De Constant Permekelaan sluit aan op de Stationsstraat die de verbinding

maakt met het op- en afrittencomplex Jabbeke Noord op de A10 – A18 en

op de Gistelsteenweg die de verbinding maakt met Brugge en Gistel en aansluit

op het op-en afrittencomplex Jabbeke Oost ook op de A18.

De ontwikkeling van het plan zal geen negatieve impact hebben op het lokale

wegennet, integendeel. De gewestweg Constant Permekelaan en de Stationsstraat

zullen iets meer verkeer te verwerken krijgen zonder dat de

draagkracht van deze wegen in het gedrang komt.

• Lucht en klimaat

Er kan van uitgegaan worden dat het voorzien van woongelegenheden is het

centrum, tussen de voorzieningen, gaande van handelszaken, school, banken,

diensten tot het sport- en cultuurcentrum en openbaar vervoer op de

plek zelf een beperkte bijkomende impact hebben op het klimaat, doch dat

de globale impact positief is omdat degelijke locaties per saldo minder verkeer

generen, een beter gebruik van het openbaar vervoer realiseren en het

mogelijk maken compact en klimaatvriendelijk te bouwen.

• Geluid en licht

Op vandaag bevinden zich binnen het gebied de sportvoorzieningen, de bibliotheek

en de parkeervoorzieningen. Het vervangen van deze voorzieningen

door woningen zal de hinder naar licht en geluid in principe niet verhogen.

Op vandaag is er reeds openbare verlichting binnen het gebied.

Het geluid wordt vooral geproduceerd door parkerende voertuigen en mensen

die de voorzieningen bezoeken. Er wordt verwacht dat het geluidsniveau

in de toekomst niet hoger zal zijn dan op vandaag en zeker de draagkracht

van een dorpscentrum niet zal overschrijden.

• Ruimtelijke ordening

De planopvatting kadert in het principe van kernversterking en bundeling

van functies waar een voldoende hoog voorzieningenniveau aanwezig is. De

planopvatting kan beschouwd worden als een positieve evolutie die bijdraagt

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 21 van 24


tot de versterking van de dorpsstructuur.

Disciplinegewijze bespreking

• Bodem

Het gebied is grotendeels geïnfrastructureerd en/of bebouwd. Er kan van

uitgegaan worden dat de bodem in de loop der jaren reeds verschillende

malen is omgewoeld. De geplande werken zullen geen directe impact hebben

op de bodemstructuur.

• Water

Het plangebied is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen.

Dit betekent dat binnen het plangebied het principe van een volledig

gescheiden systeem wordt gehanteerd. Op vandaag is binnen de projectzone

huisvesting ca 1/3 van de oppervlakte verhard/bebouwd. De mogelijkheden

die binnen het plan worden voorzien laten toe dat de verharding in beperkte

mate toeneemt. Hieraan is wel als voorwaarde gekoppeld dat de problematiek

van de waterhuishouding binnen de zone moet worden opgelost. De infiltratie

capaciteit binnen het plangebied is goed en zal door de realisatie van

het project niet structureel wijzigen.

• Fauna en flora en biodiversiteit

Het plangebied vormt een cultuurlandschap waar nauwelijks natuurwaarden

aanwezig zijn. De beek is binnen het plangebied “gekanaliseerd” waarbij de

oevers voorzien zijn van doorgroeistenen. Er zijn geen tuinen met bijzondere

natuurwaarden binnen het plangebied. Er zijn wel interessante bomenbestanden

aanwezig in de tuinen van de vrijstaande woningen langs de Kapellestraat

en de Gistelsteenweg. Gezien de aard van het plangebied en de intenties

naar organisatie is er geen negatieve impact te verwachten naar fauna,

flora en biodiversiteit.

• Landschap, stoffelijke goederen en cultureel erfgoed

Binnen het plangebied zijn twee gebouwen opgenomen in de inventaris van

het bouwkundig erfgoed, met name de kerk en de café “De tijger”, in de

volksmond “bij Marie Jeanne”. Grenzend aan het plangebied bevindt zich het

beschermd dorpsgezicht hoekhuis café Saint Hubert. In het plan worden de

nodige maatregelen genomen om op een respectvolle manier om te gaan

met dit erfgoed. In de omgeving van de kerk, palend aan het beschermd

dorpsgezicht worden geen ontwikkelingsmogelijkheden voorzien in het plan.

• Energie en grondstoffen

Het concept verdichten door kernversterking van dorpscentra draagt niet alleen

bij tot een zuinig ruimtegebruik, maar biedt tevens de mogelijkheden

om infrastructuren optimaal te benutten en zuinig om te gaan met energie

en grondstoffen.

• Gezondheid en veiligheid van de mens

De interne circulatie binnen het plangebied zal zodanig georganiseerd worden

dat er geen bijkomende verkeersdruk ontstaat ter hoogte van de school

in de Kapellestraat. Het doorwaadbaar maken van het gebied voor voetgangers

en fietsers draagt bij tot het verminderen van het aantal autoverplaatsingen.

Een toename van het verkeer op de Constant Permekelaan, die ervoor

is uitgerust, valt wel te verwachten. Deze toename zal echter meer dan

gecompenseerd worden door een aantal geplande ingrepen op het hoger

wegennet waardoor alle doorgaand verkeer uit het centrum zal verdwijnen

(voltooiing van het op- en afrittencomplex Jabbeke Oost)

In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen Seveso-inrichtingen.

De dichtsbijgelegen Seveso inrichting is het bedrijf Proviron te Oostende.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 22 van 24


Disciplinegewijze bespreking

• Cumulatieve effecten ten gevolge van het plan

Uit voorgaande bespreking blijkt dat de herinrichting van een deel van het

dorpscentrum in functie van de woonbestemming hoofdzakelijk positieve milieueffecten

gegenereerd met name een optimale benutting van infrastructuur

en openbare vervoer, het verhinderen dat open ruimte moet worden

aangesneden, een betere bezetting van de potenties van een deels verhard

gebied, etc. De mogelijks beperkte effecten op het vlak van waterhuishouding

kunnen worden gemilderd door het nemen van de nodige maatregelen.

Door de centrale ligging van het gebied en de goede ontsluiting door openbaar

vervoer mag verwacht worden dat er geen cumulatieve toename van

mobiliteit zal ontstaan.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 23 van 24


6 Eindconclusie

Eindconclusie

Voor de activiteiten die binnen het planologisch kader van het RUP ‘Jabbeke Centrum

Inbreiding’ zullen kunnen gerealiseerd worden is er van rechtswege geen

planMER-plicht.

Er zijn ook geen aanzienlijke milieu-effecten te verwachten want:

• De impact van de bestemmingswijzigingen en de activiteiten die in dit planologisch

kader kunnen worden gerealiseerd hebben slechts een beperkte potentiële

impact op de milieu-effecten;

• Er zijn geen beschermingen in het plangebied of in de nabijheid aanwezig die

bijzondere aandacht vergen;

• Er zijn geen bijzondere kwetsbaarheden die de te verwachten milieu-impact

zwaarder zullen doen doorwegen.

Er dient bijgevolg geen planMER opgemaakt te worden voor het RUP ‘Jabbeke Centrum

Inbreiding’.

Wel dienen een aantal aandachtspunten meegenomen te worden bij de verdere uitwerking

van het RUP ‘Jabbeke Centrum Inbreiding’:

• Integraal waterbeleid:

° Opname in stedenbouwkundige voorschriften van het inperken van aangelegde

verhardingen tot wat noodzakelijk is, alsook het maximaal werken met waterdoorlatende

verhardingen, tenzij werken met niet-waterdoorlatende verhardingen

om bepaalde redenen aangewezen zou zijn (bvb. vigerende sectorale

wetgeving);

• Inventaris bouwkundig erfgoed: Aangeven hoe omgegaan dient te worden met

gebouwen opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. Hierbij

dient in de stedenbouwkundige voorschriften aangegeven te worden hoe met de

waardevolle elementen van deze gebouwen dient omgegaan te worden, opdat

deze elementen een duurzame toekomst kunnen krijgen.

• Mobiliteit : opname in de stedenbouwkundige voorschriften hoe met parkeren

wordt omgegaan in functie van het maximaal vrijwaren van de openbare ruimte

voor verblijfsfuncties.

Onderzoek tot m.e.r. Ruimtelijk Uitvoeringsplan JABBEKE CENTRUM INBREIDING

Pagina 24 van 24

More magazines by this user
Similar magazines